NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Foto
E-mail mij

Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

            Romenu          

Romenu is een blog over gedichten, literatuur en kunst Maar Romenu is ook een professionele freelance vertaler
Du-Ne en Ne-Du
http://www.roumen-vertalingen.nl/

Blog als favoriet !
   Romenu op Twitter       

Follow Romenu on Twitter
          Google          

Mijn favorieten
  • Buddenbrookhaus
  • Thomas Mann
  • Hans Warren
  • Paul Celan
  • Georg Trakl
  • Roumen Vertalingen
  • In Letterland
  • Frédéric Leroy
  • Romenu I
  • Yang
    Foto
    Georg Trakl    

    Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in het conducteurshuis aan de Waagplatz 2 in Salzburg geboren. Zijn vader, Tobias Trakl, was een handelaar in ijzerwaren en zijn moeder, die ook psychische problemen had, was Maria Catharina Trakl, (meisjesnaam Halik). Voorts had hij nog drie broers en drie zussen. Margarethe (doorgaans Grethe genoemd) stond hem het naast, zelfs zodanig dat sommigen een incestueuze verhouding vermoeden. Zijn jeugd bracht hij door in Salzburg. Vervolgens bezocht hij van 1897 tot 1905 het humanistische gymnasium. Om toch een academische opleiding te kunnen volgen, werkte hij tot 1908 in de praktijk bij een apotheker. Sommigen vermoedden dat hij dit vooral deed om zichzelf opiaten te kunnen verschaffen. Bij het uitbreken van WO I werd Trakl als medicus naar het front in Galicië (heden ten dage in Oekraïne en Polen) gestuurd. Zijn gemoedsschommelingen leidden tot geregelde uitbraken van depressie, die verergerd werden door de afschuw die hij voelde voor de verzorging van de ernstig verwonde soldaten. De spanning en druk dreven hem ertoe een suïcidepoging te ondernemen, welke zijn kameraden nochtans verhinderden. Hij werd in een militair ziekenhuis opgenomen in Kraków, alwaar hij onder strikt toezicht geplaatst werd.Trakl verzonk daar in nog zwaardere depressies en schreef Ficker om advies. Ficker overtuigde hem ervan dat hij contact moest opnemen met Wittgenstein, die inderdaad op weg ging na Trakls bericht te hebben ontvangen. Op 4 november 1914, drie dagen voordat Wittgenstein aan zou komen, overleed hij echter aan een overdosis cocaïne
    Foto
    Paul Celan   

    Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Paul Celans ouders waren Duitssprekende joden die hun zoon joods opvoedden en hem naar Duitse christelijke scholen stuurden. In 1942 werden Celans ouders door de Duitse bezetter naar een werkkamp gedeporteerd en daar vermoord. Hijzelf wist aanvankelijk onder te duiken, maar moest vanaf juli 1942 in een werkkamp dwangarbeid verrichten. Celan overleefde de oorlog. Via Boekarest en Wenen vestigde Celan zich in 1948 in Parijs. Daar was hij werkzaam als dichter, vertaler en doceerde hij aan de prestigieuze Ecole Normale Supérieure. Vermoedelijk op 20 april 1970 beëindigde hij zijn leven zelf door in de Seine te springen.

    Gerard Reve   

    Gerard Reve over: Medearbeiders ”God is in de mensen, de dieren, de planten en alle dingen - in de schepping, die verlost moet worden of waaruit God verlost moet worden, door onze arbeid, aangezien wij medearbeiders van God zijn.” Openbaring ”Tja, waar berust elk godsbegrip op, elke vorm van religie? Op een openbaring, dat wil zeggen op een psychische ervaring van zulk een dwingende en onverbiddelijke kracht, dat de betrokkene het gevoel heeft, niet dat hij een gedachte of een visioen heeft, maar dat een gedachte gedachte of visioen hem bezit en overweldigt.”

    Foto
    Foto
    Simon Vestdijk   

    Simon Vestdijk (Harlingen, 17 oktober 1898 – Utrecht, 23 maart 1971) was een Nederlands romancier, dichter, essayist en vertaler. Zijn jeugd te Harlingen en Leeuwarden beschreef hij later in de Anton Wachter-cyclus. Van jongs af aan logeerde hij regelmatig bij zijn grootouders in Amsterdam, waar hij zich in 1917 aan de Universiteit van Amsterdam inschrijft als student in de medicijnen. Tijdens zijn studie die van 1917 tot 1927 duurde, leerde hij Jan Slauerhoff kennen.Tot 1932 is hij als arts in praktijken door heel Nederland werkzaam. In 1932 volgt zijn officiële schrijversdebuut met de uitgave van de bundel Verzen in De Vrije Bladen. Doorslaggevend voor Vestdijks uiteindelijke keuze voor de literatuur is zijn ontmoeting in 1932 met Eddy Du Perron en Menno ter Braak. Deze ontmoeting had tot resultaat dat hij redactielid werd van het tijdschrift Forum Kort daarop, in 1933, wordt zijn eerste novelle, De oubliette, uitgegeven. In hetzelfde jaar schrijft hij Kind tussen vier vrouwen, dat, eerst geweigerd door de uitgever, later de basis zal vormen voor de eerste drie delen van de Anton Wachter-romans. In 1951 ontvangt Vestdijk de P.C. Hooftprijs voor zijn in 1947 verschenen roman De vuuraanbidders. In 1957 wordt hij voor het eerst door het PEN-centrum voor Nederland voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Literatuur, die hij echter nooit zal krijgen. Op 20 maart 1971 wordt hem de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend, maar voor hij deze kan ontvangen overlijdt hij op 23 maart te Utrecht op 72-jarige leeftijd. Vestdijk was auteur van ca. 200 boeken. Vanwege deze enorme productie noemde de dichter Adriaan Roland Holst hem 'de man die sneller schrijft dan God kan lezen'. Andere belangrijke boeken van Simon Vestdijk zijn: "Kind van stad en land" (1936), "Meneer Visser's hellevaart" (1936), "Ierse nachten" (1946), "De toekomst de religie" (1947), "Pastorale 1943" (1948), "De koperen tuin" (1950), "Ivoren wachters" (1951), "Essays in duodecimo" (1952) en "Het genadeschot" (1964).
    Foto
    K.P. Kavafis   

    K.P. Kavafis werd als kind van Griekse ouders, afkomstig uit Konstantinopel, geboren in 1863 in Alexandrië (tot vandaag een Griekse enclave) waar hij ook het grootste deel van zijn leven woonde en werkte. Twee jaar na de dood van zijn vader verhuist het gezin in 1872 naar Engeland om na een verblijf van vijf jaar naar Alexandrië terug te keren. Vanwege ongeregeldheden in Egypte vlucht het gezin in 1882 naar Konstantinopel, om na drie jaar opnieuw naar Alexandrië terug te gaan. In de jaren die volgen maakt Kavafis reizen naar Parijs, Londen en in 1901 zijn eerste reis naar Griekenland, in latere jaren gevolgd door nog enkele bezoeken. Op de dag van zijn zeventigste verjaardag, in 1933 sterft Kavafis in Alexandrië. De roem kwam voor Kavafis pas na zijn dood, dus postuum. Deels is dat toe te schrijven aan zijn eigen handelswijze. Hij was uiterst terughoudend met de publicatie van zijn gedichten, liet af en toe een enkel gedicht afdrukken in een literair tijdschrift, gaf in eigen beheer enkele bundels met een stuk of twintig gedichten uit en het merendeel van zijn poëzie schonk hij op losse bladen aan zijn beste vrienden.
    Foto
    Thomas Mann    


    Thomas Mann, de jongere broer van Heinrich Mann, werd geboren op 6 juni 1875 in Lübeck. Hij was de tweede zoon van de graankoopman Thomas Johann Heinrich Mann welke later één van de senatoren van Lübreck werd. Zijn moeder Julia (geboren da Silva-Bruhns) was Duits-Braziliaans van Portugees Kreoolse afkomst. In 1894 debuteerde Thomas Mann met de novelle "Gefallen". Toen Thomas Mann met 21 jaar eindelijk volwassen was en hem dus geld van zijn vaders erfenis toestond - hij kreeg ongeveer 160 tot 180 goldmark per jaar - besloot hij dat hij genoeg had van al die scholen en instituties en werd onafhankelijk schrijver. Kenmerkend voor zijn stijl zijn de ironie, de fenomenale taalbeheersing en de minutieuze detailschildering. Manns reputatie in Duitsland was sterk wisselend. Met zijn eerste roman, Buddenbrooks (1901), had hij een enorm succes, maar door zijn sceptische houding tegenover Duitsland na de Eerste Wereldoorlog veranderde dit volledig. Stelde hij zich tot aan de jaren twintig apolitiek op (Betrachtungen eines Unpolitischen, 1918), meer en meer raakte hij bij het Politiek gebeuren betrokken. Zijn afkeer van het nationaal socialisme groeide, zijn waarschuwingen werden veelvuldiger en heftiger. In 1944 accepteerde hij het Amerikaanse staatsburgerschap. Tussen 1943 en 1947 schreef Mann Doktor Faustus (zie Faust), de roman van de 'Duitse ziel' in de gecamoufleerd geschilderde omstandigheden van de 20ste eeuw. In 1947 bezocht hij voor het eerst sinds de Oorlog Europa, twee jaar later pas Duitsland. In 1952 vertrok hij naar Zwitserland. Op 12 augustus 1955 stierf hij in Zürich. Twintig jaar na zijn dood, in aug. 1975, is zijn literaire nalatenschap geopend: dagboekaantekeningen van 15 maart 1933 tot 29 juli 1955, alsmede notities uit de jaren 1918 tot en met 1921.Belangrijke werken zijn: Der Zauberberg, Der Tod in Venedig, Dokter Faustus , Joseph und seine Brüder en Die Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull.
    Foto
     Rainer Maria Rilke   

    Rilke werd op 4 december 1875 geboren in Praag. Hij had al naam gemaakt als dichter met zijn bundels Das Stundenbuch en Das Buch der Bilder, toen hij de literaire wereld versteld deed staan en wereldfaam verwierf met de publicatie van zijn twee delen Neue Gedichte in 1907 en 1908. Hij verzamelde daarin het beste werk uit een van zijn vruchtbaarste periodes, die hij grotendeels doorbracht in Parijs. Rilke was daar diep onder de indruk gekomen van Rodin, bij wie hij een tijdlang in dienst was als particulier secretaris. Rodin, zei hij later, had hem leren kijken. Dit kijken kwam neer op intense concentratie, om het mysterie te kunnen zien ‘achter de schijnbare werkelijkheid'. Latere en rijpere werken als Duineser Elegien (1912-1923) en het ronduit schitterende Die Sonette an Orfeus (1924) illustreren Rilkes metafysische visie op het onzegbare, dat haar verwoording vindt in een hermetische muzikale taal. Op 29 december 1926 overlijdt Rilke in het sanatorium in Val-Mont aan de gevolgen van leukemie. Enkele dagen later wordt hij, overeenkomstig zijn wens, begraven op het kerkhof van Raron.
    * * * * * * * * * * * * *  * * *   
    Romenu
    Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
    15-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Etty Hillesum, Liane Dirks, José de Lizardi, Wolf Biermann, J. G. Ballard

    De Nederlandse schrijfster Etty Hillesum werd geboren in Middelburg op 15 januari 1914 als Esther Hillesum in een joods-Nederlandse familie. Zij kreeg bekendheid door de publicatie van haar dagboek, 38 jaar nadat zij in Auschwitz werd vermoord. In haar dagboek verwoordde ze haar persoonlijke, innerlijke ontwikkeling te midden van de turbulentie van de Tweede Wereldoorlog en de absurditeiten van de holocaust. Het boek is niet alleen een sterk persoonlijk document, maar geeft ook enig inzicht in de wijze waarop de anti-Joodse maatregelen en deportaties in die jaren op Joden zelf is overgekomen. Etty's dagboeken, of althans een groot deel ervan, werden gebundeld en in november 1981 uitgegeven onder de titel Het verstoorde leven - Dagboek van Etty Hillesum. Het dagboek begint op 9 maart 1941 en eindigt met het bericht van een vriend over haar deportatie naar Auschwitz op 6 september 1943.

     

    Uit: Het verstoorde leven - Dagboek van Etty Hillesum.

     

    “20. 28 maart 1942:

     

    Dit verdriet moet je in jezelf alle ruimte en onderdak verschaffen, die het toekomt en op die manier zal het verdriet in de wereld misschien verminderen, als iedereen draagt, eerlijk en loyaal en volwassen draagt wat hem wordt opgelegd, Maar als je het verdriet niet het eerlijke onderdak verleent, maar de meeste ruimte openstelt voor haat en wraakgedachten, waaruit weer nieuw verdriet voor anderen geboren zal worden, ja dan neemt het verdriet nooit een einde in deze wereld en zal zich steeds vermeerderen.

    21. 29 maart 1942:

     

    Men moet ondanks de vele mensen, de vele vragen, de veelzijdige studie, altijd een grote stilte met zich meedragen, waarin men zich steeds terugtrekken kan, ook temidden van het grootste gewoel en midden in het intensiefste gesprek.

     

    22. 1 april 1942:

     

    En zeer, zeer bescheiden zijn …. En steeds eenvoudiger worden. … Niet alleen voor je zelf, in je stille en beste momenten die eenvoud en wijdte in je voelen, maar ook in je dagelijkse leven, geen sensaties om je heen uitstrooien, niet interessant willen zijn”.

     

     

     

    Etty_Hillesum
    Etty Hillesum (15 januari 1914 – 30 november 1943)

     

     

     

     

     

     

    De Duitse schrijfster Liane Dirks werd geboren op 15 november 1965 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 15 november 2007.

     

    Uit: Narren des Glücks

     

    “Begonnen hatte das alles mit dem Eis. Sie hatten es einfach nicht geglaubt.

    Freilich hatte es schon Kälteeinbrüche gegeben in dieser Gegend, aber nicht solcherart. Und Vorhersagen, wer glaubte schon an Vorhersagen und dann auch noch an die von Wissenschaftlern. An die eigenen, ja, an die schon: Westwind mit Regen bringt dem Bauern Segen; Dunst auf dem See tut dem Fischer immer weh.

    Oder die Würmer: Ein Spatenstich und man wußte es. Je tiefer sie krochen, desto kälter wurde es. Aber das waren ja keine Vorhersagen. Das waren Erfahrungen.

    Hätten sie allerdings mit dem Spaten gestochen, dann hätten sie gesehen, daß die Würmer gar nicht mehr da waren. Aber das hatte nur einer entdeckt. Jonathan, der alte Gärtner, und der lebte auf der Insel, den interessierten die Leute zum einen nicht, zum anderen behielt er sowieso alles für sich, denn Jonathan war stumm und obendrein auch noch Engländer.

    Der Russin, die ihn einst gewissermaßen erworben hatte, war das nur recht gewesen. Sie hatte einen verschwiegenen Vertrauten gebraucht und einen Kenner und Könner noch dazu. Und Jonathan hatte schon so manchen Erdhaufen verschoben, für die alte Jekyll die Natur künstlich aufgehäuft, in Kew Gardens die Cycadeen umgetopft, die Exoten gepäppelt und die Orchideen gepfropft. Dort hatte sie ihn abgeworben, ein guter Handwerker für ihr Paradies, so etwas kriegte man damals eben nur in England.

    Dem neuen Herrn der Insel, der den Gärtner übernommen hatte, war der alte Kauz egal. Zu unwichtig war es ihm, aus welchem Samen hier welche Exoten gezogen worden waren. Und ob man graben mußte oder nicht. Und wenn ja wie tief. Den neuen Herrn interessierten andere Dinge. Und Menschen, vor allem Menschen, Künstler vor allem, Frauen, aber auch Männer, Mädchen und eine gewisse Macht. Und in diesem Jahr interessierte ihn sein Fest. Schließlich, sagte er, ginge ein Jahrzehnt zu Ende und mit ihm eine Ära. Ersteres wüßten alle, letzteres wisse er.

    Und dieser Tatsache gebühre ein Fest. Ein besonderes Fest.”

     

     

     

     

    Dirks
    Liane Dirks (Hamburg, 15 november 1965)

     

     

     

     

     

     

    De Mexicaanse dichter en schrijver José Joaquín Fernández de Lizardi werd geboren in Mexico-stad op 15 november 1776.  Hij begon zijn literaire carrière in 1808 met een gedicht over Ferdinand VII van Spanje, nadat deze door Napoleon afgezet was. Toen de Mexicaanse Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak in 1810 was hij bestuurder in Taxco. Hij steunde zowel de opstandelingen als de Spanjaarden. Hij was voor onafhankelijkheid voor Mexico maar was tegen het bloedvergieten dat gepaard ging met de onafhankelijkheidsstrijd, dus hij wilde de burgers van Taxco zoveel mogelijk ellende besparen. Nadat Taxco weer door de Spanjaarden werd ingenomen werd Fernández een tijdje gevangen gezet, omdat hij met de rebellen geheuld zo hebben. Hij werd al snel weer vrijgelaten maar was zijn positie en bezittingen kwijtgeraakt. Toen in 1812 de Spaanse grondwet van 1812 werd aangenomen, die enige persvrijheid verschafte, richtte hij direct het tijdschrift El Pensador Mexicano (De Mexicaanse Denker) op. In dat tijdschrift bekritiseerde hij de vicekoninklijke overheid en uitte hij Verlichtingsdenkbeelden. In de negende uitgave viel hij openlijk de vicekoning aan, waarna hij gearresteerd werd.  In 1814 werd de grondwet weer teruggedraaid, waardoor hij overschakelde op literataire werken. Hij begon onder andere aan het schrijven van zijn bekendste boek, El Periquillo Sarniento (De Schurftige Papegaai). In deze tijd schreef hij ook Fábulas, Noches tristes , La Quijotita y su prima en Don Catrín de la Fachenda. Na de Mexicaanse onafhankelijkheid (1821) verschenen de meeste van zijn boeken voor het eerst geheel.

     

    Uit: The Itching Parrot (Vertaald door Katherine Ann Porter)

     

    “I WAS BORN IN MEXICO, capital of Northern America, in New Spain, about the years 1771 to 1773, of parents neither rich nor poverty stricken. At the same time they were of good blood and made it known by their virtue.

     

    As soon as I was born, after the washings and other business of that hour, my aunts, my grandmothers, and other dames of the old school wished to bind my hands and bundle and wrap me up like a firecracker, alleging that if they left me untied I was apt to scare myself, or be very free with my fists when I grew up; and, as the weightiest reason and the final unanswerable argument, they said they had been brought up in this way and on that account it was the best and should be followed as the surest, without disputing the matter at all, because the old are in everything wiser than the young and, since they had always swaddled their children, their example should be followed with closed eyes. Then they took out of a little basket a piece of ribbon called a relic belt, garnished with jet hands, deer's eye, alligator teeth, and other knickknacks of this kind, intending to adorn me with these relics of superstitious paganism; and this on the very day that had been chosen for me to go to church to profess, through the lips of my godparents, the faith and holy religion of Jesus Christ.

     

    God help me, how my father had to battle with the prejudices of those blessed old women! How much spit he wasted making them see what a wild fancy and pernicious absurdity it was to swaddle infants' hands! And what work it cost him to persuade those innocent old women that the jet, the bones, the stones, and other amulets of this or any sort have no virtue against drafts, anger, evil eye, and such nonsense! My father told me this story many times, as also he told me about the victory he gained over all of them when they consented, either by force or willingly, not to imprison me and not to adorn me except with a rosary, the Holy Cross, a reliquary, and images of the four Evangelists. . . .

     

    They baptized me, finally, and gave me Pedro for a name; and after that, as is the custom, the name of my father, which was Sarmiento.

     

    My mother was pretty and my father loved her extremely. For that reason, and at the persuasion of my discreet aunts, it was unanimously decided to give me a wet-nurse, or tit-servant, as we call them here.”

     

     

     

     

    lizardi
    José de Lizardi (15 november 1776 - 27 april 1827)

     

     

     

     

     

    De Duitse zanger, dichter en schrijver Wolf Biermann werd geboren op 15 november 1936 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 15 november 2006 en ook mijn blog van 15 november 2007.

     

     

    Ermutigung

     

    Du, laß dich nicht verhärten

    in dieser harten Zeit.

    Die allzu hart sind, brechen,

    die allzu spitz sind, stechen

    und brechen ab sogleich.

     

    Du, laß dich nicht verbittern

    in dieser bittren Zeit.

    Die Herrschenden erzittern

    - sitzt du erst hinter Gittern -

    doch nicht vor deinem Leid.

     

    Du, laß dich nicht erschrecken

    in dieser Schreckenszeit.

    Das wolln sie doch bezwecken

    daß wir die Waffen strecken

    schon vor dem großen Streit.

     

    Du, laß dich nicht verbrauchen,

    gebrauche deine Zeit.

    Du kannst nicht untertauchen,

    du brauchst uns und wir brauchen

    grad deine Heiterkeit.

     

    Wir wolln es nicht verschweigen

    in dieser Schweigezeit.

    Das Grün bricht aus den Zweigen,

    wir wolln das allen zeigen,

    dann wissen sie Bescheid.

     

     

     

     

     

    Biermann
    Wolf Biermann (Hamburg, 15 november 1936)

     

     

     

     

     

     

    De Britse schrijver James Graham Ballard werd geboren in Shanghai op 15 november 1930.Tijdens WO II kwam hij vast te zitten in een Japans kamp. In 1946 keerde zijn familie naar Engeland terug. Ballard ging medicijnen studeren, maar maakte de studie niet af. In 1956 verscheen zijn eerste verhaal. Zijn roman Crash werd in 1996 verfilmd door de Canadese regisseur David Cronenberg nadat het boek Empire of the Sun al in 1987 was verfilmd door Steven Spielberg.

     

    Uit: Miracles of Life

     

    „Unlike most undergraduates, I knew Cambridge well when I first went up to King’s. Had I seen Cambridge for the first time in 1949, I might have taken more from it. In a sense I was ready to leave as soon as I arrived.

    I spent my two years studying anatomy, physiology and pathology. The dissecting room was the gravitational centre of all medical study. Walking into that strange, low-ceilinged chamber, halfway between a nightclub and an abattoir, was an unnerving experience. The cadavers, greenish-yellow with formaldehyde, lay naked on their backs, their skins covered with scars and contusions, and seemed barely human, as if they had just been taken down from a Grünewald Crucifixion. Several students in my group dropped out, unable to cope with the sight of their first dead bodies, but in many ways the experience of dissection was just as overwhelming for me. Nearly 60 years later, I still think that my two years of anatomy were among the most important of my life, and helped to frame a large part of my imagination.

    Both before and during the war, in Shanghai, I had seen a great many corpses, some at very close quarters, and like everyone else I had neutralised my emotional response by telling myself: “This is grim, but sadly part of life.” Now, only a few years later, I was dissecting dead human beings, paring back the layers of skin and fat to reach the muscles below, then separating these to reveal the nerves and blood vessels. In a way I was conducting my own autopsy on all those dead Chinese I had seen lying by the roadside. I was carrying out a kind of emotional and even moral investigation into my own past while discovering the vast and mysterious world of the human body.

    Most of the cadavers were those of doctors who had willed their bodies for dissection. There was one female cadaver, a strong-jawed woman of late middle age, whose bald head shone brightly under the lights. Most of the male medical students gave her a wide berth. None of us had seen a naked woman of our mothers’ age, alive or dead, and there was a certain authority in her face, perhaps that of a senior gynaecologist or GP. I was drawn to her, though not for the obvious sexual reasons; her breasts had subsided into the fatty tissue on her chest, and many of the students assumed she was male.“

     

     

     

    J_G_Ballard

    J. G. Ballard (Shanghai, 15 november 1930)


     

     

    15-11-2008 om 16:37 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Carlo Emilio Gadda, Gerhard Hauptmann, Richmal Crompton, Marianne Moore, Madeleine de Scudéry

    De Italiaanse schrijver Carlo Emilio Gadda werd geboren op 15 november 1893 in Milaan. Hij trok als vrijwilliger WO I in en kwam aan het front terecht. Hij volgde een technische opleiding en werkte na de oorlog lang als ingenieur. In1940 verhuisde hij naar Florence, waar hij tot 1950 bleef wonen. Dat was voor de schrijver een zeer productieve tijd. In 1950 vestigde hij zich in Rome. Met zijn roman Quer pasticciaccio brutto de via Merulana uit 1957 werd hij wereldberoemd. Hier een fragment uit die roman.

     

    Uit: Die grässliche Bescherung in der Via Merulana (Vertaald door Toni Kienlechner)

     

    „Die ruhmvolle Geschichte unserer Malerei ist zu einem Teil ihrer Glorie den Zehen verpflichtet. Das Licht und die Zehen sind die wichtigsten und unfasslichsten Ingredienzien jeder Malerei, die sich lebendig behaupten will, die ihren Ausdruck sucht, erzählen, überzeugen, formen möchte – die danach strebt, unsere Sinne zu unterjochen, die Herzen dem Bösen abzuringen: die achthundert Jahre lang auf ihren Lieblingsdarstellungen beharrt. Und die Heiligen, die so beladen sind mit den Gaben des Herrn, auch sie könnten nicht der unentbehrlichen Gabe der Füße ermangeln: um so weniger diese beiden, die einst auf der Appia bis nach Babylon wanderten, um dort enthauptet oder mit dem Kopf nach unten ans Kreuz geschlagen zu werden. Bei ihnen waren, ganz im Gegenteil, eben diese Füße das physische Instrument ihres wallenden Apostolats: bis sie zwischen die Füße des Nero gerieten. Der sich aber nicht überzeugen ließ. Nein, die Heiligen können nicht auf das Rüstzeug der großen Zehen verzichten: ebensowenig wie die Soldaten auf die Zuteilung ihrer Büchsenfleischration. Schon gar nicht damals, wenn so ein italienischer Maler des sechzehnten oder siebzehnten Jahrhunderts, oder des achtzehnten oder gar noch schlimmer, sich vor sie hinkniete und sich anschickte, sie von unten her abzukonterfeien mit der Hingabe eines Pedikeurs.

    In Italien ist das Licht die Mutter der großen Zehen: und wer ein echter italienischer Maler ist, der lässt sich da nicht lumpen, bewahre, wie auch der Manieroni von den Due Santi sich nicht hat lumpen lassen, weder das was Licht noch was die Zehen betrifft. ...“

     

     

     

     

    Gadda
    Carlo Emilio Gadda (15 november 1893 – 21 mei 1973)

     

     

     

     

     

     

    De Duitse schrijver Gerhard Johann Robert (Gerhart) Hauptmann werd geboren in Obersalzbrunn (Neder-Silezië) op 15 november 1862. In 1880 begon hij aan een opleiding tot beeldhouwer aan de Königliche Kunst- und Gewerbeschule in Breslau. Daar ontmoette hij Josef Block, met wie hij zijn leven lang bevriend bleef. Hij verliet de school in 1882. Voor het huwelijk van zijn broer Georg schreef hij het spel Liebesfrühling. In de jaren 1888 – 1892 ontstonden de „novellistische Studie“ Bahnwärter Thiel en de dramatische werken Vor Sonnenaufgang en Die Weber. Die Weber werd doot de schrijver en criticus Theodor Fontane met enthousiasme begroet en het stuk betekende zijn doorbraak als toneelschrijver. Hauptman geldt als medegrondlegger van het Duitse naturalisme. In 1912 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur. Hij behoorde enige tijd tot de kring van intellectuelen, de Friedrichshagener Kreis.

     

    Uit: Der Ketzer von Soana

     

    „An einem Bergabhang oberhalb des Luganer Sees ist unter vielen anderen auch ein kleines Bergnest zu finden, das man auf einer steilen, in Serpentinen verlaufenden Bergstraße in etwa einer Stunde, vom Seeufer aus gerechnet, erreichen kann. Die Häuser[Pg 24] des Ortes, die, wie an den meisten italienischen Plätzen der Umgegend, eine einzige, ineinandergeschachtelte, graue Ruine aus Stein und Mörtel sind, kehren ihre Fronten einem schluchtähnlichen Tale zu, das von den Auen und Terrassen des Fleckens und gegenüber von einem mächtigen Abhang des überragenden Bergriesen Monte Generoso gebildet wird.

    In dieses Tal, und zwar dort, wo es wirklich als enge Schlucht seinen Abschluß nimmt, ergießt sich von einer wohl hundert Meter höher gelegenen Talsohle ein Wasserfall, der je nach Tages- und Jahreszeit und der gerade herrschenden Strömung der Luft, mehr oder weniger stark, mit seinem Rauschen eine immerwährende Musik des Fleckens ist.

    In diese Gemeinde war vor langer Zeit ein etwa fünfundzwanzigjähriger Priester versetzt worden, der Raffaele Francesco hieß. Er war in Ligornetto geboren, also im Tessin, und konnte sich rühmen, ein Mitglied desselben, dort ansässigen Geschlechtes zu sein, das den bedeutendsten Bildhauer des geeinten Italiens, hervorgebracht hatte, der ebenfalls in Ligornetto geboren wurde und endlich auch dort gestorben ist.

    Der junge Priester hatte seine Jugend bei Verwandten in Mailand und seine Studienzeit in ver[Pg 25]schiedenen Priester-Seminaren der Schweiz und Italiens zugebracht. Von seiner Mutter, die aus einem edlen Geschlechte war, stammte die ernste Richtung seines Charakters, die ihn ohne jedes Schwanken schon zeitig dem religiösen Beruf in die Arme trieb.

    Francesco, der eine Brille trug, zeichnete sich vor der Menge seiner Mitschüler aus durch exemplarischen Fleiß, Strenge der Lebensführung und Frömmigkeit. Selbst seine Mutter mußte ihm schonend nahelegen, daß er als künftiger Weltgeistlicher sich ein wenig Lebensfreude wohl gönnen möge und nicht eigentlich auf die strengsten Klosterregeln verpflichtet sei. Sobald er die Weihen empfangen hatte, war es indessen sein einziger Wunsch, eine möglichst entlegene Pfarre zu finden, um sich dort als eine Art Eremit, nach Herzenslust, noch mehr, als bisher, dem Dienste Gottes, seines Sohnes und dessen geheiligter Mutter zu weihen.“

     

     

     

     

     

    hauptmann
    Gerhard Hauptmann (15 november 1862 - 6 juni 1946)

    Portret door Emil Orlik 

     

     

     

     

     

    De Engelse schrijfster Richmal Crompton Lamburn werd geboren op 15 november 1890 in Lancashire. Haar beroemdste boeken zijn de verhalen over William, een ondeugende, elj-jarige schooljongen en zijn vriendengroep, bekend als „the Outlaws.“ Het eerste verhaal verscheen in Home Magazine in 1919. In 1922 verscheen de eerste bundel onder de titel Just William. Gedurende haar leven schreef zij er achtendertig. Het laatste boek, William the Lawless, verscheen posthuum in 1970. Van de boeken over William werden meer dan twaalf miljoen exemplaren verkocht. Zij werden bewerkt voor televisie, film, toneel en radio.

     

    Uit: Just-William

     

    „ll a--call a mincing-machine, Ex-Ex--what you said," said Douglas.

     

    William ignored him. "Well, all the others pulled an' pulled an' pulled an' couldn't get it out."

     

    "You said that before," said Douglas.

     

    "The nex' time you int'rupt--" said William threateningly, then, a note of pathos invading his voice, "You asked me to tell you this story, didn't you?"

     

    "We didn't ask you to go on and on sayin' the same thing over an' over again," said Douglas, adding, after a moment's thought, "You might as well call a coal shovel Arthur as a sword."

     

    "The sword wasn't called Arthur," said William. "The man was called Arthur. The sword was called Excelsior."

     

    "It must have had the same name as this other man," said Henry. "I know this other man was called Excelsior, 'cause I learnt it once. The shades of night were falling fast an- he met an awful avalanche. I forget the rest, but it was jolly excitin'"

     

    "Gosh!" said William in despair. "Don't you want to hear this story?"

     

     

     

     

     

    richmal_crompton_2
    Richmal Crompton (15 november 1890 – 11 januiri 1969)

     

     

     

     

     

    De Amerikaanse dichteres Marianne Moore werd geboren op 15 november 1887 in Kirkwood, Missouri. Haar vader werd voor haar geboorte in een psychiatrische kliniek opgenomen en Moore had nooit contact met hem. Met haar broer en moeder verhuisde zij naar Carlisle in Pennsylvania. Als leerling blonk zij niet uit, maar zij richtte wel mede het literaire tijdschtift van haar schhool op. Na haar eindexamen gaf zij enige jaren les in boekhouden, schrijven en Engels in Carlisle. In 1915 verscheen haar eerste gedichtenbundel en kwam in contact met dichters en schrijvers als Wallace Stevens en William Carlos Williams. Voor Collected Poems kreeg zij in 1952 de Pulitzer-Prijs.

     

     

    Silence

     

    My father used to say,

    "Superior people never make long visits,

    have to be shown Longfellow's grave

    nor the glass flowers at Harvard.

    Self reliant like the cat --

    that takes its prey to privacy,

    the mouse's limp tail hanging like a shoelace from its mouth --

    they sometimes enjoy solitude,

    and can be robbed of speech

    by speech which has delighted them.

    The deepest feeling always shows itself in silence;

    not in silence, but restraint."

    Nor was he insincere in saying, "Make my house your inn."

    Inns are not residences.

     

     

     

    Nevertheless

     

    you've seen a strawberry

    that's had a struggle; yet

    was, where the fragments met,

     

    a hedgehog or a star-

    fish for the multitude

    of seeds. What better food

     

    than apple seeds - the fruit

    within the fruit - locked in

    like counter-curved twin

     

    hazelnuts? Frost that kills

    the little rubber-plant -

    leaves of kok-sagyyz-stalks, can't

     

    harm the roots; they still grow

    in frozen ground. Once where

    there was a prickley-pear -

     

    leaf clinging to a barbed wire,

    a root shot down to grow

    in earth two feet below;

     

    as carrots from mandrakes

    or a ram's-horn root some-

    times. Victory won't come

     

    to me unless I go

    to it; a grape tendril

    ties a knot in knots till

     

    knotted thirty times - so

    the bound twig that's under-

    gone and over-gone, can't stir.

     

    The weak overcomes its

    menace, the strong over-

    comes itself. What is there

     

    like fortitude! What sap

    went through that little thread

    to make the cherry red!

     Email This Poem to a Friend.

     

     

     

     

    marianne-moore
    Marianne Moore (15 november 1887 – 5 februari 1972)

     

     

     

     

     

     

    De Franse schrijfster Madeleine de Scudéry werd geboren op 15 november 1607 in Le Havre. Zij behoort tot de belangrijkste schrijfsters van de 17e eeuw in Frankrijk en zij was de eerste Franse schrijfster die ook buiten Frankrijk veel werd gelezen. Haar belangrijkste werken zijn Ibrahim ou l'illustre Bassa en Le grand Cyrus.

     

    Uit: Oeuvres

     

    " Il n'y a rien de plus ridicule que ces gens qui ont certains sujets où ils disent des merveilles et qui, hors de là, ne disent que des sottises. Ainsi, je veux que l'on ne sache jamais ce que l'on doit dire et qu'on sache pourtant toujours bien ce que l'on dit, car , si on agit de cette sorte, les femmes ne feront point les savantes mal à propos, ni les ignorantes avec excès, et chacun ne dira que ce qu'il devra dire pour rendre la conversation agréable. Mais ce qu'il y a de plus nécessaire pour la rendre douce te divertissante, c'est qu'il faut qu'il y ait un certain esprit de politesse, qu'on banisse absolument toutes les railleries aigres, aussi bien que toutes celles qui peuvent offenser la pudeur.

     

     

     

     

    Scudery

     

    Madeleine de Scudéry (15 november 1607 – 2 juni 1701)

     

    15-11-2008 om 16:18 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    14-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Astrid Lindgren, P.J. O'Rourke, Jonathan van het Reve, Jurga Ivanauskaitė, Karla Schneider

    De Zweedse schrijfster Astrid Lindgren werd als Astrid Ericsson geboren op 14 november 1907 en groeide op op de boerderij Näs in Vimmerby in Småland. Zie ook mijn blog van 14 november 2006 en ook mijn blog van 14 november 2007.

     

    Uit: Pippi Longstocking

     

    „Way out at the end of a tiny little town was an old overgrown garden, and in the garden was an old house, and in the house lived Pippi Longstocking. She was nine years old, and she lived there all alone. She had no mother and no father, and that was of course very nice because there was no one to tell her to go to bed just when she was having the most fun, and no one who could make her take cod liver oil when she much preferred caramel candy.

     

    Once upon a time Pippi had had a father of whom she was extremely fond. Naturally she had had a mother too, but that was so long ago that Pippi didn't remember her at all. Her mother had died when Pippi was just a tiny baby and lay in a cradle and howled so that nobody could go anywhere near her. Pippi was sure that her mother was now up in Heaven, watching her little girl through a peephole in the sky, and Pippi often waved up at her and called, "Don't you worry about me. I'll always come out on top."

     

    Pippi had not forgotten her father. He was a sea captain who sailed on the great ocean, and Pippi had sailed with him in his ship until one day her father was blown overboard in a storm and disappeared. But Pippi was absolutely certain that he would come back. She would never believe that he had drowned; she was sure he had floated until he landed on an island inhabited by cannibals. And she thought he had become the king of all the cannibals and went around with a golden crown on his head all day long.

     

    "My papa is a cannibal king; it certainly isn't every child who has such a stylish papa," Pippi used to say with satisfaction. "And as soon as my papa has built himself a boat he will come and get me, and I'll be a cannibal princess. Heigh-ho, won't that be exciting?"

     

    Her father had bought the old house in the garden many years ago. He thought he would live there with Pippi when he grew old and couldn't sail the seas any longer. And then this annoying thing had to happen, that he was blown into the ocean, and while Pippi was waiting for him to come back she went straight home to Villa Villekulla. That was the name of the house. It stood there ready and waiting for her. One lovely summer evening she had said good-by to all the sailors on her father's boat. They were all fond of Pippi, and she of them.“

     

     

     

     

     

    Lindgren
    Astrid Lindgren (14 november 1907 -  28 januari 2002)

     

     

     

     

     

     

    De Amerikaanse journalist en schrijver P.J. O'Rourke werd geboren op 14 november 1947 in Toledo, Ohio. Zie ook mijn blog van 14 november 2006.

