NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Mailinglijst

Vercauteren-home@telenet.be


Beoordeel dit blog
  Zeer goed
  Goed
  Voldoende
  Nog wat bijwerken
  Nog veel werk aan
 
Zoeken in blog

HET SCHARNIEREND SCHUURTJE II
de actieve 60 plusser
Begin te lezen van 1st verhaaltje !
16-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE HEILIGE KOE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Nog maar een paar jaren geleden, bevestigden wij onze fietsen achter aan de auto vast en reden richting één of ander fietsparadijs. Nu, vandaag de dag, draaien wij onze straathoek om en staan in de file. Of je nu rekening houdt met de huis- werk- spitsuren of niet, om de hoek sta je stil. Want er zijn veel teveel mensen en veel teveel auto’s.  Als wij op familiebezoek willen gaan, van de zuid-  naar de noordkant van Antwerpen, rekenen wij er sowieso al een half uur extra rijtijd bij, want je mag door de drukte op de autostrade op sommige stukken nog amper 70 km, in plaats van de toegelaten 120 km, per uur rijden. Kriskras wriemelen de wagens van het ene naar het andere baanvak, want het lijkt er immers altijd op, dat waar jij rijdt het veel trager en soms helemaal niet vooruitgaat. Met een beetje geluk rij jij zelf juist voor die ene wegpiraat die zigzaggend, zelfs over de pechstrook, van rechts naar links een ongeval uitlokt en de autobaan na zich, in een regelrecht compleet verkeersinfarct achterlaat. Want er zijn teveel mensen, teveel auto’s, teveel files en teveel wegpiraten . Als je vanuit het Antwerpse een daguitstapje naar de Belgische kust plant, moet je  alle inzittenden voor de rit onderweg van een noodrantsoen eten en drinken voorzien. Al snel wordt het drie uren autostradebumperen in de blakende zomerzon. Gezellig kleef je uren achteraan dezelfde auto, waar lieve kindjes door de achteruit wuiven, obscene gebaren maken of je het vingertje geven. Per meter vooruitgang, houd je het hart vast, want in de achteruitkijkspiegel, zie je telkens die vrachtwagenmastodont gevaarlijk dicht achter je bumper remmen. Als je twee linkerbaanauto’s voorbij treuzelt, kom je steevast telkens opnieuw naast die ene neuspeuteraar of die rijdende daverende discobarbolide te staan. Op de autoradio kwebbelt een stem een tiental minuten de verkeersinformatie en alle files aan elkaar. Zij vertelt je, veel te laat, juist voorbij die ene afslag, waar je het beste de autostrade kon verlaten. Volgens de radiodame zou je dan uiteindelijk langs de gewestwegen, door steden en dorpjes, via rotondes en verkeerslichten sneller je eindbestemming kunnen bereiken. Wie had er jaren geleden gedacht dat het woordje “snelweg”  de autolading helemaal niet meer zou dekken. Want er zijn teveel mensen, teveel auto’s, teveel files, teveel wegpiraten en teveel vertragingen. Als je de pech hebt dat je gemeente bestuurt wordt door een “Groene”, dan zie je al snel dat alle tweebaanswegen, waar je vroeger vrolijk door kon rijden, herschapen worden tot één- baanvak trajecten, waar, de kop staart aanschuivende auto’s, de bestuurders met de meest uiteenlopende uitlaatgassen elkaar trachten te vergiftigen. Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen en teveel versmallingen. Ook in onze achterafstraten worden er, om het verkeer te vertragen, veel te hoge drempels aangelegd, waarover je, als je er iets sneller dan de toegelaten 30 km per uur, overheen gaat, als een stuntrijder omhoog gekatapulteerd wordt. Een ietwat geoefende fietser zoeft je met zijn twee vingers in zijn neus vrolijk voorbij. Want er zijn te veel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen en teveel drempels. Nu moesten wij laatst van Edegem richting Boechout rijden om iets uit de caravanstalling te halen. Maar in de gemeente Hove, die er juist tussenin ligt, presteerde men het, al meer dan anderhalf jaar, overal wegdek- en rioleringswerken tegelijkertijd uit te voeren en allerlei omleidingen uit te stippelen. Langs dit omleidingsparcours stonden er, om en om, langs beide kanten van de rijbaan overal ineens gigantische betonnen geel geschilderde bloembakken, zonder enige reflecterende signalisatie. Als een rallyrijder moest je door de velden, tussen de boerderijen en recente nieuwbouwwijken slalommen. Bijna verwonderlijk dat hier ’s nachts niet meer bloempotcrashes voorkomen. Een ritje dat je, normaal ruim berekend, op maximaal 20 minuutjes reed, duurde nu meer dan één uur en twintig minuten. We hadden het gevoel dat we heel Vlaanderen gezien en bereden hadden, want ergens onderweg was er in geen einde en verte nog een omleidingssignalisatie te bespeuren. Verder wordt je ook constant door een doemdenker weerman aangemaand niet met je wagentje de weg op te gaan als er ergens ten lande een onweersbui of sneeuwvlaag kon vallen of indien bevroren ijzel het wegdek in een ijsbaan kon veranderen. De strooiwagen kan dan immers ook niet strooien, want hij staat in de file. Als je dan toch, op eigen risico, meer varend, schuivend en sleerijdend,  besluit met je auto aan te sluiten aan de meest dramatische langste file ooit, dan kan je alleen maar hopen dat je zonder enige blikschade je eindbestemming bereikt.

Ook in Antwerpen graaft men alle straten tegelijkertijd open. Het is zelfs zo erg dat mensen die in de haven werken nu niet meer met de auto op hun werkplek geraken, zonder eerst een rondje sightseeing fileleed te ondergaan. Sommigen hebben, uit pure ellende, zich een elektrische fiets aangeschaft waarmee ze langs de omgespitte putstraten kunnen manoeuvreren. Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen, teveel drempels, bloembakken en teveel omleidingen. En juist nu wordt die brug over het kanaal afgebroken, die ene brug die voor de inmiddels helft fietsende Antwerpenaren een behoorlijke shortcut bleek te zijn. Tot maart volgend jaar moeten ook de E-bike trappers een alternatieve fietsroute uitdokteren. Als je dan toch besluit, omdat je fiets ergens gepikt werd, opnieuw met je autootje richting stad of haven te pendelen, ben je uren zoet met het vinden van een parkeerplaats. Je bent in een wip een fortuin kwijt aan parkeergarages, parkeermeters of boete schrijvende parkeerwachters.  Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen, teveel drempels en bloembakken, teveel omleidingen en te weinig gratis parkeerplaatsen. Als enige tijdrovende alternatief heb je dan nog het openbaar vervoer. Dus je stapt op bus en tram en laat je statussymbool onbewaakt op je oprit of in je straat geparkeerd staan. Bij je thuiskomst kan je dan alleen maar vaststellen, dat tijdens je afwezigheid, dieven,  je velgen, je voor- of achterbumpers van,  en je gps- systeem, je radio, zelfs je airbag en stuur uit je auto gestolen hebben. Je auto-onderdelen rijden nu vermoedelijk, gedemonteerd, in een Oostblokvrachtwagentje richting rommel- of zwarte markt . Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen, teveel drempels en bloembakken, teveel omleidingen, te weinig parkeerplaatsen en veel te veel crapuul. Je wordt nog aangemaand om een nieuwe minder vervuilende auto te kopen, zodat je zonder problemen in de Antwerpse lage emissie zone binnen mag, maar je kan er nergens meer mee rijden, laat staan parkeren! Iedere burger zijn eigen auto. En daarom staan we nu met zijn allen uren met onze auto’s en camions benzine verdampend in de rij, stil, heel stil, onbeweeglijk, onveranderlijk, roerloos, stokstijf stil…

En juist op het moment, als je dan uiteindelijk uit pure ellende beslist om je auto dan maar aan de kant of in je garage te laten staan, je de wandelschoenen wil aantrekken en te voet in de omgeving wil gaan rondstappen, valt er de jaarlijkse autoverzekering en de autobelasting in de brievenbus, de heilige koe moet gemolken worden….Want met die taks moet men de straten vernieuwen, versmallen, overal drempels en bloembakken plaatsen, omleidingen aanleggen, weg- en rioolputten graven, aan elke nog vrije parkeerplaats parkeermeters plaatsen en de lonen van de parkeersmurfen betalen..

 

Sim, op zondag wandelend door Edegem     16/7/2017

16-07-2017 om 16:45 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
10-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.STRINGELING
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Het is midden juni en de oceaan is al behoorlijk opgewarmd. Het is de eerste keer dat wij zo laat op het seizoen op Tenerife zijn. Voor het eerst zien we de lokale bevolking tijdens de weekeindes naar de strandjes naast het stadje Las Galletas afzakken. In de voor ons, in de winter, zo verlaten kreekjes krioelt het nu van locals met tentjes, picknicktafels, bbq’s, kinderen en honden. Bijna nergens op de toeristische stranden van Los Cristianos of Playa, zag je ze, maar hier kan je er niet naast kijken. Het lijkt plots alsof de tijd hier een 3decennia heeft stilgestaan. De revival van de monokini-string !

Zo’n dertig jaar geleden moesten wij vrouwen op de zuiderse stranden  allemaal met de billen bloot. Nu hadden wij eerst jaren besteed aan het bruinen van onze twee koplampen en nu kwam daar zo’n blote-gat-mode bij.

Alvorens wij onze eerste stappen met zo’n kontreepje op een zonnig strand zouden zetten, gingen er eerst maanden van voorbereiding aan vooraf. Er werd gedieet, vetverbranders, hongerstillers en waterafdrijvende pillen geslikt. Wij gingen naar de fitness en onder de zonnebank en tubes zelfbruinende crèmes en tonnen afslankzalven werden tevergeefs over striemen en cellulitis gewreven, om toch maar straks met dat strakke kontje langs de vloedlijn te kunnen lopen. Maar doordat onze vooruitstekende en achterste lichaamsdelen praktisch nooit voorheen aan de zon blootgesteld werden, bleven ze dan ook, al onze inspanningen ten spijt flauw roze afgietsels in plaats van een Cécémelk- kleurige borstpartij en een krokant chocoladebruin  poepegatteke.

En dan was daar eindelijk het vakantiemoment, dat je op de allereerste dag in monokini met je allereerste reetveter en met je alsnog uiterst melkwitte toeters en je marmerwitte krentenbroden in de brandende zon richting zee kon schuifelen.

Als je na het zwemmen als een halfblote nimf uit de golven herrees en je de sexy, geile machoblikken van de mannelijke zonnebaders langs je lichaam voelde glijden, ging je heupwiegend terug richting strandhanddoek. De ellende begon maar pas als je je per ongeluk naast je badhanddoek in het warme zand liet neervallen. Nat zand schuurde van voor naar achter tussen je zwetende twee konthelften en maakte je doos en je plooirokje tot gloeiende vulkaanrandjes. Je kon aan die gatflosser trekken zoveel je wilde, met elke beweging striemde de binnenkant van je dijen van blaarroze tot ‘rauwrood’.  Na een dagje zonnen kan ik jullie verzekeren dat de aftocht met je twee flashy voorbumpers en een duo knalrode krentenbollen richting douche een martelgang bleek te worden. Het leek alsof er een fietsketting tussen je twee halve manen op en neer ging. Al meteen na de eerste stranddag werd het stringmarteltuigje verbannen en kwam de oerdegelijke bikini terug uit de koffer.

En nu, op dit Tenerife strand, leek het alsof de modewereld eventjes 30 jaar had stilgestaan of dat deze Canarische dames de renaissance van de string een nieuw leven inbliezen. Een nieuwe tendens was gezet. Er waren geen bikini ensembles meer te zien, maar de boven- en onderkanten moesten minstens in twee totaal verschillende kleuren of diverse designs hebben.

Jong, oud, anorectisch, mager, perfect geproportioneerd, mollig, dik en moddervet, iedere vrouw met een tatoe op zijn gat had zich in een monoreepje gewurmd. Tatoeages van een scheelogend madonnahoofd, een Jezus of indianenkop, een christelijk kruisbeeld, Micky Mouse (die volgens mij eerder vooraan had moeten staan), een adelaar, hartjes met letters, allerlei bloemen en onleesbare tekens versierden de halve manen. Soms was de tatoeage-inkt zodanig uitgelopen, dat er alleen nog een handgrote blauwzwarte vlek op de kwabberkonten te zien was. Diegenen die zich nog niet aan het kontkoordje waagden, hadden tekens en teksten op hun armen, buiken of kousenbanden op hun benen staan. Het was onsmakelijk leuk als je zo’n vier prentenboek beschilderde stringelings naast elkaar met de voeten in de branding zag staan. Een beweeglijke cartoon. Een Canarische tableau vivant.  Nog leuker werd het als ze zich naast elkaar in het water en daarna in het warme zwarte lavazand lieten zakken. Daarna was er altijd wel een Spaans machomannetje dat zich overgaf aan de plaatselijke sport, het naar elkaar gooien van zwarte lavamodder.  Frunnikend aan het schurende konttouwtjes en met een pijnlijke grijns liepen ze over de vulkaanstenen terug naar hun strandplaatsjes.

Ik had meteen een binnenpretje. Ik wist al hoe hun dag zou eindigen..net als de mijne zo’n 30 jaar geleden, met woest ontstoken dijbinnenkanten…vanavond zou er niet gevogeld worden.

Sim, zonder string, terug uit Tenerife 8/7/2017

 

 

10-07-2017 om 20:10 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
24-06-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WANNEER GAAN 'DE GELOVEN' ER EINDELIJK AAN GELOVEN?
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Elke week lezen wij in de kranten of horen wij op het journaal wel items waar  spontaan onze broek van afzakt. Als ouders, voor het beginnen van het is eender wettelijke Belgische vakantie, hun schoolgaande kinderen enkele dagen vroeger thuishouden, omdat dan de vliegtuigreizen nog betaalbaar zijn en omdat het dan een goedkoper vakantiebudget betekent, juist dan wil de Minister van Onderwijs dit absenteïsme bestraffen. Als het Islamitische Offerfeest juist voor de eerste wettelijke schooldag in september valt, dan gaan sommige scholen de aanvang van het schooljaar enkele dagen later laten starten!! Begrijpen wie begrijpen kan. Duidelijk twee maten en twee gewichten! Als er in Londen een volledige woontoren afbrandt, is er in einde en verre, zelfs geen eerste minister te bespeuren om met de slachtoffers te praten. Als er een Brit aan een moskee een aantal islamieten omver tracht te kegelen, dan staat daar ’s anderdaags kroonprins Charles op de drempel om met de plaatselijke imam te overleggen. Dit zijn zo van die ‘desintegratiepamperregeltjes’ die de autochtone Europeanen in de gordijnen jaagt.

Deze week blies Islamitische Staat hun eigen werelderfgoed, hun toren van Pisa, de scheve moskee van Mosoel op. Het was duidelijk een explosie die van onderaan kwam en geen bombardement, waarvan ze beweren dat de US of de coalitie ze uitgevoerd zouden hebben. Is dit misschien een voorbode van een aantal in de toekomst, IS aanslagen op Roomse kerken? Ach IS strijdertjes, maak geen onschuldige slachtoffers! Ergens in Midden Europa ligt het rijkste ministaatje ter wereld. Daar zit zo’n Rooms Christelijk kliek in een basiliek, volgens de islam ‘ongelovigen’ pedofielen, homofielen en seksloze mannen bij mekaar…Oei, oei, Ik werd duidelijk slecht begrepen, want ik las juist deze ochtend in de krant dat een groep terreurbomgordeldragertjes de Grote Moskee in Mekka wilden opblazen. Jezus..ik bedoelde bij MEKAAR en niet MEKKA!Vindt jullie grote baas het nog steeds oké, dat jullie elkaar nu beginnen uit te moorden?      

Nergens horen wij of ze zelf nog in de moskee van Mosoel aanwezig waren. Het gaat daarboven in de Allah- hemel uitzonderlijk druk worden. Ik kan best begrijpen, dat de 72 maagden, bij het horen dat er weer zo’n 150 à 200 uit elkaar gereten martelaren, naar boven komen zweven om hun orgasmen op te eisen, acute of chronische hoofdpijn of zelfs migraine gaan voorwenden. Of spreekt men al van maagden als het om acht- en negenjarige kinderen gaat?  Zat daar een paar eeuwen geleden toch niet zo’n pedofiele moslim, met een negenjarig kindbruidje in de woestijn de ware islam te prediken? Moesten daarom de vrouwen volledig gesluierd rondlopen omdat hij het aanzicht van een echte vrouw niet kon verdragen?

Wanneer gaan ‘de geloven’ er nu eindelijk eens aan geloven?

Nog nooit werden er zoveel oorlogen gevoerd, waren er nooit meer religieuze vluchtelingen en werden er mensen vermoord, als in de naam van één of ander geloof!

Vanaf het moment dat de mensen op aarde kwamen en ze hun één hersencel probeerden te gebruiken, moesten zij in iets bovennatuurlijks kunnen geloven. Zij konden zich niet inbeelden, dat er niets meer na dit leven kwam. Dat zij gelijk waren aan de olifanten, tijgers, koeien, varkens, vogels, muggen en vliegen. Dat, gedaan ook daadwerkelijk gedaan was. Dus als er ergens een schizofrene stemmen horende jandoedel, in een barre zandvlakte wat stond te oreren, zagen ze er onmiddellijk het teken van de hemelgoden in. Al diegenen die daar macht en geld inzagen, applaudisseerden op de achtergrond mee en zochten stante pede naar een welwillende uitgever om een paar  horrorsprookjesboeken uit te geven, die als leidraad door het godvrezend volkje  moesten gelezen worden.  Wie er nadien op het idee gekomen was, dat Roomse Katholieke mannen niet meer mochten neuken, is een raadsel. Welke gezonde man doet vrijwillig afstand van het plezier dat God aan hen geschonken heeft..’gaat en vermenigvuldig U’…

Als dan zo’n religieuze kerel, zonder ooit gepijpt te zijn geworden, na jaren van devote onthouding, uiteindelijk de pijp uitgaat met zijn eerste en waarschijnlijk ook zijn laatste orgasme, denk hij dan niet; “Hoc notum nisi me!”  Had ik dat maar geweten!

De Joodse, moslim, gereformeerde en evangelische antiseks verenigingsregeltjes, die zeggen dat er voor het huwelijk niet aan elkaar gefrunnikt mag worden, zijn toch werkelijk om te lachen. Eens deze godsvruchtige jongeren het boterbriefje kunnen klasseren, gaan ze als konijnen te keer en proberen op zo’n kort mogelijke tijd zoveel mogelijk toekomstige geïndoctrineerde kindjes op de wereld te zetten, die er dan weer voor moeten zorgen dat hun godvrezende clubregeltjes nog eeuwen blijven bestaan.

Hoeveel pretentie moeten deze religieuzen hebben om te beweren dat alleen hun godsdienst de enige echte religie is en hun god de enige ware.

Hoeveel arrogantie om te pretenderen dat atheïsten niet kunnen weten dat er geen God en geen hemel is en dat zij dit dan maar eens zouden moeten  bewijzen...Imaging there is no heaven, above us only sky! De ongelovigen moeten het grote niets bewijzen??

Heeft          Einstein soms zo’n een natuurwet uitgevonden? Dit bewijs vragen de vrome simpele van geest, die overtuigd zijn, dat er in de Allah- hemel, telkens een verzameling van 72 nieuwe maagden klaarstaat die hun uiteengereten, gebombardeerde en afgestorven ledematen alsnog moeten proberen te bevredigen. Door joden, die hun volledige leven in functie stellen van het hun beloofde hiernamaals. Door kerkse mensen die nog steeds geloven dat er eeuwen geleden een loebas opstond die water in wijn kon veranderen, die met een simpele handoplegging mensen kon genezen, over water kon lopen, zijn grafsteen kon opzij duwen en vleugelloos ten hemel ging…Ja inderdaad ook de atheïst kan ergens in ‘geloven’; in de natuurwetenschappelijke verklaring en bewezen evolutietheorie. En spijtig genoeg lijkt, volgens ons, de evolutie van de mens stilaan de verkeerde kant op te gaan..terug naar af.

Maar gisteren gebeurde er iets verbluffend, manlief riep God aan! Ik dacht eventjes dat de hemel zou invallen. Wij hadden ons huurautootje ergens geparkeerd en waren met stoeltjes, parasol, pak en zak de lavaheuvel naar het strand afgedaald. We hadden net onze strandstoeltjes opengeklapt, toen manlief zijn short wou uitdoen en aan mij vroeg op ik de autosleutel had..Niet dus..en toen gebeurde het! Manlief riep, God, God, godmiljaarde, God, godverdomme, godjummenas er is een gat in de zak van mijn short. Zonder iets tegen mij te zeggen, keerde manlief terug op zijn passen, klom, terwijl het 35 graden in de schaduw was en met anderhalve revalidatielong terug de helling op. Ik berustte al een beetje in het lot, want door de jaren heen waren er al diverse, petten, truien, mobieltjes, sleutels en autosleutels ergens ten velde verdwenen, maar soms ook wel al eens teruggevonden. Na een tiental minuten stond manlief, als Mozes, terug boven op de berg en wuifde met in de ene hand de autosleutel en aan de andere hand een opwaartse duim..Als je maar hard genoeg roept, helpt God misschien soms wel een beetje, of niet?

24-06-2017 om 16:15 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
15-06-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PANIEK IN MANDAATJESGRAAIERSLAND
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Er gaat een tsunami over het Waalse PS landschap. De kranten en de journaals staan er bol van. Twee ordinaire rode poenpakkers graaiden elke maand in de financiële pot van Samusocial, een vzw waarvoor vrijwilligers geld bij elkaar bedelden om de allerarmsten der armen, de daklozen, te helpen. Deze twee Brusselse sjoemelaars fantaseerden vergaderingen en bijeenkomsten bij elkaar, die nooit plaatsvonden, waar ze nooit ook maar één minuut aanwezig waren en lieten zich hiervoor rijkelijk betalen. Hoe laag kan je vallen om jezelf schaamteloos te laten vergoeden juist op de kap van een zulke arme bevolkingsgroep. Verwachten wij dit van de burgemeester van de Europese Unie hoofdstad, neen. Pikken wij dit van zo’n vrouw die normaal via het OCMW de minderbedeelden moet helpen? Dus is het ook niet verwonderlijk dat de vrijwilligers, de armen en de daklozen een slachtoffervereniging willen opzetten en de ontslagnemende burgemeester Mayeur en de Paraïta geldsnol publiekelijk op de grote markt van Brussel zouden willen lynchen! Ze eisen dat de twee zakkenvullers, de mandaatgraaiende burgemeester alsook zijn mede ‘armoede bestrijdster’ uit alle ambten ontzet worden en voor straf 2 maanden op de straat moeten leven. Zij zullen er persoonlijk op toezien dat ze geen twee keer bij de gratis voedselbedeling kunnen aanschuiven. Wie een put graaft voor een ander…

Politiek en poen! Na het Waalse Publifin schandaal ging er al een beerput open en was er al hevige storm over overbetaalde mandaten, maar blijkbaar is er een soort cumulerende politici dat geen schaamte kent. Elke week opnieuw horen we over allerlei regeringsvertegenwoordigers, meestal al royaal goed betaalde mensen, die het toch nog nodig vinden om mandaatjesgeld achterover te drukken. De voorzitter van de Waalse PS, Di Rupo zwijgt in alle talen, denkt er in het Frans het zijne van, broeit op een algemene décumul en hoopt dat de storm ondertussen overwaait, in plaats van eens degelijk de cumulstal uit te mesten. Laurette Onkelinx echter roept en tiert als een volleerd viswijf in de kamer en breekt elk voorstel van de regerende partijen af . Alleen vertelde ze eventjes niet dat ze één van haar kinderen aan een job bij Samusocial geholpen had en dat haar advocaatman, onder het mom van de wet van de privacy, het Samusocial schandaal onmiddellijk met de mantel der liefde wou toedekken. Moet UNIA zich er hier niet mee bemoeien, dat politici hun kinderen via via aan een begeerd baantje helpen? Is dit geen discriminatie naar de gewone man toe?

Inmiddels gaat het gerucht dat er al een nieuw Brussels cumulmandaatschandaaltje’ in de maak is bij de Brusselse voedselbedeling. Is Brussel dan toch misschien zo’n Trump’s hellhole?

In mijn hoofd kabbelen er al een paar weken een aantal vragen. Wat loopt er mis met de Belgische socialistische partijen. Want laat ons eerlijk zijn, ze hebben door de jaren heen, toen ze in de regering zaten,  ook heel goede dingen voor de arbeiders en de bediendes verwezenlijkt. De vijfdaagse- en minder dan 40 uren durende werkweek. De vakantiedagen, het vakantiegeld en de dertiende of zelfs veertiende maand geldbonus. Vroeger liepen wij trots in de 1st meistoet op de dag van de arbeid. Wat  blijft er nog over van die authentieke linkse partij? De bonden die meer laten staken dan dat ze mensen aan het werk helpen? Vandenbroucke die in een poging tot vernietiging van bewijzen, geld uit de zwarte kas wou verbranden. Mathot, Coeme, Spitaels en Claes die zonder blikken of blozen, wat Agusta helikoptersteekpenningen in hun persoonlijke zakken deden verdwijnen en dochtertje Claes, een vroegere Limburgse burgemeester, die overduidelijk haar vaders genen bleek te bezitten. Galle en Spitaels die er met miljoenen Dassault smeergeld vandoor gingen. De Antwerpse rode Janssens die via Telepolis de sociale zekerheid trachtte op te lichten en Laurette Onkelinx die overheidsopdrachten aan haar eigen man gaf. Het Visa schandaal enz…Teveel rode schandaaltjes die uitkwamen, maar waarvan de rode rakkers geen rode schaamtewangetjes kregen.

Zo lang je met andermans geld de royale weldoener kan uithangen zal er steeds een groep burgers in de val blijven trappen.. Maar blijkbaar is de cumulepidemie bij alle partijen toegeslagen en hebben ze allemaal min of meer mandaatboter op hun hoofd. De ene, echte zachte hoeveboter, de andere margarine. Weten die politici nog hoe hoog of beter hoe laag, onze werkelijke private pensioenen, invaliditeituitkeringen of werklozensteun zijn, als ze zelfs niet eens bemerken dat er maandelijks allerlei niet verklaarbare uitkeringen op hun bankrekening bijgeschreven worden?

Een deel van de politiekers willen ons ervan overtuigen dat zij een twintig tot veertigtal mandaatjes hebben waar ze gratis voor werken…

Gratis, wie gelooft dit nog, maak dat de kat wijs. Als er dan al geen financiële som tegenover staat, dan worden ze lekker verwend met culinaire etentjes, reisjes en overnachtingen op een luxejacht. Alleen de ex-burgemeester van Hasselt geloofde nog in gratis, maar die ging na een ‘sexchantage’ kopje onder.

Het is niet echte corruptie maar al die mandaatjes en cumuls bevinden zich toch ergens in een schemerzone.

Nadat Brussel een nieuwe PS burgemeester gekregen heeft, die zich borstkloppend als de nieuwe burgervader profileert, horen we dat hij meer mandaatjes in vzw’s heeft dan dat er werkdagen in de kalender zijn. En dan  doet een Vlaamse vrouwelijke socialistische Burgemeester van Hasselt er nog gretig een schandaalschepje bovenop.

Na alle verwittigingen van de staatssecretaris van migratie en asiel, slaat zij het negatieve advies in de wind en laat zij Faoud Belcacem, de oprichter van Sharia4Belgium en notoire Syrië soldaatronselaar, in de gevangenis met zijn Jihadbruidje huwen.

Het land staat op stelten, want door dit huwelijk zal het een pak moeilijker worden om deze terreurcrimineel, na zijn 12 jaar gevangenisstraf naar Marokko te deporteren, waar hij tevens nog enkele jaren bak te goed heeft. Moet John Crombez, hoofd van de Vlaamse socialistische partij, deze flaterdame niet op het matje roepen? Ik denk dat SPA John, geen nachtmerrieloze nacht meer gehad heeft sinds alle rode schandalen door de journalistiek en de andere partijen uitgespit werden. Hij heeft het zich waarschijnlijk al dik betreurd dat hij zijn arrogante voorganger van de troon gestoten heeft.

 

Sim, mandaat en cumulvrij     Tenerife 15 juni 2017

 

 

15-06-2017 om 20:42 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
11-06-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CANARISCHE PISPALEN
Klik op de afbeelding om de link te volgen

 

Het is de allereerste keer dat wij, door omstandigheden, eind mei, begin juni op Tenerife beland zijn. Al de bomen die tussen de witte huisjes en langs de promenades in Los Cristianos, in de winter bijna op sterven na dood leken, hebben plots een explosie van flamboyante rode bloemen. Als de bloemen naar beneden vallen, lijkt het net of de rode loper met rozenblaadjes speciaal voor ons uitgerold werd. Dikke trossen roze rode oleanderbloesems steken fel af tegen de knalblauwe hemel en purpere bougainvillia klimt overdadig tegen alle muren omhoog. Op de wandeldijken kuieren echter behoorlijk minder toeristen dan in de winter. Eind mei en begin juni is duidelijk voor Tenerife het dode seizoen. Verschillende restaurantjes zijn voor de jaarlijkse vakantie gesloten. Overal zijn diegenen die achtergebleven zijn aan het renoveren geslagen en herstelt men de zwembaden die er nu wat droog en verlaten bijliggen. Ook ziet men nu amper seniorenoverwinteraars, die gehandicapt of niet, met tandemrolstoelen als F1 kamikazepiloten tussen de wandelende vakantiegangers, de dijk afzoeven. De meeste toeristen zijn nu jongelui en jonge gezinnen met kleutertjes. Begin juni  werd er echter een nest Britse toeristen, van het slag dat de toegang tot Mallorca en Ibiza verboden werd, op de Tenerifse wandeldijken losgelaten. Mannen, vrouwen, jong of oud, allemaal hebben ze de meest idiote tekeningen en krabbels op hun huid gezet. Volledige armen, benen, ruggen, buiken en zelfs hoofden zijn met Chinese inktpatronen vol geklad. Grote christelijke kruizen, Maria afbeeldingen,de Engel Gabriël, diverse bloemen en Chinese lettertekens  zijn het meest geliefde onderwerp. Als er één voorbij slentert zonder zwart blauw geklieder ergens op zijn lichaam, wordt hij als een unicum aangestaard. Maar deze volledig blanke spierwitte Brit is dan ook meestal na één dagje zonnen kreeftrood. Volgetekende voetballertjes look a likes, met gebleekte kuiven, lopen trots hand in hand met hun sexy partners, die met een string aan en twee vol getatoeëerde kadetten, als in hun blote kont over de wandeldijk paraderen. Daarachter waggelen de horizontaal uitgezakte tattoo-Jerommekes die met hun armen alleen in grote accolades rond hun lijf kunnen zwieren met hun Britse volgekrabbelde Rubensvrouwen. Zij vonden elkaar duidelijk niet op Tinder maar op de “More drawings and fat” app. Met hun blote bovenlijven en vet kwabberende bikinilijven laten dit plat en onontwikkeld zootje zich respectloos op de restaurantterrassen neerzakken. Nu ben ik zelf niet meer van de jongste en de magerste, maar wat je hier op de promenade aan tonnen vol getatoeëerde lijven ziet voorbij waggelen, grenst aan het ongeloofbare. Ook grote groepen ordinaire Engelse verhitte vrijgezellen zwalpen in verschillende stadia van dronkenschap en ontbinding luidruchtig voorbij. Als dit het niveau is van de doorsnee stemgerechtigde Brit, dan begrijpen wij hoe de Brexit tot stand is gekomen. Manlief merkt op dat het alleen de blanken zijn die zich als stripleesboeken laten volkliederen.  Gat in de markt voor de tattooshop die alleen met witte verf de zwarte Afrikanen gaat tatoeëren! De tattoe- bacterie is nu zelfs al op de Spanjaarden overgeslagen. Geen enkel jong lichaam is nog ongesigneerd.

 Ook in de meeste souvenirwinkeltjes is het veel stiller. Pakistaanse of Indische verkopers trachten je met “hello my friend” de hand te schudden en je op die manier hun shop in te sleuren.

Zoals trouwens in heel Europa, is het Canarische wagenpark echter de laatste 5 jaar behoorlijk toegenomen. Enkele jaren geleden reden wij nog praktisch alleen over de snelweg, maar zelfs nu, terwijl er een pak minder junitoerisme is, staat men soms behoorlijk in de file. Een parkeerplaatjes vinden,waar we vorig jaar nog blindelings naartoe reden, is nu al een huzarenstukje geworden. Zij aan zij staan de kleine autootjes, als mini crematoriumoventjes, in de felle zon te schitteren. Nog een jaar of twee, drie en men kan ook hier al voor woon-werk-verkeer de elektrische fiets gaan promoten.

De oorspronkelijke naam van de Canarische eilanden, was Canariae insulae , wat “hondeneilanden” betekent.

De Spaanse locals krijgen het klaarblijkelijk beter en beter. Dat zie je ook aan het aantal honden, die als een echte plaag jaarlijks aangroeien. Eén hond is geen, minimum één voor madame en één voor mijnheer.Nu hebben ze eindelijk de zieke en zwerfkatten aangepakt, maar nu zie je een hondenepidemie ontstaan. Niet in de toeristische centra, maar daar waar de Canaries zelf wonen is een hond hebben een gegeerd statussymbool geworden. Zo zagen we al een paar dagen een man met aan elke hand twee honden door het Chayofita-complex wandelen. Je denkt dan spontaan aan een hondenwandelaar, die voor een kleine bijdrage de blaffende hartendiefjes bij hun respectievelijk minder mobiele baasjes gaat ophalen en ze dan na het obligate kakje en pisje  terug bij ze afgeleverd. Niets is minder waar. Het is zijn eigen roedel! Ach zijn eerste hondje had zo’n verlatingsangst en blafte de buurt bij elkaar toen baasje eens iets zonder hem wou ondernemen. Hoe zielig, vlug een tweede hond bijgekocht. Maar in plaats dat ze elkaar bezighielden, jankten ze nu allebei zo hartverscheurend hard, dat er klachten van de omwonenden kwamen. Misschien dat een derde lieverd soulaas zou brengen. Nu werd er in een driekoppige canon jankend, keffend en blaffend tekeergegaan. Eens proberen met een vierde joekel? Als deze man een derde arm gehad had, dan liep hij vermoedelijk met een kudde van zes rond.

En overal kakken en pissen. Het zand rond de palmbomen, de lantaarn- en wegwijzerpalen zijn ondertussen onderaan echte wegrottende en weggeroeste pispalen geworden. Als je al een hondenbezitter met een vol kak plasticzakje ziet rondlopen, dan is dit meestal een inwijkeling die deze norm en gewoonte vanuit zijn thuisland meegebracht heeft. Verschillende muurtjes worden duchtig afgesnuffeld. Pootjes gaan om beurten omhoog en tegen de afscheiding ontstaat er een urinekleurige driehoekige opgedroogde waterval die vettig en naar ammoniak stinkend op het voetpad doorloopt. De meeste Spanjaarden hebben er letterlijk schijt aan dat hun honden overal een drol leggen. Liefst een grote stinkende hoop op de witte tegeltjes vlak voor je deur. Gelukkig worden de viervoeters op de stranden verboden, want hier aan de Costa del Sol, aan de gele rots, waar het in de winter zo zalig rustig kan zijn, is het inmiddels in de weekeindes een hondenzwemparadijs geworden. Je wordt er horendol van de blaffende honden die hun zwemmende baasjes niet achterna durven springen of die elkaar naar de strot vliegen. Als de Canaries uit werken gaan worden die arme dieren jankend een ganse dag in de kleine appartementjes of op terrasjes achtergelaten.

Wij hebben een totaal ander begrip van dierenliefde.

Wie voor een paar weken aan de Costa del Sol op Tenerife verblijft, wordt zonder probleem een notoire hondenhater! Neen eigenlijk een hondenbaasjeshater...

Sim, waf waf Costa del Silencio  11 juni 2017

11-06-2017 om 22:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
03-06-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TERUG VAN WEGGEWEEST
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Alle twee halen wij sinds een paar dagen opnieuw opgelucht adem. Manlief omdat hij na de ‘door het oog van de naald- longoperatie’ nu daadwerkelijk opnieuw beter begint te ademen en ik omdat de stresschaos in mijn hoofd eindelijk begint op te lossen. Het leek alsof ik samen met manlief 6 uur onder narcose geweest was, want de connecties in mijn hersenen lieten het afweten. Ik voelde me net een jonge indommel- dementerende waarbij de meest simpele en gewone woorden niet meer herinnerd werden. Verhaaltjes schrijven leek niet meer te lukken en dat er voor mij een eventueel  ‘Hugo Clauske ‘op de loer lag, maakte me onzeker en angstig.  Als manlief platligt, zie je dat er bij de operatie een rib afgezaagd en weggenomen werd. Gelukkig heet Raymond, Raymond en geen Adam, want stel je voor dat ze tegelijkertijd van deze rib een smakelijke ronde blonde bijbel Eva- met- een- vijgenblad gecreëerd hadden, dan had ik het met mijn 65 jaren wel kunnen schudden…

 Maar nu zitten we terug in ons huurhuisje op Tenerife, vijf maanden later dan gepland maar de oceaanlucht doet ons beiden duidelijk goed. Onze Duitse gehandicapte drankorgeloverbuurman houdt zich tot hiertoe kalm en zijn zuiplapkameraden lopen niet meer in en uit. Tot hiertoe horen we zijn luide namiddagmuziek, waarmee hij de doden en doven terug tot leven daverde niet meer. Wij beleefden samen met onze buurman, in de winter van 2016, zijn persoonlijke kristalnacht. Er werd onophoudelijk door mogelijke drugkopers op zijn deuren en ramen geklopt en er waren de oeverloze nachtelijke ruzies met zijn toenmalige gedrogeerde crapuulvriendjes die ’s nachts zijn televisietoestel gemolesteerd hadden. Daarna volgden de bezoekjes van de syndicus van het Chayofita- complex, politieagenten en de deurwaarder. Wij hadden al gehoopt dat men de alcoholmof uit het huisje gezet had, maar nu staat er een spiksplinternieuwe scootmobiel voor de deur met aan de zijkant twee knal fluo roze krukken. Misschien loopt (rijdt) hij nu de deur plat bij de plaatselijke AA Canarias, is hij gestopt met drugs dealen of heeft één van zijn lieve vriendjes misschien zijn CD speler in de prak geschopt. Het enige dat wij nog horen is zijn Duitse nieuwsjournaal en zijn dagelijkse soapaflevering. Allemaal prima, eindelijk rust.. dachten wij. Twee huisjes verder hadden een paar Spaanse ‘dierenvrienden’ een grote doghond op een terrasje van circa 2m² in de hete zon opgesloten. Zijn hondenkop kwam juist boven de balustrade uit. Het dier jankte en blafte zonder ophouden. We werden er gek van!  Ik voelde na enkele uren mijn ‘Michael Douglas falling down’stresspeil opnieuw tot ongekende hoogtes stijgen. Nu hadden we geen last van een lawaaierige Duitse zuiplap maar van een blaffende Duitse dog!  Eventjes de vertaalsite Nederlands- Spaans opgezocht en een heel vriendelijk briefje geschreven dat ik aan de voordeur zou gaan plakken.

Ik schreef in het Spaans:

quote

Lieve buren (eigenlijk bedoelde ik, godverdommes klootjesvolk)

Misschien bent U er zich niet van bewust, maar als U niet thuis bent en U Uw hond op het terrasje opsluit, dan blaft hij non stop, om gek van te worden.

Kan U Uw hond niet ergens anders achterlaten, zodat wij er geen overlast van hebben. Heel erg bedankt.

unquote

(Eigenlijk bedoelde ik, echte dierenvrienden laten hun hond niet op een ovengebakken zonnig terras achter als ze gaan werken en als jullie er als de bliksem niets aan veranderen dan stappen wij naar de syndicus).

Toen ik het briefje aan de deur wou hangen, bleek dat de hondeneigenares, een klein Canary trolvrouwtje vol tatoeages en piercings wel degelijk thuis was en duidelijk zelf geen probleem had met haar keffende mormel. Perro(hond)? Welke perro ? Ik begrijp U niet, mijn hond? Toen ik er met hand en tand stond uit te beelden dat de hond boven op haar terras, non stop blafte, kwamen plots nog twee andere buurvrouwen uit hun witte huisjes en begonnen allerlei verwensingen naar de ‘dierenvriendin’ te roepen. Mijn ‘babbelspaans’ is niet zo goed maar ik begreep wel dat de twee buurvrouwen horendol ‘loco’ werden en dat ze stappen zouden ondernemen, dat het nu genoeg was!!  

Plots gingen boven de terrasdeuren open en de hond spurtte naar binnen. Wij hebben hem niet meer gehoord.

Het is hier nu zalig siëstastil. Fingers crossed, dat het zo blijft! Wij genieten met volle teugen. De revalidatie van manlief gaat hier de goede kant uit. Manlief wandelt al veel verder dan thuis in Edegem en kleine hellingen worden nu zelfs al zonder problemen opgegaan. Wel wat trager dan vroeger, maar de energie komt terug. En nu kijkt hij naar voetbal en ik schrijf terug.. I’ll be back!

 

Simone  Costa del Silencio       3 juni 2017

03-06-2017 om 21:57 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
16-04-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PAISAJA LUNAR HET MAANLANDSCHAP
Klik op de afbeelding om de link te volgen

In de toeristische gids over Tenerife staat dat de wandeling naar het Paisaja Lunar, de mooiste wandeling van het eiland is, met kers op de taart een adembenemend natuurverschijnsel een maanlandschap. Wij beseffen na jaren rondreizen en gidsen lezen, dat iedereen de toerist wil lokken met een scheet in een fles en zijn bezienswaardigheden opklopt tot mirakelniveau,maar al sinds 2004 hebben wij toch deze wandeling in ons achterhoofd. De kleine huurautootjes en de weg er naar toe, lieten ons steeds weer afhaken.. Vorig jaar echter hadden wij een grotere en wat solidere auto en trokken wij samen met onze stoute schoenen tevens ons wandelbottines aan. Wij reden eerst naar het hoogste dorp van Tenerife en sloegen vol moed de bosweg in.  Een 7 km lange onverharde weg, vol putten en stenen leidde naar de parkeerplaats waar de hoogte wandeling begint.  Manlief stuurde de auto tussen de kuilen, lavastenen en langs afgronden stapvoets tot aan de parking. Met onze wandelstokken duwden wij ons anderhalf uur door het lavagrind langs een pad met afwisselende vergezichten.  Dan kwamen wij aan een plek waar 5000 jaar geleden de vulkaanuitbarstingen een speciaal mooi fenomeen heeft doen ontstaan.  Mooi, de Canaries mogen er trots op zijn. Terwijl wij met het zicht op de puntige rotsen picknickten, bedacht ik hoeveel mensen ik al naar de maan heb willen schieten. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat deze plek nog veel te mooi is voor alle terroristen, fundamentalisten en moordenaars. Als al onze gevangenissen overvol zitten en men beslist om hen toch richting maan te lanceren, dan stelde ik vanaf dat moment mijn veto. Voor mijn part mogen ze rechtstreeks naar hun eigen beloofde hemel..recht naar hun eigen God. Ik kan me als atheïst moeilijk voorstellen hoe dat dan allemaal in het werk zou gaan, maar als je er in gelooft zal het helemaal niet onaangenaam zijn om ineens naar Allah, Mohammed, God de Vader, Jezus Christus, Jahweh, Boeddha of  Ganesh te gaan. Al eeuwen ontvangen deze “goden” uitgemoorde Moslims, Christenen of vergaste joden. Jaarlijks kloppen er duizenden aan met de vraag om in een betere kaste opnieuw naar de aarde te mogen. Zitten die goden dan ergens in het heelal rond  een ronde tafel, statistieken bij te houden of een soort om ter meeste te spelen ? Wat gebeurt er in de komkommertijd, als er geen grote oorlogen meer uitgevochten worden. Zitten ze zich dan op een wolk te vervelen, als er nu en dan nog maar alleen een verbrande heks, een vergiftigde paus, een paar vermoorde kinderen aankloppen ? Lachen zij  sarcastisch als er een van de laagste kaste verhongerde paria aanklopt met de vraag om als maharadja terug te kunnen ? Ja nu en dan komt er een grote vis, zoals een Bin Laden, maar geef nu toe, zonder het Amerikaanse duwtje in de rug, zat ook deze liever met zijn kont in het woestijnzand in plaats van in het Allah paradijs. Spreken deze goden dan een gezamenlijk strategie af om hun quota wat op te krikken ? Heuh wat zullen we weer eens

 doen ? Een aardbeving links of rechts, of wat denken jullie van een vulkaanuitbarsting, of nog leuker een tsunami over een eiland sturen ook goed om wat zieltjes naar boven te krijgen. Een grote epidemie is ook niet slecht, of weten jullie wat, we kunnen de salafisten wat tegen de sjiieten en de soennieten uitspelen. Waar kunnen we nog een oorlogje uitlokken, in  Oekraïne misschien? Wat vinden jullie het plezants, als ze daar beneden denken dat het de natuur is of de mens zelf die elkaar uitroeit ?

Wie beslist er dan daarboven, wie naar de hemel en wie naar de hel moet, want geef toe wij krijgen langs de gelovige hoek wel heel tegenstrijdige meningen. Als er bij de Christenen iemand zelfmoord pleegt, dan is dit een grote zonde en mag die niet aan de rijstpap beginnen. Als bij de moslims daarentegen, een zelfmoordterrorist zichzelf en een aantal spijtige slachtoffers opblaast, wordt hij direct als held, met open armen en benen door duizenden maagden in de Allah hemel ontvangen. Je moet het maar begrijpen !

Terwijl ik aan mijn sandwich knabbelde en naar het besneeuwde topje van de Teide staarde, bedacht ik dat wij onze hemel en hel hier op aarde krijgen en niet in een voor mij fictief hiernamaals. De hemel is als je gezond bent, als je een fantastisch lief hebt, je kinderen en kleinkinderen zonder te grote problemen door het leven huppelen en als je soms het gevoel hebt dat je lichaam gaat openbarsten van geluk. Dat is de hemel. De hel krijg je, als je als homo of transgender levenslang tegen onverdraagzaamheid moet opboksen. Als je als atheïst of anders gelovige, probleemloos door medemensen als “niet gelovige honden” afgeslacht wordt. Als je partner van je wegglijdt door een ernstige operatie, kanker, dementie of Alzheimer. Als geliefden door een ongeval of een operatie zonder afscheid van je weggerukt worden of als je je eigen kinderen moet overleven. Dat is de hel.

Ja, ja  ik hoor jullie al denken, waar blijft nu dat plezante verhaal ? Wel het leuke was, dat wij eindelijk na al die jaren het Paisaje Lunar gezien hebben en na anderhalf uur dalen probleemloos onze geparkeerde auto teruggevonden hebben. Wij vervolgens zonder platte banden de hobbelige weg door het lavalandschap overleefden. Ik voelde me gloeien van geluk en was trots op manlief zijn rijkunst. Wat later zaten wij,in het stralende zonnetje van een lekker koel pintje te genieten op een terrasje in het hoogste bergdorp van Tenerife, Vilaflor.

Als we in ons huurhuisje aankwamen en ik mijn laptop opende, plopten er een prachtige foto van onze kleindochter en een mailtje van onze kleinzoon binnen.

Dat is geluk, dat is de hemel !

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16-04-2017 om 17:11 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
05-03-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IK BEN DUIDELIJK EEN EMOTIONELE ETER!
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Oké, het staat nu als een paal boven water: Ik ben een emotionele eter.

Sinds manlief in het hospitaal ligt, is mijn eetpatroon natuurlijk enorm verstoord geweest. De eerste drie weken van zijn ziekenhuisverblijf verloor ik meer dan 4 kg. Niet alleen door de meest idiote eetcombinaties die op mijn bord kwamen, maar ook door de ‘tienstappenteller- voettochten’ die ik dagelijks twee keer aflegde richting hospitaal. Soms trakteerden bezorgde vrienden mij op een etentje in een nabij gelegen brasserie en voor de rest hield ik mij staande op aangekochte eenpansgerechtjes, want de zin tot koken was samen met het gemis van mijn soulmateke tot nul herleid. Toen manlief de volgende drie weken, om aan te sterken, met zuurstof en tweemaal per dag thuisverpleging naar het thuisfront teruggestuurd werd, sloeg de dieetslinger de totaal verkeerde kant uit. Tijdens die drie weken, kwamen alle lievelingsgerechtjes van manlief aan bod. Manlief, die vroeger nooit wild was van zoete desserten, pudding en allerlei taart- en koekcombinaties, ontpopte zich tot een ware zoetekauw! Alle registers werden opengetrokken en dagelijks kwam de vraag naar appelbeignets, pralines, appelbollen, Brusselse wafels, crème brulée en pannenkoeken. Ook mijn wandeltochten van en naar het ziekenhuis werden opgeschort en werden vervangen door mini uitstapjes naar de apotheek en supermarkt. En je moet al een ijzersterk karakter hebben om manlief, na de  bak- en kooksessie, eenzaam en alleen al deze lekkernijen te laten opsmikkelen. Ik offerde me volledig op en de vier gesmolten vetkilo’s kwamen er zonder enige tegenstand onmiddellijk suikerrijk terug bij.

Manlief zag er ondertussen niet meer, als een zieke, zieke maar als een gezonde zieke uit. 

Op 1 maart werd manlief  dan eindelijk geopereerd. Gedurende anderhalf maand was ik sterke Jan geweest, die manlief hoopvol richting geslaagde operatie lulde.

Maar ondanks alle opgebouwde vertrouwen in een goede afloop, kwam er de avond voor de ingreep de Indische gruweldokter nog eventjes aan manlief zijn ziekenhuisbed, alle ingreeprisico’s op een hufterige tactloze manier opsommen. In plaats van de patiënt nog snel een hart onder de riem te steken, vroeg hij doodeng of er al een levenstestament gemaakt was. Het zou voor de chirurgen een pak eenvoudiger zijn als de zieke op voorhand liet weten of hij gereanimeerd wenste te worden als hij op de operatietafel lag te sterven dan dat de echtgenote eventjes gebeld moest worden. Leuk vooruitzicht om onder narcose gebracht te worden niet? En dan zwijg ik nog over die dagelijkse ramp updates van manlief zijn zoon die me telefonisch nog wat dieper in de put duwde. Blijkbaar schiep deze dramaking er plezier in om mij op een zo’n mogelijk gedetailleerd relaas van de komende operatie te trakteren alsof hij de chirurgische ingreep zelf zou assisteren. Iedereen met wat gezond verstand begrijpt dat je de komende nachten geen oog dicht meer gaat doen.  Iedereen die een geliefde, het zij een partner, een ouder of een kind voor een operatie in een ziekenhuis afgeleverd heeft, wil gerust gesteld worden en weet hoe tergend langzaam de uren verstrijken als je op het verlossende telefoontje van de chirurg zit te wachten. De molen van doemgedachten, die er door de chirurg en je stiefzoon ingeplant werden, maalden onverminderd in je hoofd. Je keel die door angst toeknijpt, een verkeerd woord dat onmiddellijk de tranen in je ogen doen springen en je hart dat telkens overslaat als de telefoon gaat. Het naar het toilet gaan met in je handen de handsfree telefoon, je mobieltje en je smartphone, om zeker geen rinkel te moeten missen. Je bent letterlijk als de dood voor de dood!

Het ijsberen naar de ijskast, ze opentrekken en dan toch besluiten dat je niets maar dan ook niets door je keel krijgt. Dit is het zenuwdieet van ongerustheid, beklemming en onmacht. Het huilen, snikken en roepen dat je liefste kameraadje je nog niet in de steek mag laten, niets hielp om je verdriet, je angstgevoel, de grote fladderde leegte rond je hart en je slapeloze nachten te onderdrukken. Ik voelde aan als een veel te sterk opgewonden bobijn die na anderhalve maand positief geleuter, nu bij de minste tegenslag of negatief telefoongesprek zou kunnen knappen en alle zenuw- en adrenaline opstoten zou uitbraken. Er is namelijk geen God, niemand waakt over ons en er is geen hemel waar jij je lief later zal terugvinden. Er is volstrekt niets, er is alleen het hier en het nu en ondanks alle steun van familie en vrienden, ben jij het toch maar die alles zelf moet verwerken.

Manlief is nu uit intensieve en zolang hij nog niet volledig uit de gevarenzone is,wordt hij verzorgd op medium care. Al één stapje dichter bij de revalidatie. Het gaat de goede kant uit…mijn gewicht ook!

Mijn eetpatroon is nu nog steeds verstoord want juist op het lunch- en dinertijdstip mag ik manlief bezoeken. Dit heeft men vermoedelijk zo gearrangeerd zodat de bezoeker de patiënt bij het eten kan helpen.

Jullie willen niet weten wat ik gisteren tussen de bezoekjes door, allemaal tussen mijn tanden gestoken, fijngekauwd en effectief doorgeslikt heb. Je staat ervan versteld hoeveel rotzooi een menselijke maag door elkaar kan verteren zonder dat je met je hoofd in de toiletpot belandt.

Ik heb er hier ’s avonds, om mezelf er een beetje met de neus op de feiten te duwen, toch een lijstje van gemaakt. Schrik niet, hier komt het:

’s Morgens Spaanse aardbeien met bruine suiker en een pistolet. Om 11 uur, voor het middagbezoek, een biefstukje gebakken met een klein conservendoosje prinsessenboontjes, gewoon in de micro warm gemaakt. Sober niet?  Daarna een in de micro gepofte aardappel, die niet gelijktijdig met de biefstuk klaar was, twee sneetjes kaas en een stukje worst. Voor het bezoek van vijf uur nog snel een boterhammetje met vleessla, waar ik voor de gezondheid stukjes tomaat opgelegd had. Na het avond bezoek at ik, spaghetti met een overschotje carbonara saus, een potje yoghurt met kersensmaak en daarna een handjevol nootjes. Tijdens het televisie zappen, twee zoute jappen (drop), dorst gelest met glaasje cola zero, een trosje druiven zonder pit, twee schellen hesp, een sneetje honingkoek besmeerd met goede hoeveboter, een pakje toastjes met krabsalade, opnieuw een handjevol nootjes met cranberries en rozijntjes, twee droge pikante aperitiefworstjes, een AA pintje bier voor de dorst en een restantje chips, weliswaar Lays-light, maar toch…

Gelukkig mag ik vanaf nu weer mijn stappenteller bovenhalen en tweemaal daags de twintig minuten tellende wandeling naar het ziekenhuis maken! Vanaf vandaag moet het anders.  Mmm, heb juist drie kippentrommeltjes aangebraden, die ga ik nog wegwerken alvorens ik aan mijn eerste wandeling begin!

 

Sim, 5 maart 2017 in Universitair Ziekenhuis Edegem ipv in Tenerife

 

 

05-03-2017 om 15:14 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
24-01-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LIEFDESVERKLARING OP EEN STEUNPILAAR ONDER DE BRUG VAN DE AUTOSTRADE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Door twee maal daags heen en terug van ons thuisadres richting manliefs ziekenhuisbed in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen te lopen, probeer ik nu dagelijks aan mijn 10.000 stappen te geraken. Ik lijk nu, al wandelend, ook allerlei dingen op te merken die je totaal niet ziet als je er met de auto voorbij zoeft. Zo staan er op de pijlers onder de brug van de autostrade allerlei obscene tekeningen. Ach ergens wel begrijpelijk, als een soort jeugd overal penissen en borsten op neer kalkt, als ze zelf eerst een trouwring om de vinger moeten hebben alvorens ze op seksueel onderzoek kunnen uitgaan. Op twee van die steunpilaren staan echter grote verfharten gespoten. In het ene staat er 9/11 en in het andere heeft men voor alle zekerheid 11/9 geschilderd. Ik vermoed niet dat deze harten een regelrechte liefdesverklaring inhouden voor meisjes of jongens, die per toeval op ‘nine eleven’ of op 11 september jarig zijn.  Dan zou er ongetwijfeld, Fatima,  Aisha, Mohammed, Ali of  Djamilia gestaan hebben. Ik vrees eerder dat het hier om een gedrochttekening gaat van een of andere allochtoon, met een herseninhoud ter grootte van een mierentepel, die zijn terroristisch gedachtegoed eventjes letterlijk en figuurlijk in de verf wou zetten.’s Nachts met een busje verf, lekker anoniem aan ons laten zien, hoe hij of zij nog steeds over die Twin Towers- aanslagen denkt.  Vorige week stonden de harten er nog niet, dus denk ik dat het hier om een uitgestelde verering gaat. Als er straks een hart bijkomt waarin 22/3 staat, dan gaat het hier wel duidelijk om een gefrustreerde verfkliederende randdebiel, die hier in Vlaanderen duidelijk niet thuishoort! Ik hoop dat de politie van Edegem, vroeg of laat deze wansmakelijke liefdesverklaringen zal opmerken en ze zal laten verwijderen. Meer nog, ik vertrouw erop dat deze opruiende haatzaaiende Picasso, ooit op heterdaad betrapt zal worden. Ben ik nu racist als ik vind dat, zulke met de vijand collaborerende individuen, stante pede uit ons land moeten verwijderd worden? Voer ze af naar een land, regering en een cultuur waar men openlijk voor zulke terreuronzin mag supporteren. Eens kijken hoe lang het  duurt alvorens zo’n spuitbusvandaal ginds een 'niet wereldvreemde rechter’ tegenkomt! Ineens een degelijke straf, lik op stuk en niets van veertig keer, bij diefstal, car jacking en overval met geweld een vermanend rechterlijk pamperend vingertje van “nooit meer doen hoor” en zonder straf, of een mild werkstrafje, met hun engelengezichtjes terug de maatschappij in. Law and order!

Manlief werd ondertussen geopereerd en nu is het bang afwachten op het resultaat.

Nu ik ’s avonds eindelijk eens koningin en meesteres van het televisiekastje ben, zap ik naar hartenlust van het ene nog saaiere kanaal naar het andere. Plots kom ik ergens op een zender terecht, waar ik nog juist zo’n jong blond huppelkutje hoor zaniken over de rimpeltjes rond haar ogen. Ze wappert een paar keer met haar valse wimpers.  Ze wordt ziek van die lachlijntjes en nog depressiever over de kleine verticale plooitjes rond haar opgespoten lippen. Ze wijst met haar centimeters lange bloedrood gelakte kunstnagels naar de voor ons onzichtbare groeven. En wat dat gestroomlijnde wijfje het ergst van al vindt, is ,dat haar botox- doktertje haar maar eerst na een tweetal weken op audiëntie kan ontvangen. Het is een regelrechte ramp, want haar Tinder- date is al volgende week!

Ik zie manlief aan de antibioticatap liggen, met zijn zuurstofblazertjes in zijn neus en plastiek zakjes paracetamol en vraag me af welke commerciële zender geld kan spenderen aan zulke Amerikaanse bullshit. Meer nog, is er werkelijk een publiek dat elke avond vol spanning zit te wachten op nog meer facelifts, silicone tieten en botox behandelingen?  Zijn wij met de jaren zo’n simpel van geestvolkje  geworden dat zich optrekt aan ‘the rich and the famous’ en’ the sky is the limit’- idioten?

Het programma wordt abrupt voor  reclame onderbroken.  De eerste advertentie gaat over Q10 pearls-crème, die de huid van de wat rijpere vrouw er onmiddellijk 10 jaar jonger laat uitzien.  Vervolgens een jeugdig fotomodel dat beweert, dat met een gezichtscrème met hyaluronzuur de eerste lijntjes minder zichtbaar worden. Dagelijks een microfoliant onderhoudscrème is een must voor de modebewuste jonge vrouw. Met het volgende reclamefilmpje laat men zien hoe je de hele boel er weer met micellair water kan afhalen. Een heel gamma met onuitspreekbare nieuwe woorden laat men op ons los om toch maar de kassa te doen rinkelen. En geloof me vrij, hoeveel jullie er ook op smeren, in kneden of rond masseren, de rimpels en de ouderdom komen toch.

Het programma begint opnieuw. In een kring zitten een aantal dokteressen, die juist van de catwalk van de verkiezing van Miss Universe  gewandeld zijn. Daarnaast een paar George Clooney dokters, volledig in groene operatie overalls met stralend wit gebleekte tanden. Zij buigen zich over de sinaasappelhuid van een juist uit het teenagerei gekomen jo- jo dieetmokkeltje…dat zelfmoordneigingen had omdat haar gladde huidje verdwenen was.

Ik kan het niet meer aanzien!  Ik zap weg over, de herhalingen van Komen eten, Friends, The A-team, de kampioenen en de Nanny en zet de televisie dan maar uit.

Met kerst kreeg ik van de kinderen een smartphone. Mama moest mee met de moderne technologie. Eerst zat ik een beetje verweest naar dat mini computertje te loeren, maar al snel begreep ik dat het een blijvertje zou worden. En nu heeft dat slimme apparaatje al bewezen dat het zelfs dienst kan doen om een foto te maken van die zwakzinnige liefdesverklaring op de steunpilaren van de brug onder de autostrade.

“De wereld lijkt om zeep er gebeuren rare dingen rondom mij”, Urbanus had meer dan gelijk!

24-01-2017 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
15-01-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZIEKENHUISBLUES
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Je hebt toch al die plastiek flessen in elkaar geperst voordat je hen in die blauwe PFD- zak gestoken hebt hé? En je weet toch dat je het papier en karton al op zondagavond voor de deur moet zetten, want die vuilkar komt maandagochtend zo onmogelijk vroeg langsgereden, zodat je bijna de wekker moet laten aflopen! Ik hoor de orders van mijn ziekenhuismannetje door de kamer zweven. Ik betrap me erop dat ik gewoon antwoord op de vragen in mijn hoofd. Eventjes schrik ik als ik mezelf tegen mezelf hoor praten. Zijn dat niet de eerste tekenen van één of andere mentale ziekte? Maar met wat opzoekingen op het internet wordt ik al snel gerustgesteld.

HLN krant van juli 2015

Iedereen doet het wel (meer dan) eens: luidop met jezelf praten, waardoor je tamelijk gestoord lijkt. Toch is er goed nieuws: wie tegen zichzelf praat blijkt niet gek, maar geniaal.

Uit een studie die gepubliceerd werd in the Quarterly Journal of Experimental Psychology blijkt dat wie tegen zichzelf praat hoogstwaarschijnlijk niet gek is, maar geniaal/superbegaafd.

Dus bij deze, als jullie een stevig rondje hardop willen discussiëren met jezelf, geen probleem. De enige vereiste is dat je nadien nog weet wie van je beide schizofrene helften de vraag stelde en wie de oplossing bood.

Nog maar juist hebben we van iedereen de beste wensen voor het nieuwe jaar mogen ontvangen, met vooral een goede gezondheid, als de bacteriën en de virussen zonder rekening te houden met onze planning toesloegen. Ze hebben de tijd van hun leven en ze lachen in hun vuistje, dat ze onze vakantieplannen nog op het laatste nippertje konden dwarsbomen. In plaats dat we nu in Zaventem onze bagage incheckten richting Tenerife, zeulde ik met een handbagage gevuld met pyjama, kamerjas en toiletartikelen richting ziekenhuiskamer.

Maar het is stil in huis. Eenzaam verwekkend stil. Dat zo’n klein mannetje zoveel beweging in huis brengt. Manlief ligt nu de derde dag in de kliniek met een stevige longinfectie en ik mis hem zo verschrikkelijk! Het is zo beangstigend, je soulmaatje daar zo koortsig aan allerlei draadjes te zien liggen. Zuurstof, antibiotica, paracetamol en longvocht drainagebuisjes lopen kriskras over het bed. De microbes weten het nog niet, maar de tegenaanval werd meteen al op de spoed ingezet. We zullen wel eens zien wie het laatste ziektewoord heeft!

Het moet echter niet allemaal zo negatief zijn. Zo is het ziekenhuis op wandelafstand van ons huis en verbrand ik al wandelend, met mijn stappenteller in de broekzak, mijn calorieën. Samen met manlief wilde ik voordat de bacteriën en virussen toesloegen al enkele kilo’s kwijt. We zouden in Tenerife massa’s slaatjes gaan eten, aan allerlei verleidingen voorbij gaan (hm hm) en geen rosé wijn meer als water drinken. Bij manlief ging de vorige twee weken, zonder de rode wijninname en al hoestend de weegschaal hier al drastisch naar beneden. Bij mij gaat sinds de overgang die vetverbranding- regulator iets moeizamer. Wat zeg ik, iets moeizamer..geloof me, het is een niet aflatende eeuwige strijd! Genieten of chagrijnig afzien.  Maar zoals jullie al konden lezen, ik moet dus voor twee vermageren. Mijn eigen lichaam en dat van die andere, in dit lege huis, kakelende superbegaafde idioot !  Maar ik verlies de moed niet. Ik vraag geregeld aan mezelf of ik dat zoute koekje of dat stukje kaas nu wel in mijn mond zou steken en mijn alter ego antwoordt dan dat ik verdorie door Het Laatste Nieuws bestempeld wordt als geniaal, dat ik me dan ook zo zou moeten gedragen en zou moeten weten, dat elk pondje door het mondje komt. Einde discussie. Misschien een half koekje en één enkel hapje kaas dan? We moeten tenslotte op krachten blijven zodat het aanstormende griepvirus ons niet kan besmetten, niet? Raar dat een ziekenhuisbezoek werkelijk het hoogtepunt van de dag kan gaan betekenen. Ik tel de uren voordat ik mijn zieke mannetje terugzie!

Sim

Edegem, UZA 15 januari 2017

 

 

 

 

15-01-2017 om 11:44 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
02-01-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BEJAARDENGYMNASTIEK
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Het is twee januari en met de halve wereldbevolking wil ook ik een begin maken met alle goede voornemens. Zoals jaarlijks, neem ik mij voor om gewicht te verliezen. Vijftien jaar geleden was ik al tevreden met een gewichtsverlies van 5 kg, maar met de jaren slopen er Bourgondische leeftijdkilo’s bij. Nu staat de tellerwens al op 15 kg maar ik vrees dat men mij eerst een 3 tal weken in een kunstmatige coma zal moeten houden, wil er nog een buikspekvetrandje  verdwijnen. De moed zinkt al een beetje in mijn pantoffels, als ik aan al die oudejaarsavondrestjes cava, wijn en pralines denk, die mij vanuit de ijskast hypnotiseren.  Om niet aan de lokroep toe te geven, beslis ik om eens lekker in bad te gaan en mijn ouder wordende huid alsnog een verdiende verjongingskuur te geven.

Ooit kreeg ik van mijn vriendin een fles badschuim op basis van algen. Deze fles had al een heel geschenkparcours afgelegd. Een goed bedoeld cadeautje was bij een badloze vriendin terechtgekomen, die het op haar beurt aan een andere douchebezitster doorgegeven had en zo was die donkergroene fles uiteindelijk na veel omzwervingen bij mij terechtgekomen. Ze stond daar nu al geruime tijd ongebruikt tussen al die mooie flessen naar bloemen geurende douchegels te verstoffen. De inhoud beloofde echter verjonging, maximale hydratatie en een fluweelzachte huid. Dus heb ik de inhoud van het algenextract voor het eerst in het warme badwater gegoten. Het spul dreef in grote bellen op het water en het leek alsof de Flinterstar in mijn badkuip doormidden gebroken was en uit alle tanken zijn stookolie verloor. Niet een naar bloemen geurend schuim maar een ondefinieerbaar naar verstopte regenputjes ruikende substantie.  Ik heb me dan toch maar in het warme water laten glijden met de hoop dat de algenbagger mijn ouderwordende huid alsnog zijn beloofde faceliftboost zou geven. Het leek alsof ik mij in drijfzand onderdompelde. Het vettige goedje klotste tegen mij borsten die als eilandjes boven de groene diesel uitstaken . Terwijl ik zo in het moerasdras lag te verjongen, gingen mijn gedachten naar alle dingen die in 2017 weer op ons af zouden komen. Manlief had het oude jaar met een griepachtige hoesttoestand  uitgewuifd. Alleen op oudejaarsavond leek hij, met de nodige inname van alcohol het virus eventjes te verslaan. Vrolijk pimpelde hij de rode wijn naar binnen en verklaarde aan alle gasten die bij ons van oud naar nieuw gingen, dat hij wonderwel genezen was! In een soort black out toestand snurkte hij zich een stuk 1 januari 2017 in. Midden in de nacht moest hij plassen. Om mij niet te storen, sloop hij in het pikkedonker richting badkamer. Ik hoorde hem op de deuren meppen op zoek naar de deurklink, dan wat geschuifel in de badkamer en wat aftasten tot hij het toilet gevonden had.  Wat volgde was een enorme bonk. Ik sprong uit bed, deed het licht aan, spurtte naar de badkamer en vond manlief volledig plat op zijn rug in de badkuip liggen met alleen zijn benen breeduit over de wand bungelend. Aan één enkel bungelde zijn slaapboxer- shortje . Hij had, in het donker, de rand van het bad als de toiletpot gehouden, was wat achteruit geschoven om te plassen en was met zijn klikken en klakken in het bad gekieperd. Zijn hoofd was in een restje spoelwater gekomen en het enigste wat hij uitbracht terwijl hij over zijn haren streek was: “Trektma ieres oit kgeloef dak bloet on menne koppeb!”“Trek mij hier eens uit en ik heb geloof ik bloed aan mijn hoofd!”. Hebben jullie al eens, in jullie broek piesend van de slappe lach, een blote, niet meewerkende alcohol gemarineerde zak aardappelen van 75 kg uit een badkuip proberen te tillen? Met bijna een verschot in mijn rug, terwijl de hete urine van het lachen en het kracht zetten langs mijn benen naar beneden sijpelde, heb ik manlief dus uit ons bad getrokken en hem op het toilet gezet. Na mijn seniorengymnastiek, de plasschoonmaakbeurt van de  badkamertegels ben ik dan vol adrenaline het nieuwe jaar ingegaan. En nu lig ik hier, een dag later, in diezelfde badkuip, in zeewierwalm te dobberen.

Als er al enige verjonging van de huidcellen tot stand kwam, dan was het wel doordat ik achteraf wel een kwartier lang onder de douche de olieachtige pel van mijn lichaam heb moeten weg boenen. Het betere gymnastiekwerk kwam er nadat ik later de modderige groene rotzooirand in de badkuip moest wegschuren.

Manlief ligt ondertussen op de sofa, door slapeloze hoestnachten en na inname van volledig lamleggende hoestsiropen zijn slaaptekort bij te snurken.

Beste wensen voor 2017 en vooral een goede gezondheid!

Sim

2/1/2017

 

 

02-01-2017 om 14:23 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
10-12-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Săptămâna trecută în ziare, vorige week in de kranten
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Ermierii belgieni trebuie decât să învețe muncitori străini români sau polonezi dacă angajează!

Wat zegt U? U begrijpt niet wat ik jullie schrijf? Oké ik probeer het nog een keer.

Belgijskie ale rolnicy mają się uczyć zagranicznych pracowników rumuńskich i polskich, jeżeli zatrudniają one!Ja zeg, nog steeds begrijpt U niet wat ik jullie vertel! Dan bent U waarschijnlijk niet één van die Belgische boeren die recentelijk een taalbad hebben moeten nemen. Soms zit ik zo verbijsterd naar de televisie te kijken dat ik het fragment eventjes helemaal opnieuw zou willen bekijken om te zien of ik het wel degelijk goed begrepen heb. Staat daar zo’n mannetje van het Vlaams Infocentrum land- en tuinbouw heel trots te verkondigen dat Vlaamse boeren nu een cursus Pools of Roemeens kunnen volgen als ze straks seizoensarbeiders voor de fruitpluk uit Polen of Roemenië willen aannemen.

Onze boeren moeten Roemeens of Pools leren als ze vreemde werkkrachten van die landen in dienst nemen!

Vindt U dit niet een beetje de wereld op zijn kop? Als U straks in Spanje in de horeca aan het werk wil, zou men het dan daar niet meer dan normaal vinden, dat U een woordje meer kan zeggen en verstaan dan „Dos cervezas por favor.” Zouden de Italianen genoegen nemen met het feit dat U, in hun land als restauranthulpje, alleen in het Italiaans op de romantische toer kon gaan? Ik veronderstel dat ze waarschijnlijk ook zouden verwachten dat U buiten pronto, prego, domani, puo bacio en ti amo, zich toch ook wat kooktermen zou eigen maken. Denkt U dat een Chinees wat Nederlands zou gaan leren, als U zich daar op de arbeidsmarkt gooit? Wat is dat toch met onze halfzachte watjesboerenbondregelaars? Zou het niet verstandiger zijn om aan die Roemeense en Poolse arbeidsmigratie duidelijk te maken dat juist zij de taal van hun werkgevers een beetje onder de knie moeten hebben. Het zou toch vanzelfsprekend moeten zijn dat juist zij een snelcursus landbouwtermen- en inburgeringsboerenbond Vlaams zouden moeten krijgen alvorens ze hun kop maar in één of andere serre zouden mogen steken! Klein examentje afleggen vooraleer ze bij ons ook maar een seizoensgebonden vruchtje mogen plukken?  Ik blijf het onthutsend vinden dat onze Vlaamse landbouwers les zouden moeten volgen, omdat vreemde werkkrachten hen zouden verstaan!  

Nog zo iets absurd zijn de recente krantenkoppen over relatiebreuken of echtscheidingen van bekende Vlamingen. De schatten, eigenlijk zijn ze  grappig en simpel tegelijkertijd. Wie van de lezers ligt er nu werkelijk wakker van het feit dat een acteurtje plots na 8 jaar terug single is. Wie kan het schelen of een tv vedette en haar man scheiden omdat ze vinden dat na 10 jaar het liefdesvuur geblust is of ze gemerkt hebben dat aan de overkant het gras groener groeit. Vinden wij het niet degoutant dat een juist in de steek gelaten BV-vrouw  s’ anderdaags in de gazet laat schrijven met wie ze de copulerende nacht doorbracht. En wie zit er nog te wachten op het nieuws van een zuurkous journaliste die verklaart dat zij en haar man na 40 jaar een eind aan hun huwelijk maken. Pluim voor die echtgenoot, ik zou veel sneller van die saaie programma makende heilige boon gaan lopen zijn. Miljoenen mensen lezen de papieren en internetkranten en de scheidende partijen vragen dan ook ineens bij het verschijnen van dit ‚hot item’ tussen de lijntjes door, om hun privacy te willen respecteren. Ondertussen blokletteren zij eventjes hun privéleven in de kranten. Als de splitsende echtelieden de vuile huwelijks was in de mand willen houden, dan moeten ze hun klep houden, hun problemen in hun persoonlijke levenssfeer oplossen zonder daar heel kranten lezend Vlaanderen mee lastig te vallen. Want zeker weten, eens de echtscheiding uitgesproken, gaan we weer met zijn allen in de roddelblaadjes kunnen mee genieten van de meest vulgaire uitleg. 

Waar ik wel van gesmuld heb, is het verhaal dat VTM stopt met het programma Royalty. U weet wel, dat programma over onze koningen, koninginnen, prinsen en prinsessen. De kijkcijfers zouden desastreus teruglopen omdat de jeugd niet meer geïnteresseerd zou zijn in die ruziemakende, door ons onderhouden Plopsalandfamilie. Hebt U er al eens over nagedacht waarom zo’n prinses of koningin, nadat ze het glazen muiltje aangestoken heeft, plots zo’n kaasbolachtige of vliegende schotelhoed gaat dragen of zich gaat behangen met goud, edelstenen en diamantenkroontjes ?  Zal U het straks spijtig vinden, eens het programma afgevoerd is, dat U de megadure haut-couturejurkjes, waar U aan meebetaald hebt, niet meer zal kunnen bewonderen? Lacht U ook nog een beetje meewarig als U dat prinselijk nakomertje allerlei onzin hoort uitkramen en telkens opnieuw zonder vergelding door de regering op de vingers getikt wordt? Ik ben er alleszins van overtuigd dat, als onze jongste prins-rebel voor televisie durft vertellen dat hij zoveel meer belastingen aan België betaald heeft, dan dat hij ooit aan dotatie ontvangen heeft, hij duidelijk zuurstofgebrek bij de geboorte gehad heeft. In Antwerpen zeggen wij dan al ginnegappend dat we denken dat er ergens een koninklijk hoekje af is, of voor de Nederlanders, dat hij niet helemaal spoort. Zulke toestanden, waarbij een psychotisch koninklijk kakelnestje om zich heen slaat, laten alleen maar zien dat deze familie niet anders is dan de onze. Alleen teert deze, niet door het volk verkozen blauw bloed monarchie,  mee op onze portemonnee.  Ik denk dat alleen de royaltywatchers, na het afvoeren van dit VTM programma  in zak en as zullen zitten. Nu komen ze straks niet telkens weer in beeld als ze langs de kant van de weg, met Belgische vlaggetjes wuivend, zich weer een tenniselleboog zwaaien als die koninklijke Disneyfigurenoptocht voorbij komt.Diezelfde landgenoten klagen vervolgens steen en been, staken te pas en te onpas omdat de regering teveel zou uitgeven en dat zij te weinig in het loonzakje vinden of als pensioen  uitbetaald zouden krijgen. Vinden deze, in sprookjes gelovende, landgenoten nog steeds dat wij met ons belastinggeld het rijkeluisleventje van het ‚blauwe bloedvolkje’ moeten blijven subsidiëren? Pikken zij het nog steeds dat zo’n bekakt gepensioneerd Efteling-gezin met een zeker misprijzen naar zijn burgers wijst, omdat hun exuberante dotatie verminderd werd?  VTM heeft het duidelijk begrepen, wij stevenen af op een koningsdrama... Ach, terwijl de wereld rondom ons explodeert, mensen door de klimaatopwarming straks gaan verzuipen, aardbevingen onze aarde hertekenen, een massamigratie gelukzoekers op gang komt, wij een schuldgevoel opgedrongen krijgen en uitgemaakt worden voor racisten, houden wij ons ondertussen bezig met taalbaden, BV- nitwits en voorbij gestreefde poppenkastsprookjesfiguren.

 

*Vorige week in de kranten

10-12-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
28-11-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.RODE NEUZEN DAG KOMT VOOR HAAR EEN HALVE EEUW TE LAAT
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Heel zielig lag ze daar,  mager en grauw tussen de smetteloos witte lakens van het ziekenhuisbed.

In enkele weken tijd was haar gezonde huid over alle tinten geel naar het groen grijze van de dood verkleurd.  Helemaal alleen bang afwachtend, want de stemmen die reeds van in haar puberteit in haar hoofd woonden, hadden haar verlaten.

Ze was als tiener super intelligent. Ze was zo’n mooie jonge meid geweest en opeens was er iets finaal in haar hoofd kapot gegaan. Het duurde een tijdje alvorens haar omgeving inzag dat er werkelijk iets ernstigs aan de hand was. Plots sleepte ze zich van de ene verplichte antipsychotica spuit naar de volgende. Psychiatrie in en psychiatrie uit.

Nu het einde naderde weigerde ze alle spuiten, ook diegene die haar al haar pijn konden verzachten. Eindelijk had ze de macht om alles te weigeren.

Manlief stond naast haar bed en streelde de haren en de handen van zijn zus. Met zijn oor tegen haar mond, probeerde hij haar fluisterende woordjes te verstaan.

Een lichamelijk contact dat ze bij leven niemand, ook haar broer nooit had toegestaan.

Ze had genoeg aan haar stemmen gehad…Dwingende, lieve, vloekende en Frans sprekende stemmen. Ze kon niet werken zoals de meesten onder ons en ze ging gebukt omdat ze dacht dat iedereen het schandalig vond dat zij van een uitkering leefde.

De verschillende stemmen hielden haar gezelschap, als ze in haar kleine kamertje kettingrokend haar leven wegblies. Op de salontafel stonden grote diepe borden vol peuken en van de ooit witgeschilderde muren  droop de nicotine bruin naar beneden.

Als ze zich weer eens inbeeldde dat mensen zeiden dat ze naar sigaretten stonk, waren haar stemmen daar, die haar opdroegen wat ze tegen de nietsvermoedende medepassagiers op bus en tram moest roepen. Deze mensen begrepen het allemaal  niet…de stemmen die haar begeleidden, verplichtten haar op die manier te reageren.

Stemmen, die haar ’s avonds toeschreeuwden, dat achter de kast, grote griezelige spinnen uit de muur kwamen. Voor haar een realiteit en een rede om de kasten  van de muur te sleuren,  alles kapot te slagen, de luchter uit het plafond te trekken, en door de zittingen van de stoelen te kerven.

Stemmen, die haar dwongen om met een hamer de bankautomaat in gruzelementen te slaan, omdat deze geweigerd had, geld van haar rode rekening uit te keren.

Zich hevig verzettend, tegen elke mogelijke nieuwe opname in de psychiatrie, sloot ze de elektriciteit van haar deurbel af en duwde ze haar mobiel uit. Niemand zou haar vinden !

Ze luisterde naar de stemmen, die haar verwittigden, dat de witte mannen haar ’s nachts zouden komen halen en sliep geen enkele nacht nog normaal. Wakend uit angst,  barricadeerde ze haar deur met emmers ammoniak, klaar om de strijd aan te gaan. Ze verstopte messen in haar jaszakken om zich onmiddellijk te kunnen verdedigen.

Toen ze zich niet op tijd opnieuw in het psychiatrisch centrum  aanmeldde om haar injectie te krijgen werd ze na geruime tijd als onrustwekkende verdwijning opgegeven. Politie aan onze telefoon en verontruste hospitaalwerkers die ons trachtten te verwittigen. Maar haar stemmen hadden haar opgedragen om een tijdje te verdwijnen en zwartrijdend de trein naar Parijs te nemen.

Daar ging ze dan eens lekker uitgebreid in een chique restaurant  eten. Na de heibel om de onbetaalde rekening, werd ze dan ook onder politiebegeleiding de zaak uitgezet. Een medewerker van het Franse consulaat, die ook in het restaurant aanwezig was herkende de symptomen en organiseerde vanuit Frankrijk een ambulance, enkele reis, naar de psychiatrische afdeling van het Stuyvenbergziekenhuis* .

Er waren ook stemmen, waarmee ze eindeloze superintelligente gesprekken kon voeren en die haar een warme rode gloed bezorgden, als ze aan iemand dacht, waar ze zich goed bij voelde.

Na elke maandelijkse spuit verdwenen de stemmen.  Voor de buitenwereld werd ze dan min of meer normaal. Eenzaam en alleen doolde ze dan door de Antwerpse straten. Bij de in de metro slapende daklozen kon ze dan haar verhaal nog kwijt en zocht ze vriendschap in kroegen waar alle kneusjes en alcoholisten bijeenkwamen. Meer dan één keer had ze een einde aan dit nutteloze leven willen maken.

Ze voelde zich genezen en begreep niet waarom ze telkens opnieuw medicatie moest krijgen. Zij was diegene die gezond was en al die anderen begrepen het allemaal niet! Helemaal alleen bokste ze telkens opnieuw tegen de hele zogezegd gezonde wereld op.

Drie weken na            dat de spuit uitgewerkt was, kwamen haar stemmen als vergif opnieuw binnensluipen, maar zij was zo dankbaar dat ze niet meer alleen was om alles te verwerken.

Nooit had ze warmte, liefde en begrip gekend. Zelfs diegene die het goed met haar voorhadden, die haar op het hart drukten, dat ze zich alles gewoon in haar psychose inbeeldde, werden regelmatig door haar aangehaald en keer op keer opnieuw verstoten. Voor ons was het heel moeilijk te begrijpen.

En nu, op haar laatste reis, hadden  de stemmen, waar ze zich zo aan vastgeklemd had,  haar  één voor één verlaten, als ratten op het zinkende schip.

Zij hadden haar helemaal alleen achtergelaten met haar ziekte en de oneindige schrik voor de dood.

Marceline Vercauteren , 28/8/1950 – 1/11/2013  zuster van manlief

Stuyvenbergziekenhuis =  psychiatrische afdeling in Antwerpen  

 

 

28-11-2016 om 12:49 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
22-11-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IK MAAK GRATIS RECLAME VOOR DE GEHOORAPPARATEN VAN LAPPERRE, AUDIONOVA, HANS ANDERS EN AMPLIFON

“Zeg schatje, heb je al een idee wat ik morgen moet klaarmaken?” “Mmmmm…”

“ Waar heb je nu eens goesting in?” Manlief zit in de keuken over een kruiswoordpuzzelboekje gebogen. Hij denkt heel intensief na en kribbelt lettertje na lettertje in het Zweedse puzzelboekje. Dat is de manier om zijn Alzheimer-light te bestrijden. “Mmmmm, wat?” “Wat, wat! Ik vraag wat we morgen gaan eten!” Manlief zucht en kijkt mij glazig aan: “Wat ben ik nu weer vergeten?” Vergeten, vergeten..ik trippel met lichte verontwaardiging de keuken uit. Een paar minuten later kom ik met de wasmand de trap afgestrompeld en roep heel luid: “ Moet er nog iets mee in de wasmachine?” Verrek, manlief heeft het gehoord, geregistreerd en er volgt zelfs een antwoord! “Die broek, die in de slaapkamer over de stoel hangt”. “Die zwarte, hallo, hallo! ”Ik ga de keuken opnieuw binnen. “Die zwarte?” “Ja zeg, ik ben dat gezever al meer dan beu hoor!””Welk gezever bedoel je?”Ik sta al onmiddellijk in mijn startblokken om de hoorapparatendiscussie op te rakelen. “Awel, dat geleuter over die zwarte, witte, roze en roet Pieten, zo’n fait divers, waar ze zich mee bezig houden!”“Je bedoelt die schoorsteen Pieten?” “Ja zeg ik ben al lang niet meer mee hoor. Weet ik veel of je nu jaarlijks of tweejaarlijks die schoorsteen moet laten vegen? En als wij die open haard nu nooit meer laten branden, moeten wij dan die schouw nog laten kuisen?” Ik geef het op. “Verdomme je luistert weer gewoon niet hé!” “Ja zeg, jij mompelt altijd zo, of je staat in een andere kamer op fezeltoon iets te vertellen. Kom eens hier in de keuken en herhaal het dan nog eens! Wat moest ik horen, wat was ik vergeten, wat moest ik doen?” “Ik stond verdorie niet in een andere kamer, ik stond juist naast je oor in de keuken”.  “Oké, WAT vroeg je nu allemaal?” “Wat, wat, steek je vinger in je gat, dan proef je pure chocolat…” Ik laat manlief een beetje verbouwereerd achter en ga de wasmachine vullen. Ondertussen denk ik na over de toekomstige logeerpartij in de kerstvakantie van de kleinkindjes. Als ik terug in de keuken kom, zit manlief nog steeds obsessief  in de denksport doorloper- editie lettertekens te krabbelen. “Zeg schatje,  als het weer wat meewil, kunnen we met ons prinsesje naar de zoo gaan en als straks Matteoke komt logeren, willen we dan eens naar het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel gaan? Die grote hoeveelheid dinosaurusskeletten zal hem zeker imponeren! Wat denk je ervan?” “Prima idee.” Ik kan bijna niet geloven dat mijn vraag, door het woordjesschrijvende brein doorgedrongen is. “Ik zal direct eens wat meer informatie op de computer bekijken!” Ik duw de PC open en onmiddellijk komt er een mailtje binnen.

“Schatteke, een mailtje van camping Le Boucanet. Ze mailen dat onze plaats in september gereserveerd is. Jij zal wel superblij zijn, dat je opnieuw naar je lievelingscamping kan gaan kamperen, niet?” “Ja, ik dacht het ook al, dat we beter met de trein naar Brussel kunnen gaan, je kan daar inderdaad bijna nergens meer parkeren!”Ik haal mijn schouders op en zucht gelaten: “Matteoke eet graag Italiaans, ik zal eens kijken of er Italiaanse restaurantjes of pizzeria’s dicht in de buurt van het museum zijn.”  “Italiaans, zeg keukenprinses, heb je al eens nagedacht wat je morgen kan klaarmaken? Weet je waar ik nu al dagen goesting in heb, Italiaans!  Als je nog nieuwe ideeën nodig hebt, ik heb er nog een paar”

Ik heb er ook nog een paar, een paar hoorapparaten die nutteloos in de schuif liggen.

 

Sim, 22/11/2016

22-11-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
05-11-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PLAS-PIS-POEP EN KAKCONTRACT BIJ ONZE NOORDERBUREN
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Gisteren in de krant:

 

“Consternatie in Nederland nu aan het licht is gekomen dat een rusthuis van een concern dat er zeker twintig uitbaat bejaarde bewoners een “plascontract” laat tekenen. Daarin staat dat ze slechts drie keer per dag naar het toilet mogen.

Gisteren maakte RTV Rijnmond bekend dat in rusthuis Grootenhoek in Hellevoetsluis, behorend tot de groep Careyn, de bewoners op vaste tijden om 11, 14 en 18 uur naar het toilet kunnen gaan. Buiten deze tijden om is dat niet mogelijk, of doet het personeel daar moeilijk over. Soms moeten bewoners wachten met toiletbezoek totdat het personeel klaar is met de koffiepauze.”

Als U in Nederland woont, hebt U dan al samen met Uw uitvaartverzekering, een pamper rekening en een plascontract afgesloten? Als U zulke onzin van onze noorderburen leest, denkt U dan als tachtig jarige al eens twee keer na over dat euthanasiepilletje. Misschien hebt U al eens rondgekeken op welke spoorwegovergang U het best met Uw rolstoelwielen kan blijven steken voor er zo’n zelfmoordexpresstrein U uit Uw plaslijden komt verlossen. Stel je voor dat zo’n plascontract een Europese stelregel wordt! Willen wij, zelfs wanneer we gehandicapt en lichtjes dementerend zouden worden, dan nog wel op deze wijze oud worden, als anderen voor ons gaan beslissen wanneer we mogen pissen en kakken? Je moet maar toevallig in zo’n rusthuis met tweedehands verzorgers terechtkomen. Is dit misschien het begin van het opruimen van de steeds groter wordende bejaardenberg? Oké zulke maatregelen ontspruiten uit het brein van rusthuismanagers met een schrijnend personeelstekort. Ik kan me echter niet voorstellen dat zo’n rusthuisopperhoofd zijn eigen moeder of vader een halve dag met een ‘moeraspamper’ tussen zijn benen zou laten zitten! Dit idee is toch van de pot gerukt! Of juist niet, kak of gene kak, de pot op en wel op de uren die in het contract vastgelegd werden. Terwijl U drukt en tevergeefs wacht tot Meneer de Bruin zich meldt, vermindert U in één keer de werkdruk van het personeel. Als negentig jarige niet-Alzheimer rusthuisbewoonster, die echter niet meer zelfstandig uit haar bed of uit de rolstoel kan, heb je dan toch schijt aan zulke contracten! Je moet maar juist na de verversbeurt van 11 uur de drang voelen opkomen om een bruine trui te gaan breien. Moet je dan wanhopig je laxerende verteerde en gecomposteerde avondmaal zitten terugduwen totdat zo’n Nederlands rusthuis verzorgstertje haar koffiekoek met bakje troost doorgeslikt heeft? Kunt U zich voorstellen hoe het moet voelen als men U, tussen de vooropgestelde uren, met een sompige naar ammoniak geurende pamper in Uw rolstoel hijst en U de gangen richting refter door duwt? Kan U ook reeds voelen hoe U tevergeefs Uw bruintje tussen de contracturen zal proberen terug te duwen? Al staat de sluitspier nog zo strak, aan Uw kont kleeft strakjes kak. Leuk dat Uw lotgenoten, die met U samen aan de 12 u lunch zitten, U al op afstand  kunnen ruiken als U komt aanrijden. Leuk om als U met zijn allen de gehaktballen met puree tussen Uw tanden zit te vermalen, de stront langs Uw steunkousen naar beneden sijpelt. Het woordje smeerpijpen krijgt dan ineens de juiste betekenis, niet?  Toen pissen, plassen werd is het gezeik begonnen! Het Nederlandse plascontract plan lijkt wel een Big Brother bejaardenaflevering. Welke incontinente, gehandicapte, Alzheimer of Korzakov dementerende houdt het langst stand zonder tussentijds onderhoudsscenario? Wie het eerst een plas of een mosterd- bruinkleurige baggervijver onder zijn rolstoel krijgt, vliegt er onverbiddelijk uit. De winnaar wint een persoonlijke toiletverzorgster, inclusief een jaar gratis pampers en mag de WC eend voeren op elk gewenst uur van de dag.

