Ik ben Letourneur Leo, en gebruik soms ook wel de schuilnaam spitfire.leo.
Ik ben een man en woon in Wolvertem (België) en mijn beroep is met pensioen.
Ik ben geboren op 22/01/1946 en ben nu dus 64 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: eerste en tweede wereldoorlog, geschiedenis en zo voort.....
als een spitfire door de lucht
mijmeringen en andere gedachten
05-01-2010
De grens overgestoken van oud naar nieuw.
De grens overgestoken van oud naar nieuw.
Ik betrap mezelf altijd op twee belangrijke pistes in mijn leven. Enerzijds ben ik als oud-douanier geneigd om te spreken over grenzen en andere hindernissen – zoals moge blijken uit de titel – en anderzijds als zoon van een spoorwegmachinist, maak ik nogal eens de sprong naar treintjes - al of niet van het leven - en het aanhangen, instappen in of missen van de wagons. Het zijn uiteraard begrippen die veel zo niet alles te maken hebben met de vooruitgang van een mensenleven en zijn omgeving.
Neem nu de nieuw aangebroken periode: we zijn 5 januari als ik dit neertoets en de eerste dagen van het nieuw ingezette jaar 2010 zijn dus al een tijdje achter de rug. We zijn begonnen met het afronden van het laatste jaar van het eerste decennium van de 21ste eeuw. Familie, vrienden en bekenden hebben op verschillende wijze hun wensen voor een gelukkig Nieuwjaar bekend gemaakt en zelfs de al of niet elektronische commerciële bezoekers konden het niet nalaten ons te overstelpen met alle mogelijke heilswensen in de hoop dat we van hun producten flink zouden consumeren.
Mensen wensen elkaar een jaar vol van gezondheid en van geluk. Wellicht meestal met goede bedoelingen, maar ook al te vaak vanuit een routineuze reflex. Des te meer deze wensen menig maal ook doorgetrokken worden naarde hele wereld.
Kunnen we dat wel? Mensen, gezondheid en geluk toewensen? Of moeten we liever zeggen dat we hopen dat ze zo gezond mogelijk en zo gelukkig mogelijk mogen worden als dat de omstandigheden het toelaten?
Ziekte is dikwijls een fataliteit die je overkomt, die je niet in handen hebt en waarbij dan wanhoop en verdriet ontstaan, naast de pijn, en waar vragen opkomen zoals: ‘waarom bij mij?’. Ziekte vraag je niet, tegenslag evenmin en het lijkt me dus veel logischer dat we mensen onze hoop meegeven dat de ‘beker van het leed’ zo weinig mogelijk en zo pijnloos mogelijk in hun bezit komt. Dat hij zo dikwijls als mogelijk aan hen voorbij gaat. Daarnaast mogen we hopen dat wetenschappers, dokters en andere onderzoekers, vooruitgang boeken in de bestrijding van de vele gezondheidsmonsters die uit alle mogelijke hoeken onze medemens belagen en belasten. Mijn eerste nieuwjaarswens (let op het woordgebruik) is dan ook de hoop dat ieder van mijn medemensen in pijn, verdriet en ziekte, minstens een medemens vindt die met haar of hem op stap gaat als echte ondersteuning op de moeilijke weg en dit waar ook op deze wereld. Niemand verdient het om pijn te lijden, maar als het toch moet ondergaan worden, verdient iedereen de steun van mensen van goede wil.
Geluk is anderzijds eveneens een rekbaar en moeilijk definieerbaar begrip, want ieder mens beziet het vanuit zijn eigen oogpunt, vanuit zijn eigen omgeving, cultuur, volk en geaardheid. Bovendien is geluk nooit continu mogelijk, hetgeen dus totaal in tegenstelling staat met de meeste wensen ter gelegenheid van het nieuwe jaar. Een jaar vol geluk is eigenlijk een regelrecht anachronisme. Het openbaart zich nu en dan, bij gelegenheden die men vooraf niet gepland heeft en vooral in korte momenten maar nooit van lange duur. Geluk kan beginnen bij een ogenblik van euforie om daarna langzaam over te gaan in een gevoel van gelukzaligheid, van voldaanheid. Mijn tweede nieuwjaarswens (let weer op het taalgebruik) ligt dan ook in mijn hoop dat mensen vele kleine ogenblikken van geluk mogen ervaren, dat ze die mogen delen met anderen, dat ze die mogen vasthouden maar er zich niet wanhopig aan vasthaken, dat ze die bijtijds loslaten om een volgend klein ogenblik van geluk des te meer intens te beleven.
Aan u allen dus:
Hoop ik dat 2010 een jaar wordt waarin:
-Bij ziekte, leed en pijn, een medemens opstaat die samen met jou de weg aflegt en door zijn warmte en genegenheid verlichting brengt op je pad en die in staat blijkt wat hindernissen te effenen;
-Vele kleine ogenblikken van geluk zich aaneenrijgen tot een hemel vol flikkerende sterren die zelfs op het donkerste pad wat licht brengen zodat het veel gemakkelijker te bewandelen valt.
Blijf niet in het station van het verleden staan, neem de beste bagage mee van toen en stap op de trein van morgen, elke dag weer. Iedere morgen begint immers een nieuwe dag vol verrassingen, iedere dag begint ons leven opnieuw…
De onverwachte sneeuwval verstoort een dag in de West-Vlaamse regio
De onverwachte sneeuwval verstoort een dag in de West-Vlaamse regio
Het is nu 17 december als dit geschreven wordt en we juist terug van een trip naar West-Vlaanderen, waar de sneeuw ons parten speelde en het voorziene programma volledig in de war stuurde. Vanmorgen om 08.15 u vertrokken met de bedoeling om in Diksmuide te zijn rond 10.00 uur, werden de omstandigheden naarmate we vorderden alsmaar slechter en gevaarlijker, met het resultaat dat we de IJzertoren bereikten om 11.30 uur. Onlangs had ik een boek gekocht 'de eerste wereldoorlog in 365 foto's' en daarbij was een gratis toegangskaart voor het museum gevoegd, zodat we met het kopen van een extra kaart en het tonen van een perskaart, met drieën binnen mochten voor de prijs van één toegangskaart. De lift bracht ons naar verdieping 22, waar een panoramisch venster rondom, zicht biedt op het Vlaamse landschap. Een geschilderd panorama boven deze vensters geeft een getrouwe weergave van de omgeving op 11.11.1918, zodat een vergelijking met het huidige landschap mogelijk is en een aanrader! De meegebrachte verrekijker bracht echter ditmaal geen soelaas omdat de sneeuwzwangere lucht alle overzicht en diepte wegnam. Zelfs de nabijgelegen Dodengang op grondgebied van Kaaskerke, was niet waar te nemen. Foei, mister weerman!!
Daarna de trappen, verdieping per verdieping, afgedaald en met verwondering - voor de zoveelste maal - gekeken naar de uitstalling en voorstelling van die waanzinnige wereldoorlog. Ik heb toch enkele schaarse foto's genomen die u in mijn fotoalbum op seniorennet mee kunt bekijken.
Naarmate men het gelijkvloers nadert, neemt de Vlaamse ontvoogdingsstrijd meer en meer van de informatie voor zijn rekening, maar de geschiedkundige feiten blijven wel waarheidsgetrouw. Nabij de ingang van de toren vinden we de grafsteen terug van Hendrik LEWYLLIE, geboren in Voormezele op 11 maart 1897 en gesneuveld nabij Diksmuide op 11 maart 1917 – zijn 20ste verjaardag.Speciaal aan deze steen is, dat het gaat om een pater in opleiding bij de paters van de Heilige Harten, de zogenaamde picpussen.Het was dus een kandidaat pater die wilde intreden in dezelfde congregatie als, de dit jaar heilig verklaarde Damiaan De Veuster uit ons kleine Tremelo.
Zulke gegevens roepen gewoonlijk mijn bijzondere nieuwsgierigheid op en dus even op internet gesurft in de hoop daar meer details te vinden, maar dus onverrichterzake alhoewel de Westhoek heel wat Lewyllie’s vermeldt in de zoekpagina’s. Dan maar even bij mijn goede vriend geïnformeerd, die mee op tocht was en West-Vlaming van oorsprong en bovendien ook nog picpus is, of hij me wat mee inlichtingen kon bezorgen.
Zo kwam ik te weten dat Hendrik Lewyllie van 1910 tot 1914 studeerde aan het Damiaancollege in Aarschot. Spijtig genoeg zijn beide ouders verloor en in mei 1915 naar Frankrijk vertrok met broer en zusters. In juli 1916 werd hij dan opgeroepen voor de legerdienst en als brancardier ingezet aan het IJzerfront. Toen hij op 11 maart 1917 een gekwetste ophaalde, werd hij door een kogel getroffen. Het was die dag precies zijn 20ste verjaardag! Eigenaardig hoe het lot soms tragisch ingrijpt in een levensloop. Daar waar zijn opdracht er eigenlijk in bestond medesoldaten te redden, werd hij zelf slachtoffer van het oorlogsgeweld. Ook van het verzorgend personeel werd toen ter tijd een hoge tol aan doden en gewonden geëist, maar dat loopt gewoonlijk allemaal tussen de plooien van de verslaggeving door omdat het waarschijnlijk allemaal niet spectaculair noch heldhaftig lijkt. Ik heb spijtig genoeg verzuimd om van de grafsteen een foto te maken wegens de sneeuw en de bittere koude, maar indien ik er ooit nog een van zou kunnen vinden of zelf maken, dan komt die er zeker bij.
Als je het museum met de nodige aandacht en interesse wil bekijken, ben je toch vlug een tweetal uren kwijt en om 13.30 uur verlieten we dan het gebouw om te genieten van een lekkere maaltijd met West-Vlaamse porties in café-restaurant 't Fort (aanbevolen voor eters met goede appetijt!!).
Daarna hadden we een bezoek gepland aan de site van Hill 60 waar een van de meest ongeschonden landschappen van WOI bewaard bleef, maar de snel opkomende duisternis, de alarmerende berichten op de radio van 513 kilometers file en de sneeuwval in Brabant, gepaard aan het desolate zicht van de besneeuwde site van Hill 60, deden ons besluiten maar wijselijk huiswaarts te keren.
Via een passage langs Hill 62 en Sanctuary Wood, richting Kortrijk gereden met een koffie- en sanitaire pauze in de Toekan Van Der Valk in Nazareth om daarna via Gent richting Antwerpen te kiezen tot aan St Niklaas en van daar over Temse naar Londerzeel en dan Wolvertem waarts te vervolgen. Al bij al een trage maar toch nog vlotte vaart, die ons rond 21.00 uur terug bracht aan onze voordeur. Nog even aangedrongen bij onze compagnon de route om voorzichtig te zijn op zijn vervolgweg naar Mechelen en ons zeker te bellen bij zijn aankomst thuis. Bij een goede vriend is ongerustheid niet misplaatst.
Deze trip was aangevat om onze kennis omtrent de gebeurtenis rond Hill 60 vooral terug aan te scherpen in de wetenschap dat het terrein in 1914 overgenomen werd door Britse troepen, die in maart van dat jaar een offensief lanceerden om de hoogte te heroveren op de Duitsers. Dit offensief werd o.a. gedragen door het 1ste bataljon van de Royal West Kent (C-compagnie), een eenheid waartoe de grootvader van een Britse vriend behoorde die sneuvelde op 3 oktober 1917 in het derde Iepers offensief - dat de meesten kennen omwille van de gevechten om Passendale en de immense massa doden die o.a. begraven liggen in Tyne Cot of aldaar vermeld worden op de muur van de vermisten.
