Inhoud blog
  • MEER WETEN OVER YOGA.
  • Meditatie of Concentratie
  • SAMYAMA . de praktijk van de concentratie
  • CONCENTRATIE OF MEDITATIE .?
  • 9° UITWERKING van de YOGADISCIPLINE.
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Mijn Yoga-belevenissen .
    WOM
    10-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KENNISMAKING MET DE PATAÑJALA YOGA
    VERWELKOMING  EN
    KENNISMAKING MET DE AUTEUR.

    Wees welkom geachte Blogger m/v en tracht in de mate
    van het mogelijke mijn belevenissen op het pad van yoga
    te volgen,zoals ik dit in mijn blog zal voorstellen.
    Mijn naam is INGELS Wilfried-Oscar-Maria. Geboren te
    Lembeke, deelgemeentevan degemeente Kaprijke,Oost-
    Vlaanderen (België)op 16 december 1931.
    In het Belgisch Staatsblad van 22.11.1991 staat het vol-
    gende vermeld :

    Ministerie van Binnenlandse Zaken en
    Openbaar Ambt.
    Personeel.- Opruststelling.
    Bij koninklijk besluit van 3 april 1991 wordt m.i.v.1 janu-
    ari 1992 aan de heer Ingels Wilfried, eervol ontslag ver-
    leend uit zijn ambt van inspecteurbij het Ministerie van
    Binnenlandse Zaken en Openbaar Ambt. De heer Ingels
    Wilfried wordt ertoe gemachtigd zijn aanspraak op pen-
    sioen te doen gelden,de eretitel van zijn ambt te voeren
    en de ambtskledij te dragen. ( het uniform van Majoor
    bij de Civiele Bescherming)
    Tot zover het Belgisch Saatsblad.
    Het Koninklijk besluit werd door Koning Boudewijn
    ondertekend te MOTRIL (Spanje) op 3 april1991

    Mijn loopbaan als Staatsambtenaar verliep als volgt :

    21.02.1955-Gewestbeambte in Belgisch Congo.
    01.01.1959- Eerstaanwezend gewestbeambte B.C.
    01.01.1962- Tijdelijk opsteller -Ministerie van Nationale
                        Opvoeding en Nederlandse Cultuur
    01.09.1962- Vast Opsteller idem.
    01.10.1973- Bestuurssecretaris- dd.Hoofd van de Verifi-
                        catiedienst. idem.
    01.07.1986- Inspecteurbij het ministerie van Binnenland-
                        se Zakenen openbaar ambt dd. Provinciale 
                        Chef vd.Cviele Bescherming :
                        provincie West-Vlaanderen.
    01.01.1992-Op rustgesteld.


                                    img110/6627/scannenjpgmijnfotogq9.jpg


     
      MIJN YOGA-BELEVENISSEN

    NHOUD 
    Nummers en titels der afleveringen..

      1.Verwelkoming - kennismaking met de auteur.
      2.Halâsana, de Yoga-vereniging.
      3.Verdere verloop -geschiedenis Halâsana.
      4.Verklaring embleem - afbeelding.
      5. Wel en wee van Halâsana.
      6. De Guru ? -aankoop boek.
      7.Voorwaarden vertaling boek.
      8. 10de verjaardag Halâsana.
      9. De synthese (zomer 1979)
    10. Verdere uitbreiding- handleiding yoga-lesgevers.
    11. Vertaling Sutra's
    12. Vervolg en publicatie der Sutra's.
    13. Halâsana :vzw en vormingsschool lesgevers
          Eerste gediplomeerde lesgevers -1983.
    14. Schriftelijke cursus yogacharya -1987.
           Overname school -opvolger.
    15. Het boek -Patañjala Yoga - Koelman G.M.
          publicatiue vertaling W.Ingels
    16. De laatste jaren met Koelman.
    17. Het Tijdschrift voor Yoga- publ. Nederland.
    18. De laatste jaren van Halâsana.
    19. De Indiase zienswijzen.- Darsâna  & Filosofie.
    20.  idem vervolg 1- Veda's en Upanishaden.
    21.  idem vervolg 2- Karma- Mahavira-Boeddha.
    22.  idem vervolg 3- Weerstand voor Brahmanen.
                                   Mimansa dârsana.
    23. idem vervolg 4- Vedanta -dogmatisch.
    24. idem vervolg 5- Shankya  & Yoga.
    25. idem vervolg 6- Niyaya & Vaicesika .
          Samenvatting der dârsana's.
    26. Uit de opleidingslessen Yogacharya.(inleiding)
    27 .De ontwikkelingsgronden der Dârsana's.
          De brahmanen en brahmanisme in de Yoga.
    28. Wat overblijft van de Veda.
    29. Begrip Karma en gevolgen.
    30. Yoga -Betekenis en essentie
    31. Definities van Yoga
    32.       idem.
    33. Yoga gezien door Patañjali.(-studieplan.)
    34. De Yoga-dârsana - Inleidende toelichting.
    35. Prakriti en de Guna's.
    36. Het Zelf , de geestelijke Monade.(Purusha).
    37. Het Zelf contra de Ziel ? Pluraliteit der Zelven.
    38. Isvara het bijzondere Zelf.
    39. De aard van Prakriti's evolutie.
    40. De Tattvas.
    41. Relatie Prakriti en Spirituele Zelf ?
    42. Plan van de klassieke Yoga  de uitwendige
           middelen.
    43.   idem  : De uitwendige middelen .
    44. De uitwerking van de Yoga-discipline.
    45. Concentratie of Meditatie ?
    46. De praktijk van Samyama.
    47. Artikel : Meditatie of Concentratie ?

                                                 - oOo-


    -

    Mijn Yoga-belevenis
    Het Begin.
    Waarom ik in het voorjaar 1966 met Yoga begonnen ben,
    zou ik niet met zekerheid kunnen zeggen.Van een vriend
    had ik vernomen dat er in het Jeugdhuis yogalessengegeven
    werden. Yoga scheen iets totaal nieuw te zijn, goed voor
    mannen en vrouwen, maar vooral voor mensen met een
    zittend beroep. Heel geschikt voor mij want ik pendelde
    toen dagelijks naar het ministerie te Brussel.Met een colle-
    ga trok ik er op een donderdagavond op af. We wilden
    eerst eens kijken. Ja, het mocht wel.We hadden een matje
    meegebracht en terwijl we daar toch op de grond zaten,
    konden we zowelmeedoen. Het mocht allemaal, en het
    lukte bijzonder goed. Het viel mee en we zouden zeker
    terug gaan. Zo begon voor mij het yoga-pad dat tot op
    heden blijft voortduren, maar daarover zal ik in verdere
    bijdragen mijn verhaal doen.

    Een 2de blog : '2wilmaldegem1931' handelt over de
    Yoga-dârsana vlg. Patañjali en omvat de studie van de
    Yoga-sutra's .Vertaling en commentaar G.M.KOELMAN.
    De start is voorzien op 25 januari 2007.

    10-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (25 Stemmen)
    » Reageer (0)
    11-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Halâsana de Yoga-vereniging.

    -2-
    De yoga-vereniging.
    Ik had een jaar of wat vroeger reeds een boek gelezen over
    yoga. Toen ik probeerde enkele houdingen (âsana's) uit te
    voeren viel dit echter wel tegen.Daaruit kon ik tot mijn scha-
    de en schande opmaken dat een boek geen goede leermees-
    ter is.Het kan u niet op uw fouten wijzen. Met de yoga-leraar
    verliep dit anders.Ik kon mij wonderwel aanpassen en gelei-
    lijk kwam ik op dreef. Ik begon mij echter ook te interesse-
    ren aan de sanskrietnamen van de houdingen. Maar ik onder-
    vond nogal vlug dat de leraar daar niet zo diep op inging. Zijn
    uitspraak klonk mij vrij onnatuurlijk . Hij sprakover asâna's
    met de klemtoon op de tweede in plaats van op de eerste a.
    Over de betekenis en het doel van de yoga-beoefening wist
    hij blijkbaar niet veel te vertellen. Hij sprak er gewoon niet
    over .Voor hem was deyoga een soort gymnastische disci-
    pline die zeker voor mensen met een zittend beroep deugd-
    doend was. Ik leerde uit lectuur en zelfstudie dat de houdin-
    gen slechts een onderdeel waren van een psychosomatische
    discipline die Yoga-dârsana genoemd wordt,... maar daar
    over later! Na de winter van 1967 stopte de leraar zijn we-
    kelijkse âsana-lessen bij gebrek aan voldoende belangstel-
    ling ...werd er gezegd. Hij had ons blijkbaar alles geleerd
    wat wij aankonden of wat in zijn vermogen lag.
    Enkele mensen vonden er wel iets voor om samen met mij
    elke donderdagavond te blijven oefenen. De meerderheid
    wees deze formule vande hand. Het was gewoonweg on-
    denkbaar om zonder leraar te oefenen, laat staan dat iemand
    van ter plaatse hem zou kunnen vervangen.Ik deed een voor-
    stel en kon tenslotte enkele vrienden overtuigen om samen te
    oefenen en de huurkosten  van het oefenlokaal onder elkaar
    te verdelen. Uiteindelijk werd er yoga gedaan met een vijftal
    mensen waarvan ik er later twee kon overtuigen om een
    yoga-vereniging te stichten .Daarvan zou ik de leiding op mij
    nemen. We schreven toen : 11 april 1968.
    De naam die ik voor onze vereniging had bedacht, was de
    naam van een yogahouding die vooral geduld en algehele
    soepelheid van het lichaam uitstraalt HALÂSANA, d.w.z.
    Ploeg-houding.
    De beoefening van Yoga is niet alleen een individuele zaak
    wat de uitvoering en het resultaat betreft. Er dient eveneens
    zeer grote aandacht geschonken aan de manier waarop men
    de beoefening aanpakt.Wie haastig te werk gaat met het ver-
    langen snel resultaat te boeken, zal reeds na korte tijd de
    lust om verder te werken zien verdwijnen. Met de stichting
    Halâsana was het mij duidelijk dat er vooral met veel ge-
    duld zou moeten gewerkt worden. Het kiezen van de naam
    PLOEG in de ware betekenis van het woord , leek mij een
    uitstekend symbool om dat geduld voor te stellen.
    Heb je ooit aan de rand van een veld gestaan waarop de
    boer aan het ploegen was? Snede voor snede en aan een ge-
    stadig tempo scheurt de ploegde aarde open en keert ze om.
    Deze bewerking gaat door tot de ganse akker omgeploegd is.
    De bewerking gaat steeds rechtdoor a.h.w., met onverstoor-
    baar geduld .Zo dient het ook met de yoga-beoefening te zijn.
    Steeds voort-doen .Met geduld het stijve lichaam soepel ma-
    ken tot het los en ongedwongen kan neerzitten om de verdere
    treden van deyoga-beoefening te kunnen aanvatten.
    Ook voor de yoga-beoefening geldt aldus het spreekwoord :
    HAAST EN SPOED IS ZELDEN GOED.

    In een volgende bijdrage zal ik het hebben overhet verder
    verloop van de geschiedenis van Halâsana.


     

    11-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    » Reageer (0)
    12-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verder verloop Halâsana geschiedenis.

    -5-
       Verder verloop van de geschiedenis van Haläsana.

    Vanaf de geboorte van Halâsana-Maldegem zat ik vooraan in
    de oefenzaal.Alle verantwoordelijkheid kwam naar mij toe en
    dat zou zo gedurende meer dan 25 jaar duren.Alle organisato-
    rische en administratieve taken waren aanvankelijk ook voor
    mij, maar daar zou spoedig verandering in komen.De me-
    dewerkers die mij a.h.w. gunstig gezind waren en naar de oe-
    fenstonden bleven komen, bleken even ijverig als ik zelf en op
    deze manier werden de taken verdeeld. Het oefenlokaal in ge-
    reedheid brengen, de ledenlijst opstellen, een beetje boekhou-
    ding, andere suggesties voor de vlotte verloop van onze feite-
    telijke vereniging , het was allemaal prima. De lessen werden
    door mij opgesteld volgens het schema van de vertrokken les-
    gever. Ik had tenslotte toch ook reeds twee jaar praktijk ach-
    ter de rug. We kenden reeds de voornaamste âsana's. Ik had
    ze trouwens zorgvuldig genoteerd in een klein notaboekje.
    Dit boekjeblijft tot op heden een van mijn mooiste souveniers
    Op de eerste bladzijde staat het jaartal 1968 !
    Ik werd lid van de toen ongeveer 4 jaar oude BelgischeYoga -
    federatie, verder B.Y.F. genoemd. Zo kwam ik in kontakt met
    andereyoga-lerars. Ik wist ondertussen ook dat de yoga-prak-
    tijk berustteop een filosofie die ik eerst wilde leren kennen al-
    vorens er in mijn lessen gewag van te maken. Ik hoopte dit te
    bereiken via deze kontakten, maar spijtig genoeg was dit niet
    het geval. Het leverde niets dan verwarring op.
    Vanaf 1970 begon de B.Y.F. zich in te laten met de opleiding
    van de yoga-leraars. Er was sprake van een erkenning en een
    bekwaamheidsattest. Daardoor zou er op deze maniereen
    einde komen aan de losse bijeenkomsten met de doorelkaar
    lopendegesprekken die van weinig nut bleken.
    Wie aanvaard wilde wordenom de opleidingslessen te volgen,
    diende met gunstig gevolg een controlebezoek te doorstaanvan
    een afvaardiging van de B.Y.F. .Deze afvaardiging oordeelde
    over het lesgeven, de toestand van het leslokaal, en andere om-
    standigheden waarin ditalles gebeurdeVoor mij was dit slechts
    een eenvoudige formaliteit. Ik werd voorlopig erkend als lesge-
    ver en toegelaten tot de vormingsschool. De cursussen zouden
    plaats hebben te Gent indeKinesieschool op de Drongense-
    steenweg. De lessen zouden handelen over anatomie, fysiologie,
    didaktiek, filosofie enâsana-praktijk. Destudie zou drie jaar
    duren, twee zaterdagen op drie, behalve tijdens de verlofperio-
    des. Er werd ernstig gedoceerd en soms ook wel fel gediscu-
    tieerd, vooral tijdens de lessen filosofie. Er bleken duidelijke
    verschillen te bestaan. Sommige cursisten die reeds een soort
    opleiding ontvangen hadden van indiase Swami's, raakten het
    onder elkaar soms niet eens over bepaalde aspecten van hun
    zienswijzen. De verwarring was soms zeer groot. Ik zelf be-
    hoorde toen nog niet tot een vast omlijnd filosofisch kamp,en
    liet maar begaan. Het leek mij tenslotte alles bijeen toch
    maar eendevote bedoening terwijl er steeds met klem be-
    weerd werd datYoga zeker geen godsdienst was.
    Driejaar later werd ik een gediplomeerd Yoga-leraar.

    HET DIPLOMA.
    BELGISCHE YOGAFEDERATIE.
    Wij, directeur, secretaris , en leraars, aangezocht om de be-
    kwaamheid voor het onderwijs van de yoga vast te leggen,
    verklaren dat :INGELS Wilfried door onze zorgen een volle-
    dige initiatie in de basistechnieken ter voorbereiding van het
    yogalesgeven heeft gekregen.Verklaren bovendien dat HIJ
    met succes de examenproeven over de hiernavolgendestof
    heeft afgelegd : de anatomie van het bewegings- en zenuw-
    stelsels , de algemene en op de yoga toegepaste fysiologie,
    de filosofie en de psychologie van de yoga, de didaktiek en
    de methodenleer van de yoga, dit overeenkomstig hetpro-
    gramma, opgesteld door de belgische yogafederatie(vzwd
    gesticht in 1964, erkend door het ministerie van nederlandse
    cultuur onder het nummer :b.l.o.s.o. 33/212, lid van het
    olympisch comitee en de europese yoga-unie).
    Dientengevolge kennen wij HEM de titel van Yogacharya
    toe en verlenen HEM dit bekwaamheidsdiploma.

    De drager de voorzitterdesecretaris de leraars
    w.ingels D.Jurgens;G.Janssens. Van Lysebeth
    19/05/1974+ 3 onleesb.

    12-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verklaring embleem Hâlasana.

    4-
               VERKLARING EMBEEM HALÂSANA

    In het midden van de sticker staat in het wit het item OM
    (daarover zal er later nog uitleg gegeven worden).
    OM is in sankrietschrift geschreven, op een rode (rijke)
    ondergrond waarop in het zwart Halâsana staat afgebeeld
    : de ploeg (houding ) die het geduld verzinnebeeldt waarme-
    de men de yoga dient te benaderen.
    In boogvorm worden daaronder de bijkomende resultaten
    van de yoga-beoefening voorgesteld :
    Evenwicht & Gezondheid -Harmonie & Vrede .
    Tenslotte onderaan de naam van de vereniging Halâsana
    Maldegem. Deze sticker heb ik zelf ontworpen zonder veel
    studie of oefenwerk. Alles kwam vloeiend te voorschijn en
    werd aanvaard zonder wijzigingen.

    07-02-2006 om 00:00 geschreven door womingels

    12-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Embleem an Hâlasana.



     -3-
                          Embleem van Hâlasana.
    img525/3676/scannenjpgembleemrz6.jpg

    12-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    » Reageer (0)
    13-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wel en wee van Halâsana

