Beste lezer, mocht u onverwachts grammatica foutjes tegenkomen, bij deze mijn verontschuldiging, Wayn
BOEK WAYN PIETERS: XINGU, DE INDIANEN, HUN MYTHEN mythologische verhalen der Xingu Indianen- midden-Brazilië vert. van uit Portugees/uitg. Free Musketeers - Het boek is verkrijgbaar bij boekhandel 'DE TRIBUNE' aan de Kapoenstraat te Maastricht
Roman over Brazilië: over het volk, Xavante Indianen, aanwezigheid van de Vikingen, Umbanda-cultus, erotiek, geschiedenis, politiek en intriges. plot: In het Xavante reservaat in de Mato Grosso worden stenenplaten met Viking schrift ontdekt door archeologen. Bij de opgravingen worden Indianen en houtkappers gedood. Er volgt de moord op een Amerikaanse Indianen beschermer. Couto, een naïve inspecteur van Japanse komaf moet de zaak onderzoeken. Het wordt een tijding van intriges en moorden, haat en liefde. Het leven van de Xavante-stam loopt centraal door het verhaal, net als de stelling dat Noormannen al in Brazilië waren vóór Cabral, terwijl de Macumba/Umbanda cultus belangrijk is in het geheel. De roman schreef ik, geinspireerd door mijn reizen, en indrukken. UItgegeven in eigen beheer; BRAWABOOKS 2005 281blz. in a-4 druk stuur een e-mail met adres en het boek wordt toegestuurd, euro 17,00,- inc. verzendkosten, u betaald met giro op bijgevoegd reken.nr opbrengst voor kleinschalig project Wayn
Op zoek naar de ware ziel - Een alternatieve en rechtvaardige kijk op Brazilië
29-01-2012
LEVEN EN LATEN LEVEN! COLUMN - door Wayn PIETERSZ
Het laatste nieuws dat ik uit Brazilië ontving kwam van mijn vriendin in Itaborai bij Rio de janeiro. De regen valt daar met bakken uit de hemel en de straten lijken wel modderpoelen. Het is eind januari en warm. De kleine hond Suzie heeft denkelijk kleintjes op en de grote wit zwarte Lua moest nodig medicamenten hebben. Zo nu en dan wordt er iemand vermoord in de buurt, oorzaak is vaak wraak in de drugswereld, een liefdes wraak of om enkele reais, daarom is criminaliteit is niet te verwaarlozen. Ik spreek dan niet over Rio de Janeiro zelf, dat is een gerichter verhaal omtrent criminaliteit. Daar is de norm hard, en gecompliceerd. Politie, drugs, wraak, armoe.
Er stortte onlangs een gebouwen complex in elkaar en nam twee andere mee, zeker 15 doden en de gevolgen zullen wel nooit helemaal te overzien zijn, Wie is schuldig? De aannemer? Verdomme, corruptie is een beter woord. Brazilië is vol van arrogante hypocrieten, geldduivels die het land de naam geven als een vooruitstrevende natie. Ok. Denkelijk zal de Braziliaanse economie wel vloeien, maar bij mijn laatste bezoek aan het land was er voor de arme donder weinig van te merken.
straatverkoper op de fiets in Itaborai
Prijzen stijgen de pan uit en het minimum loon is dan ook beschamend met omgerekend zo'n 260 euro. Criminaliteit is dan ook gewoon, zoals het altijd al was en niet alleen in Brazilië. De politie is corrupt en de favela groeit nog steeds. De miserabele in het noordoosten is daar ook een gevolg van. Vele mensen komen uit die streken gedreven door droogte en armoe. Daar waar gezinnen leven van 230 reais (100 euro) per maand.
En hoe zit het met de Belo Monte dam? De Xingu rivier huilt, de Indianen zijn kwaad, woest op een onbegrijpelijk plan van de regering en de superkapitalisten om hun plan door te zetten. Waarom? Laat de mensen leven in hun natuur zij die weten dat alles beperkt is, maar met gevoel duurzaam. Ondanks de miljoenen handtekeningen op internet sites, de woorden van leider Raoni, de velen die zich inzetten voor begrip, gaat de bouw gewoon door met toestemming van president vrouwe Dilma Roussef. Wat moet ze anders, zeggen sommigen, ze moet wel anders wordt ze ontzet. Gemakkelijk lullen. Doch de strijdt tegen de voortgang van de bouw is nog gaande. Ik ben geen pessimist maar de kapitalen zitten al te diep in de reet van de duivel zo dat een stop van de werkzaamheden een fantoom lijkt te worden.
De bewijzen zijn er in overvloed dat dit grootschalig prestige project niet nodig was en dat en alternatieve zijn in de vorm van kleiner projecten. De natuur zal verdwijnen, Amazone krijgt het hard te verduren in de komende decenniën. Wordt het Amazone gebied woestijn? Laten we hopen van niet, het is een graadmeter voor de wereldse gezondheid. Ik hoop dat de regen een halt houdt want vele gebieden in het zuid-oosten zijn kwetsbaar zoals rond Nova Friburgo niet ver van Rio. Daar vielen vorig jaar 900 doden. Modder stromen, ook Minas Gerais heeft wateroverlast problemen, andere streken is de dood der droogte gearriveerd zoals in Amazonas of het noordoosten. Er is iets gaande zegt men met de natuur, opwarming, verstoring van moeders aarde haar weelde. Anderzijds zitten de rijken in hun ivoren torens in de weelderige buurten van de grootsteden of hooggelegen villa's met sterke fundamenten. De arme moet zich maar behelpen met het mindere, de krottenkampen zijn een vluchtheuvel voor de minderbedeelde. Kinderen? School? Vraag maar aan de kleinen wat ze later willen worden, voetballer of drugsdealer. Ja, het lijkt me een bizarre voorstelling van de toekomst. gelukkig zijn er organisaties goed bezig zoals IBISS, gerund door een Nederlander Nanko van Buren. Hij werkt al meer als 20 jaar in de favela, heeft contacten met dealers en weet dat de toekomst voor kinderen en anderen miserabel is. Ik geef hem mijn steun.
En de straathonden in Itaborai en rondom? De hondenogen, trouw, eerlijkheid, die overreden worden op het asfalt en de vele die noodgedwongen de huizen bewaken, afgerichte gladiatoren van het dierenrijk diened voor de mens. Paarden en ossen die af en toe ronddwalen in de straten en het geen moer kan schelen wat de politieke mens in gedachte heeft en waar gelukkig vele vrachtwagenchauffeurs nog begrip voor hebben. Doch af en toe gaat het mis en dan zijn de zwarte aasgieren al laag in de lucht en maken hun sierlijke landingen om het lijk op te peuzelen.
Een zege voor de geest?
Verdomme! Het is leven en laten leven!
Wetenschappers hebben 46 nieuwe diersoorten geïdentificeerd in de uitgestrekte oerwouden van Suriname. Een van de dieren is de caramelkleurige cowboykikker. De bevindingen werden gedaan tijdens een drie weken durende expeditie op de rivieren Koetari en Sipaliwini, en in het grensgebied met het buurland Brazilië.
De Braziliaanse politie heeft tijdens een grootschalige operatie bij São Paulo op 22 januari een sinds jaren illegaal bewoonde sloppenwijk ontruimd. Bij de actie kwam het tot schermutselingen met de bewoners, die sinds 2004 op het terrein wonen en daar huizen hebben gebouwd.
Landloze arbeiders hadden toen de privé grond bezet en tot een gemeenschap gemaakt, compleet met winkels en kerken.
De politie was in Pinheirinho in São José dos Campos met 2000 manschappen, 40 honden, 100 paarden, helikopters en gepantserde voertuigen.
De inwoners van de sloppenwijk staken auto's in brand in een poging hun huizen te verdedigen.
In het centrum van de stad Niteroi, Rj bevindt zich het sociale burger restaurant 'Cidadâo Jorge Amado' waar men voor 35 real cent kan ontbijten en voor 1 real (ong. 40 er cent) kan lunchen. Het lijkt me een van de betere projecten. Er staan dan ook lange rijen mensen voor de ingang en ervoor de bedelaars die hun kostje bij elkaar moeten sprokkelen. In de morgen 1000 gasten voor het ontbijt en 3000 voor de middag begin 11.00 uur. Het sociale project is welkom en nodig, gezien de armoede in de stad. De meesten bezoekers zijn de armsten, zoals zwervers, maar ook vele ouden van dagen zoeken hun heil hier, andere die een salaris van 560 reais 250 euro hebben maken veelal gebruik van het restaurant, dat haar naam ontleent aan Jorge Amado, de overleden schrijver uit Bahia, aanhanger van de Candomblé cultus en communist.
Er was zelfs ooit een Franse kok Claude Troigros op bezoek die wild zwijn op de menu kaart zette, doch ik denk dat de mensen al blij zijn met een goed bord rijst, bonen, stuk vlees of vis en salade. Dat voor 1 real, alleen je moet er soms wel meer als een uur in de rij voor staan. Maar wat deert het, er is tijd en er wordt geklets over de beslommeringen en calamiteiten in de regio van de stad en het grote Rio aan de overkant van de Guanabara baai.
Op een klein eiland op een zijrivier van de rivier Jari in Brazilië staat een houten kruis versierd met een hakenkruis.
Nog meer vreemd is dat op het kruis staat geschreven: "Joseph Greiner overleed hier op 2.1.1936 ', dat was drie jaar voordat de Tweede Wereldoorlog die officieel begon in 1939 ( eneen jaar voor de Japanse invasie van China in 1937, soms beschouwd als het begin van de oorlog) en meer dan een decennium voordat de nazi's haar weg naar Brazilië vond in de hoop zich te verbergen in het Zuid-Amerikaanse land. Dus wat zou een Nazi doen in Brazilië in 1936?
Bekend als het "Guayana Project", wat een missie van exploratie was en een bewijs van hoe groot de nazi's vermoeden dat hun rijk zou zijn. Het rapport werd meegenomen naar het Derde Rijk en verklaarde: "De twee grootste steden, maar met grote natuurlijke rijkdommen, grotere gebieden van het land zijn in Siberië en Zuid-Amerika."
Zij alleen bieden ruime immigratie en vestiging mogelijkheden voor de Noordse volkeren ...
In 1935, met een collectie van biologische monsters, Schulz Kampfhenkel (expeditieleider), Joseph Greiner, en een andere nazi-soldaat, evenals vele lokale aannemers - beschreven in een brief aan het Derde Rijk als niet in staat te zijn "gezien de maatstaven van beschaving zoals wij die kennen in Duitsland '-. om de streek te verkennen van de grens met Frans Guyana en stuurde informatie over hoe de nazi's zou kunnen infiltreren en te beginnen om het land te koloniseren Er werd geopperd dat de plaats zou het begin kon worden van het grote Derde Rijk Zuid-Amerika.
Natuurlijk is dit niet gebeurd.
Greiner, stierf aan malaria, op de expeditie, en Kampfhenkel nam zijn verslag mee naar het Rijk. Ten slotte was het niet malaria of de jungle, die eindigde met de uitbreidingsplannen van de nazi's voor Brazilië, maar de bureaucratie en gebrek aan interesse. 'Op een punt zou het plan weer kunnen worden gepresenteerd ", schreef Heinrich Himmler, die was verantwoordelijk voor het goedkeuren van de plannen.
(gelukkig is, noot mijnerzijds) Vandaag de dag is alles wat er overblijft van dit plan, de graven van de nazi's, die stierven 'on the job', hetgeen op de begraafplaats bekend staat als het 'nazi-kerkhof.'
Bizarre photo van plaatselijk Indianen bij het houten kruis
NOV. 2011 BEZOEK AAN 'MUSEU DE ARTES E OFICIOS' BELO HORIZONTE DEEL I
In het oude treinstation (Estaçâo Central de Belo Horizonte) is een cultureel museum ingericht wat een beeld geeft van het Brazilië van meer als een eeuw geleden, eigenlijk van 18de tot 20ste eeuw. Het laat de werk methoden en instrumenten zien die toen gangbaar waren. Tevens is de geschiedenis een belangrijk onderdeel. Het geheel omvat 9.200 m2. Ik liep er minstens vier uur rond en maakte dus enkele fotos.
het is gelegen aan de Praça Rui Barbosa s/n, Centro, BH
Bumba-Meu-Boi - feest koe die in de traditionele cultuur van Maranhâo tot uiting komt
zadel met uitrusting van de Vaqueiros/Pioniers/Bandeirantes
Ik bekijk een ijzeren brandkast die de pioniers overal meesleepten net als de kookpot
NOV. 2011 BEZOEK AAN 'MUSEU DE ARTES E OFICIOS' BELO HORIZONTE DEEL 2
koffiebonen schiller
kop voor op de boeg van schip (veelal op de Rio Sâo Francisco) hadden de Vikings deze ook niet 1000 jaar eerder?
De maniok, bijna zeker een inheems gewas, was de belangrijkste voedselbron voor de indianen- voor de eerste blanken hier aankwamen... het waren later ook de Bandeirantes(pioniers/Indianen slaven halers) die maniok velden aan legden, waarvan ze gebruik maakten als ze terugkeerden om aan te sterken en te werken in de mijnen, en nieuwe wegen te gaan tegen hun strijd met de Indianen... Het is het meest populaire gewas in Brazil, en wordt voor verschillende doeleinden gebruikt, het meest gebruikte is de 'Farinha' (meel)...
Brazilië weet geen raad meer dan 400 miljoen gebruikte autobanden. De bedrijven die ze moeten ophalen, kijken er niet naar om. De autobanden worden zo broeihaarden voor infectieziekten.
Volgens een studie van de Polytechnische School van de Universiteit van São Paulo weet Brazilië sinds 2002 geen raad met de afgedankte autobanden. Het gaat nu al om 425 miljoen banden, die samen 2,1 miljoen ton wegen. Volgens ingenieur Carlos Lagarinhos, auteur van de studie, ligt het probleem deels bij de fabrikanten en invoerders, die hun verplichtingen niet nakomen, en deels bij de consumenten.
De Braziliaanse wetgeving verplicht de sector de banden op te halen en te verwerken, maar door de hoge kosten die dat met zich meebrengt, leven veel bedrijven die verplichting niet na. Een derde van de consumenten bewaart zijn oude autobanden nadat die vervangen zijn. "Om de situatie te veranderen is het van belang die consumenten van het probleem bewust te maken", zegt Lagarinhos.
De afgedankte autobanden betekenen een flink gezondheidsrisico. "Vaak worden de banden gestapeld in open lokalen en worden ze zo kweekplaatsen voor muggen die ziekten overdragen", zegt Lagarinhos.
Onder meer de Aedes aegypti, een mug die dengue (knokkelkoorts) overdraagt, plant zich graag voort in plassen die in afgedankte autobanden zijn ontstaan.
Jaarlijks raken wereldwijd 50 miljoen mensen besmet met dengue (knokkelkoorts), een ziekte die vooral bij kinderen dodelijk kan zijn als ze niet meteen wordt behandeld. Vorige lente werd in de Braziliaanse deelstaat Rio de Janeiro een nieuwe opstoot van (dengue) vastgesteld.
Het ging om een virustype dat meer dan twintig jaar niet meer was opgedoken.
In Brazilië, een land met 200 miljoen inwoners, is de autoverkoop de laatste jaren spectaculair gestegen. Sommige analisten voorspellen dat Brazilië dit decennium nog de grootste automarkt ter wereld zal worden. (ips/gb)
BLOG OVER DE WERELD VAN DE 'RIBEIRINHOS' IN AMAZONAS
FOTOS DOOR PAULO PINTO (C)
DE JOURNALISTEN HERTON ESCOBAR EN PAULO PINTOVOEREN ZES
DAGEN OVER DE RIVIEREN RIO NEGRO EN JAPUAPERI, OP DE GRENS VAN AMAZONAS EN ROIRAMA, DIT OM EEN CONFLICT TE DOCUMENTEREN DAT ZICH VOORDOET TUSSEN LOKALE RIVIERBEWONERS EN COMMERCIËLE VISSERSBOTEN DIE AFREKENEN MET DE VIS IN DE RIVIER..
DE REIS WERD GEMAAKT OP UITNODIGING VAN HET ONG WWF-BRASIL.
Niemeyer ontwierp de belangrijkste toeristische attractie en symbool van de stad Niteroi, het Museum van Hedendaagse Kunst. "Het is niet de rechte hoek, noch de harde, onbuigzame, gemaakt door de mens aantrekt die mij aantrekt. Wat mij aantrekt is de vrije en sensuele ronding, de curve die ik in de bergen van mijn land vind, in de loop van de kronkelende rivieren, de golven van de oceaan, en het lichaam de vrouw als voorkeur. 'De zinsnede, geuit door Oscar Niemeyer. Een overzicht van de concepten zijn te vinden in de werken van de architect, die 104 jaar vewezelijkt.
Als een van de meest invloedrijke namen in de internationale moderne architectuur, Oscar Niemeyer heeft een speciale band met Niteroi, de stad die op een na het grootste aantal van zijn werken huist.
Met een unieke stijl van de rondingen in het beton is Niemeyer bekend om het ontwerpen van de hoofdstad van Brazilië, Brasilia. In het Federale District, ontwikkelde hij de Planalto Paleis, de Kathedraal van Brasilia en het Nationaal Congres. In Niterói ontwierp hij 15 jaar geleden het symbool van de stad het Museum van de Hedendaagse Kunst (MAC). Nog steeds is Oscar Niemeyer een fervent communist.
In het noorden van Brazilië, hebben wetenschappers een bewijs gevonden van een enorme, 6,000 kilometer lange, ondergrondse rivier die vier kilometer (bijna 2,5 mijl), onder het oppervlak stroomt en de loop volgt van de Amazone rivier . De ontdekking werd gedaan door een team van wetenschappers van de Braziliaanse Nationale Geofysica Observatory, onder leiding vanDr Valiya Hamza.
De ondergrondse rivier, net als de oppervlakte Amazonas, stroomt Oost naar West, van oorsprong uit de Andes en komt uit in de Atlantische Oceaan bij Amapá .
Het is echter aanzienlijk breder, variërend van 200 tot 400 kilometer, in vergelijking met de Amazone die een 1 tot 100 kilometer breed bereik heeft, en stroomt veel langzamer, slechts een millimeter per seconde ten opzichte van vijf meter per seconde.
Het team deed de ontdekking tijdens het bestuderen van temperatuurvariaties in 241 inactieve putten die in de jaren 1970 en '80 geboord door de Braziliaanse staatsbedrijf oliemaatschappij Petrobras , op zoek naar koolwaterstoffen in het Amazonegebied.
De nieuwe rivier is benoemd tot de Rio Hamza ter ere van Dr Hamza, die de regio voor bijna vier decennia bestudeerd.
Een vrijwel geïsoleerde stam uit de Braziliaanse Amazone lijkt van de aardbodem te zijn verdwenen. De vrees bestaat dat de stamleden slachtoffer zijn geworden van een Peruaanse drugsbende. Dat zegt FUNAI, het Braziliaanse departement voor inheemse zaken.
VRIJHEID
De stam in Acre werd drie jaar geleden wereldberoemd nadat Survival International foto's publiceerde van de rood beschilderde mensen in lendendoekjes en pijl en boog. In januari leidden videobeelden van de stam, die in grote isolatie leeft, opieuw tot wereldwijde media-aandacht. Overvallen Een wachtpost van FUNAI die moet voorkomen dat de stam zou worden overspoeld door toeristen, werd eind juli overvallen en geplunderd door gewapende mannen. Toen de bewakers terugkeerden, waren de indianen verdwenen. De politie ging met helikopters in de jungle op zoek naar een teken van leven. Ook vond de politie een pakket van twintig kilo cocaïne in de omgeving. Een week eerder arresteerde ze er een Portugees die verdacht wordt van drugstransport. Vermoedelijk is de Envira-rivier, die door het grondgebied van de stam stroomt, een doorvoerkanaal geworden voor drugshandelaars die vanuit Peru cocaïne smokkelen naar Brazilië. dank Wayn
Illegale houtkap schiet pijlsnel omhoog in Amazonewoud
Het regenwoud in het Braziliaanse Amazonegebied wordt steeds sneller en drastischer illegaal ontbost. Dat blijkt uit satellietgegevens van het Nationaal Instituut voor Ruimte Onderzoek (INPE) in Brasilia, de hoofdstad van Brazilië.
Volgens de beelden werd daar alleen al in juni ruim 310 vierkante kilometer regenwoud gerooid. In vergelijking met juni 2010 is dat een stijging met 28 procent. In totaal lag het rooiingspercentage in de eerste helft van 2011 zelfs 79 procent hoger dan dezelfde periode vorig jaar.
"Elk uur verliezen we waardevol woud, dat niemand ons kan teruggeven. Brazilië moet hard optreden tegen de illegale houtkap", zegt Roberto Maldonado, adviseur voor Latijns-Amerika bij WWF Duitland. Een van de oorzaken voor deze ontwikkeling is volgens Maldonado de nakende aanpassing van de omstreden Braziliaanse boswet, die grondbezitters amnestie belooft voor illegale houtkap uit het verleden. Sinds de wet besproken wordt, zijn de ontbossingen pijlsnel de hoogte ingegaan, aldus de WWF-expert.
Volgens Maldonado moet het Amazonewoud in Brazilië vooral plaatsmaken voor de veeteelt en de sojacultuur. Op de wereldklimaattop in Kopenhagen heeft Brazilië in 2009 nochtans beloofd de ontbossing van het regenwoud tegen 2020 met 80 procent te verminderen. (dpa/sam)
DE ZIGEUNERS (Kort verhaal door Wayn Pieters) 1998
Roma zigeunerinnen in 1919
Dit verhaal is waar gebeurd doch met enige verdichting mijnerzijds. Het gebeurde in de plaats Itaborai, Rio de Janeiro, Brazilië 1998....
'Onder de tent zat Antonio met zijn vrouw Abuela en hun vier kinderen danuscha, Zerfi, Janko en Marcelino. De oranje tent was redelijk ruim, zeker vijf bij zes meter en binnen bevond zich de huisraad en het kermisbed. Anderen hadden echte bedden, dweperig wit met gouden soort ijsbollen op de hoekspits. Maar de meesten sliepen op de grond of in een hangmat. Het was vroeg in de morgen en Abuela ging naar buiten waar ze peut wierp op het klein wakkerend vuur, wat een penetrante reuk verspreidde, maar er moest koffie komen en eieren en spek worden gebakken. Onder de oude kreupel boom hadden zich intussen de mannen verzameld en er ontstond een luidruchtige commotie. Er werd besproken wat er vandaag te gebeuren stond. De vogeltjes in hun kooitjes zongen al als engelen en wachtte dat hun bezitter zijn dagelijks morgenwandeling met hun ging maken, het kooitje op houdend met zijn rechterarm. Sommige hadden, als de zon te fel was, er een doek over het kooitje gelegd. Antonio ging met enkele vroeg op pad. Ze proberen horloges, sieraden te verkopen, maar ook auto's te verhandelen. De geruchten gingen dat ze ook andere dingen bekokstoofden, maar daar was geen bewijs voor. Abuela ging rond negen uur met andere vrouwen met een klein gehuurd busje naar de stad om de toekomst en het heden te verkondigen aan de mensen. De meesten maakte een verre omgang als ze de zigeunerinnen zagen, anderen werden een minuut meegesleurd aan de hun hand door de standvastige vrouwen. Weer anderen gingen op hun toe voor een analyse, want waren de zigeunerinnen niet geboren met de gave de toekomst te zeggen? Waren de lijnen der handen niet als kloven der geheimen en mysteries die alleen door helderziende ogen van de zigeunerinnen konden worden geopenbaard. De kinderen bleven in het kamp onder de hoede van oudere vrouwen en seculaire mannen. De kinderen zijn de getekende zwerfvogels rennend met de honden en driepoot, de hond Mestiço, die even snel leek dan de anderen met vier poten.
Soms sprak ik met de oude Dali. Hij had lange grijze haren gebonden in een staart rond zijn mager gezicht als schuurpapier en smal snorretje. "Het leven van de zigeuner is hard... er zijn veel stammen in Brazilië en we reizen door het hele land. Sommige stammen zijn rijk, zij die hung geld in leren zakken in de grond stoppen bij hunt tent..." en dan lachte de man die geleek op Lee v. Cleef, de acteur van vele westerns, terwijl hij zijn dikke vrouw Sarina met een een gewelfde rood, geel, groene rok op haar kont sloeg. Anderen waren arm. Zoals de familie van Antonio. Deze ging gekleed, zoals vele andere mannen in een fel gekleurd hemd, droeg cowboylaarzen, een leren riem met grote gesp en soms een stetson. Hij dronk graag en sommige barretjes onder aan de straat waren daar ge-eigend voor. Cachaça, de suikerriet jenever en Forro muziek uit het noordoosten waren naast verhalen van zielvreugde een dagelijkse kost. God, wat heeft de zigeuner meer nodig. Begrip?
Soms waren er problemen met leden van een andere familie uit een ander kampement. Er onstonden woordenwisselingen en mannen zwaaiden met hun revolvers en pistolen. Nu en dan klon er een schot en de kogels vlogen letterlijk langs de hoofden van de tegenstander. De vrouwen waren in staat van paniek en de oudere liepen dan schreeuwend rond met een stuk hout in hun geringde handen. Ze smeekten dan tot Santa Sara Kali, de patroonheilige van de zigeuners. Alles liep meestal goed af en keerde de rust weer. En werd de reuk van koffie en bonenpot weer verspreidt door de omgeving. Kinderen renden weer rond met de kippen en de wit zwarte drie-potige hond. Als ze niet weg was naar de stad om te handlezen liep Abuela naar de waterput, heupwiegend en blootsvoets waar ze kleding waste. Haar lange zwarte haren dan in een knot opgebonden boven haar getint gelaat, en Sophia Loren zou gebloosd hebben bij haar zien. Soms leek het of ze een blos had op haar wangen terwijl een witte orchidee haar zwarte haren sierde. In de avond was Antonio bezig met drinken van zijn pinga jenever in de namaak bar aan de overzijde van het kamp. Hij vertelde ook de mislukte acties van die dag en deed dit met grote gebaren. Verdomme! Wat kon het schelen, morgen was een nieuwe dag en het avondmaal zou veel goedmaken, de lach van de kinderen, zijn kanarie in het kooitje, de forro muziek en zijn vrouw die hem liefde kon geven als geen ander. Ze verwende hem steeds opnieuw.
Doch er gingen geruchten door de buurt over de slechtheid van de nomaden. Men zei dat de zigeuners een meisjes hadden verkracht, honden vergiftigden en zelf de gemene zwarte aasgier de Urubu roosterden. Dit alles maakte Antonio des duivels. Hij beloofde dan ook ieder mores te leren die dit recht in zijn ogen durfde te zeggen. Waarom? Het waren vooroordelen! Het was hún leven! Was er geen begrip voor? En als iemand iets uitvrat was het dan niet al te gemakkelijk om een zigeuner er voor te veroordelen. Prejudicie? Daarom waren ze niet overal welkom en hun aard van leven was nu eenmaal anders. Ze waren vrijmensen. Nonchalante levens-genieters. Doch waren ze ook niet het mystieke, de metafoor van 'de andere mens', van de zigeunerin die danste als niemand anders, die een belangrijke rol had in de Semi-Afro cultus als Macumba en Umbanda. Was Pomba Gira, de vrouw van de goedlachse, maar dominerende duivel Exú, geen zigeunerin? De wulpse Pomba Gira, die mannen vele malen kon laten genieten, hun hoofd op hol kon brengen. Er bestonden vele liederen waar de zigeuner werd bezongen als het mystieke in de liefde. Bevallig waren de vrouwen in hun wijde zijde rokken, hun zwarte krullende lange haren, hun rond, ovaal of hoekig gelaat, zwarte ogen en geweldige oorbellen. Hun volle monden met uitdagende lippen en gouden tanden. Behangen met kettingen en kralen en paarden en- of panter tanden. Ringen aan de vingers in fonkelende kleuren als opaal en turquose. Ja dan kan er een ruiter komen om haar te nemen en op te tillen aan de flanken van zijn witte hengst om haar te vervoeren naar een plek onder het maanlicht waar kabouters op violen en zestiensnarige instrumenten spelen.
Toen werd het zondagavond. De eerste dag van November en de zigeuners verdwenen. De oorzaak was een moord. De moordenaar was Decimus, een jonge man die naar zijn tent lopend schreeuwde: '...ik ga mijn revolver pakken...' Het bleek geen bluf. Enkele minuten laten klonken drie schoten en de oude zigeuner Rufus lag dood op de grond. De oudere man had geprobeerd zijn dochter te verdedigen die bedreigd werd door de jonge Decimus. Door voor haar te gaan staan ving hij drie kogels op. Decimus had zijn vrouw Lila verlaten en was alleen gaan wonen in het tentje, raakte aan de drank hetgeen hem in samenwerking met verdriet en haat manoeuvreerde in een onbekwame toestand. Ten minste daarin bevond hij zich frequent. Er was commotie in het kamp. De politie, die gewaarschuwd was, verscheen een half uur later samen met de patron van het stuk grond. Deze beval dat de bende onmiddellijk moest vertrekken. Doch de meesten waren al vertrokken of aan het inruimen en distantieerde zich van het gebeuren. Ook de familie van Antonio. De corrupte politie onderhandelde, ondervroeg de mensen, maar een zigeuner is geen verrader. Ze zochten naar wapens en wat er verder gebeurde bleef een mysterie. Voor hen was de zaak snel afgedaan; een zigeuner die een zigeuner doodde. De zaak was opgelost. De politie wist ondertussen wie de dader was en eiste geld om de zaak te maskeren. Ze zouden de moordenaar laten lopen voor een goede som, want ook zij wisten dat de zigeuners geld in leren buidels moesten hebben.
De dag erop, vroeg in de morgen, waren de meesten tenten allang weg, alleen het kleine barrakje van de jonge moordenaar stond er nog als een eenzaam attest van de moord, een dwerg bewoning, alsof er nooit iets had plaatsgevonden. De zigeuners waren weg. Er viel een stilte. letterlijk en metaforisch. De kale plekken waren gestigmatiseerd, daar waar eens de tenten stonden die hen beschutte tegen de zon, regen en wind. Daar waar mooie Abuela rond liep te kibbelen, waar Antonio met mannen stond te roken en drinken onder de verlaten kreupel boom, waar de hond op zijn drie poten rond huppelde, kanaries zongen van achter ijzeren tralies. En daar waar kinderen speelden zoals alle kinderen in de hele wijde wereld. Ik kan het navertellen want ik woonde aan de andere zijde van het kampje'. Wayn
ZIGEUNERS VAN BRAZILIË door Atico Vilas-Boas da Mota (vertaling/bewerking uit Engels door Wayn)
Hoewel er sinds de zestiende eeuw zigeuners in Brazilië zijn , is dit nooit uitgebreid onderzocht. Hun geschiedenis kan echter worden getraceerd door middel van het werk van vroege geschiedschrijvers waaruit blijkt dat zij aanwezig waren bij een aantal van de belangrijkste stadia in de vorming van de Braziliaanse natie.
Het is bekend dat sommige zigeuners behoorde tot de Bandeiras, groepen avonturiers en ontdekkingsreizigers (Bandeirantes, nWayn) uit de regio van Sâo Paulo, die landinwaarts trokken, op zoek naar goud en edelstenen (tevens Indianen, nW). Ook waren zigeuners ook betrokken bij de zwarte slavenhandel: een negentiende-eeuwse gravure van de Franse kunstenaar Jean-Baptiste Debret, hofschilder van keizer Pedro I van Brazilië, toont de woning van een rijke Gypsy slavenhandelaar in Rio de Janeiro.
In 1808, toen koning Joâo VI van Portugal en zijn familie Portugal ontvluchtte voor het binnenvallend Franse leger, en zich in Brazilië vestigden, waren er al grote Gypsy gemeenschappen in Bahia, Pernambuco, Rio de Janeiro en Minas Gerais.
Hedendaagse verslagen beschrijven hoe bij gebrek aan een officiële dansgroep de organisatoren van de het hof zigeuners aanwierven om te dansen in het paleis, en hoe in weerwil van hun diensten veel van de dansers de volgende dag hun woningen moesten verlaten om onderdak te bieden voor Portugese ballingen.
De aanwezigheid van zigeuners in Brazilië was in eerste instantie te wijten aan hun systematische vervolging door de Inquisitie, die hen beschouwden als maatschappelijk ongewenste ketters en tovenaars. Transport naar Brazilië was een van de zware straffen die aan hun werd uitgedeeld, en de eerste zigeuner die voet zette op Braziliaanse bodem, was Antonio de Torres, die aankwam in 1574. Gedurende de koloniale periode werden de activiteiten en het verblijf van de zigeuners geregeld, en maatregelen genomen met betrekking tot het gebruik van hun taal en kleding.
Volgens ingewijden behoren de zigeuners die zich in Brazilië vestigden tussen de zestiende en de negentiende eeuw tot twee grote groepen, de Braziliaanse zigeuners uit Portugal, of Calones, en de Roma, zigeuners van elders dan het Iberisch schiereiland, die in Brazilië aankwamen nadat het politiek onafhankelijke werd in 1822. De zigeuners die in Brazilië vestigden in de twintigste eeuw kwamen vooral uit de Balkan of van Midden-Europa. Velen kwamen via Mexico, anderen kwamen in de Rio de la Plata regio vóór ze zich naar Brazilië verspreidde en de aangrenzende landen, andere landde direct in Braziliaanse havens.
De Calones hebben sommige van hun eigen stamgewoontes behouden, maar in de praktijk zijn deze moeilijk te onderzoeken omdat de meeste Calones de neiging hebben om hun Gypsy afkomst te verbergen. In Rio de Janeiro geven ze zichzelf uit als Portugese immigranten, en velen van hen zijn betrokken bij kleine of grootschalige handel, ze werken in bars, winkels en hotels, of rijden taxi's. De Roma's hebben de gewoonte te handelen in dergelijke artikelen als spreien, tapijten en stoffen, gebruikte auto's, of repareren fornuizen en kookpotten in ziekenhuizen, hotels en kazernes. Ze staan bekend om hun vaardigheid als koperslagers.
Het grootste deel van de Brazilië zigeuners behoren tot de volgende groepen: de Kalderash, die zichzelf aristocraten noemt en de ware hoeders van de Gypsy identiteit, de Macwaia (uitgesproken Matchuaia) die geneigd zijn het nomadisme te verlaten en een crypto-zigeuner leven leiden en dus de neiging hebben hun identiteit te verliezen. De Rudari, van wie de meesten uit Roemenië komen en leven en leven in Sao Paulo en Rio de Janeiro; de Horahane die oorspronkelijk afkomstig zijn uit Griekenland en Turkije en meestal venters zijn, en de Lovara wiens cultuur in sterk achteruitgang kent en zich uit geven als Italiaanse immigranten. Het exacte aantal zigeuners die vandaag in Brazilië leven is niet bekend. Het wordt geschat op 60.000, maar sommigen geloven dat het werkelijke cijfer meer dan 100.000 is.
(Momenteel leven er meer als 1 miljoen zigeuners in Brazilië, noot Wayn.)
Het Braziliaanse Instituut voor Geografie en Statistiek heeft geen betrouwbare gegevens, voor de zigeuners claimen meestal in volkstellingen dat zij ofwel Braziliaan zijn of deel uitmaken van andere nationaliteiten. Ze spreken allemaal ten minste drie talen: Roma (hun eigen taal, die ze Romanes noemen), Portugees en Spaans.
Degenen die min of meer zijn trouw gebleven aan hun culturele patronen zijn bijna zonder uitzondering analfabeet. De "crypto-zigeuners" (aangepaste nW) aan de andere kant zijn er trots op het bereiken van geletterdheid en bij het maken van een carrière in een van de vrije beroepen. Onder hen zijn juristen, artsen, tandartsen en atleten, alsmede radio-zangers, tv artiesten en voetballers - hoewel ze niet altijd hun afkomst toegeven.
De gayos (Gadje, of niet-zigeuners) weten weinig over het zigeuner leven en kunnen de zigeuner-wijze van het kijken naar de wereld niet begrijpen. Een muur van wederzijdse onbekendheid scheidt de zigeuner van Gadje, zolang er geen poging wordt ondernomen om ze samen te brengen, zal elk doorgaan met de andere te verwerpen, en de vooroordelen die rond de zigeuner cultuur bestaat zal blijven. Pers campagnes zijn gelanceerd en benaderingen naar internationale organisaties om het idee van een "Gypsy statuut", gebaseerd op drie fundamentele beginselen te bevorderen: (1) het recht om te kamperen in elke Braziliaan gemeente, zodat de nomaden niet altijd in conflict komen met gemeenten, (2) het recht op medische zorg en in het bijzonder devaccinatie, en (3) de kans om geletterd te worden in Roma en in het Portugees, zodat ze hun cultuur kunnen beschermen door het behoud van hun taal.
zigeuners in Sâo Paulo - foto Eduardo Mineo
Het is duidelijk dat voor de zigeuners (lees nomaden of rond trekkend volk nW) het beste onderwijssysteem, seizoensgebonden onderwijs is. Dus de zigeuners zijn aanwezig geweest in de historische en culturele evolutie van Brazilië. Hoewel er tot nu toe weinig studies aan hen zijn besteed, is het onmogelijk om de Braziliaanse cultuur als geheel te begrijpen zonder rekening te houden met de bijdrage van de zigeuners in de kunst, de literatuur, de gebruiken, en in het traditionele leven van het land.
Straat-bendes zijn gewoon in Rio de Janeiro, maar de inwoners hebben nu te maken met een ander soort bendes. Bendes kapucijnapen dalen af uit de bossen rond de stad (wat al eerder op kleine schaal gebeurde) en halen kunst toeren uit om huizen en appartementen leeg te roven.
In natuurdocumentaires zien de kapucijnaapjes er bijzonder schattig uit, maar in Rio hebben ze een heel andere reputatie opgebouwd: ze breken in, en halen het hele huis overhoop en smijten daarna alles stuk op de grond, zover mogelijk.
De apen klimmen langs telefoondraden, dakranden en regenpijpen. Als een van de bendeleden ergens eten vindt, dan roept hij meteen de andere leden van de bende.
De apenbendes vertonen veel gelijkenissen met hun menselijke evenbeelden. Zoals bij straatbendes zijn het de jonge apen die meer durven dan volwassen dieren. De apen dalen af uit het Tijuca park, het grootste stadsbos ter wereld, maar het probleem is mogelijk door de inwoners zelf gecreëerd, zeggen primatologen. Veel goedbedoelende inwoners van Rio geven de apen eten als fruit en brood, waardoor de mensen evenbeelden geïnteresseerd raken in de rijkdom buiten het woud. Op momenten dat er weinig aanbod is in het woud, trekken ze als ware goed voorbereidde groepen er op uit om meer van die rijkdom te ontdekken. Het tropisch stukje natuur in Rio heeft dit ongemakkelijk euvel iets romantisch gegeven, doch passend in de sfeer van de stad.
Na maanden van testen, is de Teleferico (gondel) lijn op de Complexo do Alemão in Rio de Zona Norte (Noord-Zone) in dienst. Het is een kabelbaan systeem, zoals die gebruikt worden in skigebieden, en kunnen 3.000 passagiers per uur vervoeren van Bonsucesso naar Palmeira, en stopt bij zes verschillende stations. De lijn lost enorme transport vraagstukken binnen het gebied op van de Zona Norte favelas (noordzone favelas) met de rest van de stad. De kabelbaan is de eerste in Brazilië, maar niet in Latijns-Amerika. Er soortgelijke Teleferico systemen in gemeenschappen in Medellín (Colombia) en Caracas (Venezuela).
President Dilma Rousseff die de feestelijke opening van de Teleferico bijwoonde: "Een deel van de Braziliaanse bevolking was gedoemd vergeten te worden, maar nu zijn we besteden onze middelen voor de meest behoeftigen."
Het Teleferico is onderdeel van het PAC , Brazilië groei-versnelling programma, en een deel van een stedelijke revitalisering programma was al gestart onder de voormalige president Lula da Silva. Het varieert van sanitaire basisvoorzieningen, tot nieuwe huisvesting en sociale diensten, het Teleferico alleen is een R $ 210 miljoen (US $ 133 miljoen) project.
De architect van de kabelbaan lijn bij de Complexo do Alemão is Jorge Mario Jáuregui. Hij gebruikt de term "favela-barrio'' '(sloppenwijk) om zijn benadering te beschrijven van de stedebouw in de favela's.
Jáuregui mening is dat favela'sbloeiende gemeenschappen zijn die kunnen worden omgezet in levendige buurten , indien voorzien van infrastructuur en basisvoorzieningen zoals water, elektriciteit, verharde wegen, voetpaden en voorzieningen zoals buurthuizen, scholen en sportfaciliteiten om de groei en kansen te bevorderen.
Op de Complexo do Alemão, is met behulp van de Teleferico reistijd verkort tussen de twee uiterste stations van 50 minuten te voet op-en- neer over een onverharde heuvel, naar een aangenaam zestien minuten. De 3.5 kilometer rijden biedt ook een panoramisch uitzicht van het landschap van Rio. Het Teleferico gondel-systeem heeft op dit moment 152 hutten, en kan ieder tien personen vervoeren. Veel bewoners kijken uit naar het gebruik van de kabelbanen. "Het eerste wat ik doe wanneer de lijn open is, is mijn kleinkinderen meenemen voor een rit," zegt 62 jaar oude Sonia uit Vila Cruzeiro. "Zij zullen genieten van het uitzicht vanuit de hoogte. Ik zou ze nooit neem mee naar boven nemen als we zouden moeten lopen, maar nu kunnen we gemakkelijk onsdeel van de stad zien. "
De Teleferico in eerste instantie zal opereren vanuit 9-11u en 2 to 4 in de middag en zal worden uitgebreid in een later stadium. "Ik hoop dat dit binnenkort zal gebeuren, vooral tijdens de ochtendspits zou het ons allemaal een hoop tijd besparen met het pendelen naar het werk of school," zegt een andere bewoner van de Complexo.
Rousseff zei tegen de pers na haar bezoek aan Alemão dat het gebied alle potentie heeft om een toeristische plek te worden: "*Na de pacificatie van het Complexo do Alemão in november vorig jaar, door de verdrijving van de drugsdealers en de uitvoering van een vredesmacht, hebben we het leven van mensen verbeterd en een veilige omgeving gecreërd. "
Alle 120.000 inwoners van de Complexo do Alemão hebben het recht op twee gratis ritten per dag en, indien nodig, hun reis voortzetten op een van de SuperVia-treinen
gondel boven de favela
(Gondel is misschien een te mooie naam, Venetië? Laat ik het kabelbaan noemen, een betere bewoording....)
p.s *Ik hoop dat alles naar wens verloopt en en de pacificatie van de het complex een feit blijft, W
TITACACA ZEE (HET DOMEIN VAN DE ZONNEGOD) VERVUILD
De vervuiling in het Boliviaanse deel van het enorme Titicacameer is zo groot dat er geen oplossing voor is. Dat zeggen plaatselijke vissers. De VN noemen de vervuiling "gevaarlijk en zorgwekkend".
Titicaca is het hoogst gelegen bevaarbare meer ter wereld, 3810 meter boven de zeespiegel. Het heeft een oppervlakte van 8562 vierkante kilometer, waarvan 3790 vierkante kilometer in Bolivia liggen en 4772 in Peru. Ongeveer 400.000 mensen hangen van het meer af, vooral voor de visserij en de landbouw.
In de regio Puno, in het zuidoosten van Peru, is de waterkwaliteit in het meer zorgwekkend. Zes goud- en uraniummijnen lozen er hun afval. Via de rivieren Ramis en Coata komen ook fecaliën in het meer terecht. Laboratoriumtests lieten een hoge concentratie van de bacterie Eschericha coli zien.
In mei blokkeerden boze Ayamara-indianen twee weken lang de internationale vaarroute op het meer waarlangs Boliviaanse producten naar de Stille Oceaan worden vervoerd. Ze protesteerden tegen de toekenning van nieuwe mijnconcessies.
"Het afvalwater wordt niet goed behandeld, en de zuiveringscapaciteit van de planten is al overschreden als gevolg van de bevolkingstoename", zegt Javier Bojorquez, die de waterkwaliteit controleert voor de niet-gouvernementele organisatie Suma Quta ("goed meer" in de Aymarataal).
Aan de Boliviaanse zijde van het meer, in de baai van Cohana, zeggen de vissers Roberto Villcacuti en Ricardo Chasqui, leiders van Ayamara-gemeenschappen in de provincies Camacho en Los Andes, dat het water niet meer te zuiveren valt. Het is "donker, geleiachtig, met resten van roest" en vormt een voortdurende bedreiging voor de vissen.
Het visbestand is dramatisch gedaald, zegt visser Valentín Calisaya (69), inwoner van Camacho. Dertig jaar geleden ving hij tot veertig kilogram op een nacht, nu vindt hij na twee nachten nauwelijks tien vissen in zijn netten.
Verdwenen vissoorten
Het VN-milieuprogramma (UNEP), dat een project heeft lopen voor het Titicacameer, heeft vastgesteld dat sommige vissoorten al verdwenen zijn en andere bedreigd. Als oorzaken worden de irrationele, selectieve bevissing, de introductie van vreemde soorten en de intense forelkwekerij genoemd.
UNEP stelt dat het ecosysteem van het Titicacameer al tientallen jaren bijzonder goed bestudeerd wordt. De VN-organisatie noemt de vervuiling "verontrustend en gevaarlijk", vooral in Wiñay Marka, het kleinste van de twee delen waaruit het meer bestaat. In Wiñay Marka ligt de Boliviaanse baai van Cohana.
Velen wijzen op het gebrek aan efficiënte bij de ALT, de binationale instantie die het Titicacameer beheert. In oktober 2010 besloten de presidenten van beide landen, Alan García van Peru en Evo Morales van Bolivia, een commissie op te richten die in zes maanden de ALT nieuw leven moesten inblazen. Die zes maanden zijn in april afgelopen. "Door de recente electorale conjunctuur in Peru is dit werk niet binnen de geplande termijn afgewerkt", zegt Luis Felipe Isasi van het Peruaanse ministerie van Buitenlandse Betrekkingen.
DANK AAN "dE mORGEN'
...DEZE ZEE IS DE PLAATS DIE IK NOG STEEDS MET EEN BEZOEK MOET EREN, DAAR IK ER OOIT MET MIJN OOM PADRE THOMAS HEEN WILDE... IK ZEG VAAK "ZIJN GEEST ZWEEFT ER ERGENS ROND.. HET IS TEVENS DE ZEE WAAR VOLGENS OVERLEVERING DE VIKINGEN WERDEN VERSLAGEN EN WAAR THOR HEYERDAHL DE THESE HAD OVER DE ZONNEGOD 'KON-TIKI'. DE MAN MET HET WIT GEWAAD EN LANGE BAARD DIE AFDAALDE OM VANUIT DE PERUAANSE KUST NAAR DE MARQUISEILANDEN TE GAAN'.
Grote stukken regenwoud in het Amazonegebied zijn besproeid met het beruchte chemische wapen Agent Orange. De stof bleek bijzonder giftig tijdens de Vietnamoorlog.
Agent Orange werd door de Amerikaanse strijdkrachten gebruikt in de Vietnamoorlog om wouden van hun bladerdek te ontdoen, maar bleek bijzonder giftig voor mens en milieu. Volgens de Braziliaanse overheid wordt de stof nu ook gebruikt door boeren om grond vrij te maken in het Amazonegebied.
Het Braziliaanse milieuagentschap Ibama kwam het gebruik op het spoor dankzij satellietbeelden, waarop grote stukken vergrijsd bos te zien waren. Na een verkenning via de lucht bleek dat 180 hectare regenwoud besproeid is. Duizenden bomen en een ongekend aantal dieren zijn vergiftigd. Ibama vermoedt dat het gebied met een vliegtuig besproeid is door een veeboer.
In een ander gebied in de Amazone werden vorige week tientallen vaten van het goedje in beslag genomen. De chemicaliën waren verborgen in het woud om later gebruikt te worden. Het ging om een vondst van vier ton, goed voor een potentiële oppervlakte van meer dan 3.000 hectare.
Vietnamoorlog --- Het is niet de eerste keer dat Agent Orange gebruikt wordt in het Amazonegebied, maar het laatst bekende geval is meer dan tien jaar geleden. Ambtenaren maken zich zorgen dat de praktijk kan toenemen, nu er meer controle is op andere vormen van milieucriminaliteit, en bulldozers sneller opgespoord kunnen worden.