Als je topografische kaart bekijkt of de stafkaarten van die tijd, stel je vast dat de frontlijn van Hill 60 (van 1914) en deze die bereikt werd na het offensief van oktober 1917 - dat vooral strandde rond Hooghe en met moeite de buitenwijken van Geluveld kon bereiken - slechts enkele kilometers van elkaar liggen. Een hele tijd loopgravenwerk, aanvallen, verdedigen, terugtrekken, heroveren en vooruitgaan gedurende 3 jaar, met onnoemelijk veel slachtoffers, voor een luttele kilometers gebied. Hallucinant, eigenlijk!!
Om maar te zeggen dat deze dag vooral ook moest dienen als verkenning voor een volgend bezoek van het territorium met onze kleinzoon in de loop van volgend jaar (bij leven en welzijn, zou Jos Ghysen zeggen).
De tentoonstelling ‘N’oublions jamais’
Het boek met de 365 foto’s waarvan sprake in het begin van onze verslaggeving, werd uitgegeven naar aanleiding van de tentoonstelling ‘N’oublions jamais’. Wie kan beter uitleg geven over deze expositie dan de inrichters zelf, daarom vindt u hierna integraal de tekst die op de website van de IJzertoren informatie geeft over dit gebeuren.
In 1919, een jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog, werden onder de titel N'oublions Jamais (Laten we nooit vergeten) dertig mapjes van - meestal - twaalf foto's uitgegeven ten voordele van de oorlogsweduwen en -wezen.
Bij de tentoonstelling verscheen onder dezelfde naam bij uitgeverij Lannoo een boek waarin deze foto's werden samengebracht. Het boek werd officieel voorgesteld op 29 oktober jl. in het IJzertorenmuseum.
Deze beelden illustreren op een zeer aangrijpende manier het dagelijkse leven aan het Belgische front tijdens W.O.I. Ze zijn voorzien van nuttige commentaren die de foto's op een heldere manier verklaren. De beelden in dit boek blijven op het netvlies gebrand en houden de herinnering aan de wreedheden van de Eerste Wereldoorlog, 90 jaar later, meer dan levendig.
Uit deze reeks foto's werd een tentoonstelling gebouwd uit modulaire elementen, gedrukt op weersbestendige kunststof. Deze kregen een vaste locatie langsheen de passerelle (klik hier voor meer info). De bezoekers die dus langs de ene kant naar het onder water gezette gebied kijken, krijgen langs de andere kant een aantal van die modulaire elementen te zien.
Deze tentoonstelling loopt vanaf 11 november 2009. Ook in 2010 is deze nog te bezichtigen
Passerelle van de hoop
In het verzopen landschap van het front, moesten de soldaten hun weg zoeken tussen kraters, prikkeldraad en andere hindernissen. Modder was hierbij dikwijls een spelbreker en soms een dodelijke val. Houten passerelles moesten dan ook een oplossing bieden om toch een veilige verplaatsing te garanderen. De tentoonstelling heeft zulk een landschap gereconstrueerd, maar ongelukkig genoeg was de sneeuw niet het gepaste decor om alles duidelijk in de verf te zetten. Als je de onderstaande link aanklikt, kom je op een artikel van de website terecht van het IJzermuseum en zie je enkele sfeerbeelden van de gereconstrueerde passerelle van de hoop.
Een meter maakte het verschil: plannen voor 2010 – lees hierna wat op de website hierover terug te vinden is:
Datum
Plaats
van 02/04/2010 tot 11/11/2010
IJzertoren te Diksmuide
95 JAAR TERUG ...
HET IS EEN BERM VAN 1,20 METER DIE FRANKRIJK HEEFT GERED! *
Diksmuide, 17 oktober 1914 – Diksmuide, 17 oktober 2009
Dag op dag, 95 jaar geleden kwamen alle deelnemende partijen van de “Slag aan de IJzer” samen in Diksmuide. Duitse studentenregimenten, Franse marine fuseliers en de restanten van een vermoeid Belgische leger verzamelden zich rond het rustige Diksmuide. Voor de ene partij was dit de laatste kans op een snelle doorbraak richting Frankrijk, voor de andere partij was dit een ultieme poging om stand te houden. Samen zorgden ze ervoor dat er van het stadje niet veel meer overbleef dan brokstukken.
95 jaar later wil het IJzertorenmuseum deze strijdende partijen weer samenbrengen. Vanaf zaterdag 17 oktober 2009 krijg je in de IJzertoren een voorsmaakje van een prestigieuze tentoonstelling rond deze IJzerslag. We brengen een Duitse, Franse en Belgische soldaat in confrontatie met elkaar en met de stad Diksmuide. Vanaf april 2010 tot december 2010 loopt dan de volledige tentoonstelling op de benedenverdieping van het IJzertorenmuseum. De hoofdrolspelers van toen, de verschillende legers, worden in contact gebracht met elkaar en de omgeving. Het Idyllische Diksmuide met zijn vele toeristische troeven, de burgerbevolking die twijfelt om te vluchten, de spoorweg Diksmuide – Nieuwpoort, alles komt uitgebreid aan bod.
Wie meer informatie wenst, kan contact opnemen met Peter Verplancke (mail: Peter@ijzertoren.org of tel. 051/500286)
* vrij vertaald naar een uitspraak van de Franse generaal Foch : “c‘est un talud d’un mètre vingt qui a sauvé la France …"
Eén meter maakte het verschil
Oktober 1914: Na 2 maanden van vechten en schermutselingen trok het Belgische leger zich terug achter de IJzer. Het leger zou nog een laatste poging ondernemen om de Duitse aanval af te slaan. De te verdedigen frontlijn liep van Nieuwpoort tot Boezinge. Al snel bleek het Belgische leger niet opgewassen tegen de Duitse aanvalsgolven. Franse Marine Fuseliers* en Senegalese Tirailleurs schoten de Belgen in Diksmuide te hulp. Dit bleek voldoende om Diksmuide als bruggenhoofd over de IJzer te bezetten tot 10 november 1914. Maar langs de IJzer moest men achteruit. De spoorweg Diksmuide-Nieuwpoort werd de nieuwe frontlijn. De spoorweg stak 1 meter boven de grond uit en bleek niet alleen dienst te doen als verdedigingslinie, maar ook om het water van de onderwaterzetting tegen te houden. In deze tentoonstelling confronteren we alle hoofdrolspelers van 'De IJzerslag' met elkaar en met hun omgeving.
·Opmerking door de blogschrijver:
Wanneer men hier over Franse Marine Fuseliers spreekt, dan bedoelt men Bretoense marine fuseliers onder de leiding van admiraal Ronarc'h, die zich sterk manifesteerden in de gevechten rond de IJzer, meer speciaal rond Diksmuide.
Onze conclusie:
Misschien hadden we moeteen overwegen om te blijven logeren ergens in de buurt en toch maar eens de gaten, kraters, loopgraafrestanten en bunkeroverblijfselen van het pokdalig Hill 60 landschap betreden. Misschien hadden we wat langer moeten blijven stilstaan bij het feit dat ook gedurende de ‘Grooten Oorlog’ in dezelfde moeilijke – haast onmenselijke omstandigheden – jonge en oudere mannen hun tijd moesten doorbrengen in kou en modder, met opstijgend vocht tussen hun tenen dat bij vele de zogenaamde loopgraafvoeten veroorzaakten. Misschien hadden we inderdaad wat langer en met meer empathie moeten nadenken over het gebrek aan warmtetoevlucht en ‘gezellig’ eten in een of ander restaurant. Misschien hadden we nog meer moeten bibberen van de kou, soppen in onze natte schoenen en de stramheid van het verkleumend liggen, staan en zitten moeten ervaren…misschien….misschien…
De herfst en de winter zijn uitstekende seizoenen om de slagvelden (of moet ik slachtvelden schrijven?) te bezoeken. Je hebt er – indien de weersomstandigheden meezitten – een uitstekend zicht over de topografie vermits de bladeren dan van de bomen zijn en je kan je met een beetje verbeelding – en met eigen voelen voor diegenen die ooit legerdienst vervulden en ook met pak en zak moeste zeulen – van de omstandigheden van de oorlog voorstellen. De Duitsers die meestal op de hoogtes zaten, overzicht hadden over het terrein en bijgevolg maar genadeloos en bijna zonder mikken de ontelbare rijen naar boven komende geallieerden – in de beginne met hun loodzware jassen, rugzakken en munitie – neer te maaien hadden als een boer die met zijn zeis het rijpe koren wegsnijdt. Het geeft ook een idee waarom soms zo verbitterd en zonder genade ‘rucksichtlos’ gevochten werd om het miniemste hoogteverschil! Zoals bijv. Hill 60. Deze berm was ontstaan uit de opgegraven aarde vrijgekomen bij de aanleg van de spoorweg en had een hoogte van 60 voet (feet) boven de zeespiegel. Een Britse voet bestaat uit 12 inches en een 1 inch is gelijk aan 2,54 cm. We hebben het hier dus over een hoogteverschil van 30,48 cm! Voor leken onbegrijpelijk, maar voor soldaten die ooit onder echt vuur genomen zijn, zeer herkenbaar, want ieder minste verhevenheid is dan een potentieel beschermingsoord of toevluchtsplaats.
De onverzettelijkheid en het gebrek aan empathie van de legerleiding – die meestal ver en veilig achter de frontlinie zat en geen gebrek aan luxe kende – is er mede de oorzaak van dat veel te veel nutteloze slachtoffers vielen in offensieven wars van alle realiteit, terrein en weersomstandigheden. Sommige officieren kwamen daartegen wel in opstand, maar moesten met uitzondering van enkelen meestal de baan ruimen door overplaatsingen, voor andere meer vechtlustige leiders.
Koning Albert I – ondanks alle mogelijke geruchten en opinies omtrent zijn persoon en zijn houding t.o.v. de Duitse vijand – werd daarom door velen van zijn soldaten zo op handen gedragen. Hij weigerde immers gevolg te geven aan de aanmaningen van de Franse generaal Foch om ook onze troepen in uitzichtloze aanvallen te betrekken.
Als we in de loop van de beginnende lente of tijdens een andere gelegenheid toch nog eens naar Hill 60 en Hill 62 op expeditie trekken, vindt u het vervolg van onze wederwaardigheden dan wellicht ook terug in een blog.
Slaagt Leterme er in om B-H-V te splitsen zonder dat België barst? (I)
Slaagt Leterme er in om B-H-V te splitsen zonder dat België barst? (I)
Verschillende van mijn buitenlandse vrienden – ik denk vooral aan mijn Britse en Franse amigo’s – hebben nogal eens de behoefte om lacherig te doen over de communautaire problemen die ons landje teisteren. Wanneer we dan voor de zoveelste keer de discussie aangaan, blijkt duidelijk dat ze eigenlijk het probleem niet begrijpen, het niet kunnen situeren. Telkens weer moet ik dan trachten uit te leggen waar het schoentje knelt en wat voor oorzaken aan de basis van de hele problematiek liggen.
De aanleiding
Eigenlijk beginnen de moeilijkheden al wanneer je de samenstelling van onze verschillende regeringen en parlementen moet uitleggen en hun bevoegdheden moet proberen uit de doeken te doen. Enkele jaren terug werd ik, tijdens een werkvergadering in San Diego (U.S.), door ons internatonaal gezelschap tijdens een vrije avond aan de tand gevoeld over ons klein België en vooral mijn U.S.-collega’s konden maar niet begrijpen dat we met amper een 10 miljoen inwoners meer ministers en parlementen bezaten dan hun bijna continent vullend grondgebied.
