NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Foto
E-mail mij

Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

            Romenu          

Romenu is een blog over gedichten, literatuur en kunst Maar Romenu is ook een professionele freelance vertaler
Du-Ne en Ne-Du
http://www.romenu.nl.

Blog als favoriet !
   Romenu op Twitter       

Follow Romenu on Twitter
Huur eens een (vakantie)huis in een natuurgebied, dichtbij het centrum van Nijmegen
          Google          

Mijn favorieten
  • Buddenbrookhaus
  • Thomas Mann
  • Hans Warren
  • Paul Celan
  • Georg Trakl
  • Frans Roumen
  • In Letterland
  • Frédéric Leroy
  • Romenu I
  • Yang
    Foto
    Georg Trakl    

    Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in het conducteurshuis aan de Waagplatz 2 in Salzburg geboren. Zijn vader, Tobias Trakl, was een handelaar in ijzerwaren en zijn moeder, die ook psychische problemen had, was Maria Catharina Trakl, (meisjesnaam Halik). Voorts had hij nog drie broers en drie zussen. Margarethe (doorgaans Grethe genoemd) stond hem het naast, zelfs zodanig dat sommigen een incestueuze verhouding vermoeden. Zijn jeugd bracht hij door in Salzburg. Vervolgens bezocht hij van 1897 tot 1905 het humanistische gymnasium. Om toch een academische opleiding te kunnen volgen, werkte hij tot 1908 in de praktijk bij een apotheker. Sommigen vermoedden dat hij dit vooral deed om zichzelf opiaten te kunnen verschaffen. Bij het uitbreken van WO I werd Trakl als medicus naar het front in Galicië (heden ten dage in Oekraďne en Polen) gestuurd. Zijn gemoedsschommelingen leidden tot geregelde uitbraken van depressie, die verergerd werden door de afschuw die hij voelde voor de verzorging van de ernstig verwonde soldaten. De spanning en druk dreven hem ertoe een suďcidepoging te ondernemen, welke zijn kameraden nochtans verhinderden. Hij werd in een militair ziekenhuis opgenomen in Kraków, alwaar hij onder strikt toezicht geplaatst werd.Trakl verzonk daar in nog zwaardere depressies en schreef Ficker om advies. Ficker overtuigde hem ervan dat hij contact moest opnemen met Wittgenstein, die inderdaad op weg ging na Trakls bericht te hebben ontvangen. Op 4 november 1914, drie dagen voordat Wittgenstein aan zou komen, overleed hij echter aan een overdosis cocaďne
    Foto
    Paul Celan   

    Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraďne. Paul Celans ouders waren Duitssprekende joden die hun zoon joods opvoedden en hem naar Duitse christelijke scholen stuurden. In 1942 werden Celans ouders door de Duitse bezetter naar een werkkamp gedeporteerd en daar vermoord. Hijzelf wist aanvankelijk onder te duiken, maar moest vanaf juli 1942 in een werkkamp dwangarbeid verrichten. Celan overleefde de oorlog. Via Boekarest en Wenen vestigde Celan zich in 1948 in Parijs. Daar was hij werkzaam als dichter, vertaler en doceerde hij aan de prestigieuze Ecole Normale Supérieure. Vermoedelijk op 20 april 1970 beëindigde hij zijn leven zelf door in de Seine te springen.

    Gerard Reve   

    Gerard Reve over: Medearbeiders ”God is in de mensen, de dieren, de planten en alle dingen - in de schepping, die verlost moet worden of waaruit God verlost moet worden, door onze arbeid, aangezien wij medearbeiders van God zijn.” Openbaring ”Tja, waar berust elk godsbegrip op, elke vorm van religie? Op een openbaring, dat wil zeggen op een psychische ervaring van zulk een dwingende en onverbiddelijke kracht, dat de betrokkene het gevoel heeft, niet dat hij een gedachte of een visioen heeft, maar dat een gedachte gedachte of visioen hem bezit en overweldigt.”

    Foto
    Foto
    Simon Vestdijk   

    Simon Vestdijk (Harlingen, 17 oktober 1898 – Utrecht, 23 maart 1971) was een Nederlands romancier, dichter, essayist en vertaler. Zijn jeugd te Harlingen en Leeuwarden beschreef hij later in de Anton Wachter-cyclus. Van jongs af aan logeerde hij regelmatig bij zijn grootouders in Amsterdam, waar hij zich in 1917 aan de Universiteit van Amsterdam inschrijft als student in de medicijnen. Tijdens zijn studie die van 1917 tot 1927 duurde, leerde hij Jan Slauerhoff kennen.Tot 1932 is hij als arts in praktijken door heel Nederland werkzaam. In 1932 volgt zijn officiële schrijversdebuut met de uitgave van de bundel Verzen in De Vrije Bladen. Doorslaggevend voor Vestdijks uiteindelijke keuze voor de literatuur is zijn ontmoeting in 1932 met Eddy Du Perron en Menno ter Braak. Deze ontmoeting had tot resultaat dat hij redactielid werd van het tijdschrift Forum Kort daarop, in 1933, wordt zijn eerste novelle, De oubliette, uitgegeven. In hetzelfde jaar schrijft hij Kind tussen vier vrouwen, dat, eerst geweigerd door de uitgever, later de basis zal vormen voor de eerste drie delen van de Anton Wachter-romans. In 1951 ontvangt Vestdijk de P.C. Hooftprijs voor zijn in 1947 verschenen roman De vuuraanbidders. In 1957 wordt hij voor het eerst door het PEN-centrum voor Nederland voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Literatuur, die hij echter nooit zal krijgen. Op 20 maart 1971 wordt hem de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend, maar voor hij deze kan ontvangen overlijdt hij op 23 maart te Utrecht op 72-jarige leeftijd. Vestdijk was auteur van ca. 200 boeken. Vanwege deze enorme productie noemde de dichter Adriaan Roland Holst hem 'de man die sneller schrijft dan God kan lezen'. Andere belangrijke boeken van Simon Vestdijk zijn: "Kind van stad en land" (1936), "Meneer Visser's hellevaart" (1936), "Ierse nachten" (1946), "De toekomst de religie" (1947), "Pastorale 1943" (1948), "De koperen tuin" (1950), "Ivoren wachters" (1951), "Essays in duodecimo" (1952) en "Het genadeschot" (1964).
    Foto
    K.P. Kavafis   

    K.P. Kavafis werd als kind van Griekse ouders, afkomstig uit Konstantinopel, geboren in 1863 in Alexandrië (tot vandaag een Griekse enclave) waar hij ook het grootste deel van zijn leven woonde en werkte. Twee jaar na de dood van zijn vader verhuist het gezin in 1872 naar Engeland om na een verblijf van vijf jaar naar Alexandrië terug te keren. Vanwege ongeregeldheden in Egypte vlucht het gezin in 1882 naar Konstantinopel, om na drie jaar opnieuw naar Alexandrië terug te gaan. In de jaren die volgen maakt Kavafis reizen naar Parijs, Londen en in 1901 zijn eerste reis naar Griekenland, in latere jaren gevolgd door nog enkele bezoeken. Op de dag van zijn zeventigste verjaardag, in 1933 sterft Kavafis in Alexandrië. De roem kwam voor Kavafis pas na zijn dood, dus postuum. Deels is dat toe te schrijven aan zijn eigen handelswijze. Hij was uiterst terughoudend met de publicatie van zijn gedichten, liet af en toe een enkel gedicht afdrukken in een literair tijdschrift, gaf in eigen beheer enkele bundels met een stuk of twintig gedichten uit en het merendeel van zijn poëzie schonk hij op losse bladen aan zijn beste vrienden.
    Foto
    Thomas Mann    


    Thomas Mann, de jongere broer van Heinrich Mann, werd geboren op 6 juni 1875 in Lübeck. Hij was de tweede zoon van de graankoopman Thomas Johann Heinrich Mann welke later één van de senatoren van Lübreck werd. Zijn moeder Julia (geboren da Silva-Bruhns) was Duits-Braziliaans van Portugees Kreoolse afkomst. In 1894 debuteerde Thomas Mann met de novelle "Gefallen". Toen Thomas Mann met 21 jaar eindelijk volwassen was en hem dus geld van zijn vaders erfenis toestond - hij kreeg ongeveer 160 tot 180 goldmark per jaar - besloot hij dat hij genoeg had van al die scholen en instituties en werd onafhankelijk schrijver. Kenmerkend voor zijn stijl zijn de ironie, de fenomenale taalbeheersing en de minutieuze detailschildering. Manns reputatie in Duitsland was sterk wisselend. Met zijn eerste roman, Buddenbrooks (1901), had hij een enorm succes, maar door zijn sceptische houding tegenover Duitsland na de Eerste Wereldoorlog veranderde dit volledig. Stelde hij zich tot aan de jaren twintig apolitiek op (Betrachtungen eines Unpolitischen, 1918), meer en meer raakte hij bij het Politiek gebeuren betrokken. Zijn afkeer van het nationaal socialisme groeide, zijn waarschuwingen werden veelvuldiger en heftiger. In 1944 accepteerde hij het Amerikaanse staatsburgerschap. Tussen 1943 en 1947 schreef Mann Doktor Faustus (zie Faust), de roman van de 'Duitse ziel' in de gecamoufleerd geschilderde omstandigheden van de 20ste eeuw. In 1947 bezocht hij voor het eerst sinds de Oorlog Europa, twee jaar later pas Duitsland. In 1952 vertrok hij naar Zwitserland. Op 12 augustus 1955 stierf hij in Zürich. Twintig jaar na zijn dood, in aug. 1975, is zijn literaire nalatenschap geopend: dagboekaantekeningen van 15 maart 1933 tot 29 juli 1955, alsmede notities uit de jaren 1918 tot en met 1921.Belangrijke werken zijn: Der Zauberberg, Der Tod in Venedig, Dokter Faustus , Joseph und seine Brüder en Die Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull.
    Foto
     Rainer Maria Rilke   

    Rilke werd op 4 december 1875 geboren in Praag. Hij had al naam gemaakt als dichter met zijn bundels Das Stundenbuch en Das Buch der Bilder, toen hij de literaire wereld versteld deed staan en wereldfaam verwierf met de publicatie van zijn twee delen Neue Gedichte in 1907 en 1908. Hij verzamelde daarin het beste werk uit een van zijn vruchtbaarste periodes, die hij grotendeels doorbracht in Parijs. Rilke was daar diep onder de indruk gekomen van Rodin, bij wie hij een tijdlang in dienst was als particulier secretaris. Rodin, zei hij later, had hem leren kijken. Dit kijken kwam neer op intense concentratie, om het mysterie te kunnen zien ‘achter de schijnbare werkelijkheid'. Latere en rijpere werken als Duineser Elegien (1912-1923) en het ronduit schitterende Die Sonette an Orfeus (1924) illustreren Rilkes metafysische visie op het onzegbare, dat haar verwoording vindt in een hermetische muzikale taal. Op 29 december 1926 overlijdt Rilke in het sanatorium in Val-Mont aan de gevolgen van leukemie. Enkele dagen later wordt hij, overeenkomstig zijn wens, begraven op het kerkhof van Raron.
    * * * * * * * * * * * * *  * * *   
    Romenu
    Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
    18-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Joost Zwagerman, Toon Tellegen, Joost Oomen, Thomas Möhlmann, Pauline Genee, Klaus Mann, Eugenio Montejo

    De Nederlandse dichter en schrijver Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Zie ook alle tags voor Joost Zwagerman op dit blog.

    Uit:Don Bovary

    Op de vraag wat een grootse roman zo groots maakt zijn veel kleine antwoorden gegeven. Een grootse roman wil je telkens weer herlezen. Een grootse roman geeft zichzelf nooit helemaal prijs. Over een grootse roman raak je nooit uitgepraat. En, uit de dossiermappen van de leesbevordering: een grootse roman verrijkt je leven.
    Het is allemaal even waar als weinigzeggend en afgesleten. En dan nog: ik ken mensen - schrijvers vooral, en ook een bepaald soort criticus - die juist over apert slechte romans nooit uitgepraat raken; de grootse laten ze bij voorkeur onbesproken omdat dan onvermijdelijk hun eigen kleinheid aan het licht komt. En verleidt een grootse roman inderdaad altijd tot herlezen? Achttien jaar geleden las ik Moby Dick. Ja ja, onovertroffen, natuurlijk, natuurlijk - maar nóg een keer lezen, integraal? In vergelijking met Oorlog en vrede wordt Tolstojs novelle De dood van Ivan Iljitsj beschouwd als een wat kleinere prestatie, en niet alleen voor wat betreft omvang. Kan zijn. Ivan Iljitsj heb ik vier of vijf keer gelezen, en ik zal het blijven herlezen.
    Een secundair kenmerk van de ‘grootse roman, is dat er in de loop van de tijd een onuitputtelijk aantal interpretaties op is losgelaten. Van een afstand lijken grootse romans in dat opzicht soms op hologrammen, op te vullen met de meest spectaculaire en elkaar tegensprekende duidingen. In het voorjaar van 2002 gaven honderd schrijvers, onder wie Milan Kundera, Salman Rushdie, V.S. Naipaul en Nadine Gordimer, antwoord op de vraag wat de beste en grootste roman aller tijden is. Don Quichot van Cervantes kwam met grote meerderheid van stemmen als eerste uit de bus. In Vrij Nederland stond eens een opmerkelijk stuk over de manieren waarop ieder tijdvak zich zijn eigen Don Quichot had toegeëigend. Wij dachten altijd dat Don Quichot een echte picareske is, een schelmenroman die is opgebouwd uit een carrousel van vertellingen en avonturen van twee hartveroverende antihelden, de onfortuinlijke ridder Quichote en zijn trouwe metgezel Sancho Panza. Maar zo eenvoudig is het kennelijk niet. Aan het einde van de zeventiende eeuw gold de waardering voor Don Quichot inderdaad de hilarische enormiteiten, de dwaasheid en de spot. In Engeland mocht het boek gedurende een groot deel van de zeventiende eeuw niet worden verspreid, omdat van alle grappen en grollen in Don Quichot geen moreel zuivere boodschap uitging. Na opheffing van het verbod kregen Britse lezers echter vooral oog voor de ernst achter de satire, de tragedie achter de picareske. Weer later groeide Don Quichot uit tot het beslissende boek voor satirici als Alexander Pope, Henry Fielding en Laurence Sterne.”

     

     
    Joost Zwagerman (18 november 1963 - 8 september 2015)

     

     

    De Nederlandse dichter Toon Tellegen werd geboren op 18 november 1941 te Brielle. Zie ook alle tags voor Toon Tellegen op dit blog

     

    Wonderbaarlijk buigt zich over water

    Wonderbaarlijk buigt zich over water,
    zij kent mij niet

    het is zomer, de zon schijnt, hommels gonzen, krekels tsjirpen
    en de wind gaat liggen, uitgelaten, maar voorzichtig,
    allemaal voor haar

    zij ziet zichzelf
    en denkt dat ik dat ben, ik, ik

    zij raakt met haar lippen het water aan

    zij wil geen ander zijn,
    zij houdt van mij.

     

     

    Lange tijd

    Lange tijd gaat het goed,
    stromen de rivieren vriendelijk naar zee,
    bloeien de bloemen,
    dartelen de vlinders,
    slapen de filosofen in de brede schaduw van het dualisme,
    geven mensen elkaar gelijk,
    is het leven zacht en grootmoedig,
    fluisteren meisjes in een oor:

    'Laten we..enzovoort,
    o laten we altijd...enzovoort...'

    Heel lang gaat het goed,
    onwaarschijnlijk lang gaat het onwaarschijnlijk goed.
    Het gaat nog altijd goed,

    zelfs nu gaat het nog goed
    en nu.

     

     

    Een gesprek

    'Waar zullen wij afscheid nemen?'
    'In de regen.'
    'Zullen wij schuilen?'
    'Nee!'
    'Hoe zullen wij ons voelen?'
    'Ziek, vals en verlegen.'
    'Wat zullen wij zeggen?'
    'Wij zullen het niet weten.'
    'Wat zullen wij denken?'
    'Was het maar gisteren, morgen of nooit.'
    'Zal een van ons gelijk hebben?'
    'Geen van ons zal gelijk hebben.'
    'Zullen wij elk een andere kant uitgaan?'
    'Wij zullen elk een andere kant uitgaan.'
    'Zullen wij omkijken?'
    'Een van ons zal omkijken. Stilstaan, aarzelen en omkijken.'

    Zo spraken zij met elkaar, telkens weer opnieuw.
    Maar zij vroegen nimmer wie. Wie
    zou omkijken. Wie.

     

     
    Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941)

     

     

    De Nederlandse dichter Joost Oomen werd geboren in De Bilt op 18 november 1980. Zie ook alle tags voor Joost Oomen op dit blog.

     

    Op puntlassen gaan

    Beste,

    Graag zou ik me inschrijven voor de cursus puntlassen
    U weet, ik ben niet geschikt voor puntlassen
    Ik ben te klein en te magertjes voor puntlassen
    Toch zou ik me graag willen inschrijven voor de cursus puntlassen

    En er zitten ook heus voordelen aan mij
    Zo kan ik het inschrijfgeld makkelijk betalen
    Ik bulk zogezegd van de centen
    Tevens ben ik een geïnteresseerde leerling, het gaat mij
    puur en alleen om het puntlassen
    Niemand hoeft mij tijdens de lessen af te trekken
    Aan sociale contacten geen gebrek

    Toch zou ik mij graag inschrijven voor de cursus puntlassen
    Ik ben namelijk erg begeesterd door het idee van puntlassen
    Ik kan mij volledig verliezen in het puntlassen
    U kunt rekenen op mijn ongebreidelde inzet tijden de cursus puntlassen.

     

     

    Gedicht voor Rafael 'Aartsengel' Mendez

    Een koperen instrument bespeelt men
    Nooit met een brokkelige mond. Dat was les één.

    Rafael. Exporteer je Mexicaanse paters en nonnen
    En predik met je vibratostem de laatste revolutie.
    Draai met je cornet de kleine revolutie af,
    Voor generaals die geen naam bezitten.

    Ach, Rafael. Schone Rafael. Leer mij toch hoe je met
    Een zilveren snor verdriet kan hameren.
    Hoe je professioneel bidden moet
    En waar de zon voor staat.

    God heeft ons al genezen.
    Rafael.

    Wou je ons wat zeggen Rafael?
    Ga jij over de geest van mijn mensen met
    Een geslepen metalen tong?
    Geluid is toch maar lucht
    die zich dood gooit tegen trommelvlies?

    Sorry meneer Mendez,
    Niemand heeft je taaltje verstaan.

    Een goede muzikant verkoopt zijn huis,
    Huurt een vrouw, huurt zijn kinderen in de stad waar hij slaapt en
    Heeft geen woord meer over zichzelf te zeggen.
    Dat was les twee.

     

     
    Joost Oomen (De Bilt, 18 november 1980)

     

     

    De Nederlandse dichter en schrijver Thomas Möhlmann werd geboren in Baarn op18 november 1975. Zie ook alle tags voor Thomas Möhlmann op dit blog.

     

    Hotel Momo (Leesscène)

    Hoeveel appels duurt het voor je er genoeg van hebt gehad, gek
    genoeg vergeet ik steeds weer wat ik lees, elke avond
    vertelt een gast in de lounge dezelfde grap aan zijn gezel:
    het lachen is smakelijk, duurt telkens drie minuten.

    Zou ik hardop de lemma's langs moeten gaan
    en zien of je oplicht bij bepaalde woorden?

    We weten het aantal intussen nauwkeurig, de laatste die we
    samen aten liet een smaak van as en maden na en sindsdien

    verslind ik beschrijvingen, voor wie niet geaaid wordt
    krijgt het werkwoord aaien een haast magische lading.

    Als we niet zo moe waren, viel het te proberen: nog één keer
    elkaar volledig afmatten en dan eindelijk slapen, dromen
    van appels.

     

     

    We zullen

    Zeker, mijn liefste, ze zullen, maar wij zullen meer, ze
    zullen zullen, maar met speels gemak zullen we meer

    wat ze ook zullen: ze maken geen enkele kans want wij
    zullen meer, we leven allemaal niet meer dan gemiddeld

    tachtig jaar, zij niet en wij niet maar zie maar mijn liefste
    wat wij uit die zeg veertig jaar nog kunnen peuren terwijl

    zij, ach ze zullen maar en zullen, geef ze honderd jaar voor
    mijn part en nog zullen ze niet meer dan wat ze zelf zullen

    alle vogels die hun vleugels uitslaan, tegelijk, niet om te willen
    vliegen maar uit pure schrik, ze zullen net als wij mijn lief

    maar voor het zover is, zullen we, zullen wij, wat we zouden
    in die hele rij van gezegende jaren die we nog hebben, zullen we.

     

     
    Thomas Möhlmann (Baarn, 18 november 1975)

     

     

    De Nederladse schrijfster Pauline Genee werd geboren op 18 november 1968 in Heemskerk. Zie ook alle tags voor Pauline Genee op dit blog.

    Uit: Duel met paard

    “Schillings had gezegd: je moet gewoon denken dat je daar alleen staat. Net als op al die andere dagen. Juist. Het zou precies zijn als die talloze andere weken, maanden, jaren, als op die honderden ochtenden dat hij in alle rust aan zijn kleine revolutie had gewerkt. Goed. Het was een gewone doordeweekse dag. Hij en het paard. Anders niets.
    Hij ademde in en keerde zich weer naar het publiek.
    Buurvrouw Piehl, zag hij, was gebleven. In een hoekje had ze een tafeltje opgesteld en daarop koffie en lebkuchen uitgestald. Schillings stond bovenop de ijzeren trap en gaf het teken.
    *
    Vier jaar eerder, in de zomer van 1900, had Von Osten het paard in Voronezj gekocht. De fokkers van de Khrenov-stoeterij hadden het dier uitbundig geprezen om zijn mooie korte stap, stuwende draf en krachtige knieactie; loftuitingen waarnaar de oude man beleefd had geluisterd maar die hem maar weinig leken te interesseren. Hij verzocht een moment met het dier alleen. Met zijn grote werkhanden tastte hij over de schedel, minutenlang, als een arts die met de vingertoppen een zwelling in kaart brengt. Daarna betaalde hij zonder morren de vraagprijs: twee lichtroze biljetten van vijfhonderd roebel met een afbeelding van Peter de Grote.
    Terug in Berlijn liet hij het paard wennen aan een karig menu van louter oud hooi. Aanvullende lekkernijen waren te verdienen door de bevelen van de nieuwe meester minutieus op te volgen. Vrijwel meteen was toen op de binnenplaats het grote telraam verschenen, tegen de muur van de houten stal en recht voor de neus van het nieuwe paard, dat na een eerste naamloze week uiteindelijk toch weer Hans werd genoemd.
    De lessen begonnen. Van achter hun ramen op de verdieping keken de bewoners toe hoe de oude man dagen, weken, maanden achtereen in lange sessies de gekleurde bollen van het telraam in nieuwe combinaties verschoof, daarbij steeds het bijpassende cijfer scanderend. Ze keken elkaar stilzwijgend aan; was hun huisbaas gek geworden?
    ‘Het gaat er om,’ had hij Frau Piehl uitgelegd, ‘dat Hans nu eerst gebarentaal leert.’

     

     
    Pauline Genee (Heemskerk, 18 november 1968)

     

     

    De Duitse schrijver Klaus Mann werd op 18 november 1906 geboren in München als oudste zoon van Thomas en Katia Mann. Zie ook alle tags voor Klaus Mann op dit blog.

    Uit: Mephisto

    »In einem der westdeutschen Industriezentren sollen neulich über achthundert Ar-beiter verurteilt worden sein, alle zu hohen Zuchthausstrafen, und das im Laufe eines to einzigen Prozesses.« »Nach meinen Informationen sind es nur fünfhundert gewesen; über hundert andere hat man erst gar nicht abgeurteilt, sondern heimlich umbringen lassen, ihrer Gesinnung wegen.« »Sind die Löhne wirklich so entsetzlich schlecht?« 15 »Miserabel. Dabei fallen sie noch - und die Preise steigen.« »Die Dekorierung des Opernhauses für heute abend soll 60.000 Mark gekostet haben. Dazu kommen mindestens noch 40.000 Mark andere Spesen - nicht mit-gerechnet die Unkosten, die es der öffentlichen Kasse gemacht hat, das Opernhaus, wegen der Vorbereitungen für den Ball, fünf Tage lang geschlossen zu halten.« 20 »Eine nette kleine Geburtstagsfeier.« »Ekelhaft, daß man den Rummel mitmachen muß.« Die beiden ausländischen jungen Diplomaten verneigten sich, auf den Gesich-tern das liebenswürdigste Lächeln, vor einem Offizier in großer Uniform, der hinter seinem Monokel einen mißtrauischen Blick auf sie geworfen hatte. »Die ganze hohe Generalität ist da.« Sie sprachen erst wieder, als sie die große Uniform außer Hörweite wußten. »Aber sie sind alle für den Frieden begeistert,« fügte der andere boshaft hinzu. »Wie lange noch?« fragte fröhlich lächelnd der Erste, wobei er eine kleine Dame von der japanischen j Botschaft begrüßte, die am Arm eines hünenhaften Marineof- 10 30 fiziers klein und zierlich einherschritt. »Wir müssen auf alles gefaßt sein.« Ein Herr vom Auswärtigen Amt gesellte sich zu den beiden jungen Botschaftsat- taches, die sofort dazu übergingen. Pracht und Schönheit der Saaldekoration zu prei-sen. »la, der Herr Ministerpräsident hat Freude an diesen Dingen.« sagte, etwas ver-legen, der Herr vom Auswärtigen Amt. - »Aber es ist alles geschmackvoll,« versi-cherten die beiden jungen Diplomaten. beinah im gleichen Atem. - »Gewiß,« sprach gequält der Herr aus der Wilhelmstraße. - »Eine so prachtvolle Veranstaltung kann man heute nirgends als in Berlin finden,« sagte einer der beiden Ausländer noch. Der Herr vom Außenministerium zögerte eine Sekunde lang, ehe er sich zu einem höfli-chen Lächeln entschloß. Es entstand eine Gesprächspause. Die drei Herren blickten um sich und lausch-ten dem festlichen Lärm.“

     

     
    Klaus Mann (18 november 1906 – 21 mei 1949)
    Affiche voor de gelijknamige film uit 1981

     

     

    De Venezolaanse dichter en schrijver Eugenio Montejo werd geboren in Caracas op 18 november 1938. Zie ook alle tags voor Eugenio Montejo op dit blog.

     

    The table

           What can a table do by itself
    against the roundness of the earth?
    It already has enough to do allowing nothing to tumble,
    allowing the chairs to converse softly
    and in turn to come together on time.

          If time blunts the knives,
    dismisses and brings diners,
    varies the topics, the words,
    what can the pain of its wood do?

          What can it do about the cost of things,
    about the atheism of the supper,
    of the last supper?

          If the wine is spilt, if bread is wanting
    and people grow absent,
    what can it do but remain motionless, rooted
    between hunger and the hours,
    with what intervenes though it should wish?

     

    Vertaald door John Lyons

     

     

    Vögel ohne Vögel

    Nein, natürlich keine unerfahrenen Vögel
    mit dem Gesang des Anfängers, unbeständig oder falsch.
    – Andere Klänge und andere Schwingen.
    Ich spreche vom gesamten Schubert in schweifenden Flügen,
    von einem Ausbruch, im Gezwitscher gehört,
    das hinaufsteigt
    Oktave um Oktave.
    Spreche von Vögeln ohne Ich, ganz ohne Schnabel,
    himmelblau und ohne Beine,
    Vögel, die einfach nur Musik sind
    im höchsten Aufstieg der Lüfte.
    Nein, natürlich keine Vogeltenöre,
    dicke, lügenhafte, mit schweren Federn,
    sondern Pfeile, die sich von einer Partitur lösen
    und himmelwärts steigen oder darüber hinaus, ohne Pause
    das Herz dessen betören, der zuhört
    und dankbar verstummt …
    – Glauben Sie mir. Ich spreche von reinen Klängen,
    von Vögeln ohne Vögel.

     

    Vertaald door Helwig Brunner und Susana Romano-Sued

     

     
    Eugenio Montejo (18 november 1938 - 5 juni 2008)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 18e november ook mijn vorige blog van vandaag.

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 18 november 2008, mijn blog van 18 november 2007 en ook mijn blog van 18 november 2006.

    18-11-2017 om 11:52 geschreven door Romenu  


    Tags:Joost Zwagerman, Toon Tellegen, Joost Oomen, Thomas Möhlmann, Pauline Genee, Klaus Mann, Eugenio Montejo, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Margaret Atwood, Seán Mac Falls, Jaap Meijer, Richard Dehmel, William Gilbert, Hans Reimann, Mireille Cottenjé

    De Canadese schrijfster Margaret Atwood werd geboren in Ottawa op 18 november 1939. Zie ook mijn blog van 18 november 2008 en ook mijn blog van 18 november 2010.

    Uit:The Edible Woman

    “I know I was all right on Friday when I got up; if anything I was feeling more stolid than usual. When I went out to the kitchen to get breakfast Ainsley was there, moping: she said she had been to a bad party the night before. She swore there had been nothing but dentistry students, which depressed her so much she had consoled herself by getting drunk.
     “You have no idea how soggy it is,” she said, “having to go through twenty conversations about the insides of peoples’ mouths. The most reaction I got out of them was when I described an abscess I once had. They positively drooled. And most men look at something besides your teeth, for god’s sake.”
     She had a hangover, which put me in a cheerful mood – it made me feel so healthy – and I poured her a glass of tomato juice and briskly fixed her an Alka- Seltzer, listening and making sympathetic noises while she complained.
     “As if I didn’t get enough of that at work,” she said.
    Ainsley has a job as a tester of defective electric toothbrushes for an electric toothbrush company: a temporary job. What she is waiting for is an opening in one of those little art galleries, even though they don’t pay well: she wants to meet the artists. Last year, she told me, it was actors, but then she actually met some. “It’s an absolute fixation. I expect they all carry those bent mirrors around in their coat pockets and peer into their own mouths every time they go to the john to make sure they’re still cavity- free.” She ran one hand reflectively through her hair, which is long and red, or rather auburn. “Could you imagine kissing one? He’d say ‘Open wide’ beforehand. They’re so bloody one- track.”
     “It must have been awful,” I said, refilling her glass. “Couldn’t you have changed the topic?”
    Ainsley raised her almost non- existent eyebrows, which hadn’t been coloured in yet that morning. “Of course not,” she said. “I pretended to be terribly interested. And naturally I didn’t let on what my job was: those professional men get so huffy if you know anything about their subject. You know, like Peter.”
    Ainsley tends to make jabs at Peter, especially when she isn’t feeling well. I was magnanimous and didn’t respond. “You’d better eat something before you go to work,” I said, “it’s better when you’ve got something on your stomach.”

     

     
    Margaret Atwood (Ottawa, 18 november 1939)

     

     

    De Iers-Amerikaanse dichter Seán Mac Falls werd geboren op 18 november 1957 in Boston. Zie ook alle tags voor Seán Mac Falls op dit blog.

    Uit: iKu (Samen met David Coleridge Ryan)

     

    I have traveled long, alone –
    In each turning, still, I see her
    Face and the dark mountain valley,
    In the last light of the fading day.

     

    The ruddy footworn path is wild and long,
    Tracing down all of my woodland years,
    Shorter in front, longer behind, fading song,
    Was its form cut by me or the grazing deer?

     

    I row beneath you on the ancient lake,
    Before sun arrives and after he is gone,
    I will still be rowing even in my dreams,
    Great yellow hills, my work is never done.

     

     
    Seán Mac Falls (Boston, 18 november 1957)
    Schilderij door David Coleridge Ryan bij het laatste van bovenstaande gedichten

     

     

    De dichter en historicus Jakob (Jaap) Meijer (pseudoniem Saul van Messel) werd geboren in Winschoten op 18 november 1912. Zie ook alle tags voor Jaap Meijer op dit weblog.

     

    nota

    tijdens de nacht
    presenteerde mijn droom
    de rekening
    aan een verleden

    dat niet wilde
    betalen omdat
    het nog altijd niet
    was verteerd

     

     

    toegift vooraf

    in de tulpstraat
    ontmoette ik
    28 apri11942
    een joodse jongen
    die één dag
    voordat het officieel
    in de dagbladen
    werd verplicht gesteld
    al een jodenster droeg

    hij ging er
    geen uur later
    de gaskamer om in

     

     
    Jaap Meijer (18 november 1912 - 9 juli 1993)
    Hier met echtgenote Liesje

     

     

    De Duitse dichter Richard Dehmel werd geboren op 18 november 1863 in Wendisch-Hermsdorf. Zie ook alle tags voor Richard Dehmel op dit blog.

     

    Der Letzte Traum
    Zum Gedenken an Detlev v. Liliencron

    Es war am sechsten Abend, und Gott sprach:
    Alles ist gut geworden. Alles. Nur
    der Mensch: was ist der Mensch? Er träumt wie Ich.
    Er möchte ewig leben, ewig träumen.
    Wenn ich nur schlafen könnte ! endlich schlafen ! -

    Es war am sechsten Abend, und ein Dichter
    sprach auf dem Sterbebettt: Was ist der Mensch?
    Er hielt die Hand des liebsten Freunds umklammert,
    er wollt ihn ansehn mit den Schöpferaugen,
    sie irrten durch ihn hin wie Säuglingsaugen
    durch eine fremde, unerschöpflich fremde,
    traumvolle Welt - er stammelte:

    Sechs Tage keinen Schlaf. Nur Träume. Hörst du ?
    Alles war gut. Nur Ich - was ist mit mir ?
    Ich seh da immer Menschenschaaren ziehn -
    da an der Wand - Heerschaaren - Kriegerschaaren -
    von Land zu Land mit mir - Erobererschaaren -
    von Stern zu Stern - zur Schlacht - Schlachtopferschaaren -
    im Traum - sie opfern sich für Gott hin - hörst du?
    die ganze Welt hin - sich hin - mich hin - Gott! -
    Wenn ich nur endlich schlafen könnte - schlafen - -

     

     

    Äonische Stunde
    Alfred Mombert zu Ehren

    Du himmlischer Zecher!
    Noch einen Tropfen Schwermut in meinem Glase,
    noch eine Träne wild in meinem Herzen,
    glühte, glänzte,
    doch du sangst, du sangest -
    es rauschte ein Meer durch uferlose Weiten,
    in unsrer Nähe wogten gespiegelte Sterne,
    Geister tanzten über dem Erdball,
    hoch auf quoll der Tropfen in meinem Glase,
    eine Lichtflut -
    und hell in deine
    fiel die Träne aus meinem Herzen.

     

     
    Richard Dehmel (18 november 1863 – 9 februari 1920)
    Portret door Max Liebermann, 1909

     

     

    De Engelse toneelschrijver, librettist en illustrator Sir William Schwenck Gilbert werd geboren in Londen op 18 november 1836. Zie ook alle tags voor William Gilbert op dit blog.

     

    The British Tar

    A British tar is a soaring soul,
    As free as a mountain bird,
    His energetic fist should be ready to resist
    A dictatorial word.
    His nose should pant and his lip should curl,
    His cheeks should flame and his brow should furl,
    His bosom should heave and his heart should glow,
    And his fist be ever ready for a knock-down blow.

    His eyes should flash with an inborn fire,
    His brow with scorn be rung;
    He never should bow down to a domineering frown,
    Or the tang of a tyrant tongue.
    His foot should stamp and his throat should growl,
    His hair should twirl and his face should scowl;
    His eyes should flash and his breast protrude,
    And this should be his customary attitude!

     

     

    Uit: The Yeomen of the Guard (Komische opera van Gilbert en Sullivan)

    A laughing boy but yesterday,

    A laughing boy but yesterday,
    A merry urchin blithe and gay,
    Whose joyous shout came ringing out
    Unchecked by care or sorrow.
    Today a warrior all sunbrown,
    When deeds of soldierly renown
    Are now the boast of London town,
    A veteran tomorrow, today a warrior,
    A veteran tomorrow!

    When at my Leonard's deeds sublime,
    A soldier's pulse beats double time,
    And brave hearts thrill as brave hearts will
    At tales of martial glory.
    I burn with flush of pride and joy,
    A pride unbittered by alloy,
    To find my boy, my darling boy,
    The theme of song and story,
    To find my darling boy
    The theme of song and story!
    To find my boy, my darling boy,
    The theme of song and story!

     

     
    William S. Gilbert (18 november 1836 – 29 mei 1911)
    Scene uit een opvoering van “The Yeomen of the Guard” in San Francisco, 2011

     

     

    De Duitse schrijver en satircus Albert Johannes (Hans) Reimann werd geboren op 18 november 1889 in Leipzig. Zie ook alle tags voor Hans Reimann op dit blog.

    Uit: Joachim Ringelnatz

    “Das erste Mal sah ich ihn im jahre 1911 bei der Kati Kobus.
    Da trug er einige von den Gedichten vor, die nachmals unter dem Titel: ,Die Schnupftabakdose' bei Piper gesammelt erschienen und von Seewald (der sich seiner Mitarbeit an meggendörflichen Unternehmungen keineswegs zu schämen braucht) illustriert waren, jetzunder aber vergriffen sind. Ringelnatz war in jenen praehistorischen Zeiten ein simpler Hans Bötticher und arbeitete als solcher gelegentlich am holdselig entschlafenen ‘März' und am ,Simplicissimus' 'mit. Unter seinem stillos bürgerlichen Namen erschien übrigens (bei Albert Langen) das überaus wertvolle Buch: ,Ein jeder lebts'. Und Niemand kennts.
    Das zweite Mal sah ich ihn im jahre 1920 bei der firma ,Schall und Rauch', die damals noch in Literatur machte. Ringelnatz war unheimlicher geworden, echter, proletischer, knacklger.
    Er trug seine Turngedichte vor. "Deutsche frau' schmetterte er, ohne eigentlich zu schmettern; denn er hatte - wie stets - einen Wunderlieblichen in der Krone, "deutsche Frau, dich ruft' der Barrn. Denn dies trauliche Geländer fördert nicht nur Hirn und Harn, sondern auch die Muskelbänder, Unterleib und Oberlippe. Sollst, das Hüftgelenk zu stählen, dich im Knickstütz ihm vernlählen. Deutsches Weib, komm, kippe, kippe!" Und dazu demonstrierte er an einem Miniatur-Barren die Ziele und Zwecke seiner an lahns Geist geschulten Turn-Lyrik.
    Das dritte Mal sah ich ihn im Herbt 1921 in einem leipziger Cabaret. Als ich eintrat, sagte er eben monologisierend und in Würdigung seiner eignen Produktion: ,)Oottverdammich, das reimt sich ja garnich !" Er sagte das auf Sächsisch und mit einem Ton in der Stimme, den kein Unsachse jemals zu imitieren imstande sein wird. Mein Herz schlug bis hinauf in die Ganglien.
    Wie? Ringelnatz, dieses prächtige fossil, wäre ein Landsmann? Wir sahen uns infolgedessen öfter. Mein Blut hatte ein sicheres Ohr bekundet, gewissermaßen. Ja, Ringelnatz, das internationale Urviech, hatte in Leipzig ob der Bleisse die Schule besucht ("besucht", hahahahah!) und war mit vielerlei Wurzeln im Sächsischen "verankert". Es konnte' nicht anders sein. So schritten keine berlinischen füße, so ragte keine pommersche Nase, so tremolierte kein bayrisches Organ, so schlabberte kein rheinländisches Maulwerk.”

     
    Hans Reimann (18 november 1889 – 13 juni 1969)

     

     

    De Belgische schrijfster Mireille Cottenjé werd geboren in Moeskroen op 18 november 1933. Zie voor onderstaande schrijvers ook alle tags voor Mireille Cottenjé op dit blog.

    Uit:De bevalling

    “Ik had het gekoesterd als een wolvin haar wollige welp, het diep in mijn schoot gedragen, mijn kostbaar geheim. Ik zou het hem als een trofee aanbieden, triomfantelijk, juichend, en hij zou van ontroering geen woord kunnen uitbrengen…
    – Geen narcose ! zei ik bits.
    De spuit bleef onbeweeglijk, vlak bij mijn arm. Een vragende blik in de ogen – oude ogen met wallen en ceel rimpels omheen – boven het witte masker.
    – Ik wil hem voelen uitrukken, zeg ik.
    De dokter geeft de spuit terug aan de verpleegster.
    – Hoe kun je ’t zo haten, zegt hij.
    Hém haat ik, van hém wil ik af, moet ik af. Hij is een kankergezwel dat in mijn lijf vreet, me uitholt, me doodt. Ik wil niet kapot, ik gun het hem niet.
    – Sonde, zegt de arts.
    Koud staal dringt mijn lichaam binnen. Ik klem mijn tanden opeen, concentreer me met de hele inzet van mijn wil op de vlijmende pijn, vecht tegen het wee gevoel in mijn maag, tegen de vlucht van mijn bewustzijn…

    – Ze is bewusteloos, zegt een vrouw.
    – Niet waar, mompel ik, en open mijn ogen tegen het verblindend licht. Ik voel me open scheuren. Een verdomde pijn. De laatste pijn, die ik voor jou doorsta. Laat straks dat wurm van jou op sterk water zetten, en bied het je nieuwe grote liefde als zegeteken aan.”

     

     
    Mireille Cottenjé (18 november 1933 - 9 januari 2006)

     

     

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 18 november 2008, mijn blog van 18 november 2007 en ook mijn blog van 18 november 2006.

    18-11-2017 om 11:51 geschreven door Romenu  


    Tags:Margaret Atwood, Seán Mac Falls, Jaap Meijer, Richard Dehmel, William Gilbert, Hans Reimann, Mireille Cottenjé, Joachim Ringelnatz, Romenu
    » Reageer (0)
    17-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Joost van den Vondel, Guido van Heulendonk, Pierre Véry, Auberon Waugh, Dahlia Ravikovitch, Rebecca Walker, Christopher Paolini, Archibald Lampman, Max Barthel

    De Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel werd geboren op 17 november 1587 in Keulen. Zie ook Zie ook alle tags voor Joost van den Vondel op dit blog.

     

    Aan de beurs van Amsterdam

    Doorluchtig koopslot, meesterstuk
    Van KEIZER, die ons Koopgeluk
    Aan uw gerief zo dier verplichte,
    Wat geest heeft uwe naam bedocht?
    Spruit die van ’t veld, dat Dido kocht,
    Toen zij haar hof en Koopstad stichtte?

    Of heeft de Beurs die naam Gebaard,
    De Beurs, die ’t geld met zorg bewaart?
    Zo blijf de Zedigheid bevolen:
    Want schepen brieven, geld en goed,
    En Beursgeloof is eb en vloed.
    De Beurs wordt om haar geld bestolen:

    En wat ’s een geldeloze Beurs?
    Een koopmans gasthuis vol getreurs.
    De Beurs heeft ook haar Martelaren.
    De winst verandert met de wind.
    D’een mist het geen een ander vindt.
    ‘T is kunst te winnen en bewaren.

    Uw wissel draaft vast op en neer.
    Dat postpaard maakt wel knecht van heer,
    En Reinout kan het schaars berijden.
    Het slaat dan voor dan achter uit,
    En van ter zijde; en wordt gestuit
    Met smert; dies pas zijn hoef te mijden.

    Verzekert gij het zeegevaar;
    Wat borg zal uw verzekeraar
    Verzeekren van uw scha te boeten,
    Daar ’t grimmelt van onzekerheên?
    De terling geeft u zes, of een …
    Wie weet wat kans u zal gemoeten?

    Daar nu de zuil ’t gewelfsel stut,
    Dook eertijds, in zijn rieten hut
    De visser, die met list van fuiken
    De gauwste Amstelvis bedroog
    Daar Koopliên, onder uwe boog,
    Nu zon, nu regenbui ontduiken.

    Mistrouw dan vrij uw Koopfortuin.
    Carthago leit bestulpt met puin,
    En waar is Tyrus? waar de muren
    Van Sidon, en zijn koopmansstraat?
    Het Beursgeluk dat komt, en gaat.
    ‘T geluk kan zelden steen verduren.

     

     

    Laat zestig winters
    P.C. Hooft begroet zijn vriend Vos(sius) door woorden van Vondel te citeren:

    'laat zestig winters vrij dat Vossenhoofd besneeuwen,
    nog grijzer is het brein, dan 't grijze haar op 't hoofd,
    dat brein draagt heugnis van meer dan vijftig eeuwen,
    en al haar de wetenschap, in boeken afgesloofd,
    Sandrart, beschans hem niet met boeken of met blaêren,
    al wat in boeken steekt, is in dat hoofd gevaren.'

     

     

     
    Joost van den Vondel (17 november 1587 – 5 februari 1679)
    Borstbeeld in Apeldoorn

     

     

    De Vlaamse schrijver Guido van Heulendonk (pseudoniem van Guido Beelaert) werd geboren in Eeklo op 17 november 1951. Zie ook alle tags voor Guido van Heulendonk op dit blog.

    Uit: Niemand uit België

    “Dat is in orde
    'Dat is in orde, meneer Blancke, u heeft dat zeer goed begrepen.'
    Blancke zei dank u, kwam overeind uit het formicastoeltje en verliet het bureau van professor Koornhert.
    In de gang snelde Zeger Boon, de eerste van het rijtje studenten dat op hun beurt zat te wachten, hem tegemoet.
    'En?'
    'Hastings,' zei Blancke.
    'Jezus,' zei Boon.
    Het klonk als een rijmpje — spontaan bedacht, en net ernaast, zoals vaker in zijn liedjes. Goed/roes. Hou van jou/heb het koud.
    'Hastings, Jezus.' Het coupletje nog een keer herhalend keerde Boon zich naar de deur, zijn blik op de zoemer gevestigd waarmee Koornhert hem naar binnen zou sommeren, en trok zijn stropdas wat strakker aan. De vleugel van een min of meer witte hemdsboord floepte omhoog, als een vlagje waarmee hij alvast om een staakt-het-vuren vroeg. Blancke duwde alles weer in de juiste
    plooi.
    'Geen paniek,' zei hij, 'hij vraagt nooit tweemaal hetzelfde.'
    'Ik panikeer niet,' zei Boon, zweet parelend op zijn bovenlip.
    Hij leek een andere persoon, totaal niet te vereenzelvigen met de rebel die Blancke tijdens het jaar aan het werk had gezien.
    De zoemer ging, als een nijdige hommel, en joeg de laatste kleur uit Boons wangen. 'Hastings,' zei hij nog eens. Blancke gaf hem een bemoedigende tik tegen de schouder, opende de deur voor hem en toen ze weer dichtklapte, bleef hij achter in een mengeling van shag- en zweetaroma's.”

