Uw eigen gratis blog? Klik hier!
Ga naar willekeurig blog, klik hier.
Islamitische Boeken
Salaam Alaikoem broeders en zusters.
Welkom op mijn blog!
Inhoud blog
  • Uitleg van de pilaren van Imaan
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Dit is Mohammad ( Allah's vrede en genade zij met hem )
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Het Wegnemen van de Shoeboehaat
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Samenvatting ( De Reiniging )
  • Vervolg Inhoud
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Vervolg
  • Jezus In de Islam Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • De drie fundamenten en haar bewijzen en de vier basisregels voor het pure monotheïsme Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Het bestaan van God - Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Uitleg van de vier principes betreft Shirk Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Trots, Achterdocht en Kwaadsprekerij ---- Deel 1
  • Deel 2
  • Het verschil tussen de Bijbel en de Qu’ran
  • DE WONDERBAARLIJKE QOR'AAN Deel 1
  • DE WONDERBAARLIJKE QOR'AAN Deel 2
  • DE WONDERBAARLIJKE QOR'AAN Deel 3
  • Het Nachtgebed
  • De natuurkundige aspecten van de Dag des Oordeel (deel 1)
  • Geen vrije wil in het samentrekkende heelal Deel 2
  • De Profeet Mohammed Deel 1
  • De Profeet Mohammed - Deel 2
  • De God Die Nooit Bestond Deel 1
  • De God Die Nooit Bestond Deel 2
  • Dajjaal - “Anti-Christ” - Deel 1
  • Dajjaal - “Anti-Christ” - Deel 2
  • Dajjaal - “Anti-Christ” - Deel 3
  • Vertrouwen op Allah - deel 1
  • Vertrouwen op Allah - deel 2
  • Vertrouwen op Allah - deel 3
  • Al-Qadar (De voorbeschikking) Deel 1
  • Al-Qadar (De voorbeschikking), Deel 2
  • De reis van de ziel na de dood--Deel 1
  • De reis van de ziel na de dood--Deel 2
  • De reis van de ziel na de dood--Deel 3
  • De reis van de ziel na de dood -- deel 4
  • Aboe_Bakr_Assidieq Deel 1
  • Aboe_Bakr_Assidieq -- Deel 2
  • Bekijk ook de andere blogs van mij Inshallah,.
  • Ayatul Koersie - Deel 1
  • Ayatul Koersie - Deel 2
  • Waarom Islam deel 1,
  • Waarom Islam deel 2
  • ”De Kruisiging van Jezus”
  • Als de Bijbel een tong had,
  • Als de Bijbel een tong had --Deel 1
  • Als de Bijbel een tong had --Deel 2
  • Als de Bijbel een tong had --Deel 3
  • Als de Bijbel een tong had --Deel 4
  • Als de Bijbel een tong had --Deel 5
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    07-11-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bekijk ook de andere blogs van mij Inshallah,.

    Bekijk ook de andere blogs van mij Inshallah.

    http://gedichtensaid.blogspot.com/ Meer dan 600 gedichten
    http://blog.seniorennet.be/islam_verhalen/ Elke dag een nieuw verhaal
    http://blog.seniorennet.be/foto_islamitische_foto/ Elkedag nw foto
    http://blog.seniorennet.be/said_online  Elke dag nieuwe gedichten
    Said Mondria - Hyves.nl    Zie ook mijn nieuwe Hyves en meld je aan als vriend Inshallah 

    Ik wens iedereen veel lees en kijk plezier.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    07-11-2009, 00:00 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    18-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Uitleg van de pilaren van Imaan

    Uitleg van de pilaren van Imaan

     

    Door Sheikh Mohammed Saalih’ Al-‘Oethaymien,

     

    vertaald door Oem Mohammed.


    In de naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle

     

    • Introductie
    • Hoofdstuk 1 De religie van de Islam
    • Hoofdstuk 2 De pilaren van de Islam
    • Hoofdstuk 3 De pijlers van Islamitisch Geloof
    • Hoofdstuk 4 Geloof in Allah's Namen en Eigenschappen
    • Hoofdstuk 5 Geloof in de Engelen
    • Hoofdstuk 6 Geloof in de Boeken
    • Hoofdstuk 7 Geloof in de Laatste Dag
    • Hoofdstuk 8 Geloof in de Boodschappers
    • Hoofdstuk 9 Geloof in al-Qadar
    • Hoofdstuk 10 De doelen van  het Islamitisch Geloof

     

     

    Introductie

     

    Alle dank behoort aan Allah, Degene die we prijzen, aan wie we berouw tonen en wie we om hulp en vergiffenis vragen. We zoeken ons toevlucht bij Allah tegen het slechte in onszelf en onze slechte daden. Eenieder die Allah leidt, zal nooit misleid worden, en een ieder die Allah (Geprezen en Verheven is Hij) misleid zal nooit de leiding vinden. Ik getuig dat er geen God is die aanbeden mag worden behalve Allah, Die geen deelgenoten heeft, en ik getuig dat Mohammed,vrede zij met hem, zijn dienaar en boodschapper is. Moge alle vrede en zegeningen van Allah dalen op Zijn Boodschapper, zijn familie, zijn metgezellen en een ieder die hun leiding op de beste manier volgt. De kennis van Tawh’eed (eenheid van Allah (Geprezen en Verheven is Hij)) is het meest eervolle en waardige van alle kennis. Deze kennis is het meest vereiste dat door de gelovigen verworven dient te worden. Dit is kennis van Allah, Zijn namen en eigenschappen en Zijn rechten op Zijn dienaren. Dit vormt de sleutel om de tevredenheid van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te bereiken en zijn geboden te kennen.Dit is waarom alle boodschappers opriepen tot Tawh’eed. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    En Wij zonden geen boodschapper vóór u zonder hem te openbaren: "Voorzeker er is geen God buiten Mij, aanbidt derhalve Mij alleen." (21:25)

     

    Allah, de Almachtige, getuigt dat Hij een is, samengaand met de getuigenis van Zijn engelen en mensen met kennis van Zijn Eenheid:

     

    Allah getuigt, dat er geen God is dan Hij en de engelen en degenen, die kennis bezitten, getuigen dit eveneens, handhavende de rechtvaardigheid: er is geen God dan Hij, de Almachtige, de Alwijze. (3:18)

    Als Tawh’eed zo belangrijk is, dan dient elke moslim zich te bekommeren om deze kennis te verwerven door het te bestuderen, te begrijpen en er vervolgens in te geloven. Dit is de manier waarop moslims hun religie bouwden op een stevige basis, terwijl zij zekerheid en nederigheid voelden in het geloof. Dit leidt uiteindelijk naar vreugde, nadat de doelen van de Islam zijn bereikt.

     

     

    Hoofdstuk 1

    De religie van de Islam

     

    Islam is de religie die Allah (Geprezen en Verheven is Hij) naar Mohammed heeft gezonden, en Hij heeft deze als slot- en meest complete religie voor Zijn dienaren gemaakt. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft in deze religie de gunsten die Hij aan zijn dienaren schenkt voltooid, en Hij zal alleen de Islam van ze accepteren. Hij heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Mohammed is niet de vader van één uwer mannen, maar de boodschapper van Allah en het zegel der profeten; Allah heeft kennis van alle dingen. (33:40)

     

    Nu heb Ik uw godsdienst voor u vervolmaakt, Mijn gunst aan u voltooid en de Islam voor u als godsdienst gekozen. (5:3)

     

    Gewis, de ware godsdienst voor Allah is de Islam. (3:19)

     

    En wie een andere godsdienst zoekt dan de Islam, het zal van hem niet worden aanvaard en hij zal in het Hiernamaals onder de verliezers zijn. (3:85)

     

    Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft alle mensen bevolen om de Islam te volgen.

     

    Zeg: "O mensdom, ik ben u allen tot een boodschapper van Allah, aan Wie het koninkrijk der hemelen en der aarde behoort. Er is geen God naast Hem. Hij geeft het leven en doet sterven. Gelooft daarom in Allah en Zijn boodschapper, de reine Profeet, die in Allah en Zijn woorden gelooft en volgt hem opdat gij recht geleid moogt worden." (7:158)

     

     

    Aboe Hourayrah (moge Allah tevreden met hem zijn)heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah vrede zij met hem heeft gezegd: "Bij Hem in wiens Hand de ziel van Mohammed ligt! Geen enkel lid van deze gemeenschap, geen jood of christen, hoort van mij en gelooft niet in hetgeen waarmee ik gezonden ben, of hij zal behoren tot de mensen van het Hellevuur." (Moesliem)

     

    Geloven in de Boodschapper, vrede zij met hem, betekent geloven in hetgeen aan hem is geopenbaard, gepaard gaande met acceptatie en onderdanigheid; zonder dit is het geloof niet voldaan. Dit is de reden waarom Aboe Taalib, de oom van de Profeet, vrede zij met hem, geen gelovige was in de Boodschapper, alhoewel hij geloofde in hetgeen waarmee hij gezonden was en bevestigde dat de Islam de beste religie was, (maar zonder acceptatie of zich over te geven aan de Islam). Islam bevat alles wat voordeel brengt, hetgeen ook in de voorgaande religies bestond. Islam is echter op elk moment, overal en door elk volk geschikt voor uitvoering. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft tegen Zijn Boodschapper gezegd:

     

    En Wij hebben u het Boek (de Koran) met de waarheid geopenbaard vervullende hetgeen daarvóór in het Boek (de Bijbel) was (verkondigd) en als bewaker daarover. (5:48)

     

    De betekenis van ‘geschikt voor uitvoering op elk moment, overal en door elk volk,’ is dat de Islam alleen voordeel brengt voor de mensheid, wanneer en waar het dan ook in uitvoering wordt gebracht. Islam is niet onder toezicht van een bepaald volk, en kan daarom ook niet veranderbaar zijn, zoals sommige mensen graag zouden wensen. Islam is de religie van waarheid. Het is de religie waarbij Allah (Geprezen en Verheven is Hij) hulp en dominantie heeft gegarandeerd voor een ieder die hier standvastig aan vasthoudt. Hij (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd:

     

    Hij is het, Die Zijn boodschapper met leiding en de ware godsdienst heeft gezonden om deze te doen zegevieren boven alle godsdiensten, ofschoon de afgodendienaren er afkerig van zijn. ( 9:33)

     

    Allah heeft aan degenen onder u die geloven en goede werken verrichten beloofd, dat Hij hen voorzeker tot stedehouders op aarde zal stellen, zoals Hij degenen die vóór hen waren tot stedehouders maakte en dat Hij de godsdienst, die Hij voor hen heeft gekozen, zeker zal bevestigen, en dat Hij hun na hun vrees, vrede en veiligheid zal geven; Mij zullen zij aanbidden en niets met Mij vereenzelvigen. Maar wie daarna het geloof verwerpen, zullen overtreders zijn. (24:55)

     

    Islam houdt geloof en wet in. Het is een complete religie, zowel in zijn geloof als in zijn wet. Het vereist het volgende van zijn volgelingen:

     

    1. geloven in Tawh’eed (eenheid) van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) en het ontkennen van Shirk (polytheïsme).

    2. waarachtig zijn en niet liegen.

    3. rechtvaardig zijn; dit houdt in dat men vergelijkbare zaken met gelijkheid behandeld, en onrechtvaardigheid achterwege laat.

    4. eerlijk zijn en zich onthouden van bedrog.

    5. beloften en contracten met mensen nakomen, en deze niet verbreken.

    6. plichtsgetrouw goed t.o.v je ouders zijn, en niet de knoop doorhakken met verwantschappen.

    7. relaties met familieleden behouden en niet afbreken.

    8. goed zijn tegenover je buren en ze niet schaden.

     

    In het algemeen beveelt de Islam de moslims om zo goed mogelijk gedrag te vertonen en het verbied alle slechte gedragingen.

     

    Het verplicht moslims elke goede daad te verrichten en elke slechte daad te vermijden. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd:

     

    Voorwaar, Allah gelast u goed met goed (te vergelden) en wel te doen aan anderen en te geven als aan verwanten; en verbiedt onbetamelijkheid, kwaad en opstand. Hij raadt u aan dat gij er lering uit trekt. 16:90.

     


    Hoofdstuk 2

    De pilaren van de Islam.

     

    De pilaren van de Islam zijn de fundamenten waarop de Islam gebouwd is.De Islam bevat 5 pilaren. Zij worden in de hadith genoemd die door ibn ‘Omar (moge Allah tevreden met hem zijn) is overgeleverd, dat de Profeet vrede zij met hem, heeft gezegd:

     

    "De Islam is op 5 (pilaren) gebouwd: De getuigenis dat er geen God is behalve Allah en dat Mohammed zijn dienaar en boodschapper is, het verrichten van het gebed, het geven van zakaat (verplichte aalmoes), het vasten in de maand Ramadan en het verrichten van de Hadjj (bedevaart)." (Boekharie en Moesliem)

     

    q De Shahaadah (getuigenis) dat er geen God is die aanbeden mag worden behalve Allah en dat Mohammed zijn dienaar en boodschapper is, vereist een vast geloof in het hart. Dit geloof dient ook te worden bevestigd door de tong. Het wordt Shahaadah genoemd om te tonen dat wanneer een gelovige erin gelooft, zijn geloof stevig is, alsof hij een ooggetuige is. Deze Shahaadah is een fundament, ofschoon het veel aspecten bevat dat als geloof opgenomen dient te worden. Deze getuigenis (bestaande uit 2 getuigenissen zoals duidelijk blijkt) wordt als 1fundament beschouwd, hetzij omdat het de getuigenis bevat dat Mohammed slechts een verkondiger is van de Boodschap van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) en Zijn dienaar en boodschapper, op deze manier wordt de getuigenis dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) een is voltooid. Of omdat deze 2 getuigenissen samen de reden zijn achter de acceptatie van daden door Allah (Geprezen en Verheven is Hij). Daden zijn noch geldig noch geaccepteerd tenzij dezen met oprechtheid worden verricht voor de zaak van Allah (Geprezen en Verheven is Hij), en dit wordt ‘Ikhlaas’ genoemd, en door de weg van de boodschapper van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te volgen. Het besef van het belang van deze getuigenis, dat er geen God is behalve Allah, is een resultaat van Ikhlaas (oprechtheid) naar Allah toe.Deze prachtige getuigenis leidt tot vele goede resultaten. Het bevrijdt de harten en zielen van de verslaving aan de schepping en van het volgen van anderen dan de Boodschapper.

     

    q Het verrichten van de gebeden betekent dat je Allah aanbid door voor Hem te bidden. Men dient de gebeden te onderhouden door ze op tijd en op de beste manier te verrichten, zoals de Profeet, vrede zij met hem heeft onderwezen. Beloningen voor het verrichten van het gebed houden rust en vreugde in, die in het hart worden gevoeld. Gebeden leiden ook tot het vermijden van slechte daden en slecht gedrag.

     

    q Het betalen van Zakaat betekent dat je Allah aanbid door de hoeveelheid aan aalmoezen te betalen, hetgeen verplicht is voor degenen die genoeg geld of bezittingen hebben die het betalen van Zakaat vereisen. Het betalen van de verplichte Zakaat zorgt ervoor dat het hart wordt gezuiverd van de slechtheid van ellende. Ook vervult het de behoeften van de Islam en de moslims.

     

    q Het vasten van de maand Ramadan houdt in dat men Allah aanbidt door gedurende deze dagen van deze maand te vasten, door niet te eten of te drinken van zonsopgang tot zonsondergang. Het vasten traint de ziel om hetgeen gewild en begeerd wordt te vermijden,en de tevredenheid van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te willen verkrijgen.

     

    q Het verrichten van de Hadjj (bedevaart naar Mekka) houdt in dat men Allah (Geprezen en Verheven is Hij) aanbid door het Heilige Huis te bezoeken om de rituelen van de Hadjj te verrichten. Hadjj traint de ziel om tijd en geestelijke inspanning te besteden aan het bereiken van gehoorzaamheid aan Allah. Dit is waarom de Hadjj beschouwd wordt als een soort van Jihad (strijd). Deze vruchten van het verrichten van de 5 pijlers van de Islam, samen met vele andere daden die we niet genoemd hebben, maakt de moslimgemeenschap zuiver en rein. Zij leiden de gemeenschap om de religie van Waarheid te onderhouden en de schepping op de beste manier van rechtvaardigheid en waarheidlievendheid te behandelen. Alle andere daden van de religie hangen af van hoe goed deze pijlers onderhouden worden. De Oemmah (moslimgemeenschap) zal succes bereiken zolang de leden de religie onderhouden. Deze Oemmah zal nooit de gewenste succes bereiken wanneer de religie niet volledig gerespecteerd en onderhouden wordt. Eenieder die zekerheid wil hebben van de bovengenoemde feiten, laat hem dan de volgende Ayat (verzen) lezen:

     

    En indien de mensen van die steden hadden geloofd en rechtvaardig waren geweest, zouden Wij zeker zegeningen van de hemel en van de aarde voor hen hebben gezonden, maar zij verloochenden (onze profeet); daarom grepen Wij hen vanwege hun daden.

    Zijn de bewoners der steden veilig voor de komst van Onze straf over hen, 's nachts, terwijl zij slapen?

    Of zijn de bewoners dezer steden veilig voor Onze straf die over hen zou kunnen komen, des daags terwijl zij zich vermaken?

    Zijn zij dan veilig voor Allah's voornemen? En niemand waant zich veilig voor Allah's voornemen, dan het volk dat te gronde gaat. (7:96-99)

     

    Laat hem ook de geschiedenis van de voorgaande gemeenschappen lezen, die waardevolle lessen bevatten voor eenieder die in het bezit is van een verstand dat begrijpt en recht geleid is.Deze geschiedenis is een licht voor degenen wiens harten niet geblokkeerd zijn van de Waarheid. Onze volledige afhankelijkheid behoort toe aan Allah.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    18-03-2010, 13:16 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    Hoofdstuk 3

    De pilaren van Islamitisch Geloof (Imaan)

     

    Islam is, zoals we voorheen uitgelegd hebben Geloof en Wet. We hebben enkele pijlers van de Wet genoemd. Deze pilaren vormen de grondslag van de Islamitische wetgeving, Wat de Islamitische ‘Aqeedah (geloof) betreft, haar pijlers zijn de volgende: Geloof in Allah, Zijn engelen, Zijn Boeken, Zijn Boodschappers, de Laatste Dag en het goede of slechte dat de Qadar (het lot) brengt. Deze pijlers worden in het Boek van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) en de Soennah van Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, genoemd. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Het is geen deugd, dat gij uw gezicht naar het Oosten of naar het Westen wendt, maar waarlijke deugd is in hem, die in Allah, de Laatste Dag, de engelen, het Boek en de profeten gelooft ... (2:177)

     

    en betreffende de Qadar: Voorwaar, Wij hebben alles naar maat geschapen. (54:49)

     

    In de Soennah heeft de boodschapper van Allah, vrede zij met hem, gezegd, als antwoord op de vraag van (Djiebriel) toen deze hem over Iman (geloof) vroeg:

     

    "Iman is geloven in Allah, Zijn engelen, Zijn Boeken, Zijn Boodschappers, de Laatste Dag en geloven in de Qadar en wat het met zich mee brengt, goed of slecht." (Moesliem)


    Hoofdstuk 4

    Geloof in Allah

     

    1. Geloof in Allah’s bestaan.

     

    Het bestaan van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) wordt bevestigd door de Fitrah (de aangeboren zuiverheid die Allah (Geprezen en Verheven is Hij) in elke mens creëert), het verstand, de Shari’ah (Islamitische wetgeving) en de zintuigen.

     

    a.    Wat de Fitrah betreft, hierover zeggen we het volgende: Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft het geloof in Hem in elke mens teweeggebracht. Het is niet nodig om de mensheid dit geloof te onderwijzen, of erover na te denken hoe men dit geloof kan verkrijgen. Degenen die deze Fitrah echter vervalst hebben, zullen hier geen voordeel van hebben. De Profeet vrede zij met hem, heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    "Iedereen wordt geboren met Fitrah. Het zijn echter de ouders die hem bekeren tot het Jodendom, het Christendom of Majoesisme (vuuraanbidding)." (al-Boekharie).

     

    b.    Het menselijk verstand dient gebruikt te worden om het bestaan van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te bewijzen. De gehele schepping, zowel het nieuwe als oude, moet een Schepper hebben die dit alles uitgevonden heeft en begonnen is. Deze schepping kon niet uit zichzelf of per toeval ontstaan zijn. Het heeft zichzelf niet kunnen scheppen omdat het voorheen niet bestond. Dus hoe zou het dan hebben kunnen scheppen? Ook zou de schepping niet per ongeluk of per toeval ontstaan kunnen zijn. Alles wat bestaat moet een Schepper hebben die het tot bestaan heeft gebracht. De schepping is prachtig in zijn organisatie, samenhangend en in onderling verband gebracht in zijn bestaan. Er is achter elke handeling een reden en een schepper. Dit alles verklaart de uitspraak, dat de gehele universum per toeval is ontstaan, ongeldig. Iets wat per toeval is ontstaan kan niet in zijn vorm georganiseerd zijn, omdat het voordat het gevormd was geen organisatie heeft gekend. Wat maakt iets wat per toeval ontstaan is zo georganiseerd? Indien deze gehele schepping noch zichzelf heeft kunnen scheppen noch door toeval zou kunnen zijn ontstaan, dan moet het dus een Schepper hebben, Allah, de Heer der Werelden. Allah heeft deze redenering in de Qoraan genoemd:

     

         Zijn zij door niets geschapen of zijn zij (hun eigen) schepper? (52:35)

     

         Deze Aya betekent dat men noch geschapen zou zijn zonder Schepper, noch zichzelf zou kunnen scheppen. Dus is het Allah (Geprezen en Verheven is Hij) die ze geschapen heeft.Dit is waarom Djoebayr ibn Mot’im de Boodschapper, vrede zij met hem deze Soerat hoorde reciteren totdat hij aankwam bij het volgende vers :

     

         Zijn zij door niets geschapen of zijn zij (hun eigen) schepper?

         Schiepen zij de hemelen en de aarde? Neen, zij willen geen zekerheid hebben.

         Bezitten zij de schatten van uw Heer of zijn zij de bewaarders hiervan? (52:35-37)

     

         Djoebayr, een ongelovige, zei toen: "Mijn hart sprong er bijna uit (door de kracht van deze redenering die in deze Soerat genoemd wordt). Dit was de eerste keer dat Iman (geloof) mijn hart binnen drong."

     

         Het gebruik van parabelen is heilzaam in deze beschouwing. Laten wij ons voorstellen dat iemand je zou vertellen over een prachtige paradijs, omringd met tuinen waardoorheen rivieren stromen.Deze paradijs zit boordevol meubilering en bedden, en is schitterend verfraaid. Als deze man jou zou vertellen dat deze paradijs zichzelf heeft geschapen en alles wat het bevat, of dat dit alles per toeval is ontstaan, dan zou je meteen tot de veronderstelling komen dat deze stelling fout is en onzin. Hoe kan dan deze reusachtige universum, die de aarde, de hemelen en de sterren hieraan bevat, en de prachtig georganiseerde bestaan die wij zien, op zichzelf of per toeval ontstaan zijn?

     

    c.    Wat betreft de Shari’ah, alle goddelijke religies getuigen van het feit dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) de wereld heeft geschapen. Alle wetten die met deze goddelijke en geopenbaarde religies werden gezonden bevatten datgene waar de mensheid baat bij heeft. Dit vormt het bewijs van het bestaan van een Wijs en Alwetende Heer die weet wat voordeel brengt voor Zijn schepping.Alle goddelijke/geopenbaarde religies beschrijven een universum dat zelf een bewijs vormt voor het bestaan en bekwaamheid van Allah (Geprezen en Verheven is Hij), Die schept wat Hij wil.

     

    d.   Ook de zintuigen dienen gebruikt te worden om het bestaan van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te bewijzen. Wij weten dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) de smeekbede accepteert van een ieder die zijn hulp zoekt, en dat Hij (Geprezen en Verheven is Hij) hen de gunsten schenkt die zij wensen. Dit vormt een duidelijk bewijs van het bestaan van Allah (Geprezen en Verheven is Hij), Die heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

         En toen Noach voordien riep, verhoorden Wij zijn gebed en redden hem en zijn gezin uit de grote ramp. (21:76)

     

         Toen gij de hulp van uw Heer afsmeekte en Hij u antwoordde.... (8:9)

     

         Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft gezegd:

     

         "Een Arabier (bedouine) betrad de moskee op vrijdag terwijl de Profeet vrede zij met hem de toespraak (khoetbah) hield.Hij zei: "O boodschapper van Allah! (Onze) bezittingen zijn vernietigd en (onze) kinderen zijn hongerig. Smeek Allah voor ons. "Hij (de Profeet, vrede zij met hem) hief zijn handen op, in smeekbede voor Allah (Geprezen en Verheven is Hij). Opeens werden er wolken gevormd die op bergen leken. Hij, vrede zij met hem, daalde niet af van zijn minbar (preekstoel) totdat ik regen op zijn baard zag vallen. Op de tweede vrijdag, stond deze Arabier of iemand anders op en zei: "O boodschapper van Allah! Gebouwen zijn ineengestort en bezittingen zijn overstroomd. Smeek Allah voor ons." Hij (de Profeet, vrede zij met hem) hief zijn handen op en zei: "O mijn Heer! Rondom ons en niet in de buurt bij ons."Waar hij, vrede zij met hem, zich ook naar toe wendde (naar de hemel), begonnen zij (de wolken) uiteen te drijven. (al-Boekharie)

     

         Allah’s acceptatie van smeekbeden was, en is nog steeds een gekende kwestie, tot op de dag van vandaag. Het is hen gegeven, die waarachtig zijn bij het zoeken van toevlucht bij Allah (Geprezen en Verheven is Hij) en smeekbedes op de juiste manier verrichten om van zijn acceptatie verzekerd te zijn. Ook zijn er tekenen die Allah (Geprezen en Verheven is Hij) aan zijn Profeten heeft gegeven, die wonderen genoemd worden. Mensen hebben van deze wonderen getuigd of gehoord. Zij vormen een duidelijk bewijs voor het feit dat Degene die deze boodschappers gezonden heeft bestaat, en dat is Allah, de Almachtige. Deze wonderen zijn handelingen die boven de bekwaamheden van de mensen staan. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft deze aan zijn boodschappers geschonken als een vorm van hulp en ze de overwinning te schenken. Een voorbeeld van deze wonderen is het teken dat aan Mozes, vrede zij met hem, is gegeven. Allah gebood hem de zee met zijn stok te slaan, en de zee werd verdeeld in twaalf gescheiden delen tussen bergen van water aan elke zijde van deze delen.

     

         Toen openbaarden Wij aan Mozes: "Tref de zee met uw staf." Waarop zij vaneen week en elk gedeelte was als een grote berg. 26:63

     

         Een ander voorbeeld is het wonder van Jezus, vrede zij met hem.Hem was de macht door Allah gegeven om de doden te doen herrijzen uit hen graf, terug in het leven.

     

         Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft over hem gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

         En ik doe de doden herleven ... (3:49)

         en toen gij door Mijn gebod de doden hebt opgewekt... (5:110)

     

         Een derde voorbeeld is het wonder dat Mohammed, vrede zij met hem, heeft volbracht. Zijn stam, de Quraysh, vroegen hem een wonder te verrichten. Hij wees naar de maan, waarna deze in twee delen spleet terwijl zijn volk getuigden van dit incident.Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft over dit wonder gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

         Het Uur is nabij, en de Maan is opengespleten.

         Maar als zij (de ongelovigen) een teken zien wenden zij zich er van af en zeggen: "Een voortdurende toverkunst." (54:1-2)

     

    Al deze wonderen die Allah (Geprezen en Verheven is Hij) aan zijn boodschappers heeft geschonken als een vorm van hulp en overwinning, en die door hen volkeren werden getuigd, vormen een bewijs van Allah’s bestaan.

     


    2. Geloof in Allah’s Heerschappij.

     

    Dit betekent geloven dat Allah de Heer is, alleen, en dat Hij geen deelgenoten heeft of helpers. De Rabb (Heer) is Degene die Schept en Beveelt. Er is geen Schepper behalve Allah (Geprezen en Verheven is Hij) en er is geen andere eigenaar van het universum behalve Hij. Het Bevel en het Beheer behoort aan Hem. Hij heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    ..Voorwaar, van Hem is de schepping en het gebod... (7:54)

     

    Alzo is Allah, uw Heer, van Hem is het Koninkrijk en zij, die gij buiten Hem aanroept, bezitten niets. (35:13)

     

    Slechts enkele mensen verwierpen Allah’s Heerschappij. Zij zijn degenen die arrogant zijn, degenen die ontkennen wat zij diep in hun hart geloven. Dit was ook het geval bij Farao, toen hij tegen zijn volk zei, zoals in de Qoraan genoemd wordt:

     

     (Zeggende), "Ik ben uw Heer de Allerhoogste." (79:24)

     

    En Farao zeide: "O leiders, ik erken geen God voor u naast mij..." (28:38)

     

    Wat hij zei, was echter niet zijn ware geloof. Allah heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    En zij verwierpen deze onrechtvaardig en aanmatigend terwijl hun zielen er van overtuigd waren. (27:14)

     

    Ook Mozes zei tegen de Farao, zoals in de Qoraan genoemd wordt:

     

    Hij zeide: "Voorzeker gij weet dat niemand anders dan de Heer der Hemelen en der aarde deze tekenen heeft gezonden; en ik ben zeker dat gij, o Farao, te gronde gaat." (17:102)

     

    De Arabische ongelovigen van vroeger waren gewend Allah’s Heerschappij te bevestigen, alhoewel zij Hem deelgenoten toekenden bij Zijn aanbidding. Allah heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Zeg: "Wie behoort de aarde toe en al hetgeen daarop is, als gij het weet?" Zij zullen zeggen: "Aan Allah." Zeg: "Wilt gij er dan geen lering uit trekken?" Zeg: "Wie is de Heer der zeven hemelen en de Heer van de Grote Troon?" Zij zullen zeggen: "Allah." Zeg: "Wilt gij Hem dan niet tot uw Beschermer nemen?" Zeg: "Wie is het in Wiens hand de heerschappij over alle dingen is - en Die beschermt doch tegen Wie er geen bescherming is, - als gij het weet?" Zij zullen antwoorden: "Dit behoort aan Allah." Zeg: "Waarom wordt gij dan misleid?" (23:84-89)

     

    En indien gij hun vraagt: "Wie schiep de hemelen en de aarde?" zullen zij zeker zeggen: "De Machtige, de Alwetende." (43:9)

     

    En indien gij hun vraagt: "Wie schiep hen?", zullen zij zeker zeggen: "Allah". Waarheen worden zij dan afgewend? (43:87)

     

    Allah’s bevel bestaat uit zowel Zijn Bestuur van het universum en het Gebod. Hij is degene die de Schepping bestuurt, en Degene die doet wat Hij wil, in overeenstemming met zijn Wijsheid. Hij is ook Degene die het bevel geeft om aspecten van aanbidding of van handelingen te organiseren, in overeenstemming met Zijn Wijsheid. Een ieder die iemand anders naast Allah (Geprezen en Verheven is Hij) neemt als degene die handelingen van aanbidding of manieren van handeling beveelt, heeft Shirk begaan (ongeloof, associatie in aanbidding) met Allah (Geprezen en Verheven is Hij). Deze daad verklaart Imaan ongeldig.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    18-03-2010, 13:13 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    3. Het Geloof dat Hij de Ilaah is.

     

    Allah is de Ilah, dit betekent dat Hij Degene is die aanbeden dient te worden, en geen deelgenoten heeft. Deze Ilah wordt met liefde en eerbied aanbeden. Hij heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    En uw God is één God, er is geen God buiten Hem, de Barmhartige, de Genadevolle (2:163)

     

    Allah getuigt, dat er geen God is dan Hij en de engelen en degenen, die kennis bezitten, getuigen dit eveneens, handhavende de rechtvaardigheid: er is geen God dan Hij, de Almachtige, de Alwijze. (3:18)

     

    Alles wat als God naast Allah wordt genomen, zijn valse goden:

     

    Dat is omdat Allah de Waarheid is en hetgeen zij aanroepen nevens Hem vals is. (22:62)

     

    Door deze dingen ‘god’ te noemen zal het hen niet tot goden maken. Allah heeft over sommige afgoden gezegd, al-Laat, al-’Oezza en Manat:

     

    Dit zijn slechts namen die gij uitgedacht hebt - gij en uw vaderen - waarvoor Allah geen gezag heeft nedergezonden. (53:23)

     

    Jozef, vrede zij met hem, zei tegen zijn metgezellen in de gevangenis, zoals in de Qoraan genoemd wordt:

     

    "O, mijn twee medegevangenen, zijn verscheidene Heren beter of is Allah, de Ene, de Opperste beter?"

    "Gij aanbidt naast Allah niets, dan ijdele namen die gij hebt uitgedacht, gij en uw vaderen; Allah heeft daar geen gezag voor nedergezonden. (12:39-40)

     

    Alle boodschappers zeiden gewoonlijk tegen hun volkeren:

     

    "O mijn volk, dien Allah. Gij hebt geen andere God buiten Hem." (23:23)

     

    De ongelovigen weigerden echter deze roep te accepteren. Zij namen anderen tot goden naast Allah (Geprezen en Verheven is Hij). Zij aanbaden hen naast Allah (Geprezen en Verheven is Hij) en riepen hen aan wanneer zij hulp nodig hadden. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) weerlegde de ongelovigen in het nemen van deze afgoden als god naast Hem, door twee logische argumenten te gebruiken: het eerste argument:Deze afgoden die door de ongelovigen als god worden genomen, bezitten geen eigenschappen die hen bevoegd maakt om goden te zijn. Deze valse goden zijn geschapen en scheppen niet. Zij kunnen noch degenen die hen aanbidden baten, noch kunnen zij het kwaad afweren. Zij kunnen niet leven geven of nemen. Ook bezitten zij niet, noch zijn zij deelgenoten in het koninkrijk van de hemelen en aarde.Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Toch hebben zij (de mensen) naast Hem goden genomen die niets kunnen scheppen, doch zelf geschapen zijn, en die geen macht hebben om zichzelf goed of kwaad te doen, noch macht hebben over dood, leven of opstanding. (25:3)

     

    Zeg: "Roept degenen aan, waarvan gij beweert dat zij Goden zijn buiten Allah. Zij hebben zelfs geen macht over het gewicht van een atoom in de hemelen of op aarde noch hebben zij enig aandeel aan beiden, noch heeft Hij een enkele helper onder hen. (34:22-23)

     

    Vereenzelvigen zij met Allah degenen die niets scheppen terwijl deze zelf geschapen zijn?

    En zij kunnen anderen geen hulp verlenen noch kunnen zij zichzelf helpen. (7:191-192)

     

    Als dit het geval is met valse goden, dan is het nemen van dezen als goden een ware misleiding en het ergst van alle daden.

     

    Het tweede argument:De moeshrikien (polytheïsten) behoren tot degenen die bevestigen dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) alleen is,de Heer,de Schepper, Degene die alles bezit en Degene die bescherming geeft, en niemand is in staat iemand anders te beschermen tegen Zijn Macht. Deze bevestiging eist van de ongelovigen alleen Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te aanbidden.Hij heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    O gij mensen, aanbidt uw Heer, die u en degenen, die vóór u waren, schiep - opdat gij behouden zult worden. Die u de aarde tot een legerstede maakte en de hemel tot een gewelf en Die water van de wolken deed nederkomen en daardoor vruchten voortbracht, als voedsel voor u. Plaatst derhalve geen gelijken nevens Allah, tegen beter weten in. (2:21-22)

     

    En indien gij hun vraagt: "Wie schiep hen?", zullen zij zeker zeggen: "Allah". Waarheen worden zij dan afgewend? (43:87)

     

    Zeg: "Wie voorziet u van voedsel van de hemel en de aarde? Of wie is het, die macht heeft over de oren en de ogen? En wie brengt de levenden uit de doden en de doden uit de levenden voort? En wie bestuurt het al?" Zij zullen zeggen: "Allah." Zeg: "Wilt gij dan niet Zijn bescherming zoeken?" Zo is Allah, uw ware Heer. Wat is er buiten de waarheid anders, dan dwaling? Waarheen wordt gij dan afgewend? (10:31-32)

     

    4. Geloof in Allah’s Namen en Eigenschappen.

     

    Dit geloof vereist het accepteren van alles wat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) over Zichzelf beschrijft, in Zijn Boek of in de Soennah van de boodschapper, vrede zij met hem. De Namen en Eigenschappen dienen zonder wijziging,verwerping, precieze beschrijving van hun ware aanleg of zonder dezen gelijk te stellen met eigenschappen van de schepping. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Aan Allah behoren alle goede eigenschappen. Roept Hem daarbij aan. En laat degenen, die ten opzichte van Zijn eigenschappen van de rechte weg afwijken, met rust. Hun zal worden vergolden naar hetgeen zij hebben bedreven. (7:180)

     

    En voor Hem zijn de verhevenste attributen in de hemelen en op aarde, en Hij is de Almachtige, de Alwijze. (30:27)

     

     Er is niets aan Hem gelijk en Hij is de Alhorende, de Alziende. (42:11)

     

    Twee sektes zijn in dwaling verkeerd wat betreft deze zaak. Een van deze is de Moe’attillah (de verwerpers). Deze sekte heeft de namen en eigenschappen, of een aantal hiervan verworpen. Zij beweren dat het accepteren van deze namen en eigenschappen leidt tot het associëren van Allah met Zijn schepping. Deze bewering is onjuist vanwege vele redenen, hier volgen er twee:

     

    1.       Deze bewering leidt tot de valse conclusie dat de Woorden van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) in tegenstelling zijn met elkaar. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) is Degene die deze namen en eigenschappen heeft bevestigd, en ontkent dat er iets is wat gelijk aan Hem is. Als het bevestigen van deze namen en eigenschappen leidt tot het gelijkstellen van Allah aan zijn schepping, dan zal dit leiden tot de conclusie dat Allah’s Woorden in tegenstrijd met elkaar zijn en elkaar weerleggen.

     

    2.      Doordat twee dingen eenzelfde eigenschap van iets hebben, wil dit nog niet zeggen dat zij gelijk zijn of er hetzelfde uitzien. Iemand kan getuige zijn van twee personen die beiden benoemd worden als ‘een mens die hoort, ziet en spreekt." Deze beschrijving betekent echter niet dat zij van gelijke bevoegdheid zijn in hun gehoor,zicht of spraak. Men kan ook zien dat dieren handen, poten en ogen bezitten.Dit betekent echter niet dat dieren hetzelfde zijn in alle opzichten wat betreft hun handen, poten en ogen. Als verschil al zo groot is tussen hetgeen de schepping bezit aan namen en eigenschappen, dan is het verschil tussen de Schepper en de schepping nog veel groter en veel klaarblijkelijker.

     

    De tweede afgedwaalde sekte wordt ‘al-Moeshabbiehah’ genoemd. Zij bevestigen de namen en eigenschappen wel,maar zij hebben deze gelijk gesteld aan de namen en eigenschappen van de schepping.Zij beweren dat dit hetgeen is wat de Teksten (van de Qoraan)bedoelen. Zij beweren dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) aan Zijn dienaren heeft geopenbaard wat zij kunnen begrijpen.Deze bewering is onjuist vanwege verschillende redenen, een aantal van deze redenen zijn:

     

    1.       Allah’s gelijkenis aan Zijn schepping is onjuist en is in tegenspraak met het verstand en de wetten van de Shari’ah. De Teksten van de Qoraan en Soennah kunnen niet tot valsheid leiden in hun betekenissen.

    2.      Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft geopenbaard wat Zijn dienaren van de algemene betekenis kunnen begrijpen. De ware aard van hoe deze betekenissen eruit zien is kennis die alleen Allah kan bezitten, vooral met betrekking tot de ware aard van Zijn namen en eigenschappen.Allah (Geprezen en Verheven is Hij) bevestigd dat Hij de Alhorende is. Horen betekent het begrijpen van geluiden. De ware aard van Allah’s Gehoor is echter onbekend. De schepping verschilt in bekwaamheid van het gehoor. Het verschil tussen Allah’s Gehoor en die van Zijn schepping is zelfs veel groter en veel klaarblijkelijker. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft ook bevestigd dat Hij Istiewaa-e (bestijgt/ Zich vestigt)op Zijn Troon. Het bestijgen of vestigen op een troon wordt gekend in de algemene betekenis van het woord ‘bestijgen’ of ‘vestigen’. De ware aard van Allah’s bestijging op Zijn Troon is onbekend. Het bestijgen van iets verschilt al in schepping. Het bestijgen van een stoel is niet hetzelfde als het bestijgen van een kameel. Als al-Istiwaa-e in de schepping onderling verschilt, hoe kan de Istiwaa-e van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) dan vergeleken worden met de Istiwaa-e van de schepping? Het verschil tussen hen is veel groter en klaarblijkelijker.

     

    Belang van het Geloof in Allah:

    Geloven in Allah, op bovengenoemde wijze, leidt tot vele effecten voor de gelovigen:

     

    1.       Om zich bewust te worden van de Tawh’eed van Allah (Geprezen en Verheven is Hij), door alleen van Hem afhankelijk te zijn en je hoop op Hem te vestigen, en alleen Hem te vrezen en te aanbidden.