Hoe moet je inderdaad uitleggen dat men in ons landje verschillende bestuursniveaus hebben, die in sommige gevallen mekaar in bevoegdheden overlappen. Dat een federale (nationale) regering met een federaal parlement en senaat het in eerste instantie voor het zeggen hebben, lijkt iedereen we duidelijk en normaal. De constitutie van 1831 voorzag immers in een parlementaire monarchie. Dat de term ‘federale’ er ondertussen bijgevoegd werd, lijkt minder evident. Nochtans is dit het uitvloeisel van het zogenaamde Egmontpact dat in 1977 zorgde voor de omvorming van de Belgische staat in een federale staat met gewesten en gemeenschappen. Een zeer brede coalitie waarin aan Vlaamse zijde het Volknationalistische V.U. (Volksunie) deelnam en aan Waalse kant het FDF (Front des Francophones = front van de Franstaligen n.v.d.s.), legde hierbij definitief de taalgrens vast en bepaalde voornamelijk de samenstelling van de gewesten (=grondgebied) en van de gemeenschappen (=taal van de inwoners). In 1978 waren nog altijd wetteksten die door de parlementen moesten erkend worden omdat ze telkenmale moesten getoetst worden door de Raad van State op hun wettelijkheid. In dat jaar was het in dit landje ook al crisis en de regering Tindemans II hoopte voor het einde van het jaar met een anti-crisiswet het hoofd te bieden aan de economische moeilijkheden, maar ook daar ontstond vertraging omwille van dezelfde reden als hiervoor. Daardoor ontstond er in de verschillende partijen niet alleen ongeduld maar tevens ongenoegen en ongerustheid. Toen de eerste minister, Leo Tindemans, dan toch spoed vroeg om aan de crisis een einde te kunnen maken, waren de door de Raad van State gegeven adviezen voor de Franstaligen onaanvaardbaar, waarop de CVP (Christelijke Volkspartij) – partij van de eerste minister – eveneens dwars ging liggen en Leo Tindemans in oktober 1978 tijdens een emotionele zitting van het nationale parlement, onverwacht, het ontslag van zijn regering aankondigde.
Wat betekent het Egmont pact voor België?
De gewesten en gemeenschappen:
Eerst en vooral werd de erkenning ingeschreven van de drie gemeenschappen (Vlaams-, Frans- en Duitstalig). De volgende beslissing lag bij het definiëren van de gewesten. Het werden er drie: Het Vlaamse gewest, het Brussels hoofdstedelijk gewest en het Waalse gewest. Ieder van deze instellingen kreeg zijn eigen executieve (=regering) met zijn bevoegdheden. M.a.w. er ontstonden zes bijkomende regering met hun eigen parlement, nl. Het Vlaamse gewest en Vlaamse gemeenschap, het Waals gewest (met inbegrip van het Duitstalig grondgebied) en de Waalse gemeenschap (met inbegrip van de Duitstalige gemeenschap) en het Brussels hoofdstedelijk gewest bestaande uit de hoofdstad en de 19 Brusselse gemeenten die voorheen deel uitmaakten van de zogenaamde ‘agglomeratie’. Elk van die gemeenschappen en gewesten kreeg dan nog een autonome raad (=parlement) toegewezen. De Vlamingen zouden zeer vlug de gewest- en gemeenschapsregeringen bijeen brengen en overgaan tot de instelling van de ‘Vlaamse gemeenschap’ met een enkel parlement. De Walen zouden blijven werken met hun gewest- en gemeenschapsregeringen en parlementen. Later zou de Duitstalige gemeenschap wel het recht ‘ontvangen’ om een eigen gemeenschapsregering met parlement op te richten, maar bleven ze wel deel uitmaken van het Waalse gewest.
Een ander – doch meestal vergeten – aspect is het uiteenvallen van de nationale unitaire partijen in Waalse en Vlaamse partijen.De BSP-PSB[1] werden aldus gesplitst in SP[2] en PS[3], de CVP-PSC[4] in CVP en PSC en de liberale VLD-PLB[5] in VLD (later Open VLD) en MR.
De faciliteiten:
In de rand rond Brussel en in enkele gemeenten aan de taalgrens, was op Vlaams grondgebied een grote aanwezigheid van Franstaligen. Zij wilden kunnen kiezen voor Franstalige partijen en vrij gebruik maken van hun taal in het Vlaamse grondgebied. Deze problematiek is voornamelijk gegroeid uit de diverse benadering van de federalisering door Walen en Vlamingen. Waar de Vlamingen vooral de nadruk leggen op het aspect grondgebied en daarbij uitgaan van het principe dat inwijkelingen zich aanpassen aan de taal van het grondgebied waar ze leven, liggen bij de Walen de meningen totaal anders. Daar verwacht men dat hun persoon het belangrijkste is en dat ze bijgevolg vrij zijn om hun taal, hun onderwijs en hun politiek te voeren. Deze diametraal tegen over elkaar staande opinies waren aanleiding tot felle discussies en de onderhandelaars van het Egmontpact geraakten er eerst niet uit. Achter de schermen verstonden Hugi Schiltz (van de Volksunie) en Wilfried Martens (van de CVP) zich tamelijk goed omtrent de ontwikkeling van het Egmontpact. Ze waren niet alleen studiegenoten, maar beiden zeer intelligente politici met de gave van het woord. Schiltz was een retorisch genie, maar voelde blijkbaar weinig empathie met de gewone leden van zijn partij waar nogal tegenstand ontstond tegen het pact omdat men het gevoel had dat men te veel tegemoetgekomen was aan de Franstalige eisen. Martens was dan wel een lid van de Christelijke Volkspartij, maar bezat toch een Vlaamse gedrevenheid. Beiden zagen heil in de oprichting van faciliteitengemeenten waarbij de Franstaligen inschrijvingsrecht kregen in Brussel, zodat ze vrijelijk voor Franstalige partijen en politici zouden kunnen kiezen. Door het ontslag van de regering Tindemans in 1978 werd dit punt niet gerealiseerd en vormt het nog heden ten dage een van de pijnpunten tussen de Vlamingen en de Franstaligen. Franstaligen die woonachtig zijn in het Vlaamse gewest, mogen bij de respectievelijke Vlaamse gemeenten hun officiële documenten in het Frans vragen op voorwaarde dat ze dit telkenmale opnieuw zouden doen. De achterliggende bedoeling was de hoop op integratie van de Franstaligen in de Vlaamse gemeenschap waarbij men ook nog verwachtte dat de faciliteiten op den duur uitdovend zouden werken. Niets is ondertussen minder waar gebleken en nog steeds blijven Franstaligen eisen dat ze in het Frans worden bediend. Toen Leo Peeters, burgemeester van Kapelle-op-den-bos en lid van de socialistische partij (SP-a), Vlaams minister van binnenlandse zaken was, moest hij de Franstalige burgemeesters van diverse Vlaamse faciliteitengemeenten tot de orde roepen omdat ze o.a. Franstalige kiesbrieven hadden gestuurd aan hun Franstalige inwoners. Deze omzendbrief Peeters is heden ten dage nog het onderwerp van controverse en was bijvoorbeeld de aanleiding tot hun niet benoeming na de laatste verkiezing door de toenmalige Vlaamse minister van binnenlandse zaken, Marino Keulen (Open VLD= liberalen).
Succes kent vele vaders en het is daarom ook dat Wilfried Martens tijdens zijn eerste verkenningsopdracht om de regering Leterme I op poten te zetten, verklaarde dat alle problemen hadden kunnen vermeden worden, had men in 1977 en 78 maar naar hem geluisterd. Gemakkelijkheidhalve vergat hij hierbij de toch wel belangrijke rol van Hugo Schilz.
Brussel-Halle-Vilvoorde:
Bij de bepaling van de gewesten rees al de moeilijkheid van de splitsing van het grondgebied Brussel-Halle-Vilvoorde. Bij het opstellen van de taalwet in 1960 bleek al dat op het grondgebied van Halle-Vilvoorde heel wat Franstaligen woonden die wensten te kunnen stemmen op een Waalse partij. Om verdere problemen te vermijden, werd dit grondgebied dan maar bij Brussel gevoegd.
Wanneer in 2002 de kieskringen worden herschreven (de liberalen hoopten hierbij dat ze de CVP-hegemonie voor lange tijd zouden breken), werden de grenzen bijna overal gelijk gelegd met de provincies. B-H-V bleef de enige uitzondering. Door deze constructie wordt het voor Franstalige – Waalse zowel als Brusselse - partijen mogelijk in Vlaanderen op te komen voor de verkiezingen en op die manier mee te stappen in de Vlaamse politieke geledingen (gemeente, provincie, gemeenschap). Daartegenover bezitten Vlaamse inwoners van Waalse kieskringen niet de mogelijkheid aldaar Vlaamse partijen op te richten en er voor te kiezen. Deze discrepantie zorgt uiteraard voor kommotie bij alle Vlaamse partijen. Naar aanleiding van klachten ingediend door verschillende Vlaamse politici verklaarde het Grondwettelijk Hof van België[6], in 2003, al dat de kieskring B-H-V ongrondwettelijk was door discriminatie. De situatie moest in orde gebracht worden voor de verkiezingen van juni 2007. Men weet ondertussen dat hieraan geen gevolg gegeven werd en dat de verkiezingen onverminderd werden georganiseerd.
Sommige burgemeesters van Vlaamse gemeenten in het kiesarrondissement B-H-V weigerden daarom om de kiesbrieven te versturen en menig kiezer verzaakte aan de kiesplicht. Overeenkomstig de wet, verstuurde de gouverneur dan maar de kiesbrieven, maar werden de burgemeesters noch de personen die niet aan de verkiezingen deelnamen, veroordeeld door de rechtbanken.
Waar Yves Leterme op de proppen komt:
Geboorte en studies:
Op 6 oktober 1960 zag Yves Leterme het levenslicht als zoon van een Franstalige vader en Vlaamse moeder. Hij zou zijn jeugd vooral doorbrengen in Zillebeke – een dorpje nabij Ieper en ook nog bekend van de veldslagen om Hill 60 en Hill 62 tijdens WOI. Dit gemengde gezin verklaart uiteraard zijn perfecte tweetaligheid en waarschijnlijk ook zijn supportershart voor Standard Luik. Tot en met zijn Grieks-Latijnse humaniora studeert hij in Ieper. Zijn hogere studies beëindigt hij met een diploma van kandidaat en licentiaat in de rechten, kandidaat in de Politieke Wetenschappen, het diploma van het Internationaal studiecentrum voor federalisme in Nice en tenslotte een diploma van licentiaat in de Bestuurswetenschappen in de afdeling management van de non-profitsector.
Politieke carrière:
Zijn politieke carrière startte bij de CVP-jongeren waar hij in 1983 verkozen werd als voorzitter. Daarna ging zijn loopbaan in sneltreinvaart voort, want met tussenstappen als politiek medewerker, auditeur van het Rekenhof, administrateur bij het Europees Parlement, bracht hij het tot volksvertegenwoordiger en fractieleider in het federale parlement. In juni 2003werd hij verkozen tot voorzitter van de CD&V waar hij zich profileerde met de slogan ‘U verdient meer respect’. Bij de Europese en gewestelijke verkiezingen van juni 2004, behaalde hij – in coalitie met N-VA[7]- behaalde hij voor zijn partij een schitterende overwinning en stapte hij over naar het Vlaamse Parlement. Van 22 juni 2004 tot 26 juli 2007 was hij minister-president van de Vlaamse regering, waar hij vooral populair werd door zijn motto ‘goed bestuur’. Waar België een economisch moeilijke periode kende en Wallonië en echte terugval kende, slaagde hij er in met zijn ploeg voor Vlaanderen enige continuïteit in de welvaart te behouden en zelfs te verbeteren. Zijn Vlaams imago poetste hij op door te stellen dat ‘er slechts vijf minuten politieke moed nodig is om B-H-V te splitsen’ en dat dit ‘onverwijld’ moest gebeuren. Desondanks gedane beloften zijn term volledig uit te zitten in de Vlaamse regering, ruilde hij het Vlaamse niveau terug voor de federale senaat in vooruitzicht van de verkiezingen van juni 2007. Zijn werk als Vlaamse minister-president en zijn slogan van goed bestuur en spoedige splitsing van de kieskring B-H-V, legde hem geen windeieren, want hij won deze verkiezingen met een record van bijna 800.000 voorkeurstemmen.
