Alles over de sint bernard, en diverse informatie over huisdieren.
23-02-2012
Eekhoorns in de tuin
Eekhoorns in de tuin:
Met een tikje geluk zie je, als oplettende voorbijganger, dit geliefde dier langs een boomstam omhoog rennen, of in een snel tempo voorbij spurten naar een volgende schuilplaats. Dankzij de lange pluimstaart en de kleine rechtopstaande oren weet je dat het een eekhoorn was. In het Grieks betekent ‘eekhoorn': staart die schaduw maakt. Dat hebben zij toen zeer goed opgemerkt.
Even voorstellen Een eekhoorn, Sciurus vulgaris, is meer dan twee vertederende grote ogen en een borstelige pluimstaart. Deze pluimstaart is trouwens van levensbelang voor dit kwieke zoogdier, hij is even lang als het lichaam en heeft meer dan één functie. Hij doet, tijdens een overhaaste sprong naar beneden, dienst als valscherm, verhoogt de luchtweerstand en voorkomt dat de eekhoorn neerstort op de grond. En tijdens een spannende ontsnapping voor een marter of ander roofdier spurt de eekhoorn met zijn korte poten en scherpe nagels naar beneden langs een boomstam en daarbij gebruikt hij zijn staart als roer om tijdens zijn vlucht te kunnen sturen. Het is eveneens zijn parasol, als bescherming tegen warme zonnestralen en zijn paraplu als bescherming tegen regen. Helemaal vertederend is het beeld van een eekhoorn dat de staart gebruikt als veilige schuilplaats voor haar slapende jongen of als deken tijdens koude wintermaanden. Met een geringe lengte van 18 tot 25 centimeter en een gewicht van 250 tot 350 gram is dit knaagdier zelfs een goede zwemmer.
Voedsel Op het verlanglijstje van dit vlugge zoogdier staan verschillende voedselbronnen. Ze zijn kampioenen in het vinden van noten, eikels, paddenstoelen, zaden van naaldbomen en bessen. Maar ook vogeleieren en zelfs nestjongen worden opgegeten. De herfst is het seizoen om voedsel te verzamelen en te verbergen, maar ook tijdens de winter gaat de eekhoorn voortdurend op zoek naar lekkernijen. Vanaf een afstand van dertig centimeter ruiken ze een hazelnoot in de grond of een rijpe bes. Ze hollen hun neus achterna en vinden zo schuilplaatsen van zichzelf of van andere eekhoorns terug. Ze houden een harde hazelnoot stevig vast met hun voorpoten en bovenste snijtanden en dan breken ze met hun onderste snijtanden de noot open. Met de knobbelkiezen wordt alles goed vermaald.
Winterrust Tijdens de wintermaanden doen eekhoorns het wat rustiger aan, ze houden geen winterslaap maar brengen wel veel tijd door in één van hun nesten, schuilend voor het gure winterweer. ‘s Morgens komen ze even naar buiten om op zoek te gaan naar voedsel. De rest van het jaar zijn ze zeer actief, met piekmomenten net na zonsopgang en zonsondergang.
Hoog & droog Hoog in een boom, bij voorkeur een naaldboom, bouwt de eekhoorn een nest van takken, bladeren en mos met een in- en uitgang. Van januari tot augustus paren geslachtsrijpe eekhoorns. Na een dracht van ongeveer 38 dagen zetten ze gemiddeld 3 jongen op de wereld die zich gedurende hun eerste acht tot tien levensweken voeden met moedermelk.
Soorten Onze inheemse soort is de rode eekhoorn, met een variërende pelskleur, van grijs tot bruin en zelfs zwart. In onze streken komen er sinds enkele jaren ook Siberische grondeekhoorns en Chinese boomeekhoorns voor, allen exotische soorten die door mensen ingevoerd en gehouden worden maar een bedreiging vormen voor de rode eekhoorn. In West-Vlaanderen en Noord-Limburg(B) op de grens met Nederland ontdekte men ook een groep Pallas eekhoorns. Zij knabbelen aan kabels of beschadigen bomen en dienen gevangen te worden omdat ze de inheemse soorten dreigen te verdrijven.
In de tuin Eekhoorns vinden vaak de weg naar tuinen in de buurt van bossen. Als er in de tuin ook vruchtdragende hazelaars, beuken of tamme kastanjes staan vergroot dit de kans aanzienlijk. Een eekhoorn is schuw maar eveneens zeer nieuwsgierig en durft ook echt op zoek te gaan naar eten zelfs op vogelvoederplaatsen in de tuin. Geef ze echter nooit etensresten of koekjes. Een foto maken van deze beschermde dieren is een echte uitdaging maar probeer ze vooral niet te vangen want de eekhoorns horen echt thuis in de vrije natuur.
Izegemse koekoek: een oud ras van kippen met goede vlees- en legeigenschappen.
