Lezingen. Ook voor senioren. Ik geef lezingen om mensen aan te zetten tot lezen. Voor senioren is dat aan “speciale prijzen.” Inhoud van de lezingen : - Voorstelling schrijver. - Ontstaan van een boek - Omgaan met taal kan ook aangenaam zijn. - We lopen met beelden door het boek. - Voorlezen uit eigen werk. - Vragen. - Mogelijkheid tot aankopen van boek (aan verminderde prijs) Graag wat meer info? Stuur even een mailtje.
Blog van schrijver Ludo Geluykens. Kijk ook eens op www.ludogeluykens.be (zie favorieten rechts) Hier kan je ook kennismaken met mijn nieuwe politiethriller. Vanaf nu zijn Moord op de scheidsrechter en Adellijke intriges ook als e-boek te verkrijgen.
03-02-2012
De gemeente Ranst en
uitgeverij Leesgenot
nodigen u uit op de voorstelling van
“Een drug te
ver”
De
nieuwe politiethriller van
Ludo Geluykens
Programma
·Verwelkoming
·Werner Cazaerck,
korpschef van de lokale politie in Lier, leidt het boek in.
·Mogelijkheid tot aankopen van boek (€ 19,90)
·Aansluitend
bieden wij u graag een drankje aan en signeert de auteur zijn nieuwste boek.
VOLGENDE WEEK KAN U HIER MEER INFO VINDEN OVER MIJN NIEUW BOEK...
VOOR DE LAATSTE MAAL KAN U HIER EEN (EXTRA LANGE) GRATIS STUK LEZEN UIT ADELLIJKE INTRIGES.
Voor de persberichten en
recensies van "Adellijke intriges" zie bij mijn favorieten.
Voor het aankopen van
boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.
We gaan verder met de veertiende bladzijde van "Adellijke intriges."
Ze gingen verder de ganse galerie door en kwamen
dan terug in de privévertrekken terecht.
In het salon stonden allemaal zware eiken meubelen.
Ze liepen ook door de woonkamer en de slaapkamers.
Alle kamers waren ingericht met echte antieke meubelen. Alles was ‘echt’: de
linnenkasten, het buffet, ladekasten, schrijftafels, commodes, eettafel en
stoelen.
“Polle, kan jij nu ook zeggen welke stijl dat
allemaal is?”
“Ik heb heel veel gezien, volgens mij is er heel
wat ‘Lodewijk’ materiaal bij, maar of dat nu van de veertiende of de zestiende
is, dat kan ik niet zien.”
“Ik zou het zeker niet allemaal willen betalen, of
zelfs niet onderhouden”, merkte Somers op.
“Kom chef, we gaan naar het terras. Misschien
kunnen we wel een koffie krijgen.”
“Zullen we op de barokstoelen gaan zitten aan de
baroktafel?”, lachte Bruno.
“Wel, je zou wel eens gelijk kunnen hebben, volgens
mij is het ‘echte’ barok.”
“Zo zie je maar hé Polle, af en toe kan zelfs ik
juist gokken.”
Leentje was er nog. Ze bracht hun een verse kop
Rombouts, met een koekje, zoals het past op een kasteel.
“Is Robert er al?”, wilde Paul weten.
“Meneer Robert is zojuist toegekomen. Hij zit nu
met Nathalie in het salon. Zal ik hem roepen?”, vroeg ze.
“Vraag of hij binnen een paar minuutjes komt”,
antwoordde Bruno.
“Je hebt het gehoord, het is ‘meneer’ Robert hé,
Polle.”
Ze bekeken het prachtige gazon en de mooie tuin.
Volgens de commissaris moest het onderhoud van de tuin alleen al ‘stukken van
mensen’ kosten.
Nathalie kwam, nog steeds huilend, Robert
voorstellen aan de speurders.
“Meneer de la Faille, Bruno Somers en dit is mijn
collega Paul De Winter.”
Ze condoleerden Robert bij het overlijden van zijn
vader.
