Watersnood 1953
Inhoud blog
  • The Making of a Story
  • Zijn feiten heilig .... ?

    Zoeken in blog


    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     


    16-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.The Making of a Story
     

     

    The Making of a Story : een paar moeilijke vragen

    door Arie Kuijvenhoven ©

    Hieronder staan drie citaten uit drie verschillende boeken die uitgegeven zijn in drie verschillende jaren, namelijk uit 1955, 1993 en 2003. De citaten betreffen hetzelfde voorval en zijn verteld door dezelfde ooggetuige. De verschillen zijn waarschijnlijk vooral de verantwoordelijkheid van de drie verschillende auteurs.

    Ik stel de volgende vragen :

    • uit welk jaar dateert citaat 1, 2 respectievelijk 3,

    • en wie zijn de auteurs ?

    Ik geef direct toe dat het lastiger is dan het lijkt. Maar doe je best en kijk eens of je een goede speurneus hebt.

    Citaat 1 : “”” Na korte tijd scheurde de woning uiteen en dreef het dak met daarop het gezin van Aa met een groot deel van de zolder in de richting van de K.dijk. Ter hoogte van de woning van Bb aan de K.dijk dreef het dak in de richting van de boerderij van Cc aan het begin van de K.dijk. Vervolgens ging het door de sterke stroming in de richting van de hoeve van Dd. Kennelijk veranderde de stroming van richting zodat men naar een aardappel-bewaarplaats dreef. Uiteindelijk schoof het dak enkele meters verderop tegen het gymnastieklokaaltje aan. Inmiddels waren de vrouw van Aa en drie van zijn kinderen van de zolder geraakt en verdronken. Slechts Aa en zijn oudste zoon waren in staat geweest op de zolder te blijven. Gezamenlijk trachtten Ee en Xxx hen uit hun gevaarlijke positie te redden. Zij begaven zich hiertoe in het gymnastiekzaaltje. Met behulp van een bank werd een raam verwijderd en een in het gymnastieklokaal aanwezig touw naar de drenkelingen toegeworpen. Aa probeerde zich vervolgens aan dit touw naar het gebouw toe te trekken, waardoor het ronddrijvende dak kantelde en zijn zoon alsnog het ijskoude water inschoof en verdronk.”” ”””””

    Citaat 2 : “”” Toen vanochtend om een uur of zes Xxx langs de school reed, hoorde hij in het schemerdonker iemand om hulp schreeuwen. Hij is er toen op afgerend en zag opeens een stuk van een dak in volle vaart achter langs de school drijven met een man er op. Met een paar brandweerlieden is Xxx onmiddellijk in het raam van het gymnastieklokaal geklommen. Vandaar hebben ze een touw naar hem gegooid. Maar hij had geen kracht meer in zijn handen om het vast te houden. Toen heeft hij zich met zijn tanden er aan vastgebeten. Terwijl hij van het dak sprong, kapseisde het, maar gelukkig konden de mannen hem grijpen en door het raam naar binnen sjorren. Op een vraag waar zijn vrouw en vier kinderen waren, antwoordde hij, dat zij onder het puin van het ingestorte huis moesten liggen.“”””

    Citaat 3 : “””” Als Xxx erbij staat te kijken hoort hij hulpgeroep. In het donker ontwaart hij in het kolkende water een stuk dak, waaraan een man, vrouw en kinderen zich vastklampen. Ze zijn gestrand in het wrakhout en de rommel, die in een brede kraag voor de dijk drijft. Xxx en een helper klimmen op de bovenverdieping van het gebouw. Ze gooien een touw naar de mensen op het ronddobberende dak. De man weet het te grijpen en laat zich naar de kant trekken. Maar door zijn plotselinge beweging begint het dak te kantelen. De vrouw en de kinderen verliezen hun houvast en verdwijnen onder het water en onder het wrakhout. Ze komen niet meer boven. “”””