Agent Orange werd ontworpen om bomen te ontbladeren in de Vietnamoorlog en zo de schuilplaatsen van de Vietcong bloot te leggen. De Amerikaanse strijdkrachten sproeiden 45 miljoen liter over de Vietnamese bossen, met verschrikkelijke gevolgen voor de lokale bevolking.
Naar schatting 3 miljoen Vietnamezen werden op de een of andere manier slachtoffer. De stof zorgde ook voor geboorteafwijkingen bij een half miljoen kinderen.
dit ellendig miserabel verhaal heb ik overgenomen uit de krant "De Morgen', Wayn
DE STAM WERD ONTDEKT BIJ DE JAVARI RIVIER DIE NAAR BENJAMIN CONSTANT VLOEIT EN UITMOND IN DE AMAZONE
In het Braziliaanse Amazonewoud, nabij de grens met Peru, is een tot dusver onbekende groep van circa tweehonderd geïsoleerd levende mensen ontdekt. Dat heeft de Braziliaanse stichting van inheemse volkeren (Funai)bekendgemaakt.
Etnologen hebben de groep in de vallei van de Javari-rivier ontdekt toen ze in april het gebied overvlogen. Eerder hadden satelliet beelden drie openingen in het regenwoud aan de oppervlakte gebracht. In vier grote hutten leefde deze nog onbekende groep. Specialisten vonden ook gebieden waar ze maïs, bananen en mogelijk een bonen-soort verbouwden, aldus Patricio Amorim, de Funai-vertegenwoordiger in het gebied. Zowel de teelt gebieden als de hutten zijn 'nieuw' en zouden hoogstens een jaar oud zijn. De ontdekking bevestigt de positie van de Javari-vallei als grootste concentratie van geïsoleerd levende groepen in de Amazone en de wereld, aldus Amorim.
De fysieke en culturele integriteit van dergelijke groepen wordt bedreigd door niet-inheemse groepen in het gebied die actief zijn in de illegale jacht, visserij, mijnbouw en landbouw, en door religieuze missies en drugsbendes die er opereren.
DE STAAT PARÁ REGISTREERDE 219 MOORDEN DE AFGELOPEN 10 JAAR
Bijna 98% van de 219 moorden moorden, die in Para plaatst vonden op boeren, landbewerkers en actie-leiders de laatste tien jaar, zijn ongestraft , maar er waren slechts vier veroordelingen als gevolg van deze misdaden. In 37 gevallen was er zelfs geen onderzoek naar de sterfgevallen gedaan. De informatie is van de aanklager van het Federale Hof van regio 1, Jose Marques Teixeira, die deelnam aan een publieke hoorzitting over geweld op het platteland in de Commissie voor de Mensenrechten en de wetgevende Deelname aan de Senaat.
De aanklager zei dat in de zaak van de boer Antonio Francisco dos Santos, die in Anapu (PA) overleed in 2002.
- Het politie-apparaat werd pas ingevoerd in oktober 2006. Tot die tijd, werden onderzoeken slechts gedaan door de militaire politie - zei hij.
- Door op deze manier de moorden vast te stellen zal pleiten dat straffeloosheid is geheiligd, maar ook degenen die worden beschuldigd van misdaden worden nu vervolgd - zei hij tijdens de openbare hoorzitting.
De voorzitter van het Nationaal Comite ter bestrijding van geweld op het platteland, Gercino da Silva Filho,de nationale agrarische ombudsman, zei dat een van de belangrijkste redenen voor het optreden van misdaden in het land zijn de illegale grond bezetting van deze gebieden en het illegaal kappen van hout.
Als een manier om te proberen om het probleem op te lossen, gewezen op de gezamenlijke inspanningen Gercino rechtbank, gemaakt om het proces en het onderzoek van de grond conflicten te versnellen. Gezamenlijke inspanningen, zei hij, zijn al bezig om in Rondonia en Mato Grosso, "het proces te versnellen van die gevallen die eindigen met een gevoel van straffeloosheid dat bestaat op het platteland." wayn
NIEUWE DAM-PROBLEMEN PERU-BRAZIL - Peru schort werken aan omstreden megadam op
21/06/11,
De ontslagnemende regering van de Peruaanse president Alan Garcíaheeft het voorbereidende werk aan de omstreden Inambari-dam stilgelegd. Peru heeft over het miljardenproject een akkoord met Brazilië waar het moeilijk onderuit kan. Waarschijnlijk probeert García enkel de tegenstanders te sussen en het probleem door te schuiven naar zijn opvolger, Ollanta Humala. De Inambari-dam, een project van 3,6 miljard euro in een bosrijke streek in het zuidoosten van Peru, moet een van de grootste dammen van Latijns-Amerika worden. Volgens een eerste haalbaarheidsstudie zal het stuwmeer 37.800 hectare beslaan.
Tegenstanders zeggen dat er zeventig dorpen moeten verdwijnen voor het stuwmeer.
Brazilië en Peru sloten in juni vorig jaar een akkoord om samen vijf grote dammen met waterkrachtcentrales te bouwen op Peruaans grondgebied. De Inambari-dam is daar de grootste van. Maar nu heeft de Peruaanse regering dus een definitief einde gemaakt aan de tijdelijke concessie die het Braziliaanse elektriciteitsbedrijf Egasur had om de haalbaarheid en de milieueffecten van het project te bestuderen.
Het bedrijf had al een verlenging van een jaar gekregen van de voorlopige concessie die de studies mogelijk maakt, maar die termijn was in oktober vorig jaar afgelopen.
Hoorzittingen
Egasur heeft het vooral moeilijk met de verplichte hoorzittingen die het moet organiseren om de plaatselijke bevolking haar zeg te laten doen over het project. Er is veel verzet. De mensen die moeten wijken voor het stuwmeer vrezen dat ze niet voldoende gecompenseerd zullen worden en omwonenden zijn beducht voor de aftakeling van het milieu.
De maatregel van de ontslagnemende Peruaanse regering is het resultaat van onderhandelingen met burgemeesters en plaatselijke leiders uit Puno, de regio waar de dam komt. Die zijn zich er echter van bewust dat het project daarmee niet definitief is afgeblazen. "We alleen een wapenstilstand bereikt", zegt Hernán Vilca , de voorzitter van het Strijdcomité van de provincie Carabaya. "We willen een decreet waarin het project definitief wordt begraven. Daarop zullen we bij deze regering aandringen, en bij die van de toekomstige president Humala."
Humala wordt op 28 juli beëdigd.
De Braziliaanse dammenbouwers geven zich nog niet gewonnen. Egasur meldde in oktober vorig jaar al in een brief aan het Peruaanse ministerie van Energie dat het alle vereiste studies had ingediend. Een woordvoerder van Electrobrás, een van de twee Braziliaanse aandeelhouders van Egasur, liet al weten dat het project nog altijd kan worden gerealiseerd. En volgens Altino Ventura van het Braziliaanse ministerie van Mijnbouw en Energie toetst Peru het project nu gewoon aan de relevante wetgeving en de belangen van de betrokken gemeenschappen.
Groeiende bevolkingsdruk
Volgens de voorstanders kan de dam een oplossing bieden voor de groeiende bevolkingsdruk en problemen als illegale mijnbouw en de productie van cocaïne waar de streek mee worstelt. Peru zal ook geld verdienen met de export van stroom naar Brazilië.
Maar het akkoord tussen de twee landen verplicht Peru dertig jaar lang een vaste hoeveelheid stroom te leveren aan Brazilië. De tegenstanders voeren aan dat Peru nog niet weet hoeveel elektriciteit het zelf nodig zal hebben.
De Peruaanse regering heeft ook het voorbereidende werk aan de dammen van Mainique in Cusco en Paquitzapango in Junín stilgelegd, twee andere dammen in het Braziliaanse lijstje van vijf waartegen veel verzet bestaat.
Maar de tegenstanders van de dammenprojecten zijn op hun hoede. "De toekomstige president Humala staat erg dicht bij Brazilië, en daar maken we ons zorgen over, zegt Vilca.
INTERVIEUW MET DAVI KOPENAWA EN DE STRIJD VOOR HET AMAZONE BOS
5 JUNI 2011,
"Ik woon in de Amazone jungle, de grens van Amazonas en Roraima. Voor de inheemse bevolking bestaan er geen grenzen, want voor ons Yanomami is er maar een land! Heeft geen deling, omdat blanken hebben uitgevonden om te verdelen, elke persoon gebruikt het met behulp van de onze Schepper, "Omani", alleen hij gaf een aarde voor ons allemaal "
De strijd voor het voortbestaan van de Yanomami mensen maakte van David Kopenawa een van de belangrijkste inheemse leiders van Brazilië.
Hij is een leider en kreeg een premie, zelfs in het buitenland, door de Verenigde Naties. Op een reis naar Sao Paulo, sprak hij met een groep Eco reporters. De bijeenkomst werd gesponsord door het ISA-sociaal-milieu Institute.
David Kopenawa laat foto's zien van het dorp waar hij woont aan de voet van een grote berg in het midden van het Amazonewoud, in de gemeente Barcelos, in de staat Amazonas, om er komen kan alleen maar door met een vliegtuig:
"En deze berg is heilig, men kan hem niet vernietigen, geen brand maken, wij Yanomami, weten hoe deze berg te behouden" - zegt de Indiaanse leider.
De Yanomami zijn verspreid door Noord-Brazilië, op de grens met Venezuela. Aan de Braziliaanse kant zijn er ongeveer tot 20.000 indianen, die leven in dorpen in de staten Roraima en Amazonas. In het buurland zijn ongeveer 17 000. Hier in Brazilië hebben de Yanomami hun land officieel afgebakend in 1992. David Kopenawa heeft belangrijke rol gespeeld in dit succes: "Ons land werd erkend door de federale overheid, en was afgebakend, goedgekeurd en geregistreerd, maar we hebben geen zekerheid."
De Yanomami leider verwijst naar de goudzoekers die inheemse gebied al lange binnenvallen op zoek naar goud en een bedreiging vormen voor de gezondheid en het leven. In het verleden werden verschillende indianen gedood, tot de federale overheid een stap ondernam, zegt hij: "De mijnwerkers werden ontruimd door de overheid, maar ze kwam terug. Ze zijn vervuilen onze bossen, vervuilen ons land, rivieren, onze gezondheid." En voegt eraan toe: "de mensen altijd praten met FUNAI, (bescherm orgaan overheid, noot Wayn) en met de federale politie. Ze denken aan te moeilijkheden. Wij willen dat de federale overheid de goudzoekers van ons land verwijderen. De Yanomami zeggen dat het bos een rijkdom is van de mensen om goed te leven, met gezondheid en vrede "
NIEUWE MOORD DOOR GROOTGRONDBEZITTERS NU IN RONDONIA
ADELINO
DE MEEST RECENTE MOORD VOND PLAATS OP VRIJDAG 2 JUNI.
HET SLACHTOFFER WAS DE 57 JARIGE ADELINO RAMOS, EEN BOER EN LEIDER VAN HET 'MOVIMENTO CAMPONÊS DE CORUMBIARA (CORUMBIARA BOEREN BEWEGING) IN DE STAAT RONDONIA.
HIJ WERD NEERGESCHOTEN LANGS DE WEG WAAR HIJ GROENTEN VERKOCHT. RAMOS WAS EEN VAN DE OVERLEVENDEN VAN HET COURUBIARA BLOEDBAD IN 1995, WAARBIJ 12 LANDLOZEN BOEREN WERDEN GEDOOD.
DE MOORD OP ADELINO KWAM ENKELE DAGEN NA DE MOORDEN OP JOSÉ CLAUDIO RIBEIRO DA SILVA (52) EN ZIJN VROUW MARIA ESPIRITU SANTO DA SILVA (51) IN DE DEELSTAAT PARÁ.
'DE REGERING IS BEZORGD,' ZEGT HET HOOFD VAN HET GENERAAL SECRETARIAAT VAN DE PRESIDENT, MINISTER CARVALHO.
'ONZE TOP PRIORITEIT IS OM BESCHERMING TE BIEDEN DOOR GECOÖRDINEERDE ACTIES DOOR DE FEDERALE REGERING EN STAAT.'
VOLGENS DE PASTORALE LAND COMMISSIE VAN DE KATHOLIEKE KERK, DE CTP, BESTAAT ER EEN LIJST MET DE NAMEN VAN 125 MENSEN DIE EEN DOODSBEDREIGING HEBBEN ONTVANGEN.
DE MINISTER VAN JUSTITIE HEEFT VERMELD DAT DE MEEST URGENTE GEVALLEN OP DE LIJST ONMIDDELLIJK POLITIE BESCHERMING ZAL WORDEN GEBODEN.
'De moorden op onschuldige boeren en rubbertappers, die vechten voor hun land en overleven, zijn vele decennia gaande. De woorden van 'bescherming' zijn losse flodders vergeleken bij de kogels der moordenaarshand, die door corruptie hun weg vinden'.
De dodelijke en zeer verslavende drug, Oxi , een mix van cocaïne pasta, benzine, kerosine, ongebluste kalk en, in sommige gevallen, cement en zwavelzuur, heeft Niterói in Rio de Janeiro bereikt.
Tijdens een operatie uitgevoerd door de 79e politiedistrict van de civiele politie in Niterói , werden achttien Oxi stenen in beslag genomen en een vermoedelijke dealer gearresteerd.
De politie is ook in een gebied genaamd Cracolândia in de favela Jacarezinho in de noord zone van Rio de Janeiro, alert.
Tijdens een recente politie-onderzoek in deze arme wijk arresteerde de politie zestig vermoedelijke crack verslaafden, van wie er zestien kinderen en jongeren waren.
Door het organiseren van regelmatige politionele acties en het verwijderen van verslaafden hoopt het departement het gebied uiteindelijk te ontdoen van drugsverslaafden.
Oxi is een veel goedkopere versie van crack. Het ziet eruit als een klein steentje en wordt gerookt in een geïmproviseerde pijp of gerold in een sigaret. De prijs is ongeveer R $ 2 (US $ 1,20) per steen en veel goedkoper dan de reguliere straatwaarde van crack: R $ 10 (US $ 6.30).
Volgens psychiater Pablo Roig van de Revalidatie Kliniek Greenwood in São Paulo, bereikt Oxi de hersenen sneller dan cocaïne of crack. Hij zegt: "Cocaïne is gesnoven door de neus en moet door het bloed gaan om de hersenen te bereiken. Daarom duurt het langer om effect dan crack en Oxi, die worden ingeademd in de longen en bereiken de hersenen binnen enkele seconden ".
Experts zeggen dat Oxi eerst schade veroorzaakt aan de lippen, smaakpapillen, en tanden. Dan begint het naar andere organen over te gaan zoals de lever en nieren. Zodra de nieren stilgelegd zijn kan het lichaam de gifstoffen uit het bloed elimineren, waardoor misselijkheid, diarree en gastro-intestinale problemen zich voordoen. Bovendien, verslaafden zijn ook meer kwetsbaar voor hartaanvallen en beroertes. "Mensen kunnen gebruiken crack ten minste vijf tot zes jaar, maar dertig procent van Oxi-gebruikers misschien wel dood zijn na een jaar," voeg Roig toe.
Alvaro Mendes, een onderzoeker die heeft geholpen met het eerste onderzoek en het gedrag van Oxi in 2005, zei: "Dit kan niet langer slechts een Amazone drug voor de armen .worden genoemd.. Het is ook nu meer en meer gebruikt door de midden en hogere middenklasse."
Mendes, vult aan: "In de vijftien jaar heb ik gewerkt met chemische afhankelijkheid, heb ik nooit een geneesmiddel met een dergelijk potentieel van vernietiging als Oxi gezien."
WAYN
met dank aan Patricia Maresch, Senior Contributing Reporter in Rio
Protest tegen de geplande Belo Montedam. De Braziliaanse autoriteiten hebben woensdag groen licht gegeven voor de bouw van een megadam in het Amazonegebied, aldus de Britse omroep BBC. Milieuactivisten en inheemse volkeren hebben het afgelopen jaar fel geprotesteerd tegen de aanleg. De Belo Montedam moet de op twee na grootste waterkrachtcentrale ter de wereld worden. De aanleg kost omgerekend zo'n 7,7 miljard euro. Naar schatting 500 vierkante kilometer tropisch regenwoud komt onder water te staan. Tienduizenden mensen moeten hun woonplek verlaten. Inheemse gemeenschappen vrezen de komst van duizenden constructiewerkers in de jungle. De dam moet in de Xingú-rivier in de deelstaat Pará komen, vlakbij de stad Altamira. Volgens de Braziliaanse regering kan de Belo Montedam ruim 11.000 megawatt elektriciteit leveren. Dat is goed voor 23 miljoen huishoudens. Ook zou het project voor 18.700 directe banen zorgen.
(anp/mvdb)
Dit is een rechtstreekse aanslag op de menselijkheid, flora en Fauna! De kapitalisten zien alleen de voordelen, de corruptie heeft weer een overwinning... De volken van de Xingu zullen zich hier niet bij neerleggen...DE STRIJD GAAT VERDER!
wayn
I have just returned from the Brazilian Amazon, where Chief Raoni gathered with hundreds of Kayapo warriors, indigenous leaders from 18 ethnicities, and leaders from the Xingu Alive Forever Movement (MXVPS).
"This is the last chance we have to paralyze Belo Monte's construction," Renata Pinheiro told the indigenous assembly. "The future of the Xingu is in your hands, indigenous peoples and social movements. You succeeded in stopping Belo Monte for 30 years – now more than ever we need to strengthen our resolve, joining forces to stop the beginning of construction."
It's now more important than ever that we take this campaign to the next level.
'PISTOLEIROS' KOMEN TERUG EN MOORDEN OPNIEUW IN NEDERZETTING
Zaterdag kwamen de moordenaars terug op de nederzetting bij de boeren van het agrarisch project bij Praialta Pinhareira, waar de leiders José Claudio Da Silva en zijn vrouw Maria op 24 mei werden vermoord. Ditmaal werden twee getuigen van de eerdere moorden aangevallen. Een van hen werd vermoord de andere is verdwenen.
Pastorale medewerkers vonden zaterdagmiddag het lichaam van 25 jarige Herivelto Pereira Dos Santos in het struikgewas.Hij was bewoner van de nederzetting en was getuige van de moorden. Hij had een rode motor zien wegrijden. Zaterdag vond de militaire politie en mensen van IBAMA zijn lichaam naast zijn motorfiets.Volgens het CTP, de landelijke pastorale commisie, was hij eveneens vermoord met een schot door het hoofd, en was hetzelfde wapen gebruikt als bij de moorden op José en Maria. De familie van Herivelto is bang voor represailles.
Het is de vijfde moord in vier dagen, drie gebeurde in Pará, de andere twee in de deelstaat Amazonas, doch daar zijn geen getuigen.
Wayn: de moordenaars lopen nog vrij rond....
vrij vertaald uit de krant: 'Correio do Brasil' 30mei 2011
MILIEUACTIVIST JOSÉ CLÁUDIO DA SILVA MET ZIJN VROUW MARIA DOODGESCHOTEN
José Cláudio da Silva -
a luta continua, irmâo, - de strijdt gaat verder, broeder
r.i.p
In de Braziliaanse deelstaat Pará is maandag 23 mei de milieuactivist José Claudio da Silva en zijn vrouwMaria de Espirito Santo vermoord. Da Silva had amper zes maanden eerder nog zijn eigen dood voorspeld. Volgens de lokale krant 'Diário do Pará' liepen Da Silva en zijn vrouw in een hinderlaag in de buurt van hun huis in Nova Ipixuna. Ongeveer 37 mijl van de stad Marabá. Of de moorden gepleegd zijn maandag nacht of dinsdag morgen zijn nog onduidelijk daar er, volgens een politie woordvoerder twee moorden plaatst vonden op de nederzetting Maçaranduba 2.
José en Maria werden al maanden met de dood bedreigd. Volgens de krant kregen zij geen politiebescherming. De politie gaat ervan uit dat ze vermoord zijn door 'pistoleiros', huurmoordenaars, daar bij beidde een oor was afgesneden. Eind vorig jaar vertelde Da Silva nog over zijn angst om gedood te worden. Op een toespraak in Manaus zei hij dat de houtindustrie hem tot zwijgen wilde brengen. "Ik kan hier de ene dag staan spreken voor jullie, en de volgende maand kunnen jullie het nieuws krijgen dat ik ben verdwenen', zei hij. 'Ik zal het woud beschermen tegen elke prijs. Daarom kan ik elk moment een kogel in het hoofd krijgen.'
José was er zich van bewust dat zijn gevecht tegen houthakkers en de houtskoolproducenten hem zeer kwalijk werd genomen. 'Mensen vragen mij: ben je niet bang? Ik ben een mens, natuurlijk ben ik bang. Maar die angst doet mij niet zwijgen. Zolang ik op de been ben, zal ik iedereen aanklagen die het woud vernielt.' Het nieuws van de moord kwam enkele uren voor een belangrijke stemming ging plaatsvonden over een versoepeling van de boswet. (zie eerder artikel, wayn) Daar was Roberto Smeraldi, stichter van de milieugroep'Amigos da terra' in een bespreking met president Dilma over de veranderingen betreffende de woud code, toen het nieuws van de moord bekent werd. Dilma gaf opdracht aan haar staf chef om hulp te bieden bij het moordonderzoek. Die wet houdt in vermindering van het percentage van het areaal dat als woud behouden moet blijven en voorziet in sommige gevallen zelfs in amnestie voor diegene die in het verleden illegaal ontboste. De nieuwe wet moet nog goedgekeurd worden door de Senaat en Dilma. Tegenstanders beschrijven de wet als een regelrechte 'ramp'.
Da silva en zijn vrouw Maria waren ooit actief in de organisatie van Chico Mendes, vermoord in 1988 door veeboeren. Da silva had zich een reputatie opgebouwd als spreker op lokale en internationale bijeenkomsen rond de bescherming van hat Amazonewoud. Hij nam het op voor de kleine arbeider in het woud, die leeft van de rubbertap en verkoop van noten en fruit. Een rapport van Braziliaansemensenrechtengroeperingen noemde Da Silva in 2008 al als een van de tientallen activisten in het Amazonegebied wier leven gevaar liep. 'We hebben nu een nieuwe Chico Mendes,' zegt Felipe Milanez, journalist in Sâo Paulo, in de Britse krant 'The Guardian'. Hij had onlangs nog telefonish contact met Maria, die hem zei dat de situatie 'erg lelijk aan het worden was'. De aanslag doet tevens denken aan de moord op de Amerikaanse non Dorothy Stang in 2005, die zich ook verzette tegen de vernietiging van het regenwoud in de staat Pará. mede dank aan de kranten 'De Morgen'.
'The Guardian' , 'Diario do Pará'
bewerkt door storyteller
p.s ... de strijd gaat voort en wie word de opvolger van José? De corruptie heeft een degelijke invloed op het besturen van het Amazone gebied. De regering kan wetten maken en zelfs de goede worden 'kapot gemaakt'... de macht is het geld en voor het afvuren van een amazonekogel wordt goed betaald... De moordenaars lopen vrij rond. En hebben de moorden niet te maken met het intimideren van parlementariërs en autoriteiten? Een waarschuwing van de kapitalistische zijde en macht misbruikers; oppassen voor een kogel. Weten wij wat er met het woud gebeurd? Wat doen wij eraan? Het is niet controleerbaar, hoewel de Braziliaanse regering daar een instituut voor heeft het IBAMA, het instituut voor milieu zaken... maar het woud is te omslachtig... en wie zijn afnemers van het hout? Voor wie zijn er de worstenkoeien? Ik vertrouw alleen nog op de 'bosgeesten' zij die misschien de corrupte handelaren en moordenaars een halt kunnen toe roepen... rechtvaardigen hoeven géén angst te hebben voor geesten... Wayn
DE BRAZILIAANSE KAMER VAN AFGEVAARDIGDEN HEEFT MET 410 STEMMEN VOOR EN 63 TEGEN INGESTEMD MET EEN WET DIE HET KAPPEN VAN MEER REGENWOUD IN HET AMAZONE GEBIED MOGELIJK MAAKT. MILIEUBESCHERMERS ZIJN FEL GEKANT TEGEN DIT BESLUIT DAT NOG DOOR HET SENAAT MOET WORDEN GOEDGEKEURD.
Volgens de huidige regelgeving zijn de landeigenaren verplicht bij ontginning van grond voor agrarisch gebruik 80% van het regenwoud intact te laten. De nieuwe wet voorziet, naargelang de grootte van het bedrijf, in lagere percentages. Natuur beschermers waarschuwen voor een milieuramp.
AMNESTIE
Tevens voorziet de wet, die mede door aandringen van grootgrondbezitters in aangenomen, in amnestie voor mensen die afgelopen decennia de regels aan hun laars lapten. Volgens de linkse oppositie partij PSOL zijn er parlementariërs die zich hebben laten omkopen door de grootgrondbezitters. Volgens belangenorganiaties van agrariërs hebben ongeveer 90% van de boeren in het verleden de regels geschonden.
President Dilma is tegen de versoepeling van de Código Florestal. Zij dreigt haar veto te gebruiken en de wet niet te tekenen als die wordt aangenomen door de Senaat. Brazilië probeert de ontbossing tegen te gaan in het belang van het klimaat. Uit recente cijfers blijkt echter dat de houtkap verder toeneemt.
Crisiskabinet moet ontbossing Amazonewoud afremmen 19/05/11
De Braziliaanse minister van milieu, Izabella Texeira, heeft de oprichting van een crisiskabinet aangekondigd dat de ontbossing van het Amazonegebied moet tegengaan.De minister deed haar uitspraak naar de verontrustende cijfers over de ontbossing. Zo bleek dat in maart en april 593 km2 werd weg gekapt, dat is bijna zes maal meer als in dezelfde periode het jaar ervoor. Toen werd 104 km2 regenwoud vernietigd, vooral de deelstaat Mato Grosso word het ergst getroffen. Het kabinet zal worden gevormd door experts van de federale overheid...het ministerie van milieu en vertegenwoordigers waar het bos het meest te lijden heeft zei Izabella Texeira tijdens een persconferencie.
Chico Mendez R.I.P 1988 Xapuri, Acre
p.s Het woord 'zei' moet ik ruimtelijk interpreteren
In Brazilie zijn uitspraken van ministers en het functioneren van organen onvoorspelbare dagdromen. Ik hoop (wederom) dat de corruptie niet de boventoon voert, want de geesten der bossen zullen zich beraden en gevolgen zullen niet uitblijven.
INDIANEN PROTESTEREN TEGEN CRIMINALITEIT EN POLITIE MISHANDELING
IN BRASILIA PROTESTEREN INDIANEN TEGEN, BUITEN DE GROOTSHALIGE PROJECTEN IN HET LAND, DAT HUN LEIDERS LANDELIJK WORDEN GEINTIMIDEERD,EN PERSOONLIJK BEDREIGD. 500 INDIANEN LEIDERS HEBBEN HUN KAMP SINDS MAANDAG 2 MEI OPGESLAGEN OP EEN GRASVELD TEGENOVER HET NATIONALE CONGRES IN BRASILIA. ZE BLIJVEN DAAR ENKELE DAGEN EN VRAGEN AANDACHT VAN DE REGERING. DIT ALLES WORDT GESTEUND DOOR HET CIMI, DE PASTORALE RAAD VAN INDIAANSE AANGELEGENHEDEN. DE PROBLEMEN DOEN ZICH VAAK VOOR IN AFGELEGEN GEBIEDEN WAAR DE OVERHEID GEEN VAT OP HEEFT OF HAAR OGEN SLUIT. NATUURLIJK ONTKENT DE OVERHEID DAT ZULKE ZAKEN PLAATSTVINDEN. DE STRIJD VAN DE INHEEMSE BEVOLKING IN BRAZILIË ZAL VOORTGAAN.
De international commissie voor mensenrechten (IACHR)van de organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) heeft de Braziliaanse overheid onmiddelijk en officieel verzocht tot opschorting van de vergunningverlening voor de Belo Monte dam, in het Xingu rivier gebied in de staat Para. Het doel is de bescherming van de inheemse mensen in het rivier bekken. De rechtbank stelt dat er geen aanvang mag worden gemaakt zolang er nog gesprekken zijn met met de betrokken Indiaanse gemeenschappen, de beschikbaarheid van milieu impact studies voor de Indianen, en de goedkeuring omtrent het leven en de integriteit van de Indianen te beschermen, en de verspreiding van epidemieën en ziekten te voorkomen. Ze willen dat de regering binnen 15 dagen informatie hierover geeft. Na het aanhoren van de partijen zal het IACHR besluiten of er wordt verder onderhandelt. Het besluit van het IACHR is een reactie op een klacht uit november 2010 door vele organisaties waaronder het COIAB, de organisatie van Inheemse het Inheemse organisaties van het Braziliaanse Amazone gebied, de beweging XINGU LIVE FOREVER en de CIMI, de Inheemse missionaire raad. Volgens de klachten werden de Indianen en rivier bewoners niet goed geïnformeerd en geraadpleegd over de project. De Belo Monte dam zal de grootste worden (buiten het gegeven dat de Itaipú dam binacionaal is) en de derde in omvang ter wereld. Het geheel heeft een capiciteit van 11,2 mil megawatt en een gebied omvang van 516 vierkante kilometer. Zou het project doorgaan dan betekent dit een rechtstreekse aanslag op de menselijkheid en flora en fuana.
Tot heden heeft de onderneming slechts een gedeeltelijke licentie van het IBAMA, het Braziliaans Instituut voor Milieu en Natuurlijke hulpbronnen om het project te starten.
Orlando Villa-Boas, één van de vele strijders voor de rechten van de Indianen (1914-2002)
Wayn Pieters
RAONI
SPANNING ESCALEERT OMTRENT DE Amazon Mega Dam
Inheemse communiteiten stellen dat het $10 billion reservoir in Brazilies grootste regenwoud hun manier van leven zal vernietigen
April 7, 2011 | Al Jazeera
"Wij willen Belo Monte niet want het zal onze rivieren vernietigen, onze jungle en onze manier van leven," vertelde Raoni, een indigenous leider van de Kaiapo stam aan de BBC. Ireo Kayapo, een andere leider, vertelde reporters dat als de stam verdreven wordt van hun land, "dan zal er oorlog zijn en bloed zal vloeien".
UMBANDA VIERING IN SANTO ANDRÉ, SÂO PAULO - NOV. 2010 deel 3 slot
Het derde deel van de viering ging beginnen. Drumslagen en gezang brachten de geesten wederom in veroering. Ditmaal waren het de geesten van noordoost Brazilië. De Orixas van Bahia. De kleine vrouw werd nu bevangen door een bahiana en er werd gezongen: Maria gaat naar Bahia... De mensen in de kring klapten in hun handen en zongen luidruchtig mee met de tekst... De kleine vrouw danste in het rond, tilde har witte rok omhoog en lachte... en de blonde drumster was haar vriendin op deze lange weg, zij die was verworden tot Zé de coco uit Paraiba. Ze droegen nu ook de typische bahia hoofddeksels en zongen, dansten en maakten grapjes. Ondertussen werd er cocos-rum gedronken uit cocosschalen en mij werd met overvloed gegeven, denkelijk dat er al verteld was over mijn rugproblemen. De kleine vrouw, die nu Severina heette, kwam geregeld naar me toe en gaf mij te drinken. Ze vroeg of ik last van mijn rug had waarna ik fantaserend. en meewerkend in de dolle sfeer die er heerste, zei dat ik ooit van een paard was gevallen en lange tijd last had van die kwaal. 'Waar kom hij vandaan,' vroeg ze aan de man in het witte judopak. 'Holanda,' zei deze. 'Waar is dat? In ons land Bahia?' 'Neen, in een land aan de andere zijde van de zee.' 'Over het water... zee... dat is verweg!' En ze danste verder, maakte grappen met de blonde Zé de coco, die dronken scheen en zongen nog enkele liederen en kwam geregeld bij me voorbij om iets te drinken te geven. Daarna keerde ze weer terug naar de werkelijkheid van de dag. Ze wankelde en moesten haar vasthouden, want de geest van Severina was standvastig en wilde haar lichaam niet meteen verlaten. Ze viel voor de grond en na enige tijd verdween de geest uit haar lichaam en keerde ze terug naar de werkelijkheid.
Ze ging zitten, stak kaarsen aan en legde bladeren in een kom, waarna zij tot de orixas sprak. Ze werd opnieuw bevangen door de indiaanse geest en zette haar groene veertooi op. Ze werd weer gids in de geesten wereld van het verleden, de Indios, het spirituele van de indiaan, die alles af wist van de planten en kruiden, zij die de zwarte slaven bijstonden toen ze in het 'land van de papegaai' aankwamen. Nu werden een vrouw en jongen ingewijd in de groep, die moesten op hun buik gaan liggen. Orixa Jupira zong en sprak spreuken en legde een witte doek over hun hoofden. Andere leden van de groep raakten ook weer in trance en tekenden cirkels op de lemen grond, zette kaarsen en legden bloemen. We konden nu op een klein briefje een wens schrijven en deze in de grootste cirkel leggen, een wens naar de goden van de umbanda. Daarna ging de kleine vrouw, de caboclo Tupira, de cirkel rond met de blonde vrouw. Ze hadden kaarsen bij hun en een kom met water. Een voor een werden de mensen in de grote cirkel hun voorhoofd gewassen en kregen een kaars van een bepaalde kleur die hun vader of moeder der orixas voorstelde. De een kreeg en witte, een blauw kaars of zoals ik een rode. Die rode vertelde en betekende dat ik de zoon was van Ogum. In het Yorubá-gebied, in Afrika, is Ugum de godheid van het ijzer, de smeden en tevens ieder die met ijzer van doen hebben, zoals landbouwers, jagers, slagers. In Brazilië is Ogum vooral fameus als de god van de krijgers. Zijn aanhangers dragen halskettingen met donkerblauwe en soms groene glazen kraaltjes. Zijn dag is de dinsdag. Wanneer de neergedaalde Orixás binnenkomen in hun symbolische kostuums dan is het Ogum die immer voorop loopt. Dit om de 'weg te openen' voor de andere goden. Dus ik ben de zoon van Ogum, die ook vergeleken wordt met Sâo Jorge, oftewel de heilige Joris op zijn wit paard. Op een gegeven moment stapte de kleine vrouw op mij toe, nam me bij de hand en leidde me naar het midden van de hut. De blonde vrouw vergezelde haar en ze zei mijn hemd op te stropen. Ik deed mijn jas uit, die ik nog steeds aanhad vanwege de frisse middag, en wilde mijn hemd uittrekken, maar dat was schijnbaar ontoepasselijk. Ze stroopte het vanonder op, met de opmerking: 'wat is dat voor een wit vlees' en maakte er een knoop in. Ik kreeg 2 witte kaarsen die ik moest aansteken en in mijn handen houden. Ze vroeg me waar de pijn zat en begon er een zalf op te smeren. De andere vrouw stond achter mij met een kaars die ze langs mijn rug wreef. Caboclo Jupira had een dikke sigaar in haar mond en blies nu en dan de rook over mijn buik en rug. Ze zei woorden die ik slecht verstond en ze zong. Daarna bond ze mij een geel en wit lint om (dat moest ik drie weken moest aan houden). Ik stond daar zeker een half uur voor een einde kwam aan de healing. Ze zei me in rap tempo wat ik moest doen en een meisje was zo goed dit alles op een papier te schriven. Ik moest vier weken lang een kuur volgen. D.w.z baden nemen met de kruiden die ik voordien moest laten trekken in enkele liters water als thee en later, na mij eerst gewassen te hebben met cocoszeep, over mijn hoofd moest uitgieten. Ze wees me er nogmaals op dit alles strikt te volgen en het lint aan te houden. Nadat ik weer in de cirkel terug was vonden er nog enkel ceremonies plaats waarna het einde in zicht kwam. Het was ondertussen vier uur geworden. De kleine vrouw stond op en begon opnieuw te schudden, rond te draaien en wankelen. Het duurde nu langer voor dat de orixa Jupira haar geest verliet. Daarna hield ze nog een ferme toespraak, bedankte ons en en zei dat we naar waterval moesten in het park om daar een bad te nemen. Achterwaarts verliet ik de houten hut. Ik moest eerst mijn bundel met negen kaarsen die ik bij het begin had verkregen aansteken in een grote bak, gericht aan de goden. Daarna gingen we naar het hoger gelegen gedeelte van het bos via een glibberige stenen pad waar enkele watervalletjes waren. Er stonden honderden mensen te baden, ze gingen met kleren en al onder het vallende water. Ze zongen en trommelde op hun drums. De anderen stonden in een lange rij wachtend op zijn of haar beurt. Ten slotte kwam men ons vertellen dat het park om halfzes zou sluiten en wij dus geen tijd hadden om te baden. Ik vond het niet zo erg en wreef over mijn stijve rug. We liepen terug naar beneden en in de grijze bewolkte lucht zag ik de urubus, tientallen aasgieren wachtend op de maaltijd. Ook zaten ze in bomen als zwarte doodsgravers met hun lange nekken als uitgstekte zwarte kippen. Want al het tentoongestelde en geofferde voedsel zou rotten, want de orixas hadden het voedsel allang geestelijk verorberd. De mensen verlieten het park. Ze waren opgelucht, bevrijd van een soort last. De goden hadden naar hun geluisterd, hun versterkt. Ze hadden naar de goden gezongen, ze hadden geofferd en gesmeekt. Het was de spirituele kracht van de umbanda die hun verder deed gaan in de harde wereld van de 'niet goden'.
het moment dat caboclo Jupira en Zé de Coco mij behandelen (tekening die ik nadien maakte)
UMBANDA VIERING IN SANTO ANDRÉ, SÂO PAULO - NOV. 2010 deel 2
November 14 2010,
Om vijf stonden we op om ons klaar te maken voor de reis naar Santo André, een plaats die is gelokaliseerd in de metropolitano van Sâo Paulo. De naam van de stad stamt af van een oud dorp met de naam Santo André da Borba do Campo en werd gesticht door een zekere Joâo Ramalho, een Portugese avonturier die trouwde met de indiaanse Bartira, dochter van de cacique (chef) Tibiriça van de beruchte stam Guaianases. Hier is een boek over te schrijven. Alwel. Zo ver de geschiedenis. Terug naar het heden. We moesten vanuit Bela Vista, waar we logeeerde bij de zoon van mijn vriendin, naar de wijk Saara om daar enkele medebezoekers en leden van de umbanda groep op te pikken. Mijn vriendin had mij verteld over het bezoek aan de umbanda viering in het bos ter ere van de caboclos, de sprituele geesten der indianen. Ik had enkele weken voordien in Sâo Paulo deze umbanda bezocht, juist nadat ik de dag ervoor in Brazilié was aangekomen. Het was regenachtig die morgen en met 17 graden fris. Na een uur kwamen we aan bij de estrade do Pedroso en het park do pedroso. Hier was de ingang van het park, dat was het, niet het bos van mijn gedachten waar we met alleen de groep umbandistas zouden vertoeven om de viering te doen. Neen, dit was een waar park het 'Santuário Nacional De Umbanda', het nationale heiligdom van de umbanda gelegen was. Na het betalen van 15 reais, zo'n 6 euro konden we naar binnen. de parkeerplaats stond vol met wagens en bussen. De mensen kwamen van verre om vandaag de vieren. Het was schitterend gelegen tussen wouden. Overal had men ter ere van de orixas (heiligen) grote beelden geplaatst op enorme sokkels.
beeld van een Caboclo bij het betreden van het Santuario
Het was een schouwspel van mensen die leurden met kleding,stoelen, kippen of hanen, atributen, eten en drinken. Het was zeven uur. Honderden mensen liepen over de paden op weg naar hun heiligdom. Bij onze hut stond parmantig het beeld van Ogum, wat later bleek mijn spirituele vader, dit volgens de moeder van de heilige. Dit was een verrassing voor mij daar ik al jaren leefde met de wetenschap dat ik een zoon van Xango was, dit volgens een oude zwarte vrouw in Salvador. Hier kom ik later op terug. Ik zag mensen op weg naar hun cabana, want iedere groep had zijn eigen hut. Die van ons had nr 24. Het was een soort houten open kraal met strodak van 20 bij 30 meter. Op de lemen grond was een wit kleed gesprijd waar al benodigheden op lagen, bloemen, kaarsen en eten voor de geesten. De kleine vrouw die de ceremonie ging leiden heette Gil (haar eigen naam), maar wanneer ze 'aan het werk was', werd ze in het geval van de indiaanse spirit 'cabocla Jupira', in een ander geval verwerd ze tot nordestina, en transformeerde geestelijk gezien in 'Severina do Gançago', Severina van de bandieten (laat ik dit zo omschrijven daar de cangaceiros bendes waren die in het noordoosten van Brazilië rijken en grote fazendas overvielen. De bekenste Gaganceiro was Lampiâo waar ik later een apart hoofdstuk aan zal besteden). Ze was tegen de zestig (mijn schatting) en klein misschien 1.40 meter, maar vol energie. Na dat geconstateerd was dat iedereen aanwezig was, zo'n vijftig mensen, begon het ritueel. Het was 8 uur. Allereerst gingen we naar een soort heuveltje. We moesten de hutdeur achterwaarts lopend verlaten, als een soort respect voor de het woonhuis van de geesten. We liepen een glibberig stenen trappen pad op, ook achterwaarts. Boven op de heuvel was een open plek waar de ceremonie plaatsvond. Er waren verder andere, laat ik het gezelschappen noemen. Ik zag mannen met kippen onder de arm, denkelijk offerandes. Daar umbanda dit dit slachtritueel niet meer praktizeerd, vermoed ik dat er ook andere groepen aanwezig waren zoals macumba, die nog wel instaan voor een offerande der dieren. Overal hoorde ik trommen en zingen, de liederen die ver terug gingen naar Afrika. Ik zag een vrouw gekleed in een soort rode baljurk met een dikke sigaar in haar mond zingend en lachend. Zij was het medium van de pomba-gira, de vrouw van Exu, zij spotte met een zekere bizarre gekte met alles. Af en toe dronk ze aan een fles rum. Wij stonden in een cirkel. De leden van de umbanda groep hadden geschenken meegenomen. Veelal was dit cachaça en mais, maar ook een gebrade kip. Kaarsen werden in de grond gestoken aangestoken en het zingen begon. De kleine vrouw werd bevangen door de indaanse caboclo. Om Exú goed te stemmen ging ze met een fles rum naar een achter haar gelegen boom en plaatste die daar met sigaren en voedsel. (Later vernam ik dat ze ook een kledingstuk van een alcoholist om de fles draaide en dit meenam en offerde om vraag en verlossing voor die persoon van de rum). Exú is een belangrijk iemand, met hem valt niet te spotten. Hij is onderhandelaar tussen de mensen en de goden. Er werd meer gezongen. Anderen raakte in trance. Mijn vriendin kwam in een wankelende toestand en moest recht gehouden worden. We moesten onze schoenen uitdoen en er kwam een vouw langs die onze voeten waste en er sigarenrook over blies. De offerande aan de caboclo duurde twee uur. Toen we terug gingen moesten we wederom achterwaarts de trap af. Terug in de hut begon de ceremonie opnieuw en de kleine vrouw werd opnieuw bevangen door Jurema. Een blonde meisje sloeg de trommel. Andere raakten eveneens bevangen door een orixa en tekenden cirkels op de vloer. Tekenden cirkels en pijlen en zetten kaarsen rondom. De kleine vrouw, mooi gekleed in het wit met een soort tulband op haar hoofd was de 'gids' der geesten en zong uit volle borst.
...Caboclo van het groen blad
Dit zo prachtig is
begelijd het feest in het bos
Hoor het geluid van de waterval
En de prachtige lied van de sabiá (vogeltje)
Wat een mooie avond
een nacht van mooi maanlicht
een schittering van de maan
Wat ik zag, is dat de caboclo van het het groene blad aankomt Het bos is in feest
Alles overdekt met bloemen
Zelfs de vogels zingen, mijn caboclo
Ze zingen voor uw lof
Ô, ô, ô, ô, hoeveel schoonheid
Ô, ô, ô, ô, mooie pracht
Hoe goed om er zeker van dat Uw caboclo van het groene blad mijn beschermer zijt...
En de drum van het blanke meisje gaat voort met harde slagen in goede ritme context.
Mensen vielen in als zij de liederen hoorden. De vrouw maakte kruiden klaar, drank en rookte voortdurend. De orixa was allang tot haar gekomen. Ook de mede umbadistas, die in het wit gekleed ronddwaalden op het leem bereikten een bepaalde sfeer en werden bevangen door een geest. De meeste werden 'oude zwarten'. Zo liep daar een blank meisje van vijentwintig rond met gekromde rug en een dikke sigaar in haar mond, en bazelde een taal die van ver scheen te komen. De bevangen mediums liepen langs de aanwezigen in de cirkel en drukten hun linker en rechter schouder tegen hen op als teken van begroeting. En uitten daar bij een kreet. Anderen raakten in trance en dreigden neer te vallen. Een blanke man in het wit, hetgeen leek op een judo-pak, was een soort 'bewaker' en moest de onder invloed zijnde mensen in de kijk houden. Er was ook een spastische en verstandelijk gehandicapte jongen in een zelfde judo-pak, die als een soort 'knecht' optrad. D.w.z, hij hielpt de mediums, zette kaarsen recht en hield een oogje op de mai do santo. Er werden nog vele liederen gezongen als het tegen 12 uur loopt. Er werd een pauze ingelast. Ik was verheugd, daar ik last had van mijn onderrug. Het lange staan deed mij geen goed. Ik moest lopen en ging naar de toiletten aan de ingang. Buiten op het pad was het een drukte alsof de carnaval der geesten was begonnen. Ik liep langs de cabanas, mensen zongen, ik hoorde doordringende drums, er werd gedanst. Ik kwam verkleedde mensen tegen in de schitterendste kleuren en rokken en mannen met vrouwen kleren. Kinderen zwart als de nacht in gekleurde kostuums. Het was wonderbaarlijk schouwspel. Buiten bij de hutten werden offers gelegd, meestal voedsel, gebraden kalkoenen, kippen, bakken vol met mais, taarten met dikke room, kommen vol met druiven en ander fruit, manga, papajas. Allemachtig en ik maar denken aan de arme hongerige mensen in Sâo Paulo, de grote steden of binnenlanden, die niks te eten hadden. Dit was in mijn ogen een verkwisting. Ja, het was voor de orixas, het was voor goden te eren. Verdomme, en ver weg in de grijze lucht zag ik al de urubu's, de zwarte aasgieren, die zich straks te goed zouden doen aan dit feestmaal.
wordt vervolgd....
OFFERPLAATS, met beeldjes van katholieke heiligen, caboclos en preto velho's, mais, bekertjes met drank en zoet...
UMBANDA VIERING IN SANTO ANDRÉ, SÂO PAULO - NOV. 2010 deel 1
Ik was op de 13 de november samen met mijn vriendin afgereisd naar Sâo Paulo om daar een Umbanda bijeenkomst mee te maken. Het zou plaatst vinden in een bos en opgedragen aan de 'Caboclos', de Indiaanse geesten in de cultus. Voor als eer moet ik stellen dat Umbanda, Macumba en het allerhoogste Candomblé veel overeen komsten hebben, waardoor het voor de leek soms moeilijk wordt er een duidelijke lijn in te zien. Daarom wil omtrent de Umbanda enige uitleg geven. Dit wil ik doen via het gedetailleerde boek 'De Goden reisden mee' 1997, van Prof. mr. dr. G. Meuleman, (1931-1994), hij voltooide het manusscript van zijn boek kort voor zijn overlijden, die een naukeurige beschrijving geeft. Hiervoor mijn dank. In zijn boek haalt hij vaak uitspraken aan van schrijvers of ingewijde in deze stof, die ik aangeef met 'noot'.
"... De eerste macumba-evenementen vonden waarschijnlijk plaats aan het begin van deze eeuw in Rio de Janeiro. De samenleving bestond vooral uit Bantoes met een theogonie en rituelen, die veel minder ingewikkeld waren dan die van de Yoruba's. Het ging voornaamelijk om de vereniging van overledenen en de zielen van voorouders. De beweging zelf en de plaats van samenkomst noemde men macumba. Volgens McGregor (Pedro, noot Wayn) had de cultus van de geesten der doden, afkomstig van de Bantoes uit Kongo en Angola, vooral veel invloed rond Rio de Janeiro, waaruit de macumba is ontstaan. Door vermenging met spiritisme en candomblé kwam er een nieuwe tak, de umbanda.