     

    Uit: On The Wealth of Nations

     

    „P.J. on banking:

    A bank is an institution that doesn’t deal in money. If we accept Smith’s definition of value as “toil and trouble,” banks deal in toil and trouble. Banking is a clever device for storing your toil and trouble. And instead of being charged storage fees, you’re compensated for engaging in excess toil and going to extra trouble. For example say that, per Book I of Wealth, you are killing a lot of deer. You’re only getting one beaver for every two deer you kill but, nonetheless, you’re getting more beavers than you know what to do with. Absent some system of banking, you have to pile the beavers under your bed where they’re no use to anyone. And they stink. Banking allows you to rent the beavers to me with “some tolerable security” of receiving the agreed upon beaver lease revenue and getting your beavers back when I’m finished with my high profit, beaver-intensive business deal. Money doesn’t come into it except insofar as the transaction is more convenient and pleasant if it’s conducted in money instead of used beavers.

     

    P.J. on currency fluctuation:

    Many currencies issued by many central banks are no better nowadays. Would you like your change in Argentinian pesos? All modern money is paper money but with nothing ensuring its relative value except the promises of a government or, in the case of the euro, the even more nebulous promises of a bunch of governments. We have our paper, or “fiat” money because it’s easier for our governments to print more of it in the name of “greater monetary policy flexibility.” The quality of money, like the quality of the human body after the age of eighteen, is not often improved by increases in quantity. Smith wrote that “paper money does not necessarily increase the quantity of the whole currency.” (W/ML 308-9) Italics added, alas. In February, 2006, Zimbabwe’s reserve bank introduced a new $50,000 bank note, and it was not worth enough to buy a beer.“

     

     

     

     

     

     

    pj-orourke
    P.J. O'Rourke (Toledo, Ohio,  14 november 1947)

     

     

     

     

     

    De Nederlandse schrijver Jonathan van het Reve werd geboren op 14 november 1983 in Amsterdam, maar heeft bijna zijn hele jeugd in Abcoude gewoond. Hij doorliep het Vossiusgymnasium en studeerde daarna enige tijd aan de UvA: eerst Wis- en Natuurkunde, toen Geschiedenis en tenslotte weer een tijdje Wiskunde. In juni 2007 debuteerde hij met zijn novelle De boot en het meisje. Hij las voor op Lowlands en in november 2007 was hij 'writer in residence' van het Crossing Border Festival in Den Haag. Verder publiceerde hij verhalen in (onder andere) Tijdschrift Nexus, Hollands Diep en Folia en schreef hij een bijdrage aan de bundel The Next Ten Years (red. Karin Spaink). Hij beheert mede het digitale tijdschrift Rosa en schrijft sinds april 2008 elke vrijdag een column in Het Parool. Jonathan van het Reve is een zoon van David van het Reve en Ileen Montijn. Zijn grootvader was de auteur en slavist Karel van het Reve; de schrijver Gerard Reve is derhalve zijn oudoom.

     

    Uit: De boot en het meisje

     

    „Er komen een paar corpsballen binnen. "Kijk daar Rosa, een vent met een rok," zeg ik. Ze draait zich om. "O, zo'n rok," zegt ze. "Leuk ja." Ze buigt zich weer over haar tijdschrift. "Leuk hè?" zeg ik.

    "Heel leuk. Dat is geen rokkostuum Leo, dat weet je toch wel? Dat is een smoking."

    "Hoe gaat een rokkostuum dan ook alweer?" Ze kijkt me aan. "Dat is met zo'n kort jasje, met twee punten vanachter, zoals een pianist."

    "O ja," zeg ik. "En waarom is dit dan een smoking?"

    "Omdat hij van die glimmende revers heeft denk ik. En zo'n streep op de broek, net als bij een rok."

    "En hoe heet dat andere, zo'n grijze, met twee lange ronde uitsteeksels vanachter?"

    "Een jacquet denk ik dat je bedoelt."

    "O ja, natuurlijk. Wat weet jij soms toch veel zeg, Roos. En hoe heet zo'n pak ook alweer met van die blauwe veren en zo'n gigantische oranje snavel?"

     

     

     

     

    Van_het_Reve
    Jonathan van het Reve
    (Amsterdam, 14 november 1983)

     

     

     

     

     

    De Duitse schrijfster Karla Schneider werd op 14 november 1938 geboren in Dresden. Zij werkte in de DDR als boekhandelaar en als journaliste. In 1979 verhuisde zij naar de Bondrepubliek en sinds 1989 leeft zij als zelfstandig schrijfster in Wuppertal. In 1989 ontving zij de Astrid-Lindgren-Preis van uitgeverij Oetinger. Schneider schrijft zowel kinderboeken als boeken voor volwassenen.

     

    Uit: Marcolini oder Wie man Günstling wird

     

    Zum Erstaunen des neuen Kammerpagen schaute der Kurprinz mit echtem Interesse auf diese Stelle. Er ging mit dem Gesicht nahe an die »Wade« heran und schien auch zu begreifen, was er sah.

    Unwillkürlich drängte sich dem kleinen Marcolini jene Anekdote auf, die – wer sonst! – Conte Dappertutto von einer seiner maliziösen polnischen Damen mitgebracht hatte. Der jetzige Kurfürst habe als Kurprinz, aber bereits im Mannesalter, als die Unterhaltung europäische Länder streifte, allen Ernstes gefragt, ob man denn nur auf dem Seeweg nach England käme.

    Der Kurprinz ließ den »Stiefel« nach rechts weitergleiten, hielt aber die Welt gleich wieder an. Er tippte mit dem Zeigefinger auf die »Faust« und sagte: »Der Kurfürst, mein Vater, hat nach Spanien geschrieben und beim spanischen König Schafe einer nur dort vorkommenden Rasse bestellt, Merino heißt sie. Um sie auch hier, bei uns, zu züchten und später eine neue Industrie für Sachsen daraus

    zu entwickeln.«

    Der kleine Marcolini konnte erstmals einen Anflug von Begeisterung, ja Bewunderung auf seinem Gesicht erkennen. Allerdings wurde schnell klar, dass diese Regung nicht so sehr der Idee seines Vaters galt. Nein – der Gedanke der von Spanien nach Sachsen quer durch Europa ziehenden riesigen Schafherde schien den Prinzen auf fast zärtliche Weise zu beschäftigen.

    »Lehren Sie mich ein paar italienische Unkräuter«, forderte der Prinz, als er wieder vor seinem Herbarium saß. »Welche Ihnen gerade einfallen.«

    Der kleine Marcolini spürte, wie ihm der Schweiß unter der Halsbinde ausbrach. Fast vier Jahre waren die italienischen Gewächse und er getrennt. Und, ehrlich gesagt, hatte er ausschließlich essbare Pflanzen gekannt: Salate, Gewürzkräuter und Gemüse. Ach was, wer wollte ihn da schon überführen. Nur nicht gleich am ersten Tag als Ignorant dastehen.“

     

     

     

     

     

    schneider-karla
    Karla Schneider (Dresden, 14 november 1938)

     

     

     

     

     

    De Litouwse schrijfster Jurga Ivanauskaitė werd geboren in Vilnius op 14 november 1961. Ivanauskaitė studeerde aan de Vilnius Kunstacademie waar in 1985 haar eerste boek werd uitgegeven, The Year of the Lilies of the Valley (Het Jaar van de Lelies van de Vallei). Zij publiceerde vervolgens zes romans, een kinderboek en een boek met essays. Haar werken zijn vertaald in verschillende talen zoals Engels, Lets, Pools, Russisch, Duits en Zweeds. Na haar bezoek aan het Verre Oosten werd ze een actief aanhanger van de International Tibet Independence Movement.

    Ze overleed vorig jaar op 45-jarige leeftijd

     

    Uit: The Red Dress (Vertaald door Kristina Sakalavičiūtė )

     

    “Nora let out a deep sigh, reached out her hand so carefully, touching it timidly, as if it were an untamed animal that could bite. Her fingers ran over the red cloth, which sparkled and felt as cool as the skin of a snake; it was embroidered in silver and golden thread, multicolored glass beads, spangles, and small greenish feathers.

     

    Elegija had disappeared only a week ago, no one knew where, leaving for some reason or other this fantastic dress tossed on the ladies' room floor. Now the role and costume of Salome belonged to her, Nora. She took the dress, still on its hanger, and held it up to herself. She glanced at the mirror, leaning back and turning her head so as to look as much as possible like Maria Callas. Autumn sunbeams fell directly onto the dress, and the red spangles splashed patterns of light on the greenish walls, vibrant yellow maple leaves, a little white vase and the mud-green carpet.

     

    Nora, admiring her own reflection, which rippled on the surface of the sunlit mirror, like on the water of a flowing river, suddenly gave thought to Elegija. She remembered how Elegija, on the eve of her disappearance, had refused to join the others for the regular performance, announcing that she needed instead to learn how to wear Salome's gown for the opening night. Elegija had completely rejected the costume designer's choice, and had found and bought the dress in vintage shop herself. No one challenged the actress's choice because the dress she had found was truly and exceptionally beautiful and unusual. All day Elegija went about in this extravagant gown, up and down the corridors of the theater, stopping only now and then at the buffet for a cup of coffee. She smoked continuously, speaking to no one, only staring at a single point, her eyes glassy, at times looking almost cataleptic. Nobody was much surprised by her behavior, since various forms of hysteria often manifested themselves before premieres. And then, Elegija vanished. No one was alarmed, except the director, who started hitting the bottle on the third day after Elegija's disappearance. Everyone was used to her sudden oddities, schemes and tantrums. Nobody was in a hurry to call the police or to inform her parents, living somewhere in a secluded village, about their daughter's disappearance. Everyone was satisfied when Elegija's friend, Raimis, who had the keys to her flat, checked the empty apartment and found nothing suspicious or any reason for anxiety. The strongest reaction to her disappearance was the severe reprimand posted on the notice board, and the thick, black line that crossed Elegija's name from every playbill of Salome.”

     

     

     

     

    Ivanauskaite
    Jurga Ivanauskaitė (14 november 1961 - 17 februari 2007)


    Zie voor meer schrijvers van vandaag ook het vorige bericht.

    14-11-2008 om 20:40 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herbert Zand, Taha Hussein, Jakob Schaffner, Aleardo Aleardi

    De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Herbert Zand werd geboren op 14 november 1923 in Knoppen. Tijdens WO II raakte hij zwaar gewond aan het Oostfront. Vanaf 19543 werkte hij als lector bij een uitgeverij in Wenen. In 1961 werd hij medewerker van de Österreichische Gesellschaft für Literatur. Zijn werk weerspiegelt zijn traumatische ervaringen tijdens de oorlog. In zijn belangrijkste werk "Erben des Feuers" (1961) thematiseert hij de conflicten in het Wenen van na de oorlog.

     

     

    Mein ganzes Leben lang (1965)

     

    Mein ganzes Leben lang
    habe ich versucht,
    ein paar Dinge zu begreifen:
    die ruhige Zuversicht,
    die Kraft der Liebe,
    die Kraft des freien Entschlusses
    und die Kraft des Wortes,
    wenn es gebraucht wird.

    Ich weiß, dass es die Freude gibt
    und dass es die Trauer gibt,
    und ich falte die Zeitungen,
    und ich schließe die Bücher,
    sie berichten zu wenig.

    Sie nennen die Dinge mit Namen.

    Ich bin jetzt den anderen auf der Spur,
    die keinen Namen haben,
    zwischen Freude und Trauer,
    zwischen Glück und Schmerz,
    allen noch namenlosen Dingen,
    die stumm sind wie am Anfang der Welt.

     

     

     

     

     

     

    Zand
    Herbert Zand (14 november 1923 – 14 juli 1970)

     

     

     

     

     

     

    De Egyptische schrijver Taha Hussein werd geboren in Al Minya in Egypte op 14 november 1889. Zie ook mijn blog van 14 november 2006.

     

    Uit: The Charm of Life

     

    „[In his epigraph to The Prison of Life] Tawfiq Al-Hakim claims that his hope is greater than his effort and that his effort is greater than his talent, while his talent is the prisoner of his nature, a great part of which he has inherited from his parents.

    Concerning hope being greater than effort, this is true of any writer worthy of the name... for damned is the writer whose hope is equal to his effort. A man with such quality cannot aspire to even come close to writing literature or be anything other than a pretentious hack trying his hand at something he can neither accomplish nor was intended to.

     

    As for the [second claim] of his effort being greater than his talent, perhaps there is some truth in this. For Mr Tawfiq, sometimes, allows himself to be diverted from the path along which his talent lies, risking that talent in places for which it is ill-suited. He has done this at least twice.

     

    First, when he desired to be a philosopher with a theory of his own, proportionalism, and this despite the fact that his talent lies in telling stories that are most enjoyable when acted. And second, when he attempted his hand to write absurdist dramas, The Tree Climber, and such like. He was not created for such things, his talent being most suited to the readily comprehensible [..]“

     

     

     

     

     

    hussain
    Taha Hussein (14 november 1889 – 28 oktober 1973)

     

     

     

     

     

    De Zwitserse schrijver Jakob Schaffner werd geboren op 14 november 1875 in Basel. De moeder van Schaffner emigreerde na de dood van haar man naar de VS met haar nieuwe minnaar en liet haar zoon in een streng religieus weeshuis achter. De jongen volgde een opleiding tot schoenmaker en werkte een tijd in Duitsland. Met zijn roman Konrad Pilater kwam in 1910 zijn doorbraak als schrijver. In 1911 vestigde hij zich definitief in Duitsland. Na de machtovername van de nazi’s schreef hij eerst propagandateksten voor Goebbels. In 1940 keerde hij echter terug naar Zwitserland. Bij een bombardement op Straatsburg kwam hij in 1944 om het leven. Zijn werk raakte vanwege zijn nazi-verleden na de oorlog in de vergetelheid. In 2005 werd echter zijn Johannes, Roman einer Jugend uit 1922 opnieuw uitgegeven. Het werd door de kritiek vergeleken met Hesses „Unterm Rad" en met "Verwirrungen des Zöglings Törleß" van Robert Musil.

     

    Uit: Johannes, Roman einer Jugend

     

    „Geboren bin ich, Johannes Schattenhold, im dunkelsten Monat das Jahres – am 14. November 1875 – in Basel, und zwar in derselben Straße, in der auch J. P. Hebel das unbeständige Licht dieser Welt erblickt hat, er als der Sohn von zwei kleinen Leuten, die einem malenden Basler Patrizier als Taglöhner dienten, ich als erstes Kind eines Gärtners, der ebenfalls bei einem Basler Patrizier angestellt war. Meinen Antrittschrei tat ich im Spital. Damals mochte mein Vater dreiunddreißig, und meine Mutter gegen sechsundzwanzig alt sein. Mein schlafendes Leben wurde zum erstenmal geweckt von einem Hagelwetter, das über die Gegend niederging. Ich sah aus dem Fenster der Wohnstube, wie die Schloßen niedersausten, das grüne Laub von den Bäumen sank, unreifes Obst zur Erde fiel, und das Gemüse zerhackt liegen blieb. In der Stube war es dunkel; draußen herrschte ein kaltes, sehr fremdes Zwielicht, durch das mein Vater den Gartenweg hinauflief, um die Rolläden über die schrägen Fenster des Treibhauses herunterzulassen; er hatte zum Schutz gegen die Schloßen die Jacke über den Kopf gezogen. Meine Mutter schlug auf der anderen Seite des Hauses die Läden zu. Später trat sie in das Zimmer, in dem ich mich aufhielt, aber ich drehte mich nicht nach ihr um; sie bekümmerte sich auch nicht um mich, und ich kann nicht sagen, was sie tat. Meine Stimmung war sehr ernst und aufmerksam, und eine tiefe, furchtbewegte, ehrfürchtige Andacht erfüllte mich gegenüber der Erscheinung, die ich später als die Natur kennen lernte, und als das Geschick, das uns darin beschieden ist. Als das Unwetter vorbei war, durfte ich hinaus. Der Hagel bedeckte handhoch alle Wege und Beete. Dazwischen lagen abgeschlagene Zweige und kleine Äste, auch tote Vögel fand ich. In einiger Entfernung sah ich meinen Vater langsam die Gartenbreite durchschreiten, aber ich wagte mich nicht zu ihm, weil mir seine Haltung die Vermutung eingab, daß er sehr traurig sei.“

     

     

     

     

     

    Schaffner2
    Jakob Schaffner (14 november 1875 – 25 september 1944)

     

     

     

     

     

    De Italiaanse dichter Aleardo Aleardi werd geboren op 14 november 1812 in Verona. Zie ook mijn blog van 14 november 2006.

     

     

    The Harvesters

     

    What time in summer, sad with so much light,

    The sun beats ceaselessly upon the fields;

    The harvesters, as famine urges them,

    Draw hitherward in thousands, and they wear

    The look of those that dolorously go

    In exile, and already their brown eyes

    Are heavy with the poison of the air.

    Here never note of amorous bird consoles

    Their drooping hearts; here never the gay songs

    Of their Abruzzi sound to gladden these

    Pathetic hands. But taciturn they toil,

    Reaping the harvests for their unknowrn lords;

    And when the weary labor is performed,

    Taciturn they retire; and not till then

    Their bagpipes crown the joys of the return,

    Swelling the heart with their familiar strain.

    Alas! not all return, for there is one

    That dying in the furrow sits, and seeks

    With his last look some faithful kinsman out,

    To give his life's wage, that he carry it

    Unto his trembling mother, with the last

    Words of her son that comes no more. And dying,

    Deserted and alone, far off he hears

    His comrades going, with their pipes in time,

    Joyfully measuring their homeward steps.

    And when in after years an orphan comes

    To reap the harvest here, and feels his blade

    Go quivering through the swaths of falling grain,

    He weeps and thinks--haply these heavy stalks

    Ripened on his unburied father's bones.

     

     

     

     

    aleardi_schilderij
    Aleardo Aleardi (14 november 1812 – 17 juli 1878)

    Ritratto di Aleardo Aleardi, geschilderd door Domenico Induno

     

    14-11-2008 om 20:34 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    13-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nico Scheepmaker, Robert Louis Stevenson, Inez van Dullemen, Peter Härtling, José Carlos Somoza

    De Nederlandse dichter, journalist en columnist Nico Scheepmaker werd geboren in Amsterdam op 13 november 1930. Zie ook mijn blog van 13 november 2006 en ook mijn blog van 13 november 2007.

     

     

    Vergeef de gelukkige man

     

    Vergeef de gelukkige man

    dat hij leeft in een niemandsland, dromend

    van naakte ontbladerde herten

     

    Hij loopt in de zevende luchtlaag

    Zijn schoenen zijn zondoorweekt

    en zijn voeten ontbolsteren minziek

     

    De man is volkomen gelukkig

    De ster op zijn borst klemt zich vast

    als een zilveren spin in het najaar

     

    een dons van de wolken legt

    zijn lichaam in staat van een glimlach

    Hij is aan het leven ontsnapt

     

    Vergeef hem. Hij wentelt zich nader

    Een hand draait zijn hart om en om

    en binnen een week is hij beter:

     

    een mens die de zwaartekracht voelt,

    als een noot tussen hemel en aarde

    gekraakt, en in vrijheid gesteld.

     

     

     

     

     

    Roodborstje

     

    Soms tikt een gedicht op het raam.

    Ik sta op en laat hem erin.

    Een enkele keer heeft dat zin:

    ik voed hem en geef hem een naam.

     

    Maar soms denk ik: ach, laat maar staan,

    al regent het nog zo hard.

    Vandaag ben ik moe, en geen bard.

    Hij mag naar een ander toe gaan.

     

    Dat doet hij dan ook na een tijd,

    hij vliegt mijn gezichtsveld uit

    en meteen daarop heb ik spijt:

    geen nieuwe lente en geen nieuw geluid!

     

    Zo ging al zo dikwijls de Mei

    van Gorter mijn neus voorbij.

     

     

     

     

     

    Scheepmaker1
    Nico Scheepmaker (13 november 1930 - 5 april 1990)

     

     

     

     

     

     

    De Schotse schrijver Robert Louis Stevenson werd geboren in het Schotse Edinburgh op 13 november 1850. Zie ook mijn blog van 13 november 2006.

     

    Uit: Treasure Island

     

    “Squire Trelawney, Dr. Livesey, and the rest of these gentlemen having asked me to write down the whole particulars about Treasure Island, from the beginning to the end, keeping nothing back but the bearings of the island, and that only because there is still treasure not yet lifted, I take up my pen in the year of grace 17-, and go back to the time when my father kept the "Admiral Benbow" inn, and the brown old seaman, with the sabre cut, first took up his lodging under our roof.

    I remember him as if it were yesterday, as he came plodding to the inn door, his sea-chest following behind him in a hand-barrow; a tall, strong, heavy, nut-brown man; his tarry pigtail falling over the shoulders of his soiled blue coat; his hands ragged and scarred, with black, broken nails; and the sabre cut across one cheek, a dirty, livid white. I remember him looking round the cove and whistling to himself as he did so, and then breaking out in that old sea-song that he sang so often afterwards:-

     

    "Fifteen men on the dead man's chest-

    Yo-ho-ho, and a bottle of rum!"

     

    in the high, old tottering voice that seemed to have been tuned and broken at the capstan bars. Then he rapped on the door with a bit of stick like a handspike that he carried, and when my father appeared, called roughly for a glass of rum. This, when it was brought to him, he drank slowly, like a connoisseur, lingering on the taste, and still looking about him at the cliffs and up at our signboard.

    "This is a handy cove," says he, at length; "and a pleasant sittyated grog-shop. Much company, mate?"

    My father told him no, very little company, the more was the pity.

    "Well, then," said he, "this is the berth for me. Here you, matey," he cried to the man who trundled the barrow; "bring up alongside and help up my chest. I'll stay here a bit," he continued. "I'm a plain man; rum and bacon and eggs is what I want, and that head up there for to watch ships off. What you mought call me? You mought call me captain. Oh, I see what you're at-there;" and he threw down three or four gold pieces on the threshold. "You can tell me when I've worked through that," says he, looking as fierce as a commander.

    And, indeed, bad as his clothes were, and coarsely as he spoke, he had none of the appearance of a man who sailed before the mast; but seemed like a mate or skipper, accustomed to be obeyed or to strike. The man who came with the barrow told us the mail had set him down the morning before at the "Royal George;" that he had inquired what inns there were along the coast, and hearing ours well spoken of, I suppose, and described as lonely, had chosen it from the others for his place of residence. And that was all we could learn of our guest.”

     

     

     

     

    stevenson
    Robert Louis Stevenson (13 november 1850 – 3 december 1894)

    Geschilderd door John Singer Sargent

     

     

     

     

     

    De Nederlandse schrijfster  Inez van Dullemen werd op 13 november 1925 geboren en groeide op in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 13 november 2006.

     

    Uit: Logeren op een vulkaan, nieuwe reisbrieven uit Amerika

     

    'Ik ben terug in Amerika. Maar in het andere Amerika, in "Uncle Sam's Other Pro­vince", het Diepe Zuiden, ook wel ge­noemd: het achterlijke, het bittere Zuiden met de liefelijk en dreigend klinkende namen van Alabama en Mississippi, namen die lynchings bij ons oproepen en Little Rock en het bombarderen van de kerk in Birming­ham. Het Zuiden van de Freedom Ri­ders. Ik ben daar waar het allemaal begon. Ik rijd in een bus door het rode landschap van Georgia, langs de dam­pige aarde waarop de maïs begint te ontkiemen en de katoen, langs bossen waaruit lichtgroene wolken omhoog­stijgen in de aprillucht. - Vredig zoe­mend vervoert de bus zijn lading zwarte en witte mensen over de weg, een bus in het Diepe Zuiden, vijftien jaar nadat een negervrouw ging zit­ten en bleef zitten in de bus van Montgomery.'

     

     

     

    inezvandullemen
    Inez van Dullemen (Amsterdam, 13 november 1925)

     

     

     

     

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Peter Härtling is geboren op 13 november 1933 in Chemnitz. Zie ook mijn blog van 13 november 2006.

     

     

    Wenn jeder eine Blume pflanzte

     

    Wenn jeder eine Blume pflanzte,
    jeder Mensch auf dieser Welt,
    und, anstatt zu schießen, tanzte
    und mit Lächeln zahlte, statt mit Geld -

    wenn ein jeder einen andern wärmte,
    keiner mehr von seiner Stärke schwärmte,
    keiner mehr den andern schlüge,
    keiner sich verstrickte in der Lüge -

    wenn die Alten wie die Kinder würden,
    sie sich teilten in den Bürden,
    wenn dieses Wenn sich leben ließ,
    wär's noch lang kein Paradies -
    bloß die Menschenzeit hätt angefangen,
    die in Streit und Krieg uns beinah ist vergangen.

     

     

     

     

     

    baiabong

     

    baiabong -
    die wiegenwaage
    wiegt den reis und wiegt dich auf
    singend wippt die bambustrage
    an der seidenschnur der tage
    zählt sie dir dein leben auf.

    baiabong -
    die schüttelstunde
    schluckt den schatten wendet ihn
    dieses mittags stete runde
    reibt die heiße schulterwunde -
    baiabong
    ich bin ich bin

     

     

     

     

     

    peter_haertling_
    Peter Härtling (Chemnitz, 13 november 1933)

     

     

     

     

     

     

    De Spaanse schrijver José Carlos Somoza werd geboren in Havana, Cuba op 13 november 1959. Zijn ouders verhuisden in 1960 om politieke redenen naar Spanje. Somoza was psychiater van beroep, tot hij zich in 1994 volledig op schrijven toelegde. Hij ontving verschillende literaire onderscheidingen. Zijn boek Silencio de Blanca werd in 1996 bekroond met de Premio La Sonrisa Vertical. Vier jaar later werd hem voor Dafne desvanecida de tweede prijs van de Premio Nadal verleend. Ook kreeg hij voor zijn roman Clara y la penumbra in 2001 de Premio Fernando Lara en een jaar later de Premio Hammett.

     

    Uit: Das Rätsel des Philosophen (La caverna de las ideas, vertaald door Klaus Laabs und Joachim Meinert)

     

    “Stille hielt die Augen aufgerissen: Alle Blicke starrten auf das schreckliche Untersuchungswerk des Aschylos, wie er mit Hebammengriffen die Wundlippen auseinander klappte und mit den Fingern in den grausigen Höhlungen wühlte – er glich darin einem Leser, der mit gespannter Aufmerksamkeit den Zeigefinger über die Schriftzeichen auf einem Papyrus gleiten läßt. Sein Sklave hielt ihm die Lampe und schirmte dabei die Flamme mit der Hand vor den Windstößen ab. Der Einzige, der

    etwas sagte, war Kandalos der Alte: Als die Soldaten mit dem Toten kamen, hatte er laut durch die Straßen geschrien und die Nachbarn geweckt, und noch immer hallte sein Gezeter in ihm wider. Er hinkte um den Kreis der Gaffer, als ob die Kälte seinem halb nackten Körper nichts anhaben könnte, schleppte den linken, klumpigen Fuß nach, eine einzige schwärzliche Satyrkralle. Mit den schilfrohrdünnen Armen suchte er Halt an fremden Schultern und rief immerzu: »Es ist ein Gott … Schaut ihn an!

    So steigen die Götter vom Olymp herab. Rührt ihn nicht an! Sagte ich es euch nicht? Es ist ein Gott … Beschwöre es, Kallimachos! Beschwöre es, Euphorbos!«

    Seine gewaltige weiße Mähne, die sich wie ein Ausläufer seines Wahnsinns wirr auf dem kantigen Schädel sträubte, wehte im Wind und verdeckte ihm zur Hälfte das Gesicht. Doch niemand achtete groß auf ihn: Die Leute betrachteten lieber den Toten als den Irren.

    Der Hauptmann der Grenzwachen war mit seinen Soldaten aus dem Nachbarhaus getreten und rückte sich abermals den mähnengeschmückten Helm zurecht: Es konnte nicht schaden, die Menge auf seine militärischen Rangabzeichen hinzuweisen. Aus dem dunklen Visier heraus fasste er die Umstehenden ins Auge, sein Blick blieb an Kandalos hängen, und gleichgültig zeigte er auf ihn,

    als gälte es eine lästige Fliege zu verscheuchen. »Bei Zeus, bringt ihn zur Ruhe!«, befahl er in die Runde seiner Soldaten.

    Einer von ihnen trat auf den Alten zu, hob seine Lanze und rammte den Schaft mit waagerechtem Stoß in den knittrigen Papyrus von Kandalos’ Unterleib. Der Alte schnappte mitten im Wort nach Luft und fiel dann wie ein Haar im Wind lautlos in sich zusammen. Wimmernd wand er sich am Boden. Die Menge war dankbar für die plötzliche Stille.”

     

     

     

    Jose-Carlos-Somoza
    José Carlos Somoza (Havana, 13 november 1959)


     

    13-11-2008 om 00:00 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Stanisław Barańczak, Dacia Maraini, Humayun Ahmed, Gérald Godin, Esaias Tegnér

    De Poolse dichter, vertaler en literatuurwetenschapper Stanisław Barańczak werd geboren op 13 november 1946 in Poznań. Hij schrijft ook onder diverse pseudoniemen. Barańczak studeerde Pools aan de Adam-Mickiewicz universiteit in Poznań. Tegelijkertijd werkte hij voor ondergronds verschijnende tijdschriften. Sinds 1981 doceert hij slavische talen aan de Harvard University in de VS. Van 1986 tot 1990 was hij hoofdredacteur van The Polish Review. Barańczak vertaalde werk van Ossip Mandelstam, Joseph Brodski, John Donne, William Shakespeare, Emily Dickinson, Andrew Marvell, Philip Larkin, James Merrill, Robert Frost, Charles Simic in het Pools. In 1999 kreeg hij voor zijn dichtbundel Chirurgiczna precyzja de Nike-Literatuurprijs, de belangrijkste literaire prijs in Polen.

     

     

    THE THREE MAGIxml:namespace prefix = o />

     

    To Leo Dymarski

     

     

    They will probably come just after the New Year.

    As usual, early in the morning.

    The forceps of the doorbell will pull you out by the head

    from under the bedclothes; dazed as a newborn baby,

    you’ll open the door. The star of an ID

    will flash before your eyes.

    Three men. In one of them you’ll recognize

    with sheepish amazement (isn’t this a small

    world) your schoolmate of years ago.

    Since that time he’ll hardly have changed,

    only grown a moustache,

    perhaps gained a little weight.

    They’ll enter. The gold of their watches will glitter (isn’t

    this a gray dawn), the smoke from their cigarettes

    will fill the room with a fragrance like incense.

    All that’s missing is myrrh, you’ll think half-unconsciously–

    while with your heel you’re shoving under the couch the book they

    mustn’t find–

    what is this myrrh, anyway,

    you’d have to finally look it up

    someday. You’ll come

    with us, sir. You’ll go

    with them. Isn’t this a white snow.

    Isn’t this a black Fiat.

    Wasn’t this a vast world.

     

     

     

     

    THAT MOZART ARIA

     

    That Mozart aria up there, which floor? Ten?

    which window, sixteenth from the left? Empires

    were tumbling down and rising up again.

     

    That "Non so piu," that lucid lion's den

    that frail fortress's flight, that friendly fire,

    that anapestic pulsing from Floor Ten

     

    had to be heard precisely there and then,

    claiming its makeshift right not to expire,

    though empires were rising up again

     

    and our consent had mixed with their cement,

    one Mozart tape may still salve the entire

    globe's pain--if played in time on some Floor Ten.

     

    As if that long-dead hand still tried to lend 

    us all its wealth--us, those cheats and rogues for hire,

    rubble from whom empires rose again,

     

    but who held, too, a prayer with no amen,

    who hoped this aria will never tire

    or err, the Mozart aria from Floor Ten.

    Empires fell down and rose up again.

     

      

     

    Vertaald door Stanislaw Baranczak and Clare Cavanagh

     

     

     

     

     
    baranczak
    Stanisław Barańczak (Poznań, 13 november 1946)

     

     

       

     

    De Italiaanse schrijfster Dacia Maraini werd geboren op 13 november 1936 in Fiesole. Haar familie was in 1938 naar Japan gevlucht en keerde pas in 1946 naar Italië terug, door armoede gedwongen zich eerst op Sicilië te vestigen. De 13-jarige Dacia werd er geconfronteerd met de tradionele gedragswijzen in het zuiden van Italië, iets wat haar verwarde. In die tijd begon ze te schrijven. Na de scheiding van haar ouders trok zij uiteindelijk naar haar vader in Rome. Daar maakte zij de school af en begon zij korte verhalen in tijdschriften te publiceren. Zij trouwde, maar na twee jaar was het huwelijk weer voorbij. Ook leed zij onder een miskraam. Door haar ex-echtenoot, de schilder Lucio Pozzi, drong zij wel verder in de literaire wereld door en werd opgenomen in de Gruppo 63. Even later kreeg zij een relatie met de schrijver Alberto Moravia, waardoor zij zelf als schrijfster wat op de achtergrond raakte. Zij bleef echter talrijke verhalen, essays, gedichten en komedies publiceren en maakte zo tenslotte toch ook zelf een naam als schrijfster. Zij kan gezien worden als de eerste Italiaanse schrijfster die thema’s als verkrachting, incest, prostitutie en lesbische liefde in haar werk aan de orde stelt. (De biografische data stammen van Edith Laudowicz: www.edilau.de)

     

    Uit: Gefrorene Träume (Vertaald door Eva-Maria Wagner)

     

    “Wenn die Frau mit den kurzen Haaren gefragt wird, wie nun eigentlich ein Roman bei ihr entsteht, dann antwortet sie, es fange immer alles damit an, daß jemand an ihre Tür klopft. Sie öffnet. Der Jemand tritt ein, setzt sich. Sie kocht Kaffee; manchmal gibt es sogar frisch gebackene Plätzchen dazu oder Brot mit Butter und etwas Salz, wenn einer lieber Salziges als Süßes mag. Der Besuch trinkt den angebotenen Kaffee, knabbert ein paar Kekse. Der eine oder andere erwähnt schüchtern, daß er nachmittags um diese Zeit einen Tee bevorzugen würde und furchtbar gern die Aprikosenmarmelade probieren möchte, für die sie bei ihren Freunden berühmt ist. Die Autorin bereitet dann entweder einen Pfefferminz- oder Jasmintee zu, mal mit Zitrone, mal mit Milch, ganz nach dem jeweiligen Geschmack. Sie macht ein Glas Aprikosenmarmelade auf und steckt einen Löffel hinein, damit der Besuch sich selbst bedienen kann. Während dieser seinen Tee trinkt, sieht er sich um, und dann erzählt er seine Geschichte. Manch einer muß sich dabei unbedingt eine Zigarette anzünden. Und um dem Gast gegenüber nicht unhöflich zu erscheinen, rückt die Frau mit den kurzen Haaren lediglich ihren Stuhl weiter weg oder öffnet das Fenster einen Spaltbreit.

     

    Nachdem der Besuch getrunken, gegessen und seine Geschichte erzählt hat, verabschiedet er sich für gewöhnlich und geht wieder. Die Frau mit den kurzen Haaren betrachtet den entschwindenden Gast mit vorzeitiger Sehnsucht, weil dieser sich bereits von ihr entfernt hat. Aber irgend etwas an dieser Begegnung hat nicht gestimmt, und sie läßt es bei dem Gedanken bewenden: Schade, ich hätte ihn besser kennenlernen sollen. Doch zu tragisch will sie es auch wieder nicht nehmen.

     

    Bittet der Besuch jedoch darum, noch etwas bleiben zu dürfen, nachdem er ihren Tee getrunken, ihr Brot mit Butter und Aprikosenmarmelade gegessen hat, verlangt er, wenn er sich, im Zimmer auf und ab laufend, die Beine vertreten hat, nach einem Sofa, auf dem er sich ausstrecken kann, und im Anschluß an eine halbstündige Ruhepause nach einem Glas Wasser und erzählt ihr dann weitere Einzelheiten seiner Geschichte, um gegen neun Uhr abends wie selbstverständlich zum Abendessen an ihrem Tisch Platz zu nehmen und mit ihr zusammen einen Teller Spaghetti mit Öl und Parmesankäse zu essen, ein Glas Rotwein zu trinken und einen geschälten Apfel zu teilen; und fragt er dann noch nach einem Bett zum Schlafen, nun, dann bedeutet das, daß er sich bereits häuslich in ihrem Phantasiegebäude niedergelassen hat und nicht beabsichtigt, wieder zu verschwinden.”

     

     

     

    Dacia_Maraini
    Dacia Maraini (Fiesole, 13 november 1936)

     

     

     

       

    De Bengaalse schrijver Humayun Ahmed werd geboren op 13 november 1948 in Kutubpur in het toenmalige Oost-Pakistan, nu Bangladesh. Na zijn studie aan de universiteit van Dhaka kwam hij aan dezelfde universiteit te werken als lector op de faculteit scheikunde. In de literatuur rees zijn ster zeer snel. Zijn eerste roman, geschreven toen hij nog studeerde, Nondito Noroke (Eng: In blissful Hell) werd onmiddellijk populair en hetzelfde gold voor zijn tweede roman Shankhanil Karagar (Eng: The Conch-blue Prison), die later door Nasiruddin Yusuf werd verfilmd. Tegenwoordig heeft Ahmed meer dan honderdvijftig titels op zijn naam staan.

     

    Uit: Love you all (Vertaald door Shafiqur Rahman)

     

    “Everyone had arrived.

    They were sitting silently on low chairs, arranged around a black table. They were so silent that you could not even hear them breathing.

    A very important meeting was about to start. Everybody had received a red letter, labelled 'Extremely Urgent' on the envelope, saying 'There is a meeting on the imminent critical situation. Your attendance is vital.', signed by S. Mathur, the Administrator General of The Scientists' Council. Fiha, known as 'the greatest mathematician ever born', must surely be attending the meeting. It was not mentioned in the letter though, as it usually was. He had been invited many times to chair 'The Scientists' Conference' but he always declined, saying 'I feel sleepy, can't go now. Sorry!' But he had to attend today's meeting. One didn't face this type of crisis very often. It might happen once in a million years.