     

     
    Guido van Heulendonk (Eeklo, 17 november 1951)

     

     

    De Franse schrijver Pierre Véry werd op 17 november 1900 in Bellon geboren. Zie ook alle tags voor Pierre Véry op dit blog enook mijn blog van 17 november 2009.

    Uit: Les Disparus de Saint-Agil

    « — Et voilà! déclara le voyageur. — Voilà, quoi? — Voilà! J'ai exécuté le programme. J'ai fait tout ça! — A propos! s'exclama Lepicq. Nous diras-tu pourquoi tu t'es enfui de Saint-Agit sans me prévenir, en m'y lais-sant seul? Tu n'avais pas l'excuse de t'être vu enlevé et séquestré, toi... — Well! C'est tout simple. Je croyais que notre ami le romancier avait réellement gagné les Etats. Je me suis dit: « Il n'a envoyé qu'une carte postale. Well! moi aussi, je ferai! Je prendrai ma revenge. » Et j'ai fait! J'ai expédié le câble! Aussi laconique, mais encore plus américain! Ainsi, cher vieux Lepicq, toutes tes déductions sur ma dis-parition étaient fausses. Et dis-moi, à présent: qu'as-tu fait depuis? — Suivi ma voie, moi aussi! Je suis avocat et détective. L'aventure de Martin squelette aura été ma première affaire! — Détective! Wonderful! L'Agence Pinkerton... Le Jules Huret... vous vous rappelez? Un damné vieux farceur, ce Jules Huret. Et comment va le business? — Heu!... fit Lepicq. Par ces temps de crise... — Une question, dit le romancier. — Je t'en prie. — D'où diable t'est venue l'idée de déterrer, la semaine dernière, la classe que nous avions enterrée en 1914? — Justement... commença Lepicq avec vivacité. Mais il n'acheva pas sa phrase. — Le culte du souvenir? — Pas précisément... Un peu embarrassé, l'avocat hésitait. Il se décida:
    — Je voulais retrouver les noms des anciens condisci-ples, que j'avais à peu près tous oubliés — à l'exception des vôtres, naturellement. Après ce tourbillon de la guerre qui avait séparé tant d'êtres... Je ne savais même pas si tu étais encore vivant, vieux romancier! Mon intention était de me livrer à des recherches concernant certains de nos camarades de jadis. Quelques-uns pouvaient avoir fait brillamment leur chemin et être en état de me confier une affaire, par exemple… — Je comprends! Mais pourquoi ne pas aller deman-der directement ces renseignements à l'actuel directeur de Saint-Agit? Tu sais que c'est Mirambeau. Enfin... celui que j'appelle Mirambeau dans mon roman. L'OEuf, quoi! L'ani-mal a fait toute la guerre sans une égratignure. Et tu l'aimais bien... — Précisément... Je l'ai vu, d'ailleurs, et c'est lui qui m'a dit que je te trouverais ici... Seulement... je ne l'ai vu qu'après avoir déterré la classe... Avant, cela m'aurait gêné.. »

     

     
    Pierre Véry (17 november 1900 -  12 oktober 1960)

     

     

    De Britse schrijver journalist en polemist Auberon Alexander Waugh werd geboren op 17 november 1939 in Dulverton, Somerset. Zie alle tags voor Auberon Waugh op dit blog.

    Uit: Will This Do? An Autobiography

    "She hoped that publication of the fuller version, in book form, might undo some of the damage, but never lived to see it. She was not convinced by my arguments, that the diaries were thoroughly en­joyable and interesting and worth publishing. Like many of the upper class, she had a hatred for publicity, but also a passion for selling things. Any crooked timber merchant who came to the door could persuade her to sell him an avenue of mature oak trees at £15 a tree. On this occasion - offered a large sum for her hus­band’s Diaries - it got the better of her once again, but she was protected from severe criticism by meeting only her family, most of whom were quite pleased by it all. It was the only controversial thing she ever did, apart from marrying Evelyn Waugh thirty-six years earlier.
    Her politics, in so far as she concerned herself with politics, were those of the populist right. She mistrusted do-goodism, while being profoundly convinced that the working classes were justi­fied in any demands they cared to make. As a woman who had lived all her life in large country mansions, she felt a distinct sym­pathy for the rumbles of the indigenous urban proletariat against Commonwealth immigration. 'All I mind about these people,’ she explained once, looking out of the window at her acres of park­land, 'is that they come over here and take our jobs.’ She, who had never had a job in her life, felt instinctive sympathy for those who wanted one, perhaps.
    This may seem a slightly sour picture but I am not sure that her life - in the twenty years of her youth, the twenty-nine years of her marriage, or the seven years of her widowhood - was a particu­larly happy one. When she decided she was poor, she took to an indescribably nasty sherry-type beverage from Cyprus. Only she and one of her sisters were able to drink it. I think it may have con­tained some toxic substance as it destroyed her sense of balance, while Gabriel, her sister, was similarly affected. During Lent, when she restricted herself to one glass a day, she found a re­ceptacle which others might have identified as an exceptionally large flower vase. But it saw her through."

     

     
    Auberon Waugh (17 november 1939 -16 januari 2001)
    Cover

     

     

    De Israëlische dichteres en schrijfster Dahlia Ravikovitch werd geboren op 17 november 1936 in een voorstad van Tel Aviv. Zie ook alle tags voor Dahlia Ravikovitch op dit blog.

     

    Finally I’m Talking

    Yona, shalom,
    this time I’m the one who’s talking
    and you won’t interrupt anymore.
    Now, God help us, you’re in the ranks of the holy and pure.
    Who would’ve believed you’d come to this,
    that you’d finally calm down.
    And what a riot you stirred up when you took your leave,
    each man suddenly at his brother’s throat. Hitting, spitting,
    and instead of you, they hung on the wall
    two drawings, that’s all,
    to help us recall.
    And they called you holy and their faces grew pale,
    and they called you defiled and oh how they sighed,
    and they cried Holy Holy, whore whore,
    and lots...

     

    Vertaald door Chana Bloch en Ariel Bloch

     

     

    An Unsatisfactory Answer to The Question

    What do you think of the murder of the Prime Minister?
    Yes, what do you think of the murder
    of the Prime Minister?
    And what do you feel?
    Are you in shock
    or depressed?
    A question was asked.
    And do you stutter
    or are you unsure of what will happen,
    or do you speak with such bewilderment
    because of the future or the present—
    A question was asked.
    And perhaps you feel stupid
    or without a point of view?
    Answer.
    And I reply:
    All that you say is right
    and you are a dear person.
    And I want to add one more thing:
    The Prime minister died a happy man.
    Peace to the dust of the Prime Minister
    Husband and father and something more:
    the son of Red Rosa.

     

    Vertaald door Karen Alkalay-Gut

     

     
    Dahlia Ravikovitch (17 november 1936 – 21 augustus 2005)
    Cover 

     

     

    De Amerikaanse schrijfster, uitgeefster en politiek activiste Rebecca Walker werd geboren op 17 november 1969 in Jackson, Mississippi. Zie ook alle tags voor Rebecca Walker op dit blog.

    Uit: Becoming the Third Wave

    “The backlash against U.S. women is real. As the misconception of equality between the sexes becomes more ubiquitous, so does the attempt to restrict the boundaries of women’s personal and political power. Thomas’ confirmation, the ultimate rally of support for the male paradigm of harassment, sends a clear message to women: “Shut up! Even if you speak, we will not listen.”
    I will not be silenced.
    I acknowledge the fact that we live under siege. I intend to fight back. I have uncovered and unleashed more repressed anger than I thought possible. For the umpteenth time in my 22 years, I have been radicalized, politicized, shaker) awake. I have come to voice again, and this time my voice is not conciliatory.
    The night after Thomas’s confirmation I ask the man I am intimate with what he thinks of the whole mess. His concern is primarily with Thomas’ propensity to demolish civil rights and opportunities for people of color. I launch into a tirade. “When will progressive black men prioritize my rights and well-being? When will they stop talking so damn much about ‘the race’ as if it revolved exclusively around them?” He tells me I wear my emotions on my sleeve. I scream “I need to know, are you with me or are you going to help them try to destroy me?”
    A week later I am on a train to New York. A beautiful mother and daughter, both wearing green outfits, sit across the aisle from me. The little girl has tightly plaited braids. Her brown skin is glowing and smooth, her eyes bright as she chatters happily while looking out the window. Two men get on the train and sit directly behind me, shaking my seat as they thud into place. I bury myself in The Sound and the Fu7y. Loudly they begin to talk about women.
    “Man, I fucked that bitch all night and then I never called her again.” “Man, there’s lots of girlies over there, you know that ho, live over there by Tyrone’, Well, I snatched that shit up.”
    The mother moves closer to her now quiet daughter. Looking at her small back I can see that she is listening to the men. I am thinking of how I can transform the situation, of all the people in the car whose silence makes us complicit.”

     

     
    Rebecca Walker (Jackson, 17 november 1969)

     

     

    De Amerikaanse schrijver Christopher Paolini werd geboren in Los Angeles County, California, op 17 november 1983. Zie ook alle tags voor Christopher Paolini op dit blog.

    Uit: Erfenis (Vertaald door J. Meerman, F. Cnossen, E. van Rijsewijk en G. Beelen)

    “In den beginne waren er draken: trots, fel en onafhankelijk. Hun schubben leken op edelstenen, en iedereen die ernaar keek, werd door wanhoop gegrepen, want hun schoonheid was groot en angstaanjagend. En ongetelde eeuwen lang bewoonden ze als enigen het land Alagaësia. Toen schiep de god Helzvog de stoere en geharde dwergen uit het steen van de Hadaracwoestijn. En deze twee volkeren vochten menige oorlog. Daarna zeilden de elfen over de zilveren zee naar Alagaësia. Ook zij streden tegen de draken. Maar de elfen waren sterker dan de dwergen en zouden de draken hebben uitgeroeid, zoals ook de draken de elfen hadden kunnen uitroeien. Daarom kwam tussen de draken en de elfen een wapenstilstand en verdrag tot stand. In het kader van dit bondgenootschap schiepen ze de Drakenrijders, die in Alagaësia duizenden jaren lang de vrede handhaafden. Ook de mensen voeren naar Alagaësia. Evenals de gehoornde Urgals. En de Ra'zac, die de jagers van het donker en de eters van mensenvlees zijn. En de mensen sloten zich bij het pact met de draken aan. Toen stond de jonge Drakenrijder Galbatorix tegen zijn eigen soort op. Hij maakte de zwarte draak Shruikan tot slaaf en haalde dertien andere Rijders over om hem te volgen. Die dertien heetten de Meinedigen. Galbatorix en de Meinedigen roeiden de Rijders uit, legden hun stad op het eiland Vroengard in de as en doodden elke draak die niet de hunne was. Er waren toen nog drie eieren over: het ene rood, het andere blauw en het derde groen. En uit elke draak bij wie dat kon, haalden ze het hart van harten — het eldunarf — dat de macht en de geest van een draak bevat, los van hun lichaam.”

     

     
    Christopher Paolini (Los Angeles County, 17 november 1983)
    Cover

     

     

    De Canadese dichter Archibald Lampman werd geboren op 17 november 1861 in Morpeth, Ontario. Zie ook alle tags voor Archibald Lampman op dit blog.

     

    A Thunderstorm

    A moment the wild swallows like a flight
    Of withered gust-caught leaves, serenely high,
    Toss in the windrack up the muttering sky.
    The leaves hang still. Above the weird twilight,
    The hurrying centres of the storm unite
    And spreading with huge trunk and rolling fringe,
    Each wheeled upon its own tremendous hinge,
    Tower darkening on. And now from heaven's height,
    With the long roar of elm-trees swept and swayed,
    And pelted waters, on the vanished plain
    Plunges the blast. Behind the wild white flash
    That splits abroad the pealing thunder-crash,
    Over bleared fields and gardens disarrayed,
    Column on column comes the drenching rain.

     

     

    Winter-Thought

    The wind-swayed daisies, that on every side
    Throng the wide fields in whispering companies,
    Serene and gently smiling like the eyes
    Of tender children long beatified,
    The delicate thought-wrapped buttercups that glide
    Like sparks of fire above the wavering grass,
    And swing and toss with all the airs that pass,
    Yet seem so peaceful, so preoccupied;

    These are the emblems of pure pleasures flown,
    I scarce can think of pleasure without these.
    Even to dream of them is to disown
    The cold forlorn midwinter reveries,
    Lulled with the perfume of old hopes new-blown,
    No longer dreams, but dear realities.

     

     
    Archibald Lampman (17 november 1861 – 10 februari 1899)

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Max Barthel werd geboren in Dresden-Loschwitz op 17 november 1893. Zie ook alle tags voor Max Barthel op dit blog en ook mijn blog van 17 november 2010.

    Uit:Aufstieg der Begabten

    “Der Himmel scheint in einer kleinen Stadt der Erde viel näher zu sein als in Berlin, und wenn diese kleine Stadt in der Nähe des Bodensees liegt, kommt der Himmel an den schönen Sommertagen bis auf die Erde und berührt die Wälder, Hügel und Wiesen, glüht in den Blumen und leuchtet im nahen See und in den fernen, wildgezackten Bergen der Schweiz. Das Leben geht seinen gelassenen Gang, und auch der Briefträger Hull in jener kleinen Stadt ging seinen gelassenen Gang. Jeden Tag wanderte er durch die Straßen, ein Bote des Schicksals, und verteilte Licht und Schatten, Freude und Leid. Hull war ein stolzer Mann, er kannte die Welt und hatte viele Freunde, aber sein größter Stolz war seine Tochter Marianne. Sie war schön und in ihrer strahlenden Gesundheit wie eine kleine Madonna anzusehen.
    Hull war ein stolzer Träumer. Seine Frau war gestorben, aber sie schien in ewiger Jugend in ihrer Tochter auferstanden zu sein. In seinen früheren Jahren hatte Hull als Matrose die Meere befahren und viele Andenken von seinen Reisen mitgebracht. Und wenn der Vater von den fremden Ländern erzählte, da war es, als ob die Stube gläserne Wände hätte. Die Lackarbeiten, die Holzschnitzereien und Matten belebten sich und waren mehr als Kulisse schöner Berichte. Die schwäbische Sommersonne erfüllte das Zimmer und rückte Amerika, Australien und Asien in ihre Glut. Und wenn der Vater als Bote des Schicksals seine Post verteilte, stand Marianne bei den fremden Gegenständen und hörte die Stimmen fremder Länder und Meere. Ihre Kinderseele war aufrührerisch, ihre kleinen Gedanken jagten in die Welt und suchten das Abenteuer. Vor allen schönen Dingen liebte sie einen kleinen chinesischen Gott, sie nannte ihn: Herr Du. Der Vater, der die Liebe des Kindes sah, schenkte ihr den steinernen Götzen. Damals war sie dreizehn Jahre alt. Die Puppen liebte sie nicht mehr, sie trieb sich mit den Jungens im nahen Wald und manchmal auch am See herum, sie konnte schwimmen, laufen und klettern wie ein Junge. Ihre blonden Haare flogen um das erhitzte Gesicht wie eine Flamme.“

     

     
    Max Barthel (17 november 1893 – 28 juni 1975)
    Cover

     

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 17 november 2008, mijn blog van 17 november 2007 en ook mijn blog van 17 november 2006.

    17-11-2017 om 18:15 geschreven door Romenu  


    Tags:Joost van den Vondel, Guido van Heulendonk, Pierre Véry, Auberon Waugh, Dahlia Ravikovitch, Rebecca Walker, Christopher Paolini, Archibald Lampman, Max Barthel, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jelko Arts

    Onafhankelijk van geboortedata

    De Nederlandse dichter en schrijver Jelko Arts werd geboren in Den Bosch in 1991. Hij studeerde Nederlandse Taal en Cultuur en Letterkunde in Nijmegen, en behaalde een masters in Literair bedrijf. Zijn teksten verschenen onder andere in De Titaan, Trouw en De Gelderlander. Hij stond als performer op festivals als de Zwarte Cross, Opiums Torenkamerfestival, Onbederf’lijk Vers en de Vierdaagse feesten. Hij is oprichter en programmamaker bij Boek op de Bank en geeft les en workshops. Hij is onder agentschap bij de fijne mensen van De Nieuwe Oost (voorheen Literair Productiehuis Wintertuin). In de zomer van 2016 vertrok Jelko met deBuren naar Parijs, om daar twee weken te wonen en te werken. In 2016/2017 was hij onderdeel van het Slow Writing Lab, het talentprogramma van het Nederlands Letterenfonds. Arts is de eerste helft van schrijversduo Arts & Lentes.

    Uit: Opstijgen

    “Ik krijg mijn Boeing 757 niet voorbij de zoldertrap,’ zeg ik. Het is zondagochtend, ik sta op straat, bij de voordeur van de buurman, die in zijn ogen wrijft.
    ‘Sorry?’ zegt hij.
    ‘Ik woon hiernaast, ik zit verlegen om een beetje hulp, mijn Boeing is te zwaar om in mijn eentje door het trapgat te dragen,’ zeg ik. De buurman krabt aan zijn stoppels. 
    ‘Het is zondagochtend,’ zegt hij. ‘Dat maakt op zich niet uit, maar is het dringend?’              
    ‘Ja, nogal,’ zeg ik. ‘Ik vertrek zo naar een clubdag voor vliegtuigfanaten en ik wil mijn Boeing vanmiddag graag tentoonstellen.’
    ‘Een Boeing? Je bedoelt het vliegtuig?’ vraagt hij.
    ‘Ja, een model. Hij staat op zolder en nu moet hij naar mijn auto worden getild. Normaal gesproken zou ik mijn zus bellen, maar zij gaat op zondagochtend altijd naar onze ouders. En de kans dat ze wil komen helpen is trouwens minimaal: ik ben nogal tegen haar uitgevallen na een ongelukje met een Concorde.’
    ‘Wauw,’ zegt de buurman lachend. Hij trekt heel kort een wenkbrauw op. Hij is een jaar of veertig denk ik, hij heeft een gezin en een BMW. We knikken vaak, als hij ’s avonds thuiskomt en ik toevallig net de gordijnen dicht trek. Ik sta er nu pas bij stil dat we elkaar misschien niet goed genoeg kennen. Ik sta hier nogal plompverloren. De buurman gaapt.
    ‘Sorry,’ zeg ik daarom. ‘Ik wil je natuurlijk niet lastig vallen, misschien lukt het me wel alleen.’
    ‘Nee joh,’ zegt hij, ‘Ik ga even met mijn vrouw overleggen.’ 
    Hij verdwijnt de woonkamer in. Ik blijf achter en ik probeer vooral niet teveel naar binnen te kijken. Gestoord worden op je rustige zondagochtend is al genoeg inbreuk op je privacy, dus kijk ik gewoon maar even naar de lucht. Als de buurman terugkomt heeft hij een colbertje over zijn pyjamashirt aangetrokken. Hij zegt: ‘Ze willen straks nog wel naar oma, maar ik kan best even komen helpen.’

     

     
    Jelko Arts (Den Bosch, 1991)

    17-11-2017 om 18:13 geschreven door Romenu  


    Tags:Jelko Arts, Romenu
    » Reageer (0)
    16-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anton Koolhaas, Chinua Achebe, José Saramago, Renate Rubinstein, Craig Arnold, Danny Wallace, Frits van der Meer, Jónas Hallgrímsson, Hugo Dittberner

    De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Anton Koolhaas op dit blog.

    Uit: De liefde schuilt in een doublet van hazen

    ‘Ik ben dan ook altijd op de vlucht, ook!’ riep de haas Leendert ineens uit. Waar hij nu weer voor weggelopen was, wist hij niet eens meer. Hij draafde maar. Hij had dat weglopen al van zijn eerste jeugd af gehad. In het begin was het natuurlijk speelsheid geweest, want toen vond hij iedere gelegenheid om het op een hollen te zetten, schitterend. Maar zo speels was hij nu niet meer en af en toe schemerde hem wel iets, dat hij wel wat veel wegliep voor een haas die het leven aan kan; althans aan zou moeten kunnen. Hij had echter niemand om mee van gedachten te wisselen over al die dingen, want ook van andere hazen was hij altijd weggevlucht.
    Als je wegloopt, dacht Leendert, kom je ergens anders. Maar voor mij maakt het niets uit, of ik hier ben of ergens anders. Leendert keek om zich heen en overwoog of dit nu bijvoorbeeld een plaats was, om steeds naar terug te keren. Hij zat midden in een weiland en het regende. Een mistroostige en langdurige najaarsplensbui. Het gras lag plat en het was zo doornat, dat iedereen er wel verdrietig van moest worden. Nu viel er een druppel midden in een oog van Leendert en dat bracht hem opnieuw in draf. Hij rende zonder op te kijken het hele weiland door en kwam tot stilstand voor een vrij brede vaart. Hij was er al eens eerder geweest en wist wat hem wachtte. De regen maakte belletjes in het water. Hij had er al twee keer naar gekeken en het was een van de weinige dingen waar hij niet voor wegliep. Sterker: hij kon er niet vandaan komen!
    Eerst keek hij er alleen een tijd lang naar en vervolgens begon hij te luisteren naar het geluid. Aanvankelijk ruiste al dat water alleen maar en kreeg men de indruk van een onbeschrijfelijke natheid; maar als men er zich in verdiepte, ging het rinkelen. Van heel laag tot heel hoog en Leendert kreeg daar rillingen van. Niet van de vochtigheid of van de kou, maar in het bijzonder van dat rinkelen. Die rillingen begonnen langs zijn rug, liepen dan door zijn achterpoten, sprongen vandaar in de voorpoten en kwamen uiteindelijk in zijn borst terecht, rondom het hart en dan moest Leendert ineens naar adem snakken. Vervolgens ontspande alles zich weer iets, tot de rillingen opnieuw optraden in zijn rug en wederom hun kringloop maakten. Leendert dacht af en toe: ik zou wel willen, dat het iets anders en iets meer werd dan rillen, maar dat werd het nooit. Wanneer de belletjes kleiner werden en de regen ophield, verviel hij tot besluiteloosheid.
    Hij keek voorzichtig om en kroop langzaam van de rand van het water weer omhoog naar de wei. En dan ging hij weg, maar niet zoals anders met grote vluchtsprongen, maar juist vreemd traag. Zo traag, dat het wel leek of hij met het optillen van een poot wachtte tot de vorige secuur op de aarde stond, omdat hij daar anders wel eens naast zou kunnen stappen. Op die manier kroop hij heel bekommerd voort, maar het was wel een manier van lopen, die uitdrukking gaf aan de stemming die bellen in het water wekten.”

     

     
    Anton Koolhaas (16 november 1912 – 16 december 1992)

     

     

    De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

     

    A Wake for Okigbo

    For whom are we searching?
    For whom are we searching?
    For Okigbo we are searching!
                                                                Nzomalizo!

    Has he gone for firewood, let him return.
    Has he gone to fetch water, let him return.
    Has he gone to the marketplace, let him return.
    For Okigbo we are searching!
                                                                Nzomalizo!

    For whom are we searching?
    For whom are we searching?
    For Okigbo we are searching!
                                                                Nzomalizo!

    Has he gone for firewood, may Ugboko not take him.
    Has he gone to the stream, may Iyi not swallow him!
    Has he gone to the market, then keep from him you
               Tumult of the marketplace!
    Has he gone to battle,
               Please Ogbonuke step aside for him!
    For Okigbo we are searching!
                                                                Nzomalizo!

    They bring home a dance, who is to dance it for us?
    They bring home a war, who will fight it for us?
    The one we call repeatedly,
               there’s something he alone can do
    It is Okigbo we are calling!
                                                                Nzomalizo!

    Witness the dance, how it arrives
    The war, how it has broken out
    But the caller of the dance is nowhere to be found
    The brave one in battle is nowhere in sight!
    Do you not see now that whom we call again
    And again, there is something he alone can do?
    It is Okigbo we are calling!
                                                                Nzomalizo!

    The dance ends abruptly
    The spirit dancers fold their dance and depart in midday
    Rain soaks the stalwart, soaks the two-sided drum!
    The flute is broken that elevates the spirit
    The music pot shattered that accompanies the leg in
               its measure
    Brave one of my blood!
    Brave one of Igbo land!
    Brave one in the middle of so much blood!
    Owner of riches in the dwelling place of spirit
    Okigbo is the one I am calling!
                                                                Nzomalizo!

     

     
    Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)

     

     

    De Portugese schrijver José Saramago werd geboren op 16 november 1922 in het dorpje Azinhaga in de provincie Ribatejo. Zie ook alle tags voor José Saramago op dit blog.

    Uit: Der Doppelgänger (Vertaald doorMarianne Gareis)

    „Für den Berichterstatter oder den Erzähler, denn höchstwahrscheinlich bevorzugt man eine Figur mit akademischen Siegel, wäre es an diesem Punkt ein Leichtes zu schreiben, auf dem Heimweg des Geschichtenerzählers durch die Stadt, bis hin zu seiner Wohnung, ereignete sich nichts. Als wären sie eine Art Zeitmaschine, werden diese vier Worte, es ereignete sich nichts, überwiegend in Situationen eingesetzt, in denen professionelle Skrupel es nicht zu lassen, eine Rauferei auf der Straße oder einen Verkehrsunfall zu erfinden, deren einziger Zweck es wäre, Lücken in der Handlung zu füllen, wo doch die Dringlichkeit besteht, zur nächsten Episode zu gelangen, oder vielleicht ungewiss ist, was mit den Gedanken, welche die Figur selbst hervorbringt, zu machen sei, vor allem dann, wenn diese nichts mit den Lebensumständen zu tun haben, in denen sie entscheiden und handeln soll. Genau in einer solchen Lage befand sich unser Lehrer und frischgebackener Videoliebhaber Tertuliano Maximo Afonso, als er im Auto nach Hause fuhr. Es ist wahr, dass er nachdachte, viel sogar und intensiv, doch seine Gedanken waren so weit entfernt von all dem, was er in den letzten vierundzwanzig Stunden durchlebt hatte, dass die Geschichte, die zu erzählen wir uns vorgenommen haben, unweigerlich eine andere würde, wollten wir seine Gedanken in unsere Erzählung aufnehmen. Dies könnte sich natürlich lohnen, oder besser gesagt, es würde sich wahrscheinlich lohnen, denn schließlich wissen wir alles über Tertuliano Maximo Afonsos Gedanken, doch das hieße, alle bisher unternommenen Anstrengungen, diese fünfzig kompakten, mühsam erarbeiteten Seiten, für null und nichtig zu erklären und an den Anfang zurückzukehren, zur ironischen, trotzigen ersten Seite, und eine bereits geleistete anständige Arbeit eines riskanten Abenteuers wegen, das nicht nur neu und anders, sondern auch höchst gefährlich wäre, auf Spiel zu setzen, denn dazu würden uns die Gedanken Tertuliano Maximo Afonsos ohne Zweifel bringen. Begnügen wir uns also mit dem Spatz in der Hand und verzichten wir auf die Taube auf dem Dach. Für mehr bleibt auch keine Zeit. Tertuliano Maximo Afonso hat soeben sein Auto eingeparkt, legt die kurze Entfernung bis zu seinem Haus zurück, in der einen Hand die Aktentasche, in der anderen die Plastiktüte, was geht ihm wohl durch den Kopf, natürlich rechnet er sich aus, wie viele Videos er bis zum Schlafengehen sichten kann, ein heikles Wort, das hat man nun davon, wenn man sich für Nebendarsteller interessiert, wäre der Typ ein Star, erschiene er gleich auf den ersten Bildern.“

     

     
     José Saramago (16 november 1922 - 18 juni 2010)
    Standbeeld in Conil de la Frontera

     

     

    De Nederlandse schrijfster en journaliste Renate Rubinstein werd geboren op 16 november 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Renate Rubinstein op dit blog.

    Uit: Mijn betere ik

    “In 1977 kwam de ziekte die ik onder de leden had tot een diagnose: multiple sclerose. Terug uit het ziekenhuis bleek ik in zoverre hulpbehoevend dat ik iemand nodig had om de boodschappen voor mij te doen. Aan een bouwvakker die ik kende, vroeg ik of hij iemand wist die dat zou kunnen doen (pas later zou ik de meer geijkte wegen leren kennen) en die stuurde iemand die tamelijk aangeschoten bij mij op de stoep verscheen. Hij zei dat hij 'Simon' kende. Ik dacht dat hij de winkel van Simon de Wit bedoelde, maar hij bedoelde Simon Carmiggelt, die hij trouwens helemaal niet kende maar alleen noemde omdat hij wilde aangeven dat hij in de literaire wereld thuis was. Stof voor een stukje. Ik schreef het op 10 december 1977. Het heette `Simon' en ik nam het later op in de bundel Ieder woelt hier om verandering. Onopzettelijk, maar toch, heb ik hem met dat stukje naar mij toe geschreven. Want hij belde mij op en vroeg: 'Maar wat heb je eigenlijk?' Ik zal daar wel iets sombers over gezegd hebben, in elk geval zei hij: 'Ik kom zaterdagmiddag bij je langs.' En dat deed hij en we praatten in de grote achterkamer van mijn huis op de Oudezijds Voorburgwal. Ik zat op het bed dat daar stond — in al mijn kamers hebben altijd bedden gestaan want een bank vond ik in die tijd nog 'burgerlijk', ik had er trouwens geen geld voor — en hij zat op een stoel tegenover mij. Tegen het eind van zijn bezoek, ik moest al een taxi voor hem bellen, kwam hij naast me zitten. Ik schoof een eindje op, uit beleefdheid, maar dat was niet de bedoeling want hij begon aan een lange zoen. (Kus, zei hij.) Ik was in eerste instantie stomverbaasd.
    (...)

    Peter Vos woonde in die tijd op de onderste verdieping van mijn huis op de Oudezijds Voorburgwal. Hij probeerde op te houden met drinken en had het daar erg moeilijk mee. 'Als we nou eens Simon Carmiggelt hier vragen, die is ook opgehouden met drinken, die weet er misschien iets op,' stelde ik voor. Peter, die een even kinderlijke vereerder van de schrijver was als ik, verwachtte daar veel van, ik belde dus op en Simon kwam. We ontvingen hem met thee en toast met zalm. We waren alle drie verheugd, maar toen het Grote Advies moest komen zei Simon: `Ja jochie, als je op wilt houden met drinken, zit er niets anders op dan niet meer drinken.'

     

     
    Renate Rubinstein (16 november 1929 – 23 november 1990)

     

     

    De Amerikaanse dichter Craig Arnold werd geboren op 16 november 1967 in Temple, Californië. Zie ook alle tags voor Craig Arnold op dit blog.

     

    Incubus (Fragment)

    Younger and given to daydreams, she imagined
    trading bodies with someone, a best friend,
    the boy she had a crush on. But the fact
    was more fantastic, a fairy-tale adventure
    where the wolf wins, and hides in the girl's red hood.
    How it happens she doesn't really remember,
    drifting off with a vague sense of being
    drawn out through a single point of her skin,
    like a bedsheet threaded through a needle's eye,
    and bundled into a body that must be his.

    Sometimes she startles, as on the verge of sleep
    you can feel yourself fall backward over a brink,
    and snaps her eyelids open, to catch herself
    slipping out of the bed, her legs swinging
    over the edge, and feels the sudden sick
    split-screen impression of being for a second
    both she and her.
    What he does with her
    while she's asleep, she never really knows,
    flickers, only, conducted back in dreams:
    Walking in neighborhoods she doesn't know
    and wouldn't go to, overpasses, ragweed,
    cars dry-docked on cinderblocks, wolf-whistles,
    wanting to run away and yet her steps
    planted sure and defiant. Performing tasks
    too odd to recognize and too mundane
    to have made up, like fixing a green salad
    with the sunflower seeds and peppers that she hates,
    pouring on twice the oil and vinegar
    that she would like, and being unable to stop.

    Her hands feel but are somehow not her own,
    running over the racks of stacked fabric
    in a clothing store, stroking the slick silk,
    teased cotton and polar fleece, as if her fingers
    each were a tongue tasting the knits and weaves.
    Harmless enough.

     

     
    Craig Arnold (16 november 1967 – 27 april 2009)

     

     

    De Schotse schrijver, humorist, radio-en televisie presentator Daniel Frederick Wallace werd geboren op 16 november 1976 in Dundee. Zie ook alle tags voor Daniel Wallace op dit blog.

    Uit: I Can’t Believe You Just Said That“In 2015, after 27-year-old Omar Hussain left his job at a Morrisons supermarket in Buckinghamshire and fled the United Kingdom to join the radical terrorist jihadist group ISIS, he was extraordinarily disappointed to find out how rude they all were.
    We all get annoyed at our colleagues from time to time, but for Omar Hussain the everyday rudeness displayed by those simultane­ously plotting to bring down the very tenets of Western civilisation was a step too far.
    In a blog he wrote in his first few months in the desert, he complained in no uncertain terms about the ‘bad manners’ of his fellow radicalised death-cult militants.
    Under a series of numbered headings on Tumblr, the bearded and bespectacled Hussain launched a blistering attack on Arab administrative skills.
    ‘There is no queue in any of their offices,’ wrote the furious Briton. ‘You could be waiting in line for half an hour and then another Arab would come and push in the queue and go straight in.’
    When serving his peers dinner after a long day of terrorist training in the desert, Omar was shocked to be ‘pounced upon by everyone in the room. I therefore refused to give anyone food until every single one of them was sitting down in their seats. Unfortu­nately, I had to treat them like primary school students.’
    Poor Omar just hadn’t known what he was letting himself in for. In subsequent blogs and tweets, you can tell he was becoming withdrawn. He talks of loneliness; he has trouble peeling potatoes; he spends his free time trying to find chocolates or feeding a local cat called Lucy.
    What Omar perceived as the rudeness of others really affected him: this kind of behaviour was not what he signed up to ISIS for, and it was wearing him down.
    It only got worse.
    ‘In the West, it is common knowledge to walk out of a room wearing the same pair of shoes that you wore while entering the room. Nay, it is common sense!’ he wrote at one point, and you know someone’s annoyed when they use words like nay. ‘However, here in Sham, our Syrian brothers [. . .] believe that everyone can wear each other’s footwear. Sometimes you would enter a building and when leaving, you would see the person with your shoes walking 100 yards ahead of you and it can be quite irritating.’



    Danny Wallace (Dundee, 16 november 1976)

     

     

    De Nederlandse literator, kunsthistoricus, archeoloog en katholiek priester Frederik Gerben Louis (Frits) van der Meer werd geboren in Bolsward op 16 november 1904. Zie ook alle tags voor Frits van der Meer op dit blog.

    Uit: Jan van Eyck

    “Plinius de Oudere verhaalt de volgende anekdote over de beide meest befaamde schilders uit de Griekse Oudheid, Parrhasius en Zeuxis. De twee gingen een wedstrijd aan. Zeuxis gaf een tros druiven zo bedriegelijk juist weer dat de vogels er gretig op af kwamen. Parrhasius kwam aan met een leeg doek, dat evenwel niet echt was, maar geschilderd; Zeuxis, overmoedig geworden door de vergissing van de vogels, vroeg hem, toch eindelijk dat doek eens op te lichten en zijn schilderij te laten zien. Toen hij zijn blunder had bemerkt, gaf hij zich ruiterlijk gewonnen: hij had vogels beetgehad, maar Parrhasius hem, de kunstenaar (Nat. hist. xxxv 3).
    Plinius' eeuwenlang herhaalde anekdote herinnert er ons aan, dat de bewondering van de gewone man zich altijd het eerste richt op de bedrieglijk echte nabootsing. Dat geldt voor u en voor mij; dat gold ondanks alles ook voor de onverbeterlijk heroïserende en naar ideale normen stylerende mensen van de Renaissance; dat gold blijkbaar zelfs voor die aartsslimmerikken, de oude Atheners: dat hun Plato die kant van de kunst minachtte, ontging de gewone man ten enen male.
    Weinigen hebben oog voor een majestueuze, sterke compositie; iedereen heeft oog voor verbluffend knappe details; vooral als het er veel zijn, en prachtige: ‘je kijkt je ogen uit’, en het is ‘net echt’. In dat opzicht zijn wij allen kleine kinderen; ook de snobs staan even naïef naar het Altaar van het Lam te kijken als de Vlaamse dorpsmensen die na de Gentse Floralia het altaar van de Van Eycks met open monden en verrukte ogen, soms voor de zoveelste maal, aanstaren. Dat schouderophalen over ouderwetse virtuositeit, en die voorkeur voor brutale stilering (tot kubistische misvorming of tot het bijna-niets toe), als het geen mode is, dan raakt het in de richting van een soort schizoïde, koppige aanstellerij.”

     

     
    Frits van der Meer (16 november 1904 – 19 juli 1994)
    Het Lam Gods door Jan van Eyck, 1432

     

     

    De IJslandse dichter en natuurwetenschapper Jónas Hallgrímsson werd geboren op 16 november 1807 in Öxnadalur. Zie ook alle tags voor Jónas Hallgrímsson op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

     

    A Ship Comes In

    Can the bard descry a schooner
    scudding landward, sails expanded?
    Hear what's said beside the cod-stacks?
    See the merchants strut like peacocks?
    'Shorebound breezes shove the weary
    ship along! The boys are thronging!
    Packs of people crowd the sidewalks!
    Perky shop-clerks stop and goggle!'

     

     

    Quatrains

    Ah, who mourns an Icelander,
    all alone and dying?
    Earth will clasp his corpse to her
    and kiss it where it's lying.

    Such is my lot, my lonely doom.
    Life would have brimmed with pleasure
    had I known her better whom
    I hunger for and treasure.

    May your mornings all be gay!
    May your nights bring gladness!
    Here, this dark December day,
    I dwell in exile sadness.

    Look! the sun is circling north,
    soon it will shine above you!
    Would that I once more might set forth,
    with one more chance to love you!

     

     
    Jónas Hallgrímsson (16 november 1807 – 26 mei 1845)
    Standbeeld in Reykjavík

     

     

    De Duitse schrijver, dichter en essayist Hugo Dittberner werd geboren op 16 november 1944 in Gieboldehausen. Zie ook alle tags voor Hugo Dittberner op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

     

    Der Ältere

    Am Fenster die Nacht, die ich nicht fortblasen kann.
    Mein Rücken atmet; irgendwo im Norden, achtzig Kilometer
    von hier, schläft der Bruder, von Geburt an der ältere.
    In seinem dritten Haus ist er dicker geworden.
    In seinem Garten blüht der schönste Oleander.
    Einmal sah ich ihn schlafen wie ein sattes Baby.
    Er lag auf einer Pritsche neben mir, dem Studenten;
    hatte die erste Frau und ihr Haus verlassen.

     

     

    Der Zauber

    Schneeluft. Die roten Dächer leuchten
    von der gelben Sonne; am Himmel stehn
    die grauen Wolken in dem stillen Blau.
    Was sich an Farbe sammelt, strahlt hervor
    und tönt mit einem Sägekreischen überland.
    Der Rauch aus jedem Schornstein steigt
    schnurgerade hoch, und höher; wenn er an
    graue Wolken stößt, wird's wieder schneien.

     

     

    Nach dem Sommer

    Im Windschatten der Westwand standen wir.
    Sie war braun in ihrem schwarzen Blumenkleid.
    Erklärte mir sehr lange einen kurzen Brief.
    Es kamen ihre Freunde, meine Freunde.
    Ein Dampfzug stampfte durch die weite Kurve.
    Hinter der Schranke wartete ein fremder Herr mit Hund
    und sah auf uns wie wir auf ihn.
    Als er verschwunden war, streichelte ich ihre Haut.

     

     
    Hugo Dittberner (Gieboldehausen, 16 november 1944)
    Gieboldehausen

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn blog van 16 november 2014 deel 2.

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 november 2008, mijn blog van 16 november 2007 en ook mijn blog van 16 november 2006.

    16-11-2017 om 18:34 geschreven door Romenu  


    Tags:Anton Koolhaas, Chinua Achebe, José Saramago, Renate Rubinstein, Craig Arnold, Danny Wallace, Frits van der Meer, Jónas Hallgrímsson, Hugo Dittberner, Romenu
    » Reageer (0)
    15-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Clemens J. Setz, Jan Terlouw, Wolf Biermann, Ted Berrigan, J. G. Ballard, Gerhart Hauptmann, Liane Dirks, Lucien Rebatet, Marianne Moore

    De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz. Zie ook alle tags voor Clemens J. Setz op dit blog.

    Uit: Söhne und Planeten

    „Ein grauhaariger Mann stand klatschend in der Herrengasse. Obwohl es leicht regnete und viele Passanten Schirme wie buntfarbige Sprechblasen über ihren Köpfen spazieren trugen, schaute der Mann in den Himmel und spendete ihm Beifall. Die meisten Menschen wichen der seltsamen Er-scheinung aus. Viele wurden auch langsamer, als sie näher kamen, und suchten nach einer Sammel-büchse oder einem Hut, in die man Münzen werfen konnte. Aber da es nichts dergleichen gab, blieb ihnen nur übrig anzunehmen, dass der Mann ein Verrückter war. Ein Kind, das an der Hand seiner Mutter ging, begann ebenfalls zu klatschen, als es den Mami bemerkte. Die Mutter griff so-fort ein und bog die Hände des Kindes wieder auseinander. Dabei fiel ihr der Schirm auf den Boden.
    René Templ trat versehentlich auf den Schirm, stolperte und stieß gegen die Einkaufstasche der Frau. Er entschuldigte sich und hob das Ding auf, putzte es umständlich ab und gab es ihr zurück. Tempi schaute ihr nach, als sie die Straßenseite wechselte. Der Schirm hatte ein wenig an Symmetrie eingebüßt tmd eierte, wenn man ihn drehte. Nichts bleibt fib: lange Zeit unversehrt. Das Bild in Natalies Wohnung war aus dem Rahmen gefallen und sie hatten es gemeinsam wieder an seine Stelle gehängt. Das hatte zwei Stunden gedauert. Danach war nur mehr Zeit für eine kurze Umarmung geblieben. Er hatte seine Hose anbehalten. Ein merkwürdiges Bild: Ein endloser Raum, angefiillt mit den immer gleichen geometrischen Figuren. Würfel, miteinander verbunden durch längliche Quader.
    Der Weg nach Hause Nute ihn jeden Tag durch die Innere Stadt. Er liebte diesen Stadtteil, weil er sehr weit von seiner Wohnadresse entfernt lag. Wenn er von dieser wohltuenden Ferne wieder ge-nug hatte, fuhr er mit der Straßenbahnlinie 7 bis zur Eggenberger Allee. Hier, versteckt zwischen zwei imposanten Mehrfamilienhäusern, wohnte er in einem kompakten, aber immerhin zweistöcki-gen Haus. In der kleinen Auffahrt stand eine alte, rostige Wäschestange, auf der sein Sohn früher geturnt hatte. Jetzt freilich ging das nicht mehr. Den Garten ließ er, so gut es ging, verwildern. Ein Vogelhäuschen gab es dort, das er nicht gebaut hatte. Am Haus selbst hatte er kaum jemals etwas reparieren müssen. Und in einem dicken Zementblock eingemauert kauerte ein Gartengrill, den er noch nie verwendet hatte. Sein Leben hier war das des fantasielosen Nachmieters. Spuren hinterließ Ren6 Templ nur in seinem Arbeitszimmer, und auch da nur in kleinen überschau-baren Ausmaßen. Er tippte auf der Schreibmaschine seine handtellergroßen Geschichten, die er dann anschließend in stundenlanger Arbeit revidierte oder in ausfiihrlichen Selbstgesprächen kom-mentierte. An Programme zur Textverarbeitung und deren unberechenbares Verhalten hatte er sich nie gewöhnen können. Vom Fenster aus sah man direkt auf die Allee.“

     

     
    Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

     

     

    De Nederlandse schrijver, fysicus en voormalig politicus voor Democraten 66 Jan Terlouw werd geboren in Kamperveen op 15 november 1931. Zie ook alle tags voor Jan Terlouw op dit blog.

    Uit: Briefgeheim

    Ik ga naar huis,’ zei Eva.
    ‘Zie ik je morgen nog?’
    ‘Kom je bij ons?’
    ‘Ja, da’s goed.’
    Eva groette mevrouw Smit en liep opgewekt naar huis.
    Maar toen ze thuiskwam merkte ze direct dat het mis was.
    Moeder stond te strijken. Hield ze de bout iets te stijf vast? In ieder geval had ze haar uitgelubberde blauwe vest aan, met nergens iets vrolijks. En ze zei iets te gewoon: ‘Dag Eva’. Niet ‘hallo,’ of ‘ben je daar eindelijk eens!’ Ze konden Eva niks wijsmaken. Als er ruzie was verraadde het
    huis dat op honderd kleine maniertjes. Vaders hoedje hing niet aan de kapstok. Hij droeg het haast nooit, maar altijd als hij kwaad het huis uitliep zette hij dat met een nijdig gebaar op zijn hoofd. Er stonden geen gebruikte theespullen – blijkbaar hadden ze niet even samen wat gedronken.
    O nee, ze was er zeker van, al probeerde haar moeder ook heel normaal te doen, er was beslist hooglopende ruzie geweest. Dat kon weer een leuk weekendje worden. Eva wist precies hoe het zou zijn. Zwijgen tegen elkaar, zwijgen tot het leek of de kamer boordevol beton zat. En als ze elkaar
    iets moesten zeggen, dan ging dat via háár.”

     

     
    Jan Terlouw (Kamperveen, 15 november 1931)
    Affiche voor de gelijknamige film uit 2010

     

     

    De Duitse zanger, dichter en schrijver Wolf Biermann werd geboren op 15 november 1936 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolf Biermann op dit blog.

