Komt een vent in het café, hij bestelt een pint en zegt: "Het stinkt hier naar uitwerpselen." Dus hij vertrekt. Komt een andere vent binnen, bestelt ook een pint en zegt ook: "het stinkt hier naar uitwerpselen." Dus hij vertrekt ook. De baas vindt dit niet zo leuk dus gaat naar de supermarkt en koopt een busje dennegeur. Komt een andere vent binnen, bestelt ook een pilsje en zegt: "Het ruikt hier net alsof er iemand in het bos heeft zitten kakken."
We spreken van een ijsdag wanneer op deze dag de maximum temperatuur, gemeten in een weerhut, -0,0 ºC of minder bedraagt.
Nederland heeft gemiddeld per jaar tussen de 6 en 12 ijsdagen (De Bilt: 8). Het totaal aantal ijsdagen in een winter is een van de methodes om te berekenen hoe streng een winter was, echter een meer gebruikte methode is het koudegetal (of Hellmanngetal).
Een man rijdt in zijn auto op de snelweg. Hij is al lang aan het rijden en hij besluit om eventjes op een parking te stoppen en wat uit te rusten. Hij gaat de eerste parking er af en parkeert zijn auto. De plaats die hij gekozen heeft ligt jammer genoeg langs een veelgebruikt joggingpaadje. Hij staat nog maar 5 minuten geparkeerd of er komt een jogger van het paadje af, tikt op zijn raampje en vraagt : Meneer, weet U misschien hoe laat het is ? De man kijkt op zijn horloge en zegt : Kwart na acht.. De jogger loopt verder en de man zet zich opnieuw gemakkelijk. Na 5 minuten tikt er weer iemand op zijn raampje, het is een andere jogger en ook hij vraagt hoe laat het is. Twintig over acht, zegt de man enigszins verveeld. De jogger bedankt hem en loopt verder. De man wil zich opnieuw comfortabel nestelen, maar ziet dan dat er meerdere joggers lopen en beseft dat het niet lang gaat duren voor hij wéér gestoord gaat worden... Dus pakt hij een stuk papier en schrijft erop : Ik weet NIET hoe laat het is !!! Hij kleeft het papiertje tegen zijn raampje en laat zich opnieuw lekker onderuit zakken in zijn zetel. Als hij bijna is ingedommeld tikt er wéér een jogger op de raam en zegt : Meneer, het is half negen
Aalsters dialect(niet gemakkelijk)Leren tegen dat het carnaval is,
MOP IN 'T OILSJTERS... Stefanieken es e joar of 13 en ziet eer iejste oarekes op eer moisken kommen. Ze lipt nor eir ma en roept opgewonnen: " Mamma, mamma, ik kroig mén iejste oarekes op mé moisken."Eer ma lacht isj, mor zegt: " Seg, Stefanieken, da zegde zoe nie ein...ge moetj zeggen, mén opken kroigt nen board. Da's veil subtieler." Allei, goed en wel... iet no den achternoeng komt Stefanie eer aver zister tois en Stefanieke lipt nor eer zister en zeit: " Seg, zister, mén opken kroigt nen board. " Woorop da eer zister zeit: " Da kaan goe zén schaup, mor de moinen etj al bananen.
voor de niet Aalstenaars - vertaling onderaan
Stefanie is een jaar of 13 en ziet de eerste haartjes op haar muiske komen ze loopt naar haar moeder en roept opgewonden "mama ik krijg men eerste haartjes op mijn muiske" haar moeder lacht eens maar zegt dan "zeg Stefanie, da moet ge zo niet zeggen... ge moet zeggen "mijn aapken krijgt een baard, dat klinkt veel subtieler" allé, goed en wel ... in den achternoen komt Stefanie, haar oudere zus, thuis en Stefanie loopt naar haar zuster en zegt "mijn aapken krijgt een baard" waarop dat haar zuster zegt "dat kan goed zijn schaap, maar de mijne eet al bananen"
pietje loopt naar de oude man die op de bank in het park zit. -Opa, heb jij tanden? -Nee, mijn jongen, ik heb geen enkele tand meer. -Echt? Wil je dan mijn appel even vasthouden?
Komt een oudere man in de apotheek en vraagt: Hebt u tabletten om een vals gebit te reinigen? Natuurlijk. Hebt u krukken? Jazeker. Hebt u batterijen voor hoorapparaten? Zeker, meneer. Verkoopt u luiers voor mensen met incontinentie? Die hebben we ook, meneer. En viagra? Geen probleem. O.K., dan wil ik hier wel mijn huwelijkslijst leggen.
Ik ben Rudy, en gebruik soms ook wel de schuilnaam Rud.
Ik ben een man en woon in Wetteren () en mijn beroep is wegenwerker.
Ik ben geboren op 13/07/1952 en ben nu dus 59 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Muziek,gitaren,humor ezv..... .