    'I think Mathur won't take much time.'

    Everyone turned and looked at the man who had spoken. Clearly, he uttered those irrelevant words only to break the deathly silence. One or two of the participants frowned at the speaker.

    The speaker continued coughing nervously. 'Did you happen to notice how fierce yesterday's storm was? It broke one of my windowpanes.' Not getting any response, he started cracking his knuckles nervously, looking to and fro and moving his head around.

    It was a huge room, almost a hall. It could hold give or take two thousand scientists if needs be. However, there were only twenty-one participants attending today. They were seated in the free space beside the control room, separated from it by a curtain. It was an extraordinary room with a floor as smooth as a frozen lake, the walls were imitation black stone and the ceiling was so high you could not see it.

    The computer, called CCD, next to which the scientists were sitting, was the outcome of a thousand years of research and constant effort by the scientists. Its neuron cells, for the first time, were the perfect imitation of a human being. It was constantly feeding information to the flying stations, probe units and expeditionary teams flying from one end of space to the other. The computer CCD would certainly attend today's meeting, as there wouldn't have been any point in arranging the meeting next to its room otherwise.”

     

     

     

    humaynahmed
    Humayun Ahmed (Kutubpur, 13 november 1948)

     

     

     

     

    De Frans-Canadese dichter en politicus Gérald Godin werd geboren op 13 november 1938 in Trois-Rivières, Quebec. Hij werkte als journalist bij La Presse en andere kranten en tijdschriften en bevond zich onder degenen die in 1970 onder de War Measures Act gearresteerd werden. Later in zijn leven suggereerde hij in interviews nog terrorisme soms goed te keuren. Tijdens de verkiezingen in 1976 won hij een parlementszetel voor de Parti Québécois. Hij diende ook in verschillende kabinetten. Als dichter ontving hij in 1987 de Prix Québec-Paris voor Ils ne demandaient qu'à brûler.

     

     

    Cantouque menteur

     

    les Louis Riel du dimanche

    les décapités de salon

    les pendus de fin de semaine

    les martyrs du café du coin

    les révolutavernes

    et les molsonnutionnaires

    mes frères mes pareils

    hâbleurs de fond de cour un jour

    on en aura soupé

    de faire dans nos culottes

    debout sur les barricades

    on tirera des tomates aux Anglais

    des oeufs pourris des Lénine

    avant d'avoir sur la gueule

    la décharge de plombs du sergent Dubois

    du royal Vanndouze

    à l'angle des rues Peel et Saint'Cat

    c'est une chanson de tristesse et d'aveu

    fausse et menteuse comme une femme

    et pleureuse itou avec un fond de vérité

    je m'en confesse à dieu tout puissant

    mon pays mon Québec

    la chanson n'est pas vraie

    mais la colère si

    au nom du pays de la terre

    et des seins de Pélagie

     

     

     

     

    Cantouque sans recours

     

    Comment pourrais-je coucher avec toi

    m'allonger du long de ton flanc doux

    t'embrasser les seins te mordiller les tétins

    si je n'étais indépendantiste ô mon amour

    comment pourrais-je porter mes chnolles

    et m'en servir au besoin quand le désir me vient

    être un homme et me tenir debout et droit

    si je n'étais indépendantiste ô mon amour

    comment pourrais-je parler français

    comme mes voisins mes pareils

    fouler la boue du pays l'appeler mienne

    la traîner à mes semelles m'en targuer m'en vanter

    m'en mettre plein la vue m'en ennuyer

    me sentir chez moi sinon aujourd'hui du moins demain

    si je n'étais indépendantiste ô mon amour

    comment pourrais-je vivre oser respirer encore

    l'air pollué de mon pays vaincu

    l'avenir bouché de mon pays anglichié

    supporter la brûlure des Plaines l'incendie des drapeaux

    le bris des épées l'exil de trente-sept

    comment pourrais-je oser t'aimer te toucher

    même lever les yeux vers toi

    connaître ne serait-ce que ton nom

    si je n'avais à coeur qu'un jour sinon nous du moins nos fils

    soient ici chez eux sur la terre que d'aïeul à petit-fils

    nous aimons

     

      

     

     

    Godin
    Gérald Godin (13 november 1938 – 12 okrober 1994)

     

     

     

     

     

    De Zweedse dichter Esaias Tegnér werd geboren op 13 november 1782 in Kyrkerud. Hij studeerde in Lund en werd in 1806 docent voor esthetica (filosofie) aan de universiteit daar.  In 1818 werd hij lid van de Zweedse Academie. In 1824 volgde de benoeming tot bisschop in Växjö. In deze tijd werd hij ook lid van het Zweedse parlement, waar hij conservatieve standpunten innam. Tegnérs Frithiofs saga is representatief voor de Zweedse romantiek en geldt als zijn hoofdwerk.

     

     

    Charles XII:

    on the centenary of his death 1818 (fragment)

     

     

    King Carl, the youthful hero,

    In smoke and dust he stood;

    He drew his belted longsword

    And into battle strode.

    13-11-2008 om 00:00 geschreven door Romenu  


    Tags:Stanisł,aw Barań,czak, Dacia Maraini, Humayun Ahmed, Gerald Godin, Esaias Tegner, Romenu
    » Reageer (0)
    12-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Daniël Dee, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Roland Barthes

    De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2007.

     

     

    Wrede grap geen happy end

     

    misschien was je

    een obsessie

    mijn devotie

    onwaardig

    en heb ik al die jaren

     

    ik zal je nooit deelgenoot maken van mijn drijfveren

     

    als ik macht had dan had ik voor jou met één vingerknip

    alle jongemannen van zeven naties de oorlog in gestuurd

    als het moest drie generaties lang

    ik ben beter dan mijzelf

     

    ik bezit de formules

    om de vier elementen

    naar mijn hand te zetten

     

    maar heb geen connectie met niemand

    wanneer ik met een nieuwe geliefde uitga

    zet ik zelfs nooit onze fietsen met sloten aan elkaar

     

    mijn huid is oud als van een pasgeboren baby

    al die jaren verkankerd en niets wijzer geworden

     

    taal is waar anderen mee weglopen

     

    hier sta ik nu naakt voor je 

    te laat om opnieuw te beginnen

     

     

     

     

    Waarom ik haar liefheb

     

    het is net ochtend en de gordijnen nog gesloten

    van buiten klinkt het geluid van gemeentegrasmaaiers

    met mijn slaapkop slurp ik koffie en daar gaat ze weer

    hoor je dat geluid dat zijn reuzenbromvliegen die elkaar najagen

    maar ze zijn zo zwaar dat ze nauwelijks van de grond kunnen komen

     

     

     

     

    Daniel_Dee
    Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

     

     

     

     

    De Nederlandse dichter Johnny van Doorn (The Selfkicker) werd geboren op 12 november 1944 in Beekbergen en groeide op in Arnhem. Vanwege de Slag om Arnhem waren zijn ouders naar Beekbergen uitgeweken. Hij had een Nederlandse vader en een Duitse moeder. Hij stond bekend om zijn "oerdicht"; een gedicht terugbrengend naar de oorsprong, namelijk harde geluiden die geenszins meer op woorden lijken. Johnny van Doorn, ook optredend onder de pseudoniemen Electric Jesus, Meester van de Chaos en Electric Goebbels, werd nationaal bekend na een door Simon Vinkenoog georganiseerde poëzieavond in Carré in 1966. Van Doorn was niet erg populair in zijn tijd; hij shockeerde door zijn manier van voordragen. Hij leek tijdens zijn voordrachten — onder invloed van alcohol en drugs — in een volslagen extase te geraken. In zijn gedichten kwam het overmatig druggebruik regelmatig aan de orde. Mede door zijn "reputatie" als druggebruiker en zijn nieuwe ideeën in de kunst werd hij zowel gehaat als geliefd.

     

    Uit: De geest moet waaien

     

    „De Toets was de belangrijkste persoon van de fabriek; een oudere man die meestal in het directeurshokje van de loods op een matras jenever lag te lurken.

    De Toets presteerde iets wat niemand kon. Hij gaf de finishing touch aan het werk. Hij maakte de doeken artistiek en verkoopbaar.

    Ik was getuige van zijn afwerking van een schilderij, getiteld 'Het stekje van de hengelaar'. Er stonden veertig doeken kant en klaar, waaraan alleen een zilveren weerspiegeling van de zon in het water ontbrak.

    Ze schudden de Toets wakker. Zonder protest krabbelde hij op. Onvast op zijn benen liep hij om de doeken heen. Hij werkte zich in trance.

    Keer op keer bezag hij het Hollandse tafreel van het door rietkragen omsloten stekje: een hengelaar in z'n roeiboot, een koppel eenden, de lage wolkenlucht en een zon die achter een wolk tevoorschijn kwam.

    Grommend ging hij op doek numero één af. Pets! Met een fijn penseel toverde hij een serene weerspiegeling op het water van het stekje. En op die manier ging hij door, vechtend met veertig doeken.“

     

     

     

     

    johnny_van_doorn
    Johnny van Doorn (12 november 1944 – 26 januari 1991)

     

     

     

     

     

     

    De Uruguayaanse schrijfster, vertaalster en journaliste Cristina Peri Rossi werd geboren op 12 november 1941 in Montevideo. Daar studeerde zij muziek en biologie en werkte zij later als docente vergelijkende literatuurwetenschap. Ook werkte zij mee aan het tijdschrift Marcha. In 1972, nadat zij al een naam als schrijfster had gemaakt, vluchtte zij wegens de toenemende onderdrukking (een reactie op de stadsguerilla Tupamaros) naar Barcelona. Sinds 1975 heeft zij ook een Spaans paspoort.

     

     

    Rumors (Vertaald door Tobias Hecht)

     

    „Toward the end of the twentieth century, rumors about the cities spread. Some people spoke of their demise, others of a strange rebirth from out of the rubble. Clandestine groups would whisper secrets about cities that were still inhabitable, where it was possible to walk, see a bird, explore a museum, or take in the color of the sky. But places like that were few and far between. Gradually, people started talking about Berlin. Not in public, in newspapers, or in social gatherings. The city's name came to be something like a code word, a mystical sign, a cipher for those in the know but meaningless for anyone else. Berlin was discussed in hushed tones, among close friends, in secluded rooms, in a moment of intimacy after lovemaking. In the muted light of a bedroom, for example, a naked lover might tell the woman at her side, "I've heard that linden trees still grow in the streets of Berlin and that there are swans in the lakes."

    Or else, "In Berlin, the blackbirds sing as the snow falls and you can drink tea from porcelain cups, over linen tablecloths."

    The fact that Berlin was surrounded by walls didn't discourage anyone: it gave the city the symbolic quality of dreams that so many other places lack.

    Friends exchanged recipes for strudel as if they were extraordinary poems, and after dark they would scrawl the words der traum in leben on desolate station platforms or metal shutters, almost understanding the language through their intensity of desire.

    Other people spoke of San Francisco, but a terrible plague destroyed its reputation. Some of the elect were among the victims, and the city sank into a lethargy of shrouds and chloroform, a cancerous cell of the terrestrial roundabout.

    In some cities, such as Madrid, there was a brief burst of euphoria, like the happiness that precedes death. Other cities, self-absorbed ones like Paris that looked back toward a former glory, were full of indolence.

    Soon there was nowhere to run and those who fled in the direction of Cairo, Prague, Buenos Aires, or Warsaw did so only with the hope of postponing death slightly. The fall of the cities spread like a patch of oil on the sea.

    The author of these words, writing in the waning days of the twentieth century, doesn't know if there is a future, if there are cities, if there are readers.“

     

     

     

     

    Rossi
    Cristina Peri Rossi (Montevideo, 12 november 1941)

     

     

     

     

     

    De Amerikaanse, feministische schrijfster Naomi Wolf werd geboren in San Francisco op 12 november 1962. Zij bezocht de Lowell Hogeschool en nam deel aan voordrachttournooien als lid van de Lowell Forensic Society. In 1984 studeerde ze af aan de universiteit van Yale, later ook nog aan die van Oxford. Haar eerste boek, De zoete leugen, of De mythe van de schoonheid, betekende in 1991 meteen haar grote doorbraak. In dit boek maakt ze duidelijk hoe het (door de samenleving opgelegde) schoonheidsideaal eigenlijk een vorm is van uitbuiting van de vrouw. Wolf was in 1996 medewerkster van het Clinton-Gore team, om vrouwelijke kiezers te helpen bereiken (waarna Clinton herkozen werd). Naar aanleiding van haar succes in 1996, was ze ook in 2000 consulente om vrouwelijke kiezers te trekken voor Al Gore, dit keer echter zonder succes.

     

    Uit: Misconceptions

     

    „My journey toward motherhood was at times a bumpy one; at certain moments it shook my very sense of self. For me, it was important to tell that story raw, unvarnished by retrospection. I lifted the dark moments as well as the light ones straight from a journal I kept at the time, and did not shy away from describing what I felt when I felt it. I wanted to be honest about the challenges of the journey—brutally honest, some would say—for two reasons. One is that so many people told me that time and love soften your memories of what you experience when pregnant for the first time, and I wanted the book to be unmediated by the mother love that would now never let me write about pregnancy—or remember it—the way I lived it. The other reason is that I wanted to write the book I could not find on the shelves when I was pregnant and a new mother—the book that would reassure me that I was normal and that my struggles were part of the preparation that many of us share as this amazing and humbling, and also ferocious and unnerving, force takes over a life.

     

    When I describe my pregnancy, for instance, I ask, Who will I become? As it turned out, with motherhood I became a wiser, more patient, and I hope more compassionate person. In some ways motherhood is the best thing that ever happened to me. But when I was pregnant I did not know how that could be, and I believe it is important to honor the questions of the pregnant woman as one identity makes room for another, “mother” identity to be born.“

     

     

     

    NaomiWolf
    Naomi Wolf (San Francisco, 12 november 1962)

     

     

     

     

     

     

    De Franse schrijver en filosoof  Roland Barthes werd geboren op 12 november 1915 in Cherbourg. Zie ook mijn blog van 12 november 2006.

     

    Uit: Mythologies

     

    „Je crois que l’automobile est aujourd’hui l’équivalent assez exact des grandes cathédrales gothiques : je veux dire une grande création d’époque, conçue passionnément par des artistes inconnus, consommée dans son image, sinon dans son usage, par un peuple entier qui s’approprie en elle un objet parfaitement magique.

    La nouvelle Citroën tombe manifestement du ciel dans la mesure où elle se présente d’abord comme un objet superlatif. Il ne faut pas oublier que l’objet est le meilleur messager de la surnature: il y a facilement dans l’objet, à la fois une perfection et une absence d’origine, une clôture et une brillance, une transformation de la vie en matière (la matière est bien plus magique que la vie), et pour tout dire un silence qui appartient à l’ordre du merveilleux. La «Déesse» a tous les caractères (du moins le public commence-t-il par les lui prêter unanimement) d’un de ces objets descendus d’un autre univers, qui ont alimenté la néomanie du XVIIIe siècle et celle de notre science-fiction: la Déesse est d’abord un nouveau Nautilus.

    C’est pourquoi on s’intéresse moins en elle à la substance qu’à ses joints. On sait que le lisse est toujours un attribut de la perfection parce que son contraire trahit une opération technique et tout humaine d’ajustement: la tunique du Christ était sans couture, comme les aéronefs de la science-fiction sont d’un métal sans relais. La DS 19 ne prétend pas au pur nappé, quoique sa forme générale soit très enveloppée; pourtant ce sont les emboîtements de ses plans qui intéressent le plus le public: on tâte furieusement la jonction des vitres, on passe la main dans les larges rigoles de caoutchouc qui relient la fenêtre arrière à ses entours de nickel. Il y a dans la DS l’amorce d’une nouvelle phénoménologie de l’ajustement, comme si l’on passait d’un monde d’éléments soudés à un monde d’éléments juxtaposés et qui tiennent par la seule vertu de leur forme merveilleuse, ce qui, bien entendu, est chargé d’introduire à l’idée d’une nature plus facile.“

     

     

     

     

    barthes1
    Roland Barthes (12 november 1915 – 25 maart 1980)



     

    12-11-2008 om 20:16 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hans Werner Richter, Juana Inés de la Cruz, Michael Ende, Oskar Panizza, Jacobus Bellamy

    De Duitse dichter en schrijver Hans Werner Richter werd geboren op 12 november 1908 in Bansin op het eiland Usedom. Zie ook mijn blog van 12 november 2006.

     xml:namespace prefix = o />

    Uit: Hans Prescher, Künste im Aufbruch

     

    „Aus der US-Kriegsgefangenschaft ließ sich Hans Werner Richter, gelernter Buchhändler und wie Koeppen aus Pommern stammend, nach München entlassen. Er gab dort zusammen mit Alfred Andersch 1946/47 die legendäre Zeitschrift »Der Ruf« heraus, die der US-Besatzungsmacht wegen ihrer kritischen Haltung so mißfi el, daß die beiden Herausgeber gefeuert wurden und Erich Kuby die Nachfolge antrat. Mit »Ruf«-Mitarbeitern initiierte Richter die »Gruppe 47«, zu deren Treffen er Schriftsteller an wechselnde Orte zu Lesungen einlud – nie aber nach München.

    Als Mentor und Moderator der Gruppe verband er laut Heinrich Böll »die Strenge des Vaters mit der Güte der Mutter«. Richter hat mit der Gruppe 47 einem Gutteil der westdeutschen Literatur nach 1945 auf den Weg geholfen. Durch die Auszeichnung mit dem Preis der Gruppe fanden zwischen 1951 und 1955 Autoren wie Günter Eich, Heinrich Böll, Ilse Aichinger, Ingeborg Bachmann und Martin Walser erstmals breitere Beachtung. Die 50er Jahre galten als die große Zeit der Gruppe, später entwickelte sie sich mehr zu einer »Literaturbörse«, wie Günter Herberger kritisierte, auf der »sich auch Kritiker eitel selbst darstellten«. Marcel Reich-Ranicki urteilte, trotz einer ganzen Anzahl eigener Buchveröffentlichungen Richters bleibe die Gruppe 47 dessen »Hauptwerk«.

    Richters Bücher sind durch ihre Themen wie durch ihren literarisch wenig ambitionierten, eher journalistischen Stil primär von zeitgeschichtlichem Interesse. »Die Politik interessierte ihn mehr als die Literatur«, so Reich-Ranicki. Richters 1949 erschienener, stark beachteter Roman »Die Geschlagenen« basiert auf eigenen Erfahrungen und erzählt in nüchternem Realismus von einem wenig nazibegeisterten Obergefreiten, der mörderische Kämpfe um Monte Cassino überlebt und später den Schikanen führergläubiger Vorgesetzter im US-Kriegsgefangenenlager ausgesetzt ist. Mit diesem in mehrere Sprachen übersetzten, von Friedrich Sieburg »das bisher beste Kriegsbuch« genannten Roman begann Richters Zusammenarbeit mit dem Münchner Verleger Kurt Desch, der auch seine nächsten Bücher herausbrachte.

    Der dokumentarische Roman »Sie fi elen aus Gottes Hand«, der 1951 folgte, zeichnet eindringlich das Los von einem Dutzend Vertriebener und Entwurzelter nach, Strandgut aus dem Untergang des »Dritten Reichs«. Sie alle, ob Polen oder Spanier, Russen oder Letten, hatten sich anzupassen gesucht, um zu überleben. »Wir wählten stets das kleinere Übel und enden im großen«, sagt einer der Männer, ein anderer fügt hinzu: »Man läuft von einer Seite zur anderen, und immer ist man auf der falschen Seite.«

     

     

     

    Richter
    Hans Werner Richter (12 november 1908 – 23 maart 1993)

     

     

     

     

     

     

    De Mexicaanse dichteres en moniaal. Juana Inés de la Cruz de Asbaje y Ramírez, ook bekend als Sor Juana, werd geboren in San Miguel Nepantla op 12 november 1648 of 1651. Zie ook mijn blog van 12 november 2006.

     

    Vol Liefde

     

    Vol liefde zoek ik wie mij wreed ontvlucht

    en wreed ontvlucht ik wie mij volgt vol liefde;

    ik blijf vol liefde trouw aan wie mij griefde,

    ik grief wie naar mijn liefde trouw verzucht.

     

    Voor mijn geliefde ben ik louter lucht,

    en hij is louter lucht voor zijn geliefde,

    beducht bekijk ik wie mijn hart doorkliefde,

    en ik doorklief het hart van wie mij ducht.

     

    Als ik hem loon, verlies ik mijn verlangen;

    als ik hem bid, krenk ik mijn eer als bruid;

    zo moet ik tussen beiden blijven hangen.

     

    Wat kies ik mij als doel in ’t leven uit?

    liever door wie ik niet bemin gevangen

    dan van hem die me niet bemint de buit.

     

     

     

    Sor_Juana_Ines_de_la_Cruz_GTC
    Juana Inés de la Cruz (12 november 1648 of 1651 - 17 april 1695)

     

     

     

     

    De Duitse schrijver Michael Ende werd geboren in Garmisch-Partenkirchen op 12 november 1929. Hij was de enige zoon van Edgar Ende, een surrealistische schilder, wie het schilderen later verboden werd door de Nazi's. Op zijn zesde verhuisde hij naar München, waar hij het gymnasium volgde. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog dook hij onder om aan de dienstplicht te ontsnappen. Na de oorlog voltooide hij zijn opleiding en ging studeren aan de kleinkunstacademie. Via baantjes als acteur en radiopresentator werd Michael Ende uiteindelijk auteur. Hij schreef proza, toneelstukken, liedjes, filmscripts en kritieken. Sommige werken van Ende dragen het stempel van zijn antroposofisch wereldbeeld, zoals De Toverdrank en Momo. Hij begon met het het schrijven van kinderboeken door toedoen van een vriend, die hem vroeg de tekst te schrijven bij een boek dat deze illustreerde. Zo kwam het eerste kinderboek van Michael Ende tot stand: Jim Knoop en Lucas de machinist (1960).

    In 1971 verhuisde Ende met zijn vrouw naar Italië, en keerde pas in 1985, na haar dood, terug. In 1989 trouwde hij met de Japanse vertaalster van Het oneindige verhaal. Momo en Het oneindige verhaal werden ook verfilmd.

     

    Uit: Momo

     

    »Ja, mach, daß du wegkommst!« rief Nino ihm nach.»Du hättest erst gar nicht zu kommen brauchen. Ichversöhne mich doch nicht mit einem Verbrecher!«Nicola fuhr herum. Sein Gesicht war puterrot vor Zorn.»Wer ist hier ein Verbrecher?« fragte er drohend undkam wieder zurück.»Sag das noch mal!«»Sooft du nur willst!« schrie Nino. »Du glaubst wohl,weil du stark und brutal bist, wagt niemand, dir die Wahrheit ins Gesicht zu sagen? Aber ich, ich sage siedir und allen, die sie hören wollen! Ja, nur zu, kommdoch her und bring mich um, wie du es schon mal tunwolltest!«»Hätt' ich's nur getan!« brüllte Nicola und ballte dieFäuste. »Aber da siehst du, Momo, wie er lügt undverleumdet! Ich hab' ihn nur beim Kragen genommenund in die Spülwasserpfütze hinter seiner Spelunkegeschmissen. Da drin kann nicht mal eine Ratteersaufen.« Und wieder zu Nino gewandt, schrie er:»Leider lebst du ja auch noch, wie man sieht! «Eine Zeitlang gingen die wildesten Beschimpfungenhin und her und Momo konnte nicht schlau darauswerden, worum es überhaupt ging und weshalb diebeiden so erbittert aufeinander waren. Aber nach undnach kam heraus, daß Nicola diese Schandtat nurbegangen hatte, weil Nino ihm zuvor in Gegenwarteiniger Gäste eine Ohrfeige gegeben hatte. Dem warallerdings wieder vorausgegangen, daß Nicola versuchthatte, Ninos ganzes Geschirr zu zertrümmern.»Ist ja überhaupt nicht wahr!« verteidigte sich Nicolaerbittert. »Einen einzigen Krug hab' ich an die Wandgeschmissen, und der hatte sowieso schon einenSprung!« »Aber es war mein Krug, verstehst du?«erwiderte Nino. »Und überhaupt hast du kein Recht zuso was!« Nicola war durchaus der Ansicht, in gutemRecht gehandelt zu haben, denn Nino hatte ihn inseiner Ehre als Maurer gekränkt.»Weißt du, was er über mich gesagt hat?« rief erMomo zu. »Er hat gesagt, ich könne keine geradeMauer bauen, weil ich Tag und Nacht betrunken sei.Und sogar mein Urgroßvater wäre schon so gewesen,und er hätte am Schiefen Turm von Pisa mitgebaut!«

    »Aber Nicola«, antwortete Nino, »das war doch nurSpaß!«»Ein schöner Spaß!« grollte Nicola. »Über so waskann ich nicht lachen. «Es stellte sich jedoch heraus, daß Nino damit nur einenanderen Spaß Nicolas zurückgezahlt hatte. EinesMorgens hatte nämlich in knallroten Buchstaben aufNinos Tür gestanden: »Wer nichts wird, wird Wirt«.Und das fand wiederum Nino gar nicht komisch.Nun stritten sie eine Weile todernst, welcher von denbeiden Späßen der bessere gewesen sei und redetensich wieder in Zorn. Aber plötzlich brachen sie ab.Momo schaute sie groß an, und keiner der beidenkonnte ihren Blick so recht deuten. Machte sie sich imInneren lustig über sie? Oder war sie traurig? IhrGesicht verriet es nicht.“

     

     

     

    Ende
    Michael Ende (12 november 1929 – 28 augustus 1995)

     

     

     

     

     

    De Duitse schrijver en satiricus Oskar Panizza werd geboren op 12 november 1853 in Kissingen. In zijn geschriften viel hij de Wilhelmijnse overheidsstaat aan en leverde hij kritiek op de katholieke kerk, sexuele taboes en de burgerlijke moraal. Als literaire individualist neemt hij een uitzonderingspositie in de Duitse literatuurgeschiedenis in. Panizzas hoofdwerk is het in 1894 verschenen satirische drama Das Liebeskonzil. Zijn bizarre verhalen, waarin hij realisme en fantasie combineerde, zijn evenees van belang.

     

    Uit: Das Liebeskonzil

     

    Der Himmel; ein Thronsaal; drei Engel in schwanenweissen federdaunartigen Anzügen mit enganliegenden, durch Schleifen gehaltenen Kniehosen, Wadenstrümpfen, kurzen Amorettenflügeln, weissgepuderten, kurzgeschnittenen Haaren, weissen Atlasschuhen; sie haben Flederwische in der Hand zum Abstauben.

    Erster Engel. Heut steht ER wieder spät auf.

    Zweiter Engel. Seid froh! Dieses Gehust', dieses wasserblaue Geglotz', dieses Schleimfliessen, Fluchen, Spucken den ganzen Tag - man kommt zu keinem gesunden Augenblick.

    Dritter Engel. Ja, es ist merkwürdig da heroben!

    Erster Engel. A propos! Ist der Thron festgemacht?

    Zweiter Engel. Ja, um Gottes willen! Ist der Thron festgemacht? Er wackelte gestern.

    Dritter Engel. Wer wackelte gestern?

    Erster Engel. Der Thron, dummes Gänschen!

    Dritter Engelverwundert. Der Thron? - Warum wackelt der Thron?

    Erster Engel. Enfin, er wackelt eben.

    Dritter Engel. Wie? Wackelt denn hier heroben überhaupt etwas?

    Ersterundzweiter Engellaut auflachend. Ha, ha, ha, ha! -

    Dritter Engelimmer ernster und erstaunter. Ja, warum wackelt der heilige Thron?

    Erster Engelenergisch. Dummes Gänschen! Weil hier sowieso alles aus dem Leim geht und lidschäftig wird, Götter und Möbel, Fransen und Tapeten.

    Dritter Engelinnerlich erbebend. Gott, wenn das meine Mutter wüsste!

    Zweiter Engelstirnrunzelnd und höhnisch. Deine Mutter? - Was willst du denn mit deiner Mutter, Fratz?

    Dritter Engel. Ach, sie liess doch heute die sechzigste Seelenmesse für mich lesen!

    Ersterundzweiter Engelmit wachsender Verwunderung. Für dich?! -Beide laut auflachend. Ja, wie alt bist denn du?

    Dritter Engelsich besinnend und dann mit Pathos zitierend. »Vor Gott sind tausend Jahre wie ein Tag, und ein Tag wie tausend Jahre!«

    Ersterundzweiter Engelihr abwinkend und sie zur Räson bringend; sehr breit. Ja, ja, ja, - is schon recht; das wissen wir schon! - Aber wie alt warst du denn drunten?

    Dritter Engelkindlich. Knapp vierzehn Jahre!

    Erster Engellachend. Und da brauchst du Seelenmessen?

    Dritter Engelzaghaft. Ach, ihr wisst ja nicht, ich bin ja gestorben!

    Ersterundzweiter Engelnoch lauter lachend. Ha, ha, ha! Hi, hi! - No, natürlich, sonst wärst du ja nicht hier! -

    Dritter Engelmit unverrückbarem Ernst. Ach, ihr wisst ja nicht, ich bin ja in Sünden gestorben!

     

     

     

     

    Panizza2
    Oskar Panizza (12 november 1853 – 28 september 1921)

     

     

     

     

     

    De Nederlandse dichter Jacobus Bellamy werd geboren in Vlissingen op 12 november 1757. Aan het einde van 1781, na 2 jaar privélessen van rector Didericus van Cruysselbergen, werd Jacobus toegelaten op de universiteit van Utrecht. In Utrecht wist hij in 1782 zijn eerste dichtbundel te laten uitgeven onder de titel Gezanger mijner jeugd. In 1784 werd Bellamy redacteur van letterkundig tijdschrift, Proeven voor het verstand, den smaak en het hart. Het tijdschrift was een initiatief van zijn vriend dominee Willem Anthony Ockerse. In de tweede uitgave van dit blad plaatste hij een aantal gedichten waaronder zijn bekende vertelling "Roosje".

     

     

    Het gebrek in Chloris

     

    Natuur gaf aan mijn Chloris

    Haar allerschoonste gaven.

    Zij gaf haar schone leden,

    Zij gaf haar tintelende oogjes,

    En blosjes op de wangen,

    Zij gaf haar, trots der mannen,

    Een vlug vernuft, en oordeel.

    In ’t kort, zij gaf haar alles,

    Wat maagden kan versieren.

    Maar jammer is ‘t – zij weet het

     

     

     

     

     

    jacobus_bellamy
    Jacobus Bellamy (12 november 1757 - 11 maart 1786)



     

    12-11-2008 om 00:00 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    11-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Andreas Reimann, Luigi Malerba, Noah Gordon, Louis de Bougainville, Christina Guirlande

    De Duitse dichter, schrijver en graficus Andreas Reimann werd geboren in Leipzig op 11 november 1946. Nadat zijn vader in 1953 naar West-Berlijn was gevlucht en zijn moeder zelfmoord had geplegd kwam hij in een kindertehuis. Vanaf 1956 woonde hij bij zijn grootmoeder in Leipzig. Hij volgde een opleiding tot drukker en begon in 1965 aan een studie literatuur aan het Institut für Literatur »Johannes R. Becher«. Wegens zijn afwijzende houding tegenover de cultuurpolitiek van de DDR werd hij daarvan weer uitgesloten. Hij moest in dienst en werd daarvan vervolgens na een zelfmoordpoging weer vrijgesteld. Vanaf toen werkte hij als zelfstandig schrijver en lector. In 1968 werd hij veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens opruiing tegen de staat. Hij ging werken in de transport sector, in een brouwerij en als boehouder. Twee bundels verschenen van hem in de jaren zeventig en daarna niets meer tot 1989.

     

     

    Vor der Reise

     

    Ich hab gepackt, und mich das reisefieber.

    Verlorn sind hopfen da und baldrian...

    wer gerne hier ist, wär woanders lieber:

    ward nicht der kiesel, den wir übersahn

    auf unserm pfad, uns stets zum stolperstein?

    Doch wo die flüsse scheinbar südwärts fließen,

    erblick ich ihn und hör verzückt mich schrein:

    Oh, heb ihn auf! Nimm diesen mit! Und diesen!

     

    Die sterne, hier: nur apfelsinenkerne...

    Und früchte dort, wo hinter widernissen

    der himmel groß ist: wie uns zugewandt.

     

    Ja, reisen: jetzt! Mir bangt nicht vor der ferne. –

     

    Ich fürchte nur: Ich werd vielleicht vermissen

    nach meiner heimkehr das gesehne land...

     

     

     

     

    Die umwege der augen

     

    Den einen zu lieben ist schön. – Aber, ach:

    es laufen die augen den anderen nach,

    den breiteren schultern, vollendeter rund.

    Den strengeren lippen, dem weicheren mund.

    Dem längeren haar, dem geschorenen pelz.

    Dem wankenden rohr, dem gestandenen fels.

    Den nachtbrunnen-augen, den blicken wie zinn.

    Dem sanftren profil, dem entschiedneren kinn.

    Den mai-boys, bekleidet nur andeutungsweis.

    Den müden athleten, besprenkelt mit schweiß.

    Dem lüsternen, lauernden, zockenden typ.

    Dem in-sich-versunknen ich-habe-mich-lieb.

    Dem hochmütig-fremden, der kostbar sich dünkt.

    Dem, der mich er-männlicht. Dem, der mich verjüngt.

    Den hintern wie früchte, verschieden und prall...:

     

    Dem einzigen stern und dem gänzlichen all

    gehn nach keine augen, kehrn wieder und gehen.

     

    Aber den einen zu lieben, ist schön.

     

     

     

     

     

    Andreas_Reimann
    Andreas Reimann (Leipzig, 11 november 1946)

     

     

     

     

     

     

    De Italiaanse schrijver Luigi Malerba werd geboren op 11 november 1927 in Berceto. Hij studeerde rechten en had ook jarenlang een reclamebureau. Samen met Umberto Eco richtte hij de literaire Gruppo 63 op. Malerba begon als schrijver van draaiboeken, In zijn novellen en verhalen ontwikkelde hij een satirisch-groteske stijl. Thema’s van hem waren macht, corruptie, schijn en werkelijkheid.

     

    Uit: La scoperta dell’alfabeto (Discovering the alphabet, vertaald door Anamaría Crowe Serrano)

     

    “In the evening Ambanelli would stop working and go sit in front of the house with the owner’s son because he wanted to learn to read and write.

    “Let’s start with the alphabet”, said the boy who was eleven years old.

    “Let’s start with the alphabet”.

    “First you have A”.

    “A”, said Ambanelli patiently.

    “Then B”.

    “Why does one come first and then the next one?” asked Ambanelli.

    The owner’s son didn’t know why.

    “They just put them in that order, but you can use them in whatever order you want”.

    “I don’t understand why they put them in that order”, said Ambanelli.

    “It’s easier”, replied the boy.

    “I’d like to know whose job this was”.

    “That’s how the alphabet is”.

    “It doesn’t mean, then”, said Ambanelli, “that if I say B comes first and then A, anything changes?”

    “No”, said the young lad.

    “Right. Keep going, so”.

    “Then you have C which you can pronounce in two different ways”.

    “Whoever made this up must have had nothing better to do with his time”.

    The boy didn’t know what to say to this.

    “I want to learn to sign my name”, said Ambanelli, “I don’t want to write a cross whenever I have to sign a letter”.

    The boy took the pencil and a piece of paper and wrote “Ambanelli Federico”, then showed the page to the peasant.

    “This is your name”.

    “Right. Let’s start from the beginning, so, with my name”.

    “First you have A”, said the owner’s son, “then M”.

    “You see?” said Ambanelli, “now we’re getting somewhere”.

    “Then you have B and then A again”.

    “Same as the first one?” asked the peasant.

    “Exactly the same”.

    The boy was writing one letter at a time and then he went over it with the pencil guiding the peasant’s hand with his own.

    Ambanelli kept wanting to skip the second A which to his mind served no purpose, but after a month he had learnt to write his name and in the evenings he would write it in the ashes in the hearth so as not to forget it.

    When the people came to collect the grain and they asked him to sign the docket, Ambanelli licked the tip of the indelible pencil and wrote his name. The page was too narrow and his signature too long, but the people from the lorry were happy with “Amban” and maybe because of that from then on many took to calling him Amban, even though little by little he learnt to sign his name smaller and could make it fit in full on the collection dockets.

     

     

     

     

    Malherbe
    Luigi Malerba (11 november 1927 – 8 mei 2008)

     

     

     

     

     

    De Amerikaanse schrijver Noah Gordon werd geboren op 11 november 1926 in Worcester, Massachusetts. Hij studeerde journalistiek en Engelse taal aan de Boston University en werkte daarna lange tijd bij de Boston Herald. Nadat hij verschillende verhalen had gepubliceerd kwam in 1965 het grote succes met zijn eerste roman The Rabbi. Ook succesvol zijn de romans rond de familie van medici Cole, The Physician,  Shaman en Matters Of Choice.

     

    Uit: Der Katalane (The Bodega, vertaald door Klaus Berr)

     

    Er hatte gerade einen neuen Haufen in Brand gesetzt, und als er den Kopf hob, sah er Léon Mendès quer durch den Weinberg auf sich zukommen, ohne mit einem der vier anderen Arbeiter ein Wort zu wechseln.

    »Monsieur«, sagte er respektvoll, als Mendès dann vor ihm stand.

    »Senyor.« Es war ein kleiner Witz zwischen den bei­den, dass der Besitzer Josep ansprach, als wäre er der Be­sitzer und nicht der Arbeiter, aber Mendès lächelte nicht. Er war, wie immer, höflich, aber direkt. »Ich habe heute Morgen mit Henri Fontaine gesprochen, der erst kürz­lich aus Katalonien zurückgekehrt ist. Josep, ich habe eine schlechte Nachricht. Dein Vater ist tot.«

    Josep fühlte sich, als wäre ein Knüppel auf ihn nieder­gesaust, und brachte kein Wort heraus. Mein Vater? Wie kann mein Vater tot sein? Schließlich fragte er einfältig: »Was war die Ursache?«

    Mendès schüttelte den Kopf. »Henri hat nur gehört, dass er Ende August gestorben ist. Mehr weiß er nicht.«

    »Dann muss ich nach Spanien zurück, Monsieur.«

    »Aber ist es da auch ... sicher für dich?«, fragte Mendès sanft.