    -6--
                        WEL en WEE van HALÂSANA.
    Los van mijn opleiding tot Yogacharya heeft Halâsana steeds
    gestadig verdergeploegd op de yoga-akker. De bekendheid
    van onze verenigng breidde zich langzaam uit naar de om-
    liggende gemeenten en zelfs uit Zeeuws-Vlaanderen kwamen
    de cursisten afgezakt.De zaal van het Jeugdhuis werd vlug te
    druk door ons bezet.Aangezien de oefenzaal ook door ande-
    re verenigingen en jeugdwerking werd bezet, was het al vlug
    een ganse karwei om de oefenzaal voor ons bruikbaar te ma-
    ken. Afhankelijk van de soort bijeenkomst of spelen die in de
    zaal hadden plaats vonden, diende er bijna een ( grote ) op-
    kuis te gebeuren.Het was tevens onmogelijk geworden om
    iets, wat het ook zij, op te bergen. Er werd dus uitgekeken
    naar een andere vestiging.De toenmalige K.O.O.(het huidige
    O.C.M.W) werd onze redding . In de oude gebouwen van
    de vroegere kloosterboerderij was er een open hooischelf.
    Gezien de centrale ligging werd het aanbod aanvaard ... !
    De stielmannen die toen lid waren van HALÂSANA  -
    o.a. Remi Verstrynge (leraar houtbewerking aan het K.A.
    (Koninklijk atheneum ) van Maldegem, die optrad als de
    ontwerper en vakkundige leidsman tijdens de werken -
    hebben op zijn aanwijzingen van die hooischelf een yoga-
    zolder gemaakt , boven en onder geïsoleerd,en uitgerust met
    met electrische verwarming.Ons geld was op, maar we had-
    den een eigen vestiging die later nog zou verbeterd worden
    naarmate de kas het aankon.Na ruim 140 werkuren was de
    open schelf veranderd in een waardige oefenfenzaal die
    stilaan bekendheid verwierf met de naam "yoga-zolder ".
    De verhuis had plaats in het najaar van 1969. Het verlaten
    van het vertrouwde Jeugdhuis heeft ons wel enkele leden ge-
    kost. Er waren mensendie om een ofandere reden de over-
    stap niet aandurfden . Een kleine politieke oprisping had on-
    dertussen een duidelijke zuivering onder de leden veroorzaakt
    maar Halâsana was er niet rouwig om.We bevonden ons a.
    .h.w. op neutraal terrein en dat paste tenslottebeter bij het
    doel van de vereniging.
    De ploeg kon aldus ook rustiger verderploegen !
    Op woensdagnamiddagen werden er zelfs door enkele jonge
    medewerkers yoga-lessen georganiseerd voor kinderen.
    Deze activiteit heeft slechts enkele jaren stand gehouden .
    In het archief vinden we inschrijvingslijsten van 1970 tot 1975.
    In 1975 was er een stop.Ik lees onderaan de ledenlijst :
    Wegens zeer geringebelangstelling werden de lessen voor
    de kinderen gestopt, de niet opgebruiktelessenkaarten
    werden terugbetaald
    .De ware reden van deze stop hebben
    we nooit kunnen achterhalen. Enkele van de oudste kinderen
    werden toen toegelaten bij de volwassenen.
    De lesavonden.
    Er waren in het begin twee vaste avonden per week, maar
    toen er nog twee lesgevers bijkwamen werd het aantal avon-
    den uitgebreid tot vier. Niet iedereen kon aanvaard worden
    om vooraan plaats te nemen en daardoor ontstond een moei-
    lijke periode in 1974 en 1975. Tenslotte had niemand een
    erkend diploma en toch was er een zekere selectie nodig.
    We kregen daardoor in Maldegem een ander yoga-groepje
    dat het neutrale terrein verliet. Lang heeft dit echter niet ge-
    duurd, maar toch waren dit onaangename toestanden.
    Ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van de vereniging
    werd er feest gevierd. Dit ging gepaard met een opendeur-
    dag van de zolder.Zo kon het grote publiek een kijkje nemen
    op de yoga-zolder.We haddentoen reeds een bibliotheek met
    130 boeken en een paar tijdschriften van andere verenigingen.
    Nog was Haläsana niet mee opgestapt met de algemene trend
    in de Federatie. Daar werd de yoga nog altijd op devotionele
    wijze vooropgesteld.Er werd wel geproken over Patañjali
    en zijn Sütra's, met -inderdaad- deyoga-dârsana(zienswijze
    of filosofie ).Vele boeken zijn er geschreven en vele vertalin-
    lingen werden er voorgesteld om deze sutra's uit te leggen.
    Helaas met grote onderlingeverschillen in betekenis. Dit naar-
    gelangdezienswijze van de Gurus-vertalers of uitleggers.
    Naast de yoga-zienswijze (of filosofie) zijn er in India nog vijf
    andere, die min of meer actief voortbestaan en oorzaak zijn
    van vele verwarringen die de ronde doen. Halâsana bleef op
    de vlakte in de vaste overtuiging weldra de ware Guru te le-
    ren kennen .Wij hadden nochtans een reeks yoga-boeken
    waarin de nodige uitleg stond over diverse houdingen, maar
    geen duidelijke taal over de yoga-filosofie waar we ernstig
    naar op zoek waren. In tegendeel, de verwarring werd nog
    groter bij het lezen van het boek RAJA-YOGA van
    Swami Vivekananda , waar de  vertaler de wens uitdrukt :
    " Moge Raja-yoga bijdragen tot versterking van het reli-
    gieus besef ,en tot een betere harmonie der verschillen-
    de geestelijke stromingen". Een van deze godsdiensten of
    religieuze stromingen bleek inderdaad de Vedanta-ziens-
    wijze van de auteur, die in zijn voorwoord verklaarde :
    " De aforismen van Patañjali zijn de hoogste autoriteit
    over yogaen vormen haar handboek.De andere filosofen,
    hoewel op enige filosofische punten afwijkend van Patañ-
    jali, hebben als regel aan zijn methode van oefening de
    voorkeur gegeven". De vraag bleef open :Waar is de Guru
    die ons de Yoga-filosofie zal uitleggen ?
    Uit mijn notaboekje 1968.
    1° Het verschil tussen Yoga en gymnastiek.Vlg. Indra Devi.
    "De yoga-äsana's zijn een kunst toegepast op de anatomie
    van het levende lichaam terwijl gymnastiek een vorm van in-
    genieurskunst is, toegepastopde spieren van het lichaam.
    De yoga beoogt niet alleen oppervlakkige spierontwikkeling.
    Haar houdingen zijn bedoeld om de functies van het gehele
    lichaam en gans het organisme te normaliseren, om de wil-
    lekeurige ademhalingsprocessen , de bloedsomloop, de ver-
    tering, de stoelgang en de stofwisseling te regelen en om de
    werkzaamheid van alle klieren en organen, zowel als het ze-
    nuwstelsel en het denkvermogen te beinvloeden.Dit resul-
    taat wordt bereikt met diepeademhalingterwijl het lichaam
    verschillende houdingen (âsana's ) aanneemt".

    2°Het belang van de ademhaling. Vlg. Selva Raya Yesudian.
    "Uit aarde werden wij genomen, dus eten wij vaste spijs. Met
    water werden wij gekneed, dus drinken wij vloeistof . De
    geest echter maakt die samenstelling levend opdat de mens
    kan worden.
    Terwijl wij zonder vaste spijzenweken in leven blijven en zon-
    der water enige dagen, duurt het leven zonder lucht slechts
    weinige minuten.Wij zien daaruit, dat de samenhang tussen le-
    leven en adem zeer nauw is en het ademen de belangsrijkste
    biologische functie is van het organisme".

    Een dagbladartikel van 24 januari 1975 .
    RUIM 100 ENTOESIASTE YOGABEOEFENAARS
    TE MALDEGEM .
    " Wij hebben een van de groepstrainingen gevolgd van Halâ-
    sana Maldegem, een vereniging voor het beoefenen van Yoga
    die al meer dan vijf jaar bestaat en die les geeft aan 110 le-
    den in het lokaal langs de Mevrouw Courtmanslaan achter
    het rustoord te Maldegem. Wij woonden een training van
    de meest gevorderden bij . Het bezoek aan hetlokaal gaat
    gepaard met een soort ritueel dat doet denken aan het be-
    treden van een Indische tempel. Bij de ingang nodigt een be-
    richt de bezoekers uit de schoenen aan het trapportaal ach-
    ter te laten.Op kousevoeten bereiken wij langs de trap, be-
    dekt met een dikke loper, het lokaal afgeschermd met een
    dik gordijn. Op de vloer liggen 7 gestalten roerloos. Voor-
    aan de Yogaleraar Wilfried Ingels een baardloze guru de
    benen kruiselings onderuit op een soort estrade. Het instel-
    len van ons fototoestel op de figuren voor ons ging met een
    bezwerende blik in onze richting gepaard zodat wij ademloos
    het einde van de seance hebben afgewacht.Op bevel van de
    monotone stem van de lesgever gaan 14 benende lucht in,
    worden ademhalings- en koncentratie-oefeningen uitge-
    voerd, en sluit de training meteen sonoor langgerekt OUM-
    geluid uit zeven kelen.
    De kursus voor beginners waarin de grondregels van yoga
    zijn verwerkt, omvat 15 lessen en wordt gegeven op maan-
    dag. De dinsdag worden de lessen opgevat als groepstrai-
    ningen voor diegenen die de voorbereidende oefeningen heb-
    ben gevolgd. De meergevorderden of aspirant-yoga-onder-
    richters komen de woensdag aan de beurt . Naast de meest
    diverse lichaamshoudingen (âsana's) energiebeheersing (pra-
    nayama ) en koncentratie, omvatten de lessen anatomiege-
    sprekken  en diskussieover yoga-onderwerpen. De donder-
    dag is voorbehouden voor de meest gevorderdenen omvat-
    ten groepstrainingen in âsana's en ademhalings- en koncen-
    tratieoefeningen als inleiding tot meditatie, de hogere tre-
    van de yoga".

    De volgende bijdrage : De Guru ?

    13-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    14-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Guru ?
    -7-
                   DE GURU ? .

    img187/605/scannenjpgdeguruim3.jpg




    Kort na de viering van het vijfjarig bestaan van Haläsana, zag
    ik tijdens een bijeenkomst van de B.Y.F. in de boekenstand
    an P.Meganck een boek 'PATAÑJALAYOGA',
    auteur Gaspar M.Koelman s.j.
        

    Omwille van zijn titel maakte dit boek een overweldigende
    indruk op mij.De vermelding s.j. was eveneens een blikvan-
    ger voor mij en ik dacht onmiddellijk : zou het kunnen... ?
    Ik kocht het boek zonder verder nadenken en nam het mee
    naar huis. De ontnuchtering was echter geweldig toen ik de
    inhoud even raadpleegde. Wat een streng-overkomendepre-
    sentatie.Wat een zware engelstalige volzinnen. Wat een een-
    zame afbeelding op de sobebere kaft.De betekenis ervan zou
    ik slechts na een paar jaar begrijpen ! Het boek verhuisde
    even snel naar mijn privé-bibliotheek, niettegenstaande ik het
    overtuigend gevoel had dat daar alles in stond, wat ik wilde
    weten over de Yoga-filosofie en over Patañjali zijn Sutra's.
    Ik las af en toe een stukje, maar het bezorgde mij telkens
    hoofdpijn. Mijn Engels was ook niet meer zo goed na meer
    dan twintig jaar rust en zonder intens gebruik sedert ik de
    schoolbanken verlaten had. Na de opleiding tot Yogacharya
    kwam het boek hevig als een soort uitdaging op mij af.Ik zou
    het kalm aanpakken . Misschien een poging tot vertaling ?
    Tijdens onze zomervakantie in Spanje deed ik een ernstige
    poging.Het hoofdstuk III leek mij het geschikte slachtoffer.
    Het kortste en ook het gemakkelijkste onderwerp ISVARA
    THE LORD. slechts een negental bladzijden, maar in yoga-
    middens het veel bediscutieerde item met de indringende
    vraag of yoga soms een godsdient was. Ik kreeg het voor
    mekaar en mijn verwachting omtrent de inhoud bevestigde mij
    met een objectieve en nuchtere 's.j.-uitleg', dat Isvara die in
    talrijke yoga-boeken steeds als God, de schepper of het op
    perwezen enz... werd voorgesteld, een andere betekenis
    scheen te hebben in de zienswijze van Patañjali . Hier kanik
    niet verder op deze betekenis ingaan , maar één feit was dui-
    delijk : de Yoga is geen godsdienst.
    Ik vatte het plan op om naar het adres: Pontifical Athenaeum
    Poona 14 - India,t.a.v. G. M. KOELMAN een brief te
    schrijven om hem mede te delen dat ik een yoga-vereniging
    had , dat ik op zoek was naar de Yoga-filosofie en of hij
    soms onze Guru wilde zijn. Het was reeds 1975. Het ant-
    woord liet niet al te lang op zich wachten.Ik geef hierbij , ter
    mijner ontlasting wat betreft bepaalde uitlatingen t.a.v. som-
    mige indiaseSwami's, de volledige inhoud. De lezer dient te
    bebrijpen dat hier een missionaris aan het woord is en nog
    wel een van de S.J. !
    Papal SeminaryPoona- 411.014-10 april 1975.
    "Mijnheer,
    Hier is mijn al te lang uitgebleven dank voor uw schrijven
    van 27/2 hier ontvangen op 4/3. Hou me verontshuldigd ; op
    het naderen van de eind-exaams is er altijd zoveel werk.Sinds
    1 april is het groot verlof begonnen, en het nieuwe schooljaar
    zal worden ingezet na de eerste week van Juni. Het is wel al-
    tijd een vreugde en aanmoediging te bestatigen dat mijn boek
    omtrent Patañjala-yoga gewaardeerd wordt en diepere verkla-
    ring en inzicht verschaft aan de geinteresseerden. Ja, het heeft
    me omtrent 30 jaar -toch niet ononderbroken-werk gevraagd
    maar ik deed het graag  omdat ik van 't begin af de rijkdom heb
    geschat van die typische Indiase geestelijke oefeningen, die
    voor mij missionaris, zeer belangrijk schenen om in goede ver-
    standhoudingte geraken met de massa niet-Kristenen in India.
    Ik verheug me dat U u niet beperkt tot de uiterlijke lichamelijke
    oefeningen, dieper wilt doordringen tot de meer inwendige gra-
    den van bewustzijnsbezadiging en verzinking. Het lichamelijke
    peil is enkel de eerste stap , en in zover dat de ziel in zekere
    mate afhangig is van lichamelijke toestanden , kunnen die oefe-
    ningen wel een zekere lichamelijke stilte en vrede teweeg bren-
    geen die ook de ziel enigerwijze kunnen beinvloeden, maar die-
    zelfde oefeningen kunnen de ziel niet in haar diepte bereiken en
    geestelijker maken :daartoe hoeft men de hogere trappen van
    de Yoga te betreden, om uiteindelijk het doel van yoga te ver-
    wezenlijken , dat is, het bewustzijn gans te onthechten van het
    stoffelijke(dat is voor yoga "de verlossing", voor ons Katho-
    lieken kan die inwendige vrijheid er veel toe bijdragen om ons
    Kristelijk ideaal te bevorderen).Het is mij ook een grote vreug-
    de te vernemen dat uw Yoga-groep onafhankelijk is van India-
    se Swamis, waaronder er velen enkel rijke inkomsten beogen,
    en anderen er een missionaris werk van maken voor het Hin-
    douismus zoals ge zegt, met "mantras"en "dikshas"hoofdza-
    kelijk op Vedanta achtergrond , die pantheistisch is...veel min-
    der waard dan de theistische Patañjala-yoga ). Iedereen die
    zijn Katholieke Godsdienst waardeert zou ik met druk aan-
    raden om op hun hoede te zijn tegenover die Swami's..
    gewoonlijk eindigt hun naam met "anand" (= vreugde) -die
    hier in India dikwijls rijkelijk leven.
    (.nota van mij : Koelman geeft geen verdere uitleg, maar ik
    denk dat hij hier Bagwan Rajneeshen de weelderige Ashram
    bedoeld, die eveneens in Poona gevestigd was ).
    Zelfs de boeken of vertalingen uit het Sanskriet door die
    Swamis uitgegeven zijn niet getrouw aan de Patañjala-yoga:
    het is een vervalste voorstelling en een mengsel van verschil-
    lende Hindoese opvattingen te samen met hun persoonlijke
    gedachten.Yoga heeft zeker beter ingezien dan onze Wester-
    se wijsbegeerteengeest-leer de nauwe betrekkingen en we-
    derzijdse invloed tussen geest en lichaam. Alhoewel ziele-
    leven hoofdzakelijk onstoffelijk is, mag men het stoffelijke
    toch niet zo verdrukken alsof de ziel er geen weerslag van
    heeft;de"psycho-somatische " betrekkingen werden door
    de Yoga beter ingestudeerd, alhoewel ons Katholiek geloof
    (zeker de geestlijke en mystieke schrijvers) die onderlinge in-
    vloed nooit hebben betwijfeld, maar toch genoegzaam heb-
    ben ingegaan en uitgelegd.Wat nu uw yoga-kring betreft en
    de aanvraag om U op te leiden in een dieper begrip van de
    yoga-stellingen en haar metaphyzieke onderbouw, namelijk
    de Samkhya -philosofie, wel.... U zult wel verstaan dat
    dit doorbriefwisseling niet kan geschieden ; dat zou te veel
    tijd vergen, en het zou verklaringen en terechtwijzingen en
    vruchtbare gedachten onmogelijk maken.Voor zo iets moet
    de specialist ter plaatse zijn en moet men ononderbroken
    het gehele systeem kunnen voorstellen met een goede mate
    inspanning. Kunt U in België geen Nederlandse of Franse
    vertaling vinden van Patañjali's aphorismen ? Met drie wer-
    ken kunt U al het noodzakelijke leren:
    1. de Sutra's van Patañjali.
    2. het kommentaar van Vyäsa, met naam " Bhashya".
    3. het kommentaar van Vachaspati Mishra, met naam
    "Tattvavaisharadi".
    In 't Engels bestaat er het boek vanJ/H WOODS"TheYoga
    System of Patañjnali",Harvard University Press (eerste uit-
    gave 1927 ), waarin die drie bovenvermelde werken in '
    't Engels zijn vertaald met bewonderingswaardige getrouw-
    heid.Het zou mij waarschijnlijk zeer moeilijk zijn die yoga-
    leer in't Vlaams uit te leggen en te verwoorden...na 43 jaren
    uit Belgie weg te zijn geweest (éénmaal keerde ik naarBelgie
    terug 3 maanden) en enkel Indiase talen of Engels te hebben
    gebruikt is het Vlaams van mijn kinderjaren (en geen ABN
    hoor !) zeer verroest geraakt, dat verstaat ge wel. Nooit zou
    ik  het gedurfd  heben mijn boek in 't Nederlands te schrij-
    ven. Ik ben bereid af en toe een uitleg te geven op bepaalde
    punten of sommigemoeilijkheden op te lossen ; meer kan ik
    U niet beloven. Genegen en hoogachtend, G.Koelman.

    Dit was de kennismaking met de Jesuïte pater G.Koelman !
    De briefwisseling zou stand houden tot kort voor zijn dood
    in 1991. Zijn 53 brieven die mij en Halâsana de Yoga van
    Patañjali verklaard hebben, zijn van onschatbare waarde .

    14-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    16-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vertaling Boek. Toelating en voorwaarden.
    -9--
                Vertaling boek - Voorwaarden.