De Izegemse koekoek
Herkomst :
Reeds in 1554 was er in het werk van Aldernardiana sprake van de Izegemse.
Hoe de 'Kiekens van Yseghem' er destijds precies uitzagen is niet duidelijk, evenmin hoe ze ontstaan zijn. Rond 1900 was men in de streek van Izegem duidelijk aan het werken aan de veredeling van een zeer oud ras. Foto's uit die periode laten dieren zien met duidelijk de uiterlijke kenmerken van de Izegemse koekoek zoals we die nu kennen. Het was een eerste bloeiperiode voor de Izegemse koekoek. De eerste wereldoorlog is er echter oorzaak van dat alle geleverde inspanningen teniet werden gedaan. Na de tweede wereldoorlog was er gedurende jaren geen sprake meer van de Izegemse tot men in de jaren '70 begon met de wederopbouw van het ras.
Eigenschappen :
De Izegemse beschikt over een ruime waaier van benijdenswaardige eigenschappen. Het is bekend dat de Izegemse koekoek zijn kwaliteit als vleesproducent als geen ander combineert met een goede leg. Om de dieren volgroeid te krijgen moet men wel rekenen op 7 à 8 maanden, naargelang het gaat om hennetjes of haantjes. Het fijne vlees kan echter beslist al op vroegere leeftijd geproefd worden. De hennetjes gaan aan de leg op een leeftijd van 7 à 8 maanden. Zeer kenmerkend is dat zij na de legstart een goede winterleg volhouden. Gemiddeld worden per jaar 150 bruinschalige eieren van 65 à 68 gram gelegd. Na de winterleg gaan de meeste hennen vanaf maart reeds aan het broeden. Een broedende hen kan met groot gemak 15 eieren uitbroeden. De Izegemse is bijzonder sterk en vitaal maar ook zeer rustig en vertrouwelijk van karakter. De dieren hebben genoeg met een kleine ruimte. Een omheining van 1 meter hoogte volstaat ruimschoots om de dieren in hun ren te houden want vliegen doen ze nauwelijks.
Uiterlijke kenmerken :
De Izegemse Koekoek is een tamelijk fors vleeshoen met een roze kam. De standaard geeft als richtgewicht 3,5 kg voor een jonge en 4 kg voor een overjarige haan.
Voor een jonge hen wordt 3 kg. aangegeven en voor een overjaarse 3,5 kg.
De staart van de Izegemse Koekoek is weinig ontwikkeld en wordt bijna horizontaal gedragen. Het lichaam is tamelijk rechthoekig van vorm met een lange brede rug die vlak is tussen de schouders en horizontaal gedragen wordt. De borst is breed, iets opgericht, goed naar voren gedragen en goed bevleesd. De benen zijn onbevederd en wit van kleur, evenals de bek.
Kleurslagen :
Slechts één kleurslag is erkend, nml. koekoek.
Bij koekoekkleurige dieren is elke veer onscherp dwarsgeband in afwisselend donkerder grijs en wit-lichtgrijs. In het algemeen zijn de hanen lichter doordat de lichte dwarsbanden in de veren breder zijn dan bij de hen. De Izegemse koekoek is een vrij zeldzame vleeshoender.
De Vallhund of Vastgotaspets is een Zweeds ras, dat uiterlijk sterk op de Welsh Corgi gelijkt. Hij is een actieve, schrandere werkhond, waarvan in vele delen van wereld snel toeneemt.
Grootte Hoogte: reu 33 cm, teef 31 cm. Lichaamsbeweging Gedit het beste bij veel lichaamsbeweging. Uiterlijke verzorging Normale dagelijkse borstelbeurt.
Voeding 375-550 gram bikvlees, aangevuld met een gelijke hoeveelheid honderbrood; of 3 kopjes volledig hondevoer, vermengd met 1,1/2 kopje warm of koud water. Oorsprong en geschiedenis De Vastgotaspets, zoals zijn Zweedse naam luidt, ziet er ongeveer uit als een kruising tussen een Cardigan en een Pembroke Corgi. Er bestaat ongetwijfeld een band tusse de Corgi en dit aantrekklijke ras, maar het onmogelijk vast te stellen of het ovtstond nadat de Vikingen Corgi's mee naar Zweden hadden genomen of uit Zweedse honden die mee naar Engeland werden genomen. De Zweden eisen deze ideale veedrijvershond in ieader geval als natonaal ras op. De Zweedse Vallhund dankt zijn huidige ontwikkeling en erkenning aan de Zweedse fokker Bjorn von Rosen.