    Rare vragen

    De afgelopen jaren heb ik met tientallen mensen over hun ervaringen voor en tijdens de watersnoodramp gesproken. Hun medewerking was vaak hartverwarmend, zeker als het heel emotioneel werd. Als het van belang leek, controleerde ik later natuurlijk wel of een mededeling feitelijk juist was of kon zijn. Het menselijk geheugen is helaas niet zo betrouwbaar. Dat brengt je wel op rare vragen: - Kon iemand bij windkracht tien (of meer) op een dijk rechtop staan en adem halen? Bij een proef op de som kon ik helemaal geen adem halen. De wind blies mijn longen vol, wat ik heel onaangenaam vond, waarna ik alleen kon uitademen door me om te draaien. Kwestie van over- en onderdruk, leerde ik in minder dan een zucht. Ademhalen werd zo wel een belevenis. - Kon iemand wel echt zien wat er om hem heen gebeurde? Uit eigen waarneming weet ik dat het op een dijkweg in een zwaarbewolkte en regenachtige nacht behoorlijk donker is. En wie een bril draagt ziet door de regendruppels al snel niets. Als de storm je recht in het gezicht blaast, zie je ook zonder bril weinig meer. Niet voor niets dragen oceaanzeilers bij slecht weer tegenwoordig een skibril. - Kon je iemand in een loeiende storm horen roepen, zelfs als hij het in doodsnood uitschreeuwde, terwijl je met je auto voorbijreed? Die proef moet ik nog nemen, maar ik denk dat ik de uitkomst al wel weet. - En hoe lang houd je het uit op een dak dat door een gierende storm wordt weggeblazen over ijskoud en wild zeewater, terwijl je niet méér aan hebt dan een broek en een trui? Het is voorgekomen en er zijn er die het hebben overleefd. Maar we weten niet hoeveel daaraan zijn bezweken.

    Oral history

    Zijn dat rare vragen? In de film De Storm uit 2010 komt een scène voor waarin de hoofdpersoon door nacht en ontij over de dijk fietst alsof er niet meer dan een avondbriesje staat. Haar kapsel is nagenoeg droog en nog keurig gekamd als ze het café binnen komt. En in een andere scène loopt men kilometers lang tot heuphoogte door het zeewater. Geen probleem, want het zijn immers schitterende, ja zelfs bekroonde effecten. Kitsch dus. In het echt lijkt het me onmogelijk. Kijk nog eens naar al die opnames van nieuwjaarsduiken, die olijke “opening van het badseizoen”. Hoeveel deelnemers duiken er echt in de golven en houden het langer dan een minuut in het water uit? Mocht je me willen laten zien dat ik onzin uitkraam, laat het me weten, want ik kom graag naar je kijken.

    Ik ben bang dat er heel veel mensen zijn die door filmtrucs, onwetendheid, onervarenheid of door zelfoverschatting denken dat je een rampnacht als die van 1953 bij wijze van spreken fluitend doorstaat. Je zwemt toch gewoon naar de kant. Dat je die wallenkant niet bereikt omdat je door onderkoeling je spieren niet meer kan bewegen, wordt dan even vergeten. En als je er wel kunt komen, ligt daar waarschijnlijk een wild bewegende massa wrakhout dat kantelt en kiepert waardoor je kopje onder gaat of op zijn best zwaar gewond raakt. En is het eigenlijk wel zo slim om naar de kant te gaan? Er zijn verhalen waaruit valt op te maken dat het soms verstandiger was op je vlot te blijven tot het stevig tussen het andere wrakhout was opgeduwd. Pas dan moest je gaan schotsje springen. Maar niet iedereen kon zo lang wachten. Angst en onderkoeling zijn verraderlijke partners, die zulke nare herinneringen nalaten dat je ze liefst zo ver mogelijk weg stopt.

    De moraal van dit verhaal is, dat oral history een waardevolle bron kan zijn, mits je er heel voorzichtig mee om gaat.

    De Oplossing

    Wie weet dat men in de eerste jaren na de ramp meestal sprak over de “stormvloed” in plaats van over de Watersnoodramp heeft meteen voorsprong. Even googelen brengt je dan waarschijnlijk allereerst naar het Watersnoodmuseum. En ook buiten google om is dat natuurlijk een van de meest aangewezen bronnen. In de bibliotheek daarvan staan bij 'verslagen' twee uitgaven uit 1955 die kansrijk lijken. Een heeft de aansprekende titel: “Fijnaart en Heijningen in de greep van de stormvloed”, van P.J. en K. de Wit, Rotterdam 1955.