DE VERSCHILLEN TUSSEN MACUMBA EN UMBANDA
De umbanda heeft de meeste aanhangers in Rio en Sâo Paulo, maar ook in Rio Grande de Sul (uiterste zuiden van Brazilië, noot Wayn). De beweging wordt in 1933 nog niet door Freyre (Gilbert, nt) genoemd, hoewel hij wel melding maakt van tovernarij en seksuele magie. Deze waren er al, verbonden aan de figuur van de mucama, de 'zwarte min', die sinha-moça, 'net-volwassen meisje', vaak moest vervangen. Het spiritisme van Kardec (spirituele beweging die in Brazilië veel aanhang heeft, ook reincarnatie stelling, noot Wayn) kreeg dus invloed op de candomblé, waarna de nieuwe beweging ontstond, de umbanda, want bij de bantoes waren er genoeg geesten. men noemde ze ma-Bamba in Angola en Kilulu in Kongo. Volgens Saint-Cair (David, nt) gebruikt de umbanda naast Afrikaanse goden geesten om zieken te verzorgen en te genezen. De beweging had in 1972 tweeëneenhalf miljoen aanhangers. De umbanda wordt volgens hem vaak door niet-ingewijden macumba genoemd, terwijl dit woord slechts 'plaats van samenkomst voor Afrikaanse riten' zou betekenen. Verderop in zijn boek zegt hij echter: 'Vreemdelingen gebruiken vaak het woord macumba, maar dit slaat alleen maar op een muziekinstrument gemaakt uit een eenvoudige houten plank met een gat erin, die op een langwerpige kist op korte pootjes is gespijkerd. De musicus beweegt een houten stokje in het gat heen en weer en veroorzaakt zo een schurend geluid dat erg melodieus klinkt. Als het stokje sneller wordt bewogen of meer druk wordt uitgeoefend, veranderd het geluid.' Mc Gregor is een andere mening toegedaan. Hij zegt: 'Pas aan het begin van de twintigste eeuw verschijnt het woord umbanda voor de cultus. Ramos gebruikt het woord echter voor de priester, maar blijft de cultus macumba noemen, evenals Joâo do Rio. Veel doorgaans goed geïnformeerde schrijvers gebruiken trouwens het woord macumba. Zo heeft Hutin (Serge,nt) het er over dat veel grote voetbalclubs in Brazilië een officiële macum-beiro,macumba priester, in dienst hebben die de overwinning moet bewerkstelligen. Bernard (Jean-Loouise,nt) ziet de macumba als een Braziliaanse vorm van tovenarij en erotische magie, derhalve gebaseerd op het gebruik van tellurisme, waarvan de maagdelijke wouden in het binnenland een condensator zouden zijn, en de seksualiteit. Zij, die ermee vertrouwd zijn, zegt hij, beoefenen occulte wetenschappen waarbij de betovering een doorslaggevende rol speelt. Hierbij is ook de suggestie van belang, ondersteund door het doordringende ritme van de trommen, dans en kleurenmagie. Volgens Gregor (Paul,nt) zouden er in Brazilië kloosters van tovenarij bestaan, waar novicen worden ingewijd in tovenarij en waar een tijdlang, soms onvrijwillig, gehypnotiseeerde vrouwen zouden worden vastgehouden. Het lidmaatschap of de leertijd zou reizen naar het inwendige inhouden en het bestuderen van een farmacopee, die de Europese farmacopee uit de middeleeuwen zou overtreffen. Door de eigenschappen van sommige planten zouden macumba-tovenaars de jeugd van rijke vrouwen weten te verlengen. Ook werd er een vampirisme aan verbonden dat ten koste ging van jonge minnars. Wortels en mandragoorsoort zouden het pronkstuk vormen van de macumba-farmacopee. Wat er ook van zij, de stellingen van Kardec hadden hun invloed op de publieke opinie. Het was mogelijk gebleken in contact te komen met geesten en hierbij ging het niet alleen om geneeskunde, liefde, weldadigheid, nederigheid en wijsheid, maar er moest ook voorzien worden in gevoelsmatige of finaciële problemen en er was behoefte aan magie. Dit vonden althans de bezoekers van de macumbas in Rio, die zo konden communiceren met geesten van Afrikanen en Indianen. Bij de umbanda horen alle gebruikelijke Afrikaanse geesten en nog een tiental Indiaanse, maar ook Jezus en de maagd Maria spelen een grote rol. Geesten van de doden worden volgens Saint-Clair niet gebruikt, want die weten niets. Alleen geesten, die nooit in menselijke gedaante hebben bestaan, spelen een rol. Er zijn zeven verschillende soorten geesten. Een gelovige kan bij zijn geboorte tot een bepaalde klasse behoren, maar later tot een hogere overgaan als hij levenservaring heeft gekregen. Iedere klasse heeft een vier-sterren-generaal, die bevel voert over zeven divisies. Iedere divisie heeft een drie-sterren-generaal, die bevel heeft over zeven bataljons. Ieder bataljon heeft een twee-sterren-generaal aan het hoofd van zeven subdivisies.
Al deze gezagsdragers hebben de voorkeur voor bepaalde soorten voedsel, kleuren, dagen van de week, speciale namen, speciale namen, liederen, magische symbolen, parfums, wierook, kruiden en worden allemaal verschillend begroet. In weerwil van de algemene opvatting, dat de umbanda rechtstreeks voortkomt uit de candomblé, is het volgens Moraes (Ari,nt) mogelijk aan te tonen, dat de umbanda zijn oudste invloeden ontleent aan het inheemse rituaal van de catimbo. Daar voegden zich later Afrikaanse, katholieke en spiritische elementen bij, met een steeds groter aantal gelovigen uit alle volkeren en sociale geledingen in Brazilië, zodat men kan spreken van de eerste godsdienst van Brazilië.
Kabinet van de Portugese letteren in Rio De Janeiro - dec. 2010
De instelling werd opgericht in 1837 door een groep van drieënveertig Portugese immigranten, politieke vluchtelingen, dit ter bevordering van de cultuur onder de Portugese gemeenschap in de hoofdstad van het rijk Brazilië. Het huidige hoofd gebouw werd ontworpen door de Portugese architect Rafael da Silva e Castro. Het werd gebouwd tussen 1880 en 1887 in Manueline-stijl.Deze architecturale stijl roept de uitbundige Gothic-Renaissance op, in het tijdperk van de Portugese ontdekkingen.
De gevel, geïnspireerd door het Jerónimos klooster in Lissabon was vervaardigd door Germano José Salle in lioz-steen in Lissabon, waarna het per schip overgebracht werd naar Rio de Janeiro. De vier standbeelden die de façade portretteren in de volgende volg orde: Pedro Álvares Cabral, Luís de Camões, Infante d. Henrique en Vasco da Gama, en in de medaillons, de schrijvers Fernão Lopes, Gil Vicente, Alexandre Herculano en Almeida Garrett. (zie foto)
Het interieur volgt ook de manuelijnse stijl in deuren, houten planken voor boeken en gedenk tekens. Het plafond van de leeskamer heeft een prachtige kroonluchter en een claraboia (dakraam) in ijzerstructuur, het eerste exemplaar van dit type in Brazilië. De salon heeft ook een monument van marmer, ivoor en zilver (het altaar van het vaderland), 1,7 meter, die het tijdperk van ontdekkingen herdenkt, gemaakt in het Casa Kings & zonen in Porto door de goudsmid António Maria Ribeiro, en in 1923 overgenomen door het koninklijke kabinet.
Onder de ongeveer 350000 binnenlandse en buitenlandse volumes, zijn zeldzame werken zoals een bewerkte kopie van "princeps" de Lusiads de Camões (1572), de verordeningen van d. Manuel (1521), en een manuscript van de komedie "Gij, alleen Gij, pure Liefde" van Machado de Assis. Er is ook een belangrijke collectie schilderijen van José Malhoa, Carlos Reis, Oswaldo Teixeira, Eduardo Malta en Henrique Medina.
'... ik liep af en toe het oude gebouw binnen in het centrum van Rio om de reuk van de tijd waar te nemen... waar zelfs enkele scenes van films werden opgenomen, zoals die van 'Xangó de Bakerstreet' een braziliaanse film over SH die Rio aandoet... Binnen is het een rust van niets de geesten van duizenden schrijvers, die hier in de aangetaste boeken hun ziel hebben vrijgegeven... als ik kom, tegenover het gebouw, op het plein liggen de zwervers op banken, de realiteit van het huidige Rio, ver weg van de intieme sfeer in de bibliotheek...En ik ben weer in de werkelijkheid, snakkend naar een koude fles bier...' Wayn
INDIANEN PROTESTEREN TEGEN BOUW BELO MONTE DAM IN XINGU
Raoni
Honderden indianen hebben in de Braziliaanse hoofdstad Brasilia geprotesteerd tegen het plan een waterkrachtdam in het Amazonegebied te bouwen. Volgens de actievoerders komt door de aanleg van de Belo Monte dam ruim 500 vierkante kilometer land onder water te staan.Ongeveer 50.000 indianen en boeren zouden van hun grond worden verdreven. "We willen Belo Monte niet, want die maakt een eind aan onze rivieren, het oerwoud en ons leven'', zei het inheemse stamhoofd Raoni Metykire in Brasilia. De actievoerders overhandigden een lijst met de handtekeningen van ruim 600.000 tegenstanders van het project aan de minister van Energie, Edison Lobao. De bewindsman toonde zich niet onder de indruk. Hij zei dat de bouw van de dam snel gaat beginnen. Xingu indianen in Brasilia
Verder zei de minister dat de mensen die door het project worden getroffen compensatie krijgen. Ook krijgen bewoners die moeten vertrekken, een aanbod om zich elders te vestigen. De dam moet in de Xingú-rivier in de deelstaat Pará komen, vlakbij de stad Altamira. Volgens de Braziliaanse regering kan de Belo Monte dam ruim 11.000 megawatt elektriciteit leveren. Dat is goed voor 23 miljoen huishoudens. Ook zou het project voor 18.700 directe banen zorgen. De aanleg kost 10.6 miljard dollar (7,7 miljard euro). Na de Chinese Drieklovendam en de Itaipudam, die wordt beheerd door Paraguay en Brazilië, moet Belo Monte de grootste waterkrachtdam ter wereld worden.(anp/odbs)
op de poster president Dilma: 604317 personen zeggen: stop Belo Monte
TRAGEDIE IN HET BERGPARADIJS - + korte column van wayn
Dodendal door regens in RJ gestegen tot 610
16/1/2011 10:17, Por Roberto Samora, com Reuters - de São Paulo uit de
Valmir França da Matta chora depois de participar do resgate do corpo de seu filho, Marcos Vinicius, 9 anos, vítima de um deslizamento.
Valmir França da Matta huilt na dat hij deelnam aan de reddingsoperatie van het lichaam van zijn 9 jarige zoon, Marcos Vinincius, slachtoffer van de aardverschuiving
Het doden aantal in de berg-regio van Rio de Janeiro als gevolg van de regens is gestegen tot 610, dit volgens het secreteriaat van gezondheid en burgelijke bescherming. De laatse 12 uren werden 12 slachtoffers geregistreerd. Meer dan 10 duizend mensen zijn dakloos of verplaats, volgens gegevens van de regering.
'...De tragedie in de bergen achter Rio is geen duivelswerk. De regen die in een dag viel was meer dan die van een maand. De natuur is gekwetst, de goden zijn woest, maar op wie? Op de vernietigers van de natuur, wereldwijd. Het verbruik van gassen, de uitlaten van gemoderniseerde fabrieken, de kap van gote bossen. Zolang geld de hoofdrol speelt zal dit alles leiden tot catostrofale gevolgen voor de mensheid. In Brazilie is het jaarlijks rond deze tijd een treurdal. Ook in en rond Rio de Janeiro plus de favelas. De gemeentes doen totaal niets, en,- of geven vergunningen tot bouwen. Ze sluiten hun ogen voor de armoe en meestal is het deze groep die men gewoon laat bouwen op grond met gevaar. Dit is niet de laatste ramp... De natuur is verbouwereerd, de kapitalist kan het geen donder schelen, de wereld van nu is niet deze van naheen. De groot-kapitalist is een egoist, een duivelbroeder, die de mensheid niet nodig heeft. Wereldwijd zien we catastrofes, van Haiti tot Afrika, India tot Rusland. Geld voor hulp verdwijnt als sneeuw voor de zon. Sommige mensen hebben het begrip verloren voor een beter wereld... Er moet verandering komen willen wij de natuur in leven houden... de natuur is er voor ons, wij niet voor haar...'
Het volk van de Kuntanawa in de staat Acre richt zich weer op en probeert zich te verlossen van haar wortels De inheemse etnische Kuntanawa in Acre werden als uitgestorven beschouwd, nu herboren uit hun nakomelingen vermengd met "blanken" strijden nu voor de afbakening van hun land in de staat. Er waren slechts vijf in 1911 en nu zijn ze ongeveer met 400. De Kuntanawa waren bijna uitgeroeid in de vroege twintigste eeuw met de vooruitgang van rubber winning. De Indianen werden vervolgd door gewapende mannen na het ingebruiknemen van de rubber velden rond de Acre.
Zij spreken niet meer van hun inheemse taal en behorende tot de taalkundige tak Pano. Ze spreken nu enkel Portugees. Hun cultuur is bijna verdwenen en vergeten. "We zijn het bewijs dat je een natie kan opbouwen, terug te brengen wat er is vergeten is," zei Haru Xina Kuntanawa, wereld ambassadeur voor de vrede door de Verenigde Naties. De jonge Haru, 28, vertegenwoordigt de beweging en de articulatie van culturele en historische verlossing van zijn volk. De jonge Indiaanse leider, Flávio Jose do Nascimento (zijn geregistreerde naam) is de articulator van de 11 etnische groepen van het Pano volk. Hij ondernam de belangrijke taak om de Kuntanawa hun thuis terug te geven, hun culturele en taalkundige waarden te versterken en het bevorderen van de redding van hun heilige riten die lang verloren waren. "Ik geloofde dat het mogelijk was en ik ben er zeker van, meer dan ooit, dat mijn volk terug kan brengen wat ze hebben verloren," herinert Haru en denkt aan de afslachting en het verleden dat gekenmerkt werd door het doden van zijn familieleden. "Het brengt me verdriet. Het is heel recent, noch geen eeuw het bloedbad van 1911. Vandaag hebben we iets meer dan 300 Kuntanawa en mijn doel is om onze mensen terug te verenigen thuis, een huis te geven. "
Ze zijn een etnische groep die op verschillende gebieden opgebouwd moeten worden: taal, body painting en zang, heilige rituelen met het gebruik van geneesmiddelen in het bos en het gevoel van verbondenheid met hun land. Eind juli, verzamelden zich meerdere mensen van de Pano taalgroep in het Kuntamanã dorp in Acre, een eerste in deze beweging die aan hun tradities een nieuw leven geven. Tijdens de week van 26 tot 31 juli 2010 hielden de Kuntanawa hun eerste culturele festival. In dit, het was een vergadering voor een moment van zelfbevestiging van eenheid onder de etnische groepen, waren ook mensen van de Pano taalgroep: Huni Kuin, Yawanawa, Shanenawa, Shawãdawa, Jaminawa, Nukini en Marubo Katukina. "Als de mensen bij elkaar zijn hebben ze een grote kracht om te herstellen en het versterken van hun tradities. We hebben samen een consistente geschiedenis, "merkt Haru op. Op de oever van de rivier de Tego, in het extractive reservaat (Resex) Juruá Alto, vlakbij de grens met Peru, ontmoette zich 200 mensen, met inbegrip van gasten en autochtone 'witte' Brazilianen en buitenlanders. Het is door het contact met naburige etnische groepen van de taalgroepen Pano dat een strategie om de taal van zijn volk te reconstrueren door middel van andere vergelijkingen. De wederopbouw van de taal wordt tevens bewerkstelligd door en via diverse fragmenten die nog in het geheugen van de stamhoofden aanwezig is en 'ayahuasceiras' gezangen tijdens de heilige riten.
Afbakening Het is het bevestigen de Indiaans bloed ook door de verovering van een gebied zelf. De afbakening van het land is een belangrijke reden dat Kuntanawa zich omarmen vandaag en voorbereiden op de confrontatie. De uitdaging is een gebied van 80 tot 100 duizend hectare land, dat de mensen beweren dat het volledig overlapt is door het extractive reservaat Alto Juruá waar Kuntanawa een van de belangrijkste bewekstelligers van zijn. "Wij vechten voor de afbakening van ons land. We zijn binnen een stuk land dat door onze mensen gecreerd is in de jaren 80 tot 90, toen er een voorstel was om dit reserve vast te stellen. Het werd gedomineerd door bazen, maar door Indiaanse dwangarbeid ", zegt Haru, om aan te geven dat zijn voorouders hun wortels hebben in die gebieden. Echter, de extractieve reserve model is niet de "meest geschikte" voor inheemse volkeren, stelt de hij. "Wij claimen het, maar we hebben het al afgebakend. Het is het land Kuntanawa. We hebben hier al wortels gepland. We wachten alleen nog op het officiële moment van de afbakening door de Braziliaanse overheid, "stelt hij. "Wat wij willen is het te beschermen, om de aandacht te vestigen op het ecologisch bewustzijn," belooft hij.
De inspanning komt met de vrijgeving van de afbakening 2001, met voorlegging aan de National Indian Foundation (FUNAI). In 2003, krijgt het Kuntanawa volk de publieke steun van de Inheemse Missionaire Raad (CIMI) en de Organisatie van Inheemse Volkeren van de Rio Jurua (Opirj) om ervoor te zorgen dat Kuntanawa als zodanig herkend worden en hun inheemse land afgebakend wordt. Zij waren het die hielpen de extractieve reserve in het begin van de jaren '90 te maken. Vandaag, echter, het oneens zijn over het genot van de natuurlijke en minerale hulpbronnen hebben ze zich verzameld rond de belangrijkste plek van de groepering, het dorp Kuntamanã (bekend onder zijn oude naam 'Zeven Sterren').
Het eerste extractieve reservaat dat werd gecreerd in Brazilië, Resex doAlto Juruá heeft een oppervlakte van 506 duizend hectare. De Indianen beweren dat hun gebied de equivalent is van bijna een vijfde van het natuurgebied. In 2008, federale aanklagers in Acre diende een openbare civiele actie aan om de Funai en de Unie te dwingen tot de afbakening en registratie van grond, gelegen aan de rivier de Tego, in de buurt van het dorp Restauraçâo met ongeveer 130 huizen behorend de gemeente Marechal Thaumaturgo. Ervan bewust dat een afbakening proces ongeveer 10 jaar of meer kan bevatten en het genereren van een controversieel debat in de samenleving, zegt Haru, in naam van zijn volk klaar te zijn: "Ik ben voorbereid met geest, lichaam, ziel en hart om te vechten voor dit land, te beschermen, onderhouden en herstellen. Het heeft ook nieuwe bondgenoten opgedaan, "belooft hij.
KUNTANAWA VOLK
Dit verslag van Fabiola Ortiz heb ik vrij vertaald uit 'Portal Imbase' van 15 januari 2010
'...Ik heb hun sinds lange tijd niet meer gezien. Zezer, ze heet eigenlijk Maria José Moreira, omhelst mij en is vol vreugde me weer te zien. Ze werkt als poetsvrouw in een school in Itaborai en verdiend zo iets bij. Ze is van een evangelisch kerkje wat haar doet geloven in haar deus en goedheid. Ze is een van de vele vrouwen die een houvast zoeken in hun levens filosofie, waar meestal de man de andere weg bewandeld, hij die afkerig is van de kerkgemeenschap. Zezer is een nakomelinge van Syrische immigranten die in Brazilië veelal als marskramers leefden en zijn opgegaan in de vele mengelingen van culturen. 'Waar is Joëlson?' vraag ik haar. 'Aan de andere straat in de drank keet, 'bebedo' dronken,' zegt ze resoluut, maar met enige berusting. 'Hij is al om halfzes het huis uit. Hij zegt nooit waar hij heen gaat, maar meestal naar de kroeg.' Ze houdt van hem ondanks de harde tijd. 33 jaar zijn ze nu getrouwd. Ooit zag ik hun trouw foto's die ze als een schat bewaard in een oude album. Zezer in haar witte bruidsjurk en Joëlson in een maatpak, dat men dan huurt voor de gelegenheid. Hun huisje staat in Tanguá, een plaatsje op 15 kilometer van Itaborai en zo'n 70 van Rio. Het ligt in de buurt Vila Cortez. Ik denk terug aan de jaren dan ik hen nu ken, 20 jaar. Joëlson als drinkebroer en liefhebber van de suikerriet jenever waarvan '51' zijn favoriete merk was. En ik heb gevoelige herinneringen aan de tijd dat we stomdronken van 51 en 60cl flessen bier uit de hete drank keet kwamen en Brazilië een draaitol was, een warme planeet van mooie vrouwen, zwarte bonen reuk en liefde. Zezer heeft een passie voor haar honden. Ze heeft er drie, een oude van 13 jaar ligt op de sofa in de veranda en twee uit hetzelfde nest, die als waakhond doorgaan en in de achtertuin aangelijnd liggen aan lange touwen. Ze loslaten veroorzaakte problemen met de buren vertelde ze mij, maar ze hielden zich koest tegn over mij. Ze verzorgd hen met liefde, 'Ze zijn mijn kinderen. Ik hou van mijn honden... meer als van mensen... ze zijn eerlijk en trouw dat kun je van veel mensen niet zeggen,' en ze geeft de ouwe hond een bak water. Ze verteld en verteld en vraagt mij duizend dingen. Antonio noemt ze mij en geeft me zoete koffie en maakt manga-drank van de heerlijke kleine vruchten. Een van de vele soorten manga's, maar deze zijn heerlijk en ik zuig er enkele uit en eet het vruchvlees onder schil. Ik laat niets verloren gaan. Ze wast de oude hond met cocos zeep in de zon bij de waterput, en ik zie de naiëve vrouw met liefde voor haar honden. 'Dit zijn mijn kinderen,' zei ze ooit tegn mij. Het huisje is opgeknapt en heeft nieuwe ramen, deur, tafel en stoelen. Het is klein en knus, zoals ik mij zelf wel zou wensen, met een ruime tuin erachter. Ze heeft ondertussen het eten op tafel gezet. 'Heeft Joelson gisteren gemaakt, ' zegt ze trots. 'Ja, hij kan koken,' en ze geeft mij een bord met rijst, zwarte bonen en farofa, een gebakken maniok farinha met uien. Ze maakt er een sla bij en bakt mij eieren. Het is warm vandaag met 35 graden. Een uur later komt Joëlson binnen. Da Silva is zijn naam, zoals vele Brazilianen door het leven gaan. Hij is ouder geworden en wordt overmorgen 61. Hij omhelst mij op een manier alsof we elkaar gisteren nog hadden gezien. Neen, hij was niet in de kroeg, hij had gewerkt! 'Capinar' noemt men dit hier, het wieden van gras en onkruid, een verdomd hard werk met een hak. 'Trabalhando?' zegt Zezer. 'Ik dacht dat je aan het drinken was en ze maakt gebaren met haar handen. 'Zie je Antonio hij zegt ook nooit iets. Hij staat soms op en gaat weg...' Joëlson neemt alles gelaten, mompelt iets en laat me de blaren op zijn handen zien. Hij is het niet meer gewend. 'Waar is je gele shirt,' vraagt ze. 'Ben ik kwijt,' zegt hij enigzins plagerig. 'Joëlson! Waar heb je het gelaten, een geel shirt, geel... dat kan je toch niet kwijtraken... ga het zoeken...' En dat herhaalt ze nog vele malen. Hij is haar vriend, zoon, kind, man. Ze houdt van hem. "Nog steeds aan de 51 cachaça,' vraag ik Joëlson. En hij lacht: 'Muito bom, 51... heel goed!' 'Kijk uit vriend het kan je lever verbranden.' zeg ik enigszins cynisch. 'Is allang verbrand...' en hij lacht. Hij drinkt noch alleen maar jenever, komt thuis, legt zich op de sofa, slaapt, en gaat weer op weg. Alleen vandaag is hij aan het werk. Hij heeft gewerkt als ober en in de bouw, en allerlei klusjes voorhanden. Hij heeft het tot nu toe overleefd. Hij eet een flink bord en zegt weer aan de slag te gaan, hij moet het afmaken vandaag. Zezer geeft me nog een zak met manga's mee, de vruchten die ooit engelen vanuit India moeten hebben meegenomen naar Brazilië. Ik vertrek samen met Joëlson en beloof hun terug te komen. Buiten loop Zezer loopt nog een stuk achter mij aan, zwaaiend en schreeuwend: 'Chau Antonio! Chau! Vai com Deus! Chau! Antonio! Kus voor Lenita...' Joëlson slaat rechts af... ik links. Ik hou van haar, van haar eenvoud en openheid, het goede van Brazilië...' Wayn
Het huisje binnen Zezer met de oude hond aan de tuin waakhond bij hun hok Joelson
HET VERHAAL VAN 'VIRALATA' DE STRAATHOND - KORT VERHAAL
Nu worden er in Brazilië velen straathonden omver gereden met fatale gevolgen. Deze honden noemt men daar 'vira-lata', een mooie benaming hetgeen 'blik-omdraaien' betekent. In Itaborai, in de buurt van Rio waar ik af en toe woon lopen er velen rond. Ze zwerven door de straten en vooral langs de hoofdweg waar de vele 'pastelarias', deeg-broodjes-zaken liggen.
Op een regenachtige november middag, wanneer ik op weg ben het centrum langs de avenida 22ste mei zie ik haar leunen tegen een ijzeren poort. Boven de poort prijkte de naam van een evangelische kerk. Ze (het is een vrouwtje) is mank en sleepte zich moeizaam voort. Ik weet dat ik hard moet zijn en loop door, ook daar ik zie dat mensen zich ermee bemoeien en het lot van het dier aantrekken. De hond blijft in mijn hoofd en op mijn terugweg naar huis heeft ze zich iets verder op gesleept. Mensen hebben haar water gegeven en iets te eten. Ik ga mijn weg naar huis met de gedachte dat het wel opgelost zal worden, maar ik kan het niet uit mijn hoofd zetten. Ik vertel het verhaal aan mijn vriendin die zegt dat het denkelijk een virus kon zijn. Inderdaad was twee jaar geleden haar hond Tony gestorven aan een ziekte die hem had verlamd.
Ik ga terug naar de plek des onheils en vraag naar het gebeuren. Ze blijkt te zijn aangereden op de autoweg. Een meisje van de evangelische kerk zegt met bedroeft gezicht dat ze de brandweer hebben gebeld, maar deze doet niets tenzij het dier gevaarlijk is voor mensen, als aanvalt of bijt, hondsdolheid. Zodoende ligt ze daar. Ik kijk in de droevige bloeddoorlopen ogen van de teef misschien drie jaar lijkend op een beige-achtige Mechelse herder maar met een robuuster kop als van een dog en nog ander wat kenmerken. Dit kan niet en besluit naar een van de twee dierenartsen te gaan in de buurt. Daar aangekomen leg ik de situatie uit en vraag of het dier kon worden opgehaald. Volgens mij is het beste haar te laten inslapen, want wat moet een straathond in zo'n miserabele toestand, mank, hoe te overleven in de straathonden hel van Itaborai?
De vrouwen achter de receptie kijken mij verwonderd aan als was ik een beul van een andere planeet en ik hoor de een tegen de ander zeggen: 'Ja, een spuitje geven, dood...'. Na twee uur komt iemand die mij met een bestel auto en grote kooi naar de onheilsplek brengt waar het arme dier nu met haar hoofd onder een auto ligt van wegen de regen. Mensen zijn zo goed en hadden karton op haar gelegd. De man laadt de hond vakkundig in met een strop om haar nek. Hij zegt mij haar niet aan te raken, terwijl ik voordien het beest over haar hoofd geaaid had. Inderdaad wat naief van mij, maar het dier keek mij hulpeloos aan. Iets later rijden we terug naar het praktijk.
'Wat is de naam van de hond?' vraagt de vrouw achter de computer. Naam!? Het is een straathond. Ze denken blijkbaar dat het mijn hond is. 'Noem haar maar Viralata,' zeg ik. Ik vertel nogmaals dat het beste is haar te laten inslapen. Ze zeggen te wachten op de dokter, die haar zou onderzoeken. De dokter is een blanke vrouw van in de veertig. We gaan met Viralata naar de praktijkruimte waar ze vakkundig wordt onderzocht. 'Er zijn nog reacties,' zegt de blanke vrouw. Ze neemt de temperatuur op en voelt op diverse plekken aan het achterlijf van de hond. Als ze op de buik van de hond drukt zieik bloed weglopen uit haar onderste en het dier kijkt hulpeloos en angstig. 'Luister senhor... ik denk dat met een goeie behandeling ze misschien nog te redden valt... anti-biotica en meerdere medicamenten...' en ze kijkt me vragend aan. 'Ze zal wel twee tot drie weken goed verzorgd moeten worden en dan...' Ja en dan? Ik leg haar uit dat ik hier niet woon en ga reizen en mijn vriendin niet de mogelijkheid heeft om dagelijks voor het dier te zorgen. Buiten dat is in het huis nog de kleine Suzie, een straathondje. Anderzijds kon het dier hier ter plekke verblijven, de prijs was 80 reais per dag, zo'n 35 euro. Ik besluit toch met mijn vriendin te praten en beloof terug te keren. 'O senhor komt toch terug is het niet?' vraagt ze onzeker en ik geef mijn belofte.
Inderdaad het was een schot in het duister. Het kan niet, zei mijn vriendin. Ik heb mijn werk, jij bent weg en dan de kleine Suzie. Ze heeft gelijk. Ik terug naar de praktijk, mijn kop vol zorgen. Want ze zullen mij het dier terug geven, en dan? Het motregende met 28 graden. Waar moet ik met de hond naar toe. Ik had een verantwoordelijkheid op me genomen en dat is wat de mensen hier weten. Ze willen helpen, maar alle verantwoordelijkheid is voor hen, fysiek en financieel. Ik voel mij rot. Terug in de praktijk komt de dokter naar mij toe: 'En, hebt u het opgelost?' vraagt ze van de ene kant hoopvol, van de andere nieuwsgierig. 'Ik moet u teleurstellen... het kan niet, er zijn geen mogelijkheden,' en ik verklaar haar nogmaals de situatie. Dat ik de hond op straat zag liggen zoals zo vele, doch ditmaal had mij het lot van het dier aangetrokken... ik wilde helpen, maar...' Ondertussen wist ik dat ik hard moest spelen en zelfs iets provoceren. 'Dus senhor laat de hond interneren? Hij blijft hier?' vraagt ze overtuigend. 'Neen... gaat niet....' Ik zei nog dat in mijn land er voor dat soort honden, ten minste diegene die de mensen verstoten, asiels zijn. Ze kijkt mij vragend aan. "Oh...opvanghuizen voor honden?' Nu wist ik dat ook in Brazilië dergelijke huizen zijn zoals in Jacarepaguá in Rio, waar men honderden dieren opvangt, maar waar er problemen waren. De staat had steun gegeven van miljoenen maar kon niet begrijpen dat al dit geld aan de behandeling van de dieren was opgegaan en beschuldigde de organisatie van corruptie. 'Dus wat doet senhor? Blijft ze hier?' Ik ben geen antichrist, sadist of beul, maar ik zie de situatie, de gemeente die haar ogen sluit voor deze problemen. Een overreden hond is dood. Fini. Maar een aangereden dier dat moet lijden wil men geen spuit geven, anderzijds laat men ze creperen langs de weg. 'Luister,' zegt ik resoluut tegen de vrouw: 'Ik neem haar mee en leg haar hier boven in het park.' Ze kijkt me verward doch hulpeloos aan. 'Senhor, dat kunt u niet doen. Het regent, ze heeft niks eten... ze' Ze was nu op het etisch punt gekomen, haar menselijkheid en verantwoording voor het dier in welke omstandigheid dan ook. 'Disculpe, mijn excuus, maar er is geen andere oplossing... ik wil helpen maar het blijkt dat je je er beter niet mee kunt bemoeien... buiten dat zal ik schrijven naar de gemeente van Itaborai om voor een oplossing te zorgen dat mensen aangereden dieren naar een arts kunnen brengen zonder kosten hunner zijds...' De vrouw krijgt een blos op haar gezicht. Ze staat even perplex en zegt dan even resoluut als dwangmatig: 'Goed... laat ze voorlopig maar bij ons dan zien we wel verder.'
Ja, mijn geval is dan ook een uitzondering, een gringo die een aangereden manke straathond ter plekken brengt. Ik dank haar vriendelijk voor het inzicht. Men zou, als ze beter werd, Viralata proberen onder te brengen bij mensen of terug de straat op. Ten minste als ze het overleefd.
Wayn
Straathond zoekt voor voedsel in vuilniszakken
Wachtend op restjes in een pastelbroodjeszaak
Een van mijn vele Viralata amigosin Itaborai, Rio de Janeiro
Braziliaan leert boeren niet op roofdieren te schieten
Als poema's, vossen en wolven in de buurt van een Braziliaanse boer komen, maken ze grote kans een kogel door hun kop te krijgen. Ze zouden kippen stelen en koeien aanvallen. Zoogdierenwetenschapper Frederico Gemesio Lemos probeert dat beeld bij te stellen. In het 'Programma ter bescherming van de zoogdieren van de Cerrado' neemt hij de boeren mee op onderzoek en laat hen de vacht van een wolf voelen.
Lemos werkt bij de Federale Universiteit van Goiás en onderzoekt sinds 2003 alle katachtigen, hondachtigen en wilde zwijnen in de Cerrado, een savanneachtig gebied in Centraal-Brazilië. Sinds 2007 legt zijn team zich erop toe dat de boeren zich van hun gedrag bewust werden. ,,We beseften dat we weliswaar alle soorten in kaart konden brengen, maar dat we daar niets mee zouden opschieten, als we de boeren er niet bij zouden betrekken.'' Hoewel het volgens de wet verboden is, wordt nog altijd volop gejaagd op wilde dieren in Brazilië. Meerdere soorten dreigen daardoor uit te sterven, zoals de Braziliaanse grijswitte 'veldvos', hoary fox (foto boven), een onschuldige termieten- en sprinkhaneneter. Lemos houdt van het mooie dier. Het is inheems in Brazilië, meer specifiek de Cerrado, en nog nauwelijks onderzocht. De hoary fox wordt volgens Lemos snel verward met andere vossen en dan zonder nadenken afgeschoten. Het ontbreekt de boeren aan kennis, zegt hij. ,,Maar tijdens ons onderzoek merkten we wel dat er onder sommige boeren en knechten steeds meer nieuwsgierigheid ontstond. Men kwam met vragen als 'welke soorten kippen eten', en 'hoeveel terrein een poema nodig heeft'."
Vacht voelen Tegelijkertijd merkten de onderzoekers dat de boeren heel goed weten waar de dieren rondlopen en waar bijvoorbeeld de poema slaapt. ,,We hebben hen daarom bij het onderzoek betrokken. Als we nu de vallen uitzetten of een poema uit de boom gaan schieten met een verdovend middel, nemen we de mensen mee. Zo liet ik een boer die de ene na de andere wolf doodschoot, de vacht van het dier voelen. Die ervaring werkt door.'' Een boerin met kippen, Lucia genaamd, schoot alle vossen op haar terrein dood. Lemos: ,,Ze heeft geholpen een veldvos te pakken en van een halsband met chip te voorzien. We hebben het dier Lucia gedoopt. Lucia waarschuwt nu als ze voorbijkomt." Maar het gaat niet altijd goed, merkte de wetenschapper. ,,Een boer die had geholpen bij het pakken van hoary fox Alisa, een moeder met kleintjes, schoot dezelfde vos met halsband alsnog dood om 'te voorkómen dat ze een van zijn kippen zou doden."
Schade aan boerderijen Samen met het ministerie van Milieu inventariseert Lemos' groep de tien boerderijen die de meeste schade van de roofdieren ondervinden. Die schade is volgens de wetenschappers zeer beperkt. Slechts een klein percentage van alle doodsoorzaken wordt veroorzaakt door de roofdieren. Bovendien kan die schade worden voorkomen, stelt Lemos. ,,Dat kan met elektrisch geladen omheiningen of een goede waakhond. Het is een simpel en goedkoop educatief project, waardoor mens en dier kunnen samenleven. Alleen ontbreekt het geld nog."
Zondag 28 november, in de middag valt de politie het complex do Alemão binnen. Een bandiet sneuvelt nog en 20 anderen worden gearresteerd. Volgens berichten is alles zover onder controle. De BOPE, speciale eenheid heeft haar taak verricht, er was zelfs eentje die zei: ´hier heb ik 2 jaar op gewacht...´ Het ziet er naar uit dat hij binnenkort weer aan de slag kan. De politie nam 30 ton drugs in beslag, en een zestigtal wapen, waaronder fuzies, Fals en geautomatiseerd luchtafweergeschut. De bandieten die konden vluchtten hadden de bizarste ideeën, zoals vermomd als evangelische pastor met eveneens dwaalspoor begeleiders. Anderen waren verkleed in muskieten verdelger, anderen wisten te ontkomen via rioleringen. De mensen in de favelas zijn opgelucht en kinderen spelen nu in de prive baden van de drugsdealers. De politie plaats met trots de Braziliaanse vlag op het hoogste punt van de favela, de overwinning was compleet. Doch is dat wel zo? sommigen bandieten wisten te ontkomen naar andere favelas in Niteroi en São Gançalo. Is het probleem opgelost? Neen. De handel in wapens en drugs zal doorgaan in vele andere favelas. De politie zal in de bezette wijken de UPP inzetten die zal moeten toezien dat er voorlopig geen dealer meer de favela inkomt. De mensen zijn opgelucht en hervatten hun dagelijkse gang. Er waren veel roddels over vermeende aanslagen, en dat bracht paniek te weeg. Hier in Itaborai op 50 km van Rio is het rustig, maar als de mensen midden in de nacht knallen horen zijn ze angstig, er wordt geschoten in Reta, een wijk in de buurt. Volgens mij was het vuurwerk, wat hier regelmatig afgestoken wordt, hetgeen ook bleek. De angst wordt de mensen opgedrongen en dat is het doel van de bandiet. De drugsdealer, wat heeft hij bedoeld met deze actie? Deze vraag houdt mij bezig. Het uitlokken van de oorlog tegen de politie, of laat ik zeggen wraak tegen de acties die de politie ondernam en drugspunten uitschakelde, moet een georganiseerde en doordachte daad zijn. De politie had er alles aan gelegen dit op e lossen met de internationale pers in de nek. Want met het voetbalspektakel en olympische spelen in het vizier zal Brazil het hard moeten spelen. Er zijn andere dingen aan de orde hier dan het organiseren van de brood en spelen. Er moet beter onderwijs komen en zieken zorg, menselijke items. Men moet zoeken naar de oorzaak van de drugs criminaliteit in Rio, deze al begon in de jaren 1960 met de militaire bezetting, waar vele activisten werden opgepakt en in de bak plannen smeedde die zich uitte in drugshandel. De handel is te groot, en teveel geld is ermee bemoeid. Doch nu is het waarde verlies van de bandiet en het gezicht degelijk geraakt. Maar er bliven vragen. De in beslag genomen handel en vuurwapens? Vernietigen? Of komt het via rotte kanalen weer terug in de handel. In Brazilie is dit geen uitsluitsel. Dan is er de Braziliaanse mensenrechten organisatie die stelt dat, net als in 2007 toen eveneens in de favela do Alamão werd binnengevallen door de politie en die dag 40 doden vielen niets is veranderd. Nada! Njet! Nothing! Nu gebeurd hetzelfde, en is het wachten op de volgende actie?
De drugs-war heeft opnieuw toegeslagen in Rio de Janeiro. Aanleiding was de opdracht van drugs-chefs die vanuit de jail hun onderdanen bevolen paniek te stichtten en de politie te attacteren. Deze, de UPP, had de opdracht een pacifitische opdracht uit te voeren en zo de drugspunten te elemeren in de favela. De wraak van de bandieten is het gevolg en begon zondag 21 nov. schietpartijen die leken op een burger oorlog. De mensen? De favela Villa Cruzeiro ligt aan het complex van do Alamão, VC telt ong. 20.000 mensen, maar samen met de vele wijken telt het complex 400.000 inwoners. Zij zijn de dupe van de idiote oorlog en velen zijn bang om hun huizen te verlaten. 50.000 kinderen gaan niet of kunnen niet naar school, winkels dich, verwarring alom. Deze mensen zijn de slachtoffers, verdwaalde kogels en mentale angst. de politie claimd mementeel 40 doden, allen bandieten. Allen? Zeker is dat er onschuldigen tussen zijn, zoals een 14 jarig meisje dit achter de computer zat, en getroffen werd door een kogel. Corruptie. Ik denk dat vele hoge fuctionarissen in het complot zitten, want waar komen de wapens vandaan, munitie? Vele zeggen uit Paraquai, onbekend bij de overheid, schijnbaar. Bij mijn terugkeer uit Belo Horizonte werd er al op gewezen niet de ´linha vermelho´ te nemen, daar deze afgesloten was door politie. Ik zag scheurende politie wagens vol geladen met mannen met gdodelijke wapens. Wayn
Rio, 25 nov. 2010 vrij geciteerd uit de krant
De zege op de ´traficantes´, drugsdealers is nog niet zeker, maar de politie en leger hebben de favela vila Cruzeiro in handen. de bandieten bieden nog verzet in de vorm van het in brand steken van vrachtwagens en opwerpen van barricades, maat ten slotte vluchtten zij in paniek richting het complexo do Alamão, welk vandaag door de politie word omsingeld met zwaar geschut; 800 soldaten van het leger en 300 van de federale politie. De inval in de favela vila Cruzeiro begon vroeg met behulp van marine tanks. Wanneer de politie zich bezighoudt met tevens de favelas jacarezinho en maquinhos proberen de bandieten verwarring te stichten door autos in de fik te steken op verschillende punten in groot Rio...
Oorlog, wat voor een manier moet het werk zijn van de duivel, maar DEus waar zijt Gij?
De mooie horizon, BH. Het regende toen ik arriveerde, zoals meestal bij aankomst. De dag was moeilijk begonnen. In Rio misde ik de bus (door verkeersopstoppingen) van negen uur. Ik rende nog als een bezetene, maar kwam 5 minuten te laat. Moest dus een nieuw ticket kopen. De bus vertrok om halfeen. De trip van Rio naar Bh is ongeveer 7 uur, dit met een bus van het bedrijf Cometa, een oude bus met een gang van een kermisatractie. Halverwege de rit was er een harde klap. De linkervoorband spatte uiteen. We hadden geluk dat de chauffeur alert was. De reuk van verbrande en flarden rubber. Wachten dat een bus van een andere firma langs kwam om de tocht te vervolgen. Ik arriveerde rond halftien in Bh, kocht wat kaaspastels en drank en ging op zoek naar het hotel met de bizarre naam ´Majestic´, een oud geval. Pal ernaast ligt Blitz, een motel waar men goedkoop enkele uren de liefde kan bedrijven. Ik nam als normaal een eenvoudige kamer voor 45 reais (ong. 18 eur.), met douche en wc op de gang, maar je wordt persoonlijk met een oude lift naar de etage gebracht, er is geen trap. Het regende goed die nacht en in de morgen was het ontbijt uitstekend, wat de prijs iets verzachte. Normaal zijn de hotels duur geworden en 30 eur voor een simpel kamer is normaal. Men kan natuurlijk ook een soort rusthuis vinden voor een schappelijke prijs maar daar zijn de omstandigheden soms bizar te noemen.
Belo Horizonte is in beweging, en anders dan Rio. Het is hoe dan ook rustiger. De zwervers liggen in de vreemste houdingen in portieken, onder bomen, midden op de straat. Ik zag in het centro van BH meer zwervers, of zoals men ze hier noemt ´mendigos´, wat eigenlijk bedelaar betekent, dan in Rio. Velen liggien onder de viaduct bij de avenida dos Andrades. Armoede die ook in de mooie horizon een rol speelt. In het grote park sprak ik met een zwerver die de weg kwijt was. Hij kwam uit de binnenlanden van Minas Gerais. Ik zei dat ik uit Rio kwam en hij zei dat de cariocas (inwoners van Rio) goede mensen waren en hem vaak hielpen. Ik gaf de man wat geld en hij bedankt me en God. Nou ja. Het park heeft schitterende bomen en planten. Er lopen vele katten rond, net als joggers en zwervers. De katten worden verzorgd door mensen en plantten zich gestadig voort. Ik bezocht Nice, een koffie husje waar men een goede sterke cafezinho krijgt, waar geklets wordt over het leven. Het zijn veelal oudere mannen die daar rondhangen, van een bepaalde klasse, goed gekleed en decent. Doch ik kwam voor de koffie. Het leven in Bh dat zich ook afspeelt rond het plein 7, waar hippies hun spullen verkopen en dammers en schakers op uitdagers wachten. BH is een betonnen blokkendoos, met lijn rechte straten en men moet zich goed orienteren. Een moderne stad ten minste gesticht eind 19de eeuw tegen de heuvels, en van boven opde heuvel van het mangabeira parque ziet men de stad liggen als een betonnen blokkendoos. Alsof God met stenen geworpen heeft, met de bedoeling iets abstracts te vormen. Dit is natuurlijk mijn opvatting.
Andere dag De regen heeft grote problemen veroorzaakt in sommige wijken van BH, waar het water meer als een meter door de straten stroomde. Ik wilde Sabará bezoeken, maar zag er vanaf, was bewolkt en was al enkele keren in het voormalige goudstadje geweest, ooit gesticht in 1674 door een flouche figuur, de bandeirante Borba Gato, die de indianen uitmoorde en zo het gebied delfklaar maakte. Ik had tevens last van mijn rug, maar die verdween toen ik in het centrum een bedelaar zag die liep als een aap op voeten en handen. De man had een enorme bochel op zijn borst, een gezwel, vier maal groter dan zijn hoofd. Hij was zwart en vettig en hield halt bij een pastel-broodjeszaak. Hij werd meteen verschopt, er naast lipen mensen als idioten met zakdoeken en handen voor hun neus om de situatie van de verschoppeling te bevestigen. Het hypocriete volk! Ik gaf de man wat geld en hij keek me verbaasd aan. Niet veel later zag ik, bij een meer menselijke kraam, dat hij een fles cola en broodje kocht. Hij trok zich op aan de balie en plofte weer neer, en kroop naar een plek langsde muur waar hij hongerig zijn maal verslond. Het leven van de man, hij was rond de vijftig, is dubbel hard, zwerven; ok, maar met een handicap als deze is het een soort hel. Niemand geeft om deze mensen, instanties? klote! De mooie vrouwtjes passeren met afkeer. Zouden zij zich afvragen, waarom? De zakenmensen zijn angstig voor hun klandizie, de hulp heeft geen optie. Bestaat er hulp? Is zag een oude vrouw de man toespreken, en ik dacht toch nog een mens naast de mens. Belo Horizonte: wolkenkrabbers, paleizen, banken, dure hotels, kerken, hoertjes, sjieke dames, mannen met aktentassen, zwervers, bedelende kinderen, politie op paarden, dronkelappen, blanken, pardos, zwarten, schakers, dammers, travesieten, gekken, hopelozen, gelukkigen, blinden, kreupelen, kleine mensen en een gringo... De mooie horizon is als een hel voor sommigen, die denkelijk de hemel verdienen... moch die bestaan...