(Schweizer Laufhund, Bruno de Jura, Luzerner Laufhund, Berner Laufhund) Er zijn ongeveer vier varieteiten van de Zwitserse brak (niet te verwarren met de kleinere typen), die alle behalve de Bruno de Jura in hun land van herkomst dezelfde standaard hebben. Ze zijn vriendelijk, actief en krachtig gebouwd. Ze jagen vooral op hazen; ze zijn snel en uitstekende spoorzoekers met een goed reukvermogen. Hun levendige aard en sterk jschtinstinct maken hen ongeschikt voor een rol als huisdier.
Grootte Voor alle typen een minimumschoftoogte van 44,5 cm, maar de grootte varieert aanzienlijk.
Lichaamsbeweging Geregeld borstelen.
Voeding 375-550 gram blikvlees, aangevuld met een gelijke hoeveelheid hondebrood; of kopjes volledig hondevoer, vermengd met 1,1/2 kopje warm of koud water. Deze hoeveelheid moet worden vergroot als de hond hard moet werken.
Oorsprong en geschiedenis De Zwitserse brak, met name de Laufhund, was vroger weinig bekend, maar verwerft nu internationale erkenning. Om de oorsprong van de Zwitserse brakken te ontdekken moeten we teruggaan tot de periode voor onze jaartelling, toen soortgelijke honden door de Feniciers en Grieken in Egypte werden ingevoerd, vanwaar ze uiteindeljk tijdens de Romeinse overheersing hun weg naar Zwitserland vonden. De oudheid van het ras wordt aangetoond door uit de 12de eeuw daterrende afbeeldingen, te zien in de kathedraal van Zurich.
RASPUNTEN (Schweizer, Luzerner en Berner Laufhund) Algemene verschijning. De algemene verschijning van deze Zwitserse rassen is die van een hond van middelgrote afmetingen, tamelijk lang en geselecteerd op kracht, uithoudingselecteerd o[ kracht, uithoudingsvermogen, adel en een goede algemene bouw. Ze zijn levendig, schrander en hebben een grote jachtpassie. Het hoofd is droog en lang, met enorme, laag en naar achteren toe aangezette, gepooide oren. De voorbenen zijn sterk en recht, de achterbenen krachtig en gespierd; lendenen zeer gespierd en schouders lang en schuin; de borst is diep. Al deze eigenschappen wijzen op een groot uithoudingsvermogen. Deze honden zijn uitstekende jagers en combineren een aantal prima eigenschappen, zoals een zeer scherp reukvermogen en een grote zelfverzerkerdheid in het veld, met een machtig stemgeluid; daarbij komt, dat ze zelfs in het zwaatste terriein uitstekend werken. Alle Zwitserse brakken (met uitzondering van die van het Bloedhondtype) bezitten dezelfde algemene kenmerken en verschillen alleen in kleur en vacht. Kleur. Schweizer Laufhund. Witte vacht met min of meer grote oranje of geloranje aftekeningen. Een rode mantel is toegestan. Een enkel rood vlekje wordt niet als een fout beschouwd.
Luzerner Laufhund. Witte ondergrond met grijze of blauwe spikkels en brede donkere of zwarte aftekenigen. Ook heeft hij tankleurige aftekeningen of geelbruine partijen op hoofd, lichaam en benen. De huid is onder het witte haar eveneens bespikkeld met meer of minder donkere vlekken. Indien de vacht is altijd drikleurig: wit, zwart en met meer of minder intensieve tan-kleurige aftekeningen. De ondergrond is wit, met enorme zwarte aftekeningen en hier en daar klein zwarte vlekjes. De tankleurige aftekeningen bevinden zich boven de ogen, op de wangen, binnenin de oren en bij de staartwortel.
Uitdagende spellen voor een tevreden hond en baas.
Uitdagende spellen voor een tevreden hond en baas:
Er zijn heel veel leuke en uitdagende dingen wat je met je hond kunt gaan doen. Want de meeste honden zijn gefokt om te werken voor de baas of voor bepaalde taak. Zoals het vangen van wild of het ophalen van wild voor de jager die het geschoten heeft. Zo heb je ook honden die er zijn voor het bewaken van een erf.
Maar tegenwoordig worden de meeste honden die daar voor gefokt zijn niet meer gebruikt voor die dingen. Vaak vervelen deze honden zich en gaan dan dingen kapot maken of blaffen dit is door verveling. Want als de eigenaar hun geen uitdaging geeft dus alleen hun wandeling en hun eten en drinken en zo nu en dan spelen met hem. Hebben de meeste van die honden niet genoeg aan. Er zijn veel dingen die je kunt doen met je hond, zoals hondensporten of speuren of dingen thuis en tijdens de wandeling. Je kunt ook hersengymnastiek met je hond gaan doen dit vermoeid het geestelijk van uw hond en dat zal ook een stuk verveling van de hond weg nemen.
Dit zou je wel een paar keer in de week moeten doen het liefst elke dag of om de dag.