Van formateur tot eerste minister:
Door deze formidabele verkiezingswinst werd hij ‘incontournable’ en kon de koning ook niet anders dan hem aan te duiden als informateur en formateur, nadat eerst de Koninklijke onderhandelaar, Jean-Luc Dehaene, het pad geëffend had voor formatiegesprekken.
Het liep echter niet van een leien dakje. Leterme en zijn partij CD&V en zijn kartelpartner N-VA, wilden op zijn minst enkele bevoegdheden van het federale niveau overhevelen naar het regionale. Bedoeling was bepaalde materies zelf te kunnen behandelen – onafhankelijk van de federale regering – en overlapping van bevoegdheden met de federale regeringsleden te vermijden. De Franstalige partijen, broederlijk verenigd tegen de Vlaamse eisen, weigerden iedere mogelijke consensus uit schrik vooral dat de sociale zekerheid zou gesplitst worden en de financiële solidariteit vanuit Vlaanderen gestopt. Hierdoor ontmoedigt, diende Leterme zijn ontslag als formateur in bij de koning op 23 augustus 2007. Zijn partijgenoot, Herman Van Rompuy, werd hierna belast met verkennende gesprekken met alle partijen met het oog op de samenstelling van een regering. Een maand later – op 29 september om precies te zijn – belastte koning Albert II dezelfde Yves Leterme met de opdracht een nieuwe regering te vormen. Alhoewel hij hierin werd bijgestaan door de Koninklijke verkenner, Herman Van Rompuy slaagde hij er echter niet de gesprekken tot een goed einde te brengen. De weerstand – van vooral de Franstalige partijen – was te groot en op 1 december bood hij voor de tweede maal zijn ontslag aan als formateur, ontslag dat de koning aanvaardde.
Een overgangsregering:
Er gebeurde toen iets dat in België – en wellicht in andere democratische landen en naar mijn weten – nog nooit gezien was. Een interim-regering werd op de been gebracht met aan het hoofd Guy Verhofstadt, voorman van de Open-VLD. In deze regering Verhofstadt III werd Leterme minister van begroting en institutionele hervormingen. Onder zijn voorzitterschap werd de Octopus-werkgroep opgericht met het doel de staatshervorming niet alleen voor te bereiden, maar ook tot een goed einde te brengen. Een eerste stap werd begin maart gerealiseerd en vanaf de tweede helft van maart startten nieuwe onderhandelingen met de bedoeling een nieuwe definitieve regering te vormen. Een coalitie bestaande uit de CD&V, Open VLD, cdH, MR en Ps, legde de eed af op 20 maart 2008, nadat Verhofstadt aan zijn voorbereidende rol een einde had gemaakt. Opmerkelijk in dit verhaal is dat deze regering een democratisch onevenwicht vertoont. Langs de Vlaamse kant nemen twee partijen deel, namelijk CD&V (grootste Vlaamse partij en die de premier levert) en de Open VLD (die eigenlijk bij de verkiezing een smadelijke nederlaag had geleden) en langs de Waalse kant de cdH, MR en PS. Open VLD en MR claimden een tijdje het premierschap omdat ze de grootste politieke formatie van België waren, maar de controversiële figuur van Didier Reynders zorgde er voor dat dit scenario niet doorging. Langs de Waalse kant werd de PS nog in de regering opgenomen terwijl haar Vlaamse zusterpartij SPa aan de kant moest blijven staan en naar de oppositie werd verdrongen. Niet alleen betekende dit een onevenwicht in partijen, maar bovendien bezaten de Vlamingen hierdoor geen meerderheid in het Parlement, zodat de Walen – als minderheid – de sleutel op de deur van de hervormingen gesloten hield.[8]
Ook deze coalitie slaagde er niet in om verdere stappen te zetten in de staatshervorming en de kartelpartner N-VA, die niet tevreden kon zijn ‘met enkele borrelnootjes’, verliet het kartel om zijn verdere politieke werk als onafhankelijke partij verder te zetten.
Omdat hij noch een akkoord noch een concrete timing in verband met een staatshervorming kon voorleggen en vermits zijn kartelpartner het spel niet meer meespeelde, diende Leterme op 14 juli 2008 terug zijn ontslag in bij de Koning, die zijn antwoord in beraad hield en op 18 juli liet weten dit niet te aanvaarden. Van dan af echter hield de regering Leterme I zich nog slechts bezig met de lopende zaken. Dit bleek echter niet werkzaam en op 19 december van datzelfde jaar, bood Leterme opnieuw zijn ontslag aan bij de koning, die dit maal aanvaardde en de oud premier Wilfried Martens terugriep uit vakantie om als verkenner het pad te effenen voor een nieuwe regering.
Herman Van Rompuy eerste minister tegen wil en dank?!
Alhoewel hij het eerst afwees om het eerste ministerschap op zich te nemen, werd Herman Van Rompuy onder druk gezet om toch maar de vorming en de leiding van een nieuwe regering op zich te nemen. Onder zachte aandrang van de vorst nam Van Rompuy de formatieopdracht aan op 28 december 2008 en slaagde er in een nieuwe regering op de been te brengen die op 30 december de eed aflegde. Herman Van Rompuy werd de 66ste eerste minister van België sinds de onafhankelijkheid. Zijn regering zou er een worden van ‘rustige vastheid’ zoals de nieuwe premier dit zelf verklaarde in zijn regeringsverklaring. Wat de staatshervorming betreft, zou er al die tijd weinig beweging te zien zijn en werd o.a. de begroting een rekenkundig knutselwerk, waar naar goede Belgische traditie heel wat posten getuigen van een rijke fantasie.
De Belgische monopolist Electrabel – volwaardige dochter van Suez France – werd genoemd in een welles-nietes spelletje waarbij de regering verklaarde 200 miljoen euro te mogen inschrijven als bijdrage vanwege deze energiereus als compensatie voor een langer openhouden van de kerncentrales. Naar oude gewoonte werd de post ontvangsten omwille van zogenaamde fraudebestrijding flink verhoogt, zodat de begroting er officieel nogal goed uitzag maar tenslotte door de Europese Commissie als onvoldoende werd beschouwd.
Leterme speelt toch nog mee:
Vanaf het aantreden van Herman Van Rompuy als eerste minister tot 17 juli 2009, zette Leterme zijn politieke werk voort als gewoon senator. Die dag wordt hij immers minister van Buitenlandse Zaken in opvolging van Karel De Gucht (Open VLD) die naar de Europese Commissie verhuist.
In november 2009 worden de geruchten alsmaar hardnekkiger dat Herman Van Rompuy de eerste permanente Voorzitter van de Europese Raad zal worden, hetgeen in de media en bij de mensen verkocht wordt onder de titel ‘Van Rompuy eerste president van Europa’!
Op 25 november 2009 legt Yves Leterme de eed af als 67ste eerste minister van België. Voor de zoveelste maal is een herschikking van de ministeriële posten noodzakelijk. Deze ‘stoelendans’ brengt de Brusselaar Steven Vanackere (CD&V) op de post van minister van Buitenlandse zaken, terwijl zijn portefeuille als minister van Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven en Institutionele hervormingen teruggegeven wordt aan Inge Vervotte (CD&V) die uit solidariteit met haar politieke mentor, Yves Leterme, mee ontslag nam uit de regering op 22 december 2008.
De regering Leterme II:
Uiteraard zijn de verwachtingen van velen terug gestegen naar aanleiding van de nieuwe aanduiding van Leterme als eerste minister. Zijn bijna 800.000 voorkeurstemmen blijven hem achtervolgen en op hem drukken om ditmaal een volwaardige staatshervorming te verwezenlijken met eindelijk de splitsing van B-H-V.
Zal hem dit lukken nadat hij het voorwerp was van zoveel controverses en van de afkeer van menig Franstalig politicus? Zal België barsten of wordt er toch nog een consensus uit de brand gesleept ? Een analyse en bedenkingen hierover vindt u terug in een volgende blog. Deze is al lang genoeg.
[4]CVP – Christelijke Volkspartij (thans CD&V =christen democraat & Vlaams) en PSC – Parti social chrétien (thans cdH = centre democrate Humaniste
[5]VLD = Vlaamse liberale democraten (thans Open Vld) en PLB =Parti Liberal Belge (thans MR= Mouvement Réformateur)
[6]Grondwettelijk Hof van België vroeger Arbitragehof genoemd, moet voornamelijk belangenconflicten tussen gewesten en gemeenschappen onderzoeken op hun grondwettelijkheid.
[7]N-VA – Nieuw Vlaamse Alliantie: een splitsing ontstaan uit de teloorgegane V.U. (Volksunie)
[8]Om een verandering van de Grondwet door te voeren, werden speciale regels opgesteld. De ontslagnemende regering moet op voorhand aanduiden welke artikelen van de Grondwet voor verandering in aanmerking komen en deze worden dan ter uitvoering voorgelegd aan de volgende regering. Om gestemd te worden moet een nieuw of geamendeerd artikel niet alleen de tweederde meerderheid hebben van alle parlementsleden, maar bovendien nog een eenvoudige meerderheid per taalgemeenschap. Door hun meerderheid in het Parlement op te geven, kunnen de Vlamingen dus bijna onmogelijk een grondwetsherziening doorvoeren.
Je bureaustoel staat er leeg zoals je hem de laatste keer verlaten hebt, geen lichaamswarmte meer die de kussens doordringt en behaaglijk zitten doet, voor jou, voor haar, voor hem…
Het scherm van je pc flikkert niet meer, maar vertoont de kenmerken van een dode ik, geen leven meer, geen gloed noch warmte, geen letters die over het scherm rollen, de een al trager dan de ander.
Je documenten en je rommel, het ligt er als naar gewoonte, overhoop, dwars, dooreen, alleen jij wist er in de wanorde uit te halen wat je hebben moest… tot wanhoop van je wederhelft die er kuisen wou maar jij die dat dan weer beletten zou.
De telefoon die rinkelt, maar jij die niet meer opnemen zal, vertrokken op die verre reis waarvan niemand de bestemming kent, de hemel zeggen de enen, de hel zeggen de anderen, het nirvana misschien? of het mooie paradijs waar honderden maagden wachten omdat de eeuwigheid een troost ontvangen mag.
Geen krinkelende, winkelende sigarenrook meer, die in spiralen en dunne wolken zijn weg zocht naar het plafond… weg dus met al te snel vervuild papier en verf, maar geen warme, lekkere geuren meer die het huis hun intieme kracht schenen te geven… Het is stil in huis, geen klikken meer van de aansteker die duizendmaal per dag die Dominicaanse tabaksklomp in brand moest jagen.
In de herfst van je leven naar de herfst van het jaar, in de necrologie speurend aan welke leeftijdsgroep pietje de dood, de sombere zeisenman, zijn destructieve werk nu weer bijzondere aandacht geeft… je zorgen makend, niet om de dood, maar om de pijn en wat van jou achterblijft, aan souvenirs, vergelende foto’s en al of niet herinnerde, al of niet spannende, momenten die in leven je leven maakten.
Maar met de troost dat in je kinderen, en je kleinkinderen, en je achterkleinkinderen, en je achterachterachter………misschien… wat genen achterblijven, hun leven verder zetten, al was het in een onzekere toekomst? Maar dat is dan het eeuwig leven….