“Hoe heb je het droevige nieuws vernomen?”
“Euh….Nathalie heeft me gebeld.” Bruno zag dat er
een ‘hapering’ zat in zijn reactie.
“Wanneer heb je je vader voor het laatst gezien?”
“Ik was deze morgen nog hier.”
“Verwachtte hij iemand, vandaag?”
“Niet dat ik weet.”
“Had de baron vijanden?”
“Mijn vader was een zeer geliefd man. Ik denk niet
dat iemand hem kwaad zou willen doen.”
“Is er in het kasteel beveiliging aanwezig?”,
informeerde Paul.
“Er is een camerasysteem met opnameapparatuur, de
recorders staan in het bureau.”
“Kunnen we daar dan nu eens gaan kijken?”
Ze gingen terug naar binnen om de beelden te
bekijken.
“Kijk, ze hebben de draad doorgeknipt”, stelde Paul
vast.
“En de cassette is eruit gehaald en waarschijnlijk
meegenomen. Dat zijn geen gewone voorbijgangers geweest Polle, eerder
professionelen, die wel degelijk van de toestand binnen het kasteel op de
hoogte waren.”
“Is er iets verdwenen?”, vroeg de commissaris aan
Robert.
“Dat kan ik zo niet zeggen. Daarvoor zal ik een
inventaris moe-ten doen.”
“Zou je dat zo snel mogelijk willen doen, en ons
het resultaat laten weten. Dat is zeer belangrijk voor het verder onderzoek.”
“Zal ik doen, hebben jullie mij nog nodig?”
“Neen, ga maar. We spreken mekaar nog.”
De zoon van de baron ging terug naar Nathalie.
“En, Polle, wat denk je?”
“Ik zie nog niet veel. En wat denk jij?”
“Ik heb alleen gezien dat Robert ‘haperde’ bij het
antwoord op je vraag, hoe hij op de hoogte was gebracht, maar dat kan van de
emotie geweest zijn ook.”
“Chef, ik denk dat we toch ook die twee vrouwen nog
eens op de rooster zullen moeten leggen. Het kan toch niet dat die moordenaar
zo maar uit het niets hier binnen komt.”
“Ja, Polle, dat klopt, we blijven inderdaad met
nogal wat vra-gen zitten.”
“Is de Sus al weg?” vroeg Bruno.
“Ik weet het niet, zal ik het eens vragen aan
Nathalie?”
“Ja, doe dat, en zeg dat wij ook gelijk weg zijn.”
Hij ging terug naar het salon. Hoofdcommissaris
Peeters was al een tijdje weg, vernam hij van de ex van Robert.
“Wij weten voorlopig genoeg”, zei hij tegen haar.
“Wij komen zeker nog langs vandaag of morgen.”
“Oké. Als ik hier niet ben, kom je maar bij mij
thuis langs. Dat is toch maar juist achter de hoek hier teneinde de straat.”
“Oh, voor ik het vergeet, toch nog één vraagje.
Hoeveel ingangen zijn er hier voor het kasteel?” vroeg Paul.
“Alleen de grote hoofdingang.”
“Bedankt, en tot volgende keer.”
“De Sus is al een tijdje weg”, zei Paul tegen zijn
chef.
“Dan zijn wij ook maar weg hé.”
Ze reden met de Golf terug naar het politiebureau.
“Blijkbaar is er maar één ingang aan het kasteel”,
zei Paul, terwijl hij de Golf op de parking reed.
Voor de persberichten en
recensies van "Adellijke intriges" zie bij mijn favorieten.
Voor het aankopen van
boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.
We gaan verder met de dertiende bladzijde van "Adellijke
intriges."
“Ja, ik heb hem onmiddellijk gebeld.”
“Had de baron vijanden?”
“Niet dat ik weet, maar in het wereldje van de
kunsthandel is er nogal wat jaloezie.”
“Wanneer er veel geld mee gemoeid is, loop je
altijd risico”, vulde Bruno aan.