    Vervolgens is het handig om “De Ramp – een reconstructie” van Kees Slager te raadplegen. Op pg. 102 (uitg. 2003) vind je citaat 3. Het probleem is hiermee al een heel eind opgelost. Het gaat dus over een drama dat zich in het Noord-Brabantse Heijningen afspeelde. Weinigen weten dat daar meer dan 70 mensen het leven verloren. Gezien het aantal inwoners van de getroffen polders is dat zelfs een van de zwaarst getroffen plekken uit het rampgebied. Kees Slager laat de slachtoffers overigens wat langer leven dan waarschijnlijk het geval is geweest. Want hoe lang kan een kind onder zulke omstandigheden op of aan een dak blijven hangen? En de manier waarop de overlevende man zich naar de kant zou hebben getrokken, is een filmscène waard. Maar was dat in het donker wel te zien? En waarom hebben de andere auteurs dit saillante detail niet genoemd? Zulke verschillen zaaien twijfel over de nauwkeurigheid van de beschrijving. En dan nog iets. In de eerste editie van De Ramp staat dit citaat ook, maar die uitgave dateert uit 1992. Een jaartje meer of minder maakt hier voor de beantwoording het verschil.

    Zonder zoeken kun je proberen de leeftijd van citaat 1 respectievelijk 2 te schatten. Beide citaten hebben een wat ouderwets taalgebruik. Citaat 1 is wel veel uitgebreider. Het verschaft bijvoorbeeld nauwkeurige informatie over de loop van de waterstroom en maakt zo aannemelijk hoe de drenkelingen om het leven zijn gekomen. Citaat 2 is in dat opzicht summier en even verderop zelfs wat ongeloofwaardig. Want waarom zou alleen de man op het dak terecht zijn gekomen en zijn vrouw en vier kinderen onder het puin van hun huis? Gezien plaats en tijd klinkt de vraag naar zijn gezin bovendien niet erg realistisch. Ook is het op 1 februari rond zes uur 's morgens nog behoorlijk donker, zoals u zelf morgenochtend kunt vaststellen. Dus rijst de vraag wat men echt kon zien. Maar qua taalgebruik zie ik weinig verschil. Dus moet er bij ontbreken van de bronnen gekozen worden. De goede keus is citaat 1 uit 1993 en citaat 2 uit 1955.

    Om de derde uitgave te vinden is een bezoek aan de website van de Heemkundige Kring Fijnaart en Heijningen nodig. In hun verkooplijst staat maar een publicatie uit 1993, nl. “Stormvloed Fijnaart en Heijningen”. Op pg. 26 daarvan staat citaat 1. Helaas is die publicatie uitverkocht. Dus is dit laatste stapje het lastigst – en eigenlijk alleen voor “echte kenners” te doen.

    En wat leert ons dit nu? Wat is hiervan zin of nut? Wel, we hebben drie beschrijvingen van hetzelfde voorval die zo van elkaar verschillen dat we nu eigenlijk nog niet weten hoe mevrouw De Geus-Hartvelt en haar vier kinderen in Heijningen om het leven kwamen. Ondanks alle moeite geldt hier helaas ook weer (vrij naar Jan Blokker) dat “feiten in een weeshuis wonen”.

    Kiezen, schatten of gokken ?

    De puzzel niet kunnen oplossen ? Teleurgesteld ? Ach, bedenk maar dat je tijdens een heuse ramp altijd moet werken met informatie die onvoldoende, onvolledig en/of onjuist is. Het is niet anders. Sterker nog, onzekerheid is een kenmerk van een ramp. Beslissen tijdens een ramp is kiezen uit onzekerheden. Op zijn best is dat schatten. En vaak wordt het gokken. Kiezen, schatten of gokken - 't is maar net wat je verkiest.

    16-05-2011, 09:57 geschreven door watersnoodgids

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    18-10-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zijn feiten heilig .... ?
     Zijn feiten heilig ……. ?