Volgens publieke gegevens is de criminaliteit in Rio afgenomen. Dat zal zeker niet ten gronslag liggen aan de de BOPE, de elite troepen, een speciale opgeleide politie eenheid, waarvan de 2de film een kassucces is, overtreffende de eerste. Doch de dealers zitten hoog in het zadel en de drugs komen veelal via Bolivia en Columbia hetland binnen. Cocaine en heroine zijn boosdoeners, tevens crack. De maconha, oftewel maryuanazou een liberaler karater moeten hebben, (ook betreffend de zuiverheid) daar er verschil is tussen bepaalde drogas, maar zo ziet de overheid dit niet. Drugs in de favela? Wie doet er iets tegen? Het is te gewoon, en corruptie helpt een hand. Het is nu oppassen voor de ´knokkelkoorst´ hier genaamd Dengue, die veroozaakt wort door een mug die broedplaatsen heeft in stilstaand water. Dit is er in deze regenachtige periode vol op, de lemenstraten zijn vol kuilen en die vullen zich gestadig. De mensen hebben verder geen weet, ondanks vele informatie acties. Er is verder weinig tegen te doen, eenmaal gestoken en vatbaar kan je flink ziek worden. In Rio en omgeving sterven jaarlijks tientallen aan deze muggenplaag. De corruptie is nog steeds het grootste probleem, daardoor verdwijnen per jaar honderden miljoenen uit de rolerende staatskas. Alles is peperduur van bonen tot rijst, vlees en andere middelen. 200 euro is het minimum loon en te weinig om te overleven. Doch men ziet hier een bedrijvigheid met mensen die 4 a 5 salarissen hebben en de midelmaat scheurt rond in autos en op motoren. Brazilie is oneerlijk verdeeld, de boeman is de kapitalist. Grondprijzen stijgen als raketten en in de buurt zag ik een klein huisje achter een palmboom. Ik dach gemaakt voorramblin wayn,maar het stond op een stuk grond dat zon 100.000 euro moest kosten. Weg mijn droom, naar de bliksem, door speculanten, kapitalisten en uitbuiters. Nou ja, het kon slechter. Ten minste in mijn geval. Brazil is en rijk land en het nieuwe olieveld, genaamd pre-sal, speculantenonder de zee is een nieuwe bron voor speculanten. Daarom zijn er acties dat Brasil zich moet laten zien als beheerder, zodat de buitenlandse imperialistenniet met de vruchten verdwijnen, zoals vaak gebeurde. Zo ook Amazonia, de bossen verwoest voor de worstenkoeien. Amazonas is de grootste exporteur van vlees en er lopen zon 250 miljoen runderen rond, die schijtend gassen verspreiden en die de verbrandingen steunen.
Millieu? Het is ver te zoeken want geld is belangrijker. Brazilie is de grootste vervuiler wat betreft bestrijdingsmiddelen, veelal gebruikt voor de sojavelden, geen insect overleeft dit... geen mens.. de natuur word danig beschadigd. Buiten dat de sojavelden duizenden mensen verjagen van hun land. O, ja, Brazilie heeft een nieuwe president(e) Dilma Roussef, hier gewoon Dilma genaamd, van Bulgaars/Duits komaf, maar ook zij schijnt het millieu probleem van zich af te schuiven. Ze ondersteunt, net als Lula, het grootschalig damproject in de Xingu rivier. Merda (shit!) Er is wijsheid geboden want de natuur gaat naar de haaien, en zelfs die worden bedreigd. Ik sprak in Rio met Santana, een man die met een kraapje in het centrum Che Guavara t-shirts en anti-kapitalitiche spreken de wereld probeert te beiken, maar de meeste mensen lopen langs-niet beseffend dat het bos verdwijnt? Ze interesseren zich niet voor de olie, ze weten niet dat alles afhankelijk is van zon en water. Ché leeft voort in de geest. Rijkdom aan idealisme, revolutie, wat in Brazil bijna ondenkbaar is. Er is nu democratie, in zoverre, de president zal bergen moeten verzetten. Lula had 8 jaar de tijd, hij heeft iets in beweging gezet, maar is er iets veranderd? Nou ja, voor de armsten is het min. loon iets gestegen en er is de ´bolsa familia´ waar de armste maandelijks gebruik van kunnen maken. Een druppel op een gloeiende plaat. Onderwijs is belangrijk, maar niet voor iedereen weggelegd, waardoor analfabisme in grote mate voorkomt vooal in het noordoosten en binnenland. Het noordoosten is er het ergst aan toe, economisch gezien en Amazonas kampt met droge rivierenwaar milloenen vissen stierven en mensen uren moesten lopen voor water. En de Indiaan? Die heeft het hard, er wordt niet over gesproken. Hij is exentriek geworden. De Braziliaan heeft een soort angst voor hem. De verkiezingen waren voor hun van weinig belang. Alleen Marina Silva (voormalig minister van millieu in de regering van Lula, waar ze uitstapte) van de groenepartij had interresse betreffende millieu en de bevolking van de bossen, maar zij heeft het onderspit moeten delven, zoals verwacht, toch kreeg ze 20.000 stemmen. Er is hoop voor de toekomst?
Er leven (cijfers onduidelijk) 400.000 indianen in Brazil waarvan velen zich noodgedwongen aangepast heeft, anderen vechten als ware Onça katten terug tegen het kapitaal en idiote projecten van geldzwijnen en project ontwikkelaars zoals van de Belo Monte dam! Er staan volgens informatie nog zo´n 100 dam projecten in de kast. Verdomme! Is er hoop? Tenslotte kwam ik gistermiddag een een straathond tegen, aangereden door een auto. Wankelend liep hij over de leemweg, draaide zich om en keek mij aan en was het niet dat hij leek te zeggen: 'zo is het leven amigo... kan jou ook gebeuren...'´ pisde tegen een auto en vervolgde onzeker zijn weg... Ik dacht aan menselijkheid.
Binnenkort een bizar straathonden verhaal´ hetgeen mij overkwam in Itaborai
Brazilië verspilt miljoenen ton biobrandstof en de Belo Monte dam is NIET nodig!
Brazilië verspilt miljoenen ton biobrandstof
01/09/10 16u20 Gazet 'DE MORGEN'
Brazilië verspilt elk jaar de stroom die drie grote waterkrachtcentrales leveren door nauwelijks gebruik te maken van miljoenen ton suikerrietafval. Er is alleen meer overheidssteun nodig om die biobrandstof in te zetten bij de elektriciteitsproductie, zeggen de grote suikerriettelers.
Brazilië teelt ruim een half miljard ton suikerriet per jaar. De bladeren en de pulp die overblijft na het persen, kunnen als brandstof dienen voor elektriciteitscentrales met een totaal vermogen van 12.200 megawatt, rekent de Unica voor, een verband van suikerrietproducenten van de deelstaat Sao Paulo. De omstreden nieuwe waterkrachtcentrale Belo Monte die gepland wordt in het Amazonegebied, zal tijdens het droge seizoen maar vermogen hebben van iets meer dan 4.500 megawatt.
Water en pulp Pulpcentrales en waterkracht vullen elkaar goed aan, argumenteren de suikerrietproducenten. De grootste hoeveelheden suikerrietafval zijn beschikbaar tussen april en november, net als het waterpeil in de rivieren laag is en waterkrachtcentrales dus minder stroom kunnen produceren. Bovendien wordt suikerriet in de regio's geteeld waar het meeste stroom wordt verbruikt; anders dan bij de waterkrachtcentrales in het Amazonegebied zijn er dus geen lange en dure hoogspanningsleidingen nodig om de stroom bij de verbruiker te krijgen. Suikerrietafval levert propere energie - bij de groei slaan suikerrietstengels evenveel koolstof op als er bij de verbranding weer wordt vrijgegeven. Waarschijnlijk zal er de komende jaren ook steeds meer van het afval beschikbaar zijn. Marcos Jank, de voorzitter van Unica, gaat ervan uit dat Brazilië tegen 2020 een miljard ton suikerriet zal produceren - vooral om daaruit bio-ethanol te distilleren.
Groene stroom De Braziliaanse overheid zegt geïnteresseerd te zijn in groene stroom uit suikerrietafval, maar doet te weinig om de bal aan het rollen te krijgen, zegt Zilmar de Souza, een expert van Unica. Suiker- en ethanolfabrieken, die het afval nu alleen gebruiken voor hun eigen energievoorziening, moeten dure aanpassingen doen om meer stroom te produceren en die aan het net te leveren. Die aanpassingen worden alleen rendabel bij een hogere stroomprijs. Eventuele initiatiefnemers en de leveranciers van de nodige apparatuur moeten er ook zeker van zijn dat hun groene stroom over een lange periode gegarandeerd zal worden afgenomen. Nu voorziet de regering in haar tienjarenplan voor 2010 tot 2019 slechts een minimale verhoging van het aandeel van groene stroom in de totale stroomproductie. De suikerrietproducenten klagen dat water- en windkracht bevoordeeld worden in Brazilië, door belastingvoordelen en andere steunmaatregelen.
Op de Dag van de Amazone, Marina Silva verdedigt het einde van de bosverbrandingen.
Altino Machado, Rio Branco, vrij vertaald
- De kandidaat van de PV voor het presidentschap, Marina Silva, heeft deze zondag (5 september), Dag van de Amazone, gesproken. Tijdens de bijeenkomst die werd gehouden onder een geïmproviseerde tent aan voorzijde van het park die de naam van vakbondsleider en milieuactivist Chico Mendes, draagt in Rio Branco, Acre. Ze zei dat de mensen vrij zijn om te stemmen in wie ze geloven. "Vandaag is het de Dag van de Amazone, we willen vrij zijn van de Amazone branden, vrij van de roofzuchtige model dat al een groot deel van de binnenlanden heeft verwoest en al heeft afgerekend met een deel van het Atlantische bos. Dat dit zich hier in de Amazone niet mag herhalen', bevestigde ze.
Ze zei dat het tijd is om te investeren in duurzame ontwikkelingsagenda. voor Amazonas 'Daarvoor moeten we een gemiddelde van 20 miljard dollar extra voor tien jaar, zodat Amazonas eindelijk vrij zal zijn van brandhaarden, en het onproductieve gebruik van grote gebieden voor vee wordt gebruikt. Marina Silva bekritiseerde de onordelijkheid op de territoriale grond in de Amazone en verdedigde de ecologisch-economische zonering als een manier van bevordering van de diverse economische activiteiten voor de mensen woonachtig in de regio. Tevens verdedigd zij zware investeringen in technologie, onderwijs, vervoer en energie, en voerde aan een duurzame ontwikkeling mogelijk te maken, maar met zorg voor lokale gemeenschappen en het milieu. "Met deze investeringen veranderen we het ontwikkelings model en zal zich niet herhalen in Amazonas wat is gebeurd met het Atlantische regenwoud, en wat er nu gebeurt in het binnenland. Ik bedoel, dat hier in het land van Chico Mendes, de duurzame ontwikkeling nu een aanvang neemt." Volgens Silva, zal dit betekenen dat de regio welvarender wordt, cultureel diverser en rijk op hetzelfde moment, en tegelijkertijd een sociale rechtvaardigheid ter de bescherming van het milieu. "De vrijheid van een nieuw ontwikkelingsmodel, vrij van de oude opvatting, die zegt dat de natuur de vijand is van de mensen. Het is de basis waarop wij ontwikkelen, groeien en het leven verbeteren van de mensen. " Ter bestrijding van de brandhaarden in het Amazonegebied, heeft Marina Silva reeds de ervaring opgedaan in de Akko organisatie, het WWF en Vrienden van de Braziliaanse Amazone land, waar mensen met behulp van nieuwe praktijken, zoals graslandbeheer, duidelijk gemaakt wordt dat het bos niet hoeft te worden verbrand. Ze zei dat Embrapa deze technologieën al gebruiken, maar een gebrek hebben aan technische bijstand in de regio. Marina Silva:"De meeste van de technische antwoorden die we hebben moeten komen van een politieke beslissing en de ethiek van het maken van voldoende middelen om deze nieuwe praktijken uit te voeren. Dat is de reden waarom elk jaar de luchthavens zijn gesloten wegens rook. Dit door gebrek aan visie en ethiek, en aan investeringen in de goede richting."
Tijdens de manifestatie, vroeg Maria Luiza, 6 jaar, kleindochter van Chico Mendes, de microfoon en zei:.- Ik ben Marina Silva van de toekomst -.
HERINNERINGEN AAN MIJN OOM 'PADRE TUM' column door Wayn : DE BIJNA NAAKTE PATER
schilderij dat ik ooit van hem maakte, 1999 (olie op papier) Hij heeft het niet meer mogen zien, en zou zich zeker geamuseerd hebben, naast twee hout bewerkte figuurtjes die hij ooit uit Duitsland meenam, ik noem ze Friedrich der kleinkunstler en Goethe Tum stierf in oktober 1998 te Brazilië
DE BIJNA NAAKTE PATER
De pater was een, laat ik stellen, naïeve man. Verstrooid is ook een benaming, doch ook het goede geloof in de mensen. Hij hield van een, zoals hij het noemde badje nemen' in de zee. Eenmaal gebeurde het, ergens in de jaren '80, dat hij naar de stad Niteroi, gelegen aan de overzijde van Rio aan de baai, ging en aldaar aan het strand van de heilige Franciscus zijn kleren uittrok, op een hoopje legde en in zijn zwarte onderbroek de baai in liep. Hij had dan meestal een petje op om zijn hoofd te beschermen tegen het zoute water. Nooit zag ik hem kopje onder gaan, en zijn rood gebrand gelaat blonk dan boven de waterspiegel. Hij had denkelijk een soort hoofd-huidziekte. Tot het gebeurde dat hij op een dag terug het warme zand opliep en ontdekte dat zijn kleren gestolen waren door altijd op de loer liggende dieven. Zijn broek, hemt, sokken (want hij had immer schoenen aan) wat papieren en natuurlijk zijn geld was verdwenen. '
Nondesju!' zal hij wel geopperd hebben in zijn Maastrichtse geboorte taal , 'Noe zit iech miech in de rats!' Wat te doen, hij liep naar de straat en probeerde mensen aan te spreken om hem naar het centrum van Niteroi te brengen, daar waar het aards-diocese zich bevond, doch de meesten met auto vonden hem maar een vreemde paljas. De naakte pater raakte lichtelijk in paniek, hij kon toch niet zo een bus in, buiten dat hij had geen enkele centavo meer. Maar of de heilige geest hem bijstond, de heilige John de dooper of de patroon heilige van Brazilië de zwarte maagd van Apericida, daar stopte een auto met kennissen. Deze geloofden hun ogen niet. Is dat niet padre Thomas? Daar! in die zwarte onderbroek! Ze verschrokken zich danig, de goede pater Thomas zonder kleren en alleen in zijn hangende iets te grote onderbroek, hij had zelfs geen medaille van een of andere heilige om. 'Roubado,' (beroofd) zei hij met zijn armen zwaaiend. Hij vroeg hun dan ook terstond om hem naar het diocese in de stad te brengen. In dat god-instituut stonden de ogen uitgepuild. Dat was niet te beschrijven. Dat had men nog nooit mogen ervaren. Een bedelaar die geld kwam vragen? o.k. Een dronkenlap die de weg kwijt was. Ok. Maar een padre... nota bene... Pater Thomas, die ondertussen een hemt gekregen had stond er enigszins grijnzend bij: 'Ik mag toch zeker wel een bad nemen,' zal hij gedacht hebben. De overste maakte hem duidelijk dat dit een niet te accepteren situatie was. Tum vroeg gewoon om een broek, hemt, schoenen en wat geld om de bus te nemen terug naar Tanguá waar hij woonde, zo'n 60 kilometer verder. De plaatsvervangende bisschop weigerde en zei hem dat dit probleem maar op zijn manier opgelost moest worden! Ja, dat soort mensen zijn helaas door God gezonden, helaas! Gelukkig hadden de mensen in de auto hem al aangeboden hem terug te brengen naar zijn huis. Ooit zei hij tegen mij: 'nu zie je maar, zelfs de bisschop verdomde het om een arme pater te helpen, aha!' Zijn vertrouwen in het geloof instituut kreeg weer een harde klap. Niet dat hij er al danige problemen mee had gehad, maar dat men een mens gewoon aan zijn lot overliet, pater, zwerver, straatkinderen of wat dan ook. Ja, hij was toch enigszins rebels en in het zuiden van het land had men hem ook al een verplaatst daar hij niet luisterde naar de nonnen of zijn overste. Ook omtrent de vrouwen had hij zijn eigen inzichten: ' ze moeten het concilie veranderen in Rome, ze zijn veel te ouderwets'! riep hij dan. 'Een geestelijke is ook maar een man! aha..' Hij was eigen-wijs, een goed eigenschap, maar in Brazilië? Daar kwam dit in zijn geval alleen de arme ten goede. Hij gaf en hielp, een arme moeder, een zieke of en alcoholist, het zijn mensen, was zijn gezegde. Hij zal wel ronddwalen, daar boven bij het hooggelegen Titacaca meer in Bolivia, of in de bossen van Santa Catarina. Misschien zit hij wel in een paradijselijke bar aan een caipirinha (suikerriet-jenever met limoen, honing en ijsblokjes) zijn favoriete mix of gewoon aan een fles bier met een bord friet en mayonaise, wachtend op zijn terugkeer naar het menselijke. Ja, hij had eigenlijk geen pater moeten worden, doch maatschappelijk werker.
HET DARWIN PAD - bezoek van Charles Darwin aan Rio en omstreken 1832
Het toeristische pad dat natuuronderzoeker Charles Darwin betoverde en een van de meest belangrijke historische routes in het gebied, heeft wegen vol kuilen en vuilnis. Ze worden voor toeristische mogelijkheden slecht onderhouden. Zowel in Niterói als in Marica, gaat het pad dat naturalist Charles Darwin betoverde in 1832, door hobbelige en slecht onderhouden wegen. Volgens het Instituut voor Milieu (INEA), is er een project van herstel van het gebied, maar de verantwoordelijkheid voor wegen is de gemeenten, aangezien de verzoeken buiten de grenzen zijn van het Parque da Serra da Estadual Tiririca. "Momenteel doen we twee keer per dag regelmatig onderzoek in het park. Wij zijn aan het verkennen van nieuwe mogelijkheden voor uitbreiding van Darwin paden die de situatie van de grenzen zou moeten verbeteren", zegt de directeur van de biodiversiteit en beschermde gebieden van de INEA. Een van de eerste door Darwin in Rio de Janeiro bezochtte gebieden waren de Tiririca bergen. De natuuronderzoeker kwam uit de richting van Niterói Marica, via een pad van 2,2 km, dit onlangs gerestaureerd werd door de wetenschappelijke gemeenschap. In Niteroi wordt de belangrijkste weg doorkruist door Darwin de Rua Sao Sebastiao, deze weg is in zeer slechte staat van onderhoud. Volgens de voorzitter van de Gemeenschapsraad van Oceanic regio Niterói (Ccron), Guilherme Flach, is de locatie van het gebied niet in overeenstemming met de toeristische mogelijkheden. "Er is geen zorg door de stedelijke overheid. De weg wordt volledig opgegeven. De ogen van de regering zijn zeker niet gericht op de regio ", aldus Flach. In Marica, is de situatie nog erger. Toegang tot de routes van Darwin gaat via de Itaocaia weg, een strook van bijna zes kilometer in het behouden gebied van Sierra Tiririca. Naast talloze gaten en kraters in de gehele lengte van de route, worden de bezoekers geconfronteerd met afval en open riolen. Op sommige punten moeten we ervoor kiezen om de weg te volgen in de tegenovergestelde richting om de constante gaten te ontsnappen. In andere gebieden zijn de kraters zo diep dat de bewoners waarschuwing tekens maakten van takken om de bestuurders op het gevaar te wijzen. "Het gebied dat bezocht werd door Charles Darwin dient te worden gewaardeerd. "
foto die ik nam in mijn woonplaats ITABORAI, waar Darwin eveneens voorbij trok - punt 1 is Rio de Janeiro
Vertaling van tekst op plaquete: 'We zagen mooie huizen en gelukkig als we de stad naderden. Gedurende de dag, gingen we door een woud van acacia bomen waarvan de bladeren een delicate sluier vormden tegen de hemel en projecteerde op de grond een soort mooie schaduw. Vanwege de fijnheid van de bladeren, was geen enkel geritsel hoorbaar als de bries ze beroerde...' Darwin
Dit relaas heb ik verleend en aangepast van een artikel uit de krant Fluminense. Darwin bezocht in 1832 het gebied. Hij zal in die tijd een ander gebied gezien hebben (ten minste op vele plaatsen). Op de map (boven) loopt zijn route vanaf punt 1: Rio - Niteroi -Marica - Saquarema - araruema - Sâo Pedro de aldeia - Cabo Frio - C. deAbreu - Rio Bonito - Itaborai - Niteroi - Rio
DE VROUWEN HATER - BIZAR KORT VERHAAL DOOR WAYN PIETERS V. RIJSSELT
'ROOTS' van FRIDA KAHLO
DE VROUWEN HATER
Anno 2000
Er was eens een man die zijn vrouw, Maria, zo haatte dat hij haar doodsloeg met een enkele bijlslag. Zijn naam was Sextus; afstammeling van een Italiaanse clan uit Sâo Paulo. Hij was niet geletterd, maar dacht een genie te zijn in zijn kleine wereld. De verkeerde. Nadat hij zijn vrouw gedood had begroef hij haar onder een manga boom. De buren waren verrast dat zij de vrouw al enige tijd niet gezien hadden. Sextus verklaarde dat ze vertrokken was na de zoveelste ruzie. Ja, ze was
een satan slang, een gebroed, een zwarte heks en hij miste haar totaal niet, integendeel!
Zo ging bijna een jaar voorbij, de man had een nieuwe liefde, de discrepantie van zijn eerste vrouw.
Luziazinha, zo was haar naam. Ze was gehoor,- en lijdzaam, maar na drie maanden haatte hij haar
zodanig dat ze hetzelfde lot onderging als haar voorgangster. Hij begroef haar onder dezelfde manga boom. Ondertussen was op de plek waar zijn eerste vrouw begraven was een plant tevoorschijn gekomen, en deze nam naarmate ze groeide de vorm aan.van een vrouw. Het was de snelle resurrectie van zijn eerste vrouw. Dit was nog niet het ergste, maar de plant begon te spreken. Hij pakte uit waanzin en angst een bijl en hakte als een gek, maar het was alsof hij tegen
staal stond te slaan. Daar de boom in zijn achtertuin stond bleef dit de buurt bespaart. Hij werd neerslachtig en krankzinnig. Hij delfde hij zijn tweede vrouw op en besloot haar te verbranden, bang dat ook zou terug komen als een plant-vrouw.
Maar dan riep zijn eerste vrouw tot hem: 'het help je geen donder Sextus, haar plaag zal erger zijn dan de mijne.' Toch verbrande hij het ontbindend lijk en de mensen in het stadje spraken schande over de diep zwarte rookwolken en de vreemde reuk die dit verspreidde. Het vuur bleef smeulen en hoe meer water hij erop gooide des te meer rook werd veroorzaakt. Zijn eerste vrouw sprak wederom: 'overal zal ik bij je zijn, overal zal ik groeien, in de tuinen, in huizen, zelfs in de gevangenis., mijn lieve man...' Dan opeens hoorde hij de stem van zijn tweede vrouw Luziazinha. Ze was verworden tot een kakkerlak., een dikke vettige bizarre kakkerlak, die in zijn bed kroop en met een rochelende stem zei: 'je hebt mij vernederd, ik was goed voor je, waarom haatte je mij, nu ben ik het mindere voor jou, een kakkerlak, doch ik kom je liefhebben.' De man schopte en sloeg op het dikke vettige koffie bruine geval, maar hij kon haar niet doden.
Ze leek van ijzer, een stalen kakkerlak. Hij stak vuur aan en probeerde haar te verbranden, helaas!
Wat moest hij beginnen? Hij moest weg! Hij pakte zijn koffer en vertrok naar Salvador de Bahia, daar woonde een oude indiaan, een page, hij zou hem kunnen helpen, raad geven.
Aangekomen in Salvador aan de Allerheilige Baai luisterde de oude Indiaan aandachtig naar zijn verhaal en kwam tot de conclusie dat dit warempel een moeilijk geval was. 'Ik kan je niet helpen voor de moorden die je hebt begaan, het is een plaag, een straf. Om verder te leven zonder achtervolging is er maar een oplossing, je moet je ex-vrouwen koesteren en verzorgen, iedere dag weer. Je zult de plant elke dag moeten kussen en haar verhalen vertellen en de kakkerlak zal je leven lang in je buurt zijn. Toch er is één manier om van dit alles af te komen.' Sextus viel op zijn knieën en sprak een smeekbede uit, hij bad tot de oude indiaan om raad. Op de een of andere manier had de page deernis met hem en hij zei: 'Ik brouw je een drank, als je deze drinkt zul je in een diepe slaap vallen... een diepe slaap'
Hij dronk de zwijmel drank en werd vervoerd naar een buitenissige vreemde wereld.: hij zag vreemde wezens, ging naar de maan, speelde in het nationale voetbal elftal naast Garrincha en Vava, schudde de hand van president Cardoso, was werkzaam bij de Funai en de organisatie ter integratie van de Braziliaanse indiaan. Hij had seksuele omgang met zangeres Carmen Miranda in de samba school van Beija Flor, en een naspel met Xuxa, deBraziliaanse televisie ster met de blauwe ogen, hij viste samen met de Xingu indianen en sprak hun taal en ze ving honderden Pirarucu reuzen vissen, hij ontmoette de paus in Rio op het strand van Copacabana, die werd omringd door vrouwen in tanga, die dansten op muziek van Xangó, en werd bijna leider van een straatbende, maar was incapabel, had een lange conversatie met Tiradentes, sprak met Carlos Marighela over een eventuele op hand zijnde revolutie, had een korte ontmoeting met ChicoMendes, die zei dat zijn moordenaar zich ergens in Brasilia bevond, hij sprak met engelen die vanuit China kwamen en danste een tango met een vrouw, die uit het schilderij 'Mulatas' van Cavalcanti was gestapt en hem meenam naar een circus-piste waar, rondom hen, twaalf Argentijnse Falabella paardjes galoppeerden, de kleinste ter wereld. Dan zong hij samen met Gilberto Gil, en danste met Astrid Gilberto op 'The girl from Ipanema', zat in een lemen hut en speelde domino met Mohammedaans kluizenaar, een Maraboet, discussieerde met Lampiâo, de outlaw uit het noordoosten over een betere wereld. en de vernietiging van het kapitalisme. Dan moest hij op de vlucht voor een Mastodont, stond gebonden aan een martelpaal, waar de moederlijke Martha, zuster van Lazarus, zijn van zweepslagen smartelijke rug verzachtte met een zachte vochtige lap, hij sprak met Nietzsche, die hem zei: 'iech lehre auch den Übermenschen. Der mensch istetwas, das uberwunden werden soll!' Hij luisterde naar een gedicht van Carlos Drummond Andrade die hem boeiend en huilend uit 'Menino Antigo', 'Ouderwets Jongentje' voorlas, hij kwam in wild west film terecht en zat in een post koest naast mannen die zich Roy Rogers en John Wayne noemden, terwijl duizenden indianen schreeuwden over gerechtigheid, hij werd prins carnaval van Rio, liep de zee in en kuste de godin Imanja, vocht een tai-kwan-do met Exú de duivel paljas, ging opnieuw de zee in, dook en kwam op een lange weg terecht die hij volgde naar een dorp waar men koeterwaals sprak, waar eenCerberus, een hellehond met drie koppen waakte, daar waar mensen met witte kappen over hun gezicht de macht hadden en die hem vast bonden aan een kruis, dit oprichtte en in brand staken.
Sextus schrok wakker badend in het zweet. Zijn ogen puilden uit en hij trilde over zijn hele lichaam, waar was hij? De oude indiaan klopte hem gemoedelijk op de schouder. 'Waar ben ik, wie ben ik?' klaagde hij met angst. Je bent hier zojuist aangekomen. Je zei dat je naam Ché was,' sprak de oude indiaan. "Ché?' klonk niet gek en hij krabde zich achter zijn oor. De oude man bracht Ché in contact met enkele jezuïeten, die een klooster bewoonden langs de rivier in de buurt van Salvador. Ché bleek daar een volwaardig mens. Zijn verleden was voorgoed uit zijn gedachten, hij was nu Ché, genoemd naar Guevara, de vrijheidsstrijder. De paters zagen dat hij nu een wellevend mens was, want zij wisten af zijn afgrijselijk verleden. Ché werd ten slotte lekenbroeder en werkte onder de bevolking in de sloppenwijk van Salvador. Het enigste dat hij wist was wat de oude indiaan hem verteld had: dat hij Ché Aldir Trinidade heette en was geboren in Santa Catarina in 1959 als zoon van een arme boer die een infectie kreeg in zijn hersenen en op zijn veertigste stierf. Zijn moeder was gedood tijdens een onweer toen de flitsen haar raakten en opnamen naar een nieuwe wereld.. Ché had geen vragen meer aan zijn eigen ik. Hij wist niets meer van een kakkerlak, niets meer van de planten vrouw. Zijn nieuwe ego begon met het werk voor de armen. Alles ging voorbarig voor precies twee jaar, toen kwam de macht van de genen, zijn bloed had weer de stroming van zijn oude ik hernomen. Zijn cerebraal was nooit veranderd, integendeel, nu kwam de vergelding van de levende hersencellen. Zijn gevoelens van voor de wonder drank van de oude indiaan kwamen terug. In de krottenwijk ontmoette hij Zelita en de vrouw was zijn genot, ja, ik zeg genot, want het had totaal niets te maken met enige liefde. Ze was mooi, gelijk een meermin, met een lichaam slank als een paling. Hij bleef zijn werk doen in de favela, maar er veranderde langzaam ets in het leven van Ché, de voormalige Sextus. Hij ging Zelita verfoeien en in een louche nacht nam hij haar mee naar het strand, neukte haar en sneed haar keel over, haalde het hart naar buiten en at het op. Vervolgens overgoot hij haar met kerosine en stak haar in brand. Hij lachte om zijn afschuwelijk doen en ging beseffen dat hij niet Ché was, maar wie dan wel? Hij was van zijn stuk. Hij ging biechten bij pater Jon, en vroeg om barmhartigheid. Het werd hem niet gegeven, hij werd verbannen uit het klooster en overgeven aan de politie. In zijn cel wachtte hij op zijn lot. Hij werd veroordeeld tot vier maal levenslang. In diezelfde cel werd hij op een dag gestoken door een mug, hij kon het verdomde insectje in dat de vorm van een miniatuur draakje aannam niet doden. Hij sloeg, achtervolgde het mormel in zijn cel, schreeuwde en brulde als een aap, maar de draken mug was snel en hoonde hem. En het kon spreken, de mug kon lachen en huilen. Het was Zelita, de vermoorde Bahiaanse schone: 'je zal sterven Ché, ik heb je besmet met een dodelijk virus, erger dan malaria, erger dan de pleuris en de tyfus samen! Je bent dood over een uur,' en lachend verdween ze door het tralie raam.
Ché was bang, bang voor de dood,
Bang voor het lijden. En hij vroeg zich af waarom God hem dit leven geschonken had, was hij een slachtoffer van de erfzonde? Had hij dit verdiend? Hij was toch altijd een Godvruchtig mens geweest. Hij die niet wist hoe zijn jeugd was geweest, een donkere ruimte, vol bloed en moord, een niets. Ché kreeg pijnen. Doch Sextus? Hij was manmoedig en stierf als vrouwenhater met een kakkerlak die zijn mond binnendrong en een mooie plant die tussen zijn benen groeide.
MACHADO DE ASSIS, KORT VERHAAL in 3 delen: VADER TEGEN MOEDER 1905 slot
oud Rio de janeiro
Wie hem zo zag, zou niet zeggen dat hij huiseigenaar was, maar zijn woorden maakten goed wat aan zijn uiterlijk ontbrak, en de arme Candido Neves verkoos zwijgen boven tegenspreken. Hij boog zijn hoofd, bij wijze van belofte en smeekiene tegelijk. De huisbaas zwichtte niet.
'Vijf dagen, of d'r uit!' herhaalde hij, terwijl hij de grendel terugschoof en de deur uitging.
Candinho ging een andere deur uit. Op zulke kritieke momenten raakte hij nooit in vertwijfeling; hij rekende op een of anderelening, hoe of waar wist hij niet, maar hij rekende erop. Bovendien ging hij de annonces weer na. Hij vond er verscheidene, enkele waren oud, betroffen slaven die hij al lang vergeefshad gezocht. Hij bracht enkele uren op straat door en keerde onverrichter zake naar huis. Na vier dagen had hij nog niets verdiend; hij probeerde het via invloedrijke relaties, vrienden van de huiseigenaar, maar alles wat hij kreeg was de opdracht te verhuizen.
De situatie was acuut. Ze vonden geen huis, konden evenminrekenen op iemand die hun tijdelijk woonruimte zou kunnen afstaan; ze stonden praktisch op straat. Ze hadden echter buiten tante Mónica gerekend. Die was zo handig geweest onderdak voor hun drieën te vinden in het huis van een oude rijke dame. die haar toegezegd had een paar benedenkamers af te staan, achter het koetshuis, aan een binnenplaats. Ze had zelfs de nog groter handigheid gehad het echtpaar hiervan niets te zeggen, opdat Candido Neves, door wanhoop gedreven, zou beginnen met irn kind naar het vondelingenhuis te brengen en zou eindigen met het vinden van een vaste, regelmatige bron van inkomsten; kortom, zijn leven zou beteren. Ze hoorde Clara's jammerklachten aan, weliswaar zonder ermee in te stemmen, maar ook zonder haar te troosten. Op de dag dat ze gedwongen zouden worden het huis te verlaten, zou ze hen met het goede nieuws verrassen en zezouden beter slapen dan ze hadden gedacht.
Zo gebeurde. Uit huis gezet, gingen ze naar het hungoedgunstig ter beschikking gestelde onderkomen, en twee dagen later werd het kind geboren. De vreugde van de vader was grenzeloos, zijn droefenis ook. Tante Mónica drong erop aan het kind naar het vondelingenhuis te brengen. 'Als jij het niet wilt doen, laat het dan maar aan mij over; ik ga wel naar de Rua dos Barbonos.' Candido Neves vroeg haar niet te gaan, te wachten, hij zou het kind zelf brengen. Het zij vermeld dat de baby een jongenwas, en dat beide ouders daarop hadden gehoopt. Ze hadden hemal wat melk te drinken gegeven, maar omdat het die avond regende, besloot de vader hem de volgende avond naar het vondelingenhuis te brengen.
De rest van de avond nam hij zijn aantekeningen van weggelopen slaven nog eens door. De beloningen waren merendeels geformuleerd als beloften; enkele vermeldden een mager bedrag. Eén echter ging tot honderd mil-réis. Het betrof een mulattin, en er was een beschrijving bij van haar voorkomen en kleding. Can-dido Neves had al eerder vruchteloos naar haar gezocht, en de zaak toen opgegeven; hij vermoedde dat een minnaar haar verborgen hield. Nu echter, het grote bedrag opnieuw ziend en zich realiserend hoezeer hij het nodig had, besloot hij tot een laatste, grote poging. De volgende ochtend ging hij de deur uit, om te kijken en te informeren in de Rua da Carioca, Largo da Carioca, Rua do Parto, Rua da Ajuda, waar zij, volgens de annonce, zich moest bevinden. Hij zag haar niet; slechts een apotheker in de Rua da Ajuda herinnerde zich honderd gram van een of ander poeder te hebben verkocht, drie dagen tevoren, aan iemand die aan de beschrijving beantwoordde. Cândido Neves deed zich voor als de eigenaar van de slavin, en dankte vriendelijk voor de inlichting. Met andere vluchtelingen, waarvoor de beloning onzeker of gering was, had hij even weinig geluk.
Hij keerde terug naar het trieste leenhuis. Tante Mónica had voor de jonge moeder een maal bereid volgens het door haarzelf samengestelde dieet, en stond klaar om het kind naar het vondelingenhuis te brengen. De vader kon, ondanks de gemaakte afspraak, nauwelijks zijn verdriet bij deze aanblik verbergen. Hij weigerde te eten wat tante Mónica voor hem had bewaard; hij had geen honger, zei hij, en het was waar. Hij overwoog duizenden manieren om het kind te behouden, en geen enkele deugde. Ont mocht hij hun armzalige behuizing niet vergeten. Hij raadpleegde zijn vrouw: ze berustte erin. Tante Mónica had haar de toekomst van het kind geschilderd: de ellende zou alleen maar groter den, waarschijnlijk was de jongen ten dode opgeschreven. Cândido Neves zag zich gedwongen zijn belofte na te komen; hij vroeg zijn vrouw hun zoon de laatste melk te geven die hij aan zijn moeders borst drinken zou. Zo gebeurde; de kleine viel in slaap, de vader nam hem op en vertrok, in de richting van de Rua dos Barbonos.
Dat hij er meer dan eens aan dacht terug te keren, is zeker; niet minder zeker is dat hij het kind koesterde, kuste, zijn gezicht bedekte om het tegen de avondlucht te beschermen. Toen hij de Rua da Guarda Velha insloeg, vertraagde hij zijn tred.
'Ik zal hem zo laat mogelijk brengen,' mompelde hij.
Maar aangezien de straat niet oneindig, of zelfs maar lang moest hij wel aan het eind komen; toen kreeg hij het idee door een van de stegen te gaan, die die straat met de Rua da Ajuda verbonden. Hij bereikte het eind van de steeg, en juist toen hij rechtsaf wilde slaan, in de richting van het Largo da Ajuda, zag hij aan de overkant van de straat een vrouwengedaante: het was de weggelopen mulattin. Ik zal hier niet Candido's opwinding beschrijven, omdat ik de intensiteit van de werkelijkheid niet kan benaderen. Moge één adjectief volstaan: grenzeloos. De vrouw liep de straat af, hij deed hetzelfde. Een paar passen verder bevond zich de apotheek waar hij de bovenvermelde inlichting had gekregen. Hij ging naar binnen, trof de apotheker, en vroeg hem zo vriendelijk te zijn even op het kind te passen; hij zou het aanstonds ophalen, zonder mankeren. .
'Maar...'
Candido Neves liet hem niet de tijd iets te zeggen; hij rende de winkel uit en stak de straat over, naar een punt waar hij de vrocw kon grijpen zonder opschudding te veroorzaken.
kiosk in het centro
Aan het eind van de straat, waar zij de Rua de Sao José wilde inslaan, naderde hij haar. Zij was het, het was de weggelopen mulattin.
'Arminda!' riep hij, zoals haar naam was volgens de annonce. Arm i n da, geen kwaad vermoedend, draaide zich om. Pas toen hij, na het stuk touw uit zijn zak te hebben gehaald, de slavin bijde armen pakte, begreep deze wat er gebeurde en probeerde ze te vluchten. Het was te laat. Candido Neves, met zijn gespierde handen, bond haar polsen aan elkaar en zei haar door te lopen. De slavin wilde schreeuwen, stootte zelfs een geluid uit dat harder was dan normaal, maar begreep meteen dat niemand haar zou komen bevrijden, integendeel. Toen smeekte ze hem, om Godswil, haar los te laten.:
'Ik ben zwanger, senhor!' riep ze uit. 'Als u edele een kind hebt,dan smeek ik u, bij uw liefde voor uw kind, mij los te laten; ik zaluw slavin zijn, ik zal u dienen zolang u wilt. Laat me los, senhor, mijn meester!'
'Doorlopen!'herhaalde Candido Neves.
'Laat me los!'
'Geen oponthoud. Doorlopen!'
Het kwam hier tot een worsteling, want de slavin probeerde, jammerend en kreunend, zichzelf, mét haar ongeboren kind, los te rukken. Iedereen die langsliep of in een winkeldeur stond, begreep wat het was en kwam vanzelfsprekend niet te hulp. Arminda bezwoer Candinho dat haar meester heel gemeen was, en haar waarschijnlijk zou laten geselen-wat, in haar toestand, nog meer pijn zou doen dan anders. Ja, zeker, hij zou haar laten geselen.
'Dat is dan je eigen schuld. Waarom moet je ook kinderen maken en daarna weglopen?' vroeg Candido Neves.Hij was niet in de stemming voor grappen, vanwege zijn eigen kind, dat in de apotheek op hem wachtte. Bovendien was hij geen man van veel woorden. Hij sleepte de slavin door de Rua dos Ourives, in de richting van de Rua da Alfândega, waar haar meester woonde. Op de hoek van de straat volgde een tweede, nog heftiger worsteling; de slavin zette zich met een voet schrap tegen de muur en trok met alle kracht terug-vergeefs. Al wat ze be-reikte was dat ze, ondanks dat het huis dichtbij was, er langer over deed daar te komen dan anders. Ten slotte bereikte ze de deur, meegesleurd, wanhopig, snakkend naar adem. Ook daar viel ze nog op haar knieën, maar het mocht niet baten. Haar meester was thuis, en kwam aanlopen op het lawaai en het roepen van zijn naam.
'Hier is de wegloopster,' zei Candido Neves.,
'Zij is het.':•.. -i
'Vooruit, naar binnen...'
In de gang viel Arminda. En daar, ter plaatse, opende de eigenaar zijn portefeuille en haalde er de honderd mil-réis beloning uit. Candido Neves borg de twee biljetten van elk vijftig mil-réis op, terwijl de eigenaar zijn slavin nogmaals sommeerde naar binnen te gaan. Op de grond, op de plaats waar ze was neergevallen, gedreven door angst en pijn, en na een korte strijd, kreeg de slavin een miskraam.
De vrucht van enkele maanden kwam levenloos op deze wereld. onder het gekreun van de moeder en de wanhopige gebaren van haar eigenaar. Candido Neves zag het allemaal aan. Hij wist op da: moment niet hoe laat het was, maar hoe vroeg of laat het ook was, hij moest zich nu dringend naar de Rua da Ajuda haasten, en dat was wat hij deed, zonder zich te bekommeren om de gevolgen van het ongeval.
Toen hij daar aankwam trof hij de apotheker alleen in de winkel, zonder spoor van het kind. Hij wilde de man wurgen, maar gelukkig legde deze alles bijtijds uit: het kind was binnen, bij zijn gezin; beiden betraden het achterhuis. De vader nam zijn zoon in ontvangst met dezelfde furie waarmee hij kort tevoren de gevluchte slavin gegrepen had-een andere furie uiteraard, furie van liefde. Hij bedankte haastig en summier, en rende weg, niet naar het vondelingenhuis maar naar het geleende huis, met ziin kind en de beloning. Nadat tante Mónica Candido's verklaringen had aangehoord, vergaf ze hem de terugkeer van het kind, aangezien hij met de honderd mil-réis was thuisgekomen. Wel richtte ze een paar harde woorden aan het adres van de slavin, minder vanwege het weglopen dan vanwege de miskraam. Cândido Neves, het gezicht van zijn zoon overdekkend met kussen en oprechte tranen, zegende de slavin vanwege het weglopen en bekommerde zich niet om de miskraam. 'Niet alle kinderen halen het,' bonsde zijn hart.
MACHADO DE ASSIS, KORT VERHAAL in 3 delen: VADER TEGEN MOEDER 1905 deel 2
Carolina, de liefde van Machado
Daar ging hij prat op; hij sprak over de hoop op wat komen moest als over een kapitaal dat hij had. Even later lachte hij alweer, en maakte hij ook tante aan het lachen, die nu eenmaal vrolijk van aard was en een doopfeest in het verschiet zag.
Candido Neves had toen reeds zijn beroep van houtsnijder opgegeven, zoals het was gegaan met vele andere beroepen, slechtere, en betere. Weggelopen slaven vangen was iets geheel nieuws voor hem. Hij hoefde niet uren achtereen te zitten. Het vergde slechts spierkracht, een wakker oog, geduld, moed en een stuk touw. Candido Neves las de annonces, schreef ze over, stak ze in zijn zak en ging op jacht. Hij had een goed geheugen. Met de beschrijving van uiterlijk en gewoonten van de slaaf ingeprent, kostte het hem weinig tijd die te vinden, te grijpen, te boeien en mee te nemen. Het kwam vooral aan op kracht, en ook lenigheid. Meer dan eens gebeurde het dat hij, op een straathoek over koetjes en kalfjes pratend, een slaaf als elke andere voorbij zag komen, en onmiddellijk wist dat het een weggelopen slaaf was, wie hij was, wie zijn meester, wat het adres en welke de beloning; dan brak hij het gesprek af en ging achter de vluchteling aan. Hij greep hem niet meteen; hij wachtte de juiste plek en het juiste moment af, en met één sprong had hij de beloning in handen. Hij kwam er niet altijd zonder kleerscheuren af, de ander had ook nagels en tanden, maar bijna altijd wist hij ze te overmeesteren zonder een schrammetje op te lopen.
Op een dag werden de inkomsten minder. Weggelopen slaven wierpen zich niet meer zo gretig in Candido's handen als vroeger. Er waren andere, even bekwame handen. Naarmate de handel bloeide, nam meer dan één werkloze een besluit en een stuk touw, liep naar de kranten, schreef de annonces over en ging op jacht. In zijn eigen buurt had Candido Neves nu concurrenten. Wat betekende dat zijn schulden toenamen, zonder de onmiddellijke, of bijna onmiddellijke verdiensten van de eerste tijd. Het leven werd moeilijk en hard. Ze aten op de pof, en weinig; ze aten op onregelmatige tijden. De huisbaas zond om de achterstallige huur.
Clara had nauwelijks tijd de kleren van haar man te verstellen, zo groot was de noodzaak om buiten de deur te naaien. TanteMónica hielp haar uiteraard. Wanneer Candido 's avonds thuis kwam, was aan zijn gezicht te zien dat hij geen cent verdiend had. Hij at, en ging opnieuw de deur uit, op zoek naar een of andere gevluchte slaaf. Het overkwam hem zelfs al, een enkele kerr, dat hij zich in de persoon vergiste en een trouwe slaaf greep, die een boodschap voor zijn meester deed; zozeer was hij door nood verblind. Een andere keer ving hij een vrije neger; hij putte zich uit in verontschuldigingen, maar kreeg van familieleden van de man een flink pak rammel.
'Dat ontbrak er nog maar aan!' riep tante Mónica uit:, thuiskwam en vertelde van zijn vergissing en de gevolgen daarvan. 'Hou daar toch mee op, Candinho; probeer ander vinden, een ander leven.'
Dat zou Candido inderdaad wel willen, niet vanweg raad, maar om het plezier van verandering van baan; het was een manier om in een andere huid te kruipen, of zelfs in eern ander mens. De moeilijkheid was alleen dat hij niet zo gauw een beroep kon vinden dat in een handomdraai te leren was.De natuur had haar loop, het embryo groeide, tot het, nog voor de geboorte, de moeder tot last werd. De achtste een maand van angst en nood, alhoewel toch nog minder dan de negende, waarvan ik u de beschrijving eveneens bespaar. Beter is het, slechts van de gevolgen te spreken: die konden niet bitterder zijn.
'Nee, tante Mónica!' riep Candinho uit, een advies verwerpenddat het mij zwaar valt neer te schrijven—hoeveel te meer niet de vader om het aan te horen. 'Dat nooit!'
Het was in de laatste week van de laatste maand dat tante Mónica het echtpaar de raad gaf het kind, dat elk moment verwacht werd, naar het vondelingenhuis te brengen. Geen woord kon er ger klinken in de oren van twee jonge ouders die met ongeduld hun kind verwachtten, om het te kussen, te koesteren, het te zien lachen, groeien, dik worden, huppelen... Te vondeling leggen? Hoezo te vondeling leggen? Candinho staarde haar, met uitpuilende ogen, en sloeg ten slotte met zijn vuist op de eettafel. De tafel, die oud en gammel was, stortte bijna in. Clara kwam tussenbeide: 'Tante bedoelt het niet slecht, Candinho.''Niet slecht?' antwoordde tante Mónica. 'Slecht of goed bedoeld, wat doet het ertoe, ik wil alleen maar zeggen dat het 't beste is dat jullie kunnen doen. Je hebt overal schulden; vlees en bonen raken op. Als er geen geld binnenkomt, hoe kan dan een gezin groeien? En bovendien, er is nog alle tijd; later, wanneer Candinho een meer geregeld leven heeft, zullen de kinderen die dan komen met dezelfde liefde ontvangen worden als dit kind, of nog meer. Dit kind zal het goed hebben, het zal hem aan niets ontbreken. Is het vondelingenhuis soms een smerig stuk strand of een vuilnisberg? Daar maken ze heus niemand dood, daar sterft niemand zo maar, terwijl hij hier, als hij van de lucht moet leven, zeker zal sterven. Enfin...'Tante Mónica besloot haar zin met een schouderophalen, keerde het echtpaar de rug toe en trok zich terug in haar slaapkamer. Ze had deze oplossing al eerder gesuggereerd, maar dit was de eerste keer dat ze er zo openhartig over had gesproken en met zoveel overtuiging—of wreedheid, indien u wilt. Clara reikte haar man de hand, als om hem te bemoedigen; Candido Neves trok een gezicht en schold zijn tante zachtjes uit voor 'niet goed wijs'. De tederheid van het tweetal werd verstoord door iemand die op de buitendeur klopte.'Wie is daar?'vroeg Candido.'Ik.'Het was de huisbaas, die drie maanden huur te goed had, en nu persoonlijk zijn huurder kwam bedreigen. Deze vroeg hem binnen te komen.'Dat is niet nodig...''Alstublieft.' De schuldeiser kwam binnen maar weigerde een stoel; hij liet zijn ogen over het meubilair gaan om te zien of het bij beslaglegging iets zou opleveren, en concludeerde dat het weinig zou zijn. Hij kwam de achterstallige huur innen, hij kon niet langer wachten; als hij niet binnen vijf dagen zijn geld had, zou hij hen op straat zetten.-
MACHADO DE ASSIS, KORT VERHAAL in 3 delen: VADER TEGEN MOEDER 1905
Vader tegen moeder 1905
vertaling August Willemse 1986
De slavernij bracht bepaalde beroepen en instrumenten met mee, zoals dat ook bij andere sociale instellingen het geval geweest zal zijn. Indien ik hier enkele van die instrumenten noem, is dat omdat ze in verband staan met een bepaald beroep. Een ervan was het halsijzer, een ander het voetijzer; dan was er ook nog het blikken masker. Het masker hielp de slaven van hun drankzucht af, omdat het de mond bedekte. Het had drie gaten, twee om te zien, een om adem te halen, en werd achter het hoofd met een hangslot gesloten. Mét hun drankzucht verloren de slaven ook de verleiding te stelen, want met het kleingeld van hun meester plachte ze hun dorst te lessen, en zo waren dus twee zonden tegelijk uit de wereld geholpen, en nuchterheid en eerlijkheid gewaarborgd. Het was grotesk, dat masker, maar sociale en menselijke orde bereikt men niet altijd zonder het groteske, en soms het wrede. Bij blikslagers hingen ze in de winkeldeur te koop. Maar laten we het niet hebben over maskers.