    2.      Om de liefde en verering van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te perfectioneren , en m.b.t Zijn Macht zoals beschreven door Zijn Meest prachtige namen en Meest hoge eigenschappen.

    3.      Door waarachtig te zijn in de aanbidding van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) door zich te houden aan Zijn geboden en Zijn verboden na te laten.


    Hoofdstuk 5

    Geloof in de engelen.

     

    De engelen vormen een aspect van het onzichtbare. Zij zijn door Allah geschapen en zij aanbidden Hem. Zij bezitten geen eigenschappen die van hen goden of heren maakt. Allah heeft hen van licht geschapen, en Hij heeft hun de gunst geschonken om Hem op elk moment te gehoorzamen. Hij heeft ze de macht gegeven om Zijn bevelen te dragen en na te komen.

     

    Hem behoort wat in de hemelen en op aarde is, en degenen die zich in Zijn tegenwoordigheid bevinden, zijn niet te trots om Hem te aanbidden, noch worden zij dit moede; Zij verheerlijken Hem dag en nacht, en zij verslappen hierin nimmer. (21:19-20)

     

    Zij zijn zo talrijk dat alleen Allah hun aantallen kent. Al-Boekharie en Moesliem hebben overgeleverd dat Anas (moge Allah tevreden met hem zijn)heeft gezegd, terwijl hij het verhaal van de Hemelvaart van de Profeet vrede zij met hem vertelde, dat Al-Bait al-Ma’moor (Het Huis in de hemel dat altijd bewoond is, bedoeld voor de bewoners van de hemel, net zoals de Ka’bah voor de bewoners van de aarde) werd verheven voor de Profeet, vrede zij met hem, in de hemel zodat hij deze kon aanschouwen. Elke dag bidden er 70.000 engelen in dit Huis, en als ze daar klaar mee zijn komen zij er nooit in terug (dit toont ons hoe talrijk de engelen zijn).

     

    Geloof in de Engelen bestaat uit vier onderdelen:

    1.       Geloven in hun bestaan.

    2.      Geloven in hetgeen ons verteld is over hun namen, zoals (Djiebriel), en ook geloven in andere engelen over wie we niet geïnformeerd zijn betreffende hun namen.

    3.      Geloven in hetgeen ons verteld is over hun eigenschappen. Een voorbeeld hiervan is de beschrijving van (Djiebriel). De Profeet vrede zij met hem heeft ons verteld dat hij (Djiebriel) heeft gezien in de gedaante waarin Allah (Geprezen en Verheven is Hij) hem heeft geschapen. Hij had zeshonderd vleugels en groter dan de horizon. De engelen kunnen van gedaante veranderen op het bevel van Allah (Geprezen en Verheven is Hij). Zij kunnen de gedaante van een man aannemen. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) zond (Djiebriel) naar Mariam en hij kwam naar haar toe in de gedaante van een man. Hij werd ook naar de Profeet Mohammed vrede zij met hem gezonden, terwijl hij met zijn metgezellen zat, in de gedaante van een man die hele witte kleding droeg en heel zwart haar had. Hij was een vreemdeling voor de metgezellen, alhoewel er geen enkel spoor aan hem te zien was dat hij gereisd had. Hij zat naast de Profeet en plaatste zijn knieën tegen die van de Profeet vrede zij met hem, en plaatste zijn handen op de dijen van de Profeet. Hij ondervroeg de Profeet over Islam, Imaan, Ih’saan (uitmuntendheid in het geloof) en het Laatste Uur en zijn tekenen. De Profeet vrede zij met hem antwoordde hem. Daarna verliet (Djiebriel) hem.De Profeet zei tegen zijn metgezellen:"Dit was (Djiebriel), hij is gekomen om jullie in jullie religie te onderwijzen." (Moesliem). Ook heeft Allah (Geprezen en Verheven is Hij) engelen naar Ibrahiem en Lut vrede zij met hen, in de gedaante van een man gezonden.

    4.      Geloven in de taken die zij uitvoeren op Allah’s bevel. Zij prijzen Allah (Geprezen en Verheven is Hij) en aanbidden Hem op elk moment zonder enige verveling of vermoeidheid. Sommige engelen hebben speciale taken die ze moeten volbrengen: (Djiebriel) is de eervolle engel die Allah (Geprezen en Verheven is Hij) neer zendt met openbaring aan de Profeten en Boodschappers. Miekaaeel is de engel die toezicht houdt op regen en vegetatie, op Allah’s bevel. Israafiel is de engel die op de Hoorn moet blazen wanneer het Uur (de Laatste Dag) is aangebroken, en de doden verrezen moeten worden. Maalik is de bewaker en toezichthouder van de Hel. De engel des doods neemt de zielen in tijdens de dood. Er zijn engelen die toezicht houden op foetussen in de baarmoeder. Wanneer een foetus vier maanden oud is, zendt Allah (Geprezen en Verheven is Hij) een engel neer en beveelt hem de voeding, maximale leeftijd, daden van de foetus te noteren en of het ellendig (naar de Hel voorbestemd) of gelukkig (naar het Paradijs voorbestemd) zal zijn. Er zijn engelen die de daden van de mensen registreren. Zij hebben een registratie van de daden van iedereen. Er zijn twee engelen voor elk persoon, de een aan de rechterkant en de ander aan de linkerkant. Er zijn weer andere engelen die de doden ondervragen wanneer zij zich in hun graven bevinden. Twee engelen komen naar alle dode personen en vragen elk van hen over de Heer die zij aanbaden, de religie die zij volgden en de Boodschapper die zij gehoorzaamden.

     

     

    Belang van het geloof in de Engelen:

     

    1.       Allah’s Macht, Sterkte en Kracht leren kennen. De gehele kracht van de schepping is een teken van de Kracht van de Schepper.

    2.      Allah dank betuigen omdat Hij (Geprezen en Verheven is Hij) zorgt voor de mensheid. Hij heeft engelen aangesteld om ze te beschermen, hun daden te noteren en andere belangrijke taken te vervullen.

    3.      Houden van de engelen omdat zij waarachtige aanbidders zijn van Allah (Geprezen en Verheven is Hij). Sommige afgedwaalde mensen verwerpen het bestaan van de engelen in een lichamelijke gedaante. Zij beweren dat de engelen de potentie vormen voor het goede dat de schepping bezit. Dit is een directe afwijzing van het Boek van Allah, de Soennah van Zijn Boodschapper en de Idjmaa’ (consensus, eenheid van gevoelens) van de moslims. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

    Alle lof komt God toe, de Schepper der hemelen en der aarde, Die de engelen tot boodschappers maakt met twee, drie en vier vleugelen. (35:1)

     

    O, had je het slechts kunnen zien, wanneer de engelen de ziel der ongelovigen wegnemen, hun gezicht en hun rug treffende: "Ondergaat de straf van het branden. (8:50)

     

    O, kon je het waarnemen, wanneer de onrechtvaardigen in doodsstrijd zijn en de engelen hun handen uitstrekken, (zeggende): "Geeft uw zielen op. (6:93)

     

    Geen voorspraak geldt bij Hem, behalve voor degenen aan wie Hij het toestaat, tot zij, wanneer de vrees van hun hart wordt weggenomen, zeggen: "Wat zeide uw Heer?" Zij zullen antwoorden: "De Waarheid." En Hij is de Hoogverhevene, de Grote. (34:23)

     

    En engelen zullen van iedere poort tot hen komen, (zeggende): "Vrede zij over u, omdat je geduldig waart; ziet, hoe uitstekend is het uiteindelijke tehuis." (13:23-24)

     

    De Boodschapper van Allah heeft gezegd, wat vertaald betekent: "Wanneer Allah (Geprezen en Verheven is Hij) van een dienaar houdt, roept Hij (Djiebriel) en zegt: "Allah houdt van die en die (persoon), houdt daarom van hem. Dan zal (Djiebriel) van hem houden. Daarna roept (Djiebriel) de bewoners van de hemel en zegt: "Allah houdt van die en die, houdt daarom van hem." Dan zullen de bewoners van de hemel van hem houden. Daarna zal hem acceptatie (onder de gemeenschap van de gelovigen) verleent worden op aarde." (Al-Boekharie).

     

    "Wanneer de dag van Vrijdag aanbreekt, staan er engelen bij elke poort van de Masdjid (moskee). Zij noteren de eerste dan de volgende (persoon die naar de Masdjid komt). Wanneer de Imam zit (wachtende totdat het gebedsoproep is geëindigd zodat hij de toespraak kan beginnen), sluiten zij de boeken en komen dan luisteren naar de Dhikr (de gedachtenis aan Allah (Geprezen en Verheven is Hij) die het vrijdagstoespraak bevat)."

     

    De bovenstaande teksten zijn duidelijk in hun betekenis dat de engelen lichamelijke gedaantes bezitten en niet een toestand van de geest zijn, zoals de afgedwaalden beweren.De ware betekenis van deze teksten, die verklaren dat de engelen in een lichamelijke gedaante bestaan, wordt door de gehele Oemmah geaccepteerd.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    18-03-2010, 13:11 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    Hoofdstuk 6 Geloof in de Boeken

     

    Koetoeb (boeken) is het meervoud van Kitab (boek). Het zijn Koetoeb omdat zij geschreven zijn (maktoob). Met Boeken wordt hier bedoeld, de Boeken die Allah (Geprezen en Verheven is Hij) naar Zijn Boodschappers heeft gezonden, als een genade en leiding voor de mensheid. Deze Boeken zijn bestemd om de mensheid te leiden naar datgene wat vreugde brengt in dit leven en het Hiernamaals.

     

    Er zijn vier aspecten van het geloof in de Boeken:

    1.     Geloven dat zij waarlijk door Allah (Geprezen en Verheven is Hij) zijn neergezonden.

    2.     Geloven in de Boeken waarover de mensheid is geïnformeerd, zoals de Qor-aan, die naar Mohammed neergezonden is, de Thora die naar Mozes is neergezonden, de Indjiel (evangeliën) die is neergezonden naar Jezus en de Zabor (Psalmen) die is neergezonden naar David, vrede zij met hen allen. We geloven ook in de andere boeken die door Allah (Geprezen en Verheven is Hij) zijn neergezonden, ook al kennen wij hun namen niet.

    3.     Geloven in alles wat de Boeken bevatten, zoals alles wat de Qor-aan bevat en gedeeltes van voorgaande Boeken die niet vervalst zijn.

    4.     De geboden naleven die in de Boeken staan, tenzij Allah (Geprezen en Verheven is Hij) het tegengestelde door Naskh (verwerping) heeft bevolen. We dienen alles te accepteren wat deze Boeken aan Geboden bevatten, ook al weten wij niet wat voor wijsheid erachter ligt. Alle voorgaande boeken zijn overstemd door de Qor-aan. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    En Wij hebben u het Boek (de Koran) met de waarheid geopenbaard vervullende hetgeen daarvóór in het Boek (de Bijbel) was (verkondigd) en als bewaker daarover. (5:48)

    Dit betekent dat de Qor-aan heerst over alle andere Boeken. Daarom mag geen enkel Gebod die in andere Boeken dan de Qor-aan staan nageleefd worden, tenzij het in overeenstemming is met de Qor-aan.

     

    Belang van het geloof in de Boeken:

    1.Weten dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) zorgt voor Zijn dienaren door hun Boeken neer te zenden om hen te leiden.

     

    2. Allah’s Wijsheid kennen in alles wat Hij Beveelt. Hij heeft elk volk bevolen wat bij hen past: Voor iedereen bepaalden Wij een wet en een weg. (5:48)

     

    3.Allah danken voor Zijn gunsten, omdat Hij (Geprezen en Verheven is Hij) deze Boeken heeft neergezonden om de mensheid te leiden.


    Hoofdstuk 7

    Geloof in de Boodschappers

     

    De Boodschappers zijn gezonden om een Boodschap over te dragen. Zij zijn degenen aan wie Allah (Geprezen en Verheven is Hij) de openbaring heeft gezonden en die Zijn Wet mededelen. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft hen bevolen deze Boodschappen over te dragen. De eerste Boodschapper die gezonden was is Noach en de laatste is Mohammed, vrede zij met hen allen. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Waarlijk, Wij hebben u de openbaring gezonden, zoals Wij Noach en de profeten na hem openbaring zonden... (4:163)

     

    Anas ibn Malik (moge Allah tevreden met hem zijn)heeft overgeleverd dat de Profeet heeft gezegd, tijdens zijn Hadith over Shafa’ah (het recht van voorspraak ten behoeve van de mensheid, die Allah (Geprezen en Verheven is Hij) aan Zijn Boodschappers heeft geschonken op de Laatste Dag), "Mensen zullen bij Adam komen om namens hun voorspraak te doen maar hij wijst deze af door te zeggen: "Ga naar Noach, de eerste Boodschapper die Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezonden..." (Al-Boekharie)

     

    Ook heeft Allah (Geprezen en Verheven is Hij) gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Mohammed is niet de vader van één uwer mannen, maar de boodschapper van God en het zegel der profeten; (33:40)

     

    Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft Boodschappers naar elk volk gestuurd, en heeft hen voorzien van Wetten die hun volkeren dienden te volgen. Sommige Boodschappers werden gezonden om een Boodschap van een voorgaande Boodschapper te doen herleven. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    En voorzeker Wij wekten onder elk volk een boodschapper op, "Aanbidt God en vermijdt de boze." (16:36)

     

    …en er is geen volk waaronder zich geen boodschapper heeft bevonden. (35:24)

     

    Waarlijk, Wij zonden de Torah neer, waarin leiding en licht was, waarmee de profeten die gehoorzaam waren recht spraken voor de Joden... (5:44)

     

    De Boodschappers zijn slechts mensen en zij bezitten geen eigenschappen die hen tot god maken. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) beschreef zijn Boodschapper, Mohammed, de meester van alle Boodschappers en de beste van alle mensen, door het volgende te zeggen:

     

    Zeg: "Ik heb buiten hetgeen God wil, geen macht over goed of kwaad voor mijzelf. En als ik het onzienlijke kende zou ik een overvloed van goed hebben bemachtigd en het kwade zou mij niet hebben gedeerd. Ik ben slechts een waarschuwer en een drager van goede tijding voor een volk dat gelooft." (7:188)

     

    Zeg: "Ik heb (uit mijzelf) geen macht u goed of kwaad te doen." Zeg: "Voorzeker, niemand kan mij tegen God beschermen, noch kan ik een andere schuilplaats vinden buiten Hem – (72:21-22)

     

    De Boodschappers zijn slechts mensen. Zij worden ziek en sterven, zij hebben eten en drinken nodig en zij hebben andere menselijke behoeften. Abraham beschreef zijn Heer door te zeggen, zoals in de Qor-aan wordt genoemd:

    En Die mij voedsel en drank geeft.  En Die mij geneest wanneer ik ziek ben; En Die mij zal doen sterven en daarna weer tot het leven terugroepen. (26:79-81)

     

    Ook heeft de Profeet, vrede zij met hem, gezegd, wat vertaald betekent: "Ik ben slechts een mens, net zoals jullie, ik vergeet net zoals jullie vergeten, wanneer ik vergeet, herinner mij dan." (Al-Boekharie en Moesliem)

     

    Allah (Geprezen en Verheven is Hij) beschreef de Boodschappers, terwijl Hij ze prees, dat zij de hoogste rang die bereikt kan worden hebben bereikt in Zijn aanbidding. Hij heeft over Noach gezegd:

     

    .. Hij was inderdaad een dankbare dienaar." (17:3)

     

    en over Mohammed:

     

    Gezegend is Hij, die de Forqaan (het onderscheid) aan Zijn dienaar heeft neder gezonden, opdat hij een waarschuwer moge zijn voor alle volkeren. (25:1)

     

    en over Abraham, Ish’aak en Ja’cob:

     

    En gedenk Onze dienaren Abraham, Izaak en Jacob, de bezitters van macht en inzicht. Wij verkozen hen in het bijzonder - ter vermaning betreffende het laatste tehuis. En waarlijk, zij zijn in Onze ogen de uitverkorenen en de goeden (38:45-47)

     

    en over Jezus:

    Hij (Jezus) is niets dan een dienaar wie Wij Onze gunst schonken en Wij stelden hem tot voorbeeld voor de kinderen van Israël. (43:59)

     


    Geloof in de Boodschappers bestaat uit vier onderdelen:

     

    1. Geloven dat hun Boodschap waarlijk van Allah komt. Een ieder die niet gelooft in een Boodschapper, heeft ongeloof in alle Boodschappers verklaard. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Het volk van Noach verloochende de boodschappers (26:105)

     

    Allah (Geprezen en Verheven is Hij) beschouwde het volk van Noach als ongelovigen in alle Boodschappers, ook al geloofden zij alleen niet in een Boodschapper.Daarom zijn de Christenen, die niet in Mohammed vrede zij met hem geloven en hem ook niet volgen, ongelovigen in Jezus, de zoon van Maria. Jezus gaf de blijde tijding van de komst van Mohammed naar de Christenen. Deze blijde tijdingen zullen de Christenen niet baten als zij Mohammed vrede zij met hem niet volgen naar de leiding en de Rechte Weg.

     

    2.Geloven in de Boodschappers over wie wij zijn ingelicht, zoals Mohammed, Abraham, Mozes, Jezus en Noach. Dit zijn de vijf sterkste Boodschappers. Allah heeft hen in twee verzen van de Qor-aan genoemd: En toen Wij met de profeten een verbond sloten: met u, met Noach, Abraham, Mozes, en Jezus de zoon van Maria, sloten wij een hecht verbond. (33:7)

     

    Hij schreef u dezelfde godsdienst voor, die Hij aan Noach oplegden en die Wij bovendien aan u openbaren en die Wij Abraham, Mozes en Jezus oplegden: "Bevestigt deze godsdienst en weest er niet in verdeeld." (42:13)

     

    We dienen ook in alle andere Boodschappers en Profeten te geloven, wiens namen ons niet genoemd zijn: En Wij zonden boodschappers vóór u, sommigen van hen hebben Wij vermeld en anderen hebben Wij niet genoemd ... (40:78)

     

    3.Geloven in al hetgeen de Boodschappers ons hebben gebracht.

     

    4. De Wetten naleven van de Boodschapper die naar ons was gezonden; Mohammed, de laatste Boodschapper. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft Mohammed naar de gehele mensheid gezonden:

    Maar neen, bij uw Heer, zij zullen geen gelovigen zijn, voordat zij u (profeet) tot rechter maken over al hun geschillen en in hun hart geen aarzeling vinden aangaande hetgeen gij oordeelt en zij zich geheel en al onderwerpen (4:65)

     

    Belang van het geloof in de Boodschappers:

     

    1. Weten hoe Allah (Geprezen en Verheven is Hij) voor Zijn dienaren zorgt door Boodschappers naar ze te sturen die hen leiden naar Zijn Weg. De Boodschappers onderwezen hun volkeren hoe Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te aanbidden, omdat het menselijke verstand niet kan weten hoe Allah (Geprezen en Verheven is Hij) aanbeden dient te worden zonder leiding van Hem.

     

    2. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) dank betuigen voor dit prachtig geschenk.

     

    3. Plichtsgetrouw houden van, respecteren en prijzen van de Boodschappers van Allah (Geprezen en Verheven is Hij). Zij zijn Allah’s Boodschappers, zij hebben Hem aanbeden, Zijn Boodschap medegedeeld en gaven de beste adviezen aan Zijn dienaren. Veel opstandige mensen verwierpen hun Boodschappers, en beweerden dat Allah’s Boodschappers geen mens konden zijn. Allemaal noemden zij deze bewering en weerlegden het:

     

    En niets heeft de mensen belet te geloven toen de leiding tot hen kwam dan het feit dat zij zeiden: "Heeft God een mens als boodschapper gezonden?" Zeg: "Hadden er op aarde engelen in vrede en rust rondgelopen dan zouden Wij ongetwijfeld uit de hemel een engel als boodschapper tot hen hebben gezonden." (17:94-95)

     

    Allah heeft deze bewering weerlegd, zeggende dat de Boodschappers wel vanuit de mensen gezonden moesten worden, omdat zij naar de mensen van de aarde zijn gezonden, die ook mensen zijn. Indien de bewoners van de aarde engelen waren, dan zou Allah (Geprezen en Verheven is Hij) Boodschappers onder de engelen gezonden hebben. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) noemt wat de ongelovigen in de Boodschappers zeiden:

     

    ... "U bent slechts mensen als wij; je wenst ons afkerig te maken van hetgeen onze vaderen aanbaden. Brengt ons daarom een duidelijk bewijs." Hun boodschappers zeiden tot hen: "Wij zijn inderdaad stervelingen zoals gij, maar God bewijst gunsten aan wie van Zijn dienaren Hij wil. Het is niet aan ons u een bewijs te brengen, dan door het gebod van God. (14:10-11)

     

    Hoofdstuk 8

    Geloof in de Laatste Dag

     

    De Laatste Dag is de Dag dat de mensen vergolden zullen worden en gevraagd zullen worden omtrent hun daden en hiervoor beloning of straf zullen ontvangen. Het wordt ‘de Laatste Dag’ genoemd, omdat het de laatste dag zal zijn, er zal geen dag hierna volgen. Daarna zullen de mensen van het Paradijs er voorgoed verblijven en er hun plaats in nemen. En de mensen van de Hel zullen hier voorgoed verblijven en er hun plaats in nemen.

     

    Geloven in de Laatste Dag bestaat uit drie onderdelen:

     

    1.Geloven in de Verrijzenis. De Verrijzenis zal plaatsvinden wanneer er voor de tweede keer op de Hoorn geblazen wordt. Daarna zullen de mensen herleven en de ondervraging door de Heer der Werelden onder ogen zien. Zij zullen noch schoenen dragen noch zullen zij besneden zijn, en zij zullen naakt zijn en zichtbaar voor anderen zijn in deze toestand (iedereen zal echter beziggehouden worden door datgene waar zij tegenover zullen verschijnen en de ontbering van de Dag des Oordeels. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    De Dag, waarop Wij de hemelen zullen oprollen zoals een schrijver zijn geschriften oprolt. Gelijk Wij de schepping eerst begonnen, aldus zullen Wij haar terugbrengen - een Belofte van Ons; voorwaar Wij zullen deze nakomen. (21:104)

     

    De Verrijzenis is een ware gebeurtenis die de Qor-aan, de Soennah en de consensus (eenheid van gevoelens) van moslims bevestigd hebben. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

    Voorzeker daarna sterf je.

    En op de Dag der Verrijzenis zul je worden opgewekt. (23:15-16)

     

    De Profeet vrede zij met hem heeft gezegd, wat vertaald betekent: "Op de Dag des Oordeels zullen de mensen vergolden worden terwijl zij op blote voeten en in naaktheid verkeren." (Al-Boekharie en Moesliem)

     

    De moslims zijn eenstemmig in het bevestigen van de Dag des Oordeels. Dit is de wijsheid van Allah, want Hij heeft bepaalt dat de schepping een dag van vergelding voor hun daden zullen hebben, nadat Hij ze Boodschappers gezonden heeft om ze in te lichten over Zijn Geboden. Hij heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Dacht je, dat Wij u tevergeefs schiepen en dat je niet tot Ons zult worden teruggebracht? (23:115)

     

    Voorwaar, Hij, Die de verkondiging van de Koran u oplegde, zal u tot de plaats van terugkeer brengen. (28:85)

     

    2.Geloven in de Vergelding. Op de Laatste Dag zal de dienaar beloond of gestraft worden voor zijn daden. Dit feit werd ook door de Qoraan, Soennah en de consensus van de moslims bevestigd. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Voorwaar, hun terugkeer is tot Ons. Dan zullen Wij rekenschap van hen vragen (88:25-26)

     

    Wie een goede daad verricht zal tienmaal zoveel ontvangen, maar wie een slechte daad verricht zal alleen een daaraan gelijke vergelding ontvangen; hun zal geen onrecht worden aangedaan. (6:160)

     

    En Wij zullen weegschalen der gerechtigheid instellen op de Dag der Opstanding, zodat geen enkele ziel in enig opzicht onrecht zal worden aangedaan. En al was het slechts het gewicht van een mosterdzaadje, Wij zullen het naar voren brengen en Wij zijn voldoende als Rekenaar. (21:47)

     

    De Profeet, vrede zij met hem,heeft gezegd: "Allah (Geprezen en Verheven is Hij) zal de gelovige dichter bij Hem brengen, en zal hem beschermen tegen blootstelling (van zijn slechte daden in het zicht van iedereen). Hij (Geprezen en Verheven is Hij) zal zeggen: "Herinner jij je die en die (slechte) daad? Herinner jij je die en die (slechte) daad?" Hij zal zeggen: "Ja, o mijn Heer!" Wanneer Hij zijn bekentenis krijgt voor zijn slechte daden, en hij (de dienaar) denkt dat hij de ondergang is genaderd, zal Hij (Geprezen en Verheven is Hij) zeggen: "Ik heb je beschermd (tegen blootstelling van deze slechte daden tegenover anderen) gedurende jou leven. Vandaag zal ik ze voor je vergeven." Dan zal hem zijn opgetekende daden gegeven worden. Wat de ongelovigen en de hypocrieten betreft, zij zullen in het openbaar geroepen worden: "Dit zijn degenen die over hun Heer hebben gelogen (die Zijn Leiding niet volgden die Hij met Zijn Profeten had gezonden). Daarom zal Allah’s vloek over de onrechtvaardigen heersen." (Al-Boekharie en Moesliem)

     

    "Eenieder die zich voorneemt een goede daad te verrichten, en deze ook verricht, Allah zal het voor hem als tien tot zevenhonderd of meer goede daden noteren. Eenieder die zich voorneemt een slechte daad te verrichten, en deze ook verricht, Allah zal deze als een slechte daad noteren." (Al-Boekharie en Moesliem)

     

    Moslims zijn het er met elkaar over eens dat de Dag des Oordeels zal plaatsvinden. Dit is de Wijsheid van Allah (Geprezen en Verheven is Hij). Hij heeft de boeken geopenbaard, de Boodschappers gezonden en gebood dat zij geaccepteerd, gevolgd en gehoorzaamd dienen te worden.Hij heeft bevolen dat eenieder die zich tegen ze verzet (tegen de Boeken en de Boodschappers) bevochten dienen te worden. Hij heeft het toegestaan om hun bloed te vergieten, hun kinderen, vrouwen en bezittingen in beslag te nemen. Indien er geen Dag van Vergelding zou zijn, dan zou dit Gebod tijdverspilling zijn. Allah is immuun voor zulk spelvermaak:

     

    En Wij zullen degenen, tot wie de boodschappers waren gezonden zeker ter verantwoording roepen; en Wij zullen de boodschappers ook ondervragen. Dan zullen Wij hen zeker met kennis doen weten; want Wij zijn nooit afwezig (7:6-7)


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    18-03-2010, 13:08 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    3. Geloven in het Paradijs en de Hel. Zij vormen de uiteindelijke bestemming voor eenieder die een van deze verdient, en voor eeuwig. Het Paradijs is de bestemming van de uiterste vreugde en geluk die Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft bereid voor de gelovigen die Hem vreesden, geloofden in wat Hij van ze eiste; om in Hem en Zijn Boodschapper te geloven en Ze te gehoorzamen. Zij zijn degenen die oprecht waren naar Allah, en zij waren de volgelingen van Zijn Boodschappers. Het Paradijs bevat aan Allah’s gunsten ‘wat geen oog ooit heeft gezien, wat geen oor ooit heeft gehoord en wat geen verstand ooit heeft verbeeld (van de vreugde die Allah (Geprezen en Verheven is Hij) voor de gelovigen verborgen heeft gehouden)." (Al-Boekharie en Moesliem)

     

    Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Doch zij die geloven en goede werken doen, zij zijn de beste der schepselen. Hun beloning is bij hun Heer; tuinen der eeuwigheid waardoor rivieren stromen en waarin zij voor altijd zullen vertoeven. God zal welbehagen in hen hebben en zij zullen welbehagen in Hem hebben. Dit is voor hem, die zijn Heer vreest. (98:7-8)

     

    Maar niemand weet welke verkwikking der ogen voor hen verborgen is gehouden als beloning voor wat zij hebben gedaan (32:17)

     

    Wat de Hel betreft, dit vormt de bestemming van de Kwelling en Straf die Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft bereid voor de onrechtvaardige ongelovigen.Zij zijn degenen die ongelovig waren in Hem, en Zijn Boodschappers ongehoorzaam waren. De Hel bevat soorten van straf en kwelling die niemand zich ooit heeft kunnen verbeelden.Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    En vreest het Vuur dat voor de ongelovigen is bereid. (3:131)

     

    Voorwaar, wij hebben de boosdoeners een Vuur bereid, welks omheining hen zal insluiten. Indien zij om hulp roepen, zullen zij worden begoten met water als gesmolten lood, dat hun gezicht zal verbranden. Hoe verschrikkelijk is de drank en hoe vreselijk de rustbank. (18:29)

     

    God heeft de ongelovigen zeker vervloekt en heeft een laaiend Vuur voor hen bereid. Daarin zullen zij voor lange tijd vertoeven en zullen vriend noch helper vinden. De Dag waarop hun gezicht zich in het Vuur zal wentelen zullen zij zeggen: "O, hadden wij slechts God en Zijn boodschapper gehoorzaamd!" (33:64-66)

     

     

    Geloof in het leven na de dood

     

    Geloven in de Laatste Dag vereist van de moslims om ook in het leven na de dood te geloven en in het volgende:

     

    q  De ondervraging in het graf. De doden zullen ondervraagd worden in hun graven, over de Heer, de religie en de Profeet die zij tijdens hun leven hebben gevolgd. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) zal de gelovige leiden om hetgeen te zeggen wat noodzakelijk is: "Allah is mijn Heer, mijn religie is de Islam, en mijn Profeet is Mohammed, vrede zij met hem." Wat de onrechtvaardige betreft, Allah zal hem leiden naar dwaling door te zeggen, als antwoord op bovenstaande vragen: "Wat! Wat! Ik weet het niet." Ook de hypocrieten en degenen die altijd twijfels hadden over Allah, de religie en de Profeet, zullen zeggen: "Ik weet het niet." Ik hoorde de mensen iets zeggen en ik volgde hen hierin."

     

    q  De kwelling of vreugde in het graf. De onrechtvaardigen, de ongelovigen en de hypocrieten zullen gekweld worden in hun graven. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    O, kon je het waarnemen, wanneer de onrechtvaardigen in doodsstrijd zijn en de engelen hun handen uitstrekken, (zeggende): "Geeft uw zielen op. Deze dag zal u de straf der schande worden toegekend, voor hetgeen gij ten onrechte tegen God zeide en omdat gij u hoogmoedig van Zijn tekenen afwenddet. (6:93)

     

    En over het volk van Farao:

    Aan het Vuur zullen zij morgen en avond worden blootgesteld. En de Dag waarop het Uur zal komen, zal er worden gezegd: "Doet Farao’s volk de strengste straf ondergaan." (40:46)

     

    Zaid ibn Thaabit (moge Allah tevreden met hem zijn)heeft overgeleverd dat de Profeet vrede zij met hem tegen zijn metgezellen heeft gezegd: "Ik zou Allah (Geprezen en Verheven is Hij) gevraagd kunnen hebben om jullie te laten horen wat ik hoor van de bestraffing in het graf, maar uit vrees dat jullie elkaar hierna nooit meer zullen begraven (heb ik dit niet gedaan)." Daarna keerde de Profeet vrede zij met hem, zich naar hen toe, en zei: "Zoek toevlucht bij Allah tegen de ellende van het Hellevuur." Zij zeiden: "Wij zoeken onze toevlucht bij Allah tegen de ellende van het Hellevuur." Hij zei: Zoek toevlucht bij Allah tegen de kwelling van het graf." Zij zeiden wij zoeken onze toevlucht bij Allah tegen de kwelling van het graf." Hij zei: "Zoek toevlucht bij Allah tegen alle kwellingen, zichtbaar of verborgen." Zij zeiden: "Wij zoeken onze toevlucht bij Allah tegen alle kwellingen, zichtbaar of verborgen." Hij zei: "Zoek toevlucht bij Allah tegen de kwelling van Al-A’war Ad-Dadjjaal. (de valse Messias)" (Moesliem) ...Zij zeiden: " Wij zoeken onze toevlucht wat betreft de vreugde van het graf, die de gelovigen is geschonken."

     

    Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent: Voorzeker zij, die zeggen: "Onze Heer is God," en daarin standvastig blijven, op hen zullen de engelen nederdalen: "Vreest niet, noch treurt; maar verheugt u over het paradijs dat u wordt beloofd. (41:30)

     

    Waarom dan, wanneer de ziel van (de stervende) zijn keel bereikt En gij ziet toe - op dat ogenblik Zijn Wij dichter bij hem dan gij, maar gij ziet dit niet, Waarom dan, als gij niet onderdanig zijt, Brengt gij haar niet terug indien gij waarachtig zijt? Als hij nu behoort tot degenen, die dicht bij God zijn, Dan is voor hem geluk en geur en een tuin van verrukking (56:83-89)

     

    Al-Baraa-e ibn ‘Aazib heeft overgeleverd dat de Profeet, vrede zij met hem, over de gelovige heeft gezegd, die nadat hij ondervraagd is door de engelen (over de Heer, de religie en de Boodschapper die hij volgde) en nadat hij geantwoord heeft (zeggende dat zijn Heer Allah is, zijn religie de Islam en zijn Boodschapper Mohammed), "Een roeper vanuit de hemel zal dan zeggen: "Mijn dienaar heeft de waarheid gesproken. Daarom voorzie hem (zijn graf) van het Paradijs, kleed hem van het Paradijs en open voor hem een deur naar het Paradijs." Vervolgens zei hij (vrede zij met hem): "Hij zal er rust en parfum van ontvangen.Zijn graf zal voor hem vergroot worden zover zijn blik reikt." (Ahmed en Aboe Dawood)

     

     

    Belang van het geloof in de Laatste Dag:

    1.    Het verlangen om oprechte, goede daden te verrichten, om de goede resultaten van de Dag des Oordeels te verkrijgen.

    2.    De angst voor het begaan en het goedkeuren van slechte daden, de kwelling van de Dag des Oordeels vrezend.

    3.    De gelovige voelt dat zijn geloof ervoor zorgt dat hij de hardheid die hij in deze wereld moet ondergaan vergeet. Hij is geheel in beslag genomen door het werken in rechtschapenheid om zo de vreugde en goede beloningen van de Laatste Dag te verkrijgen. Sommige ongelovigen verwerpen het idee van leven na de dood, door te zeggen dat dit niet mogelijk is. Deze bewering is vals. Religie, de zintuigen en het verstand worden gebruikt om deze bewering te weerleggen. Wat de religie betreft, Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    De ongelovigen denken dat zij niet zullen worden opgewekt. Zeg: "Ja, bij mijn Heer, gij zult zeker herrijzen; dan zult gij worden onderricht omtrent hetgeen gij deedt. En dat is gemakkelijk voor God." (64:7)

     

    Alle Geschriften zijn het eens met deze zaak. Wat de zintuigen betreft, Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft zijn dienaren getoond hoe Hij de doden doet verwekken in dit leven. In Soerat Al-Baqarah (hoofdstuk 2 van de Qor-aan) heeft Allah vijf voorbeelden genoemd:

     

    1. Het volk van Mozes zei tegen hem: "Wij zullen niet in jou geloven totdat wij Allah (Geprezen en Verheven is Hij) zien zonder een barrière." Zij werden door de dood gegrepen en toen heeft Allah ze weer tot leven gewekt. Om de kinderen van Israël te doen herinneren aan dit verhaal, zegt Allah (Geprezen en Verheven is Hij),wat vertaald het volgende betekent:

     

    En toen jullie zegden: "O Mozes, wij zullen u geenszins geloven, totdat wij God van aangezicht tot aangezicht zien", toen trof jullie een donderslag, terwijl je toekeek. Toen deden Wij jullie verrijzen na uw dood, opdat je dankbaar zou zijn. (2:55-56)

     

    2. Het verhaal van de vermoorde man, over wie de Kinderen van Israël van mening verschilden betreffende de moordenaar. Allah gebood hen een koe op te offeren en hem met een aantal delen (van de koe) te slaan, zodat hij hen kon vertellen wie hem had vermoord.

     

    En toen jullie probeerden een mens te doden en daar onder elkaar over twisten, was God de onthuller van wat je verborgen hield. Toen zegden Wij: "Treft hem (de moordenaar) voor een gedeelte van het vergrijp tegen hem (de gedode)". Aldus geeft God leven aan de doden en toont je Zijn tekenen, opdat je zult begrijpen. (2:72-73)

     

    3. Het verhaal van het volk dat hun land ontvluchtten uit angst om gedood te worden door hun vijanden, hoewel hun aantallen uit duizenden bestond. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) deed de dood hen achterhalen en wekte ze daarna weer tot leven.

     

    Weet je niet van degenen, die uit angst voor de dood hun huizen verlieten - het waren er duizenden. God zei tot hen: "Sterft" en dan schonk Hij hen leven. Voorzeker, God is genadig jegens de mensen, maar de meeste mensen zijn ondankbaar. (2:243)

     

    4. Het verhaal van een man die voorbij een dorp liep waarin alle inwoners gestorven waren.Hij kon zich niet voorstellen dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) hen tot leven kon wekken. Allah deed hem sterven voor honderd jaar en wekte hem toen uit de dood:

     

    Of, gelijk degene, die langs een stad komende, welke was ingestort, uitriep: "Hoe zal God haar doen herleven na haar vernietiging?" Toen deed God hem sterven voor honderd jaren; daarna wekte Hij hem op en zei: "Hoelang ben jij hier reeds?" Hij antwoordde: "Ik ben een dag, of een gedeelte van een dag gebleven." Hij zei: "Neen, je bent honderd jaren gebleven. Kijk nu naar uw voedsel en uw drank; zij zijn niet bedorven. En kijk naar uw ezel; (dit is) opdat Wij u tot een teken voor de mensen maken. En kijk naar de beenderen, hoe Wij ze in elkaar zetten en ze daarna met vlees bekleden." En toen hem dit duidelijk werd zei hij: "Ik weet, dat God macht heeft over alle dingen." (2:259)

     

    5. Het verhaal van Abraham die Allah (Geprezen en Verheven is Hij) vroeg hem te tonen hoe Hij de doden doet herleven. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) gebood hem vijf vogels te doden, ze in stukken te snijden en vervolgens te verdelen over de omgeven bergen.Hij zei hem dat hij de dode vogels bij zich moest roepen, en dat deed hij. Deze stukken werden verzameld (door Allah’s Macht) en de vogels kwamen weer levend bij Abraham. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    En toen Abraham zei: "Mijn Heer, toon mij, hoe Gij de doden tot leven opwekt." Hij zei: "Gelooft jij dan niet?" Hij zei: "Ja, maar opdat mijn hart rustig zij." Hij antwoordde: "Neem vier vogels en maak ze aan u gehecht. Zet dan ieder hunner op een heuvel; roep hen dan; ze zullen haastig tot u komen. En weet, dat God Almachtig, Alwijs is. (2:260)

     

    Dit zijn vijf voorbeelden van incidenten die plaats hebben gevonden. Zij bewijzen dat het opwekken van de doden door Allah’s wil kan geschieden. Wat het verstand betreft, er zijn twee manieren waarop deze op de juiste wijze gebruikt kunnen worden om zo de verrijzenis van de doden te bevestigen.:

     

    1. Allah is Degene die de schepping van de hemelen en de aarde begonnen is. Degene die in staat is om de schepping te starten is tevens in staat om het te herstarten. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    En Hij is het, Die de schepping voortbrengt en haar daarna herhaalt, dit is gemakkelijk voor Hem. (30:27)

    Gelijk Wij de schepping eerst begonnen, aldus zullen Wij haar terugbrengen - een Belofte van Ons; voorwaar Wij zullen deze nakomen. (21:104)

     

    En de persoon die ontkende dat Allah leven zal geven aan de beenderen wanneer deze zijn weggerot:

     

    Zeg: "Hij, Die hen voor de eerste keer schiep zal hen doen herleven; Hij heeft kennis van de gehele schepping (36:79)

     

    2. Het is opgemerkt dat de bodem uit kan drogen en dat de bomen en planten sterven. Wanneer Allah de regen neder zendt, herleeft de aarde (bodem) weer en planten van alle soorten groeien en worden groen. Degene die de dode aarde doet herleven is ook in staat om de doden te doen herleven. Allah heeft gezegd wat vertaald het volgende betekent:

     

    Dit behoort tot Zijn tekenen, dat gij de aarde droog en verschroeid ziet, maar wanneer Wij er water op nederzenden, beweegt zij zich en zet uit. Zeker Hij, Die haar leven geeft, zal ook de doden opwekken. Voorwaar, Hij heeft macht over alle dingen. (41:39)

    En Wij zenden water vol zegeningen uit de hemel neder en Wij brengen daarmee tuinen en graan voort waarvan kan worden geoogst En hoge palmbomen met bloeikolven over elkander gegroeid Als voorziening voor Onze dienaren en Wij verkwikken daarmee een dood land. - Zo zal ook de Opstanding zijn (50:9-11)

     

    Sommige afgedwaalde mensen verwerpen straf of vreugde in het graf, en beweren dat dit niet kan gebeuren. Zij beweren dat als iemand de doden opgraaft, hij de graf in de toestand zal vinden zoals het achtergelaten was en dat deze niet in omvang verandert. Deze bevestiging wordt door de Shari’ah, de zintuigen en het verstand verworpen: Wat de Shari’ah betreft, wij hebben voorheen al een aantal teksten hiervan genoemd. Deze teksten bevestigen de bestraffing of vreugde in het graf. Ibn ‘Abbaas heeft gezegd: "De Profeet, vrede zij met hem, passeerde een aantal ommuringen in Medina.Hij hoorde geschreeuw van twee personen die in hun graf bestraft werden." De Profeet noemde de redenen achter deze bestraffing, "Een van hen beschermde zichzelf (zijn kleren) niet tegen urine. De andere verspreidde tweedracht tussen mensen." (Al-Boekharie). Wat de zintuigen betreft, weten wij, terwijl wij dromen, dat degene die slaapt ziet dat hij zich vermaakt in een reusachtige ruimte of dat hij pijn voelt, omdat hij in een kleine ruimte wordt samengeperst.