    Deze eerste brief  van  G.M.Koelman was  in elk geval een
    welkome aanmoediging om de ingeslagen weg op het yoga-
    pad  voort  te zetten, zij het dan zonder rechtstreekse Guru.
    De aanbevolen werken in  het boek  van J.H.Woods ,"The
    Yoga system of  Patañjäli" , werden vlug  gevonden  in  de   
     boekenstand  waar  ik Koelman's boek had aangetroffen.
    Wonderbaarlijk had  ik  minder moeite met het Engels van 
    deze  auteur, dan  met  het 'Koelman- Engels' ! Ik heb dit
     trouwens aan G.M.Koelman  medegedeeld toen we later
    zijn boek vertaalden . Hij  reageerde daarop reeds, in zijn
    tweede brief , maar daarover straks.We hadden dus reeds
    een klare en aanvaardbare uitleg  over de Sutra's, en geva-
    rieerd commentaar  van twee vooraanstaande kenners die
    naar ons gevoel ook objectieve uitleg gaven. Toch liet het
    boek "Koelman" mij niet los en langzaam groeide opnieuw
    een sterk verlangen naar een vertaling. Het zou toch tegen
    het einde van  het jaar 1976 lopen  toen  mijn voorstel om
    een vertaling van Het Boek te maken , aan mijn medewer-
     kers bekend maakte. Spontaan kreeg ik de medewerking
    toegezegd van twee dames die trouwens later eveneens het
    diploma  van Yogacharya  zouden bekomen via mijn oplei-
    dingsschool. Het  waren : Karen  Plougheld , een  Deense, 
    wonende in Aardenburg (Nederland)en Greny Van Rijssel 
    uit Adegem , deelgemeente van Maldegem. Zij hebben gans
    het verhaal van de vertaling en de verwikkelingen die er me-
    de gepaard  gingen,  meegemaakt  tot aan de  uitgave in het
    het voorjaar van 1985. Zonder  de toelating  echter van de
    auteur zouden wij het boek niet kunnen vertalen noch uitge-
    ven  en daarom vertrok er op 12 november 1976 een brief 
    naar India , naar het aangegeven adres in het boek , met de
    vraag en eventuele voorwaarden tot vertalen. 
    Zonder antwoord  af  te wachten  gingen  wij aan  het werk.
    Ik had daarbij het lumineus plan om gaandeweg de vertaling
    een synthese  te maken met  genummerde zinnen per hoofd-
    stuk ingedeeld. Het werd a.h.w.een beknopte weergave van
    soms lange uiteenzettingen, eenvoudiger om er bij  het lesge-
    ven naar te verwijzen.Later is gebleken dat dit een zeer goed
    gedacht was toen we ook deYoga-sutra's uitgegeven hebben 
    met Koelman.Het jaar was bijna ten einde en we hadden nog
    geen antwoord gekregen uit India. Dit verontrustte ons enigs-
    zins wel en  er werd  op 21 november 1977 beleefd weg om
    een antwoord gevraagd. Lang bleef dit niet uit. Ik ontving een
    een brief  (nr.2) gedateerd op 5 december 1977.
    Koelman schrijft mij :
    " Ik haast mij uw brief van 21 november te antwoorden. Uw
      vorige brief van 12 november 1976 heb ik goed  en op tijd
      ontvangen ; mijn antwoord daarop heb ik hier verstuurd op 
      12 januari .Ik zelf verwachtte een antwoord van uwen't we-
      ge aangaande de voorwaarden die ik in mijn brief had neer-
      gelegd. Langs beide kanten hebben wij dus gewacht  !
      Ik wil U en uw meewerkers hartelijk danken voor de verta-
      ling in't nederlands die nu omtrent voltooid is. Ik herhaal om-
      trent woord voor woord wat ik in de brief van 2 jan.'77 had
      geschreven.Mijn eerste reaktie op uw voorstel was natuurlijk
      een van verheugenis. 't Doet altijd deugd te vernemen dat an-
      deren ons werk waarderen, en wel zodanig dat zij een  verta-
      ling  verlangen en er aan aan 't werken zijn . U hebt goed ge-
     oordeeld: mijn Grieks-Latijnse vroegere opleiding is zeer blijk-
      baar. Indien ik dat werk nu ondernam, zou  ik  zelf  ,in plaats
      van onderdanige bijzinnen  in  een lange volzin te verwerken
      beknopte volzinnen aaneen schakelen. Dat U dus dikwijls de
      oorspronkelijke zinnen  moet opbreken in kortere zinnen, en 
      die  met  bijwoorden  moet  verbinden spreekt van zelfs.
      U  vermeldt een "samenvattende weergave, opgesteld op de
      nanier  zoals de sutras zijn geschreven ". Ik weet  niet of  het
      uw  bedoeling  is , die "weergave" te laten drukken  als aan-
      hangsel aan mijn werk.Dat kan nuttig zijn.Ook een vertaling
     van de eigen sutras  van Patañjali achteraan  aan het boek
     bijgevoegd heeft ook zijn voordelen .Maar ik dring erop aan
     dat  die twee aanhangsels duidelijk moeten vermeld worden
     als aanhangsels  van de vertaler. Die twee texten zou ik ook
     eerst willen  goedkeuren. Het kan immers gebeuren  dat de
     sutras fijne schakeringen vertonen die in sommige reeds be-
     staande vertalingen afwezig zijn; De sutras  moeten stipt ge-
     trouw blijven aan Patañjali's gedachtenstroom , en de tech-
     nische woorden  ervan moeten overeenkomen  met  de uit-
     drukkingen die ik , na lang en diep nadenken, in mijn werk
     heb gebruikt; zonder deze overeenstemming van technische
     woorden ontstaat er verwarring.
     Ik ga dus gans't akkoord met uw onderneming van een ver-
     taling. Maar  een vertaling  van een wetenschappelijk  werk
     moet natuurlijk een volledige weergave zijn van het oorspron-
     kelijk werk, zonder verkortingen en zonder bijvoegsels in de
     text (uitgezonderd een eventuele voetnota  met de vermelding
     vermelding dat  die  van de vertaler is). De Sanskriete texten
     zijn voor de specialisten zeer belangrijk ; die moeten dus ook 
     voorkomen  in  het  vertaalde werk. De vertaling die U voor-
    bereid  zal ik dus hoegenaamd  niet afwijzen; in tegendeel, ik
    wil U  flink aanmoedigen en  zal er  U zeer dankbaar om zijn.
    Om de manuscripten mij te doen geworden zoudt U u in be-
    trekking  moeten stellen  met onze Missie-Prokuur in Brussel.
    Ik geef U dus de toelating mijn boek "Patañjala Yoga" in
    't Nederlands te vertalen, onder de volgende voorwaarden  :
     1.   Getrouwe en ononderbroken  vertaling  van  het ganse 
           boek, met  het herdrukken van alle voetnotas, ook van
           de Sanskriete aangehaalde bron-texten.
     2.   U moogt natuurlijk een vertaler's inleiding geven. Ook
           moogt U er een of twee aanhangsels op't einde bijvoe-
           gen; met de vermelding dat dezede uwen zijn.
     3.   De ganse Nederlandse text moet mijn goedkeuring be-
           komen.
     4.   Een percent op de verkoopprijs  ( in 't Frans  "droits
           d'auteur ")  komt mij ook toe. Voor gespecializeerde 
           wetenschappelijke werken  is dat,geloof ik, 20 %. "

     Wij wisten aldus wat er ons te doen en te laten stond

    16-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.10de verjaardag Halâsana

    -8- 

                        10de verjaardag Halâsana.

    Er doet zich een kortsluiting voor in de briefwisseling !
    De brief van12 januari1977 waarin ons officieel de toelating
    gegeven werd om het boek te vertalen heb ik nooit ontvan-.
    gen.De brief van 5december 1977 waarin hij de toelating en
    de voorwaarden woordelijk herhaalde was wel toegekomen,
    maar wevonden het niet nodig daarop nog te antwoorden.
    We zouden rustig verder vertalen en dan , zoals gevraagd
    een gans pak opsturen per luchtpost. We hadden echter bui-
    ten zijn zorgen gerekend want plots kwam er een brief van
    20/02/78, waarin te lezen stond dat hij na twee maanden
    wachten vreesde dat ook zijn brief van 5december1977 niet
    zou zijn toegekomen. Hij gaf wat bedenkingen omtrent moge-
    lijke diefstal :" Het gebeurt wel eens hier dat lagere postbe-
    ambten de postzegels van een brief voor't buitenland afscheu-
    ren om ze dan terug te verkopen (en de brief dan vernielen);
    de waarde van die postzegels is de helft van hun dagelijkse
    wedde !Om dit te vermijden schrijf ik U ditmaal ( en nadien
    meestal) een gewoon " luchtblad "; ik moet dus tamelijk kort
    zijn..." Ik heb op 1 maart daarop , onmiddellijk een gerusstel-
    lende brief gestuurd zeggende dat zeer binnen kort alles wat
    we gedurende die ongeveer 15 maanden vertaal- en synthe-
    sewerk verwezenlijkt hadden,bij hem zou toekomen. Dit om-
    vatte : het Voorwoord , de Bibliografie, De inleiding en de
    hoofdstukken I tot en met VIII , in totaal 224 paginas zwaar
    Koelman-Engels . Er bleven er nog 56 over waarvan een
    zeer uitgebreide analytische woordenlijst van 20 bladzijden .
    De voetnotas waren daar niet bij, aangezien de meeste daar-
    van getranslitereerde teksten waren uit het Sanskriet of aan-
    halingen uit Engelse en anderstalige werken uit de voornoem-
    de bibliografie en wij niet wisten of dit ook voor vertaling in
    aanmerking kwam. Ons plan was wel, alle voetnotas samen
    te brengen op het einde van elk hoofdstuk ipv onderaan elke
    bladzijde . Koelman vond dat prima, en beter dan in zijn oor-
    spronkelijk werk, zeggende :" ...zo zal de gewone lezer die
    de bewijskrachtvan sommige uiteenzettingen niet wenst te
    lezen toch de ware inhoudkennen, waar de gespecialiseer-
    de lezer deze afzonderlijk kan nagaan, en mijn beweringen
    kan controleren met originele teksten".De door ons gemaakte
    vertaling werd door pater Koelman grondig op kde korrel ge-
    nomen.Hij verbeterde of verduidelijkte onze tekst waar nodig
    Hij drukte er vooral op dat hij als auteur vooral de nadruk wil-
    de leggen op het feit dat de taal van de filosofie, want dat is
    het uiteindelijk , soms moeilijk te vatten is in gewone uitdruk-
    kingen . Voor ons was dit van onschatbare waarde en het gaf
    ons de zekerheid dat zijn correcties de nederlandstalige uitgave
    voor 100%gelijkwaardig zou maken aan de originele engelsta-
    lige tekst. De gedachtengang van deauteur issoms veelmeer
    waard dan een woordelijke vertaling van zijn teks . Hij was
    in zijn ijver om ons te helpen zelfs bereid alle voetnotas te her-
    tijpen en zelf te vertalen indien nodig , omdat : " ... zeinde
    Engelseuitgave toch zo klein(gedrukt) zijn, dat de letterzetters
    velen ervan niet zouden zien." Een overbodig voorstel natuur-
    lijk want letterzetters zouden er zeker niet aan te pas komen
    aangzien alles fotografisch klaar en duidelijk zou overgenomen
    worden .Het heen en weer sturen van de na- te- ziene teksten
    duurde nog tot begin mei 1980. De volledige en goedgekeur-
    de vertaling van HET BOEK was toen in onze handen. Er
    diende uitgekeken naar een uitgever, maar daarzullen we het
    in een volgende bijdrage over hebben.

    DE VERJAARDAG - Halâsana 10 jaar !
    Er werden allerlei schikkingen getroffen om deze verjaardag
    op gepastewijze te vieren. Behalve de leden en hun familie
    werden ookandereyogaleraars en het bestuur van de B.Y.
    F. uitgenodigd. Ook de gemeentelijke overheid en een af-
    vaardiging van de Nederlandse federatie waren op het offi-
    cieel gedeelte van de viering aanwezig.
    Hier de uitnodiging .
    Op zaterdag 27 mei 1978 herdenkt de Yogavereniging
    HALÂSANA de tiende verjaardag van haar stichting.
    Te dezer gelegenheid wordt een akademische zitting ge-
    houden in de raadzaal vanhet gemeenbtehuis Maldegem
    Centrum. Aanvang 17.30 uur.De leden en het bestuur
    van Halâsana zouden hetzeer op prijs stellen U persoon-
    lijk op deze plechtigheid te mogen begroeten.
    Programma :
    - Verwelkoming.
    - Toespraak"Tien jaar Haläsana"door de stichterW.Ingels.
    -Toespraak "Yoga en Kultuur te Maldegem" door de
    Voorzitter van de Kultuurraad. Dhr. R. Michiels.
    - Toespraak "Uitwerking van de yoga-houdingen op de
    gezondheids toestand van het lichaam" door gastspreker
    Dr. J.W. Nijholt, fysio- en Yoga- therapeut, Stichting
    Yoga-Nederland.
    -Receptie.
    's Avonds stond een verjaardag-dîner op het programma ,
    opgediendin het gasthofDe Roode Leeuw, te Aardenburg.

    Over deze viering werd erin de pers uitvoerig geschreven.
    Op 31 mei 1978 verscheen volgend artikel:
    YOGA HALASANA vierde haar tienjarig bestaan.
    MALDEGEM. De Halâsana-leden uit Maldegem en omlig-
    gende vierden met fierheid het 10-jarig bestaan van hun yoga-
    club meteen academische zitting in raadzaal van het Malde-
    gems gemeentehuis.Deze zitting werd bijgewoond door schepe-
    nen en gemeenteraadsleden, de beheerraad van de gemeente-
    lijke culturele raad , Het Halâsana bestuur met Wilfried Ingels,
    Karen Plougheld, Pol de Bruycker, Ronny Mariman, Greny
    Van Rijssel en Willy Verschoore. Eregasten waren Mevr.Van
    Peteghem van de Belgische yoga-federatie en Dr. Nijholt J.W.
    van de Stichting Yoga-Nederland .
    Na het welkomstwoord van voorzitter Wilfried Ingels(Malde-
    gem) hoorden we van de stichter van Yoga-Haläsana een
    korte historische schets met anecdotes, geput uit de jaarver-
    slagen van Halâsana.


    img406/9862/scannenjpg10jarighalqs9.jpg


    BEGRIP.
    Op 10 april 1968 werd van wal gestoken met yoga als even-
    wichts gezondheidsharmonie-en vrede-oefeningen met 5 men-
    sen, waarvan er nog twee op dit lustrum werden begroet. De
    stichting ging gepaard met de nodige ruchtbaarheid door arti-
    kels in het plaatselijk weekblad.Gestart in het jeugdhuis werd
    gestreefd naar een eigen lokaal,dat men vond op een opgekal-
    afaterdehooizolder van een gebouw van het rustoord. In1969
    kwam de doorbraak met Yoga-lessen ook te Eeklo enover
    de Nederlandse grens. Sedert 1974-1975 is Yoga-Halâsana
    een begrip geworden . De H. Michiels, voorzitter van de cultu-
    rele raad schetste het meeleven van Yoga Halâsana in het
    Maldegemse volksleven en stelde Halâsana voor als het mid-
    del om weer "zichzelf"te zijn. Schepen De Jaeger (jeugd en
    cultuur)dankte om het gepresteerde gedurende die tien jaren
    ten bate van de bevolkingen overhandigdeherinneringste-
    gels aan de bestuursleden en eregasten. De feestrede kwam
    van dr. NIJHOLT. Hij stelde Yoga universeel en populair,
    waarbij de gespannen mens een punt zoekt om tot rust te
    komen Een levenstechniek in lengte en breedte, maar ook in
    de diepte Het schenken van de erewijn bracht hoopvolle
    woorden in dezaal voor verdere groei en bloei vanYoga
    Halâsana Maldegem

    Op woensdag7 juni 1978.
    Halâsana bracht 10 jaar Yoga mee voor Maldegem.
    Maldegem. Halâsana vierde het 10-jarig bestaan van de
    yoga-vereniging met een stijlvolle receptie in de raadzaal van
    het gemeentehuis, een feestelijk banket en een wandeltocht
    in het Drongengoed. Op de akademische zitting belichtte
    Dr.Nijholt van de Nederlandse Yogastichting het universeel
    karakter van Yoga.Richard Michiels, voorzitter van de
    culturele raadlegde het aksent op de intensieve werkingvan
    de vereniging in de afgelopen 10 jaar heeft geëxposeerd.
    Hierbij wees Michiels op de medewerking van Halâsana aan
    talrijke kulturele manifestaties in het raam van de jaarlijkse
    kulturele week te Maldegem . Een flits uit het rijk arsenaal
    dia- en filmavonden, yoga-demonstraties, gespreksavonden
    over de eeuwenoude filosofie achter de yoga, laat vermoe-
    den dat Halâsana ook op kultureel gebied heel wat te bieden
    heeft. In het retrospektief beeld van 10 jaar Haläsana dat
    Wilfried Ingels ,stichter en voorzitter van de yoga-vereniging
    ophing, kon dit vermoeden enkel maar versterken.Halâsana
    letterlijk vertaald "de ploeg" trok de eerste voren op de yoga
    -akkerop 16 april1968 . Tot eind1969 vonden de yoga
    -beoefenaars een onderkomen in de Doomzaal van het
    Jeugdhuis. De stijgende belangstelling te Maldegem en de
    groeiende toeloop uit de grensgemeenten leidde in 1969 tot
    de definitieve doorbraak .Er kwam een tweede lesgever en
    een grotere spreiding in de lessen...en een eigen lokaal. De
    toenmalige KOO stelde een hooizolder beschikbaar in het
    rustoord. Vrijwilligers timmerden 140 lange werkuren , er
    ging een subsiedieaanvraag naar het gemeentebestuur en
    " de fakirs van de zolder "kregen het voor mekaar.
    Tijdens de open deur bij het eerste lustrum in 1973
    prezenteerde Halâsana een volwaardig yogalokaal met ge-
    luiddempende matten , frisgekalkte muren versierd met het
    Halâsana-embleem en een bibiotheekmet 130 boeken
    en tijdschriften over de filosofische achtergrond van de
    yoga . Hetzelfde jaar sloot de vereniging aan bij de kultu-
    rele raad.
    EVOLUTIE.
    In 1974 en 1975 ging het niet voor de wind. Depaarden
    aan de ploeg begonnen in verschillende richtingen te trekken
    en in minder dan twee jaar verlieten vier vaste medewerkers
    het Halâsanateam . Van de vijf mensen die tien jaar geleden
    aan de wieg stonden zijn er momenteel nog twee over .
    Het ledenaantal daarentegengroeideboven de 100 en daar-
    naast heeft Halâsana een bloeiende nevenafdeling in Biervliet
    (N) met 60 aktieve yoga-beoefenaars.
    Dr. Nijholt fysio- en yoga-terapeut ,belichtte in zijn gelegen-
    heidstoespraak het universeel karakter van de yoga en de
    funktie van deyogatechnieken op de harmonische opbouw
    van lichaam en geest . Hierbijwees hij op de wisselwerking
    die ontstaat tussen de leraar en de yoga-beoefenaar.Wie tien
    jaar Halâsana intens heeft meegeleefd is geestelijk gegroeid
    naar een diepmenselijke persoonlijkheidmeteen warm hart
    en een helder hoofd, aldus Nijholt die besloot met het gedicht
    " Als de ziele luistert " van ons aller Guido Gezelle.
    Als dank aan de man die helemaal uit Amelo was gekomen
    om de viering luister bij te zetten, overhandigde WilfriedIngels
    een proefschrift overPatañjala-yoga door Ingels uit het Engels
    vertaald , naareen werk van Koelman. SchepenDe Jaeger
    zwaaide het wierookvat voor de fakirs van de hooizolder en
    reikte herinneringstegels uit. En om het hoofd helder te houden
    werd de receptieafgerondmet heerlijk koel tomatensap en
    onschadelijk druivensap.

    (moeilijkheden 1974-1975, zie -5-Wel en wee van Halâsana).

    16-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    17-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Synthese
    -10-
                              De Synthese.

    Na de viering van het tienjarig bestaan van Halâsana,
    hervatten de gewone activiteiten. Zoals in de toespraak van
    de voorzitter van de kulturele raad werd vermeld, werden er
    af en toe andere manifestaties op de dagorde geplaatst .
    Die waren dan toegankelijk voor alle geïnteresseerden , ook
    niet leden.Ter illustratie daarvan laat ik hier een voorbeeld
    volgen : het persknipsel komt uit het plaatselijk weekblad

    YOGA.Haläsana - Maldegem.    1978.

    Traditiegetrouw zal er op zondag 12 november a.s.een bijeen-
    komst gehouden worden op de zolder (Mevr.Courtmanslaan ).
    Begin stipt om 14 u.. Einde voorzien op 17.30 u.
    Als bijdrage aan de culturele verheffing en de algemene ontwik-
    keling van de yoga-beoefenaars hebben wij voor het jaar 1978
    een uitzonderlijke voordracht over ons eigen erfgoed :
    "Oud-Europese Myten en enkele aspecten van hun ontwikke-
    ling tijdensde vôôr-Christelijke beschaving van de Europese
    volkeren".Voordrachtgeverde heer Rik van de Rostijne (licen-
    ciaat geschiedenis en leraar moraal aan het Kon. Atheneum
    te Maldegem ) zal ons gedurende ruim 2 uur onderhouden
    over dit onderwerp en talrijke dia's ter illustratie vertonen.
    Alle leden van Halâsana , en ook hun vrienden belangstellen-
    den, worden vriendelijk uitgenodigd om deze namiddag vrij
    te houden. Iedereen is welkom . De leden van Halâsana mo-
    gen deze bijeenkomst gratis bijwonen.
    De niet-leden betalen een bijdrage van 40 fr.

    Eind november laat Koelman mij weten : "Het kan U
    misschien interesseren dat ik onlangs een brief ontvangen heb
    van een franse firma :"Editions du Seuil" in Parijs. Ze hebben
    mij een exemplaar gevraagd om te zien of een franse uitgave
    het frans publiek zou kunnen aanstaan . Mogelijk komt er dus
    ook een franse uitgave : een priester die hier bij mij geweest is
    gedurende zijn bezoek in India, en die Engels kent, zou dan
    voor de vertaling zorgen; feitelijk is hij het die bij die uitgevers
    er op aangedrongen heeft want hij heeft ook veel te doen met
    yoga. "
    Ik heb nooit de naam van deze priester gevraagd maar ik ver-
    moed dat het om Déchanet gaat ,waarvan wij ook een paar
    boeken in de bibliotheekhadden o.a." De weg der Stilte" en
    "Yoga in tien lessen ". Twee jaar later, toen ik aan Koelman
    vroeg hoe het met de franstalige uitgave stond liet hij mij weten:
    (13 april 1982) "De uitgevers die het boek gestudeerd hebben,
    waren vol lof voor de wetenschappelijke waarde van het
    boek , maar achtten dat het geen boek was voor het gewoon
    publiek; de echt geïnteresseerden die de fijnheden van Yoga
    wilden kennen zouden wellicht genoeg Engels kennen om de
    Engelstalige uitgave te lezen. En zo..., is dat ook in 't water ge-
    vallen . Ik twijfel er erg aan dat het boek in andere talen zal
    vertaald worden, het is te gespecialiseerd en kan enkel specia-
    listen aantrekken . Hier in India is het boek omtrent in alle uni-
    versiteiten voorgeschreven verplichtende lectuur voor de graad
    in filosofie. Ook in vele landen waar de voertaal Engels is,
    wordt het boek aangegeven als " Het meesterboek" , als het
    meest gezaghebbend . Dat is zo in Amerika , in Engeland
    enz...Ge noemt in uw brief Georg Feuerstein .Die is leraar aan
    de universiteit van Manchester in Engeland. Drie of vier jaar
    geleden schreef hij mij om zijn dank uit te drukken na het le-
    zen van mijn boek . Hij vroeg mij dan of ik erin zou toestem-
    men mijn naam in te sluiten in een soort ere-raad van deYoga
    -vereniging die hij heeft gesticht .Ik heb daarin niet toegestemd.
    Onlangs nog in een Amerikaans tijdschrift zegde de auteur "op
    gebied van zuivere Patañjala-yoga is deze yoga-studie zelfs
    beter dan die van M. Eliade en J.W. Hauer . Het is een 'must'
    voor de verdere serieuze studie van "Yoga" .