     

    Die Stasi-Ballade (Fragment)

    1
    Menschlich fühl ich mich verbunden
    mit den armen Stasi-Hunden
    die bei Schnee und Regengüssen
    mühsam auf mich achten müssen
    die ein Mikrophon einbauten
    um zu hören all die lauten
    Lieder, Witze, leisen Flüche
    auf dem Clo und in der Küche
    – Brüder von der Sicherheit
    ihr allein kennt all mein Leid
    Ihr allein könnt Zeugnis geben
    wie mein ganzes Menschenstreben
    leidenschaft lich zart und wild
    unsrer großen Sache gilt
    Worte, die sonst wärn verscholln
    bannt ihr fest auf Tonbandrolln
    und ich weiß ja: Hin und wieder
    singt im Bett ihr meine Lieder
    – dankbar rechne ich euchs an:
    die Stasi ist mein Ecker
    die Stasi ist mein Ecker
    die Stasi ist mein Eckermann


    2
    Komm ich nachts alleine mal
    müd aus meinem Bierlokal
    und es würden mir aufl auern
    irgendwelche groben Bauern
    die mich aus was weiß ich für
    Gründen schnappten vor der Tür
    – sowas wäre ausgeschlossen
    denn die grauen Kampfgenossen
    von der Stasi würden – wetten?! –
    mich vor Mord und Diebstahl retten
    denn die westlichen Gazetten
    würden solch Verbrechen – wetten?! –
    Ulbricht in die Schuhe schieben
    (was sie ja besonders lieben!)
    dabei sind wir Kommunisten
    wirklich keine Anarchisten
    Terror (individueller)
    ist nach Marx ein grober Feller
    die Stasi ist, was will ich mehr
    mein getreuer Leibwäch
    mein getreuer Leibwäch
    mein getreuer Leibwächter

     

     
    Wolf Biermann (Hamburg, 15 november 1936)
    Hier in 1977 met een van zijn kinderen 

     

     

    De Amerikaanse dichter Ted Berrigan werd geboren op 15 november 1934 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Ted Berrigan op dit blog.

     

    The Sonnets: II

    Dear Margie, hello. It is 5:15 a.m

    dear Berrigan. He died
    Back to books. I read
    It's 8:30 p.m. in New York and I've been running around
                 all day
    old come-all-ye's streel into the streets. Yes, it is now,
    How Much Longer Shall I Be Able To Inhabit the Divine
    and the day a bright gray turning green
    feminine marvelous and tough
    watching the sun come up over the Navy Yard
    to write scotch-tape body in a notebook
    had 17 and 1/2 milligrams
    Dear Margie, hello. It is 5:15 a.m.
    fucked til 7 now she's late to work and I'm
    18 so why are my hands shaking I should know better

     

     

    The Sonnets: XV

    In Joe Brainard's collage its white arrow
    He is not in it, the hungry dead doctor.
    Of Marilyn Monroe, her white teeth white-
    I am truly horribly upset because Marilyn
    and ate King Korn popcorn,' he wrote in his
    of glass in Joe Brainard's collage
    Doctor, but they say 'I LOVE YOU'
    and the sonnet is not dead.
    takes the eyes away from the gray words,
    Diary. The black heart inside the fifteen pieces
    Monroe died, so I went to a matinee B-movie
    washed by Joe's throbbing hands. 'Today
    What is in it is sixteen ripped pictures
    does not point to William Carlos Wiliams.

     

     
    Ted Berrigan (15 november 1934 - 4 juli 1983)

     

     

    De Britse dichter en schrijver James Graham Ballard werd geboren in Shanghai op 15 november 1930. Zie ook alle tags voor J. G. Ballard op dit blog en ook mijn blog van 15 november 2010.

    Uit: Crash

    “In his vision of a car crash with the actress, Vaughan was obsessed by many wounds and impacts–by the dying chromium and collapsing bulkheads of their two cars meeting head-on in complex collisions endlessly repeated in slow-motion films, by the identical wounds inflicted on their bodies, by the image of windshield glass frosting around her face as she broke its tinted surface like a death-born Aphrodite, by the compound fractures of their thighs impacted against their handbrake mountings, ban above all by the wounds to their genitalia, her uterus pierced by the heraldic beak of the manufacturer’s medallion, his semen emptying across the luminescent dials that registered forever the last temperature and the fuel levels of the engine.
    It was only at these times, as he described this last crash to me, that Vaughan was calm. He talked of these wounds and collisions with the erotic tenderness of a long-separated lover. Searching through the photographs in his apartment, he half turned towards me, so that his heavy groin quieted me with its profile of an almost erect penis. He knew that as long as he provoked me with his own sex, which he used casually as if he might discard it for ever at any moment, I would never leave him.
    Ten days ago, as he stole my car from the garage of my apartment house, Vaughan hurtled up the concrete ramp, an ugly machine sprung from a trap. Yesterday his body lay under the police arc-lights at the foot of the flyover, veiled by a delicate lacework of blood. The broken postures of his legs and arms, the bloody geometry of his face, seemed to parody the photographs of crash injuries that covered the walls of his apartment. I looked down for the last time at his huge groin, engorged with blood. Twenty yards away, illuminated by the revolving lamps, the actress hovered on the arm of her chauffeur. Vaughan had dreamed of dying at the moment of her orgasm.”

     

     
    J. G. Ballard (15 november 1930 - 19 april 2009)

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Gerhart Hauptmann werd geboren in Obersalzbrunn (Neder-Silezië) op 15 november 1862. Zie ook alle tags voor Gerhart Hauptmann op dit blog.

    Uit: Fuhrmann Henschel

    Erster Akt
    Ein Bauernzimmer, Kellerwohnung im Hotel »Zum grauen Schwan«. Durch zwei links hochgelegene Fenster fällt das Dämmerlicht eines Winterspätnachmittags. Unter den Fenstern steht ein Bett aus weichem, gelbpoliertem Holz, darin Frau Henschel krank liegt. Sie ist eine Frau von etwa sechsunddreißig Jahren. Nahe dem Bett die Wiege mit ihrem halbjährigen Töchterchen. Ein zweites Bett an der Hinterwand, die gleich den übrigen blau getüncht und gegen die Decke mit einem dunklen Streifen abgesetzt ist. Rechts vorn ein großer brauner Kachelofen mit Ofenbank. In der geräumigen »Helle«, dem Raum zwischen Ofen und Wand, ist viel kleingehacktes Brennholz aufgestapelt. Die Wand rechts enthält eine kleine Tür zur Kammer. Hanne Schäl, junge stramme Magd, ist in voller Beschäftigung; sie hat die Holzlatschen beiseite gestellt und läuft in den dicken blauen Strümpfen herum. Sie schiebt einen eisernen Topf, in dem etwas kocht, aus dem Röhr und wieder hinein. Kochlöffel, Quirl, Durchschlagsiebe liegen auf der Bank; ein großer, irdener, bauchiger Krug, der in einen Flaschenhals ausläuft und verstöpselt ist; der Bornkrug steht auch darunter. – Hannes Röcke sind in einen Wulst gerafft, ihr Mieder ist schwärzlichgrau, die nervigen Arme trägt sie bloß. – Um den Ofen herum läuft oben eine vierkantige Stange; lange, sogenannte Jagdstrümpfe sind über sie zum Trocknen aufgehängt, außerdem Windeln, Lederhosen mit Bändchen und ein Paar Wasserstiefel. Rechts davon eine Lade und ein Schrank; alte, bunte schlesische Stücke. Durch die offene Tür der Hinterwand sieht man in einen dunklen, breiten Kellergang und gegenüber auf eine Glastür mit bunten Scheiben; hinter ihr eine Holztreppe nach oben. Auf dieser Treppe brennt immer eine Gasflamme, so daß die Scheiben durchleuchtet sind. Es ist Mitte Februar und im Freien stürmisch.
    Franz, ein junger Kerl in einfacher Kutscherlivree, zum Ausfahren fertig, guckt herein.
    Franz. Hanne!
    Hanne. Nu?
    Franz. Schläft de Henscheln?
    Hanne. Was denn sonste? Mach bloß nich Lärm.
    Franz. Die Tieren schlagen woll genung im Hause! Wenn se dadavon nich ufwacht –! Ich fahr' nach Waldenburg mit'm Kutschwagen.
    Hanne. Wer fährt denn mitte?
    Franz. De Madam; einkoofen zum Geburtstag.
    Hanne. Wer hat denn Geburtstag?
    Franz. Karlchen!“

     
    Gerhart Hauptmann (15 november 1862 - 6 juni 1946) 
    Scene uit de gelijknamige film uit 1956

     

     

    De Duitse dichteres en schrijfster Liane Dirks werd geboren op 15 november 1965 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Liane Dirks op dit blog.

    Uit:Der Koch der Königin

    „Es konnte eine Mango sein, oder eine sich rot öffnende Bananenblüte, es konnte ein schillernder, frisch aus dem Meer gezogener Snapper sein, der kraftvoll auf den Tisch schlug und in der LUft nach Wasser schnappte. Es konnte das Meer selber sein oder eine Handvoll Sand, der Anblick des Vulkans vor dem Abendhimmel oder das Gesicht eines Bettlers, der keineswegs blind war, sondern Sterne trug, wo andere ihre Augen haben.
    Andres hatte nichts Geringeres als die Schönheit entdeckt, den Kern der Schönheit, die Essenz. Sie war es, nach der er sich sein Leben lang gesehnt hatte.
    Das Mangel hatte ihn süchtig gemacht, die Fülle riss ihm zu sehr am Herzen. Es war das Maß, auf das es ankam, endlich hatte er es verstanden. Und das Mädchen hatte es. Es hatte genau das richtige Maß.
    (…)

    Wer war der Mann auf dem Schiff, der sich aus irgendeinem Grund in den Kopf gesetzt hatte, den Rest seines Lebens damit zu verbringen, in einer etwas besseren Kaschemme im Dschungel einer asiatischen Großstadt immer herrlicheres Essen zu kochen und sein Lebenswerk damit zu krönen, an einem zufälligen Tag für zufällige Gäste das denkbar beste, köstlichste, gesündeste, beglückendste Mahl der Welt zu bereiten?
    Wann nimmt solch eine Idee Gestalt an, und wann will sie die Welt gestalten?
    Und was muss zuvor geschehen?
    Könnte man nicht auf einfacherem Weg, sozusagen auf gutem Weg, zu solchen Heldentaten kommen? Muss es immer der Weg durch Leid und Prüfung sein?
    Müssen die Irrwege allesamt begangen werden, um irgendwann in der Mitte seines eigenen Labyrinthes anzukommen?“


     
    Liane Dirks (Hamburg, 15 november 1965)
    Cover 

     

     

    De Franse schrijver en journalist Lucien Rebatet werd geboren op 15 november 1903 in Moras -en- Valloire, Drôme. Zie ook alle tags voor Lucien Rebatet op dit blog.

    Uit: Les décombres

    « Cette cohue était enchevêtrée roue à roue, trente voitures de front pressées sur la chaussée, débordant sur les trottoirs, d’autres convois venait de droite et de gauche s’emboutir stupidement les uns dans les autres, stoppés à perte de vue dans un grouillement de visages hagards, de poings brandis, d’uniformes débraillés, de têtes platinées, de blouses multicolores, dans un vacarme de vociférations, de trompes, de moteur vrombissants, de gendarmes épouvantés, battant des bras au milieu du flot d’injures que vomissaient sous leur quatre et cinq galons d’innombrables officiers émergeant jusqu’au ceinturon des portières. Au beau milieu de cette folie, un char de combat, serré de toutes parts, toupillait sous ses chenilles, un lieutenant jailli de la tourelle gesticulait comme un sémaphore, jurant qu’il allait charger et tout défoncer.
    Quelqu’un cria : « Des avions ! ». Les écailles de tôle du monstrueux serpent s’entrechoquèrent dans un fracas accru : « Mais avancez, avancez, sacré nom de Dieu ! On va être mitraillé sur place ». Chacun était prêt dans l’instant à écraser les femmes, à réduire les enfants en bouillie, à déchiqueter sa propre mère pour s’échapper. L’orgueilleux Paris, tordu d’immonde coliques, fuyait au hasard en se conchiant.
    Notre colonne, forte des priorités militaires, parvint à se dégager en arrachant des radiateurs, en crevant des pneus, en aplatissant des ailes. Sur la route d'Orléans, le flot s'écoulait à perte de vue. Des centaines et des centaines de voitures déferlaient, emportant des officiers de toutes armes et de tous grades, des feuilles de chêne, des feuilles de lierre, des foudres, des grenades, des croissants, des amiraux, des généraux, des frégatons, des colonels, des lieutenants de vingt-cinq ans, des aviateurs, tous les bureaux, tous les ministères, tous les services de Paris qui détalaient en abandonnant leurs archives et leurs cartes ; des états-majors qui avaient plié bagages en laissant au fond de quelque grange, avec leurs godillots ou deux vélos pour dix hommes, leurs secrétaires, leurs téléphonistes, leurs plantons ; des super-intendants dont les magasins géants étaient demeurés portes béantes, livrés au sac de la populace dans des villes que les Allemands n'atteindraient peut-être pas avant huit jours ; des officiers de troupe aussi, reconnaissables à leurs écussons, dont les dépôts regorgeant d'hommes, les régiments de pionniers, les parcs de voitures, les postes d'essence, les batteries antiaériennes, déménageraient comme ils le pourraient, sans véhicules, sans vivres, sans argent, sous les bombes et sous la conduite d'un adjudant déboussolé ou d'un aspirant imberbe promu depuis quinze jours ; des médecins aussi, et encore des médecins, aux képis amarante, plus scandaleux encore que tous les autres, ayant lâché les malades, les blessés, les hôpitaux remplis de souffrances, d'agonies, de plaies qui allaient pourrir, de membres qui se gangrèneraient, beaucoup de ces misérables ayant levé le camp avec les voitures de la Croix-Rouge aux brancards vides. "

     

     
    Lucien Rebatet (15 november 1903 - 24 augustus 1972)
    Collage door Javier Muñoz, 2012

     

     

    De Amerikaanse dichteres Marianne Moore werd geboren op 15 november 1887 in Kirkwood, Missouri. Zie ook alle tags voor Marianne Moore op dit blog en ook mijn blog van 15 november 2009.

     

    To A Giraffe

    If it is unpermissible, in fact fatal
    to be personal and desirable

    to be literal—detrimental as well
    if the eye is not innocent—does it mean that

    one can live only on top leaves that are small
    reachable only by a beast that is tall?—

    of which the giraffe is the best example—
    the unconversational animal.

    When plagued by the psychological,
    a creature can be unbearable

    that could have been irresistible;
    or to be exact, exceptional

    since less conversational
    than some emotionally-tied-in-knots animal

       After all
       consolations of the metaphysical
       can be profound. In Homer, existence

      is flawed; transcendence, conditional;
      "the journey from sin to redemption, perpetual.

     

     

    A Jelly-Fish

    Visible, invisible,
       a fluctuating charm
    an amber-tinctured amethyst
       inhabits it, your arm
    approaches and it opens
       and it closes; you had meant
    to catch it and it quivers;
       you abandon your intent.

     

     
    Marianne Moore (15 november 1887 – 5 februari 1972)

     

     

    Voor nog meer schrijvers van de 15e november zie ook mijn blog van 15 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 november 2008, mijn blog van 15 november 2007 en ook mijn blog van 15 november 2006.

    15-11-2017 om 18:26 geschreven door Romenu  


    Tags:Clemens J. Setz, Jan Terlouw, Wolf Biermann, Ted Berrigan, J. G. Ballard, Gerhart Hauptmann, Liane Dirks, Lucien Rebatet, Marianne Moore, Romenu
    » Reageer (0)
    14-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Norbert Krapf, Jonathan van het Reve, Olga Grjasnowa, Astrid Lindgren, René de Clercq, Chloe Aridjis, P.J. O'Rourke, Jurga Ivanauskaitė, Peter Orner

    De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november 1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

     

    The Campfire Poets

    Coming down a back road,
    I saw a campfire in the woods.

    Tired, I wandered over,
    slipped off my backpack,

    looked down at a man and woman
    whose eyes burned like coal.

    He was fleshy, had a bushy gray beard;
    she was petite, bursting with dark energy.

    He said he was the poet of the body and soul
    and all people; she said she wrote letters

    to a world that never wrote back.
    They moved a bit apart, he motioned

    me to sit down between them,
    and I knew I'd found eternity

    off the side of a back road
    in the hill country woods.

     

     

    Emily Dickinson's Song

    Sing me a song, Emily,
    I said, and she laid one
    on me like I never heard.

    At once I tumbled head
    over heels into the dark
    that was somewhere inside

    and hit millions of worlds
    I never knew existed
    and my eyes went out

    and then somewhere else
    I woke up and saw
    that I had come into

    a searing light that
    turned everything in view
    into x-ray versions

    of the objects that were
    like shadows in a cave
    where Plato lived.

    Then I looked up
    and Emily sat smiling
    in her white dress.

     

     
    Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

     

     

    De Nederlandse schrijver en columnist Jonathan van het Reve werd geboren op 14 november 1983 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Jonathan van het Reve op dit blog.

    Uit: De boot en het meisje

    “Ik word gered door geschreeuw van Rosa uit de keuken. 'Ping, ping, hallo! Jongens, kan dit mee? Warme borden! Ping! Tafel één! Ik maak alles maar één keer! Ping! Kan iemand lopen?' Ik spring op, maar Rosa en Bart komen mij al tegemoet met de borden. 'Ach, het gaat ook wel zo,' zegt Rosa. Ze steekt heel kort haar tong naar mij uit. We gaan zitten. Bart wil geen wijn: het bier smaakt goed. Ik ben de hele tijd een beetje bang dat hij iets kapotmaakt, of dat hij een vieze boer laat, maar voorlopig valt het allemaal mee en eet hij zelfs met mes en vork. De coquilles zijn zo lekker dat er pas weer over iets anders kan worden gepraat nadat iedereen dat twee of drie keer heeft gezegd. Ik besluit beleefd en gezellig te zijn.
    `En Bart,' vraag ik. 'Wat doe jij? Ook iets artistieks?' `Nee, antropologie. Laatste jaar.' Wat voor onderwerp?' Ja, heel breed eigenlijk. Ik doe nu een onderzoek in de Bijlmer, naar kleine minderheden met een eigen kerk en een eigen cultuur. Ik ga in november waarschijnlijk naar Afrika.' 'Om te kijken waar die mensen vandaan komen?' `Ja,' zegt Bart. 'En hoe hun familie daar leeft, en wat de verschillen zijn met hier. En misschien ga ik dan ook nog een paar maanden vrijwilligerswerk doen of zo.' 'En betaalt de universiteit dat allemaal?' Rosa drukt onder tafel met haar hak op mijn tenen. Ik vertrek geen spier. 'Ja,' zegt hij. 'In ieder geval de eerste maand. Voor daarna probeer ik nog een soort beurs te krijgen.' `Spannend,' zegt Rosa. 'Maar waar hadden jullie het nou over, daarnet? Met die Romeinen?' `Rachel studeert af aan de Rietveld,' zeg ik, en onderdruk een grijns. Rachel bloost weer. '0 ja, waarvoor jullie ook in New York waren,' zegt Rosa. 'Is dat nog gelukt?' `Ja hoor,' zegt Bart. 'Toch?' 'Ja,' zegt Rachel. 'Ik moet nog heel veel monteren.' `Maar wat was die zin nou, met die Romeinen?' Nu schop ik Rosa tegen haar enkel. `Romans through the time. A stone's search for entertainment now and then,' zegt Bart. `Zo heet het.' 'A rock's quest,' verbetert Rachel. Rosa staat op. Ik veer op uit mijn stoel en begin de borden te verzamelen. `Laat maar,' zegt Rosa. 'Geef maar.' Ze neemt de borden uit mijn handen en loopt naar de keuken. Ik ga weer zitten. `Zal ik je weer even helpen?' vraagt Bart. `Nee,' roept Rosa. 'Het is al klaar. Maken jullie maar ruimte voor een grote pan. Ik kom eraan.' `Zij kan echt. Zo lekker koken,' zegt Bart. 'Kun jij dat ook?"

     

     
    Jonathan van het Reve (Amsterdam, 14 november 1983)
    Cover

     

     

    De Duitse schrijfster Olga Grjasnowa werd geboren op 14 november 1984 in Baku, Azerbeidzjan. Zie ook alle tags voor Olga Grjasnowa op dit blog.

    Uit: Gott ist nicht schüchtern

    „Durch das Bullauge des Flugzeugs sind bereits die ersten Felder zu sehen, ihnen folgt ein Häusermeer und verschwindet wieder, dann schwenkt die Tragfläche nach oben, und durch das Fenster ist nur noch das Himmelblau zu sehen. Der Flügel senkt sich wieder, und Hammoudi sieht ein von der Sonne verbranntes Feld. Die Räder setzen unsanft auf.
    Der internationale Flughafen von Damaskus hat sich seit Hammoudis letztem Besuch kaum verändert. Hinter den Kabinen, von denen die Farbe abblättert, stehen dieselben schlechtgelaunten Grenzbeamten wie immer. Mürrisch mustern sie seinen Pass und machen ihn darauf aufmerksam, dass er in ein paar Tagen abläuft. »Deswegen bin ich ja hier«, sagt Hammoudi. Der Grenzbeamte in seiner schlechtsitzenden Uniform scheucht ihn fort.
    Hammoudi ist gerne in Syrien, doch stets unter Vorbehalt: Sein ganzes Leben lang wurde ihm eingetrichtert, dass es hier keine Zukunft gebe und er spätestens nach dem Studium nach Kanada, Australien oder Europa auswandern sollte. Das Leben, das er in Syrien gelebt hatte, hat diese Vorbehalte bestätigt.
    Das Gepäck lässt lange auf sich warten. Mehrere Großfamilien werden ungeduldig; Kinder quengeln; ein Herr mit graumeliertem Haar zündet sich eine Zigarette an und wird vom Wachpersonal ermahnt; Putzfrauen laufen betont langsam mit ihren Wassereimern hin und her, ohne etwas zu putzen.
    Als das Licht über dem Gepäckband endlich rot aufblinkt, scharen sich alle um den Ausgabepunkt und versuchen, sich einen strategisch günstigen Platz zu sichern, wobei zwei blonde Männer mit rötlichem Bart, die laut Schweizerdeutsch miteinander sprechen, am Ende siegen. Als das Karussell sich endlich in Bewegung setzt, geht ein Raunen durch die Menge. Das Gepäck wird schnell vom Band genommen. Taschen, Koffer aus unterschiedlichsten Materialien, Bündel, Rucksäcke und Kartons werden geschultert, auf die Gepäckwagen gelegt und euphorisch in Richtung des Ausganges geschoben.
    Hinter der Absperrung in der Ankunftshalle steht eine Masse von Menschen, die nach ihren Verwandten und Freunden Ausschau halten und auf diese zustürmen, sobald die Tür zur Gepäckausgabe sich einen Spalt breit öffnet. Ein Polizist ermahnt sie immer wieder, nicht zu nahe an die Tür zu kommen. Auf den Gesichtern wechseln sich in kurzen Abständen Freude, Neugierde und Bestürzung ab. Kinder mit Luftballons in den Händen stehen ratlos herum, Babys, deren Väter mit Blumensträußen winken, reiben sich vor Müdigkeit die Augen.“

     

     
    Olga Grjasnowa (Bakoe, 14 november 1984)

     

     

    De Zweedse schrijfster Astrid Lindgren werd als Astrid Ericsson geboren op 14 november 1907 en groeide op op de boerderij Näs in Vimmerby in Småland. Zie ook alle tags voor Astrid Lindgren op dit blog.

    Uit: Pippi Langkous (Vertaald door Liesbeth Zuiderveen Borgesius-Wildschut en Saskia Ferwerd)

    “Op die mooie zomeravond, toen Pippi voor de eerste keer over de drempel van Villa Kakelbont stapte, waren Tommy en Annika toe­vallig niet thuis. Ze logeerden een weekje bij hun oma. En toen ze de eerste dag nadat ze weer thuis waren gekomen over het tuinhekje stonden te kijken, wisten ze nog niet dat er zo dichtbij een kind was komen wonen. Ze stonden net te overleggen wat ze zouden gaan doen en vroegen zich af of er die dag nog iets leuks zou gebeuren, toen het tuinhekje van Villa Kakelbont openging en er een meisje uit stapte. Het was het vreemdste meisje dat Tommy en Annika ooit hadden gezien. Dat was Pippi Langkous, die een ochtendwan­deling ging maken. Zo zag ze eruit: haar haar had dezelfde kleur als een wortel en het zat in twee stijve vlechtjes, die van haar hoofd af stonden. Haar neus leek op een aardappeltje en was helemaal gespikkeld door de zomersproeten. Onder die neus zat een nogal grote mond met spierwitte tanden. Haar jurk was nogal apart. Pippi had hem zelf gemaakt. Eigenlijk had hij helemaal blauw moeten worden, maar er was niet genoeg blauwe stof. En dus had Pippi er roze lapjes in ge­naaid. Om haar spillebenen zaten lange kousen, de ene kous was bruin en de andere zwart. En dan had ze nog een paar zwarte schoe­nen aan, die precies twee keer zo lang waren als haar voeten. Die schoenen had haar vader op de groei voor haar gekocht in Zuid-Amerika. En Pippi wou nooit meer andere hebben.
    Maar wat Tommy en Annika het allermeeste verbaasde, was de aap die op de schouder van het vreemde meisje zat. Het was een klein aapje met een blauw broekje en een geel jasje aan en een witte strohoed op.
    Pippi begon te wandelen met één been op de stoep en het andere been in de goot. Tommy en Annika keken haar na, zo ver ze kon­den. Na een poosje kwam Pippi terug, en nu liep ze achterstevoren. Zo hoefde ze zich niet om te draaien als ze weer naar huis ging. Vlak voor Tommy en Annika’s hek bleef ze staan. De kinderen ke­ken elkaar aan. Ten slotte zei Tommy: ‘Waarom loop je achterstevoren?’

     
    Astrid Lindgren (14 november 1907 - 28 januari 2002)
    Scene uit de gelijknamige film uit 1969

     

     

    Vlaamse schrijver, dichter, politiek activist en componist René Desiderius de Clercq werd geboren in Deerlijk op 14 november 1877. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor René de Clercq op dit blog.  

     

    De witte sneeuw

    De witte sneeuw, waarmee de vlakten pronken,
    Boelt met de zonne tot haar schade en schand.
    Ze ligt en lacht en tintelt, wonnedronken,
    Totdat ze smelt en slijk maakt op het land.

    De witte sneeuw, waarvan de bergen vonken,
    Wanneer de hemel stooft en staat in brand,
    Die zonnelach weerkaatst, en zonnelonken,
    Blijft eeuwig hoog en eeuwig diamant.

    Al eveneens, vergaat of staat de Minne:
    Die niets beoogt dan 't laag genot der zinnen,
    Ziet zijn geluk verslijkt eer hij 't vermoedt;

    Veel hoger wil ik mijne liefde plaatsen,
    Waar ze ongedeerd het zonlicht kan weerkaatsen,
    En rein blijft in des hemels hoogste gloed.

     

     

    Het vlas staat in de blom

    Het vlas staat in de blom,
    Al groen en blauwig;
    En 't windje vliegt er om
    Zo vleiend lauwig.

    De herels rechten flinks
    Hun tere topkens,
    En keren, rechts en links,
    Hun kleene kopkens.

    Hoe zot en preuts ze zijn,
    Elk met zijn vaantje
    Van hemelblauw satijn
    Op 't groene staantje!

    Hier beet een bruine bie;
    En ginder, ginder,
    Vlug weg en weder, zie!
    Een witte vlinder!

    En voort, tot waar dat blauw
    En groen in 't koren,
    Vol lokkend grijs en grauw,
    Verloopt, verloren;

    Zo ver als om-en-dom
    Het oog kan dragen,
    Het vlas staat in de blom
    Te wiegewagen.

     

     
    René de Clercq (14 november 1877 - 12 juni 1932)
    Deerlijk. De Dorpsstraat op een oude ansichtkaart.

     

     

    De Engels-Mexicaanse schrijfster Chloe Aridjis werd geboren in New York op 6 november 1971 (en dus niet op 14 november zoals eerder vermeld). Zie ook alle tags voor Chloe Aridjis op dit blog.

    Uit: Assunder

    “Until then, it is true, I envied my colleagues at the new Tate, and when this sun first rose I would, on days off, walk along the river to the museum and spend long whiles on my back staring upwards. A mirror had been fastened to the ceiling and there’d be dozens of us lying in random configurations on the concrete floor, waving at our reflections above, and I felt like I was at a site of pagan worship, all eyes converging on this great yellow sphere whose emanations remained a mystery – that is, until the guards began complaining of headaches and dizziness and cursing the fumes released from the artificial astral body, especially Martin Strake who, already prone to migraines and sensitivity to light, made a point from the start of looking the other way. After a few weeks the monofrequency lamps really took their toll; Martin succumbed to their haze, his legs grew weaker, his eyesight began to blur, his movements trance-like as if dictated by this overhead sun, attached to it by invisible strings.
    And I succumbed, I too, and for several weeks went to worship the ephemeral god, until I found out this supposed orb wasn’t even a whole but a semicircle. We had been going to pay our respects to a semicircle, made whole by its reflection in a mirror. To this day I wish I hadn’t looked at the catalogue and had continued with my fantasy of the whole, but in the end, all that matters is that the Scandinavian’s piece was eventually replaced by something else of monstrous proportions yet not as precarious and that Martin Strake gradually regained his former self and could turn his eyes towards the Turbine Hall without dissolving. I used to envy those who were assigned temporary rather than permanent exhibits before realising that temporary is too risky; you never know what you are going to get.
    Life at our Gallery is more predictable.
    Early each week we are assigned different sections of a wing and, within these sections, four rooms a day. In the morning we shed our civvy clothes and slip on our uniform: a mouse-grey jacket with matching trousers or skirt, a pale lilac shirt and a shiny purple tie. We are given twenty-four minutes a day to change, an iron always available in the changing room, and in my nine years working here those twelve minutes in the morning and twelve in the evening, during which all kinds of little transformations take place, have gone by in a flash.”

     

     
    Chloe Aridjis (New York, 6 november 1971)

     

     

    De Amerikaanse journalist en schrijver P.J. O'Rourke werd geboren op 14 november 1947 in Toledo, Ohio. Zie ook alle tags voor P.J. O'Rourke op dit blog.

    Uit: How the Hell Did This Happen?

    “People who work in the news media do not watch The Apprentice because of what’s been happening in the news media for a number of years, causing all of us who work in it to never want to hear the words “You’re fired” again. This was a mistake. Donald Trump, the actor who plays “Donald Trump,” appeared on The Apprentice for eleven years. At its peak, the show had 20 million viewers. And Trump is a good actor. Donald Trump is almost as good as Alec Baldwin at being Donald Trump.”
    (...)

    “And yet the debate was highly informative—if you turned the sound off. The event was broadcast with a split screen so that each presidential candidate was visible while the other candidate was talking. The talk was insipid, but the expressions on the candidates’ faces were fascinating. Trump was serious of mien. He concentrated intently on what Hillary was saying. Sometimes there was a little twitch of annoyance; sometimes, a small frown of disagreement. But mostly he looked deeply thoughtful. (Where he got that look is anyone’s guess. Maybe he purchased it at the same strange haberdashery where Hillary buys her Hillary costume.) Clinton is supposed to be the one with the deep thoughts. But there she was thoughtlessly making rude grimaces whenever Trump was speaking. Mom always said, “You shouldn’t make faces—your face may get stuck that way.” Hillary’s face got stuck that way. She spent the whole evening with a wipe-that-look-off-your-face look on her face.”
    (...)

    “There isn’t, incidentally, any such thing as an ancient Chinese curse saying, “May you live in interesting times.” The phrase seems to be a piece of invented Orientalist folklore coined in the 1930s by First Lord of the Admiralty Sir Austen Chamberlain, half-brother of Prime Minister Neville Chamberlain who went off to Munich to appease Hitler. And let’s not be silly and forget that the Chamberlain brothers lived in much more accursedly interesting times than our own. What I thought was going on in the 2016 election cycle was a mere fight to the death between two fundamental American political ideologies.”

     

     
    P.J. O'Rourke (Toledo, Ohio, 14 november 1947)
    Cover

     


    De Litouwse schrijfster Jurga Ivanauskaitė werd geboren in Vilnius op 14 november 1961. Zie ook alle tags voor Jurga Ivanauskaitė op dit blog en ook mijn blog van 14 november 2010.

    Uit: The Red Dress (Vertaald door Kristina Sakalavičiūtė)

    “Nora suddenly jumped up, locked the door and, throwing off the violet sweater and green skirt resolutely, grabbed the red dress and froze for an instant. Then, in a frenzy—as if someone were impatiently yelling at her to hurry—she began to dress, rushing, staggering, having difficulty getting into the sleeves. Getting into the fiery garb was not so simple, even though Nora was smaller than Elegija. The dress clung to her and outlined her body, emphasizing her breasts, pulling tight on her hips and thighs. It fell from her knees in tiny pleats, which spread on the floor like sharp tentacles. Nora looked at herself in the mirror, pulling back her black hair. It used to have a blue sheen, but now it became chestnut-colored because of the intensity of the red dress. She narrowed her eyes and smiled with satisfaction.
    The inside of the dress was the opposite of its silky exterior. It was coarse and chafed her in a strange way. Nora thought it felt like a facial masque of egg whites and yeast that tightens on one's face. She began to walk around the room, a trifle dissatisfied that the dress restricted her steps. She imagined Salome floating across the stage—not shuffling like Cho-Cho-San. Fortunately, she had another costume for the dance scene.
    Suddenly, somebody knocked at the door. Nora started and rushed to take off the dress. But it was so tight it seemed almost impossible to pull off—the dress kept catching on her shoulders.
    "Yes, my shoulders really are broader than Elegija's," Nora uttered, wriggling, squirming and crying out. The dress did not yield.
    Someone was now persistently knocking at the door.
    "Hey, Nor, open the door," rang Vilija's deep voice. "Stop fooling around."
    "Quick, Nora, or I'm going to bust. I can't hold it any more. Some Georgians lugged this huge box here for Elegija," Laimis shouted, kicking the door.”

     

     
    Jurga Ivanauskaitė (14 november 1961 - 17 februari 2007)

     

     

    Onafhankelijk van geboortedata:

    De Amerikaanse schrijver Peter Orner werd in 1968 in Chicago geboren. Zie ook alle tags voor Peter Orner op dit blog.

    Uit: Esther Stories

    “The girl was young when she did it, and she didn't live there. This was in 1962. She was eighteen. She'd been hired to tidy the place. It was three, maybe four years before anybody noticed. The letters were so small, and they always ate in the kitchen. And when they did discover them, she was already gone to Halifax. By that time the girl had a reputation to escape from. So when they put two and two together and figured out it was she that did it, they weren't surprised. Of course she'd be the one to do something like this, they said—shameless girl, not shocking at all.
    A cod fisherman, a captain, lived in the house with his wife, one of the original Locke mansions on Gurden Street overlooking the harbor. They never had children, but dust collects nonetheless in a house so huge. The girl had never been in a place that grand. At least that's what they told each other when they found her letters. RGL. That she'd wanted to leave her mark in the world, something that would last, something that would stay. The family still lived in town, her father and brothers sold hardware, so they could have held somebody accountable for the damage if they'd wanted to. But the captain and his wife talked it over and decided not to mention it to anyone. Not that they approved—Lord no. It was defacement of property. Vandalism. Of course it was an heirloom; it had belonged to her mother's mother, a burnished mahogany drop-leaf built in York in 1844. They could never approve. But they were quiet people; they kept to themselves in the hard times, and even in the good times they held their distance. Besides, what could anybody do about it now? What was done was done. Still, that didn't mean the captain's wife didn't watch more carefully over the other girls who came to clean, and it didn't mean the captain didn't sometimes think of her sugar breath, that morning, the one out of a thousand when he was home and slept late—he'd startled her in the kitchen. Captain Adelbert! I didn't have any idea you were home, me banging the pots down here to wake the dead. His only intention was to touch her sweater (Lucy was out, still teaching school then), but he couldn't stop and kissed her, her hands at her sides. She didn't resist or desire, and that had made him a fool for years.”

     

     
    Peter Orner (Chicago, 1968)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 14e november ook mijn blog van 14 november 2015 deel 2.

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 14 november 2008, mijn blog van 14 november 2007 en ook mijn blog van 14 november 2006.

    14-11-2017 om 00:00 geschreven door Romenu  


    Tags:Norbert Krapf, Jonathan van het Reve, Olga Grjasnowa, Astrid Lindgren, René de Clercq, Chloe Aridjis, P.J. O'Rourke, Jurga Ivanauskaitė,, Peter Orner, Romenu
    » Reageer (0)
    13-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Christine Otten, Inez van Dullemen, Frank Westerman, Timo Berger, Hadjar Benmiloud, Nico Scheepmaker, José Carlos Somoza, Peter Härtling, Stanisław Barańczak

    De Nederlandse schrijfster en journaliste Christine Otten werd geboren in Deventer op 13 november 1961. Zie ook alle tags voor Christine Otten op dit blog.

    Uit:De laatste dichters

    Herfst

    Hij herinnerde zich de precieze datum: n november 1979. Het was een donderdagnamiddag. Hij was in Ameja's flat, een chic appartement op de achtste verdieping aan Columbus Avenue. Hij keek naar buiten. Het regende zacht. Hij keek naar de druppels op het raam die langzaam naar beneden gleden, zich kronkelend een weg baanden over het glas. Buiten waren de straatlantaarns al aan. Hij zag de bomen in Central Park, de bonte schakering van geel en groen en rood en roestbruin. De dunne waterige wolken erboven en het bleke oranjegele zonlicht dat erdoorheen probeerde te breken. Zelfs nu, ruim twintig jaar later, herinnerde hij zich ieder detail van het treurige uitzicht. Alsof alles stilstond. De glanzende weerspiegeling van zijn gezicht in het glas. De lichtjes van de auto's en taxi's beneden in de straat versmolten tot een langgerekt glinsterend beeld, een vervagende lichtflits die zich nestelde op zijn netvlies. Nooit eerder had hij New York zo gezien, de stad als een abstract schilderij, bevroren onder zijn blik. De stad als een perfecte weerspiegeling van zijn gemoedstoestand. Hij voelde zich kalm. Zijn hoofd was helder. Hij hoorde het trage zoemen van de verwarmingsketel. Het was alsof hij zijn hele leven naar dit moment toe had gewerkt. Alles wat hij tot nu toe had beleefd, al het geweld, de commotie, de liefdes, de seks, de teleurstelling, het succes, vloeide uit hem weg en liet hem leeg achter. Zo voelde hij zich: alsof hij klaar was te vallen, zo diep als maar kon. Ameja was weg. Ze had hem gezegd dat ze laat zou zijn, dat ze voor zaken naar Harlem moest en dat hij op haar moest wachten. Vanuit de keuken sijpelde de branderige, bittere geur van gekookte cocaïne de woonkamer in. Zaid zat in de keuken. Zaid was een vooraanstaande predikant van de Nation of Islam. Hij was niet weg te slaan bij Ameja. 'Kom op, brother Umar, dit moet je proberen, dit is de volgende stap,' had hij gezegd met die fluisterende, samenzweerderige stem van hem. 'Dit gaat verder dan snuiven, dit is de hemel op aarde.' Hij zei het nooit waar Ameja bij was. Ameja had hem verboden het spul te roken. Hij kon zoveel wit poeder van haar krijgen als hij wilde, zolang hij het maar niet rookte. 'Dan is het afgelopen,' zei ze. 'Dan gooi ik je eruit.' Die middag was hij nuchter. Hij had zich geschoren en gedoucht en een van de witte zijden overhemden aangetrokken die Ameja voor hem had gekocht bij een nicht op sa5th Street. Ameja kocht van alles voor hem.”

     

     
    Christine Otten (Deventer, 13 november 1961)

     

     

    De Nederlandse schrijfster Inez van Dullemen werd op 13 november 1925 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Inez van Dullemen op dit blog.

    Uit:De twee rivieren

    “Iedere nieuwe reis was een testcase voor me waardoor ik in staat was mijn geest een nieuw sopje te geven, mijn West-Europese arrogantie op de helling te zetten. Geen schoonmaakbeurt van mijn huis maar een schoonmaak van mijn manier van denken.
    Ik mis het reizen. Tegelijkertijd mis ik het terugkeren van de reis om wat ik gezien heb te kunnen herkauwen. Het kost me moeite het leven dat achter me ligt te overzien. Daar heerste een duidelijk ritme van eb en vloed, een naar binnen en weer naar buiten gerichte beweging. Soms bleef ik dagenlang in bed liggen met een grote rotzooi aan boeken en papieren om me heen zodat ik mijn energie kon opladen. Ik mis de verrukking van het rijden in een trein, de vertrektijd op een bord te zien staan, in krijt geschreven, vaag lichtschijnsel te zien scheren over een desolaat perronnetje aan het eind van de wereld. Het geluid van de wielen onder me, geen telefoon meer, geen brieven of tv-beelden. Kinderen, man, poes, planten, schoonmoeder, allemaal tot schimmen verbleekt. Het had iets met een verdwijntruc te maken, het verlangen iemand anders te worden. Reizen in de catacomben van een wereldstad: Tokyo. Omlaagduiken in het ondergrondse netwerk en tegelijkertijd de bovengrondse stad zonder ogen registreren. Wie waren al die mensen met wie ik samen reisde? Wat waren hun verborgen verlangens? Ik zie nog het meisje in de metro voor me dat haar stripboek las met op haar shirt Mickey Mouse is my Hero, daarnaast een man die een cryptogram oploste en met zijn trillende hand Japanse lettertekens in hokjes plaatste. Tegenover mij een kromgebogen oude vrouw die de dag van de Bom op Hiroshima nog moet hebben meegemaakt. Om me heen nieuwsgierige ogen, geverfde ogen, doodse, bedrieglijke, starende, impertinente, verleidelijke ogen. Gestropdaste heren, hangend aan lussen in de fluisterende trein die door de mollengangen onder de metropool Tokyo van hot naar her suist.”

     

     
    Inez van Dullemen (Amsterdam, 13 november 1925)
    Cover

     

     

    De Nederlandse schrijver en journalist Frank Martin Westerman werd geboren in Emmen op 13 november 1964. Zie ook alle tags voor Frank Westerman op dit blog.

    Uit: In het land van de ja-knikkers

    “Op mijn dertigste kreeg ik mijn eerste enige echte baan. Zo een met een salarisschaal, een dertiende maand en een kerstpakket.
    ‘U krijgt een auto.’ De adjunct-hoofdredacteur zei het zakelijk: een auto hoorde bij mijn functie.
    Het voelde als de hoofdprijs in een televisiequiz. Per 1 december 1994 werd ik algemeen verslaggever. ‘Verslaggever’ vind ik een mooiere titel dan dan ‘journalist’. Als verslaggever gééf je iets, en geven is - meestal - leuker dan nemen. Maar dan de toevoeging ‘algemeen’: het mocht dus over álles gaan. Mijnbouw én ruimtevaart. Terschelling én Nova Zembla. De oerknal én de apocalyps.
    Bij ons op de krant - NRC Handelsblad - stond de algemeen verslaggever boven de verslaggever binnenland. Wij vergaderden op maandag en mochten de rest van de week naar eigen inzicht besteden; ‘binnenland’ vergaderde iedere ochtend om 8 uur aan de middentafel en stortte zich aansluitend op het nieuws om de deadline van 13 uur te halen. Voor de leden van de redactie binnenland geen auto-van-de-zaak.
    Vijf jaar had het me gekost om hier te komen: in het kantorenpark van Rotterdam Alexander aan de A20. Ik was in Wageningen opgeleid tot irrigatie-ingenieur, maar ik wilde schrijver worden, of eerst maar journalist.
    Wegwezen uit Wageningen zag ik als voorwaarde voor welk schrijverschap dan ook. In de herfst van 1988 had ik de sprong gewaagd. Maar zodra mijn stage bij een tijdschrift in Amsterdam op 31 december afliep, was ik teruggeworpen op de provincie, op Wageningen. Oud en Nieuw dat jaar bezorgde me een kater die niet overging. Op straat kreeg ik te horen: ‘Hé, jij was toch naar Amsterdam?’
    Van de wederomstuit sloot ik me op in mijn kamer – met De brieven van Vincent van Gogh. ‘Je kunt een groot vuur in je ziel hebben, en niemand komt er zich aan warmen.’ Ik kwam mijn bed niet uit en wentelde me in zijn Weltschmerz. ‘De voorbijgangers zien niets dan een beetje rook boven uit de schoorsteen komen, en gaan huns weegs.’
    In elke brief vond ik iets troostrijks of grappigs. ‘Om te slagen heb je ambitie nodig, en ambitie lijkt me iets absurds’, schrijft Vincent in de zomer van 1887 vanuit Parijs aan zijn broer Theo. Meteen in de volgende brief, aan zijn zus Wil: ‘Leer dansen of wordt verliefd op een of meer notarisklerken, officiers, enfin ’t geen onder uw bereik is, doe liever, veel liever een aantal dwaasheden dan Hollandse studie. ’t Dient glad nergens toe."

     

     
    Frank Westerman (Emmen, 13 november 1964)

     

     

    De Duitse dichter,schrijver en vertaler Timo Berger werd geboren op 13 november 1974 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Timo Berger op dit blog

     

    Algerische Weise

    Ach, könnt ich einer dieser Geckos
    sein, mal starr wie ein Toter
    mal mit einem Meter pro
    Sekunde die Wand hinauf

    Mimese, Mimikry, Moneten
    was soll's: Solange die Maden
    im Mund, ist der Gourmet
    gezügelt; Heuschrecken
    kommen sautiert auf
    den Teller, den Spinnen wird
    nachgesetzt im blauen Dampf
    Bad oder ganz entspannt auf
    dem Parkplatzpoller
    aufgelauert.

    Ach, könnt ich einer dieser Gecken
    sein, im schillernden Schuppenfrack
    mit diesen Basedowschen Augen
    ohne Wimpernschlag, diese Leichtigkeit
    ich meine nicht die Lamellen,
    mit denen sie kopfüber an Glas anhaften
    ich meinen ihren Stil, dieses Techno
    tänzelnde, dieses plötzliche Innehalten
    in Denkerpose.

    Ach, könnt ich El Greco sein
    ich würd' nicht den Großinquisitor malen
    mir genügten diese Echsen
    in grellen Farben, die über die Leinwand
    flitzen und jeder Fliege etwas zuleide
    tun.

     

     
    Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)
    Stuttgart 

     

     

    De Nederlandse schrijfster, columniste en radiopresentatrice Hadjar Benmiloud werd geboren in Amsterdam op 13 november 1989. Zie ook alle tags voor Hadjar Benmiloud op dit blog.

