Mijn lichaam rust, je bent zoals zo vaak in mijn gedachten
Mijn lichaam rust, je bent zoals zo vaak in mijn gedachten Twee-derde van mijn tijd moet ik nog wachten en wachten doe ik van uur tot uur Mijn lichaam ligt ontspannen achterover Mijn handen als een koestering om mijn schoot Een verre toren laat twee slagen los de wind brengt het geluid de kamer binnen En dan ineens... heb ik mijn kind gevoeld! Het is alsof een zeedier 't zand omwoelt..
Ze vallen meestal tegen als je ze herleest, de boeken, die je ooit (figuurlijk) hebt verslonden, want wat je daar ook vroeger mooi aan hebt gevonden, dat blijkt dan op zijn hoogst inmiddels mooi gewéést.
En toch... Je pakt wel eens een bandje uit een kast, blaast er het stof af en al bij de eerste zinnen wandel je lang vergeten paradijzen binnen, weer als vanouds ontroerd en weer opnieuw verrast.
Een vriend van wiens bestaan je amper nog iets wist, maar die je al die jaren pijnlijk hebt gemist.
Omdat je zo mooi bent, schemer ik mijn dromen alsof ik afdwaal in de nevels van je blik alsof je ogen aan me tornen en je meest terloopse lach me veroordeelt tot boeteling.
Zie je niet aan mijn gezicht hoe je me bedwelmt welk clandestiene leven ik ons 's nachts verbeeld hoe eenzaamheid me keldert als woestijnregens en begeerte me vuurspuwt tot ik luidkeels smelt.
In de nasleep van jouw bekoring sta ik op herschrijf de avondbries die jou omademd heeft schep een momument voor de juweel van je mond die elk woord verzilvert, iedere kus verguldt.
------------------------------------------------------ uit: 'Wij zijn de laatste geliefden in de wereld',
ik wil je zo graag vertellen hoeveel ik van je hou. Jij die ene ...die ik echt vertrouw die blik in je ogen,de hand door je haar, 't is zoiets klein maar maakt mij.... zacht en breekbaar.
Jij bent die ene waarvoor ik alles doe, 'k verdenk mezelf van gekte, maar dat doet er niet toe.
Als jij me aankijkt voel ik dat ik leef daarom m'n liefste .... Bedankt voor wat jij me geeft.
Ik ken je niet, ik droom je maar als ooit de nacht over deze stad zwijgt zal je horen hoe ik me voor jou verlaat.
Hoe ik uit mijn twijfels glijd, mijn handen rood tot ridders sla twee onbevlekte paarden vouw en je zo, dwars door alle straten heen naar mn bed toe streel.
Mijn droom is een hoop stil jij - de ochtend vrees ik als een speld in de lucht