    Wat ben ik ver afgeweken van de Synthese die thans aan de
    gespecialiseerde controle van Koelman werd onderworpen.
    In april 1979 komt eindelijk de Synthese van het boek terug
    uit India, samen met een voorwoord Hij laat eveneens weten ,
    maar dat voor wat later,dat hij voor een nauwkeurige en klare
    vertaling van de Sutra's zal zorgen uit de oorspronkelijke
    Sanskrietteksten.
    Het zou moeilijk anders gekund hebben, maar ook in de ver-
    sie van deze samenvattende Synthese heeft hij hier en daar de
    nodige verbeteringen of wijzigingen aangebracht.Hij drukt
    zich als volgt uit " Ik heb me zelfs veroorloofd hier en daar
    een klein zinnetje bij te voegen.Ik, als auteur, kon zo iets doen
    omdat voor mij de gedachten zeer klaar zijn; voor U zou dat
    moeilijk geweest zijn . Ik had ook de indruk dat uw vertaling
    soms te letterlijk was; ja ik versta, gij durfdet zulke vrijheid
    niet hebben om mijn gedachten niet te verraden ".

    Tijdens de zomer van 1979 werd de Synthese gedrukt in een
    bestuursdrukkerij waar een van onze bestuursleden werkzaam
    was. De tekst is het werk van mijn vrouw, Dora Eeckhout,
    getypt op een bladspiegel van 12 op19 cm, en en telt 96 blad-
    zijden.Op de omslag staat aangegeven :

    een synthese van de yoga-filosofie.Wom Ingels.

    img266/9659/scannenjpgsynthesebeeldww9.jpg

    Het voorwoord van Koelman  mag hier niet  ontbreken.
    Ik laat het dan ook integraal volgen, omdat het tevens
    zijn universitaire status vermeldt.
    "In het Westen is er tegenwoordig  grote interesse voor het
    Oosterse geestesleven  in het algemeen , 
     algemeen , en
    voor de yoga in het bijzonder.
    Niet iedereen heeft de tijd of de belangstelling
    om filosofische werken te lezen.De " Synthese" die voor han-
    den is , wil de lezer een goed inzicht geven in de yoga , zon-
    der zijn weg te verliezen in de kronkelpaadjes van tekstinter-
    pretaties ,theoretische beschouwingen , abstracte redenerin-
    gen en allerhande zuiver wetenschappelijke details.
    Deze "notas" omvatten de kerngedachten van mijn boek :
    "Patañjala-Yoga from related ego to Absolute Self".
    De heer W.Ingels heeft voor een Nederlandse vertaling van
    dat boek gezorgd.Hij heeft ook deze losse uittreksels en aan-
    merkingen aaneengeregen , om aan de Nederlandse lezer het
    essentiële van de yoga-leer voor te leggen , los van zuiver we-
    tenschappelijk materieel.(Nederlandse lezer:hij bedoelt"de ne-
    derlandstalige...) Aangezien deze aanmerkingen zeer beknopt
    zijn, zal bijkomende uitleg dikwijls nodig zijn ; deze kan men
    zonder veel moeite vinden in het basisboek of kan gegeven
    worden door iemand die de yoga-leer goed kent .
    Zoals het geval is met de vertaling van het basisboek , heb ik
    persoonlijk ook deze "notas" nauwkeurig gelezen en de nodi-
    ge wijzigingen aangebracht . Deze "notas" stemmen dus over-
    een met de gedachten die ik breedvoerig in het basisboek
    uiteengezet heb.Wij zijn de heer W.Ingels en zijn medewer-
    kers grote dankbaarheid schuldig voor het ontwerpen van
    deze klare "synthese" . Wij hopen dat ze vele liefhebbers zal
    voorthelpen in hun belang voor de Yoga, en hen zal beschut-
    ten tegen de veelvuldige ontaardingen die in het Westen
    "verkocht" worden".
    G.M.Koelman
    Jñana Deepa Vidyapeeth
    Pune - 411 04 India.
    In zijn brief Nr19 vind ik deze verklaring :
    " Jñana Deepa Vidyapeeth" is de naam van onze Katholieke
    Universiteit , die de oude naam "Pontifical Athenaeum " ver-
    vangt . De betekenis ervan is "Wijsheidslicht Universiteit ".
    Papal Seminary ( is enkel de residentie : verblijfplaats ).

    in de volgende bijdrage meer geschiedenis van het werkjaar
    1979.
    Hieronder een passage uit het boek ' Yoga in 10 lessen' van
    Déchanet J.M. hierboven vermeld, die bij Koelman op be-
    zoek was. Genoteerd in mijn notaboekje 1968.
    >Hoe zal de yoga-beoefenaar de yoga-houdingen
    uitvoeren ?
    Waar het voor de yoga-beoefenaar in de eerste plaats op aan-
    komt is de houding.Hij tracht die nauwkeurigte verwezenlijken
    zonder heftigheid.Maar of hij de beweging die naar de houding
    moet leiden zo uitvoert dat ze een fraai schouwspel oplevert,
    boezemt hem geen belang in. Hij concentreert zijn aandacht op
    de werkende spieren en vervolgens, wanneer de houding be-
    reikt is, ontspant hij zich, hij laat zich gaan en laat op die manier
    de toestand van ontspannendheid even voortduren. Hij bereikt
    dit resultaat niet ineens. Dit is niet van belang.Eens zal jij het
    wel bereiken, dat weet hij. Hij zal natuurlijkerwijze zo ver ko-
    men.Intussen doet hij veeleerzijn best omuit zijn geest iedere
    zorg, elke vorm van spanning , alles wat de ontspanning vanzijn
    geest en van zijn spieren zou kunnen hinderen , te verwijderen.
    Als hij vindt dat hij een beweging slecht heeft uitgevoerd zal hij
    niet opnieuw beginnen en hij zal zich niet bezorgd maken over
    de verbetering van zijn houding .Om het nog duidelijker te zeg-
    gen , hij weet dat de verbetering van zelf zal komen omdat
    de houdingen die de yoga het lichaam doet aannemen, (hoe
    zonderling ze de oningewijde ook mogen voorkomen), zo vol-
    komen natuurlijk zijn , en in overeenstemming met de natuur
    en door haar verlangd Geen beeld, geen symbool is meer
    toepasselijk op de yoga-beoefenaar dan dat van een bloem
    die kalm , zonder schijn van inspanning zich opent en zich
    ontplooit in de vredige rust van de morgen.

    TER VERANTWOORDING.
    De uitgave van de Synthese was voor Halâsana een "alles
    -of-niets "voor haar bestaan, in de eerste plaats tegenover
    de yoga-wereld in België , aangezien zij niet afhankelijk
    was, of niet in het leven geroepen onder de auspiciën van
    een of andere Indiase organisatie die de algemene zienswij-
    ze (filosofie) van de Vedantaleer vertegenwoordigde. In de
    tweede plaats tegenover de medewerkers en de talrijke le-
    den en sympatisanten die mij reeds gedurende meer dan
    tien jaar krediet gegeven hadden . In andere yoga-vereni-
    gingen kon men rekenen op een geloofwaardigheid die
    uit hun ontstaan zelf evident was, ook wat de erkenning
    van eventuele bekwaamheidsattesten door de Federatie
    betrof. Door het voorleggen van deze synthese en de talrij-
    ke tussenkomsten door mij of andere bestuursleden,tijdens
    algemene vergaderingen, werd deze geloofwaardigheid
    ook voor Halâsana een feit. Ze zou niet lang nadien even-
    eens de doorslag geven voor de erkenning vaneen op-
    leidingsschool voor yoga-leraars volgens dePatañjala
    - yoga, die de klassiekeyoga wilde uitdragen , op basis
    van de Yoga-Sutra zienswijze .

    De synthese werd a.h.w. naast het vertaalde boek, de op-
    luchting na al die jaren van geduldig wachten om uitein-
    delijk een vast standpunt te kunnen innemen.

    17-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    » Reageer (0)
    18-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verdere uitbreiding ,en handleiding voor lesgevers.
    -11-

     Verdere uitbreiding en handleiding voor de lesgevers.

    Het jaar 1979 was wel een zeer bewogen jaar . Ik onderging
    een dringende chirurgische ingreep die mij van begin sep-
    tember tot eind december zou uitschakelen . Zoals later uit
    het jaarverslag zal blijken, heeft dit op de normale werking
    van de vereniging geen merkbare invloed gehad.
    In het jaaroverzicht, opgesteld door Paul De Bruycker aan wie
    de algemene leiding voorlopig was toevertrouwd , lezen we dat
    er op dit ogenblik 50vaste leden waren en 5 medewerkers.Tel
    daarbij de mensen van de beginnerscursussen, dan kunnen wij
    stellen dat er jaarlijks een honderdtal mensen aktief yoga beoe-
    fenen op onze zolder.Er waren zoals op andere jaren op de zol-
    der twee beginnerscursussen, één aanvangend met de lente en
    één in de herfst. Er waren telkens meer dan 20 deelnemers .
    De cursus omvatte 15 lessen . Het lesgeven breidde ook uit
    naar Eeklo, Aalter , Biervliet en Aardenburg. Verder waren er
    op de zolder nog drie vaste avonden voor hen die reeds een
    beginnerscursus gevolgd hadden en lid waren van Halâsana.
    Ook was er gestart met een gespreksavond voor hen die
    wensten deel te nemen aan de werking, als aspirant-lesgever
    Het was eveneens noodzakelijk dat allen in dezelfde richting
    zouden blijven kijken , en daarom werd het nodig om samen
    bepaalde richtlijnen op te stellen. Ik was ondertussen ook be-
    gonnen met een algemene handleiding voor de yoga-leraars .
    Daarin werd niet enkel de praktijk maar ook de theorie om-
    trent de yoga-filosofie, samen met een historisch overzicht
    van het ontstaan en de ontwikkeling van yoga in 't algemeen
    voorgesteld .De thema's van deze gespreksavonden gingen
    tot dan toe over meditatie , voeding, prana en pranayama,
    en specifieke yoga-terminologie die noodzakelijk en van
    fundamenteel belang waren om de verdere theoretische uit-
    eenzettingen i.v.m. de yoga-därsana (zienswijze offilosofie)
    te kunnen begrijpen: nl. Prakrïti ( de materie ) en het begrip
    Guna dat in vele yoga-boeken als een hoedanigheid van
    Prakriti werd uitgelegd, terwijl het volgens Patañjäli de wer-
    kelijke bestaande Prakriti is.
    Te Aardenburg werd de eerste onderafdeling van Halâsana
    gesticht door onze medewerkster Karen. Haar oefenlokaal
    bevond zich op de ruime zolder van het statige burgershuis
    dat volgens het uithangbord boven de deur de naam droeg
    "Het Huis de PLOEG". Wie gelooft in toeval ?In werkelijk-
    heid was dit een historische gebeurtenis. De yoga-beoefe-
    naars uit de grensgemeenten hadden hun eigen oefenlokaal.
    Zij konden eveneens de bijeenkomsten te Maldegem bij-
    wonen indien zij dit wensten. Na Aardenburg kwam ook de
    uitbreiding naar Eeklo waar eveneens beginnerscursussen
    gegeven werden. Daarna was het de beurt aan Aalter.
    De zolder te Maldegem bleef ook open gedurende het groot
    verlof . Onze penningmeester R. Mariman was daarvan de
    initiatiefnemer, en met succes.Vanaf 9 september werd ik uit-
    geschakeld , maar alle activiteitenen planning voor een yoga
    -weekend te Cadzand (Nederland) bleef behouden.
    Mevr.G.Van Rijssel bracht de beginnerscursus op de zolder
    tot een goed einde, R.Mariman vervolledigde de lessenreeks
    te Eeklo en P. de Bruycker nam de algemene leiding op zich
    samen methet geplande weekend van 3 tot 4november in
    het Oecumenisch Vormingscentrum HEDENESSE.Alle me-
    dewerkers spanden zich in om de werking optimaal te hou-
    den. Er werd eveneens deelgenomen aan de algemene jaar-
    vergadering van deFederatie waar er toen sprake was van
    een splitsing in een Nederlandse- en een Franstalige-afde-
    ling.De uiteindelijksplitsing zou er slechts komen tegen het
    einde van 1980 . Als voorzitter van Halâsana zal ik in de-
    ze v.z.w. eveneens tot het dagelijks bestuur toegelaten
    worden , een welkome gelegenheid om dePatañjala-theo-
    rieen andere zaken voor te stellen.
    Tegen het einde van het jaar kon ik stilaan de activiteiten her-
    vatten.Ik had ondertussen reeds verder gewerkt aan de hand-
    leiding voor de lesgevers.Deze was ondertussen uitgegroeid
    tot een overzichtelijk yoga-boek waarin niet alleen de lessen
    werden uitgelegd. Het begon met een kort overzicht van de
    geschiedenis van Halâsana, het begin en de eerste jaren van
    zoeken en raadplegen.
    De "ontdekking" van G.M.KOELMAN , een omschrijving
    van de betekenis vande yoga ,een korte toelichtingover de
    verschillendetreden of fasen waaruit de Yoga bestaat :
    1°-het lichamelijk gedeelte, houdingen en technieken.
    2°- het etisch gedeeltewaar de denkfunctie aan bod komt.
    3°- het psychologisch gedeelte of het leegmakenvan de
    denkfunctie.
    4°- het metafysisch gedeelte met de zelfrealisatie waarover
    later uitgebreid in de filosofie wordt gesproken.
    Er komen dan enkele vragen zoals : hoe moet men de yoga
    benaderen ?, hoe zal men op de les verschijnen ? ( kledij-uit-
    rusting )- , voorzorgsmaatregelen enz..
    Op het einde van het boek dat 129 bladzijden telt, komen de
    afbeeldingen van de aan te leren houdingen
    Dit handboek voor de lesgevers wordt tot op heden nog ge-
    bruikt door hen die vanuit Haläsana Yogacharya werden.
    Dat mijn medewerkers tijdens mijn afwezigheidook zelf
    aan hun vervolmaking gewerkt hadden bewijst de deelname
    aan een Yoga-weekend .
    Karen Plougheld en Paul de Bruycker togen op weekend bij
    Rama Polderman, de bekende Nederlandse arts en yoga-
    therapeut, om hun yoga-bagage te verrijkenen nieuwe tech-
    nieken en inzichten aan te leren.Het was hen eveneens de
    bevestiging van hun eigen mogelijkheden .Paul zou trouwens
    voorzitter worden van Halâsana Eeklo, de yoga-vereniging
    die nu reeds sedert meer dan 20 jaar ononderbroken begin-
    nerscursussen inricht.

    KOELMAN de LICHAAMSHOUDINGEN(ÂSANA'S ).
    In "Handboek voor Yoga", een boekvan Georg Feuerstein,
    wordt Koelman 's boek vermeld bij de waardevolle studies
    van de klassieke Yoga. Over de lichaamshoudingen of âsana's
    is er niet veel bijzonders aan te treffen. Hij zegt wel dat de
    lichaamshoudingen of âsanas zeer belangrijk zijn, maar zelf
    geeft hij er geen verdere aanwijzingen over dan deze :"Vele
    lichaamshoudingen worden meestal beschreven in boeken
    over Hatha-yoga . Vele van deze houdingen hebben vooral
    de hygiëne als doel, en het voorkomen van ziekten. Andere
    zijn zuiver akrobatische toeren (hij heeft ze , naar ik verneem
    ook nooit zelf uitgeoerd ) Het pleit ten gunste van de Patäñ-
    jala-yoga, slechts deze houdingen aan te bevelen welke niet te
    veel inspanning vergen en toch de slaperigheid en vadsigheid
    tegen gaan. Loomheid en slonzigheid, toegeven aan gemak-
    zucht in de lichaamshoudingkunnen klaarblijkelijk de concen-
    tratie van het denkorgaan niet bevorderen.Aan de andere kant
    is een houding die te grote inspanning vereist niet geschikt
    voor een langdurende concentratie. Te veel spanning is niet
    alleen vermoeiend maar vereist zodanig veel aandacht , dat er
    voor de yogi maar weinig meer overblijft voor de concentratie"
    De houdingen in ons handboek voor beginners werden dus
    geput uit diverse yogahandboeken. Het zijn de meest gekende
    basishoudingen die voor beginners gemakkelijk aan te leren
    zijn. Zij leiden tot de vaste zithouding waar de beoefenaar
    moet toe komen om de verdere treden van de yoga-beoefe-
    ning te kunnen uitvoeren.

    In de volgende aflevering komen de Sutra's aan de beurt.

    18-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (3 Stemmen)
    » Reageer (0)
    19-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vertaling Yoga-sûtra van Patañjali.
    -12-
                  Vertaling van de sutra's.