     

    Soms wordt iemands slaap onderbroken vanwege zulke nachtmerries, hij bevindt zich echter nog steeds in zijn bed. Slapen is te vergelijken met sterven. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    God neemt de zielen van de mensen op wanneer zij sterven en ook van hen die niet sterven tijdens hun slaap. Dan houdt Hij die, die Hij ten dode heeft opgeschreven en zendt de overigen tot een bepaalde tijd (in het lichaam) terug. Hierin zijn stellig tekenen voor een volk dat nadenkt. (39:42)

    Wat het verstand betreft, soms ziet iemand dromen die later misschien in het echte leven kunnen gebeuren. Sommige moslims kunnen de Profeet, vrede zij met hem, in hun droom zien. Eenieder die de Profeet, vrede zij met hem, ziet in de gedaante zoals hij in de boeken van ahadieth wordt beschreven, heeft de waarheid gesproken wat betreft het feit dat hij hem gezien heeft. Dit gebeurt terwijl men zich nog steeds in zijn bed bevindt. Als dit het geval is in dit materiele leven, hoe zit het dan met zaken van het andere leven? Wat betreft hun bewering dat wanneer iemand een dode op zou graven, hij geen sporen van een abnormale verandering, noch in het lichaam of in de graf zelf waarneemt, zeggen wij hierover het volgende:

     

    1. De Shari’ah kan niet worden verworpen door afhankelijk te zijn van deze twijfels. Deze twijfels kunnen makkelijk weerlegd worden, op voorwaarde dat men zijn verstand gebruikt. Er bestaat een bekende gezegde: "Er zijn velen die de waarheid verwerpen, terwijl het probleem bij hun beperkte omvattendheid ligt."

     

    2. Het leven in het graf is een aspect van het ongeziene. De zintuigen kunnen het ongeziene niet onthullen. Indien aspecten van het ongeziene door de zintuigen onthuld zouden worden, dan zou geloof in het ongeziene geen enkel nuttig doel hebben, in wiens geval geloven of niet geloven irrelevant is, omdat er dan geen aspecten zouden zijn in het ongeziene om in te geloven.

     

    3. Slechts de doden voelen de bestraffing of vreugde in het graf. Net zoals een persoon die droomt de enige is die de pijn van het samengeperst worden in een smalle ruimte of de vreugde van het zich bevinden van een open ruimte ervaart. Anderen voelen niet hetzelfde als degene die deze dromen ervaart, en zich echter nog steeds in zijn bed bevindt.De Profeet, vrede zij met hem, was gewoon om openbaringen te ontvangen terwijl hij zich onder zijn metgezellen bevond, terwijl zij de openbaring niet konden horen. Soms kwam de engel in de gedaante van een onzichtbare man. De metgezellen zagen de engel niet, terwijl deze de openbaring aan de Boodschapper overbracht.

     

    4. Mensen hebben maar een beperkte begrip en verstandhouding van het universum. Zij begrijpen alleen datgene wat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) hun aan begripsvermogen heeft gegeven. Zij begrijpen niet alles van het bestaan. De zeven hemelen, de aarde en al hetgeen zich hierin bevindt prijzen Allah (Geprezen en Verheven is Hij). Soms geeft Allah (Geprezen en Verheven is Hij) sommige van Zijn schepsels het vermogen om zulke lof aan te horen. Allah heeft gezegd, wat vertaald betekent:

     

    De zeven hemelen en de aarde en degenen die daarin vertoeven prijzen Zijn heerlijkheid. En daar is niets dat Hem niet met de lof die Hem toekomt verheerlijkt; doch je begrijpt hun verheerlijking niet. Voorwaar, Hij is Verdraagzaam, Vergevensgezind (17:44)

     

    Ook duivelen en Jinn lopen op aarde rond. De Jinn kwamen bij de Boodschapper, vrede zij met hem, en luisterden naar zijn recitatie van de Qoraan. Toen hij klaar was keerden zij terug naar hun volk om de Boodschap aan hen mede te delen. Deze schepping bevindt echter buiten het bereik van het menselijk verstand:

     

    O kinderen van Adam, laat Satan u niet verleiden, zoals hij uw ouders uit het paradijs verdreef en hen van hun kleding beroofde, opdat hij hun hun naaktheid mocht tonen. Waarlijk, hij ziet u, hij en zijn stam, vanwaar gij hen niet ziet. Voorzeker, Wij hebben de duivelen vrienden gemaakt voor hen, die niet geloven (7:27)

     

    De schepping kan noch hetgeen bereiken wat hun begrip te boven gaat, noch het gehele bestaan begrijpen. Daarom behoort men niet te redetwisten in zaken van het ongeziene die hij niet begrijpt.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    18-03-2010, 13:04 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    Hoofdstuk 9

    Geloof in al-Qadar

     

    Al-Qadar is Allah’s predestinatie van metingen en onderhoud van alles en iedereen, volgens Zijn Kennis en Wijsdom.

     

    Aspecten van Geloof in al-Qadar:

    1. Het geloof dat Allah’s Kennis alles omvat, elke zaak, groot of klein, en tijdsplannen van alles wat in dit universum gebeurt. Allah’s Kennis omvat al zijn Handelingen en de handelingen die door Zijn slaven verricht worden.

     

    2. Geloven dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) al

    les in een boek heeft genoteerd die Hij bij Zich houdt, genaamd "Al-Lawh’ Al-Mah’foodh" (het bewaarde/beschermde Boek)

     

    Hij heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Weet je niet dat God al hetgeen in de hemelen en op aarde is, kent? Voorwaar dat is vastgesteld in een Boek, dat is gemakkelijk voor God. (22:70)

     

    Abdoellah ibn ‘Amr ibn al-’Aas heeft gezegd dat hij de Boodschapper van Allah, vrede zij met hem, heeft horen zeggen:"Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft de berekeningen van alle zaken die de schepping toebehoort vijftigduizend jaar voordat Hij de hemelen en de aarde schiep genoteerd." (Moesliem)

     

    3. Geloven dat niets, of dit nou in relatie is tot Allah’s Handelingen of handelingen die door zijn dienaren verricht worden, kan gebeuren zonder Zijn Toestemming. Hij heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Uw Heer schept en kiest wat Hij wil, zij (de afgoden) hebben geen keuze. (28:68)

     

    ..En God doet, wat Hij wil. (14:27)

     

    Hij is het, Die u in de baarmoeder vormt zoals Hij wil... (3:6)

     

    Wat betreft handelingen die door Zijn schepsels verricht worden, zegt Allah: En indien God wilde, zou Hij hun macht tegen u hebben gegeven; dan zouden zij zeker tegen u hebben gevochten. (4:90)

     

    En als God het wilde, zouden zij dit niet hebben gedaan, laat hen daarom met rust met hetgeen zij verzinnen. (6:137)

     

    4.Geloven dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) de gehele schepping, al hetgeen zij aan eigenschappen bezitten en al hun handelingen heeft gecreëerd:

    God is de Schepper van alles en de Voogd over alle dingen (39:62)

     

    Hij heeft alles geschapen, en het de juiste maat gegeven. (25:2)

     

    Ook Abraham zei tegen zijn volk, zoals in de Qoraan wordt genoemd: Terwijl God u en uw handwerk heeft geschapen?" (37:96)

     

    Geloven in al-Qadar zoals boven is beschreven, betekent niet dat mensen geen macht hebben over de handelingen die zij kiezen. De Islamitische Shari’ah en de realiteit bevestigen dat een persoon een eigen wil heeft: Wat de Shari’ah betreft, Allah heeft over iemands eigen wil gezegd, wat vertaald betekent: Daarom, laat hij die het wil een toevlucht bij zijn Heer zoeken. (78:39)

     

    ... komt daarom tot uw akker, zoals het je behaagt ... (2:223)

     

    Wat betreft iemands macht over zijn handelingen: Weest godvruchtig naar vermogen, luistert, gehoorzaamt en geeft weg, dat is beter voor u. En degenen die voor eigen vrekkigheid zijn behoed zullen slagen. (64:16)

     

    God belast geen ziel boven haar vermogen. Voor haar is wat zij verdient en tegen haar is ook wat zij verdient. (2:286)

     

    Wat de realiteit van zaken betreft, elk mens weet dat hij een eigen macht en wil heeft. Hij gebruikt zijn macht en wil om zich over te geven aan handelingen of deze naar keuze te vermijden.

     

    Mensen maken onderscheid tussen dat wat zij door hun eigen wil doen en datgene waar zij geen macht over bezitten, zoals rillen als gevolg van ziekte of extreme kou. De macht en wil van de mens is echter wel onder toezicht van Allah’s Wil en Macht: Voor hem onder u die oprecht wil wandelen. En gij zult niets willen behalve wat God wil, de Heer der Werelden (81:28-29)

     

    Het universum is Allah’s eigendom en niets gebeurt in Zijn Koninkrijk zonder Zijn Kennis en Zijn Toestemming. Geloof in al-Qadar, zoals boven is toegelicht, kan geen excuus zijn voor mensen om te zondigen of na te laten wat zij verplicht waren te doen. Dit excuus kan worden afgewezen door de volgende argumenten:

     

    1. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    Zij die afgoderij bedrijven, zullen zeggen: "Als God het had gewild hadden wij noch onze vaderen afgoderij bedreven, noch hadden wij iets onwettig verklaard." Op dezelfde wijze loochenden ook zij die vóór hen waren, totdat zij Onze straf ondergingen. Zeg: "Heb je enige kennis? Toont het ons dan. Gij volgt niets dan vermoedens en gij doet niets dan liegen." (6:148)

     

    De ongelovigen hadden geen geldig excuus toen zij zeiden dat hetgeen zij deden was volgens al-Qadar. Indien dit excuus geldig zou zijn, waarom zou Allah (Geprezen en Verheven is Hij) ze dan straffen voor hun zonden?

     

    2. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft gezegd, wat vertaald het volgende betekent: Boodschappers, brengende blijde tijding en waarschuwende, dat de mensen geen tegenwerping tegen God zullen maken nadat de boodschappers (waren gekomen). En God is Almachtig, Alwijs. (4:165)

     

    Het neerzenden van Boodschappers vond ook plaats volgens al-Qadar.Dit is de reden waarom de ongelovigen al-Qadar niet kunnen gebruiken als een excuus voor het niet geloven, omdat al-Qadar hen heeft voorzien van de bedoeling om van Allah’s straf te ontkomen door Zijn Boodschappers te volgen.

     

    3. Ali ibn Abi Talib heeft gezegd dat de Profeet zei: "Iemands uiteindelijke bestemming, in de Hel of in het Paradijs, is al bepaald voor een ieder van jullie." Een man zei: "Moeten we hierop vertrouwen (maw het opgeven van het werken aan goede daden), o Boodschapper van Allah?" Hij zei: "Nee, verricht daden, omdat iedereen geholpen zal worden (om op zijn pad te gaan waarvoor hij gekozen heeft en zo zijn bestemming zal bereiken)."

     

    "Daarna reciteerde hij, vrede zij met hem, de Aya:Wat hem betreft die geeft en God vreest… (92:5)

     

    (Al-Boekharie en Moesliem) de bewoordingen zijn van Al-Boekharie)

    De overlevering van Moesliem van deze Hadith is: "Allen zullen geholpen worden om hetgeen te volbrengen waarvoor zij geschapen zijn." De Profeet gebood zijn metgezellen om oprechte, goede daden te verrichten en niet op al-Qadar te vertrouwen.

     

    4.Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft Zijn Geboden aan Zijn dienaren medegedeeld en vereist niet van ze om iets te doen wat hun capaciteiten te boven gaat:

     

    Weest godvruchtig naar vermogen…. (64:16)

    God belast geen ziel boven haar vermogen. (2:286)

     

    Als de dienaar gedwongen zou worden om welke daad dan ook te verrichten, dan zou Allah van hem vereisen wat boven zijn capaciteiten gaat, en dit is een valse gedachtenis. Om deze reden, vergeeft Allah zonden die vanwege onwetendheid of vergetendheid begaan zijn.

     

    5. Al-Qadar is een kwestie van Allah’s Kennis. Niemand is in staat zijn eigen Qadar te onthullen, tenzij het al is gebeurd. Iemands intentie om een daad te verrichten gaat vooraf aan de handeling. Hij weet niet wat al-Qadar voor hem achterhoudt.Daarom vormt al-Qadar geen geldig excuus voor het zondigen of het nalaten van de Geboden.

     

    6.Men probeert altijd datgene te verkrijgen wat gemakkelijk voor hem is.Niemand met een gezond verstand zou datgene nalaten wat hem materieel voordeel zou brengen, en zeggen dat al-Qadar hem gedwongen heeft om deze weg van handeling te doorlopen.Waarom zou iemand dan al-Qadar als een excuus gebruiken voor het nalaten van datgene wat hem voordeel brengt wat betreft religie en niet hetzelfde doen wat betreft het leven? Als een man een keuze zou moeten maken tussen twee landen waar hij naartoe zou moeten verhuizen, waarbij een van deze landen chaotisch is en vol van incidenten van moord, plundering, verkrachting, onveiligheid en honger. Zou hij dan voor dit land gekozen hebben of zou hij dan naar een ander land zijn gegaan dat veilig en betrouwbaar is, met een overvloed aan materieel genot, waar iemands eer, bezittingen en menselijke rechten beschermd worden? Er bestaat geen twijfel aan dat deze man voor het tweede land zou hebben gekozen, waar hij veilig en wel zal zijn. Niemand met een gezond verstand zou ervoor gekozen hebben om naar het eerste land te gaan, en beweren dat dit zijn Qadar (lot) is. Waarom zou iemand daarom iets kiezen wat hem eerder in de Hel dan in het Paradijs zal doen eindigen, in het Laatste Leven, en beweren dat dit zijn Qadar is? Wanneer iemand ziek is en een medicijn wordt gegeven om in te nemen, zal hij het medicijn innemen, ook al zou hij de smaak ervan niet lekker vinden.Wanneer iemand wordt gezegd om op dieet te gaan, dan zal hij niet datgene eten wat hij lekker vindt,om zo aan dit dieet te voldoen en om fit te blijven. Niemand met een gezond verstand zou geweigerd hebben om medicijnen in te nemen of op medisch dieet te gaan, en beweren dat dit zijn Qadar is. Waarom zou iemand dan het nakomen van de Geboden van Allah en Zijn Boodschapper opgeven, en dus Allah’s Toorn over zich heen laten komen, en beweren dat dit zijn Qadar is?

     

    7. Als de eer en bezittingen van degene, die de Geboden nalaat en zich toegeeft aan zonden, aangevallen zou worden, zou hij dan het excuus van de aanvaller accepteren, als deze zou zeggen dat hij hem aangevallen heeft omdat dit zijn Qadar is, en daarvoor daarom niet beschuldigd kan worden ? Nee, inderdaad. Waarom weigert deze persoon dan al-Qadar als een excuus voor wie hem aangevallen heeft, terwijl hij vertrouwd op al-Qadar als een excuus voor het opgeven van Allah’s rechten op hem? Er is overgeleverd dat een man bij ‘Omar ibn al-Khattaab werd gebracht die betrapt werd op diefstal.’Omar gebood dat de hand van deze man eraf gehakt moest worden. De man zei: "Wacht, o leider der gelovigen. Ik heb slechts gestolen omdat dit de Qadar van Allah was." ‘Omar zei: "En wij zullen jou hand er slechts af hakken omdat dit de Qadar van Allah is."

     

    Belang van het geloof in al-Qadar:

     

    1.Alleen op Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te vertrouwen wanneer men zich toegeeft aan een bepaalde handeling.Het nemen van noodzakelijke voorzorgsmaatregelen is niet de oorzaak van iemands succes in de voorgenomen daden. Alle zaken bevinden zich volledig onder toezicht van de Qadar van Allah.

     

    2.Wanneer iemand succes heeft bij het verrichten van een handeling, dient hij niet trots te zijn op zichzelf. Alle goede daden worden met succes verricht vanwege Allah’s gunst, omdat Hij geboden heeft dat deze zaak succesvol moet verlopen. Trotsheid zorgt ervoor dat men vergeet Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te danken, omdat Hij hem toestemming heeft verleent om deze daad met succes te verrichten.

     

    3.Geloven in al-Qadar zorgt ervoor dat men zich tevreden, veilig en wel voelt. Alle incidenten die een persoon overkomen zijn het resultaat van de Qadar van Allah (Geprezen en Verheven is Hij). Men dient zich niet akelig te voelen vanwege het verlies van iets of omdat hij niet heeft gekregen wat hij wil. Dit alles gebeurd volgens de Qadar van Allah (Geprezen en Verheven is Hij).

    Allah (Geprezen en Verheven is Hij) is de Koning en Heer van de hemelen en aarde en Zijn Qadar zal precies volgens Zijn wil verlopen:

     

    Er gebeurt geen ongeluk op aarde of aan uzelf zonder dat het is opgetekend in het Boek voordat Wij het openbaren. Voorzeker - dat is gemakkelijk voor God -

    Opdat gij niet moogt treuren over hetgeen gij verloren hebt noch juichen over hetgeen Hij u heeft gegeven, want God heeft geen pocher of opschepper lief (57:22-23)

     

     

     

    De Profeet, vrede zij met hem, heeft gezegd: Tevredenheid is de zaak van de gelovige. Voor hem is er in al zijn zaken goeds en dit is slechts voor de gelovige. Als hem iets plezierigs overkomt dan is hij dankbaar en dat is goed voor hem; en als hem iets onplezierigs overkomt dan is hij geduldig en dat is goed voor hem.

    Moesliem

     

    Twee groepen zijn in dwaling verkeerd met betrekking tot al-Qadar:

     

    1. Al-djabrieyyah: Deze sekte beweerde dat een persoon gedwongen wordt om datgene te doen wat hij doet, en geen eigen macht of wil heeft.

     

    2.Al-Qadarieyyah: Zij beweerden dat een persoon een wil en macht heeft dat onafhankelijk is van Allah’s Wil en Macht. De Shari’ah en de realiteit weerleggen de eerste groep, Al-djabrieyyah: Wat de Shari’ah betreft, Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft bevestigd dat mensen een eigen wil en macht hebben:

     

    Onder u waren er die deze tegenwoordige wereld begeerden en er waren onder u die het Hiernamaals begeerden. (3:152)

     

    Zeg: "Het is de waarheid van uw Heer: laat daarom geloven die geloven wil en niet geloven, die niet wil." Voorwaar, wij hebben de boosdoeners een Vuur bereid, welks omheining hen zal insluiten. (18:29)

    Wie goed doet, doet dit voor zijn eigen ziel; en wie kwaad bedrijft, het is er tegen. En uw Heer is in het geheel niet onrechtvaardig jegens Zijn dienaren. (41:46)

     

    Wat de realiteit betreft, iedereen weet het verschil tussen handelingen zoals eten, drinken, verkopen en kopen, en tussen hetgeen hun macht te boven gaat, zoals bijvoorbeeld rillen en per ongeluk van het dak af vallen. De eerste type handelingen komen van hem zelf.Hij heeft ze met zijn eigen wil gekozen door zijn macht te gebruiken. De tweede type handelingen gaan zijn macht te boven. De Shari’ah en het verstand weerleggen ook de tweede groep, Al-Qadarieyyah. Allah heeft alles geschapen en niets gebeurt zonder Zijn toestemming. Hij heeft gezegd dat alle handelingen die door Zijn dienaar verricht worden, door Zijn Wil gebeurt:

     

    En indien God wilde, zouden zij, die na hem kwamen, elkander niet hebben bestreden, nadat de duidelijke tekenen tot hen waren gekomen, maar zij twistten, daar sommigen hunner geloofden en anderen verwierpen. En indien God wilde, zouden zij elkander niet hebben bestreden, maar God doet, wat Hij wil. (2:253)

     

    Indien Wij het wilden, zouden Wij aan elke ziel haar leiding kunnen geven, maar Mijn woord werd bewaarheid: "Ik zal de hel met djinn en mensen allen tezamen vullen." (32:13)

     

    Wat het verstand betreft, het universum is Allah’s Koninkrijk en de mensheid vormt een gedeelte van het Koninkrijk.Dus zijn alle mensen bezit van Allah.De dienaar zal niet in staat zijn iets te doen zonder dat zijn Heer, Allah hem daarvoor toestemming verleent.

     

    Hoofdstuk 10

    De doelen van het Islamitisch Geloof.

     

    De doelen van een persoon vormen de bestemming die hij wenst te bereiken door zekere handelingen te verrichten. Het Islamitische ‘Aqeedah (geloof) heeft doelen en waarden die de bestemming vormen voor een ieder die dit verdient:

     

    1. De tevredenheid van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) proberen te verkrijgen en Hem alleen te aanbidden. Allah is de Schepper die geen deelgenoten heeft. Daarom behoort Hij alleen aanbeden te worden en de intentie om Zijn Tevredenheid te bereiken moet bij elke daad dat men verricht plaatsvinden.

     

    2. Het verstand zuiveren van verwarring dat veroorzaakt wordt door het niet volgen van deze ‘Aqeedah. Eenieder die niet gelooft in deze ‘Aqeedah is of een atheïst die materiele zaken aanbidt, of een volgeling van dwaling en duisternis veroorzaakt door valse gedachtenissen.

     

    3.Het verwerven van psychologische en intellectuele voldoening. Degenen die in deze ‘Aqeedah geloven zullen nooit het slachtoffer worden van psychologische complexen of verwarring. Deze ‘Aqeedah bouwt een directe en sterke verhouding tussen de Heer en Zijn dienaar. De gelovige accepteert Allah als zijn Heer, Wetgever en Koning. Hij is overtuigd van dit geloof. Zijn hart is tevreden met het volgen van de Islam en hij zal deze gunst nooit inruilen voor iets anders.

     

    4. Het zuiveren van je intenties en daden. Deze ‘Aqeedah beschermt een persoon tegen dwaling in daden van aanbidding of in het behandelen van anderen. Het vereist van zijn volgelingen om de weg te volgen die de Boodschappers hebben genomen. Deze weg leidt tot veiligheid en zuiverheid in de harten en in de daden.

    5. Serieus zijn met betrekking tot alle zaken. Een persoon behoort niet de mogelijkheid voorbij te laten gaan om oprechte, goede daden te verrichten, maar hij neemt elke gelegenheid om Allah’s beloning te ontvangen. Een persoon dient zich altijd te behoeden voor elke weg dat leidt tot zonde, door Allah’s straf te vrezen. Deze ‘Aqeedah vereist van zijn volgelingen om in de Verrijzenis en de Dag des Oordeels te geloven:

     

    En er zijn voor allen graden overeenkomstig hetgeen zij doen en uw Heer is niet onopmerkzaam jegens hetgeen zij doen. (6:132)

     

    De Profeet, vrede zij met hem, heeft deze houding eveneens aangemoedigd: "De sterke gelovige is beter en geliefder bij Allah dan de zwakke gelovige. Beiden bezitten echter (een zekere mate van ) goedheid. Probeer datgene te verkrijgen wat jou voordeel brengt en vertrouw op Allah. Weest niet zwak. Indien jou een rampspoed overkomt zeg dan niet: "Had ik dat maar gedaan, dan zou dit niet gebeurd zijn." Zeg slechts: "Allah heeft dit (deze zaak) besloten en Hij doet wat Hij wil." "Had ik maar", opent wijd de deur voor de Duivel om zo zijn werk te doen." (Moesliem)

     

    6. Richt een sterke gemeenschap op die zich inspant om zijn religie te beschermen en zijn doelen standvastig maakt. Deze gemeenschap veronachtzaamt schade dat hierbij samenvalt, terwijl deze zich inspant om de religie te beschermen. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft

    gezegd, wat vertaald het volgende betekent:

     

    De ware gelovigen zijn slechts degenen, die in God en Zijn boodschapper geloven en daarna niet twijfelen, doch met hun bezittingen en persoon voor de zaak van God strijden. Zij zijn de waarachtigen. (49:15)

     

    7. Het bereiken van vreugde zowel in dit als het volgende leven, door personen en groepen te helpen naar de Leiding en de gunsten en beloning van hun Heer te verkrijgen:

    Die juist handelt, hetzij man of vrouw en een gelovige is, hun zullen Wij voorzeker een goed leven schenken; en gewis zullen Wij hen belonen naar hun beste werken. (16:97)

     

    Dit zijn een aantal doelen die de Islam voor zijn volgelingen tracht te bereiken. We smeken Allah (Geprezen en Verheven is Hij) om ons en de rest van de Moesliems te helpen om deze doelen inderdaad te bereiken.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    18-03-2010, 13:00 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    10-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dit is Mohammad ( Allah's vrede en genade zij met hem )

    xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />

     

     

     

     

     

     

     

     

         Dit is Mohammad

                  Allah's vrede en genade zij met hem

                 www.islamway.com/mohammad

     

     

     

     


     

    Inhoud

     

    Zijn geboorte

    2

    Babytijd

    3

    Naar zijn meelevende grootvader

    6

    Bahira de monnik

    7

    Al-Foedoel-federatie

    8

    Zijn huwelijk met Khadidjah

    9

    In de grot van Hira'

    15

    Onderbreking van de openbaring

    19

    Fasen en stadia van de oproep

    25

    Strijd op de weg van de oproep

    26

    Drie jaar van oproep in het geheim

    26

    De vroege bekeerlingen

    26

    De Qoeraisjieten horen over de oproep

    29

    De tweede fase

    30

    Openlijk preken

    30

    Eerste openbaring betreffende het Preken

    30

    De naaste bloedverwanten oproepen

    31

    Op de berg As-Safa

    32

    Vervolgingen

    41

    Wat anderen over hem zeggen

    48

    Lamartine, een Franse geleerde, zegt:

    48

    Edward Gibbon en Simon Oakley zeggen:

    49

    Bosworth Smith zegt:

    49

    Annie Besant zegt:

    50

    Mahatma Ghandi, sprekend over het karakter van Mohamed, zegt in Young India:

    50

    Prof. C. Snouck Hurgronje zegt het volgende:

    50

    Prof. Ramat Krishna Rao zegt:

    51

    George Bernard Shaw zegt:                                                                                      51


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    10-03-2010, 12:51 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    Zijn geboorte

    Mohammed s.a.w., de Meester der profeten, is geboren op de Bani Hasjim-laan in Mekka op een maandagmorgen, de negende van Rabi' Al-Awwal, in hetzelfde jaar als de Gebeurtenis met de Olifant en in het veertigste jaar van de heerschappij van Kisra (Khosroe Noesjirwan), d.w.z. volgens de geleerde Mohammed Soelaiman Al-Mansoerpoeri en de astroloog Mahmoed Pasja de twintigste of éénentwintigste april, 571 na Christus. ( 1)

    Ibn Sa'd heeft overgeleverd, dat de moeder van Mohammed s.a.w. zei:

    “Toen hij werd geboren, was er een licht dat scheen vanuit mijn schaamstreek en de paleizen van Syrië verlichtte.”

    Ahmad heeft op gezag van ‘Arbadh ibn Sariya een verhaal overgeleverd, dat hiermee te vergelijken is. (2)

    Er is onenigheid over de overlevering of belangrijke tekenen die zijn geboorte vergezelden: veertien galerijen van het paleis van Kisra scheurden en vielen naar beneden, het heilige vuur van de Magians doofde en enkele kerken aan het Sawa-meer zonken neer en storten ineen. (3)

    Zijn moeder stuurde onmiddellijk iemand om zijn grootvader ‘Abdoel-Moettalib te informeren over de blijde gebeurtenis. Vol blijdschap kwam hij naar haar, droeg hem naar Al-Ka'bah, bad tot Allah en dankte Hem. ‘Abdoel-Moettalib noemde de baby Mohammed, een naam die toen niet gebruikelijk was onder de Arabieren. Hij besneed hem op de zevende dag zoals onder de Arabieren de gewoonte was. (4)

    De eerste vrouw die hem zoogde, na zijn moeder, was Thoejabah, de concubine van Aboe Lahab, met haar zoon, Masroeh. Zij had Hamzah ibn ‘Abdoel-Moettalib eerder gezoogd en later zoogde zij Aboe Salamah ibn ‘Abd Al-Asad Al-Makhzoemi. (5)

     

     

    Babytijd

    Het was de algemene gewoonte van Arabieren die in de stad woonden, om hun kinderen weg te sturen, naar bedoeïenen-zoogmoeders, zodat zij in de vrije en gezonde omgeving van de woestijn konden opgroeien, waardoor ze een robuust gestel zouden ontwikkelen en de pure spraak en manieren van de bedoeïenen zouden verkrijgen, die geroemd werden om zowel de kuisheid van hun taal als vanwege het vrij zijn van het soort ondeugden die zich gewoonlijk in gevestigde maatschappijen ontwikkelden.

    Later werd de Profeet s.a.w. toevertrouwd aan Halimah bint Abi Dzoeaib van de Bani Sa'd ibn Bakr. Haar echtgenoot was Al-Harith ibn ‘Abdoel Oezza die Abi Kabsah werd genoemd, van dezelfde stam.

    Mohammed s.a.w. had verscheidene pleegbroers en -zussen, ‘Abdoellah ibn Al-Harith, Anisjah bint Al-Harith, Hoedhafah of Djoedhamah bint Al-Harith (bekend als Asj-Sjayma') en Halimah zoogde de Profeet s.a.w. en Aboe Soefjan ibn Al-Harith ibn ‘Abdoel-Moettalib, de neef van de Profeet s.a.w. . Hamza ibn ‘Abdoel-Moettalib, de oom van de Profeet s.a.w. werd door dezelfde twee zoogmoeders, Thoejabah en Halimah As-Sa'dijah, als de Profeet s.a.w. gezoogd. (6)

    De tradities overleveren verrukkelijk hoe Halimah en haar hele huishouden werden begunstigd door opeenvolgende fortuinlijke voorvallen, terwijl de baby Mohammed s.a.w. door haar werd verzorgd. Ibn Ishaaq verklaart, dat Halimah heeft overgeleverd, dat zij met haar echtgenoot en met een baby aan de borst vertrok vanuit haar dorp, in het gezelschap van enkele vrouwen uit haar clan, op zoek naar kinderen die gezoogd moesten worden. Zij zei: “Het was een jaar van droogte en hongersnood en we hadden niets te eten. Ik reed op een bruine ezelin. We hadden ook een oude ezelin bij ons. Bij Allah, we konden nog geen druppel melk krijgen. 's Nachts deden we ook geen oog dicht, omdat het kind van de honger bleef huilen. Er was niet genoeg melk in mijn borsten en zelfs de ezelin had niets om hem mee te voeden. We deden voortdurend gebeden om regen en onmiddellijke verlichting. Uiteindelijk bereikten we Mekka, op zoek naar kinderen om te zogen. Geen enkele vrouw onder ons accepteerde de Boodschapper van Allah s.a.w. , wanneer hij aan haar werd aangeboden. Zo gauw hen werd verteld, dat hij een wees was, weigerden ze hem. We hadden onze ogen al laten vallen op de beloning die we van de vader van het kind zouden krijgen. Een wees! Wat zullen zijn grootvader en zijn moeder waarschijnlijk doen? Dus we verachten hem daarvoor. Iedere vrouw die met mij meereisde, kreeg een zuigeling en toen we op het punt van vertrek stonden, zei ik tegen mijn echtgenoot: ‘Bij Allah, ik wil niet met de andere vrouwen teruggaan zonder een baby. Ik zal maar naar die wees gaan en ik moet hem maar meenemen.' Hij zei: ‘Het kan geen kwaad dat te doen en misschien zal Allah ons via hem zegenen.' Dus ging ik en nam hem, omdat er simpelweg geen ander alternatief voor mij was, dan hem te nemen. Toen ik hem in mijn armen had genomen en naar mijn plek terugkeerde, legde ik hem aan mijn borst en tot mijn grote verbazing was er genoeg melk in. Hij dronk tot hij verzadigd was en dat deed zijn pleegbroer ook en toen gingen zij beide slapen, hoewel mijn baby de vorige nacht niet had kunnen slapen. Mijn echtgenoot ging toen naar de ezelin om haar te melken en tot zijn verbijstering, vond hij er meer dan genoeg melk in. Hij melkte haar en we dronken tot we vol waren en we genoten van een goede nachtrust. De volgende morgen zei mijn echtgenoot: ‘Bij Allah, Halimah, je moet begrijpen, dat je in staat was een gezegend kind te nemen.' En ik antwoordde: ‘Bij de genade van Allah, ik hoop het.'”

    De traditie is heel stellig over het punt dat de terugreis van Halimah en haar latere leven, zolang de Profeet s.a.w. bij haar bleef, heel gelukkig was. De ezel waar ze op reed, toen ze naar Mekka kwam, was mager en bijna kreupel; tot grote verbazing van Halima's

    medereizigers, pakte het de snelheid al gauw op. Tegen de tijd dat ze de kampen in het land van de stam van Sa'd bereikten, was de weegschaal van het geluk volledig, ten gunste van hen omgeslagen. In het dorre land ontsprong weelderig gras en de beesten kwamen bevredigd en vol melk naar hen terug. Mohammed s.a.w. bleef twee jaar bij Halimah, totdat hij was gespeend, zoals Halimah zei: “We brachten hem terug naar zijn moeder en verzochten haar ernstig om hem bij ons te laten blijven en ons baat te laten hebben van het geluk en de zegeningen die hij ons had gebracht. We drongen aan bij ons verzoek, dat we motiveerden door onze ongerustheid over het kind uit te spreken, dat hij een bepaalde infectie, die in Mekka veel voorkwam, zou oplopen. (7) Uiteindelijk werd onze wens vervuld en de Profeet s.a.w. bleef bij ons, totdat hij ongeveer vier of vijf jaar oud was.”

    Toen, zoals in Sahih Moeslim wordt overgeleverd door Anas, Djibriel (Gabriël) neerdaalde en zijn borstkas openscheurde en het hart eruit nam. Hij perste er toen een bloedprop uit en zei: “Dat was het stuk van Sjaithaan in jou.” En toen waste hij het met Zamzam-water in een gouden bassin. Daarna werd het hart weer samengevoegd en op zijn plaats teruggezet. De jongens en speelkameraadjes renden naar hun moeder, d.w.z. hun zoogmoeder, toe en zeiden: “Waarlijk, Mohammed s.a.w. is vermoord.” Zij snelden allen op hem toe en vonden hem helemaal in orde, alleen zijn gezicht was bleek. (8)

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Terug naar zijn liefhebbende moeder

    Na deze gebeurtenis was Halimah ongerust over de jongen en gaf hem aan zijn moeder terug, bij wie hij bleef tot hij zes jaar oud was. (9)

    Uit respect voor de herinnering aan haar overleden echtgenoot, besloot Amina om zijn graf in Jathrib (xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />Medina) te bezoeken. Zij vertrok om de afstand van 500 kilometer af te leggen, samen met haar halfwees (10), een vrouwelijke bediende genaamd Oemm Ayman en haar schoonvader ‘Abdoel-Moettalib. Zij bracht daar een maand door en ondernam toen de reis terug naar Mekka. Onderweg werd zij zwaar ziek en zij stierf in Abwa, op de weg tussen Mekka en Medina. (11)

    Naar zijn meelevende grootvader

    Abdoel-Moettalib bracht de jongen naar Mekka. Hij had warme gevoelens voor de jongen, zijn wees-kleinzoon, wiens meest recente ramp (de dood van zijn moeder), nog meer aan de pijn van het verleden toevoegde. ‘Abdoel-Moettalib was liefdevoller jegens zijn kleinzoon dan voor zijn eigen kinderen. Hij liet de jongen nooit ten prooi aan eenzaamheid, maar gaf altijd de voorkeur aan hem boven zijn eigen kinderen. Ibn Hisjam heeft overgeleverd: “In de schaduw van Al-Ka'bah was een matras gelegd, voor ‘Abdoel-Moettalib.

    Zijn kinderen zaten gewoonlijk om de matras heen, uit eerbied voor hun vader, maar Mohammed s.a.w. zat er gewoonlijk op. Zijn ooms haalden hem dan terug, maar als ‘Abdoel-Moettalib aanwezig was, zei hij: ‘Laat mijn kleinzoon. Ik zweer bij Allah, dat deze jongen een veelbetekenende positie zal bekleden.' Hij liet de jongen gewoonlijk op zijn matras zitten, klopte hem op de rug en was altijd tevreden met wat de jongen deed.” (12)

    Toen Mohammed s.a.w. acht jaar, twee maanden en tien dagen oud was, stierf zijn grootvader ‘Abdoel-Moettalib in Mekka. De zorg voor de Profeet s.a.w. werd nu aan zijn oom Aboe Talib overgedragen, die de broer van de vader van de Profeet s.a.w. was.

    Aboe Talib zorgde op de best mogelijke manier voor zijn neefje. Hij zette hem bij zijn kinderen en gaf aan hem de voorkeur boven hen. Hij behandelde de jongen met veel respect en hoge achting.

    Aboe Talib bleef zijn neefje veertig jaar lang koesteren en verleende hem alle mogelijke bescherming en ondersteuning. Zijn relaties met de anderen werden beoordeeld in het licht van de wijze waarop zij met de Profeet s.a.w. omgingen. Ibn ‘Asakir heeft op gezag van Djalhamah ibn ‘Arfoeta overgeleverd, dat die zei: “Ik kwam naar Mekka in een jaar waarin het niet regende, dus de Qoeraisj zeiden: ‘Oh, Aboe Talib, de vallei is bladloos geworden en de kinderen zijn hongerig, laat ons gaan bidden om regen.' Aboe Talib ging naar Al-Ka'bah met een jonge knaap, die zo mooi als de zon was en een zwarte wolk hing boven zijn hoofd. Aboe Talib en de jongen stonden bij de muur van Al-Ka'bah en baden om regen. Onmiddellijk verzamelden de wolken zich vanuit alle richtingen en er viel zware regen en dat veroorzaakte de komst van bronnen en de groei van planten in de stad en het land.” (13)

    Bahira de monnik

     

    Toen de Boodschapper van Allah s.a.w. twaalf jaar oud was, ging hij met zijn oom, Aboe Talib mee op een handelsreis naar Syrië. Toen ze Boesra bereikten (wat een deel van Syrië was, in de omgeving van Howran in het Romeinse rijk), ontmoetten ze een monnik genaamd Bahira (zijn echte naam was Georges) die hun grote vriendelijkheid toonde en hen zeer gastvrij onthaalde. Hij had nooit eerder de gewoonte gehad hen te ontvangen of te onthalen. Hij herkende bijna meteen de Profeet s.a.w. en zei, terwijl hij zijn hand nam: “Dit is de meester van alle mensen. Allah zal hem met een boodschap, die een genade voor alle wezens zal zijn, sturen.” Aboe Talib vroeg: “Hoe weet je dat?” Hij antwoordde: “Toen jullie uit de richting van ‘Aqabah tevoorschijn kwamen, wierpen alle stenen en alle bomen zich ter aarde, wat zij nooit doen, behalve voor een profeet.