Het is al vele malen gezegd, geschreven en getoond geweest, maar de druppel die de emmer deed overlopen en rechtstreeks aanleiding gaf tot het begin van de eerste wereldoorlog, was de noodlottige moord in Sarajevo op aartshertog en troonopvolger Franz-Ferdinand, zoon van de keizer van Oostenrijk-Hongarije. Tijdens diens bezoek aan de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina, werden de aartshertog en zijn vrouw, het slachtoffer van een complot van Servische nationalisten. Blijkbaar moest het lot zijn weg volgen, want na een eerste mislukte aanval, rijdt de auto van de aartshertog en zijn gevolg langs een verkeerde weg en stoot toevalligerwijze op Gavrilo Princip, een van de samenzweerders, die van de gelegenheid gebruik maakt om met zijn pistool de dodelijke schoten af te vuren. We schrijven 28 juni 1914. Weldra komen de diplomatieke circuits onder druk te staan van Oostenrijk, dat zulk danige eisen stelt dat men op voorhand weet dat Servië hieraan geen gevolg kan geven. De spanningen stegen ten top en allerlei intriges – vanuit Oostenrijk en vooral gestuurd onder impuls van Graaf Leopold Berchtold, de minister van Buitenlandse zaken – maakten dat de standpunten eerder van mekaar wegvloeiden, dan dat ze de naties dichter bijeen brachten. Op 28 juli verklaarde Oostenrijk de oorlog aan de kleine buurstaat Servië en de volgende dag al, werd de hoofdstad beschoten. Het Rusland van de Tsaar Nicolaas II, was eerder geneigd om zijn Balkanbuur te verdedigen dan partij te kiezen voor Oostenrijk. In navolging van de Oostenrijkse-Hongaarse monarchie besloot het dan ook op 30 juli de volledige mobilisatie af te kondigen. De eerste augustus verklaarde Oostenrijk de oorlog aan Rusland en prompt Frankrijk eveneens over te gaan tot volledige mobilisatie om het verdrag met het Tsarenland gestand te doen. Op de avond van die eerste augustus v iel Rusland Oost-Pruisen binnen. Dezelfde dag bezette Duitsland zijn kleine buurland Luxemburg en stelde het ’s anderendaags – op 2 augustus – een ultimatum aan België met de bedoeling vrije doorgang te krijgen op weg naar Frankrijk. België wees echter op zijn neutraliteit en weigerde het Duitse leger op haar grondgebied toe te laten. De 3de augustus verklaarde Duitsland de oorlog aan Frankrijk en op 4 augustus trok het België binnen. Hierdoor verklaarde Groot-Brittannië – diezelfde dag - dan weer de oorlog aan Duitsland en stuurde het zijn BEF (British Expeditionary Force) naar Frankrijk. Een lawine van geweld, verminkingen en dood daalde over Europa neer en zou vier lange jaren duren.
De tegenstand is taaier dan verwacht
De legers waren nog maar pas het stadium van zwaard- en lansgevechten ontgroeid en de cavalerie was nog de mening toegedaan dat het een belangrijke rol zou spelen in de afwikkeling van de strijd. Niets was echter minder waar. Deze oorlog zou synoniem worden van grootse en nutteloze slachterijen, enerzijds te wijten aan de stugge koppigheid, onkunde en onmenselijke gedrag van de verschillende bevelhebbers die niet aarzelden om telkens weer hele regimenten de dood in de sturen, maar ook aan de ontwikkeling van nieuwe wapens. In tegenstelling met de voorladers van hun voorgangers, waren deze soldaten uitgerust met repeteerwapens, half-automatische tot automatische snelvurende wapens en deden de massavernietiging door bombardementen en gebruik van gifgas hun nefaste werk. Rechtop aanvallende infanteristen in een lange zijdelingse rij, bovendien nog voorzien van goed zichtbare en kleurrijke uniformen, en de ruiters die een charge uitvoerden ‘like the good old days’, waren geen partij voor de uitstekende Duitse mitrailleurs. Als met een zeis door het zachte koren, maaiden ze de een na de andere rij omver en dunden compagnies, bataljons, regimenten en zelfs hele divisies uit tot soms enkele al of niet gewonde gelukkige overlevenden. Sommigen onder hen werden gek en doolden rond op het slagveld zonder de weg terug te vinden naar hun eenheden. Wanneer ze dan toch teruggevonden werden, zag men de horror nog in hun ogen en menig onder hen zou nooit meer de oude worden; de trauma’s waren te diep. Bevelhebbers die met dit fenomeen niet bekend waren, beschuldigden hen dikwijls van lafheid in ht zicht van de vijand of van desertie. Vooral in de aanvangsfase van de oorlog, zouden vele soldaten hierdoor ten onrechte het slachtoffer worden van eigen executiepelotons. Maar dat is wellicht een historie voor later. Desondanks de moderne inzet, de zware wapens, de nieuwe technieken, was de weerstand steviger dan voorzien en stokte de Duitse vooruitgang.
België biedt weerstand
De Duitse troepen die – volgens het Von Schlieffen plan – België binnentrokken via Luik, hadden ingevolge de militaristische propaganda verwacht dat de overwinning over de Belgische troepen een eenvoudige en snelle afhandeling zou krijgen, maar dit was dan zonder de hardnekkige weerstand gerekend van de nochtans volgens de normen slecht uitgeruste Belgische soldaten. Vooral de stevige fortengordel rond Luik vormde een eerste en ernstig obstakel. Vanaf de 6de augustus zouden de Duitse troepen deze forten blijven aanvallen en een voor een uitschakelen, vooral nadat zwaar vestinggeschut van 42 cm (dikke Bertha’s) werd aangebracht vanuit Duitsland en Tsjechië. Het laatst weerstand biedende fort van Loncin werd op 15 augustus in de kruitkamer geraakt door een dergelijk zwaar projectiel en de ontploffing die daarop volgde schakelde zo goed als de hele bezetting van de vesting uit. De bevelvoerende officier, generaal Leman, werd hierbij ernstig gewond en door de Duitsers krijgsgevangen genomen. De weg naar Antwerpen scheen open te liggen voor de Duitse opmars.
Er is veel geschreven over wat de oorlog betekende in de Westhoek en de overblijfselen, begraafplaatsen en historische musea zijn getuige van de verbeten strijd die er woedde, maar dikwijls vergeet men dat daarbuiten ook nog gevochten werd en dat deze ultieme uitwijkplaats met de inundatie van de IJzervlakte slechts mogelijk was doordat op vele andere plaatsen door o.a. Belgische soldaten even verbeten als moedig weerstand geboden werd.
Op 12 augustus vindt de laatste cavaleriecharge van Europa plaats. Belgische en Duitse ruiterij rijden elkaar tegemoet zoals het zou passen in een middeleeuws toernooi. Op hun prachtige paarden en in hun mooie en kleurrijke uniformen rijden ze mekaar tegemoet met gevelde lansen. Er vallen 140 Belgische soldaten en 160 Duitsers. De zilveren helman van de Duitse Uhlanen liggen te blinken op het slagveld en men spreekt daarom nog altijd van de ‘Slag van de Zilveren Helmen’. De Belgen winnen deze slag te Halen en verschansen zich in de citadel van Diest.
Op 18 augustus wordt er hevig gevochten in de omgeving van Tienen. Een kleine 2.400 Belgen komt er tegenover 80.000 Duitsers. De helft van de Belgische soldaten verliest het leven of wordt verwond. Het Belgisch leger moet zich terugtrekken.Koning Albert geeft de troepen bevel zich terug te trekken in de vesting Antwerpen. ’s Anderendaags zijn de Duitse troepen Aarschot binnengetrokken en voeren represailles uit op de bevolking. De 20ste augustus trekken de Duitse troepen Brussel binnen en ere volgen nog zware gevechten te Aalst, Mechelen, Dendermonde en Charleroi.De Belgische troepen hebben zich teruggetrokken achter de spoorweg Brussel – Antwerpen in de fortengordel rond Mechelen, terwijl het gros van de troepen terugtrekt en kantonnement neemt in Antwerpen. De Duitse aanval richt zich nu vanuit Brussel richting Antwerpen. Vanuit o.a. Mechelen ondernemen Belgische eenheden aanvallen op de Duitse voorhoede, maar ze moeten wegens gebrek aan munitie, door de gebrekkige communicatie en door de overweldigende hoeveelheid Duitse soldaten die ingezet worden, telkens onverrichterzake met veel verliezen terugtrekken. Een van deze veldslagen heeft plaats in Imde, een gehucht van de gemeente Wolvertem (Meise) waar ik nu woon. Door allerlei misverstanden – Belgen schieten bijv. op mekaar, er is geen radio- noch telefooncommunicatie, een van de eenheden wordt door zijn bevelhebber niet ingezet, en zo verder – wordt het een fiasco. Ieder jaar nog herdenken de inwoners de gesneuvelden aan het monument aldaar. Ook Kapelle-Op-den-Bos, Nieuwenrode en Ramsdonk ontsnappen niet aan de gevechten, noch aan de gevolgen van de Duitse inval en bezetting.
1914-1918 Drie Kleine Dorpen in een Grote Oorlog
Zo heet het boek dat door de Erfgoedcel Kapelle-op-den-Bos werd uitgegeven deze maand en dat een gedetailleerde beschrijving geeft van de belevenissen van deze drie voornoemde dorpen en van hun inwoners tijdens W.O.I. Het is een boek geworden van 333 pagina’s vol feiten, verhalen en anekdoten die bovendien ruim geïllustreerd zijn met 400 afbeeldingen waarvan er sommige nooit eerder werden gezien. Foto’s en tekeningen, unieke verhalen en documenten werden ontdekt tijdens de zoektocht naar materiaal voor de samenstelling van het boek. Vermits de getuigen van deze oorloge verdwijnen of verdwenen zijn, is dit boek een bewaarplaats van hun getuigenissen geworden voor de toekomst. De harde kaft en de goede kwaliteit van het gebruikte papier staan borg voor een langdurige bewaring van dit prachtige werk.
Het boek kost 45 euro per exemplaar en 55 euro bij verzending via de post.
Voor wie begaan is met de Belgische geschiedenis van de eerste wereldoorlog en niet wil blijven hangen bij de grote veldslagen alleen, is dit een werk dat absoluut in de bibliotheekkast hoort en verdient van gelezen te worden.
Sorry mensen dat het weeral zo lang geleden is dat er wat verscheen in mijn blog. Het is de laatste tijd veel te druk geweest voor een gepensioneerde en sommige dingen moesten nu eenmaal ter zijde blijven. Slachtoffer hiervan was onder andere het bijhouden van mijn blog. Hier een poging om er weer wat teksten tegen aan te gooien in de hoop dat er mensen zijn die het lezen uiteraard.
Nick (9 jaar) en Jana (7 jaar) zijn respectievelijk de zoon en de dochter van onze jongste zoon Wim en zijn vrouwtje Fanny. Tot voor de grote vakantie was Nick nog wekelijks twee dagen aanwezig in de dojo om er de tatamis van de judozaal te teisteren met zijn oefeningen in valtechnieken, worpen en andere klemmen. Om de een of andere reden werd hem dat te veel en bleef hij thuis. Wat er echt in zijn hoofdje omging hebben we tot nu toe nog mogen vernemen,maar we hebben er wel een idee over. Zijn zus Jana was geen adept van een of andere sport, maar bleef liever thuis in de warme geborgenheid van moeder. Totdat we in april van Nick een kleine boodschap ontvingen in verband met zijn verjaardag: ‘Lieve oma en opa, als ik jullie vragen mag: voor mijn verjaardag liefst geen cadeautjes maar wel wat centjes op mijn spaarboek om mijn paarden- en ponnykamp te sponsoren”.