    »Ich glaube schon, Monsieur. Ich denke schon lange über eine Rückkehr nach. Ich danke Ihnen für Ihre Freundlichkeit. Dass Sie mich aufgenommen haben. Und mich so vieles gelehrt haben.«

    Mendès zuckte die Achseln. »Das ist doch nichts. Beim Wein hört man nie auf zu lernen. Den Tod deines Vaters bedaure ich sehr, Josep. Ich meine mich zu erin­nern, dass du noch einen älteren Bruder hast. Ist das nicht so?«

    »Ja. Donat.«

    »Wo du herkommst, erbt da der Älteste? Wird Donat den Weinberg deines Vaters bekommen?«

    »Wo ich herkomme, ist es der Brauch, dass der älteste Sohn zwei Drittel erbt und alle jüngeren Söhne sich den Rest teilen und eine Arbeit erhalten, die ihnen den Lebens unterhalt sichert. Aber in unserer Familie ist es der Brauch – weil wir so wenig Land besitzen –, dass alles an den ältesten Sohn geht. Mein Vater hatte mir immer zu verstehen gegeben, dass meine Zukunft in der Armee oder in der Kirche liegen würde ... Leider eigne ich mich für beides nicht.«

     

     

     

     

    Noah_Gordon
    Noah Gordon (Worcester, 11 november 1926)

     

     

     

     

     

    De Franse schrijver, ontdekkingsreiziger, wereldreiziger en militair Louis Antoine de Bougainville werd geboren in Parijs op 11 november 1729. Bougainville begon zijn reis door de wereld in 1766. In januari 1768 voer hij door de Straat Magellaan. In 1769 naderde hij Australië, maar hij durfde Groot Barrièrerif niet over te steken.In 1771 verscheen zijn uitvoerige reisverslag Voyage autour du monde par la frégate du roi La Boudeuse et la flûte L'Étoile. Als bekende persoonlijkheid en geheel in de geest van de Verlichting hielp hij met zijn geïdealiseerde beeld van de eilandbewoners in de Zuidzee als edele wilden de theorie van Jean-Jacques Rousseau aan een nog grotere populariteit.

     

    Uit: Voyage autour du monde

     

    « Dès que nous fûmes mouillés, je fis mettre à la mer un de mes canots et un de l’Étoile. Nous nous y embarquâmes au nombre de dix officiers armés chacun de nos fusils, et nous allâmes descendre au fond de la baie, avec la précaution de faire tenir nos canots à flot et les équipages dedans. À peine avions-nous pied à terre que nous vîmes venir à nous six Américains à cheval et au grand galop. Ils descendirent de cheval à cinquante pas et sur-le-champ accoururent au-devant de nous en criant chaoua. En nous joignant, ils tendaient les mains et les appuyaient contre les nôtres. Ils nous serraient ensuite entre leurs bras, répétant à tue-tête chaoua, chaoua, que nous répétions comme eux. Ces bonnes gens parurent très joyeux de notre arrivée. Deux des leurs, qui tremblaient en venant à nous, ne furent pas longtemps sans se rassurer. Après beaucoup de caresses réciproques, nous fîmes apporter de nos canots des galettes et un peu de pain frais que nous leur distribuâmes et qu’ils mangèrent avec avidité. À chaque instant leur nombre augmentait ; bientôt il s’en ramassa une trentaine parmi lesquels il y avait quelques jeunes gens et un enfant de huit à dix ans. Tous vinrent à nous avec confiance et nous firent les mêmes caresses que les premiers. Ils ne paraissaient point étonnés de nous voir et, en imitant avec la voix le bruit de nos fusils, ils nous faisaient entendre que ces armes leur étaient connues. Ils paraissaient attentifs à faire ce qui pouvait nous plaire. M. de Commerson et quelques-uns de nos messieurs s’occupaient à ramasser des plantes ; plusieurs Patagons se mirent aussi à en chercher, et ils apportaient les espèces qu’ils nous voyaient prendre. L’un d’eux, apercevant le chevalier du Bouchage dans cette occupation, lui vint montrer un œil auquel il avait un mal fort apparent et lui demander par signe de lui indiquer une plante qui le pût guérir. Ils ont donc une idée et un usage de cette médecine qui connaît les simples et les applique à la guérison des hommes. C’était celle de Macaon, le médecin des dieux, et on trouverait plusieurs Macaon chez les sauvages du Canada. […]”

     

     

     

     

    bougainville
    Louis de Bougainville (11 november 1729 - 20 augustus 1811)

     

     

     

     

     

    De Belgische schrijfster Christina Guirlande werd als Godelieve De Beule geboren te Moerzeke bij Dendermonde op 11 november 1938. Zie ook mijn blog van 11 september 2006.

     

     

    De Verlatene

     

    Bij het achtste lied "La Delaïssado" uit de "Chants d'Auvergne" van J. Canteloube

    (1879-1957)

     

    Misschien eindigt wel alles

    met het vuur van een vulkaan,

    het monotoon uitgestorte groen

    dat geen vermoeden heeft

    van schaduw of van bomen.

     

    Hoe ver ik kijk

    nadat de slaap mij weer

    het dal heeft ingegooid

    spreiden de uren

    hun tentakels uit.

    Ik ben hun dagelijkse bruid

    en zing alleen

    met binnensmondse woorden.

    Ik leg mezelf verloren

    een klaaglied in de wind

    als was ik tweemaal kind.

    Dat ik je mis

    kom je wel nooit te horen.

     

    Alleen de echo op de helling

    roept mij na

    van verre herders uit de land

    Arcadia.

     

     

     

     

    Guirlande

    Christina Guirlande (Moerzeke, 11 november 1938)



     

    11-11-2008 om 20:38 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Kurt Vonnegut, Nilgün Yerli

    De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 11 september 2006 en ook mijn blog van 11 november 2007.

     

     

    ins lesebuch für die oberstufe

     

    lies keine oden, mein sohn, lies die fahrpläne:

    sie sind genauer. roll die seekarten auf,

    eh es zu spät ist. sei wachsam, sing nicht.

    der tag kommt, wo sie wieder listen ans tor

    schlagen und malen den neinsagern auf die brust

    zinken. lern unerkannt gehn, lern mehr als ich:

    das viertel wechseln, den pass, das gesicht.

    versteh dich auf den kleinen verrat,

    die tägliche schmutzige rettung. nützlich

    sind die enzykliken zum feueranzünden,

    die manifeste: butter einzuwickeln und salz

    für die wehrlosen. wut und geduld sind nötig,

    in die lungen der macht zu blasen

    den feinen tödlichen staub, gemahlen

    von denen, die viel gelernt haben,

    die genau sind, von dir.

     

     

     

     

    Privilegierte Tatbestände

     

    Es ist verboten, Personen in Brand zu stecken.

    Es ist verboten, Personen in Brand zu stecken, die im Besitz

    einer gültigen Aufenthaltsgenehmigung sind.

    Es ist verboten, Personen in Brand zu stecken, die sich an

    die gesetzlichen Bestimmungen halten und im Besitz

    einer gültigen Aufenthaltsgenehmigung sind.

    Es ist verboten, Personen in Brand zu stecken, von denen

    nicht zu erwarten ist, daß sie den Bestand und die

    Sicherheit der Bundesrepublik Deutschland gefährden.

    Es ist verboten, Personen in Brand zu stecken, soweit sie

    nicht durch ihr Verhalten dazu Anlaß geben.

    Es ist insbesondere auch Jugendlichen, die angesichts

    mangelnder Freizeitangebote und in Unkenntnis der

    einschlägigen Bestimmungen sowie aufgrund von

    Orientierungsschwierigkeiten psychisch gefährdet sind,

    nicht gestattet, Personen ohne Ansehen der Person in

    Brand zu stecken.

    Es ist mit Rücksicht auf das Ansehen der Bundesrepublik

    Deutschland im Ausland dringend davon abzuraten.

    Es gehört sich nicht. Es ist nicht üblich.

    Es sollte nicht zur Regel werden.

    Es muß nicht sein.

    Niemand ist dazu verpflichtet.

    Es darf niemandem zum Vorwurf gemacht werden, wenn

    er es unterläßt, Personen in Brand zu stecken.

    Jedermann genießt ein Grundrecht auf Verweigerung.

    Entsprechende Anträge sind an das zuständige

    Ordnungsamt zu richten.

     

     

     

    Nota bene. Wer diesen Text in eine andere Sprache überträgt, wird gebeten, an Stelle der Bundesrepublik Deutschland versuchsweise die offizielle Bezeichnung seines eigenen Landes einzusetzen. Diese Fußnote sollte auch in der Übersetzung stehenbleiben. (HME)

     

     

     

     

     

    Enzensberger
    Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren,11 november 1929)

     

     

     

     

     

    De Roemeense dichter en schrijver Mircea Dinescu werd geboren op 11 november 1950 in Slobozia. Zie ook mijn blog van 11 september 2006.

     

     

    EXILE

    As the potato flowers are in bloom
    You take the road which ever us do part?
    Now that the sky is grey and overcast
    And tears confound the country and the doom?

    The grief will be for you the new abode
    Perhaps a warmer grave and newer ethos
    We shall unearth those emerald potatoes
    Those precious stones dug out from where we hoed.

    What kind of God preserved in secret heavens
    May still be glad to gather our bones
    With you, with us we cry on our tombs
    With you with us a story ends in ruins.

     

     



     

    “THE METAPHYSICAL CAT”

    You catch that cat, shouted the Regent,
    For it the Law can’t be so linient,
    The foreign cat which does not give a dime
    The Balkan cat, illegal and supine
    Politically incorrect feline -
    The hungry Balkan cat!
    The metaphysics cat in search of trysts
    Congenitally anti-communist
    Consumerist who never tried alone
    To strip a salmon fillet off the bone
    Who never listened to the BBC
    Who never went to Harrods for a spree.
    How come that we inherited such cat?
    Maybe from sermons of Adam Bhayat?
    Or was it from some petty bourgeois gal
    As surely not from the Neanderthal?
    For Goodness’ sake do something with that cat!
    Do kill it with a stroke of cricket bat
    The Government will surely not complain
    So long as it will not affect its gain
    The bad-luck, idle cat and poor achiever
    Which purrs and purrs whilst you all slog like beaver
    Its languid manner shows its true disdain…
    You Celtic ancestors, in overalls,
    Do come and rescue us, heed our calls!

     

     

     

     

    Vertaald door  Constantin Roman

     

     

     

     

    mircea-dinescu
    Mircea Dinescu (
    Slobozia, 11 november 1950)  

     

     

     

     

     

     

    De Panamese dichter en schrijver Carlos Fuentes Macías werd geboren op 11 november 1928 in Panama-Stad. Zie ook mijn blog van 11 september 2006.

     

    Uit: The Years with Laura Diaz

     

    „I KNEW THE STORY. What I didn't know was the truth. In a way, my very presence was a lie. I came to Detroit to begin a television documentary on the Mexican muralists in the United States. Secretly, I was more interested in capturing the decay of a great city -- the first capital of the automobile, no less, the place where Henry Ford inaugurated mass production of the machine that governs our lives more than any government.

     

    One proof of the city's power, we're told, is that in 1932 it invited the Mexican artist Diego Rivera to decorate the walls of the Detroit Institute of Arts. And now, in 1999, I was here -- officially, of course -- to make a TV series on this and other Mexican murals in the United States. I would begin with Rivera in Detroit, then move on to Orozco at Dartmouth and in California, and then to a mysterious Siqueiros in Los Angeles, which I was instructed to find, as well as lost works by Rivera himself: the mural in Rockefeller Center, obliterated because Lenin and Marx appeared in it; and other large panels which had also disappeared.

     

    This was the job I was assigned. I insisted on beginning in Detroit for one reason. I wanted to photograph the ruin of a great industrial center as a worthy epitaph for our terrible twentieth century. I wasn't moved either by the moral in the warning or by any apocalyptic taste for misery and deformity, not even by simple humanitarianism. I'm a photographer, but I'm neither the marvelous Sebastiao Salgado nor the fearsome Diane Arbus. I'd prefer, if I were a painter, the problem-free clarity of an Ingres or the interior torture of a Bacon. I tried painting. I failed. I got nothing out of it. I told myself that the camera is the paintbrush of our age, so here I am, contracted to do one thing but present -- with a presentiment, maybe -- to do something else very different.“

     

     

     

     

    Fuentes
    Carlos Fuentes (Panama-Stad, 11 november 1928)

     

     

     

     

     

    De Amerikaanse schrijver en schilder Kurt Vonnegut werd op 11 november 1922 geboren in Indianapolis. Zie ook mijn blog van 11 september 2006.

     

    Uit: Cat's Cradle

     

    The Day the World Ended

     

    Call me Jonah. My parents did, or nearly did. They called me John.

    Jonah--John--if I had been a Sam, I would have been Jonah still--not because I have been unlucky for others, but because somebody or something has compelled me to be certain places at certain times, without fail. Conveyances and motives, both conventional and bizarre, have been provided. And, according to plan, at each appointed second, at each appointed place this Jonah was there.

    Listen:

    When I was a younger man--two wives ago, 250,000 cigarettes ago, 3,000 quarts of booze ago . . .

    When I was a much younger man, I began to collect material for a book to be called The Day the World Ended.

    The book was to be factual.

    The book was to be an account of what important Americans had done on the day when the first atomic bomb was dropped on Hiroshima, Japan.

    It was to be a Christian book. I was a Christian then.

    I am a Bokononist now.

    I would have been a Bokononist then, if there had been anyone to teach me the bittersweet lies of Bokonon. But Bokononism was unknown beyond the gravel beaches and coral knives that ring this little island in the Caribbean Sea, the Republic of San Lorenzo.

    We Bokononists believe that humanity is organized into teams, teams that do God's Will without ever discovering what they are doing. Such a team is called a karass by Bokonon, and the instrument, the kan-kan, that bought me into my own particular karass was the book I never finished, the book to be called The Day the World Ended.

     

     

    Chapter Two

     

    Nice, Nice, Very Nice

    "If you find your life tangled up with somebody else's life for no very logical reasons," writes Bokonon, "that person may be a member of your karass."

    At another point in The Books of Bokonon he tells us, "Man created the checkerboard; God created the karass." By that he means that a karass ignores national, institutional, occupational, familial, and class boundaries.

    It is as free-form as an amoeba.

    In his "Fifty-third Calypso," Bokonon invites us to sing along with him:

    Oh, a sleeping drunkard

    Up in Central Park,

    And a lion-hunter

    In the jungle dark,

    And a Chinese dentist,

    And a British queen--

    All fit together

    In the same machine.

    Nice, nice, very nice;

    Nice, nice, very nice;

    Nice, nice very nice--

    So many different people

    In the same device.

     

     

     

     

     

    vonnegut_nar
    Kurt Vonnegut (11 november 1922 – 11 april 2007)

     

     

     

     

     

    De Turks-Nederlandse schrijfster Nilgün Yerli werd op 11 november 1969 geboren in Kirsehir,Turkije. Op haar tiende verhuisde ze met haar ouders naar Nederland. Ze groeide op in het Friese plaatsje Steenwijkerwold. Haar ouders keerden terug naar Turkije toen Yerli vijftien jaar was. Ze verhuisde naar Haarlem, waar ze de HEAO ging volgen, en voorzag in haar onderhoud met verschillende bijbaantjes. Met een vriendin begon ze het duo Turkish Delight. In 2000 stond Yerli met haar soloprogramma 'Wat zeg ik?' in het theater en in 2001 met de show 'Vreemde vreemdgangers'. In de afgelopen twee jaar verloor Nilgün Yerli haar vader en vond ze haar levenspartner. Ze had onder andere een column in Het Parool. Bundelingen hiervan zijn uitgegeven onder de titels 'Turkse Troel' en 'Acht jaargetijden'. De biografische roman 'De garnalenpelster' uit 2001 was een verkoopsucces.

     

     

    Uit: De garnalenpelster

     

    „Mijn eerste schooldag in Nederland zal ik nooit vergeten. (..) Ik werd voorgesteld aan de leraar. Ik mocht meteen plaatsnemen en met de les meedoen. Ik dacht even dat ik geluk had omdat het tekenles was, maar toen wist ik nog niet hoe moeilijk communicatie kon zijn. Ik kreeg houtskool in mijn handen en moest daarmee tekenen. Tekenen met houtskool kenden we in Turkije ook.

    Ik begon heftig dat A-viertje in te kleuren. Ik zie nu nog de blik van die leraar voor me. Hij zie: nee, nee nee, Nou, dat woord kende ik al, dus ik begreep wat hij bedoelde, maar hoe moest ik hem uitleggen wat ik bedoelde? Ik pakte mijn gum en liet hem zien. Hij dacht waarschijnlijk dat ik alles wilde uitgummen en gaf me een nieuw vel wit papier. Ik begon weer heftig te kleuren, en hij werd boos. Ik wilde hem alleen maar mijn techniek laten zien, maar slaagde daar niet in, hij gaf me weer een nieuw vel papier. Ik dacht als ik weer ga kleuren dan wordt hij vast nog bozer en dan zit ik niet met de gebakken maar aangebakken peren. Die techniek die ik in Turkije had geleerd was eerst het tekenpapier volledig zwart maken met houtskool en vervolgens met een gummetje figuurtjes tekenen, een witte tekening op een zwarte achtergrond. Maar ik heb het niet uit kunnen leggen.“

     

     

     

     

    nilgun
    Nilgün Yerli (
    Kirsehir, 11 november 1969)

     

    11-11-2008 om 00:00 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    10-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Friedrich Schiller, Aka Morchiladze, Arnold Zweig, Rick de Leeuw, Jan van Nijlen

    De Duitse dichter en schrijver Johann Christoph Friedrich von Schiller werd geboren op 10 november 1759 in Marbach. Zie ook mijn blog van 10 november 2006 en ook mijn blog van 10 november 2007.

     

    Uit: Wilhelm Tell

     

    Erste Szene

    Hohes Felsenufer des Vierwaldstättersees, Schwyz gegenüber.

    Der See macht eine Bucht ins Land, eine Hütte ist unweit dem Ufer, Fischerknabe fährt sich in einem Kahn. Über den See hinweg sieht man die grünen Matten, Dörfer und Höfe von Schwyz im hellen Sonnenschein liegen. Zur Linken des Zuschauers zeigen sich die Spitzen des Haken, mit Wolken umgeben; zur Rechten im fernen Hintergrund sieht man die Eisgebirge. Noch ehe der Vorhang aufgeht, hört man den Kuhreihen und das harmonische Geläut der Herdenglocken, welches sich auch bei eröffneter Szene noch eine Zeitlang fortsetzt.

    Fischerknabesingt im Kahn: Melodie des Kuhreihens
    Es lächelt der See, er ladet zum Bade,
    Der Knabe schlief ein am grünen Gestade,
        Da hört er ein Klingen,
        Wie Flöten so süss,
        Wie Stimmen der Engel
        Im Paradies.
    Und wie er erwachet in seliger Lust,
    Da spülen die Wasser ihn um die Brust,
        Und es ruft aus den Tiefen:
        Lieb Knabe, bist mein!
        Ich locke den Schäfer,
        Ich zieh ihn herein.

    Hirteauf dem Berge: Variation des Kuhreihens
        Ihr Matten lebt wohl,
        Ihr sonnigen Weiden!
        Der Senn muss scheiden,
        Der Sommer ist hin.
    Wir fahren zu Berg, wir kommen wieder,
    Wenn der Kuckuck ruft, wenn erwachen die Lieder,
    Wenn mit Blumen die Erde sich kleidet neu,
    Wenn die Brünnlein fliessen im lieblichen Mai
        Ihr Matten lebt wohl,
        Ihr sonnigen Weiden!
        Der Senne muss scheiden,
        Der Sommer ist hin.

    Alpenjägererscheint gegenüber auf der Höhe des Felsen: Zweite Variation
    Es donnern die Höhen, es zittert der Steg,
    Nicht grauet dem Schützen auf schwindlichtem Weg,
        Er schreitet verwegen
        Auf Feldern von Eis,
        Da pranget kein Frühling,
        Da grünet kein Reis;
    Und unter den Füssen ein neblichtes Meer,
    Erkennt er die Städte der Menschen nicht mehr,
        Durch den Riss nur der Wolken
        Erblickt er die Welt,
        Tief unter den Wassern
        Das grünende Feld.

    Die Landschaft verändert sich, man hört ein dumpfes Krachen von den Bergen, Schatten von Wolken laufen über die Gegend.

    Ruodi der Fischer kommt aus der Hütte, Werni der Jäger steigt vom Felsen, Kuoni der Hirte kommt, mit dem Melknapf auf der Schulter. Seppi, sein Handbube, folgt ihm.

    Ruodi:
    Mach hurtig Jenni. Zieh die Naue ein.
    Der graue Talvogt kommt, dumpf brüllt der Firn,
    Der Mythenstein zieht seine Haube an,
    Und kalt her bläst es aus dem Wetterloch,
    Der Sturm, ich mein, wird dasein, eh wir's denken.

    Kuoni:
    's kommt Regen, Fährmann. Meine Schafe fressen
    Mit Begierde Gras, und Wächter scharrt die Erde.

     

     

     

     

     

    Schiller_Berger
    Friedrich Schiller (10 november 1759 - 9 mei 1805)

    Portret door Helmut Berger

     

     

     

     

     

     

    De Georgische schrijver Aka Morchiladze werd geboren op 10 november 1966 in Tbilisi. Daar studeerde hij ook geschiedenis aan de plaatselijke universiteit. Na zijn examen in 1988 werkte hij enige tijd aan de Hogeschool. Begin jaren negentig was hij parlementair journalist voor de krant Resonansi. Tegenwoordig is hij de meest gelezen schrijver van Georgië.

     

    Werk o.a. (Titels in het Engels) "Dogs of Paliashvili Street" (1995), "Flight over Madatov island and back"(1998), "To Disappear on Madatov Island" (2001),"Whale on Madatov island"(2004), "Witches of Christmas Eve"(2001), “To Play a Patience in August" (2001), "The Other" (2002), "Christmas Night Witches" (2002), "Old Refugee Shop" (2003), "Santa Esperanza" (2004),"Mr Deaxley's Silent box "(2005) "Maid in Tiflis" (2007), "Secret keeper's Belt" (2008).

     

    Uit: Santa Esperanza

     

    1. White booklet

    CHEST FOR WANDERING, PLAYING CARDS AND

    SOME OTHER ODDS AND ENDS

     

    “To be searched through with utmost care by those who have decided to undertake the trouble of reading these notebooks. Therein the searchers will find the contents of the book made out of these notebooks. Without the contents, they will never be able to make head or tail of the book itself (though, on the other hand, they might not necessarily need to be able to, after all).

     

    For the first time I visited Santa Esperanza (the same as St. John's Isles) in 1997. I stayed there for only four days, as it was quite a sudden decision of mine to visit the place, on my way from Istanbul, with too little money in my pocket, and even less time at my disposal. The simplified immigration rules were all in my favor: as is typical of most holiday resorts, one could peacefully stay there without any visa for a fortnight. But as soon as the fortnight's period of time expired, one had to rush to the nearest police station, equipped with one's passport and a good excuse, in order to generously explain to the local authorities the aim of one's arrival, and indicate the duration of his/her stay. If, meanwhile, one was happy enough to get some sort of a temporal job, one had to produce the contract as well, etc.

    Anyway, I didn't stay in Santa City (or St. John's Citadel) for more than four days then. But seven years later, I went there again; this time facing a lot more complications than I had experienced before.

    Well, it was not that the holiday resort immigration rules were no longer in force, but they were valid for the British citizens only, and for those from Europe without Borders. The rest of the ordinary tourists had to have their preliminary visas, or else they would never be allowed to stay at the place for even a fortnight.

    It seems very likely that Europeans have long forgotten about their visas whatsoever, while freely drifting from place to place all over their continent. But those who are the owners of the Georgian passports, have to fill in a huge amount of silly papers every time they feel like going somewhere. Sometimes they even have to certify the colour of their own eyes, to say nothing of the fact that they are to truly confess who has packed their personal belongings –their wife or their mistress – while they themselves were watching her carefully to avoid the terrible consequences of hiding a bomb, or some sort of poisonous capsules, in the remotest side-pockets of their traveling-bag” 

     

     

     

    morchiladze
    Aka Morchiladze (Tbilisi, 10 november 1966)

     

     

     

     

     

    De Duitse schrijver Arnold Zweig werd op 10 november 1887 in een gematigd religieuze joodse familie geboren in Glogau, Neder-Silezië (nu Głogów, Polen). In 1907 ging hij in Breslau studeren. Later ging hij naar München, Berlijn, Göttingen, Rostock en Tübingen.  Zijn literaire debuut verscheen in 1912, Novellen um Claudia. In 1915 werd Zweig soldaat. Van Pruisisch-nationaal werd hij in de Eerste Wereldoorlog, waarin hij in Servië, België en bij Verdun moest vechten, pacifist. Vanaf 1917 werkte Zweig bij de persafdeling van de opperbevelhebber van het Oosten. Daar kwam de seculiere jood Zweig in aanraking met de oost-joden, voor hem een onvergetelijke ervaring.

    Na WO I vestigde Zweig zich als schrijver aan de Starnberger See. Hij raakte er bevriend met Lion Feuchtwanger en met Sigmund Freud. In essays, toneelstukken en verhalen gaf Zweig zijn oorlogservaringen vorm en ook zijn opinies over het jodendom. Na de Bierkellerputsch van 1923 moest Zweig Starnberg verlaten. Hij ging naar Berlijn, waar hij als redacteur van de Jüdische Rundschau ging werken. Door zijn contact met Martin Buber, dat al tijdens de oorlog was ontstaan, kwam Zweig ook het zionisme nabij. In 1927 verscheen Zweigs bekendste werk, de roman Der Streit um den Sergeanten Grischa, die tot de cyclus Der große Krieg der weißen Männer behoort, waarvan de andere delen zijn Junge Frau von 1914 (1931), Erziehung vor Verdun (1935), Einsetzung eines Königs (1937), Die Feuerpause (1954) en Die Zeit ist reif (1957). Arnold Zweigs roman De Vriendt kehrt heim is losjes gebaseerd op het leven van en de moord op Jacob Israël de Haan, gepleegd door een joodse nationalist, Avraham Tehomi.

    Na de machtsovername door de nazi's werden Zweigs boeken openlijk verbrand. Zweig vluchtte eerst naar Tsjechoslowakije, dan naar Zwitserland en tenslotte naar het Franse Sanary-sur-Mer. Zijn zionistische instelling voerde hem van daar verder in ballingschap naar Palestina, waar hij zich in 1934 in Haifa vestigde.

     

    Uit: Das Beil von Wandsbek

     

    “Geschehnisse, wie sie hier abrollen werden, um in einem viermal geschwungenen Beil, einem Revolverschuß und dem Zuziehen einer eingeseiften Schlinge zeitgemäß zu gipfeln, beginnen oft mit einer unscheinbaren Bewegung. Diese hier bestand in dem energischen Hineinstoßen des Federhalters ins Tintenfläschchen, ausgeführt von der kräftigen Hand Albert Teetjens, eines schönen blonden Mannes von zweiundvierzig Jahren, mit einem geschwungenen Schnurrbart über würzigen Lippen und mit verschwommen blickenden Augen von norddeutsch blaugrauem Glanz und weiten Lidern.

    Er saß, die Hemdärmel aufgekrempelt, am ovalen Tisch seines Wohn- und Eßzimmers, den seine Frau nach dem Abendbrot mal schnell trocken abgerieben hatte, eine große Zeitung als Unterlage benutzend, das Hamburger Fremdenblatt vom Freitag, 27. August 1937. Ein Firmament von durchsichtigem Grünblau spannte sich über die hohen Hinterwände der Häuser, in deren Erdgeschoß Teetjens Laden und Wohnung untergebracht waren, aber er sah nicht auf. Stine Teetjen hingegen verharrte, das Gesicht schräg emporgehoben und den rotblonden Haarknoten infolgedessen tief im Nacken, am geöffneten Fenster. Die Hände mit dem Wischtuch auf dem Rücken verschränkt, ließ sie ihre großen, grauen Augen mit dem Ausdruck verschämten Entzückens in den Abendhimmel schweifen, durstig atmend. Von links über ihnen und von gegenüber her musizierten die Lautsprecher, beide in der gleichen Kammermusik schwelgend, die der Hamburger Sender zusammen mit ganz Deutschland von der Großsendestelle Königswusterhausen empfing. Stine wußte nicht, was für einer Musik sie zuhörte, und daß es Mozarts Klarinettenquintett war, dem da gleichzeitig die Petersens im Vorderhaus und die Lawerenzens im gegenüberliegenden Seitenflügel lauschten. Aber was da in sie einströmte, eingeatmet gleichsam mit dem türkisfarbenen Licht, das gefiel ihr sehr. Blaugrüne Musik, dachte sie, Vergißmeinnicht und Rittersporn und Erika im Borsteler Moor. Mittendrinsitzen im warmen Kraut, sich zurücklegen; ach, wie gut das riecht! Und dann ist der Albert da, der bisher mit seinem Spazierstock in Mauselöchern, Maulwurfshaufen und einem verlassenen Fuchsbau herumgestochert hat, sonst kein Mensch weit und breit, bloß ein Flugzeug brummt nach Gotland, und ich kann meinen Rock ausziehen, damit er nicht zerdrückt wird. Albert aber dreht seine Gedanken weg von seinem Tick, wie's wohl im Innern der Erde aussieht, freut sich über meine Beine und ...”

     

     

     

     

    Zweig
    Arnold Zweig (10 november 1887 – 26 november 1968)

     

     

     

     

     

     

    De Nederlandse dichter schrijver, zanger en producer Rick de Leeuw werd geboren in Haarlem op 10 november 1960. Zie ook mijn blog van 10 november 2007.

     

     

    HET DIEPE

    of toch liever als
    die beschonken zeeman daar
    laverend halverwege
    bakzeil en nieuw verlangen
    voeten vooruit het diepe in en
    ja ik weet het
    altijd weer die wetten

    maar misschien nu het diepe
    en pas morgenochtend
    uniform gescheurd
    bloed geronnen pet vol kots
    het besef dat in de kelder
    ook het berouw woont

     

     

     

     

    Rick_de_Leeuw-klein
    Rick de Leeuw (Haarlem, 10 november 1960)

     

     

     

     

    De Vlaamse dichter en schrijver Jan van Nijlen werd geboren op 10 november 1884 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 10 november 2006.

     

     

    Volle zomer

           

    Er waait een wind van verre zuiderkust
    strelend en zacht en zoel en die bij pozen
    fijngeurig draalt; de gulden kever rust
    in het fluwelen schrijn der rode rozen.

           

    Het haverveld is van papavers rood,
    van korenbloemen blauwt het hoge koren,
    de ijsvogel flikkert over gracht en sloot
    waar nenufaar bloeit, gele naast ivoren.

     

    Nu heeft natuur haar droom van licht gebouwd,
    van lust en liefde en jeugd: gezonde blijheid;
    en wie slechts eenmaal 't wonder heeft aanschouwd,

           

    voelt zich voor altijd vreemdeling in de stad,
    treurt om die lieve en onbeperkte vrijheid,
    en heeft voor eeuwig heimwee naar dien schat.

     

     

     

     

    Geloof

     

    Nu alles faalt, heeft dit alleen nog waarde
    Voor mij, die nooit één waarheid heeft ontdekt;
    Ik zal van U niet scheiden als deze aarde
    Mijn pover lichaam dekt.

     

    Ik heb maar één geloof: nooit gaat verloren
    Wat eens de liefde zalig heeft bevrucht,
    En waar er twee elkander toebehoren
    Is zelfs de dood geen vlucht

     

     

     

     

    jan_van_nijlen
    Jan van Nijlen (10 november 1884 – 14 augustus 1965)



     

     

    10-11-2008 om 20:35 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jacob Cats, August De Winne, Willem Penning, Pieter Frans van Kerckhoven, Oliver Goldsmith

    De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Cats werd geboren op 10 november 1577 in Brouwershaven. Zie ook mijn blog van 10 november 2006. 

     

     

    ’t Is kunst te leven

     

    Zie, hoe de wereld gaat: waar twee gezellen vissen:
    Heeft dikmaal een het nut, en d’ander moet het missen:
    Een lacht er in de vuist, gans blijde met de vang,
    En d’ander schreit er om, en jammert uren lang;

     

    Daar is een zeker greep om dit en gint te raken,
    Niet ieder is bekwaam tot allerhande zaken;
    Wat dezen heeft verrijkt, heeft genen uitgeput,
    ’t Was ieder even na, maar geenszins even nut.

     

     

     

     

     

    ’t Zijn sterke benen, die weelde dragen

     

    Wanneer het ijzer gloeit te midden in de kolen,

    Bevochten van de vlam, en in het vuur verholen,

    Dan buigt het als een was, maar raakt ’t in het nat,

    Straks heeft 't wederom zijn harde aard gevat.

     

    Hoe dwee is ons de ziel, wanneer gewisse slagen

    Ons treffen aan de geest, of in de leden plagen!

    Wij leven naar de tucht zo lang de roede slaat:

    De mens is allerbest wanneer ’t hem kwalijk gaat.

     

     

     

     

     

    Jacob_Cats
    Jacob Cats (10 november 1577 – 12 september 1660)

    Portret door Michiel Jansz van Mierevelt

     

     

     

     

     

     

    De Belgische schrijver August De Winne werd geboren in Brussel op 10 november 1861. De Winnes vader was zelf afkomstig uit Ninove. "Een gat van verdriet" noemt de auteur deze provinciestad. Zijn vader was er spinner en verhuisde om den brode naar Brussel, waar hij als marmerbewerker voor een hongerloon ging werken. Auguste volgde in Brussel onderwijs - uiteraard - in het Frans. Hij werd onderwijzer van opleiding. In 1891 wordt De Winne redacteur van Le Peuple. Na de Eerste Wereldoorlog wordt hij er directeur. In 1921 werd hij hoofdredacteur van deze krant. In hetzelfde jaar werd hij tevens schepen van sociale zaken in de Brusselse gemeente St.-Gillis, wat hij tot zijn dood bleef. August De Winne was de auteur van het - vooral in Vlaanderen - gekende boek Door Arm Vlaanderen. Dat het boek nog leesbaar is en een hoge documentaire (onder meer dankzij de foto's) waarde heeft, bewijzen de, relatief recente, Nederlandstalige uitgaven (1982, 2001). Het dagblad De Standaard gaf in 2001 de reeks – in vertaling – opnieuw uit.

     

    Uit: Door arm Vlaanderen

     

    “Verleden maandag heb ik mij naar Brugge begeven, om de Heilig Bloedprocessie te zien. Ik ben er niet gegaan om het verleden te herleven of kunstindrukken te zoeken, zooals vele andere ongeloovigen, maar om eene der grootste godsdienstige uitingen van Vlaanderen bij te wonen. Berragan had mij wel willen vergezellen.

    Het regende. Sombere wolken dreven over de droefgeestige stad. Aan de gevels der huizen hingen de overgroote driekleurige vlaggen in deerlijken toestand. Maar de straten werden buitengewoon levendig gemaakt door het heen en weer loopen eener menigte, die uit alle hoeken van Vlaanderen gekomen was. Volgens de klerikale dagbladen, waren dien dag zestig duizend vreemdelingen in de stad.

    De buitenlieden van West-Vlaanderen zijn er het talrijkst. De mannen plassen lomp in de modder; de vrouwen met opgenomen rokken, de hoeden versierd met vreemdsoortige bloemen en vruchten, lezen rozenhoedjes of prevelen gebeden. In omgekeerde richting doorloopen zij den weg, die straks door de processie zal gevolgd worden. Het schijnt dat deze oefening zeer welgevallig is aan den God der katholieken. Er zijn Christenen die de godheid op eene zeer belachelijke en treurige wijze opvatten.

     

    Wij treden de hoofdkerk binnen. Zij is met eene luidruchtige en veeleer afgetrokkene menigte gevuld. De doorgangen, tusschen de stoelen vrij gelaten, zijn opgepropt met lieden die verbaasd de schilderijen, de heiligenbeelden en het zonderlinge kladwerk bezien, waaronder zeer schoone steenen verborgen zitten.

    Aan het altaar doet de bisschop van Brugge den kerkdienst. Aan zijne zijden bevinden zich vier gendarmen, in eene stijve militaire houding, met de bajonet op het geweer. Is het een zinnebeeld, en heeft men willen beduiden dat de godsdienst, dien Christus, zijn stichter, slechts door overreding en zachtheid wilde verspreiden, nu de brutale macht noodig heeft om zijn rijk staande te houden?

    - Ziet eens, zegt Berragan, de voeten van Christus zijn niet gekruist, en een der voeten schijnt gedraaid.”

     

     

     

     

    winne
    August De Winne (10 november 1861 – 23 mei 1935

    Een werkerswijk te Gent (Illustratie uit het boek), geen portret beschikbaar.

     

     

     

     

     

     

    De Nederlandse schrijver en dichter Willem Levinus Penning werd geboren in Schiedam op 10 november 1840. Hij woonde ruim veertig jaar in zijn geboorteplaats en was daar onder meer werkzaam in het notariaat en in de administratie. Dit werk moest hij opgeven doordat zijn gezichtsvermogen door een oogkwaal steeds verder achteruit ging. In de latere jaren van zijn leven was hij geheel blind. Penning was een van de voorlopers van de Beweging van Tachtig.

     

     

    Onder de herberg-linde (fragment)

     

    Weer - nachtegaal, tot uw verbazen! -

    Weer knalde een kurk, en uit de hooge glazen

    Stoof ziedende óp, was gretig al gesust,

    De teuge schuims die brand sticht beide en bluscht....