    Ik kan hem ook herkennen aan het zegel van het profeetschap, dat onder zijn schouder zit, als een appel. Wij hebben dit uit onze boeken geleerd.” Hij vroeg Aboe Talib ook om de jongen naar Mekka terug te sturen en hem niet mee naar Syrië te nemen, uit vrees voor de joden. Aboe Talib gehoorzaamde hem en stuurde hem, met enkele van zijn mannelijke bedienden terug naar Mekka. (14)

     

    De oorlogen van “heiligschennis”


    Mohammed s.a.w. was nauwelijks vijftien, toen de oorlogen van “heiligschennis” – die een aantal jaren voortduurden, met variërend geluk en een aanzienlijk verlies van menselijke levens – uitbrak tussen de Qoeraisj en de Banoe Kinanah aan de ene kant en de Qais-‘Alain-stam aan de andere kant. Het werd aldus genoemd, omdat het onschendbare, schendbaar werd, inclusief de verboden maanden. Vanwege zijn buitengewone positie en eerbiedwaardige afkomst, was Harb ibn Oemaijjah de leider van de Qoeraisj en zijn bondgenoten. In één van die veldslagen begeleidde de Profeet s.a.w. zijn ooms, maar hij hief zelf de wapens niet op tegen hun tegenstanders. Zijn inspanningen beperkten zich tot het oppakken van de pijlen van de vijand, wanneer die vielen en ze aan zijn ooms overdragen. (15)

     

    Al-Foedoel-federatie


    Bij het einde van deze oorlogen, toen de vrede werd hersteld, voelden de mensen de noodzaak van het vormen van een federatie in Mekka, voor het onderdrukken van geweld en onrecht en het wreken van de rechten van de zwakken en wanhopigen. Vertegenwoordigers van Banoe Hasjim, Banoe Al-Moettalib, Asad ibn ‘Abd Al-Oezza, Zahra ibn Kilab en Taim ibn Moerra werden opgeroepen, om bijeen te komen in het huis van een eerbiedwaardige oudere man, genaamd ‘Abdoellah ibn Djada'an At-Taimy om een federatie te vormen, die voor de bovengenoemde zaken zorg zou dragen. Kort nadat hij met het profeetschap was geëerd, was de Boodschapper van Allah s.a.w. getuige van dit verbond en gaf er met deze bemoedigende woorden commentaar op: “Ik ben getuige geweest van een confederatie in het huis van ‘Abdoellah ibn Djada'an. Het sprak mij meer aan dan grote kuddes vee. Zelfs nu, in de periode van de islam, zou ik zo'n bijeenkomst bijwonen, als ik werd uitgenodigd.” (16)

    Het idee achter deze federatie en het verloop van het overleg daarin, kenmerkte in feite een zich volledig afkeren van de pre-islamitische stammentrots. Het verhaal dat tot de vergadering leidde, zegt dat een man van de Zoebaid-clan, als handelaar naar Mekka kwam, waar hij enkele artikelen verkocht aan Al-‘Aash ibn Wa'il As-Sahmy. De laatste probeerde hoe dan ook te vermijden te betalen. De handelaar zocht de hulp van de verschillende clans van de Qoeraisj, maar zij schonken geen aandacht aan zijn ernstige verzoeken. Hij zocht toen zijn toevlucht op een heuveltop en begon, zo hard hij kon, verzen van beklag te reciteren, die verslag uitbrachten van het onrecht dat hem was aangedaan. Vervolgens riepen de partijen uit de eerder genoemde federatie hun vergadering bijeen en slaagden erin het geld van Az-Zoebaidy uit Al-‘Aash ibn Wa'il te persen. (17)


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    10-03-2010, 12:45 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    De eerste baan van Mohammed s.a.w.

    In zijn jonge jaren had Mohammed s.a.w. niet een bepaalde baan in het bijzonder, maar het is overgeleverd dat hij als herder heeft gewerkt voor Bani Sa'd en in Mekka. Op vijfentwintigjarige leeftijd ging hij als handelaar naar Syrië, voor Khadidjah. Ibn Ishaaq heeft overgeleverd, dat Khadidjah, de dochter van Kwailid een eerbiedwaardige, fortuinlijke zakenvrouw was. Ze nam mannen in dienst om voor haar te handelen, voor een bepaald percentage van de winst. De mensen van de Qoeraisj waren over het algemeen handelaren, dus toen Khadidjah over Mohammed s.a.w. werd geïnformeerd, over zijn waarheidsgetrouwe woorden, grote eerlijkheid en vriendelijke manieren, liet zij hem roepen. Zij bood hem geld aan om naar Syrië te gaan en haar zaken te regelen en ze zou hem een hoger tarief dan de anderen geven. Zij zou ook haar huurling, Maisarah, met hem meesturen. Hij stemde toe en ging met haar dienaar naar Syrië om te handelen. (18)

    Zijn huwelijk met Khadidjah

    Toen hij naar Mekka terugkeerde, zag Khadidjah dat er meer winst en zegeningen met haar geld was verkregen dan zij gewend was. Haar huurling vertelde haar ook over de goede manieren, eerlijkheid, diepe gedachten, oprechtheid en geloof van Mohammed s.a.w.. Zij realiseerde zich, dat zij haar doel bereikt had. Vele voorname mannen hadden om haar hand gevraagd, maar zij had hun avances altijd afgewezen. Zij onthulde haar wens aan haar vriendin, Nafiesa, de dochter van Maniya, die onmiddellijk naar Mohammed s.a.w. ging en hem het goede nieuws vertelde. Hij stemde ermee in en verzocht zijn ooms om naar de oom van Khadidjah te gaan om deze kwestie te bespreken. Vervolgens werden zij gehuwd. Bij hun huwelijkscontract waren Bani Hasjim en de leiders van Moedar getuige. Dit vond plaats na de terugkeer van de Profeet s.a.w. uit Syrië. Hij gaf haar een bruidsschat van twintig kamelen. Zij was toen veertig jaar oud en werd beschouwd als de beste vrouw van haar volk, in afkomst, fortuin en wijsheid. Zij was de eerste vrouw met wie de Boodschapper van Allah s.a.w.

    trouwde. Hij trouwde met niemand anders totdat zij was gestorven. (19)
    Khadidjah baarde al zijn kinderen, behalve Ibrahiem: Al-Qasim, Zainab, Roeqajjah, Oemm Koeltsoem, Fatimah en ‘Abdoellah, die Tajjib en Tahir werd genoemd. Al zijn zoons stierven in hun kindertijd en alle dochters, behalve Fatimah, stierven gedurende zijn leven. Fatimah stierf zes maanden na zijn dood. Al zijn dochters waren getuige van de islam, omarmden die en emigreerden naar xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />Medina. (20)

    Het verbouwen van Al-Ka'bah en de kwestie van de bemiddeling

    Toen de Boodschapper van Allah s.a.w. vijfendertig was, begonnen de Qoeraisj met het verbouwen van Al-Ka'bah. Dat was, omdat het vanaf de dagen van Isma'iel, een laag gebouw was, van witte stenen, niet hoger dan 6,30 meter.  Het had ook geen dak en dat gaf de dieven gemakkelijk toegang tot de schatten die erbinnen waren. Omdat het lang geleden was gebouwd was het ook blootgesteld aan het natuurlijk geweld die het verzwakten en de muren lieten scheuren. Vijf jaar voor zijn profeetschap was er een grote overstroming in

    xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />

    Mekka, die richting Al-Ka'bah kwam en deze bijna vernietigde. De Qoeraisj waren verplicht hem te herbouwen, om de heiligheid en status ervan te beschermen. De leiders van de Qoeraisj besloten om alleen wettig geld te gebruiken voor het verbouwen van Al-Ka'bah, dus al het geld dat verkregen werd door veile vrouwen, woekerrente of onrechtmatige praktijken, was uitgesloten. In eerste instantie hadden ze teveel ontzag om de muur omver te slaan, maar Al-Walid ibn Al-Moeghierah Al-Moekhzoemi begon met het werk.

    Toen ze zagen dat hem geen letsel overkwam, namen de anderen deel aan het vernietigen van de muren, totdat zij bij de fundamenten kwamen die door Ibrahiem waren gelegd. Toen zij begonnen met het opnieuw bouwen van de muren, verdeelden zij het werk onder de stammen. Iedere stam was verantwoordelijk voor het herbouwen van een deel ervan. De stammen verzamelden stenen en begonnen te werken. De man die de stenen legde, was een Romeins metselaar, genaamd Baqum. Het werk werd in volledige harmonie gedaan, totdat de tijd aanbrak om de Zwarte Steen op de juiste plaats te leggen. Toen brak er strijd uit tussen de leiders en die duurde vier of vijf dagen, ieder wedijverend voor de eer van het terugplaatsen van de steen op zijn plaats. Ze stonden op het punt dolken te trekken en een groot bloedbad leek op handen te zijn.

    Gelukkig deed de oudste onder de leiders, Aboe Oemaijjah ibn Moeghierah Al-Makzoemi een voorstel dat door iedereen werd geaccepteerd. Hij zei: “Laat degene, die het Heiligdom als eerste binnenkomt, over dit punt beslissen.” Het was toen de Wil van Allah, dat de Boodschapper van Allah s.a.w. de eerste was die de Moskee binnenkwam. Toen ze hem zagen, riepen alle mensen die ter plekke waren, als met één stem: “Al-Amien (de betrouwbare) is gekomen. Wij zijn er tevreden mee, ons aan zijn beslissing te houden.” Kalm en bedaard ontving Mohammed s.a.w. de opdracht en kwam direct tot een oplossing die hen allen zou verzoenen. Hij vroeg om een mantel, die hij op de grond uitspreidde en plaatste de steen in het midden ervan. Hij vroeg toen aan de vertegenwoordigers van de verschillende clans onder hen, om gezamenlijk de steen op te tillen.

     

     

     

     

     

     

    Toen die de juiste hoogte bereikt had, legde Mohammed s.a.w. hem met zijn eigen handen op de juiste plaats. Zo werd een zeer gespannen situatie verlicht en een groot gevaar, door de wijsheid van de Profeet s.a.w. afgewend.

    Hajr Aswad - Zwarte Steen

     

    De Qoeraisj hadden niet genoeg aan het wettige geld dat zij hadden verzameld, dus zij verwijderden een gebied van ongeveer 5,5 meter aan de noordkant van Al-Ka'bah, wat Al-Hidjr of Al-Hatiem wordt genoemd.

     

    Zij verhieven de deur twee meter vanaf het grondniveau, om zo slechts de mensen erin te laten die zij wilden. Toen het bouwwerk dertienenhalve meter hoog was, plaatsten zij het dak, dat op zes zuilen rustte.
    Toen het bouwen van Al-Ka'bah afgerond was, had het een vierkante vijftien-meter-hoge vorm. De zijde met de Zwarte Steen en die welke ertegenover lag, waren ieder tien meter lang, de Zwarte Steen was 1,50 meter van het grondniveau voor de rondgang. De twee andere kanten waren ieder twaalf meter lang. De deur bevond zich op twee meter hoog vanaf het grondniveau. Een bouwconstructie van gemiddeld 0,25 meter hoog en 0,30 meter breed, omringde Al-Ka'bah. Het werd Asj-Sjadherwan genoemd en was oorspronkelijk een geïntegreerd deel van het Gewijde Heiligdom, maar de Qoeraisj lieten het erbuiten. (21)

     

    Een kort overzicht van de levensloop van Mohammed s.a.w., voor het aanvaarden van het profeetschap

    In zijn jeugd had de Profeet Mohammed s.a.w. een combinatie van de beste maatschappelijke kenmerken. Hij was een voorbeeldig man, met een gezaghebbende mening en een foutloos inzicht. Hij was begunstigd met intelligentie, originaliteit en een juiste keuze van de middelen om naar accurate doelen te leiden. Zijn lange zwijgen was gunstig voor zijn gewoonte om te mediteren en de waarheid diep te onderzoeken. Zijn scherpe verstand en zijn pure aard waren van waardevol belang bij het assimileren en bevatten van de manieren van leven en van mensen, individueel en in gemeenschapszin. Hij schuwde bijgelovige praktijken, maar nam actief deel aan opbouwende en nuttige handelingen, anders nam hij zijn toevlucht tot zijn gewijde eenzaamheid.

     

    Hij hield zich verre van het drinken van wijn, het eten van vlees dat op de stenen altaren was geslacht of het bijwonen van afgoderijfeesten. Hij had een enorme afkeer tegen de afgoden en verafschuwde ze ten zeerste. Hij tolereerde het nooit als iemand bij Al-Lat en Al-Oezza zweerde. Het was zonder twijfel de goddelijke voorzienigheid van Allah, die hem vrij maakte van alle verfoeilijke en zondige daden. Zelfs wanneer hij probeerde zijn instinct te volgen om van enige pleziertjes van het leven te genieten of enkele onrespectabele gebruiken te volgen, kwam de goddelijke voorzienigheid van Allah tussenbeiden, om iedere misstap op zijn weg te beteugelen. Ibn Al-Athier heeft overgeleverd dat Mohammed s.a.w. zei: “Ik heb nooit geprobeerd te doen, wat mijn volk doet, op twee keer na. Iedere keer kwam Allah tussenbeiden en weerhield mij ervan dat te doen en ik deed het nooit weer. Eens vroeg ik aan mijn medeherder, om voor mijn schapen te zorgen, toen we in het bovenste deel van Mekka waren.

    Ik wilde naar beneden, naar Mekka gaan en mijzelf amuseren, zoals de jongemannen deden. Ik ging naar het eerste huis in Mekka waar ik muziek hoorde. Ik ging binnen en vroeg: ‘Wat is dit?' Iemand antwoordde: ‘Het is een bruiloft.' Ik ging zitten en luisterde, maar viel al snel in een diepe slaap. Ik werd gewekt door de hitte van de zon. Ik ging terug naar mijn medeherder en vertelde hem wat mij was overkomen. Ik heb het nooit meer geprobeerd.”

    Al-Boekharie heeft overgeleverd op gezag van Djaabir ibn ‘Abdoellah, dat hij zei: “Terwijl de mensen Al-Ka'bah verbouwden, ging de Profeet Mohammed s.a.w. met ‘Abbaas wat stenen dragen. ‘Abbaas zei: ‘Draag je lendendoek om je nek, om je tegen de stenen te beschermen.' (Terwijl hij dat deed) viel de Profeet s.a.w. op de grond neer en zijn ogen keerden zich naar de lucht. Later ontwaakte hij en schreeuwde: ‘Mijn lendendoek…mijn lendendoek.' Hij wikkelde zichzelf in zijn lendendoek.” In een andere overlevering: “Zijn lendenen werden naderhand nooit meer gezien.” (22)

    De autoriteiten zijn het erover eens, aan de jeugd van Mohammed s.a.w. een bescheiden houding, deugdzaam gedrag en elegante manieren toe te schrijven. Hij bewees van zichzelf, dat hij in mannelijkheid ideaal was en een vlekkeloos karakter bezat. Hij was zeer voorkomend tegen zijn landgenoten, het eerlijkst in zijn spreken en het mildst van humeur. Hij was de zachtmoedigste, meest kuise en meest gastvrije en maakte altijd indruk op mensen door zijn tot vroomheid inspirerende steun. Hij was de waarheidsgetrouwste en de beste om een verdrag na te leven. Zijn stadsgenoten gaven hem eenstemmig de titel van Al-Amien (betrouwbare). De moeder van de gelovigen, Khadidjah t zei eens: “Hij verenigt tegenstrijdige relaties, hij helpt de armen en de behoeftigen, hij onthaalt de gasten gastvrij en hij verdraagt moeilijkheden op het pad van de waarheidsgetrouwheid.” (23)

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    In de schaduw van de boodschap en

    het profeetschap



    In de grot van Hira'


    Toen de Profeet Mohammed s.a.w. bijna veertig was, was het zijn gewoonte om lange uren in afzondering door te brengen, mediterend en speculerend over alle aspecten van de schepping rondom hem. Deze meditatieve aard leverde een bijdrage aan het verbreden van de geestelijke kloof tussen hem en zijn landgenoten. Hij voorzag zichzelf van Sawiq (graanpap) en water en ging dan rechtstreeks op weg naar de heuvels en ravijnen in de nabijheid van Mekka. Eén van deze in het bijzonder, was zijn favoriete toevluchtsoord – een grot genaamd Hira, in de berg An-Noer. Hij lag slechts 3,5 km van Mekka, een kleine grot, 3,5 meter in de lengte en 1,5 meter in de breedte. Hij ging daar altijd heen en nodigde reizigers uit om zijn bescheiden provisie met hem te delen. Hij wijdde het meeste van zijn tijd en Ramadan in het bijzonder,

    aan aanbidding en meditatie over het heelal rondom hem. Zijn hart was rusteloos over de morele zonden en de afgoderij die onder zijn volk heersten; hij was vooralsnog hulpeloos, omdat geen definitieve koers, of specifieke aanpak voor hem beschikbaar was, om te volgen en de slechte praktijken rondom hem te rectificeren. Deze eenzaamheid, tezamen met dit soort overpeinzende aanpak, moet in het goddelijke perspectief worden begrepen. Het was een inleidende fase naar de periode van zware verantwoordelijkheden die hij al snel zou moeten dragen. (24)

     

    Berg An-Noer en de grot Hira.

    Privacy en het loskomen van de onreinheden van het leven, waren twee onmisbare vereisten voor de ziel van de Profeet s.a.w. , om tot intieme communicatie te komen met de Ongeziene Macht die achter alle aspecten van het bestaan liggen in dit oneindige heelal. Het was een rijke periode van privacy, die drie jaar duurde en leidde naar een nieuw tijdperk, van onverbrekelijk contact met die Macht. (25)

    Djibriel (Gabriël) brengt de openbaring neer

    Toen hij veertig was, de leeftijd van volkomen perfectie, waarop profeten altijd werd opgedragen hun boodschap te onthullen, begonnen tekenen van zijn profeetschap te verschijnen en aan de levenshorizon te gloren; het waren de ware visioenen die hij zes maanden lang ervoer. Zijn profeetschap duurde 23 jaar; dus de periode van zes maanden van ware visioenen vormde een integraal deel van de vierenzestig delen van profeetschap.

    In Ramadan, in zijn derde jaar van eenzaamheid in de grot van Hira, verlangde de wil van Allah ernaar om Zijn genade naar de aarde te laten vloeien, en Mohammed s.a.w. werd geëerd met het profeetschap en het licht van de openbaring viel op hem, met enkele verzen uit de Edele Qoer-aan. (26)

    Voor wat betreft de exacte datum, wijst zorgvuldig onderzoek naar de uitvoerige bewijzen en relevante aanwijzingen rechtstreeks naar maandag, de nacht van de 21 e Ramadan, d.w.z. 10 augustus 610 na Christus toen de Profeet Mohammed s.a.w. precies 40 jaar, 6 maanden en 12 dagen oud was, d.w.z. 39 Gregoriaanse jaren, 3 maanden en 22 dagen. (27)


    ‘Aisjah, de waarheidlievende, gaf de volgende overlevering van die veelbetekenende gebeurtenis, die het goddelijke licht bracht die de duisteris van ongeloof en onwetendheid zou verdrijven. Het leidde het leven naar een nieuw pad en bracht de serieuze verbeteringen teweeg in het verloop van de geschiedenis van de mensheid.

     

     

     

     

     

     

    Voorlopers van de openbaring namen de vorm aan van ware visioenen die altijd uitkwamen. Daarna werd de eenzaamheid hem lief en ging hij naar de grot Hira' om zich een bepaald aantal nachten met Tahannoeth (toewijding) bezig te houden, voordat hij naar zijn familie terugkeerde. Dan keerde hij terug om provisies te halen voor een vergelijkbaar verblijf. Uiteindelijk kwam onverwacht de Waarheid (de engel) naar hem toe en zei:


    “Lees.” “Ik kan niet lezen,” zei hij [Mohammed s.a.w. ]. De Profeet s.a.w. beschreef: “Toen nam hij mij en omhelsde mij stevig, toen liet hij mij gaan en herhaalde het bevel: ‘Lees.' ‘Ik kan niet lezen,' zei ik en opnieuw omhelsde hij mij stevig en liet me pas gaan toen ik uitgeput was. Toen zei hij: ‘Lees.' Ik zei: ‘Ik kan niet lezen.' Hij omhelsde mij voor de derde keer stevig, liet mij toen gaan en zei:

     

    “Lees! In de naam van je Heer, Die (al het bestaande) heeft geschapen. De mens heeft geschapen van een bloedklonter.Lees! En je Heer is de meest Vrijgevige.”'(QS Al-‘Alaq 96: 1-3)

     

    De Profeet s.a.w. herhaalde deze verzen. Hij trilde van angst. In deze staat kwam hij bij zijn vrouw Khadidjah terug en zei: “Bedek mij…bedek mij.” Zij bedekte hem, totdat hij zich weer veilig voelde. Hij stelde Khadidjah van het incident in de grot op de hoogte en voegde eraan toe dat hij met afschuw vervuld was. Zijn vrouw probeerde hem te sussen en stelde hem gerust, zeggende: “Allah zal jou nooit vernederen. Jij verenigt de verbroken relaties; jij draagt de last van de zwakken; jij helpt de armen en behoeftigen, jij onthaalt de gasten gastvrij en verdraagt de moeilijkheden op het pad van de waarheidsgetrouwheid.”

    Zij nam de Profeet s.a.w. mee naar haar neef Waraqa ibn Nawfal ibn Asad ibn ‘Abd Al-Oezza, die in de pre-islamitische periode het christendom had omarmd en de Bijbel in het Hebreeuws overschreef. Hij was een blinde oude man. Khadidjah zei: “Mijn neef! Luister naar je neefje!”

    Waraqa zei: “Oh mijn neefje! Wat heb je gezien?” De Boodschapper van Allah s.a.w. vertelde hem wat hem was overkomen. Waraqa antwoordde: “Dit is ‘Namoes' d.w.z. (de engel aan wie de goddelijke geheimen worden toevertrouwd) die Allah naar Moesa stuurde. Ik wilde dat ik jonger was. Ik wilde dat ik kon leven tot aan de tijd dat jouw mensen je uit zullen leveren.” Mohammed s.a.w. vroeg: “Zullen ze mij verdrijven?” Waraqa antwoordde bevestigend en zei: “Iedereen die met iets dat vergelijkbaar als wat jij hebt gebracht kwam, werd vijandig bejegend; en als ik tot die dag in leven blijf, zal ik je krachtig ondersteunen.” Een paar dagen later stierf Waraqa en de openbaring stopte ook tijdelijk. (28)

    At-Thabari en Ibn Hisjam hebben overgeleverd, dat de Boodschapper van Allah s.a.w. de grot van Hira' verliet, nadat hij door de openbaring verrast was, maar later keerde hij naar de grot terug en hervatte zijn eenzaamheid. Naderhand kwam hij naar Mekka terug. At-Thabari deed verslag van dit incident, zeggende: Na het vermelden van de komst van de openbaring, zei de Boodschapper van Allah s.a.w. : “Ik heb nooit iemand meer verafschuwd dan een dichter of een geesteszieke man. Ik kon het niet verdragen naar één van hen beide te kijken. Ik zal nooit iemand van de Qoeraisj over mijn openbaring vertellen. Ik zal een berg beklimmen en mijzelf ervan af gooien en sterven. Dat zal mij bevrijden. Ik ging dat doen, maar halverwege de berg hoorde ik een stem uit de lucht komen, zeggende: ‘Oh Mohammed! Jij bent de Boodschapper van Allah s.a.w. en ik ben Djibriel (Gabriël).' Ik keek omhoog en zag Djibriel (Gabriël) in de vorm van een man, die zijn benen op de horizon legde. Hij zei: ‘Oh Mohammed ! Jij bent de Boodschapper van Allah s.a.w. en ik ben Djibriel (Gabriël).' Ik stopte en keek naar hem. Het zien van hem bracht mij af van wat ik van plan was te doen. Ik stond vastgenageld aan de grond. Ik trachtte mijn ogen van hem af te wenden. Hij was overal waar ik keek. Ik bleef bewegingloos staan, totdat Khadidjah iemand stuurde om mij te zoeken. Hij ging naar beneden naar Mekka en kwam terug, terwijl ik op dezelfde plaats bleef staan. Djibriel (Gabriël) vertrok toen en ik ging terug naar huis. Ik vond Khadidjah thuis, dus ik ging heel dicht bij haar zitten. Zij vroeg: ‘Vader van Al-Qasim! Waar ben je geweest? Ik stuurde iemand erop uit om jou te zoeken. Hij ging naar Mekka en kwam bij mij terug.' Ik vertelde haar wat ik had gezien. Zij antwoordde: ‘Het is een profetisch teken, oh mijn echtgenoot. Verman jezelf, ik zweer bij Allah, dat jij een boodschapper voor deze natie bent.' Toen stond ze op en ging naar Waraqa en informeerde hem. Waraqa zei: ‘Ik zweer bij Allah, dat hij dezelfde Namoes, d.w.z. engel, heeft ontvangen als die naar Moesa was gestuurd. Hij is de profeet van deze natie. Zeg hem geduld te hebben.' Zij kwam bij hem terug en vertelde hem over de woorden van Waraqa. Toen de Boodschapper van Allah s.a.w.

    zijn eenzame verblijf had voltooid en naar Mekka ging, ging hij naar Waraqa, die tegen hem zei: ‘Jij bent de profeet van deze natie. Ik zweer bij Allah, dat jij dezelfde engel hebt ontvangen, als die naar Moesa was gestuurd.'” (29)


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    10-03-2010, 12:38 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    Onderbreking van de openbaring

    Ibn Sa'd heeft overgeleverd op gezag van Ibn ‘Abbaas, dat de openbaring een aantal dagen stopte. (30) Na nauwkeurig onderzoek, lijkt dit het meest logische. xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />Om te zeggen dat het drieëneenhalf jaar duurde, zoals sommige geleerden beweren, is niet juist, maar er is geen ruimte om op meer details in te gaan.

    Ondertussen was de Profeet s.a.w. in een soort depressie gevangen, gekoppeld aan verbijstering en verwarring. Al-Boekharie heeft overgeleverd:

    De goddelijke inspiratie stopte een poosje en de Profeet s.a.w. raakte zo bedroefd, zoals we hebben gehoord, dat hij verscheidene malen van plan was om zichzelf van de toppen van de hoge bergen te gooien en iedere keer als hij de top van een berg beklom, om zichzelf eraf te gooien, verscheen Djibriel (Gabriël) voor hem en zei: “Oh Mohammed ! Jij bent inderdaad de Boodschapper van Allah in de waarheid,” waarop zijn hart weer tot rust kwam en hij kalmeerde en naar huis terugkeerde.

    Wanneer de periode van de komst van de openbaring lang werd, deed hij als voorheen, maar opnieuw verscheen Djibriel (Gabriël) voor hem, om te zeggen wat hij eerder had gezegd. (31)

    Opnieuw brengt Djibriel (Gabriël) de openbaring van Allah


    Ibn Hagar zei: “Dat (het stoppen van de openbaring van Allah voor enige dagen) was om de Boodschapper van Allah s.a.w. te bevrijden van de angst die hij ervoer en om hem naar de openbaring te laten verlangen. Toen de sombere wolken van de twijfel weg waren getrokken, werden de vlaggen van de waarheid geheven, de Boodschapper van Allah s.a.w. wist met zekerheid, dat hij de Boodschapper van de Grote Heer was geworden. Hij was er ook zeker van, dat wat naar hem gekomen was, niets meer was dan de ambassadeur van de inspiratie. Zijn wachten op en verlangen naar de komst van de openbaring, vormde een goede basis voor zijn standvastigheid en bedaardheid bij de komst van de inspiratie van Allah.

    Al-Boekharie heeft overgeleverd op gezag van Djaabir ibn ‘Abdoellah, dat hij de Boodschapper van Allah s.a.w. als volgt over de periode van pauze hoorde spreken:

    “Terwijl ik liep, hoorde ik een stem uit de lucht komen. Ik keek omhoog en het was beslist dezelfde engel, die mij in de grot van Hira' had bezocht. Hij zat op een stoel, tussen de hemel en de aarde in. Ik was zeer bang voor hem en knielde op de grond. Ik ging naar huis, zeggende: ‘Bedek mij…bedek mij…'

    Allah openbaarde deze verzen aan mij:

    “O jij ommantelde. Sta op en waarschuw. En verheerlijk jouw Heer! En reinig jouw kleden! En blijf weg van (de afgoden)!”(QS Al-Moeddatstsir 74: 1-5)

    Daarna begon de openbaring, sterk, herhaaldelijk en regelmatig te komen”(32)

    Enkele details die betrekking hebben op de opeenvolgende stadia van de openbaring

    Voordat we op de details ingaan van de periode van het doorgeven van de Boodschap en het profeetschap, willen we ons bekendmaken met de stadia van de openbaring, die de voornaamste bron van de Boodschap vormt en het onderwerp van de Oproep. Ibn Al-Qajjim zei, de stadia van de openbaring noemend:

    De eerste: de periode van ware visioenen. Het was het beginpunt van de openbaring aan de Boodschapper van Allah s.a.w. .

    De tweede: wat de engel onzichtbaar in het hart en het verstand van de Profeet s.a.w. vestigde. De Boodschapper van Allah s.a.w. zei: “De Edele Geest openbaarde aan mij: ‘Geen ziel zal vergaan, totdat die zijn levensloop heeft uitgeput, dus vrees Allah en verzoek Hem vriendelijk. Wordt nooit zo ongeduldig, dat je op het punt staat ongehoorzaam jegens Allah te zijn. Wat Allah heeft, kan nooit worden verkregen, behalve door gehoorzaamheid aan Hem.'”

    De derde: de engel bezocht de Boodschapper van Allah s.a.w. gewoonlijk in de vorm van een mens en sprak rechtstreeks tot hem. Dit stelde hem in staat, volledig te begrijpen wat de engel zei. Soms werd de engel in deze vorm gezien door de metgezellen van de Profeet s.a.w. .

    De vierde: de engel kwam als het geluid van een klokslag tot hem en dit was de moeilijkste vorm, omdat de engel hem stevig vastgreep en het zweet stroomde van zijn voorhoofd, zelfs op de koudste dag. Als de Profeet s.a.w. op zijn kameel was, kon de kameel het gewicht niet houden, dus hij knielde onmiddellijk op de grond neer. Eens had de Boodschapper van Allah s.a.w. zo'n openbaring terwijl hij zat en zijn dij was op die van Zaid, Zaid voelde, dat de druk bijna letsel had toegebracht aan zijn dij.

    De vijfde: de Profeet s.a.w. zag de engel in zijn ware vorm. De engel openbaarde aan hem wat Allah hem had opgedragen te openbaren.

    Dit gebeurde twee maal, zoals in (de Qoer-aan) Soerah An-Nadjm (hoofdstuk 53 – De Ster) wordt vermeld.

    De zesde: wat Allah Zelf aan hem openbaarde in de hemel, d.w.z. toen hij naar de hemel steeg en de opdracht voor de Salaat (het gebed) van Allah ontving.

    De zevende: de Woorden van Allah aan Zijn Boodschapper s.a.w. , uit eerste hand, zonder de tussenkomst van een engel. Het was een voorrecht dat aan Moesa u werd geschonken en dat wordt duidelijk getuigd in de Qoer-aan, zoals het aan onze Profeet s.a.w. wordt getuigd in de Soerah Al-‘Isra (hoofstuk 17 – de Nachtelijke reis) uit de Edele Qoer-aan.

    Sommige geleerden voegden er nog een controversiële achtste fase aan toe, waarin zij verklaarden, dat Allah rechtstreeks tegen de Profeet s.a.w. sprak, zonder een gordijn ertussen. Deze kwestie blijft echter onbevestigd. (33)

     

     

    Allah, de Allerhoogste prijzen en de belangrijkste bestanddelen daarvan:

    De eerste openbaring die naar de Profeet s.a.w. werd gestuurd, bracht verscheidene bevelen met zich mee, eenvoudig van vorm, maar zeer effectief en met ernstige, vérstrekkende gevolgen. De engel deelde een duidelijke boodschap aan hem mee, zeggende:
    “O jij ommantelde. Sta op en waarschuw. En verheerlijk jouw Heer! En reinig jouw kleden! En blijf weg van (de afgoden)!En geef niets weg om meer te ontvangen. En wees geduldig voor jouw Heer!”(QS Al-Moeddatstsir 74: 1-7)

    Voor het gemak en het begrip zullen we de Boodschap onderverdelen in de belangrijkste stukken:

    • Het ultieme doel van de waarschuwing is er zeker van te zijn, dat in het gehele heelal niemand die inbreuk maakt op de tevredenheid van Allah, onwetend is over de ernstige consequenties die dat gedrag met zich meebrengt en om een soort van ongekende schok teweeg te brengen in zijn verstand en zijn hart.

    • ‘De Heer verheerlijken' schrijft duidelijk voor, dat de enige trots die op aarde gekoesterd mag worden, die van Allah is, met uitsluiting van alle anderen.

    • ‘De kledij reinigen en alle afschuwelijke zaken vermijden' verwijst direct naar de onmisbare noodzaak om zowel de buitenkant als de binnenkant kuis en rein te houden, in aanvulling op het voorschrift om de ziel te heiligen en deze volledig immuun te maken voor de verschillende soorten onreinheden en de verscheidene soorten vervuiling. Slechts langs deze weg kan de ziel van de Profeet s.a.w. een ideale positie bereiken en in aanmerking komen om van de verkoelende genade van Allah en Zijn bescherming, veiligheid, leiding en immer schijnende licht te genieten; en zal hij vervolgens het beste voorbeeld voor de menselijke gemeenschap stellen, de degelijke harten aantrekken en ontzag en eerbied afdwingen bij de afgedwaalden, en wel op zo'n manier, dat de hele wereld, ermee eens of oneens, ernaar op weg zal gaan en het als de voedingsbodem voor alle facetten van hun welzijn zal nemen.

     

    • De Profeet s.a.w. moet zijn strijd op de weg van Allah niet beschouwen als een daad van genade die hem recht geeft op een grote beloning. Integendeel, hij moet zichzelf tot het uiterste inspannen, al zijn moeite eraan wijden en gereed zijn om alle offers te brengen, in een gemoedstoestand van zelfveronachtzaming, wat ontwikkeld wordt door een immer aanwezig bewustzijn van Allah, zonder ook maar het kleinste beetje gevoel van trots in zijn daden of offers.

    • Het laatste vers van de Qoer-aan dat aan de Profeet s.a.w. werd geopenbaard, zinspeelt op de vijandige houding van de onverbeterlijke ongelovigen, die hem en zijn volgelingen zullen beschimpen. Het valt te verwachten, dat zij hem zullen kleineren en hun boosaardigheid zullen opvoeren tot het punt van het beramen van plannen tegen zijn leven en het leven van alle gelovigen rondom hem. In dit geval moet hij geduldig zijn en wordt van hem verwacht, dat hij zal volharden en het grootst mogelijke uithoudingsvermogen zal tonen, met als enige doel het verkrijgen van de tevredenheid van Allah.

    Dit waren de fundamentele voorbereidingen die de Profeet s.a.w. in acht moest nemen, ogenschijnlijk zeer eenvoudige geboden, bijzonder fascinerend met hun kalme ritme, maar in de praktijk zeer doeltreffend. Zij vormden de aanzet die een verreikend oproer opwekte tot in alle hoeken van de wereld.

    De verzen stellen de bestanddelen van een nieuwe oproep samen, alsmede de verspreiding van het nieuwe geloof. Een waarschuwing impliceert logischerwijs, dat er misdrijven met pijnlijke consequenties zijn, die door de daders moeten worden ondergaan en daar het huidige leven niet noodzakelijkerwijs de enige plek is waar mensen ter rekenschap voor hun misdaden, of enkelen daarvan, worden geroepen, impliceert de waarschuwing noodzakelijkerwijs, dat mensen op een andere dag ter rekenschap worden geroepen, d.w.z. de Dag der Wederopstanding en dit op zichzelf verwijst naar het bestaan van een ander leven dan dat wat we nu leven. Al deze verzen van de Edele Qoer-aan roepen de mensen op om duidelijk van de Eenheid van Allah te getuigen, om al hun zaken naar Allah, de Allerhoogste, over te dragen en om de verlangens van de persoonlijkheid en de verlangens van
    de dienaren van Allah ondergeschikt te maken aan het verkrijgen van Zijn tevredenheid.

    De bestanddelen van de oproep naar de islam zijn in het kort als volgt:

    • Getuigenis van de eenheid van Allah.

    • Geloof in het hiernamaals.

    • Iemands ziel heiligen en die hoog boven zonden en walglijkheden, die tot vreselijke gevolgen strekken, verheffen, daarnaast, is er de bittere noodzaak voor deugdelijke en perfecte manieren, gekoppeld aan het gewennen van zichzelf aan rechtschapen daden.

    • Alle zaken aan Allah, de Allerhoogste, toevertrouwen.

    • Al het voorgaande moet een natuurlijk gevolg zijn van het onwankelbare geloof in de Boodschap van Mohammed s.a.w. en trouw aan zijn edele leiderschap en rechtschapen leiding.

    De verzen worden ingeleid met de stem van de Meest Verhevene, met een hemelse oproep die de Profeet s.a.w. het mandaat geeft om deze ontmoedigende verantwoordelijkheid (mensen oproepen tot Allah) op zich te nemen. De verzen hadden de bedoeling om hem met kracht uit zijn slaap te wekken, van zijn mantel te ontdoen en hem te onthechten van de warmte en de rust van het leven en hem dan een nieuwe weg, voorzien van ontelbare moeilijkheden, op te sturen, die een grote mate van strijd op de weg van Allah vereist:

    O jij ommantelde. Sta op en waarschuw. ”(QS Al-Moeddatstsir 74: 1-2)

    Aanvoerend, dat, om op zichzelf te leven vrij gemakkelijk is, maar er is besloten dat jij deze zware last moet dragen; met als gevolg dat slaap, comfort of een warm bed allemaal zaken zijn waarvan het is verordend, dat ze niet in jouw woordenboek zullen voorkomen. Oh, Mohammed, sta vlug op, voor de strijd en het gezwoeg die jou te wachten staan; er is geen tijd voor slaap en zulke gemakken; zware verantwoordelijkheden zijn goddelijk  voorbestemd om jou ten deel te vallen en je in de tumult van het leven te sturen, om een nieuw onzeker soort overeenkomst met het geweten van mensen en de werkelijkheid van het leven te ontwikkelen.

    De Profeet s.a.w. slaagde er met vrij veel succes in om op te staan en zich van de nieuwe taak te kweten, hij ging voort met een gemoedstoestand van volkomen onzelfzuchtigheid, zonder ophouden strijdend en nooit verzwakkend bij het dragen van de last van het grote vertrouwen, de last van het verlichten van de mensheid en het zware gewicht van het nieuwe geloof en de strijd, meer dan twintig jaar lang, waarbij niets zijn aandacht afleidde van zijn ontzagwekkende opdracht. Moge Allah hem, voor ons en de gehele mensheid, met het beste einde belonen. Het volgende onderzoek doet, in het klein, verslag van zijn lange strijd en het ononderbroken gevecht, dat hij leverde na het ontvangen van de verantwoordelijkheid van het gezantschap. (34)

    Fasen en stadia van de oproep

    De islamitische oproep kan in twee fasen worden verdeeld, die duidelijk afgebakend zijn:

    • De Mekkaanse fase: bijna dertien jaar.

    • De Medinische fase: tien volledige jaren.

    Elk van deze twee fasen omvatte duidelijke kenmerken, die gemakkelijk waarneembaar zijn door ter zake doend, nauwkeurig onderzoek naar de omstandigheden die ieder ervan kenmerkte.

    De Mekkaanse fase kan in drie fasen worden verdeeld:

    • De fase van de geheime oproep: drie jaar.

    • De fase van het verkondigen van de oproep in Mekka: van het begin van het vierde jaar van profeetschap tot bijna het einde van het tiende jaar.

    • De fase van de oproep tot de islam en het buiten Mekka verspreiden: het duurde van het einde van het tiende jaar van profeetschap tot de emigratie van Mohammed s.a.w. naar Medina.

    De Medinische fase zal later, op het geschikte moment, in beschouwing worden genomen.

    Het eerste stadium

    Strijd op de weg van de oproep

    Drie jaar van oproep in het geheim


    Het is alombekend, dat Mekka het centrum voor de Arabieren was en dat het de beschermheren van Al-Ka'bah huisvestten. De bescherming en het beschermheerschap van de afgoden en de in steen gegraveerde afbeeldingen die door alle Arabieren aanbeden werden, lagen in de handen van de Mekkanen. Daarom was het zo moeilijk het doel te bereiken, namelijk hervorming en verbetering op een plaats die als de bakermat van de afgoderij werd beschouwd. In zo'n atmosfeer werken, vereist ongetwijfeld een onwankelbare wil en vastbeslotenheid, dat is de reden, dat de oproep tot de islam een heimelijke vorm aannam, zodat de woede van de Mekkanen niet zou worden opgewekt door de onverwachte verrassing.

    De vroege bekeerlingen

    De Profeet s.a.w. begon zijn heilige missie natuurlijk vanuit zijn eigen huis en keerde zich toen tot de mensen waar hij de nauwste band mee had. Hij riep iedereen tot de islam op, van wie hij maar dacht, dat ze zouden getuigen van de waarheid die van zijn Heer was gekomen. In feite reageerde een grote groep mensen, die zelfs niet het kleinste beetje twijfel koesterden betreffende de Profeet s.a.w. , vrijwel meteen en zij omarmden het nieuwe geloof zeer gewillig. Zij staan in de islamitische literatuur bekend als de vroege bekeerlingen.

    Khadidjah, de echtgenote van de Profeet s.a.w. , de moeder van de gelovigen, was de eerste om de omhelzing van de islam binnen te gaan, gevolgd door zijn bevrijde slaaf, Zaid ibn Harithah, zijn neef ‘Ali ibn Abi Talib, die sinds zijn vroegste kindertijd bij hem had geleefd en als volgende kwam zijn goede vriend Aboe Bakr As-Siddiq (Aboe Bakr, de bevestiger van de waarheid). Zij beleden allen op de allereerste dag van de oproep de islam.

