NIEUW: Blog reclamevrij maken?
vlaaikensdrie
vinnig en pittig
Foto

Bosman , op de foto onder verrast door de selfie van Lennie, wordt op 19 oktober 2018 90 jaar. Na de 7 verhalen op "Vlaaikens" en nog eens 7 verhalen op "vlaaikenstwee" brengt hij een vijftiende verhaal op "vlaaikensdrie". Het is best mogelijk dat dit het laatste zal zijn...

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
19-08-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

PAQJE

Dit verhaal moet ik opdragen aan Lennie (foto). Zonder haar verlangen om haar geliefde Tramstatie op mijn blog te zien verschijnen zou ik het met mijn inmiddels 90 jaar wellicht niet opgebracht hebben.

Ik reed net de helling af die naar het Netedal leidt toen de motor begon te sputteren. Verbaasd keek ik naar het dashboard en ik zag meteen het rode lampje branden.  Geen benzine meer ! Ik krijg anders meteen het oranje lampje in de gaten. Nu dus niet. Het moet een ingreep van het lot geweest zijn.

Gelukkig is er juist in het dal een tankstation. In vrijloop kon ik het net bereiken , en het was met een zucht van verlichting dat ik de tank kon vullen. Terwijl de slang van de Euro95 haar werk deed keek ik even rond, Aan de overkant zag ik een aanlokkelijk zich.  Een mooi terrasje , een ouderwetse 'Café Tramstatie”op het raam, en een open deur. Meer was er niet nodig om me te verleiden na die van de auto ook mijn eigen dorst te lessen. Ik keerde dus de wagen om en zette het voldane beest op de parking van het café.

Ronduit groot was mijn verrassing. Ik meende in een kroeg terecht te komen zoals er langs de baan zoveel zijn , met veel simili zitbanken , een Werchter-toog en allerlei dingen up-to-date. En ik kwam met open mond in het jaar 1950 terecht. Of vroeger, Maar zover gaat mijn café-verleden niet.

En als toetje : aan de toog zat Gust. Voor één keer kreeg ik een bekende voor de voeten in een mij onbekende omgeving.

Gust was een inboorling die al een tijdje verhuisd was naar een ander dorp.  Maar die blijkbaar zijn oude stek niet vergeten kon. En dat was de Tramstatie. Hij begroette me zoals zoals het hoorde voor iemand die je al jaren kent. En hij riep onmiddellijk 'Lennie , geef Bosman een pint'. En ik kreeg ze toebedeeld van een der aardigste meisjes die ik ooit gezien heb. Misschien was het de tegenstelling tussen het retro interieur en haar jeugd die me met verrukking sloeg,

Ik keek aandachtig rond.  Gust kreeg het in de gaten en nam onmiddellijk de rol van gids op zich, Hij leidde me de gelagzaal rond , wees geestdriftig op de houten  zitbanken langs de wanden , op de houten tafels en stoelen, op de aloude reclameborden van brouwerijen die al lang niet meer bestonden , op de foto's van voetbalelftallen uit de jaren '30. Hij sleurde me bij de mouw een deur door en wat zag mijn oog ? Een authentieke brouwerswagen uit het jaar 1924, met de houten tonnen er op ,en met glanzende motorkap die eens de straten van de omliggende stadjes en dorpen onder zich had zien wegschuiven. En die vermoedelijk heel wat collega's die het nog met paard en kar moesten doen achter zich liet. Ik bekeek de wagen van onder tot boven.  En deed mijn petje af, want die was vier jaar ouder dan ik.

Gust liet het er niet bij. Hij nam me mee naar achter , door de rokerszaal waar ook alweer een oude houten toog stond te prijken met aangepaste stoelen , en naar de tuin waar tafels en tuinstoelen voor een heerlijk zitje buiten zorgden. En hij wees naar de kippen , die er waarschijnlijk voor verantwoordelijk waren dat er hardgekookte eieren voor de gasten op een der tafels stonden. Het was een hemeltje.

Toen we weer achter onze pinten op ons houten tabouretje zaten zei Gust plots meewarig : “Er mankeert maar één ding”. Ik keek hem benieuwd aan. Hij wees naar buiten. “De 42 “, zei hij.