    Mij - rooker - drong 't gelag tot keurig kringen blazen;

    Neef, die nooit rookte, tot oreeren zonder rust.

     

    Wijn, schenker, varinas daarneven,

    Graag had ik allen voor één geestverwant gegeven

    In dezen luwen, slaapvergeten nacht:

    Een feestbevolking vrijbuitte in de dreven,

    Verlaten nu door 't menschelijk geslacht.

     

    Bij jubelgalm, 't seringenloof ontstegen,

    Huwde aard en hemel, - kwam der Mei

    De Zomer in den arm gezegen,

    Omringd van dartelend gelei....

     

    Daar was een trillen, suizen, gonzen!

    Daar zwierde een schemerende vlucht

    Danszieke vlerkjes op de donzen

    Uit alle bloeisel lepperende lucht!

     

     

     

     

    Penning
    Willem Penning (10 november 1840 – 29 februari 1924)

     

     

     

    De Vlaamse schrijver Pieter Frans van Kerckhoven werd geboren in Antwerpen op 10 november 1818. Van Kerckhoven was tijdens zijn jeugdjaren net als de rest van zijn familie erg religieus. Nadat Van Kerckhoven in 1836 aan het Antwerpse atheneum was afgestudeerd, ging hij geneeskunde studeren in Italië, aan de universiteit van Bologna. In Italië was Van Kerckhoven directe ooggetuige van de onrustige en rebelse Risorgimento-tijd. De confrontatie met het daar aanwezige liberale en anti-klerikale Risorgimento-klimaat was bepalend voor zijn latere progressief-liberale oriëntering. Van Kerckhoven evolueerde in een mum van tijd van een vrome katholiek naar een vurige en overtuigde liberaal. Terug in Antwerpen zette Van Kerckhoven zijn geneeskundige studies nog even voort aan het Sint-Elisabeth Ziekenhuis, maar hij zou ze snel weer opgeven. Tijdens die opleiding maakte hij namelijk kennis met medestudenten Jan de Laet en Hendrik Conscience, die vrijwel meteen zijn artistieke gaven herkenden en hem introduceerden in het romantische artiestenmilieu van de Scheldestad. Tijdens zijn korte leven schreef Van Kerckhoven een buitengewoon omvangrijk oeuvre bijeen: behalve politieke en polemische geschriften vooral romans en verhalen, poëzie en toneel, kritiek en essays. Zijn werk wordt gekenmerkt door een verrassende mengeling van romantiek en realisme.

     

    Uit: Jaek, of een arm Huisgezin

     

    ‘Zy waren nog allen in die soort van bedwelming welke de groote geestontsteltenis opvolgt, wanneer jaek binnentrad. Men vergenoegde zich met hem te zeggen, dat er geen bystand te bekomen was, en de rede dier weigering. Van het overige sprak men niet: want men vreesde den oploopenden aerd des jongelings en de verschrikkelyke gevolgen, welke uit zyne woede hadden kunnen ontstaen.

    Jaek was met eene vergenoeging op het gelaet binnengetreden, welke men sedert lang by hem niet meer bespeurd had. Die vergenoeging verdween niet by het hooren der nutteloosheid van de poogingen zyner zuster. Hy scheen zelfs weinig aendacht aen het verhael te verleenen en sprak geen enkel woord.

    Op eens stapte hy tot by het bed zyner moeder, en, zich op de knieën werpende, zegde hy op statigen toon: Moeder, uw zoon verzoekt uwen zegen: een zegen zoo als de laetste, dien gy aen uwe kinderen zoudt geven....’

    ‘De vrouw verschrikte by deze woorden, en een sints lang ongewoon vuer gloeide in hare oogen:

    “Myn zoon,” sprak zy, “myne ziekte is immers nog zoo ver niet gekomen, dat ik u eenen eeuwigen vaerwel moet zegggen, en van deze droevige aerde mag verhuizen?.... Doch ik schrik u te begrypen; gy wilt ons verlaten....”

    ]“Uw zegen, moeder, uw zegen!” herhaelde de jongeling, “geef my uwen zegen!”

    De moeder gehoorzaemde en zegende haren zoon. Dan keerde deze zich tot zynen vader en verzocht hem dezelfde gunst.

    “Myn zoon, ik zegen u dagelyks in myne gebeden: wat wilt gy meer hebben?”

    Doch jaek bleef geknield en zweeg stil.”

     

     

     

     

    kerckhoven
    Pieter Frans van Kerckhoven (10 november 1818 - 1 augustus 1857)

     

     

     

     

     

     

    De Ierse dichter en schrijver Oliver Goldsmith werd geboren in Pallas (Ierland) op 10 november 1730. Goldsmith was de zoon van een Anglicaanse geestelijke. Zijn geboortedatum staat niet met zekerheid vast: dit kan geweest zijn op 10 november van elk jaar tussen 1727 en 1731, hoewel nu uitgegaan wordt van bovengenoemde datum. Hij studeerde theologie en rechten in Dublin en daarna medicijnen in Edinburgh en Leiden. Vervolgens reisde hij door Europa en vestigde zich na terugkeer als medicus in Londen. Dit werk leverde hem weinig op en omdat hij voortdurend schulden had, schreef hij vele artikelen voor diverse bladen. In 1761 ontmoette hij Samuel Johnson, met wie hij bevriend raakte voor de rest van zijn leven. Dankzij Johnsons invloed wist hij zijn roman The Vicar of Wakefield (1766) gepubliceerd te krijgen. Het boek werd zeer populair. Na enkele non-fictiewerken schreef hij het toneelstuk The Goodnatur'd Man (1768), in 1773 gevolgd door het succesvollere She stoops to conquer. In 1771 verscheen het lange gedicht The deserted village, dat gezien wordt als een van de belangrijkste gedichten uit de 18e eeuw.

     

     

     

    When Lovely Woman Stoops To Folly

     

    When lovely woman stoops to folly,

    And finds too late that men betray,

    What charm can soothe her melancholy,

    What art can wash her guilt away?

     

    The only art her guilt to cover,

    To hide her shame from every eye,

    To give repentance to her lover,

    And wring his bosom, is—to die.

     

     

     

     

    Memory

      

    O MEMORY, thou fond deceiver,

    Still importunate and vain,

    To former joys recurring ever,

    And turning all the past to pain:

     

    Thou, like the world, th' oppress'd oppressing,

    Thy smiles increase the wretch's woe:

    And he who wants each other blessing

    In thee must ever find a foe.

     

     

     

     

    Oliver_Goldsmith
    Oliver Goldsmith (10 november 1730 - 4 april 1774)

     

     

    10-11-2008 om 20:31 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    09-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ivan Toergenjev, Velemir Chlebnikov, Erika Mann, Raymond Devos, Anne Sexton

    De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2006 en ook mijn blog van 9 november 2007.

     

    Uit: Väter und Söhne

     

    “Nikolaus Petrowitsch, sein Sohn, war in Südrußland geboren, ebenso dessen älterer Bruder Paul, auf den wir noch zu sprechen kommen. Er war bis zum Alter von 14 Jahren von Hofmeistern erzogen worden, je billiger, desto besser, umgeben von knechtisch willfährigen Adjutanten und anderen Individuen von der Intendanz oder dem Generalstab. Seine Mutter, eine geborene Koliasin, die unter dem väterlichen Dach Agathe geheißen, hatte verheiratet den Namen Agathokleia Kuzminischna angenommen und verleugnete in nichts das Auftreten, welches die Frauen der höheren Offiziere charakterisiert; sie trug prachtvolle Hüte und Hauben, rauschende seidene Roben, trat in der Kirche immer zuerst vor, um das Kreuz zu küssen, sprach viel und sehr laut, reichte alle Morgen ihren Kindern die Hand zum Kuß und gab ihnen jeden Abend ihren Segen; mit einem Wort – sie war die große Dame der Provinzialhauptstadt. Obwohl Nikolaus Petrowitsch für eine Memme galt, so wurde er doch als der Sohn eines Generals gleich seinem Bruder Paul zum Militärdienst bestimmt, allein am selben Tage, an dem er zum Regiment einrücken sollte, brach er ein Bein und hinkte von da an sein Leben lang, nachdem er zwei Monate im Bett zugebracht hatte. Somit gezwungen, auf die Wahl der Soldatenkarriere für seinen Sohn zu verzichten, blieb dem Vater nur übrig, ihn in den Zivildienst zu bringen; er führte ihn nach zurückgelegtem achtzehnten Jahr nach Petersburg, um dort in die Universität einzutreten. Paul erhielt im nämlichen Jahr den Offiziersrang in einem Garderegiment. Die beiden jungen Leute nahmen eine gemeinschaftliche Wohnung und lebten dort unter der keineswegs strengen Überwachung eines Oheims von mütterlicher Seite, eines höheren Beamten. Ihr Vater war wieder zu seiner Division und seiner Frau zurückgekehrt. Von fernher sandte er seinen Söhnen ganze Stöße grauen Papiers zu, bedeckt mit einer Schrift, welche die geübte Hand eines Regimentsschreibers verriet. Am Ende jedes Briefes las man aber in einem sorgfältig ausgezirkelten Namenszug die Worte: »Peter Kirsanoff, Generalmajor«. Im Jahre 1835 verließ Nikolaus Petrowitsch die Universität mit dem Titel eines Kandidaten, und in demselben Jahre übersiedelte der General, der nach einer unvorhergesehenen Inspektion in den Ruhestand versetzt worden war, mit seiner Frau dauernd nach Petersburg. Er hatte sich nahe dem Taurischen Garten ein Haus gemietet und war im Englischen Klub zugelassen worden, als ihn plötzlich ein Schlaganfall seiner Familie entriß. Agathokleia Kuzminischna folgte ihm bald nach; sie konnte sich in das zurückgezogene Leben, das sie in der Hauptstadt nun zu führen hatte, nicht finden. Der Verdruß, sozusagen sich nun selbst in den Ruhestand versetzt zu sehen, führte sie rasch dem Grabe zu. Was Nikolaus Petrowitsch anbelangt, so hatte er sich noch bei Lebzeiten seiner Eltern und zu ihrem großen Bedauern in die Tochter des Hauseigentümers, eines Subalternbeamten, bei dem er wohnte, verliebt. Sie war eine junge Person von angenehmen Gesichtszügen und einem nicht ungebildeten Geist; sie las in den »Revuen« die ernsthaftesten Artikel der »wissenschaftlichen Abteilung«. Bald nach beendeter Trauerzeit wurde die Hochzeit gefeiert, und der glückliche Nikolaus Petrowitsch zog sich, nachdem er die ihm durch väterliche Protektion verschaffte Stelle im Ministerium der Domänen quittiert hatte, mit seiner Mascha in ein Landhaus nahe dem Wasserbau- und Forstinstitut zurück; später mietete er sich in der Stadt eine kleine hübsche Wohnung mit einem etwas kalten Salon und einer wohlgehaltenen Treppe; endlich zog er sich ganz aufs Land zurück, wo ihn seine Frau bald mit einem Sohn beschenkte. Die beiden Gatten führten ein ruhiges und glückliches Leben; sie verließen sich fast nie, spielten vierhändig auf dem Piano und sangen Duette.”

     

     

     

     

    Turgenev_Perov
    Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

     

     

     

     

     

    De Russische dichter en schrijver Velemir Chlebnikov werd geboren op 9 november 1885 in Tundotovo. Zie ook mijn blog van 9 november 2006.

     

     

    Midnight estate, Genghis Khanerate

     

    Midnight estate, Genghis Khanerate!

    Rustle, blue birches.

    Bright sunset, Zarathustrate!

    And you, blue sky, Mozartate!

    You twilight-cloud, be Goya!

    And you at night, cloud,  rainate!

    A whirlwind of smiles just flew by,

    Laughing with claws of shrieking,

    Then I saw the hangman

    And surveyed boldly the midnight hush.

    And I called you, bold-featured,

    And he brought the drowned back from the river.

    "Their forget-me-not is louder than a scream," -

    I told the sail of night.

    The earth's axis splashed out another day,

    Night's bulk is closing in.

    I dreamed I saw a salmon-girl

    In the waves of a midnight waterfall.

    The pines are Tatared by the tempest

    And the Mongol rainclouds move,

    Yet words close in, Cains of silence, -

    And these saints are fallen.

    And with his guard blue Hasdrubal

    Walked heavily to the stone ball.

     

     

     

    Wind is song

     

    Wind is song

    Of whom and of what?

    Of the sword's longing

    To be the word.

    People cherish the day of death

    Like a favorite daisy.

    Believe that the strings of the great

    Are strummed by the East these days.

    Perhaps we'll be given new pride

    By the wizard of those shining mountains,

    And I, of many souls captain,

    Will wear a white snowcap of reason.

     

     

     

     

    Chlebnikow
    Velemir Chlebnikov (9 november 1885 - 28 juni 1922)

     

     

     

     

     

     

    De Duitse schrijfster Erika Mann werd geboren op 9 november 1905 in München als oudste dochter van de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 9 november 2006.

     

    Uit: Wenn die Lichter ausgehen

     

    „EIN FREMDER ging durch die Stadt. Er kannte dort einen Menschen, und er wußte auch nicht, wohin die Straßen führten. Er spazierte durch die enge Glockenstraße und stieß unerwartet auf den alten Marktplatz mit seinen Giebelhäusern und dem Reiterstandbild. Er war von der schläfrigen Anmut und der außergewöhnlichen Stille beeindruckt. Abends um halb zehn kam sie ihm dennoch seltsam vor. Nur die roten Fahnen an allen Fenstern raschelten leise im Wind. Irgendwo bellte ein Hund. Oder war es eine menschliche Stimme, die aus einem fernen Lautsprecher kam?

    Der Fremde setzte sich auf die Stufen des Denkmals und sah hinauf zum Himmel. Die Oktobernacht  war kalt und klar. Die farbigen Heiligenbilder im Schaufenster des gegenüberliegenden Eckladens glänzten silbern im Mondlicht.

    Es gab kaum ein anderes Licht auf dem Marktplatz; die Laternen waren gelöscht; vielleicht aber hatte man sie gar nicht erst angezündet. Der Fremde hatte noch immer den Lärm der Reise in den Ohren und die Unruhe von Abfahrt und Ankunft im Herzen. Umso mehr sog er nun die friedliche Luft ein.

    Das ist Deutschland, dachte er. So sind sie, die alten deutschen Städte, so lieblich und bezaubernd. Gestern in Berlin war es ganz anders. Dort konnte man den mächtigen Puls fühlen, die unermüdliche Energie dieser Menschen, die die Nacht zum Tag macht und dieses Land einmal mehr aus dem Ruin zu Macht und Größe führt. Berlin war strahlendhell und voller Trubel; die Restaurants waren bis auf den letzten Platz mit lachenden Menschen besetzt, und niemand schien Sorgen zu haben. Nirgendwo

    gab es Anzeichen von Angst. Ich hasse dieses Gerede – hier schüttelte er ärgerlich den Kopf –, ich hasse all die dummen Sprüche über den «Terror der Diktatur». Dieser Hitler hat Großes geleistet, und selbst wenn er den Deutschen zu große Opfer abverlangte, sie ließen es sich nicht anmerken. Wie hübsch die roten Fahnen aussehen.

    Auch über dem kleinen Laden mit den Heiligenbildern weht das Hakenkreuz. Ich bin froh, daß ich hier bin, und ich werde sicher zwei, drei Tage bleiben, auch wenn ich in dieser Stadt nichts Bestimmtes vorhabe. Der Wind ist erfrischend, so als käme er direkt aus den Bergen. Und die sind tatsächlich nicht weit; man kann in wenigen Stunden dort sein. Jetzt kommen auch noch ein paar Leute.

    Sie gehen im Gleichschritt – sind das Soldaten, die hier im Mondlicht marschieren?

    Zwei SA-Männer, stämmige Kerle in schmucken braunen Uniformen, kamen die Marktstraße herunter, überquerten den Marktplatz und gingen auf den Fremden zu. Der blieb ruhig auf den Stufen sitzen.

    «Heil Hitler!» riefen sie und stellten sich vor ihm auf.“

     

     

     

     

    erika_mann
    Erika Mann (9 november 1905 - 27 augustus 1969)

     

     

     

     

     

    De Belgische humorist, cabaretier en schrijver Raymond Devos werd geboren in Moeskroen op 9 november 1922. Eigenlijk had hij een Fransman moeten zijn omdat hij op een steenworp van Frankrijk uit Franse ouders werd geboren maar zijn vader had verzuimd hem als zodanig te laten registreren op het Franse consulaat. Hij verhuisde op jeugdige leeftijd naar het land van zijn ouders en trok vanaf 1964 volle zalen met zijn solovoorstellingen die uitblonken door subtiel woordgebruik. Zowel in Frankrijk als in Wallonië was hij bijzonder populair. Naast zijn cabaretwerk schreef hij ook een aantal boeken. Devos werd in 2003 benoemd tot Commendeur de la légion d'honneur. Hij overleed op 83-jarige leeftijd. In Rochefort staat er een standbeeld met als opschrift: Raymond DEVOS, jongleur de mots. Que te spectacle continue.

     

     

    Matière à rire


    Vous savez que j'ai un esprit scientifique.
    Or récemment, j'ai fait une découverte bouleversante !
    En observant la matière de plus près ...
    j'ai vu des atomes ...
    qui jouaient entre eux ...
    et qui se tordaient de rire !
    Ils s'esclaffaient !
    Vous vous rendez compte ...
    des conséquences incalculables que cela peut avoir ?
    Je n'ose pas trop en parler, parce que j'entends d'ici les savants !
    - Monsieur, le rire est le propre de l'homme !
    Eh oui ! ...
    Et pourtant !
    Moi, j'ai vu, de mes yeux vu ...
    des atomes qui: "
    Ha, ha, ha !"
    Maintenant, de quoi riaient-ils ?
    Peut-être de moi ?
    Mais je n'en suis pas sûr !
    Il serait intéressant de le savoir.
    Parce que si l'on savait ce qui amuse les atomes,
    on leur fournirait matière à rire ...
    Si bien qu'on ne les ferait plus éclater que de rire.
    Et que deviendrait la fission nucléaire ?
    Une explosion de joie !

     

     

     

     

    devos
    Raymond Devos (9 november 1922 - 15 juni 2006)

     

     

     

     

     

     

    De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Ze volgde een opleiding aan de Garland School in Boston, waar zij haar eerste gedichten schreef. Zij werkte daarna als model en als verkoopster. In 1956 ondergaat zij voor het eerst een psychiatrische behandeling. Haar ervaringen in het ziekenhuis leidden tot haar eerste bundel To Bedlam and Part Way Back die in 1960 verscheen.In de tussentijd bezocht zij een poëzie college van Robert Lowell, waarbij zij Sylvia Plath leerde kennen. In 1967 ontving zij de Pulitzerpreis voor Live Or Die.In 1974 verscheen nog de bundel The Death Notebooks, maar op 4 october van dat jaar pleegde zij zelfmoord.

     

     

    Angels of the Love Affair

      

     

      'Angels of the love affair, do you know that other,

    the dark one, that other me? '

     

    1. ANGEL OF FIRE AND GENITALS

     

    Angel of fire and genitals, do you know slime,

    that green mama who first forced me to sing,

    who put me first in the latrine, that pantomime

    of brown where I was beggar and she was king?

    I said, 'The devil is down that festering hole.'

    Then he bit me in the buttocks and took over my soul.

    Fire woman, you of the ancient flame, you

    of the Bunsen burner, you of the candle,

    you of the blast furnace, you of the barbecue,

    you of the fierce solar energy, Mademoiselle,

    take some ice, take come snow, take a month of rain

    and you would gutter in the dark, cracking up your brain.

     

    Mother of fire, let me stand at your devouring gate

    as the sun dies in your arms and you loosen it's terrible weight.

     

     

     

    2. ANGEL OF CLEAN SHEETS

     

    Angel of clean sheets, do you know bedbugs?

    Once in the madhouse they came like specks of cinnamon

    as I lay in a choral cave of drugs,

    as old as a dog, as quiet as a skeleton.

    Little bits of dried blood. One hundred marks

    upon the sheet. One hundred kisses in the dark.

    White sheets smelling of soap and Clorox

    have nothing to do with this night of soil,

    nothing to do with barred windows and multiple locks

    and all the webbing in the bed, the ultimate recoil.

    I have slept in silk and in red and in black.

    I have slept on sand and, on fall night, a haystack.

     

    I have known a crib. I have known the tuck-in of a child

    but inside my hair waits the night I was defiled.

     

     

     

     

    sexton
    Anne Sexton (9 november 1928 – 4 october 1974)

    &mnsp;

    09-11-2008 om 20:38 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Karin Kiwus, Roger McGough, Mohammed Iqbal, Imre Kertész, Carl Sagan

    De Duitse dichteres en schrijfster Karin Kiwus werd geboren op 9 november 1942 in Berlijn. Zij studeerde publicistiek, germanistiek en politicologie in Berlijn. Van 1971 tot 1973 was zij wetenschappelijk assistente aan de Berlijnse Akademie der Künste, daarna werkte zij tot 1975 als lector bij uitgeverij Suhrkamp en vanaf 1975 gaf zij leiding aan de afdeling literatuur van de Akademie der Künste in Berlijn. Na aanstellingen in Austin, VS, Hamburg en aan de universiteit van Berlijn keerde zij in 1987 weer terug aan de Akademie. Zij debuteerde in 1976 als dichteres met de bundel Von beiden Seiten der Gegenwart.

     

     

    Fragile

     

    Wenn ich jetzt sage

    ich liebe dich

    übergebe ich nur

    vorsichtig das Geschenk

    zu einem Fest das wir beide

    noch nie gefeiert haben

     

    Und wenn du gleich

    wieder allein

    deinen Geburtstag

    vor Augen hast

    und dieses Päckchen

    ungeduldig an dich reißt

    dann nimmst du schon

    die scheppernden Scherben darin

    gar nicht mehr wahr

     

     

     

     

     

    Karin-Kiwus-2
    Karin Kiwus (Berlijn, 9 november 1942)

     

     

     

     

     

     

    De Engelse dichter en schrijver Roger Joseph McGough werd geboren op 9 november 1937 in Litherland, Lancashire. Hij volgde een opleiding aan de University of Hull. In de vroege 1960s keerde hij terug naar Merseyside waar hij Mike McCartney en John Gorman ontmoette. Samen vormden zij het comedy gezelschap The Scaffold. McGough schreef ook de meeste van de dialogen in de The Beatles' animatie-film Yellow Submarine. Met Adrian Henri en Brian Patten gaf hij twee bundels uit met de titel The Mersey Sound. Hij werd een van de bekendste van de Liverpool poets uit de jaren zestig en zeventig.

     

     

    Let Me Die a Youngman's Death

      

    Let me die a youngman's death

    not a clean and inbetween

    the sheets holywater death

    not a famous-last-words

    peaceful out of breath death

     

    When I'm 73

    and in constant good tumour

    may I be mown down at dawn

    by a bright red sports car

    on my way home

    from an allnight party

     

    Or when I'm 91

    with silver hair

    and sitting in a barber's chair

    may rival gangsters

    with hamfisted tommyguns burst in

    and give me a short back and insides

     

    Or when I'm 104

    and banned from the Cavern

    may my mistress

    catching me in bed with her daughter

    and fearing for her son

    cut me up into little pieces

    and throw away every piece but one

     

    Let me die a youngman's death

    not a free from sin tiptoe in

    candle wax and waning death

    not a curtains drawn by angels borne

    'what a nice way to go' death

     

     

     

     

     

     

    You and I

      

     I explain quietly. You

    hear me shouting. You

    try a new tack. I

    feel old wounds reopen.

     

    You see both sides. I

    see your blinkers. I

    am placatory. You

    sense a new selfishness.

     

    I am a dove. You

    recognize the hawk. You

    offer an olive branch. I

    feel the thorns.

     

    You bleed. I

    see crocodile tears. I

    withdraw. You

    reel from the impact. 

     

     

     

     

     

    rmcgough
    Roger McGough (Litherland, 9 november 1937)

     

     

     

     

     

     

    De Indische dichter en schrijver Mohammed Iqbal werd geboren op 9 november 1877 in Sialkot in het tegenwoordige Pakistan. Zie ook mijn blog van 9 november 2006.

     

     

     

    Uit: ARMAGHAN-I-HIJAZ

     

     

    THE SATAN’S ADVISORY COUNCIL

    THE SATAN

     

    An old game of needs this mean world’s tact,

    To heavenly host hopes a cold blood act.

     

    That Great Maker bent to wreck earth soon,

    Who gave it a name of ‘KAF’ and ‘NOON’.

     

    To Europe I gave the kingship’s dream,

    I broke the spell of church and mosque’s team.

     

    I taught to the poor a lesson of fate,

    To the wealthy I gave the wealth’s craze great.

     

    Who can put out that fire’s big blaze,

    Of riots whome Satan had set ablaze.

     

    To plants we watered, caused to be trees,

    Who can bring that old tree to knees.

     

     

     

     

    FIRST ADVISOR

     

    The Satan’s order is firm every where,

    The masses too like the servitude snare.

     

    The bows were writ for the poor in fate,

    A pray without stay their nature’s trait.

     

    Either in his heart a wish does not lie,

    If wakes up ever, would be raw and die.

     

    Isn’t this a marvel of constant push’ hence,

    That Mullah is tied with kingship fence.

     

    A best booze it was to Eastern nature then,

    No lesser vice singing to ‘eloquence’ ken.

     

    The Haj and Ka’aba Rounds yet a rite though,

    The nude sword of Moniin is blunt I know.

     

    On whose despair he formed a queer view,

    "On Muslim war is banned in this age new"

     

     

     

    Vertaald door Q. A. Kabir

     

     

     

     

    Iqbal
    Mohammed Iqbal (9 november 1877 – 21 april 1938)

     

     

     

     

     

     

    De joods-Hongaarse schrijver Imre Kertész werd geboren op 9 november 1929 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 9 november 2006.

     

    Uit: Kaddish for a Child Not Born

     

    “Auschwitz must have been hanging in the air for a long, long time, centuries, perhaps like a dark fruit slowly ripening in the sparkling rays of innumerable ignominious deeds, waiting to finally drop on one's head. . . .

     

    And please stop saying, I most probably said, that Auschwitz cannot be explained, that Auschwitz is the product of irrational, incomprehensible forces, because there is always a rational explanation for wrongdoing: it's quite possible that Satan himself, like Iago, is irrational; his creations, however, are rational creatures indeed; their every action is as soluble as a mathematical formula: it can be solved by reference to an interest, greed, sloth, desire for power, lust, or cowardice; to one or another self-indulgence, and if to nothing else then, finally to some madmen, paranoia, sadism, lust, masochism, demiurgic or other megalomania, necrophilia or to — what do I know — some other perversity or perhaps to all of them simultaneously. On the other hand, I then probably said, and this is important, what is really irrational and what truly cannot be explained is not evil but, contrarily, the good. . . .

     

    Occasionally, like a drab weasel left over after a thorough process of extermination, I run through the city. I listen to a noise, notice an image here or there, as if the smell of occasional memories from the outside set siege to my petrified, sluggish senses. . . . I want to flee but something holds me back. Under my feet the sewer lines roar as if the filthy flow of memories tried to break out of its hidden channels to sweep me away.”

     

     

     

    kertesz
    Imre Kertész (Boedapest, 9 november 1929)

     

     

     

     

     

    De Amerikaanse schrijver, astronoom en populariseerder van de wetenschap Carl Edward Sagan werd geboren in New York op 9 november 1934. Hij was in de jaren 1970-'90 een van de bekendste televisiepersoonlijkheden in de westerse wereld.Sagan verkreeg zijn bekendheid onder het grote publiek vooral door zijn televisieserie Cosmos uit 1980 en verder door zijn vele populair-wetenschappelijke boeken. Ook trad hij dikwijls op in discussieprogramma's en praatshows op de televisie. Ook was Sagan een van de eersten die een studie maakten van de klimatologische gevolgen van een kernoorlog en introduceerde hiermee het begrip nucleaire winter. Sagan zag als een van zijn belangrijkste taken het vechten tegen bijgeloof, volgens hem vertegenwoordigd in de vorm van de geïnstitutionaliseerde wereldgodsdiensten en nieuwe pseudo-religies als New Age en 'alternatieve wetenschappen'. Ook was hij tegen het creationisme dat nog steeds veel invloed heeft in de VS (vooral onder de vele streng gelovige Amerikanen) en een propagator van de evolutietheorie. Hij was atheïst volgens zijn critici maar anderen vermelden dat hij meer een 'zoeker' was en dat de term agnost juister is.

     

    Uit: A Pale Blue Dot

     

    „The Earth is a very small stage in a vast cosmic arena. Think of the rivers of blood spilled by all those generals and emperors so that, in glory and triumph, they could become the momentary masters of a fraction of a dot. Think of the endless cruelties visited by the inhabitants of one corner of this pixel on the scarcely distinguishable inhabitants of some other corner, how frequent their misunderstandings, how eager they are to kill one another, how fervent their hatreds.

    Our posturings, our imagined self-importance, the delusion that we have some privileged position in the Universe, are challenged by this point of pale light. Our planet is a lonely speck in the great enveloping cosmic dark. In our obscurity, in all this vastness, there is no hint that help will come from elsewhere to save us from ourselves.

    The Earth is the only world known so far to harbor life. There is nowhere else, at least in the near future, to which our species could migrate. Visit, yes. Settle, not yet. Like it or not, for the moment the Earth is where we make our stand.

    It has been said that astronomy is a humbling and character-building experience. There is perhaps no better demonstration of the folly of human conceits than this distant image of our tiny world. To me, it underscores our responsibility to deal more kindly with one another, and to preserve and cherish the pale blue dot, the only home we've ever known.“

     

     

     

     

    Sagan_Cosmos
    Carl Sagan (9 november 1934 – 20 december 1996)



     

    09-11-2008 om 20:32 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    08-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kazuo Ishiguro, Peter Weiss, Martha Gellhorn, Detlef Opitz, Zinaida Gippius, Margaret Mitchell, Bram Stoker

    De Japanse schrijver Kazuo Ishiguro werd op 8 november 1954 geboren in Nagasaki. Zie ook mijn blog van 8 november 2006 en ook mijn blog van 8 november 2007.

     

    Uit: When We Were Orphans

     

    “It was the summer of 1923, the summer I came down from Cambridge, when despite my aunt's wishes that I return to Shropshire, I decided my future lay in the capital and took up a small flat at Number 14b Bedford Gardens in Kensington. I remember it now as the most wonderful of summers. After years of being surrounded by fellows, both at school and at Cambridge, I took great pleasure in my own company. I enjoyed the London parks, the quiet of the Reading Room at the British Museum; I indulged entire afternoons strolling the streets of Kensington, outlining to myself plans for my future, pausing once in a while to admire how here in England, even in the midst of such a great city, creepers and ivy are to be found clinging to the fronts of fine houses.

     

    It was on one such leisurely walk that I encountered quite by chance an old schoolfriend, James Osbourne, and discovering him to be a neighbour, suggested he call on me when he was next passing. Although at that point I had yet to receive a single visitor in my rooms, I issued my invitation with confidence, having chosen the premises with some care. The rent was not high, but my landlady had furnished the place in a tasteful manner that evoked an unhurried Victorian past; the drawing room, which received plenty of sun throughout the first half of the day, contained an ageing sofa as well as two snug armchairs, an antique sideboard and an oak bookcase filled with crumbling encyclopaedias -- all of which I was convinced would win the approval of any visitor. Moreover, almost immediately upon taking the rooms, I had walked over to Knightsbridge and acquired there a Queen Anne tea service, several packets of fine teas, and a large tin of biscuits. So when Osbourne did happen along one morning a few days later, I was able to serve out the refreshments with an assurance that never once permitted him to suppose he was my first guest.”

     

     

     

     

    KazuoIshiguro
    Kazuo Ishiguro (Nagasaki, 8 november 1954)

     

     

     

     

     

     

    De Duitse schrijver Peter Weiss werd geboren op 8 november 1916 in Nowawes (het tegenwoordige Neubabelsberg) bij Berlijn. Zie ook mijn blog van 8 november 2006.

     

    Uit: Die Ästhetik des Widerstands

     

    “„Unsre Kultur, das ist das Tragen, Ziehn und Heben, das Aneinanderknüpfen und Befestigen. Diese Kultur tritt mir entgegen, sagte er [mein Vater], wenn ich sehe, wie einer das gehackte Holz aufschichtet, die Sense schleift, das Netz flickt, die Balken zum Dachstuhl zusammenfügt, die Kolben der Maschine poliert. Er wolle dies nicht idealisieren, fügte er hinzu, aber er sehe keine andre Möglichkeit, etwas von dem wachzurufen, was uns mit der Gesamtheit von Können und Wissen einer Epoche verbinde. Das Merkwürdige sei ja, sagte er, dass erst die künstlerische Abbildung einer Näherin, einer Spitzenklöpplerin, eines Mähers und Dreschers, einer Magd bei der Traubenernte oder eines Schmieds unsrer Arbeit einen Wert verleiht. Nur im Kunstwerk besäße die Arbeit kulturelle Bedeutung, dort sei sie zu Kunst geworden, während die Ausführenden ranglos blieben. Ich entsann mich dieses Gesprächs so deutlich, weil es zusammenhing wiederum mit einem Bild, dem zweieinhalb Meter breiten Gemälde des Eisenwalzwerks von Menzel. Anhand eines Farbdrucks hatte mein Vater mir erklärt, wie jetzt, da durch das Heranwachsen einer bewussten Arbeiterklasse auch in der anerkannten offiziellen Kunst ein Platz für sie eingeräumt wurde, auf dem sie sich zur Geltung bringen durfte, und wie gleichzeitig die Großzügigkeit des Etablissements mit geschickter Handhabung zurückgenommen wurde. Allgemein wurde dieses Bild, dessen Original wir uns später in der Nationalgalerie ansahn, eine Apotheose der Arbeit genannt. Die Atmosphäre der Schwerindustrie war überzeugend mit großer technischer Sachkenntnis wiedergegeben worden. Der Dampf, das Dröhnen der Hämmer, das Kreischen der Kräne und Zugketten, das Rotieren der Schwungräder an den Maschinen, die Hitze der Feuer, die Weißglut des Eisens, die Anspannung der Muskeln, dies alles war in der Malerei zu verspüren. Zum Bildzentrum hin schob die Gruppe der Schmiede den glühenden Metallblock vom angehobnen Karren unter die Walze, rechts, abgedeckt durch eine zerbeulte Blechscheibe, zusammengesunken unter Rohren und Ketten, rasteten ein paar Männer, löffelten aus Näpfen, hoben eine Flasche zum Mund, und am linken Bildrand, mit nacktem Oberkörper, wuschen sich Leute der abgelösten Schicht Hals und Haare. jede Handhabung, jede Drehung und Beugung über den Werkzeugen und auch das müde, erschlaffte Dasitzen in der Ecke war Bestandteil der riesigen Halle, eingezwängt in das Gestänge, das Tageslicht, das entfernt an ein paar

    Stellen durch den Dunst schimmerte, schien unerreichbar. Die Schilderung dieses unaufhörlichen, verschwitzten Ineinandergreifens sagte nichts andres aus, als dass hier hart und widerspruchslos gearbeitet wurde. Die Wucht im Hochstemmen und Ausschwingen, geregelt und beherrscht, der Augenblick größter Konzentration beim Griff um die Zangen, die Wachsamkeit des bärtigen Vorarbeiters am Hebel, beim Entgegennehmen des Walzstücks, das Abschrubben der verrußten Körper, das Erloschensein in kurzer Pause, wies auf ein einziges Thema hin, auf die Arbeit, auf das Prinzip der Arbeit, und es war ein bestimmtes Prinzip, dessen Art sich erst nach eingehender Beobachtung definieren ließ.“

     

     

     

     

    weiss
    Peter Weiss (8 november 1916 - 10 mei 1982)

     

     

     

     

     

    De Amerikaans schrijfster en oorlogscorrespondente Martha Ellis Gellhorn werd geboren in St. Louis, Missouri op 8 november. Martha Gellhorn was de belangrijkste vrouwelijke oorlogscorrespondent van de twintigste eeuw. Een moedige vrouw die op zoveel mogelijk fronten aanwezig wilde zijn en kritisch en sociaal bewogen schreef over de invloed van de oorlog op burgers en soldaten. Een enigszins zwart-witte politieke visie stond haar niet in de weg en zij werd wereldberoemd. Van eind jaren dertig tot in de jaren tachtig was ze actief. Van de politionele acties in Indonesië tot - in 1983 nog - de burgeroorlog in El Salvador. Pas toen de oorlog in Bosnië in 1992 uitbrak besloot ze dat ze te oud was om andermaal naar het front af te reizen. Hoogtepunten in haar carrière waren de Spaanse Burgeroorlog, de Tweede Wereldoorlog en de oorlog in Vietnam. Daarnaast bezocht ze fronten in China, het Midden-Oosten, Finland en Midden-Amerika. Gellhorn reisde met Ernest Hemingway in 1937 naar Spanje om er de burgeroorlog te verslaan. Later in 1940 trouwden ze (haar tweede, zijn derde huwelijk), maar de twee grote en ambitieuze ego’s verdroegen elkaar niet erg goed. Zij was een beter journalistiek schrijver, hij was een getalenteerd romanschrijver. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verslechterde hun relatie ingrijpend, zij verliet hem en ze scheidden in 1945. Martha Gellhorn trouwde nog een derde keer, in 1954, met de hoofdredacteur van Time, T.S. Matthews. Het huwelijk duurde negen jaar. Hoewel bekend door haar carrière als oorlogsverslaggever was zij geen onverdienstelijk fictieschrijver die vijf romans, veertien novellen en twee verhalenbundels schreef.

     

    Uit: Travels with Myself and Another

     

    „I was seized by the idea of this book while sitting on a rotten little beach at the western tip of Crete, flanked by a waterlogged shoe and a rusted potty. Around me, the litter of our species. I had the depressed feeling that I spent my life doing this sort of thing and might well end my days here. This is the traveller's deep dark night of the soul and can happen anywhere at any hour. No one suggested or recommended this sewer. I found it unaided, studying a map on the cheap night flight to Heraklion. Very pleased with myself too because I'd become so practical; before leaping into the unknown I actually telephoned the Greek Tourist Office in London and received a map of Crete, a list of hotels and the usual travel bumpf written in the usual purple prose. Reading matter for the plane.