    Vanaf de eerste dag dat hij de islam omarmde, bewees Aboe Bakr een zeer energieke en ijverige activist te zijn. Hij was welgesteld, voorkomend, mild en oprecht. De mensen hadden de gewoonte, vanwege zijn kennis, vriendschappelijkheid, prettige gezelschap en handel naar zijn huis te komen en dicht bij hem in de buurt te blijven. Degenen die hij vertrouwde, nodigde hij uit tot de islam en door zijn persoonlijke inspanningen bekeerde zich een flink aantal mensen tot de islam, zoals Oethman ibn ‘Affan Al-Oemawi, Az-Zoebair ibn ‘Awwam Al-Asadi, ‘Abdoer Rahman ibn ‘Awf, Sa'd ibn Abi Waqqas, Az-Zoehri en Thalhah ibn Oebaidillah At-Tamimy. Die acht mannen vormden de voorlopers en nog specifieker, de voorhoede van het nieuwe geloof in Arabië. Onder de vroege moslims waren Bilal ibn Rabah (de Abessijn), Aboe Oebaidah ibn Al-Djarrah van de Bani Harith ibn Fahr (de betrouwbaarste van de moslimnatie), Aboe Salamah ibn ‘Abd Al-Asad, Al-Arqam ibn Abi Al-Arqam van de stam van Makhzoem, Oethman ibn Maz'oen en zijn twee broers Qoedama en ‘Abdoellah, Oebaidah ibn Al-Harith ibn Al-Moettalib ibn ‘Abdoel Manaf, Sa'id ibn Zaid Al-‘Adawi en zijn vrouw Fatimah – dochter van Al-Khathab (de zus van ‘Oemar ibn Al-Khathab), Khabbab ibn Al-Aratt, ‘Abdoellah ibn Mas'oed Al-Hadhali en vele anderen. Zij waren de moslimvoorgangers. Zij behoorden bij vele clans van de Qoeraisj. Ibn Hisjam, een biograaf, telde er meer dan veertig.

    Ibn Ishaaq zei: “Toen gingen de mensen in massa's tegelijk de omarming van de islam binnen, mannen en vrouwen en het nieuwe geloof kon niet langer geheim worden gehouden.”

    De Profeet s.a.w. had de gewoonte om de nieuwe bekeerlingen privé te ontmoeten om ze te onderwijzen, omdat de oproep tot de islam nog steeds op een individuele en geheime basis liep. De openbaringen versnelden zich en gingen voort, na de eerste verzen (Qoer-aan 74: 1-2). De verzen en stukken van de Soerahs (hoofdstukken) die op dat moment geopenbaard werden, waren kort, met wonderbaarlijk sterke pauzes en fascinerende ritmes, in volledige harmonie met die delicate, fluisterende omlijsting. Het centrale onderwerp dat erdoorheen liep, concentreerde zich op het heiligen van de ziel en de moslims te ontmoedigen ten prooi te vallen aan de bedrieglijke schijn van het leven. Daarbij gaven de vroege verzen gewoonlijk ook een zeer accuraat verslag over de hel en de tuin (het paradijs), de gelovigen langs een nieuw pad leidend, dat volkomen tegengesteld was aan de slechte praktijken die heersten onder hun landgenoten.

    As-Salaat (het gebed)

    Moeqatil ibn Soelaiman zei: “De salaat (het gebed) was al in een vroeg stadium van de islamitische oproep als een verplicht ritueel ingesteld, een salaat van twee rakaat (gebedsonderdeel) in de morgen en hetzelfde in de avond: “ en verheerlijk en lofprijs jullie Heer in de avond en in de ochtend.”(QS Ghaafir 40: 55)

    Ibn Hidjr zei: “Het is absoluut zeker, dat de Profeet s.a.w. de gewoonte had te bidden voor ‘De nachtelijke Reis', maar het blijft een controversiële kwestie, rondom de vraag of het gebed al als een verplicht ritueel was ingesteld voor het opleggen van de regelgeving betreffende de gewone vijf gebeden per dag. Er is overgeleverd, dat het verplichte gebed op twee keer per dag, 's morgens voor zonsopgang en na zonsondergang was vastgesteld.” Het is door een keten van overleveraars verteld dat, toen de Profeet s.a.w. de eerste openbaring ontving, Djibriel (Gabriël) – de engel – verder ging en hem onderwees, hoe hij woedoe (wassing) in acht moest nemen. Toen de Profeet s.a.w. klaar was, nam hij een handvol water en besprenkelde zijn lendenen ermee.

    Ibn Hisjam heeft overgeleverd dat, wanneer het tijd voor de gebeden was, de Boodschapper van Allah s.a.w. en zijn metgezellen, naar een bergvallei gingen, om in het geheim te bidden.

    Op een keer zag Aboe Talib de Boodschapper van Allah s.a.w. en Ali bidden, hij vroeg hen waar ze mee bezig waren. Toen hij te weten kwam, dat het het verplichte gebed was, zei hij hen om standvastig te blijven in hun gebruiken.

     

     

     

     

     

     

    De Qoeraisjieten horen over de oproep

    Het nieuws over deze fase van de oproep, hoewel het op heimelijke wijze en op individuele manier werd uitgevoerd, lekte uit en werd in heel Mekka van openbaar belang. In het begin maakten de Mekkaanse leiders zich niet al te veel zorgen over Mohammed s.a.w. en besteedden geen aandacht aan zijn leerstellingen. In het begin dachten zij, dat Mohammed s.a.w. slechts een religieuze filosoof was, zoals Oemaijjah ibn Abi As-Salt, Qoess ibn Sa'idah, ‘Amr ibn Noefail en gelijkgezinden, die de gewoonte hadden te filosoferen over goddelijkheid en religieuze verplichtingen.

    Maar deze onverschillige houding veranderde al snel in ware vrees. De polytheïsten van de Qoeraisj begonnen de bewegingen van Mohammed s.a.w. scherp en bezorgd in de gaten te houden, uit vrees dat zijn oproep zich zou verspreiden en dat er een verandering in de heersende mentaliteit zou komen.

    In drie ondergrondse jaren van de beoefening stond er een groep van gelovigen op die gekenmerkt werden door een gemoedstoestand van broederschap en samenwerking, met één vastgesteld doel in hun gedachten: het verspreiden en het stevig verankeren van de oproep tot de islam. Drie volle jaren lang was Mohammed s.a.w. tevreden geweest met het onderwijzen binnen een vrij beperkte kring. De tijd was echter gekomen, om openlijk het geloof van de Heer te preken. De engel Djibriel (Gabriël) had een verdere openbaring van de wil van Allah aan hem gebracht, om zijn volk onder ogen te komen, hun leugens ongeldig te verklaren en hun afgodendienende praktijken te verpletteren.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    10-03-2010, 12:34 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    De tweede fase
    Openlijk preken
    Eerste openbaring betreffende het Preken


    “En waarschuw je stam en je naaste verwanten.”(QS Asj-Sjoe'araa 26: 214)


    Dit was het eerste vers dat in dit verband werd geopenbaard. Het is opgenomen in Soerah Asj-Sjoe'araa (hoofdstuk 26 – de dichters), wat het verhaal van Moesa u overlevert, en gaat over de vroege dagen van zijn profeetschap, zijn migratie met de kinderen van Israël, hun ontsnapping aan Firaun en zijn volk en het verdrinken van Firaun en zijn legers. Dit hoofdstuk levert in feite de verschillende fases over die Moesa u doorliep in zijn strijd met de Firaun en de missie van het oproepen van zijn volk tot Allah. Verder bevat het verhalen die spreken over het verschrikkelijke einde dat diegenen wachtte die de boodschappers tegenspraken, zoals het volk van Noeh, ‘Ad, Thamoed, Ibrahiem, Loeth en Ahloel-Aikah (Metgezellen van het hout). (Dat was een groep mensen die een boom genaamd
    Aikah aanbaden.)


    Chronologisch gezien behoort dit hoofdstuk in het midden van de Mekkaanse periode, toen het contact van het licht van het profeetschap met het culturele milieu van het heidense Mekka de Mekkanen in hun meest arrogante bui testte. De boodschap die dit hoofdstuk overbracht, is samengevat: “De Waarheid is onoverwinnelijk. Toen de bezieling van het profeetschap naar Mekka kwam, werd hij tegengewerkt door de voorstanders van de zonde; maar de Waarheid, in tegenstelling tot leugens, xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />kan niet anders dan blijven, terwijl leugens zeker vergankelijk zijn.”

     

     

     

     

     

    De naaste bloedverwanten oproepen

    Aan de bevelen van Allah gehoorzamend, verzamelde Mohammed s.a.w. zijn verwanten van de Bani Hasjim, met een groep van de Bani Al-Moettalib ibn ‘Abdoel Manaf. De toehoorders waren met vijfenveertig mannen.

    Aboe Lahab nam onmiddellijk het initiatief en sprak de Profeet s.a.w. aan: “Dit zijn jouw ooms en neven,
    spreek ter zake doende, maar ten eerste moet je weten, dat jouw verwanten niet in een positie zijn om alle Arabieren te weerstaan. Een ander punt dat je in gedachten moet houden, is dat jouw verwanten voldoende voor jou zijn. Als je hun gebruiken volgt, zal het gemakkelijker voor hen zijn, dan om de andere clans van de Qoeraisj onder ogen te komen, die worden ondersteund door de andere Arabieren. Waarlijk, ik heb nooit gehoord over iemand die zijn verwanten meer schade heeft toegebracht dan jij.” De Boodschapper van Allah s.a.w. hield zijn mond dicht en zei niets bij die vergadering.

    Hij nodigde hen uit naar een andere vergadering en slaagde erin gehoor te krijgen. Hij stond toen op en hield een korte toespraak, die vrij overtuigend uitlegde wat er op het spel stond. Hij zei: “Ik huldig de lof van Allah, ik zoek Zijn hulp, ik geloof in Hem, ik stel mijn vertrouwen in Hem, ik getuig, dat er geen god is die aanbeden mag worden, behalve Allah, Die geen partner heeft. Een gids kan nooit liegen tegen zijn mensen. Ik zweer bij Allah, er is geen god behalve Hij, dat ik als een boodschapper naar jullie in het bijzonder, en naar de mensen in het algemeen ben gestuurd. Ik zweer bij Allah, jullie zullen sterven, net zoals jullie slapen, jullie zullen worden opgewekt, net zoals jullie ontwaken. Jullie zullen rekenschap moeten afleggen over jullie daden. Het is ofwel de hel voor altijd of de tuin (het paradijs) voor altijd.”

    Aboe Talib antwoordde: “Wij zullen je met liefde helpen, jouw advies accepteren en in jouw woorden geloven. Dit zijn jouw bloedverwanten, die je hebt bijeengebracht en ik ben één van hen, maar ik ben de eerste om te doen wat jou pleziert. Doe wat je bevolen is. Ik zal je beschermen en verdedigen, maar ik kan de religie van ‘Abdoel-Moettalib niet opgeven.”
    Toen zei Aboe Lahab tegen Aboe Talib: “Ik zweer bij Allah, dat dit iets slechts is. Je moet hem stoppen, voordat anderen dat doen.” Aboe Talib antwoordde echter: “Ik zweer bij Allah, dat ik hem zal beschermen, zolang ik leef.”

    Op de berg As-Safa

    Nadat de Boodschapper van Allah s.a.w. zeker was van de belofte van Aboe Talib om hem te beschermen, terwijl hij de mensen opriep tot Allah, stond hij op een dag op de Berg As-Safa en riep luidop uit: “Oh Sabahah! ”

    Clans van de Qoeraisj kwamen naar hem. Hij riep hen op om van de Eenheid van Allah te getuigen en in zijn Gezantschap en de Dag der Wederopstanding te geloven. Al-Boekharie heeft een deel van dit verhaal overgeleverd op gezag van Ibn ‘Abbaas t . Hij zei: “Toen de volgende verzen geopenbaard werden:
    ‘En waarschuw je stam en je naaste verwanten.'(QS Asj-Sjoe'araa 26: 214)

    beklom de Boodschapper van Allah s.a.w. de berg As-Safa en begon te roepen: ‘Oh Bani Fahr! O Bani ‘Adi (twee clans van de Qoeraisj).' Vele mensen verzamelden zich en diegenen die niet konden, stuurden iemand om verslag aan hen uit te brengen. Aboe Lahab was ook aanwezig. De Profeet s.a.w. zei: ‘Jullie weten toch dat als ik jullie zou vertellen dat er enkele ruiters in de vallei waren, die van plan waren om jullie te beroven, jullie mij dan zouden geloven?' Zij zeiden: ‘Ja, we hebben nog nooit gemerkt dat jij liegt.' Hij zei: ‘Ik ben een waarschuwer voor jullie, voor een zware kwelling.' Aboe Lahab reageerde prompt: ‘Jij bederft de hele dag! Heb je ons laten roepen voor zoiets?' De verzen werden bij die gelegenheid, onmiddellijk geopenbaard:

    ‘Vervloekt zijn de twee handen van Aboe Lahab en vervloekt is hij!'(QS Al-Masad 111: 1)

    Moeslim heeft een ander deel van dit verhaal overgeleverd, op gezag van Aboe Hoerairah t . Hij zei: “Toen de volgende verzen werden geopenbaard:
    ‘En waarschuw je stam en je naaste verwanten.'(QS Asj-Sjoe'araa 26: 214)

    riep de Boodschapper van Allah s.a.w. alle mensen van de Qoeraisj; dus zij kwamen bijeen en hij gaf hen een algemene waarschuwing. Toen verwees hij in het bijzonder naar bepaalde stammen en zei: ‘Oh Qoeraisj, red jullie zelf van het Vuur; Oh mensen van Bani Ka'b, red jullie zelf van het Vuur; Oh Fatimah, dochter van Mohammed s.a.w. , red jezelf van het Vuur, want ik heb geen enkele andere macht om jou tegen Allah te beschermen, behalve dat ik een relatie met jou onderhoud.'”

    Het was waarlijk een luide, suggestieve oproep, die ondubbelzinnig aan de mensen die hem het meest nabijstonden verklaarde, dat het geloof in zijn Boodschap de belangrijkste hoeksteen zou zijn voor iedere toekomstige relatie tussen hem en hen en dat de bloedrelatie, waarop het hele Arabische leven was gebaseerd, was opgeven in het licht van dat goddelijke ultimatum.

     

    Het uitschreeuwen van de Waarheid en de reactie van de polytheïsten


    De stem van de Profeet s.a.w. bleef in Mekka weergalmen, totdat het volgende vers werd geopenbaard:

    “Verkondig daarom openlijk, dat wat je opgedragen is en keer je af van afgodenaanbidders.”(QS Al-Hidjr 15: 94)


    Toen ondernam hij het in diskrediet brengen van de bijgelovige praktijken van afgoderij, het onthullen van de waardeloze realiteit en de absolute machteloosheid ervan en het geven van concreet bewijs dat afgoderij op zichzelf, of het gebruik ervan als een manier waarop de afgodendienaar in contact met Allah kan komen, een overduidelijke leugen is.

     

    De Mekkanen van hun kant, barstten uit in razernij en afkeuring. De woorden van Mohammed s.a.w. creëerden een donderslag, die het traditionele, ideologische Mekkaanse leven ondersteboven keerde. Zij konden het niet goed hebben, om door iemand de beschrijving van afgedwaalde mensen te horen ophangen aan polytheïsten en afgodendienaren. Zij begonnen hun rijkdommen te verzamelen om de kwestie af te handelen, de voorwaarts marcherende revolutie te onderdrukken en een preventieve slag toe te brengen aan zijn volgelingen, voordat hun gewijde tradities en al lang bestaande erfenis zou worden verslonden en verpletterd. De Mekkanen hadden een diepe overtuiging, dat het ontkennen van de goddelijkheid van iedereen, behalve Allah, en het geloven in de Goddelijke Boodschap en het hiernamaals, worden geïnterpreteerd in termen van volledige inwilliging en absolute verbinding en dat dit, op zijn beurt, geen enkele ruimte voor hen overliet om enige autoriteit over zichzelf en over hun rijkdom te claimen, laat staan voor hun ondergeschikten. Samengevat, hun toegeëigende, op religie gebaseerde verhevenheid en aanmatigendheid zouden van geen enkel belang meer zijn; hun pleziertjes zouden ondergeschikt zijn aan de tevredenheid van Allah en Zijn boodschapper; en als laatste zouden zij moeten ophouden letsel toe te brengen aan diegenen die zij valselijk als zwak hadden bestempeld en van het begaan van vreselijke zonden in hun alledaagse leven. Zij waren zich deze betekenissen al ten volle bewust, dat is de reden dat hun zielen zich niet konden neerleggen bij deze “schandelijke” positie, niet vanwege motieven die op waardigheid en eer gebaseerd waren, maar eerder omdat:

     

    “Hij wil dus doorgaan met zondigen.”(QS Al-Qijaamah 75: 5)

    Zij waren zich bewust van deze consequenties, maar zij konden het zich niet veroorloven niets te doen tegenover een eerlijk, waarheidsgetrouw man, die het beste voorbeeld was van goede manieren en menselijke waarden. Zij hadden nooit zo'n voorbeeld gekend in de geschiedenis van hun ouders en grootouders. Wat moesten ze doen? Zij waren met stomheid geslagen en daar hadden ze alle reden toe.

    Volgend op zorgvuldig overleg, sloegen zij hun slag op het enige beschikbare doelwit, d.w.z. zij namen contact op met de oom van de Boodschapper, Aboe Talib, en verzochten hem tussenbeide te komen en zijn neef te adviseren met zijn activiteiten te stoppen. Om hun eis grote kracht bij te zetten, kozen zij ervoor om het gevoeligste gebied in het Arabische leven te beroeren, namelijk de voorouderlijke trots. Zij spraken Aboe Talib op de volgende manier aan: “Oh Aboe Talib! Jouw neef vervloekt de goden; vindt gebreken in onze manier van leven, bespot onze religie en vernedert onze voorvaderen; jij moet hem ofwel een halt toeroepen, of je moet ons hem te pakken laten nemen. Want jij staat net zo tegen hem als wij tegen hem zijn; en we zullen jou van hem ontdoen.” Aboe Talib trachtte hun toorn te bedaren, door hen een beleefd antwoord te geven. De Profeet s.a.w. ging echter verder op zijn weg, de religie van Allah predikend en mensen ertoe oproepend, al hun wanhopige pogingen en boosaardige bedoelingen veronachtzamend.

     

     

     

     

     

     

     

    Een adviesraad om de pelgrims de toegang tot de oproep van Mohammed s.a.w. te ontzeggen

    In die tijd had de Qoeraisj een ander groot belang; de verkondiging van de oproep was slechts een paar maanden gaande, toen het pelgrimsseizoen alweer om de hoek kwam kijken. De Qoeraisj wisten, dat de Arabische delegaties spoedig zouden komen. Zij kwamen overeen, dat het noodzakelijk was om over een middel na te denken, dat er zeker voor zou zorgen, dat de Arabische pelgrims verre zouden blijven van het nieuwe geloof dat door Mohammed s.a.w. gepreekt werd. Zij gingen naar Al-Walid ibn Al-Moeghierah om met hem over deze kwestie te overleggen. Al-Walid nodigde hen uit om tot overeenstemming te komen tot een unanieme resolutie. Zij verschilden echter van mening. Sommigen brachten het idee naar voren, dat zij hem als een Kahin, d.w.z. een waarzegger, zouden afschilderen; maar dit idee werd afgewezen op grond van het feit dat zijn woorden daar niet mee te rijmen waren. Anderen stelden Madjnoen voor, d.w.z. door djinn bezeten; ook werd dit verworpen, omdat er geen aanwijzingen bij hem naar voren kwamen die specifiek voor deze geestestoestand waren,

    zo beweerden zij. “Waarom zeggen we niet, dat hij een dichter is?” zeiden sommigen. Ook hier konden zij niet tot overeenstemming komen, zij zeiden dat zijn woorden niet met de woordenschat van de poëzie overeenkwamen. “Goed dan; laten wij hem van hekserij beschuldigen,” was het vierde voorstel. Hier toonde ook Al-Walid enige aarzeling, zeggende dat, de Profeet s.a.w. erom bekend stond, zichzelf nooit met de praktijk van het blazen op de knopen te hebben ingelaten, en hij gaf toe, dat hij uitvoerig over de oorzaak en het gevolg vertelde en dit gemakkelijk te begrijpen is. Het resultaat wat hij zegt, is alleen maar goed. Hij vond echter, dat de meest waarschijnlijke beschuldiging tegen Mohammed s.a.w. hekserij was. Het goddeloze gezelschap nam zijn mening over en kwam overeen een eenduidige formulering te verspreiden waarin zij zeiden dat hij een magiër was, die zo krachtig en bedreven in zijn kunst was, dat hij met succes een zoon van zijn vader zou vervreemden, een man van zijn broeder, een vrouw van haar echtgenoot en een man van zijn clan.

     

     

    In dit verband is het vermeldenswaardig, dat Allah zestien verzen openbaarde, die betrekking hadden op Al-Walid en de listige methode die hij bedacht om de mensen die in Mekka verwacht werden voor de pelgrimage, te manipuleren. Allah zegt:


    “Waarlijk, hij dacht en maakte een plan: laat hem dus vervloekt zijn! Hoe hij een plan maakte! En nogmaals laat hem vervloekt zijn, hoe hij een plan maakte! Dan dacht hij; dan fronste hij en keek op een kwade manier; toen keerde hij zich om en was trots, toen zei hij: ‘Dit is niets anders dan toverij van de ouderen. Dit is niets behalve het woord van een mens!'”(QS Al-Moeddatstsir 74: 18-25)

    De slechtste van hen was de gezworen vijand van de islam, Aboe Lahab, die de voetstappen van de Profeet s.a.w. als een schaduw volgde, luidop roepend: “Oh mensen, luister niet naar hem, want hij is een leugenaar; hij is een afvallige.”

    Desalniettemin slaagde Mohammed s.a.w. erin een oproer te scheppen in het gehele gebied en hij overtuigde zelfs een paar mensen ervan zijn oproep te accepteren.

    Pogingen die werden ondernomen om het oprukken van de islam te stoppen


    Toen zij zich volledig realiseerden, dat Mohammed s.a.w. nooit van zijn oproep zou kunnen worden afgebracht, namen de Qoeraisj in een wanhopige poging het oprukken van de oproep te keren, zij namen hun toevlucht tot andere goedkope middelen, want zij handelden immers vanuit fundamentele beweegredenen:

    • Schofferen, vernederen, belachelijk maken, verloochenen en lachwekkende, goedkope manieren, die allemaal gericht werden op de nieuwe bekeerlingen in het algemeen en de persoon van Mohammed s.a.w. in het bijzonder, om zo het moraal te verlagen en hun vurige ijver te laten verslappen.

     

     

     

    Zij betichtten de Profeet s.a.w. ervan een man te zijn die door een djinn werd bezeten, of iemand die geestesziek was:

    En zij zeggen:“O, jij aan wie de ‘vermaning' neer is gezonden! Waarlijk, jij bent een dwaze man.”(QS Al-Hidjr 15: 6)

    Of een leugenaar, die aan hekserij deed: En zij (de Arabische heidenen) vragen zich af waarom een waarschuwer uit hun midden tot hen is gekomen!
    En de ongelovigen zeggen: ‘Dit is een tovenaar, een leugenaar.'(QS Shaad 38: 4)

    Hun ogen keken ook naar de goede man alsof blikken konden doden, of ze lieten hem struikelen, of probeerden hem in zijn onwankelbaarheid of fermheid storen. Zij gebruikten allerlei soorten beledigingen: “dolleman”, of “iemand die door een kwade geest wordt bezeten”, enzovoorts:“En waarlijk, degenen die ongelovig zijn, zouden je bijna door hun blikken willen doden vanwege hun haat wanneer zij de herinnering horen en zeggen:'Waarlijk, hij is een bezetene!'”(QS Al-Qalam 68: 51)


    Onder de nieuwe bekeerlingen was er een groep, die helaas geen sterke clan achter zich had staan om hen te ondersteunen. Deze onschuldige
    zielen werden te pas en te onpas belachelijk gemaakt en beschimpt. Naar zulke mensen verwijzend, vroegen de semi-intellectuele aristocraten van de Qoeraisj, herhaaldelijk schertsend en minachtend, aan de Profeet s.a.w. :


    “Zijn het deze die Allah begunstigd heeft onder ons?”(QS Al-An'aam 6: 53)

    En Allah zei: “Weet Allah niet het beste, wie de dankbaren zijn?”(QS Al-An'aam 6: 53)

    De slechte mensen lachten op vele manieren om de rechtschapen mensen:

    • Inwendig lachten zij hen uit, vanwege hun geloof, omdat zij zichzelf superieur voelden.

    • Wanneer de rechtschapen mensen hen in openbare plaatsen passeerden, beledigden ze hen en knipoogden ze naar hen.

    • Ze achtervolgden hen tot in hun huizen.

    • Waar en wanneer ze hen zagen, berispten ze hen en noemden ze dwazen, die de weg kwijt waren. In het hiernamaals zullen al deze trucjes en leugens gezien worden voor wat ze zijn en de rollen zullen omgedraaid worden. Allah heeft gezegd:

    “Waarlijk! (Tijdens het wereldse leven) lachten de zondaren de gelovigen uit. En wanneer zij ze voorbijliepen, knipoogden zij naar elkaar. En als zij weer onder hun eigen mensen waren, bespotten zij hen. En als zij hen zagen, zeiden zei: ‘Waarlijk! Zij zijn zeker afgedwaald!' Maar zij zijn niet als wachters over hen ingesteld.'”(QS Al-Moethaffifien 83: 29-33)

     • Ze vervormden de leerstellingen van Mohammed s.a.w. , uitten dubbelzinnigheden, verspreidden valse propaganda, verzonnen ongegronde beschuldigingen over zijn leerstellingen, persoon en karakter en gingen zo tot het uiterste om ieder zicht op degelijke overpeinzing van het publiek tegen te houden. Over de Qoer'aan zeiden zij:

    “Verhalen van de ouderen, die hij heeft opgeschreven, worden hem in de ochtend en de middag gedicteerd.”(QS Al-Foerqaan 25: 5)

    Onrechtvaardig gingen zij verder, onophoudelijk in de oren van de mensen inprentend, dat de Qoer-aan geen werkelijke openbaring was:

    “Dit is niets anders dan een leugen die hij bedacht heeft, en anderen hebben hem daarmee geholpen zodat zij iets onrechtvaardigs en een leugen gemaakt hebben.”(QS Al-Foerqaan 25: 4)

    De slechten schreven ook het soort beweegredenen en motieven toe aan de mannen van Allah, waar zij in dergelijke omstandigheden zelf schuldig aan zouden zijn. De heidenen en diegenen die vijandig tegenover de openbaring van Allah en de islam stonden, konden niet begrijpen, hoe zulke wonderbaarlijke verzen van de tong van de Profeet s.a.w. konden vloeien, zonder dat hij iemand had die hem dat onderwees en zij beweerden:

    “Het is slechts een mens die hem onderricht.”(QS An-Nahl 16: 103)


    Zij brachten ook een ander ongegrond en oppervlakkig bezwaar naar voren:

    “En zij zeggen: ‘Waarom eet deze boodschapper voedsel en loopt hij over markten?'”(QS Al-Foerqan 25:7)

    Zij waren bedroevend onwetend en bleven pijnlijk in gebreke want zij konden niet beseffen, dat een onderwijzer van de mensheid iemand is die hun aard deelt, zich in hun levens mengt, bekend is met hun gedragingen en meevoelt in hun vreugde en verdriet.

    De Edele Qoer-aan heeft hun beschuldigingen en veranderingen zeer heftig weerlegd en heeft uitgelegd, dat de uitspraken van de Profeet s.a.w. de openbaringen zijn van de Heer en dat hun aard en inhoud een moedige uitdaging vormen voor diegenen die zijn profetische uitspraken, aan één of andere verachtelijke oorsprong toeschrijven, soms aan de geestelijke worstelingen van een dromerige hervormer, andere keren aan de ontboezemingen van een waanzinnige dichter, of het onsamenhangende gezwam van een geesteszieke man.

    • De Qoer-aan tegenspreken met de mythologie van de ouden om de belangstelling van de mensen van de Woorden van Allah af te leiden. An-Nadr ibn Harith sprak de mensen van de Qoeraisj eens op de volgende manier aan: “Oh Qoeraisj! Jullie hebben een fenomeen ervaren, dat nooit eerder is voorgekomen. Mohammed s.a.w. groeide hier onder jullie op en bewees altijd zeer voorkomend en de eerlijkste en oprechste jongeman te zijn. Echter, toen hij later een volwassen man geworden was, begon hij een nieuw geloof te preken, dat vreemd was voor jullie maatschappij en niet met jullie genoegens overeenkwam, dus het ene moment betichten jullie hem ervan, een tovenaar te zijn, op een ander moment, een waarzegger, een dichter, of zelfs een geesteszieke man. Ik zweer bij Allah, dat hij geen van dat alles is. Hij is niet geïnteresseerd in het blazen op de knopen, zoals een magiër dat is, noch behoren zijn woorden tot de wereld van het waarzeggen; hij is ook geen dichter, want zijn mentaliteit is niet die van een onsamenhangende spreker, noch is hij geestesziek, want men is er nooit getuige van geweest, dat hij enige vorm van hallucinaties ontwikkelde, of insinuaties deed die eigen zijn aan een geesteszieke. Oh, mensen van de Qoeraisj, het is werkelijk een ernstige kwestie en ik beveel jullie aan, jullie houding te heroverwegen.”

    Er is overgeleverd, dat An-Nadr in een later stadium op weg naar Hierah ging, waar hij zich vertrouwd maakte met de gebruiken van de koningen van Perzië en de verslagen van mensen als Rustum en Asphandiar en toen naar Mekka terugkeerde. Daar volgde hij de Boodschapper van Allah s.a.w. altijd als een schaduw, bij alle audiënties die de laatste hield om het nieuwe geloof te preken en de mensen te waarschuwen tegen de toorn van Allah. An-Nadr volgde de Profeet s.a.w. onmiddellijk en heeft aan dezelfde toehoorders lange verhalen overgeleverd over de mensen van Perzië. Hij eindigde zijn toespraak dan altijd listig met een vraag waarin hij informeerde, of hij Mohammed s.a.w. niet de loef afstak. Ibn ‘Abbaas t heeft overgeleverd, dat An-Nadr gewoonlijk zangeressen kocht, die door middel van hun lichamelijke charmes en hun liedjes, ieder die enige gehechtheid aan de Profeet s.a.w. ontwikkelde, weg van de islam lokten; hierover zegt Allah:

    “En van de mensheid is hij die ijdele praat koopt om (de mens) van het Pad van Allah te misleiden zonder kennis, en die de islamk bespotten.

    Zij zijn degenen voor wie er een vernederende bestraffing is.” (QS Loeqman 31: 6)

    • In een nieuwe poging om Mohammed s.a.w. van zijn principiële standpunt af te brengen, nodigden de Qoeraisj hem uit om tot een compromis te komen waarin hij iets van zijn religie zou weglaten en dat de polytheïsten hetzelfde zouden doen. Allah, de Allerhoogste, zegt:

    “Zij willen, dat jij compromissen sluit met hen, daarom willen zij ook een compromis met jou sluiten.”(QS Al-Qalam 68: 9)

    Op gezag van Ibn Djarir en At-Thabrani is overgeleverd, dat de afgodendienaren het aanbod deden, dat Mohammed s.a.w. een jaar lang hun goden zou aanbidden en zij zouden zijn Heer een jaar lang aanbidden. In een andere versie zeiden zij: “Als jij onze goden accepteert, zouden wij de jouwe aanbidden.” Ibn Ishaaq heeft overgeleverd, dat Al-Aswad ibn Al-Moettalib, Al-Walid ibn Al-Moeghierah,

     

     

    Oemaijjah ibn Khalaf en Al-‘Aash ibn Wa'il As-Sahmy, een groep invloedrijke polytheïsten, de Profeet s.a.w. onderschepten, terwijl hij in het Gewijde Heiligdom een omgang maakte en hem aanboden, te aanbidden wat zij aanbaden en dat zij zouden aanbidden wat hij aanbad, zodat, volgens hen, beide partijen een gemeenschappelijke noemer zouden bereiken. Zij voegden eraan toe: “Zou de Heer die jij aanbidt, bewijzen beter dan de onze te zijn, dan zal het zoveel beter voor ons zijn, maar als onze goden beter blijken te zijn, zul jij er voordeel bij hebben.” Allah I , was ter plekke besluitvaardig en openbaarde het volgende hoofdstuk:

    “Zeg: ‘O, ongelovigen! Ik aanbid niet wat jullie aanbidden, noch zullen jullie aanbidden wat ik aanbid. En ik zal niet aanbidden wat jullie aanbidden. Noch zullen jullie aanbidden wat ik aanbid. Daarom voor jullie jullie godsdienst en voor mij mijn godsdienst (het islamitische monotheïsme).'”(QS Al-Kaafiroen 109: 1-6)


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    10-03-2010, 12:31 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    Vervolgingen

    Aan het begin van het vierde jaar van de oproep, gedurende een periode van een paar maanden, beperkten de polytheïsten hun treitertechnieken tot de bovengenoemde mensen. Maar toen zij zich de futiliteit van die procedures realiseerden, besloten zij tot een volledige tegenaanval. Zij riepen op tot een algemene vergadering en kozen een comité van vijfentwintig mannen uit de adel van de Qoeraisj, met Aboe Lahab, de oom van de Profeet s.a.w. als voorzitter. Na langdurig overleg kwamen zij tot een besluit om maatregelen te nemen die bedoeld waren om het oprukken van de islam op verschillende manieren te stoppen. Zij waren vastbesloten kosten noch moeite te besparen bij het bestrijden van het nieuwe geloof. Zij besloten de Boodschapper van Allah s.a.w. te belasteren en de nieuwe bekeerlingen aan verschillende soorten martelingen te onderwerpen, alle beschikbare bronnen gebruikend. Het was gemakkelijk, om de resoluties betreffende de nieuwe bekeerlingen in werking te stellen, omdat zij als zwak werden beschouwd. De Profeet s.a.w. , was niet gemakkelijk te belasteren omdat hij zo plechtstatig en edelmoedig was en zo'n ongeëvenaard perfect karakter had, dat het zijn vijanden ervan afbracht enige buitensporige daad tegenover hem te begaan. Hij had ook zijn oom, Aboe Talib, die van edele afkomst was en die een ontzagwekkende clan had, om hem te ondersteunen. Deze situatie was een bron van zorg voor de ongelovigen, maar zij hadden het gevoel, dat zij niet langer het geduld konden opbrengen of enige tolerantie konden tonen tegenover een formidabele kracht die langzaam maar zeker oprees om hun religieuze bewind en tijdelijke autoriteit ongeldig te maken.

    Aboe Lahab nam zelf het initiatief in de nieuwe serie van vervolgingen en begon ontelbare porties schadelijke daden, haat en afgunst aan Mohammed s.a.w. toe te dienen. Beginnend met het werpen van stenen naar hem, verder door zijn twee zonen te dwingen te scheiden van hun vrouwen Roeqaijjah en Oemm Koeltsoem, de dochters van de
    Profeet s.a.w. , tegen hem te smalen over de dood van zijn tweede zoon, hem “de man afgesneden van nageslacht” noemend en dan in zijn voetsporen volgend tijdens de seizoenen van pelgrimage en bij openbare discussies, om een verkeerde indruk over hem te geven en de bedoeïenen tegen hem en zijn oproep op te zetten. Zijn vrouw, Oemm Djamil bint Harb, de zuster van Aboe Soefjan, had ook haar deel in de genadeloze veldtocht. Zij bewees, dat zij niet voor haar echtgenoot onderdeed in de vijandigheid en haat die ze voor de Profeet s.a.w. koesterde. Zij bond doornbundels samen met touwen van gedraaid palmbladvlas en strooide ze uit op de paden waarvan werd verwacht, dat de Profeet s.a.w. ze zou nemen, om hem lichamelijk letsel toe te brengen. Zij was ontzettend sluw, slechtgehumeurd en gebruikte beledigende taal, ze was zeer bedreven in de kunst van het uitbroeden van intriges en het aansteken van het vuur van onenigheid en opruiing. Ze werd zeer terecht bezoedeld als “de drager van het brandhout” in de Edele Qoer-aan. Bij het ontvangen van dit nieuws, ging zij onvervaard op weg naar de moskee met een handvol steentjes om naar de Profeet s.a.w. te werpen. Allah, de Grote, nam haar gezichtsvermogen weg en zij zag slechts Aboe Bakr, die direct naast de Profeet s.a.w. zat. Zij sprak Aboe Bakr toen zeer vrijpostig aan, dreigend de mond van zijn metgezel te breken, met haar handvol steentjes en ze reciteerde een versregel, die bol stond van schaamteloze opstandigheid: “Wij hebben de ongeprezene niet gehoorzaamd, zijn oproep afgewezen en ons van zijn religie afgezonderd.” Toen zij was vertrokken, wendde Aboe Bakr zich tot de Profeet s.a.w. en informeerde naar de kwestie. De Profeet s.a.w. verzekerde hem ervan, dat ze hem niet had gezien, omdat Allah haar gezichtsvermogen had weggenomen.


    Aboe Lahab en zijn gezin bleven dat soort schaamteloze voorbeelden van marteling toebrengen, ondanks de bloedbanden die hen met elkaar verbonden, want hij was de oom van de Profeet s.a.w. en zij leefden in aangrenzende huizen. Eigenlijk onthielden slechts weinigen van de buren van de Profeet s.a.w. zich ervan hem te belasteren. Zij gooiden zelfs de ingewanden van een geit op zijn rug, terwijl hij zijn gebeden uitvoerde. Hij klaagde altijd over dat ongepaste buurschap, maar vergeefs, want zij stonden zichzelf vele fouten toe.

    Op gezag van Ibn Mas'oed heeft Al-Boekharie overgeleverd, dat eens, toen de Profeet s.a.w. zich ter aarde wierp, terwijl hij in Al-Ka'bah bad, Aboe Djahl zijn metgezellen vroeg, hem de vuile foetus van een vrouwtjeskameel te brengen en hij legde die op zijn rug. Oeqbah ibn Abi Moe'ait was de onfortuinlijke man die zich haastte om deze onedele daad uit te voeren. Een lachsalvo steeg op onder de ongelovigen. Ondertussen was Fatimah, de dochter van de Profeet s.a.w. , toevallig daarlangs gekomen. Zij verwijderde de smerigheid van de rug van haar vader. De Profeet s.a.w. riep de toorn van Allah over hen af, in het bijzonder over Aboe Djahl, Oetbah ibn Rabie'ah, Sjaibah ibn Rabie'ah, Al-Walid ibn Oetbah, Oemaijjah ibn Khalaf en Oeqbah ibn Moe'ait.

    Het is in de verslagen opgetekend, dat zij allen bij de veldslag van Badr gedood werden.

    Hun algehele proces van verrichten van kwaadaardige handelingen omvatte ook lasterpraat en roddel als middel tot onderdrukking. De leiders van Mekka in het algemeen en Oemaijjah ibn Khalaf in het bijzonder, namen hier hun toevlucht toe. In dit verband zegt Allah:

    “Wee voor de lasteraar en degenen die kwaadspreken”(Qs Al-Hoemazah 104: 1)

    Eens woonde Oeqbah ibn Al-Moe'ait een audiëntie van de Profeet s.a.w. bij en luisterde naar hoe hij de islam preekte. Een goede vriend van hem, Oebai ibn Khalaf, hoorde hiervan. Hij kon zo'n soort daad niet tolereren, dus hij berispte Oeqbah en beval hem, in het heilige gezicht van de Profeet s.a.w. te spuwen en zonder schaamte deed hij dat. Oebai liet geen enkele denkbare manier ongebruikt om de Profeet s.a.w. te belasteren; hij maalde zelfs oude, gecomposteerde bonen en blies het poeder op hem. Al-Akhnas ibn Sjoeraique Ath-Thaqafi kleineerde te pas en te onpas het karakter van de Profeet s.a.w. . Als directe verwijzing naar de oneervolle daden van de man gaf de Edele Qoer-aan de volgende verfoeilijke kenmerken aan hem:

    “En gehoorzaam niet degenen die veel zweren, het wordt als waardeloos gezien. Een lasteraar, voortgaand met roddel. Het goede verhinderend, overtredend, zondig, wreed – nochtans een bastaard.”
    (QS Al-Qalam 68: 10-13)

    De arrogantie en verwaandheid van Aboe Djahl blokkeerden alle wegen die maar het kleinste beetje licht van het geloof in zijn hart hadden kunnen produceren:
    “Omdat hij noch geloofde noch bad!”(QS Al-Qijaamah 75: 31)

    Verder wilde hij de Profeet s.a.w. van het Edele Heiligdom weren. Het gebeurde eens, dat de Profeet s.a.w. in de omgeving van het Heilige Huis bad, en Aboe Djahl dreigend op hem af kwam en beledigende taal tegen hem uitsloeg. De Profeet s.a.w. gaf hem een zware berisping, waarop Aboe Djahl hem tartend antwoordde en beweerde dat hij de machtigste in Mekka was; toen openbaarde Allah:“Laat hem dan zijn raad (van helpers) oproepen.”(QS Al-‘Alaq 96: 17)

    In een andere versie van hetzelfde incident greep de Profeet s.a.w. Aboe Djahl bij de nek, schudde hem stevig, zeggende:

    “Wee voor jou! En dan wee voor jou! Opnieuw, wee voor jou! En dan wee voor jou!”(QS Al-Qijaamah 75: 34-35)

    Ondanks deze berisping kwam Aboe Djahl nooit bij zinnen, noch realiseerde hij zich deze dwaze praktijken. Integendeel, hij was vastbesloten tot het uiterste te gaan en hij zwoer, dat hij het gezicht van de Boodschapper van Allah s.a.w. door het stof zou halen en over zijn nek zou lopen. Hij was nog niet op weg gegaan om zijn slechte bedoeling ten uitvoer te brengen, of men zag hem al terugkeren, zichzelf met zijn handen afschermend (alsof iets verschrikkelijks achter hem aanzat). Zijn metgezellen, vroegen hem wat er aan de hand was. Hij zei: “Ik zag een greppel van brandend vuur en vleugels die vlogen.” Later gaf de Boodschapper van Allah s.a.w. het volgende commentaar: “Als hij verder door was gegaan, zouden de engelen, één voor één zijn ledematen eraf hebben geplukt.”
    Op die manier werd de Profeet s.a.w. , dus schandelijk behandeld, de grote man, gerespecteerd als hij door zijn landgenoten werd en met een invloedrijke man, zijn oom Aboe Talib, achter zijn rug om hem te steunen. Als de zaken er bij de Profeet s.a.w. zo voor stonden, hoe was het dan met de mensen gesteld, die als zwak werden beschouwd en die geen clan hadden om hen te ondersteunen? Laat ons hun situatie nader beschouwen. Wanneer Aboe Djahl hoorde over de bekering van een man van hoge komaf, met machtige vrienden, dan kleineerde hij zijn inzicht en zijn intellect, ondermijnde zijn beoordelingsvermogen; en hij bedreigde hem met vreselijke gevolgen als hij een handelaar was. Als de nieuwe bekeerling maatschappelijk zwak was, sloeg hij hem genadeloos en stelde hem aan onuitsprekelijke martelingen bloot.