    Uit: Als Barbie kan praten (Column)

    “Verwende kleine meisjes krijgen deze feestdagen van hun marionet-ouders een Hello Barbie: de nieuwste generatie paspop die niet alleen praten kan, maar ‘ook heel goed luisteren’. Je moet wel heel hersenloos zijn om dit aan je kind te geven. Deze robot-Barbie kost naast 80 dollar ook al je privacy. Een ingebouwde microfoon registreert alles wat er gezegd wordt, stuurt dit sneller dan de Barbiejet naar het hoofdkwartier van Barbie en Ken, en verwerkt de input in algoritmes die ‘inzichten verschaffen in de hersenspinsels’ van hun vijfjarige gebruikers. Zo weet Barbie steeds beter wat ze terug moet zeggen, en zo weet Mattèl, (maar ook elke willekeurige hackende buurjongen, zie ‘een kind kan de hack doen’ in de laatste NRC Next) eigenlijk àlles. Ook dingen die niemand van je prinsesje wil weten.
    Mijn Barbies konden gelukkig alleen luisteren. Als onvermoeibare therapeuten hebben ze hele gezinsdrama's voor me verwerkt. In mijn Barbiehuis gebeurde onmenselijke dingen, en als er eentje praten kon had ze je de vreselijkste dingen verteld. Ik moet er niet aan denken dat Mattèl had meegeluisterd. De acht Barbies maakten het thuis gezellig met opengeknipte ballonnen, mishandelden met paperclips de twee Kens, en maakten daar vervolgens met elkaar weer ruzie over totdat een van hen heel hard ging schreeuwen. Dit onder begeleiding van de soundtrack van Goede Tijden, Slechte Tijden. Om het goed te maken deden Ken, Kenny en Barbie één tot en met acht altijd gewoon hun kleren uit. Dat was het spannendst. Daar maakte ik soms (altijd) rare geluiden bij. Hello Barbie had vast de kinderbescherming ingeschakeld.”

     

     
    Hadjar Benmiloud (Amsterdam, 13 november 1989)

     

     

    De Nederlandse dichter, journalist en columnist Nico Scheepmaker werd geboren in Amsterdam op 13 november 1930. Zie ook alle tags voor Nico Scheepmaker op dit blog.

     

    Levensbron

    De zee is de zee, een geweldig vat
    waarin dood en verderf regeren.
    Ik neem op zijn tijd een verfrissend bad,
    maar leer toch de dood niet waarderen.

    De zee is als zee ook een levensbron,
    dat kun je bij iedereen lezen.
    En toch zit ik liever terzij in de zon
    een beetje mijzelf te wezen.

    De zee is de zee, het domein van de vis,
    en de draagster van duizenden schepen.
    Ik weet dat de zee een godgeschenk is,
    maar ik heb het er niet op begrepen.

     

     

    Electriciteit

    Het is avontuurlijk te leven
    in een land vol elektriciteit,
    waar de dingen eendrachtig streven
    naar een beetje beweeglijkheid.

    Je drukt op een knop en ze zoemen,
    ze schudden, bewegen en draaien,
    of laten zich 'bruikbaar' noemen
    omdat ze op hun manier naaien.

    Maar in werkelijkheid zijn ze alle
    (contant of met winkelkorting)
    uit de hemel op aarde gevallen
    en min of meer self-supporting.

    Laatst kreeg ik zo'n kreng op mijn voet:
    hij snorde en dronk van mijn bloed.

     

     
    Nico Scheepmaker (13 november 1930 - 5 april 1990)
    Cover

     

     

    De Spaanse schrijver José Carlos Somoza werd geboren in Havana, Cuba op 13 november 1959. Zie ook alle tags voor José Carlos Somoza op dit blog.

    Uit:Clara et la pénombre (Vertaald door Marianne Million)

    « L’horrible.
    “Il était à sa droite. Un geste léger, une ombre mobile illuminée par la clarté du seuil. Elle tourna sur elle-même avec un calme inédit. Le degré d’horreur qu’elle éprouvait était parvenu à son maximum (elle se sentait sur le point de hurler), ce qui signifiait qu’elle avait enfin découvert l’horrible et qu’elle s’apprêtait à le contempler.
    C’était une fillette. Une fillette qui vivait au grenier. Elle portait un ensemble bleu marine de Lacoste et avait les cheveux lâches et très bien coiffés. Sa peau semblait de marbre. On aurait dit un cadavre. Mais elle bougeait. Elle ouvrait la bouche, la refermait. Elle battait intensément des paupières et elle la regardait.
    La terreur lui traversa la peau. Son cœur devint une souris et elle le sentit grimper à l’aveuglette à l’intérieur de sa poitrine jusqu’à lui obstruer la gorge. Ce fut un instant de terrifiante éternité, une fraction de seconde fugace et définitive, comme l’instant de notre mort.
    En quelque sorte, d’une façon inexplicable mais puissante, elle sut à cet instant précis que cette fillette était la vision la plus terrifiante qu’elle eût jamais contemplée et qu’elle contemplerait jamais. Ce n’était pas seulement horrible, mais infiniment insupportable.
    (Cependant, sa joie ne connaissait pas de limites. Elle contemplait enfin l’horrible. Et l’horrible était une fillette de son âge. Elles pourraient être amies et jouer ensemble.)
    Elle s’aperçut alors que le vêtement Lacoste était celui que sa mère lui avait mis ce dimanche, que la coiffure était semblable à la sienne, que les traits étaient les siens, que le miroir était grand et que son cadre était dissimulé dans la pénombre.
    -C’était une frayeur stupide, lui dit sa mère, qui était accourue en l’entendant crier et la tenait dans ses bras."

     

     
    José Carlos Somoza (Havana, 13 november 1959)

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Peter Härtling is geboren op 13 november 1933 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Peter Härtling op dit blog.

     

    An meine Feinde

    Ich frage mich,
    was ich aufheben soll.
    Viel habe ich zusammengetragen
    in den letzten Jahren:
    für wen könnte es nützlich sein.
    Wer hätte Spaß daran?

    Wenn ich wieder
    schreibe, dann
    über die Bruchstücke,
    von denen wir
    annehmen, sie seien
    alles.
    Mein Gedächtnis
    erinnert Sätze,
    die erst Erinnerung
    haben werden.
    Wenn überhaupt.

     

     

    Alte Liebe

    Woher weisst du,
    dass meine Knie
    schmerzen,
    dass Knoten meine

    Finger teilen,
    dass mir mein Atem
    Mühe macht,
    wenn ich liebe.
    Woher weisst du,
    dass ich fremd
    gehe,

    wenn ich heim will?

     

     
    Peter Härtling (Chemnitz, 13 november 1933)

     

     

    De Poolse dichter, vertaler en literatuurwetenschapper Stanisław Barańczak werd geboren op 13 november 1946 in Poznań. Zie ook alle tags voor Stanisław Barańczak op dit blog en ook mijn blog van 13 november 2009 en ook mijn blog van 13 november 2010.

     

    Voice Coaching

    Yes, with the voice that, miles above O’Hare,
    tunes in to tell you all is going well
    (ten tons of metal hanging in mid-air
    with you inside — how could that scare the hell
    out of you) — with that warm (yet sparkling cold)
    vocal soft drink, full of refreshing bubbles
    of confidence, for no doubt ever troubles
    the hand that holds what it’s been told to hold;

    or that of a TV evangelist
    blaring: “Downtrodden? It’s godless behavior:
    Send a check and you’ll make our special list
    of guests for the next Coming of the Savior”,
    as he drowns out even his backup (seven
    blond bouffant angels plus the drummer’s racket)
    with his electric-blue message and jacket:
    “You Too Shall Enter the Kingdom of Heaven”,

    or, above all, the voice of a pop star,
    Mary, say, as in “Peter, Paul and Mary”
    (in their prime, that is), crooning that we are
    all human, hence our lot is not so scary;
    we soft-rock, after all, the same big boat,
    and isn’t hate just dissonance, forever
    to be remixed as harmony? (a clever
    harmonic shift here catches at our throat) -

    if I could speak with such a voice; but no.
    No radiant resonance of vocal chords,
    no vibrant diaphragm; instead, a raw
    respiratory tract, where the work horse
    of hoarse voice drags its cart (or is it hearse),
    its neighs and whinnies increasingly timid,
    too hurried, though, to observe the speed limit.
    Not that You spare me disguised messengers:
    hosts of them have descended with their tips
    and words of wisdom. B., our Latin teacher
    (himself a lisper): “I say, move your lips,
    my lad! Don’t whisper!” Or that constant feature
    of any public talk I’m weak enough
    or vain enough or fool enough to offer:
    the frail old ladies who approach and proffer
    backhanded compliments: “Marvellous stuff,

    sir, but we didn’t catch a single word;
    can’t you speak up, so that those in the farther
    rows can hear too?” Oh lord. No, being heard
    seems to me somehow — I don’t know — well, harder
    than speaking; to be heard, you’ve got to utter
    your words with the faith, not that they are true,
    but that they matter. Otherwise, you mutter.
    Faith is your voice coach. But what about You,

    what about Your own speech impediment?
    Why dont’t You ever speak up, just to let
    us hear You, if not fully comprehend?
    Move your lips, my Lord. Marvellous stuff, yet
    I, in my back row, cannot catch a squeak.
    Forgive me. Seriously: I do try. Rather,
    I understand, the way one stutterer does another:
    by suffering with him as he tries to speak.

     

    Vertaald door Stanisław Barańczak en Clare Cavanagh

     

     
    Stanisław Barańczak (13 november 1946 – 26 december 2014)
    In 1986

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook mijn blog van 13 november 2016 deel 2.

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 13 november 2008, mijn blog van 13 november 2007 en ook mijn blog van 13 november 2006.

    13-11-2017 om 18:33 geschreven door Romenu  


    Tags:Christine Otten, Inez van Dullemen, Frank Westerman, Timo Berger, Hadjar Benmiloud, Nico Scheepmaker, José Carlos Somoza, Peter Härtling, Stanisł,aw Barań,czak, Romenu
    » Reageer (0)
    12-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Am vierundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten (Annette von Droste-Hülshoff)

     


    De Cijnspenning door Peter Paul Rubens, ca. 1612

     

     

    Am vierundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten
    Evang.: Vom Zinsgroschen

    Gebt Gott sein Recht und gebt's dem Kaiser auch!
    Sein Odem ist's, der um den Obern schwebet,
    Aus Hochmut nicht; in Eigenwillen hebet
    Nicht eure Rechte gen den heil'gen Brauch.
    Doch Gott und Welt im Streit: da, Brüder, gebet
    Nicht mehr auf Kaiserwort als Dunst und Rauch.
    Er ist der Oberste, dem alle Macht
    Zusammen bricht, wie dürres Reisig kracht.

    Den Eltern gib und gib auch Gott sein Recht!
    O weh des Tiefgesunknen, dem verloren
    Der frömmste Trieb, Jedwedem angeboren,
    Den Freisten stempelnd zum beglückten Knecht.
    Doch stell' den Wächter an der Ehrfurcht Toren
    Und halte das Gewissen rein und echt;
    Er ist der Vater, dem du Seel' und Leib
    Verschuldest, mehr als irgend Mann und Weib.

    Den Gatten lieb' und denk' an Gott dabei!
    Er gab den Segen dir, als am Altare
    Den Eid du sprachst, gewaltig bis zur Bahre
    In Fesseln legend deine Lieb' und Treu'.
    Doch wird die Liebe Torheit, o dann wahre,
    O halte deine tiefsten Gluten frei!
    Er ist es, dem du einer Flamme Zoll
    Mußt zahlen, die kein Mensch empfangen soll.

    An deine Kinder hänge nur dein Herz,
    In deren Adern rollt dein eignes Leben;
    Das Gottesbild, in deine Hand gegeben,
    Es nicht zu lieben, wäre herber Schmerz.
    Doch siehst du zwischen Glück und Schuld es schweben,
    Wend' deine Augen, stoß es niederwärts;
    Er, über tausend Kinder lieb und hehr,
    Er sieht dir nach, ist deine Seele schwer.

    Und auch dem Freunde halte Treue fest,
    Mit der die Ehre innig sich verbunden,
    Ein irdisch Gut, was Gnade doch gefunden,
    So lang es nicht die Hand der Tugend läßt.
    Doch nahen glänzender Versuchung Stunden,
    Dann aller Erdenrücksicht gib den Rest
    Und klammre an den Einen dich, der dann
    Dir mehr als Freund und Ehre geben kann.

    So biete Jedem, was sein Recht begehrt,
    Und nimm von Jedem, was du darfst empfangen;
    Dein Herz, es mag an zarten Banden hangen,
    Die Gottes Huld so gnadenvoll gewährt;
    Doch drüber wie ein Glutstern das Verlangen
    Nach Einem leuchte, irdisch unversehrt,
    Nach Einem, ohne den dein Herz so warm
    Ewig verlassen bliebe doch und arm.

     

     
    Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
    Burg Hüllshoff, het geboortehuis van de dichteres tijdens een tuinbeurs.

     

     

    Zie voor de schrijvers van de 12e november ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

    12-11-2017 om 10:09 geschreven door Romenu  


    Tags:Annette von Droste-Hülshoff , Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Daniël Dee, Lize Spit, Lucia Berlin, Frank Witzel, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Malcolm Guite

    De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

     

    Dit buikje is niet van het bier...
    mijn leven is een leugen en ik ben een leugenaar want het door mij geschrevene is de waarheid niet

    dit buikje is niet van het bier maar van de beelden
    die ik te gulzig heb opgeslokt er valt niet van poëzie
    te leven de mens maakt muziek zij weet hoe dat moet
    jeroen brouwers schrijft een boek hij weet hoe dat moet
    ik weet niet zoveel ik snap niets van de grote verdwijntruc
    en dat is op dit moment erg vervelend de kamer is gevuld

    op een dag - die dag hoeft nooit te komen -
    zal ik hem vragen iets voor mij te doen

    wat aftrekbaar is van de belasting want zelfstandig zijn is hip
    kinderwensen bootmissers en trouwperikelen het bezoek
    is immers dertig plus mijn demonen zijn leeftijdsloos

    ik zal hem een aanbod doen dat hij niet kan weigeren

    laat ik even mijn ogen sluiten en daarna drie keer met mijn ogen
    knipperen
    dan verdwijnt het bezoek vanzelf

     

     

    Zo zitten we weer...

    zo zitten we weer hele dagen in de tuin naar de vogels te kijken en
    's avonds
    vallen we in slaap voor de televisie

    sinds die nacht toen alle doden ontwaakten uit hun graven het gedoe
    dat dat opleverde mag als bekend worden verondersteld zeker
    met een stel van die hufters die ineens weer terug waren

    hoe dood je iets dat al dood is en dan die allesoverheersende geur van
    verrotting

    ik was immers gelukkig toen ik jullie ineens weer zag
    er waren nog zoveel onafgemaakte onbesproken zaken
    hoewel het er nu gek genoeg weer niet van komt

    de meeste vogels trekken reeds naar het zuiden

     

     
    Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

     

     

    De Vlaamse schrijfster Lize Spit werd geboren in Viersel op 12 november 1988. Zie ook alle tags voor Lize Spit op dit blog.

    Uit: Het smelt

    “Ik klim de smalle, losstaande ladder op. Eenmaal boven zie ik meteen het muffe gordijntje, de ingang van het kamp dat we twee jaar geleden bouwden. Voor we begonnen met de balen te stapelen, hadden we een heel plan getekend. Het werd een kamp in de vorm van een slakkenhuis, in het midden een hol. Er moesten drie gangen omheen worden gebouwd, waarvan twee doodlopende. Daarin hingen we plakkerige vliegenvangers op, om indringers te vatten. Dit alles bouwen besloeg meerdere zomerdagen. Toen het klaar was hebben we hier één keer de nacht doorgebracht. Het is een goed teken dat Pim dit hol niet heeft afgebroken.
    Ergens binnen in de stapels stro klinken gedempte stemmetjes, onverstaanbaar. Ik kruip onder het gordijntje door. De gang waarin ik terechtkom is smaller, donkerder en muffer dan ik had verwacht, maar misschien ben ik gewoon breder. Ik kan er nog net op handen en knieën door kruipen. Hoe dichter ik naar de kern toe beweeg, vanwaar de stemmen komen, hoe moeilijker het wordt te ademen. Vlak voor het einde van de gang, tegen het hol aan, zit een dikke spleet tussen twee balen. Er valt een streep licht door. Hier hoor ik Laurens plots klaar en duidelijk.
    'Agnes is die met het oké lichaam. Maar haar kop is zo verschrikkelijk lelijk. En bij Kim is het net omgekeerd. Die heeft wel een oké kop, maar tussen ons gezegd en gezwegen, zij is een pannenlat.' Waarschijnlijk vroeg Pim hem tussen twee meisjes een zeer hypothetische keuze te maken.
    'Wist je dat de mossels van meisjes zout proeven?' zegt Pim.
    'En hoe weet jij dat dan?'
    'Vergelijk het met een slokje zeewater. Soms eerder de Noordzee. Soms Atlantische oceaan.'
    Zowel Pim als Laurens hebben nog nooit in de Atlantische oceaan gezwommen. Dat weet ik zeker. We zijn alle drie nooit verder dan Nederland of Frankrijk gereisd, dat was waar we ooit fier over waren, dat we door dat gebrek aan kennis de klascomputer mochten gebruiken om foto's op te zoeken.”

     
    Lize Spit (Viersel, 12 november 1988)

     

     

    De Amerikaanse schrijfster Lucia Berlin werd geboren op 12 november 1936 in Juneau, Alaska. Zie ook alle tags voor Lucia Berlin op dit blog.

    Uit:Handleiding voor poetsvrouwen (Vertaald door Maaike Bijnsdorp, Lucie Schaap en Elles Tukker)

    “Op een gegeven moment ging ik door hem ook zelf naar mijn handen kijken. Ik zag hem half grijnzen toen hij me daarop betrapte. Voor het eerst kruisten onze blikken elkaar in de spiegel, onder DE MACHINES NIET TE VOL LADEN. Er straalde paniek uit mijn ogen. Ik keek in mijn eigen ogen en weer omlaag naar mijn handen. Afgrijselijke ouderdomsvlekken, twee littekens. Onindiaanse, zenuwachtige, eenzame handen. Ik zag kinderen en mannen en tuinen in mijn handen. Zijn handen lagen die dag (de dag dat ik naar de mijne keek) elk op een strakblauw dijbeen. Meestal trilden ze hevig en liet hij ze gewoon trillen op zijn schoot, maar die dag hield hij ze stil. De inspanning die het hem kostte om ze niet te laten trillen maakte zijn adobekleurige knokkels wit. De enige keer dat ik buiten de wasserette met mevrouw Armitage had gepraat was toen haar wc overstroomde en het water via de kroonluchter op mijn verdieping naar beneden kwam. Het licht bleef gewoon branden terwijl het water er regenbogen in spetterde. Ze greep mijn arm met haar klamme, stervende hand en zei: 'Is het geen wonder?' Hij heette Tony. Hij was een Jicarilla Apache uit het noorden. Toen ik hem een keer bij het binnenkomen nog niet had gezien, wist ik dat het zijn slanke hand was op mijn schouder. Hij gaf me drie muntstukken. Ik begreep het niet, had bijna dank je wel gezegd, maar zag toen dat hij de bibberaties had en de drogers niet kon bedienen. Nuchter valt dat al niet mee. Je moet de knop met je ene hand omdraaien, het muntstuk met de andere erin doen, het vakje met de munt naar beneden duwen en dan de knop terugdraaien voor de volgende munt.”

     

     
    Lucia Berlin (12 november 1936 - 12 november 2004)

     

     

    De Duitse schrijver, illustrator, radiopresentator en muzikant Frank Witzel werd geboren op 12 november 1955 in Wiesbaden. Zie ook alle tags voor Frank Witzel op dit blog.

    Uit: Die Erfindung der Roten Armee Fraktion durch einen manisch depressiven Teenager im Sommer 1969

    „Aber was komisch ist, dass die unseren Namen sagen, also den Namen für unsere Gruppe, Rote Armee Fraktion, obwohl der noch gar nicht richtig feststeht, weil wir eigentlich noch mal abstimmen wollen, weil Claudia den nicht so gut findet, ihr allerdings auch nichts anderes eingefallen ist, weshalb sie gesagt hat, dass wir vielleicht gar keinen Namen bräuchten, weil wir schließlich keine Kinder sind, die einen Club gründen, was auch stimmt, obwohl es schon besser ist, einen Namen zu haben, besonders wenn noch andere dazukommen. Trotzdem frage ich mich, woher die das in den Nachrichten wissen, weil wir niemandem was gesagt haben, also, ich auch nicht, nicht mal Achim.
    Und Claudia würde garantiert nichts sagen, weil sie auch in der Basisgruppe ist, und da dürfen sie wirklich nie verraten, was sie da besprechen, und bei Bernd ist es ohnehin klar, weil der manchmal schon nervt mit seiner Geheimniskrämerei. Aber der Michael Reese, der hält sich immer verdächtig nah bei uns auf, weil er aufschnappen will, über was wir re-den und was wir gut finden, damit er das nachmachen kann. Aber gerade weil wir das wissen, weil das außerdem nervt, diese Nachmacherei, passen wir bei ihm besonders auf, und in der Schule reden wir über so Sachen sowieso nicht, das haben wir vorher ausgemacht, auch nicht in der Pause. Wenn was ist, dann sagen wir einfach, heute Mittag an der Lohmühle oder irgendwo anders, oder wenn’s ganz dringend ist, dann auf dem Nachhauseweg am Sportplatz, aber auch da passen wir immer höllisch auf, weil da manchmal auch Lehrer sind. Aber beim Reese weiß man nie, und Bernd meint auch, dass der uns vielleicht richtig hinterherspioniert und in der kleinen Pause, wenn wir im Fahrradkeller kurz eine rauchen, zurück in den Klassenraum geht und unsere Ranzen durchwühlt, weshalb wir nie was Verdächtiges in der Klasse lassen, sondern alles immer im Parka haben. Reese liest auch Landserheftchen und hat als Einziger eine Frisur, wo die Haare mit Pomade nach hinten gekämmt werden.
    Damit sieht er richtig spießig aus, aber beim Sport, wenn er durchgeschwitzt ist und die Haare nach vorn fallen, gehen sie über sein ganzes Gesicht, so lang sind die. Und dann in der einen großen Pause, als wir Boxschläge immer nur markiert und knapp vorm Gesicht abgebremst haben, hat er Bernd direkt auf die Nase gedroschen und behauptet, er hätte sich verschätzt, aber vielleicht war das damals schon Absicht, vielleicht ist er wirklich hinter uns her und will sich rächen, weil wir uns immer über ihn lustig machen, denn er wird immer so schnell rot und lässt dann jedes Mal einen Stift auf den Boden fallen und bückt sich und hebt ihn auf, damit es so aussieht, als wäre ihm bloß vom Bücken das Blut in den Kopf gestiegen.“

     

     
    Frank Witzel (Wiesbaden, 12 november 1955)

     

     

    De Nederlandse dichter Johnny van Doorn (The Selfkicker) werd geboren op 12 november 1944 in Beekbergen en groeide op in Arnhem. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Johnny van Doorn op dit blog.

    Uit: Gevecht tegen het zuur (Maandag)

    't Gebeurde op een novemberochtend. Jaren van gezelligheid (een sluipende gezelligheid met de daarbij horende drankjes) braken me op. Ik schudde mijn katterig hoofd en moeizaam kwam ik tot het inzicht dat ik moest stoppen met dat ritueel. Mijn studie van het caféleven was me uit de hand gelopen.
    Rond 1970 begon het. In bierhuizen, knijpjes, waar het vrije woord levendig werd gebruikt, verschansten we ons. Een stelletje rotlachers en dromers... Goochelend met woorden charmeerden we, als we de kans kregen, nieuwsgierige meisjes die naar het 'vrijgevochtene' lonkten. De drank had nog een erotische impact. Toch sneller dan je verwachtte werd de gezelligheid in die kringetjes een verlammende aangelegenheid. Ik had al 's eerder opgemerkt: altijd dezelfde koppen in de kroeg, niet te vergeten je eigen blaséje kop. Gevolg: conflicten vanwege de schijnrelaties - iedereen denkt iedereen te kennen, wat achterklap oplevert die niet onderdoet voor het geouwehoer in, laten we zeggen, een doorsnee straatje.
    Hoewel, dat was het verraderlijke: telkens keerde het gevoel terug dat je sublieme ogenblikken beleefde. Vooral in het holst van de nacht. Je rookt een pijpje, je drinkt een glaasje, grootse werken zweven voor je geest, je zal de wereld versteld doen staan, maar o wee, de volgende ochtend heb je weer 't zuur.
    `Gedaan met het gezellige doorzakken,' mompelde ik op die koude novemberdag in '74. Met krakende pas naderde ik het Roelof Hartplein terwijl een sneeuwbui me tot op het bot verkleumde. Ik vroeg me af wat ik de afgelopen nacht had aangericht. Iemand vermoord? Dodelijke beledigingen? Uitgesloten... deze keer was ik van hot naar haar in een auto vervoerd en uiteindelijk lag ik in een bovenhuis, ergens achter het Concertgebouw, op een stretchbed te ronken. Vaag herinnerde ik me nog een gillende vrouw in het trapportaal en Rijk de Gooyer, zingend op de wc.
    Merkwaardig... liep daar toevallig niet De Gooyer, aan de overkant van het Roelof Hartplein? Ik zag hem op z'n rug. Onmiskenbaar de gestalte van onze komiek; misschien dat-ie me kon opvrolijken.”

     

     
    Johnny van Doorn (12 november 1944 – 26 januari 1991)

     

     

    De Uruguayaanse dichteres, schrijfster, vertaalster en journaliste Cristina Peri Rossi werd geboren op 12 november 1941 in Montevideo. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Christina Peri Rossi op dit blog.

     

    Astonishment (Fragment)

    Teach me – you say, from your avid twenty-one years
    believing still that one can teach something

    and I, who passed sixty
    look at you with love
    that is, with farawayness,
    (all love is love of differences
    the empty space between two bodies
    the empty space between two minds
    the horrible presentiment of not dying in twos)

    I teach you, gently, some quote from Goethe
    (Stay instant! You are so beautiful!)
    or from Kafka (once there was, there was once
    a mermaid that did not sing)

    while the night slowly slides into dawn
    through this window
    that you love so much
    because its nocturnal lights
    conceal the true city

    and actually we could be in any place
    these lights could be those of New York,
    Broadway Avenue, those of Berlin, Konstanzerstrasse,
    those of Buenos Aires, calle Corrientes
    and I withhold from you the only thing that I truly know:
    poet is one who feels that life is not natural
    that it is astonishment
    discovery revelation
    that it is not normal to be alive

    it is not natural to be twenty-one years of age
    nor be more than sixty

    it is not normal to have walked at three in the morning
    along the old bridge of Córdoba, Spain, under the yellow
    light of its streetlamps

    -three in the morning-
    not in Oliva nor in Seville.

     

    Vertaald door Diana Decker

     

     
    Cristina Peri Rossi (Montevideo, 12 november 1941)

     

     

    De Amerikaanse, feministische schrijfster Naomi Wolf werd geboren in San Francisco op 12 november 1962. Zie ook alle tags voor Naomi Wolf op dit blog enook mijn blog van 12 november 2010

    Uit: How I was arrested at Occupy Wall Street

    “I thanked him, returned to the protesters, and said: "The permit allows us to walk on the other side of the street if we don't block access. I am now going to walk on the public sidewalk and not block it. It is legal to do so. Please join me if you wish." My partner and I then returned to the event-side sidewalk and began to walk peacefully arm in arm, while about 30 or 40 people walked with us in single file, not blocking access.
    Then a phalanx of perhaps 40 white-shirted senior officers descended out of seemingly nowhere and, with a megaphone (which was supposedly illegal for citizens to use), one said: "You are unlawfully creating a disruption. You are ordered to disperse." I approached him peacefully, slowly, gently and respectfully and said: "I am confused. I was told that the permit in question allows us to walk if we don't block pedestrian access and as you see we are complying with the permit."
    He gave me a look of pure hate. "Are you going to back down?" he shouted. I stood, immobilised, for a moment. "Are you getting out of my way?" I did not even make a conscious decision not to "fall back" – I simply couldn't even will myself to do so, because I knew that he was not giving a lawful order and that if I stepped aside it would be not because of the law, which I was following, but as a capitulation to sheer force. In that moment's hesitation, he said, "OK," gestured, and my partner and I were surrounded by about 20 officers who pulled our hands behind our backs and cuffed us with plastic handcuffs.”

     

     
    Naomi Wolf (San Francisco, 12 november 1962)

     

     

    De Engelse dichter, singer-songwriter, Anglicaans priester en academicus Ayodeji Malcolm Guite werd geboren op 12 november 1957 in Ibadan in Nigeria. Zie ook alle tags voor Malcolm Guite op dit blog.

     

    A Sonnet for St. Francis

    ‘Francis rebuild my church which, as you see
    Is falling into ruin.’ From the cross
    Your saviour spoke to you and speaks to us
    Again through you. Undoing set you free,
    Loosened the traps of trappings, cast away
    The trammelling of all that costly cloth
    We wind our saviour in. At break of day
    He set aside his grave-clothes. Your new birth
    Came like a daybreak too, naked and true
    To poverty and to the gospel call,
    You woke to Christ and Christ awoke in you
    And set to work through all your love and skill
    To make our ruin good, to bless and heal
    To wake the Christ in us and make us whole.

     

     

    Patrick

    Six years a slave, and then you slipped the yoke,
    Till Christ recalled you, through your captors cries!
    Patrick, you had the courage to turn back,
    With open love to your old enemies,
    Serving them now in Christ, not in their chains,
    Bringing the freedom He gave you to share.
    You heard the voice of Ireland, in your veins
    Her passion and compassion burned like fire.

    Now you rejoice amidst the three-in-one,
    Refreshed in love and blessing all you knew,
    Look back on us and bless us, Ireland’s son,
    And plant the staff of prayer in all we do:
    A gospel seed that flowers in belief,
    A greening glory, coming into leaf.

     

     
    Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 12e november ook mijn vorige blog van vandaag.

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 12 november 2008, mijn blog van 12 november 2007 en ook mijn blog van 12 november 2006.

    12-11-2017 om 09:54 geschreven door Romenu  


    Tags:Daniël Dee, Lize Spit, Lucia Berlin, Frank Witzel, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Malcolm Guite, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hans Werner Richter, Michael Ende, Roland Barthes, Jacobus Bellamy, A.J.D. van Oosten, Carl Busse, Oskar Panizza, Juana Inés de la Cruz

    De Duitse dichter en schrijver Hans Werner Richter werd geboren op 12 november 1908 in Bansin op het eiland Usedom. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Werner Richter op dit blog.

    Uit: Spuren im Sand

    »Ja ... und die Tochter ... ?« »Die ...«, sagte meine Mutter, »... die hatte zu viel Wasser geschluckt, und Richard hat sie rausgeholt.« »Na, nun werdet ihr ja reich werden.« »Einen Taler hat er bekommen«, sagte meine Mutter, zuckte die Schultern und stellte das Bügeleisen auf einen Teller. »Ach Rosa«, begann sie wieder, »jetzt bin ich mal wieder soweit.« »Was ist denn?« »Na ja, du weißt doch, die Männer lassen einen nicht in Ruh'.« »Was«, sagte die hochgeschnürte Rosa, »schon wieder? Seit wann denn?« »Im dritten Monat«, sagte meine Mutter. So erfuhr ich, dass es einen Großherzog von Mecklenburg gab, dessen Tochter mein Vater für drei Mark gerettet hatte, dass die Männer die Frauen nicht in Ruhe lassen und dass man im dritten Monat sein konnte. Jene hochgeschnürte Frau namens Rosa hieß School mit Nachnamen, und ihr Mann Heinrich hatte nicht weit von uns einen Kolonialwarenladen und fast eben so viel Söhne und Töchter wie mein Vater. Der Ort lag am Meer, in einer weitgeschwungenen Bucht, mit Steilküsten, Buchen- und Tannenwäldern, und einer, wie im Badeprospekt stand, ozonreichen Luft. Es war ein kleiner Ort, mit etwa 500 Einwohnern, und seine Häuser, am Strand noch drei- und vierstöckig, wurden etwa einen Kilometer landeinwärts immer kleiner, bis hin zu den armseligen Hütten der Fischer. Die Sozialdemokratie, damals noch eine revolutionäre Partei, war noch nicht bis ans Meer gedrungen. Mein Vater war noch stolz darauf, herrschaftlicher Diener auf einem Gut in Hinterpommern gewesen zu sein, und meine Mutter wusch mit Hingabe die Unterwäsche der Baroninnen und Komtessen, die im Sommer kamen, um sich unter der Aufsicht meines Vaters und seiner Kollegen ins salzhaltige Ostseewasser zu begeben. Damals gab es noch keine Strandkörbe, sondern nur Badehütten, und der Strand war deshalb nur spärlich beflaggt. Aber auf den drei Bädern —schlossähnlichen Bretterbauten mit Zinnen und Türmen — wehte die schwarzweißrote Flagge und die Reichskriegsflagge. Sie kündeten von der kaiserlichen Macht und von der Ruhe und Ordnung im Lande, und oft kam es mir vor, als ständen sie ebenso wachssteif im Wind wie der Schnurrbart meines Vaters, der jeden Morgen vor dem Spiegel balsamiert und hochgezwirbelt wurde. An jenem Nachmittag nun, an dem ich erfahren hatte, dass man im dritten Monat sein konnte und dass der Großherzog von Mecklenburg meinem Vater einen Taler für die Errettung aus Badenot gegeben hatte, erschien auch unser Gemeindevorsteher, ein ehemaliger Offizier niederen Ranges, und gratulierte meinem Vater, der dabei verlegen an seinen Schnurrbartenden zupfte.“

     

     
    Hans Werner Richter (12 november 1908 – 23 maart 1993)

     

     

    De Duitse schrijver Michael Ende werd geboren in Garmisch-Partenkirchen op 12 november 1929. Zie ook alle tags voor Michael Ende op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2009 en ook mijn blog van 12 november 2010

    Uit: Der Spiegel im Spiegel

    „Habe ich schon erwähnt, daß das Haus leer ist? Ich meine vollkommen leer. Zum Schlafen rollt Hor sich in einer Ecke zusammen, oder er legt sich nieder, wo er eben ist, auch mitten in einem Saal, wenn dessen Wände zu fern sind. Nahrungssorgen hat Hor nicht. Die Substanz, aus der Wände und Säulen bestehen, ist eßbar — für ihn jedenfalls. Sie besteht aus einer gelblichen, ein wenig transparenten Masse, deren Genuß Hunger und Durst sehr schnell stillt. Außerdem sind Hors Bedürfnisse in dieser Hinsicht gering.
    Das Verrinnen der Zeit bedeutet ihm nichts. Er hat keine Möglichkeit, sie zu messen, außer am Schlag seines Herzens. Aber der ist sehr unterschiedlich. Tage und Nächte kennt Hor nicht, ein immer gleiches Dämmerlicht umgibt ihn.
    Wenn er nicht schläft, so zieht er umher, doch verfolgt er kein Ziel. Es ist einfach ein Drang, ein Bedürfnis, dessen Befriedigung ihm Vergnügen bereitet. Dabei widerfährt es ihm nur selten, daß er in einen Raum gelangt, den er wiederzuerkennen vermeint, der ihm bekannt scheint, als sei er vor undenklichen Zeiten schon einmal in ihm gewesen. Andererseits lassen ihn oft untrügliche Zeichen darauf schließen, daß er an einer Stelle vorüberkommt, an der er schon einmal war — eine angebissene Mauerecke zum Beispiel oder ein Haufen eingetrockneter Exkremente. Der Raum selbst ist Hor allerdings so fremd wie jeder andere. Vielleicht verändern sich die Räume in Hors Abwesenheit, wachsen, dehnen sich oder schrumpfen. Vielleicht ist es sogar Hors Durchgang, der solche Veränderungen hervorruft, doch liebt er diesen Gedanken nicht. Daß außer Hor noch jemand das Haus bewohnt, halte ich für ausgeschlossen. Freilich, bei der unvorstellbaren Weitläufigkeit des Baues gibt es dafür keine Beweise. Es ist ebensowenig unmöglich wie wahrscheinlich.
    Viele Zimmer haben Fenster, doch öffnen sich diese nur jeweils wiederum auf andere, meist größere Räumlichkeiten.
    Obwohl die Erfahrung ihn bisher niemals anderes gelehrt hat, bewegt Hor bisweilen die Vorstellung, einmal an eine letzte, äußerste Wand zu gelangen, deren Fenster den Ausblick auf etwas gänzlich anderes gewähren. Hor kann nicht sagen, was das sein sollte, aber er gibt sich manchmal langen Erwägungen darüber hin.“

     

     
    Michael Ende (12 november 1929 – 28 augustus 1995)

     

     

    De Franse schrijver en filosoof Roland Barthes werd geboren op 12 november 1915 in Cherbourg. Zie ook alle tags voor Roland Barthes op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

    Uit:La chambre claire: Note sur la photographie

    « Au fond – ou à la limite – pour bien voir une photo, il vaut mieux lever la tête ou fermer les yeux. « La condition préalable à l’image, c’est la vue », disait Janouch à Kafka. Et Kafka souriait et répondait : « On photographie des choses pour se les chasser de l’esprit. Mes histoires sont une façon de fermer les yeux. »La photographie doit être silencieuse (il y a des photos tonitruantes, je ne les aime pas) : ce n’est pas une question de « discrétion », mais de musique. La subjectivité absolue ne s’atteint que dans un état, un effort de silence (fermer les yeux, c’est faire parler l’image dans le silence). La photo me touche si je la retire de son bla-bla ordinaire : (…) ne rien dire, fermer les yeux, laisser le détail remonter seul à la conscience affective.
    (…)

    On dit souvent que ce sont les peintres qui ont inventé la Photographie (en lui transmettant le cadrage, la perspective albertinienne et l’optique de la camera obscura). Je dis : non, ce sont les chimistes. Car le noème « Ca a été » n’a été possible que du jour où une circonstance scientifique (la découverte de la sensibilité à la lumière des halogénures d’argent) a permis de capter et d’imprimer directement les rayons lumineux émis par un objet directement éclairé. La photo est littéralement une émanation du référent. D’un corps réel, qui était là, sont parties des radiations qui viennent me toucher, moi qui suis ici ; peu importe la durée de la transmission ; la photo de l’être disparu vient me toucher comme les rayons différés d’une étoile. Une sorte de lien ombilical relie le corps de la chose photographiée à mon regard : la lumière, quoique impalpable, est bien ici un milieu charnel, une peau que je partage avec celui ou celle qui a été photographié."

     

     
    Roland Barthes (12 november 1915 – 25 maart 1980)

     

     

    De Nederlandse dichter Jacobus Bellamy werd geboren in Vlissingen op 12 november 1757. Zie ook alle tags voor Jacobus Bellamy op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

     

    Roosje (Fragment)
    Een vertelling

    Daar was, in Zeeland, eens een man,
    hij had een aardig kind,
    een meisje, dat van iedereen
    om 't zeerste werd bemind.

    De man, gelijk men denken kan,
    was groots op zulk een schat;
    temeer daar hij zijn lieve vrouw
    daar bij verloren had.

    Wat nam hij Roosje menigmaal
    al zuchtende in zijn arm
    en kuste met een tranend oog
    haar rode kaakjes warm!

    Dan zei die tedere, goede man:
    ‘Gij hebt geen moeder meer!’
    ‘Ja wel!’ zei dan het zoete kind,
    ‘bij onze lieve Heer!

    Dit hebt gij immers zelf gezegd?
    Maar, waarom ging zij heen?
    Zij had mij niet zo lief als gij,
    want zij liet ons alleen!’

    De vader sprak geen enkel woord
    maar kuste 't kleine wicht;
    en onder 't kussen dekte een stroom
    van tranen zijn gezicht.

     

     
    Jacobus Bellamy (12 november 1757 - 11 maart 1786)
    Cover

     

     

    De Nederlandse dichter en schrijver Abraham Jan Daniël van Oosten werd geboren op 12 november 1898 in Delft. Zie ook alle tags voor A.J.D. van Oosten op dit blog.

     

    September

    September zingt, groot koninklijk prinses
    in droomend woud Haar zachte weemoed-zangen.
    Naar wondre sprookjes-wijs, weerloos gevangen
    in bangen ban van Herfst, barsch Haar voogdes

    Heel 't bosch, besierd met late bloem en bes
    aan brandend brem, doortrilt 't ontrust verlangen
    met zoete stem, vol levens lichte drangen -
    omboeid in hul van booze toovenares.

    Die zomer dort, en zon al matter taant.
    Al luister dooft, àl loover sleurt te gronde.
    Al bloeiend schoon in vale verven bluscht.

    O dat Haar Ridder, door de dreven gaand
    van ban en boei Haar ééns verlossen konde
    en duurzaam tot jaars Edelvrouwe kust'!

     

     

    Drama bij den slootkant

    De hoeve-hond bij nacht, betwistte mij de plank,
    wie sterk als hij is, hoeft geen mensch te vreezen,
    maar giftig spek zou hem te machtig wezen
    zoo heb 'k hem tot mijn overtocht genezen,
    bij 't eerste haangekraai gaf hij den laatsten jank.

     

     
    A.J.D. van Oosten (12 november 1898 – 23 januari 1969)

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Carl Hermann Busse werd geboren op 12 november 1872, waarschijnlijk in Lindenstadt bij Birnbaum in Posen. Zie ook alle tags voor Carl Busse op dit blog.

     

    Auf der Reise

    Das kann nicht anders werden,
    Wir alle wandern ja,
    Sind Gäste nur auf Erden
    Und für die Reise da.

    So laß das Glück denn treiben,
    Das ist nun einerlei,
    Wir dürfen doch nicht bleiben
    Und gehn uns stumm vorbei.

    Und wandern müd' und leise,
    Am Schuh zerreißt das Band,
    Und suchen auf der Reise
    Das große Vaterland.

    Ich hört' ein Lied verwehen,
    Das klang und rauschte so,
    Ich hab das Glück gesehen,
    Weiß aber nicht mehr, wo.

     

     

    Rote Husaren

    Rings in rundblühenden Schaaren
    Steht roter Wiesenklee,
    Es traben rote Husaren
    Auf entfernter Chaussee.

    Leuchtende Sonnenkronen
    Glühn über Land und Luft,
    Es reiten die beiden Schwadronen.
    In lauter Glanz und Duft.

    Die schmetternden Fanfaren
    Durchklingen die Sommerruh,
    Die roten Königshusaren
    Reiten immerzu ...

     

     
    Carl Busse (12 november 1872 - 3 december 1918)

     

     

    De Duitse schrijver en satiricus Oskar Panizza werd geboren op 12 november 1853 in Kissingen. Zie ook alle tags voor Oskar Panizza op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

    Uit: Das Liebeskonzil

    „Sie haben alle den in tiefer Meditation begriffenen Dichter erblickt, der, im Hintergrunde vorüberwandelnd, eben an ihnen vorbeischreiten will.

    Direktor He, Freund, Ihr kommt wohl Grade vom Parnass?
    Ich seh's am Schritt, ich seh's an Eurer Miene;
    Die Stirne ernst gesenkt, die Wimper nass –
    Ihr spracht gewiss mit Klio, Euphrosyne –
    Und hier der Stil, die Rolle – ohne Spass,
    Ihr schreibt ja sonst doch für die deutsche Bühne –
    Darf ich erfahren, was in Eurem Busen
    Erweckt die wechselvollen, keuschen Musen? –
    Dichter trocken
    Ich komm' vom Bräuhaus grad – Ihr Herrn, verzeiht!
    Es ist das sonst nicht meine Lieblingsstätte;
    Weit lieber weilt' ich in der Einsamkeit,
    Wo sich mein Geist wohl reich befruchtet hätte –
    Nur um 'nen Stoff zu suchen, wie's gebeut
    Die Mode jetzt, trank ich dort um die Wette –
    Doch mitten aus der dampferfüllten Stelle
    Trieb's mich im Geiste fort zu Himmel, Hölle...
    Was um mich herging, nicht vernahm's mein Ohr,
    Entrückt war ich in weltentfernte Weiten,
    Nur dumpf vernahm ich der Berauschten Chor,
    Dieweil ich kniete vor Drei-Einigkeiten...“

     

     
    Oskar Panizza (12 november 1853 – 28 september 1921)
    Cover

     

     

    De Mexicaanse dichteres en moniaal Juana Inés de la Cruz de Asbaje y Ramírez, ook bekend als Sor Juana, werd geboren in San Miguel Nepantla op 12 november 1648 of 1651. Zie ook alle tags voor Juana Inés de la Cruz op dit blog enook mijn blog van 12 november 2010

     

    Love opened a mortal wound

    Love opened a mortal wound.
    In agony, I worked the blade
    to make it deeper. Please,
    I begged, let death come quick.

    Wild, distracted, sick,
    I counted, counted
    all the ways love hurt me.
    One life, I thought--a thousand deaths.

    Blow after blow, my heart
    couldn’t survive this beating.
    Then--how can I explain it?

    I came to my senses. I said,
    Why do I suffer? What lover
    ever had so much pleasure?

     

    Vertaald door Joan Larkin en Jaime Manrique

     

     
    Juana Inés de la Cruz (12 november 1648 of 1651 - 17 april 1695)
    Standbeeld in Parque de Tlaxco, Tlaxcala, Mexico

     

     

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 12 november 2008, mijn blog van 12 november 2007 en ook mijn blog van 12 november 2006.

    12-11-2017 om 09:51 geschreven door Romenu  


    Tags:Hans Werner Richter, Michael Ende, Roland Barthes, Jacobus Bellamy, A.J.D. van Oosten, Carl Busse, Oskar Panizza, Juana Inés de la Cruz, Romenu
    » Reageer (0)
    11-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.St. Martin and the Beggar (Thom Gunn)

     

    Bij Sint Maarten

     

     
    St. Martinszug vor dem Düsseldorfer Rathaus door Heinrich Hermanns, 1905

     

     

    St. Martin and the Beggar

    Martin sat young upon his bed
    A budding cenobite,
    Said ‘though I hold the principles
    Of Christian life be right,
    I cannot grow from them alone,
    I must go out to fight.’

    He traveled hard, he traveled far,
    The light began to fail.
    ‘Is not this act of mine,’ he said,
    ‘A cowardly betrayal,
    Should I not peg my nature down
    With a religious nail?’