     

    Way off there, alone on a bay, was a place named Kastelli with one C Class hotel. Just the ticket; far from the beaten track, the C Class hotel was sure to be a sweet little taverna, clean, no running water, grape arbour. I pictured Kastelli as an unspoiled fishing village, sugar cube houses clustered behind a golden beach. All day I would swim in lovely water, the purpose of the journey; at night I would drink ouzo in the grape arbour and watch the fishermen lollop about like Zorba under the moon.

     

    It took as long to get from Heraklion to Kastelli, by three buses, as from London to New York by Jumbo Jet. All buses sang Arab-type Musak. Kastelli had two streets of squat cement dwellings and shops; the Aegean was not in sight. The C Class hotel was a three-storey cement box; my room was a cubby-hole with a full compliment of dead flies, mashed mosquitoes on the walls and hairy dust balls drifting around the floor. The population of Kastelli, not surprisingly, appeared sunk in speechless gloom, none more so than the proprietor of the C Class hotel where I was, also not surprisingly, the only guest. On the side of the Post Office, across from my room, a political enthusiast had painted a large black slogan. Amepikanoi was the first word, and I needed no Greek to know that it meant Yank Go Home. You bet your boots, gladly, cannot wait to oblige; but there was no way out until the afternoon bus the next day“

     

     

     

     

    GellhornHemingway
    Martha Gellhorn (8 november 1908 - 16 februari 1998)

    Met Hemingway op hun huwelijksreis in Honolulu in 1940

     

     

     

     

     

     

    De Duitse schrijver Detlef Opitz werd geboren op 8 november 1956 in Steinheidel-Erlabrunn. Na zijn opleiding tot monteur werkte hij tussen 1975 en 1982 als technisch assistent in een bibliotheek, als poppenspeler, verkoper, ober en postbode in Halle. In 1980 werd hij toegelaten tot de literatuurstudie in Leipzig, maar door toedoen van de veiligheidsdienst van de DDR weer uitgesloten van de studie. Ook werd het hem onmogelijk gemaakt om te publiceren. Sinds 1982 woont Opitz in de Berlijnse wijk Prenzlauer Berg en maakt hij deel uit ban de Oost-Berlijnse literatuur- en cultuurscene. Tot 1989 publiceerde hij in „ondergrondse“ tijdschtiften als Ariadnefabrik, Entwerter Oder, Mikado, en Schaden und Verwendung.Wegens zijn betrokkenheid bij de oppositie werd hij verschillende keren gearresteerd en in 1985 wegens "gesellschaftlichen Missverhaltens" tot vier jaar verbanning uit Berlijn veroordeeld. Zijn advocaten in die tijd waren Gregor Gysi und Lothar de Maizière.

     

    Der Büchermörder 

     

    "...nicht allein, daß der alte Kaufmann Schmidt angefallen worden war, vorne beim Marktplatz, und ausgeräubert, auch nicht allein die brachiatische Wuth, wie man ihm das Eisen über den Schädel gezogen, nein, erst der Kaltsinn des gottlosen Schurken - mög er sich zum griechischen Pi schern, der Hunt! -, erst der vornehme Anstand seines Benehmens just nach der greulichen That war es, der vor allem die Gemüther erhitzte. Noch Wochen nach dem affrösen Uiberfall, als der recht gar zu bedauernde Kaufmann endlich seinen letzten schmerzhaften Atemzug gethan im April, und seinem verschorften Kopfe dieser gräßliche Druck entwichen war, wie die Seele einem strengen Gefängniß, noch dann mochte wohl dieser oder jener fiebrigen Küchenmamsell das Zünglein in bedenckliche Ventilirung gerathen seyn, auch hätte bis in den Sommer hinein, bis die Sache sich wieder abgestillet, manch artiger Mann auf der Straße sich mit Dolchen und Äxten versehen, immer auf der Acht, daß, wenn in der Dunckelheit ihm einer begegnet, mit der langen Nase einer, dem man es sonst nie ansieht...

    Auch wir, frags Gott, sind ob der kaltschnäuzigen Art noch heute und wann immer sie uns in den Sinn tritt so aufgeregt und hin- und hochgerissen, als daß es uns schwer fallen will, Euch die Geschichte ihrem natürlichen Habitus nach zu relationiren. So mag vielleicht ein Gläschen fürnher uns das Blut etwas binden und hülfreich sein, die Gedancken zu entzwirrn.

    Der Kaufmann Friedrich Wilhelm Schmidt stand im 72sten Jahr seines Alters. Er wohnte drei Treppen hoch in der Grimmaischen Gasse vier, seinem eigenthümlichen Hause, grad gegenüber vom Naschmarkt. Das ist, wir wissen, liebe Fräundin, wie sehr Euch die Litteratur doch so am Herzen beliegt, das ist nur zwey Häuser entfernt von Nº 6, des erst unlängst mit Tod abgegangenen Dichters Seume letzten Quartiers. So unser Herr aber kaum mehr den Geschäften anhing und dessenstatt als Rentier ein commodes Auskommen besaß, so verließ er auch nur ungern noch sein Logis - mochten es die Tücken und Krimmen des Alters seyn, wer weiß das schon, in diesem 11/12er Winter zumal, an dessen klirrende Kälte denn auch viele sich noch erinnern mögen - bis in den März hinein lag in den Straßen fußhoch der Schnee. Das Jahr schrieb sich aber erst den 28sten Januarius in die Kalender, Diensttag, die Uhren hatten des Tages 10te Stunde geschlagen, als der Schmidtischen Hausmagd, der Concordie Marie Vetter, doch gleich so sinister zumuthe war, wie sie ihrem langwierigen Dienstherrn einen Besucher vermeldete, einen, der in Geschäften ein Unterreden begehrte und darob extra aus Hamburg herbeigereist kam.

    Aus Hammaburg? sann der greise Kaufmann, selbst aus dem Norden gebürtig, und schlug sogleich ein längst erledigtes Bordereau zu, über welchem er in schönster Erinnerung jener guten alten Tage gebeugt saß, als noch die täglichen Geschäfte seinem Leben der Quell warn. - ›Nur zu! Tritt er ein!‹ rief er darauf in Richtung Vorsaal, durchaus erfreut über den Ruf, den er wohl noch weithin besaß. ›Tritt er ein! Nur zu, der Herr! Was macht der Blanke Hanns?‹

     

     

     

     

    Opitz
    Detlef Opitz (Steinheidel-Erlabrunn, 8 november 1956)

     

     

     

     

     

     

    De Russische dichteres en schrijfster Zinaida Gippius werd geboren op 8 november 1869 in Beljov in de buurt van Tula. Gippius en haar man, de Russische filosoof Merezhkovsky waren aanhangers van de revoluties van 1905 en van 1917, maar de machtsovername door de bolsjewieken wezen zij af. Op 24 december 1919 vluchtten zij richting Polen en bleven een tijdje in Minsk en Warschau, waar ze lezingen hielden en politieke pamfletten schreven. Aanvankelijk bleef Gippius wat in de schaduw van haar man. Wel organiseerdehet echtpaar literaire salons, waarin zij snel het middelpunt van jong talent vormden. Lang leefde het echtpaar in een ménage à trois, eerst met de homosexuele publicist Dmitri Filossofov, later met de jonge dichter Wladimir Slobin. De tragedie van het leven en werken van een schrijver in ballingschap is een hoofdthema van haar werk.

     

     

    Freedom

     

    1904

     

    I hate to submit to the people’s desire.

    Who likes a yoke of a slave?

    Trough whole our life we’re in permanent trial,

    After – we lay in a grave.

     

    I can’t submit to the Heavenly Low

    If Lord are my love and my light.

    He gave me the ways on the earth, I’ve to go,

    How I can step aside?

     

    I break all nets by which people are drawn –  

    Dreams, deepest sadness and bliss.           

    We are not slaves, we are children His own,

    Children are free as He is.

     

    I pray my God, who produced all the living,

    Using the name of His Son:

    Father, let our unambiguous willing

    Ever be righteous and one!

     

     

    Festivity

     

    1917

     

    The vomit of the war – the feast of the October!

    From all this wine, that desperately stinks,

    Oh, how loathsome was later your hangover,

    My country, sunk in poverty and sins!            

     

    To please which dogs or swarms of awful demons,

    To what a dream of what an evil sleep,

    The people killed their freedom in their madness,

    And even didn’t killed  – just flogged to death by a weep?

     

    The dogs and imps laugh o’er a fishy bone

    And guns, too, laugh, through their mouths-spans …

    You’ll soon be penned by sticks into your pigsty, old, --

    The people, not respecting own saints.

     

     

     

     

    Vertaald door Yevgeny Bonver

     

     

     

     

    gippius
    Zinaida Gippius (8 november 1869 – 9 september 1945)

     

     

     

     

     

    De Ameikaanse schrijfster Margaret Mitchell werd geboren op 8 november 1900 in Atlanta, Georgia. Zie ook mijn blog van 8 november 2006.

     

    Uit: Gone with the wind

     

    „The next morning Scarlett's body was so stiff and sore from the long miles of walking and jolting in the wagon that every movement was agony. Her face was crimson with sunburn and her blistered palms raw. Her tongue was furred and her throat parched as if flames had scorched it and no amount of water could assuage her thirst. Her head felt swollen and she winced even when she turned her eyes. A queasiness of the stomach reminiscent of the early days of her pregnancy made the smoking yams on the breakfast table unendurable, even to the smell. Gerald could have told her she was suffering the normal aftermath of her first experience with hard drinking but Gerald noticed nothing. He sat at the head of the table, a gray old man with absent, faded eyes fastened on the door and head cocked slightly to hear the rustle of Ellen's petticoats, to smell the lemon verbena sachet.

     

    As Scarlett sat down, he mumbled: "We will wait for Mrs. O'Hara. She is late." She raised an aching head, looked at him with startled incredulity and met the pleading eyes of Mammy, who stood behind Gerald's chair. She rose unsteadily, her hand at her throat and looked down at her father in the morning sunlight. He peered up at her vaguely and she saw that his hands were shaking, that his head trembled a little.

     

    Until this moment she had not realized how much she had counted on Gerald to take command, to tell her what she must do, and now -- Why, last night he had seemed almost himself. There had been none of his usual bluster and vitality, but at least he had told a connected story and now -- now, he did not even remember Ellen was dead. The combined shock of the coming of the Yankees and her death had stunned him. She started to speak, but Mammy shook her head vehemently and raising her apron dabbed at her red eyes.

     

    "Oh, can Pa have lost his mind?" thought Scarlett and her throbbing head felt as if it would crack with this added strain. "No, no. He's just dazed by it all. It's like he was sick. He'll get over it. He must get over it. What will I do if he doesn't? -- I won't think about it now. I won't think of him or Mother or any of these awful things now. No, not till I can stand it. There are too many other things to think about -- things that can be helped without my thinking of those I can't help."

     

    She left the dining room without eating, and went out onto the back porch where she found Pork, barefooted and in the ragged remains of his best livery, sitting on the steps cracking peanuts. Her head was hammering and throbbing and the bright sunlight stabbed into her eyes. Merely holding herself erect required an effort of will power and she talked as briefly as possible, dispensing with the usual forms of courtesy her mother had always taught her to use with negroes.

     

     

     

     

    Margaret_Mitchell
    Margaret Mitchell (8 november 1900 – 16 augustus 1949)

     

     

     

     

     

     

    De Ierse schrijver Bram Stoker werd geboren op 8 november 1847 in Clontarf, een wijk van Dublin in Ierland. Zie ook mijn blog van 8 november 2006.

     

    Uit: Dracula

     

    „Jonathan Harker's Journal 3 May. Bistritz.--Left Munich at 8:35 P.M., on 1st May, arriving at Vienna early next morning; should have arrived at 6:46, but train was an hour late. Buda-Pesth seems a wonderful place, from the glimpse which I got of it from the train and the little I could walk through the streets. I feared to go very far from the station, as we had arrived late and would start as near the correct time as possible. The impression I had was that we were leaving the West and entering the East; the most western of splendid bridges over the Danube, which is here of noble width and depth, took us among the traditions of Turkish rule. We left in pretty good time, and came after nightfall to Klausenburgh. Here I stopped for the night at the Hotel Royale. I had for dinner, or rather supper, a chicken done up some way with red pepper, which was very good but thirsty. (Mem. get recipe for Mina.) I asked the waiter, and he said it was called "paprika hendl," and that, as it was a national dish, I should be able to get it anywhere along the Carpathians. I found my smattering of German very useful here, indeed, I don't know how I should be able to get on without it. Having had some time at my disposal when in London, I had visited the British Museum, and made search among the books and maps in the library regarding Transylvania; it had struck me that some foreknowledge of the country could hardly fail to have some importance in dealing with a nobleman of that country. I find that the district he named is in the extreme east of the country, just on the borders of three states, Transylvania, Moldavia, and Bukovina, in the midst of the Carpathian mountains; one of the wildest and least known portions of Europe. I was not able to light on any map or work giving the exact locality of the Castle Dracula, as there are no maps of this country as yet to compare with our own Ordance Survey Maps; but I found that Bistritz, the post town named by Count Dracula, is a fairly well-known place. I shall enter here some of my notes, as they may refresh my memory when I talk over my travels with Mina.“

     

     

     bram-stoker

    Bram Stoker (8 november 1847 – 20 april 1912)


    08-11-2008 om 20:14 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    07-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Albert Camus, Albert Helman, Antonio Skármeta, Vladimir Volkoff

    De Franse schrijver en filosoof Albert Camus werd geboren op 7 november 1913 in Mondovi, Algerije. Zie ook mijn blog van 7 november 2006 en ook mijn blog van 7 november 2007.

     

    Uit: La Peste

     

    “Rieux marchait toujours. À mesure qu'il avançait, la foule grossissait autour de lui, le vacarme s'enflait et il lui semblait que les faubourgs, qu'il voulait atteindre, reculaient d'autant. Peu à peu, il se fondait dans ce grand corps hurlant dont il comprenait de mieux en mieux le cri qui, pour une part au moins, était son cri. Oui, tous avaient souffert ensemble, autant dans leur chair que dans leur crâne, d'une vacance difficile, d'un exil sans remède et d'une soif jamais contentée. Parmi ces amoncellement de morts, les timbres des ambulances, les avertissements de ce qu'il est convenu d'appeler le destin, le piétinement obstiné de la peur et la terrible révolte de leur coeur, une grande rumeur n'avait cessé de courir et d'alerter ces êtres épouvantés, leur disant qu'il fallait retrouver leur vraie patrie. Pour eux tous leur vraie patrie se trouvait au-delà des murs de cette ville étouffée. Elle était dans les broussailles odorantes sur les collines, dans la mer, les pays libres et le poids de l'amour. Et c'était vers elle, c'était vers le bonheur, qu'ils voulaient revenir, se détournant du reste avec dégoût.

     

    Quant au sens que pouvait avoir cet exil et ce désir de réunion, Rieux n'en savait rien. Marchant toujours, pressé de toutes parts, interpellé, il arrivait peu à peu dans des rues moins encombrées et pensait qu'il n'est pas important que ces choses aient un sens ou non, mais qu'il faut voir seulement ce qui est répondu à l'espoir des hommes.

     

    Lui savait désormais ce qui est répondu et il l'apercevait mieux dans les premières rues des faubourg, presque désertes. Ceux qui, s'en tenant au peu qu'ils étaient, avaient désiré seulement retourner dans la maison de leur amour, étaient quelquefois récompensés. Certes, quelques uns d'entre eux continuaient de marcher dans la ville, solitaires, privés de l'être qu'ils attendaient. Mais d'autres comme Rambert, que le docteur avait quitté le matin même en lui disant "Courage, c'est maintenant qu'il faut avoir raison », avaient retrouvé sans hésiter l'absent qu'ils avaient cru perdu. Pour quelques temps au moins, ils seraient heureux. Ils savaient maintenant que s'il est une chose qu'on puisse désirer toujours et obtenir quelquefois, c'est la tendresse humaine.“

     

     

     

     

    albert_camus
    Albert Camus (7 november 1913 – 4 januari 1960)

     

     

     

     

     

     

    De Nederlandse schrijver Albert Helman werd geboren op 7 november 1903 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 7 november 2006.

     

    Uit: De laaiende stilte

     

    „Neen, ik ben niet kuis. Ik beef terwijl ik deze eerste regel van mijn dagboek neerschrijf, maar ik heb mijzelf beloofd meedogenloos te zijn jegens mijn eigen ziel en eerlijk jegens ieder over wie ik mogelijk hier een oordeel uitspreek. Veroordelen zal ik stellig niemand, nu ik begonnen ben mijzelf te vonnissen. Ik ben niet kuis. De ongerepte Agnès d'Esternay, is zij ooit kuis geweest? Zo lang ik mij herinneren kan, heb ik begeerd, onvormelijk eerst en vaag, daarna... Geen van die dromen ben ik ooit meer kwijtgeraakt; ze vloeiden in elkander over, werden één, een nieuwe werkelijkheid waarin ik mij beweeg en handel als de ergste zondares, terwijl een ieder denkt, neen, weet met al de zekerheid die feiten kunnen geven, dat ik de ongerepte, ingetogen middelste der drie gezusters ben. De vrolijkste misschien [in schijn] van alle drie, maar zeker niet hun mindere wat deugd betreft [ook weer in schijn]. Of is dit hoogmoed, domheid, zo verzekerd van de dunk van anderen te zijn? Doorzien ze mij? Ik denk van niet. En deze huichelarij, de noodzaak anderen jezelve anders voor te doen dan men in werkelijkheid zichzelve weet, geeft mij dit knagende gevoel van mijn verworpenheid, van al sinds eeuwigheid niet te zijn toegelaten tot de liefde Gods. Verdoemd te zijn. Want ware deugd en wijlen in de liefde Gods is weten dat men staat, en

    [p. 10]vallend alreeds overeind komt, van nature overeind te zijn en niet terneergesmeten, niet voortdurend, dag en nacht te worstelen met het boze, in de greep van de Verleider die je in zijn ene arm vol heerlijkheid omklemd, houdt en je met zijn andere onderwijl betovert, achterover dringt en dan...

     

    Te weten zou gemakkelijk zijn. Hoe gruwelijk en ondoorgrondelijk wreed het ook zou wezen, alles ware beter dan de onzekerheid, dat het misschien toch mogelijk is langs duistere kronkelpaden te ontdekken, dat je niet voorgoed verdoemd bent, niet bent voorbestemd ten ondergang. Wie weet dat hij niets te verwachten heeft van het Hiernamaals kan zijn leven daar- op inrichten, genieten voorzover er te genieten valt en in de roes zichzelf bedwelmen, heel een leven lang. Maar folterpijn is dit, de ongewisheid, het besef van ondergang, van weggeworpen-zijn, nochtans vol vage hoop, vol wroeging en vol schuldbesef, dat een verlangen lijkt naar het zuiverste geluk terwijl je in de mest graait. Ik zou dit alles niet zo boudweg kunnen schrijven, als ik niet het wezenlijkste hier met cijfers kon verbergen, cijfers die veel schuldelozer zijn dan woorden en waarvan geen sterveling zal achterhalen wat zij aan gedachten en gevoelens, aan verlangens, wanhoop en vertwijfeling verbergen. Maar het is goed dat het hier staat en dat ik het ook nu en dan herlezen kan, ofschoon ik het eerst zelf weer moet ontraadselen, zoals een bankroetier berekent hoe groot zijn schulden al geweest zijn, jaren her; maar dan weer wéét waar hij aan toe is.“

     

     

     

     

    helman_vanrees
    Albert Helman (7 november 1903 - 7 oktober 1996)

    Portret van Albert Helman door Otto van Rees, 1924

     

     

     

     

     

     

     

    De Chileense schrijver Antonio Skármeta werd geboren op 7 november 1940 in Antofagasta. Als aanhanger van Salvador Allendes moest hij in 1973 zijn land verlaten en hij leefde in ballingschap in Berlijn, waar hij draaiboeken schreef voor Duitse films. In 1989 keerde hij naar Chili terug. Zijn bekendste boek is de roman Ardiente Paciencia (Duits: Mit brennender Geduld) die hij zelf in 1983 als film regiseerde, maar die onder de verfilming van Michael Radford uit 1994 als Il Postino wereldberoemd werd. Boek en film gaan over de vriendschap tussen een postbode en de Nobelprijswinnaar Pablo Neruda. Toen de militairen inChili het veld hadden geruimd was Skármeta korte tijd ambassadeur in Berlijn. Tegenwoordig presenteert hij ook een tv-programma over literatuur in Chili.

     

    Uit: Der Dieb und die Tänzerin (El baile de la Victoria, vertaald doorWilli Zurbrüggen)

     

    „Am 13. Juni, dem Tag des heiligen Antonius von Padua, erließ der Präsident eine Amnestie für alle Strafgefangenen.

    Bevor Ángel Santiago entlassen wurde, ließ der Gefängnisleiter den jungen Mann zu sich kommen. Er trat mit der Schlacksigkeit und der brutalen Schönheit seiner zwanzig Jahre ein, hielt die Nase hoch, eine Haarsträhne fiel über die linke Wange, und er schaute den Direktor herausfordernd an. Die Körner eines Hagelschauers schlugen gegen die Fensterscheiben hinter den Gittern und zerrissen die dicke Staubschicht, die darauf lag.

    Nachdem er ihn einen Wimpernschlag lang gemustert hatte, senkte der Gefängnisleiter den Blick auf das unterbrochene Schachspiel, strich sich nachdenklich über das Kinn und überlegte, welches jetzt der geschickteste Zug sei.

    »Du verläßt uns also, mein Junge«, sagte er mit einem Hauch von Wehmut in der Stimme, ohne jedoch den Blick vom Schachbrett zu nehmen. Dann hob er den König und schob das kleine Kreuz der Krone bedächtig in die Lücke zwischen seine oberen Schneidezähne. Er trug seinen Mantel und einen braunen Schal aus Alpacawolle, Schuppen hingen schwer in seinen Augenbrauen.

    »So ist es, Herr Direktor. Zwei Jahre hab’ ich abgesessen.«

    »Du wirst nicht behaupten wollen, daß sie wie im Flug vergangen sind.«

    »Sie sind nicht wie im Flug vergangen, Señor Santoro.«

    »Etwas Positives solltest du dieser Zeit abgewonnen haben.«

    »Ich habe einige recht interessante Pläne.«

    »Legale?«

    Der Junge trat mit der Fußspitze spielerisch gegen den Rucksack, in dem er seine wenigen Habseligkeiten verstaut hatte, reinigte mit dem Finger seinen Augenwinkel und grinste so spöttisch, daß jeder Anspruch auf Wahrheit in seiner Antwort von vornherein ausgelöscht wurde.

    »Vollkommen legal. Warum haben Sie mich kommen lassen, Herr Direktor?«

    »Zwei Kleinigkeiten«, sagte der Gefängnisleiter und tippte sich mit der Figur des Königs an die Nase. »Ich spiele die Weißen und bin am Zug. Was mache ich, um schnell das Schachmatt von Schwarz herbeizuführen?«

    Der Junge warf einen verächtlichen Blick auf das Schachbrett und rieb mißmutig

    seine Nasenspitze.

    »Was wäre die zweite Kleinigkeit, Herr Direktor?«

    Der Mann stellte den König auf sein Feld zurück und zeigte ein Lächeln von so überwältigender Traurigkeit, daß seine Lippen aufquollen, als wollte er gleich in Tränen ausbrechen.

    »Das weißt du doch.«

    »Das weiß ich nicht.«

    »Dein Plan ist, mich umzubringen«, sagte der Direktor lächelnd.

    »Sie nehmen in meinem Leben keine so bedeutende Stellung ein, daß Sie sagen

    könnten, es sei mein Plan, Sie umzubringen.«

    »Also wirst du mich umbringen.«

     

     

     

     

    skarmeta
    Antonio Skármeta (Antofagasta, 7 november 1940)

     

     

     

     

     

    De Franse schrijver Vladimir Volkoff werd geboren in Parijs op 7 november 1932 als zoon van Russische emigranten. Hij behaalde een licentie in klassieke talen en een doctoraat in de wijsbegeerte. Na zijn studies was hij eerst leraar Engels te Amiens. Van 1957-1962 diende hij in het Franse leger en streed mee in de Algerijnse oorlog. Na zijn demobilisatie trok hij naar de Verenigde Staten waar hij eerst als vertaler werkte en later Frans en Russisch doceerde (1966-1977). In 1979 keerde hij terug naar Frankrijk en werkte sindsdien alleen nog als schrijver. Volkoff was bedreven in diverse literaire disciplines; hij schreef zowel romans, toneelwerken, essays, geschiedenis als biografieën. Zijn anti-communistische overtuiging stak hij niet onder stoelen of banken. In totaal publiceerde hij een honderdtal boeken. Meermaals mocht hij letterkundige prijzen in ontvangst nemen o.a. Prix Chateaubriand, Prix Jules Verne, Grand Prix du roman de l'Académie française, en de Prix Daudet, die in 2003 aan hem werd toegekend door de luisteraars van Radio Courtoisie. Volkoff was practizerend Katholiek en anti-modernistisch. Hij zette zich fel af tegen decadentie en alles wat naar marxisme neigde. In de Franse rechterzijde was hij een graag gezien figuur.

     

    Uit: Manuel du politiquement correct

     

    „L'enracinement, au sens où l'entendait Simone Weil, est la chose la plus politiquement incorrecte du monde. Naître enraciné dans une famille , dans une nation , dans une civilisation que l'on n'a pas choisie et pousser la bassesse jusqu'à les assumer, les revendiquer, les faire siennes et donc devenir le leur, rien n'est plus répugnant. L'individu politiquement correct se doit d'être "fils de personne" , comme le formulait Montherlant, "voyageur sans bagages" , comme l'exprimait Anouilh, ni l'un ni l'autre ne pouvant pourtant être considérés comme des prophètes de la pensée politiquement correcte.

    Les seuls enracinements politiquement corrects sont ceux qui tiennent du hobby plus que de l'héritage.

    Par exemple, il est permis de se vouloir occitan, à condition d'inventer une langue "occitane" qui possède une morphologie et une syntaxe mais que personne ne parle. En revanche, les véritables habitants du Sud-Ouest qui parlent leurs patois sont politiquement suspects, parce que leur patois les isole tant soit peu de l'influence politiquement correcte. Cependant on peut les encourager dans cette voie parce que :

     

    - d'une part, ils ne sont pas vraiment dangereux;

    - d'autre part, toute action qui vise, si peu que ce soit, à la dislocation de la nation doit être considérée comme bénéfique.“

     

     

     

     

    Volkoff
    Vladimir Volkoff (7 november 1932 - 14 september 2005)




     

     

    07-11-2008 om 20:45 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Friedrich zu Stolberg-Stolberg, Johann Gottfried Schnabel, Gédéon Tallemant des Réaux, Auguste Villiers de L'Isle-Adam

    De Duitse dichter, vertaler en jurist Graaf Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg werd geboren op 7 november 1750 in Bramstedt, in het in die tijd Deense Holstein. Hij is vooral bekend gebleven als dichter.De aristocraat was een zoon van Graaf Christian Günther zu Stolberg-Stolberg.  Hij was de jongere broer van de eveneens dichtende Christian Graf Stolberg-Stolberg (1748 - 1821). Stolberg schreef revolutionair-pathetische gedichten die men in de literatuurgeschiedenis tot de periode en stijl der Sturm und Drang rekent. Zijn werk, waaronder het bekende gedicht "Auf dem Wasser zu Singen" werd in 1783 door Heinrich Christian Boie gepubliceerd. Een aantal gedichten waaronder ook "Auf dem Wasser zu Singen" werd door Franz Schubert voor piano en zangstem (sopraan) bewerkt. Stolberg studeerde rechten aan de universiteiten van Halle en Göttingen waar beide broers in 1772 in de “Göttinger Hain”, een groep of genotschap van dichters werden opgenomen. Tot deze kring behoorden ook Hans Christian Boie en Johann Heinrich Voß.

     

     

    Lied auf dem Wasser zu singen

     

    Mitten im Schimmer der spiegelnden Wellen

    Gleitet, wie Schwäne, der wankende Kahn:

    Ach, auf der Freude sanftschimmernden Wellen

    Gleitet die Seele dahin wie der Kahn;

    Denn von dem Himmel herab auf die Wellen

    Tanzet das Abendrot rund um den Kahn.

     

    Über den Wipfeln des westlichen Haines

    Winket uns freundlich der rötliche Schein;

    Unter den Zweigen des östlichen Haines

    Säuselt der Kalmus im rötlichen Schein;

    Freude des Himmels und Ruhe des Haines

    Atmet die Seel im errötenden Schein.

     

    Ach, es entschwindet mit tauigem Flügel

    Mir auf den wiegenden Wellen die Zeit;

    Morgen entschwinde mit schimmerndem Flügel

    Wieder wie gestern und heute die Zeit,

    Bis ich auf höherem strahlendem Flügel

    Selber entschwinde der wechselnden Zeit.

     

     

     

     

    Stolberg
    Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg (7 november 1750 - 5 december 1819)

     

     

     

     

     

     

    De Duitse schrijver Johann Gottfried Schnabel werd geboren op 7 november 1692 in Sandersdorf bij Bitterfeld. Sinds 1694 was hij een wees die bij familie en bekenden opgroeide. Hij volgde onderwijs in Halle en een opleiding tot barbier. Tot 17717 diende hij in verschillende legers als huursoldaat. In 1719 werd hij meester barbier in Querfurt. In 1724 verhuisde hij met zijn familie naar Stolberg in de Harz, waar hij van 1731 tot 1738 uitgever was van de krant Stolbergische Sammlung Neuer und Merckwürdiger Welt-Geschichte. In dezelfde tijd publiceerde hij zijn hoofdwerk Wunderliche Fata einiger See-Fahrer. Na het jaar 1750 is niets meer over hem bekend.

     

    Uit: Wunderliche Fata einiger Seefahrer absonderlich Alberti Julii

     

    Ob denenjenigen Kindern, welche um die Zeit geboren werden, da sich Sonnen- oder Mondfinsternissen am Firmamente präsentieren, mit Recht besondere Fatalitäten zu prognostizieren sein? Diese Frage will ich den gelehrten Naturkündigern zur Erörterung überlassen, und den Anfang meiner vorgenommenen Geschichtsbeschreibung damit machen: wenn ich dem geneigten Leser als etwas Merkliches vermelde: daß ich Eberhard Julius den 12. Mai 1706 eben in der Stunde das Licht dieser Welt erblickt, da die bekannte große Sonnenfinsternis ihren höchsten und fürchterlichsten Grad erreicht hatte. Mein Vater, der ein wohlbemittelter Kaufmann war, und mit meiner Mutter noch kein völliges Jahr im Ehestande gelebt, mochte wegen gedoppelter Bestürzung fast ganz außer sich selbst gewesen sein; jedoch nachdem er bald darauf das Vergnügen hat meine Mutter ziemlich frisch und munter zu sehen, mich aber als seinen erstgebornen jungen, gesunden Sohn zu küssen, hat er sich, wie mir erzählet worden, vor Freuden kaum zu bergen gewußt.

     

    Ich trage Bedenken von denenjenigen Tändeleien viel Wesens zu machen, die zwischen meinen Eltern als jungen Eheleuten und mir als ihrer ersten Frucht der Liebe, in den ersten Kinderjahren vorgegangen. Genung! ich wurde von ihnen, wiewohl etwas zärtlich, jedoch christlich und ordentlich erzogen, weil sie mich aber von Jugend an dem Studieren gewidmet, so mußte es keinesweges an gelehrten und sonst geschickten Lehrmeistern ermangeln, deren getreue Unterweisung nebst meinen unermüdeten Fleiße so viel würkte, daß ich auf Einraten vieler erfahrner Männer, die mich examiniert hatten, in meinem siebzehnten Jahre nämlich um Ostern 1723 auf die Universität Kiel nebst einem guten Anführer reisen konnte. Ich legte mich auf die Jurisprudenz nicht sowohl aus meinem eigenen Antriebe, sondern auf Begehren meiner Mutter, welche eines vornehmen Rechtsgelehrten Tochter war. Allein ein hartes Verhängnis ließ mich die Früchte ihres über meine guten Progressen geschöpften Vergnügens nicht lange genießen, indem ein Jahr hernach die schmerzliche Zeitung bei mir einlief, daß meine getreue Mutter am 16. Apr. 1724 samt der Frucht in Kindesnöten Todes verblichen sei.“

     

     

    Schabel_frontispice
    Johann Gottfried Schnabel (7 november 1692  - tussen 1751 en 1758)

    Frontispice (geen portret beschikbaar)

     

     

     

     

     

     

    De Franse schrijver Gédéon Tallemant des Réaux werd geboren op 7 november 1619 in La Rochelle. Geen van zijn werken werd tijdens zijn leven gepubliceerd. Hij schreef tragedies, epigrammen, rondeaus en talrijke gelegenheidsgedichten. Beroemd is hij echter door zijn Historiettes, een verzameling van anakdoten over zijn tijdgenoten. Aan talrijke personen uit de aristocratie, literatuur en wetenschap is een historiette gewijd: Hendrik IV, kardinaal Richelieu, Blaise Pascal en vele anderen.

    De bezitter van het oorspronkelijke handschrift gaf het werk in 1834/1835 uit. Dat zorgde voor een schandaal omdat de weinig vlijende beschrijvingen in de Historiettes contrasteerden met het idealistische beeld van Frankrijks „Grand Siècle“. In de 20e eeuw werd Gédéon Tallemant des Réaux echter gerehabiliteerd.

     

    Uit: MESDAMES DE ROHAN

     

    „(...) Mlle Anne de Rohan, bonne fille, fort simple, quoyqu’elle sceüst du latin et que toute sa vie elle eust fait des vers ; à la vérité, ils n’estoient pas les meilleurs du monde.

    Mlle de Rohan la bossue,

    Sa soeur la bossue, avoit bien plus d’esprit qu’elle : j’en ay déjà escrit un impromptu. Elle avoit une passion la plus desmesurée qu’on ayt jamais veûe pour Mme de Nevers, mere de la reyne de Pologne. Quand elle entroit chez cette princesse, elle se jettoit à ses piez, et les luy baisoit. Mme de Nevers estoit fort belle, et elle ne pouvoit passer un jour sans la voir, ou luy escrirre si elle estoit malade : elle avoit tousjours son portrait, grand comme la paume de la main, pendu sur son corps de robe, à l’endroit du coeur. Un jour, l’esmail de la boiste se rompit un peu ; elle le donna à un orfèvre à racommoder, à condition qu’elle l’auroit le jour mesme. Comme il travailloit à sa boutique, lesmail s’envoila, comme ils disent, parce qu’une charrette fort chargée, en passant là tout contre, fit trembler toute la boutique. Elle y alla pour le r’avoir, et fit des enrageries espouvantables à ce pauvre homme, comme si c’eust esté sa faute que ce portrait n’estoit pas raccommodé; on le luy rendit en l’estat qu’il estoit, et le lendemain elle le renvoya.

    Elle pensa se jetter par les fenestres quand Mme de Nevers mourut, et on dit qu’elle heurloit comme un loup. Quand elle mourut, on l’enterra avec ce portrait.

    Elle disoit : « Je voudrois seulement estre mariée pour un jour, pour m’oster cet opprobre de virginité ». On dit qu’elle y avoit mis bon ordre.“

     

     

     

     

    Tallemant
    Gédéon Tallemant des Réaux (7 november 1619 – 10 november 1692)

     

     

     

     

     

     

    De Franse schrijver Auguste Villiers de L'Isle-Adam werd geboren op 7 november 1838 in Saint-Brieuc. Zie ook mijn blog van 7 november 2006.

     

    Uit: LE CONVIVE DES DERNIÈRES FÊTES

     

    Depuis quelques instants nous admirions, à travers la poussière, la mosaïque tumultueuse des masques hurlant sous les lustres et s'agitant. sous l'archet sabbatique de Strauss.

    Tout à coup la porte de la loge s'ouvrit : trois dames, avec un froufrou de soie, s'approchèrent entre les chaises lourdes et, après avoir ôté leurs masques, nous dirent :

    “ Bonsoir ! ” C'étaient trois jeunes femmes d'un esprit et d'une beauté exceptionnels. Nous les avions parfois rencontrées dans le monde artistique de Paris. Elles s'appelaient :

    Clio la Cendrée, Antonie Chantilly et Annah Jackson.

    “ Et vous venez faire ici l'école buissonnière, mesdames ? demanda C*** en les priant de s'asseoir.

    - Oh ! nous allions souper seules, parce que les gens de cette soirée, aussi horribles qu'ennuyeux, ont attristé notre imagination, dit Clio la Cendrée.

    - Oui, nous allions nous en aller quand nous vous avons aperçus ! dit Antonie Chantilly.

    - Ainsi donc, venez avec nous, si vous n'avez rien de mieux à faire, conclut Annah Jackson.

    - Joie et lumière ! vivat ! ” répondit tranquillement C***.

    Élevez-vous une objection grave contre la Maison Dorée ?

    - Bien loin cette pensée ! dit l'éblouissante Annah Jackson en dépliant son éventail.

    - Alors, mon cher, continua C*** en se tournant vers moi, prends ton carnet, retiens le salon rouge et envoie porter le billet par le chasseur de Miss Jackson :

    - C'est, je crois, la marche à suivre, à moins d'un parti pris chez toi ?

    - Monsieur, me dit Miss Jackson, si vous vous sacrifiez jusqu'à bouger pour nous, vous trouverez ce personnage vêtu en oiseau phénix - ou mouche - et se prélassant au foyer. Il répond au pseudonyme transparent de Baptiste ou de Lapierre. - Ayez cette complaisance ? - et revenez bien vite nous aimer sans cesse. ” Depuis un montent je n'écoutais personne. Je regardais un étranger placé dans une loge en face de nous : un homme de trente-cinq ou trente-six ans, d'une pâleur orientale ; il tenait une lorgnette et m'adressait un salut.