Het is onbegrijpelijk dat in een land waar, in het tijdperk van de centrale verwarming, waar kinderen nog nooit een schoorsteen gezien hebben, men zijn hoofd breekt over de Zwarte of de Schoorsteen Pieten en tegelijkertijd met zo’n bejaarden- zeikplan op de proppen komt.  Gehandicapte senioren, AOW’s  en licht dementerede noorderburen verenigt U en vraag massaal in België asiel aan een paar meer of minder zullen de zaak niet maken! Wij hebben hier nog verzorgsters die met plezier Uw pamper zullen verversen!

 

 

 

 

 

 

05-11-2016 om 18:12 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
01-11-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN HAAR IN DE BOTER

Hebt U dat krantenartikeltje ook gelezen? “De brazilian wax is passé, een volle bos schaamhaar is terug in de mode!” Dat wij dames daar nu zo lang moesten op wachten. En gelukkig stond het in de krant, want anders hadden wij nog steeds tevergeefs en tegen alle moderegels in blijven ontharen. We hadden er ‘so not done’ bijgelopen…

Ik weet nog goed, toen de eerste haartjes op de pubis en onder de oksels kwamen te staan, dat dit voor ons, als twaalfjarigen telkens een stap dichter naar de volwassenheid betekende.

Met argusogen werd elke groeiende stoppel met enige trots ontvangen.

Na lang sparen en puberend volwassen worden, stond er dan  eindelijk een volledige bos schaamhaar.  Samen met de eerste aandacht van het andere geslacht, moesten prompt ontharingscrèmes, scheermesjes en wax aangekocht worden en werd de strijd met al deze overbodige haargroei aangebonden. Het modebeeld wou dat zowel oksels als schaamstreek netjes onderhouden werden. Je moest het als jonge vrouw niet aandurven om met bossen onder je armen en met krullen die langs je sexy lingerie of bikini uitstaken te paraderen.

Het schaamhaar moest er volledig af  of zoals bij de poedels, afgetrimd worden. Brazilian wax werd razend populair. Hierbij werd alleen een verticaal streepje haar overgehouden, dat voor degenen die nog in het seksuele beginstadium stonden, de richting aangaf waar de lamp brandde. 

Okselhaar werd weggeschoren en te weelderige wenkbrauwen werden meestal met een pijnlijk proces geëpileerd. Benen moesten haarvrij en fluweelzacht zijn.

Jaren zijn we zo bezig geweest.  Komen er nu ineens een aantal Hollywood sterren, zoals Madonna, Lady Gaga en Miley Cyrus verklaren, dat zij het ongelofelijk sexy vinden als vrouwen grote bossen schaamhaar hebben en dat beharing onder de oksels alleen maar puur natuur is. Waarschijnlijk hebben deze artiestes zelf enorm last van overdreven haargroei en in plaats van urenlang op de ‘ontharingspijnbank’ door te brengen, willen zij deze verloren tijd hoogstwaarschijnlijk nuttiger invullen. Zij willen met hun uitspraken een kantelmoment bewerkstelligen over het wel of niet hebben van schaam- en andere erogene haargroei. Zij willen met deze verklaringen hun achterban en fans ervan overtuigen, dat niets zo mooi is als een donkere driehoek krullend haar. Onmiddellijk barsten er op Facebook en op allerhande sociale media discussies los tussen verschillende pro en contra’s. De meesten jonge vrouwen vinden haarloze vrouwenlichamen toch nog net iets mooier dan gorilla-ogende toestanden, een paar wollegeitesokkenbreiende feministes ten spijt.

Er komt een tijd, dat samen met de overgang , zowel op ons hoofd als op andere behaarde zones het haar dunner en grijzer wordt en de ontharingsklus dus minder intensief wordt. Alleen krijgen wij, ouder wordende dames er dan op minder gunstige plaatsen haren bij. Harde  snorharen boven en rond de lippen die een zweem van zwarte snor doen vermoeden. Lange krullende solo haren ergens op de kin of op een “tâche de beauté” worden er dan door mij dagelijks met een pincet uitgerukt. Als ik bij andere vrouwen zulke haren op de kin, samen met hun babbelende mond,  over en weer zie wippen, geraak ik gewoon gefixeerd en jeuken mijn handen om onmiddellijk deze baardgroei uit te roeien.

In 2014 won Conchita, een Oostenrijkse travestiet met snor en baard, inclusief  een sexy vrouwelijke outfit  en een James Bond girl gehalte het Eurovisie songfestival. Conchita wou met haar/zijn deelname een statement neerzetten over de steeds meer toenemende onverdraagzaamheid over alles wat niet als “normaal”  geldend is in de wereld. Van alle West Europese landen kreeg zij/hij niet alleen de meeste punten voor haar/zijn lied, maar werd er tevens een middenvinger opgestoken naar Rusland en alle landen die de holebis, transgenders  en anders geaarde opnieuw buiten de wet stellen, hen terug als criminelen behandelen en op deze manier een stap terug richting middeleeuwen zetten.

Terwijl de Oostenrijkse dragqueen de overwinningstrofee omhoogstak, haar/zijn lange haren in de ronde zwierde en tegelijkertijd over haar/zijn baard en snor wreef,  ontstond er in alle westerse Songfestivallanden een enorme grote hype.  Alleen in de bij Rusland aanleunende landen werd er lauwer gereageerd op dit behaarde gebeuren, maar waarschijnlijk vindt men daar  besnorde vrouwen al lang niet meer ongewoon in het straatbeeld.

Zoals wij in de vroege jaren zestig de feministische toer opgingen en onze bh’s over de haag gooiden, mieteren nu sinds dat Eurovisie Songfestival de meeste vrouwen simultaan, alle ontharingscrèmes, scheermesjes, pincetten, epilady’s, warme wax en scheerapparaten in de vuilbak. Vrijheid, blijheid, baarden, snorren, venusheuvels vol pels en oksels met krullende vlechten, alles kan en alles mag!

Yiehaa, ik doe onmiddellijk mee, lekker makkelijk. Eventjes op alle bikini- en badpakfoto’s kijken of er weelderige krullen ontsnappen zodat vrienden en familie kunnen zien dat ik met de leeftijd mijn wilde haren nog helemaal niet verloren heb!  Na twee maanden overwinteren op Tenerife, hoop ik dan maar dat mijn kinderen en kleinkinderen die rare behaarde en besnorde vrouw, die plots voor hun voordeur staat, nog herkennen.

 

 

 

 

 

 

01-11-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
29-10-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE EEN ZIJN DOOD IS DE ANDER ZIJN BROOD
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Jaarlijks worden er in België op 1 november met Allerheiligen de doden herdacht. Dit ging vroeger misschien nog veel meer dan heden ten dage gepaard met het zetten van grote potten chrysanten op de graven. Voor de ingang van de begraafplaatsen stonden overal in het land de chrysantenverkopers, iets meer ingetogen dan op de plaatselijke markten, hun waren aan te prijzen. Destijds waren er nog geen als buxusbollen grote chrysantplanten met een overvloed aan kleine witte, gele of roestbruine bloempjes. Alleen planten met tennisbalgrootte witte bloemen werden er aangeboden. De prijs werd berekend naar het aantal bloemen er op de plant stonden. Naargelang de belangrijkheid van de overledene en de financiële draagkracht van de familie werden er vervolgens bloempotten van twee tot acht bloemen aangekocht. Ik had er als zevenjarige een broertje aan dood, maar jaarlijks moest ik een week voor deze herdenking met mijn grootouders mee naar het grote kerkhof van Antwerpen, het Schoonselhof.  Deze begraafplaats is niet zomaar een plekje gewijde grond rond de kerktoren maar een immens groot park waar de vele grafperken met grote lanen en hoge bomen van elkaar afgescheiden worden. Moemoe* en Vava* wilden steevast als eersten hun pot chrysanten op de zerk leggen zodat de ganse familie, die daarna op 1 november als in een  optocht voorbij schreed, onmiddellijk kon zien dat zij nooit een dodenherdenking oversloegen. Met de tram gingen we richting stadsrand.

Toen wij aan de ingang van het kerkhof kwamen werden de bloempotten gekocht. Omdat we elk maar twee potten in de armen konden dragen, moest er soms een helpertje van de plantenzaak  meelopen. Dit waren meestal kinderen die in de vakantie en op zaterdag en zondag een centje wilden bijverdienen. Zo ook heeft manlief dit jaren gedaan. Een schriel tienjarig jongetje dat er een beetje uitzag als Ciske de Rat. Hij moest destijds eens een dame begeleiden die zwaar op een stok leunde. Hij droeg de twee grote bloempotten en kwam amper met zijn hoofd boven de bloemtrossen uit. Twee uur aan één stuk dwaalde de dame tussen de grafperken zonder het bewuste graf te vinden. Manlief, toen nog mannetje lief, had zijn armen om de planten gekneld, die stilaan voelden als lood. Toen de dame eindelijk moe gestrompeld was, draaide zij zich om en in plaats van haar geldbeugel te openen, zei ze: “Dat hij deze twee mooie planten van haar cadeau kreeg.”  Hij moest ze dan maar op een graf van zijn eigen familie zetten. Manlief was toen nog een klein braaf kereltje en nog niet mondig genoeg om alsnog achter de beloofde centen te vragen. Volledig beteuterd zocht hij toen nog een half uur lang met twee slapende armen om de gigantische potten geslagen naar het graf van zijn eigen grootmoeder.  Enfin we dwalen af..

Mijn grootouders hadden op de plattegrond van de begraafplaats een circuit samengesteld waar de ontdekkers van de wandel- en fietsknooppunten jaloers op zouden zijn. Er werd aan geen familielid voorbijgegaan. Op verschillende stukken van het traject zag je een rij zwarte auto’s, achter een met kransen behangen begrafenisauto, staan. De zwartgeklede begrafenisstoet, meestal met de pastoor voorop, schuifelde achter de kist naar de laatste rustplaats van hun afgestorvene.  De bloempotten werden op de grond gezet en Vava nam dan ook steevast uit respect zijn hoed af. (Dit respect voor iemand anders is met de jaren volledig uit het beeld verdwenen. Nu zitten ze met petten op in de schoolbanken en debiel in restaurants te eten) De grootste en zwaarste bloempotten werden als eerste bij de grafzerken van de voor mij totaal onbekende ouders en schoonouders neergezet. Hier werd, onder het plengen van een traan, een babbeltje tegen de verweerde stenen foto’s van de overledene gehouden. De grafzerk werd volledig opgekuist en de grond rond het graf van alle onkruid ontdaan.  Dan werd de rondleiding voortgezet,naar alle mogelijke voor mij vreemde broers, zusters, nonkels en tantes. Die kregen allemaal een tweebloemige chrysant op hun buik. Bij Tante Jeanne, die nog snel de week voor 1 november de pijp was uitgegaan, stond er nog een eenvoudig kruisje op de verse hoop aarde. Mijn grootouders verzekerden haar: “Dat ze volgend jaar zeker terugkwamen om te kijken wat voor een soort grafzerk er op haar lapje grond geplaatst zou zijn.” Ik wipte van verveling van het ene been op het andere en keek bedenkelijk naar deze eenrichtingsconversatie. Bij het graf van Nonkel John hadden zij het wat moeilijker. “Hallo broer” zei mijn Vava dan “Je zou steil achterover slaan als je moest weten wat jouw Roza, nu allemaal uitspookt. Al haar vrije tijd spendeert zij aan haar nieuw lief. Ze heeft ook niet lang gewacht om opnieuw te beginnen hé!”. Ik keek gebiologeerd naar de grafzerk, maar nonkel John gaf geen teken van leven, hij lag al plat en draaide zich niet om in zijn graf. De roddel was misschien niet diep genoeg in de aarde doorgedrongen.  

Om de wandeling over de dodenakker ook voor mij wat aantrekkelijker te maken, werd ik nadien door mijn grootouders op chocolademelk en een taartje getrakteerd. Eén week na 1 november moest er zonder twijfel terug naar de begraafplaats gegaan worden om te controleren hoeveel bloemstukken er achtergelaten waren. Vooral een giswerk, wie en voor hoeveel bloemen chrysanten de appreciatie voor de dode was geweest. Ik was als de dood, dat ik weer op mijn vrije schoolnamiddag deze ‘dodentocht’ moest meedoen. Er hielp geen lieve moeder aan, mijn grootouders waren mijn babysit en hoe hard kleinkind ook zeurde, ik moest mee. De meeste bloemen waren al helemaal verregend en enkele toonden al lichte tekenen van verrotting. Sommige planten waren al morsdood, zo dood als een pier. Op de controletocht werd al snel duidelijk, dat er op de oudste rustplaatsen, jaar na jaar minder chrysantenbollen te zien waren. Veel van de familieleden hadden het aardse leven al ingeruild voor een meer begraven of gecremeerde fase. Die lagen nu zelf onder hun grafzerk of uitgestrooid op eventueel familiebezoek te wachten. Soms dwaalden mijn grootouders ook af naar het perk met de eeuwigdurende grafplaatsen. Hier stonden gigantisch grote grafzerken, net huisjes met een deur, waar volledige stambomen onder begraven lagen. Zerken waren versierd met grote beelden van Jezus, Maria en allerhande engelen, die heel devoot met stenen ogen de hemel in staarden. Bij Nonkel John hielden zij terug halt. Er stonden niet alleen verschillende  chrysantenpotten maar ook een plaasteren vaas met kleurige geglazuurde bloemen, met de tekst ‘Van je lieve echtgenote’.  Vava knikte instemmend:  “Kijk John, Roza is je niet vergeten, jongen. Toch lief dat ze daar toch nog tijd voor gemaakt heeft, nu ze het zo druk heeft met die andere. Och John, die affaire zal ook wel doodbloeden!” Als ik moe werd en uit verveling teveel begon tegen te sputteren, liep Moemoe nog eventjes met mij naar een speciaal kinderperkje. Hier waren kleine steentjes versierd met Teddyberen en miniatuur engeltjes. Moemoe zei niets, schudde alleen treurig en meelevend haar hoofd. Waarschijnlijk wou ze mij er op die wijze op attenderen dat ik in tegenstelling met die arme kindjes nog levend rondliep. Daarna zweeg ik dus maar als een graf. Als afsluitstuk begaven wij ons naar het café recht over het kerkhof. In dit etablissement kwamen soms ook families bij elkaar nadat ze juist een dierbare begraven hadden. Zij schoven aan, aan de koffietafel waar de broodjes met ham of kaas al op schotels lagen te wachten en spoelden de koffiekoeken door met sloten koffie. Onder het vertellen van sterke verhalen over de gestorvene liep de zaak van het afscheid nemen soms wat uit de hand. Sommigen van de familie, vrienden en kennissen vonden dan de weg naar de toog van het café waar ze zich dan gewoon op hun eigen gezondheid lieten vollopen. Na elke necropolisuitstap dronken Moemoe en Vava in deze taverne, ook een paar Trappistbiertjes, liefst met een bodempje grenadine. De tramrit huiswaarts was dan ook altijd een behoorlijk stuk vrolijker, want het verdriet was minder pijnlijk als het weggedronken was.

*moemoe = oma

*vava= opa

29-10-2016 om 13:07 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
24-10-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PEUMPERZWEUDEN

Vraagje: In wat voor ‘pampermaatschappij’ leven wij nu toch? Ik las in de krant dat men in Zweden de teruggekeerde jihadisten, gratis woonst, gratis rijbewijs en belastingvoordeel willen schenken! Zijn ze daar nu helemaal van de Zweedse pot gerukt? Ik zou nog verder gaan en ze allemaal een job geven. Vermits de doorsnee jihad- collaborateur met zijn herseninhoud zelfs geen Ikea kast in elkaar gezet krijgt, stel ik voor dat ze allemaal een militaire opleiding bij de Zweedse staat aangeboden krijgen. Bij het leger krijgen ze dan een versnelde opleiding bij de Svenska ontmijningsdienst en dan kunnen de Zweuden ze onmiddellijk terug op missie sturen. Zij weten als geen ander waar hun IS- vriendjes hun booby traps, bergbommen en springstoffen verborgen hebben en hebben voor de volgende vijftig jaar gegarandeerd werk.  Als er dan al eens eentje op een mijntje trapt is er nog geen kalf verdronken. Staan de doorsnee rökt -kaviarpastasmeerders en köttbullarvreters nog achter zulke stupide krantenuitspraken?  Vindt men in de andere Europese lidstaten niet, dat het lijkt alsof de hersens van de Zweedse politici aangetast werden door de, meestal jarenlange, thuisgestookte alcohol ? Raar dat er van geen enkele normaaldenkend Europees land commentaar kwam. Waren de Europarlementariërs allemaal teveel bezig met hun postjesstoelendans en het Canadees handelsverdrag? Zaten ze met zijn allen op de televisie naar debatten tussen de Amerikaanse presidentskandidaten te kijken en zich te verkneukelen hoe Donald modder trumpetterde over Hilary of waren ze te opgefokt door Poetin’s  spelletjes Stratego en zeeslag? Was de Russische vloot misschien via het Kanaal en de Middellandse Zee onderweg om voor ons de zuidelijke Europese grenzen eens degelijk af te bakenen?  Europa blijkt er tot op vandaag niet veel van te bakken. Tot op heden kunnen we duidelijk niet voorkomen dat dagelijks opnieuw overladen opblaasbare bootjes en luchtmatrassen vol zwarte gelukszoekers van de Libische oever weggeduwd worden en onze richting uit dobberen. Heel veel vroeger verzamelden wij, voor de arme negertjes, tonnen zilverpapier van de ingepakte repen chocolade. Wat ze daar, in dat donkere Afrika allemaal met die vrachten zilverpapier deden, bleef voor mij als kind en tot op dit moment voor mij een gigantisch groot raadsel. Toen ginds de zilverpapierberg geen echte oplossing bood, gingen de hulporganisaties allerlei evenementen bedenken om geld in te zamelen.  Het meeste bij elkaar gebedelde geld diende vervolgens om de riante lonen en het grote wagenpark van de zaakvoerende hulpverleners te betalen. Met de overgebleven kruimels besloten de humanitaire instellingen om in de Afrikaanse hongerdorpen waterputten te graven en er pompen bij te installeren.  Al na drie maanden zag je de zwarte vrouwen terug met bidons op het hoofd en emmers aan de hand, op blote voeten, twee kilometer afleggen om drinkbaar water te gaan halen. De dorpswaterput lag er verlaten bij en de mooie koperen pomp hing bij de dorpsoudste in zijn hut te blinken. Het was opnieuw een waterdruppel op de hete kokende Afrikaanse plaat. Daarna betaalden wij met zijn allen, via onze belastingen een deel aan ontwikkelingshulp. Geld dat nooit bij de noodlijdende bevolking terecht kwam, maar waarmee de plaatselijke corrupte presidenten en koningen hun kastelen nog wat rijkelijker lieten versieren. Nog een vraagje: Nu de wereld voor deze Afrikanen, via satelliet en internet zo klein geworden is, schrikken wij er dan van dat die zwarten nu de omgekeerde weg, richting noordwaarts, vanwaar het geld ooit kwam naar oorsprong, onze geldbeugel, al stappend, varend of zwemmend afleggen. Zouden wij in hun plaats niet hetzelfde ondernemen om eindelijk een stukje van de op de televisie getoonde welstand op te eisen? Van honger- naar bijstandsneger. In Antwerpen werd vorige week de eerste sigaretten- en prullariaventer in dienst van de ‘zwartemannekesleurdersmaffia’ op de Groenplaats gesignaleerd, zijn zakken vol asielweigeringen en papiertjes met: U moet ons land verlaten. Voor we het weten, zullen we niet meer ongestoord op een Antwerps terrasje een koffie kunnen drinken, zonder dat we voordurend houten maskers, speren, handtassen en namaak merkkledij onder onze neus geduwd krijgen.

Vraag drie: kijkt U al eens naar ‘De Buurtpolitie’ met zijn fantastisch nagespeelde maar soms lachwekkende en onnozele echte politiezaken?  In de krant stond te lezen dat echter de echte politiemensen en rechercheurs, en zeker diegenen die rond het Brusselse patrouilleren, regelmatig tegen een burn out zitten. Zouden jullie niet gefrustreerd raken als je het crapuul, met het middenvingertje omhoog, vrij voorbij het commissariaat ziet lopen nog voor je het proces verbaal uitgetypt hebt? Al wat deze agenten doen, is gewoon dweilen met de kraan open. Om hun werk wat op te leuken, sluiten ze nu intern weddenschappen af: De pot is voor diegene die kan raden, hoe lang in uren, minuten en seconden het duurt voordat een onderzoeksrechter het juist aangehouden boefje terug laat lopen. Wat voor watjes zijn die rechters! Het voorgeleide schorremorrie was al een veertigtal keer voor diefstal opgepakt en had met een engelengezichtje, met de hand op het hart, voor de veertigste keer aan de onderzoeksrechter beweerd dat hij het nooit meer zou doen en werd opnieuw zonder straf  door die zachte ei-rechter terug de grote boze dievenwereld ingestuurd. Krijgen wij als burger niet stilaan het gevoel, dat deze rechterlijke schijtlijsterreacties de straffeloosheid in België in de hand werken?

Je moet maar als slachtoffer, met een gebroken heup in het ziekenhuis liggen nadat dit handtassentrekkertje je onderuit gesleurd had en horen dat die wereldvreemde halfzachte rechters het gespuis, soms zelfs niet eens onder voorwaarden, terug vrijlaten. Met hun vermanende pasop- vingertje hebben ze het boefje toegesproken en wachten nu geduldig af tot het schoelje zijn 100ste diefstal pleegt, zodat ze hem een ‘volhoudingsmedaille’ kunnen uitreiken!

Nog een vraagje: Begrijpen jullie dat sommige advocaten nog de slaap der rechtvaardigen slapen?  Hebben zij misschien een duister complot met een aantal knoeiboelmagistraten, die keer op keer door procedurefouten het tuig ongemoeid moeten laten lopen?

Wat mankeert er aan ons rechtssysteem? Nu moet men mij toch eens eventjes vertellen, waarom een jihadmoeder, die al in de gevangenis zat, midden in terreurniveau 4, terug vrij gelaten werd in afwachting van de uitvoering van een nieuw proces in beroep! Waarom worden terugkerende Syriëstrijders met een enkelbandje en de hoop dat ze uiteindelijk ooit eens gaan deradicaliseren, terug in onze maatschappij geretourneerd?

En die pedofiel, die door verschillende mensen ontmaskerd werd, waarom liet men die na ondervraging terug lopen? Waarom kunnen drugdealerkopstukken lachend het gerechtsgebouw verlaten, omdat er ergens op een papiertje een verkeerde vertaling staat?  Vragen, vragen, zoveel vragen. Gaat daar ooit een oplossing voor gevonden worden? Ik betwijfel het…meer nog ik weet wel zeker van niet! Dus laat ons al eens beginnen met aan die Zweedse idiotiska retande politiker en linkse grav laxlikkepotte te laten weten dat wij, de rest van Europa,  helemaal niet achter hun naïeve wollegeitesokken- krantenidee staan en dat ze dringend moeten stoppen met hun peumpergedeu!

24-10-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
22-10-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET IS DE WIND MIJN KIND
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Al enkele dagen raast de Tramontan- wind, vanuit de Pyreneeën over de camping.  Hij duwt tegen de caravans, probeert de voortenten op te hijsen en laat luifels, bomen en struiken flapperen.

Hij dendert tafels en stoelen omver en jaagt alles op zijn pad in een draaikolk omhoog de strakke blauwe hemel in.  

Als je over het strand wandelt, lichaam scherp vooruit, petten goed vasthoudend en zonnebril op tegen het opvliegende zand,  worden je benen met duizend prikken, “gemistraliseerd”.  Parasols slaan over en tollen over de plage. De zee wordt omgewoeld en koelt onmiddellijk af.

Alleen de "die hards"  hebben het strand in een mini camping veranderd.  Overal staan nu halve iglotentjes , de gesloten kant richting wind. De zonnekloppers houden met hun gewicht, de tentjes tegen de grond. Rukwindsgewijs, krijgen hun koppen en lichamen half zon, half schaduw. Maar elke straal van de reeds minder warme september zon moet zonder pardon nog opgenomen worden.
Wind of geen wind, manlief wil langs het Canal du Midi gaan fietsen ! "Je zal wel zien, eens je op het jaagpad bent, komt de wind niet meer van voor, maar langs de zijkant..."

Tararaboemtajee...Terwijl mijn Eddy Merckx, zonder problemen voort peddelt, krijg ik met moeite mijn pedalen rond geduwd. "Alez vooruit, trappen, dat is goed voor je conditie en het calorie verbranden op de buik".

Het enige wat verbrandt is mijn neus. Mijn billen kondigen een milde vorm van zadelpijn aan en mijn kuiten staan even strak als de wind. Telkens manlief een halve kilometer voorsprong heeft, moet hij wachten op zijn “copain”, die de "Vent Mentoux"*  lijkt op  te fietsen. 

Niet opgeven, niet onderdoen. We zijn er geraakt in een onmogelijk verlaten dorpje langs het kanaal de Sète, met mijn tong tussen de pedalen. Er staat één kerk, vijftig huizen en een gigantische dienst van Toerisme, inclusief een gratis museum.  Twee geïnteresseerde toeristen, wij dus, maakten de dag van de van verveling bijna ingedommelde ambtenaar, weeral goed. 

Op de terugweg was ik niet meer bij te houden. De wind duwde mij voort. de Tramontan bracht me op een Tom Boone -niveau. Ik had zelfs nog adem over om luidkeels te zingen "Hé kleine meid op je kinderfiets...., als een witte stip in het groe- oen " I love to ride my bycicle, I love to ride my bike..maar mijn aria’s gingen in de windstoten verloren. 

Terug op de camping bekeek ik mezelf in de spiegel....knalrode kop van  inspanning, een razende blik en een verwaaid, naar alle kanten stekend, uitgefoned Tina Turner kapsel, “coupe Mistral”.

Bij manlief was de wind naar binnengeslagen en kwam er s avonds hortend en stotend uit.. 

‘t Was de wind mijn kind.. 

 

*Vent (Frans voor wind) Mentoux” met verwijzing naar de Mont Ventoux

September 2013

 

 

22-10-2016 om 09:56 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
16-10-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DROMENVANGER GEZOCHT

Ik scharrel door een donkere buis. Het stinkt hier enorm. Ik kruip hier niet alleen door. Achter mij grijpt een man regelmatig mijn voeten en enkels vast, duwt zijn neus tegen mijn kont. Voor mij kruipt een vrouw met een achterste als een immens grote pompoen. Zij ontneemt mij alle zicht op het einde van de enge tunnel. Het is hier verschrikkelijk warm. Het zweet druipt van mijn gezicht en pikt in mijn ogen. De ruimte is zo eng, dat ik het vocht niet uit mijn wimpers kan wrijven. Het is hier zo smal dat ik mijn armen amper tot aan mijn hoofd kan brengen. Mijn ellebogen schuren tegen de glibberige wand.  De angst omklemt mijn hart en mijn hoofd bonst alsof ik alle seconden een infarct ga maken. Heet, zo ontzettend heet. In de verte hoor ik Herbert Flack naar me roepen dat ik me moet haasten. Als ik hem terugroep dat de lamp op mijn hoofd uitgegaan is, dat ik niet meer zie waar ik kruip en dat mijn hoofd tegen de bovenkant bonkt als ik over die kolossale kont wil loeren, brult hij, dat ik mijn traumatische claustrofobie nu maar eens moet overwinnen! Hij loeit dat ik met mijn handen de wanden moet aftasten en verdomme zo snel als mogelijk in het kantoor moet komen. De vrouw voor mij stopt met kruipen, zij blijft in de benauwde ruimte vastzitten. Iemand moet haar met touwen uit de spleet trekken. De hele menselijke kruiptrein stokt. Warm, de loeiwarme temperatuur stijgt. Er is nauwelijks zuurstof meer. Het is hier om te stikken. Dorst!  Als mijn voorgangster als een gigantische ontstopper uit de rioolbuis plopt,  strompel ik op handen en voeten in een immens grote hal van een grot. Flack duwt mij een draagbare pc in de handen. Mijn vingers zijn verkleumd en hangen vol smurrie, mijn knieën liggen open en in mijn hoofd suizen mijn oren een tamtamliedje. In de grote ruimte staan duizend aangezichtsloze blote mensen, met alleen angstaanjagende ogen, die mij aanstaren en ze wijzen met hun handen naar de computer.  Verhalen, ze willen verhalen. Ik typ azerty- woorden op een querty- klavier. Geen zinvol woord komt er op het computerscherm. Het wordt griezelig stil. Angst, ik moet hier weg. De meute komt dichter en dichter en wil mij vastgrijpen. Ze verandert in de hoofddoekjesbrigade die mij, met mijn inkopen,  naar hun kassa in de winkel willen sleuren. Ik hoor ze schateren omdat ik geen religieusloze kassierster meer vind.  Plots hoor ik een harde knal en de winkel begint in te storten. De bommen zaaien dood en verderf. Een hoop stenen en een zware balk denderen juist naast mij op een groepje winkelende mensen. Ik kan amper de afbrokkelende stenen voor mijn aangezicht wegstoten. Warm, heet, nachtmerrieachtige toestanden en ik kan nauwelijks ademen.  Ik strompel uit het stenen graf.  Overal liggen huilende, vuile en bebloede kinderen. In hun verdrietige ogen wriemelen duizend vliegen. In de verte zie ik mijn zoon staan. Niet de bijna 40 jarige bonk, die hij nu is, maar de kleuter van een jaar of 4, die hij toen was. Hij huilt hartverscheurend. Ik ren naar hem toe en sleur hem mee het winkelcentrum uit recht naar de grote marmeren trappen. Hij roept dat hij moe is en dat hij in de buggy wil zitten. Nergens vind ik een niet beschadigde kinderwagen. Als ik mij omdraai, verandert zijn gezicht in het aangezicht van mijn kleinzoontje. Ik neem hem op mijn arm en ren met hem een lange gang in. Kilometers witte wanden en overal zitten deuren. Ik open ze één voor één, aan de andere kant zie ik alleen maar rotsen en stenen maar nergens een uitgang. Enkel achter één deur vind ik een lift. Paniek bonkt in mijn keel. Tweestrijd, dilemma, red ik ons beiden? Maar ik durf de lift niet in te gaan. Liften zijn eng, traag en blijven overal hangen.  Helemaal in de verte hoor ik mijn tante roepen dat ik mij moet haasten want dat anders de boot zonder mij naar Bordeaux wegvaart. Op het allerlaatste moment kan ik nog aan boord springen. Radeloos zoek ik naar mijn kleinkind. Het schip, dat groter en groter wordt en cruiseschipafmetingen aanneemt vaart met een rotvaart van de kant weg. De boot bonkt tegen de golven in. Mijn maag ramt tegen mijn slokdarm aan. Dorst, ik moet drinken. Heet, warm, de misselijkheid golft over mij heen. Laurette Onckelinck sust mij, zij toetert wat scheldwoorden over mij heen. Het totale horrorverhaal kan niet meer erger worden. Zij troont mij mee naar een kajuit helemaal onderin het megaschip. In mijn kajuit zijn er geen ramen en staat er alleen een bed, er is geen badkamer of wc voorzien. Ik moet dringend plassen. Op zeeziektebenen ga ik op zoek naar een toilet. Het is er aardedonker. Hyperventilerend tast ik alle meubels en muren af op zoek naar de deur. Ik duw ze open, ga twee trapjes af en zet me op het toilet. Net als ik wil plassen hoor ik achter mij geroep. Het geluid komt van heel ver.

Plots steekt er iemand een licht aan en word ik wakker. Ik zit in mijn blote reet in een campingzeteltje onder de luifel van de caravan. Mijn hart gaat nog steeds van boemtataboem en mijn blaas staat op springen.

Manlief kan er niet meer om lachen. Dat is nu reeds de tweede keer deze week dat ik, na een nachtmerrie, slaapwandelend,  in het midden van de nacht mompelend de caravan uitstrompel. Hij foetert dat ik moet stoppen met juist voor het slapengaan die enge thrillerverhalen te lezen!  De nacht heeft nauwelijks voor afkoeling gezorgd. Alle kampeerders liggen gelukkig nog lekker te slapen. Ik blijf nog even zitten, kijk naar de sterrenhemel en luister naar het fluiten van een nachtuil. Mijn hartritme wordt stilaan terug normaal. Ik waggel terug de caravan in en laat me op het toiletje neerzakken. Ik drink een glas gekoeld water en laat me terug in het caravanbed zakken. Manlief duwt zijn arm knuffelend over mij heen. Gered door mijn alerte bedgenoot anders had ik wel degelijk een plas door de campingstoel op het grondzeil gemaakt.

Iemand die mijn droom kan ontleden, schrijf mij gerust!

 

16-10-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
14-10-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CARAVAN MET EEN ECHO, MET EEN ECHO, MET EEN ECHO
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Wij hebben geen ‘room with a view’, maar een caravan met een echo. De liefde van mijn leven is (stilaan) hardhorend aan het worden. Langs het ene oor trilt het trommelvlies niet meer op bepaalde klanken en in het andere oor zit er een gaatje in het trommelvlies, een regelrechte toegang naar de hersenen. Doordat ik niet goed articuleer of omdat de wind en de zee teveel lawaai maken, worden alle vragen dus twee tot drie keer herhaald. Van de oeverloze discussies over wat ik wel of niet gezegd heb, word ik zo moe!  Nu heeft manlief ondertussen hoorapparaatjes maar die liggen thuis, in België, veilig in één of andere schuif. Bewust vergeten! Zijn handicap hoeft niet noodzakelijk volledig negatief voor hem te zijn. Zo duwt hij ‘s avonds zijn goede oor in het kussen, de oor met het gaatje recht naar omhoog en creëert op deze manier een volledige rumoerloze camping. Binnen de vijf minuten hoor je hoe de slaap hem al overvalt. Dit terwijl ik nog uren slapeloos lig te woelen, omdat er ergens in de caravan een mug op hoge toon rond zoemt of omdat er ergens op de camping een kraan druppelt. Zo zie je die oorkleppen onmiddellijk toeslaan als ik weer eens begin te zeuren over al de kastjes en schuiven die dagelijks blijven openstaan als manlief iets gezocht of genomen heeft. Doordat ook thuis de radio en tv steeds te hard staan, heb ik op het laatste moment de koptelefoon mee gegrist. Dit zal me in de caravan niet gebeuren! En terwijl de voetbalploegen onder luid gejoel en gezang op het veld komen, wordt met één plug in het gaatje, de caravan in volledige stilte gehuld. De 22 spelers staan als doofstommen hun vaderlandslied te mimen, om vervolgens zonder commentaar van een sportjournalist van links naar rechts te lopen. Maar ik heb geen rekening gehouden met manlief zijn enthousiasme. Regelmatig word ik opgeschrikt, als manlief hardop orders naar de ‘buskesstampers’ roept. Deze lijden waarschijnlijk aan dezelfde handicap, want zij reageren helemaal niet op de geroepen commando's. Helemaal straf wordt het als plots door de volledige stille caravan “GOAL! GOAL!” geroepen wordt, zodat ik in mijn hoekje met mijn e-reader bijna een hartverzakking krijg. Ook babbel ik over dingen waarvan mijn schat maar enkele woorden opgevangen heeft. Met die woorden maakt hij dan zelf een nieuw verhaal. Dit verhaal hoor ik hem dan vervolgens doorvertellen aan vrienden en kennissen, met de vermelding dat het van mij komt. Ik sta er dan als een volledige idioot bij, want ik heb dit verhaal nog nooit gehoord, laat staan, dat ik dit ooit zou verteld hebben. Maar ik moet eerlijk zijn, die handicap is ook voor mij soms ook een positief gegeven. Zo wacht ik geduldig af tot het mannetje wat te lezen heeft. Eén ding tegelijk en dus wordt de bloedstroom van de hersens naar de oren onmiddellijk afgesloten. Ik begin dan mijn verhaal met wie ik nog allemaal wil uitnodigen en wat ik nog allemaal plezants wil doorvoeren. Midden in mijn betoog vraag ik dan voor alle zekerheid: "Dat vind je toch goed hé?" Met één oog op de leesstof en het andere naar mij, antwoordt hij dan: “mmmm ja,” om vervolgens zo snel mogelijk terug in zijn verhaal te duiken. Dan som ik alle nieuwe aankopen en de bijbehorende prijskaartjes op… Zo kan ik nadien, met de hand op het hart, volmondig zeggen: "Maar dat heb ik toch allemaal verteld!" Het strafste is nog steeds als ik zeg: "Zet die tv wat stiller alstublieft! "ZET DIE TV wat stiller alstublieft!" “ZET VERDOMME DIE TV WAT STILLER!” er plots een reactie komt.  "Ge moet niet zo roepen. Ik ben niet doof hoor.” Er is maar één zinnetje dat zonder problemen zijn trommelvlies al na één keer doet trillen en nooit herhaald dient te worden: "Wil je een glaasje wijn?" Je kan dus een debat voeren over 'wat is horen, niet horen of luisteren'.

Dus onze caravanbuurtjes zullen stilaan geloven dat er een echo huist in onze caravan, dat er een echo huist in onze caravan, dat er een echo…

 

 

14-10-2016 om 16:16 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
08-10-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZAKKENVULLER
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Heel lang geleden, kreeg ik als 25 jarige een uitnodiging om een gratis baarmoederhalskanker onderzoek te laten doen. Gratis is gratis, en dus werd de dure gynaecoloog voor een jaartje uitgesteld. Ik maakte een afspraak in de Middelares kliniek van Deurne, meldde me een kwartiertje vroeger aan en werd prompt als eerste in een kaal wachtzaaltje gedropt met als enige troost een paar roddelblaadjes van 2 jaar geleden. De BV’s die toen kwamen verklaren dat ze de man of vrouw van hun leven gevonden hadden, waren ondertussen al luid vuilspuwend en met veel publiciteit uit elkaar gegaan. Ik keek op mijn uurwerk en zag dat de vooropgestelde afspraak al met een kwartier overschreden was. Iets in het universum liet de uurwerken en klokken van patiënten en dokters niet synchroon lopen ! Ondertussen waren er al een aantal nieuwe dames uurwerkstarend en mopperend bijgekomen.

Na een half uur wachten, kwam er een verpleegster mij halen en nam me mee naar het kleedkamertje, “Mevrouw Cornelis, Alleen de onderkant vrijmaken, ik kom U zo dadelijk halen”. Het deurtje ging aan de andere kant open en zij troonde mij mee in het dokterskabinet.  Ze scheurde een rol papier af op de behandelingstafel en even leek het, dat zij mij zou gaan inpakken als geschenkje. “Leg U maar hierop, de benen in de beugels, de dokter komt zo dadelijk”. Terwijl ik al geruime tijd,  een beetje verveeld met al mijn openingen bloot en bungelende benen in die stangen lag, kwam het me voor dat de uitdrukking “zo dadelijk” in geneesherentaal klaarblijkelijk een totaal andere betekenis had. Juist toen ik de verpleegster wilde vragen, of het nog voor vandaag zou zijn, ging eindelijk de deur open en een gehaaste Alain Delon “look alike” kwam met een nog open flapperende doktersjas zijn praktijk binnen gespurt. Zonder mij aan te kijken wapperde hij me voorbij richting zijn bureau.  Toen gebeurde het onvoorstelbare…ik bleef met mijn grote teen in zijn jaszak haperen !  Een voor hem onzichtbare kracht remde zijn tocht af en trok hem terug in achteruit. De dokter keerde zich om, met een “héla héla wat gebeurt er ?” pulkte hij mijn grote teen uit zijn jaszak en ging met een zucht achter zijn bureel zitten.  Het “schaamrood” verspreidde zich over gans mijn lichaam. Hij nam gejaagd een plastiek mapje en haalde hier een dossier uit.“Mevrouw Cornelis” ?  Hij keek recht in mijn kruis alsof zich daar de bevestiging van mijn naam bevond.

Mijn onderste lippen lagen geopend in een grote O, terwijl mijn bovenste lippen in mijn tomaatrode kop gewoon dienst weigerden.  

Met toe geknoopte doktersjas zette hij zich tussen mijn geopende knieën, duwde een soort metalen eendenbek bij me naar binnen en plukte een stukje uit mijn binnenkant. Dit alles zonder mij één blik te gunnen.

Zie zo Mevrouw Cornelis, toch niet teveel pijn gedaan hoop ik” U mag zich terug aankleden” Terwijl ik in mijn blote reet terug richting kleedkamertje ging, voegde hij er nog aan toe “U mag het resultaat met de post verwachten en bij slecht nieuws, wordt Uw huisdokter op de hoogte gesteld…en in het vervolg, niet meer in mijn zakken zitten hé !

Ik durfde mij niet meer omdraaien, stotterende “dag dokter” en trok mij, met een kop zo rood als een rode biet terug in het kleedhokje. Terwijl ik mijn broeken terug opstroopte, was dit kamertje plots veel te klein en veel te heet. Mijn lichaam voelde als een uitslaande brand ! Ik geneerde mij dood ! Ik had zojuist de eerste man in mijn leven tegengekomen, die mij volledig monddood gemaakt had !

Met een kop, zo rood als een kreeft, kwam ik uit het kleedhokje en terug voorbij de wachtkamer. Vier paar wachtende vrouwenogen staarden mij aan… Een wat oudere vrouw wees heel opvallend naar haar uurwerk en zei: “Awel kindje heb jij daarbinnen soms een speciale beurt gehad, dat willen wij ook wel hé dames?  Ik grijnsde naar ze, haalde mijn schouders op en schreed met het schaamterood op mijn wangen voorbij. Het gemompel en het geroddel volgde mij de ganse ziekenhuisgang door..

Laat ze maar raden wat er daarbinnen gebeurd is ! Eén voor één zullen zij zich later afvragen, “wat heeft zij, wat wij niet hebben”?

Ha ha, Alain Delon,  jullie zouden wel willen !

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

08-10-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
27-09-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OUDERSCHAPSEXAMEN MISSCHIEN EEN GOED IDEE?
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Weten jullie, dat als de kleinkinderen op bezoek komen en ze al de ganse namiddag kissebissen en vechten over wie de tablet mag vasthouden of welk kinderprogramma op televisie bekeken mag worden, ik ze na een tijdje dreig met: “Als jullie het nu niet als de bliksem met elkaar eens worden, dan gordel ik jullie in de auto vast. Ik rij naar een leuke afgelegen parkeerplaats, liefst ergens in de gloeiende zon, sluit elektrisch de ruiten, doe de auto op kinderslot en ga dan zonder jullie twee, op mijn gemak in het winkelcentrum in alle tienerboetiekjes, waar ze alleen maatjes 34 tot 38 verkopen, op zoek naar een leuk ensemble maatje 44. Dat kan wel eventjes duren, dus tegen de tijd dat ik terugkom, hebben jullie noch drinken noch lucht en dan zullen jullie wel vanzelf stil worden!” Ze kijken mij dan vol ongeloof en angstig aan, luisteren  onmiddellijk en kijken daarna samen mokkend naar herhalingen van de oude K3 filmpjes. Dit is natuurlijk helemaal niet waar, maar in het huidige kinderverwaarlozings -klimaat zou je van niets meer moeten schrikken!

Wanneer is er een mensensoort opgestaan die geen verantwoordelijkheid meer kent en die zijn eigen kinderen vergeet of vermoordt? Een telefonerende, internetende, facebook lezende en pockémon zoekende generatie ouders die alleen maar egoïstisch met zichzelf bezig is. Ik word zo razend als je die dagelijkse krantenartikeltjes leest.

Gisteren in de krant: Eén of andere tienermoeder, of bij nader inzien verander de m in een l, legt haar peuter van twee ’s nachts op de achterbank van de auto te slapen en gaat in één of andere dancing met wat vriendinnetjes uit de bol. Het kindje werd wakker, zette het op een angstaanjagend huilen en een toevallig nachtelijke passant belde de politie om het jongetje te bevrijden. Hoe debiel kan je als ‘moeder’ zijn? Zal die huppeldepup discoqueen het ooit begrijpen, dat ze haar zoon zijn ganse verdere leven opzadelt om van de ene peut naar de andere te moeten lopen om zijn opgelopen kindertrauma te verwerken? Hopelijk werd ze uit de ouderlijke macht ontzet wegens opzettelijke verwaarlozing en heeft het jongetje nu een zorgeloze jeugd bij een fantastisch kinderloos pleegoudergezin .

Hebben jullie ook in de krant of op de site die You tube film gezien van die winkelende bijstandsman? Leuk dacht ik, man doet de boodschappen. Op het filmpje was te zien, hoe die klootjesvolkvader, met beide handen zijn winkelkarretje in de supermarkt op een racetempo voortduwde. Onder zijn rechterhand hield hij echter het haar van zijn vijfjarig dochtertje geklemd en sleurde het kind krijsend voorbij de groenten- en fruitafdeling. Het kind huilde, of papa er aub mee wou ophouden, want het deed zo’n pijn! Ik word daar zo boos van. Boos, gewoon woedend en niet alleen op deze machozieke kloothommel maar tevens op die ‘iemand’ die het hele gebeuren filmde. Moet je op dat moment, in plaats van met je filmende smartphone in aanslag te staan, niet de ganse supermarkt bij elkaar gillen! Brullen, dat er een meedogenloze kinderbeul aan het werk is. Op zijn bek moest je hem timmeren! Oké, je hebt nu het bewijs en je hebt de politie gebeld en daar  komt dan zo’n aspirant- agentje op af, die zegt dat er geen klacht kan worden neergelegd, want dat het kind geen blauwe plekken vertoont. Godverdomme, dat is juist waarom die mishandelpapa zijn dochterbij aan de haren voortrekt. Lekker geen bewijsmateriaal achterlaten.

Soms kan het nog erger en kunnen de baby’s of peuters het niet meer navertellen. Ik slaap ’s nachts niet meer van verontwaardiging en woede als er in de krant of tijdens het journaal weer zo’n verhaal van kinderverwaarlozing opduikt.

Ouderechtpaar laat babytweeling achter in hete auto op de parking van het shoppingcenter en gaat lekker winkelen. Als de shopverslaafden na enkele uren terug op de parking komen, zijn ze heel verontwaardigd, eisen vergoeding en dreigen met een rechtszaak, omdat alerte winkelbediendes de autoruit aan diggelen geklopt hebben om de baby’s te redden. 

Wat dachten jullie van het artikel in een krant van deze week; Echtpaar zit bij vrienden in de zomerse hete tuin te pintelieren en ziet niet dat hun zoontje van vijf al een paar uur verdwenen is. Niemand merkte wat op, niemand miste het kleine jochie! Wat was er gebeurd? Het kleutertje was stiekem terug in papa’s auto geklommen op zoek naar zijn knuffeldekentje, dat nog op de achterbank lag. Het autoportier, met kinderslot, was terug toegeslagen en hun kind bleef uren achter in vaders zuurstofloze heteluchtoven Mercedes. Als het yuppenechtpaar niet zo, met zichzelf ingenomen, had zitten kwekken en cocktails hijsen, dan hadden ze misschien hun kleuter nog kunnen redden. Denk dat zelfs na zo’n tragedie ook het huwelijk niet meer te redden was.

Post natale depressiemoeder vergeet baby in oververhitte auto. Onmiddellijk staan we met zijn allen met onze commentaar klaar en sabelen we de vergeetmama onverbiddelijk neer. Misschien was het echter alleen een samenloop van omstandigheden. Misschien als het winter was geweest en niet die alles verterende warme hete zomer…Misschien had ze, na negen maanden met die dikke toeter te hebben rondgelopen, wel een wolk van een baby verwacht en niet die darmkrampkrijsende huilbaby. Misschien was ze al een tijdje depressief het feit aan het verwerken dat haar vrolijke Frans het sinds de eerste  huwelijksjaren al niet meer zo nauw nam met de eeuwige trouw en regelmatig het groenere gras aan de andere kant opzocht.

Misschien had ze juist ontdekt dat haar carrièremannetje vandaag niet alleen,  maar samen met zijn secretaresse op zakenreis vertrok. Die ging duidelijk niet mee om de koffers te dragen of de dossiers te sorteren. Misschien zag de mama vanmorgen het pak condooms in het koffertje tussen de pyjama zitten?

Misschien had ze een ganse nacht wiegend met een krijsende baby tegen haar boezem rond gedrenteld en zag ze nu haar workaholicventje met een huppelpasje, een zakenkoffertje vol condooms en een beginnende erectie naar zijn auto rennen terwijl hij riep: “Geen tijd vandaag om langs de crèche te rijden, breng jij Sofietje eventjes voor je gaat werken?” Misschien had de burn out -mama juist vanochtend naar haar baas moeten bellen en zeggen dat het vandaag helemaal niet ging. Maar de hypotheek, de twee auto’s, de breedbeeld televisie en de designmeubels moesten nog afbetaald worden en dus kon ze het risico niet lopen om haar job te verliezen. Dus gespte ze de maxi cosy met haar huilende dochtertje in de auto vast en reed richting kinderdagverblijf. De zonnestralen weerkaatsen reeds warm op de voorruit. Het zou opnieuw een hele hete zomerdag worden.  Onderweg hield het dreinen eindelijk op en sukkelde de baby eindelijk in ‘t slaap. Het werd rustgevend stil in de auto en mama vergat haar medepassagiertje terwijl ze snel naar het kantoor reed. De burn out werd een black out! Terwijl papa in het buitenland, tijdens de lunch, aan zijn zakenpartners verklaarde, dat hij het dessert letterlijk en figuurlijk wou laten staan, omdat hij en zijn secretaresse nog wat gegevens en andere dingen dringend moesten inbrengen, stikte Sofietje in de nog niet afbetaalde BMW.

Moeder verdrinkt haar drie kinderen omdat de vader haar verlaat en de echtscheiding aanvraagt. Vader wurgt moeder en zoontje tijdens familiedrama en pleegt daarna zelfmoord. Vader mishandelt stiefzoontje omdat het de ganse nacht huilt. Moeder bindt kind zes jaar lang aan tafelpoot vast omdat het niet luistert…Oom misbruikt nichtjes van acht en zes jaar oud, moeder was op de hoogte.

Terwijl er zoveel kinderloze ouderparen van fertiliteitkliniek naar vruchtbaarheidsbehandeling dwalen, adoptieouders maanden in het buitenland moeten logeren alvorens ze hun wensbaby mee naar huis kunnen nemen, zetten onvolwassen en onverantwoordelijke randdebielen, zonder ook maar enige gêne kinderen met een rugzakje vol miserie op de wereld!

En net toen ik dacht dat het nu weer een beetje krantenartikelstil zou zijn over al die hopeloze probleemouders, las ik vandaag opnieuw in de krant, dat in Maleisië een moeder haar peuter, met zijn blote billetjes, op het hete gloeiende beton dumpte om haar parkeerplaatsje vrij te houden…Je kan het zo erg niet meer bedenken. Zou je voor zulke mensen, die zich ouders durven noemen, niet eventjes stiekem wensen, dat de hel echt zou bestaan

Onze vakantie loopt stilaan ten einde en straks zien we onze kleinkindjes terug. We hebben ze vreselijk gemist! We zullen opnieuw kunnen genieten van hun gekibbel, gegiechel en hun gegrinnik. We worden al warm van binnen als we aan hun glunderende snoetjes denken, aan hun zachte armpjes rond onze hals als ze de duizend opgespaarde zoentjes op onze wangen drukken.  Ik ga ze doodknuffelen…heuh…misschien niet zo’n goede woordkeuze na zo’n sombere column!

 

Sim, Vichy 25 september 2016

27-09-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
21-09-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AUTOVRIJE ZONDAG IN BRUSSEL

Dag Sire,

Of mag ik Filiep zeggen?

Ik zag U laatst op het televisienieuws samen met Uw kroost in de Brusselse binnenstad rondfietsen. Hebt U ook zo genoten van de autovrije zondag? Was het een idee van U zelf, om tussen het gewone volk rond te fietsen of vond Uw adviseur dat dit Uw imago goed zou doen? Ach, ik zag dat U er wel degelijk plezier in had, want constant rondjes fietsen over de paadjes van de Koninklijke tuinen begint uiteindelijk heel erg te vervelen. Vindt U de bijna dagelijkse betogingen en stakingen in Uw mooie stad niet belachelijk enerverend worden? Ik zag U ook naar het Federaal Parlement en naar het Koninklijk Paleis gluren. Wat ging er toen door Uw hoofd? Hebt U ook schrik, dat na de volgende verkiezingen, de Wetstraat terug volledig in Vlaamse handen zou kunnen komen? Hebt U Uw kinderen al fietsend van deze mogelijkheid op de hoogte gebracht. En in welke taal hebt U dit gedaan? Wist U dat er vroeger een liedje over vier Weverkes bestond, die ter botermarkt gingen, maar de boter was er zo diere? Toen waren het er vier en nu is er maar één waar U rekening mee zult moeten houden! Hebt U al eens overwogen, dat als de linkse partijen bij de volgende verkiezingen opnieuw zouden winnen, de volgende eerste minister wel eens een isla-mietje (woordspeling) zou kunnen worden. Dat zou dan weeral eens wat anders zijn dan een Italiaanse rode homo aan het roer! Was U de koning te rijk, toen U zag dat er nog echte Belgen waren, die met de driekleur naar U stonden te zwaaien? Was Mathilde niet te moe om mee te fietsen? Misschien moet U haar, voor haar  volgende verjaardag, maar eens een elektrische fiets cadeau doen. Ik heb mij laten vertellen dat zo’n kleren- pas-sessie bij couture Nathan, niet in de koude kleren gaat zitten. In dezelfde week dan nog hier en daar wat lintjes doorknippen en in sommige kleuterschooltjes, in het Nederlands op een wat logopedische zeurtoon, wat sprookjes voorlezen daar wordt je toch zo hondsmoe van.  Leest Mathilde nog steeds voor  uit de sprookjes van wijlen Koningin Fabiola of heeft ze al zelf een oeuvre op stapel?

Dat was op21 juli nogal schrikken hé! Had U nu echt gedacht dat oma Calabria en opa Bibber voor de feestelijkheden naar België zouden overkomen en dan ineens de Koninklijke kleinkinderen terug zouden meenemen naar hun buitenverblijfjes in Rome, aan de Italiaanse kust of Zuid Frankrijk? Met zo’n belachelijk klein pensioentje had U wel kunnen vermoeden dat Uw ouders echt geen retourtje Brussel meer zouden kunnen betalen, niet waar? Hadden U en Mathilde al plannen gemaakt, om nu de kinderen uit logeren waren, net als tijdens in Uw verlovingstijd, elkaar romantisch alle hoeken van de paleisvertrekken te laten zien?

Ik zie dat U en Uw familie allemaal goed kunnen fietsen. Kunnen de kinderen ook al goed zwemmen? Ik zou mijn hart vasthouden als mijn kroost zonder zwemdiploma  bij oma en opa aan de Middellandse Zee zouden gaan logeren. Ze moesten zonder zwemervaring maar eens van die Koninklijke Zodiac flikkeren. Voor ze het merken zet een reddingsboot ze af op Lampedusa.  Als ze met vakantie bij oma en opa logeren, komen de nichtjes en neefjes dan ook? Praat oma Calabria ook een mondje Italiaans met hen? Hebben ze in verband met het koninklijk pensioen het volgende zinnetje : “Io disprezzo la popolazione Belga” al eens horen vallen?

Het zal wel een vrolijke bende zijn, vooral als die gekke oom Lau ook met vakantie komt. Of zijn Uw ouders en Uw jongste broer nog steeds op ‘no speaking terms’? Spijtig dat Tante Fabiola er niet meer is, die kon waarschijnlijk de ganse bende onuitputtelijk met haar Spaanse mopjes entertainen.

Hebt U geen schrik dat Uw oudste dochter op vakantie een Italiaanse Romeo leert kennen en met deze prins op het witte paard een passionele Facebook- en Skype- tienerrelatie gaat beginnen? Gaat U haar dan op het Koninklijke Perzische tapijt roepen? Vakantieliefdes zijn heel gevaarlijk hoor en het kan misschien zelfs in de genen zitten. Uw papa struikelde toch ook, op een Italiaans strand, over een Paola Ruffo di Calabria. Hebt U al opleidingsplannen gemaakt voor Uw drie overige kinderen die de kroon niet erven en straks dotatieloos voor zichzelf zullen moeten zorgen? Misschien kan U voor de troonopvolgster ook al maar wat andere plannen maken, want misschien heeft Uw gesplitste koninkrijk  haar in de toekomst ook helemaal niet meer nodig.

Hebt U werkelijk een vliegbrevet en vliegt U dus nu zelf met de kroost naar Italië? Moet U dit brevet, net zoals alle andere piloten om de vijf jaar vernieuwen?

Mag ik U eventjes een intieme vraag stellen? Hebt U al zo’n hype tattoo?  Ik veronderstel dat U ergens op Uw lichaam zo’n driekleurige Belgische Leeuw staan heeft met daaronder de namen van al Uw kinderen. Mogen wij die dan eens bewonderen als U in short of in zwembroek op de voorpagina van Royalty zal prijken? Hopelijk schuinsmarcheert U niet zoals Uw papa, want dan hebt U naderhand problemen met de grootte van de tattooplaats die maar voor een aantal kindernamen voorzien werd.  Denk U soms aan Uw halfzuster als U zo met de ganse dynastie rond de spaghetti zit? Dat was niet alleen voor Uw familie maar tevens voor de ganse roddel- en rioolpers eventjes smullen, niet waar?

Ach Sire,  als U wat dichter bij Uw bevolking wil staan, tracht U dan eens aan Uw ouders uit te leggen dat de meesten onder ons, hard, heel hard hebben moeten werken voor ons minimale pensioentjes en dat wij ons, na jarenlang sparen, zelfs geen aankoop van een miniflatje , als tweede verblijf kunnen veroorloven in Zuid Frankrijk of in Italië, noch een privéjachtje in één of andere miljonairshaven hebben liggen. Gaat U hen dat uitleggen? U moet toch eens klaar en duidelijk aan Uw vader mededelen, dat door zijn botte en ondankbare reactie op zijn verminderde dotatie, hij zijn vroegere onderdanen en de nieuwe politici de perfecte instrumenten aanreikt om de poten onder Uw troon weg te zagen.

Ach Sire, Filiep, U moet mij niet onmiddellijk laten weten of U dat gesprekje met Uw vader gehad heeft hoor. Als U, voordat U Uw geleuter aanheft bij de volgende kerstrede maar eens recht in de camera kijkt en eens tweemaal knipoogt, dan weet ik dat de boodschap in Italië aangekomen is.

Nu Sire, misschien tot op de volgende autoloze zondag in Brussel, of gaat U nu ook in de Vlaamse gordel meefietsen?

 

Sim

 

Marseillan-plage, met een klein pensioentje, lekker voor de caravan in het zonnetje

 

 

 

 

21-09-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
19-09-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HOW MUCH IS THAT DOGGY IN THE WINDOW?
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Elke morgen worden wij wakker geblaft door de hond van de campingeigenaar.

Deze bewaakt de privévertrekken en loert door het houten hekje naar de containers in het vuilnisstortstraatje. De hond heeft zijn hondenpoten vol met het afblaffen van de brave rondtoerende ‘selecteerkampeertoeristen’, die ’s morgens vroeg hun vuilnis in de desbetreffende containers komen dumpen alvorens ze opnieuw op pad gaan. Het geblaf wordt erger als hij door het houten poortje andere honden ziet voorbij trippelen.

Helemaal erg wordt het geblaf en gegrom als de lange Hollandse anorexia overgrootmoeder,  met een racesnelheid van een kreupele naaldslak, haar mankepoothondje voorbij sleept. Keesje, haar driepikkelende reumatische hondje zwalpt met zijn tong tot tegen zijn poten achter haar aan. Eén pootje komt nooit meer tot tegen de grond. Het duurt eeuwen alvorens ze de ingang naar het sorteerstraatje voorbij gewandeld zijn. Als we opmerken, dat ze voor Keesje nog te snel doorschuift, zegt ze, dat het diertje bijna 16 jaar oud is en dat, als zij nu nog trager moet stappen, ze met die mistralwind, zelf omver valt. Keesje had het liefst zo snel mogelijk zijn mankepootje tegen de eigen caravan opgeheven. Ergens onderweg had hij ook al op de camping een paar naar andere honden geurende plasstopjes ontdekt, maar dat mag niet van de campingeigenaar en dus wordt het hondje door die magere wandelende tak onverbiddelijk helemaal de camping door getrokken. Dat zo’n reumatisch oud reutje in een hondenkinderwagen zou voortgeduwd worden, zou men nog kunnen begrijpen, maar als je op straat ziet, welke soort honden er als babies in draagzakken op de borst of in handtassen gedragen worden, dan vraag ik mij af wat die mensen bezielt. Die diertjes grommen soms uit frustratie als ze hun soortgenootjes als echte honden snuffelend aan de leiband zien flaneren. De meeste honden zijn echte schatten, echt de beste vriend van de mens, het zijn meestal de baasjes die niet deugen! Blijkbaar is het een nieuw fenomeen, dat zowel mijnheer als mevrouw hun eigen hond moeten hebben. Beiden gaan ze de ganse dag uit werken en dan vinden ze het zo zielig als er één hondje eenzaam, zielig en alleen de ganse dag op hun moet wachten. Dat noemen ze dan dierenliefde.

Als we ’s middags op het terras van een restaurant lunchen, komt er een echtpaar met een hond aan een tafel recht tegenover ons zitten. De hond wordt door mevrouw als een kind vertroeteld en van elke schotel wordt er een stukje in het hondenbekje geschoven. Als het baasje binnen in het restaurant de rekening gaat betalen, laat mevrouw het kroezelsmoeltje los en het dier loop door het restaurant recht naar zijn baasje. Als de restauranteigenaar zegt, dat hij niet kan tolereren dat honden loslopen tussen zijn gedekte tafels, roept de beledigde mevrouw haar pluizenbol terug. Hij wordt op de arm genomen en begint zijn bazinnetjes mond af te likken. Zij opent haar mond en de twee likken aan elkaars tong. De rillingen lopen over onze rug. Manlief houdt het niet meer en zegt dat dit heel onhygiënisch is, zeker in een restaurant. De vrouw antwoordt, dat haar hondje veel properder is dan de meeste mensen. Hierop reageert manlief,  dat dit misschien wel zo kan zijn, maar dat de mensen niet aan hun eigen ballen likken, niet met hun neuzen aan alle man’s urine lopen te snuffelen en niet eerst willen neuzelen welk ras die enorme stinkende grote bruine bolus gelegd heeft, alvorens zijn eigen keuteltje ernaast te leggen. De vrouw haalt verontwaardigd haar schouders op en laat opnieuw het hondje met zijn kleine roze tongetje aan haar tong likken. De echtgenoot staat er wat beschaamd bij en denkt waarschijnlijk met enige weemoed aan de tijd, dat hij zijn vrouw nog niet moest delen met een tongende poedel.

Sinds 15 september mogen de honden terug op het strand.  Ze lopen en zwemmen uitgelaten achter de bal aan die hun baasjes in de zee gooien. Sommigen rennen totdat de eerste golf zeewater tegen hun pootjes komt en blijven dan plots als een versteend standbeeld staan. Ze zetten zich in hun achteruit en gluren verontwaardigd naar hun baasjes om te zien of die idioot nu werkelijk zou verwachten dat ze de grote zee zouden ingaan. Anderen kwispelen langs de vloedlijn en leggen er een grote drol. De baasjes kijken dan, zogezegd per toeval, juist de andere kant op. Als wij ze blijven aanstaren komen ze betrapt op hun stappen terug en wriemelt de man een plastiek zakje uit zijn zwembroek. Daarna loopt hij met zijn stronttrofee naar de eerstvolgende vuilnisbak.

In de namiddag gaan ook wij naar het strand. Juist naast de strandingang zit de schriele Tante Sidonia, in monokini, in een stoel te zonnen. Iedere campinggast die het strand betreedt, staart vol ongeloof naar die twee necrofiele bruine theezakjes. Het doet bijna pijn aan de ogen. Misschien is die Nederlandse mevrouw wel degelijk ziek, of ziek geweest en geniet ze nu van de weldadige zonnestralen op haar  lichaam. Wie zal het zeggen? Van Keesje, haar hondje is niets te bespeuren. Die heeft misschien zijn Hollandse laatste hondenadem op Zuid Franse bodem uitgeblazen.

19-09-2016 om 20:27 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
13-09-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HELAAS PINDAKAAS

Sinds enkele jaren voert mijn lichaam een gevecht tegen allerlei voedselallergieën. Als kind had ik al last van een melkintolerantie, zodat ik ook nu nog bij elk dessert moet wikken en wegen hoeveel melk, room, of naar melk smakende pudding of ijs, mijn lichaam zonder problemen kan afvoeren. Nu heb ik er onlangs een look- en champignonallergie bij gekregen. Argeloos één lepeltje saus eten,waar deze ingrediënten in verwerkt werden, kan voor mij reeds resulteren in een namiddag, een avond en een nachtje krampachtig pot zitten met de rol toiletpapier op mijn trillende knieën. Daarboven op komt nog mijn schelpallergie, door op een welbepaalde vakantie teveel oesters en mosselen van Bouzigues te hebben gegeten. Mosselen, oesters, messen, venusschelpjes en sint jacobsschelpen behoren sedert jaren tot het verleden. Eventjes het lot tarten en een mosseltje meepikken, leidt niet alleen tot helse kolieken maar doet het licht uit in mijn hersenpan en laat me gewoon tegen de vlakte gaan. Dus vrienden moeten voor elk etentje op de hoogte gehouden worden van mijn allergie evolutie, in het restaurant moet ik het menu tot in het kleinste detail bestuderen of een welwillende kok vinden die de boel wil aanpassen.

In mijn ‘pre-allergisch tijdperk’ ging het er dus helemaal anders aan toe. Tijdens onze wereldreizen zetten wij onze tanden in alles wat wij enigszins door de lokale bevolking als voedsel aangeboden kregen. Hoe uitzonderlijker of vreemder, geurend of stinkend, soms smakkend van genot, soms rillend van afkeer, het ging er allemaal probleemloos in.

Men had ons echter verwittigd om tijdens een Egyptische Nijlcruise, alles te pellen en geen gewassen sla of rauwe groenten te eten. Dus tomaten en zelfs dadels werden geschild. Na een uitstap naar de vallei der Koningen, kieperde ik, en met mij bijna alle medepassagiers, op één onoplettend momentje toch een aangeboden citroendrankje achterover. Na een uurtje stond er een lange rij toeristen met reizigersdiarree aan de receptie om de lokale, volgens de reisbegeleider, veel beter werkende anti-diarreepillen te krijgen. Na inname stopte binnen het uur de spuitpoep en het reisprogramma kon zonder borrelende darmen voorgezet worden. Nadien bleek, dat er sinds die dag helemaal niets meer op natuurlijke wijze mijn lichaam verliet en er blijkbaar ook geen ruimte meer over was om er nog voedsel bij te proppen. Toen we na een weekje Nijlcruise in Cairo aangekomen waren, kwam ik na het bezichtigen van de piramides, met hevige kolieken en koorts terug de hotelkamer in waggelen. Manlief, die mij reeds terug naar België gerepatrieerd zag worden, charterde een taxi en reed in het avondlijke Cairo op zoek naar een apotheek. Toen hij terugkwam, vond hij mij hevig zwetend en koortsig vloekend op de Farao, in een bruine kliederboel naast de wc pot liggen. Hierin was ik juist bevallen van een kachelpijpdikke, half versteende, gigantische mega bruinzwarte salamidrol, gevolgd door een walgelijk stinkende racekaksmurrie- explosie die de volledige toiletpot vulde. Manlief waste me, legde mij in bed en deed me de Egyptische medicijnen slikken. Ook dit is liefde. Vervolgens besteedde hij de rest van de nacht, hevig kokhalzend, om die vloek van de faraostront door de Egyptische afvoerbuizen weg te krijgen. Maar hoe dikwijls manlief de wc ook doortrok, de gedurende één week opgespaarde Egyptische voedselstront weigerde richting riool te vertrekken. De substantie blokkeerde de afvoer en de toiletpot bleef zich vervolgens tot de rand toe opvullen met een ranzige bagger. Toen ik bij het ochtendgloren, door de eerste Allah Akbar, die over Cairo werd afgeroepen, wakker werd voelde ik mij een totaal andere toerist! Eens de faraovlaai eruit was, kreeg ik na een kleine week dieet en onthouding eindelijk opnieuw honger. En yes, ik was enkele kilo’s kwijtgespeeld en dus zoals wijlen Johan Cruyf steeds zei: “Elk nadeel heb ze voordeel”!

Onze drang naar avontuur en de ontdekkingsreis naar allerlei lokaal voedsel ging onverminderd verder. Zo aten wij in Thailand, onder luid gegil van onze medereizigers, allerlei gefrituurde sprinkhanen en insecten die lekker naar chips smaakten. In plaats van mee aan te schuiven aan de rijkelijk gevulde hotelbuffetten, liepen wij tweetjes de straat op en gingen naar het restaurantje juist om de hoek. Wij spraken geen Thais maar Engels, de man achter het eetstalletje sprak geen Engels alleen Thais. Met de universele gebarentaal van “wij willen eten”, bracht de eigenaar ons zo trots als een pauw, als de Keizer en de Keizerin van China, naar twee plastiek stoelen bij een kwakkelend tafeltje achter zijn naar kokos en curry geurende kookpotten. Wat we allemaal gegeten hebben weten we niet zo direct te benoemen, maar het was heel lekker. Nog voor we onze stokjes tot aan onze lippen konden brengen, was de Thaise tamtam al rondgegaan en kwamen twee trotse grootouders hun pasgeboren kleinkind aan deze twee toeristen tonen. Verlegen vroeg de oude vrouw of ze soms eventjes over de buik van manlief mocht wrijven, want wrijven over de belly van pappa Boeddha bracht volgens hen geluk! We hebben daar voor 1 US$ gegeten en het duurste was vermoedelijk de originele coca cola die ze in de aanbieding hadden.

 In Ecuador kochten wij aan een plaatselijk  barbecuestandje gegrilde cavia’s. In Riobamba kweekten de marmotten als konijnen en smaakten er ook naar. Terwijl onze medereizigers aan hun jeugdmarmotjes dachten en ons rillend bekeken, peuzelden wij aan die caviagrill en kloven wij smaakvol de beentjes af. In Zimbabwe wilden we tijdens een etentje zeker de locale aangeprezen delicatesse proeven. De kelner bracht heel trots op een soort gebak toren een paar lagen zwarte wormen. Niet meteen ons idee van lekkernij, maar in Victoria Falls een gegeerde knabbelspijs. Dat laatste was ook hetgeen er oranje blubberig en kleverig uitspoot als je op de worm beet. In Zuid Afrika logeerden wij in bungalowtjes in een ananaskwekerij. In een soort schuur had de eigenaar een lange eettafel klaargezet met daarop zoiets dat er uitzag als rijst met rozijnen en noten. Juist toen wij allemaal ons bord vol geschept hadden, ging het licht uit. De ananaskweker haastte zich om overal kaarsen neer te zetten, wat dan weer de insecten massaal aantrok. Overal hoorden en voelden we ze fladderen en zoemen. Ik ben er vrij zeker van dat ik op dat moment een aantal levende en bewegende rozijnen weg gekauwd heb…

Toen we in Vietnam bij de lokale bevolking sliepen, kregen wij ’s avonds een heel lekker stoofpotje voorgeschoteld. Wij konden niet onmiddellijk thuisbrengen wat we juist aan het eten waren. Toen we de homestay- eigenaar erbij haalden, bleef hij maar nee knikken op onze vraag of we koe, varken, kip, geit of lam aan het eten waren, maar toen we blaften, lachte hij heel geheimzinnig…Ach misschien had hij Boomer of Lassie wel moeten opofferen om de toeristen te kunnen voeden!

 

Zo heeft iedere bevolking zijn eigen eetgewoontes. Sommigen zijn zoals ik, carnivoren, anderen eten de zee leeg of worden vegetariër of veganisten.

Tot slot wil ik jullie ook nog het verhaal vertellen van de eerste en misschien de enige vegetarische hond, die wij ooit tegenkwamen.

Deze zomer, voordat wij naar de Middellandse Zee trokken, kampeerden wij eerst een weekje ergens ten zuiden van Anduze, langs de rivier de Gardon. Met de twee Nederlandse vegetarische campingbuurtjes en hun grote loebas labradorachtige hond Dusty, hadden wij onmiddellijk een prettige band. De twee mannen hadden een gezamenlijk punt van interesse gevonden en wisselden ideeën uit over de gezonde voeding volgens het boek ‘de voedselzandloper van Verburgh’. Ik noemde hun ondertussen al, de bende van Verburgh. De Nederlanders maakten alles, van ’s morgens de havermoutpap tot het vegetarisch ‘prakjesdiner’ klaar in een soort elektrische stoom- pruttelpot. De maaltijd bestond meestal uit gepureerde aardappelen vermengd met doosjesgroenten of macaroni met een vleugje van iets ondefinieerbaar. Van elke vegetarisch brij mocht die joekelhond de restjes uitlikken. Manlief  probeert, met het volgen van dit Verburgh- boek, zoveel mogelijk gezonde jaren aan zijn seniorenleeftijd toe te voegen. Alleen, beweert manlief, met de hand op zijn hart en zwerend op zijn communiezieltje, dat in het hoofdstuk, waarin staat hoeveel glazen rode wijn nog aanvaardbaar zijn om die gezonde levensstijl te kunnen volhouden, hij niet zelf handmatig de toegelaten hoeveelheden glazen per dag veranderde in flessen per dag! 

Enfin terug naar de camping in le Cardet. Wij zagen Dusty nooit genieten van hondenbrokken, een flinter vlees of een kluif.  En geloof het of niet, nog nooit hadden wij een hond zo snel de rivier zien overzwemmen en de oever zien opklauteren, toen zijn baasjes riepen: “Dusty, boterhammen met pindakaas!”  Dusty’s trouwe hondenblik scande kwijlend en bedonderd de lege campingtafel. Nog net zag ik boven zijn hondenkop een grote tekstballon verschijnen waarin stond: “Waf waf, vandaag toch geen ossenhaas, woef, woef, helaas weer pindakaas!”

13-09-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
11-09-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SLAAP TOERISTJE SLAAP
Klik op de afbeelding om de link te volgen

 

Via mijn vaders genen, kreeg ik bij de geboorte de reismicrobe geïnjecteerd. Zowel hij als ik wilden de hele wereld zien en beleven. Ik ben een hartstochtelijke wereldreiziger geworden, die evenveel plezier heeft en tijd  besteed aan de voorbereidingen. Manlief noemt mij nog steeds zijn persoonlijke toeristenadviesbureau. Nog steeds plan ik, zelfs onze caravanreisjes, maanden op voorhand en er is geen bezienswaardigheid of natuurverschijnsel in de wijde campingomtrek dat aan mijn interesse ontsnapt. Dus ook nu had ik een camping gevonden die aan alle criteria voldeed. Geen animatieprogramma, geen kinderdisco, geen miss camping verkiezingen, geen kareoke en vooral pal aan het strand van de Middellandse zee. Camping La Créole in Marseillan-Plage, een camping die in zijn programma schreef dat het om elf uur ’s avonds muisstil moest zijn, dat er geen radiomuziek, geen harde televisieprogramma’s en er geen hardop praten met de campingburen getolereerd zou worden na 23uur. Dus, voor personen zoals ik, die graag op tijd in bed duikelden, veruit de meest ideale camping. Ware het niet dat er juist aan de overkant van de straat en pal voor de ingang van de camping een café/restaurant was dat zich na negen uur ‘s avonds als een openlucht dancing ontpopte. Tot ver na middernacht stond er dagelijks een Claude François look alike ‘Alexandrie, Alexandra’ te kwelen. Voor hem aan de tafeltjes zaten, zoals wij het in het Antwerps zeggen, twee man en een paardenkop. Tien man, vol getatoeëerd klootjesvolk met zelfs een baby in een buggy, die als summum van hun vakantie, naar die kontdraaiende kermisattractie kwamen luisteren en de halve camping uit zijn slaap hielden. Gek, dat je echter niet de meest stille en slaapverwekkende campings en hotels onthoudt, maar dat je steeds alleen over de meest onverwachte, wonderlijke en bizarre kampeerterreinen en hotelaccommodaties blijft vertellen.

Niet de prachtige eenheidsworst hotelkamers in het chique Thaise hotel te Chiangmai, waar de witte marmeren inkomhal volledig met grote boeketten rode rozen versierd was, maar die ene hotelkamer in Amasya, ergens in het midden van Turkije, daar praten we nog steeds over. Toen we deze Turkse kamer openden, zagen we dat de hoteleigenaar, grootmoeders donkerglimmende bombastische, vooroorlogse slaapkamermeubels, waarschijnlijk van de plaatselijke kringloopwinkel, kris kras de kamer ingeduwd had. De grote hangkast stond half voor het raam en we moesten over de commode kruipen om in het hoge dubbele bed te kunnen slapen. Het meest gekke van deze kamer was de badkamer. Deze kwam niet gewoon op gelijke hoogte in de slaapkamer uit, maar de badkamerdeuropening, trouwens zonder deur, bevond zich zo’n grote halve meter hoger boven de slaapkamervloer. Er was geen trapje noch laddertje en dus moesten we onze kont op de badkamerrichel zetten en vervolgens onze benen naar binnen zwaaien. Dit maakte, dat een nachtelijke plas een behoorlijk avontuur werd. Slaapdronken mocht je gewoon eventjes niet vergeten dat je zo’n 50 centimeter boven het slaapkameroppervlak zweefde en een slaperige stap voorwaarts in twee gebroken benen kon eindigen.

  Niet één van de prachtige Best Western hotels in Amerika was echt het vermelden waard, maar dat kleine torenkamertje in Chichicastenango in Guatemala dat vergeten wij nooit. Achter het gewone hotel was nog één kamertje vrij, de torenkamer. Heel romantisch met een veel te groot bed voor in de enkele vierkante meters grote kamer. Voor de badkamer hadden ze een ongeziene oplossing gevonden. Juist naast het bed in een bijna ingemaakte kast, stond er een WC annex waslavabo. Heel ingenieus had men het bovenste deel van de spoelbak in een lavabo veranderd met daarboven een kraantje. Dus tandenpoetsen en wassen gebeurde half voorovergebogen over de wc pot. Het water liep in de spoelbak en werd later gebruikt om het toilet door te trekken. Onder het torenraam zaten een aantal hanen en wij kunnen jullie verzekeren dat Guatemalteekse hanen niet alleen kraaien bij het ochtendgloren, maar om tien uur, dan nog eens om twaalf uur, om half twee, om kwart voor twee en vervolgens was er steeds één haantje de voorste, die om het kwartier krijsend zijn bek opentrok tot de zon effectief opkwam.  ’s Anderdaags stonden wij geradbraakt op, met gigantische wallen onder de ogen en het was zeker niet van de romantiek!

Wij kunnen jullie niet meer beschrijven hoe het hotel er in Saigon uitzag, maar we weten nog heel goed hoe het in de kamer op de eerste verdieping leek alsof dag en nacht de gehele scooterende Vietnamese bevolking dwars door je kamer reed. Wat ons echter altijd zal bijblijven, was het slapen onder de blote hemel op bedjes met een muskietennet in een Homestay bij de lokale Vietnamese bevolking. Alleen het sjirpen van de nachtvogels, het blaffen van enkele nog niet opgepeuzelde honden en het gesnurk van de medereizigers weerklonk in de nachtelijke stilte.

 

En dan die ‘oorverdovende nachtelijke stilte’ in Malealea, in het kleine Lesotho tijdens onze Zuid Afrika reis, is onvergetelijk. Slapen in rondavels met een ijskast als nachtkastje tussen de twee eenpersoonsbedjes. Een ijskast die ’s morgens heel vroeg plots begon te rammelen en hijgen als de generator in werking gesteld werd en die ergens in de namiddag eensklaps zweeg als de elektriciteit uitgeschakeld werd. De overweldigende sterrenhemel, met vallende sterren en een blik tot voorbij het volgende galaxy, die je zonder lichtpollutie te zien kreeg! Dat zijn de dingen die wij ons levenslang herinneren!

En dan spreek ik nog niet van het meest rare voedsel dat wij gedurende al onze wereldreizen naar binnengespeeld hebben, maar daar wordt zeker nog een ander verhaaltje over geschreven. Stof genoeg!

Camping La Créole in Marseillan-Plage zal net, zoals al die andere nachtelijke lawaaikampeerterreinen in de toekomst vermeden worden en in de vergeethoek geraken.

 

 

 

 

 

 

 

11-09-2016 om 10:31 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
07-09-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE WERELD SCHOKT EN SCHUDT

Toen manlief, vorige week, zijn grote teen tegen een steen stootte, riep hij driemaal op een niet al te lieve wijze god aan. Ik zei dat ik veronderstelde dat god momenteel wel wat anders in gedachte had in plaats van naar die vloekende kleine man te luisteren. Hij, god dus, had juist de bergen in Italië wat door elkaar geschud, wat kerken en huizen in elkaar doen storten en wat mensen verbrijzeld en levend begraven. Gaan we aan zo’n god en zijn gelovige achterban nog hulp vragen om de boel opnieuw op te bouwen? Gaan we in zijn kerk nog bidden en kaarsjes branden omdat hij de zieltjes van de overledenen zonder pardon in de hemel zou ontvangen?  Of  gaan we gewoonweg heel hard tegen hem roepen en tieren dat hij een sadistisch ontoerekeningsvatbaar individu is? In een ‘godvergeten’ bergdorpje waar meestal alleen wat ouderlingen wonen, maar waar tijdens de vakantieperiode nu de kinderen en kleinkinderen op bezoek gekomen waren, liet god in het midden van de nacht complete chaos ontstaan. Hij had toch de aarde en de hemel gecreëerd en als architect moet je dan toch ook de foute constructies kunnen voorzien en de falende consequenties dragen?

Op de televisie zag men een oude vrouw in shock met de armen naar de hemel: ”Dio, dio, dio” roepen. Riep ze het in een hulpeloze jammerklacht, al vragend: “waarom god?” of riep ze het razend: “Godverdomme waarom?” Ze begreep totaal niet waarom juist zij door god gestraft werd! Door haar slapeloze nachten had ze de schokken gevoeld en gezien hoe de brokstukken van haar huis haar man, kinderen en kleinkinderen opgeslokt hadden. Krijsend had ze hun namen geroepen. Nog eventjes hoorde ze het gehuil van haar kleinste kleinkind en had ze met haar blote handen, in de pikdonkere nacht de stenen proberen weg te duwen. Alle aardse en hemelse hulp kwam echter te laat. Met haar ganse familie had de herder nog 280 slapende burgerschapen een claustrofobische dood bezorgd. Op één uur tijd was haar ganse bestaan van de wereld weggeveegd. Dio, dio, dio! Zij, die steeds zo christelijk geleefd had. Ze was gedoopt, had de communie ontvangen. Ze was in de kerk getrouwd, had nooit seks gehad voor het huwelijk en had nooit een andere man begeerd dan haar eigen Alfredo. Voor elke maaltijd hadden ze god bedankt voor de dagelijkse spijzen en elke zondag was ze trouw naar de kerkdienst gegaan. Boven haar bed hing er een kruisbeeld en in de bovenste lade van haar nachtkastje lag de bijbel. Haar kinderen en kleinkinderen waren gedoopt en haar hele volwassen leven had ze kaarsen gebrand voor het Maria beeldje. Dio, dio, dio! Waar was het misgelopen? Was het een sadistische straf omdat haar jongste zoon niet meer geloofde? God hoorde en zag toch alles? Dio, dio, dio,  Gaat die Italiaanse nonna nu het stenen Christusbeeld van zijn houten kruis slopen en met heel haar nog resterende  kracht, onder zijn stenen lendendoekje tegen zijn stenen kl…stampen? Gaat ze vervolgens, uit pure razernij de devote heilige blik van het Marie beeld met haar vuisten bewerken, haar de hersens inslaan en de brandende kaarsen onder haar ingebakerde kindje Jezus plaatsen. Gaat die Italiaanse grootmoeder haar geloof vanaf nu als een kaartenhuisje in elkaar zien vallen, net zoals de huizen van Amatrice? Gaat deze vrouw nog ooit gelukkig kunnen zijn, verwonderd over het avontuur van het leven of gaat zij en met haar nog vele anderen, na deze traumatische ervaring nog voor de rest van haar verwoeste leven op de verlosser zitten wachten?  Of maakt ze zichzelf wijs, als enige vorm van troost, dat God op dat moment eventjes met iets anders bezig was. Misschien luisterde hij wel met volle aandacht naar de vloeken en verwensingen van die kleine atheïst met zijn pijnlijke grote teen? Of bedenkt deze nonna, omdat haar geloof in de herder stevig wankelt, dat God eventjes niet in Amatrice aanwezig was, dat hij er om onduidelijke redenen eventjes niet was? Eventjes niet? Al miljarden jaren is hij er helemaal niet! 

Maar als God nu toch zou bestaan? Zou het dan niet eens tijd worden dat hij uit solidariteit niet alleen de aarde doet beven bij de armen en de ouderlingen, zoals in Nepal, Haïti en in de Italiaanse bergen? Zou hij er, gewoon om de mensen te laten voelen, dat voor hem elk individu even veel waard is, geen kleine aardbeving kunnen tegenaan kunnen gooien in bijvoorbeeld Vaticaanstad? Gewoon het goud, zilver, edelstenen, kunstwerken en de marmeren vloeren van Sint Pieters wat laten ineen storten, zodat zijn vertegenwoordiger op aarde en de carnavaleske aangeklede achterban zich een kardinaalshoedje schrikken en zich kunnen inleven in de miserie van de echt getroffenen? En liefst geen chaos ’s nachts, wacht dan liefst eventjes tot de Roomse bende weer een of andere seniele paus, een pedofiele priester of een controversiële Moeder Theresa heilig verklaren, dat zou pas een leuk bewijs van zijn bestaan zijn…

07-09-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
04-09-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VIVE LE ROI, VIVE LA BELGIQUE

Koning Albert is boos! Koning Albert is boos op onze vorige eerste minister Di Rupo, die hem een jaardotatie van Euro 1.400.000 beloofd had op het moment dat hij zijn Koninklijke staf aan zijn zoon Filip zou afstaan! Koning Albert, die al lang geen koning meer is, is boos, want de nieuwe regering gaf hem slechts een jaarsommetje van 900.000 euro om als gepensioneerde majesteit nog wat Belgische lintjes door te komen knippen. Ex Koning Albert is boos en hij weigert zijn Koninklijke kont nog voor dit pensioenbedrag vanuit Italië richting België te draaien. De koning is boos..zelfs op 21 juli, de Belgische Nationale feestdag, weigert hij voor dit minieme pensioentje nog op de defilé aanwezig te zijn. Hoe hard mogen wij, burgers, lachen om zo’n arrogante slappe reactie van onze ex- Koning? Arme man toch, vanaf nu zal hij zijn eigen bescheiden spaarrekeningetje moeten aanspreken om jachten en kasteel- villas te kunnen kopen. De Belgische burgers, die gemiddeld met een maandelijks pensioentje van plus minus Euro 1000 moeten rondkomen en die jaarlijks die gepensioneerde koningsdotatie moeten bij elkaar sparen, worden door zo’n uit een Koninklijke broek geschudde spermatozoïde werkelijk minachtend behandeld. Het purperpaarse schaamrood moest van zijn wangen tot in zijn Koninklijke overspelige liezen doorwroeten en het moest pijn doen, heel erg veel pijn doen. Maar zoals we al kunnen veronderstellen, heeft dat soort typetjes, die doorgaans hun ganse leven in de ivoren toren geleefd hebben, totaal geen schaamtegevoel noch respect voor wat eens zijn onderdanen waren.

Ik hoop dan ook dat de meeste Belgen nu eindelijk eens inzien welke hypocriete poppenkast ze al eeuwen financieel in stand houden!

Hoe hypocriet kan je zijn, als je na een Delphineke gedaan te hebben, de ring van de paus gaat kussen? Ik zie ze nog op de televisie, zij de heilige Koninklijke boon met een kanten niemendalletje op haar hoofd en hij met zijn doorzondige blik, neerknielen voor die jurkenman om door die kus al hun zonden af te kopen. Ik dacht dat de voltallige roddel- en rioolpers gierend van het lachen achter hun computer zouden kruipen om ons opnieuw een smeuïg verhaal over ‘papillon’ te brengen en minstens ons geheugen nog eventjes zouden opfrissen, maar niets daarvan. Kappersblaadjes vol knielende devote majesteiten. Hoe gaat dat dan in zijn werk, zo’n audiëntie? Praat de ene geheelonthouder dan met een vermanend vingertje de schuinsmarcheerder toe, alvorens de verlossende kus mag gegeven worden? Vraagt deze mijterman dan: “Sire, vertel het mij eens allemaal in geuren en pornokleuren!” “Ach U weet, of weet het niet monseigneur, maar het vlees is zwak en toen ik net over de grens zag, dat een prins met wat Lockheed- centjes er een minnares op kon nahouden, dacht ik, hé bien pour moi la même chose. Het was tenslotte niet helemaal alleen mijn fout, dat ik na jaren uitgedoofde Italiaanse passie, mijn Koninklijke staf in het verkeerde paleis parkeerde. Ik maakte van mijn dotatie een beetje een natuurlijke donatie. ’t Was tenslotte maar één letter verschillend hé!” Knipoogt die seksloze sinterklaas dan en vertelt die dan op een Alzheimer-light timbre: “Denkt U Sire, dat wij nooit in de verleiding komen? Dat onze jurk niet nu en dan omhoog komt, omdat onze kruisgang geprikkeld wordt? Wij bidden dan tot onze Heer, dat onze kleine heer van purperrode schaamte ineen zou schrompelen! Onze Heer hoort ons soms niet en dan behelpen wij ons met nu en dan een neefje, een misdienaartje of een koorknaapje op onze schoot te trekken. Voor een paar extra ouweltjes en een likstok krijgen we ze soms zo ver, dat ze ook onder onze jurk het wijwater gaan zoeken. Dus Sire, kus straks samen met Uw madame mijn goddelijke ring en al Uw zonden zullen vergeven worden!”  En als u die debiele onderdanen dan nog zover krijgt dat Uw dotatie alsnog wat opgeschroefd wordt, denkt U dan eventjes aan de katholieke offerblok??

Di Rupo, van de Partie Socialiste , die reeds droomt van een tweede herkansing als eerste minister, laadt nu reeds snel, voor de volgende verkiezingen,  een ballonnetje op. In plaats van de vijfdaagse werkweek, wil hij de burgers slechts vier dagen laten werken met behoud van loon. Met zulk populistisch gewauwel mikt hij in 2018 op een hernieuwde socialistische overwinning. Hij rekent erop, dat het plebs zichzelf elk verlengd weekeinde, met een cocktail in de hand onder een palmboom ziet zitten. Hoe simpel moeten zulke kiezers zijn om opnieuw in zulke sprookjes te gaan geloven?? Het zijn waarschijnlijk diezelfde simpele geesten die steen en been klagen als ze hun belastingsbrief thuis krijgen, maar die dan toch met Belgische vlaggetjes zich een tenniselleboog zwaaien als de door de belastingbetaler zwaar overbetaalde Koninklijke familie op het balkon verschijnt. Vive la Belgique et vive le roi!

 Sim, 4/9/2016 Marseillan-Plage

 

04-09-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
07-08-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OVER ARTRITISNEKKEN, REUMADUIMEN EN VIRTUELE FIGUURTJES

Wanneer bedenk je ineens; ik word een Pokémonjager? Is dit een besef dat al een aantal dagen in je bovenkamer suddert, of plopt zo’n idee spontaan bij je binnen. En wanneer gebeurt zo’n openbaring dan? Lig je met je luie krent al meer dan enkele vakantieweken al zappend voor de televisie of verveel je jezelf zodanig te pletter voor je tablet alvorens je echt actie onderneemt? Word je door je ouders om de vijf minuten aangemaand om toch iets te gaan doen en je luie lijf uit je bed te hijsen of zie je werkelijk zelfstandig het licht in de duisternis?