Dat was nieuw voor ons, maar toch niet helemaal. Aan alles gaat een voorgeschiedenis vooraf en ook hier is dat het geval. Al enkele jaren plachten we gezamenlijk met verlof te gaan begin juli. Nick en opa zijn nogal goede vrienden en Nick verbleef dan ook graag in de nabijheid van opa, terwijl Jana dan weer een bijzonder boontje heeft voor haar oma. Verleden jaar in juni onderging oma enkele chirurgische ingrepen waarvan de laatste in juni. Op vakantie vertrekken werd haar door de chirurg toegestaan onder voorwaarde niet te ver te gaan, geen extreme warmte noch koude op te zoeken en vooral om het kalm aan te doen. Vermoeiende activiteiten waren uit den boze. Er werd dan maar gekozen voor een verblijf in Centerparcs ‘De Vossemeren’ omdat daar een hele rits goede accommodatie aanwezig is voor kids. Zo konden oma en opa het wat kalmer aan doen en hoefden geen grote verplaatsingen gedaan te worden.
In het park kwam om de twee dagen een Limburgse meneer of zijn vrouw met enkele ponny’s waarmee tegen een kleine vergoeding de kinderen een ronde in het park konden doen. Nick was dol enthousiast en eenmaal dat hij geproefd had van het paardrijden, was hij er niet meer weg te slaan. De uitgaven waren dan ook navenant, maar toch plezierig om zien. (De foto’s moeten nog toegevoegd worden in het album, maar momenteel is mijn externe harde schijf weg voor reparatie. Later komen ze er nog in en verwijs ik naar de link).
Algauw zagen de uitbaters dat Nick op een natuurlijke wijze met paarden om kan gaan en mocht hij nu en dan al eens een extra ritje maken, de paarden afzadelen en ze wegvoeren naar de aanhangwagen. Ik denk dat daar in zijn hoofdje een schakelaar omgedraaid werd die hem weg zou laten drijven van de judo en hem doen besluiten met paarden om te gaan.
Zijn zus Jana wou in den beginne van geen paardrijden weten, maar op de tweede dag kon haar broer haar echter overtuigen om het ook eens te proberen. Na twee ritten was ze haar angst kwijt en reed ze als een volleerde amazone het circuit af. We veronderstellen dat ook zij daar een soortement liefde opgevat heeft om nog meer paarden te berijden.
Tijdens de vakantie van 2009 dus, mits wat sponsoring van opa en oma, mocht Nick dan op ponykamp vertrekken voor een week, terwijl Jana een beetje op honger bleef zitten omdat ze nog te jong was om te mogen deelnemen. Opa mocht hem wegvoeren en gaan halen en het moet gezegd dat het een stralende Nick was, die we mochten terugzien die laatste dag. Hij was er vol van en kon niet laten om zijn wedervaren te vertellen, te herhalen en nog eens te vertellen; het gezegde indachtig dat waar het hart van vol is, de mond overloopt!
Nadien bleef het een beetje stil rond de paarden, maar na de vakantie werd met ernst gezocht naar een manege met een goede reputatie. Men moest er niet alleen gewoon zijn om met kinderen om te gaan, maar vooral de nadruk leggen op opleiding en recreativiteit, niet op competitie. Bovendien moest het allemaal betaalbaar blijven want paardrijden is nu eenmaal niet goedkoop. De uitbaters moeten immers niet alleen investeren in paarden, maar ook zorgen voor stallingen, weiden en voldoende voedsel. Een dergelijke instelling werd gevonden in Mollem, ook dank zij de goede raad van een collega van onze schoondochter. Ze is nu zelf professioneel bezig met de uitbating van een manege, maar leerde haar eerste stappen ook in Mollem. Goede raad is zeldzaam en als je hem krijgt moet je hem dan ook maar volgen.
Het gevolg is dat onze beide kleinkinderen nu iedere woensdag namiddag gedurende een half uur op een paard mogen zitten en stilletjes aan de technieken van een goede houding en stuurmanskunst onder de knie beginnen te krijgen. Waren de paarden in een eerste fase nog aangebonden aan een lange koord die door de onderrichter werd vastgehouden, dan rijden ze nu al zelfstandig op de piste en heeft Nick zelfs al van draf en galop mogen genieten. Opa en oma draven zoveel mogelijk op om te kijken naar de verrichtingen van de kleine spruiten, want het doet wel iets als je deze kids zit zitten op die levensgrote paarden alsof een heel leven niets anders gedaan hebben. Opvallend is ook dat Jana op een zeer vlotte en natuurlijke wijze op haar ros zit. Het moet dus een grond van waarheid hebben dat vrouwen op dat gebied wat meer gratie vertonen dan mannen, die vooral gericht zijn op techniek en snelheid. Raar toch, dat dit er al in zit van kleins af aan.
Hoe dat het allemaal verder zal evolueren is momenteel nog koffiedik kijken, maar zolang ze hiervan kunnen genieten, moeten ze heet maar doen. Het leven is al jachtig en prestatiegericht genoeg. Op welke wijze het verder zal gaan, zal u mettertijd kunnen lezen in deze blog, bij leven en welzijn van de opa, zou Jos Ghysen gezegd hebben.
Ondertussen is de dochter, Elyse (8 jaar) van onze oudste zoon Chris, afgestapt van turnen en dansen, want te veel discipline gevraagd en is ze overgegaan op harpspelen. Het zijn nu vooral de notenleer die in de beginfase haar grootste muzikale activiteit uitmaakt, maar later verneemt u er ook wel meer van.
Ondertussen kan je al kijken naar enkele foto’s van onze jeugdige ruiters, all moet gezegd dat sommigen van betere kwaliteit hadden mogen zijn. Aan het fototoestel ligt het niet, maar wel aan de fotograaf, maar vooral in bepaalde gevallen aan de slechte weersomstandigheden en dan is een flash onvoldoende om genoeg licht te geven en ondervindt men heel wat moeilijkheden om goede beelden te maken van bewegende doelen als de sluitertijd wat langer moet zijn. Maar dat wist u al. Alleszins geeft het een indruk van waar ze mee bezig zijn.
Kijk dus maar eens naar:http://fotoalbum.seniorennet.be/spitfireleo/nick__jana_gaan_paardrijden/
De regering op zoek naar een budgettair evenwicht.
Deze week zou de regering haar 'State of the union' moeten uitspreken voor het verzamelde Parlement en met een zo goed als staatsbudget in evenwicht naar buiten moeten komen.
De topministers zijn hier al een tijdje mee zoet en de partijcenakels en vakbonden hebben hun messen al geslepen en nu en dan hun tanden al eens laten zien. Het wordt evenwel dringend en de ministers die aanwezig waren op de heiligverklaring van onze Vlaamse pater Damiaan, kwamen zelfs onmiddellijk terug vanuit het Vaticaan om in een waarschijnlijk nachtelijke marathon, de laatste lodjes te leggen voor hun werk.
De crisis veroorzaakt door de financiële wereld heeft heel wat onheil gebracht over de wereld en veel burgers voelen het in hun portefeuille. De wereld van de 'haute finance' heeft het - zo te zien - nog altijd niet begrepen. Vanuit die hoek komt alleen oorverdovende stilte, geen mea culpa noch medeleven. Maurice Lippens bestond het noch om op zijn bekende arrogante wijze alle schuld van zich af te praten en te stellen dat ook hij nogal wat financiële schade heeft opgelopen. Hij is alleszins nog niet failliet en kan blijkbaar nog teren op voldoende reserves om zijn rijk leventje zonder al te veel zorgen verder te zetten. Van velen kan dit echter niet meer gezegd worden. Zij zijn wel bankroet omdat ze geïnvesteerd hebben in de door - zovele zogenaamde financiële experten en politici - aanbevolen investering in Fortis. Het is hen slecht bekomen.
Niet alleen heeft de belastingsbetaler het grote deficit gedragen en de putten gedelfd, maar als beloning mocht hij de nu bijna maandelijks terugkerende boodschap op zijn uittreksels dat de interesten alsmaar zakken, doorspoelen met zijn teleurstelling.
De regering die op zoek moet naar middelen om putten te vullen, heeft uiteraard twee denkpistes bewandeld die telkenmale terugkeren in geval van crisis. Men kan zich uiteraard verwachten enerzijds aan besparingen en anderzijds aan al of niet verkapte nieuwe belastingen.
Besparingen zal men wellicht doen door minder geld uit te geven aan bepaalde projecten die raken aan het comfort van de modale mens. De populaire pistes worden ook nu weeral bewandeld. Er is o.a. sprake van de vermindering van het aantal ambtenaren - stokpaardje vooral van de liberalen - en daarnaast het beknibbelen op allerlei uitgaven zoals bijvoorbeeld de sociale zekerheid. Er is tevens sprake van de aanpassing van bepaalde belastingen en traditiegetrouw zullen automobilisten hiervan het slachtoffer zijn. Zo is er sprake van de verhoging van de accijnzen op de diesel waarvoor twee wegen opengebroken worden. Enerzijds zegt men dat het verschil tussen de benzineprijs en de diesel te groot is en anderzijds wil men het milieu en de roetvervuiling door diesels inroepen om deze verhoging te verantwoorden. In de hele discussie over het prijsverschil wordt angstvallig gezwegen op de jaarlijks weerkerende accijnscompenserende belasting die de dieselrijder terugvindt op zijn belastingsuittreksel en die bijgevolg het prijsverschil degelijk beperkt. Dat roet van dieselwagens ongezond is, kan moeilijk tegengesproken worden, maar als in de zomer de Wetstraat en de Belliardstraat 's morgens en 's avond blauw zien van de rook en bij warm weer voetgangers zich ongemakkelijk voelen, is dit dan alleen te wijten aan de roetuitstoot of is dit eveneens veroorzaakt door de wolen koolmonoxyde van de benzinevoertuigen die in 5 of 6 files met draaiende motor in file staan?
Heeft men echter al iets gehoord over een mogelijke weddevermindering voor parlementariërs en ministerabelen? Heeft u al nieuws van de afschaffing of vermindering van alle bijzondere premies en onkostenvergoedingen die dezelfde personen ontvangen? Is er al iets bekend over het afschaffen van dikke auto's voor de gekozenen en de vervanging er van door kleinere wagens? Want zeg nu zelf, wat gebruikt en kost minder: de dikke BMW, Mercedes of andere dikke bakken of een kleine mini, VW of ander Clio?
Mijns inziens zijn de meeste politiekers aanhangers van de NIMBY-doctrine. Bespaar overal waar je kan maar 'Not In My Back Yard'.
Hoeveel verdraagt de bevolking nog alvorens het deze manier van handelen stevig afstraft? Wachten we tot de volgende verkiezing of spelen we een nieuwe 'Stomme van Portici'?
We hebben er sinds zondagmorgen dus een nieuwe heilige meer. Pater Damiaan De Veuster uit Ninde (Tremelo) werd door paus Benediktus XVI tijdens een uitgebreide christelijke ceremonie, te samen met enkele andere kandidaten, heilig verklaard. Veiligheidshalve gebeurde alles binnenskamers vooral uit schrik dat de hoogwaardigheidsbekleders nat of neergebliksemd zouden worden. Sommigen onder hen verdienen dit wel omdat je ze anders nooit in een kerk of kapel ziet verschijnen, tenzij de pers aanwezig is en uitgebreid aandacht besteedt aan hun persoon.
