Wees welkom geachte Blogger m/v en tracht in de mate van het mogelijke mijn belevenissen op het pad van yoga te volgen,zoals ik dit in mijn blog zal voorstellen. Mijn naam is INGELS Wilfried-Oscar-Maria. Geboren te Lembeke, deelgemeentevan degemeente Kaprijke,Oost- Vlaanderen (België)op 16 december 1931. In het Belgisch Staatsblad van 22.11.1991 staat het vol- gende vermeld :
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Openbaar Ambt. Personeel.- Opruststelling. Bij koninklijk besluit van 3 april 1991 wordt m.i.v.1 janu- ari 1992 aan de heer Ingels Wilfried, eervol ontslag ver- leend uit zijn ambt van inspecteurbij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Openbaar Ambt. De heer Ingels Wilfried wordt ertoe gemachtigd zijn aanspraak op pen- sioen te doen gelden,de eretitel van zijn ambt te voeren en de ambtskledij te dragen. ( het uniform van Majoor bij de Civiele Bescherming) Tot zover het Belgisch Saatsblad. Het Koninklijk besluit werd door Koning Boudewijn ondertekend te MOTRIL (Spanje) op 3 april1991
Mijn loopbaan als Staatsambtenaar verliep als volgt :
21.02.1955-Gewestbeambte in Belgisch Congo. 01.01.1959- Eerstaanwezend gewestbeambte B.C. 01.01.1962- Tijdelijk opsteller -Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur 01.09.1962- Vast Opsteller idem. 01.10.1973- Bestuurssecretaris- dd.Hoofd van de Verifi- catiedienst. idem. 01.07.1986- Inspecteurbij het ministerie van Binnenland- se Zakenen openbaar ambt dd. Provinciale Chef vd.Cviele Bescherming : provincie West-Vlaanderen. 01.01.1992-Op rustgesteld.
MIJN YOGA-BELEVENISSEN
NHOUD Nummers en titels der afleveringen..
1.Verwelkoming - kennismaking met de auteur. 2.Halâsana, de Yoga-vereniging. 3.Verdere verloop -geschiedenis Halâsana. 4.Verklaring embleem - afbeelding. 5. Wel en wee van Halâsana. 6. De Guru ? -aankoop boek. 7.Voorwaarden vertaling boek. 8. 10de verjaardag Halâsana. 9. De synthese (zomer 1979) 10. Verdere uitbreiding- handleiding yoga-lesgevers. 11. Vertaling Sutra's 12. Vervolg en publicatie der Sutra's. 13. Halâsana :vzw en vormingsschool lesgevers Eerste gediplomeerde lesgevers -1983. 14. Schriftelijke cursus yogacharya -1987. Overname school -opvolger. 15. Het boek -Patañjala Yoga - Koelman G.M. publicatiue vertaling W.Ingels 16. De laatste jaren met Koelman. 17. Het Tijdschrift voor Yoga- publ. Nederland. 18. De laatste jaren van Halâsana. 19. De Indiase zienswijzen.- Darsâna & Filosofie. 20. idem vervolg 1- Veda's en Upanishaden. 21. idem vervolg 2- Karma- Mahavira-Boeddha. 22. idem vervolg 3- Weerstand voor Brahmanen. Mimansa dârsana. 23. idem vervolg 4- Vedanta -dogmatisch. 24. idem vervolg 5- Shankya & Yoga. 25. idem vervolg 6- Niyaya & Vaicesika . Samenvatting der dârsana's. 26. Uit de opleidingslessen Yogacharya.(inleiding) 27 .De ontwikkelingsgronden der Dârsana's. De brahmanen en brahmanisme in de Yoga. 28. Wat overblijft van de Veda. 29. Begrip Karma en gevolgen. 30. Yoga -Betekenis en essentie 31. Definities van Yoga 32. idem. 33. Yoga gezien door Patañjali.(-studieplan.) 34. De Yoga-dârsana - Inleidende toelichting. 35. Prakriti en de Guna's. 36. Het Zelf , de geestelijke Monade.(Purusha). 37. Het Zelf contra de Ziel ? Pluraliteit der Zelven. 38. Isvara het bijzondere Zelf. 39. De aard van Prakriti's evolutie. 40. De Tattvas. 41. Relatie Prakriti en Spirituele Zelf ? 42. Plan van de klassieke Yoga de uitwendige middelen. 43. idem : De uitwendige middelen . 44. De uitwerking van de Yoga-discipline. 45. Concentratie of Meditatie ? 46. De praktijk van Samyama. 47. Artikel : Meditatie of Concentratie ?
- oOo-
-
Mijn Yoga-belevenis Het Begin. Waarom ik in het voorjaar 1966 met Yoga begonnen ben, zou ik niet met zekerheid kunnen zeggen.Van een vriend had ik vernomen dat er in het Jeugdhuis yogalessengegeven werden. Yoga scheen iets totaal nieuw te zijn, goed voor mannen en vrouwen, maar vooral voor mensen met een zittend beroep. Heel geschikt voor mij want ik pendelde toen dagelijks naar het ministerie te Brussel.Met een colle- ga trok ik er op een donderdagavond op af. We wilden eerst eens kijken. Ja, het mocht wel.We hadden een matje meegebracht en terwijl we daar toch op de grond zaten, konden we zowelmeedoen. Het mocht allemaal, en het lukte bijzonder goed. Het viel mee en we zouden zeker terug gaan. Zo begon voor mij het yoga-pad dat tot op heden blijft voortduren, maar daarover zal ik in verdere bijdragen mijn verhaal doen.
Een 2de blog : '2wilmaldegem1931' handelt over de Yoga-dârsana vlg. Patañjali en omvat de studie van de Yoga-sutra's .Vertaling en commentaar G.M.KOELMAN. De start is voorzien op 25 januari 2007.
-2- De yoga-vereniging. Ik had een jaar of wat vroeger reeds een boek gelezen over yoga. Toen ik probeerde enkele houdingen (âsana's) uit te voeren viel dit echter wel tegen.Daaruit kon ik tot mijn scha- de en schande opmaken dat een boek geen goede leermees- ter is.Het kan u niet op uw fouten wijzen. Met de yoga-leraar verliep dit anders.Ik kon mij wonderwel aanpassen en gelei- lijk kwam ik op dreef. Ik begon mij echter ook te interesse- ren aan de sanskrietnamen van de houdingen. Maar ik onder- vond nogal vlug dat de leraar daar niet zo diep op inging. Zijn uitspraak klonk mij vrij onnatuurlijk . Hij sprakover asâna's met de klemtoon op de tweede in plaats van op de eerste a. Over de betekenis en het doel van de yoga-beoefening wist hij blijkbaar niet veel te vertellen. Hij sprak er gewoon niet over .Voor hem was deyoga een soort gymnastische disci- pline die zeker voor mensen met een zittend beroep deugd- doend was. Ik leerde uit lectuur en zelfstudie dat de houdin- gen slechts een onderdeel waren van een psychosomatische discipline die Yoga-dârsana genoemd wordt,... maar daar over later! Na de winter van 1967 stopte de leraar zijn we- kelijkse âsana-lessen bij gebrek aan voldoende belangstel- ling ...werd er gezegd. Hij had ons blijkbaar alles geleerd wat wij aankonden of wat in zijn vermogen lag. Enkele mensen vonden er wel iets voor om samen met mij elke donderdagavond te blijven oefenen. De meerderheid wees deze formule vande hand. Het was gewoonweg on- denkbaar om zonder leraar te oefenen, laat staan dat iemand van ter plaatse hem zou kunnen vervangen.Ik deed een voor- stel en kon tenslotte enkele vrienden overtuigen om samen te oefenen en de huurkosten van het oefenlokaal onder elkaar te verdelen. Uiteindelijk werd er yoga gedaan met een vijftal mensen waarvan ik er later twee kon overtuigen om een yoga-vereniging te stichten .Daarvan zou ik de leiding op mij nemen. We schreven toen : 11 april 1968. De naam die ik voor onze vereniging had bedacht, was de naam van een yogahouding die vooral geduld en algehele soepelheid van het lichaam uitstraalt HALÂSANA, d.w.z. Ploeg-houding. De beoefening van Yoga is niet alleen een individuele zaak wat de uitvoering en het resultaat betreft. Er dient eveneens zeer grote aandacht geschonken aan de manier waarop men de beoefening aanpakt.Wie haastig te werk gaat met het ver- langen snel resultaat te boeken, zal reeds na korte tijd de lust om verder te werken zien verdwijnen. Met de stichting Halâsana was het mij duidelijk dat er vooral met veel ge- duld zou moeten gewerkt worden. Het kiezen van de naam PLOEG in de ware betekenis van het woord , leek mij een uitstekend symbool om dat geduld voor te stellen. Heb je ooit aan de rand van een veld gestaan waarop de boer aan het ploegen was? Snede voor snede en aan een ge- stadig tempo scheurt de ploegde aarde open en keert ze om. Deze bewerking gaat door tot de ganse akker omgeploegd is. De bewerking gaat steeds rechtdoor a.h.w., met onverstoor- baar geduld .Zo dient het ook met de yoga-beoefening te zijn. Steeds voort-doen .Met geduld het stijve lichaam soepel ma- ken tot het los en ongedwongen kan neerzitten om de verdere treden van deyoga-beoefening te kunnen aanvatten. Ook voor de yoga-beoefening geldt aldus het spreekwoord : HAAST EN SPOED IS ZELDEN GOED.
In een volgende bijdrage zal ik het hebben overhet verder verloop van de geschiedenis van Halâsana.
-5- Verder verloop van de geschiedenis van Haläsana.
Vanaf de geboorte van Halâsana-Maldegem zat ik vooraan in de oefenzaal.Alle verantwoordelijkheid kwam naar mij toe en dat zou zo gedurende meer dan 25 jaar duren.Alle organisato- rische en administratieve taken waren aanvankelijk ook voor mij, maar daar zou spoedig verandering in komen.De me- dewerkers die mij a.h.w. gunstig gezind waren en naar de oe- fenstonden bleven komen, bleken even ijverig als ik zelf en op deze manier werden de taken verdeeld. Het oefenlokaal in ge- reedheid brengen, de ledenlijst opstellen, een beetje boekhou- ding, andere suggesties voor de vlotte verloop van onze feite- telijke vereniging , het was allemaal prima. De lessen werden door mij opgesteld volgens het schema van de vertrokken les- gever. Ik had tenslotte toch ook reeds twee jaar praktijk ach- ter de rug. We kenden reeds de voornaamste âsana's. Ik had ze trouwens zorgvuldig genoteerd in een klein notaboekje. Dit boekjeblijft tot op heden een van mijn mooiste souveniers Op de eerste bladzijde staat het jaartal 1968 ! Ik werd lid van de toen ongeveer 4 jaar oude BelgischeYoga - federatie, verder B.Y.F. genoemd. Zo kwam ik in kontakt met andereyoga-lerars. Ik wist ondertussen ook dat de yoga-prak- tijk berustteop een filosofie die ik eerst wilde leren kennen al- vorens er in mijn lessen gewag van te maken. Ik hoopte dit te bereiken via deze kontakten, maar spijtig genoeg was dit niet het geval. Het leverde niets dan verwarring op. Vanaf 1970 begon de B.Y.F. zich in te laten met de opleiding van de yoga-leraars. Er was sprake van een erkenning en een bekwaamheidsattest. Daardoor zou er op deze maniereen einde komen aan de losse bijeenkomsten met de doorelkaar lopendegesprekken die van weinig nut bleken. Wie aanvaard wilde wordenom de opleidingslessen te volgen, diende met gunstig gevolg een controlebezoek te doorstaanvan een afvaardiging van de B.Y.F. .Deze afvaardiging oordeelde over het lesgeven, de toestand van het leslokaal, en andere om- standigheden waarin ditalles gebeurdeVoor mij was dit slechts een eenvoudige formaliteit. Ik werd voorlopig erkend als lesge- ver en toegelaten tot de vormingsschool. De cursussen zouden plaats hebben te Gent indeKinesieschool op de Drongense- steenweg. De lessen zouden handelen over anatomie, fysiologie, didaktiek, filosofie enâsana-praktijk. Destudie zou drie jaar duren, twee zaterdagen op drie, behalve tijdens de verlofperio- des. Er werd ernstig gedoceerd en soms ook wel fel gediscu- tieerd, vooral tijdens de lessen filosofie. Er bleken duidelijke verschillen te bestaan. Sommige cursisten die reeds een soort opleiding ontvangen hadden van indiase Swami's, raakten het onder elkaar soms niet eens over bepaalde aspecten van hun zienswijzen. De verwarring was soms zeer groot. Ik zelf be- hoorde toen nog niet tot een vast omlijnd filosofisch kamp,en liet maar begaan. Het leek mij tenslotte alles bijeen toch maar eendevote bedoening terwijl er steeds met klem be- weerd werd datYoga zeker geen godsdienst was. Driejaar later werd ik een gediplomeerd Yoga-leraar.
HET DIPLOMA. BELGISCHE YOGAFEDERATIE. Wij, directeur, secretaris , en leraars, aangezocht om de be- kwaamheid voor het onderwijs van de yoga vast te leggen, verklaren dat :INGELS Wilfried door onze zorgen een volle- dige initiatie in de basistechnieken ter voorbereiding van het yogalesgeven heeft gekregen.Verklaren bovendien dat HIJ met succes de examenproeven over de hiernavolgendestof heeft afgelegd : de anatomie van het bewegings- en zenuw- stelsels , de algemene en op de yoga toegepaste fysiologie, de filosofie en de psychologie van de yoga, de didaktiek en de methodenleer van de yoga, dit overeenkomstig hetpro- gramma, opgesteld door de belgische yogafederatie(vzwd gesticht in 1964, erkend door het ministerie van nederlandse cultuur onder het nummer :b.l.o.s.o. 33/212, lid van het olympisch comitee en de europese yoga-unie). Dientengevolge kennen wij HEM de titel van Yogacharya toe en verlenen HEM dit bekwaamheidsdiploma.
De drager de voorzitterdesecretaris de leraars w.ingels D.Jurgens;G.Janssens. Van Lysebeth 19/05/1974+ 3 onleesb.
In het midden van de sticker staat in het wit het item OM (daarover zal er later nog uitleg gegeven worden). OM is in sankrietschrift geschreven, op een rode (rijke) ondergrond waarop in het zwart Halâsana staat afgebeeld : de ploeg (houding ) die het geduld verzinnebeeldt waarme- de men de yoga dient te benaderen. In boogvorm worden daaronder de bijkomende resultaten van de yoga-beoefening voorgesteld : Evenwicht & Gezondheid -Harmonie & Vrede . Tenslotte onderaan de naam van de vereniging Halâsana Maldegem. Deze sticker heb ik zelf ontworpen zonder veel studie of oefenwerk. Alles kwam vloeiend te voorschijn en werd aanvaard zonder wijzigingen.
-6-- WEL en WEE van HALÂSANA. Los van mijn opleiding tot Yogacharya heeft Halâsana steeds gestadig verdergeploegd op de yoga-akker. De bekendheid van onze verenigng breidde zich langzaam uit naar de om- liggende gemeenten en zelfs uit Zeeuws-Vlaanderen kwamen de cursisten afgezakt.De zaal van het Jeugdhuis werd vlug te druk door ons bezet.Aangezien de oefenzaal ook door ande- re verenigingen en jeugdwerking werd bezet, was het al vlug een ganse karwei om de oefenzaal voor ons bruikbaar te ma- ken. Afhankelijk van de soort bijeenkomst of spelen die in de zaal hadden plaats vonden, diende er bijna een ( grote ) op- kuis te gebeuren.Het was tevens onmogelijk geworden om iets, wat het ook zij, op te bergen. Er werd dus uitgekeken naar een andere vestiging.De toenmalige K.O.O.(het huidige O.C.M.W) werd onze redding . In de oude gebouwen van de vroegere kloosterboerderij was er een open hooischelf. Gezien de centrale ligging werd het aanbod aanvaard ... ! De stielmannen die toen lid waren van HALÂSANA - o.a. Remi Verstrynge (leraar houtbewerking aan het K.A. (Koninklijk atheneum ) van Maldegem, die optrad als de ontwerper en vakkundige leidsman tijdens de werken - hebben op zijn aanwijzingen van die hooischelf een yoga- zolder gemaakt , boven en onder geïsoleerd,en uitgerust met met electrische verwarming.Ons geld was op, maar we had- den een eigen vestiging die later nog zou verbeterd worden naarmate de kas het aankon.Na ruim 140 werkuren was de open schelf veranderd in een waardige oefenfenzaal die stilaan bekendheid verwierf met de naam "yoga-zolder ". De verhuis had plaats in het najaar van 1969. Het verlaten van het vertrouwde Jeugdhuis heeft ons wel enkele leden ge- kost. Er waren mensendie om een ofandere reden de over- stap niet aandurfden . Een kleine politieke oprisping had on- dertussen een duidelijke zuivering onder de leden veroorzaakt maar Halâsana was er niet rouwig om.We bevonden ons a. .h.w. op neutraal terrein en dat paste tenslottebeter bij het doel van de vereniging. De ploeg kon aldus ook rustiger verderploegen ! Op woensdagnamiddagen werden er zelfs door enkele jonge medewerkers yoga-lessen georganiseerd voor kinderen. Deze activiteit heeft slechts enkele jaren stand gehouden . In het archief vinden we inschrijvingslijsten van 1970 tot 1975. In 1975 was er een stop.Ik lees onderaan de ledenlijst : Wegens zeer geringebelangstelling werden de lessen voor de kinderen gestopt, de niet opgebruiktelessenkaarten werden terugbetaald.De ware reden van deze stop hebben we nooit kunnen achterhalen. Enkele van de oudste kinderen werden toen toegelaten bij de volwassenen. De lesavonden. Er waren in het begin twee vaste avonden per week, maar toen er nog twee lesgevers bijkwamen werd het aantal avon- den uitgebreid tot vier. Niet iedereen kon aanvaard worden om vooraan plaats te nemen en daardoor ontstond een moei- lijke periode in 1974 en 1975. Tenslotte had niemand een erkend diploma en toch was er een zekere selectie nodig. We kregen daardoor in Maldegem een ander yoga-groepje dat het neutrale terrein verliet. Lang heeft dit echter niet ge- duurd, maar toch waren dit onaangename toestanden. Ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van de vereniging werd er feest gevierd. Dit ging gepaard met een opendeur- dag van de zolder.Zo kon het grote publiek een kijkje nemen op de yoga-zolder.We haddentoen reeds een bibliotheek met 130 boeken en een paar tijdschriften van andere verenigingen. Nog was Haläsana niet mee opgestapt met de algemene trend in de Federatie. Daar werd de yoga nog altijd op devotionele wijze vooropgesteld.Er werd wel geproken over Patañjali en zijn Sütra's, met -inderdaad- deyoga-dârsana(zienswijze of filosofie ).Vele boeken zijn er geschreven en vele vertalin- lingen werden er voorgesteld om deze sutra's uit te leggen. Helaas met grote onderlingeverschillen in betekenis. Dit naar- gelangdezienswijze van de Gurus-vertalers of uitleggers. Naast de yoga-zienswijze (of filosofie) zijn er in India nog vijf andere, die min of meer actief voortbestaan en oorzaak zijn van vele verwarringen die de ronde doen. Halâsana bleef op de vlakte in de vaste overtuiging weldra de ware Guru te le- ren kennen .Wij hadden nochtans een reeks yoga-boeken waarin de nodige uitleg stond over diverse houdingen, maar geen duidelijke taal over de yoga-filosofie waar we ernstig naar op zoek waren. In tegendeel, de verwarring werd nog groter bij het lezen van het boek RAJA-YOGA van Swami Vivekananda , waar de vertaler de wens uitdrukt : " Moge Raja-yoga bijdragen tot versterking van het reli- gieus besef ,en tot een betere harmonie der verschillen- de geestelijke stromingen". Een van deze godsdiensten of religieuze stromingen bleek inderdaad de Vedanta-ziens- wijze van de auteur, die in zijn voorwoord verklaarde : " De aforismen van Patañjali zijn de hoogste autoriteit over yogaen vormen haar handboek.De andere filosofen, hoewel op enige filosofische punten afwijkend van Patañ- jali, hebben als regel aan zijn methode van oefening de voorkeur gegeven". De vraag bleef open :Waar is de Guru die ons de Yoga-filosofie zal uitleggen ? Uit mijn notaboekje 1968. 1° Het verschil tussen Yoga en gymnastiek.Vlg. Indra Devi. "De yoga-äsana's zijn een kunst toegepast op de anatomie van het levende lichaam terwijl gymnastiek een vorm van in- genieurskunst is, toegepastopde spieren van het lichaam. De yoga beoogt niet alleen oppervlakkige spierontwikkeling. Haar houdingen zijn bedoeld om de functies van het gehele lichaam en gans het organisme te normaliseren, om de wil- lekeurige ademhalingsprocessen , de bloedsomloop, de ver- tering, de stoelgang en de stofwisseling te regelen en om de werkzaamheid van alle klieren en organen, zowel als het ze- nuwstelsel en het denkvermogen te beinvloeden.Dit resul- taat wordt bereikt met diepeademhalingterwijl het lichaam verschillende houdingen (âsana's ) aanneemt".
2°Het belang van de ademhaling. Vlg. Selva Raya Yesudian. "Uit aarde werden wij genomen, dus eten wij vaste spijs. Met water werden wij gekneed, dus drinken wij vloeistof . De geest echter maakt die samenstelling levend opdat de mens kan worden. Terwijl wij zonder vaste spijzenweken in leven blijven en zon- der water enige dagen, duurt het leven zonder lucht slechts weinige minuten.Wij zien daaruit, dat de samenhang tussen le- leven en adem zeer nauw is en het ademen de belangsrijkste biologische functie is van het organisme".
Een dagbladartikel van 24 januari 1975 . RUIM 100 ENTOESIASTE YOGABEOEFENAARS TE MALDEGEM . " Wij hebben een van de groepstrainingen gevolgd van Halâ- sana Maldegem, een vereniging voor het beoefenen van Yoga die al meer dan vijf jaar bestaat en die les geeft aan 110 le- den in het lokaal langs de Mevrouw Courtmanslaan achter het rustoord te Maldegem. Wij woonden een training van de meest gevorderden bij . Het bezoek aan hetlokaal gaat gepaard met een soort ritueel dat doet denken aan het be- treden van een Indische tempel. Bij de ingang nodigt een be- richt de bezoekers uit de schoenen aan het trapportaal ach- ter te laten.Op kousevoeten bereiken wij langs de trap, be- dekt met een dikke loper, het lokaal afgeschermd met een dik gordijn. Op de vloer liggen 7 gestalten roerloos. Voor- aan de Yogaleraar Wilfried Ingels een baardloze guru de benen kruiselings onderuit op een soort estrade. Het instel- len van ons fototoestel op de figuren voor ons ging met een bezwerende blik in onze richting gepaard zodat wij ademloos het einde van de seance hebben afgewacht.Op bevel van de monotone stem van de lesgever gaan 14 benende lucht in, worden ademhalings- en koncentratie-oefeningen uitge- voerd, en sluit de training meteen sonoor langgerekt OUM- geluid uit zeven kelen. De kursus voor beginners waarin de grondregels van yoga zijn verwerkt, omvat 15 lessen en wordt gegeven op maan- dag. De dinsdag worden de lessen opgevat als groepstrai- ningen voor diegenen die de voorbereidende oefeningen heb- ben gevolgd. De meergevorderden of aspirant-yoga-onder- richters komen de woensdag aan de beurt . Naast de meest diverse lichaamshoudingen (âsana's) energiebeheersing (pra- nayama ) en koncentratie, omvatten de lessen anatomiege- sprekken en diskussieover yoga-onderwerpen. De donder- dag is voorbehouden voor de meest gevorderdenen omvat- ten groepstrainingen in âsana's en ademhalings- en koncen- tratieoefeningen als inleiding tot meditatie, de hogere tre- van de yoga".
Kort na de viering van het vijfjarig bestaan van Haläsana, zag ik tijdens een bijeenkomst van de B.Y.F. in de boekenstand an P.Meganck een boek 'PATAÑJALAYOGA', auteur Gaspar M.Koelman s.j.
Omwille van zijn titel maakte dit boek een overweldigende indruk op mij.De vermelding s.j. was eveneens een blikvan- ger voor mij en ik dacht onmiddellijk : zou het kunnen... ? Ik kocht het boek zonder verder nadenken en nam het mee naar huis. De ontnuchtering was echter geweldig toen ik de inhoud even raadpleegde. Wat een streng-overkomendepre- sentatie.Wat een zware engelstalige volzinnen. Wat een een- zame afbeelding op de sobebere kaft.De betekenis ervan zou ik slechts na een paar jaar begrijpen ! Het boek verhuisde even snel naar mijn privé-bibliotheek, niettegenstaande ik het overtuigend gevoel had dat daar alles in stond, wat ik wilde weten over de Yoga-filosofie en over Patañjali zijn Sutra's. Ik las af en toe een stukje, maar het bezorgde mij telkens hoofdpijn. Mijn Engels was ook niet meer zo goed na meer dan twintig jaar rust en zonder intens gebruik sedert ik de schoolbanken verlaten had. Na de opleiding tot Yogacharya kwam het boek hevig als een soort uitdaging op mij af.Ik zou het kalm aanpakken . Misschien een poging tot vertaling ? Tijdens onze zomervakantie in Spanje deed ik een ernstige poging.Het hoofdstuk III leek mij het geschikte slachtoffer. Het kortste en ook het gemakkelijkste onderwerp ISVARA THE LORD. slechts een negental bladzijden, maar in yoga- middens het veel bediscutieerde item met de indringende vraag of yoga soms een godsdient was. Ik kreeg het voor mekaar en mijn verwachting omtrent de inhoud bevestigde mij met een objectieve en nuchtere 's.j.-uitleg', dat Isvara die in talrijke yoga-boeken steeds als God, de schepper of het op perwezen enz... werd voorgesteld, een andere betekenis scheen te hebben in de zienswijze van Patañjali . Hier kanik niet verder op deze betekenis ingaan , maar één feit was dui- delijk : de Yoga is geen godsdienst. Ik vatte het plan op om naar het adres: Pontifical Athenaeum Poona 14 - India,t.a.v. G. M. KOELMAN een brief te schrijven om hem mede te delen dat ik een yoga-vereniging had , dat ik op zoek was naar de Yoga-filosofie en of hij soms onze Guru wilde zijn. Het was reeds 1975. Het ant- woord liet niet al te lang op zich wachten.Ik geef hierbij , ter mijner ontlasting wat betreft bepaalde uitlatingen t.a.v. som- mige indiaseSwami's, de volledige inhoud. De lezer dient te bebrijpen dat hier een missionaris aan het woord is en nog wel een van de S.J. ! Papal SeminaryPoona- 411.014-10 april 1975. "Mijnheer, Hier is mijn al te lang uitgebleven dank voor uw schrijven van 27/2 hier ontvangen op 4/3. Hou me verontshuldigd ; op het naderen van de eind-exaams is er altijd zoveel werk.Sinds 1 april is het groot verlof begonnen, en het nieuwe schooljaar zal worden ingezet na de eerste week van Juni. Het is wel al- tijd een vreugde en aanmoediging te bestatigen dat mijn boek omtrent Patañjala-yoga gewaardeerd wordt en diepere verkla- ring en inzicht verschaft aan de geinteresseerden. Ja, het heeft me omtrent 30 jaar -toch niet ononderbroken-werk gevraagd maar ik deed het graag omdat ik van 't begin af de rijkdom heb geschat van die typische Indiase geestelijke oefeningen, die voor mij missionaris, zeer belangrijk schenen om in goede ver- standhoudingte geraken met de massa niet-Kristenen in India. Ik verheug me dat U u niet beperkt tot de uiterlijke lichamelijke oefeningen, dieper wilt doordringen tot de meer inwendige gra- den van bewustzijnsbezadiging en verzinking. Het lichamelijke peil is enkel de eerste stap , en in zover dat de ziel in zekere mate afhangig is van lichamelijke toestanden , kunnen die oefe- ningen wel een zekere lichamelijke stilte en vrede teweeg bren- geen die ook de ziel enigerwijze kunnen beinvloeden, maar die- zelfde oefeningen kunnen de ziel niet in haar diepte bereiken en geestelijker maken :daartoe hoeft men de hogere trappen van de Yoga te betreden, om uiteindelijk het doel van yoga te ver- wezenlijken , dat is, het bewustzijn gans te onthechten van het stoffelijke(dat is voor yoga "de verlossing", voor ons Katho- lieken kan die inwendige vrijheid er veel toe bijdragen om ons Kristelijk ideaal te bevorderen).Het is mij ook een grote vreug- de te vernemen dat uw Yoga-groep onafhankelijk is van India- se Swamis, waaronder er velen enkel rijke inkomsten beogen, en anderen er een missionaris werk van maken voor het Hin- douismus zoals ge zegt, met "mantras"en "dikshas"hoofdza- kelijk op Vedanta achtergrond , die pantheistisch is...veel min- der waard dan de theistische Patañjala-yoga ). Iedereen die zijn Katholieke Godsdienst waardeert zou ik met druk aan- raden om op hun hoede te zijn tegenover die Swami's.. gewoonlijk eindigt hun naam met "anand" (= vreugde) -die hier in India dikwijls rijkelijk leven. (.nota van mij : Koelman geeft geen verdere uitleg, maar ik denk dat hij hier Bagwan Rajneeshen de weelderige Ashram bedoeld, die eveneens in Poona gevestigd was ). Zelfs de boeken of vertalingen uit het Sanskriet door die Swamis uitgegeven zijn niet getrouw aan de Patañjala-yoga: het is een vervalste voorstelling en een mengsel van verschil- lende Hindoese opvattingen te samen met hun persoonlijke gedachten.Yoga heeft zeker beter ingezien dan onze Wester- se wijsbegeerteengeest-leer de nauwe betrekkingen en we- derzijdse invloed tussen geest en lichaam. Alhoewel ziele- leven hoofdzakelijk onstoffelijk is, mag men het stoffelijke toch niet zo verdrukken alsof de ziel er geen weerslag van heeft;de"psycho-somatische " betrekkingen werden door de Yoga beter ingestudeerd, alhoewel ons Katholiek geloof (zeker de geestlijke en mystieke schrijvers) die onderlinge in- vloed nooit hebben betwijfeld, maar toch genoegzaam heb- ben ingegaan en uitgelegd.Wat nu uw yoga-kring betreft en de aanvraag om U op te leiden in een dieper begrip van de yoga-stellingen en haar metaphyzieke onderbouw, namelijk de Samkhya -philosofie, wel.... U zult wel verstaan dat dit doorbriefwisseling niet kan geschieden ; dat zou te veel tijd vergen, en het zou verklaringen en terechtwijzingen en vruchtbare gedachten onmogelijk maken.Voor zo iets moet de specialist ter plaatse zijn en moet men ononderbroken het gehele systeem kunnen voorstellen met een goede mate inspanning. Kunt U in België geen Nederlandse of Franse vertaling vinden van Patañjali's aphorismen ? Met drie wer- ken kunt U al het noodzakelijke leren: 1. de Sutra's van Patañjali. 2. het kommentaar van Vyäsa, met naam " Bhashya". 3. het kommentaar van Vachaspati Mishra, met naam "Tattvavaisharadi". In 't Engels bestaat er het boek vanJ/H WOODS"TheYoga System of Patañjnali",Harvard University Press (eerste uit- gave 1927 ), waarin die drie bovenvermelde werken in ' 't Engels zijn vertaald met bewonderingswaardige getrouw- heid.Het zou mij waarschijnlijk zeer moeilijk zijn die yoga- leer in't Vlaams uit te leggen en te verwoorden...na 43 jaren uit Belgie weg te zijn geweest (éénmaal keerde ik naarBelgie terug 3 maanden) en enkel Indiase talen of Engels te hebben gebruikt is het Vlaams van mijn kinderjaren (en geen ABN hoor !) zeer verroest geraakt, dat verstaat ge wel. Nooit zou ik het gedurfd heben mijn boek in 't Nederlands te schrij- ven. Ik ben bereid af en toe een uitleg te geven op bepaalde punten of sommigemoeilijkheden op te lossen ; meer kan ik U niet beloven. Genegen en hoogachtend, G.Koelman.
Dit was de kennismaking met de Jesuïte pater G.Koelman ! De briefwisseling zou stand houden tot kort voor zijn dood in 1991. Zijn 53 brieven die mij en Halâsana de Yoga van Patañjali verklaard hebben, zijn van onschatbare waarde .
Deze eerste brief van G.M.Koelman was in elk geval een welkome aanmoediging om de ingeslagen weg op het yoga- pad voort te zetten, zij het dan zonder rechtstreekse Guru. De aanbevolen werken in het boek van J.H.Woods ,"The Yoga system of Patañjäli" , werden vlug gevonden in de boekenstand waar ik Koelman's boek had aangetroffen. Wonderbaarlijk had ik minder moeite met het Engels van deze auteur, dan met het 'Koelman- Engels' ! Ik heb dit trouwens aan G.M.Koelman medegedeeld toen we later zijn boek vertaalden . Hij reageerde daarop reeds, in zijn tweede brief , maar daarover straks.We hadden dus reeds een klare en aanvaardbare uitleg over de Sutra's, en geva- rieerd commentaar van twee vooraanstaande kenners die naar ons gevoel ook objectieve uitleg gaven. Toch liet het boek "Koelman" mij niet los en langzaam groeide opnieuw een sterk verlangen naar een vertaling. Het zou toch tegen het einde van het jaar 1976 lopen toen mijn voorstel om een vertaling van Het Boek te maken , aan mijn medewer- kers bekend maakte. Spontaan kreeg ik de medewerking toegezegd van twee dames die trouwens later eveneens het diploma van Yogacharya zouden bekomen via mijn oplei- dingsschool. Het waren : Karen Plougheld , een Deense, wonende in Aardenburg (Nederland)en Greny Van Rijssel uit Adegem , deelgemeente van Maldegem. Zij hebben gans het verhaal van de vertaling en de verwikkelingen die er me- de gepaard gingen, meegemaakt tot aan de uitgave in het het voorjaar van 1985. Zonder de toelating echter van de auteur zouden wij het boek niet kunnen vertalen noch uitge- ven en daarom vertrok er op 12 november 1976 een brief naar India , naar het aangegeven adres in het boek , met de vraag en eventuele voorwaarden tot vertalen. Zonder antwoord af te wachten gingen wij aan het werk. Ik had daarbij het lumineus plan om gaandeweg de vertaling een synthese te maken met genummerde zinnen per hoofd- stuk ingedeeld. Het werd a.h.w.een beknopte weergave van soms lange uiteenzettingen, eenvoudiger om er bij het lesge- ven naar te verwijzen.Later is gebleken dat dit een zeer goed gedacht was toen we ook deYoga-sutra's uitgegeven hebben met Koelman.Het jaar was bijna ten einde en we hadden nog geen antwoord gekregen uit India. Dit verontrustte ons enigs- zins wel en er werd op 21 november 1977 beleefd weg om een antwoord gevraagd. Lang bleef dit niet uit. Ik ontving een een brief (nr.2) gedateerd op 5 december 1977. Koelman schrijft mij : " Ik haast mij uw brief van 21 november te antwoorden. Uw vorige brief van 12 november 1976 heb ik goed en op tijd ontvangen ; mijn antwoord daarop heb ik hier verstuurd op 12 januari .Ik zelf verwachtte een antwoord van uwen't we- ge aangaande de voorwaarden die ik in mijn brief had neer- gelegd. Langs beide kanten hebben wij dus gewacht ! Ik wil U en uw meewerkers hartelijk danken voor de verta- ling in't nederlands die nu omtrent voltooid is. Ik herhaal om- trent woord voor woord wat ik in de brief van 2 jan.'77 had geschreven.Mijn eerste reaktie op uw voorstel was natuurlijk een van verheugenis. 't Doet altijd deugd te vernemen dat an- deren ons werk waarderen, en wel zodanig dat zij een verta- ling verlangen en er aan aan 't werken zijn . U hebt goed ge- oordeeld: mijn Grieks-Latijnse vroegere opleiding is zeer blijk- baar. Indien ik dat werk nu ondernam, zou ik zelf ,in plaats van onderdanige bijzinnen in een lange volzin te verwerken beknopte volzinnen aaneen schakelen. Dat U dus dikwijls de oorspronkelijke zinnen moet opbreken in kortere zinnen, en die met bijwoorden moet verbinden spreekt van zelfs. U vermeldt een "samenvattende weergave, opgesteld op de nanier zoals de sutras zijn geschreven ". Ik weet niet of het uw bedoeling is , die "weergave" te laten drukken als aan- hangsel aan mijn werk.Dat kan nuttig zijn.Ook een vertaling van de eigen sutras van Patañjali achteraan aan het boek bijgevoegd heeft ook zijn voordelen .Maar ik dring erop aan dat die twee aanhangsels duidelijk moeten vermeld worden als aanhangsels van de vertaler. Die twee texten zou ik ook eerst willen goedkeuren. Het kan immers gebeuren dat de sutras fijne schakeringen vertonen die in sommige reeds be- staande vertalingen afwezig zijn; De sutras moeten stipt ge- trouw blijven aan Patañjali's gedachtenstroom , en de tech- nische woorden ervan moeten overeenkomen met de uit- drukkingen die ik , na lang en diep nadenken, in mijn werk heb gebruikt; zonder deze overeenstemming van technische woorden ontstaat er verwarring. Ik ga dus gans't akkoord met uw onderneming van een ver- taling. Maar een vertaling van een wetenschappelijk werk moet natuurlijk een volledige weergave zijn van het oorspron- kelijk werk, zonder verkortingen en zonder bijvoegsels in de text (uitgezonderd een eventuele voetnota met de vermelding vermelding dat die van de vertaler is). De Sanskriete texten zijn voor de specialisten zeer belangrijk ; die moeten dus ook voorkomen in het vertaalde werk. De vertaling die U voor- bereid zal ik dus hoegenaamd niet afwijzen; in tegendeel, ik wil U flink aanmoedigen en zal er U zeer dankbaar om zijn. Om de manuscripten mij te doen geworden zoudt U u in be- trekking moeten stellen met onze Missie-Prokuur in Brussel. Ik geef U dus de toelating mijn boek "Patañjala Yoga" in 't Nederlands te vertalen, onder de volgende voorwaarden : 1. Getrouwe en ononderbroken vertaling van het ganse boek, met het herdrukken van alle voetnotas, ook van de Sanskriete aangehaalde bron-texten. 2. U moogt natuurlijk een vertaler's inleiding geven. Ook moogt U er een of twee aanhangsels op't einde bijvoe- gen; met de vermelding dat dezede uwen zijn. 3. De ganse Nederlandse text moet mijn goedkeuring be- komen. 4. Een percent op de verkoopprijs ( in 't Frans "droits d'auteur ") komt mij ook toe. Voor gespecializeerde wetenschappelijke werken is dat,geloof ik, 20 %. "
Wij wisten aldus wat er ons te doen en te laten stond
Er doet zich een kortsluiting voor in de briefwisseling ! De brief van12 januari1977 waarin ons officieel de toelating gegeven werd om het boek te vertalen heb ik nooit ontvan-. gen.De brief van 5december 1977 waarin hij de toelating en de voorwaarden woordelijk herhaalde was wel toegekomen, maar wevonden het niet nodig daarop nog te antwoorden. We zouden rustig verder vertalen en dan , zoals gevraagd een gans pak opsturen per luchtpost. We hadden echter bui- ten zijn zorgen gerekend want plots kwam er een brief van 20/02/78, waarin te lezen stond dat hij na twee maanden wachten vreesde dat ook zijn brief van 5december1977 niet zou zijn toegekomen. Hij gaf wat bedenkingen omtrent moge- lijke diefstal :" Het gebeurt wel eens hier dat lagere postbe- ambten de postzegels van een brief voor't buitenland afscheu- ren om ze dan terug te verkopen (en de brief dan vernielen); de waarde van die postzegels is de helft van hun dagelijkse wedde !Om dit te vermijden schrijf ik U ditmaal ( en nadien meestal) een gewoon " luchtblad "; ik moet dus tamelijk kort zijn..." Ik heb op 1 maart daarop , onmiddellijk een gerusstel- lende brief gestuurd zeggende dat zeer binnen kort alles wat we gedurende die ongeveer 15 maanden vertaal- en synthe- sewerk verwezenlijkt hadden,bij hem zou toekomen. Dit om- vatte : het Voorwoord , de Bibliografie, De inleiding en de hoofdstukken I tot en met VIII , in totaal 224 paginas zwaar Koelman-Engels . Er bleven er nog 56 over waarvan een zeer uitgebreide analytische woordenlijst van 20 bladzijden . De voetnotas waren daar niet bij, aangezien de meeste daar- van getranslitereerde teksten waren uit het Sanskriet of aan- halingen uit Engelse en anderstalige werken uit de voornoem- de bibliografie en wij niet wisten of dit ook voor vertaling in aanmerking kwam. Ons plan was wel, alle voetnotas samen te brengen op het einde van elk hoofdstuk ipv onderaan elke bladzijde . Koelman vond dat prima, en beter dan in zijn oor- spronkelijk werk, zeggende :" ...zo zal de gewone lezer die de bewijskrachtvan sommige uiteenzettingen niet wenst te lezen toch de ware inhoudkennen, waar de gespecialiseer- de lezer deze afzonderlijk kan nagaan, en mijn beweringen kan controleren met originele teksten".De door ons gemaakte vertaling werd door pater Koelman grondig op kde korrel ge- nomen.Hij verbeterde of verduidelijkte onze tekst waar nodig Hij drukte er vooral op dat hij als auteur vooral de nadruk wil- de leggen op het feit dat de taal van de filosofie, want dat is het uiteindelijk , soms moeilijk te vatten is in gewone uitdruk- kingen . Voor ons was dit van onschatbare waarde en het gaf ons de zekerheid dat zijn correcties de nederlandstalige uitgave voor 100%gelijkwaardig zou maken aan de originele engelsta- lige tekst. De gedachtengang van deauteur issoms veelmeer waard dan een woordelijke vertaling van zijn teks . Hij was in zijn ijver om ons te helpen zelfs bereid alle voetnotas te her- tijpen en zelf te vertalen indien nodig , omdat : " ... zeinde Engelseuitgave toch zo klein(gedrukt) zijn, dat de letterzetters velen ervan niet zouden zien." Een overbodig voorstel natuur- lijk want letterzetters zouden er zeker niet aan te pas komen aangzien alles fotografisch klaar en duidelijk zou overgenomen worden .Het heen en weer sturen van de na- te- ziene teksten duurde nog tot begin mei 1980. De volledige en goedgekeur- de vertaling van HET BOEK was toen in onze handen. Er diende uitgekeken naar een uitgever, maar daarzullen we het in een volgende bijdrage over hebben.
DE VERJAARDAG - Halâsana 10 jaar ! Er werden allerlei schikkingen getroffen om deze verjaardag op gepastewijze te vieren. Behalve de leden en hun familie werden ookandereyogaleraars en het bestuur van de B.Y. F. uitgenodigd. Ook de gemeentelijke overheid en een af- vaardiging van de Nederlandse federatie waren op het offi- cieel gedeelte van de viering aanwezig. Hier de uitnodiging . Op zaterdag 27 mei 1978 herdenkt de Yogavereniging HALÂSANA de tiende verjaardag van haar stichting. Te dezer gelegenheid wordt een akademische zitting ge- houden in de raadzaal vanhet gemeenbtehuis Maldegem Centrum. Aanvang 17.30 uur.De leden en het bestuur van Halâsana zouden hetzeer op prijs stellen U persoon- lijk op deze plechtigheid te mogen begroeten. Programma : - Verwelkoming. - Toespraak"Tien jaar Haläsana"door de stichterW.Ingels. -Toespraak "Yoga en Kultuur te Maldegem" door de Voorzitter van de Kultuurraad. Dhr. R. Michiels. - Toespraak "Uitwerking van de yoga-houdingen op de gezondheids toestand van het lichaam" door gastspreker Dr. J.W. Nijholt, fysio- en Yoga- therapeut, Stichting Yoga-Nederland. -Receptie. 's Avonds stond een verjaardag-dîner op het programma , opgediendin het gasthofDe Roode Leeuw, te Aardenburg.
Over deze viering werd erin de pers uitvoerig geschreven. Op 31 mei 1978 verscheen volgend artikel: YOGA HALASANA vierde haar tienjarig bestaan. MALDEGEM. De Halâsana-leden uit Maldegem en omlig- gende vierden met fierheid het 10-jarig bestaan van hun yoga- club meteen academische zitting in raadzaal van het Malde- gems gemeentehuis.Deze zitting werd bijgewoond door schepe- nen en gemeenteraadsleden, de beheerraad van de gemeente- lijke culturele raad , Het Halâsana bestuur met Wilfried Ingels, Karen Plougheld, Pol de Bruycker, Ronny Mariman, Greny Van Rijssel en Willy Verschoore. Eregasten waren Mevr.Van Peteghem van de Belgische yoga-federatie en Dr. Nijholt J.W. van de Stichting Yoga-Nederland . Na het welkomstwoord van voorzitter Wilfried Ingels(Malde- gem) hoorden we van de stichter van Yoga-Haläsana een korte historische schets met anecdotes, geput uit de jaarver- slagen van Halâsana.
BEGRIP. Op 10 april 1968 werd van wal gestoken met yoga als even- wichts gezondheidsharmonie-en vrede-oefeningen met 5 men- sen, waarvan er nog twee op dit lustrum werden begroet. De stichting ging gepaard met de nodige ruchtbaarheid door arti- kels in het plaatselijk weekblad.Gestart in het jeugdhuis werd gestreefd naar een eigen lokaal,dat men vond op een opgekal- afaterdehooizolder van een gebouw van het rustoord. In1969 kwam de doorbraak met Yoga-lessen ook te Eeklo enover de Nederlandse grens. Sedert 1974-1975 is Yoga-Halâsana een begrip geworden . De H. Michiels, voorzitter van de cultu- rele raad schetste het meeleven van Yoga Halâsana in het Maldegemse volksleven en stelde Halâsana voor als het mid- del om weer "zichzelf"te zijn. Schepen De Jaeger (jeugd en cultuur)dankte om het gepresteerde gedurende die tien jaren ten bate van de bevolkingen overhandigdeherinneringste- gels aan de bestuursleden en eregasten. De feestrede kwam van dr. NIJHOLT. Hij stelde Yoga universeel en populair, waarbij de gespannen mens een punt zoekt om tot rust te komen Een levenstechniek in lengte en breedte, maar ook in de diepte Het schenken van de erewijn bracht hoopvolle woorden in dezaal voor verdere groei en bloei vanYoga Halâsana Maldegem
Op woensdag7 juni 1978. Halâsana bracht 10 jaar Yoga mee voor Maldegem. Maldegem. Halâsana vierde het 10-jarig bestaan van de yoga-vereniging met een stijlvolle receptie in de raadzaal van het gemeentehuis, een feestelijk banket en een wandeltocht in het Drongengoed. Op de akademische zitting belichtte Dr.Nijholt van de Nederlandse Yogastichting het universeel karakter van Yoga.Richard Michiels, voorzitter van de culturele raadlegde het aksent op de intensieve werkingvan de vereniging in de afgelopen 10 jaar heeft geëxposeerd. Hierbij wees Michiels op de medewerking van Halâsana aan talrijke kulturele manifestaties in het raam van de jaarlijkse kulturele week te Maldegem . Een flits uit het rijk arsenaal dia- en filmavonden, yoga-demonstraties, gespreksavonden over de eeuwenoude filosofie achter de yoga, laat vermoe- den dat Halâsana ook op kultureel gebied heel wat te bieden heeft. In het retrospektief beeld van 10 jaar Haläsana dat Wilfried Ingels ,stichter en voorzitter van de yoga-vereniging ophing, kon dit vermoeden enkel maar versterken.Halâsana letterlijk vertaald "de ploeg" trok de eerste voren op de yoga -akkerop 16 april1968 . Tot eind1969 vonden de yoga -beoefenaars een onderkomen in de Doomzaal van het Jeugdhuis. De stijgende belangstelling te Maldegem en de groeiende toeloop uit de grensgemeenten leidde in 1969 tot de definitieve doorbraak .Er kwam een tweede lesgever en een grotere spreiding in de lessen...en een eigen lokaal. De toenmalige KOO stelde een hooizolder beschikbaar in het rustoord. Vrijwilligers timmerden 140 lange werkuren , er ging een subsiedieaanvraag naar het gemeentebestuur en " de fakirs van de zolder "kregen het voor mekaar. Tijdens de open deur bij het eerste lustrum in 1973 prezenteerde Halâsana een volwaardig yogalokaal met ge- luiddempende matten , frisgekalkte muren versierd met het Halâsana-embleem en een bibiotheekmet 130 boeken en tijdschriften over de filosofische achtergrond van de yoga . Hetzelfde jaar sloot de vereniging aan bij de kultu- rele raad. EVOLUTIE. In 1974 en 1975 ging het niet voor de wind. Depaarden aan de ploeg begonnen in verschillende richtingen te trekken en in minder dan twee jaar verlieten vier vaste medewerkers het Halâsanateam . Van de vijf mensen die tien jaar geleden aan de wieg stonden zijn er momenteel nog twee over . Het ledenaantal daarentegengroeideboven de 100 en daar- naast heeft Halâsana een bloeiende nevenafdeling in Biervliet (N) met 60 aktieve yoga-beoefenaars. Dr. Nijholt fysio- en yoga-terapeut ,belichtte in zijn gelegen- heidstoespraak het universeel karakter van de yoga en de funktie van deyogatechnieken op de harmonische opbouw van lichaam en geest . Hierbijwees hij op de wisselwerking die ontstaat tussen de leraar en de yoga-beoefenaar.Wie tien jaar Halâsana intens heeft meegeleefd is geestelijk gegroeid naar een diepmenselijke persoonlijkheidmeteen warm hart en een helder hoofd, aldus Nijholt die besloot met het gedicht " Als de ziele luistert " van ons aller Guido Gezelle. Als dank aan de man die helemaal uit Amelo was gekomen om de viering luister bij te zetten, overhandigde WilfriedIngels een proefschrift overPatañjala-yoga door Ingels uit het Engels vertaald , naareen werk van Koelman. SchepenDe Jaeger zwaaide het wierookvat voor de fakirs van de hooizolder en reikte herinneringstegels uit. En om het hoofd helder te houden werd de receptieafgerondmet heerlijk koel tomatensap en onschadelijk druivensap.
(moeilijkheden 1974-1975, zie -5-Wel en wee van Halâsana).
Na de viering van het tienjarig bestaan van Halâsana, hervatten de gewone activiteiten. Zoals in de toespraak van de voorzitter van de kulturele raad werd vermeld, werden er af en toe andere manifestaties op de dagorde geplaatst . Die waren dan toegankelijk voor alle geïnteresseerden , ook niet leden.Ter illustratie daarvan laat ik hier een voorbeeld volgen : het persknipsel komt uit het plaatselijk weekblad
YOGA.Haläsana - Maldegem. 1978.
Traditiegetrouw zal er op zondag 12 november a.s.een bijeen- komst gehouden worden op de zolder (Mevr.Courtmanslaan ). Begin stipt om 14 u.. Einde voorzien op 17.30 u. Als bijdrage aan de culturele verheffing en de algemene ontwik- keling van de yoga-beoefenaars hebben wij voor het jaar 1978 een uitzonderlijke voordracht over ons eigen erfgoed : "Oud-Europese Myten en enkele aspecten van hun ontwikke- ling tijdensde vôôr-Christelijke beschaving van de Europese volkeren".Voordrachtgeverde heer Rik van de Rostijne (licen- ciaat geschiedenis en leraar moraal aan het Kon. Atheneum te Maldegem ) zal ons gedurende ruim 2 uur onderhouden over dit onderwerp en talrijke dia's ter illustratie vertonen. Alle leden van Halâsana , en ook hun vrienden belangstellen- den, worden vriendelijk uitgenodigd om deze namiddag vrij te houden. Iedereen is welkom . De leden van Halâsana mo- gen deze bijeenkomst gratis bijwonen. De niet-leden betalen een bijdrage van 40 fr.
Eind november laat Koelman mij weten : "Het kan U misschien interesseren dat ik onlangs een brief ontvangen heb van een franse firma :"Editions du Seuil" in Parijs. Ze hebben mij een exemplaar gevraagd om te zien of een franse uitgave het frans publiek zou kunnen aanstaan . Mogelijk komt er dus ook een franse uitgave : een priester die hier bij mij geweest is gedurende zijn bezoek in India, en die Engels kent, zou dan voor de vertaling zorgen; feitelijk is hij het die bij die uitgevers er op aangedrongen heeft want hij heeft ook veel te doen met yoga. " Ik heb nooit de naam van deze priester gevraagd maar ik ver- moed dat het om Déchanet gaat ,waarvan wij ook een paar boeken in de bibliotheekhadden o.a." De weg der Stilte" en "Yoga in tien lessen ". Twee jaar later, toen ik aan Koelman vroeg hoe het met de franstalige uitgave stond liet hij mij weten: (13 april 1982) "De uitgevers die het boek gestudeerd hebben, waren vol lof voor de wetenschappelijke waarde van het boek , maar achtten dat het geen boek was voor het gewoon publiek; de echt geïnteresseerden die de fijnheden van Yoga wilden kennen zouden wellicht genoeg Engels kennen om de Engelstalige uitgave te lezen. En zo..., is dat ook in 't water ge- vallen . Ik twijfel er erg aan dat het boek in andere talen zal vertaald worden, het is te gespecialiseerd en kan enkel specia- listen aantrekken . Hier in India is het boek omtrent in alle uni- versiteiten voorgeschreven verplichtende lectuur voor de graad in filosofie. Ook in vele landen waar de voertaal Engels is, wordt het boek aangegeven als " Het meesterboek" , als het meest gezaghebbend . Dat is zo in Amerika , in Engeland enz...Ge noemt in uw brief Georg Feuerstein .Die is leraar aan de universiteit van Manchester in Engeland. Drie of vier jaar geleden schreef hij mij om zijn dank uit te drukken na het le- zen van mijn boek . Hij vroeg mij dan of ik erin zou toestem- men mijn naam in te sluiten in een soort ere-raad van deYoga -vereniging die hij heeft gesticht .Ik heb daarin niet toegestemd. Onlangs nog in een Amerikaans tijdschrift zegde de auteur "op gebied van zuivere Patañjala-yoga is deze yoga-studie zelfs beter dan die van M. Eliade en J.W. Hauer . Het is een 'must' voor de verdere serieuze studie van "Yoga" .
Wat ben ik ver afgeweken van de Synthese die thans aan de gespecialiseerde controle van Koelman werd onderworpen. In april 1979 komt eindelijk de Synthese van het boek terug uit India, samen met een voorwoord Hij laat eveneens weten , maar dat voor wat later,dat hij voor een nauwkeurige en klare vertaling van de Sutra's zal zorgen uit de oorspronkelijke Sanskrietteksten. Het zou moeilijk anders gekund hebben, maar ook in de ver- sie van deze samenvattende Synthese heeft hij hier en daar de nodige verbeteringen of wijzigingen aangebracht.Hij drukt zich als volgt uit " Ik heb me zelfs veroorloofd hier en daar een klein zinnetje bij te voegen.Ik, als auteur, kon zo iets doen omdat voor mij de gedachten zeer klaar zijn; voor U zou dat moeilijk geweest zijn . Ik had ook de indruk dat uw vertaling soms te letterlijk was; ja ik versta, gij durfdet zulke vrijheid niet hebben om mijn gedachten niet te verraden ".
Tijdens de zomer van 1979 werd de Synthese gedrukt in een bestuursdrukkerij waar een van onze bestuursleden werkzaam was. De tekst is het werk van mijn vrouw, Dora Eeckhout, getypt op een bladspiegel van 12 op19 cm, en en telt 96 blad- zijden.Op de omslag staat aangegeven :
Verdere uitbreiding ,en handleiding voor lesgevers.