    Hoe de Volkskrant met feiten omgaat                                door drs. Arie Kuijvenhoven ©

    Onbeantwoorde vragen
    Op maandag 2 februari 2009 stond er in de Volkskrant een foto van de herdenking van de slachtoffers van de Watersnoodramp 1953. In het onderschrift werd vermeld dat "de overstroming van zuidwest Nederland 1835 mensen” het leven heeft gekost. Volgens mij was dat aantal onjuist, reden om een mailtje te sturen naar de Binnenlandredactie van de Volkskrant. In het mailtje stond nog een uitgebreide toelichting, waarvan de kern al enige jaren op Wikipedia is te lezen.
    De chef Binnenlandredactie van de Volkskrant, de heer Raoul du Pre, reageerde nog diezelfde dag: “Het gelijk is ongetwijfeld aan uw zijde. Het bericht dat in de krant stond is aangeleverd door het anp. De redactie heeft de cijfers niet gecheckt. Ik zal uw bericht doorgeven aan onze ombudsman. Hij gaat over de rectificaties.“
    Omdat ik verder niets hoorde, ging er op woensdag 11 februari 2009 een herinnering naar bedoelde Ombudsman, de heer Thom Meens. Die mailde de volgende dag dat hij mijn opmerking had voorgelegd aan het ANP. Ik had niet verwacht dat de Volkskrant de eigen verantwoordelijkheid zo schuwde. Daarom vroeg ik hem per kerende mail of: “…… de Volkskracht zich achter het ANP wil verschuilen?” Wat weer een prompte reactie van de ombudsman opleverde: “Nee, maar ik wil gewoon van het anp weten hoe het zit.”

    Omdat er een maand later nog geen antwoord was, deze Ombudsman maar weer eens gemaild. Dat leverde het volgende op:
    - “Geachte heer Meens, Weet u al hoe het zit?”
    - “Nee, en ik kan ze niet dwingen.”
    - “Maar toch wel eens vragen hoe het ermee staat?
    - “Nee, in die positie zit ik niet.”
    - “Ik wel, vind ik. Ik houd wel van kastjes en muurtjes.”

    De Volkskrant reageerde verder niet meer. Omdat het ondertussen al zes weken had geduurd, kreeg het ANP een kopie van de mails aan de Volkskrant. Helaas, het ANP reageerde helemaal niet. Altijd gedacht dat nieuws bij de feiten begon, maar dat is kennelijk een misvatting.

    1835 en misschien nog meer
    Omdat de Volkskrant en het ANP bleven zwijgen, werd een andere weg ingeslagen. Er ging een mailtje naar de redactie van “Entoen.nu”. Die redactie beheert immers de Nationale Geschiedeniscanon en daarop stond zelfs dat er 1836 mensen door de Watersnoodramp waren omgekomen.
    De volgende dag al reageerde de redacteur van “Entoen.nu”, de heer Hubert Slings. Hij bleek zijn informatie te hebben gekregen van het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk: “Beste mensen van het Watersnoodmuseum,  
    Zojuist kreeg ik een bericht over het juiste aantal slachtoffers van de watersnoodramp. Op jullie site staat 1835. In de canon hebben we 1836 opgenomen omdat er - meen ik - niet zo lang geleden gebleken was dat er in de rampnacht nog een baby’tje geboren en kort daarop verdronken was. De vraag van deze meneer is vooral waar die 40 ontberingsslachtoffers op gebaseerd zijn. Wat kunnen jullie daarover melden? “
    De directeur van het Watersnoodmuseum, de heer Jaap Schoof, mailde als antwoord onder andere het volgende :
    “Op het eind van 1953 werd een officiële lijst met slachtoffers gepresenteerd met 1795 namen ……… Dit aantal van 1795 is met 40 verhoogd, om voor ons onbekende redenen. Er is ook gesuggereerd dat de 40 staan voor een onbekend aantal mensen dat is overleden naar aanleiding van de ramp, bijv. na een longontsteking, uitputting of infectie van bijv. kadavers/lijken. Geen directe slachtoffers, maar wel slachtoffers. ……….Officieel hebben wij niet kunnen achterhalen waardoor dit aantal is ontstaan.”