    Wind scudded on the marshland,
    And, dangling at his side,
    His sword soon clattered under hail:
    What could he do but ride?—
    There was not shelter for a dog,
    The garrison far ahead.

    A ship that moves on darkness
    He rode across the plain,
    When a brawny beggar started up
    Who pulled at his rein
    And leant dripping with sweat and water
    Upon the horse’s mane.

    He glared into Martin’s eyes
    With eyes more wild than bold;
    His hair sent rivers down his spine;
    Like a fowl packed to be sold
    His flesh was grey. Martin said—
    ‘What, naked in this cold?

    ‘I have no food to give you,
    Money would be a joke.’
    Pulling his new sword form the sheath
    He took his soldier’s cloak
    And cut it in two equal parts
    With a single stroke.

    Grabbing one to his shoulders,
    Pinning it with his chin,
    The beggar dived into the dark,
    And soaking to the skin
    Martin went on slowly
    Until he reached an inn.

    One candle on the wooden table,
    The food and drink were poor,
    The woman hobbled off, he ate,
    Then casually before
    The table stood the beggar as
    If he had used the door.

    Now dry for hair and flesh had been
    By warm airs fanned,
    Still bare but round each muscled thigh
    A single golden band,
    His eyes now wild with love, he held
    The half cloak in his hand.

    ‘You recognised the human need
    Included yours, because
    You did not hesitate, my saint,
    To cut your cloak across;
    But never since that moment
    Did you regret the loss.

    ‘My enemies would have turned away,
    My holy toadies would
    Have given all the cloak and frozen
    Conscious that they were good.
    But you, being a saint of men,
    Gave only what you could.’

    St Martin stretched his hand out
    To offer from his plate,
    But the beggar vanished, thinking food
    Like cloaks is needles weight.
    Pondering on the matter,
    St. Martin bent and ate.

     

     
    Thom Gunn (29 augustus 1929 – 25 april 2004)
    St. George's church in Gravesend, de geboorteplaats van Thom Gunn

     

     

    Zie voor de schrijvers van de 11e november ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

    11-11-2017 om 10:36 geschreven door Romenu  


    Tags:Sint Maarten, Thom Gunn, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli, Luigi Malerba

    De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

     

    Zungenwerk

    Dein seltsamer, stockender Singsang,
    jahrzehntelang fortgesetzt,
    und der Singsang des Andern –
    Flüstern, Summen, Keuchen, Stammeln –
    wirre Wirbelstürme im Luftmeer:

    Der gewandteste unter den Muskeln,
    die Zunge allein – denke dir
    eine einsame Zunge,
    die sich vor dir auf dem Teller windet –,
    die Zunge allein tut es nicht.

    Seufzen, Murmeln, Schreien und Radebrechen –
    »Qui la sua voce soave«, »Zu Befehl«,
    »London Interbank Offered Rate«,
    oder Verwickelteres
    wie Koran oder Kosmologie:

    Da geht es nicht ab ohne Blasebalg,
    Ansatzrohr, Resonanzhöhlen;
    da werden Knorpel gedreht, gekippt;
    Deckel heben und senken,
    Öffner und Schließer

    spannen sich und erschlaffen,
    Fasern, Membranen werden erregt,
    immer so fort, innen,
    im Andern, arbeitet es,
    es arbeitet, innen, in dir:

    eine Polsterpfeife, ein Zungenwerk,
    unberechenbar, schwer verständlich,
    ein chaotischer Oszillator,
    immer so fort, bis ihr versteht,
    oder bis euch die Luft ausgeht.

     

     

    Für Karajan und andere

    Drei Männer in steifen Hüten
    vor dem Kiewer Hauptbahnhof –
    Posaune, Ziehharmonika, Saxophon –

    im Dunst der Oktobernacht,
    die zwischen zwei Zügen zaudert,
    zwischen Katastrophe und Katastrophe:

    vor Ermüdeten spielen sie, die voll Andacht
    in ihre warmen Piroggen beißen
    und warten, warten

    ergreifende Melodien, abgetragen
    wie ihre Jacken und speckig
    wie ihre Hüte, und wenn Sie da

    fröstelnd gestanden wären unter Trinkern,
    Veteranen, Taschendieben,
    Sie hätten mir recht gegeben:

    Salzburg, Bayreuth und die Scala
    haben dem Bahnhof von Kiew
    wenig, sehr wenig voraus.

     

     
    Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren,11 november 1929)

     

     

    De Roemeense dichter en schrijver Mircea Dinescu werd geboren op 11 november 1950 in Slobozia. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Mircea Dinescu op dit blog.

     

    TANZ

    der tod liest zeitung am straßenrand,
    dem toten bettler deckt sie das gesicht.
    er hebt sein glas mit sicherer hand,
    der tod auf den feldern, der tod im gedicht.

    bürst ihm die kleider, leck ihm die schuh,
    dein leben lang diene ihm gut.
    nimm den talmiglanz der moscheen dazu,
    er leuchte dir bei ebbe im blut.

    schwing die ketten, sklave, beim totentanz,
    das passende musikinstrument…
    durch unser fleisch zieht sich byzanz,
    mal als Europa, mal als Orient.

     

    Vertaald door Werner Söllner

     

     

    Exil

    Les pommes de terre ont fleuri en Marmatie
    et c'est maintenant que vous prenez le chemin du sud
    quand le ciel bat la campagne éperdu
    quand se confondent les pleurs et le pays?

    Vous inventerez la douleur comme une terre
    vous trouverez peut-être une tombe plus chaude
    nous déterrons, nous déterrons les pommes d'émeraude,
    ces pierres précieuses mes pauvres pommes de terre.

    Quel dieu conservé dans les saumures divines
    viendra encore nous ramasser tous à nouveau ?
    Chez nous chez vous on pleure près des tombeaux
    chez vous chez nous une histoire se termine.

     

    Vertaald door Sanda Stolojan

     


    Mircea Dinescu (Slobozia, 11 november 1950)

     

     

    De Mexicaanse dichter en schrijver Carlos Fuentes Macías werd geboren op 11 november 1928 in Panama-Stad. Carlos Fuentes overleed op de 15e mei van dit jaar. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Carlos Fuentes op dit blog.

    Uit: Inez (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

    “When the crystal seal began, first very low, very distantly, barely in a whisper, to sing, when the center of its circumference vibrated like a magical little bell, invisible, born of the very heart of the crystal -- its exaltation and its soul -- the old man felt first a shiver of forgotten pleasure run down his spine, then an unwanted rush of saliva, the uncontrollable drool of a mouth fitted with yellowed dentures, and then, as if gaze were allied to taste, he lost command of his tear ducts, and he told himself that old men should disguise their ridiculous tendency to weep at the least excuse, should cover it with the pious veil of a senility -- lamentable, but worthy of respect -- that tends to dribble like a wineskin run through too often by the swords of time.
    He then took the crystal seal in his fist, as if to choke it as he would an annoying little gerbil, extinguishing the voice beginning to issue from its transparency, though he was fearful of snapping the seal's fragility in his grip, for he was still strong -- even if stringy and strung out -- accustomed to directing, cuing without a baton, with the pure flourish of a long-fingered bare hand, as eloquent for the full orchestra as for a violin or piano or cello solo, and stronger than the fragile bâton he had always scorned because, he said, it's nothing but a little stick, a stage prop that hinders rather than favors the flow of nervous energy that streams from my black curling locks, from my clear brow bursting with the light of Mozart, Bach, Berlioz, as if they, Mozart, Bach, Berlioz, they alone, were inscribing the score upon that brow, and from my eyebrows, beetling but separated by the sensitive, anguished space between them that they -- the orchestra -- perceive as my fragility, my guilt, and my punishment for being not Mozart or Bach or Berlioz but, rather, the simple transmitter, the conduit: the conductor so filled with energy, yes, but so fragile, too, so fearful of being the first to fail, to betray the work, he who has no right to err, but he who -- despite appearances, despite a hiss from the audience or a silent recrimination from the orchestra or an attack from the press or a temperamental scene with the soprano or a gesture of disdain from the soloist or the scornful vanity of a tenor or the buffoonery of a bass -- least deserves a critic harsher on himself than he himself, Gabriel Atlan-Ferrara.”

     

     
    Carlos Fuentes (11 november 1928 – 15 mei 2012)

     

     

    De Turks-Nederlandse schrijfster Nilgün Yerli werd op 11 november 1969 geboren in Kirsehir,Turkije. Zie ook mijn blog van 11 november 2008 en eveneens allle tags voor Nilgün Yerli op dit blog.

    Uit: Ruimte voor Service (Column)

    “Als ik de winkel binnenkom, is de dame geïrriteerd want ze is aan het stofzuigen en ik stap precies op het plekje dat ze net heeft gezogen.
    ‘Ik zoek een sjaal,’ vraag ik, ‘kunt u mij helpen?’
    ‘Ik ben aan het stofzuigen, vraagt u maar aan mijn collega,’ zegt ze vriendelijk.
    Ergens achterin zie ik een andere dame. Ik vraag haar: ‘Kunt u mij helpen?’
    ‘Ik ben even koffie aan het zetten, vraagt u maar aan mijn collega,’ zegt ze vriendelijk.
    Maar ik ben uitgecollegaat… Er werken maar twee mensen in de zaak.
    ‘Ik ga weer want er is niemand die mij kan helpen,’ zeg ik bij vertrek tegen de dame die stofzuigt. Ze maakt een gebaar dat ze me niet kan horen vanwege het geluid van de stofzuiger
    Het was 17.20 uur.
    Nu ben ik veertig en het zal misschien klinken als ouderdomsgezeur, maar vroeger, toen ik als studente in winkels werkte, gingen om 18.00 uur de winkels dicht en waren wij nog aan het schoonmaken en de kassa tellen.
    Maar nu begint men daarmee om 17.00 uur, zodat ze om 18.00 uur de deur van de winkel kunnen sluiten en buiten staan.
    Zijn dit bezuinigingen, of is het verloedering van de service of nog erger: het krimpen van de economie?
    Vrienden die bij mij op bezoek komen uit Istanbul of London kijken hun ogen uit, ‘niemand wil iets verkopen het gaat hier te goed’, de winkelier heeft een attitude van graag of niet, zeggen ze dan.”

     
    Nilgün Yerli (Kirsehir, 11 november 1969)

     

     

    De Italiaanse schrijver Luigi Malerba werd geboren op 11 november 1927 in Berceto. Zie ook alle tags voor Luigi Malerba op dit blog en ook mijn blog van 11 november 2010

    Uit: Het meisje in het grijs (Vertaald door Marc Vingerhoedt)

    “Toen ik wakker werd, was mijn kussen doorweekt. Dat was bij mijn weten nog nooit gebeurd. Er is niets aan te doen, sinds de dag dat ik mij in het grijs kleed, is ook mijn leven grijs geworden, en wat nog erger is, ik begin mijn neerslachtigheid, mijn droefheid te koesteren en ik krijg nu ook angstaanvallen, net als al mijn vriendinnen. Ik zou dolgraag naar een psychoanalist gaan, maar eerst moet ik een nieuw contract hebben, want ze zeggen dat dat verschrikkelijk duur is.
    Wanneer niemand me uitnodigt naar een restaurant, maak ik thuis iets klaar voor mij alleen. Gisteren barstte ik tijdens het eten van mijn spaghetti plots uit in een huilbui, de tranen vielen als regendruppels in mijn bord. Wanneer ik begin te huilen kan dat tellen. Op zeker ogenblik echter besloot ik te reageren, ik nam me voor iets te doen, in opstand te komen tegen de schooiers die mij in deze toestand hadden gebracht. Ik nam de telefoon en belde naar de boekhouder van die snoepgoedfirma, een kennis van mij, hoewel ik nooit met hem naar bed ben geweest. Ik zei hem dat ik in de maand dat ik voor hen had gewerkt, 500.000 lire had uitgegeven, alleen aan huur, telefoon en taxi. Plus het voorschot voor de kleurentelevisie, 100.000. Ze hadden mijn 800.000 lire betaald min de voorheffing, en daarvan had ik er 600.000 uitgegeven. Als zij denken dat ik een maand lang werk voor minder dan 200.000 lire, vergissen ze zich. De boekhouder zei niets, het was duidelijk dat hij niet wist wat te antwoorden. Daarna probeerde hij me ervan te overtuigen dat de uitgaven voor huur, telefoon en taxi, en ook die voor de kleurentelevisie, helemaal niets te maken hebben met het loon dat ik voor mijn diensten heb ontvangen. Voor uw diensten, zei hij, de idioot. Volgens sommige mensen zijn actrices allemaal sletten. Ik zei hem dat hij het nooit meer in zijn hoofd moest halen mij over diensten te spreken. Hij verontschuldigde zich en ging verder met te zeggen dat ze me goed betaald hadden en dat 800.000 lire een goede verdienste was. Alsof hij, als boekhouder, niet wist dat je je verdienste berekent door de uitgaven af te trekken van de inkomsten. Wie heeft het geld voor de huur, de telefoon en de kleurentelevisie uitgegeven, zei ik, jullie of ik? En de taxi? En het restaurant? Moet iemand die werkt volgens jullie niet meer eten? En hij zei, u mag niet vergeten dat de firma niet al uw kosten op zich kan nemen, en u mag niet vergeten dat een telefoonrekening drie maanden omvat. Ja, maar de rekening heb ik betaald terwijl ik voor jullie werkte. Hij was uit zijn lood geslagen, mijn redenering sloot als een bus. Ik weet hoe je balansen maakt, zei ik, al ben ik dan geen boekhouder. Hij begon te lachen aan de telefoon en zei dat ik geen firma ben, maar een gewoon meisje.”

     

     
    Luigi Malerba (11 november 1927 – 8 mei 2008)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 11e november ook mijn vorige blog van vandaag.

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 11 november 2008, mijn blog van 11 november 2007 en ook mijn blog van 11 november 2006.

    11-11-2017 om 10:36 geschreven door Romenu  


    Tags:Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli, Luigi Malerba, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Christina Guirlande, Andreas Reimann, Kurt Vonnegut, Noah Gordon, Louis de Bougainville

    De Belgische dichteres en schrijfster Christina Guirlande werd als Godelieve De Beule geboren te Moerzeke bij Dendermonde op 11 november 1938. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Christina Guirlande op dit blog.

     

    Oude boom

    Er werd een boom geslacht. Hij kende mij
    al jaren. De zijne waren uitgeteld in
    ringen van zijn zieke stam. Men vond
    dat het nu tijd was voor de bijl. Zijn bast
    liet los als huid, zijn binnenste vermolmd

    en uitgevreten, maar in zijn hoofd
    woonden nog vogels als gehaaide krakers,
    pronkten nog takken met het groen
    van malachiet. De boom verdedigde zich
    niet, hij kreunde zacht tussen de slagen door.

    Nu warm ik mij behaaglijk aan zijn dood,
    gooi brokken van zijn leven in het vuur,
    vergeet het uur. Wat weten wij over
    het wrang verdriet van bomen.

     

     

    Zekerheid

    Je weet het wel, alles gaat over: het nieuwe,
    het doodgewone, de oude en verse pijn,

    het zwijgen, het praten, het vrezen,
    de rede, de roep van het bloed,

    de stilstand, het nu en het later,
    de groei, net het hoofd boven water,

    ontgoocheling, overmoed, schaarste
    en overvloed, de valstrik verbittering,

    de honger, verzadiging, grimassen
    van zuur of de glimlach van zoet,

    het gaat over, omdat het moet.

     

     
    Christina Guirlande (Moerzeke, 11 november 1938)

     

     

    De Duitse dichter, schrijver en graficus Andreas Reimann werd geboren in Leipzig op 11 november 1946. Zie ook alle tags voor Andrea Reimann op dit blog en ook mijn blog van 11 november 2010

     

    Inventarverzeichnis

    Der schreibtisch, weiß, vom radio verwaltet,
    der bauch vom tisch. Papier ist ausgefaltet,
    die messinghände spreizen ihre flammen
    und vögel, blau, die von den fischen stammen,
    ziehn dünne fäden zwischen meinen wänden.
    Die hohen blumen wolln den trübsinn pfänden.
    Der tonbandrollen dunkle jahresringe,
    die unbenutzte, schlecht geknüpfte schlinge,
    die ton-oblaten, die im spitzlicht kreisen
    und briefe, die mir meinen wert beweisen,
    die alten gläser wie genußversprecher,
    der bodensatz im schmalen silberbecher,
    das aufgewölkte heu, die lederjacke,
    im ofenloch die mondsteinfarbne schlacke,
    die dunklen socken und berühmte rosen,
    die hellen laken und die engen hosen,
    die schmetterlinge mit den schwarzen lettern
    sind eingestallt auf den erblaßten brettern.
    Ihr braunen schuhe, ihr geschickt genähten:
    werd ich in euch das herkunftsland betreten?
    Von solchen dingen laß ich mich begleiten.
    Ein hühnergott bewahrt vor bitterkeiten.
    O schreibtisch, weiß, vom radio verwaltet!
    Ihr dinge all, die ihr, erhaltend, haltet!
    Wenn einer seins allein nicht tragen kann,
    sei festgestellt: der mann kam endlich an.

     

     
    Andreas Reimann (Leipzig, 11 november 1946)
    Cover 

     

     

    De Amerikaanse schrijver en schilder Kurt Vonnegut werd op 11 november 1922 geboren in Indianapolis. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Kurt Vonnegut op dit blog.

    Uit: Timequake

    “I taught how to be sociable with ink on paper. I told my students that when they were writing they should be good dates on blind dates, should show strangers good times. Alternatively, they should run really nice whorehouses, come one, come all, although they were in fact working in perfect solitude. I said I expected them to do this with nothing but idiosyncratic arrangements in horizontal lines of twenty-six phonetic symbols, ten numbers, and maybe eight punctuation marks, because it wasn't anything that hadn't been done before.
    In 1996, with movies and TV doing such good jobs of holding the attention of literates and illiterates alike, I have to question the value of my very strange, when you think about it, charm school. There is this: Attempted seductions with nothing but words on paper are so cheap for would-be ink-stained Don Juans or Cleopatras!They don't have to get a bankable actor or actress to commit to the project, and then a bankable director, and so on, and then raise millions and millions of buckareenies from manic-depressive experts on what most people want.
    Still and all, why bother? Here's my answer: Many people need desperately to receive this message: "I feel and think much as you do, care about many of the things you care about, although most people don't care about them. You are not alone.”
    (...)

    “It was all here for me, just as it has all been here for you, the best and the worst of Western Civilization, if you cared to pay attention: music, finance, government, architecture, law and sculpture and painting, history and medicine and athletics and every sort of science, and books, books, books, and teachers and role models.
    People so smart you can’t believe it, and people so dumb you can’t believe it. People so nice you can’t believe it, and people so mean you can’t believe it.”

     

     
    Kurt Vonnegut (11 november 1922 – 11 april 2007)
    Cover

     

    De Amerikaanse schrijver Noah Gordon werd geboren op 11 november 1926 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Noag Gordon op dit blog en ook mijn blog van 11 november 2010

    Uit: The Physician

    “These were Rob J.'s last safe and secure moments of blessed innocence, but in his ignorance he considered it hardship to be forced to remain near his father's house with his brothers and his sister. This early in the spring, the sun rode low enough to send warm licks under the eaves of the thatched roof, and he sprawled on the rough stone stoop outside the front door, enjoying the coziness. A woman was picking her way over the broken surface of Carpenter's Street. The street needed repair, as did most of the small frame workingmen's houses thrown up carelessly by skilled artisans who earned their living erecting solid homes for those richer and more fortunate.
    He was shelling a basket of early peas and trying to keep his eyes on the younger children, his responsibility when Mam was away. William Stewart, six, and Anne Mary, four, were grubbing in the dirt at the side of the house and playing secret giggly games. Jonathan Carter, eighteen months old, lay on a lambskin, papped, burped, and gurgling with content. Samuel Edward, who was seven, had given Rob J. the slip. Somehow crafty Samuel always managed to melt away instead of sharing work, and Rob was keeping an eye out for him, feeling wrathful. He split the green pods one after another and scraped the peas from the waxy seedcase with his thumb the way Mam did, not pausing as he noted the woman coming directly to him.
    Stays in her stained bodice raised her bosom so that sometimes when she moved there was a glimpse of rouged nipple, and her fleshy face was garish with cosmetics. Rob J. was only nine years old but a child of London knew a trollop.
    "Here now. This Nathanael Cole's house?"
    He studied her resentfully, for it wasn't the first time tarts had come to their door seeking his father. "Who wants to learn?" he said roughly, glad his Da was out seeking work and she had missed him, glad his Mam was out delivering embroidery and was spared embarrassment.
    "His wife needs him. She sent me."
    "What do you mean, needs him?" The competent young hands stopped shelling peas.
    The whore regarded him coolly, having caught his opinion of her in his tone and manner. "She your mother?"

     

     
    Noah Gordon (Worcester, 11 november 1926)

     

     

    De Franse schrijver, ontdekkingsreiziger, wereldreiziger en militair Louis Antoine de Bougainville werd geboren in Parijs op 11 november 1729. Zie ook alle tags voor Louis de Bougainville op dit blog en ook mijn blog van 11 november 2010

    Uit: Voyage autour du monde

    « L'amiral Roggewin repassa en Hollande de sa personne sur les vaisseaux de la Compagnie, et arriva au Texel le 11 juillet 1723, six cent quatre-vingts jours après son départ du même lieu.
    Le goût des grandes navigations paraissait entièrement éteint, lorsque en 1741 l'amiral Anson fit autour du globe le voyage dont l'excellente relation est entre les mains de tout le monde, et qui n'a rien ajouté à lagéographie.
    Depuis ce voyage de l'amiral Anson, il ne s'en est point fait de grand pendant plus de vingt années.
    L'esprit de découverte a semblé récemment se ranimer.
    Le commodore Byron part des Dunes le 20 juin 1764, traverse le détroit de Magellan, découvre quelques îles dans la mer du Sud, faisant sa route presque au nord-ouest, arrive à Batavia le 28 novembre 1765, au Cap le 24 février 1766 et le 9 mai aux Dunes, six cent quatre-vingt-huit jours après son départ.
    Deux mois après le retour du commodore Byron, le capitaine Wallis part d'Angleterre avec les vaisseaux le Deflin et le Swallow, il traverse le détroit de Magellan, est séparé du Swallow, que commandait le capitaine Carteret, au débouquement dans la mer du Sud; il y découvre une île environ par le dix-huitième parallèle à peu près en août 1767; il remonte vers la ligne, passe entre les Terres des Papous, arrive à Batavia en janvier 1768, relâche au cap de Bonne-Espérance, et enfin rentre en Angleterre au mois de mai de la même année.
    Son compagnon Carteret, après avoir essuyé beaucoup de misères dans la mer du Sud, arrive à Macassar au mois de mars 1768, avec perte de presque tout son équipage, à Batavia le 15 septembre, au cap de Bonne Espérance à la fin de décembre. On verra que je l'ai rencontré à la mer le 18 février 1769, environ par les onze degrés de latitude septentrionale. Il n'est arrivé en Angleterre qu'au mois de juin."

     

     
    Louis de Bougainville (11 november 1729 - 20 augustus 1811)
    Cover

     

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 11 november 2008, mijn blog van 11 november 2007 en ook mijn blog van 11 november 2006.

    11-11-2017 om 10:36 geschreven door Romenu  


    Tags:Christina Guirlande, Andreas Reimann, Kurt Vonnegut, Noah Gordon, Louis de Bougainville, Romenu
    » Reageer (0)
    10-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jacob Cats, Friedrich Schiller, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Rick de Leeuw, Werner Söllner, Vachel Lindsay, Henry van Dyke, Aka Morchiladze

    De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Cats werd geboren op 10 november 1577 in Brouwershaven. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Jacob Cats op dit blog.

     

    Eerste Trouw

    Als van twee gepaarde schelpen
    D’ene breekt, of wel verliest,
    Niemand zal u kunnen helpen —
    Hoe men zoekt, hoe nauw men kiest
    Aan een, die met effen randen
    Juist op d’ ander passen zou.
    D’oudste zijn de beste panden,
    Niets en gaat voor d’ eerste trouw;
    D’eerste trouw, die leert het minnen,
    D’eerste trouw is enkel vreugd,
    D’eerste trouw, die bindt de zinnen,
    Zij is ’t bloempje van de jeugd.
    Naar mijn oordeel: twee-maal trouwen
    Dat is veel niet zonder pijn;
    Drie-maal kan niet als berouwen,
    Want hoe kan der liefde zijn?
    Houd uw eerste lief in waarden,
    Eertse met een vollen zin;
    ’t Is een hemel opter aarden,
    Zo je paart uit rechte min.

     

     

    Is ´t oog verrast, ´t beest is in last

    Beziet, het moedig dier de Leeuwe staat gebonden,
    Omdat men zijne aard ten leste heeft gevonden:
    Ach! Sampson is gevat, omdat zijn machtig haar
    Werd, door een ontrouw wijf, zijn vijand openbaar.

    Wil iemand in der haast zijn vijand overwinnen,
    Die lere zijne grond en aangeboren zinnen.
    Want zo hij dat geheim ten volle weten kan,
    Daar is geen twijfel aan, hij is er meester van.

     

     
    Jacob Cats (10 november 1577 – 12 september 1660)
    Standbeeld in Groede

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Johann Christoph Friedrich von Schiller werd geboren op 10 november 1759 in Marbach. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Friedrich Schiller op dit blog.

    Uit: Kabale und Liebe

    “Erster Akt. Erste Scene. Zimmer beim Musikus.
    MILLER steht eben vom Sessel auf und stellt sein Violoncell auf die Seite. An einem Tisch sitzt FRAU MILLERIN noch im Nachtgewand und trinkt ihren Kaffee.

    MILLER (schnell auf- und abgehend). Einmal für allemal! Der Handel wird ernsthaft. Meine Tochter kommt mit dem Baron ins Geschrei. Mein Haus wird verrufen. Der Präsident bekommt Wind, und kurz und gut, ich biete dem Junker aus.
    FRAU Du hast ihn nicht in dein Haus geschwatzt – hast ihm deine Tochter nicht nachgeworfen.
    MILLER Hab' ihn nicht in mein Haus geschwatzt – hab' ihm 's Mädel nicht nachgeworfen; wer nimmt Notiz davon? – Ich war Herr im Haus. Ich hätt' meine Tochter mehr coram nehmen sollen. Ich hätt' dem Major besser auftrumpfen sollen – oder hätt' gleich Alles Seiner Excellenz, dem Herrn Papa, stecken sollen. Der junge Baron bringt's mit einem Wischer hinaus, das muß ich wissen, und alles Wetter kommt über den Geiger.
    FRAU (schlürft eine Tasse aus). Possen! Geschwätz! Was kann über dich kommen? Wer kann dir was anhaben? Du gehst deiner Profession nach und raffst Scholaren zusammen, wo sie zu kriegen sind.
    MILLER Aber, sag mir doch, was wird bei dem ganzen Commerz auch herauskommen? – Nehmen kann er das Mädel nicht – Vom Nehmen ist gar die Rede nicht, und zu einer – daß Gott erbarm? – Guten Morgen! – Gott, wenn so ein Musje von sich da und dort, und dort und hier schon herumbeholfen hat, wenn er, der Henker weiß! was als? gelöst hat, schmeckt's meinem guten Schlucker freilich, einmal auf süß Wasser zu graben. Gib du Acht! gib du Acht! und wenn du aus jedem Astloch ein Auge strecktest und vor jedem Blutstropfen Schildwache ständest, er wird sie, dir auf der Nase, beschwatzen, dem Mädel Eins hinsetzen und führt sich ab, und das Mädel ist verschimpfiert auf ihr Lebenlang, bleibt sitzen, oder hat's Handwerk verschmeckt, treibt's fort. (Die Hand vor der Stirn) Jesus Christus!
    FRAU Gott behüt' uns in Gnaden!
    MILLER Es hat sich zu behüten. Worauf kann so ein Windfuß wohl sonst sein Absehen richten? – Das Mädel ist schön – schlank – führt seinen netten Fuß. Unterm Dach mag's aussehen, wie's will. Darüber guckt man bei euch Weibsleuten weg, wenn's nur der liebe Gott parterre nicht hat fehlen lassen – Stöbert mein Springinsfeld erst noch dieses Kapital aus – he da! geht ihm ein Licht auf, wie meinem Rodney, wenn er die Witterung eines Franzosen kriegt, und nun müssen alle Segel dran, und drauf los, und – ich verdenk's ihm gar nicht. Mensch ist Mensch. Das muß ich wissen.”

     

     
    Friedrich Schiller (10 november 1759 - 9 mei 1805) 
    Scene uit een opvoering in Stendal, 2012

     

     

    De Vlaamse dichter en schrijver Jan van Nijlen werd geboren op 10 november 1884 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan van Nijlen op dit blog.

     

    De schepen

    Ik hoor vanavond verre schepen fluiten
    En, even hopend, schoon ik niets verwacht,
    Druk ik mijn hoofd tegen de kille ruiten
    En zie de haven in de blauwe nacht.

    Vertrouwd geluid, ik hoorde u reeds als kind,
    Soms midden in de nacht, maar meestal tegen
    De avond bij het opgaan van de wind,
    Als moeder zei: 'wij krijgen zeker regen'.

    Toen dacht ik reeds aan dezen die vertrekken
    Ver van het huis en het misprezen land,
    De begenadigden, de zachte gekken
    Die zullen zoeken naar een vaderland.

    En in mijn dromen voer ik met hen mee.
    Ofschoon geboren in een buurt der haven,
    Bereikte ik nooit de oever van de zee,
    Laat staan Tananarive of Tamatave.

    Het kind dat aan zijn lot nooit gans kon wennen
    En door de droom nog voortleeft in de man,
    Weet nu dat een klein stukje heide en dennen
    Alles bevat wat de aarde geven kan.

    Maar soms, al ben ik bitter en gehard
    Door 't leven, overstroomt een niet te stuiten
    Vloed van verlangens mijn onwillig hart
    Als in de nacht de verre schepen fluiten.

     

     
    Jan van Nijlen (10 november 1884 – 14 augustus 1965)
    Cover

     

     

    De Duitse schrijver Arnold Zweig werd op 10 november 1887 in een gematigd religieuze joodse familie geboren in Glogau, Neder-Silezië (nu Głogów, Polen). Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Arnold Zweig op dit blog.

    Uit: Erziehung vor Verdun

    „Die Erde ist eine gelbgrün gefleckte, blutgetränkte Scheibe, über die ein unerbittlich blauer Himmel gestülpt ist wie eine Mausefalle, damit die Menschheit den Plagen nicht entrinne, die ihre tierische Natur über sie verhängt.
    Seit Mitte Mai stand die Schlacht. Jetzt, Mitte Juli, zerstampften die Geschütze noch immer die Senke zwischen dem Dorf Fleury und dem Fort Souville. Hin und her rollte dort eine Walze von Explosionen; Rauchschwa-den, giftig zu atmen, Staubwolken, pulverisierte Erde und herumfliegende Brocken von Steinen und Mauerwerk verdunkelten die Luft. Legionen von Spitzkugeln durchpfiffen sie, große und kleine Stahlsplitter durchsiebten sie unermüdlich. Nachts flammte und gellte das Hinterland der Front vom Einschlag der Geschosse; tags fieberte die Bläue vom Schnattern der Maschinengewehre, vom Bersten der Handgranaten, vom Heulen und Winseln verlorener Menschen. Immer wieder verwehte dort der Sommerwind den Staub der Sturmangriffe, trocknete den Schweiß der Stünnenden, die mit starren Augen und Kiefern aus ihren Deckungen kletterten, entführte höhnisch das Stöhnen der Verwundeten, den letzten Atem der Sterbenden. Seit Ende Februar greifen hier die Deutschen an. Zwar ist der Krieg zwischen den Europäern, der seit zwei Jahren wütet, im Südosten des Erdteils entstanden; dennoch trägt Frankreich, sein Volk, sein Land und sein Heer die Hauptlast der Verwüstung; und obwohl gerade jetzt auch in der Bukowina erbittert gefochten wird, an den Flüssen Etsch und Isonzo, schlägt man sich doch am wildesten an den Ufern der beiden französischen Flüsse Somme und Maas. Und die Schlacht rechts und links dieses letzteren Gewässers ging um den Besitz der Festung Verdun.
    Ein Trupp gefangener Franzosen marschiert unter Bedeckung von bayrischen Infanteristen die Landstraße hin, die von dem ehemaligen Dorf Azannes nach einem noch vorhandenen Bahnhof, namens Moirey, führt. Schlecht marschiert es sich zwischen aufgepflanzten Bajonetten, schlecht in die Gefangenschaft eines Gegners, der bei seinein Einbruch in Belgien und Frankreich bewiesen hat, daß ihm Menschenleben billig erscheinen, eigene wiefremde. In Deutschland hungert man, das ist weltbekannt, in Deutschland schindet man die Gefangenen, kennt man keine Achtung vor den Gesetzen der Gesittung; so steht es in allen Zeitungen.“

     

     
    Arnold Zweig (10 november 1887 – 26 november 1968)
    Cover

     

     

    De Nederlandse dichterschrijver, zanger en producer Rick de Leeuw werd geboren in Haarlem op 10 november 1960. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Rick de Leeuw op dit blog.

     

    Taart

    Jeanine zit aan het raam en ziet de schemer vallen
    De post is laat
    vandaag of komt niet meer, steeds
    Vaker komt niet meer. Zoals ook de perentaart
    Op tafel, veel te groot voor haar alleen, nog
    Rekent op bezoek. Het recept heeft ze van
    Haar moeder, haar gastvrijheid eveneens
    Maar zonder gasten eet ze liever brood
    Dat had
    ze vroeger al. Feesten kon ze,
    Vroeger, ze deed het ook zo graag.
    Ze zet de taart weg en sloft naar
    Bed, haar verjaardag is voorbij
    En morgen weer als gisteren
    Het wordt een lange nacht

     

     
    Rick de Leeuw (Haarlem, 10 november 1960)
    Cover

     

     

    De Duitse dichter, schrijver en vertaler Werner Söllner werd geboren op 10 november 1951 in Arad, Roemenië. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Werner Söllner op dit blog.

     

    Zweite Natur

    Staunend
    über die Ausdauer, mit der das Lebendige
    lebt, über die Phantasie
    der Triebe, schau ich zu, wie der Garten
    langsam verwildert.

    Ich weiß, ohne irgendein Recht, da
    zu sein, bin ich hier. Fristlos kündbar
    sitz ich am Zaun, arglos fertig
    gemacht unter einem fremden Stern, herbeizitiert
    in die Haut, diese einmalige Geschichte,
    und bereite mich vor, während
    der fleißige Nachbar das Gras
    von der Klinge wischt, damit sie
    nicht rostet.

    Im gemieteten Paradies nenn ich
    nichts Nennenswertes mein eigen, nur
    eine machtlose Art Liebe, die fremd gehen wird
    mit dem Tod, nur die paar gepackten
    Buchstaben, auf denen ich sitze, nur
    die Erinnerung, das fleißige Lieschen
    meiner Irrtümer, stetig wachsende
    Zweifel, meine zweite Natur.

    Sicher, auch traurig geworden
    auf natürliche Weise, als ich erwachte
    und den Schlüssel blutrot im Gras
    sah, ohne mich bücken zu können. Wenn
    ich wüßte, wer das getan hat, ich würde
    hingehn. Aber so bleibe ich, ungefragt
    staunend, am Zaun, so beuge ich mich
    vorläufig über ein Blatt, verliebt
    in etwas, ohne Hoffnung
    auf mehr.

     

     
    Werner Söllner (Arad, 10 november 1951)

     

     

    De Amerikaanse dichter Vachel Lindsay werd geboren op 10 november 1879 in Springfield, Illinois. Zie ook alle tags voor Vachel Lindsay op dit blog.

     

    A Sense Of Humor

    No man should stand before the moon
    To make sweet song thereon,
    With dandified importance,
    His sense of humor gone.

    Nay, let us don the motley cap,
    The jester's chastened mien,
    If we would woo that looking-glass
    And see what should be seen.

    O mirror on fair Heaven's wall,
    We find there what we bring.
    So, let us smile in honest part
    And deck our souls and sing.

    Yea, by the chastened jest alone
    Will ghosts and terrors pass,
    And fays, or suchlike friendly things,
    Throw kisses through the glass.

     

     

    The Sun Says His Prayers

    "The sun says his prayers," said the fairy,
    Or else he would wither and die.
    "The sun says his prayers," said the fairy,
    "For strength to climb up through the sky.
    He leans on invisible angels,
    And Faith is his prop and his rod.
    The sky is his crystal cathedral.
    And dawn is his altar to God."

     

     
    Vachel Lindsay (10 november 1879 - 5 december 1931)

     

     

    De Amerikaanse dichter, schrijver en predikant Henry van Dyke werd geboren in Germantown, Pennsylvania op 10 november 1852. Zie ook alle tags voor Henry van Dyke op dit blog.

     

    Two Schools

    My heart came back again:
    "Now where is the prize?" I cried. ----
    "The rule was false, and the prize was pain,
    And the teacher's name was Pride."

    I put my heart to school
    In the woods, where veeries sing,
    And brooks run cool and clear;
    In the fields, where wild flowers spring,
    And the blue of heaven bends near.
    "Go out," I said: "you are half a fool,
    But perhaps they can teach you here."

    "And why do you stay so long,
    My heart, and where do you roam?"
    The answer came with a laugh and a song, ---
    "I find this school is home."

     

     

    A Home Song

    I read within a poet's book
    A word that starred the page:
    "Stone walls do not a prison make,
    Nor iron bars a cage!"

    Yes, that is true; and something more
    You'll find, where'er you roam,
    That marble floors and gilded walls
    Can never make a home.

    But every house where Love abides,
    And Friendship is a guest,
    Is surely home, and home-sweet-home:
    For there the heart can rest.

     

     
    Henry van Dyke (10 november 1852 – 10 april 1933)

     

     

    De Georgische schrijver Aka Morchiladze werd geboren op 10 november 1966 in Tbilisi. Zie ook alle tags voor Aka Morchiladze op dit blog en ook mijn blog van 10 november 2010

    Uit: Santa Esperanza

    “All the stories were quite different, none of them resembled another. Every time I tried to record a new one, I thought a lot. No wonder I managed to succeed in understanding a great deal of the mode of the Johnians' life-style. Those more than a hundred notebooks (to be more exact, there were one hundred and forty-one, when I last counted them) made up a huge excess baggage. For that I had to blame my age-long passion for using unexploited notebooks — I could never relinquish a bad habit of starting a new piece in a fresh one! The temptation of buying them in huge amounts was boosted by the fact that they were extremely cheap — three-pence each. Thus, on the whole, all my expenses for them amounted to three local pounds only. So much for the notebooks. Now for something more important: All of a sudden, I found the way out — I found the key to the problem! I mean, I knew how to make a solid book out of those separate notebooks! The key was the initial device for everything that followed. If not that key, there would be no book at all. Frankly speaking, I didn't suspect I was writing a book when I started recording those stories. I simply did it for the sake of depicting some interesting facts and data, at times so indispensable for a writer. In other words, I thought I was ready to face the problem of taking a start on returning home. Generally, I am a very slow starter. Sometimes it takes me two to seven years of thinking and nursing the idea, before I actually write a book. But once the plot is ready, I can put it down on paper very swiftly. Five days were left before my departure, when a local friend of mine presented me with a pack of playing cards. This is a traditional gift on the Isles, and the most popular souvenir. But the ordinary packs for everyday practice, and those used for souvenirs, are quite different. As a matter of fact, it's definitely impossible to leave Santa Esperanza without those playing cards. Actually, I was going to buy a pack myself, but there are catalogues with prices for the souvenir packs, and the really good ones are rather expensive. It was quite obvious that I couldn't afford buying the extraordinary packs I liked best; but I couldn't easily make up my mind to choose amongst the ordinary ones. It was stupid to leave it as the last minute shopping, I know, but that's what generally happens. So, while I was thinking the problem over and over again, a friend of mine put a pack in front of me, on a cafe table, saying: "Here, take it and make a good use of it". That was a very expensive pack, and I felt terribly uneasy. It seemed unfair to accept the seven-hundred-pound gift for nothing!“

     

     
    Aka Morchiladze (Tbilisi, 10 november 1966)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 10e november ook mijn blog van 10 november 2014 en eveneens mijn blog van 10 november 2013 deel 2.

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 10 november 2008, mijn blog van 10 november 2007 en ook mijn blog van 10 november 2006.

    10-11-2017 om 18:04 geschreven door Romenu  


    Tags:Jacob Cats, Friedrich Schiller, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Rick de Leeuw, Werner Söllner, Vachel Lindsay, Henry van Dyke, Aka Morchiladze, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ECI Literatuurprijs voor Koen Peeters

    ECI Literatuurprijs voor Koen Peeters

    Donderdagavond is de ECI Literatuurprijs van 50 duizend euro toegekend aan de Vlaamse schrijver Koen Peeters voor “De mensengenezer”. Juryvoorzitter Thom de Graaf reikte de prijs van 50 duizend euro uit in het Theater aan het Spui in Den Haag. Zie ook alle tags voor Koen Peeters op dit blog.

    Uit:De mensengenezer

    “Het wezen, er bestaat misschien zoiets als het wezen van de Westhoek. Misschien is het een geest, een daimon, een genius, die niet bestaat als lichaam maar toch sluipt en heerst in het  West-Vlaamse landschap. Altijd opnieuw lijkt deze geest te verschijnen: in de huizen, de dorpen en langs de wegen. Het is alsof die geest de hele tijd opstijgt en neerdaalt in het vlakke landschap. Op ijle wijze. Misschien gebeurt de beweging via zonnestralen, lijsters en leeuweriken, of als een haast onhoorbare tamtam, of via een andere stofwisseling of circulatie. Men kan hem horen hijgen tussen de woorden die de mensen zeggen, in het corpus van zinnen en verhalen die men elkaar vertelt.
    Als deze geest een verschijningsvorm heeft, dan zit hij waarschijnlijk daarin: in de verhalen.
    Ook zijn er mensen die de geest kunnen waarnemen in de dikke mist die in de Westhoek hangt. Als een deken van as. Als gescheurde flarden van oude gordijnen. In mistslierten over de akkers onder de herfstmaan.
    De geest.
    Deze geest, de genius, de daimon of hoe moeten we hem noemen?
    Wat is een daimon eigenlijk? Hoe noemen we de kracht die iemand verrukt of rusteloos op pad stuurt, over de grenzen van generaties, continenten of zelfs beschavingen heen?
    In alles wat in de Westhoek wordt gezegd klinkt die galm.
    Het is een klein gonzend geroffel, alleen opgemerkt door een gevoelige observator. Misschien wordt het ritme, de resonantie via de sporen van hazen in de aarde gelegd. Hazenprenten.
    Dat zou een mooie theorie zijn: dat oude geschiedenissen per hazenpoot neerdalen en weer opstijgen in al wat groeit. Veelsoortig, onuitroeibaar, elk jaar opnieuw. Deze verhalen verliezen zichzelf in bloemblaadjes. Zachte rode, bloedrode bloemblaadjes. Ik bedoel klaprozen.

    In Flanders fields the poppies blow
    Between the crosses, row on row,
    That mark our place; and in the sky
    The larks, still bravely singing, fly
    Scarce heard amid the guns below.

    ‘Of in korenbloemen, dat zou ook kunnen,’ zei nonkel Marcel knorrig, wrijvend met de hand over zijn voorhoofd. De ogen trillend gesloten. ‘Larks, wat waren dat ook weer, jongen?’
    ‘Dat zijn leeuweriken, nonkel.’

     

     
    Koen Peeters (Turnhout, 9 maart 1959)

    10-11-2017 om 08:17 geschreven door Romenu  


    Tags:ECI Literatuurprijs, Koen Peeters, AKO Literatuurprijs, Romenu
    » Reageer (0)
    09-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ivan Toergenjev, Jens Christian Grřndahl, Erika Mann, Jan Decker, Roger McGough, Anne Sexton, Mohammed Iqbal, Karin Kiwus, Michael Derrick Hudson

    De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

    Uit: A House of Gentlefolk (Vertaald door Constance Garnett)

    “A bright spring day was fading into evening. High overhead in the clear heavens small rosy clouds seemed hardly to move across the sky but to be sinking into its depths of blue.
    In a handsome house in one of the outlying streets of the government town of O—— (it was in the year 1842) two women were sitting at an open window; one was about fifty, the other an old lady of seventy.
    The name of the former was Marya Dmitrievna Kalitin. Her husband, a shrewd determined man of obstinate bilious temperament, had been dead for ten years. He had been a provincial public prosecutor, noted in his own day as a successful man of business. He had received a fair education and had been to the university; but having been born in narrow circumstances he realised early in life the necessity of pushing his own way in the world and making money. It had been a love-match on Marya Dmitrievna’s side. He was not bad-looking, was clever and could be very agreeable when he chose. Marya Dmitrievna Pestov—that was her maiden name—had lost her parents in childhood. She spent some years in a boarding-school in Moscow, and after leaving school, lived on the family estate of Pokrovskoe, about forty miles from O——, with her aunt and her elder brother. This brother soon after obtained a post in Petersburg, and made them a scanty allowance. He treated his aunt and sister very shabbily till his sudden death cut short his career. Marya Dmitrievna inherited Pokrovskoe, but she did not live there long. Two years after her marriage with Kalitin, who succeeded in winning her heart in a few days, Pokrovskoe was exchanged for another estate, which yielded a much larger income, but was utterly unattractive and had no house. At the same time Kalitin took a house in the town of O——, in which he and his wife took up their permanent abode. There was a large garden round the house, which on one side looked out upon the open country away from the town.
    ‘And so,’ decided Kalitin, who had a great distaste for the quiet of country life, ‘there would be no need for them to he dragging themselves off into the country.’ In her heart Marya Dmitrievna more than once regretted her pretty Pokrovskoe, with its babbling brook, its wide meadows, and green copses; but she never opposed her husband in anything and had the greatest veneration for his wisdom and knowledge of the world. When after fifteen years of married life he died leaving her with a son and two daughters, Marya Dmitrievna had grown so accustomed to her house and to town life that she had no inclination to leave O——"

     

     
    Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)
    Cover

     

     

    De Deense schrijver Jens Christian Grøndahl werd geboren in Lyngby op 9 november 1959. Zie ook alle tags voor Jens Christian Grøndahl op dit blog.