-11-
Verdere uitbreiding en handleiding voor de lesgevers.
Het jaar 1979 was wel een zeer bewogen jaar . Ik onderging een dringende chirurgische ingreep die mij van begin sep- tember tot eind december zou uitschakelen . Zoals later uit het jaarverslag zal blijken, heeft dit op de normale werking van de vereniging geen merkbare invloed gehad. In het jaaroverzicht, opgesteld door Paul De Bruycker aan wie de algemene leiding voorlopig was toevertrouwd , lezen we dat er op dit ogenblik 50vaste leden waren en 5 medewerkers.Tel daarbij de mensen van de beginnerscursussen, dan kunnen wij stellen dat er jaarlijks een honderdtal mensen aktief yoga beoe- fenen op onze zolder.Er waren zoals op andere jaren op de zol- der twee beginnerscursussen, één aanvangend met de lente en één in de herfst. Er waren telkens meer dan 20 deelnemers . De cursus omvatte 15 lessen . Het lesgeven breidde ook uit naar Eeklo, Aalter , Biervliet en Aardenburg. Verder waren er op de zolder nog drie vaste avonden voor hen die reeds een beginnerscursus gevolgd hadden en lid waren van Halâsana. Ook was er gestart met een gespreksavond voor hen die wensten deel te nemen aan de werking, als aspirant-lesgever Het was eveneens noodzakelijk dat allen in dezelfde richting zouden blijven kijken , en daarom werd het nodig om samen bepaalde richtlijnen op te stellen. Ik was ondertussen ook be- gonnen met een algemene handleiding voor de yoga-leraars . Daarin werd niet enkel de praktijk maar ook de theorie om- trent de yoga-filosofie, samen met een historisch overzicht van het ontstaan en de ontwikkeling van yoga in 't algemeen voorgesteld .De thema's van deze gespreksavonden gingen tot dan toe over meditatie , voeding, prana en pranayama, en specifieke yoga-terminologie die noodzakelijk en van fundamenteel belang waren om de verdere theoretische uit- eenzettingen i.v.m. de yoga-därsana (zienswijze offilosofie) te kunnen begrijpen: nl. Prakrïti ( de materie ) en het begrip Guna dat in vele yoga-boeken als een hoedanigheid van Prakriti werd uitgelegd, terwijl het volgens Patañjäli de wer- kelijke bestaande Prakriti is. Te Aardenburg werd de eerste onderafdeling van Halâsana gesticht door onze medewerkster Karen. Haar oefenlokaal bevond zich op de ruime zolder van het statige burgershuis dat volgens het uithangbord boven de deur de naam droeg "Het Huis de PLOEG". Wie gelooft in toeval ?In werkelijk- heid was dit een historische gebeurtenis. De yoga-beoefe- naars uit de grensgemeenten hadden hun eigen oefenlokaal. Zij konden eveneens de bijeenkomsten te Maldegem bij- wonen indien zij dit wensten. Na Aardenburg kwam ook de uitbreiding naar Eeklo waar eveneens beginnerscursussen gegeven werden. Daarna was het de beurt aan Aalter. De zolder te Maldegem bleef ook open gedurende het groot verlof . Onze penningmeester R. Mariman was daarvan de initiatiefnemer, en met succes.Vanaf 9 september werd ik uit- geschakeld , maar alle activiteitenen planning voor een yoga -weekend te Cadzand (Nederland) bleef behouden. Mevr.G.Van Rijssel bracht de beginnerscursus op de zolder tot een goed einde, R.Mariman vervolledigde de lessenreeks te Eeklo en P. de Bruycker nam de algemene leiding op zich samen methet geplande weekend van 3 tot 4november in het Oecumenisch Vormingscentrum HEDENESSE.Alle me- dewerkers spanden zich in om de werking optimaal te hou- den. Er werd eveneens deelgenomen aan de algemene jaar- vergadering van deFederatie waar er toen sprake was van een splitsing in een Nederlandse- en een Franstalige-afde- ling.De uiteindelijksplitsing zou er slechts komen tegen het einde van 1980 . Als voorzitter van Halâsana zal ik in de- ze v.z.w. eveneens tot het dagelijks bestuur toegelaten worden , een welkome gelegenheid om dePatañjala-theo- rieen andere zaken voor te stellen. Tegen het einde van het jaar kon ik stilaan de activiteiten her- vatten.Ik had ondertussen reeds verder gewerkt aan de hand- leiding voor de lesgevers.Deze was ondertussen uitgegroeid tot een overzichtelijk yoga-boek waarin niet alleen de lessen werden uitgelegd. Het begon met een kort overzicht van de geschiedenis van Halâsana, het begin en de eerste jaren van zoeken en raadplegen. De "ontdekking" van G.M.KOELMAN , een omschrijving van de betekenis vande yoga ,een korte toelichtingover de verschillendetreden of fasen waaruit de Yoga bestaat : 1°-het lichamelijk gedeelte, houdingen en technieken. 2°- het etisch gedeeltewaar de denkfunctie aan bod komt. 3°- het psychologisch gedeelte of het leegmakenvan de denkfunctie. 4°- het metafysisch gedeelte met de zelfrealisatie waarover later uitgebreid in de filosofie wordt gesproken. Er komen dan enkele vragen zoals : hoe moet men de yoga benaderen ?, hoe zal men op de les verschijnen ? ( kledij-uit- rusting )- , voorzorgsmaatregelen enz.. Op het einde van het boek dat 129 bladzijden telt, komen de afbeeldingen van de aan te leren houdingen Dit handboek voor de lesgevers wordt tot op heden nog ge- bruikt door hen die vanuit Haläsana Yogacharya werden. Dat mijn medewerkers tijdens mijn afwezigheidook zelf aan hun vervolmaking gewerkt hadden bewijst de deelname aan een Yoga-weekend . Karen Plougheld en Paul de Bruycker togen op weekend bij Rama Polderman, de bekende Nederlandse arts en yoga- therapeut, om hun yoga-bagage te verrijkenen nieuwe tech- nieken en inzichten aan te leren.Het was hen eveneens de bevestiging van hun eigen mogelijkheden .Paul zou trouwens voorzitter worden van Halâsana Eeklo, de yoga-vereniging die nu reeds sedert meer dan 20 jaar ononderbroken begin- nerscursussen inricht.
KOELMAN de LICHAAMSHOUDINGEN(ÂSANA'S ). In "Handboek voor Yoga", een boekvan Georg Feuerstein, wordt Koelman 's boek vermeld bij de waardevolle studies van de klassieke Yoga. Over de lichaamshoudingen of âsana's is er niet veel bijzonders aan te treffen. Hij zegt wel dat de lichaamshoudingen of âsanas zeer belangrijk zijn, maar zelf geeft hij er geen verdere aanwijzingen over dan deze :"Vele lichaamshoudingen worden meestal beschreven in boeken over Hatha-yoga . Vele van deze houdingen hebben vooral de hygiëne als doel, en het voorkomen van ziekten. Andere zijn zuiver akrobatische toeren (hij heeft ze , naar ik verneem ook nooit zelf uitgeoerd ) Het pleit ten gunste van de Patäñ- jala-yoga, slechts deze houdingen aan te bevelen welke niet te veel inspanning vergen en toch de slaperigheid en vadsigheid tegen gaan. Loomheid en slonzigheid, toegeven aan gemak- zucht in de lichaamshoudingkunnen klaarblijkelijk de concen- tratie van het denkorgaan niet bevorderen.Aan de andere kant is een houding die te grote inspanning vereist niet geschikt voor een langdurende concentratie. Te veel spanning is niet alleen vermoeiend maar vereist zodanig veel aandacht , dat er voor de yogi maar weinig meer overblijft voor de concentratie" De houdingen in ons handboek voor beginners werden dus geput uit diverse yogahandboeken. Het zijn de meest gekende basishoudingen die voor beginners gemakkelijk aan te leren zijn. Zij leiden tot de vaste zithouding waar de beoefenaar moet toe komen om de verdere treden van de yoga-beoefe- ning te kunnen uitvoeren.
In de volgende aflevering komen de Sutra's aan de beurt.
De kennis van de klassieke yoga is bijna volledig gebaseerd op de yoga-sutra van Patañjali. De yoga-sutra is in principe een systematische verhandeling over de betekenis van de yoga-theorie en de toepassing ervan. Ze werd naar alle waar- schijnlijkheid op schrift gesteld door een zekere Patañjali die leefde in de tweede eeuw V.C. .In zijn boek "Textbook of Yoga" ,schrijft de auteur Georg Feuerstein (hierboven reeds aangehaalde schrijver):" Het strekt Patañjali tot eer dat hij de yoga een homogeen denkstelsel heeft gegeven dat zich kon meten met de vele rivalen zoals de Vedanta, de Nyaya , en zeker met het Boedhisme." De yoga-sutra omvat 195 aforismen (ook sutra's genoemd). Dit zijn kernachtige zinnen die van buiten konden geleerd worden en op deze wijze zeer gemakkelijk mondeling wer- den doorgegeven. Het geheelwordt ingedeeld in vier hoofd- stukken of boeken nl.: 1°Samadhi-pada (trede van concentratie of enstase), 51 sutra's. 2° Sadha-pada (trede van de actie), 55sutra's. 3° Vibhuti-pada(trede vân de wonderbare gevolgen), 55sutra's. 4°Kaivalya-pada (trede van de isolatie) ,34sutra's. Deze bepalende omschrijving geeft ons een beeld van wat we ons over de Yoga-sutra moeten voorstellen. Over Patañjali is er niet veel met zekerheid geweten tenzij dat hij geboren werd te Gonarda , in het oosten van India. Een datum is niet bekend en zelfs de eeuw waarin hij geleefd heeft is niet met zekerheid gekend.Naaralle waarschijnlijk- heid is dit rond de2de of 3de eeuw V.C. Wat vast staat is het feit dat Patañjali algemeen aanzien wordt als de autori- teit op gebied van yoga. Dit betekent echter niet dat alle commentatoren die over de yoga-sutra hun commmentaren hebben geschreven, steeds trouw gebleven zijn aan de ziens- wijze diePatañjali erin weergegeven heeft. In vele gevallen worden er bijkomende uitleg of omschrijvin- gen gebruikt die afkomstig zijn uit andere leerstellingen.Wat echter nog meer tot nadenken stemt over de originaliteit van dergelijke commentaren is het feit dat er ook wel aforismen aan toegevoegd worden om hun eigen zienswijze in overeen- stemming te brengen met deze van Patañjali. De bijzonderste en meest betrouwbare commentatoren wer- den mij door Koelman reeds vanaf zijn eerste contact met Halâsana aanbevolen. Het zijn Vyasa en Vacäspati-Mishra waarvan de commentaren op meesterlijke wijze samenge- bracht zijn door H.Woods in zijn boek "The Yoga-system of Patañjali" Harvard University Press. Wat er ook kan ge- zegd worden over de vele vertalingen en commentaren die in het Westen de ronde doen ( wij hadden reeds lang deze- kerheid, gezien de grote verscheidenheid ) is, dat de eigen filosofie van de moderne auteurs op de voorgrond prijkt. Geen van allen hebben ons bij Halâsana kunnen overtui- gen van de volledige overeenstemming met de originele tek- sten . Door het werken aan de vertaling van het boek van Koelman , waarin herhaaldelijk gewezen wordt op de sutra -teksten , groeide de overtuiging dat we op goede weg waren en dat onze verklaringen en publicaties in niets dienden onder te doen tegenover deze van andere yoga -verenigingen .Onze vraag aan Koelman om een klare en duidelijke vertaling (al zou het in verroest Vlaams zijn !), zou ons nog meer geloofwaardigheid geven. Koelman bleek in werkelijkheid geen onbekende kenner in de yoga -wereld. De vertaling van desutra heeft ongeveer drie jaar in beslag genomen en talrijke brieven zijn van en naar India gevlogen vooralleerhet boek met de yoga-sutra van de drukker kwam. In het najaar van1977 had ik voorgesteld om bij de vertaling van het boekeen synthese en een vertaling van de sutra's toe te voegen. Er kwam vlug een antwoord. met de brief van 5 december :"U vermeldt een samenvattende "weergave" van de synthese, op de manier waarop de sutra's zijn geschreven. Ik weet niet of het uw bedoeling is die "weergave" te laten drukken als aanhangsel aan mijn werk. Dat kan nuttig zijn. Ook een vertaling van de eigen sutra's van Patañjali achteraan aan het boek bijgevoegd heeft ook zijn voordelen . Maar ik dring erop aan dat die twee aanhangsels duidelijk moeten ver- meld worden als aanhangsels van de vertaler.Die twee texten zou ik eerst willen goedkeuren. Het kan immers gebeuren dat de sutra's fijne schakeringen vertonen die in sommige reeds bestaande vertalingen afwezig zijn . De sutra's moeten stipt getrouw blijven aan Patañjali's gedachtenstroom, en de technische woorden ervan moeten overeenstemmen met Pa- tañjali's gedachtengang die ik , na lang en diep nadenken, in mijn werk heb gebruikt; zonder deze overeenstemming van technische woorden ontstaat er verwarring". Het zou voor ons niet gemakkelijk zijn om een bestaande ver- taling uit een of ander boek over te nemen, aangezien hij dui- delijk te kennen gaf dat zijn goedkeuring een absolute voor- waarde zou worden .Welieten dit probleem voorlopig nog even rusten. Koelman had echter zelf een voorstel en halfweg 1978 schreef hij :" De bestaande vertalingen van die sutra's staan mij hoegenaamd niet aan, en zeker niet de vertalingen door de Indiërs zelf gemaakt. Zelfs de vertaling van J.H. WOODS in de Harvard University Press in "Lanmann"- serie vind ik in menige plaatsen niet juist, en dikwijls zeer moeilijk te verstaan.Om zo dicht en beknopte teksten als de sutra's te vertalen, is het niet genoeg zeer goed Sanskriet te kennen (ik ben enkel een vonkske tegenover die grote zonnen van Sanskriet-specialisten), maar men moet de filosofie die in de sutra's zo gepersd samengevat is, zeer klaar voor ogen hou- den..., veel geleerden in de taal zijn povere filosofen." -Wij hadden nogmaals goede hoop, want dergelijke beweringen spreekt men zomaar niet uit. Het bleef echter ongeveer gedu- rende twee jaar stil. Er was immers werk genoeg met de syn- these . In zijn brief van15 juni 1979 kwam het goede nieuws: " Nu ben ik bezig met de vertaling uit het Sanskriet, van de sutra's van Patañjali zelf , het eerste boek is haast klaar. Nooit had ik gedacht dat het mij anderhalf jaar werk zou vragen, maar nu zullen de Nederlandse lezers de waarachtige yoga-leer te kennen krijgen...." Kort daarop kwam een brief van 8 juli 1979 (nr.15) :"Ik ben nog bezig met de vertaling van de sutra's , drie boeken zijn klaar, enkel het vierde blijft nog over. Die vertaling is van na- ture veel zwaarder , omdat de Sanskriete sutra's zo geweldig gecondenseerd zijn...met samenstelling (samensmelten) van woorden die moeilijk (en soms hoegenaamd niet) uitgedrukt kunnen worden in een vreemde taal. Langs de andere kant heb ik getracht zo dicht mogelijk bij de originele Sanskriete tekst te blijven, b.v. : dikwijls het naamwoord behouden waar men in 't Nederlands een werkwoord zou verwachten.Ik weet niet, of gij de bedoeling hebt deze sütra-vertaling ook op te poetsen Gij moogt het doen maar bewaar mijn vertaling zoveel mogelijk... zelfs indien de taal "zwaar" voorkomt ; vele woor- den staan tussen haakjes om de betekenis duidelijk te maken; in het Sanskriet wordt dat dikwijls weergegeven door speci- ale rangschikking van woorden of door grammatische verbui- gingstekens : de speciale manier om woorden aaneen te kop- pelen. Wat tussen haakjes staat is dus geen bijvoegsel van mij, maar wel de echte mening van de sutra." Opnieuw een brief (nr.16) , met het bericht dat de vertaling af is..."maardat ik mijn vertaling (dan natuurlijk in het Engels) met eenconfrater die goed Sanskriet kent wil bespreken en laten goedkeuren." Op 9 december , brief nr.17,: "Gisteren vertrok van hier een Duitse Pater die hier een tijdje verbleef ; deze avond neemt hij het vliegtuig naar Duitsland,vanwaar hij een pakje naar U zal sturen . Het gaat over de vertaling van de sutra's van Pa- tañjali Yoga. Dat is dus ook klaar. In het oppoetsen van deze vertaling zou ik U willen vragen zo weinig mogelijk te veran- deren , omdat ik nauw getrouw gebleven ben aan de Sans- kriete tekst, grotendeels zelfs aan de zinsbouw. Vertalingen van zulke Sanskriete teksten zijn altijd wat zwaar, en zeer gemakkelijk zou men het gedacht verraden indien men die in een zuivere moderne taal zou willen overzetten...iedereen ver- staat dat! Dikwijls heb ik het werkwoord bewaard waar men waarschijnlijk in 't Nederlands het naamwoord zou gebrui- ken; omzetting van de zinsbouw heb ik zover mogelijk verme- Dus alleen dat wat een grammatica fout is kan verbeterd wor- den.Wanneer gij een uitgever hebt gevonden zou ik graag wil- len weten welk formaat het boek zou hebben, meer precies, de drukbreedte van de bladzijden; dat is nodig voor de Sans- kriet sütra's in Sanskriete drukletters , zoals gij mij gevraagd hebt." In zijn brief(nr.18) van Paaszondag 1980:"Beste Heer Ingels .Het is zeker lang geleden sinds ik U laatst schreef . Hartelijk dank voor de Synthese waarvan ik een copij heb ontvangen . Het is netjes gedrukt ...laat ons hopen dat die synthese veel mensen zal helpen om deYoga beter teverstaan. Proficiat.Tot nog toe heb ik de sutra's nog niet overgeschre- ven in Sanskriete alphabet dat is Devanâgari- letters ; dat zal wel komen, vermits we nu in vakantie zijn tot juni ; ik stuur U de teksten dan op wanneer ze klaar zijn. Er is toch geen dringende haast vermoed ik."
volgende bijdrage : Yoga-sutra , vervolg en publicatie.
In het bijzonder voor de meer geïnteresseerden houd ik er aan, enkele van Koelmans's brieven, op de zeer persoonlijke mededelingen na, integraal weer te geven. Ze tonen aan, dat de vertaling van de Yoga-sutra door hem gemaakt , voor altijd van uitzonderlijke waarde zal blijven .G.M.KOELMAN verdient inderdaad in het pantheon van de Sanskriet-kenners zeker een ereplaats naast hen die hij zelf" De grote zonnen " heeft genoemd. Brief nr.19 (2 mei 1980) "U vraagt me om nog verdere hulp... , de Sanskriete text van de sutra's samen, met een transliteratie,een vertaling en een woord per woord vertaling, samen met een woordje uitlleg en verwijzingen naar het basis-boek en naar de Syn- these. Ik ben zo iets begonnen en ik omsluit de eerste twee bladzijden hierin Ik zal natuurlijk getrouw blijven aan het for- maat dat ge hebt aangeduid. De Sanskrieteletters zullen ge- drukt worden hier in Puna, op de afstand die nodig is om de aanhorende andere teksten er tussen te typen. Dat zou mins- tens 50 bladzijden tellen voor de 195 sutra's... een boekje op zichzelf dus! Is het zo iets dat U wenst ? Maar , ik vraag mij af of dat voldoende is voor de drukkerij; die blaren met gedrukte Sanskrietlettersen netjes getypte Nederlandse aan- merkingen , zijn die genoeg voor een "offset-druk" ervan te maken ? ik ken niets van die technieken. Kan men van al die blaren een afdruk maken ?" Brief Nr.21 (11 september 1980) "Deze brief brengt U goed nieuws. Een pater van hier gaat per vliegtuig naar Rome binnen enkele dagen. Vandaar zal hij het pakje opsturen waar gij zo lang naar gewacht hebt. De Sanskriete tekst is gedrukt door "Bhandakar Oriental Research Institute" hier in Pune. Dit instituut doet niets an- ders dan Sanskriete werken drukken, en is dus zeer gespe- cialiseerd .Gewoonlijk nemen ze geen drukwerk aan van iemand anders, enkel nieuwe wetenschappelijke herdruken van oude teksten, of het drukken van werken voor het doctoraat van hen die speciale studies maken omtrent de Oosterse kultuur meestal het Induïsmus. Maar, omdat mijn boek zo gewaardeerd werd door die bijzondere specialis- ten, hebben ze voor mij een uitzondering gemaak ; De druk is wonderschoon, buitengewoon klaar en op schoon papier gedrukt ge zult het zelf bewonderen . Ik had hen gevraagd tussen elke sutra een afstand van 25 mm te laten voor de transliteratie die ik zelf zou typen. In het pakje zult gij ook de nederlandse tekst vinden : eerstde woord voor woord vertaling, dan de leesbare vertaling,en eindelijk een woordje uitleg voor iedere sutra. De woord voor woord vertaling zal "Barbaars" schijnen; iedereen kan niets anders verwachten De "leesbare " vertaling moet gij zover mogelijk handhaven. De vertaling van het Sanskriet die zeer dichtbijde oorspron- kelijke tekst blijft, kan niet een literaire tekst zijn,dat begrijpt iedereen.Maar de nota die elke sutra verklaart, mag wel ge- wijzigd worden, mag ook verkort worden indien gij dat ver- kiest .De Sanskriete tekst en de transliteratie zijn nooit lange- re lijnen dan 12 cm , zoals gij mij hebt aangeduid. En zo is het werk af , wat mij betreft. Het herzien van de korte uitleg na elke sutra zal U ook niet zoveel werk vragen : er zijn 195 sutra's, en de korte uitleg is gewoonlijk niet meer dan 5-10 regels, die gij dan nog met grote vrijheid moogt verbete- ren en verkorten terwijl gij toch trouw blijft aan de gedachten. Dat boekje zal dan op mijn naam verschijnen , en met uw medewerking. Alhoewel ik het zelf zeg, toch geloof ik dat deze vertaling van de sutra's veel getrouwer is aan de oor- spronkelijke sanskriete tekst. Al te dikwijls is de vertaling zeer vrij. Soms heb ik enige woorden tussen haakjes gezet : zeer dikwijls wordt het woord "is" of "zijn" niet uitgedrukt in de Sanskriete tekst, soms ook is het werkwoord veron- dersteld, en in de vorige sutra's uitgedrukt. Soms weer wordt een voornaamwoord gebruikt , dan heb ik het naam- woord waarnaar er verwijzing is , tussen haakjes gezet (In 't Sanskriet is dat dikwijls niet nodig omdat het voornaam- woord verbuigd wordt en dus in getal en geslacht duidelijk naar een voorgaand woord verwijst)." Brief nr.26 (12 augustus 1981). In deze brief drukt Koelman zijn verwondering uit over de druktechniek die bij ons verder schijnt gevorderd te zijn dan hij wilde geloven. Hij had vroeger reeds laten verstaan dat men de Sanskrietteksten niet of moeilijk zou kunnen over- brengen hebben in een definitieve drukvorm. "Reeds lang had ik moeten schrijven en bedanken voor het boekje "Yoga-sutra's van Patañjali ". Sinds haast drie we- ken heb ik dat ontvangen ...en ik heb er U nog niet voor be- dankt. Drang van werk is geen voldoende reden ten minste had ik U moeten laten weten dat het boek mij toegekomen was.Verontschuldig mij voor deze nalatigheid !! Proficiat aan de drukker . De Sanskriettekst , zelf in de kleinste strookjes komt er zeer klaar uit. De transliteratie is ook prachtig ...ik versta maar niet hoe de letters van mijn schrijfmachien dikker en zwarter schijnen in uw druk. Ik heb het boek aan verschillende paters en anderen getoond, en allen vindenhet zeer mooi gedrukt" . Brief nr 44 (bijna 5 jaar later , de titel van het boek verge- tend ? ) Op 1 augustus 1986 vraagt hij voor een pater die wat Sanskriet kent een exemplaar van het groene boek op te sturen.. Brief nr.45 (14 september 1986) "Ik was zinnens u een van deze dagen te schrijven om U te bedanken voor het groene boek Yoga sutra's van Patañjali dat ge onlangs opstuurdet .Het is goed aangekomen. Har- telijk dank. Nu twee dagen geleden kreeg ik uw brief met de "Conclusion" van de Heer VARENNE uit Frankrijk (prof. Univ .Sorbonne ) , de cursus van Yoga in 35 lessen, voor de Franse Europese Unie.(in verband met deze cursus werd mij gevraagd een Nederlandse vertaling te maken : aangezien onze standpunten (die van Koelman natuurlijk) te ver uit elkaar stonden op gebied van zienswijze over de yoga, is er van een vertaling niets in huis gekomen en de conclusie was : "Nos points de vue sont irréconciliables ", dat was mijn mededeling aan Koelman in mijn brief ) zoals ge schreeft, wordt dan toch ONS boek over de yoga-sutra gekend, 't is waar dat enkel de vertaling van Patañjali's Su- tra's daar wordt vermeld, maar door dat boekje zal wellicht ook het grote boek , dat de basis is voor dat groen boekje, stilaan bekend geraken. De Heer Varenne heeft het boekje vooraan onder "de goede" vertalingen gerekend. Hij noemt daar ook in zijn lijst van "goede" vertalingen, " The Yoga Sütra's of Patañjali" uit Engeland, door G. FEUERSTEIN . Weet ge dat ik omtrent tien jaar geleden een zeer elogieuze brief van die Feuerstein kreeg ? Hij zegde me dat Mijn boek ( de Engelse editie) hem zeer aanstond , en dat hij erdoor vele dingen verstond die tot dan zeer duister waren, en dat hij veel genoten had bij het lezen van dat boek Mis- schien is er veel van mijn boek overgenomen geweest in het boek boek dat hij later uitgaf.'t Is mij eender aan wie de eer toekomt indien de echte zuivere Yoga-leer van Patañja- li bekend wordt gemaakt. Ik schrijf een brief naar de Heer Varenne. Hij had ook een Belgische medewerker ('k ben zijn naam vergeten, het begon met een"B" indien ik me goed herinner) die u eens wilde ontmoeten in Maldegem ( zo schreef ge me lang geleden.(deze persoon was de Heer Blitz waarover ik het in mijn verdere mededelingen nog zal heb- ben, hij overleed in 1990) Indien de heer Varenne en zijn medewerker het goed vinden , zullen ze misschien later een lijst uitgevenvan de "goede" boeken omtrent de philosophi- scheYoga en dan komt misschien ONS boek ook op de lijst. In alle geval, het zal hen aangenaam zijn een een brief van mij te ontvangen, en misschien ontstaat er dan een gedachten -wisseling .De Heer Varenne heeft voorzeker mijn groot boek in 't Engels gelezen. Indien hij aandachtig gelezen heeft zal hij wel ingezien hebben dat ik mij beperkt heb aan de oorspronkelijke klassieke Yoga zoals die in de Sutra's en de voornaamste commentaren voorgesteld wordt".
Koelman was toen 78 jaar en doceerde nog altijd te Puna . Aangezien hij geen voorwoord geschreven had bij de pu- blicatie van de sutra-vertalingheb ik het zelf maar gedaan . Het is in feite een bedanking aan zijn adres en ik wil het hier nog laten volgen.
VOORWOORD bij de publikatie van de Sutra's.
Aansluitend bij de editie van "Patañjala-yoga, een synthese van de Yogafilosofie" kan ik met grote vreugde de Yoga -sutra's van Patañjali aanbieden aan alle oprechte yoga -beoefenaars.De Guru waarvan sprake in de verantwoording van mijn synthese over de yoga-filosofie, heeft in de persoon van G.M. KOELMANs.j. op zeer korte tijd deze verklaren- de uitleg over de Yoga-sutra's van Patañjali mogelijk gemaakt. Yoga-darsana betekent voor de yoga-beoefenaars een con- crete zienswijze waarop ze zich tenvolle kunnen steunen om de beoefening van de yoga integraal toe tepassen.Deze zienswijze stuit weliswaar hier en daar op heel wat verzet van- wege de voorstanders van een devotioneel gerichte zienswij- ze waarin zij toch de bevrijdingsleer van Patañjali weten aan te wenden.Het is inderdaad een van de grootste eigenschap- pen van Patañjali dat zijn yoga-beoefening objectief bekeken soepel genoeg is om als ascese gebruikt te worden indiverse filosofische en zelfs godsdienstige strekkingen. Het ligt inder- daad alleen aan de beoefenaar of hij zijn zuiver spirituele Zelf als een volkomen onafhankelijke 'monade' wil aanzien of ver- kiest het als een vergankelijk verschijnsel te beschouwen van één opperste Zelf of godheid waarvan het volkomen afhankel- ijk zou zijn.Het dualistisch systeem volgens hetwelk materie en geest hun eigen reëel bestaan kunnen hebben , vormt voor de yoga zoals ze door Patañjali werd gezien in de 195 sutra's , de basis van haar aanpassingsvermogen door de vele eeuwen heen. De grootste verdienste van Patañjaliis ongetwijfeld deze, dat hij op meesterlijke wijze en met een ongeëvenaarde objec- tiviteit de yoga-beoefening een theoretische basisen, een ware gestalte heeft gegeven die haarvoor altijd een vaste plaats be- zorgde in de ortodoxe zienswijzen van India en de ganse mens- heid. Haläsana-Maldegem wil met deze uitgave haar dank be- tuigen voor de vele uren studie en opzoekingswerk door G.M. KOELMAN gepresteerd voor de yoga in het algemeen en voor Halâsana in het bijzonder.Het bestuurvan Halâsana -Maldegem wil met deze uitgave ook een effectieve bijdrage leveren naast alle andere pogingen die ondernomen worden , om de yoga-darsana zuiver te houden en verder door te ge- ven zoals ze door Patañjali verklaard werd.
Wo.m. Ingels. Yogaleraar Halasana-Maldegem.
Gezien de talrijke verwijzingen naar de synthese waarvan sprake, is het gebruik ervan noodzakelijk voor de studie van de Sutra's.
Op 31 augustus 1981 werd Halâsana een v.z.w.. De statuten ervan verschenen in de bijlagen van het Belgisch staatsblad van 26 november 1981, onder het identificatie- nummer 11494/81.Yoga-Instituut Halâsana Maldegem. Tussen de genaamden : Braeckman Pierre, bediende, Spar- rebosstraat 26, 9900 Eeklo; De Bruycker, Paul, drukker, Pastoor de Swaeflaan 70 9990 Maldegem ; Ingels Wilfried , bediende, Koningin Astridlaan 19 ,9990 Maldegem ; Mariman Ronny, bediende, Politiek gevangenenlaan 13 9990 Maldegem ;Van Ryssel, Greny, zonder beroep, staatsbaan 23 9991 Adegem (Maldegem); Verschoore ,Willy, banket- bakker, Nieuwstraat 21, 9990 Maldegem ;Verstraete, Marie -Aimée, kleuteronderwijzeres , Hugo Verrieststraat 3, 9900 Eeklo,allen van Belgische nationaliteit, werd overeengekomen een vereniging zonder winstoogmerk op te richten als volgt : De statuten omvatten 10 artikkels waarin de volgende schik- kingen getroffen zijn :De naam van de vereniging (Yoga-insti- tuut Halâsana) de vestigingsplaats( Koningin Astridlaan 19 te Maldegem) , het doel van de vereniging,nl. het bestuderen, het aanleren en verspreiden van de yoga gebaseerd op de yoga-dârsana van Patañjali , het opleiden van yoga-leraars en leraressen , de bevoegdheid van de raad van bestuur , de aanstelling van de beheerders: van de voorzitter (Ingels W.) van de penningmeester ( Mariman Ronny) en van de secretaris (Van Ryssel Greny)
.DE VORMINGSSCHOOL.
Naast het geven van de wekelijkse lessen aan cursisten, begin- ners en gevorderden, werd er sedert een paar jaar eveneens gewerkt aan de opleiding van lesgevers .De school werd pas als dusdanig erkend in1982.De erkenning gebeurde door de Yoga-federatie voor Nederlandstaligen in België -verder Y.F.N. genoemd - , (opgericht ingevolge de splitsing van de Belgische Federatie), na voorlegging van mijn opleidingspro- gramma dat diende te beantwoorden aan de eisen gesteld door de EuropeseYoga-unie. Voor mij was dit een eenvou- dige formaliteit, want alle lessen waren schriftelijk opgesteld en ter inzage van de aanvaardingscommissie.De opleiding van de eerste acht yogacharya's was , rekening gehouden met vereiste opleidingstijd,geeindigd in het najaarvan 1982. Zij waren allen mijn trouwe medewerkers die tevens hun medewerking verleenden aan de normalewerking van de vereniging of in een afdeling ervan.Sommigen onder hen zouden later op zelfstandige basis verder werken tot op van- daag (2006).Het waren de volgende personen hier vermeld : - Braeckman Piet, te Eeklo - De Bruycker Paul, te Eeklo - Jeremiasse Jannie te Oostburg (Nederland) - Mariman Ronny, te Maldegem - Plougheld Karen te Aardenburg en Hoofdplaat (Nederland) - Van Ryssel Greny, te Maldegem en later te Assenede, Eede (Nederland), Zomergem en Moerkerke - Vermeire Paula, te Aalter en Lotenhulle - Verstraete Marie-Aimée, te Eeklo. Hun bekwaamheidsdiploma werd hen afgeleverd tijdens een buitengewone vergadering op de zolder, aangekon- digd in de plaatselijke mededelingen van de vereniging op 3 december 1982 :
Op woensdag 5 januari is er een buitengewone algemene ver- gaderingwaarop alle mensen die yogalessen volgen te Eeklo, Lotenhulle ,Maldegemen Hoofdplaat (Nederland) uitgeno- digd worden . Deze vergadering zal uitzonderlijk beginnen om 19.00 uur. Het bestuur van Halâsana heeft de eer U allen uit te nodigen op de buiten gewone algemene vergadering die zal plaats hebben op de zolder te Maldegem , op woensdag 5 januari 1983. Aanvang 19.00 uur stipt. Het buitengewoon karakter van deze vergadering bestaat in de eerste uitreiking van het bekwaamheidsdiploma aan acht mensen die de opleiding tot yoga-leraar beëindigd hebben bij Yoga-Halâsana . Uw leraar of lerares is er ongetwijfeld bij ! De voorzitter van de Y.F.N. zal eveneens uitgenodigd wor- den. Aan de plechtigheid gaat een toespraak van de stichter van Halâsana vooraf. Een nawoordje van de voorzitter van de Y.F.N. zal de uitreiking van de diplima's besluiten. Na de plechtigheid is er ruime gelegenhedeid om gezellig na te praten bij fruit en versnaperingen.Hartelijk welkom ! namens de beheerraad van Halâsana.
Het diploma :Yoga-Instituut Halâsana;v.z.w.
BEKWAAMHEIDSDIPLOMA van YOGACHARYA van het Yoga-Insituut HALÂSANA Het bestuur van het Yoga-instituut bevestigt hierbij dat degenaamde : ...............geboren op :.............. te :.........................,met vrucht het volledige opleidingspro- gramma ter voorbereiding van het yoga lesgeven heeft gevolgd zoals dit wordt voorgeschreven in het reglement van inwendi- ge orde dat door dealgemene vergadering werd goedgekeurd. De titel van "YOGACHARYA" wordt verleend om de Yoga te onderwijzen volgens het stelsel van de klassieke Yoga, ge- baseerd op de Därsana zoals ze omschreven en verklaard wordt in de Yoga-sutra 's van Patäñjali . De drager (namens) De beheerraad. 3 januari 1983.
De diploma's werden door mij als lesgever en voorzitter on- dertekend. Deze diploma's werden tijdens de algemene ver- gadering van de Y.F.N te Drongen op 27 maart 1983 door het bestuur bevestigd. YOGA FEDERATIE VAN DE NEDERLANDSTALIGEN IN BELGIË vzw. Hiermede verlenen wij aan :............ de titel van Yogacharya Wij bevestigen dat de kandidaat voldaan heeft aan de voor- waarden voor de vorming van Yogaleraars, zoals deze zijn vastgelegd in het Europese minimum Programma, in overeen- stemming met de voorschriften van de Yoga-Federatie van de Nederlandstaligen in Belgïë. Wij wensen de kandidaat vruchtbaar werk in dienst van zijn medemensen en de moed en het inzicht om onvermoeid verder te werken aan zijn ont- wikkeling.Moge hij in het bewustzijn dat deze erkenning daar- van slechts het begin is. Uitgereikt te Drongen , op 27 maart 1983 voorzitter De secretaris De directie van de pedagogische commissie (Jurgensnbsp;onleesb.) (onleesb.) De leraars of juryleden :w. ingels -Haläsana Maldegem.
VERDERE OPLEIDING. In de plaatselijke mededelingenvan 3/12/1982 werd reeds de volgende cursus voor opleiding tot yogacharya aangekon- digd.- Op 7 september 1983 zal er een cursus starten voor de opleiding yogacharya.De opleiding duurt 3 jaar en omvat twee lessen per week. De belangstellenden kunnen het oplei- dingsprogramma aanvragen bij de secretaris, Mevr. Gr.Van Ryssel, Staatsbaan 23 , 9991 Maldeggem-Adegem . tel: 050/712919. De gediplomeerde yogaleraars zijn steeds toegelaten op alle lessen van deze cursus en ze zullen medewerken voor de praktische opleiding op maandagen,dinsdagen, woens- dagen of donderdagen die voorzien zijn in het opleidings- programma.
VOORSTELLING VAN DE YOGASCHOLEN . Op 20 november 1983 werden de opleidingsscholen uitge- nodigd zich voor te stellen aan de leden van de Y.F.N. Ik vermeld hierna het gedeelte van mijn toespraak dat han- delt over de inhoud van de leerstof van de opleidingsschool van Halâsana. 1° De aanvang van de studie begint met een uitgebreide uit- eenzetting over het onderscheid tussen Oos en West ; dit leidt tot het onderscheid tussen därsana en filosofie. Langs deze weg gaat het vanuit de Veda's over de Brahma- nas, de Upanishaden, de Brahmanen en de andere kasten, naar de reacties van het Jaïnisme en het Boedhisme , Carvaka en andere contestanten . Zo bereiken we de zes orthodoxe därsana's die we indelen in dogmatische en pra- gmatische zienswijzen.Elk van deze zienswijzen wordt uit- voerig toegelicht en besproken. Aanbevolen boeken zijn daarbij : 1° Cursusboekje : Inleiding tot de Indiase zienswijzen. (eigen uitgave) 2° Handboek voor Yoga doorGeorg Feuerstein. 3° Geschiedenis van de filosofie -H.J. Storig : Prisma reeks N409 4° Vier Upanishaden door dr. Ali Beth. 2° Daarna volgt degrondige studie van de Yoga-därsana zelf (dus geen Vedanta of andere filosofie); We maken daarbij ge- bruike van de door ons uitgegeven 'Patäñjala Yoga'' , een syn- these van de yoga filosofie". 3° Op de derde plaats komt de studie van de andere vormen van yoga vanuit hethandboek van G.Feuerstein. 4° Daarna volgt de studie van de Yoga-Sutra's van Patäñjali met het door ons uitgegeven boek en het studieplan eveneens door Halâsana uitgegeven.Vergelijkende studie wordt gedaan met de uitgave der sutra's van Swami Vivekananda. e.a. 5° Op de vijfde plaats komt een uitgebreide studie van de Bhagavad-gita met het lesboekje door Halâsana uitgegeven . 6° Daarna volgt de cursus anatomie en fysiologie voor de yogi, met een cursus eigen uitgave. 7° Tot slot komt de Kriya-yoga aan bod. Daarin vinden we : -lesboek voor beginners eigen uitgave -handboek voor de leraar, idem -lesboek Kriya-yoga, idem. 8° De drie jaar studie wordt afgesloten met een evaluatie- proef en praktische stage in het lesgeven ( didaktiek & me- thodologie enz...). Deze studie omvat in haar geheel allepunten van het Euro- pese minimum programma.Met dank voor uw aandacht.
VerdereActiviteit van de Vormingsschool. In 1986 werden de volgende yogacharya's gediplomeerd. Het einde van destudie, met afname van de schriftelijke en praktische proeven verliep met medewerking van de yoga-leraars van de sessie 1983. - Mevr. Boeckhout Annie van Yzendijke (Nederland) - Mevr. Verstraete Katelijn van Oedelem- W. Vl. - Mevr. Willemkens Adry van Breskens (Nederland)
Schriftelijke cursus. Na een praktische vorming van ongeveer 15 jaar achtte ik de tijd gekomen om alles wat ik reeds op papier had in verband met het lesgeven, vaste vorm te geven in een schrif- telijke cursus. Ik had toch ruim zes jaar gewerkt om de op- leiding tot yogacharya tot een goed einde te brengen en mijn programma werd verder dan Maldegem en omstreken met waardering aangenomen. Mijn cursus was praktisch klaar. Ik diende er enkel nog een vaste vorm aan te geven in een zeker aantal lessen. Ik deelde mijn programma in, in 61 geschreven lessen die ik naar eventuele kandidaten kon ver- sturen op een vooraf bepaalde termijn. Ik moest natuurlijk naar de federatie met mijn voorstel, om het aan de pedago- gische commisie voor te legen ter goedkeuring. Ik was in 1981 lid geworden van het bestuur van de Y.F.N , maar na een tweetal jaar had ik ontslag genomen... om verdere moeilijkheden te vermijden. Met de volgende ver- antwoording legde ik mijn plan toch voor aan de pedago- gische commissie, en het lukte als bij wonder. Mijn plan werd niet afgewezen.
VERANWOORDING. Wie in zich het verlangen voelt om de Yoga aan anderen door te geven dient er zich van bewust te worden dat er geen enkel handboek noch cursus, noch leermeester bestaat waarin of bij wie de taak van yogacharya kan aangeleerd worden. Toch is het zo, dat een opleiding noodzakelijk is. Een oplei- ding die de reeds aanwezige kiemkracht of het verlangen tot het doorgeven van de yoga , op een zo breed mogelijke kweekbodem gestalte zal geven.Er dient dus vooraf een goe- de afspraak gemaakt te worden dat de aspirant vooral zich- zelf zal moeten vormen. Dit veronderstelt in de eerste plaats VOLLEDIG OPEN STAAN ZONDER VOOROORDELEN of denkpatronen die de tot hiertoe gekende feiten en waarden over yoga in 't algemeen, in de weg zouden staan.Men zal dus plaats moeten maken in zijn geest,opdat de ruime ideeën over yoga niet à priori zouden overspoeld worden door zogenaamde populaire verlangens naar syn- cretisme die aantonen dat de individualiteit van het yoga -gebeuren nog niet ten volle begrepen wordt. In de tweede plaats veronderstelt een opleiding tot yoga- charya dat de aspirant weet dat elk verlangen om EEN COPIE TE WORDEN VAN IEMAND ANDERS, TO- TAAL UITGESLOTEN MOET WORDEN. De middelen om tot yoga te geraken mogen algemeen zijn, de aanwending en de resultaten ervan zijn en blijven indivi- dueel.Tenslotte dient men te willen aanvaarden DAT YOGA EEN DARSANA IS MET EIGEN FILOSOFISCHE DENKPATRONEN, gebaseerd op het dualistisch stelsel dat de pluraliteit van de Spirituele Zelven vooropstelt, los van het steeds veranderende en in wording zijnde universum. De yoga-sütra vanPatañjali is haar handboek. Wanneer men het eens is over deze drie vooropgezette punten 1° Volledig openstaan zonder vooroordelen. 2° Een copie te worden van iemand anders moet uitgesloten worden. 3° DeYoga is een därsana met eigen filosofische denkpatronen, kan de vraag geteld worden op welke wijze deze begeleiding of zelfopleiding tot yogacharya moet verwezenlijkt worden . Ongetwijfeld zal niemand ontkennen dat de persoonlijke aan- wezigheid bij mondelinge overdracht de ideale begeleiding kan genoemd worden. In vroegere tijden, toen de mensen niet of slechts met veel moeite in staat waren andere commu- nicatiemiddelen dan het gesproken woord te gebruiken voor om het even welk onderricht, was de persoonlijke aanwezig- heid de enige methode.De ontwikkeling van de middelen en de persoonlijke vervolmaking in lezen en schrijven laten toe elke studie van om het even welke discipline open te stel- len voor iedereen die zich daartoe geroepen voelt . Daarbij komt nog dat persoonlijke inzet, los van elke dwangmatige bijeenkomst, op individuele basis kan geregeld worden, zo- dat de studie naar eigen tempo kan aangepast worden zon- der concurerende invloeden van anderen. De studie die al- dus moet leiden tot yogacharya kan dus evenzeer per "ge- schreven woor " als per "gesproken woord" het gewenste resultaat opleveren. Het verdient natuurlijk aanbeveling dat de cursisten elke gelegenheid tot persoonlkijk contact zou- den benutten, zoals het bijwonen van een yoga-les in het Instituut Halâsana , of de aanwezigheid op de voorziene bij- eenkomsten voor lesgevers. Indien U belangstelling hebt voor het volgen van deze cursus, gelieven schriftelijk contact op te nemen met W.Ingels,Voor- zitterYoga-Instituut Halâsana,koningin Astridlaan 19, 9990 Maldegem.De voorwaarden en praktische schikkingen zullen U medegdeeld worden . P.S.: Indien U belangstelling hebt voor het volgen van deze drie jaar durende cursus zonder de opleiding tot yogacharya na te streven, vraag dan het daartoe voorziene inschrijvings- formulier aan op bovenstaande adres.
In tegenstelling met de andere opleidingsscholen waarvan ik nooit een opleidingsprogramma op papier heb gezien , had het Instituut Halâsana een lessenpakket van 61 geschreven lessen . Een bundel die 561 bladzijden telde , de inhoud en indelingsbeschrijving van 40 bladzijden niet mee gerekend. Aan de kandidaten die er om vroegen werd het volgend schrijven toegestuurd. VOORWAARDEN TOT INSCHRIJVING. De opleiding tot Yogacharya duurt drie jaar, telkens van september tot en met juni. Gedurende de maanden juli en augustus is er een onderbreking.De lessen worden per twee toegestuurd tijdens de eerste week van elke maand.(de eer- ste zending zal evenwel 3 lessen bevatten -totaal aantal les- sen van de cursus is 61).Het einde van de studie wordt ge- sanctioneerd met een door de federatie erkend diploma, na het slagen in de opgelegde proeven die in het instituut zullen afgelegd worden . Deze proeven zullen bestaan uit een the- oretisch gedeelte dat schriftelijk zal zijn en een praktisch ge- deelte waarvoor de kandidaten individueel zullen opgeroe- pen worden. Wie kan voor deze cursus inschrijven ? De inschrijving voor deze schriftelijke cursus is aan de vol- gende voorwaarden verbonden en gebeurt als volgt : 1° Minstens 2 jaar yoga gevolgd hebben bij een erkend yogaleraar/lerares. (bewijs te leveren door voorleg- ging van een attest ondertekend door deze). 2° De kandidaten moeten minstens de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of bereiken gedurende het eerste jaar van de opleiding. 3° De kandidaten dienen een eigenhandig geschreven aan- vraag in bij het bestuur van Halâsana . In deze aanvraag moeten eveneens de volgende gegevens voorkomen : Naam & voornaam , geboortedatum en plaats, huidig adres.Telefoonnummer, curriculum vitae op yogagebied , reden waarom de cursus aangevat wordt.VERVANGT HET INSCHRIJVINGSFORMULIER NIET ! 4° Per schooljaar worden drie bijeenkomsten voorzien( één in september , één in februari en éénin juni) deze bij- eenkomsten zijn verplicht bij te wonen. p.s. De lessen zullen slechts toegestuurd worden na ontvangst van het te betalen cursusgeld per schooljaar.De eerste bijeenkomst is voorzien op zaterdag 20september1986 op de "Zolder" ( zie bijgaande schets). INSCHRIJVINGSFORMULIER. (drukletters aub) Naam ; Voornamen: Geboorteplaats en datum : Correspondentieadres : *Wenst in te schrijven voor de cursus Yogacharya en stort hiervoor het bedrag van 3.000 fr.voor het eerste studiejaar op rekening : 001 - 0879193 - 61 Halâsana - Maldegem Politiek gevangenenlaan 13 9990 Maldegem. (Vanuit het buitenland :gelieve te betalen per internationale postwissel). * Wenst de opleiding tot Yogacharya wel / niette volgen. doorstreep wat niet past ) Het was toegelaten in te schrijven voorde lessen als vrijë leerling zonder de verplichte bijëenkomsten bij te wonen of de proeven af te leggen . p.s. De lessen worden slechts na ontvangst van de betaling toegestuurd.de lijst van de aan te kopen boeken is vermeld in de eerste les ; deze boeken kunnen later besteld worden indien U ze nog niet bezit. Verder verloop van de opleidingen in de school. Aangezien ik niet in het bezit ben van het archief van de school kan ik niet met zekerheid zeggen hoeveel inschrijvin- gen er per jaar binnengekomen zijn.Het aantal was natuurlijk niet overweldigend, gezien de voorwaarden en de aangekon- digde inhoud. De school had eveneens de reputatie niet een- voudig of gemakkelijk te zijn.Misschien was de inschrijvings- prijs ook wel een reden om nog even te wachten.In ieder ge- val heb ik de namen van hen die met mijn schriftelijke cursus zijn opgeleid. Zij staan trouwens vermeld in de lijsten van de yogaleraars, uitgegeven door deYFN , alhoewel er een ande- re naam van opleidingsschool achter hun naam vermeld staat. Hebben het bekwaamheidsdiploma vanYogacharya bekomen na het volgen van mijn schriftelijke cursus en het afleggen van de voorgeschreven theoretische en praktische proeven : (na de 8gediplomeerden van 1983). In 1987 :- Mevr. De Saever Raymondine van Wondelgem, -Mevr. Plasschaert Marcella van Melle, -Mevr. De Woyer Noella van Lovendegem. In 1989 -Dhr.De Backer Johan van Sleidinge : hij nam in 1992de school over en veranderde de naam van het Instituut .Deze naam luidt nu : Instituut voor Patañjala -Yoga. - Mevr. Himschoot Hermine van Lembeke (groep Eeklo). In1990- Mevr. De Vos Annie van Serskamp -Mevr. Van De Kerckhove Anne-Marie van Sleidinge.
Met een speciale vermelding voeg ik hier aan de door mij opgeleide yogaleraars de volgende leraar toe.die als vrijë leerling zeer toegewijden Patañjali-getrouwe leerling de lessen op de zolder volgde. De heer Roland Verschaeve. Hij is de stichter van het LIGHT BODY INSTITUTE: school voor Yoga en Zelfontwikkeling. Zijn yoga-lessen zijn opgebouwd volgens de lessen die hij te Maldegem volgde. Zijn instituut is gevestigd in het centrrum van Brugge : in de St.Jansstraat nr.8.
ONTDEK YOGA IN ZEVEN PUNTEN. De hiernavolgende folder werd uitgegeven door de Halâsana Maldegem. Daarin kan men kennis maken met de klassieke yoga van Patañjali.
1° WAT IS YOGA ? Yoga is de individuele toepassing van een welbepaalde discipline die een psychosomatiche uitwerking heeft op de mens, en als uiteindelijkdoel de Zelfrealisatie beöogt.
2° DE YOGA IS INDIVIDUEEL Yoga moet men elk voor zich in toepassing brengen. Men moet zich weten aan te passen volgens zijn karakter en mogellijkheden. Het is absoluut onontbeerlijk dat de beoefenaar de wil opbrengtom met een volgehouden in- spanning te werken, want een halve inspanning is niet vol- doende.Daarbij komt nog, dat twijfel in verband met de uitwerking van de oefeningen, tot fatale mislukking kan leiden.
3° WAARIN BESTAAT DE YOGA ? De yoga-discipline is een mooi uitgestippelde techniek, onderverdeeld in uitwendige en inwendige middelen. Ze vormen samen een achttredig pad. De uitwendige middelen zijn : -1°YAMA= geweldloosheid in alle mogelijke opzichten tegenover de buitenwereld. -2° NIYAMA= geweldloosheid en respect voor zichzelf als psychosomatisch wezen. -3°ÄSANA = beheersing van het lichaam door sta- tische houdingen uit te voeren: geen acrobatie! -4° PRANAYAMA= beheersing van de regelmaat van het ademenen de energie in het lichaam. -5° PRATYAHARA = beheersing van dezintuigen door ze af te sluiten van de buitenwereld, en naar binnente kijken. De inwendige middelen zijn : -6° DHARANA= het vastzetten van de denkfunctie op één plaats. -7° DHYANA = het vasthouden van het punt waarop men de denkfunctie heeft geplaatst. -8° SAMADHI=opslorping of verzinking in het concen- tratieobject.
4° WAT IS HET DOEL VAN DE YOGA ? Eerst de beoefenaar leren inzien dat zijn empirisch bestaan een kortstondigeschakel is in een evolutieproces. Gaande- weg het 'Zijn 'in zichzelf leren ontdekken. Uiteindelijk aanleren hoe zich te bevrijden uit de gehecht- heid aan het empirisch bestaan. Dat is Zelfrealistie. Yoga is een techniek ter bevrijding van het Zelf uit de schijn- bare gebondenheid met het lichaam.
5° WAAR VINDT U DE KLASSIEKE YOGA ? De klassieke yoga, ook Raja-yoga (koninklijke yoga ) genoemd vindt men terug in de YOGA-SUTRA. De yoga-sütra is de allereerste systematische verhandeling van de yoga. Ze dateert van +- 300V.C. De yoga-sutra werd geschrevendoor Patañjali, de nooit geëvenaarde wijze die erin geslaagd is zowel de filosofische basis als de prak- tische toepassing van de yoga-discipline uit te leggen ZONDER ENIGE AANVAL TE DOEN OPANDERE ZIENSWIJZEN die eveneens deZelfrealistie nastreven. Het hoofdthema van de yoga-sütra is ABHYASA(oefe ning) en VAIRAGHYA (onthechting).
6° WAAR KUNT U DE KLASSIEKE YOGA VAN PATAÑJALI LEREN ? In de yoga-scholen van Halâsana . U kunt alle nodige in- lichtingen bekomen bij de leraars die allen erkend zijn door de yoga-federatiederNederlandstaligen in België.
7° HALASANAYOGA-INSTITUUT VZW. Halâsana werd opgericht op 11 april 1968 met als oog- merk de yoga-leer op een zo zuiver mogelijke manier door te geven. HALÂSANA = de ploeghouding: voor deze grote on- derneming een aangepast symbool aangezien de ploeg steeds met vastberadenheid en geduld voortwerkt tot een ganse akker is omgeploegd. Halâsana publiceerde volgende door mij geschreven boeken: -Studieplan van de Sutra's -Patañjala-yoga, een synthese van de yoga filosofie. -Yogacursus voor beginners -Handleidiing voor de lesgever (cursus beginners ) -Initiatie tot de Indiäse Zienswijzen ( filosofie) -Kriya-yoga in 7 lessen. -De schriftelijke cursus : Opleiding tot Yogacharya.
Door G.M.KOELMAN s.j. geschreven boeken : -PATAÑJALA Yoga - Van een relatief Ego tot het AbsoluteZelf vertaling door w.ingels yogaleraar -De Yoga-sutra's van Patañjali - met medewerking van W.Ingels, yogaleraar Halâsana-Maldegem. Er verschenen ook door mij geschreven artikelen in de yoga-nieuwsbladenvande YFN.Talrijke ervan wer- den als bijlagen overgenomen in mijn schriftelijke cur- sus voor de opleiding tot yogacharya. Toen de eerste aflevering van 'Tijdschrift voor Yoga' verscheen in 1990, een gezamenlijk initiatief van drie Yoga-organisaties in Nederland en België, werkte ik mee aan deze aflevering met het artikel :' De Yoga-Därsana van Patañjali '. Ik kom daar later uitgebreid op terug, maar nu wil ik eerst een stap in de tijd terugzetten om de uiteindelijke publicatie van het boek van G.M. Koelman voorte stellen in mijn volgende aflevering.