Ik was het volkomen met hem eens. Al had ik nog maar pas een stukje van mijn leven kunnen redden aan het tankstation aan de overkant , we waren weemoedig : daar lagen vroeger de tramsporen en daar reed de 42 van de kleine naar de grote stad. Daar was de Tramstatie de blijvende getuige van. Want precies over het café stopte de 42 om de mensen ,die de kleine kilometer van uit het dorp hadden afgelegd , op te laden en naar hun werk te brengen. Of naar school , zoals het geval was voor Gust. “De 42” zei hij nog eens en dronk zijn pint leeg. Ik vroeg Lennie om nog eens te tappen. Want ik wist dat als Gust over de 42 begon , we nog niet aan de nieuwe patatten waren.

XxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxX

--Zie,' zei Gust,' die 42 ,dat was tenminste nog eens een tram. De Sinjoren noemden hem de Boerentram. Laat ze maar. Als we na school aan de Boelaerlei op de tram stonden te wachten, en er kwam een geel geval van onder de Stenenbrug gereden , dan kon je onmiddellijk zien of het een 42 of een 24 was. Dat stadstrammeke waggelde op de sporen als een zatte eend. Maar de 42 stond vast op zijn poten. Of wielen , ja. En altijd zat hij stampvol. Het was in de oorlogsjaren de enige verbinding waar je kon op rekenen. Stipt om kwart na zeven 's morgens stopte hij hier aan de Tramstatie, en moesten de mensen van het dorp om mee te kunnen zich nog tussen de studentjes wringen  van de kleine stad , die ook naar het college moesten. En na school was die er om kwart voor vijf . Dat was voor ons een half uur verloren , maar de 42bis reed maar tot Broechem , daar waren we niks mee. Afijn , hij was toch altijd op tijd, Behalve die vijfde april in 1943 na het bombardement op de Erla in Mortsel. Toen kwam er pas na acht uur een stoomtrammetje van onder de Stenenbrug en waren de meesten onder ons al te voet naar huis. Ik niet , ge ziet van hier.

En als we na veel moeite 's morgens hier aan de Tramstatie  op het voorperron achter de wattman kropen  begon het spel. Want daar kende iedereen iedereen en werd een stevige beet gelachen. En er was nog wat anders. Paqje zorgde daar voor.

Paqje was een Spaanse , die in de jaren '30 voor de Spaanse burgeroorlog als kind naar ons land gevlucht was. Met haar familie , veronderstel ik . Ze heette eigenlijk Paquila , maar dat was voor ons veel te lang. Dat werd dus Paq , later Paqje . Ze was van het dorp, en werkte in de stad. En ze had een hobby . Ze verzamelde. Niet gelijk Peter hier van de Tramstatie die antieke reclameborden verzamelt –ge moet eens de eerste zondag van Augustus komen kijken , dat stelt hij ze ten toon in de tuin, van heinde en verre komen ze er op af—nee, Paqje verzamelde studentjes. Daar zal haar Spaans bloed voor iets tussen gezeten hebben , denk ik... En ze had daar een eigen methode voor. Ze duwde en wrong tot ze achter het verzamelobject stond, stak haar borsten tegen zijn rug en kneep hem in de flank. De student van dienst wist wat dat betekende. Hij moest die dag aan de Boelaerlei de tram van kwart voor vijf laten rijden en een latere nemen. Die van Paqje , juist. Ze moest uiteraard iets langer werken dan wij van school kwamen.

En hierover aan de halte stapte Paqje met haar studentje af , en verdween met hem achter het Netedal in de de bosjes tegen het kanaal aan. We noem dat plekje “het paradijs” Waar Paqje de rol van Eva speelde en ons de appel voorhield... Och , daar is zo veel over verteld. Maar ik ben ook aan de beurt geweest en op mijn woord : meer dan een kusje , even strelen , een kneepje hier en daar is er nooit van gekomen. Zo waren wij toen, schuchtere schachtjes. Nu mogen ze vrijen op 14 jaar...Dat moest je niet proberen als je bij de Jezuieten school liep !

En toen is de grote samenzwering gevolgd. Wij waren met tien , die van de kleine stad naar de grote tramden om naar school te gaan. Toen Paqje haar negende exemplaar aan haar verzameling had toegevoegd , staken we op school de koppen bijeen en broedden een duivels plannetje uit.