    “ Eh ! c'est mon inconnu de Wiesbaden ! ” me dis-je tout bas, après quelque recherche.

    Comme ce monsieur m'avait rendu, en Allemagne, un de ces services légers que l'usage permet d'échanger entre voyageurs (oh ! tout bonnement à propos de cigares, je crois, dont il m'avait indiqué le mérite au salon de conversation), je lui rendis le salut. »

     

     

     

     

    Villiers de L'Isle-Adam
    Auguste Villiers de L'Isle-Adam (7 november 1838 - 18 april 1889)



     

    07-11-2008 om 20:44 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    06-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robert Musil, Michael Cunningham, Nelleke Noordervliet, Bea Vianen, Bert Vanheste

    De Oostenrijkse schrijver Robert Musil werd geboren op 6 november 1880 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 6 november 2006 en ook mijn blog van 6 november 2007.

     

    Uit: Der Mann ohne Eigenschaften

     

    „Der Vergleich der Welt mit einem Laboratorium hatte in ihm nun eine alte Vorstellung wiedererweckt. So wie eine grosse Versuchsstätte, wo die besten Arten, Mensch zu sein, druchgeprobt und neue entdeckt werden müssten, hatte er sich früher oft das Leben gedacht, wenn es ihm gefallen sollte. Dass das Gesamtlaboratorium etwas planlos arbeitete und dass die Leiter und die Theoretiker des Ganzen fehlten, gehörte auf ein anderes Blatt. Man konnte ja wohl sagen, dass er selbst so etwas wie ein Fürst und Herr des Geistes hätte werden wollen: Wer allerdings nicht? Es ist so natürlich, dass der Geist als das Höchste und über allem Herrschende gilt. Es wird gelehrt. Was kann, schmückt sich mit Geist, verbrämt sich. Geist ist, in Verbindung mit irgendetwas, das Verbreitetste,

    was es gibt. Der Geist der Treue, der Geist der Liebe, ein männlicher Geist, ein gebildeter Geist, der grösste Geist der Gegenwart, wir wollen den Geist dieser und jener Sachen hochhalten, und wir wollen im Geiste unserer Bewegung handeln; wie fest und unanstössig klingt das bis in die untersten Stufen. Alles übrige, das alltägliche Verbrechen oder die emsige Erwerbsgier, erscheint daneben als das Uneingestandene, der Schmutz, den Gott aus seinen Zehennägeln entfernt.

    Aber wenn Geist allein dasteht, als nacktes Hauptwort, kahl wie ein Gespenst, dem man ein Leintuch borgen möchte, - wie ist es dann? Man kann die Dichter lesen, die Philosophen studieren, Bilder kaufen und nächteweise Gespräche führen: aber ist es Geist, was man dabei gewinnt? Angenommen, man gewönne ihn: aber besitzt man ihn dann? Dieser Geist ist so fest verbunden mit der zufälligen Gestalt seines Auftretens! Er geht durch den Menschen, der ihn aufnehmen möchte, hindurch und lässt nur ein wenig Erschütterung zurück. Was fangen wir mit alle dem Geist an? Er wird auf Massen von Papier, Stein, Leinwand in geradezu astronomischen Ausmassen immer von neuem erzeugt, wird ebenso unablässig unter riesenhaftem Verbrauch von nervöser Energie aufgenommen und genossen: Aber was geschieht mit ihm? Verschwindet er wie ein Trugbild? Löst er sich in Partikel auf? Entzieht er sich dem irdischen Gesetz der Erhaltung? Die Staubteilchen, die in uns hinabsinken und langsam zur Ruhe kommen, stehen in keinem Verhältnis zu dem Aufwand. Wohin, wo, was ist er? Vielleicht würde es,

    wenn man mehr davon wüsste, beklommen still werden um dieses Hauptwort Geist?!

    Es war Abend geworden; Häuser wie aus dem Raum gebrochen, Asphalt, Stahlschienen bildeten die erkaltende Muschel Stadt. Die Muttermuschel, voll kindlicher, freudiger, zorniger Menschenbewegung. Wo jeder Tropf als Tröpfchen anfängt, das sprüht und spritzt; mit einem Explosiönchen beginnt, von den Wänden aufgefangen und abgekühlt wird, milder, unbeweglicher wird, zärtlich an der Schale der Muttermuschel hängen bleibt und schliesslich zu einem Körnchen an ihrer Wand erstarrt. "Warum" dachte Ulrich plötzlich "bin ich nicht Pilger geworden?" Reine, unbedingte Lebensweise, zehrend frisch wie ganz klare Luft, lag vor seinen Sinnen; wer das Leben nicht bejahen will, sollte wenigstens das Nein des Heiligen sagen: und doch war es einfach unmöglich, ernsthaft daran zu denken.“

     

     

     

    musil
    Robert Musil (6 november 1880 – 15 april 1942)

     

     

     

     

    De Amerikaanse schrijver Michael Cunningham is geboren in Cincinnati, Ohio op 6 november 1952. Zie ook mijn blog van 6 november 2006  en ook mijn blog van 6 november 2007.

     

    Uit: The Hours

     

    “She hurries from the house, wearing a coat too heavy for the weather. It is 1941. Another war has begun. She has left a note for Leonard, and another for Vanessa. She walks purposefully toward the river, certain of what she'll do, but even now she is almost distracted by the sight of the downs, the church, and a scattering of sheep, incandescent, tinged with a faint hint of sulfur, grazing under a darkening sky. She pauses, watching the sheep and the sky, then walks on. The voices murmur behind her; bombers drone in the sky, though she looks for the planes and can't see them. She walks past one of the farm workers (is his name John?), a robust, small-headed man wearing a potato-colored vest, cleaning the ditch that runs through the osier bed. He looks up at her, nods, looks down again into the brown water. As she passes him on her way to the river she thinks of how successful he is, how fortunate, to be cleaning a ditch in an osier bed. She herself has failed. She is not a writer at all, really; she is merely a gifted eccentric.

    Patches of sky shine in puddles left over from last night's rain. Her shoes sink slightly into the soft earth. She has failed, and now the voices are back, muttering indistinctly just beyond the range of her vision, behind her, here, no, turn and they've gone somewhere else. The voices are back and the headache is approaching as surely as rain, the headache that will crush whatever is she and replace her with itself. The headache is approaching and it seems (is she or is she not conjuring them herself?) that the bombers have appeared again in the sky. She reaches the embankment, climbs over and down again to the river. There's a fisherman upriver, far away, he won't notice her, will he? She begins searching for a stone. She works quickly but methodically, as if she were following a recipe that must be obeyed scrupulously if it's to succeed at all. She selects one roughly the size and shape of a pig's skull. Even as she lifts it and forces it into one of the pockets of her coat (the fur collar tickles her neck), she can't help noticing the stone's cold chalkiness and its color, a milky brown with spots of green.

     

     

     

     

    MichaelCunningham
    Michael Cunningham (Cincinnati, 6 november 1952)

     

     

     

     

     

     

    De Nederlandse schrijfster Nelleke Noordervliet werd op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 6 november 2006. 

     

    Uit: Snijpunt

     

    “Zonlicht flitste in het vlindermes. De jongen deed een stap vooruit, Nora – net te laat – een stap achteruit. Met haar arm weerde ze de aanval af. Verrast zag ze bloed op haar mouw verschijnen. Koud zweet stond onmiddellijk op haar bovenlip, droop langs haar rug, ze vloekte. De schrik ijlde na, zette haar lichaam onder stroom. Heel even stonden ze roerloos tegenover elkaar, de leerling en zij, niet wetend hoe dit verder moest.

     

    Weg, dacht Nora, weg. En terwijl hij nog het mes geheven hield, verbaasd bijna om het gevolg van zijn daad, zocht zij blindelings de deur en liep trillend de gang op, een spoor bloeddruppels achterlatend.

     

    Haar aankomst in de lerarenkamer zette het ‘incidentenscenario’ in werking: opvang slachtoffer, opsporing dader, aangifte bij politie, gecontroleerde doorvoer van informatie aan leerlingen. Nora liet zich beduusd naar het ziekenhuis brengen door een nerveuze collega, maar wist op de vraag hoe het was gekomen alleen te zeggen: ‘Ik weet het niet, ik weet het niet.’ Ze zag almaar het mes. Was ze blijven staan, dan had het mes de plek onder haar linkerborst gevonden, waar haar leven klopte.

     

    Ze voelde hoe de huid daar weerstand bood en dan om het mes heen sprong alsof het staal werd binnengezogen. Ze kromp ineen van angst voor wat niet was gebeurd, kokhalsde, slikte toen de paniek weg. Het is niet het mes, zei ze tegen zichzelf, het is niet het mes, het is de haat. Ja, ook het mes natuurlijk, maar minder het mes dan de haat. Ik ben onthutst door de haat.“

     

     

     

     

    NellekeNoordervliet
    Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 6 november 1945)

     

     

     

     

     

    De Surinaamse schrijfster Bea Vianen werd geboren in Paramaribo op 6 november 1935. Zie ook mijn blog van 6 november 2006. 

     

    Uit: Terug naar Bethel

     

    „De volgende morgen schrok Christina wakker door de aflopende wekker wat niet nodig was geweest, omdat het nog vroeg was en bovendien zondag. Zonder te kijken tastte ze onder het bed en drukte het pinnetje in. Maar het licht dat door het open raam naar binnen viel, kon ze niet tegenhouden.

     

    De vroege zonnestralen vielen door het open raam op haar gezicht en gestoord in haar dankbare slaap deed ze met tegenzin haar ogen open. Ze keek de kamer onderzoekend rond alsof ze iets nieuws wilde ontdekken, maar niets was veranderd na gisterenavond; alles stond nog op zijn plaats, haar toiletartikelen, de schoenen en naast haar bed op de vloer de asbak vol sigarettenpeukjes. Sommige waren tot aan de filter gerookt, andere voor de helft; restanten van de offers aan de verwachting dat Livio zou komen.

     

    Langzaam kwam ze overeind en ging op de rand van het bed zitten met haar hoofd gesteund op haar linkerarm, terwijl ze haar ogen uitwreef. Livio was nog steeds niet teruggekomen! Wat! Haastig haalde ze het beduimelde pakje sigaretten onder de kussens weg en merkte dat haar vingers beefden. Ze had niet lang geslapen, want toen ze na uren denken het wachten op Livio had opgegeven, merkte ze dat het één uur was geworden. Die vervelende wekker. Ze werd misselijk van de rook en smeet de sigaret uit het raam. Tja, het was ijdele hoop geweest dat Livio toch nog zou komen. Maar waarom was hij weggebleven zonder haar te waarschuwen of zelfs voor te bereiden? Of moest ze zijn wegblijven opvatten als het natuurlijk gevolg van een vergissing van zijn kant? Een vergissing! Of volgde zo'n vergissing gewoonlijk als straf op een verliefdheid op het eerste gezicht? Of?

     

    Livio had het eerste alleenzijn met haar geen bijzondere gelegenheid gevonden, want hij had geen bijzondere dingen gezegd, ofschoon dit samenzijn met haar hem zeer zeker geen last bezorgde, anders had hij haar kunnen vermijden voor het tot een afspraak kwam. En de veronderstelling dat hij niet verliefd op haar zou zijn omdat hij geen bijzondere dingen tegen haar had gezegd, was belachelijk. Je hoeft tenslotte niets te zeggen.... Had hij haar niet met een tederheid omhelsd, die niet alleen op hartstocht berustte en hadden zijn ogen achter lange, steile wimpers niet warm naar haar gekeken. Zo warm dat ze een ogenblik gedacht had dat hij nog een jongen was?“

     

     

     

     

    BeaVianen
    Bea Vianen (Paramaribo, 6 november 1935)

     

     

     

     

     

    De Vlaamse literatuurwetenschapper en auteur Gilbert (Bert) Vanheste werd geboren in Pervijze op 6 november 1937. Hij schreef fictie onder het pseudoniem Bert Brouwers. Vanheste groeide op in Pervijze. Hij promoveerde in 1971 aan de Katholieke Universiteit Leuven op een proefschrift over de betekenis van de revolutie van 1848 voor de Vlaamse letterkunde. Van 1972 tot 2002 was hij hoofddocent Vlaamse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij stond bekend als kenner van het werk van Louis Paul Boon. Bert Vanheste was de initiatiefnemer van het Vlaams Cultureel Kwartier, een Vlaams cultureel centrum in Nijmegen.

     

    Uit: Nescio in Nijmegen. Een (on)hollandse leeswandeling

     

    „En ineens stond ze op, nam haar hoed uit ’t rek, stak er vlug de pennen door en met haar beide handen aan haar hoed, de voeten wat van elkaar om stevig te staan, lachte ze ineens overmoedig met al haar tanden, als een kwaaie meid, haar oogen in de zijne: ‘Aan mijn lijf geen Bovenkerk.’ Toen leunde ze haar bovenlijf uit ’t raampje en keek naar Nijmegen, dat daar lag op de heuvels aan de rivier, zoo on-Hollandsch, zwak romantisch, huizen boven huizen en boomen boven boomen, en zong tegen den wind en ’t gerammel van den trein over de brug.

     

    Voor wie een eeuw later in Nescio’s spoor Nijmegen (her)ontdekt, is er veel veranderd maar ook veel gebleven. Zo verwelkomt Nijmegen de bezoeker nog steeds op haar mooist als hij haar over de spoorbrug, zeg maar de Nesciobrug, benadert. In Nescio’s jonge jaren was ook het vervolgwelkom, een paar minuten later op het station, prachtig. Al maakt de schrijver daar geen melding van. In Dichtertje laat hij zijn personages zonder overgang koffie drinken in Lent, ‘over ’t water, in ’t gezicht van de stad en de heuvels’. Zijn lezers, die niet alleen Nijmegen willen zien met zijn ogen maar die ook door te wandelen in zijn Nijmegen dichter willen komen bij het ritme en de betekenis van zijn teksten, moeten ook de stappen zetten die Nescio heeft verzwegen. Zij komen aan op of lopen even binnen in het station en betreuren dat dit, ook na de zoveelste renovatie, het niet haalt bij het vroegere station zoals ze dat kennen van oude foto’s en waarvan ze weten dat het tijdens het bombardement van 1944 verwoest werd. Natuurlijk weten zij dat Nescio zijn hele, zowel reële als literaire, leven talloze Hollandse en onhollandse landschappen bewonderde, maar slechts zelden oog had voor gebouwen, eigenlijk alleen als onderdeel van een stadslandschap. Toch blijft de vraag hangen waarom hij in 1951 geen gebenedijd woord schreef over de verwoesting van het station. Het antwoord lijkt simpel: Nescio maakte maar heel weinig woorden vuil aan de oorlog. Schijn bedriegt echter: wie Nescio indringend leest, komt tot het inzicht dat de oorlog, zoals tal van andere facetten van de sociale werkelijkheid, in zijn verhalen ondergedoken is. Een enkel woord, een terzijde, een motto verraadt de verborgen aanwezigheid ervan.“

     

     

     

     

    Vanheste
    Bert Vanheste (6 november 1937 - 23 februari 2007)



     

    06-11-2008 om 20:28 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bodenski, James Jones, Galaktion Tabidze, Johannes Jørgensen, Jonas Lie

    De Duitse dichter, componist en musicus Bodenski (eig. Michael Boden) werd geboren op 6 november 1965 in Potsdam. Van 1991 tot 1996 studeerde hij aan de Universiteit van Potsdam germanistiek en sociologie. In 2005 begon hij met de uitgeverij Michael Boden en publiceerde hierin zijn eerste dichtbundel Inniglich. Sinds 1995 schrijft hij Duitse teksten voor zijn band Subway to Sally, nadat hij zich eerst op het Engels had geconcentreerd.

     

     

    Ich singe dir ein Lied von mir

     

    Ich singe dir ein Lied von mir

     

    Wirst du mich hören

    Leg dein Ohr dicht an meinen Mund

    Es wird genügend Verschwiegenes bleiben

    Was du aus dir ergänzen musst

    Ich weiss, dass ich viel verlange

    Aber du wirst den Atem anhalten müssen

     

    Auf dem schmalen Grad

    Zwischen Schlafen und Wachen

    Musst du das Gleichgewicht suchen

     

    Wer auuser mir ruft mich bei meinem Namen

     

     

     

     

     

    Sag dem Teufel guten Tag

     

    Du bist immer gut zu Tieren

    deine Kleidung ist adrett

    du bist artig, still und leise

    und zu alten Damen nett

     

    du bist einfühlsam und freundlich

    hast nie einen Tag verschenkt

    du läufst immer vor dem Karren

    den ein andrer für dich lenkt

     

    zeig mir deine dunkle Seite

    die ist, was ich an dir mag

     

    sag dem Teufel in dir guten Tag

     

    hinterm Haus im wilden Garten

    unterm alten Eichenbaum

    wo die Disteln auf dich warten

    hast du manchmal einen Traum:

     

    dann bist du nicht gut zu Tieren

    bist nicht sauber und adrett

    bist nicht artig, still und leise

    und zu keinem Menschen nett

     

    zeig mir deine schwarze Seele

    die ist, was ich an dir mag

     

    sag dem Teufel in dir guten Tag

     

     

     

     

     

    Bodenski2
    Bodenski (Potsdam, 6 november 1965)

     

     

     

     

     

     

    De Amerikaanse schrijver James Jones werd geboren op 6 november 1921 in Robinson, Illinois. Hij maakte als soldaat de aanval op Pearl Harbor en de slag om Guadalcanal mee. De aanval op Pearl Harbor vormde de raamvertelling in de uit 1951 stammende roman From Here to Eternity. Hij won er de National Book Award mee in 1952. In The Thin Red Line worden zijn ervaringen uit de slag om Guadalcanal beschreven.

     

    Uit: From Here to Eternity

     

    „This is the song of the men who have no place, played by a man who has never had a place, and can therefore play it. Listen to it. You know this song, remember? This is the song you close your ears to every night, so you can sleep. This is the song you drink five martinis every evening not to hear. This is the song of the Great Loneliness, that creeps in like the desert wind and dehydrates the soul. This is the song you'll listen to on the day you die. When you lay there in the bed and sweat it out, and know that all the doctors and nurses and weeping friends dont mean a thing and cant help you any, cant save you one small bitter taste of it, because you are the one thats dying and not them; when you wait for it to come and know that sleep will not evade it and martinis will not put it off and conversation will not circumvent it and hobbies will not help you to escape it; then you will hear this song and, remembering, recognize it. This song is Reality. Remember? Surely you remember?

    "Day........ is done . . .

    Gone....... the sun . . .

    From-the-lake

    From-the-hill

    From-the-sky

    Rest in peace

    Sol jer brave

    God......... is.......... nigh . . ."

    And as the last note quivered to prideful silence, and the bugler swung the megaphone for the traditional repeat, figures appeared in the lighted sallyport from inside of Choy's. "I told you it was Prewitt," a voice carried faintly across the quadrangle in the tone of a man who has won a bet. And then the repeat rose to join her quivering tearful sister. The clear proud notes reverberating back and forth across the silent quad. Men had come from the Dayrooms to the porches to listen in the darkness, feeling the sudden choking kinship bred of fear that supersedes all personal tastes. They stood in the darkness of the porches, listening, feeling suddenly very near the man beside them, who also was a soldier, who also must die. Then as silent as they had come, they filed back inside with lowered eyes, suddenly ashamed of their own emotion, and of seeing a man's naked soul.“

     

     

     

     

    Jones
    James Jones (6 november 1921 – 9 mei 1977)

     

     

     

     

     

    De Georgische diichter en schrijver Galaktion Tabidze werd geboren op 6 november 1891 in Chqvishi, in de buurt van Vani. Zijn vader stierf twee maanden voor zijn geboorte. Van 1900 toto 1910 kreeg Tabidze een opleiding aan de seminaries van Kutaisi en Tbilisi en later werkte hij als leraar. Hoewel zijn eerste boek, onder invloed van het symbolisme geschreven, goed werd ontvangen duurde het toch wat langer voordat hij algemene erkenning kreeg. Gedurende de repressie onder Stalin werd hij samen met zijn vrouw naar Siberië verbannen, waar zij in 1944 stierf. Titsian Tabidze, een neef en ook dichter werd ook gearresteerd en ter dood gebracht. Galaktion Tabidze kreeg te lijden van depressies en alcoholisme, maar door zijn lange zwijgen ontsnapte hij aan de zuiveringen, Hij publiceerde nieuwe gedichten, maar zijn leven lag in puin. Nadat hij was opgenomen in een psychiatrische kliniek pleegde hij zelfmoord door uit een raam te springen.

     

     

     

    Sweeping Wind

     

    Sweeping wind, sweeping wind, sweeping wind,

    Brushing leaves, rushing up, gusting through…

    Rows of trees, whole armies, bow and bend

    Where are you, where are you, where are you?

    First it rains, then it snows, then it snows.

    Where you are, I’ll never know, never know!

    Everywhere, haunting me, is your face.

    Every day, all the time, every place…

    An endless sky sifts its misty musings in

    Sweeping wind, sweeping wind, sweeping wind…

     

     

     

     

    The Fields

     

    Swaying, a slender figure appears

    walking alone, sickle in hand,

    singing a song, her voice is the pasture

    at village’s edge, where an old outpost stands.

    The song is a soulful hymn of farewell

    sung to a row of cranes facing the sea,

    while the sun, like a spider is closing itself

    in the delicate criss-crossing thicket of trees.

    But what does the soul know of slavery? Nothing!

    The rustle and braying of sheep fill the streets:

    a young village virgin and flock are returning.

    And the Virgin will soon return to the huts.

     

     

     

    Vertaald door Christopher Michel

     

     

     

     

    Galaktion
    Galaktion Tabidze
    (6 november 1891 – 17 maart 1959)

     

     

     

     

     

    De Deense schrijver Johannes Jörgensen werd geboren in Svendborg op 6 november 1866 geboren. Hij was een leerling van Joris Brandes, die in Denemarken de gedichten van Byron, Heine, Ibsen invoerde. In zijne eerste werken gaf hij blijk van een afkeer van alle godsdienst, zedenleer en staatsinstellingen, Maar in 1892, met Stemninger (gedichten in proza en vers) en Livetstrae (een roman) bekeerde hij zich. In 1894 gaf hij Hjemve uit en korts daarna Bekendelse, en deze bekentenissen van zijn terugkeer naar godsdienstige gevoelens deden een storm van protest tegen hem oprijzen. Die storm vermeerderde met de verschijning, in 1895, van Reisebogen, en lin 1896 met Livslögn og Livssandhed. Tegenwoordig is hij nog hoofdzakelijk bekend wegens zijn levensbeschrijvingen van heiligen.

     

    Uit: Levensleugen en levenswaarheid (Vertaald door M.E. Belpaire)

     

    “Dat gij, de diep overtuigde Darwinist - gij, die meer dan wij allen, wortel geschoten hadt in den warmen grond der Natuur - dat gij christen zijt geworden, dit is mij onzeggelijk leed. Het steekt mij zóó tegen, dat ik het schier niet over mijn hart kan krijgen om u het domme, walglijke woord “Christen” neer te schrijven.

    Lieve, lieve vriend, waarom kondet gij u zelf  niet blijven? - Waarom was u dit heilig aardsche leven niet genoeg? - Waarom wildet gij andere goden hebben dan den éénen waren: uwen Ik, uwe ziel?’

    Zoo staat er in den brief, dien ik dezen morgen ontvang, en die brief is onderteekend met een van de beste namen - den geliefden naam eens vriends... En ik sta daar, met dezen brief in mijne hand en tuur in den nevelachtigen najaarsmorgen. Tusschen het geel gebladerte van den hof, schitteren de roode trossen van den lijsterbessenboom. De musschen vliegen met flauw getjilp van den eenen vochtigen struik op den anderen. Het heeft den ganschen nacht geregend. De wegen zijn zwart en doorweekt. Het gras van de weide ligt er verward over. De lucht is koud en vochtig, en bezwangerd met een flauwen geur van verrotte bladeren.

    Vele andere brieven kwamen mij toe in den laatsten tijd - brieven en dagbladen. Nu eens verklaart een jonge, maar rijpe esthetiker, van uit de hoogte eener twee oordjes gazet, dat ik ‘meer en meer onzinnig’ word, naarmate ik mij verwijder van zijne gedachten.”

     

     

     

    Jorgensen
    Johannes Jørgensen (6 november 1866 -  29 mei 1956)

     

     

     

     

     

    De Noorse schrijver Jonas Laurits Idemil Lie werd geboren op 6 november 1833 in Eiker bij Drammen. Hij groeide op als zoon van een ambtenaar in Tromsø en studeerde van 1851 tot 1858 rechten in Kristiania. Daar leerde hij Henrik Ibsen en Bjørnstjerne Bjørnson kennen. Na zijn studie werkte Lie van 1858 tot 1869 als advocaat in Kongsvinger. In 1866 verscheen zijn bundel "Digte", die hem de eerste populariteit verschafte. Daarna gaf hij zijn beroep op en werkte als journalist. In 1870 verscheen de novelle "Den Fremsynte" die hem financieel onafhankelijk maakte.  Met de roman "Tremasteren Fremtiden" brak hij in 1872 ook internationaal door.

     

    Uit: One of Life's Slaves

     

    "Like a prince in his cradle," you say, "with invisible fairies and the innocent peace of childhood over him!"

    What fairy stood by the cradle of Barbara's Nikolai it would be difficult to say. Out at the tinsmith's, in the little house with the cracked and broken window-panes in the outskirts of the town, there was often a run of visitors, generally late at night, when wanderers on the high road were at a loss for a night's lodging. Many a revel had been held there, and it was not once only that the cradle had been overturned in a fight, or that a drunken man had fallen full length across it.

    Nikolai's mother was called Barbara, and came from Heimdalhögden, somewhere far up in the country--a genuine mountain lass, shining with health, red and white, strong and broad-shouldered, and with teeth like the foam in the milk pail. She had heard so much about the town from cattle-dealers that came over the mountain, that a longing and restlessness had taken possession of her.

    And then she had gone out to service in the town.

    She was about as suitable there as a tumble-down haystack in a handsome town street, or as a cow on a flight of stairs--that is to say, not at all.

    She used to waste her time on the market-place by all the hay loads. She must see and feel the hay--_that_ was not at all like mountain grass.

    "No indeed! Mountain grass was so soft, and then, how it smelt! Oh dear no!"

    But her mistress had other uses for her servant than letting her spend the morning talking to hay-cart drivers. So she went from place to place, each time descending both as regarded wages and mistress. Barbara was good-natured and honest; but she had one fault--the great one of being totally unfit for all possible town situations.“

     

     

     

    Jonas_Lie_(engraving_by_H_P_Hansen)
    Jonas Lie (6 november 1833 – 5 juli 1908)

    Gravure door H. P. Hansen

     

    06-11-2008 om 20:27 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)
    05-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hanns-Josef Ortheil, Ulla Berkéwicz, Joyce Maynard, Anna Maria van Schurman

    De Duitse schrijver Hanns-Josef Ortheil werd geboren op 5 november 1951 in Keulen. Zie ook mijn blog van 5 november 2006 en ook mijn blog van 5 november 2007.

     

    Uit: Die geheimen Stunden der Nacht

     

    “GEORG VON HEUKEN verläßt sein Haus kurz nach neun, es ist ein herbstlicher Montag, Wochenbeginn also, einer dieser Tage, an denen es auf seine Anwesenheit ankommt, mittags gegen zwölf zum Beispiel während der großen Konferenz mit den Lektoren des Verlages, den von Heuken seit erst zwei Jahren leitet. Auf dem Weg zur Garage schaut er kurz hinunter zum Rhein, das Haus liegt kaum zweihundert Meter vom Ufer entfernt in Rodenkirchen, einem südlichen Stadtteil von Köln. Jeden Morgen scheint das bekannte Bild für einen kurzen Vertrautheits-Moment stillzustehen: der graublaue Fluß-Fries mit dem Wellenrelief, der milchige Dunst des anderen Ufers mit seinen fleckigen Wiesen, wo längst die Jogger von ihren herumeilenden Hunden eingekreist werden.
    Der Rhein hier bei Köln mit dem dicht gestaffelten Parcours der Brücken und den darunter hergleitenden Schiffen ist eines der frühsten Kindheitsbilder, das von Heukens Leben begleitet, nicht weit von diesem Ufer, im nobleren Stadtteil Marienburg, wurde er vor zweiundfünfzig Jahren geboren, manchmal verbindet das Rheinbild sich mit einem schwachen Ölgeruch, der vom Ufer heraufflackert, dann sind die Szenen der Kindheit plötzlich da: barfuß mit den Geschwistern am schimmernden Ufer, die Hosen hochgekrempelt, ein scharfes Sonnenätzen im Nacken und das weiße Unterhemd, das ein Windzug manchmal kurz aufbläht.

    Heute morgen aber ist keine Zeit für sentimentale Schübe, von Heuken schaut wieder zu Boden, wie er es oft tut bei diesen wenigen ersten Schritten am Morgen ins Freie, am liebsten wäre er unsichtbar zu dieser Uhrzeit oder höchstens ein blasser Schatten, dem ein paar stumme Helfer alle Handgriffe abnehmen. Das Tor der Garage springt langsam und schwerfällig auf, von Heuken duckt sich und drängt sich leicht gebückt in den kühlen, etwas zu niedrigen Bau, wo der neue rote Mazda RX mit seinen schwarzroten glänzenden Ledersesseln nur auf ihn wartet, er steht da wie ein exotisches fettes Insekt, das in solchen Standboxen auf ideale Weise gedeiht und bei Sonnenlicht ausrastet. Vier Türen, vier Sitze - das war der Kompromiß, auf den von Heuken sich gerade noch eingelassen hatte, dafür ist der Wagen für seinen Geschmack immer noch Sportwagen genug, auf den Punkt getrimmt und mit einem leicht arroganten Design, durchaus also etwas für Fahrer, die ihre Runden auch einmal allein drehen wollen.
    Er startet den Wagen und läßt ihn aus der Garage rollen, er glaubt förmlich zu spüren, wie scharf dieses Auto darauf ist, loszubrausen, und wie es sich denn doch zurückhält, um fast lautlos auf die schmale Straße vor seinem Haus zu gleiten. Neun Uhr vier, denkt von Heuken, exakt in der Zeit, in seinem Büro schaltet Joana jetzt das Schreibtisch-Licht ein und stimmt es mit dem Dimmer ab auf das mulmige Dunkel des Herbstes. Der Glaspalast des Konzerns, der aussieht, als habe man einen gewaltigen Haufen glänzender Gelatine mitten in eine wüste Leere gestellt, liegt im Kölner Norden, vom frühen Morgen an bekommen die Mitarbeiter die Veränderungen des Wetters bis in jedes Detail mit, das ist lästig und kostet nur Zeit, insgeheim war von Heuken immer gegen solche angeblich radikalen Extravaganzen, Pa aber war davon begeistert, Pa mit seinem koreanischen Star-Architekten, der ihm etwas von Transparenz und Klarheit vorgeschwärmt hatte, jetzt war es zu spät, und Transparenz und Klarheit waren nichts anderes als lächerlich gewordene Begriffe eines asiatischen Snobs, der nicht einmal an das Kölner Wetter gedacht hatte.“

     

     

     

    Ortheil
    Hanns-Josef Ortheil (Keulen, 5 november 1951)

     

     

     

     

     

     

    De Duitse schrijfster, uitgeefster en actrice Ulla Berkéwicz werd geboren op 5 november 1948 in Gießen als Ursula Schmidt. Na het gymnasium bezocht zij de toneelschool en de Hogeschool voor Muziek in Frankfurt am Main. In de jaren zeventig werkte zij als actrice bij verschillende theaters in München, Stuttgart, Köln, Hamburg, Bochum en West-Berlijn. In die tijd vertaalde zij verschillende stukken van Calderón, Shakespeare en Synge. In 1980 vestigde zij zich als zelfstandig schrijfster in Frankfurt am Main. Na haar eerste huwelijk hertrouwde zij met de uitgever Siegfried Unseld en werd na diens dood in de leiding van uitgeverij Suhrkamp opgenomen.

     

    Werk o.a.: 1988: Maria, Maria, 1992: Engel sind schwarz und weiß, 1999: Der Golem in Bayreuth, 1999: Ich weiß, daß du weißt

     

    Uit: Überlebnis (2008)

     

    „Die einzige Angst, die ich jetzt noch habe, ist die, zu vergessen. Vergessen ist eine Frage der Zeit. Jenseits des Vergessens ist die Zeitlosigkeit. Jenseits der Zeit die Ewigkeit.

    Ich hatte ihm meine Swatch geschenkt, weil seine Rolex stehngeblieben war. Er hat sie anbehalten. Jetzt tickt sie in seinem Grab. Die Zeit tickt. Die Zeit setzt aus und nie wieder ein. Erinnern

    und Erwarten aber lebt alles Sterben auf, und die Gegenwartsgewalt bringt mich doch nicht um die Ecke, oder?

    Seit ich aufgestanden war aus unserm alten Bett, fünf Stunden oder sechs nach unserm Zeitende, war die Einsicht dagewesen, die Aufsicht, Übersicht: Der irdische Schauplatz, der Ort der Handlung, hing wie ein Spielkreis, eine kleine, grell erleuchtete Arena im dunklen Riesenraum vor, hinter, unter mir. Theater, eine Bühne, Epidavros, wo er vor gar nicht lange noch gesessen, wo er gehört, gesehn, wie ich da in der heiligen Mitte Mätzchen für ihn mache, wo die Stecknadel, die der Spieler in den Kreis wirft, noch den letzten Rang erschauern läßt, wo kurz vor Torschluß der Eukalyptushaine kein Sterblicher mehr unterwegs ist, nur er und ich, nur wir, und ich in meiner Spielkreismitte flüstre ihm alles, was ich habe, zu.

    Ob der Spielspieler hier, vom wundesten Punkt aus, wo es krankt und stirbt, auch gehört wird, wenn er Hilfe schreit, dort oben in den Rängen? Die Arena grellt, die Welt ist in vollem Gange. Und während Klingeln schrillen, Kameras aus den Büschen blitzen, während Leute, überweltigt, wie sie sind, durch

    Türen brechen, an mir zerren, reißen und mich trösten: »Das Schlimmste kommt erst noch, du wirst sehr einsam sein«

    während ich in der Morgenfrühe nach der Todesstille meinen zitternden Mund nicht in den Griff kriege und meine Hand mir wehtut

    während der Klingelsturm ausschrillt und sie sich trollen

    ohne Witwenbeute

    während die Windgardinen wehn und ich in meinem roten Jäckchen im Durchzug stehe und weiß, daß ich vergessen habe, mein schwarzes anzuziehn

    während es stiller wird im Haus und sich die Schmerzgemeinschaft rottet

    während es dunkler wird und sich die Angstgemeinschaftduckt

    während die Swatch tickt und die Fenster schlagen

    während es klirrt und bricht im Haus, während sie heulen und ihn anschaun, ihm ins Gesicht schaun, in die offenen Hände

    während die Swatch an seiner Linken immer lauter tickt, sie wegtickt, raustickt, damit sie ihm nichts abschaun, damit sein Bild, das Abbild, das sich von ihm gebildet hat, nicht abgeschaut wird, abgenutzt, damit es nicht verbraucht wird und verdaut und ausgeschieden wie alles sonst auf dieser Welt

    während die Swatch zu schlagen anfängt

    während sie aus der Tür schlägt, was nicht ins Haus

    gehört

    während die letzten sich geschlagen geben, der Wind auf Sturm steht, die Sturmgardinen wehn, die Polenmädchenvor dem Bettrand knien

    während die Hand tickt und es stürmt im Haus, die Swatch wehtut, die Polenmädchenzöpfe stürmen

    während ich weiß, nur weil er nicht mehr ist, kann es ihm ähnlich sehn, und ihm das Laken übern Kopf hochziehe, so daß die schönen großen Füße, die Füße, deren Nägel ich geschnitten habe, die Nägel, die jetzt weiterwachsen, ohne daß ich sie weiterschneiden kann, die weiterwachsen wie der Bart, obwohl wir endlich einen Türken haben, der gut balbiert

    während die schönen großen Füße da sind, fängt alles an, ohne ihn zu sein.

     

     

     

    Berkewicz
    Ulla Berkéwicz (Gießen, 5 november 1948)

     

     

     

     

     

     

    De Amerikaanse schrijfster Joyce Maynard werd geboren op 5 november 1953 in Durham, New Hampshire en volgde een opleiding aan de Phillips Exeter Academy. In 1971 ging zij naar Yale en stuurde zij een selectie van haar werk naar de The New York Times Magazine. Haar werd gevraagd een artikel te schrijven en dat werd ook geaccepteerd en verscheen als “An Eighteen Year Old Looks Back On Life”. Het artikel baarde veel opzien en trok ook de aandacht van de schrijver J. D. Salinger. Er volgde een lange briefwisseling en Maynard verliet Yale om bij Salinger in te trekken. Daar schreef zij haar eerste boek, Looking Back. Vlak voor het verschijnen ervan verbrak Salinger de relatie met haar. Zij wilde kinderen en de 53 jaar oude schrijver vond zich daar te oud voor. In 1992 had zij groot succes met haar boek To Die For, dat in 1995 werd verfilmd met Nicole Kidman, Matt Dillon en Joaquin Phoenix. In de late jaren negentig werd Joyce Maynard een van de eerste schrijvers die dagelijks via internet communiceerde met haar lezers op het forum The Domestic Affairs Message Board.

     

    Uit: Where Love Goes

     

    “They were the only two people in the world that day who could understand all the thousands of things that contributed to the dizzying sadness of this moment. They had stopped at a VFW hall on their first date and danced the polka and an old man named Heinz had bought Sam a shot of whiskey and told him "There's nothing better in life, son, than the love of a good woman." He raised his glass with the prayer that they'd be dancing the polka on their fiftieth anniversary one day. Downed his drink in a single gulp.

     

    Walking home through the streets of Ann Arbor with Sam that night, something had possessed Claire to say to him, "Show me a trick." Why she asked him that she still doesn't know. It's not a question she asked any other man, before or since.