Tijdens het voorjaar van 1978, toen het boek nog niet volledig vertaald was, werd er reeds in de briefwisseling met Koelman van gedachten gewisseld over de uitgave van het boek . Zou er mogelijkheid zijn om alles in India te laten ge- beuren omwille van de kostprijs van het drukwerk ? De loonkosten waren in elk geval gevoelig lager dan bij ons maar al het bijkomende werk zoals het lezen van drukproe- ven zou voor hem natuurlijk ook veel aandacht vragen . In- dien het in België zou gebeuren stelde hij zelfs voor er ge- bruik van te maken om eens naar huis te komen, maar dat was dan ook weer afhankelijk van een speciale toestem- ming vanwege zijn oversten enz...Het jaar 1978 ging ech- ter vlug voorbij. Het heen en weer zenden van het laatste vertaalde hoofdstuk en de conclusie, de analytische woor- denlijst die aangepast moest worden aan de bladspiegel van de getypte tekst waren de meest tijdrovende perio- den.Tegen het einde van april 1979 was alles klaar en we konden op zoek naar een uitgever. Op 1 juli 1979 vertrok de eerste brief naar een Nederland- se uitgeverij die voor ons, zonder naam te noemen, als eer- ste op de lijst stond. Het antwoord bleef niet zo lang uit. Ik geef het hieronder integraal weer. ...13 juli 1979.- Geachte heer ingels, " Wij ontvingen in dank uw brief waarin u uw vertaling van een boek over Patanjali-yoga van de heer Koelman aan- biedt.Helaas moeten wij u mededelen dat wij de uitgave niet aandurven, aan gezien in ons boek ... ... van Swami . .. reeds de yoga-aforismen van Patanjali met kommen- taar behandeld worden.Een tweede uitgave hierover zou niet haalbaar zijn. Het spijt ons u te moeten teleurstellen. Wij danken u echter voor het aanbod. met vriendelijke groeten. Uitgeverij ... ... Eind december 1979 kregen we van een andere uitgeverij in Nederland het volgende antwoord. " Amsterdam 4 -12-1979 , Geachte heer Ingels, In augustus jl. zondt u ons een exemplaar PATAN JALA YOGA van G.M. Koelman s.j., welk boek wij met grote interesse hebben gelezen . Inmiddels hadden wij eveneens gelegenheid te onderzoe- ken in hoeverre een Nederlandse vertaling zou worden opgenomen .Helaas moesten wij tot de conclusie komen, dat wij slechts een betrekkelijk klein publiek vonden. Ons inziens ligt het niveau te hoog voor de gemiddelde yoga-geinteresseerde. Het merendeel der yoga boeken is dan ook zeer populair en gaat nergens diep op de behan- delde stof in.Wij zijn dan ook de overtuiging toegedaan, dat een Nederlandse editie niet haalbaar is. De oplage zou te laag zijn, hetgeen weer voor gevolg heeft dat de prijs te hoog zal worden. Met vriendelijke groeten, hoogachtend. Op deze wijze zou ik nog enkele antwoorden, ook van vlaamstalige uitgeverijën, kunnen weergeven , maar allen ko- men opde zelfde redenen met lof voor het werk en financieel onhaalbare toestand neer . Een uitgeverhad mij toch een al- ternatieve mogelijkheid voorgesteld tw.mij tot het universi- taire Departement Oosterse Studies te wenden .Soms, werd er naar zijn zeggen plaats gemaakt voor bepaalde studiewer- ken die na goedkeuring in sponsering gesteund konden wor- den voor uitgave met beperkte oplage. We waren toen al begin november 1980 ! Ik diende een aanvraag in en ik kreeg tegen het einde van de maand het volgende antwoord. "Geachte Heer Ingels,MIJN een collega U.Libbrecht heeft mij advies gevraagd over depublicatie-mogelijk- heid van G.Koelmans'studie overPatañjali in het Neder- lands. Hoewel de vertaling op zich bijzonder geslaagd is, en zeker veel inspanning zal gevraagd hebben, zie ik voor een mogelijke publicatie in het Nederlands taalgebied toch en- kele problemen.Er is zeker noodzaak aan een degelijke uit- eenzetting over Yoga,teruggaand op Patañjali (en nog ande- re belangrijke teksten ) in het Nederlands maar de vraag is of een lezer die Koelman's werk inhoudelijk aan kan, dat ook niet in het Engels kan. Deze vraag stelt zich een moge- lijke uitgever in het Nederlands taalgebied.Een meer vulga- riserende sourcetext kon wellicht een betere keuze zijn. In die zin vind ik deSynthese in bijlage biezonder geslaagd en nuttig. Men kan overwegen of een uitgebreidere synthe- se, met eventueel volledige uitgave van de sütra's niet een belangrijke leemte zou vullen.Ik hoop u hiermee een nuttig advies te hebben gegeven" met de meeste hoogachting. Dept.Oriental Studies 3000 Leuven-Belgium. Dr. W.M. Callewaert. Deze brief , alhoewel geen rechtstreeks antwoord op onze vraag, heeft er ons toe aangezet de uitgave van het boek in eigen handen te nemen.De druk van een beperkte uitgave met een getypte tekst kon misschien de oplossing bren- gen . Een electrische schrijfmachine met wentelende schrijf- kop gaf een zeer aanvaardbaar resultaat voor off-set-druk . Na afspraak met een plaatselijke bestuursdrukkerij begon de marathon onderneming .We hadden onder onze gediplo- meerde yoga-leraressen een viertalig- steno-dactylo,, Her- mine Himschoot uit Lembeke. Voor haar scheen het een aangename bezigheid om de 326 bladzijdenop een keur- ige (21X15)-bladspiegel over te brengen.Voor ons die met het collationeren belast waren duurde het langer Een foutje in de tekst kwam maar zelden voor zodat het lezen ook een aangename bezigheid werd.Het werd toch 1985 voor- aleer alles achter de rug was. Typen , collationneren druk- proeven nazien , definitieve druk, kaft ontwerpen, het in- binden, het is vlug gezegd, maar het moet allemaal in orde zijn !We hadden 500 exemplaren en de verspreiding kon beginnen. Koelman stuurde ons zijn 42-tigste brief vol lof. Papal Seminary - Pune - 26 oktober 1985. " Beste Heer Ingels, Een week geleden ontving ik de nederlandse vertaling van mijn boek 'Patañjala Yoga' in getypte tekst en dan in boekvorm vermenigvuldigd en gebonden. Ik stond er ver- wonderd over, wat tijd en moeite moet dat gekost hebben Wat magnifiek typwerk. Bedank er zeer hartelijk Hermine Himschoot voor, mijn waardering en felicitaties.De letters zijn zeer klaar, en de zwarte ink is altijd even donker, zeer leesbaar.Zelfs de kleine letters van deSanskriete voetnota's zijn buitengewoon klaar (het lijkt me dat ze nog helderder zijn dan die van mijn engelse uitgave.De vergroting van die- zelfde letters in het aanhangsel van de voetnota' is ook schoon werk. De plaatsen waar gij hoofdletters gebruikt zijn ook prachtig. Hoe hebt gij die verschillende aard en grootte van letters bijëen gekregen ?Het was ook zeer goed de voetnota's als aanhangsel aan ieder hoofdstuk te voegen. Op deze manier is de gewone lezer onafhankelijk van die voetnota's terwijl de specialist die wat meer wil weten, de nederlandse vertaling heeft van de oorspronkelijke engelse tekst, ja... misschien de sanskrietetekst wil kennen. Met wat geduld en zorg, met welke berekening van détails... wat te vergroten...waar...hoezeer...ook de technische moei- lijkheden om zo'n tekst te drukken, en dat zonder dat het te veel zou kosten...wat moeite en doordrijvigheid dat moet geëist hebben. Ja... gij ginder in België hebt misschien meer gewerkt dan ik die het boek geschreven heb. En met hoe- velen heeft uw ploeg gewerkt ? Zovele schone zielen moeten eraan gewerkt hebben. Hartelijk dank en mijn echt gemeen- de felicitaties aan allen. In mijn naam, bedankt alle medewer- kers van de ploeg, en ook de drukkerij die dat werk op zich nam . 't is een oprecht "GROOT" werk ...'k ben er fier over, en kan niet genoeg mijnewaardering en dankbaarheid uit- drukken.Laat ons hopen dat U de kosten zult kunnen bedek- ken zodat er geen verlies aan is. Met mij gaat het nog altijd goed.De gezondheid is even goed enkel wat stijfheid in de benen. Maar wat is dat op mijn ouderdom van 76 jaar." Nogmaals dank.G.Koelman.
UIT HET VOORWOORDbij deNederlandse vertaling. "Velen in het Westen keren zich naar het mysterieuzeOosten zoeken mentale kalmte en vrede in "TranscendenteMeditatie" of in "Krisna Devotie of in het "Zen Boeddhisme" of in Yoga. Het beste van de Indiase tradities wordt gewoonlijk nietnaar het Westen uitgevoerd; wat men meestal aantreft is een meng- sel van klassieke zienswjzen en wazige interpretaties van zich- zelf aanstellende meesters of gurus.De nederlandse vertaling van mijn boek "PatañjalaYoga, from related Ego to Absolute Self" kan dus van nut zijn voor hen die de echte Yoga van Patañjali, los van alle ontaardingen die zo vrij in het Westen worden voorgeteld, willen kennen. Het boek is een weten- schappelijk werd, gebaseerd op de klassieke sanskriet com- mentaren.Wellicht zal het inspanning vergen om de onder- steunende filosofie ervan te begrijpen. Maar indien men zich eenmaal deze moeite heeft getroost, zal de yoga-enthousiast met grotere overtuiging enijver de oefeningen doormaken, en zal er de rijpe vruchten van genieten.Men mag nochtans nooit vergeten dat technieken , alhoewel ze grote hulp kun- nen verlenen, toch op zichzel falleen niet volstaan ; de gees- telijke bijdrage en de genade van God zijn het belangrijkste. Een goede vertaling is een moeilijk werk. Het doet mij groot genoegen de Heer W. Ingels te bedanken voor het ontzet- tend werk dat hij op zich heeftgenomen ; mijn dankbaarheid gaat ook naar de ploeg medewerkers die hem zo onver- poosd hebben bijgestaan ; Ik kan de lezer verzekeren dat deze Nederlandse vertaling gans getrouw is aan de oor- spronkelijke Engelse tekst."
UIT HET VOORWOORD VAN DE VERTALER. "Wat de inhoud van het boekbetreft durven we met de auteur zeggen : "... Zeker hebt gij een groot werk begonnen, en de echte yogaliefhebbers zullen de echte yoga kennen..." Sommige passages zijn zeer categoriek wat de tegenstellingen aangaat t.a.v.de vele theïstische strekkingen die soms door anderen ten onrechte in de Yoga gelegd worden .De yogische deugden worden op eenzeer concrete en radicale wijze voor- gesteld .Deze radicale aanpak zal ongetwijfeld sommige lezers afschrikken of bij anderen zeer hard aankomen. We mogen echter niet uit het oog verliezen dat de weg " Zo scherp is als de snede van een scheermes " , en dat de hinderpalen op het yoga-pad zeer groot kunnen zijn . Men kan zich terecht afvragen hoevelen er het uiteindelijke doel bereiken. Dit alles kan of mag echter geen reden zijn omniet op weg te gaan , zelfs zonder grote verwachtingen . Aangezien wij dit vertaalwerk zonder enige pretentie tot stand gebracht hebben, vragen wij de lezer te willen inzien dat het hier niet om een taal en stijlwerk gaat . De bedoeling was , de yoga en haar filosofie , de denkwijze van de India- se meesters , aan de hand van de Yoga-sutra's van Patañjali nader toe te lichten voor hen die het in een vreemde taal nooit zouden begrijpen .Dit doel heeft de bovenhand op de zogenoemde "bellettrie" waar men vergeeft zou naar zoeken." Wilfried Ingels .Yoga Intituut Haläsana Maldegem 1985
-17- . De laatste jaren met Koelman Dank zij mijn talrijke publicaties omtrent de Patañjala-yoga kreeg het yoga-instituut Halâsana zeer ruime bekendheid. Niet alleen in België maar ook in de Europese Unie en niet in het minst in Frankrijk, aan de Sorbonne te Parijs. In zijn brief dd. 2 november 1986 (brief nr 46) bevestigt Koelman deze bekendheid als volgt : "Hartelijk dank voor het leesmateriaal dat ge mij onlangs opstuurdet , en voor het antwoord dat ge aan de Hr.Varen- ne (en aan de Heer Blitz)hebt gegeven aangaande de aan- vraag om hun cursus in 't Nederlands te vertalen . Het zou natuurlijk te zwaar werk voor u zijn, en het zou u beletten U bezig te houden met uw eigen yoga-lessen. Het zou u ook gedeeltelijk verantwoordelijk maken voor de verspreiding van de valse yoga. Ge hebt goedgedaan te weigeren. Enige dagen geleden kreeg ik een brief, kort maar hartelijk, van JeanVarenne uit Parijs. Ik had in mijn laatste brief ge- schreven dat ik naar hem zou schrijven.Wel, hij bedankte mij en zegde dat hij mijn Engels boek niet kende Hij heeft gevraagd, en 't is reeds gedaan, hem een exemplaar te stu- ren " zo vlug mogelijk...per vliegtuig "; hij vroeg ook hem sommige "revues" op te sturen van het boek die in de indo- logische tijdschriften waren verschenen. Ook die photoco- pies heb ik hem per vliegtuig opgestuurd . Ik wacht nu af wat hij van het boek denkt. Mr.Varenne kent Puna zeer goed ; gedurende vier achtereenvolgende jaren verbleef hij hier en werkte aan de Bhandarkar Institute voor advanced sanskrit studies. Hij zegt niet welk jaar, Maar vermits ik hier in Puna ben sinds 1955 , is 't waarschijnlijk dat we beiden in Puna woonden zonder mekaar te kennen of gezien te heb- ben . Hij kende toch het kollege van de Jezuïeten , het "de Nobli College "dat vlak nevens ons seminarie staat.In de brief die met de photocopies samenging heb ik hem uitge- legd dat de yoga-sutras van Patañjali maar één enkele inter- pretatie bebben ; alle andere interpretaties zijn aanpassingen aan andere philosophische en religieuze systemen. 't Is waar dat het sanskriet op vele manieren vertaald kan worden, ver- mits die taal verschillende duizenden jaren oud is, en vermits dezelfde woorden veel verschillende betekenissen hebben gekregen in de loop van die duizenden jaren .'t Is enkel in de kontekst van de yogadärsana dat die tekst geinterpre- teerd moet worden ; alle andere interpretaties behoren aan systemen die ten tijde van Patañjali nog niet bestonden , en die dus Patañjali's gedachten onmogelijk kunnen weergeven . Men moet een taal verstaan volgens het tijdperk waarin ze geschreven werd .Mr. Varenne en MrBlitz willen al de yoga-enthousiasten helpen, wat ook de latere ( en 't zijn die, die de Swami's in Europa en Amerika verkondigen) syste- men ervan gemaakt hebben , om de sutra's te doen overeen- stemmen met hun eigen leerstellingen .Varenne en Blitz schij- nen zich niet te bekommeren met de ware yoga, maar met een soort "algemene Yoga". In zijn brief dd. 22 februari 1987 (brief nr.47 ) lees ik ont- goocheling :" 't Is waarachtig lang sinds ik u schreef , en ik heb uw Kerstmis en nieuwjaar wensen nog niet beantwoord. Nalatigheid of vergeten ? Neen. Ik heb nu zo lang gewacht op een antwoord van professor Varenne . Einde oktober stuurde ik hem per luchtpostmijn boek dat hij gevraagd had. Ik verwachtte een woordje dat hij het boek goed zou ontvangen hebben . Niets ervan. Dan 27 december stuurde ik hem een tweede brief , ook per lucht post " hebt gij het boek ontvangen"... Totnogtoe geen antwoord !!! Ik hoopte dagelijks een brief van hem te ontvangen om te zeggen dat alles in orde was, en dan naar u te schrijven en mee te delen wat hij schreef. Mijn geduld is ten einde.Is het mogelijk dat het boek en de twee brieven niet bij hem aan- gekomen zijn ? Eindelijk beter nieuws.Brief nr 48 dd. 22 mei 1987 "Beste Heer Ingels , Een paar weken geleden ontving ik uw brief . Het ging niet over Yoga maar over het reddingswerk van "The Herald of Free Enterprise " die in de haven van Zeebrugge kapseisde .Wat luguber werk moet dat geweest zijn (even een verwij- zing naar mijn werk toen ik aan het hoofd stond van de or- ganisatie der hulpdiensten van de Civiele Bescherming in de provincie West Vlaanderen)... Van de Heer Varenneuit Frankrijk kreeg ik een brief.Hij spreekt niet over de hoedanigheid van mijn boek , maar hij heeft het zeker gewaardeerd, want hij zegt: "j'aimerais beaucoup à faire éditer en France votre ouvrage, mais le grand obstacle est la traduction". Ik zou die vertaling wel zelf willen doen, maar 't is zeer zwaar werk en ik heb dit jaar nog mijn regelmatige kursussen te geven . Ten andere, op mijn leeftijd (in mijn 79ste) vind ik dat ik niet veel kan werken... Langs de andere kant is het nodig om voor een tweede uitgave in het Engels te zorgen... " Opnieuw teleurstelling uit Parijs...brief nr.49 dd. 25 septem- ber 1987. " De Heer Ingels, Ja de Heer Varenne uit Parijs heeft nog niet gescheven nadat hij, op beleefde manier, afwees mijn boek te laten ver- talen in 't Frans.Ik begrijp dat het een zwaar werk is, omdat er zoveel sanskriete teksten als voetnota in voorkomen Ook de gedachten zijn zeer filosophisch , en enkel een verta- ler die een filosofische gronding heeft, kan zulke vertaling aan- pakken. 'k Geloof toch dat Mr Varenne iemand zou kunnen vinden die bekwaam is. Misschien...,zoals gij het zegde, wil hij niet graag zijn leer en die van Mr.Blitz tegenwerken door mijn boek te publiceren. Felicitaties voor dat boek van 601 bladzijden waar ge vier jaar aan hebt gewerkt.De yoga-les- gevers die ge daardoor opleidt zullen de echte Patañjala yoga kennen die toch schoner isi n opvatting en niet zo nevelachtig als die van de Swamis... " De laatste brieven. Er resten vier brieven .Twee ervan zijn nieuwjaarsbrieven , of antwoorden op de wensen die vanuit Maldegem zeker rond nieuwjaar naar onze Guru verstuurd werden. Uit de brief nr 50 dd.1 januari 1988.( weldra wordt Koelman 80 jaar).De teksten en hun betekenis beginnen meer op een besluit te lijken.Na bedanking voor de wensen en zijn weder- wens gaat hij verder als volgt: " Ja, Yoga kan ons veel leren om de geest minder verslaafd te maken aan de materie van het stoffelijk lichaam .Yoga kan ons meer geestesvrede ge- ven , kan onze wilskracht versterken kan ons scherpere aandacht bekomen, en zo vele van onze oppervlakkigheid en verstrooiïngen wegwerken . Yoga-praktijken zijn niet zo ingewikkeld , maar ze eisen een stalen wil.Ik hoop en bid dat ge vele mensen zult kunnen helpen... " Brief nr.51 dd 17 januari 1989. Daarin wordt in het bijzon- der de aandacht gevestigd op mijn medewerking aan het vernieuwde tijdschrift waarover ik in eenvolgende bijdrage zelf aan het woord kom. " Mijnheer Ingels, Hartelijk dank voor uw groeten en gelukwensen voor de reeds voorbijë Kerstmis en het begonnen nieuwjaar...op een mooië nieuwjaarskaart.Ik ben wel laat om mijn wensen en gebeden uit te drukken , maar wees zeker dat ik u niet heb vergeten. Het nieuws dat U mij geeft aangaande een nieuw nederlandstalig tijdschrift in Nederland en Vlaanderen maakt mij zeer blij. 't Is te hopen zoals U het zegt dat er een doorbraak zal komen in 1989 omtrent de echte leer van Patañjali en dat de vervalsingen ervan plaats zullen geven aan een gezonde en objectieve vertolking. 't Is ook aange- naam te vernemen dat U reeds een artikel hebt opgestuurd dat "zeer in de smaak is gevallen"... In september verleden jaar vierde ik mijn diamanten jubileum van 60 jaar Jezuïeten- leven , en in ' t begin van de komende maart zal ik mijn 80stelevensjaar voleinden, en zal mij 81ste beginnen. Buiten mijn doceren ben ik nog nuttig voor alle soorten kar- wijtjes voor de kommunauteit....Maar 'k besteed ook veel tijd aan biddende eenzaamheid...'k kan me zo voorbereiden op de grote reis naar 't echte eeuwig leven. Koelman reageert op mijn besluit een opvolger aan te duiden. Hij bevestigt tevens dat Yoga geen godsdienst is of mag zijn. De op één na laatste brief die ik van onze Guru ontvangen heb, was voelbaar gericht op zijn medeleven met onze yoga -verenigingen zijn voortdurende zorg om de yoga niet tot een godsdienst te laten verworden. De brief nr.52 dateert van 9 december 1989. "De Heer W. Ingels, Hartelijk dank voor uw brief van 26 september . Die heeft mij veel plezier gedaan , bijzonder door 't verne- men dat gij een goede plaatsvervanger zult hebben wanneer gij op verdiend pensioen zult gaan in '91 of '92. Ik had nog- al veel werk met klassen en het afnemen van exaams, want ja...ik doceer nog, de gezondheid blijft zeer goed. Er hapert niets, goede ogen ( lees nog zonder bril ), goed gehoor ( 'k hoor een speld vallen ), goede stem, goede longen , goed hart en maag...en goede appeteit.Wat meer kan men verlangenin zijn 81ste !...De yoga is geen religie, hoege- naamd niet ; maar 't is zeker een zeer grote hulp om ons Katholiek geloof te beleven ,door het wegzinken in het diep- ste van zijn "wezen" waar men zichzelf als onverdiend ge- schenk van God's LIEFDE kan terugvinden .Wij zijn de vrucht van God's liefde en wij zijn geschapen naar zijn beeld ... " Zo ben ik gekomen aan de laatste brief die Koelman mij stuurde.Een kort briefje van een dertigtal getijpte regels op een "aerogramme" afgestempeld op 3 januari 1991. Zijn handtekening met beverige trek geschreven.(nr.53) "Beste Heer Ingels, Hartelijk dank voor uw brief van 3 dec. met uw groeten voor 't nieuwe jaar 1991 alsook voor het mededelen van het tijdschrift voor yoga met uw artikel daarin. Ik heb om- trent alle artikels gelezen ; ze zijn in 't algemeen zeer goed, alhoewel in menigen de Vedantische kleur merkbaar is. Uw artikel is zeer klaar en gans getrouw aan de oorspron- kelijke yoga van Patañjali . Alle andere yogatheories heb- ben d'een of d'andere techniek aangepast aan hun eigen zienswijze. Weliswaar, beide visies zijn ondenkbaar en onmogelijk.De Vedantijnse beschouwt al het bestaande als wezenlijk God : het is een pantheïstische strekking; De Patañjala-yoga beschouwt het menselijhk bewustzijn als een absolute onafhankelijkheid ...vele absolute onafhan- kelijkheden zijn ook ondenkbaar,omdat er dan geen onder- scheid bestaat tussen die velen.Toch is het waar dat de "technieken" die de yoga aanleert kunnen dienen om ons kristelijk einddoel te verwezenlijken. Het is goed dat nu een tijdschrift bestaat waarin de echte yoga kan bekend worden, zodat de Kristenen hun geloof kunnen beleven en niet moe- ten opzeggen.Uw artikel in dat tijdschrift is zeer goed, en het zal vele mensen doen nadenken en hun geloof vrijwaren. Met mij gaat het nog goed. Toch ben ik voor een week in 't hospital geweest : verlies van evenwicht en neiging om aan elke stap te vallen.De dag voor Kerstmis ben ik terug geko- men op 't seminarie...verlies van evenwicht is voorbij, maar er is nog een grote zwakte in de benen...'k moet nog voor- zichtig zijn .'k Hoop dat ge nog een jaar kunt voortgaan om Yoga-lessen te geven en dat daarna uw opvolger uw instituut kan voortzetten.'k Blijf U allen indachtig in mijn gebed, want het zieleleven is toch het allerbelangrijkste. Dus voorspoedig Nieuwjaar en geluk en goede gezondheid. " Koelman Gaspar.
DE START. - 1990 jaargang 1 - nr 1. Het " Tijdschrift voor Yoga" is bedoeld voor iedereen die belangstelling heeft voor yoga in de alge- mene zin van het woord. Drie yoga-organisaties, twee uit Nederland, de stichting Yoga en Vedanta en de Vereniging voor yoga-leerkrachten Nederland en de Yogafederatie voor Nederlandstaligen in België, hebben gezamenlijk het initiatief genomen een nieuw yoga-tijdschrift uit te brengen.Het is niet een geheel nieuw tijdschrift , het komt in de plaats van het tijdschrift "Yoga" dat ruim eenendertig jaargangen bestond. Het werd uitge- geven door de Stichting Yoga en Vedanta. Dit nieuwe tijd- schrift dat ondertussen in 2006 aan zijn zeventiende jaar- gang is wil nog steeds de lezers inspireren in hun weg tot Zelfkennis.De uitgevers hopen, dat de lezers hen ook zou- den inspireren door vragen te stellen, kritiek te leveren, ar- tikelen te schrijven of hen van bepaalde zaken op de hoogte te houden . MEDEWERKING aan de eerste aflevering: Jaargang 1 1990 -nr.1. Op pag.18 onder de rubriek "ZIENSWIJZE", had ik de eer mijn medewerking te verlenen met het artikel : DE YOGA-DARSANA VAN PATAÑJALI.
Voorwoord van de redactie Wilfried Ingels (geboren in 1931)houdt zich al meer dan vijfentwintig jaar bezig met het bestuderen van de yoga-sutra's van Patañjali. Hij heeft het levenswerk van de Jezuïet Gaspar Koelman over deze sutra's ver- taald onder de titel : "Van een relatief ego tot het Ab- solute Zelf".Daarnaast schreef hij vele artikelen over Yoga en de Sankhya-filosofie, en bracht een complete schriftelijke Yogacursus uit. Tekst van het artikel : Sedert enkele decennia wordt het Westen letterlijk over- spoeld door Oosterse wijsheid in het algemeen en door yoga in het bijzonder.Yoga is een zienswijze die in India tot ontwikkeling is gekomen naast vijf andere zienswijzen die tot op vandaag hun stempel drukken op de levenswijze van de Indiase bevolking.Wanneer men het woord "zienswijze" ver- gelijkt met het woord filosofie uit onze Westerse wereld, dan bestaat het grootste verschil hierin, dat de zienswijze van de Indiase zieners geen louter theoretische uiteenzetting is over de kosmos, of alleen maar antwoord geeft op de vragen om- trent de zin van het leven. Een zienswijze omvat tevens een concreet plan, volgens hetwelk de levenshouding van de zie- ners wordt geleid. Bij een Westers filosoof kan er zonder bezwaar een zeer ruime afstand of een groot onderscheid bestaan tussen zijn filosofie en de wijze waarop hij leeft. De zes zienswijzen of dârsana's die in India aldus bestaan en als zodanig aan de universiteiten onderwezen worden zijn: Mimansa en Vedanta - Sankhya en Yoga - Niyaya en Vaicesika. HISTORIE. De yoga-darsana stamt uit het verre verleden, toen magie en godsdienst nog niet goed van elkaar te onderscheiden waren De bewoners van het oude India (+-5.000 VC)leefden toen volgens de voorschriften van de Veda's. Het leven werd in al zijn aspecten gedomineerd door de Brahmanen, een be- voorrechte kaste, ook priesters genoemd.-de andere kasten die heden ten dage in India nog bestaan zijn : de Ksatriya's (krijgers) de Vaicya's (ambachtslieden en handelaars), de Cudra's (boeren en slaven)en de Paria's (de kastelozen) - Hun invloed en gezag zou pas onderbroken worden bij de opkomst van het Boedhisme en het Jaïnisme dat ongeveer 500 VC revolutionaire ideeën op godsdienstig gebied zou gaan verkondigen .Gedurende de lange voorperiode waarin de Yoga groeide van een magisch-religieuse naar een pro- fane betekenis, stonden eerst de goden en Brahman(het Al ) en laterde mens en het individuele leven centraal.Er werden aanvankelijk offers geplengd en plechtigheden georgani- seerd ter ere van de natuurverschijnselen die als goden aan- gezien werden . De mens waande zich afkomstig van deze goden . Men dacht dat de mens samengesteld was uit deel- tjes van deze godheden (de zon, de maan, en andere hemel- lichamen of de bliksem, het vuur, de wind enz...) Het leven werd als een geschenk van deze goden aangezien. De dood was een hereniging met deze goden .Het verlangen om ook tijdens het aardse leven bewust deelachtig tezijn aan het le- ven en de macht der goden, werd het levensdoel van de mens. Hij spande zich in om door offers en gebeden de go- den gunstig te stemmen , teneinde dit verlangen in vervulling te zien gaan.Toen men echter later ondervond dat de smeek- beden en de offers niet het gewenste resultaat opleverden, ontstond er reactie.De wijzen zochten verklaringen voor de gedragingen van de natuurelementen, en men kwam tot de vaststelling dat deze vermeende goden eveneens onderwor- pen waren aan bepaalde wetten waardoor ze slechts een relatieve macht bezaten. De mens kwam ertoe deze macht te verklaren .Hij legde ze uit als een geschenk of als een ui- ting van één almachtige, die Brahman is, en uit wie alles voorkwam of waarin alles opnieuw kon verdwijnen. Men stelde dus vast, dat de mens niet afkomstig kon zijn van de hemellichamen en de hem omringende natuurelementen. De aandacht werd verlegd naar een allesomvattendeen alomte- genwoordige bron die het leven en de materie op subtiele wijze te voorschijn roept, in stand houdt, of weer vernietigt en opslorpt. Men kwam aldus totde conclusiedat de hoog- ste wijsheid erin moest bestaan het geheim van deze bron te achterhalen.Brahman is de allesomvattende bron waarme- de Atman, de individuele levensadem, één bestaan vormt en waarbuiten al de rest Maya (schijn) is. Uit deze opvatting zouden later deMimansa- en de Vedanta-zienswijzen ont- staan .Bij verder kritisch onderzoek stelde men echterook vast dat alle dingeneen eigen bestaan schenen te hebben en los van elkaar opkwamen, vergingen of veranderden. Men leidde daaruit af, dat er binnenin de dingen die deze veran- deringen ondergingen en ook in de mens een individuele kracht aanwezig moest zijn die dit alles mogelijk maakte. Wat de mens betrof, volgde daaruit het besluit dat er in ie- der individu een afzonderlijke ziel aanwezig moest zijn om de bewuste individuele waarneming en bewuste handelin- gen mogelijk te maken.Deze kracht bleek het leven in stand te houden zonder zelf aangetast te worden . Men noemde deze kracht het individuele"Zijn " dat een eigen bestaan had naast de materie die eveneens op eigen kracht evolueerde , los van een gemeenschappelijk "Alles-Een "-princiepe. De Prakriti (de materie) en Purüsha ( het Zijn )schenen met elkaar een niet te verklaren relatie te hebben waardoorde mens een ik-gevoel kreeg en waardoor het hem mogelijk werd zich te vereenzelvigen met zijn stoffelijk lichaam en zijn denkvermogen. In plaats van te beseffen dat hij in wer- kelijkheid dit onveranderlijke Zelf is, blijft de mens zich voortdurend vereenzelvigen met de materie. Deze verkeer- de vereenzelviging doorbreken en zijn ware Zijn kennen zou het hoogste doel worden en met deze stellingname zou- den de Sankhya en de Yoga hun zienswijze opbouwen. DE BEVRIJDINGSWEG VAN PATAÑJALI. Omschreven als een weg ter bevrijding van het Zelf dat als het ware op gesloten zit in het menselijk lichaam , wordt de yoga een dualistische zienswijze omdat zij het bestaan én van het Zijn, én van de materie, als afzonderlijke realiteiten beschouwt. Omstreeks 300 VC legde Patañjali deze bevrijdingsweg vast in 195sutra's . Deze sutra's bieden ons zowel techni- sche als filosofishe richtlijnen en voorschriften om deze voor- opgestelde bevrijdingsweg toteen goedeinde te brengen. Patañjali geeft ons niet alleen de bepaling van de Yoga en haar zienswijze, maar beschrijft eveneens de middelen om de bevrijdingsweg te vinden en geeft de resultaten aan die uit de toepassing ervan zullen volgen. Hij doet dit onder de vol- gende bewoordingen : Boek 1. Sütra 1- Hier nu is de uiteenzetting aangaande de yoga-leer. Sütra2 -Yoga is het stilleggen van de golvingen van het mentalecomplex. Sütra 3 -Dan staat de Ziener vast in zijn eigen vorm. Het stilleggen van de golvingen van het mentale complex is hier letterlijk op te nemen. Er mag werklijk geen beweging (= denken ) van het mentale complex meer plaats hebben . Daardoor kan de yogi zich niet meer met iets anders(mate- rie) vereenzelvigen, noch met de dingen die hem omringen noch met zijn eigen denkvermogen of met zijn ik-gevoel, dat het resultaat is van het Zijn dat op mysterieuze wijze ver- bonden is met of gevangen zit in het lichaam .Wanneer deze gedachtenloze toestand bereikt is, dan blijft alleen de Ziener (het Zijn) over in zijn vaste onveranderlijke ware bestaan . Zolang de mens denkt, is hij gebonden aan en door de dingen waarover hij nadenkt. Het komt er dus volgens de yoga van Patañjali op aan de golvingen of de bewegingen van het mentale complex (dat materie is) te doen ophou- den. Dit is op zich geen te onderschatten opgave. Hoe dit proces van stillegging op gang komt wordt eveneens door Patañjali uitgelegd. In het tweede boek van de yoga -sutra's,waarin we een beschrijving vinden van de yoga zo- als wij deze nu beoefenen, staat de uitleg. Men kan de yoga-beoefening indelen in vier treden of stadia : 1. De lichamelijke trede , waarin men de nodige technieken aantreft die het lichaam en zijn biologische functies tot rust zullen brengen. 2. De etische trede , waarin dedenkfunctie gezuiverd wordt van haar gehechtheid aan de materie. Deze twee treden worden samen door Patañjali als de uit- wendige middelen voorgeschreven. Ze zijn in hoofdzaak ge- baseerd op geweldloosheid en onthechting, lichaamstraining, regeling van de ademhalingsenergie en het naar binnen ke- ren van de zintuigen. 3. De psychologische trede, waarin het systematischeleeg- maken van degeest en het stilleggen van de denkactiviteit voorkomt, eerst met de nodige onderbrekingen (van li- haam en geest die tegenwerken), om dan geleidelijk over tegaan naar langere perioden van geestelijke rust die zal eindigen in het wegzinken in het voorwerp van de concen- tratie. 4. De metafysische trede, waarin de lichamelijke en psycho- logische activiteiten volledig stilvallen en waarin de toe stand van bevrijding optreedt De derde en vierde trede worden door Patañjali de inwen- dige middelen genoemd. Ze bestaan in feite uit drie elkaar opvolgende oefeningen, nl : het vastzetten vande aandacht op één concentratieobject, het vast houden van de aandacht op dit object (ook meditatie genoemd )en tenslotte de vol- volledige opslorping van de aandacht in dit objectzonder gedachten of beweging van het denkvermogen. Samen worden deze drie oefeningen Samyama genoemd (concentratie), d.w.z. het verinwendigen van de aandacht die getemd wordt en verzinkt in het object van de concen- tratie : dan staat de Ziener vast in zijn eigen vorm. Dit is de samenvatting van deYoga-dârsana van Patañjali. Ze is een volledige zienswijze die kortweg yoga 'genoemd wordt .De yoga van Patañjali kan zich als ascese aanpassen aan diverse filosofische strekkingen en kan een grote hulp zijn voor het bereiken van een zeker einddoel, ook al is dit verschillend van de bevrijding zoals ze doorde yoga wordt uitgelegd. WEES JE EIGEN ZELF, EN DAT ALLEEN, EN NIETS ANDERS. wilfried ingels.
Tijdens het jaar 1989, toen de laatste door mij opgeleidde yoga-leraars hun herkenningsgetuigschrift ontvangen hadden van de Federatie, nam ik het besluit de yoga-school in jon- gere handen te laten verder werken Op 2 januari1992 zou ik op pensioen gaan . Ik had dus nog ruim de tijd om uit te kijken en de rondvraag toe doen voor een eventuele over- nemer . Voor mij zou het een langzame overgang kunnen betekenen van het zeer aktieve en drukke vereningingsle- ven naar een rustig en ontspannen pensioenleven waarin ik de toepassing van de yoga-beoefening beter zou kunnen beleven. Na enige afwijzinigen en aarzelingen om de zeer intense organisatie op zich te nemen, kwam er in de per- soon van Johan De Backer uit Sleidinge toch een positieve toezegging en konden de nodige schikkingen getroffen wor- den .De zolder zou verdwijnen en een nieuwe vestiging; zij het voorlopig in een school in Evergem-Sleidinge, zou de oplossing zijn. We hadden dus een jaartje de tijd om alles af te handelen . Er werden geen nieuwe activiteiten gepland te Maldegem.De meeste lessen (behalve die van de school zelf)werden trouwens reeds gegeven doorde 18 yogalera- ren :te Aardenburg, Breskens, Oostburg, Yzendijke, Aalter , Eeklo, Sleidinge, De Pinte, Wondelgem, Serskamp, Melle ,en iets later te Assenede, Moerkerke, Zomergem en Eede (Nederland).Ik zelf had daardoor de gelegenheid zelf plaats te nemen in het leslokaal tussen de andere leerlingen en dat was een welkome ervaring. De laatste avond op de zolder werd een aangenaam wederzien niettegenstaande het ook een afscheid betekende. Niet iedereen kon aanwezig zijn maar de sfeer straalde dankbaarheid uit naar iedereen van het bestuur om de lange jaren van inzet die trouwens to- taal zonder vergoeding had plaats gehad; Hoe zouden wij anders alle uitgaven voor de lesboekjes de nieuwsbrieven het drukkenvan de grotere werken zoals de handleiding voor de leraars en het boek van de bezieler Koelman kun- nen verwezenlijkt hebben ? Ik heb in mijn bezit twee geschreven verontschuldigingen van leraren die deze avond niet hebben kunnen bijwonen. Hun woorden vertolken zeker de algemene waardering, niet enkel voor mij, maar ook voor de andere medewerkers die Halâsana groot gemaakt hebben. Ik deel ze hier mede in alle oprechtheid met allen.
1-Karen Plougheld . Aardenburg (Nederland)
Beste Wilfried. Yoga, Maldegem, Wilfried Ingels en alles wat hieruit voortvloeide heeft grote invloed gehad op mijn leven en ik ben er dankbaar voor. U,Wilfried heeft de bodem gelegd waarop ik zoveel wanke- le stappen gezet heb, gelukkig was het niet altijd 2 stappen vooruit en 3 stappen terug ! ! Zo ik verneem zal u nu een punt zetten achter uw yogalessen. Ik dank U voor alle uren die ik er bij was. Een goed en gelukkig 1992 voor u en alle yoga-vriendenop de zolder.
2-Adry van Peperstraetensp; Breskens (Nederland)
"Wilfried, Vanavond was ik graag aanwezig geweest bij bij uw afscheid , maar het is voor mij niet mogelijk gebleken te komen.Met de kerstdagen heb ik teveel familieverplich- tingen en ik kan me daar onmogelijk aan onttrekken. Toch wil ik U, dan maar schriftelijk, graag het beste wensen voor de toekomst en u heel hartelijk danken voor de lessen die ik van u ontvangen heb.Mede daardoor heeft de yoga in mijn leven zo'n grote plaats ingenomen. Verder gaan zonder yoga zou voor mij ondenkbaar zijn.Vooral de opleiding tot lesgever is voor mij van grote waarde geweest ( en is nog steeds van grote waarde). De yoga-filosofie wordt hierin zo duidelijk en zonder allerlei omwegen behandeld, dat men er in het dagelijks leven een grote houvast aan heeft .Ik denk, dat dit (deze cursus) het belangrijkste is geweest in de tijd dat ik de yoga beoefen. Nogmaals mijn welgemeende dank en tot ziens. Adry".
Deze avond was inderdaad een prachtige avond die voor mij niet het einde van al mijn inspanningen betekende, maar een nieuw begin van mijn begonnen pionierswerk waarvan ik kon hopen dat het zou voortgezet worden; zij het dan on- der een enigzins gewijzigde,(of) terecht aangepaste naam : "Instituut voor Patañjala Yoga" . Halâsana heeft ruim 23 jaar bestaan onder haar pioniers- naam. Ik ben in yoga gebleven en heb nog tot 1998 mee de lessen helpen geven met Greny die dan wekelijkse bijeen- komsten en nieuwe cursussen begonnen is te Eede (Neder- land), te Zomergem , Assenede en Moerkerke.Deze lessen sen gaan nog steeds verder. In 1999 ben ik wel uit de fede- ratie gestapt om persoonlijke redenen, maar tot op vandaag blijft de yoga in mijn leven een vaste waarde. Nog altijd be- gint elke dag om 6.00 uur met ruim een half uur yoga : äsana's, pranayama en concentratie. Hopelijk tot het einde !
vzw Yoga Prasada Aalter viert 20 jarig bestaan. Op 24 juni 2001 heb ik samen met Paula Vermeire het twintig jarig bestaan mogen meevieren van haar yogavere- niging. Haar dankwoord op mijn aanwezigheid was zeer op- recht. Ik kan niet nalaten het hier te vermelden omdat het zovele herinneringen opriep die voor mij van uitzonderlijke waarde blijven : "Beste Wilfried, Vanwege mezelf en de yoga-vereniging onze oprechte dank voor Uw aanwezigheid op onze 20jarige yoga-viering. U als onze eregast te mogen verwelkomen en U tehoren spreken ,was een waar genoegen Paula. -oOoo- Dit moet dan het einde betekenen van mijn "Belevenissen en Ervaringengenop het yoga-pad".
In de nog komende afleveringen zal ik voor de echt geïnte- resseerden verder gaan met theoretische uiteenzettingen over de betekenis van de yoga zoals ze door Patañjali in de sutras wordt uitgelegd en verduidelijkt door G.M. Koelman . Yoga omsluit het leven in zijn algeheelheid, en de relatie van de mens tot het leven in het bijzonder. Het woord 'Yoga' betekent Verenigen of Samenbrengen .Men vindt het terug in het nederlandse woord JUK , dat verbindt en tezelfder tijd draagt. Yoga is de vereniging met het leven in zijn totaliteit.De mens, het hoogst ontwikkelde schepsel op aarde, heeft door zijn ontwikkeling tot 'individu', het contact verloren met de totaliteit van het leven. De po- gingen die hij sedert eeuwen onderneemt om dit contact te herstellen, verschillen naargelang de tijd en de omstandighe- den waarin hij leeft.Daardoor komt het, dat de yoga aange- past werd aan de omstandigheden of het mensentype .( zie de soorten yoga !). Waar de mens vroeger meer bekom- merd was om zijn fysisch bestaan zien we nu dat deze be- kommernis grotendeels is weggevallen omwille van de vooruitgang van de beschaving op technisch gebied. Het nog niet, of te weinig gekende domein van de geest is nu aan de orde . De verwaarlozing ervan gedurende de laatste eeuwen is er nu oorzaak van dat de mens voor zich- zelf een probleem geworden is.De verschillende technieken van Yoga werden door Patañjali samen gebracht in zijn achttredig pad , om de mens in staat te stellen zichzelf op nieuw te leren kennen en te doorgronden.De interrelatie tus- sen lichaam en geest is zodanig, dat het mogelijk is langs het lichaam de geest tot kalmte te brengen en meester te wor- den van emotionele toestanden. Vanuit deze beheersing wordt het mogelijk het verloren contact met het leven in zijn totaliteit opnieuw te realiseren... in Zelfrealisatie.
Dit wens ik allen die zich werkelijk aan Yoga interesseren.
Hier begint het wetenschappelijk gedeelte van mijn blog.
Alvorens de studie aan te vatten van de Yoga-dârsana was ik van oordeel dat een voorafgaand overzicht van de India- ase Dârsana's (zienswijzen) van zeer groot nut kon zijn als inleiding bij de cursus Opleiding tot Yogaleraar en natuurlijk ook voor alle andere belangstellenden. Dit overzicht of voor- studie, omvat na een korte verantwoording en een biblio- grafie waaruit ik de fundamentele basisgegevens heb geput, de volgende indeling,en overzicht van de dârsana's. I Dârsana en Filosofie. II Het Indiase filosofisch denken. III De zes orthodoxe Darsana's.
Maldegem 24 september 1983. Verantwoording. Deze beknopte samenvattende beschrijving van de Indiase zienswijzen is verre van volledig. Het ligt niet in de bedoeling een allesomvattende synthese te maken van de gekende dârsasa's.We willen enkel een poging onderne- men om : 1e. een duidelijk onderscheid voorop te stellen tussen de Oosterse en Westerse manier van denken. 2e.aan te tonen datalle zienswijzen , niettegenstaande onder- linge verschillen voortbouwen op zekere, soms schaarse geschriften die tot op heden hun waarde en gezag in de Indiase denkwereld laten gelden. 3e.een zekere belangstelling op te wekken bij de yogabeoe- fenaars in het algemeen, maar vooral bij de yogaleraars in het bijzonder, opdat zij zoudenweten dat de yoga- dârsana een werkelijk bestaande en volwaardigezienswij- ze is.De yoga-dârsana wordt evenwel door velen aanbe- volen maar door andere zienswijzen verangen. Ze wordt in vele gevallen echter zeer devotioneel naar voorgebracht en aldus krijgen velen de indruk dat haar bevrijdings- leer er zou in bestaan,eenuni versele godsdienst te propa- geren om van de yoga-beoefenaars brave heiligen te ma - ken. 4e.duidelijk voorop te stellen dat alle zienswijzenslechts po- gingen zijn om het onverklaarbare te willen uitleggen met zeer ontoereikende beelden, en dat ze elkaar in feite on- derling aanvullen in plaats van een radikale scheiding in het Indiase denken na te streven (toch staan enkele zaken op bepaalde punten met elkaar in oppositie).
BIBLIOGRAFIE.
-"La philosophie indienne, Initiation à son histoire et à ses doctrines"Prof..H. GLASENAPP; -"An introduction to indian philosophy"SATISCHANDRA CHATTERJEE M.A.- Universiteyof Calcutta. - "Pâtañjala Yoga, from related Ego to Absolute Self" : G.M. KOELMAN s.j. Puna India. - "Quelques aspects de la philosophie védantique" Swami SIDDHESWARANANDA -"Westerse wetenschap en Oosterse wijsheid" : Prof. U. LIBBRECHT.
I. DARSANA EN FILOSOFIE.
Doorvelen wordt de Indiase filosofie en het Oosterse den- ken dat reductief is , verworpen als fantasie en sprookjes. (reductief denken is het benaderen van de dingen als een be- levenis waarvan men zich een beeld tracht te vormen, een model waarvan men hoopt dat het later door iemand anders zal bijgewerkt of verbeterd worden). DeWesterse mens benadert de dingen als te ontleden gestal- ten en tracht door wetenschappelijke proeven voor alles een verklaring te vinden. Hij zal eveneens rond de gedane vast- stellingen andere gestalten opbouwen.Daarover zal hij dan macht uitoefenen en ze gebruiken volgens zijn eigen inzichten. "Het fundamenteleverschil tussen het Oosters en het Wes- ters denken, aldus dr.U Libbrecht, kunnen we het best illus- treren met het volgende voorbeeld. Op de vraag : "Wat is het leven" zal de oosterse denker antwoorden dat het leven een machtige onophoudende stroom van kracht is die zich- zelf uitdrukt en belichaamt in de materie.De Westerling ech- ter zal antwoorden dat het leven een eigenschap is van één of andere soort materie ( eiwitten? ...), waarvan de weten- schap éénmaal het geheim zal onthullen... Beide manieren van denken en filosoferen verklaren dus hoe het komt dat Oost en West gescheiden zijn door een bijna niet te over- bruggen afgrond. Nochtans kunnen we, gebruik makend van de Oosterse wijsheid, een poging doen om evenwicht in ons eigen denken te brengen.Van oudsher heeft de India- se filosofie nooit een zuiver theoretische verklaring gegeven over de wereld en de zin van het leven.Steeds nam elke uit- eenzetting de vorm aan van een levenswijze die door de denkers zelf werd toegepast.Zij hielden zich daardoor meer bezig met hun eigen "zijn".Deze onderzoekmethode leverde méér op voor de psychologische kennis , dan de zuivere wetenschappelijke onderzoeken die het Westen meestal leidden tot een systeem waarin de economische doelstellin- gen overheersend waren en de psychische verdrukt werden "De mens werd er wel verstandiger door, maar niet wijzer", aldus prof. Libbrecht.Het woord "därsana" betekent: ziens- wijze , manier van zien of manier om het uit te leggen Filosofie en filosoferen betekent voor ons Westerlingen , het streven naar wijsheid (liefde voorde wijsheid is filosofie - filos= vriend,- sofia= wijsheid ). Filosoferen is eveneens de activiteit en het resultaat van be- zinning over de betekenis, de structuur en de ontwikkeling van het "bestaan".De Indiase dârsana legt zich echter meer toe op het vinden van de kennis, van de weg om de kring- loop te doorbreken van geboorte en dood, en verlost te worden van het werelds bestaan.De Indiäse därsana wil ten- slotte het ware "ZELF",de kern van het bestaan realiseren. Daartoe bestaan er verschillende wegen die echter naar het zelfde doel leiden , maar kennelijk allemaal zeer sterk beïn- vloed worden door de yoga-därsana.
In de volgende bijdrage zal er dieper ingegaan worden op het Indiase filosofisch denken.
II. HET INDIASE FILOSOFISCH DENKEN. Alvorens de zes orthodoxe zienswijzen (filosofieën ) van India te bestuderen is het nodig een beknopt overzicht te ge- ven van de basis van het Indiase denken. De studie van de yoga-filosofie die ons in het bijzonder aanbelangt, wordt op een grondige wijze uiteengezet in onze uitgave "Patañjala -yoga, een synthese van de yoga-filosofie". (dit voor later in de studie). De eerste werkelijke sporen van de zoektocht naar de verlossingsweg vinden we terug in de Veda's, waar- van de oudste, volgens hun inhoud te oordelen, dateren van vôôr 2.000 V.C (jaartallen worden met de grootste reserve vermeld, want er zijn nergens met zekerheid preciese data gekend in de Indiase dârsana ).Volgens de commentatoren werden de Veda's onder goddelijke ingeving opgetekend door de "Risi's" (zieners ). De eerste Veda's waren hymnen of uit mantra's bestaande huldigingen aan de goden. Ze be- vatten eveneens voorschriften voor het houden van offer- plechtigheden en aanroepingen .Het mytho-magisch karak- ter van deze hymnen klasseert ze als behorende tot de "pri- mitieven" van het Indiase denken. Van de ruim 100.000 hymnen die zouden bestaan hebben, zijn er slechts 1.017 overgebleven.Ze behoren voor het grootste gedeelte tot de Rg-Veda (de oudste ) en omvatten dus vooral aanroepin- gen en lofzangen aan het adres van de goden.Daarnaast be- stonden nog : De YAJUR - VEDA , die offerhandelingen voorschrijft, en de ATHAR-VEDA, waarin eveneens hand- leidingen voor de offerpriesters beschreven staan. De jong- ste Veda's, de SAMA-VEDA , werden onder de invloed van de daaropvolgende Brahmaanse periode (+/-1.000 V.C.) ingedeeld in drie delen nl : de Samhita's of de zuivere hymnen aan Brahman, de Brahmana's of de offerritualen en de Aranyakas of de woudboeken die vooral dienden voor de opleiding van de offeraars.De goden werden in de vedische tijd beschouwd als belichamers van de natuur- krachten . Men moest deze gunstig stemmen. De mensbe- vond zich toen nog in een immanente toestand (leven in een geborgen sfeer van volheid en levensvreugde). Dit moet waarschijnlijk een soort paradijslijk bestaan geweest zijn.De goden die vooral aanbeden werden waren : INDRA, de god van de regen. VARUNA, de god van de nacht en de duisternis. MITRA, de god van het licht. SURYA, de god van de zon. VISNU, de god van de schepping. De periode van de Veda's duurde tot omstreeks 1.000 jaar V.C. Er werden dus nog Veda's geschreven na de inval der Ariërs (1.500 VC). Merkwaardig is hier dat in een van de lofhymnen de mythe wordt verhaald van de god YMIR, de reus uit de scheppingsvoorstelling van deNoorse Edda's en Sagen, uit wiens ledematen de wereld en de andere go- den voortgekomen zijn.Terwijl drievierden van Purusa (= de primordiale manneklijke ..-Prakriti is het vrouwelijke beginsel-), in de hemel verbleef als onsterfelijk, werd één- vierde naar de wereld gezonden. Men zag in deze periode de kosmos als een veelheid van levende substanties die el- kaar wederzijds beinvloedden. De mens stond daarin cen- traal, en zolang hij op aarde leefde, werd hij nu eens door de ene, dan door de andere substantie overvallen.De ziekte drong zijn lichaam binnen als een afzonderlijk wezen . De ogen waren een deel van de zonnegod,het verstand een deel van de maan, de stem een deel van het knetterendge- luid van de vuurgod enz...Bij zijn dood gingen al deze delen terug naar hun oerbron. De aardse bewoners werden inge- deeld in "Kasten" .Waarshijnlijk is deze indeling afkomstig van de Ariërs .De BRAHMANEN waren a.h.w.de voor- lopers van de metafysische denkers. De periode van hun macht strekte zich uit tot ongeveer 750 V.C. . Alleen de Brahmanen hadden toelating om de hymnen van de Veda's te reciteren. De andere kasten niet. Het waren : de KSATRIYA'S , de krijgers. de WAISYA'S, de handelaars en de kooplieden. de CUDRA'S, de grondbezitters en de boeren. de PARIA'S, de landlopers of de kastelozen. De theorie van de Brahmanen was in hoofdzaak gebaseerd op "Brahman",de kracht die zich openbaart in alles wat bestaat. Daaronder staat"Atman" (de adem) die de kern is van elke persoonlijkheid (mens). .In werkelijkheid was "atman" gelijk aan "Brahman", en op dit thema groeide de basis van een volgende perio- de : "Brahman is Atman", deUPANISHAD-periode .Tij- dens deze periode blijven de brahmanen ongeveer alle ge- zag uitoefenen tot aan de opkomst van het Boeddhisme en het Jaïnisme. Upanishad " betekent: onderricht gezeten aan de voeten van de meester. Het was het geheim onderricht of de verklaring van de Veda's op een kritische wijze . Het aantal Upanishaden is zeer groot .Ter illustratie van de hoofdgedachte "Brahman isAtman" volgt hier de beroem- de parabel van Svetaketu. Evenmin als Brahman kan ook Atman niet gedefinieerd worden .Uit Brahman komt het le- ven voort , maar men kan het niet identificeren. Deze gedachte wordt weergegeven in deze parabel.: "-Reik mij de vrucht van de Waringin, zei Svetaketu's vader tot zijn zoon. -Als 't U belieft mijnheer, zegt Svetaketu. -Maak hem open, zegt de vader. -Ik heb hem opengemaakt mijnheer... -Wat zie je ?... -Heel kleine zaadjes mijnheer... -Maak er een open... -Ik heb er een opengemaakt mijnheer... -Wat zie je nu ? ... -Niets mijnheer ... -Goede zoon, wat je niet ziet, is het wezen van de Waringin. De machtige Waringin bestaat in dat wezen. Het wezen mijn beste, is de onzichtbare geest die alles vult. Het is het "Zelf" van alle dingen. En jij bent dat "Zelf", Svetaketu ". (Uit "Het monisme in de Upanishaden", vertaald door Mevr. Dr.C.Keus). De Upanishaden vormen tevens de basis voor latere zienswij- zen zoals de Vedanta met het "Alles is Eén" : de éénheid van de ziel in afzonderlijkestaat met de ziel in algehele staat. " Brahman is Atman " blijft het hoofdthema . De Indo-Ariërs geloofdendat de mens na zijn dood in een hogere wereld kon opklimmen om daar in een subtielere vorm verder te leven , genietend van alle geneugten van de wereld. vervolg in de volgende aflevering .