Als je in een opwelling van ondernemingslust dan werkelijk tot inkeer komt en je snel uitdijende vakantiekont uit de sofa opricht,  gaat er dan plots een lichtje branden met de tekst; Pokémon, Pokémon??

Hoe begin je er dan aan? Zachtjes, solojacht, helemaal alleen, of  lijkt zo’n tandem duojacht je interessanter? Slenter je liever als een jagende Gaston en Leo, met zijn tweetjes door de straten? Of sluit je jezelf liever ineens aan bij het Pokémon- debielenclubje om met zijn duizenden tegelijk op jacht te gaan? Vind je jezelf ook niet ongewoon dwaas, als je jezelf in de winkelruiten weerspiegelt ziet? Zo’n opgeschoten tiener met een half neergeknakte hals en een tot een tenniselleboog geforceerde arm met daarin aan het einde een schermpje dat ergens ten velde virtuele cartoondiertjes signaleert, die jij, en met jou duizenden anderen, moet zien te vangen. Houden de winkeliers die de Pokémon-rage in hun straat bestelden er geen kater aan over? Een populatie van ongeveer drieduizend man, die door hun straat zwalpten, het verkeer volledig blokkeerden, terwijl ze alleen oog hadden voor hun smartphone, de virtuele fictieve wezentjes en zelfs geen blik in de winkeletalages wierpen? Je moet maar als grootouder juist die ene dag uitgekozen hebben om, tijdens de vakantie, met je kleinkinderen naar de Antwerpse dierentuin te gaan, terwijl er plots zo’n 15.000  tekenfilmfiguurjagers te horen kregen dat er Pokémons in de Zoo gesignaleerd waren…

Hoe lang gaat het nog duren alvorens personen met slechte bedoelingen een groep jeugd naar één welbepaalde plaats gaan lokken en hun dan met een hele speciale en exceptionele Pokémon- boem gaan verwelkomen?  Een hele nieuwe generatie met artritisnekken en reumaduimen..Ach, er zijn al meer rages over ons heen gekomen die wij als zoete koek geslikt hebben..eens worden wij allemaal waarschijnlijk wel ooit volwassen zeker! Of niet?

07-08-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
23-07-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SPROOKJES BESTAAN NIET!

Ik las deze week in de krant, dat men na een afwezigheid van 60 jaar, in Antwerpen, op de vooravond van de feestdag op 15 augustus Maria- Tenhemelopneming, terug een Maria processie in de straten rond de Onze Lieve Vrouwe- kathedraal gaat organiseren. Waarom is men 60 jaar geleden ineens met deze rondgang op haar feestdag gestopt? Werd toen door de pastoor aan het teruglopend aantal katholieken niet meer met het vermanend vingertje gepredikt dat zij minstens langs de kant van de ommegang moesten gaan staan om Maria alle eer te bewijzen? Werd er toen al een Rubens- en rommelmarkt in Antwerpen georganiseerd, zodat de inwoners liever met zijn allen daarheen gingen? Werden vanaf die datum de mensen slimmer en liepen de kerken daarom leeg? Wanneer ergens in de geschiedenis zijn een paar seksloze mannen zichzelf en de gelovigen beginnen wijsmaken, dat zowel Maria als haar zoon Jezus (als één van beiden dan ook maar al bestaan heeft?) uit de dood herrezen en ten hemel opgestegen waren? Wie was er wat eeuwen later begonnen met deze verhalen in de horror- sprookjes bijbel neer te schrijven?

Vroeger begonnen de gelovige inwoners van Antwerpen al weken op voorhand papier in grote snippers te snijden, om samen met zand en rozenblaadjes voor de aankomende processie op de grond te strooien. Vergelijk het een beetje als de voorloper van de carnavalconfetti. Daar was er ook een stoet met hilarisch verklede mannen.

In de verte hoorde men eerst de trommelaars met een angstaanjagend tempogeroffel de optocht aankondigen. Daarachter liep dan stapsgewijs de fanfare van Sint Cecilia of Sint Jozef. Deze speelde geen vrolijke evangelische omroep gitaarmuziek van: “we gaan met zijn alles naar de hemel, naar de hemel, joepiejee”, maar religieuze requiemmuziek die het stapritme van de stoet aangaf. Na wat vaandels, bejaarde zwartrokken en afgevaardigden van de katholieke gezelschappen, die met een vroom ongelukkig gezicht voorbij schuifelden, liepen dan de plechtige communicanten van dat jaar, de handen in gebedshouding in elkaar gestrengeld. Zij waren opgetrommeld zodat ze met hun lange witte bruidskleren nog eens konden pronken en de stoet zo wat meer luister konden geven. Per communicant betekende dit tevens minstens twee trotse ouders die langs de kant van de optocht stonden en knielden. Daarna liepen een aantal misdienaartjes, die nog totaal van slag waren van wat ze daarstraks achter de kansel meegemaakt hadden. Eén luidde de bel zodat iedereen wist, dat het heiligste der heiligen in aantocht was. Dan kwam er een kluit ‘langejurkenmannen’ voorbij geschreden met zwaaiende wierookvaten en op gouden stokken vastgemaakte kruisbeelden. Als apotheose schokten er een achttal mannen voorbij met een loodzwaar schrijn op hun schouders. Hierop stond de met brokaat, kant en edelstenen aangeklede pop, die Maria moest voorstellen. Het beeld leek heel goed op het houten schrijn vastgenageld, alsof ze schrik hadden dat de poppenmie Maria nog voor de processie goed en wel afgelopen was, ten hemel zou willen opstijgen. En als allerlaatste waggelde dan de pastoor van de parochie, onder een baldakijn, met een gouden monstrans voor het gezicht aan de knielende gelovigen voorbij.

Het Madonna beeld helde met elke gesynchroniseerde stap van de acht mannen van links naar rechts, van links naar rechts, alsof ze het schuinsmarcheren van de Heilige Maagd nog wat wilden accentueren. Want wat was er, volgens mij toch, dan zo’n twee duizend jaren  geleden eigenlijk juist gebeurd. Een jonge maagd, genaamd Maria was uitgehuwelijkt aan de oude timmerman Jozef.  Maria haar inwendige kinderwensklok bleef gestaag voortikken, maar noch voor eigen plezier, noch voor de gebruikelijke voortplanting kreeg de oude Jozef zijn Charel niet meer in formatie. Maria heeft dan maar haar Lourdes- grotje met wat wijwater door één van de volwassen nog inwonende zonen van Jozef, laten inzegenen. Jozef was nog niet zo seniel, dat hij niet zag dat Maria’s buik maand na maand dikker en dikker werd en eiste een verklaring. Ik heb hier thuis ook zo’n exemplaar dat mij wil doen geloven dat zijn dikke buik uit de hemel is komen vallen, maar ik weet wel honderd percent zeker, dat het bij manlief niet de Here God, maar wel degelijk Bacchus, de god van de rode wijn was, die het tonnetje tevoorschijn toverde. Dit eventjes ter zijde..

Maria kwam toen met het verhaal dat God de Vader himself, Jozef een paar horens gezet had. Op een nacht was hij tussen de twee echtelieden in komen liggen en had zonder ook maar één spetter achter te laten, de maagd Maria onbevlekt zwanger gemaakt. Zij zou bevallen van de nieuwe koning der mensheid, die hij dan na 33 jaar op de meest gruwelijke wijze voor onze zonden zou gaan opofferen. Vermits Jozef nog nooit van Pinokkio, wiens neus na elke leugen langer en langer werd, gehoord had, dacht hij dan ook dat die langer wordende neus van Maria bij het zwangerschapsbeeld hoorde. Vrolijk vertelde hij het bevruchtingsverhaaltje overal rond. Ook de toenmalige Koning Herodes hoorde deze vertelling. Hij zou niet lijdzaam zitten afwachten tot er een staatsgreep plaatsvond en besliste dat alle in dat jaar geboren en nog als foetus ronddobberende jongens uitgemoord zouden worden. Jozef die niet wou wachten tot er plots een afgevaardigde van Herodes met een mand giftige appels aan de deur zou staan, vluchtte met de hoogzwangere Maria op een ezel,weg uit Betlehem. Hij kon het risico toch niet lopen dat als Maria in zo’n appel beet, zij voor eeuwig in het slaap zou vallen…Heuuh, foutje,  sorry dat is een totaal ander sprookje.. Enfin nergens was het koppel welkom en uiteindelijk kwamen ze aan een soort huisje midden in het bos. Ze klopten aan en een bibberend griezelig stemmetje riep vanuit het peperkoekenhuisje: “trek maar aan het touwtje, het deurtje zal wel opengaan…” Ach ik geef grif toe dat ik sommige sprookjes totaal door elkaar hussel. Maar wie begon er ineens met die Lieve Vrouwkes verering? Overal in de Katholieke landen zag men plots op de meest ongewone plaatsen Maria’s verschijnen. Was dit een katholiek opgezet spel, om op deze plaatsen, terwijl de halve bevolking scheel zag van de honger, zonder verkavelingvoorwaarden, zonder aankoop van de bouwgrond en zonder bouwvergunning zo snel mogelijk een buiten proportionele kathedraal of kerk met torens tot in de hemel te kunnen bouwen?  Een bedevaartsoord waar de armen en de simpelen van geest dan het goud, zilver, de edelstenen en de schilderijen konden komen bewonderen, waarmee ze de boel volstouwden? Begon men op dat moment ook reeds met de religieuze merchandising van in grotten afgebeelde Mariabeelden,  plaasteren Madonna’s met de ogen devoot richting hemel, de plastic Jezus- flessen vol wijwater en de houten Christuskruizen? Waar liep het ergens fout? Waarom beseften ze juist 60 jaar geleden, dat ze beter met die komedie konden stoppen?

Ik kan mij voorstellen, hoe frustrerend het werd om met die poppenkast door de bijna lege straten van Antwerpen te schuifelen terwijl er in elke straat nog maar één oud vrouwtje te zien was, dat amper nog kon knielen. Langs het begijnhof en langs de kloosters van de witte of de zwarte paters stond soms nog wel eens een, in zwart geklede biddende, begijn en een paar kloosterlingen langs de weg, maar ook dit was een uitstervende soort?  Waar waren ineens al die Antwerpse gelovigen gebleven? Wie verwachten ze nu plots langs de straten van de koekenstad te gaan vinden, als ze die processie nieuw leven inblazen? Wie gaat men dan nog warm krijgen om opnieuw naar dit circus te komen kijken nu er steeds meer moslims dan rasechte katholieke Antwerpenaren in onze straten rondlopen? Wil men nu ineens reageren tegen de opkomst van die andere idiote religie?

Willen ze, net als met Tomorrowland, vliegtuigen en busladingen vol Zuid Amerikaanse, Italiaanse en Spaanse gelovigen naar Antwerpen halen? Gaat men  alle hier werkende Poolse arbeiders optrommelen? Belooft men aan alle grijze kwezels en terminale senioren, die voelen dat hun einde bijna nadert, dat ze met wat verlate devotie hun hemel alsnog kunnen verdienen, als ze hun religieuze twijfel in God, Maria en Jezus maar zo snelmogelijk wegmoffelen? Roept men de Chiro- leiders, met hun vakantiekinderen van hun kamp in de Ardennen terug om devoot aan de uitgang van de kathedraal te gaan staan? Misschien gaat men de senioren van de katholieke rusthuizen, volledig ingepamperd,  in hun rolstoelen langs het parcours vastzetten? Men moet dan vooral de licht dementerenden heel goed op voorhand verwittigen dat ze alleen voor de pop Maria hun hoofd moeten buigen en niet voor alle Maria look a likes , die met hoofddoeken op, dikke buiken en lange gewaden in het Antwerpse straatbeeld rondlopen.

Sim,  Antwerpse atheïst in Edegem, 23/7/2016  vol verwachting naar 15 augustus.

 

23-07-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
30-06-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZOEKEN JULLIE EEN REISBIJSTAND IN HET BUITENLAND??
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Regelmatig zie je nu, juist voor de zomervakantie, reclame op de televisie voor Reisbijstand en assistentie bij pech in het buitenland. Voor jullie eventueel zulke polis afsluiten, lees ons onderstaand verhaal en hoe wij geholpen werden door de firma waaraan we al decennia lang voor zulke bijstand in het buitenland  betalen. Ik zal de volledige naam niet noemen, want ik ga deze mail aan alle familie, vrienden en kennissen doorzenden met de vraag om hem op hun beurt als” reclame”aan alle familie, vrienden en kennissen door te mailen. Tevens ga ik dit op Facebook zetten. Maar de naam begint met T van teringlijders en eindigt met de G van geschifte telefoondames, daarachter komt nog Family Full en voertuig bijstand.

Op één van onze laatste vakantiedagen vertrokken wij met auto en caravan vanuit ons Zuid Franse vakantieoord richting noorden. We waren nog geen 15 km voorbij de oprit in Cavaillon op de autosnelweg A7 richting Avignon, toen het leek of onze caravan een geweldige wind liet. De caravan slingerde niet maar achteropkomende auto’s toeterden. Klapband. We reden de auto op de pechstrook. Gelukkig was het een lekke band aan de kant van de reling en was er verder niets beschadigd. Terwijl de vrachtwagens voorbij denderden, kwamen wij dus uit de auto en trokken onze fluo- vestjes aan. De gevarendriehoek werd achter de caravan gezet. De autokoffer werd uitgeladen om de krik op te duikelen en het reservewiel van de caravan werd uit de disselbak gehaald. Manlief begon onder de reeds brandende zon aan de job, krikte de caravan op, draaide voor alle zekerheid twee pootjes tot op de ondergrond en probeerde uit alle macht de wielbouten los te draaien. De krengen weigerden los te komen! Oké, vermits er geen beweging in kwam, besloot ik de pechstrook noordwaarts af te wandelen tot aan een praatpaal. Mijn schoenen waren al bijna versleten van op het hete beton lopen en iIn de verte zag ik manlief met caravan al helemaal niet meer staan, maar nog steeds had ik geen aanduiding noch een praatpaal gezien. Ik herinnerde mij opeens dat wij wel degelijk een T….g Assistance, hulp in buitenland hadden. Yes, eventjes bellen en het zou voor ons opgelost worden… dacht ik. Terwijl ik terug richting auto en caravan stapte, toetste ik mobiel het nummer van onze reisbijstand in. Terwijl de camions mij luid dreunend voorbijreden, waren de meerkeuzevragen, jullie kennen ze wel, druk 1, druk 2 enz voor de taal die we verkozen bijna niet te verstaan. Vervolgens meerkeuzevragen voor alle mogelijkheden, met als nummer één, wenst U een nieuwe polis af te sluiten…ik dacht het niet! Toen ik eindelijk het juiste nummer ingetikt had om technische bijstand te krijgen, bleek de persoon die mij kon helpen in gesprek. Blijf aan de lijn hangen, wij helpen U zo dadelijk voort…Nog voor ik contact had, hoorde  ik een opgenomen bandje, dat zei : Dit telefoongesprek wordt opgenomen, zodat wij later kunnen nagaan, hoe wij onze service kunnen verbeteren. Eindelijk nam er een hulpdesk- dame met een Hollands accent op en vroeg of ze ons kon helpen.  Ik begon mijn verhaal, dat wij, op juist zo’n 15 km na de oprit van Cavaillon op de autosnelweg A7 richting Avignon een klapband aan de caravan gekregen hebben, maar dat manlief de wielbouten niet loskreeg en of zij iemand met wat meer kracht onze richting konden uitsturen. Dat leek toch een min of meer simpele vraag niet? Maar de telefoniste van de firma met de T van trut en de laatste letter een G van geestelijk gehandicapt begon mij op een trage slepende toon allerlei ergerlijke vragen te stellen. Ik ben er van overtuigd dat de allereerste vraag, ‘wat is de nummerplaat van Uw caravan’ wel degelijk heel belangrijk is, maar wat er volgt is volgens mij alleen handig voor hun eigen statistieken en niet voor twee gestresseerde senioren die langs de kant van de weg op hulp wachten. Het gaat als volgt en voor alle duidelijkheid ik overdrijf niet! Ik ben uiterst kalm en beleefd gebleven, maar in mijn hoofd ketsten de de verwensingen als bliksemschichten tegen elkaar!

Nou Mevrouw, nu heb ik de nummerplaat van de caravan, kan U ons ook zeggen hoe lang deze is? Welke kleur heeft Uw caravan en welke merknaam staat erop te lezen? Hoe oud is Uw caravan en hoe breed is Uw caravan en hoe hoog? Weet U dit niet, wat zal ik dan invullen Mevrou? Hoeveel weegt Uw caravan in lege toestand en hoeveel weegt hij nu Mevrou? Hé dame van de firma met de T van Toedeloe…en de G van gaan we er nog iets aan doen,  wij vragen U toch niet om onze caravan te slepen of te repatriëren, wij vragen gewoon om iemand te sturen die de wielbouten er af kan draaien! Voor zover ik weet, staan er hier geen twintig caravans met een klapband langs de snelweg hoor! Voor zover ik weet staan er geen 10 caravans met een lekke band op hetzelfde stuk van de A7 juist na de oprit van Cavaillon....

Nou Mevrou, ik weet dat dit niet leuk is, maar ik moet U nu eenmaal al deze vragen stellen om ons dossier in orde te maken, dus nog eventjes geduld hoor! Welk merk is Uw auto? Heeft hij nog steeds dezelfde nummerplaat, die U destijds aan ons doorgegeven heeft? Ja zeker, staan al deze gegevens niet  allemaal in Uw dossier opgeslagen, sinds het moment dat wij een nieuwe auto aangekocht hebben en ik Uw diensten van al deze veranderingen op de hoogte bracht? De helpdesk- bediende leutert doodleuk ongestoord verder.

Welke kleur heeft Uw auto? Hoe oud is Uw auto? Hoeveel kilometer hebt U reeds op de kilometerteller staan? Bent U met zijn tweeën of hebt U ook nog een huisdier bij U?

Luister eens mevrouw, ik begrijp niet goed waarom U mij nu reeds meer dan 10 minuten aan de telefoon houdt, terwijl wij gewoon iemand nodig hebben die kracht op de wielbouten kan zetten?

Nou Mevrou, nog eventjes hoor, nog een paar vraagjes gaat ze op dat Hollandse bekakte toontje verder alsof we gezamenlijk aan een theekransje zitten. Zijn jullie met vakantie? Ja..Wanneer zijn jullie met vakantie vertrokken? Hé, of wij nu op 1 mei, 15 mei of 10 juni met vakantie vertrokken zijn, wat heeft dit allemaal te maken met onze vraag, we staan op de A7 en hebben hulp nodig om die wielbouten er af te halen!!

Ik veronderstel dat de call center juffrouwtjes nog nooit met een lekke band langs een heel drukke snelweg gestaan hebben, noch een klapband vervangen hebben, terwijl de helft van het Europese vakantiewagenpark en camionbestand met een snelheid van 130 km per uur voorbij zoeft.

Het schuim staat me bijna op de lippen, als ze doodgemoederd voortgaat, leuk! Vakantie. Bent U nu op de terugweg? Ja..Ho, Mevrouw bent U onderweg of staat U reeds op Uw tussenstop overnachtingadres?  Godverdomme, ik heb U nu reeds driemaal verteld dat wij op de A7, juist na de oprit Cavaillon, richting Avignon staan, we een klapband aan de caravan hebben, niet gerepatrieerd, noch gesleept dienen te worden, alleen wat hulp…De stoom komt nu langzaam uit mijn oren.

Nou Mevrou, heeft U een reserveband voor de caravan bij U?

Miljaarde Teletubbie van de Pech-verhelping in het buitenland, met de T van truttebees en eindigt met de G van geen kloten waard, dat is nu juist wat wij proberen te doen, die reserveband op de caravan krijgen!

Jullie houden het niet voor mogelijk, maar dan zegt die stomme telefoniste, die mij ondertussen een half uur heeft beziggehouden, Ik hoor het voorbijrijdende verkeer, staat U nu soms op de autosnelweg?

Als ik op dat moment aan die Hollandse truttemie had gekund, dan had ik haar met plezier door onze mobiel gesleurd. Ik wil nog begrijpen dat haast en spoed zelden goed zijn, maar wij zijn ondertussen een half uur verder en manlief had mij al gevraagd of ik soms, op onze telefoonkosten, mijn levensverhaal aan het vertellen was en of er nu nog iets ging gebeuren. Eventjes verwachtte ik dat er plots een Candid camera filmploeg uit de struiken zou springen en ons lachend zou vertellen dat het allemaal om een grap ging. Dijenkletsen en jolijt alom. Maar niets is minder waar, want daar gaat de telefoonjuffrouw zeurend verder.

Nou Mevrou, eventjes mijn dossier overlopen en kijken of ik alle vraagjes heb ingevuld, misschien nog één vraagje. Ze taterde verder alsof we gezamenlijk aan een theekransje zaten! Ik kan het niet laten, mijn tenen krullen van verontwaardiging en vraag of ze godverdomme mijn gewicht en de maat van mijn schoenen ook nog nodig heeft. Ik hoorde een oorverdovende stilte aan de andere kant, haar adem stokte eventjes in haar Hollandse keel. Nou Mevrou, wij gaan U helpen hoor, ik verbreek dadelijk onze verbinding en dan moet U 17 bellen, die mensen gaan U onmiddellijk helpen. Als die garagist U geholpen heeft, wilt U onze diensten dan hierover eventjes van op de hoogte brengen aub. We hadden blijkbaar ineens tot volle voldoening van onze reisbijstand- dame haar computer- enquêtelijstje vervolledigd. Met deze vragenlijst kon je doctoreren en afstuderen.

Halleluja er kwam schot in de zaak, dacht ik…

Dus, vol goede moed draaide ik 17. Bonjour, en dan in het Frans, kan ik U helpen..Nu betalen wij al jaren onze reisbijstand, omdat het altijd handig is om je probleem in je eigen taal uit te leggen en nu wordt ineens van ons verondersteld om het verhaal helemaal opnieuw, in het Frans,  aan die nieuwe dame uit te gaan leggen. Bon soit, het lukte!

Zei die dame, kan U eens op de pechstrook wandelen totdat U ergens op het beton een cijfer ziet staan? Dus ik begin nu een wandeling op de pechstrook richting zuiden. Ergens na 5 minuten wandelen met nog steeds de mobiel tegen het oor, zie ik het cijfer 6 op het beton staan met een pijl die nog verder van de auto wegwijst. Eh bien Madame, gelieve nu nog 600 meter te stappen en daar staat een praatpaal! We waren op dat moment  in het totaal reeds drie kwart uur verder!

Wat is er nu simpeler:  Hallo, reisbijstand in het buitenland? Wij zijn bij U verzekerd, dit is onze polisnummer, wij staan op de A7, na de oprit Cavaillon, richting noorden Avignon, wij hebben een klapband aan de caravan met nummerplaat…, wij moeten niet gesleept en moeten niet gerepatrieerd worden, er is geen ongeval, stuur ons iemand om de wielbouten er af te draaien..

Zij beantwoorden onze telefoon en regelen een interventie.

Desnoods sturen zij hun vragenlijst per mail of per post aan ons op en vragen deze in te vullen, maar hou in godsnaam de mensen, die zich reeds in een stresssituatie bevinden, geen half uur onnodig bezig.

Ondertussen had manlief de wielbouten van de caravan losgekregen en riep mij om te assisteren, want telkens er een vrachtwagen voorbij denderde, werd de caravan de ene kant aangezogen en werd hij met de windverplaatsing richting vangrail geduwd. Samen kregen we het reservewiel erop. Wij reden naar het eerstvolgende tankstation en pompen het reservewiel tot de juiste luchtinhoud op.

Terwijl wij verder richting Avignon reden, belde ik onze hulpverlening met de T van toeternietmeertoe en de G van geen chique waard, terug op. Ik krijg een hele vriendelijke mijnheer aan de lijn. Ik verwittig hem, dat wij geen interventie meer nodig hebben, dat er niemand komen opdagen is en dat wij zelf de reserveband vervangen hebben. Prima Mevrouw Vercauteren, antwoordt deze man, we annuleren deze interventie, goede reis verder. Eventjes later opnieuw telefoon. Diezelfde mijnheer, alles nog steeds oké Mevrouw Vercauteren?Geen problemen meer op de snelweg?Dat kan tellen als klantvriendelijkheid nietwaar, een overbezorgde hulpdesk- bediende!

We reden een vijftal minuten richting noorden, als de telefoon opnieuw rinkelde. Nou Mevrou Vercauteren, U heeft blijkbaar geen interventie meer nodig?Wilt U nu eventjes opnieuw 17 bellen en daar vertellen dat U afziet van de …...

Ik luister verstomd naar dat Hollandse accent. Nou Keesje, Treineke, Bep of hoe je ook mag heten,  je bekijkt het maar, bel zelf die 17 en vertel hun in je mooiste Frans dat wij Uw hulp niet meer nodig hebben! Ik hoop alleen, dat iemand zijn euro valt, als men later het telefoongesprek op het bandje beluistert, dat dit niet de manier van handelen is, die twee opgefokte caravanbezitters met een lekke band op een razend drukke snelweg nodig hebben! Hoe noemen jullie dit klantenservice?

Dit was nu die spreekwoordelijke druppel, die ons heeft laten besluiten dat de Pechverhelping- Reisbijstandpolis van de firma met de eerste letter T van Trek zelf jullie plan en die eindigt met de letter G van gesjareld, nooit meer verlengd zal worden.

 

Sim,   Nog steeds stomend van verontwaardiging!       Edegem 28/6/2016

 

 

30-06-2016 om 14:10 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
16-06-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE OUVERTURE VAN WILLEMCAMPERTELL
Klik op de afbeelding om de link te volgen

We staan nu al meer dan een week op een camping in Saint Rémy de Provence. Over bijna heel Frankrijk dondert,bliksemt en regent het. Aan de Middellandse zeekust worden de wolken met hevige windstoten door de mistral  uiteengedreven, maar hier, in dit zalig stukje van de Provence worden de meest grijze wolken door de warme zon tot witte Vincent Van Gogh wolkjes herleid.

Twee Nederlandse en twee Vlaamse caravanechtparen bivakkeren al een tijdje in hetzelfde campingstraatje met 6 beschikbare staanplaatsen. De camping was volledig volzet behalve nog twee heel smalle plaatsjes achter aan ons laantje. Eergisteren kwam er een nieuw Zwitsers camperkoppel ons laantje ingedraaid. Ze wilden de mobilhome met zijn voorkant in het smalle plaatsje plaatsen. Er in, er terug uit, terug erin, dichter tegen de haag, verder van de haag. De campingeigenaar zelf begeleidde het moeizame parkeren van de Gruyèrechauffeur, maar tevergeefs. Het knoeigemanoeuvreer bleef echter maar duren en de campermotor blies de ganse tijd zijn diesellucht de Provençaalse dampkring in. Zijn echtgenote stond achteraan met haar armen te zwaaien, klopte nu en dan met de vlakke hand op de camper en riep allerlei onhandige aanduidingen. De campingbeheerder hield het voor bekeken want de eigenzinnige Zwitser was blijkbaar ‘oostzwitsersdoof’. Eén van onze kamperende noorderburen kreeg het zo danig op zijn heupen, dat die op de camperruit tikte en riep:” Nu gaat die motor uit, nu onmiddellijk!” Een norse redelijk volslanke Zwitser kwam uit de camper gekropen en brulde wat naar zijn koekoeksvrouw. En kijk, ik verzin dit echt niet! Hij droeg een camouflage kakikleurige mouwloos T-shirt op een rood glanzend satijnen onderbroekshortje, met witte Kerstmannetjes erop. Het was voor de man misschien zo’n ontgoocheling geweest toen hij met kerst zijn geschenkje uitpakte en daarin de desbetreffende satijnen onderbroek vond, dat hij nu zijn frustratie op zijn echtgenote uitwerkte door niet alleen in het gesatineerde geval te slapen, maar er vrolijk in rond te rijden en over de camping te stappen.  Zijn echtgenote, met conventionele lange beige broek en een witte klassieke bloes stond er wat beteuterd bij en leek niet alles meer te begrijpen. Misschien was het wel terecht dat mijnheer slecht gezind was op zijn klunzige vrouw, want de eerste keer dat mevrouw Gruyère richting camping afwasplaats trok, balanceerde haar wasteiltje vooraan op het fietsstuur en nog voor ze met haar voet de eerste pedaal kon raken, flikkerde de ganse afwasboel de grond op. Een paar uur later ging ze met een plastiekzakje vol lege flessen richting afvalcontainer en scheurde na twee stappen de bodem uit de zak. Tja..je mag zo’n mensen natuurlijk niet op grond van hun uiterlijk beoordelen, maar in dit geval ben ik bijna zeker dat die twee geen onverdeelde vrolijke vakantie tegemoet gingen. Als je een oudere dikke misnoegde ‘grumpy old’ man, met een kerstmisonderbroek over de camping ziet fietsen, dan hoop ik voor hem en zijn klokkenspel, dat hij hier onderaan nog minstens een ander broekje aanheeft. De man leek ongelukkig en had duidelijk zijn eerste camperreis helemaal anders voorgesteld. Misschien had hij wel degelijk, buiten zijn onhandige vrouw, ook nog een goede reden om slecht gezind te zijn. Misschien was zijn firma wel failliet gegaan? Misschien werd hij tegen zijn pensioenleeftijd wel met een gewone, in plaats van een gouden handdruk op straat gezet? Misschien had hij thuis nog twee inwonende onhandelbare kinderen achtergelaten, die vroeger eender verbeteringsgestichtje of drugdealertje speelden als alternatief voor vadertje en moedertje of doktertje? Misschien werd hij, vanaf nu, verplicht de vakanties door te brengen met moeder de vrouw in plaats van te genieten van snoepreisjes met zijn mooie blonde sexy secretaresse? Dus waarom die man zo nors voor zich uit bleef staren had wel duizend redenen kunnen hebben, alleen welke weten wij niet.

Al enkele dagen, werd er op het internet gewaarschuwd dat het ook hier zou kunnen gaan regenen of onweren. Terwijl wij ’s morgens buiten aan het ontbijt zaten en de hoeveboter uit zichzelf veroliede van de warmte, kwamen Willem Tell en zijn vrouw voorbij gefietst. Hij droeg een dikke fleecetrui en was volledig in fluo ingepakt, zodat hij eender op een straatarbeider leek, die op gevaarlijke plaatsen op de autosnelweg de gaten moest gaan opvullen. Zij droeg een anorak en op haar hoofd bungelde een gebreide muts met oorflappen. Het was een winteroutfit waar je minstens mee naar het Noorderlicht of naar Antartica zou kunnen fietsen, maar waarmee je hier in de Provence bij 28 graden in de schaduw heel wat bekijks zou kunnen hebben.

Al na enkele minuten kwam Madame terug ons campinglaantje in gefietst. Blijkbaar vergeten haar sneeuwkettingen op te leggen! Maar ze was alleen vergeten haar fluo- hesje over haar seizoenuitdossing te dragen. Wij hebben er het raden naar hoeveel liter zweet ze weg gepeddeld hebben.

De ganse dag bleef de zon schijnen en de temperatuur ging zelfs nog een beetje de hoogte in. Het werd een beetje onweerachtig en toen er ’s avonds enkele druppeltjes vielen, begonnen de Zwitsers opnieuw met hun campertje te manoeuvreren.  Wij, de Nederlands- Vlaamse bezetting,  stonden er bij en keken er naar, benieuwd wat er nu weer aan de gang was.  Dit maal zat mevrouw achter stuur. Ze reed de auto in tien, vijftien bewegingen, onder luid geroep van mijnheer Kerstmanbroek, achteruit het laantje uit. Eerst vergaten ze hun elektriciteitskabel uit te trekken, dan leek het alsof ze in de Vlamingen hun voortent zouden belanden en na de tiende poging ramden ze bijna het watertappunt. Hun uitleg was, dat ze schrik hadden dat ze de volgende ochtend, moest het hard gaan regenen, niet achterwaarts meer uit hun staanplaats zouden geraken. Dit was de eerste rechtstreekse taal die ze tot ons richtten. Er was tot op dat moment, geen goede morgen, geen goede avond of smakelijk over hun Zwitserse lippen gekomen. De camper werd ergens ver op de camping gedraaid en kwam vervolgens, nu met mijnheer aan het stuur, in zijn achteruit terug ons laantje ingereden. Het zweet stond in hun schoenen maar geen van beiden kreeg de camper terug in de campingplaats gedraaid. Het was overduidelijk deze Willem Tell kon niet mikken noch rijden. Wij zijn met zijn allen met een giechelkramp in onze caravans gedoken..we konden het gesukkel niet meer aanzien. Ze bekeken het maar! ’s Morgens hebben wij ze niet horen wegrijden, spijtig want er had hoogstwaarschijnlijk nog een verhaaltje ingezeten!

 

Sim, Saint Rémy- de-Provence   16 juni 2016

16-06-2016 om 18:29 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (2)
12-06-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.STOELENDANS

 

Vorig jaar september zag ik op een Zuid Frans strand twee Engelse senioren godsjeugdig liggen soezen in een relaxzetel. Manlief en ik hadden er juist een lange strandwandeling opzitten en zo met de beentjes omhoog de vermoeidheid uit je lichaam verdrijven, leek mij op dat moment zo’n zalig idee. Ik besloot ter plaatse om ook bezitster van zo’n camping relaxzetel te worden. Nog maar dit idee opperen, bleek bij manlief als een rode lap op een stier te werken. Onmiddellijk kwam de opsomming van alle tuinstoelen, tuintafels, verstelbare campingtafels, ligbedden en campingstoelen, die in ons tuinhuis stonden. We hadden al een gewoon knalgroen strandbed, dat nog best mee op reis kon. Mijn opmerking dat het voetengedeelte niet meer naar boven bleef staan maar triestig tot in het zand naar beneden hing, veegde hij met een wuivend handje weg. En dat ligbed, dat donkerblauwe met dat luifeltje, waarmee je gezicht in de schaduw blijft, datgene dat ik hem ergens onderweg in Frankrijk uit een Lidl opgedrongen had, was dat dan niet goed meer? Ja dat bed was best goed, maar telkens manlief dit mee naar het strand moest sleuren, ging dit gepaard met een gezucht en een gesteun dat het helemaal niet praktisch was om te dragen en dat het onderweg reeds uit elkaar viel. En al die andere, gewone campingstoelen dan?? Wil je die ineengezakte, met touwtjes aan elkaar gebonden exemplaren zeggen? Die rampstoelen die jij nog steeds niet wil weggooien, maar waar een normale mens doorzakt? Of die knalgele kampeerstoel, waar vooraan, onderaan een stang mankeert? En die nieuwe dan, waarom hebben wij die dan gekocht? Die is voor als onze kleinzoon met ons met vakantie gaat. Dat kind blijft geen 20 kg wegen en moet toch niet steeds op zo’n reparatiezeteltje zitten. Wat moeten de andere kampeerders dan van ons denken, dat wij zigeuners zijn, die campingstoelen van de vuilnisbelt oprapen?  Eventjes was het stil maar de litanie werd al na een paar minuten voortgezet. We hebben rommel genoeg, dus zet die relaxzetel maar uit je hoofd. Mijn idee fixe werd die vakantie wat verdrongen tot we, terug thuis, voor een andere aankoop in de Makro kwamen. Daar stonden ze broederlijk kleurig naast elkaar, allemaal relaxzetels. De discussie laaide weer in alle hevigheid op. Neen, er werd geen relaxzetel gekocht! Maar manlief moest mij nu na al die jaren toch al veel beter kennen dan dat. Hij wist ondertussen dat als ik iets in mijn hoofd heb... Haha en daar was dus internet! Nederlandse kampeerbenodigdheden winkels vol met alle mogelijke kleuren, maten en prijzen opplooibare relaxzetels en een doorzetter met een creditkaart in aanslag. Twee dagen later stopte er een Nederlandse koerierdienst voor onze woning. Hij sleurde een gigantisch grote doos uit het vrachtwagentje. In die doos zaten een afwasteiltje met twee handvaten, twee nieuwe wandelstokken en een lichtblauwe Lafuma relaxzetel. Een gelukkig vrouwtje dat eindelijk in het bezit was van dat lang gewenste dolce fare niente bed. Max de relax werd door een binnensmonds zanikende manlief bij de rest van de bedden en stoelen in het tuinhuis gezet in afwachting van de volgende caravanreis. Het verhaal over het fluo groene afwasteiltje is van een totaal ander kaliber. Weten jullie hoe dik zo’n plastieklaag is? Wel na drie maal een afwasje kwam manlief terug van het campingsanitair met de mededeling: “Ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws. Het goede nieuws is, dat de afwas helemaal gedaan is en het slecht nieuws is dat er een gat in de afwasteil zit. Hoe dit mogelijk is, weet ik totaal niet.”  Onderaan in mijn nieuwe handige afwasbakje zat een gat ter grote van een twee eurocent. Begrijpen, wie begrijpen kan…

In mei was het dan zo ver en ik kan jullie meteen vertellen dat ik het wedstrijdje ‘welk-ligbed-mag-er-mee-op-reis’ gewonnen heb. De blauwe relaxzetel kreeg een transferplaatsje tussen onze twee campingstoelen op ons caravanbed en mocht mee richting Frankrijk. Max zou mijn overbelaste wandelbeentjes laten recupereren en mij elke dag weer ontstressen.

Telkens, de stoelen van het caravanbed verwijderd moesten worden, hoorde ik weer datzelfde gesakker. Wist ik wel hoe zwaar dat ding was? In plaats van relaxatie bracht Max de relax de nodige stress. Tot we ergens een paar dagen ter plaatse bleven. Plots had manlief mijn Max de relax ontdekt. Na wat gemopper, dat je dat blauwe ding amper open kreeg werd de stoel, na elke wandeling,  zo snel mogelijk stiekem uitgeplooid en legde manlief zich met de beentjes omhoog te ruste.  Als ik hierover later een opmerking maakte, bediende hij zich met de uitspraak: “Eerst omeke, en dan omekes kinderen!”. Na het slaapje kwam dan het geleuter opnieuw, dat de stoel op niets trok, want dat hij er niet op een normale manier kon uit opstaan. Ik keek dan die stoelgymnastiek een beetje smalend aan en liet manlief gewoon wat bengelen; Het was anders poepsimpel hoor! Je moest gewoon met je ganse bovenlichaam vooroverbuigen en dan plooide Max vanzelf in opstaanmodus. Maar manlief zwiepte steeds met zijn benen over en weer en die bleken te kort te zijn om aan de grond te geraken. Zodra hij zich uit de zetel bevrijd had, begon het geëmmer opnieuw. De stoel was te zwaar, te onhandig en moest dringend gesmeerd worden…enz. Enfin, aan mijn lichtblauw relaxzeteltje was niets goeds tot we ‘s anderdaags weer van een vrij lange wandeling terug in de camping kwamen. Ik moest nog niet naar de zetel wijzen, of met de commentaar: Eer is een spreekwoord dat zegt: “Age before beauty” werd mijn pareltje onder mij neus weggetrokken.  Manlief installeerde zich in de schaduw, met de rugzijde van de stoel lichtelijk bergaf. Onmiddellijk snurkte hij lichtjes en blies slaap- speekselbelletjes. Maar na dit dutje heeft Max Lafuma blue eindelijk wraak genomen. Toen manlief weer met zijn benenwerk in actie kwam, sloeg de relaxzetel achterover en klapte tegen een boom dicht. Daar lag manlief dan als een spartelende opgerolde loze vink tussen twee blauwe pistolethelften. Als zijn rode wijnbuik niet in de weg had gezeten, dan hadden zijn knieën tot in zijn neusgaten gestoken. Een been zwiepte nog steeds, een beetje hulpeloos, heen en weer in de hoop de knelboel nog uit elkaar te krijgen. Maar relaxje nam revange. Ik zag het gebeuren maar lag onmiddellijk in een deuk. Het tweetal lag als in een ingewikkelde judogreep ineengestrengeld. Ik kwam niet meer bij. Gierend van het lachen werd ik nu als redder in zetelnood opgetrommeld. Hoe meer manlief zich aan de armleuningen wou omhoogtrekken, hoe meer Max blijkbaar wou bewijzen dat hij in dit gevecht de sterkste was. Hoe meer manlief de foetushouding aannam, hoe meer ik de slappe lach kreeg. Manlief vond het hoogst ongepast dat ik nu als een debiel stond te schateren terwijl hij in een kramp lag. Maar er is ook zo’n spreuk: “Wie laatst lacht, best lacht” , niet waar?Om een lang verhaal kort te maken, we hebben Max en manlief op hun zijkant moeten omkiepen om hen uit elkaars omarming te kunnen bevrijden. Hij was met zijn hoofd lichtjes tegen de boom geknald. Maar daar is ook een spreekwoord voor :Eigen schuld, dikke bult. Dan had hij mijn Max maar niet moeten beledigen. En toen begon het gemeier opnieuw: “Die stoel kreeg je niet op een normale manier open, je kreeg hem niet zonder je vingers te verpletteren terug ineen geplooid,  je moest er een studie van maken hoe je jezelf er in liet neerzakken en last but not least, je moest een atletisch slangenlijf gymnast zijn om weer uit dat gedrocht omhoog te komen. Max werd naar een plaatsje achter de caravan verbannen en het leek net of hij door manlief als straf in de hoek gezet werd. En als jullie nu denken dat ik na deze klachtenopsomming terug heer en meesteres over mijn blauwe antistress zetel werd…had het vierkant verkeerd begrepen! Toen ik met shampoo en een badhanddoek richting campingdouche slenterde, hadden Max en manlief opnieuw vrede gesloten. Manlief ligt na elke wandeling terug met de beentje omhoog, petje over de ogen, en zonnebrilletje op, snurkgeluidjes te maken en heeft zich kennelijk verzoend met mijn luxe aankoop.

In september gaan we opnieuw richting Middellandse zee. Ik begrijp ten volle dat ik nu reeds de discussie moet aanvatten en opbouwende  gesprekken moet gaan voeren, als ik zowel het donkerblauwe strandbed met luifel en Max de relax wil meenemen.

Het zal hard tegen hard gaan! Er zullen langs beide zijde geen compromissen afgesloten worden. Vermits wij blijkbaar de twee enigste individuen in Frankrijk en België zijn, die niet staken, kan ik altijd nog mijn kookstakingsrecht afroepen! Kijken wie er dan opnieuw zijn slag thuishaalt?

 

Sim, Saint Rémy-de-Provence 12 juni 2016

12-06-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
31-05-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.COMMUNAUTAIRE STRUBBELINGEN OP EEN FRANSE CAMPING
Klik op de afbeelding om de link te volgen

We staan al een aantal dagen op de camping te Agde waar elke kampeerplaats voorzien is van een privé sanitair. Een negerhutje, met daarin een wc, een douche en lavabo. Langs de buitenkant een afwasplaats. Naast ons is de staanplaats lang leeg gebleven, nadat een paar Nederlandse caravanbezitters, op zoek naar stabieler zomerweer, richting Spanje waren getrokken. Gisteren in de late namiddag arriveerden een paar nieuwe kampeerders. Belgen. De man reed van vermoeidheid bijna de haag omver. Manlief riep heel hard: “Stop” en vroeg of hij misschien een handje moest toesteken. Het koppel keek hem aan, als twee koeien die naar saffraan staarden.  Beeld zonder geluid. Het waren Franstalige Belgen en het was meteen duidelijk dat de financieringsstroom die vanuit Vlaanderen de taalgrens overgestoken was, niet gediend had om Nederlands te leren. Manlief werd volledig genegeerd. Tien minuten later kwamen er twee bevriende Waalse seniorenkoppels, die al een tijdje op de camping stonden, Alain en Marie een handje helpen. Ze bekeken onze autonummerplaat en zeiden: “Haha aussi des Belges.” Marie duimde onze richting uit en ik hoorde nog juist: Sont des Flamands. Alain stond er een beetje op te kijken toen zijn caravan met vereende krachten op zijn plaats geduwd werd. De voortent werd door de rail gehesen en onder luid gekwetter, trokken ze, door de ongecoördineerde bedrijvigheid, bijna de tentstokken en de touwtje uit elkaars handen. Ik hield, over de oleanderhaag de werkzaamheden een beetje in het oog en kon het niet nalaten om manlief er eventjes bij te roepen en te zeggen: “Vlug kom kijken voor het te laat is, zes werkende Walen!” Manlief vond mijn opmerking heel hilarisch. Ik kon hem nog juist bij zijne schabbernak vast grabbelen, want hij stond al bijna met één been op Waals grondgebied, om hen op deze manier te begroeten. Wij moesten tenslotte misschien nog een paar dagen langs de taalgrens blijven kamperen niet?

De volgende nacht begon het te onweren en te regenen en werd onze slaap dus herhaaldelijk door hevige rukwinden gestoord. Wij waren juist terug ingedommeld, toen onze Franskiljonbuurman om acht uur ’s morgens onder luide orders van madame Wallonie, zijn tentharingen in de grond begon te rammen.

Van alle Waalse werkweigeraars, van alle stakende cipiers, spoorwegbeambten en vakbondsyndicale arbeiders, hadden wij naast ons juist die ene werkwillige Waal staan die bij het krieken van de kampeerdag, een ochtendlijke energie opstoot had. Respect voor medeburgers of kampeerders: “Mon oeil!”. Hij had dan ook nog een knalrode T-shirt aan, maar dit eventjes terzijde. Ach ik weet wel dat het beeld dat wij Nederlandstalige Belgen van de Waalse landgenoten hebben wel heel karikaturaal is. Het zijn niet allemaal rode stakende rakkers en luieriken die leven van de Vlaamse geldstromen, er zijn ook noeste werkers tussen. Niet veel, maar er zijn er.

Later op de dag was de zon terug van de partij en besloten we om naar het zwembad te gaan. Na een paar baantjes in het verwarmde water, nestelden wij ons lekker in het zonnetje en probeerden op de zwembadligstoelen ons slaaptekort wat in te halen. Ik knikkebolde nog maar net een beetje toen vier van de zes Franstalige Belgen zich al kakelend juist naast ons op strandbedden lieten neervallen. Mijn oren draaiden als radars om zeker geen sappige, taalgrens gerelateerde, verhalen te missen. Ik wist ondertussen dat de mannen Louis, Alain en Jacques heetten en dat de vrouwen, alsof het lot ermee gemoeid was, Marie, Marie-Jeanne en Jeanne waren. Louis en Jeanne waren er niet bij. Uit het vrouwengebabbel kon ik opmaken dat Louis voor de caravan lag te snurken en dat Jeanne naar de kapper was. Ze stonden hier jaarlijks, al meer dan acht jaar op rij, op dezelfde camping, op dezelfde plaats en Jeanne ging hier al jaren naar één en dezelfde coiffeur. En voor de allereerste keer had Jeanne nu meer dan twee weken moeten wachten voor ze een kappers rendez-vous kreeg. Incroyable.  Dan kwebbelde de dames over de kapper die er nu gans alleen voor stond omdat zijn kappersassistente was bevallen. Zij kwam niet meer terug werken en de kapper had het uiterst moeilijk om een nieuwe assistente de vinden…en waarom Jeanne nu juist naar deze haarstylist moest gaan…en pattati en pattata…kwek kwek kwek. Ik had me al min of meer afgesloten van het Franse geratel, toen het gebabbel plots volledig stilviel. Gecoiffeerde Jeanne was op de catwalk van het zwembad verschenen en schreed over de rode loper richting Marie en Marie-Jeanne. Onder mijn zonneklep opende ik één oog en keek recht naar de lelijkste vogelverschrikker aller tijden. Moest je Jeanne tussen de kerselaars zetten dan was er, zonder twijfel, in de wijde omtrek geen kersenpikkende vogel meer te bespeuren. Ik vermoed dat Jeanne, als voorbeeld voor de haarsnit die ze wou, een foto van Hitler naar de haarstylist meegenomen had. Een grote zwarte bles kleefde over haar voorhoofd van de ene kant van haar hoofd tot het oor aan de andere kant. De zijkanten van haar hoofdhaar waren volledig weggeschoren en het haar boven op haar hoofd was als coupe bloempot rondgeknipt. Alleen het Dolf- snorretje ontbrak. Haar Francofone vriendinnen waren sprakeloos en zeiden een beetje aarzelend dat het wel een hele speciale coupe was. De mannen staarden haar vol ongeloof aan. Nederlanders die wat verder lagen te zonnen, kregen die akelige angstige blik van herkenning in de ogen toen ze die vrouwelijke reïncarnatie naast het zwembad zagen verschijnen.

En terwijl Jeanne liefdevol over haar zwarte bles streek, vertelde ze dat ze eigenlijk nog wat highlights gewenst had, maar dat de Agde kapper er nu geen tijd voor had gehad, hij er helemaal alleen voorstond, want dat zijn kappersassistente…kwek kwek kwek, wel een kwartier lang over de interne keuken van het haaratelier. Er kwam geen eind aan het Franse getater. Toen de Walinnen, eindelijk de moed hadden om Jeanne de mond te snoeren, vroegen ze haar of ze nog mee ging zwemmen. Jeanne antwoordde, dat ze niet van plan was om haar duurbetaalde kapsel eventjes met chloorwater te laten ruïneren???Als ze Louis tenminste uit zijn coma kon wekken, zouden ze naar de supermarkt rijden om een voorraad wijn en pastis. Straks waren al de Belgische vrienden uitgenodigd op de borrel. Ik denk niet dat wij erbij hoorden, de taalbarrière en de communautaire zee waren veel te diep.

 

Sim, de Simone     Agde, 29/5/2016

 

 

31-05-2016 om 16:16 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
25-05-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NOIR AVEC PARFUM DE PIPI
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Het is het jaar van El Nino. Dit natuurverschijnsel gooit wereldwijd roet in alle normale weersverwachtingen. Het was reeds de tweede helft van mei en aan de Franse Middellandse zeekust was, op een paar dagen na, de zuidelijke blauwe wolkeloze hemel en de bijbehorende warmte nog ver te zoeken. Twee dagen Mediterraan klimaat, twee dagen Belgisch grijs. De enige constante warme plekken bevonden zich aan de stakingsposten van de Franse olieraffinaderijen. Om hun eisen kracht bij te zetten, stookten hier verhitte vakbondsheethoofden autobanden op. Ze trachtten het gehele autorijdende land plat te leggen door de leveringen van benzine aan de tankstations te boycotten. Stakers in Frankrijk, betogers en stakers in België, tweemaal gijzeling van de gewone bevolking.  De zondag was begonnen met een zachte motregen die al snel overging in hevige stortbuien. De plensregen tokkelde oorverdovend op de caravan. Er zat niets anders op dan een vakantiedag al lezend en internettend uit te zitten. Maandagochtend was de zon terug van de partij. Cap d’Agde lag nog in een diepe winterslaap . De rolluiken van de zomerresidenties waren meestal nog allemaal gesloten.  De felle rukwinden deden ons fietsscenario echter in duigen vallen en wij besloten dan maar te voet naar Agde  te wandelen. Agde, een stadje dat 26 eeuwen geleden door de Grieken gesticht werd, weerspiegelde, zijn uit donker vulkanische gesteente opgetrokken, kerk in de rivier de Herault. Voor ons een raadsel wie er nog in die oude verkommerde huizen in die smalle straatjes wou wonen.

Uit de wind en onder een mager zonnetje beslisten wij om in een basserie op een pleintje een koffietje te gaan drinken. Er was duidelijk iets aan de hand op het pleintje. Er stonden wat jonge mannen rond te drentelen. Ze riepen wat schuttingtaal naar elkaar, mepten wat op elkaars schouders en na wat getrek en gesleur verdwenen een aantal jongelui op een brommertje naar de andere kant van het pleintje om dan vervolgens met veel lawaai terug te komen aanrijden. Er stond een grote vrachtwagen op het plein met daarnaast een tafel waar allerlei eten en drinken op uitgestald stonden. Om beurten schoven de jongeren aan, staken een stuk baguette in hun mond en openden een blikje fris. Een kleine dikke man die breder dan hoger was hield de wacht naast deze lunchtafel. Zijn T-shirt spande over zijn speklagen. Hij droeg een donkerblauwe, volledig door de zon verschenen trainingspak, waarvan de twee ritshelften van zijn trainingsvest al decennia lang elkaar nooit meer waren tegengekomen.

 Was het misschien een vrije dag voor de gesloten jeugdinstellingen? De haantjes zagen er allemaal een beetje hetzelfde uit. Licht terroristisch gekleurd met een debiele criminele stupide glimlach en een groot bakkes. Elk moment verwachtten wij dat er een bendeoorlog zoals in de film “Black” zou losbarsten en dat de Belgisch-Marokkaanse filmregisseur Adil El Arbi met een ‘putain’ tussenbeide zou komen. Toen er ook nog een man van de security op het pleintje kwam staan ronddraaien, zat ik van nieuwsgierigheid in mijn één centimeter grote koffietas de bodem weg te roeren en op mijn caféstoeltjes op en neer te wippen. Wat was er aan de hand?

 Uit de tegenoverliggende straat kwamen er twee hippe mensen elk met een hond aan de lijn, onze richting uitgewandeld. Hier werd onmiddellijk de uitdrukking, mooi van ver, maar ver van mooi overduidelijk. De vrouw droeg een rode baret op haar knaloranje haren. Aan haar vaselinekleurige, gerimpelde aangezicht met knalrode lippen en valse oogwimpers, was nadrukkelijk te zien dat ze de kaap van drie maal twintig al eventjes overschreden had. Ze droeg een jeansjasje met glitters en een uitgerafelde jeanshort, die net iets te kort afgesneden was. Vanuit de onderste bilronding staken twee melkwitte cellulitus-putjesbenen, die blijkbaar ook nog niet teveel zon gezien hadden. Vanaf de bobbels in de knieholtes liep een Google- stratenplan met blauwe aders door tot in de hooggehakte cowboybotten. Haar man droeg een blauw met witte strepen matrozentrui op een knalrode broek en onder zijn arm twee stokbroden. Hij was bijna helemaal kaal, maar had zijn beetje nog resterende haar, achteraan met een fluo elastiekje, in een pijpenkrulpaardenstaartje bijeen gebonden. Het zag eruit als een verschrompeld Wiener worstje. Hij had zulke grote flaporen, dat als het mijn partner zou geweest zijn, hij op dagen dat de mistral of de transmontana wind opstak, niet buiten de deur zou mogen komen. Het risico zat er dan immers in, dat je hem enkele dagen later in Marokko zou moeten gaan ophalen. Sommige mensen komen weg met zo’n outfit, maar dit seniorentweetal leek net van een gekostumeerd bal met als thema “De Moulin Rouge” te komen. Rond het terras van de brasserie waren overal grote betonnen plantenbakken gezet, gevuld met yucca’s en orleanders. Terwijl het bizarre koppel ook naar de bedrijvigheid op het pleintje keken, snuffelde de doberman- hond van mevrouw aan de bakken, hief zijn poot op en plaste recht in het zand van de bloembak. Hij draaide zich nog eens om zijn as en pieste een tweede keer tegen de plantenwortels. Het kleinere foxhondje, van mijnheer, had te korte pootjes. die hij niet hoog genoeg kon opheffen om de potgrond te besproeien. Hij kletterde zijn urinestraal dan maar tegen de onderkant van elke plantenbak.

Zo kreeg elke bloembak een driedubbele ammoniakinfuus. Noch madame, noch monsieur, noch de café- uitbater reageerden. Alleen de klanten keken elkaar aan en trokken hun wenkbrauwen wat vragend op. Straks, als de zon weer in alle hevigheid op die hondenpissijnen zal schijnen, de urinegeur zich met het aroma van de pastis, de rosé en de koffie zal vermengen, de planten mistroostig en verwelkt hun koppen gaan laten hangen en de klanten hun neus gaan ophalen, dan misschien zal de brasserie- eigenaar zich de dagelijkse wandeling van de twee kaketoeachtige hondenbezitters herinneren en denken :”Merde alors” maar ’t zal zijn’ de geur van pis dehors’…

Het tweetal hippe seniorenvogels vervolgden hun weg en werden iets verder door een politieagent tegengehouden. Wat gebeurde er toch allemaal?  Onze pleintjesaandacht was eventjes verslapt maar toen er ook nog twee jonge hoertjes op meters hoge hakken , met ontblote schouders op het pleintje kwamen aantrippelen en cola en Frans brood van de tafel snaaiden, moest en zou ik weten wat er daar toch aan de hand was. Nieuwsgierig aagje? Weetgraag Simmeke zeker! De security man, wees naar de straat achter ons, bootste een camera na en vertelde ons, dat daar inderdaad in de oude smalle straatjes van Agde een filmploeg aan het filmen was. De plaatselijke politieagent hield alle belangstellende tegen en de Franse Adil- regisseur  riep heel luid:”De nouveau et cut”. Dus gelukkig toch een bende figuranten en geen kleine criminelen… Hoe zal de film heten? Noir avec un parfum de pipi.

 

Sim, Agde 25 mei 2016

 

 

 

 

Bijlagen:
hond.jpg (6.8 KB)   

25-05-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
13-05-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KUDDEGEESTSYNDROOM

Het was begin mei en stralend weer toen we in Colmar tussen de peperkoekenhuisjes, als in een Anton Pieck tekening, rondliepen. De terrasjes en restaurantjes waren overvol en iedereen genoot van het voorjaarszonnetje. Aan de brug over de Ill weerkaatste de zon op een eenzaam vastgeklonken hangslotje. Het verliefde paartje, dat dit slotje hier in Colmar opgehangen had, had vermoedelijk niet genoeg gespaard om tot aan de bruggen van Parijs, Rome of Praag te geraken. Dan vraag ik me af, wie was er als allereerste op het idee gekomen om hangsloten, als teken van eeuwige liefde, aan bruggen op te hangen? Was het de dochter van de slotenmaker die wel eens wat anders wou dan zo’n blinkende ring? Of wou zij gewoon kijken of de jongeman in kwestie bereid was de romanticus uit te hangen alvorens de beloofde wip erachter zou volgen? Was het de zoon van de ijzerhandelaar die vergeten was om voor zijn lief een bos bloemen te kopen en besloot om op het allerlaatste moment zo’n hangslot mee te graaien? Is hij erin geslaagd om zijn lief wijs te maken, dat een slot vastklinken op een brug over een rivier het summum van romantisch liefde was? Vertelde hij haar dan ook dat, wou de liefde eeuwig duren, zij de twee sleuteltjes in de rivier moesten gooien? Of hielden zij elk een sleuteltje bij zich, in geval van? Moesten, vanaf dat moment, alle vrijers in plaats van met ringen, bloemen en pralines met een hangslot over de brug..of nog beter aan de brug komen? Enkele jaren geleden nam het hangsloten kuddegevoel zo’n vaart dat men de idiote brugwildgroei in Parijs moest verwijderen. Daar dreigde de reling van de brug het te gaan begeven door het gewicht van de eeuwige liefdesijzerwinkel. Als dan zo’n hangslot, door een arbeider met een tang doorgeknipt werd, voelden de partners dan een soort elektrische schok? Ging de relatie vanaf dan bergafwaarts? Werd er dan bij een mogelijke breuk niet alleen over de verdeling van de inboedel, het huis, de bankrekening, de kinderen en de hond geruzied maar ook over wie van beiden nu die reis terug moest ondernemen om dat hangslotje terug te vinden en het opnieuw te openen, de vrijheid tegemoet? Dus beste verliefden, als jullie nog steeds de drang voelen, zoek geen plaatsje meer aan de bruggen in Parijs, Rome en Praag want die hangen al overvol, maar over de brug van de Ill in Colmar is er nog plek zat. Als er één van mijn lezers binnen afzienbare tijd richting Colmar moest reizen, laat mij dan vooral weten of de kuddegeest hier  al heeft toegeslagen en of de hangslotenverkoop ook hier in stijgende lijn gaat.

 

Het was het lange weekeinde van Hemelvaartsdag en de zon bleef nog steeds van de partij. Vermits wij op de camping te Colmar constant, aan de overkant van de rivier, het lawaai van de autostrade hoorden, besloten wij nog enkele dagen te blijven rondhangen in de overweldigende natuur van de Vogezen.

De camping in Xonrupt-Longemer, lag lichtglooiend tegen de helling, direct aan het meer en beloofde volledige rust. Maar door het warme weer ontwaakten niet alleen de insecten, maar tevens de kudde motorrijders. Met honderden hadden deze midlifecrisismannetjes zich in lederen outfits gehesen. Het waren merendeel Duitse dikke mannen met stoere jassen met doodshoofden en bezweringstekens  op de rug. Op hun kale en grijze hoofden droegen ze een soort leger pothelmen.  Onder de helmen zwiepten niet alleen hun lange Vikingbaarden maar ook minuscule paardenstaartjes of lange vlechten heen en weer. Ze waren lekker met de mannen alleen de hort op.  Daar gingen ze dan. Niet alleen of met zijn tweeën, maar met minstens tien tot twintigen achter elkaar aan. Eerst hoorden wij ze achter de camping doorschetteren, vervolgens bromden ze met een hels lawaai langs de overkant van het meer, om dan al racend de berg op te gaan. Het lawaai van de ene groep motoren was nog niet volledig uitgestorven of je hoorde de volgende motorbende al als een gigantische hommel dichterbij zoemen en langs de camping denderen. Eventjes hoorden wij de vogeltjes fluiten en dan kwam daar weer zo’n troep penopauzers voorbij knetteren. Het ganse lange weekeinde leek het of we onze caravan op de weide van Francochamps gezet hadden.  De zware motorjongens hadden de tijd van hun leven, berg op, berg af  en natuurlijk de kick van hun helse motorgebrul. Leve de natuur! Zondag in de late namiddag werden de periodes van stilte langer en langer. Het lawaaizootje bromde terug richting heimat en moeder de vrouw. Nu heb ik zo’n paar dikke Duitse Schweinefleisch motards eens van wat dichterbij bekeken en ik vrees dat geen enkele normaal denkende vrouw zo’n soort man ook maar één blik zou gunnen. Dus is het best te begrijpen dat al hun affectie wel eens alleen naar hun zware blinkende motor uitgaat.

En dan heb je nog die kudde bontgekleurde weekendfietsers. Rond het meer van Longemer, maakte men een fietspad dat qua breedte niets moest onderdoen met een volwaardig auto rijvak. Als jullie nu denken dat die opgefokte peletonfietsers hiervan gebruik maakten, heeft het duidelijk niet begrepen. Met zijn vijven op één rij, denkend dat ze in de Tour de France of in de Giro d’Italia reden, trapten ze zich zigzaggend een ongeluk op de rijbaan. Ze lieten een trein van sputterend wachtende auto’s achter zich aanschuiven. Als er dan een auto of  een vrachtwagen luid toeterend wou voorbijsteken en hun teken deed dat er voor hen een speciaal fietspad aangelegd was, joelden ze van verontwaardiging, waaierden nog breder uit en gaven de automobilisten het vingertje. Een kudde koeien is blijkbaar nog intelligenter dan een roedel wielerterroristen.

Maandag hadden wij eindelijk het fluiten van de vogeltjes, het kabbelen van het meertje en de immens mooie natuur terug voor ons alleen. Maandagavond, beau temp pour les canards, het regende pijpenstelen. Tijd om zuidelijker te trekken, de kudde gepensioneerde voorjaarvakantiegangers achterna.

 

Sim, 13 mei Sahune Drôme Provençal

13-05-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
06-05-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WHY WHY WHY DELILAH

Vanmorgen liet ik op Kapaza, Marktplaats.be/nl en Tweedehands.be/nl volgende advertentie zetten:

Te huur of te leen, voor minstens drie weken, chaotische (oude) grijze Tom Jones.

Voor al diegenen die nu hun wenkbrauwen lichtjes optrekken, ik heb manlief echt niet ingeruild om met Tom Jones Frankrijk te doorkruisen hoor.  Ik zal jullie vlug eventjes het laatste deel van mijn advertentie , ‘Tom Jones’, verklaren.

Toen we hier op 1 mei aan de camping te Strasbourg aankwamen, bleek het beheer van de kampeerplaats weer in handen te zijn van een troep stadsambtenaren. Deze hadden blijkbaar geen van allen ooit met een tent, caravan of een camper rondgereden, want dan zouden ze wel geweten hebben dat kamperende mensen, die uit alle uithoeken van Europa via allerlei filegevoelige snelwegen kwamen, nooit getimed op een bepaald uur op een camping konden aankomen. De receptie bleek gesloten van 12 tot 14 uur, de ambtenaar moest opgestoord zijn boterhammetje kunnen opeten. Wij stonden dus als eerste voor de gesloten slagboom met achter ons een Nederlandse caravan en een lange rij met een tiental Duitse, Zwitserse en Franse campers. Om beurten zag je de echtparen aan de gesloten deuren van de receptie duwen, op hun uurwerk kijken en mompelen dat dit niet meer van deze tijd was. Soit, wij hielden dan maar een parkinglunch in de caravan, drentelden wat op de camping rond tot het tijd was om ons aan te melden. Een breed glimlachend Nederlands echtpaar stapte op ons toe. Zei Mijnheer Noorderbuur: “Weet U, wat wij zojuist tegen elkaar zeiden?” Nee, dat wisten wij niet..maar wij hadden de indruk, aan Mevrouw’s  lachende ja- knikkende aangezicht te zien, dat we dit snel te weten zouden komen. “Mijnheer, U gelijkt als twee druppels water op Tom Jones!” Nu hadden ze manlief zijn stemgeluid als eens met de vibrato van Urbanus vergeleken, maar deze vergelijking was nog nooit eerder gemaakt. Ik bekeek manlief en vond dat hij net zo veel op Tom Jones geleek als mijn gat op een peperkoek en zingen kon hij ook al niet. Het echtpaar glunderde, het leken zo’n twee oprechte lieve vakantie- Hollanders te zijn.  U herkent ze wel, die rondreizende identieke tweelingen, allebei met hetzelfde lekker makkelijk kort grijs kapseltje, met identiek dezelfde regenjack, identiek dezelfde rugzakjes, identiek dezelfde wandelschoenen en blijkbaar een identiek ver gevorderde vorm van cataract. “Ach”, zei ik, “altijd die aandacht in Las Vegas gaat ook ons tegensteken, altijd die hordes vrouwen achter mijn man aan gaat vervelen, dus we dachten, laat ons maar eens lekker gewoon doen en met de caravan in Frankrijk gaan rondtoeren. Zingen kan altijd nog!” Nou, dat was nou hartstikke leuk gezegd. Ik wou onze lieve noorderburen echter niet laten gaan zonder nog een goede raad mee te geven. Zo snel mogelijk in Nederland eventjes beiden een bezoekje aan Hans Anders of  Pearl  inplannen.  Om twee uur stipt gingen de lichten in het receptiegebouw aan, de deuren werden ontgrendeld en twee bediendejuffrouwtjes kropen achter de computer. Wij waren als eerste aan de beurt. Toen de receptioniste ons inschreef, zei manlief ineens: “Wat prettig, dat U wat eender aan het werk ging, toen U zag dat er zoveel mensen voor de gesloten deur stonden.” “Hoezo?, antwoordde het onthaaldametje terwijl de mondhoeken van haar geforceerde klantvriendelijke glimlach al iets omlaag gingen: “Twee uur is twee uur, stipt,  pil!” Ik dacht eventjes: “wat staat mijn Tom Jones daar nu allemaal te bazelen?” Vermits ik gewoon ben aan zijn soms sarcastische opmerkingen, duwde ik de ‘It’s not unusual’ neuriënde Tiger de deur uit vooraleer de zaak kon escaleren. Ik begreep er niets meer van. De roem was hem nu al naar het hoofd gestegen?

Toen onze rijdende villa wat later op de ‘green green grass of the camping stond,  leverde manlief plots een gevecht met het wc- blok van de caravan. Het sanitair onderdeel wou er plots niet meer in. De godverdommes en miljaardes begeleiden het in- en uitgeschuif van het pipi- opvangelement. Dit zijn nu juist de dingen die je uittest vooraleer je met je caravan vertrekt, niet? Mijn adrenaline stress piekte op een gegeven moment zo erg, dat ik Tom Jones met alle plezier een ‘sex bomb’ onder zijn gat wou verkopen! Manlief had gewoon constant een knop verkeerd gedraaid!! Nadat hij zelfs een dutje van een drie kwartier gedaan had, stelde hij tevreden vast, dat het amper kwart voor twee was en we wel heel snel met alles klaar waren. Het was dus helemaal geen schimpscheut naar het receptiejuffrouwtje geweest. Zijn uurwerk was gewoon stilgevallen en zijn herseninhoud die de tijd bijhield vermoedelijk ook, want ieder normaaldenkend mens zou zich afvragen… Tot daar het verhaal over Tom Jones. Om het verslag over het begin van de advertentie : Te huur of te leen ‘chaotisch (oude) grijze…te vertellen, moeten we eventjes een paar dagen terug in de tijd gaan, met name naar de donderdag, vrijdag en zaterdag voor 1 mei.

We schrijven donderdagavond toen ik plots, zonder verdere aanwijsbare verwittigingsymptomen, 38 graden koorts bleek te hebben. Hete golven sloegen uit mijn oren en mijn neus en tenen leken om beurten hete worstjes om dan na een paar minuten rillend in ijsblokjes te veranderen. In mijn hersenpan ramden nu en dan, 100 kleine mannetjes gelijktijdig op een trommel. Mijn hoofd voelde aan als een voetbal die balanceerde op een luciferstokje. Volledig gedrogeerd kroop ik in bed, zweette een nachtje overdadig en vrijdagochtend leek het koortsduiveltje verslagen. Wat niet wou zeggen dat ik al helemaal normaal reageerde. Het was zo’n beetje een slow motion action movie. Zouden we dan toch de caravan maar uit de stalling halen? Eens met de caravan voor onze deur, duwde manlief de mover tegen de wielen om ons rijdend huis op onze oprit te plaatsen. Voor al diegenen die geen caravan met mover hebben zal het volgende verslag compleet idioot klinken, maar geloof me, diegene die wel met zo’n gemoverde sleurhut rondtrekken, zullen onmiddellijk met dit verhaal mee zijn. Voor ons huis bleek het kastje waarmee we de mover van de caravan telegeleid konden besturen niet te functioneren. Het rode lichtje brandde niet, dus geen contact. Nieuwe batterij werd in het kastje gestoken. Dan ging het lichtje in het mover- kastje plots aan, snok, manlief had de handrem van de caravan vergeten af te zetten. Mover terug af de wielen gehaald. Misschien de boel geblokkeerd. Mover terug op de wielen geplaatst. Contactlichtje terug uit. Opnieuw andere nieuwe batterij in het kastje, lichtje eventjes aan, lichtje uit. Lichtje aan, lichtje uit. Om gek van te worden maar het kon mij allemaal niet veel schelen want de koorts kroop letterlijk sneller bij mij binnen dan dat de caravan ooit op de oprit zou komen te staan. Na veel chaotisch geknoei stond de caravan dan toch na een uur eindelijk op zijn plaats. En toen is manlief eventjes in de handleiding van het mover- kastje gaan lezen. Bleek dat je, identiek zoals vorig jaar en alle  jaren daarvoor het geval geweest was, tweemaal kort op het moverkast-knopje diende te drukken om contact te maken. Poepsimpel, alleen had Vercauteren het eventjes vergeten…grrr. Als jullie nu denken dat dit het enige verwarde voorval was, waarom ik manlief nu eventjes op een tweedehands- site aanbood, heeft het volgende nog niet gelezen! Op zondag 1 mei reden wij dus richting Strasbourg. Wat denken jullie van een man die zelfs zijn GPS dame niet verstond. Als ze zei: “Opgepast versmalde rijstroken”, hoorde hij “opgepast maalderijspoken”, alsof dit de normale GPS- taal zou zijn.  Bij het betalen aan het benzinestation in Luxemburg vond hij plots bij het ingeven van onze creditcode aan de terminal, de nul niet meer op het pin- betaalkastje staan. “Ou est le zero?” De kassierster riep vanachter haar glazen stulpje waar de nul zich bevond, maar na driemaal wablief? en wat zegt U? (in het Frans natuurlijk) geroepen te hebben, kwam de kassadame uit haar hok gevlogen en duidde, met een zucht, de nul aan. De inktaanduiding was inderdaad weggeveegd, maar volgens mij staat die nul al jaren op zo’n pinautomaat nog steeds op dezelfde plaats. Na alle wabliefs, wattes en wat zeg je, is het leuk om weten dat je man hoorapparaten bij zich had, alleen staken ze niet in zijn oren maar lagen die in het kastje van de caravan. Ach dit is nog steeds niet de enige echte rede waarom ik manlief in de aanbieding zette, luister en huiver! Zoals steeds schoven wij bij de tolstations steeds aan de verkeerde rij aan. Alle auto’s bumperden door het tolstation, alleen onze rij draaide weer een hele tijd stationair. Reden te meer om manlief te horen sakkeren: “Verdomme, dat duurt nogal! Weer nen ouwe sassa daar van voor zeker, die niet weet hoe hij met een bankkaart moet betalen?” Dus toen wij voor de bareel van de péage kwamen,ging het zoals al duizend keer daarvoor, kaartje erin, bankkaart erin, betaald, poortje open en hop erdoor. Zo’n tien kilometer verder, juist na de affiche “Welkom in Strasbourg, het centrum van Europa, opnieuw een tolstation. Kaartje erin, bankkaart erin, bankkaart bleef erin, bankkaart kwam niet meer terug te voorschijn. Vervolgens, manlief uit de auto en met een schuldige blik begon hij op alle knoppen te duwen.. Mijn superchaoot had de creditkaart in het gleufje gestoken waar normaal de cash euro biljetten moesten ingestoken worden en het ‘tolbetalingsmechanisme’ had het lekker doorgeslikt. Inderdaad weer zo’n oude sassa, die niet wist hoe hij met een creditkaart moest betalen…Gelukkig is er bij al die onbemande tolgeld- inslikkers een hulpknop aanwezig. Aan het lief mevrouwtje dat ons ter hulp kwam, bekende manlief schaapachtig grinnikend dat hij een stommiteit gedaan had. De betaalunit werd geopend en de tol- hulpdame moest  bijna de ganse binnenkant afbreken om aan onze creditkaart te geraken. Na een minuut of tien was mijn stresslimiet volledig bereikt toen manlief smalend en lachend met zijn bankkaart in de hand  zei: “Voilà geen paniek,  alles was weeral opgelost.” Het was niet zijn stomme fout, maar gewoon omdat ik hem zenuwachtig maakte,  had hij de kaart in het verkeerde gaatje gestoken. Wat een onrecht! Why, why, why Delilah…Ik had nota bene, met mijn gedrogeerde koortskop, nog nooit zo stil geweest en zo weinig commentaar gegeven! En toen zei mijn verstrooide professor nog als glunderend hoogtepunt: “Wij beleven nogal avonturen hé!” Ik kon alleen maar reageren met: “Hoe noem je dit, een avontuur? Een aflevering van Falty towers zeker, met als titel : In mijn man zijn grijze haardos wordt het één verwarde chaos! Ik hoor jullie al denken, hou toch eens rekening met manlief zijn leeftijd! Wel manlief is als een chaoot geboren vermoed ik, het kan dus alleen maar erger worden.  En toen moest het verwarrende campinggebeuren er nog bovenop. Dus bij deze, al wie mijn Tom Jones wil huren of lenen en hem voor een tijdje uit mijn atmosfeer wil komen halen, tot mijn koorts en mijn adrenaline opnieuw tot nulpunt gezakt zijn,  be my guest!

Ook moet ik jullie van manlief zeker laten weten dat ook ik wel eens volledig de mist in ga. Toen we eind september de caravan in de stalling achterlieten, vergat ik het knopje van onze ijskast uit te zetten. Om de mover- batterij op te laden blijft elektriciteit van de caravan in de stalling aangesloten en deed ons ijskastje dus overuren.  Nog voor ik alles in onze rijdende villa kon inladen, mocht ik dus met mijn Neurofen- hoofd, mijn verschuivende mayonaisehersens en mijn verkrampte nek en schouders, met de haardroger op maximum warmte, eerst de iglo in onze ijskast ontdooien.

Ach nobody is perfect en we zijn elkaar waard. Eventjes denken, welke man kleurt de haren van zijn echtgenote zoals een volleerde kapper? Wie raspt het eelt van haar voetjes? Wie kneedde met Voltaren het griepvirusje uit de verharde schouders? Ja zeker! Jullie zijn nu allemaal stikjaloers zeker? Hopelijk is het nog niet te laat? Onmiddellijk mijn advertentie op Kapaza, Marktplaats en Tweedehands annuleren. Niemand krijgt mijn blunderende grijze Las Vegas- ster!

Toen we ’s anderdaags hand in hand door het zonovergoten gezellige Strasbourg wandelden, kwam er plots een mooie jongedame, met een papier en pen in de hand, onze kant op. De vrijwilligster van Artsen zonder grenzen  bekeek ons met een vragende glimlach. Ze begreep helemaal niet waarom wij beiden ineens als twee idioten begonnen te schaterden. Zij had natuurlijk niet verstaan wat ik juist tegen manlief gezegd had: “Kijk uit Tom Jones, watch out Pussycat, hou je foto gereed, ze komen om je handtekening!”

 

Sim,  Strasbourg, 4 mei 2016

 

06-05-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
23-04-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HEMELEN

Als ik ’s avonds niet onmiddellijk de slaap kan pakken, lig ik zo soms in mijn bed allerlei dingen te bedenken. Leven wij inderdaad boven onze stand, als we straks weer als twee zigeuners met onze caravan door Europa gaan trekken? Leven wij boven onze stand als we elke winter naar het warme Tenerife trekken, zodat wij tijdens deze periode geen gepeperde rekening voor Belgisch gas- en elektriciteitsverbruik moeten betalen. We minimaliseren tegelijkertijd onze Vlaamse waterconsumptie door te douchen op Spaanse bodem. Wij eten en drinken daar aan de helft van de Vlaamse café- en restaurantprijzen en komen lekker vol apothekersloze vitamientjes terug. Soms gaan mijn overpeinzingen verder dan dat. Ik las gisteren in de regionale krant dat twee Edegemenaars beweren dat Edegem tijdens Wereldoorlog I van bombardementen gespaard bleef, omdat wij hier toch een Onze-Lieve-Vrouw van Lourdesgrotje hebben. Alle randgemeentes hebben kerken en kapelletjes afgeladen vol met Jezus- en Mariabeelden, maar die werden wel gebombardeerd. Welke kronkel moet je bezitten om zulke theorieën heden ten dage nog in de krant te laten verschijnen.   Hoe zien de gelovigen het hiernamaals en is er daarboven voor alle biddende medemensen één hemel? Kan het dat er maar één moslimhemel zou zijn waar de zelfmoordterroristen samen met hun islamitische,uit elkaar geblazen en geslachte offers (woordspeling!), gelijktijdig aankomen? Het lijkt me nogal onwaarschijnlijk dat de zielen van de ontplofte en vermoorde moslims in volledige harmonie met hun terreurzaaiers door één poort zouden kunnen. Heeft hun God dan misschien voor drie afzonderlijke halalhemels gezorgd? De eerste poort is vermoedelijk gereserveerd voor de martelaren die dan onbekommerd  ogenblikkelijk aan het ontmaagden kunnen slaan. De tweede poort is dan voorbehouden voor de echte brave mannelijke islamieten en ergens ver weg is er een achterpoortje voor de hoofddoekvrouwtjes. Ja alles lekker van elkaar gescheiden. Als je op aarde niet gezamenlijk mag bidden of zwemmen, dan veronderstel ik dat je er ook niet tezamen mag zweven, niet waar? En in de Joodse hemel, is daar nog plaats genoeg? Het zal na wereldoorlog II wel hevig drummen geweest zijn daarboven. Hun God zag al het onrecht dat hun aangedaan werd lijdzaam aan, zonder in te grijpen. Zou jij je doodadresje dan nog tot in der eeuwigheid in zijn residentie willen onderbrengen? Wapperen hun pijpenkrullen niet uit en vliegen hun plastiek zakken over hun hoeden, hun hoofddeksels en hun pruikjes niet af als ze ten hemel opstijgen? Zijn er een paar bevoorrechten die hun plaatsje daarboven al via briefjes in de Klaagmuur gereserveerd hebben? Dan vind ik persoonlijk de Boeddha hemel veel esthetischer, sorteren per soort, recycleren en terugsturen. Reincarneer nog maar een paar keer en als je ten langen leste van de allerlaagste kaste omhoog geklommen bent en eindelijk alles goed doet, dan misschien mag je er wel in. Zo kan die hemel nog onbezoedeld eeuwen meegaan. Nu nog die christelijke hemel, hoe zit dat daar? Mogen daar alle soorten christenen samen de dood vieren? Mogen zelfdoders, moordenaars en pedofiele pastoors en priesters samen met hun slachtoffers op dezelfde wolk rondscharrelen? Worden de protestanten en de evangelisten er angstvallig weggehouden van die andere geïndoctrineerde Lourdesgangers die Maria en al die andere heiligen er nog bijslepen? Is er een speciale verdieping voor gelovige homo’s, Scientology sekteleden of de getuigen van Jehova?  Is er ergens in een donker afgelegen steegje een restafval- hemeltje voor al diegenen die voor het Jezus- tijdperk  geleefd hebben. Wat gebeurde er met al die Neanderthalers, Egyptenaren, Hunnen, Grieken en Romeinen die dus niet in dit sprookje konden geloven? Ik vermoed dat de christelijke God er een eigen verborgen agenda op nahoudt. Heeft hij een afzonderlijk hoekje in de hemel waar alle creatieve zangers, ongeacht hun religie en soms liederlijk leven opgevangen worden? Het is tenslotte al van 1971 geleden dat hij de musical Jesus Christ Superstar op ons losliet. Misschien dat James Last een nieuw concept op poten aan het zetten is. Zou John Lennon daarboven nog welkom geweest zijn nadat hij, met zijn ‘Imagin’, het bestaan van religies en een hemel in vraag stelde? Mogen overdosis gedrogeerden zoals Michael Jackson en het zelfmoordnachtegaaltje Whitney Houston nog meezingen in zijn volgende hemelse compositieschepping? Heeft hij aan Demis Roussos, David Bowie en Thé Lau niet genoeg om als achtergrondkoor te zingen of laat hij nog snel wat halleluja- Afrikanen naar de eeuwige jachtvelden opstijgen?  Oefent La Esterella “Oh Lieve Vrouwetoren” als hoofdaria of wacht de vader nog op de komst van kabbala Madonna. Met zo’n naam verdien je minstens paradijselijke hitparaderoem in het nirwana.  Zitten de Voice of Europe, Eddy Wally en Zjef Van Uytsel nu op hun wolk te stampvoeten. Opeens zien ze de hoofdrol in de volgende goddelijke musical aan hun neus voorbij gaan, nu de Heer totaal onverwacht, de ‘Purple Rain’ Prince, voortijdig naar het walhalla riep als nieuwe zingende hoofdrolspeler . 

 

Sim, zachtjes wegdoezelend                Edegem, 23 april 2016

23-04-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
18-04-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SPAARCENTEN

Gisteravond at ik, voor het slapengaan, nog een uiterst zout droog worstje. Om de caloriewaarde wat te beperken spoelde ik het door met een glas Cola Zero. Ik lag te woelen in mijn bed. Het leek wel of ik een heel lijk van een salami- varken aan het verteren was en de cola cafeïne flitste door mijn hersenpan. Maar het was niet alleen die avondlijke snack die mij uit mijn slaap hield maar alle andere bekommernissen. Waar moest ik nu nog naartoe met mijn miljarden euro’s? Vermits ik nu nog niet kon slapen, waar kon ik dan nog slapend rijk worden? De fiscus achtervolgde ons al van in Luxemburg. Sommige politici, die ons jaren met een vermanend vingertje verweten hadden dat wij netjes onze belastingen moesten betalen, want dat alleen daardoor het einde van de tunnel in zicht was, waren ook in het bezit van zo’n belastingsontsnappingsrekeningetje op een Luxemburgse bank. Zij konden ons nog op tijd waarschuwen. Luxleeks kwam dichterbij en de banken drongen erop aan om met onze zakken vol euro’s de eerste de beste exprestrein richting Genève of Zurich te nemen om daar in alle geheimhouding een nieuw sjoemelaccount aan te vragen. Wie had er ooit kunnen denken dat die zwijgzame Zwitsers plots, in een vlaag van eerlijkheid, onze namen zouden vrijgeven. Geen geld, geen Zwitsers bleek al lang geen betrouwbaar spreekwoord meer te zijn. Gelukkig lieten ze er een paar jaar van dreigen overheen gaan, zodat wij, de rijke stinkerds, tijd genoeg hadden om onze fraudehandel ergens in de belastingparadijzen op de Maagdeneilanden te parkeren. Wij kozen eieren voor ons geld en wilden onze clandestiene activa nooit te lang op een eiland met zo’n naam resideren. Hier zouden in de toekomst de moslims weleens kunnen komen oefenen alvorens ze daarboven met die 72 maagden aan de slag zouden moeten. Dus het was een kleine stap om richting Kaaimaneilanden met vakantie te gaan. Met koffers vol bankbiljetten trokken we richting George Town. Vermits geld de wereld regeert, vonden we daar probleemloos accijnsvrije achterpoortjes.  Het was complete chaos toen de fiscus ook deze oplichting op het spoor kwam. Nu wilden ze toch het begrotingsgat dichtrijden met een bijdrage van ons vermogen. Kaaimantaks! Voor geen geld ter wereld zouden wij ons kapitaal aanspreken! Terwijl het gepeupel lekker 50% van hun inkomsten aan vadertje staat moest afdokken, zouden wij massaal met de Holland-Americalijn een luxe cruise boeken doorheen het Panamakanaal.  Vermits geld stinkt, hadden niet de geld lijdende regeringen maar een horde geld ruikende journalisten onze fraudeeradresjes probleemloos getraceerd. Panamapapers ! En daarom slaap ik nu niet meer goed, mijn naam gaat nog vallen tussen alle groten der aarde. Straks wordt ik in één naam genoemd met Spaanse en IJslandse ministers, met de Ceo van Cirque du Soleil, met vermaarde belastingontduikerfamilies, met miljarden verdienende sportmannen, met filmacteurs, met vakbondsnamen en met door belastinggeld rechtgehouden bijna failliete grootbanken… Waar moeten wij, de graaimiljonairen nu nog ongemoeid met onze zwarte fraude centen, criminele extraatjes, bonus- afkoop-  en uitstappremies naar toe? Waar kunnen wij ons geld nog belastingvrij laten slapen? Misschien in het Turkije van Erdogan, waar detail lekkende, bemoeizuchtige en waarheid schrijvende journalisten onmiddellijk van de scene verdwijnen? Zelfs stiekem aangekochte Toscaanse villa’s met bijbehorende wijngaarden kwam de diepgravende fiscus op het spoor. Misschien is het wel veiliger als ik mijn miljardjes gewoon, in pakjes van duizend, in zwarte sokken onder mijn bed verstop! Hoeveel zwarte sokken, liefst maat 42 tot 46 moet ik in Zeeman of Wibra aankopen om mijn droominterest niet teveel te laten verdampen? Wie wil er zijn centen niet verstoppen voor een vice premier die beweert dat wij met zijn allen boven onze stand leven? Alles en iedereen uit de weg! Dringend reisje Panama boeken! Ik moet asap mijn Panamees kluisje en belastingontduikrekeningetje leegmaken. Eens ter plaatse krijg ik de kluis niet open!! Ik sleep er een boormachine bij en tracht het slot te forceren. Het boren klinkt oorverdovend. Het lukt niet! Het zweet drupt langs mijn opeen geklemde verontwaardigde kaken naar beneden. Hyperventilatie!  Ik schrik wakker. Manlief heeft zich tegen mij aangeschurkt en snurkt met veel herrie recht in mijn rechteroor. Hij opent geen kluizen maar zaagt dikke eikenhouten boomstammen door.

Mijn hartslag komt tot rust. Waar ging die nachtmerrie nu werkelijk over? Over regeringen en schurkenbanken die ons geld willen afnemen en ons willen laten betalen om onze aalmoes te willen beheren? Ik glimlach als ik aan onze povere pensioentjes denk en aan de appeltje- voor- de dorst -spaarrekeningetjes waar onze centjes met elke ooglidknipper devalueren. Panamamiljonair..hoe kom ik er bij?

 

Sim, Edegem 18 april 2016

 

 

18-04-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
11-04-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KOMEN ERGEREN
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Vorige week kwam ik erachter dat het heel bedroevend gesteld is met doorsnee televisie kijkend Vlaanderen. Na het bekijken van het dagelijkse tv aanbod, glijden wij met zijn allen af naar het niveau van een open inrichting. Schaamteloos herhalen ze alle series van vorige eeuwen. Zonder blikken of blozen gooien ze de herhaling van de herhaling, compilatie van de compilatie op de beeldbuisprogrammering. De televisiemakers schamen er zich dan ook helemaal niet meer voor om allerlei randdebielenseries op ons los te laten. Wat ik niet snap is dat wij, de consument deze lariekoek klakkeloos binnenhappen. Hebt U ook de eerste twee afleveringen van “Patrouille Linkeroever” gezien? Mooie cast die zich zonder gewetensbezwaar in zijn hemd laat zetten in een, volgens de schrijvers, ongelofelijk komische televisieserie.  De echte politieagenten zullen zich ‘blauw’ geërgerd hebben toen ze zich, in deze parodie, als zwakzinnige nietsnutten op het televisiescherm zagen blunderen.  Heeft er iemand van jullie tijdens het beloofde uurtje grappig en kolderiek entertainment zijn mondhoeken ook maar eventjes naar boven weten gaan? Mijn kleinzoontje van 9 jaar had er hartelijk om moeten lachen. Daaraan kan je zien dat zulke televisieseries alleen gemaakt zijn op het niveau voor volwassen geestelijk gehandicapten! Kan iemand mij de opzet van dit slappe afgietsel van de film Police Academy eventjes uitleggen?  Is het de bedoeling dat de doorsnee Vlaming zich na het bekijken van zulke laagdrempelige series zich iets minder idioot gaat voelen. Ach het kan nog erger. Terwijl ons nationale net ons godgeklaagd met de tiende herhaling van de kampioenen blijft trakteren, kunnen wij ook nog steeds weg zappen naar één of ander kookprogramma. Waar is de tijd dat elke keukenpiet en -prinses alle zenders afschuimde om dat ene gerechtje te vinden, waar hij of zij op oudejaarsavond de vrienden van hun sokken zou blazen. Van ‘Dagelijkse kost Meus, over SOS Piet, namaakwimper Sofie links laten liggend, langs Jamie Oliver,  per Nigella’s comfort food en Rick Stein’s wereldwijde culinaire omzwervingen, via Njam-televisie naar Komen Eten. Kaften vol probeerreceptjes werden er afgedrukt. Waar is de tijd, dat Komen eten nog over koken ging? Het was een roerig showbizzweekje. Hebben jullie het vorige week ook gezien? Of durven jullie het niet bekennen, dat jullie ook behoren tot die zwakbegaafde kijkcijferidioten die, net zoals ik, op Komen Eten afstemmen?  Spijtig voor die ene deelnemer, de echte hobbykok, die bij zo’n drietal malloten aan zo’n losers tafeltje terecht komt. Vorige week, een zingend, kokend en dampend  kwartet dat zich zonder scrupules liet te kakken zetten. Vier hobbykoks die strijden om de eer..Welke eer? De trofee van de meest gegeerde uitlachtelevisie? Een jonge Italiaanse schone, die inderdaad aan gans Vlaanderen bewees, dat ze als 21 jarige al een flink potje kon koken. Een jolige arbeider die van zichzelf vond dat hij na Geubels, Cannaerts en Hoste, de leukste thuis was en die kon stroopsmeren als geen ander. Een half Marokkaanse- Vlaamse solo zanger, die waarschijnlijk op het dieptepunt van zijn carrière zat en al pottenroerend zijn zangimago wat wou oppoetsen en Marina Wally. Jullie weten wel, de dochter van. Volgens haar eigen zeggen en een traan wegpinkend, had haar vader, de cultfiguur Eddy Wally, aan zijn enige dochter de fakkel doorgegeven. Misschien wel de fakkel, maar van enig zangtalent was alsnog niet veel meer te merken. Eddy zou van op zijn wolk supporteren voor Marina’s kookkunst.  De seniorenversie Marina deed zo wanhopig haar best om als de nieuwe lichting Wallies, al kwelend met een Marilyn Monroe jurk rond te zwaaien, zodat heel Vlaanderen haar onderbroek kon bewonderen. Bij de veel jongere Komen Eten arbeider sloegen de vonken in de pan en zwierde het Marina-geslijm in het rond. Het Wally strooplikken werd aflevering na aflevering echt zielig. Na elk gerechtje dat La Wally aan haar medekandidaten voorzette sprak zij de gevleugelde woorden: “Met heel veel liefde gemaakt.” Elk gerecht werd door de dolenthousiaste medekokers al zingend aan tafel gebracht. De Italiaanse toekomstige mama mia zat er wat verloren bij en je kon duidelijk zien dat al die geïmproviseerde liedjesteksten haar de strot uitkwamen (en niet alleen bij haar!) . Tussen de soep en de petatten vraagt dan zo’n programmamaker aan de hobbykoks of ze zich als complete ordinaire carnavaleske idioten willen ontpoppen. Deze zender maakt openlijk misbruik van imbecielen en het televisiekijkend gepeupel lust er wel pap van. Spijtig genoeg vreet het doorsnee volk zulke oerdomme programma’s! Komen eten werd komen knoeien, komen pochen met je borsten en komen zingen. Ik vraag me af of deelnemers aan zulke uitzendingen niet tegen zichzelf zouden moeten beschermd worden en eerst naar een spruitjespsychiater zouden moeten gaan. Die zou aan deze simpele zielen ongezouten moeten meedelen, dat als ze meededen aan Komen Eten, heel Vlaanderen geconfronteerd zou worden met hun meelijwekkend gezang. Ach het is allemaal een kwestie van smaak en over smaak kan men niet redetwisten. Ik vind het echter wel degelijk genant, voor die ‘would be’ zangers, dat de helft van België, getuige kon zijn dat je noch zingen, noch koken kon. Toen, na een in de soep gelopen veel te pikante tagine, de half Arabische medezanger zijn punten dan ook nog wat wou opschroeven, door iedereen plots klef, schatteke, lieveke, copain, snoezepoezeke en ons Marinaatje te gaan noemen, kon ik het van ergernis niet meer aanzien en zapte weg naar ons tweede openbaar net. Daar lieten ze juist een hoop joelende Afghaanse mannen en huilende Moslim vrouwen zien. Ik was mij er niet van bewust dat Komen Eten tevens in het Midden Oosten druk bekeken werd.

