Ik ben Brigitta, en gebruik soms ook wel de schuilnaam Gita en Britje..
Ik ben een vrouw en woon in Bredene (Belgie) en mijn beroep is .
Ik ben geboren op 24/02/1941 en ben nu dus 72 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Men pcke, muziek die ik graag hoor is Simino Rossi en Will Andis, lezen, dansen, zwemmen, wandelen, halskettingen en armbandjes maken, en op reis gaan..
Sneeuw een wit wonderland. Zwarte voetsporen. Een roodborstje dat zingt, van de verre lente en de bloemen misschien. Wit wonderland wij hebben het niet in de hand. Winter is aan 't gloren ijskegels pralen, in de koude zonneschijn. Wit wonderland, 't is heel mooi geef nu maar de dooi. Ook het groene gras is mooi.
Zucht de sneeuwman ik ga dood. Mijn neus is zo druiperig rood. Mijn tandelose mond is al wat scheefgezakt. Ik had net denk ik een herseninfarct. Mijn zwarte knopenjasje past ook niet meer zo goed. Ik was nu net zo mooi met die hoge hoed. Eerst stond mijn neus ook nog fier omhoog. Ook mijn borstel viel in het oog. Ik krijg er nu nog een douche bovenop. Mijn leven is gedaan is flop. Ik ben nu enkel nog. Een wit zwart oranje rode brij. Mijn leven is voorbij.
Als ik zou mogen kiezen, zou ik leven als een woord dat liefde heet. Als ik zou mogen kiezen, koos ik voor iemand met warmte en liefde in het hart. Als ik zou mogen kiezen, zou het nooit winterhard maar zeer warm zijn rond mijn hart. Ik heb niet mogen kiezen, 't leven koos voor mij. Ik leef nu met een grote warme leegte diep in mij.
Sneeuwvlokken dwarrelen neer, hoe langer ik kijk; het worden er steeds meer. Binnen een mum is er een flink pak sneeuw gevallen, wat kinderen zeker zal bevallen. Begonnen is hun sneeuwpret, kinderen worden op de slee gezet. Zie ze sneeuwballen gooien naar elkaar, een paar kinderen zijn met hun sneeuwpop al bijna klaar. Baantjes worden er gegleden, sleetjes worden gereden. In de sneeuw kunnen ze zich lekker uitleven, wat een pret kunnen kinderen aan sneeuw beleven.
Ik wens je een liedje van vrede. Een liedje van hoop en geluk. Aanvaard deze boodschap van vrede. En 't nieuwe jaar gaat niet meer stuk. Zalig Kerstfeest vriend van mij, kom en wees nu blij. Het nieuwe jaar maakt alle wensen waar. Graag gedaan en tot volgend jaar.
Een wereld vol ijs en sneeuw. Bij het haardvuur een geeuw. Winteravond heel stil. Wat is het nu waarop ik wacht. Wat is het wat ik wil. Een voetstap die kraakt. In de sneeuw.... Ik dacht....ik wacht.... Luister heel gespannen. Alles bleef heel stil.... Dan plots een harde klap. De buurman die de autodeur sloot. Nog even een toertje ging doen ter voorkoming van panne.... Eigenlijk wou ik zeggen.... Iedereen wacht. Wacht op een wonder elke keer. Wat zijn we hard in leer. Maar dat wonder keert elk jaar weer. De overgang van donkere dagen naar klarende dagen. Dat is toch waar wij om vragen.
Hallo iedereen. Hier sta ik dan zo alleen. Ik ben Jan. De sneeuwman. Mijn huid is wit. En heb een zwart gebit. Een wortel als neus. Lijkt mij een goede keus. Op mijn hoofd staat er een hoed. En die staat mij toch zo goed. Om mij te maken moet je mij rollen. Want ik besta uit drie bollen. Ik sta steeds buiten. Je kan mij zien door de ruiten. Maar als de zon terug begint te schijnen. Dan zal ik smelten en verdwijnen
Tranen zijn als een waterval, ze beroeren je tot in je diepste dal. Tranen kabbelen over je wangen, ze duiden je op een intens verlangen. Tranen moeten vrij kunnen stromen, ze mogen uit je ogen komen. Tranen zijn het verdriet wat je wilt uiten, ze moeten eruit, ze moeten naar buiten.
We zitten vast. We hebben samen een grote last. Geen uitweg uit dit donkere bos. Maar mijn hand laat je niet los. Samen zoeken we naar een uitweg. Terwijl je troostende woorden tegen me zegt. De sterren schijnen en de maan staat hoog. Ik weet dat je niet tegen me loog. Je zal me echt leiden tot het einde van dit woud. Dat allemaal om te bewijzen dat je van me houd. Samen zullen we de weg wel vinden. En dan zullen we elkaar voor altijd binden.
De zee is iets prachtigst, iets onvoorspelbaars. Wanneer ik 's avonds dromend langs het water wandel, kijk ik naar de ondergaande zon. Die is zo prachtig zodat ik er bijna in wegdroom. Het is zo'n mooi moment, en toch is het iedere avond anders. Toch geniet ik telkens opniew, van dit prachtige natuurverschijnsel.
Pareltjes van eenvoud. Schitteren als goud. Zomaar ergens opgevist. Zonder dat men het wist. Heerlijk om naar te kijken. Eenvoud moest hier wijken. Zouden wij dat overleven. Weer gaan vissen en jagen. Enkel om te leven. Wij baden in een weelde. En toch doen we niks dan klagen.
De vorst laat ijsbloemen verschijnen op de ramen. De lucht vriest in de longen vast. Het innerlijk vuur zal branden. Bevrijdend van een ijzige last. Doet de bevroren zielen weer smelten. Stralen van warmte kleuren het hart. Het innerlijk vuur zal heus niet doven. Het eind van de vorst, verwacht met smart.
Het wintert buiten heel hard, geef jij nu warmte met je hart. Heeft er iemand heel veel kou, zeg dan gewoon ik geef om jou. Het is niet omdat we elk alleen en op zichzelf leven. Dat niemand aan anderen ook wat warmte kan geven. Elk warm woord naar jou geschreven, laat je ziel en hart weer leven. Het is als het laven van dorstige kelen. Er is niemand op de wereld, die zonder warmte van anderen kan leven. Het is goed te weten dat ook anderen delen in je leven.