De Indiase zienswijzen vervolg 2.- Karma -Mahavira -Buddha.
-22- De Indiase zienswijzen - vervolg 2.
Ontstaan van een nieuw thema: KARMA Aantasting van het gezag der Brahmanen. Tijdens de Upanishadperiode ontstond er echter een nieuw thema.Men geloofde nog wel in het hemelse geluk hierna, maar dit geluk zou slechts van korte duur zijn.Inderdaad, na de hemelse vreugde genoten te hebben, moet de mens ingevolge zijn daden , "Karma", terug naar de aarde, naar ongeluk en lijden . Karma wordt de etische wet van oor- zaak en gevolg. Het is geen menselijke wet, en ook geen goddelijke wet, maar een natuurwet die onpersoonlijk en onverbiddelijk neutraal zal oordelen of de mens onder de- ze of een andere vorm op de aarde zal terugkomen om zijn lijdensweg voor te zetten.Het is niet met zekerheid geweten waar deze wet vandaan komt.Soms wordt beweerd dat de- ze wet het gevolg isvan de jaloersheid der goden die niet duldden dat de mens zich bij hen kwam voegen en aldus hun geheimen kende . Er ontstaat dus ingevolge deze Karma- wet , een kringloop van leven en dood, want elke daad, goed of kwaad, vormt Karma voor een nieuw leven . Deze wet bracht grote verandering mee, want in plaats ven een blijvend voortbestaan van de mens onder een subtiele vorm na de dood, was er dus een niet sterfelijk gedeelde in hem, dat onder een andere vorm naar de wereld zou terug- komen , dus : reïncarneren . Dit niet sterfelijk gedeelte zou dus als zaad voor een nieuw leven dienen .Het begrip "ziel" doet dus zijn intrede, alhoewel het hier nog niet gezien wordt als een spiritiuele monade. De ziel blijft nog het samenspel van de vijf godheden nl.: -de adem ,afkomstig van de wind, - de gedachten , afkomstig van de maan, - het zien, afkomstig van de zon , - stem , afkomstig van het geluid en het vuur, - het "Ik" , afkomstig van Purusha ( de onsterfelijke"Ene") Geleidelijk aan evolueert het begrip ziel naar een afzonderlijk deel van de mens, maar met een volledig gescheiden leven daarvan. Deze stelling vormt de stelling van de latere ziens- wijzen waarin het begrip ziel ofwel als een zelfredenerende en met een wil begaafde monade is, ofwel niets te maken heeft met de wil en de andere activiteiten die op hun beurt slechts emanaties zijn van afzonderlijkbestaande krachten van Prakriti. De goden slorpen dus na de dood niet meer elk hun deel op. Ze werden als afzonderlijke we- zens beschouwd met een terzijde levend bestaan, en waren afhankelijk van eigen karma. De upanishad-periode leidde dan ook tot de ontdekking van een kosmische evolutie . Met de reïncarnatie werd het voorafgaandelijk bestaan van deziel in een oneindige reeks , waaraan er geen eerste be- staan is. Wanneer dit met de zielen zo is dan moet dit ook zo zijn met de kosmos , want er is steeds voor elke terugke- rende ziel een belichaming nodig. Aangezien er goed en slecht Karma is, ontwikkelt zich dan ook de idee van ver- schillende werelden nl. : - de hogere wereld voor de goede zielen (Dyuloka), - de tussenwereld waar de mensen leven (Antariksialoka), - de onderwereld(Bhuloka)voor de zielen met slechtkarma. Men begon zich echter wel af te vragen welk doel de opeen- volgende levens hadden . Elke daad bracht nieuwe Samska- ra's (verzonken indrukken) voort die bij het volgende leven zouden uitgewerkt worden . Het leven bleek dus een onon- derbroken ellende zonder waarde of belang voor de mens. Indien men echter geen daden meer zou stellen, dan zouden er geen Samskara's meer zijn voor den volgend leven . Het hoogste doel bleek dus het doorbreken van de kringloop van leven en dood door niette handelen , door niet gehecht te zijn aan daden of de vruchten ervan. Doorniet-handelen kon men dus bevrijd worden van leven en dood. Het verza- ken aan de wereldse dingen en daden , werd toen gehuldigd als wet ter bevrijding. De "Kennis"om zich te kunnen verlos- sen uit de kringloop of het rad der wedergeboorte wordt de zaligmakende kracht. Deze kennis wordt eveneens on- derwezen in de Upanishden via het vrij onderzoek van de natuur en het universum. Er werd dus een gedragscode op- gesteld die de mens zou leiden naar de algehele bevrijding . Dergelijke code kunnen we gedeeldtelijk terugvinden in het achttredig pad van Patañjali .Men vindt er immers, zij het niet in de zelfde volgorde de acht treden van Patañjali terug ( we komen er later op terug). De leer was echter geheim en de Brahmanen waren heer en meester . Dit duurde tot aan de openlijke doorbraak van nog kritischer zienswijzen dan deze waarmede het onderzoek van de Veda's destijds werd uitgevoerd . Deze zienswijzen waren onorthodoks en weigerden het gezag van de Veda's nog langer te erkennen Ze stoorden zich ook niet aan de Brahmanen alhoewel zij toch gezag opeisten via de Upanishaden. Dit gebeurde om- streeks 500 V.C., toen er bijna gelijktijdig twee godsdien- sten gesticht werden die zeer vergaande invloed zouden blijven uitoefenen nl .: het Jaïnisme en het Boeddhisme. Hun stichters behoorden beide tot de kaste der Ksatriyas (de krijgers).De leer die zij verkondigden werd in de volks- talen geschreven in tegenstelling met de vroegere "Kennis" die geschreven was in het oude Sanskriet en van meester tot leerling werd doorgegeven aan één bevoorrechte kaste nl. de Brahmanen. 1° Het Jaïnisme. Mahavira, bijgenaamd " De grote held " was de stichter van het Jaïnisme (afgeleid van het woord Jina =overwinnaar). Hij werd geboren rond 540 VC.als zoon van een stamhoofd van de Jnatrika's in het zuiden van Nepal. Op 30jarige leef- tijd , na de dood van zijn ouders, liet hij alles achter en be- reikte, na 12 jaar, verlichting door volledige ascese. De Jaï- nisten leren dat de hemel en de onderwereld onveranderlijk zijn .Het wereldse leven is een samenspel van stoffelijke en geestelijke substanties of individuiele zielen die in wezen al- wetend en zalig zijn. Ze zijn door stof aangetast (d.w.z.om- huld door het lichaam) wegens Karma. Vooral door goede daden , ascese en vasten , kan de ziel na de dood aan de kringloop van leven en dood onttrokken worden . Ahimsa (geweldloosheid) speelt een zeer grote rol , zowel tegen- over mens als tegenoverdier .Om geen insecten in te ade- men, en aldus niet te doden, lopen sommige Jaïnistische monikken met een lapje voor de mond.Mahavira vastte op 72 jarige leeftijd , tot de dood erop volgde.
2° Het Boeddhisme. Siddharta Gautama (Boeddha), was de zoon van een stamhoofd uit het voorgebergte van de Himalaya. Volgens de legende ovespoelde bij zijn geboorte (567 V.C.) een wonderbaar licht de wereld. Deze geboorte was volgens zijn eigen verklaring de laatste die hij meemaakte. Rijk op- gevoed in het paleis van zijn ouders, laat hij alles achter op 29 jarige leeftijd , en gaat bij een Guru die hem in de Upa- nishaden onderwees. Ontevreden over de lessen, ging hij ook daar weg en leidde met enkele vrienden een ascetisch leven dat hem bijna fataal werd. Toen hij uitgemergeld dreigde te sterven , werd hij gevoed door een dorpsmeisje en van toen af zag hij in , dat hij zijn lichaam nodig had wil- de hij zijn geest verlicht zien. Hij legde zich vooral toe op meditatie en bereikte, gezeten onder een vijgeboom nabij Benares, verlichting na 49 dagen meditatie. De leer van Boeddha omvat de 4 volgende hoofdgedachten : 1. Het leven is een onvoldaanheid wegens de manier waarop de mens leeft.Daardoor is er "Dukka" d.w.z. lijden . 2. De reden van het lijdenis het verlangen naar zelfvoldaan- heid" Tanka". 3. De hunkering naar individualiteit moet overwonnen wor- den in "Nirwana" d.w.z. ophouden (zelf ) te denken. 4. Er is een bevrijdingsweg via het vermijden van de uitersten, en het bewandelen van de middenweg "Hara". Er is een achtvoudig pad, gelijkend op dat van de yoga. Boeddha deed niet aan metafysische beschouwingen over het universum.Hij verwierp het kastenstelsel en beschouw- dede verlossing niet als opgaan in Brahman , maar als er- varen van het Nirwana. Hij erkende geen god.Na zijn dood op 80 jarige leeftijd(na het eten van een bedorven stuk vlees) zal zijn leer in twee grote stromingen uiteenvallen : De Mahayana (het grote voertuig naar de bevrijding), en de Hinayana (kleine voertuig ), soms ook wel "boot" ge- noemd i.p.v. voertuig. De Mahayana-boeddhisten vergod- delijken Boeddha en voeren een metafysisch stelsen in hun leer, met als hoofddoel : verlossing van 'alle'levende wezens.De Hinayana Boeddhisten hebben de oude leer met het onderricht van Boeddha behouden, met het nastreven van de 'eigen' verlossing als hoofddoel.
In de volgende bijdrage : nog meer tegenstand voorde Brahmanen.
Nog méér verzet tegen de Brahmanen. Niet alleen Mahavira en Boeddha hebben de macht der Brahmanen genegeerd en een eigen bevrijdingsleer opge- steld .Andere zieners verwierpen eveneens het gezag van de oude leer en werden dus ook bij de orde van de niet- orthodoxen ingedeeld. Het waren : Sanjayin, de stichter van het Agnosticisme .Dit is de leer die de onwetendheid huldigt, (alle menselijke uitleg is sterk ge- subjectiveerd , de vrede des harten kan slechts ontstaan in het zich onthouden van elke stellingname), en de metafysica verwierp. Wat is juist ? Wat is goed ? Wat is niet juist ?. ?? Carvaka, de stichter van het materialisme:(alleen de materie is de enige werkelijkheid). Gosala, de stichter van het fatalisme:(alle dingen verlopen volgens het plan van het noodlot waartegen niets of niemand iets kan ondernemen ).
DE ORTHODOXE ZIENSWIJZEN . Naast deze anti-Brahmaanse beweging van deJaïnisten, de Boeddhistenen de filosofen die elke moraal verwerpen zul- len evenwel een zestal orthodoxe zienswijzen het gezag en de invloed van de Veda's en deUpanishaden blijvend er- kennen tot in de moderne tijden. Deze zienswijzen hebben , in tegenstelling met de Westerse filosofie , geen afgebakend terrein of een historische periode .Daar waar de Westerse filosofie ingedeeld wordt in drie fasen ( nl : deChristelijke filosofie van de middeleeuwen die de pretentie had alle waarheid te bezitten en de oude filosofie van de Grieken op- volgde , om zelf verdrongen te worden vanaf de renaissance door de moderne denkers), die telkens iets nieuws brengen, heeft de Indiase filosofie nooit verzaakt aan de oude waar- den van de Veda's en de Upanishaden. Er wordt wel een classificatie opgesteld door Deussen (Duitsfilosoof° 1845 + 1919), maar deze is weinig betrouwbaar aangezien hij de oude systemen die ruim 1.000 jaar of méér V.C. ont- stonden , op het achterplan zet, aldusH. De Glasenapp, professor Indialogie-1951- Universiteit Tubingen, ende Vedanta metafysica vooruitschuift , niettegenstaande ze slechts onder Sankara (8ste eeuw N.C.) haar werkelijke vormgeving krijgt als zienswijze.
VAN WAAR KOMT DE YOGA ?
Wanneer we op zoek gaan naar de oorsprong van de Yoga, dan zien we dat de Upanishaden de weg openden naar de vaste yoga-code.We zien eveneens het gebruik van "OM" , de mystische klank van ISWARA, die door de brahmanen gebruikt werd om de bovennatuurlijke kennis te verwerven . Ook in deMähabarätha zien we de yoga opda- gen als een vaste weg naar bevrijding (vooral in de Bagavad -Gita,een onderdeel van deze Mähabarätha -VIde boek, ge- zangen 25 tot 42). De Mähabarätha is een oorlogsverhaal waarin twee verwante families tegenover elkaar ten strijde trekken . Ze zijn de verzinnebeelding van het goede in de strijd tegen het kwade .Hier heeft de Yoga die in de Baga- vad-Gita beschreven wordt , de betekenis van aanbidden- de godsvrucht en opoffering van alle daden aanKrisna , de mens geworden god Visnu die aan Arjuna, de aanvoer- der van de goeden (Pandava's ) onderrichtingen geeft ( de yoga-leer), ten einde hem te overtuigen dat de kwaden (Kurava's) moeten bestreden worden , ook al vallen er in de strijd enkele bloedverwanten. De Sankhya -zienswijze die in deze onderrichtingen vernoemd wordt , is niet de Sankhya -zienswijze van Kapila, maar de letterlijke bete- kenis van het woord zelf nl.: 'aantal ..'. of de methode om de kosmische principes te tellen , en er aldus een evolutie- proces van op te stellen. Er werd nl. uitgegaan van het AL dat spiritueel is, om door telling te komen tot de grove elementen waaruit de voorwerpen gemaakt zijn. Het is dus een onderzoeksmethode om de Alles-Eén-theorie van deUpanishaden uit te leggen.De Yoga echter en haar filoso- fie waarover we later grondig zullen handelen, werd reeds in 300 V.C.door Patañjali als volwaardige zienswijze uitgelegd in de Yoga-sutra's. Tenslotte zouden we de zes orthodoxe zienswijzen (Dârsana's) kunnen indelen in twee groepen nl.: 1° Deze welke hun leerstellingen uitsluitend baseren op de Veda's en deUpanishaden, tw. : MIMANSA en VEDANTA . 2° Deze welke hun leerstellingen baseren op ondervinding en menselijke redenering, met inachtneming van het gezag van de Veda's, tw.: SANKHYA, YOGA, NYAYA, VAISESIKA . De mimansa en de Vedanta zijn aldus dogmatische filoso- fieën ( hun methoden doen denken aan de Westerse sco- lastische filosofie die gebaseerd is op de bijbel, en even- eens een dogmatische filosofie is .De Sankhya, de Yoga, de Nyaya en de Vaisesika , zijn pragmatische zienswijzen die de kritische weg van onderzoek en vergelijking volgen.
III. DE ZES ORTHODOXE DARSANA'S De korte beschrijving die hierna volgt is slechts een inlei- ding op de latere en meer uitgebreide uiteenzetting . 1. Deze welke hun leerstelling uitsluitend baseren op de Veda's. a) MIMANSA. Naar alle waarschijnlijkheid werd de Mimansa opgesteld tussen 300 en 200 V.C. door Jaïmini .Haar filosofische vormgeving en waarde werden voltooid door twee latere commentatoren nl. Prabhakara (VIIe eeuw N.C.)enKumarila (VIIe eeuw N.C.).Het aanvankelijke doel van Jaïmini bestond erin, de teksten vande Veda's te onderzoeken en uit te leggen. In werkelijkheid isMimansa dus een rituele wetenschap. Zij verklaart wat de Veda is, zowel wat de voorschriften der offerplechtigheden en ritu- alen aangaat, als de mantra's en namen der aanbeden go- den. Een mantra is een religieuze spreuk waarover later meer uitlegzal gegeven worden . Men kan ze zien als een geestesbeschermer die door voortdurende herhaling geen andere gedachten binnen laat. Ze wordt ook voor aanbid- ding of aanoeping van de goden gebruikt.) Om de Vedische teksten , die nietdoor de mensen noch door de goden , maar door en uit zichzelf ontstaan zijn, uit te leggen werd ereen onderzoeksprocedure ontwor- pen, bestaande uit vijf fasen. 1° Visayn : het bepalen van de te behandelende tekst. 2° Samsaya : het naar voor brengen van de twijfels die te- gen deze tekst zouden kunnen ingebracht worden. 3° Purvapaksa : het uitdrukken van meningen die deze twijfels kunnen weerleggen. 4° Uttara-praksa-siddhanta: het formuleren van een defini- tieve mening over deze tekst. 5° Sangati : het aldus bekomen resultaat toepassen op an- dere teksten. Mimansa aanvaardt het bestaan vaneeuwige individuele zie- len en isdus in zekere zin pluralistisch (duaal) . Ze gelooft echter niet in eenschepper en vernietiger van de wereld. De theorie van Karma wordt als een onaanvechtbaar dog- ma vooropgesteld . De uitvoering van de werken die door de Veda's wordenvoorgeschreven doet een kracht ontstaan (welke vooraf niet bestond)die in deze wereld haar uitwer- king zal hebben .Het hoogste doel van Mimansa bestaat in de hemelse vreugde die zal verworven worden door hen die de rituele daden zullen uitvoeren volgens de voorschriften. Zij dienen eveneens rekening te houden met devoorge- schreven verbodsbepalingen zoals de bedoeling zelf voor- deel te halen uit de uitwerking ervan.Eenmaal de ziel bevrijd van haar lichamelijk omhulsel , vallen alle kennis, genot en pijnen weg, en kunnen zich niet meer opnieuw manifesteren. Later werden, naast het onderricht en de uitleg van deVeda's ook filosofische beschouwingen opgenomen in de leer van Mimansa. Deze waren vooral van religieuze en dogmatische aard, want de hoogste autoriteit bleven natuurlijk de Veda's die volgens de Mimansa de absolute waarheid inhouden . Om te bewijzen dat de Veda's eeuwig en zonder begin waren en niet van menselijke of goddelijke oorsprong, had men drie hypothesen : 1° Het woord is eeuwig zonder begin ; elke klank bestaat, en er wordt dus niets nieuws geschapen wanneer iemand een woord (klanken) uitspreekt. De spreker plaatst de klanken alleen in het actuele tijdsbeeld van "nu-bestaan". 2° Er bestaat een eeuwige band tussen het woord en datge- ne wat het betekent; deze band heeft geen begin,en hangt dus niet af vanmens of god... hij bestaat ! 3° Het woord duidt de soort aan, en geen specifiek object of individu ; daardoor staat het woord boven de dingen en de individuën en is transcendentaal (bovenzinnelijk... niet op ervaring berustend ). Daaruit volgt dat de Veda's die uit deze woorden bestaan, een originele en objectieve betekennis hebben. Ze zijn dus zuivere waarheid , zonder bijkomstigheden . Zij alleen vormen alle autoriteit die de weg aangeeft naar de bevrijding. Door de Vedantijnen wordt de Mimansa echter aangezien als een lager stadium van hun eigen zienswijze.Het grootste verschil bestaathier- in ,dat de Mimansa geen god of schepper of vernietiger aanvaardt, terwijl de Vedanta , die eveneens de Veda's als basis heeft, wel gelooft in een schepper - vernietiger. Wil dit zeggen dat de Mimansa - zienswijze atheïstisch is ? Neen, zij gelooft in een soort pantheïsme , evenals de Vedanta van de filosoof Sankara trouwens, zoals we la- ter zullen zien. De goden die in de Vedische teksten met mantra's bezongen worden ,zijn volgens de Mimansa on- sterfelijke entiteiten , los van de zielen .Het Vedisch con- cept God bestaat niet in de Mimansa zoals dit in de Vedanta-zienswijze het geval is. Er wordt meer aandacht besteed aande vedische geschriften dan aan een god. Deze laatste wordt dus op de tweede plaats verschoven terwijl hij in de Vedanta absoluut op de voorgrond zal treden .Dit zal inmijn volgende bijdrage besproken worden.
b) VEDANTA. Vedanta betekent oorspronkelijk en letterlijk "Einde van de Veda's". Daarmee worden ook de Upanishaden aange- duid. Later werd "Vedanta " gebruikt om het systeem (of- zienswijze) aan te duiden dat één opperste kosmisch princi- pe aanvaardt als oorsprong van alle bestaan , of van alles wat er gebeurt .Sedert de tweede helft van de eerste dui- zend jaar van onze tijdrekening is de naam " Vedanta " ge- groeid tot haar vaste betekenis. Deze groei verliep echter niet zonder contestatie en onderlinge strijd van de vele Ve- dantijnse systemen.De doctrine van de filosoofSANKARA haalde echter de bovenhand op alle concurenten en zo komt het dat zijn zienswijze gewoonlijk als "DE VEDANTA" aan- gezien wordt .De naam "Vedanta" vertegenwoordigt dus niet onmiddellijk een geordend systeem,maar globaliseert een ze- ker aantal opinies die echter allemaal het éne opperwezen aanvaarden en zich allen baseren op de teksten van deUpa- nishaden. De leer van de Upanishaden is gebaseerd op het "Alles-Eén " of "BRAHMAN ". Sommigen zien Brahman als een werkende god (aanwezig in de zon,de maan, de aar- de , de stem, de wil , de liefde .).Anderen zien Brahman als- de ruimte, of de levensadem die alles doordringt .Van daar- uit gaat men dan verder naar "HET ZIJN " in ieders hart onder de naam"ATMAN" . Deze zienswijze evolueert wel in zekere zin mee met de opvattingen van de Upanishaden waarin ook het monisme als grondthema geldt.Het individu- eel bestaan,d.w.z. de empirische persoonlijkheid , is dus niets anders dan "Atman" , dat tezelfdertijd "Alles-Eén" is , en dat in zijn zuiverste vorm"Kennis" is.Terwijl de mens zich in waaktoestand gebonden voelt aan de grofstoffelijke vor- men van het"Absolute- Alles- Eén ", ontstaat er tijdens zijn droomtoestand een subtiele wereld . Wanneer hijechter in een droomlozeslaap verkeert, is hij bevrijd van alle lagere vormen, en geniet hij de hoogste gelukzaligheid. Hij ziet en ondervindt geen onderscheid meer tussen zichzelf en al de dingen ... hij 'ïs' alles, want elke dualiteit is verdwenen . Wanneer hij echter ontwaakt uit deze slaaptoestand, wordt hij opnieuw geconfronteerd met de dualiteit en het gevangen zijn door de dingen . Dit alles gebeurt ook wanneer de mens sterft in plaats van slaapt.Zijn Atman zal zich een zekere tijd verenigen met het kosmish bestaan.Maar de Karma-wet zal hem terugbrengen naar de dualiteit (de wereld ).Dit zal zo dikwijls en zo lang herhaald worden tot alle verlangen naar de dingen (gehechtheid) zal uitgestorven zijn . Dan pas zal hij voor goed verenigd worden in blijvende gelukzaligheid . Hij zal de "kennis"van Atman ervaren als eeuwig genot.Tij- dens de Upanishaden van de midden-oudheid die de basis zullen vormen der latere Vedantijnse leerstellingen , werden de uiteenzettingen zoals deze van Aruni en Yajnavalkhya niet meer gevolgd. Zij behoorden tot de vroege Upanishad -periode . Daarover later meer uitleg ! Sommige Upanisha- den werden sterk beinvloed door het Boeddhisme . De geest en de materie worden er als twee tegenoverelkaar staande realiteiten gezien.Men erkent Purusha als de univer- sele geest en Prakriti als de basissubstantie.Elk individu heeft niet enkel een "IK" dat ontstaat uit Prakritiwerking (voedsel - prana (energie) -verstand ), maar ook een Atman die de basis is van gelukzaligheid.Het lichaam is als een voertuig dat getrokken wordt door vijf paarden (de zintuigen), naar een doel buiten de wereld. De teugels zijn de rede, en de koetsier is Atman, de meester van het span. Hij werkt niet effectief mede aan de voortbeweging van de wagen zelf , maar wel met alles wat met die voortbeweging te maken heeft ,d.w.z : het bewustzijnsproces van hetgeen er gebeurt. Atman in het individu is gelijk aan Atman in de kosmos, maar lijkt gebonden aan de natuur (Prakriti) en haar ontwik- keling. Brahman wordt gezien als heer en meester en is in elk individu aanwezig . Hij gebruikt elk individu volgens zijn wil .Hij is de Purusha die zijn zaad uitstort in Prakriti,waar- uit alles ontstaat.Gezien vanuit het standpunt van het "Abso- lute" , is alles een spel van Brahman met zichzelf , zich mani- festerend onder alle vormen.Brahman is dus in alles aanwe- zig en is meester van alles .Hij doet de mensen goede en slechte daden stellen. De zielen die in de individuën incar- neren , zijn delen van de grote Purusha = de eerste of Bra- hman yoni (vrouwelijk gesl.orgaan) die als een baarmoeder gebruikt wordt om de wereld te maken.Deze wereld is ech- ter "Maya" d.w.z. "Niet bestaande".De individuele zielen worden echter door Maya gevangen genomen en vereen- zelvigen zich met dit niet bestaande ( de wereld die slechts schiijn is), want alleen Brahman is werkelijk bestaande sa- men met Atman (de ziel),die in wezen hetzelfde is als Brah- man. De rest isillusie. Behalve in de Upanishaden vindt de Vedanta ook steun in de teksten van de Bagavad-Gitaen de Brahma-Sutra's die als leiddraad dienen voor alle heilige teksten.In dezesutra's zijn er 555aforismen waaroverVa- caspati-misjra in 850 N.C. , samen met nog anderen zoals Sankara(stichter van deVedanta-zienswijze), uitleg verstrekt . . SANKARA Rond 800 N.C. schrijft Sankara zijn eigen "Bhasya"en ver- dringt daarmede vele commentatoren. Hij wordt de kam- pioen van de Brahmaanse orthodoxie genoemd en door velen als de grootste filosoof van Indiabeschouwd(°788- +820 n.C.). Sommigen aanzien hem zelfs als een incarnatie van Siva .Hij leefde slechts 32 jaar, en dit houdt verband met een belofte aan zijn ouders die door toedoen van Siva één kind kregen dat kort zou leven in plaats van vele kinde- ren die lang zouden leven, maar dwaas zouden blijven . De naam Sankara betekent redder , één der namen van Siva. Sankara werd leerling van Govina die zelf door de Vedantijn Gaupada was opgeleid . De Boeddhisten werden door San- kara zeer hardnekkig bestreden om hun afkeer tegenover de Veda's.De heiligeteksten van deVeda's staan volgens San- kara , ter ondersteuning van twee zienswijzen : - De eerste houdt verband met het ontstaan der dingen door emanatie(uitwaseming). - De tweede houdt verband met het "Alleen-Bestaan " van Brahman, terwijl al het andere Maya is. Uit de twee hierboven genoemde zienswijzen ontstaat de ver- klaring van de waarheid in twee gradaties : 1° Ontstaan uit Brahman : dit is een lagere zienswijze. 2°Niets bestaat buiten Brahman: dit is een hogere zienswijze.
TEGENWIND VOOR SANKRA. RAMANUYA. Onder de grote meesters die het absolute monisme van San- kara aanvochten , was Ramanuya voorstander van een rea- listische Vedanta waarin een afzonderlijke god bestaat, los van de kosmos. Ramanuya heeft zeer grote invloed gehad op de Indiase filosofie. Zijn commentaren op de Brahmana's (de Brahma-Sutra's) zijn niet alleen zeer degelijk spiritueel werk, maar hebben ook als model gediend voor de filosofen van andere scholen.Ramanuya betekent : jonge broeder van Rama.Hij werd geboren rond 1017, en zou120 jaar geleefd hebben .Zijn invloed was zeer groot op veleVedantijnen die hem eerst bestreden maar later bijtraden.Volgens de overle- veringen zou hij van de god Visnu bevestiging gekregen heb- ben van zijn zienswijze betreffende het verschil tussen de godheiden de individuele zielendie als eeuwige monaden op zichzelf zouden bestaan Ook volgens Ramanuya bestaat ver- der de Prakriti met de drie guna's, niet als werkelijk bestaan- de entiteiten, maar als eigenschappen . Ze zijn niet van de Prakriti te scheiden , maar werken erin. "Kennis" is eveneens het middel tot zaligmaking. Behalve Ramanuya zijn er nog te- genstanders van Sankara opgestaan.
Madva (°1199 + 1278) Na eerst voorstander te zijn geweest van Sankara's theorie keert Madva zich tegen hem, omdat hij de drieledigheid in plaats van het Vedantijns non-dualisme voorstond nl. : 1° Visnu de Alomtegenwoordige. 2° De veelheid van de individuele zielen. 3° Het niet-spirituele of de ( levenloze ) dingen.
NIMBARKA ( geen data gekend) Hij was een devoot Krisna-vereerder. Zijn theorie bestond in de dualiteit van het niet-duale. Hij poogde evenals Rama- nuya uit te leggen dat de pluraliteit van de vele spirituele mo- naden kon verenigd zijn in de absolute éénheid , waarin dan ook plaats bleef voor de niet spirituele dingen die allen sa- men een geheel vormen..Er was dus volgens Nimbarka één éénheid met twee eigenschappen die niet ondergeschikt wa- ren aan elkaar, maar naast elkaar bestonden.Hij identificeert Brahman als Krisna, de geincarneerde godheid die evenwel op zichzelf bestond en samen met Radha, zijn geliefde, en door de hulp van de god Visnu, alle krachtenen deKosmos voortbrengt.
VEDANTA' S DUBBELE STREKKING. Uit alles wat voorafgaat kunnen we besluiten dat de Vedan- ta uit twee grote stromingen bestaat : nl. 1° Het radikaal monisme : Het Advaït -Vedanta, dat voor Westerlingen overkomt als een soort Pantheïsme. 2° Het gematigd monisme : dat een zekere dualiteit toelaat binnen het opperwezen waarin de individuele zieleneen een afzonderlijk bestaan behouden en ook werkelijkbe- staande zijn. Het monisme was een poging om de vele goden van de Upanishaden niet te verstoren . Men trachtte een eenheid te vinden in de veelvuldig heid , nl.: een allesomvattende, een alomtegenwoordige , en toch alle goden behoudende een- heid , naast alle zielen (mensen) en alle verschijnselen die samen verschillende manifestaties zijn van één geest die het universum is. In werkelijkheid geen echt pantheïsme, maar een " Alles-is-God "-visie.
In een volgende aflevering komen de pragmatische zienswij- zen aan de beurt.
2.Zienswijzen die het gezag van de Veda's wel aanvaarden maar gebaseerd zijn op ondervinding en menselijke rede- nering ... en niet op de Vedische teksten zelf.Men zou ze PRAGMATISCHE ZIENSWIJZEN kunnen noemen. a) SANKHYA. Sankhya betekent"Aantal". De Sankhya is een zienswijze die de kosmische principes opsomt, en hun bestaan of sys- tematisch ontstaan verklaart. Het woord Sankhya verschijnt reeds in de Upanishadenen in de Bagavad-Gita. Daar duidt ze een andere filosofische methode aan volgens dewelke alle kosmische verschijnse- len voortkomen uit één bestaan , of "Zijn",via de evolutie- theorie.Gedurende de eerste eeuwen van onze tijdrekening ontstaat er een groep systemen die zich allen Sankhya noemen omdatze eveneens een ontwikkeling van kosmi- sche principes onderwijzen welke de ene nade andere e- volueren , maar allen voortkomen uit één oerbasis( Prakri- ti -Avyakta ), die als begin van de materiële wereld wordt beschouwd.De zielen zijn geen onderdelen van een alles- omvattende geest, maarzijn autonome spirituele monaden die eeuwig zijn en die in principe geen binding hebben met hetgeen door Prakriti voortgebracht wordt.Deze Sankhya onderwijst dus een dualisme: PRAKRITI en PURUSHA. Ze bekommert zich verder niet om een universele geest om als basis van deze twee te fungeren. Vandaar dat deze leer op een atheïstische zienswijze is ingesteld. Er is gewoonweg geen plaats voor een god , want zowel de spirituele mona- den als de oerbasis zijn : .."eeuwig-zonder-begin" . Enkel de Karma-wet fungeert nog als kosmische ordeschepper en moraal-code. De Sankhya heeft onder deze vorm zeer grote invloed gekregen en zou volgens de overleveringen ontstaan zijn via de ziener Kapila , die sedert legendarische oorsprong het systeem zou ontworpen hebben , meer dan 1.000jaarV.C.Naar alle waarschijnlijkheid moet deze ziens- wijze ontstaan zijn vöör het Boeddhisme aangezien daaruit menige zaken ontleend werden, zoals de naam van de geboorteplaats van Boeddha, Kapilavasta genoemd.Ook de Yoga van Patañjali steunt op deze zienswijze voor wat de kosmische entiteiten betreft. Kapila behoort ook tot de le- gendarische figuren die als zonen van Brahman medegehol- pen zouden hebben aan de schepping van de wereld. De leerlingen van Kapila , Asuri en Pancashikha , staan be- kend als pan-en-theïsten .Uit het voornaamste werk van de klassieke Sankhya nl." Sankhya-Karika" blijkt dat Kapila de "kennis" heeft aangeduid als verlossing. Deze"kennis" be- bestaat in het zien van het onderscheid tussen Prakriti en Purusha, zonder zich verder uit te spreken over de kosmi- sche eeuwigheid van deze twee .De commentatoren van de Karika zeggen dat het bestaan van Iswara niet mogelijk is en bevestigen aldus dat de Sankhya een atheïstisch systeem is .Sankara erkent dat Kapila niet geloofde in Atman als alleen-bestaande-Brahman, maar wel in de pluraliteit van de zielen.Hij bevestigt echter ook dat de gerenomeerde Ka- pila iemand anders zou zijn dan de stichter van de Sankhya -filosofie. De oudste vorm van Sankhya zou ook als een ge- perfectioneerde Vedanta kunnen gezien worden in de zin van ontleding of nummering van de Kosmische verschijn- selen.De naam Vedanta wordt echter niet gebruiktin de Upanishaden of in de andere andere geschriftenwaarop ze haarzienswijze steunt. Men vindt echter wel in de Maha- bharata sporen terug van het bestaan van Prakriti als een autonoom kosmisch principe dat tegenover een veelheid van Purusha staat,met los daarvan een goddelijke Puru- sha.In ieder geval is de Sankhya-Karika van Iswara-kris- na (+/-560 N.C.) het oudste Sanskrietwerk dat over de Sankhya bestaat. Het handelt over de beginnende natuur en de pluraliteit van de spirituele monaden die niet afhanke- lijk zijn van een gezamenlijk kosmisch principe Het onder- wijst ontegensprekelijk een dualistische metafysika en is atheïstisch van strekking , niettegenstaande latere commen- tatoren zoals Gaudapada en vooral Vacaspati-misra (9° eeuw) er Vedantijnse invloeden zullen inbrengen . Sankhya-Karika aanvaardt twee principes die volkomen los van een derde , elk hun eigen eeuwig-niet-beginnend bestaan hebben nl.: 1° PRAKRITI : De oermaterie of Pradhana .Ze is niet spiritueel, onbewust, maar wel actief. 2° PURUSHA ' S :De vele individuele spirituele monaden . Ze zijn bewust maar niet actief . Alles wat uit zichzelf niet bewust is, komt voort uit Prakriti. Daaruit volgt,dat Prakriti niet enkel de basis is van de mate- riële dingen , maar ook van de door ons als geestelijk be- stempelde mogelijkheden in levende wezens zoals : de mo- gelijkheid om te denken, het waarnemingsvermogen,de mo- gelijkheid om pijn of vreugde te voelen enz..; zij komen niet voort uit de spirituele monaden. De oermaterie bevindt zich in een voortdurend proces vanverandering, dat noch begin, noch einde kent. Nu eens in volle expantie als een kosmos vol dingen. Dan weer als een opgeslorpte oerklomp (Pradhana).Ze bestaat uit drie GUNA'S of constituanten, nl: 1° SATVAM: De substantie van het licht, lichtheid en vreugde. 2° RAJAS : De substantie van onstandvastigheid, pas- sie, beweging. 3° TAMAS: De substantie van duisternis, smart en af- remming. De Sankhya distantiëert zichdus, als zienswijze, van de U- panishadgedachte omdat zij Iswara (De Heer) verwerpt als gemeenschappelijk fundament van de Prakriti en de spirituele monaden ( Purusha's).Alhoewel de auteurs van de Sankhya wel op dehoogte moeten zijn geweest van het bestaan der goden zoals men deze in de Veda's en in de andere heilige geschriften aantreft,toch wordt over de goden niet gesproken omdat zij geen inbreng kunnen hebben in de kosmische evo- lutie zoals dezevooropgeteld wordt in hun zienswijze.De go- den zijn dus in ieder geval niet de makers van de dingen waar aan zij uit zichzelf geen behoefte of verlangen kunnen hebben aangezien zij volmaakt zijn en niets kunnen verlangen. Men zou dus kunnen aannemen dat de Sankhya de goden aanziet als spirituele monaden die voor altijd bevrijd zijn van de Kar- ma-wet, en zich verder niet inlatenmet de andere spirituele zelven of de evolutie van de kosmos. Alleen wanneer er een niet bevrijd Zelf beroep op hen zou doen om ter hulp te ko- men, zoals dit het geval is met de verschijningen van de mens- geworden goden, dan kan men vast stellen dat deze goden bestaan.Deze uitleg toont aan, dat het atheïsme van de San- khya niet op dezelfde wijze op te vatten is als het westerse standpunt over atheïsme. (H.De Glasenapp "La filosofie In- dienne " pag.169 ) .Als voornaamste werk uit de post-klas- sieke periode dient vermeld : de "Sankhya-sutra. ( volgens Garbe geschreven tussen 1380 en 1450).Door deze wordt de Sankhya opnieuw heropgezet tegen diverse commentato- ren waaronder niet in het minst Vijnanabhiksu, die de San- khya in haar klassieke vorm trachtten aan te tasten en uit te leggen als een afgeleide van de Vedanta. b).YOGA. Aangezien de yoga-zienswijze uitvoerig wordt behandeld in de latere toevoegingen aan mijn blog, wordt hier geen ver- dereuitleg verstrekt over haar zienswijze die eveneens prag- matisch mag genoemd worden. Men dient nochtans te besef- fen dat de Yoga-zienswijze de enige is die een zo uitgebreide praktische handleiding bezit om de bevrijding te bereiken waar alle andere dârsana's slechts over spreken. Ook kan men vast stellen dat de yoga-beoefening zeer uiteenlopende praktische uitwerkingen kent zoals Kriya-yoga (de yoga van de daad), Mantra-Yoga (de yoga van het reciteren van man- tra's of gebedsformules), Hatha-yoga(de yoga van de inspan- ning of lichamelijke yoga), en nog andere die echter in de yo- ga-sutra van Patañjali terug te vinden zijn. Een soort echter , de kundalini-yoga blijkt niet door Patañjali te zijn opgenomen. Deze soort yoga gaat ervan uit dat er in het lichaam zes ener- giepunten of Shakra's aanwezig zijn, waarvan de laagst gele- gene bezet wordt door de slapende Kundalinislang (slangen- kracht of energiekern) die Prakriti vertegenwoordigt. Door de beoefening van de yoga die haar naam (Kundalini) draagt , kan deze kracht gewekt worden en achtereenvol- gens door de andere Chakra's naar boven stijgen , waar ze zich verenigt met Siva-shakti ( Purusha ) en nadien weer terug keert naar de laagste Chakra. Slechts na langdurige en intensieve oefeningen slaagt men erin de Kundalini in ver- eniging te houden met de Siva-shakti, wat dan de bevrijding als resultaat geeft.
In de volgende aflevering komen de Nyaya en Vaisessika aan de beurt.
c) & d) NYAYA en VAISESIKA Aangezien Nyaya en Vaisesika elkaar onderling aanvullen in die zin dat Nyaya de kosmische uitleg van de Vaisesika verklaart, terwijl de Vaisesika de logische gedachtengang van de Nyaya uitlegt, worden beide zienswijzen samen be- sproken. Het woord Nyaya betekent reglement, principe of voorbeeld .De leer van de wetenschappelijke bewijsvoering en haar principes wordt aldus NYAYA genoemd, m.a.w. het systeeem dat de regels opstelt over denkmethode, be- sluitvorming en degelijke discutie, noemt men Nyaya. Het woord Vaisesika , afgeleid van 'vesesa ' = onder- scheid, geeft de naam aan van de leerstelling die hetspeci- fieke onderscheid weergeeft tussen de dingen dieons om- ringen in de uitwendige zichtbare wereld , en de dingen die intern bestaan. DeVaisesika poogt het probleem van de metafysica op te lossen door het onderscheid van externe en interne wereld. Vandaar dat de Nyaya soms wel be- schouwd wordt als een logische filosofie, terwijl de Vaise- sika bestempeld wordt als een filosofisch ontleden vande natuur .Beide zienswijzen waren een poging om elk afzon- derlijk een aanvaardbare uitleg te verschaffen over de we- reld terwijl zein feite elkaars aanvulling werden ; de ene door logisch te redeneren , en de andere door te filoso- feren. Beide zienswijzen zijn eveneens orthodox. Zij aan- vaarden dus het gezag van de Veda's alhoewel zij deze niet als basisleer gebruiken om hun systeem op te bou- wen .Ze blijven beiden buiten de stroom van de specula- tieve theorie over het theologisch concept dat in de hymnen van de Veda's wordt vooropgesteld , als ver- trekpunt van hun hypothesen. De grote verdienste echter waardoor deze twee zienswijzen zich onderscheiden van de andere traditionele därsana's is wel, dat zij voor het eerst de leer van de onderverdeling van'al-het-gekende' in categoriën invoerden.Deze verdeling was: substantie, kwa- liteit en aktiviteit. Ze maakt het mogelijk de relaties tussen de afzonderlijke dingen vast te omlijnen in algemeenheden, specialiteiten en inherenties(onafscheidelijk samengaan met).
-1) NYAYA (geschiedenis en betekenis) De Nyaya-sutra zou opgesteld zijn door de brahmaanGota- ma, bijgnaamd Aksapada (= wier ogen voeten zijn ). Deze naam heeft hij waarschijnlijk te danken aan het feit dat hij steeds de blikken op de aarde richtte wanneer hij de draad kwijt raakte in zijn gedachtengang. Zijn werk is van onge- kende datum, omvat vijf hoofdstukken , elk verdeeld in twee delen die elk tussen de 20 en de 71 aforismen bevat- ten. De eerste sutra' zeggen : "Het recht op de kennis van de 16 categoriën resulteert in het verwerven van het "Op- perste Geluk".De 16 categoriën zijn : - middelen tot ken- nis - objecten van kennis - de twijfel - het motief - het voorbeeld - het voorstel - de delen van de redenering - de reflexen - de beslissing - het onderhouden - de tegen- spraak - de disputen - de wijsheden - de fraude - de waardeloze antwoorden - de verwarring van de tegen- stander .Elk van deze categoriën wordt dan verder uitge- diept en verklaard hoe ze tot Geluk leiden .De Nyaya - sutra bevat dus een soort logisch denken . De opvatting over de ziel als object van kennis , waardoor men kennis kan verwerven (zie categorie2 : objectenvan kennis)even- als de organen,de kennis enz...zijn nagenoeg dezelfde als deze van deVaisesika .De activiteiten van de andere cate- goriën , conditioneren de overgang van de zielen naar de Bevrijding .Geen ware idee over een god, tenzij daar waar de karmawet als oorzaak fungeert van de verschij- ning van alles wat bestaat, en er gezegd wordt dat Karma geenactiviteit zou kunnen ontplooiën wanneer god ze niet zou toekennen. De oudste commentaren over de Nyaya -sutra komt van Vatsyayana (Vde eeuw N.C.), en werd fel bestreden door de Boeddhist Dignaga.Latere commen- taren hebben Nyaya weer in ere hersteld . Vooral deze van Jayanta (IX de eeuw) , de "Nyayamanjari" heeft de Nyaya -leer opnieuw in zijn oorspronkelijke vorm gezet.Een ver- nieuwing kwam eveneens tot stand in de XII de eeuw, met Gangesa die zich met grote ijver bezig gehouden heeft met de studie van de logica en opbouwen van het systeem dat syllogisme genoemd wordt in het jargon van het redene- ren ( syllogisme = sluitrede)- een voorbeeld ter verduidelij- king : " Alle mensen zijn sterfelijk , alle koningen zijn men- sen , dus : alle koningen zijn sterfelijk".
-2) VAISESIKA (geschiedenis en betekenis) Zonder met zekerheid het tijdstip van ontstaan te kunnen bewijzen(171 N.C., of als afgescheurde van de school van Mimansa +/200 V.C.) wordt de Brahmaan Kanäda aan- gezien als de stichter .Hij kreeg verlichting van de god Siva onder vorm van een uil ( vandaar de naam Aulukyadadär- sana = filosofie van de uil ). Kanäda betekent graanvreter , dit houdt verband met het feit dat Kanädasteeds met klei- ne dingen (atomen) bezig was ... graantjes .De vorm waar- in de leer van Kanäda ot ons gekomen is bestaat uit zes hoofdstukken die elk in twee delen onderverdeeld zijn. Elk deel omvat 7 tot 37 lakonieke spreuken . Het boek vangt aan met de definitie van DHARMA = datgene waardoor men geluk verwerft op aarde of in de hemel , nl. door deugd en verdiensten .Het opperste geluk is de bevrijding die men verkrijgt door de waarheid te kennen van de zes categoriën tw.: de substantie - de kwaliteit - de activiteit - de algemeenheid -de specialiteit en de inherentie . Deze categoriën worden uitgelegd via een filosofische gedach- tengang die alle dingen tracht te verklaren , bv. de ziel -de donder - het opstijgende sap in de twijgen van de bomen enz..., men geeft verklaringen over handelingen en werken die moeten uitgevoerd worden volgens de voorschriften van de Veda's.,( zoals het baden, vasten, enz..., om verlos- sing te kunnen verwerven.Volgens Kanäda werd de morele orde van de wereld geregeld door de mensen zelf. Zijdus konden oordelen over het al dan niet aanvaarden van een religieuze code of over de natuurlijke kracht van de Kos- mische evolutie . Geen enkele oude Bhasya (uitleg) over de Vaisesidka is tot hiertoe ontdekt.
3) DE UNIE "NYAYA-VAISESIKA" .Aangezien Nyaya en Vaisesika steeds dicht met elkaar in verband stonden moet het ons niet verwonderen dat er een fusie van deze twee zienswijzen ontstaan is. Deze fusie is grotelijks toe te schrijven aan de commentaren en samen- vattingen daarvan , waarin men deze twee systemen door elkaar besprak en uitlegde. Dergelijke werken kennen he- den in India nog bijval als inleiding op de filosofie, zoals het boek "Sapta padarthi" ( de zeven categoriën ) uit deXIde eeuw , van Sivaditya . Naast de zes bestaande categoriën van Kanända werd een zevende categorie toegevoegd, nl. de categorie "Niet -bestaan". De zeven categoriën zijn: 1° Substantie = DRAVYA ( de elementen de ether en de zielen) 2° Kwaliteit = GUNA en MANAS de 3 kwaliteiten -de kleur-het aantal - de smaak enz... 3° Activiteit = KARMA (elke handeling of beweging) 4° Algemeenheid = SAMANYA (de innerlijke kenmerken van de gewone dingen) 5° Specialiteit = VISESA ( de kenmerken van de sub- stantiële dingen) 6° Inherentie= SAMAVAYA ( de innerlijke band van niet te scheidendingen) 7° Niet-bestaan= ABHAVA ( het verleden - de toe- komst- dingen waartussen geen verband bestaat ). God is zoals ISWARA in de Yoga: een individueel "Zelf" enig in zijn soort en met eigen kwaliteiten. die hem onder- scheiden van de andere Zelven.Hij bezit de macht over de atomen en de werking van de Karmawet.Zijn werken heb- ben als reden en oorzaak, zich te manifesteren en zijn sou- vereiniteit te proclameren .Nyaya-Vaisesika aanvaardt dus ook de schepping zoals ze in de Veda's staat.De zielen zijn ontelbaaren individuele Zelven . Ze bezitten veertien eigen- schappen : -aantal - afmeting - onafhankelijkheid - binding- scheiding -kennis - vreugde - smart - inspanning - afkeer- verlangen - verdienste - schuldgevoel - ontvankelijkheid. Die eigenschappen zijn slechts potentieel en worden enkel werkelijk indiende ziel in een lichaam verblijven.Aangezien Nyaya-Vaisesika ervan overtuigd is -zoals trouwens alle orthodoxe systemen - dat elk levend wezen in een pijnlijke toestand verkeert, is ook zij ervan overtuigd dat bevrijding nodig is.Deze bevrijdingkan zeker benaderd worden door goede werken te doen, maar men verkrijgt ze alleen door het verwerven van de kennis, de kennis van de categoriën waardoor de Karmawet zal doorbroken worden.
OVERZICHT VAN DE DARSANA'S I De niet -orthodoxe zienswijzen (geen erkenningVeda's) 1° Twee godsdiensten : +/- 500 V.C. - Het Jaïnisme- gesticht door Mahavira, geen schepper geen vernietiger. -vele goden en individuele zielen ge- weldloosheid en ascese. -Het Boeddhisme - gesticht door Siddharta,geen erken- ning van een opperwezen, het leven is een aaneenscha- keling van momenten, de gulden middenweg geeft ver- lossing. 2° Andere zienswijzen : - Agnosticisme - Materialisme - Fatalisme.
II. De orthodoxe zienswijzen ( erkennen de Veda's ) 1° Dogmatische zienswijze (leer volgens de Veda's) -Mimansa: De Veda's zijn de hoogste leer , aanvaardt het bestaan van individuele zielen, Geen schepper of Vernietiger Monistisch - Veda's als hoogste waarheid., Radikaal monisme volgens Sankara. Gematigd monisme volgens Ramanuya e.a.. - Vedanta : De Veda's zijn de hoogste waarheid. RadikaalMonisme volgens Sankara of gematigd monisme volgens Ramanuya
2° Pragmatische zienswijzen(met erkenning van deVeda's) Sankhya: Dualistisch - Purusha (met individuele zielen) Prakriti (de materie) Yoga Dualistisch -Purusha ( met individueel ZIJN) Prakriti (de materie :wording) Nyaya: Wetenschapelijke bewijsvoering met bestaan van de schepper volgens de Veda's Vaisesika :Filosofische bewijsvoering. De orde in de wereld is door de mens geregeld. ____________________
Hier eindigt de beknope uiteenzetting over de Indiase zienswijzen. In volgende afleveringen wordt dieper ingegaan op de opleidingslessen tot Yogacharya door mij samengesteld
De nu volgende afleveringen zijn uittrekseksels uit de schrif- telijke cursus die ik na ruim17 jaar verzamelen van aanteke- ningen uit het talrijke boeken- en lessenaanbod heb geor- denden gebundeld tot 61 schriftelijke lessen die bestemd waren voor de opleiding tot Yogacharya. De cursisten die aan de in1982 erkende op leidingsschool Halâsana- Mal- degem deze lessen gevolgd hebben zijn allen in het bezit van een door de Europese-unie erkend diploma vanYogacharya . Hun namen zijn vermeld in de aflevering Halâsana VZW& Vormingsschool (zie aflevering 13 dd. 03/04/2006).
INDELING.
Vooraf komen enkele artikelen ter illustratie of verduidelij- king van het hiervoor gepubliceerde overzicht van de India- se därsana's .Daarna volgt als voornaamste deel de integra- le bespreking en uitleg over deYOGA-DARSANA geba- seerd op deYOGA-SUTRA van Patañjali en op het levens- werk van G.M. KOELMAN, uitgegeven onder de engelse titel : "FROM RELATED EGO TO ABSOLUTE SELF" (in vertaling met de titel : "Van een relatief ego tot het ab- solute Zelf " uitgegeven bij Halâsana ).
BENADERING VAN DE STUDIE-OOST-WEST. 1.Ex Oriente lux ... ? Zoals de zon op natuurlijke wijze opkomt in het Oosten , zo is ook de zon van de hoogste kennis, de opperste wijs heid, opgekomen in de oostelijke zone van de wereld, waarvan BHARAT (India) in het centrum ligt" . Deze merkwaardige uitspraak komt van Srimat Swami Shivananda Saraswati te Gaughati in de provincie Assam in India.(uit het boek:Yogic therapy-2°uitgave 29/07/1969) "En als men dan vraagt of het licht uit het Oosten komt en of wij nu Boeddhist of Taoïst moeten worden , dan kan ik alleen antwoorden: "Het Oosten heeft bewezen dat het even eenzijdig is als het Westen .Wat heeft India bereikt met zijn eenzijdig accent op het religieuze ? Armoede , honger, ziek- ten, fatalisme, .. ook dat is geen evenwichtige levensbe- schouwing ..." Dit krasse wederwoord van Professor U. Librecht ,K.U.Leuven ,is een uitdaging zowel voor het Oosten als voor het Westen. Het wil voor iedereen een waarschuwing zijn , "... dat het licht alleen kan komen uit het hart van hen die het evenwicht gevonden hebben tussen wetenschap, religie en natuur." ( uit: Wijsheid uit het Oosten - 1976 prof. U. Librecht - )
2. Het aanvaarden van verschillen. Aan het begin van een studie die gericht is op het leren berijpen en in praktijk brengen van de wijsheid uit een we- reld die in vele opzichten van de onze verschilt, past het enkele van deze vershillen voorop te stellen. Het aanvaar- den van deze verschillen is inderdaad een van de voor- naamste voorwaarden om de zienswijzen die eruitvoort- vloeïen te kunnen begrijpen. Ze werden op duidelijke wij- ze geïlustreerd en uitgelegd in het boek " Wijsheid uit het Oosten " (reeds vermeld) : 1° Het fundamentele verschil tussen hetOosten en het Westen kunnen we best illustreren met het antwoord op de vraag : Wat is het leven? (zie Därsana en Filoso- fie mijn aflevering 19 dd.15/05/2006) 2°Het oosterse denken kan niet benaderd worden door er op een westerse manier op los te stormen, want het is reductief. 3° De westerse mens benadert de wereld als een gestalte en zijn manier van denken is productief. 4° Het schizoïde karakter van de westerse beschaving komt vooral tot uiting in het feit dat de economische en op uitbuiting steunende doel stellingen naast de hoogste principes op religieus en cultureel gebiedgehuldigd wor- den. 5°Verstandige en geleerde mensen zijn daarom nog geen wijze mensen. 6° De nieuwe mens moet niet uit het Oosten noch uit het Westen komen, maar ... uit ons zelf ! .