Wie er niet op de vip-stoelen mochten plaatsnemen, waren de familieleden van o.a. Pater Damiaan, noch zijn medebroeders van de congegratie van de paters van de Heilige Harten, de picpussen. Ondertussen werden in de voorbije weken heel wat programma's gewijd aan deze pater missionaris, die de bestrijding van de lepra tot zijn topprioriteit maakte en hiermee de wereld wakker schudde over het gebrek aan solidariteit dat er toen al heerste ten opzichte van de slachtoffers van deze vreselijke ziekte. Ieder die een beetje naam of faam heeft of wilde verwerven, voelde zich geroepen om de pater te recupereren en tot de zijne te maken. De heiligverklaring wordt in de katholieke kerk verkregen nadat er wonderen of mirakels kunnen bewezen worden en nadat eerst een voorafgaande zaligverklaring plaatshad. Onder wonder verstaat men meestal een of ander feit (bijv. een genezing) die niet op een wetenschappelijke wijze bewezen kan worden, maar volgens beëdigde verklaringen van de gelukkigen die mochten genieten van deze wonderen, te wijten is aan de tussenkomst van de aangeroepen persoon. In het geval van pater Damiaan, gaven de ervaringen van mevrouw Toguchi de doorslag voor het inzetten van de procedure, die na veel hindernissen uiteindelijk bezegeld werd met het pauselijk fiat voor de heiligverklaring. Zou het dan toch waar zijn dat de VRT een links bastion is? Als men de uitzending van Panorama bekijkt en beluistert, dan moet men wellicht inderdaad tot deze vaststelling komen. Er werd immers nogal wat moeite gedaan om de wonderbaarlijke genezing van dame Toguchi in twijfel te trekken en haar dokter (van Chinese oorsprong) bijna belachelijk te maken. Het getuigenis van oncoloog Van Belle van de Rijksuniversiteit was er blijkbaar op gericht om alle beweringen van de dame en van de dokter, de grond in te boren. Even werd zelfs in twijfel getrokken of de goede dokter het spel wel eerlijk gespeeld had en uiteindelijk niet de radiografische opnames gemanipuleerd zou hebben. Een tegenstem was er niet en de mening van een oncoloog van christelijke strekking kwam niet aan bod, werd niet gevraagd.
Wat er ook van zij, kardinaal Danneels was voor eenmaal directer in zijn uitspraken, dan we van hem gewend zijn. Eigenlijk kwam het hierop neer dat hij zei, dat zulke officiële heiligverklaring niet noodzakelijk was omdat Pater Damiaan al lang heilig was voor een groot deel van de wereldbevolking door zijn daden zelf.
Het is inderdaad opmerkelijk dat een eenvoudige Vlaamse pater, waarvan men aanneemt dat hij niet de grootste der intellectuelen was en evenmin de meest belezen pater aller tijden, er meer dan een eeuw later in slaagt om jaarlijks in de maand januari een hele boel mensen te mobiliseren om rond te gaan met de bedoeling geld te verzamelen om solidariteitsgewijze iets te doen aan de toch nog aanwezige lepra in de wereld en de er mee gelinkte tuberculose (TBC). En net zoals ten tijde van zijn leven, zijn het niet alleen katholieken, maar mensen van alle geloven en gezindten die hieraan deelnemen. Dat alleen al is een wonder en maakte de man heilig en van een uitzonderlijk kaliber. Hiermee moet zeker geen link gelegd worden naar de katholieke versie van heiligdom, al is dat of kan dat voor gelovigen een bron van steun en troost zijn, maar moet vooral gedacht worden aan de sterkte van zijn oproep, van zijn voorbeeld dat er nog altijd in slaagt om mensen te motiveren en te mobiliseren.
De kracht van zijn wervend voorbeeld, dat is al heiligdom op zichzelf. Los van alle geloof moet deze man dan ook gezien en gerespecteerd worden om wat hij was en nog altijd is: een man van daden, die altijd vooruit ging en nooit een stap achteruit zette.
Door zijn oversten werd hij lange tijd daadwerkelijk in de steek gelaten, maar dank zijn doorzettingsvermogen en de steun van media en van niet katholieke vrienden, kon hij voor een groot realiseren van de dingen waarin hij zo sterk geloofde. Dat hij zijn inspiratie en de kracht haalde uit zijn geloof en zijn eucharistische geluk, doet alleen ter zake voor zijn eigen persoon en voor allen die hierin eveneens troost vonden en nog vinden. Het is alleen het bewijs dat de God der christelijken en aanverwante godsdiensten ook ten goede werk levert en niet alleen het verwijt moet krijgen dat hij oorzaak is van veel miserie. Uiteindelijk is het niet een geloof noch godsdienst die ongeluk en geweld genereert, maar is de interpretatie die mensen er aan geven die doorslaggevend is. 'Gott mit uns' en alle andere slogans die beroep doen op een God om bijvoorbeeld oorlogen te verantwoorden, zijn tenslotte niet door die God uitgevonden noch geschreven, maar wel door mensen die er misbruik van maken.
De God waarin pater Damiaan geloofde, is een god die aanspoort tot solidariteit, tot medeleven en tot steun en troost van iedere mens die het moeilijk heeft. Het is een god die aanzet tot hulp aan de kleine mensen, de mensen die lijden en door velen in de steek gelaten worden. Het is de stem, de impuls die mensen zoals Damiaan de kracht geeft om goed doende in deze wereld te staan en te handelen.
Los van het feit of god al of niet zou bestaan, los van alle sceptisisme, was voor Damiaan deze God een bron waaraan hij zich kon laven, kracht kon putten om afzichtelijke wonden te verzorgen, lelijke en gehandicapte mensen in het aangezicht kon kijken en de afgrijselijke stank van rottende wonden kon overstijgen. De discussie is dan niet of God werkelijk bestaat of niet. De vaststelling is: dat hij voor Damiaan echt aanwezig was en daarom van Damiaan maakte wat hij nu nog betekent voor deze wereld waarin solidariteit soms zo hard op de proef wordt gesteld. In dit kader wil ik stellen dat de heiligverklaring niet komt van de paus, maar van de kleine mensen, die dag in dag uit, met vallen en opstaan, proberen het voorbeeld van die kleine, eenvoudige Vlaamse pater te volgen en zijn spoor alsmaar verbeteren. Dat velen in gebed nog troost vinden in hun gesprekken met Damiaan, is dan lekker meegenomen.
Een veel te korte terugtocht uit de drukke wereld.
Een veel te korte terugtocht uit de drukke wereld.
De eerste nacht in de Ardeense bossen is al voorbij. Het is een beetje wennen aan de matrassen, want eigenlijk lig je nergens beter dan op je eigen, al in-geslapen, moderne versie van de vroegere strozak. Het is stil geweest tijdens de nacht, alleen het ruisen van de Amblève – die op amper twintig meter van ons voorbij stroomt – en van de bladeren van de hoge loofbomen, hebben hun melodie op elkaar afgestemd zodat een symfonie van rust onze nachtgezel was.
We hebben besloten om het rustig aan te doen, een rustvakantie als het ware, om te bekomen van de nu al anderhalf jaar durende extreme spanningen die ons te beurt vielen. Eerst verleden jaar de gezondheidsperikelen van mijn vrouw en de er mee gepaard gaande operaties en de onrust, de onzekerheid……en nu mijn tante en nonkel die begin dit jaar sukkelden met allerlei problemen en daardoor nu opgenomen zijn in een rust- en verzorgingstehuis. Zelf hebben ze geen kinderen, maar in een periode waar mijn leven op een slappe koord danste en alle richtingen uit kon, hebben ze me bij hen opgenomen als ware ik hun zoon en als het ware uit de verdoemenis gered. Ik heb me in de loop der tijd een dure eed gezworen; dat ik zou zijn voor hen en dat ogenblik is nu aangebroken. Iedere week – de dinsdag – een kleine 100 kilometer rijden om op bezoek te gaan, de vers gewassen en gestreken was (dank zij mijn vrouw) mee nemen en de vuile terug brengen. Op regelmatige tijden naar hun huis om er gras te maaien en wat te kuisen. Gelukkig heb ik nog een nicht en haar man die iedere zaterdag op bezoek gaan en die regelmatig bijstand verlenen in het kuisen en onderhoud van het huis. Terwijl een van de neven zorgt dat de brievenbus geleegd wordt en nu en dan de rolluiken omhoog getrokken worden zodat toch nog een indruk van bewoning ontstaat alhoewel de buren ondertussen wel beter weten. Onze inzet in de parochie – die toch eveneens wat inspanning vraagt – zal evenmin vreemd zijn aan het gevoel dat het allemaal te veel werd en dat we dus er even uit moesten om pillen en andere medicinaal vergif te vermijden. Een weekje Ardennen dus in een bungalowpark waar je al van een deel van je zorgen verlost wordt door de ter plekke zijnde infrastructuur en organisatie, met in mijn achterhoofd (sorry vrouw – maar dat vermoedde ze wel) een beetje in het spoor te treden van de evenementen die de streek ondersteboven keerden in de maand december van 1944, de slag van de Ardennen dus. We bevinden ons niet te ver van de plaats waar Joachim Peiper strandde en onverrichterzake zijn troepen bevel tot terugkeer naar ‘Heim’ moest geven met achterlating van veel materiaal en ook heel wat gedode, gekwetste en gevangengenomen Duitse soldaten.
Terug naar deze morgen dus, waar we wakker werden in onze bungalow door het gekwetter en gezang van de vogels en door het gekwaak van een bende eenden die in massa de Amblève verlieten om op de grasperken tussen de huisjes op zoek te gaan naar eventueel achtergebleven etensresten.Het park is grotendeel volgeboekt met Nederlandse burgers en jeugdbewegingen (of zijn het scholen?) en - vergeef me deze flauwe cliché – bijgevolg vinden onze eenden geen sikkepit aan achtergelaten of rondgestrooid mensenvoedsel. Ontgoocheld druipen de beestjes dan ook af naar andere grasperken inde hoop daar iets te recupereren, maar nergens werden door vakantiegangers kliekjes of resten achtergelaten en bijgevolg trekken de waggelende kontjes zich terug naar hun natuurlijke habitat, de Amblève.
Het is een beetje fris deze morgen en een lichte nevel hangt nog tussen de bomen. Zo typisch voor dit landschap en in december 1944 een van de handicappen die zowel de Duitsers als de onervaren Amerikaanse verdedigers parten speelden. De geschiedenis heeft duidelijk gemaakt dat in eerste instantie de omstandigheden ten voordele waren van de Duitsers die er aldus in slaagden een flinke bres te slaan in de US-defensie, maar later in het voordeel uitdraaide van de geallieerden die daardoor de tijd kregen om gevechtservaring op te doen, te reorganiseren en ervaren versterking aan te voeren.Het zou de krijgskansen in hun voordeel doen keren ook door de vastberadenheid en competentie van vele plaatselijke lagere bevelhebbers die het heft in handen namen en de moed niet lieten zakken.
Gisteren namiddag bij aankomst heeft de vrouw verse broodjes en een klein brood besteld voor deze dag. De bestelling gebeurt bij de receptie door het invullen van een klein briefje, de afhaling in de ‘shop’ van het park. Het is echt een klein gedoe waar je slechts het aller-noodzakelijkste kunt vinden; van een potje confituur over een soort oude kloosterkaas naar koffie en koffiefilterzakken. Hij gaat open om 09 uur en sluit al om 12.30 uur. In de namiddag nog even tussen 16 en 18.00 uur en je hebt het gehad voor de dag. Met de verse broodjes begin je dus noodzakelijk je ontbijt ten vroegste rond 09.30 uur.
Er is ook een restaurant verbonden aan het park, maar die sluit op dinsdag en woensdag, hetgeen betekent dat je voor een weekverblijf al twee dagen elders moet gaan zoeken om van een maaltijd te genieten of dat je moet zorgen voor voldoende eigen voorraad om er een te kunnen klaarmaken. Nu ja, we zijn op vakantie en dus kan een beetje kamperen er niet toe doen…
Ik heb me voorgenomen in de mate van het mogelijke het een en ander al klaar te maken voor mijn blog, die de laatste tijd nogal wat artikeltjes heeft moeten ontberen door gebrek aan tijd, alhoewel het in mijn hoofd gonsde van allerlei schrijfsels beginnende bij de hoofddoekenverbod door de directie van het atheneum van Antwerpen en Hoboken, de reacties van de imam en zijn ‘volgelingen’ evenals deze van politici en door gewone mensen geuit, maar de tijd…… die seconden die onherroepelijk wegtikken, na zestig klikken een minuut vormen, na driehonderdzestig klikken een uur zijn geworden en zo onverzettelijk en zonder uitstel verder vreten aan het momentum van een mensenleven.