Toen ik ’s anderdaags de soep, de bloemkolen met witte saus, aardappelen en worsten voor manlief neerzette en hem telkens verklaarde: “Met heel veel liefde gemaakt” kreeg ik van hem een dwaze blik. Het was diezelfde blik die de meeste studenten in hun ogen kregen, net voor ze de spot dreven met een optreden van een beginnende Eddy Wally en met eieren en tomaten gingen gooien.

 

Sim, met heel veel liefde geschreven                   Edegem, 11 april 2016

 

11-04-2016 om 16:09 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
18-03-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ENQUÊTEFORMULIER

Vorige week kreeg ik een enquêteformuliertje in mijn mailbox. Men vroeg me of ik eventjes tijd had om een vragenlijstje in te vullen. Het zou maar een luttele vijf minuutjes duren. Men zou mij een aantal vragen voorleggen over toerisme, politiek, reclame en wereldse zaken. Ach jullie kennen ze wel, dit soort idiote enquêtelijstjes, maar manlief zat op zondagochtend naar het programma De zevende dag op één te staren, dus die vijf minuutjes van mijn vrije tijd zou de zaak niet maken.

Dus ik klikte vol goede moed de eerste vraag aan : 2016 is nog maar pas begonnen, hebt U al aan vakantie gedacht? Wat dacht U van een supergoedkoop weekje all in Turkije, Marokko, Tunesië of Egypte?

De Turkse toeristische sector speculeert sinds kort op wereldreizigers met een overvol bravoure- en avonturenhoofd. De Turken bieden sinds kort Expeditie Robinson- waardige eilandhoppen- cruises aan, van het Turkse vasteland naar de Griekse eilanden. Er zijn alleen enige zwemvereisten aan verbonden en een eigen reddingsvest in je bagage meebrengen is een pluspunt.

Het is tevens te verstaan dat de tour- operatoren met ‘knalaanbiedingen’ de toeristische moslimsector opnieuw de markt in willen prijzen. Wij echter, zoals zo velen, willen niet meer om half vier ’s ochtends, bij het krieken van de dag door luidsprekergeroep uit ons warme vakantiebed gejengeld worden en thee slurpend en alcoholloos onze vakantiedagen doorbrengen. Ik begrijp ook dat de eens zo ‘bomvolle’ hotels er nu toeristloos bijstaan. Als wij echter couscous, tagines en baklava willen eten, aan een waterpijp willen lurken en hoofddoekjes in de plaatselijke kasbahs willen zien rond schuifelen, kunnen we evengoed ineens in Antwerpen blijven. Wat voor ons vroeger oosters exotisch was, krijgt sinds een paar jaar een ‘explosief’ nasmaakje. Onze vakantieagenda zit voor de rest van het jaar ‘bomvol’ caravanideeën en om daar nog een eventueel, door een touroperator gesoldeerd voorgekauwd,  reisarrangement naar een Islamitisch land aan toe te voegen, zit er voor ons duidelijk niet meer in. Veel liever zitten wij nu op Tenerife, het eiland van de eeuwige lente in plaats van in één of ander moslimland in de nasleep van de mislukte Arabische lente.  Ik heb het woordje Tenerife nog niet ingetikt of plots ploppen er allerlei Canarische aanbiedingen mijn PC binnen. Het zal weer maanden duren alvorens deze irriterende, te koop of te huur, aanbiedingen van mijn computer verdwijnen.   Dus op naar de volgende vraag.

Beschrijf in een paar woorden wat U vindt van de Turteltaks.

Na mijn antwoord op de vorige vraag zullen de enquêtehouders zich nu al beklaagd hebben, dat ze mij wijsgemaakt hebben dat de vragenlijst maar een luttele vijf minuten zou duren. Denken ze nu werkelijk dat er ook maar één iemand is, die nu dijenkletsend en vrolijk dansend deze taks gaat betalen? Zoals de rest van Vlaanderen willen wij geen belastingen betalen voor de gesubsidieerde zonnepanelen van onze buurman. Maar wacht eens even! Is de Turteltaks eigenlijk niet de socialistische Freya- factuur die wij nu met zijn allen moeten afbetalen? Hoe zat dat dan juist? Lag Freya Van den Bossche na een copieuze barbecue, in de tuin wat te mijmeren? Liet ze toen een knallende wind en dacht ze toen: “Eureka, windenergie, dat is de toekomst!” Toen de socialistisch babe wat verder nadacht, ontdekte zij al vlug dat al een ander kopstuk van de Spa langs de steekpenningenkassa gepasseerd was, toen er een bos windturbines in zee geplaatst werden. Dus die vondst werd afgevoerd. De zon brandde op haar gezicht en daar kreeg zij plots een nieuwe ingeving. Zonne-energie. Alle bewoners, die in het bezit waren van een riante bankrekening konden hun daken van zonnepanelen laten voorzien. Hier bovenop kregen zij dan nog een royale staatssubsidie en jaarlijks groene stroomcertificaten zodat zij de volgende jaren de elektriciteit aan sterk verminderde prijs konden binnentrekken. Pech voor de armoedzaaiers wier spaarrekening ontoereikend was en die lijdzaam moesten toezien hoe mooie daken plots in ingewikkelde puzzelstukken veranderden.

La Freya stond duidelijk niet op de eerste rang toen de lange termijn visies uitgedeeld werden. Zij had dan ook geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat een paar maanden later alle magazijnen van havenbedrijven, alle serres, boerenschuren en alle industrie- en fabrieksdaken vrolijk gesubsidieerd naar de zon reflecteerden en dat de big business ceo’s massaal de groene stroom certificaatjes schaamteloos binnenreven. In plaats van geld in het laatje te brengen, werd het subsidieputje een gigantische niet meer betaalbare begrotingskrater! De uitdrukkingen “het verdwijnt als sneeuw voor de zon” en “voor niets gaat de zon op” kregen ineens wel een heel specifiekere betekenis. Als deze knoeiboel minister ergens in de private sector aan het werk geweest was, zou ze na zo’n debacle met een nazinderende trap tegen haar achterste en een ontslagbrief onder de arm onmiddellijk richting werklozenopvolging getorpedeerd zijn! Maar onze nieuwe lichting politici komen blijkbaar de laatste tijd, via vader op zoon of dochter, onvoorbereid de politiek ingeschoven. Na elk nieuw fiasco, belangenvermenging en na elke regeringsmiskleun worden ze dan later met een riant loon en dito bonussen aan het hoofd of in de beheerraad van één of andere staatsfirma geparachuteerd of opteren ze voor een Europees zeteltje. Na de nieuwe verkiezingen kon de derderangs politica niet snel genoeg en zonder één woord van sorry aan de bevolking, de portefeuille met de gebakken peren aan de volgende regering doorschuiven. Annemie Turtelboom, de nieuwe minister van energie,  kreeg samen met haar overgangsvet ineens het hete hangijzer- dossier in de maag gesplitst. Het was zonneklaar, zij zou het varkentje wel eens heel snel wassen. Zij zou deze bodemloze zonnepanelen subsidieput als de bliksem terug laten opvullen. Door wie? Door ons, het gepeupel. Wij, die niet in het bezit zijn van zonnepanelen, moeten nu de gesubsidieerde investering van onze buurman mee ophoesten. Nu zouden wij toch verwachten dat ministers die hogere studies gedaan hebben minstens iets over breuken en pro rata geleerd zouden hebben. Deze stof heeft Turtelboom blijkbaar nooit onder de knie gekregen. Of er nu achter de elektriciteitsaansluiting één persoon leeft, die dagelijks één Nespresso koffietje laat doorlopen en ’s avonds slechts één uurtje televisie kijkt, of er woont achter een aansluiting een elektriciteitsverslindend gezin van tien man, met elk zijn eigen televisie en computer en een wasmachine en droogkast die constant staan te draaien, Turtelboom belast elk elektriciteitsaansluiting die in huis komt met één en de zelfde afbetalingstaks. Als je dan nog de pech hebt om in een appartementsgebouw te wonen met een speciale meter voor het licht in de hall, de gang en de werking van de lift, dan ben je werkelijk helemaal gechareld. Dan mag je nog eens hetzelfde zonnepaneeltaksje in het aantal appartementen opdelen en betalen. Dan ineens kan Turtelboom zonder blikken of blozen, de regel van drie uitleggen. Het consumentenblad Test Aankoop gaat met deze onrechtvaardige taks naar de Raad van Staten. Ik hoop dat ze al de krullen uit Turtelboom’s haarcoupe weg procederen.

Vervolgens kijk ik naar de volgende vragen en zakt de moed mij bijna in de schoenen:

“Hebt U al uitgeprobeerd of vloeibare Dreft inderdaad drie keer langer meegaat dan elk gewoon ander afwasmiddel? Blijken Uw tanden twee tinten witter na het poetsen met Colgate Max White? Hebt U er al eens over nagedacht om een asielzoeker in huis te nemen?

Ten eerste, is onze tuin niet lang genoeg om er zulke lange tafels in te zetten, zodat schoolkinderen, er alle met Dreft afgewassen borden op kunnen plaatsen en dan juichend naar de minitafel wijzen met de borden afgewassen met het goedkopere middel. Ten tweede, hebben wij trouwens niet zoveel borden. Ten derde, als ik mijn zoontje, telkens weer, zoals dat jongetje in de reclame tegen zijn vader, zou horen zeuren, dat hij nu reeds maanden op die lege fles van Dreft wacht om een ruimteschip te kunnen maken, dan hadden bij mij de stoppen al lang doorgeslagen. Ik had de groene Dreft smurrie terstond in de afwasbak leeggespoten en mijn kind ondertussen al drie lege flessen van het is eender welk goedkopere afwasmiddel cadeau gedaan om mee te spelen.

En nee, enquêtestellers, ik hoef geen staaltjes van vloeibare Dreft of van Colgate Max white, tenzij U er ineens een zonnebril bij insluit.  Ik moet er niet aan denken om op een morgen op te staan met een wit fluoriserende eetkamer zoals Maurice Engelen van Praga Khan of een Dana Winner veel te groot oogverblindend knalwit pianoklavier in mijn mond.

Inderdaad heeft manlief al eens het idee geopperd om een mooie 18 jarige asielzoekster in huis te nemen ( een Thaise zou ook nog wel voldoen) , maar toen ik aan hem haar toekomstige taken opsomde, leek manlief totaal iets anders in gedachten te hebben. Om een mannelijk islamitische jeugdige testosteronbom in huis te halen, zijn we beiden ondertussen al veel te oud geworden. Wij vieren onze oudejaarsavondnacht nog het liefst met onze vrienden en niet in één of ander politiebureau tussen proces verbalen van aanranding en verkrachting.

Voilà, beste enquêteurs, ik ga nu onze caravanreis verder plannen, mijn buren hun zonnepanelen verder afbetalen, mijn afwas in de afwasmachine zetten, mijn tandjes poetsen met Prodent en me verder opboeien over de laksheid van de Europese gemeenschap betreffende de vluchtelingenstroom.

 

Sim, met een brede pepsodent smile       Edegem 18 maart 2016

 

 

        

 

18-03-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
06-03-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MOBIELE SLAVEN

Ongeveer een twintigtal jaar geleden, lang voordat de mobiele telefoonterreur Europa in zijn ban had, zaten we op een Italiaans strand in Ventimiglia. Voor ons ijsbeerde een jonge man, met alleen een zwembroek aan en een maffiazonnebril op, voetjesbadend door de branding van de Middellandse Zee met een gigantische GSM (Geen Snoer Meer) aan zijn oor. Het was zo’n komiek gezicht dat we onmiddellijk in een deuk lagen, een beeld om nooit te vergeten. Wat we toen nog niet konden vermoeden was, dat zulke toestanden zonder pardon de hele wereld zouden gaan overheersen. We hadden hier de voordeur van ons Tenerife huurhuisje nog niet achter ons toegetrokken of we werden al geconfronteerd met een luid roepende Duitse man die, ons allemaal verplichte mee te luisteren hoe hij mobiel iemand  de huid vol schold. Hij schreeuwde zo luid in het opengeklapt telefoontje dat, volgens ons, de toehoorder aan de andere kant van het mobieltje hem zelfs zonder provider intercontinentaal kon horen roepen. Zelfs de ruimtevaarders in het rond de aarde toerende ISS ruimtestation, hielden de vingers in de oren. Een beetje verder de straat op kwam een Spaanse dame ons tegemoet. Aan haar linkerhand sleurde zij een oude obesitas mopshond  met zich mee, die zelfs de tijd niet kreeg om zijn veel te korte pootje tegen een muurtje op te heffen. In haar linkerhand had zij een smartphone en haar rechterduim deed overuren. Terwijl zij, al stappend, haar mailberichten controleerde, botste zij frontaal tegen ons aan. De vrouw keek ons verontwaardigd aan, sleurde haar platsmoelworst het voetpad af en liep bijna met hond en al onder een juist passerende auto. Wat verder de straat af, was de bushalte en daar zaten de chronische twitter- en facebook- verslaafde schoolgaande tieners op de bus te wachten. Zonder met elkaar te praten, loerden ze allemaal naar de schermpjes. Je kon zelfs in je blootje tussen de tieners gaan staan, een pirouette draaien en eindigen in een grand écart, zonder  dat de mobiele junkies het zouden opmerken. Hoogstens zou er een van hen, van je optreden, een foto of een videoke maken en dit zonder een krimp te geven op You Tube zetten of met Whatsapp versturen. We besloten naar de wandeldijk van Las Galletas te slenteren om daar ergens op een terrasje een koffietje (hmm hmm, dit geloven jullie toch niet? Koffie? Een alcoholhoudende barraquito, Sangria of een Mojito werd het, maar zwijgen hoor want het was nog redelijk vroeg in de ochtend) te gaan drinken. Op de dijk kijken verschillende toeristen, die geen gratis Wifi in hun huurappartementjes hebben, met de pc of tablet onder de arm, spiedend rond of er ergens een vermelding uithangt dat men op dit terrasje gratis kan internetten. Zij hebben nog geen notie dat je bij Vodafone een mobiel betalend wifi- toestelletje kan kopen waarmee je lekker vanuit je eigen living of op je balkon in de internetwereld kan rond surfen. Zij laten zich vervolgens aan een tafeltje voor vier neerzakken en Skypen, schaamteloos dit tafeltje bezet houdend, met de thuisblijvers totdat hun enige bestelde tasje koffie door de zon bruin aangekoekt en volledig uitgedroogd naast zich staat. 

Naast ons zaten een Engelsman, een Engelsvrouw en een Engelspeuter aan het Engelse Breakfast. Ma en pa waren beiden mobiele junkies. Terwijl ze met de ene hand in hun thee roerden, stelden ze hun Facebookprofiel bij, sms’ten, swapten en emailden ze zonder dat ze zich nog van hun peutertje bewust waren. Het was een uiterst braaf kind dat met zijn stukje brood in de dooier kliederde en vervolgens het eigeel vanuit zijn mondje tot in zijn oortjes uitsmeerde. Het peutertje had al een paar keer met zijn lepel op de tafel gemept om de aandacht van zijn smartphone- ouders op te eisen.  Ma en pa keken echter niet op van hun beeldschermpjes en hadden dan ook niet onmiddellijk door dat peuter de witte- bonen- in tomatensausprojectielen vrolijk met zijn lepel in het rond afschoot. Ach, de ober moest de zaak tussen de met saus besprenkelde klanten en het ‘ouderlijk gezag’ komen sussen. Aan de andere kant van onze terrastafel zat een Italiaanse man met een fles rode wijn en één glas voor zijn neus. Hij had zijn mobieltje tegen zijn oor en luisterde met enige tegenzin naar het gekakel aan de Italiaanse kant. Nu en dan schonk hij zijn glas terug vol, dronk een teug en stamelde: “No Julia, non lo sai! Mama mia, Julia, non lo sai!” De rode wijn verdween zienderogen in de Italiaanse Romeo. “Madre Madonna, JULIA NON LO SAI!!” Hij herhaalde repetitief steeds dat ene “ik weet het niet”-zinnetje. Ofwel was  Julia een enorme Italiaanse zeur, ofwel had bij deze rode wijn Romeo zich reeds een milde vorm van het Korsakov- syndroom aangemeld en stond Signore Alzheimer reeds voor het overwinteraars- appartementje te trappelen. We betaalden de ober voor onze consumpties en besloten door al de Italiaanse mobiele aanhoorde lulkoek om in een plaatselijke Pizzeria te gaan lunchen. Voor ons stapte een Spaanse schone. Zij droeg oortjes en praatte in een onzichtbare microfoon. Zij lachte hardop, kwetterde wat en sloeg met haar armen om zich heen zwaaiend met haar hand tegen haar hoofd. Met een debiele verliefde glimlach vervolgde zij haar betoog in het luchtledige. Wij vinden blijkbaar ondertussen zulke taterende telefoon- solo- artiesten heel gewoon. Vroeger zouden wij zulke mensen, die hardop tegen zichzelf praatten en ook nog eens ongecontroleerde Tourette handelingen uitvoerden, in één of andere instelling plaatsen.

Maar het kan nog erger. In het Italiaanse restaurantje zaten een West Vlaamse oma en opa overwinteraar samen met hun kinderen en kleinkinderen, oma’s verjaardag te vieren. Deze rondgetallen- verjaardag viel midden in de Belgische krokusvakantie en het leek de grootouders wel leuk, om op hun kosten het nageslacht een vliegreisje, één weekje gratis Costa del Silencio aan te bieden. En  nu zaten ze op de grote dag, aan het gezellige feesttafeltje bij uitstek. Jarige oma roerde wat ongelukkig in haar bord spaghetti en opa stak zuchtend een stukje osso bucco in zijn mond. Ze keken beiden bedroefd het verjaardagstafeltje rond.

Dochter en schoonzoon leken twee mobiele hooligans. Dochter twitterde en schoonzoon praatte, met de webcam op, met zijn collega’s thuis. Het jongste kleinkind speelde een internetspelletje en stak, tussen de knallen door, een stukje pizza in zijn mond. Eventjes kwam er een schuchtere glimlach op oma’s gezicht, toen het oudste kleinkind achter haar kwam staan en een selfie van hen beiden nam. Toen schoof de kleinzoon terug aan tafel en zette het fotootje stante pede op Facebook, whatapp en You Tube, zodat de thuisblijvende familie, die dit feestgedruis moesten missen toch nog konden meegenieten. Opa trachtte de sfeer nog een beetje te redden, en vroeg in het Oostends dialect of er nog rode wijn bijgevuld moest worden en of de kinderen nog nieuwe coca cola wensten. Gestoord deden het kinderpaar teken met hun vingers naar hun lege glas en knikten de kleinkinderen bijna onzichtbaar met hun hoofd richting grootouders.  Ja, moest ik de jarige oma zijn, ik vulde hun glazen bij met Rohypnol, vitriool en batterijzuur. Zeker weten. Volgend jaar zal deze opa, samen met oma, haar veertig keer goedkopere verjaardag met hun tweetjes, zonder die respectloze wifi- terroristen, vieren in een klasse restaurant met kreeft en champagne.

Hoe deden wij dat vroeger? Hoe communiceerden wij destijds?  Waar was de tijd gebleven toen iedereen zijn problemen niet in het openbaar rond belde?

Als je de wifi- en smartphone- fanatici een beetje negeert, moet ook ik toegeven dat de kabelloze internetwereld ook heel veel voordelen biedt en de aarde in een dorp veranderd is. Straks open ik mijn Vodafone- wifi- toestelletje en mijn pc en laat ik mijn verhaaltje weer op jullie los. Zet mijn verhaaltjes op seniorennet en blogspot en lees eventjes wat de andere bloggers zoal te vertellen hebben. Via email en Facebook blijven wij verbonden met familie en vrienden op het thuisfront of ergens anders ver in de wereld en tuimelen onze kleinkindjes schaterend bij ons binnen. Wij sms’en naar onze vrienden mede- overwinteraars om ergens af te spreken, wij lezen jullie gekke mails en ergeren ons aan de Belgische krantenartikels maar storen niet de ganse omgeving met ons getater.

Ik ‘geloof’ tevens onvoorwaardelijk en ‘heilig’ in de evolutieleer van Darwin en kan nu al vermoeden hoe de mens van de toekomst er binnen enkele miljoen jaren uit zal zien. Een groot robotachtig individu met slechts één niet geïndoctrineerde hersencel. Voor zijn ogen een virtual reality bril, een webcam boven op het hoofd, een ingebouwde GPS in de oren en een supergrote smartphone- duim. 

 

Sim,  6 maart 2016 Costa del Telefonio

 

06-03-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
26-02-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PORTRETTENTREKKEN
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Aan alle dames, die zich vroeger moeiteloos in een maatje 38 konden persen en die nu na het opstapelen van al het overgangsvet, thuis, met enige tegenzin, alleen nog maar een passend ensemble in maat 42 tot 44 kunnen vinden, geef ik één gouden raad: Kom naar Tenerife! Laat jullie echter hier ter plaatse niet ontmoedigen als jullie in de strandboetiekjes plots, bij de aankoop van een nieuw badpak of bikini, jezelf in de maten 46 tot 50 moeten wurmen om alle ouderdomsuitstulpingen te kunnen camoufleren.  Ik kan jullie verzekeren dat de Spaanse maatjes extra klein uitvallen en dat jullie gebruikelijke S/M hier wel ineens een XL of een XXL blijkt te zijn. Eens in het hotel of huurappartement kunnen jullie slinks de schaar in deze treiter- maatlabel zetten. Punt één, zo worden jullie niet dagelijks opnieuw aan die olifantenmaat herinnerd en punt twee, jullie kunnen tegenover iedereen (meestal je man) schaamteloos liegen dat dit maatje 40 jullie beeldig staat. Als jullie dan nog met de extra kilo’s, letterlijk en figuurlijk, in de maag zitten, zet jullie dan op één van de terrasjes van Los Cristianos en aanschouw de toeristendefilé op de wandelpromenade..

Zoek een mooi strategisch plaatsje uit, bestel net zoals manlief en ik, een supergekoelde mojito of een sangria met een bordje gefrituurde inktvis en het portrettentrekken kan beginnen.

Het eerste echtpaar dat tussen de voorkuierende toeristenmeute aangewaggeld komt, trekt onmiddellijk de aandacht. Zij, een goedgevulde Duitse chocoladekleurige seniorenvrouw, draagt een vleeskleurige spannende legging met een bruine bloes die in laagjes over de borsten en buik gedrapeerd is. Zij lijkt op een uitvergrote bruine chocolade Tartufo ijsbonbon met een naakt onderstel. Zij heeft een enorme bos witgeel haar, dat als gepofte popcorn rond haar oren krult. Haar kalende echtgenoot, die blijkbaar van dezelfde keuken eet, loopt wiebelend naast haar. Zijn leven tussen worst, Wiener Schnitsel en bier hebben er voor gezorgd dat hij in enkele huwelijksjaren, fysiek verdubbeld is. Zijn armen zwieren in grote accolades rond zijn Hulkachtige lichaam. Zijn nekpartij is volledig verdwenen, zodat het lijkt dat vroeger, bij het ineenzetten van zijn lichaamdelen er een kapitale fout gemaakt werd. Het koppel laat zich naast ons aan een terrastafeltje neerploffen en bestellen ieder een gigantisch grote ijscoupe met slagroom.

Daar komen de volgende slachtoffers al aangewandeld. De eerlijkheid gebiedt, dat ik jullie moet vertellen dat niet alleen oudere dikke gepensioneerde mensen over de dijk struinen, maar ook heel jonge vol getatoeëerde moddervette exemplaren. Dit zijn meestal Engelsen die, dag in dag uit, de supergoedkope English Breakfasts als lunch verorberen. Zij zijn meestal zo uitgelaten dat ze zich hier van hun permanente regenkleding kunnen bevrijden en hun blauwe en zwarte inktcreaties eindelijk aan de wereld kunnen laten bewonderen. Ze lopen continu met enkel het bikinitopje of in bloot bovenlijf met minuscule shorts op de strandpromenade te paraderen. Nu is, in deze gevallen, paraderen niet exact het juiste woordgebruik, want je wordt nog net niet zeeziek als je die blubberende volgetekende massa aan je voorbij ziet waggelen. Ze nemen selfie’s van hun voorkant en foto’s van hun achterkant, zodat ze straks terug thuis, tussen de striemende regenbuien door hun “mannekesblad”resultaat, dat meestal onder lagen kleding verborgen blijft, eindelijk  aan vrienden en familie kunnen laten zien.

Aan de rechterkant komt er een fors dametje aangestapt. Ze is uiterst pezig en mager en haar gerimpeld gezicht is door een overdosis zon gelooid als de huid van een schildpadkop. Haar kapsel is knalrood geverfd alsof haar kapper er een uitslaand brandje niet heeft kunnen blussen. Het haar piekt alle kanten op en lijkt net op een ontplofte verkeerslichtrode badmuts. Het vloekt ontzettend bij haar fluo- groene topje en strak gespannen roze glimmende sportbroekje. De obers, die voor het terras staan en met de menukaart in de hand, proberen klanten binnen te lokken worden door haar in het Russisch uitgefoeterd.  Zij loopt recht af op een van de tegenovergestelde richting komende man. Zijn lichaam is zo rond als een eikenhouten wijnton. Aan zijn kegelrode  geaderde neus is te zien dat niet alleen wijn maar tevens liters wodka zijn lichaam gepasseerd zijn. Hij draagt een pet met de geborduurde “Tenerife” tekst en een T-shirt met Russische tekens.  Rond zijn hals hangt een voorhistorische grote camera. Hij kijkt wat geërgerd want bijna werd hij door zijn Matroesjka betrapt toen hij zijn supergrote telelens op het strand focuste op een reetveter billen- en twee monokinizonnende tienermeisjes.

Als je zo’n klein uurtje alle figuranten voor de film “La grande Bouffe” op de strandpromenade ziet voorbij waggelen, dan krijgt je idee over je eigen lichaam, zonder veel te moeilijke en vermoeiende fitnessoefeningen, een geweldige boost. Onze mojito is leeggedronken en onze chopito’s opgegeten en net als we de rekening willen vragen komt er een tros Italiaanse senioren aangeslenterd. Ze kwetteren allemaal tegelijk. De a’s en de i’s stuiteren over de dijk alsof je naar een veel te druk zondagnamiddag programma op de Rai zit te staren. De mannen dragen lange witte linnen- of net geperste jeansbroeken op glanzende schoenen die de zon reflecteren. Hun pastelkleurige hemden met lange mouwen zijn tot aan de ellebogen netjes opgerold, hun hemdkraagjes staan recht omhoog. Over hun schouders bungelt een kasmieren truitje waarvan de mouwen voor de borst naar beneden hangen. De dames komen net onder de droogkap van de hotelkapper vandaan. De wind krijgt geen vat op de gestileerde en vol lak gespoten haartjes. Zij zijn lichtjes overdressed. Zij pronken met oorbellen, halssnoeren en armbanden op hun chiffon merknaamjurken. Zij taxeren de terrasjes met een hautaine blik alsof ze naar de etalages van een veel te dure Milanese winkelstraat kijken. Een vleug zoete parfum mengt zich met de geur van vet gebakken spek en boontjes in tomatensaus.

Ik zucht, van zoveel gratie en allure dondert je zelfbeeld onmiddellijk terug naar af. We betalen de ober en ik licht mijn XL billen uit de natgezwete terraszetel. Het lijkt alsof ik in mijn broek gepiest heb. Ik fatsoeneer mijn volledig geplisseerde pijpen van mijn witte short en trek het veelkleurig topje naar beneden over mijn volslank buikje. Hmm, hmm laat ons zeggen mijn ‘goedleven- buik’. Hand in hand slenteren manlief en ik terug richting auto. Als we voorbij de volgende terrasjes kuieren, voel je de blikken, van de andere portrettentrekkers, als laserstralen over ons heengaan. A penny for your thoughts! Wat zouden deze mensen allemaal denken van deze twee weldoorvoede Vlamingen?

 

Sim, buikje rond gegeten te Los Cristianos, 26 februari 2016

26-02-2016 om 23:16 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (2)
21-02-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OVER HOREN EN POTEN EN HAND EN TAND
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Ieder jaar opnieuw gaan we met 3 bevriende echtparen overwinteren op Tenerife.

Eerst vertrekken wij en twee weekjes later komt het eerste echtpaar, Rien en Nicky, ons achterna. Het zijn twee krasse tachtigers, die qua uiterlijk en innerlijk nog veel jongelui achter zich kunnen laten. Je zou er prompt voor willen tekenen om op deze manier oud te kunnen worden. Ze huren, net als wij, een appartement aan de zuidkust van Tenerife, zij met zicht op zee en een verwarmd zoutwater zwembad voor de deur en wij met zicht op één van de drie zwembaden in ons condominium. Wij overwinteren aan de Costa del Silencio, die helemaal niet overal verloederd is, zoals de truttenbol ‘would be’ journaliste Annemie Struyf de Vlaamse televisiekijkers wou doen geloven. Wij betalen tevens geen woeker huurprijzen en Belgische menuprijzen zoals bij het door haar getoonde Westhaven Bay, maar proberen alle gezellige terrasjes en restaurantjes in de ganse omgeving uit.

Veertien dagen later arriveren Klaas en Laurentien. Zij prefereren om zich een maandje in een hotel in Playa de Las Americas te laten verwennen. Met de auto is het juist een tiental minuutjes rijden naar elkaar. We komen dan ook geregeld samen om te wandelen, te lunchen of voor gezamenlijke tochtjes met de auto te maken.

Maar ons groepje veroudert en er is zo’n spreekwoord dat ‘een ezel eerst aan oren en poten verslijt’. De drie vriendinnen zijn het er ondertussen dik over eens dat wij met drie ezels op reis zijn. Onze mannen zijn alle drie hardhorend en dat brengt natuurlijk de nodige spanningen met zich mee. Klaas draagt zijn hoorapparaten alle dagen van ’s morgens tot ’s avonds, maar presteert nog steeds de helft van de conversatie niet mee te hebben. Manlief  zou zijn hoorapparaten ook elke dag moeten dragen, maar zegt dat hij zulke kriebel in zijn oren krijgt, zodat hij ze niet in kan houden. Tevens beweert hij, dat hij alles moeiteloos verstaat, maar dat niet alleen ik, maar ook alle vrienden en kennissen binnensmonds praten of fezelen. Zijn hoorapparaten gaan dus alleen ’s avonds in om de nieuwslezer op de televisie te verstaan. Sommige programma’s moeten dan, zelfs met de hoorapparaten in, met 888 teletekst ondertiteld worden. Hoe kan je manlief dan mogelijkerwijs au serieus nemen als hij blijft beweren dat hij alles klankklaar verstaat?? Oeverloze discussies bracht dit al met zich mee, manlief hoort dingen, die ik niet zeg, antwoordt op totaal niet gestelde vragen en hoort dingen niet, die ik wel zeg. Rien is nog een soort apart, die hoort volgens eigen zeggen blijkbaar alles nog zonder hulpstukken, maar geeft gewoon geen aandacht meer en reageert alleen nog op dingen die hij wil horen. We zijn er echter van overtuigd dat zijn hamertje ook al lang niet meer tegen zijn aambeeld trilt. Gelukkig zien de drie vriendinnen elkaar geregeld en kunnen wij bij elkaar stoom afblazen alvorens de damesergernis te hoge toppen scheert. Ik geef toe dat wij, de drie vriendinnen, misschien ook minder leuke kantjes hebben, maar je kan nu toch moeilijk van mij verwachten dat ik ons trio een hoofdrol in dit verhaaltje ga toebedelen. Onze mannen zorgen hier voor de meest hilarische toestanden maar tevens voor momenten waarbij we hen naar het diepst van de aarde zouden verwensen. Soms overstijgt wat we met ze meemaken je eigenste fantasie.

Zo kreeg Rien een smsje van zijn vriend “de Walter: “Ben in Los Cristianos, kunnen we elkaar ergens ontmoeten?”.Vermits we met zijn allen juist op de wandeldijk van Los Cristianos stonden, zei Rien :”Weet je wat, ik bel hem gewoon even.” Hij kijkt op zijn mobieltje en vindt ‘Walter’. “Hallo Walter, hier Rien, waar ben je nu juist?” “Heuhh, thuis in Berchem.” “Raar, hotel Berchem, nog nooit van gehoord, waar is dat ergens”?” Thuis??In de Roest d’Alkemadelaan!” Rien kijkt ons aan en lacht:“Walter is nooit verlegen voor een grapje uit te halen. Ja ja ik speel het spelletje mee hoor.” En terug in de hoorn :”Hoe is het weer daar?” Even is het stil aan de andere kant van de gsm. “Awel Rien, het strontregent hier en het is verdomme koud!” “Hahaha dat zal wel, we staan hier in de brandende zon, met een knalblauwe hemel. Gaan we nog afspreken of niet?””Zeg hedde gij ze nog allemaal op een rij?” De telefoon wordt uitgeschakeld. Rien is eventjes van de kaart, kijkt ons aan en zegt: “Die Walter toch, altijd de plezantste thuis”, zoekt het binnengekomen smsje op en beantwoordt dit.”Zijn momenteel op de dijk van Los Cristianos, staan voor de Dienst voor Toerisme, blijven hier nog 15 minuutjes op jullie wachten”. Na tien minuten komt er inderdaad een taxi aangereden die pal voor de Dienst voor Toerisme stopt. Achteraan zitten twee mensen, waarvan één druk begint te wuiven. Dat is de Walter, maar een andere Walter dan die van Berchem. Wij gieren het uit als we de verslagenheid op het gezicht van Rien zien. De Antwerpse Walter van Berchem, staart nu thuis verontrust door de verregende ruiten naar buiten terwijl hij zich afvraagt of het nog allemaal goed komt met Rien.

Manlief, die bij hoog en bij laag blijft beweren dat hij zijn hoorapparaten niet gedurende de dag wil aandoen, omdat hij ze volgens hem niet nodig heeft en omdat hij gek wordt van het gejeuk in zijn oren, kwam op een avond naar bed en had gewoon vergeten zijn attributen uit te doen. Gek, plots kriebelden ze niet meer als duizend mieren of honderd wriemelende wormen. Zijn hoofd lag al op het donzige hoofdkussen, toen hij zich plots realiseerde dat hij zijn hulpstukken nog in had. Na wat gestuntel legde hij de hoorapparaten op de terrastafel, die wij in de slaapkamer gezet hadden, omdat ik daar ’s avonds met de computer zit. De volgende dag was hij het geklungel met de Hans Anders- oorbellen volledig vergeten. Met een zwier werd de tafel op het zonneterras gezet en hoorde ik ergens een ‘pok’. Hij dus niet. Eén hoorapparaat was met een ferme zwaai op de rand van het balkon terechtgekomen. Nummer twee was en bleef zoek..Miserie. Verdomme zulke dure spullen, ’t was altijd hetzelfde. Het ‘verlorendingenscenario’ herhaalde zich weer! En nu was dat hoorapparaat weer verdwenen. Ik was al naar beneden gelopen om onder het balkon, tussen de struiken aan de overkant en op het opritje van de marginale Duitser* te gaan zoeken.

Gans het terras werd afgespeurd. Ook de slaapkamer werd centimeter per centimeter uitgekamd. Niets! Ik was het chaotische gezoek naar alle sleutels, petten,  mobieltjes, autosleutels,  zonnebrillen,  shampoos en uurwerken zo beu! Op dat moment zou ik manlief het liefst aan de hoogste palmboom van Tenerife willen hangen!  Ach alle ergernis was tevergeefs geweest, want de enige plek waar we allebei niet goed gekeken hadden, was op de terrastafel zelf. Daar had het hoorapparaatje zich tussen de tekeningen van het tafelkleedje verstopt.

Gisteren woei, woei, woeide de wind rond ons huisje. Het was een loeiend gehuil dat over de Teide naar de kust voortgestuwd werd. Het was de eerste keer na een maand dat de temperatuur onder de twintig graden zakte. Vermits Tenerife na 5 maanden zonder een druppel regen of sneeuw stilaan een tekort aan water kreeg, stonden er nu vermoedelijk een paar Canaries ergens een regendans te doen. Toen we met zijn vieren richting Klaas en Laurentien aan het hele toeristische Playa de Las America reden, werd de lucht donkerder en onheilspellender en binnen de kortste keren zou het gaan regenen. Vlug zochten we met zijn zessen onderdak in een cafeetje. Daar werd de plaatselijke vrij zware en zoete Tenerifse lekkernij “barraquito” gedronken: In laagjes geschonken gesuikerde melk, hete koffie, zoete Spaanse quaranta tres (43) likeur en opgestoomde melk. De palmbomen zwiepten heen en weer en de felle windstoten dreven ons in een restaurantje. We bestelden een liter sangria om de tijd tot de lunch wat te kunnen rekken. Klaas zag al een beetje bleekjes rond de neus maar at netjes de uiensoep met gegrilde kaas op. Toen het hoofdgerecht geserveerd werd, schoof hij het eten van de ene kant van het bord naar de andere kant, zonder er echter veel van te eten. Toen we vroegen of hij geen honger had, antwoordde hij dat hij die ochtend eigenlijk al een ietsje te veel gegeten had, namelijk; twee belegde broodjes, een koek, een croissant, een kiwi, een sinaasappel en een portie churros met suiker. Aan de overvloed van de buffetten was moeilijk te weerstaan!  Klaas werd nog wat groener en zocht naar het toilet. Daar kwam de volledige ontbijtprut, de barraquito, de sangria, de uiensoep, de helft van de hoofdplat en zijn bovengebit eruit. Klaas spoelde het toilet door, waste zijn handen en keek in de spiegel. Welke tandeloze man staarde hem daar aan. Miljaar..hij had zijn bovengebit doorgespoeld, wat zou Laurentien daar van zeggen? De man met de ingevallen bovenlip naderde onze tafel en probeerde het verhaal achter zijn hand te lispelen. Klaas zat met een mond vol tanden! Verdomme, in deze context uiterst slechte beeldspraak! Klaas zat, vol ongeloof, zo vol schuld, Laurentien te bekijken. Voor de dupe van het verhaal was het inderdaad heel triest maar voor ons zo ongelofelijk grappig! Dit is een verhaal, dat je in het café, aan de toog, met een pint in de hand, als mop tegen elkaar vertelt. Wij staarden met pretlichtjes in onze ogen naar ons dessert en probeerden onze mondhoeken naar beneden te houden en de borrelende lach binnen te houden.  Stiekem keken wij elkaar aan en durfden niet beginnen te lachen maar één hik en het hek was van de dam. Laurentien kreeg de slappe lach en vertelde dat dit niet de eerste keer was dat Klaas zo iets voor had. Enkele jaren geleden liep hij op vakantie, luid babbelend frontaal tegen een verlichtingspaal, wat hem toen één tand kostte. Alle verhalen van verloren tanden en gebitten bij familie, vrienden en kennissen passeerden nu onze revue. Voor het tandeloze slachtoffer was het eigenlijk een beetje triest, maar ja zulke dingen gebeuren nu eenmaal overal…Neen, hahaha nog bijlange niet bij iedereen, alleen bij Klaas. Ja, nu waren Klaas en Laurentien nog maar drie dagen op Tenerife en hadden dus nog meer dan drie weekjes te gaan, er moest dus actie ondernomen worden. Met hand en zonder tand zouden zij het verhaal van het verdwenen gebit aan de reishostess moeten vertellen en hopen op een snelle interventie. Vanaf nu tot aan het nieuwe gebit, zou het voor dit mieke zonder tanden alleen, havermoutpap, soep, sapjes, puree en spinazie zijn. Dit zouden weer verhalen worden die op alle gezellige feestjes bij ons thuis telkens weer de ronde zouden doen. Met de lippen over de tanden naar binnen getrokken en met een soort tandeloze bekjes aan elkaar vragen; “Walter, welke Walter?”en dan zou manlief antwoorden, met een hand achter een oor :“Wat zegt je, komt de Walter ook?”

Alle mogelijke verwijzing naar bestaande personen is louter toevallig.

 

*Lees op mijn blog “ Paradijs”.

 

Sim,    Tenerife 21 februari 2016

 

21-02-2016 om 18:22 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
10-02-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE TELOORGANG VAN TENBEL EN ANNEMIE STRUYF
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Dit is een verhaal voor de weinige mensen, die maandagavond liever naar het geestdodend programma ‘Via Annemie’ keken op één, in plaats van naar een spannende aflevering van een of andere thriller op een andere Vlaamse zender. Annemie Struyf, de koningin van het saaie geleuter bracht wel een heel beroerde impressie van de Costa del Silencio en zijn overwinteraars. Omdat we nu ook hier aan de Costa del Silencio twee maandjes de Belgische winter ontvluchten, voelden het een beetje als onze plicht om dit programma te bekijken. Gewoon een kwestie van ’s anderdaags de Vlaamse gesprekstof op de terrasjes te kunnen volgen. En stof deed haar deprimerend programma inderdaad opwaaien. De gezellige terrasjes gonsden van algemene verontwaardiging. Zoals zij het liet uitschijnen leek het alsof TenBel en omstreken een open inrichting, met een speciale afdeling, gehandicapte en licht dementerende Belgische senioren was. De meeste zendtijd werd dan ook besteed aan het verloederde TenBel. Zij vertelde dat TenBel aan de crisis ten onder gegaan is. Er is misschien wel iets van waar, maar de crisis op Tenerife duurde vooralsnog geen 40 jaar lang. Dat jongelui destijds hun twee weekjes zomervakantie op Tenerife kwamen doorbrengen en jaar na jaar verder en verder over de wereld wilden reizen, is misschien wel één van de oorzaken dat TenBel stilaan in de vergeethoek geraakt is. Maar neem van mij aan dat corruptie, het wegsluizen van centen en ruzie tussen de erfgenamen aan de basis van het verval lag. Ook had zij, als journaliste, wat dieper kunnen graven. Misschien had Annemie wel eens bij het gemeentebestuur van Las Galletas kunnen aankloppen met de vraag of dit domein nog steeds privébezit is, of de gemeente nu niet moet instaan voor de opkuis van de bouwval of minstens de verantwoordelijke moet opsporen om de boel op zijn kosten te laten uitmesten. Struyf had ten minste, als goede documentairemaker,  de neus van de autoriteiten er eventjes op kunnen drukken en hen vertellen dat er jaarlijks miljoenen vakantiegangers naar de Costa del Silencio en Las Galletas afzakken, maar dat zij hun toeristen met een zeker misprijzen behandelen. De gemeente doet niets om al het gajes dat overal in de lavarotsen en TenBel ruines neergestreken is op te ruimen. Het enige wat Las Galletas blijkbaar interessant vindt, zijn de megalomane projecten met subsidies van de Europese Gemeenschap. Een park, de berg op, waar geen mens, hond of kat doorheen wandelt, maar waar om de 10 meter een prachtige lantaarnpaal staat. Iemand zal zich hier wel lichtbron- omkoopbaar verrijkt hebben.  Zij bouwden een gigantisch groot sportcomplex waar wij nog nooit enige beweging gezien hebben. Nu weer gaat er een bouw van start om een Europees gesubsidieerd congrescentrum in het midden van het stadje neer te poten .

Al wat Annemie laat zien, zijn deprimerende beelden van ineengestorte tribunes, daklozen en zielige oude van dagen. Eventjes kwam er een groepje Nordic Walkende gepensioneerde in beeld die klakkeloos achter een gewezen tachtigjarige scout door een honden- en kattenkerkhof stapten. Op zijn commando moesten zij twee per twee, achter elkaar, door het lavazand  stiefelen. Zelfs al zou ik zelf niets meer alleen durven ondernemen, dan nog zou ik pertinent weigeren om met zo’n groepje schuifelaars rond te marcheren. Maar begrijp me niet verkeerd ergens hoedje af voor deze senioren die ervoor kiezen om hier in de zon hun oude dag door te brengen in plaats van zielig en eenzaam te zitten verkommeren, voor de televisie, in één of ander Belgisch bejaardentehuis. We staarden in haar programma naar een gehandicapte man en zijn zwaar aangedane echtgenote, die na meer dan 30 jaar, om gezondheidsredenen, de Costa del Silencio moesten verlaten. Ik begrijp heel goed dat dit voor deze mensen een heel zware beslissing was, maar om nu televisiekijkend Vlaanderen hier een volle tien minuten van te laten meegenieten, kan er bij mij niet in. Annemie stond bij deze emo-tv bijna mee met tranen in de ogen wat te prevelen. Wat meerwaarde geef je aan je programma door een dakloze rolstoel- Engelsman op te voeren, die niet alleen zijn tanden maar blijkbaar ook zijn been kwijtgeraakt was. Hij overleefde onder de tribune van de verwaarloosde tennisvelden van TenBel. Hier snabbelde hij enkele euro’s bij elkaar door de tennisnetten bij te houden. Ik weet niet wanneer het programma opgenomen werd, maar ondertussen zijn de paaltjes van de netten en de groene bodembedekking van de tennisplein volledig verdwenen en veranderd in een gebombardeerd oorlogsgebied, waar je zonder je benen te breken geen enkel balletje meer kan slaan.  Misschien heeft die dakloze de groene bodembedekking wel ergens voor een paar euros als kunstgras verkocht? Terwijl Annemie de pantomime van de Engelsman op ons losliet, kwam er aan de achterkant een vrouw roepen, dat er ook op Tenerife arme mensen waren. Dit vrouwmens heeft, één van de vorige jaren, in een supermarkt manlief zijn portefeuille gestolen. Bewijzen konden we het toen niet maar wij houden haar doen en laten sindsdien goed in het oog want regelmatig draait ze nog steeds bij de supermarkt rondjes in de hoop een slag te slaan. Als een petanque spelende overwinteraar tegen je zegt, dat het leven hier supergoedkoop is en dat er fantastische restaurantjes zijn, dan moet je niet alleen de tristesse van de Costa del Silencio filmen, maar dan moet je ook die terrasjes en de Belgische, Engelse, Duitse en Spaanse bruisende eettentjes laten zien. En ja, ze had gelijk,  de toren van TenBel staat er een beetje verkommerd bij maar is, net als de toren van Pisa en de Eiffeltoren, het herkenningspunt van de Costa del Silencio. Ook de winkel- en caféruimte onder de toren, die de Vlamingen de put noemen ligt er door de week en vooral ‘s avonds verlaten bij. De put is dood. Zo dood als een pier. Dit komt niet door de zogenaamde Annemie-crisis, maar door de komst van de satelliet- televisie. Sinds de schotelantennes overal opdoemden, zitten de overwinteraars- toeristen tussen 18 en 19 uur voor hun TV Vlaanderen, hun BBC en Duitse Astra satelliet- posten naar het nieuws in hun thuisland te staren.  Alleen op zondag kent de put een renaissance en brengt men hier busladingen gepensioneerde Vlamingen uit de omgeving naar toe, die in de luwte van de passaatwinden in het café komen dansen op de muziek van één of andere ‘would be’ artiest. Schlagerzangers die zich niet via “komen eten” hebben kunnen profileren maar die hier met een hammondorgeltje en een microfoon furore maken. Zondagnamiddag hoor je hier Viva Espana, Marina en de klanken van de vogeltjesdans uit de put omhoogstijgen. Ik ben er totaal niet voor te vinden, maar elke diertje zijn pleziertje.

En om nu te verkondigen dat in het nabijgelegen El Fraille alleen wat illegalen bij elkaar hokken is wederom heel kort door de bocht. Inderdaad de meeste zwarte handtassen- en zonnebrilleurders wonen in El Fraille maar ook de meeste gezinnen die daar huren zijn gewoon hard werkende Canaries. In het tentenkamp achter Las Galletas wonen helemaal geen illegalen, zoals Struyf doet uitschijnen, maar de marginalen van de maatschappij. Hier voert ze een tandeloze Marokkaanse vuilnisbakkenschuimer op. Het verhaal over het nietsnuttenkampeerterrein konden  jullie al lezen in mijn verhaaltje “de jungle van Las Galletas. Als kers op de taart voerde ze dan nog een oude eenzame Spaanse vrouw op, die haar zoon veel te jong verloren had en die nu hoopte haar uitgeleefde TenBel-huisje voor 140.000 euro te verkopen. Enfin voor 100.000 mochten ze het ook al hebben. Ondertussen werden de meeste van de TenBel appartementjes gekocht en gerenoveerd door Belgen, Engelsen,Duitsers, Italianen en nu strijken er zelfs Oostbloklanders neer. Alleen het recreatiegedeelte van het voormalige TenBel werd tot op dit moment nog steeds door niemand onder handen genomen.

Als de teloorgang van TenBel je hoofdthema is, dan moet je ook geen gratis reclame maken voor het Westhaven Bay complex van Rita. Ik veronderstel dat Struyf  hier dan ook gratis mocht logeren. Annemie voerde een alleenstaande boekhouder op, die in het recreatief- dansgedeelte van Westhaven Bay ’s avonds op zijn eentje hyperkinetisch stond rond te dansen. Toen die doorgeslagen accountant haar op het balkon van Westhaven Bay, bij de ondergaande zon, dan ook kwam vertellen dat hij niet alleen in België maar ook hier op Tenerife evengoed alleen en eenzaam was, maar dat hier de zon tenminste scheen, jeukten mijn handen om de knop van de televisie uit te drukken. De enige positieve noot kwam van een gepensioneerde man die hier al jaren woonde en  die vertelde, alleen naar België te willen terugkeren, als hij euthanasie zou willen plegen, omdat dit hier nog steeds bij de wet verboden is.

Waarom laat Struyf de gezelligheid van het vissersdorpje Las Galletas, met zijn authentiek haventje, visserstalletjes, zijn winkelstraat en zijn wandel-  restaurantjes- en terrasjesdijk niet zien? Waar liet zij de duizend gebronsde , glunderende senioren, die hier sociale contacten opgebouwd hebben en die zoals wij, hier in de Costa del Silencio,van het zonnetje, de blauwe lucht, de indigoblauwe oceaan en van de dolce fare niente komen genieten. Zalig rustig, zonder zoals op de wandeldijken van de toeristische playas onder de voet te worden gelopen.

Rond de bouwval van TenBel zijn er prachtige nieuwe bouwprojecten en villawijken herrezen. Leuke witte huisjes rond azuurblauwe zwembaden omzoomd door bloeiende boungainvillia, hibiscusstruiken en palmbomen. Mooie appartementen met zicht op zee. De omgeving van de Teide en de omliggende lavavelden nodigen uit tot wandelen en de mega toeristische badplaatsen Los Cristianos, Playa de las Americas en Costa Adeje zijn op 10 minuten bereikbaar. Maar ja, spijtig, dit liet Annemie ons allemaal niet zien alleen een triestig stukje Tenerife met wat zielige mensen, waar ze meelijwekkend,  fronsend kon naar luisteren. Ik vermoed dat, na deze aflevering, onze familie en vrienden op het thuisfront zich zullen afvragen waarom wij elke winter opnieuw naar de Costa del Silencio willen gaan. Wat heeft een krijsende dievegge, een wegrottende Britse dakloze, een zielig oud Spaans bommaatje, een tandeloze marginale vuilnisbakkenschuimer en een hyperkinetische dansende boekhouder met de bouwval van het eens zo glorieuze TenBel en zijn overwinterende senioren te maken? Welke nieuwe gepensioneerde gaat er na dit bedroevend programma nog naar Tenerife willen afreizen? Bedankt Struyfke….

Hoeveel sukkelaars, gehandicapten, zielige dronkaards, half seniele clubjes kan je nog opvoeren zonder zelf als programmamaker afgevoerd te worden?

Misschien dat Annemie geen pastoors, tante nonnetjes, zusters van liefde, zwijgende nonnen, missionarissen, monniken als Giel, sektes en bruine paters meer in voorraad had, om als zuster overste te becommentariëren!

 

Sim, verontwaardigd Costa del Silencio, Tenerife, 10/2/2016

 

 

 

 

10-02-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
05-02-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE JUNGLE VAN LAS GALLETAS
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Elk jaar opnieuw maken wij de wandeling van Las Galletas, door de lavavelden, langs de oceaan en de bananenplantages tot aan de vuurtoren, il Faro. Verschillende paden lopen kriskras door het vulkaanlandschap en vormen een licht glooiende wandeling die niet al te zwaar is. Als we over het eerste heuveltje geklommen zijn zien we onder ons een baai met een klein strandje. We bemerken onmiddellijk dat de vreemdelingenjungle van Calais zich naar het Nationale Park van Las Galletas verplaatst heeft. Waar er vorig jaar nog maar twee tentjes stonden, staan er nu in de luwte van de passaatwind,  minimum een vijftiental nieuwe zeildoeken optrekjes. De daklozenkrant en de hippie-junky tamtam heeft duidelijk reclame gemaakt om het nietsnutten- natuurtoerisme in het natuurreservaat, richting Faro, wat aan te zwengelen. Hier geen oorlogsvluchtelingen maar een gamma aan Europese daklozen en meertalige leeglopers die zich hier gratis komen vestigen zijn. Je kan ze natuurlijk geen ongelijk geven, want het is toch stukken aangenamer om in de Tenerifse zon te liggen niksen, dan onder een kartonnen doos of een plastiek zak in één of andere Berlijnse of Parijse metro te liggen stinken. Er is geen gas, elektriciteit of lopend water. Zoet water moet in grote bidon flessen aangevoerd worden. Eens die leeg zijn worden ze achteloos rond het tent- erf opgestapeld. Het enige badkamergebeuren is de plons in het zoute zeewater.  Een tent die volledig door golfplaten omgeven is, staat bijna op het strandje. De golven in de branding laten de stenen rondrollen. Voor de bouwval zit een jongere versie van Mick Jagger. Zijn tabaksbruine vingers tokkelen op zijn gitaar. Hij mankeert een paar voortanden en zingt lispelend mee. Voor hem zit een vrouw, met vuurtorenrode haren, die hem vol adoratie aankijkt. Naast hem draait een gepierced meisje, met een knalblauw kapsel, met de armen volledig uitgespreid, rondjes alsof ze zich in trance wil draaien. De vier jaarlijks toeristen die deze baai en het strandje al jaren als hun privé paradijsje beschouwden om te zonnen en te zwemmen, kijken vol ongeloof naar de kamperende nieuwelingen. Enfin, ik zou vanaf nu tweemaal nadenken alvorens mij in de zee te storten. Wie weet wat daar nu allemaal in ronddobbert?

Ook Anton aus Tirol is, met zijn Quechua tent onder de arm, het vliegtuig ingestapt en zit nu, in zwembroek, met een boek in de hand te genieten van het kosteloos campingaanbod. Zijn tentje staat naast ma en pa rasta, die zoals alle andere bewoners, rond hun zelf gefabriceerde tentenvilla hun territorium met opeengestapelde lavablokken afgebakend hebben. Afgedankt huisvuil, dat wij toeristen achteloos wegsmijten, krijgt bij deze populatie een tweede leven. Witte kapotte terraszeteltjes staan broederlijk naast de niet meer functionerende ijskast, die als voorraadkast dienstdoet. Een oud verroest bed met spiraalbodem, omgeven door gescheurde handdoeken en flapperende tafelkleden staat op zijn kant om de wind tegen te houden. Afgevallen palmboombladeren en grote vodderige zakken moeten de aftandse tent tegen de hitte beschermen. Een parasol die nog half geopend kan worden, terwijl zijn geknakte baleinen alle kanten uitsteken, zorgt voor wat schaduw. Midden in deze woestenij zit een smoezelig naakt peutertje in de brandende middagzon. Hij graaft met zijn handjes en gooit het zwarte lavazand op de wieltjes van zijn opzij gevallen buggy. Pa rasta beukt wat ritmisch op een rasta trommeltje en ma rasta oefent met drie ballen op een circusact, waarmee ze straks hoopt de toeristen op de drukke wandeldijk in Los Cristianos van hun sokken te blazen. Het ouderlijk rastahaar hangt zeezoutstijf opgedraaid tot op hun gat. Voor hun tentje hangt een bordje met de tekst “we make dreadlocks”. Erg lucratief zal hun handeltje niet zijn want tijdens dit seizoen zijn het alleen grijze en kalende overwinteringsenioren die voorbij wandelen.  Iets verder staat er een volledig uitgebouwde zeilconstructie. Naast de tent zijn twee honden aan een touw vastgebonden. Zij houden luid blaffend de wacht bij de aftandse rotzooi, terwijl hun baasje op steel- bedel- of vuilnisbakkentocht is. Iets verder verwijderd van het tentenkamp, staat een halfopgezette tent, die vrolijk flappert in de wind. Een melkwitte Britse hippie, met een stupide glimlach en een glazige blik, zit in de hevige tropenzon en staart roerloos over de indigoblauwe oceaan. Zijn Amy Winehouse- achtige partner ligt op een verroest ligbed te zonnen. De zoete wietgeur vermengt zich met de zilte zeelucht. Morgen zal het voor hen waarschijnlijk vijftig tinten rood zijn. De dakloze, die ook vorig jaar al aanwezig was op het campinggebeuren, ligt voor zijn volledig verschenen en ineen gestuikte minitent. Hij ligt tussen een aantal gebroken glazen flessen en een berg ineen gedeukte bierblikjes zijn roes uit te slapen. Zijn voetzolen zijn inktzwart en zijn teennagels groeien tot in de hemel. Zich wassen is een werkwoord dat vermoedelijk niet in zijn woordenboek staat.

 In plaats van te werken liggen al deze slampampers hier in de tropische warmte hun tijd te ‘verschijten’. Excuseer me mijn woordenschat, maar in dit aspect is deze woordkeuze wel degelijk van toepassing. Al deze nietsnutten moeten, schijten, poepen, kakken en pissen en dit gebeurt meestal ergens tussen de struiken en de lavarotsen op enige afstand van hun villawijk. Vermits het op Tenerife nauwelijks regent, verdwijnen deze stronten niet in de lava aarde, maar drogen langzaam op van diep warm glanzend sepia bruin tot grijsgroene witte brokkelige worsten. Als je als argeloze wandelaar dan ook maar iets van het bewandelde pad afwijkt, heb je meteen kans om van de ene kakkewiet onmiddellijk in de volgende jackpot de schuiven.

We kunnen ook de afweging maken wie nu eigenlijk het slimste bezig is. Wij die heel ons leven hard gewerkt hebben om een karig pensioentje op te bouwen of deze nitwits die waarschijnlijk nog van ergens een uitkering of een leefloon ontvangen. Later, als dank voor het werkloos lanterfanten, bedelen en pikken, worden zij meestal nog beloond met een minimum pensioen, dat uiteindelijk niet veel minder dan het onze zal zijn. Vadertje Staat roomt van ons pensioen nog een gedeelte af om dit soort mensen te onderhouden. Dat noemt men dan solidair zijn, met onze centen. Als we door het wildkampeerders tentenkamp gewandeld zijn, haalt een Canarische senior ons in. Hij zucht en wijst naar de negorij beneden. Hij ratelt zo snel, dat we alleen door de weinige woorden Spaans die we kennen en zijn armzwaaien, de context min of meer begrijpen. Zijn ergernispeil stoot onmiddellijk de hoogte in. Als we niet direct antwoorden, gaat hij in een Engels/Spaanse versie verder. “Escandalose, schandalig. Escandalo in een parque national! Ciutad Las Galletas do nothing, nada, nada!!” Hij wijst naar het tentendorp. “Horribile!”. Met zijn hand maakt hij graaibewegingen. “E roba en la casa!”. Vervolgens houdt hij zijn hand voor zijn gezicht en opent zijn vingers: “Policia do nada. La cuidad van Las Galletas stampt solamente alleen megalomane projecten uit de grond con subsidies van la Comunidad  Europea. No hay necesidad! Voor de rest, teee seee an doee nada. The people of tie town maake monni, they let alle casas abandonata go to ruines en let thies osiosos en bedelaars camp hier and make thiese beoetiful site derti. Escandalose!!” De Canarie stapt zuchtend en kopschuddend verder.

We wandelen verder richting de vuurtoren en komen al snel aan de wandeldijk voor de bananenplantages. We staren wat over de oceaan en hopen dat we net zoals vorig jaar dolfijnen zullen zien. Dit jaar staat er echter voor ons geen National Geografic documentaire op het programma. Nadat we wat uitgerust zijn, hervatten wij onze terugweg richting Las Galletas. We moeten zonder het te weten toch ergens een verkeerd paadje ingeslagen zijn, want we staan plots te midden van een Spaans bedoeïenenkamp. Een dikke groezelige man, twee Spaanse, halve zigeunervrouwen en twee, volgens ons reeds schoolgaande kinderen zitten rond een uitgebrand kampvuur. De twee meisjes springen op, wuiven met hun handjes en juichen hola, hola. Ze dansen achter ons aan. Zij hopen misschien op een snoepje of een cent, maar wij hebben niets meer dan een hola, hola terug en een glimlach bij ons.

Ook hebben wij al jaren afgesproken om alle bedelende individuen niet meer financieel te sponseren. Als je als Antwerpenaar, op een zonnige namiddag, vanaf het station, via de Keyserlei, de Meir richting de Groenplaats wandelt, kan je probleemloos je halve pensioen aan het bedelend volkje uitdelen. Eerst spreken een paar jonge zigeunerinnen, elke nietsvermoedende oudere man aan, met een verhaal dat ze geen geld genoeg hebben om de trein naar huis te nemen. Enkele meters verder zit daar de jonge man met zijn twee grote honden en zijn smartphone in de hand met een bedelbekertje voor zich. Daarna word je gegarandeerd aangeklampt door de vrijwilligers van allerlei goede doel- verenigingen, zoals Artsen zonder grenzen, het Rode Kruis en Amnesty International, die als enige goede doel het uitbetalen van de enorme lonen van hun CEO’s hebben.

Tegen de ingang van de metro zit de zigeunervrouw met het slapende kind op haar schoot. Zij voert half huilend een toneeltje op, dat haar kind ziek is en dat  er thuis nog zes andere wachten die ze moet eten geven. Eventjes later wordt ze door de dikke Mercedes op de hoek van de straat afgehaald. Op de Meir word je overspoeld met Chiro- kinderen die wafels verkopen en Universiteitsstudenten die je een petitie tegen drank en drugs laten tekenen en waarbij een donatie in dank afgenomen zou worden. Wat verder zit een mannelijke zigeuner wat op een handharmonica te tokkelen en aan de overkant staat een vrouw, helemaal verkleed, de ganse namiddag stokstijf standbeeld te spelen. Als je iets in haar mandje gooit, buigt ze plots als een marionet op en neer. Aan de rode lichten ligt een Oostblokvrouw met haar handen in bidvorm en haar hoofd bijna tegen de grond, volledig uitgestrekt naast haar bedelkom zodat je bijna over haar heen struikelt.  Op haar plakkaatje staat :”ik hep geen gelt, helpen mij.” Ook de dieren mogen we niet vergeten, want de schooiers van het World Wide Fund bespringen je bijna als je ongeïnteresseerd  probeert voorbij te glippen en duwen hun, met pandabeer bedrukte, informatie onder je neus. Dus tegen dat je aan de Groenplaats aangekomen bent, ben je ofwel volledig gepluimd, ofwel komt het ganse gamma van de niet- of wel gesubsidieerde bedelaars je wel degelijk de strot uit.

Dit eventjes terzijde. We zijn zonder veel kak- uitschuivers terug op het rechte pad geraakt en zonder problemen door de Jungle van Las Galletas gewandeld.

 ’s Avonds voelen wij ons een koning te rijk als we het wandelzweet en onze zwarte lava zand voeten onder de hete douche kunnen afspoelen, de ijskast kunnen openen om een koel pintje te nemen en we ons lekker onderuit kunnen laten zakken voor onze televisie.

 

Sim, Tenerife, Costa del Silencio, Las Galletas 4 februari 2016

05-02-2016 om 23:43 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
29-01-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IN GOD WE TRUST
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Gisteren hoorden wij op de televisie dat de Paus de Iraanse president in het Vaticaan ontvangen heeft. Uit respect voor deze islamiet liet de paus alle naakte beelden bedekken! Hiervan krullen dus mijn tenen en krijg ik spontaan zure oprispingen.  Als die uitgenodigde moslim aanstoot neemt aan onze kunst en cultuur, waarom gaf de paus hem dan geen audiëntie in één of ander Romeins congrescentrum of desnoods in de lobby van het hotel waar die islamietenkliek neergestreken was? Neen, weer zijn wij het die rekening gaan houden met het middeleeuwse gedachtegoed van andere religieuze jandoedels! Moeten wij nu straks in Antwerpen ook alle naaktbeelden in het openluchtmuseum Middelheim of  het blote Manneke Pis in Brussel met doeken gaan omzwachtelen omdat de islamietjes daar dan zonder ergernis en aanstoot zouden kunnen gaan rondwandelen? Waar is die hypocriete Rooms Katholieke homo- en heilige pedofielenbende eigenlijk mee bezig? Zij ontvangen met alle egards een man uit een pseudo- schurkenstaat, die er al decennialang van dagdroomt, om straks als hij in de Allah- hemel komt, 72 meisjes te ontmaagden. Vermits Mohammed destijds ook al met een achtjarig kindbruidje in ’t zand zat, bespeur ik hier evenzeer enige tekenen van pedofilie… Het is misschien goed dat wij ons niet kunnen inbeelden hoe die Roomse pauselijke encycliek zijn eigen hemel voorstelt! Dromen zij misschien van een hiernamaals waar zacht vrouwelijk gevoosde, handjesvasthoudende welwillende pastoors- en blozende kinderzieltjes rondzweven. Waar is de tijd toen de papenbende nog mocht huwen? Er waren zelfs een aantal pausen die er een aantal minnaressen op nahielden, overal vrolijk rond neukten en links en rechts onechte kinderen achterlieten? Wanneer liep het in de geschiedenis ergens mis voor de christelijke heteroseksuele mannelijke  achterban en besliste God de Vader dat zij hun wiwi alleen nog maar mochten gebruiken om te plassen?  Niet moeilijk dat de Roomse kerk meer en meer de lange jurken- homobrigade aantrok. Het liep maar eerst volledig uit de hand toen een paus zich in Avignon vestigde. In het Palais des Papes liet hij het plafond en de muren van zijn slaapkamer niet vol schilderen met putas* maar met puttis, kleine vlezige, rozige mannelijk engeltjes met haarloze piemeltjes die vrolijk alle kanten opzwiepten.. Zo kon hij ’s avonds als hij in de pauselijk bedstee lag zijn eigen pedofiele pornohemel bekijken terwijl hij zich lag af te rukken.

Telkens er een religie opduikt, raakt de mensheid geestelijk verward. De grijze hersenmassa wordt door vanillepudding vervangen en rationeel denken is er dan plotsklaps niet meer bij. Als atheïst begrijp ik helemaal niet, dat mensen, die zonder geloof opgevoed werden, zich plots, door een partner of door een kronkel in hun leven een religie laten aanpraten. Ze storten zich op de leer van de Thora om met een jood te mogen huwen, laten zich dopen en anderen bedekken hun haren met hoofddoeken omdat de toekomstige moslimschoonouders het zo leuk vinden. Nog anderen lopen in familieverband langs de straten en verkondigen, nu al jaar na jaar, het einde van de wereld. Als deze laatste onheilsbodes het maar lang genoeg volhouden, zullen ze op een dag wel degelijk gelijk krijgen. De manier waarop wij onze aarde behandelen zal vroeg of laat toch catastrofaal eindigen. Al vanaf het moment dat de peutertjes van de gelovigen de eerste woordjes stamelen, indoctrineren de ouders hun kindjes met allerlei religieuze sprookjesverhalen. Ze sturen ze naar Cheider onderwijs, richten Koranscholen op en bedenken Bijbel universiteiten om ze toch maar in het religieuze gareel te houden.Met een beetje geluk zetten de pubers zich later af tegen het gelovig gewauwel van hun ouders. De balans kan ook de andere kant uitzwaaien als ze vinden dat hun godsdienst de enige juiste religie is en zij zich aansluiten bij één of andere sekte of lid worden van een terreurzaaiend islamitisch Jihadisten- clubje. Na de nodige indoctrinatie zitten de Rooms Katholieken, de Protestanten en de Evangelisten vervolgens hun ganse verdere leven, op de terugkeer van Jezus te wachten. Ach, ik weet wel zeker, dat indien Jezus misschien werkelijk bestaan heeft, hij niet zou zitten springen om al die bullshit op aarde nog eens te moeten doormaken. Hij had voorzeker al dat geruzie met zijn vriendin nog niet helemaal verteerd. Die werd het zo beu dat hij steeds meer met zijn twaalf vriendjes optrok dan dat hij quality tijd met haar doorbracht. Avond na avond schoven deze kameraad- profiteurs mee aan, aan het buffet, zodat Maria Magdalena hem, Jezus, op een avond voor een ultimatum zette. Ze riep: “dit is godverdomme jullie laatste avondmaal, ik heb het gehad met je vriendjes Jezus. Nog voor de haan drie keer zal kraaien, heb je hier je boel gepakt en verdwijn je uit mijn huis en neem die twaalf tafelschuimers en de op jou verliefde Judas met je mee. Denk je dat ik niet zie hoe Judas je overal stiekem tracht te kussen. Vergeet vooral je mirre, je os en je ezel niet. Dat geldt ook voor jou Thomas, je moet me niet zo ongelovig aanstaren!”

Zelfs het rondje slepen met dat grote kruis en dat geïmproviseerd stekelige kroontje in Jeruzalem vond hij niet meer voor herhaling vatbaar. Dan had hij het nog niet over die dagen dat zijn vader hem aan dat kruis liet hangen om zogezegd voor alle zonden van de mensheid te sterven!! Elke dag opnieuw vloekte hij dat ze het hier beneden maar zelf moesten uitzoeken en smeekte hij God de Vader om hem terug naar het paradijs te laten opstijgen. Tevergeefs want volgens zijn leuke pa waren er door zijn lijden nog niet genoeg menselijke overtredingen der goddelijke wetten verzameld. Drie dagen hing hij daar bloedend aan dat kruis alvorens papa hem terug tot hem liet komen met de woorden:  “Ach zoon, we zullen het binnen een paar eeuwen nog eens opnieuw proberen.” Ook kan Jezus het nog steeds niet hebben als atheïsten hem uitlachen als ze voorbij zijn gekruisigde beeltenis stappen. “Met de spijkers van Van Leeuwen hangt Christus hier al eeuwen” en als ze voorbij een leeg kruisbeeld wandelen, scanderen zij: “Jezus is van het kruis gepleurd, met de spijkers van Van Leeuwen, was dit nooit gebeurd.” Ik denk wel dat Jezus zich heel gedeinsd zal houden en vriendelijk zal bedanken alvorens opnieuw aan zo’n avontuur te willen beginnen.

Nog nooit werd er op de wereld zoveel oorlog gevoerd in de naam van één of ander geloof. Heel der volkeren hebben elkaar in de naam van God of Allah, de duivel aangedaan, elkaar de kop ingeslagen of hem er ineens afgehakt.

Een journalist van VTM-NIEUWS interviewde in Syrië twee mannen met een Arrafat handdoek op hun hoofd, die tussen het puin van de volledig plat geschoten en gebombardeerde stad Kobani zaten. “Met de hulp van Allah gaan we de boel hier opnieuw opbouwen. Als Allah het belieft kunnen we terug naar onze stad! Van IS mochten we niet meer lachen, zingen of dansen. Televisie kijken en radio luisteren werd met steniging of onthoofding bestraft, want in de tijd van Mohammed waren deze luxe artikelen er volgens de IS- terreur- gelovigen ook allemaal niet!”

Eventjes nadenken of ik het begrijp; waren er in die tijd wel kalasjnikovs, bommengordels met semtex, mobieltjes, smartphones, internet, wifi, facebook, whatsapp, Youtube- terreurmeldingen en Toyota auto’s om in rond te rijden??

Vijf keer per dag zat de bevolking met hun gat omhoog, hun hoofd richting Mekka en maar bidden dat IS hun zou sparen. Waarom heeft nog geen enkele Moslim gelovige zich afgevraagd, waarom hun Allah niets ondernam toen het barbaarse IS crapuul, in naam van diezelfde Allah als een pletwals over hen heen raasde, alles leegroofde en hun vrouwen en kinderen verkrachtte. Waarom keek hun god toen toevallig eventjes de andere kant op?

Waarom lopen voetballertjes, kruisjesmakend, kettinkjeskussend  en naar de hemelwijzend het veld op, om dan daarna het spel glansrijk te verliezen?? Waarom supporterde hun god juist toen voor tegenspelende ploeg? Waarom werden soldaten, die met kruistekens en wijwater besprenkeld waren voor ze ten oorlog trokken, toch in de pan gehakt.  Waarom grijpen die almachtige schepsels niet in als er Aids, kanker, ebola- of een zikavirus losbreekt?  Hebben die er soms een sadistisch genoegen in om de mensheid wat te zien lijden? Ik begrijp het al lang niet meer hoor. Waar zijn dan die goden als je ze het meest nodig hebt??? In God we trust, Gott ist mit uns. Dieu et mon droit. Als Allah het belieft. Ach,  ieder voor zich en God voor ons allen.

*hoeren

Sim,     in het Tenerifse Paradijs,    28 januari 2016

29-01-2016 om 16:34 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
24-01-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET PARADIJS
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Het vliegtuig maakte een bocht langs de Teide, de hoogste vulkaanberg en zette de landing naar de luchthaven van Tenerife in. Het vloog uiterst langzaam over het lappendeken van zwarte aarde, bananenplantages en huisjes die rond azuurblauwe zwembaden gebouwd waren. Overal zag je satellietschoteltjes, als sproeten uitgezaaid, op de daken van de witgekalkte Spaanse huisjes staan. In de verte zag je Gomera haarscherp tegen de blauwe lucht afgetekend. De oceaan schuimde zijn golven tegen de zwarte lavarotsen. We vlogen zo laag, dat het leek alsof we de palmbomen konden aanraken. Nog voor het vliegtuig volledig tot stilstand kwam en de deuren opengingen, voelden we reeds de Canarische warmte binnendringen. Het was tien uur en meer dan 24 graden. Het was bijna ondenkbaar dat wij deze ochtend met de eerste echte winterprik in België, met vertraging door vrieskou en sneeuw, vertrokken waren. Toen we onze koffers in onze huurauto geladen hadden, reden wij in de flikkerende zon richting ons Tenerifs huisadresje. Het voelde jaarlijks een beetje als thuiskomen. Groene papegaaitjes scheerden luid kwebbelend van de ene naar de andere palmboom. Tortelduifjes roekedekoerden boven op de zonweerkaatsende dakpannen. De subtropische bloemen staken bloedrood en knaloranje af tegen de bijna indigo blauwe hemel. Dit zou het paradijs kunnen zijn.

Maar zoals elke hemel op aarde, werd het paradijselijke gevoel verstoord toen we merkten dat de Duitse invalide man nog steeds aan de overkant van ons huisje resideerde. Net zoals vorig jaar zette hij keer op keer ramen en vensters open om de tabaksrook te laten ontsnappen en keek hij televisie alsof hij met surround modis in Kinepolis zat. Ach manlief is zelf hardhorend dus ik kon nog juist een beetje begrip opbrengen. Vermits manlief, na zijn longoperatie, nog een beetje revaliderend is, zaten we dus nu meer dan vroeger  op ons zonnig terrasje te genieten. Enfin dat was de bedoeling toch, want buurman had de gewoonte nog steeds niet afgeleerd om op zo’n luide manier muziek te spelen, zodat alle doven in het Chayofita complex verschrikt zouden wakker worden. In de loop van de dag kwamen allerlei vol getatoeëerde Duitse crapuulmannen bij de rolstoelbuurman op bezoek. Uitgezakte seniorenlijven met zwarte verschenen T-shirts van AC-DC, Nirvana of Harley Davidson op bilspleetlage uitgerafelde jeansbroeken, bellen in de oren en gouden kettingen met kruisen rond de hals. Grijze kroezige paardenstaarten piepten onder cowboyhoeden of vuile gevlekte petten. Het begon telkens met gezapig gezellig gewauwel, dat naarmate de dag en de alcohol vorderde, tegen middernacht hard afgekapt Duits geroep werd. Van respect voor andere mensen had dit tuig nog nooit gehoord.  Maar ik bleef nog steeds vriendelijk een praatje met buurman aanknopen. Mijn geveinsde interesse zou later, als mijn ergernis als een vulkaan zou ontploffen, nog wel eens goed van pas kunnen komen. Het voordeel was, dat buurman nu ook regelmatig op verplaatsing ging. Zijn Deutsche Freunden duwden de rolstoel voor zich uit en vermoedelijk ondernamen zij Costa del Silencio kroegentocht. Als we dan op ons terrasje zaten, een koel roséwijntje binnen handbereik, onze e-reader in aanslag of op de ligbedden lagen te zonnen was het enige dat je hoorde het zoeven van de wind en het kwinkelieren van de kanarie vogeltjes. We genoten van de stilte en de warme rust die nu en dan enkel verstoord werd door het overvliegen van vliegtuigen die elke dag opnieuw duizenden toeristen naar het vakantieparadijs brachten.

 

Sim,    Costa del Silencio, 24 januari 2016                           

24-01-2016 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (2)
21-12-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KLEINKINDEREN, ZE ZIJN OM OP TE VRETEN!
Klik op de afbeelding om de link te volgen

“Sssschttt Nana! Stil, bompa doedoe.” Het wijsvingertje, van mijn tweejarig kleindochtertje, wordt tegen het middelste van haar mondje gedrukt. “Ssscht !”

Zij kijkt me een beetje verwonderd aan. Ze begrijpt niet goed dat haar speelkameraadje nu op de sofa ligt te snurken. Zij dribbelt tot naast de sofa en drukt haar lipjes op bompa zijn oor. Manlief opent een oog en Valentina schatert het uit. “Bompake wakker?” “Stilletjes zijn schattebolleke, bompa moet nog veel rusten, bompa is nog een beetje ziek.” Zij denkt diep na, danst huppelend naar haar speelgoedvoorraad en grist hier haar lievelingspop Kabouter Plop uit. “Bompa Plopje  hebbe?” Zij duwt de kabouterpop tegen bompa zijn neus. Als bompa niet onmiddellijk recht springt, sleurt ze hier nog alle speelgoedjes achteraan. Ze bouwt een speelgoedtoren op manlief zijn buik. “Bompa speel?” “Schatteke, laat bompa eventjes met rust.” Manlief revalideert nog van een redelijk ernstige operatie en moet nog enkele pijnstillende pilletjes innemen waarvan hij serieus ‘slaap- gedrogeerd’ blijkt te worden. Valentina huppelt van de ene op de andere voet. Bompa ronkt door alles door. Als laatste optie duwt ze haar fopspeen en het voor haar onmisbaar bloemetje- slaapdekentje tegen zijn gesloten ogen. Bompa snurkt. Eventjes is zij uit haar lood geslagen, bekijkt mij met een lichte frons op haar voorhoofdje, maar dan licht haar gezichtje op. Haar vingertjes gaan heen en weer. “Bompake kiele kiele doen?” “Schatje laat bompa nu eventjes slapen!” “Oei bompa ziek, ssscht Nana, bompa nog doe-doe!” De kleine meid is echter niet te stuiten. Ze kijkt om zich heen, trippelt rond de salontafel  en bedekt manlief helemaal van kop tot teen met de kussens van de andere sofa’s.  Haar lachje klatert door de living als bompa plots :”kiekeboe kleine schat” zegt. Dat is het sein om al haar prentenboeken  aan te slepen. “Bompa boek lese?” Als manlief zich rechtzet, klautert ze zonder aarzelen naast hem, opent een boek en wijst met haar vingertje naar Winnie de Pooh. “Ikke niet schoteke zitte, bompa ziek.” Ze sleurt haar fopspeen uit manlief zijn handen, propt hem in haar mondje, duwt haar lievelingsdekentje tegen haar oortjes en drukt haar hoofdje tegen bompa aan.  Terwijl bompa klaarwakker is, vallen Valentina’s oogjes bijna dicht. Daar zitten ze dan, Bompa en kleindochter, vanaf de geboorte twee handen op één buik.

Nana Sim, 21/12/2015

21-12-2015 om 12:07 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
08-12-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.JE SUIS EDEGEM
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Op de bus, vanuit Antwerpen richting Edegem, heerste een aangename drukte. De regen kletterde tegen de ramen en de ruitenwissers zwiepten op snel tempo heen en weer. Nu en dan rinkelde een telefoon. Verschillende mensen kwetterden in hun mobieltje. Ik had geen idee waarover er uren, al rijdend,  gepraat kon worden maar, tandpis, tijden veranderen. Anderen raadpleegden facebook of luisterden naar muziek. In ieder geval, de jongelui waren allemaal, stuk voor stuk, druk bezig met dat toestelletje in hun handen. Alle zitplaatsen waren bijna bezet en in de middengang was het drummen geblazen. Kinderen stapten, na een schooldag, luid babbelend en lachend op.  Een sompige regenwarmte deed de ramen aandampen en een school- zweetgeur zweefde over onze hoofden.  Op het middenpad stond een kinderwagen met een kraaiende baby, die met mij kiekeboe deed. Aan het station van Antwerpen kwamen er plots twee mannen de bus op. Geen van beiden betaalde een buskaartje. Dit wees erop dat de integratie in Vlaanderen praktisch helemaal geslaagd was. Alleen de brave, meestal oudere generatie burgers hielpen de omzet, van de Lijn, niet verder in het rood zakken. Dus ‘het zwartrijden’ was regel nummer één, die moeiteloos overgenomen werd door alle blanke en anders getinte Antwerpenaren. Een eerste man droeg een djellaba met daarover een colbert. Een jasje dat waarschijnlijk voordien reeds door drie generaties Vlamingen of Marokkanen afgedragen was. Op zijn hoofd een gehaakte pet zonder klep. Zijn kroezelige schaamhaarbaard wiegde van links naar rechts. De tweede dikke man zat diep in een donker trainingspak weggestoken, de kap volledig over zijn hoofd getrokken. Zijn baard stond alle kanten uit, alsof hij door de bliksem getroffen was. Twee indringende zwarte koologen bekeken alle medereizigers terwijl zijn groezelige handen de busstang omklemden.  Op hun rug hingen er twee identieke rugzakken. Het duo leek op een stelletje angstaanjagende figuren, het type dat op Borgerhoutse pleintjes rondhangt en hoopt naïeve, werkloze,  nieuwe Belgjes te radicaliseren.  Plots sloeg de sfeer in de autobus om. De gesprekken verstomden en reizigers probeerden oogcontact met elkaar de leggen. De beslagen ruiten kristalliseerden onmiddellijk de geur van 50 angstzwetende passagiers. De mensen schoven ongemakkelijk heen en weer op de klevende buszetels.  Ik bedacht dat de rugzakken wel wat klein waren om kalashnikovs te verbergen maar een terreurgordeltje kon ook best modieus onder een djellaba of een ruim trainingspak verstopt zitten.  De bus reed slopend traag van halte naar halte. Auto’s bumperden als slakken de stad uit en aan elk rood verkeerslicht moest er eindeloos gewacht worden.  Bij de eerstvolgende halte liep de bus al half leeg. De kinderwagen werd in alle haasten naar de uitgang gereden. Toeval of angstreactie, wie zal het zeggen. De beide mannen schoven door het gangpad richting achterkant van de bus.  Ik kon alleen maar denken, dat als die twee nu volledig in de ban van een zelfmoordideetje waren, aan een bommengordeltje dachten en aan een touwtje onder hun djellaba of trainingspak zouden trekken,  men wel van een heel slechte timing zou kunnen spreken. Manlief lag na een longoperatie in het ziekenhuis en verwachtte van deze Florence Nightingale elke dag een bezoekje en nog minstens een maand revaliderende thuisziekenzorg. Dus als die Islamietenhandjes nog maar richting heup of  rugzakje gingen, begonnen mijn voetzolen al te zweten. We hadden nog maar net, “Je suis Charlie” en “Je suis Paris” verteerd, dus “Je suis Edegem” stond nu niet direct op mijn verlanglijstje. Misschien wachtten ze wel met hun terreurvuurwerk totdat we met de bus door een drukke winkelstraat zouden rijden. Veel ongelovige vliegen in één klap. Doemscenario’s stuiterden tegen de gesloten busdeuren. Wat zou er gebeuren als straks dat tuig de lucht in ging?  Werd het een getorpedeerde, uitgebrande karkas van een lijnbus vol met verschroeide handen die hun mobiel omklemden? Zouden wij er uitzien als blokjes stoofvlees met klodders bloedworsthersens? Zouden die mannen onmiddellijk naar die 72 maagden gekatapulteerd worden? Zou men ons nog herkennen. Ik omklemde mijn schoudertas wat steviger. Men zou al met een koevoet mijn handtas, met identiteitskaart,  uit mijn nijpende hand moeten loswringen.  Het traject scheen eindeloos te duren. Antwerpen had weer, voor de zoveelste keer op een regenachtige dag, een volledig verkeersinfarct. Een paar schoolkinderen duwden met hun boekentassen tegen de rug van de twee mannen toen ze naar de uitgang ploeterden. De twee mannen draaiden zich geërgerd om. Man, man.. uitlokking..”Jezus”, hoorde ik een medepassagier zeggen. Ja, dit was nu, op dit moment, totaal niet de juiste man om in deze situatie aan te roepen. Normaal zitten er op dit bustraject steeds een aantal moslima’s. Nu waren er echter in einde en verre geen hoofddoekvrouwtjes te bekennen die zalvende onderhandelingen konden opstarten.  Een mobieltje schetterde plots Arabische muziek door de bus. De twee mannen keken elkaar aan en overlegden in het Marokkaans of ze zouden opnemen. Dan drukte de dikke man op het knopje en wriemelde zijn mobiel zijn trainingskap in.. Griezelig stil werd het op de bus! 30 paar oren luistervinkten mee naar de mogelijke opdracht.  “Hallo, joa Mohamed”,”Joa zeg joeng, ik moest ierst wachtte totdat dien train van Brussel aankwam oem Mohammed af ‘t haole hé! Wai staan hier al een halfuur op die bus te geeloege hé. Da verkier zit potdicht in Antwaarpe. Ik zweer et gast, wai zen oep tijd vertrokke. En ja, wij emme dat kadoke veur die kleine bij! Joa joeng wai kome direct naar de kroamafdeling. We stoan in de file gelak iederien hé. Joa doar kunne wai toch niks aandoeng da gij der in de regen stoat , hé gast. Binne vijf minute zen we doar, tot sebiet.” De trainingsman lachte naar de froesbaard: “Jao Mo, da slimmeke staot daar in de gietende regen oep ons te wachtte, in pleuts van nor binne te goan!” Hun gezichten lichtten op ze grinnikten tegen elkaar.

 De bus stopte aan het Middelheim Ziekenhuis en de djellabaman en zijn kompaan stapten af. De businhoud zuchtte, ademde terug normaal en het kakelen in de mobieltjes begon opnieuw. Mogelijke terreur doet wat met een normaal vredelievende mens..

“Je suis Edegem” was nog niet voor vandaag!

 

Sim, 8 december 2016

08-12-2015 om 17:52 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
29-10-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cancenoïde

Beste bloglezers,

Ondertussen heeft men met een bronscopie een punctie gedaan en werd er bij manlief een zeer zeldzame minder dan 2 cm grote, cancenoide tumor gevonden. Die is momenteel nog steeds goedaardig, maar als we het beestje laten zitten dan kan die in de toekomst kwaadaardig worden. Dus moet die ellendeling eruit.

Op 2 december gaat de professor van UZA Edegem deze boosdoener er met een kijkoperatie uithalen.

Wordt vervolgd...

Ik neem eventjes wat gas terug. Bij manlief is er in april een vlekje op de longen ontdekt. Het groeit niet, manlief heeft geen neven symptomen enz, maar de dokters zijn er toch niet gerust in. Op de petscan vorige week, lichtte het vlekje wel op als zijnde actief, maar met de bronscopie kon men niet aan de plek van 2 cm. Dus mijn kop staat er eventjes niet naar om vrolijke verhaaltjes te vertellen.