Het halsijzer werd gebruikt voor slaven die veelvuldig wegliepen. Stelt u zich een dikke halsband voor, met een eveneens dikke, vertikale stang links of rechts van het hoofd, tot ter hoogte van de kruin, een en ander in de nek met een sleutel afgesloten Het was natuurlijk zwaar, maar het was minder een straf dan een kenteken. Een slaaf die met een dergelijk halsijzer wegliep, was waar hij ook ging herkenbaar als recidivist en werd snel weer gepakt.
Een halve eeuw geleden liepen slaven vaak weg. Er waren er velen, en niet allemaal hielden ze van slavernij. Het geviel ook wel dat ze dat ze slaag kregen, en niet allemaal hielden ze van slaag. Vaak werden ze alleen maar berispt; iemand in het gezin was hun beschermer, en niet elke meester was gemeen. Bovendien, het idee van eigendom matigde zijn optreden, want geld kan ook pijn doen. Niettemin, slaven bleven weglopen. Er waren gevallen. zijhet sporadisch, waarin de zojuist op de clandestiene markt Valongo (na de officiële afshaffing van de slavenhandel, in 1850, werd deze nog lange tijd clandestien bedreven op de markt van Valomgo, noot Wayn) gekochte slaaf het op een lopen zette, zonder de wege in de stad te weten.
Van degenen die meegingen naar huis, vroegen de slimmeren niet zelden hun meester de prijs van hun daghuur vast te stellen, die ze vervolgens verdienden met straatventen.
Wanneer een slaaf wegliep, placht de eigenaar een beloning te geven aan wie hem terugbracht. Hij liet annonces in de kranten zetten, met een beschrijving van de voortvluchtige, diens naam, kleding, eventueel lichamelijk gebrek, de wijk waarin hij te vinden was en het bedrag van de beloning. Werd het bedrag niet genoemd, dan luidde de belofte: 'de vinder zal rijkelijk worden beloond', of 'zal een aantrekkelijke beloning ontvangen'. Vaak had de annonce, aan de bovenkant of opzij, een vignet: de figuur van een hollende neger, blootsvoets, knapzak over de rug. Wie hem onderdak zou verlenen werd met de strengste wettelijke maatregelen bedreigd.
Welnu, het vangen van weggelopen slaven was in die tijd een beroep. Laat het geen nobel beroep geweest zijn, het had niettemin, omdat het een werktuig was van de macht die de wet en het eigendom beschermt, iets van die andere noblesse, die inherent is aan het opkomen voor het persoonlijk bezit. Niemand koos dit beroep voor zijn plezier of uit interesse: armoe, de noodzaak van een bijverdienste, ongeschiktheid voor ander werk, het toeval, en soms ook de behoefte te dienen, zij het langs andere weg, waren de drijfveren voor de man die zich sterk genoeg voelde om de wanorde orde op te leggen.
Candido Neves-Candinho voor zijn familie-, de hoofdpersoon in een dergelijke vluchtgeschiedenis, bevond zich aan de rand van de armoe toen hij het beroep van slavenvanger opnam. Deze man had een ernstig gebrek: hij kon het in geen betrekking of beroep uithouden, het ontbrak hem aan stabiliteit; zelf noemde hij dit zijn 'ongeluk'. Aanvankelijk wilde hij leren boekdrukken, maar hij zag al gauw dat er heel wat tijd overheen zou gaan eer hij een goede zetter was, en dan nog zou hij misschien niet genoeg verdienen ; zo zei hij zichzelf. Vervolgens trok de handel hem aan, het leek hem een mooie carrière. Met enige moeite kreeg hij een baan als verkoper in een garen-en-bandwinkel. Maar de verplichting iedereen op zijn wenken te bedienen krenkte zijn trots, en vijf of zes weken later stond hij uit eigen wil weer op straat. Hulpje op een notariskantoor, bode op een onderafdeling van het Keizerlijk Ministerie, brievenbesteller en nog enkele andere baantjes, hij verliet ze allemaal weer, kort nadat hij ze gekregen had. Toen hij op Clara verliefd werd, had hij niets dan schulden, zij het geringe, want hij woonde in bij een neef, die houtsnijder van beroep was. Na diverse pogingen een betrekking te vinden, besloot hij het beroep van zijn neef te volgen, van wie hij trouwens al een paar lessen had gekregen. Hij kon er zonder moeite meer nemen, maar omdat hij snel wilde leren, leerde hij slecht. Hij maakte geen fijne of ingewikkelde werkstukken, alleen klauwpoten voor sofa's en alledaags reliëfwerk voor stoelen. Hij wilde werk hebben, en goed werk, tegen de tijd dat hij zou trouwen-en het huwelijk liet niet lang op zich wachten. Hij was dertig jaar. Clara tweeëntwintig. Ze was wees, woonde bij een tante, Mónica, en hielp haar met naaiwerk. Ze naaide niet zó veel dat er geen tijd overschoot voor een beetje flirten, maar haar vereerders wilden slechts de tijd doden; iets anders hadden ze niet in de zin. In de namiddag kwamen ze langs, keken nadrukkelijk naar haar, en zij naar hen, tot de avond viel, die haar naar haar naaiwerk riep. Ze merkte op dat ze geen van hen miste als ze weg waren, of ook maar enig verlangen voelde. Misschien kende ze van velen niet eens de naam. Natuurlijk, ze wilde trouwen. Het was 'hengelen', zoals haar tante zei, en zien of de vis wilde bijten, maar de vis zwom op een afstand voorbij; als er al een dichterbij kwam, dan was het alleen even om het aas heendraaien, het bekijken, eraan ruiken en het de rug toekeren om elders een kijkje te nemen. Liefde komt in enveloppen. Toen het meisje Candido Neves zag, voelde ze dat dit haar echtgenoot kon zijn, de enige en de ware. De ontmoeting vond plaats op een bal; dat was—om het te zeggen in termen van het eerste beroep van de minnaar-de eerste bladzij van dat boek dat slecht gedrukt zou verschijnen en nog slechter gebonden. Elf maanden later vondt het huwelijk plaats, en dat was het mooiste feest in het hele leven van de echtelieden. Vriendinnen van Clara, minder gedreven door vriendschap dan door afgunst, trachtten haar nog van de voorgenomen stap af te brengen. Ze betwistten niet de goede inborst van de bruidegom, noch de liefde die hij haar toedroeg, noch enkele andere deugden; ze zeiden dat hij iets te veel van feestjes hield. 'Des te beter,' zei de bruid; 'dan trouw ik tenminste niet met een lijk.''Nee, een lijk niet, maar ik bedoel...' En ze zeiden niet wat ze bedoelden. Tante Mónica begon een keer, na het huwelijk, in het armelijke huisje waar ze onderdak hadden gevonden, over de mogelijkheid van kinderen. Ze wilden een kind, ja, eentje maar, ook al zou dat hun behoeftigheid vergroten. Wanneer jullie een kind krijgen,' zei de tante tot haar nichtje, 'sterven jullie van de honger.'
'De Heilige Maagd zal ons te eten geven,' antwoordde Clara.
Tante Mónica had die waarschuwing, of dreiging, moeten uiten toen Candinho haar om de hand van het meisje kwam vragen; maar ook zij hield van feestjes, en de bruiloft zou vast een groot feest worden, wat het ook werd.
Vrolijk van aard waren ze alle drie. Het jonge paar lachte om alles. Hun eigen namen waren aanleiding tot woordgrapjes: Clara (helder), Neves (sneeuw), Candido (wit); ze konden er niet van eten, maar ze konden erom lachen, en lachen is lichte kost voor de spijsvertering. Zij deed nu meer naaiwerk, hij deed allerlei losse baantjes; hij had geen vast werk.
Maar daarom gaven ze de hoop op een kind nog niet op. Het kind echter, niet wetend van deze speciale wens, bleef zich schuil-houden in de eeuwigheid. Tot het op zekere dag een levensteken gaf; jongen of meisje, het was de gezegende vrucht die het echtpaar de langverbreide vreugde moest brengen. Tante Mónica was ontdaan; Candido en Clara lachten om haar zorgen. 'God zal ons helpen, tante,' herhaalde de toekomstige moeder.
Het nieuws ging van buurvrouw tot buurvrouw.
Het wachten was nog slechts op het aanbreken van de grote dag. Clara werkte nu met nog meer animo, en dat was nodig ook, omdat ze, afgezien van het betaalde naaiwerk, nu ook nog van de restjes de uitzet van de baby moest maken. Ze dacht zo intens aan het kind dat ze er al mee leefde, het de maat nam voor luiers en zijn hempjes in elkaar zette. Tante Mónica hielp haar wel, maar zondergeestdrift.
'Jullie zullen nog eens aan mijn woorden denken.
'Maar andere kinderen worden toch ook geboren.'
'Jawel, maar met de zekerheid dat ze iets te eten krijgen al is het maar weinig...'
'Zekerheid, hoezo?'
'Zekerheid, een betrekking, een beroep, een bezigheid, maar waarmee verdoet de vader van dat arme kind dat op tijd?'Zodra Candido Neves van die opmerking hoorde, ging hij naar tante Mónica, nietkwaad, maar veel minder vriendelijk dan anders: en vroeg haar of het haar ooit een dag aan eten had ontbroken.
'Uw enige vasten was tijdens de Paasweek, en dan nog alleenwanneer u niet bij mij wilde avondeten. Wij hebben nog altijd onze stokvis op tafel gehad...'
'Dat weet ik, maar we zijn met z'n drieën.'
'Straks zijn met z'n vieren.'
'Dat is niet hetzelfde.'
'Wat wilt u dan dat ik doe, behalve wat ik doe? 'Iets met meer zekerheid. Kijk naar de schrijnwerker op de hoek, de man in de garen-en-bandwinkel, de zetter die afgelopen zaterdag getrouwd is, allemaal hebben ze vast werk. Wees niet boos op me; ik zeg niet dat je een leegloper bent, maar de bezigheid die je hebt gekozen is zo vaag. Soms breng je weken lang geen stuiver binnen.'
'Jawel, maar dan komt er opeens een avond die alles goe maakt, en meer dan dat. God laat me niet in de steek, en elke weggelopen neger weet dat er met mij niet te spotten valt; geen een stribbelt tegen, de meesten geven zich meteen over.'
OVERTREFFEND EN BIZAR: HONDERDEN DODE PINGUÃNS OP bRAZILIAANSE STRANDEN
Honderden dode pinguïns op Braziliaanse stranden
In juli spoelden honderden dode pinguïns en andere zeedieren aan de Braziliaanse kust. Het gaat om 530 pinguïns, talrijke andere zeevogels, enkele dolfijnen en grote zeeschildpadden in de kustgemeentes Peruibe, Praia Grande en Itanhaem. Mogelijk liggen er meer dode dieren op andere stranden van de zuidelijke deelstaat Sao Paulo. Het begint een jaarlijks weerkerend fenomeen te worden: vorige zomer spoelden meer dan 1.500 dode penguins aan in Chili, in 2008 ook al eens meer dan duizend op Braziliaanse stranden. Zelfs op die van Rio de Janeiro, 4.000 kilometer van waar de aangespoelde pinguïns normaal leven.
Biologen van de Universiteit van Sao Paulo onderzoeken de zaak. Ze vermoeden dat het trouwens om nog duizenden pinguïns meer gaat, maar dat die gewoon niet geteld zijn. Een dierenarts van een centrum voor zieke zeedieren in Praia Grande denkt dat de pinguïns zijn gestorven door vermoeidheid en gebrek aan eten tijdens hun lange reis vanaf de wateren voor de Zuid-Argentijnse regio Patagonië. Maar er lijkt meer aan de hand dan dat.Er zijn altijd al wel dode (en levende) pinguïns aangespoeld in Brazilië. Ze raken verstrikt in de sterke stromingen van de Straat Magellaan, een zeestraat in het zuidelijkste deel van Zuid-Amerika, gelegen tussen Patagonië in het noorden en Vuurland in het zuiden. Uiteindelijk belanden ze dan duizenden kilometers noordelijker dan hun habitat. Maar de jongste jaren gaat het niet meer om uitzonderingen. "Niemand weet echt wat er aan de hand is", zegt Ricardo Burgo Braga, een biogeograaf gespecialiseerd in het zuidpoolgebied. "Het is eigenlijk normaal dat de magelhaenpinguïn (spheniscus magellanicusa) zijn kolonies in het zuidelijkste deel van Zuid-Amerika verlaat in deze tijd van het jaar om de sardines te volgen, die op hun beurt de planktonrijke Falklandstroming opzoeken. Die Falkland Current, die vanaf de Zuidpool richting Zuid-Amerika stroomt, stuit ergens halverwege de kust van Argentinië op de warme Benguela-stroming die vanuit zuidwest-Afrika komt. Normaal gaan de pinguïns nooit verder dan dat kruispunt in de winter. Ze zijn dus al bij al toch nog 3.000 kilometer uit koers." "Dit jaar is de Benguela wel kouder dan normaal", aldus Braga, "en op de Falklandstroming staat flink wat wind. Nu het verklaart iets maar zeker niet alles. Want dat is de jongste 35 jaar, sinds we beginnen meten zijn wel vaker voorgevallen. En toen spoelden er hoop en al zeven pinguïns aan." Overbevissing? Thiago Muniz, een Braziliaans pinguïnspecialist van de Niteroi Zoo, vermoedt dat overbevissing er iets mee te maken heeft. "Daardoor moeten de pinguïns almaar verder de zee in zwemmen om aan eten te geraken, en daar geraken ze verstrengeld in de stromingen. Vooral de jongste, minst sterke dieren kunnen de kracht niet opbrengen om uit die stromingen te geraken." Muniz en zijn team proberen de kleine minderheid die het levend ervan afbrengt te redden. Zo kon hij er de jongste drie jaar al een stuk of honderd redden. Opvallend daarbij: de meeste van de dieren zitten onder de olie. Die olie is niet de oorzaak dat de pinguïns afdrijven uit hun habitat, maar eenmaal op drift passeren de diertjes wel door de Campos-olievelden voor de Braziliaanse kust. En dat doet het ergste vermoeden over de vervuiling die daar wordt aangericht. Eduardo Pimenta, aan het hoofd van het Coastal Protection and Environment Agency in de resort-stad Cabo Frio, gelooft dat naast de olie van de Camposvelden ook andere vervuiling in zee een rol speelt. "De vervuiling in de Straat van Magellaan tast de immuniteit van de dieren aan, daardoor zijn ze vatbaarder voor ziektes, in het algemeen zwakker en minder goed gewapend om tegen de stroming te vechten. Zo belanden ze hier."
Britse avonturier wandelt als eerste hele Amazone af
Britse avonturier wandelt als eerste hele Amazone af
09/08/10 De Morgen
Een Britse avonturier is er na 859 dagen, duizenden kilometers en "50.000 muggenbeten" in geslaagd de volledige lengte van de Amazonerivier af te wandelen. Hij is de eerste die dat huzarenstukje voor elkaar brengt. "Ik heb het gedaan omdat niemand anders het me ooit had voorgedaan", legt Ed Stafford eenvoudig uit. "Ik heb volgehouden omdat iedereen met zei dat het onmogelijk was." De 34-jarige ex-kapitein in het Britse leger hoopt dat hij met zijn reis de nodige aandacht kan schenken aan de verwoesting van het Amazonewoud. Piranha's & Anaconda's Stafford begon zijn trip op 2 april 2008 aan de zuidkust van Peru. De onderneming kostte zo'n 100.000 dollar en werd gefinancierd door sponsors en donaties. Onderweg leefde hij van piranha's die hij ving, rijst en bonen of goederen die hij kocht in lokale gemeenschappen langs de rivier. Hij kreeg af te rekenen met verschillende gevaren, zoals anaconda's, ziekte, gebrek aan voedsel en verdrinking. Hij werd 50.000 keer gebeten door muggen en enkele honderden keren door wespen. Tijdens zijn reis belandde hij twee keer in de gevangenis telkens nadat hij valselijk beschuldigd werd van doodslag. Om te ontspannen downloadde hij afleveringen van The Office via zijn satelliettelefoon. Ontbossing "Er is op dit ogenblik nog heel wat ontbossing bezig in het regenwoud," zegt Stafford, "maar het is hartverwarmend om te zien dat er in Brazilië een generatie opstaat die zeer bezorgd is over het milieu en die zich het lot van de Amazone aantrekt. Het mooiste van de reis was de warmte en de gastvrijheid van Brazilianen en vooral van kinderen die me overal langs de Amazone welkom heetten."
De ontbossing in het Amazonegebied steeg in juni opnieuw volgens een enquête van de NGO Institute Mens en Milieu (Imazon).
Geraadpleegd satellieten registreerde 172 km2 van ontbossing, die steeg met 15% ten opzichte van juni 2009. Para leid de ontbossing in de maand, 115 vierkante kilometer van de boskap (67% van het totaal in juni), gevolgd door de staat Amazonas, met 22 vierkante kilometer van ontbossing, en Mato Grosso, die 18 vierkante mijl van de oorspronkelijke vegetatie verloor. Volgens Imazon deed zich vooral in juni ontbossing voor in de regio van de BR-163, de verbinding van Cuiabá (MT) naar Santarem (PA), in de passages tussen de steden Itaituba Pará, Novo Progresso en Altamira. Ontbossing is ook gericht op het Transamazon snelweg tussen de steden en Apuí Humaita in Amazonas. De ontbossing gedetecteerd tussen augustus 2009 en juni 2010 door de NGO's was 1333 km ². De som is 8% hoger dan geregistreerd in de vorige periode (augustus 2008 tot juli 2009), toen de verwoesting 1234 km ² was.
De stijgende trend van ontbossing benoemd door Imazon druist in tegen de vertoning tot nu toe door ramingen van het Nationaal Instituut voor Ruimtelijk Onderzoek (INPE), die officiële statistieken gaf over de ontbossing. In mei heeft het INPE 109.6 km ² vastgesteld van nieuwe ontbossing, 12% kleiner van de oppervlakte waargenomen door satellieten in dezelfde maand vorig jaar. Echter, de dalende trend van de gegevens door INPE - en gevierd door het Ministerie van Milieu - blijkt niet uit de cijfers van de verwoestingen in de maanden juni en juli toen de kettingzagen meer bewogen als gevolg van de droge periode, die het kappen en het vervoer van illegaal hout in de regio vergemakkelijkt.
HET ANDERE BRAZILIË - Nergens is openbaar vervoer beter dan in Curitiba
CURITIBA, PARANÁ, BRASIL
29/07/10
Van weinig steden ter wereld wordt het openbaar vervoer zo bewonderd als van het Braziliaanse Curitiba. De snelbussen vervoeren meer dan 2 miljoen mensen per dag. Het succesverhaal begon in de jaren zeventig, toen architect Jaime Lerner burgemeester werd.
Curitiba, in het zuiden van Brazilië, heeft zijn bevolking de afgelopen twintig jaar zien verdrievoudigen, tot bijna 2 miljoen inwoners (3 miljoen voor het hele metropolitane gebied). Toch is het autoverkeer in dezelfde periode met 30 procent gedaald. Dat heeft alles te maken met het Rede Integrada de Transporte (RIT), een revolutionair openbaarvervoersysteem dat nu meer dan 2 miljoen mensen per dag vervoert. De stad wordt doorkruist door vijf snelbuslijnen - een zesde is in aanbouw - met eigen baanvakken waar geen auto mag komen. Driedelige bussen rijden met hoge frequentie op deze lijnen, om de halve minuut op spitsuren. De haltes, opvallende cilindervormige glazen constructies, zijn zo ontworpen dat de passagiers snel op en af kunnen stappen. Een kaartje kost minder dan 1 euro en daarmee rij je tot 20 kilometer buiten het centrum. Het systeem werd in de jaren zeventig ingevoerd. Aanvankelijk wilde Curitiba een metronet, zoals zoveel steden in die tijd. Maar het stadsbestuur had daarvoor het geld noch de tijd en koos daarom voor een busnet dat dezelfde kenmerken had als een metronet maar veel goedkoper was in aanleg. De man achter het RIT is architect en ruimtelijk planner Jaime Lerner. Hij was driemaal burgemeester van Curitiba, van 1971 tot 1975, van 1979 tot 1984 en van 1989 tot 1992. Van 1994 tot 2002 was hij gouverneur van de deelstaat Paraná, waarvan Curitiba de hoofdstad is. Lerner, nu 71, stapte in 2002 uit de politiek. Hij wijdt zich nu helemaal aan zijn architectenbureau, dat projecten uitwerkt voor steden over de hele wereld. Het Amerikaanse Time Magazine nam Lerner dit jaar op in zijn lijst van 25 meest invloedrijke denkers ter wereld. Bogota nam het systeem van Curitiba over en noemde het de TransMilenio. Los Angeles volgde met de Orange Line. Steeds meer andere wereldsteden laten zich door Curitiba inspireren. Dit jaar kondigde New York aan dat het vanaf 2012 een snelbusbaan dwars door de stad gaat aanleggen.
Curitiba scoort niet alleen goed met zijn openbaar vervoer. De stad heeft het grootste autovrije winkelgebied ter wereld en het hoogste percentage voor afvalrecyclage. Door het grote aantal parken is er 51 vierkante meter groen per inwoner, eveneens een van hoogste percentages ter wereld. Om al het gras in die parken te maaien worden al sinds Lerners tijd schapen ingezet. Een ander bijzonder idee van Lerner was de inzet van vissers om de waterwegen schoon te maken. De vissers kregen een bedrag voor elke kilogram afval dat ze uit het water haalden. Een relatief goedkoop systeem voor de stad, en de vissers hadden zo ook buiten het visseizoen een inkomen. Maar sommigen waarschuwen dat Curitiba het slachtoffer van zijn succes dreigt te worden. Het bussysteem zit bijvoorbeeld dicht bij zijn verzadigingspunt, geen enkele Braziliaanse stad telt in verhouding tot het aantal inwoners zoveel auto's, en de laatste jaren sputtert de afvalrecyclage. Toen in de jaren zestig de eerste plannen zijn opgemaakt, had men nooit gedacht de stad ooit zoveel inwoners zou tellen, zegt architect en ruimtelijk planner Jorge Wilheim, die de ontwikkeling van Curitiba mee vorm gaf. "De metropolitane regio heeft een nieuwe visie nodig."
Gedurende meer dan 350 jaar zijn zwarte slaven per boot overgebracht van hun geboorte-Afrika naar de transatlantische nieuwe wereld om er in de mijnen en op de plantages te werken.
De handelaars van Bahia rechtvaardigden het wrede instituut van de slavenhandel met de bekering van de zwarte ziel, totdantoe ondergedompeld in de duisternis van de afgoderij, tot (voornamelijk) het katholicicsme. Dus werden alle slavenschepen gedoopt met de naam van een katholieke heilige, met als doel de slavenhandelaars, de boten en de vervoerde waar te beschermen. Deze heiligen, beschermers van de slavenhandelaars, lieten de slaven later toe hun meesters te misleiden betreffende de aard van de dansen die ze 's zondags mochten uitvoeren gedurende hun bijeenkomsten per land van oorsprong (in 1758 toonde graaf dos Arcos, 7de vice-koning van Brazilië zich voorstander van dat soort activiteiten, niet uit filantropie, maar omdat hij het nuttig achtte "dat de slaven de herinnering aan hun afkomst levendig houden en hun wederzijdse afkeer, die hen ertoe leidde elkaar te bevechten in Afrika, niet zouden vergeten". Zo verdeeld zouden ze geen gezamenlijke opstand tegen hun meesters op touw kunnen zetten (zoals ze 50 jaar later wel zouden doen).
Deze laatsten veronderstelden dat de dansen die hun slaven dansten, en dat de liederen die elk in zijn eigen taal zong, slechts een onschuldig en nostalgisch tijdverdrijf waren. Ze konden niet weten dat wat ze zongen tijdens deze bijeenkomsten eigenlijk gebeden waren ter ere van hun Orixás, Voduns of Inkissis. Wanneer men hen uitleg vroeg over hun gezangen, verkondigden de slaven dat het lofzangen waren voor de heiligen van het paradijs (van de katholieke kerk uiteraard).
'...Ooit bij een bezoek aan Salvador weerd vertelde mij een wijze candomblé moeder dat ik een zoon was van Xango , hetgeen mij een goed en sterk gevoel gaf...' storyteller
Xangô ...is viriel en machtig, gewelddadig en handhaver van het recht. Hij straft de leugenaars, de dieven en de misdadigers. Daarom wordt de dood door de bliksem beschouwd als eerloos. Zo ook met huizen: als een huis wordt getroffen door de bliksem, heeft dat te maken met de toorn van Xangô. De eigenaar ervan moet zware boetes betalen aan de priesters van de Orixá die, in het puin, de Edun Ara (bliksemstenen) komen zoeken die Xangô er gooide en die zich bevinden onder de grond waar de bliksem insloeg.
Deze Edum Ara (in feite neolithische hamers) plaatst men op een gebeeldhouwd houten mortier, Odo, gewijd aan Xangô. De stenen worden beschouwd als emanaties van Xangô en bevatten zijn Axé - zijn macht. Bloed van geofferde dieren wordt gedeeltelijk over deze bliksemstenen gegoten opdat zijn kracht en macht behouden blijven. Het dier dat zijn voorkeur geniet bij de offerandes is de ram, omdat zijn kopstoten snel zijn als de bliksem. Andere schenkingen zijn Amalá, een lekkernij bereid met inhame-meel (soort zoete aardappel), overgoten met een saus van quiabos (kleine tropische groente). Het is echter volstrekt verboden hem witte bonen aan te bieden van de Sesé-soort. Dit verbod geldt ook voor al zijn ingewijden. Het embleem van Xangô is de dubbele gestileerde hamer, Oxé, die de geïnitieerden in de hand dragen tijdens hun trance.
Xeré is de rammelaar, gemaakt van een langwerpige kalebas met daarin graantjes, die ter ere van Xangô wordt bespeeld. Als hij goed bespeeld wordt tijdens de verering, bootst dit instrument het geluid van de regen na.
Xangô werd gesyncretiseerd met de heilige Hiëronimus in Brazilië en met de heilige Barbara in Cuba.
De cultus van Xangô is erg populair, zowel in Brazilië als op de Antillen. In Recife, hoofdstad van de staat Pernambuco, staat de naam voor een reeks Afrikaanse culten die in de staat worden beoefend. In Bahia dragen zijn gelovigen roodwitte halskettingen, net als in Afrika. Woensdag is de dag die aan hem is gewijd. Tijdens zijn dansen zwaait Xangô trots met zijn dubbele hamer, en van zodra de cadans versnelt doet hij alsof hij uit een zak Labá (bliksemstenen) neemt en ze over de aarde gooit. De symboliek van zijn dans laat vervolgens zijn wellustige en vermetele aard zien.
Mettertijd begonnen de Afrikanen overeenkomsten te creëren tussen hun Orixás en de heiligen van de katholieke kerk. Dit religieus syncretisme is beetje bij beetje tot stand gekomen, en is het dus zeer moeilijk te zeggen wanneer deze vermenging van religies en geloofsovertuigingen precies heeft plaatsgevonden. Soms is er een overeenkomst tussen de eigenschappen van de Orixá en die van de corresponderende heilige, naar hun eigenschappen of beeltenis. Elke Orixá heeft een corresponderende heilige, zelfs wanneer we niet goed weten welke relatie er tussen de twee kan bestaan.
E.CA is een v.z.w. en heeft als doel de Braziliaanse cultuur te verspreiden in al haar aspecten: capoeira, dans, muziek, kookkunst, ...
Capoeira is ons middel bij uitstek voor socialisatie. Via de Afro-Braziliaanse cultuur wensen we het wederzijds respect te bevorderen. Dit doen we door aan te leren hoe we ons lichaam op andere manieren kunnen gebruiken en stimuleren, door onze motorische coördinatie te verscherpen en dit zonder hierbij de individuele capaciteiten en vaardigheden van onze leerlingen uit het oog te verliezen. Uiteindelijk wensen we een emotioneel pantser op te bouwen. Dit door onze gevoelens duidelijk tot uiting te brengen via zang en dans.
De v.z.w. ontstond uit de groep Grupo Cativeiro Capoeira, die in 1978 te Ribeirão Preto, São Paulo werd opgericht door zes mestres: Miguel, Ely, Caio, Rodolfo, Cidão en Belisco. Het jaar 1978 werd gekenmerkt door het ontstaan van verschillende sociale organisaties die zich kantten tegen rassendiscriminatie. Bijvoorbeeld:
1978: De beweging van de zwarte vrouwen van de Partido dos Trabalhadores (PT) vocht voor gelijke rechten voor de zwarte vrouw. Deze werden immers dubbel gediscrimineerd binnen de Braziliaanse samenleving.
Festival Communitário Negro Zumbi (FECONEZU): Is een organisatie van jonge zwarte Brazilianen, op zoek naar een identiteit omdat ze geen ruimte hadden om zich elders uit te drukken binnen de Braziliaanse maatschappij.
20 april 1978 oprichting van Grupo Cativeiro Capoeira: Deze organisatie werd opgericht om de Afro-Braziliaanse waarden van de Capoeira te benadrukken. Men was van mening dat ondertussen voornamelijk de sportieve waarden binnen de capoeira de overhand namen. Dit leidde tot een heropleving van de Capoeira in São Paulo.
Toch opmerkelijk want van 1974 tot 1979 stond Brazilië immers onder het bewind van President Ernesto Geisel, die op zijn beurt de regering van Emílio Garrastazu Medici opvolgde. Deze laatste is ook gekend als de regering van de "Jumbojaren" (Brazilië stond van 1964 tot 1985 onafgebroken onder een militaire dictatuur).
vzw E.CA heeft als basisdoelstelling het opleiden en informeren van Capoeiristas. Wij verkondigen géén absolute waarheid maar helpen de leerling zijn eigen potentieel verder uit te bouwen en te ontplooien. Wij brengen de nodige informatie over die we onontbeerlijk vinden om een minimum inzicht te verkrijgen in het onuitputtelijk universum: capoeira genaamd. Tevens geven we de nodige hulp om op een flexibele wijze de complexiteit van de Afro-Braziliaanse cultuur een beetje beter te leren kennen.
Wij volgen geen formele pedagogie. Eerder wensen we een situatie te creëren waarbij de leerlingen op een harmonieuze, leuke en spontane wijze leren en hun eigen lichaamsbewegingen verbeteren. Het initiatief komt van hen, wij verschaffen hen enkel de basis!
MARINA SILVA -STRIJDSTER VOOR AMAZONAS gaat voor presidentschap in Brazilië
Marina Silva werd geboren in Acre op 8 februari 1958, een Braziliaanse milieuactiviste en politicus. Ze was een collega van Chico Mendes en een lid van de Partido dos Trabalhadores tot en met 19 augustus 2009, daarvoor was ze senator voordat zij minister van milieu in werd 2003. Osmarina Marina da Silva groeide op in een gezien van elf kinderen in een rubbertappers gemeenschap in de seringal Bagaço, in de staat Acre. Op haar 16 de werd ze wees en verhuisde naar de hoofdstad van de staat, Rio Branco. Ze kreeg een katholieke opvoeding en werkte als dienstmeid. Ze studeerde af in geschiedenis aan de Federale Universtieit van Acre op haar 26ste en werd meer politiek actief. In 1984 hielp mee om de eerste vakbond op te richten en leidde demonstraties genoemdempates samen met Chico Mendes. Ze waarschuwden tegen de ontbossing en het verdrijven van leefgemeenschappen uit hun traditionele omgeving. In 1994 werd ze de eerste rubbertapper ooit verkozen tot de federale senaat. Als ingeboren van Amazone en een senator gaf ze steun aan milieubescherming, sociale rechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling in de Amazonas regio. De ontbossing daalde in 2004 tot 2007 met 59% en zorgde dat de overheid een geïntegreerd beleid leidde. Tegelijkertijd bevorderde ze duurzame ontwikkeling en behoud van bossen en tevens haalde ze elementen aan uit internationale verdragen en documenten. "Dit alles toont aan dat, wanneer er sprake is van geïntegreerde planning en beleid, het werkelijk mogelijk is om het beeld te veranderen," zei Silva in een verklaring aan de Ambassade van Brazilië in Londen.
Silva nam ontslag in mei 2008. Silva besluit om zich terug te trekken lag in 'de toenemende tegenwerking in hun team in belangrijke sectoren van de overheid en de samenleving" . Ze werd steeds meer geïsoleerd door de regring van Luiz Lula da Silva vanwege haar opvattingen over hydro-elektrische dammen, biobrandstoffenen genetisch gemodificeerde gewassen.
"Het is tijd om te gaan bidden [voor het regenwoud], zei Sergio Leitao, de directeur van openbare orde van Greenpeace in Brazilië, na het ontslag van Marina Silva. Op 08.19.2009, kondigde Marina haar overstap van de (PT) Arbeiders Partij van Lula maar naar de Groen Parij. Vooral uit protest tegen het milieubeleid onderschreven door de partij. In de stad van Nova Iguaçu in de staat Rio de Janeiro stelde ze zich op 16 mei 2010 stelde kandidaat voor de Presidents verkiezingen van 2010 in naam van de Groene Partij.
Hoewel haar kansen gering zijn (ze heeft in de peilingen slechts 10%) geef ik haar mijn steun.
CACIQUE RAONI IN PARIJS strijdend VOOR BEHOUD NATUUR XINGU en zijn VOLK
Op 6 mei 2010 was de Caiapó chef Raoni Metukiré in Parijs om daar te spreken met vertegenwoordigers van Europa om de longen van de planeet te beschermen, die bedreigd word door de bouw van de Belo Monte dam. Hij sprak daar in naam van alle volken die in het Caiapó gebied leven om middelen te verkrijgen om het bos te redden. Hij vertegenwoordigd 6.3 miljoen leden van de Caiapó stam die het gebied bevolken. Hij was in gezelschap van de Franse schrijver Jean-Pierre Dutilleux, co-auteur van het boek "Raoni, herinneringen van een Indianen leider'. Hij zal vandaag ontvangen worden door de oud president Jaques Chirac, die de inleiding schreef voor het boek, en met wie hij al in 1989 diversen contacten had toen hij voor de eerste maal in Europa was om een campagne te voeren ter verdediging van de Amazone Indianen. In die tijd gingen de foto's van Raoni met zijn zwier van gele pluimen en zijn 20cm in diameter houten lip schijf en in gezelschap van de zanger Sting, de hele wereld rond. Deze campagne was een succes, en de grens voor het 195km2 grote reservaat (zes maal België) doorkruist door Xingu rivier werd een feit. Nu 20 jaar later na de bedreiging der goudzoekers en de ontbossing duikt een nieuw spook op, de grote bedreiging: de Belo Monte dam, met toestemming van de Braziliaanse regering. De dam moet vanaf 2015 de derde grootse dam ter wereld worden na de 'drie kelen' in China en de Itaipú dam in het zuiden van Brazilië bij Foz de Iguaçu.Het project gaat 11 miljard dollar kosten en moet to de 11 miljoen MW energie opbrengen. De tegenstanders van de dam (ong. 60 ONG's) verklaren dat de dam een gebied van 500 km2 onder water zal zetten. De caiapo's zeggen dat het meer dan 20.000 mensen in het gebied zal treffen.
En president Lula? "Ik heb veel met hem gepraat om de dam niet te bouwen," zegt Raoni, toen hem gevraagd werd wat de motieven waren van de Braziliaanse president. "Ik weet niet waarom hij dit doet," zegt de cacique, gekleed in een broek, zonder hemt en borst en armen geverfd in zwart, de oorlogskleur. "Daar om wil ik graag dat de regeringsleiders die hier samen zijn in Europa, hem benaderen om de groeiende bezorgdheid van de Indianen omtrent de dam te uitten." aldus Raoni. De Franse schrijver Dutilleux deelt zijn bezorgdheid door te zeggen dat dit slechts het puntje van de ijsberg is, want er zijn 220 dammen gepland tot 2030 in de regio. Raoni, die beoordeeld mag worden als een man van vrede, heeft zijn strijders opgeroepen om zich klaar te maken voor de bedreiging van de bouw van de dam.
"Ik ben bezorgd en weet niet hoe lang we ons kunnen controleren... daarom ben ik naar Europa gekomen om te onderhandelen... om een dramatische situatie te voorkomen..." zegt de Chef zonder toon verheffing, terwijl een lid van zijn volk, die ter plekke is, verzekerd dat 3.000 Caiapó strijders klaar zijn om te vechten.
vertaald uit de krant "Amazonas em Tempo" 7 Mei 2010, Manaus
Avatar steunt Braziliaanse stammen in strijd tegen dam
De regisseur van de film 'Avatar', James Cameron, springt in de bres voor de Braziliaanse stammen die een gigantische dam in hun leefgebied niet zien zitten. De Xingu vrezen dat het project om elektriciteit op te wekken met waterkracht hun leven in het regenwoud zal verstoren.
De meeste stamleden moesten dagen lopen om hun gast te onmoeten in een afgelegen dorpje. Niet wetende dat de regisseur vorig jaar de meest succesvolle film aller tijden op de wereld losliet. "Als ze deze dam bouwen, zullen onze kinderen sterven", vertelden ze aan Cameron, zo schrijft The Guardian. "Er zal geen vis meer zijn, geen jacht. Ik wil dat mijn kleinkinderen in vrede kunnen leven. En dat zal de dam ons afnemen."
Belo Monte Waterkracht is een vorm van duurzame energie die in een paar landen erg succesvol blijkt. Brazilië is daar één van, maar de Belo Monte is een doorn in het oog van de lokale bevolking. "Ik ben hier om naar jullie te luisteren en om als filmmaker jullie stem aan de buitenwereld te laten horen", antwoordde Cameron.
Hij ziet het als een kans om Avatar tot leven te brengen en is van plan om een documentaire te schieten over de lokale stammen en hun strijd tegen Belo Monte.
Twintig jaar "Ze vertelden me dat ze al twintig jaar verzet voeren tegen de dam", zegt Cameron. "Beloften werden gebroken en alle hulp is welkom." De dam is niet zomaar een project. Belo Monte zou ongeveer acht miljard euro kosten en wordt de op twee na grootste in zijn soort. Terwijl Brazilië met de dam de economie een duwtje in de rug wil geven, geloven milieubewegingen dat het gewoon een enorme stap is om het regenwoud nog meer te vernielen. Alsook de stammen die er leven.
20/04/10 12u30
IK HOOP DAT HET VRUCHTEN AFWERPT, DOCH DE BESLISSING VAN DE BRAZILIAANSE REGERING IS VOLHARDEND, WAYN BRON: DE MORGEN, BE
CARLOS MARIGHELA - VOOR DE BEVRIJDING VAN BRAZILIË DEEL 3 slot
Camilo Torres
Detrez: 'De behoudende (en katholieke) dagbladen van La Paz en Bogotá gebruiken dezelfde benaming voor Che Guevara en Camillo Torres. De tupemoros van Uraquay, Douglas Bravo, César Montes, Inti Peredo, Yon Soza, alle castristen van het conyinent worden over een kam geschoren. De eerlijke mensen, de zuivere geesten, deeerbare lieden zijn zij die geen honderden maar miljoenen individuen uitmoorden, verminken en prostitueren door middel van honger, knechten, arbeid, 'bevroren lonen'. de exploitatie van ontelbare bordelen, het stelselmatig achterlijk houden van de bevolking en allerlij ziektes tengevolge van de ondervoeding. En ze kunnen rustig tegen de revolutionairen aanschoppen omdat ze immers de officiële afkeuring van de 'paus' mee hebben, wiens engelachtige houding in deze overigens zo luguber, ja misdadig is wanneer je uit eigen ervaring weet, en aan den lijve ondervonden hebt wat de dictatuur en de ellende in Zuid-Amerika betekenen. Voor de liberalen, die minder stompzinnig zijn dan de anderen, maar veel gevaarlijker, is Carlos Marighela een veelzijdige persoonlijkheid, een communistenleider, voetballiefhebber, houdt van ijskoude punch en van zonnebaden aan het strand van Copacabana en bemint drie vrouwen: zijn wettige echtgenote, en de moeder en de zuster van een van zijn vrienden, en verder 'speelt hij guerrilleiro'. Een bijna sympathieke man dus, temeer omdat hij geboren is in Salvador de Bahia, de bakermat van dichters en muzikanten, van lyriek en hartelijkheid, van mulatten en negers, dat wil zeggen van mensen die sinds 4 eeuwen tegen politieke, sociale, religieuze en culturele overheersing van de blanken optornen en die toch zichzelf weten te blijven, dankzij hun handigheid, slimheid, hun Afrikaanse animisme, hun sensualiteit, de samba, een flux de bouche en een heel eigen leefwijze. Als zoon van een negerin en een Italiaanse immigrant is Carlos Marighela dus een Bahiaan bij uitstek. Als hij nu geen terrorist was zou men hem niet eens kwalijk genomen hebben dat hij bestond...
Voor Osvaldo Peralva, een ex-communist, die directeur van een grote liberale krant is geworden en die hem god kende uit de tijd dat ze kameraden waren, heeft 'Marighela meer van Stalin gelezen dan van Marx'. Kent hij Engels en Lenin alleen maar via de stalinistische interpretaties en is hij de meest perfecte Stalinist van Brazilië. Een ijskoude, harde, vastberaden en fysiek zeer moedig man. Luis Carlos Prestes, de algemene secretaris van de partij, is veel kariger als hij het over zijn vroegere medestander heeft. Hij zegt over hem: 'Het is een patriot, die de verkeerde middelen gebruikt'.
(noot mijnerzijds. Het zuid-Amerikaans communisme is meer terug te vinden in de ideologie van Marx en Engels, doch Marighela had zich ook verdiept in Mao Tse-Toeng en zijn revolutie, toen hij in 1953 in China verbleef.)
Detrez: 'Tot zover dus de roddelverhalen, de beschimpingen en de verkeerde beoordelingen. De feiten liggen heel anders. Carlos Marighela wordt in 1911 geboren in Salvador de Bahia. Zijn ouders zijn mensen uit het volk. "Ik ben een kleinzoon van slaven," zei hij eens tegen mij, met de trots van iemand die zich vrijmaakt van een langdurige vernedering. Op zijn 16de wordt hij lid van de CP. Dankzij geweldige offers kan hij verder studeren. Hij wil ingenieur worden maar in zijn 3de jaar geeft hij de studie op om 'revolutie te gaan maken'. In 1936 - hij dan juist 24 geworden - maakt hij voor het eerst kennis met de gevangenis. Hij leest Dostojevski en de grote nationale romanschrijver Graciliano Ramos. Ook een communist en zijn vriend. In oktober van dat jaar, precies 2 jaar na zijn oproep tot de gewapende strijd vanuit Havana, ontmoet ik hem ergens in een van de grote steden van het land. Ik heb dan al 6 weken het 'spoor' gevolgd dat moet leiden naar 'vijand nummer 1 van de dictatuur en het imperialisme,' zoals hij zichzelf genoemd heeft. Een spoor dat door meerdere landen loopt en dat ten slotte uitkomt in een van de 24 staten van de federatie van Brazilië. Welke? Dat weet ik pas de dag voor onze ontmoeting. Het gerucht gaat dat Marighela zich onophoudelijk verplaatst, om de politie te ontlopen. Maar ook om overal de groepen van de Nationale Bevrijding Actie te vormen, die als paddenstoelen uit de grond schieten'van de monding van de Amazone tot aan de grens van Uruquay.' Er is een legende gekomen: Marighela is ongrijpbaar. Alomwezig. De politie aganten houden het hoofd koel: hij kan alleen daar zijn waar hij ons het makkelijks kan ontglippen.: ondergedoken in een van die twee mensen oceanen die Rio en Sâo Paulo heten. Door het raam van de eerste verdieping van het gebouw waar hij me heeft laten komen zie ik een politieagent patrouilleren. Een paar honderd meter verderop staat een volkswagen van de stadspolitie geparkeerd. Stom toeval. Marighela stelt me gerust. Als ons langdurig onderhoudt is afgelopen loopt hij in tegenovergestelde richting weg. De volgende dag laat een van zijn lijfwachten me een boodschap brengen: "U moet het land onmiddellijk verlaten!"
10 dagen later worden 2 verzetstrijders die dich bij de leiding schijnen te staan gearresteerd; het zijn geestelijken, dominicanen. De ouden marxist-lenist is nog sektarisch, nog dogmatisch: Camilo Torres heeft immers bewezen dat een pastoor een uitstekende guerrilla kan zijn!
(De Columbiaanse priester-guerrilla Camilo Torres wordt op 15 februari 1966 door het leger vermoord in de bergen van Columbia. Ooit zei hij: "Ik weet niet of de ziel onsterfelijk is, maar ik weet wél, dat honger sterfelijk is. Het is de plicht van elk christen om revolutionair te zijn."
noot mijnerzijds.)
...Met de gevangenneming van deze 2 priesters valt een heel netwerk in duigen, dat direct naar de chef leidde. 80 politiemannen gewapend met revolvers en mitrailleurs, weten hem in de val te lokken en schieten hem in de avond van de 4de november midden op straat in Sâo Paulo neer. Er is wel gezegd: een held is hij, die hoop geeft aan het volk. Carlos Marighela heeft het volk ook een voorhoede en een strategie gegeven: de hoop, gewapend met ideeën en duizend geweren.'
CARLOS MARIGHELA - VOOR DE BEVRIJDING VAN BRAZILIË DEEL 2
Carlos Lamarca
In Rio de janeiro, Sâo Paulo en Belo Horizonte. De guerrilla in de steden is al begonnen. Het strijdtoneel is de geïndustrialiseerde driehoek, welke wordt gevormd door de 3 hoofdsteden van deze staten die tot de verste gevorderde van de federatie behoren. De leiders wisselen gegevens uit, maken analyses van het werk en werken de conclusies die uit de gevoerde acties te trekken zijn nader uit.
Er wordt een 'praktisch handboek voor de stadsguerrilla' in elkaar gezet. Er komen wat meer theoretische geschriften uit waarin de beginselen opgesteld worden voor de guerrilla op het platteland in aansluiting met de strijd in de steden. De strategie komt met de praktijk tot ontwikkeling. De twee vormen van revolutionaire strijd zijn nu duidelijk bepaald. Marighela ziet ze in het veelomvattende perspectief van de evolutionaire bewegingsoorlog. Beweging, beweeglijkheid, dit woord kom je voortdurend in zijn stellingen tegen. Het is de voorwaarde voor succes, dankzij de buitengewone beweeglijkheid (en snelheid, vanzelfsprekend) van de guerrilleiro's worden tussen september 1968 en oktober 1969 bijna 100 banken leeggehaald, veelal opgesierd met politieke leuzen die de 'onteigening' rechtvaardigen. De hele operatie duurt meestal een paar minuten en telkens weten de activisten uit de handen van de politie te blijven. Deze successen zijn een geweldige stimulans voor de bevolking die fel tegen de dictatuur gekant is en verbitterd is over de Noord-Amerikaanse overheersing over hun land, maar tot dan toe op non-actief gebleven was, stilgelegd door de voorzichtige houding van de bureaucratische CP. Er worden tal van op zichzelf staande groepen georganiseerd. Zoals de 'Revolutionaire Volks-Avant garde' en de 'Revolutioniare 8 Oktober beweging' (MR8), de rode vleugel van de Braziliaanse CP, die maoïstisch gezind is. Daaronder bevinden zich militairen, die daags na de staatsgreep van 1964 uit het leger gezet zijn, of die zoals kapitein Carlos Lamarca, gedeserteerd zijn, met medeneming van hele vrachtwagens vol wapens en munitie.