    Uit: Vaak ben ik gelukkig (Vertaald door Femke Blekkingh-Muller)

    “Nu is jouw man ook dood, Anna. Jouw man. Onze man. Ik had eigenlijk graag gewild dat hij naast jou kwam te liggen, maar jij had al buren, een advocaat en een mevrouw die een paar jaar geleden is begraven. De advocaat lag er al heel lang toen jij erbij kwam. Ik heb voor Georg een vrij graf gevonden op de volgende rij, van jouw graf kun je de achterkant van zijn steen zien. Ik heb gekozen voor kalksteen, ook al zei de steenhouwer dat dat te lijden heeft van weer en wind. Wat maakt dát uit? Ik houd niet van graniet. De tweeling wilde wel graag graniet, op dat punt waren ze het voor één keer met elkaar eens. Maar graniet is te zwaar, onze Georg klaagde altijd dat hij zo’n druk op zijn borst voelde. We hadden dat waarschijnlijk serieuzer moeten nemen, maar hij wuifde het weg. Hij klaagde, en als je zijn zorg dan wilde delen, werd je afgewezen. Zo was Georg.
    Hij is onder de douche in elkaar gezakt. Ik wist meteen dat het mis was, of misschien denk ik nu achteraf pas dat ik dat wist. Hij kreunde en het was vreemd om met zijn zware, natte lichaam te slepen. Hij was nog bij bewustzijn toen ik hem in bed legde.
    Toen de ambulance kwam, was het voorbij. Hij zag er nog hetzelfde uit, ouder, maar nog steeds best knap. Als hij op zijn rug lag, was zijn buik niet zo groot. Jij hebt hem zo nooit gezien. Achtenzeventig is helemaal niet oud, toch? Zeventig ook niet trouwens. Jij had ook best degene kunnen zijn die hem vond op de tegels onder de warme straal. Normaal gesproken zou jij hem hebben gevonden. Kun je dat zeggen? Hij stond er altijd heel lang onder. Hij had gewoon kunnen blijven staan als niet een van zijn kransslagaders was gescheurd. Het had jullie leven kunnen zijn dat gewoon was doorgegaan. Waar zou ik zijn geweest in jullie leven? Waar zou ik zijn geweest in mijn leven? “

     

     
    Jens Christian Grøndahl (Lyngby, 9 november 1959)

     

     

    De Duitse schrijfster Erika Mann werd geboren op 9 november 1905 in München als oudste dochter van de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Erika Mann op dit blog.

    Uit: Wenn die Lichter ausgehen

    „Die beiden Burschen waren ordentlich und höfl ich gewesen. Trotzdem hatte ihn das Zusammentreffen bedrückt. Warum hatten sie gelacht, als sie vor dem Schaufenster standen? Er ging hinüber und fand einen Zettel am Fenster, den er aus der Ferne nicht hatte sehen können.
    «Öffentliches Ärgernis!» war dort zu lesen. «Der Führer braucht Soldaten, keine Betschwestern! Nieder mit den scheinheiligen Volksfeinden! Pfaffen raus! Raus! Heil Hitler!»
    Der Fremde war wütend und angewidert, als er das las. Dann fand er, daß solche Lumpereien überall möglich seien. Auf der ganzen Welt machte die Jugend solche Dummheiten. Bei mir zu Hause verschlucken sie Goldfi sche, dachte er. Das ist auch nicht viel besser. Trotzdem, warum hatten die beiden Uniformierten den Zettel nicht abgenommen? Wahrscheinlich waren sie zu jung und fanden die Sache komisch. Jedenfalls lasse ich mir von diesem Zettel weder die Laune noch den Eindruck von dieser Stadt verderben. Es fröstelte ihn, und er fand, ein Cognac würde ihm guttun.
    Die kleine Wirtschaft in der Glockenstraße hallte wider vom Lärm aus dem Lautsprecher. Einige Gäste saßen beim Bier und lauschten schweigend den Worten ihres Führers.
    Warum flucht er so viel, fragte sich der Fremde. Er begriff, daß vom Wirtschaftswachstum des «Dritten Reiches» die Rede war, einem Thema, das eigentlich kaum solche Erregung auslösen konnte. Wie viele Hotelübernachtungen hatte es im letzten Jahr in Deutschland gegeben? Wie viele Papierrollen waren in Deutschlands Fabriken hergestellt worden? Wie viele Bergwanderungen waren angeboten worden? Jede dieser Zahlen wurde von der Stimme am Mikrophon herausgeschleudert, als sollte sie die Zuhörer erschüttern und überwältigen.
    Der Wirt gähnte laut hinter seinem Tresen. Der deutsche Cognac schmeckte wie parfümierter Methylalkohol, und das Stück Brot, um das der Fremde gebeten hatte, war feucht, grau und klebrig.
    «Haben Sie Eier?» fragte einer der Gäste.
    «Nein», meinte der Wirt, «aber Sie können den Völkischen Beobachterhaben."

     

     
    Erika Mann (9 november 1905 - 27 augustus 1969)
    Hier met W. A. Auden

     

     

    De Duitse schrijver Jan Decker werd geboren op 9 november 1977 in Kassel. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan Decker op dit blog.

    Uit:Der lange Schlummer

    “Manch einer mag an eine Novelle glauben, wenn er diese Meldung von mir bekommt. Ich hingegen kann dir versichern, dass sie allein den Tatsachen entspricht. Folgendes hat sich zugetragen: Dein treuer Spaziergänger und Freund Johann Gottfried Seume hat über zweihundert Jahre unter einem Stein in Italien geschlummert. Er ist endlich aufgewacht, um seinen letzten Spaziergang anzutreten, der ihn heimwärts nach Grimma führen soll.
    Ich vermag dir nicht genau zu berichten, wie ich zu jenem Thüringer Rasthof gelangt bin, der meine erste wissentliche Erinnerung nach dem langen Schlummer darstellt. Immerhin zeigten mir die Buchstaben über dem Rasthofgebäude an, dass ich in Gräfenroda gelandet war. Also im Thüringer Wald und mitnichten im Hades, was mir auch die verwunderten Gesichter der Rasthofbesucher mitteilten. Sie mokierten sich eifrig über meinen Aufzug, der ihnen etwas altertümlich vorkam. Nur der Rasthofbesitzer fand sich bereit, mir eine warme Suppe und ein Brot zu spendieren, nachdem ich ihm glaubhaft versichert hatte, keine Münze der neuen Währung im Gepäck zu haben. Denke dir, dass mir am Geld in seinen Händen als Erstes auffiel, wie lange mein Schlummer gedauert hatte.
    Ja, ich halte viel auf Pünktlichkeit, deshalb tat mir meine Verspätung selbst am meisten leid. War ich doch plötzlich ein Kind, das die Welt neu erlernen musste. Zweihundert Jahre sind keine Lappalie, und so hangelte ich mich langsam am Vertrauten entlang. Die warme Suppe schmeckte köstlich wie ehedem, nur das Brot war ungewohnt hart und dunkel, mit ganzen Körnern im Teig, die ich sogleich ausspuckte.
    Wenn dir mein Verhalten recht alttestamentarisch vorkommt, so hast du recht. Hier saß nun Abraham, der durch eine List der Geschichte in das Neue Testament geraten war. Ich musste als ein solchermaßen neu erwachtes Erdenkind einen neuen Bund mit mir schließen.
    So schwor ich mir, nach alter Väter Sitte die Füße in die Hand zu nehmen und an die Mulde zu spazieren, um dort nach Freunden und Vertrauten zu sehen. Oder mich in die Gruft zu legen, sollte mir die neue Zeit nicht schmecken und ich meine Tage allein fristen müssen. Wenigstens bin ich um dein Schicksal unbesorgt. Da wir uns nicht im Paradies begegnet sind, müssen wir beide noch irgendwo am Leben sein.“

     

     
    Jan Decker (Kassel, 9 november 1977)
     

     

    De Engelse dichter en schrijver Roger Joseph McGough werd geboren op 9 november 1937 in Litherland, Lancashire. Zie ook alle tags voorRoger McGough op dit blog enook mijn blog van 9 november 2010.

     

    Oxygen

    I am the very air
    you breathe
    Your first
    and last
    breath

    I welcomed you
    at birth
    Shall bid
    farewell
    at death

    I am the Kiss of Life
    its ebb and flow
    With your last gasp
    You will call my name:
    'o o o o o o o o'

    *

    I am the very air
    you breathe
    Your first
    and last
    breath

    I welcomed you
    at birth
    Shall bid
    farewell
    at death

    I am the Kiss of Life
    its ebb and flow
    With your last gasp
    You will call my name:
    'o o o o o o o o'

     

     
    Roger McGough (Litherland, 9 november 1937)

     

     

    De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Anne Sexton op dit blog.

     

    45 Mercy Street (Fragment)

    In my dream,
    drilling into the marrow
    of my entire bone,
    my real dream,
    I'm walking up and down Beacon Hill
    searching for a street sign -
    namely MERCY STREET.
    Not there.

    I try the Back Bay.
    Not there.
    Not there.
    And yet I know the number.
    45 Mercy Street.
    I know the stained-glass window
    of the foyer,
    the three flights of the house
    with its parquet floors.
    I know the furniture and
    mother, grandmother, great-grandmother,
    the servants.
    I know the cupboard of Spode
    the boat of ice, solid silver,
    where the butter sits in neat squares
    like strange giant's teeth
    on the big mahogany table.
    I know it well.
    Not there.

     

     
    Anne Sexton (9 november 1928 – 4 oktober 1974)

     


    De Indische dichter en schrijver Mohammed Iqbal werd geboren op 9 november 1877 in Sialkot in het tegenwoordige Pakistan. Zie ook alle tags voorMohammed Iqbal op dit blog enook mijn blog van 9 november 2010

     

    The Sun

    O Sun! The world's essence and motivator you are
    The organizer of the book of the world you are

    The splendor of existence has been created by you
    The verdure of the garden of existence depends on you

    The spectacle of elements is maintained by you
    The exigency of life in all is maintained by you

    Your appearance confers stability on everything
    Your illumination and concord is completion of life

    You are the sun which establishes light in the world
    Which establishes heart, intellect, essence and wisdom

    O Sun! Bestow on us the light of wisdom
    Bestow your luster's light on the intellect's eye

    You are the decorator of necessaries of existence' assemblage
    You are the Yazdan of the denizens of the high and the low

    Your excellence is reflected from every living thing
    The mountain range also shows your elegance

    You are the sustainer of the life of all
    You are the king of the light's children

    There is no beginning and no end of yours
    Free of limits of time is the light of yours

     

     
    Mohammed Iqbal (9 november 1877 – 21 april 1938)

     

     

    De Duitse dichteres en schrijfster Karin Kiwus werd geboren op 9 november 1942 in Berlijn. Zie ook alle tags voorKarin Kiwus op dit blog en ook mijn blog van 9 november 2010

     

    Kleine Erinnerung an den Fortschritt

    Ja, damals, als wir Kinder waren,
    nach der Revolution, haben wir
    in Baschkirien noch
    den Großvater gesehen, wie er
    mit hellen lachenden Augen
    die erste Glühbirne verfolgt hat,
    die blitzend nackt durch unser
    Dorfschulzimmer gependelt ist,
    hin und her und hin und her.

    Aber nun?

     

     

    Glückliche Wendung

    Spätestens
    jetzt werden wir
    alles vergessen müssen
    und unauffällig
    weiterleben wie bisher

    hoffnungslos
    würden wir sonst
    immer wieder
    die Lusttaste bedienen
    gierig verhungern müssen
    und uns nie mehr
    erinnern können
    an das Glück.

     

     
    Karin Kiwus (Berlijn, 9 november 1942)

     

     

    Onafhankelijk van geboortedata

    De Amerikaanse dichter en bibliothecaris Michael Derrick Hudson werd geboren in 1963 in Wabash, Indiana. Zie ook alle tags voor Michael Derrick Hudson op dit blog.

     

    Paperweight

    To obtain a little perspective, I once bought
    for five dollars a fossil trilobite

    from Crawford County, preserved

    a week or so postmortem, decay
    and currents already busting it apart along

    its seams. Sometimes I’ll recover it from

    my desk’s clutter to fondle for a moment
    weird’s minuscule: the Crawdad

    from Mars, a stone-eyed armor plate alien
    incomprehensibly sexed

    and scuttling a half billion years
    before the happenstance of thumbs, brains

    or love. But nothing saves us, dead bug –

    not the rudimentary eye good for a glimpse
    of a primitive jaw slashing

    the depths. Not the single throbbing nerve

    for balling up in terror. Not those cunning
    mouthparts that once filtered

    a living of sorts from the World’s first ooze.

     

     
    Michael Derrick Hudson (Wabash, 1963)
    Wabash

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 9e november ook mijn blog van 9 november 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

     

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 9 november 2008, mijn blog van 9 november 2007 en ook mijn blog van 9 november 2006.

    09-11-2017 om 18:06 geschreven door Romenu  


    Tags:Ivan Toergenjev, Jens Christian Grřndahl, Erika Mann, Jan Decker, Roger McGough, Anne Sexton, Mohammed Iqbal, Karin Kiwus, Michael Derrick Hudson, Romenu
    » Reageer (0)
    08-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kazuo Ishiguro, Joshua Ferris, Alice Notley, Herbert Hindringer, Elfriede Brüning, Margaret Mitchell, Detlef Opitz, Bram Stoker, Peter Weiss

    De Japanse schrijver Kazuo Ishiguro werd op 8 november 1954 geboren in Nagasaki. Zie ook mijn blog van 8 november 2009 en ook mijn blog van 8 november 2010 en eveneens alle tags voor Kazuo Ishiguro op dit blog.

    Uit: Never Let Me Go

    “Sometimes he'd make me say things over and over; things I'd told him only the day before, he'd ask about like I'd never told him. 'Did you have a sports pavilion?' Which guardian was your special favourite?' At first I thought this was just the drugs, but then I realised his mind was clear enough. What he wanted was not just to hear about Hailsham, but to remember Hailsham, just like it had been his own childhood. He knew he was close to com-pleting and so that's what he was doing: getting me to describe things to him, so they'd really sink in, so that maybe during those sleepless nights, with the drugs and the pain and the exhaustion, the line would blur between what were my memories and what were his. That was when I first understood, really understood, just how lucky we'd been — Tommy, Ruth, me, all the rest of us.
    Driving around the country now, I still see things that will remind me of Hailsham. I might pass the corner of a misty field, or see part of a large house in the distance as I come down the side of a valley, even a particular arrangement of poplar trees up on a hillside, and I'll think: 'Maybe that's it! I've found it! This actually is Hailsham!' Then I see it's impossible and I go on driv- ing, my thoughts drifting on elsewhere. In particular, there are those pavilions. I spot them all over the country, standing on the far side of playing fields, little white prefab buildings with a row of windows unnaturally high up, tucked almost under the eaves. I think they built a whole lot like that in the fifties and sixties, which is probably when ours was put up. If I drive past one I keep looking over to it for as long as possible, and one day I'll crash the car like that, but I keep doing it. Not long ago I was driving through an empty stretch of Worcestershire and saw one beside a cricket ground so like ours at Hailsham I actually turned the car and went back for a second look. We loved our sports pavilion, maybe because it reminded us of those sweet little cottages people always had in picture books when we were young. I can remember us back in the Juniors, pleading with guardians to hold the next lesson in the pavilion instead of the usual room. Then by the time we were in Senior 2 —when we were twelve, going on thirteen — the pavilion had become the place to hide out with your best friends when you wanted to get away from the rest of Hailsham. The pavilion was big enough to take two separate groups without them bothering each other — in the summer, a third group could hang about out on the veranda. But ideally you and your friends wanted the place just to yourselves, so there was often jockeying and arguing.“

     

     
    Kazuo Ishiguro (Nagasaki, 8 november 1954)

     

     

    De Amerikaanse schrijver Joshua Ferris werd op 8 november 1974 in Danville, Illinois geboren. Zie ook mijn blog van 8 november 2010 en eveneens alle tags voor Joshua Ferris op dit blog.

    Uit:The Dinner Party

    “On occasion, the two women went to lunch and she came home offended by some pettiness. And he would say, “Why do this to yourself?” He wanted to shield her from being hurt. He also wanted his wife and her friend to drift apart so that he never had to sit through another dinner party with the friend and her husband. But after a few months the rift would heal and the friendship return to good standing. He couldn’t blame her. They went back a long way, and you got only so many good friends.
    He leapt four hours ahead of the evening and saw, in future retrospect, that he could predict every gesture, every word. He walked back to the kitchen and stood with a new drink in front of the fridge, out of her way. “I can’t do it,” he said.
    “Can’t do what?”
    The balls were up in the air: water coming to a boil on the stove, meat seasoned on the butcher block. She stood beside the sink dicing an onion. Other vegetables, bright and doomed, waited their turn on the counter. She stopped cutting long enough to lift her arm to her eyes in a tragic pose. Then she resumed, more tearfully. She wasn’t drinking her wine.
    “I can tell you everything that will happen from the moment they arrive to the little kiss on the cheek goodbye, and I just can’t goddamn do it.”
    “You could stick your tongue down her throat instead of the kiss goodbye,” she offered casually as she continued to dice. She was game, his wife. She spoke to him in bad taste freely, and he considered it one of her best qualities. “But then that would surprise her, I guess, not you.”

     

     
    Joshua Ferris (Danville, 8 november 1974)

     

     

    De Amerikaanse dichteres Alice Notley werd geboren op 8 november 1945 in Bisbee, Arizona. Zie ook alle tags voor Allice Notley op dit blog.

     

    To a New Sex

    Somewhere out of antiquity someone work with me.
    When transferring a thought, the connectors and clauses
    recede: you get it. I got it – 
    The rest of the language, beauty and play
    I am your master, the thought says – 
           I disagree

    I’m thinking about the church where we
    held my brother’s funeral. He says, I was there:
    it hurt me; you cried too much; I don’t mind
    later. I just want to be with you, the thought says
    You mean thee thought or his thought?
    The rocks are like stars, gully full of stars.
    If I go with anyone anywhere, if they’d
    think sweetly to me. No one hears. Relax your shoulders.

    I’m singing to you over and over “to a new sex.”
    Sometimes it seems like there’s a lizard for each rock
    necklaces of lives,
                                  there’s room for an infinity
    of minds.
    Thoughts. Anywhere. Enter my head
    if you wish. No ends or purposes
    Prevailed fortunes. I have a destiny. My death
    will not complete it.

     

     

    World's Bliss

    The men & women sang & played
    they sleep by singing, what
    shall I say of the most
    poignant on earth the most glamorous
    loneliest sought after people
    those poets wholly beautiful
    desolate aureate, death is a
    powerful instinctive emotion—
    but who would be released from
    a silver skeleton? gems
    & drinking cups—This
    skull is Helen—who would not
    be released from the
    Book of Knowledge? Why
    should a maiden lie on a moor
    for seven nights & a day? And
    he is a maiden, he is & she
    on the grass the flower the spray
    where they lie eating primroses
    grown crazy with sorrow & all
    the beauties of old—oh each poet's a
    beautiful human girl who must die.

     

     
    Alice Notley (Bisbee, 8 november 1945)

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Herbert Hindringer werd geboren op 8 november 1974 in Passau. Zie ook alle tags voor Herbert Hindringer op dit blog en ook mijn blog van 29 december 2010.

     

    blauer fleck

    geh immer geradeaus
    bis du einen bart hast wie paul breitner
    elf meter später wirst du schnupfen kriegen
    niese dreimal
    eine alte vettel wird gesundheit brüllen
    und sich in blinder wut die haare ausreissen
    an der musst du vorbei und weiter
    so lange bis dir eine heuschrecke
    gegen das linke knie springt
    in dem moment drehst du dich dann nach rechts
    so weit es geht ohne weh zu tun
    und rennst 43 sekunden lang wie um dein leben

    wenn du die tür siehst brich dir ein bein
    zieh an dem tatzelwurm mit sachtem schwung
    und lache nicht

    vielleicht mach ich dann auf
    sagt sie
    und geht mir unter die haut

     

     
    Herbert Hindringer (Passau, 8 november 1974)

     

     

    De Duitse schrijfster Elfriede Brüning werd geboren op 8 november 1910 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 8 november 2010 en eveneens alle tags voor Elfriede Brüning op dit blog.

    Uit:Partnerinnen

    »Wie ein Rausch«,
    sagte meine Mutter immer, »die schönen Augenblicke im Leben gehen wie ein Rausch vorbei.« Komisch, daß mir das gerade jetzt einfällt, in diesem erhebenden Moment, da eine der Medaillen, die heute verliehen werden, auch für mich bestimmt ist. Der Verlauf des Festaktes ist mir wohlbekannt: ich selber habe das Programm auf der Maschine getippt, habe es zum Drucker gebracht und später wieder abgeholt, ich könnte die Reihenfolge im Traum hersagen. Zuerst spielt das Quartett, mit dem ich gleichfalls alles Nötige besprochen habe. Das Honorar, das die Künstler forderten, schien mir unverschämt hoch, aber das zu bewilligen oder abzulehnen ist nicht meine Sache. Jedenfalls sieht es so aus, als würfe unser Büro das Geld nicht zum Fenster hinaus; die vier spielen wirklich gut. Als nächstes wird die Ansprache unseres Präsidenten folgen, die zum Glück nur kurz ist (ich habe den Text dreimal abgetippt, und jedesmal habe ich ihn nach allen Seiten hin kräftig gestutzt).
    Nun tritt unser Generalsekretär in Aktion. Klein von Wuchs, wie er ist, reckt er seinen Hals wie eine Schildkröte aus dem Kragen heraus, damit er hinter dem Turm der rotledernen Mappen auf seinem Pult gut zu sehen ist, dann schnurrt er die Namen herunter. Zuerst verliest er die Preisträger der Gold- und Silbermedaillen (alles reputierliche, ergraute Herren, die sich um unsere Organisation verdient gemacht haben), und erst dann, in gebührendem Abstand, vergibt er die Bronze-Medaillen, die üblicherweise an Sachbearbeiter und Sekretäre verliehen werden, also an Personen weiblichen Geschlechts zumeist. »Für unermüdliche aufopferungsvolle Einsatzbereitschaft«, wird in meiner Begründung stehen, die, von einem Grafiker auf feinstes Büttenpapier gemalt, in eine Mappe geheftet ist.
    Ich stolpere nach vorn, schüttle Hände, werde symbolisch umarmt, drücke einen der teuren Nelkensträuße (die ich rechtzeitig im Blumenladen vorbestellt habe) an meine Brust, spüre, wie mir jemand die Medaillennadel an die Jacke heftet – und schon ist die Zeremonie beendet, ist tatsächlich an mir vorübergerauscht, und ich gehe zurück an meinen Platz. Auf dem Podium hat sich wiederum das Quartett placiert. Sie spielen etwas von Mozart; nur schade, daß unsereins so wenig davon versteht. Manchmal höre ich im Radio Musik, wenn ich schon im Bett liege; ich schlafe jetzt oft schwer ein. Früher habe ich immer mal mit den Kindern ins Konzert gehen wollen, mit Rita und Franz, aber es ist nie etwas daraus geworden, wir haben es uns immer bloß vorgenommen …“

     

     
    Elfriede Brüning (8 november 1910 – 5 augustus 2014)

     

     

    De Ameikaanse schrijfster Margaret Mitchell werd geboren op 8 november 1900 in Atlanta, Georgia. Zie ook alle tags voor Margaret Mitchell op dit blog en ook mijn blog van 8 november 2010.

    Uit: Gone with the wind

    “As she lay prostrate, too weak to fight off memories and worries, they rushed at her like buzzards waiting for death. No longer had she the strength to say: “I’ll think of Mother and Pa and Ashley and all this ruin later — Yes, later when I can stand it.” She could not stand it now, but she was thinking of them whether she willed it or not. The thoughts circled and swooped above her, dived down and drove tearing claws and sharp beaks into her mind. For a timeless time, she lay still, her face in the dirt, the sun beating hotly upon her, remembering things and people who were dead, remembering a way of living that was gone forever — and looking upon the harsh vista of the dark future.
    When she arose at last and saw again the black ruins of Twelve Oaks, her head was raised high and something that was youth and beauty and potential tenderness had gone out of her face forever. What was past was past. Those who were dead were dead. The lazy luxury of the old days was gone, never to return. And, as Scarlett settled the heavy basket across her arm, she had settled her own mind and her own life.
    There was no going back and she was going forward.
    Throughout the South for fifty years there would be bitter-eyed women who looked backward, to dead times, to dead men, evoking memories that hurt and were futile, bearing poverty with bitter pride because they had those memories. But Scarlett was never to look back.
    She gazed at the blackened stones and, for the last time, she saw Twelve Oaks rise before her eyes as it had once stood, rich and proud, symbol of a race and a way of living. Then she started down the road toward Tara, the heavy basket cutting into her flesh.”

     

     
    Margaret Mitchell (8 november 1900 – 16 augustus 1949)
    Scene uit de musical 'Gone with the wind' in Szeged, Hongarije, 2013

     

     

    De Duitse schrijver Detlef Opitz werd geboren op 8 november 1956 in Steinheidel-Erlabrunn. Zie ook alle tags voor Detlef Opitz op dit blog en ook mijn blog van 8 november 2009 en ook mijn blog van 8 november 2010.

    Uit: Der Büchermörder

    „Sofort muß er in die Stadt hinein, aufs Schoß muß er, sofort!
    Statt aber nun seinen Anweisungen die gehörige Folgsamkeit zu erweisen, flatterte die alte Muhme nur immerzu in der Stube auf und her und um den alten Herrn herum und war nicht davon abzubringen, vielerley Gezether daherzuschnattern und zu gaggern, und manches Stoßgebet darzu.
    ‘Ogott und Liebenhimmel!’ äffte der Kaufmann endlich in bösem Ton die ins Mark verschreckte Frau nach, die arme.
    ‘Halt sie endlich das Guschenmaul und hol die Butter, sag ich, nichts als Butter hülft! Und Kleider! Bring sie gefälligst den Ausgehrock bey! Und zwar noch heute, wenns geht, oder muß man ihn mal wieder erst schneidern?’
    Als überm Arm den Rock, in Händen die hölzerne Satte mit Butter, die Vetterin dann wieder herein war und in ihrer Confusion noch immer nicht recht wußte, wiewo zu beginnen, da riß er ihr kurz entschlossen das Gefäß aus der Hand, langte kräftig hinein und strich sich das Weiche gleich selbst übers Haupt. Ihr verblieb grad noch, ein grobes Stück Leinen darüber zu binden, schon verlangte er den Wintermatin und stampfte stracks zur Stube hinaus. — Die Magd blieb zurück und – weinte, weinte bitterlich; sie hatte ja auch gleich ganz so ein sinistres Gefühl, klagte sie sich selber an, diese Augen, pfui! - dieser stechende Blick, wie ein gewetztes Messer, so scharf!
    Warum war sie bloß nicht geblieben, statt nach der Wäsche hoch auf die Bodenkammer zu steigen? Was soll bloß jetzt werden?
    Ein Unglück! Bei so einer Nase, so lang, da hatte sie sich ja gleich gedacht : wenn der mal bloß nicht Arges im Schild bey sich führt...
    Indeß - ist freilich in tief verschneiter Stadt Leipzig ein Rentier nicht eben ein Renthier, so wollte es seine Zeit brauchen, ehe, heftig um Luft schnaufend, der Malträtirte in der städtischen Schoßstube angelangt war, wo er den verdutzten Beamten schon im Entré die Nummern der geraubten Obligationen entgegen schrie und dringendst ein Sperrcirkular verlangte. — Aber wenngleich ein solches auch zur selben Stunde noch hinaus ging, und zwar an alle Geldhäuser am Ort, es war zu spät. Zu spät!“

     

     
    Detlef Opitz (Steinheidel-Erlabrunn, 8 november 1956)
    Cover

     

     

    De Ierse schrijver Bram Stoker werd geboren op 8 november 1847 in Clontarf, een wijk van Dublin in Ierland. Zie ook alle tags voor Bram Stoker op dit blog en ook mijn blog van 8 november 2010.

    Uit: Dracula

    “When we started, the crowd round the inn door, which had by this time swelled to a considerable size, all made the sign of the cross and pointed two fingers towards me.
    With some difficulty, I got a fellow passenger to tell me what they meant. He would not answer at first, but on learning that I was English, he explained that it was a charm or guard against the evil eye.
    This was not very pleasant for me, just starting for an unknown place to meet an unknown man. But everyone seemed so kind-hearted, and so sorrowful, and so sympathetic that I could not but be touched.
    I shall never forget the last glimpse which I had of the inn yard and its crowd of picturesque figures, all crossing themselves, as they stood round the wide archway, with its background of rich foliage of oleander and orange trees in green tubs clustered in the centre of the yard.
    Then our driver, whose wide linen drawers covered the whole front of the boxseat,--"gotza" they call them--cracked his big whip over his four small horses, which ran abreast, and we set off on our journey.
    I soon lost sight and recollection of ghostly fears in the beauty of the scene as we drove along, although had I known the language, or rather languages, which my fellow-passengers were speaking, I might not have been able to throw them off so easily. Before us lay a green sloping land full of forests and woods, with here and there steep hills, crowned with clumps of trees or with farmhouses, the blank gable end to the road. There was everywhere a bewildering mass of fruit blossom--apple, plum, pear, cherry. And as we drove by I could see the green grass under the trees spangled with the fallen petals. In and out amongst these green hills of what they call here the "Mittel Land" ran the road, losing itself as it swept round the grassy curve, or was shut out by the straggling ends of pine woods, which here and there ran down the hillsides like tongues of flame. The road was rugged, but still we seemed to fly over it with a feverish haste. I could not understand then what the haste meant, but the driver was evidently bent on losing no time in reaching Borgo Prund.”

     

     
    Bram Stoker (8 november 1847 – 20 april 1912)
    Portret door Aidan Hickey, 2012

     

     

    De Duitse schrijver Peter Weiss werd geboren op 8 november 1916 in Nowawes (het tegenwoordige Neubabelsberg) bij Berlijn. Zie ook alle tags voor Peter Weiss op dit blog en ook mijn blog van 8 november 2010.

    Uit: Die Ermittlung

    “RICHTER Herr Zeuge
    Sie waren Vorstand des Bahnhofs in dem die Transporte einliefen
    Wie weit war der Bahnhof vom Lager entfernt
    ZEUGE I 2 Kilometer vom alten Kasernenlager und etwa 5 Kilometer vom Hauptlager
    RICHTER Hatten Sie in den Lagern zu tun
    ZEUGE I Nein
    Ich hatte nur dafür zu sorgen daß die Betriebsstrecken in Ordnung waren und daß die Züge fahrplanmäßig ein- und ausliefen
    RICHTER In welchem Zustand waren die Strecken
    ZEUGE I Es war eine ausgesprochen gut ausgestattete Rollbahn
    RICHTER Wurden die Fahrplananordnungen von Ihnen ausgearbeitet
    ZEUGE I Nein
    Ich hatte nur fahrplantechnische Maßnahmen im Zusammenhang mit dem Pendelverkehr zwischen Bahnhof und Lager durchzuführen
    RICHTER Dem Gericht liegen Fahrplananordnungen vor die von Ihnen unterzeichnet sind
    ZEUGE I Ich habe das vielleicht einmal vertretungsweise unterschreiben müssen
    RICHTER War Ihnen der Zweck der Transporte bekannt
    ZEUGE I Ich war nicht in die Materie eingeweiht
    RICHTER Sie wußten daß die Züge mit Menschen beladen waren
    ZEUGE I Wir erfuhren nur daß es sich um Umsiedlertransporte handelte die unter dem Schutz des Reichs standen“

     

     
    Peter Weiss (8 november 1916 - 10 mei 1982)
    Scene uit een opvoering in Neurenberg, 2009

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 8e november ook mijn blog van 8 november 2015 deel 2.

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 8 november 2008, mijn blog van 8 november 2007 en ook mijn blog van 8 november 2006.

    08-11-2017 om 18:10 geschreven door Romenu  


    Tags:Kazuo Ishiguro, Joshua Ferris, Alice Notley, Herbert Hindringer, Elfriede Brüning, Margaret Mitchell, Detlef Opitz, Bram Stoker, Peter Weiss, Romenu
    » Reageer (0)
    07-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Albert Helman, Albert Camus, Jan Vercammen, Antonio Skármeta, Pierre Bourgeade, W. S. Rendra, Vladimir Volkoff, Auguste Villiers de L'Isle-Adam, Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg

    De Nederlandse dichter en schrijver Albert Helman werd geboren op 7 november 1903 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Helman op dit blog.

    Uit: De dokwerker en de H. Geest

    “In het droogdok staat een zware zwarte scheepsromp, en klein daartegen staan een tiental arbeiders op hun stellingen. Maar pijnlijk-hel klinken hun hamerslagen, metaal tegen metaal, weergalmd door het water, over de wijde holle haven. Er waait een zachte, koele bries die de fijne geuren van teer en verf verder stuift, en die alle holten vervult: het holle, leeggeladen schip dat staat in het holle, kuischgespoelde dok, en het dok dat weer staat in de leege, wijde haven, die eerst klein en hol schijnt, wanneer je opziet naar het hooge, blauwe luchtgewelf.
    Dat doe je vanzelf, wanneer je uren lang schuin tegen de zwarte scheepswand op moet zien, zooals Willem dat doen moet, die verder van de hamerende mannen verwijderd, met een steekvlam de oude menie uit de naden wegbrandt, terwijl zijn kameraad ze meteen moet schoonkrabben.
    - Kijk uit! Ben je nou een haartje be....’ zegt die kameraad, maar hij slikt het booze woord in, want Willem is de kwaadste niet, al is hij deze middag wel heel erg verstrooid. Hij weet dat Willem van die dagen heeft dat zijn aandacht heel ergens anders is, maar wáár weet hij zelf niet. Dan kijkt hij langs het dok in de verte, alsof hij schepen ziet die niemand anders kent, of omhoog, langs het puntje van de mast, dat nog juist te zien is, alsof hij op een vliegmachine met een speciale boodschap voor hem staat te wachten.
    Maar vanmorgen zijn het de meeuwen die Willem zoo verstrooid maken, en dat duurt nu al een paar uur. Ze lijken wel gek die vogels. Ze zijn zoo licht en vlug als duiven, maar als je ze goed beschouwt, zijn ze zoo stom als de eenden. Hun lijf is sierlijk en wit, maar ze doen tegen elkaar alsof ze kippen zijn.
    - Ik zou er best een van nabij willen zien of in mijn hand houden, denkt Willem. Want zijn het nou duiven of zijn het nou géén duiven?
    Maar als zijn kameraad weer eens gevloekt heeft, nu hij de steekvlam heelemaal in de verkeerde richting houdt, omdat een paar meeuwen net op dezelfde waterkring neerduiken, wordt hij weer aandachtig voor het werk en zegt bij zichzelf: ‘Jesses wat een kinderachtige vent ben ik toch eigenlijk. Ik lijk wel een kwajongen.’

     

     
    Albert Helman (7 november 1903 - 7 oktober 1996)
    Hier in Parijs, 1932

     

     

    De Franse schrijver en filosoof Albert Camus werd geboren op 7 november 1913 in Mondovi, Algerije. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Camus op dit blog.

    Uit: La Peste

    « Les curieux événements qui font le sujet de cette chronique se sont produits en 194., à Oran. De l'avis général, ils n'y étaient pas à leur place, sortant un peu de l'ordinaire. A première vue, Oran est, en effet, une ville ordinaire et rien de plus qu'une préfecture française de la côte algérienne. La cité elle-même, on doit l'avouer, est laide. D'aspect tranquille, il faut quelque temps pour apercevoir ce qui la rend différente de tant d'autres villes commerçantes, sous toutes les latitudes. Comment faire imaginer, par exemple, une ville sans pigeons, sans arbres et sans jardins, où l'on ne rencontre ni battements d'ailes ni froissements de feuilles, un lieu neutre pour tout dire ? Le changement des saisons ne s'y lit que dans le ciel. Le printemps s'annonce seulement par la qualité de l'air ou par les corbeilles de fleurs que des petits vendeurs ramènent des banlieues ; c'est un printemps qu'on vend sur les marchés. Pendant l'été, le soleil incendie les maisons trop sèches et couvre les murs d'une cendre grise ; on ne peut plus vivre alors que dans l'ombre des volets clos. En automne, c'est, au contraire, un déluge de boue. Les beaux jours viennent seulement en hiver. Une manière commode de faire la connaissance d'une ville est de chercher comment on y travaille, comment on y aime et comment on y meurt. Dans notre petite ville, est-ce l'effet du climat, tout cela se fait ensemble, du même air frénétique et absent. C'est-à-dire qu'on s'y ennuie et qu'on s'y applique à prendre des habitudes. Nos concitoyens travaillent beaucoup, mais toujours pour s'enrichir. Ils s'intéressent surtout au commerce et ils s'occupent d'abord, selon leur expression, de faire des affaires. Naturellement ils ont du goût aussi pour les joies simples, ils aiment les femmes, le cinéma et les bains de mer. Mais, très raisonnablement, ils réservent ces plaisirs pour le samedi soir et le dimanche, essayant, les autres jours de la semaine, de gagner beaucoup d'argent. Le soir, lorsqu'ils quittent leurs bureaux, ils se réunissent à heure fixe dans les cafés, ils se promènent sur le même boulevard ou bien ils se mettent à leurs balcons. »

     

     
    Albert Camus (7 november 1913 – 4 januari 1960)

     

     

    De Vlaamse dichter en schrijver Jan Vercammen werd geboren in Temse op 7 november 1906. Zie ook alle tags voor Jan Vercammen op dit blog.

     

    Saxofoon

    Heet ademt de saxofoon:
    hij hangt heet aan de mond
    van een man, omdat Sjangkaïsjek
    een eiland bezit in
    een overvloedige zee.

    Met zijn vissemond rent
    de man langs klanken als peren
    op een spalier, want hij bezit
    het vasteland waar ook
    heilige apen spelen saxofoon.

    Ademen is de foetus doen groeien.
    Maar wanneer is die groot genoeg?
    Een mens wordt zo vroeg volwassen:
    ademen is toonloos tonen verlengen.

    Ademt de mens zijn koolzuur uit,
    zo blijft de zomer groen en rood.
    O die biologie van de saxofoon,
    het evangelie zegt jazz weliswaar.

    Je licht even je linkervoet op
    om je begeerte herkenbaar te maken
    (nooit hield ik op ze te kennen).
    Ik moet aan elke tweesprong van
    je vluchtende gedachten staan.

    Dat bewijs ik je kort nadien
    onder de boog van een orgelpunt.

     

     
    Jan Vercammen (7 november 1906 – 5 augustus 1984)

     

    De Chileense schrijver Antonio Skármeta werd geboren op 7 november 1940 in Antofagasta. Zie ook alle tags voor Antonio Skármeta op dit blog en ook mijn blog van 7 november 2010

    Uit: Mit brennender Geduld (Vertaald door Willi Zurbrüggen)

    »Such dir eine Arbeit«, lautete der kurze, schreckliche Satz, mit dem der Mann einen anklagenden Blick beendete, der bis zu zehn, aber niemals weniger als fiinf Minuten dauerte. »Ja, Papa«, antwortete Mario und putzte sich mit dem Ârmel die Nase. War dies der gewôhnliche Umstand, so war der glückliche der Besitz eines Fahrrads Marke Legnano, mit dessen Hilfe Mario jeden Tag den Blick auf den kargen Horizont der kleinen Fischerbucht mit der Ansicht des ziemlich winzigen Hafens von San Antonio vertauschte, der ihm jedoch im Vergleich zu den paar Hütten seines Heimatorts einen babylonisch prunkvollen Eindruck machte. Das bloBe Betrachten der Kinoplakate mit grell geschminkten Frauen und knallharten Mânnern, Havannas zwischen die makellosen Zâhne geklemmt, lieB ihn in eine Traumwelt versinken, aus der er erst nach zwei Zelluloidstunden wieder erwachte, um dann, untriistlich über seinen grauen Alltag, zurückzuradeln — oft unter einem für die Küstengegend typischen Regen, der ihm wahrhaft biblische Erkâltungen einbrachte. Die GroBzügigkeit seines Vaters ging nicht so weit, die Ausschweifungen des Sohnes zu ffirdern, so daB Mario Jiménez sich manchmal ohne Geld mit Streifzügen durch die Gebrauchtzeitschriftenlâden begnügen muBte, wo ihm nichts anderes blieb, als die Fotos seiner Lieblingsschauspielerinnen zu befummeln. Es war an einem dieser Tage trostlosen Herumlungerns, als Mario im Fenster des Postamts einen Aushang entdeckte, dem er — obwohl die Mitteilung nur mit der Hand auf das karierte Papier einer einfachen Rechenheftseite geschrieben war und er wâhrend seiner Schulzeit in Mathematik nicht gerade geglânzt hatte — nicht widerstehen konnte. Mario Jiménez hatte noch nie im Leben eine Krawatte getragen, aber bevor er das Postamt betrat, richtete er sich seinen Hemdkragen, als trüge er eine, und versuchte — mit einigem Erfolg — seine von einem Foto der Beatles inspirierte Mâhne mit einem Kamm in Form zu bringen. »Ich komme wegen des Aushangs«, verkündete er mit einem Lâcheln, das es mit dem von Burt Lancaster aufnehmen konnte. »Haben Sie ein Fahrrad?« fragte der Postbeamte verdrialich. Marios Herz und seine Lippen sagten einstimmig: »Ja.« »Na gut«, sagte der Postbeamte und putzte sich die Brille. »Es handelt sich um die Stelle des Brieftrâgers für Isla Negra.« »So ein Zufall«, sagte Mario, »ich wohne gleich nebenan, in der Bucht.« »Das ist ganz gut; aber wohl nicht so gut ist, daB es dort nur einen Kunden gibt.« »Nur einen?« »Ja, nur einen. In der Bucht wohnen sonst nur Analphabeten.“

     

     
    Antonio Skármeta (Antofagasta, 7 november 1940) 

     

     

    De Franse schrijver, scenarioschrijver, essayist, dichter, journalist en fotograaf Pierre Bourgeade werd geboren in Morlanne op 7 november 1927. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Pierre Bourgeade op dit blog.

    Uit: Eros mécanique

    « J'avais trente ans, j'étais comme la plupart des hommes : tantôt je ne pensais qu'aux femmes, tantôt j'oubliais qu'elles existaient. J'étais journaliste, je faisais un peu de critique d'art. Un soir de novembre, traversant les jardins du musée Guimet au sortir d'une exposition, je crus ressentir un choc électrique : mon regard venait de croiser celui d'une femme qui, venant de l'avenue du Président-Wilson, se dirigeait, elle, vers le musée. Je m'arrêtai net, et me retournai vers celle dont je n'avais rien perçu d'autre que cette onde violente, jaillie des yeux. Elle s'éloignait, vêtue d'un long manteau de fourrure, au bras d'un homme qui me parut être d'un certain âge. Ils ne se parlaient pas. Ils allaient, paisibles, familiers. J'attendis qu'ils eussent pénétré dans le musée, et je revins sur mes pas. J'avais bien aimé cette exposition, qui avait pour thème la peinture orientale. Je retrouvai le couple dans une salle du premier étage où étaient exposées des gravures anonymes illustrant Les Mille et Une Nuits. Parmi ces gravures, celle qui m'avait le plus troublé représentait simplement une femme nue sous un voile, vue de dos, debout, légèrement déhanchée, et détournant à peine l'épaule et le bras droits sur le côté, de manière à jeter un bref regard en arrière, ce qui permettait au spectateur de découvrir, en profil perdu, un visage aussi fin et réservé que la croupe de cette femme était lourde et attirante. Sous un petit rectangle de plastique était fixé, à côté de la gravure, un carton, où l'on pouvait lire, tapé à la machine, le fragment des contes qui avait inspiré l'artiste inconnu : « En vérité, si l'esclave aimée n'avait pas été plus avant à la recherche du prince Diamant, c'était parce que son lourd arrière-train accroché à une taille très fine… »

     

     
    Pierre Bourgeade (7 november 1927 – 12 maart 2009)

     

     

    De Indonesische dichter en toneelregisseur Wahyu Sulaeman Rendra (eig. Willibrordus Surendra Broto Rendra) werd geboren in Surakarta op 7 november 1935. Zie ook alle tags voor W. S. Rendra op dit blog.

     

    Sermon (Fragment)

    "We must exalt love.
    Love in the long grass.
    Love in the shops of jews.
    Love in the backyard of the church.
    Love is unity and tra-la-la.
    Tra-la-la. La-la-la. Tra-la-la.
    Like the grass
    we must flourish
    in unity and love.
    Let us pulverize ourselves.
    Let us shelter beneath the grass.
    Let us love beneath the grass.
    Taking as our guide:
    Tra-la-la. La-la-la. Tra-la-la."

    The whole congregation roared.
    They began to dance. Following the one rhythm
    They rubbed their bodies against each other
    Men against women. Men against men.
    Women with women. Everyone rubbed.
    And some rubbed their bodies against the walls of the church.
    And shouted in a queer mad voice
    shrilly and together:
    Tra-la-la. La-la-la. Tra-la-la.

    "Through the holy prophet Moses
    God has said:
    Thou must not steal.
    Junior civil servants stop stealing carbon.
    Serving-girls stop stealing fried chicken bones.
    Leaders stop stealing petro.
    And girls, stop stealing your own virtue.
    Of course, there is stealing and stealing.
    The difference is: cha-cha-cha, cha-cha-cha.
    All things come from God
    which means
    everything belongs to everyone.
    Everything is for everyone.
    We must be one. Us for us.
    Cha-cha-cha, cha-cha-cha.
    This is the guiding principle."

     

     
    W. S. Rendra (7 november 1935 - 6 augustus 2009)

     

     

    De Franse schrijver Vladimir Volkoff werd geboren in Parijs op 7 november 1932. Zie ook alle tags voor Vladimir Volkoff op dit blog en ook mijn blog van 7 november 2009 en ook mijn blog van 7 november 2010

    Uit: Langelot Agent Secret

    « D'autant plus qu'il s'agissait en l'occurrence d'un adjudant spécialisé dans l'inspection des boutons de guêtres et des semelles de chaussures, qui n'avait jamais vu le feu, jamais exercé un commandement, et s'était contenté d'une carrière glorieuse opiniâtrement poursuivie depuis trente ans dans la même caserne.
    « De quoi? tonna-t-il. Ça n'est même pas encore jeune recrue et ça veut faire la loi? Petite brute! Je m'en vais vous apprendre à vous bagarrer dans la cour du quartier! Civil ou pas, ça m'est égal. Si vous n'êtes pas content, vous irez le dire au colonel. Au trou, et pas de discussion! »
    A la grande surprise des spectateurs, le vainqueur n'opposa pas la moindre résistance, ne tenta pas la moindre justification. Il se releva lentement.
    «J'emporte ma gamelle. Vous permettez?»
    Et, tête haute, il suivit l'adjudant jusqu'à la prison où il commença immédiatement une partie de dominos avec des soldats qui s'y trouvaient déjà.