29-10-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (2)
04-10-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OVER DE DIKKE EN DE DUNNE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

“Hé, Dikk zeheewee ni willn luistrr brrbroebel.”. “Wat zeg je Dunne?” Zis aarwer aant volstopnme en zeweetdazeder broebelni teegkan brrr!” “Dunne wees nu toch eens kalm en herhaal het rustig.”” Ai Dikke, geen tijd meer voor, alles komt jouw kant uit. Snel vraag aan anus om de reetspleet af te sluiten want de racekak is in aantocht! Nu hebben wij die vrouw al sinds haar jeugd verwittigd dat ze een melk intolerantie heeft en toch blijft ze ons negeren. Weet je nog in haar eerste schooljaar, ‘De Melkbrigade’! Pure horror, Milke, melke molk, karwitsel, karditsel kardon en dan een stempeltje voor elke dag dat er een glas melk gedronken was!! Gruwelijk, de melk was nog niet binnen of ze kwam er langs boven en langs onder uit. Scheiss in dem Trompeterhorn, leuk hoor al die koemelk die er als currysauskleurige ‘erwtensoepkinderkak’ uitspoot! Maar er een les uit trekken? Denk ze nu werkelijk, dat als ze vanille- pudding of ijs camoufleert met chocoladesaus dat ik niet merk dat er weer een melk- en roomrebellie op komst is? Dikke, ik heb er mijn buik van vol! Soms verdoezelt ze sommige melkproducten zelfs met zomers steenfruit, dubbel gekkenwerk en ik moet het allemaal maar verteren.”” Ach ze is niet altijd zo koppig hoor Dunne, weet je nog die keer dat ze wijselijk de panna cotta afsloeg omdat we haar op voorhand verwittigd hadden dat ze anders binnen het kwartier met haar spuitpoep de badkamer of wc van de vrienden als een Oostenrijkse koestal had laten ruiken.”” Ach Dikke, ik mag dat vrouwtje prikkelen zoveel ik wil, ze denkt dat ik de blinde darm ben.” Ai ai, Dunne, wat stoot je nu weer mijn richting uit? Wafels met room?  Linea recta rectum!! Weer een e-mail naar Darmstadt! Alarm alarm,  alles toeknijpen, zeker geen windjes laten maken of iedereen heeft sproeten”!  “Bedankt Dunne, broebel broebel. Weet je wat, ‘k zal eens wat kolieken uitdelen, afleren zal ze het. Weet je wat ik nog het meest beschamend vind, de kritiek van haar manlief! Heb je al eens goed gehoord wat die zei: Schatteke, gij hebt volgens mij geen darmen in je lijf, maar een rechte buis van je mond tot je poepegatteke! Een regelrechte belediging. Ach Dunne, ik weet wel dat ik met mijn 1,5 meter de boel er gewoon moet doorjagen en jij met je 6 meter lengte de grootste portie te verwerken krijgt. Bij normale mensen kan jij er bijna 24 tot 30 uur overdoen om iets te verteren. Bij dit vrouwmens moet je steeds in overdrive gaan, maar dat is haar eigen schuld, dikke- en dunne darmenbult. Wij mokka- makers proberen alles zo normaal mogelijk te laten verlopen. Maar luisteren naar haar lichaam..Toen er vlinders in haar buik zaten dan was het geen probleem om ons aan te horen, maar nu kunnen we elke verwittiging op onze buik schrijven! Nu denk ze dat ze vanbinnen niets dan stront en darmen is!” “Wat vertel je me nu, gaat ze nog vermageringspillen slikken? Wat staat er in de bijsluiter? Dat er diarree kan optreden?? KAN OPTREDEN… dat is bij haar gegarandeerd , schijten als een reiger!” “Dikke, er komt wee wa aan,…oei brr, brr, i den..k da ze brrroebel, wee stea..k me peperroomsau…broebel gegete hee!  Dikke hou je schra.ap, binne de 30 minu brr ten kom de dunn..poeperij broebel wee jouw kan uit!!” Shit, merde, nu is het genoeg geweest! Weet je wat, we gaan haar eens laten schrikken. We gaan haar trakteren op een nieuwe allergie. Het lijkt wel of ze stront in de oren heeft, niet willen luisteren hé. Wat denk jij Dikke? Wat denk je van een schelp- en schaalallergie? Ze eet graag kreeft, oesters en mosselen. ’t Zou perfect zijn als straf.”” Ach Dunne, nu niet overdrijven hé. Als we nu al eens beginnen met een schelpallergietje en misschien nog een kleine lookovergevoeligheid? Als ze dan scampi eet of gamba’s met lekkere roomlooksaus , dan hebben wij ook nog eens plezier. Ze weet dan in het begin totaal niet waar die schijterij vandaan komt. Zijn het de schaaldieren, is het de room of is het de look.  Ha ha ha!  Kak of gene kak, we hebben haar genoeg gewaarschuwd! Laat ze het nu maar uitzoeken alvorens ze nog eens een kreeftje durft bestellen..”

Sim, Edegem 4 oktober 2015 vanop de wc

 

 

 

Bijlagen:
darm.jpg (11 KB)   

04-10-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
18-09-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IL FAUT DE TOUT POUR FAIRE UN MONDE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Elk jaar opnieuw eindigt het toeristenseizoen in Grau du Roi met plaatselijke feestelijkheden. De Camargue- cowboys laten de laatste weken van september hun stiertjes weer in formatie door de straten van het stadje richting de arena lopen. Op elke hoek van de straat speelt er een opzwepend Camargue orkestje vrolijke Gipsy King melodietjes. De feestvreugde zit er goed in. We zoeken ons een zitplaatsje langs het parcours waar we de stierenloop en de passanten goed kunnen bekijken.

Buiten de nog min of meer normaal uitziende bruine septembertoeristen en de mensen, die hier hun weekendhuisjes hebben, worden de straten overspoeld door allerlei soorten malloten. Het lijkt wel dat alle instellingen, inrichtingen, gevangenissen en verbeteringsgestichten, van Grau en omstreken, al hun patiënten en gedetineerden gezamenlijk een weekendje vrijaf gegeven hebben. Langs het parcours staan overal dranghekken zodat niemand gevaar zou mogen lopen om door een losgebroken stier verpletterd te worden. Alhoewel er in vijf talen verwittigd wordt dat je tijdens de doortocht van de stieren achter de dranghekken moet plaatsnemen, houden alleen de meeste toeristen zich aan de opgelegde regels. De meeste habitués blijven onverstoord in het midden van het stratenparcours rond kuieren. Tussen de menigte feestgangers schuifelen zigeuners die iets minder in de stierenloop geïnteresseerd zijn. Wij kijken onze ogen uit. Je houdt het niet voor mogelijk wat je allemaal aan menselijke mafkezen ziet voorbij slenteren. Dikbuikige borstenmannen in slank makende zwarte T-shirts waarop in fluo letters Quick Silver staat, deinen voorbij. Aan hun waggelende eendenstap is echter niets kwieks meer te bespeuren. Het eerste kanonschot om iedereen te verwittigen dat de abrivados (stierenlopen) van start gaan weerklinkt. De eerste Camargue- paarden met stiertjes hollen door de straten. Ze moeten echter om de haverklap vertragen omdat de menigte maar heel traag uit elkaar splijt om daarna als magneetdeeltjes terug in het midden van de straat bij elkaar te klonteren. Manlief tikt me met zijn knie aan en knikt met zijn hoofd naar de richting die ik moet kijken.

Een jonge vrouw draagt een half doorzichtige lichtroze jurk waarbij je door de wiebelende vetlagen haar voorkant niet meer van haar achterkant kan onderscheiden. Haar hoofd is zonder hals of nekpartij op haar lichaam geperst. Onder haar veel te strakke jurk kan je soms haar sinaasappelnetjes zien schommelen, met juist boven de knieën de enige overgebleven pompelmoezen. Haar met glitterspeldjes opgestoken haar lijkt op een gigantische witte suikerspin. Aan elke hand, van haar zwaaiende lillende armen, bengelen en jengelen twee toekomstig obesitasjes . Haar treuzelman schuifelt achter hen aan terwijl hij in een broodje hamburger bijt. Hij draagt een T-shirt vol ketchupvlekken met de opprint “I am the most wanted man”. Het zal wel! Manlief kan zijn lachen niet inhouden. Ze lopen met zijn vieren in het midden van de straat, blokkeren met hun uitgezakte lichamen de volledige doorgang en waggelen op het laatste moment uit elkaar als de paarden- en stierenformatie op enkele meter van hun verwijderd is. Een paar Oostblokkers staart met half gesloten ogen, al een beetje onder invloed, naar de langs drummende mensen. Zij drukken grote blikken bier tegen hun getatoeëerde blote torsos. Hun twee tronies doen vermoeden dat ze in alle landen van de Europese Unie gezocht worden. De kale zwaait met zijn knalrode T-shirt als een toreador over en weer. Eens de cowboy- stierencombinatie bijna op zijn hoogte is, stopt hij uit schrik dat de stieren daadwerkelijk op de rode lap zouden reageren, vlug zijn shirt achter zijn rug. De tweede heeft in beide oren oorringen die nog groter zijn dan champagne kroonkurken. Langs elke kant van zijn mond heeft hij grote schroeven door zijn lippen. Hij draagt zijn pet achterstevoren op zijn weggeschoren haar. De stupiditeit druipt van hun gezichten, maar ze vallen totaal niet op tussen de andere wachtende simpele carnavalsgekken.

In de verte komen er twee overjarige tweelingbroers aangeslenterd. De eerste grijze broer heeft in zwart Afrika een jong, maar heel lelijk groen blaadje op de kop kunnen tikken. Ze lijkt op een overrijp vruchtbaarheidsbeeldje. De papa/opa draagt een joelende, op en neer wippende, halfbloedpeuter op de schouders, die te pas en te onpas krijst, dat de stiertjes op komst zijn. Papa kijkt trots, mama strijkt over haar dikke buik en kijkt verveeld. De tweede broer draagt een bruine cowboyhoed en een shirt met het logo van het whiskymerk JB. Over zijn buik staat de Franse vertaling van die twee letters J B: Jeune et Beau, jong en mooi. ‘Wishful thinking!’ Het is duidelijk dat deze man thuis geen spiegels heeft hangen. Ook hij, heeft zich ergens in Azië een bruidje aangeschaft. Dit kleine tengere kindvrouwtje stond vermoedelijk ook niet op de voorste rij toen de schoonheidsidealen uitgedeeld werden. Beide geïmporteerde vrouwtjes doen niet onmiddellijk aan seksuele uitwisseling denken. Manlief klopt me op de arm: “schoon volk op kwart voor twaalf!”. Ik draai mijn hoofd om en zie een paar prachtige jonge vrouwen onze richting uitkomen. Korte shorts tot net op de bilronding, lange benen, hoge plateauschoenen, rondzwiepende haren, oorringen die glinsteren in de zon en behoorlijke toeters. Ze vallen zo totaal uit de toon tussen al die dorpsgekken dat ze door de mannen bijna als een bezienswaardigheid nagekeken worden. Ik wijs manlief erop dat de meiden echter hand in hand lopen en met een sprankelende verliefde puberblik naar elkaar lachen. Zo zie je maar..! Achter de meisjes, wankelt een anorexia dame voorbij op meer dan 10 cm hoge hakken. Zij draagt een heftig flitsend knaloranje fluo- bloesje en een heel spannende latexbroek met tijgerprint, die haar knokige billen alleen maar benadrukt. In haar luciferstokjes- arm houdt zij een bibberend Chiwawa hondje. Met haar vrije hand houdt ze haar naar voren waaiende, uitgeplozen blonde paardenstaart uit haar strakgetrokken aangezicht. Eventjes vraag ik mij af of er ook een meneer anorexia is, of heeft die misschien het hazenpad gekozen, op zoek naar zachtere en malsere oorden. Recht over ons staat er een man met een gigantische zwarte punkerhanenkam. Het blijft voor mij nog steeds een raadsel hoe hij zijn haar, met de hier vrij hevige mistralwinden zo recht kan laten staan. Hij staat al geruime tijd ongeïnteresseerd en verveeld naar zijn schoenen te staren, alsof hij verwacht dat de stieren tussen zijn tenen uit gaan springen. Zijn vriendin, waarmee hij hand in hand staat, heeft lang roombotergeel engelenhaar dat tot over haar billen golft. Zij draagt een lange witte jurk met vaalgele plekken, alsof iemand haar onder gepiest heeft. Haar armen zijn spierwit en steken behoorlijk af tegen de andere diepbruine vakantiearmen. Regelmatig stapt ze naar het midden van de straat om te kijken of de volgende stieren nog niet in aantocht zijn en dweilt hierbij met haar jurk over de paardenstronten. We zien alleen haar achterkant die ons aan een perfect madonna beeld doet denken. Als de paardenformatie voorbij galoppeert, draait ze zich eindelijk om. Het is alsof ze als figurant weggelopen is uit de vroegere spokenserie, de Adams Family. Zij heeft een doorschijnende witte huid en in haar grote decolleté bollen twee halfblote gelatineborsten, waarop een schorpioen getatoeëerd is. Haar ogen heeft ze met zoveel eyeliner en mascara bewerkt dat ze op een ziekelijke panda gelijkt. Een van hun vrienden heeft al zijn hoofdhaar laten wegscheren op een pluk na. Die kleeft van op zijn voorhoofd als een vettige pladijs over zijn hoofd en eindigt achteraan in een knoetje zo groot als een druif waar een roze elastiekje omheen zit . Waar zijn short eindigt, beginnen de blauwe inkttekeningen, helemaal tot in zijn zwartgelakte schoenen. Als de stiertjes voorbijlopen, gaan de haantjes van Grau erachteraan. Met veel jong machovertoon trekken de jongens aan de staarten van de dieren. Het tonen van deze bravoure zal hun tijdens de rest van het schooljaar vermoedelijk een zeker heldendomprestige opleveren. Iets verder, naast ons, staat een tandeloze Graulien te roepen. Zijn feestenthousiasme is al behoorlijk opgeklopt met de nodige pastisdrankjes. Hij is blijkbaar ook één van de dorpsidioten die hun medicijnen vergaten in te nemen. Met zijn één nog resterende tand, zo groot als een grafsteen, grijnst hij naar de wachtende feestvierders en roept hij allerlei wartaal. Hij draagt een scheefgezakte kapiteinspet op zijn woeste grijze haardos. Zijn blauw en wit gestreepte zeemanstrui steekt in een bermudabroek met levensgrote ananas printen. Juist voor de volgende stierenloop door de straten raast, komt er een bejaard echtpaar uit een huisje dat zich langs het parcours bevindt. Ze waren beiden ergens in het Elvis tijdperk blijven steken. Het lijkt wel of ze juist van een verkleedpartijtje komen. Hij heeft gigantische zwartgeverfde bakkebaarden die elkaar bijna onderaan zijn kin terug tegenkomen en een royale zwarte vetkuif. Zij was waarschijnlijk vroeger een aandachttrekkende moordgriet met lange rode haren. De jaren hebben echter hun werk gedaan en de neplederen franje overgooier past totaal niet over haar rode bloempjesjurk. Haar rossige haar is op de zijkanten bijna helemaal weggeschoren en de resterende bos krullen boven op haar hoofd is knalrood geverfd. Manlief heeft het eventjes niet meer en allebei schateren we het uit.

Een tweede kanonsknal weerklinkt en dat betekent dat de abrivados eindigen.

Ik kan best begrijpen dat jullie denken dat ik lichtjes overdrijf. Om de waarheid van dit verhaal te kunnen geloven, moet je deze freakshow echter wel met je eigen ogen gezien hebben. Ik kan niet van elke randdebiel een foto maken want dan zou er ondertussen al lang een prijs op mijn hoofd staan. Het is bijna onbeschrijfelijk hoe de plaatselijke inteelt hier jaren zijn sporen achtergelaten heeft.

Het zou geen slecht idee zijn als de Franse overheid alle asielzoekers, die zich in Frankrijk willen vestigen, zouden verplichten om dit weekeindje tijdens het Zuid Franse “la fête du Grau du Roi!” een kijkje te komen nemen. Elke vluchteling met een gezonde dosis intelligentie zal volgens mij hierna tweemaal nadenken. Wil hij wel integreren tussen zo’n zootje schlemielen? Ik zou het volledig begrijpen als de asielzoeker, na het bekijken van al deze psychisch gestoorden, zich zo snel mogelijk uit de voeten zou willen maken. In plaats van zijn vingerafdrukken te laten nemen en zich te laten registreren zal hij plots, luid jammerend en huilend terug de Middellandse Zee induiken en onverwijld terug naar het oorlogsgebied zwemmen.

 

Sim,                                 Grau du Roi 18 september 2015

 

 

 

 

 

 

18-09-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
13-09-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KAMPEERPLEZIER IN PALAVAS-LES-FLOTS

KAMPEERPLEZIER IN PALAVAS –LES-FLOTS

 

Als doorzomerde kampeerder maak je natuurlijk al eens iets mee op de camping, soms leuke maar soms ook heel vervelende dingen.

Zo kampeerde ik, in mijn vorig leven samen met mijn ex- echtgenoot en zoonlief Tom, met de caravan in camping Les Roquilles in Palavas. Palavas-les-Flos, in de Languedoc-Roussillon, was een Middellandse Zee insteekhaventje dat de meeste visserij achter zich gelaten had en zich met de jaren gespecialiseerd had in het ontvangen van toeristen. Voor een gezellig restaurantje of een toeristenwinkeltje moest je toen heel goed zoeken. Door één of ander misverstand of verkeerd aangebrachte informatie, van hun nog prille dienst voor toerisme, rezen er langs de waterkant niets dan ijssalons uit de grond. Overal zag je vakantiegangers achter immens grote, met parasolletjes versierde, dure ijscoupes, versuikerd de stoet passanten bekijken. Het was begin juli en het echte Franse toeristische seizoen was nog niet helemaal begonnen. Na de jaarlijkse viering van de Franse nationale feestdag op le 14 juillet, werden de meeste Franse staatsburgers maar eerst vakantiewakker. Op 1 augustus bumperden ze dan met zijn allen tegelijk op de Franse autosnelwegen richting de vakantieoorden.

Op camping Les Roquilles resideerden dus begin juli meestal Nederlanders, Duitsers, Belgen en een handjevol Franse caravantoeristen.

De campinganimatie was per 1 juli van start gegaan en een look alike Claude François, met drie namaak Claudettes, opende het nieuwe vakantieseizoen. De festival dj’s, met hun oorstop- bonkmuziek, waren nog niet uitgevonden. Ik kan jullie echter verzekeren dat als je tot bijna middernacht non stop naar Clo Clo gejank moet horen, je ook naar een rustgevende cd van huilende dolfijnen of ruisende bomen ging verlangen. De volgende avond stond er een “miss Roquilles”- verkiezing gepland, maar buiten een drietal Franstalige dikke billen dragonders kwam er niemand van enige schoonheid op dit evenement af. Drie dagen later kwam er ’s avonds een grote tourbus de camping opgedraaid, met in het wit verklede ziekenhuisanimators die, alleen in het Frans, het gevaar van SIDA kwamen uitleggen. Het was eind jaren 80 en de meeste mensen hadden, buiten het overlijden van Rock Hudson aan Aids, praktisch nog nooit over deze ziekte gehoord. Laat staan dat het Franse woord SIDA bij de meeste buitenlandse, niet Franstalige campinggasten een belletje deed rinkelen. Naast de campagnebus stonden twee grote manden met leuk ingepakte snoepjes, waar iedere voorbijganger een grabbel in deed. Het waren geen zuurtjes, geen kauwgommen maar condooms die gratis aangeboden werden. ’s Anderdaags zag je op verschillende plekken kinderen met water gevulde rubbertjes naar elkaar smijten.

Enkele dagen voordien, hadden er een vijftiental Duitse tieners hun tentjes kris kras tussen onze caravans opgesteld. Met een uitdagende blik naar de andere caravankampeerders en met heel veel bravoure wees de jonge begeleider de plaatsen aan waar ze hun tenten konden opzetten. Het was een soort scouts- groep, die de luxe van een camping prefereerden boven een gehuurd stuk verlaten weiland, waar ze zelf een toiletput en eigen geïmproviseerde douches moesten fabriceren. Met enige ergernis zagen we diezelfde dag de campingplaatsen al in een replica van de stortplaats de Hoge Maai veranderen. Overal lagen lege bier- en colaflessen, restanten van stokbroden, plastiek bordjes en verfrommelde natte handdoeken in het zand. De ganse voormiddag speelden de hangmeisjes kappertje en lagen ze van verveling, voor hun tentjes, hun teennagels te lakken. De jongens werkten op de vakantiezenuwen door eindeloos met de bal te stuiteren en elkaar luid joelend te stangen. In de namiddag slenterden ze, verplicht door de begeleiding, naar het strand. Dat was het enige moment van rust rond onze campingplaatsen. In de late namiddag lagen ze, opnieuw rusteloos, her en der tussen hun tentjes verspreid te niksen. De begeleider zette dan de cd- speler op en Duitse popmuziek schetterde door de kleine luidsprekertjes, totdat ’s avonds de herrie van de campinganimatie weer begon.

’s Nachts leek de energie terug in de Duitse lijven op te borrelen en werd de voorbije dag, onder het hijsen van het nodige bier, nog luid lachend besproken. Sommige van de omliggende caravankampeerders hadden al geprobeerd om met deze door verveling geplaagde tieners in conversatie te gaan. Zij reageerden noch op Franstalige, noch op Engelse vragen. De groep haalde de schouders op en wees naar een gifgroen tentje. De begeleider, die zelf teveel bezig was met vakantievieren, liet zich echter nergens zien.

Na enkele dagen waren er al enkele stelletjes gevormd. Tongzoenend lagen ze voor de tentjes aan elkaar te frunniken. Dat was het enige moment dat hun kwettermonden stil waren. De niet tot vrijen uitverkoren exemplaren kegelden met een zekere verontwaardiging de inmiddels groeiende stapel lege bierblikjes met een bal omver. De kamperende omgeving werd het stilaan zat. Wat bezielde een campingbeheerder om zo’n bende jongelui tussen de andere kampeerders in te betten? Ik sommeerde mijn ex-man om eens met dat storende zootje ongeregeld te gaan praten. Mijn ex stotterde alleen Nederlands en de enige Franse, Engelse en Duitse woorden die hij kende, kwamen er alleen uit nadat zijn stembanden met sloten alcohol bevoorraad waren. Als er ook maar, in eender welke situatie enige actie ondernomen moest worden, verschool hij zich achter mijn smalle schouders. Mensen die mij kennen, weten uit ondervinding, dat eens bij mij de druppel over de emmer sijpelt, ik al snel de koe, in welke voertaal ook, bij de horens neem. Ik wilde niet zo’n receptieklager zijn alvorens recht op de man af te stappen en eerst mijn beklag aan de begeleider te doen. Mijn huidige manlief, met zijn talenknobbel, was nog niet in mijn leven verschenen en dus moest ik zelf de Duitse kastanjes uit het vuur halen. Ik stapte dus naar één van die hangjongeren. Vermits mijn vader tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de weerstand was geweest, lagen sommige Duitse woorden nogal gevoelig. Ik vroeg de jongeman dus in mijn beste Duits: “Wo ist Ihre Leitung”?

De tiener staarde mij over zijn zonnebril aan en gebaarde verveeld dat ik hem moest volgen. Wij stapten tussen de kleine tentjes door, struikelden over touwen en tentharingen, lege pizzadozen, hopen vuile was, zonnecrèmes, toiletzakken en stinkende schoenen. De puistige tiener bracht mij in de richting van de haag, recht naar de waterkraan…:”Das ist unsere Leitung”. Toen ik hem, wat uit mijn Vlaams lood geslagen en grinnikend om mijn blunder, probeerde uit te leggen dat ik geen water zocht maar alleen de man wilde spreken die de leiding over hun kamp had, kwam bij hem het geladen woord eruit: “Aha unser Fuhrer!”. ‘Unser Führer’ kon op dat moment niet gestoord worden, want die lag juist in zijn gifgroene tentje te rampetampen en de gratis verkregen condooms uit te testen met één van de, met teennagels gelakte, meisjes. Toen ik mijn rampzalige interventie een beetje lacherig aan de andere buren- caravanbezitters uiteenzette, was voor de meesten de maat vol. Gezamenlijk zijn ze toen richting receptie gestapt. De volgende uren werd de kampleider uit zijn tent gesleurd en behoorlijk, in het voor hem onverstaanbare Frans, op de vingers getikt, dat hij zoals afgesproken zijn tentjes aan de andere kant van de camping had moeten opzetten.. Als er nog een reclamatie over zijn groep aan de receptie vermeld zou worden, werd de ganse boel onverbiddelijk de camping uitgezet. Het Duitse kamp werd onder luid gemor opgebroken en de tenten werden helemaal aan de uiterste lege kant van de camping terug opgezet. De campingbeheerder mocht na hun passage alle achtergelaten rotzooi uitmesten. Het was vergelijkbaar met een heden ten dage ontruimde muziek-festival campingweide. Ik, diegene die zich wel in het vijandelijk kamp had durven begeven, maar niet naar de receptie was gaan klagen, kreeg wel alle giftige Duitse blikken. Vanaf die dag sloop “der Fuhrer” en zijn troepen met veel minder bravoure onze caravans, richting douches voorbij.

Tijdens diezelfde vakantie, sliep zoonlief Tom, toen zo’n 11 à 12 jaar, voor het eerst alleen in een tentje naast onze caravan. Mijn moederlijk brein registreerde

vanaf dat moment ‘s nachts, elke hoest, elke nies, elke snurk en elk abnormaal geluid. Het was stikkend heet en we hadden de voortent niet toe geritst. Alle ramen stonden open om de nachtelijke bries binnen te laten. Opeens hoorde ik gestommel in onze voortent. Ik zat al half recht in bed, toen een bruine hand de caravangordijntjes opzij duwde en er een flashlicht recht in mijn ogen scheen. Ik gilde en riep in het Frans naar de zigeuner wat hij verdomd in onze tent kwam zoeken. Hij antwoordde grijnzend dat hij alleen maar toiletpapier zocht om naar de wc te gaan en koos vervolgens het hazenpad. Ik sleurde aan mijn ex en duwde hem bijna het bed uit. Ik hoopte dat hij wat de mannelijke held zou uithangen en riep dat hij achter de zigeuner aan moest gaan. In plaats van te reageren, versperde mijn ex-echtgenoot, als een bibberend konijn, de doorgang en zei dat hij geen zin had om een mes in zijn lijf te krijgen. Het werd de zoveelste slapeloze nacht. Toen Tom, die gelukkig door alles doorgeslapen had, de volgende morgen ons verhaal hoorde, antwoordde hij heel laconiek, terwijl hij naar de lege wasdraad wees: “Ja mama, je had die man wel beter wat wc papier gegeven hoor, want nu veegt die zigeuner waarschijnlijk zijn gat af aan onze drie gestolen strandlakens!”

Alhoewel er vanaf dat de zon onder was gegaan bewakers met honden op de camping patrouilleerden, waren de zigeuners er toch in geslaagd deze naar één kant van de camping te lokken. Via de andere kant plunderden ze alles wat los of vast zat uit voortenten en verlaten caravans. Campingtafels, stoeltjes, tv toestellen, flessen drank uit ijskasten, bikini’s, oventjes en strand- en badhanddoeken verwisselden van eigenaar. Dus met drie gestolen strandlakens kwamen wij er nog goed vanaf. Alleen het respect voor mijn ex- echtenoot kreeg op dat moment zo’n deuk die nooit meer uit te blutsen was.

 

Sim                          13 september 2015 Grau du Roi

 

13-09-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
06-09-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TROTZDEM
Klik op de afbeelding om de link te volgen

We zitten op het strand van camping Le Boucanet. Schuin voor ons ligt er een vrouw op een rood ligbed. Iedereen die in een straal van 2 meter zijn stoeltje of zijn strandlaken naast haar durft neer te leggen, krijgt van haar een dodelijk blik. Ze kijkt verwijtend naar de spelende kinderen die in haar buurt een put graven en houdt met chagrijnig neerwaarts gerichte mondhoeken twee kleuters in het oog die elkaar met waterpistolen natspuiten. Ze is waarschijnlijk kinderloos, zont alleen en ergert zich de ganse tijd aan alles en iedereen. Haar man komt in de late namiddag, als een overjarige macho, het strand opgewandeld. Hij heeft zijn strandlaken over de schouder geslagen, een ipod tussen het elastiek van zijn zwembroek en oortjes in. Nadat hij zich wat narcistisch op het strand rondgedraaid heeft en zich als een echte macho langs alle kanten door het vrouwelijk resterende schoon heeft laten bekijken, laat hij zich naast haar neerzakken. Zij begint te gesticuleren hij verwijdert verveeld een oortje. Wij horen aan haar verontwaardigde afgekapte uitleg dat het Duitsers zijn. Echt gelukkig lijkt de zanikdame niet te zijn. Zij wijst weer geïrriteerd naar de jongelui, die juist achter hen, met de bal beginnen te spelen. Ik hoop dat de voetballetjes een flinke schep zand in hun richting doen verstuiven.

De Duitsers hebben beiden een hautaine air over zich alsof ze juist dit stukje strand op de Fransen veroverd hebben.

’s Avonds gaat bij ons de televisie aan. Het Vlaamse zevenuur journaal wordt via de satellietantenne eventjes binnengehaald. Alhoewel we met vakantie zijn, willen we toch van al het wereldleed op de hoogte blijven. Na het nieuws gaat de televisie uit. Rond half negen kijken we beiden een uurtje, bijna in stilte, via een kabeltje van de pc naar de tv, naar een ondertitelde aflevering van een bekende televisieserie, door zoonlief voor ons gedownload . Als manlief daarna nog niet genoeg nieuwsellende gezien heeft, zapt hij, met de hoofdtelefoon op, van het ene naar het andere kanaal. De caravan is dan in absolute stilte gehuld, zodat ik ongestoord kan lezen of mijn verhaaltjes kan voorbereiden. Ik ben nogal allergisch voor avondlijk burengebabbel en allerlei camping- animatie- nachtlawaai. Ik verwacht dan ook dat iedereen rond tien, elf uur stil is. Daarom zoeken wij steevast een camping uit zonder randanimatie. Vermits ikzelf de hartslag van een muisje kan horen, dat op 2 km in zijn holletje ligt te woelen, moet voor mij de televisie dan ook niet te hard staan en moet manlief van mij verplicht zijn hoorapparaten in. Dus stort de Belgische nieuwsanker bijna op fluistertoon de asielcrisis over ons heen. Plots horen wij naast ons een geroep. Het klinkt een beetje als “aufmachen” maar dan anders. Wij zijn ons van geen kwaad bewust en kijken verder naar de op de Middellandse Zee aanspoelende bootvluchtelingen.

Drie kwartiertjes later gaat de televisie uit en happen wij juist in ons stokbroodje, als er een vrouwengezicht naast onze voortent verschijnt. Mijn eerste idee is: “Verdomme, die Duitse kakkers, van op het strand, kamperen juist naast ons. Ze gaan toch hun klaagterritorium niet van het strand naar de camping verhuizen?” Wij hadden onze Duitse buren, tot nog toe, niet te zien gekregen, want voor hun eigen luifel hebben zij een touw gespannen en verstoppen ze zich al de ganse tijd achter een reeks supergrote opgehangen strandlakens.

”Ja hoor eens”, zegt de moffenzeur “mijn man heeft last van jullie televisie!” Wij kijken haar vol ongeloof aan en mijn Duitse woordenschat stokt ergens in mijn keel. Niets is zo ergerlijk als onterecht van iets beschuldigd te worden. Manlief zijn Duitse grammatica komt echter vloeiend aan de oppervlakte. “Ach was dat Uw man, die daarstraks zo’n gebrul liet horen, hoort U nu misschien nog geluid van de televisie? Komt U nu klagen omdat wij een half uurtje naar de nieuwsuitzending kijken? Hoe lang staat U al op deze camping?” “Al meer dan twee weken.” Dus U heeft de laatste twee weken van augustus de campinganimatie nog meegemaakt. Leuk dat de kinderdisco al om acht uur begon, niet en dat U dan tot ruim na middernacht van de, door de luidsprekers versterkte, camping bonkmuziek heeft kunnen genieten. Stond U dan ook elke morgen in de receptie om hen in te peperen dat het veel te lang en veel te luid was?” Haar mondhoeken gaan nog meer naar beneden hangen. “Trotzdem…” “Ach”, gaat manlief verder, “wat had U gedaan indien er op onze campingplaats, in plaats van twee stille gepensioneerden, een troep luidruchtige jongelui met een tentje gestaan hadden? Kan U het zich voorstellen? Ter voorbereiding van de oktober bierfeesten, elke avond een groepje bierhijsende en luid lachende Duitse tieners, zittend voor hun iglo- residentie? Of misschien een jong stelletje met een baby, die elke morgen bij het eerste ochtendgloren brullend om zijn papfles jammert? “Trotzdem..””Denkt U niet dat als de Franse buren naast ons, mobiel telefoneren, wij niet woordelijk verstaan wat ze te vertellen hebben en ontdekken welk weer het in Parijs bij de kinderen is? Van de Engelsen aan de overkant, die beiden dringend aan een paar hoorapparaten toe zijn, weten wij elke dag wat ‘My Luv’ voor het diner gaat klaarmaken. We staan hier wel met zijn allen op enkele vierkante meter en als dat half uurtje nieuws het enige zogezegd lawaai is waarover Uw man zich druk kan maken, dan begrijp ik niet waarom hij de godganse dag met muziek in de oren rondloopt…” “Ja aber trotzdem”. Adolf laat zich tijdens de ganse discussie niet zien en blijft veilig achter zijn handdoekenbarrière zitten. Mijn Nederlands- Duitse vertaalapplicatie is stilaan in mijn hersenen opgeslagen en ik zeg bijna tegen het Rüdesheimer- vrouwmens: “Sorry, wir haben es nicht gewusst!”*, maar kan nog net op tijd op mijn tong bijten. Zij haalt haar schouders op, trekt misnoegd met haar mond, klakt met haar teensletsen tegen elkaar en verdwijnt richting de Heimat- caravan. Wij hebben ze niet meer gehoord, zij ons Vlaams zevenuur journaal nog wel.

Vrijdagavond palmen een paar Franse weekendtoeristen de nog vrije plaats naast het Duitse territorium in. Twee stelletjes, met een van vermoeidheid huilende kleuter, beginnen rond de klok van tienen hun tentharingen in de grond te timmeren. Vervolgens pompen ze, onder luid gebabbel, met een elektrisch machientje de vijf luchtbedden op. Ik hoor Fritz weer iets zoals “sofort” brullen. De jonge kampeerders reageren niet en Duits tandengeknars stuitert over de camping. De jongelui zitten nog laat voor hun tentje, rappen, lachen en klinken met enkele glazen pastis op het zonnige weekeinde. Wij vinden zelf ook dat de nieuw aangekomen tentkampeerders teveel kabaal maken, maar nu lachen we toch in ons vuistje!

Ik had zelf, voor onze Duitse buren, geen beter ergernisscenario kunnen bedenken!

 

Voor mijn jeugdige lezers :

*Wir haben es nicht gewusst : dit is de zin die de Duitse bevolking na de Tweede Wereldoorlog steeds weer opnieuw antwoordde, toen men hen vroeg waarom ze niets aan de nazi concentratie- en vernietigingskampen gedaan hadden, waar zoveel miljoenen Joden, zigeuners en homo’s het leven lieten. Wir haben es nicht gewusst, wij wisten van niets….zogezegd!

 

 

Sim           Grau du Roi, camping Le Boucanet       6/9/2015

 

 

06-09-2015 om 20:21 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
03-09-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZUID FRANSE STRANDEN

Vannacht is weer duidelijk het bewijs geleverd dat vrouwe Alla de hemel over onze contreien aan het overnemen is. Zij duwde God de Vader en zijn mannelijke pauselijke aanhang meer en meer richting Noord- en Zuid Amerika om daar nog wat gelovige zieltjes te winnen. De Getuigen van Jehova mochten van haar nog een beetje in Europa rondzwalpen. Zij vindt het nog steeds superleuk om te zien hoe deze zendelingen, keer op keer, zowel bij de inlandse bevolking als bij de nieuwe moslimburgers, de deur tegen hun eigen façade krijgen. Alla kijkt vanuit de hemel naar haar oprukkende exodus. Zij is er zeker van dat er in Europa nog meer dan plaats genoeg is om haar islamitische achterban te verwelkomen. Als zij over haar nieuw stukje Europese hiernamaals zweeft, laat zij haar hemelse oog vallen op de stranden van de Languedoc-Roussillon. Zij schrikt zich een hoofddoekje. Zijn dat lijken die daar allemaal op hun buik, langs de kustlijn aangespoeld zijn? ’t Is tenslotte de Middellandse Zee! Neen, het zijn waarschijnlijk dolfijnen of walvissen. Als ze wat beter kijkt ziet ze dat het dikbuikige zonnekloppers zijn. Zij vindt het een eigenaardig fenomeen, dat hier ook mannen en vrouwen, waarbij de vruchtbaarheiddatum al ruim overschreden is, met een pens ouderdomsspek rondlopen, alsof ze binnen de maand van een voldragen vetbobbel moeten bevallen. Zij laat haar religieuze blik over al de stranden van Zuid Frankrijk glijden en begint echter weer te twijfelen. Moet hier haar volksverhuizing integreren? Blijkbaar zijn hier de mensen zo arm, dat ze zich zelfs geen normale kleding kunnen veroorloven. Zij aan zij liggen ze, praktisch in hun blote reet, in de zon te bakken en te braden. Hier ziet zij voor de eerste keer het werkelijke bewijs dat de Europeanen er alles aan doen om zo snel mogelijke het Arabische of Afrikaanse kleurtje te krijgen zodat de nieuwe burgers zich onmiddellijk welkom zouden voelen. Ze begrijpt echter niet waarom er op die goudgele stranden zoveel vrouwelijke exemplaren met hun blote, verschrompelde, hangende, valse silicone -en watermeloen tieten pronken. Eventjes verder lopen ze zelfs helemaal naakt. Mannen waarvan de viriele vervaldatum met prostaat bedreigd wordt en vrouwen waarvan de overgangsopvliegers al behoorlijk verleden tijd zijn, laten alle genotattributen schaamteloos zwieren, schommelen en waggelen als ze langs de vloedlijn in de brandende zon beachbal spelen. Alla is compleet uit haar lood geslagen. Hier zal ze straks wat erectiestoornissen en hartinfarcten moeten uitdelen. Ze is er inmiddels achter gekomen, dat dit naaktfenomeen totaal niets met armoede te maken heeft, maar volgens haar, gewoon een decadent gevolg is van het Westerse denken. Diezelfde blote zonaanbidsters gniffelden daarstraks nog: “Of het soms al terug carnaval was”, toen er twee ingepakte moslima’s pootjesbadend voorbij kwamen wankelen, hun lange jurken door het zoute water sleurend. Niet alleen de oudere senioren maar tevens de jonge vers geïmporteerde islamitische mannen gluren geil naar de bruine hangtieten en de door de wind opstaande frambozentepeltjes. Het is ‘Allahemeltergend’, aan die neerbuigende en uitdagende mentaliteit zal ze de komende jaren behoorlijk moeten werken! Nergens geen badpak, bikini, monokini of een nudist meer, alleen nog boerkini’s en vanaf nu, mannen en vrouwen gescheiden op het strand en de zee in!

Duizend bommen en granaten! Ze heeft in haar nieuw veroverd stukje Europese hemel al behoorlijk haar vrouwtje moeten staan. Niets dan miserie had ze met die nog niet bekeerde mannetjes. Vorige week kwamen er vier verongelukte, in alcohol gemarineerde midlifemannetjes aan haar hemelmoskeepoort aan. Ze hadden hun zielenleuter al paraat in de hand. Ze joelden en zeurden om die 70 maagden, die Alla hun zogezegd beloofd zou hebben. Toen ze voor de zoveelste keer uitlegde, dat dit een slechte vertaling was, dat het hier alleen maar om 70 druiven ging, maar dat ze dit zo lang mogelijk verzweeg om de zelfmoordterroristen niet te ontmoedigen, was de hemel te klein! Ze gilden dat ze dan liever terug opteerden voor de traditionele rijstpap met gouden lepeltjes. Toen ze hen bekeek en zei dat ze voor goddelijke rijstebrij een tiental jaren eender de geest hadden moeten geven, of minstens een ander werelddeel hadden moeten uitzoeken om naar de eeuwige jachtvelden op te stijgen, waren de rapen gaar! Problemen, problemen..Indien Alla ze zelf niet meer kan oplossen, zal ze de wijze raad van haar zuster Sjaria moeten inroepen. Nu ze eindelijk die Christelijke mannelijke encycliek verdreven heeft, zal ze zich zelf persoonlijk met de vrouwen in het westen bezighouden. In het begin zullen deze Westerse dames misschien wat zweten onder die lange jurken, maar alles went. De doorsnee Europese vrouwen zullen nog wat onhandig aan die hoofddoekjes frunniken, maar als alternatief kunnen ze nog steeds voor de totaal verhullende, snel overgooiende boerka kiezen. Als Alla wat later, vanaf haar wolk, tijdens de seniorenvakantietijd opnieuw over het strand uitkijkt, kan ze alleen maar besluiten dat voor de meeste bejaarde najaarstoeristen deze kleding een geweldige verbetering zou zijn.. Mooi of lelijk, dun of dik, kort of lang, een doek erover! Om al het bloot in één keer van de stranden te vegen moet Alla nog eventjes een studie maken. Ze heeft al een Middellandse Zee tsunami in gedachte. Vannacht zal ze als voorproefje al eens een staaltje van haar hemelse macht tonen. Met luid dondergeroffel, flitsende bliksems, hagelstenen en bakken water laat Alla aan de bange blanke man en vrouw horen dat het haar menens is!

 

Sim                                Grau du Roi, 6/9/2015

03-09-2015 om 14:06 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
29-08-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KLAAS KOMT!

Het zijn nog maar net de laatste dagen van augustus en de Nederlandse kranten berichten weeral over de in aantocht zijnde Sinterklaas. De facebook- pagina’s staan opnieuw bol met verhalen van de voor- en tegenstanders van de Zwarte Pieten. Ik vraag me af of de Sint het gezeur van de door racisme aangesproken kersverse Europese burgers niet stilaan beu wordt. De nieuwe ingevoerde Nederlanders en Belgen verwachten, nadat ze zelf een jaar van pseudo- inburgering achter de rug hebben, dat ze het recht hebben, om al onze westerse tradities probleemloos te laten verbieden.  Ze  zijn gewoon jaloers omdat de Sint nooit in de moskee komt..want daar staan veel te veel schoenen. Als wraakneming op het verbod van de hoofddoekjes in de scholen, verwacht men dat er als tegenprestatie nu ook geen kerstboom meer mag gezet worden. Varkensvlees mag er niet meer als schoolhap aangeboden worden en de Zwarte Pieten van Sinterklaas, zijn al sinds jaren, zogezegd een doorn in het Afrikaanse oog. Decennia lang kwam Sinterklaas met zijn Zwarte Pieten in onze westerse beschaafde wereld met de stoomboot aan. Een traditie waaraan niemand aanstoot nam of er ook maar bij stilstond, dat Zwarte Piet nu wel of niet een racistisch item was. De Sint was de Sint en Piet zijn helper. Ook de zwarte bevolking in België zag er jaar en dag geen graten in. Ze vonden het zelfs leuk dat er voor hen zo’n prachtige bijrol ingecalculeerd werd. Alleen vanuit de hoek van onze noorderburen waait de term “racisme” telkens weer opnieuw onze richting uit.

Ik veronderstel echter, dat door ons democratisch gepamper alle nieuwkomers steeds opnieuw hun zin doorgedrukt krijgen en wij straks met een lege stoomboot achterblijven.

Ik zie het al voor mij als straks Sinterklaas en zijn Roze Pieten in Amsterdam over de Amstel komen aanvaren. Hij moet dan vaststellen dat hij niet door duizenden kindjes toegejuicht wordt. De volledige homobeweging, dobberend in kleine bootjes, gekleed in roze tutu’s en wuivend met regenboogvlaggen, belemmeren de toegang naar de grachten. Zij zijn het niet eens met de provocerende roze helpers van de Sint. Zij willen oranje exemplaren.

Ook als Sinterklaas in Antwerpen aanmeert, zal hij zich een hoedje schrikken. Met een bootje, vol juichende zwarte Afrikaantjes aan boord, de Schelde opvaren, is om moeilijkheden vragen.

Prompt staat de ganse rede van Antwerpen vol gewapende politieagenten. Sinterklaas komt oorspronkelijk uit Turkije, draagt een djeleba-achtige outfit en heeft een lange baard..Alle, voor hem nadelige kenmerken zijn aanwezig.  Wie zegt er dat die maf uitgedoste mensensmokkelaar niet van Lybië komt in plaats vanuit Spanje en was zijn uiteindelijke einddoel misschien Lampedusa of Kos. Mogelijkerwijs zitten er nog een honderdtal asielzoekers in het ruim van de stoomboot. Vermits de Antwerpse burgemeester en de ambtenaar die de dienst leeflonen en sociale woningen beheert, al op alle media meldden dat Antwerpen vol is, moet dit bootje met juichende zwarte asielzoekers aan een grondig onderzoek onderworpen worden. . Voor hetzelfde geld verdwijnen ze, eens ze vaste Europese grond onder de zwarte voeten hebben,  stante pede in de illegaliteit op weg naar Calais en daarna verder naar Engeland. Het uitdelen van snoep en geschenken kan in deze optiek alleen maar als corruptie gezien worden.

Als atheïst wil ik ook wel dat er iets aan die Sinterklaas traditie verandert. Echte atheïsten geloven niet in goden en heiligen of in allerlei zalig verklaarde ‘lange-jurkenmannen’.

Destijds konden deze vrijdenkers al het Katholieke kruis op de mijter laten verwijderen maar ik vind persoonlijk dat die cadeautjes uitdelende kindervriend zich wat aan de moderne tijd mag aanpassen. Om iedereen te plezieren, moeten van mij de Pieten niet zwart zijn maar mogen ze gerust roze blijven. Het is vooral de Heilige man die volgens mij wat aan renovatie toe is. Wie laat er zich de dag van vandaag nog Sint noemen? Zou Klaas niet wat dichter bij de doorsnee bevolking staan?

Eerst en vooral moet zijn uiterlijk wat moderner ogen. Zijn mijter kan gerust door een volks petje vervangen worden. Zijn lange grijze baard kunnen we dan in een Bin Laden modelletje afscheren, zodat al minstens de helft van de Antwerpse bevolking er zich in kan terugvinden. Zijn grijze hoofdhaar knippen we in een voetballers -coupe,  alles weg op de zijkant met alleen een toefje als een kroontje er bovenop, desgewenst in een ander kleurtje geverfd. Zijn witte handschoenen kan hij, zoals die van Michael Jackson, per opbod via Ebay verkopen. Het brengt miljoenen op en van de winst kan hij dan een speelgoedreserve aanleggen of in Afrika wat aan ontwikkelingshulp doen. Zijn grote rode edelstenenring kan hij aan Paola en Albert schenken, want die kussen graag pauselijke ringen. Als ze dit juweel in het paleis hebben, bespaart hun dit een vermoeiend reisje naar Vatikaanstad en bezuinigt dit voor hen tevens een flink stuk op hun toch al ontoereikende dotatie.  De lange rode sintenjurk zou ik tevens achterwegen laten. Het is niet meer van deze tijd en het is trouwens heel ongemakkelijk om over de daken te wippen. Paardrijden zou meteen een stuk eenvoudiger zijn in een speciaal aangepaste creatie van Paul Gauthier. De gouden staf, die niets dan ongemak met zich meebrengt als de Sint zich met de auto wil verplaatsen,  kan vervangen worden door een modieuze wandelstok.

Ik zie de titel van het hoofdartikel al in de krant:   Op 5 december komt Klaas, de kindervriend, met zijn roze piet en schimmel in Antwerpen/Amsterdam aan…Het klinkt meer als een pedofiel met een SOA( een seksueel overdraagbare aandoening). Wedden dat daar zich weer andere pro- en contra- actiegroepen druk over gaan maken en dat het Zwarte Pietendebat eventjes zal vergeten worden!

 

Sim,                                                      Aubenas, Ardêche       29/8/2015

Bijlagen:
sint-en-polen.png (480.8 KB)   

29-08-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
26-08-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FOTO OP DE SNELWEG

Nadat ik een paar nachten onrustig geslapen had, opgeschrikt door dromen over aperitiefdrankjes, barbecue- recepten en boodschappenlijstjes, was het dan eindelijk zover : manlief, de jarige leeuw vierde met vrienden en familie met liefst twee barbecuefeestjes zijn 76ste verjaardag. Eén dag nadien, nadat alle ‘Happy birthdays’ gezongen, alles opgegeten en alles leeggedronken was, kon ik eindelijk adrenalineloos een volledige dag ontstressen. De volgende dag gingen wij de caravan uit de winterstalling halen en kon mijn slaap opnieuw verstoord worden door allerlei vakantie- inpaklijstjes.

Voor wij met onze caravan richting zuiden vertrokken, hoorde ik op het allerlaatste journaal, dat de transportsector een studie zou laten uitvoeren. Ze wilden nu wel eens weten hoe het komt dat bij meestal dodelijke ongevallen er zoveel vrachtwagens betrokken zijn. Ik vraag me af of die transportsectorambtenaren ergens heel hoog in een ivoren toren zitten te slapen. Waarom huurt die sector niet eens zelf een truck en zet daar twee avontuurlijke controleurs, met het juiste rijbewijsin. Ze kunnen dan de autosnelwegen wat afschuimen en lekker de trein vrachtwagens voorbijsteken. In de federatietruck zit de ene controleur aan het stuur en steekt op het linker baanvak alle bumperklevende camions voorbij, terwijl zijn medepassagier probleemloos in de cabines kan turen. Een beetje intelligente reflectie kan al vlug die peperdure studie uitsparen. Als ze zo langs die file manoeuvreren kunnen ze moeiteloos vaststellen wat die beroepschauffeurs allemaal uitvreten behalve normaal rijden. Al snel kunnen ze de volgende conclusies aan de sector overhandigen. Sommige truckcowboys hangen geeuwend over hun stuur en slalommen knikkebollend, gedrogeerd of dronken van het rechter op het linker baanvak, liefst met een oplegger vol gevaarlijke goederen achter zich. Ze peuteren in hun neus, kettingroken en slingeren over de weg met hun mobieltje tegen hun oor aangedrukt. Ze trappen onverwachts op de rem als ze eventjes hun facebook- vrienden checken. De verveling druipt over het asfalt. Als het giet van regenen wordt deze wateropspattende vrachtwagenkaravaan  één doffe ellende. En een heel goede raad, als er werkzaamheden aangekondigd worden, kan je beter met je kleine nederige autootje tussen die onoplettende, lusteloze mastodontenbestuurders wegblijven. Voor je het weet, vergeten zij, door hun drukke bezigheden, af te remmen en wordt je eigen kleinere statussymbool tussen twee botskampioenen tot schroot vermalen. Met een beetje geluk, kan jij het nog navertellen op de spoedafdeling. De transportsector wil onze Belgische chauffeurs verplichten om een opfrissingcursus- rijvaardigheid te volgen. Wat is het nut hiervan? Dit zou echter volledig Europees aangepakt moeten worden. Niet alleen wij Belgjes, die weer heiliger dan de paus willen zijn, moeten gekeurd worden, terwijl de rest van Europa ongestoord met gangstertrucks blijven rondrijden. Ik denk dat wat meer psychologische screening en onderzoek naar de gedragscode van het vrachtwagenrijdend Oost Europees tuig hier veel meer nut zouden hebben. Wij, die regelmatig een toertje Zuid Europa maken, kunnen er van meespreken.

 Wij rijden met onze sleurhut over de Autoroute du Soleil . Voor ons slingert een oplegger heen en weer tot zelfs over de pechstrook . Het is al meteen duidelijk dat de chauffeur van Poolse afkomst alles doet behalve gewoon chaufferen. Hij realiseert zich nauwelijks dat hij zijn baanvak verlaat. Als we deze wegpiraat voorbijsteken,  zien we dat hij driftig zit te sms’en.  Een beetje verder rijden er drie Roemeense opleggers op enkele meters achter elkaar. Zij scheuren over de snelweg  met een constante cruisecontrole- snelheid van meer dan de toegelaten 90km per uur.  De (t)rucker van de laatste vrachtwagen loert naar een videoscherm dat bovenaan in het midden van zijn voorruit geplaatst is. Ik kan niet zien welke film er gedraaid wordt, maar aan de roodheid van zijn gelaat vermoed ik dat het porno is. De chauffeur van de middelste camion bladert juist in de krant die opengeslagen op zijn knieën ligt, de pagina’s wapperen in de wind bij het openstaande raam . Alleen de voorste van de drie snelheidsduivels lijkt normaal te functioneren. Het zijn tenslotte niet allemaal potentiële doodrijders.

Het lijkt wel dat mannen die in een auto of in een vrachtwagen stappen alle automobilistenwaardigheid verliezen. De lelijke eigenschappen zoals toeteren, vingertje omhoog, schelden en met de grote lichten flikkeren komen dan plots bovendrijven. Snelheidsbeperkingen zijn er vooral voor al die anderen. Zij voelen zich heer en meester en een kansspelletje flitspaal- verschalken behoort tot het summum van alle uitdagingen. Ook manlief leeft soms met een iets te zware voet en calculeert steeds een 5 km per uur meer op de toegestane snelheid in. Als we rond Lyon rijden mogen de gewone auto’s 90 km per uur en staat er een verbodsteken dat auto’s met caravans maar aan 70 km per uur de bocht in mogen. Maar zoals gebruikelijk wuift hij smalend mijn opmerking, licht superieur weg. Hij gelooft niet dat een flitspaal onderscheid kan maken tussen een gewone auto en een auto die zijn huis achter hem aansleurt. Een beetje verder langs de snelweg staat de fotograaf. Taddaa! De kleine hufter blijkt echter een superintelligent paaltje te zijn, want we zijn nog maar net met 90 km/u op zijn hoogte of de flash gaat af. ’t Zal een mooie foto zijn. Manlief met een gezicht vol ongeloof en ik ernaast met een verbeten neerhangende mond. Manlief beweert nog steeds, dat de flitser de ons voorbijstekende auto betrapt had, maar ik betwijfel het. De toekomst zal het uitwijzen! Straks valt er weer een omslag met het politie-embleem in onze Belgische brievenbus. Wie niet horen wil, moet betalen. Manlief sakkert dat hij het eventjes uit het oog verloren was (dag Jan!). Ik zucht gelaten. Waar ik, in meer dan twintig jaar niet in gelukt ben, zal de Autoroute du Soleil wel in slagen.  In Frankrijk temt men leeuwen!

Sim                                                              26 augustus 2015   Aubenas/Ardèche

 

 

 

 

Bijlagen:
flitspaal3.png (284.4 KB)   

26-08-2015 om 17:06 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
12-08-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE REUZEKES VAN BORGERHOUT
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Ik weet zeker dat jullie dit al eens allemaal meegemaakt hebben. Je staat in je potten te roeren of je wast de auto en je neuriet mee met de radio en dan is er plots dat liedje, dat niet meer uit je hoofd weg te branden is. Eerst heb je het nog niet volledig door maar als je ’s avonds naar bed gaat, dreunt het nog steeds door je hersenpan. Zo liep ik vorige week, ganse dagen van; “Wie heb ik aan de lijn, halo, halo”, te zingen. Niet dat ik zo’n fan van K3 ben, maar het pinnetje van de platendraaier in mijn bovenkamer bleef constant op de Télé Romeo hangen. Gek werd ik van dat gekweel in mijn hoofd! Net toen ik dacht dat ik overnacht het deuntje kwijtgeraakt was, hoorde ik het ’s morgens opnieuw op de radio en wat dachten jullie…De oorworm had zich in mijn hersenen gedraaid. Het K3 trio fietste met me mee naar de markt en zelfs winkelen ging op het tempo van een geneuriede en luidop zingende: “ Halo, halo!” Soms keken de mensen mij een beetje vragend aan, met zo’n blik van: “Wie is die vrouw die mij goedendag zegt, ik ken haar helemaal niet!” Een enkeling zei wat aarzelend een halo terug, een beetje beschaamd, dat hij mijn naam vergeten was en mijn gezicht bij hem totaal geen herkenning opriep. Als ik het wandeltempo op polonaise niveau bracht, keek manlief me soms een beetje geërgerd aan.  Ik deed nog juist niet de ingestudeerde showdanspasjes na. Tik, tik met de wandelstokken op “Halo, halo, mijn télé Romeo…”

Ach, ik zat zelf een beetje verveeld met mijn repertoire. Ik probeerde allerlei andere liedjes te fluiten of hardop te zingen in de hoop de meidengroep voor eens en voor altijd uit te drijven. Zelfs “The show must go on” en de Power of Love” twee van mijn lievelingsnummers, die normaal toch echt als een paardenmiddel zouden moeten werken, kregen het kindergezang van de Rosse, Blonde en de Zwarte niet uit mijn kop. K3 bleef maar in mijn schedel ronddreunen. Zodra ik ’s morgens de ogen opende, waren ze daar en lieten mij op een uptempo van: “Wie heb ik aan de lijn…” de traptreden naar beneden huppelen. Ze waren onuitroeibaar. Het was natuurlijk een ongelijke strijd, drie tegen één. …” Ze overleefden nu al bijna een ganse week in mijn schedeldak. Ik had een onvernietigbare muzikale kronkel in mijn hersens gekweekt.

En dan, op het moment dat je denkt dat je kierewiet wordt en overweegt om hulp te zoeken of toe te treden tot de zelfhulpgroep “Hoe krijg ik dat lied eruit” verdwijnt het deuntje in je persoonlijke dampkring.  De vrijgekomen stilte in mijn hoofd was oorverdovend en plots waren daar weer alle geluiden van de dag. Wat mij het meeste opviel was opnieuw het zoemen van manlief. Als een vrolijke dikke hommel loopt hij zoemend naast mij. Toen ik dit fenomeen enkele jaren geleden voor het eerst waarnam, wist ik niet goed wat ik hoorde. Het begon op momenten van stress en onzekerheid. Als het klusje boven zijn pet groeide, zoemde hij een oplossing bij elkaar. Maar nu zoemt manlief op alle mogelijke onverwachte momenten vrolijk door het leven..Toen wij elkaar pas kenden zong hij nog uit volle borst, minstens één keer in de week zijn echte lijflied. Op de fanfaretonen van ‘Stars and Stripes forever’ zong hij: “Wij gaan naar het land van Hawaai. Naar het land van de wiegende wijven. Daar lopen ze bloot in de wei. En van a 1 en van a 2, ze kunnen me krijgen!” Met het ouder worden, verdwenen de zwoele buikdanseressen met de strooien rokjes uit zijn hoofd en kwamen er vier dikke reuzen voor in de plaats; De Reuzekes van Borgerhout. Op stressmomenten steekt de reus zijn kop boven water. Nu zingt manlief niet, hij neuriet niet, hij fluit niet, mijn echtgenoot zoemt het liedje. Ik weet het, jullie worden best jaloers want een knoopjesafdraaiende en gonzende partner, dat heeft niet iedereen. Ik wilde dus wel eens weten waar dit zoemverschijnsel plots vandaan kwam. Volgens manlief zat het al jaren in de familiestamboom rond te gonzen en had zijn grootvader dit zoemgedrag ook. Dus zonder meer met de genen meegekregen. Het spijtige van de zaak is dat manlief zijn zoemrepertoire nu al jaren uit één enkel liedje bestaat: “De reuzekes van Borgerhout”. Al wie daar zegt, de reus die komt, de reus die komt, ze liegen daarom, kere weer om, reuzeke, reuzeke, kereweerom reuzegom…”Maar dan  woordeloos,  alleen een neuzelig gezoem. Al meer dan 300 jaar, telkens in september worden de Reuzen van Borgerhout weer van stal gehaald en stappen en draaien ze in een optocht door de straten. Mijn grootouders, langs vaders kant woonden hun hele leven in Borgerhout. Dus kan ik mij nog levendig voorstellen hoe ik als klein kind met ma, pa, bompa en bomma naar deze optocht ging kijken. Borgerhout had een hele brede winkelstraat die vanuit de volkse levendige gemeente helemaal tot in het centrum van Antwerpen doorliep. Borgerhout had een eigen bioscoopzaal, een heel bekend ijssalon en er waren diverse stijlvolle tapijt- meubel- schoenen- en kledingwinkels. In de jaren zeventig verdwenen al deze chique handelszaken één voor één. Ze werden vervangen door pita/shoarma- restaurantjes, thee/drugshuizen, waterpijpcafés en multiculturele kasbahwinkeltjes. Ik zou niet weten waarom, maar Borgerhout werd vanaf toen in de Antwerpse volksmond Borgerocco genoemd. Ik heb me zelfs laten wijsmaken dat in één van de laatste optochten grote Fatima reuze poppen mee opstapten. Maar dit terzijde. Van zo lang wij samen zijn, gingen manlief en ik nog nooit samen naar deze Reuzenstoet kijken en behoort dit optochtmelodietje niet tot de klassiekers in onze CD verzameling . Ik vermoed dus dat dit Reuzenliedje nog een overblijfsel van een onverwerkt jeugdtrauma moet zijn dat ergens in de krochten van zijn brein gestockeerd bleef. Enfin, ik kan mij levendig voorstellen hoe tegemoet komende wandelaars, ons vorige week over straat zagen lopen: Zoem zoem, kere weer om reuzeke, reuzeke, halo, halo mijn télé Romeo, reuzeke, reuzeke…zoem zoem..

We waren met onze kleinzoon een weekje aan zee toen die plots aan manlief vroeg: “Bompa waarom doe je dat?” “Wat Matteo?” “Awel bompa, zo zoemen!”

Manlief  lachte en keek mij eerst bestraffend aan omdat hij dacht dat ik kleinzoontje een hint gegeven had. Niet dus.”Heu, dat is zingen hé.” De kleine opdonder keek echter met een vragend engelengezichtje naar bompa op:  “Bompa, dat is toch niet zingen hé, het is net of Maya de Bij rond mijn hoofd zoemt! En bompa waarom brom jij steeds hetzelfde liedje? Altijd datzelfde melodietje is keivervelend hoor!” Ja, de waarheid komt uit een kindermond! Sindsdien probeert manlief van zijn reuzenlied af te kicken en komt er soms wel al eens een ander melodietje uitgezoemd maar van enige grote vooruitgang in het zoemrepertoire is tot op heden alsnog geen sprake.

Vanmorgen zette ik de radio luid terwijl ik met stofvod en swiffer rondliep. Ramsey Shaffy zong vanuit het hiernamaals: “Laat me, laat me mijn eigen gang maar gaan..” En ik kweelde mee! Ik zong het de ganse dag. Bij het uitruimen van de afwasmachine, bij het tafeldekken, onder de douche en op weg naar bed. Misschien geeft Ramsey het al na één dag op maar ik vrees ervoor. Dus als straks de vrienden komen barbecueën, moeten ze niet schrikken als ik, bij het ronddelen van de sla, het vlees en het dessert luidop zing van “Laat me, laat me mijn eigen gang maar gaan.. laa aat me, laaaat me, ik heb het altijd zo gedaan!”  Dat betekent dan niet dat ik alle hulp weiger hoor, maar gewoon dat Ramsey, K3 eruit gewipt heeft en hij zich nu in mijn bovenkamer gesetteld heeft.

 

Sim,   laat me, laat me….

mijn eigen gang maar gaan                             Edegem 13 augustus 2015

12-08-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (2)
09-08-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HIER EINDIGT DE BESCHAVING

Ik weet niet hoe het met jullie gesteld is, maar het fenomeen “reacties op dagbladartikels” houdt mij hevig  bezig. Sinds jaren lees ik gratis de kranten via het internet en ik kan niet aan de lokroep weerstaan om telkens weer de reacties op de artikels, van al die anonieme aliassen eventjes open te tikken. Bij het lezen van al die reacties lijkt het wel, dat in dit land iedereen wel zijn eigen mening dringend wereldkundig moet maken of plezier vindt in het afzeiken van andersdenkenden. Het is alsof je de beerput opent en het rioolpersluchtje rond je hoofd komt stinken. Ik begrijp nog steeds niet ten volle waarom de internet dagbladen een forum geven aan een Yor, een James kont, een tisaltijdwat, een Vlaams kieken of een Zeurpiet.  Ik weet, na al dat lezen ondertussen dat de meeste respons geschreven werd door simpele zielen of platvloerse judassen die al hun anonieme pesterijregisters opentrekken om hun gefrustreerde ergernis ergens te kunnen lozen. Ongelofelijk hoe mensen met blijkbaar een hersencapaciteit van een mini garnaal en een nog kleinere portemonnee-inhoud plots al hun frustratie en jaloezie als ‘would be’ journalisten moeten ventileren. De virtuele ruziestokers verkondigen, via reacties aan de krant en op allerlei sociale media zoals Twitter of Facebook ongezouten hun mening. Ze vallen op een laffe naamloze achterbakse manier, politiekers, bekende Vlamingen en hun collega- reactieschrijvers (die niet hun zelfde mening toegedaan zijn) met pijnlijke scheldkanonnades aan.  

Het liefst zouden ze nog een cyberoorlog ontketenen, met elkaar via de webcam op de vuist gaan of virtueel met rotte eieren en overrijpe tomaten willen smijten. De meesten zijn boosaardige hufters die uit pure verveling de moraalridder willen uithangen.

Vroeger kocht mijn vader een papieren krant, mompelde wat, riep vervolgens verontwaardigd wat naar mijn moeder, en daarmee was de kous af. Diegenen die thuis geen luisterende partner hadden, trokken naar een of andere bruine kroeg en hingen daar aan de toog, achter pot en pint, wat tegen elkaar te ouwehoeren. Na een nachtje leuteren over foute toestanden en hun ongenoegen over de interne- en wereldpolitiek uitgestort te hebben, sleepten ze zich dan als menselijk wrakhout richting thuis om daar hun roes uit te slapen. Vandaag de dag bestaan er bijna geen buurtcafés meer, is het sociale luisterende oor zoek en riskeer je op je bek getimmerd te worden als je andersdenkend, verkeerdelijk het foute antwoord geeft. Dus verplaatst de platvloerse woordenstrijd zich achter de computer, de pc of de tablet. Lekker anoniem met een alias als, Poeki, dakdekkertje, Humpidumpie of Deug niet, durven deze zwak begaafden alle, zangers, sportlui of Belgische seksuologen, die het in het buitenland waargemaakt hebben, met een zekere minachting en afgunst afkraken. O wee de enkeling die deze bekende Vlamingen een hart onder de riem wilt steken en positief uit de hoek komt, die krijgt de volledige beerputkritikasters over zich heen.

Als er om 7 uur ’s morgens een krantenartikel verschijnt, dat er die nacht op de Vlaamse wegen zich weer vier jongeren te pletter hebben gereden, staan er om 5 na 7 honderden, weliswaar goedbedoelde ‘innige deelnemingen’ en ‘sterkte’ reacties te lezen van een Mallebabbe, een Hubie , een Lief huisvrouwtje of een Sariemarijs. Op één enkeling na die ‘eigen schuld, dikke bult’ neergepend heeft. Denken die simpelen van geest nu werkelijk dat de rouwende familie die ochtend niets anders aan zijn hoofd heeft dan na zo’n ongeval al deze reacties te gaan lezen? Als de Minister voor Asiel en Migratie, Theo Francken met zijn hoofd in de ochtendpers komt, dan zie je onmiddellijk aan de reacties van welke kant van de zetelverdeling de schrijfsels komen. Onder het pseudoniem van  Filip de Zomer, ssjef en Rechts worden er allerlei simplistische oplossingen aangereikt om de toestroom van armoe- illegalen tegen te gaan en kunnen er volgens hen niet genoeg teruggestuurd worden. Een ander verhaal krijg je van Rooiemia, Boeleke, Hubu en Linkseteo, die vinden dan dat zwarte Theo niet genoeg vluchtelingen binnenhaalt en er, in hun ogen, teveel uitwijst. Diezelfde schrijvers maken dan later een reactiebocht van 180 graden als Theo met een plan komt om 2500 extra bedden voor asielzoekers te voorzien in een kazerne ergens in hun eigen gemeente. Onmiddellijk worden er dan niet mis te verstane moordlustige haatcampagnes gelanceerd.

Maggie de Block, Minister voor Asiel en Migratie, in een vorige regeringssamenstelling, werd prompt de populairste vrouwelijke minister nadat ze een, in de media opgevoerde, compleet geïntegreerde, vlot Nederlands pratende, hard werkende maar een volledig uitgeprocedeerde 18 jarige Afghaan terug naar Afghanistan retourneerde. Maggie is nu Minister van Volksgezondheid en krijgt nu bakken kritiek. Een Sprietje, een dieetgoeroe en een Robinhoet, die juist zelf een taartje naar binnen schoven,( terwijl ze met vuile roomvingers snel een vette kwetsende reactie tikten)  beoordelen in alle anonimiteit, onze obesitas- Rubensvrouw op haar lichaam en niet op haar beleid. Ja hoge en vooral dikke bomen vangen veel wind.

Op een artikel over de Gay Parade in Antwerpen, tuimelen stante pede een tweehonderd reacties over elkaar de krant binnen. Nog nooit heb ik op zo’n korte tijd zoveel synoniemen voor het woordje homo of lesbo gelezen. Notoire homohaters, zoals een Godismetu, Lulleman en een Engeltjemoeten hun purgerende shit over deze, volgens hen, schaamteloze optocht uitstorten. Deze zedenpredikers, die nog steeds beweren dat holebi zijn een ziekte is, moesten tot in hun liezen, purperpaars van schaamte worden. Hopelijk krijgen ze in de toekomst een zoon of een kleinzoontje die alleen met een pop onder zijn arm,  in een roze pamper wil rondlopen of een babymeisje dat hun in de puberteit komt vertellen dat ze volgens ‘hem’ een stukje te weinig heeft. ’t Zal ze leren.

Als Vlaams Minister van Dierenwelzijn, Ben Weyts niet van zijn standpunt afwijkt dat onverdoofd schapen slachten niet meer in onze Westerse beschaving thuishoort, krijg je meteen een soort fonetische analfabetische reacties van een Momo, een Pitalover en een Abia3, die vinden dat zij als gasten in ons land en als nieuwe Belgen het recht hebben om voor hun Offerfeest ritueel te slachten. Daartussen staan dan de schrijfsels van Puck, Minoeke, Wafwaf en Flipper2, alle dierenactivisten, honden- en poezenliefhebbers en Gaia sympathisanten die de verstandige Minister toejuichen.

Vorige week verscheen er in de internetkrant een artikel over klagende burgers. Na drie jaar strijd, met politie interventies, proces verbalen enz werden zij nog steeds niet door de gemeente au serieux genomen. Zij klaagden over lawaaioverlast, verkeerd geparkeerde auto’s voor hun deur en tegen hun poort rotzooi achterlatende,brakende en pissende klanten van een restaurant/café in de buurt. Ten einde raad staken zij hun koppen bij elkaar, lieten een petitie rondgaan en lieten ze in hun eigen voortuin een bord plaatsen met de woorden ‘Hier eindigt de beschaving’. Direct kwam er een reactie van de restaurantuitbater, want waarschijnlijk wie het schoentje past, trekke het aan. Nu woon ik niet in de buurt en ik weet dus niet of de klachten gegrond zijn, maar iets zal er wel van waar zijn anders zouden de mensen er niet stilaan genoeg van krijgen. Of het plaatsen van zulk ‘reclamebord’ nu de juiste oplossing was om een oplopende burenruzie alsnog uit te praten, betwijfel ik, maar de omwonenden kregen nu wel een forum op de plaatselijke ATV nieuwszender en een meteen luisterend gemeenteoor. Nadat een journalist (die waarschijnlijk op een gratis etentje in het restaurant uit was) een volgens mij niet geheel onpartijdig artikeltje in de krant deed verschijnen, was het besmeurde hek van de dam. Elke lawaaizoekende tamtamklant,  kroeg- of klaploper en potentiële herrieschoppers, of zij daar in de buurt woonden of niet, kropen achter hun PC’s en begonnen in de krant met diepe minachting de desbetreffende goedgeboerde villa bewoners de huid vol te schelden. Zelfs de mogelijke immobilië- waarde van hun huizen kwam sommige jaloerse schrijvers de strot uit en gaven deze rijke stinkerds geen reden tot klagen. Ook iedere meelevende burger die het aandurfde begripvol te reageren, werd met bagger overgoten.  Het is meer dan duidelijk dat niet alleen in Schilde de beschaving eindigt, maar achter alle computerschermen waar anonieme aliassen, censuurloos en schaamteloos hun drek over de krantenlezers uitstorten. Weet U Mevrouw of Mijnheer, welk het alias van Uw wederhelft is? Leest U met flikkerende oogjes over zijn of haar  schouder mee, wat zij allemaal ongegeneerd op de sociale media durven schrijven. Of krijgt U het ongemakkelijk warm van plaatsvervangende schaamte als U al die beerputergernis van Uw partner ongewild onder ogen krijgt? Ik hoop dan maar dat alle bekende Vlamingen, politici  en ‘mede van repliek genietende schrijvers’, in de toekomst deze reacties niet meer openklikken, want niemand blijft tenslotte onberoerd na al die randdebielenkritiek. 

Wat er in die hoofden van die virtuele ruziestokers omgaat is moeilijk te begrijpen. Dus bij deze, als Heethoofdje, Pierewaaier, ArmVlaanderen en Criskras zich, na het lezen van dit verhaaltje herkennen en jullie jezelf misschien aangesproken moesten voelen om een reactie achter te laten:” Be my guest!” Na elke blog is er een plaats voorzien waar jullie ophemelende reacties zoals; “Leuk geschreven” of vernietigende kritiek zoals; “Simone is een supertrut, die denk dat ze schrijfster is of wat allemaal nog meer kunnen achterlaten. Lezen zal ik ze echter niet. De beschaving eindigt achter jullie computer…niet achter de mijne.

09-08-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
04-08-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WERELDRECORD

Manlief bereidt zich voor om in het Guinness World Record boek 2015 te verschijnen. Manlief wil het wereldrecord knoopjesdraaien halen. Hij heeft, samen met mij, al gedurende meer dan een twintigtal jaren goed kunnen oefenen. Hij heeft zich ondertussen, zonder noemenswaardige concurrentie, probleemloos tot in de halve finale gedraaid. Ik zie jullie de wenkbrauwen al fronsen en peinzen tot welke sporttak ‘knoopjesdraaien’ dan wel behoort! Ik zal het eventjes proberen uit te leggen. Manlief haalt uit de kast een juist versteld en gestreken hemdje en knoopt dit daarna dicht. Niets bijzonder hoor ik jullie denken.  Later op de avond laat hij zich lekker op de sofa onderuitzakken en geeft zich vervolgens over aan zijn tic ‘het knoopjesdraaien’! Onbewust cirkelen de kleine witte hemdsknoopjes tussen zijn plukkende vingers tot de draad het uiteindelijk begeeft. Het knoopje vind ik dan later, in het beste geval, ergens op het tapijt of tussen de sofazetels terug. In het slechtste geval verdwijnt het minuscule knopje overnacht ergens in de knoopjeshemel. In de grote knopen verzamelzak moet er dan een vergelijkbaar exemplaar gevonden en met bijbehorende kleur terug aangenaaid worden. Ik hoor jullie al reageren: “Waarom leer je hem dit dan niet af?” Denken jullie nu echt dat ik nog geen enkele poging ondernomen heb? Ik heb manlief, met naald, draad en schaar achternagezeten en geroepen dat hij vanaf nu zijn eigen averij maar moest herstellen. Manlief haalt dan glimlachend zijn schouders op, legt zich op de sofa en begint aan het volgende knoopje. Olie op het knoopjesvuur? En wie, denken jullie dat er met de vinger gewezen wordt, die arme man die er slonzig, knooploos bijloopt of die luie huisvrouw, die bedankt voor de eeuwigdurende reparaties. Ik weet het, we hebben allemaal, na meer dan een kwarteeuw huwelijk of samenwonen, wel ergens een partner zitten met een tic, waarvan je stilaan krankjorum wordt. Toen we verliefd waren vond ik het zo schattig en ontwapenend als manlief met zijn ene hand in mijn hand en zijn andere knoopjesdraaiend naast me op de sofa zat. Het leek wel een knuffelde kleuter met een teddybeer. Maar na 20 jaar knoopjesverstelwerk heb ik het stilaan wel een beetje gehad. Waarom knaagt hij niet aan zijn nagels? Die groeien kosteloos en zonder echtgenootreparaties probleemloos terug aan! Waarom draait hij in een ontspannen- of thrillermoment geen pijpenkrullen naast zijn oren? Juist ja, het grijze haar wordt ondertussen niet lang genoeg meer en valt liever uit dan als ‘tic nerveux’ dienst te doen. Ik hoor hordes vrouwen zich nu bedenkelijk afvragen, waarom ik toch te klagen zou hebben, want zelf kunnen ze wel encyclopedieën volzeuren over alle ergernissen die hun wederhelften oproepen…Ja we weten ondertussen dat de meeste mannen geen lades en kasten sluiten en zich uit de situatie proberen te redden met: “Wat ik eruit gehaald heb, moet er straks toch terug in, dus liet ik ze maar gewoon openstaan.” Of hebt U ook zo’n exemplaar in huis dat na een afwasje, niets, maar dan ook letterlijk niets op de juiste plaats terugzet. U kookt al meer dan 30 jaar in diezelfde keuken, met dezelfde kasten waar alle huisraad, potten, pannen, tassen en koppen al gedurende het ganse huwelijksleven op identiek dezelfde plaats staan, maar manlief presenteert je na al die jaren nog steeds een afwas- huisraad- zoektocht. Of heb je ook zo’n slechthorende editie, die nooit luistert en alleen hoort wat hij wil horen. Dames, hoe we ook trachten hun gezellige oude dag met ons gezanik te verstoren,  besef voor eens en voor altijd; mannen blijven kleine kinderen en kunnen na de trouwpartij, en cours de route, nooit meer veranderd worden. Hoe groen al het houtwerk*, door alle ergernissen in de loop van de relatiejaren verkleurd werd, meestal is ‘what you see, is what you get and …even less’.  Dus zet ik voor de duizendste keer’ met liefde’ opnieuw een afgedraaid knoopje terug aan het hemd. Ik zet een streepje in mijn notaboekje en hoop dan dat manlief , met zijn discipline ‘knoopjes afdraaien’, ooit samen met de poging polonaisedansen, het langste traject dominosteentjes laten vallen, het meeste hamburgers eten, het langst op een paal zitten en het grootste kussengevecht op een dag in het Guinnes World Record boek zal mogen staan.

 

*groen hout zijn : ruzie tussen man en vrouw

 

Sim,                       4 augustus 2015 en op weg naar het wereldrecord!

Bijlagen:
knopen.jpg (13.7 KB)   

04-08-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
28-07-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DECADENTE VERVEELEPIDEMIE

Vraagt een Brits zoontje aan zijn mama: “Mama wie is mijn vader?” “Ach”,  zegt de moeder dan, “dat is totaal niet belangrijk, Magaluf.” Mama had tijdens één welbepaalde vakantie op Mallorca, ’s nachts onder de zuiderse sterrenhemel, brakend tussen de stoelen van de openlucht dancing, uitbundige seks. Daarna verdreef ik, op een onchristelijk vroeg ochtenduur, mijn kater met een potje ‘kerktrapneuken’ en op het heetste van de dag, op het strand tussen alle andere toeristen, trok de tiende copulerende landgenoot een gescheurde condoom van zijn Big Ben en liep al het vocht mijn zonnende poesje binnen. En mama had daarna echt geen zin meer om uit te ‘vogelen’ wie er knieschaafwonden op de kerktrappen opgelopen had of wie er met blaren op zijn wippende, getatoeëerd  achterste rondliep. Maar mama is heel tevreden met haar vakantiesouvenir, hoor Magaluf, alleen mag je later niet naar Mallorca op reis zonder mama!”.

Nu moet je je voorstellen, dat je afgezien hebt van een vakantie op het party- eiland Ibiza en met het ganse gezin vakantie viert op Mallorca, in het plaatsje Magaluf.  In je hotel, juist naast je duurbetaalde hotelkamer, daveren de kamerwanden onder het lawaai van je Britse vakantieburen die “shaggen” als konijnen. De ene na de andere Union Jack, die zich superman waant, springt zich in laveloze toestand te pletter omdat hij van het ene terras naar het andere tracht te springen of vanaf zijn balkon poogt in het zwembad te duiken.  Je wandelt er met je koters van 6 en 8 langs de vloedlijn, als er zich plots een zwaaiende vleesperiscoop vanuit het zand opheft en onder Brits comazuipend applaus,er zich een bruin vakantiesletje laat op neerzakken. Leuk om aan je kroost nu het verhaaltje van de bijtjes en de bloempjes aanschouwelijk uit te leggen. Of dat je als gezinsuitje, met de kindertjes, wat lekkers gaat drinken of eten op een gezellig terrasje en dat daar juist een zuipende sloerie een tiental lallende macho’s oraal bevredigt in ruil voor de volgende consumptie. Wat is dat toch met die Britse feestvierende en seksueel uit de bol gaande vakantiejeugd? Heeft de verveelepidemie overal bij onze jeugd toegeslagen?  Ook hier barsten alle festivals uit hun voegen. Zonder drank en drugs kan men blijkbaar geen feest meer vieren. Van alle hoeken van de wereld werden de buitenlandse nitwitfinanciers per vliegtuig naar Tomorrowland -België gehaald. Terwijl onze jeugd klaagt dat ze in armoede afglijden, nu de uitkeringen van de schoolsubsidies verminderd worden, vinden ze toch blijkbaar zonder probleem genoeg geld om de gigantische festival entreegelden te betalen. Alle bekende en minder bekende Vlamingen, “would be” sport- kook- en andere vedetten kwamen pro deo, op het mega event, hun kop laten zien. Net zoals alle klagende omwonenden, door de festivalgangers azijnpissers genoemd, werden ook dit jaar de weergoden, op hun wolk heen en weer geschud en door het bass- lawaai uit hun slaap gehouden. Zij openden stante pede hun hemelsluizen boven de joelende en dansende meute. Net als het ballet van de stervende zwaan, fladderde de hossende massa met hun armen op en neer, gehuld in blauwe plastieken regenponcho’s op het ritme van de DJ bonk- muziek. 80.000  man met regenjassen en rubberlaarzen of gewoon half naakt, stampten drie nachten zeiknat in de modder.  Het moet allemaal kunnen, elke generatie heeft recht op zijn eigen ‘movement of change’ op zijn explosieve uitbarsting van vernieuwing of decadentie. 46 jaar geleden, hadden wij onze eigen Woodstock- festival ervaring. 400.000 hippies, beschilderd met vlinders en bloemen in het haar, op één festivalweide. Wij werden destijds hotemetoot van het snerpende gitaarspel van Jimi Hendrix en gingen uit de bol als Joan Baez, “we shall overcome” zong. Wij deelden, als langharige Christusfiguren en ‘make love not war’- verspreidende Maria Magdalena’s bloemen en drugs uit.  Nu betaalt men op Tomorrowland  met parels, letterlijk parels voor de zwijnen in het festivalslijk. Ach ook hier zullen er wel, in de festival- campingtentjes rampetampend kindjes gemaakt zijn. Als binnen 9 maanden een ongehuwde moeder een “Boompje” laat inschrijven in de geboorteregisters, dan lachen de ambtenaren zich schuddebuikend te barsten.  Ik ben er van overtuigd dat al deze feestgangers zich ook binnen 40 jaar te pletter zullen lachen, als ze de confronterende foto’s of selfies van zichzelf en hun carnavaleske verklede vrienden terugzien.

 

Sim,                   gestoord door het TML lawaai

28-07-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
24-07-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OVER WORSTENBROOD EN ORANJEGEKTE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Het leven op onze aarde hangt aan elkaar met een hoop tradities. Zo komen wij, in onze westerse wereld nog maar net op de wereld of we krijgen al, als baby, een geut doopwater over onze hersens. Sommige kinderen worden via de communie de volwassen, religieuze wereld binnengehaald. Wij trekken onze maagdelijk witte slepen bij huwelijken de kerk in en laten ons door een menigte huilende mensen op het einde van ons leven soms de kerk uitdragen, zonder dat wij of de rouwende familie ooit eender, dan bij vorige beschreven gebeurtenissen, ook maar in een God geloofd en één stap in de kerk gezet hebben.  Maar het is en blijft voor sommigen nog steeds traditie. Uit al deze religieuze toestanden heeft men wel een paar traditionele familiefeesten overgehouden. Moesten die er niet zijn, dan liet de familiestamboom prompt zijn bladeren vallen en vielen de meeste gezinsfeestjes zonder pardon in het water. Met Pasen eten we ons massaal een ei- en chocolade-infarct. Met Kerstmis, om de zo gezegde geboortedatum van Jezus te vieren, slachten wij massaal kalkoenen, drinken we ons een delirium tremens en vreten we ons een cholesterolverstopping. Met Driekoningen kan je de tanden stukbijten op de verstopte boon in de taart. Op het Suikerfeest proppen sommigen zich tot een diabetesaanval vol baklava  en tijdens het Offerfeest drijft het vet op de schapenstoofpotjes de indigestiestatistieken de hoogte in. De Joodse gemeenschap viert dan weer in december Chanoeka  (lichtfeest) met aardappelkoeken en latkes. Met Verloren Maandag, ‘verliest’ de Antwerpse bevolking zich in worstenbrood en appelbollen. Met oudejaarsavond schrokt men in België kreeft en kaviaar, kiept men flessen champagne binnen, alsof het allemaal gratis is, en zijn er in Nederland oliebollen. Dit alles met of zonder vuurwerk.

Veel tradities gaan van generatie op generatie over. Zo heb je het gansrijden in sommige Vlaamse polderdorpen. Vroeger werd een levende gans met olie besmeerd, ondersteboven aan een paal opgehangen. De mannen reden er te paard  onderdoor en moesten er, in één keer, de kop van de gans kunnen aftrekken. Misschien heette die gans wel ‘Jut’ en komt daar de uitdrukking; ‘ De kop van jut zijn’ wel van? De traditie bestaat nog steeds, maar gelukkig werd de levende eend door een namaak exemplaar vervangen. In Vlaanderen had men blijkbaar toen er tijd  een middel gevonden om het dierenasielaanbod behoorlijk te verminderen door het afmaken van levende beesten. Vroeger dronk men in Geraardsbergen levende visjes en smeet men in Ieper spartelende katten van de belforttoren. Goddank heeft men ook deze vervangen door pluche speelgoedpoezen en heeft Gaia het aquariumborreltje kunnen verbieden.

Eén april is ook zo’n aloude traditie. Overal ter wereld tracht men op die dag iemand te foppen. De één april fopdag is ontstaan, omdat juist op deze dag een visser de zogezegd grootste vis in de geschiedenis met een simpele hengel bovengehaald had.  Daar komt dus ook de benaming aprilvis van…hahaha, neen hoor gefopt! De juiste verklaring van deze traditie is tot op heden nog steeds niet helemaal achterhaald, maar het is en blijft één van de leukste dagen van het jaar.

Een hoop nieuwe tradities komen echter vanuit Amerika onze kant uitwaaien. Zo hebben wij ondertussen een secretaressedag, waarop elke typemadame van haar baas een bloemetje verwacht. Oh wee als deze dag vergeten of overgeslagen wordt, want dan kan je het, als chef, de rest van het jaar wel schudden. Halloween is ook zo’n ‘transocean’- debielenfeestje, waarbij we met zijn allen als lugubere gekken, verkleed in skeletten, monsters of satanische moordenaars met uitgeholde pompoenkoppen bij elkaar op de stoep belletje- trek gaan doen en om snoep gaan bedelen. En wat dacht U van de ondertussen ingeburgerde traditie, om ondanks de fors uit de pan rijzende elektriciteitsprijzen, tijdens de kerstperiode onze voortuinen en gevels overmatig lichtgevend te versieren. Sinds we al jaren, in de aanloop van het kerstgebeuren, met suikerzoete Amerikaanse happy end versies van White Christmas- films overspoeld worden, hebben wij nu ook in België verschillende malloten die hun gans huis met hevig gekleurde flikkerlichtjes, glinsterende blauwe kerstsleeën, fonkelende groene en roze kerstbomen en schitterende Kerstmannen optuigen. Vanuit een ruimtecapsule kan men het energieverslindende straatje probleemloos in de donkere nacht zien oplichten.

De volgende traditie zou ik eender onder de noemer carnavalsgekte willen catalogeren. De Nederlandse oranjegekte. Wie hiermee begonnen is mag Joost  weten, maar blijkbaar weet Joost dus ook niet alles. Bij alle mogelijke traditionele optochten, zoals de circusvertoning op Koning(inne)dag , tooit heel Nederland zich eensgezind in oranje. Heel der straten worden oranje geverfd en sinaasappelkleurige idioten zwaaien zichzelf een tenniselleboog als de Koninklijke poppenkast in een gouden koets voorbij komt rijden. Erger wordt nog de oranjegekte bij voetbalwedstrijden. Hier tooien ze zich met kaasbolhoeden, façon Beatrix, allerhande petten met Hollandse molentjes en hup, Holland hup bustehouders. De oranjemeute gaat, met de Hollandse driekleur op het aangezicht geschilderd, op het oorlogspad. Ze drinken zich het apelazarus, slopen vervolgens na de voetbalnederlaag, bloeddorstig, hele stadscentrums en laten een oranje vernielspoor achter zich. Mogelijk krijgt dit soort tradities stilaan ook voet aan wal in België, want toen de Rode Duivels weer als ‘de Belgische super glue’ opgevoerd werden, scandeerden, riepen, vochten en zopen, een heleboel als duiveltjes verklede en met de Belgische driekleur vol gekliederde Vlamingen en Walen, zich gebroederlijk onder tafel.

In Thailand heeft men de traditionele Long Neck vrouwen. Hier hangen de moeders nog steeds gouden ringen rond de hals van de meisjes, zodat hun schouders naar beneden gedrukt worden en hun hals langer lijkt, dit alles om de  toeristen te plezieren en geld in het laatje te krijgen In Afrikaanse landen is de vrouwenbesnijdenis nog steeds een overleveringsritueel en in sommige grauwe en enge moslimlanden zijn een partijtje vrouwensteniging en homo’s ophangen nog steeds traditionele toppers.

In Spanje vinden we de jaarlijkse traditionele stierenloop. De stieren worden door een hoop haantjes opgejut en door de straten van Pamplona gejaagd. Deze dieren beleven hier misschien de stierenvechterwraak van hun leven. Soms worden er machojongens door de stieren vertrappeld en een overmoedige wordt somtijds op de horens de straat in gecatapulteerd. Een enkeling met toreadorallures krijgt een punt van de hoornen tussen zijn Spaanse klokkenspel en wordt onder luid applaus en Olé-Olé- gejuich van de menigte met de ambulance afgevoerd. Ik ben er zeker van dat deze, nu voortplantingsloze,  corrida- man nog lang over deze traditie zal nadenken.

En dan is er nog de traditionele kleding. We moeten niet ver meer reizen om al die verschillende klederdrachten te zien.  Bij ons in Antwerpen zie je ze allemaal rondwandelen. Je kan hier Duitsers met Lederhosen en het bekende pluimpje op de hoed, gearmd met de Trachtendirnd- vrouw zien rondstampen en tulbandmannen en prachtige Indische schonen, met in de wind opbollende pastelkleurige zijden sarongs, zien flaneren. Afrikaanse vrouwen met ingevlochten wolvlechtjes en vrolijke gekleurde kledingprints,die vrolijk tegen hun zwarte huid afsteken,  slenteren kakelend en lachend door de straten.  Op een straathoek staat een Peruviaan panfluit te spelen in een poncho in allerlei kleuren van de regenboog. In andere wijken zie je vooral sombere zwartglanzende Jodenkostuums, pruikendames en djellaba’s in allerlei soorten en maten, alleen het provocerende islamitisch hoofddoekje roept bij sommige Belgen en Nederlanders nog wat controversie op. Alleen toeristen met Schotse kilts, Vietnamese hoedjes, Mexicaanse sombrero’s en Nederlandse klompen zie je hier niet rond kuieren, maar we weten dat deze attributen in het land van herkomst nog vrolijk gedragen worden. Zo heeft iedereen zijn eigenheid, zijn tradities, geloof , bijgeloof  en feesten.

Terwijl U dit leest, gaat het leven op aarde gewoon zijn gangetje. Er wordt nog steeds gedoopt, gevreeën, gehuwd, gescheiden, gevochten, gemoord en gestorven. Er wordt nog steeds traditioneel gekookt, gegeten, gefeest en gedanst.

Kunnen wij God, Jezus, Allah, Mohammed, Jahweh en al die andere aanbeden goden en de horrorsprookjes van de Bijbel, de Koran en de Thora niet eens, als proef, voor een jaartje of twee afschaffen? Eens kijken wat dit met de mensheid doet?  Misschien vindt de wereldbevolking het leven zonder die vermanende geloofsdwang wel heel bevrijdend en fijn.

We schaffen alle religieus getinte tradities en etentjes af. Alleen voor 1 april, de stierenloop en het gansrijden willen wij nog een uitzondering maken. Ik probeer nog ‘traditiegetrouw’ elke week een verhaaltje te schrijven, gewoon om jullie te laten glimlachen en sommige te doen nadenken. Maar of ik het nu meen of niet, schrijf of niet, de wereld draait nog steeds om zijn as en alles bleef zoals het was.

 

Sim,                                                 traditioneel vanuit Edegem, 26juli 2015.