(Carlos Lamarca was een van de belangrijkste verzetsstrijders tegen het militaire regime. De grondvesting van het MR8, begin 1971, moest een nieuwe strijd karakteriseren. Lamarca werd aangewezen als organisator van een landelijke guerrilla in de 'sertâo', het binnenland van Bahia. Daar werd hij in september van dat jaar ontmaskerd en vermoord. noot mijnerzijds)
Detrez: ... samen met de naaste medewerkers van Marighela komen sommigen tot meer spectaculaire en ook duidelijk meer politie acties. Ze brengen de Amerikaanse kapitein Charles Chandler, een CIA agent, ter dood juist wanneer deze zijn villa in Sâo Paulo verlaat; ze blazen vestigingen van het leger en Amerikaanse handelscentra op; ze bezetten radiostations en zenen revolutionaire programma's uit; ze bevrijden uit de centrale gevangenis van Rio de Janeiro een groep geestverwanten die daar gevangen zit; ze ontvoeren in Rio op klaarlichte dag Burke Elbrick, de Amerikaanse ambassadeur en laten deze niet eerder vrij nadat de regering over alle radio-en televisie stations en in alle kranten een bericht heeft gepubliceerd waarin het dictatoriale karakter van de politiestaat, de gevangenneming en de folteringen die er plaats vinden aan de kaak gesteld worden, de binnenkort uit te breken guerrilla op het platte land aangekondigd wordt en vervolgens nog 15 activisten naar de Mexicaanse grens heeft gebracht die in diverse gevangenissen ingesloten zaten. Sommigen van hen, die door de politie gezocht worden en geen paspoort meer hebben, weten tot twee maal toe een boeing 707 te kapen en er mee naar Cuba uit te wijken. Al deze verschillende groepen gaan op vergelijkbare wijze te werk. Steeds weer komen we dezelfde kenmerken (namen, data) tegen die aan Guevara doen denken. En omdat er op de lijst van de 15 activisten die als losprijs voor de geschaakte Amerikaanse Ambassadeur vrijgelaten namen voorkomen van de vertegenwoordigers van deze organisatie, komt de politie tot de overtuiging dat ze nu op weg naar de eenheid zijn; sterker nog, dat Carlos Marighela: 'Uit alle macht probeert te komen tot de vorming van een machtig eenheidsfront.' (Dit laatste uit het 'Jornal de Tarde' van SP, 15 september 1969)
Detrez: ...In augustus 1967 wordt in Cuba de eerste Conferentie van Latijns-Amerikaanse Solidariteit (O.L.A.S) gehouden. De leiding van de Braziliaanse CP heeft besloten geen enkele afgevaardigde naar Havana te sturen. Carlos Marighela, lid van het Centrale Comité en leider van het comité van de staat Sâo Paulo neemt de uitnodiging van de organisatoren toch aan en gaat er zonder het Centrale Comité toestemming te vragen: 'Omdat ik het het geen enkel revolutionair gezag toe ken,' schrijft hij in een brief aan de partijleiding van 17 augustus 1967. 'De leiding van de CP is te log, bezit geen enkele beweeglijkheid, is omgekocht door de bourgeoisideologie, kan niets doen voor de revolutie en ik wil niet langer behoren tot deze academie van schone kunsten die niets beters weet te verzinnen dan vergaderingen beleggen'. Hij breekt met het Centrale Comité, gedreven door zijn 'drang om als revolutionair te strijden te midden van het volk' en omdat hij voortaan weigert "de regels in acht te nemen van het bureaucratisch conventionele politieke spel dat aan de top van de partij gespeeld wordt'. In de reactionaire pers, dat betekent dus in praktisch alle kranten die het land telt, worden Carlos Marighela en zijn medestanders aangeduid als 'bandieten', 'dieven', 'gangsters', 'moordenaars' enzovoort...'
CARLOS MARIGHELA - VOOR DE BEVRIJDING VAN BRAZILIË DEEL 1
Carlos Marighela 1911-1969
Wie was deze persoon? Waarom schrijf ik over hem? Voor mij gaat het niet alleen over Marighela, maar ook over het feit erachter. Het was een belangrijk moment in de Braziliaanse geschiedenis, namelijk iemand die opstond tegen het militair regime. Hij koos voor de gewapende strijd. Het was een gevecht tegen de militaire onderdrukking, die begon met de coup in 1964. Ik zal kort maar evident zijn omtrent deze machtsovername. Joâo Goulart werd in 1961 president van Brazilië. Hij was leider van de PTB, de arbeiderspartij, en probeerde structuele economische en sociale hervormingen door te voeren. De tegenstand kwam van de conservatieve kant. Zij die terdege gesteund werden door de USA. De State waren er op gebrand, zeker na de gebeurtenissen in Cuba, een radicale politieke wijziging in Zuid- Amerika tegen te gaan. Tijdens de regering van Goulart gingen steeds meer arbeiders en bezitlozen zich danig verenigen. Verder kwamen er protesten van vakbonden, die aandrongen op drastische hervormingen. In het arme noordoosten werden op de suikerriet plantages acties ondernomen om de onvoorwaardelijke heerschappij van de grootgrondbezitters af te kappen. De conservatieven, ultrarechtse elementen, zagen dat hun domein werd aangevallen. De militairen werden van hun kant bang voor de oprukkende opmars van de, wat zij noemden 'linkse' of subversieve groepen. Doch, ook in het leger zelf was een soort stijgende rebellie te bespeuren. Er moest dus ingegrepen worden. De militairen zetten Joâo Goulart aan de kant in april 1964. De coup werd volledig gesteund door de Amerikaanse president Lyndon B Johnson, die meteen een gelukstelegram stuurde naar Brasilia. En de militaire leiders glunderden. Het leger ging met kracht over op een danig ander stelsel. Er moest snel industrialisatie komen en buitenlands kapitaal was welkom. Dit wed aangetrokken door politieke evenwichtigheid en billijke zwijgende arbeidskrachten. De vakbonden werden het zwijgen op gelegd en verboden deze op te richten.
'Geweld roept geweld op!' schreef Helder Camara, de rode bisschop van Recife in een van hem in 1970 verschenen boekje. Dit was 1 jaar na de moord op Marighela. Helder Camara: 'Op sommige plaatsen is de jeugd een en al vitalisme en idealisme, hongerend naar gerechtigheid en dorstend naar waarachtigheid. Op andere plaatsen engageert ze zich even enthousiast in extremistische ideologieën en bereidt zich voor op de 'guerrilha' in de stad en op het platte land.'
In het weekblad 'INVERTA', een communistich gericht weekblad, las ik een artikel van Luiz Carlos Prestes. Prestes was de leider, van de in 1922 werd opgericht communistische partij, tijdens de militaire dictatuur, . Het was Marighela die zich afscheidde van de partij, daar hij vond dat deze niet radicaal genoeg was. Hij werd leider van de stadguerilla en strijder tegen het imperialisme. Terug naar Prestes, die hem via een artikel in 1981 aan het woord liet. Als een eerbetoon. Prestes verteld over de periode van de partij, doch over Carlos Marighela vind ik geen woord. Waarom? vroeg ik mij af. Daarom vind ik het volgend relaas van cruciaal belang. Het verhaal over een man die aan de vuurdood stief voor de vrijheid van Brazilië. Ik laatde Franse journalist Conrad Detrez aan het woord in zijn boek: 'Pour la libértation du Brésil', waarin sporadische teksten van Marighela zijn bijeengebracht.
Ik citeer in fragmenten Detrez als hij Marighela biografeerd. De Franse uitgave werd kort na het verschijnen verboden, doch enkele maanden later opnieuw uitgebracht in een gezamelijke actie van 24 uitgevers.
Sâo Paulo-Parijs, Oktober-November 1969: In het voetspoor van Guevara:
"Che Guavara valt in de Boliviaanse bergen in handen van zijn vijanden en wordt in het schoollokaal van een dorpje op 8 oktober 1967 vermoord. Nog geen 10 dagen nadien stelt Carlos Marighela in Havana een klein boekje van 15 bladzijden samen, waarin hij de grondregels opstelt die de guerilla strijdt in Brazilië op gang moet brengen en ten slotte doen slagen. Hij draagt het op aan de 'heldhaftige guerilla die een lichtend voorbeeld zal blijven dat zijn vruchten zal afwerpen in heel Zuid-Amerika'. De aanzet is gegeven: deze voorman, die zojuist gebroken heeft met het centrale comité van de Braziliaanse communistische partij, heeft besloten de strijd die de vroegere rechterhand van Fidel Castro is begonnen, in het hartje van het vasteland voort te zetten. Hij gaat hem opvolgen, maar niet navolgen: de mensen moeten uit de impasse geholpen worden waarin ze zijn geraakt door de bekende 'theorie van de vuurhaarden (focos), die nu wel allerwegen bekritiseerd wordt, zonder dat men er nog iets nieuws voor in plaats heeft. En voor dit 'focisme' iets beters te vinden moeten we niet in de studeerkamer zijn, maar onder de mensen. Carlos Marighela heeft een paar duidelijke ideeën voor ogen: stadsguerilla, plattelandsguerilla, beweegbaarheid, bewegingsoorlog. Hij weet clandestien Brazilië weer binnen te komen en begint kriskras door het land te trekken zoals hij zo dikwijls eerder gedaan heeft, maar ditmaal om overal groepen te vormen die bereid zijn om met hem de wapenen op te nemen. Vanaf 1968 nemen de overvallen op banken, kazernes, militaire gebouwen en de bolwerken van het Amerikaanse imperialisme hand over hand toe.
De ingang van het museum bevindt zich zijdelings van de kerk van de 'Nossa Senhora do Rosario', in het centro van Rio, aan de rua Uruguaiana 77. Het geheel wordt geleidt door 'het broederschap van de heilige vrouw van
Rosario en de heilige Benedito van de zwarte mensen' gesticht in 1669. Ik bezocht regelmatig de kerk, om te mediteren, en het kleine museum waar ik de reuk, eenzaamheid, verdriet en geschiedenis waarnam. Waar het grote hoofd stond van de 'onbekende slaaf', waar de mensen hun hand oplegde en hem iets in het oor fluisterde. De geschiedenis van de slaven, de martelwerktuigen en natuurlijk Anastacia, de slavin van Afrikaanse komaf, die het beeld is van verlossing en mirakels. De zijdelings staande vitrine ligt dan ook vol met briefjes waar de wensen van de mensen op staan vermeld. Zumbi is vertegenwoordigd met geest en schilderijen. Hij was het boegbeeld voor de vrijheid en onafhankelijkheid van de slaaf.
vlag van de broederschap van 'homens pretos'
ketel waar de slaven voedsel in bereidde
zicht in een van de ruimtes
foto genomen wanner ik de trap op ga naar museum met rechts het beeld van de zwarte zigeuner
de bizarre figuren van kroonprinses Isabella
(en haar man). Isabella die in 1888 de 'Lei de Aurrea" ondertekende als totale afschaffing van de slavernij in Brazil, alhoewel ik steeds deze tombes vreemd vond in het geheel van het museum. Ik miste dan ook het beeld van Zumbi, de slavenleider van de 'Quilombos' of Joaquim Nabuco, politicus en schrijver, die meer betekend hebben in de geschiedenis van de slaaf.
doorgang naar de hoofd zaal van het museum
schilderijen aan de muur van plaatselijke schilders
werk van onbekende kunstenaar dit mij intrigeerde, verroerde
de slavin ANASTACIA bijlagen: martelwerktuigen, Zumbi, onbekende slaaf, mijn moeder met de orixas Oxalá en Oxumaré
27 SEPTEMBER IS DE DAG VAN KINDEREN, DE DAG VAN COSME EN DAMIÂO. COSME BETEKEND 'VERSIERDE' EN DAMIÂO 'POPULAIR. IN DE CULTUS WORDEN DEZE VERGELEKEN MET DE 'IBEJIS, DE TWEELINGEN. HET IS HET FEEST DER KINDEREN. ZOU HET MOETEN ZIJN, MAAR IN RIO IS DIT VAAK ONZICHTBAAR. DE MACUMBA CULTUS VIERT DIT FEEST GEDREVEN. IK WAS UITGENODIGD MET MIJN VRIENDIN IN NOVO IGUAÇU OM EEN VIERING BIJ TE WONEN, DIE IN HET TEKEN STOND VAN DEZE DAG. NOVO IGUAÇU LIGT NOORDWESTELIJK VAN RIO EN TELT 840.000 INWONERS. VELEN VAN HEN ZIJN AFKOMSTIG UIT HET NOORDOOSTEN, VERDREVEN DOOR ARMOEDE EN DROOGTE. OOK HIER IS HET LEVEN IN KROTTENWIJKEN EN VEELAL ARMOE.
'IGUAÇU' HEEFT IN HET TUPI-GUARANI DE BETEKENIS VAN 'GROOT WATER', WAT AANSLUIT OP DE IGUAÇU RIVIER. AANGEKOMEN MOET IK SAMEN MET MIJN VRIENDIN EN TWEE VROUWELIJKE KENNISSEN NOG EEN UUR LOPEN VOOR WE HET OUDE HUISJE BEREIKEN VAN SEU NELSON. HIJ IS DE 'PAI DO SANTO', DE VADER DER HEILIGEN, EEN POMPEUZE BENAMING, MAAR BELANGRIJK IN DE CULTUS. DAAR ER ZOET MOET WORDEN MEEGENOMEN WORDT ER NOG EEN REUZE SUIKERTAART GEKOCHT BIJ EEN BAKKER OP DE WEG. EN MET DE SMELTENDE TAART IN DE HETE ZON KRUIP IK DE HEUVEL OP. HET OUDE STENEN HUISJE IS DE BIJEENKOMST PLEK.
NU IS DIT HIER EEN KLEINE RUIMTE, IK BEDOEL HET 'TERRERA', DE HEILIGE PLAATS.BINNEN IS NELSON, EEN BLANKE MAN VAN IN DE ZESTIG, MET EEN ZWART MEISJE EN EEN NOORDOOSTELING BEZIG MET HET OPBLAZEN VAN BALLONNEN, OM VERSIERING AAN TE BRENGEN IN DE WITTE GEKALKTE KAMER. TEGEN DE ACHTER MUUR STAAT HET ALTAAR MET DE VELE BEELDEN MET JEZUS IN HET MIDDEN, DE ANALOGIE VAN OXALÁ, DE HOOGSTE IN DE CULTUS. DOCH ER IS OOK LAZARUS, MARIA, DE ZWARTE MADONNA APARECIDA, PRETO VELHOS EN ANDERE BEELDJES DIE PERSONIFICATIE ZIJN VAN EEN AFRIKAANSE GOD. SEU NELSON GEEFT MIJ LACHEND TOESTEMMING OM ENKELE FOTO'S TE NEMEN, EN ZEGT, EINIGZINS VOL IRONIE, DAT HIJ WEL ONZICHTBAAR ZAL BLIJVEN OP HET BEELD.
HET IS WARM EN LANGZAAM KOMEN ENKELE MENSEN DE HEUVEL OPGEKLOMMEN, PUFFEND EN HIJGEND. ONDERTUSSEN IS SEU NELSON ZICH OM AAN HET KLEDEN IN ZIJN WIT KOSTUUM, EEN VAN ZIJDE BROEK EN HEMD. OOK DE DE WEINIGE VOLGELINGEN ZIJN NU KLAAR IN HUN WITTE KLEDING OM AAN HET FEEST TE BEGINNEN. ER WORDEN KAARSEN OPGESTOKEN OP HET ALTAAR, EN IK DOE PLECHTIG MEE. HET WAS NIET MIJN EERSTE BEZOEK AAN EEN UMBANDA BIJEENKOMST, DUS IK WIST ME TE HOUDEN AAN BEPAALDE HANDELINGEN. ER WORDT NU GEZONGEN EN VROUWEN BEGINNEN TE SCHUDDEN.
DE GEESTEN KRIJGEN LANGZAAM TOEGANG TOT HUN LICHAAM. DE VLOER LIGT NU VOL MET SNOEPGOED EN TAARTEN, ALSMEDE FRUIT. SOMMIGE WORDEN BEVANGEN EN VALLEN NEER EN UITEN ZICH DOOR ONVERSTAANBARE TAAL. NU WORDEN TWEE VROUWEN TOT KIND. ZIJ GAAN TERUG NAAR HUN INFANTIELE ZIEL. ZE KRIJGEN SPEELGOED EN SNOEP EN LACHEN, STOPPEN FOPPEN IN HUN MOND EN SPREKEN BABY TAAL. NELSON WORDT VAN ALLES AANGEBODEN, CADEAUTJES EN SNOEP. DE MAN ZIT OP DE GROND EN BEKIJKT ZIJN GIFTEN.
VOORDIEN WAS EEN VROUW AL ONDER INVLOED GEKOMEN VAN EEN WIJZE OUDE, DE 'PRETO VELHO'. VOOROUDERS DIE UIT HET VERRE AFRIKA KOMEN, ZOALS TANTE MARIA, OF MANNEN DIE VERWORDEN TOT VADER JOACHIM, OF DE KONING VAN CONGO. DE BEVALLIGE VROUW ROOKTE HAAR PIJP EN IK GING BIJ HAAR OP CONSULT. ZE BELOOFDE MIJ VOORSPOED IN HET LEVEN. HET ZIJN DE VERWORVENHEDEN VAN DE CULTUS. OOK NELSON HEEFT EEN VOORVADER OP BEZOEK IN ZIJN ZIEL. ANDERE WERDEN OOK BEVANGEN DOOR HET BOVENNATUURLIJKE EN VIELEN VOOR DE GROND.
EEN OUDERE VROUW WAS MOEILIJK TERUG TE KRIJGEN NAAR HET HEDEN. ONDERTUSSEN LIEP NELSON OP EN NEER. AAN DE DEUR STOND EEN JONGEN UIT HET NOORDOOSTEN, BEZETEN DOOR EEN GEEST, DIE ALS EEN SOORT WAKER WAS VOOR NELSON. WELKE OUDE ZWARTE TOT HEM WAS GEKOMEN WIST IK NIET, MAAR HIJ WAS DE 'VADER DER HEILIGEN' VAN HET GEHEEL. IK DENK DAT ZIJN GUARD MOEST ZORGEN DAT ER GEEN GEVAARLIJKE ELEMENTEN NAAR BINNEN SLOPEN, LETTERLIJK EN FIGUURLIJK, WANT HIJ STOND AAN DE DEUR TE BLAZEN EN WAS OPLETTEND. NELSON VROEG MIJ OF IK 'DE STAART WAS VAN DIE VROUW', DAT WIL ZEGGEN DE MINNAAR EN DAARMEE BEDOELDE HIJ MIJN VRIENDIN, ZIJ DIE GEREGELD HET TERREIRA BEZOCHT. IK KNIKTE EN OOK AL VERSTOND IK HEM NIET AL TE GOED, DAAR HIJ SPRAK IN EEN BINNEN MOND TAAL, MISSCHIEN UIT ZIJN KINDERJAREN. MAAR BEGREEP ZIJN AANDACHT. HIJ WIST OOK DAT IK VAN VER KWAM, DOCH NIET VAN WAAR. IK ZEI HOLANDA, EN SPRAK MIJN BEGRIP UIT VOOR DE CULTUS. NOU JA, EIGENLIJK VOELDE IK MIJ THUIS IN DE KLEINE RUIMTE, DIE NU WAZIG WAS, VAN KAARSEN ROOK.
ONDERTUSSEN WAREN DE TOT KINDS VERWORDEN VROUWEN OPGESTAAN EN BEGONNEN MET SNOEP TE GOOIEN EN DE BALLONNEN AAN DE PLAFOND STUK TE MAKEN. WE KREGEN ALLEMAAL WAT TAART EN GUARANA DRANK EN ER WERD GEZONGEN EN TWEE ECHTE KINDEREN HADDEN ZICH OOK GEMELD AAN HET GROND SNOEP-DINER. DOCH IK VROEG ME AF WAT ER LATER MET AL DEZE ZOETIGHEDEN EN FRUIT ZOU GEBUREN. IK VLUCHTTE AF EN TOE NAAR BUITEN OM WAT FRISSE LUCHT TE HALEN EN ZAG DAT ER DONKERE WOLKEN AAN KWAMEN DRIJVEN. NADAT DE VROUWEN UIT HUN KIND ZIEL WAREN WEGGETROKKEN LIEP HET FEEST NAAR EEN EINDE. OOK NELSON WERD UIT ZIJN ANDERE LEVEN GEHAALD, EN STOND TRILLEND OP ZIJN BENEN VASTGEHOUDEN DOOR ZIJN DIENDER. EN LANGZAAM WERD HIJ WEER DE GEWONE MENS.
DE UMBANDA IS ALS EEN ROTS VOOR HEN DIE HET BELEVEN. NADERHAND IS ALLES WEER GENORMALISEERD EN NEMEN WE AFSCHEID VAN NELSON, DIE WEER EEN GEWONE OUWE MAN WAS, MET GEBREKEN EN VER WEG WAS VAN HET ALLERHOOGSTE. DOCH IN BRAZILIË IS DIT ALLES VAN GEEN BELANG. ZELFS EEN KIND KAN WIJSHEID BEZITTEN, GEGEVEN DOOR EEN VERRE OUDE ZWARTE VOOROUDER UIT AFRIKA. HET IS EEN BELEVENIS DIE VER GAAT.
EEN SCHITTERING VAN MUZIEK EN DANS. DE GODEN VAN AFRIKA ZIJN AANWEZIG, ZE GEVEN WIJSHEID EN RAAD. BRAZILIË IS CANDOMBLÉ, MACUMBA, UMBANDA, HET IS HOE JE HET BELEEFD. DE ZWARTE MAGIE IS OOK AANWEZIG, MAAR DAAR ZIJN ANDERE VORMEN VOOR. EN EXÚ IS DE GEEST, EEN GENIE! VAN HET KWADE, ZEGT MEN, MAAR HIJ IS OOK HET TEGENOVERGESTELDE. HIJ IS EEN LINK TUSSEN DE GODEN EN MENSEN. MET HEM MOET MEN NIET SPOTTEN. ZO OOK NIET MET ZIJN VROUW DE SCHONE POMBA-GIRA.
ALS WE AFSCHEID NEMEN VAN SEU NELSON EN ZIJN HELPERS STEEKT EEN STORM OP. DUISTERE WOLKEN DRIJVEN OVER EN BLIKSEMSCHICHTEN LIJKEN TEKENS VAN EXÚ TE ZIJN. WAARSCHUWEND SPATTEN VONKEN UIT DE STROOMKABELS DIE OVER PALEN HANGEN. EEN VAN DE VROUWEN PROBEERDE NOG ENKELE KAARSEN AAN TE STEKEN LANGS DE BERM, TER ERE VAN HAAR UMBANDA-MOEDER. MAAR HET LIJKT ONMOGELIJK. HAAR BESCHERM ORIXA ZAL DIT WEL BEGRIJPEN. IK DENK AAN DE VELEN DIE ZICH VASTHOUDEN AAN DEZE CULTUS, DIT EEN DIEPERE BETEKENIS HEEFT, WAT VELEN NIET BEGRIJPEN.HET LIJKT SOMS ALLEMAAL ONSCHULDIG, MYTHISCH EN SYMBOLISCH,MAAR VOOR DE WERKELIJKE AANBIDDER IS HET DAGELIJKS VOEDSEL.HET IS GEEN SPEL, ZEKER TOEN IK ZAG DAT MIJN VRIENDIN VERWORDEN WAS TOT KIND. DE GEESTEN VAN AFRIKA ZIJN ALOM AANWEZIG. DIT IS HET MOOIE, MYSTIEKE VAN BRAZILIË.
WAYN
ALTAAR VAN DE HEILIGEN
SEU NELSON EN VOLGELINGE BEZETEN DOOR EEN 'OUDE ZWARTE'
Tiradentes is vernoemd naar Joaquim da Silva Xavier, beter bekend onder de naam 'Tandentrekker'. Het plaatsje heeft ongeveer 7.000 inwoners en is een toeristische atractie. Ik besloot immer het plaatsje vroeg te bezoeken zodat ik de mensenstroom kon ontvluchten. Vanuit Sâo Joâo del Rey kan men met het kleine pitorreske stoom treintje gaan, Maria Fumaça, zoiets als 'Rokende Marie'. Deze schone zwarte Maria brengt je met felle fluittonen in een half uur naar Tiradentes tussen de Sâo Joâo bergen. Doch ik neem de bus, een wervelende rit, die met een omweg het plaatsje bereikt. Mooi gelegen tussen de heuvels en met straatjes die af en toe omhoog lopen. Het is voor de historie dat ik hier kom, anders is de omgeving rustgevender. Hier was het dat de tandentrekker zijn plot smeedde, het eerste om Brazilië te bevrijden van de hebzuchtige Portugezen. Dit gebeurde samen met o.a José Maciel, Claudio da Costa, Tomás Antonio Gonzaga en Alverenga Peixoto. Ze hadden zich een beeld gevormd van een vrij Brazilië, ook geinspireerd door de onafhankelijkheid in de Verenigde Staten en de Franse revolutie. Ze werden ten slotte verraden door een persoon genaamd Joaquim dos Reis, die als tegenprestatie een soort belastingvoordeel verkreeg. Alleen de tandentrekker werd ter dood veroordeeld in Rio de Janeiro, de anderen kregen genade en werden verbannen naar verre oorden. Op 21 april 1792 werd hij opgehangen in Rio, bij het tegenwoordige 'Tiradentes Plein'.
werk onbekend
Zijn lichaam werd in vier delen uitelkaar getrokken. Met zijn bloed werd een document geschreven bevattend dat zijn herinnering infameus waren. Zijn ledenmaten werden op palen gespietst om het volk af te schrikken om revolutionaire ideeën te opperen. De Portugezen waren als de dood voor onafhankelijkheid. Maar Tiradentes was al martelaar, en 21 april is een nationale feestdag in Brazilië.
SCHILDERIJ VAN PEDRO AMERICO -TIRADENTES GEVIERDEELD-
Natuurlijk ook hier kerken zoals de Nossa Senhor do Rosario dos Pretos, gebouwd door de slaven en die van de Matriz de Santo Antônio. ---------------
Rosario--der zwarten slaven----------------------
Voor de rest is het stadje vergeven van winkeltjes voor de vreemde koper, en lopen er paardjes rond die de mensen in karretjes rondtrekken. Ik liep langs de plekken die de geschiedenis verrijkten. Zoals het pand waar de 'plotsmeders' samenkwamen en hun plannen uitwerkten en de oude gevangenis, waar ontsnappen een heel werkstuk moest zijn. Door het plaatsje slenterend kwam ik in een steegje, waar ik een verbrijzeld affiche zag van Johnny Cash, een gegeven dat natuurlijk verder geen betekenis heeft, maar toch frappant. Nog voor de middag aanbrak was ik alweer vertrokken en liet Tiradentes voor wat het was. Alleen de geest van de Tandentrekker zweefde nog boven de kerken en het plothuis.
STRAATJE ---foto Wayn
OUDE GEVANGENIS ---foto Wayn
STRAATBEELD foto Wayn
ZIJSTRAATJE WAAR IK EEN JOHNNY CASH POSTER ONTDEKTE -- foto Wayn
HET HUIS WAAR DE GEHEIME BIJEENKOMSTEN PLAATSVONDEN VAN DE 'SAMENZWERING' --- Wayn
TEGELSCHILDERIJTJE DAT IK OOIT MAAKTE in Itaborai, RJ MET DE TITEL 'SLAAF VAN TIRADENTES' (helaas verweerd door de natuur)
STRAATHOND OP TYPISCHE TIRADENTES KEIEN ---- fot Wayn
korte reisimpressie Sâo Joâo Del Rey 2002 uit mijn boekje 'Het trieste van Brazilië'
April 2002,
Op goed 5 uur verwijderd van Belo Horizonte, hoofdstad van Minas Gerais ligt Sâo Joâo Del Rey. Een bekoorlijke plek waar de natuur de kans gaf aan engelen om hun bazuinen te laten klinken. Daar waar mooie negerinnen, mulata's, morena's en blanke vrouwen het stadsbeeld sieren. Natuurlijk zijn er kerken, en waar vindt men die niet, in het toch kuise Minas Gerais. Desalniettemin is alles een tatoeëring over het lichaam van deze stad gesticht in 1696 aan de Sâo Joâo rivier. Daar was gouddelven geen vrijetijdsbesteding, maar een dwang naar edelgesteente dat aanzien verwierf. Maar als ik contact zou kunnen leggen de toenmalige slaven van het goud die allang vervlogen waren, over het bizarre verleden van hun delfkunst, dan zouden ze zeggen: -goud is de waarde van armoede. Het is doods metaal als de levenslucht je lichaam dreigt te verlaten en je hart pijn doet van treurnis. De stichters van SJDR waren de Bandeirantes, de avonturiers en Indianenslavenhalers. Ze moesten natuurlijk eerst de plaatstelijke Indianen verslaan, hetgeen lukte en zo werd de stad vrij voor andere doeleinden. De goudmijnen ontstonden. Daar zwoegden de negerslaven, biddend tot hun goden wat hun stokslagen deed bekomen van de Portugese beulen. Geketend aan het 'Tronco', de martelpaal, verlangend naar hun oerbos in het verre Afrika waar het leven zo anders was dan hier in Minas Gerais. SJ is ook de stad waar Tiradentes werd geboren. Hij die voor het eerst in zag dat Brazilië geen wurm moest blijven van de Portugezen. Hij zette een samenzwering op touw genoemd de 'Confidencia Mineiro' om bevrijd te worden van de imperialisten. Maar het complot werd een echec. Ze werden verrraden. Tiradentes werd opgehangen in Rio en later uitelkaar gereten door paarden, anderen verbannen. Ook werkte de kleine kreupele Aleijadinho hier. De meester van de Minas barok, hier in de stad waar de reuk van de bergen aanlokkelijk is en de vriendelijkheid van de bewoners parten speelt. De kleine kreupele stierf aan een vreemde ziekte, na men later zei, lepra. Ik vind mijzelf hier terug, de omgeving, rustiek, waar je kunt nadenken, schilderen, schrijven en... muziek maken. Een plek waar van Gogh of Gaugin zeker inspiratie zouden hebben gevonden. Het landschap van rode aarde, waar de historie een bizar gegeven is en het heden een verschoonde film. Bedekkend al de ruwheid die zich hier afspeelde tussen de mooie bergen.
Het is goede vrijdag als ik aankom op het kleine busstation. Een dag dat hier alles allang in voorbereiding is voor het paasfeest. Ik neem wederom het kleine hotel met de naam 'Aparecida', genoemd naar de patroon heilige van Brazilië, een piepklein kamertje, maar netjes en funcioneel. Niet ver er vandaan ligt het koloniale hotel 'Brasil', oude kamers, maar zonder ontbijt. Ik bleef maar bij het eerste, daar toen ik de eerste maal hier in de late avond aankwam, stoffig en vermoeid, dit het eerste was dat ik tegen kwam. Vriendelijke mensen en waar ik in de morgen goed bediend werd door donna Lourdes. (Zij was heden nog steeds aanwezig.) Ze vroeg altijd of alles naar wens was en ik dacht dan aan de rampspoed de verdwaaldheid, de paria in de betonnen sahara van de lichtenloze steden. Dolend in de diepe gangen van hel, gekleed in monnikskleren en slapend in de kerkbanken. Zij die te moe waren om een gebed te richten tot de geconsacreerde. Zij die verstoten waren door het magistrale instituut, de gebieders die resprestanten van God noemden, maar helaas de armen verdoemden. En is men niet barrevoets welkom in het huis van de Heer? Ik weet dat dit alles niet rijmt. Dat de hele kerkelijke subfaculteit verdwaald is in de machtige jungle van praal en geld. Ik weet dat de gelovige uitgebuit wordt door alleen die alleen maar dromen van macht op de kansel. De straten worden versierd voor de processie die zondag zal uittrekken. De kerken een en al pracht van binnen, waar Christus aan een geweldig kruis hangt en sterft. Ja, hier sterft Hij ieder jaar weer voor de mensen van SJDR. Drommen toeristen komen naar hier en maken fotos van de kerk van Frans van Assis. Buiten de 5 meter dikke kerkmuren, op het plein, staan de geweldige palmen en daaronder voor de kerk staat een kleine ezel met karretje. Ik heb nu eenmaal een teerhartig gevoel voor ezels. Dat komt denkelijk door de trieste blik in hun ogen. Hij die somber naar de grond staart. Ogen uitgeput door ouderdom, hij die veel leed voelde in SJ en veel vrachten voor zijn hopelijk goede baas vervulde. Zij worden veelvuldig gebruikt in Brazil om de 'frete' karretjes te trekken, die voor alle soorten vervoer dienen.
De stad is gesplitst in twee koloniale gedeelten. Gescheiden door de Avenida Trancedo Neves. Die is genoemd naar de voormalige President, die in 1985 werd gekozen en de Braziliaanse dictatuur verwierp. Door onverklaarbare reden stierf hij enkele dagen voor zijn beëdiging. Men zegt door ziekte. Maar hij was een persoon die veel veranderingen wilde brengen in Brazilië. De geruchten gingen dan ook dat hij veel tegenstanders had en zich van hem ontdeden. Was het niet op een puriteinse manier dan op een verborgen mysterieuze manier. Hier bevindt zich het zaken-centro dat bereikbaar is via twee kleine bruggen. Het is een levendige boel door de week, handel, eethuizen, kerken, dronken mannen en het beeld van Tiradentes. In sommige straatjes zie ik de open kapellen. Vol van bloemen die de heilige vrouwen moeten eren. Overal hoor ik gezang. Liederen van geestelijkheid. Gospels. Mensen zijn in de weer om het paasfeest tot een deugd te maken in hun ziel. Anderzijds zullen anderen bezig zijn met het leven, het bereiden van hun rijst, bruine bonen of maispap met wat vis. Zij zullen hun dagen toevertrouwen aan de heiligen, de martelaren, die ze eigenlijk zelf zijn in het aanzien van de heilige geest. Of zou de geest van de zwarte slaven hun doen geloven dat geschiedenis een ander spel is dan het huidige? De dagen van de slavenarbeid en het senzala, het slavenverblijf waar men bidden tot Ogun en Oxalá. En waar de capoeiera grote betekenis had. De dag erop ben ik vroeg uit de veren. De zon lijkt en spotlight vanuit de heuvels en ik begeef me naar het beeld van Tiradentes, waar mannen hun verhalen vertellen. Ik lees de muurkrant die de nieuwtjes van de stad vertellen en kuier door de straatjes en kom Maria Madalena tegen. Ze is op gevorderde leeftijd en vraagt me om wat geld. Ze is een ex-hoer, maar nu uitgerangeert, met een doorgroeft gelaat, wat me doet denken aan een nordestina, die haar leven doorbracht in het dorre landschap van de wildernis in het noordoosten. Ik denk nog aan die andere Madalena, de zondares die door Jezus gekerstened werd. Ja, hier in Sâo Joâo mag ik dit denken. Madalena zegt mij dat ze vroeger een goede tijd had en ik weet dat deze Maria overal aanwezig is, zelfs hier in het toch ingetogen Sâo Joâo. Doch aan sexuele gevoelens heeft iedereen behoefte, zelfs de eenzaamste de eenzamen. Hij zich afsluit van de wereld. En de publieke vrouw is de filantrope. In ieder geval een door de heilige geest gezonden protagoniste, die mannen laat voelen dat de wereld een verlangen is. Ze geeft mij haar zegen en zegt dat ik een 'goeie man' ben, en dat God mij mag belonen. Nou ja. "Een verdwaalde gringo,' antwoord ik lachend, en ze lacht bizar om haar tandeloze mond te verbergen. En wat God betreft, zou hij mij belonen? Ik loop een soort cafe binnen waar andere klanken te horen zijn. De eigenaar verteld me dat hij uit het zuiden van het land komt en tranen-muziek adoreert. Ik had al teveel gezegd en meteen werd iemand weg gestuurd om een gitaar te halen. Ik zong maar enkele nummers, plus Hank Williams en een (wat ik vaker doe en jammer dat ik de tekst niet kon registreren) een improvisatie stuk. Doch was het niet Walt Whitman die ooit zei: Please don't shoot the piano pianist. He is doing his best! De mensen vinden het geweldig en ik drink nog maar een fles bier op de gezondheid van Sâo Joâo, Minas en Brazilië. Buiten loop ik pardoes een bomvolle kerk binnen. Daar zingt een koor uit volle keel, waardoor een tapdanser voor een moment zijn voeten even zou stil houden. Hoe vreemd dat me dit overviel, dat de tapdanser hier tot zijn recht zou komen. Misschien door de vele zwarte mensen? De blues? Zei men niet dat Tiradentes stiekem, als hij allen was op zijn kamer, de blues zong? Een vorm van braziliaanse slavenliederen? Nu is de stad omgetovert tot een soort paradijs met bloemen. En dan de luidende klokken als was het dat de gebochelde klokkenluider Quasimodo teruggekeerd was uit den dood. Ik zie mannen en vrouwen die aan dikke koorden trekken van de kerkklokken, die de dingen bijna doen dubbelslaan. Tegen een muur hangend filosofeer ik over het leven en Minas Gerais, de plek van rust, armoede, omringd door de mooie heuvels waar de Indianen ooit rondzwierven. De mensenmeute voor de kerk lijkt een bonte kermis, een finesse uit een schilderij van de helse Brueghel. Dit alles overgoten met een kluchtig vernis. Een heilg ornament gedompt in een vurig rustig einde van een dag waarvan de zon ondergaat boven de hemel van Minas Gerais. Een hemel die nu op het aadse lijkt, toch met vagevuur momenten. De zondagmiddag is stil en heilig. Mensen bidden voor de grote muurnissen tot Jezus en moeder Maria en ik loop door dekleine sfeervolle straatjes van de oude binnenstad. Ik denk aan de vrijheid waar velen naar verlangen. Revolutionairen en zondaars, slaven en helden. Gek? Ik voel me thuis in deze regionen. Het is een zoveelste ander Brazilië. Nog eenmaal bezoek ik de bar op de hoek en drink een fles ijskoud Antartica bier op het hoertje aande tafel, en allen die Sâo Joâo Del Rey liefhebben.
De stad Sâo Joâo Del Rey (+- 85.000 inwoners) ligt in de staat Minas Gerais op een 330 kilometer, zevental busuren van Rio de Janeiro. Het is een zogenaamde 'historische stad', gesticht in 18de eeuw en bezit vele koloniale gebouwen en zo'n 70 kerken. Het is tevens de stad waar Tiradentes werd geboren in 1746. De man die de leider was van de 'Inconfidencia Mineiro', de samenzwering tegen de Portugese overheersing. Ik kom hier in het volgend hoofdstuk op terug als ik het stadje Tiradentes bezoek. Ik bezoch de stad SJ velen malen, daar het een uitstraling heeft die mij enigzins rust brengt.
fotos Wayn, november 2009.
Het oude koloniale hotel BRASIL in het centro, goedkoop en simpel
Moacir die zijn spulletjes verkoopt voor de kerk van Franciscus v. Assis. Ik ontmoette hem aldaar en hij was een vriendelijke en vertellende man, die overleeft met de verkoop van fotos en zelf gemaakte schilderijtjes. Een van zijn uitspraken was dat racisme nog veel voorkomt in Brazil en de slavenarbeid nog geen verleden is.
Souvenierwinkelje in het centro
repetitie ruimte van orkest en banda Ramalho
Foto genomen vanuit het hotel 'Aparecida', typish straatje met op de achtergrond één van velen kerken
straathond 'vira lata' (bet. blik omdraaien) in het centro. Ik noemde hem 'olhos azul' (blauwe ogen)
straatje op weg naar hotel, links om de hoek
Storyteller voor de kerk van Sâo Francisco de Assis, foto gemaakt door Moacir, die mij instruerend er een mooi werkstuk van maakte
Homage beeld van Tiradentes, (tandentrekker) in de stad waar hij werd geboren. Hij was de eerste opstandeling tegen het Portugese regiem en werd opgehangen en vierengedeeld, de martelaar der vrijheid
MET DE NA-SMAAK VAN WHISKEY ========Column door Wayn
Ik droomde vannacht dat de wereld beter werd. Een wereld zonder oorlog. Want wijsheid en voorzichtigheid is beter dan alle oorlogsinstrumenten en hebzucht. Een wereld zonder armoe, zonder pijn en verdriet. Een wereld zonder blues. Het regende. Ik was alleen in bed met de na-smaak van whiskey. Bourbon. Hoewel de Schotten wedijveren met Ieren dat men whiskey anders moet spellen. 'y', als uiteinde. Doch ik prefer maïsdrank, o land der Cherokees, land van de oogsten, land van de voorvaderen, toen de bleekgezichten nog geen bezit hadden genomen van de vlaktes. Miljoenen bisons dwaalden over de eindeloze weides. Totdat huid hun dood werd, hun tong als delicatesse in de grote steden, hun botten voor lijm, ten slotte hun stront voor stook. Vlees was er voor te rotten. Het regende. Ik was alleen in bed met de na-smaak van whiskey. Bourbon. Jack Daniels. En was het niet God die Brazilië verkoos als land voor zijn vakanties. Land van vogels, planten, dieren van het Godsrijk. O paradijs, zei Hij, maar zie eens wat voor mensen ik er heen stuur. Vertrapt door eenlingen. Nu verworden tot voetbalnatie en samba. Land van Indianen en slavenkinderen. favela's, krotten waar de kogels vliegen als tekens der waanzin, moeders, kinderen, onder hun bedden. Politie roemt om wraak. In mijn droom renden paarden in woeste gebieden onder de vlaag van wittevogels. Bossen waren groener dan ooit, een besef dat Indianen weten te verwezelijken. Dat de een mens de ander niet verloochend, waar de bergtoppen zijn als borsten van magische heksen. Armoede is een verschijnsel van een andere tijd. Toen waren alleen natuurwetten en de mens was allang geëvolueerd van uit de zee. De vis kroop aan land en verwerd tot iets zoals wij, langzaam als een slak. Vinnen, poten, rechtop, lopend, denkend, apen en manipuleren. Miljarden jaren geleden. Miljoenen. Beseffen is een vaag begrip. Dus wat is de tegenwoordige mens die zich opwerpt als hoogste bieder? Niets. Een stofje, meer niet. Dat er armoede en rijkdom bestaat is het uitvloeisel van afgunst. Hij die niet genoeg krijgt van wat moeder geeft. Wij zullen ons moeten realiseren dat de tijd komt dat we vervagen tot splinters. wij zijn gewoon hier om te overleven en niet om te overleeft te worden. Vernietiging is al om aanwezig en kijk naar de rampen, de vloedgolven, bevende aarde. Honger, oorlog, vernietiging en Dafurconflict in Soedan is iets anders dan de Canarische eilanden. My God! Is dit een waarschuwing of alleen maar een voorteken? Zullen wij met ons allen niet meer moeten nadenken over de verdere wereld? Zal morgen voor kinderen van gisteren een optie zijn. Er is redding, beste lezer! Het regende. Ik was alleen in bed met de na-smaak van whiskey. Bourbon. Maar dan moet iedereen zijn nek uitsteken. Rook der schoorstenen en gassen der wagens, wie ruilt? Smog van Sâo Paulo, of Tokio. Wie kan het een moer schelen? De leiders? Slaapkoppen, egoïsten die gemanipuleerd worden door geldschieters. We zijn overgeleverd aan de goden. We leven in een consumptie maatschappij. Sommigen in ieder geval. Vreten, zuipen en verbruiken. Dit kan nooit goed gaan. Ieder moet voor zich een punt maken wat voor hem het dichtst bij de natuur staat. Leven. Liefde. Begrip. In de hemel is rust (In caleos quis), maar wie wil naar de hemel? Of naar de hel? Wie wil terugkeren? Reincarnatie van het bovenmenselijke. Ik wil misschien weer zijn als een mustang, hollend over de prairies. Leven op aard is een gunst, doch niet voor ieder. De gevaarlijkste idioot is de broer van arrogantie, de mens zonder scrupules. Hij die denkt dat alleen hij loopt. Laat de doden rusten zei de arend tot de raaf, en hij verslond een levende duif. Hij zal ten onder gaan aan eigen hoogwaan. Een studie is niet moeilijk, de armoede gemaakt door de mens zal ooit verworden tot gelijkheid in de zin van het woord. De kapitalist zal eens moeten toegeven dat hij maar een eenzame gast is in zijn eigen huis. Hij die met zijn kist onder de arm loopt. Gerechtigheid zal zegenvieren, alhoewel ik misschien te optimistisch ben. Maar de noten op mijn zang zullen hard zijn. De wetenschapper zal beter moeten denken, de filosoof zal zich achter het oor krabben en de zielenprikkers moeten leren van de mens die krank of zinnig is? Ik ben soms verbitterd door de mensheid, de laksheid, de onnozelheid van personen die zich leiders noemen. De vuilste varkens willen altijd het beste stro. Ik droomde dat de wereld beter was. Het regende. Ik was alleen in een bed met de na-smaak van whiskey. Ik droomde. Ik werd verliefd op een zwarte vrouw. Zij reed op een witte merrie, zij zong als een engel. Liederen van 'saudade', een niet te omschrijven woord als 'verlangen'. Liederen van Maria Bethania. Bahia. Liefdesliederen van het land met timbres van Afrika. Het regende. Ik was alleen in bed met de na-smaak van whiskey.
HET VERHAAL VAN DE NOODLOTTIGE ONTMOETING TUSSEN DE WOESTIJNROVER EN DE BEROUWVOLLE DICHTER
Hij was de overlevende. Firmino, oude meester in de kunst van het roven. Vluchtte naar de onherbergzaamheid van Pernambuco (deelstaat in het noordoosten van Brazil, noot Wayn). Legerkogels hadden een eind gemaakt aan het leven van zijn vrouw en van al zijn vrienden, in een hinderlaag aan de voet van een steile helling. Zonder hen, verminkt, stapt hij in zijn eenzaamheid droevig voort. Die nacht stortregende het in de woestijn, een ongehoord verschijnsel, en de bliksemflitsen verlichtten een aantal in de lucht trappelende skeletten in uniform en met de militaire pet op het doodshoofd. De slachtoffers van vele jaren vuige schandaden kwamen de tijd innen die Firmino hun schuldig was, omdat hij hen uit de wereld had verjaagd voor hun uur gekomen was. Hun afgrijselijke kreten schreeuwden om wraak. Met messteken en kolfstoten vocht Firmino tegen het in de storm omhoog gerezen gebeente. Tenslotte stopte de regen even plotseling als hij was gekomen. En in een oogwenk was al het nat verdampt en hadden de doden hun slaap onder de droge aarde hervat. Firmino, de grootste booswicht van het rijk, kon zijn vlucht voortzetten. Maar na vele uren lopen, toen hij wat takken afsneed om een vuur te maken, kwam er bloed uit de struiken. En Firmino begreep het. Maar hij liep verder.
De verlorenen zullen de gevondenen zijn, zong de dichter Sabino, en aan de aarde zullen sterren ontspruiten die de sterren aan de hemel zullen vernederen. De stommen zullen omroepers zijn en er zullen ziekenhuizen zonder zieken zijn waar nu allen maar zieken zonder ziekenhuizen zijn. Sabino, zanger van het levenslied op de markten van afgelegen dorpen langs de kust, zong de voorspellingen van de rode koe. De koe, die in zijn dromen vloog, had hem verkondigd dat de woestijnzee en de dorre vlakten groen zullen zijn, en wie het weten kon wist dat er geboorte zonder dood zal zijn en dat het alle dagen zondag zal zijn. Dat zong hij, tot hij er genoeg van kreeg. De dichter Sabino kreeg er genoeg van zingend te wachten. En hij had er spijt van zijn leven te hebben verdaan met het in deze stenige hel rondzwerven onder armen en vertrapten, en ontdekte dat de dingen zijn zoals ze zijn omdat ze altijd zijn geweest en zullen zijn zoals God wil dat ze zijn. En hij verjoeg de zotte koe, die haar dwaasheden in hem droomde, uit zijn nachten. En hij trad bij de regering in dienst. Zijn houten zwaard werd niet meer verheven om de slang van de droefenis te onthoofden, maar om de vijand van de openbare orde te straffen.