    *****************

    Lorsque Langelot entra dans la salle de délibérations, il vit, assis derrière une table recouverte d'un tapis vert, une douzaine d'officiers portant les uniformes les plus divers de l'Armée française, bleus ou moutarde, avec fourragère ou sans, étincelants de galons, émaillés de décorations, chemise kaki pour les uns, chemise blanche pour les autres, avec des cravates noires, des cravates marron, une cravate verte, et des accessoires variés, depuis le fume-cigarette de l'aviateur jusqu'au stick du colonel qui présidait. Au bout de la table, unique de son espèce, un civil.
    Les officiers, eux, virent s'avancer un garçon de petite taille, en chandail vert et pantalon noir, les traits menus mais durs, le front largement barré d'une mèche blonde, le regard bleu, attentif, sur la réserve. Il s'inclina avec aisance, sans prononcer un mot. Les officiers s'entre-regardèrent. Montferrand bourrait sa pipe. Un silence pesa. Enfin :
    « Asseyez-vous, jeune homme », dit le colonel avec bienveillance.
    Le garçon s'assit face aux officiers. »

     

     
    Vladimir Volkoff (7 november 1932 - 14 september 2005)

     

     

    De Franse dichter en schrijver Auguste Villiers de L'Isle-Adam werd geboren op 7 november 1838 in Saint-Brieuc. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Villiers de L’Isle-Adam op dit blog en ook alle tags voor Auguste Villiers de L'Isle-Adam op dit blog.

    Uit: Tribulat Bonhomet

    « La chaîne des événements ténébreux que je vais prendre sur moi de retracer (malgré mes cheveux blancs et mon dédain de la gloriole), me paraissant comporter une somme d’horreur capable de troubler de vieux hommes de loi, je dois confesser, in primis, que si je livre ces pages à l’impression, c’est pour céder à de longues prières d’amis dévoués et éprouvés. Je crains même d’être, plus d’une fois, dans la triste nécessité d’atténuer, — (par les fleurs de mon style et les ressources d’une riche faconde), — leur hideur insolite et suffocante.
    Je ne pense pas que l’Effroi soit une sensation universellement profitable : le trait d’un vieil insensé ne serait-il pas de la répandre, à la volée, à travers les cerveaux, mû par le vague espoir de bénéficier du scandale ? Une découverte profonde n’est pas immédiatement bonne à lancer, au pied levé, parmi le train des pensées humaines. Elle demande à être mûrement digérée et sassée par des esprits préparateurs. Toute grande nouvelle, annoncée sans ménagements, peut alarmer, souvent même affoler bon nombre d’âmes dévotieuses, surexciter les facultés caustiques des vauriens, et réveiller les antiques névroses de la Possession, chez les timorés.
    Bien est-il vrai, cependant, que faire penser est un devoir qui prime bien des scrupules !… Tout pesé, je parlerai. Chacun doit porter en soi son aliquid inconcussum ! — D’ailleurs, mon siècle me rassure ; pour quelques esprits faibles que je puis atteindre, il est de nombreux esprits forts que je puis édifier. J’ai dit « esprits forts » et je ne parle pas au hasard. Quant à la véracité de mon récit, personne, je le parierais, ne la plaisantera outre mesure. Car, en admettant, même, que les faits suivants soient radicalement faux, la seule idée de leur simple possibilité est tout aussi terrible que le pourrait être leur authenticité démontrée et reconnue. — Une fois pensé, d’ailleurs, qu’est-ce qui n’arrive pas un peu, dans le mystérieux Univers?"

     

     
    Auguste Villiers de L'Isle-Adam (7 november 1838 - 18 april 1889)
    Model uit 1906 voor een monument ter nagedachtenis van Auguste Villiers van Isle-Adam in museum Carnavalet, Parijs

     

     

    De Duitse dichter, vertaler en jurist Graaf Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg werd geboren op 7 november 1750 in Bramstedt. Zie ook alle tags voor Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg op dit blog en ook mijn blog van 7 november 2009 en ook mijn blog van 7 november 2010

     

    Lied

    Ich ging unter Erlen am kühligen Bach,
    Und dachte wohl manchem und manchem wohl nach:
    Es war mir im Herzen so leicht und so wohl;
    Doch wurden von Thränen die Augen mir voll.

    Es entschwebte den säuselnden Wellen das Bild
    Von meiner Geliebten, holdselig und mild;
    Da sank ich ans Ufer ins schwellende Moos,
    Mir stürzten die Thränen hinab in den Schoß.

    Nun lag ich im Schatten am kühligen Bach,
    Und dachte wohl manchem und manchem wohl nach:
    Die Nachtigall sang, und es rauschte der Bach;
    Ich dachte dem einen und einen nur nach.

    Schon flammten die Wolken im rötenden Strahl,
    Schon senkten sich bräunere Schatten ins Thal,
    Schon bebte durch Erlen der Mond auf dem Bach;
    Ich dachte dem einen und einen nur nach.

    Nun wankt' ich von dannen mit weinendem Blick,
    Und sah nach dem Bach und den Erlen zurück:
    Sie schwanden; es schwand nicht das liebliche Bild,
    Das immer und immer die Seele mir füllt.

     

     
    Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg (7 november 1750 - 5 december 1819)
    Portret doorAnton Graff, 1785

     

     

    Zie voor meer schrijvers van de 7e november ook mijn blog van 7 november 2015 deel 2.

    Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 7 november 2008, mijn blog van 7 november 2007 en ook mijn blog van 7 november 2006.

    07-11-2017 om 18:22 geschreven door Romenu  


    Tags:Albert Helman, Albert Camus, Jan Vercammen, Antonio Skármeta, Pierre Bourgeade, W. S. Rendra, Vladimir Volkoff, Auguste Villiers de L'Isle-Adam, Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg, Romenu
    » Reageer (0)
    06-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.K. Schippers, Nelleke Noordervliet, Colson Whitehead, Michael Cunningham, Robert Musil, Bea Vianen, Bert Vanheste, Bodenski, Johannes Petrus Hasebroek

    De Nederlandse dichter, schrijver, essayist en kunstcriticus K. Schippers, pseudoniem van Gerard Stigter, werd geboren in Amsterdam op 6 november 1936. Zie ook alle tags voor K. Schippers op dit blog.

     

    Algemene taal na klap

    Geef een Fransman, een Engelsman
    een klap met een houten hamer
    en luister
    of geluid
    nog met landstaal
    in verband gebracht kan worden

    Indien klap hard
    daarna vergelijken:
    het geluid van een slapende Fransman
    het geluid van een slapende Engelsman

    Universele grammatica en fonetiek
    van slaapgeluiden zonder woorden

     

     

    Huid

    Een doos of vaas kan zich
    geen beeld van iets anders vormen.

    Zij zijn alleen een deel van een
    omgeving voor een mens of dier.

    Zelf vallen zij samen met hun huid
    van steen, karton of een ander

    materiaal. Zij kunnen nooit een
    uitbreiding ervaren. Voorwerpen

    zijn gedompeld in een afzondering
    die nooit kan worden opgeheven.

    Er is niets dan zij.

     

     

    Opening van het visseizoen

    Eindelijk buiten.
    Water is water.
    Riet is riet.
    Een eend lijkt op een eend.

    Maar nu begint mijn vader (62) weer.

    Hij noemt waterhoentjes strijkbouten
    en vindt dat de maan
    ondergaat
    als de
    zon.

     

     
    K. Schippers (Amsterdam, 6 november 1936)

     

     

    De Nederlandse schrijfster Nelleke Noordervliet werd op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Nelleke Noordervliet op dit blog.

    Uit: Advocaat van de hemel

    “Zorgvlied. Daar had hij altijd willen liggen. Het Père Lachaise van Amsterdam. En die stoet: als hij die kon zien! We brachten hem naar zijn kuil ergens achteraan. Ik liep voorop. Het is een plicht die je hebt als familie, als enige zuster. Er is niemand over. Ouders vroeg dood. Wijzelf allang veel ouder dan onze ouders ooit zijn geworden. Tantes en ooms in verre Indische nevels gebleven. Neven en nichten? Geen idee. Leegte aan onze kant van de stamboom. Mijn dode broer had weinig familie bij zijn laatste optreden, maar veel publiek en niemand die om hem gaf. Wie man sich bettet, so liegt man.
    Het was mooi dodenweer. Nevelig. Er hingen druppels aan de laatste gele bladeren. Het rook naar kleuterscholen vol herfststukjes. Ik dacht aan hem, hoe hij daar een beetje lag te schudden in zijn Hamlet-kostuum met schillerkraag. Dat wou hij aan, hij had het vastgelegd bij de notaris. Hij scheen het pak kort voor zijn dood nog gepast te hebben. Zijn ziekte had hem zijn jeugdige gestalte weer gegeven. Mager en knokig. Nu kan ik gaan, zei hij tegen de verpleegster, die het mij vertelde alsof ik er vast wel blij om zou zijn dat hij vrede had met de dood. ‘Uw broer was geen makkelijke patiënt,’ zei ze nog eerlijk.
    Ofschoon ik toespraken had verboden - ik heb een afschuw van leugenachtigheid en had neutrale muziek uitgezocht - was in de aula een acteur quasi spontaan opgestaan en had de hele ‘To be or not to be’-monoloog gedeclameerd, in het geval van mijn broer nauwelijks meer een vraag. Het was een hommage aan het grootste moment van Henks carrière, toen hij als jonge veertiger een dwarse Hamlet-bewerking speelde onder de harde ideologische hand van een Oost-Duits regisseur. Ik heb de voorstelling met kromme tenen uitgezeten. Velen vonden het prachtig, revolutionair, anders. Hij glorieerde in zijn kleine kring rechtvaardigen.
    We naderden het graf. Ik probeerde de beelden tegen te houden, maar werd erdoor overspoeld. Vroeger. Later. Alles. Dat hele vergeefse leven. Het zijne en het mijne. Het leven van iedereen die achter mij over het zachte pad trad. Ik keek naar de hemel. Daarin was niets te zien.”

     

     
    Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 6 november 1945)

     

     

    De Amerikaanse schrijver Colson Whitehead werd geboren op 6 november 1969 en groeide op in Manhattan. Zie ook alle tags voor Colson Whitehead op dit blog.

    Uit: The Underground Railroad

    “The first time Caesar approached Cora about running north, she said no.This was her grandmother talking. Cora’s grandmother had never seen the ocean before that bright afternoon in the port of Ouidah and the water dazzled after her time in the fort’s dungeon. The dungeon stored them until the ships arrived. Dahomeyan raiders kidnapped the men first, then returned to her village the next moon for the women and children, marching them in chains to the sea two by two. As she stared into the black doorway, Ajarry thought she’d be reunited with her father, down there in the dark. The survivors from her village told her that when her father couldn’t keep the pace of the long march, the slavers stove in his head and left his body by the trail. Her mother had died years before.Cora’s grandmother was sold a few times on the trek to the fort, passed between slavers for cowrie shells and glass beads. It was hard to say how much they paid for her in Ouidah as she was part of a bulk purchase, eighty- eight human souls for sixty crates of rum and gunpowder, the price arrived upon after the standard haggling in Coast English. Able- bodied men and child-bearing women fetched more than juveniles, making an individual accounting difficult.The Nanny was out of Liverpool and had made two previous stops along the Gold Coast. The captain staggered his purchases, rather than find himself with cargo of singular culture and disposition. Who knew what brand of mutiny his captives might cook up if they shared a common tongue. This was the ship’s final port of call before they crossed the Atlantic. Two yellow- haired sailors rowed Ajarry out to the ship, humming. White skin like bone.The noxious air of the hold, the gloom of confinement, and the screams of those shackled to her contrived to drive Ajarry to madness. Because of her tender age, her captors did not immedi-ately force their urges upon her, but eventually some of the more seasoned mates dragged her from the hold six weeks into the pas-sage. She twice tried to kill herself on the voyage to America, once by denying herself food and then again by drowning. The sailors stymied her both times, versed in the schemes and inclinations of chattel. Ajarry didn’t even make it to the gunwale when she tried to jump overboard. Her simpering posture and piteous aspect, rec-ognizable from thousands of slaves before her, betrayed her inten-tions. Chained head to toe, head to toe, in exponential misery.Although they had tried not to get separated at the auction in Ouidah, the rest of her family was purchased by Portuguese trad-ers from the frigate Vivilia, next seen four months later drifting ten miles off Bermuda. Plague had claimed all on board. Authorities lit the ship on fire and watched her crackle and sink.“

     

     
    Colson Whitehead (New York, 6 november 1969)

     

     

    De Amerikaanse schrijver Michael Cunningham is geboren in Cincinnati, Ohio op 6 november 1952. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Michael Cunningham op dit blog.

    Uit: The Hours

    « Leonard races from the room, runs downstairs. He says to the maid, "I think something has happened to Mrs. Woolf. I think she may have tried to kill herself. Which way did she go? Did you see her leave the house?"
    The maid, panicked, begins to cry. Leonard rushes out and goes to the river, past the church and the sheep, past the osier bed. At the riverbank he finds no one but a man in a red jacket, fishing.
    She is borne quickly along by the current. She appears to be flying, a fantastic figure, arms outstretched, hair streaming, the tail of the fur coat billowing behind. She floats, heavily, through shafts of brown, granular light. She does not travel far. Her feet (the shoes are gone) strike the bottom occasionally, and when they do they summon up a sluggish cloud of muck, filled with the black silhouettes of leaf skeletons, that stands all but stationary in the water after she has passed along out of sight. Stripes of green-black weed catch in her hair and the fur of her coat, and for a while her eyes are blindfolded by a thick swatch of weed, which finally loosens itself and floats, twisting and untwisting and twisting again.
    She comes to rest, eventually, against one of the pilings of the bridge at Southease. The current presses her, worries her, but she is firmly positioned at the base of the squat, square column, with her back to the river and her face against the stone. She curls there with one arm folded against her chest and the other afloat over the rise of her hip. Some distance above her is the bright, rippled surface. The sky reflects unsteadily there, white and heavy with clouds, traversed by the black cutout shapes of rooks. Cars and trucks rumble over the bridge. A small boy, no older than three, crossing the bridge with his mother, stops at the rail, crouches, and pushes the stick he's been carrying between the slats of the railing so it will fall into the water. His mother urges him along but he insists on staying awhile, watching the stick as the current takes it.
    Here they are, on a day early in the Second World War: the boy and his mother on the bridge, the stick floating over the water's surface, and Virginia's body at the river's bottom, as if she is dreaming of the surface, the stick, the boy and his mother, the sky and the rooks. An olive-drab truck rolls across the bridge, loaded with soldiers in uniform, who wave to the boy who has just thrown the stick. He waves back. He demands that his mother pick him up so he can see the soldiers better; so he will be more visible to them. All this enters the bridge, resounds through its wood and stone, and enters Virginia's body. Her face, pressed sideways to the piling, absorbs it all: the truck and the soldiers, the mother and the child.“

     

     
    Michael Cunningham (Cincinnati, 6 november 1952)

     

     

    De Oostenrijkse schrijver Robert Musil werd geboren op 6 november 1880 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Robert Musil op dit blog.

    Uit: Der Mann ohne Eigenschaften

    „Diese beiden hielten nun plötzlich ihren Schritt an, weil sie vor sich einen Auflauf bemerkten. Schon einen Augenblick vorher war etwas aus der Reihe gesprungen, eine quer schlagende Bewegung; etwas hatte sich gedreht, war seitwärts gerutscht, ein schwerer, jäh gebremster Lastwagen war es, wie sich jetzt zeigte, wo er, mit einem Rad auf der Bordschwelle, gestrandet dastand. Wie die Bienen um das Flugloch hatten sich im Nu Menschen um einen kleinen Fleck angesetzt, den sie in ihrer Mitte freiließen. Von seinem Wagen herabgekommen, stand der Lenker darin, grau wie Packpapier, und erklärte mit groben Gebärden den Unglücksfall. Die Blicke der Hinzukommenden richteten sich auf ihn und sanken dann vorsichtig in die Tiefe des Lochs, wo man einen Mann, der wie tot dalag, an die Schwelle des Gehsteigs gebettet hatte. Er war durch seine eigene Unachtsamkeit zu Schaden gekommen, wie allgemein zugegeben wurde. Abwechselnd knieten Leute bei ihm nieder, um etwas mit ihm anzufangen; man öffnete seinen Rock und schloß ihn wieder, man versuchte ihn aufzurichten oder im Gegenteil, ihn wieder hinzulegen; eigentlich wollte niemand etwas anderes damit, als die Zeit ausfüllen, bis mit der Rettungsgesellschaft sachkundige und befugte Hilfe käme.
    Auch die Dame und ihr Begleiter waren herangetreten und hatten, über Köpfe und gebeugte Rücken hinweg, den Daliegenden betrachtet. Dann traten sie zurück und zögerten. Die Dame fühlte etwas Unangenehmes in der Herz-Magengrube, das sie berechtigt war für Mitleid zu halten; es war ein unentschlossenes, lähmendes Gefühl. Der Herr sagte nach einigem Schweigen zu ihr: »Diese schweren Kraftwagen, wie sie hier verwendet werden, haben einen zu langen Bremsweg.« Die Dame fühlte sich dadurch erleichtert und dankte mit einem aufmerksamen Blick. Sie hatte dieses Wort wohl schon manchmal gehört, aber sie wußte nicht, was ein Bremsweg sei, und wollte es auch nicht wissen; es genügte ihr, daß damit dieser gräßliche Vorfall in irgend eine Ordnung zu bringen war und zu einem technischen Problem wurde, das sie nicht mehr unmittelbar anging. Man hörte jetzt auch schon die Pfeife eines Rettungswagens schrillen, und die Schnelligkeit seines Eintreffens erfüllte alle Wartenden mit Genugtuung. Bewundernswert sind diese sozialen Einrichtungen. Man hob den Verunglückten auf eine Tragbahre und schob ihn mit dieser in den Wagen. Männer in einer Art Uniform waren um ihn bemüht, und das Innere des Fuhrwerks, das der Blick erhaschte, sah so sauber und regelmäßig wie ein Krankensaal aus. Man ging fast mit dem berechtigten Eindruck davon, daß sich ein gesetzliches und ordnungsmäßiges Ereignis vollzogen habe. »Nach den amerikanischen Statistiken«, so bemerkte der Herr, »werden dort jährlich durch Autos 190000 Personen getötet und 450000 verletzt.«

     

     
    Robert Musil (6 november 1880 – 15 april 1942)
    Cover

     

     

    De Surinaamse dichteres en schrijfster Bea Vianen werd geboren in Paramaribo op 6 november 1935. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Bea Vianen op dit blog.

    Uit:Nonnen en straffen

    “Een droom heeft mij wakker gemaakt. Ik dacht dat ik in het Internaat was en in de rij liep. Naast Norine. Een rozenkrans in de hand. Ik hoorde de stem van de Overste. Zij prevelde. Voor mij gaven de meisjes elkaar duwtjes om het gebed van de soeur belachelijk te maken. Ik was acht. Mijn moeder lag in het ziekenhuis. Zij zou daar jaren liggen. Aan de hand van mijn vader beklom ik de brede en hoge stoep van het klooster aan de Gravenstraat. De zon ging onder. Ik denk dat het vier uur was. Ik huilde. De stilte van de kloostervestibule greep mij aan. Ik voelde mij gevangen, ver van de spelletjes die ik zo graag deed: het vangen van aardwormpjes met lange grassprietjes, natgemaakt met speeksel om de soekroeboes, zoals wij de wormpjes noemden, aan te lokken. Ik voelde mij ver van de hangalampoeheiningen, de bladeren die ik doorprikte met de harde doorns van de babydruif. En dan mijn tadja's van zand, versierd met gele bloemen die ik langs de goot voor ons huis plukte. De zoemende honingbijen, gevangen met een stukje papier.
    Tja, ik was acht toen ik kennis maakte met lange gebedsoefeningen, straffen, gangen, vestibules, refters, mangelkamers, koepen, zalen en biechtstoelen.
    Het Internaat van de Orde der Franciscanessen was een wereld in het klein, roterend door de kracht van christelijk kolonialisme. Een kleine wereld ook omdat alle rassen van onze samenleving dezelfde straffen ondergingen, dezelfde zonden beleden en dezelfde taal spraken. Het Nederlands. De voertaal. De taal van de beschaafden. Gesproken door de Chinese meisjes uit het district Nickerie en uit Marowijne. Door de Indiaanse meisjes, de onverschrokken dochters van de Caraïben en de Arowakken uit Donderskamp en Corneliskondré aan de benedenloop van de Coppenamerivier. Door zovele anderen die ik mij nog erg goed herinner. Vooral de rebellen, even onverschrokken als de Indiaanse meisjes voor wie ik grote bewondering had. Stella, Wilma, Joosje, gevolgd door de familienaam Indiaan. Ik kon goed met ze opschieten, ofschoon zij een stuk ouder waren. Toch durfde ik ze nooit te vragen of het waar was dat 's nachts in het donker van de Palmentuin drievingerige Indianen ronddoolden.”

     

     
    Bea Vianen (Paramaribo, 6 november 1935)

     

     

    De Vlaamse literatuurwetenschapper en auteur Gilbert (Bert) Vanheste werd geboren in Pervijze op 6 november 1937. Zie ook alle tags voor Bert Vanheste op dit blog.

    Uit:De politieke romans van Virginie Loveling: antikatholiek?

    “Vanacker stelt dus dat ik ten onrechte, op grond van mijn kennis van de eigen tijd, een scheiding aanbreng in de 19e eeuw tussen het katholieke geloof en de katholieke praktijk. In een raadselachtige zin lijkt hij te vinden dat ik op grond van mijn kennis van de huidige kerk (welke? die van mijn jeugd in Vlaanderen, die ik als minstens even onderdrukkend en intolerant heb ervaren als Loveling dat deed?), die zich zou distantiëren van de 19e-eeuwse onverdraagzaamheid, de conclusie trek dat er een onderscheid dient te worden gemaakt tussen de echte kerk en een intolerante verschijningsvorm ervan omstreeks 1880. Daar stelt hij tegenover dat er in 1880 geen andere katholieke kerk was dan die van 1880. Daar ben ik het mee eens, ook als dat betekent dat er binnen het katholieke kamp in die periode geen oppositie van enige betekenis bestond. Daar gaat het echter niet om. Als Vanacker zegt dat de twee geëngageerde romans van Virginie Loveling hem niet alleen antiklerikaal lijken, maar ook antikatholiek en hij verstaat onder die laatste term: gericht tegen de katholieke kerk, dan geef ik hem volmondig gelijk. Echter: in het normale spraakgebruik noemt men dat antiklerikalisme. Antikatholicisme stoot door naar de, niet aan een periode gebonden, geloofspunten. (Zoals anticommunisme veel verder gaat dan kritiek op de Russische partij). Welnu, V. Loveling bestrijdt die leerstellingen niet in haar boeken en zelfs niet (heb ik uit Vanacker begrepen) in haar journalistieke werk. De argumentatie voor deze stelling ligt op elke bladzijde van Vanackers artikel voor het oprapen. Er was omstreeks 1880 geen andere kerk, maar men - niet in de laatste plaats V.L. zelf - had wel degelijk weet van een andere, niet ultramontaanse, katholieke kerk, namelijk de vrijzinnig-katholieke waarin Virginie zelf grootgebracht was. Na 1848 was dit liberaal-katholicisme historisch achterhaald, hetgeen niet betekent dat het uit de hoofden gebannen was. Onmiskenbaar herinnerde V.L. zich die periode, sterker: zij idealiseerde die. En was het hoofdpersonage in de Franstalige tegenhanger van In onze Vlaamsche gewesten, Partie perdue van Goblet d'Alviella, niet zo'n oude katholiek, voorstander van de oude principes tegen de nieuwe Roomse richting? De onderwijzer die V.L. in het dorp M. (Meigem?) gekend moet hebben was al evenzeer zo'n katholiek. Vanacker noemt zelf de priester Angelman uit Sophie een dissident (een woord met een anachronistisch geurtje?) die Sophie uitlegt dat de kerk haar ware opdracht niet vervult.”

     

    .
    Bert Vanheste (6 november 1937 - 23 februari 2007)
    Pervijze

     

     

    De Duitse dichter, componist en musicus Bodenski (eig. Michael Boden) werd geboren op 6 november 1965 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Bodenski op dit blog en ook mijn blog van 6 november 2010

     

    Schlaflied

    Siehst du die Wolken über uns
    sie tanzen mit dem halben Mond
    siehst du das kleine rote Tier
    das in den schwarzen Büschen wohnt

    der alte Zaun ist längst verfault
    der Wald umarmt den Garten
    siehst du mein Haar, es wird schon grau
    vom warten, ach vom warten

    auf meiner Zunge liegt ein Stein
    und Gräser stechen tief in meine Haut
    die Nacht schaut uns mit tausend Augen zu
    komm schlaf mit mir
    bevor der Morgen graut

    hier in dem Schatten deines Leibs
    roll ich mich ein um auszuruhn
    kommt erst das Weiß dem Jahr ins Haar
    dann muß ich fortgehn schwarz und stumm

    auf meiner Zunge liegt ein Stein
    und Gräser stechen tief in meine Haut
    die Nacht schaut uns mit tausend Augen zu
    komm schlaf mit mir
    bevor der Morgen graut

     

     
    Bodenski (Potsdam, 6 november 1965)

     

     

    De Nederlandse schrijver, dichter en predikant Johannes Petrus Hasebroek werd geboren in Leiden op 6 november 1812. Zie ook alle tags voor Johannes Petrus Hasebroek op dit blog.

     

    De velden worden wit

    Reeds buigt de rijpende air het hoofd ter aarde neder,
    En kondigt d' oogstdag aan, waarom de landman bidt;
    God geeft in 't levend brood het zaad den zaaijer weder...
    De velden worden wit.

    Reeds zie ik ook voor mij den dag des oogstes naken.
    Waar bleef de blondheid, die de frissche jeugd bezit?
    Ach, zij verschoot om plaats voor bleeker verw te maken...
    De velden worden wit.

    De zeissen wordt gescherpt, mijn ziel! die u zal vellen;
    Geen uur beslissender, heel 't leven door, dan dit!
    Leere u de grafbloem op uw kruin uw dagen tellen...
    De velden worden wit.

     

     

    Halfheid
    Bij het zien van een regenboog

    0 schoon gezicht! Met zevenvoude kleuren
    Zie ik de bonte hemelboog
    Als een triomfpoort naar omhoog
    Zijn stralend halfrond opwaarts beuren.
    Gods Majesteit en Liefde gloort
    En treedt ons tegen door die poort.
    Maar ach waar gij de krans van stralen
    Wilt volgen tot zijn ring zich sluit , —
    Zie hoe daar eenklaps de aarde u stuit,
    En 't oog weerhoudt in 't nederdalen!
    Hoe schoon, o boog, uw gordel zij,
    Een Halfheid en niet meer, zijt gij!
    0 beeld van 't Schoonste en Zoetste op aarde!
    't Gelijkt de bonte regenboog.
    Het streelt uw hart, het boeit uw oog,
    Maar 't blijft ten dele al wat ze u baarde.
    Straks breekt de schone toverring,
    Waarmee ze u voor een wijl omving.
    Ja, wat ook de aarde ons geev' te aanschouwen,
    Wat ze ons van Waar- of Schoonheid bied',
    't Is al een Halfheid, wat gij ziet:
    't Geheel blijft weigren zich te ontvouwen.
    De dood alleen schenkt eens uw oog
    De aanschouwing van de volle boog.

     

     
    Johannes Petrus Hasebroek (6 november 1812 – 29 maart 1896)

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn blog van 6 november 2016 deel 2.

    Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 6 november 2008 en ook mijn blog van 6 november 2007 en eveneens mijn blog van 6 november 2006.

    06-11-2017 om 18:23 geschreven door Romenu  


    Tags:K. Schippers, Nelleke Noordervliet, Colson Whitehead, Michael Cunningham, Robert Musil, Bea Vianen, Bert Vanheste, Bodenski, Johannes Petrus Hasebroek, Romenu
    » Reageer (0)



    Zoeken op Blog Romenu

    Inhoud blog
  • Joost Zwagerman, Toon Tellegen, Joost Oomen, Thomas Möhlmann, Pauline Genee, Klaus Mann, Eugenio Montejo
  • Margaret Atwood, Seán Mac Falls, Jaap Meijer, Richard Dehmel, William Gilbert, Hans Reimann, Mireille Cottenjé
  • Joost van den Vondel, Guido van Heulendonk, Pierre Véry, Auberon Waugh, Dahlia Ravikovitch, Rebecca Walker, Christopher Paolini, Archibald Lampman, Max Barthel
  • Jelko Arts
  • Anton Koolhaas, Chinua Achebe, José Saramago, Renate Rubinstein, Craig Arnold, Danny Wallace, Frits van der Meer, Jónas Hallgrímsson, Hugo Dittberner
  • Clemens J. Setz, Jan Terlouw, Wolf Biermann, Ted Berrigan, J. G. Ballard, Gerhart Hauptmann, Liane Dirks, Lucien Rebatet, Marianne Moore
  • Norbert Krapf, Jonathan van het Reve, Olga Grjasnowa, Astrid Lindgren, René de Clercq, Chloe Aridjis, P.J. O'Rourke, Jurga Ivanauskaitė, Peter Orner
  • Christine Otten, Inez van Dullemen, Frank Westerman, Timo Berger, Hadjar Benmiloud, Nico Scheepmaker, José Carlos Somoza, Peter Härtling, Stanisław Barańczak
  • Am vierundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten (Annette von Droste-Hülshoff)
  • Daniël Dee, Lize Spit, Lucia Berlin, Frank Witzel, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Malcolm Guite
  • Hans Werner Richter, Michael Ende, Roland Barthes, Jacobus Bellamy, A.J.D. van Oosten, Carl Busse, Oskar Panizza, Juana Inés de la Cruz
  • St. Martin and the Beggar (Thom Gunn)
  • Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli, Luigi Malerba
  • Christina Guirlande, Andreas Reimann, Kurt Vonnegut, Noah Gordon, Louis de Bougainville
  • Jacob Cats, Friedrich Schiller, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Rick de Leeuw, Werner Söllner, Vachel Lindsay, Henry van Dyke, Aka Morchiladze
  • ECI Literatuurprijs voor Koen Peeters
  • Ivan Toergenjev, Jens Christian Grřndahl, Erika Mann, Jan Decker, Roger McGough, Anne Sexton, Mohammed Iqbal, Karin Kiwus, Michael Derrick Hudson
  • Kazuo Ishiguro, Joshua Ferris, Alice Notley, Herbert Hindringer, Elfriede Brüning, Margaret Mitchell, Detlef Opitz, Bram Stoker, Peter Weiss
  • Albert Helman, Albert Camus, Jan Vercammen, Antonio Skármeta, Pierre Bourgeade, W. S. Rendra, Vladimir Volkoff, Auguste Villiers de L'Isle-Adam, Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg
  • K. Schippers, Nelleke Noordervliet, Colson Whitehead, Michael Cunningham, Robert Musil, Bea Vianen, Bert Vanheste, Bodenski, Johannes Petrus Hasebroek
  • Bert Wagendorp, Andreas Stichmann, Hanns-Josef Ortheil, Joyce Maynard, Maurice Kilwein Guevara, Dmitri Prigov, Anna Maria van Schurman
  • Ella Wheeler Wilcox, Hans Sachs, Ulla Berkéwicz, Mikhail Artsybashev, James Elroy Flecker, Washington Allston
  • Judith Herzberg, Willem van Toorn, Peter W.J. Brouwer, Arthur van Amerongen, Klabund, Charles Frazier, C. K. Williams, Marc Awodey, Felix Braun
  • Joe Queenan, Oodgeroo Noonuccal, Jan Boerstoel, André Malraux, Ann Scott, Dieter Wellershoff, Hanns Heinz Ewers, William Cullen Bryant, Laura Accerboni
  • Allerzielen (Annie Salomons)
  • E. du Perron, Désanne van Brederode, Kees van den Heuvel, Charlotte Mutsaers, Odysseas Elytis, Augusta Peaux, Thomas Mallon, Bilal Xhaferri, Leo Perutz
  • Hera Lind
  • Allerheiligen (Norbert Hummelt)
  • Job Degenaar, Rudy Kousbroek, Huub Oosterhuis, Szilárd Borbély, Ilse Aichinger, Jean-Simon DesRochers, Stefaan van Laere, Hermann Broch, Jean Tardieu
  • Halloween (Joel Benton)
  • Bij 500 jaar Reformatie, Johann Gottfried von Herder, Joseph Boyden, John Keats, Don Winslow, Bruce Bawer
  • Carlos Drummond de Andrade, Jean Améry, Nick Stone, Irina Denezhkina, Ernst Augustin
  • Marijke Schermer
  • Jan Van Loy, Ezra Pound, Paul Valéry, Andrew Solomon, Fjodor Dostojevski, Georg Heym, Kostas Karyotakis, Michal Ajvaz, Richard Sheridan
  • Am zweiundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten (Annette von Droste-Hülshoff)
  • Matthias Zschokke, Andrea Voigt, Harald Hartung, Mohsen Emadi, Lee Child, Dominick Dunne, Claire Goll
  • Zbigniew Herbert, Aleksandr Zinovjev, Dora Read Goodale, Georg Engel, Jean Giraudoux, André Chénier, Lodewijk van Oord
  • Evelyn Waugh, Jan Weiler, JMH Berckmans, John Hollander, Al Galidi, Uwe Tellkamp, Johannes Daniel Falk, Karl Philipp Conz, Arjen van Veelen
  • Sylvia Plath, Dylan Thomas, Zadie Smith, Nawal el Saadawi, Albrecht Rodenbach, Jamie McKendrick, Fran Lebowitz, Josef Václav Sládek, Enid Bagnold
  • Jan Wolkers, Marja Pruis, Andrew Motion, Maartje Wortel, Stephen L. Carter, Harry M.P. van de Vijfeijke, Karin Boye, Trevor Joyce, Pat Conroy
  • Willem Wilmink, Christine D'haen, Anne Tyler, Elif Shafak, Daniel Mark Epstein, Peter Rühmkorf, Jakob Hein, Hélčne Swarth, François Pauwels
  • Onno Kosters, Kester Freriks, Aristide von Bienefeldt, August Graf von Platen, Ernest Claes, Zsuzsa Bánk, Denise Levertov, Norman Rush, Robert Greacen
  • Michel van der Plas, Masiela Lusha, Augusten Burroughs, Robert Bridges, Adalbert Stifter, Nick Tosches, Rodja Weigand, Gjergj Fishta, Restif de la Bretonne
  • Arjen Lubach, Lévi Weemoedt, Jonas Lüscher, Doris Lessing, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle, Ivan Boenin, Timur Vermes
  • Martin Bril, Doeschka Meijsing, Daan Doesborgh, Alphonse de Lamartine, Samuel T. Coleridge
  • Patrick Kavanagh, Tariq Ali, Nikos Engonopoulos, Mehdi Charef, Allen Hoey, Martin Roda Becher
  • Hans Warren, Mustafa Stitou, Hans Maarten van den Brink, Ela Angerer, Arthur Rimbaud, Marnix Gijsen, Oskar Pastior, Elfriede Jelinek, Robert Pinsky
  • David Vann, Philip Pullman, Miguel Ángel Asturias, Fannie Hurst, Leigh Hunt, Nardo Aluman, Andrew Vachss, John le Carré, Adam Lindsay Gordon
  • Kees Fens, Nic Pizzolatto, Jan Wagner, Isabelle Autissier, Ntozake Shange, Terry McMillan, Heinrich von Kleist, Raymond Brulez, Jan Erik Vold
  • Man Booker Prize 2017 voor George Saunders