24-07-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
19-07-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KOMKWAMMERTELEVISIE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Er valt niet meer aan te twijfelen, na Radio Nostalgie hebben wij nu dementen- televisie. Nu is de algemene vergrijzing in Vlaanderen en Nederland een vaststaand feit, maar wat ze ons nu in de zomerperiode in onze maag willen splitsen tart elke verbeelding!  Je moet al blind en doof  zijn om niet te beseffen dat het recessie is in televisieland. Het is geen komkommertijd, maar een volledig overrijp vegetarisch- crisisbuffet. Het volledige programma speelt zich af in het verleden. Herhaling op herhaling, herhaling van de herhalingen en integrale reprises van ‘oudedoosfeuilletons’ worden over ons uitgestort. Wat vroeger op TV één geprogrammeerd stond, wordt nu als nieuwe reeks op het tweede net uitgezonden. Alle misdaadreeksen, die gedurende jaren op het tweede net vertoond werden, worden nu als recente aanwinsten op één aangeprezen. Ik begrijp niet dat er nog mensen zijn, die betalend via hun provider met “ooit gemist”, een misgelopen avondaflevering terug wensen te zien. Eventjes een weekje of 5 wachten en de aflevering komt wel opnieuw tijdens de ochtend of in de namiddag aan bod.

Ik veronderstel dat de programmeur van de Belgische en Nederlandse zenders ergens een dementerend omaatje in een rusthuis heeft. Bij elk volgend bezoek vraagt het programmatie- genie dan aan zijn grootmoeder of zij haar Alzheimer- clubje wil bijeenroepen om een televisiepeiling te houden. Als hij dan, na een paar uur tevergeefs wachten op de dolende zielen, eindelijk een paar dementerenden bij elkaar gekregen heeft, begint hij de enquête. Hij vraagt hun om eens diep na te denken en dan aan hem te vertellen welke feuilletons, films of documentaires zij nog graag op de televisie zouden willen zien. Je ziet dan op de onbewogen gezichten één groot vraagteken alvorens het lange termijngeheugen zich in werking stelt. Het resultaat was natuurlijk voorspelbaar. Het programmatie- kleinzoontje kwam vervolgens met een ganse lijst terug heruitzendbare ideeën bij de kijkdoosmakers aan. Het maakt trouwens niets uit of de kijkkastherhalingen in zwart/wit of in kleur uitgezonden zouden worden want de vergrijzende bevolking registreert, volgens hem, toch geen kleur meer. Dus de overgrote meerderheid Alzheimer-light bevolking zou dik tevreden moeten zijn met bisnummers van ‘Schipper naast Mathilde’ en van ‘Daar heb je Swiebertje’ van 1955. Ook alle nostalgische films uit de oude doos, zoals ‘Gone with the Wind’, ‘De Sissi trilogie’, ‘Annie get your gun’, ‘The sound of music’ en ‘de return of  Dracula van de vijftiger en zestiger jaren kunnen gerust geherwaardeerd worden en als nieuw op de buis gebracht worden.  En wat dacht U van de herhaling van de herhaling van de herhaling van de herhaling van de in 1990 opgestarte Vlaamse serie ‘ F.C. De kampioenen’? Kan U het spreekwoord  “de herhaling is de moeder van de perfectie” nog in een negatievere context zien? Komen bij U Carmen en Xavier niet stilaan Uw strot uit? Wilt U niet ook Uw schoen gooien, op risico dat U Uw beeldbuis raakt, naar het debiele Markske , die in het werkelijke leven ondertussen 25 jaar ouder geworden is?  De toenmalige studenten van de uit den treure herhaalde serie ‘de Kotmadame’ zijn ondertussen al lang advocaat, dokter of zelfs rechter. Vindt U het ook niet ergerlijk dat ‘Columbo’, ‘The A-team’,’ Macguyver’, ‘Baantjer’, ‘Dallas’ en ‘Toen was geluk heel gewoon’, terug onder het stof uitgehaald werden en opnieuw over ons uitgestort worden?  Documentaires van 2008 worden zonder blikken of blozen als nieuw heruitgezonden. De dieren die hierin soms een hoofdrol spelen, zijn ondertussen misschien zelfs uitgestorven. Het is duidelijk, dat televisieland geen oude schoenen weggegooid heeft, alvorens ze nieuwe heeft. Duizend meter, gratis gekregen Amerikaanse shit pellicule- film wordt door de kijkdoos gedramd. De televisiemakers noemen dit nostalgie- tv, ik noem het crisis- budget -nonsens. Al deze herhalingen hebben ook één enkel voordeel. We kunnen nu met zijn allen alle quizvragen beantwoorden, want we zijn nog niet zo seniel dat we een aflevering van voor twee maanden niet meer kunnen onthouden. Volledige reportages uit het jaar stillekes worden ‘absque omni exceptione’ op ons losgelaten. Optredens van stand up comedians worden gerecycleerd en in compilatie hernieuwd door je keelgat geduwd. Op de Nederlandse televisie wordt nog steeds ‘droomhuis gezocht” uit de antiekkast gehaald, terwijl het toenmalige immobiliën- aanbod misschien ondertussen al tot een ruïne herleid werd. Bij de heruitzendingen van ‘Flikken Maastricht’ moet U  heel goed aandachtig zijn , want minder oude en heel oude afleveringen vloeien nu in de vakantiemaanden wel eens door elkaar.

Zelfs bij de openbare omroep wordt er in het VRT journaal beknibbeld op interviews en belangrijke wereldfeiten. Terwijl de Arabische wereld in brand staat en iedereen elkaar racistisch de kop inslaat, zeikt men een volle tien minuten over de herkomst en de juiste benaming van het kinderspelletje ‘schaar-steen-papier’ of ‘blad-steen-schaar.  Nu heeft men nog maar juist, bij de gesubsidieerde Vlaamse TV, de omroepsters afgeschaft. Wie zat er nog te wachten op een dame die eventjes kwam uitleggen welke herhaling van de herhaling we weer te zien zouden krijgen? Soms wist de omroepster van dienst zelf niet meer hoe ze nog meer enthousiasme aan de dag kon leggen en startte dan maar met de herhalingen van de volgende twee dagen te becommentariëren. Kan er iemand misschien nog tevreden gesteld worden met een herhaling van een voetbalwedstrijd van 1999 of een stukje Tour de France van 2005, laat het vooral aan de programmatie- diensten van het Vlaamse- of  Nederlandse televisielandschap weten. Zij zullen U met plezier de herhaling in prime time voorschotelen. Het enige wat vernieuwend blijft doordraaien zijn de reclamespots of het EO uurtje ‘Nederland zingt’, daar kan U live de kareoke teksten over onze Heer meezingen. Naar welke zender men ook zapt, gesubsidieerde of commerciële televisie-uitzendingen, ook de jeugd krijgt tijdens de zomermaanden het oude bomma- aanbod  over zich heen.

Komkommertijd?? Kommer en kweltijd, ‘Kwamkwammertijd’ is het meest positieve benadering van de in onze molen gedraaide uitzendtijd.

 

Sim, bij herhaling Sim.  Wegens saai televisieaanbod genoodzaakt te schrijven!

                                      19 juli 2015

19-07-2015 om 17:51 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
12-07-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VOICE MAIL

Ik geraak stilaan verward van al die berichten over het geloof. Ik lees in kranten  en zie en hoor via de televisie allerlei idioterieën. Ik weet dat ik met mijn kruistochtverhaaltjes tegen de religies, kleine successen boek bij atheïsten en agnosten, maar ook dat ik tegen de schenen stamp van de meeste gelovige mensen. Toch ben ik er van overtuigd, dat de wereld door het geloof  volledig over de rooie gaat en dat de mensheid afstevent op totale vernietiging. Ik begrijp nu al lang niet meer hoe intelligente mensen achter zo’n Roomse lange jurkenmaffia blijven aanlopen. Hoe sommigen zich op korte tijd kunnen laten indoctrineren door religieuze fanatici, die in het bezit zijn van een lidkaart van het IS- tuig en de Taliban fanclub. Wat gaat er in de mensen hun geest om, om op bedevaart te gaan naar grotten en kathedralen en daar devoot neer te knielen en te bidden voor plaasteren en houten beelden. Het is onbegrijpelijk hoe miljoenen Joden nog steeds hun ganse leven in functie van het hiernamaals verkwanselen, voor een God, die zogezegd samen met hen geleden heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog in de concentratie- en vernietigingskampen maar hen destijds toch schromelijk verlaten heeft. Hoe groot moet een geloof zijn, om arme mensen ertoe te brengen hun laatste geld uit te geven aan wierrook en bladgoud om op de Boeddhabeelden te kleven. Hoe sterk is een religie om mensen ervan te overtuigen om minstens één keer in hun leven, zich rond een steen in trance te moeten cirkelen. Hoe diep geworteld moeten die sprookjes zijn, om ondanks al je religieuze pogingen en gebeden , nooit enig resultaat te zien en gewoon te blijven geloven? Denkt U niet, dat ik nu de dag van vandaag met een verhaal op de proppen zou komen, dat ik zonder seks zwanger geraakte, dat ik na de bevalling nog steeds maagd gebleven was, dat mijn zoon over water kan lopen, dat hij brood vermenigvuldigt, water in wijn kan veranderen en de zieken en kreupelen kan genezen door handoplegging en een gebed, dat men mij dan onverwijld zou afvoeren naar één of andere psychiatrische kliniek? Of dat mijn zoon op het podium zou plaatsnemen tussen alle Nobelprijswinnaars?

 

Zo las ik in de krant, dat drie Marokkaanse jongens in Marrakech op het Djemaa el Fna plein aangehouden werden omdat ze tijdens de ramadan, met temperaturen boven de 40 graden in de schaduw, elk een glas vers geperst sinaasappelsap gedronken hadden. De tien kraampjes met het geperste sap staan er tijdens de ramadan klaarblijkelijk alleen maar voor de verkoop aan de ongelovige toeristen. In plaats van de Islamietjes te wijzen op het verbod,( zoiets zoals bij ons; onder de 18 jaar schenken wij geen alcohol)  had de sinaasappelsapverkoper eerst aan de ramadammers drie glazen sap verkocht, ze die laten uitdrinken en vervolgens de politie opgebeld.  Leuke laffe achterbakse daad. De drie moslims riskeren nu een gevangenisstraf van 3 maanden!

Vroeger had men bij de Rooms katholieken ook een vastenmaand. Op vrijdag mocht er geen vlees, alleen vis gegeten worden. Ongedoopte baby’s die stierven gingen zonder pardon naar het voorgeborchte en geraakten nooit bij onze “Lieve” Heer die hen vroegtijdig tot zich geroepen had. De pastoor predikte, nacht en ontij van op de kansel als er gezondigd werd. Jaren heeft men de mensen met al deze onzin onderdrukt. Is de kerk of de mensheid dan geëvolueerd? En cours de route werden ineens een aantal christelijke zekerheden afgeschaft. Vasten was ineens niet meer nodig en we mogen nu alle dagen vlees of vis eten. Plots is dit geen zonde meer?? Voor elke gedoopte baby kreeg en krijgt nu nog, de katholieke kerk subsidie. Het was en is in hun eigen belang dat de kindjes allemaal, zo vlug mogelijk een drens doopwater over zich kregen en de namen in de gelovige analen werden opgeschreven, alvorens ze ongesubsidieerd  het tijdelijke voor het eeuwige verwisselden. Dus om de ouders wat aan te sporen om zo snel mogelijk te dopen,creëerde men het babyvoorgeborchte.  Vermits er minder kindersterfte was en de moderne mens problemen had met het idee dat die kleine schatten eeuwig voor de hemelpoort zouden moeten rondzwalpen, heeft men onder druk, het voorgeborchte maar ineens afgeschaft. Hoe kan dat dan? Als je ziet hoe hypocriet dat katholicisme was en is. Als je rijk was, kon je de zonden afkopen met aflaten. Hopen kaarsen worden gebrand, heel der bergen en markten worden op de knieën op- en afgekropen om er zeker van te zijn dat die ene heel grote zonde toch maar vergeven wordt, alvorens je jezelf aan de hemelpoort aanbiedt. Nu mag je overspel plegen, fraude plegen, liegen, corrupt zijn, moorden, de ene zonde op de andere opstapelen en vloeken à volonté, als je maar regelmatig gaat biechten. Tien minuten in de biechtstoel bij mijnheer pastoor, en na het stamelen van drie ‘weesgegroetjes’ en vijf ‘onze vaders, die in de hemelen zijt’, is je religieus curriculum vitae  weer stralend Dash wit! Je volledige zondige gedrag wordt door God vergeven en je kan er weer opnieuw tegenaan. Geloven die religiepredikers, nadat ze alle miserie in de wereld zien, nog zelf in hun verhaaltjes, of blijven ze dit gewoon stug volhouden alleen voor de macht? Kunnen zo’n katholieke pausen, die al deze veranderingen en tegemoetkomingen, in het geloof doorgevoerd hebben, dan niet eens gaan onderhandelen met andere godsdienstpredikers?

De Roomse Paus heeft echter andere prioriteiten. Op de televisie zag ik dat hij in Zuid Amerika als een rockster binnengehaald werd. Mensen sparen daar het eten uit hun mond om toch maar genoeg centen bij elkaar te krijgen om de tocht naar het geloofsfestival te kunnen maken. Dagen kamperen zij in kleine gammele tentjes en slapen in of zonder een slaapzak onder de blote hemel om vooral niets van die religieuze poppenkast te moeten missen. Zij luisteren ademloos naar die, met goudbrokaat opgedirkte jurkenman, die toevallig in het rijkste staatje van de wereld resideert. Hij oreert, dat alhoewel zij arm zijn, zij troost moeten blijven vinden in hun geloof, dat ze vooral moeten blijven bidden tot de Heer. Hij spelt hun het sprookje van de zoon Jezus op de mouw, die naar de aarde gestuurd werd om al de menselijke zonden af te kopen. Dat de zoon ook arm was, maar toch met een simpele truc de hongerige van brood voorzag en de dorstige wijn aanbood. Als de gelovigen zich dan, later op de avond als schapen vol geloofsadrenaline maar met lege geldbeugels en knorrende magen, biddend terug naar de sloppenwijk begeven, hopen zij alleen maar dat de goudgetooide herder gelijk heeft en dat God zijn zoon ook eens bij hen zal laten langskomen.

Maar ik begrijp het niet helemaal!  Krijgt God soms katarakt en ziet hij sommige delen van de wereld niet meer duidelijk? Merkt hij niet dat in India en Bangladesh, mensen onder kartonnen dozen wonen en onder plastiek zakken sterven? Of moet daar Ganesha en Shiva maar hun plan mee trekken?  Wordt God doof en moet hij misschien langs Audionova om zich een hoorapparaat aan te schaffen. Hoort hij al die biddende en van honger creperende Afrikanen niet? Is dit werelddeel voor hem één zwart gat? Waarom stuurt hij zijn zoon niet eens die richting uit om wat brood te vermenigvuldigen en wat vervuild rioolwater tot een Saint Petrus of een Chateauneuf du Paapje om te toveren? Misschien dat een vrouw het beter zou aangepakt hebben, dan zo’n halfgare predikkende hippie, die zich constant door zo’n twaalfkoppige nichtgenbrigade liet omringen. Zo’n gigantische problemen los je niet op met een vrouw als Maria in een grot aan een verhongerde, menstruerende puber te laten verschijnen. Misschien heeft God nog ergens een dochter rondzweven, die eventjes orde op zaken kan komen stellen. Een vrouw die de broek draagt, een vrouw met ballen, die van wanten weet.  Die onmiddellijk de regen op aarde eerlijk verdeelt, die de rijst- en de graanoogsten laat lukken, die het water drinkbaar maakt en het eventueel wijzigt in melk. Een dochter, die en passant de kindersterfte, het kastenverschil en de vrouwenbesnijdenis uitroeit. Dat zou maar eerst het juiste gebaar van God zijn!

Wat ik ook niet helemaal kan bevatten, is waarom de Goden, hier op aarde, zich allemaal door zo’n carnavaleske randdebielen moeten laten vertegenwoordigen. Kunnen zij zich, in het digitale tijdperk niet via Facebook manifesteren of ons allemaal gewoon hun rechtstreeks telefoonnummer doormailen. Poepsimpel, je toetst 7 (van de zevende hemel) en vervolgens 001. Tuut, tuut..

 

U spreekt met de voice mail van de goddelijke familie.

 Indien U Joods bent en het is toevallig sabbat, dan bent U nu al in de fout door op deze knoppen te drukken

-         Indien U meer informatie wenst over godsdiensten -  druk 1

-         Om op de hoogte te blijven over eventuele Maria verschijningen – druk 2

-         Wenst U informatie over creationisme of evolutieleer – druk 3

-         Had U een vraag over besnijdenissen, vrouwenverminking, files en spoorstakingen - druk 4

-         Wilt U een mirakel meemaken- druk 5

-         Wenst U informatie over de vastenperiode, de ramadan en laffe sinaasappelsapverkopers – druk 6

-         Wilt U aan eender welke kerk, moskee, tempel of synagoge een donatie doen, houdt Uw bankkaart klaar  - druk 7

-         Wilt U weten hoe en in welke hemel U opgevangen wordt na Uw zelfdoding, Uw zelfmoordterroristische aanslag of als martelaar- druk 8

-         Wenst U informatie over condoomgebruik, abortus of euthanasie, gelieve U tot een andere dienst te wenden.

-         Hebt U last van klokkengelui, Allah geroep, bedelmonniken, wierookstank, het krijsen van schapen voor het offerfeest, getuigen van Jehova en Scientology-bekeerlingen -  druk 87

-         Had U graag een digitaal kaarsje gebrand in een kerk naar keuze, houdt Uw creditkaart bij de hand en  - druk 88

-         Wordt U graag geïnformeerd over door de Goden geplande rampen, vulkaanuitbarstingen, overstromingen, tsunami’s of aardbevingen – druk 89

-         Indien U meer dan 80 jaar oud bent en in het bezit van een slapjanus en U wilt weten wat U nu nog met die 70 maagden in de hemel kan aanvangen – druk 90

-         Als U informatie wenst over doop, communie, Bar Mitswa,  Jom Kippoer, Pasen, Ons Heer Hemelvaart,  Loy Krathong, Kerstmis, het Suikerfeest of allerlei heilige feestdagen- druk 91

-         Wenst U klacht neer te leggen over homofiele en pedofiele geloofsvertegenwoordigers – druk 92

-         Hebt U last van flatulentie tijdens de gebedsdienst en wenst U dat een andere houding bespreekbaar wordt – druk 93

-         Wilt U meer informatie over de voortgang van Uw wensbriefjes, die U in de Klaagmuur stopte – druk 94

-         Denkt U dat U per toeval één van Uw voorouders, die als insect op de wereld teruggekeerd was, hebt ingeslikt of doodgemept – druk 95

-         Wenst U op de hoogte gehouden worden van de nieuwe modekleuren voor kazuifels, nonnenoutfits, pastoorkostuums, priesterboorden, bisschopkleden, djellaba’s, burka’s, hoofddoeken, tulbanden, pruiken en keppels -  druk 96

-         Hebt U opmerkingen over de onverstaanbare teksten in de Bijbel, de Koran of de Thora en wenst U ons hiervan op de hoogte stellen – druk 97

-         Wilt U informatie over bevruchting door de Heilige Geest, seks voor het huwelijk of na het huwelijk, verkrachting of pedofilie – druk 98

-         Hebt U vragen over de hemel, de hel, het vagevuur, genocide, terreurindoctrinatie,  of geloofsfanatisme – druk 99

-         Indien  voor U geen enkele vraag in onze bovenstaande lijst van toepassing is en U één van de Goden persoonlijk wilt spreken – druk 100

 

 

Tok, tok tok…1OO  klik

 

Al onze lijnen zijn bezet, gelieve aan Uw toestel te blijven.

Muziekje ; Halelulia, halelulia halelulia haleluuuu uuu lia…Al onze lijnen zijn bezet, gelieve aan Uw toestel te blijven. Muziekje; wie heb ik aan de lijn, halo, halo… Al onze lijnen zijn nog steeds bezet, gelieve aan Uw toestel te blijven. Arabische muziek weerklinkt. Er zijn nog 75 miljoen wachtende voor U en de wachttijd kan oplopen tot 9 jaar, 5 maanden, drie weken, twee dagen en 7 uren.. Indische sitarmuziek jengelt door de hoorn.  Probeert U het later nog eens. Al onze lijnen zijn bezet…

Wij danken U alvast voor het vertrouwen dat U, ondanks alles, in het geloof blijft hebben…piep, piep, piep bezettoon….

 

Sim,                              Edegem, 11 juli 2015 

 

 

 

Bijlagen:
mobiele-telefoon.jpg (28.6 KB)   

12-07-2015 om 18:55 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
20-06-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LE NOUVEAU PENSIONNE EST ARRIVE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Als je een wat mondainere vakantiebestemming, zoals aan het meer van Annecy, uitkiest dan behoor je met je tent of caravan ondertussen tot de arme tak van de vakantiefamilie. Voor je het weet, sta je tussen de meters hoge, lange witglanzende muren van de campers. De grijze gepensioneerde naoorlogse babyboomers, die graue Welle, nemen het campinggebeuren volledig over. Ze stallen hun appartement op wielen op tien centimeter van je luifeltouwen en haringen, zonder je ook maar één blik, een woord of groet te gunnen. De schotelantennes op hun dak draaien piepend richting satelliet en indien die niet gevonden wordt, dan wordt er met de camper heen en weer gemanoeuvreerd. Zoals vorige generaties destijds uitpakten met hun nieuwe auto, de chiquere BMW of Mercedes, zo is nu de camper het nieuwe statussymbool geworden. Groot, groter, grootst. Zo ook wensen zij, om geen gezichtsverlies te lijden, dat er nergens op de camper een labeltje kleeft, waarop staat dat ze de luxevrachtwagen niet gekocht maar gewoon gehuurd hebben. Zij hebben vermoedelijk nooit in een tent gelegen noch met een caravan rondgereden en missen dan ook het samenhorigheidsgevoel dat er vroeger op de campings heerste. Het elkaar groeten en elkaar helpen .

Als er een caravan zonder mover de camping opdraait en de mensen hebben het een beetje moeilijk om het ding op zijn plaats te krijgen, dan had je vroeger onmiddellijk een tiental medekampeerders die een handje kwamen toesteken. Deze nieuwe campervakantievierders trekken eventjes de wenkbrauwen op, laten hun lippen wat minachtend zakken, blijven onbewegelijk voor hun mobiele hut zitten en steken geen poot uit. Je voelt je met je kleinere behuizing al snel de asielzoeker tussen de Europese camperpatsers. Alleen voor een nog grotere twee-assige mobiele pronkwagen, met uitschuifbare zijwanden, laten de camperaars nog een zekere interesse blijken en voelen zelfs zij een zekere afgunst.

’s Morgens zie je ze in hun witte wollige Paul en Shark kamerjassen, gouden sandaaltjes en fluo Nike sneakers, met de Louis Vitton toiletzak onder de arm, naar het sanitair flaneren met in hun vrije hand de rol toiletpapier. Ze spieden wat ongemakkelijk rond of iemand deze wat onaangename situatie gezien heeft. Ze moeten spijtig genoeg net zoals het campinggepeupel de campingdouche gebruiken en evengoed omdat ze hun eigen toiletje niet willen bevuilen, in het campingsanitair een drol draaien. Nu zijn niet alle camperkampeerders zo’n onsociale mensen, maar de overgrote meerderheid is toch van een ander kaliber en een andere mentaliteit dan de doorsnee tent- en caravanbezitter. Ik begrijp nog steeds niet waarom dit soort mensen met hun statussymboolgeld geen hotelkamer in een vijfsterren resort reserveren, waar ze ’s avonds ongestoord in hun Armani jurkjes, met hun D&G zonnebrillen en Versace colbertjes en Ferrari petjes kunnen paraderen. Nu hebben wij ondertussen een gewone caravan aangekocht, maar ik kan mij voorstellen hoe minachtend ze vroeger op onze compacte plooicaravan zouden neergekeken hebben. Destijds noemden wij onze Esterel vouwwagen nog ons naaidoosje, maar toen waren we natuurlijk wel een kwart eeuw jonger en dus veranderde de naam stilaan in onze kleine koekendoos. Wij reisden gans Europa af, zonder mover, zonder ingebouwd toilet, zonder lavabo, zonder satelliet, maar met zoveel meer kampeerplezier.

Nu zoeken wij ons een leuk kampeerplaatsje uit, parkeren onze villa en bezoeken met de auto in een grote straal alle bezienswaardigheden. Niet elke camping heeft een inkoopmogelijkheid om de hoek en dus rijden wij regelmatig eventjes met de auto naar de soms 10 kilometer verder gelegen winkel. De nieuwe kampeerder sleurt met winkelzakken of stalt zijn tafeltje en stoelen op de door hem gereserveerde campingplaats en moet met heel zijn hebben en houwen op uitstap of richting supermarkt. Dus moeten er volgende keer minstens fietsen mee.

Het is niet dat wij jaloers zijn op deze nieuwe rage, maar wij lachen toch in ons vuistje als deze ‘nouveau riche campeurs’ straks, met hun gigantische kermiswagens, uitstapjes naar de bergdorpjes in de Provence of het Côte d’Azur achterland willen maken. In Bormes- les- Mimosas bijvoorbeeld, kunnen ze net tot aan de ingang van het dorpje rijden om vervolgens via de rotonde opnieuw naar beneden te moeten. Dus volgende keer moet er achteraan een haak gemonteerd en een trailer met een moto mee. Ook de Italiaanse stadjes kom je met die vakantiemastodonten niet meer in. Even een uitstapje naar Portofino eindigt aan de enige ondergrondse auto- parkeergarage, waar zij met hun hoge campers nog niet eens binnen kunnen rijden. Op de terugweg vinden ze op zo’n 40 km geen enkele normale autoparkeerplaats meer, laat staan een camperplaats, want Italië slibt net als heel Europa volledig toe. De kampeerplaatsen in de Golf van Napels zijn zo klein, dat deze autobussen zelfs op sommige kampeerterreinen geweigerd worden. De prachtige Amalfi kust is al jaren verboden terrein voor zulke patservoertuigen. De mooiste delen van Italië kunnen niet bezocht worden, dus volgende keer moet er minstens een autootje achteraan. Het campergebeuren is duidelijk uit Amerika overgewaaid. De gepensioneerden verkopen daar hun huizen en trekken met een super-de-luxe camper het ganse land rond. Je hebt er speciale campercampings met alles erop en eraan. Met zulke gigantische afstanden kan je dan ook begrijpen dat mensen met zo’n mobiel- huis- op- wielen willen rondtrekken. Het oogt mooi, maar is het praktisch in Europa? Wij vinden van niet. Laatst stonden wij op een camping in de Mont Blanc regio waar een wat ouder Duits camperechtpaar ons kwam vragen of ze samen met ons, met onze auto, een keertje mee de bergen in mochten. Met hun twee- as- zonreflecterende witte camper konden ze en durfden ze niet de bergbaantjes op en waren dus gedoemd om de vakantie onbewegelijk op de camping door te brengen. We vonden het heel spijtig, maar wat babysitten op neue Pensionierten en ons wandelritme aan anderen te moeten aanpassen, zagen wij totaal niet zitten. Bezint voor je begint! Wij weten uit ondervinding wel beter. Sommige van onze vrienden en familie hebben de mobilhome een jaartje uitgeprobeerd, maar hebben snel opnieuw een caravannetje aangekocht. Het begon zo’n decennia geleden toen Duitsers met hun onbedwingbare drang om zich te profileren en hun rijkdom uit te stallen met hun gemotoriseerde flat begonnen rond te rijden. Nu een vijftal jaar vervolmaken de Fransen, de Britten en de Italianen de camperstatistieken. Alleen het merendeel van de Nederlanders blijft trouw aan zijn sleurhut en zijn tentje. De Belg daarentegen denkt nog steeds dat campings negerdorpen zijn en koopt zicht een appartement of een residentiële stacaravan aan de Belgische kust of resideert in een appartementje in Benidorm. De enige die aan de caravan blijven vasthouden zijn de zigeuners. De campermania is ondertussen echter niet meer tegen te houden, de camperfanaten zijn de nieuwe nomaden. Het zijn ondertussen niet alleen de gepensioneerden maar ook de twee weekjestoeristen die met zo’n autobussen rondrijden. De camperepidemie breidt dusdanig uit, zodat men in Frankrijk en Italië al de meeste parkeerplaatsen met een hoogteslagboom afgesloten heeft. Daarnaast worden er nu grote betalende parkings aangelegd waar de rondtrekkende campers voor maximum 48 u, op 1 meter van elkaar op het zinderende beton, mogen blijven ‘parkeerkamperen’. Elke zichzelf respecterende nieuwe Europese pensioengerechtigde en de wat betere vakantieklasse wil met heel zijn thuisinhoud in zo’n grote bak rondtoeren en elkaar liefst zoveel mogelijk de ogen uitsteken. Groot, groter, grootst. Duur, duurder, duurst! Les nouveaux pensionnés sont arrivés!

 

Sim,         Lac d’Annecy   20/6/2015

20-06-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
17-06-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN NINE TO FIVE JOB

Wat is het toch met al die Nederlanders die in Frankrijk campings willen opstarten of beheren? Zaten die vroeger samen met ma en pa of met een vakantielief in een tentje in Frankrijk vakantie te vieren en willen die nu voor de rest van hun leven een goedgevoel- vakantie- job? En wat is dat dan toch met die Nederlanders die allemaal juist op zulke, door Nederlanders uitgebate campings willen samenhokken? Begrijp me niet verkeerd, de meeste Nederlanders die wij op ons reistraject tegenkwamen, waren heel joviale en geïnteresseerde mensen altijd in voor een leuke babbel of een borrel. Wij vinden dit volk zo leuk, dat wij, twee Belgjes, al onze wereldreizen met een groep Nederlanders via een Nederlandse reisorganisatie gemaakt hebben en hieraan ook een paar heel goede vrienden aan overgehouden hebben. Ze krijgen door de meeste Belgen het etiket gierig en zuinig opgekleefd, want een Belg ziet nog steeds caravanreizigers als een troep sukkelaars. In plaats dat die met hun vakantiebudget twee maanden met een caravan gans Europa doorkruisen, gaan die liever voor viermaal het vakantiegeld twee weekjes met hun krent in het Mexicaanse zand zitten of huren voor dit bedrag een appartementje op de Belgische zeedijk om twee weekjes achter de beslagen ruiten naar de regendruppels te staren. Dus laat de Nederlanders maar prijsbewust de wereld veroveren en met hun sleurhutten uitzwermen. Maar, hier, op zo’n 8 km van Crest in de Drôme-Provence, is er weer zo’n camping met Nederlandse uitbaters die met een oranjemagneet een speciaal soort landgenoten aantrekt. Hier huist zo’n nest ‘wollengeitensokkenbreiende’ Nederlanders. U kent ze wel, de heren met de geruite hemdjes in de vooroorlogse shorts, opgetrokken tot onder hun oksels en de bijbehorende witte sokken in de open sandalen. De dames met een lekker kort geknipt jongenskopje en makkelijke schapenpermanentjes. Ze spreken geen letter Frans en vinden het “Hartstikke leuk toch joh.. elke keer weer dezelfde mensen, je plaatsje aangewezen en je stokbroodje besteld in het Nederlands. Geen gezeur, lekker hoor!” Het zijn zo van die senioren die elk jaar opnieuw naar dezelfde camping trekken en liefst nog op hetzelfde plaatsje staan. Op deze camping heerst er een speciale jaarlijkse licht gereformeerde samenhorigheid en als nieuweling word je al snel heel benieuwd nagekeken. Ze kennen elkaar met naam en voornaam en als Huub, Treintje, Onno of Willemien met het papierafval, de lege blikjes, de lege glasflessen richting sorteerstraatje slenteren, kunnen ze niet aan een aantal caravans voorbij zonder het obligate weerpraatje en een hoop idioot geleuter. Dit is voor deze terugkerende oranjereizigers al het evenement van de dag. Sommigen zitten elke dag met hun stoeltje voor de caravan te bruinen en klampen iedere langs wandelende nieuwkomer aan om een praatje te maken. Nu vind ik het meestal heel prettig om met andere vakantiegangers, van welke nationaliteit ook, een babbeltje te maken. Aan ze te vragen wanneer en waar ze hun tocht begonnen zijn, waar ze naartoe reizen, wat ze al allemaal in de omgeving gezien en beleefd hebben en of er soms speciale aanbevelingswaardige campings op hun lijstje staan. Maar van de Noord- Limburgers naast ons word ik niet bijster slimmer. “Nou Toos, waar was dat alweer, waar ze die lekkere broodjes verkochten?” Nou Joop, was dat niet waar het constant zo regende?” “Macon, was het niet Macon Toos?” “Ho hebben jullie Macon bezocht, leuk stadje niet?” “Ach buurvrouw, we zijn er al na één nachtje doorgereden”. “En waar gaan jullie nu nog verder kamperen?” “We blijven eerst nog een paar weekjes gezellig hier staan en dan, ja Joop, hoe heet die camping nu alweer, iets met Planes of zo iets in de naam...ja ’t is een Acsi camping iets verder de Provence in..” zingt zij. ”Nee Toos het is geen Acsi camping maar eentje met Camping Cheques hoor!” “Vinden jullie vanuit deze camping een bezoek aan Crest de moeite waard?” “Ja Crest, daar kampeerden wij ook al een keer.” “Ho wat spijtig nou, blijven jullie maar twee nachtjes? Waar gaat de volgende rit naartoe?” “Wij trekken zo’n 200 km verder naar het Lac d’Annecy.” “Zeg Joop, kampeerden wij ook niet in Dannesi?” Joop kijkt glazig, lacht een beetje stupide en zegt er zangerig achteraan : ”Nee Toos, nu sla je de dingen weer volledig door elkaar meid!” Ach al snel krijg ik door dat ik geen nieuwe kampeerideeën aan deze reizigers zal overhouden en dat ons praatje samen waarschijnlijk het hoogtepunt van hun vakantie wordt. Deze camping, met ecologisch zwembad, ecologische wasmachines, bio dit en bio dat, ligt zo’n 10 km van de snelweg verwijderd en wordt dan ook in het campingboekje gepromoot als doorgangcamping. Alleen als je op zondagavond aankomt, krijg je te horen dat je geen brood kan bestellen want dat de bakker, die het brood rondbrengt op maandag gesloten is. Je moet dan zelf naar het eerstvolgende dorpje rijden om je eigen stokbroodje te gaan kopen. Nu wil je als doorgangkampeerder, die amper één nachtje op deze camping doorbrengt, ’s morgens toch zo snel mogelijk je sleurhut terug aan de haak hangen en als de bliksem naar het zonnige zuiden doorrijden, zonder dat er nog eerst een rondje bakker zoeken aan vooraf moet gaat. Dus op maandagochtend gaan er een vijftigtal auto’s en campers de camping in en uit rijden om het begeerde baguetje te gaan kopen. De lieverdjes die deze camping zo ecologisch uitbaten, hebben er gewoon niet bij stilgestaan, dat ze gewoon eventjes, na een lijstje broodbestelling op zondag, zelf veel eco- en klantvriendelijker met één auto dit traject zouden kunnen afleggen dan dat er vijftig benzine- en dieseldampende vervuilers op en aan moeten rijden. Misschien één keertje in de week wat vroeger dan de campinggasten opstaan en niet zo vasthouden aan die ambtenaartjesuren van 9 tot 12 en van 14 tot 18 uur? Maar ja, je kan organiseren of je kan het niet! Moesten ze meer hersencellen hebben, dan zouden ze nu geen verstopte toiletpotten ontstoppen maar advocaat geworden zijn en ergens in een riante villa in het Gooi of in belastingvrij over de grens in Brasschaat wonen, met een tweede verblijf in het zuiden. Moesten ze wat slimmer zijn, dan zouden ze nu geen camping maar met het grote geld een heuse voetbalploeg of een slikkende wielerploeg beheren. Alhoewel, al diegene die nu nog in de sport voor de sport gelooft, gelooft waarschijnlijk ook nog in Sinterklaas. Of nog een beter idee, misschien hadden ze nu afgevaardigde bij de FIFA kunnen zijn en met de corrupte ‘sportieve’ zwarte kas, een volledig tropisch eiland kunnen afhuren. Och, gelukkig zijn ze tevreden en voelen ze zich een beetje thuis in hun camping vol met hun speciaal slag kamperende licht dementerende oranjevedetten. Nog eventjes iets over die campingbureaucratie: Als echte staatsbediendes werken ze van 9 tot 12 en van 2 tot 6 uur. Nergens stond er in het campingboekje vermeld dat de camping in Les Saintes Maries-de-la-Mer van 12 tot 14 uur gesloten zou zijn. Dus kom je daar nietsvermoedend om vijf na twaalf aanrijden en sta je voor een donkere receptie en een neergelaten slagboom. Je caravan staat dan twee uur in de blakende zon met een temperatuur van 35 gr in de schaduw als een crematoriumoven op te warmen. Je kan dan alleen eventjes te voet op de camping rondwandelen en de enkele nog vrije plaatsjes bekijken. Zelf sta je er dan daarna als dubbel gebakken broodjes voor de receptie rond te draaien want na ons arriveren er nog een vijftiental caravans en campers die allemaal als een langgerekte file de campingingang blokkeren en de klok van twee uur afwachten. Er ontstaat een samenscholing en een zekere samenhorigheid van ontevreden oververhitte wachtende vakantiegangers, die het allemaal even schandalig vinden. Nu zijn wij zelf nogal van het organiserende type en omdat wij als eerste aankwamen, geven alle volgers een nummer. Gelukkig vinden de meeste dit allemaal prima. Het zal je maar gebeuren dat je voor een plaatsje in de Camargues- zon nog eerst een robbertje moet vechten. Wij zijn het er volledig mee eens dat iedere receptionist het recht heeft om ongestoord zijn boterhammetje te eten, maar om nu iedere, tijdens de siësta aangekomen, wachtende campinggast een zonneslag te bezorgen is wel een brug te ver. Om tien na twee uur gaat dan eindelijk het licht aan in het receptiegebouw en nemen er drie, ja u leest het correct, DRIE receptionisten plaats achter de balie. Nog nooit gehoord van om beurten te gaan lunchen, zodat er niet zo’n opgefokte en oververhitte caravan- en camperoptocht voor de slagboom staat? Ach zoals ik al schreef…als er wat meer organiserende hersencellen aanwezig zouden zijn… Maar het kan nog erger..als je vanuit het noorden, na een marathonrit van een 12 tot 14 uur of langer,na uren snelweg fileleed en tolstation bumperen eindelijk iets na zessen op je vakantieadres aankomt, dan sta je voor een afgesloten kampeerterrein. Je komt er zonder code niet meer in. Je kan dan kiezen, de nacht in je tentje, caravan of camper voor de gesloten afsluiting doorbrengen, of ergens in Les Saintes Maries een hotelkamertje zoeken, want om 18 uur stipt sluit de camping gewoon de boel af. Klantvriendelijk, mon oeil! Of we moeite doen, of niet ze komen toch! Nog eventjes ter informatie, ik geloof dat manlief niet alleen zijn gehoor, maar nu ook stilaan zijn zicht aan het verliezen is. Hij beweert dat hij al flink vermagerd is en dat zijn buik al minstens met het helft geslonken is…Volgens mij moet hij dringend naar de oogarts! Morgen rijden we naar het meer van Annecy, de meer gecultiveerde Nederlanders achterna. Sim, Grâne, bij Crest/Annecy 17 juni 2015

17-06-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
13-06-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VAN EEN MUG EEN OLIFANT MAKEN

We zetten onze tenten op in Les Saintes Maries- de- la- Mer, in het midden van de Rhone Delta. De Camargues, het land van de witte paarden, de stiertjes, de manades, de flamingo’s en de muggen.  De enige twee vliegen die wij van Barcelonette, tegen hun zin geïmporteerd hebben, verlaten zoemend onze auto en caravan. Volledig gefrustreerd verkennen zij hun nieuwe leefgebied op zoek naar hun eigen identiteit. Zij voelen zich hier helemaal niet thuis. Het is duidelijk onze fout dat zij tegen hun wil naar deze warmere oorden versast werden. Geen moment komt het in hun op, dat zij eigenlijk niets, maar dan ook totaal niets in onze auto en onze caravan te zoeken hadden.

Onmiddellijk beginnen ze aan de indoctrinatie van de plaatselijke insectenbevolking. Het is de ultieme kweekbodem om muggen tegen de plaatselijke toerist op te zetten. Deze laatste luisteren ademloos naar de opruiende taal van de twee oproerkraaiers. Terreur, zij willen terreur, bloed willen ze zien, veel bloed! Vooral die twee chocoladebruine globetrotters zullen het moeten ontgelden. De onderontwikkelde muskieten willen wel samen met die twee radicalen een plan ten uitvoer brengen. Zonder dat je ze ziet, zonder dat je ze hoort zullen ze terreur zaaien. Onder het aanroepen van hun ‘muggenallah’ worden zelfmoordcommando’s bij valavond naar de kleine caravan gestuurd. Daar zitten de twee naar citronella en Deet geurende vakantiegangers met een glaasje wijn van de laatste avondzon te genieten. Niets kan de terreurmuggen echter tegenhouden. Ze zijn intussen immuun voor al die rare geurtjes.

Het gekke is dat je die mini Camargues- muggentjes inderdaad niet ziet, noch hoort, noch voelt.  Echte Vlaamse muggen hoor je al op afstand in de slaapkamer komen aanzoemen en vervolgens begint de muggenachtervolging. Als je het licht aansteekt, verschuilen zij zich snel achter kasten en tussen spleten.  Eens de jacht gestaakt wordt en je de eerste slaapsnurk geproduceerd hebt, komen zij met een hoge zoemfrequentie opnieuw je nachtrust verstoren. Vervolgens wachten zij tot het moment wanneer jij werkelijk in dromenland bent en storten zich dan op al je niet bedekte lichaamsdelen. De volgende morgen kan je die, met je eigen bloed volgezogen vrouwtjesmuskieten, loom op je behang zien zitten uitrusten. Beng, mep, rode plekken op je maagdelijk witte behang en rode bulten op je lichaam. Maar wel met de voldoening dat je het terrorisme de muggenkop ingedrukt hebt.

Dat is wat een echte muggen zouden moeten doen, maar deze imitatie terroristen vallen laf aan, zonder waarschuwing. Ze storten zich, als kamikazepiloten, op het malse toeristenvlees. De muskietenartillerie heeft twee nieuwe doelwitten aangewezen gekregen. Een bloedtankstation voor de voortzetting van de irritante insectenbende en voortplanten zullen ze. Massaal.  Het is een ongelijke strijd, je kan niet met een kanon op een mug schieten.

Zelfs de antimuggen- spray en de verdampende antimuggen tabletten kunnen ’s nachts geen terreuraanslag verijdelen. De twee Barcelonette vliegen wrijven in hun pootjes als ze ’s morgens de twee slaapdronken zongebruinde vakantiegangers, volledig onder de beten uit de caravan zien strompelen. De twee vliegenimams zitten achter een struik en lachen in hun vuistje als ze zien hoe de jeuk de twee overvalt. De bulten zitten overal, op de enkels, onder de armen en op de kaken. ’s Morgens is er op je rug en billen een stip naar stiptekening ontstaan.  Gelieve de kleine rode bolletjes te volgen en je zal een tekening van een terreurvlag kunnen zien! Bij manlief hebben ze op zijn hoofd in zijn kleine kale plekje een rood opzwellende graancirkel gestoken. Hoe harder je krabt, hoe meer de muggenbeten groeien. Het lijken net jeukende kerstomaten. Aanstippen met een insectenbeet- pen, inwrijven met zalf voor na de beet of gewoon de bulten keer op keer openkrabben, niets helpt tegen de branderige, stekende jeuk. Er zit niets anders op dan bij de plaatselijke apotheek een nieuw antimuggen- middel te kopen, eentje dat nog wel werkt tegen die Camargues krengen. Wij willen niet muggenziften, maar genoeg is genoeg!

De volgende namiddag ontstaat er door de hitte een gigantisch onweer. Uren plenst het water uit de bliksemde en grollende lucht. Terwijl we voor de caravan, op het grondzeil, met onze voeten tot aan onze enkels in het water staan, kan ik maar aan één ding denken: “Ik hoop dat de musquito- terroristen allemaal verzopen zijn!”

 

Sim,      Les Saintes Maries- de- la- Mer              13 juni 2015

 

Bijlagen:
MUG.jpg (55.8 KB)   

13-06-2015 om 21:40 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
08-06-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FLIEREFLUITER
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Wij kamperen in Barcelonette. We staan met onze caravan aan de rivier, de Ubaye, die zo’n vijf meter dieper wild kolkend met veel geraas voorbij stroomt. Over de stroomversnellingen komen regelmatig rafters en kanovaarders avontuurvaren.

Elke morgen steken de 3000 meter hoge bergen scherp af tegen de knalblauwe hemel. Het is bloedheet, zelfs in de schaduw, en regelmatig vormen zich in de late namiddag onweerswolken. Ze kruipen donkergrijs met het nodige gerommel over de bergflanken en verduisteren nu en dan de zon. Door deze verzengende hitte ontstaan er zwermen vliegen. Ze kriebelen over je armen en benen en zoemen constant rond je oren en ogen Als je een stukje stokbrood op de tafel legt, is het net alsof je rozijnenbrood serveert en het is helemaal niet leuk meer als je deze zwerm van je bordje sla of je barbecue- vlees moet afslaan. Manlief wappert met de knalblauwe vliegenmepper en stuurt ze met vijf tegelijkertijd naar de vliegenhemel. Maar voor elke tot moes gemepte vlieg, komen er tien op de begrafenis. Eerst dachten we, dat er misschien ergens rond onze kampeerplaats  een lijk in ontbinding lag te stinken of dat wijzelf ze met een speciale geur of kleur naar ons toe lokten, maar overal zien wij ook onze campingburen met vliegenmeppers of kranten rondslaan. Deze insecten blijken ook niet bijster slim, ten minste ze lijken zeker niet met elkaar te communiceren. Als ze zich zoemend tussen hun vriendjeslijken neerpoten, is er geen één die tegen de andere zegt: “Goh, wat is er met onze broertjes gebeurd? Kijk dat kleine dikbuikige meneertje is helemaal niet dat gezellige grijze opaatje, maar de vliegenseriemoordenaar van Barcelonette! En daar dat kleine leuke caravannetje, waar we met zijn allen tegen de wand uitrusten en waar we allemaal zo graag naar binnen willen, is eigenlijk een echt vernietigingskamp! Amper vijf seconden binnen en we liggen met onze pootjes de lucht in. Wegwezen hier!” Maar nee, tegen beter weten in blijven ze met honderden rond zoemen en hun vliegenlot tarten. Deze zwoele warmte en de duizend vliegen zijn zo’n ergerlijke cocktail waardoor zelfs de mussen dood uit de hemel vallen. Geen tjielp is meer te horen.

Het is zo warm, dat je alleen op heel grote Alpenhoogte een draagbare wandeltemperatuur kan vinden.

Daarom nemen we de auto en rijden naar de col de Larche. Hier bevindt zich, op meer dan 2000 meter hoogte, het marmottenparadijs. Al na tien minuten stappen, worden wij beloond en zien we de eerste marmotjes op een grote steen zitten. We horen ze elkaar toefluiten: “Fwiet, gevaar, twee onbekende dieren, dekking zoeken!” De diertjes spurten naar hun holletjes maar net als je op hun hoogte komt, komen ze heel nieuwsgierig naar buiten loeren.  Het is nog vroeg in het seizoen, er zijn nog niet veel bergwandelaars en sommige marmotten blijven dan ook midden op de weg zitten en kijken ons heel benieuwd en gedurfd aan. Overal horen we het fwiet, fwiet, de marmottentamtam. Ze graven holletjes, rollebollen en vechten juist voor onze voeten. Raar hoe je sommige diertjes zou doodknuffelen en andere effectief zonder pardon doodmept. Het is een vrij vermoeiende wandeling geweest en mijn haar kleeft als een zweetband tegen mijn tomaatrode hoofd. Ik zie er niet uit als we terug aan de auto komen maar we besluiten toch alvorens we naar het vliegenparadijs rijden, eventjes in het gezellige stadje Barcelonette te stoppen. In de hoofdstraat word ik plots bewonderend nagesloten. Fwiet fwieeet. Manlief is het niet want die slentert even afgepeigerd voor mij uit door het bijna lege winkelstraatje.  Geen superslanke missen in de buurt alleen deze oververmoeide zestigplusser met dikke kont in short, een zweettoeters t-shirtje, rugzakje, wandelstokken, bergbottines, knalrode verbrande neus en een kapsel alsof ik juist onder douche vandaan kom. Ik kijk stiekem rond maar zie niemand die in aanmerking komt om mij zo bewonderend na te fluiten.  Fwiet fwieiet!  Weer weerklink het gefluit vol adoratie. Ik zoek of ik ergens een halfblinde bouwvakker, die zijn hobby nog steeds niet vaarwel heeft kunnen zeggen, uit een raam kan zien hangen. Misschien fluit er een man, met een hoekje af naar elke vrouw of elke hond met een rok aan of staan er ergens een paar jongelui stiekem grinnikend achter een hoekje? Niemand te zien! Fwiet fweet! 

Eventjes voel ik mij weer twintig, sexy, aantrekkelijk en een beetje later vooral blond, heel erg blond. Op het schab voor de souvenirwinkel zitten twee reuze speelgoed marmotten, die iedereen die hen in een straal van 5 meter kruist, lustig toefluiten. Ach eventjes was het een prettige illusie. Ik kan er echter niet aan voorbijgaan en koop een kleinere uitvoering voor mijn kleindochtertje. Niet eentje dat automatisch fluit, maar een flierefluiter waarbij ze op het buikje moeten duwen. Zo kan grote broer straks kleine zus weer laten schateren.

Als we wat later terug op de camping staan breekt de hel los. Purpergrijze wolken tuimelen over de bergpieken en bliksemknallen verlichten de hemel. Grote dikke druppels met hagel plenzen op de caravan.  Omdat de vooruitzichten, meer noordwaarts, in de Alpen niet zo denderend zijn, beslissen wij om terug naar de Zuid Franse kust te rijden. Les Saintes Maries de la Mer ligt in het midden van de Camargues. Al de vliegen die tijdens de storm hun heil in onze auto en onze caravan gezocht hebben, zullen straks nogal schrikken als ze in een totaal andere omgeving losgelaten worden.

 

Sim,              Barcelonette  6 juni 2015

08-06-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
31-05-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IDYLLISCH PLAATSJE AAN DE DURANCE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Er is niets zo geeuwverwekkend saai dan kamperen naast twee humorloze Zwitsers.

Er is niets zo ergerlijk dan te kamperen naast twee bassende, blaffende, jankende en keffende honden.

Er is niets zo super vervelend dan te kamperen naast twee humorloze Zwitsers met twee loslopende, bassende en keffende handtashondjes. Er is niets zo griezelig punctueel als een Zwitser in zijn eigen land. Maar eens ze de landsgrenzen voorbij zijn, laten ze hun honden onaangelijnd slordig over de camping zwerven. De camperdeur gaat s’ morgens nog niet open of de mormels stuiven aandachtzoekend en keffend, als koekoeksklokken die om de vijf minuten jodelend het uur verkondigen, de camper uit. Ze heffen hun poten op tegen elke struik, boom, tent of besproeien elk autowiel. Nu en dan leggen ze zelfs een drollerig aandenken midden op de campingweg. De baasjes hebben dat dan ‘zo gezegd’ juist niet gezien. Je mag er niets van zeggen, want de campingregel dat je een hond ten allen tijde aan de lijn dient te houden, is alleen gemaakt voor de brave burger, die zoals overal elders in de wereld de wetten braaf opvolgt en steeds het deksel op de neus krijgt. Zelfs een humoristische vriendelijke opmerking ketst gewoon op de Käsefondue- vreters af.

Toen we hier in Volonne, aan de route Napoleon aankwamen, gingen wij eerst de camping verkennen. Wij vonden een prachtig plaatsje naast de rivier, de Durance. Toen we na tien minuutjes naar de receptie terugstapten om het gekozen plaatsje te bevestigen, kwam er een Engelse camper de camping opgereden en begon zonder zich aan te melden langs de plaatsen te rijden. Wij onderschepten de twee Britten en vertelden hen dat het plaatsje 15B door ons gereserveerd was. Toen we met onze caravan op de desbetreffende plaats aankwamen, stond de Britse camper er al stationair te draaien. Toen we lachend op het nummer wezen, (Haha, Simmeke ne laisse pas manger le fromage de son pain!) durfden de twee eilandbewoners toch niet op ons grasveldje te parkeren. Ze draaiden hun mobilhome met enige tegenzin op de campingplaats juist achter ons. Voor hen dus geen rivierzicht. Hebben ze op dat moment beslist om ons te negeren, we zullen het nooit weten.

De appelblauwzeegroenturquoise rivier rimpelt zachtjes voorbij onze voortent. Aan de overkant tussen het riet hebben wij onze eigen ‘national geografic’ We zien drie dikke everzwijnen met zeven kleintjes komen drinken. Kwik, kwek en kwak zijn de drie eendjes die ons geadopteerd hebben en die drie- tot viermaal daags luid snaterend om brood komen bedelen. Mussen, mezen, vinken, eksters, tortelduiven, merels en nu en dan een koekoek kwetteren ons ’s morgens wakker. Soms komt er plots een reiger overgevlogen of loopt er een fretje of een eekhoorntje tussen de bomen.

Nu groeten alle doorwinterde kampeerders elkaar. Elke niet bekende inwoner van Volonne zegt bij het voorbijgaan een “bonjour Monsieurdame”, alleen de twee gepensioneerde Britten reageren nooit. De enige actie aan de camper is ’s morgens de stoelen klaarzetten om te lezen. Vervolgens zitten ze als zoutpilaren in de schaduw en hebben elk een boek op de schoot. Ze lezen boeken, ze lezen niet alleen, ze verslinden letters. Ze drinken thee en lezen. Ze eten lunch of dineren en lezen. Misschien leest the lady “50 tinten grijs” en wil ze bij haar fantasie niet gestoord worden, maar aan haar neerhangende mond, betwijfel ik dit ten zeerste. Ze kijken elkaar amper aan en ze praten niet, noch tegen elkaar, noch tegen de andere kampeerders. Nu hebben wij in de aangetrouwde familie ook een exemplaar dat uren, dagen, weken, maanden soms jaren niet spreekt, maar zo’n twee autistische stokstijve Willem de Zwijgers naast elkaar is ook voor ons een volledig nieuwe campingervaring. Hun Engelse pond is nog steeds niet gevallen dat men normaal tegen zijn campingburen een goede morgen, goede avond of minstens een smakelijk eten zegt. Helemaal in het begin liep ik met mijn afwasteiltje richting sanitair en knikte ik de eilandbewoners vrolijk toe, maar na tweemaal op rij geen reactie terug te krijgen, wandel ik nu, zonder zelfs een knikje, de onbeweeglijke witte lichamen van het Madame Tussauds wassenbeeldenmuseum voorbij. Ze zitten roerloos in de schaduw en lezen, lezen en lezen. Onbewegelijk, stokstijf  in dezelfde houding.

Nu en dan loer ik door ons achterste caravanvenstertje om te kijken of ze nog in leven zijn. Misschien zijn ze ondertussen wel gestorven op het veld van de Engelse literatuur. Zo’n twee Britse, in ontbinding stinkende lijken zouden ons idyllisch kampeerplaatsje duchtig kunnen verstoren.

Aan de andere kant staat een Antwerps koppel. Zij zijn voor het eerste jaar met pensioen en hebben zich met de uitkering van hun pensioensparen een beetje geüpgrade. Ze kochten een nieuwe auto, een grote caravan met alles erop en eraan en twee elektrische fietsen. We geraken in gesprek en ze vertellen ons dat ze nu twee maanden gaan rondtrekken en dan na de zomer twee maanden naar de Spaanse Costa trekken. We merken op dat ze één van de weinige Belgen zijn die, net als wij, op die manier rondreizen. Meestal zijn het de Nederlanders die globetrottend  en caravannend in Europa onderweg zijn. De Antwerpenaar zegt dat hij niet graag tussen die gierigaards kampeert. Wij horen hem wat stomverbaasd aan. Al de Nederlanders die wij tot hiertoe tegengekomen zijn, zijn hele joviale mensen, zelfs tegen het Belgisch Bourgondische af. Helemaal niet gierig, zuinig misschien, ja.. maar hebben ze geen gelijk? Wij en ook jullie, nieuwe Antwerpse gepensioneerden, kamperen toch ook liever twee maanden op de goedkopere Acsi of camping- chequecampings in plaats van ons een rib uit ons lijf te betalen, niet? De Antwerpenaar hoort zelfs onze argumentatie niet. Hij begint al op voorhand te lachen en zegt: “Awel ik ken een goei mop!” Waarom huilt een Nederlandse man als hij klaarkomt?  Woehaaa, omdat het dan uit zijn eigen zak komt!  Woehaaa!  Ik ken er nog één, wat gebeurde er met de twee Hollandse nichten die naar Parijs gingen?. Hahahaaa,  nichten zonder familieverband hé! Heddem? Snaptem? Dus wat gebeurde er met de twee Hollandse homo’s die naar Parijs..” de rest van de mop blijft ons gespaard want twee plaatsen verderop begint de Zwitsers- Franse hondenoorlog. De twee kleine Gruyèremormels worden uitgedaagd door een grote buldog, die gelukkig voor hen wel aangelijnd is. Het Franse baasje trekt aan de hondenriem, maar de buldog is niet af te remmen. Hij zal niet stoppen voor hij één van die zenuwachtige uitdagende kuttenlikkertjes een oor of een staart afgebeten heeft. Het gejank en het gekerm is niet om aan te horen. De jammerende Zwitsers trachten zonder resultaat hun niet opgevoede loslopende salonkeffers vast te grabbelen. Zij blijven echter aanvallen (de hondjes hoor, niet de Zwitsers) en wij lachen in ons vuistje en denken: “Ja buldogje, bijt maar eens goed in ‘les petits chiens’, laat ze maar eens goed rondspurten! Eigen schuld, dikke bult!” Iedereen komt nieuwsgierig uit de caravan of camper om het rampgebied te overzien. Alleen de twee Engelse bleekscheten blijven als marmeren beelden zitten en lezen voort. Als de hondenbrigade weer uit elkaar gehaald is, draaien wij ons terug om naar het Antwerpse koppel en roepen samen: “Ze gingen niet hé!”

 

Sim,       2/6/2015               Barcelonette, Alpes Mercantour

31-05-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
30-05-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HYPOCRITISTAN
Klik op de afbeelding om de link te volgen

24. HYPOCRITISTAN

 

Gisteren vernamen wij via de satelliet- televisie, dat er in Vlaanderen, voor het Islamitische offerfeest, niet meer onverdoofd ritueel geslacht mag worden. Op deze manier zou een einde gemaakt moeten worden aan het dierenleed.  Het is te zeggen, overal krijgen de beestjes eerst een spuitje toegediend, alleen bij de erkende slachterijen mag het halal- mesje nog vrolijk rondzwiepen. U leest het goed! Twee maten en twee gewichten. Typisch hypocriet gemekker. Tegen het dierenleed? De schapen in kwestie hebben natuurlijk helemaal niets in de schapenpap te brokken waar ze het liefst hun hoofd zouden verliezen. De meeste ingeburgerde moslims, die hun schaapjes ondertussen op het Europese droge hebben, sturen geld naar hun thuisland om daar het rituele slachten in stand te houden. Toen er op het journaal ook nog de uitleg over het offerfeest achteraankwam en waarom die schaapjes massaal op een Arabische harakiri aan hun einde moesten komen, vonden we helemaal, dat het eens tijd zou worden dat er hier eens een duchtig woordje zou gesproken worden met die geloof- en dierenbarbaren. Om Abraham zijn geloof op proef te stellen, vroeg God hem het onmogelijke. Als teken van volledige goddelijke overgave, moest Abraham zijn enige zoon aan God offeren. Gewoon de diepgelovige man eerst een paar dagen lastigvallen en slapeloze nachten bezorgen in de hoop dat hij toch als een mak schaap zijn nageslacht de berg op zou sleuren. Als het mes zich bijna in de zoon geboord had, kwam God op zijn sadistische woorden terug en met een hemelse vergevensgezindheid nam hij toen genoegen met een schaap. En door dit sprookje worden er nu nog steeds, anno 2015, niet alleen in de moslimwereld maar ook in de ‘beschaafde’ westerse wereld, miljoenen halal- schaapjes onverdoofd ritueel geslacht. Hypocriet Vlaanderen!

 

Toen het terreuralarm in België afgekondigd werd, vroeg de Antwerpse burgemeester aan de regering om soldaten aan alle mogelijke doelwitten te plaatsen. Het plaatselijke politiekorps had andere prioriteiten, zoals snelheidsduivels flitsen, Wodkacontroles houden en verkeerd parkeerders beboeten. Dus de regering stemde toe en aan alle synagogen, Joodse scholen, diamantairs- wijken, stations en andere belangrijke gebouwen zag men zwaarbewapende soldaten de zaak bewaken. De Antwerpse bevolking was er gerust in, het terreur werd serieus genomen. Niemand stoorde zich aan de militaire bewaking. Men voelde zich veiliger. Alleen een tjeef, uit diezelfde regering, die anders bijna nooit een stap in Antwerpen zette,  kwam heel hypocriet, samen met zijn christelijke madame en een ‘toevallig’ opgetrommelde nest persmuskieten, de Antwerpse Meir afwandelen, om aan te tonen dat de soldaatjes veel te duur waren en hier helemaal niet nodig waren. Hypo-crisis-stan.

En dan wil ik nog een woordje schrijven over ons voormalig koningshuis. Hoe hypocriet kan je zijn, als je na een Delphineke gedaan te hebben, de ring van de paus gaat kussen? Ik zie ze nog op de televisie, zij de heilige Koninklijke boon met een kanten niemendalleke…op haar hoofd en hij met zijn doorzondige blik, neerknielen voor die jurkenman om door die kus al hun zonden af te kopen. Ik dacht dat de voltallige roddel- en rioolpers gierend van het lachen achter hun computer zouden kruipen om ons opnieuw een smeuïg verhaal over ‘papillon’ te brengen en minstens ons geheugen nog eventjes zouden opfrissen, maar niets daarvan. Kappersblaadjes vol knielende devote majesteiten. Hoe gaat dat dan in zijn werk, zo’n audiëntie? Praat de ene geheelonthouder dan met een vermanend vingertje de schuinsmarcheerder toe, alvorens de verlossende kus mag gegeven worden? Vraagt deze mijterman dan: “Sire, vertel het mij eens allemaal in geuren en pornokleuren!” “Ach U weet, of weet het niet monseigneur, maar het vlees is zwak en toen ik net over de grens zag, dat een prins met wat Lockheed- centjes er een minnares op kon nahouden, dacht ik, hé bien pour moi la même chose. Het was tenslotte niet helemaal alleen mijn fout, dat ik na jaren uitgedoofde Italiaanse passie, mijn Koninklijke staf in het verkeerde paleis parkeerde. Ik maakte van mijn dotatie een beetje een natuurlijke donatie. ’t Was tenslotte maar één letter verschillend hé!” Knipoogt die seksloze sinterklaas dan en vertelt die dan op een Alzheimer-light timbre: “Denkt U Sire, dat wij nooit in de verleiding komen? Dat onze jurk niet nu en dan omhoog komt, omdat onze kruisgang geprikkeld wordt? Wij bidden dan tot onze Heer, dat onze kleine heer van purperrode schaamte ineen zou schrompelen! Onze Heer hoort ons soms niet en dan behelpen wij ons met nu en dan een neefje, een misdienaartje of een koorknaapje op onze schoot te trekken. Voor een paar extra ouweltjes en een likstok krijgen we ze soms zo ver, dat ze ook onder onze jurk het wijwater gaan zoeken. Ach Sire, waarom denkt U dat wij in sommige kloosters de volledige zwijgplicht afgeroepen hebben,  als er daar één zijn mond zou opendoen, enfin om te praten, dan had je de godsdienstige poppen aan het dansen. Dus Sire, kus straks samen met Uw madame mijn goddelijke ring en al Uw zonden zullen vergeven worden!”  Hypochristusstan!

 

Sim,    Volonne, Alpes de Haute Provence              30 mei 2015

 

30-05-2015 om 17:12 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
25-05-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE VAN GOGH SURVIVALTOCHT
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Saint-Rémy-de-Provence is een blauwluiken- stadje dat zich onderaan de bergketen ‘Les Alpilles’ bevindt. Al tijdens de Romeinse tijd vond men dit de ideale plek om van het zonnige zuiden te genieten. Onderweg naar het bergdorpje Les Baux, vindt men de Romeinse opgraving Glanum met zijn triomfboog. De via Dolmitia en de via Aurelia leiden nog steeds naar Rome.

De huizen die zich in het mistralvrije binnenstad bevinden, zijn allemaal terracotta-, vanillevla- en eierschaalkleurig. Ze weerkaatsen de meizon op al de toeristen die jaarlijks dit Provençaals stadje bezoeken. Overal bloeit oleander en geurt de kamperfoelie. Allerlei gezellige winkeltjes kleuren de nauwe straatjes en je moet al van staal zijn om hier je nu en dan niet tot een aankoop te laten verleiden.

Saint-Rémy is de geboorteplaats van Nostradamus en het toevluchtsoord van de psychotische Vincent Van Gogh. Er is een schilderijenwandelroute uitgestippeld tot aan het Saint-Paul-de Mausole, het klooster waar de kunstenaar naar geestelijke rust zocht en zijn demonen in verschillende schilderijen van zich afpenseelde.

Zowel in Arles als hier werd hij destijds miskend en leefde hij in de grootste armoede. Vincent is nu de voornaamste trekpleister en ‘het geld in het toeristische laatje’ van de stadjes. Iedereen pikt hier ondertussen een graantje mee van de beroemde naam: Hotel Van Gogh, restaurant Vincent enz.

Als je tijdens een mistralwind in de omgeving van Saint-Rémy wandelt, dan begrijp je ineens veel beter met welke blik en gemoedstoestand Vincent deze omgeving schilderde. Je wandelt in een Van Gogh schilderij met de grillige bergwanden als ‘scenery’ achtergrond. De mistral rukt aan de cypres- en de olijfbomen. De klaprozen deinen als rode confetti heen en weer en de blauwe irissen worden door de rukwinden omvergeblazen. Vincent zag tijdens zijn leven geen cent voor zijn werk, maar iedereen die later ook maar één schilderij van hem in zijn bezit kreeg zag zijn rijkdom alleen maar toenemen. Je zou jezelf van minder frustratie een oor afsnijden.

Het is vandaag 25 mei en Pinksteren. Pinksteren, een hoogdag voor de Pinkster- gemeenschap, voor de anders gelovigen een zelfgefantaseerde heiligendag, voor de atheïsten een gratis meegenomen vakantiedag, voor de Antwerpenaren het begin van de Sinksenfoor, een zesweken durende kermis en voor Saint-Rémy de dag van de Transhumance. Duizenden schapen worden door de herders langs de buitenring rond het stadje voortgedreven. Het idee dat ze straks weer lekker kunnen grazen op de sappige weiden, doet hun vrolijk mekkerend achter en tegen elkaar voorstappen. De tweede keer dat ze dit rondje moeten lopen, voor de gratie van de honderden foto’s makende toeristen, vinden ze al minder prettig. De tongen hangen al uit de dorstige schapenkoppen en hun ogen kijken al minder happig in de achterkant van hun schapencollega’s.

Wij stappen naar de dienst voor toerisme en kopen er een wandelkaartje. De rondwandelingen zijn in rood, blauw, zwart, purper, oranje, groen en roze op de kaart aangeduid. De bewegwijzeringen ter plaatse zijn echter allemaal in het GR rood/wit of in het geel. Dit blijkt voor manlief al een verwarrende combinatie te zijn. We trekken de Alpilles in en na een uur gaat onze tocht al volledig de mist(ral) in. In plaats dat de aanwijzingen bij elke splitsing goed duidelijk aangegeven worden, moeten we weer elk een tiental meter een kant uitstappen om opnieuw een streepje kleur te vinden. De wandeluitleg is uiterst summier en zonder dat je het goed en wel beseft, gaat de ene geelbewegwijzerde wandeltocht over in de andere en stap je de verkeerde richting uit. Manlief foetert dat hij die gele strepenman met zijn verfpot wel eens zou willen tegenkomen en dat hij die GR bewegwijzeringvrijwilliger zijn gedacht wel eens zou willen zeggen. Dat hij, op het einde van ons verblijf hier, de wandelkaart met veel spektakel op het bureau van de dame van de dienst voor toerisme zal deponeren. Hij zal er haar op wijzen dat de uitleg uiterst verwarrend is en dat de ‘plaatsaanduidingsidioten’ en de burgemeester en de schepenen van het plaatselijke toerisme er geen kl…van kennen! “Ze moesten beschaamd zijn dat ze voor zulke misleidende kaartjes nog geld voor durven vragen ook!” Ach ik laat hem maar uitrazen ik weet ondertussen uit jarenlange ondervinding dat er bij manlief maar een minimale ruimte in zijn hersenpan voorzien werd voor het kaartlezen en oriëntatiegedeelte. Als je met manlief de Antwerpse Meir richting Grote Markt afloopt en je het aandurft om in een winkel binnen te stappen, hoef je hem maar tweekeer rond een molen hemden te laten draaien om dan tot de ontdekking te komen dat hij gegarandeerd niet meer weet van welke kant hij kwam en welke richting hij nu uit moet. Om de oriëntatiehutsekluts in manlief zijn hersenen te kunnen ontrafelen, heb je een heel gesofisticeerde en geavanceerde computer nodig en dan nog... Ik ben dan wel blond, maar kaartlezen kan ik als de beste. Ik versla zelfs met vlag en wimpel de gps madame. Een gewaarschuwde vrouw is er twee waard en dus smokkel ik reeds jaren een mini overlevingspakket met eten, fruit en water in de rugzak mee, want een wandeling van vier uurtjes kan al flink uitgroeien tot een volledige dagmars. In het begin stap ik nog steeds gedwee achter mijn kaartlezende analfabeet aan totdat mijn oriëntatiegevoel op de rem gaat staan en ik ervan overtuigd ben dat hij ons weer een paar extra niet bewegwijzerde kilometers laat klimmen en dalen. Dit draait steeds uit op oeverloze discussies, waar we ons juist op de kaart bevinden en welke richting we uit moeten. Als hij naar links zegt, dan weet ik al bij voorbaat dat de juiste weg naar rechts leidt. Al een paar keer in het verleden, stampvoette ik dat hij zijn eigen twee oriëntatiehersencellen maar moest volgen maar dat ik zowiezo de andere kant uitwandel. Als hij vanavond dan niet naast mijn caravanbed staat, zal ik samen met de campingbeheerder wel een zoekactie organiseren. Meestal drentelt manlief dan binnensmonds mompelend achter mij aan en wil, nadat wij na een half uurtje terug op de camping staan, nog steeds niet toegeven dat hij de verkeerde kant wou uitwandelen. Ach, begin in het buitenland, met zo’n oriëntatiegenie nooit alleen aan een bergwandeling, een jungletocht of een safari zonder de plaatselijke bevolking te informeren. Zij moeten indien ze ons binnen de week niet terugzien, het leger met een rescue- helicopter mobiliseren en die kwistig de nodige overlevingsvoedselpakketten laten uitstrooien. Dus als jullie de komende weken geen verhaaltjes meer toegestuurd krijgen, betekent dit ofwel, dat ik misschien geen wifi/internet op de camping meer heb, maar het kan ook zijn dat ik zonder nadenken noch tegenspraak en zonder enige twijfel, manlief op een wandeling gevolgd ben. Waarschijnlijk ben ik nu dan nog steeds aan mijn survivaltocht in het Van Gogh decor bezig en heeft men ons nog steeds niet teruggevonden.

 

Sim,         Saint-Rémy-de-Provence   25 mei 2015    

25-05-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
21-05-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LA PLAGE ROMANTIQUE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

We gaan iets meer dan 40 jaar terug in de tijd. La Couronne was toen nog een ‘toeristenloos’ klein gehuchtje. In de kreek tussen de twee in de zee uitlopende rotsen lag een verlaten, volkomen leeg strandje. De doorsnee juli- augustus vakantieganger had dit deel van Zuid Frankrijk tussen Martigues en Marseille nog niet ontdekt. Er stonden 8 bungalowtjes, praktisch op het strand, waar ik als 18 jarige in logeerde. Diegenen die de column ‘summer of ‘68’ uit mijn boek ‘het scharnierend schuurtje I’ gelezen hebben, begrijpen dat ik uit een soort jeugdsentiment, manlief overhaalde om nog eens een keer deze kant uit te gaan.

De 8 houten bungalowtjes zijn ondertussen verdwenen en verruild door een compleet hotel -en bungalowcomplex. De pijnbomen, de vallei in, zijn gerooid en vervangen door gigantisch parkingbeton voor zo’n 450 betalende auto’s. La Couronne, dat ondertussen behoorlijk uitgedijt is, is uitgegroeid tot een volwaardige vakantiebestemming. Wij arriveren één dag voor Hemelvaartdag en het strand en het parkeerterrein zijn volledig leeg. De terrasjes liggen er wat onbemand en lusteloos bij.

De toenmalige camping van de familie Turc bestaat niet meer, maar nauwelijks over de heuvel, aan de volgende kreek, zijn er vijf verschillende nieuwe campings en bungalowparken uit de grond gestampt. Elk van deze vakantieparadijzen vermelden in hun reclamefolder dat het strand van Sainte Croix op een wandelboogscheut van hen verwijderd is.

En inderdaad op donderdag 14 mei, Hemelvaartsdag, slenteren wij voor de eerste keer, met onze stoeltjes richting strand. De Fransmannen hebben voor de derde keer op rij een lang brugweekeinde. Dus samen met ons zijn alle vaste kampeerders, de campinggasten, allochtoontoeristen en zigeunerpassanten van Martigues, Marseilles en omstreken als spreeuwen op het strandje neergestreken. Ze sleuren tafels, stoelen, parasols, luchtmatrassen, handdoeken, frigoboxen, thermosflessen, grote winkeltassen met stokbroden, gasvuurtjes, waterpijpen, beachball setjes, ballen, buggy’s, kinderen, emmertjes, schepjes en niet te vergeten hun telefoons het zand op. Vanaf het moment dat de strandpicknick geïnstalleerd is, begint de telefoonterreur. Ingeoliede en zonnencrèmeglanzende mannen en vrouwen telefoneren, sms’en, maken selfies, facebooken of twitteren. Overal hoor je telefoongerinkel en heel bizarre ringtones. Het wordt een geweldige beursdag voor de Franse telefoonproviders. De ééndagstoeristen krioelen over elkaar. Het strand lijkt één kleurrijk ‘handdoeken –patchwerk handwerk’. Het enige zand dat nog zichtbaar is, is het opstuivende zand, dat door een pamperbaby met zijn schepje ongecontroleerd omhoog gezwiept wordt. De omliggende zonnebaders roepen luid : “Arrète, arrète, stop” en sporen de ouders en grootouders aan hun kleine grut in toom te willen houden. De kleurige mensenzee gaat naadloos over in het azuurblauw van de Middellandse Zee. Bij het voetjesbaden krijg je kramp tot achter je oren. Een paar Franse ijsberen trotseren het ijzige zeewater. Misschien moeten ze wel een plas doen en is richting zee wel het enige alternatief. Een paar jonge moeders schommelen met de kleine beentjes van hun enkele maanden oude zuigelingen in het nog koude zeewater. De baby’s zetten het onmiddellijk op een krijsen. Dikke verontwaardigde tranen biggelen over hun bolle wangetjes. Langs de zijkant van het strand richting parking zitten een paar zigeunervrouwen, met verdoofde slapende peuters op hun schoot, te bedelen. “Madame, svp madaam, le bébé est malade.” De gipsymannen zitten in de schaduw onder de pijnbomen. Voor ons op het strand zitten drie adolescenten. Ze proberen om beurten hun waterpijp in gang te krijgen. Eén voor één branden ze hun vingers aan het gloeiende smaaksteentje alvorens er nog maar één een wolk stoom uit het mondstuk kan zuigen. Het strand ruikt naar appelrook, coconut zonnecrème en wiet. Achter ons horen we muziek en zien we dat vier mannen en één vrouw nog een vrij strandplaatsje zoeken. De mannen laten zich op hun standlakens neerzakken maar de vrouw blijft staan wiebelen. Uit de radio schettert steeds hetzelfde bonkdeuntje. De vrouw is een ‘overgeïntegreerde’ allochtone, met lang donker krullend haar, dat er in een poging tot blonderen, op sommige stukken als plukken uitgerafeld touw uitziet. Zij beweegt heel zinnenprikkelend haar mini bikinilichaam heen en weer. Zij wenkt met beide handen naar één van haar begeleiders. Op een centimeter strand beginnen ze op een heel uitdagende manier te dansen. Hij duwt zijn bovenbeen tussen haar dijen. Zij drukt haar jongejuffrouw tegen zijn bil aan en kronkelt met haar kont, alsof er nog een stuk in achtergebleven is. Een moderne versie van de ‘java-dans’ wordt opgevoerd. Na een paar erotische dansminuten laat de man zich al lachend terug in het zand vallen. Haar partydrug, van de vorige avond, blijkt echter nog lang niet uitgewerkt te zijn en opnieuw sleurt ze een nieuw kaalgeschoren slachtoffer van zijn badlaken omhoog. Het seksuele ‘zandrondschuifelen’ gaat gewoon verder.

Een paar prepuberale jongens op weg naar het water blijven verbijsterd, wijzend en grinnikend toekijken. Oma’s sleuren hun, op het ritme wippende kleutertjes voorbij het vijftal. Een drietal veertigers loeren naar het erotische schouwspel. Zij liggen op hun buik en draaien ongemakkelijk op hun standlaken heen en weer. Het eentonige muziekje wordt nu al meer dan een half uur herhaald en de buikdanseres stopt haar vruchtbaarheidsdans nog steeds niet. Ze wiebelt en schommelt met alle vier haar fuifbegeleiders. Haar verwachte explosieve hoogtepunt blijft echter uit. Bij de rondomliggende badgasten gaan de wenkbrauwen regelmatig de hoogte in. Enkelen van hen nemen hun handdoeken bij elkaar en zoeken een rustiger plaatsje om te telefoneren. De mistralwind steekt op en hier en daar vliegen de parasols en luchtmatrassen de hoogte in. De geïmproviseerde buitenkeukens worden in allerijl afgebroken. Gebruinde en verbrande lichamen schuifelen richting auto’s, waar ze onder luid getoeter naar de ‘pannier’ van Marseille en naar Martigues terugrijden. De campinggasten sjokken als een karavaan kamelen opnieuw richting caravan, bungalow of camper. Lang geleden dat wij, als voorjaarsvakantiegangers, in mei nog zoveel jonge mensen bij elkaar op een strand zagen. Zo’n mierennest, het leek wel juli of augustus. Na het verlengde weekeinde was het omgewoelde zand van de plage van La Couronne terug het beloofde verlaten Bounty strand.

 

Sim,                        La Couronne 20 mei 2015

 

 

 

 

 

21-05-2015 om 17:08 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
16-05-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BURN OUT
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Ik ben overwerkt. Ik sta er helemaal alleen voor. Ik ben echt toe aan mijn pensioen. Ik had het allemaal heel goed gepland. Ik gaf Adam een vrouwtje waar hij mee kon spelen, hoe ze samen wat vlinders in hun buik konden voelen.  Maar al na de eerste tweelingworp liep het al fout. Kaïn doodde zijn broer Abel. Vroeger had ik onze Zeus en ons Minerva nog die mij een handje toestaken, maar zij hebben zich in een chique villa op de Olympus teruggetrokken en verbouwen nu Griekse olijven en voeren yoghurt uit. Mijn broer, die de andere helft van de wereld aanhoorde, heeft zich ook al een tijdje van de aarde afgekeerd. Elke morgen, bij het krieken van de dag, maakte men hem met het nodige geschreeuw wakker en elke keer dat hij terug indutte, was dat gekrijs er weer. Daar beneden in de woestijn zat er iemand, die weliswaar stemmen hoorde en die iedereen wijsmaakte dat hij een rechtstreekse hemellijn met hem had.  Ach het was een psychotisch geval, maar mijn broer was al lang tevreden dat hij niet meer naar al die gebeden moest luisteren. Het zou er voor hem alleszins niet gemakkelijker op worden om al die smeekbedes uit elkaar te houden want ondertussen hadden al die eerstgeboren mannen dezelfde naam gekregen. Mo hier en Mo daar. Mijn broer kon al lang geen onderscheid meer tussen de vrouwen maken. Luister en herken maar eens wie er onder die rondscharrelende donkerblauwe tentzeilen, met ruitjes voor hun gezicht, thuishoort. Maar volgens mij heeft mijn broer, door zich voortijdig uit dat deel van de aarde terug te trekken een hoop hersenloze vandalen aan de macht geholpen. Toen ik hem daarstraks achter zijn waterpijp uittrok en hem op zijn verantwoordelijkheid wees, haalde hij zijn schouders op en vertelde mij dat hij helemaal geen zin meer had om al dat geklaag en gejeremieer aan te horen. Toen ik hem vertelde dat de Arabische Janssens en Janssens zich ondertussen de kop insloegen of de keel oversneden en dat zijn achterban stilaan alleen uit latente seksueel gefrustreerde hooligans en avonturiers bestond, dacht ik dat ik hem gewoon: “lik mijn reet” hoorde mompelen.  Hij lachte sarcastisch en zei: “Dat ze straks allemaal nogal zouden verschieten als ze hierboven kwamen en er geen 70 maagden hen juichend stonden op te wachten. Toen ik hem om uitleg vroeg antwoordde hij gemelijk: “Ach ik stuur ze gewoon als illegalen door naar jouw hemel, aan jullie kant van de aardbol zijn ze heel goed op de hoogte van deze problematiek. Soms probeer ik ze bij leven al een beetje met hun neus op de feiten te drukken,maar luisteren…no way, Arabische lente my ass!

Ik liet mijn klote bon vivant broer theeslurpend achter. Ik had al genoeg aan mijn hoofd om me nog eens flink druk over zijn onkundigheid te maken. Ook ik dacht eventjes dat ik een goede opvolger, om het sprookje van de schepping voort te zetten, gevonden had, maar de zaken liepen enigszins anders dan ik wilde. Maria, een knappe jonge maagd, had naast de pot gepiest en probeerde nu iedereen wijs te maken dat ik de vader was. De dna-test bestond toen nog niet, want anders zou de geschiedenis wel een andere wending gekregen hebben. Jozef kon er niet erg om lachen, maar vermits zijn prostaat al enkele jaren volledig dichtgeslibd was,  liet hij de boel, de boel maar. Onze Jezus was een hele speciale. Heel de dag speelde hij met de os en de ezel en goochelde hij met steentjes, goud, mirre en wierook, cadeautjes die hij eens ooit gekregen had. Hij scandeerde de ganse dag door moraliserende teksten en liet zich omringen door een groepje dolende geesten, die aan zijn lippen hingen. Eventjes dacht ik dat mijn broodje gebakken was en dat ik op mijn goddelijke wolk op mijn lauweren zou kunnen gaan rusten. Liet die malloot zich toch inschrijven bij “Jeruzalem got talent”. Daar goochelde hij wat met water en wijn, verdubbelde wat brood en verraste de jury met de truc, hoe hij over het water kon lopen. Gewonnen heeft hij niet. Hij kreeg hoogstens een kroon en een kruisje..maar hij liet toch zijn fanclub verbijsterd achter, na de grote verdwijntruc. Dus daar ging ik weer. Probeer maar geconcentreerd te blijven, miljoenen mensen die overal op de aarde je aandacht proberen te trekken en je bedanken voor dingen waar ik helemaal geen weet van heb. Ik word verondersteld alles te horen, te zien en almachtig te zijn. Het is dan toch normaal dat mijn belangstelling afneemt, dat ik het eventjes allemaal niet meer in de hand heb. Ik word compleet gek van al die biddende vragende mensen. Op zo’n momenten moet ook ik mij eventjes afreageren. Ik wil ze gewoon overtuigen dat ik niets van dit alles ben, dat ik hun allemaal niet met hun aardse zaken kan helpen, dus spoel ik eventjes een tsunami over de stranden, laat ik een vulkaantje uitbarsten, een vliegtuigje crashen en laat de aarde snel wat schommelen. Lekker de tektonische platen een ogenblik tegen elkaar kloppen. De mensheid heeft dan een momentje wat anders aan zijn hoofd en dan krijg ik misschien een rustpauze.  Maar niets van dit alles, ze gaan me dan nog met kaarsjes en gebeden bedanken omdat ik er toch nog een paar in leven gelaten heb. Gekke mensheid. Ik geef mijn ontslag. Ik draai nu al meer dan 2000 jaar mee en ik vind dat ik genoeg gewerkt heb om mijn oudedagvoorziening op te nemen.  Maar ondertussen heeft er zich zo’n religieuze ‘oudemannenclub’ gevormd, die mijn ontslag niet aanvaardt en die mij prompt als hun CEO gebombardeerd heeft. Al eeuwen kloppen ze de centen uit de mensen hun zakken om hun paleizen en kerken vol te proppen met goud en zilver. Ik ontwierp de man en de vrouw omdat ze wat lekker konden ‘foeschelen’ met elkaar en nu komt die geheelonthoudersvereniging uit mijn naam verkondigen dat seks voor het huwelijk en een condoom gebruiken zondig zouden zijn. Deuh! HIV, nooit van gehoord?  En die ‘langejurkenventen’ maar aan elkaar en nog erger aan de kinderen prutsen. Eerst mijn aandacht opeisen door een hoop klokkengelui, dan een toneeltje opvoeren, wat wierook rondzwiepen en ouweltjes uitdelen . Of de hand op het hoofd leggen en de mensen laten geloven dat ze een directe lijn met mij hebben. Nog nooit heb ik met één van die godsdienstwaanzinnigen een praatje gemaakt, nog nooit heeft er ook maar één durven zeggen dat ik nooit antwoordde. Is er nergens een godsbond waar ik kan protesteren. Wat ellende daar beneden. Ik schaam me diep, ik kan het niet meer aanzien. Ook die twee die daar  in La Couronne voor hun caravan zitten te scrabbelen. Het mannetje verliest nu al voor de tiende keer en roept constant dat het mijn fout is. Hoor! Daar roept hij het weer ‘godverdomme, godverdoeme’.  Ik kan het niet meer aanhoren!  Ik wil eruit.. ik heb een burn out!

 

Sim, La Couronne   16 mei 2015

Bijlagen:
P5150021.jpg (50.6 KB)   

16-05-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
11-05-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EAU DE PROVENCE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Dit jaar gaan we met de voorjaarsvakantie niet met onze krent in het warme Zuid Franse zand zitten, maar opteren we voor een “slankmakende”(hmm hmm) wandelvariatie in de Vercors, de Drôme-Provençal en de Alpen. Overal in Europa viert men het einde van de tweede wereldoorlog en de bevrijdingsdagen. Hier in Frankrijk viert men dit op 8 mei en dit levert samen met de feestdag van 1 mei, de Fransmannen nu voor de tweede keer een verlengd weekeinde. Bij zoveel vrije tijd krijgen de Fransmannen onmiddellijk een opstoot van groepsactiviteiten, teambuilding en het daarbij horende kuddegevoel. Terwijl wij van de Vercors richting de Provence rijden, bromt ons een groep van een 25tigtal ouderlingen op zware moto’s voorbij.  Op een bepaalde mijlpaal in hun leven moesten zij een indringende keuze maken: een minnares of een moto. Vermits de meeste van deze grijze koppen het seksuele geile hoogtepunt al ruim voorbij zijn, hijsen ze zich liever in een lederen pakje,  met doodshoofden op de rug en steken ze een Harley Davidson of een zware BMW tussen de benen.

Alvorens het enige vervoer op hun oude dag, een rollator of een volautomatische scootmobiel wordt en ze de rest van hun dagen gepamperd tussen bejaardengezeur moeten slijten, willen ze nog eenmaal in groep de macho uithangen en van een zweempje voorbije jeugd genieten.

Vanuit de tegenovergestelde richting komt er een kudde hoogrode fietsers met veelkleurige helmen de berg opgezwoegd. Een vijftiental mannen dragen blauwe, gele, rode, roze en bolletjestruien met op de rug  de naam van de sponsors, ‘Le Bonbon,  Le meilleur nougat de Montelimar en Carrefour’. Hoe ouder de fietsers, hoe meer de pedaaltrappers over de weg zwijmelen en hoe groter de afstand tot het vooruit sprintende peloton wordt. Dit is nog maar een oefenwedstrijdje, morgen gaan ze met zijn allen de Mont Ventoux op.

We stallen onze caravan in Buis-le-Baronnies, een toeristisch Provençaals stadje in de schaduw van de Mont Ventoux en het Mekka van de bergbeklimmers. Overal zie je ze tegen de steile berghellingen aan de touwen hangen.

Voor de lila- blauwe lavendelvelden is het nog te vroeg op het seizoen, maar de Provence zorgt voor een explosie van allerlei andere geuren. Het aroma komt je tegemoet..als je het deurtje van de caravan opendoet..het is de lente! We wandelen in een Van Gogh schilderij tussen eeuwenoude knoestige olijfbomen tussen grote velden blauwe irissen, bloedrode papavers en purperrode valeriaan. Heel het wandeldecor, met zicht op de Mont Ventoux geurt naar moerbeibloemen en naar bloesems van acacia- en seringenbomen. De blaadjes aan de lindebomen komen frisgroen kijken en de fruitbomen vormen na hun roze bloesemknoppen hun eerste kleine groen- rode vruchtjes. Bloeiende tijm, rozemarijn en grote struiken gele brem trillen van de zoemende bijtjes die op de honinggeur afkomen. Geen enkele grote ‘neus’ van de parfumstad Grasse kan zo’n prachtig delicaat geurenpallet samenstellen.

Als we van de wandeling terugkomen, zijn er op de camping een aantal weekeindtoeristen in de bungalows getrokken en staan er overal minitentjes van de jonge klimmers.  Schuin over ons is een familie grootouders, ouders en kleinkinderen gearriveerd. De opa, pappie, is een schriele vent die met een fotocamera en een ADHD- ritme non stop van de ene naar de andere kant van de camping spurt. Hij draagt een veel te ruime geruite short met daarboven een kleurrijke t-shirt met bloemen en dolfijnen. In zijn open sandalen draagt hij witte sokken. De oma is van een gans ander kaliber. Eerst zie je twee tepels en vijf minuten later komt daar de rest van mammie, gekleed in een zilverglanzende jurk, achteraan. Hoe kunnen zo’n kleine voetjes, magere beentjes en dunne billen, een tegengewicht bieden voor zo’n bombastische voorkant. Hoe komt het dat mammie, met zo’n bos hout voor de deur, niet alle twee passen frontaal tegen de vlakte gaat? Dit is wat wij in Antwerpen “veel volk in de statie’ noemen. Veel volk? Een gans Centraal station van Antwerpen of Amsterdam volgepakt met een massa drammende reizigers, roltrappen vol, hun neuzen gedrukt tegen de glazen inkomdeuren. Er kan geen passagier meer bij. Ik veronderstel dat zij een Lola Ferrari beha- model met ingebouwde katrollen draagt. Manlief spiedt vol ongeloof en angst naar dit natuurfenomeen. Hij vergelijkt mijn, sinds de overgang al flink toegenomen beha- maat met de voorbij deinende tietenmassa.  “Hoe kan een man daar aan beginnen zonder te verdwalen op deze Mount Everest? Je hebt minstens een pikhouweel, koorden en de nodige musquetons nodig om deze vleesberg te beklimmen! Niet moeilijk dat pappie als een ‘vliegende Fransman’ over de camping raast!”

De 30 jarige zoon werd  waarschijnlijk tijdens zijn jeugd erg met de omvang van zijn moeder gepest en heeft zich uit frustratie volledig laten vol tatoeëren. Hij draagt een zwart ‘marcelleke’ en het kruis van zijn jeansbroek hangt tussen zijn knieën. Hij is kaalgeschoren en alleen een klein sikje haar siert zijn kin. Op een gezapig tempo verslijt hij de onderkant van de uitgerafelde jeanspijpen.  De twee- en vierjarige kleinzoontjes zijn langs de zijkant kaalgeschoren en hebben nog alleen een kaketoekuif  boven op hun hoofdjes. Ze lijken zo uit een indianen- sioux- film weggelopen. Mama is een kleine magere grijze muis. Ze past helemaal niet in dit driedaags familie-uitje, maar wie weet staat ze bol van speciale slaapkamerwensen. Onze televisie- modegoeroe, Jani zou bij het zien van deze hotemetoten een spontane hartverzakking krijgen.