    De kennis van de klassieke yoga is bijna volledig gebaseerd
    op de yoga-sutra van Patañjali. De yoga-sutra is in principe
    een systematische verhandeling over de betekenis van de
    yoga-theorie en de toepassing ervan. Ze werd naar alle waar-
    schijnlijkheid op schrift gesteld door een zekere Patañjali die
    leefde in de tweede eeuw V.C. .In zijn boek "Textbook of
    Yoga" ,schrijft de auteur Georg Feuerstein (hierboven reeds
    aangehaalde schrijver):" Het strekt Patañjali tot eer dat hij de
    yoga een homogeen denkstelsel heeft gegeven dat zich kon
    meten met de vele rivalen zoals de Vedanta, de Nyaya , en
    zeker met het Boedhisme."
    De yoga-sutra omvat 195 aforismen (ook sutra's genoemd).
    Dit zijn kernachtige zinnen die van buiten konden geleerd
    worden en op deze wijze zeer gemakkelijk mondeling wer-
    den doorgegeven. Het geheelwordt ingedeeld in vier hoofd-
    stukken of boeken nl.:
    1°Samadhi-pada (trede van concentratie of enstase),
    51 sutra's.
    2° Sadha-pada (trede van de actie), 55sutra's.
    3° Vibhuti-pada(trede vân de wonderbare gevolgen),
    55sutra's.
    4°Kaivalya-pada (trede van de isolatie) ,34sutra's.
    Deze bepalende omschrijving geeft ons een beeld van wat
    we ons over de Yoga-sutra moeten voorstellen.
    Over Patañjali is er niet veel met zekerheid geweten tenzij
    dat hij geboren werd te Gonarda , in het oosten van India.
    Een datum is niet bekend en zelfs de eeuw waarin hij geleefd
    heeft is niet met zekerheid gekend.Naaralle waarschijnlijk-
    heid is dit rond de2de of 3de eeuw V.C. Wat vast staat is
    het feit dat Patañjali algemeen aanzien wordt als de autori-
    teit op gebied van yoga. Dit betekent echter niet dat alle
    commentatoren die over de yoga-sutra hun commmentaren
    hebben geschreven, steeds trouw gebleven zijn aan de ziens-
    wijze diePatañjali erin weergegeven heeft.
    In vele gevallen worden er bijkomende uitleg of omschrijvin-
    gen gebruikt die afkomstig zijn uit andere leerstellingen.Wat
    echter nog meer tot nadenken stemt over de originaliteit van
    dergelijke commentaren is het feit dat er ook wel aforismen
    aan toegevoegd worden om hun eigen zienswijze in overeen-
    stemming te brengen met deze van Patañjali.
    De bijzonderste en meest betrouwbare commentatoren wer-
    den mij door Koelman reeds vanaf zijn eerste contact met
    Halâsana aanbevolen. Het zijn Vyasa en Vacäspati-Mishra
    waarvan de commentaren op meesterlijke wijze samenge-
    bracht zijn door H.Woods in zijn boek "The Yoga-system
    of Patañjali" Harvard University Press. Wat er ook kan ge-
    zegd worden over de vele vertalingen en commentaren die
    in het Westen de ronde doen ( wij hadden reeds lang deze-
    kerheid, gezien de grote verscheidenheid ) is, dat de eigen
    filosofie van de moderne auteurs op de voorgrond prijkt.
    Geen van allen hebben ons bij Halâsana kunnen overtui-
    gen van de volledige overeenstemming met de originele tek-
    sten . Door het werken aan de vertaling van het boek van
    Koelman , waarin herhaaldelijk gewezen wordt op de sutra
    -teksten , groeide de overtuiging dat we op goede weg
    waren en dat onze verklaringen en publicaties in niets
    dienden onder te doen tegenover deze van andere yoga
    -verenigingen .Onze vraag aan Koelman om een klare en
    duidelijke vertaling (al zou het in verroest Vlaams zijn !),
    zou ons nog meer geloofwaardigheid geven. Koelman
    bleek in werkelijkheid geen onbekende kenner in de yoga
    -wereld. De vertaling van desutra heeft ongeveer drie
    jaar in beslag genomen en talrijke brieven zijn van en naar
    India gevlogen vooralleerhet boek met de yoga-sutra van
    de drukker kwam.
    In het najaar van1977 had ik voorgesteld om bij de vertaling
    van het boekeen synthese en een vertaling van de sutra's toe
    te voegen. Er kwam vlug een antwoord. met de brief van 5
    december :"U vermeldt een samenvattende "weergave" van
    de synthese, op de manier waarop de sutra's zijn geschreven.
    Ik weet niet of het uw bedoeling is die "weergave" te laten
    drukken als aanhangsel aan mijn werk. Dat kan nuttig zijn.
    Ook een vertaling van de eigen sutra's van Patañjali achteraan
    aan het boek bijgevoegd heeft ook zijn voordelen . Maar ik
    dring erop aan dat die twee aanhangsels duidelijk moeten ver-
    meld worden als aanhangsels van de vertaler.Die twee texten
    zou ik eerst willen goedkeuren. Het kan immers gebeuren
    dat de sutra's fijne schakeringen vertonen die in sommige
    reeds bestaande vertalingen afwezig zijn . De sutra's moeten
    stipt getrouw blijven aan Patañjali's gedachtenstroom, en de
    technische woorden ervan moeten overeenstemmen met Pa-
    tañjali's gedachtengang die ik , na lang en diep nadenken, in
    mijn werk heb gebruikt; zonder deze overeenstemming van
    technische woorden ontstaat er verwarring".
    Het zou voor ons niet gemakkelijk zijn om een bestaande ver-
    taling uit een of ander boek over te nemen, aangezien hij dui-
    delijk te kennen gaf dat zijn goedkeuring een absolute voor-
    waarde zou worden .Welieten dit probleem voorlopig nog
    even rusten. Koelman had echter zelf een voorstel en halfweg
    1978 schreef hij :" De bestaande vertalingen van die sutra's
    staan mij hoegenaamd niet aan, en zeker niet de vertalingen
    door de Indiërs zelf gemaakt. Zelfs de vertaling van J.H.
    WOODS in de Harvard University Press in "Lanmann"- serie
    vind ik in menige plaatsen niet juist, en dikwijls zeer moeilijk
    te verstaan.Om zo dicht en beknopte teksten als de sutra's te
    vertalen, is het niet genoeg zeer goed Sanskriet te kennen
    (ik ben enkel een vonkske tegenover die grote zonnen van
    Sanskriet-specialisten), maar men moet de filosofie die in de
    sutra's zo gepersd samengevat is, zeer klaar voor ogen hou-
    den..., veel geleerden in de taal zijn povere filosofen." -Wij
    hadden nogmaals goede hoop, want dergelijke beweringen
    spreekt men zomaar niet uit. Het bleef echter ongeveer gedu-
    rende twee jaar stil. Er was immers werk genoeg met de syn-
    these . In zijn brief van15 juni 1979 kwam het goede nieuws:
    " Nu ben ik bezig met de vertaling uit het Sanskriet, van de
    sutra's van Patañjali zelf , het eerste boek is haast klaar.
    Nooit had ik gedacht dat het mij anderhalf jaar werk zou
    vragen, maar nu zullen de Nederlandse lezers de waarachtige
    yoga-leer te kennen krijgen...."
    Kort daarop kwam een brief van 8 juli 1979 (nr.15) :"Ik ben
    nog bezig met de vertaling van de sutra's , drie boeken zijn
    klaar, enkel het vierde blijft nog over. Die vertaling is van na-
    ture veel zwaarder , omdat de Sanskriete sutra's zo geweldig
    gecondenseerd zijn...met samenstelling (samensmelten) van
    woorden die moeilijk (en soms hoegenaamd niet) uitgedrukt
    kunnen worden in een vreemde taal. Langs de andere kant
    heb ik getracht zo dicht mogelijk bij de originele Sanskriete
    tekst te blijven, b.v. : dikwijls het naamwoord behouden waar
    men in 't Nederlands een werkwoord zou verwachten.Ik weet
    niet, of gij de bedoeling hebt deze sütra-vertaling ook op te
    poetsen Gij moogt het doen maar bewaar mijn vertaling zoveel
    mogelijk... zelfs indien de taal "zwaar" voorkomt ; vele woor-
    den staan tussen haakjes om de betekenis duidelijk te maken;
    in het Sanskriet wordt dat dikwijls weergegeven door speci-
    ale rangschikking van woorden of door grammatische verbui-
    gingstekens : de speciale manier om woorden aaneen te kop-
    pelen. Wat tussen haakjes staat is dus geen bijvoegsel van
    mij, maar wel de echte mening van de sutra."
    Opnieuw een brief (nr.16) , met het bericht dat de vertaling
    af is..."maardat ik mijn vertaling (dan natuurlijk in het Engels)
    met eenconfrater die goed Sanskriet kent wil bespreken en
    laten goedkeuren."
    Op 9 december , brief nr.17,: "Gisteren vertrok van hier een
    Duitse Pater die hier een tijdje verbleef ; deze avond neemt
    hij het vliegtuig naar Duitsland,vanwaar hij een pakje naar U
    zal sturen . Het gaat over de vertaling van de sutra's van Pa-
    tañjali Yoga. Dat is dus ook klaar. In het oppoetsen van deze
    vertaling zou ik U willen vragen zo weinig mogelijk te veran-
    deren , omdat ik nauw getrouw gebleven ben aan de Sans-
    kriete tekst, grotendeels zelfs aan de zinsbouw. Vertalingen
    van zulke Sanskriete teksten zijn altijd wat zwaar, en zeer
    gemakkelijk zou men het gedacht verraden indien men die in
    een zuivere moderne taal zou willen overzetten...iedereen ver-
    staat dat! Dikwijls heb ik het werkwoord bewaard waar men
    waarschijnlijk in 't Nederlands het naamwoord zou gebrui-
    ken; omzetting van de zinsbouw heb ik zover mogelijk verme-
    Dus alleen dat wat een grammatica fout is kan verbeterd wor-
    den.Wanneer gij een uitgever hebt gevonden zou ik graag wil-
    len weten welk formaat het boek zou hebben, meer precies,
    de drukbreedte van de bladzijden; dat is nodig voor de Sans-
    kriet sütra's in Sanskriete drukletters , zoals gij mij gevraagd
    hebt." In zijn brief(nr.18) van Paaszondag 1980:"Beste Heer
    Ingels .Het is zeker lang geleden sinds ik U laatst schreef .
    Hartelijk dank voor de Synthese waarvan ik een copij heb
    ontvangen . Het is netjes gedrukt ...laat ons hopen dat die
    synthese veel mensen zal helpen om deYoga beter teverstaan.
    Proficiat.Tot nog toe heb ik de sutra's nog niet overgeschre-
    ven in Sanskriete alphabet dat is Devanâgari- letters ; dat zal
    wel komen, vermits we nu in vakantie zijn tot juni ; ik stuur U
    de teksten dan op wanneer ze klaar zijn. Er is toch geen
    dringende haast vermoed ik."

    volgende bijdrage : Yoga-sutra , vervolg en publicatie.

    19-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    20-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Yoga -Sutra Vervolg en Publicatie.

    -13-
                 Yoga-sutra vervolg en publicatie.

    In het bijzonder voor de meer geïnteresseerden houd ik er
    aan, enkele van Koelmans's brieven, op de zeer persoonlijke
    mededelingen na, integraal weer te geven. Ze tonen aan, dat
    de vertaling van de Yoga-sutra door hem gemaakt , voor
    altijd van uitzonderlijke waarde zal blijven .G.M.KOELMAN
    verdient inderdaad in het pantheon van de Sanskriet-kenners
    zeker een ereplaats naast hen die hij zelf" De grote zonnen "
    heeft genoemd.
    Brief nr.19 (2 mei 1980)
    "U vraagt me om nog verdere hulp... , de Sanskriete text
    van de sutra's samen, met een transliteratie,een vertaling
    en een woord per woord vertaling, samen met een woordje
    uitlleg en verwijzingen naar het basis-boek en naar de Syn-
    these. Ik ben zo iets begonnen en ik omsluit de eerste twee
    bladzijden hierin Ik zal natuurlijk getrouw blijven aan het for-
    maat dat ge hebt aangeduid. De Sanskrieteletters zullen ge-
    drukt worden hier in Puna, op de afstand die nodig is om de
    aanhorende andere teksten er tussen te typen. Dat zou mins-
    tens 50 bladzijden tellen voor de 195 sutra's... een boekje
    op zichzelf dus! Is het zo iets dat U wenst ? Maar , ik vraag
    mij af of dat voldoende is voor de drukkerij; die blaren met
    gedrukte Sanskrietlettersen netjes getypte Nederlandse aan-
    merkingen , zijn die genoeg voor een "offset-druk" ervan te
    maken ? ik ken niets van die technieken.
    Kan men van al die blaren een afdruk maken ?"
    Brief Nr.21 (11 september 1980)
    "Deze brief brengt U goed nieuws. Een pater van hier gaat
    per vliegtuig naar Rome binnen enkele dagen. Vandaar zal
    hij het pakje opsturen waar gij zo lang naar gewacht hebt.
    De Sanskriete tekst is gedrukt door "Bhandakar Oriental
    Research Institute" hier in Pune. Dit instituut doet niets an-
    ders dan Sanskriete werken drukken, en is dus zeer gespe-
    cialiseerd .Gewoonlijk nemen ze geen drukwerk aan van
    iemand anders, enkel nieuwe wetenschappelijke herdruken
    van oude teksten, of het drukken van werken voor het
    doctoraat van hen die speciale studies maken omtrent de
    Oosterse kultuur meestal het Induïsmus. Maar, omdat mijn
    boek zo gewaardeerd werd door die bijzondere specialis-
    ten, hebben ze voor mij een uitzondering gemaak ; De druk
    is wonderschoon, buitengewoon klaar en op schoon papier
    gedrukt ge zult het zelf bewonderen . Ik had hen gevraagd
    tussen elke sutra een afstand van 25 mm te laten voor de
    transliteratie die ik zelf zou typen. In het pakje zult gij ook
    de nederlandse tekst vinden : eerstde woord voor woord
    vertaling, dan de leesbare vertaling,en eindelijk een woordje
    uitleg voor iedere sutra. De woord voor woord vertaling zal
    "Barbaars" schijnen; iedereen kan niets anders verwachten
    De "leesbare " vertaling moet gij zover mogelijk handhaven.
    De vertaling van het Sanskriet die zeer dichtbijde oorspron-
    kelijke tekst blijft, kan niet een literaire tekst zijn,dat begrijpt
    iedereen.Maar de nota die elke sutra verklaart, mag wel ge-
    wijzigd worden, mag ook verkort worden indien gij dat ver-
    kiest .De Sanskriete tekst en de transliteratie zijn nooit lange-
    re lijnen dan 12 cm , zoals gij mij hebt aangeduid. En zo is
    het werk af , wat mij betreft. Het herzien van de korte uitleg
    na elke sutra zal U ook niet zoveel werk vragen : er zijn 195
    sutra's, en de korte uitleg is gewoonlijk niet meer dan 5-10
    regels, die gij dan nog met grote vrijheid moogt verbete-
    ren en verkorten terwijl gij toch trouw blijft aan de gedachten.
    Dat boekje zal dan op mijn naam verschijnen , en met uw
    medewerking. Alhoewel ik het zelf zeg, toch geloof ik dat
    deze vertaling van de sutra's veel getrouwer is aan de oor-
    spronkelijke sanskriete tekst. Al te dikwijls is de vertaling
    zeer vrij. Soms heb ik enige woorden tussen haakjes gezet :
    zeer dikwijls wordt het woord "is" of "zijn" niet uitgedrukt
    in de Sanskriete tekst, soms ook is het werkwoord veron-
    dersteld, en in de vorige sutra's uitgedrukt. Soms weer
    wordt een voornaamwoord gebruikt , dan heb ik het naam-
    woord waarnaar er verwijzing is , tussen haakjes gezet (In
    't Sanskriet is dat dikwijls niet nodig omdat het voornaam-
    woord verbuigd wordt en dus in getal en geslacht duidelijk
    naar een voorgaand woord verwijst)."
    Brief nr.26 (12 augustus 1981).
    In deze brief drukt Koelman zijn verwondering uit over de
    druktechniek die bij ons verder schijnt gevorderd te zijn dan
    hij wilde geloven. Hij had vroeger reeds laten verstaan dat
    men de Sanskrietteksten niet of moeilijk zou kunnen over-
    brengen hebben in een definitieve drukvorm.
    "Reeds lang had ik moeten schrijven en bedanken voor het
    boekje "Yoga-sutra's van Patañjali ". Sinds haast drie we-
    ken heb ik dat ontvangen ...en ik heb er U nog niet voor be-
    dankt. Drang van werk is geen voldoende reden ten minste
    had ik U moeten laten weten dat het boek mij toegekomen
    was.Verontschuldig mij voor deze nalatigheid !! Proficiat
    aan de drukker . De Sanskriettekst , zelf in de kleinste
    strookjes komt er zeer klaar uit. De transliteratie is ook
    prachtig ...ik versta maar niet hoe de letters van mijn
    schrijfmachien dikker en zwarter schijnen in uw druk. Ik
    heb het boek aan verschillende paters en anderen getoond,
    en allen vindenhet zeer mooi gedrukt" .
    Brief nr 44 (bijna 5 jaar later , de titel van het boek verge-
    tend ? ) Op 1 augustus 1986 vraagt hij voor een pater die
    wat Sanskriet kent een exemplaar van het groene boek op
    te sturen..
    Brief nr.45 (14 september 1986)
    "Ik was zinnens u een van deze dagen te schrijven om U te
    bedanken voor het groene boek Yoga sutra's van Patañjali
    dat ge onlangs opstuurdet .Het is goed aangekomen. Har-
    telijk dank. Nu twee dagen geleden kreeg ik uw brief met
    de "Conclusion" van de Heer VARENNE uit Frankrijk
    (prof. Univ .Sorbonne ) , de cursus van Yoga in 35 lessen,
    voor de Franse Europese Unie.(in verband met deze cursus
    werd mij gevraagd een Nederlandse vertaling te maken :
    aangezien onze standpunten (die van Koelman natuurlijk)
    te ver uit elkaar stonden op gebied van zienswijze over de
    yoga, is er van een vertaling niets in huis gekomen en de
    conclusie was : "Nos points de vue sont irréconciliables ",
    dat was mijn mededeling aan Koelman in mijn brief ) zoals
    ge schreeft, wordt dan toch ONS boek over de yoga-sutra
    gekend, 't is waar dat enkel de vertaling van Patañjali's Su-
    tra's daar wordt vermeld, maar door dat boekje zal wellicht
    ook het grote boek , dat de basis is voor dat groen boekje,
    stilaan bekend geraken. De Heer Varenne heeft het boekje
    vooraan onder "de goede" vertalingen gerekend. Hij noemt
    daar ook in zijn lijst van "goede" vertalingen, " The Yoga
    Sütra's of Patañjali" uit Engeland, door G. FEUERSTEIN .
    Weet ge dat ik omtrent tien jaar geleden een zeer elogieuze
    brief van die Feuerstein kreeg ? Hij zegde me dat Mijn
    boek ( de Engelse editie) hem zeer aanstond , en dat hij
    erdoor vele dingen verstond die tot dan zeer duister waren,
    en dat hij veel genoten had bij het lezen van dat boek Mis-
    schien is er veel van mijn boek overgenomen geweest in
    het boek boek dat hij later uitgaf.'t Is mij eender aan wie de
    eer toekomt indien de echte zuivere Yoga-leer van Patañja-
    li bekend wordt gemaakt. Ik schrijf een brief naar de Heer
    Varenne. Hij had ook een Belgische medewerker ('k ben
    zijn naam vergeten, het begon met een"B" indien ik me goed
    herinner) die u eens wilde ontmoeten in Maldegem ( zo
    schreef ge me lang geleden.(deze persoon was de Heer Blitz
    waarover ik het in mijn verdere mededelingen nog zal heb-
    ben, hij overleed in 1990) Indien de heer Varenne en zijn
    medewerker het goed vinden , zullen ze misschien later een
    lijst uitgevenvan de "goede" boeken omtrent de philosophi-
    scheYoga en dan komt misschien ONS boek ook op de lijst.
    In alle geval, het zal hen aangenaam zijn een een brief van
    mij te ontvangen, en misschien ontstaat er dan een gedachten
    -wisseling .De Heer Varenne heeft voorzeker mijn groot
    boek in 't Engels gelezen. Indien hij aandachtig gelezen heeft
    zal hij wel ingezien hebben dat ik mij beperkt heb aan de
    oorspronkelijke klassieke Yoga zoals die in de Sutra's en de
    voornaamste commentaren voorgesteld wordt".

    Koelman was toen 78 jaar en doceerde nog altijd te Puna .
    Aangezien hij geen voorwoord geschreven had bij de pu-
    blicatie van de sutra-vertalingheb ik het zelf maar gedaan .
    Het is in feite een bedanking aan zijn adres en ik wil het hier
    nog laten volgen.

    VOORWOORD bij de publikatie van de Sutra's.

    Aansluitend bij de editie van "Patañjala-yoga, een synthese
    van de Yogafilosofie" kan ik met grote vreugde de Yoga
    -sutra's van Patañjali aanbieden aan alle oprechte yoga
    -beoefenaars.De Guru waarvan sprake in de verantwoording
    van mijn synthese over de yoga-filosofie, heeft in de persoon
    van G.M. KOELMANs.j.  op zeer korte tijd deze verklaren-
    de uitleg over de Yoga-sutra's van Patañjali mogelijk gemaakt.
    Yoga-darsana betekent voor de yoga-beoefenaars een con-
    crete zienswijze waarop ze zich tenvolle kunnen steunen om
    de beoefening van de yoga integraal toe tepassen.Deze
    zienswijze stuit weliswaar hier en daar op heel wat verzet van-
    wege de voorstanders van een devotioneel gerichte zienswij-
    ze waarin zij toch de bevrijdingsleer van Patañjali weten aan
    te wenden.Het is inderdaad een van de grootste eigenschap-
    pen van Patañjali dat zijn yoga-beoefening objectief bekeken
    soepel genoeg is om als ascese gebruikt te worden indiverse
    filosofische en zelfs godsdienstige strekkingen. Het ligt inder-
    daad alleen aan de beoefenaar of hij zijn zuiver spirituele Zelf
    als een volkomen onafhankelijke 'monade' wil aanzien of ver-
    kiest het als een vergankelijk verschijnsel te beschouwen van
    één opperste Zelf of godheid waarvan het volkomen afhankel-
    ijk zou zijn.Het dualistisch systeem volgens hetwelk materie en
    geest hun eigen reëel bestaan kunnen hebben , vormt voor de
    yoga zoals ze door Patañjali werd gezien in de 195 sutra's ,
    de basis van haar aanpassingsvermogen door de vele eeuwen
    heen. De grootste verdienste van Patañjaliis ongetwijfeld deze,
    dat hij op meesterlijke wijze en met een ongeëvenaarde objec-
    tiviteit de yoga-beoefening een theoretische basisen, een ware
    gestalte heeft gegeven die haarvoor altijd een vaste plaats be-
    zorgde in de ortodoxe zienswijzen van India en de ganse mens-
    heid. Haläsana-Maldegem wil met deze uitgave haar dank be-
    tuigen voor de vele uren studie en opzoekingswerk door G.M.
    KOELMAN gepresteerd voor de yoga in het algemeen
    en voor Halâsana in het bijzonder.Het bestuurvan Halâsana
    -Maldegem wil met deze uitgave ook een effectieve bijdrage
    leveren naast alle andere pogingen die ondernomen worden ,
    om de yoga-darsana zuiver te houden en verder door te ge-
    ven zoals ze door Patañjali verklaard werd.