    De oom van Oethman ibn ‘Affan had de gewoonte Oethman in een mat van palmbladeren te wikkelen en dan een vuur onder hem aan te steken. Toen Oemm Moesh'ab ibn ‘Oemair over de bekering van haar zoon hoorde, liet zij hem verhongeren en verbande hem uit haar huis. Hij was gewend aan een weelderig, gemakkelijk leven, maar tijdens de nasleep van de martelingen die hem ten deel vielen, raakte zijn huid verschrompeld en hij kreeg een afgrijselijk uiterlijk.

    Bilal, de slaaf van Oemaijjah ibn Khalaf, werd hard door zijn meester geslagen, toen de laatste over zijn bekering tot de islam te weten kwam. Soms werd er een touw rond zijn nek gebonden en moesten de straatjongens hem door de straten en over de heuvels van Mekka slepen. Soms werd hij onderworpen aan een langdurige onthouding van eten en drinken; op andere momenten werd hij vastgebonden, liet men hem op het gloeiend hete zand liggen en onder het verpletterende gewicht van zware stenen. Vergelijkbare andere maatregelen werden aangegrepen om hem te dwingen zijn geloof te verzaken. Dit alles was vergeefs. Hij volhardde in zijn geloof, in de eenheid van Allah. Bij één van zo'n gelegenheid kwam Aboe Bakr langs; door medelijden geroerd kocht hij hem en bevrijdde hem uit zijn slavernij.

     

     

     

    Een ander slachtoffer van de aanmatigendheid van de Qoeraisj was ‘Ammar ibn Jasir, een bevrijde slaaf van de Bani Makhzoem. Tezamen met zijn vader en moeder omarmde hij de islam in een vroege fase. Herhaaldelijk moesten zij op het gloeiendhete zand liggen en werden zij hard geslagen. Soms werd ‘Ammar op kooltjes gegooid.

    De Profeet s.a.w. was zeer geroerd door de wreedheden die ‘Ammar en zijn familie werden aangedaan. Hij troostte hen altijd en hief zijn handen op in gebed en zei: “Wees geduldig, jullie zullen waarlijk jullie verblijfplaats in het paradijs vinden.” De vader, Jasir, stierf door de herhaalde martelingen. De moeder van ‘Ammar, Soemaijjah, werd door Aboe Djahl zelf met de bajonet doorstoken, met de dood als gevolg, en aldus verdiende zij de titel van de eerste vrouwelijke martelaar in de islam. ‘Ammar zelf werd aan verschillende vormen van martelingen onderworpen en werd altijd bedreigd, dat hij zwaar zou lijden, behalve wanneer hij Mohammed s.a.w. zou beledigen en zijn geloof zou verlaten, voor Al-Lat en Oezza. In een moment van zwakte uitte hij een woord, dat als het verlaten van het geloof werd geïnterpreteerd, hoewel zijn hart nooit wankelde en hij kwam onmiddellijk naar de Profeet s.a.w. toe, die hem troostte vanwege zijn pijn en zijn geloof bevestigde. Onmiddellijk daaropvolgend, werd het volgende vers geopenbaard:

    “Iedereen die ongelovig aan Allah is, nadat hij geloof heeft gehad, behalve die ertoe gedwongen wordt en in wiens hart nog geloof is,”(QS An-Nahl 16: 106)

    Aboe Fakieh, Aflah, een bevrijde slaaf van de Bani ‘Aboed-Dar, was de derde van die hulpeloze slachtoffers. De onderdrukkers maakten altijd zijn voeten vast met een touw en sleepten hem door de straten van Mekka.

    Khabbab ibn Al-Aratt was bij iedere mogelijke gelegenheid ook een gemakkelijk slachtoffer van vergelijkbare gewelddadigheden. Hij onderging tot de verbeelding sprekende martelingen en mishandelingen. De Mekkaanse polytheïsten trokken aan zijn haar en draaiden zijn nek om en lieten hem op brandende kooltjes liggen, met een grote steen op zijn borstkas, om hem ervan te weerhouden te ontsnappen. Sommige moslims van rang en status werden in de ruwe huid van kamelen gewikkeld en weggeworpen en anderen werden in wapenuitrustingen gestopt en op het brandende zand gezet onder de verschroeiende zon van Arabië.

    Zelfs de vrouwelijke bekeerlingen werden niet gespaard en de lijst is te lang om ze allemaal te bevatten. Zanirah, An-Nahdiyah en haar dochter, Oemm Oebais, en vele anderen kregen hun volledige deel van de vervolging van de hand van de onderdrukkers – inclusief ‘Oemar ibn Al-Khathab – uiteraard voor zijn bekering tot de islam.

    Aboe Bakr, een welgestelde gelovige, kocht en bevrijdde enkele van die vrouwelijke slaven, net zoals hij deed bij Bilal en ‘Amir ibn Foeheirah.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Wat anderen over hem zeggen

    Gedurende het tijdperk van de Kruisvaarders werden er vele leugens verspreid door de missionarissen en wersterse schrijvers om de Profeet van de Islaam, zijn boodschap en zijn leringen in diskrediet te brengen. Dit ging heel lang door tot , vanwege wetenschappelijke ontdekkingen en de vrijheid van denken, vele mensen dingen anders benaderden en het moeilijk werd om mensen iets op de mouw te spelden. Hieronder volgen enkele verklaringen van niet-Moslims, geleerden, wetenschappers en politieke figuren over de Profeet van de Islaam:

    Lamartine, een Franse geleerde, zegt:

    "Als een groots doel, beperkte middelen en verbazingwekkende resultaten de drie criteria zijn van menselijke genialiteit, wie zou dan een groots man uit de moderne geschiedenis durven te vergelijken met Mohamed? De meest beroemde mannen creeerden slechts legers, wetten en koninkrijken.

    Zij stichtten slechts stoffelijke, materiele machten die vaak voor hun ogen ineenstortten. Deze man, Mohamed, kreeg niet alleen legers, wetten, koninkrijken, mensen en dynastien in beweging, maar ook miljoenen mensen in een-derde van de toen bewoonde wereld; en meer dan dat, hij bracht de altaren, de goden, de religies, de ideeen, de geloven en de zielen in beweging…….zijn vastberadenheid om te overwinnen, zijn ambitie, die volledig toegewijd was aan een idee, op geen enkele manier strevende naar het scheppen van een macht, zijn eindeloze gebeden, zijn mystieke conversaties met Allah, zijn dood en zijn triomf na zijn dood; dit alles is bewijs van een sterke overtuiging dat hem de kracht gaf om een dogma te veranderen. Dit dogma was tweevoudig: de eenheid van Allah en het immateriele van Allah; het eerste laat zien wat Allah is, het laatste wat Allah niet is; de een vernietigt valse goden met het zwaard, de ander geeft een idee aan met woorden." "Filosoof, spreker, apostel, wetgever, strijder, veroveraar van ideeen, ervormer van rationale dogma's, van een beweging zonder beelden; de stichter van twintig territoriale machten en van een spirituele macht; dat is Mohamed. Als we alles wat we gebruiken om menselijke grootsheid te meten in beschouwing nemen kunnen we zeggen, is er een mens grootser dan hij?"(Lamartine, Histoire de la Turquie, Paris, 1854, vol. 2, pp.276-277)

    Edward Gibbon en Simon Oakley zeggen:

    Het is niet de verspreiding maar de voortdurendheid van zijn geloof dat onze verwondering verdient, dezelfde pure en perfecte indruk die hij heeft achtergelaten in Mekka en Medina die bewaard is gebleven, na de revoluties van twaalf eeuwen door de Indiaanse, Afrikaanse en de Turkse tegenstanders van de Qor'aan….de Mohamedanen hebben unaniem de verleiding weerstaan om het doel van hun geloof en hun toewijding terug te brengen tot een niveau van menselijke gevoelens en verbeelding. "Ik geloof in Allah en de Mohamed is de Boodschapper van Allah" is de simpele en onvariabele kern van de Islaam.

    Het intellectuele imago van de Godheid is nooit gedegradeerd tot een zichtbaar idool; het eren van de Profeet heeft nooit de mate van menselijke deugd aangetast en zijn levende voorbeelden hebben de dankbaarheid van zijn volgelingen binnen de grenzen van redelijkheid en religie gehouden."
    (Edward Gibbon en Simon Oakley, History of the Saracen Empire, Londen 1870, p.54)

    Bosworth Smith zegt:

    "Hij was Ceasar en de Paus in een; maar hij was de Paus zonder de pretenties van de Paus en Ceasar zonder de legioenen van Ceasar; zonder een staand leger, zonder een bodyguard, zonder een paleis, zonder een vast revenue; als er ooit een mens het recht heeft gehad te zeggen dat hij leidde volgens de ware Heiligheid, dan was het Mohamed, want hij had alle macht zonder instrumenten en steun."

    (Bosworth Smith, Mohamed en Mohamedanisme, Londen, 1874, p.92)


     

     

     

    Annie Besant zegt:

    "Het is onmogelijk voor wie dan ook die het leven en karakter van de grootse Profeet van Arabie bestudeert, die begrijpt hoe hij onderwees en leefde, om iets anders dan verering te voelen voor die machtige Profeet, een van de grootse boodschappers van de Verhevene. En hoewel hetgeen ik schrijf voor veel mensen bekend voor zal komen, voor mijzelf geldt dat als ik het herlees ik weer nieuwe gevoelens van bewondering en verering voel voor die machtige Arabische leraar."

    (Annie Besant, The life and teachings of Mohamed, Madras, 1932, p.4)

    Mahatma Ghandi, sprekend over het karakter van Mohamed, zegt in Young xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />India:

    "Ik wilde alles weten over degene die de harten van miljoenen mensen beroert…. Ik raakte er steeds meer van overtuigd dat het niet het zwaard was dat de Islaam een plaats gaf in die dagen. Het was de uiterste simpelheid, de volledige onzelfzuchtigheid van de Profeet, het enorme respect voor zijn preken, zijn intense toewijding naar zijn vrienden volgelingen toe, zijn dapperheid, zijn onverschrokkenheid en zijn absolute vertrouwen in Allah en in zijn eigen missie.

    Deze elementen en niet het zwaard droegen alles en overwonnen elk obstakel. Toen ik het tweede deel (van de biografie van de Profeet) uithad vond ik het jammer dat er niet meer te lezen was over dat grootse leven."

    Prof. C. Snouck Hurgronje zegt het volgende:

    "De eenheid van naties gesticht door de Profeet van de Islaam legt het principe van internationale eenheid en menselijk broederschap op zulke universele funderingen als voorbeeld voor andere naties." Hij vervolgt: "Het is een feit dat geen natie in de wereld ook maar in de buurt komt van wat de Islaam heeft gedaan in de realisatie van het idee voor de eenheid van Naties."


    Prof. Ramat Krishna Rao zegt:

    "De persoonlijkheid van Mohamed, het is uiterst moeilijk om daar een volledig beeld van te laten zien. Slechts een glimp ervan kan ik beschrijven: Wat een dramatische aaneenschakeling van sprekende scenes! Er is Mohamed, de Profeet.

    Er is Mohamed, de Strijder; Mohamed, de Zakenman; Mohamed,de Staatsman; Mohamed, de Spreker; Mohamed,de Hervormer; Mohamed,de Toevlucht voor Wezen; Mohamed,de Beschermer van Slaven; Mohamed,de Emancipator van Vrouwen; Mohamed, de Rechter;Mohamed, de Heilige.In al deze specifieke rollen, in al deze onderdelen van menselijke activiteiten is hij een held."

    George Bernard Shaw zegt:

    "Als een man als Mohamed de leiding zou krijgen over de moderne wereld, dan zou hij erin slagen om alle problemen op te lossen en alle benodigde vrede en geluk te brengen. Lees de volgende citaten van andere Westerse schrijvers…."

    In de Encyclopedia Britannica staat dat: "Mohamed is de meest succesvolle van alle Profeten en religieuze persoonlijkheden."

     

     


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    10-03-2010, 12:28 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    04-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Wegnemen van de Shoeboehaat

    Het Wegnemen van de Shoeboehaat

    كشف الشبهات

     

    Auteur: Shaykh Al-Islaam Mohammed Ibn 'Abd Al-Wahhaab rahiemehoellaah

    الإمام محمد بن عبد الوهاب رحمه الله



    In de Naam van Allaah de Barmhartige, de Genadevolle


    Weet - moge Allaah je genadig zijn - dat de Tauwhied inhoudt dat Allaah - zonder tekortkomingen is Hij - alleen wordt aanbeden, en het is de Religie van de Boodschappers waarmee Allaah ze zond naar Zijn dienaren; de eerste van hen is Noeh (Noach) vrede zij met hem, Allaah zond hem naar zijn volk nadat zij de grenzen overschreden met de vrome personen: Wedd, Soewaa', Yaghoeth, Ya'oeq en Nesr.(1)

    En de laatste der Boodschappers is Mohammed salla Allaahoe 'alaihi wa sallam, en hij was het die de beelden van deze vrome personen heeft gebroken; Allaah zond hem naar mensen die gewoon waren aanbiddingen te verrichten, de Hadj te verrichten, aalmoezen gaven en Allaah vaak deden gedenken, maar zij namen sommige schepselen als tussenpersonen tussen hen en Allaah, zeggende: “We zoeken door middel van hen toenadering tot Allaah en we zoeken hun bemiddeling bij Hem.” - zoals de engelen, 'Iesaa (Jezus), Maryam (Maria) en andere vrome personen. Toen zond Allaah Mohammed salla Allaahoe 'alaihi wa sallam die voor hen de Religie van hun voorvader Ibraahiem (Abraham) - vrede zij met hem - deed hernieuwen en hen op de hoogte deed stellen dat deze toenadering en geloofsovertuiging het volledige recht zijn van Allaah, die niet toegeschreven kunnen worden aan iemand naast Allaah, niet aan een genaderde Engel noch aan een gezonden Boodschapper, laat staan aan iemand anders.

    Deze Moeshrikien (polytheïsten) getuigden evenwel dat Allaah de Enige Schepper is zonder enige deelgenoot, en dat niemand voorziet behalve Hij, en niemand doet leven en sterven behalve Hij, en niemand de zaken bestuurt behalve Hij, en dat alle hemelen en wat die bevatten en de zeven aardes en wat die bevatten, allen Zijn dienaren zijn en zich bevinden onder zijn bestuur en macht.

    Als je het bewijs wilt voor dat dezen tegen wie de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wa sallam streed hiervoor getuigden, lees dan de Woorden van de Verhevene: “Zeg (O Mohammed): 'Wie voorziet jullie vanuit de hemel en de aarde? Of wie beheerst over het gehoor en het gezichtsvermogen? En wie brengt het levende uit het dode en brengt het dode uit het levende? En wie beheert de zaken?' Ze zullen zeggen: 'Allaah.' Zeg: 'Zullen jullie (Allaah) dan niet vrezen (voor het plaatsen van deelgenoten in de aanbidding naast Hem)?” (Soerah Yoenus 10: vers 31)

    En Zijn Woorden: “Zeg: 'Aan wie behoort de aarde en wat zich daarin bevindt? Indien jullie weten!' Ze zullen zeggen: 'Het behoort aan Allaah!' Zeg: 'Zullen jullie dan niet nadenken?

    'Zeg: 'Wie is de Heer van de zeven hemelen en de Heer van de Grote Troon?' Ze zullen zeggen: 'Allaah.' Zeg: 'Zullen jullie dan niet vrezen?

    'Zeg: 'In Wiens Hand is de soevereiniteit van alles (d.w.z. de schatten van alle dingen) en Hij beschermt (alles), terwijl er tegen Hem geen beschermer is, indien jullie weten?' Ze zullen zeggen: '(Al dat behoort) aan Allaah.' Zeg: 'Hoe zijn jullie dan misleid en weggekeerd van de waarheid?’’ (Soerah Al-Moe-minoen 23: vers 84-89)

    En andere Verzen. (2)

    Voetnoot 1

    Allaah de Verhevene informeerde in de Qoer-aan over het volk van Noeh: “En zei zeiden: 'Jullie zullen jullie goden niet laten; noch zullen jullie Wedd laten, noch Soewaa', noch Yaghoeth, noch Ya'oeq noch Nesr.'” (Soerah Noeh 71 vers: 23)

    Al-Boekhaarie levert over van Ibn 'Abbaas - moge Allaah tevreden over hem zijn - dat hij zei over deze vrome personen: “De namen van een aantal vrome personen van Noeh's volk. Nadat zij waren overleden, inspireerde de Shaytaan aan hun volk om idolen (afgoden) te nemen op de plaatsen waar zij gewend waren te zitten en om deze idolen (afgoden) te noemen bij hun namen, en zo deden zij dat. Maar de idolen werden niet aanbeden, behalve nadat deze (mensen die de idolen maakten) waren overleden en de bedoeling van (van deze idolen) onbekend was geworden, waarop ze (door hun nakomelingen) werden aanbeden.”

    Ibn Al-Qayyim - moge Allaah hem genadig zijn - heeft gezegd: “Meer dan één van de Selef zei: Dezen waren een groep vrome mensen van Noeh's volk, vrede zij met hem. Nadat zij waren overleden, brachten zij de tijd door bij hun graven, daarna maakten zij hun afbeeldingen, waarop ze na een grote periode werden aanbeden.” (Ighaathat Ul-Lahfaan 221)

    Shaykh Al-Islaam Ibn Taymiyyah - moge Allaah hem genadig zijn - heeft gezegd: “De grondslag van Shirk (het polytheïsme) bij de Kinderen van Aadam was de Shirk met de vrome vereerde mensen, want nadat zij waren overleden, brachten zij de tijd door bij hun graven, daarna maakten zij hun afbeeldingen, waarop ze daarna werden aanbeden. Dit was de eerste vorm van Shirk die plaatsvond onder de Kinderen van Aadam, wat plaatsvond bij het volk van Noeh; want hij is de eerste Boodschapper die werd gezonden naar de aardbewoners om hen op te roepen naar de Tawhied (het monotheïsme) en om hen te verbieden van Shirk.” (Madjmoe' Ul-Fataawaa 14/ 363)

    As-Sa'die - moge Allaah hem genadig zijn - zei over het boven vermeldde Vers: “En dit zijn de namen van een aantal vrome personen; nadat zij waren overleden, maakte de Shaytaan het voor hun volk schoonschijnend om afbeeldingen van ze te maken om zo - volgens hun bewering - opgewekt te zijn in het gehoorzamen (van Allaah) als zij deze aanschouwen. Daarna na een grote periode kwamen er anderen, de Shaytaan zei tegen hen: Jullie voorgangers waren gewoon hen aan te bidden en hen als tussenpersonen te nemen en door middel van hen kregen zij regen, dus werden zij door hen aanbeden. Vanwege dit adviseerden hun leiders hun volgelingen om de aanbiddingen van deze goden niet te laten.” (Tafsier Us-Sa'die 889)

    Voetnoot 2

    En Allaah de Verhevene zegt: “De meeste van hen geloven niet in Allaah, behalve dat zij Moeshrikien zijn.” (Soerah Yoesuf 12: vers 106)

    Al-Haafidh Ibn Kathier - moge Allaah hem genadig zijn - heeft gezegd: “Ibn 'Abbaas zei: 'Van hun geloof is dat als er tegen ze werd gezegd: 'Wie heeft de hemelen geschapen? En wie heeft de aarde geschapen? En wie heeft de bergen geschapen? Zeiden ze: 'Allaah.'' En toch zij ze met Hem (in Zijn aanbidding) Moeshrikien. En zo zei Moedjaahid, 'Ataa, 'Ikrimah, Ash-Sha'bie, Qataadah, Ad-Dahhaak en 'Abd Ar-Rahmaan Ibn Zayd Ibn Aslam.” (Tafsier Al-Qoer-aan Al-'Adhiem 4/ 418)

    En As-Sa'die - moge Allaah hem genadig zijn - zei over het Vers: “Ook al geloven zij in de Ruboebiyyah van Allaah de Verhevene en dat Hij de Schepper, de Voorziener en de Bestuurder is van alle zaken, plegen zij toch Shirk in de Uloehiyyah (aanbidding) van Allaah en Zijn Tauwhied.” (Tafsier Us-Sa'die 406)

    (Hun Geloof in Tauwhied Ar-Ruboebiyyah maakte hen geen Monotheïsten)

    Als je tot de conclusie bent gekomen dat zij hiervan overtuigd waren (d.w.z. Tauwhied Ar-Ruboebiyyah) en dit hen niet de Tauwhied (het monotheïsme) deed binnentreden waar de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wa sallam ze naar uitnodigde; en je weet dat de Tauwhied die zij ontkenden dat dit Tauwhied Al-'Ibaadah (d.w.z. Het aanbidden van Allaah Alleen) is, die de Moeshrikien in onze tijd 'Al-I'tiqaad' noemen. Want zij riepen Allaah - zonder tekortkomingen is Hij en Verheven - dag en nacht aan, en er waren onder hen zij die de Engelen aanriepen vanwege hun goedheid en dichte nadering bij Allaah zodat zij voor hem zouden bemiddelen(1), of ze zouden een vrome persoon aanroepen zoals Al-Laat, of een Profeet zoals 'Iesaa; en je weet dat de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wa sallam ze bestreed vanwege deze Shirk en ze opriep naar het zuiveren van de aanbidding voor Allaah Alleen, zoals Allaah de Verhevene zei: En de moskeeën (gebedsplaatsen) zijn voor Allaah (alléén), roept dus niets (in aanbidding) naast Allaah aan. (Soerah Al-Djinn 72: vers 18)

    En Hij zei: “Voor Hem (Allaah) is het Woord van Waarheid (d.w.z. Geen enkele ilaah (god) heeft het recht aanbeden te worden, behalve Allaah). En degenen die zij naast Hem aanroepen, verhoren hen helemaal niets.” (Soerah Ar-Ra'd 13: vers 14)

    Als je tot de conclusie bent gekomen dat de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wa sallam ze bestreed zodat het aanroepen geheel voor Allaah zou zijn, en het afleggen van eden geheel voor Allaah, en het slachten (offer) geheel voor Allaah en het aanroepen bij nood geheel voor Allaah en alle soorten van aanbiddingen geheel voor Allaah; en je weet dat hun geloof in Tauwhied Ar-Ruboebiyyah hen de Islaam niet deed binnentreden en dat datgene wat ze zochten bij de Engelen, de Profeten en de Awliyaa (vrome personen), omdat zij hun bemiddeling hiermee wilden en toenadering bij Allaah(2), dat dit hun bloed en eigendommen heeft doen toestaan, dan heb je inderdaad kennis genomen van de Tauwhied waar de Boodschappers naar uitnodigden en die de Moeshrikien weigerden in te geloven.

    En deze Tawhied is de betekenis van jouw woorden: 'Laa ilaaha illa Allaah' (d.w.z. Geen enkele ilaah (god) heeft het recht aanbeden te worden, behalve Allaah).

    Want een ilaah (god) bij hen was degene die gezocht werd voor deze dingen, of het nou een Engel is, of een Profeet, of een Walie (vrome persoon), of een boom, of een graf, of een Djinn. Met een ilaah bedoelden ze niet de schepper, voorziener en bestuurder, want ze wisten dat dit alleen voor Allaah is, zoals ik je reeds daarover op de hoogte heb gesteld. Zij bedoelden met ilaah alleen datgene wat de Moeshrikien in onze tijd met het woord 'Sayyid' bedoelen. Dus kwam tot hen de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wa sallam die hen opriep naar de zin van de Tauwhied, en dat is: 'Laa ilaaha illa Allaah' . En de bedoeling van deze zin is zijn betekenis, en niet zomaar zijn bewoording.

    De onwetende ongelovigen wisten dat de bedoeling van de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wa sallam is met dit zin dat alleen aan Allaah wordt vastgehouden, en het verwerpen van datgene wat naast hem wordt aanbeden en het afstand nemen daarvan, want toen hij tegen hen zei: 'Zeg: 'Laa ilaaha illa Allaah' - zeiden ze: “Heeft hij de aalihah (goden) tot één (Ilaah) God gemaakt. Voorwaar, dit is een verbazend iets!” (Soerah Saad 38: vers 5)

    Als je weet dat de onwetende ongelovigen dit wisten, verbazend is het dan inderdaad dat een persoon die zich aan de Islaam toeschrijft geen kennis heeft van deze zin wat de onwetende ongelovigen ervan wisten. Nee, hij denkt dat het alleen het uitspreken is van zijn letters zonder met het hart in een bepaalde betekenis te geloven. En de intelligente onder hen denkt dat zijn betekenis is: 'Niemand schept en voorziet, behalve Allaah. En niemand bestuurt de zaken, behalve Allaah.' Niets goeds is er in een persoon waarvan de onwetende ongelovigen meer wisten over de betekenis van 'laa ilaaha illa Allaah'.

    Indien jij met het hart kennis hebt genomen van wat ik je vermeld heb, en je kennis genomen hebt over het associëren met Allaah (in zijn aanbidding), waarover Allaah zei: “Voorzeker, Allaah vergeeft niet dat er met hem wordt geassocieerd (in Zijn aanbidding), maar hij vergeeft wat minder is dan dat aan wie Hij wil.” (Soerah An-Nisaa 4: vers 48)

    En je kennis genomen hebt van Allaah's Religie - om welke reden hij de Boodschappers zond, vanaf de eerste van hen tot aan de laatste - van wie niemand iets anders wordt geaccepteerd door Allaah, en je weet waar de meeste mensen in zijn beland met de onwetendheid hieromtrent, heb je profijt van twee voordelen:

    Het eerste: De vreugde met de Gunst van Allaah en Zijn Genade, zoals de Verhevene zei: “Zeg in de Gunst van Allaah en in Zijn Genade; laat hen daarin vreugdig zijn.” Dat is beter dan wat zij (van de rijkdommen) verzamelen.” (Soerah Yoenus 10: vers 58)

    En heb je ook voordeel van de grote angst. Want als jij weet dat een persoon ongelovig kan worden door een woord die hij uit zijn tong laat komen, en die hij zou kunnen zeggen terwijl hij onwetend is en toch niet geëxcuseerd wordt vanwege zijn onwetendheid, en hij zou het kunnen zeggen terwijl hij denkt dat het hem dichter bij Allaah de Verhevene brengt, zoals de Moeshrikien dachten, vooral als Allaah jou heeft doen begrijpen wat Hij vermeldt heeft over het volk van Moesaa (Mozes) - met hun goedheid en kennis - dat ze tegen hem zeiden: “Maak voor ons een ilaah (een god), zoals zij aalihah (goden) hebben.” (Soerah Al-A'raaf 7: vers 138)

    Op dit moment wordt jouw angst en inspanning groter om jezelf van dit en dergelijke te redden.

    Voetnoot 1

    Allaah de Verhevene zegt: “En ze bidden naast Allaah aan wat hen niet schaden noch baten kan, en ze zeggen: 'Dezen zijn onze bemiddelaars bij Allaah.'” (Soerah Yoenus 10: vers 18)

    Al-Haafidh Ibn Kathier zei in zijn Tafsier (4/ 256): “De Verhevene keurt af van de Moeshrikien, zij die met Allaah anderen deden aanbidden, denkend dat deze aalihah (goden) hen van nut kunnen zijn met hun bemiddeling bij Allaah. De Verhevene informeerde toen dat deze niet baat noch schaadt en niets beheerst, en er niets plaatsvindt van wat zij over dezen beweren en dat dit nooit zal gebeuren. En daarom zei de Verhevene: Zeg: 'Informeren jullie Allaah over wat Hij niet kent in de hemelen en de aarde?'” (Soerah Yoenus 10: vers 18)

    Ibn Djarier (At-Tabarie) zei: 'Zijn betekenis is: Informeren jullie Allaah over wat niet plaats zal vinden in de hemelen noch op aarde?'

    Daarna verhief Hij Zich van hun Shirk en ongeloof, Hij zei: “Zonder tekortkomingen is Hij en Verheven boven dat wat zij (met Hem) associëren!” (Soerah Yoenus 10: vers 18)

    Voetnoot 2

    Allaah de Verhevene zegt: “En zij die Awliyaa (beschermers, helpers, heren, goden) nemen naast Hem zeggen: 'We bidden hen alleen maar aan zodat ze ons dicht bij Allaah mogen brengen.'” (Soerah Az-Zoemar 39: vers 3)

    Al-Haafidh Ibn Kathier zei in zijn Tafsier (7/ 85): “En deze Shoebhah is waarop de Moeshrikien zich baseerden, in verleden tijd en heden. De Boodschappers kwamen tot hen - de Salaat en de Salaam van Allaah zij over hen allen - om het te verwerpen en het te verbieden, en met de oproep om de aanbidding tot Allaah Alleen te richten, zonder enige deelgenoot. En dat dit door de Moeshrikien zelf is verzonnen, Allaah had er geen toestemming voor gegeven noch was hij er tevreden over. Integendeel, hij heeft het gehaat en verboden: 'En voorzeker, Wij hebben onder elke Oemmah (gemeenschap, natie) een Boodschapper gezonden, (verkondigend): 'Aanbid Allaah (alleen) en vermijd de Taaghoet (alle valse goden).' (Soerah An-Nahl 16: vers 36)

    'En Wij hebben voor jou (O Mohammed) geen Boodschapper gezonden, behalve dat Wij aan hem openbaarden (zeggende): 'Laa ilaaha illa Ana (Er is geen ilaah (god) die het recht heeft aanbeden te worden, behalve Ik), dus bid Mij aan.'” (Soerah Al-Anbiyaa 21: vers25)


    (De Vijanden van de Tauwhied)

    En weet dat Allaah - vrij van tekortkomingen is Hij - vanwege Zijn Wijsheid geen Profeet zond met deze Tauwhied, behalve dat Hij voor hem vijanden heeft voortbestemd, zoals Allaah de Verhevene zei: “En zo hebben Wij voor elk Profeet vijanden voortbestemd: Shayaatien (duivels) van onder de mensheid en djinn, die elkaar met versierde spraak inspireren als bedrog.” (Soerah Al-An'aam 6: vers 112)

    En het zou kunnen zijn dat de vijanden van de Tauwhied vele soorten kennis bezitten en boeken en argumenten, zoals Allaah de Verhevene zei: “Toen hun Boodschappers met duidelijke bewijzen tot hen kwamen, waren ze blij met datgene wat zij bezaten aan kennis.” (Soerah Ghaafir 40: vers 83)

    Als je dit weet, en weet dat het pad naar Allaah altijd vijanden bevat die zich daarop bevinden - personen van welspraak, kennis en argumenten - dan is het voor jou verplicht om kennis op te doen van Allaah's religie wat voor jou wapens zullen zijn waarmee je tegen deze Shayaatien zult strijden, waarvan hun leider tegen jouw Heer de Majesteitelijke zei: “Voorzeker, ik zal hen zittend afwachten op Uw Rechte Pad. Dan zal ik tot hen komen van voor hen en achter hen, van hun rechterkant en van hun linkerkant, en U zult de meeste van hen niet dankbaar vinden (d.w.z. Ze zullen U niet gehoorzaam zijn).” (Soerah A'raaf 7: vers 16-17)

    Maar als jij je tot Allaah keert en waakzaam bent tot Allaah's argumenten en Zijn duidelijke bewijzen, wees dan niet bang en verdrietig: “Voorwaar, het plot van de Shaytaan is zwak.” (Soerah An-Nisaa 4: vers 76)

    De gewone persoon van de Moewahhidien (monotheïsten) verslaat er duizend van de geleerden van deze Moeshrikien, zoals de Verhevene zei: “En dat Onze legerscharen, zij voorzeker de overwinnenden zullen zijn.” (Soerah As-Saffaat 37: vers 173)

    Allaah's legerscharen, zij zijn de overwinnenden met argumentatie en spraak, zoals zij de overwinnenden zijn met zwaard en speer. De angst is er alleen voor de Moewahhid (monotheïst) die het pad bewandelt en geen wapens (kennis) bij zich heeft.

    En voorzeker, Allaah de Verhevene heeft ons begunstigd met Zijn Boek, dat Hij als verduidelijking heeft laten zijn voor alle dingen en leiding en genade en goed nieuws voor de Moslims. Er zal geen persoon van valsheid met een argument komen, behalve dat in de Koran datgene is wat deze vernietigt en zijn valsheid verduidelijkt, zoals de Verhevene zei: “Ze komen jou niet met een voorbeeld of vergelijking, behalve dat we tot jou met de waarheid komen (tegen dat voorbeeld of vergelijking) en de betere uitleg ervan.” (Soerah Al-Foerqaan 25: vers 33)

    Sommige Moefassirien zeiden: Dit Vers is algemeen voor elk argument waarmee de mensen van valsheid komen tot aan de Dag der Opstanding.


    (Het Weerleggen van de Shoeboehaat)

    Ik zal jou een aantal dingen vermelden van wat Allaah in Zijn Boek vermeld heeft, als antwoord op een aantal uitspraken die de Moeshrikien in onze tijd tegen ons hebben geargumenteerd.

    We zeggen: Het antwoorden op de mensen van valsheid kan op twee manieren: Algemeen en specifiek.

    (Het Algemene Antwoord op elke Shoebhah)

    Wat betreft het algemene (antwoord): Dat is de belangrijke zaak en het grote profijt voor degene die het begrijpt, en dat zijn de Woorden van de Verhevene: “Hij is het die het Boek naar jouw heeft neergezonden. Daarin zijn Verzen die geheel duidelijk zijn (Moehkamaat), dat zijn de fundamenten van het Boek; en anderen die niet geheel duidelijk zijn (Moetashaabihaat). Voor wat betreft degenen in wiens harten een afwijking is (van de waarheid) ze volgen datgene wat niet geheel duidelijk is daarvan, zoekend voor Fitnah (polytheïsme en beproevingen) en zoekend voor zijn verborgen betekenissen.” (Soerah Aal 'Imraan 3: vers 7)

    Het is authentiek bevestigd van de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wa sallam dat hij zei: “Als jullie degenen zien die datgene wat niet geheel duidelijk is daarvan volgen, dan zijn zij het die Allaah genoemd heeft, wees dus op jullie hoede voor hen.” (Overgeleverd door Al-Boekhaarie en Moeslim)

    Een voorbeeld hiervan is als iemand van de Moeshrikien zou zeggen: Zonder twijfel! Voorzeker, de Awliyaa van Allaah, geen angst zal hen overkomen noch zullen zij treuren.” (Soerah Yoenus 10: vers 62)

    En dat de bemiddeling waarheid is of dat de Profeten een hoge status hebben bij Allaah. Of hij vermeldt een aantal woorden van de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wa sallam, waar hij mee beargumenteert voor iets van zijn valsheid, terwijl jij de betekenis van de woorden die hij vermeldde niet begrijpt - antwoord hem dan door te zeggen:

    Allaah heeft in Zijn Boek vermeld dat degenen in wiens harten een afwijking is, de Moehkam (wat geheel duidelijk is) laten en de Moetashaabih (wat niet geheel duidelijk is) volgen, en (antwoord) met wat ik jou reeds vermeld heb, dat Allaah vermeld heeft dat de Moeshrikien in de Ruboebiyyah geloofden en dat hun Koefr (ongeloof) geschiedde doordat zij aan de engelen, de Profeten en de Awliyaa (vrome mensen) vastklampten, terwijl zij zeiden: “Dezen zijn onze bemiddelaars bij Allaah.” (Soerah Yoenus 10: vers 18)

    Deze zaak is Moehkam en duidelijk, niemand is in staat zijn betekenis te veranderen.

    En wat jij mij vermeld hebt - O Moeshrik - van de koran of de woorden van de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wa sallam, ik ken zijn betekenis niet, maar ik weet met zekerheid dat Allaah's Woorden geen tegenstrijdigheden bevatten en dat de woorden van de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wa sallam Allaah's Woorden nooit tegenspreken.

    En dit antwoord is geweldig! Maar niemand zal het begrijpen, behalve wie Allaah succes schenkt, onderschat het niet, want het is zoals de Verhevene zei: “Maar niemand verkrijgt het, behalve zij die geduldig zijn - en niemand verkrijgt het, behalve de bezitter van een groot aandeel.” (Soerah Fossilat 41: vers 35)

    (Het Specifieke Antwoord)

    Wat betreft het specifieke antwoord:

    De vijanden van Allaah hebben vele tegenargumenten tegen de religie van de Boodschappers, waarmee ze de mensen ervan weghouden.

    Daarvan is hun uitspraak: We plegen helemaal geen Shirk met Allaah; nee, we getuigen dat niemand schept noch voorziet noch baat noch schaadt, behalve Allaah Alleen, zonder enige deelgenoot, en dat Mohammed, vrede zij met hem, niet de macht heeft om te baten en schaden, laat staan 'Abd Al-Qaadir of iemand anders; maar ik ben een zondaar en de vromen hebben een hoge status bij Allaah, dus ik vraag Allaah door middel van hen.

    Antwoord hem dan met wat reeds is voorbijgegaan:

    En dat is dat degenen die de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wasallam bestreed, geloofden in datgene wat jij vermeld hebt en geloofden dat hun afgoden niets beheren; in plaats daarvan zochten ze alleen de hoge status en de bemiddeling; en reciteer aan hem wat Allaah in Zijn Boek heeft vermeld en verduidelijkt.

    En indien hij zegt: Deze Verzen waren om de afgodsbeelden geopenbaard, hoe kun je de vromen vergelijken met afgodsbeelden?! En hoe kun je de Profeten met afgodsbeelden vergelijken?!

    Antwoord hem dan met wat reeds is voorbijgegaan: Want indien hij toegeeft dat de ongelovigen getuigden in de Ruboebiyyah als geheel voor Allaah, en dat zij van degenen die zij zochten alleen de bemiddeling wilden (wordt het duidelijk).

    Maar indien hij met datgene wat hij vermeld heeft onderscheid wil maken tussen zijn handeling en hun handelingen, vermeld dan aan hem dat onder de ongelovigen sommigen de afgodsbeelden aanriepen; en sommigen de vromen aanriepen, over wie Allaah gezegd heeft: “Degenen die zij aanroepen zoeken voor henzelf toenadering tot hun Heer, als wie van hen het meest genaderd is.” (Soerah Al-Israa 17: vers 57)

    En ze riepen 'Iesaa (Jezus) de zoon van Maryam (Maria) en zijn moeder aan; en Allaah heeft reeds gezegd: “De Messias, zoon van Maryam, was niet meer dan een Boodschapper; velen waren de Boodschappers die voor hem geweest zijn. Zijn moeder was een Siddieqah (d.w.z. ze geloofde in de Woorden van Allaah en Zijn Boeken). Ze aten beiden voedsel (als elk menselijk wezen). Kijk hoe Wij de Ayaat (bewijzen, lessen) aan hen verduidelijken; en kijk dan hoe zij afgewend zijn (van de waarheid). Zeg (O Mohammed): 'Hoe kunnen jullie naast Allaah datgene aanbidden wat niet de macht heeft om jullie te schaden en te baten? Maar het is Allaah die de Al-Horende en Al-Wetende is.” (Soerah Al-Maaïdah 5: vers 75-76)

    En vermeld aan hem de Woorden van de Verhevene: “En (gedenk) de Dag waarop Hij hen allen zal verzamelen, dan zal Hij tegen de engelen zeggen: 'Was het jullie die die zij plachten aan te bidden?' Zij (de engelen) zullen zeggen: 'Vrij van tekortkomingen bent U! U bent onze Walie (Heer) in plaats van hen. Nee, maar zij plachtten de djinn aan te bidden; de meesten van hen waren gelovigen in hen.'” (Soerah As-Saba 34: vers 40-41)

    En de Woorden van de Verhevene: “En (gedenk) wanneer Allaah zal zeggen: 'O 'Iesaa, zoon van Maryam! Heb jij tegen de mensen gezegd: 'Aanbid mij en mijn moeder als twee goden naast Allaah?'' Hij zal zeggen: 'Vrij van tekortkomingen bent U! Het was niet aan mij om te zeggen waar ik geen recht op had. Had ik zoiets gezegd, zou U het zeker geweten hebben. U weet wat in mijn nafs (innerlijk) is, terwijl ik niet wat in Uw Nafs is; voorzeker, U, alleen U, bent de Al-Wetende van alles wat verborgen (en onzichtbaar) is.'” (Soerah Al-Maaïdah 5: vers 116)

    Zeg dan tegen hem: Weet jij nu dat Allaah degenen die de afgodsbeelden zochten ongelovig heeft verklaard, en zo ook degenen die de vromen zochten ongeloof heeft verklaard, en de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wasallam hen heeft bestreden?