Paul noteerde ook de gegevens van Nathalie en zei
haar dat ze mekaar zeker één van de uren terug zouden zien.
“Hou je wel ter beschikking.”
“Polle, zullen wij ondertussen eens door het
kasteel lopen om te zien of er ons niets opvalt? ”
“Dat lijkt me een goed idee, dan kunnen we daarna
eens met meneer Robert gaan spreken.”
“Die zal hier ondertussen toch al wel zijn zeker”,
repliceerde de commissaris.
Ze begonnen hun rondgang in de ridderzaal. Bij het
binnenkomen viel het Paul al onmiddellijk op dat hier wel heel ‘speciale’
schilderijen hingen.
“Amaai, chef, hier hangt voor een paar miljoen
bijeen.”
“Een paar miljoen euro’s?”
“Jazeker.”
“Zijn dat dan zo’n dure schilderijen?” Bruno was
niet zo op de hoogte van de waarde van “kunst”.
“Ik zie een Matisse, een Monet, een Degas en een
Permeke, allemaal heel bekende, dure kunstenaars. Het zijn niet hun bekendste
werken, maar ik schat dat hier toch wel voor enkele miljoenen aan de muur
hangt.”
“Toch wel knap, Polle, dat je dat allemaal zo
weet.”
“Iemand moet toch het cultuurgehalte van de politie
van Lier hoog houden hé”, antwoordde Paul, hiermee doelend op de geringe kennis
van echte kunst in hun korps.
“Van sport en muziek mag je me wat vragen, maar ik
kan het verschil niet zien tussen een duur en een goedkoop schilderij”, zei
Bruno. “Maar ik heb thuis een kenner zitten hé.”
Hiermee bedoelde hij zijn vrouw Sonja, die in haar
vrije tijd ‘vanalles’ deed op gebied van kunst: zijdeschilderen, aquarel,
olieverf en dan deed ze ook nog dingen met fietsbanden en bloemschikken… zo zei
Bruno het toch altijd.
“Zeg Polle, zie jij hier iets van beveiliging?”
“Ik zie wel bewegingssensoren, maar ze werken
volgens mij niet. Normaal zie je een rood lampje branden.”
“Het zijn misschien nieuwe modellen.”
“We zullen het straks eens vragen aan de zoon.”
Ze gingen verder naar de zalen van de galerie.
“Hier hangen wel meer schilderijen”, merkte Bruno
op.
“Ja maar wel van een ‘mindere’ waarde.”
“Zou er iemand kunnen zien of hier iets verdwenen
is?”
“Als ik iets zou meenemen, zou ik het uit de
ridderzaal nemen”, merkte de hoofdinspecteur op.
Voor de persberichten en
recensies van "Adellijke intriges" zie bij mijn favorieten.
Voor het aankopen van
boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.
We gaan verder
met de twaalfde bladzijde van "Adellijke intriges."
“Ik heb dan onmiddellijk naar Nathalie gebeld. Die
is direct gekomen en zij heeft jullie verwittigd.”
“Waarom belde je Nathalie?”
“Zij is zowat de vriendin van de baron. Ze helpt
hem bij alles.”
“Is er je, in de loop van de voormiddag, niets
opgevallen?”
“Neen, ik ben zoals gewoonlijk, om negen uur
begonnen, heb koffie gezet voor meneer en ben dan aan mijn dagelijkse klus
begonnen.”
“Niemand gezien of gehoord?”, probeerde Bruno
nogmaals.
“Jawel, meneer Robert, de zoon van de baron is hier
vanmorgen even geweest,”
“Weet je ongeveer wanneer dat was?”
“Dat moet iets na negenen geweest zijn. Hij heeft
even met zijn vader gesproken en is iets voor tien uur nog komen zeggen dat hij
weg was.”
“Komt meneer Robert hier dikwijls?”
“Ja, die komt regelmatig, bijna dagelijks.”
“Voor de rest heb je niets speciaals gezien of
gehoord? Je hebt niemand horen roepen of zo?”