    Archief per dag
  • 18-11-2017
  • 17-11-2017
  • 16-11-2017
  • 15-11-2017
  • 14-11-2017
  • 13-11-2017
  • 12-11-2017
  • 11-11-2017
  • 10-11-2017
  • 09-11-2017
  • 08-11-2017
  • 07-11-2017
  • 06-11-2017
  • 05-11-2017
  • 04-11-2017
  • 03-11-2017
  • 02-11-2017
  • 01-11-2017
  • 31-10-2017
  • 30-10-2017
  • 29-10-2017
  • 28-10-2017
  • 27-10-2017
  • 26-10-2017
  • 25-10-2017
  • 24-10-2017
  • 23-10-2017
  • 22-10-2017
  • 21-10-2017
  • 20-10-2017
  • 19-10-2017
  • 18-10-2017
  • 17-10-2017
  • 16-10-2017
  • 15-10-2017
  • 14-10-2017
  • 13-10-2017
  • 12-10-2017
  • 11-10-2017
  • 10-10-2017
  • 09-10-2017
  • 08-10-2017
  • 07-10-2017
  • 06-10-2017
  • 05-10-2017
  • 04-10-2017
  • 03-10-2017
  • 02-10-2017
  • 01-10-2017
  • 30-09-2017
  • 29-09-2017
  • 28-09-2017
  • 27-09-2017
  • 26-09-2017
  • 25-09-2017
  • 24-09-2017
  • 23-09-2017
  • 22-09-2017
  • 21-09-2017
  • 20-09-2017
  • 19-09-2017
  • 18-09-2017
  • 17-09-2017
  • 16-09-2017
  • 15-09-2017
  • 14-09-2017
  • 13-09-2017
  • 12-09-2017
  • 11-09-2017
  • 10-09-2017
  • 09-09-2017
  • 08-09-2017
  • 07-09-2017
  • 06-09-2017
  • 05-09-2017
  • 04-09-2017
  • 03-09-2017
  • 02-09-2017
  • 01-09-2017
  • 31-08-2017
  • 30-08-2017
  • 29-08-2017
  • 28-08-2017
  • 27-08-2017
  • 26-08-2017
  • 25-08-2017
  • 24-08-2017
  • 23-08-2017
  • 22-08-2017
  • 21-08-2017
  • 20-08-2017
  • 19-08-2017
  • 18-08-2017
  • 17-08-2017
  • 16-08-2017
  • 15-08-2017
  • 14-08-2017
  • 13-08-2017
  • 12-08-2017
  • 11-08-2017
  • 10-08-2017
  • 09-08-2017
  • 08-08-2017
  • 07-08-2017
  • 06-08-2017
  • 05-08-2017
  • 04-08-2017
  • 03-08-2017
  • 02-08-2017
  • 01-08-2017
  • 31-07-2017
  • 30-07-2017
  • 29-07-2017
  • 28-07-2017
  • 27-07-2017
  • 26-07-2017
  • 25-07-2017
  • 24-07-2017
  • 23-07-2017
  • 22-07-2017
  • 21-07-2017
  • 20-07-2017
  • 19-07-2017
  • 18-07-2017
  • 17-07-2017
  • 16-07-2017
  • 15-07-2017
  • 14-07-2017
  • 13-07-2017
  • 12-07-2017
  • 11-07-2017
  • 10-07-2017
  • 09-07-2017
  • 08-07-2017
  • 07-07-2017
  • 06-07-2017
  • 05-07-2017
  • 04-07-2017
  • 03-07-2017
  • 02-07-2017
  • 01-07-2017
  • 30-06-2017
  • 29-06-2017
  • 28-06-2017
  • 27-06-2017
  • 26-06-2017
  • 25-06-2017
  • 24-06-2017
  • 23-06-2017
  • 22-06-2017
  • 21-06-2017
  • 20-06-2017
  • 19-06-2017
  • 18-06-2017
  • 17-06-2017
  • 16-06-2017
  • 15-06-2017
  • 14-06-2017
  • 13-06-2017
  • 12-06-2017
  • 11-06-2017
  • 10-06-2017
  • 09-06-2017
  • 08-06-2017
  • 07-06-2017
  • 06-06-2017
  • 05-06-2017
  • 04-06-2017
  • 03-06-2017
  • 02-06-2017
  • 01-06-2017
  • 31-05-2017
  • 30-05-2017
  • 29-05-2017
  • 28-05-2017
  • 27-05-2017
  • 26-05-2017
  • 25-05-2017
  • 24-05-2017
  • 23-05-2017
  • 22-05-2017
  • 21-05-2017
  • 20-05-2017
  • 19-05-2017
  • 18-05-2017
  • 17-05-2017
  • 16-05-2017
  • 15-05-2017
  • 14-05-2017
  • 13-05-2017
  • 12-05-2017
  • 11-05-2017
  • 10-05-2017
  • 09-05-2017
  • 08-05-2017
  • 07-05-2017
  • 06-05-2017
  • 05-05-2017
  • 04-05-2017
  • 03-05-2017
  • 02-05-2017
  • 01-05-2017
  • 30-04-2017
  • 29-04-2017
  • 28-04-2017
  • 27-04-2017
  • 26-04-2017
  • 25-04-2017
  • 24-04-2017
  • 23-04-2017
  • 22-04-2017
  • 21-04-2017
  • 20-04-2017
  • 19-04-2017
  • 18-04-2017
  • 17-04-2017
  • 16-04-2017
  • 15-04-2017
  • 14-04-2017
  • 13-04-2017
  • 12-04-2017
  • 11-04-2017
  • 10-04-2017
  • 09-04-2017
  • 08-04-2017
  • 07-04-2017
  • 06-04-2017
  • 05-04-2017
  • 04-04-2017
  • 03-04-2017
  • 02-04-2017
  • 01-04-2017
  • 31-03-2017
  • 30-03-2017
  • 29-03-2017
  • 28-03-2017
  • 27-03-2017
  • 26-03-2017
  • 25-03-2017
  • 24-03-2017
  • 23-03-2017
  • 22-03-2017
  • 21-03-2017
  • 20-03-2017
  • 19-03-2017
  • 18-03-2017
  • 17-03-2017
  • 16-03-2017
  • 15-03-2017
  • 14-03-2017
  • 13-03-2017
  • 12-03-2017
  • 11-03-2017
  • 10-03-2017
  • 09-03-2017
  • 08-03-2017
  • 07-03-2017
  • 06-03-2017
  • 05-03-2017
  • 04-03-2017
  • 03-03-2017
  • 02-03-2017
  • 01-03-2017
  • 28-02-2017
  • 27-02-2017
  • 26-02-2017
  • 25-02-2017
  • 24-02-2017
  • 23-02-2017
  • 22-02-2017
  • 21-02-2017
  • 20-02-2017
  • 19-02-2017
  • 18-02-2017
  • 17-02-2017
  • 16-02-2017
  • 15-02-2017
  • 14-02-2017
  • 13-02-2017
  • 12-02-2017
  • 11-02-2017
  • 10-02-2017
  • 09-02-2017
  • 08-02-2017
  • 07-02-2017
  • 06-02-2017
  • 05-02-2017
  • 04-02-2017
  • 03-02-2017
  • 02-02-2017
  • 01-02-2017
  • 31-01-2017
  • 30-01-2017
  • 29-01-2017
  • 28-01-2017
  • 27-01-2017
  • 26-01-2017
  • 25-01-2017
  • 24-01-2017
  • 23-01-2017
  • 22-01-2017
  • 21-01-2017
  • 20-01-2017
  • 19-01-2017
  • 18-01-2017
  • 17-01-2017
  • 16-01-2017
  • 15-01-2017
  • 14-01-2017
  • 13-01-2017
  • 12-01-2017
  • 11-01-2017
  • 10-01-2017
  • 09-01-2017
  • 08-01-2017
  • 07-01-2017
  • 06-01-2017
  • 05-01-2017
  • 04-01-2017
  • 03-01-2017
  • 02-01-2017
  • 01-01-2017
  • 31-12-2016
  • 30-12-2016
  • 29-12-2016
  • 28-12-2016
  • 27-12-2016
  • 26-12-2016
  • 25-12-2016
  • 24-12-2016
  • 23-12-2016
  • 22-12-2016
  • 21-12-2016
  • 20-12-2016
  • 19-12-2016
  • 18-12-2016
  • 17-12-2016
  • 16-12-2016
  • 15-12-2016
  • 14-12-2016
  • 13-12-2016
  • 12-12-2016
  • 11-12-2016
  • 10-12-2016
  • 09-12-2016
  • 08-12-2016
  • 07-12-2016
  • 06-12-2016
  • 05-12-2016
  • 04-12-2016
  • 03-12-2016
  • 02-12-2016
  • 01-12-2016
  • 30-11-2016
  • 29-11-2016
  • 28-11-2016
  • 27-11-2016
  • 26-11-2016
  • 25-11-2016
  • 24-11-2016
  • 23-11-2016
  • 22-11-2016
  • 21-11-2016
  • 20-11-2016
  • 19-11-2016
  • 18-11-2016
  • 17-11-2016
  • 16-11-2016
  • 15-11-2016
  • 14-11-2016
  • 13-11-2016
  • 12-11-2016
  • 11-11-2016
  • 10-11-2016
  • 09-11-2016
  • 08-11-2016
  • 07-11-2016
  • 06-11-2016
  • 05-11-2016
  • 04-11-2016
  • 03-11-2016
  • 02-11-2016
  • 01-11-2016
  • 31-10-2016
  • 30-10-2016
  • 29-10-2016
  • 28-10-2016
  • 27-10-2016
  • 26-10-2016
  • 25-10-2016
  • 24-10-2016
  • 23-10-2016
  • 22-10-2016
  • 21-10-2016
  • 20-10-2016
  • 19-10-2016
  • 18-10-2016
  • 17-10-2016
  • 16-10-2016
  • 15-10-2016
  • 14-10-2016
  • 13-10-2016
  • 12-10-2016
  • 11-10-2016
  • 10-10-2016
  • 09-10-2016
  • 08-10-2016
  • 07-10-2016
  • 06-10-2016
  • 05-10-2016
  • 04-10-2016
  • 03-10-2016
  • 02-10-2016
  • 01-10-2016
  • 30-09-2016
  • 29-09-2016
  • 28-09-2016
  • 27-09-2016
  • 26-09-2016
  • 25-09-2016
  • 24-09-2016
  • 23-09-2016
  • 22-09-2016
  • 21-09-2016
  • 20-09-2016
  • 19-09-2016
  • 18-09-2016
  • 17-09-2016
  • 16-09-2016
  • 15-09-2016
  • 14-09-2016
  • 13-09-2016
  • 12-09-2016
  • 11-09-2016
  • 10-09-2016
  • 09-09-2016
  • 08-09-2016
  • 07-09-2016
  • 06-09-2016
  • 05-09-2016
  • 04-09-2016
  • 03-09-2016
  • 02-09-2016
  • 01-09-2016
  • 31-08-2016
  • 30-08-2016
  • 29-08-2016
  • 28-08-2016
  • 27-08-2016
  • 26-08-2016
  • 25-08-2016
  • 24-08-2016
  • 23-08-2016
  • 22-08-2016
  • 21-08-2016
  • 20-08-2016
  • 19-08-2016
  • 18-08-2016
  • 17-08-2016
  • 16-08-2016
  • 15-08-2016
  • 14-08-2016
  • 13-08-2016
  • 12-08-2016
  • 11-08-2016
  • 10-08-2016
  • 09-08-2016
  • 08-08-2016
  • 07-08-2016
  • 06-08-2016
  • 05-08-2016
  • 04-08-2016
  • 03-08-2016
  • 02-08-2016
  • 01-08-2016
  • 31-07-2016
  • 30-07-2016
  • 29-07-2016
  • 28-07-2016
  • 27-07-2016
  • 26-07-2016
  • 25-07-2016
  • 24-07-2016
  • 23-07-2016
  • 22-07-2016
  • 21-07-2016
  • 20-07-2016
  • 19-07-2016
  • 18-07-2016
  • 17-07-2016
  • 16-07-2016
  • 15-07-2016
  • 14-07-2016
  • 13-07-2016
  • 12-07-2016
  • 11-07-2016
  • 10-07-2016
  • 09-07-2016
  • 08-07-2016
  • 07-07-2016
  • 06-07-2016
  • 05-07-2016
  • 04-07-2016
  • 03-07-2016
  • 02-07-2016
  • 01-07-2016
  • 30-06-2016
  • 29-06-2016
  • 28-06-2016
  • 27-06-2016
  • 26-06-2016
  • 25-06-2016
  • 24-06-2016
  • 23-06-2016
  • 22-06-2016
  • 21-06-2016
  • 20-06-2016
  • 19-06-2016
  • 18-06-2016
  • 17-06-2016
  • 16-06-2016
  • 15-06-2016
  • 14-06-2016
  • 13-06-2016
  • 12-06-2016
  • 11-06-2016
  • 10-06-2016
  • 09-06-2016
  • 08-06-2016
  • 07-06-2016
  • 06-06-2016
  • 05-06-2016
  • 04-06-2016
  • 03-06-2016
  • 02-06-2016
  • 01-06-2016
  • 31-05-2016
  • 30-05-2016
  • 29-05-2016
  • 28-05-2016
  • 27-05-2016
  • 26-05-2016
  • 25-05-2016
  • 24-05-2016
  • 23-05-2016
  • 22-05-2016
  • 21-05-2016
  • 20-05-2016
  • 19-05-2016
  • 18-05-2016
  • 17-05-2016
  • 16-05-2016
  • 15-05-2016
  • 14-05-2016
  • 13-05-2016
  • 12-05-2016
  • 11-05-2016
  • 10-05-2016
  • 09-05-2016
  • 08-05-2016
  • 07-05-2016
  • 06-05-2016
  • 05-05-2016
  • 04-05-2016
  • 03-05-2016
  • 02-05-2016
  • 01-05-2016
  • 30-04-2016
  • 29-04-2016
  • 28-04-2016
  • 27-04-2016
  • 26-04-2016
  • 25-04-2016
  • 24-04-2016
  • 23-04-2016
  • 22-04-2016
  • 21-04-2016
  • 20-04-2016
  • 19-04-2016
  • 18-04-2016
  • 17-04-2016
  • 16-04-2016
  • 15-04-2016
  • 14-04-2016
  • 13-04-2016
  • 12-04-2016
  • 11-04-2016
  • 10-04-2016
  • 09-04-2016
  • 08-04-2016
  • 07-04-2016
  • 06-04-2016
  • 05-04-2016
  • 04-04-2016
  • 03-04-2016
  • 02-04-2016
  • 01-04-2016
  • 31-03-2016
  • 30-03-2016
  • 29-03-2016
  • 28-03-2016
  • 27-03-2016
  • 26-03-2016
  • 25-03-2016
  • 24-03-2016
  • 23-03-2016
  • 22-03-2016
  • 21-03-2016
  • 20-03-2016
  • 19-03-2016
  • 18-03-2016
  • 17-03-2016
  • 16-03-2016
  • 15-03-2016
  • 14-03-2016
  • 13-03-2016
  • 12-03-2016
  • 11-03-2016
  • 10-03-2016
  • 09-03-2016
  • 08-03-2016
  • 07-03-2016
  • 06-03-2016
  • 05-03-2016
  • 04-03-2016
  • 03-03-2016
  • 02-03-2016
  • 01-03-2016
  • 29-02-2016
  • 28-02-2016
  • 27-02-2016
  • 26-02-2016
  • 25-02-2016
  • 24-02-2016
  • 23-02-2016
  • 22-02-2016
  • 21-02-2016
  • 20-02-2016
  • 19-02-2016
  • 18-02-2016
  • 17-02-2016
  • 16-02-2016
  • 15-02-2016
  • 14-02-2016
  • 13-02-2016
  • 12-02-2016
  • 11-02-2016
  • 10-02-2016
  • 09-02-2016
  • 08-02-2016
  • 07-02-2016
  • 06-02-2016
  • 05-02-2016
  • 04-02-2016
  • 03-02-2016
  • 02-02-2016
  • 01-02-2016
  • 31-01-2016
  • 30-01-2016
  • 29-01-2016
  • 28-01-2016
  • 27-01-2016
  • 26-01-2016
  • 25-01-2016
  • 24-01-2016
  • 23-01-2016
  • 22-01-2016
  • 21-01-2016
  • 20-01-2016
  • 19-01-2016
  • 18-01-2016
  • 17-01-2016
  • 16-01-2016
  • 15-01-2016
  • 14-01-2016
  • 13-01-2016
  • 12-01-2016
  • 11-01-2016
  • 10-01-2016
  • 09-01-2016
  • 08-01-2016
  • 07-01-2016
  • 06-01-2016
  • 05-01-2016
  • 04-01-2016
  • 03-01-2016
  • 02-01-2016
  • 01-01-2016
  • 31-12-2015
  • 30-12-2015
  • 29-12-2015
  • 28-12-2015
  • 27-12-2015
  • 26-12-2015
  • 25-12-2015
  • 24-12-2015
  • 23-12-2015
  • 22-12-2015
  • 21-12-2015
  • 20-12-2015
  • 19-12-2015
  • 18-12-2015
  • 17-12-2015
  • 16-12-2015
  • 15-12-2015
  • 14-12-2015
  • 13-12-2015
  • 12-12-2015
  • 11-12-2015
  • 10-12-2015
  • 09-12-2015
  • 08-12-2015
  • 07-12-2015
  • 06-12-2015
  • 05-12-2015
  • 04-12-2015
  • 03-12-2015
  • 02-12-2015
  • 01-12-2015
  • 30-11-2015
  • 29-11-2015
  • 28-11-2015
  • 27-11-2015
  • 26-11-2015
  • 25-11-2015
  • 24-11-2015
  • 23-11-2015
  • 22-11-2015
  • 21-11-2015
  • 20-11-2015
  • 19-11-2015
  • 18-11-2015
  • 17-11-2015
  • 16-11-2015
  • 15-11-2015
  • 14-11-2015
  • 13-11-2015
  • 12-11-2015
  • 11-11-2015
  • 10-11-2015
  • 09-11-2015
  • 08-11-2015
  • 07-11-2015
  • 06-11-2015
  • 05-11-2015
  • 04-11-2015
  • 03-11-2015
  • 02-11-2015
  • 01-11-2015
  • 31-10-2015
  • 30-10-2015
  • 29-10-2015
  • 28-10-2015
  • 27-10-2015
  • 26-10-2015
  • 25-10-2015
  • 24-10-2015
  • 23-10-2015
  • 22-10-2015
  • 21-10-2015
  • 20-10-2015
  • 19-10-2015
  • 18-10-2015
  • 17-10-2015
  • 16-10-2015
  • 15-10-2015
  • 14-10-2015
  • 13-10-2015
  • 12-10-2015
  • 11-10-2015
  • 10-10-2015
  • 09-10-2015
  • 08-10-2015
  • 07-10-2015
  • 06-10-2015
  • 05-10-2015
  • 04-10-2015
  • 03-10-2015
  • 02-10-2015
  • 01-10-2015
  • 30-09-2015
  • 29-09-2015
  • 28-09-2015
  • 27-09-2015
  • 26-09-2015
  • 25-09-2015
  • 24-09-2015
  • 23-09-2015
  • 22-09-2015
  • 21-09-2015
  • 20-09-2015
  • 19-09-2015
  • 18-09-2015
  • 17-09-2015
  • 16-09-2015
  • 15-09-2015
  • 14-09-2015
  • 13-09-2015
  • 12-09-2015
  • 11-09-2015
  • 10-09-2015
  • 09-09-2015
  • 08-09-2015
  • 07-09-2015
  • 06-09-2015
  • 05-09-2015
  • 04-09-2015
  • 03-09-2015
  • 02-09-2015
  • 01-09-2015
  • 31-08-2015
  • 30-08-2015
  • 29-08-2015
  • 28-08-2015
  • 27-08-2015
  • 26-08-2015
  • 25-08-2015
  • 24-08-2015
  • 23-08-2015
  • 22-08-2015
  • 21-08-2015
  • 20-08-2015
  • 19-08-2015
  • 18-08-2015
  • 17-08-2015
  • 16-08-2015
  • 15-08-2015
  • 14-08-2015
  • 13-08-2015
  • 12-08-2015
  • 11-08-2015
  • 10-08-2015
  • 09-08-2015
  • 08-08-2015
  • 07-08-2015
  • 06-08-2015
  • 05-08-2015
  • 04-08-2015
  • 03-08-2015
  • 02-08-2015
  • 01-08-2015
  • 31-07-2015
  • 30-07-2015
  • 29-07-2015
  • 28-07-2015
  • 27-07-2015
  • 26-07-2015
  • 25-07-2015
  • 24-07-2015
  • 23-07-2015
  • 22-07-2015
  • 21-07-2015
  • 20-07-2015
  • 19-07-2015
  • 18-07-2015
  • 17-07-2015
  • 16-07-2015
  • 15-07-2015
  • 14-07-2015
  • 13-07-2015
  • 12-07-2015
  • 11-07-2015
  • 10-07-2015
  • 09-07-2015
  • 08-07-2015
  • 07-07-2015
  • 06-07-2015
  • 05-07-2015
  • 04-07-2015
  • 03-07-2015
  • 02-07-2015
  • 01-07-2015
  • 30-06-2015
  • 29-06-2015
  • 28-06-2015
  • 27-06-2015
  • 26-06-2015
  • 25-06-2015
  • 24-06-2015
  • 23-06-2015
  • 22-06-2015
  • 21-06-2015
  • 20-06-2015
  • 19-06-2015
  • 18-06-2015
  • 17-06-2015
  • 16-06-2015
  • 15-06-2015
  • 14-06-2015
  • 13-06-2015
  • 12-06-2015
  • 11-06-2015
  • 10-06-2015
  • 09-06-2015
  • 08-06-2015
  • 07-06-2015
  • 06-06-2015
  • 05-06-2015
  • 04-06-2015
  • 03-06-2015
  • 02-06-2015
  • 01-06-2015
  • 31-05-2015
  • 30-05-2015
  • 29-05-2015
  • 28-05-2015
  • 27-05-2015
  • 26-05-2015
  • 25-05-2015
  • 24-05-2015
  • 23-05-2015
  • 22-05-2015
  • 21-05-2015
  • 20-05-2015
  • 19-05-2015
  • 18-05-2015
  • 17-05-2015
  • 16-05-2015
  • 15-05-2015
  • 14-05-2015
  • 13-05-2015
  • 12-05-2015
  • 11-05-2015
  • 10-05-2015
  • 09-05-2015
  • 08-05-2015
  • 07-05-2015
  • 06-05-2015
  • 05-05-2015
  • 04-05-2015
  • 03-05-2015
  • 02-05-2015
  • 01-05-2015
  • 30-04-2015
  • 29-04-2015
  • 28-04-2015
  • 27-04-2015
  • 26-04-2015
  • 25-04-2015
  • 24-04-2015
  • 23-04-2015
  • 22-04-2015
  • 21-04-2015
  • 20-04-2015
  • 19-04-2015
  • 18-04-2015
  • 17-04-2015
  • 16-04-2015
  • 15-04-2015
  • 14-04-2015
  • 13-04-2015
  • 12-04-2015
  • 11-04-2015
  • 10-04-2015
  • 09-04-2015
  • 08-04-2015
  • 07-04-2015
  • 06-04-2015
  • 05-04-2015
  • 04-04-2015
  • 03-04-2015
  • 02-04-2015
  • 01-04-2015
  • 31-03-2015
  • 30-03-2015
  • 29-03-2015
  • 28-03-2015
  • 27-03-2015
  • 26-03-2015
  • 25-03-2015
  • 24-03-2015
  • 23-03-2015
  • 22-03-2015
  • 21-03-2015
  • 20-03-2015
  • 19-03-2015
  • 18-03-2015
  • 17-03-2015
  • 16-03-2015
  • 15-03-2015
  • 14-03-2015
  • 13-03-2015
  • 12-03-2015
  • 11-03-2015
  • 10-03-2015
  • 09-03-2015
  • 08-03-2015
  • 07-03-2015
  • 06-03-2015
  • 05-03-2015
  • 04-03-2015
  • 03-03-2015
  • 02-03-2015
  • 01-03-2015
  • 28-02-2015
  • 27-02-2015
  • 26-02-2015
  • 25-02-2015
  • 24-02-2015
  • 23-02-2015
  • 22-02-2015
  • 21-02-2015
  • 20-02-2015
  • 19-02-2015
  • 18-02-2015
  • 17-02-2015
  • 16-02-2015
  • 15-02-2015
  • 14-02-2015
  • 13-02-2015
  • 12-02-2015
  • 11-02-2015
  • 10-02-2015
  • 09-02-2015
  • 08-02-2015
  • 07-02-2015
  • 06-02-2015
  • 05-02-2015
  • 04-02-2015
  • 03-02-2015
  • 02-02-2015
  • 01-02-2015
  • 31-01-2015
  • 30-01-2015
  • 29-01-2015
  • 28-01-2015
  • 27-01-2015
  • 26-01-2015
  • 25-01-2015
  • 24-01-2015
  • 23-01-2015
  • 22-01-2015
  • 21-01-2015
  • 20-01-2015
  • 19-01-2015
  • 18-01-2015
  • 17-01-2015
  • 16-01-2015
  • 15-01-2015
  • 14-01-2015
  • 13-01-2015
  • 12-01-2015
  • 11-01-2015
  • 10-01-2015
  • 09-01-2015
  • 08-01-2015
  • 07-01-2015
  • 06-01-2015
  • 05-01-2015
  • 04-01-2015
  • 03-01-2015
  • 02-01-2015
  • 01-01-2015
  • 31-12-2014
  • 30-12-2014
  • 29-12-2014
  • 28-12-2014
  • 27-12-2014
  • 26-12-2014
  • 25-12-2014
  • 24-12-2014
  • 23-12-2014
  • 22-12-2014
  • 21-12-2014
  • 20-12-2014
  • 19-12-2014
  • 18-12-2014
  • 17-12-2014
  • 16-12-2014
  • 15-12-2014
  • 14-12-2014
  • 13-12-2014
  • 12-12-2014
  • 11-12-2014
  • 10-12-2014
  • 09-12-2014
  • 08-12-2014
  • 07-12-2014
  • 06-12-2014
  • 05-12-2014
  • 04-12-2014
  • 03-12-2014
  • 02-12-2014
  • 01-12-2014
  • 30-11-2014
  • 29-11-2014
  • 28-11-2014
  • 27-11-2014
  • 26-11-2014
  • 25-11-2014
  • 24-11-2014
  • 23-11-2014
  • 22-11-2014
  • 21-11-2014
  • 20-11-2014
  • 19-11-2014
  • 18-11-2014
  • 17-11-2014
  • 16-11-2014
  • 15-11-2014
  • 14-11-2014
  • 13-11-2014
  • 12-11-2014
  • 11-11-2014
  • 10-11-2014
  • 09-11-2014
  • 08-11-2014
  • 07-11-2014
  • 06-11-2014
  • 05-11-2014
  • 04-11-2014
  • 03-11-2014
  • 02-11-2014
  • 01-11-2014
  • 31-10-2014
  • 30-10-2014
  • 29-10-2014
  • 28-10-2014
  • 27-10-2014
  • 26-10-2014
  • 25-10-2014
  • 24-10-2014
  • 23-10-2014
  • 22-10-2014
  • 21-10-2014
  • 20-10-2014
  • 19-10-2014
  • 18-10-2014
  • 17-10-2014
  • 16-10-2014
  • 15-10-2014
  • 14-10-2014
  • 13-10-2014
  • 12-10-2014
  • 11-10-2014
  • 10-10-2014
  • 09-10-2014
  • 08-10-2014
  • 07-10-2014
  • 06-10-2014
  • 05-10-2014
  • 04-10-2014
  • 03-10-2014
  • 02-10-2014
  • 01-10-2014
  • 30-09-2014
  • 29-09-2014
  • 28-09-2014
  • 27-09-2014
  • 26-09-2014
  • 25-09-2014
  • 24-09-2014
  • 23-09-2014
  • 22-09-2014
  • 21-09-2014
  • 20-09-2014
  • 19-09-2014
  • 18-09-2014
  • 17-09-2014
  • 16-09-2014
  • 15-09-2014
  • 14-09-2014
  • 13-09-2014
  • 12-09-2014
  • 11-09-2014
  • 10-09-2014
  • 09-09-2014
  • 08-09-2014
  • 07-09-2014
  • 06-09-2014
  • 05-09-2014
  • 04-09-2014
  • 03-09-2014
  • 02-09-2014
  • 01-09-2014
  • 31-08-2014
  • 30-08-2014
  • 29-08-2014
  • 28-08-2014
  • 27-08-2014
  • 26-08-2014
  • 25-08-2014
  • 24-08-2014
  • 23-08-2014
  • 22-08-2014
  • 21-08-2014
  • 20-08-2014
  • 19-08-2014
  • 18-08-2014
  • 17-08-2014
  • 16-08-2014
  • 15-08-2014
  • 14-08-2014
  • 13-08-2014
  • 12-08-2014
  • 11-08-2014
  • 10-08-2014
  • 09-08-2014
  • 08-08-2014
  • 07-08-2014
  • 06-08-2014
  • 05-08-2014
  • 04-08-2014
  • 03-08-2014
  • 02-08-2014
  • 01-08-2014
  • 31-07-2014
  • 30-07-2014
  • 29-07-2014
  • 28-07-2014
  • 27-07-2014
  • 26-07-2014
  • 25-07-2014
  • 24-07-2014
  • 23-07-2014
  • 22-07-2014
  • 21-07-2014
  • 20-07-2014
  • 19-07-2014
  • 18-07-2014
  • 17-07-2014
  • 16-07-2014
  • 15-07-2014
  • 14-07-2014
  • 13-07-2014
  • 12-07-2014
  • 11-07-2014
  • 10-07-2014
  • 09-07-2014
  • 08-07-2014
  • 07-07-2014
  • 06-07-2014
  • 05-07-2014
  • 04-07-2014
  • 03-07-2014
  • 02-07-2014
  • 01-07-2014
  • 30-06-2014
  • 29-06-2014
  • 28-06-2014
  • 27-06-2014
  • 26-06-2014
  • 25-06-2014
  • 24-06-2014
  • 23-06-2014
  • 22-06-2014
  • 21-06-2014
  • 20-06-2014
  • 19-06-2014
  • 18-06-2014
  • 17-06-2014
  • 16-06-2014
  • 15-06-2014
  • 14-06-2014
  • 13-06-2014
  • 12-06-2014
  • 11-06-2014
  • 10-06-2014
  • 09-06-2014
  • 08-06-2014
  • 07-06-2014
  • 06-06-2014
  • 05-06-2014
  • 04-06-2014
  • 03-06-2014
  • 02-06-2014
  • 01-06-2014
  • 31-05-2014
  • 30-05-2014
  • 29-05-2014
  • 28-05-2014
  • 27-05-2014
  • 26-05-2014
  • 25-05-2014
  • 24-05-2014
  • 23-05-2014
  • 22-05-2014
  • 21-05-2014
  • 20-05-2014
  • 19-05-2014
  • 18-05-2014
  • 17-05-2014
  • 16-05-2014
  • 15-05-2014
  • 14-05-2014
  • 13-05-2014
  • 12-05-2014
  • 11-05-2014
  • 10-05-2014
  • 09-05-2014
  • 08-05-2014
  • 07-05-2014
  • 06-05-2014
  • 05-05-2014
  • 04-05-2014
  • 03-05-2014
  • 02-05-2014
  • 01-05-2014
  • 30-04-2014
  • 29-04-2014
  • 28-04-2014
  • 27-04-2014
  • 26-04-2014
  • 25-04-2014
  • 24-04-2014
  • 23-04-2014
  • 22-04-2014
  • 21-04-2014
  • 20-04-2014
  • 19-04-2014
  • 18-04-2014
  • 17-04-2014
  • 16-04-2014
  • 15-04-2014
  • 14-04-2014
  • 13-04-2014
  • 12-04-2014
  • 11-04-2014
  • 10-04-2014
  • 09-04-2014
  • 08-04-2014
  • 07-04-2014
  • 06-04-2014
  • 05-04-2014
  • 04-04-2014
  • 03-04-2014
  • 02-04-2014
  • 01-04-2014
  • 31-03-2014
  • 30-03-2014
  • 29-03-2014
  • 28-03-2014
  • 27-03-2014
  • 26-03-2014
  • 25-03-2014
  • 24-03-2014
  • 23-03-2014
  • 22-03-2014
  • 21-03-2014
  • 20-03-2014
  • 19-03-2014
  • 18-03-2014
  • 17-03-2014
  • 16-03-2014
  • 15-03-2014
  • 14-03-2014
  • 13-03-2014
  • 12-03-2014
  • 11-03-2014
  • 10-03-2014
  • 09-03-2014
  • 08-03-2014
  • 07-03-2014
  • 06-03-2014
  • 05-03-2014
  • 04-03-2014
  • 03-03-2014
  • 02-03-2014
  • 01-03-2014
  • 28-02-2014
  • 27-02-2014
  • 26-02-2014
  • 25-02-2014
  • 24-02-2014
  • 23-02-2014
  • 22-02-2014
  • 21-02-2014
  • 20-02-2014
  • 19-02-2014
  • 18-02-2014
  • 17-02-2014
  • 16-02-2014
  • 15-02-2014
  • 14-02-2014
  • 13-02-2014
  • 12-02-2014
  • 11-02-2014
  • 10-02-2014
  • 09-02-2014
  • 08-02-2014
  • 07-02-2014
  • 06-02-2014
  • 05-02-2014
  • 04-02-2014
  • 03-02-2014
  • 02-02-2014
  • 01-02-2014
  • 31-01-2014
  • 30-01-2014
  • 29-01-2014
  • 28-01-2014
  • 27-01-2014
  • 26-01-2014
  • 25-01-2014
  • 24-01-2014
  • 23-01-2014
  • 22-01-2014
  • 21-01-2014
  • 20-01-2014
  • 19-01-2014
  • 18-01-2014
  • 17-01-2014
  • 16-01-2014
  • 15-01-2014
  • 14-01-2014
  • 13-01-2014
  • 12-01-2014
  • 11-01-2014
  • 10-01-2014
  • 09-01-2014
  • 08-01-2014
  • 07-01-2014
  • 06-01-2014
  • 05-01-2014
  • 04-01-2014
  • 03-01-2014
  • 02-01-2014
  • 01-01-2014
  • 31-12-2013
  • 30-12-2013
  • 29-12-2013
  • 28-12-2013
  • 27-12-2013
  • 26-12-2013
  • 25-12-2013
  • 24-12-2013
  • 23-12-2013
  • 22-12-2013
  • 21-12-2013
  • 20-12-2013
  • 19-12-2013
  • 18-12-2013
  • 17-12-2013
  • 16-12-2013
  • 15-12-2013
  • 14-12-2013
  • 13-12-2013
  • 12-12-2013
  • 11-12-2013
  • 10-12-2013
  • 09-12-2013
  • 08-12-2013
  • 07-12-2013
  • 06-12-2013
  • 05-12-2013
  • 04-12-2013
  • 03-12-2013
  • 02-12-2013
  • 01-12-2013
  • 30-11-2013
  • 29-11-2013
  • 28-11-2013
  • 27-11-2013
  • 26-11-2013
  • 25-11-2013
  • 24-11-2013
  • 23-11-2013
  • 22-11-2013
  • 21-11-2013
  • 20-11-2013
  • 19-11-2013
  • 18-11-2013
  • 17-11-2013
  • 16-11-2013
  • 15-11-2013
  • 14-11-2013
  • 13-11-2013
  • 12-11-2013
  • 11-11-2013
  • 10-11-2013
  • 09-11-2013
  • 08-11-2013
  • 07-11-2013
  • 06-11-2013
  • 05-11-2013
  • 04-11-2013
  • 03-11-2013
  • 02-11-2013
  • 01-11-2013
  • 31-10-2013
  • 30-10-2013
  • 29-10-2013
  • 28-10-2013
  • 27-10-2013
  • 26-10-2013
  • 25-10-2013
  • 24-10-2013
  • 23-10-2013
  • 22-10-2013
  • 21-10-2013
  • 20-10-2013
  • 19-10-2013
  • 18-10-2013
  • 17-10-2013
  • 16-10-2013
  • 15-10-2013
  • 14-10-2013
  • 13-10-2013
  • 12-10-2013
  • 11-10-2013
  • 10-10-2013
  • 09-10-2013
  • 08-10-2013
  • 07-10-2013
  • 06-10-2013
  • 05-10-2013
  • 04-10-2013
  • 03-10-2013
  • 02-10-2013
  • 01-10-2013
  • 30-09-2013
  • 29-09-2013
  • 28-09-2013
  • 27-09-2013
  • 26-09-2013
  • 25-09-2013
  • 24-09-2013
  • 23-09-2013
  • 22-09-2013
  • 21-09-2013
  • 20-09-2013
  • 19-09-2013
  • 18-09-2013
  • 17-09-2013
  • 16-09-2013
  • 15-09-2013
  • 14-09-2013
  • 13-09-2013
  • 12-09-2013
  • 11-09-2013
  • 10-09-2013
  • 09-09-2013
  • 08-09-2013
  • 07-09-2013
  • 06-09-2013
  • 05-09-2013
  • 04-09-2013
  • 03-09-2013
  • 02-09-2013
  • 01-09-2013
  • 31-08-2013
  • 30-08-2013
  • 29-08-2013
  • 28-08-2013
  • 27-08-2013
  • 26-08-2013
  • 25-08-2013
  • 24-08-2013
  • 23-08-2013
  • 22-08-2013
  • 21-08-2013
  • 20-08-2013
  • 19-08-2013
  • 18-08-2013
  • 17-08-2013
  • 16-08-2013
  • 15-08-2013
  • 14-08-2013
  • 13-08-2013
  • 12-08-2013
  • 11-08-2013
  • 10-08-2013
  • 09-08-2013
  • 08-08-2013
  • 07-08-2013
  • 06-08-2013
  • 05-08-2013
  • 04-08-2013
  • 03-08-2013
  • 02-08-2013
  • 01-08-2013
  • 31-07-2013
  • 30-07-2013
  • 29-07-2013
  • 28-07-2013
  • 27-07-2013
  • 26-07-2013
  • 25-07-2013
  • 24-07-2013
  • 23-07-2013
  • 22-07-2013
  • 21-07-2013
  • 20-07-2013
  • 19-07-2013
  • 18-07-2013
  • 17-07-2013
  • 16-07-2013
  • 15-07-2013
  • 14-07-2013
  • 13-07-2013
  • 12-07-2013
  • 11-07-2013
  • 10-07-2013
  • 09-07-2013
  • 08-07-2013
  • 07-07-2013
  • 06-07-2013
  • 05-07-2013
  • 04-07-2013
  • 03-07-2013
  • 02-07-2013
  • 01-07-2013
  • 30-06-2013
  • 29-06-2013
  • 28-06-2013
  • 27-06-2013
  • 26-06-2013
  • 25-06-2013
  • 24-06-2013
  • 23-06-2013
  • 22-06-2013
  • 21-06-2013
  • 20-06-2013
  • 19-06-2013
  • 18-06-2013
  • 17-06-2013
  • 16-06-2013
  • 15-06-2013
  • 14-06-2013
  • 13-06-2013
  • 12-06-2013
  • 11-06-2013
  • 10-06-2013
  • 09-06-2013
  • 08-06-2013
  • 07-06-2013
  • 06-06-2013
  • 05-06-2013
  • 04-06-2013
  • 03-06-2013
  • 02-06-2013
  • 01-06-2013
  • 31-05-2013
  • 30-05-2013
  • 29-05-2013
  • 28-05-2013
  • 27-05-2013
  • 26-05-2013
  • 25-05-2013
  • 24-05-2013
  • 23-05-2013
  • 22-05-2013
  • 21-05-2013
  • 20-05-2013
  • 19-05-2013
  • 18-05-2013
  • 17-05-2013
  • 16-05-2013
  • 15-05-2013
  • 14-05-2013
  • 13-05-2013
  • 12-05-2013
  • 11-05-2013
  • 10-05-2013
  • 09-05-2013
  • 08-05-2013
  • 07-05-2013
  • 06-05-2013
  • 05-05-2013
  • 04-05-2013
  • 03-05-2013
  • 02-05-2013
  • 01-05-2013
  • 30-04-2013
  • 29-04-2013
  • 28-04-2013
  • 27-04-2013
  • 26-04-2013
  • 25-04-2013
  • 24-04-2013
  • 23-04-2013
  • 22-04-2013
  • 21-04-2013
  • 20-04-2013
  • 19-04-2013
  • 18-04-2013
  • 17-04-2013
  • 16-04-2013
  • 15-04-2013
  • 14-04-2013
  • 13-04-2013
  • 12-04-2013
  • 11-04-2013
  • 10-04-2013
  • 09-04-2013
  • 08-04-2013
  • 07-04-2013
  • 06-04-2013
  • 05-04-2013
  • 04-04-2013
  • 03-04-2013
  • 02-04-2013
  • 01-04-2013
  • 31-03-2013
  • 30-03-2013
  • 29-03-2013
  • 28-03-2013
  • 27-03-2013
  • 26-03-2013
  • 25-03-2013
  • 24-03-2013
  • 23-03-2013
  • 22-03-2013
  • 21-03-2013
  • 20-03-2013
  • 19-03-2013
  • 18-03-2013
  • 17-03-2013
  • 16-03-2013
  • 15-03-2013
  • 14-03-2013
  • 13-03-2013
  • 12-03-2013
  • 11-03-2013
  • 10-03-2013
  • 09-03-2013
  • 08-03-2013
  • 07-03-2013
  • 06-03-2013
  • 05-03-2013
  • 04-03-2013
  • 03-03-2013
  • 02-03-2013
  • 01-03-2013
  • 28-02-2013
  • 27-02-2013
  • 26-02-2013
  • 25-02-2013
  • 24-02-2013
  • 23-02-2013
  • 22-02-2013
  • 21-02-2013
  • 20-02-2013
  • 19-02-2013
  • 18-02-2013
  • 17-02-2013
  • 16-02-2013
  • 15-02-2013
  • 14-02-2013
  • 13-02-2013
  • 12-02-2013
  • 11-02-2013
  • 10-02-2013
  • 09-02-2013
  • 08-02-2013
  • 07-02-2013
  • 06-02-2013
  • 05-02-2013
  • 04-02-2013
  • 03-02-2013
  • 02-02-2013
  • 01-02-2013
  • 31-01-2013
  • 30-01-2013
  • 29-01-2013
  • 28-01-2013
  • 27-01-2013
  • 26-01-2013
  • 25-01-2013
  • 24-01-2013
  • 23-01-2013
  • 22-01-2013
  • 21-01-2013
  • 20-01-2013
  • 19-01-2013
  • 18-01-2013
  • 17-01-2013
  • 16-01-2013
  • 15-01-2013
  • 14-01-2013
  • 13-01-2013
  • 12-01-2013
  • 11-01-2013
  • 10-01-2013
  • 09-01-2013
  • 08-01-2013
  • 07-01-2013
  • 06-01-2013
  • 05-01-2013
  • 04-01-2013
  • 03-01-2013
  • 02-01-2013
  • 01-01-2013
  • 31-12-2012
  • 30-12-2012
  • 29-12-2012
  • 28-12-2012
  • 27-12-2012
  • 26-12-2012
  • 25-12-2012
  • 24-12-2012
  • 23-12-2012
  • 22-12-2012
  • 21-12-2012
  • 20-12-2012
  • 19-12-2012
  • 18-12-2012
  • 17-12-2012
  • 16-12-2012
  • 15-12-2012
  • 14-12-2012
  • 13-12-2012
  • 12-12-2012
  • 11-12-2012
  • 10-12-2012
  • 09-12-2012
  • 08-12-2012
  • 07-12-2012
  • 06-12-2012
  • 05-12-2012
  • 04-12-2012
  • 03-12-2012
  • 02-12-2012
  • 01-12-2012
  • 30-11-2012
  • 29-11-2012
  • 28-11-2012
  • 27-11-2012
  • 26-11-2012
  • 25-11-2012
  • 24-11-2012
  • 23-11-2012
  • 22-11-2012
  • 21-11-2012
  • 20-11-2012
  • 19-11-2012
  • 18-11-2012
  • 17-11-2012
  • 16-11-2012
  • 15-11-2012
  • 14-11-2012
  • 13-11-2012
  • 12-11-2012
  • 11-11-2012
  • 10-11-2012
  • 09-11-2012
  • 08-11-2012
  • 07-11-2012
  • 06-11-2012
  • 05-11-2012
  • 04-11-2012
  • 03-11-2012
  • 02-11-2012
  • 01-11-2012
  • 31-10-2012
  • 30-10-2012
  • 29-10-2012
  • 28-10-2012
  • 27-10-2012
  • 26-10-2012
  • 25-10-2012
  • 24-10-2012
  • 23-10-2012
  • 22-10-2012
  • 21-10-2012
  • 20-10-2012
  • 19-10-2012
  • 18-10-2012
  • 17-10-2012
  • 16-10-2012
  • 15-10-2012
  • 14-10-2012
  • 13-10-2012
  • 12-10-2012
  • 11-10-2012
  • 10-10-2012
  • 09-10-2012
  • 08-10-2012
  • 07-10-2012
  • 06-10-2012
  • 05-10-2012
  • 04-10-2012
  • 03-10-2012
  • 02-10-2012
  • 01-10-2012
  • 30-09-2012
  • 29-09-2012
  • 28-09-2012
  • 27-09-2012
  • 26-09-2012
  • 25-09-2012
  • 24-09-2012
  • 23-09-2012
  • 22-09-2012
  • 21-09-2012
  • 20-09-2012
  • 19-09-2012
  • 18-09-2012
  • 17-09-2012
  • 16-09-2012
  • 15-09-2012
  • 14-09-2012
  • 13-09-2012
  • 12-09-2012
  • 11-09-2012
  • 10-09-2012
  • 09-09-2012
  • 08-09-2012
  • 07-09-2012
  • 06-09-2012
  • 05-09-2012
  • 04-09-2012
  • 03-09-2012
  • 02-09-2012
  • 01-09-2012
  • 31-08-2012
  • 30-08-2012
  • 29-08-2012
  • 28-08-2012
  • 27-08-2012
  • 26-08-2012
  • 25-08-2012
  • 24-08-2012
  • 23-08-2012
  • 22-08-2012
  • 21-08-2012
  • 20-08-2012
  • 19-08-2012
  • 18-08-2012
  • 17-08-2012
  • 16-08-2012
  • 15-08-2012
  • 14-08-2012
  • 13-08-2012
  • 12-08-2012
  • 11-08-2012
  • 10-08-2012
  • 09-08-2012
  • 08-08-2012
  • 07-08-2012
  • 06-08-2012
  • 05-08-2012
  • 04-08-2012
  • 03-08-2012
  • 02-08-2012
  • 01-08-2012
  • 31-07-2012
  • 30-07-2012
  • 29-07-2012
  • 28-07-2012
  • 27-07-2012
  • 26-07-2012
  • 25-07-2012
  • 24-07-2012
  • 23-07-2012
  • 22-07-2012
  • 21-07-2012
  • 20-07-2012
  • 19-07-2012
  • 18-07-2012
  • 17-07-2012
  • 16-07-2012
  • 15-07-2012
  • 14-07-2012
  • 13-07-2012
  • 12-07-2012
  • 11-07-2012
  • 10-07-2012
  • 09-07-2012
  • 08-07-2012
  • 07-07-2012
  • 06-07-2012
  • 05-07-2012
  • 04-07-2012
  • 03-07-2012
  • 02-07-2012
  • 01-07-2012
  • 30-06-2012
  • 29-06-2012
  • 28-06-2012
  • 27-06-2012
  • 26-06-2012
  • 25-06-2012
  • 24-06-2012
  • 23-06-2012
  • 22-06-2012
  • 21-06-2012
  • 20-06-2012
  • 19-06-2012
  • 18-06-2012
  • 17-06-2012
  • 16-06-2012
  • 15-06-2012
  • 14-06-2012
  • 13-06-2012
  • 12-06-2012
  • 11-06-2012
  • 10-06-2012
  • 09-06-2012
  • 08-06-2012
  • 07-06-2012
  • 06-06-2012
  • 05-06-2012
  • 04-06-2012
  • 03-06-2012
  • 02-06-2012
  • 01-06-2012
  • 31-05-2012
  • 30-05-2012
  • 29-05-2012
  • 28-05-2012
  • 27-05-2012
  • 26-05-2012
  • 25-05-2012
  • 24-05-2012
  • 23-05-2012
  • 22-05-2012
  • 21-05-2012
  • 20-05-2012
  • 19-05-2012
  • 18-05-2012
  • 17-05-2012
  • 16-05-2012
  • 15-05-2012
  • 14-05-2012
  • 13-05-2012
  • 12-05-2012
  • 11-05-2012
  • 10-05-2012
  • 09-05-2012
  • 08-05-2012
  • 07-05-2012
  • 06-05-2012
  • 05-05-2012
  • 04-05-2012
  • 03-05-2012
  • 02-05-2012
  • 01-05-2012
  • 30-04-2012
  • 29-04-2012
  • 28-04-2012
  • 27-04-2012
  • 26-04-2012
  • 25-04-2012
  • 24-04-2012
  • 23-04-2012
  • 22-04-2012
  • 21-04-2012
  • 20-04-2012
  • 19-04-2012
  • 18-04-2012
  • 17-04-2012
  • 16-04-2012
  • 15-04-2012
  • 14-04-2012
  • 13-04-2012
  • 12-04-2012
  • 11-04-2012
  • 10-04-2012
  • 09-04-2012
  • 08-04-2012
  • 07-04-2012
  • 06-04-2012
  • 05-04-2012
  • 04-04-2012
  • 03-04-2012
  • 02-04-2012
  • 01-04-2012
  • 31-03-2012
  • 30-03-2012
  • 29-03-2012
  • 28-03-2012
  • 27-03-2012
  • 26-03-2012
  • 25-03-2012
  • 24-03-2012
  • 23-03-2012
  • 22-03-2012
  • 21-03-2012
  • 20-03-2012
  • 19-03-2012
  • 18-03-2012
  • 17-03-2012
  • 16-03-2012
  • 15-03-2012
  • 14-03-2012
  • 13-03-2012
  • 12-03-2012
  • 11-03-2012
  • 10-03-2012
  • 09-03-2012
  • 08-03-2012
  • 07-03-2012
  • 06-03-2012
  • 05-03-2012
  • 04-03-2012
  • 03-03-2012
  • 02-03-2012
  • 01-03-2012
  • 29-02-2012
  • 28-02-2012
  • 27-02-2012
  • 26-02-2012
  • 25-02-2012
  • 24-02-2012
  • 23-02-2012
  • 22-02-2012
  • 21-02-2012
  • 20-02-2012
  • 19-02-2012
  • 18-02-2012
  • 17-02-2012
  • 16-02-2012
  • 15-02-2012
  • 14-02-2012
  • 13-02-2012
  • 12-02-2012
  • 11-02-2012
  • 10-02-2012
  • 09-02-2012
  • 08-02-2012
  • 07-02-2012
  • 06-02-2012
  • 05-02-2012
  • 04-02-2012
  • 03-02-2012
  • 02-02-2012
  • 01-02-2012
  • 31-01-2012
  • 30-01-2012
  • 29-01-2012
  • 28-01-2012
  • 27-01-2012
  • 26-01-2012
  • 25-01-2012
  • 24-01-2012
  • 23-01-2012
  • 22-01-2012
  • 21-01-2012
  • 20-01-2012
  • 19-01-2012
  • 18-01-2012
  • 17-01-2012
  • 16-01-2012
  • 15-01-2012
  • 14-01-2012
  • 13-01-2012
  • 12-01-2012
  • 11-01-2012
  • 10-01-2012
  • 09-01-2012
  • 08-01-2012
  • 07-01-2012
  • 06-01-2012
  • 05-01-2012
  • 04-01-2012
  • 03-01-2012
  • 02-01-2012
  • 01-01-2012
  • 31-12-2011
  • 30-12-2011
  • 29-12-2011
  • 28-12-2011
  • 27-12-2011
  • 26-12-2011
  • 25-12-2011
  • 24-12-2011
  • 23-12-2011
  • 22-12-2011
  • 21-12-2011
  • 20-12-2011
  • 19-12-2011
  • 18-12-2011
  • 17-12-2011
  • 16-12-2011
  • 15-12-2011
  • 14-12-2011
  • 13-12-2011
  • 12-12-2011
  • 11-12-2011
  • 10-12-2011
  • 09-12-2011
  • 08-12-2011
  • 07-12-2011
  • 06-12-2011
  • 05-12-2011
  • 04-12-2011
  • 03-12-2011
  • 02-12-2011
  • 01-12-2011
  • 30-11-2011
  • 29-11-2011
  • 28-11-2011
  • 27-11-2011
  • 26-11-2011
  • 25-11-2011
  • 24-11-2011
  • 23-11-2011
  • 22-11-2011
  • 21-11-2011
  • 20-11-2011
  • 19-11-2011
  • 18-11-2011
  • 17-11-2011
  • 16-11-2011
  • 15-11-2011
  • 14-11-2011
  • 13-11-2011
  • 12-11-2011
  • 11-11-2011
  • 10-11-2011
  • 09-11-2011
  • 08-11-2011
  • 07-11-2011
  • 06-11-2011
  • 05-11-2011
  • 04-11-2011
  • 03-11-2011
  • 02-11-2011
  • 01-11-2011
  • 31-10-2011
  • 30-10-2011
  • 29-10-2011
  • 28-10-2011
  • 27-10-2011
  • 26-10-2011
  • 25-10-2011
  • 24-10-2011
  • 23-10-2011
  • 22-10-2011
  • 21-10-2011
  • 20-10-2011
  • 19-10-2011
  • 18-10-2011
  • 17-10-2011
  • 16-10-2011
  • 15-10-2011
  • 14-10-2011
  • 13-10-2011
  • 12-10-2011
  • 11-10-2011
  • 10-10-2011
  • 09-10-2011
  • 08-10-2011
  • 07-10-2011
  • 06-10-2011
  • 05-10-2011
  • 04-10-2011
  • 03-10-2011
  • 02-10-2011
  • 01-10-2011
  • 30-09-2011
  • 29-09-2011
  • 28-09-2011
  • 27-09-2011
  • 26-09-2011
  • 25-09-2011
  • 24-09-2011
  • 23-09-2011
  • 22-09-2011
  • 21-09-2011
  • 20-09-2011
  • 19-09-2011
  • 18-09-2011
  • 17-09-2011
  • 16-09-2011
  • 15-09-2011
  • 14-09-2011
  • 13-09-2011
  • 12-09-2011
  • 11-09-2011
  • 10-09-2011
  • 09-09-2011
  • 08-09-2011
  • 07-09-2011
  • 06-09-2011
  • 05-09-2011
  • 04-09-2011
  • 03-09-2011
  • 02-09-2011
  • 01-09-2011
  • 31-08-2011
  • 30-08-2011
  • 29-08-2011
  • 28-08-2011
  • 27-08-2011
  • 26-08-2011
  • 25-08-2011
  • 24-08-2011
  • 23-08-2011
  • 22-08-2011
  • 21-08-2011
  • 20-08-2011
  • 19-08-2011
  • 18-08-2011
  • 17-08-2011
  • 16-08-2011
  • 15-08-2011
  • 14-08-2011
  • 13-08-2011
  • 12-08-2011
  • 11-08-2011
  • 10-08-2011
  • 09-08-2011
  • 08-08-2011
  • 07-08-2011
  • 06-08-2011
  • 05-08-2011
  • 04-08-2011
  • 03-08-2011
  • 02-08-2011
  • 01-08-2011
  • 31-07-2011
  • 30-07-2011
  • 29-07-2011
  • 28-07-2011
  • 27-07-2011
  • 26-07-2011
  • 25-07-2011
  • 24-07-2011
  • 23-07-2011
  • 22-07-2011
  • 21-07-2011
  • 20-07-2011
  • 19-07-2011
  • 18-07-2011
  • 17-07-2011
  • 16-07-2011
  • 15-07-2011
  • 14-07-2011
  • 13-07-2011
  • 12-07-2011
  • 11-07-2011
  • 10-07-2011
  • 09-07-2011
  • 08-07-2011
  • 07-07-2011
  • 06-07-2011
  • 05-07-2011
  • 04-07-2011
  • 03-07-2011
  • 02-07-2011
  • 01-07-2011
  • 30-06-2011
  • 29-06-2011
  • 28-06-2011
  • 27-06-2011
  • 26-06-2011
  • 25-06-2011
  • 24-06-2011
  • 23-06-2011
  • 22-06-2011