    Indien hij zegt: De ongelovigen willen van hen, en ik getuig dat het Allaah is die doet baten en schaden en beheert, ik wil alleen van Hem; de vromen beheersen helemaal niets, maar ik wend me tot hen en hoop van Allaah op hun bemiddeling.

    Het antwoord:

    Dat dit het argument van de ongelovigen is, precies hetzelfde; en reciteer aan hem de Woorden van de Verhevene: “En zij die Awliyaa (beschermers, helpers, heren, goden) nemen naast Hem, zeggen: 'We bidden hen alleen maar aan zodat ze ons dicht bij Allaah mogen brengen.'” (Soerah Az-Zoemar 39: vers 3)

    En de Woorden van de Verhevene: “En ze zeggen: 'Dezen zijn onze bemiddelaars bij Allaah.'” (Soerah Yoenus 10: vers 18)

    En weet dat deze drie Shoebah (twijfels) het grootste is wat zij hebben. Indien je weet dat Allaah dit voor ons in Zijn Boek verduidelijkt heeft, en je het goed hebt begrepen, dan is datgene wat erna komt makkelijker.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    04-03-2010, 10:52 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    (Het Aanroepen is een Vorm van Aanbidding)

    Indien hij zegt: Ik bid niemand aan, behalve Allaah! En deze toewending tot de vromen en het aanroepen van hen is helemaal geen aanbidding!

    Zeg dan tegen hem: Geloof jij dat Allaah het voor jou verplicht gesteld heeft om de aanbidding voor hem te zuiveren en dat dit Zijn recht is van jou?

    Indien hij ja zegt.

    Zeg dan tegen hem: Toon mij datgene wat Hij jou verplicht heeft gesteld, en dat is het zuiveren van de aanbidding voor Allaah Alleen, en dat Zijn recht is van jou.

    Maar als hij geen kennis heeft van de aanbidding noch van zijn soorten, maak het dan aan hem duidelijk door te zeggen: Allaah de Verhevene heeft gezegd: “Roep jullie Heer aan met nederigheid en in het geheim.” (Soerah Al-A'raaf 7: vers 55)

    Nadat jij hem dit hebt laten weten, zeg dan tegen hem: Weet jij dat dit aanbidding is tot Allaah?

    Hij moet dan wel ja zeggen; en de doe'aa (het aanroepen) is het hart van de aanbidding.

    Zeg tegen hem: Indien jij gelooft dat dit aanbidding is, en jij Allaah dag en nacht en bij angst en hoop aanroept en daarna voor een bepaald iets een Profeet of iemand anders aanroept, heb jij dan de aanbidding van Allaah tot een ander gericht?

    Hij moet wel ja zeggen.

    Zeg tegen hem: Indien jij kennis genomen hebt van de Woorden van de Verhevene: “Bidt tot jouw Heer en offer (aan Hem).” (Soerah Al-Kauthar 108: vers 2)

    En jij Allaah hebt gehoorzaamd en voor Hem hebt geofferd, is dit dan aanbidding?

    Hij moet dan wel ja zeggen.

    Zeg dan tegen hem: Indien jij voor een schepsel offert - voor een Profeet of djinn of iemand naast hen - heb jij deze aanbidding dan tot een ander naast Allaah gericht?

    Hij moet wel toegeven en ja zeggen.

    En zeg dan ook tegen hem: De Moeshrikien tot wie de koran werd geopenbaard, baden zij de engelen, vromen, Al-Laat(1) en anderen aan?Hij moet wel ja zeggenZeg dan tegen hem: En was hen aanbidding tot hen niet alleen in het aanroepen, offeren en het keren tot hen en dergelijke? Want zij geloofden dat zij Zijn dienaren zijn en zich onder Zijn macht bevinden, en dat het Allaah is die de zaken beheert; maar zij riepen hen aan en wendden zich tot hen om de hoge status (van hun afgoden) en voor de bemiddeling.

    En dit is zeer duidelijk.

    Voetnoot 1

    Allaah - vrij van tekortkomingen is Hij en Verheven - heeft gezegd: “Hebben jullie dan Al-Laat en Al-'Oezza overwogen. En Manaat de andere derde (idolen van de Arabische polytheïsten).” (Soerah An-Nadjm 53: vers 19-20)


    (De Bemiddeling is Geheel aan Allaah)

    Indien hij zegt: Ontken jij de bemiddeling van de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam en neem je er afstand van?

    Zeg dan: Ik ontken het niet noch neem ik er afstand van; integendeel, hij salla Allaahoe 'alaihi wasallam is de bemiddelaar en ik hoop op zijn bemiddeling, maar de bemiddeling is geheel aan Allaah, zoals de Verhevene gezegd heeft: “Zeg: 'De bemiddeling is geheel aan Allaah.'” (Soerah Az-Zoemar 39: vers 44)

    En het zal pas na de Toestemming van Allaah plaatsvinden, zoals de Majesteitelijke gezegd heeft: “Wie is degene die bij Hem kan bemiddelen, behalve met Zijn Toestemming?” (Soerah Al-Baqarah 2: vers 255)

    En hij zal voor niemand bemiddelen, behalve nadat Allaah voor diegene Toestemming heeft gegeven, zoals de Majesteitelijke gezegd heeft: “En zij kunnen niet bemiddelen, behalve voor degene over wie Hij tevreden is.” (Soerah Al-Anbiyaa 21: vers 28)

    En Hij is alleen tevreden met de Tawhied, zoals de Majesteitelijke gezegd heeft: “En wie ook een ander religie dan de Islaam zoekt, het zal van hem niet geaccepteerd worden.” (Soerah Aal 'Imraan 3: vers 85)

    Indien het zo is dat de bemiddeling geheel aan Allaah is; en niet zal plaatsvinden, behalve na Zijn Toestemming; en de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam en anderen naast hem voor niemand zullen bemiddelen, behalve nadat Allaah voor diegene Toestemming heeft gegeven; en Hij geen Toestemming geeft, behalve voor de volgelingen van de Tawhied, wordt het je duidelijk dat de bemiddeling geheel aan Allaah is, ik vraag het dus aan Hem door te zeggen: O Allaah verbied mij niet zijn bemiddeling, o Allaah laat hem voor mij bemiddelen, en dergelijke.

    En indien hij zegt: De Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam heeft de bemiddeling ontvangen en ik vraag hem wat Allaah hem gegeven heeft.

    Het antwoord:

    Allaah heeft hem de bemiddeling gegeven, en verbood jou van dit; Hij heeft gezegd: “Roep met Allaah niemand aan.” (Soerah Al-Djinn 72: vers 18)

    Indien jij Allaah aanroept, zodat Zijn Profeet voor jou zal bemiddelen, gehoorzaam hem dan in Zijn Woorden: “Roep met Allaah niemand aan.” (Soerah Al-Djinn 72: vers 18)

    En ook, de bemiddeling is gegeven aan anderen naast de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam; het is authentiek bevestigd dat de engelen bemiddelen en dat de vromen bemiddelen en dat de kinderen bemiddelen, wil jij dan zeggen: “Allaah heeft hen de bemiddeling gegeven, ik vraag het van hen?”

    Indien jij dit zegt, keer jij terug tot de aanbidding van de vromen, die Allaah in Zijn Boek vermeld heeft.

    En indien jij zegt: “Nee”, dan is jouw uitspraak: “Allaah heeft hem de bemiddeling gegeven en ik vraag hem wat Allaah hem gegeven heeft”, reeds weerlegd.


    (Het Wenden tot de Vromen is Shirk)

    Indien hij zegt: Ik pleeg helemaal geen Shirk, helemaal niet! Het wenden tot de vromen is helemaal geen Shirk!

    Zeg dan tegen hem: Indien jij gelooft dat Allaah Shirk verboden heeft, groter dan het verbod op Zinaa (ontucht) en je gelooft dat Allaah het niet vergeeft, wat is dan deze zaak die Allaah verboden heeft en waarover Hij vermeld heeft dat Hij deze niet vergeeft? Want hij weet niet.

    Zeg tegen hem: Hoe kun jij jezelf vrijpleiten van Shirk, terwijl jij niet weet wat het is? Hoe is het mogelijk dat Allaah jou dit verbiedt en vermeldt dat Hij het niet vergeeft, en jij er dan niet naar vraagt en er geen kennis van hebt? Denk jij dat Allaah het verbiedt en het ons niet verduidelijkt?

    Indien hij zegt: Shirk is het aanbidden van afgodsbeelden, en wij bidden geen afgodsbeelden aan.

    Zeg dan tegen hem: Wat betekent het aanbidden van afgodsbeelden, denk jij dat ze geloven dat deze (beelden van) hout en steen scheppen, voorzien en de zaken van degenen die hen aanroepen beheren? Deze wordt verloochend door de Koran.

    En indien hij zegt: Dat is degene die zich wendt tot hout of steen of een bouwwerk op een graf en dergelijke, deze aanroepen en er voor offeren, en zeggen: Ze brengen ons dichter bij Allaah, en Allaah beschermt ons door zijn zegeningen of geeft ons door zijn zegeningen.

    Zeg dan: Je hebt de waarheid gesproken; en dit is jullie handeling bij de stenen en de bouwwerken op de graven en dergelijke; deze heeft toegegeven dat deze handeling van hen het aanbidden is van afgodsbeelden, en dat is de bedoeling.

    En tevens wordt er tegen hem gezegd: Jouw uitspraak: “Shirk is het aanbidden van afgodsbeelden”, is jouw bedoeling dat Shirk uitzonderlijk is voor dit, en dat het vertrouwen op de vromen en het aanroepen van hen niet hieronder valt?

    Deze wordt weerlegd door wat Allaah vermeldt heeft in Zijn Boek van het ongeloof van degenen die vastklampten aan de engelen, 'Iesaa (Jezus) en de vromen. Hij moet dan wel aan jou toegeven dat degene die iets van de aanbidding van Allaah tot een vrome persoon richt, dat dit de Shirk is die vermeld is in de Koran, en dit is de bedoeling.

    En het geheim van het onderwerp (d.w.z. het samengevatte antwoord) is dat wanneer hij zegt: Ik pleeg helemaal geen Shirk!

    Zeg dan tegen hem: En wat is Shirk met Allaah, leg het mij uit.

    Indien hij zegt: Dat is het aanbidden van afgodsbeelden.

    Zeg dan tegen hem: En wat is de betekenis van het aanbidden van afgodsbeelden, leg het mij uit.

    Indien hij zegt: Ik bid niemand aan, behalve Allaah Alleen!

    Zeg dan: En wat is de aanbidding van Allaah Alleen? Leg het mij uit.

    Indien hij het uitlegt met wat de Koran verduidelijkt heeft, dan is dit de bedoeling; en indien hij het niet kent, hoe kan hij dan iets opeisen wat hij niet kent.

    En indien hij het uitlegt met iets anders dan zijn betekenis, toon jij hem de duidelijke Verzen omtrent de betekenis van Shirk met Allaah en de aanbidding van de afgoden; en dat dit precies is wat zij in deze tijd doen; en dat de aanbidding van Allaah Alleen, zonder enige deelgenoot, datgene is wat zij van ons afkeuren en waarvoor ze schreeuwen zoals hun broeders schreeuwden, toen zei zeiden: “Heeft hij de goden (aalihah) tot één God (Ilaah) gemaakt. Voorwaar, dit is een verbazend iets!” (Soerah Saad 38: vers 5)


    (Een Kind Toeschrijven aan Allaah is een Aparte Vorm van Ongeloof)

    Indien hij zegt: Zij werden niet ongeloof door het aanroepen van de engelen en de Profeten, zij werden alleen ongelovig doordat zij zeiden dat de engelen de dochters van Allaah zijn; en wij hebben niet gezegd dat 'Abd Al-Qaadir of iemand anders de zoon is van Allaah.

    Het antwoord:

    Dat het toeschrijven van een kind aan Allaah een aparte vorm is van ongeloof. Allaah de Verhevene heeft gezegd: “Zeg (O Mohammed): 'Hij is Allaah, (de) Enige. Allaah, As-Samad.'” (Soerah Al-Ikhlaas 112: vers 1-2)

    En de Enige is Hij die geen gelijke kent; en As-Samad is Hij die wordt gezocht voor de benodigdheden; degene die dit ontkent is ongelovig geworden, zelfs als hij de Soerah (hoofdstuk) niet heeft ontkent.

    En Allaah de Verhevene heeft gezegd: “Geen zoon heeft Allaah genomen noch is er een god (ilaah) met Hem.” (Soerah Al-Moe-minoen 23: vers 91)

    Hij maakte onderscheid tussen de twee soorten, en maakte elk van de twee een aparte vorm van ongeloof.

    En Allaah de Verhevene heeft gezegd: “Ze associëren de jinn als deelgenoten in aanbidding met Allaah, terwijl Hij hen geschapen heeft; en ze schrijven valselijk zonder kennis zonen en dochters aan Hem.” (Soerah Al-Nahl 16: vers 10)

    Hij maakte onderscheid tussen twee soorten van ongeloof.

    En tevens is het bewijs hiervoor dat degenen die ongelovig werden door het aanroepen van Al-Laat, die een vrome persoon is, zij hem niet tot zoon van Allaah maakten; en zij die ongelovig werden door het aanroepen van de djinn, maakten hen ook niet zo.

    En zo ook de geleerden in alle vier de wetscholen vermeldden in (hun boeken bij:) “De hoofdstuk van het oordeel over de apostaat (afvallige)”, dat de Moslim als hij beweert dan Allaah een zoon heeft, hij een apostaat is; en ze maken onderscheid tussen beide soorten, en dit is zeer duidelijk.


    (De Awliyaa worden niet Aanbeden)

    En indien hij zegt: “Zonder twijfel! Voorzeker, de Awliyaa van Allaah (d.w.z. zij die in Allaah geloven en Hem vrezen door de geboden te vervullen en de verboden zaken laten), geen angst zal hen overkomen noch zullen zij treuren.” (Soerah Yoenus 10: vers 62)

    Zeg dan tegen hem: Dit is de waarheid, maar ze worden niet aanbeden.

    En wij maakten alleen vermelding van het aanbidden van hen met Allaah en het nemen van hen als deelgenoten met Allaah; en wat verplicht is voor jou is dat je ze liefhebt en volgt en gelooft in hun wonderen.

    En de wonderen van de Awliyaa worden door niemand ontkent, behalve door de volgers van innovatie en dwaling; en de religie van Allaah is de middenweg tussen twee groepen, de leiding tussen twee dwalingen en de waarheid tussen twee valsheden.


    (De Eerdere- en de Latere Polytheïsten)

    Indien je weet dat dit, wat de polytheïsten in onze tijd “de geloofsovertuiging” noemen, de Shirk is waar de koran om werd geopenbaard en de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wasallam de mensen om bestreed, weet dan dat de Shirk van de eerdere (polytheïsten) minder erg is dan de Shirk van de mensen van onze tijd in twee opzichten:

    De eerste daarvan is dat de (vroegere Arabische moeshrikoen Quraish) eerderen (alleen) bij voorspoed, de engelen, de Awliyaa en de idolen met Allaah als deelgenoten namen en aanriepen.

    Wat betreft bij nood, dan maakten ze de aanroep zuiver voor Allaah, zoals de Verhevene heeft gezegd: En wanneer zij op de schepen varen, roepen zij Allaah aan, alléén Hem, zuiver aanbiddend. Maar zodra Hij hen heeft gered (en veilig) aan land heeft gebracht, schenken zij een gedeelte van hun aanbidding aan anderen. (Soerah al-Ankaboet vers:65)

    En Zijn Woorden: En indien jullie tegenspoed overkomt op zee, verdwijnen degenen die jullie aanroepen, behalve Hij (Allaah Alleen). Maar wanneer hij jullie veilig op land brengt, keren jullie weg (van Hem). En de mens is zeer ondankbaar.” (Soerah Al-Israa 17: vers 67)

    En Zijn Woorden: “Zeg (O Mohammed): 'Vertel mij indien de Bestraffing van Allaah over jullie komt of het Uur over jullie komt, zouden jullie dan anderen dan Allaah aanroepen? (Antwoord) indien jullie waarachtig zijn!' Nee! Jullie zouden Alleen Hem aanroepen, en Hij zou hetgene waar jullie Hem voor aanroepen doen verdwijnen, indien Hij wil, en jullie zouden de deelgenoten (die jullie met Hem aanroepen) vergeten!” (Soerah Al-An'aam 6: vers 40-41)

    En Zijn Woorden: “En indien de mens wat tegenspoed overkomt, roept hij zijn Heer aan, berouwvol kerend tot Hem.” Tot Zijn Woorden: “Neem plezier in jouw ongeloof voor een korte tijd, voorzeker, jij behoort tot de bewoners van het Vuur!” (Soerah Az-Zoemar 39: vers 8)

    En Zijn Woorden: “En wanneer een golf net als schaduwen hen bedekt, roepen ze Allaah aan, de aanroep zuiver voor Hem.” (Soerah Loeqmaan 31: vers 32)

    Degene die deze zaak die Allaah in Zijn Boek verduidelijk heeft begrijpt: en dat is dat de polytheïsten die de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wasallam bestreed, bij voorspoed Allaah en anderen naast Hem aanriepen; wat betreft bij tegenspoed en nood, dan riepen ze Allaah alleen aan, zonder enige deelgenoot, en vergaten ze hun heren, wordt hem het verschil tussen de Shirk van de mensen van onze tijd en de eerderen duidelijk. Maar waar is degene die dit met zijn hart grondig begrijpt? En bij Allaah wordt hulp gezocht.

    De tweede zaak: dat de eerderen (onwetende Koeffaar van Quraish), met Allaah personen genaderd tot Allaah aanriepen, oftewel Profeten of Awliyaa of engelen, of ze riepen bomen of stenen aan, die gehoorzaam zijn aan Allaah en niet ongehoorzaam.

    En de mensen van onze tijd roepen met Allaah mensen van de meest zondige personen aan; en degenen die zij aanroepen zijn het die hen tot immorele daden van Zinaa, diefstal, het laten van het gebed en dergelijke, richten.

    Hij die een geloofsovertuiging heeft in een vrome persoon, of iets wat niet ongehoorzaam is, zoals hout en steen, is er minder slecht aan toe dan hij die een geloofsovertuiging heeft in iemand over wiens zondigheid en verderfzaaing met getuigt en waar hij zelf voor getuigt.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    04-03-2010, 10:49 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    (Wie zijn Islaam Ongeldig Maakt is een Ongelovige)

    Indien je tot de conclusie bent gekomen dat degenen die de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam bestreed gezonder waren in verstand, en minder erg in Shirk dan dezen, weet dan dat dezen een shoebhah bezitten die zij brengen tegen hetgene wat wij vermeld hebben, en het behoort tot hun grootste shoebhah, zet je gehoor dus scherp voor zijn antwoord.

    En dat is dat zij zeggen dat degenen tot wie de Koran werd geopenbaard, niet getuigden voor laa ilaaha illa Allaah, en ze verloochenden de Boodschapper salla Allaahoe 'alaihi wasallam, en ontkenden de wederopstanding, en verloochenden de Koran en beschouwden het als tovenarij. Maar wij getuigen voor laa ilaaha illa Allaah en dat Mohammed de Boodschapper is van Allaah, en wij geloven in de Koran, en geloven in de wederopstanding, en wij bidden en vasten, hoe kun je ons dan met hen vergelijken?!

    Het antwoord: dat er geen verschil is onder alle geleerden dat indien een persoon de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wasallam in iets gelooft en hem in iets verloochent, hij een ongelovige is die de Islaam niet heeft binnengetreden. En zo ook indien hij in een deel van de Qoer-aan gelooft en een deel ervan ontkent; zoals degene die in de Tauwhied gelooft, maar de verplichting van het gebed ontkent; of in de Tauwhied en het gebed gelooft, maar de verplichting van de zakaat ontkent; of in dit allemaal gelooft, maar het vasten ontkent; of in dit allemaal gelooft, maar de hadj ontkent. En toen sommige mensen in de tijd van de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam de Hadj niet accepteerden, openbaarde Allaah omtrent hen: “En de Hadj naar het Huis (de Ka'bah) is een plicht dat de mensheid schuldig is aan Allaah, voor degenen die daartoe in staat zijn. En wie ook ongelovig is (d.w.z. de Hadj ontkent), dan is Allaah onafhankelijk van de 'Aalamien (mensheid, djinn en alles wat bestaat).” (Soerah Aal 'Imraan 3: vers 97)

    En hij die in dit allemaal gelooft en de wederopstanding ontkent, is ongelovig met de idjmaa'; en zijn bloed en rijkdom zijn toegestaan, zoals de Verhevene heeft gezegd: “Voorzeker, zij die ongelovig zijn in Allaah en Zijn Boodschapper, en onderscheid willen maken tussen Allaah en Zijn Boodschapper (door in Allaah te geloven en ongelovig te zijn in Zijn Boodschappers), zeggende: 'We geloven in sommigen, maar ontkennen anderen', en een weg tussen beiden proberen te nemen. Zij zijn in waarheid ongelovigen. En We hebben voor de ongelovigen een vernederende straf voorbereid.” (Soerah An-Nisaa 4: vers 150-151)

    Indien het zo is dat Allaah in Zijn Boek duidelijk heeft gemaakt dat degene die in een deel gelooft en in een deel ongelovig is, dat hij de ware ongelovige is, en dat hij hetgene wat vermeld is verdient, verdwijnt de shoebhah. En dit is wat iemand uit Al-Ihsaa in zijn boek vermeldde die hij naar ons zond.

    En er wordt ook gezegd: indien je gelooft dat degene die de Boodschapper in alles gelooft, maar de verplichting van het gebed ontkent, een ongelovige is, wiens bloed en rijkdom zijn toegestaan met de idjmaa'; en zo ook indien hij in alles gelooft, behalve de wederopstanding; en zo ook indien hij de verplichting van het vasten van de Ramadaan zou ontkennen, terwijl hij in dit allemaal gelooft; de wetscholen verschillen hier niet over, en de koran heeft hier reeds over gesproken, zoals we reeds vermeld hebben. Het is dan bekend dat de Tauwhied de grootste verplichting is waar de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam mee gekomen is, het is groter dan het gebed, de zakaat, het vasten en de hadj.

    Hoe kan het dan zijn dat een persoon, indien hij één van deze dingen ontkent een ongelovige is, zelfs indien hij alles waarmee de Boodschapper is gekomen verricht, maar indien hij de Tauwhied ontkent, dat de religie is van alle Boodschappers, niet ongelovig wordt?

    Soebhaana Allaah! Hoe verbazend is deze onwetendheid!

    En er wordt tevens gezegd: deze metgezellen van de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wasallam bestreden Banie Haniefah, en zij werden moslims met de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam en getuigden voor laa ilaaha illa Allaah en dat Mohammed de Boodschapper is van Allaah, en ze verrichten de adhaan en verrichten het gebed.

    Indien hij zegt: ze (Banie Haniefah) zeiden dat Moesaylimah een Profeet is.

    Zeg dan tegen hem: dit is de bedoeling (ze hadden Moesaylimah opheft, waarop ze werden bestreden).

    Indien het zo is dat degene die een persoon tot de status van de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam opheft, ongelovig is geworden en zijn rijkdom en bloed zijn toegestaan, en de twee getuigenissen (laa ilaaha illa Allaah en dat Mohammed de Boodschapper is van Allaah) noch het gebed hem zullen baten, hoe zit het dan met degene die Shamsaan of Yoesuf of een metgezel of een Profeet tot de status van de Djabbaar van de hemelen en aarde opheft? Soebhaana Allaah! Hoe groot is Zijn Recht! “Dus zo plaatst Allaah een zegel op de harten van zij die niet weten.” (Soerah Ar-Roem 29: vers 59)

    En er wordt ook gezegd: degenen die 'Alie Ibn Abie Taalib - moge Allaah tevreden over hem zijn - met vuur verbrandde, allen beweerden op de Islaam te zijn, en zij waren metgezellen van 'Alie en namen kennis van de metgezellen, maar ze hadden een geloofsovertuiging in 'Alie, zoals de geloofsovertuiging in Yoesuf, Shamsaan en dergelijke. Hoe komt het dat de metgezellen zijn overeengestemd over het bestrijden van hen en over hun ongeloof? Denken jullie dat de metgezellen de moslims ongelovig verklaren? Of denken jullie dat de geloofsovertuiging in Taadj en dergelijke niet deert en de geloofsovertuiging in 'Alie Ibn Abie Taalib wel ongelovig maakt?

    En er wordt ook gezegd: Banoe 'Oebayd Al-Qaddaah (de 'Oebaydiyyoen (de Fatimiden)), zij die in de tijd van Banie-l 'Abbaas (de Abassiden) over Marokko en Egypte heersten, allen getuigden voor laa ilaaha illa Allaah en dat Mohammed de Boodschapper is van Allaah, en ze schreven zich toe aan de Islaam, en beden het vrijdaggebed en het gezamenlijke gebed. Nadat zij tegenstrijdig waren aan de sharie'ah in bepaalde zaken, waar wij niet op zijn, stemden de geleerden over hun ongeloof en over het bestrijden van hen, en dat hun steden bilaad al-harb is; en de moslims hen aanvielen, totdat zij van hen wat zij van de steden van de moslims in handen hadden, veroverden.

    En er wordt tevens gezegd: indien de eerderen (onwetende Koeffaar van Quraish) enkel ongelovig werden omdat bij hen Shirk samenging met het verloochenen van de Boodschapper en de Koran, en het ontkennen van de wederopstanding en dergelijke, wat is dan de betekenis van het hoofdstuk die de geleerden in elke wetschool vermeld hebben: “Hoodstuk: het oordeel over de afvallige”, en dat is de moslim die na zijn Islaam ongelovig werd. Daarna vermeldden zij velen categorieën, elk categorie daarvan maakt ongelovig, en maakt het bloed van een persoon en zijn rijkkom toegestaan, zelfs dat zij enkele zaken vermeldden die makkelijk zijn bij degene die het verricht, zoals een woord die hij met zijn tong vermeldt zonder (overtuiging in) het hart, of een woord die hij spelenderwijze vermeldt.

    En er wordt ook gezegd: degenen over wie Allaah heeft gezegd: “Ze zweren bij Allaah dat zij niets (slechts) zeiden, maar werkelijk zeiden zei het woord van ongeloof, en zij werden ongelovig na hun Islaam.” (Soerah At-Taubah 9: vers 74)

    Heb je niet gehoord dat Allaah hen door een woord ongelovig heeft verklaard, terwijl ze in de tijd van de Boodschapper salla Allaahoe 'alaihi wasallam waren, en de djihaad met hem verrichten, beden, aalmoezen gaven, de hadj verrichten en de Tauwhied erop nahielden.

    En zo ook degenen over wie Allaah heeft gezegd: “Zeg: 'Was het Allaah en Zijn Ayaat (bewijzen, Verzen, lessen, tekenen, openbaringen) en Zijn Boodschapper over wie jullie spotten?' Maak geen excuses; jullie zijn ongelovig geworden nadat jullie hebben geloofd.” (Soerah At-Tawbah 9: vers 65-66)

    Dezen over wie Allaah duidelijk gemaakt heeft dat zij ongelovig werden nadat zij geloofden, terwijl zij met de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wasallam in de strijd van Taboek waren, ze maakten een uitspraak waarvan zij vermeldden dat zij het spelenderwijze zeiden.

    Let goed op deze shoebhah, en dat zijn hun woorden: jullie verklaren mensen van de moslims tot ongelovigen die getuigen voor laa ilaaha illa Allaah, bidden en vasten, en let daarna op zijn antwoord, want het behoort tot het meest profijtvolle in deze bladeren.

    En tot het bewijs hiervoor is tevens: wat Allaah vermeldde over de Kinderen van Israaïel - met hun Islaam, kennis en goedheid - dat zij tegen Moesaa (Mozes) zeiden: “Maak voor ons een ilaah (god), zoals zij aalihah (goden) hebben.” (Soerah Al-A'raaf 7: vers 138)

    En de uitspraak van een groep van de metgezellen: “Maak voor ons een Dhaat Anwaat”; de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam zweerde bij Allaah dat dit gelijk is aan de woorden van de Kinderen van Israaïel: “Maak voor ons een ilaah (god).” (Soerah Al-A'raaf 7: vers 138)

    Maar de de polytheïsten bezitten een shoebhah die zij bij dit verhaal gebruiken. En dat is dat zij zeggen: de Kinderen van Israaïel werden niet ongelovig, en zo ook degenen die zeiden: “Maak voor ons een Dhaat Anwaat” ze werden niet ongelovig.

    Het antwoord is dat wij zeggen: de Kinderen van Israaïel hebben het niet gedaan, en zo ook degenen die de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam vroegen, ze hebben het niet gedaan. En er is geen verschil over dat als de Kinderen van Israaïel het uitvoerden, ongelovig zouden worden. En zo is er ook geen verschil dat degenen die de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam verbood, als zij hem niet hadden gehoorzaamd en Dhaat Anwaat na zijn verbod namen, ongelovig zouden worden. En dit is de bedoeling.

    Maar dit verhaal laat zien dat een moslim, nee zelfs een geleerde, in een bepaalde categorie van Shirk zou kunnen vallen, zonder daarvan op de hoogte zijn. Het laat zien om kennis op te doen en jezelf te beschermen, en de kennis dat de uitspraak van de onwetende: “De Tauwhied hebben we al begrepen”, dat dit van de grootste onwetendheid is en de grootste listen van de Shaytaan.

    En het toont tevens aan dat een moslim moedjtahid indien hij uitspraak van ongeloof maakt, en niet weet, en hiervan op de hoogte wordt gesteld, en meteen berouw toont, dat hij niet ongelovig wordt, zoals de Kinderen van Israaïel deden en degenen die de Profeten salla Allaahoe 'alaihi wasallam vroegen. En het toont ook aan, dat zelfs als hij niet ongelovig wordt, hij met een strenge toon wordt aangesproken, zoals de Boodschapper salla Allaahoe 'alaihi wasallam deed.


    (Laa ilaaha illa Allaah is Woord en Daad)

    De polytheïsten hebben een andere shoebhah, ze zeggen: de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam berispte Oesaamah op het doden van iemand die laa ilaaha illa Allaah had gezegd.

    En zo ook zijn woorden: “Ik ben geboden de mensen te bestrijden, totdat zij laa ilaaha illa Allaah zeggen.”

    En andere overleveringen betreft het met rust laten van degene die het zegt.

    En de bedoeling van deze onwetenden is dat degene die het zegt (laa ilaaha illa Allaah) niet ongelovig kan worden noch gedood kan worden, en ook al zou hij van alles verrichten.

    Er wordt dan tegen deze onwetende polytheïsten gezegd: het is bekend dat de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam de joden bestreed en slaven van ze nam, terwijl ze laa ilaaha illa Allaah zeiden; en dat de metgezellen van de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wasallam Banie Haniefah bestreden, terwijl zij getuigden voor laa ilaaha illa Allaah en Mohammed is de Boodschapper van Allaah, het gebed verrichten en zich aan de Islaam toeschreven; en zo ook degenen die 'Alie Ibn Abie Taalib met vuur verbrandde.

    En deze onwetenden zijn ervan overtuigd dat degene die de wederopstanding ontkent een ongelovige is en gedood wordt, en ook al zegt hij laa ilaaha illa Allaah; en dat degene die iets van de pilaren van de Islaam ontkent een ongelovige is en gedood wordt, zelfs als hij het zegt. Hoe kan het mogelijk zijn dat het hem (laa ilaaha illa Allaah) niet van nut is als hij een aftakking van de aftakkingen ontkent, en het hem wel van nut is als hij de Tauwhied ontkent, dat de basis is van de religie van de Boodschappers en zijn top?

    Maar de vijanden van Allaah hebben de overleveringen helemaal niet begrepen.

    Wat betreft de overlevering van Oesaamah, hij doodde een persoon die zich aan de Islaam toeschreef, omdat hij dacht dat hij zich enkel uit angst voor zijn bloed en rijkdom aan de Islaam toeschreef.

    En een persoon indien hij zich aan de Islaam toeschrijft, wordt het verplicht hem met rust te laten, totdat van hem iets wat hieraan tegenstrijdig is naar boven komt En Allaah de Verhevene openbaarde hieromtrent: “O jullie die geloven! Indien jullie op het Pad van Allaah uitgaan, kijk dan na (voor de waarheid).” (Soerah An-Nisaa 4: vers 94)

    D.w.z. zoek dan uit.

    Het Vers duidt aan dat het verplicht is om hem met rust te laten en om uit te zoeken, en indien er hierna van hem iets wat tegenstrijdig is aan de Islaam naar boven komt, wordt hij gedood, vanwege de Woorden van de Verhevene: “kijk dan na (voor de waarheid).” (soerah An-Nisaa 4: vers 94)

    En indien hij niet gedood zou worden indien hij het zegt, zou het uitzoeken geen betekenis hebben.

    En zo ook de andere overlevering en dergelijke, zijn betekenis is wat wij vermeld hebben: dat degene die zich aan de Tauwhied en de Islaam toeschrijft, het verplicht wordt hem met rust te laten, totdat van hem datgene wat dit ongeldig maakt naar boven komt.

    En het bewijs hiervoor is dat de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wasallam gezegd heeft: “Heb je hem gedood nadat hij laa ilaaha illa Allaah heeft gezegd!?” hij degene was die heeft gezegd: “Ik ben geboden om de mensen te bestrijden totdat zij laa ilaaha illa Allaah zeggen.”

    Hij (de profeet) was het die over de khawaaridj zei: “Waar jullie ze ook tegenkomen, dood hen. Indien ik ze tegen mocht komen, zou ik ze doden zoals (het volk van) 'Aad gedood werd.” Terwijl zij, onder de mensen, de meeste aanbiddingen verrichten, en tahliel (het zeggen van laa ilaaha illa Allaah) en tasbieh (het zeggen van soebhaana Allaah), zelfs dat de metgezellen tegenover hen op hun eigen gebeden neerkeken; en zij namen kennis van de metgezellen, en toch was laa ilaaha illa Allaah ze niet van nut, noch de vele aanbiddingen en noch de toeschrijving aan de Islaam, nadat van hen tegenstrijdigheid aan de sharie'ah naar boven kwam.

    En zo ook wat wij vermeld hebben van de bestrijding van de joden, en de bestrijding van Banie Haniefah door de metgezellen.

    En zo wilde ook de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam Banie-l Mostaliq aanvallen, nadat een persoon hem informeerde dat zij de zakaat niet wilden betalen, totdat Allaah openbaarde: “O jullie die geloven! Indien een faasiq (leugenaar, slechte persoon) tot jullie met enig nieuws komt, kijk (het nieuws) dan na.” (soerah Al-Hudjuraat 49: vers 6)

    En de man was een leugenaar over hen.

    En dit allemaal duidt aan dat de bedoeling van de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam, in de overleveringen waar zij mee argumenteerden, datgene is wat wij vermeld hebben.


    (aanroepen van een schepsel mag alleen, indien een schepsel daartoe instaat is)

    Ze hebben een andere shoebhah, en dat is wat de Profeet salla Allaahoe 'alaihi wasallam vermeld heeft: dat de mensen op de Dag der Opstanding, Aadam om hulp zullen vragen, daarna Noeh, daarna Ibraahiem, daarna Moesaa, daarna 'Iesaa, en allen zullen zich excuseren, totdat ze zullen eindigen bij de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe 'alaihi wasallam.

    Ze zeiden: dit bewijst dat het hulp vragen aan iemand naast Allaah geen shirk is.

    En het antwoord is dat wij zeggen:

    Geprezen is Hij Die de harten van Zijn vijanden heeft dichtverzegeld!

    Want het aanroepen van een schepsel om iets waar hij toe in staat is, wordt niet afgekeurd door ons.

    Zoals Allaah de Verhevene heeft gezegd in het verhaal van Moesaa: “Degene van zijn groep vroeg hem op hulp tegen zijn vijand.” (Soerah Al-Qasas 28: vers 15)

    En zoals een persoon zijn metgezellen om hulp vraagt in een oorlog en dergelijke, bij dingen waar het schepsel macht over heeft.

    En wij keurden de aanbidding van hulpvraging af die zij bij de graven van de auwliyaa doen of in hun afwezigheid, bij dingen waar Allaah alleen macht over heeft.

    Als dit is bevestigd; hun hulpvraging aan de Profeten op de Dag der Opstanding is omdat zij van hen willen dat ze Allaah aanroepen om de mensen te berechten, zodat de paradijsbewoners eindelijk rust zullen hebben van het zware en langdurige wachten.

    En dit is toegestaan, zowel in het huidige leven als het hiernamaals.

    En dat is je dat naar een levende vrome persoon gaat, die jou laat zitten en jouw woorden hoort, waarop je tegen hem zegt: roep Allaah voor mij aan. Zoals de metgezellen van de Boodschapper van Allaah hem dit vroegen toen hij in leven was. Wat betreft na zijn overlijdenis, dan is er helemaal geen sprake van dat ze hem dit vroegen bij zijn graf!

    De vrome voorgangers zouden het zelfs afkeuren dat iemand bij zijn graf Allaah wilde aanroepen. Hoe zit het dan met het aanroepen van hem zelf?

    (Wie moedwillig Tauwhied verlaat is een Ongelovige)

    Ze hebben een anders shoebhah, en dat is het verhaal van Ibraahiem toen hij in het vuur werd geplaatst, Djibriel (Gabriël) kwam tot hem in de lucht, en zei tegen hem: “Heb je iets nodig?” Ibraahiem zei: “Als het van jou, dan niet.” Ze zeggen: als het hulp vragen aan Djibriel shirk zou zijn, zou hij het niet aan Ibraahiem hebben voorgelegd.

    Het antwoord: dat dit van hetzelfde soort is als de vorige shoebhah.

    Want Djibriel legde aan hem voor hem te helpen in een zaak waar hij macht over heeft, want hij is zoals Allaah over hem heeft gezegd: “Machtig in kracht.” (Soerah An-Nadjm 53: vers 5)

    Als Allaah hem toestemming zou hebben gegeven om het vuur van Ibraahiem en, alles eromheen van aarde en bergen, te nemen en in het oosten of in het westen te plaatsen, zou hij dit hebben gedaan. En als Hij hem had bevolen Ibraahiem in een plaats ver van hen te leggen, zou hij dit hebben gedaan. En als Hij hem had bevolen hem in de hemel op te heffen, zou hij dit hebben gedaan.

    En dit is zoals een rijke persoon, die veel geld bezit, en een behoeftige persoon ziet die iets nodig heeft, en hem voorstelt om hem wat geld te lenen of te schenken, waarmee hij in zijn behoefte kan voorzien. Waarop deze behoeftige persoon weigert om iets te nemen en ervoor kiest geduldig te zijn totdat Allaah hem met voorziening komt waar niemand anders een aandeel in heeft.

    Waar is dit van de aanbidding van hulpvraging en de shirk hulpvraging, als zij maar konden begrijpen!

    We zullen de woorden, indien het Allaah de Verhevene behaagt, afsluiten met een zeer belangrijke onderwerp, dat begrepen kan worden, met wat we hiervoor vermeld hebben. Maar we zullen het apart vermelden, vanwege zijn belangrijkheid en de vele fouten die er bij worden gemaakt.

    We zeggen: er is geen geschil omtrent het feit dat de Tauwhied perse plaats moet vinden met hart, woord en daad. Als iets hiervan ontbreekt, kan de persoon geen moslim zijn. Als hij de Tauwhied kent en er geen daden bij verricht, dan is hij een weerspannige ongelovig, zoals Fir'aun en Iblies en hun gelijken. En hier gaan vele mensen de fout in, en ze zeggen: dit is waar en we begrijpen het wel en getuigen dat het de waarheid is, maar we zijn niet in staat om het te verrichten, en het is niet toegestaan bij de bewoners van onze stad, behalve hij die met hen overeenkomt, en dergelijke excusen. En de armzielige weet niet dat de meeste leiders van ongeloof de waarheid kenden en het alleen maar lieten om een bepaalde excuses.