“Neen, ik werk altijd met de radio aan. Dan hoor je
niet veel anders meer hé.”
Paul noteerde nog de persoonlijke gegevens van
Leentje en ze spraken af dat ze, indien nodig, later nog wel eens terug zouden
komen voor meer vragen.
Bruno ging Nathalie halen. Die zat ondertussen nog
steeds te huilen in het salon.
Nathalie was opmerkelijk beter gekleed dan Leentje.
Je kon zien dat ze een betere smaak had op het gebied van kleding.
Ze had dan ook van het rijkeluisleventje geproefd
toen ze getrouwd was met Robert, dacht Bruno.
“Waarom belde Leentje eerst naar jou ?”
“Dat is omdat ik hier zowat alles regel, en ze is
dat gewoon. Wanneer ze een probleem heeft komt ze daarmee bij mij.”
“Hoe zou je jouw relatie met Jean-Louis de la
Faille kunnen omschrijven?”
“Wij hebben een goede vriendschappelijke relatie.
Ik help de baron bij alles waar hij mijn hulp bij kan gebruiken.”
Bruno keek even met een vragende blik naar Paul. Die
begreep onmiddellijk wat zijn vriend wilde zeggen en nam het gesprek over, vóór
deze verder gênante vragen zou stellen.
“En waarom doe je dat?”
“Ik deed dat vroeger, toen ik nog met Robert
getrouwd was, en ik ben dat altijd blijven doen.”
“En wat denkt Robert daarvan?”
“Dat zal je aan hem moeten vragen, denk ik”,
antwoordde Nathalie nogal bitsig.
Voor de persberichten en
recensies van "Adellijke intriges" zie bij mijn favorieten.
Voor het aankopen van
boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.
We gaan verder met de elfde bladzijde van "Adellijke intriges."
“Commissaris Bruno Somers en dit is mijn collega,
hoofdinspecteur Paul De Winter. Kunnen wij jullie een paar vragen stellen?”
De jongste van de twee, Leentje, zei dat ze wel
even apart konden gaan zitten in de keuken. Daar was het nu rustig. Nathalie
zou nog even in het salon blijven zitten.
De kookruimte was zeker geen ouderwetse
kasteelkeuken. De modernste toestellen stonden er in een klassiek uitgevoerde
keuken.
Ze gingen aan de tafel zitten die in het midden van
het vertrek stond.
“Gaat het al een beetje?”, suste Paul.
“Ik zal proberen, maar het zal niet gemakkelijk
zijn”, snikte Leentje.
“Hoe heb je het ontdekt?”
“Ik
had gedaan met het kuisen van de ridderzaal en de galerie om iets vóór half
twaalf en ging de baron opzoeken in de tuin om te melden dat hij het alarm
terug mocht opzetten. Toen ik buiten kwam zag ik dat meneer helemaal weggezakt
in zijn stoel zat. Ik dacht eerst dat hij sliep, maar wanneer ik bij hem kwam
zag ik al dat bloed op zijn hoofd. Ik voelde of zijn hart nog klopte, wat niet
het geval was.”
Ze stopte nu even en nam een slok water. Paul had
uit de ijskast een fles plat water genomen en een glas voor haar uitgeschonken.
“Wat heb je daarna gedaan?”, vroeg Bruno, “de
politie gebeld?”
Voor de persberichten en
recensies van "Adellijke intriges" zie bij mijn favorieten.
Voor het aankopen van boeken zie
"aankopen boek" bij mijn favorieten.
We gaan verder met de tiende bladzijde van "Adellijke intriges."
“Hou het maar normaal”, zei Sus lachend, “dat is in
jouw geval al erg genoeg.”
Ze vertrokken met de Golf naar het kasteel. De
hoofdcommissaris volgde met zijn eigen wagen, zo kon hij weg wanneer hij
wilde.
Tegen half één arriveerden ze aan het kasteel. Ze
werden opgewacht door onderzoeksrechter Janssens.