Firmino zette zijn tocht voort naar de onherbergzaamheid van Pernambuco of naar waar zijn benen hem maar konden brengen. Op een ochtend, niet ver van een gehucht, werd hij wakker van het geluid van voetstappen. Firmino dook weg en trok zijn mes. Maar toen hij Sabino, een gekookte kip in een net pak en met een stropdas om tussen de struiken zag staan, haalde de bandiet rustig zijn tabakszak te voorschijn. De dichter stelde zich voor: Sabino, eenvoudige volkszanger, om u te dienen, en hij zei dat hij altijd de hoop had gekoesterd de wrede gesel van de woestijn, de heer van het kwaad, te leren kennen, en nu berreidt het lot mij deze verrassing, die ik zonder twijfel onwaardig ben en die voor mij meer, veel meer dan... Traag, ongeïnteresseerd, rolde Firmino een sigaret en stak hem aan. 'Een grote eer betekent,' fluisterde Sabino en slikte. Er was geen ander publiek dan wat vliegen. De struikrover blies een paar rookkringentjes de lucht in en keek even naar de nietige woordkunstenaar om hem met één ademstoot omver te blazen. Sabino, met het hoofd naar de grond, telde de mieren, maar plotseling trok hij zijn zwaard. Het houten zwaard trilde in zijn hand. Zijn stem trilde nog meer: 'Ik wil u een gunst vragen,' kwam er als een zucht uit. Met zijn zakdoek wreef hij over zijn voorhoofd en zijn ogen en stamelend bracht hij zijn verzoek naar voren: 'Dat u mij toe staat... u het hoofd af te slaan.' Firmino schaterde het uit. Hij lachte, tot alle lach op was die hij sinds de laatste, lang vervlogen keer had opgespaard. Toen strekte hij zijn nek: 'Gaat uw gang, geleerde heer.' De dichter Sabino greep het houten zwaard met beide handen vast en ging er vol overtuiging stevig voor staan. De rover Firmino stond op en streelde zijn hals. De dichter knipperde met de ogen. Hij liet een konijnengepiep horen en wist eindelijk uit te brengen: 'Zeg nee.' De struikrover was hem ter wille. Nee? Waarom niet. Zoiets kun je niemand weigeren. Dus zei de schrik van het noordoosten: 'Nee.' Maar de dichter fluisterde: 'Zeg nee met het hoofd.' En toen de bandiet nee schudde, liet zijn hoofd los en rolde het over de grond.
De overwinning van de Beschaving op de Barbaarsheid haalde de voorpagina's van de plaatselijke, regionale, landelijke, continentale en mondiale kranten. Sabino ontving de uitgeloofde beloning en schonk deze in een door de BBC live uitgezonden openbare plechtigheid aan de werken van barmhartigheid. Het boek dat zijn heldendaad beschreef werd in het Engels, het Frans, het Duits en het Esperanto vertaald en de dichter Sabino werd door het weekblad TIME tot Man van het jaar gekozen.
De ziel van Firmino steeg ten hemel. Op aarde bleef zijn in tweeën gedeelde lijk achter. Het lichaam werd door de gieren en het hoofd werd de geleerden toegeworpen. Alvorens het hoofd, dat een plaats in een vitrine van het Museum van Cangaceiros (outlaws van het woesteland, noot Wayn) zou krijgen, te mummificeren, stelden de wetenschappers vast dat Firmino een hoger zoogdier van het ectomorfische type en behorend tot de xantodermo-brasiliano groep was geweest. Het onderzoek wees uit dat het hier om een psychopatische persoonlijkheid ging, die werd bepaald door zekere verdikkingen van het schedeldak, zoals deze kenmerkend zijn voor de uit de bergen en verborgen landen afkomstige kille moordenaars. Het misdadige levenslot van de man werd eveneens bepaald door een verschil van negen millimeter tussen beide oren, door een punthoofd en door buitensporige grote kaken met lange snijtanden, die ook na de dood bleven kauwen.
Firmino ging naar de hemel omdat zijn vrouw daar was en omdat iemand hem had gezegd dat er boven ook plaats was voor in de edele krijgskunde gesneuvelde dolende ridders. Hij was een ridder zonder paard. Te voet ging hij naar de hemel, de hele lange, hoge weg van de gelukzaligheid, met zijn geweer als stok en met een zilveren dolk in zijn riem gestoken. Trage gang, staatsiewapenrusting, parfum en brillantine. Op Firmino's borst prijkt een groot kruis van glimmende kogels, zijn Napoleonshoed hangt vol medailles en ponden sterling en andere versierselen, en aan elke vinger van beide handen schittert een ring. En na een lange, lange klim komt Firmino aan de hemelpoort. Maar Petrus doet niet open. God heeft persoonlijk bevolen hem niet toe te laten. De Schepper kon zich niet doof houden voor de unanieme protesten van engelen, aarts-engelen en heiligen. Want Firmino's vrouw, die de hemel bij vergissing was binnengekomen, slaapt met iedereen. Zij is het enige brandende vuur in her eeuwige leven en alleen wanneer zij liefheeft en met vlammende navel danst wordt de onvergankelijke verveling van de hemelse vrede opgeheven.
Daarom deed Petrus niet open. En Firmino vraagt niets, zegt niets. Hij bleef rustig zitten wachten. Lange tijd is voorbijgegaan en Firmino staat nog steeds met de hoed in de hand voor de drempel van het paradijs te wachten. Vanuit zijn heelwacht bekijkt Lucifer bezorgd de situatie. Lucifer ziet hem naar zich toekomen en gromt: 'Ik krijg altijd het uitschot.'
HET VERHAAL VAN DE DOLFIJN DIE ZONDER HARPOEN EN ZONDER HAAK DOOR SATAN WERD GEVANGEN
De Volle maan zette het water van de Amazone in gloed. Een dolfijn sprong door de fonkelende golven en maakte vrolijke circuscapriolen. Er was feest in het dorp, veel opwinding en dansplezier, en het lawaai van de muzikanten riep de dolfijn vanaf de oever. En voor het eerst gaf de maan, die zich nooit iets van hem had aangetrokken, hem toestemming: voor deze nacht en zolang de nacht duurde mocht hij aan land gaan. De dolfijn richtte zich naakt op het zand op en de maan gaf hem een nieuw lichaam en nieuwe kleren. Hij stortte zich in het feest. Hij danste met zijn hoed op, zodat het gaatje waardoor zijn hoofd adenhaalde, niet zichtbaar zou zijn. En hij liet de mensen versteld staan: iedereen was verbaasd over zijn rossige huid, waarover een blauwe glans lag, en over de blik van zijn wijd uiteen staande oegen, en over zijn dorst die door liters en nog meer liters rum niet werd gelest; en zijn manier van dansen zonder de grond aan te raken, onderduikend in de muziek en zich asl een vis in het water van de muziek bewegend, wekte hij ieders bewondering. Golvend danste hij op de muziek in de armen van een vrouw en later dansten ze beiden door, zonder kleren en zonder iemand anders, op de muziek die uit hun armen voortkwam. Hij was eraan gewend in het water te spelen, maar hij had nog nooit in het binnenste van een vrouw gezwommen. Hij lag op haar, toen hij een klopje voelde, tok, dat op zijn rug brandde. Hij draaide zich om en zag hoe een fosforachtig licht in de lucht groeide en vorm kreeg en klauwen en horens en een baard had. De zeer rode figuur wiegde en schitterde in het duister: 'Sta op, indringer,' zei hij. De verbouwereerde dolfijn begreep er niets van. De op deze vreemde manier verschenen man was schor, hoewel een zijden halsdoek zijn keel tegen de tropische kou beschermde. Op het horloge aan zijn pols wizend zei hij: 'Ga terug naar de rivier, mormel, het is tijd.' En de dolfijn herinnerde zich wat hij vergeten was. Spoedig zou de nacht ten einde lopen en met de nacht zou zijn tijd aan land ten einde lopen. Hij keek naar de vrouw, die opgerold naast hem lag, naar de lagenslingers van haar lange, zwarte haar, en de schorre stem streelde zijn oor: 'Niet gek.' En hij lachtte zijn tanden bloot: 'Een mooi cadeautje. En dat nog wel vandaag. Goede vrijdag, mijn dag.' En hij strekte een klauw naar dat lichaam uit, dat klopte op het ritme van de slaap. De dolfijn gaf hem een klap, maar sloeg in lege lucht. Zij voelde de beweging van de lucht, knipperde met haar ogen en sliep verder.
De duivel die in deze wereld de kwellingen van de hel oefent, fluisterde een raadsel: 'Met wie zal deze vrouw morgen slapen?' En hij gloeide op en verdween in het donker. Het laatste donker: de askleurige nevel van de dageraad kwam al opzetten. geleende nacht, geleend lichaam. Hij vervloekte de zon voor alles wat de zon hem ging afnemen. Zij mompelde iets, nog steeds in haar slaap, en drukte hem tegen zich aan. En hij wilde haar met zich meenemen, maar kon het niet, en hij wilde bij haar blijven, maar dat kon ook niet.
De ochtenbries rimpelt de rivier. Op een paar passen van de waterlijn ligt en dolfijn te sterven. De zon stijgt en vanuit de hemel brengt de zon de kleuren en de geuren van de wereld tot leven.
EDUARDO GALEANO (VERHALEN) HOUTSNEDEN VAN JOSÉ FRANCISCO BORGES
Ik wil graag 3 korte verhalen weergeven van Eduardo Galeano uit zijn boek 'Dolende Woorden' oorsprokelijke titel 'Las Palavras Andantes' uit 1993. De vertaling is van Dick Bloemraad en uitgegeven door Van Gennep bv, isbn 90-5515-025-8 / nugi / cip
Eduardo Galeano (Montevideo 1940) reisde naar een klein dorpje in het noordoosten van Brazilië om daar houtgraveur José Francisco Borges (Bezerro, Pernambuco 1935) te ontmoeten en hem te vragen om met hem samen te werken. Hij wilde een boek maken en Borges zou de houtsneden leveren. De mannen gingen akkoord en zo ontstond een schitterend boek waarvan ik drie verhalen wil publiceren.
Het verhaal van de wederopstanding van de papegaai
De papegaai viel in de dampende pan. Hij vloog er na toe, werd duizelig en viel. Hij viel uit nieuwsgierigheid en verdronk in de hete soep. Het meisje, dat zijn vriendinnetje was, huilde. De sinaasappel trok zijn schil uit en bood zich tot troost aan haar aan. Het vuur dat onder de pan brandde kreeg spijt en ging uit. Uit de muur maakte zich een steen los. De boom, die zich over de muur boog, huiverde van verdriet en al zijn bladeren vielen op de grond. Zoals iedere dag kwam de wind de lommerrijke boom kammen, maar trof hem kaal aan. Toen de wind hoorde wat er was gebeurd, verloor hij een vlaag. De vlaag maakte het raam open, trok doelloos door de wereld en ging naar de hemel. Toen de hemel het slechte nieuws hoorde, werd hij bleek. En toen de man de witte hemel zag, werd hij sprakeloos. De pottenbakker van Ceara wilde het weten. Eindelijk kreeg de man zijn spraak terug en vertelde dat de papegaai was verdronken en het meisje had gehuild. en de sinaasappel zijn schil hat uitgetrokken en het vuur was uitgegaan ende muur een steen had verloren en de boom zijn bladeren had verloren en de wind een vlaag had verloren en het raam was opengegaan en de hemel zijn kleur had verloren en de man zijn spraak had verloren.
Toen bracht de pottenbakker al het verdriet bijeen. En met dat materiaal konden zijn handen de dode weer geboren laten worden. De papegaai die aan het verdriet ontsproot had rode veren van het vuur en blauwe veren van de hemel en groene veren van de bladeren van de boom en een snavel zo hard als steen en zo goudgeel als de sinaasappel en hij had menselijke woorden om te praten en water van tranen om te drinken en zich te verfrissen en hij had een open raam om te ontsnappen en in de windvlaag vloog hij weg.
BOUW VOOR ENORME KRACHTCENTRALE VRIJGEGEVEN IN XINGU
'Noticias Triste' (droevige berichten) schilderij van Antonio Parreiras
Na jarenlange discussie heeft de Braziliaanse regering de toestemming gegeven tot voor de bouw van de omstreden dam de Belo-Monte aan de Xingu rivier, een zij-arm van de Amazone. Er zijn wel vele voorwaarden verbonden aan de licentie volgens de Braziliaanse milieu dienst IBAMA. Die houden in dat de toekomstige exploitanten in totaal 1,5 miljard reais (576 euro) aan milieu en sociale projecten moeten uitgeven. Dit volgens de IBAMA voorzitter Pedro Bignelli, die verder zei 'dat alle voorwaarden bindend zijn'.
De uiteindelijke aanbesteding voor de bouw van de op twee na grootste waterkrachtcentrale, die al 40 jaar gepland staat, zal aanvang nemen in april. Er wordt een oppervlakte van 500 km2 onder water gezet. 20.000 mensen moeten hun huizen verlaten en tegenstanders spreken zelfs van 40.000.
Een van de grootste tegenstanders is de van Oostenrijkse afkomstige bisschop Erwin Kräutler, die sprak van een niet overziene ramp voor de omwonenden en het milieu. Hij noemde het gedrag van de regering van president Luiz Inancio Lula da Silva, 'dictatoriaal en arrogant'.
Waar bevindt zich Marc van Roosmalen? Volgens een bericht, sinds november 2009 ergens in Amsterdam. Op de vlucht, paspoort ingetrokken, ver weg van zijn geliefd Amazonas. Bij mijn terugkeer uit Brazilië kwam ik weer op zijn spoor, daar ik een herhaaluitzending zag van het programma 'netwerk', van november 2009. Marc leefde zijn leven in zijn geliefd Amazone woud, als bioloog van belang voor de wetenschap en aapjes. Deze aapjes werden zijn schavot. Neen! Niet die aapjes, maar Marc zijn idealisme, zijn openheid omtrent de vergaande vernietiging van het woud, waarvoor in de plaats grootschalige soja-plantages worden aangelegd en waar Brazilië miljarden aan verdient. Nederland? ja, die doen alsof hun neus bloed, want zij hebben immers grote belangen hierbij. Helaas te groot voor Marc te helpen. Want het gevaar loert als een schobbejak, als een vuile moordenaar. De grootgrondbezitters, die samen met projectontwikkelaars zich door zijn uitspraken en gegevens onder de gordel getrapt voelen. In de Braziliaanse Amazonia regio kun je rustig functioneren, als je maar geen interesse heb in duistere aangelegenheden van anderen. Ze tegen de schenen schoppen, tegenspreken, kan je dood betekenen, overgesneden keel of een kogel.
De Braziliaanse rechter vooroordeelde hem, na danig opgedrongen wijze voor ' het illegaal opvangen en verhandelen van apen uit het Amazone'. Ze eisten 14 jaar cel, dit was twee jaar geleden. Hij zat daar als een groot crimineel in een gevangenis van Manaus, daar waar de ratten dansen en moorden worden uitgevoerd met toestemming van corrupte funcionarissen. Hij kwam tijdig uit de cel, wist voorlopig vrij te komen en vluchtte uit Amazonas op het moment dat zijn Nederlands paspoort nog geldig was. Hij had tevens een Braziliaans paspoort en werd daarom niet meer beschouwd als Nederlander. Dit is nu ingetrokken en nu verder? De Nederlandese regering wist zelfs druk op hem uit te oefenen, door te oordelen dat hij in Brazilië zijn Nederlands paspoort moest inleveren. Er is een hogerberoep ingdiend en wacht nog op de beslissing. Ondertussen leeft hij ergens waar? Wat is de toekomst van Marc, zal hij ooit terugkeren naar Amazonas? Zal hij uitgeleverd worden aan Brazilië? Zal hij terug kunnen keren naar het oerwoud en zijn werk? Of zal de moordenaar hem weten te vinden. De dood-eskaders van het woud, want in Amazonas is geen recht. Hoe open kan een mens zijn, en net als mijzelf is het soms moeilijk je mond te houden als men de onverbiddelijke teloorgang ziet van de natuur. Waar ligt het lot. Ik weet dat Van Roosmalen een psychish moeilijk tijd doormaakt, een periode dat overpeinzing een vraag is. Marc moet de blues hebben, een eenheid die gerelateerd is aan muziek en gevoel, een triestheid. Het 'saudade' het onzegbaar verlangen naar Amazonas. Doch het belangrijke voor een mens is zijn standvastigheid. Ik wens Marc van Roosmalen sterkte. Tegen de betreffende politici, die altijd de belangen van kapitaal voorop stellen ten aanzien van menselijke gevoelens, zeg ik dat niemand gediend is met deze situatie, alleen degene die angst hebben voor uitspraken van mensen die zich in zetten voor de natuur. Wij mogen niet verkwanselen dat het amazonewoud, mens en dier verdwijnt en de soja-velden, die veelal dienen als veevoer, een drijfveer zijn voor politieke beslissingen.
En dit alles kan afgelopen zijn... reportage over journalist/doc. filmmaker Washington Novaes die de doc. XINGU- bedreigd land / maakte
In 1984 reisde reporter Washington Novaes, van de Sâo Paulo Tv Cultura, naar Mato Grosso en maakte aldaar de documentaire XINGU- A TERRA MÁGICA, over de Indianen en hun cultuur. Buiten de video resulteerde dit in het boek Xingu- Uma flecha no coraçâo (Xingu- een pijl in het hart). In de tekst zegt Novaes dat zijn toenadering tot de stammen van de Xingu begon in 1980, toen hij ter plaatste was om een programma te maken voor de REDE Globo tv. Het idee was om te laten zien hoe het leven was in het park Xingu, waar zich onder de Indianen geen hart en vaatziektes voordeden. "Er was geen overgewicht, alcoholisme, lichamelijk inactiviteit, en gebruikte geen zout met natriumchloride, dus de indianen waren gezond,'' zegt Novaes. Na de jaren 1980 bleef Novaes het park bezoeken en noteerde de veranderingen: "Momenteel, de heeft de Xingu te maken met problemen van buitenaf, maar ook van binnen," bevestigd hij. Volgens Novaes heeft de Xingu te maken met de opmars van de landbouw. "Het park is een eiland omgeven door weidenland en de soja-cultuur, hetgeen velen problemen veroorzaken, buiten het feit van de periodieke invasies van houtkappers en goudzoekers." Novaes verklaart dat de rivieren die de Xingu vormen buiten het park ontstaan, en lood en bestrijdingsmiddelen in het millieu brengen, en sedimentatie, hetgeen een verhoogde temperatuur teweeg brengt en schade tot de belangrijkste voedingsbron, de vis. "Tevens worden er waterkracht centrales gebouwd in de belanrijkste rivieren in het Xingu gebied. Volgens specialisten, kunnen de vissen niet meer de rivier opkomen en in sommige waterkracht centrales, zoals die van de Kuluene rivier, zal het reservoir een gebied doen overstromen, dit belangrijks voor de lokale cultuur, " verklaart Novaes. In de Xingu werden wegen geopend om het gemakkelijker te maken voor het verkeer tussen de dorpen en steden in de buurt van het park. "Deze situatie heeft het contact met de blanke cultuur intensiefer gemaakt. Dat heeft verschillende consequenties, op de eerste plaats de jongeren, die deze cultuur bezien, ze willen de blanken hun kleding hebben, DVD'S, opname apparatuur, en de Forro (muziekstijl uit het noordoosten) dansen. Daarom maken ze handwerk, zoals armbanden, halskettingen en hangmatten, om ten slotte te verkopen en geld te verkrijgen om dit alles te consumeren, " zegt Novaes. Maar het probleem is, volgens de journalist, dat de jonge Xingunezen geen interesse hebben om de agri-cultuur te verdedigen en verder verliezen ze de interesse voor hun tradities. "In bijn alle dorpen is er geen enkel die 'Pajé' (sjamaan) wil zijn, omdat het een lange weg is vol van opofferingen," zegt hij. De Pajé is de intermediar van de menselijke wereld met de wereld der geesten. "Als er dit niet meer is, zullen de culturen verdwijnen. Alles in hun leven heeft deze relatie. Ieder boom heeft een geest en alle dansen en liederen zijn in dit universum. De cultuur wordt vanuit deze hoek bedreigd, net als de sociale en politieke organisatie, " bevestigd Novaes. Volgens de journalist, ziet de blanke maarschappij de Indianen door hetgeen zij niet hebben en zij niet de waarde van die cultuur kan herkennen. "Op een legale manier hebben ze geen afgevaardiging van macht. Diegene die meer weet en meer ervaring heeft, wordt het meest gerespecteerd. Ieder is vrij en ze hebben hun grenzen, in de vrijheid van de ander. Dit is een buitengewoon voorrecht," zegt hij. "Zij weten hun eigen huis te bouwen, het land te bewerken, jagen, ambachten en het vastellen van de soorten der natuur. Wanneer Brazilië de helderheid van geest had, zou ze het park transformeren in een historisch en cultureel erfgoed, en ecologische aspecten voor de mensheid. Milieu gezien is de Xingu een eiland vol van biodiversiteit," zegt Novaes. Over het werk van de broers Villas-Bôas zegt de journalist: " Er waren velen die bekritiseerden dat de broers verschillende etnische groepen samen brachten, maar in hún tijd kon niemand anders dit beter doen. Vele stammen zouden nu zijn uitgeroeid, zoals de Paranás, die toen werden overgeplaats binnen het Xingu park (nu hebben zij een eigen reservaat)." In 2007, nam Novaes een nieuwe documentaire op in het park: "XINGU- A TERRA AMEAÇADA (Xingu- Een bedreigd land), welke de werkelijkheid laat zien van het huidige Xingu.
Einde van de verhandeling over het XINGU gebied en de VILLAS-BÔAS gebroeders vertaling Wayn Pieters
Washington Novaes bereidt zich voor om de documentaire XINGU-A TERRA AMEAÇADA, IN 2007 op te nemen
EEN LEVEN GEWIJD AAN DE INDIANEN -DE BROERS VILLAS-BÔAS
Orlando en Claudio waren de voorgangers van het parque Indígena do Xingu tot 1975. Buiten dat de broers in de hele wereld werden gewaardeerd voor hun werk, waardoor ze tweemaal de Nobelprijs ontvingen, kregen zij ook veel kritiek. Op hetzelfde moment dat de broers werden geprezen voor hun werk ten behoefte van het Indiaanse volk en het nemen van een initiatief voor een gezondsheids programma, zoals vaccinaties en medische hulp voor de Indianen, die veelal stierven aan griep, dysenterie en het uitbreken van mazelen in het decenium 1950, door het contact met blanken, werden de broers zwaar bekritiseerd daar zij materialen en goederen aan de Indianen zouden verstrekten en zich hierdoor bemoeiden met de interne macht in de dorpen. Volgens de FUNAI (het insituut dat in 1967 werd opgericht, als vervanging van het voormalige SPI, om de indianen te beschermen, zou dit hebben bijgedragen tot vermindering van de traditionele ambachtelijk handwerk en afbraak van de Indiaanse cultuur. In de jaren 1960 was het leven van de broers zo verbonden met de Xingu, dat toen Orlando zijn vrouw leerde kennen, die momenteel 71 jaar is, dit al snel leidde dat zij naar het park vertrok, om aan zijn zijde te staan. In 1963, ging Marina naar het park en was de eerste verpleegzuster in de lokale gezondheid aldaar. "De Xingu was de uitbreiding van mijn huis. De gemeenschap en de overheid moeten beoordelen hoeveel de indianen ons leren, de sociale structuur en wereldvisie, ' zegt zij. Marina woonde 12 jaar in het park waar zij haar kinderen opvoedde. 'De Indianen hebben een groot respect ten aan zien van levende wezens, met name kinderen, ouderen en 'de natuur',' zegt ze. Van haar zijde laat ze haar respect zien ten aanzien van de Pajés (sjamanen): 'Zij zijn de spirituele verwijzing in de Indiaanse cultuur. De glorie der genezing is van hen'. Noel Villas Bôas, 33 jaar, zoon van Orlando, verteld dat zijn vader 6 dagboeken bewaarde (postuum geconserveerd), die hij in 1943 begon te schrijven, het jaar van de eerste expeditie naar de Xingu. Delen van de optekeningen werden uitgebracht in boeken, inclusief het postume 'Orlando Villas Bôas - Expedições, reflexções e registros' georganiseerd door Orlando Villas Bôas, in 2006. Het erfgoed bewaard door de familie behoudt relikwiën zoals correspondenties van Orlando met Marechal Rondon, en met de antropologen Darcy Ribeiro en Claudio Levi-Strauss, tevens honderden fotos en optekeningen. 'We zijn bezig met proces om het 'Instituto Orlando Villas Bôas' te creëren, om het materiaal voor het publiek toegankelijk te maken. Betreffende de Roncador-Xingu expeditie is het praktisch geen vergelijkbaar materiaal in Brazilië, het is een kloof van 20 jaar in de Braziliaanse geschiedenis,' bevestigd Noel, die jaarlijks het Indiaans park van Xingu bezoekt.
wordt vervolgd door het slot : "En dit alles kan afgelopen zijn..." over journalist en filmmaker Washinton Novaes
wayn
Marina Villas Bôas, weduwe van Orlando, bij haar eerste reis naar Xingu, in 1963, met een Kalapalo jongentje aan haar zijde
Orlando omhelst een Txi"kão (Ikpeng) Indian, in 1967
.... Deze groep zijn de Kamaiurá en Kaiabi (familie Tupi-Guarani); Juruna (taalstam Tupi); Aweti (taalstam Tupi); Mehinako, Wauja en Yawalapiti (familie Aruak); Kalapalo, Ikpeng, Kuikuro, Matipu en Nahukwá (familie Karib); Suyá (familie Jê); Trumai (geisoleerde taal). Volgens de 'site Povos Indígenas no Brasil, van het 'Sociaal-milieu Instituut' (ISA), leven er meer dan 4.000 Indianen in de Xingu regio, (gegevens 2002).
Toen de broers Villas Bôas arriveerden in het noorden van de staat Mato Grosso, waren de Indianen die een deel van centraal Brazilië bewoonden gedecimeerd door diverse ziekten zoals griep, dysenterie en uitbraken van epidemieën, dit door de interventie van blanken in hun gebied sinds de 19de eeuw. Toen de broers zich geconfronteerd zagen met deze situatie besloten ze een campagne te starten voor behoud van de stammen, welke voor tientallen jaren doorging, volgens een een 'protectief-model'. De broers overtroffen het officiële doel van de federale expeditie. Ik het boek A Marcha para o Oeste - A epopeia da expediçâo Roncador-Xingu,(De mars naar het westen- Een epos van de Roncador-Xingu expeditie) geschreven door Orlando en Claudio, de broers beschrijven hoe het eerste contact van de blanke Sertanistas werd gelegd met de Xavante Indianen. Dit gebeurde op 25 juli 1945. Volgens hun, was die context tamelijk onvriendelijk, omdat leden van de expeditie schoten afvuurden in de lucht, hetgeen een reactie veroorzaakte bij de Xavantes, maar er vieln geen slachtoffers. Ze ontmoeten meer etnische groepen als de sertanistas verder het bos in gaan, allereerst de Kalapalo stam, in de regio van de Kuluene rivier, een zijrivier van de Xingu. In maart 1948 werd de expeditie opgeheven door de regering van Vargas, doch de Villas Bôas broers hadden op dit moment al de nominatie ontvangen als afgezanten van de SPI (Stichting ter protectie van de indianen) van de boven-Xingu, door Marechal Cândido Rondon (grondlegger van de Indianen pacificatie, noot Wayn). De broers begonnen een nieuwe onderneming met de expeditie Xingu-Tapajós, toen ze contact wisten te maken met de Juruna Indianen. In deze periode, voegde zich de Oekrainiër Noel Nutels (1913-1973), een wetenschapper bij de groep. Tenzelfde tijd, begonnen de eerste ideeën om het park te verwezelijken werkelijkheid te worden, door de sertanistas met steun van de brigadier Raymundo Vasconcelos Aboim (1898-1990) en de antropoloog Eduardo Galvâo.
UM PARQUE PARA OS INDIOS Een belangrijk punt voor de conceptie van het park kwam in 1952. Dit jaar, presenteerden Orlando Villas Bôas, de antropoloog Darcy Ribeiro, Heloísa Alberto Torres (1895-1977) en brigadier Raymundo Vasconcellos Aboim, een voorontwerp van de wet aan de vice-president in die tijd, Café Filho, om het Xingu-park te creëren, met steun van Marechal Rondom. Het voorstel van het project gebeurde op 19 april 1961, door het federale decreet n0 50.455, gesancioneerd door president Jânio Quadros. Hetzelfde jaar overleed Leonardo, de jongste van de Villas Bôas broers aan hartproblemen. De uitdagingen voor de oprichting van het park waren velen, te beginnen met de afmetingen van het grondgebied en de diversiteit van de verschillende taalkundige stammen, reeds omschreven als Aruak, Jê, Karib en Tupi. Het land werd afgebakend voor een uitgestrektheid van land en rivieren, met de Xingu rivier als voornaamste. Het gebied is 27 duizend km2 en is gelokaliseerd in de noord-oostelijke regio van de staat Mato Grosso. Het gebied toont een rijke bio-diversiteit, met een vegatatie die reikt tot aan het Amazone regenwoud. De demarcatielijn reikt tot een gedeelte van de gemeemnten Canarana, Paranatinga, Sâo Felix de Araguaia, Sâo José do Xingu, Gaúcha do Norte, Feliz Natal, Querência, Uniâo do Sul, Nova Ubiratâ en Marcelândia. Vanwege de bijzondere geografie is het grongebied verdeeld in een hoog, midden en laag Xingu, in de richting van zuid naar noord. Met de opzet van het park, kwamen sommige stammen nader tot elkaar en er onstond een rassenvermenging. Maar andere volken, op hun beurt, hadden weinig contact, door de afstanden en de diversiteit van taalstammen. Orlando en Claudio werden benoemd tot de eerste leiders van het park, die tevens onder bevoegdheid viel van SPI, het nationale museum in Rio, het instituut Oswaldo Cruz, en andere organasaties. De Villas Bôas bevorderde de toetreding van enkel etnishe groepen tot het park, 'zodat ze beschermd zouden zijn in dit gebied'. Volgens de de 'site van de Indiaanse volken van Brazilië' gebeurde dit met de Kaiabi, Ikpeng en Tapayuna, die werden getransformeerd naar het noorden. Twee andere volken, Tapayuna en Paraná ( van de familietaalgroep Jê) traden ook in contact met de Villas Bôas broers en werden in het park ondergebracht tijdens het deccenium 1960, doch enkele jaren later besloten zij weer te vertrekken. In het geval van de Paraná, bereikten ze de bevestiging van hun oud terrotorium in Paraná. In 1987 waren de Tapayuna al vertrokken naar de dorpen Metyktire en Kremoro, van het Metyktire volk, op het reservaat Capoto/Jarina.
DE INDIAANSE STRIJD GAAT DOOR Tientallen jaren verstreken en de 14 etnische goepen in het Xingu park, beschermd voor te overleven, worden momenteel geconfronteerd met een voortdurende strijd om het behoud van cultureel erfgoed en eigen natuurlijke omgeving. De nieuwe generatie van velen stammen hebben de blanken cultuur al aanvaard, met tweetalig onderwijs en kleding van de blanken in de dorpen. Hierdoor, vrezen de ouderen dat de wortels van hun voorouders verloren gaan. De strijd om te overleven en ruimte gaat eveneens door, mede door de druk van de grootgrondbezitters met de uitbreiding van agri-cultuur - speciaal soja en de winning van rubber en hout, dit rond het park verhandeld wordt. De constructie van waterkrachtcentrales in rivieren die uitmonden in de Xingu is te meer een bedreiging met het oogpunt op milieu en zeker de duurzaamheid van de Indiaanse mensen. Volgens de site Povos Indígenas no Brasil, is de roofzuchtige bezetting zorgwekkend. De soja cultuur is een van de meest gevaarlijke die vordert in de richting van het park. Een ander voorzichtigheid met betrekking tot behoud van het park betreft de autowegen Cuiabá-Santarém (BR-163) en de BR-158, die in de buurt van het Xingu-park circuleren.
wordt vervolgd door 'EEN LEVEN GEWIJD AAN DE INDIANEN' over de broers Villas Bôas
bijlagen: Darcy Ribeiro Een jonge Marechal Rondon Dokter en Indiankenner Noel Nutels, met aan zijn zijde Marina Villas Bôas, de weduwe van Orlando, links Ikpeng vrouw 1968
In 1973 bracht Orlando Villas Bôas het boek 'Xingu: Os Indios, Seus mitos' uit. In de 2008 vertaalde ik alleen de mythes, van het boek, in het Nederlands en gaf dit uit in boekvorm. Voor meer info hierover zie linkerbalk - boven
Links boven in de balk vindt u VIDEOS OVER DE KUIKURO stam en HUN CULTUUR - XINGU Data 10-01-2010 globo rural
XINGU, EEN PARADIJS ONDER BEDREIGING en de broers VILLAS BÔAS deel 1
Deze reportage heb ik vrij vertaald uit het Portugees artikel 'XINGU- EEN PARADIJS ONDER BEDREIGING' van Sucena Shkrada Resk bron het blad 'Leituras da Historia', Brasil wetenschap&leven (c) 2009
In de jaren 1940 reisden de broers vermomd als 'Sertanejos' (inlanders, ook soort 'kenners der wildernis') naar de Mato Grosso om daar de lokale inheemse bevolking te bestuderen. Velen jaren later, namen zij het intiatief om het 'Parque Indígena do Xingu' te bewerkstelligen, dit om de entnische waarde te bewaren, en ontvangen twee maal de Nobelprijs der vrede. Vandaag, ondanks dat de Xingu een bijna onaangeroerde oase blijkt, wordt de regio bedreigd door landbouw, aanleg van wegen en hydro-elektrische centrales op het land van de indianen.
De creatie van het eertse Indiaanse park in Brazilië in 1961 in de Mato Grosso, begon eigenlijk 2 decenias eerder door de gebroeders Leonardo, Claudio en Orlando Villas Bôas. Anoniem als 'Sertanejos', gingen de 'paulistas' (inwoners van Sâo Paulo), ze kwamen uit een middenklasse, zich aansluiten bij de expeditie Roncador-Xingu, georganiseerd door de regering van Getúlio Vargas. De campagne was ook bekend onder de naam 'De mars naar het westen' en had het doel om het binnenland van Brazilië open te leggen. In eerste instantie hadden de broers zich aangemeld voor de expeditie, maar werden gewijgerd door de organasitoren, daar zij niet als onderzoekers gingen en ook niet mannen waren, die een nieuw leven wilde beginnen in de binnenlanden. Hierdoor, lieten de broers hun baard groeien, kleedde zich eenvoudig en deden zich voor als analfabeten, om de toestemming te krijgen met de expeditie mee te kunnen reizen. Zo begon de expeditie van de broers Villas Bôas, wat later, met de steun en medewerking van antropoloog Darcy Ribeiro (1922-1997) resulteerde in de demarcatie van het Indiaans park.
DE KOMST VAN DE BLANKEN Vóór de broers Villas Bôas het avontuur naar het interieur maakten met de expeditie in 1940, had het gebied al reeds kennis gemaakt met interventies van blanken. Een van de eersten blanken die deze gebieden betrad was de Duitse tekenaar en ondekkingsreiziger Karl von den Steinen (1885-1929) die, in 1884, vergezeld door geograaf Otto Claus, vanuit Cuiabá vertrok en de Xingu rivier afvoer. Hij bestudeerde de Indianen en classificeerde de stam Bakairi, als afstammelingen der Caraíbas en niet de Tupi-Guarani, zoals men in de 19de eeuw veronderstelde. Volgens Orlando Villas Bôas, in het boek Orlando Villas Bôas: expedições e registros, waren de volkeren waar men contact mee legde in de tijd van Steinen, de Bakairi, Juruna, Suyá, Waurá en Trumai. Al in 1887 ging Steinen naar het gebied in gezelschap van antropoloog Paul Ehrenreich (1885-1914) en de geograaf Peter Vogel. Ditmaal, benaderde de Europeanen de stammen van de Aweti, Kalpalo, Kaymayurá, Mehináku en Yawalapiti. Andere expeditie vonden pas plaats vanaf 1896, zoals die van ondekkingreizigers Hermann Meyer en Henri-Anatole Coudreau (1859-1899), in opdracht van de regring van Pará. In 1920 begint de generaal Ramiro Noronha een expeditie over de Kuluene rivier- zij-rivier van de Xingu, waarna hij de indianen-post 'Simôes Lopes (Bakairi) stichtt aan de Paranatinga rivier. In de periode tussen het eind van de 19de eeuw en begin van de 20ste, is er een duidelijke aanwezigheid te zien van vreemdelingen: Duitsers, Fransen, Amerikanen en Italianen, waarvan velen werden gedood in conflicten met Indianen. In 1944, met de expeditie Roncador-Xingu, aan welke de broers Villas-Bôas deelnam, wordt het een keerpunt voor de goedkeuring van een 'politiek inheems beleid', hetgeen jaren later een feit wordt.
HET AVONTUUR VAN DE DRIE BROERS De expeditie Roncador-Xingu had zijn begin in Uberlândia, in Minas Gerais, en werd gestuurd door de 'Fundaçâo Brasil Central' (Centrale Stichting Brazilië) tijdends het bewind van de 'Estado Novo', (nieuwe staat, een autoritair regime dat duurde van 1937 tot 1945) onder dictator Vargas, gericht op het consolideren van de nationale soevereiniteit door het koppelen van centraal Brazilië aan Amazonas. De broers Leonardo, Claudio en Orlando waren doordrongen in dit avontuur in de bossen om te helpen bij de afbakening en vorming van populaire ' blanke' nederzettingen, terwijl ze zich dus voordeden als sertanejos. Op de reis werden de broers geconfronteerd met een 'inheems' Brazilië dat voor hun onbekend was. Als eerste ontmoeten ze de Xavante stam, en door de jaren heen, veertien andere stammen, die een van de meest gerespecteerde taalkundige diversiteit in de wereld vertegenwoordigden, volgens de organisatie der Verenigde Naties voor educatie, wetenschap en cultuur (Unesco): de taal der Aruak of Arawak, Jê, Karib en Tupi.
WORDT VERVOLGD...
Claudio en Orlando met een Indio van de boven-Xingu in de jaren '60
bijlagen: Karl von den Steinen met twee mede-avonturiers in Brazilië Suyá Indiaan (achetudoeregiao.com.br)
AMAZONE INDIANEN KRIJGEN RESERVATEN in Amazonas, Roirama en Pará
De Braziliaanse regering heeft op 22 december 2009 naar verluid 9 reservaten toegewezen aan Amazone Indianen. De demarcatie is voltooid van het Trobetas-Mapuera gebied. Dit beslaat een oppervalkte van 50.000 Km2, of zowel 2 maal België, of de grootte van de deelstaat Espirito Santo. In het gebied leven 7.000 Indianen. Trombetas Mapuera is het grootste reservaat, 40.000 km2 bos en bijna de grootte van Nederland en Zwitserland. Er leven 2.800 mensen van diverse etnische komaf, waarvan sommige stammen geen enkel contact hebben met de buitenwereld. Het gebied ligt in de staten Pará, Amazonas en Roirama. De reservaten zijn gedeeltelijk gelokaliseerd midden in en nabij die van de volken van Waimira-Atroari en Mapuera, deze drie samen vormen het vijfde reservaat van grootte in Brazilië, na het Xingu-Kayapo (het grootste), Alto-Rio Negro, Yanomami en Javari. President Lula: 'We kunnen nooit genoeg doen voor de Inheemse volkeren. De schuld is historisch en we kunnen geen geld teruggeven. We kunnen dit enkel doen door concrete gebaren." Deze woorden sprak hij tijdens de overdracht van de gebieden. De woorden lijken op een schuldgevoel, en het is een gebaar dat de oorspronkelijke bewoners van Brazilië moeten helpen, doch er liggen gevaren op de loer. In Brazilië zijn decreten en demarcatie lijnen soms vage tekens op papier en grootgrondbezitters of multi-nationals houden zich niet aan deze papieren. Afwachten. Volgens de optimisten moet de afbakening twee doelen dienen: 1 Het land teruggeven aan de oorspronkelijke bewoners 2 Het beschermen van het Amazone woud Dit is het uitganspunt van de Braziliaanse regering die tegen 2020 de ontbossing van het Amazone woud met 80% wil terugdringen en dat de belangrijkste factor is van de uitstoot van broeikaseffecten in Brazilië. De droom gaat door, Wayn hulpbron De Morgen, be
persmap: inheemse volkeren bron De Morgen, België reportage Lode Delputte
Indianenrechtenverenigingen luiden de noodklok voor het lot van het Akunstuvolk in het Braziliaanse Amazonegebied.Nu onlangs matriarch Ururu overleden is, telt het volk nog vijf leden, verdeeld over twee hutjes. De Akuntsu zijn lang het enigste volk niet dat met uitsterving bedreigd wordt.
Lode: '...BRASILIA.
De gestage kolonisering van het regenwoud heeft het lot van de Akuntsu bezegeld. In totaal worden 66 Amazone volkeren met uitsterven bedreigd.Wie via officiële bronnen meer over de Akunstu te weten wil komen, stuit in Brasilia als in westelijke deelstaat Rondonia, waar de etnie al eeuwen woont, op vragen. "Nooit van gehoord," klinkt het bij de nationale stichting voor Indianen (Funai), die onder het ministerie van justitie ressorteerd. Ook Vilhena, Porto Velho, Ji-Paraná of andere andere vertegenwoordigingen lijkt het volk een nobele onbekende. Zelfs enkele gespecialiseerde antropologen en specialisten inheemse demografie zijn niet vertrouwd met het lot van de bewuste groep.
Op de valreep geregistreerd, finaal de uitsterving nabij, alsof ze amper bestaan hebben: zo leven de laatste vijf Akuntsu, verdeeld over twee 'malocas' (hutten) op de oevers van de Igarapé Omerê, een zij-rivier van de Corumbiara, Pal in het Amazone bassin.
Uiteindelijk schijnt alleen Funai medewerker Moacir Góes, die in de buurt woonachtig is, meteen te weten over wie het gaat. Góes kende Ururu, die 75 was; de man Kunibu ook, die moet 65 zijn; de 35 jarige man Pokak voorts, en drie jongere vrouwen.
Het Funai doet dan wel forse inspanningen voor de Braziliaanse inheemsen, dat ze in 2002 alsnog een reservaat van meerder honderden km2 voor elkaar kreeg voor de Akunstu mag een wonder heten (of, van de pessimistische kant gezien een slag in het water, want 'too little too late')
"Niemand spreekt de taal van de Akunstu," zegt Sophie Baillon van Survival International, dat voor de rechten van inheemse volkeren wereldwijd opkomt. "Ururu was de laatste die de geschiedenis en rituelen van haar voorouders nog beheerste. Ze nam haar geheimen mee in het graf. Een van haar vijf overlevende volksgenoten is ziek, zodat ze straks nog met hun vieren dreigen te zijn."
Geweld; de Akunstu behoren tot de zogenaamde 'niet-gecontacteerde' volkeren, mensen die in hun, natuurlijke, culturele en rituele habitat zijn blijven wonen, en niet blootgesteld werden van invloeden van buiten af. Maar juist daardoor is hun weerbaarheid gering en hun kans op overleven klein.Op een agrarische grens als ze liggen, bedreigd als ze worden door houtkap, extensieve veeteelt, oprukkende boeren en alle geweld dat daarmee gepaard gaat, zijn ze gedoemd om de tweede helft van de 21ste eeuw niet meer te halen.
"De Akunstu leven van jacht en visvangst. Maak het leefmilieu van die mensen kapot en ook zijzelf sterven," klinkt het bij Survival. "Soms gebeurd zulks zelfs letterlijk:In 2000 kwam een Akunstu meisje om toen ze in een storm een half afgezaagde boom over zich heen kreeg."
Moeder des volks Ururu kon amper met de buitenwereld communiceren, het weinige dat ze wel vertelde ging over slachtpartijen en geweld, over hoe de Akunstu in de jaren tachtig, toen ze nog tientallen leden telden, bijna helemaal afgeslacht werden door blanke kolonisten. Zijzelf en Kunibu behoorden tot de enkelingen die het strijdgewoel overleefden. Kunibu en Pupak, toen nog een kind, hielden er zelfs littekens aan over.
Veel kolonisten wisten maar al te goed dat zich diep in het woud onbekende stammen bevonden, informatie over hun aanwezigheid sijpelde echter maar zelden naar buiten, aangezien die de economische belang op de helling dreigde te zetten waar de nieuwe, trans-Braziliaanse BR-364 aanleiding toe gaf. Geen wonder dat het eerste reële contact tussen overheid en Akunstu, 19 jaar geleden, uiterst moeizaam verliep. De Akunstu trilden van angst. Meer nog, onderzoek wees immers uit dat angst een permanent onderdeel van hun cultuur geworden is, in zoverre dat iedere aanraking met het vreemde en het andere een sjamanistisch ritueel tot gevolg heeft.
66 volkeren bedreigd
Het lot van de Akunstu is niet enige wat voor beroering zorgt. Wereldwijd worden ongeveer 100 inheemse groepen bedreigd, in het Amazone gebied gaat het liefst om 66 volkeren.
"Door de recente inheemse revival en groeiende bewustwording hebben veel groter volkeren vandaag flink war weerbaarheid ontwikkeld," zegt Baillon. "Erger is het gesteld met kleinere groepen. In Brazilië hebben we zelfs één man 'de man in het gat" daar hij gaten graaft waarin hij woont, die de enige overlever van een onbekende etnie is. Zijn volk redden gaat niet, maar veel andere situaties bewijzen ons dat uitsterven geen fataliteit hoeft te zijn."
Het Akunstu volk: wat rest van hun cultuur, is angst voor de blanken.
Dank van STORYTELLER
Wayn: In 1996 verscheen het boek 'ROOKSIGNALEN' van Ineke Holtwijk, uitgever ATLAS isbn: 9045006995. Het boek is een uiteenzetting van de problemen der Amazone Indianen, de houtkap, drugshandel, illegale houtkap en de strijd tegen de grootgrondbezitters. Ineke werkte als correspondente van de Volkskrant lange tijd in Brazilië.
Een groep Xavante indianen uit de staat Mato Grosso bezochten in november (ik was in Rio op dit tijdstip, maar niet op de hoogte van hun bezoek) het 'Musea do Indio' in Rio. Ze waren daar op uitnodiging van het Museum en Funai, om daar een workshop bij te wonen. De vraag is of er buiten dit belangrijkere dingen besproken zijn, de problemen van de stam, de gezondheidszorg, hun indentiteit... Het FUNAI, als regerings orgaan, heeft een grote invloed op dit alles. De jongeren van de stam hebben de drang naar een modern leven, het geldend systeem, de ouderen leven in hun tradities... hoe lang zullen de Xavantes hun trad. behouden, hoelang zullen zij het volk van Mavutzinim zijn? Dit geldt niet alleen de Xavantes; vele stammen worden bedreigd om hun eigen 'ik' te verliezen... Anderzijds is de gang naar het 'blanke leven' reeds begonnen in de jaren '40 van de vorige eeuw... toen de ontginning van midden Brazilië een feit werd. Ik zal hier later uitgebreider op terugkomen in een reportage over de XINGU Indianen en de broers Villas-Boás.
de fotos zijn van de site van het Indianenmuseum te Botafogo, Rio
Deze foto nam ik in het 'museum van de Indiaan' in Rio de Janeiro, een blijk van hoe de blanke beschaving onherroepelijk een stempel drukte op het leven van de Guarani, de kleding is sprekend foto denkelijk jaren 1930
'O GOD, IF THERE BE A GOD, SAVE MY SOUL, IF I HAVE A SOUL...'