Ik zal een paar dingen in dit stuk als voorbeeld aangeven: * bij voorbeeld spelletjes vanuit de basis zitten: - high five. - je gaat toch niet bedelen? - zwaaien. - schaam je. Dit zijn een aantal dingen die je hond kunt leren van uit zit. * vanuit de basis liggen: - rollen. - slapen. - doodliggen. - kruipen. * van uit de staan positie : - voet aantikken. - spelbuiging. * vanuit de basis lopen: - aan de voet. - rondje. - slalom. - vooruit sturen.
Wil je deze dingen leren of andere dingen ga dit dan niet meteen een uur achter mekaar doen. Maar neem wel pauzes en ga wat anders doen. Want te veel is ook weer niet goed voor je hond.
Als je je hond goed wilt begrijpen, wat in een hondenleven zeer van belang is, moet je de taal van je hond leren kennen.
Honden nemen de omgeving waar en communiceren met de omgeving met behulp van signalen. Deze signalen kunnen worden verdeeld in drie grotere categorieën.
Visuele signalen (mimiek, lichaamshouding, stand van de staart en de oren, opzetten van de haren)
Geluidssignalen (blaffen, grommen, janken en huilen)
De combinatie van deze signalen vormt samen een geheel met een bepaalde betekenis. Een verandering in één van de signalen verandert ook de betekenis van het geheel.
Honden hebben een aangeboren besef van het geven, ontvangen en begrijpen van de signalen.
De signalen geven ons weer informatie over zijn psychische toestand, zijn behoeften, wensen en over zijn sociale status (= zijn rangorde in onze omgeving).
De klassieke speelbuiging: Deze gaat vaak samen met grommen of blaffen en eventueel ook met meerdere nepaanvallen. Een dominante hond kan, voor dit doeleinde, op zijn rug gaan liggen. Zo wil hij laten zien dat hij geen kwade bedoelingen in de zin heeft.
1. De mimiek en lichaamshoudingen van de hond
Om de signalen te begrijpen moet de neutrale lichaamshouding en de gezichtsuitdrukking als uitgangspositie worden genomen (LET OP! De neutrale lichaamshouding varieert met het ras van je hond)
Normaal, ontspannen lichaamshouding, de hond voelt zich ontspannen en tevreden.
Groeiende angst; de oren liggen plat, de mondhoeken zijn naar achteren getrokken.
Angstig agressief lichaamshouding, de hond is in het nauw gedreven en hij is bang. Hij kan op elk moment aanvallen MAAR hij vlucht liever, als je hem daar de mogelijkheid toe geeft.
groeiende agressie tot dominant agressieve lichaamshouding, de oren staan naar voren, de neusrug is gerimpeld, de lippen zijn omhoog getrokken, de tanden zijn ontbloot, de staart is strak omhoog gebogen, het gewicht is verdeeld over de voorpoten en de haren zijn van de nek tot en met de staart opgezet.
Honden verdedigen hun territorium, groot of klein, tegen indringers. Normaal krijgt de indringer een waarschuwing en als kracht voor zijn waarschuwing gromt of blaft hij.
Honden hebben twee belangrijke blikken. Aan de ene kant kunnen honden aanstaren of fixeren. Dit is altijd een uitdagend gebaar tot krachtmeting en wordt gebruikt door dominante honden of door honden die denken dat ze een hogere sociale status hebben.
Aan de andere kan kunnen honden direct oogcontact ontwijken wanneer de hond zijn onderdanigheid wilt tonen. Dit ontwijken wordt gebruikt door minder dominante honden. Op deze manier probeert hij een mogelijke confrontatie (aanval) te vermijden. Dit is een verzoenende gedragsuiting.
Aan de volgende beelden kun je zien wat de verzoenende gedragsuitingen van de hond zijn:
actief onderdanige lichaamshouding, het oogcontact is kort of ontwijkend, de hond probeert zich kleiner te maken (Honden denken: "hoe groter je bent, des te gevaarlijker ben je" en andersom), de poot is opgetild, de staart hangt omlaag en kwispelt langzaam. De hond wil zijn ranghogere zijn affectie tonen door te likken.
passief onderdanige lichaamshouding, de blik is ontwijkend, de hond maakt zich zo klein mogelijk en gaat op zijn rug liggen, de staart is tussen de benen (niet te verwarren met de situatie wanneer de hond om aandacht vraagt, dan is de staart ontspannen en ligt horizontaal. Dat interpreteer ik als; alsjeblieft, ik wil graag verwend worden, wil je mij een massage geven?), De oren liggen plat langs het hoofd en de hals is toegekeerd naar de ranghogere. Daarmee wil de hond zeggen: zie nou, als je nu bijt ben ik zo dood, meer dan mijn leven kan ik je niet aanbieden.
De stand van de staart vertelt ons hoe de hond in zijn vel zit. Een hooggehouden staart is een teken van zekerheid en dominantie, een laaggehouden staart is een teken van onzekerheid, angst of onderdanigheid.