3. De drie fasen die ons zullen leren het doel te bereiken. 1° Weten of niet-weten ? In "Speurtocht naar de werkelijkheid " door E.Jordan -uitgeverij Servire/ Wassenaar 1971- wordt eveneens de benaderingswijze van Oost en West t.a.v. het leven en de waarheid zeer sterk benadrukt in de volgende bewering :"De westerse en oosterse standpunten staan lijnrecht tegenover elkaar.Waar het Westen het mense- lijk denken verheft tot een tiran die alleen regeert, gaat het Oosten van het stanpunt uit dat de mens ondanks al zijn denken niets weet. De oosterse mens die de waarheid zoekt heeft geen belangstelling voor de gedach- ten van andere mensen. Hij neemt geen deel aan rumoe- rige debatten en vergaderingen. Hij doet niets anders dan zich in alle stilte neerzeten naast hem die de waarheid kent . Het denken wordt uitgeschakeld.De leerling schept een vacuum dat opgevuld moet worden" 2° Maakjekopleeg . Met dit beeld en benaderingswijze tot de oosterse wijs- heid voor ogen wordt deze cursus aangeboden aan allen die oprecht en zonder sektarisme de wetenschap van de yoga en de praktische uitvoering ervan willen leren ken- nen. Een mooi verhaal uit Zen Boeddhisme illustreert eveneens op klare wijze hoe iedereen de wijsheid en de waarheid dient te benaderen . Een heel geleerde professor ging eens naar een Zen -meester en vroeg : "Meester, leer mij de absolute wer- kelijkheid kennen . Niets anders begeer ik te weten . Leer me over Tao . Zonder op zijn verzoek in te gaan begon de leraar een kom thee in te schenken . Depro- fessor dacht dat de meester hem eerst een kopje thee wou aanbieden, om dan met de discutie over Tao van startte gaan. De leraar bleef maar thee inschenken, tot- dat de professor uitriep :"Stop, meester! Als u zo door- gaat loop het kopje over !" De Zen-meester hield op en keek de professor aan en zei : " Professor, dit is nu juist het probleem waar u me voor stelt: je bent met je kop vol meningen, oordelen, ideeën enz...naar me toegekomen ; je kop is vol ! Entoch vraag je me er wat inte gieten. Ook jouw kop zal overlopen.Wat moet ik doen ? Daar- om ...ledig eerst je kop, en kom dan terug om te discutïë- ren over wat je maar wilt" . 3° Men moet geen bijzonder mens zijn. Tenslotte nog dit over de benadering van deze studie . Men moet geen bijzonder mens zijn om Yoga te beoefe- nen . Uit het boek"Kundalini " van Gopi Krishna (1977) "Het waarheidsgetrouwe en onopgesmukte relaas van een heel normaal leven zoals ik dit in deze bladzijden gegeven heb voor wat de periode vôôr het optreden van de uitzon- derliijke toestand betreft, moge voldoende bewijs zijn dat ik aanvankelijk niet beter en niet slechter was dan andere mensen en geen buitengewone kenmerken vertoonde.Ook hoop ik met mijn relaas te hebben laten zien dat de uitein- delijke bewustzijnstoestand die ik nog steeds bezit, niet plotseling opgetreden is , maar het hoogtepunt vormde van een biologische reconstructieproces dat meer dan vijftien jaar had geduurd vooraleer dat zich de eerste tekenen van een nieuwe ontwikkeling aandienden . Dit proces gaat nog steeds voort in mij, en doet mij zelfs na meer dan vijftien jaar nog altijd versteld staan . Anders dan met materiële verschijnselen meestal het geval is, is dit proces van steeds grotere intensiteit . Ik heb zodoende geleerd dat, in tegen- stelling tot de opvattingen die spitrituele groei uitsluitend aan psychische oorzaken , zoals extreme zelfverzaking of buitengewone godsdienstigheid toeschrijft, men van het normale tot een hoger bewustzijn kan opstijgen door een continu biologisch proces dat evensystematisch verloopt als iedere andere activiteit in het lichaam.In geen enkel stadium van dit proces moeten ja wellicht mogen, het vlees en de gevoelens van het menslijk hart veronachtzaamd wor- den . Een hoger bewustzijn dat niet de slaaf der zinnen is , lijkt onverenigbaar met eenfysiek bestaan waarin de harts- tochten en verlangens en dierlijke behoeften van het lic- haam, zij het in beperkte mate , aan bod komen, tenzij we de biologische factoren in aanmerking nemen. Ik kan hier met stelligheid verklaren dat een redelijke mate van beheer- sing der lusten, gepaard met enige kennis van het machtige mechanisme alsook een goede constitutie een zekerder en veiliger weg tot de spirituele ontwikkeling is dan mortificatie of overdreven godsdienstigheid." Uit deze tekst onthouden we in hoofdzaak twee punten : 1° Men moet geen bijzonder mens zijn, maar veel geduld hebben 2° Spitituele groei wordt niet alleen aan psychische oorza- ken toegeschreven zoals extreme zelfverzaking en bui- tengewone godsddientigheid, ook het lichaam en zijn gevoellens moeten voldoende aanbod komen zonder er nochtans slaaf van te worden.
Hier eindigt de benaderingswijze van de cursus . In de volgende aflevering komt er enige toelichting over de ontwikkelingsgronden van de indiase därsana's.
ONTWIKKELINGSGRONDEN VAN DE INDIASE DÄRSANA'S. Zoals ik hier boven reeds heb vermeld bij de voorstelling van de indiase därsana's en hun indeling in orthodoxe en niet orthodoxe zienswijzen, vinden wij vooral de eerste sporen en opvattingen over wat als KENNIS moet ver- worven worden om de kringloop van leven te kunnen doorbreken, in de Veda's. Het woord Veda betekent "Kennis". De vedische teksten worden door de indiase be- volking over 't algemeen erkend als oorspronkelijke ken- nis die van buiten het universum komt .Vandaar het grote gezag en de buitengewone invloed die ervan uitgaat.Wan- neer in India bv.iemand tot een ander zegt dat hij dit of dat moet doen, dan mag men meestaal verwachten dat de an- dere vraagt : "Hoe zo ? is dit soms een vedisch gebod ? " Zo beweert men in India ook dat koemest in de Veda's als zuiver wordt aangezien en dat een onreine plek zuiver wordt door er koemest op aan te brengen. Het schijnt in elk geval vast te staan dat een wetenschhappelijke analy- se de antiseptische eigenschappen van koemest heeft be- vestigd. Datums vooropstellen i.v.b. met het ontstaan der Veda's is zeer gewaagd, maar toch wordt aangenomen dat de oudste Veda's +/- 5.000 jaar geleden opgete- kend werden. Tijdens deze periode werd het leven en vooral de godsdienst in het bijzonder door de Veda's overheerst. De Brachmanen alleen waren toen gemach- tigd als priesters, om de Veda's te verklaren. De vraag kan meteen gesteld worden of er tijdens deze periode reeds sprake was van yoga. Men onderscheidt twee soorten getuigenisen . 1° Deze van een vedische proto-yoga activiteit lijkend op een godsdienst of een vorm van mystiek die men later terug zal vinden in het hindoeisme en in de vedantijnsge- richte yogascholen. 2° Deze van de niet brahmaanse proto-yoga activiteit uit de Vratya-kanda, eenvedische hymne behorend tot de Arthava-Veda. De Vratya's waren nomaden die niet be- hoorden tot de orthodoxe kern van de vedische samenle- ving. Zij werden door de orthodoxen als een soort paria's aanzien. In het " Handboek voor yoga" geeft Feuerstein enkele voorbeelden van vedische teksten die voor de stu- die van de Yoga van belang kunnen zijn. Uit de Arthava- veda (een hymne met diepzinnige mystieke raadselen) komt de in vers 6 gestelde vraag naar de aard van de EEN die ongeboren is en de oorzaak van het gemanifes- teerde universum.Eveneens uit de Arthavaveda komen de welgekende verzen die vertellen over twee vogels die in dezelfde boom zitten .De ene eet van de vruchten terwijl de andere alleen maar toekijkt. De boom verzinnebeeldt de boom der kennis,wiens vruchten de wijze eet en de niet ingewijdde alleen maar toekijkt. Volgens zekere uit- leg van Vedanta -zienswijze zou de toekijkende vogel deze zijn die niet op deze wereld ingesteld is terwijl de etende vogel zich tegoed doet aan de goederen van de geconditioneerde wereld. Dit toont aan dat bepaalde commentatoren de teksten uitleggen naargelang de strek- king van hun eigen därsana. Bij de verklaring en vertaling der Sutra's van Patañjali komen dergelijke verdraaïngen meermaals voor. De veel aangehaalde uitlating "De waar- heid is één, de wijzen geven haar ververschilllende na- men" komt eveneens voort uit een vers van de Arthava- veda. De oorsprong van de Yoga moet dus ook naar alle waarschijnlijkheid eveneens gezocht worden in niet-vedi- sche en niet brahmaanse middens.Later wordt daardieper op ingegaangaan .Ook in het kastenstelsel vinden we twee mogelijke aanwijzingen die naar de dubbele oor- sprong van de zienswijzen en dus ook naar de yoga verwijzen. Aan de ene kant de Brahmaanse kaste, en aan de andere kant deze van de krijgers en van de Pa- ria's (zie de bv. Vratya-kanda uit de Arthavaveda.) Hoe zwaar wordt aan het kastenstelsel getild ? (hier volgt een uittreksel uit het tijdschrift PRANA - voorjaar 1981 -Nr.23 -door prof. H.van Praag) Hindoeïsme. "Wat tot in het recente verleden bleef , is het feit , dat een grote groep Indiërs door geboorte onrein was : de Paria's. Als een Paria slechts naar de maaltijd van een Brahmaan keek, werden degerechten daardoor onrein .Een verlicht man als Gandhi weigerde het kastensysteem af te schaffen. Welwees hij alle opvattingen over onreine kasten af (hij nam bv. Paria's in dienst )Wanneer Ambedkar, de leider van de Paria's, volledige opheffing van het kasten systeem eist, antwoordt Gandhi : "Dan trek ik mij terug, want dat zou het einde van India betekenen". Als J.D., de auteur van'The peoplesof India' aan de Bengaalse Dichter Chan- dra Sen, een definitie vraagt van een Hindou vraagt ant- woordt deze"Een Hindou is iemand die in India geboren is uit Indische ouders aan beide kanten , en die de regel van zijn kaste aanvaardt en nakomt". Ondank alle voorspellingen , dat het kastensysteeem zich niet zou handhaven in een verwesterd gedemokratiseerd India, blijkt het in de praktijk nog zeer sterk gehandhaafd, al wordt geen kaste meer als zodanig als onrein beschouwd. Intieme betrekkingen tussen leden van een hogere en lagere stand worden echter nog veelal als onrein beleefd. Gemengde huwelijken, samen reizen en zelfs samen eten worden nog steeds zoveel mogelijk vermeden. De absolute reinheid is dus aan het verdwijnen, de relatieve onreinheid blijkt sterke wortels in de sociale en culturele bodem van India geslagen te hebben . "
De Brahmanen en hun filosofie. De Brahmanen waren de bevoorrechte kaste. Zij oefenden het gezag uit want zij alleen hadden de toelating om de vedi- sche hymnen en mantra's te reciteren. Zij hebben dus een doorslaggevende rol gespeeld in de religieuze en sociale ontwikkeling van India. In een boekje 'De landen en volken van Azië" verhaalt een duits antropoloog over zijn ontmoetingen met India in een beschrijving van wat hij noemt 'De godsdienst vanBrahma en Boeddha': "Het Brahmanismus is ontstaan toen onze stamvaders , de Oostelijke Ariërs, anderhalf duizend jaar voor de geboorte van Cristus van den Oxus eerst naarde Indus en later naar de Ganges veroverend waren doorge- drongen, aldaar de zwarte oorspronkelijke bewoners van Indië, die slangen en geesten aanbaden, aan zich hadden onderworpen, en eindelijk door den ontzenuwden invloed van een zuidelijken hemel, slappe droomers geworden waren en aan hun priesters uitsluitend den omgang met hun goden hadden overgelaten. Die oude Ariërs waren een dichterlijk en godsdienstig volk.Tot bewijs hiervan dienen hun lofgezangen, de Veda's. In dezen heerst nog geloof in de natuurgoden, den hemel Varunas,Indra, den god des lichts, den donderaar en wolkenverzamelaar, in Agnis het vuur, namelijk offervuur, de middelaar tussen menschen en goden. Nog ene ontelbare menigte andere goden vorm- den zich die vrome zielen, steeds vasthoudende aan de on- uitgesproken gedachte dat er eigenlijk één hoogste God- heid was, vanwaar de als goden vereerlijkte natuurkrach- ten waren uitgegaan en afhankelijk bleven .De begeerte om deze hoogste god te leren kennen , werd zeer opge- wekt en aangekweekt door de priesters, die na de ver- overing van het Gangesdal eene erfelijke waardigheid verkregen en de meest bevoorrechtestand geworden wa- ren . De priesters schiepen uit de macht van het gebed welke den wil der goden aan banden legt en overwint, uit de heilige instellingen en uit het heilige woord dat hen al- leen ten dienste stond, een God des gebeds , een priester- god Brahman die voortaan alle andere goden zou beheer- sen. De priesters verklaarden ook dat de vermenging van kasten tot de afschuwelijkste zonden behoorden en dat zij die uit zulke eene vermenging geboren waren,voor onreine schepselen moesten gehouden worden". Tot slot van deze aflevering volgt een artikel door mij ge- publiceerd in 1981.
DE BRAHMANEN EN HET BRAHMANISME IN DE YOGA.
Sedert de vedische tijd wordt de bevolking van India in- gedeeld in kasten. De Brahmanen (priesters) waren als leidende kaste en als niet arbeidenden; in een bevoor- rechte positie. Zij hadden de leiding van de offerplechtig- heden in handen en hun gespecialiseerde voorschriften of Brahmana's dienden zeer stipt gevolgd te worden op- dat de offers hun juiste uitwerking zouden hebben. Vanaf de Vedische periode oefenden de Brahmanen een zeer diepgaandeinvloed uit op het spiritiuele leven van de Indiërs.Ook op socio-cultureel vlak en zelfs in het po- litieke leven waren zij met het hoogste gezag bekleed. Tijdens de vroege Upanishadperiode nemen ze de volle- dige leiding van het godsdienstig leven in handen. Hun onderricht, voorgesteld als de geheime leer die aan de voeten van de meester (guru) werd gegeven, toont aan hoe letterlijk hun gezag diende te worden opgevat. Het Brahmanisme dat aldus het sociale godsdienstig le- ven overheerste, uitte zich vooral in de opvattingen over het bestaan van Brahman en de visie op de kosmos. Van doorslaggevende betekenis zou het onderricht blij- ven van Yajnavalkya over Atman. Tijdens de latere Upanishadperiode komt vooral de tendens naar voor van éénwording tussen Atman en Brahman, langs de weg van aanbidding en zelfdiscipline, hoofdzakelijk af- komstig uit de MAHABARATHA. De vanuit deze periode bekende Yoga wordt door Mircea Eliade bestempeld als een Vishnuïstische reli- gieuze methode van éénwording. Ook Koelman om- schrijft de yoga van de Bagavad-gita als een aanbid- dende godsvrucht (Bhakti-yoga) tot Krisna, de mens- lievende manifestatievan God (zie onze uitgave "Patañ- jala-yoga" ,een lgesynthese van de Yoga-filosofie). Deze toestand duurde ongestoord voort tot aan de doorbraak van het Jaïnisme en Boeddhisme,ingevolge de reactie van haar leiders, die behoorden tot de kaste van de Ksatriya's( krijgers). De dwang der kasten werd doorbroken .Vardhamana en Sidharta werden als ket- ters beschouwd, maar hun opvattingen hadden enorme weerklank en zeer grote invloed in Oost en West. Zelfs tot op onze dagen kennen beide (godsdiensten), die zonder geweld op enorme overwinningen konden reke- nen, een zeer ruime aanhang.Ook toen lieten de Brah- manen zich niet onbetuigd en spanden een contrarefor- matie in. Teruggrijpend naar het einde van de Veda's, de aldus genoemde Upanishadenleer, wordt de Brah- maanse zienswijze opnieuw geleidelijk in ere hersteld en deBrahmanen zullen hun ereplaats behouden door- heen de verdere geschiedenis van India. De Veda's en de Upanishaden blijven de gezaghebben- de bronnen van de Indiase godsdienst die toch onder invloed van het Jaïnisme en het Boeddhisme zekere aan- passingen onderging. Vooral de geweldloosheid en de reactie tegen de discriminatie van het kastenonderscheid, werd in de latere vormen van het Hindoeïsme ingelast. Filosofen zoals Sankara en Ramanuya getuigen in hun leerstellingen, die ze zelf als Vedanta aanduiden (de leer van de Veda's), van Jainistische en Boeddhissche invloe- den, niettegenstaande de Vedanta-zienswijze toch rigou- reus vasthoudt aan het vedisch concept van 'Atman-Brah- man' endeVishnuïstische aanbidding die we in de Bagavad -gita aantreffen. Brahmanen zijn ongetwijfeld ook delate- re opvolgers van de Vedantijnse school die hun ziens- wijze vooropstellen en ze met ingredienten van de Islaam het Christendomen Humanisme, geschikt maken voor de opvattingen van de moderne tijd en vooral voor de ex- port naar het Westen.Hier kunnen we vermelden : Rama- krishna , Tagore, Gandhi, Vivekananda ,Aurobindo e.a. De voorgestelde socio-religieuzeleer die men neo-Hin- doeïsme zou kunnen noemen, heeft het leven van de In- diase bevolking zeer ingrijpend en blijvend beinvloed. Ramakrishna , een eenvoudige priester en Brahmaan , spoorde de bevolking aan tot de praktische naastenlief- de naar het voorbeeld van de Christenen en hij combi- neerde daartoe de Karma-yoga (de yoga van het opdra- gen zijner daden aan Brahman) met de Bhaktiyoga (de yoga van de liefde tot het opperwezen ) ten aanzien van alle schepselen. Het Hindoeïstische "Tat-vam-Asi" ("Dat zijt gij") lag aan de basis van van een onbeperkte liefde en devotie tot Atman-Brahman.Ramakrishna's bekend- ste leerling Vivekananda , tevens Brahmaan en monnik, die de Vedanta-zienswijze van Sankara in daden omzet- te,en de orde van Ramakrishna stichtte. Deze orde stelt zich voornamelijk als doel : 1° Komen tot de geestelijke verlichting (in éénwording). 2° Wederzijds begrip tussen de mensen van alle volke- ren en rassen(geen onderscheid tussen de kasten) : een invloed uit het Jaïnisme. 3° Lenigen van de sociale nood : het doen van goede werken e.d. Door al deze vrome mensen waarvan de laatsten slechts enkele tientallen jaren overleden zijn, werd de beoefening van Yoga zeer op prijs gesteld, zij het met de noodzake- lijke aanpassingen , die ingevolge hun eigen opvattingen van Brahmaanse oorsprong, noodzakelijk waren. De vraag dient dan gesteld of het nodig is voor ons Wes- terlingen, onvoorwaardelijk deze brahmanistische zienswij- zen en godsdienstovertuigingen te volgen bij de beoefening van de Yoga. Wij zijn van mening dat alle respect en eer- bied dient opgebracht te worden voor deze grote pioniers van het spirituele leven. Hun levenshouding , die in vele ge- vallen nobeler blijkt dan deze van vele ons bekende wes- terse groten uit de religieuze en sociale wereld , mag zeker geen aanleiding zijn tot onenigheid in het benaderen van de yoga-beoefening .Wij geven echter de voorkeur aan een yoga-beoefening gezien vanuit de yoga-dârsana van Patañjali , zonder al te veel beïnvloeding van deze brahma- nistische meesters, d.w.z. aan een onvermengde zienswijze.
Het oorspronkelijk totaal aantal hymnen wordt op 100.000 geschat.Daarvan zijn er slechts 1.017 overgeble- ven. Volgens Swami Siddeswarananda behoren drie vier- den ervan tot de Rigveda die ook als de oudste aanzien wordt. (hier wordt de tijd +/- 1.500 v.c. aangegeven ; wanneer we dit even vergelijken met de bijbel dan zien we dat reeds 4.000 v.c. het Jahwistische scheppingsver- haal ontstaat en dat Toetmozes III, tijdgenoot van Mozes en Jozua , in Egypte regeerde in 1.500-1.400 v.c. ... alle wijsheid schijnt dus niet uit het oosten van India te komen! In het "Handboek voor Yoga " geeft Feuerstein enkele voorbeelden die voor de studie van de yoga van belang zijn .Uit de Arthava Veda heb ik hier boven reeds het mystieke raadsel weergegeven van de twee vogels in de- zelfde boom zittend zich elk afzonderlijk gedragen t.a.van van de vruchten van de boom.Ook de opmerkelijke en vaak aangehaalde uitlating i.v.m. het éne Zijn dat door de wijzen met verschillende namen aangeduid wordt. Ook in de Rigveda staan voorbeelden vermeld zoals "de hymne van de mens , de Purusha-sukta waarin wordt ge- zegd dat de zeer oude mens purusha de hele schepping omsloot en er aan alle kanten tien duim uitstak. Er wordt eveneens een hymne van de schepping vermeld die als de voorloper van de Sankya-school en dus ook van de yoga-dârsana mag gezien worden. HOE STAAT HET MET DE UPANISHADEN ?
Er dient het onderscheid gemaakt te worden tussen de Upanishaden ontstaan als deel van de Veda's , en deze ontstaan buiten de Veda's. 1° Over 't algemeen zijn de Upanishaden een deel van de Aranyakaswoudboeken ) die zelf een onderdeel zijn van de Brahmana's, het verklarende gedeelte van de Ve- da's , door de Brahmanen geschreven.Vandaar dat ze soms ook de naam Vedanta , d.w.z. einde van de Veda's, krijgen.Volgens prof. H. van Praag mogen we aannemen dat het liturgisch gedeelte van de Veda's, de Upanishaden, door de Brahmanen geconcipieerd werd. Naarmate we in de tijd verder schrijden zien we de oude vedische goden vervangen woren door brahmaanse concepties.Brahman (de schepper), Visnu (de onderhouder)en Siva (de vernie- tiger) verschijnen, in de plaats van het vroegere trio uit de vedische hemel t.w: Indra, Varunaen en Usha . Aanvankelijk wordt nog wel de lof gezongen maar gelei- delijk aan wordt een kritische fase ingeluid .Het leven lijkt niet meer zo mooi, men begint zich af te vragen tot wat al de smeekbeden en de offers uiteindlijk dienen. Een nieuw thema verschijnt in de heilsleer t.w.: de idee dat de mensna zijn dood opnieuw op de aarde zal vershijnen onder een andere gedaante, afhankelijk van de manier van leven tijdens zijn vorig bestaan. (over dit thema nl.de Kar- mawet zal gesproken worden in een volgende aflevering). 2° De Upanishaden die ontstaan zijn buiten de Veda's,wer- den door deKsatriyas geschreven zoals hierboven vermeld. 3° Indeling van de Upanishaden VolgensFeuerstein wordt er een indeling gemaakt in Primai- re of eersteUpanishaden ( tussen 1.500 en 500 v.c.) en Secundaire Upanishaden (van 500tot 200 V.C.). Zie "Handboek voor Yoga. Hier een korte opsomming van de voornaamste Upanisha- den, die naar Yoga verwijzen : PrimaireUpanishaden 1.Brhadaranyaka-Upanishad(Arthavaveda) :Hier worden instructies gegeven van het paardenoffer (asvamedha),be- spiegelingen overhet ontstaan van de wereld uit het éne Zijn dat als het ware doel van de mens wordt omschreven. 2.Chandogya-Upanishad.(Samaveda) In deze Upanishad is er sprake van de mantra OM , de intrigerende "honing- leer "die de nektar der onsterfelijkheid voorstelt..Er is even- eens een uiteenzetting over de levenskracht Prana en de verinnerlijking van het offer. 3.Taitiriya-Upanishad (Samaveda)Het woord yoga wordt voor het eerst gebezigd en wel in de betekenis van de be- heersing van de grillige zinnen van de mens. 4. Aitreya- Upanishad (Arthavaveda)In deze wordt een voorstelling gegeven omtrent het bestaan van de individu- ele zielen, de universele ziel en het ontstaan van de wereld. 5. Kaushitaki - Upani-shad (Arthavaveda )Indeze Upani- shad komt een gedetailleerde uiteenzettng voor over de reïncarnatieleer. 6.Kena-Upanishad (artava)Door wie (kena) is het den- ken, de spraak, het gezichtsvermogen ontstaan? Het is de upanishad die vragen stelt naar de achtergrond van alle er- varingen. Minor- Upanishads . Tot deze aldus genoemde Upanishaden behoren :Para- mahamsopanishad (Yajur-Veda) :tekent een portret van de paramahamsa yogi (hij die de waarheid kent). Uit de Arthava-Veda ; Atmopanishad: Toont hoe "Atman" bevrijd kan worden voor altijd. -Aritabinupanishad: Een druppel nectar doet het radder wedergeboorte stoppen.-Tejabinupanishad Maakt het onmogelijke mogelijk.-Sarvopanishad: Bevat de Vedantaleer in een notendop.-Brahmopanishad:Geeft een klare omschrijvingvan de natuur van Atman. Aruneyi-Upanishad:geeft een verdere omschrijvingvan de hoogste klasse der sanyasins.(paramahamsa-yogi) Kaivalyopanishad.: Beschrijft de ongeconditioneerde en glorievolle Brahmanen, tegenover de persoonlijke god Siva. Ze werden door Sankara bekommentarieerd en zijn van grote waarde voor de Vedanta-studie die de basis is van de Indiase religieuze gedachte van :"Alles-één".
SecundaireUpanishadennishaden. De Upanishaden welke behoren tot de periodevan500-300 v.c., treffen we voor het eerst duidelijke richtlijnen aan over de beoefening van Yoga . Tijdens deze periode werd eveneens de Bhagavad-Gita op schrift gesteld(zie Handboek voor Yoga blz. 94 ). Hier enkele voorbeelden van de secundaire Upanishaden.: - Katha-Upanishad.: Via het verhaal van Naciketas, wiens vader Usan, zijn ganse bezitweggaf (een bepaald offer), wordt een bepaalde vorm van yoga voorgesteld,nl de Adhyatma-yoga = de yoga van de verzinking in het Zelf. In dezelfde Upanishad wordt eveneens de definitie weerge- geven van de Epische yoga , Sthiram-Indriya-Dharanam = het vastbinden der zinnen Vergelijk deze definitie met het beheersen van de grillige zinnen van de mens, aangehaald in de Taitiriya-Upanishad (primaire Up. 3) . - Svetasvatara-Upanishad.: In deze Upanishad vindt men de eerste systhematische beschrijving van de yoga-beoefening. Uitgaande van de lichaamsbeheersing komt de yoga-prana- yama (adem- of eneregiebeheersing) en het beteuggelen der zinnen. De resultaten op lichamelijk vlak worden eveneens beschreven naast de uiteindelijke doelstelling , nl "De dat- heid van het Zelf zien"waardoor de yogivrij komtvan smart. In de Bhagvad-Gita treft men een dergelijke passage aan: Hoofdst.IV-11-14. -Maitrayaniya-Upanishad.: Hier worden gedetailleerde on- derrichtingen verstrekt die leiden tot een zekere hogere vorm van yoga. Door het reciteren van OM en de bespiegelingen (Tarka), bereikt de yogi een vorm van enstase die tevergelij- ken is met de Samprajnata-samadhi van de latere Patañjala -yoga. Er blijft nog een object dat de geest van de volledige stillegging afhoudt. - Isa-Upanishad. DezeUpanishad beschrijft de wereld als één van de vele uitingen van god . Alles wat we zien is god. Er wordt een soort Karma- yoga verkondigd door innerlijke verzaking (later volgt uitleg over de soorten yoga). - Mundaka-Upanishad.Hier vinden we een uiteenzetting over ' OM' als a+u+m, waar a +u= staat voor waaktoestand en m =staat voor diepe slaaptoestand. Wanneer men boven deze drie uitstijgt bekomt menuriya = de absolute toestand. (zie bij de uiteenzetting overVedanta). Als lectuur bij de studie over de Upanishaden wordt de lec- tuur van de teksten zeerste aanbevolen omdatzij de verlos- singsleer van de Upanishaden op meesterlijke wijze voor- stellen.Lees indien mogelijk in "Geschiedenis van de filoso- fie " (Prisma 409 Het tijdperk van de Upanishaden " : blz. 28, 29, 30, 31 en 32.van de auteur Hans Joa.Störig.
DE LEER VAN DE UPANISHADEN. Als slotbeschouwing een samenvattend overzicht van de waarde en invloed der Upanishaden in het Indiasegods- dienstig leven, geschreven in het kader van de opleiding Yogacharya (1981). De leer van de Upanishaden is een shakel in de ononder- broken godsdiensttraditie waarvan de invloed zich vanaf de vedische tijd tot op heden zeer sterk laat voelen in de Indiase samenleving en haar cultuur. Aangezien de In- diase godsdienst niet te scheiden is van wat wij de India- se filosofie noemen , zien we hoe de vroegste vorm van deze filosofie die in de Upaninishaden voorkomt, zich vooral richt op het offer en het volbrengenvan de offer- plechtigheden . Het 'weten' d.w.z. weten hoe de rituele voorschriften moesten uitgevoerd worden , werd aanzien als de heilsweg ; niet zozeer om in de gunst te komen van de goden , maar veeleer om deelachtig te worden aan de mystieke krachtdie in het offer aanwezig was. Deze mys- tieke kracht verpersoonlijkte het abstracte en onzijdige Brahman, het 'absolute eeuwige' aan de basis van alles. Het individuele 'Atman' in elk individu aanwezig geacht , was aanvankelijk een rivaal van dit Brahman, maar spoe- dig werd het beschouwd als een deel ervan, zodat de ge- dachte dat alles één was, nl. Brahman-Atman , uiteinde- lijkals triomf van 'weten' werd gezien. Dit nieuwe weten, 'Alles één', werd de heilsweg naar de verlossing uit de kringloop van leven en dood.Onsterfelijkheid betekende opgaan in Brahman na de dood en niet meer herboren worden.Tijdens de latere Upanishaden, welke onder de invloed van de Sankhya van Kapila en van de yoga ge- schreven worden , zal de heilsweg meer bestaan in het zich losmaken van de zintuiglijke wereld , door de be- heersing van delichaamsfuncties . De verering van Siva wordt in de jongere Upanishaden ingevoerd ... Aan de wereld der verschijnselen wordt een beperkte realiteit toe- gekend .. .Dit alles leidt tot het beschouwen van Brahman als een drie-éénheid bestaande uit : de materie, de zielen en god. In dit alles blijft toch steeds het 'Alles één' over- heersen, wegens de sterke invloed en het gezag van de Brahmanen. De Upanishaden zijn een aanhangsel van de Brahmana's ( de meer tehnische verklaring van de Ve- dische offerplechtigheden ) De oudere Upanishaden ba- seerden zich vooral op het 'weten' , terwijl de jongere meer een geest van aanbidding en opgaan in het eeuwige weergeven. Beiden echter wortelen in de uitzonderlijke angst voor de wedergeboorte, zodat ze uiteindelijk moe- ten gezien worden als een verlossingsleer met een sterk verlangen opgenomen te worden in het eeuwige. -oOo-
De volgende aflevering handelt over hetbegrip KARMA.
KARMA - (DOGMA VAN HET HINDOEISME ?) EN ZIJN GEVOLGEN. Ten tijde van de Brahmana's begon de vraag te rijzen waarom zelfs het mooiste leven op aarde afgebroken werd door de dood.Het probleem werd nog complexer toe men zich ook begon af te vragen of het leven hiernamaals ook zou eindigen met een dood. Men geloofde dus wel in een leven hierna, maar de onzekerheid van een mogelijk einde aan dit hemels leven, vertroebelde de geesten.Het onstaan van de leer der wedergeboorte , geregeld door de karma- wet ,verklaart elk individueel bestaan dat slechts een scha- kel is van de ketting die zonder begin is en zal eindigen wanneer de kracht van alle daden (goede of slechte) die er de oorzaak van zijn, uitgeput zal zijn.
DEFINITIE. De karmawet is de wet van OORZAAK en GEVOLG , noch door de goden noch door de mensen ingesteld, maar een NATUURLIJKE wet die onverbiddelijk neu- traal de gevolgen van om het even welk verlangen tot uit- groei laat komen .GEVOLGEN (eerste beschouwingen) 1° Wedergeboorte . (kringloop van leven en dood ). Ten gevolge van de karmawet ontstaat er een kringloop van leven en dood .. .steeds opnieuw geboren worden en sterven, tot er... geen gevolgen meer uit te werken zullen zijn van daden of verlangens die bindend zijn. 2° Begrip ZIEL. Een niet sterfelijk gedeelte in de mens, dat na de dood van van het lichaam blijft voortleven, wachtend op een nieuwe geboorte ..., m.a.w. , het begrip ziel doet zijn intrede . 3° Bevrijding. Het hoogste na te streven doel bleek vanaf toen de bevrij- vrijding te zijn uit deze kringloop van leven en dood. De "Kennis" om deze bevrijding te kunnen realiseren werd de zaligmakende verlossingsleer genoemd en werd geheim gehouden (? ) door de Brahmanen . We zien aldus dat het begrip Karma samengaat met het begrip 'Opniew geboren worden'.Men kan zich echter wel de vraag stel- len of dit werkelijk zo is ...wordt men wedergeboren ? Heeft men vroeger reeds geleefd ?
REINCARNATIE en METEMPSYCHOSE . 1° De vroegste aanwijzingen . Alhoewel heel vaag, zijn er reeds vroeg aanwijzingen waar op een overleving van de ziel en haar weg die ze gaat en te- rugkeert, gezinspeeld wordt.Volgens Feuerstein vinden we in de Rig-Veda aanwijzingen zoals : ... overleving van de ziel na de dood. (het verblijf der zielen ) ...de hemelwereld der vaderen en der goden.( leven der va- deren) ... een staat van algehele duisternis (er is niets van gekend ) Wel van heengaan , maar van terugkeer is er geen sprake. Aanwijzingen in de Upanishaden. In de Satopatha-Brahmana wordt er op ondubbelzinnige wijze gesproken over een hernieuwde dood die volgt op een periode in de toestand-na-het-overlijden. In de Chandogya-Upanishad is sprake van twee wegen in het hiernamaals : -Pitrayana , het pad der vaderen (pitra) dat voert naarde wereld van het voorgeslacht, en van daar naar de aarde met een nieuwe geboorte . -Devayana, het pad dat leidt naar het rijk der goden (deva) en van daarnaar het abslolute Brahman..vanwaar men niet terugkeert. Opmerking : in zijn "Handboek voor Yoga" betwijfelt Feu- erstein de oorsprong van de wedergeboorte in de vedische kringen- blz.47 en 48. 2° Onderscheid Reïncarnatie en Metempsychose. Volgens het Thibetaanse Dodenboek kent de leer van de reïncarnatie twee interpretaties. Zie het Tibetaanse doden- boek vlg.Lama Kazi Dawa-Samdup vertaald door Edzina Rutgers (uitg.Hankh-Hermes). 1.- De letterlijke, exoterische of populaire interpretatie die zich beroept op het gezag van de heilige boeken.Deze exoterische interpretatie houdt in dat de stroom van het menselijk bewustzijn ook in een 'niet- menselijk 'schepel kan overgaan.In dit geval spreekt men van 'zielsverhuizing' of metemspychose 2.- De symbolische of esoterische interpretatie wordt door de ingewijden als de juiste beschouwd. Hier volgt men Boeddha's aanwijzingen die geen enkel heilig boek als onfeilbaar beschouwt . Deze esoterische in- terpretatie beweert dat de levensstroom van de mens alleen kan overgaan gaan in de lichaamsvormvan de mens . Het menselijkbewustzijn kan dus onmogelijk overgaan in een ander schepsel dan in de mens :-incarnatie =opnieuw vlees worden. (carnem) 3° Opvattingen volgens diverse bronnen.. 1. Volgens de Upanishaden heeft alles wat leeft, reeds vroe- ger bestaan ,en wordt de huidige toestand bepaald door de daden 'akte- en wilsdaden ) in dit vorig bestaan. Er kan slechts een einde komen aan de kringloop van sterven en bestaan, door een verlossingsweg te volgen. 2. Volgens het Boeddhisme is er geen sprake van reïncarna- tie of metempsychose, maar wel van 'wedergeboorte'. Een dualisme,volgens hetwelk een geestelijk wezen zich verenigt met een menselijk wezen, alsof het een woning zou betrek- ken, bestaat niet. Het Boeddhisme kent geen afzonderlijk lichaam of afzonderlijke ziel .De persoon 'mens' ontstaat telkens opnieuw ingevolge het samenspel van de vijf com- ponenten die hem samenstellen tw.: het lichaam, de wil, het gevoel, het waarnemen en het bewustzijn. De ziel, al- dus Boeddha, is niet te vinden.Hij ontkent dus haar bestaan niet ... Het karma wordt centraal gesteld en is van superi- eure waarde;het is niet 'iets' dat wordt meegedragen of dat men bezit , maar het is zelf 'wezen' en 'verschijning tesa- men. Het karma is datgene wat "doener" wordt genoemd . Sommigen zien het als een andere naam voor 'ziel'.Steeds veranderend: iets 'samengestelds', iets 'voorwaardelijks 'of 'afhankelijks'. Wanneer het lichaamsterft trekt het im- materiële zich samen, en vormt een nieuwe persoon, m.a.w. het leven gaat door ... er is geen dood. 3. Volgens de Griekse filosofen : 1) Pythagoras geloofde in de 'zielsverhuizing'. 2) Plato geloofde dat de ziel vele malen geboren wordt, en zich alle vorigelevens herinnert. 3) Platinos geloofde in een zieleleer die kan vergeleken worden met de theorie rie Atman-Brahman. 4. In de moderne Theosofie wordt de reïncarnatie als volgt gezien : Eerst is er een verheven wezen, 'LOGOS'. Uit Lo- gos emaneren de zielen als onbewuste monaden . - Door trillingen van de materie worden de zielen gewekt en ver- schijnen als bewuste monaden in het menselijk lichaam.; - Door onderwijs leert de ziel haar ware oorsprong kennen. Na verscheidene levens worden de zielen onder de vol- maaktenopgenomen. De volmaakten leiden de andere le- vens in hun evolutie.
ZIJN ER BEWIJZEN ? Er is een beroemd verhaal uit de middeleeuwen.Het vertelt van twee monikken die hadden afgesproken dat, wanneer een van beiden zou sterven , hij terug zou terugkomen om aan de andere te zeggen hoe het daar is. Toen een van hen gestorven was, verschijnt hij aan de andere in een visioen. Deze vraagt in het latijn: "Qualiter" ?(hoe is't ?) waarop de de verschijnende antwoordt :"Totâliter âliter"(gans anders!) Vergelijk dit verhaal even met de uitspraken van Yajnaval- kya en Boeddha-" Neti ". "Neti"... "Niet dit... Niet dit" . Het is niet te omschrijven. Evenzeer als er geen afdoende bewijzen zijn om het bestaan van het "gans andere" te be- zwijzen, bestaan er geen afdoende bewijzen om de weder- wedergeboorte en de karmawet te bewijzen.
MOTIEVEN OM ER IN TE GELOVEN ? 1.Het geloof dat de mens iets in zich heeft dat niet aan de dood en vergankelijkheid onderhevig is. 2.Het cyclische karakter van het gebeuren in de wereld. 3.Het besef dat de mens in zekere mate deel heeft aan de hem omringende wereld. 4.De behoefte om de uiteenlopende omstandigheden waar- in de mens terwereld komt, te verklaren. 5.De evolutiegedachte. 6.De indruk die bepaalde mensen hebben dat ze zekere ervaringen hebben of gehad hebben met betrekking tot een vorig bestaan.
GEVOLGEN VAN DE KARMAWET ( tweede beschouwing ). 1° De mens zit dus gevangen in de kringloop van leven en dood, en er is maar één middel om eraan te ontsnap- pen nl.: door KENNIS. 2° De ontsnapping of bevrijding zal het voorwerp uitma- ken van diversestelsels die daarover elk hun eigen visie hebben tw. : een afzonderlijk Zelf (ziel ?) in hetdualis- tisch stelsel van de Sankhya en de Yoga of een deel van deel van... of gelijk aan het Zelf, in de Vedanta-leer. 3° Grote veranderingen in de begrippen: mens , ziel en doel van het leven : Een mens blijft niet eeuwig leven . Het niet sterfelijke deel keert terug naarde aarde voor wedergeboorte. Bij de dood van de mens gaan de deel- tjes vande mens terug naar hun oorsprong : de gedach- ten naar de maan - het zien naar de zon- Atman = Brah- man. Het begrip "ziel" evolueert naar een afzonderlijke eenheid , los van het materiele leven. Van deze verande- ringen is de Svetasvatara-Upanishad een voorbeeld. (men vindt ze terug inDe Oosterse Bibliotheek deel 5 "Vier Upanishaden" uit het Sanskriet vertaald door dr.Ali Beth - Uitgeverij Meulenhof Nederland.) De Oosterse bibliotheek is een samenwerkingsproject tussen: De stichting ter bevordering van literaire verta- lingen uit moeilijke toegankelijke talen. De oosterse biblio- theek te Leiden , en de uitgeverij Meulenhof. Meulenhof Nederland te Amsterdam.
De volgende bijdrage zal handelen over: Yoga -Betekenis en Essentie.
VRAGEN VOORAF OMTRENT DE BETEKENIS VAN YOGA 1° Het woord. Het woord yoga is een getranslitereerd sanskrietwoord dat niet rechtstreeks te vertalen is in één van onze europese talen. Wanneer men zich toch aan een vertaling wil wagen dan kan men dit niet anders dan met een omschrijving, want het woord yoga is als een code-woord .Om het te decoderen moet men een sleutel toepassen, en dan krijgt men een be- grip waarvan de beschrijving vatbaar is voor vele interpre- taties.Veel hangt af van de persoon-vertaler die, met een bepaald doel voor ogen, de nadruk wenst te leggen op een of andere contekst waarin het woordYoga gebruikt werd. Hij kan dan in het woordYoga de bevestiging of de verza- melnaam zien van de zienswijze die in deze contekst wordt voorgesteld. Soms verwijst de vertaler naar een letterlijke vertaling in europese talen, zoals de auteur G. Feuerstein dit doet in de inleidende opmerkingen van zijn "Hand- boek voor Yoga" , maar ik ben van oordeel dat men deze letterlijke woordvertaling niet als doorslaggevende verkla- ring kan gezien worden om de term Yoga definitief uit te leggen. Naargelang de tot hiertoe gekende geschriften over YOGA en de afleidingen die men daaruit opmaakt, meen ik dat de betekenis onderverdeeld kan worden in twee grote betekenissen die desnoods nog kunnen aangvuld worden met een derde betekenis, voortvloeiënd uit het dualisme dat de "Bevrijding" voorstelt, als het volledig ge- scheiden-zijn (viyoga) tussen het Zelf en het Niet-Zelf. 2° Betekenissen. Eerste betekenis. YOGA IS VERENIGEN. Wanneer men, zoals Feuerstein het voorstelt in zijn hand- boek , de wortel van Yoga etimologisch afleidt van het werkwoord "YUJI", dan bekomt men inderdaad de bete- kenis van 'samenbinden', en onder één juk brengen.Dit juk is fonetisch verwant met het in alle europese talen gebruikte woord waarmede men ofwel het alomgekende draaghout aanduidt, waarmede men twee lasten kan dragen (tot één- verbinden), ofwel het koppelgareel van een ossespan voor- stelt. Daarbij vergeet men soms wel eens dat het juk der Romeinen van een gans andere aard was. Deze laatste be- tekenis leidt ons immers naar "onderwerping", "vernedering of duidt op onze de nietigheid t.o.v. het Verhevene of van het Opperwezen of van de Werkelijkheid .De interpretatie van Yoga als "verenigen" of "éénwording" is zeker geldig voor wat de yoga betreft in de archaïsche betekenis zoals deze voorkomt in de Bagavad-gita en de andere heilige Hin- dou-geschriften, waar de betekenis van Yoga dan ook wel gezien moet worden in het licht van een sacraal of in ieder geval als de basis van een religieuze kultuur die kenmerkend is voor het grootste deel van de Indiase samenleving. Deze betekenis van Yoga wordt dan ook als de ene ware aanzien door alle aanhangers van een of andere Vedanta-school en door praktisch alle monniken van alle indiase- of hindoeïs- tische kloosterorden. Tweede betekenis: YOGA IS CONCENTRATIE . Wanneer men de Yoga-sutra van Patañjali leest en de ge- zaghebbende commentatoren raadspleegt, dan komt het woord "juk" er helemaal niet aan te pas ( tenzij men daar- mede het onderdrukken of het stilleggenvan de golvingen van het mentaal complex -een term die later wordt uitge- legd- zou bedoelen.). Het verbinden van twee dingen of geesten, vroeger of voordien gescheiden zijnde, wordt niet behandeld in de Yoga-sutra . Wel het onderdrukken van de rusteloze geest. Patañjali geef t in zijn sutra vooraf de definitie over Yoga. Hij wil als het ware afspreken met de lezer of de beoefenaar van zijn bevrijdingssysteem, door vooraf te stellen wat hij bedoelt , en waarover het ganse werk zal handelen. De eerste en de meest gerenomeerde commentatoren komen tot de conclusie dat Patañjali van mening is dat de Yoga niet moet geïnterpreteerd worden als"verenigen", maar als "ZIJN" = (zich in een bepaalde staat bevinden). Yoga komt hier niet van "YUJI" = verenigen, maar wel van "YUJA"=concentreren. In een afzonderlijke tekst zal de be- tekenis van Yoga, gezien vanuit het standpunt vanPatañjali verder verklaard worden. Derde betekenis : YOGA IS SCHEIDEN . Volgens de uitleg die G.Feuerstein geeft in zijn handboek , kunnen we een derde betekenis aan het woord Yoga ver- binden , nl.: Viyoga of gescheidenheid. De fundamentele betekenis van de Yoga-sutra is inderdaad deze,dat men men uiteindelijk tot het besef dient te komen dat er een ra- dikaal onderscheid bestaat tussen het " Zelf" en het "Niet -Zelf". Deze gescheidenheid realiseren of maw het onder- scheidmakend inzicht daarover bereiken, betekent dus: "in yoga zijn" .Indien je in het bezit bent van "Geschiedenis van de Filosofie"deel 1 Prismareeks 409 doorH.J.Störig, lees dan eens op pag.64 : De naam yoga...!
3° Essentie YOGA t.o.v. RELIGIE EN MYSTIEK. Tengevolge van de brahmaanse invloeden uithet neo- indoeïsme, waarover ik reeds uitvoerig gehandeld heb, blijkt de Yoga in overdreven zin gekleurd door de kloosterorden en aldus meer weg te hebben van een (supra) godsdienst dan van een verlossingstechniek die , los van elkegods- dienstovertuiging, haar bestaansrecht krijgt in de yoga-sutra van Patanjali. Ongetwijfeld hebben de grote religieuze stro- mingen van het Sivaïsme en het. Vishnoeïsme hun stempel nagelaten op de godsdienstige voorstelling vanYoga, gezien in het kader van het Monisme-à-la-Sankara Wanneer men deYoga echter ervaart als een potentiële basis onderaan alle overtuigingen, of als een bakermat van waaruit alle geloofsovertuigingen zich kunnen oprichten..., en niet als een allesoverkoepelend syncretisme waarvan Swami Vive- kananda en de religieuze Ramakrishna-orde de propagandis- en zijn, dan kan men ook aannemen dat het besef van het be- staan van het "Gans Andere" niet ipso facto gelijk te stellen is met "geloof-in", of met relieuze mystiek. De metafysika van deYoga stelt de westerse mensen voor grote problemen indien men het begrip "Samadhi" gelijk stelt met de mystieke ervaring van de mystieker J. Ruysbroek , waar het wegzin- ken of het opgaan in God niet gebeurt op basis van gelijk- heid van Atman -Brahman (zoals bij deVedanta-leer) maar op basis van de geloofsovertuiging dat de éénwording van de ziel met God gezien moet worden als de hoogste verbon- denheid van het kind met de Vader. Het schepsel is, noch wordt identiek aan zijn schepper zo- als in de Vedante-leer wel wordt voorgesteld. De voorstel- ling van "verheven gevoelens" , als zou deYoga mystieke ervaringen oproepepn die extatische toestanden meebren- gen zoals in de westerse diensten worden aangegehaald, berust dus enkel op "Slecht ingelicht zijn" wat betreft de metafysika van deYoga.
YOGA EEN WETENSCHAP ? Indien men aan Yoga de status van wetenschap zou toe- kennen, dan begaat men volgens Feuerstein de grote ver- gissing, de op een 'object' gerichte benadering van de we- tenschap gelijk te stellen met de op een 'subject' gerichte benadering van de Yoga. Het gaat inderdaad om het indivi- duele Zelf, en dat is geen object, maar 'Zuiver Bewustzijn'. Een tweede groot verschil ligt in het feit dat de wetenschap streeft naar kennisen verrijking van geest en verstand, ter- wijl Yoga eerder gericht is op het uitdoven van hetverstand, en zeker niet op het verrijken van de geest met profane kennis, zoals we in mijn verdere uiteenzetting zullen zien. Het is dan ook volkomen gewaagd deYoga te propageren als de allerbeste psychotherapie, alsof dit haar doel zou zijn. Ook al kan de Yoga aanspraak maken op therapeutische invloeden en geestesgesteldheid, toch schiet haar doel veel verder boven deze praktijken uit. Het woord counter-tech- nologie zou in dit opzicht een betere verklaring zijn voor het woord Yoga, omdat daarin het psychische en niet het tech- nisch-wetenschappelijk karakter onderlijnd wordt.
Laat ons echter terugkeren naar minder wetenschappelijke definities die in mijn volgende aflevering aan bod komen.
Het is de bedoeling enkele definities of bepalingen van Yoga voor te stellen om aan te tonen hoe uiteenlopend de meningen kunnen zijn als de vraag wordt gesteld "Wat is Yoga ?" .De volgorde waarin deze definities worden voor- gesteld heeft geen enkele betekekenis of waardegraad. De naam van het boek of van de auteur kunnen voor sommige lezers de aanzet zijn om verder onderzoek in te stellen naar de betekenis of de oorsprong van het gezegde : "Yoga is geen bezigheidstherapie voor wereldvreemde alternatieve- lingen, vandaag is yoga voor iedereen . Maar de echte yo- is veel méér dan veredelde gymnastiek of een reeks relaxa- tietechnieken.Voor de yogi zijn dit nog maar de eerste stap- pen op een pad dat veel verder kan leiden ".(uitspraak van een collega yogaleraar uit de pionierstijd van yoga bij ons).
Uit de BHAGAVAD-GITA. "Wees verstandig in yoga, Arjuna. Doe je plicht en laat alle gehechtheid aan slagen varen. Zo 'n evenwichtigheid van geest wordt Yoga genoemd" . (vers 48 Hoofdstuk II ). "Wie toegewijde dienst verricht, bevrijdt zich tijdens dit le- ven van de terugslagen, zowel van goede als van slechte daden, Arjuna. Tracht dus te handelen in Yoga":vers 50 Hoofdstuk II ). "Wie zoals een schildpad zijn ledematen intrekt onder zijn schild, in staat zijn zinnen af te wenden van wat ze prik- kelt, wordt geacht zich waarlijk in staat van kennis te be- vinden".( vers 58 Hoofdstuk II). "Daarom doet de twijfel , die uit onwetendheid je hart be- kropen heeft,worden vernietigd met het wapen der ken- nis. Bharata wapen je met yoga,sta op en strijd" (vers 42 Hoofdstuk IV).
Wat is Yoga ?- Antwoord van auteurMIRCEA ELIADE. "De term yoga heeft als wortel yuj wat betekent :samenbin- den, bij elkaar houden , onder het juk brengen. Hij wordt in het algemeen gebruikt om een ascesetechniek of een metho- de van meditatie aan te duiden. Elke andere omschrijving heeft immers betrekking op een bepaalde soort yoga. Als men bevoorbeeld zegt: "Een ascesetechtniek of een me- thode van meditatie teneinde het Zelf te bevrijden dat in de mens gevangen is", zou men een definitie geven van de zuive- re klassieke yoga , de yoga-filosofie zoals Patañjali ze heeft uiteengezet in zijn bekende geschrift Yoga-Sutra. En als men men zegt dat deze ascesetechniek en methode van me- ditatie ten doel hebben de mensenlijke en goddelijke geest te verenigen , geeft men een definitie die slechts geldt voor de yoga van de Bhgavad-Gita en andere mystieke tradities.
RAMA POLDERMAN Wat is Yoga ? Yoga is al duizenden jaren een nooit falend systeem tot li- chamelijke en psychische ontspanning. Yoga is de sleutel tot het hart, de sleutel tot vrede en geluk, en tot een gezond harmonisch leven. Yoga is waarschijnlijk de meest waarde- volle erfenis uit het verre verleden die de mensheid deelach- tig is geworden en die voor hen, die ermede in contact komen, een totale verandering van hun leven kan betekenen Yoga is het praktische gedeelte van de Hindoefilosofie, een wetenschappelijk systeem met als doel éénwording met God , Brahman,Het eeuwige, Alla, Iswara , Jehova... Yoga kent vele wegen die tot dit doel leiden . Zo is er een methode voor de gevoelsmens , de verstandsmens, de ac- tieve mens enz...Concentratie en meditatie spelen hierbij een belangrijke rol.Wil men op het yogapad voortgang ma- ken, dan is harmonie van lichaam en geest een absolute noodzaak.
SWAMI SIDDHESWARANANDA. Yoga betekent éénwording of het ogenblik waarop het in- dividu zich één weet met het opperste wezen. Patañjali (de grootste indische psycholoog 300 VC) noemde de yoga de volledige uitschakeling van alle veranderingen van de ge- dachten m.a.w. beletten dat de geestvormen aanneemt. De Samkya-filosofie en de Bhagavad-gita zeggen dat de yoga de realisatie is van de gelijksoortigheid, m.a.w. , reali- satie van het feit dat de universele en de individuele Atman de zelfde, of zonder onderscheid, zijn.
SWAMI KRISHNANANDA. "This is yoga: to establish peace in our relations with others as in our own selves ".
SRI AUROBINDO . Yoga is de kunst van de bewuste ontdekking van zichzelf.
JEAN ROOST & SWAMI TATYANANDA. Yoga is het geheel der technieken uitgewerkt in de loop der tijden, teneinde de mens die van de natuur vervreemd raak- te, opnieuw zijn evenwicht en verloren harmonie terug te la- ten vinden.
G.M. KOELMAN. Yoga is in hoofdzaak een psychologische en mentale disci- pline . Het is een uitstekende techniek om het lichaam en de geest tot kalmte te brengen en om in deze toestand het Zelf dat niets dan zuivere geest is , te realiseren in volkomen on- gebondenheid en in volledige onafhankelijkheid.
Dr. A. BESANT. Yoga is een praktische wetenschap , geen vaag dromerig heen en weer drijven, maar een stelselmatig geordende ver- zameling psychologische wetten die van toepassing zijn op de ontplooing van het gehele menselijk bewustzijn en die op eenzo rationeel mogelijke wijze worden toegepast,zoals ze in andere takken van de wetenschap worden toegepast. bv. het kweken van een tuinroos uit de wilde haagroos door de tuinier die met overleg het werk doet dat anders door de bijën gedaan wordt nl.het overbrengen van het stuifmeel op de stampers van de uitgekozen bloemen. Door voordeel te trekken uit de vermogens die de natuur binnen uw bereik legt en wijselijk de omstandigheden buiten te sluiten die U bij uw niet kunnen helpen, zijt gij in werkelijkheid slechts be- zig uw groei en uw ontplooïng te versnellen.
SREE BAGWAN RAJNEES. "Yoga is de Alpha en de Omega" "Yoga chitavritti nirodha " = Yoga is het stilleggen van de geest. Deze definitie is de beste definitie over yoga . Yoga werd nog anders gedefinieerd. Sommigen zeggen dat yoga de ontmoeting is van de geest met het goddelijke. Dit wordt aldus gezegd omdat Yoga wil zeggen ontmoeten, tesamen brengen .Anderen zeggen datYoga betekent het ego laten vallen . Het ego is debelemmering, en op het ogenblik dat deze wegvalt, bent u verenigd met het goddelijke, maar het Ego geeft u de indruk dat je gescheiden bent. Er zijn vele definities van Yoga maar deze van Patañjali is de meest we- tenschappelijke Hij zegt "Yoga is het stoppen van de geest". Wat is de geest ? De geest is niet iets subtiels in het hoofd. Het is een activiteit, ophouden met denken. De bepaling van Yoga is ophouden met denken. Dan wordt U een getuige , een Ziener. Wanneer er denken is, dan is er vereenzelviging met wat U denkt. Patañjali zegt :"Ophouden met denken" dit wil zeggen volledig stoppen .Hij zal niet toelaten dat u Yoga doet zo, Ram Ram Ram. Hij wil zeggen dat er dan geen stoppen is. Het houdt de geest bezig, je gebruikt de geest. In Yoga mag men niets verwachten.Verwachtingen stellen is miserie scheppen.Beoefen meditatie en verheug U er in zonder verwachting, en plots kan het doelbereikt zijn.