     

    "Alright," he said. There in the middle of the street he stood on his right leg and held the other, bent in front him, with his right hand. Then he jumped , lifting his right leg off the ground and through the hoop his other leg and arm had formed , and he landed solidly on the other side. Sometimes Claire actually thinks that was the moment she decided to marry him.

     

    The first time she cooked him dinner she made potato chips from scratch. Twelve of them. He painted their names on the mailbox at the end of their road: Mr. and Mrs. Sam Temple. For their first anniversary he gave her a card with a rose on the front and the words "To My Treasured Wife".

     

    He was the only other person who had been there that night they lay in each other's arms and he whispered, "I want to have a baby with you" and she whispered back, "Me too." She can still see him walking through the rooms of their old house in the middle of the night while Sally screamed inconsolably, singing her "You Picked a Fine Time to Leave Me Lucille".

     

    She remembered the day they were so broke they couldn't buy diapers, and she was crying, and he had taken out his paintbrush and made a stack of thousand- dollar bills that he showered over her head like confetti. He knew, if he remembered, what her body looked like before babies. She had seen him catch a flyball in deep center field, in mid air, to make the third out of his softball league's championship game.”

     

     

     

    Maynard
    Joyce Maynard (Durham, 5 november 1953)

     

     

     

     

     

     

    De Nederlandse schrijfster Anna Maria van Schurman werd geboren in Keulen op 5 november 1607. Zie ook mijn blog van 5 november 2006.  

     

    Uit: Franse brief aan prinses Anne de Rohan

     

    „Ce seroit une grande presomption de vouloir attribuër à mon merite, et non pas à vostre pure bonté, qu' il vous a plû de recevoir si gracieusement les offres de mon tres-humble service, et, qui plus est, de les recompenser d'une lettre de vostre main, laquelle porte autant de marques de vos illustres faveurs qu' elle a de lignes, et de periodes. Que si Mons. Rivet m'a peint d'un pinceau d'Appelles; et y a donné quelques beaux traits de son eloquence, il faut pardonner à l'affection d'un tel ami, lequel s'est servi, peut estre, de cest artifice, pour m'acquerir la vostre; d'autant qu' il n' y avoit pas d'apparence de pouvoir l'attirer par l'objet des choses vulgaires. Quoy qu' il en soit, puis que ny la loy de la prudence, ny celle de la sincerité ne me commandent de decouvrir une erreur, dont la cognoissance ne sçauroit accroistre le contentement de personne, mais bien diminuer le nostre, je n' ay garde de me defigurer moy-mesme, afin que pour une verité non necessaire, je ne coure hasard de perdre vos bonnes graces. C'est là un tresor, dont je fais plus d'estat que des richesses de l'Orient et de l'Occident. Et si je me le puis conserver, je seray riche et heureuse mesme parmy les disgraces de ce monde.“

     

     

     

    schuurman
    Anna Maria van Schurman (5 november 1607 – 4 of 14 mei 1678)



     

    05-11-2008 om 20:40 geschreven door Romenu  


    » Reageer (0)



    Zoeken op Blog Romenu

    Inhoud blog
  • Jean Christophe Grangé, Driss Chraïbi, Iris Murdoch, Richard Russo, Jacques Rivière, Heinrich Peuckmann, Robert Wohlleben, Hammond Innes, Rira Abbasim
  • Volker Kaminski, Yukiko Motoya, Irving Stone, Natalia Ginzburg, Jacques de Lacretelle
  • Gavrila Derzjavin, Béatrix Beck, Arthur Laurents, Owen Wister, Willard Motley
  • The Good Samaritan (Henry Lawson)
  • Henry Longfellow, Wole Soyinka, Rien Vroegindeweij, Isaak Babel, Scott Symons, Rebecca Salentin
  • Kees ‘t Hart, Carla Bogaards, Anousha Nzume, Elias Khoury, Stefan George, Pablo Neruda, Driek van Wissen, Bruno Schulz, Henry David Thoreau
  • Jhumpa Lahiri, Marjan Berk, Pai Hsien-yung, Herman de Man, Helmut Krausser, Jane Gardam, Henri Coulonges, E.B. White, Ann De Craemer
  • Marcel Proust, Erik Jan Harmens, Alice Munro, J.C. Noordstar, Hermann Burger, Salvador Espriu, Gerhard L. Durlacher, Jürgen Becker, Nicolás Guillén
  • Gerard Walschap, Tim Hofman, Willem M. Roggeman, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Mervyn Peake, Jan Neruda, Peter Märthesheimer
  • Georg-Büchner-Preis voor Lukas Bärfuss
  • Micha Hamel, Maria van Daalen, María Cecilia Barbetta, Peter Orlovsky, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Jean de La Fontaine, Julius Mosen
  • Ivo Victoria, Lion Feuchtwanger, Vladimir Majakovski, Clemens Haipl, Miroslav Krleza, János Székely
  • Reinhard Baumgart, Jeff VanderMeer, Kuno Bärenbold, Ludwig Ganghofer, Joseph Winckler
  • Nothing To Do (James Ephraim McGirt)
  • Naar de meet (Ingmar Heytze)
  • Miquel Bulnes, Bodo Kirchhoff, Lucas Hirsch, William Wall, Hilary Mantel, Bernhard Schlink, Marius Hulpe, Peter Hedges
  • Wadih Saadeh, Fabrice Colin, Tobias Sommer, Eino Leino, Serge Pey, Walter Flex, Paul Keller
  • The Grandest of Slams (Matt Harvey)
  • Jacob Groot, Josef Haslinger, Barbara Frischmuth, Michael Blake, Jacqueline Harpman, Felix Timmermans, Jean Cocteau, Jean Raspail, Tin Ujević
  • Matt Harvey
  • Neil Simon, Paul de Wispelaere, Ricardo Domeneck, Rob van Erkelens, Christine Lavant, Sébastien Japrisot, Walter Wippersberg, Robert Desnos, Nathaniel Hawthorne
  • Franz Kafka, Christopher Kloeble, Dorota Maslowska, Gerard den Brabander, Tom Stoppard, Andreas Burnier, David Barry, Joanne Harris, William Henry Davies
  • Hermann Hesse, Wisława Szymborska, Erik Vlaminck, Pierre H. Dubois, Axel Brauns, Friedrich Klopstock, Johannes Immerzeel, Alekos Panagoulis, Ota Pavel
  • Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, Sascha Reh, J. J. Voskuil, Carry Slee, Denis Johnson, Alun Lewis, George Sand
  • Christian Morgenstern, Czeslaw Milosz, Juli Zeh, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco, Dolce far niente
  • Let the Dead Bury their Dead (D.H. Lawrence)
  • Dolce far niente, Ludwig Thoma, Maarten Asscher, Charlotte Van den Broeck, Ror Wolf, Thomas Frahm
  • Emile Nelligan, Florian Zeller, Sophie Hannah, Ryszard Krynicki, Mark Helprin, Marlene Streeruwitz, Fritzi Harmsen van Beek, Dolce far niente
  • Lucille Clifton, Rafael Chirbes, Teju Cole, Paul Laurence Dunbar, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, João Guimarães Rosa, Zsuzsanna Gahse
  • Frederik Hemkes, Elisabeth Büchle, Yves Beauchemin, Aimé Césaire, Jacqueline van der Waals, Annie Salomons, Dolce far niente
  • Paul Hetherington, Rob van Essen, Yann Martel, Nina Polak, Michel Tremblay, Leendert Witvliet, Ingeborg Bachmann, Dolce far niente
  • In Memoriam R.A. Basart
  • Ilse Starkenburg, Wilfred Smit, Matthijs Kleyn, Ernesto Sabato, Josse Kok, Dolce far niente
  • Der Juni (Erich Kästner), David Leavitt, Jo Govaerts, Rafik Shami, Aart van der Leeuw, Pascal Mercier, Franca Treur, Dolce far niente
  • Charles Harpur, Juliën Holtrigter, Jaap Robben, Nescio, Willie Verhegghe, Albert Besnard, Dolce far niente
  • Zonnewende (Yves De Bosscher)
  • Ed Leeflang, Thomas Blondeau, Adam Zagajewski, Anne Carson, Ian McEwan, Alon Hilu, Jean-Paul Sartre, Stanley Moss, Machado de Assis
  • Yves De Bosscher
  • Corpus Christi (Michael Walker)
  • Vikram Seth, Paul Muldoon, Kurt Schwitters, Jean-Claude Izzo, Silke Andrea Schuemmer, Carel van Nievelt, Robert Rozhdestvensky, Laure Wyss, Lillian Hellman
  • Michael Walker
  • Steven Herrick, Salman Rushdie, Sybren Polet, Josef Nesvadba, Elke Geurts, Marek Sindelka, Dolce far niente
  • Marije Langelaar, Richard Powers, Raymond Radiguet, Geoffrey Hill, Bert Schierbeek, Aster Berkhof, Karin Fellner, Mirjam Pressler, Ivan Gontsjarov
  • F. van Dixhoorn
  • Peter Rosei, Kamel Daoud, Gail Jones, Ron Padgett, Ward Ruyslinck, Max Dendermonde, Hanna Johansen, James Weldon Johnson, Tom Hofland
  • Mark Jarman, Joël Dicker, August Willemsen, Theo Thijssen, Ronelda Kamfer, Arie Gelderblom, Joyce Carol Oates, Frans Roumen
  • Rain (Don Paterson), Dolce far niente
  • Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Hugo Borst, Ramon Lopez Velarde, Roland Dorgelès, Olivier Guez, Emma Cline, Hannah van Wieringen
  • Don Paterson
  • Alex Boogers, Lieve Joris, Allard Schröder, John van Ierland, Susanne Röckel, Peter O. Chotjewitz, Harriet Beecher Stowe, Hermann Kant, Thomas Graftdijk

    Archief per dag
  • 15-07-2019
  • 14-07-2019
  • 13-07-2019
  • 12-07-2019
  • 11-07-2019
  • 10-07-2019
  • 09-07-2019
  • 08-07-2019
  • 07-07-2019
  • 06-07-2019
  • 05-07-2019
  • 04-07-2019
  • 03-07-2019
  • 02-07-2019
  • 01-07-2019
  • 30-06-2019
  • 29-06-2019
  • 28-06-2019
  • 27-06-2019
  • 26-06-2019
  • 25-06-2019
  • 24-06-2019
  • 23-06-2019
  • 22-06-2019
  • 21-06-2019
  • 20-06-2019
  • 19-06-2019
  • 18-06-2019
  • 17-06-2019
  • 16-06-2019
  • 15-06-2019
  • 14-06-2019
  • 13-06-2019
  • 12-06-2019
  • 11-06-2019
  • 10-06-2019
  • 09-06-2019
  • 08-06-2019
  • 07-06-2019
  • 06-06-2019
  • 05-06-2019
  • 04-06-2019
  • 03-06-2019
  • 02-06-2019
  • 01-06-2019
  • 31-05-2019
  • 30-05-2019
  • 29-05-2019
  • 28-05-2019
  • 27-05-2019
  • 26-05-2019
  • 25-05-2019
  • 24-05-2019
  • 23-05-2019
  • 22-05-2019
  • 21-05-2019
  • 20-05-2019
  • 19-05-2019
  • 18-05-2019
  • 17-05-2019
  • 16-05-2019
  • 15-05-2019
  • 14-05-2019
  • 13-05-2019
  • 12-05-2019
  • 11-05-2019
  • 10-05-2019
  • 09-05-2019
  • 08-05-2019
  • 07-05-2019
  • 06-05-2019
  • 05-05-2019
  • 04-05-2019
  • 03-05-2019
  • 02-05-2019
  • 01-05-2019
  • 30-04-2019
  • 29-04-2019
  • 28-04-2019
  • 27-04-2019
  • 26-04-2019
  • 25-04-2019
  • 24-04-2019
  • 23-04-2019
  • 22-04-2019
  • 21-04-2019
  • 20-04-2019
  • 19-04-2019
  • 18-04-2019
  • 17-04-2019
  • 16-04-2019
  • 15-04-2019
  • 14-04-2019
  • 13-04-2019
  • 12-04-2019
  • 11-04-2019
  • 10-04-2019
  • 09-04-2019
  • 08-04-2019
  • 07-04-2019
  • 06-04-2019
  • 05-04-2019
  • 04-04-2019
  • 03-04-2019
  • 02-04-2019
  • 01-04-2019
  • 31-03-2019
  • 30-03-2019
  • 29-03-2019
  • 28-03-2019
  • 27-03-2019
  • 26-03-2019
  • 25-03-2019
  • 24-03-2019
  • 23-03-2019
  • 22-03-2019
  • 21-03-2019
  • 20-03-2019
  • 19-03-2019
  • 18-03-2019
  • 17-03-2019
  • 16-03-2019
  • 15-03-2019
  • 14-03-2019
  • 13-03-2019
  • 12-03-2019
  • 11-03-2019
  • 10-03-2019
  • 09-03-2019
  • 08-03-2019
  • 07-03-2019
  • 06-03-2019
  • 05-03-2019
  • 04-03-2019
  • 03-03-2019
  • 02-03-2019
  • 01-03-2019
  • 28-02-2019
  • 27-02-2019
  • 26-02-2019
  • 25-02-2019
  • 24-02-2019
  • 23-02-2019
  • 22-02-2019
  • 21-02-2019
  • 20-02-2019
  • 19-02-2019
  • 18-02-2019
  • 17-02-2019
  • 16-02-2019
  • 15-02-2019
  • 14-02-2019
  • 13-02-2019
  • 12-02-2019
  • 11-02-2019
  • 10-02-2019
  • 09-02-2019
  • 08-02-2019
  • 07-02-2019
  • 06-02-2019
  • 05-02-2019
  • 04-02-2019
  • 03-02-2019
  • 02-02-2019
  • 01-02-2019
  • 31-01-2019
  • 30-01-2019
  • 29-01-2019
  • 28-01-2019
  • 27-01-2019
  • 26-01-2019
  • 25-01-2019
  • 24-01-2019
  • 23-01-2019
  • 22-01-2019
  • 21-01-2019
  • 20-01-2019
  • 19-01-2019
  • 18-01-2019
  • 17-01-2019
  • 16-01-2019
  • 15-01-2019
  • 14-01-2019
  • 13-01-2019
  • 12-01-2019
  • 11-01-2019
  • 10-01-2019
  • 09-01-2019
  • 08-01-2019
  • 07-01-2019
  • 06-01-2019
  • 05-01-2019
  • 04-01-2019
  • 03-01-2019
  • 02-01-2019
  • 01-01-2019
  • 31-12-2018
  • 30-12-2018
  • 29-12-2018
  • 28-12-2018
  • 27-12-2018
  • 26-12-2018
  • 25-12-2018
  • 24-12-2018
  • 23-12-2018
  • 22-12-2018
  • 21-12-2018
  • 20-12-2018
  • 19-12-2018
  • 18-12-2018
  • 17-12-2018
  • 16-12-2018
  • 15-12-2018
  • 14-12-2018
  • 13-12-2018
  • 12-12-2018
  • 11-12-2018
  • 10-12-2018
  • 09-12-2018
  • 08-12-2018
  • 07-12-2018
  • 06-12-2018
  • 05-12-2018
  • 04-12-2018
  • 03-12-2018
  • 02-12-2018
  • 01-12-2018
  • 30-11-2018
  • 29-11-2018
  • 28-11-2018
  • 27-11-2018
  • 26-11-2018
  • 25-11-2018
  • 24-11-2018
  • 23-11-2018
  • 22-11-2018
  • 21-11-2018
  • 20-11-2018
  • 19-11-2018
  • 18-11-2018
  • 17-11-2018
  • 16-11-2018
  • 15-11-2018
  • 14-11-2018
  • 13-11-2018
  • 12-11-2018
  • 11-11-2018
  • 10-11-2018
  • 09-11-2018
  • 08-11-2018
  • 07-11-2018
  • 06-11-2018
  • 05-11-2018
  • 04-11-2018
  • 03-11-2018
  • 02-11-2018
  • 01-11-2018
  • 31-10-2018
  • 30-10-2018
  • 29-10-2018
  • 28-10-2018
  • 27-10-2018
  • 26-10-2018
  • 25-10-2018
  • 24-10-2018
  • 23-10-2018
  • 22-10-2018
  • 21-10-2018
  • 20-10-2018
  • 19-10-2018
  • 18-10-2018
  • 17-10-2018
  • 16-10-2018
  • 15-10-2018
  • 14-10-2018
  • 13-10-2018
  • 12-10-2018
  • 11-10-2018
  • 10-10-2018
  • 09-10-2018
  • 08-10-2018
  • 07-10-2018
  • 06-10-2018
  • 05-10-2018
  • 04-10-2018
  • 03-10-2018
  • 02-10-2018
  • 01-10-2018
  • 30-09-2018
  • 29-09-2018
  • 28-09-2018
  • 27-09-2018
  • 26-09-2018
  • 25-09-2018
  • 24-09-2018
  • 23-09-2018
  • 22-09-2018
  • 21-09-2018
  • 20-09-2018
  • 19-09-2018
  • 18-09-2018
  • 17-09-2018
  • 16-09-2018
  • 15-09-2018
  • 14-09-2018
  • 13-09-2018
  • 12-09-2018
  • 11-09-2018
  • 10-09-2018
  • 09-09-2018
  • 08-09-2018
  • 07-09-2018
  • 06-09-2018
  • 05-09-2018
  • 04-09-2018
  • 03-09-2018
  • 02-09-2018
  • 01-09-2018
  • 31-08-2018
  • 30-08-2018
  • 29-08-2018
  • 28-08-2018
  • 27-08-2018
  • 26-08-2018
  • 25-08-2018
  • 24-08-2018
  • 23-08-2018
  • 22-08-2018
  • 21-08-2018
  • 20-08-2018
  • 19-08-2018
  • 18-08-2018
  • 17-08-2018
  • 16-08-2018
  • 15-08-2018
  • 14-08-2018
  • 13-08-2018
  • 12-08-2018
  • 11-08-2018
  • 10-08-2018
  • 09-08-2018
  • 08-08-2018
  • 07-08-2018
  • 06-08-2018
  • 05-08-2018
  • 04-08-2018
  • 03-08-2018
  • 02-08-2018
  • 01-08-2018
  • 31-07-2018
  • 30-07-2018
  • 29-07-2018
  • 28-07-2018
  • 27-07-2018
  • 26-07-2018
  • 25-07-2018
  • 24-07-2018
  • 23-07-2018
  • 22-07-2018
  • 21-07-2018
  • 20-07-2018
  • 19-07-2018
  • 18-07-2018
  • 17-07-2018
  • 16-07-2018
  • 15-07-2018
  • 14-07-2018
  • 13-07-2018
  • 12-07-2018
  • 11-07-2018
  • 10-07-2018
  • 09-07-2018
  • 08-07-2018
  • 07-07-2018
  • 06-07-2018
  • 05-07-2018
  • 04-07-2018
  • 03-07-2018
  • 02-07-2018
  • 01-07-2018
  • 30-06-2018
  • 29-06-2018
  • 28-06-2018
  • 27-06-2018
  • 26-06-2018
  • 25-06-2018
  • 24-06-2018
  • 23-06-2018
  • 22-06-2018
  • 21-06-2018
  • 20-06-2018
  • 19-06-2018
  • 18-06-2018
  • 17-06-2018
  • 16-06-2018
  • 15-06-2018
  • 14-06-2018
  • 13-06-2018
  • 12-06-2018
  • 11-06-2018
  • 10-06-2018
  • 09-06-2018
  • 08-06-2018
  • 07-06-2018
  • 06-06-2018
  • 05-06-2018
  • 04-06-2018
  • 03-06-2018
  • 02-06-2018
  • 01-06-2018
  • 31-05-2018
  • 30-05-2018
  • 29-05-2018
  • 28-05-2018
  • 27-05-2018
  • 26-05-2018
  • 25-05-2018
  • 24-05-2018
  • 23-05-2018
  • 22-05-2018
  • 21-05-2018
  • 20-05-2018
  • 19-05-2018
  • 18-05-2018
  • 17-05-2018
  • 16-05-2018
  • 15-05-2018
  • 14-05-2018
  • 13-05-2018
  • 12-05-2018
  • 11-05-2018
  • 10-05-2018
  • 09-05-2018
  • 08-05-2018
  • 07-05-2018
  • 06-05-2018
  • 05-05-2018
  • 04-05-2018
  • 03-05-2018
  • 02-05-2018
  • 01-05-2018
  • 30-04-2018
  • 29-04-2018
  • 28-04-2018
  • 27-04-2018
  • 26-04-2018
  • 25-04-2018
  • 24-04-2018
  • 23-04-2018
  • 22-04-2018
  • 21-04-2018
  • 20-04-2018
  • 19-04-2018
  • 18-04-2018
  • 17-04-2018
  • 16-04-2018
  • 15-04-2018
  • 14-04-2018
  • 13-04-2018
  • 12-04-2018
  • 11-04-2018
  • 10-04-2018
  • 09-04-2018
  • 08-04-2018
  • 07-04-2018
  • 06-04-2018
  • 05-04-2018
  • 04-04-2018
  • 03-04-2018
  • 02-04-2018
  • 01-04-2018
  • 31-03-2018
  • 30-03-2018
  • 29-03-2018
  • 28-03-2018
  • 27-03-2018
  • 26-03-2018
  • 25-03-2018
  • 24-03-2018
  • 23-03-2018
  • 22-03-2018
  • 21-03-2018
  • 20-03-2018
  • 19-03-2018
  • 18-03-2018
  • 17-03-2018
  • 16-03-2018
  • 15-03-2018
  • 14-03-2018
  • 13-03-2018
  • 12-03-2018
  • 11-03-2018
  • 10-03-2018
  • 09-03-2018
  • 08-03-2018
  • 07-03-2018
  • 06-03-2018
  • 05-03-2018
  • 04-03-2018
  • 03-03-2018
  • 02-03-2018
  • 01-03-2018
  • 28-02-2018
  • 27-02-2018
  • 26-02-2018
  • 25-02-2018
  • 24-02-2018
  • 23-02-2018
  • 22-02-2018
  • 21-02-2018
  • 20-02-2018
  • 19-02-2018
  • 18-02-2018
  • 17-02-2018
  • 16-02-2018
  • 15-02-2018
  • 14-02-2018
  • 13-02-2018
  • 12-02-2018
  • 11-02-2018
  • 10-02-2018
  • 09-02-2018
  • 08-02-2018
  • 07-02-2018
  • 06-02-2018
  • 05-02-2018
  • 04-02-2018
  • 03-02-2018
  • 02-02-2018
  • 01-02-2018
  • 31-01-2018
  • 30-01-2018
  • 29-01-2018
  • 28-01-2018
  • 27-01-2018
  • 26-01-2018
  • 25-01-2018
  • 24-01-2018
  • 23-01-2018
  • 22-01-2018
  • 21-01-2018
  • 20-01-2018
  • 19-01-2018
  • 18-01-2018
  • 17-01-2018
  • 16-01-2018
  • 15-01-2018
  • 14-01-2018
  • 13-01-2018
  • 12-01-2018
  • 11-01-2018
  • 10-01-2018
  • 09-01-2018
  • 08-01-2018
  • 07-01-2018
  • 06-01-2018
  • 05-01-2018
  • 04-01-2018
  • 03-01-2018
  • 02-01-2018
  • 01-01-2018
  • 31-12-2017
  • 30-12-2017
  • 29-12-2017
  • 28-12-2017
  • 27-12-2017
  • 26-12-2017
  • 25-12-2017
  • 24-12-2017
  • 23-12-2017
  • 22-12-2017
  • 21-12-2017
  • 20-12-2017
  • 19-12-2017
  • 18-12-2017
  • 17-12-2017
  • 16-12-2017
  • 15-12-2017
  • 14-12-2017
  • 13-12-2017
  • 12-12-2017
  • 11-12-2017
  • 10-12-2017
  • 09-12-2017
  • 08-12-2017
  • 07-12-2017
  • 06-12-2017
  • 05-12-2017
  • 04-12-2017
  • 03-12-2017
  • 02-12-2017
  • 01-12-2017
  • 30-11-2017
  • 29-11-2017
  • 28-11-2017
  • 27-11-2017
  • 26-11-2017
  • 25-11-2017
  • 24-11-2017
  • 23-11-2017
  • 22-11-2017
  • 21-11-2017
  • 20-11-2017
  • 19-11-2017
  • 18-11-2017
  • 17-11-2017
  • 16-11-2017
  • 15-11-2017
  • 14-11-2017
  • 13-11-2017
  • 12-11-2017
  • 11-11-2017
  • 10-11-2017
  • 09-11-2017
  • 08-11-2017
  • 07-11-2017
  • 06-11-2017
  • 05-11-2017
  • 04-11-2017
  • 03-11-2017
  • 02-11-2017
  • 01-11-2017
  • 31-10-2017
  • 30-10-2017
  • 29-10-2017
  • 28-10-2017
  • 27-10-2017
  • 26-10-2017
  • 25-10-2017
  • 24-10-2017
  • 23-10-2017
  • 22-10-2017
  • 21-10-2017
  • 20-10-2017
  • 19-10-2017
  • 18-10-2017
  • 17-10-2017
  • 16-10-2017
  • 15-10-2017
  • 14-10-2017
  • 13-10-2017
  • 12-10-2017
  • 11-10-2017
  • 10-10-2017
  • 09-10-2017
  • 08-10-2017
  • 07-10-2017
  • 06-10-2017
  • 05-10-2017
  • 04-10-2017
  • 03-10-2017
  • 02-10-2017
  • 01-10-2017
  • 30-09-2017
  • 29-09-2017
  • 28-09-2017
  • 27-09-2017
  • 26-09-2017
  • 25-09-2017
  • 24-09-2017
  • 23-09-2017
  • 22-09-2017
  • 21-09-2017
  • 20-09-2017
  • 19-09-2017
  • 18-09-2017
  • 17-09-2017
  • 16-09-2017
  • 15-09-2017
  • 14-09-2017
  • 13-09-2017
  • 12-09-2017
  • 11-09-2017
  • 10-09-2017
  • 09-09-2017
  • 08-09-2017
  • 07-09-2017
  • 06-09-2017
  • 05-09-2017
  • 04-09-2017
  • 03-09-2017
  • 02-09-2017
  • 01-09-2017
  • 31-08-2017
  • 30-08-2017
  • 29-08-2017
  • 28-08-2017
  • 27-08-2017
  • 26-08-2017
  • 25-08-2017
  • 24-08-2017
  • 23-08-2017
  • 22-08-2017
  • 21-08-2017
  • 20-08-2017
  • 19-08-2017
  • 18-08-2017
  • 17-08-2017
  • 16-08-2017
  • 15-08-2017
  • 14-08-2017
  • 13-08-2017
  • 12-08-2017
  • 11-08-2017
  • 10-08-2017
  • 09-08-2017
  • 08-08-2017
  • 07-08-2017
  • 06-08-2017
  • 05-08-2017
  • 04-08-2017
  • 03-08-2017
  • 02-08-2017
  • 01-08-2017
  • 31-07-2017
  • 30-07-2017
  • 29-07-2017
  • 28-07-2017
  • 27-07-2017
  • 26-07-2017
  • 25-07-2017
  • 24-07-2017
  • 23-07-2017
  • 22-07-2017
  • 21-07-2017
  • 20-07-2017
  • 19-07-2017
  • 18-07-2017
  • 17-07-2017
  • 16-07-2017
  • 15-07-2017
  • 14-07-2017
  • 13-07-2017
  • 12-07-2017
  • 11-07-2017
  • 10-07-2017
  • 09-07-2017
  • 08-07-2017
  • 07-07-2017
  • 06-07-2017
  • 05-07-2017
  • 04-07-2017
  • 03-07-2017
  • 02-07-2017
  • 01-07-2017
  • 30-06-2017
  • 29-06-2017
  • 28-06-2017
  • 27-06-2017
  • 26-06-2017
  • 25-06-2017
  • 24-06-2017
  • 23-06-2017
  • 22-06-2017
  • 21-06-2017
  • 20-06-2017
  • 19-06-2017
  • 18-06-2017
  • 17-06-2017
  • 16-06-2017
  • 15-06-2017
  • 14-06-2017
  • 13-06-2017
  • 12-06-2017
  • 11-06-2017
  • 10-06-2017
  • 09-06-2017
  • 08-06-2017
  • 07-06-2017
  • 06-06-2017
  • 05-06-2017
  • 04-06-2017
  • 03-06-2017
  • 02-06-2017
  • 01-06-2017
  • 31-05-2017
  • 30-05-2017
  • 29-05-2017
  • 28-05-2017
  • 27-05-2017
  • 26-05-2017
  • 25-05-2017
  • 24-05-2017
  • 23-05-2017
  • 22-05-2017
  • 21-05-2017
  • 20-05-2017
  • 19-05-2017
  • 18-05-2017
  • 17-05-2017
  • 16-05-2017
  • 15-05-2017
  • 14-05-2017
  • 13-05-2017
  • 12-05-2017
  • 11-05-2017
  • 10-05-2017
  • 09-05-2017
  • 08-05-2017
  • 07-05-2017
  • 06-05-2017
  • 05-05-2017
  • 04-05-2017
  • 03-05-2017
  • 02-05-2017
  • 01-05-2017
  • 30-04-2017
  • 29-04-2017
  • 28-04-2017
  • 27-04-2017
  • 26-04-2017
  • 25-04-2017
  • 24-04-2017
  • 23-04-2017
  • 22-04-2017
  • 21-04-2017
  • 20-04-2017
  • 19-04-2017
  • 18-04-2017
  • 17-04-2017
  • 16-04-2017
  • 15-04-2017
  • 14-04-2017
  • 13-04-2017
  • 12-04-2017
  • 11-04-2017
  • 10-04-2017
  • 09-04-2017
  • 08-04-2017
  • 07-04-2017
  • 06-04-2017
  • 05-04-2017
  • 04-04-2017
  • 03-04-2017
  • 02-04-2017
  • 01-04-2017
  • 31-03-2017
  • 30-03-2017
  • 29-03-2017
  • 28-03-2017
  • 27-03-2017
  • 26-03-2017
  • 25-03-2017
  • 24-03-2017
  • 23-03-2017
  • 22-03-2017
  • 21-03-2017
  • 20-03-2017
  • 19-03-2017
  • 18-03-2017
  • 17-03-2017
  • 16-03-2017
  • 15-03-2017
  • 14-03-2017
  • 13-03-2017
  • 12-03-2017
  • 11-03-2017
  • 10-03-2017
  • 09-03-2017
  • 08-03-2017
  • 07-03-2017
  • 06-03-2017
  • 05-03-2017
  • 04-03-2017
  • 03-03-2017
  • 02-03-2017
  • 01-03-2017
  • 28-02-2017
  • 27-02-2017
  • 26-02-2017
  • 25-02-2017
  • 24-02-2017
  • 23-02-2017
  • 22-02-2017
  • 21-02-2017
  • 20-02-2017
  • 19-02-2017
  • 18-02-2017
  • 17-02-2017
  • 16-02-2017
  • 15-02-2017
  • 14-02-2017
  • 13-02-2017
  • 12-02-2017
  • 11-02-2017
  • 10-02-2017
  • 09-02-2017
  • 08-02-2017
  • 07-02-2017
  • 06-02-2017
  • 05-02-2017
  • 04-02-2017
  • 03-02-2017
  • 02-02-2017
  • 01-02-2017
  • 31-01-2017
  • 30-01-2017
  • 29-01-2017
  • 28-01-2017
  • 27-01-2017
  • 26-01-2017
  • 25-01-2017
  • 24-01-2017
  • 23-01-2017
  • 22-01-2017
  • 21-01-2017
  • 20-01-2017
  • 19-01-2017
  • 18-01-2017
  • 17-01-2017
  • 16-01-2017
  • 15-01-2017
  • 14-01-2017
  • 13-01-2017
  • 12-01-2017
  • 11-01-2017
  • 10-01-2017
  • 09-01-2017
  • 08-01-2017
  • 07-01-2017
  • 06-01-2017
  • 05-01-2017
  • 04-01-2017
  • 03-01-2017
  • 02-01-2017
  • 01-01-2017
  • 31-12-2016
  • 30-12-2016
  • 29-12-2016
  • 28-12-2016
  • 27-12-2016
  • 26-12-2016
  • 25-12-2016
  • 24-12-2016
  • 23-12-2016
  • 22-12-2016
  • 21-12-2016
  • 20-12-2016
  • 19-12-2016
  • 18-12-2016
  • 17-12-2016
  • 16-12-2016
  • 15-12-2016
  • 14-12-2016
  • 13-12-2016
  • 12-12-2016
  • 11-12-2016
  • 10-12-2016
  • 09-12-2016
  • 08-12-2016
  • 07-12-2016
  • 06-12-2016
  • 05-12-2016
  • 04-12-2016
  • 03-12-2016
  • 02-12-2016
  • 01-12-2016
  • 30-11-2016
  • 29-11-2016
  • 28-11-2016
  • 27-11-2016
  • 26-11-2016
  • 25-11-2016
  • 24-11-2016
  • 23-11-2016
  • 22-11-2016
  • 21-11-2016
  • 20-11-2016
  • 19-11-2016
  • 18-11-2016
  • 17-11-2016
  • 16-11-2016
  • 15-11-2016
  • 14-11-2016
  • 13-11-2016
  • 12-11-2016
  • 11-11-2016
  • 10-11-2016
  • 09-11-2016
  • 08-11-2016
  • 07-11-2016
  • 06-11-2016
  • 05-11-2016
  • 04-11-2016
  • 03-11-2016
  • 02-11-2016
  • 01-11-2016
  • 31-10-2016
  • 30-10-2016
  • 29-10-2016
  • 28-10-2016
  • 27-10-2016
  • 26-10-2016
  • 25-10-2016
  • 24-10-2016
  • 23-10-2016
  • 22-10-2016
  • 21-10-2016
  • 20-10-2016
  • 19-10-2016
  • 18-10-2016
  • 17-10-2016
  • 16-10-2016
  • 15-10-2016
  • 14-10-2016
  • 13-10-2016
  • 12-10-2016
  • 11-10-2016
  • 10-10-2016
  • 09-10-2016
  • 08-10-2016
  • 07-10-2016
  • 06-10-2016
  • 05-10-2016
  • 04-10-2016
  • 03-10-2016
  • 02-10-2016
  • 01-10-2016
  • 30-09-2016
  • 29-09-2016
  • 28-09-2016
  • 27-09-2016
  • 26-09-2016
  • 25-09-2016
  • 24-09-2016
  • 23-09-2016
  • 22-09-2016
  • 21-09-2016
  • 20-09-2016
  • 19-09-2016
  • 18-09-2016
  • 17-09-2016
  • 16-09-2016
  • 15-09-2016
  • 14-09-2016
  • 13-09-2016
  • 12-09-2016
  • 11-09-2016
  • 10-09-2016
  • 09-09-2016
  • 08-09-2016
  • 07-09-2016
  • 06-09-2016
  • 05-09-2016
  • 04-09-2016
  • 03-09-2016
  • 02-09-2016
  • 01-09-2016
  • 31-08-2016
  • 30-08-2016
  • 29-08-2016
  • 28-08-2016
  • 27-08-2016
  • 26-08-2016
  • 25-08-2016
  • 24-08-2016
  • 23-08-2016
  • 22-08-2016
  • 21-08-2016
  • 20-08-2016
  • 19-08-2016
  • 18-08-2016
  • 17-08-2016
  • 16-08-2016
  • 15-08-2016
  • 14-08-2016
  • 13-08-2016
  • 12-08-2016
  • 11-08-2016
  • 10-08-2016
  • 09-08-2016
  • 08-08-2016
  • 07-08-2016
  • 06-08-2016
  • 05-08-2016
  • 04-08-2016
  • 03-08-2016
  • 02-08-2016
  • 01-08-2016
  • 31-07-2016
  • 30-07-2016
  • 29-07-2016
  • 28-07-2016
  • 27-07-2016
  • 26-07-2016
  • 25-07-2016
  • 24-07-2016
  • 23-07-2016
  • 22-07-2016
  • 21-07-2016
  • 20-07-2016
  • 19-07-2016
  • 18-07-2016
  • 17-07-2016
  • 16-07-2016
  • 15-07-2016
  • 14-07-2016
  • 13-07-2016
  • 12-07-2016
  • 11-07-2016
  • 10-07-2016
  • 09-07-2016
  • 08-07-2016
  • 07-07-2016
  • 06-07-2016
  • 05-07-2016
  • 04-07-2016
  • 03-07-2016
  • 02-07-2016
  • 01-07-2016
  • 30-06-2016
  • 29-06-2016
  • 28-06-2016
  • 27-06-2016
  • 26-06-2016
  • 25-06-2016
  • 24-06-2016
  • 23-06-2016
  • 22-06-2016
  • 21-06-2016
  • 20-06-2016
  • 19-06-2016
  • 18-06-2016
  • 17-06-2016
  • 16-06-2016
  • 15-06-2016
  • 14-06-2016
  • 13-06-2016
  • 12-06-2016
  • 11-06-2016
  • 10-06-2016
  • 09-06-2016
  • 08-06-2016
  • 07-06-2016
  • 06-06-2016
  • 05-06-2016
  • 04-06-2016
  • 03-06-2016
  • 02-06-2016
  • 01-06-2016
  • 31-05-2016
  • 30-05-2016
  • 29-05-2016
  • 28-05-2016
  • 27-05-2016
  • 26-05-2016
  • 25-05-2016
  • 24-05-2016
  • 23-05-2016
  • 22-05-2016
  • 21-05-2016
  • 20-05-2016
  • 19-05-2016
  • 18-05-2016
  • 17-05-2016
  • 16-05-2016
  • 15-05-2016
  • 14-05-2016
  • 13-05-2016
  • 12-05-2016
  • 11-05-2016
  • 10-05-2016
  • 09-05-2016
  • 08-05-2016
  • 07-05-2016
  • 06-05-2016
  • 05-05-2016
  • 04-05-2016
  • 03-05-2016
  • 02-05-2016
  • 01-05-2016