En toen Paqje haar tiende studentje in de zij kneep en hem toefluisterde “ De tram van kwart voor zes , hé”, antwoordde nummer tien : “Nee , ik wacht wel in 't paradijs, dan kan ik met de mannen meerijden , ik heb vragen over mijn huiswerk”. En Paqje verstond dat.

Alleen , toen ze die avond rond half zeven achter de Tramstatie en het Netedal naar het paradijs trok , zaten daar tien schelmen op haar te wachten...

Ik moet zeggen : ze heeft dat probleem zo opgelost dat we het nooit zouden vergeten.

Paqje bekeek ons met haar zwarte kijkers één voor één , recht in de ogen. En zei toen : “Goed , nu heb ik maar één keer werk”. En ze begon te zingen. Het was maar van “lalala” maar ik herkende de melodie op slag.Toen ik nog een snotter was mocht ik al eens mee naar de Ancienne Belgique , tot ik op een keer op de koer van het college had staan zingen zoals Charel Janssens : “Zeg Jefke , zou je 't mogen , zo'n tefke...” Er werd naar huis gebeld en ik mocht niet meer mee. Maar wat Paqje zong kende ik nog. De French Cancan, het dansje waarop destijds in de Moulin Rouge in Parijs La Goulue, Grille d'Egout en Jane Avril hun benen omhooggooiden , een spreidstand deden plus een striptease...En bij alle goden , het was dàt wat Paqje ons bracht ! En ze begon te wiegen...

Het jasje ging eerst , het bloesje volgde...Ik ga het kort maken. Toen Paqje uitgewiegd was zagen we duidelijk wat het verschil tussen jongens en meisjes was , zoals we al vermoedden. Een betere les in anatomie heeft geen enkele student medicijnen ooit gekregen.

En toen ze klaar was grabbelde Paqje haar kleren bijeen en stapte ze in de vallende avond door het zoals steeds in die tijd op dat uur uitgestorven dorp in haar nakie naar huis.”

XxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxX

Gust wenkte Lennie en met bekwame spoed werden de dorstigen gelaafd.

“Kijk”, zei Gust,”Daar heeft Paqje ons een fameus lesje geleerd. Probeer nooit een vrouw in de problemen te brengen , je krijgt lik op stuk. En ze heeft dat schitterend gedaan. Een lesje voor het leven. En toen ze de dag nadien op de tram stapte maakten we plaats voor haar en zeiden we allemaal een tikje bedeesd “Dag Paq”. “Dag jongetjes”, zei Paqje, met een vreemd lachje om de lippen. En wij zijn blijven rijden met de 42 en Paqje ook. Maar met de verzameling was het gedaan”.

“Heb je later Paqje ooit nog terug gezien”, vroeg ik.

“ Eén keer , zei Gust , “en het is nog niet lang geleden. Ik had in een café in het dorp een pintje gedronken en een spelletje biljart gespeeld , en bij het verlaten van het café kwam ik voorbij een voortuintje waar een oude man en zijn vrouw van de warme zomeravond zaten te genieten. En ik zeg vriendelijk een goeie dag, en dat ouwe vrouwtje antwoordt : “Dag Gust”. En ik bekeek haar eens beter. Ja , verdorie , Paqje !

Er is een babbeltje van gekomen .Niet over vroeger , nee. Over het dure leven en het kleine pensioentje, waar zoveel oudjes het graag over hebben. En daar zegt de man plots “ Maar we missen niks,hé,sjoeke ?”

“ Jawel” zei het sjoeke.

“Wat mis je ?” vroeg de man enigszins op zijn pik getrapt.

“De 42”, zei Paqje. En ik ben er zeker van : uit dat gerimpelde gezichtje kwam waarachtig een knipoog”.

Gust zweeg , hield zijn lege pint omhoog,wees naar de mijne , en Lennie zorgde voor de levering.

“Op Paqje” ,zei Gust, “Op Paqje” zei ik. We klonken. En je kunt me geloven of niet : het kwam uit het putteke van ons hart.

(tram 42 werd afgeschaft op 30 juni 1950)


0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
19-08-2018, 00:00 geschreven door bosman
Reacties (0)
E-mail mij

Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto

Blog tegen de regels? Meld het ons!
Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!