Een kwispelende staart is een teken van opwinding. Door te kwispelen geeft hij zijn emotietoestand aan. Dit kan blijheid tot en met agressie zijn. De samenhangende lichaamshouding geeft aan in welke emotietoestand de hond verkeert. Een verstijfde houding met een kwispelende staart betekent totaal iets anders dan een ontspannen houding met een kwispelende staart.
Kwispelen is niet alleen een uiterlijk signaal, maar dient ook voor de geurcommunicatie (zie geursignalen).
Oplettende waakzame lichaamshouding: reageert op iets interessants wat hij in zijn vizier krijgt, de ogen ziet er ronder en groter uit, de oren staan rechtop, de staart is horizontaal en bijna ontspannen, misschien kwispelt hij een beetje, het gewicht is meer op de voorpoten.
Een paar voorbeelden van het kwispelen:
Zwak, licht kwispelen betekent: Hallo jij! Hier ben ik, en ik ben leuk. Toch???
Wijd kwispelen met een hoge frequentie waarbij het hele lichaam meedoet, betekent: Hallo! Ik vind dat jij het beste bent, je bent mijn alles. Ik ben heel erg tevreden. Jippiee!
Laag kwispelen met een lage frequentie betekent: Hallo baas, ik weet dat je me leuk vindt maar ik versta je echt niet. Wees alsjeblieft niet boos.
Laag kwispelen met de oren naar achteren gedraaid betekent: normale begroeting van een ranghogere.
Een kwispelende staart en een verstijfde houding betekent: Jij, ja jij!!! Wie ben je en wat wil je? Hier waak ik en je bent bijna op mijn territorium. Ik ben er klaar voor... make my day...
2. De geluidssignalen van de hond
Zoals het in de natuur altijd zo is dat iets groots ook gevaarlijk is, zo is het ook dat iets groots een laag geluid maakt. Dus precies zoals een dreigende hond probeert om groot te lijken (opzetten van de haren, rechtop staan) kan hij ook op een imponerende manier geluid maken. Een onderworpen hond kan weer om klein te lijken (of te klinken) hoge tonen produceren. Je kunt het je gemakkelijk voorstellen; een piepstemmetje is niet zo overtuigend als je een dreigement wil uiten.
Gegrom is een laag en akelig geluid dat een dreigement moet uitbeelden. Als je het hoort voel je ijskoude rillingen langs je ruggengraat gaan. Je kunt verschillende soorten gegrom onderscheiden.
Hier volgen een paar voorbeelden:
Een zacht, laag gegrom betekent: Let op! Ga weg!
Een laag gegrom met als slot een korte blaf betekent: Ik ben opgewonden en klaar om aan te vallen.
Gegrom met hoge tonen en eindigend met een blaf betekent: Ik ben opgewonden, maar ik ben niet zeker van mijn zaak. Toch ga ik aanvallen als je niet vertelt wat je bedoelingen zijn.
Gegrom met wisselend hoge en lage tonen betekent: Ik ben bang en als je mij verder in het nauw drijft ga ik zeker aanvallen (Dit is typisch iets voor angstbijters)
Luid gegrom betekent: Ik ben opgewonden en ik vind dit absoluut leuk. Dit gegrom vertelt dat de concentratievermogen bij de hond groot is.
Een hond die blaft, is altijd opgewonden. Aan de toonhoogte en het ritme is te horen wat de hond wil. Blaffen is om aandacht te trekken. Op deze wijze laat hij wie of wat dan ook weten dat diegene of datgene opgemerkt is. Daarbij is het ook een manier om zijn eigen aanwezigheid kenbaar te maken.
Voorbeelden:
Een aanhoudende, snelle, middelhoge blaf betekent: Roedel, let op! Het kan zijn dat we problemen hebben. Iemand is op ons territorium! (alarm)
Een aanhoudende blaf, lager in frequentie en toon betekent: Iemand is ons territorium binnengedrongen. Het is tijd voor een aanval, ik ben klaar dit territorium te verdedigen.
Blaffen in snelle series van 3 á 4 keer betekent: Baasje, baasje.. kom kijken. Het kan zijn dat iemand probeert ons territorium binnen te dringen. Alsjeblieft, ga dat uitzoeken.
Blaffen in de lengte gerekte series met pauzes( meer sporadisch) betekent: Hallo, is daar iemand? Ik ben eenzaam en ik verlang naar gezelschap.
Een of twee korte, scherpe blaffen, middelhoog in toon betekent: Ik voel mij goed maar waar zijn jullie?
Een scherpe, korte blaf, middellaag van toon betekent: HOU OP!
Een scherpe blaf, hoog in toon betekent: Wat nou? Als deze 2 of 3 keer wordt herhaald, betekent het: kom kijken/hier.