JACQUES LA MAYA - "Yoga sleutel tot God" "Yoga, sleutel tot God, sleutel tot de wereld" snijdt op een volstrekt unieke manier het centrale thema aan van iedere weg naar de waarheid van het leven., het thema van dere- latie God-Universum-Mens; anders gezegd : de mogelijke betrekkingen die het absolute met de projekties van zichzelf duizenden werelden en ontelbare schepselen onderhoudt. Maar dit boek heeft niets, maar dan ook absoluut niets te maken met een filosofische verhandeling of een theologische dissertatie, zoals die op het ogenblik veel verschijnen. Alles in dit werk is enerzijds gebaseerd op ervaring en houdt an- derzijds verband met de werkelijke problemen van ons, mensen uit de twintigste eeuw, problemen die in feite niets anders zijn dan de moderne aspekten van de eeuwige vra- gen van de homo-sapiens."Yoga, sleutel tot God" sleutel tot de wereld" is in die zien ook De sleutel tot de mens en zijn problemen.
A VAN LYSEBETH Voorwoord "Yoga Sleutel tot God" Yoga, sleutel tot God, sleutel tot de wereld...een indrukwek- kende titel. Want om welke God gaat het ? Om de God van de Christenen of om de de God van de Hindoesdie ontelba- re goden hebben ? En dat is juist de moeilijkheid .Ook al is God per definitie onveranderlijk zichzelf , en ver boven het menselijk bevattingsvermogen, toch heeft de mensheid hem in haar godsdiensten, in haar geschriften en in haar rituelen opgesloten . En zo is God in de loop der eeuwe n telkens van gezicht veranderd , zelfs binnen het raam van eenzelfde godsdienst.Is de Christus van de twintigste eeuw de zelfde als die van de Middeleeuwen? Is de spirituele en godsdien- stige krisis waarin het Westen zich bevindt niet te wijten aan het aantasten van het begrip God zelf en van de verhouding die de mens met hem kan of moet hebben ? Heeft het Wes- ten niet te veel over God gepraat, heeftzij hem niet verstan- delijk benaderd en heeft zij niet te veel getracht hem in be- grippen te vangen ten koste van de innerlijke doorleefde aanwezigheid van God in de wereld om ons heen waarvan hij eveneens per definitie het wezen is ? Yoga betekent niet zozeer geloven in God als wel een daadwerkelijk ervaren van God . Het fundamentele kenmerk van Yoga, van inte- graleYoga, van deYoga zoals ze altijd begrepen en in prak- tijk zou moeten gebracht worden, is het ervaren van God. Een van de belangrijkste taken van Yoga is deze directe er- varing voor ieder mens ongeacht zijn ras of godsdienst, mo- gelijk te maken.
In een volgende aflevering komen nog enkele betekenissen, en verklaringen over Yoga, samen met deze van Patañjali .
CHARLES WALDEMAR - "Yoga voor jong en oud " "Wat is eigenlijk Yoga? - Letterlijk vertaald : "Juk" en het betekent :meester zijn over zichzelf in die zin, dat we heer- schappij over het lichaam verkrijgen en beschikken over volkomen gezondheid en hoge geestelijke kracht . Dit doel geldt echer voor de indische yogi's nog niet als einddoel : het is slechts een nevenverschijnsel op de weg naar de "vereniging met God". Naar de opvatting van deYoga, leidt de mens, die door zijn begeerten wordt heen en weerge- slingerd, de zuivere driftmens dus, die door een of andere willekeurige overspanning ziek is, een leven van waan, af- gescheiden van de eigenlijke levensbodem. En daarom is het noodzakelijk zo spoedig mogelijk de yogaleer toe te passen, die een daadwerkelijke hulp voor lichamelijke en psychische zwakte vertegenwoordigt en die de mens een lang leven schenkt. Yoga betekent niet zo maar een metho- de om lichaamskracht te ontwikkelen,maar is tevenseen psychsche hygiëne en is daarmee van veel groter waarde, dan alle gewone gymnastiek- en ademoefeningen. Door Yoga treden we met de diepte-krachten van ons ware zelf in kontakt.Patañjali,de belangrijkste schrijver overYo- ga-Sutra verklaart : "Yoga is de onderdrukking van de wis- selwerking (vervorming) van het denkvermogen". Uit deze enkele zin blijkt reeds duidelijk welk een groot belang de Yogis aan het denken hechten ,en hoe de beheersing der hersenfuncties, ten nauwste met de adem samenhangt".
JOGCUM DIJKSTRA en SALVATORE CANTORE. "Yoga kan rust schenken .Yoga kan een omkering in het al- ledaagse bestaan teweegbrengen.Yoga kan de spil worden van een nieuw en bevrijdend zelfbewustzijn. Toch kunnen wij ons ook net zo goed voorstellen dat mensen de Yoga zien en beleven als een toevluchtsoord waar een guru hen een poos betovert en voor een kort moment naarde stilte van een ander, beter gelukkiger bestaan voert. Zelfs de bes- te guru kan niets meer, dan je op weg te helpen naar het ont- dekken van jezelf. Hij kan je enkele handgrepen en technie- ken leren, hij kan de situatie scheppen waarin je je eerste stappen zet op de weg naar je eigen onbekende Zellf . Hij kan je vertellen hoe hij zelf en anderen , het hebben ge- daan, en wat ze hebben bereikt . Méér kan hij niet ... Een echte guru wil ook niet méér : hij heeft eerbied voor je, hij respecteert je anders- zijn, en hij weet dat alles wat niet uit jezelf komt niet zal helpen om jezelf te vinden.Dat bete- kent niet dat je voor je zelfontplooiïng geen gebruik kunt maken van wat anderen gedaan en ervaren hebben.Je moet bouwen opwat je hier en nu bent,je eigen verleden,je eigen verwachtingen, je eigen willen. Yoga is per definitie ondogmatisch ".
DIVINE LIFE SOCIETY . De yogadârsana of Yogafilosofie in een notedop. "Wat maakt de mens ongelukkig ? Ziekten en konflikten. Als iemand ongelukkig is vragen we hem waarom. Maar als iemand niet ongelukkig is,vragen we hem niet waarom.Want gelukkig zijn is de normale toestand .Want gelukkig zijn is de normale toestand van ieder wezen. Gelukkig zijn is ons geboorterecht. Maar een geheimzinnige, ongrijpbare onwe- tendheid verstoort onze vrede en verwijdert ons van het centrum van ons wezen.Yoga betekent 'Verenigen': het is de wetenschap die antwoord geeft op de vraag : Hoe kom ik in kontakt met mijn eigen wezen ? ".
SWAMI CHIDANANDA(D.L.S-lezing: Aalst 4/2/1969) De waarheid over yoga . "Kinderen van God , Ik beschouw het als een groot geluk in jullie midden te zijn. En ik ben verheugd dat God mij deze gelegenheid heeft ge- geven.Als deze lezing voedsel aan je geest en je overwegin- gen geeft en meer inzicht in je leven brengt, ben ik meer dan gelukkig. De klassieke geschriften geven bepalingen van yoga. En het is goeder enkele van te kennen, dan heb je een methode om na te gaan of Yoga in je leven wel daad- werkelijk aanwezig is.Naarmate je dieper doordringt in deYogabeoefening moet de geest kalmer en serener worden . Je moet je evenwicht kunnen bewaren te midden van de steeds veranderende omgeving waarin je leeft. Ongeacht wat er buiten jouw gebeurt, van binnen moet je gelijkmoe- dig rustig en evenwichtig kunnen blijven. In die grote kleine Schrift , de Bhagavad Gieta, wordt de Yoga onder andere als volgt bepaald :"Samatwan Yoga Oechyate". Samatwan betekent : gelijkmoedigheid , evenwicht in vreugde en pijn, winst en verlies, sukses en mislukking, eer en oneer, inalle dingen altijd eerlijk gelijkmoedig, niet te zeer geraakt of of uit zijn evenwicht gebracht door onvermijdelijke hinder- nissen van het leven Dat is een waardevolle gift van deYoga aan de mens. En het is ook de echteYoga : het streven naar, het beoefenen van, en het verwerven van het vermogen om altijd evenwichtig te zijn. Je kent allen de bekende popu- laire bepaling van Yoga : Yoga betekent "Verenigen",jezelf verbinden of verenigen met het Universele Wezen . Dat is de letterlijke, afgeleide betekenis van het woord Yoga. De andere bepalingen wijzen op het effect van Yoga in je leven. Yoga heeft niets te maken met mirakeldoenerijof presteren van ongegewone daden of akrobatische stunts, of met zeke- re vermogens , zoals gedachtenlezen, telepatie, horen op af- stand , zien op afstand en dergelijke dingen meer. Deze za- ken zijn mogelijk .Als men diep doordringt in Yoga en zich zekere technieken eigen maakt, komen ze vanzelf. En ook is Yoga niet een of andere vorm van godsdienst , die je een of andere God doet vereren. Evenmin is het een geheel van geheime praktijken die men achter gesloten deuren doet om persoonlijk magnetisme te ontwikkelenen invloed over anderen te verwerven. Dat allesis geen Yoga. Het zijn po- pulaire praktijken van Yogisdie van de rechte weg zijn afgedwaald".
H.J. STÖRIG( Geschiedenis van de filosofie-Prisma-reeks nr.409 ). "Yoga betekent letterlijk "juk" (ook etymologisch met ons woord juk, verwant),dat wil zeggen'zelftucht',dis- cipline (oorspronkelijk was het wel een magische" binding " van machten buiten ons,).De aan deze leer ten grondslag lig- gende voorstelling, dat de mens door een bepaald stelsel van ascetische oefeningen, door meditatie en concentratie het diepste inzicht , losmaking van de wereld en verlossing kan bereiken, vindt men ook bij andere volkeren; zij speelde ook reeds inde Vedische literatuur en in de Oepanischaden een rol. -oOo- De nu volgende definities zijn het resultaat van mijn studie- werk en praktijklessen Ze kregen slechts na 25 jaar hun vaste vormen omschrijving; HALASANA (definitie vermeld in de folder "Yoga in ze- ven punten"zie mijn bijdrage 14 hier boven . Yoga is de individuele toepassing van een welbepaalde discipline die een psychosomatische uitwerking heeft op de mens en als uiteindlijk doel de Zelfrealisatie beoogt. _ WAT IS YOGA ?
Uit mijn boek : " Yoga cursus voor beginners :handlei- ding voor lesgevers ". INLEIDING -Wat vooraf dient geweten . Als men de auteurs van vele yoga-boeken moet geloven, dan heeft bijna iedereen zijn eigen bepaling over yoga. De meeste omschrijvingen van het woord of het begrip yoga, gaan voorbij aan het feit dat de yoga in werkelijk- heid door Patañjali omschreven en verklaard werd als : "Het stilleggen van het denvermogen" - Daarmee was alles gezegd. De rest, of wat erbij of er- over gezegd wordt ter aanvulling of ter verduidelijking, is meestal eigen visie van de auteur. Deze visie geeft dan aanleiding tot interpretaties en dis- cussies die soms aanleiding geven tot onenigheid of het innemen van onverzoenlijke standpunten of blijvende twisten. Oorlogen vinden soms hun oorsprong in twisten die aan de basis zeer onschuldig of heilig zijn. Er is geen volk dat niet zijn heilige oorlog kent. Dagelijks worden er nog mensen vermoord in naam van de gerechtig- heid die zowel in het kamp van de verdrukten als door de verdrukkers met evenveel overtuiging beleden wordt. Ik geef over de yoga geen andere bepaling dan deze van Patañjali . Ze is duidelijk, en volgens mij genoeg zeggend. Meestal begrijpt men ze pas, wanneer het stilleggen van het denkvermogen zover gevorderd is, dat het besef om- trent het bestaan van het ware 'Zijn' dat noch lichaam noch geestis, klaar begint te worden . Het 'Zijn' dat geconditio- neerd is door het dagelijks bestaan en gebonden door de materie waarin het vertoeft, en zelfs dit niet meer beseft, kan bevrijd worden uit deze toestand, door er niet meer aan te denken, door er niet meer mee bezig te zijn, en er zich niet meer mee te vereenzelvigen.Het is inderdaad het nooit stilstaande denkvermogen dat de valse gedach- ten en de vereenzeleveging met de bestaande ons omringen- de wereld, levendig houdt. Iedereen wil zo moglijk bezitten en genieten van de materiële dingen waarvan we uiteinde- lijk moeten ervaren dat ze het ware geluk niet kunnen ver- schafen. Zolang deze gedachten dus zegevierenover ons bestaan, zijn wij niet bevrijd. Het komt er dus opaan de yoga te leren kennen en toe te passen om deel te kunnen hebben in de vrijheid die volgt op het stilleggen van het denkververmogen. Om dit doelte bereiken schreef Patañjali 195 sutra's ( kernachtige gezegden waarin de yoga-leer wordt uitgelegd ) Daarin staat het wat men moet doen, maar men kan het niet onmiddellijk begrijpen.De grote meerderheid van de mensen zal er nooit toe komen, zich los te wrikken uit de macht van het materialistisch bestaan dat hen steeds vaster in zijn greep houdt met macht, geld en roem; Patañjali heeft dit ook duide- lijk geweten. Met de bedoeling iedereen er bij te bettrekken , heeft hij dan ook alles wat tot aan zijn tijd gekend was,samen- gebracht. De yoga-sutra's werden a.h.w. de bijbel voor al- le zienszienswijzen, ook voor de latere.Het moet ons dan ook niet verbazen dat we in alle yogamiddens en bij alle leraars en zieners de de yoga-leer van Patañjali aantreffen als de basis van hun theorie.De yoga van Patañjali is inderdaad universeel en soepel genoeg om in alle bevrijdingstechnieken gebruikt te worden, ook in de godsdiensten, mits kleine aanpassingen die de oningewijdeniet eens zal merken. Toch blijft de Yoga zelf en haar zienswijze, origineel naast de andere zienswijzen zoals de Mimansa,de Vedanta, de Sankhya, deNyaya en Vaïcesika. Alle hinduspiritualiteit en alle bevrijdingssystemen, welke ook hun metafisische onderbouw weze, worden door de yoga van Patañjali beinvloed .Het is deze yoga en haar toepassing wel- ke in praktijk gebracht wordt in het lesboek voor beginners. Hoe wij tot het stilleggen van ons denkvermogen kunnen ko- men wordt beschreven in de techniek die in feite slechts kan begrepen worden door de toepassing ervan.
In mijn volgende bijdrage wordt de betekenis van de yoga, gezien vanuit het standpunt van Patañjali ,verder verduide- lijkt, en vangt ook de studie aan van de yoga-därsana.
Uit de opleiding YOGACHARYA (Artikel als bijlage aan les 10) .De Betekenis van Yoga gezien vanuit het standpunt van Patañjali. In vele boeken over Yoga en uit de mond van vele mensen die over Yoga spreken, verneemt men dat de Yoga-sutra's van Patañjali een gezaghebbende waarde ver- tegenwoordigen omtrent de betekenis en het doel van Yoga. Indien men echter de betekenis van de termYoga wil begrij- pen zoals Patañjali deze voorstelt en gebruikt in zijn werk, dan is het zeker aangewezen te luisteren naar de verklaren- de woorden van de grote commentatoren die de sutra's heb- ben toegelicht. De eerste en wellicht de voornaamste van deze commentatoren is ongetwijfeld VEDAVYASA of ver- kort VYASA (+/- 650-850 N.C.) Zijn werk is gekend on- der de naam Yoga-Bhasya". Het wordt in vele gevallen sa- men met de sutra's als één geheel voorgesteld. De tweede en niet minder vermaarde meester is VACAS- PATIMISRA ,die met zijn "Tattvavaiçaradi" omstreeks 850 N.C. als het ware een woord-voor-woord vertaling geeft van Vyasa'sYoga-Bhasya. Het werk van beide com- mentatoren werd samen in 1914 onder één band uitgege- ven bij de Harvard Oriental Series (volume17)door James Haughton Woods. Dit kostbare boek werd heruitgegeven in 1927 en in 1966 . Deze laatste editie was speciaal voor India alleen bestemd en kwam langs daarin ons bereik. Het is een studieboek dat zeker niet mag ontbreken in de handen van hen diePatañjali's woorden willenbegrijpen en zijnYoga-filosofie toepassen. Een derde commentator die eveneens van uitzonderlijke betekenis blijkt te zijn isSwa- mi HARIHARANANDA ARANYA, stichter van het Kapila klooster te Madhypur in Bihar (gelegen aan de zuidelijke oever van de Ganges 174.000 km²). Hij schreef menige werken over Yoga maar zijn "Yoga -filosofie van Patañjali" is ongetwijfeld het bijzonderste. Het omvat de Yoga-sutra met de commentaar van Vyasa en bijzondere verklarende toelichtingen daarover door hem in het Bengali geschreven. De eerste uitgave dateert van 1911. Een van zijn leerlingen, P.N. MU- KERJI vertaalde het werk in het Engels ten behoeve van de universiteit van Calcutta , waar het in 1977 als studieboek werd uitgegeven . Er zijn natuurlijk nog talrij- ke andere commentatoren, maar bijna allen geven in de meeste gevallen slechts afwijkende betekenissen aan de verklaringen van de drie bovenvermelde grootmeesters Opvallend is de bezorgdheid waarmede Vyasa en ook beide andere commentatoren te werk gaan om de lezer toch zeker vooraf de juiste betekenis van de term Yoga , waarover Patañjali in zijn sutra's spreekt,te verduidelijken door de ontleding van de tekst die Patañjali heeft nagela- ten in de eerste twee sutra's , nl. : 1 "Atha yoga-'nusasa- nam" en 2 " Yogas citta-vritti nirodha".Laten we Vyasa aan het woord :" Hier nu is de uiteenzetting over de Yoga aan de orde . De uitdrukking 'atha'(hier nu) betekent dat hier een welbepaald onderwerp wordt aangesneden. Het gezaghebbend boek dat uitlegt hoeYoga moet worden be- grepen ,vangt aan. Yoga is concentratie; dit is echter een eigenschap van de denksubstantie welke in elk van haar stadia kan thuishoren . De stadia van de denksubstantie zijn : het stadium van rusteloosheid (ksipa), het verdwaas- de (mudha) , het verstrooide (viksipta), het éénpuntig ge- richte (ekagra) en het beheerste(niruddha).Van deze stadia hebben de eerste twee niets met yoga te maken en zelfs in het beheerste stadium van de geest wordt zijn concentra- tie soms soms overheerst door tegengestelde verstoringen en kan bijgevolg niet echt als yoga aanzien worden . Maar het stadium dat, wanneer de geest éénpuntig gericht is, ten volle en alleen één reëel object verlicht en de hindernissen (kleça's) dwingt tot vermindering , dat de banden van Kar- ma doet afnemen en dat zich ten doel stelt alle golving- en te beperken,wordt de Yoga genoemd waarin er be- wustzijn aanwezig is van één object(samprajnata). Deze bewuste yoga gaat zeker nog gepaard met concentratie op grove objecten, met vreugde of met persoonsgebon- den gevoel (asmita).Daarover zullen we later nog spreken. Maar wanneer er stillegging is van alle golvingen van de denksubstantie(vritti) , dan hebben we te maken met con- centratie waarin geen bewustzijn van een object aanwezig is ". Vacaspatimisra beklemtoont in de eerste plaats de re- den waarom Vyasa een voorlopige definitie geeft van (de- ze) yoga en verstevigt in de tweede plaats het feit dat de yoga hier niet kan worden gezien in de betekenis van "ver- enigen" .Hij zegt :" Het voorgestelde onderwerp is enkel de Yoga welke begrensd is in haar activiteit door het ge- zaghebbend boek . Daarover gaat het ... ! Twijfel over de voorgestelde zaak (yoga)wordt veroorzaakt door twijfel omtrent het woord (yoga). Deze(twijfel) neemt hij (Vyasa) weg door testellen dat yoga in de zin:'yoga is concentratie', etymologisch afgeleid wordt van de stam Yuj-a , in de be- tekenis van concentratie, en niet van de stamYuj-i, in de betekenis van vereniging".Aldus de oudste commentatoren. Hariharananda die als hedendaagse Swami en monnik, be- kend met de grote invloed van de Advaid-Vedanta van Sankara e.d., trouw blijft aan het gezag der oudste mees- ters ,vertaalde de Vyasa-Bhasya in hetBengali.Hetbevat ook persoonlijke inzichten en commentaren die sterk verge- lijkbaar zijn met de'Tattvavaiçaradi' vanVacaspatimisra, zo- als deverklaringenover de betekenis vanYoga in de Sutra's van Patañjali :"Deze term (yoga) heeft verschillende beteke- nissen zoals verenigen van Jivatma met Paramatma, de ver- eniging van Prana en Apana, enz..., zowel als andere tech- nische, afgeleide en conventionele betekenissen. Maar in de- ze filosofie wordtde termYoga gebruiktin de betekenis van "Samadhi" of concentratie, wat in de tweede sutra wordt uitgewerkt". Inderdaad, de tweede sutra luidt : "Yoga is het stilleggen(of het beteugelen)van de golvingen van het mentaal complex citta".(citta: individueel kennisorganisme bestaande uit drie inwendige functies = mentaal complex). Wanneer we nu opnieuw Vyasa aan het woord laten dan le- zen we :"De bedoeling van de volgende sutra is het bevesti- gen van het onderscheiden karakter van deze (yoga). Door geen gebruik te maken van het woord'alle' vôôr 'de golvin- gen,' wordt aldus de yoga waarin bewustzijn van objecten aanwezig is, eveneens gerekend onder de benaming Yoga." Opnieuw wordt de uitleg van Vyasa bevestigd door Vacas- patimisra die er aan toevoegt :"Indien er gezegd ware dat Yogade stillegging betekent van 'alle' golvingen het mentaal complex, dan zou Yoga met bewustzijn van een object uitge- sloten worden. Hariharananda toont eveneens aan dat de stillegging van de golvingen van het mentaal complex van oudsher eenzeer grote rol heeft gespeeld in debevrijdings- filosofie. Hij zegt : "Het stilleggen van de golvingen van het mentaal complex( of Yoga ), is de hoogste geesteskracht. We vinden in de Mahabharatahet volgende : "Er is geen grotere kennis dan deze van de Sankhya en er is geen gro- tere kracht dan deze van Yoga. Hoe het stilleggen van de golvingen van het mentaal complex een bron kan zijn van mentale kracht, zal hier later worden uitgelegd . Het stilleggen van de golvingen van het mentaal complex betekent dat de geest gefixeerd blijft op één enkel object, d.w.z. : door de praktijk bekomen dat de geest onver- stoorbaar oog in oog wordt gehouden met één enkel voor- werp .Dat is Yoga.; Maar naargelang aard deze objecten , en naarmate graad van gefixeerdheid van de geest, zijn er verschillende vormen van Yoga". Tot slot kunnen we dus met zekerheid herhalen dat de bete- kenis van Yoga, gezien vanuit het standpunt van Patañjali, alleen als ' concentratie ' moet gezien worden. W. Ingels yogaleraar (1983).
PATAÑJALA YOGA Met een uitspraak van dr.H.van Praag wil ik de studie over de Yoga van Patañjali inleiden. Ze dateert eveneens uit de jaren tachtig van vorige eeuw maar blijft zeker aktueel. Hij noemt deze yoga Raja-yoga (koninklijke yoga). "In India tiert de filosofie even welig als in China. Weinig denkers hebben echter, naYajnavalkya en Boeddha, zo een grote invloed gehad als Patañjali,de grondlegger der Raja-Yoga die nog steeds door milioenen mensen in Oost en West beoefend wordt."
VOORWOORD TER VERANTWOORDING.
Deze studie wil een klaar inzicht geven in de betekenis van het dualistisch princiepe waarop de yoga van Patañjali be- rust. Deze studie is niet ingewikkeld maar vraagt wel enige ernst en doorzettingsvermogen om tot de kern van deze Yoga te kunnen doordringen. Twee boeken worden voor deze studie vooral gebruikt : 1° "Patañjala-yoga, een synthese van de Yoga-filosofie " -verder 'Synthese' genoemd. 2° "Patañjala-yoga , van een relatief ego tot het Absolute Zelf " - verder " het Boek' genoemd. Beide boeken zijn uitgaven van Halâsana.(de Synthese in 1979- het Boekin 1985). Ze zijn het resultaat van ruim twaalf jaar intense studie en werken met Yoga.
ALGEMEEN OVERZICHT. INLEIDING : -Hoofdkenmerk van alle Indiase systemen- Het begrip'ziel' Invloed vanYoga op andere systemen. -De metafysische onderbouw van de Yoga-darsäna. 1° Prakriti en de guna's. 2° Het Zelf, de geestelijke monade. 3° De pluraliteit van de Zelven. 4° De aard van Prakriti's evolutie. 5° De evolutie van Prakriti : de Tattva's. 6° De relatie van Prakriti met het spirituele Zelf. 7° Plan van de klassieke yoga-discipline.(de uitwendige middelen) 8° Plan van de klassieke yoga-discipline.(de inwendige middelen) 9° Uitwerking van de yoga-discipline.
In mijn volgende bijdragen zal deze indeling gevolgd worden.
1° Het hoofdkenmerk van alle indiase systemen. Zoals we kunnen afleiden uit de voorgaande afleveringen blijkt het hoofdkenmerk van alle indiase dârsana's , zowel van de niet-ortodoxeals van de ortodoxe, EEN WEG TER BEVRIJDING te zijn. De ziel schijnt opgesloten in de mate- rie van het lichaam.De bevrijding daaruit is het doel.De wens om te weten wat er na het aardse leven zal gebeuren, heeft zich in India vooral geuit in de voorstelling van het leven der goden, alsof dit leven een voortzetting zou zijn van het aard- se leven. Door de gelijkstelling 'ATMAN-BRAHMAN', waardoor hij die dit wist, reeds in dit leven verlost kon wo- den, waren zowel goede als slechte daden de oorzaak van wedergeboorte. De goden worden nu eens wel, dan weer niet, als (menselijke) personen beschouwd. Het begrip"ziel" heeft hier echter niet dezelfde betekenis als onze westerse opvatting over de ziel. De wens om het absolute te kennen heeft zich in India zeer sterk geuit in een kunstmatige uit- beelding van de vlucht uit de wereld, en door mystische omschrijvingen,die men vooral aantreft in de Upanishaden (onderzoek natuur en universum die samen één bestaan vormen). India werd steeds heen en weergeslingerd tussen een godsdienst die het opperwezen als een persoon aan- ziet , en een metafysica die het begrip "persoon" verwerpt Dit verschil in opvattingen toont aan hoe ontoereikend alle materiële en geestelijke pogingen zijn om het onuitspreke- lijke te willen uitdrukken in menselijke bewoordingen.
2° Het begrip "ziel"- De Spirituele Monade het "Zijn"of het ZELF. Voor het Oosten is de ziel een afzonderlijke werkelijkheid . De mens wordt beschouwd als een naast elkaar bestaan van een geestelijk deel dat zuiver bewust- zijn is en zonder binding met de materie van het lichaam waarin het wel opgesloten zit (wachtend op bevrijding). Het Westen echter beschouwt de ziel als één met de men- lijke natuur : ziel en lichaam vormen één bestaande reali- teit Zelfs volgens de indiase opvattingen is er nog een on- derscheid te maken.Voor de Vedanta-därsana is de"ziel" het onpersoonlijke Atman-Brahman. Volgens de Yoga-därsana is de "ziel" = een Spirituele Monade of een "ZIJN". Het Zelf (de spirituele monade) is niet wat in het Westen de Ziel genoemd wordt.- Daar wordt in een latere bijdrage verder op ingegaan.
3° Invloed van de Yoga op deandere zienswijzen. Van bij haar eerste ontstaan heeft yoga een onuitspreke- lijke invloed gehad op alle andere zienswijzen.Steeds heeft yoga het sociale en culturele leven in India over- heerst. Niet steeds in dezelfde betekenis omdat ook de gebruikers ervan hier en daar aanpassingen en vertakkin- gen lieten ontstaan naargelang hun eigen zienswijzen of interpretaties. Haar oorsprong ligt in het verre verleden den waar magische praktijken en toverkracht bijna niet te onderscheiden zijn van godsdienst . Yoga kan dus af- dalen tot de lager gelegen gebieden van de magie en op- stijgen tot de meest verfijnde metafysische ervaringen. Haar bevrijdingstechniek is zo plooibar, dat hij zich kan schikken naar de meest uiteenlopende doctrines, zoals het animisme , het nihilisme, de eenvoudige volksdevo- tie of de meest verfijnde theosofische leerstellingen . Op zuiver technisch gebied kan de Yoga ook aange- wend worden tot het bekomen of het behouden van van een betere lichamelijke(en geestelijke)gezondheid.
4° De metafysische onderbouw van de Yoga. De yoga-därsana wordt koppelsgewijze met de Sank- hya-därsana vermeld .Ze zijn beiden pragmatische ziens- wijzen die hetzelfde dualistisch principe in hun redenering volgen: enerzijds de 'materie' en daarnaast het 'Zijn'.Beide bestaanswerkelijkheden hebben geen begin ingevolge de scheppingsdaad van een derde, en zijn ook onderling on- afhankelijk van elkaar .De yoga ( de klassieke zienswijze van Patañjali ) volgt de grote metafysische lijnen van deze Sankhya, maar is niet identiek daaraan.Ze heeft haar eigen zienwijze zoals we hier in deze studie aantonen. Enkele verschillen. - De methodologie : Bij de Sankhya steunt de methode van Zelfrealisatie op het onderscheidingsvermogen dat via intellectuele weg bereikt kan worden.Bij de yoga steunt de methode van Zelfrealisatie op de enstase(opslorping), waardoor het empirische bestaan getranscendeerd wordt. - Het godsbegrip : De Sankhya is a-theistisch. Er bestaat geen opperwezen die aan het ontstaan van de materie en het Zijn een oor- sprong geeft. De yoga is theïstisch. Hoe verwaterd dit ook moge zijn. In de yoga-sutra is er sprake van Isvara, de Heer . Hij is niet deschepper van de materie en het Zijn, maar een bijzonder Zelf , waarover later meer. -De oorsprong. De eerste nevelahtige sankhyabeschouwingen ontstonden waarschijnlijk in de vroege Upanishadperiode tijdens de- welke men via onderzoekvan natuur en universum , de goden van de smeekbeden in de Veda's in twijfel trok .De systematisering ervan begon op einde van de Upani- shadperiode. Ze krijgt wellicht haar klassieke vorm gedu- rende de eerste eeuwen N.C..De antisacrale en pluralis- tische inspiratie van de Sankhya en haar atheïstische logi- ca, kan moeilijk een bijdrage zijn van brahmaanse oor- sprong. Het brahmaanse rituele sacrificie ondergaat een verinwendiging , en wordt een sacrificie van zelfonthech- ting..
5° Betekenis van Yoga door de tijd heen. De betekenis van Yoga heeft zich ontwikkeld van ma- gisch-religieus naar meer religieus en van daaruit naar de profane betekenis van bedaren van emoties tot de discipli- ne ten dienste van de geestelijke bevrijding.In de pré-upa- nishadperiode was de betekenis nog onzeker .Er heeft een langzame verschuiving plaats gehad van profane betekenis "binding met het lichaam" naar deze van "beheersing" en "temmen" van de zintuigen , van de magische naar de meer religiieuze betekenis; van het lichamelijke naar het geeste- lijke toe. Tijdens de Upanishadperiode was Yoga een prak- tijk tot het bereiken van lichamelijke rust, bedaren van emoties en concentratie van de geest. -Tenslotte wordtYoga een mentale discipline van de gees- telijke bevrijding. De Upanishaden hebbende weg geopend naar een uitge- sproken yoga-code, gelijkend op deze van Patañjali. Men vindt immers, zij het niet in dezelfde volgorde de acht tre- den van Patañjali's yoga terug in de Upanishaden. -4de en 5de trede : in deUpanishaden welke ontstonden rond de Boeddhissche periode, zij handelen over de geest, gedragen door de vitale ademhaling(pranayama en pratya- hara). -6de trede (Dharana) : in de Kathka Upanishad. -7de trede(Dhyana ) : idem.: waarin de meditatie op OM verklaard wordt. -Later verschijnt in de Maitrayani Upanishad een volledige code van opgaantreden. -De eerste drie treden:Yama -Niyama enAsana, die een voorbereidend karakter hebben, worden slechts later om- schreven wanneer lichamelijk ascetisme een ereplaats zal bekleden inde epische periode zoals in het heldendicht van de Bhagavad-Gita, die een gans andere opvatting van de Yogavoorop stelt, en die later afzonderlijk zal bespro- ken worden.
de volgende bijdrage zal handelen over 1° P R A K R I T I en DE GUNA'S.
Bij de aanvang van de studie over het werkelijke bestaan , de evolutie en de involutie van het universum gaat onze aan- dacht eerst en vooral naar de naar de bestaansredenen van alles wat materie is. We onderzoeken eveneens de manier waarop alles tot stand komt, wetende dat de yoga-dârsana geen opperwezen of schepper voor deze tot standkoming aanvaardt.
Betekenis . Het woord PRAKRITI betekent " natuurlijke scheppings- kracht".(pra = voorwaarts - kri = doen,= voortbrengen, ) Prakriti wordt vooral gekenmerkt door : activiteit - steeds in wording zijnde steeds veranderend - voorbijgaand .De spil waarrond alle indiase systemen zich bewegen, wordt gevormd door twee tegenover elkaarstaande polen. Aan de ene kant bevindt zich het absolute onvergankelijke gees- telijke en niet aktieve "Zijn", terwijl aan de andere kant zich het ganse domein uitstrekt van de steeds in wording zijnde, steeds veranderende, en voortdurend voorbijgaande"akti- viteit".Prakriti is dus in haar zuiver oorzakelijke grondbasis, het genetisch principe van alle zijn of elke wording van we- zen en vorm. Zij is slechts als werkelijk bestaand principe te erkennen door gevolgtrekking. Zij heeft uit eigen natuur geen bepaalde eigenschappen, en is tenslotte zelf zonder enige vorm.Ze is dus de oorsprong van alles wat door ver- andering wordt aangetast.(wat het "Zijn" betreft, volgt een afzonderlijke aflevering) Deze twee tegenoverelkaarstaan- de polen - Prakriti en "Zijn" , zijn de basis van twee sterk van elkaar verschillende zienswijzen; de afgrond er tussen is onoverbrugbaar.We bedoelen het strikte dualisme vol- gens hetwelk materie en geest elk hun eigen bestaan heb- ben en waarin het pluralisme van de geest bevestigd wordt. We vinden het terug in de Sankhya- en de Yoga-zienswij- . ze. De andere zienswijze is het non-dualisme volgens het- welk één absolute geest de enige werkelijkheid is, en het ganse domein van materie en veranderderlijkheid geen werkelijk bestaan heeft .We vinden het terug in deVedan- ta-zienswijze. YOGA en VEDANTA; Twee zienswijzen die essentiëel verschillende standpunten innemen wat betreft hun voorstelling van Prakriti en Puru- sha (het Zijn), hebben zich sedert het tot standkomen van de Yoga-sutra zeer duidelijk afgetekend.Het dualisme van de yoga van Patañjali en het non-dualisme van de Vedan- ta, zijn twee van elkaar onderscheiden zienswijzen waar- tussen zich aldus een onoverbrugbare afgrond bevindt . Zij onderscheiden zich even eens in hun weg die tot be- vrijding leidt . Daaruit kan bijgevolg een zekere rivaliteit ontstaan wat niet ipso facto een vijandigheid betekent .
TEGENOVERELKAARSTELLING.
Voor de Yoga van Patañjali is Prakriti - Werkelijk bestaande - Zonder begin - Bestaande uit 3 guna's
Voor de Vedanta is Prakriti : - Maya ( niet werkelijk - schijn bestaan -relatieve wer- kelijkheid) . - "Het kenmerk van alles is verandering. De wereld wordt om die reden in het Sankriet 'Samsara' genoemd. Dit betekent letterlijk : wat op ieder ogenblik verandert.Van de wieg tot het graf onderga je van seconde tot seconde allerlei veranderingen. Niets is blijvend. Alles is dus in feite onwerkelijk of heeft a.h.w. een relatieve veranderlijkheid. ( uit 'Licht van Sivananda ' vol.106 nov.1980 afd. Aalst)
HET UNIVERSUM Volgens de Yoga bestaat het universum zonder begin . Wanneer we het willen onderzoeken , moeten we dus ver- trekken van een relatief begin.Veronderstel een kosmische realiteit die niet gemanifesteerd is maar toch werkelijk be- staat .Daarop volgt een verandering, een activiteit die leidt tot de huidige bestaansvorm die we kunnen waarnemen en waarvan de aard en het principe een voortdurend reprodu- ceren en transformeren is. In vaktermen is dit Prakriti . Toestanden waarin Prakriti zich kan bevinden. Aangezien volgens de yoga-dârsana het Universum bestaat zonder begin, moeten we ons onderzoek laten aan- vangen bij een relatief begin. We nemen de periode juist voor de aanvang van een 'evolutie' waaruit alles (opnieuw ) tevoorschijn zal komen .Deze toestand noemt men :PRA- DÄNA. Hij wordt gevolgd door de 'evolutie', en daarop zal later alles (opnieuw) te voorschijn komen. Prakriti kan zich dus in 2 toestanden bvinden : 1° Kosmische rust of oorzakelijke toestand. 2° Kosmische evolutie. In kosmische rust bevindt Prakriti zich in een onontwikkeld stadium. Er is geen waarneembare ontleding mogelijk Er is noch 'bestaan' noch 'niet-bestaan'. In yoga-termen zou men zeggen : Prakriti is niet geordend naar het doel van het Zelf. In kosmische evolutie begeeft Prakriti zich in het 'nu-bestaan' Nu-bestaan, omdat het zich losgemaakt heeft uit het onont- wikkeld substratum. Er is een toestand van bestaan waarin het gemanifesteerde zich ofwel in nog onzichtbare , ofwel reeds in zichtbare toestand bevindt. Volgens de yoga zijn er drie niveau's van bestaan : 1° Het terzijde levend bestaan van geesten: dit leven is niet te zien en heeft niets te maken met Prakriti. Het is Puru- sha of het Zelf. 2° Het gemanifesteerde bestaan zoals wij dit waarnemen. 3° Het ongemanifesteerde bestaan dat we ofwel nog niet kunnen waarnemen, ofwel niet meer kunnen waarnemen. Het is een stadium van potentialiteit.Volgens de Sankhya -leer is dit een werkelijk bestaan, omdat het niet bestaan- de niet kan voortgebracht worden en zich nooit kan mani- festeren. De gemanifesteerde toestand behoort tot alle wer- kelijkheden, zowel tot de subjectieve als tot de objectie- ve effecten van Prakriti.
2° DE 3 "GUNA'S."- bestanddelen van Prakriti. Het begrip 'guna' was reeds in gebruik voor er sprake was van Yoga . De betekenis ervan was en is zowel psychisch als fysiologisch , en het concept kan zowel afkomstig zijn van niet Brahmaanse asceten als van magiërs die ver- trouwd waren met para-religieuse praktijken (Shamanen genoemd).De bespreking van de 3 guna's is in die zin nood- zakelijk , dat er een groot misverstand uit de weg dient ge- ruimd te worden . Dit misverstand is het gevolg van onvol- doende informatie waarmede vele auteurs van yogaboeken zich tevreden stellen door het begrip'guna' gewoon te verta- len als ' eigengenschap' of een 'trillingstempo van de mate- rie. De guna's hebben ongetwijfeld eigenschappen en be- paalde kwaliteiten, maar ze zijn vooral werkelijk bestaan- de bestanddelen van Prakriti.Ze zijn dus een fysische wer- kelijkheid en wat hun herkomst betreft, komen ze uit een gedachgtenwereld vol van magisch-religieuze praktijken die ons brengen bij het Shamanisme. Over het Shamanisme verscheen in het najaar van 1984 een themanummer van het tijdschrift PRANA waaruit de betekenis van Shamanisme ongeveer luidde: 'Hij die weet'. Een duidelijke definitie schijn er niet te bestaan. Het ont- staan van het Shamanisme situeert zich in de pré-historie en zou verband houden met specifieke geneeskundige han- delingen van priesters-genezers, die over bijzondere licha- melijke eigenschappen beschikten, en waarbij de extase een zeer belangrijke rol speelde. In hoe ver Shamanisme en Yoga met elkaar verwant zijn kan niet afgeleid wor- den uit 'Hij die weet' of uit bepaalde gelijkenissen van oefeningen of ademhalingstechnieken.
De guna's zijn onafscheidelijk drie in getal : SATTVAM RAJAS en TAMAS. Zij zijn de grondoorzaak van alles wat niet 'geestelijk' is , zowel in de zin van operatieve waarneming (subject) als in de zin van operatieve verwe- zenlijking (object ) . Zij zijn de drijfveer van elk fysisch bestaan en elke psychische toestand of psychologische activiteit. Eigenschappen en doel van de Guna's. 1° SATTVAM . Sattvam is de edelste, de nobelste en de meest verfijnde . Etymoligisch komt het woord voort van het deelwoord sad = werkwoord 'as' = zijn. Het bijwoordelijk naam- woord "sattvika" zou betekenen : zuiver .Het zou kunnen dienen als aanduiding voor het aspect van perfectie in om het even welke betekenis.Het is slechts zwakjes aanwezig in de meeste naturen en wordt nog meest tegen gewerkt door de twee andere guna's. Het is een 'kwalitatieve wer- kelijkheid en heeft niets te maken met 'kwantiteit'.Het geeft een hogere conditie aan het lichaam en de geestelijke ver- mogens. In zijn toppunt geeft het volkomen onthechting die noodzakelijk is voor de bevrijding. 2° TAMAS Tegenover Sattvam staat Tamas als het principe van duis- ternis en inertie.Etymologisch betekent Tamas : ... van de duisternis .Als naamwoord zou Tamas te vertalen zijn door "verduisterend en beperkend principe".De eigenschappen van Tamas zijn NIET een afwezigheid van licht en volheid , maar de aanwezigheid van een positieve constituante zoals deze van Sattvam. Het veroorzaakt verstijving, loomheid, lusteloosheid, apatie, bodheid, bedwelming , slaap en som- berheid.Tamas is niet algemeen schadelijk of nutteloos. Het is even noodzakelijk als licht en aktiviteit.Slaap is even noodzakelijk als waaktoestand. De wereld in wording en - tenietgaan moet zijn normaal verloop kennen. 3° RAJAS; Rajas staat tussen Sattvam en Tamas en zet aan tot aktivi- teit en opgewondenheid.Het woord 'rajas' is afgeleid van "ranj" = geverfd worden, gekleurd worden.Rajas heeft een dubbele uitwerking. Het zet zowel aan tot gehechtheid als tot afkeer van iets, tot goede en slechte daden, tot positie- ve en negatieve werking. Het is de uitvoeringskracht van Prakriti, zowel voor aktiviteit als voor passiviteit. Deze vol- ledige uitvoeringskracht volgt niet uit de schittering van Sat- tvam of uit de duisternis van Tamas, maar uit de samenwer- king van de drie guna's. Deze samenwerking wordt op meesterlijke wijze beschre- ven door Vyasa (oudste en meest gerenomeerde commen- tator van de Yoga-Sutra's.
HET BESTAAN en DE WERKING VAN DE DRIE GUNA'S. (Vyasa) "Sattvam heeft de neiging te schitteren, Rajas is activiteit en Tamas is Inertie. Deze drie guna's zijn in principe onder- scheiden van elkaar, maar het één beinvloedt het andere. Ze hebben elk hun eigen mogelijkheden, gezamenlijk of gescheiden. Zij vormen ( in essentie ) materi- ële dingen , die door onderlinge samenwerking tot stand ge- bracht worden. Ze kenmerken zich alsof ze onscheidbare krachten beziten, alhoewel elk afzonderlijk in werking kan treden (ten opzichte van de andere), als deel of als datgene waarvan de andere deel uitmaken.Ze passen zich aan, aan alle verschillende mogelijkheden van het Zijn. Ze worden steeds opgemerkt aanwezig te zijn omdat ze(tenslotte) soms om beurt overheersend zijn. Zelfs in een ondergeschikte rol is hun bestaan af te leiden (als vervat) in de overheersende (guna)vanwege hun functionele activiteit alleen.Hun krachten blijven gebundeld ten behoeve van hun eigen noden of om het doel van van het Zelf tot uiting te brengen. Ze verlenen hun hun respectievelijke hulp (aan het Zelf), alsof ze magne- ten zijn, uit de zuivere werkelijkheid van hun intiem bestaan met het Zelf . Ze voorzien zichzelf op harmonische wijze van de nodige kracht met een schommeling van elk van hen en zonder enige hulp van buiten af. Deze guna's (aldus beschre- ven) worden aangeduid met de woorden : 'Eerste genetische realiteit' ".
Mijn volgende aflevering zal handelen over het ZIJN. het ZELF ( Purusha)
Met 'geestelijke monade' bedoelen we : een 'éénheid-van -bestaan' Monas = één : individueel bestaande éénheid van Zijn , of Zuiver Bewustzijn.
BEWUSTZIJN. De natuur van de geestelijke monade is zuiver Bewustzijn. We schrijven Bewustzijn met een hoofdletter B om het Zijn aan te duiden .Daartegenover duiden we het gewone of em- pirisch bewustzijn aan met en kleine letter b. Het Bewustzijn of het Zelf, is niet gelijk aan de 'Ziel'. In de yoga-sutra's wordt het Spirituele Zelf meestal om- schreven als "drastir" de Ziener, of als "dirgasakti":de kracht van het zien.De ziener is evenzeer de genieter en de kenner, maar onderscheiden van het operatieve proces van ervaring (het zien of het kennen). Kan men het Zelf in de mens gelijstellen met de ziel ? Neen. Volgens de westerse opvattingen is de ziel een con- stituante van de menselijke natuur, maar de Yoga verwerpt dit, alhoewel Purusha of het Spirituele Zelf wel een spiritueel wezen is, maar volledig losstaand van he tlichaam dat Prakriti is (materie).Volgens de Patañjala-yoga is het geestelijke in de mens een wezen, los van de menselijke natuur, omdat volgens deYoga alles wat niet Bwustzijnis in de mens,slechts een wijziging is van Prakriti . Wat echter de mens meest eigen is, is het geestelijke in hem. Het is een ander wezen dat in zijn ware aard Bewustzijn is. "De Ziener (drästir) die niets anders is dan 'het zien' of- schoon hij onbezoedeld is, beschouwt de voorstelling": zie Yoga-sutra 20, 2de boek) Het probleem van de mysterieuze relatie tussen de menselij- ke natuur en het ware Zelf, (of 'Bewustzijn', of Purusha), ligt besloten in de relatie tussen twee principes, nl. het prin- cipe waardoor wij handelen (principium quibus) en de per- soon die handelt (principium quod ), het bewustzijn'. Tegenover de Geestelijke Monade staat het empirisch 'bewustzijn,bewustzijn met een kleine letter 'b' geschreven, waardoor de akte van ervaren, of de bewuste ervaring ge- beurt. In de oorspronkelijke Engelstalige uitgave van het boek , maakt de auteur het onderscheid tussen 'conscience' en 'awarness'. Van morfologisch standmunt uit impliceert het engelse woord 'concience' een oppositie en een dualiteit (con + sience), terwijl het woord 'arwarness' vrij is van oppositie of dualiteit. (sic. G.Koelman in zijn voorwoord van nederlandstalige uitgave, waar 'awarness' wordt ver- taald door Bewustzijn, en 'conscience' door bewustzijn (empirisch bewustzijn)..
Totstandkoming van het empirisch bewustzijn Alvorens verder te gaan met de uitleg over het Bewustzijn, eerst een korte beschouwing over het totstandkomen van het gewone of het empirisch bewustzijn. Volgens de Yoga -dârsana wordt dit verwezenlijkt door vier verschillende re- aliteiten.Alhoewel wat voorbarig in de studie (er is een be- paalde relatie tussen de Prakriti-werking en het Zelf, waar- over we in een latere bijdrage de volledige uitleg zullen ge- ven) wordt hier omwille van het onderscheid met het Be- wustzijn, toch melding gemaakt van deze vier realiteiten die Prakritisch zijn. Door deze vier realiteiten wordt de bewus- te ervaring als één geheel aangevoeld. Het "tot-stand-bren- gen" is een afzonderlijke schakel, en de bewuste ervaring (ofgewone ) bewustzijn, wordt door het Zelf verwezenlijkt op een niet aktieve manier.We zeggen voorlopig :"wordt bestraald door het Zelf" . 1° bewustzijn = een gevoel van aanwezigheid t.a.v. de din- gen buiten ons; we zien de dingen en zijn er ons van bewust. 2° op- en neergaande stroming = een gevoel dat , het geen men waarneemt, komt en gaat , naargelang de aandacht er meer of minder wordt door geboeid. 3° ervaring van bewustwording=een gevoel dat, wat men waarneemt, in ons bezit komt alsof het van ons is. 4° de bewerker van het proces = een gevoel van 'ik' dat het waargenomene centraliseert en aan wie de ganse wer- king van het waarnemingsproces wordt toegeschreven. Deze vier realiteiten zouden het gevoel van ervaring of waaneming niet kunnen verwezenlijken indien ze niet zou- den "verlicht" worden door het Spirituele Zelf, m.a.w. indien ze niet zouden verlicht worden door het Bewustzijn.
HET BEWUSTZIJN = HET ZELF. Zowel in de Yoga- als in de Sankhya-dârsana worden de- zelfde argumenten gebruikt om het bestaan van het Bewust- zijn of het Zelf aan te tonen. Ze komen uit de Sankhyaka- rika Deze argumenten zijn : 1° "Omdat alle samengestelde wezens of dingen bestaan ter- wille van een ander" .Alle wezens of dingen die samenge- steld zijn uit andere elemenen,hebben als doel iets hogers te dienen : ze bestaan terwille van iets ofterwille van iemand anders, of ten dienste ervan.Wanneer men vanaf de bestaan- de dingen terug afdaalt , dan komt men terecht bij de laatste samenstelling nl. bij Prakriti (bestaande uit de3 guna's). Terwille van wie bestaat deze laatste samenstelling (Prakriti)? : terwille van iets dat niet samengesteld is, m.a.w. iets dat niet uit de drie guna's samengesteld is. Er is maar één iets dat daaraan beantwoordt : het ZELF. Het Zelf is dus, omwille van de afwezigheid van de drie guna's , onveranderlijk even- wichtig, actieloos en zonder passie. 2° "Omdat er iets moet zijn dat tegenover de guna's en hun eigenschappen staat " .Dit argument volgt uit het eerste .Dit iets moet dus zeker andere eigenschappen hebben.De guna's bestaan niet terwille van zichzelf, maar terwille van iets dat los van de natuur van hen zelf is, iets dat boven hun natuur staat, dat onstoffelijk is, onveranderlijk en geen aktiviteit kent. 3° "Omdat er een kontrole moet zijn". De werking van Prakriti kan niet aan het toeval worden over- gelaten. Het kontrolerend principe voert de daden van deze kontrole niet uit...,het maakt ze a.h.w. alleen maar mogelijk. Dit kontrolerend principe blijft de eindoorzaak waarom de werking plaats heeft. 4° "Omdat er een waarnemer moet zijn". De waarnemer die los staat van de werking van Prakriti zelf, er niet door aangetast wordt (aangezien dit een verandering zou meebrengen) kan alleen iets zijn dat boven alle eigen- schappen of veranderingen ervan staat Dit iets is het Zijn ! 5° "Omdat er een universele neiging tot afzondering (bevrij- ing) bestaat". Het is een algemeen vaststaand feit , dat de mens steeds naar iets hogers verlangt, iets of een toestand waarin hij gelukkiger zal zijn dan de toestand waarin hij zich op dat ogenblik bevindt. Indien dit 'iets hoger' eveneenseen Prakriti-toestand zou zijn, dan zou dit verlangen nooit kun- nen ophouden .Er zou dus nooit van Bevrijding sprake kun- nen zijn.
De eigenschappen van het Zelf. Tot hiertoe heben we gezien dat het Zelf boven elke Prakriti -eigenschap.staat. De voornaamste en opvallendste gevolg- trekking die daaruit op te maken valt is het feit dat er geen vergelijking kan gemaakt worden .Toch vindt men in de ge- schrifen talrijke omschrijvingen die het Zelf proberen voor te stellen. De voornaamste van deze omschrijvingen zijn : 1° Atriguna. Atriguna betekent : tegengesteld zijn aan de drie guna's .Daaruit volgt dan : absoluutheid, neutraliteit , de natuur van Ziener en van het' niet-handelen '. 2° Absoluutheid. De absoluutheid van het Spirituele Zelf bestaat hierin, dat een absoluteGeest geen materiële vorm kan hebben, geen aktiviteit kan uitvoeren zoals dit met Prakriti organismen het geval is, en dus ook geen subject kan zijn, wat er zou op wijzen dat er een guna-werking zou zijn. 3°Niet-handelen ( neutraleZiener of Genieter). Ten opzichte van elke waarneming of ervaring komt het Zelf tussen als "Tot-stand-brenger" van het empirisch bewustzijn . Deze tussenkomst bestaat alleen in het bewustzijn van deze waarneming of ervaring; de rest... het subject dat de waarne- ming uitvoert, de inhoud van het bewustzijn , alsook de uit- voering ervan, behoren tot Prakriti. 4° Het principe van Licht-van Bewustzijn. De eerste drie eigenschappen waren negatieve eigenschap- pen ingevolge de staat van 'atriguna' van Prakriti. De nu vol- gende zijn echterpositieve eigenschappen. Indien het posi- tieve licht van het Zijn niet schittert of aanwezig is in de waar- neming of de ervaring, dan is zelfs de meest verfijnde staat van de guna Sattvam, blind of kleurloos. 5° Bewustwording van elke waarneming. De akte van waarnemen en ervaren wordt uitgevoerd door het Prakriti subject , nl. de aktieve waarnemer.Via de zintui- gen worden de prikkels opgevangen..., het denkvermogen wordt door deze indrukken vervormd en de waarneming krijgt een persoonlijk karakter. Daardoor meent de waar- nemer dat hij de waarneming als eigen vermogen kan aan- zien. Dit vermogen is echter Bewustwording en deze be- hoort toe aan het Zelf. Al de rest, d.w.z. de functies van bewustwording ( denkvermogen en proces van waarne- men) zijn Prakriti-functies. 6° Waarneembaar (als afgeleid object !) Het Zelf kan in zijn zuivere essentie alleen waargenomen worden als iemand Zelfrealistie bereikt. In deze staat kan men echter geen beschrijving van het Zijn geven, omdat men dan in een 'staat' verkeert waarin geen gedachten of beelden bestaan. Het waarnemen van het Zelf is dus een transcendentale gewaarwording. Deze gewaarwording groeit naarmate de concentratie verdiept en naarmate men in staat is een subtieler object als concentratie waar te nemen. Het meest subtiele object zal dan zijn : het tot object herleide Zelf dat de denkfunctie nog beschijnt als meest subtiele object. Doch dit ook is nog steeds een ob- ject en dus niet het eigenlijke Zelf .
In de volgende bijdrage zal ik Het Zelf en de Ziel tegen- over elkaar stellen en de pluraliteit van de Zelven be- handelen.