Gelukkig maar dat we er aan gedacht hebben de cd reeks klassieke muziek van de Knack-collectie mee te brengen. De Carmina Burana jaagt het tempo een beetje de hoogte in, de klanken van Mozart worden een lichtvoetige divertissimo op mijn klavier en Bach sleurt me even terug de diepte mee in, maar het ‘Slavenkoor’ van Verdi wakkert dan weer de zin op om verder te gaan en de meeslepende klanken van een prachtig vioolconcertje brengen de klanken over in een melodische symfonie van lettertjes op mijn scherm. Om maar te zeggen dat muziek niet alleen de zeden verzacht, maar de emotie aanscherpt en tot schepping aanzet, al was het maar van banale teksten zonder hoogdravende literaire waarde zoals er hier ontstaan, ijlende achter mijn cursor die bij iedere toetsaanslag voortschrijdt eveneens in een tijdvretende onregelmatigheid waar het brein even halt roept aan de vingers om na te gaan of de tekst nog leesbaar blijft voor het arme slachtoffer dat zich de moeite getroost om deze proza door te nemen.
Deze namiddag brengt de rit ons met alle waarschijnlijkheid naar het museum ‘december 1944’ in La Gleize, niet zo heel ver van hier, waar een zorgvuldig gerestaureerde ‘Tiger’-tank staat te pronken in de kleuren van de SS-pantzer divisie. Een impressie van dit bezoek volgt later dan wel in een ander artikel.
Ellen N. LaMotte - Het vergeten verhaal van een verpleegster uit wereldoorlog 1
Het vergeten verhaal van een verpleegster uit wereldoorlog 1
Gisterenavond (21-09-2009) heb ik het boek ‘Het Kielzog van de oorlog’ van Ellen N. La Motte na twee dagen intensief lezen dichtgeslagen. De ondertitel van het boek definieert het karakter er van ‘Het menselijke wrakhout van het slagveld, gezien door een Amerikaanse hospitaalverpleegster’ en de beschrijvingen door deze dame maken dat je het haast in een adem doorleest.
Het boek verscheen in 1916 onder de titel ‘The Backwash of War. The Human Wreckage of the Battlefield as Witnessed by an American Hospital Nurse’ en werd uitgegeven door G.P. Putnam’s Sons.
Het huidige boek – dat 159 pagina’s groot is - werd in 2009 terug uitgegeven in een Nederlandse vertaling door Erwin Mortier die op zoek was naar bronnen voor zijn roman ‘Godenslaap’ en die door de intensiteit van het werk zo onder de indruk was, dat hij het absoluut wou vertalen en heruitgeven. De verdeling er van gebeurt in België door de Standaard-boekhandel voor rekening van de uitgever ‘De Bezige Bij’ uit Amsterdam. (ISBN 978 90 2344204 2).
Wie is Ellen Newbold La Motte?
Ellen wordt in 1873 geboren in het klein stadje Louisville in de staat Kentucky. Ze volgt blijkbaar een studie als verpleegkundige en zoals vele jonge Amerikanen wil ze bij het uitbreken van de oorlog in 1914 niet afzijdig blijven, maar haar talenten inzetten bij de verzorging van oorlogsslachtoffers. Ze trekt naar Parijs waar ze zich aanmeldt bij het Hôpital Américain in Neuilly. Als daar meer dan voldoende kandidaten aangemeld zijn, zoekt ze naar een alternatief. Ze leert er Mary Borden kennen die de leiding van de verpleegkundige staf van een Frans legerhospitaal op zich genomen heeft. Ellen gaat daar in 1915 als vrijwillige verpleegster aan de slag. De ligging van het hospitaal wordt door Ellen nergens vermeld, maar door de biografie van Mary Borden kunnen we afleiden waar alles plaatsgreep waarover La Motte schrijft. Borden was namelijk directrice van het Hôpital Chirurgical Mobile n° 1 dat zich in Roesbrugge of althans in de buurt daarvan bevond. Roesbrugge is thans een deelgemeente van Poperinge.
Blijkbaar gaat het hier om een soort eerste hulp post – redelijk dicht bij het front – waar de gekwetsten de eerste zorgen ontvingen om daarna hetzij na voldoende herstel terug naar het front gestuurd te worden, hetzij doorverwezen te worden voor volledig herstel naar een hospitaal in het hinterland.
Door de toestanden die ze meemaakt, zal Ellen het niet te lang volhouden en na een jaar – in 1916 – verlaat ze de dienst om te vertrekken naar China.
In 1902 was ze afgestudeerd aan het zeer bekende en befaamde Johns Hopkins Hospital-instituut in Baltimore. Haar intelligentie en organisatietalent brengen haar aan de top wegens haar uitmuntende uitbouw van een gezondheidnetwerk – vooral op het gebied van de behandeling van tbc – waarbij ze nadrukkelijk de zelfstandigheid van de verpleegkundigen ten opzichte van de geneesheren bepleit. Over deze periode schrijft ze een boel ‘The Tuberculose Nurse’ dat algemeen aangenomen wordt als een baanbrekend werk in de geschiedenis van de verpleegkunde.
Haar confrontatie met de inerte en zelfvoldane hiërarchie van de Franse medische dienst tijdens haar verblijf aan het Westelijk front, maakt haar zeer ongelukkig en de ontgoocheling omdat haar medische expertise door dit korps – dat alleen de militaire structuren toepast -met onverschilligheid wordt behandeld, zullen meer dan waarschijnlijk mee aan de basis liggen van haar vertrek naar China.
Het boek
Het boek bestaat eigenlijk uit de samenbundeling van verschillende artikels en waarnemingen van deze Amerikaanse verpleegster. Ze observeert zeer scherp wat er allemaal gebeurt en schrijft in een bijtende sarcastische trant haar belevenissen aan het front en in het hospitaal.
De zeer drukke periodes als gevolg van geallieerde of Duitse aanvallen worden afgewisseld met tijden van niets doen en van verveling. Het geeft haar zelfs de gelegenheid om enkele ‘toeristische’ trips maken waar ze zelf slachtoffer wordt van blinde bombardementen door Duitse lange afstandskanonnen die moeiteloos 30 kilometer overbruggen. Ze leert dat deze moordwapens slechts vier schoten achter elkaar kunnen afvuren en dan gedurende een vol uur moeten afkoelen alvorens aan het volgende salvo te kunnen beginnen. Ze heeft een onnoemelijke schrik van deze en andere granaten en verstaat soms niet dat andere mensen daar zo kalm kunnen onder blijven.
Soms moet je haar verhaal lezen met begrip van haar cynisme, vooral als ze begrippen als heldhaftigheid en heldenmoed door de kam van het sarcasme haalt. Haar vaststellingen zijn echter niet mis: naar de slachtbank gaan alleen de eenvoudige mensen die geen relatie hebben om een postje vrij van loopgraaf te bemachtigen en het officierenkorps is alles behalve medelevend en correct.
Ze beschrijft het zo: “Er ligt smerig bezinksel op de bodem van de meeste zielen. Oorlog, hoe groots ook, is niet noodzakelijk een zuiveringsproces dat mannen en naties loutert, er bestaat volk genoeg dat je de nobele kanten beschrijft, de heroïsche kant, de geëxalteerde kant van de oorlog. Ik moet beschrijven wat ik gezien heb, de andere kant.”
En dat doet ze dan ook. Wat anders te denken van volgende passage?
‘Toen hij het niet langer verdroeg stak hij een revolver in zijn mond en vuurde af, maar hij maakte er een knoeiboel van. De kogel blies zijn linkeroog weg en nestelde zich ergens onder zijn schedel, dus takelden ze hem in een ambulance en brachten hem, vloekend en schreeuwend, naar het dichtstbijzijnde veldhospitaal. De tocht verliep met dubbele snelheid, over de ruwe Belgische wegen. Om zijn leven te redden moest hij zonder oponthoud het ziekenhuis bereiken en mocht hij terwijl ze met die halsbrekende snelheid voortraasden een doodsmak maken, dan was dat niet erg.Zoveel was duidelijk. Hij was een deserteur, en tucht voor alles. Hij moest verpleegd worden tot hij weer gezond was, voldoende hersteld om hem tegen een muur te zetten en dood te schieten. Dit is oorlog. Zulke dingen gebeuren ook in vredestijd, maar niet zo duidelijk.’
De censuur
Het zal diegenen die bekend zijn met de geschiedenis van oorlogen, niet verbazen, maar in Engeland en in Frankrijk werden haar artikels en het boek onmiddellijk verboden. In deze landen moest het blazoen van patriottisme en heldendom ongeschonden blijven en hoog in het vaandel gedragen worden. Er was geen plaats voor de beschrijving van de vunzige, smerige en pijnlijke werkelijkheid. Er was geen ruimte voor een mogelijk defaitisme, het kanonnenvoer moest zonder veel tegenspraak het gordijn van dodelijke kogels en granaten ingestuurd worden en aangemoedigd door het al of niet postuum uitreiken van medailles met daaraan verbonden de uitkering van een armzalig oorlogspensioen voor de nablijvende familie.
Terzijde van dit boek moet gezegd worden dat dit een algemene trend was en de manschappen kregen dan ook het absolute verbod naar huis te schrijven over de moeilijkheden die ze ondervonden en het lijden dat hiermee gepaard ging. Het was hen eveneens verboden om foto’s of filmen te maken. De foto’s en filmen die heden ten dage ter beschikking staan zijn dan ook meestal in scene gezet om het heroïsche van de manschappen te duiden en te benadrukken. Gelukkig toch dat het sommigen desondanks lukte om opnames te maken van de werkelijke toestanden en dat ze er in slaagden die op een sluikse manier naar hun land te smokkelen, zo krijgen we sporadisch toch een impressie van de smerige werkelijkheid.
In Amerika werden de artikelen van Ellen La Motte wel gepubliceerd tot op het tijdstip dat dit land eveneens betrokken geraakte in de oorlog. Elke publicatie was van dan af verboden, ook daar moest de werkelijkheid, de vunzigheid, de smerigheid van deze onmenselijke oorlog plaats ruimen voor patriottisch heroïsme. De geschiedenis werd dus weerom geweld aangedaan, zogezegd ‘for the good cause’.
Het besluit Iedereen die begaan is met de geschiedschrijving van deze onmenselijke periode, heeft er belang bij dit boek te lezen om een impressie te krijgen van de werkelijkheid van de feiten. In die zin is de vertaling door Erwin Mortier een belangrijke bijdrage aan de geschiedenis. Erwin Mortier heeft zijnbest gedaan om ook in de vertaling de geest van Ellen La Motte ongeschonden weer te geven, hetgeen op zich zelf al een hele verdienste is waarvoor we hem mogen feliciteren.
De onverschillige officier, de generaal die in de gauwte een medaille komt uitreiken, de kilheid van het medisch korps komt er bekaaid van af, maar de gewone man, zonder enkele voorspraak noch relatie, is het echte slachtoffer van een wereldbrand die in gang werd gezet door leidinggevende mannen zonder enige scrupules voor redenen die het vechten niet waard waren.
Dat is de werkelijke conclusie die niet alleen bij dit werk, maar uit iedere oorlog mag getrokken worden: geen enkele politieke, geografische of andere reden is het waard dat er mensen voor gedood worden.
Alleen daarom is het belangrijk dat we niet vergeten, om te vermijden dat de mensheid terug hervalt in fouten die de dood van veel te veel onschuldigen met zich meebrengt. Er is immers niets heroïsch aan het creperen op een slachtveld of als burgerlijk slachtoffer van niets ontziende terreur.