    Wo.m. Ingels. Yogaleraar Halasana-Maldegem.

    Gezien de talrijke verwijzingen naar de synthese waarvan
    sprake, is het gebruik ervan noodzakelijk voor de studie
    van de Sutra's. 

    20-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    21-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Halâsana v.z.w. en de Vormingsschool.
    -14- 

           Halâsana v.z.w. en Vormingsschool.

    Op 31 augustus 1981 werd Halâsana een v.z.w..
    De statuten ervan verschenen in de bijlagen van het Belgisch
    staatsblad van 26 november 1981, onder het identificatie-
    nummer 11494/81.Yoga-Instituut Halâsana   Maldegem.
    Tussen de genaamden : Braeckman Pierre, bediende, Spar-
    rebosstraat 26, 9900 Eeklo; De Bruycker, Paul, drukker,
    Pastoor de Swaeflaan 70 9990 Maldegem ; Ingels Wilfried ,
    bediende, Koningin Astridlaan 19 ,9990 Maldegem ;
    Mariman Ronny, bediende, Politiek gevangenenlaan 13 9990
    Maldegem ;Van Ryssel, Greny, zonder beroep, staatsbaan
    23 9991 Adegem (Maldegem); Verschoore ,Willy, banket-
    bakker, Nieuwstraat 21, 9990 Maldegem ;Verstraete, Marie
    -Aimée, kleuteronderwijzeres , Hugo Verrieststraat 3, 9900
    Eeklo,allen van Belgische nationaliteit, werd overeengekomen
    een vereniging zonder winstoogmerk op te richten als volgt :
    De statuten omvatten 10 artikkels waarin de volgende schik-
    kingen getroffen zijn :De naam van de vereniging (Yoga-insti-
    tuut Halâsana) de vestigingsplaats( Koningin Astridlaan 19 te
    Maldegem) , het doel van de vereniging,nl. het bestuderen,
    het aanleren en verspreiden van de yoga gebaseerd op de
    yoga-dârsana van Patañjali , het opleiden van yoga-leraars en
    leraressen , de bevoegdheid van de raad van bestuur , de
    aanstelling van de beheerders: van de voorzitter (Ingels W.)
    van de penningmeester ( Mariman Ronny) en van de secretaris
    (Van Ryssel Greny)

    .DE VORMINGSSCHOOL.

    Naast het geven van de wekelijkse lessen aan cursisten, begin-
    ners en gevorderden, werd er sedert een paar jaar eveneens
    gewerkt aan de opleiding van lesgevers .De school werd
    pas als dusdanig erkend in1982.De erkenning gebeurde door
    de Yoga-federatie voor Nederlandstaligen in België -verder
    Y.F.N. genoemd - , (opgericht ingevolge de splitsing van de
    Belgische Federatie), na voorlegging van mijn opleidingspro-
    gramma dat diende te beantwoorden aan de eisen gesteld
    door de EuropeseYoga-unie. Voor mij was dit een eenvou-
    dige formaliteit, want alle lessen waren schriftelijk opgesteld
    en ter inzage van de aanvaardingscommissie.De opleiding
    van de eerste acht yogacharya's was , rekening gehouden
    met vereiste opleidingstijd,geeindigd in het najaarvan 1982.
    Zij waren allen mijn trouwe medewerkers die tevens hun
    medewerking verleenden aan de normalewerking van de
    vereniging of in een afdeling ervan.Sommigen onder hen
    zouden later op zelfstandige basis verder werken tot op van-
    daag (2006).Het waren de volgende personen hier vermeld :
    - Braeckman Piet, te Eeklo
    - De Bruycker Paul, te Eeklo
    - Jeremiasse Jannie te Oostburg (Nederland)
    - Mariman Ronny, te Maldegem
    - Plougheld Karen te Aardenburg en Hoofdplaat (Nederland)
    - Van Ryssel Greny, te Maldegem en later te Assenede, Eede
    (Nederland), Zomergem en Moerkerke
    - Vermeire Paula, te Aalter en Lotenhulle
    - Verstraete Marie-Aimée, te Eeklo.
    Hun bekwaamheidsdiploma werd hen afgeleverd tijdens

    een buitengewone vergadering op de zolder, aangekon-
    digd in de plaatselijke mededelingen van de vereniging
    op 3 december 1982 :

    Op woensdag 5 januari is er een buitengewone algemene ver-
    gaderingwaarop alle mensen die yogalessen volgen te Eeklo,
    Lotenhulle ,Maldegemen Hoofdplaat (Nederland) uitgeno-
    digd worden . Deze vergadering zal uitzonderlijk beginnen
    om 19.00 uur.
    Het bestuur van Halâsana heeft de eer U allen uit te nodigen
    op de buiten gewone algemene vergadering die zal plaats
    hebben op de zolder te Maldegem , op woensdag 5 januari
    1983. Aanvang 19.00 uur stipt.
    Het buitengewoon karakter van deze vergadering bestaat in
    de eerste uitreiking van het bekwaamheidsdiploma aan acht
    mensen die de opleiding tot yoga-leraar beëindigd hebben bij
    Yoga-Halâsana . Uw leraar of lerares is er ongetwijfeld bij !
    De voorzitter van de Y.F.N. zal eveneens uitgenodigd wor-
    den. Aan de plechtigheid gaat een toespraak van de stichter
    van Halâsana vooraf. Een nawoordje van de voorzitter van
    de Y.F.N. zal de uitreiking van de diplima's besluiten.
    Na de plechtigheid is er ruime gelegenhedeid om gezellig na
    te praten bij fruit en versnaperingen.Hartelijk welkom !
    namens de beheerraad van Halâsana.

    Het diploma :Yoga-Instituut Halâsana;v.z.w.

    BEKWAAMHEIDSDIPLOMA van YOGACHARYA
    van het Yoga-Insituut HALÂSANA
     Het bestuur van het Yoga-instituut bevestigt
    hierbij dat degenaamde : ...............geboren op :..............
    te :.........................,met vrucht het volledige opleidingspro-
    gramma ter voorbereiding van het yoga lesgeven heeft gevolgd
    zoals dit wordt voorgeschreven in het reglement van inwendi-
    ge orde dat door dealgemene vergadering werd goedgekeurd.
    De titel van "YOGACHARYA" wordt verleend om de Yoga
    te onderwijzen volgens het stelsel van de klassieke Yoga, ge-
    baseerd op de Därsana zoals ze omschreven en verklaard
    wordt in de Yoga-sutra 's van Patäñjali .
    De drager
    (namens) De beheerraad. 3 januari 1983.

    De diploma's werden door mij als lesgever en voorzitter on-
    dertekend. Deze diploma's werden tijdens de algemene ver-
    gadering van de Y.F.N te Drongen op 27 maart 1983 door
    het bestuur bevestigd.
    YOGA FEDERATIE VAN DE NEDERLANDSTALIGEN
    IN BELGIË vzw.
    Hiermede verlenen wij aan :............ de titel van Yogacharya
    Wij bevestigen dat de kandidaat voldaan heeft aan de voor-
    waarden voor de vorming van Yogaleraars, zoals deze zijn
    vastgelegd in het Europese minimum Programma, in overeen-
    stemming met de voorschriften van de Yoga-Federatie van
    de Nederlandstaligen in Belgïë. Wij wensen de kandidaat
    vruchtbaar werk in dienst van zijn medemensen en de moed
    en het inzicht om onvermoeid verder te werken aan zijn ont-
    wikkeling.Moge hij in het bewustzijn dat deze erkenning daar-
    van slechts het begin is.
    Uitgereikt te Drongen , op 27 maart 1983
    voorzitter  De secretaris  De directie van de pedagogische
                                         commissie
    (Jurgensnbsp;onleesb.)    (onleesb.)
    De leraars of juryleden :w. ingels -Haläsana Maldegem.

    VERDERE OPLEIDING.
    In de plaatselijke mededelingenvan 3/12/1982 werd reeds
    de volgende cursus voor opleiding tot yogacharya aangekon-
    digd.- Op 7 september 1983 zal er een cursus starten voor
    de opleiding yogacharya.De opleiding duurt 3 jaar en omvat
    twee lessen per week. De belangstellenden kunnen het oplei-
    dingsprogramma aanvragen bij de secretaris, Mevr. Gr.Van
    Ryssel, Staatsbaan 23 , 9991 Maldeggem-Adegem . tel:
    050/712919.
    De gediplomeerde yogaleraars zijn steeds toegelaten op
    alle lessen van deze cursus en ze zullen medewerken voor
    de praktische opleiding op maandagen,dinsdagen, woens-
    dagen of donderdagen die voorzien zijn in het opleidings-
    programma.

    VOORSTELLING VAN DE YOGASCHOLEN .
    Op 20 november 1983 werden de opleidingsscholen uitge-
    nodigd zich voor te stellen aan de leden van de Y.F.N.
    Ik vermeld hierna het gedeelte van mijn toespraak dat han-
    delt over de inhoud van de leerstof van de opleidingsschool
    van Halâsana.
    1° De aanvang van de studie begint met een uitgebreide uit-
    eenzetting over het onderscheid tussen Oos en West ; dit
    leidt tot het onderscheid tussen därsana en filosofie.
    Langs deze weg gaat het vanuit de Veda's over de Brahma-
    nas, de Upanishaden, de Brahmanen en de andere kasten,
    naar de reacties van het Jaïnisme en het Boedhisme ,
    Carvaka en andere contestanten . Zo bereiken we de zes
    orthodoxe därsana's die we indelen in dogmatische en pra-
    gmatische zienswijzen.Elk van deze zienswijzen wordt uit-
    voerig toegelicht en besproken.
    Aanbevolen boeken zijn daarbij :
    1° Cursusboekje : Inleiding tot de Indiase zienswijzen.
        (eigen uitgave)
    2° Handboek voor Yoga doorGeorg Feuerstein.
    3° Geschiedenis van de filosofie -H.J. Storig : Prisma
        reeks N409
    4° Vier Upanishaden door dr. Ali Beth.
    2° Daarna volgt degrondige studie van de Yoga-därsana zelf
    (dus geen Vedanta of andere filosofie); We maken daarbij ge-
    bruike van de door ons uitgegeven 'Patäñjala Yoga'' , een syn-
    these van de yoga filosofie".
    3° Op de derde plaats komt de studie van de andere vormen
    van yoga vanuit hethandboek van G.Feuerstein.
    4° Daarna volgt de studie van de Yoga-Sutra's van Patäñjali
    met het door ons uitgegeven boek en het studieplan eveneens
    door Halâsana uitgegeven.Vergelijkende studie wordt gedaan
    met de uitgave der sutra's van Swami Vivekananda. e.a.
    5° Op de vijfde plaats komt een uitgebreide studie van de
    Bhagavad-gita met het lesboekje door Halâsana uitgegeven .
    6° Daarna volgt de cursus anatomie en fysiologie voor de
    yogi, met een cursus eigen uitgave.
    7° Tot slot komt de Kriya-yoga aan bod. Daarin vinden we :
    -lesboek voor beginners eigen uitgave
    -handboek voor de leraar, idem
    -lesboek Kriya-yoga,  idem.
    8° De drie jaar studie wordt afgesloten met een evaluatie-
    proef en praktische stage in het lesgeven ( didaktiek & me-
    thodologie enz...).
    Deze studie omvat in haar geheel allepunten van het Euro-
    pese minimum programma.Met dank voor uw aandacht.

    VerdereActiviteit van de Vormingsschool.
    In 1986 werden de volgende yogacharya's gediplomeerd.
    Het einde van destudie, met afname van de schriftelijke en
    praktische proeven verliep met medewerking van de
    yoga-leraars van de sessie 1983.
    - Mevr. Boeckhout Annie van Yzendijke (Nederland)
    - Mevr. Verstraete Katelijn van Oedelem- W. Vl.
    - Mevr. Willemkens Adry van Breskens (Nederland)

    Schriftelijke cursus.
    Na een praktische vorming van ongeveer 15 jaar achtte
    ik de tijd gekomen om alles wat ik reeds op papier had in
    verband met het lesgeven, vaste vorm te geven in een schrif-
    telijke cursus. Ik had toch ruim zes jaar gewerkt om de op-
    leiding tot yogacharya tot een goed einde te brengen en mijn
    programma werd verder dan Maldegem en omstreken met
    waardering aangenomen. Mijn cursus was praktisch klaar.
    Ik diende er enkel nog een vaste vorm aan te geven in een
    zeker aantal lessen. Ik deelde mijn programma in, in 61
    geschreven lessen die ik naar eventuele kandidaten kon ver-
    sturen op een vooraf bepaalde termijn. Ik moest natuurlijk
    naar de federatie met mijn voorstel, om het aan de pedago-
    gische commisie voor te legen ter goedkeuring.
    Ik was in 1981 lid geworden van het bestuur van de Y.F.N ,
    maar na een tweetal jaar had ik ontslag genomen... om
    verdere moeilijkheden te vermijden. Met de volgende ver-
    antwoording legde ik mijn plan toch voor aan de pedago-
    gische commissie, en het lukte als bij wonder. Mijn plan
    werd niet afgewezen.

    VERANWOORDING.
    Wie in zich het verlangen voelt om de Yoga aan anderen
    door te geven dient er zich van bewust te worden dat er geen
    enkel handboek noch cursus, noch leermeester bestaat waarin
    of bij wie de taak van yogacharya kan aangeleerd worden.
    Toch is het zo, dat een opleiding noodzakelijk is. Een oplei-
    ding die de reeds aanwezige kiemkracht of het verlangen tot
    het doorgeven van de yoga , op een zo breed mogelijke
    kweekbodem gestalte zal geven.Er dient dus vooraf een goe-
    de afspraak gemaakt te worden dat de aspirant vooral zich-
    zelf zal moeten vormen. Dit veronderstelt in de eerste plaats
    VOLLEDIG OPEN STAAN ZONDER VOOROORDELEN
    of denkpatronen die de tot hiertoe gekende feiten en
    waarden over yoga in 't algemeen, in de weg zouden
    staan.Men zal dus plaats moeten maken in zijn geest,opdat
    de ruime ideeën over yoga niet à priori zouden overspoeld
    worden door zogenaamde populaire verlangens naar syn-
    cretisme die aantonen dat de individualiteit van het yoga
    -gebeuren nog niet ten volle begrepen wordt.
    In de tweede plaats veronderstelt een opleiding tot yoga-
    charya dat de aspirant weet dat elk verlangen om EEN
    COPIE TE WORDEN VAN IEMAND ANDERS, TO-
    TAAL UITGESLOTEN MOET WORDEN.
    De middelen om tot yoga te geraken mogen algemeen zijn,
    de aanwending en de resultaten ervan zijn en blijven indivi-
    dueel.Tenslotte dient men te willen aanvaarden DAT YOGA
    EEN DARSANA IS MET EIGEN FILOSOFISCHE
    DENKPATRONEN, gebaseerd op het dualistisch stelsel
    dat de pluraliteit van de Spirituele Zelven vooropstelt, los
    van het steeds veranderende en in wording zijnde universum.
    De yoga-sütra vanPatañjali is haar handboek.
    Wanneer men het eens is over deze drie vooropgezette
    punten 1° Volledig openstaan zonder vooroordelen.
               2° Een copie te worden van iemand anders moet
                   uitgesloten worden.
              3° DeYoga is een därsana met eigen filosofische
                  denkpatronen,
    kan de vraag geteld worden op welke wijze deze begeleiding
    of zelfopleiding tot yogacharya moet verwezenlijkt worden .
    Ongetwijfeld zal niemand ontkennen dat de persoonlijke aan-
    wezigheid bij mondelinge overdracht de ideale begeleiding
    kan genoemd worden. In vroegere tijden, toen de mensen
    niet of slechts met veel moeite in staat waren andere commu-
    nicatiemiddelen dan het gesproken woord te gebruiken voor
    om het even welk onderricht, was de persoonlijke aanwezig-
    heid de enige methode.De ontwikkeling van de middelen en
    de persoonlijke vervolmaking in lezen en schrijven laten toe
    elke studie van om het even welke discipline open te stel-
    len voor iedereen die zich daartoe geroepen voelt . Daarbij
    komt nog dat persoonlijke inzet, los van elke dwangmatige
    bijeenkomst, op individuele basis kan geregeld worden, zo-
    dat de studie naar eigen tempo kan aangepast worden zon-
    der concurerende invloeden van anderen. De studie die al-
    dus moet leiden tot yogacharya kan dus evenzeer per "ge-
    schreven woor " als per "gesproken woord" het gewenste
    resultaat opleveren. Het verdient natuurlijk aanbeveling dat
    de cursisten elke gelegenheid tot persoonlkijk contact zou-
    den benutten, zoals het bijwonen van een yoga-les in het
    Instituut Halâsana , of de aanwezigheid op de voorziene bij-
    eenkomsten voor lesgevers.
    Indien U belangstelling hebt voor het volgen van deze cursus,
    gelieven schriftelijk contact op te nemen met W.Ingels,Voor-
    zitterYoga-Instituut Halâsana,koningin Astridlaan 19, 9990
    Maldegem.De voorwaarden en praktische schikkingen zullen
    U medegdeeld worden .
    P.S.: Indien U belangstelling hebt voor het volgen van deze
    drie jaar durende cursus zonder de opleiding tot yogacharya
    na te streven, vraag dan het daartoe voorziene inschrijvings-
    formulier aan op bovenstaande adres.