    Hierna volgde een uitgebreide discussie, zowel per mail als per telefoon, die begon met een hartenkreet van directeur Schoof aan zijn medewerkers: “Wie van jullie heeft hier het verlossende antwoord op dit mysterie?” Helaas kwam dat antwoord niet. Daarom stuurde ik begin juni 2009 maar weer eens een mail naar Entoen.nu en naar het Watersnoodmuseum. Daarin stelde ik dat ik geen enkele reden had om mijn berekeningen over het aantal slachtoffers van de Watersnoodramp te herzien. Na nog eens uitgebreid op de verschillende argumenten te zijn ingegaan, adviseerde ik de redactie van de Nationale Geschiedeniscanon: “……. om het aantal slachtoffers van de Watersnoodramp 1953 voortaan voorzichtigheidshalve aan te geven als bijna 1800." 
    Directeur Schoof was niet te overtuigen en antwoordde: “Zijn mening ter kennisname. “ Tja, als je het maar vaak genoeg zegt, schijnt zwart wel eens wit te worden – of omgekeerd. De redactie van Entoen.nu was ontvankelijker voor argumenten. In het onderlinge mailverkeer passeerden vervolgens nog diverse omschrijvingen. “Ruim 1800” bleek te ruim. “Bijna 1800” was weer te ver af van het bijna ingeburgerde aantal van “1835”. Uiteindelijk vonden we elkaar in de omschrijving “ongeveer 1800”. Dat getal ligt dicht bij het waarschijnlijk werkelijke aantal slachtoffers en klinkt toch bekend.

    Sinds de zomer van 2009 staat er op de website van de Nationale Geschiedeniscanon over de Watersnoodramp onder meer het volgende: “Ongeveer 1800 mensen vonden de dood, 72.000 mensen raakten dakloos, 200.000 hectaren land overstroomden.”

    Onverbeterlijk
    Tot slot moest er nog een los eindje met de Volkskrant worden afgehecht. Op 31 juli 2009 ging er weer een mailtje naar de Ombudsman van de Volkskrant:
    “Geachte heer Meens,
    Geruime tijd geleden hebben we gecorrespondeerd over het aantal slachtoffers van de Watersnoodramp 1953. Na uitgebreid overleg en aanvullend onderzoek is de omschrijving in de historische canon gewijzigd van "1835" in "ongeveer 1800". Dat doet veel meer recht aan de werkelijkheid en geeft bovendien aan dat we het niet precies weten.
    Overigens stond afgelopen donderdag in het katern een stukje over (de schrijver, toev. A.K.) A. M. de Jong, geboren in Nieuw-Vossemeer. In dat stukje stond dat er daar in 1953 100 van de 2000 inwoners zijn omgekomen. Over het aantal inwoners weet ik niets. Het aantal slachtoffers was echter 50. Nog veel, maar wel de helft minder dan het aantal van 100 dat onze dierbare krant de wereld in heeft geslingerd.”

    Het valt kennelijk niet mee om bij de feiten te blijven. En het zal geen verwondering wekken, maar “for the record” zij vermeld dat de Volkskrant hierop niet meer heeft gereageerd.

    Oproep: Vergeten slachtoffers
    Alles bijeen genomen weten we daarmee natuurlijk nog niet, hoeveel mensen er door de Watersnoodramp 1953 “werkelijk” zijn omgekomen. Voor een algemeen beeld is dat ook niet nodig. Dan is het voldoende om te weten dat er begin 1953 in het door de Watersnood getroffen gebied ongeveer 300.000 mensen woonden. Daarvan kwamen er zo’n 1800 om het leven. Dat is 0,6 % van de bevolking. Het lijkt niet veel, maar vergeleken met andere overstromingen is het dat wel.
    Wat zo’n globaal aantal slachtoffers niet vertelt is, dat die slachtoffers ongelijk over het rampgebied verdeeld zijn. In sommige dorpen en buurtschappen verloor 10% of zelfs wel 15% van de inwoners het leven! En als het om bijvoorbeeld een bepaalde leeftijdsgroep of een bepaalde streek gaat, kunnen enkele tientallen slachtoffers meer of minder ook veel verschil uitmaken. Wie meer wil weten, moet dus nauwkeuriger gegevens hebben.
    In een poging om zulke gegevens te krijgen, werd besloten tot een onderzoek naar “vergeten slachtoffers”. De nabestaanden daarvan werden via allerlei media opgeroepen zich te melden. Dat leverde tientallen reacties op. Voor een verslag van dat onderzoek kunt u terecht op :
    http://www.historischnieuwsblad.nl/00/hn/nl/153/artikel/26917/The_making_of_a_number.html


    18-10-2010, 00:00 geschreven door watersnoodgids

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    Archief per week
  • 16/05-22/05 2011
  • 18/10-24/10 2010

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!