Huilen bestaat uit lang aanhoudende melodieuze geluiden van verschillende toonhoogtes. Het zijn geluiden die grote afstanden overbruggen. Honden huilen vaak als ze gescheiden zijn van de rest van hun roedel en proberen op deze manier contact te houden of te herstellen. Het gehuil is individueel herkenbaar. Samen huilen versterkt het saamhorigheidsgevoel.
Janken en piepen is meer aandacht trekken op een persoonlijk niveau en wordt gebruikt wanneer hij direct contact wil leggen met de directe omgeving. Dit heeft met angst, deemoed of onderdanigheid te maken.
Voorbeelden:
Eén keer janken en piepen of een korte hoge blaf betekent: Au, ik heb pijn gevoeld of ik denk dat ik dat gaan voelen.
Series van janken en piepen betekent: Ik ben ontzettend bang en heb pijn gevoeld, doe dit niet meer alsjeblieft!!
Zacht en aanhoudend janken en piepen betekent: Help me, ik voel mij niet lekker, ik heb pijn en ik voel me totaal alleen op deze wereld.
Het is verleidelijk om te denken dat honden begrijpen wat woorden in de menselijke taal betekenen. Gezien hun eigen communicatiesysteem lijkt dat onwaarschijnlijk. Afgerichte honden kunnen goed tientallen verschillende woorden van de menselijke taal onderscheiden. Honden leren bepaalde geluiden te associëren met bepaalde activiteiten en zijn in hoge mate afhankelijk van andere samenhangende aanwijzingen, zoals handgebaren, onze non-verbale lichaamstaal, onze woordkeuze en hoe goed de hond opgeleid is.
3. De geursignalen van de hond
Honden eten, drinken en moeten na een tijd ook weer zijn behoeftes doen. Ze doen dit echter liever niet zomaar ergens, maar ze hebben daar bepaalde favoriete plekken voor. Het plassen en poepen hebben belangrijke bijbedoelingen, namelijk het achterlaten van geurvlaggen en zo hun territorium te markeren.
Geuren die door individuele honden worden uitgezet, hebben een unieke identiteit. Met het achterlaten van de individuele geurvlaggen communiceert de hond met andere soortgenoten. Een hond kan van deze geurvlaggen afleiden wie, wanneer, wat en waar een andere hond iets heeft gedaan. Met andere woorden, de geurvlaggen zijn als het ware nieuwsbladen met sappige roddelartikelen.
Het markeren van het territorium heeft twee doelen tegelijk: de hond beseft of hij zich binnen zijn eigen territorium bevind wanneer hij later opnieuw op een dergelijke plek terugkomt. Andere honden die in de buurt van de gemarkeerde plekken komen, merken dat ze vreemd gebied binnengedrongen zijn. Oudere geurvlaggen worden ook geïdentificeerd en in veel gevallen wordt het eigen visitekaartje er dan meteen overheen gezet.
Wanneer een hond kwispelt worden de anaalklieren gestimuleerd en als de stand van de staart hoog is, verspreidt hij zijn persoonlijke geur goed. Dit geldt zeker voor dominante honden. Een angstige, onderdanige hond geeft liever niet dit signaal af. Hij houdt zijn staart laag waardoor er geen geur wordt verspreid. Het rituele besnuffelen van elkaars achterste als onbekende honden elkaar tegenkomen, is duidelijk een manier om individuele geuren met individuele honden te combineren.
Honden hebben ook geurklieren aan de onderkant van de poten. Zelfbewuste honden wroeten in de grond nadat ze hun geurvlag achtergelaten hebben. Dit is een extra manier van markeren en is het puntje op de i.
Doofheid bij honden kan aangeboren zijn of later ontstaan door een trauma (bijvoorbeeld verkeersongeval) of door ouderdom. Doofheid is lastiger voor de baas dan voor de hond omdat een hond in de communicatie voornamelijk zijn ogen en neus gebruikt en pas op de derde plaats zijn oren. Een dove hond kan daarom prima als hond functioneren.
Aangeboren doofheid
Doofheid kan op twee manieren getest worden: de zelftest en de medische test. De eerstgenoemde is natuurlijk de meest simpele. Zodra een hond zeven weken oud is, zijn zijn zintuigen dusdanig ontwikkeld dat hij lichamelijk en geestelijk in staat is te reageren op prikkels. Dit is ook de leeftijd waarop gedragstesten bij puppies gedaan worden (puppytest). Eén testonderdeel hiervan is de geluidsprikkel. De hond krijgt een hard geluid te horen zonder dat hij het gezien heeft. Elke reactie hierop betekent dat de hond hoort. Een hond kan immers geen gedrag veinzen en schrik al helemaal niet. Vaak is er overigens voor de fokker al veel eerder aanwijzing dat een hond doof is. Mocht dit niet het geval zijn, dan is het zelf makkelijk te testen door geluid aan te bieden en de reactie te meten. Bij twijfel kan het zijn dat de hond eenzijdig doof is.