O BRASIL, LAND VAN ZON EN WATER, RIVIEREN, BOSSEN EN GEESTEN O BRASIL LAND VAN CANDOMBLÉ, ZWARTE GEESTEN VAN AFRIKA O BRASIL LAND VAN MUZIEK; SAMBA, BOSSA NOVA, FREVO, FORRÓ, INDIAANSE TIMBRES O BRASIL LAND VAN DICHTERS MET EENZAME NATUURLIJKE WOORDEN, DRONKEN IN DE LETTERS VAN DRUMMOND ANDRADE OF DE ASSIS O BRASIL LAND VAN ARMOEDE, TRANEN EN DOOD, DRUGSDEALERS EN OORLOG, FAVELA´S, STATEN ZONDER EENHEID, VERDWAALDE KOGELS, HUILENDE MOEDERS, STRAATKINDEREN O BRASIL LAND VAN CORRUPTERENDE POLITICIE, LAND VAN UITBUITERS, IMPERIALISME, TOTALISME O BRASIL LAND VAN VRIJHEID? O BRASIL, WAAR DE COBRAS DANSEN MET DE ROZE DOLFIJNEN, PANTERS MET REUZE URUBU´S OP HUN RUG VRIJEN MET GORDELDIEREN, APEN LACHEN OM DE ONOZELHEID VAN DE MENS EN RESPECT HEBBEN VOOR MAVUTZINIM, DE HOGE GEEST DER VOLKEN, DE INDIOS O BRASIL LAND VAN ONTELBARE LIEFDES, ZOALS DE MIJNE, VERBONDEN AAN DE STRENG VAN EEN MANGABOOM, VRUCHTEN DIE KUNNEN VALLEN, GERIJPT OM TE ETEN, OF TE ROTTEN O BRASIL,LAND VAN ZUMBI, IANSA, XANGO, OXOSSI, EXÚ, LAND VAN DE CABOCLOS, DE INDIAANSE GEESTEN, DE WARE VRIENDEN VAN HET ´LAND VAN HET HEILIG KRUIS´ O BRASIL, HOE KAN EEN MENS ALS IK, VAN U, HOUDEN?
De mensen van het noordoosten liggen me aan het hart. Ik reisde veel in het gebied en zag de cultuur met een venijnige achtergrond, de geschiedenis en droogte die de binnelanden teisteren. Onlangs bezocht ik in Rio de Janeiro de wekelijkse ´feira nordestino´, een markt gewijdt aan het volk dat lange tijd geleden en nog steeds naar het zuiden afzakt, met hoop op werk en voorspoed. Klote, de meeste belanden in de favelas en werk is hard te vinden. Ze leven met ´saudade´ naar hun geboorteland, waar het land droog is en kaal; Piuai, Ceará, Alagoas, Pernambuco, Paraiba, Bahia. In Rio zoeken velen troost in hun muziek, de forró, doch het blijft een illusie. Maar muziek weet de harten ter roeren en tranen doen gelden. Ik kreeg een document in handen van de ´LigaNordestina´, een beweging die zich inzet voor de belangen van het noordoosten. Uit dit manifest citeer ik op mijn eigen manier:
´... de droogte van het noordoosten is een ideologish-politiek probleem. In andere regios zoals de in de USA en landen als Israel en Rusland, hebben de problemen veroorzaakt door droogte opgelost door irrigatie, zelfs in de meest afgelegen gebieden. (enige twijfel. noot Wayn) De miserabale toestand in het noordoosten in niet alleen de droogte. De rotzooi begint als de politiek de hand reikt aan lokale oligargien: de droogte industrie. Een desperate omschrijving van een misselijkmakend orgaan. Deze industrie funcioneert al sind de tijden dat de Hollander Maurice van Nassau Brazilie bezette. Deze industrie geeft vrijheid aan politiekers, die van de situatie profiteren en, gecamoufleerd, rendamenten innen. Het logishe maakt dat explotatie van het menselijke wordt teweeggesteld, in een tijd van droogte of in een tijd van oorlog, het blijft een klassieke vernedering, met de verwoording dat de problemen meer winst geven dan de oplossingen, en zo is het niet allen in Brazilie, voor sommigen is armoede een winstgevend project. De bodem van het noordoosten heeft 110 biljard kubike meter water van uitstekende kwaliteit, met de mogelijkheid om jaarlijks 20 billioen kb naar boven te brengen, zonder vermindering van de druk, genoeg om een populatie van 200 miljoen mensen te voorzien. In het programma van het ´Roda Vida` van 8 juni 2008, is de volgende bekendmakning van de minister van agrarische ontwikkeling Jungman, die stelt dat PETROBRAS (de grote Braziliaanse oliechef bij uitstek) in het noordoosten geboord heeft naar olie. Die werd niet gevonden, wel water! Liefst 2.500 putten met zoet water. Luister goed; de putten werden in opdracht van Petrobras afgesloten, om ten slotte het imagem van de maatschappij niet te schaden, want men vond water en géén olie! Ondertussen stierven mensen van honger en dorst, onze broeders nordestinos! De slechte toestand in het noordoosten is niet het gebrek aan water en regen. Neen! De verdorvenheid is de afwezigheid van menselijk inzicht, het lak hebben aan het volk, het lak hebben aan het verhelpen van het droogte probleem! Het noordoosten moet gelijk behandeld worden, want in het programma van de regering 2000/2003 kreeg het noordoosten 11% van het geld, terwijl 65% bestemd was voor het zuidoosten. Hoe dan ook de slechte behandeling van het noordoostengbied gaat niet ver terug: bijvoorbeeld het geld dat verspild werd met de bouw van de nieuwe hoofdstad Brasilia, ( en niet alleen geld, erger was het mensenleed, de verdrijving van velen Indianen) was genoeg geweest om 15 gebieden in het noordoosten van de droogte te redden, door middel van irrigatie. Dezelfde periode gaf de regering van Fernando Henrique een steun van 50 billioen dollar om de ten grond gegane Braziliaanse banken te redden, terwijl 10 billioen voldoende zou zijn geweest om in het noordoosten het droogte probleem op te lossen. Tevens zou dan een opbrengst gegarandeerd zijn van 200 milllioen ton graan. De koppen van politiekers zijn vaak allen gericht op het speculeren en corrupteren! Ik wil alleen zeggen en tevens in naam van de voorman van de ´Liga Nordestino´ João Pinto, dat het probleem van het noordoosten niet meteen het gebrek aan water is, maar het gebrek aan etisch verantwoorde politiek bedrijvende mensen en het gebrek van gerechtigheid, dit om de moeilijkheden in het noordoosten op te lossen. De mensen verdienen beter.´
´... en ik zeg mijn lieve Rosinha, bewaar met jou mijn hart...´ uit Luis Gonzaga´s ´Asa Branca´ de witte vogel die het noordoosten verlaat als de droogte het uiterste bereikt heeft en de man vertrekt om ooit terug te keren? Wayn
SP at night[[[[[foto genomen vanuit appartement in Bela Vista, Wayn
Sâo Paulo is niet Rio de Janeiro. Zo ligt dat, de Carioca van Rio is meer speels, houdt van dans, strand en sluimeren. De Paulista opgewonder, is meer bewegelijker en al werd al eens gezegd dat er een rivaliteit is, en dat de Paulista harder werkt dan de Carioca. Het is natuurlijk onzin, doch in SP hangt een andere sfeer. Hier is het kapitalistisch hart van Brazilie, hier vindt men de grote banken en verzekeringsmaatschappijen, die alles voor je regelen. Hier is de welvaart aanzienlijk, hier rolt het geld in de hoofdstad van het kapitalistish Brazilie, de armoede ontziend, de onderlaag geplaagd met het woord ´paria´. Ja, dit is Sâo Paulo, de betonnen kom, omringd door de velen houten krotten van de paulistas favela´s. Ik? Ik zie hier veel zwervers en bedelaars, op het eerste zicht meer als in Rio. Fantasierijke personen dwalen door de stad met uitgeproken leuzen, anderen om aandacht, levende standbeelden, dronken idioten, hoeren en zwervers. In de wijk waar ik verblijf Bella Vista is alles overheersend door de mensen van Italiaanse komaf, en waar het uitgaand leven des nachts aangenaam is en waar de pizza tenten rivalueren. Niet verder daarvandaan ligt Liberdade, de Japanse buurt, waar een Tokio-sfeer ontspringt. De eerste Japanners die in 1908 in Santos aankwamen en Sp verlichten met hun cultuur. Maar in Sp ziet men vele gezichten: negers, arabieren, blanken, Koreanen en moslims. Het rijke gezicht van SP, rijkdom en het paria-gevoel. De gewone mensen lijken te dromen, in de metro die je naar alle richtingen vervoert zoals een moderne stalen slang. Wolkenkrabbers lijken op betonnen punten uit de grond te komen waar ooit alleen de Indianen hun domein hadden. De Jesuieten moesten hen wel beschermen tegen de woeste opkomst van de ´bandeirantes´ de slavenhalers bij uitstek, maar de godsdienaars waren ook alleen maar gemanipuleerd, door een hoger hand. Ze wilden de Indianen beschermen tegen de bandeirantes, maar bedreven ook zij geen zonden door het ´volk´ te bespelen. God! De heilige geest! Dat was wat de Indios moesten leren. Ze waren het bloedvlees van de bijbel, werken op de velden, dat was hun leven, maar dit is een lang verhaal wat ik ooit uitgebreider zal beschrijven. Doch hoe zou de stichter van SP José de Anchieta nu wel denken, als hij deze wonderbaarlijk stenen woestijn zou zien? Zoe hij lachen om het rumoerig verkeer, de schreeuwende evangelische predikers op het plein van Sé? De bedelende zwervers, de straatkinderen? Zou hij huilen? Nadenken? Een nieuwe strategie uitwerken, of zou hij gewoon bij de jappaners in de kroeg zitten en een sake drinken? God Knows. En de Banderirantes? Zij zouden de moderne terroristen zijn, die, ongenaakbaar de leiding zouden hebben over velen zaken. Ergens voel ik me thuis in deze grote betonnen stad, die dans op het ritme van het alledaagse. Maar wat is het een triest gegeven als je ziet dan de zwerver dood ligt aan de voet van van de grote basiliek? Is dit het geven van alledaagse? Men loopt voorbij, alles is mogelijk en de mens steekt nog een kaars op een in de kerk bij Liberdade, bij het plein waar ooit de misdadigers werden gemarteld en opgehangen. Er gingen drie miljoen mensen naar de wijk Santana om een evangelische show bij te wonen? Zeker is dat het gevoel van religie hier aan de voeten van de mensen ligt en men ziet hier de tempels van de rijke evangelische kerken! De rijken stelen de show, door grote luxe en zien SP als een zuid-amirkaans Parijs, maar dit is onzin want SP is grootser dan Parijs en Chigaco samen. SP is de gelddraak, het ondier dat niemand wil doden en kan doden, en de zwerver? Die kan het geen bal schelen, zijn leven is al bepaald, het fatum! Deze stad heeft het voordeel van de twijfel en de Heilige Paulus is nog steeds ongenaakbaar. SP is een ´palavra´ een woord geworden, de heilige is verworden tot een gewone sterveling. SP staat niet voor heiligdom, maar is een levendige poel de mensheid. En hoe glinsteren de ogen van het jonge hoertje dat tegen de muur hangt langs de ´laan van de vrijheid´, O mijn God wat is ze mooi, een bloem die gekocht mag worden, in de het heelal van de stad. En alleen al om de Sâo Paulo roos te zien die ik zag in de metro, die leek op een Ierse met een vleugje negerbloed, zou ik terugkomen naar de stad van ondeugden en duizelendwekkende vermenging der rassen. Doch ook hier vindt men de verdwaalde zielen van jonge meisjes die hun lichaam verkopen voor soms 1 euro, het zijn de kinderen die geld nodig hebben om enig voedsel te kopen of crack. Hier in de stad van Paulus zou dit niet mogen, hier zou de geest van de allermachtige een hand in moeten hebben. Maar God is soms verdwaald, de weg kwijt. Wie sluit zijn ogen voor dit? En als ik een kaartje koop voor de metro, staat de straatjongen al klaar om enig wisselgeld. En wie kan dit weigeren in de stad die nooit slaapt?
Ooit zei mijn oom pater Tum Pieters tegen mij; ´kijk, alle mensen die politiek bedrijven in Brazilie zijn blank... of van Portugese komaf of Joods, en die met de krulharen en snorren zijn Arabieren...´ Hij heeft gelijk, hier ziet men in de hogere politiek, doch ook lagere, zo goed als geen zwarte. De blanken vullen de hoge posten, en velen hebben Italiaanse namen. De huidige president Lula da Silva, heeft volgens mij ook arabiers bloed. Nu is dit in Brazilie geen uitzondering met de vele vermengingen waardoor het soms moeilijk wordt een mulat (neger/blank) te onderscheiden van een Moreno (iets lichtere huidskleur) of de vele Indiaanse invloeden. De Indiaan, de ware Braziliaan, heeft totaal geen optie in de politiek, alhoewel ooit in de jaren tachtig van de vorige eeuw Mario Jurana, een Xavante Indiaan het het parlament schoptte in Brasilia, doch hij werd al snel overboord gegooid. Hij was te slim, en nam alle gesprekken met zijn vijanden op op een micro-cassette recorder, neen, dit soort mensen mag men niet toelaten tot het parlement! Soms wordt het een familie kwestie als de burgervader zorgt gat zijn schoonzoon in de raad komt, het wordt goed betaald, ook al weet de aangestelde van geen ballen. Ook het ambtenaren systeem is een wassen neus; er verdwijnen jaarlijks miljarden door een overvloed aan personen die aangesteld zijn op papier; waar b.v twintig man nodig zijn zitten er letterlijk veertig. Er zijn verhalen dat sommigen gewoon niet verschijnen op de werkplek en toch een salaris ontvangen. Het is een systeem dat nooit werkt. Corruptie, noemt men dit. En dit geldt voor velen aangelegenheden. In de krottenwijken is het niet al veel beter en de regering heeft geen antwoord op de problemen, is gewoon niet bij machte het probleem op te lossen, of wil het niet oplossen? Rio de Janeiro is politiek gezien een puinhoop, en de gemiddelde inwoner mag dan zijn belasting betalen, de grote meerderheid ziet er van af. Velen mensen leven zonder arbeidskaart, en dit zijn de ´zwarte´ markt mensen, die van alle handel thuis zijn. Ja, moet ten slotte overleven. Politiek in Brazilie. Lula zal volgend jaar niet herkozen kunnen worden, hij heeft er twee ambstermijnen opzitten. En wat heeft hij bereikt? dat de mensen 50 euro meer loon hebben gekregen, maar van de andere kant zijn de prijzen ontzettend gestegen; hij heeft als socialist hard geschreeuwd om dingen te verwekelijken, doch eenmaal aan het roer blijkt hij een gematigd iemand. Ik hoop dat zijn opvolger dezelfde lijn zal volgen, minstens, bedoel ik, want als er wederom een rechtse maniak aan het roer komt dan zal het erger worden voor de ´minderbedeelde´. De Communisten? ja, die zijn er ook, maar hebben bijna geen invloed. Hun programma is humaan en leunt aan tegen het Russische communisme, met leiders als Stalin en Lenin. Hoe bereikt men het gewone volk, want het woord ´communist´ is nog steeds een heet hangijzer, en de mensen zijn bang voor de ´hamer en sikkel´. Op mijn reizen zag ik plekken, gebouwen en fazendas (grote ranches) waarvan ik dacht: hier ben ik niet in een 3de wereldland, hier is luxe, dikke auto´s en opgedirkt vrouwelijkvlees naast een oom Dagobert. Dat is wat ik bedoel met het verschil in klasse. In India noemt men dit kastes, hier heeft dit geen naam; of je bent rijk of je bent arm, en heb je die laatste titel dan ben je te stom voor het leven. Rio de Janeiro heeft de titel gekregen om de olympishe spelen te organiseren over 7 jaar. Rio? De ´Cidade Maravilhoso´, de wonderlijke stad. Met de genots oorden langs de oceaan, zoals Copacabana, Ipanema, Leblon, Barra de Tijuca, waar de ´nieuwe rijken´ leven. Maar het is tevens het Rio waar de kakkerlakken door sommige ziekenhuizen paraderen, waar geen zuiver laken is, waar armen voor de poort sterven, alhoewel de medici en verpleegers hun best doen. Je hebt natuurlijk staatsziekenhuizen en... particuliere. Hier in Rio waar jaarlijks meer geld wordt uitgeven aan plastiek-chirurgie, dan aan sociale gezondheidszorg. Het is een ´vergonga´, een schaamte om te laten zien dat het zorgstelsel te wensen overlaat, een tekort aan inzicht, op papier is alles geregeld, maar in praktijkt is het een puinhoop. Kreupelen die zich voortbewegen op een skateboard of met stukken autoband rond de knieen gebonden, daar er geen rolstoel is en bedelaars niet meer weten waarom ze bedelen. Oude mensen die als de winkels sluiten in de afvalzakken op zoek gaan naar iets bruikbaars. Dan de grote problemen in de favelas, de oorlogen, het geweld, het andere Rio. Doch hier in dit Rio zou het moeten plaatsvinden. De vlam der Olympik? Wie gaat dit betalen? Geld? Macht? Corruptie? De president oppert dat het goed is voor het land, promotie en nadien brengt het wel iets op. Lula was ook bezig met het afbetalen van de buitenlandse schuld die zowat 350 billioen dollar bedraagt. Schuld die opgebouwd is door leningen aan grote banken, zoals de wereldbank. Veel van dat geld verdween spoorloos in zakken van bepaalde personen of instellingen. Het volk is de dupe. Eens was Brazilie rijk, doch is veelal leeggeroofd door de Portugezen, later kwamen de ´imperialisten´, de buitenlandse rovers, grote multi-nationals. Brazil is nog rijk en nog steed gaat veel van het product naar het buitenland. Brazilie heeft andere dingen die belangrijker zijn als het Griekse spektakel: zorg voor het volk. En het volk? Zij kijken naar het voetbal en de ´novelas´ de soapseries van Brazil, waar het echte leven aan voorbij gaat, waar de hoofdrollen alleen voor de mooie blanken zijn. Het volk, dat niet waarneemt dat hun eigen leven één grote ´reality-novela´ is, in een scenario dat geen filmmaker kan bedenken. Ja politiek, beste lezer, is een gevaarlijk item, en sommige die oprechte politiek willen bedrijven worden in landen als Brazilie gewoon opgeruimd. Het kapitaal is schijnbaar belangrijker dan het menselijk leed dat het veroozaakt en de vernietiging van het wereldvolk.
Het is oorlog in Rio. ( ) In de noordzone, tussen bandieten van de favelas de Morro Sâo João (heuvel van de heilige Jan) en de Morro dos Macacos (apenheuvel). Het is tevens voor de eerste maal dat een helikopter van de politie werd aangevallen en neergehaald tijdens een vuurgevecht met de traficantes (drugsdealers) van Rio. De helikopter werd geraakt toen hij boven de favela Sâo Joâo vloog op het moment dat de politie een einde probeerde te maken aan de oorlog tussen de bandieten van se favela en die van Macacos, in Vila Isabel, die in de vroege morgen van 17 oktober een aanvang nam. De helikopter werd in de motor geraakt en de piloot probeerde nog een noodlanding te maken op een voetbalveld, om woningen te vermijden, maar explodeerde. Van de zes inzittende wisten zich vier te redden, de andere twee verbranden levend. Volgens gegevens (19okt) zijn er 16 doden in totaal, waarvan drie onschuldigen. Hetgeen de politie ontkent, die zegt dat het tevens bandieten waren. Daar de wegen rondom de favelas werden afgezet had de brandweer 50 minuten nodig om bij de ramp te komen. De strijdt tussen de dealers begon om 2.30 in de morgen. (Volgens) de politie vertrokken rond 22.00 uur vrijdag, leden van de grootste drugsbendes vauit de favelas Jacarezinho,Manguinhos en Mangueira om zich te verzamelen in Engenho Novo. Het doel was om de bocas-de-fuma (verkooppunten) van de favela Dos Macacos. Volgens bewoners hoorden ze de gehele nacht schieten en velen ontvluchten hun woningen om verdwaalde kogels te voorkomen. In de morgen probeerden bewoners van de Apenheuvel een nabij gelegen politiemagazijn in te komen, en gooiden stenen en verbranden autobanden. De miltaire politie trok begin de morgen de krottenwijken van Sâo João en de Macacos binnen. Dit was rond 8.30 met ongeveer 120 man en het beruchte Bope, de elite troepen. Er volgde een enorm vuurgevecht. Tijdens dit gevecht en de omsingeling van de favela, gaf de leiding van de bandieten opdracht om op diverse punten in de stad bussen in brand te steken. Er werden acht bussen en autos in de fik gezet. Er waren geruchten dat de leiders van de criminele organisatie zich verscholen hielden in de favelas Macacos en Sâo Joâo en wachten op de terugtrekking van de politie om te vluchten. De dag erop heeft het politieapparaat bijna 5.000 man ingezet op verschillende punten bij favelas, dit om de orde te handhaven. De politie heeft gezegd dat het niet uit is op vergelding, maar een rechtzetting, waar de bevolking op wacht. Doch het is duidelijk dat de politie wraak wil, zoals velen malen voordien. De slachtoffers zijn de bewoners, die geen andere keus hebben en leven in de favelas. De dealers hebben de macht en het is onmenselijk te zien dat de mensen niet ontzien worden in de oorlog, alsof ze niet bestaan. Het probleem van de drugdeal ligt dieper en corruptie is een hoofdpunt. Een oplossing? Die zal er nooit komen, er is teveel geld mee bemoeit en te verdienen. Rio de Janeiro is de grote arena van Brazilië, het alles overtreffende, en de oorlog, want zo mag men het noemen is nooit ten einde, en zal voortduren tot dat God of Exú, de macumba-intellect, een einde maakt aan dit onmenselijk schouwspel, want revolutie lijkt uitgesloten in dit, wat men noemt democratisch continent.
p.s Zie fotos bijlagen. bron 'o globo' - t.v jornal
Peruaanse Indianen protesteren sinds 2 maanden op vreedzame wijze om het het recht te verkrijgen om inspraak te hebben betreffende de decreten die onmiddelijk dramatische gevolgen hebben voor het Indiaanse volk en ecologie, buiten dat het een ramp is voor het globale klimaat. Vorige week heeft de Peruaanse president Garcia fel gereageerd door speciale eenheden te sturen om geweld en conflicten te onderdrukken, en noemde de manisfestanten: terroristen. Van het Peruaanse regenwoud is meer als 70 % in bezit van de industrie en grote olie en gas multinationals zoals het anglo-franse Perenco en de noord-amerikaanse bedrijven Conoco Phillips en Talisman Energy hebben reeds miljarden geinvesteerd in de regio. Deze imperiaslistische bedrijven brengen geen enkele lokale ontwikkeling voor het volk op de plekken die ze exploiteren, en hebben totaal geen interesse voor de natuur. Hierom eist het Indiaanse volk hun rechten om betrokken te worden bij de ontwikkelingen van de nieuw wetten.
Sinds lang kijkt de wereld en Indiaanse volken naar de grote industrieën die alleen maar uitbuiten en het Amazone woud vernietigen, het grootste woud onzer planeet. Het bos dat de natuurlijke schatten der mensheid beschermd en de atmosfeer zuiverd van de gevaarlijke c-2 uitstoot, die de oorzaak is van de globale opwarming.
Doch deze Indianen staan voorop om onze planeet te beschermen en hebben het recht om een dialoog aan te gaan met de regeringsleiders.
Bij aankomst in Rio regende het fel met zo´n 25 graden. De douane had het natuurlijk weer op me voorzien en haalde me uit de file. Papieren en terugvlucht. Wat ik wel kwam doen in Brazil? Idiote vragen. Het is een persoonlijke zaak. Ze hebben het voorzien op bepaalde mensen. Dan komen de idiootste vragen: wat is mijn beroep? Muzikant verdomme! En wat voor een instrument ik dan bespeelde, en welk soort muziek! Nou ja, ik neem ze dan ook nooit te serieus, maar je moet ze in de kijk houden. Verder had ik geen problemen, en was niet verplicht mijn gitaarkoffer te openen. Ik was dan ook verheugd weer in de rammelende bussen te zitten die me naar Itaborai bracht, zo´n een 50 kilometer aan de andere kant van de baai. De waarde van het geld, voor de armsten, is gedaald. De prijzen slaan de pan uit en het is moeilijk overleven met een min. salaris van rond 170 euro. Criminaliteit? dat is het vervolg van de structuur die een puzzel is. De contrasten maken alles harder en in Rio stad zijn dit jaar volgens gegevens tot en met juli 6.300 moorden gepleegd. De favela is het knelpunt, daar waar de armsten samen met de drugsdealers leven. Het zal ook niet snel veranderen maar de favelas, vooral in de noordzone zijn dagelijkse kost voor de tv zenders. Gisteren werd een bus overvallen door enkele jongeren van rond de 18 jaar, staken die in de fik, en bewogen de chauffer naar de ingang van de favela te rijden, waar de bus in vlam werd gezet. Daders? Spoorloos. Ondertussen doet de politie invallen in de favelas waarbij slachtoffers vallen aan beide zijden, en vaak gewone burgers. De favelas zijn geregeld in het nieuws en de situatie is hopeloos door gebrek aan inzicht en structuur, en er zijn er tegen de 700 in groot Rio. De dochter van mijn vriendin werkt in een staatsziekenhuis in de wijk Penha, daar bij een van de grootste favelas. Het is een puinhoop en dagelijks worden er mensen binnengebracht, bewoners, kinderen en bandieten met kogelwonden. Na behandeling wordt men teruggestuurd naar de wijk, zonder begeleiding waardoor het leven zijn normale gang weer hervat. Van ene kant is het in Rio geen uitzondering, de burger heeft geen keus, de bandiet voelt zich sterk. Men kan crack kopen in een vodje papier voor 1 real, wat moet de waarde er van zijn? De meesten kopen dan ook maconha (cannabis) en cocaine is weggelegd voor degene die meer geld heeft. De gewone arme werkman of meestal werkloos drinkt zijn bier of cachaça, hetgeen ook vaak uitmondt in droevigheid. Bij sommige bandieten is tegenwoordig de ´granaat´ populair, ze wordt gebruikt bij overvallen of gijzelingen als de bandiet in het nauw wordt gedreven en dreigt de pin eruit halen. Meestal help onderhandelen niet en komt een soort scherpschutter van de politie, die de bandiet uitschakelt met een gericht schot in het hoofd. Ook gangbaar zijn de bendes van meer als 10 man, die in de betere wijken gebouwen binnen dringen (die omheind zijn en bewaakt) en de bewoners uitroven. De politie staat machteloos, doch het apperaat van de wet is in vele gevallen traag. Niet traag zijn de evangelische kerken, die nog steeds als zijnde paddenstoelen uit de grond schieten, ´God´s assemblee´ of ´God is liefde´, zijn nog klein vergeleken bij de ´Universele´ die een grote aanhang heeft, en halleluha is het woord, terwijl boven op de heuvel, tegenover waar ik woon,vrouwen staan te schreeuwen naar waar God ergens moet zijn. Ergens? Ik bezocht Marica nabij Rio, aan het strand waar verdwaalde jongelingen boven op de heuvel hun kofferbakken opende en waar geweldige luidspeakers met hoge volume funk muziek produceerde en de rust verstoorde van het badende volk. Ik prefer de rust van de door de weekse stranden, waar alleen de zeevogels het geluid maken samen met de golven. Het is de laatse dagen fris en veel regen, de temperatuur ligt ver beneden peil, 26 graden, terwijl het in het noorden van Brazilië droger is dan ooit, het klimaat heeft aanvallen. Doch het zal snel weer warmer worden hetgeen de ~cigaras~ doen zingen, de wonderbaarlijke insecten in de bomen. Ik heb ook weer een nieuwe vriendin de kleine hond ~pretzinha--, die me welkom heet als ik thuiskom. Andere honden hebben het niet zo uitmuntend en de straathonden, oftewel ´vira-latas´, wat letterlijk ´blik-omdraaien´ betekend, moeten verdomd oppassen niet het slachtoffer te worden van een of andere auto. Ze kijken me immer droevig aan, of geintereseerd en zelf vragend met een intulectuele blik. Ik heb besloten een reportage over hen te maken. Alles leeft en gaat zijn gang en in de avond uren klink wel ergens een samba geluid of dit van de forró, meegenomen door de mensen uit het noordoosten, die hun geliefd land verlaten hebben om een beter bestaan te zoeken in Rio of Sâo Paulo, vaak een disillusie, maar ook jongeren die met versterkers een soort braziliaanse rock proberen te spelen, of die in de favela´s met hun ´bailles´ met funk en hiphop, terwijl het braziliaanse klaaglied, een aftreksel is van country muziek, veelal aanleunend tegen de stijl ´Sertanejo´, gezongen door veelal duo´s met cowboyhoeden. Ik voel me thuis in het ritme van Brazilië, tussen de heuvels van Rio, de sinas, manga en cocos plantages, mijn bord met rijst en bonen, (soms aardappelen)engelse worden die hier genoemd, als het niet de zoete rode is, groente zoals ciabo en xuxú, en een suk vis direct uit de zee, wat kan een mens toch rijk zijn... Doch ik leef met het volk dat ze een weg baant door de wildernis van Rio. De kleuren en liefdevolle ogen van kinderen en mijn ´amor´...en mijn muziek dit onmisbaar blijkt in mijn, en deze wereld.
Rio de Janeiro, 30 september 2009, gecorrigeerd, abraço van storyteller
Sâo Martinho - opvanghuis voor straatkinderen in Rio- 1996
-Sâo Martinho- in Lapa
Ik heb een afspraak met de jonge Belg Jan Daniels die werkzaam is in het sociaal-educatief centrum van 'Sâo Martinho', een huis ooit opgezet door de Nederlands Limburgerse pater Martin Cox in 1986, die toen samen met de 'Carmelitana de Santo Elias' het pand kocht in Lapa, in het hart van Rio de Janeiro. Door een ijzeren poortje bereik ik een speelplaats waar enkele jongens druk bezig zijn tegen een oud versleten rubberbal te trappen. Men zegt me dat ik op de tweede verdieping moet zijn waar Jan zijn bureau heeft. Op de gang is het een drukte van jongens die mij natuurlijk, en terecht, alle soorten vragen stellen. Eentje vraagt geld om een guaranadrank, rent naar buiten en laat niet veel later met trots de sigaretten zien die heeft gekocht van het geld. Een ander zegt me dat hij hier niet woont maar een in ander huis aan de Silvio Romero straat, heeft geen familiebanden meer en komt hier enkele malen per week om iets te leren, en in de middag keert hij weer terug naar zijn tijdelijk huis. Hij wordt in ieder geval begeleid. De jongen is nieuwsgierig en heeft het voorzien op mijn fototoestel. De jongens zijn druk en geagiteerd zoals kleine mannen die een geweldig spektakel moeten opvoeren. Iets later maak ik kennis met Jan, de kleine blonde brildragende Antwerpenaar. Hij werk hier nu drie en een half jaar en de job geeft hem nu en dan hoofdbrekens, doch hij doet zijn werk met toewijding. "De jongens zijn vaak probleematisch, maar zie, ge moet veel geduld hebben," zegt hij enigzins opgewonden in zijn vlaamse tongval. Doorlopend rinkelt een telefoon op het desk en lopen mensen in en uit met vragen. Hoewel hij zegt weinig tijd te hebben is hij toch bereid me te woord te staan. "Ik zal u enig inzicht geven van wat er hier gaande is... onder andere over een collega die in augustus '94 door de militaire politie werd vermoord. De zaak is opgenomen door de mensenrechtencommisiie van de Europese gemeenschap en door het Ministerie van buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten. Belangrijke namen he?, en hij kijkt me terluiks aan. Ja, inderdaad dat is wat ik dacht: belangrijke namen, maar wat is de waarde van dit? Jan: ' Ja, er gingen stemmen van verontwaardiging op en de regering heeft beloofd de zaak binnen een jaar op te lossen. Maar de zaak gaat nu al het tweede jaar in... het is een politieke moord, ziet ge... de jongen is in de rug geschoten." Ik vroeg hem op de jongen een sociaalwerker was. "Ja het was een straatwerker... het was in de periode dat we dreigbrieven kregen van "we gaan een heleboel kinderen executeren en tevens hun opvoeders'. Dit waren doodseskaders praktijken. De meerderheid van de leden van de doodseskaders zijn ultrarechtse militaire politieaganten die voor een 'bijverdienste' als 'doders' optreden. De manier waarop de jongen werd geëxecuteerd was echt in militaire stijl... ze wilden het lijk en alle bewijsmateriaal laten verdwijnen. Het gerechtelijk onderzoek werd van alle kanten geboycot. We zijn dus gaan praten met officieren en daarna met de politiechef van Rio de Janeiro. We hadden de officiële belofte van alle medewerking, maar niets, niets is gedaan. Hetzelfde is dus met ettelijke andere dossiers gebeurd. Verleden jaar in mei is een jongentje van tien jaar vermoord, door civiele politiemannen, die een actie ondernamen tegen drugshandelaren. Het jongentje werd vermoord toen hij een baby probeerde te beschremen. De overige slachtoffers waren allemaal burgers met een arbeidskaartje, die geen van allen banden hadden met drugsdealers. En een kind afslachten van tien die een baby beschermd! We hebben enorm goed getuigenmateriaal, maar de zaak wordt geboycot! De zusje en broertjes moeten de herkenning dien van politiemannen die aan de operatie hadden deelgenomen. Wij waren daarbij. De kinderen werden van alle kanten geintimideerd door een politieman, die zei: "Ik smijt jullie in de jeugdgevangenissen!' Voordat de kinderen hun herkenning konden doen, moesten zij voorbij al die verdachten lopen, die hun allemaal teoriepen: 'Straks komen wij wel eventjes bij jullie langs en dan gebeurd er hetzelfde als wat met jullie broertje is gebeurd! Weet ge... de autoriteiten van Brazilië doen niks om het geweld terug te dringen. Ze doen totaal niets! Dus we moeten het wel op internationaal niveau smijten, denk ik.' Dan komt de kleine diue het nog steeds op mijn fototoestel voorzien heeft, niets slechts: 'Ik wil een foto maken!' zegt hij resoluut. 'O.k straks zal ik een foto van je maken en jij van mij,' beloof ik hem. Jan moet hem zachthandig, maar toch met enige overeding buiten de deur zetten en hij schudt zijn hoofd. Ik vraag hem wat er verder gebeurde met het onderzoek naar de moord op het 10 jarig jongentje. "Wordt het voortgezet?" "Het proces van de jongen heeft verschillende verhalen... laatst waren wij bioj de politiechef van Rio, die heeft het overgegeven aan een bijzonder departement van finaal onderzoek, en na een half jaar is dit ook weer stil gevallen, want de man die dáár voor verantwoordelijk was is met pensioen gegaan en zijn opvolger heeft het dossier weer opgestuurd naar een algemene correctie dienst van de 'policia Civil' (burgerpolitie). Daar kunnen ze dan dossiers verbranden, intimidatie plegen, of gewoon boycotten. Ze laten het 3 jaar op het bireau liggen en dan verdaagd het. We hebben nu in mei de eerste verjaardag gehad. De familie van de jongen is heel militant en politiek bewust. Het waren mensen die in de volksbeweging in de favela werkten. Wij ondersteunen die mensen met alle middelen vanuit 'Sâo Martinho', en zij blijven verdomd weerbaar. Maar hoe langer de tijd verstrijkt hoe meer doodsbedreigingen ze krijgen, want een aantal van de politieagenten hebben gereageerd omdat wij zijn gaan praten met hun politiechef. Die agenten voelden zich bedreigd. In Brazilië is een doodsbedreiging een tactiek die de mensen het leven verboedt... dit is het probleem. Heel veel getuigen, ook kroongetuigen, krabbelen terug na een jaar van moeilijkheden. Ze zeggen: We geven het in de hand van God. Totaal uitgeput laten ze het zo, ondertussen hebben ze hun werk verloren, want bijna alle werkgevers, als ze horen dat de familie met de dood bedreigd wordt, vader of de moeder, of dat er politie bij betrokken is die een kindje heeft vermoord, ontslaan hen onmiddelijk. Want de politieagant kan zelfs een moord komen plegen bij de werkgever en dáár problemen zaaien. Dus iemand die aan geweld lijdt van een doodseskader, verliest onmiddelijk zijn werk. Het is heel pijnlijk. Die mensen worden totaal vernietigd. Eerst emotioneel want hun kind gaat eraan, daarna economisch. De eerste dag dat de mensen kwamen getuigen op het politiebyreau, om de zaak weer te geven was heel moeilijk. Ik was ter plekke toen de politieman zei: Ja.. ik wil wel het typewerk doen om dit te registreren, maar eerst 4 reaal op tafel (reaal stond toen ong. gelijk aan dollar, noot Wayn). Voor die mensen is dit misschien twee dagen overleven. Twee dagen rijst en bonen op tafel. Verschrikkelijk. dat hebben we ook aangeklaagd, dat men probeert coorupt te zijn op het moment dat zij een verklaring willen richten, om tegen de moord op hun kind te protesteren. De mensen leven echt schrijnend in hun houten kot. Verschrikkelijk. En een jaar later hebben ze nog de moed om voort te strijden. ja, we pakken de zaak concreet aan. dat kan alleen maar gebeuren met buitenlandse druk. Het dossier is nu door de Organisatie van Amerikaanse Staten aanvaard en wordt voorgelegd aan het Internationale gerecht in Costa Rica, dat nu alle zaken beoordeeld die naar een jaar passiviteit van de lokale overheid op tafel zijn blijven liggen. Dan is de Duitse televisie hier geweest voor een reportage, de Franse televisie en twee Belgische. Dat zijn al vier reportages die naar Europa gegaan zijn. Er kan een officiële aanklacht ingdiend worden onder internationale druk.'
Jan is vermoeid, zijn gesprek is ten einde en ik zie dat hij onder de indruk is van zijn eigen woorden. Voor hem is het een strijd tegen het onrecht. Hij heeft de problemen van de bedreigde straatkinderen op zich genomen, maar het is ook de persoonlijke strijd die Jan Daniels sterkt in het belang van de kinderen. Ik bedank hem voor dit openhartige gesprek en wens hem sterkte, wetend dat al de internationale aandacht een niet gemakkelijk zaak is, daar corruptie in Brazilië nog altijd de bovenhand heeft, en velen gewoon niet doorzetten in hun doel. (Als ik het jaar erop Jan opnieuw wil bezoeken blijkt hij niet meer werkzaam te zijn in Sâo Martinho.)
We verlaten het kamertje en lopen door de gang naar beneden waar ik wordt voorgesteld aan Silvio, een kleine man van rond de veertig die de leiding heeft over het 'creatief-centrum'. In een ruimte zijn kinderen druk bezig met het maken van rariteiten zoals aapjes op stokjes, die door aan een koordje te trekken rare movimenten maken, lijstjes en andere kleine kunstwerken. 'Het is allemaal bestemt voor de verkoop,' zegt de kleine Braziliaan. Dan stormt er een acht jarige jongen de werkruimte binnen, achterna gezeten door een oudere die hem uitscheld en enkele schoppen toedient. Er moet ingegrepen worden om erger te voorkomen. Het komt geregeld voor zegt Silvio, die rustig blijft onder de commotie, want de kinderen zitten vol agressie, meegenomen uit hun verleden. Opgegroeid zonder ouders, verstoten, tot de straat veroordeeld. Oppassen voor politie, doodseskaders en ander scrupule-loos volk. In de werkruimte wordt langzaam opgeruimd want het loopt tegen het 'almoço', het middageten, waar zij aan lange tafels gezeten hun warme maaltijd naar binnen werken, rijst, zwarte bonen, wat vlees en salade en een stuk fruit. Ze converseren druk en anderen zwijgend als het graf. Niet veel later kom ik terecht bij zuster Lydia die in het 'Aula de Alfabetizaçâo' bezig is. Ze geeft les aan kleine groepen in lezen en schrijven, doch tevens in het beheersen van de geaardheid der kinderen. Als ik de kamer binnen kom, is de in witte gewaad geklede non, ijverig bezig met twee jongens van tien jaar, Sebastiâo en Marcos. Ze moeten leren om zich te beheersen, maar al snel blijkt dat dit een harde klus is. Ze zijn zo druk bezig met een spel, waarbij magneetvisjes van onder een plasiekbord met een magneet tokje naar de juiste hoek moeten worden, dat ze mij nog gezien hebben. Opeens, wanneer ik met de non in gesprek ben, explodeert de kleine neger in zijn witte bermudabroek en beschuldigd zijn medespeler van vals spel. Hij schopt en slaat als was hij een kickboxer en slaat daarbij zijn magneetstokje aan diggelen. We moeten ze uitelkaar halen en de kwade non legt hem in harde woorde uit wat hem te doen staat. 'Ga naar beneden en haal lijm om het stokje te plakken!' zegt ze verontwaardigd. Als ze mij aan kijkt zegt ze: 'Dit is discipline, want druk je ze niet niet met de neus op feiten dan doen ze maar aan.' Het blijkt niet eenvoudig, want na vijf minuten komt Marcos terug met een soort tape. 'Dit is niet wat ik bedoel dat weet je verdomd goed. Het moet 'cola' (lijm) zijn,' zegt de onthutste non. Marcos probeert eronder uit te komen, doch de zuster kent geen genade: 'Ga maar terug en haal de lijm!' en scheldend gaat hij weer de kamer uit. (Ik zie hem niet meer terug.) Ook met de ander Sebastiâo krijgt ze problemen, want hij wil de spullen niet opruimen. Hij geeft fel antwoordt tegen haar en springt dan als een lenige jaguar op de vensterbank van het open raam en gaat buiten, langszij op de buitengevel zitten, ongrijpbaar. Ondanks aanmaningen van de non blijft de kleine onverbiddelijk zitten op de gevel rand, als een koppige rebel, die het leven al heeft gezien op zijn manier. 'Muito bem! Blijf maar zitten, straks wordt het raam gesloten en dan blijft je maar buiten!' zegt de non resoluut. Doch het heeft geen enkel effect op Sebastiâo. Zuster Lydia legt me uit dat het vaak moeilijk is de jongens zelfrespect bij te brengen, doch óók respect voor anderen. 'Ze zijn het kwijtgeraakt.' 'Wonen de de jongens vast in het huis?' vraag ik. "Neen, deze hebben geen vaste woonplek. Ze gaan straks als het huis hier sluit weer de straat op. Ja, ze leven nog steeds op straat. (Velen worden hier allen opgevangen voor ontbijt, middageten en onderwijs). Daarom hebben we meer huizen nodig om de kinderen een vaste plaats te bieden." Ik dank de non en wenst haar sterkte met haar werk, alhoewel ik meteen denk dat dit iets ironisch heeft. Onder verteld een hulpverleenster me dat de jongens hier iedere morgen hun tanden komen poetsen, ieder heeft zijn eigen borstel met naam, om misverstanden te voorkomen. Hoewel alles 'redelijk' functioneert moet er toch verbetering en uitbreiding komen. En geld. Doch ik stel me de vraag, na dat ik en blad in handen kreeg van het opvanghuis, dat er goede weldoeners zijn die met regelmaat donaties overmaken, waarom de zuster mij vroeg of ik b.v spelletjes kon sturen. Het geldelijk circuit zal ook hier denkelijk scherpe bochten maken. Al blijft het een veronderstelling, die ik eigenlijk niet mág maken, doch ik ben nu eenmaal doordenkend. Zodoende. Als ik het pand verlaat wordt er buiten op het plein gevoetbalt, en als ik naar boven kijk zie ik de kleine Sebastiâo nog steeds op de venstergevel zitten. Hij is een volhouder, doorbijter en zijn leerschool is de straat.
...De dagen waren erg vermoeiend vanwege de zware trektochten, maar de avonden waren aangenaam en ontspannend. Liggend in mijn hangmat genoot ik van de vergaderingen die Dionísio leidde met de bewoners van de verschillende dorpen die we bezochten. Op de bandrecorder draaide hij de commentaren, gesprekken en gezangen af, opgenomen bij de indianen uit andere dorpen. De Deni's vermaakten zich erg en vulden de verhalen aan met eigen ervaringen en meningen over een onderwerp dat voor hen uiterst belangrijk was en in feite de voornaamste reden van deze reis, namelijk de begrenzing van het gebied dat aan de Deni's toebehoort en dat volgens de gegevens in het bezit van pater Dionísio zich uitstrekte tot aan de rivier Cunhuã, zijtak van de Purus. Dat het geschil over de gebiedsmarkering duurt tot op de dag van vandaag, is een andere geschiedenis; één die helaas al 500 jaar duurt. Aan het einde van de vijfde dag was ik een fysieke instorting nabij. Een tocht waarvoor ik de eerste dag vijf uur nodig had, duurde nu elf uur. Een niet aflatende regen deed me in nog grotere mate mijn toch al pijnlijke spieren voelen. Meer struikelend dan lopend werden de afstanden die ik aflegde tussen de rustpauzes steeds korter en werden de rustpauzes zelf steeds langer. Mijn enige gedachte was de hangmat en die zou ik graag ter plekke hebben uitgehangen, midden in het oerwoud. Eindelijk was het zover; de hangmat en twee apirine-tabletten deden me de inspanningen van die dag vergeten en ik slipe twaalf uur aan een stuk. Door mijn toestand waren we genoodzaakt een langer oponthoud in te lassen en ik bleef zo goed als de hele dag in mijn hangmat liggen. Van tijd tot tijd kreeg ik massages met copaiba-olie, die mijn spieren aannemelijk verlichtten. Een ander voordeel van deze verplichte rustpauze was de gelegenheid om het dagelijks leven van de indianen van dichtbij mee te maken. Het dorp bestond uit twaalf palmhutten (tapiri), opgezet rond een open plek. Deze hutten zijn allemaal gelijk gebouwd op lage palen met een vloer van rondhout en een bedekking van riet. Het verschil met de hutjes van de rubbertappers is, dat ze geen wanden hebben. Via een boomstronk met uitgekapte treden in ene hoek van 45 graden kom je de hut binnen. daarbinnen brandt een houtvuur op een dikke laag hard leem, dag en nacht. 's Nachts dient het om onwelkome bezoekers op afstand te houden, zoals de wilde boskat of een slan. In de huisraad bespeur ik de invloed van de kariu: de pijl en boog, de sarabatana naast de vishaken en een verroest geweer; een alumnium pan en plastic borden naast de uit leem gebakken potten en schalen; een hangmat uit de 'beschaving' tussen de uit katoen gevlochten hangmatten van de indiaan. Een oude vrouw was met ongelofelijke behendigheid de hele dag bezig draad te spinnen van katoenbolletjes, verzameld in een kalabas. In de hoek van de hut stond een houten koffer met erbovenop een reiszak, gemaakt van een met rubber geprepareerd doek; praktisch voor onderweg, want de inhoud kan niet nat worden. Bundeltjes geneeskundige kruiden en een paar flesjes met medicijnen tegen buikpijn en diarree. In één van de hutten werd mijn blik gevangen door een vette koe, afgebeeld op het etiket van een melkblik "Greenland, made in Holland." Hoeveel rubberballen zullen er betaald zijn in ruil voor deze dingen?
De Deni's hebben geen enkle begrip van geld: ze bezitten letterlijk geen duit. Het is goed mogelijk dat ze nog nooit een bankbiljet of muntstuk gezien hebben, behalve diegene die al een in Manaus waren voor een tuberculosebehandeling. Later vernam ik dat die ruilhandel vaak nog veel misdadiger is, namelijk wanneer de handelaar de indiaan dronken voert met goedkope jenever en hem dan als betaling niets dan prullerijen overhandigt. 's Middags tijdens een wandeling door het 'dorp', ofschoon nog wel met behoorlijke spierpijn, speel ik met de kinderen die in het koude water van het bosriviertje zwemmen. Ik probeer te praten met enige vrouwen die bezig zijn mais te stampen, maar het lukt niet. Mïjn schuld, want ik ben de buitenstaander die dit volk bezoekt. Aan een oude indiaan vraag ik om wat te spelen op zijn houten fluit, een twee centimeter dikke buis met een gat om in te blazen en nog twee gaten aan het uiteinde. Een paar kinderen klappen in hun handen als begeleiding van de fluitspeler. Een meisje laat me haar halsversiering zien van apentanden, afgewisseld met zwarte vruchtzaadjes, aan een gevlochten katoenkoord geregen. De suikerrietpers is gemeenschappelijk bezit evenals de maniokstamper. Ik drink het zoete suikerrietsap en eet een stuk vlees van het bosvarkentje dat geroosterd wordt op het smeulende houtskool midden in de open ruimte tussen de hutten. 's Avonds lig ik alweer vroeg in de hangmat, om nog verder op verhaal te komen....
Zover een passage uit het boek van Jan Derickx, die nu in Bengui, Belém werkzaam is. Zijn werk wordt gesteunt door Pro-Amazonas en is in de linker balk zichtbaar, daar vind u tevens meer info en bio over Jan
Bij de inhoud zijn alleen de laatste 200 items weergegeven, mocht u zoeken naar onderwerp doe dit via 'zoeken in blog' op de linkerbalk. Het 14-delig verslag van mijn bezoek aan de Xavante stam kunt u opzoeken IN DE LINKER zoek BALK
Berichten die niet getoond worden zijn bereikbaar via het archiefvia de pijltjes onder aan het blog