HET ZELF contra DE ZIEL . 3° PLURALITEIT DER ZELVEN.
-38- 3° Het Zelf / De ziel -Pluraliteit vd. Zelven.
A) Het Zelf en De Ziel.- Tegenoverelkaarstelling.
De westerse mens zal geneigd zijn het Zelf gelijk te stellen met de Ziel. Er zijn echter bepaalde onderscheiden te ma- ken waaruit blijkt dat de Yoga-opvatting rekening houdt met de artiguna toestand van het Zelf en dus vasthoudt aan een gescheiden bestaan van beide (Prakriti en Purusha), waartussen een speciale relatie de gebondenheid uitdrukt waaruit het Zelf dan moet verlost of bevrijd worden.
1° Het Zelf is een spiritueel -1 De Ziel is een spiritueel wezen dat Bewustzijn IS. wezen met Bewustzijn. Volgens de Patañjala-yoga is het geestelijke in de mens een wezen dat los staat van de menselijke natuur, omdat volgens de Yoga alles wat niet Bewustzijn is in de mens, slechts een wijziging is van Prakriti. Dit bevestigt sutra 20 in boek II der Sutra's : Het Zelf (de Ziener) is het onver- anderlijke licht van Bewustzijn . 2° Het Zelf heeft zijn eigen -2° De ziel is een constitu- bestaan, los van het lichaam ante van de mens(ziel en li- maar met eenspecialerela- haam).,met een voortdu- tie. rende relatie. Voor de scholastiekers (laat- middeleeuwse filosofen) is de persoon die de handeling uitvoert, de vermogens waar- mede hij handelt en al zijn talenten, een geheel dat slechts één bestaan heeft . Men erkent wel het bestaan van ver- verschillende entiteiten zoals de persoon die handelt, de menselijke natuur de vermogens en de talenten,maar er is absoluut geen sprake van gescheiden bestaan. Dit houdt dus in dat de mens een samengesteld wezen is dat voort- durend verandert m.a.w. de Ziel verandert mee als con- stituante. 3° Het Zelf is onveranderlijk - 3° De Ziel is veranderlijk. 4° Het Zelf is onsterfelijk - 4° De Ziel is onsterfelijk. Volgens de scholastische filosofie is alleen de natuur van de ziel onveranderlijk, en vormt daardoor een onsterfelijk element in de mens. 5° Bewustzijn IS. -5° Bewustzijn ontstaat. Bewustzijn is steeds aanwezig, ook al is er geenwaarne- ming of handeling . Voor de Ziel is Bewustzijn een toe- stand die ontstaat als er een handeling plaats grijpt .Ter- wijl voor de scholastici Bewustzijn slechts een spirituele en bijkomstige aangroei is, afhangend van de aktiviteit van de mens, blijft Zuiver Bewustzijn voor de Yoga een ononderbroken status. 6° Het Zelf is niet de hande- -6° De Ziel is oorzaak van lende oorzaak van Bewust- Bewustzijn. Zij handelt en zijn . evoleert mee=eris sprituele aangroei. Het Zelf handelt niet en evolueert ook niet mee = er is geen spirituele groei. Deze onveranderlijkheid wordt echter door de test van de rede in vraag gesteld (zie ver- der de bewijsvoering ivm de pluraliteit der Zelven) Er dient eveneens gewezen op het feit dat alleen deYoga, ingevolge de tegenstellingen tussen het Zijn en de Ziel, als bijkomende merkwaardigheid een onderscheid maakt tus- sen het Zuiver Bewustzijn en het geconditioneerd bewust- zijn (dat wij dus met een kleine letter 'b' schrijven).
B) DE PLURALITEIT VAN DE ZELVEN. Is één Zelf het Zijn van alles ? Deze vraag zou men zich kunnen stellen wanneer men de eigenschappen van het Zelf en zijn volkomen atrigunabestaan tot zich laat doordringen. Omwille van de absolute perfectie die uit deze toestand voortspruit zou men geneigd zijn in te stemmen met de be- wering dat er maar één Zelf kan zijn, aangezien elke plu- raliteit op een eventuele verdeeldheid zou kunnen wijzen. Maar... de Yoga-dârsana is een andere mening toegedaan en beweert dat er vele perfecte absolute Zelven zijn.Argu- menten worden opnieuw geput uitde Sankhya-karika die zegt : "Omdat er een bepaalde ordening van geboorte, dood en organen, omdat er een opeenvolging van aktiviteiten is, en omdater verscheid is van de drie guna's, is de pluraliteit van de Zelven vastgesteld" (Karika 17).
Bewijsvoering vanuit de Yoga-dârsana. 1° Vooropgezette vaststellingen. De Yoga houdt vast aan de onderanderlijkheid van het Zelf, de natuurlijke teleologie van Prakriti en het gescheiden bestaan van het Zijn en de Prakriti die elk hun eigen eigen- schappen hebben. 2° Vraagstelling. (Een puur Bewustzijn ?) De vasstellingen door deYoga-dârsana kunnen als geheel moeilijk aanvaard worden, aangezien de bijzondere relatie tussen het Zijn en Prakriti, die wel zeker plaats schijnt te hebben , eerder wijst op iets dat het ene Zelf van het ande- re 'numeriek' kan onderscheiden zonder een veranderlijk- heid van het Zelf teweeg te brengen. Bepaalde commen- tatoren geven hun mening. *Vijnana Bhiksu aanvaardt de veelvuldigheid der Zelven omdat ... enkel die soort onveranderlijkheid bij het Zelf moet uitgesloten worden, die zou bestaan in het opnemen van een modaliteit die niet eigen is aan het Zelf. Alle sub- stanties, ook het Zelf , hebben als gemeenschappelijke eigenschappen contact, scheiding en nummer (aantal) . *Hariharananda maant aan tot voorzichtigheid,aangezien alle Zieners die zichzelf bevrijd hebben, gewezen hebben op één essentie "Het is dus onmogelijk het ene Zelf van het andere Zelf te onderscheiden" . *De yoga-dârsana kan tenslotte niet aanvaarden dat, zoals de Vedantaleer voorstelt, één enkele geest verschillend wordt van geaardheid door in kontakt te komen met diver- se Prakriti-organismen. Er moet dus een afzonderlijke gees- telijke realiteit bestaan die hoe dan ook verbonden is met elk menselijk organisme, en met iedere smenstelling van de drie guna's aangezien de wijzigingen van Prakriti verschil- len te opzichte van de verschillende doelen die onmogelijk gericht kunnen zijn op één en hetzelfde Zelf. Eén enkele geest kan niet verschillend worden van geaardheid door kontakt met diverse Prakriti-organismen. 3° Het gezond verstand. Men zou eerder geneigd zijn het gezond verstand te laten spreken, dan de argumenten aangehaald door de Yoga en de Sankhya te aanvaarden, omdat men inderdaad goed kan inzien dat in elke mens een afzonderlijk geestelijk argu- ment kan aanwezig zijn, wat zijn gedragingen of uitwerkin- gen binnen in dit organisme ook mogen zijn.
Bewijsvoering vanuit de relatie ZELF-PRAKRITI. 1° Hoe komt de relatie tot stand ? De schaduw, of beter gezegd, het beeld van het Zijn vere- nigt zich met het Prakriti-organisme(de bewustzijnsfunctie) dat daardoor verlicht wordt, enaldus wordt alles wat er zich in de bewustzijnsfunctiebevindt, zichtbaar. 2° Geen bewustwording zonder het Zelf. De Prakriti-objecten die verlicht worden door het beeld van het Zelflichten op, m.a.w.,daarvan alleen wordt men zich bewust; de organenen de zintuigen zijn niet in staat de bewustwordinguitzich zelf tot stand te brengen. 3° Begrijpelijkheidslicht. Het beeld van het Zelf is dus a.h.w. een begrijpelijkheids- licht dat in het Prakriti-orgaan ,('bewustzijnsfunctie' ge- noemd) , deze functie en haar inhoud omzet in begrijpelij- ke dingen . Het beeld van het Zelf is a.h.w. een verleng- stuk .. door het Zelf voortgebracht en in stand gehouden. Het is slechts zichtbaar wanneer het in kontakt komt met de bewustzijnsfunctie en daar oplicht tot een beeld. Men kan dit vergelijken met het kijken in een spiegel waarin het beeld weerkaatst (opgelicht) wordt van diegene die er in kijkt. De kijker ondergaat geen wijziging en toch projecteert hij zijn beeld in de spiegel, waarmede het a.h.w. één schijnt te worden ...en daardoor zichtbaar is, zo lang deze persoon voor de spiegel staat. Het Zelf blijft dus onafhankelijk. Het aanvaarden van de verschil- lende beelden van de Geest (Spirituele Zelf) is een stap in de goede richting van het aanvaarden van de pluraliteit van het Zelf door het voorstellen van een indirecte rela- tie van Prakriti met het Zelf. 4°Voorwaarden tot aanvaarding van de pluraliteit. *De betrekking (relatie) tussen het Bewustzijnslicht ( af- komstig van het Zijn) en Citta (het waarnemingsorganis- me ), moet in elk organisme afzonderlijk plaats hebben ingevolge één numeriek 'beeld' dat voortdurend oplicht. Er zijn inderdaad vele afzonderlijke waarnemende Pra- kritie organismen (bewustzijnsfuncties) die een schijnba- re éénheid vormen met de Bewustzijnslichten. Dus los- staande gedachtenstromingen. *Het beeld moet numeriek verschillend zijn per 'individu'. Indien er geen afzonderlijk beeld zou zijn per gedach- tenstroom, dan zouden er overlappingen zijn of tegen- strijdigheden in één en hetzelfde Bewustzijn. *De numeriek onderscheiden beelden moeten afkomstig zijn uit numeriek onderscheiden bronnen.Indien alle beel- den in elk individu afkomstig zouden zijn van één Zelf, dan ontstaat er een dilemma.Ofwel kan dit ene Zelf ver- schillende gedachtenstromen tot eenheid brengen en de- ze synthetiseren. Ofwel kan dit ene Zelf deze éénheid niet tot standbrengen.In het eerste geval weten weuit de dagelijkse ervaring dat dit uitgesloten is.. In het tweede geval kunnen we inderdaad aanvaarden dat het niet mo- gelijk is omdat er verdeeldheid zou ontstaan in het éne Zelf Beide termen van het dilemma zijn onmogelijk , dus moeten er verschillende zelven zijn die elk met hun eigen licht de inhoud van Citta (hetwaarnemingsorganisme) oplichten en het bewustzijn tot sdtand brengen. Tot slot weze nog eens herhaald,dat het Zelf in elke mens een ontologische eenheid is, Zuiver Bewustzijn, dat aan de basis ligt van het empirisch bewusstzijn.
In mijn volgende afleverng zal ik het hebben over ISWARA (de Heer) of het bijzondere Zelf..
-39- ISVARA - De Heer Het bijzondere ZELF In tegenstelling tot wat men zou denken wordt er in de Patañjala-yoga geen uitgbreide uiteenzetting gegeven over het godsbegrip. Er is in tegendeel slechts sprake van een bijzonder Zelf dat vrij is van alle onvolmaaktheden en in- staat is de yogi te helpen op zijn weg naar bevrijding. Over kwaliteiten als schepper of vernietiger van de kosmos wordt er niet gesproken.Omwille van de toevoeging van de Heer(Isvara),die in de Sankhya niet aanvaard wordt, wordt de Patañjala-yoga soms ook Sesvarasankhya genoemd.
ISVARA , keuzemiddel voor concentratie. Naast andere middelen wordt op het einde van een reeks keuzemiddelen tot concentratie, devotie tot Isvara aange- haald om tot parasamadhi te komen .Deze devotie is niet op te vatten als een aanbidding omwille van zijn goddelijkheid, maar omwille van het aanwenden van zijn naam om de con- centratie te bereiken, er gebruik van te maken als een weg voor éénpuntige gerichtheid. De beschrijving van Isvara als bijzonder Zelf met absolute alwetendheid is dus niet gelijk aan de andere Zelven die in hun Prakriti-orgaan gevangen zitten en wachten op bevrijding.
ISVARA- als hulp voor de yogi's. Met betrekking tot de bevrijding van gewone Zelven in de mensen verblijvend, worden er aan Isvara verscheidene functies toegeschreven nl.: -De leraar aller tijden. -De verdeler van de Prakriti-voorwaarden en wegnemer van hindernissen. -Het object bij uitstek dienstig voor de concentratie (als keuzemiddel). -De speciale hulpverlener die toelaat sommige treden op het yogapad over te slaan.
HET THEISME IN DE YOGA. In hoe ver moet men nu Isvara aanzien als een god-schep- per of vernietiger van de kosmos, aangezien erin het ka- der van de dualistische Yoga-darsana immers geen plaats voorzien is voor een schepper?Welke plaats neemt Isvara in dit stelsel van Patañjali? Men kan enkel bevestigen dat er geen enkele aanwijzing is om verder te veronderstellen of te denken dan de tekst door de sutra's aangegeven nl.: "Het bijzondere Zelf dat de andere Zelven behulpzaam kan zijn ". Alle andere veronderstellingen of uitbreidingen zijn volgens de meeste commentatoren overbodig en niets -zeggend, aangezien het scheppend proces volgens deYo- ga-dârsana uit Prakriti zelf voortkomt door de werking van de guna's. Indien een yogi Isvara aanziet als een God dan is dit niet aan deyoga-leer maar aan de individuele ingesteldheid van de yogi toe te schrijven. Men zou kun- nen zeggen dat de techniek van de Patañjala-yoga buiten beschouwing laat of men God erkent of niet. De sutra's in verband met Isvara kunnen hier, gemakkelijk en zonder spoor van verdwijning achter te laten, uit de Sutra van Patañjali verdwijnen. Aldus de uitleg van G.M.Koelman in het Boek. De Patañjali-doctrine van Isvarakomt echter voort uit twee milieus : 1° Dat van de yogi's die het bestaan van God (persoonl- ijk)ondervonden hebben en, 2° Dat van de atheïstische opvatting van de Sankhya-leer.
Daarom menen wij ( aldus Koelman) dat de Patañjala -yoga toch theïstisch is. Ten tijde van Patañjali was er waarschijnlijk geen andere goed geordende filosofische synthese buiten de Sankhya. Het formuleren van God, in- dien de Sankhya-terminologie dan toch gebruikt moest worden, diende de vorm aan te nemen van een Speciaal Zelf . Op deze manier werden de basisstellingen van de Sankhya niet tegengeproken. Dergelijke godsleer was niet vereist en kon dus wegvallen zondere spoor achter te laten.
ISVARA - andere verklaringen. 1°In de Bagavad-gita.- Vers 61 hoofdstuk 8). In de Bagavad-gita wordt Isvara de "Heer" of "Opper- heer genoemd. Hij wordt slechts aangehaald als "Verblij- vend in het hart van alle wezens of Zetelend in ieders hart. Hij schijnt daar het doen en laten van elk levend wezen te besturen, na dit wezen in een lichaam geplaatst te heb- ben dat ingevolge vorige levens (karma-wet) aangepast is. Men voelt hier zeer sterk de 'Zielsverhuizing' doorheen de tekst. Andere eigenschappen of functies worden aan de Heer niet toegeschreven , zodat men de vergelijking met Isvara uit de Patañjala-yoga niet kan aanvaarden. Men kan zich echter wel de vraag stellen of deze Opper- heer de menselijke vonk 'Atman' enige vrijë handeling toe- laat , aangeziende leiding volledig in handenvan deze Is- vara lijkt te zijn. 2°In de Vedanta-zienswijze.Swami Vivekananda van de Ramakrishna-orde , wiens religieuze levensbeschouwing de Vedanta-zienswijze is, geeft in zijn boek 'Raja Yoga' de volgende verklaring van Isvara : "Ishvara (deVerheven Bestuurder) is een bijzondere Poeroesha onaangedaan door ellende , handelingen, haar gevolgen en verlangens.Wij moeten er wederom aan den- ken dat de Patañjali-Yoga-filosofie op de Sankhya-filo- sofie berust; alleen is er bij de laatste geen plaats voor God, terwijl er bij de Yogi's wel een plaat is voorGod. De yogi's vemelden echter niet vele ideeën over God, zo- als scheppen.God als schepper van het universum wordt niet bedoeld met de Isvara van de yogi's. Volgens de Veda's is Ishvara wel de schepper van het heelal ; omdat het heelal harmonieus is, moet het de openbaring van één wil zijn". 3°In 'Wetenschap van de Ziel'. In zijn boek 'Wetenschap van de ziel' beschrijft Swami Yogeswarananda Saraswati dat in het hart niet alleen At- man, de individuele ziel maar ook Isvara verblijft. Hij noemt Isvara "De Heer die het ganse heelal beheerst": = Paramatman. 4°ISVARA DE HEER (prof. H. De Glasenapp) In zijn boek 'De geschiedenis van de indiase filosofie " le- zen we : "De meeste filosofische teksten geven geen enke- le aanwijzing omtrent het feit Isvara al dan niet gelijk te stellen met een figuur uit het pantheon der indiase goden, maar ze waken er eventueel over, hem niet te identificeren met Visnu of Siva.Het concept dat de wereldzou bestuurd worden door een persoonlijke Isvara, vindt men in de klas- sieke Yoga onder twee vormen : de ene is een panteïsme, en deandere een theïsme ..."- en verder : "Diverse teksten van de Vedantafilosofie , zowel deze van de Visnuïstische als van de Sivaïstischesekten , hebben zich ingespannen om op verschillende wijzen te doen begrijpen dat God te- zelfdertijd niet verschillend kan zijn van de individuele zie- len. Tegen deze alomverspreide doctrine (dat alles inhou- delijk God is en alles uit hem laat voortkomen) hebben de latere Niyaya -Vaicesika en de Yoga-filosofie zich hevig verzet". 5° ISVARA in de Vedanta van Sankara. In zijn Vedanta-zienswijze stelt Sankara Isvara voor als de werelschepper die vereerd wordt in allerlei gedaanten. Deze gedaanten verwijzen naar het feit dat Isvara of God tevens een veelheid is, Dezeveelheid geeft op haar beurt aanleiding tot het verklaren dat zij identiek is aan...God of Isvara.Hier kunnen we verwijzen naar de twee zienswijzen die voortspruiten uit het absolute monisme van Sankara en die de hogere of de lagere genoemd wordt , naargelang men aanvaardt dat alles ontstaat uit het 'Ene '(hoger), of niets bestaat buiten het'Ene' (lager) 6°ISVARA -De Heer( Haläsana) In zijn studie over de patañjala-yoga wordt door G.M. KOELMAN s.j. een zeer realistische voorstelling gegeven over de sutra's die handelen over Isvara .Een af- zonderlijk hoofdstuk wordt er in zijn boek 'From related ego to Absolute Self ' aan voorbehouden.( het Boek voor Halâsana)Heel verrast zal menig yogabeoefenaar opkijken wanneer er gewezen wordt op het feit dat de devotie tot Isvara, één van de middelen is om Samadhi te bereiken, geen echte devotie is zoals wij Westerlingen ons voorstel- len. Het is inderdaad zo dat wij al te vlug geneigd zijn ons de yoga voor te stellen als een soort devote weg die we zouden moeten bewandelen in een geest van oecumeni- sche verdraagzaamheid. We beweren dat yoga geen gods- dienstis, en toch wordt het bereiken van Samadhi in de meeste gevallen omgeven door een sfeer van heiligheid of devotie die we toetsen aan onze godsdienstiggerichte le- vensvisie. De literatuur over Isvara is hiermede niet uit- geput. We hebben hier slechts een kleine en bescheiden greep voorbeelden aangehaald die aangevoerd kunnen worden om aan te tonen wat commentatoren vermogen met de zienswijze op teksten . In dit geval de Yoga-sutra van Patañjali.
Mijn volgende bijdrage zal handelen over de aard van Prakriti's evolutie.
Ten einde het bevrijdingsproces te kunnen begrijpen moet men enig inzicht hebben in de bestaansredenen van Prakriti, in haar relatie met het Spirituele Zelf en in haar fundamentele natuur, nl. in de werking van de drieguna's.
1° Bestaansredenen van Prakriti.
De bestaansredenen van Prakriti zijn: de bevrijding van het Zelf, en het inzicht dat alles, d.w.z. alle Prakrititoestanden , niets dan. pijn is .(Pijn- wordt in de Yoga-dârsana gelijk gesteld met het gewoon menselijk bestaan ).
2° De fundamentele Prakriti-natuur.
De fundamentele Prakritinatuur wordt voorgesteld door de toe- stand van rust en evenwicht waarin de drie guna's verkeren tij- dens een periode die gesitueerd wordt tussen twee evoluties in. Het is de toestand van 'SAMYAVASTA', waarin de potentiële mogelijkheden wachten op een nieuwe evolutie om zich te ont- plooien. Het voornaamste kenmerk is, dat deze drie guna's be- stendig zijn, en nooit zullen vergaan.
3° Waaruit bestaat Prakriti's evolutie ? -Definitie : De evolutie van Prakriti is een innerlijke diffrentiatie of een specifieke toestand waarin de guna's zich be- vinden. Deze toestand wordt TATTVA genoemd = 'entiteit' Het is een vaste eenheid die nog oppervlak- kige wijzigingen kan ondergaan, nl:- .modaliteit -tijdsverloop en- intensiteit. vb.:De kruik is een tijdelijke wijziging van de entiteiten water en aarde (klei), twee specifieke toestanden of Tattva's van Prakriti. Naar modaliteit vormen ze samen de kruik, dus een voorwerp of wijziging die in de tijd verhardt of verzwakt, meer of minder duurzaam wordt naargelang de hevigheid of de intensiteit van hun verbinding. De elementen blijven de elementen, ook al zijn er bepaalde wijzigingen die hen tot een andere vorm of voorwerp samenbrengt . -Gevolgen voor de concentratie. De yogi die zich concentreert op de drie guna's en hun wijzi- gingen die de tattvas meebrengen, kan alles teweten komen wat subjectief en objectief een of andere evolutie aanneemt. De yogi kan ook verleden en toekomst kennen. Wanneer de yogi zich concentreert op de kennisorganen van iemand anders, dan kan hij de gedachten van deze persoon kennen.
4°De oorzaak van Prakriti's evolutie. Wanneer we de vraag stellen wie of wat de evolutie op gang brengt, dan lopen de meningen der zienwijzen nogal uiteen.
-Yoga- en Sankhya-zienswijze zeggen : "Alle gevolgen bestaan vooraf in de oorzaak, in een niet gemanifesteerde toestand". m.a.w. : "Uit het niets kan niets ontstaan". Deze bewering wil aantonen dat er dus geen begin is, want telkens als er iets gebeurt, bestond het reeds vooraf in een toestand die voor ons nog niet zichtbaar was. De oorzaak van Prakriti's evolutie ligt dus sedert eeuwig zonder begin in een vorige evolutie opgesloten.
-Nyaya en Vaisessika zeggen : "Het gevolg is niet bestaande vôôr het geproduceerd wordt, en de oorzaak is iets wat noodzakelijkerwijze bestond wan- neer het gevolg geproduceerd werd". Deze stelling wil aantonen dat er een beginnende oorzaak moet zijn en dat het gevolg van deze oorzaak niet op voor- hand aanwezeig is. De oorzaak is dus iets wat reeds het ge- volg inhoudt, maar niet uit een vorig gevolg voortkomt.
-Het Mahayana-Boeddhisme beweert : "Alles bestaat slechts één moment", dus kan een entiteit niet op twee momenten bestaan, d.w.z.'nog-niet-zichtbaar' en 'niet-meer-zichtbaar.' De oorzaak van iets keert terug naar het niet bestaande op het ogenblik dat het gevolg plaats heeft.Voor de evolutie volgt daaruit dat er telkens (van bui- ten uit) een nieuwe oorzaak aanleiding of aandrijving moet zijn voor een nieuwe evolutie.
-De Vedantazienwijze zegt : " De evolutie wordt veroorzaakt door het Absolute Zelf, Brahman. De evolutie zelf, het gevolg van deze gewilde emanatie , is slechts een bedrieglijk omhulsel ( MAYA ) dat geen echt bestaandewaarde heeft".
5°Gevolg van de Yoga-zienswijze voor de evolutie -Alles bestaat. Het produceren van iets nieuws kan niet, aangezien alles reeds bestaat in de oorzaak en het gevolg. Het evolueren van een bestaande -maar ongedifferentieerde- staat, naar de zichtbare staat der dingen, is a.h.w.voor ons iets nieuws. -Prakriti is werkingsoorzaak. De werkingsoorzaak of het opgangkomen van het evolue- ren van de ene toestand naar de andere, bevindt zichvolle- dig in de drie guna's, (de bestanddelen van Prakriti ). Het veroorzaken van veranderingen is inherent aan hun na- tuur. Het Zelf is inactief en dus niet bekwaam om werkings- oorzaak te zijn. De ware natuur van de guna's wordt daar- om 'het veroorzaken van veranderingen' genoemd. -Pakriti is materiële oorzaak. De fundamentele oorzaak van de evolutie is de materiële oorzaak, aangezien alles daardoor te voorschijn kan komen. De materiële oorzaak omvat ook de 'formele'of de vormge- vende oorzaak, aangezien deze slechts een modaliteit is van de tattvas die uit de guna's evolueren tot zichtbare vormen. -Het Zelf is doel-oorzaak. Het ganse evolutieproces komt op gang ter wille van de be- vrijding van de Zelven. Het doel (oorzaak) van de evolutie is dus het Zelf, maar zonder aktieve medewerking aan het proces dat de bevrijding zal tot stand brengen. -Meewerkende oorzaken. Deze oorzaken zijn slechts een bijkomende hulp of tijdelijke ingreep tijdens de evolutie. Men kan ze , naargelang hun in- vloed onderverdelen in : a) Hulpmiddelen tot het bereiken van'onderscheidmakend inzicht'(onderscheidmakend inzicht zal later aan bod komen het is een vorm van 'verheven inzicht') b) Meewerkende oorzaken zoals verdiensten en fouten die modifiërende en efficiënte oorzaken zijn ten gevolge van de karmawerking. c) Alle hulpmiddelen die men van Isvara de Heer kan ver- wachten : het wegwerken van alle hindernissen die het Zelf beletten zijn einddoel te bereiken. -Universele oorzaken van de Evolutie. De universele oorzaken van de evolutie is Prakriti.Gene- tisch ligt Prakriti aan de basis van alle 'worden' om het e- ven welk verschijnsel, hetzij subject, hetzij object. Alle andere oorzaken zijn slechts bijkomende en meewerken- de oorzaken.
6° De werking van de guna's. In mijn aflevering 35 heb ik het gehad over de werking van de guna's. Hier boven heb ik ook de guna's aangeduid als de efficiente oorzaak van de evolutie. Zij zijn dus de dynamische natuur aan de basis van alles wat zich in de evolutie voordoet volgens de Yoga-zienswijze. De meesterlijke beschrijving van de guna's die door Vyasa wordt voorgesteld bij de uitleg van Sutra 18-boek II ver- dient onze volle aandacht. Hier volgt nu een meer gedétail- leerde bespreking ivm de betekenis van Vyasa's tekst. 1* De drie guna's manifesteren zich door hun waarneemba- re gevolgen : Satvam geeft perfectie, Rajas de nodige spanning en Tamas geeft beperking en afremming. 2* De drie guna's zijn werkelijk verschillend van elkaar,hun samenwerking doet alle bewuste ervaring ontstaan op fy- sisch en psychisch vlak. 3* De greep van de drie guna's verzwakt naarmate de vor- deringen op de weg naar Zelfrealisatie. De materiële din- gen (object & subject ) verliezen hun vermeende waarde 4* De guna's staan samen in voor de uiterlijkheid der dingen in alle opzichtenen maken aldusde nodige vormen en omstandigheden die aangepast zijn aan de vereisten tot re- alisatie van ieder Zelf. 5* De drie guna's werken samen om elk kosmisch effect te verwezenlijken. 6* De drie guna's geven door hun afwisselende samenwer- king op de gepaste wijze aan elk individu de eigen speci- ficiteit. 7* De drie guna's zijn steeds aanwezig tijdens elke uitwer- king, zelfs als die aanwezigheid niet duidelijk te merken is omwille van de wisselende overheersing van de ene of de andere. 8* De drie guna's zijn ook oorzaak van psychische veran- deringen 9* Het natuurlijke einddoel is ervaring en bevrijding. 10*De drie guna's vormen ook de aantrekkingskracht die van de dingen uitgaat,waardoor zij rechtstreeks kunnen meewerken aan het bevrijdingsproces. 11*De werking van de guna's is gebaseerd op een zelfaan- drijvendekracht die niet van buiten komt, maar besten- dig in hun diepste wezen aanwezig is ... niet uit een an- dere bron. 12*De veranderingen in de guna's noemt menVRITTIS als ze behoren tot de waarnemingssfeer. Het is in deze ver- anderingen dat de yogi geïnteresseerd is voor de bevrij- ding van het Zelf., aangezien hij alleen over deze 'vrittis' rechtstreeks beheersing kan hebben, nl. het stilleggen van het denk-orgaan (zie Sutra 2-boek I ).Wanneer de yogi daar in slaagt dan mag de wereld zijn ononderbroken mu- taties voortzetten en de andere Zelven in de maalstroom blijven van het kosmisch bestaan... Hij heeft zijn Zelf voor altijd bevrijd.
De guna's zijn dus veel meer dan alleen maar eigen- schappen van Prakriti ! Mijn volgende aflevering zal de Tattvas bespreken.
In de vorige bijdragen heb ik u laten kennismaken met Prakriti en haar eigenschappen, de werking van de guna's en de vorming van de daaruit voortkomende tattvas voorge- steld. In deze bijdrage stel ik u het verloop van de evolutie voor, zoals ze door Patañjali in zijn Yog-sutra beschreven wordt .Ze wordt daar voorgesteld en onderverdeeld in vier stadia, die in omgekeerde volgorde van hun werkelijke uit- straling worden weergegeven : 1° de waarneembare grove lichamelijke realiteiten, 2° de niet-waarneembare realititen, 3° de ontleedbare genetische realiteiten, 4° de niet ontleedbare genetische realiteiten
De basisoorzaak van de evolutieisPradhâna Daarin verkerenPrakriti en ook deguna's in een status waarin men noch 'bestaan' , noch 'niet-bestaan ' kan vaststellen. Pradhâna is dus de basisoorzaak van alles wat dus kan worden, maar niet ontleedbaar in wat dan ook dat daaraan zou kunnen voorafgaan, en toch potentieel aanwe- zig niettegenstaande het onwaarneembaar zijn .
Algemeen verloop van de evolutie volgens deYoga -dârsana. Deze is in te delen in twee fasen : 1° De niet gemanifesteerde fase, dwz. de fase gedurende de- welke Prakriti verkeert in een toestand die niet waar te ne- men is of niet ontleedbaar in wat dan ook dat er aan zou voorafgaan = Alinga (geen teken van iets). In deze fase heb- ben we de latente toestand of de niet ontleedbare genetische entiteit Pradhâna. 2° De gemanifesteerde fase , dwz. de fase waarin de evo- lutie zo ver gevorderd is, dat men door waarneming het be- staan ervan kan vaststellen. Deverdere evolutie-onderdelen die daarop volgen, zijn : * de ontleedbare genetische entiteiten -Mâhat en Atma * de niet waarneembare entiteiten -Ahankâra en Mânas * de subjectieve organen van aktie en kennis * de objectieve organen - atomen en de dingen.
TATTVAS( = Prakriti-entiteiten)zijn dus innerlijke diffrentia- ties of toestanden van de gunas .Het zijn vaste eenheden die oppervlakkige of bijkomende wijzigingen kunnen ondergaan afhangend van modaliteit, tijd of intensiteit zoals we hier bo- ven in aflevering 39 gezien hebben. De overgang van de ene tattva naar de andere in het evolu- tieproces wordt 'Tattvantaraparinama' genoemd .
Verloop van de Evolutie -Van Prakriti tot 'nu-bestaan'. 1°fase- PRADHÂNA (algemene Tattva). 2°fase - MÂHAT (Grote Tattva)bestaande uit - ÂTMA(diepste bestaan)en BUDDHI (bewustzijnsfunctie).
Na deze fase splitst zich de evolutielijn in twee delen. A. In deObjectieve evolutielijn. In deze evolutielijn ontstaan achtereenvolgens de 5 Tan- mâtra's: -het geluid, overeenkomstig het gehoor -het gevoel, overeenkomstig de huid -de kleur, overeenkomstig het oog -de smaak, opvereenkomstig de tong -de reuk,overeenkokmstig de neus. Overeenkomstig deze 5 Tanmâtra's ontstaan door con- centratie en verharding de 5 Mahabuthâni : -de lucht,door concentratie van het geluid -de wind, door conentratie van het gevoel -het vuur, door concentratie van de kleur -het water, door concentrtie van de smaak -de aarde, door concentratie van de reuk.
Het nu bestaan. De 5 Mahabuthâni vormen basis van alle grofstof- felijke dingen.Ze zijn de primaire enkelvoudige atomen. Hun eigenschappen: - de lucht of ether gaat overal, - de wind is steeds in beweging, - het vuur is steeds warm, - hetwater is steeds vloeibaar en - de aarde is steeds compakt. Door de grove elementen , ontstaat ieder grofstoffelijk lichaam en wordt aldus zichtbaar door de samenwerking van de drie gunas. Volgens de Westerse opvatting wordt dit grofstoffelijk lichaam dikwijls vergeleken met 'substan- tie' . In de yoga-dârsana-evolutie wordt dit' Dravya' ge- noemd, en is verder vatbaarvoor wijzigingen die ver- schillende vormen doen ontstaan zoals een boom of een lichaam. Deze kunnen dan door modaliteit, tijd en densi- teit verder oppervlakkige wijzigingen ondergaan, maar hun basissamenstelling blijft gelijk .Men noemt ze 'essen- tiële bepalingen' en deze essentiële bepalingen bestaan eeuwig. Ze zijn echter niet steeds zichtbaar of ongemani- festeerd hetzij in het verleden, of in de toekomst nog onzichtbaar. Zo is papier,(dat een bijzondere modaliteit is van het atoom 'aarde') het wordt mest... plant...dier ...en (wanneer het geëten wordt door een mens), mens. .Het element aardeblijftdus bestaan, maar in de reeks veranderingen, steeds onder andere nieuwe bijkomstige bepalingen.
B .Inde Subjectieve evolutielijn. In deze evolutielijn ontstaan achtereenvolgens : -Ahankâra ( de Ego-functie) -Mânas (verstand of onderscheidingsfunctie). -De 5 Jnanendriyâni -( de kennisorganen), tw. : -het oor, de huid, het oog, de neus en de tong. -De 5 Karmandriyâni (de aktieorganen) , tw : -de stem, de handen, de voeten, de ontlastings- organan en -de geslachtsorganen.
Het totaal aantal Prakriti-entiteiten of essentieel vaste etiteiten (Tattvas) bedraagt dus 24 . 1 :Pradhâna- 2 : Mâhat - 3 :Ahankâra -11 onbepaalde subjectieve entiteiten( manas,5Jnanendriyâni,5 Karmen- driyâni) - 10 objectieve evoluties (5 Tanmâtri en 5 Maha- bhutâni. Samen met het niet-PrakritiSpirituele Zelf, kennen we dus de 25 entiteiten van de Yoga-dârsana-evolutie.
Verklaring van de termen Pradhâna en Mâhat. -Pradhâna of de algemene Tattva betekent: noch'Bestaan' noch 'Niet-bestaan' Het zijn de drie guna's in evenwicht of in Samyavasta .Pradhâna is niet ontleedbaar en ook geen teken van iets anders, en niet gemanifesteerd. -Mâhat (de Grote entiteit = de Grote Tattva)gaat de sub- jectieve en de objectieve evolutielijn vooraf .Ze omvat dus het 'zijn' van Prakriti ,of de kosmische kracht die ver- der het bestaan van de volgende evolutiefasen uitmaakt. Mahat is Linga, dwz.een teken van de niet ontleedbare Prakriti. Ze is de eerste kosmische bestaande kracht At- ma, en brengt ook Budhi voort, de basis van het psycho- logisch kader van de evolutie dat het ontstaan geeft aan de onbewuste Bewustzijnsfunctie , de basis van gewaar- wording , het opnamecentrum van de golvingen der ob- jecten .Budhi is tenlotte het vertrekpunt van beide evolu- tielijnen (de objective en de subjectieve ).
Verklaring van Ahankâra , = de Ego-functie. De Ego-functie is de functie die zorgt voor de centralisatie en de éénmaking van de Prakriti-golvingen bestemt voor het Zelf. Ze ordent dus per inividu, alle vroegere bezinksels en morele waarden die nodig zijn voor de verdere bevrij- ding van de geestelijke monade (het Zijn ) . Zij is de onmiddellijke evolutie van Mâhat de Grote entiteit.
De eigenschappen van de Egofunctie : -Ze is een volkomen onbewust principe dat een centralise- rende functie heeft , in staat om weerspiegeld te worden in de bewustzijnsfunctie, wat aanleiding geeft tot het ik -gevoel. Het is dus de ik-maker ( niet het Ego !, maar de basis ervan).Dit heeft voor gevolg dat het Ego of het Ik een Prakriti-wezen is, dat niet ontstaat uit het Zelf of uit een samensmelting van het Zelf met Prakriti.
Duidt het bestaan van het Pralriti-Ego op het bestaan of het erkennen vn een ontologisch persoon ? Neen ...alhoe- wel het 'Ik-gevoel' of 'Ik-ken-gevoel' alle ervaringen on- dersteunt, mogen we niet vergeten dat in Yoga elke aktie van kennis of ervaring het resultaat is van de schijnbare éénheid van Prakriti -organen en Prakriti-aktiviteten met Purusha. Het ZIJN bestaat afzonderlijk en is zonder akti- viteit. Het vermoeden van het bestaan van een menselijk persoon is dus een 'miskennis' ,een te vermijden kennis volgens de Yoga-darsana, aangezien ze ons niet verder brengt op de weg van de Zelfrealisatie.' Miskennis' wordt later nog besproken bij de hindernissen die de stillegging van het denkvermogen beletten.
Verklaring van Mânas = Het verstand. Alhoewel reeds vermeld bij de jnanandriyâni wil ik nog in het bijzonder de aandacht vestigen op de betekenis van Mânas . Het is een kennis-functie die a.h.w.de schakel is tussen de zintuigen en de bewustzijnsfunctie (Buddhi). Haar functie bestaat erin , begrippen te vormen,onder- scheid te maken tussen verschillende dingen, te vergelijken, te redeneren , de eigenschappen der dingen te onwaren die niet door de zintuigen kunnen waargenomen worden, het genetisch proces van het denken en het waarnemen uit te voeren en de verfijning van het kennen der dingen in de bewustzijnsfunctie te realiseren.
Verklaring van Citta (= Het mentaal complex) . Deze typische Yoga-term CITTA wordt door Patañjali 22 maal gebruikt in zijn Sutra. Deze term kan niet in het verloop van het evolutieproces geplaatst worden aange- zien hij drie Prakriti-functies vertegenwoordigt: Buddhi, Ahankâra, en Mâna's. Citta-vrittis = Golvingen van het mentaal complex. Zij ge- ven aan dat er emoties of kenniservaringen plaats hebben. Deze golvingen ontstaan dus door samenwerking van de drie functies (Bewustzijnsfunctie+Ego-functie+Verstand) Citta werkt dus als een verzamelplaats. In Citta gebeurt dus het vereenzelvigen van het Zelf met de inhoud van dit mentaal complex, met het begrip dat ontstaat via opge- vangen trillingenvan buiten. De Yoga wil deze vereenzel- viging doen ophouden opdat het Zelf niet meer met deze van buiten komende trillingen zou worden vereenzelvigd. "Tada drastuh svarupe 'vasthanam"=" Dan staat de Zie- ner (het ZELF) vast in zijn 'eigen' vorm."- YS. I -3.
De volgende bijdrage zal handelen overde relatie van Prakriti met het Spirituele Zelf.
6°. De relatie van Prakriti met het Spirituele Zelf.
Tot hiertoe hebben we gezien dat Prakriti en het Spirituele Zelf twee van elkaar verschillende realiteiten zijn. Prakriti verandert voortdurend en is volledig betrokken bij het pro- ces van evolutie en involutie. Ze behoudt zelfs haar kracht tijdens de toestand waarin de activiteit schijnt stilgevallen te zijn.Ze staat echter ten dienste van de verlossing van het Zelf dat in haar verschijnselen schijnbaar gevangen gehou- den wordt. Het Zelf daarentegen is het Spirituele Bewust- zijn, dat een eigen bestaan heeft , inactief is en geen wijzi- gingen ondergaat. De verlossing van het Zelf uit de greep van Prakriti laat echter vermoeden dat er toch een zekere relatie moet bestaan tussen beide realiteiten, alhoewel de yoga-dârsana beweert dat deze relatie slechts een schijn- verbinding is. Een vals beeld van de ware toestand, want ondanks deze schijnverbinding ondergaat het Zelf immers geen enkele wijziging, en dit zal eveneens het geval zijn na de bevrijding, want het Zelf is en blijft onveranderlijk, niet- tegenstaande deze mysterieuze relatie met Prakriti.
Vaststelling van de relatie. Wanneer men een waarneming uitvoert,dan stelt men vast dat er bewustzijn aanwezig is. De ervaring, dat men iets waarneemt, bewijst dat er een relatie ontstaat tussen het waargenomeneen de waarnemer. Deze laatste krijgt het gevoel, in verbinding te staan met het waargenomene. De vraag is : wat is dit gevoel ? De westerse filosofen vragen zich af hoe dit éénzijngevoel tussen materie en ziel kan bestaan. De yoga-filosofie staat met de moeilijkheid hoe de stoffelijke dingen in relatie kun- nen treden met het onveranderlijke Spirituele Zelf. Wat is waarnemen ? "Dit is een lotusbloem" is een waarnemende handeling die we kunnen ontleden in : ik, heb de activiteit (verlicht in het bewustzijn) dat dit een bloem is. Hier zijn vier constituan- ten aanwezig in het gebeuren : 1° Een subject( =ik )die actief waarneemt,die de activiteit uitvoert , het IK dat men het EGO noemt. 2° De activiteit van het waarnemen , van kennen. 3°Een objectieve inhoud, d.w.z. het beeld van de bloem. 4° Het bewustzijn,d.i. het gewaarwordingslicht dat vanuit het Zelf neerstraalt op de bewustzijnsfunctie Buddhi. Waarnemen iszich bewust zijn van de inhoud van de be- wustzijnsfunctie. Dit bewustzijn is empirisch,d.w.z.gebon- den aan materiele voorwaarden en omstandigheden. Wie is zich bewust ? Het subject (Prakriti-ego) heeft het gevoel of de indruk , bewust te zijn van de inhoud van de bewustzijnsfunctie. Het Prakriti-ego is in werkelijkheid een onbewuste ont- plooing van Prakriti, dus een onbewust subject volgens deYoga-dârsana. Het Spiritiuele Zelf, dat de toekijkende Ziener is die geen activiteit uitvoert,schijnt daarentegen de bewuste persoonlijkheid te zijn in het proces van waarne- men. De Yoga aanvaardt dit niet, aangezien het Zelf inac- tief is . Er is hier dus een verwisseling of verwarring aan- gezien het inactieve Zelf de uitvoerder van de activiteit van kennen schijnt te zijn, terwijl het Prakriti-subject (het ego) meent waar te nemen (bewust te zijn). Waarom is er verwarring ? De Yoga-dârsana beweert dat deze verwarring bestaat omdat ze altijd heeft bestaan, en vergelijkt dit met een on- eindige reeks 'kip-en-ei', die geen begin noch einde kent.
Waaraan is deze verwarring toe te schrijven ? Deze verwarring is volgens de Yoga-därsana toe te schrij- ven aan de KLESAS, dit zijn kwellingen of bezinksels uit vorige levens, waaruit de gehechtheid aan de materie blijkt. Deze Klesas zijn er de oorzaak van, dat er geen onder- scheid gemaakt wordt tussen datgene wat Prakriti is, en en datgene wat het Zijn is, men verwart dus het ene met het andere, men heeft dus geen klaar inzicht in wat er ge- beurt. Mircea Eliade zegt daarom wat volgt :" De oorzaak, en de oorsprong van de relatie tussen Prakriti en het Spi- rituele Zelf zijn voor de Yoga twee onoplosbare aspecten van een probleem dat niet met het menselijk verstand kan begrepen worden . Dit probleem begrijpen, daarin bestaat de bevrijding, die het doel is van de Yoga ".
Welke zijn de kwellingen ?(ze zijn vijf in getal: YS II-3 ) 1°Avidya = ongedifferentieerd bewustzijn. De eerste en tevens de hoofdkwelling is Avidya , zij is het gewoon menselijk gevoel waardoor iemand de valse over- tuiging opdoet dat de verwarring waarvan sprake hierbo- ven, de juiste toestand weergeeft. Avidya bestaat er dus in dat men geen onderscheid weet te maken tussen datgene , wat aan de Prakriti-kant staat van de waarneming en dat- gene wat de ganse Prakriti-werking van de waarneming belicht. 2°Asmita = het 'Ik-ben-gevoel' De akte van waarnemen vereist een subject dat de activi- eit van waarnemen uitvoert. Wanneer nu deze Prakriti -tattva , de egofunctie, in de bewustzijnsfunctie door het licht van het Zelf belicht wordt, dan doet deze egofunctie zich voor als een subject dat zich bewust is van zijn be- staan.Het Prakriti-subject lijkt dus een bewust ego te zijn, m.a.w. de egofunctie verkeert in een staat van 'egotisme' 'ik-ben-gevoel', niet te verwarren met egoïsme. Als subject van handelingen of waarnemingen ontstaat dus dezelfde verwarring of kwelling. 3°Abhinivesa = de wil om te leven . Dit verlangen heeft betrekking op het voortbestaan van het gevoel Asmita, aangespoort door Avidya. 4°Raga = passie. Raga is de aangeboren neiging waardoor men zich zeer sterk aangetrokken voelt (gehechtheid) naar goederen en genoegens 5°Avesa = afkeer. Avesa is de aangeboren neiging waardoor men afkeer voelt voor onprettige dingen, zowel op materieel als op geestelijk vlak.
Wanneer zijn deze kwellingen aanwezig ? De kwellingen zijn steeds aanwezig tijdens het geconditio- neerde bestaan. Tijdens de slaap kan men de indruk krij- gen dat ze opgelost zijn, maar bij het ontwaken zijn ze nog steeds daar, aangezien ze slechts kunnen verdwijnen wan- neer het Zelf verlost is uit zijn gebondenheid, uit zijn relatie mey de materie. De kwellingenhebben dus te maken met de Karmawet en de kringloop van wedergeboorten.
Hoe kan men de kwellingen bestrijden ? Pañjali zegt dat men de werking van de kwellingen kan af- zwakken door Kriya-Yoga te doen (YS.II-2) .-daarover zal later uitleg gegeven worden.(bespreking der Sutra's) De volledige neutralisering van de Klesas kan men beko- mendoor de beoefening van de inwendige middelen van de Patañjala-yoga ( dit gebeurt door het onderscheidma- kend inzicht Vivekakhyati, dat ons toelaat Prakriti van het Zelf te onderscheiden ). Hoe dit gebeurt wordt eveneens later uitgelegd.
De Omschrijving van de relatie. We weten nu reeds dat de relatie van Prakriti met het Spi- rituele Zelf bestaat door Avidya en de anderekwellingen. Er is dus wel een mysterieuze verbinding aanwezig tussen het Bewustzijn en de inhoud van het bewustzijn. Ze wordt op verschillende wijzen uitgedrukt of omschreven. 1.Volgens de commentatoren. -Vyasa drukt de relatie uit als de werking van een magneet. "Alles wat in haar nabijheid komt en de eigenschap heeft om aangetrokken te worden, zal aangetrokken worden". Het Prakriti-organisme wordt op deze wijze aangetrok- ken door het Zelf . -Vacaspati-misjra voegt aan deze omschrijving van Vyasa het volgende toe :" Het in de nabijheid komen moet niet ruimtelijk noch tijdelijk opgevat worden maar eerder als Yogyata (capaciteit) of Sakti (een kracht), waardoor Pra- kriti bekwaam wordt, 'gezien' te worden, en het Zelf in staat is 'Ziener' te zijn". -Bhojaraja kent aan Prakriti de natuur toe van gezien te worden , terwijl de Ziener-getuige de natuur krijgt waar- nemer te zijn . De vereniging tussen beide wordt vergele- ken met het doen ontstaan van eigendom (Prakriti) en ei- genaar (het Zijn) te zijn, sedert beginloze tijd. Dit beeld wordt ook door Patañjali gebruikt in de sutra 2.22. -Vijnana-Bhiksu , als aanhanger van de Vedanta-zienswij- ze, heeft de gemakkelijke verklaring dat het Zelf alles uit- voert en ervaart aangezien volgens de Vedanta , Prakriti en het Zelf maar één en het zelfde bestaan hebben. 2.Volgens de Yoga van Patañjali. Wanneer we ons baseren op de uitleg die door Patañjali zelf gegeven wordt i.v.m. met de relatie die hij Samyoga noemt, dan stellen we vast : 1° Een reële wijziging in de bewustzijnsfunctie. De relatie brengt niet in het Zelf, maar in Prakriti een wij- ziging mee, aangezien het Zelf onveranderlijk is. Een ob- ject bestaat op zichzelf in een neutrale staat Artha (ding op zich) maar het wordt Dirsyam (waargenomene)op het ogenblik dat de relatie ontstaat door de aanwezigheid van dit object in de bewustzijnsfunctie, waar het besche- nen wordt door het licht van het Zelf, waarin de staat van Samyoga (schijnverbinding van het Zelf met Prakriti) tot stand komt. 2° Een doel of finaliteit . De ganse Prakriti-evolutie staat ten dienste van het Zelf met het doel de bevijding van het Zelf te bewerken. 3° De relatie ontstaat slechts op het niveau van waarne- ming. Alvorens in relatie te kunnen komen met het Zelf, moet een object in de akte van 'waarneming ' komen Dit is ook zo met alle ervaringen, zoals pijn en vreugde . 4° De relatie heeft natuurlijk ook iets te maken met het Zelf. Ze blijft slecht duren tot de bevrijding van het Zelf en ze is aan ieder Zelf aangepast .
Deze uiteenzetting sluit het theoretisch gedeelte van de Yoga-darsana af. Zij zal ons in staat stellen de Yoga -discipline te volgen en te begrijpen . In mijn volgende aflevering begint de voorstelling van van deze yoga-discipline.
7° PLAN van de KLASSIEKE YOGA - de UITWENDIGE MIDDELEN;
-43-
7° Plan van de klassieke Yoga. De uitwendige middelen.
YOGA - Een mooi uitgestippelde techniek.
De yoga van Patañjali, door G.Feuerstein ook de klassieke yoga genoemd, wordt door Patañjali zelf "Het stilleggen van het denkvermogen" genoemd. Het denkvermogen ( Citta ), ook mentaal complex genoemd (dat, zoals we reeds weten, de samenwerking is van drie functies die elk een bijzondere taak hebben en samen de verbinding verwezenlijken tussen de prakriti-ënergiewerkingen en het Zelf, -verbinding die we 'samyoga' genoemd hebben-), moet dus stilgelegd worden. Patañjali geeft ons de middelen of de technieken waardoor we in staat zullen zijn deze 'samyoga' te doorbreken, d.w.z. de werking van het mentaal complex stil te leggen. Daarom noemt G.M.Koelman in zijn boek 'Patañjala-yoga' de yoga discipline een mooi uitgestippelde tecniek. Het woord yoga wordt dus zowel gebruik om de weg aan te duiden , als om de staat aan te geven waarin men, na het stilleggen van het denkvermogen, zal terecht komen. De yoga-techniek wordt onderverdeeld in twee groepen of middelen tw.: de Bahiranga (de uitwendige middelen)die het lichamelijke en de etische fase omvatten), en de Antaranga (de inwendige middelen ) die handelen over de psycholo- gische en de metafisische fase van de yoga-discipline. De doelstelling van de yoga-discipline kan als volgt samen- gevat worden. Het empirisch bestaan naar waarde te leren schatten, het leren ontdekken van zijn ware Zijn, en het le- ren zich te bevrijden uit de gehechtheid van het empirisch bestaan. Hoe moet men deze yoga benaderen ? Men moet zich voorbereiden, want de meeste mensen zijn niet in staat zich aan de yoga-discipline te onderwerpen, omdat hun geest en hun lichaam er niet tegen opgewassen zijn. Ruste- loosheid , afstomping of verdwazing van de geest zijn grote hinderpalen, en in deze toestand kan men geen yoga doen. Men moet de yoga vooral niet benaderen door er op een typisch westerse manier op los te stormen wat ongeveer het het volgende verloop zal kennen. Bij de aanvang is er grote bewondering en verwondering over de weldoende rust en kalmte die er van uitgaan. De eenvoud en de ongedwongen- heid is onbeschrijfelijk , het is gewoonweg verbazend, en men voelt zich a.h.w. een ander mens worden. Wanneer na enkele weken het nieuwste er wat af is, zullen er reeds en- kele bezwaren rijzen tegen bepaalde houding die wat moei- lijker uitvallen. Het lichaam is nog steeds niet soepel genoeg en de spieren zijn nog teveel gespannen. Dit komt natuurlijk omdat er niet regelmatig getraind wordt. In het begin moet men wel ongeveer een uur per dag aan de inoefening van de houdingen besteden om het lichaam eraan te laten wennen. De vraag zal misschien gesteld worden of dit allemaal nodig is en of er geen yoga bestaat zonder al deze houdingen, of een gemakkelijker systeem,of kan dat gedeelte van de yoga eenvoudigweg niet vervangen worden door wat gymlessen waarin nog wat beweging steekt enz...De redenerende wes- terse geest zal er velen doen afhaken omdat zij het geduld niet hebben hun lichaam te leren kennen en beheersen.Hoe zouden ze dan laterin staat kunnen zijn hun geest te kalme- ren en af te sluiten van de omgeving?Wieyoga met goed ge- volg wil leren beoefenen moet in de eerste plaats volhouden en geregeld persoonlijk oefenen, om het lichaam en de geest tot kalmte te brengen , want de yoga is een individuele zaak, men moet het zelf doen. De beoefening mag niet leiden tot mentale spanning of verlangen naar resultaten. Elke inspan- ning, iedere opwinding en bezorgdheid moeten worden ge- weerd, elk verlangen, zelfs het verlangen naar debevrijding , zal uitgroeien tot een mentale spanning .
De uitwendige middelen - De uitwendige middelen hebben als doel de denkfunctie te helpen om perfecte concentratie te kunnen uitvoeren.Ze be- reiden voor naar de inwendige middelen en zwakken de kwellingen af, zodat het voor de denkfunctie stilaan gemak- kelijker wordt zich aan hun greep te onttrekken.