De tweede optie is de medische test, de zogenaamde BEAR-test (Brainstem Auditory Evoked Response). Hierbij wordt de hond onder narcose gebracht waarna via naaldelektrodes de hersenactiviteit wordt gemeten na het toedienen van geluidsprikkels. Bij rassen die een verhoogde kans op doofheid hebben, worden de pups getest. Voorbeeld hiervan zijn de Dalmatische hond, Bull terriër en Australian shepherd. In Nederland wordt deze test door twee dierenartsen uitgevoerd: drs. N.A. Dijkshoorn in Zeist en M. Kappen in Eersel.
Ouderdomsdoofheid
Net als bij mensen, neemt ook bij honden het zintuiglijk vermogen af naarmate ze ouder worden. Zo ook het gehoor. Er zijn wel ontwikkelingen op het gebied van gehoorapparaten maar die zijn tot nu toe nog weinig succesvol.
Omgaan met een dove hond
Het omgaan met een dove hond is een uitdaging die je alleen aan moet gaan als je de tijd en energie kunt opbrengen om een hond te geven wat hij nodig heeft. Daarbij is ervaring met honden en kennis van gedrag en leerprocessen een voordeel.
Omdat de communicatie uitsluitend via lichaamstaal en oogcontact verloopt is het belangrijk dat de baas deze taal ook spreekt en hem ook bij de hond kan lezen. Met een dove hond is juist veel oogcontact nodig om controle over het gedrag te krijgen en te houden. Het trainen en aanleren van commando's gaat via handgebaren. Een uitstekende manier die overigens ook voor horende honden goed werkt. Dat is dan weer handig voor als een hond later doof wordt.
Praktische tips dove hond
Een aantal praktische tips voor eigenaren van een dove hond:
Bevestig een naamplaatje aan de halsband met daarop de melding dat de hond doof is in combinatie met een telefoonnummer.
Laat een dove hond nooit schrikken. Dit kan (angst)agressie veroorzaken. Maak een dove hond wakker door vlakbij met de voet over de vloer te schuiven of zijn voetzolen licht aan te raken.
Laat een dove hond alleen los lopen als hierop goed getraind is en hij volledig onder appèl staat. Als een dove hond verdwaalt of ergens in slaap valt, is hij natuurlijk niet te roepen.
Om aandacht te vragen kan een dove hond ook getraind worden met een trilband of lichtsignalen (laserpen). Doe dit onder begeleiding van een professioneel instructeur of ervaringsdeskundige.
Het skuddeschaap is niet bij iedereen bekend. Voor 1993 kwam dit ras in Nederland niet voor. Maar langzaam aan wordt het ontdekt en meer en meer wordt het ras gewaardeerd. Ondertussen leven er in Nederland ruim 3000 skuddes.
Het is een klein schaapje, een volwassen ooi bereikt een hoogte van 50-55 cm en weegt daarbij tussen de 35 en de 40 kilo. Een ram wordt iets groter, tot 60 cm hoog, en iets zwaarder, tot 50 kilo. Vergelijk dat eens met een Texels schaap: daarvan wordt de ooi gemiddeld 68 cm hoog en 75 kilo zwaar. Een Texelse ram bereikt bij een hoogte van 70 cm ongeveer 95 kilo. De ram heeft vaak mooie horens. Hiermee ziet hij er imponerend uit maar hij is zeker niet agressief.
Het is een primitief ras met een sprekende kop. Mooie ogen die nu eens niet dom staren, zoals veel schapen toch doen. De skudde kijkt levendig en alert, en dat is ze ook. De vacht is bijzonder en fraai. Gedraaid en fijn, lange, losse dreadlocks in plaats van de meer bekende dichte krulletjes. Er bestaan verschillende kleuren skuddes. Wit, zwart, goudbruin, blauwgrijs en vosrood. Het is een heel makkelijk schaapje, ze vragen niet veel verzorging. De vacht kan enigszins vervilten en wordt doorgaans elk jaar een keer geschoren. Als een schaapje net een scheerbeurt achter de rug heeft, ziet ze er ineens heel anders uit! Tegelijk met het scheren krijgen ook de nagels een knipbeurt en krijgt het schaapje een wormenkuur. Dan is de verzorging weer voor een hele tijd gedaan.
De skudde is ook met eten een makkelijke gast. Het skuddeschaap eet behalve gras ook allerlei niet gewenste kruiden. Zelfs akkerdistel en zuring. Maar ook alles wat in de groentetuin staat, als ze de kans krijgt. En als de afrastering niet goed genoeg is, ziet ze die kans al gauw.
