 
Kruis van Ridder in de Kroonorde met Zwaarden: Als nieuwe blijk van Prinselijke welwillenheid aan de Oud-Stijder
11 de dag: maandag, 20 mei
Het gaat vanmorgen heel wat sneller. “ Hij” krijgt echte trein manieren! Hoe is het mogelijk! Doch als we onze schuifdeur open rollen, zien we algauw van waar die plotse verbetering komt. We zijn op een elektrisch baanvak en dus zonder gepuf en rook dat we thans het zuiden in razen.
Onze mannen gaan hier moeten mensen manier gaan krijgen. Tot hiertoe was met die ossenwagensnelheden alles toegelaten. Stoops en Borrey bijvoorbeeld en later nog andere mannen, verder vooraan, die woonden overdag meer op het dak dan binnenhuis. Soms waren ze zo zat als een Zwitser en dan kwamen ze daar boven waarachtig hun roes uitslapen! We hadden ze vlak vòòr ons venster, op de voorgaande wagen. Zo is er ook eenmaal, bij het naar beneden klauteren, tussen de twee wagens een vent van een ander peloton die bij Borrey en Stoops op “pinard-visite” gekomen was, bijna naar de haaien gegaan. De trein had juist een beetje snelheid( het was nog onze “oude”) en toen onze klauteraar halfweg tussen het dak en het achterplatformpje geraakt was, verminderde ineens de snelheid, de tweedakranden naderden elkaar tot op minder dan een voet afstand… Onze Slimmerik had nog juist de tijd om zijn borst van tussen de twee te laten neerzakken en een ogenblik scheen het alsof onze wagen hem de nek zou toe duwen, doch gelukkig hield de machinist opdat ogenblik op met remmen, de afstand vergrote en de zwarte krullenkop, op een paar meter van ons verdween achter de zwarte dakrand. Wij hadden nog meer dakbezoekers maar dien ene hebben we nooit meer gezien. Dit soort vermaningen waren de enige die een zeker uitwerksel hadden. De officieren hadden mooi te dreigen, soms zelfs kwamen ze persoonlijk de mannen onderhanden nemen, tucht zat er niet veel meer in. Elk deed waar hij lust in had.
Ze voelden te zeer dat zelfs onze “ bazen” niet goed wisten waar en hoe dit alles zou eindigen. De mannen redeneerden zo: Wat in den bak draaien! Er is er geen! Straks staan we misschien aan front en wie spreekt dan nog van straf. Daarbij: “ ventre creux n’a pas d’oreilles” (een lege buik heeft geen oren.)

In de avond, heel laat, het is wel 11 uur komen we door “Saumur”. Van lichtdemping is hier nog geen spraak. Wij voelen ons hier zo ver van dat oorlogsgeweld. De kantine van het stationsgebouw werkt op volgas. U kunt er zich noch draaien noch keren. De gelukkigste bemachtigen bier, chocolade, beschuit….. tabak.
We razen daarna door de nacht verder het zuidwaarts. De vaart is veel regelmatiger en we worden dan ook niet meer alle ogenblikken door onmenselijke schokken wakker, zoals dat tot nu toe het geval was.
|