    De Verhevene heeft gezegd: “Ze hebben Allaah's Verzen voor een kleine prijs verkwist.” (Soerah At-Tauwbah 9: vers 9)

    En dergelijke Verzen, zoals Zijn Woorden: “Ze kennen hem zoals ze hun zonen kennen.” (Soerah Al-Baqarah 2: vers 146)

    Als hij met de buitenkant op de Tauwhied handelt, maar niet het begrijpt, of er met zijn hart niet in gelooft, dan is hij een huichelaar, en hij is erger dan de pure ongelovige: “Voorzeker, de huichelaars zullen in de laagste diepte van het Vuur zijn.” (An-Nisaa 4: 145)

    En dit onderwerp is een belangrijke en lange onderwerp, die je duidelijk wordt als je het in de woorden van de mensen overpeinst: je ziet iemand die de waarheid kent en de handeling erbij laat, uit angst voor vermindering in wereldse zaken of status of om iemand tevreden te stellen. En je ziet iemand die er met de buitenkant op handelt, en niet met het innerlijk. Indien je vraagt wat hij met zijn hart gelooft, dan heeft hij er geen weet van. Maar het is aan jou om twee Verzen van Allaah's Boek te begrijpen:

    De eerste daarvan zijn de Woorden van de Verhevene: “Maak geen excuses, jullie zijn na jullie geloof ongelovig geworden.” (Soerah At-Tauwbah 9: vers 66)

    Als je weet dat sommige metgezellen die met de Boodschapper de Romeinen aanvielen, ongelovig werden door aanleiding van een woord die zij spelenderwijze zeiden, wordt het je duidelijk dat degene die met ongeloof spreekt, of erop handelt uit angst voor vermindering van geld of status of moedaarah voor iemand, dat dit erger is dan iemand die een woord spelenderwijze zegt.

    En het tweede Vers zijn de Woorden van de Verhevene: “Wie aan Allaah ongelovig is na geloofd te hebben, behalve wie gedwongen is terwijl zijn hart in het geloof tot rust gekomen was, maar (voor) wie die zijn hart voor het ongeloof openstelde: voor hem is er de troon van Allaah en voor hem is er een geweldige bestraffing. Dat is omdat zij het wereldse leven verkiezen boven het Hiernamaals, en omdat Allaah het ongelovige volk niet zal leiden. (Soerah An Nahil vers 106-107)

    Allaah maakte geen excuses voor iemand van dezen, behalve hij die werd gedwongen terwijl zijn hart rust heeft met het geloof. Wat betreft iets anders, dan is hij ongelovig geworden na geloofd te hebben, of hij het nou uit angst of tevredenstelling of loyaliteit tot zijn vaderland of gezin of clan of geld, of hij doet het spelenderwijze, of dergelijke van de doeleinden - behalve hij die werd gedwongen!

    Het Vers duidt hierop in twee opzichten:

    Het eerste: Zijn Woorden: “behalve wie gedwongen is .” Allaah maakte enkel uitzondering voor de gedwongene. En het is welbekend dat een mens alleen gedwongen kan worden bij woord of daad. Wat betreft de overtuiging van het hart, niemand wordt hierbij gedwongen.

    En het tweede: de Woorden van de Verhevene: “Dat is omdat zij het wereldse leven verkiezen boven het Hiernamaals.” Hij maakte duidelijk dat deze ongeloof en straf niet geschiedde door overtuiging of onwetendheid, of haat tegenover de religie of liefde voor ongeloof. De aanleiding was slechts omdat hij hier een wereldse aandeel in had, die hij boven de religie verkoos.

    En Allaah - vrij van tekortkomingen is Hij en Verheven - weet het best. En moge Allaah prijzingen en vrede zenden over onze Profeet Mohammed, zijn volgelingen en metgezellen.

    Vertaald door broeder Mohamed Ibn Abdallaah.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    04-03-2010, 10:47 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    26-02-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Samenvatting ( De Reiniging )

    Inhoud                     De Reiniging

    1-Deur: de wateren

    9

    1.1. De zee

    9

    1.2. Het water

    10

    1.3. De grote wassing verrichten door middel van het overblijfsel van de vrouw en andersom

    12

    1.4. Het gelik van de hond

    13

    1.5. De reinheid van de kat

    14

    1.6. De urine van de mens

    14

    1.7. De vissen, de sprinkhanen, de lever en de milt

    16

    1.8. Het vallen van de vlieg in de drank

    16

    2-Deur: Het gerei

    18

    2.1. Gouden en zilveren gerei

    18

    2.2. De reiniging van de huiden van het kadaver

    18

    2.3. Het gerei van de ongelovigen

    21

    2.4. Het lijmen van het gerei door middel van zilver

    22

    3-Deur: het verwijderen van onreinheden

    23

    3.1. De onreinheid

    23

    3.2. Het maken van azijn uit wijn

    23

    3.3. Het vlees van tamme ezels

    24

    3.4. Het speeksel van een eetbaar dier

    25

    3.5. Het sperma

    25

    3.6. De urine van de babyjongen en het babymeisje

    26

    3.7. Menstruatiebloed dat kleding treft

    27

    4-Deur: de wudoe'

    29

    4.1. De positie van de wudoe’

    29

    4.2. De voorwaarden van de wudoe’

    29

    4.3. De Siwaak

    30

    4.4. De wudoe' van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem

    31

    4.5. Beschrijving van de wrijving over het hoofd

    32

    4.6. Na het ontwaken

    33

    4.7. De vervolmaking van de wudoe’

    34

    4.8. Het strijken door de baard

    36

    4.9. De hoeveelheid water

    36

    4.10. Het wassen van de oren

    37

    4.11. De vervolmaking van het wassen van de handen en de voeten

    37

    4.12. Het beginnen met rechts

    38

    4.13. Het vegen over het hoofddeksel en de sokken

    39

    4.14. De volgorde van het wassen

    40

    4.15. De volmaking van het wassen van de handen

    41

    4.16. De tasmiyah (het zeggen van “Bismi-llaah”)

    42

    4.17. Het spoelen van de mond en het in/uitsnuiven met de neus

    42

    4.18. Het nalaten van het wassen van een gedeelte van een ledemaat

    43


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    26-02-2010, 09:59 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg Inhoud

    4.19. De smeekbede van na het eindigen van de wudoe’

    5-Deur: het vegen over "al-Khuffayn

    5.1. De voorwaarden van het vegen over de sokken

    5.2. De manier van het vegen over de sokken

    5.3. De duur van het vegen over de sokken

    5.4. Meer over de  voorwaarden van het vegen over de sokken

    6-Deur: De bedervingen van al-wudoe’

    6.1. De slaap

    6.2. Al- istihaadah (nabloeding)

    6.3. Al-madhiey (voorvocht)

    6.4. Het aanraken van de vrouw

    6.5. Het laten van een wind

    6.6. Het aanraken van het geslachtsorgaan

    6.7. De bederving van de wudoe’ tijdens de Salaah

    6.8. Het eten van kamelenvlees en lamsvlees

    6.9. Het wassen en het tillen van de dode

    6.10. Het aanraken van de Qur’aan (het Boek)

    6.11. De slaap

    6.12. De Hidjaamah

    6.13. De influistering tijdens de Salaah

    7-Deur: De ethieken van het doen van de behoefte

    7.1. De ethieken van het binnentreden van het toilet

    7.2. De smeekbede van het binnentreden van het toilet

    7.3. Al-istindjaa’

    7.4. De plekken waar het voor men verboden is uit te scheiden

    7.5. Ethieken tijdens het doen van de behoefte

    7.6. De smeekbede van het uittreden van het toilet

    7.7. Al-istidjmaar

    7.8. De grondige reiniging van het geslacht

    7.9. De houding tijdens het uitscheiden

    7.10. Het reinigen van het geslachtsorgaan

    8-Deur: De grote wassing en het oordeel van de djunub

    8.1. De verplichting van de ghusl bij zaadlozing en gemeenschap

    8.2. De natte droom

    8.3. Het binnentreden van de Islaam

    8.4. De ghusl voor het vrijdaggebed

    8.5. Het aanraken van de Qur'aan (het Boek) tijdens de djanaabah

    8.6. Degene die opnieuw gemeenschap wil hebben

    8.7. Het slapen in geval van djanaabah

    8.8. De manier van de ghusl (de grote wassing)

    8.9. Het wikkelen van het haar tijdens de ghusl

    8.10. Het binnentreden van de menstruerende vrouw of een djunub in de moskee

    8.11. De ghusl gezamenlijk verrichten

    9-Deur: de Tayammum

    9.1. De gehele aarde is een bron van reinheid en een gebedsplaats

    9.2. De manier van de Tayammum

    9.3. De voorwaarde van de Tayammum

    9.4. Als men het water vindt binnen de tijd van de Salaah

    9.5. De Tayammum in geval van ziekte of angst van de dood

    9.6. Het vegen over al-djabaa’ir

    9.7. De Tayammum in geval van een verwonding

    9.8. De geldigheid van de Tayammum

    10-Deur: de menstruatie

    10.1. Al-istihaadah

    10.2. Al-kudrah en a-ssufrah

    10.3. De omgang met de menstruerende vrouw

    10.4. De penitentie van het hebben van gemeenschap met de menstruerende vrouw

    10.5. De menstruerende vrouw

    10.6. De toegestane genieting van de man met zijn vrouw tijdens haar menstruatie

    10.7. De kraamvrouw en de kraamperiode


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    26-02-2010, 09:56 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    Wetsleer: terminologie en de basis van de leer

     

    Beschrijving:

    Al-fiqh (wetsleer) betekent in het Arabisch letterlijk ‘het begrip’. Technisch (Islamitisch) betekent het: begrip voor/kennis van de leer van de Islamitische wetten/oordelen die uit de gedetailleerde bewijzen/bronnen zijn afgeleid. In deze leer bevinden zich de manieren van aanbiddingen die de moslimdienaar hoort te verrichten en de wetten die te maken hebben met zijn algemene handelingen.

     

    Definitie: aanbiddingen en algemene handelingen.

    Aanbiddingen zijn verboden totdat er een geldig bewijs komt dat de aanbidding voorschrijft.

    Ook is elke manier van aanbidding verboden totdat er een bewijs komt dat deze manier voorschrijft.

     

    Algemene handelingen zijn toegestaan totdat er een bewijs komt dat het verboden is. Ook zijn de manieren waarop de algemene handelingen worden verricht toegestaan, totdat er een bewijs komt dat deze manieren verbiedt.

     

    De Islamitische wetsleer omvat vijf verschillende oordelen.

     

    De oordelen

    Waadjib (verplicht)

    Waadjib is hetgeen dat Allaah Geprezen en Verheven zij Hij en Zijn Boodschapper Allaah' s gebeden en vrede zij met hem bevelen en bevestigen, en wat leidt tot een verplichting.

    Door het verrichten van waadjib-handelingen verricht men een goede daad; dit leidt tot het verkrijgen van een beloning (adjr). Maar indien men het verlaat, leidt dit tot het begaan van een zonde, en daarmee verdient men te worden bestraft.

    Alles wat Allaah Geprezen en Verheven zij Hij beveelt is een verplichting, tenzij er een bewijs komt dat de verplichting tot een aanbevolen handeling maakt.

     

    Mandoeb (aanbevolen)

    Mandoeb is hetgeen dat Allaah Geprezen en Verheven zij Hij en Zijn Boodschapper Allaah' s gebeden en vrede zij met hem hebben bevolen zonder harde bevestiging in de Qur’aan en de Sunnah.

    Door het verrichten van al-Mandoeb verricht men een goede daad die leidt tot beloning (adjr). Maar indien men het verlaat, leidt dit niet tot het begaan van een zonde en loopt men ook niet het risico te worden bestraft.

     

    Halaal (toegestaan)

    Halaal is hetgeen waarover Allaah Geprezen en Verheven zij Hij en Zijn Boodschapper Allaah' s gebeden en vrede zij met hem geen uitspraak hebben gedaan en/of duidelijk hebben toegelaten.

    Wanneer men het verricht en/of verlaat, begaat men geen zonde en wordt niet beloond, tenzij men bij het verrichten ervan zijn intentie naar Allaah richt.

    Definitie: wanneer Allaah Geprezen en Verheven zij Hij en Zijn Boodschapper Allaah' s gebeden en vrede zij met hem een zaak verbieden en vervolgens het verplichten, leidt het ook tot dit oordeel (Halaal).

    Makroeh (afgekeurd)

    Makroeh is hetgeen Allaah Geprezen en Verheven zij Hij en Zijn Boodschapper Allaah' s gebeden en vrede zij met hem hebben afgekeurd. Door het verrichten van al-Makroeh begaat men geen zonde. En door het verlaten ervan, wordt men beloond.

    Haraam (verboden)

    Haraam is hetgeen Allaah Geprezen en Verheven zij Hij en Zijn Boodschapper Allaah' s gebeden en vrede zij met hem bevolen hebben te verlaten en/of verboden hebben. Door het verrichten van al-Haraam begaat men een zonde en loopt men het risico te worden bestraft. En door het verlaten ervan omwille van Allaah wordt men ervoor beloond.

     

    De voorwaarde: is een essentiele aspect dat zich vóór een zaak bevindt; als het aanwezig is, is de zaak aanwezig, en als het niet aanwezig is, is de zaak ook niet aanwezig.

     

    De pilaar: is een essentiele aspect dat zich in een zaak bevindt; als het aanwezig is, is de zaak aanwezig, en als het niet aanwezig is, is de zaak ook niet aanwezig.

                       

    De bewijsvoering

    De wetsleer-oordelen worden gevormd door middel van de volgende bewijsvoeringen:

     

    -        Men hoort de hoofdbronnen van de wetsleer aan te houden en hoort zich daar niet van af te wenden;

    -        Men hoort alle bewijzen van een onderwerp te verzamelen om bij dat onderwerp tot een oordeel te komen;

    -        Men hoort de bewijsvoering en uitleg van de voorafgaande metgezellen van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem en de geleerden aan te houden.

     

    De bronnen/bewijzen

    -        De Qur’aan

    De Qur’aan is het woord van Allaah dat Hij aan Djibriel heeft geopenbaard, die het op zijn beurt aan de Profeet Muhammed Allaah’s gebeden en vrede zij met hem geopenbaard heeft. Dit is de hoofdbron van alle kennis binnen de Islaam. De Qur'aan is de basis van al hetgeen Allaah Geprezen en Verheven zij Hij Zijn dienaren voorgeschreven heeft.

     

    -        De Sunnah

    De Sunnah is de manier en de uitleg van de wetgeving van de Boodschapper van Allaah Allaah's gebeden en vrede zij met hem over de wetgeving van Allaah Geprezen en Verheven zij Hij die Hij in Zijn Qur'aan heeft voorgeschreven. In de Sunnah bevindt zich een gedetailleerde uitleg van wat in de Qur'aan staat. De Sunnah van de Profeet Allaah's gebeden en vrede zij met hem heeft een gelijkwaardige autoriteit als de woorden van Allaah (in de Qur'aan) met betrekking tot de wetgeving. De Sunnah van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem bestaat uit drie soorten, te weten:

     

    -        De uitspraken van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem.

    -        De handelingen van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem.

    -        De acceptatie van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem.

    Definitie:Beduiding in geval van nood is een verplichting’. Of wel: ‘Het is niet toegestaan de beduiding uit te stellen wanneer er noodzaak voor is.’

     

    -        De overeenstemming

    Wanneer de geleerden in overeenstemming zijn over een oordeel, wordt dit ook als bewijs gehanteerd. De Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem heeft gezegd: “Voorwaar, mijn volk wordt niet eenstemmig over dwaling.”

    Vele geleerden -zoals imaam Ahmad, imaam ibn Taymiyyah en imaam al-Albaanie- zijn het erover eens dat dit bewijs slechts in de algemeen bekende zaken van de Islaam voor kan komen, zoals de verplichting van het gebed, het vasten, en het verbieden van ontucht, alcohol etc. In andere zaken is het namelijk praktisch onmogelijk om tot overeenstemming te komen. Zo zegt imaam Ahmad: “Voorwaar, wie beweert dat er over een zaak overeenstemming is, voorwaar, hij liegt.”

                           

    -        De Sunnah van de metgezellen

    De metgezellen van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem hebben de correcte en zuivere manier van praktiseren van de Sunnah van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem overgenomen. Daarom is het verplicht om hetgeen waarover zij oordelen te volgen en daar niet van af te wijken. Tevens zijn hun uitspraken en handelingen ook een Sunnah. De Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem zegt: “Voorwaar, volgt mijn Sunnah en de Sunnah van mijn khulafaa’.”

     

    -        Analogie/ vergelijking van motieven

    Wanneer zich een nieuwe zaak voordoet waarover de Islaam in de vier voorafgaande bronnen geen oordeel heeft uitgesproken, kan door de hooggeleerden een beroep worden gedaan op het motief van een bestaand oordeel om in geval van een nieuwe zaak waarmee het motief overeenkomt, een nieuw oordeel te kunnen uitspreken.

     

    Terminologie

                Hadieth

    Hadieth is hetgeen wat overgeleverd is van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem en waarin zijn uitspraken, handelingen en acceptaties verhaald worden.

                Athar

    Athar is hetgeen wat overgeleverd is van de metgezel van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem en waarin zijn Allaah' s gebeden en vrede zij met hem uitspraken, handelingen en acceptaties verhaald worden.

     

    Een hadieth en of een athar bestaat uit twee onderdelen, te weten:

    Keten (a-Ssanad)

    Een keten is een reeks van geleerden die een hadieth van elkaar overgeleverd hebben die het van een metgezel overgeleverd hebben gekregen die in zijn plaats het van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem heeft verhaald.

                       

    Inhoud (al-Matn)

    De inhoud van een hadieth is hetgeen dat door de metgezel van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem verhaald is.

     

    Een hadieth heeft verschillende oordelen ten aanzien van de authenticiteit ervan, de drie belangrijkste zijn:

     

    Sahieh

    Wanneer een hadieth sahieh wordt verklaard door een geleerde, betekent het dat de keten en de inhoud van deze hadieth authentiek zijn verklaard. De geleerden geven het oordeel 'sahieh' aan wanneer degenen die de hadieth overgeleverd hebben, een stabiel geheugen hebben, betrouwbaar zijn en de keten qua verbondenheid intact is. De inhoud van de ahaadith van dit niveau wordt geaccepteerd en dient als bewijs gebruikt te worden.

     

                           


    Hasan

    Dit niveau is een niveau lager dan 'sahieh' en wordt toegekend wanneer de overleveraarsketen niet meer intact is doordat bijvoorbeeld één van de overleveraars geen sterk of stabiel geheugen had. De inhoud van de ahaadith van dit niveau wordt ook geaccepteerd en dient ook als bewijs gebruikt te worden.

    Da3ief

    Wanneer een hadieth da3ief wordt verklaard door een geleerde, betekent het dat de keten van deze hadieth niet authentiek is verklaard aangezien de overleveraarsketen niet meer intact is, doordat bijvoorbeeld één van de overleveraars een slecht geheugen bezit, de betrouwbaarheid beschadigd is of de keten qua verbondenheid niet intact is. De inhoud van deze hadieth mag niet als bewijs worden gehanteerd.

     

    De boeken en geleerden

    Vele geleerden hebben hetgeen dat zij van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem overgeleverd hebben gekregen, in boeken verzameld. Enkele van deze geleerden zijn:

     

    Imaam al-Bukhaarie

    Deze geleerde heeft slechts de authentiek overgeleverde ahaadieth in een boek verzameld, en heeft daarin hoge voorwaarden aan de ketens gesteld. Dit boek is het meest betrouwbare boek na de Qur'aan, en is door alle Islamitische geleerden geaccepteerd.

     

    Imaam Muslim

    Deze geleerde heeft ook slechts de authentiek overgeleverde ahaadieth in een boek verzameld, maar de voorwaarden die hij aan de ketens stelde zijn minder hoog dan die imaam al-Bukhaarie heeft gesteld.

     

    Zo zijn er ook andere geleerden die de ahaadieth die zij van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem overgeleverd hebben gekregen, in een boek verzameld hebben, maar die niet dezelfde hoge voorwaarden aan de ketens stelden zoals de twee imaams die hiervoor genoemd zijn. Enkele van deze geleerden zijn: imaam aboe Daawoed, imaam a-Ttirmidhie, imaam ibn Maadjah, imaam a-Nnasaa'ie, imaam Ahmad, imaam Maalik, imaam al-Bayhaqie, imaam ibn Hibbaan en imaam a-Ttabaraanie.

     

    Vele geleerden die hen in deze leer gevolgd hebben, hebben zich bezig gehouden met het beoordelen van hetgeen de voorafgaande geleerden overgeleverd hebben. Enkele van deze geleerden zijn: imaam ibn Daqieq al-3ied, imaam a-Dhahabie, imaam ibn al-Qayyiem, imaam ibn Radjab, imaam ibn Hadjar al-3asqalaanie, imaam aSsuyoetie en de grote en nobele imaam van deze eeuw, imaam al-Albaanie.

     

    Omdat de manier van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem de enige is die gevolgd moet worden, zijn vele wetsleerboeken geschreven die gebaseerd zijn op de ahaadieth die van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem verhaald zijn. Eén van deze boeken die door een hooggeleerde (imaam ibn Hadjar al-3asqalaanie) samengesteld is, is ‘Buloegh al-Maraam’. Dit betekent: ‘Het bereiken van de (hoogste) behoefte’. In dit boek zijn de ahaadieth volgens de wetsleeronderwerpen opgesteld. Dit boek is overigens door vele geleerden uitgelegd; één van de beste is de uitleg van imaam a-Ssan3aanie. Hij noemde zijn boek: ‘Subul a-ssalaam’, dit betekent: ‘De wegen van vrede’.

    In wetsleerboeken zijn termen gebruikt om de structuur van de indeling met betrekking tot de onderwerpen te handhaven. Hierbij zijn een aantal termen gebruikt, zoals:

               

    Boek

    Onder een boek wordt verstaan; een hoofdonderwerp in de wetsleer, bijvoorbeeld:             de reiniging, het gebed, het vasten, etc. Een boek kan worden opgevat als een hoofdstuk.     

                Deur

    Onder een deur wordt verstaan; een onderdeel van het hoofdonderwerp, en kan worden opgevat als een paragraaf van een boek.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    26-02-2010, 09:32 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    Boek ‘De reiniging’

     

    Men is begonnen met de reiniging omdat het de voorwaarde is voor het verrichten van het gebed.

     

    1-Deur: de wateren

     

    Men is begonnen met het water omdat men zich moet reinigen voor het gebed, en reiniging kan door middel van het verrichten van de wassing voltooid worden, en de wassing verricht men door middel van water.

     

    1.1.  De zee

    Hadieth 1

     

    Aboe Hurayrah moge Allaah met hem behaagd zijn heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  heeft gezegd betreffende de zee: “Zijn water is een bron van reinheid (tahoer) en zijn dode is toegestaan.”[1]

     

    De voltooiing van de hadieth:

     “Een man uit de stam ‘Madlidj’ -3abdu-llaah- kwam naar de Boodschapper van Allaah Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  en zei: “O Boodschapper van Allaah, wij varen in de zee en nemen  weinig water mee, als wij daarmee de wassing verrichten zullen we dorst lijden. Mogen wij met zeewater de wassing verrichten?” De Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  zei: “Zijn water is een bron van reinheid en zijn dode is toegestaan.”

     

    Uitleg:

    -        De eigenschap 'bron van reinheid' bevat twee aspecten: van zichzelf rein en reinigend.

    -        Dode: de dieren die zonder slachting dood gaan, bijvoorbeeld ten gevolge van een ziekte, gevecht of een natuurlijke dood. Synoniem: kadaver.

    -        De dode zeedieren zijn de zeedieren die vóór de vangst gestorven zijn.

     

    Oordelen:

    -        De Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  heeft niet alleen het antwoord op hun vraag gegeven maar heeft ze ook de definitie gegeven van zeewater. Zo zien we dat één van de belangrijkste kenmerken van de woorden van de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  is dat ze alomvattend zijn in woorden, betekenissen en wetten.

    -        Zeewater is een bron van reinheid, dat betekent dat men d.m.v. zeewater uit de grote en/of de kleine onreine situatie kan treden (de grote of de kleine wassing ermee kan verrichten), alsook kan men ermee de onreinheden doen verwijderen.

    -        De zeedieren die zonder slachting vóór de vangst dood gaan, zijn toegestaan om te eten, ongeacht of ze zich in de zee of aan land bevinden. De Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem heeft in zijn uitspraak betreffende dit geen specificering genoemd.

    -        Deze hadieth bewijst ook dat het toegestaan is om alle zeedieren te eten, ongeacht of het zeeleeuwen of zeehonden zijn, ook al zijn ze dood gevonden. De algemeenheid in de uitspraak van de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem is het bewijs hiervoor. En Allaah weet het het beste.

     

    1.2. Het water

    Hadieth 2

     

    Aboe Sa3ied al-Khudrie moge Allaah met hem behaagd zijn heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  heeft gezegd: “Voorzeker, het water is een bron van reinheid (tahoer) en niets maakt het onrein.”[2]

     

    De voltooiing van de hadieth:

     “Er werd gezegd: “O Boodschapper van Allaah, mogen wij de wassing verrichten uit de put van Bidaa3ah? Het is namelijk een put waarin menstruatiebloed gegooid wordt, en waarin hondenvlees en viezigheid gegooid wordt.” De Boodschapper van Allaah Allaah’s gebeden en vrede zij met hem zei : “Voorwaar, water is een bron van reinheid en niets maakt het onrein.”

     

    Oordelen:

    -        Water is een bron van reinheid en zolang water water blijft, en niet verandert, blijft het de eigenschap bron van reinheid behouden. Dit is een definitie. De volgende hadieth is de voltooiing van dit onderwerp.

     

    Hadieth 3

     

    Aboe Umaamah al-Baahilie moge Allaah met hem behaagd zijn heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  heeft gezegd: “Voorzeker, niets maakt het water onrein, behalve hetgeen dat zijn geur, smaak of kleur domineert.”[3]

     

    Oordelen:

    -        Hoewel deze hadieth da3ief is verklaard door de geleerden, zijn alle geleerden het erover eens dat de definitie die in deze hadieth voorkomt, juist is.

    -        Water blijft water, en verandert niet, zolang één van zijn volgende eigenschappen niet verandert, namelijk: zijn kleur, zijn geur en zijn smaak. En zolang deze drie eigenschappen niet veranderen in water, blijft water een bron van reinheid.

    -        Als één van de drie eigenschappen van water door middel van een rein middel veranderd wordt, blijft water van zichzelf rein, maar verliest het de eigenschap ´reinigend´. En als dat het geval is, mag men de wassing daaruit niet verrichten.

     

    Hadieth 4

     

    3abdu-llaah ibn 3umar moge Allaah met beide behaagd zijn heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  heeft gezegd: “Als het water de hoeveelheid van twee kruiken bereikt, kan het geen onreinheid bevatten”. En in een andere overlevering: “..., wordt het niet onrein”.[4]

     

    Oordelen:

    -        Deze hadieth wordt door sommige geleerden als definitie gezien:

    - als water de hoeveelheid van twee kruiken bevat, zal het geen onreinheid meer kunnen bevatten, maar als het niet deze hoeveelheid bereikt, kan het wel onreinheid bevatten.

    -        Andere geleerden zoals imaam ibn Taymiyyah, imaam ibn al-Qayyim en imaam al-Albaanie zien dit niet als een definiëring, maar zeggen het volgende:

    - als het water niet van geur, kleur of smaak verandert, blijft het zijn eigenschap als ‘bron van reinheid’ behouden. De geleerden zijn tot deze oordelen gekomen nadat ze alle ahaadith die met dit aspect te maken hebben bijeen hebben gebracht.

     

    Hadieth 5

     

     

    Aboe Hurayrah moge Allaah met hem behaagd zijn heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah Allaah’s gebeden en vrede zij met hem heeft gezegd: “Niemand onder jullie mag de grote wassing verrichten in stilstaand water terwijl hij djunub is”.[5] “Niemand onder jullie mag urineren in stilstaand water dat niet stroomt, en vervolgens daarin de wassing verrichten”[6], “daaruit”[7], “en mag de grote wassing voor de djanaabah daarin niet verrichten.”[8]

     

    Uitleg:

    -        Stilstaand water is: water dat niet stroomt, zoals een sloot en een vijver die niet door grondwater is ontstaan.

    -        ‘Djunub’: dat is de situatie waarin men komt als men geslachtsgemeenschap of een natte droom heeft gehad. Bij deze situatie moet de moslim de grote wassing verrichten zodat zijn gebed geaccepteerd wordt.

     

    Oordelen:

    -        Het is verboden om uit stilstaand water de grote wassing te verrichten, nadat men erin geurineerd heeft.

    -        Het is verboden om in stilstaand water te urineren.

    -        Het is verboden om in stilstaand water de grote wassing te verrichten, omdat het het water vervuild.

    -        Omdat stilstaand water niet stromend is, en kwetsbaar is voor onreinheden en het gebruik van de mensen, heeft de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  de mensen verboden om het zowel te gebruiken als daarin te urineren. Dit water kan namelijk voor landbouw of andere algemene zaken gebruikt worden.

     

    1.3. De grote wassing verrichten door middel van het overblijfsel van de vrouw en andersom

    Hadieth 6

     

    Een man die de Profeet Allaah' s gebeden en vrede zij met hem vergezeld heeft, heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  heeft verboden dat de vrouw de grote wassing verricht uit het overblijfsel van de man, of dat de man uit het overblijfsel van de vrouw (de grote wassing) verricht. Echter mogen zij tegelijkertijd scheppen.”[9]

     

    Uitleg:

    -        Het overblijfsel: het water dat in de emmer overblijft nadat men de grote wassing heeft verricht.

    -        Tegelijkertijd scheppen: het tegelijkertijd uit een emmer water scheppen om daarmee de grote wassing te verrichten.

     

    Oordelen:

    -        De Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  heeft in deze hadieth verboden dat men uit het overblijfsel van de ander de grote wassing verricht, overigens is dit niet het oordeel van deze handeling. Om tot een oordeel van deze handeling te komen, horen wij de ahaadieth die hierna komen, erbij te betrekken.

    -        De Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem zegt in deze hadieth dat de man en zijn vrouw tegelijkertijd uit één gerei mogen scheppen om de grote wassing te verrichten (zie hiervoor ook hadieth 113).

     

     Hadieth 7

     

    3abdu-llaah ibn 3abbaas moge Allaah met beide behaagd zijn heeft verhaald dat: “de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  de grote wassing verrichtte met het overblijfsel van Maymoenah moge Allaah behaagd met haar zijn”.[10] Degenen van a-Ssunan[11] hebben overgeleverd: “Eén van de vrouwen van de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  verrichtte de grote wassing uit een schaal. Vervolgens wilde de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  de grote wassing daaruit verrichten. Zij zei toen: “Ik was djunub”. Hij zei: “Voorzeker, het water wordt niet onrein.”[12]

     

    Oordelen:

    De geleerden hebben deze hadieth en de hadieth daarvóór en andere ahaadieth met elkaar verzoend, en zijn tot de volgende oordelen gekomen:

    -        De grote wassing verrichten uit het overblijfsel van een ander die de grote wassing heeft verricht is afgewezen.

    -        Het water dat in de emmer overblijft nadat de grote wassing eruit verricht is, blijft rein en reinigend.



    [1] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door de imaams Maalik, a-Shaafi3ie, aboe Daawoed, a-Ttirmidhie, a-Nnasaa'ie, ibn Maajdah en Ahmad, en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.

    [2] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Ttirmidhie en imaam a-Nnasaa'ie en is door imaam Ahmad sahieh verklaard.

    [3] Da3ief, de keten van deze overlevering is da3ief verklaard door verschillende imaams, waaronder imaam aboe Haatim.

    [4] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door de imaams: ibn Khuzaymah, al-Haakim en ibn Hibbaan.

    [5] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Muslim.

    [6] Sahieh en overgeleverd door imaam al-Bukhaarie.

    [7] Sahieh en overgeleverd door imaam Muslim.

    [8] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam aboe Daawoed.

    [9] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed en imaam a-Nnasaa'ie en is door beiden sahieh verklaard.

    [10] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim.

    [11] "Degenen van a-Ssunan", hiermee worden bedoeld: de imaams aboe Daawoed, a-Ttirmidhie, a-Nnasaa'ie en ibn Maadjah.

    [12] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam a-Ttirmidhie en imaam ibn Khuzaymah.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    26-02-2010, 09:29 geschreven door Said Mondria  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vervolg

    1.4. Het gelik van de hond

    Hadieth 8

     

    Aboe Hurayrah moge Allaah met hem behaagd zijn  heeft gezegd dat de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  heeft gezegd: “De reiniging van iemands gerei onder jullie, waar een hond uit gedronken/gelikt heeft, geschiedt wanneer hij deze zeven keer wast. De eerste keer met zand.”[1] En in een andere uitspraak bij imaam Muslim: “Laat hem het leeggieten, (en vervolgens...)”. En in een uitspraak bij imaam a-Ttirmidhie: “De laatste keer of de eerste keer met zand.”[2]

     

    Bewijsstukken:

    -        3abdu-llaah ibn Mughaffal moge Allaah met hem behaagd zijn heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah Allaah' s gebeden en vrede zij met hem beval de honden te doden. Vervolgens zei hij: “Wat hebben jullie met de honden?” Vervolgens liet hij het (bezitten) van de jachthond en de herdershond toe, en hij zei: “Wanneer de hond in een gerei likt, wast het dan zeven keer, en wrijft het de achtse keer met zand.”[3]

     

    Oordelen:

    -        Deze overlevering bewijst dat als de hond uit een beker drinkt, of uit een beker likt, deze eerst leeggegoten moet worden, en vervolgens één keer met zand gewassen moet worden, en tenslotte zeven keer met water moet worden gewassen. Ook mag het eerst zeven keer met water gewassen worden, en daarna één keer met zand gewreven worden. De hadieth van 3abdu-llaah ibn Mughaffal geeft een groter aantal keren aan dan de hadieth van aboe Hurayrah. Wanneer in een hadieth een toevoeging is, bevindt zich in die hadieth meer informatie en dient die aangehouden te worden. Tot dit oordeel is o.a. shaykh al-Albaanie gekomen.  

    -        Deze overlevering bewijst dat het speeksel van de hond zeer onrein is, en dat men dit zoveel mogelijk moet vermijden.

    -        De manier van het wassen die in de overlevering voorkomt, is namelijk de enige manier om deze onreinheid te verwijderen. Men kan en mag deze manier niet veranderen, tevens is het aanhouden van deze manier een gehoorzaming aan de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem, en een vorm van aanbidding.

    -        Deze hadieth bewijst ook dat zand een bron van reinheid is.

     

    1.5. De reinheid van de kat

    Hadieth 9

     

    Aboe Qataadah moge Allaah met hem behaagd zijn heeft verhaald dat de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  heeft gezegd betreffende de kat: “Voorzeker, het is geen onrein (dier), het is slechts één van jullie omringenden.”[4]

     

    De voltooiing van de hadieth:

    “Kabshah de dochter van Ka3b de zoon van Maalik moge Allaah met beide behaagd zijn – toen zij de vrouw was van aboe Qataadah- heeft verhaald: “Toen aboe Qataadah bij haar binnentrad, heeft zij voor hem een schaal water gegoten, zodat hij daar de wassing uit kon verrichten. Vervolgens kwam er een kat om daaruit te drinken, hij schoof de schaal naar de kat, zodat zij daaruit kon drinken. Vervolgens zei Kabshah: “hij zag mij naar hem kijken en zei: “Ben jij verbaasd o dochter van mijn broeder?” Ik zei: “ja.” Hij zei: “de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  zei: “voorwaar, het is geen onrein dier, het is namelijk één van jullie omringenden.”

     

    Uitleg:

    -        Omringenden: de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  heeft de kat vergeleken met de slaven en slavinnen die hun heren omringen: die door hen gevoed en opgevoed worden.

     

    Oordelen:

    -        Deze hadieth bewijst dat de kat en zijn speeksel niet onrein zijn. Zodoende kan een kat meedrinken en mee-eten zonder dat het onreinheden veroorzaakt.

     

    1.6. De urine van de mens

    Hadieth 10

     

    Anas ibn Maalik moge Allaah met hem behaagd zijn heeft gezegd: “Een bedoeïen trad de moskee binnen en urineerde in een hoek van de moskee. Vervolgens berispten de mensen hem, de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  hield hen tegen. Toen hij zijn urinering afmaakte, vroeg de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  om een emmer water. De Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  goot dat water op de urine.”[5]

     

    De voltooiing van de hadieth:

    Het vervolg van de hadieth: “de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  zei tegen hen: “Laat hem en stop zijn urine niet, en giet over zijn urine een emmer water. Voorwaar, jullie zijn namelijk als vergemakkelijkenden verstuurd, en niet als vermoeilijkenden”[6]. “Toen de bedoeïen zijn urinering voltooide, riep de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  hem naar zich toe en zei tegen hem: “voorwaar, deze moskeeën zijn niet gemaakt om erin te urineren of om te vervuilen, echter zijn deze (moskeeën) voor het gedenken van Allaah Geprezen en Verheven zij Hij, en om de Qur’aan te reciteren”. De bedoeïen ging bidden en vervolgens zei hij: “O Allaah, heb erbarmen met mij en met Muhammad, en heb met niemand anders naast ons erbarmen.”[7]

     

    Opvoedingsaspecten

    Uit deze hadieth kunnen wij de volgende opvoedings- en handelingsaspecten halen, namelijk:

    -        de oproeper tot de Islaam hoort met wijsheid en kennis van de Islaam te handelen en hoort het slechte niet met het slechtere te stoppen, maar hoort het slechte met het minder slechte te stoppen.

    -        Als de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  de bedoeïen slecht had behandeld en hem uit de moskee zou hebben gegooid dan zou het nog slechter aflopen dan dat er alleen in de moskee geürineerd zou zijn, namelijk: deze bedoeïen zou terug zijn gegaan naar zijn volk, en vertellen dat de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  de mensen slecht behandelt. En dat zou alleen leiden tot het feit dat mensen afstand zouden nemen van de Islaam. Ook heeft hij zijn urinering niet gestopt. Als hij dat wel gedaan zou hebben, zou dat kunnen leiden tot ziektes in bijvoorbeeld de blaas of de urineleider. Echter heeft hij hem zijn urinering laten afmaken en deze urine verwijderd met water.

    -        Men mag de ander niet berechten voordat hij hem kennis heeft gegeven over hetgeen hij gedaan heeft.

    -        Adviseren en niet voor schut zetten

    -        Alle soorten van geweld veroorzaken kwaad.

    Zo zien we dat de Islaam op de kleinste aspecten let die een grote invloed kunnen hebben. En zo zien we dat de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem werkelijk als barmhartigheid voor de werelden is gestuurd.

     

    Oordelen:

    -        Deze hadieth bewijst dat de urine van de mens onrein is. Deze onreinheid kan met water verwijderd worden.

    -        Het is verboden om de urinering van iemand te stoppen of te laten stoppen, opdat men diegene geen kwaad berokkent. De Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  zei tegen zijn metgezellen toen zij de bedoeïen probeerden te stoppen: “Onderdruk hem niet”.

    -        Degene met kennis hoort met degene zonder kennis geduld te hebben en te adviseren.

    -        Men hoort het zo makkelijk mogelijk –binnen de grenzen van de Islaam- voor de ander te maken, door op een rustige en wijze manier de ander te adviseren.

     

    1.7. De vissen, de sprinkhanen, de lever en de milt

     Hadieth 11

     

    3abdu-llaah ibn 3umar moge Allaah met beide behaagd zijn heeft gezegd dat de Boodschapper van Allaah Allaah’s gebeden en vrede zij met hem gezegd heeft: “ons zijn twee doden en twee bloedrijke organen toegestaan gemaakt, de doden zijn namelijk: de sprinkhanen en de vissen, en de bloedrijke organen zijn: de milt en de lever.”[8]

     

    Bewijsstukken:

    Allaah Geprezen en Verheven zij Hij zegt:

    Verboden voor jullie zijn het dode[9], het bloed en het vlees van het varken en hetgeen waarover anders (dan de naam) van Allaah is uitgesproken, het gewurgde, het geslagene, het gevallene, het gestokene en dat waar de wilde dieren van gevreten hebben, behalve wat jullie geslacht hebben.” (Vers: 5/3).

     

    Oordelen:

    Nadat de geleerden het vers en de hadieth met elkaar verzoend hebben zijn zij tot de volgende oordelen gekomen:

    -        Elk dier dat zonder slachting gestorven is, is verboden te eten, behalve de sprinkhaan en de vissen.

    -        De milt en de lever zijn toegestaan om te eten.

     

    1.8. Het vallen van de vlieg in de drank

    Hadieth 12

     

    Aboe Hurayrah moge Allaah met hem behaagd zijn heeft gezegd dat de Boodschapper van Allaah Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  heeft gezegd: “als de vlieg in de drank van iemand onder jullie valt, voorwaar, laat hem het dan in de drank dompelen, en het er vervolgens uithalen, voorwaar, in één van haar vleugels bevindt zich ziekte, en in de andere medicijn.”[10] “(De vlieg) behoedt zich (van het kwaad) met de vleugel waarin ziekte bevindt.”[11]

     

    Uitleg:

    -        En vervolgens”: dit wijst erop dat men de vlieg een tijdje in het water gedompeld hoort te laten.

     

    Oordelen:

    -        Deze hadieth bewijst dat het toegestaan is dat men een vlieg doodt omdat hij schadelijk is.

    -        Deze hadieth bewijst dat de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem  ons leert om te gaan met zelfs de kleinste aspecten die voor ons schadelijk zijn en dat hij niets van de boodschap heeft achtergehouden. Zodoende mogen wij niet over de zaak die in deze hadieth vermeld is twisten, en horen wij het aan te nemen.

    -        Als een vlieg in een glas water komt, hoort men het in het water te dompelen en het er vervolgens uit te halen, wat ook betekent dat het water niet verontreinigd is.

     

    Hadieth 13

     

    Aboe Waaqid Allaythie moge Allaah met hem behaagd zijn heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah