Zo’n nieuwe regering, immer meer naar de overkant van links, is steeds zwaar om te verteren.
Vandaar dat ik u dit opluchtende Mexicaans gerecht, mij verstrekt door een begrijpende dochter, kan aanbevelen.
Zoals men politici (tegenwoordig is dat erfelijk aan het worden) ook voor bijna alles in staat moet achten, kan men Guacamole voor veel zaken (maar dan enkel goede) gebruiken. Zo is het uitstekend als tongzinderende dipsaus voor rauw gesneden worteltjes, selderstekjes, gefrituurde chips, enz.
Je kan het genieten als een pikante mayonaise zonder vet, bij geroosterde vis of vlees.
Maar als ware afkikker van een grauw politiek beleid, raad ik het aan als royaal, kleurrijk en zinnenprikkelend beleg op Marokkaans plat brood, of Vlaamse ovenkoeken, op Frans brood is het ook te doen als men dit overlangs doorsnijdt.
Mexicaans ja, maar iedereen kan het maken:
Neem een grote platte glazen kom, leg een foto voor u (nee, niet in die kom!) van een heimelijke politieker – keus genoeg – en plet dan met een aardappelstamper een rijpe geschilde en ontpitte avocado, liefst een bruin-zwarte (ha ja!) tot moes. Blik steeds op het portret, het pureren gaat dan vanzelf. Een grote tomaat mix je, een zacht ajuintje hak je, en neem gerust twee teentjes look die je fijn kunt persen. Voor de straffen onder ons, mag er nog zo’n klein Spaans pepertje, zonder de pitjes, bij. Dat moet allemaal in die kom terecht komen, samen met het sap van een halve citroen. Draai door de pepermolen stevig wat verse peper. Meng dit nu goed en laat een kwartiertje rusten in de ijskast.
Als het werk goed gedaan is moet die papieren politieker helemaal mottig zijn, net zoals in het echt, maar nu kunt ge die met gerust gemoed gewoon wegkieperen.
Zoek enkele gelijkgestemden, giet voor elk een kelk frisse droge witte wijn – goeie hete koffie is ook lekker – beleg en eet het brood met dit pittig opwekkend beleg, en gegarandeerd dat het leven weer zo pril en prikkelend voorkomt als de natuur in de zon na een zwaar onweer.
Natuurlijk zul je nog vloeken op de stoten van het zogenaamd 'goed bestuur', maar echt, dat gaat nu vlotter, luchtiger, zou ik haast zeggen.
Kleine kleutertjes herken je niet steeds aan hun lengte of hun volume en evenmin aan hun 'manier van doen'.
Wat wel vaststaat is dat ze nog melktandjes hebben en dus nog niet tot de 'jaren van discretie en verstand' gekomen zijn, zoals het vroeger in de catechismus heette.
Op een mooie morgen ergens in mei nam ik in Blankenberge de tram richting Oostende – De Panne en er stapten een vijftiental kindjes met melktandjes op, samen met een groep hoogbejaarden van wie de meesten reeds aan hun 'derde' gebit toe waren. Het spitsuur van ’s morgens vroeg was gelukkig reeds voorbij, maar toch bevond zich veel volk op de tram.
De kleutertjes waren vergezeld van twee juffen; het ging hier duidelijk om een schooluitstap. De oudere mensen leken eerder een toevallige samenkomst te vormen, zonder structuur of leiding.
De juffen lieten de kindjes twee aan twee zitten op de banken. Na duidelijk protest van een oudere heer, die het voortouw nam, liet één van hen de kindjes met drie op één bank plaatsnemen. Toch bleven er nog enkele bejaarden rechtstaan, onder wie de oudere heer die het hoge woord voerde.
"Vroeger werden de kinderen tenminste goed opgevoed en moesten ze rechtstaan voor oudere mensen…," zei hij. Heel wat dames van ongeveer dezelfde leeftijd stemden in en begonnen drukke gesprekken over de 'jeugd van tegenwoordig'.
De kinderen, zich van geen kwaad bewust, bleven mooi zitten en waren eerder stil. Ze hadden dan ook twee strenge juffen die gezag hadden en stevig in hun schoenen stonden. De ene bleef op de achtergrond en antwoordde niet op het verbale geweld van de oudere man. Meestal noemt men deze houding 'wijs'.
De andere, nog heel jong, durfde het blijkbaar beter aan om zich kwetsbaar op te stellen. Ze bleef wel kalm en waardig, maar gaf toch duidelijk uitleg aan de heer. Ja, ze begreep zijn benarde positie wel. Ze wist wel dat senioren liever niet vallen omdat ze een grotere kans op breuken hebben dan jongere mensen.
Maar ook die kleine kindjes liepen gevaar.
De verzekering liet trouwens niet toe dat hele jonge kinderen recht stonden en deed moeilijk als er zich toch een ongeluk voordeed.
De trambestuurder, type 'sportieve driver', demonstreerde ongewild wat de juf zei. Hij deed de tram zwieren en zwaaien en stopte vaak abrupt en gevaarlijk.
De kinderen vielen uiteraard niet, maar de oudere heer had meermaals maar net de gelegenheid om zich stevig genoeg vast te houden.
Wat een hoop benadelingen, dacht ik bij mezelf.
De kleintjes waren inderdaad nog zeer kwetsbaar en verdienden de nodige bescherming.
Of ze dan niet hadden kunnen reserveren? Neen, zei de juf, dat lukte wel op een trein maar niet op de tram. Ze had er wel voor getelefoneerd. En of ze dan geen reisbus hadden kunnen nemen. Ja, maar dat maakte de uitstap te duur voor een aantal ouders. En moest er dan perse in de drukke maand mei op schooluitstap gegaan worden? Neen eigenlijk niet, maar men had reeds een planning opgesteld van bij het begin van het schooljaar en in mei had men veel meer kans op mooi weer.
De juffen bevonden zich in een moeilijk parket en stonden voor het dilemma. Moesten ze de reglementen respecteren of de oudere personen? Een echte oplossing konden ze ter plekke niet te voorschijn toveren.
En dan die senioren zelf. Voor hen was de benadeling het ergste. Ze riskeerden wel degelijk hun gebeente.
Maar er was doodeenvoudig geen plaats genoeg. Op dat ogenblik toch niet. Overleg met 'De Lijn' zou misschien tot creatieve voorstellen kunnen leiden. Is dit geen punt voor verenigingen die de senioren vertegenwoordigen? Ja, als die maar geleid worden door de senioren zelf, die tenminste uit tram-ervaring kunnen spreken.
Oef, aan de halte 'Oostende Station' stapten de kinderen uit en ook een hele hoop andere reizigers.
Een andere groep kinderen stapte op, wild en onstuimig. Ook met hun klas op stap.
Onmiddellijk keek ik naar hun tanden (dat was niet moeilijk want ze waren haast allemaal aan het tateren). Ja, ze hadden allemaal al een aantal volwassen tanden, velen reeds met een beugel er rond.
De oudere man, die blijkbaar uitgeraasd was, wilde zich neerzetten, maar één van de schooljongens was hem te vlug af.
Toen belette me niets meer om te zeggen: "Zeg jongen, zie je niet dat er oudere mensen met de tram rijden. Wil je wel eens rechtstaan,… en de andere jongelui ook!"
Gewoonlijk heb ik niet veel gezag. Maar toen ging het vanzelf, ze luisterden.
En de leerkrachten…tja die hielden zich gedeisd, denk ik. In elk geval, ik kon ze tussen de massa niet onderscheiden.