     

    21-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    22-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schriftelijke cursus en overname school.
    -15-
             -Schriftelijke cursus en Overname school

    In tegenstelling met de andere opleidingsscholen waarvan ik
    nooit een opleidingsprogramma op papier heb gezien , had
    het Instituut Halâsana een lessenpakket van 61 geschreven
    lessen . Een bundel die 561 bladzijden telde , de inhoud en
    indelingsbeschrijving van 40 bladzijden niet mee gerekend.
    Aan de kandidaten die er om vroegen werd het volgend
    schrijven toegestuurd.
    VOORWAARDEN TOT INSCHRIJVING.
    De opleiding tot Yogacharya duurt drie jaar, telkens van
    september tot en met juni. Gedurende de maanden juli en
    augustus is er een onderbreking.De lessen worden per twee
    toegestuurd tijdens de eerste week van elke maand.(de eer-
    ste zending zal evenwel 3 lessen bevatten -totaal aantal les-
    sen van de cursus is 61).Het einde van de studie wordt ge-
    sanctioneerd met een door de federatie erkend diploma, na
    het slagen in de opgelegde proeven die in het instituut zullen
    afgelegd worden . Deze proeven zullen bestaan uit een the-
    oretisch gedeelte dat schriftelijk zal zijn en een praktisch ge-
    deelte waarvoor de kandidaten individueel zullen opgeroe-
    pen worden.
    Wie kan voor deze cursus inschrijven ?
    De inschrijving voor deze schriftelijke cursus is aan de vol-
    gende voorwaarden verbonden en gebeurt als volgt :
    1° Minstens 2 jaar yoga gevolgd hebben bij een erkend
    yogaleraar/lerares. (bewijs te leveren door voorleg-
    ging van een attest ondertekend door deze).
    2° De kandidaten moeten minstens de leeftijd van 21 jaar
    bereikt hebben of bereiken gedurende het eerste jaar
    van de opleiding.
    3° De kandidaten dienen een eigenhandig geschreven aan-
    vraag in bij het bestuur van Halâsana . In deze aanvraag
    moeten eveneens de volgende gegevens voorkomen :
    Naam & voornaam , geboortedatum en plaats, huidig
    adres.Telefoonnummer, curriculum vitae op yogagebied ,
    reden waarom de cursus aangevat wordt.VERVANGT
    HET INSCHRIJVINGSFORMULIER NIET !
    4° Per schooljaar worden drie bijeenkomsten voorzien( één
    in september , één in februari en éénin juni) deze bij-
    eenkomsten zijn verplicht bij te wonen.
    p.s. De lessen zullen slechts toegestuurd worden na ontvangst
    van het te betalen cursusgeld per schooljaar.De eerste
    bijeenkomst is voorzien op zaterdag 20september1986
    op de "Zolder" ( zie bijgaande schets).
    INSCHRIJVINGSFORMULIER.
    (drukletters aub)
    Naam ;
    Voornamen:
    Geboorteplaats en datum :
    Correspondentieadres :
    *Wenst in te schrijven voor de cursus Yogacharya en stort
    hiervoor het bedrag van 3.000 fr.voor het eerste studiejaar
    op rekening : 001 - 0879193 - 61
    Halâsana - Maldegem
    Politiek gevangenenlaan 13
    9990 Maldegem.
    (Vanuit het buitenland :gelieve te betalen per internationale
    postwissel).
    * Wenst de opleiding tot Yogacharya wel / niette volgen.
    doorstreep wat niet past )
    Het was toegelaten in te schrijven voorde lessen als vrijë
    leerling zonder de verplichte bijëenkomsten bij te wonen
    of de proeven af te leggen .
    p.s. De lessen worden slechts na ontvangst van de betaling
    toegestuurd.de lijst van de aan te kopen boeken is vermeld
    in de eerste les ; deze boeken kunnen later besteld worden
    indien U ze nog niet bezit.
    Verder verloop van de opleidingen in de school.
    Aangezien ik niet in het bezit ben van het archief van de
    school kan ik niet met zekerheid zeggen hoeveel inschrijvin-
    gen er per jaar binnengekomen zijn.Het aantal was natuurlijk
    niet overweldigend, gezien de voorwaarden en de aangekon-
    digde inhoud. De school had eveneens de reputatie niet een-
    voudig of gemakkelijk te zijn.Misschien was de inschrijvings-
    prijs ook wel een reden om nog even te wachten.In ieder ge-
    val heb ik de namen van hen die met mijn schriftelijke cursus
    zijn opgeleid. Zij staan trouwens vermeld in de lijsten van de
    yogaleraars, uitgegeven door deYFN , alhoewel er een ande-
    re naam van opleidingsschool achter hun naam vermeld staat.
    Hebben het bekwaamheidsdiploma vanYogacharya bekomen
    na het volgen van mijn schriftelijke cursus en het afleggen van
    de voorgeschreven theoretische en praktische proeven :
    (na de 8gediplomeerden van 1983).
    In 1987 :- Mevr. De Saever Raymondine van Wondelgem,
    -Mevr. Plasschaert Marcella van Melle,
    -Mevr. De Woyer Noella van Lovendegem.
    In 1989 -Dhr.De Backer Johan van Sleidinge : hij nam in
    1992de school over en veranderde de naam van het Instituut
    .Deze naam luidt nu : Instituut voor Patañjala -Yoga.
    - Mevr. Himschoot Hermine van Lembeke
    (groep Eeklo).
    In1990- Mevr. De Vos Annie van Serskamp
    -Mevr. Van De Kerckhove Anne-Marie van
    Sleidinge.

    Met een speciale vermelding voeg ik hier aan de door mij
    opgeleide yogaleraars de volgende leraar toe.die als vrijë
    leerling zeer toegewijden Patañjali-getrouwe leerling de
    lessen op de zolder volgde.
    De heer Roland Verschaeve.
    Hij is de stichter van het LIGHT BODY INSTITUTE:
    school voor Yoga en Zelfontwikkeling.
    Zijn yoga-lessen zijn opgebouwd volgens de lessen die hij
    te Maldegem volgde.
    Zijn instituut is gevestigd in het centrrum van Brugge : in de
    St.Jansstraat nr.8.

    ONTDEK YOGA IN ZEVEN PUNTEN.
    De hiernavolgende folder werd uitgegeven door de Halâsana
    Maldegem. Daarin kan men kennis maken met de klassieke
    yoga van Patañjali.

    1° WAT IS YOGA ?
    Yoga is de individuele toepassing van een welbepaalde
    discipline die een psychosomatiche uitwerking heeft op
    de mens, en als uiteindelijkdoel de Zelfrealisatie beöogt.

    2° DE YOGA IS INDIVIDUEEL
    Yoga moet men elk voor zich in toepassing brengen.
    Men moet zich weten aan te passen volgens zijn karakter
    en mogellijkheden. Het is absoluut onontbeerlijk dat de
    beoefenaar de wil opbrengtom met een volgehouden in-
    spanning te werken, want een halve inspanning is niet vol-
    doende.Daarbij komt nog, dat twijfel in verband met de
    uitwerking van de oefeningen, tot fatale mislukking kan
    leiden.

    3° WAARIN BESTAAT DE YOGA ?
    De yoga-discipline is een mooi uitgestippelde techniek,
    onderverdeeld in uitwendige en inwendige middelen.
    Ze vormen samen een achttredig pad.
    De uitwendige middelen zijn :
    -1°YAMA= geweldloosheid in alle mogelijke opzichten
    tegenover de buitenwereld.
    -2° NIYAMA= geweldloosheid en respect voor zichzelf
    als psychosomatisch wezen.
    -3°ÄSANA = beheersing van het lichaam door sta-
    tische houdingen uit te voeren: geen acrobatie!
    -4° PRANAYAMA= beheersing van de regelmaat van
    het ademenen de energie in het lichaam.
    -5° PRATYAHARA = beheersing van dezintuigen
    door ze af te sluiten van de buitenwereld, en naar
    binnente kijken.
    De inwendige middelen zijn :
    -6° DHARANA= het vastzetten van de denkfunctie
    op één plaats.
    -7° DHYANA = het vasthouden van het punt waarop
     men de denkfunctie heeft geplaatst.
    -8° SAMADHI=opslorping of verzinking in het concen-
    tratieobject.

    4° WAT IS HET DOEL VAN DE YOGA ?
    Eerst de beoefenaar leren inzien dat zijn empirisch bestaan
    een kortstondigeschakel is in een evolutieproces. Gaande-
    weg het 'Zijn 'in zichzelf leren ontdekken.
    Uiteindelijk aanleren hoe zich te bevrijden uit de gehecht-
    heid aan het empirisch bestaan. Dat is Zelfrealistie.
    Yoga is een techniek ter bevrijding van het Zelf uit de schijn-
    bare gebondenheid met het lichaam.

    5° WAAR VINDT U DE KLASSIEKE YOGA ?
    De klassieke yoga, ook Raja-yoga (koninklijke yoga )
    genoemd vindt men terug in de YOGA-SUTRA.
    De yoga-sütra is de allereerste systematische verhandeling
    van de yoga. Ze dateert van +- 300V.C. De yoga-sutra
    werd geschrevendoor Patañjali, de nooit geëvenaarde wijze
    die erin geslaagd is zowel de filosofische basis als de prak-
    tische toepassing van de yoga-discipline uit te leggen
    ZONDER ENIGE AANVAL TE DOEN OPANDERE
    ZIENSWIJZEN die eveneens deZelfrealistie nastreven.
    Het hoofdthema van de yoga-sütra is ABHYASA(oefe
    ning) en VAIRAGHYA (onthechting).
     
    6° WAAR KUNT U DE KLASSIEKE YOGA VAN
    PATAÑJALI LEREN ?
    In de yoga-scholen van Halâsana . U kunt alle nodige in-
    lichtingen bekomen bij de leraars die allen erkend zijn
    door de yoga-federatiederNederlandstaligen in België.

    7° HALASANAYOGA-INSTITUUT VZW.
    Halâsana werd opgericht op 11 april 1968 met als oog-
    merk de yoga-leer op een zo zuiver mogelijke manier
    door te geven.
    HALÂSANA = de ploeghouding: voor deze grote on-
    derneming een aangepast symbool aangezien de ploeg
    steeds met vastberadenheid en geduld voortwerkt tot
    een ganse akker is omgeploegd.
    Halâsana publiceerde volgende door mij geschreven
    boeken:
    -Studieplan van de Sutra's
    -Patañjala-yoga, een synthese van de yoga filosofie.
    -Yogacursus voor beginners
    -Handleidiing voor de lesgever (cursus beginners )
    -Initiatie tot de Indiäse Zienswijzen ( filosofie)
    -Kriya-yoga in 7 lessen.
    -De schriftelijke cursus : Opleiding tot Yogacharya.

    Door G.M.KOELMAN s.j. geschreven boeken :
    -PATAÑJALA Yoga - Van een relatief Ego tot het
    AbsoluteZelf vertaling door w.ingels yogaleraar
    -De Yoga-sutra's van Patañjali - met medewerking
    van W.Ingels, yogaleraar Halâsana-Maldegem.
    Er verschenen ook door mij geschreven artikelen in de
    yoga-nieuwsbladenvande YFN.Talrijke ervan wer-
    den als bijlagen overgenomen in mijn schriftelijke cur-
    sus voor de opleiding tot yogacharya.
    Toen de eerste aflevering van 'Tijdschrift voor Yoga'
    verscheen in 1990, een gezamenlijk initiatief van drie
    Yoga-organisaties in Nederland en België, werkte ik mee
    aan deze aflevering met het artikel :' De Yoga-Därsana
    van Patañjali '. Ik kom daar later uitgebreid op terug,
    maar nu wil ik eerst een stap in de tijd terugzetten om de
    uiteindelijke publicatie van het boek van G.M. Koelman
    voorte stellen in mijn volgende aflevering.

    22-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    23-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Boek - publicatie.
    -16-

           Uitgave van het boek Patañjala-yoga.

    Tijdens het voorjaar van 1978, toen het boek nog niet
    volledig vertaald was, werd er reeds in de briefwisseling met
    Koelman van gedachten gewisseld over de uitgave van het
    boek . Zou er mogelijkheid zijn om alles in India te laten ge-
    beuren omwille van de kostprijs van het drukwerk ?
    De loonkosten waren in elk geval gevoelig lager dan bij ons
    maar al het bijkomende werk zoals het lezen van drukproe-
    ven zou voor hem natuurlijk ook veel aandacht vragen . In-
    dien het in België zou gebeuren stelde hij zelfs voor er ge-
    bruik van te maken om eens naar huis te komen, maar dat
    was dan ook weer afhankelijk van een speciale toestem-
    ming vanwege zijn oversten enz...Het jaar 1978 ging ech-
    ter vlug voorbij. Het heen en weer zenden van het laatste
    vertaalde hoofdstuk en de conclusie, de analytische woor-
    denlijst die aangepast moest worden aan de bladspiegel
    van de getypte tekst waren de meest tijdrovende perio-
    den.Tegen het einde van april 1979 was alles klaar en
    we konden op zoek naar een uitgever.
    Op 1 juli 1979 vertrok de eerste brief naar een Nederland-
    se uitgeverij die voor ons, zonder naam te noemen, als eer-
    ste op de lijst stond. Het antwoord bleef niet zo lang uit.
    Ik geef het hieronder integraal weer.
    ...13 juli 1979.- Geachte heer ingels,
    " Wij ontvingen in dank uw brief waarin u uw vertaling van
    een boek over Patanjali-yoga van de heer Koelman aan-
    biedt.Helaas moeten wij u mededelen dat wij de uitgave
    niet aandurven, aan gezien in ons boek ... ... van Swami
    . .. reeds de yoga-aforismen van Patanjali met kommen-
    taar behandeld worden.Een tweede uitgave hierover zou
    niet haalbaar zijn. Het spijt ons u te moeten teleurstellen.
    Wij danken u echter voor het aanbod.
    met vriendelijke groeten.
    Uitgeverij ... ...
    Eind december 1979 kregen we van een andere uitgeverij
    in Nederland het volgende antwoord.
    " Amsterdam 4 -12-1979 ,
    Geachte heer Ingels,
    In augustus jl. zondt u ons een exemplaar
    PATAN JALA YOGA van G.M. Koelman s.j., welk
    boek wij met grote interesse hebben gelezen .
    Inmiddels hadden wij eveneens gelegenheid te onderzoe-
    ken in hoeverre een Nederlandse vertaling zou worden
    opgenomen .Helaas moesten wij tot de conclusie komen,
    dat wij slechts een betrekkelijk klein publiek vonden.
    Ons inziens ligt het niveau te hoog voor de gemiddelde
    yoga-geinteresseerde. Het merendeel der yoga boeken is
    dan ook zeer populair en gaat nergens diep op de behan-
    delde stof in.Wij zijn dan ook de overtuiging toegedaan,
    dat een Nederlandse editie niet haalbaar is. De oplage zou
    te laag zijn, hetgeen weer voor gevolg heeft dat de prijs te
    hoog zal worden.
    Met vriendelijke groeten,
    hoogachtend.
    Op deze wijze zou ik nog enkele antwoorden, ook van
    vlaamstalige uitgeverijën, kunnen weergeven , maar allen ko-
    men opde zelfde redenen met lof voor het werk en financieel
    onhaalbare toestand neer . Een uitgeverhad mij toch een al-
    ternatieve mogelijkheid voorgesteld tw.mij tot het universi-
    taire Departement Oosterse Studies te wenden .Soms, werd
    er naar zijn zeggen plaats gemaakt voor bepaalde studiewer-
    ken die na goedkeuring in sponsering gesteund konden wor-
    den voor uitgave met beperkte oplage.
    We waren toen al begin november 1980 !
    Ik diende een aanvraag in en ik kreeg tegen het einde van de
    maand het volgende antwoord.
    "Geachte Heer Ingels,MIJN een collega U.Libbrecht heeft
     mij advies gevraagd over depublicatie-mogelijk-
    heid van G.Koelmans'studie overPatañjali in het Neder-
    lands. Hoewel de vertaling op zich bijzonder geslaagd is, en
    zeker veel inspanning zal gevraagd hebben, zie ik voor een
    mogelijke publicatie in het Nederlands taalgebied toch en-
    kele problemen.Er is zeker noodzaak aan een degelijke uit-
    eenzetting over Yoga,teruggaand op Patañjali (en nog ande-
    re belangrijke teksten ) in het Nederlands maar de vraag is
    of een lezer die Koelman's werk inhoudelijk aan kan, dat
    ook niet in het Engels kan. Deze vraag stelt zich een moge-
    lijke uitgever in het Nederlands taalgebied.Een meer vulga-
    riserende sourcetext kon wellicht een betere keuze zijn.
    In die zin vind ik deSynthese in bijlage biezonder geslaagd
    en nuttig. Men kan overwegen of een uitgebreidere synthe-
    se, met eventueel volledige uitgave van de sütra's niet een
    belangrijke leemte zou vullen.Ik hoop u hiermee een nuttig
    advies te hebben gegeven"
    met de meeste hoogachting.
    Dept.Oriental Studies
    3000 Leuven-Belgium.
    Dr. W.M. Callewaert.
    Deze brief , alhoewel geen rechtstreeks antwoord op onze
    vraag, heeft er ons toe aangezet de uitgave van het boek in
    eigen handen te nemen.De druk van een beperkte uitgave
    met een getypte tekst kon misschien de oplossing bren-
    gen . Een electrische schrijfmachine met wentelende schrijf-
    kop gaf een zeer aanvaardbaar resultaat voor off-set-druk .
    Na afspraak met een plaatselijke bestuursdrukkerij begon
    de marathon onderneming .We hadden onder onze gediplo-
    meerde yoga-leraressen een viertalig- steno-dactylo,, Her-
    mine Himschoot uit Lembeke. Voor haar scheen het een
    aangename bezigheid om de 326 bladzijdenop een keur-
    ige (21X15)-bladspiegel over te brengen.Voor ons die met
    het collationeren belast waren duurde het langer Een foutje
    in de tekst kwam maar zelden voor zodat het lezen ook
    een aangename bezigheid werd.Het werd toch 1985 voor-
    aleer alles achter de rug was. Typen , collationneren druk-
    proeven nazien , definitieve druk, kaft ontwerpen, het in-
    binden, het is vlug gezegd, maar het moet allemaal in orde
    zijn !We hadden 500 exemplaren en de verspreiding kon
    beginnen.
    Koelman stuurde ons zijn 42-tigste brief vol lof.
    Papal Seminary - Pune - 26 oktober 1985.
    " Beste Heer Ingels,
    Een week geleden ontving ik de nederlandse vertaling
    van mijn boek 'Patañjala Yoga' in getypte tekst en dan in
    boekvorm vermenigvuldigd en gebonden. Ik stond er ver-
    wonderd over, wat tijd en moeite moet dat gekost hebben
    Wat magnifiek typwerk. Bedank er zeer hartelijk Hermine
    Himschoot voor, mijn waardering en felicitaties.De letters
    zijn zeer klaar, en de zwarte ink is altijd even donker, zeer
    leesbaar.Zelfs de kleine letters van deSanskriete voetnota's
    zijn buitengewoon klaar (het lijkt me dat ze nog helderder
    zijn dan die van mijn engelse uitgave.De vergroting van die-
    zelfde letters in het aanhangsel van de voetnota' is ook
    schoon werk. De plaatsen waar gij hoofdletters gebruikt
    zijn ook prachtig. Hoe hebt gij die verschillende aard en
    grootte van letters bijëen gekregen ?Het was ook zeer goed
    de voetnota's als aanhangsel aan ieder hoofdstuk te voegen.
    Op deze manier is de gewone lezer onafhankelijk van die
    voetnota's terwijl de specialist die wat meer wil weten, de
    nederlandse vertaling heeft van de oorspronkelijke engelse
    tekst, ja... misschien de sanskrietetekst wil kennen. Met
    wat geduld en zorg, met welke berekening van détails...
    wat te vergroten...waar...hoezeer...ook de technische moei-
    lijkheden om zo'n tekst te drukken, en dat zonder dat het te
    veel zou kosten...wat moeite en doordrijvigheid dat moet
    geëist hebben. Ja... gij ginder in België hebt misschien meer
    gewerkt dan ik die het boek geschreven heb. En met hoe-
    velen heeft uw ploeg gewerkt ? Zovele schone zielen moeten
    eraan gewerkt hebben. Hartelijk dank en mijn echt gemeen-
    de felicitaties aan allen. In mijn naam, bedankt alle medewer-
    kers van de ploeg, en ook de drukkerij die dat werk op zich
    nam . 't is een oprecht "GROOT" werk ...'k ben er fier over,
    en kan niet genoeg mijnewaardering en dankbaarheid uit-
    drukken.Laat ons hopen dat U de kosten zult kunnen bedek-
    ken zodat er geen verlies aan is.
    Met mij gaat het nog altijd goed.De gezondheid is even goed
    enkel wat stijfheid in de benen. Maar wat is dat op mijn
    ouderdom van 76 jaar."
    Nogmaals dank.G.Koelman.

    UIT HET VOORWOORDbij deNederlandse vertaling.
    "Velen in het Westen keren zich naar het mysterieuzeOosten
    zoeken mentale kalmte en vrede in "TranscendenteMeditatie"
    of in "Krisna Devotie of in het "Zen Boeddhisme" of in Yoga.
    Het beste van de Indiase tradities wordt gewoonlijk nietnaar
    het Westen uitgevoerd; wat men meestal aantreft is een meng-
    sel van klassieke zienswjzen en wazige interpretaties van zich-
    zelf aanstellende meesters of gurus.De nederlandse vertaling
    van mijn boek "PatañjalaYoga, from related Ego to Absolute
    Self" kan dus van nut zijn voor hen die de echte Yoga van
    Patañjali, los van alle ontaardingen die zo vrij in het Westen
    worden voorgeteld, willen kennen. Het boek is een weten-
    schappelijk werd, gebaseerd op de klassieke sanskriet com-
    mentaren.Wellicht zal het inspanning vergen om de onder-
    steunende filosofie ervan te begrijpen. Maar indien men zich
    eenmaal deze moeite heeft getroost, zal de yoga-enthousiast
    met grotere overtuiging enijver de oefeningen doormaken,
    en zal er de rijpe vruchten van genieten.Men mag nochtans
    nooit vergeten dat technieken , alhoewel ze grote hulp kun-
    nen verlenen, toch op zichzel falleen niet volstaan ; de gees-
    telijke bijdrage en de genade van God zijn het belangrijkste.
    Een goede vertaling is een moeilijk werk. Het doet mij groot
    genoegen de Heer W. Ingels te bedanken voor het ontzet-
    tend werk dat hij op zich heeftgenomen ; mijn dankbaarheid
    gaat ook naar de ploeg medewerkers die hem zo onver-
    poosd hebben bijgestaan ; Ik kan de lezer verzekeren dat
    deze Nederlandse vertaling gans getrouw is aan de oor-
    spronkelijke Engelse tekst."