Na twee brugnachtjes is de rust op de camping teruggekeerd. De tentjes en campers zijn verdwenen, de chalets terug onbewoond en de kuddes zijn terug naar huis afgezakt. De Provence geurt weer uitsluitend voor ons beidjes!

 

Sim, 10 mei 2015

 

Bijlagen:
EAU DE PROVENCE.jpg (55.4 KB)   

11-05-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
05-05-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE 1 MEI UITTOCHT

Vermits onze zoon en schoondochter, na 15 jaar samenwonen beslisten dat ze op 5 mei zonder mama’s, papa’s, getuigen, feest en tralala hun ja-woord  gingen geven, besloten wij dan toch maar op 1 mei met onze vakantie te starten. Terwijl in Antwerpen de vakbondsmensen, als duracel konijnen achter de rode vlaggen marcheren en slogans tegen de regering scanderen, haken wij onze caravan aan de auto. Het is al eeuwen geleden dat wij zelf in deze 1 mei stoet meeliepen en als we al niet mee opstapten, dan gingen we minstens toch in Antwerpen naar de optocht kijken.  Toen was dit nog het ‘feest van de arbeid’, ondertussen is deze dag uitgegroeid als het ‘feest van de ontevreden, overwerkte stakers’. Mannen die de midlifecrisisleeftijd al eventjes voorbij zijn redenvorige dagen nog als echte wielerterroristen de ronde van Vlaanderen. Ze spurtten de klinkers van de Koppenberg op en roepen nu luid dat ze niet langer dan een 58 jarige leeftijd kunnen werken. Nu ze langer moeten werken, heeft plots iedereen een zwaar beroep. De vorige eerste minister, die eender roze dan rood was, had tijdens de blauw/rode legislatuur de pensioenleeftijd al behoorlijk opgetrokken. Vorige regeringen, onder Wilfried Martens en met de socialisten, hanteerden vroeger reeds zonder tegenspraak een paar indexsprongen. Klom er toen iemand op de barricades? Hoorde men toen iemand schande roepen? Legde men toen massaal het werk neer? Maar nu de socialisten zelf niet meer in de huidige regering zitten en kunnen potverteren, staken en joelen ze. De rode achterban is volledig gefrustreerd en ze begrijpen nog steeds niet waarom ze zoveel stemmetjes verloren hebben en hoe het komt dat onze schuldenberg zo hoog opgelopen is. Misschien hopen ze wel stiekem dat de doorsnee werkende mens de opeengestapelde rode schandalen ondertussen vergeten is. Claesje die een beetje sjoemelde met helikoptercentjes, Van den Broucke die het zwarte geld in de rode kas wou in brand steken, Laurette rettekkentet, met haar in de oorlog collaborerende grootvader, die de nieuwe lichting regerende politiekers, als een volleerd viswijf, een zwart verleden wil aanmeten en Steve gratis die, zonder de toestemming van de dame in kwestie, zich naar een verzopen hoogtepunt neukte.

Gratis dit, gratis dat, niets is gratis, iemand moet de rekening betalen. Ze luisteren naar de toespraken van hun kleine opperhoofd, die de arrogantie van zijn vader met de pap ingelepeld kreeg. Hij is het hoofd van de oppositie- voerende partij die de rijken wil laten betalen! Eeuwen zaten ze in de regering en nooit hebben ze hierover een mond opengedaan. Wij blijven echter de echte socialisten, ondanks de socialistische graaiende salon- politiekers. Het chronisch optimistisch volksgewauwel kunnen wij missen als kiespijn en dus op zo’n dag

rijden wij richting Dijon, richting zuiden, richting zon...enfin dat dachten wij!

Vanaf de Franse grens giet het pijpenstelen. Donkergrijze mistige regenwolken omhullen onze auto en onze rijdende villa. Nederlandse meivakantie-  sleurhutten plenzen ons voorbij. God is waarschijnlijk niet links georiënteerd en schenkt de Franse rode vaandeldragers echt zeikweer. Eén of andere rode organisator is, vermoedelijk gisteren, vergeten aan de clarissenorde van het nonnenklooster van ‘soeur sourire’, een zestal eieren te offreren, om zo mooi weer af te dwingen!

 Als we Dijon binnenrijden, staan op elke hoek van de verlate natte straten, verregende muguet- verkopers. Hun hoofden hangen, net als de witte meiklokjes, depressief in hun regenjassen omlaag. 1 Mei is traditioneel, in Frankrijk nog meer dan in België, meiklokjes dag. Lelietjes van dalen…lelietjes van begrotingsputten zeker.

De camping van Dijon ligt naast een kanaal. De onderkant van de bomen zijn al onder het waterpeil verdwenen. We zoeken een wat hoger droog plaatsje en laten voor alle evacuatie mogelijkheden onze caravan maar aan de auto vasthangen. De regen plenst in grote druppels op de caravan. Het water spat alle kanten uit en stroomt langs de ramen naar beneden.  Voor we die eerste avond met een ‘carwash’ gevoel in ons bedje kruipen, hopen we dat het snelstromend kanaalwater, tijdens de nacht, niet verder stijgt.

De Franse weergod had een beetje medelijden met de, anders stemmende, lange weekend- en andere toeristen en verblijdt ons de volgende zaterdagmorgen met een parelmoer zonnetje.

We wandelen van de camping, langs het kolkend kanaaltje, richting de oude binnenstad van Dijon. Aan de grandeur van de huizen, het paleis en de kathedraal kan je zien dat Dijon vroeger een belangrijke stad geweest is. Rond de overdekte markthallen is er op zaterdagochtend ook een gewone markt. De lege stad van gisteren bruist nu van de gezelligheid. De terrassen zitten vol.  Wij vinden om te lunchen nog een leeg tafeltje in het zonnetje en bekijken de voorbij wandelende mensen. Aan de uitgang van de markthallen staan drie diarreebruine mannen. Met een terroristische werkloze blik zien ze naar de goddeloze massa. Op hun hoofd een pet zonder klep, een uitgerafelde Bin Laden baard en hun handen wriemelend in de zakken van hun djelaba’s. Ze bekijken met geile blikken de hoofddoekloze jonge meisjes die voorbij paraderen. Lange bruine benen, minirokken en bloesjes, waarin de omhoog staande tepeltjes duidelijk aantonen dat de aangekondigde mei temperaturen nog niet voor vandaag zullen zijn. In hun land van herkomst zouden ze nu stenen in de hand nemen en die ongesluierde opgeilsletjes wel eens een lesje leren. Ze zijn nog niet hersteld van hun spontane erectie als twee allochtone wiebelnichten, luid snaterend à la Paul de Leeuw, hand in hand voorbij huppelen. In hun land van herkomst zouden deze nu al lang aan een touw bungelen.

 De zon duikelt een beetje en wij kruipen wat dieper in onze jassen. Aan de tafel voor ons zitten drie vijftig- plus vrouwen, het moeten hete mokkels zijn, want ze dragen alleen flinterdunne t-shirtjes over hun silicone borsten en spannende jeansbroeken met meer gaten en rafels dan stof. Alle vrouwelijke verbouwingen moeten trots aan de voorbij kuierende marktkopers getoond worden. Volledig ‘geliposuctiedieerde’ achterwerken, gekneed naar het Jennifer Lopez model en opgespoten lippen waar een bonobo aap jaloers op zou zijn. Alle aangezichtsrimpels gladgestreken, grijze haren gecamoufleerd, alleen hals en handen verraden de ware leeftijd. Zij nippen aan een Kir Royale, de drank die oorspronkelijk in Dijon uitgevonden werd. Zij koeren als er een paar uit de kluiten gewassen marktkramers voorbij komen. Deze dames weten waar Dijon de mosterd haalt.

Als we in de namiddag terug richting camping slenteren begint het opnieuw te regenen. Kampeerders op het laaggelegen gedeelte van de camping worden gesommeerd de caravan aan te pikken en een nachtje op de hoger gelegen parkeerplaatsen door te brengen. Morgen rijden wij verder, richting Vercors en de Drôme,  richting zuiden, richting de zon…??

Ik zou nu ook al een balans kunnen opmaken van één dag vakantie en de ‘bijna’ eerste verdwenen pet. Zij werd door manlief achtergelaten in de douchecel van de camping maar gelukkig door de alerte echtgenote (moi) op tijd gerecupereerd. Mijn pen jeukt om het relaas te beginnen maar na twee maanden vakantie zal de opsomming van de verloren voorwerpen interessanter en zonder twijfel veel indrukwekkender zijn.

 

Sim,                                                                                          Dijon 2 mei 2015.

 

 

05-05-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
11-04-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MINI MC ENROE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Schoondochtertje wil van onze achtjarige kleinzoon, Matteo een tenniswonder maken. De plannen worden met de tennisspelende bompa besproken. Kleinzoontje hoort het allemaal gelaten aan. Hij staat niet van over- enthousiasme te wippen en trekt niet aan mama’s trui om onmiddellijk een racket te gaan kopen. Hij mengt zich totaal niet met de ouder- en grootouderlijke projecten;  “Om goed te leren tennissen, ga je best bij een tennisclub en leer je samen met andere kinderen de kneepjes van het tennis” zegt bompa. De tennislessen blijken niet zo duur te zijn maar het kostenplaatje slaat behoorlijk door, als er tevens een jaarabonnement moet betaald worden. Ik bereken intussen hoe duur dit jaarabonnement wel niet zal uitvallen, als er maar twee weekjes les van gebruikt zullen worden.  Na acht jaar heeft mama nog steeds niet door dat kleinzoontje een identieke kopie van zijn papa is. Kleinzoontjes teamspelers- gen duikelt net zoals dat van ‘kleine papa’ onder het min niveau.  Zij willen niet dat andere toekomstige tennislegendes kunnen zien, hoe zij telkens de bal letterlijk en figuurlijk misslaan.  Keer op keer zoekt mama een sportieve uitdaging voor haar spruit maar de moederlijke ambitie wordt met een kinderlijke breakpoint naar de tennishemel verwezen. Als de toekomstige mini Mc Enroe tijdens de paasvakantie bij bompa en Nana komt logeren, komt de aap uit de mouw. Er moet niet geïnvesteerd worden in tennislessen, een tennisracket, tennisschoenen en een tennisshirtje, want kleinzoon schudt zijn hoofdje en zet mama’s wens ineens buitenspel. Hij vertikt het naar een club te gaan en wil alleen van bompa leren tennissen. Om eerlijk te zijn, wou hij eigenlijk alleen maar badmintonnen. Dat is toch ook met een racket niet?

Bompa heeft in de tuinkast nog twee badmintonrackets en een hoop pluimpjes liggen en het tweetal gaat dagelijks een beetje oefenen.

Matteo klopt verwoed de pluimen allerlei richtingen uit en juicht als hij per ongeluk een naar hem toegespeelde ‘shuttle’ kan raken.  Hij klopt gaten in de lucht, zwiept de racket heen en weer en is na tien minuten bompa’s instructies al dik moe. Ja de weg naar succes blijkt veel langer dan die naar teleurstelling. Als hij, met een vernietigend handgebaar en rollende ogen, bompa van het terrein wegstuurt, priemt zijn vingertje richting Nana.

Hij weet niet waaraan hij begint! Nana en ballen, geen grote, geen kleine, geen pluimpjes, Nana heeft er de ballen verstand van. (Nu ja er zijn uitzonderingen maar dat is voor een ander soort verhaaltjes) Ik lijk wel motorisch gestoord als ik de badmintonracket heen en weer beweeg. Kleinzoon krijgt geen badmintonpluim meer op een normale wijze aangereikt, maar heeft nu wel pret voor tien. Schaterend constateert hij dat hij nu niet de enige kluns op het veld is.

Ik vertel hem wat later hoe ik mijn eerste tennislessen in een vakantieclub in Spanje kreeg. Een hoge tennismuur, hoge metalen netten rond het oefenveld, een knappe tennisleraar en het eerste jaar dat de witte tennisballen door gele exemplaren vervangen werden. Alles was voorhanden om nog voor Kim Clijsters, een wereldvedette van de jaren 70 te worden. Alleen mijn motoriek ontbrak. Alle dagen van de vakantie oefende ik in de withete zon, tegen de wand mijn forehand, backhand en opslagen. Mijn ballen ketsten tegen de oefenwand, klapperden de blauwe Spaanse lucht in, kletsten over de metalen afsluiting en belandden tussen de knalgele bloemen van vetplanten die rond de tennisvelden aangeplant werden. Na een uurtje les was ik niet vochtig van het zweet maar helemaal kletsnat. De halve les zocht ik onder de spuitende sproei installaties naar mijn verloren gesmashte, gele tennisballen tussen de tennisbalgrote vanille geelkleurige bloemen. Telkens ik op het tennis court verscheen, trok mijn tennisleraar zich metaforisch, met veel overdreven pathos, de haren uit het Spaanse hoofd. Het geflirt van de eerste les had plaatsgemaakt voor totaal sportieve verwarring.  Na elke opslag mepte hij zich vol ongeloof tegen het hoofd. Deze onpedagogische aanpak ondergroef al mijn toekomstige tennisinspiratie. Dus mama en kleinzoontje, zoals jullie kunnen zien;  De sportieve appel valt niet ver van de grootouderlijke boom!

 

Sim, Nana, Advantage, deuce , luv!       11 april 2015

 

 

 

 

11-04-2015 om 15:59 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
31-03-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HANNEKE TANNEKE TOVERHEKS
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Wij hadden nog geen week de zonnige warmte van Tenerife vervangen door het regenachtige koude België, toen de snotbacterie- militanten in mijn hoofd al verzamelen bliezen. Zij bezetten alle voorhoofdsholtes en stuurden hun spionnen richting neusgaten. Enkele dagen waren er enkel troepenverschuivingen in de sinusholtes waar te nemen. Het leek wel of ze massaal hun aanvalslinies van voor naar achteren in mijn hersenen aan het verschuiven waren. Ze hadden barricades opgetrokken aan alle hoofdopeningen. Ik praatte door mijn neus en ademde door mijn mond. In slaaptoestand leek dit op een knorrend zeehondengesprek.

Ik hoorde de wereld rondom mij alsof ik in het zeeaquarium van de dierentuin logeerde. Vannacht echter trok één lid van de bacterie-infanterie de stop uit mijn waterhoofd. Met een niesbui stroomde de snot zonder ophouden uit mijn neus. 

De ganse dag bleef ik lekker warm ingestopt, niezend, snuitend en met waterige ogen op de sofa uitzieken. De berg wegwerpzakdoekjes verdween als sneeuw voor de zon. Lezen was geen optie, want de lettertjes dansten op en neer als door een verregende voorruit waarachter zich nog een mistig landschap schuilhield.

Als ik mij dan zo’n beetje lig te vervelen, bedenk ik, hoe graag ik een heks zou willen zijn. Alle mensen, die je onterecht behandelden en waarbij je machteloos moest toezien en aanhoren,  passeren dan mijn verstopte brein. Hoe meer ik aan ze denk, hoe meer mijn snot door adrenaline vervangen wordt. Ik wil ze betaald zetten om de leugenachtige manier waarop ze mij en andere medemensen behandeld hebben. Ik wil het zaakje niet afhandelen na een mogelijke reïncarnatie of een spelletje voodoo, maar wil terstond respons zien. Ik wil in dit leven nog kunnen genieten van mijn represaille- wensen. Ik wil me wentelen in een trage maar efficiënte afwikkeling van mijn wraak.

Zo reden wij in een overvolle bus van Antwerpen naar Edegem. De buschauffeur kwekte zonder ophouden in zijn smartphone. Een medereizigster, die zich vooraan bevond, merkte op dat hij wel verantwoordelijk was voor een 50-tal passagiers en dat hij daarom maar moest stoppen met mobiel bellen.

Een waterval van verwensingen bulderde door de bus. “Dat madam er zich niet mee moest bemoeien en als ze niet ophield met hem agressief te behandelen, hij de politie zou opbellen!”. Hij tikte opnieuw een nummer in en met een machtswellustige grijns vervolgde hij zijn telefoongesprek.

Wel op zo’n moment zou ik willen ingrijpen. Niet verbaal, want op mensen zonder verantwoordelijkheidsgevoel en een overgrote dosis machtsvertoon in hun lichaam, ketsen normale woorden af. Op dat moment bedenk ik een vloek. Ik zou hem bijna luidop uitspreken, met mijn handen wapperend richting onderwerp, alleen maar om het voorplezier van de komende wraak. Ik daag alle mobiele telefoon providers uit om met onmiddellijke ingang alle contacten met de buschauffeur te verbreken. Ik zou het fantastisch vinden, moest ik hem nog tijdens onze busrit: “Halo, halo?” tegen een geluidloze mobiel horen roepen.

Hopelijk heeft hij samen met zijn telefoon- ook een internetabonnement, dat bij thuiskomst afgesloten blijkt te zijn.

Ik wens hem een oeverloze zoektocht naar een nieuwe provider, nadat hij door mijn tussenkomst, op de zwarte lijst van de wanbetalers terecht gekomen is.

 

Enkele weken geleden, ontvingen wij, via een deurwaarder nog wel, een onterechte niet betaalde BTW-aanslag. De wanbetaler was een restaurant in het Mechelse. Hoe onze namen als mede zaakvoerders van dit restaurant in de mallemolen terecht gekomen waren is tot op heden nog steeds een vraagteken.

Vorig jaar kregen wij ook al van de RSZ-afdeling een monsterboete in de bus en een vonnis waarbij wij mee als zaakvoerders veroordeeld werden. Na een telefoontje naar de juridische dienst van de RSZ, bleken deze een fout in de administratie gemaakt te hebben. Wel duizend maal heeft de RSZ zich verontschuldigd voor de nachtmerrie die zij ons aangedaan hadden. Dus nu deed de BTW afdeling Mechelen opnieuw dezelfde fout. Wij legden per mail alle bewijzen voor dat wij hoegenaamd niets met het desbetreffende restaurant te maken hadden.

Je zou dan veronderstellen, dat als de RSZ dit allemaal correct kan uitpluizen, de BTW afdeling dit ook zou moeten kunnen. Maar blijkbaar zit daar zo’n pitbull-ambtenaartje, dat nooit kan toegeven dat hij een fout maakte. In een mail schreef hij ons: “Dat voor onze namen de te betalen btw- som zou opgeschort worden!” Met het woordje “opgeschort” waren wij dus helemaal niet akkoord. Op al onze mails kwam geen enkele reactie meer. Toen we telefonisch contact met hem opnamen en hem vroegen om, zoals van de RSZ, een schriftelijke bevestiging te krijgen, dat er door hun dienst een fout gemaakt werd riep hij: “Ik heb veel te veel werk, ik ben er mee bezig en ik laat mij niet afdreigen!” Vervolgens gooide hij de hoorn op de haak. Omdat dit werkelijk de deur dichtdeed, zijn wij naar een advocaat gestapt. Die heeft op zijn beurt, net zoals de juridische dienst van de RSZ , alles uitgezocht en een brief naar de desbetreffende persoon bij de BTW-Mechelen gestuurd, die tot op dit moment (na 2 weken) zonder reactie bleef. Wij moeten een advocaat betalen om de arrogante domheid van de onbekwame ambtenaar in kwestie te bewijzen. Hij zal het niet gezien hebben, maar de telefoon stond roodgloeiend van al mijn bezweringstekens. Ze werden draadloos naar de onbeschofte pennenlikker in Mechelen gestuurd. Mijn revanche zal zoet zijn. Ik hoop dat deze Mechelse beambte eerstdaags een aanslag in zijn brievenbus krijgt, waarop belastingen betaald dienen te worden voor bedragen die hij, zogezegd, voor de fiscus in Luxemburg, te Monaco of op de Kaaimaneilanden weggestopt had. Ik wens hem een Kafkaiaanse veldslag met allerlei federale overheden toe.  Ik reken erop dat hij nooit op enige mail of aangetekende brief antwoord krijgt. Ik kijk reikhalzend uit naar zijn telefoongesprekken,  waarop hij zijn onschuld tracht uit te schreeuwen. met de ambtenaren van de afdeling federale financiën. Met een beetje geluk treft hij een ambtenaar, die door mijn wraakwensen beïnvloed, tegen hem brult: “Ik heb teveel werk, ik ben ermee bezig en ik laat me niet bedreigen!”  Ik hoop dat hij voor de rest van zijn dagen thuis zit met een milde vorm van burn-out  en een torenhoge berg af te betalen belastingen.

 

Ach was ik maar een heks, één woord over onbillijk, onrechtmatig  en ontoelaatbaar gedrag en mijn vloektoverstokje zou, ook voor jullie wensen, rondzwieren.

Eén ding kan ik vooralsnog nog altijd niet bezweren, dat zijn de verkoudheidsbacteriën die stilaan weeral slijmerig uit mijn neus druipen en mijn oogholtes met tranen doen vollopen.  Ik zal nog snel een dutje doen, misschien komen er in mijn dromen nog andere sujetten voor die dringend een wraakactie kunnen verwachten.

 

Hanneke Tanneke Toverheks Sim, atchoem, nies, nies, snuit, snuit    31/3/2015

31-03-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
13-03-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HOMO'S
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Ik hoor jullie al denken: “Waar waagt ze zich nu weer aan. Waar gaat ze nu weer over schrijven?” Ik ken teveel ‘gayboys’, lesbiennes of mensen die langs twee seksuele walletjes willen eten, om deze vriendenkring te willen schofferen. Dus nee hoor, ik wil gewoon schrijven over de homo, met als enige juiste vertaling ‘de mens’.Vorige week las ik in de krant dat men in Ethiopië opnieuw een stuk skelet gevonden heeft. De beenderen van deze homo blijken nog 400.000 jaar ouder te zijn dan de vorige menselijke resten, die men reeds op meer dan 2,8 miljoen jaar oud gedateerd had.Na de eerste van aap tot mens getransformeerde homo’s kwam de homo erectus. Nee hoor weer mis gedacht. Ik heb het hier niet over dat stukje mannelijk aanhangsel dat te pas en te onpas in erectietoestand komt of niet meer wil rechtop staan, maar over de mens die gewoon rechtop ging lopen. Op deze manier kon hij zijn handen gebruiken en ontwikkelde hij langzaam zijn hersenen. Men noemde hem nu de homo sapiens, de mens die denkt, de mens die weet. Jarenlang heeft men ons allemaal onder deze ene noemer gerangschikt. Ik ben er echter zeker van dat onder deze homo sapiens ondertussen verschillende onderverdelingen ontstaan zijn. 

De eerste groep is de HOMO MARGINALES.

Sinds de homo sapiens bestaat, is dit de groep die zich het meest op deze aarde verspreidt. Je vindt ze overal en eender waar. Het is de groep homo sapiens die overal lak aan heeft en die tijdens het uitdelen van de hersens ergens heel ver achteraan gestaan heeft. Dus het woord homo sapiens is al een veel te strelende benaming voor deze groep mensen. Zo ook hier op Tenerife hebben zij zich al vrolijk jaar na jaar vermeerderd. Als je hier in de urbanisaties aan de Costa del Silencio rondloopt, kom je deze debielen zonder uitzondering dagelijks tegen. De Europeanen die om de één of andere dubieuze reden in deze zonnige uithoek bleven hangen. Zij huren appartementjes met lage huurprijzen, hebben geen verwarming- en kledingkosten. Ze zien er niet uit dat ze de praktijk van de tandarts en de haarkapper plat lopen en trachten met hun elders opgebouwd minimum pensioen hier te overleven. Hun enige zorg is het dagelijks innen van het statiegeld van de lege bierflessen, zodat ze hun volgend drankfestijn bij enkele dolgedraaide en doorzopen vrouwmensen kunnen financieren. Elke avond is er dan ook ergens een fiësta marginales.De grootste groep marginales komt hier echter zonder twijfel uit Engeland. Het zijn meestal uitgezette moddervette haantjes, die niet van de Engelse straat geraken en de vooropgezette huwbare jaren al geruime tijd overschreden hebben. Zij trakteren zich in groep op een zuipvakantie in Los Cristianos, waar ze met de Engelse pond het driedubbele aan bier kunnen verzetten. Ze hijsen zich tegen het middaguur uit bed en slenteren met een nog niet verteerde discoroes naar het eerste beste terras. Ze zwalpen rond in bloot bovenlichaam met alleen een shortje, zodat iedereen hun volgetekende armen en benen kan bekijken. Op de terrassen, volledig gericht op de Engelse toerist, kan men voor 2.5 Euro een English breakfast bestellen. Voordat deze Britse eilandbewoners zich opnieuw met alle mogelijke alcohol laten vollopen, eten ze eerst twee toasten, twee gebakken eieren, twee stukken spek, een bord vol bonen in tomatensaus geflankeerd door twee worstjes en een handvol frieten drijvend in een pollepel olie en vet. Daarna begint opnieuw het hijsen van de literglazen bier. Met een achttal maken zij zoveel kabaal als een volledig bus met hyperkinetische schoolkinderen. Lachend met hun boeren en winden overstemmen ze de achtergrondmuziek van de plaatselijke Julio Iglesias. Nadat ze elk zo’n drie liter klef warm bier naar binnengegoten hebben, staan de pappige ‘would be body builders’ knikkebollend op en schuifelen naar het strand. Daar laten ze zich op hun handdoeken vallen. De zon brandt hard op hun witte blubberende lichamen. Al snel draaien ze zich op hun buik. Op het ritme van hun beschonken gesnurk, deinen hun getatoeëerde ruggen als stripverhalen op en neer. Acht blauwzwarte Chinese inktruggen, vol ankers, bliksemschichten, schorpioenen, vuurspuwende draken, spinnenwebben, op elke schouder een engelenvleugel, vrouwennamen , schele Jezus hoofden, Chinese onleesbare tekens en zinnen en doodshoofden, krijgen na een uurtje bedwelmd zonnen een knalrode achtergrond. Door de hitte verschrompelt hun ene hersencel tot de grote van een rozijn. Als hun ochtendmarinade bijna verdampt is en ze hun strandroes uitgeslapen hebben, is het bijna aperitieftijd. Ze kloppen het zwarte lavastrandzand van hun identiek gekleurde billen en benen en zwalpen luid geeuwend tussen de wandelende toeristen richting terrasjes. Als ze met veel lawaai tafels en stoelen bij elkaar schuiven, zie je de paniek in de ogen van de seniorenbond, die met veel moeite een dinerplaatsje in de schaduw bemachtigd heeft. De paella, die met Spaanse gitaarmuziek naar het bejaardentafeltje gebracht wordt, heeft door het gejoel van de Engelse zuipschuiten al op voorhand alle glans en smaak verloren. Bij de Union Jack-feestvierders gaat er regelmatig een glas tegen de vlakte en loopt het bier tussen de askegels van de morsige tafel. Met een mengeling van Mojito’s, Cuba Libres en liters bier worden vervolgens acht vettige hamburgers, ketchup en friet besprenkeld met azijn doorgespoeld. Vol geroep en getier worden de onbereikbare voorbij slenterende vrouwenborsten en het Britse voetbal besproken.Later die nacht, zal je deze Engelse homo marginales, na een avondje comazuipen, kotsend, brallend en ruziezoekend tegen de gevel van hun hotel of één of andere discotheek terugvinden.En dan heb ik nog niet geschreven over al die andere homo marginales- groepen zoals de voetbalhooligans, de Hells Angels, de nazi- groepen, de pesters en de parasiterende onterecht alimentatieontvangende ex-vrouwen die onder de zelfde noemer voortleven. 

Als tweede hebben wij de HOMO CREATOS.

Zoals zoveel mensen de zin van het leven zoeken, zo zoekt de homo creatos in de godsdienst de zin na het leven. Men belooft de homo creatos allerlei hemelse tombolaprijzen, zo lang ze tijdens het leven maar tussen de godsdienstige lijntjes kleuren. Van hen wordt verwacht dat ze gaan en zich religieus zoveel mogelijk vermenigvuldigen. Zo worden ze met allerlei verhaaltjes, sprookjes, religieuze mist en antieke thrillerscenario’s om de oren geslagen. De angst voor de dood en de verdere verwijzing naar de hemel en de hel gaat een groot deel van hun leven op aarde bepalen. Ze moeten hun 70 maagden, hun zalig- en heiligverklaringen, hun eeuwigdurend rondzwevende zieltjes en het beloofde weerzien met vroeger ten hemel opgestegen familie en vrienden in het paradijs, tijdens hun leven op aarde verdienen. Wat men in de Vlaamse Christelijke kerken als hiernamaalshoofdprijs aanbiedt is een stuk minder interessant. Wie wil er nu voor een bord rijstpap met gouden lepeltjes zondeloos leven?Ik begrijp echter niet dat de mensheid, ondanks alle mogelijke wetenschappelijke bewijzen, nog steeds niet wil inzien, dat de goden de homo sapiens niet gecreëerd hebben, maar dat de homo creatos al deze goden zelf in het leven geroepen heeft om de mensen volledig onder de goddelijke duim te houden. Maar de homo creatos is meestal gelukkig in zijn geloof en vindt in een mogelijke tweede kans waarschijnlijk een troost. De homo creatos is in mijn ogen een zwevend wezen, waar de sapiens een heel klein beetje zoek is, maar zolang ze mij er niet van willen overtuigen vind ik het al lang goed. 

De derde groep is de HOMO TERRORISMOS.

Dit zijn meestal de homo’s die braaf onder het juk van de homo creatos begonnen zijn, maar die door indoctrinatie, frustratie en jaloezie nog een stap verder gaan en iedereen willen meesleuren in hun geloof en politiek denken. Je vindt ze niet alleen in het Midden Oosten want waar ook op aarde men fundamentalistisch met zijn religie of politiek bezig was, begon men elkaar uit te moorden. Veel meer ga ik over de homo terrorismos niet meer schrijven want ik gun ze geen forum of publiciteit. Op Face-boek zou ik ze direct blokkeren, unliken en ontvrienden. 

En dan de vierde afsplitsing de HOMO NORMALES.

Via alle mogelijke televisieprogramma’s, radio-interviews, kranten en glanzende weekbladen, worden wij dagelijks overspoeld met de drie vorige vormen van homo’s. Als ik hier in de drukke toeristencentra rondkijk, ben ik er meer en meer van overtuigd dat deze homo normales spijtig genoeg een uitstervend ras is. De homo normales wordt, als hij niet assertief genoeg is, volledig door de homo marginales verdrongen. De homo creatos drijft de homo normales bijeen in kerken,moskeeën, synagogen en tempels om hun toch te overtuigen van het leven na de dood. De homo terrorismos tracht al eeuwen lang, waar ook op de aardbol, alle politiek- religieus- en andersdenkenden, volledig zonder tegenspraak uit te roeien. De homo normales staat volgens mij op de lijst van de bedreigde diersoorten, juist achter de Indische tijger en voor de witte neushoorn. Willen er binnen een paar eeuwen nog wat normale mensen op deze aardbol rondlopen, zal men een uitgekiend kweekprogramma moeten uitwerken! Anders zullen binnen een paar eeuwen de restanten van de homo sapiens/homo normales nog enkel als een paar botten en skeletten in de musea te bewonderen zijn. Musea die waarschijnlijk nooit door de homo marginales, de homo creatos en de homo terrorismos bezocht zullen worden. 

Sim, Tenerife 13/3/2015

13-03-2015 om 20:33 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
03-03-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE BERG VAN BABEL
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Een paar kilometer van de kust verwijderd, begint in Tenerife het lavaberglandschap.

Steile rotsen, ingesneden door barranca’s (kloven) en afgewisseld met hoogplateaus reiken helemaal tot aan de krater. Alle wegen lopen hier niet naar Rome maar naar de hoogste berg van Spanje, de Teide. In de loop der jaren zijn de Canaries er zich bewust van geworden dat er ook toeristen zijn die meer verlangen dan alleen maar aan het strand of naast het zwembad te liggen zonnen. Sinds kort markeren ze wandelpaden met gekleurde streepjes of cijfers. Soms lukken ze erin om een volledige wandeling foutloos te bewegwijzeren, maar uit ondervinding weten wij, dat de gekleurde aanwijzigen of cijfers ergens op het traject op een mysterieuze wijze verdwijnen. Een paar keer zijn wij, bij vroegere wandelingen, hopeloos verloren gelopen. Zo hebben ook wij meer dan eens dubbele, niet geplande, afstanden gewandeld. We laten ons echter niet meer beetnemen en hebben sinds enkele jaren een wandelkaart gekocht.

De zon schijnt warm over onze hoofden en we puffen tussen de lavarotsen de berg omhoog. Klimmend als berggeiten steken wij onze wandelstokken tussen het lavagrind. Naargelang wanneer de vulkaan uitgebarsten is, variëren de kleuren van de lavastenen. Grote zwarte piekerige rotsblokken tot kleine ei- grote witte, roze/roodbruine naar azulejos blauw/groene lavabrokken. Naargelang het stijgende pad steiler en steiler en de lucht op deze grote hoogte van ca. 2500 meter ijler en ijler wordt, vertraagt het wandelritme en dreunt ons hart sneller in onze oren. Op elk plat plateautje houden we eventjes halt om te drinken en om ons hartritme terug op mensenniveau te krijgen. Rond het middaguur komen we aan een wandelkruispunt waar de gekleurde streepjes en cijfertjes weer onvindbaar zijn. Wij zoeken hier een min of meer platte lavasteen uit en laten ons vallen om te picknicken. We zullen daarna onze wandelkaart raadplegen. Achter ons komen een paar echtparen de berg opgeklommen. In de stilte van de ijle berglucht zweven Duitse, Scandinavische en Franse woorden onze richting uit. De Duitsers struikelen bijna over onze voeten .Ondanks hun omvangrijke buikenomtrek denderen zij ons op een marsritme als blinde moffen (heu sorry) mollen voorbij. Zij kregen met de moedermelk vermoedelijk de basisbeginsels van het wandelaarjargon niet mee. Nu moet men niet zoals de Oostenrijkers overdrijven en alle tien stappen god met hun Grüss Gott aanroepen, maar met een Spaans ola, een halo of een universeel vriendelijk knikje kom je als kruisende wandelaar toch ineens een stuk sympathieker over. De Franse man hijgt calorieverbrandend het bergpad op. Hij ziet knalrood van inspanning. Het zweet gutst van zijn onbeschermde glanzende kale hoofd. Ik hoop alleen maar dat hij op onze hoogte geen hartinfarct krijgt. Van de tegenovergestelde richting naderen twee jongelui. Een prachtig gebruinde jonge man en een jonge vrouw met benen tot aan de hemel. Haar short bedekt amper de ronding van haar achterste. Haar borstjes wippen als puddingen op en neer. De zon weerkaatst blauw op haar lange pikzwarte haar dat ze telkens heel sexy naar achter zwiept. Geen druppel zweet is op haar mokkakleurige lichaam te bespeuren. Zij heeft twee koolzwarte oogjes, een redelijk grote neus en parelwitte tanden in een glimlachende mond. Manlief staart haar vol bewondering aan. Als ik vraag of zijn pornografische voorstellingen voer voor publicatie zijn, lacht hij: “Het is wel duidelijk dat als je mooie vrouwen wil zien, je niet gedurende deze senioren- overwinterperiode op het strand moet rondkijken. Het is niet omdat ik wat ouder word, dat ik niet kan genieten van een Miss Spanje die hoog op de berg mijn pad kruist. En, daarbij, je weet dat ik van grote neuzen hou.” Dat is voor mij, die met Pinokkio een spelletje ‘om ter langste’ zou kunnen spelen, weeral een geruststelling.

De zes wandelaars houden halt op ons vier- armenkruispunt en zoeken allemaal een stukje in allerlei richtingen naar de ontbrekende kleurige aanwijzingen.

Er ontstaat een Babylonische spraakverwarring als ze elkaar om raad vragen.

De jongelui zijn Spanjaarden, die enkel een woordje Engels lispelen. Het ene koppel blijken Noren te zijn, die een mondje Duits spreken. Het andere koppel zijn twee Fransen, die alleen…Frans praten. Alle zes proberen ze elkaar te begrijpen. Ze wijzen naar alle mogelijke richtingen maar slagen er niet aan elkaar een zinnige uitleg te geven. Het enige woord waar ze het over eens zijn is ‘senderos’, wandelweg. We zien de vraagtekens in de blauwe hemel opstijgen. In welke taal zij ook praten, wij begrijpen elke zin die de berglucht in zweeft. Wij zitten een beetje te grinniken om de pantomime op de berg van Babel! Eerst negeren ze de twee op de lavastenen zittende sandwichknabbelende wandelaars maar als ze de wandelkaart op onze knieën zien liggen beginnen ze taalbarrièrebrekend naar ons te glimlachen.

Manlief kan het niet laten en roept in het Frans, Duits, Engels en in ‘t Spaans dat hij eventjes met de wandelkaart zal komen. De wandelaars kijken hem vol ongeloof aan. Als ik manlief dan nog iets in het Vlaams naroep, kunnen ze helemaal niet meer plaatsen waar wij vandaan komen. Meertalig wordt de wandelkaart bestudeerd. Wij fungeren als vertalers tussen dit bonte allegaartje. Onze borst zwelt als ze vragen hoe het toch mogelijk is, dat wij Vlamingen al die talen kennen? Met een zekere trots verklaren wij dat wij ons zelfs met een beetje Italiaans ook verstaanbaar kunnen maken. De Noor lacht en zegt in het Duits: “Prachtig, zes talen maar Noors kennen jullie niet hé?”. Ik glimlach en zeg stralend een van de zinnen die nog uit een ver verleden in mijn hoofd zijn blijven hangen: “Jeg forstår og snakke litt norsk .“* De mond van het Scandinavische koppel valt open. Ik ga onmiddellijk verder met de tweede zin die ik nog ken: “Min ex mans mor e fra Trondheim.”*. Nog voor de Noren de kans krijgen om van blijdschap in zwijm te vallen en hun levensverhaal op mij af te vuren, spoort manlief ons aan om de wandeling verder te zetten. Hij weet ondertussen wel dat mijn Noorse talenkennis maar uit drie zinnen bestaat. We stappen verder het lavapad af.  Ik kan het niet laten en draai me om, wuif naar de Scandinaven en roep mijn laatste zin: “Beholde deg godt!”*

Het Franse echtpaar besluit, gezien het warmlopen van monsieur en zijn niet hittebestendige en overkokende hersenpan, rechtsomkeer te maken. De Spaanse jongelui huppelen hand in hand verder heupwiegend de berg af. De Noren twijfelen nog of ze de grote of de verkorte versie van het wandelpad zullen afmaken en roepen nog “Takk”* naar ons. Nog één Noors zinnetje borrelt nog in mijn spraakcentrum omhoog: “Vaer sa god!*

Al deze talen op een vierkante meter, hoe is het toch mogelijk?

Ja, weten jullie nog dat verhaaltje van de Toren van Babel? Verschillende volkeren bouwden in volledige samenhorigheid in Babylon een hele hoge toren die tot aan het hemels paradijs zou moeten reiken. God hield de bouwwerkzaamheden angstvallig in het oog. Nooit zou hij toestaan dat de toren tot aan zijn voordeur zou komen en er allerlei bouwvakkers in zijn voortuin zouden bivakkeren. Een van zijn slechte karaktertrekjes kwam boven en vanaf zijn wolk in de hemel bliksemde hij zijn toorn over deze metselende volkeren. Vanaf dat moment zouden zij allemaal een andere taal spreken. Plots verstonden de architecten, de aannemers en de metselaars elkaar niet meer. Het werd een Babylonische spraakverwarring en na een daverende ruzie werd de bouwwerf stilgelegd! Vanaf dan spraken alle mensen op aarde verschillende talen en verspreidden ze zich over de ganse aarde. Leuke vent hé? Nu ging het eens de juiste richting uit! Ja, van een slecht karakter gesproken. Dat verhaaltje van Adam en Eva en die appel is nog zo iets. Eva dacht: “A apple a day, keeps the doctor away!” Zij plukte die appel dan nog niet voor zichzelf, maar voor Adam. Maar dat was buiten de wil van God gerekend hoor. De twee geliefden werden uit het paradijs gegooid en om Eva extra te straffen zouden vanaf dan alle vrouwen in geweldige pijnen kinderen baren. Sadistisch machotrekje? Vindt de helft van de bevolking dit nu nog zo’n leuke man? En dan dat spelletje met Maria en Jozef. Maria zwanger maken en negen maanden met een dikke buik, als overspelige maagd laten rondlopen terwijl hij wist dat Jozef zijn vruchtbaarheiddatum al lang verstreken was. Drieëndertig jaar later liet hij zijn enige zoon aan het kruis nagelen. Het moet je vader maar zijn! Je zou bijna schrik krijgen, als hij op zondagochtend na het klokkengelui, juist jouw gebedje er uit de miljoenen andere zou uitkiezen om er zich een beetje mee te amuseren. Hopelijk verstaat hij zelf al die mensentalen nog een beetje, een verkeerde vertaling en je hebt de poppen aan het dansen. Babel, Babel, babbel, babbel!

 

*Jeg forstår og snakke litt norsk. Ik versta en spreek een beetje Noors

*Min ex mans mor e fra Trondheim. Mijn ex-man’s moeder is van Trondheim

*beholde deg godt. Houdt jullie goed

*Takk bedankt

*Vaers sa god aub

 

Sim, Tenerife 3 maart 2015

03-03-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
16-02-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FIFTY SHADES OF GREEN, VIJFTIG TINTEN GROEN

Het begon al zo’n 55 jaar geleden. Ik had spierwitte haren en een bleke glazige groene huidteint. Als ik al een blos op mijn wangen kreeg dan had ik gegarandeerd koorts. Ik had dus als lagere schoolleerling geen al te gezonde uitstraling. Er werd bij mij dan ook anemie vastgesteld, een milde vorm van bloedarmoede. Dit werd destijds verholpen door bovenop de extra groenten, fruit, ijzerpillen, en een poging tot het slikken van levertraan, mij een jaar lang dagelijks, ofwel een bord sla, een bord spinazie, een stuk gebakken kalfslever, gebakken hartvlees of paardenbiefstuk te laten eten. Ik kan jullie verzekeren dat, van zodra ik het ouderlijk huis verliet, al deze ingrediënten nog nauwelijks op mijn aankooplijstje voorkwamen. Ik werd al groen als ik ze ergens in een rek zag liggen.

Tot mijn zoontje geboren werd. Toen baby/peuter Tom aan de gemixte aardappel- en groentepapjes begon, had hij voor zichzelf uitgemaakt dat alle hapjes groen moesten zijn. Niet een beetje heel lichtgroen, niet wit, niet rozig, niet geel of worteltjesoranje, maar groen-groen! Op allerlei slinkse manieren probeerden wij de lepeltjes gepureerde voeding naar binnen te krijgen. “Toet, toet, sjoek, sjoek, daar komt de trein…mondje open, allemaal uitstappen!” Met het lepeltje worteltjespuree heel hoog in de lucht: “Zoef, zoef, vroemmm, het vliegtuigje is daar, vlug mondje open, allemaal uitstappen.” Zijn oogjes volgden de oranje aardappelpuree, maar geen passagier geraakte in de luchthaven. “Broem, broem, hier komt de auto, tuut, tuut, garage open.” Zoonlief bleef zijn lipjes op elkaar persen en bekeek ons met een zekere intensiteit alsof we hem cyaankali wilden voederen.

Aan deze machtstrijd moest dringend een einde komen. Ik kocht een diepvrieszak vol met kleine porties spinazie. Dagelijks roerde ik hiervan een blokje door het aardappelprakje. Zonder het “trein- tram- busdag” toneeltje ging de peutergarage open en verdween het ene lepeltje groene prut na het andere in het opengesperde mondje. Zo fopt men Frederik, maar ook kleine Tommekes. Of het aan zijn Noorse Viking- genen langs vaderskant lag of aan de dagelijkse consumptie van spinazie, zoonlief groeide op als een beer van een vent, een Schwarzenegger met de kracht van een Jerommeke.

Mijn tweede echtgenoot stond bij het uitdelen van de lengtes, duidelijk niet op de eerste rij. Hij werd geboren juist voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog en werd als baby onmiddellijk door zijn ouders meegenomen op de vlucht naar Frankrijk. Door het ontbreken van groenten, fruit en allerlei hoognodige voedingsmiddelen tijdens de oorlog is volgens manlief zijn ganse generatie kleiner van stuk uitgevallen. Zijn lengte kan ook genetisch bepaald zijn omdat zijn moeder en vader beiden amper boven de 1.60 m uitkwamen. Manlief eet het liefst dubbele porties groentes, propt zich vol met allerhande sla’s en is verzot op paling in ‘t groen. Misschien hoopt hij nog steeds op een verlate groeistuip of wil hij gewoon het vitaminetekort van zijn jeugd inhalen. Manlief eet het liefst alle groentes die niet bepaald op mijn hitparade staan. Ik bereid dus als een liefhebbend vrouwtje, spruitjes, savooiekool, groene kool,witte kool en bladspinazie. Ik ben nog van de generatie dat je alles, lusten of niet, moet proberen te eten. Ik laat deze naar schetenruikende bereidingen en groene slijmgroentes dan ook met een licht onbehagen door mijn slokdarm schuiven.Nu we hier op Tenerife overwinteren, leek het wel of manlief een spinaziebacterie had opgedaan. Ook bleek TV- kokend Vlaanderen volledig tegen mij samen te spannen.De eerste week van ons verlof, bereidde Jeroen Meus in zijn programma “Dagelijkse Kost”, een gebakken boerenworst met een berg ‘spinaziestoemp’. Boven in deze groene aardappelberg werd er een kratertje gemaakt, gevuld met een lepel vettige, glanzende vleessaus. Nog voordat Jeroen kon zeggen: “Dit is nu een echt gerechtje van ons moemoe, laat het jullie smaken!” Zei manlief al: “mmmm spinazie, lekker, kunnen we dat morgen eten?”. De week daarna kwam Piet Huysentruyt op de televisie met een stukje kabeljauwfilet op een bedje van spinazie. Het geheel werd versierd met quinoa, met uren in de oven gebakken pelletjes van tomaten, een zalfje van knolselderpuree en rozemarijnbloemetjes. Nog voor ik Piet’s prutserig menuutje kon afbreken, was daar al de vraag van manlief of er nog spinazie in de diepvries zat…grr. En wat dachten jullie dat wij ’s anderdaags aten, juist weer die groene smurrie. Een paar dagen later hoorden we op de radio een interview met een tv- kok. Hierin werd de mythe van Popeye, die door het eten van spinazie, sterker en sterker zou zijn geworden, volledig ontkracht. Er zit inderdaad ijzer in spinazie, maar niet in die mate zoals het tekenfilmwereldje ons wil doen geloven. Manlief hoorde het woord spinazie en toen ik zag dat hij opnieuw het spinazieoffensief wilde inzetten, spurtte ik de badkamer in. Ik heb ondertussen al SM- dromen van vijftig tinten groene mannetjes die mij met lepels slijmerige bladspinazie achtervolgen. Het woord spinazie komt stilaan mijn oren uit en niet alleen uit mijn oren. Het groene goedje komt er bij mij langs achter even groen uit, dan dat het er langs boven ingegaan is! Nu moeten jullie niet denken dat het dagelijkse menu voor mij alleen kommer en kwel is hoor. Op spinazieloze dagen, dat is onze afspraak, bereid ik alles wat ik lekker vind! Inktvis, kippetje, steak met frietjes en een ijsje toe, voor mij chocolade-ijs en hoe kan het ook anders: voor manlief groene pistache…

In de supermarkt leid ik sinds een paar dagen de aandacht van manlief af en loop ik met een grote boog om de vrieskasten heen, waar de zakken diepvries “espinaca” opgestapeld liggen. Er ligt nu nog één portie van het gifgroene goedje in onze eigen Canarische diepvrieskist. Dus nog één keer op de barbecue gegrilde baars op een bedje van groene spinaziepuree en de zaak is rond. Nog één keer een groene ijzer opstoot en wij kunnen meedoen aan de Iron Man..Deze lunch moet ik zeker niet in laatste twee weken van onze vakantie klaarmaken. Stel je voor dat wij anders voor onze terugvlucht, door ons hoog ijzergehalte, niet door de metaaldetector geraken. 

 

Groenige Sim, Costa del Silencio      15/2/2015

 

16-02-2015 om 22:46 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
08-02-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MEEDOGENLOZER DAN NERO, CALIGULA EN DE BORGIA'S SAMEN!

Het is niet omdat wij twee maanden de Belgische winter ontvluchten, dat wij dan ook automatisch afgesneden worden van alle Vlaamse berichtgeving.

Zoals elke allochtoon, die zijn geluk of zijn weersvoorspellingen in een vreemd land gaat zoeken, zijn wij afhankelijk van de gigantische satelliet- antennes die overal in het gastland op de daken prijken.

Rond het nieuws van zeven op Eén of op VTM, laten wij ons, net zoals thuis, in de sofa vallen en brengen wij de rest van de avond televisiekijkend door.

Misschien is het echter beter om niet te veel informatie en allerlei doemscenario’s doorgestraald te krijgen. Beter is het om onbekommerd te genieten van het, in onze ogen, gevaarloze vakantiewereldje. Soms echter word je, of je het wilt of niet, met je bruine neus op de actuele feiten gedrukt. Ook hier in Zuid Tenerife lopen er inmiddels enkele ‘islamitische’ angstkwekers, messentrekkend rond. Dus echt ontsnappen aan alle heisa doe je niet echt.

Wij hebben ook onze laptop meegenomen en lezen dagelijks De Gazet van Antwerpen en Het Laatste Nieuw in beknopte vorm. Via internet houden wij, moderne globetrotter- grootouders, contact met onze kinderen, kleinkinderen en vrienden. Op Facebook volgen wij foto per foto het verjaardagsfeestje van onze achtjarige kleinzoon en het rond dribbelen van onze anderhalf- jarige baby kleindochter. We bekijken foto’s van ons schoondochtertje met haar armen rond haar twee grootste schatten en een afbeelding van onze kaalhoofdige zoon met een zwarte ‘terreurbaard’. Dit baart (mooie woordspeling hé?) ons wel wat zorgen. Terwijl hij ons verklaart dat dit zijn winterpels is, vragen wij ons in stilte af, of zijn Facebook- achterban zich nu ondertussen al niet afvraagt of de indoctrinatie al tot aan de grenzen van Brasschaat en Maria-ter-Heide doorgedrongen is. Wij moeten ons echt geen zorgen maken, want zoonlief loopt thuis niet in een djelaba rond en heeft zijn zoon en dochter niet Mohammed en Fatima genoemd. Bovendien is zoonlief totaal niet gevoelig voor eender welk gelovige gedachtegoed ook. Maar die baardgroei vinden wij een griezelig winterfenomeen. Stel je voor dat de doorsnee geradicaliseerde en terreur bereidwillige islamiet bij het zien van deze weelderige begroeide Facebook- foto bedenkingen krijgt en onmiddellijk denkt aan verhuizen! Waar er één is, willen er meestal meer zijn…Wij geloven echter niet dat deze bevolkingsgroep staat te springen om zijn tenten op te slaan in een gehucht met een zo’n christelijke naam, maar je weet maar nooit. Zo zie je maar dat je onvermijdelijk toch – al was dan met het zien van een foto met zo’n baard - met de ‘wereldterreur’ bezig bent.

Interessanter is het feit dat er zich hier, rond de Canarische Eilanden, door de onderzeese vulkanische activiteit enkele nieuwe eilanden aan het vormen zijn. Spanje claimt deze nieuwe grondoppervlaktes al, nog voor ze boven water gekomen zijn. Ik heb echter een fantastisch Europees idee. Ik geef het toe, het is wel een beetje afgekeken van de Engelsen die vroeger alle criminelen naar het nieuw ontdekte eiland Australië afvoerden, maar volgens mij is het grandioos en probleemloos en praktisch uitvoerbaar.

Eens de nieuwe eilanden hier boven water komen, reserveren wij het eiland dat het verst in de Atlantische oceaan opduikt. Het moet het meest van de westerse beschaving verwijderd zijn. Hier droppen wij per helikopter, alle terugkomende Syrië- strijders, mogelijke terreurverdachten en gevangen genomen aanslagcriminelen. Ik vermoed, dat er op een nieuw ontstaan eiland nog niet veel groeit en leeft, dus gaan we deze lieverdjes bevoorraden. Ik stel voor dat wij daar containers gevuld met alcohol stationeren. Neen, geen water en geen thee..’t moet plezant blijven hé. Om hen ook iets te eten te geven, laten wij er een beer (mannelijk varken) en wat zeugen met biggetjes los. Die kunnen dan voor de etensvoortplanting zorgen. Zie hier min of meer het scenario van de recent uitgebrachte sciencefiction film “The Hunger Games” naar een boek van Suzanne Collins. Voor diegenen die de film niet kennen: Voor de minste vorm van overleving moet tot de dood gevochten worden.

Voor wat ’binnen- eilandvertier’ laten we ook nog wat vlijmscherpe zwaarden achter, zodat ze hun hobby nog wat verder kunnen perfectioneren! Voor eventueel namiddag vertier en mogelijke randanimatie, krijgen zij van ons ook nog een doos met lucifers en wat petroleum. Voor de paar aangevoerde, vroeger meevechtende terreur- moslima’s , moeten ze dan maar eens op de vuist gaan. Niet dat vechten zo in hun aard ligt, maar voor wat hoort wat. Wie wint kan deze dames een cursus ‘seksslavin’ aanbieden. Als dit beroep hen niet zo direct ligt, zal hun mede- crapuul wel een spelletje stenigen uitvinden. Lavastenen genoeg op deze eilanden. Voor het kermisspel “holibi’s van de flatgebouwen gooien” zullen ze een alternatief moeten uitvinden, noch homo’s, noch wolkenkrabbers zijn aanwezig op het vernieuwde sharia- eiland.

Wat zeggen jullie, dat wat ik voorstel barbaars en wreed is? Ja ik ben zonder enige twijfel meedogenlozer dan de tirannen Nero, Caligula en de gifmengende familie de Borgia’s samen. Ik verkracht echter geen vrouwen en stenig ze niet. Ik moord geen kinderen uit en sleep geen lijken achter mijn auto aan. Ik gooi geen homo’s van hoge flatgebouwen, ik hak van niemand het hoofd af en steek geen medemens in brand.

Ik reik ze zelfs een tropisch eiland, eten, drinken en plezier aan… Met een beetje geloof in Allah en Mohammed moeten ze daar toch nog iets van hun leven kunnen maken niet?

 

Sim,   Costa del Silencio 8 februari 2015

08-02-2015 om 17:23 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
02-02-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERY NICE, VERY CHEAP!
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Aan al de mensen die ongestoord op een terrasje van zuidelijk Tenerife een koffie willen drinken: doe dit voor 11 uur! Op dat moment loopt in El Fraila de leurderwekker af en begint de werkdag van de Afrikaanse rommelverkopers en hun vrouwen. De kroezige zwarte vrouwen zijn getooid met veelkleurige Afrikaanse tenten. Diegenen die zich al meer geïntegreerd hebben dragen ‘caleçons’, liefst in vleesroze of allerlei vreemde kleuren. De ‘rekbroeken’ spannen over hun gigantische achtersten, die groter zijn dan Gran Canaria en Lanzarote samen. Zij zitten in groepjes bij elkaar op de rand van de wandeldijken. Soms leunen ze, schaduwzoekend onder een palmboom, achterovergeperst in plastiek stoeltjes die waarschijnlijk mee omhoog komen als ze zich willen verplaatsen. Ze ronselen vrouwen en meisjes met lange haren. Ze vlechten lintjes, wol en pareltjes in de lange manen en proberen van de doorsnee vrouwelijke toeriste een karikatuur van Bo Derek te maken. Na de ‘El Fraile wake up call’ verspreidt de zwarte leurderinvasie zich over alle wandelpromenades van Zuid Tenerife. Volgens ons bestaat er zelfs een zekere hiërarchie onder de rommelvertegenwoordigers. Een Afrikaan zit aan het begin van de dijk met een mobiel in aanslag. Als er ergens in de directe omgeving een Policia Local of een Guardia Civil bespeurd wordt, gaat de Tenerifse tamtam en verspreiden de illegale verkopers zich zo snel mogelijk in alle tegenovergestelde richtingen. Zelfs diegene die op dat moment met een lucratieve transactie bezig is, smeert hem als de bliksem.

De werkwilligen die als laatste aangespoeld zijn, moeten het eerste jaar tijdens een snelcursus verkoop, als een complete idioot rondlopen. Op hun kroeskoppen staan petjes, met glanzend meerkleurige fluo hanenkammen, die ze trachten aan de man te brengen. Je moet als toerist al een zonnesteek opgelopen hebben om zo te willen rondlopen. Wij hebben tot hiertoe nog niemand zo’n hoedje weten kopen, laat staan dragen…zelfs niet met carnaval! Iets hoger op de handelaarladder staan de zonnebrilverkopers. Zij staan aan het begin van de wandeldijk en scannen de terrasjes naar juist ingevlogen bleekscheten. Alle ivoorkleurige en één dag roze verbrande armen en benen worden geregistreerd. Nog voor we de koffie van het terrastafeltje tot aan onze lippen kunnen brengen, schuifelen ze aan onze tafel voorbij en leggen hun koopwaar voor onze neus. “Need glasses sir?”Terwijl wij op onze eigen zonnebrillen wijzen, legt hij toch vol verwachting, een paar namaak Rayban’s en Versaces op het tafeltje.”Very nice, very cheap..” “No Gracias, thank you!” We mompelen wat tegen elkaar en prompt praat die ‘brillen- voyageur’ zeven andere talen. “Bril kopen meneer? Des lunettes Madame? Brillen kaufen, bitte? Maybe for the lady? Only ten euro! Ten euro is very, very cheap!”

Je kan je niet voorstellen hoe dikwijls we “No gracias” moeten zeggen, voor we de koffie of de pint aan onze lippen kunnen zetten. De brillendealer wordt bijna opzij geduwd door de volgende vertegenwoordiger op de maatschappelijke verkoopsladder. De man die petten en broeksriemen verkoopt. “Nice caps and belts, very cheap Sir!” “No necesario, no gracias, no thank you.” Hierna volgt de man die het tot superleurder geschopt heeft. De mooie afgeborstelde Afrikaan die rondloopt met een plateau glinsterende en glimmende uurwerken, armbanden en halskettingen. Het is al goud wat blinkt. Namaak Valentino, Tissot en Guess worden aangeprezen. Ik kan jullie nu al vertellen, dat wie bij hem een gouden uurwerk, armband of halsketting koopt, na twee weekjes vakantie met een zilveren of metaalachtig verschenen prularia naar het thuisfront teruggaat. ”No gracias”. De laatste van de leurderoptocht is een gitzwart- kleurige man. Zijn ogen glinsteren als twee kooltjes in zijn gezicht. Zijn armen hangen vol met hemdjes, rokken en pareo’s. In zijn handen draagt hij verschillende kleerhangers met lange jurken. Afdankertjes die de lokale winkeliers zelfs met hun rabajas-solden niet meer aan de straatstenen kwijt geraken. Als hij dan al niets verkoopt, dan maakt hij toch, door met de kleding over het grond te sleuren als ‘multitaskend’ alternatief, de tegels van de wandeldijk schoon. Uit zijn rugzak tovert hij nog wat vrouwenniemendalletjes. Hij kan het niet weten, maar ik ben het al lang afgeleerd me in de Spaanse mini kleding te willen wurmen. Je zou wel een complete idioot zijn, moest je hier, op een overvolle promenade, jurken gaan passen! Ik gun het de overwinteraargemeenschap helemaal niet om na zulke verkleedpartij mijn opgekweekte spekrepen te becommentariëren. Dus: “No Gracias, no thank you, danke schön, merci en dank u wel!”

De venters zijn nog vasthoudender dan de persmuskieten die achter Lady Di aansnorden. “You sure? Very nice…beautiful T-shirts!” Manlief en ik negeren de Engels sprekende handelsreiziger en beginnen in een pseudo namaakklinkend Russisch tegen elkaar te brabbelen. Hij kijkt ons stomverbaasd aan. Je ziet zijn hersencellen knarsen, dit is een taal van een land waarvan hij het bestaan nog niet kende. Waar komen deze toeristen vandaan?

Eventjes denken wij dat wij aan de niet aflatende stroom wandelende marktkramers kunnen ontsnappen, maar aan het einde van de wandeldijk keert het rondrijzende volkstheater zich gewoon om. Als na tien minuten het letterlijke zwarte schaap van de Afrikaanse verkoop, met de papegaaien -verenpet, terug voor onze tafel staat en zijn koopwaar weer onder onze neus duwt, is voor ons de maat vol. Hoe dikwijls kan je vriendelijk “No gracias” en “thank you” blijven zeggen. Hoe lang kan je de ergernis bedwingen en “negermoppen” als opkomend zuur terugdringen? “Het ziet zwart vanonder, het heeft één hersencel en heeft haren als een kaketoe?” Het enige woord dat hij meegekregen heeft is “kaketoe”. “Yes, yes…kaketoe!” Terwijl hij met zijn hand bevestigend over de verschrikkelijk kleurige opstaande verenhoed strijkt, zie je dat hij ons als toekomstige carnavalgekken en mogelijke kopers inschat. De euro’s blinken in zijn kinderogen. “Yes, wanna buy, nice for carnaval?”

Grrr…Nog maar net hebben wij deze struisvogel afgewimpeld of de brillenleurder schuift terug voor onze zon. “Nice glasses, schöne Brille.” We kijken hem laconiek, over onze zonnebrillen aan. Een rij witte tanden verschijnt in zijn zwarte pieten gezicht als hij ons herkent. Hij grinnikt vriendelijk: “No brillen today, maybe morgen?” Give me high five en hij klapt lachend zijn chocoladebruine vingers tegen onze witte hand. Naast ons op het terras zitten twee oudere bruine, door de zon gekreukelde en gerimpelde dames. Zij kennen deze venter al sinds jaren en zij doen geen moeite meer om hem in het Spaans of Engels aan te spreken. “Awel menneke, moete gai gien koffeke hebbe?” De Afrikaan laat zich glimlachend bij de dames achter een cappuchino neerzakken. “Slechten bisuness today, menneke?” “Yes crisis in Spain and tourist not buy.. no good for my two wives and four kids!”. Het is een mysterie hoe deze Oom Tom met zijn magere verkoop,hiervan twee vrouwen en vier kinderen kan onderhouden. In september koop ik in Zuid Frankrijk, in de soldentijd, alle zonnebrillen van 3 stuks voor 5 Euro op. Ik vul er een volledige koffer mee, sleep ze door de douane en als ik tegengehouden word, vertel ik hen, dat manlief alle twee dagen boven op een zonnebril gaat zitten of er minstens één verliest (en dan ben ik met mijn uitleg niet ver naast de waarheid). Ik ga hier op de wandeldijk de boel aan 10 Euro per stuk verkopen. Ik zal mijn gezicht wat zwart maken en kan dan in zeven talen de boel proberen te bedonderen. Misschien zet ik voor de lol wel zo’n papegaaiennest op mijnen bol. Laat ons hopen dat ik dan, na een paar dagen intensieve leurderpraktijken,er onze vliegtickets mee kan terug verdienen!

 

Sim, Costa del Silencio       2/2/2015

 

 

 

02-02-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
29-01-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.COSTA DI FLAMINGI
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Nadat wij nu al een aantal jaren op Tenerife aan de zuidelijk gelegen Costa del Silencio overwinteren, lijkt het voor ons een beetje op een jaarlijks thuiskomen.

Het hotel dat al sinds zeven jaar, na een faillissement, nog steeds in de eerste bouwfase staat, lijkt jaarlijks meer en meer op een open, skeletachtige ruïne. De Canaries mikken nog steeds hun sigarettenpeuken in de bloemperken, zodat er tussen de lavakorrels en de zorgeloos bloeiende bougainvillea, de hibiscusstruiken, de yucca’s en de palmbomen al een hele filterasbak ontstaan is. Ja, wat maakt een beetje meer of minder as uit op dit vulkaaneiland… Overal in ons vakantiecomplex hangen er grote viertalige aanplakborden waarop staat, dat op straffe van een flinke geldboete, men de hond alleen aan de lijn mag uitlaten en de uitwerpselen door de eigenaars moeten opgeruimd worden. Zulke regelgeving wordt door de ‘locals’ finaal genegeerd. Overal zie je onaangelijnde kleine keffermormels, liefst in het midden van het witte betegelde voetpad , vrolijk hun stinkende drollen leggen. De Urbanisatie is en blijft nog steeds het loslopende kattenwalhalla. Ook de Duitse rolstoel invalide woont nog steeds aan de overkant van ons vakantiehuisje. Elk jaar wordt zijn voorhoofd groter, zijn vieze miezerige paardenstaartje langer en ziet zijn huid er meer en meer verschrompeld en grauw uit. Soms krijgt hij bezoek van een andere leegloper en denkt hij plots dat hij een diskjockey is. Terwijl we zelf op ons terras, in de zon trachten een siësta te houden, vergast hij ons minstens één maal per week op een Woodstock- achtige plaatjesdraaierij. Nu valt de keuze van zijn muziek, die het midden houdt tussen Duitse schlagers en Englebert Humperdink, nog min of meer mee, maar toch... Naargelang de namiddag vordert en het bier waarschijnlijk alle hersenactiviteit uitveegt, gaat het geluidsniveau stilaan over in festivalmodus. Ik denk dat zijn gehoor afneemt in evenredigheid met zijn alcoholinname. Ik veronderstel dat daarentegen zijn reukzin en intuïtie meer ontwikkelen, want blijkbaar ruikt hij mijn toenemende ergernis. Juist als ik vind, dat het genoeg is geweest en bijna als een Vlaamse furie wil opveren, lijkt het alsof Tom Jones van het festivalpodium afdondert, zich in zijn “Green, green grass of home” verslikt en er volgt opeens een aangename stilte.

De Costa del Silencio is het vakantiegebied naast het oorspronkelijke Tenbel (Tenerife-België) complex. De Vlamingen hebben hier vermoedelijk, in het verleden, massaal met zwart geld, witte huisjes en appartementjes, als tweede verblijf aangekocht. In het vakantiecomplex waar vroeger alleen Vlaamse, Engelse en Duitse toeristen overwinterden, wonen nu sinds de crisis meer en meer de Canaries zelf. Overal op de daken staan nu antennes naar TV Canaria en Spanje gericht en zijn wij hier de allochtonen die met vlaaien van schotelantennes TV Vlaanderen binnenhalen. Er is een Belgische bakker, een Vlaamse dokter en een Nederlandstalige tandarts. Verschillende Vlamingen hebben het druilerige België achter zich gelaten en begonnen hier een café of restaurant. In Las Galletas, het vissersdorpje op wandelafstand, staan verschillende menuborden broederlijk naast elkaar. De Engelsman kan hier voor 2.5 Euro zijn gigantisch English breakfast eten waarna hij waarschijnlijk voor de rest van de dag geen ‘porridge’ meer kan zeggen. Iedere nieuw aangevlogen toerist kan hier, zonder problemen, zijn eigen landsdieet voortzetten. Er worden English Roast, of lambchops with mintsauce aangeprezen. Het konijn met pruimen, frieten met stoofvlees, witlof met hesp en kaas, trekt de doorsnee ‘dagelijkse kost etende’ Belgische reiziger over de streep. Alles is voor een prikje voorhanden: een China town buffet, Wiener Schnitzel, verse Hollandse stroopwafels, pizza, paella, papas canarias con mojo, tapas, schelpdieren ,of vers gevangen en gegrilde vis, gambas en inktvissoorten. Een kilometer voorbij Las Galletas heb je de nederzetting El Fraila. In de goedkopere huizen wonen hier alle bevolkingsgroepen die eindigen op ‘alen’ en ‘anen’. Zwarte Afrikanen, Zuid Amerikanen, Illegalen, marginalen en sinds een paar jaar, omdat wij, Vlamingen ons nog meer zouden thuis voelen, Marokkanen. Om ons geen heimwee te laten krijgen, heeft El Fraila sinds een paar weken na het ‘Charlie Hebdo’ drama, nu ook hun eigen ‘M.terrorist’. We mogen het kind niet meer bij de naam noemen, want dan worden wij als racistische stoorzenders aangeduid. Wij hebben ze samen mee in bad genomen, hun alle onderwijsmogelijkheden aangereikt, hen mee van onze sociale pot laten snoepen en ze langs alle kanten gepamperd. Het enige dat wij van hen verwachtten, was dat ze zouden integreren. Dat ze een zekere verdraagzaamheid zouden opbrengen voor onze westerse waarden en normen, tolerant zouden zijn voor onze vrije meningsuiting en onze soms bizarre uitdagende vorm van humor. Maar lange Arabische tenen hebben niet veel nodig. Als dan, zoals hier een dolgedraaide godsdienstwaanzinnige “Allah Akbar” roepend een medemens neersteekt, hebben ze nog het lef, om met hun frustrerende vinger, ons als schuldige aan te duiden. . De Tenerifse politie, kon de messentrekker na een klopjacht inrekenen en vroeg prompt daarop hun autoriteiten onmiddellijk om kogelvrije vesten uit vrees dat ook hier de terreurboel zou escaleren.

Op de wandeldijk van Las Galletas, zitten de meeste overwinteraars en toeristen van hun Barraquito,Sangria, Mojito of pint Duvel te genieten. Als we op de promenade een tafeltje bemachtigd hebben en van onze ‘jarra’ een halve liter bier voor 1Euro, zitten te genieten, kunnen we aan het becommentariëren van de stroom wandelaars beginnen. Het is niet raadzaam deze opmerkingen te luid te verkondigen, want de Vlaamse spionkop luistert mee. Er is duidelijk verschil te bemerken tussen de half naakte zonnende Europese toeristen en de oorspronkelijke inwoners. Voor de Canaries is het nog duidelijk winter. Ze dragen laarzen, lange broeken, dikke truien en hebben meestal nog een anorak over de arm gedrapeerd. We zien ineens de hoofden van de Antwerpenaars van het terrastafeltje naast ons, dezelfde richting uitgaan. Aan het begin van de dijk komt een oudere moslima, met een hoofddoek en djellaba in een hevige grasgroene kleur aangeslenterd.

“Zie naa, Marie, tis greun en twaggelt, hahaha ne Marokkaanse Kermit de Kikker!”

Achter de seniorenversie, loopt pa-Mo met een paar koters aan de hand, in een mouwloos T-shirtje van de zon te genieten. Een paar passen achter hem, drentelt ma-Fatima, met dikke buik. Ze is gesjaald en volledig omwikkeld met de overgordijnen, zodat ze zonder veel problemen de ergste Tenerifse zandstorm zou kunnen trotseren. “Hiersè, Louisa” fezelt de Antwerpenaar: “Een poar vanachter onzenoek, hoe zouwe die hier kome?” “Assevan ’t Kiel of Borgerhout zen, mè tram 24 hé, Eugène, of mè den 12 asse van sintjansplain komennée” Miljaarde godverdoeme, Marie, hier zitte zoekkal”

Deze Spaans- Marokkaanse mensen kunnen misschien de allerliefste, vriendelijkste en misschien tolerantse toekomstige buren zijn, maar van enige westerse geboortebeperking of kledingintegratie is er tot op heden nog niet veel te bespeuren. De overwinteraars beseffen maar al te goed dat de ‘grotemensenspeeltuin’, onder de lappen stof, sneller kweekt dan het babyuniversum en het pamperparadijs aankunnen. De Antwerpenaren en Brusselaars weten uit ondervinding, dat eens de theelokalen en de waterpijpcafés zich tussen de Belgische bakker en de Engelse pub in wringen en de lokale tapas bar vervangen wordt door een ‘pita-shoarma take away’ het vijf voor twaalf is. De Costa del Silencio, hun Costa di Flamingi zal binnen de kortste keren veranderen in het Hallal- paradijs. Wij laten de sakkerende Vlamingen achter ons en slenteren door de winkelstraat. In de etalage staat, onder de plakkaat ‘Rabajes’ een paspop met een prachtig, met papegaaien en palmbomen versierd, exotisch, veelkleurig afgeprijsd haltertopje. Het doet aan passionele nachten vol seks denken. Manlief blijft afwachtend voor de ingang van de boetiek rondhangen terwijl ik met een rotvaart het pashokje induik. Terwijl ik het Spaanse ‘taille unique’ bloesje over mijn hoofd wurm, verander ik terstond in een ‘jungle bookachtige’ salami. Het niemendalletje verhult amper mijn kokosnoten en accentueert overdreven mijn Rubens spekrollen. De twee bandjes camoufleren nauwelijks de twee beginnende kippenfilets, die sinds een paar jaar onderaan mijn bovenarmen heen en weer wiebelen. Zuchtend hang ik het Spaanse kleine maatje terug in het rek. Als ik zonder aankoop buitenstap, schudt manlief vragend: “Nee?” Ik knik instemmend: “Nee de kleur stond me niet!” Terug thuis zal ik mijn overwinteringgarderobe voor volgend jaar wel wat aanpassen en opnieuw aankopen bij mijn hofleverancier ‘Le Marinier’. Als ik bij ‘De Zeeman’ dan niets op de kop kan tikken, dan weet ik in Antwerpen nog een heleboel winkels waar ze djellaba’s, boerka’s en overgordijnen verkopen.

 

Sim, Costa del Silencio 29/1/2015

 

 

29-01-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
20-01-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.COCKPITPRONOSTIEK
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Om drie uur schalde de wekker door de stilte van de nacht. Slaapdronken wankelden wij richting badkamer en wurmden ons in onze kleren. Het licht werd in de living aangestoken, zodat de luchthaventaxi zonder problemen in de donkere nacht, het juiste afhaaladres kon vinden. Tien minuten later schenen twee zaklampgrootte lichtbundels de donkere straat in tot juist voor onze deur. In de taxi zaten nog twee lijkbleke vermoeide, nog vroeger opgestane en afgehaalde vakantiegangers. In de ruimte schalde, op dit onchristelijk vroege uur, op de autoradio, een hypervrolijke Christof het “Onze Vaderlied”, gevolgd door Hoziers’“Take me to the Church”. Man, man, was het misschien het nachtelijk verzoekuurtje “vragen staat vrij” radioprogramma van de geloofsgemeenschappen. Er ontbrak nog juist een islamitisch deuntje aan. Maar die geloofstak zou zich waarschijnlijk na de terreuraanslag van gisteren op het Parijse Charlie Hebdo tijdschrift, wel wat gedeinsd houden.

In de luchthaven was het op dit vroege uur nog behoorlijk rustig. Nadat wij onze koffers aan de incheckbalie afgegeven hadden, konden wij aan de eerste flinke wandeling naar de ‘boardinggate’ beginnen. We moesten enkele roltrappen naar beneden nemen, dan een tochtje langs de nog gesloten taxfree winkels maken, om dan vervolgens opnieuw met een paar roltrappen een paar verdiepingen omhoog te moeten gaan. Hier bevonden zich de ‘antiterreur controletroepen’. Hier scande men de handbagages en keek men met argusogen naar de vertrekkende passagiers. Onze computer moest uit de zak, de jassen en broeksriemen uitgedaan en sleutels en munten uit de broekzakken gezocht. De rugzak waarin onze e-readers en allerlei oplaadsnoeren zaten, moest apart in een bakje gelegd worden. Alles werd gescanned, alsof wij mogelijk ergens een Kalashnikov , granaten of een volautomatisch afweergeschut verstopt konden hebben. Flesjes vloeistof moesten in de laatste afvalbak gedropt worden, met het gevolg dat een waterflesje dat je in Lidl of Aldi voor 25 eurocent gekocht had, na de terreurgrens plots 2,5 Euro kostte. De prijs van de vrijheid moest ergens betaald worden. Ik stapte onder de metaaldetector door en er weerklonk een onverwacht alarm. Onmiddellijk stormde een vrouwelijke agent mijn richting uit. Ze bekeek mij alsof ik een ‘semtexbom’ in mijn wandelschoenen of ergens anders, waar de zon niet schijnt, zou gestoken hebben. De agente beval mij om mijn extra trui uit te doen, de armen opzij te houden en begon mij af te tasten. Ik werd als mogelijke terrorist terug naar de onbeveiligde zone gestuurd. Bij de tweede poging knipperde de boog nog steeds felrood en het alarmsignaal blèrde, dat ik nog steeds een mogelijke gevaarlijke terreurverdachte was. Toen zag de agente plots het horloge dat ik nog steeds rond mijn pols had. Mijn schandalig, peperduur, op een markt in Zuid-Frankrijk aangekocht uurwerk dat wel een volle 5 Euro gekost had, bracht de luchthaven van Zaventem in rep en roer en in onmiddellijke staat van paraatheid. Nadat ik bij de derde poging, lawaailoos door het controlepoortje gegaan was, volgde manlief. Struikelend over zijn broekspijpen, hield hij angstvallig zijn broek omhoog, want zonder broeksband zakte die al snel onder zijn door hem “niet erkende” buik omlaag.

Eindelijk zaten wij in het vliegtuig richting Tenerife. Het ‘boarding’ had een behoorlijke tijd in beslag genomen, want het merendeel van de passagiers, op een paar uitzonderingen na, hadden grijze permanentjes en kale hoofden. Senioren die de Belgische winter ontvluchtten en die met een slow motion tempo van een naaldslak, die in de processie van Echternacht mee stapte (twee passen vooruit en één achteruit) hun plaatsen in het toestel innamen. Zoals hondjes, die viermaal ronddraaiden alvorens zich in hun mand neer te vleien.

Ik ergerde mij al een beetje aan die blinde cijferanalfabeten die wel tot drie keer toe, met hun ‘boardingcard’ in de hand, aan de hostess vroegen, of dit wel de juiste rij en de juiste stoel was. Ze staken hun handbagage in de bak boven hun hoofden alvorens twijfelend uit de midden rij te verdwijnen. De wachtende passagiers drumden voorbij. Nog geen seconde later veerden de met Alzheimer-light geactiveerde reizigers terug op om hun handbagage opnieuw uit de bagageruimte te sleuren, de rij wachtende aanschuivende passagiers negerend, om de stewardessen te vragen of dit wel degelijk de juiste plek was.. De bacillenstoet schuifelde langzaam het vliegtuig in. Overal hoorde men kuchen, hoesten, niezen en snuiten. Het griepvirus had besloten met deze vlucht mee te reizen .Dit toestel leek wel een Pam Vermeulen autobus, die een groep bejaarden voor zondags namiddagvermaak naar het dans/baancafé De Veertien Billekes reed. Terwijl het vliegtuig naar de startbaan taxiede, stelde de gezagsvoerder zichzelf en de copiloot voor. De drie air- hostesses deden een poging om het toneelstukje over de veiligheidsvoorschriften uit te beelden, maar links en rechts hoorde men al ongeïnteresseerd gesnurk. Terwijl wij van de winterse 2 naar de Spaanse 22 graden vlogen, verhoogde België, na een verijdelde terreuraanslag, de alarmgraad van een gematigde 2 naar het gevaarlijke 3 niveau. Na vier uur klonk het ‘fasten seatbell’ geluid en de piloot vroeg de passagiers zich klaar te maken voordat hij de daling naar Tenerife zou inzetten. Dit was het sein, waarop nog enkele senioren onmiddellijk rechtsprongen om alsnog gebruik te maken van het claustrofobisch toiletje. Zij hadden vier uur de tijd gehad maar op de valreep en tegen alle aanwijzingen van de stewardessen in, moesten ze nog eventjes hun plas in het luchtruim achterlaten. Misschien hadden diezelfden, vier uur en vijftien minuten lang, angstig hun anus dichtgeknepen. Toen de wielen van het vliegtuig de Tenerifse bodem raakten, konden zij eindelijk een zucht van verlichting slaken en hun strak gespannen sluitspier ontspannen. Enkelen begonnen van danige opluchting te applaudisseren. In de cockpit stak de gezagsvoerder zijn hand uit naar de copiloot: “Yes, weddingschap weer gewonnen! Wie was er zeker van, dat er dit keer geen paar idioten een debiel applaus zouden inzetten? Je zit niet op een Trans Atlantische vlucht vol yuppies en zakenmensen, maar op de seniorenoptocht naar de zon! Dat kost je vijftig euro, man! Roger en out.”

Terwijl we het vliegtuig verlieten, borrelde een lach in mij op. Toen manlief vroeg wat ik zo grappig vond, zei ik hem, dat hij zich eens moest inbeelden hoe de wereld eruit zou zien, als iedereen die zijn job goed deed op applaus zou onthaald worden. De postbode steekt per uitzondering de juiste brief in de juiste brievenbus. Hoera, hoera, handgeklap! De busbestuurder stopt aan de aangevraagde bushalte. Gejuich en geklap van de medepassagiers!

De slager weegt exact de gevraagde 100 gram vlees af en niet de steeds terugkerende: “mag het iets meer zijn?” Hoera, hoera, groot applaus. Ik vroeg manlief, die vroeger mijn baas was, waarom hij niet steeds mijn d-t-, Franse en Engelse foutloze brieven, ter ondertekening, op een staande ovatie onthaald had.

Waarom onze vrienden mij niet met overweldigend handgeklap beloonden nadat ik een viergangen menu op tafel gezet had..was dit iets om in de toekomst te bespreken?

We wachtten aan de bagageband en zoals gewoonlijk lieten onze koffers weer op zich wachten. Al onze medepassagiers waren al met hun bagage richting aankomsthal vertrokken. Wij vonden het al lang niet meer ongewoon dat onze valiezen in een ander werelddeel terechtkwamen waar ze vruchteloos op een voor ons niet gekozen reisdoel op de band bleven ronddraaien. Terwijl wij ondertussen, op onze vakantiebestemming aan de andere kant van de wereld, wachtend aan de bagageband, wortel schoten.Met een zucht van opluchting wees ik op de twee allerlaatste valiezen, die uit de bagagemond naar boven gestuwd werden.

In de aankomsthal stond de autoverhuurder ons met een groot bord op te wachten, hierop stond met de Spaanse slag RAMON ipv Raymond op. Manlief glunderde toen hij in de auto stapte en was uiterst tevreden met de, in zijn gedachten, glanzende spiksplinternieuwe witte Clio… die overnacht ineens in een Opel Corsa veranderd was…maar er zijn ergere dingen om over te discussiëren!

 

 

 

20-01-2015 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
06-01-2015
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN ROOKMELDER KAN JE LEVEN REDDEN!
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Het was oudejaarsavond 2012. We vierden met zijn tienen de laatste dag van het oude jaar. We hadden gegeten, gedronken, gezongen, een spelletje gespeeld, gedronken en om middernacht geklonken op 2013, gedronken en gezoend. Heb ik al vermeld dat er gedronken werd? Manlief had de grens van lichtjes vrolijk tipsy naar straalbezopen al eventjes overschreden en zat al geruime tijd met een vol glas maar met een lege blik voor zich uit te staren. Een uur voordien had ik hem, tevergeefs, al aangemaand om te stoppen zich met rode wijn vol te gieten. Hij was toen al over zijn ‘theewater ’en het kalf was toen al behoorlijk verdronken. Ik zou het ondertussen reeds moeten weten; je kan geen rede meer van toeterzatte mannen verwachten. Op elke vraag waarop, in het nauw gedreven mannen op dat moment, geen zinnig antwoord meer weten te bedenken, komt steevast de volgende zin op de proppen: “Ik mag toch iets aan mijn leven hebben hé!” Jong en oud bedient zich hiervan. Mijn oom heeft longkanker, mijn vader is een kettingroker, maar ik rook nu en dan maar eens hoor…:”Ik mag toch iets aan mijn leven hebben hé! Mijn hele leven is een festijn, maar na een glas of vijf rode wijn is het leven dubbel zo fijn..: “Ik mag toch iets aan mijn leven hebben hé!” Ze zijn al in de olie en het is vanaf dan een kleine stap om hun herseninhoud tot mayonaise om te klutsen. Enfin toen de vrienden rond 3 uur ’s nachts huiswaarts keerden, zat manlief, als een levend straatstandbeeld aan de tafel te suffen. Twee vrienden, Frank en Jullietje bleven, zoals jaarlijkse gewoonte, bij ons overnachten. Zij trokken zich terug in de logeerkamer op de tweede etage. Ik griste het volle glas voor manlief zijn neus weg en kieperde de inhoud in de keukengootsteen. Het was als water naar de zee brengen. Het was overduidelijk dat, alhoewel hij geen ‘pap’ meer kon zeggen, het woordje ‘wijn’ er nog vol venijn uitkwam. Er zou niet geslapen worden alvorens de tournee langs alle flessen met rode wijnrestjes afgerond zou zijn. Ik liet manlief dan maar alleen met zijn drankkegel en kroop in bed. In de aanpalende kamer hoorde ik al het zachte gepruttel dat een snurkje voorafging. Plots na enige tijd hoorde ik een snerpend gepiep. Was dit een gerinkel van een mobieltje in de logeerkamer, een verlate telefonische nieuwjaarswens? Na enkele minuten begon het irriterende gepiep opnieuw, nu sneller en sneller op elkaar volgend. Ik kwam uit bed en probeerde het gillende gepiep te lokaliseren. Boven aan de trap, aan het plafond boven de overloop van de tweede verdieping, hadden wij een rookmelder geïnstalleerd. Het ‘kolereding’ snerpte juist op 1 januari om 3.30 uur midden in de benevelde nacht een boodschap dat de batterij leeg was! Ik klopte met een stok tegen de stoorzender die prompt zijn laatste piep inslikte. Yes! Ik lag nog niet tussen de lakens toen het gekrijs opnieuw startte. Ik zette een keukentrapje onder de boosdoener, klom erop, ging op mijn tenen staan en probeerde met een grote schroevendraaier tot aan de rookmelder te geraken. Ik was bij het uitdelen van de lengtes misdeeld en kwam duidelijk een volle tien centimeter te kort. Ondertussen waren Frank en Jullietje slaapdronken op de overloop verschenen en had manlief eindelijk iets van het lawaai waargenomen. Hij kroop de trap op, maande ons onder theatrale gebaren en gesis terug naar de slaapkamers. Hij ‘de grote strijder, de probleemoplosser, de verlosser van alle vrouwelijke onkunde, de handige Harry van Edegem’ zou de zaak van het krijsende toestel eens snel oplossen en moest daarbij geen pottenkijkers hebben. In benevelde toestand tastte hij naar het keukenhulpje, mikte zijn voet op het trapje en zwijmelde met de schroevendraaier de lucht in. Ongerust verdwenen wij van het toneel. Wij hadden de deur van de slaapkamers nog niet gesloten of wij hoorden een geweldig kabaal. Daar viel manlief, in gezelschap van het keukenladdertje en de zwijgende rookmelder de trap af. Met een rotvaart stuiterde hij trede na trede naar beneden, in zijn val een reeks fotokaders van de traphal meevegend. Op de overloop van de eerste verdieping kwam hij, met zijn hoofd naar beneden, tegen de deur tot stilstand. Hij lag er voor Pampus. Vol ongeloof kroop hij op handen en voeten in het halletje rond. Overal was bloed. Ik beval hem om onmiddellijk stil te blijven liggen en te kijken of er niets gebroken was. Alleen een grote glaspunt zat in de hiel van zijn voet. Ik trok het glas eruit en nog voor ik de wond kon ontsmetten, grijnsde manlief ons ‘debielig’ toe en zei: “piep gedaan”, strompelde in gemarineerde toestand de trap terug op en kroop in bed. Ons gastenduo, alhoewel hevig geschrokken, ging proberen ook nog wat slaap in te halen. Mijn hart fladderde en de adrenaline pompte door mijn hoofd. Bijna had ik, in het beste geval, de eerste dag van het nieuwe jaar op de spoed doorgebracht. Toen ik de stukgevallen kaders en achtergebleven glasscherven opgeruimd had, hoorde ik op de bovenverdieping al een snurkcanon. Toen ik naast manlief tussen de lakens gleed, nam hij mij vast en met een dronkemans alcoholwalm vroeg hij: “ziede gij mij nog gère?” Op dat moment zou ik vol overgave de echtscheidingspapieren tegen zijn smoelwerk getimmerd hebben. In zijn droom beleefde hij zijn duikeling waarschijnlijk opnieuw, want slapend riep hij: “Mannekes, mannekes, amaai, amaaai, mannekes, mannekes toch!!” Het dronken gesnurk klonk als een tractor die door de slaapkamer denderde. Na een uur kon ik het niet meer aanhoren. Ik trok met mijn hoofdkussen onder mijn arm één etage lager en ging vol zelfmedelijden op de sofa liggen mokken. ’s Morgens verscheen manlief met een verkreukeld aangezicht aan de ontbijttafel. De rode wijnkegel was verdampt. Toen we hem bezorgd vroegen of hij nergens pijn had, keek hij ons stomverbaasd aan en wees alleen naar het geronnen bloed op zijn voet. Ofwel gaf hij hier een meesterlijk stukje amateurtoneel ten beste ofwel was dit wel degelijk een symptoom van comazuipen of Alzheimer rosé. Hij wist van de ganse’“nieuwjaarsduik’ niets meer. Blijkbaar heeft een dronken man dus toch een speciale beschermengel. De rest van de week werd alcoholloos doorgebracht. Er werd niet meer aan Bacchus geofferd. Mijn nuchtere wil was wet: "Ik mocht toch ook iets aan mijn leven hebben hé!".

Als onze regering ons nu wil wijsmaken dat ‘een rookmelder je leven kan redden’, kan ik onverwijld het tegendeel beweren! “Een rookmelder kan je leven verkorten en ik had per 1 januari 2013 zelfs weduwe kunnen zijn!

06-01-2015 om 21:49 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
29-12-2014
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IK MAAK ER EEN KOOKBOEK VAN!
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Het was kerstvakantie en kleinzoontje kwam bij ons logeren. Nu is voor die kleine snoeper geen etentje volledig als er geen nagerechtje achteraan komt. Hij bedoelt dan niet een doordeweeks ijsje, maar een echt dessert. Griekse yoghurt met honing en fruit (maar dan niet met teveel fruit want dat is te gezond), chocolademousse of pudding, rijstpap met bruine suiker, crème brulée of een taartje gaan er zonder veel problemen in. Die kleine zevenjarige smulpaap kan zijn Nana als geen ander rond zijn vingertje winden en dus zou er voor het afronden van het kerstdiner liefst iets heel speciaals uit de lekkernijhoek moeten komen. Ik pijnigde mijn hersens en dacht onmiddellijk aan de profiterolles die ik zo’n 35 jaar geleden eens zelf gebakken had. Ik vergeet nooit die allereerste keer dat ik de echte profiterolles, gevuld met vanille ijs en overgoten met smeuïge chocoladesaus geproefd had. Wij kampeerden in Zuid-Frankrijk, in de omgeving van Agde en gingen op uitstap naar Pèzenas, de stad van Molière. Het was juli en een hete zonovergoten dag. We hadden voor de lunch een tafeltje in de schaduw gevonden op een terras van een klein restaurantje. Voor dit eethuisje prezen allerlei menuborden de plaatselijke streekgerechten aan. Mijn vader zei altijd: “Probeer zoveel mogelijk van de wereld te zien. Waar je ook bent, ga niet voor de Belgische ‘biefstuk-friet’ maar tracht steeds het locale inwonersmenu te proeven.” Terwijl mijn twee mannen voor een veilige pizza kozen, ging mijn vaderlijk gen in overdrive en wees mijn vinger onmiddellijk het plaatselijk aangeprezen lunchmenu aan. Er stonden twee gerechtjes op die ik helemaal niet kende. De ongekende keuzes lieten het water alvast in mijn mond lopen: Brochette d’abats en als dessert profiterolles. Ik geef toe dat niet alle streekgebonden gerechten overgrote successen waren. Vooral in landen waarvan we de taal niet machtig waren en we de vreemde tekens niet konden lezen, konden we nogal eens voor verrassingen komen te staan. Het was zoiets als Russische roulette spelen. Vier keer ging het goed en de vijfde keer kreeg je soms een met look en peterselie opgesmukte stront op een bordje voorgeschoteld. Dit risico moest je er dan maar bijnemen als je nieuwsgierig en avontuurlijk was. Zo aten manlief en ik, in Thailand gefrituurde krekels en blauwglanzende torren, die lekker knisperend waren en net als onze chips proefden. In Ecuador smulden wij op de markt van cuy, de op de barbecue geroosterde cavia’s, die net als konijn smaakten. In Vietnam sliepen wij bij de plaatselijke bevolking in een ‘homestay’. Hier kregen wij een uiterst lekker stoofpotje voorgeschoteld. Nadat wij onze buiken goed rond gegeten hadden en wij de laatste restjes met brood bij elkaar schraapten, vertelde onze gids ons, dat dit een ‘hondjesstoverij’ was. So what..het was verdomd lekker! Nabij de Victoria Falls in Zimbabwe kregen wij, als inheemse delicatesse, zwarte wormen geserveerd. Onze medereizigers keken kokhalzend toe, toen wij in de wormen beten en er een wit puddingachtig slijm over onze lippen liep. Het liet alleen een afgrijselijke ongedefinieerde verdufte grondsmaak na. Dit was dus de vijfde kogel van de Russische roulette.