In de winter kan het schaap buiten blijven. Een tochtvrij afdak is voldoende. Als er sneeuw ligt of weinig gras voorhanden is, stelt het schaap wat hooi en brokken zeer op prijs. De skudde wordt sober en hard genoemd. Dat klopt helemaal als het gaat over de verzorging die nodig is. Maar het karakter van de skudde is vriendelijk en lief. Ze zijn alert en hebben een sterk kudde-instinct. Dat maakt ze geschikt als drijfschaap. Het is een gezellig dier, mak en vredig.
5 tips om een scheiding gemakkelijker te maken voor je hond.
5 tips om een scheiding gemakkelijker te maken voor je hond.
We staan er niet altijd bij stil hoe stresserend ingrijpende veranderingen kunnen zijn voor een huisdier. Zoals een echtscheiding. "Honden vormen een band met mensen, en als die verbroken wordt kan dat pijn doen net als bij mensen", zegt dierenexperte Mary Burch.
Er bestaat niet één vlekkeloze manier om je hond feilloos door de scheiding te loodsen, maar er bestaan wel enkele tips om het gemakkelijker te maken.
1) Bij gedeelde voogdij, is het belangrijk de hond te laten wennen aan de tijd die hij met de baasjes apart doorbrengt. Als je hem achterlaat bij de ex, maak er dan weinig spel rond: een snelle uitwisseling met eventueel een aai bij het afscheid volstaat. Bij het oppikken, begroet je de hond ook kalm. Dit leert de hond dat de scheiding niet iets is om angstig op te reageren of bang voor te zijn. Draait de hondenwissel elke keer uit in ruzie met je ex, tranen en zoek je troost bij de hond, dan loop je meer kans op problemen.
2) Hou vast aan de normale routines: voedertijd, wandeltijd en aantal snoepjes. Probeer hier ook een akkoord mee te bereiken met de ex, zodat de hond bij de wissel niet steeds in de war geraakt.
3) Een scheiding brengt meestal een verhuis met zich mee. Het is gemakkelijker voor je hond om zich thuis te voelen als hij iets vertrouwds om zich heen heeft: een kussen of deken, een speeltje waar hij gehecht aan is.
4) Ook een nieuwe partner kan voor stress zorgen bij de hond. Probeer eerst een ontmoeting op neutraal terrein, zoals tijdens een wandeling en dan in de veilige omgeving.
5) Blijft de hond bij één partner, maar treurt die duidelijk om de ex, overweeg dan af en toe een ontmoeting op neutraal terrein. Denk hierbij in het belang van de hond: is hij duidelijker gelukkiger door die ontmoetingen, overweeg dan de voogdijschap toch te delen. Al geldt ook het omgekeerde: wordt de hond duidelijk gestresseerd van de wissel, dan is het tijd om de juiste beslissing te nemen.
ALKMAAR - Buiten is het al een tijd guur en koud door stevige vorst. Dit vereist voor dieren die buiten worden gehouden, zoals konijnen, extra aandacht van hun eigenaar. De Dierenbescherming NHN waarschuwt konijneneigenaren extra alert te zijn om er voor te zorgen dat hun geliefde huisdier niet ongemerkt doodvriest. Zij geeft tips over hoe u rekening te houden met deze dieren in de winterse kou.
Konijnen zijn dieren die heel gevoelig zijn voor toch en grote temperatuurverschillen. Het is daarom belangrijk dat ze goed beschut zijn tegen extreme weersinvloeden. Een goede oplossing is om deze dieren uit de wind te zetten en het hok winddicht te maken met bijvoorbeeld dekens. Daarbij moet extra warmte geboden worden door een dikke laag stro te geven waar ze in kunnen kruipen. Zorg daarbij dat het hok droog en schoon is, waardoor vocht en kou minder kans krijgen.
Een ander aandachtspunt is het drinkwater. Het water bevriest nu snel, daarom is regelmatig verversen een noodzaak. Als de konijnen een drinkflesje hebben, kan deze worden geïsoleerd door er iets omheen te wikkelen zoals een doek of aluminiumfolie. Let hierbij wel op dat het geen gevaar oplevert als het konijn aan het ‘isolatiemateriaal' gaat knagen. Het bekende huishoudmiddeltje van het vermengen van het water met suiker of zout wordt beslist afgeraden, omdat dit zeer ongezond is voor dieren.
Tot slot wijst de Dierenbescherming NHN erop dat konijnen die het hele jaar buiten hebben gestaan, nu niet naar binnengehaald moeten worden. Deze dieren hebben zich inmiddels aangepast aan het weer en dragen dan ook een dikke jas. Als konijnen met een wintervacht binnen in een veel te warme ruimte worden geplaatst, kunnen ze hun warmte niet kwijt. Hierdoor kunnen de dieren heel ziek worden en zelfs doodgaan. Eventueel kan het hok wel binnen in een garage of schuur worden geplaatst waar geen verwarming is. Maar het konijn ‘lekker' bij de kachel zetten, is absoluut uit den boze.