“Hoe is de situatie hier, Willy?”, informeerde
Peeters.
“Wel, het lijk van de baron ligt in de tuin, Rik
Pauwels, de wetsdokter, is al bezig.”
“Zullen we daar dan al eens eerst gaan kijken?”,
stelde Bruno voor.
Ze gingen door het kasteel naar de tuin.
“Dag Rik”, zeiden ze bijna gelijktijdig.
“Dag mannen.”
“En, wat heb je al voor ons?”
“Overleden tussen half tien en elf uur,
waarschijnlijk een vechtpartij, en ik denk dat hij met zijn hoofd op het beton
is gevallen. Voorlopig is dat alles wat ik kan zeggen. De rest is voor later”,
stelde de wetsdokter.
“Wanneer heb je een volledig verslag klaar?”
“Ik zal proberen om morgenvroeg de autopsie te
doen. Dan kom ik morgenmiddag verslag uitbrengen op het bureau. Goed?”
“Dat is heel goed, Rik.”
Ze gingen allemaal terug naar binnen.
“Wie heeft het lijk ontdekt?”, vroeg Bruno aan de
onderzoeks-rechter.
“De kuisvrouw, Leentje. Die is, nadat ze het
dagelijkse onderhoud van de ridderzaal en de galerie gedaan had, in de tuin
gaan kijken en heeft hem daar gevonden.”
“Heeft zij ook de politie gebeld?”
“Neen”, kwam hoofdcommissaris Peeters tussen. “Ze
heeft Nathalie Segers gebeld en die heeft ons verwittigd.”
“En wie is Nathalie Segers?”, wilde de commissaris
weten.
“Dat is de ex vrouw van Robert de la Faille, de
zoon van de baron. Zij heeft nog een goede verhouding met haar ex- schoonvader.”
“Een goede verhouding of een verhouding tout
court?”
“Bruno, kan jij nu echt aan niets anders denken?”
“Het was maar een vraag hé, Polle.”
“Zijn die vrouwen nog hier?”
“Die wachten op jullie in het salon”, antwoordde de
onder-zoeksrechter.
“Gaan we die dames samen verhoren of apart? Wat
denk je?”
“Ik denk dat we ze beter elk apart nemen, chef.”
Ze gingen het salon binnen en zagen dat beide
vrouwen nog druk met mekaar aan het babbelen waren, weliswaar met de tranen in
de ogen, maar toch…
Voor de persberichten en
recensies van "Adellijke intriges" zie bij mijn favorieten.
Voor het aankopen van
boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.
We gaan verder met de negende bladzijde van "Adellijke
intriges."
3
4 juli, Lier, politiekantoor.
Commissaris Bruno Somers en hoofdinspecteur Paul De
Winter, de Polle voor de vrienden, zaten in hun bureau rustig een tas koffie te
drinken. Martine, de assistente van hoofdcommissaris Peeters, had er ook nog
een koekje bijgedaan.
“Ga je vanmiddag met ons mee iets eten op het
Zimmerplein, schoonheid?”, vroeg Bruno.
“Zijn we dan om één uur terug?”
“Daar sta ik garant voor”, repliceerde Paul. “Je
kan er op reke-nen.”
“Wel, dan ga ik mee.”
“Ik denk dat dat voor een andere keer zal zijn!”
riep Frans.
Hoofdcommissaris Frans Peeters, door zijn vrienden
ook wel, de Sus genoemd, kwam hun bureau binnen.
“Ze hebben baron Jean-Louis de la Faille dood
gevonden in zijn tuin, waarschijnlijk vermoord”, zei Sus.
“Den baron van die chique galerie?”, wilde Paul
weten.
“Amaai Polle, ben jij een kunstkenner?”, vroeg
Bruno schert-send.
Peeters kwam snel tussen voor het weer ‘uit de
hand’ zou lopen.
“Onderzoeksrechter Willy Janssens is al ter plaatse
en hij heeft ook wetsdokter Rik Pauwels verwittigd. De technische recherche zal
ook al ongeveer daar gaan arriveren.”