Deze uitwendige middelen (Bahiranga) zijn : 1°Yama of beheersing d.w.z geweldloosheid naar buiten toe. Het is een yogische deugd die ons aanspoort om zich te onthouden van het benadelen van anderen, niet te liegen, geen diefstal te plegen en zelfbeheersing aan de dag te leg- gen .Het is een afstraling van vrede en toch geen altruïsti- sche opoffering van zichzelf ten opzichte van anderen . Het is een ongemotiveerde houding die bij anderen over- komt als een naar hen gerichte goedheid . 2°Niyama of geweldloosheid tegenover zichzelf .Men zou het zelfdiscipline kunnen noemen, waarin men zowel op li- chamelijk als op geestelijk vlak (moreel) wil uitmunten . Arrogantie valt erdoor weg.Tederheid en tevredenheid ko- men in de plaats . Studie en devotie tot Isvara behoren ook tot de niyama . Bij de studie van de yoga-sutra komen we nog terug op de diepere betekenis van Yama en Niyama. 3°Asana of lichaamshouding is speciaal bedoeld om het lichaam onbeweeglijk vast te zetten met de bedoeling van daaruit een soort gevoelsneutraliteit te laten ontstaan waarin de geest tot kalmte kan komen. Patañjali beschrijft Âsana als 'een vaste, gemakkelijke en aangename zithouding' die nodig zal zijn om de denkfunctie verder te oefenen naar de stillegging. De beoefening van de âsana's is een afzonder- lijk luik in de yoga-beoefening waar zeer veel aandacht aan geschonken wordt. In sommige gevallen teveel, zodat de verdere beoefening van deyoga-discipline dan weinig of geen aandacht krijgt. Men staat dan a.h.w. vooreen li- chaamscultus die vooralde soepelheiden 'zich welvoelen' vooropstelt .Het resultaat van âsana leidt wel tot wat men noemtde bijkomende voordelen van de yoga-beoefening. Over de soorten âsana's en hun voordelen bestaan erveel handboeken, maar daarover handelt onze studie niet. 4°Pranayama of regeling van de ademhaling is de belang- rijkste van de lichamelijke oefeningen omdat ze door de energiebeheersing die er van uitgaat, in het bijzonder de ge- moedstoestanden kan beinvloeden en daardoor grote rust en kalmte kan teweegbrengen in de werking van het men- taal complex.Wanneer dit proces verdiept,ontstaat er een beginnend gevoel van aanwezigheid bij zichzelf , een vaag realiseren van de aanwezigheid van de geest in het lichaam als een soort 'inwendig bewustzijn' . Dit inwendig bewust- zijn kan zich bij diepere concentratie op zichzelf ,uitbreiden in omvang en diepte, waardoor de geest klaargemaakt zal worden tot onbeweeglijke aandacht. 5°Pratyahara of terugtrekking van de zintuigen past maar ten dele in de gedachtengangvan hetgeen we tot hiertoe ge- zien hebben over de toepassing vn de uitwendige middelen. In werkelijkheid bedoelt Patañjali eerder 'meesterschap' of beheersing van de zintuigen . Het is een aanloop naar de inwendige middelen .Het kan gezien worden als een over- gang naar de inwendige middelen waarover ik in een latere aflevering zal handelen . Als resultaat van de beoefeningvan de uitwendige middelen kan men ongevoeligheid bekomen voor prikkels van uitwen- dige toestanden zoals koude, hitte, geluid enz..., evenals on- gevoeligheid voor lichamelijke ongemakken zoals spiertrek- kingen , rusteloos denken , verkleuming enz...
Hindernissen op de weg. Tijdens de beoefening van al deze inspanningen die de yogi zich oplegt om lichaam en geest te beheersen via houdingen (âsana's) ademhalingen, zelfkastijding en yogische deugden, zullen er ongetwijfeld perioden van moeheid en moedeloos- heid optreden. De boog kan niet altijd gespannen zijn en het menselijk lichaam zal 'revanche 'zoeken die dodelijk kan zijn voor de yoga van de actie en concentratie. De eerste soort hindernissen die de beoefening in de weg kunnen staan worden zelfs door Patañjali opgesomd. Ze hebben vooral te maken met lichamelijke zwakheden zoals loomheid , lui- heid, twijfel, onverschilligheid .enz... Een tweede soort zijn meer van geestellijke aard en spreken over perverse be- schouwingen ten opzichte van de yogische deugden , om de yogi te beletten deze verder te beoefenen. Ten einde echter de yogi aan te moedigen wordt er melding gemaakt van be- paalde reultaten die het gevolg zijn van de goede toepassing van de yoga-middelen, alhoewel er ook weer gewaarschuwd wordt om niet te blijven staan bij deze resultaten. Zij zijn slechts voorlopig en bijkomend. Wanneer men zich aan deze resultaten hecht worden ze op hun beurt een hinderpaal om nog verder te gaan op het yoga-pad.
Een zienswijze over Ahimsa = Geweldloosheid. Bij de uitwendige middelen wordt de geweldloos- heid vooropgesteld als een yogische deugd.Om in deze op- tiek geen misverstand te laten ontstaan geeft G.M.Koelman in het boek de volgende toelichting."Ahimsa , de grondslag van de yoga-moraal is een afstraling van het Zelf dat in zijn zuivere essentie niets anders dan vrede is. Geweldloosheid is in essentie geen positieve liefde tegenover de bestaande schepselen, noch een gehecht zijn aan hun welzijn, noch geïnteresseerd zijn aan hun ongestoord bestaan. Ahimsa is geen actieve ontboezeming van iemands aangeboren goed- heid maar het volvoeren van een in zichzelf keren van ie- mands Spiritiuele ZELF . Het is evenmin een altruïstische zelfopoffering die anderen de onaangename kanten van het leven bespaart door ze voor zichzelf te nemen . Het is geen deugd met betrekking tot de anderen, maar een onontkom- bare verplichting om aldus de ware aard van het ZELF in herinnering te brengen en om uiting te geven aan wat iemand werkelijk is : de absolute ongebondene , wiens zui- vere natuur VREDE is ". Ook I.K.Taimni noemt geweldloosheid het beantwoorden aan een universele wet . "Het Zelf immers,dat onaantastbaar aanwezig is (gevangen) in Prakriti, heeft voor zijn bevrijding geen conventionele of religieuze moraal nodig. De bevrijding kan slechts bereikt worden wanneer het proces van de veranderingen ophoudt. Dit proces is niet afhankelijk van een compromis met ande- ren . Ahimsa is een harde wet die niemand kan ontzien en ook niet bestaat om oppervlakkige Prakriti-zwakheden te- gen te gaan of om er voor te zorgen dat wij goede individu- en zouden worden die sociaal zijn en alle wetten eerbiedi- gen. De bedoelde universele wet heeft slechts de bevrijding van het Zelf op het oog en deze kan niet plaats hebben wan- neer er nog veranderingen in Prakriti plaats hebben " .
De yoga is en blijft dus een individuiele kwestie, voor elk ZIJN afzonderlijk.De bevrijding uit Prakriti hangt niet af van iemand anders. Alle voorschriften moeten bijgevolg individu- eel toegepast worden , zowel deze welke betrekking heb- ben op het lichaam en zijn biologische functies, als deze wel- ke betrekking hebben op zijn geest en de fijne Prakritiwer- king waar we het etische en morele aspect van de yoga aantreffen.
De volgende aflevering zal handelen over de inwendige mid- delen , de kern van de yoga-beoefening.
8° PLAN van de KLASSIEKE YOGA - de INWENDIGE MIDDELEN.
-44-
8° Plan van de klassieke yoga - De inwendige middelen
De inwendige middelen (Antaranga). Met 'de inwendige middelen', komen we in de kern van de klassieke yoga-beoefening. Men zou ze de praktijk van de mentale fase van de yoga-beoefening kunnen noemen, die zich uitstrekt over de psychologische en de metafysische treden. Zij hebben te maken met het systematisch leegma- ken en stilleggen van de denkactiviteit die zal uitmonden in het oplossen van de empirische binding van het Zelf met de Prakriti-organismen (..Samadhi ). Vooraf moet nog even gezegd worden dat het doel van de yoga slechts zal bereikt worden wanneer alle golvingen van het mentaal complex stil liggen. Dan pas zal het Zelf buiten de relatie van de guna's kunnen zijn.In zijn definitie over yo- ge spreekt Patañjali echter niet over 'alle' golvingen, maar gewoonweg over 'de golvingen', Dit komt, zeggen de com- mentatoren Vyasa en Vacaspati, omdat er twee graden van yoga zijn.nl : Samprajata, waarin de golvingen stilgelegd worden die toe te schrijven zijn aan de werking van Rajas en Tamas, terwijl Sattvam-golvingen nog aanwezig blijven, en Asamprajnata,waarin eveneens de golvingen van Satvam zullen stilvallen. De golvingen die in het mentale complex de relatie van het Zelf met Prakriti doen ontstaan en in stand houden ,komen voort uit 5 verschillende bronnen .Wil men totYoga komen, dan moeten deze golvingen dus stilgelegd worden. -De eerste bron is 'ware kennis', ze komt voort uit directe waarnemeng, gevolgtrekking en geloof. -De tweede bron is 'miskennis'. Hier gaat het niet om de on- juisheid van hetgeen men zegt of waarneemt, maar om de verkeerde of bedrieglijke kennis die voortkomt uit de me- ning dat de 'ik-functie' die de functies uitvoert , werkt of droefheid en vreugde ondergaat, hetzelfde wezen zou zijn als het Zelf dat onveranderlijk Bewustzijn is, Toeschou- wer of Getuige. -De derde bron is 'begripspredicatie', waardoor aan een subject iets toegeschreven wordt dat geen objectieve re- aliteit is, maar alleen berust op het waarnemen van het afwezig zijn van een eigenschap.-vb."de auto stopt",het stoppen is het ophouden of het afwezig zijn van bewegen; het kan niet als iets reëels toegeschreven worden aan de auto , het is een begrips-predicatie waaruit golvingen ont- staan. -De vierde bron is 'slaap' (diepe droomloze slaap).Het is een golving van Tamas, die het Sattvam bedekt en dus mentale duisternis meebrengt .Slaap kan dus geen hulp zijn om het Zelf te benaderen.Het is een hindernis . -De vijfde bron is het 'geheugen' . Het geeft het vroeger waargenomene , of iets minder , weer .(indien men er iets aan toevoegt, dan is het geen geheugen meer. De golvingen voortgebracht door het geheugen ,beletten dus eveneeens de concentratie.
DE PRAKTIJK. De praktijk van antaranga is de concentratie =Samyama. Zo genoemd omdat ze bestaat uit drie elkaar nauw opvol- gende en in elkaar overvloeiende delen die aan het einde uitmonden in de staat van intentionele vereenzelviging die Samapati genoemd wordt - (intentionele : inwendige be- wustzijnsactiviteit). Het doel van de concentratieis het mentale complex te kalmeren en de denkfunctie te ledigen van elke Prakriti-inhoud. De drie oefeningen of onderde- len die in elkaarovervloeiën zijn: 1° Dharana ,= vastzetting: het vastzetten van de denkfunc- tie op één punt of object buiten het lichaam waargenomen. Vastzetting betekent 'aanschouwen' dus niet 'redeneren' 2° Dhyana, = aandacht, of vasthouden van de verinwen- digde voorstelling. Het vasthouden moet zo stevig zijn, dat er geen andere gedachte de denkfunctie binnendringt gedurende de concentratie . Dhyana moet een starende onbeweeglijke verstandsblik zijn zonder redeneerproces. 3° Samadhi, = opslorping of wegzinking van het empirisch leven in het object van de concentratie. Het isde toestand waarin het object van de concentratie het bewustzijn zo- zeer in beslag neemt, dat de yogi onbewust is van al het dere . Het betekent niet dat men in contemplatie of in aan- bidding verkeert. Hier wordt er geen verrijking van de geest bedoeld , maar een uitdoving van het verstand . De vereenzelviging (Samapati)betekent in de eerste plaats 'gelijk zijn in vorm aan ...' :de denkfunctie neemt de vorm aan van het object van de concentratie. De denkfunctie en het object bestaan ,zoals we gezien hebben, uit de drie guna's .Beide guna-vrittams zijn in samapati zodanig gelijk- vormig , dat ze niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. Ze zijn één vorm geworden. Patañjali zegt " Het mentaal complex dat volledig stilgelegd is, geeft aan de Ziener ge- legenheid om in zijn eigen vorm te stralen ... daar waar Hij anders gelijkvormig is aan de golvingen van het mentaal complex (YS. I. -2-3 en 4 ). Naargelang de perfectie van concentratie bestaat er een hogere en een lagere vorm van concentratie. De lagere vorm betekent dat er naast het object van de concentra- tie nog andere neven-gedachten zijn : er is dus geen per- fecte intentionele vereenzelviging mogelijk; er is nog ver- warring. De hogere vorm duidt op een perfectie vereen- zelviging omdat er geen neven-gedachten zijn naast het concentratieobject ; er is dus geen verwarring. De aard van de objecten van concentratie kan bestaan uit objectivo-objectieve objecten ( dus alles wat als ob- ject of voorwerp bestaat ) of uit subjectievo-objectie- ve objecten ( dus alles wat behoort tot het domein van de subjectieve evolutielijn, dus ook op een gevoel).
De vormen van concentratie. In de Patañjala-yoga bestaan er 8 vormen van concentra- tie die elkaar gradueel opvolgen . Ze brengen allen de in- tentionele vereenzelviging teweeg in de yogi .Geleidelijk gaat hij over van zijn geobjectiveerd bewustzijn naar zijn ware Zelf (niet geobjectiveerd ) De éénpuntige aandacht wordt geleidelijk aan scherper, totin de achtste concen- tratiesoort ( bepaald door het steeds fijner worden van de intentionele vereenzelviging) een perfecte vereenzelvi- ging ontstaat met het beeld of de verlenging van het Zijn. 1°SAVITARKA= afbeeldende vereenzelviging met ver- warring .Het concentratiepunt is een grof object. De ver- eenzelviging is niet perfect omdat er naast de vereenzelvi- ging met het grove ding-op-zich, andere elementen zoals vergelijkende beelden, verwoordingen, begrippen, enz... binnendringen in het bewustzijn. 2°NIRVITARKA = afbeeldende vereenzelviging zonder verwarring..Noch woorden, noch andere begrippen of vergelijkkingen verkleuren het bewustzijn. 3°SAVICARA = begrijpende vereenzelviging met ver- warring .Het concentratiepunt is een subtiele statische realiteit waarmede de vereenzelviging niet perfect is om- dat het bewustzijn nog beneveld wordt door ruimtelijke en tijdelijke determinaties, er is nog redenering aanwezig. 4°NIRVICARA = begrijpende vereenzelviging zonder verwarring . Niets anders dan het subtiele ding neemt het éénpuntig gerichte bewustzijn in beslag. 5°SANANDA = concentratiewaarin een gevoelvan blijdschap aanwezig is. Het concentratieobject is het sub- tiele waarnemingsproces . De vereenzelviging is niet per- fect, omdat 'blijdschap ' behorende tot de emoties en niet tot de essentie van waarnemen, de éénpuntigheid van het bewustzijn enigzins verdeelt. 6°NIRANANDA = concentratie waarin geen gevoel van blijdschap aanwezig is . Het emotionele element is afwezig zodat er perfecte vereenzelviging ontstaat met de essentie van het proces van waarneming zonder meer. 7°SASMITA =concentratie waarin er bewustzijn is van '(ik)ben', en niets anders . Het object van concentratie is hier het Bewustzijnslicht dat op de bewustzijnsfunctie neerstraalt en erin weerspiegeld wordt. De vereenzelvi- ging kan niet perfect zijn, omdat het Bewustzijnslicht het Zuiver Zijn is, en tevoorschijn komt als een 'ik-ben' . De schaduw van (of het beeld van) de ego-functie versluiert nog het beeld van het Bewustzijn.Er is dus bewustzijn van een 'ik'.in plaats van een niet-geindividualiseerd Zelf. 8°NIRASMITA = concentratie waarin het zuivereBe- wustzijnslicht zonder beperkingen wordt aangenomen. De vereenzelviging is dus perfect. Er is bewustzijn van het ZIJN. Het Zelf kan in onze huidige geconditioneerde toestand niet dichter benaderd worden. De (verdere) ontbinding van het Prakriti-organisme is daarvoor nodig. Ze zal het werk zijn van Prakriti zelf. Dit ontbindingspro- ces is geen bewust proces. De yogi blijft zich nog een tijdje toeleggen op de hoogste vorm van concentratie ter- wijl de ontbinding van zijn Prakriti-organisme begint, en verder evolueert naarmate de concentratie van afsluiting vordert.
Wat dit betekent, wordt in een volgende aflevering behandeld.
Wanneer we de Yoga-discipline indelen in etappen, fasen of treden, dan kan men ook de resultaten indelen naargelang de- ze etappen, fasen of treden. De lichamelijke en de etische trede werken onderling samen om het lichaam en zijn biologische functies tot rust te brengen . Door de beoefening van de uitwendige middelen wordt de al- gemene toestand voorbereid waarin meesterschap ontstaat over de zintuigen, zodat de denkfunctie klaar is voor perfecte concentratie. Door beoefening van de inwendige middelen gaan we over naar de psychologische fase van de Yoga-discipline waarin het doel, de stopzetting van elke denkactiviteit, bereikt kan worden volgens de aangegeven concentratie-oefeningen.De re- sultaten van deze concentratie-oefeningen zijn de intenionele vereenzelviging waarin de gelijkvormigheidv an de guna's in het object en in het mentale complex de weg opent naar de ultime uitwerking van de Yoga...nl.de staat van " Kaivalya".= alleen- heid, isolatie of bevrijding, bekomen langs de Metafysiche fase. Het is goed ons nog even te herinneren dat alle concentraties die we tot hiertoe besproken hebben , concentraties zijn waar- in een object (grof of subtiel )aanwezig is. Het gevolg daarvan is, dat er nog steeds wijzigingen plaats hebben in het mentale complex. De resultaten daarvan kunnen onderverdeeld wor- den in ware resultaten of resultaten die nodig zijn voor de ver- dere afwerking van de yoga ,of in resultaten die bijkomstig zijn en ons eventueel afleiden van de yoga omdat we er ons zou- den aan hechten.
A.De ware resultaten van de Yoga-discipline zijn : 1°Het steviger worden van de concentratie zelf.Naarmate men oefent zullen de sporen of de verzonken indrukken van deze oefening verstevigen zodat de concentratie gemakkelijker en dus standvastiger zal worden. De éénpuntige gerichtheid zal ook verstevigen en perfecter worden en langduriger kunnen volgehouden worden.
2°De denkfuctie wordt helderder. De omvang van het intuïtief inzicht van de yogi breidt zich verder uit, aangezien door die herhaalde concentratie het Sattvam van de bewustzijnsfunctie verlost wordt van de rusteloze Rajas en het verduisterende Tamas. 3°Er ontstaat onverstoorbare kalmte "Atmaprassada" . Alle objecten waarmede de yogi intentionele vereenzelviging bereikt , gaan voor hem open tot in hun diepste werkelijkheid. Het niet meer redenerend effect van de inwendige middelen , doet een buitengewone kalmte ontstaan. nl." Atmaprassada".
4°Afkeer van alles wat Prakriti is .Door het intuïtief inzicht in alle dingen (objecten van concentratie) gaat de vergankelijke en de ware aard der dingen klaar voor de yogi staan, zodat hij er een afkeer zal voor voelen opkomen..., hij ziet de onbe- stendigheid en de veranderlijkheid ervan in.
5°De verinniging van de concentratie brengt ook mee dat men steeds dichter bij de basis komt van de dingen. De bestaanre- denen van al deze dingen monden uit bij Prakriti, waarvan uit- eindelijk zal blijken dat haar uiteindeijk doel het Zelf is. De yogi gaat zich tenvolle interesseren aan het Zelf, en al de rest wordt a.h.w. waardeloos.
6°Geleidelijk aan ontstaat het "Verheven Inzicht". Dit is het inzicht waardoor de yogi a.h.w. verblind wordt door het an- ders zijn van het Zelf . Het is de aanloop naar de concentratie van "afsluiting". Zij is het kenmerk van 'asamprajnata-samadhi' het opgeslorpt zijn zonder voorwerpsbewustzijn . Verheven inzicht "Prasankhyana" begint zoals de dageraad opdaagt , van schemering tot heldere zonneschijn. Dit gebeurt tijdens de concentratie met perfecte intentionele vereenzelviging.Zij geeft echter nog steeds een zekere relatie met Prakriti, aangezien ze op een beeld gebaseerd is,een beeld waarvan alles in de diep- ste lagen van zijn bestaan gekend is . Deze relatie moet echter ook ophouden te bestaan. Sattvam van de bewustzijnsfunctie is hier tot in zijn hoogste schittering ,maar het Zelf schittert nog meer , en om dit onderscheid te kunnen waarnemen komt Pra- kriti ter hulp en een regen van loslatende Prakriti valt neer Daardoor ontstaat Dharmamegha-Samadhi als spontane over- gang naar het ultime resultaat : Asamprajnata-Samadhi .
7°Het laatste ware resultaat van samprajnata-samadhi is dan asamprjanata-samadhi d.w.z. het bewustzijn zonder aanwezig- heid van een beeld in de denkfunctie .Asamprajnata-samadhi wordt verder afzonderlijk behandeld.
B. De bijkomende resultaten van de yoga-discipline.(Siddhis).
Hier moeten we teruggaan naar de definitie van Prakriti en de ontelbare vormen en mogelijkheiden die verborgen liggen in de steeds veranderende en in werking zijnde materie. Indien men nu weet dat de yoga-discipline met haar techniek van concentratie en intentionele vereenzelviging de beoefenaar in de gelegenheid stelt deze werking van Prakritit tot in de diepste lagen te doorzien, ongeacht de tijdsband waarin dit ge- beurt, dan kan men gemakkelijk aanvaardendat er door de yo- ga-beoefenaars geen geheimen meer bestaan, en dat mirakels evenzeer geheimloos worden . Daaruit kan men ook afleiden dat er heel wat resultaten opdoemen zoals de mogelijkhjeid om Prakriti zelf te besturen . Deze vermogens noemt Patañjali bij- komende resultaten en hij geeft als voorbeeld, zich onzichtbaar maken door te beletten dat de stralingen dievan zijn lichaam uitgaan de ogen van de anderen niet bereiken, of bv. ongevoe- lig worden voor honger of dorst door de energie af te remmen die ze veroorzaken.. Wie twijfelt aan het werkelijk bestaan van dergelijke bijkomende resultaten moet evenzeer twijfelen aan de Yoga-ontologie zelf. Men kan deze eveneens niet begrijpen zon- der ze bestudeerd te hebben zoals wij hierboven gedaan hebben. Er is echter een groot gevaar aan deze Siddhis verbonden, nl. dat de verleiding om er zich aan te hechten zeer groot is , en wie aan deze verleiding niet kan weerstaan, ziet de verdere opgang naar Kaivalya afgeremd zodat hij het uiteindelijke doel niet kan bereiken. Men kan er wel trots op zijn, de materie te beheersen, maar juist dan is haar greep tot gebondenheid nog heviger en stagneert de verlossende werking voor het Zelf.
Asamprajnata-Samadhi en haar resultaten. We beschouwen asamprajnata-samadhi als het ultime resul- taat van samprajnata-Shamadi .Ze is de concentratie zonder ob- ject, dus zonder objectief-bewustzijn . Er is een overgang van bewustzijnvan een object of van de inhoud van de bewustzijn- functie ,naar bewustzijn van.het "licht" dat die inhoud beschijnt (zichtbaar maakt, voelbaar, genietbaar enz...) Dit gebeurt niet plots. Er is een overgang van object naar objectloos, gedurende dewelke het schitterend licht van Het Zelf stilaan zal domineren. Deze overgang gaat eveneens gepaard met een afremming van de denkaktiviteit waarin de "andersheid " van het Zelf de waardeloosheid van de Prakriti-dingen zal verdringen. Het Bewustzijn komt in de plaats van het bewustzijn.
HET METAFYSISCH NIVEAU VAN DE YOGA.
Metafysisch betekent hier, dat alles wat nog tot het eindpunt van de yoga-beoefening zal plaats hebben, niet meer gebeurt door bewust-gerichte-daden van de yogi , maar terwille van zijn pas- sieloosheid en concentratiekracht die het zo ver gebracht hebben, dat Prakriti het bevrijdingsproces voltooit uit eigen beweging ... uit doel-beweging. Deze fase verloopt als volgt : er ontstaat in asamprajnata-samadhi een reeks verzonken indrukken van af- sluiting die steeds talrijker worden omdat hun gevolgen slechts afsluiting kunnen zijn (er worden geen andere verzonken indruk- ken verwekt gezien de passieloosheid in de geest van de yogi) Voor dit Zelf houden dus de Prakriti-realisaties op te werken. De ontbinding van Prakriti t.a.v. het Zelf gebeurt niet plots, ze verloopt geleidelijk aan , naarmate de passieloosheid van de yogi toeneemt en hij zich een Zuiver Absoluut Zijn weet dat niet verder in de tijd, maar in een onverdeeld 'NU' bestaat. In deze toestand heeft Prakriti geen reden van bestaan:" Het Zijn IS".
BEVRIJDING- KAIVALYA- ISOLATIE. Deze drie woorden drukken het wegvallen uit van een schijn- bare gevangenschap in de materie (samyoga) Voor het ZIJN dat niet gerealiseerd of bevrijd was tot hier toe, betekent dit ALLEEN-ZIJN (kaivalya ,ook isolatie genoemd) afzondering van al de rest Voor Prakriti heeft Kaivalya voor gevolg dat het, voor wat dit Zijn betreft, doelloos is geworden en door ontbindig of omge- keerde generatie (pratiprasava) hebben de Prakriti-realisaties zich begeven naar de gemeenschappelijke basis, waar ze ter beschikking staan van de andere Zelven die nog bevrijd zullen moeten worden. De toestand van Zuiver Zijn , kan men zich niet voorstellen . Men kan dit alleen ervaren, maar dan in de betekenis van "ik" aangezien alle Prakriti-realiteiten , ook de ego-functie, op dit ogenblik ontbonden zijn . Het Zelf IS al- leen maar, en alles wat men er zou over zeggen is een predi- kaat, dat slechts het 'ALLEEN ZIJN' zou verbreken.
In een volgende aflevering zal ik het hebben over de vraag Concentratie of Medittie ?
Bij het naderend einde van deze studie waarin we in hoofdzaak de yoga van Patañjali ontleed hebben, past het, nog eens uit- drukelijk terug te komen op de wijze waarop andere syste- men het spiriituele element in de mens voorstellen (daardoor hebben zij natuurlijk een andere opvatting over het begrip 'be- vrijding ' . ( Dit zal het voorwerp uitmake van een afzonderlijke studie over deze zienswijzen).We formuleren nog even een sa- menvattende besluitvorming over de eigenschappen en het wa- re doel van de yoga,om te eindigen met het stellen van de vraag, Concentratieof Meditatie ? . I. HET SPIRITUELE ELEMENT IN DE MENS. Bijna alle indiase systemen erkennen dat er in de mens een spi- tueel element huist dat ze zich voorstellen als een perfecte geest. De meningen daaroververschillen soms in zeer grote mate van elkaar wanneer het er op aankomt de relatie tussen dit spiritu- ele element en de lichamelijke verschijning, waarin ook het ver- stand en het gevoel een rol spelen, te verklaren. In het verschil van de opvatting over deze relatie ligt ook het verschil van de zienswijze . Zijn er vele perfecte geesten, of is er slechts één perfecte geest ? Deze vraag is het grootste probleem. -De Kevaladvaita-school van Sankara houdt staande dat er slechts één perfecte geest zou zijn, nl. 'Brahman-Atman 'en dat al de rest 'MAYA ' is. Wij hebben in bijdrage 36 hier boven over het Zelf - de geestelijke monade-, aangetoond dat het Ene Spirituele Zelf , dat al de gedachtenstromingen der mensen zou moeten opvangen , ons voor een dilemma plaatst, waaruit we tenslotte het bestaan van Eén Spiritueel element als 'Brahman -Atman' moeten verwerpen, omdat het de test van de rede niet doorstaat.. Wij hebben eveneens de aandacht gevestigd op de relatie van Prakriti en het Spirituele Zelf , bekeken vanuit het standpunt van de Advait-Vedanta , waarover Vijnana-Bikshu (zelf een Vedantijn), zegt dat én de materie (Prakriti) én het Zelf , beiden Brahman zijn, en dat de relatie tussen beide be- staat in 'gewaarwording' van het Zelf in de bewustzijnsfunctie. -De Vasistadvaita-school van Ramanuya, gekend door haar gematigd monisme, houdt staande dat er vele perfecte Spiritu- ele Zelven zijn , maar allen afhandelijk van één opperwezen . Hier is er dus geen probleem met de pluraliteit van de Spiritue- le monaden , maar hun bestaansakte die slechts EEN zou zijn, stelt ons voor een dubbel probleem , nl.:Eenheid van bestaans- akte kan niet terzelfdertijd verscheidenheid en veelvuldigheid inhouden , en Echte Absoluutheid is onmogelijk als er een on- derscheid toegelaten wordt . Indien het Spirituele in de mens een modaliteit is van de essentiële 'Brachman-Atman', dan aan- vaardt men wel de veelheid van de Spirituele Zelven, maar dan vernietigt men ook het 'Absolute', dat verdeeld wordt in diverse modaliteiten. -De Sankhya en de Yoga houden staande dat er vele perfecte geesten zijn. De Sankhya-zienswijze zegt dat er vele perfecte geesten zijn, maar dat die toch onderling met elkaar verbonden zouden zijn. Deze verbondenheid is niet gebaseerd op het be- staan of het erkennen van een opperwezen, want de Sankhya erkent Prakriti en de vele Purusha's als afzonderlijk van elkaar bestaande, zonder 'Derde' (een schepper of opperwezen). De perfectheid van deze vele geesten kan men ook betwijfelen aan- gezien er toch iets zou moeten zijn dat ze van elkaar onder- scheidt. De Yoga, zoals ze door Patañjali wordt voorgesteld, aanvaardt het naast elkaar bestaan van vele Spirituele Monaden die perfecte 'Zieners' worden genoemd. Ze heben geen gemeen- schappelijke basis in een opperwezen , ...of liever ...Patañjali spreekt zich daarover niet uit, aangezien zijn sutra-voorschriften geen verdere aanwijzingen daaromtrent geven ; er is 'Kaivalya ', en daarna is er geen menselijk bewustzijn in staat de werkelijk- heid te begrijpen, laat staan uit te leggen.. De speciale relatie tussen deze Spirituele Zelven en het menselijk organisme wordt 'Samyoga' genoemd en is oorzaak van onze verkeerde opvat- ting over het Zelf als Ziener en het ego als doener-uitvoerder.
II. DE EIGENSCHAPPEN VAN DE YOGA . 1° De Yoga is individueel en pragmatisch. Iedereen die yoga wil beoefenen moet weten dat zijn persoon- lijke inzet van het grootste belang is. Men moet zich naargelang zijn mogelijkheiden en naargelang zijn karakter , aanpassen aan de voorgestelde technieken.Men moet niet 'geloven', maar 'bele- ven' en leren aanvoelen wat er gebeurt wanneer men de diverse oefeningen uitvoert..
2°De Yoga verwerpt alle overdrijving. Het gevaar van overdrijving ligt zowel op het mentaal als op het fysisch vlak. Het overdrijven bestaat vooralin het gebrek van het juiste inzicht i.v.m. de yogische deugden en de zelfkastijding. We hebben hierboven in het bijzonder gewezen op hun ware ver- houding t.a.v. het geheel van de yoga-discipline. De yoga is niet het uitvoeren van âsana's, soms tot het akrobatische toe !
3°De Yoga vereist psychische ingesteldheid.. De toepassing van de yoga-discipline moet met kordaadheid ge- beuren, en zonder twijfel omtrent de uitwerking ervan. Deze zal niet op zich laten wachten indien men het ernstig opneemt. Deze psychische ingesteldheid moet niet gericht zijn op een ingetogen ascetisme dat tot dweperij kan leiden, maar op een realistisch ascetisme dat zelfdiscipline en volharding plaatst boven week- heid en onstandvastigheid.
4° De yoga kan zich aanpassen aan vele zienswijzen. Reeds in het begin van deze studie werd er gewezen op de in- vloed van de yoga op andere bevrijdingsprocessen.Het ligt voor de hand dat ingevolge de oorsprong vandeyoga eveneens kan aanvaard worden dat alle disciplines( tot en met een zuivere technische aanpak voor gezondheid van lichaam en geest),deYo- ga kunnen gebruiken. Of dit gebruik dan geheel of gedeeltelijk zal zijn, hangt af van de strekking van de zienswijze of de discipli- ne die ze gebruikt. Wanneer we bv. zien dat de Vedanta-ziens- wijze de Yoga zal aanwenden, dan weten we ook, dat zij naar haar strekking bepaalde wijzigingen of aanpassingen zal toepas- sen of eventueel andere technieken of doelstellingen zal voorop- stellen die met de zienswijze van Patañjali's Sutra's niet stroken.
5° De Yoga is psychosomatisch. Dit betekent dat vanaf de eerste toepassing van de yoga-discipli- ne, invloed uitgeoefend wordt op de ganse Prakriti-samenstelling nl. op de geest, denkvermogen(psyche) en op het lichaam (soma). De wederzijdse beinvloeding van lichaam en denkfunctie (hier door geest of psyche voorgesteld) heeft voor gevolg dat de licha- melijke en de etische trede a.h.w. onafscheidelijk samen te beoe- fenen zijn.De lichamelijke trede waarin we de nodige technieken aantreffen die ons lichaam en zijn biologische functies tot rust zul- len brengen, terwijl in de etische trede de denkfunctie gezuiverd wordt van haar gehechtheid aan de materie. Verder blijkt ook dat in âsana en pranayama de temmende uitwerking zich nooit op één aspect van de menselijke prakritivorm laat voelen .
III. HET WARE DOEL VAN DE YOGA. Men zou kunnen stellen dat het doel van de Yoga erin bestaat alle waarnemingsgolven stil te leggen die in gewone omstandighe- den het mentale complex bezig houden . Deze waarnemingsgol- ven onstaan omwille van het emprisch bewustzijn dat ons kennis bijbrengt (kennisgolvingen) en onze gevoelens aanwakkert (emo- tiegolvingen ).Deze golvingen hebben dus ook iets te maken met onze verlangens en onze wil. Het zijn dus ook verstandsgolvingen die ons de keuze laten tussen allerlei zaken die goed of slecht zijn voor ons, maar in elk geval een bindend effect veroorzaken, want alles zal gesubjectiveerd zijn. Er is in dergelijk geval geen sprake van Bewustzijn, want dit wordt overshaduwd door al deze golvin- gen. Wanneer we nu het mentale complex kunnen vrijmaken van al deze golvingen, dan zal Het Zelf gevoeld worden . Dit gevoel zal niet bestaan uit een 'object-gevoel' dat een golving veroor- zaakt in het mentale complex, maar in een perfecte vrijheid en ongebondenheid waarin geen plaats is tot kiezen of verlangen. Deze staat is de Zelfrealisatie. Het Zelf is dan verlost van alle ver- eenzelvigingen met het empirisch bestaan, en straalt in alle vrijheid en ongebondenheid 'in Zichzelf' . (YS. I-3 ).
IV. CONCENTRATIE OF MEDITATIE ?. Eenmaal de uitwendige middelen van de Yoga-beoefening gekend zijn en daaruit een (redelijke ) beheersing van het lichaam volgt, kunnen we verder gaan en met de toepassing van de inwendige middelen een aanvang maken. Het is de toepassing en beoefening van "Samyama" ( Dharana : het vastzetten van de denkfunctie op één plaats - Dhyana : de aandacht vasthouden dààr, en Samadhi: opslorping of wegzinking dààrin). Deze praktijk wordt 'Concentra- tie' genoemd .Mag men deze concentratie-oefening 'Meditatie' noe- men ? Het wordt zo dikwijls gedaan. Het is maar een woord, maar een woord dat tot vele misverstanden leidt als men er iets anders mee bedoelt dan uit uitdoven van elke redenering en elke denkacti- viteit . Yoga wil niets anders dan het stilleggen van het denkvermo- gen dat het mentale complex genoemd wordt.
In de volgende bijdrage zal de praktische toepassing van deze stillegging uitgelegd worden.
1°Zithouding. Men moet zorgen voor een confortabele zithouding. Deze kan men door toepassing van de lichamelijke trede (âsana) berei- ken . Desnoods kan men gebruik maken van een hard kussen- tje , een opgerold deken of een zitbankje (ongev.15 cm hoog), die toelaten met gekruiste benen op de grond neer te zitten. 2° Het lichaam. Het lichaam moet los en ontspannen rechtop zijn. Dit veronder- stelt dat men, wat âsana en pranayama betreft , in voeldoende mate getraind is om stil te kunnen zitten. Deze zaken kunnen goed opgeleidde en gediplomeerde yoga-leraars u aanleren. 3° De aandacht. De aandacht dient in de eerste plaats te gaan naar de ontspan- nen toestand van het lichaam zelf ... de manier van zitten...en het loslaten van alle spieren. 4° De ademhaling. Wanneer het lichaam bewust ontspannen is, gaat de aandacht bijna automatisch naar de ademhaling. Men kan dan eerst een zekere tijd pranayama beoefenen zoals beschreven in de vier- de trede van het achttredig pad van Patañjali :"Wanneer deze (de perfecte zithouding) er is, komt de geregelde ademing die in het afsnijden van de inademings- en uitademingsbeweging bestaat "(YS.II-49).Verdere uitleg daarover wordt behandeld in de bespreking van de yoga-sutra zelf en wordt aangeleerd tijdens de yoga-lessen. Door toepassing van pranayama gedu- rende een welbepaalde tijd , zal de geest rustiger worden en kan automatisch een terugtrekking van de zintuigen optreden. 5° SAMYAMA : de Concentratie. Wanneer er voldoende ontspanning en rust in de geest is, kan men de concentratie-oefeningen uitvoeren. Beginnend met gro- ve objecten zal een oefening van Savitarka (afbeeldende con- centratie ) wel mogelijk zijn. Men kent de gang van zaken en de betekenis van dharana-dhyana-samadhi . Men kent ook het eventuele resultaat van samapatti en de daarop volgende mogelijke flitsen van diepe aandacht die slechts na ernstige oe- fening kunnen optreden. (zie mijn bijdrage 43 ) Men moet zich echter geen illusies maken en zich niet voorstel- len dat men het ZELF zal zien onder een of andere vorm of schittering . Zie de waarschuwingen en aanbevelingen hierna. 6°Het voorwerp kiezen . Men kan nemen wat men maar wil als voorwerp of object van concentratie. Er zijn natuurlijk bepaalde objecten of voorstel- lingen die bij voorbaat geschikt zijn om de geest naar één punt te richten zoals men dit doet in de Hatha-yoga met een Mantra of in de kundalini-yoga met de chakra's enz... .Indien men een eenvoudig voorwerp neemt, zoals een bloem , een brandende kaars of een gewoon punt op de grond of een stip op de muur, kan men evenzeer een geslaagde concentratie-oefening uitvoe- ren . Bij Halâsana werd er dikwijls geoefend met de blik op de handpalm of op de beweging van de op- en neergaande adem- haling in rust. De keuze is dus vrij uitgebreid, maar men houdt zich best aan één bepaalde keuze . Niet voortdurend wisselen ! 7° Waarschuwingen en aanbevelingen. a) Schadelijk voor de concentratie zijn : elke redenering om ge- voelens aan te wakkeren - het oproepen van bedenking of ver- beelding - elke poging om geestelijke verrijking te bekomen - elke logische bijdrage om profane kennis te verrijken - elke poging om paranormale kennis te bekomen. b) Iemand die ernstig concentratie beoefent , zoekt niet naar re- sultaten. Men moet geduldig verder oefenen met een gekozen techniek en object. c) De geest zal, evenals het lichaam, ruim zes maanden tegen- werken ...jeuk, pijngevoel, spanningen enz... d) Geraak niet in paniek wanneer een of ander verschijnsel zich voordoet... het proces kan steeds gestopt worden door diep te ademen en het object los te laten. Ik verwijs hier met aandrang naar mijn bijdrage 26 onderwerp : Benadering van de studie:"Men moet geen bijzonder mens zijn" , door Gopi Krishna. e) Hoe denken andere bekende meesters over de Concentratie ? - Actieve meditatie gezien door Satprem Aurobindo. "Wanneer men met gesloten ogen neerzit om het mentale stil te krijgen, wordt men in eerste instantie overspoeld door een stort- vloed van gedachten die overal vandaan komen als dolle, neen , als agressieve ratten. Er is maar één manier om die oorverdoven- de herrie te doen ophouden en dat is proberen en nog eens pro- beren , geduldig en koppig. En vooral niet de fout begaan om mentaal tegen het mentale te vechten..." -Is een guru nodig ? vraag en antwoord door Dr.Jürg Wunderli. "Is voor het leren van meditatie een guru nodig ? - Pas op voor de verering van de guru . Tegenwoordig is het mode geworden dat Indiase Swami's of Mahatma's in het Westen zendingsarbeid gaan verrichten en daar met pretentie optreden als guru's. Voor de vrijë ontwikkeling van de individuele persoonlijkheid vormt dit een grote belemmering ". Ik verwijs hier naar mijn aflevering nr.6 , waarin de bezorgdheid van G.M.Koelman wordt weerge- geven t.a.v. de guru's. -Een waarschuwing van Sri Rohit Mehta , neergeschreven in het tijdschrift Prana in de jaren 1980. "In verband met meditatie wil ik hier een waarschuwing uitspre- ken omdat er zo veel de ronde doet onder de naam 'meditatie' dater eigenlijk niets mee te maken heeft. Het eerste wat we duidelijk dienen te begrijpen is dat het hier niet om een fysiolo- gisch proces gaat. Daarvoor moeten we echter het fundamen- tele verschil (-wat helaas niet vaak ingezien kan worden door inellectuelen van zowel Oost alsWest-) tussen geest (mind) en hersenen verstaan .Ofschoon er een nauwe relatie tussen deze twee bestaat, moeten we toch leren inzien dat ze van elkaar verschillen ; ze zijn niet identiek. De hersenen vormen een fysiek orgaan ; de geest is niet-fysiek. Als we dit verschil niet goed onder ogen zien wanneer we over meditatie praten, lo- pen we gevaar meditatie te vertalen als een hersenfunctie of een specfieke hersenactiviteit. Bv. : mensen die een bepaalde meditatie-vorm, die erg populair is in het Westen, beoefenen, beweren dat wanneer iemand mediteert er zogenaamde alfa- golven in de hersenen vrijkomen. Deze golven wijzen op een zekere mate van ontspanning van de hersenen. Dit is zo .Maar omgekeerd kan men niet zeggen : als de hersenen alfagolven produceren, bevindt de persoon zich in een meditatieve toe- stand. Door onderzoekers van het biofeed mechanisme is be- wezen dat men door mechanische of electrische ingrepen de hersenen kan stimuleren om alfagolven te produceren . Maar op deze manier bereikt men geen meditatie ".
Tijdens het jaar 1983 schreef ik als slot van het eerste oplei- dingsjaar tot Yogacharya een uitgebreid artikel met als titel : Meditatie of Concentratie. Het is een samenvattend overzicht van hoe men volgens de yoga-zienswijze de meditatie dient te bekijken en toe te passen. Als laatste bijdrage van deze blog zal dit artikel onder het nummer47worden opgenomen.
Als laatste aflevering van deze blog volgt hier het artikel omtrent de vraag wat er in de yoga van Patañjali bedoeld wordt met het woord 'Concentratie '.
In de meeste boeken die onderricht geven over de beoefening van meditatie, wordt de nadruk gelegd op het feit dat de kennis van de mens en zijn geest noodzakelijk, is wil men weten wat het doel van de meditatie is en wat men van meditatie kan verwach- ten. Het vasthouden van de aandacht op het object van concen- tratie, weergegeven door het woord "Dhyana", wordt algemeen als meditatie aanzien. We zijn dan meteen midden in de psycho- logische fase van de yoga-beoefening van Patañjali. Deze fase heeft als doel het systematisch leegmaken van de denkactiviteit en moet tenslotte uitmonden in het stilleggen van het denken. Deze fase omvat drie oefeningen of treden : 1° Dharana = het vastzetten van de denkfunctie op één punt. 2° Dhyana = het vasthouden van de aandacht op dit punt. 3° Samadhi = het wegzinken of de opslorping in dit punt. Deze 3oefeningen (antaranga ), zijn zeer innig met elkaar ver- bonden.Ze worden Samyama genoemd , en deze term ver- talen we door 'Concentratie'. Ten einde te kunnen begrijpen wat er tijdens de beoefening van samyama gebeurt, en om enigzins te weten wat het resul- taat is dat er kan op volgen, is het nodig dat we vooraf enige notie hebben omtrent de ons omringende wereld en onze plaats in deze wereld. We bedoelen hier niet zozeer de dingen die ons omringen in de kosmos en die we buiten ons waarne- men , maar wel ons lichaam en onze geest die volgens de yoga -zienswijze uitsluitend behoren tot de materie (Prakriti). Deze wereld omringt ons en houdt als het ware ons werkelijke "Zijn" gevangen ; we leven als overschaduwd door deze pra- kritiwereld waarmede we ons uiteindelijk ook vereenzelvigen . De mens denkt inderdaad steeds :"Ik ben deze geest (het denkvermogen ) ik ben dit lichaam" .Wanneer de geest en het lichaam het goed hebben, dan zijn we gelukkig . Dit alleen is immers van tel. En toch bestaat er in elk individu een inwendig verlangen naar bevrijding uit deze wereld. Het gaat niet alle dagen even goed. Er zijn dingen die we graag willen en andere dingen die we niet graag willen. Het voortdurend dualistisch gedrag van de ganse bedoening rondom ons, lijkt wel een ge- vang of soms wel een gouden kooi, waaruit we weg willen. Het verlangen naar vrijheidis niet te stillen wegens de gehecht- heid aandematerie waarmede we ons vereenzelvigen. De yoga-beoefening komt ons hierbij ter hulp. Zij wil voor ons twee zaken doen : 1° ons bewust maken van onze ware grootte, nl.van ons "Zelf", de geestelijke monade in ons. 2 °ons bewust maken van de nietigheid van ons materiële bestaan. Deze dubbele bewustmaking zal ons helpen ons Zelf te be- vrijden uit de band van de valse vereenzelviging welke ons nooit zal kunnen bevredigen. De yoga wordt aldus een be- vrijdingsproces genoemd,een bevrijding van de ziel uit het lichaam waarin ze gevangen zit . Volgens de westerse opvatting is de de ziel een constituante van de menselijke natuur, maar volgens de yoga-dârsana is zij een spirituele monade die,wat haar natuur betreft, echter volledig onafhandelijk staat van het lichaam. Zij verandert niet door haar verblijf aldaar. Om dit te kunnen begrijpen moeten we de aard van het lichaam en de geest kennen, alsook de aard van de spirituele monade (het Zijn), dat wij ten onrechte gelijk stellen met het begrip ziel uit onze westerse denkwereld. Wie is de mens ? Men dient vooraf te weten dat het begrip'mens' zoals wij dit kennen, geen equivalent heeft in de yoga-dârsana .Volgens de yoga-opvatting bestaat het lichaam van de mens als een sub- stantie(dravya), uit materie met verschillende op elkaar liggen- de lagen die van het zelfde type zijn als deze van andere dra- vya's zoals een dier of een boom of een aarden pot. Alle dra- vya's zijn dus afkomstig van dezelfde samenstellende delen , maar hun wijze van opbouw is verschillend.Doordat de samen- stelling niet steeds in dezelfde verhouding voorkomt wat de sa- menstellende delen betreft, is er slechts een relatieve stabiliteit of duur, en zijn erverschillende types waardoor ook de indivi- duën van elkaar verschillen binnen hun soort. Deze relatie- ve stabiliteit wijzigt niet de essentie van de samenstellende de- len die we grove elementen of primaire atomen noemen, maar wel de manier waarop ze met elkaar samenwerken volgens een zeker programma waaruit de individuele vorm 'dharmi 'ge- boren wordt, welke op zijn beurt kan herhaald worden( dwz een vernieuwing ondergaan)en die we'dharma' noemen. De sa- menstellende delen of primaire atomen, die ook essentiële be- palingen genoemd worden, bestaan eeuwig,( dwz : ze vergaan niet tot niets en komen ook niet uit het niets voort ): ze ver- schuiven slechts in ons tijdsbeeld . Men kan zich dus de vraag stellen : hoe ziet dan de Yoga de mens als persoon,met zijn be- wustzijn, begaafdheden en handelingen ? Hier raken we een van de essentiële verschillen in opvatting aan, van ons westers denken en de yoga-dârsana.Volgens de yoga zijn de akten van bewustzijn begaafdheden en handelen, het resultaat van de be- drieglijke éénheid van de prakriti-aktiviteiten met het Zelf (Be- wustzijn ) welke elk hun afzonderlijk bestaan hebben in wat wij 'de mens ' noemen ( en ook daar buiten wel te verstaan). Deze bedrieglijke éénheid spruit voort uit het feit dat de ego -functie(ahankara), een prakriti-werking, in de overtuiging ver- keert dat zij een subject is dat zich werkelijk bewust is van de akten die gesteld worden : een ego dus, dat ziich bewust zou zijn als uitvoerder van alle daden en als waarnemer van alle ge- voelens . Volgens de yoga-dârsana kan een prakriti-werking geen bewustzijn hebben , alleen het Zelfis Bewustzijn, ende klesa's(de kwellingen), veroorzaken deze verkeerde indruk Het is in dit geval hier 'asmita ', die het' ik-ben-gevoel', het' ik -doe-gevoel' en het ' ik-ben-bewust-gevoel doet ontstaan in de mens. Asmita isde prakriti-werking , het egotisme (ikheid), dat ons belet het werkelijke onderscheid te maken tussen het Zelf en de prakriti-functies in ons lichaam. Door yoga te beoefenen kunnen we de werking van de kwel- lingen afzwakken, zodat we ons langzamerhand opnieuw be- wust kunnen worden dat niet dit lichaam en niet die geest, maar wel het Zelf ons werkelijk bewustzijn is . Onze grote fout be- staat er dus in, dat we bewustzijn toekennen aan prakriti-wer- kingen die absoluut onbewust zijn, en dat we handelingen toe- schrijven aan het Zelf in ons, dat slechts zuiver Bewustzijn is en geen daden kan stellen. Willen we dus met goed gevolg de in- wendige beoefening van de yoga uitvoeren en samyama beoefe- nen, dan moeten we beseffen dat ons lichaam en onze geest aan de prakriti-werking hun materieel bestaan te danken hebben, en dat de Spirituele Monade of Het Zijn in ons, een gans ander bestaan heeft,dat tijdelijk overschaduwd wordt omwille van onze gehechtheid aan lichaam en geest. De yoga-beoefening wil aldus op pragmatische wijze te werk gaan om ons Zelf, dat op één of andere manierverstrikt is geraakt in de materie, of in relatie staat daarmee, en op één of andere wijze gevangen gehouden wordt door wat wij 'mens' noemen, als het ware opnieuw in vrijheid stellen, dwz : de mens tot Zelfrealisatie brengen. De werkelijke stap daartoe kan gezet worden door de beoefe- ning van samyama, de concentratiebeoefening die ons uiteinde- lijk kan voeren naar het besef van de nietigheid der materiële din- gen (ook van het lichaam en de geest), en naar het opvangen van een glimp van de glans van het Zelf. Het Zelf dat atriguna is(zon- der of buiten de guna's en hun werking),en absoluut zonder eni- ge materiële eigenschap, Dus inactief en onveranderlijk in tegen- stelling met hetgene we over de ziel in het Westen weten en zeg- gen. Wanneer we nu vertrekken van de wetenschap dat het lichaam en de geest steeds veranderende werkingen zijn van Pra- kriti (de guna's),en weten dat het Zelf een spirituele monade is die tengevolge van de werking van de klesa's aanzien wordt als het bewuste 'ik' van ons materieel bestaan, dan kunnen we ook begrijpen dat er aan deze verkeerde opvattingeen einde kan gesteld worden door beoefening van yoga. Dan kunnen we ook het bevrijdingsproces van de Yoga begijpen. Het niet-onderscheidmakend- inzicht is inderdaad de kwelling waarvan we ons moetten trachten te bevrijden , omdat dit ons ware Zelf verborgen houdt. In yoga-termen uitgedrukt bestaat de mens dus uit grove substan- tiële materie (lichaam en geest) die door vereniging met het Zelf a.h.w. bewust leeft. De grove en substantiële materie zijn het re- sultaat van de prakriti-werking door de drie guna's, welke onbe- wust hun eigen evolutieproces gaande houden zonder enige wer- king van buiten uit. Zij geven ontstaan aan alles wat in de kos- mos aanwezig is, zowel op fysisch als op geestelijk terrein dat de mens kenmerkt, dwz. zijn lichaam en zijn geest. In de mens treffen we dus niet enkel een objectieve evolutie aan maar ook een subjectieve evolutie van Prekriti .Deze laatste onder- scheidt de mens van de andere prakriti-realisaties. Vooral in ver- band met de beoefening van de inwendige trede van de Yoga , is het van groot nut te weten hoe de prakriti-werking het denkvermo- gen van de mens tot stand gebracht heeft. Uit de Samyavasta,(dit is de toestand van volkomen evenwicht der drie guna's die op dat ogenblik Prakriti zijn, in haar ongemanifesteerde kosmische toe- stand), zal door het niet-beginnende principe van "Alle gevolgen be- staan vooraf in de oorzaak", de grote entiteit Mahat zich mani- festeren . Deze Mahat, die ook Mahatattva genoemd wordt ,( wat betekent'Alleen maar Zijn') is de eerste uiting van evolutie die aan alle subjectiviteit of objectiviteit voorafgaat. Mahat houdt dus ook de bewustzijnsfunctie in wanneer men ze in haar verdere evolutie op het psychologisch terrein beschouwt. Deze bewustzijnsfunctie wordt ook "Buddhi' genoemd en moet gezien worden als de basis van gewaarwording. Zij is dus niet het Bewustzijn zelf, maar de functie van bewustzijn , daar waar Bewustzijn of het Zelf in relatie zal komen met de ego-functie tijdens een akte van waarneming of handelen. Uit Mahat ontstaat verder de ego-functie(ahankâra) die onbewust alle opgedane ervaringen tot samenhangende dingen bij elkaar brengt,en ze in de bewustzijsfuncie (Buddhi) brengt waar ze belicht worden door het Zelf, maar ingevolge de kwelling'asmita' omgezet worden in ik-ben-gevoelens of ik-ben-ervaringen. Het mentaal complex van de mens, dat in yoga-termen Citta wordt genoemd, omvat drie interne prakriti-functies die aanleiding geven tot bewuste ervaring. Twee van deze functies heb ik hierboven reeds aangehaald, nl .: de bewustzijns-functie en de ego-functie. De derde functie is Manas (het verstand). Deze functie vergelijkt en maakt onderscheid tussen de dingen die door de zintuigen worden waargenomen. Aldus voert Manas een waarnemende of erkennen- de aktie uit, terwijl de ego-functie zorgt voor de centraliserende aktie welke overgaat in ik-gevoel, ik-denk-gevoel ik-handel-gevoel enz... Dit gevoel grijpt als een bewuste gewaarwording plaats dank zij de bewustzijns-functie waar de relatie met het Zijn zich voordoet. De werking van Citta (manas-egofunctie-buddhi) doet zich voor als een op- en neergaan van golvingen op het water."Deze golvingen stilleggen (aldus Patañjali), is Yoga, en dan kan men het Zelf waarne- en". De techniek die daarvoor aangewend wordt noemt men in de yoga-beoefening Samyama = Concentratie. Indien we nu aanne- men dat het woord 'meditatie' in de Samyama zijn plaatsvindt on- der het gedeelte van de concentratie dat Dhyana genoemd wordt , (het vasthouden van de aandacht op het object van concentratie),dan kunnen we beginnen met de oefeningen die ons zullen helpen om tot dit vasthouden te komen We moeten ons echter geen illusies maken dat alleen het toepassen van deze oefeningen het ware doel in onze onmiddellijke nabijheid brengt. Veel geduld , ernstige inspanningen en vooral volledige passieloosheid zijn daartoe vereist. Wanneer we de meditatie op deze manier bekijken , dan is ze slechts een onderdeel van de samyama die ons denkvermogen zal helpen stilleggen en alle prakriti-werking uitschakelen . Mediteer dus, en ... tracht door meditatie tot concentratie te komen. W. Ingels Yoga-leraar HALÂSANA- MALDEGEM Zomer1983.
EINDE BLOG - 'MIJN YOGA-BELEVENISSEN' Nieuwe blog: zie categorie Filosofie: 2wilmaldegem1931, vanaf 25/01/2007. De Yoga-sutra van Patañjali.