In Pèzenas, in de schaduw van de acaciabomen zat ik dus verlekkerd te wachten op mijn nieuwe ontdekkingen. Terwijl mijn ex-man en mijn zoontje hun tanden in de geurige pizza’s zetten, kwam er voor mij een spies met gegrild vleesafval. Abats, abattoir…slachthuis…had ik eventjes doorgedacht dan had ik het kunnen weten! De brochette met stukken tripes, tong, niertjes en lever was versierd met een blaadje sla, een sneetje tomaat en drie stukjes aardappel. Mijn smaakpapillen kwamen in opstand. Als er nu één ding ter wereld was, wat ik absoluut niet binnenkreeg…juist. Het hoofdgerecht was voor mij dus een Franse slag in het water. De Pèzenassenaars mochten hun lokale lekkernij zelf oppeuzelen. Ik was( en trouwens nu nog steeds niet) totaal geen fervente dessertmadam, maar nu zat ik toch hongerig en vol ongeduld op de profiterolles te wachten. Daar kwamen ze dan, vijf luchtige soesjes, gevuld met romige vanille ijs en overgoten met glanzende pure chocoladesaus. En engeltje dat op je tong pieste.

Terug in Antwerpen ging ik op zoek naar diezelfde lekkernij. Het enige wat ik vond waren kartonachtige fabriekssoezen gevuld met slagroom die in de verste verte niet op het hemelse toetje geleken. Ik besloot voor kerstavond de profiterolles dan maar zelf te maken. We bevonden ons nog in het voorhistorische computertijdperk en het woord “google” was een nog niet uitgevonden begrip. Met een recept van soezendeeg, uit het ‘Grote Kookboek van de Boerinnenbond” toog ik aan de slag. Ik mengde, ik roerde en ik kliederde. Ik spoot met een zelfgemaakte spuitzak bolletjes soezendeeg ‘als eieren zo groot’ op het bakpapier. Vol ongeduld keek ik door het raampje van de oven. De krengen bleven groeien en zwellen. Na 25 minuten had ik aan elkaar gekoekte sinaasappelgrote soezen. Het rook heerlijk in de keuken, naar wafelenbak en het smoutebollenkraam. Ik kreeg het niet over mijn hart, mijn eigengemaakte halve tennisbalgrootte ‘profiterolletjes’ in de vuilnisbak te kieperen. Ik sneed ze open, vulde ze met een grote bol vanille ijs en overgoot ze met warme chocoladesaus. Er konden er juist twee naast elkaar op het dessertbordje en toen ik ze opdiende, was het net of ik aan iedereen een paar negerinnenborsten cadeau deed. De mannen likten suggestief de chocolade van de soezen terwijl de dames, een beetje lacherig en maten vergelijkend, de lepel in het nagerechtje duwden. Het gelach en het commentaar over mijn ‘tietendessert’ heeft me nog geruime tijd achtervolgd.

Na 35 jaar zou ik het goddelijke dessert voor mijn kleinzoontje nog eens opnieuw uitproberen. Ik googlede en kreeg onmiddellijk een honderdtal recepten. Dus als een volleerde ‘profiterolkenner’ ging ik opnieuw aan de slag. Ditmaal waren ze perfect van grootte en structuur, ze smolten op je tong. Mijn eigen ‘komen eten’-familie gaf me na het kerstdiner een welverdiende 9/10 voor sfeer en gezelligheid. Mijn zevenjarig kleinzoontje glunderde. De chocoladesaus zat overal, van zijn mondje over zijn neusje tot achter zijn oren. Hij stak zijn bruine duim omhoog en zei dat hij voor dit dessert een overduidelijke 10/10 gaf.

Dus tv koks, Jeroen Meus, Piet Huysentruyt en Sofie Dumont jullie zijn verwittigd. Als het aan mij ligt, komt er dit najaar een nieuw erotisch kookprogramma à la Nigella Lawson “Chez Nana” op de buis. Ik zal kookzappend Vlaanderen overspoelen met mijn chocolade ‘tietendessert’ en leg er dan voor de dames nog een aanschouwelijke banaan bij!

Om de verkoop van mijn eventuele tweede boek, als kookboek, wat aan te zwengelen, volgt hierna het recept van overheerlijke profiterolles!

De ingrediënten in dit recept zijn voor 4 tot 6 personen.

de soesjes:

5 eieren

100 g boter

180 g bloem , 2 grote soeplepels zelfrijzende bloem en de rest patisseriebloem

25 cl water = 1 bierglas

1 vanillestokje of een half zakje vanillesuiker.

1 snuifje zout

de chocoladesaus:

200 g donkere chocolade

100 g suiker

1 klontje boter

1 dl water

de afwerking:

1⁄2 l vanille-ijs

bereiding

de soesjes:

Weeg alle ingrediënten zorgvuldig

Zet een kookpot op een laag vuur en giet het water in de pot. Voeg er de boter bij het halve zakje vanillesuiker of de zaadjes uit de vanillestok . Snij de vanillestok overlangs door en schraap met een mespuntje de zaadjes uit de beide helften van de peul. 

Laat de boter smelten en giet dan de bloem in de pot. Zet het vuur op een laag pitje en meng alle ingrediënten met een houten lepel, tot ze samenklitten tot een deeg. 

Haal de pot van het vuur en voeg nu de eieren één voor één toe. Meng tussendoor krachtig tot elk ei in het beslag verwerkt is. Dit vraagt een beetje inspanning! Om je een idee te geven: het beslag moet de dikte hebben van egale stopverf.  

Voeg een snuifje zout toe, meng goed en vul de spuitzak met het soezenbeslag. Indien je geen spuitzak hebt, neem dan een plastiek diepvrieszakje er snij er aan één hoek een punt af Verwarm de oven voor op 180°C. Hou de ovenplaat er uit. 

Bedek de ovenplaat met een vel bakpapier.  Neem de spuitzak en spuit egale toefjes beslag op de bakplaat. Laat voldoende ruimte tussen de porties beslag, want het volume zal tijdens het bakken verdubbelen.(denk aan mijn eerste baksel 35 jaar geleden!) Kies voor porties die half het volume hebben van de inhoud van je ijsschepper. Bak de soesjes gedurende 25 minuten in een oven van 180°C, en laat ze nadien even afkoelen.Je kan de soesjes ruim op voorhand bakken, ze vullen en ze in de diepvriezer bewaren. Laat ze daarna +- 15 tot 30 minuten ontdooien.

de chocoladesaus:Zet een steelpannetje op het vuur en doe het water en de suiker erin. Breng het mengsel aan de kook zodat er een bleke suikersiroop ontstaat.

Breek de chocolade in stukken en smelt ze in de siroop. Roer voortdurend met een garde, tot je een glanzende saus krijgt. 

Meng ten slotte een klontje koude boter door de saus.

de afwerking:

Snij de gebakken soesjes middendoor. Gebruik hiervoor een scherp mes (bv een steak- of broodmes).  

Leg op elk half soesje een bolletje vanilleijs. Plaats er de hoedjes op, en serveer de profiteroles met een flinke lepel warme chocoladesaus.

 

 

29-12-2014 om 14:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
17-12-2014
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN EERSTE BOEK
Klik op de afbeelding om de link te volgen

OP ZOEK NAAR EEN LEUK BOEKJE ?

 

Simone (Sim) Cornelis werd op 17 december 1951 te Antwerpen geboren. Hier volgde zij in het SISA een opleiding ‘Sierkunsten en Fotografie’. Samen met haar man woont zij in Edegem bij Antwerpen. Zij is een vrolijke creatieve levensgenieter. Samen met haar man ontdekt zij de ganse wereld en toert zij een paar maanden per jaar met de caravan rond. Zij beschrijft op haar eigen humoristische manier de actualiteit van nu en situaties van vroeger. 

De Antwerpse Sim beschrijft op humoristische wijze heel herkenbare situaties en waargebeurde verhalen. Zij schrijft op een ludieke manier over haar jeugd (als blonde ‘babe’), over haar loopbaan als secretaresse en over haar angst voor kleine ruimtes. Ze vertelt op een grappige manier over de liefde voor haar man, kinderen en kleinkinderen. Komische, lachwekkende vakantieavonturen en het rondtrekken met de caravan zijn steeds terugkerende gegevens. ‘Manlief’ is voor haar een hilarische en onuitputtelijke bron van inspiratie. Zij houdt zielsveel van hem, maar ze kan hem af en toe wel achter het behang plakken. Geniet van haar columns en haar humor!  

Stukje uit mijn eerste boek, column “De zakkenvuller”

quote

Juist toen ik de verpleegster wilde vragen, of het nog voor vandaag zou zijn, ging eindelijk de deur open en een gehaaste Alain Delon ‘lookalike’, kwam met een nog open flapperende doktersjas zijn praktijk binnengespurt. Zonder mij aan te kijken, wapperde de gynicoloog me voorbij richting zijn bureau. Toen gebeurde het onvoorstelbare…ik bleef met mijn grote teen in zijn jaszak haperen! Een voor hem onzichtbare kracht remde zijn tocht af en trok hem terug in achteruit. De dokter keerde zich om en met een: “Héla, hela, wat gebeurt er?” pulkte hij mijn grote teen uit zijn jaszak en ging met een zucht achter zijn bureau zitten. Het ‘schaamrood’ verspreidde zich over mijn ganse lichaam. Hij nam gejaagd een plastiek mapje en haalde hier een dossier uit. “Mevrouw Cornelis?” Hij keek recht in mijn kruis alsof zich daar de bevestiging van mijn naam bevond. Mijn onderste lippen lagen geopend in een grote O, terwijl mijn bovenste lippen in mijn tomaatrode kop gewoon dienst weigerden. Met toe geknoopte doktersjas zette hij zich tussen mijn geopende knieën, duwde een soort metalen eendenbek bij me naar binnen en plukte een stukje uit mijn binnenkant. Dit alles zonder mij één blik te gunnen. “Zie zo Mevrouw Cornelis, toch niet teveel pijn gedaan hoop ik?” “U mag zich terug aankleden.” Terwijl ik in mijn blote reet terug richting kleedkamertje ging, voegde hij er nog aan toe “U mag het resultaat met de post verwachten en bij slecht nieuws, wordt Uw huisdokter op de hoogte gesteld…en in het vervolg, niet meer in mijn zakken zitten hé!”

unquote 

Voor alle verdere informatie kan U mij een mailtje sturen, of onmiddellijk op de website van www.boekscout.nl het boek bestellen of mij contacteren 

Vercauteren-home@telenet.be

Groetjes

Sim

Bij bestelling in een boekhandel, gelieve te verwijzen naar Boekscout.nl met nummer

ISBN 978-94-0221-266-0

“Het scharnierend schuurtje”, waargebeurde humoristische verhalen van Sim

 

17-12-2014 om 17:49 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IK STAAK!

Beste lezers die mij via mail of via mijn blog volgen,

 

Jullie zullen gedacht hebben dat mijn fantasie opgedroogd was of dat ik minstens een writer’s block had. Niets is minder waar. IK STAAK. Jullie lezen het goed! Ik staak!Waarom ik staak? Daar moet ik nog eventjes heel diep over nadenken.

Ik ben nogal trendgevoelig. De laatste maanden lijkt het modewoord in België, ‘werkweigering’ te zijn. Vier dagen in één maand tijd staakt men nu al in België. Men wil duidelijk niet meer werken en al zeker niet ‘langer werken’… Dus modebewust staak ik mee. Geen letter kwam er nog uit mijn PC. 

Ook ik heb recht op verontwaardiging en om af te geven op alles wat krom en scheef zit in onze welvaartmaatschappij.

Op straat komen met een groot spanbord met daarop “Wij willen niet langer werken, of wij willen brugpensioen” is nogal hypocriet, want ik ben al een paar jaar met pensioen.

Rond brandende autobanden gaan staan en roepen: ”Wij willen geen indexsprong” lijkt ook onrealistisch. Met ons povere pensioentje, zie je amper dat er jaarlijks index bij komt, dus zal die geplande indexsprong ons waarschijnlijk geen boterham minder doen eten.

Wil ik een rijkentaks? Eventjes nadenken…ben ik zelf rijk? Meer tijd dan geld, zeg ik altijd. Mensen die van nul een firma opstarten, grote winst maken als ze deze verkopen, hiervoor vervolgens in België geen belastingen betalen, daar wordt schande over geroepen. Miljonairsvoetballertjes en wielrenners die hun geld in Monaco of in Luxemburg wegsassen, dat vindt men normaal en die belonen we dan nog eens met een ‘Gouden schoen’ of een beker ‘Sportman- of vrouw van het jaar’. Die jackpotten zorgen voor het zondagse vertier! Daar mag door het gepeupel niet aan geraakt worden. Geld is een vreemd goedje, als je het bewaart heb je er niets aan, als je het uitgeeft, ben je het kwijt. Waarom staak ik dan?

Ik staak, omdat manlief met een spiksplinternieuwe auto, in plaats van maar eerst na vier jaar, nu jaarlijks naar de autocontrole moet. Doordat wij bij aankoop van de wagen een gloednieuwe trekhaak lieten installeren en een caravan trekken, moeten wij nu alle jaren een controlebelasting in de regeringsla leggen. De autocontroleurs duwen eventjes op de trekhaak, schijnen met een zaklamp onder de auto zijn achterste en je mag langs de kassa passeren.

Ik staak omdat ze in mijn achtertuin sociale woningen gebouwd hebben. Ik preutel niet over het idee ‘sociale woningbouw’ zelf en ook niet omdat het letterlijk in onze achtertuin staat, maar om de grandeur van de appartementen en de tuinen. Ik staak, omdat ik op het merendeel van de supergrote terrassen, hoofddoeken en schotelantennes zie verschijnen. Deze ‘kansarmen krijgen met ons geld, een riant beneden appartement met een tuin van 10 meter breedte en 25 m lengte onder hun zitvlak geschoven. Het zou met wat minder toch ook wel gaan zeker? Terwijl onze kinderen voor hun huis met tuintje, elke maand met moeite hun hypotheek aflossen en nagenoeg niets overhouden om voor een tweedehands auto te sparen, rijden deze ‘minderbedeelden’ plots rond in een Mercedes,in BMW’s met getinte ruiten en in SUV wagens. In één van de sociale tuinen staan plots drie moto’s, drie fietsen, twee grasmachines, een trampoline en een zwembad met een doormeter van 4 meter, helemaal tot de nok gevuld, met door de gemeenschap betaald, water! Daarom staak ik!

Ik staak om het onrecht in de wereld. Omdat alle mensen die geloven niet genoeg bidden om God of Allah te overtuigen dat zij hun geloofswaanzinnige achterban moeten trachten te stoppen. De gelovigen beweren toch dat hun God en Allah almachtig zijn..of niet? Waarom komen deze goden dan niet tussenbeide? Ik staak omdat overal ter wereld vrouwen als vuilnis behandeld worden en kinderen sterven omdat ze willen leren. Ik staak omdat de moslims niet massaal op ’t straat komen om met een heel luid roepend “Not in my name” al die islammoorden te veroordelen. Ik staak voor toestanden die er werkelijk toe doen, niet omdat wij een zuchtje van onze welvaart af moeten geven, zodat onze kinderen en kleinkinderen niet met gigantische schulden zouden moeten opgroeien.

Dus ook ik leg het werk neer. Ik weiger nog één poot in de keuken te zetten. Ik weiger koffie te zetten en in mijn potten te roeren. Gedaan met kuisen voor dat kleine pensioentje. Ik weiger de wasmachine in en de afwasmachine uit te laden. Ik eis dat het werk als huisvrouw net als de job van de bouwvakker en de leraar als zwaar beroep erkend wordt! Het zal zelfs niet ophouden als ik 67 ben, het gaat gewoon door. Staken is staken! Manlief begrijpt het allemaal niet. Hij wil vooral geen olie op het stakersvuur gooien. Hij vraagt me heel zachtjes waarom ik dit allemaal op hem, de onschuldige brave ziel moet uitwerken? Wel, ook dat is een modeverschijnsel, medeburgers pesten om je gelijk te krijgen…en zoals ik reeds vertelde, ik ben heel trendgevoelig! Manlief kijkt me glimlachend aan: “Oké schatje er is nog plaats voor overleg aan de onderhandelingstafel! Wat denk je ervan, je wordt vandaag 63, dus vandaag geen ‘gekook’ en geen ‘gekuis’. Laat ons een beetje feestvieren en eens lekker bij de Thai gaan eten!” Als dit geen toegeving is? Ik grijns van oor tot oor: “Yes, yes toch iets uit de stakingsbrand gesleept!”  

Sim 17/12/2014

 

17-12-2014 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
08-12-2014
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HOOG OP DE GROENE WAGEN...
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Hoog op de gele wagen, rijden we door berg en dal, lustige kleppers draven, blij klinkt het hoorngeschal. (carnaval! , riepen wij schoolkinderen dan) Water en wouden en weiden, stromen zo machtig en vrij, ik kan van je schoon haast niet scheiden, maar ’t gaat voorbij en voorbij…

Dit staplied leerden wij vroeger in het lager onderwijs en schalde op elke schooluitstap door de autobus. Het lied weerklonk nu opnieuw door de immense natuur van Ecuador. Wij zaten niet in, maar boven op het dak van een trein. Eventjes waren de muzieknoten in onze bange kelen blijven steken, maar eind goed al goed…

Wat vooraf ging:

Wij keken beteuterd toen onze gids ons vertelde, dat het hoogtepunt van onze Ecuador reis afgelast was. De duivelstrein, de ‘Del Nez de Diablo’ de trein naar de duivelsneus, die vanuit Riobamba via haarspeldbochten steil naar de kust afdaalde zou voor geruime tijd stilliggen. Iedereen had boven op die trein kunnen zitten en had kunnen meehelpen om de wagon op de steile helling in de bochten rond te duwen. Door de aanhoudende regen was er een stuk van het spoor echter weggespoeld en het traject veel te gevaarlijk geworden. Spijtig, helaas, pindakaas, niets aan te doen, het spektakel was ons niet gegund. Onze gids zou een alternatief samenstellen en beloofde ons dat we er zeker geen spijt van zouden krijgen.

Vanuit Ibarra werden wij met een ‘chiva’ (een vroeger slavenvoertuig, maar nu omgetoverd naar folkloristische bus) naar de El Chota vallei gereden. Hier woonde de zwarte gemeenschap van Ecuador, de afstammelingen van de vroegere slaven. Achter in de bus zat een orkestje dat ons de hele trip op vrolijke muziek zou trakteren. Als pleister op de ‘duivelstreinwonde’ mochten wij boven op de bus plaatsnemen. Hotsend en botsend en ‘lalala’ mee zingend, wuifden wij naar de kleurrijke, glunderende terug wuivende Ecuadorianen.

Toen we in het dorpje in de Chota vallei aankwamen, werden wij door de ganse gekleurde gemeenschap met applaus ontvangen. De kinderen dromden rond ons heen, wreven benieuwd over onze blanke handen en klommen in en op de ‘chiva-bus’. Het was duidelijk dat ze nog geen massatoerisme gewoon waren en dat dit bezoek voor hen een fantastische afwisseling was in hun schoolloze bestaan.

Onder begeleiding van gitaarmuziek werden wij mee naar het dorpsplein gevoerd. Hier werden wij verondersteld mee te dansen met de inheemse populatie. Manlief bleek, om de een of andere onduidelijke reden, een geliefde danspartner. Hij werd, door verschillende jonge zwarte schonen tegelijk, uit de groep geplukt. Hij moest met een glas op zijn hoofd met de plaatselijke miss Chota dansen. Die had een fles boven op haar kroeshaar geplaatst. Of dit nu werkelijk de traditionele ‘fles op het hoofd El Chota dans’ was of een danspasje dat ‘à la minute’ uitgevonden werd om de toeristenbende er ridicuul te laten uitzien, blijft tot op heden een mysterie. De zwarte Ecuadorianen klapten in hun handen en stampten in het zand. De zwarte kindjes joelden, schaterden en rolden over de zandvlakte van plezier. De groep wiebelde en huppelde wat mee en sprongen van de ene voet op de andere. Ons enthousiasme kwam echter niet voort door een niet te stuiten drang naar beweging of dansmoves. Noch een dansmicrobe, noch de opzwepende muziek deed ons huppelen, maar terwijl we de capriolen van manlief in het oog hielden werden wij ondertussen aan de rand van de dansvloer tot onze knieën opgevreten door vlooien. De beestjes beten zich jeukend, met rode stippen, tot onder de rand van onze shorts.

Vanuit dit dorpje vertrok de Ferrocarril, de Tropical Railway, een omgebouwde groene bus die op rails geplaatst was. Onze gids wees naar de wagon en wij klommen één voor één boven op het dak van de trein. Niemand zat in het wagentje. Boven op de wagon is het treintraject een stuk spannender en volgens onze gids volledig ongevaarlijk. De enige steun en houvast die we hadden, was een groot touw dat over onze dijen gespannen was. Onze benen bungelden ‘rood vlooienbeet-gestipt’ naast de wagon. Het treintje zou ons, zingend van “In een klein stationnetje, ’s morgens in de vroegte…” met een gezapige snelheid van 40 km per uur naar Ibarra terugbrengen. De trein volgde de rivier en daalde slingerend in de vallei af. Wij waanden ons alleen op de wereld, nergens in de wijde omgeving was een levende ziel te bekennen. Regelmatig krabbend aan onze benen, wiebelden onze voeten richting de sporen. Langs het betoverde tracé stonden overal palmbomen en bloeiende bromelia’s. Wij joelden: “Stonden zeven wagentjes netjes op een rij.” Hij tufte door tunnels, over kleine bruggetjes en jakkerde over de rails . Sommige sporen hingen in het luchtledige want de aarde eronder was weggespoeld. Het parcours werd ruwer en ruwer. Wij fotografeerden en zongen: “Zie het machinisteke draaien aan het wieleke..” De trein toeterde langs steile hellingen en over diepe ravijnen. “Akke akke tuut tuut weg zijn wij.” Hij naderde schokkend en uiterst langzaam de brug die de diepe ravijn over de Chota-rivier overspande…en juist hier in het midden viel hij stil. Ons gezang verstomde en de vlooienjeuk werd op een instant natuurlijke wijze plots onderdrukt. Onder ons gaapte een immens diepe afgrond. Sommigen onder ons, die al een milde vorm van hoogtevrees voelden opkomen, schoven hun achterwerk al wat verder het dak op. Daardoor spande het touw niet meer strak over onze billen. Ik bewoog me wat meer naar voor, want ik wilde wat graag die gigantische diepte op de foto vastleggen, maar de koord gaf teveel mee en ik kukelde bijna de dieperik in. Manlief had me nog juist vast en trok me geschrokken achteruit. “Schatteke, wat jij allemaal niet aanvangt om een foto te maken, ‘k was je bijna kwijt!”

Wij begonnen te morren, wilden weten wat er aan de hand was, en klopten geërgerd op het dak van de ferrocaril. Toet, toet, schommelend zette het treintje zich terug in beweging. Het was de Ecuadoriaanse manier om de reizigersinvasie van spanning en avontuur te voorzien. Met een zucht van opluchting begonnen enkele onder ons terug te zingen: ”Hoog op de groene wagen, trein ik door berg en dal, dal, dal dal…” Het wagonnetje waggelde de weggebrokkelde hellingen af en schuurde langs de afgekalfde bergwanden. De vallei werd stilaan breder en breder. “Lustige kleppers draven, blij klinkt het toetergeschal..” Op het groene grasland graasden lama’s en schapen. Toet, toet, wij reden Ibarra binnen. Daar had de plaatselijke middenstand de rails omgetoverd tot de dorpswinkelstraat. Overal werden vierklauwens de kraampjes opgebroken, de luifels weggeschoven en de stalletjes afgebroken. De veelkleurige hoedjesparade stoof alle kanten op. De eters van de ‘cavia/marmot bbq-restaurantjes’ sprongen verschrikt op en zetten tafeltjes en stoeltjes op elkaar. Voor het station stopte de Tropical Railway en wij klauterden één voor één van het dak naar beneden, klaar voor het volgende avontuur. Galapagos here we come en yes ik had als enige een foto boven de afgrond!

 

08-12-2014 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
01-12-2014
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VIETNAMESE ZELFMOORDPOGING
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Manlief en ik hebben in de jaren dat wij samen rondreizen al verschillende zelfmoordpogingen ondernomen. Zoals jullie kunnen lezen, zijn ze gelukkig, voor ons, allemaal mislukt.

In een ver en onderontwikkeld vakantieland wil je spanning en avontuur en aan eventuele desastreuze gevolgen wil je op dat moment helemaal niet denken. Er hangt een aura van onsterfelijkheid rond je en je bent jong en roekeloos. Enfin wij waren ondertussen al niet meer zo piepjong maar we waren wel overmoedige nieuwsgierige waaghalzen.

In Vietnam ondernamen wij gezamenlijk onze allereerste zelfmoordpoging. Ons hotel bevond zich langs de ene kant van de drukke verkeersader, alle bezienswaardigheden van Hanoi zaten aan de overkant. We stonden beiden langs de kant van de straat en bekeken de aanhoudende stroom vrachtauto’s, auto’s, moto’s, brommertjes en fietsen die langs alle kanten zigzaggend voorbij scheurden. De fietsen waren zo hoog en breed beladen met koopwaar en kwamen met slingerbewegingen nauwelijks vooruit. Op een brommertje zat niet één, zaten geen twee maar soms vier mensen helmloos maar breed lachend met de nodige bagage op elkaar geplakt. De meeste bestuurders droegen een mondlapje om de uitlaatgassen tegen te houden. Daartussen toeterden de toeristenbussen en het openbaar vervoer. Claxonnerend, bellend en roepend koersten ze allen kriskras door de straat, reden frontaal op elkaar af en draaiden op het laatste moment het stuur om. Zebrapad of verkeerslichten geen enkele gemotoriseerde Vietnamees verleende voorrang. De doorsnee spleetoog stapte gewoon met een zekere doodsverachting zonder rondkijken de straat op en de brommertjeszee spleet als de Rode zee uit elkaar. Manlief nam me bij de hand en dwong mij het voetpad af. Ik volgde hem aarzelend, met één voet nog op de stoep, de andere schoen al tussen het moordende verkeer. Ik hield mijn ogen stijf gesloten en met een heel groot ei in mijn broek, sleurde manlief mij naar de overkant van de drukke straat. Niet terugdeinzen, niet twijfelen gewoon zoals de Vietnamees, onbevreesd doorstappen. De kamikazechauffeurs hadden ons wonder boven wonder volledig ontweken. Na enkele dagen werden wij zelfs verkeersovermoedig en ondernamen wij onze volgende suïcideactie. Wij huurden een ‘fiets toek- toek’ richting museum. Wij lieten ons in de stoeltjes van een overdekte stootkar zakken. Zonder enige beveiliging vooraan werden wij door de fietsende eigenaar achteraan, als levende projectielen in het verkeer en het kabaal gestoten. Ik had de camera in aanslag en het zou een uiterst spannend filmpje worden. De man trapte alsof zijn leven ervan af hing, hij fietste zich bijna letterlijk een ongeluk. Hij slalomde tussen de fietsers. Hij sprintte met zijn fietstaxi alle brommers voorbij. Het werd een helse rit, een Disneyland Space Mountain attractie waardig. Onze stuntman probeerde een auto in te halen, bleef op de tegenovergestelde richting voort peddelen en reed pal een autobus van het openbaar vervoer tegemoet. De bus kwam angstaanjagend toeterend dichterbij. Wij gilden en sloegen wild met onze armen in de hoop dat onze fietsbestuurder onze gebaren en waarschuwingen boven het zeteltje zou zien. De schrik sloeg ons om het hart. Mijn fototoestel bengelde al lang werkloos rond mijn arm. De film met het rampscenario ‘the final collision’ zou nooit in België bekeken worden. Onze horrorchauffeur leek stekeblind en doof. We hotsten en botsten. We zochten een uitweg maar de snelheid waarmee we trappend in de verkeerschaos voortgestuwd werden, hield ons bang in het karretje geklemd.

Ofwel hadden de remmen van onze toek-toek fiets het begeven ofwel hield onze fietsheld van spannende thrillers. Juist op het allerlaatste moment, op 10 centimeter voor de luid claxonerende bus, draaide de snelheidsduivel het stuur om en vloog onze ‘taxi-velo’ langs de tegengestelde richting, de stoep op. Onder luid protest sprongen de voetgangers alle kanten op. Krijsende verkopers veerden op en liepen met gebalde vuisten achter onze kamikazeheld aan. Hij ontweek op een haar na de gehurkte ‘straat-restaurant-eters’. Iets verder stopte onze James Dean en met een brede glimlach, zich totaal van geen kwaad bewust, wees hij op het museum en zei: ”Xin vui lòng, viện bảo tang” wat zoveel betekende als “Alstublieft, zie hier het museum”. We scharrelden bibberend onze rugzak en fotocamera bij elkaar, betaalden onze superman en strompelden totaal van de kaart uit het fietskarretje. Met een ‘big smile’ zei hij:” I wait for you, go back to hotel, good price!” Wij bedankten beleefd en zagen af van het gunstig retourprijsje naar het hotel. Aziatisch geel en groenig bleek liepen we met knikkende knietjes in het museum rond. Hoever de terugweg naar het hotel ook zou zijn, ons kregen ze nooit meer in een Vietnamese ‘fiets toek-toek’. Wij gingen nog liever te voet zigzaggend de Vietnamese pijp uit.

 

 

 

 

01-12-2014 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
18-11-2014
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.UITGAVE BOEKJE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Quote

De Antwerpse Sim beschrijft op humoristische wijze heel herkenbare situaties en waargebeurde verhalen. Zij schrijft op een ludieke manier over haar jeugd (als blonde ‘babe’), over haar loopbaan als secretaresse en over haar angst voor kleine ruimtes. Ze vertelt op een grappige manier over de liefde voor haar man, kinderen en kleinkinderen. Komische, lachwekkende vakantieavonturen en het rondtrekken met de caravan zijn steeds terugkerende gegevens. ‘Manlief’ is voor haar een hilarische en onuitputtelijke bron van inspiratie. Zij houdt zielsveel van hem, maar ze kan hem af en toe wel achter het behang plakken. Geniet van haar columns en haar humor!

unquote

 Lezers die geinteresseerd zijn om haar verhalen te lezen en het grappige boekje aan te kopen, kunnen altijd op deze blog reageren. Ik contacteer jullie dan zelf.

Groetjes

Sim

18-11-2014 om 10:48 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
15-11-2014
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BELGIE - HOLLAND
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Mijn eerste boekje ‘Het scharnierend schuurtje’ wordt door een Nederlandse uitgeverij uitgegeven. Op zich is daar totaal niets mis mee, ware het niet dat ik van hen de opdracht kreeg om mijn Vlaamse zinnen en uitdrukkingen wat te vernederlandsen. De Vlaamse lezers lezen ‘plezante’ verhalen. Hollanders moeten ze ‘leuk’ vinden. Vermits de uitgeverij niet alleen op mijn Vlaamse achterban mikt, maar tevens mijn schrijfsels in Nederland gaat promoten, zal ik een Hollands tandje moeten bijsteken. Uit statistieken blijkt dat Nederlanders nog steeds fervente boekenkopers zijn. De Vlamingen echter hinkelen ergens krenterig (kijk, nu al komen er Nederlandse woorden uit mijn pc ) achterop. Tijdens al mijn uitgeversopdrachten liep hier, in Antwerpen, inmiddels de jaarlijkse Boekenbeurs. In Vlaanderen werden nog nooit zoveel afhaalmaaltijden, afhaalchinees of thuis geleverde pizza’s besteld en gegeten. Duizend voorbereide schotels werden ’s avonds snel in de microgolfoven geschoven, want half België zat tijdens het kookuurtje voor de buis. In plaats van in de keuken in de potten te staan roeren, zapten zij van het ene kookprogramma naar het andere. Wat de Vlaamse boekenbeursbezoeker dan ook hoofdzakelijk maar interesseerde op deze beurs waren de BV’s en de BK’s. De ‘Bekende Vlamingen’, de ‘Bekende Voetballers’ en de ‘Bekende Koks’. ‘Leesminnend’ Vlaanderen verdrong zich in rijen van 10 voor de signeerstanden van de televisiekoks. Als er een uitgeverij aankondigde dat er een televisienitwit zijn opwachting zou maken en weeral een nieuw kookboek zou komen handtekenen, ontstond er gegarandeerd een lezersfile voor deze stand. Er was ook massale belangstelling aan de stand waar een gesigneerde biografie over een Belgisch miljonairsvoetballertje van 23 jaar te koop was. U leest het goed! De aanvallende middenvelder van 23 is amper de tienerjaren voorbij en er werd al een levensloop over hem geschreven. 

De fans stonden reeds anderhalf uur op voorhand aan de boekenstanden te wachten om hun ‘vedettes’ te zien. Het boek was bijzaak, het werd gekocht en vermoedelijk nooit gelezen noch in de keuken gebruikt. Het enige wat deze ‘boekenbeursgangers’ uiteindelijk wilden, was gewoon allemaal met de tv-koks, de soapsterren en/of hun Rode Duivel op de foto gaan. De echte auteurs, met de pen in aanslag, achter het bureau van de lege uitgeversstand, keken dit met lede ogen aan…

Ik dwaal af. Ik had het dus over de Vlaamse- en Nederlandse taal en mijn columns, die met het oog op de promotie bij onze noorderburen, eventjes onder handen genomen moesten worden.

Zo liet ik manlief, in mijn boekje, met ‘peper in zijn holleke’ naar het sanitair spurten. Geef nu toe, dit klinkt toch veel liefelijker dan ‘peper in zijn reet’. Het ‘anusgebeuren’ klinkt in het Nederlands toch een pak heftiger. Zo komt er bij de Vlamingen ‘verdunde speculoospasta’ uit hun achterste terwijl ze in Holland ‘zeven kleuren bagger schijten’. Hun grote boodschap noemen ze ook ‘poepen’. Bij de Vlamingen komt er met het woord ‘poepen’ niets uit, maar gaat er daarentegen iets in. Zo hebben wij, hier in het zuiden, ‘goesting’ in muizenstrontjes en zwarte jappen en hebben ze daarboven zin in hagelslag en zoute drop. Echte zwarte en bruine muizenstrontjes lijken volgens mij dus veel meer op die chocoladelekkernij. Hebben jullie al eens bruine hagel gezien? Zwarte sneeuw, figuurlijk, dat kan, maar zwarte hagel?? Ze zijn daarboven volledig in de war. Zo geven ze beschuit met muisjes. Dit zijn witte en roze anijsbolletjes op een beschuit. Geef nu toe dat dit totaal niets met muizen te maken heeft maar dat dit eerder op hagel lijkt. In Nederland speelt men verstoppertje en in Vlaanderen noemt men dit kinderspelletje ‘bedot’. Onze grootouders, de bomma’s en bompa’s worden meer noordelijker oma’s en opa’s en onze nonkel is een oom. Hollanders nemen een kiekje, maar Vlamingen trekken nog steeds een foto. Wij zijn met onze taal blijkbaar nog in het tijdperk van de beginnende fotografie blijven steken. Toen ‘trok’ men nog een glazen plaat uit het fototoestel omhoog.

Onze koffer is de belaadbare ruimte in onze auto, boven de noordelijke grens is dit de kofferbak. Een koffer is dan bij hen weer een stuk bagage en bij ons een valies. Wij Vlamingen hebben een ‘curieuzeneuzemosterdpot’ en Nederland heeft een nieuwsgierig Aagje! Wij ‘verschieten’ ons een ongeluk en in Nederland schrikt men zich ‘het apelazarus’?? Terwijl de Nederlanders iets te vrezen hebben, zitten wij in Vlaanderen ‘met de poepers’. Wat een Babylonische spraakverwarring! Nochtans spreken wij dezelfde taal, of niet?

Zo had ik een jaar geleden een misverstand met mijn Amsterdamse vriendin. Zij vertelde mij dat ze bij het overlijden van haar 90 jarige tante, bij het opruimen van de kleerkasten, een kleedje voor mij achtergehouden had. Ik begreep er helemaal niets van. Wat moest ik mogelijkerwijs met een oubollig kleed van een antieke suikertante aanvangen? Ik reageerde lauwtjes want ik wou geen ‘ambras’… sorry ruzie, met mijn vrienden. Bij het eerstvolgende bezoek in Almere kreeg ik ongevraagd toch een plastiekzak in de hand geduwd met daarin het bewuste ‘kleed’. Het bleek een mooi tafelkleedje! Wat wij hier kleedje noemen, is bij de noorderburen een jurk. Een kleed is een tafelkleed of een vloerkleed. Bij ons is een vloerkleed een tapijt. Bij hen is een tapijt, een vast tapijt, iets wat over het ganse oppervlakte van de kamervloer gelegd wordt. Dit noemen wij dan weer ‘tapis plein’, voltapijt.

Om zot van te worden niet? Ho, ho nee hoor..om gek van te worden! Ook de klemtoon wordt bij sommige woorden door onze Nederlandse vrienden totaal anders gelegd. Neem nu bijvoorbeeld het woordje PIJAMA. We schrijven het beiden op identieke wijze. Als wij het uitspreken, wordt het op één of andere manier een totaal ander woord. Wat bij ons met de franse slag als ‘PIsjamma’ met een p dan een korte ‘i’, gevolgd wordt door een ‘ssjj-klank’, daarna een ‘a’, een goed hoorbare dubbele ‘mm’ om dan te eindigen met een korte ‘a’... uitgesproken wordt, roept bij de Nederlanders twee grote vraagtekens op: “Wat wil die Vlaming ons nu weer vertellen?” Bij hen moet pijama als ‘PIE- JAA- MAA’ klinken.

Onderweg naar het zuiden, stoppen wij op een camping in ‘Langres’. Fonetisch uitgesproken Langre. Onze noorderburen kamperen in Langrès…Wij rijden over de brug van Millau, die op zijn Frans klinkt als Mijo, maar Nederlanders blijven het viaduct van Milllaauu   nemen.  

Hierna schrijf ik dus een verhaaltje over een ‘Vlaams weekeindje weg en daarna volgt de vernederlandste versie! 

Vlaams weekeindje weg :

Wij werden door onze Amsterdamse vrienden uitgenodigd om het weekeinde bij hen door te brengen. Ik trok dus mijn schoonste kleedje aan en mijn nieuwe botten. Mijn pelsjas legde ik achterin de auto. Manlief draagt sinds zijn pensionering al lang geen kostuums en plastrons meer, maar blazers. Voor we de deur van onze bel-etage woning in het slot trokken, zette manlief nog rap de vuilbak buiten. Hij keek in de brievenbus of de facteur er de gazet al ingestoken had. Ik opende de koffer van de wagen en legde hier de valiezen in. In de appartementen rondom ons stonden de buren ons vertrek in de mot te houden. Ik had voor onderweg alleen een fles plat water en wat appelsienen ingepakt. Wij zouden op weg naar Almere, de autostrade nemen tot de afrit Breda. Hier in het centrum wilden we nog geld uit de muur halen. Wij wilden bij de beenhouwer eventueel een broodje met hesp kopen. Misschien was er wel een leuk cafeetje waar we een croque-monsieur met een tas koffie konden bestellen. In de viswinkel konden wij dan wat maatjes, met ajuin en stukjes zoetzure augurk, aanschaffen. Dat vonden onze vrienden lekker als aperitiefhapje. We kwamen niet in de verleiding om nog bij een frietkot te stoppen en een pak frieten met stoofvleessaus te bestellen. Mijn vriendin had ons verzekerd dat het geen afhaalchinees in de microgolfoven zou worden maar dat zij voor ons weer die lekkere ‘pekesstoemp’ met stoofvlees zou klaarmaken. Daar had ik nu al zo’n goesting in! Toen we Breda uitreden, zou ik mijn vriendin met onze GSM opbellen en haar verwittigen dat we eraan kwamen.

Op weg naar Nederland.

Wij werden door Amsterdamse vrienden uitgenodigd om bij hen te komen logeren. Ik trok dus mijn mooiste jurk aan en mijn nieuwe laarzen. Mijn bontjas legde ik achterin de auto. Manlief draagt sinds hij in de AOW is, al lang geen maatpakken en dassen meer, maar colbertjes. Voor we de deur van onze aanleunwoning in het slot trokken, zette manlief nog snel de vuilnisbak buiten. Hij keek in de brievenbus of de postbode de krant er al ingestoken had. Ik opende de kofferbak van de wagen en legde hier de koffers in. In de flats rondom ons stonden de buren ons vertrek in het oog te houden. Ik had voor onderweg alleen een flesje Spa blauw en een paar sinaasappels ingepakt. Wij zouden op weg naar Almere, de snelweg nemen tot de uit naar Breda. Hier in het centrum wilden wij nog ergens wat geld pinnen. (Ja het enige wat een Nederlander uit de muur haalt, zijn kroketten) We wilden, bij de slager eventueel een kadetje met ham kopen. Misschien was er wel een leuk kroegje waar we een tosti en een kopje koffie konden bestellen. Bij de visboer konden wij dan wat jonge haringen, met ui en gesnipperde zure bom kopen. Onze vrienden vonden dit lekker bij de borrel. We kwamen niet in de verleiding om nog bij een patatzaak te stoppen en een bakje patat met stoverijsaus te bestellen. Mijn vriendin had ons verzekerd, dat het geen afhaalchinees in de magnetron zou worden, maar dat zij weer die lekkere wortelstamppot met draadjesvlees zou klaarmaken. Daar had ik nu al zo’n zin in! Toen we Breda uitreden, zou ik mijn vriendin nog eventjes met het mobieltje bellen en haar verwittigen dat we eraan kwamen.

Vermoeiend hé.

Beste uitgever, ik zal mijn best doen. Nu geef ik de pijp aan Maarten...Aan wie? Juist, ik stop ermee, het is hartstikke leuk geweest. Doei!

 

 

15-11-2014 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
08-11-2014
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FAMILIEBIJEENKOMST MET KAFKAIAANSE TOESTANDEN

Vorig weekeinde trakteerde ik mijn neven en nichten op een etentje. Toen de wijn al wat gevloeid had en de tongen wat losser werden, kwamen de meest uiteenlopende Kafka-verhalen los. Iedereen had sinds het computertijdperk al eens een aanvaring gehad met de digitale televisie - en telefoon providers, met arrogante medewerkers van allerlei overheidsinstanties en het systeem paraplu. De beste ‘Kafka- verhalen’ wil ik jullie echt niet onthouden.  

Mevrouw Kafka werkt bij de posterijen:

Mijn neef, Guido had een tandartspraktijk met de naam G.Britolli BVBA. Guido stopte zijn activiteit en de firma werd, na een onoverzichtelijk kluwen van administratieve documenten, ontbonden. Na een paar maanden kreeg hij een briefje van de post in de brievenbus, waarop stond dat de BVBA G. Britolli een aangetekend schrijven moest afhalen. Guido ging naar het desbetreffende postkantoor. Vermits de firma niet meer bestond, nam hij de acte van stopzetting van de firma G.Britolli BVBA en zijn paspoort met zich mee. De postbediende bezag het briefje, keek naar de papieren en verklaarde: ”de G. Britolli BVBA is weliswaar op hetzelfde adres gevestigd, maar is volgens mij niet hetzelfde als de BVBA G. Britolli. U krijgt de aangetekende zending niet.” Toen Guido wat aandrong werd de postbediende arrogant en zei ze met een zekere minachting: “Meneer wilt U alstublieft voor mijn loket weggaan. Ik blijf erbij G.Britolli BVBA is niet hetzelfde als BVBA G.Britolli!” Mijn neef probeerde met hand en tand uit te leggen dat de firma stopgezet was, maar dat hij de vroegere bestuurder was. Hij duwde zijn identiteitskaart onder de neus van de postbediende. Hij vroeg of ze hem dan eventueel kon vertellen wie de afzender van de brief was. Dit schrijven was vermoedelijk heel belangrijk anders had men dit niet aangetekend opgestuurd. Als hij de naam van de afzender wist, zou hij deze kunnen bellen om de juiste aanspreektitel te veranderen. De rood aangelopen, kortzichtige bediende weigerde de informatie te geven en zei alleen:“Meneer ik wens U niet verder te woord te staan. Ik blijf erbij G.Britolli BVBA is niet hetzelfde als BVBA G.Britolli, U houdt de achter U wachtende mensen op, verdwijn voor mijn loket!” Gelukkig voor de postdame is Guido de zachtheid in persoon. Manlief had mevrouw Kafka waarschijnlijk door het doorgeefluikje van het loket naar buiten getrokken!  

Kafka betaalt je rekeningen:

Toen we na een maand vakantie terug thuis kwamen, lag er een onbetaalde rekening te wachten van Water-Link, de vroegere Waterwerken. Deze factuur werd binnen de week na factuurdatum gevolgd door een aanmaning met bijbehorende interesten en administratiekosten. Vermits wij regelmatig uithuizig zijn, laten wij alle doorlopende rekeningen met een domiciliëring bij de bank betalen. We contacteerden onmiddellijk Water-Link. De medewerkster verzekerde ons dat de bank de rekening geweigerd had. Zelf kon ze op de computer zien, dat onze domiciliëring al van 2003 dateerde en er voordien nooit betalingsproblemen geweest waren. Zij was dan ook zo vriendelijk als we de rekening nog diezelfde dag betaalden, om de extra aangerekende kosten te annuleren. Wij namen contact op met de bank. De bankbediende hield vol dat Water-Link zelf de betalingsopdracht geannuleerd had, dat de bank nooit of te nimmer zelf een domiciliëring annuleerde. Een geïrriteerde bediende bij Water-link beweerde dan weer, dat zij ervan overtuigd was dat het hier om een fout van de bank ging. Om een lang verhaal wat korter te maken, na een maand gefrustreerd over en weer mailen en bellen met arrogante betweterige medewerkers, bleven zowel de bank als Water-link de bal naar elkaar doorspelen. Water-link bezorgde ons een status waarop men kon zien, dat bij hen de domiciliëring nog steeds lopende was. De bank mailde een computerfile waarop duidelijk de domiciliëring uitgevinkt was. Toen er na een maand weer een niet betaalde rekening in de bus viel, ontplofte manlief. Hij dreigde ermee van bank te veranderen als de boel niet binnen de 24 uur opgelost was. Wonder boven wonder ging er plots, ergens in het bankwezen, een licht branden. De volgende dag liet onze bankbediende weten, dat op het hoofdhuis, computer veranderingen doorgevoerd waren. Daar waren gedurende de vakantiemaanden ‘vermoedelijk’ verschillende fouten ingeslopen… Moraal van dit verhaal. Als je als klant niet op je strepen staat en van je afbijt, gaat het systeem ‘paraplu’ in werking en word je oeverloos van het kastje naar de muur gestuurd.  

Kafka is Franstalig:

Ook het voormalige Belgacom, nu Proximus ontsnapt niet aan de onafgebroken ergernis en frustratie van de doorsnee klant. Toen de moeder van nichtje Laurie overleed, bracht zij de acte van overlijden naar de klantendienst. Hier werd door een vriendelijke dame verteld, dat zij al het nodige zouden doen om het telefoon- en digitaal kijken- abonnement met onmiddellijke ingang te annuleren. De eerstvolgende factuur zou de allerlaatste zijn. Groot was de verwondering van Laurie, toen er nog zeker een viertal facturen in de brievenbus van het moederlijk huis bleven vallen. Alle rekeningen werden netjes teruggestuurd, maar steeds opnieuw kwamen ze als een boemerang terug naar het inmiddels verkochte appartement. Niet alleen moesten Laurie en haar man het rouwproces verwerken, het appartement leeghalen maar ook nog eens tegen een ‘Kafkaiaanse’ bureaucratie opboksen. Dus wat doet een brave cliënt, hij of zij belt Belgacom/Proximus om uitleg : Indien U nieuwe klant wilt worden, druk 1: om een verhuis te melden, druk 2: om informatie over Uw facturen, druk 3 en zo voort”. Dus oké, 3 werd ingedrukt. “Al onze medewerkers zijn in gesprek, gelieve aan Uw toestel te blijven.” Nadat Laurie een volle tien minuten met een irriterend muziekje en de telefoon tegen het oor gedrukt wachtte, kwam de dame in kwestie nog eens zeggen:” Al onze medewerkers zijn nog steeds in gesprek, daarvoor onze excuses, gelieve aan Uw toestel te blijven”. Nog eens tien minuten verder, viel het muziekje weg en kreeg ons nichtje een bezettoon. Nadat Laurie op verschillende dagen en tijdstippen deze tijdrovende handelingen steeds opnieuw zonder resultaat herhaalde, drukte zij op nummer 1. “Indien U een nieuwe klant wilt worden, druk 1”. Binnen de 5 seconden had zij een medewerkster aan de lijn. Deze mevrouw was heel verwonderd maar nadat zij de gefrustreerde uitleg gehoord had, wilde zij onmiddellijk meewerken. “Ik zie hier, dat Uw moeder destijds het abonnement onderschreef in het Franstalige gedeelte van Brussel en zij verhuisde nadien naar Antwerpen, ja? Ik zal U doorverbinden met de desbetreffende Franstalige klantendienst” Onmiddellijk kwam er een bediende aan de lijn. Madame Kafka verstond geen jota van de Nederlandstalige uitleg. Laurie, zelf half Franstalig opgevoed, legde het probleem in het Frans uit. “Ha, oui, je comprend, ik begrijp het. Je consulte l’ordinateur, ik zal eventjes in de computer kijken. Eh bien, bij het abonnement van Uw moeder ik zie staan une notation, maar je ne comprend pas le Néerlandais, ik versta keen Nederlangs. Alors, voulez- vous, wilt U dit voor mij traduire, vertalen? Ik et miskien zeggen, mot par mot, ou bien vous le préférez phonétiquement?” De bediende hakkelt op zijn Di Rupo’s Nederlands “Ecoutez, er staat ‘on middel li jeke stop zet tinggg van l’abonnement oewegens over lijeiijden’.. et ça veut dire quoi???” ‘Onmiddellijke stopzetting van het abonnement wegens overlijden’, zo simple was het! De omgekeerde wereld, een medewerkster van een gigantisch bedrijf als Belgacom/Proximus die een vertaling aan een klant vraagt??! Geen haar op het hoofd van deze Belgische Franstalige medewerkster had eraan gedacht om ook maar iemand om een vertaling te vragen van wat er voor haar neus stond. “Oewat ikke niet verstaan, moet ik niet veroewerken n’est-ce pas!” Bedankt Belgacom/Proximus voor Uw competente medewerkers!

Als kers op de taart, wil ik jullie zeker ‘The amazing story of the American Kafka’ niet onthouden.

Mijn neef en nicht, Glendon en Marie-Louise kwamen samen met hun kinderen, na een vermoeiende vlucht heel laat op de avond, in Amerika aan. Het was elf uur ’s avonds. Het restaurant van het hotel was al gesloten en de room service niet meer voorhanden. Zij hadden nog geen huurauto en alle eetgelegenheden in de directe omgeving hadden hun rolluiken al geruime tijd neergelaten. Zelfs de fastfoodketen aan de overkant van de straat had alle lichten uitgedaan en zat niet meer te wachten op de legen magen van deze Belgische toeristen. Geen nood, de fastfoodketen bezat een drive in restaurant, open 24h/24h. Glendon en zijn zoon gingen te voet tussen de wachtende auto’s aanschuiven. Aan het kastje plaatsten ze hun order. So far so good! Toen ze aan het doorgeefluik van de drive in kwamen, hadden ze pech. Mister American Kafka, was juist aan zijn nachttaak begonnen. “Sorry Sir, where is your car? Waar is jullie auto?” “We just arrived en wij hebben nog geen huurauto, what’is the problem?” “The problem is Sir, dat ik, volgens our Insurance policy geen maels mag afleveren aan mensen zonder auto!” Alle mogelijke argumenten van het naar eten snakkende duo, werden van het menu gevaagd. Glendon babbelde zich blauw maar de afhaalidioot was niet te vermurmen: “No car, no food!”. Met een gebaar van ‘please leave the area Sir’ zagen de twee Belgen, de voor hun ingepakte fastfood zak in het hokje van de kassa verdwijnen. Ondertussen had er zich al een hele file auto’s gevormd  met hongerige en op vettig eten verlekkerde mensen. De eerstvolgende wagen reed tot voor het loket. De bestuurder draaide de raampjes aan beide zijden van de auto open en riep mijn neef en zijn zoon. Zij moesten zich naast de auto, langs de kant van de medepassagier opstellen. Vervolgens vroeg de Amerikaan de bestelling van Glendon aan de halfgare nachthulp. Deze schoof, zonder mopperen, het ingepakte nachtelijk diner door het raampje van de auto. De bestuurder gaf de zak aan zijn medepassagier, die vervolgens de waarschijnlijk ondertussen koud geworden hap aan Glendon en zijn zoon gaf. Op dezelfde manier werden de dollars ter betaling door de beide autoraampjes, van Glendon opnieuw aan de medereiziger, vervolgens aan de bestuurder en dan aan de fastfood medewerker gegeven. Het wisselgeld ging langs hetzelfde traject opnieuw de andere richting uit. “Sorry Sir, rules are rules!”  

 

 

08-11-2014 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)
31-10-2014
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VALENTINA OLIVIA WHAT'S IN A NAME
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Het is nog pikkedonker als ik de telefoon hoor. Heel ver weg hoor ik het geluidje en juist als ik uit mijn droom naar half waaktoestand overschakel is het bellen gedaan. Nog eventjes dommel ik terug in, maar na een tijdje begint het gerinkel opnieuw. Samen met het geklingel gaan mijn innerlijke alarmbellen af. Angst klemt eventjes rond mijn slaperig hart, want telefoons zo vroeg op de ochtend, betekenen meestal miserie.

Ik strompel naar de telefoon en hoor ineens de van adrenaline overslaande stem van mijn zoon

“Gelukgewenst bompa en nana, jullie kleindochter is al geboren, bijna een maandje te vroeg, maar alles is erop en eraan en met mama is ook alles OK” Mijn juichkreet stijgt op. Mijn slaapdronken man staat ineens klaar wakker naast mij en wil ineens alle details horen. Hoe heet mijn kleindochter….VALENTINA !

Valentina, een naam, die als een parfum bloemengeur van Valentino ons leven   binnenzweeft.

Valentina, een naam met een belofte aan romantische 14 februari feestjes.

Valentina, die onmiddellijk doet denken aan zonovergoten italiaanse vakantiedagen.

Valentina dove sei, (waar ben je) Matteo non in aqua (niet in het water)…Ik zie het al helemaal voor mij !

Lieve schat ik zal je eens proberen uit te leggen wat voor familie verwarring er allemaal kan ontstaan met namen.

Ik probeer je gewoon je papa’s en mijn tak van de familiestamboom te schetsen en dan zwijg ik nog van je mama’s kant.

Het begon allemaal met je over overgrootvader Franciscus, die ze gewoon Franske noemden, mijn vava.

Je over overgrootmoeder heette Sidonie, maar zij werd overal, ons Nie genoemd, mijn moemoe.

Franciscus-Franske en Sidonie- Nie kregen een dochtertje, Leonie, maar dit werd snel Nieke of Nini. Zij was mijn mama en dus de bomma van je papa, maar voor Matteo werd ze bomma Kiel, omdat ze daar woonde.

Je tweede over overgrootvader werd als Ferdinand geboren, maar dit verkortte men snel naar Nand, mijn bompa.

De andere over overgrootmoeder was een Louiza, maar iedereen zei gewoon Wis tegen haar, mijn bomma.

Wel Ferdinand-Nandje en Louiza-Wis hadden ook twee kindjes, de eerste was een Petrus, die men Pierre noemde. Hij was mijn papa en dus je papa’s bompa.

Pierre was ook een grote broer, zijn zusje heette Maria. Maar Maria werd al snel vervangen door Mariette. Mijn tante Mariette.   Toen tante Mariette haar man leerde kennen, vond zij haar naam ineens niet mooi meer en transformeerde zij zichzelf in een Suzy, dus mijn tante Mariette werd ineen mijn tante Suzy. Toen tante Suzy grootmoeder werd, gingen haar kleinkinderen bomma Boechout zeggen, naar het dorp waar zij woonde. Vermits dit veel te lang was, verkortte men dit naar BB. Om alle misverstanden met de franse sexy pin up Brigitte Bardot te vermijden, werd dit later bibi. Gelukkig heb ik maar één tante, want ik vond het destijds al moeilijk genoeg !

Hé Valentina, non nel sonno..niet in het slaap vallen, want er komt nog meer !

Mijn tante Mariette-Suzy huwde met Lodewijk, in de volksmond Louis. Mijn nonkel (oom)Louis had op zijn beurt een zus, die heette Jeanne, eerst Janneke en later Janci genoemd, die kon het verkleinwoord van Louis, Lowietje niet uitspreken. Zij sprak altijd van Witje. Met het gevolg dat mijn nonkel Louis ineens Ome Witje werd. Om de één of andere onverklaarbare rede werd Janci als grootmoeder plots mamadoes genoemd.

Valentina, proseguire con la lezione, bij de les blijven. ’t Is nog niet gedaan hoor, niet indutten !

Leonie-Nini en Petrus-Pierre kregen ook een schattig dochtertje, dat was ik, jouw Nana. Ik heet eigenlijk Simone, maar de helft van de familie en vriendenkring noemt mij Sim. Ik had geluk, want mijn moemoe vond dat ik Sidonie moest heten ! Stel je voor…

Toen ik grootmoeder werd van jouw grote broer, vond ik bomma zo ouderwets klinken,dus ging ik op zoek naar een leukere naam. Matteoke noemt mij nu Nana, zoals de oma’s en bomma’s in Amerika. Dus voor jou, kleine schat ben ik ook Nana.

Jou Nana was vroeger gehuwd met Leon, de man die zich door jullie nu Don Leon laat noemen; Dit klinkt ook Italiaans maar het doet mij steeds een beetje aan de Siciliaanse maffia tak van de spaghettivreters denken.

Nana hertrouwde met jouw bompa, Raymond, maar veel mensen noemen hem Mon, of Monneke.

Hé, Valentina, waarom geeuw je, io ti annoio, verveel ik je ?

Nana en Don Leon kregen een zoontje, jouw papa Tom, en Tom bleef gewoon Tom.

Tom werd verliefd op jouw mama, Wendy. En Wendy bleef gewoon Wendy.

Dus we dachten dat de warboel van doop- en roepnamen nu eindelijk van de baan was.

Dag Jan…

Je mama heeft ook een grote broer, Dominique, die zichzelf snel tot Nick omdoopte.

Jouw mama en papa kregen eerst jou broertje Matteo, niet Mateo, niet Matheo, maar met twee tt’s. Een fantastische Italiaans klinkende naam. Dat kan later dan een Matt of een Teo worden.

Het tweede kindje moest ook Italiaans klinken.

Valentina, misschien wordt je een Val of een Tina. Maar jouw ouders brengen nu nog meer verwarring in het circus, je heet Valentina Olivia. Ik begin er niet meer aan, deze stamboom chaos is al complex genoeg.

Mijn twee Italiaans klinkende wondertjes, Matteo is mijn grootste schat en jij bent sinds woensdag mij allerkleinste schat, mijn pakketje liefde !

Je moet je van al dat geharrewar en gegoochel met namen totaal niets aantrekken, twee woordjes moet je supersnel leren….MAMA en PAPA en misschien wat later…..nana.

 

 

31-10-2014 om 09:46 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (2)
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OVER HIGH-TECH, TV FANATEN, DIGIBETEN EN OUDERE MAMA'S
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Enkele maanden geleden kregen wij van onze provider Telenet een brief. Ons vertrouwd digiboxje moest vervangen worden. Telenet verwachtte van al zijn klanten, dat ze niet meer gewoon, maar met zijn allen in HD (High Definition) televisie zouden kijken. Dus mochten wij gratis onze nieuwe HD box in een van hun winkels afhalen. Voor de meeste senioren klinkt elke verandering in het High-Tech bestand als een rampscenario. In een donkere hoek van onze living staat een trapeziumvormig kastje. Hierop staat de televisie. In het kastje staan de dvd recorder met daarboven het digiboxje. Onderaan in de kast, achter de deurtjes bevinden zich de radio en de cd speler. Alle elektriciteitssnoeren, scart kabels, verbindingen naar luidsprekers, aansluitingen naar het internet en digitaal kijken wurmen zich door een 7 centimeter cirkelvormig gaatje door de achterwand . Achter de kast bevindt zich een kluwen van snoeren, adapters, verstekdozen en een scart verdeelbox. Geen kat die nog wist hoe de vork aan de steel zat. De omwisseling van de digiboxen werd dus zo lang mogelijk uitgesteld. Manlief sputterde al op voorhand: “Stel je voor dat het mislukt en ik straks al het voetbal moet missen!” De complete technische analfabeet die al lang blij was als hij ’s avonds de televisie en digibox zonder problemen kon opstarten en zappend de avond doorbracht, sloeg al in paniek. Eens het zomerse voetbal voorbij en op risico van afsluiting van het net, moesten wij dan toch zonder verder uitstel de Telenet koe bij de horens vatten.

Ik trok de verouderde digibox uit de kast en tekende, voor alle zekerheid op een papiertje, hoe alle aansluitingen in elkaar zaten. Ik schoof het televisiekastje zoveel mogelijk uit de hoek, wiebelde met de digibox om het juiste snoer via het kleine gaatje uit het stopcontact te halen. Alle connecties van en naar de Telenet wandcontactdoos en de scart aansluiting uit de dvd recorder werden met enige twijfel uit elkaar gehaald. In de Telenet winkel kregen wij een grote doos met een spiksplinternieuwe HD digibox inclusief allerlei vreemde snoeren. Terug thuis plugde ik in het donkere hoekje al de kabels en de scarts op identieke wijze terug in de moderne digitale aanwinst. Wonder boven wonder leek alles terug te functioneren! De televisie gaf volgens ons een dieper beeld, de dvd recorder nam programma’s op en speelde ze zonder problemen af. Yes, Yes! Mama had het voor elkaar!

De volgende zaterdag kwam zoonlief en familie naar ons afgezakt. Ik vertelde vol trots hoe ik onze nieuwe HD digibox zonder problemen helemaal alleen geïnstalleerd had. Kleinzoontje wilde tekenfilms kijken en mocht van ons de televisie aanzetten. Zoonlief bekeek het scherm en verklaarde dat onze televisie helemaal geen HD signaal doorkreeg. Hij vroeg of we geen HDMI kabel meegekregen hadden. Voor ons technische klunzen klonk dit als Chinees, HDMI nooit van gehoord! In de lege Telenet doos zaten inderdaad nog een paar niet gebruikte en voor ons totaal overbodige snoeren. Zoonlief zou dit eens eventjes, ongevraagd, voor ons in orde brengen. Mijn zoon, de jongere generatie, die opgegroeid was met de computer, de tablet, het internet, de smartphone, games, apps en het volledige digitale aanbod zou zonder problemen alle High-Tech problemen eventjes voor ons oudjes oplossen! Vol vertrouwen bekeek ik het wonder der techniek dat ik 37 jaar geleden op de wereld gezet had. Hij wurmde zich met zijn 1,84 m achter het televisiekastje en trok alle scart verbindingen uit. Hij zwoegde in de donkere hoek met de kabels die als een hoop wormen door het kastgaatje naar buiten bengelden en plugde de HDMI kabel in. Vol trots zei hij: “Zie je nu mama, dat is nu HD resolutie!” Manlief en ik bekeken het televisiebeeld, maar konden geen verschil zien tussen de weergave van voorheen en die van nu…Om niet als twee complete idioten door te gaan, hielden wij onze commentaar binnensmonds. “Oké, zoontje, goed hoor, maar functioneert onze dvd recorder nu nog?” Nee dus, het ding weigerde alle commando’s. Zoonlief glimlachte: “Geen probleem hoor, ik fiks dat wel eventjes!”. Drie uur later hoorden wij zoonlief vanuit het donkere hoekje grommen en tandenknarsen. Onze persoonlijke familiale technicus worstelde nog steeds met allerlei scart kabels. Hij zweette als een otter, zijn hemd kliedernat van onmacht. Als wij hem vroegen om alles dan maar terug als voorheen aan elkaar te schakelen, zagen wij de frustratie als een domper over hem heen vallen. Dat was nu juist het probleem… Hij kreeg de boel niet opnieuw aan de praat. Wat een anticlimax, voor ons beloofde dit pure ellende. Als zoonlief met zijn kroost en een enorm grote berg schuldgevoel terug naar huis reed, was manlief zijn enige commentaar: “Nu kan ik het voetbal niet meer met de dvd recorder opnemen en dus zal jij verplicht worden, om twee avonden na elkaar, rechtstreeks mee naar de match te zien!” Later die dag kregen wij van zoonlief een sms met: “Sorry mama, zal ik morgen terug langskomen om het alsnog in orde te brengen?” Manlief reageerde: “Ach je deed het alleen om goed te doen. Je mama zal het wel terug in orde krijgen en indien niet, dan kom je volgend weekeinde maar eens terug wat knoeien.” ’s Nachts lag ik te woelen; kabels, elektriciteitssnoeren, scart kabels en verdeeldozen hielden mij uit mijn slaap. Niet dat ik zo’n televisiefanaat ben, maar iets wat voorheen wel functioneerde, moet kost wat kost, ook nadien op identieke wijze werken. Van zondagavond tot donderdagnamiddag ploeterde ik, als een bezetene, telkens een paar uur aan de verbindingen van het digitale kijkgenot. Duizend mogelijkheden waren er: Scart bovenaan in de dvd recorder, dan weer onderaan erin, van digibox naar dvd recorder, van televisie naar scart verdeelbox, van scart splitter naar digibox. Snoeren en kabels moesten steeds opnieuw door dat pietepeuterige gaatje in de achterwand van de kast gefoefeld worden…! Ik was volledig het noorden kwijt en wist allang niet meer welk snoer bij welk toestel hoorde. Ik kroop op mijn knieën, als een blinde, in het donkere hoekje achter het televisiekastje rond.. Manlief, de grootste digibeet ter wereld gaf, bovenop alle miserie, nog wat nutteloze aanwijzingen: “Moet je de instellingen op de televisie misschien veranderen?” Ik zweette peentjes, mijn haren kleefden op mijn hoofd en de transpiratie liep onder mijn oksels vandaan recht mijn bustehouder in. Ik klom achter het kastje vandaan en trok mijn doorweekte trui over mijn hoofd. Manlief, die zich gezellig op de bank geïnstalleerd had, keek op uit zijn weekblad en beweerde glimlachend: “Ja, ja, lui zweet is rap gereed!” Eventjes wou ik mijn eigenste ‘stuurlui aan wal’ een mep verkopen. Ik dreigde ermee een Telenet technicus te laten komen, maar de in mijn ogen 85 Euro weggegooid geld gaf de doorslag en ik verdween terug richting snoeren en kabels. Wat een afknapper! De drie afstandsbedieningen werden om beurt in- en uitgeschakeld, de televisie werd aan- en weer uitgezet. Op de dvd speler werden tevergeefs de knoppen “record” en afspelen ingeduwd. De digibox flikkerde aan en uit. De hoeveelheid aan mogelijkheden dreef mij tot waanzin. Het zweet druppelde in mijn bilspleet. Ik strompelde achter de kast vandaan en stroopte mijn broek van mijn lichaam. In bh en onderbroek glibberde ik terug naar mijn claustrofobisch donker kamerhoekje. Alleen mijn naakte billen staken naast de kast omhoog. Manlief keek verwonderd naar deze striptease. Hij grijnsde: “Als we die toestellen dan toch niet aan de praat krijgen, is dit misschien wel een even, zij het niet een veel leuker alternatief dan televisiekijken!” Juist als mijn opgekropte frustratie als een vulkaan wou uitbarsten, stak ik de juiste scart in de juiste opening.

Halfnaakte High-Tech mama had het voor elkaar gekregen!

Als onze provider Telenet en zoonlief nog eens iets weten…

 

Sim                         Edegem 31 oktober 2014

31-10-2014 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
24-07-2014
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE ARK VAN BOMPA
Klik op de afbeelding om de link te volgen

De twee eerste weken van juli 2014 stonden wij met onze rijdende villa op camping De Schatberg te Sevenum in Nederlands Limburg. Onze kinderen en kleinkinderen huurden hier een huisje en hoopten op twee weekjes zomer samen met bompa en nana. Wat als een mini hittegolf begon, ontaardde na drie dagen in een complete zondvloed.

Geen malse zomerregen maar grote dikke druppels trommelden onophoudelijk op het dak van de caravan en de chalet. De regen gutste non stop in de buitenzwembaden en de vijver. Stilaan werden er mini riviertjes op de paadjes tussen de kampeerplaatsen gevormd . Na een oorverdovend onweer regende het hier vervolgens zonder ophouden pijpenstelen !

Al na de eerste hevige bliksemschichten en grote donderknallen stroomde er een beekje door onze voortent. Ons grondzeil dobberde op de blubbermodder.

Iedereen zocht een doel om de constante regen te negeren. In de binnenspeeltuin en het binnenzwembad was het dus super druk. Langs de rand van het zwembad stonden twee grote boxen waar muziek uitdonderde. Zelfs dit oorverdovende lawaai werd door het gejoel en gekrijs van de jonge zwemmertjes overstemd.. Spelletjes en boeken werden bovengehaald, maar waren maar een magere troost voor alles wat De Schatberg te bieden had.

De moraal van onze kinderen zakte zachtjes aan naar het nulpunt. Eén dag non stop regen was nog te overbruggen, twee dagen continu water uit de hemel was nog met spelletjes op te vangen, maar drie dagen zeiknat rond ploeteren, was om een depressie vragen. Vakantie aan het water, alle plannen vielen letterlijk in het water. Onze kleindochter van 6 maand trok er zich nog niets van aan. Zij kraaide van plezier als je in haar buikje prikte, kiekeboe deed en haar op tijd en stond eten voorhield. Onze kleinzoon van zeven, stapte zonder nadenken door de grote plassen, zodat zijn schoenen en kousen door en door nat werden. Hij vond het echt vakantie als hij twee ganse dagen en nachten bij bompa en nana in de caravan mocht logeren en er onverdeeld alle aandacht kreeg, die hij nu met zijn mini zusje moest delen. De verwarming in de chalet werd aangezet want niets droogde nog. Mijn keukenhanddoek hing al drie dagen tevergeefs wapperend op het rekje te drogen. De voortent veranderde stilaan in een droogkuis. Op elke stoel, op de tafel, overal hingen handdoeken, zwembroeken, badpakken en regenjasjes tevergeefs uit te lekken.

Toen het constante geroffel van de regen overging naar zachte miezerige regen waren we al tevreden en als de nattigheid een half uurtje overbleef, werden wij bijna euforisch.

Zelfs ik kon het niet opbrengen om optimistische en leuke verhaaltjes te schrijven.

Wij besloten dan ook en famille voortijdig de boel op te breken en thuis in onze warme droge huizen de vakantie uit te zitten.

Toen we inpakten hebben wij meegenomen ; 2 eenden, twee mussen, twee eksters, twee vliegen, twee oorwurmen, twee muggen, twee slakken, en na enige twijfel, twee regenwormen. Zo heeft men destijds toch ook de zondvloed overwonnen !

 

Sim                                                         Edegem, 24 juli 2014

 

 

 

 

 

24-07-2014 om 18:20 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (0)
18-04-2014
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VIVA WOODSTOCK !
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Nadat manlief en ik, bijna een kwart eeuw geleden, voor de eerste keer een hele verre reis gemaakt hadden, kwam bij mij het idee op, om onze vrienden hiervan mee te laten genieten.

Vanaf dan organiseerden wij elk jaar een avond, met op de achtergrond de diashow en de aangepaste muziek van het eerdere reisdoel. Onze living werd omgetoverd en vrolijk versierd met allerhande souvenirs, herinneringen, dekens en vlaggen. Ik kocht de meest uiteenlopende kookboeken en kookte een diner bestaande uit de traditionele gerechten van het door ons bezochte land.

Voor onze vriendenkring was er maar één voorwaarde aan verbonden : zij moesten, net zoals wij, gekleed komen in de klederdracht van ons vakantieland. Zij mochten er geen geld tegenaan smijten, geen kleding gaan huren, maar hadden van het ene tot het volgende verlof, de tijd om overal bij vrienden en kennissen, op zolders en in verkleedkoffers, naar de nodige kleding en objecten te zoeken. Het werd een volledige bezigheidstherapie Al na de eerste keer was deze verkleedpartij een geweldig succes. Zo kwamen er na onze Mexico reis, drie mariachis met gitaar over de drempel, die geen van allen één noot muziek konden spelen. Na de nodige Margarita’s ging het gitaargetokkel van heel slecht naar nog slechter.

Na Vietnam, kwamen zowel Vietnamese verkoopstertjes als GI soldaten springrolls eten en na het Indische etentje, stonden alle monden in brand van het spicy voedsel ! Na Peru had iedereen wel een veel te klein hoedje op de kop gedrukt en werden de fleeche dekentjes als jassen gedrapeerd. Na de Egypte reis, vonden de kameraden ook links of rechts djellabas, die dan opnieuw dienst deden met de Marokkaanse avond. Plezant feit was, dat toen er aangebeld werd, manlief en ik geheel verkleed, hij met een djellaba en een grote donkerblauwe tulband en ik met een boerka over mijn hoofd, met op de achtergrond luide Marokkaanse muziek, de voordeur opentrokken.

Op de dorpel stonden er geen vrienden, maar twee Getuige van Jehova, die de schrik van hun leven beleefden…en die, toen ze zagen, dat wij van de slappe lach niet meer bijkwamen, rechtsomkeer maakten met de vermelding “dat ze later nog wel eens zouden terugkomen”…Sindsdien gaat er in Vlaanderen het verhaal, dat het schandalig is, dat men zelfs in de mooie huizen van Edegem, asielzoekers onderbrengt, die helemaal niet willen integreren !

Toen onze reisdoelen wat minder ver werden, kwamen alle Europese landen aan bod. Een Tiroleravond, een Grieks diner, en een Italiaanse avond, waarbij ik de genodigden vroeg om als Romeinen verkleed te komen. Elk jaar opnieuw was het grote hilariteit als de verkleedpartij begon en de vrienden zich twee per twee lieten bewonderen.

Na een aantal jaren in dezelfde Europese landen rondgetoerd te hebben, werd de creativiteit er wat minder op en waren wij al tevreden als de minder fantasievolle makkers in de kleuren van de vlag van het reisdoel, uitgedost waren. Vorig jaar toerden wij voor de zoveelste keer alleen in Frankrijk rond. Rood, wit, blauw, alpinopetten, olijven, tapenade, baguette,franse kazen,sloten wijn en profiterolles, we hadden het al allemaal eens gehad. Er moest dus, wilde het nog interessant blijven, dringend aan het project gesleuteld worden. Dit maal kwamen de kameraden zelf met alle mogelijke alternatieven. Ze wilden nog lang niet stoppen met de bijeenkomsten en zagen er jaar na jaar naar uit, om eens goed te lachen !

Eén van de voorstellen was een “flower power, hippie avond”.

Zoonlief kreeg de opdracht om voor de nodige hippie en “Woodstock”muziek te zorgen. Een uitnodiging uit naam van Sonny en Cher werd verstuurd met de vraag alle wiet en LSD thuis te laten, en vorige week was het dan zover. Terwijl “if you’r coming to San Francisco, be sure to ware some flowers in your hair” door de gang galmde en ons volledig huis naar Patchuli stonk, kwamen de overjarige hippies één voor één aan. Het was ongelofelijk hoe zij weer allemaal hun best gedaan hadden om de hippie tijd weer tot leven te brengen. Wapperende rokken, bloemen in het haar, grote flaphoed en brede olifantenpijp-broeken. Spandoeken met “make love not war” en overal vredestekens. Mannen met pruiken met lange haren, linten en sjaals rond het hoofd. Manlief had zelfs een hele grote zelfgerolde sigaret in zijn mond, waar hij voorin wat mos uit de tuin gestoken had. Tijdens het aperitief, zongen we mee met Joan Baez, “we shall overcome”en Monday Monday van de Mama’s en de Papa’s. Toen ik het diner op tafel zette, bekeek ik onze troep vrienden nog eens goed. Het leek wel of ik de oudere versie van de Rolling Stones aan de tafel had !

Over één ding waren wij het allemaal grondig eens…konden wij de klok maar terugdraaien en het allemaal nog eens overdoen, zonder beginnende diabetes, zonder stramme botten, zonder dikke buiken, dubbel kinnen en alle mogelijk bobokes die de kop opstaken in het ouder worden ! Maar we doen voort, zolang we het kunnen en het nog leuk is..

Op 1 mei vertrekken wij met onze rijdende villa richting Madrid, dus Olé, Olé haal jullie castagnetten, waaiers en toreadorkostuumpjes maar boven water..’t zal Spaanse avond worden, jullie zijn gewaarschuwd !

 

Sim

 

Bijlagen:
DSC_0017.jpg (79.6 KB)   
DSC_0030.jpg (130.6 KB)   
IMG_2188.jpg (53.3 KB)   
PICT0004.jpg (56.6 KB)   
PICT0040.jpg (46.6 KB)   

18-04-2014 om 00:00 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
Categorie:allerlei leuke verhalen
>> Reageer (1)
31-01-2014
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KONINKLIJK SPROOKJE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Er was eens, heel lang geleden, in de tijd dat er nog koninkrijken waren, niet ver van hier een landje dat twee koningen en drie koninginnen had. Belgenland lag ingebed tussen twee republieken en een protestants koninkrijk. In dit laatste land droeg het staatshoofd geen kroon maar een hoed, die op een grote kaasbol leek.Vermits Koning Wijntje in zijn eigen land, geen goede katholieke juffrouw vond om mee te huwen, ging hij op zoek in het buitenland. Samen met de stoomboot van de Sint kwam Donna Ariola uit het verre christelijke Spanje mee naar het koninkrijkje. Hiermee was de bodem gelegd voor de allochtone instroom. Elke avond nadat hij zijn kroon afgezet had, knielde Koning Wijntje op zijn blote knietjes naast het echtelijke bed en bad tot God dat er snel erfgenaampjes zouden komen. God had er waarschijnlijk plezier in Koning Wijntje een beetje te sarren want hij liet op geen enkel wijze aan de devote man weten, dat hij niet naast het bed moest knielen, maar juist erin een beetje moest zondigen. Enfin, Wijntjes gebeden werden niet verhoord, waarschijnlijk had God andere dingen met hen voor.Met lede ogen zagen zij, dat de jongere broer, Prins Adelbertje met volle teugen van het leven genoot. Toen deze zijn wilde haren wat verloren had, schafte hij zich ook een vreemde Italiaanse schone aan. Prinses Paulina was mooi, lief maar stond zeker niet op de eerste rij, toen de talenknobbels uitgedeeld werden. Inburgering en de verplichting om alle landstalen te kunnen spreken bestond toen nog niet en werd met een zekere dedain verworpen. Zij had hoogstwaarschijnlijk andere kwaliteiten want al heel snel produceerde zij kleine prinsjes en een prinsesje.Na jaren van bidden en pauselijke absoluties, hebben Wijntje en Ariola hun kinderdroom dan maar opgeborgen. Zij zagen Paulina omringd door charmezangers en Adelbertje de ene zonde na de andere bedrijven. Terwijl deze vrolijk naast de prinselijke pot piste, besloten zij dus maar om de rest van hun Koninklijke vakantiedagen in Spanje door te brengen. Koningin Ariola kreeg Koning Wijntje eindelijk zo ver dat hij samen met haar naar een Flamenco show zou gaan kijken. Na het eten van een vettige paella, weggespoeld met de nodige miswijn, zag Koning Wijntje met veel animo naar het opzwepende zwieren van de danseressen en verleidelijke draaien van hun heupen. Van deze wulpse bewegingen kreeg hij ondeugende gedachten. Zijn ogen knipperden op de klanken van de castagnetten. Hij voelde eindelijk zijn lichaam leven..en zag plotseling het licht. Hij pakte Ariola vast en…nog voor hij de daad bij het woord kon voegen, werd hij voor deze zondige gedachte onmiddellijk door God met een hartinfarct beloond.Belgenland was in diepe rouw. De koning is dood lang leve de koning.Prins Adelbertje werd onmiddellijk weggesleurd bij zijn minnares en bastaardkind, aan de Cote d’Azur en legde al bibberend de koningseed af. Vanaf dan had Belgenland, één koning en maar liefst twee koninginnen ! Van degradatie in de Koninklijke rangorde, had men ten paleize nog nooit gehoord !Koningin Ariola kreeg een weduwen pensioen en besteedde haar dagen met het stijf houden van haar kapsel en het uitdokteren hoe ze zo kosteloos mogelijk, alles van haar vermogen en wijlen Wijntjes erfenis naar haar vaderland kon versassen.De nieuwe Koning Adelbert en zijn Koningin Paulina gingen stande pede op audiëntie bij de Paus in Rome. Zij kusten zijn ring en kochten op die manier, met tien Weesgegroetjes, hun overspelige zonden af.Na lange jaren van lintjes knippen en kerstboodschappen inspreken, werd Koning Adelbert moe. De kroonprins lag niet zo goed in de markt en daarom moest het majesteitelijk blazoen wat opgeluisterd worden. Men raadde Prins Flup aan, om weer geen onverstaanbare allochtoon naar het koninkrijk te slepen, maar een vrouw te zoeken, die niet alleen, alle volkstalen zou spreken, maar tevens lief en welwillend zou zijn om voor het nageslacht te zorgen. Tilly werd gesommeerd om van de houten klaas Prins Flup een echte koning te maken.Na jaren ignoreren van zijn onwettige dochter,werd Koning Adelbert constant gerechtelijk achtervolgd om zijn dna als vaderlijk bewijs aan haar af te staan. Toen de media hem dan ook nog eens in zijn ivoren toren aanviel en de paparazzi zich massaal op hem stortten, dacht Koning Adelbert dat het beter was voor Belgenland dat hij met pensioen zou gaan. De rust zou weerkeren in het koninkrijk en zijn overspel met royaal gevolg zou alzo vlug vergeten worden. Zijne Majesteit zou de Koninklijke fakkel doorgeven aan zijn oudste zoon, Prins Flup. Daar zaten de inwoners van Belgenland duidelijk niet op te wachten. Niet alleen zouden zij op dat moment twee koningen en drie koninginnen, maar ook nog eens vijf regeringen met belastinggeld moeten gaan onderhouden. Na de kroning kwam het Koningspaar op het bordes van het paleis en las de nieuwe Koning een stuntelig zinnetje voor. Daarna voerde het kersverse koningspaar een zoentoneeltje op, waarbij alle burgers steil achterover sloegen. Toen Koning Adelbert dan ook nog kwam verkondigen, dat hij met zijn gezinspensioentje niet meer toekwam om met zijn luxejacht te varen en zijn verschillende buitenverblijven zou moeten verkopen, begon er iets de broeien onder de bevolking.Verschillende regeringsleden probeerden de verontwaardigde populatie te sussen en stelden de koning op rust voor, om zoals de meeste onderdanen, te bezuinigen. Hij kon de vakantie doorbrengen aan de Azurenkust in een stacaravan op een luxe camping en als “framboos” (dixit Flup) op de taart konden zij een tochtje met een Flandria boot maken.Stilaan kwam het besef en de verontwaardiging bij de inwoners van Belgenland. Koning Flup en Koningin Tilly hielden hun hart vast. Zij zagen de anti royalistische bui al hangen..De overgrote meerderheid van de inmiddels migranten bevolking wilde tevens dat er een Iman kwam om de wetten en regels vast te leggen en hadden al dat dure protocol niet nodig. Enkele jaren later, barstte de bom en spatte het sprookje van koningen, koninginnen, prinsen en prinsessen onvermijdelijk uit elkaar…Flup en Tilly kregen hun C4 voor ”bewezen” diensten en werden regelmatig, maar tevergeefs, door de arbeidsbemiddeling opgetrommeld om te solliciteren. Alle, broers, zusters en als prins en prinsesjes geboren nageslacht moesten vanaf dan, werken voor hun adellijke boterham.De ex Koninklijke familie woonde van dat moment allemaal prinseerlijk samen in de sociale woningen die massaal opgetrokken werden op het grondgebied van Laken. Hun pensioen werd, zoals bij alle inwoners van Belgenland geplafonneerd en uitgerekend op jaren van effectief werken. Met een beetje geluk konden zij nog met vervroegd brugpensioen gaan. Enkelen onder hen, die nooit iets van betekenis presteerden, kregen alsnog na lang aandringen, een leefloon. Met de nodige angst, dat ze zelf een bijpassing bij het ontoereikende pensioen van Ariola zouden moeten ophoesten, kregen Adelbert en Paulina, de bejaarde koningin echter niet in een rusthuis geplaatst. Uit plaatsgebrek zouden zij zelf de zorg voor de oude charismatische gelovige op zich moeten nemen. Adelbert ontdekte de modelbouw en kleefde bibberend bootjes in elkaar. Terwijl Paulina in de keuken verse pasta maakte, oefende zij wat onwennig samen met haar kleinkinderen de vervoegingen van de Nederlandse taal. De onwettige dochter van Adelbert, maakte furore in de kunstenaarswereld en werd schatrijk. Hij vroeg haar om vergiffenis, in de hoop dat zij later haar “vader” zou onderhouden.

En de Belgenlanders leefden nog lang en gelukkig..in afwachting van de sharia.

Sim

31-01-2014 om 10:26 geschreven door Sim  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
Categorie:columns
>> Reageer (1)


Inhoud blog
  • DE HEILIGE KOE
  • STRINGELING
  • WANNEER GAAN 'DE GELOVEN' ER EINDELIJK AAN GELOVEN?
  • PANIEK IN MANDAATJESGRAAIERSLAND
  • CANARISCHE PISPALEN
  • TERUG VAN WEGGEWEEST
  • PAISAJA LUNAR HET MAANLANDSCHAP
  • IK BEN DUIDELIJK EEN EMOTIONELE ETER!
  • LIEFDESVERKLARING OP EEN STEUNPILAAR ONDER DE BRUG VAN DE AUTOSTRADE
  • ZIEKENHUISBLUES
  • BEJAARDENGYMNASTIEK
  • Săptămâna trecută în ziare, vorige week in de kranten
  • RODE NEUZEN DAG KOMT VOOR HAAR EEN HALVE EEUW TE LAAT
  • IK MAAK GRATIS RECLAME VOOR DE GEHOORAPPARATEN VAN LAPPERRE, AUDIONOVA, HANS ANDERS EN AMPLIFON
  • PLAS-PIS-POEP EN KAKCONTRACT BIJ ONZE NOORDERBUREN
  • EEN HAAR IN DE BOTER
  • DE EEN ZIJN DOOD IS DE ANDER ZIJN BROOD
  • PEUMPERZWEUDEN
  • HET IS DE WIND MIJN KIND
  • DROMENVANGER GEZOCHT
  • CARAVAN MET EEN ECHO, MET EEN ECHO, MET EEN ECHO
  • ZAKKENVULLER
  • OUDERSCHAPSEXAMEN MISSCHIEN EEN GOED IDEE?
  • AUTOVRIJE ZONDAG IN BRUSSEL
  • HOW MUCH IS THAT DOGGY IN THE WINDOW?
  • HELAAS PINDAKAAS
  • SLAAP TOERISTJE SLAAP
  • DE WERELD SCHOKT EN SCHUDT
  • VIVE LE ROI, VIVE LA BELGIQUE
  • OVER ARTRITISNEKKEN, REUMADUIMEN EN VIRTUELE FIGUURTJES
  • SPROOKJES BESTAAN NIET!
  • ZOEKEN JULLIE EEN REISBIJSTAND IN HET BUITENLAND??
  • DE OUVERTURE VAN WILLEMCAMPERTELL
  • STOELENDANS
  • COMMUNAUTAIRE STRUBBELINGEN OP EEN FRANSE CAMPING
  • NOIR AVEC PARFUM DE PIPI
  • KUDDEGEESTSYNDROOM
  • WHY WHY WHY DELILAH
  • HEMELEN
  • SPAARCENTEN
  • KOMEN ERGEREN
  • ENQUÊTEFORMULIER
  • MOBIELE SLAVEN
  • PORTRETTENTREKKEN
  • OVER HOREN EN POTEN EN HAND EN TAND
  • DE TELOORGANG VAN TENBEL EN ANNEMIE STRUYF
  • DE JUNGLE VAN LAS GALLETAS
  • IN GOD WE TRUST
  • HET PARADIJS
  • KLEINKINDEREN, ZE ZIJN OM OP TE VRETEN!
  • JE SUIS EDEGEM
  • Cancenoïde
  • OVER DE DIKKE EN DE DUNNE
  • IL FAUT DE TOUT POUR FAIRE UN MONDE
  • KAMPEERPLEZIER IN PALAVAS-LES-FLOTS
  • TROTZDEM
  • ZUID FRANSE STRANDEN
  • KLAAS KOMT!
  • FOTO OP DE SNELWEG
  • DE REUZEKES VAN BORGERHOUT
  • HIER EINDIGT DE BESCHAVING
  • WERELDRECORD
  • DECADENTE VERVEELEPIDEMIE
  • OVER WORSTENBROOD EN ORANJEGEKTE
  • KOMKWAMMERTELEVISIE
  • VOICE MAIL
  • LE NOUVEAU PENSIONNE EST ARRIVE
  • EEN NINE TO FIVE JOB
  • VAN EEN MUG EEN OLIFANT MAKEN
  • FLIEREFLUITER
  • IDYLLISCH PLAATSJE AAN DE DURANCE
  • HYPOCRITISTAN
  • DE VAN GOGH SURVIVALTOCHT
  • LA PLAGE ROMANTIQUE
  • BURN OUT
  • EAU DE PROVENCE
  • DE 1 MEI UITTOCHT
  • MINI MC ENROE
  • HANNEKE TANNEKE TOVERHEKS
  • HOMO'S
  • DE BERG VAN BABEL
  • FIFTY SHADES OF GREEN, VIJFTIG TINTEN GROEN
  • MEEDOGENLOZER DAN NERO, CALIGULA EN DE BORGIA'S SAMEN!
  • VERY NICE, VERY CHEAP!
  • COSTA DI FLAMINGI
  • COCKPITPRONOSTIEK
  • EEN ROOKMELDER KAN JE LEVEN REDDEN!
  • IK MAAK ER EEN KOOKBOEK VAN!
  • MIJN EERSTE BOEK
  • IK STAAK!
  • HOOG OP DE GROENE WAGEN...
  • VIETNAMESE ZELFMOORDPOGING
  • UITGAVE BOEKJE
  • BELGIE - HOLLAND
  • FAMILIEBIJEENKOMST MET KAFKAIAANSE TOESTANDEN
  • VALENTINA OLIVIA WHAT'S IN A NAME
  • OVER HIGH-TECH, TV FANATEN, DIGIBETEN EN OUDERE MAMA'S
  • DE ARK VAN BOMPA
  • VIVA WOODSTOCK !
  • KONINKLIJK SPROOKJE

    Blog als favoriet !

    Over mijzelf
    Ik ben Cornelis Sim, en gebruik soms ook wel de schuilnaam Sim.
    Ik ben een vrouw en woon in Edegem (Belgie) en mijn beroep is gepensioneerde secretaresse.
    Ik ben geboren op 17/12/1951 en ben nu dus 65 jaar jong.
    Mijn hobby's zijn: Reizen, lezen, schrijven, fotografie en koken.

    Foto

    Foto

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Categorieën
  • allerlei leuke verhalen (4)
  • columns (139)
  • humor (0)
  • kleinkinderen (1)
  • vakantie (6)
  • vrouwen (1)

  • E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.




    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!