“Kunnen we zo snel mogelijk naar het kasteel gaan?
Als jullie nu vertrekken ga ik mee.”
“Nous sommes
chemin”, zei Bruno.
“Wat gaan we nu krijgen, chef, Frans?”
“Frans met haar op”, lachte de commissaris. “ Maar
we gaan naar den baron, dan moeten we ook ons taalgebruik een beetje aanpassen
hé.”
Voor de persberichten en
recensies van "Adellijke intriges" zie bij mijn favorieten.
Voor het aankopen van boeken zie
"aankopen boek" bij mijn favorieten.
We gaan verder met de achtste bladzijde van "Adellijke intriges."
Na nog wat verder onderzoekwerk kwam hij tot de
vaststelling dat tussen tien en twaalf uur de ridderzaal, waar het doek hing,
onzichtbaar kon betreden worden. Hij had twee perfecte kleurenkopijen van het
expertiserapport laten maken en had er één samen met het originele al mee naar
huis genomen.
Op 4 juli, vandaag dus, zou het dan allemaal
gebeuren.
Robert was om negen uur al langs geweest en hij had
gezien dat de kuisvrouw, zoals altijd stipt op schema, aan haar poetsbeurt
begonnen was. De baron was aan het ontbijten en zou dus straks wel in de tuin
gaan zitten om zijn krant door te nemen.
Alles zag er dus goed uit.
Hij ging nog even langs het bureau, zette het alarm
van het poortje achteraan in de tuin af en zei nog goedendag tegen zijn vader
en de kuisvrouw en ging terug naar huis.
Gelukkig hebben we enkele jaren geleden dat alarm
van het poortje apart laten aansluiten, dacht hij. Zo kon de baron onopgemerkt
naar het golfterrein gaan.
En nu zat hij dus te wachten op het sein dat alles
goed gegaan was, zodat hij het alarm van het poortje terug kon gaan opzetten.
Carlo Castellano was ondertussen bij Benito Sahli aangekomen
en had hem het hele verhaal uitgelegd. Het was echt een ongeluk bleef hij maar
herhalen.
Benito wist niet goed wat hij nu moest doen. Zou
hij wachten tot Robert het nieuws vernam van de politie, of zou hij hem zelf op
de hoogte brengen. De afspraak was dat ze mekaar om twaalf uur zouden spreken
via Skype.
Het was vijf voor twaalf. Sahli moest een
beslissing nemen. Hij nam plaats voor zijn iMac en logde in op Skype. Robert
ant-woordde onmiddellijk.
“Hoe is het geweest?”, vroeg hij, “alles goed
verlopen?”
“Het verwisselen van het doek is goed verlopen,
maar voor de rest is alles catastrofaal misgelopen.”
“Hoe bedoel je, misgelopen? Wat is er mis gelopen?
Er is toch niets gebeurd met papa?”
“De baron heeft onze man gezien en is recht gesprongen.
Er is een gevecht ontstaan en je vader is met zijn hoofd tegen het beton
gevallen.”
“En dan..? Is het erg…? Hoe erg is het…? Is hij
naar het ziekenhuis?”
“Wij denken, we zijn er eigenlijk zeker van, dat
hij dood is.”
Het werd heel stil aan de andere kant van de lijn.
Na enkele seconden was ook het beeld weg. Robert had de verbinding verbroken.
Wat moest hij nu doen? Hij kon niet naar het
kasteel gaan, want daar zou ondertussen het ganse circus, politie, hulpdiensten
al wel op volle toeren draaien.Hij zou zich dan verraden. Hij wist officieel nog van niets.
Voor de persberichten en
recensies van "Adellijke intriges" zie bij mijn favorieten.
Voor het aankopen van boeken zie
"aankopen boek" bij mijn favorieten.
We gaan verder met de zevende bladzijde van "Adellijke intriges."
Deze vervalste schilderijen werden dan door Robert
in zijn galerie als “echt” aan de man gebracht.
Dit zwarte circuit werkte al enkele jaren succesvol
en iedereen was tevreden met de opbrengst.
Enkele maanden geleden had de baron een schilderij
van Monet aangekocht, om aan zijn privécollectie toe te voegen.
Toen Robert, bij het in orde brengen van de
boekhouding, het bedrag zag dat dit schilderij had gekost, één miljoen euro,
kon hij dit niet meer uit zijn hoofd zetten.
Hier moest hij ‘iets’ mee doen.
Bij de volgende afspraak met zijn vriend, op hun
geheime plek, in het Munsterbos in Munsterbilzen, werd een eerste keer over het
project gesproken.
Na een paar weken kwam Benito met een voorstel,
zijn Russische contactpersoon had een koper, die wilde voor het originele
schilderij wel één miljoen euro geven. Hij wilde dan wel alles origineel, de
expertiserapporten en natuurlijk ook het schilderij.
Robert had eerst het aanbod afgeslagen, maar na
enkele weken had hij toch aan zijn vriend gevraagd om een plan op te zetten.
Sahli kwam met zijn voorstel, hij zou hun vervalser
eerst een kopij laten maken van het doek en dan moest het originele vervangen
worden door het vervalste kunstwerk.
Hij kende iemand uit “het milieu” van Charleroi,
die de schilderijen wel kon verwisselen. Voor het verwisselen van de
schilderijen was natuurlijk de medewerking van de la Faille nodig. Ze bekeken
samen hoe ze dit konden doen en er werd besloten dat Robert zou zorgen voor een
tijdschema, zodat het verwisselen onopgemerkt zou kunnen gebeuren.
De zoon bekeek dagelijks de gewoontes van zowel
zijn vader als van de kuisvrouw. Dat was namelijk zowat de enige die in de
voormiddag bij de baron binnen kwam.
Voor de persberichten en
recensies van "Adellijke intriges" zie bij mijn favorieten.
Voor het aankopen van boeken zie
"aankopen boek" bij mijn favorieten.
We gaan verder met de zesde bladzijde van "Adellijke intriges."
Het verschil tussen de twee galerieën was dat er
bij de baron enkel echte, dure stukken verkocht werden en bij hem waren het
meestal minder bekende schilderijen en kopijen, maar dat laatste mocht niemand
weten.
Omdat de zaken niet zo goed gingen als hij verwacht
had en omdat hij van thuis uit gewoon was om altijd veel geld te hebben, had
hij met zijn vriend een handeltje opgezet dat verder geen daglicht kon
verdragen.
Baron de la Faille was een grote bekende,
betrouwbare kunsthandelaar, vooral bekend omdat zijn galerie altijd
“originele” doeken tentoonstelde.
De zoon had het zo klaar gespeeld, dat hij voor de
galerie van zijn vader ook de boekhouding mocht regelen. Zo kon hij alle
papieren, certificaten, facturen, foto’s, enz. , ook kopiëren en gebruiken voor
zijn zwart circuit.
De truc die Robert en Benito daarbij gebruikten was
in feite vrij simpel. Jean-Louis de la Faille kocht enkel originele schilderijen
aan van bekende schilders met een expertiserapport waaruit bleek dat het
kunstwerk “echt” was. Robert nam van alle papieren een kopij en nam ook van de
schilderijen de nodige foto’s. Deze gegevens overhandigde hij dan aan zijn
vriend Benito Sahli, die alles dan weer aan een -voor de rest van de wereld-
anonieme vervalser gaf. Deze man was wel heel goed in zijn vak. De vervalste
schilderijen gingen dan, met de vervalste papieren, naar een galerie in
Rusland, waar ze voor veel geld verkocht werden aan de ‘nouveau riches’ van
Rusland.
Het handeltje werkte ook in omgekeerde richting. De
galerie-houder in Rusland bezorgde valse papieren en foto’s van schilderijen
die ginder werden verkocht.