    UIT HET VOORWOORD VAN DE VERTALER.
    "Wat de inhoud van het boekbetreft durven we met de auteur
    zeggen : "... Zeker hebt gij een groot werk begonnen, en de
    echte yogaliefhebbers zullen de echte yoga kennen..."
    Sommige passages zijn zeer categoriek wat de tegenstellingen
    aangaat t.a.v.de vele theïstische strekkingen die soms door
    anderen ten onrechte in de Yoga gelegd worden .De yogische
    deugden worden op eenzeer concrete en radicale wijze voor-
    gesteld .Deze radicale aanpak zal ongetwijfeld sommige lezers
    afschrikken of bij anderen zeer hard aankomen. We mogen
    echter niet uit het oog verliezen dat de weg " Zo scherp is
    als de snede van een scheermes " , en dat de hinderpalen op
    het yoga-pad zeer groot kunnen zijn . Men kan zich terecht
    afvragen hoevelen er het uiteindelijke doel bereiken. Dit alles
    kan of mag echter geen reden zijn omniet op weg te gaan ,
    zelfs zonder grote verwachtingen .
    Aangezien wij dit vertaalwerk zonder enige pretentie tot
    stand gebracht hebben, vragen wij de lezer te willen inzien
    dat het hier niet om een taal en stijlwerk gaat . De bedoeling
    was , de yoga en haar filosofie , de denkwijze van de India-
    se meesters , aan de hand van de Yoga-sutra's van Patañjali
    nader toe te lichten voor hen die het in een vreemde taal
    nooit zouden begrijpen .Dit doel heeft de bovenhand op de
    zogenoemde "bellettrie" waar men vergeeft zou naar zoeken."
    Wilfried Ingels .Yoga Intituut Haläsana Maldegem 1985

    23-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    24-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De laatste jaren met Koelman.
    -17-     
                    . De laatste jaren met Koelman
    Dank zij mijn talrijke publicaties omtrent de Patañjala-yoga
    kreeg het yoga-instituut Halâsana zeer ruime bekendheid.
    Niet alleen in België maar ook in de Europese Unie en niet
    in het minst in Frankrijk, aan de Sorbonne te Parijs.
    In zijn brief dd. 2 november 1986 (brief nr 46) bevestigt
    Koelman deze bekendheid als volgt :
    "Hartelijk dank voor het leesmateriaal dat ge mij onlangs
    opstuurdet , en voor het antwoord dat ge aan de Hr.Varen-
    ne (en aan de Heer Blitz)hebt gegeven aangaande de aan-
    vraag om hun cursus in 't Nederlands te vertalen . Het zou
    natuurlijk te zwaar werk voor u zijn, en het zou u beletten U
    bezig te houden met uw eigen yoga-lessen. Het zou u ook
    gedeeltelijk verantwoordelijk maken voor de verspreiding
    van de valse yoga. Ge hebt goedgedaan te weigeren.
    Enige dagen geleden kreeg ik een brief, kort maar hartelijk,
    van JeanVarenne uit Parijs. Ik had in mijn laatste brief ge-
    schreven dat ik naar hem zou schrijven.Wel, hij bedankte
    mij en zegde dat hij mijn Engels boek niet kende Hij heeft
    gevraagd, en 't is reeds gedaan, hem een exemplaar te stu-
    ren " zo vlug mogelijk...per vliegtuig "; hij vroeg ook hem
    sommige "revues" op te sturen van het boek die in de indo-
    logische tijdschriften waren verschenen. Ook die photoco-
    pies heb ik hem per vliegtuig opgestuurd . Ik wacht nu af
    wat hij van het boek denkt. Mr.Varenne kent Puna zeer
    goed ; gedurende vier achtereenvolgende jaren verbleef hij
    hier en werkte aan de Bhandarkar Institute voor advanced
    sanskrit studies. Hij zegt niet welk jaar, Maar vermits ik hier
    in Puna ben sinds 1955 , is 't waarschijnlijk dat we beiden
    in Puna woonden zonder mekaar te kennen of gezien te heb-
    ben . Hij kende toch het kollege van de Jezuïeten , het
    "de Nobli College "dat vlak nevens ons seminarie staat.In de
    brief die met de photocopies samenging heb ik hem uitge-
    legd dat de yoga-sutras van Patañjali maar één enkele inter-
    pretatie bebben ; alle andere interpretaties zijn aanpassingen
    aan andere philosophische en religieuze systemen. 't Is waar
    dat het sanskriet op vele manieren vertaald kan worden, ver-
    mits die taal verschillende duizenden jaren oud is, en vermits
    dezelfde woorden veel verschillende betekenissen hebben
    gekregen in de loop van die duizenden jaren .'t Is enkel in
    de kontekst van de yogadärsana dat die tekst geinterpre-
    teerd moet worden ; alle andere interpretaties behoren aan
    systemen die ten tijde van Patañjali nog niet bestonden , en
    die dus Patañjali's gedachten onmogelijk kunnen weergeven .
    Men moet een taal verstaan volgens het tijdperk waarin
    ze geschreven werd .Mr. Varenne en MrBlitz willen al de
    yoga-enthousiasten helpen, wat ook de latere ( en 't zijn die,
    die de Swami's in Europa en Amerika verkondigen) syste-
    men ervan gemaakt hebben , om de sutra's te doen overeen-
    stemmen met hun eigen leerstellingen .Varenne en Blitz schij-
    nen zich niet te bekommeren met de ware yoga, maar met
    een soort "algemene Yoga".
    In zijn brief dd. 22 februari 1987 (brief nr.47 ) lees ik ont-
    goocheling :" 't Is waarachtig lang sinds ik u schreef , en ik
    heb uw Kerstmis en nieuwjaar wensen nog niet beantwoord.
    Nalatigheid of vergeten ? Neen. Ik heb nu zo lang gewacht
    op een antwoord van professor Varenne . Einde oktober
    stuurde ik hem per luchtpostmijn boek dat hij gevraagd
    had. Ik verwachtte een woordje dat hij het boek goed zou
    ontvangen hebben . Niets ervan. Dan 27 december stuurde
    ik hem een tweede brief , ook per lucht post " hebt gij het
    boek ontvangen"... Totnogtoe geen antwoord !!!
    Ik hoopte dagelijks een brief van hem te ontvangen om te
    zeggen dat alles in orde was, en dan naar u te schrijven en
    mee te delen wat hij schreef. Mijn geduld is ten einde.Is het
    mogelijk dat het boek en de twee brieven niet bij hem aan-
    gekomen zijn ?
    Eindelijk beter nieuws.Brief nr 48 dd. 22 mei 1987
    "Beste Heer Ingels ,
    Een paar weken geleden ontving ik uw brief . Het ging niet
    over Yoga maar over het reddingswerk van "The Herald of
    Free Enterprise " die in de haven van Zeebrugge kapseisde
    .Wat luguber werk moet dat geweest zijn (even een verwij-
    zing naar mijn werk toen ik aan het hoofd stond van de or-
    ganisatie der hulpdiensten van de Civiele Bescherming in de
    provincie West Vlaanderen)...
    Van de Heer Varenneuit Frankrijk kreeg ik een brief.Hij
    spreekt niet over de hoedanigheid van mijn boek , maar hij
    heeft het zeker gewaardeerd, want hij zegt: "j'aimerais
    beaucoup à faire éditer en France votre ouvrage, mais le
    grand obstacle est la traduction". Ik zou die vertaling wel
    zelf willen doen, maar 't is zeer zwaar werk en ik heb dit
    jaar nog mijn regelmatige kursussen te geven . Ten andere,
    op mijn leeftijd (in mijn 79ste) vind ik dat  ik niet veel kan
    werken... Langs de andere kant is het nodig om voor een
    tweede uitgave in het Engels te zorgen... "
    Opnieuw teleurstelling uit Parijs...brief nr.49 dd. 25 septem-
    ber 1987.
    " De Heer Ingels,
    Ja de Heer Varenne uit Parijs heeft nog niet gescheven
    nadat hij, op beleefde manier, afwees mijn boek te laten ver-
    talen in 't Frans.Ik begrijp dat het een zwaar werk is, omdat
    er zoveel sanskriete teksten als voetnota in voorkomen
    Ook de gedachten zijn zeer filosophisch , en enkel een verta-
    ler die een filosofische gronding heeft, kan zulke vertaling aan-
    pakken. 'k Geloof toch dat Mr Varenne iemand zou kunnen
    vinden die bekwaam is. Misschien...,zoals gij het zegde, wil
    hij niet graag zijn leer en die van Mr.Blitz tegenwerken door
    mijn boek te publiceren. Felicitaties voor dat boek van 601
    bladzijden waar ge vier jaar aan hebt gewerkt.De yoga-les-
    gevers die ge daardoor opleidt zullen de echte Patañjala yoga
    kennen die toch schoner isi n opvatting en niet zo nevelachtig
    als die van de Swamis... "
    De laatste brieven.
    Er resten vier brieven .Twee ervan zijn nieuwjaarsbrieven ,
    of antwoorden op de wensen die vanuit Maldegem zeker
    rond nieuwjaar naar onze Guru verstuurd werden.
    Uit de brief nr 50 dd.1 januari 1988.( weldra wordt Koelman
    80 jaar).De teksten en hun betekenis beginnen meer op een
    besluit te lijken.Na bedanking voor de wensen en zijn weder-
    wens gaat hij verder als volgt: " Ja, Yoga kan ons veel leren
    om de geest minder verslaafd te maken aan de materie van
    het stoffelijk lichaam .Yoga kan ons meer geestesvrede ge-
    ven , kan onze wilskracht versterken kan ons scherpere
    aandacht bekomen, en zo vele van onze oppervlakkigheid
    en verstrooiïngen wegwerken . Yoga-praktijken zijn niet zo
    ingewikkeld , maar ze eisen een stalen wil.Ik hoop en bid
    dat ge vele mensen zult kunnen helpen... "
    Brief nr.51 dd 17 januari 1989. Daarin wordt in het bijzon-
    der de aandacht gevestigd op mijn medewerking aan het
    vernieuwde tijdschrift waarover ik in eenvolgende bijdrage
    zelf aan het woord kom.
    " Mijnheer Ingels,
    Hartelijk dank voor uw groeten en gelukwensen voor de
    reeds voorbijë Kerstmis en het begonnen nieuwjaar...op
    een mooië nieuwjaarskaart.Ik ben wel laat om mijn wensen
    en gebeden uit te drukken , maar wees zeker dat ik u niet
    heb vergeten. Het nieuws dat U mij geeft aangaande een
    nieuw nederlandstalig tijdschrift in Nederland en Vlaanderen
    maakt mij zeer blij. 't Is te hopen zoals U het zegt dat er een
    doorbraak zal komen in 1989 omtrent de echte leer van
    Patañjali en dat de vervalsingen ervan plaats zullen geven
    aan een gezonde en objectieve vertolking. 't Is ook aange-
    naam te vernemen dat U reeds een artikel hebt opgestuurd
    dat "zeer in de smaak is gevallen"... In september verleden
    jaar vierde ik mijn diamanten jubileum van 60 jaar Jezuïeten-
    leven , en in ' t begin van de komende maart zal ik mijn
    80stelevensjaar voleinden, en zal mij 81ste beginnen.
    Buiten mijn doceren ben ik nog nuttig voor alle soorten kar-
    wijtjes voor de kommunauteit....Maar 'k besteed ook veel
    tijd aan biddende eenzaamheid...'k kan me zo voorbereiden
    op de grote reis naar 't echte eeuwig leven.
    Koelman reageert op mijn besluit een opvolger aan te duiden.
    Hij bevestigt tevens dat Yoga geen godsdienst is of mag zijn.
    De op één na laatste brief die ik van onze Guru ontvangen
    heb, was voelbaar gericht op zijn medeleven met onze yoga
    -verenigingen zijn voortdurende zorg om de yoga niet tot
    een godsdienst te laten verworden.
    De brief nr.52 dateert van 9 december 1989.
    "De Heer W. Ingels,
    Hartelijk dank voor uw brief van 26 september .
    Die heeft mij veel plezier gedaan , bijzonder door 't verne-
    men dat gij een goede plaatsvervanger zult hebben wanneer
    gij op verdiend pensioen zult gaan in '91 of '92. Ik had nog-
    al veel werk met klassen en het afnemen van exaams, want
    ja...ik doceer nog, de gezondheid blijft zeer goed. Er hapert
    niets, goede ogen ( lees nog zonder bril ), goed gehoor
    ( 'k hoor een speld vallen ), goede stem, goede longen ,
    goed hart en maag...en goede appeteit.Wat meer kan men
    verlangenin zijn 81ste !...De yoga is geen religie, hoege-
    naamd niet ; maar 't is zeker een zeer grote hulp om ons
    Katholiek geloof te beleven ,door het wegzinken in het diep-
    ste van zijn "wezen" waar men zichzelf als onverdiend ge-
    schenk van God's LIEFDE kan terugvinden .Wij zijn de
    vrucht van God's liefde en wij zijn geschapen naar zijn
    beeld ... "
    Zo ben ik gekomen aan de laatste brief die Koelman mij
    stuurde.Een kort briefje van een dertigtal getijpte regels op
    een "aerogramme" afgestempeld op 3 januari 1991.
    Zijn handtekening met beverige trek geschreven.(nr.53)
    "Beste Heer Ingels,
    Hartelijk dank voor uw brief van 3 dec. met uw groeten
    voor 't nieuwe jaar 1991 alsook voor het mededelen van
    het tijdschrift voor yoga met uw artikel daarin. Ik heb om-
    trent alle artikels gelezen ; ze zijn in 't algemeen zeer goed,
    alhoewel in menigen de Vedantische kleur merkbaar is.
    Uw artikel is zeer klaar en gans getrouw aan de oorspron-
    kelijke yoga van Patañjali . Alle andere yogatheories heb-
    ben d'een of d'andere techniek aangepast aan hun eigen
    zienswijze. Weliswaar, beide visies zijn ondenkbaar en
    onmogelijk.De Vedantijnse beschouwt al het bestaande als
    wezenlijk God : het is een pantheïstische strekking;
    De Patañjala-yoga beschouwt het menselijhk bewustzijn
    als een absolute onafhankelijkheid ...vele absolute onafhan-
    kelijkheden zijn ook ondenkbaar,omdat er dan geen onder-
    scheid bestaat tussen die velen.Toch is het waar dat de
    "technieken" die de yoga aanleert kunnen dienen om ons
    kristelijk einddoel te verwezenlijken. Het is goed dat nu een
    tijdschrift bestaat waarin de echte yoga kan bekend worden,
    zodat de Kristenen hun geloof kunnen beleven en niet moe-
    ten opzeggen.Uw artikel in dat tijdschrift is zeer goed, en het
    zal vele mensen doen nadenken en hun geloof vrijwaren.
    Met mij gaat het nog goed. Toch ben ik voor een week in
    't hospital geweest : verlies van evenwicht en neiging om aan
    elke stap te vallen.De dag voor Kerstmis ben ik terug geko-
    men op 't seminarie...verlies van evenwicht is voorbij, maar
    er is nog een grote zwakte in de benen...'k moet nog voor-
    zichtig zijn .'k Hoop dat ge nog een jaar kunt voortgaan om
    Yoga-lessen te geven en dat daarna uw opvolger uw instituut
    kan voortzetten.'k Blijf U allen indachtig in mijn gebed, want
    het zieleleven is toch het allerbelangrijkste. Dus voorspoedig
    Nieuwjaar en geluk en goede gezondheid. "
    Koelman Gaspar.

    ;img366/8770/scannenjpgkoelmandoodxu5.jpg
    Koelman Overleden.
    In de nieuwsbrief van de Federatie lezen we het volgende
    bericht : Yoga-Instituut Halâsana.
    In de voorstelling van het Instituut lezen wij dat het streven
    om authentieke yoga te brengen Wilfried Ingels bij de we-
    tenschappelijke studie bracht van G.Koelman s.j. :' From
    related Ego to Absolute Self'. De grote diepgang van dit
    werk maakte het tot het basisdocument voor de opleiding
    tot Yoga-leraar.Uit de krantenaankondiging lezen wij dat
    de auteuroverleden is .
    Onze gevoelens van medeleven richten zich niet uitsluitend
    tot de familieleden maar ook tot Wilfried en zijn medewer-
    kers.Op het overlijdensbericht van pater Gaspar Koelman
    staat o.a. vermeld : Zevenenveertig jaar heeft hij filosofie
    gedoceerd en hij kon zelfs nog voor de laatste jaren van
    zijn leven een vol klaslokaal krijgen voor zijn faculta tieve
    cursussen.Hem viel de ongewone eer tebeurt vierentwintig
    jaar dekaan van de faculteit te blijven : duidelijk bewijs van
    zijn talenten voor organisatie en van zijn diplomatie en tact.
    In de Heer ontslapen te Mandarop 16 september 1991.
    Koelman werd geboren te Hove op 7 maart 1909.
    Hij vertrok naar India in december 1932.

    24-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    25-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.uit TIJDSCHRIFT VOOR YOGA.

    -18- 
     
                  uit    Tijdschrift voor Yoga.

    DE START. - 1990 jaargang 1 - nr 1.
    Het " Tijdschrift voor Yoga" is bedoeld voor
    iedereen die belangstelling heeft voor yoga in de alge-
    mene zin van het woord.
    Drie yoga-organisaties, twee uit Nederland, de stichting
    Yoga en Vedanta en de Vereniging voor yoga-leerkrachten
    Nederland en de Yogafederatie voor Nederlandstaligen in
    België, hebben gezamenlijk het initiatief genomen een nieuw
    yoga-tijdschrift uit te brengen.Het is niet een geheel nieuw
    tijdschrift , het komt in de plaats van het tijdschrift "Yoga"
    dat ruim eenendertig jaargangen bestond. Het werd uitge-
    geven door de Stichting Yoga en Vedanta. Dit nieuwe tijd-
    schrift dat ondertussen in 2006 aan zijn zeventiende jaar-
    gang is wil nog steeds de lezers inspireren in hun weg tot
    Zelfkennis.De uitgevers hopen, dat de lezers hen ook zou-
    den inspireren door vragen te stellen, kritiek te leveren, ar-
    tikelen te schrijven of hen van bepaalde zaken op de
    hoogte te houden .
    MEDEWERKING aan de eerste aflevering: Jaargang 1
    1990 -nr.1.
    Op pag.18 onder de rubriek "ZIENSWIJZE",
    had ik de eer mijn medewerking te verlenen met het artikel :
    DE YOGA-DARSANA VAN PATAÑJALI.

    Voorwoord van de redactie
    Wilfried Ingels (geboren in 1931)houdt zich al meer
    dan vijfentwintig jaar bezig met het bestuderen van de
    yoga-sutra's van Patañjali. Hij heeft het levenswerk
    van de Jezuïet Gaspar Koelman over deze sutra's ver-
    taald onder de titel : "Van een relatief ego tot het Ab-
    solute Zelf".Daarnaast schreef hij vele artikelen over
    Yoga en de Sankhya-filosofie, en bracht een complete
    schriftelijke Yogacursus uit.
    Tekst van het artikel :
    Sedert enkele decennia wordt het Westen letterlijk over-
    spoeld door Oosterse wijsheid in het algemeen en door
    yoga in het bijzonder.Yoga is een zienswijze die in India tot
    ontwikkeling is gekomen naast vijf andere zienswijzen die tot
    op vandaag hun stempel drukken op de levenswijze van de
    Indiase bevolking.Wanneer men het woord "zienswijze" ver-
    gelijkt met het woord filosofie uit onze Westerse wereld, dan
    bestaat het grootste verschil hierin, dat de zienswijze van de
    Indiase zieners geen louter theoretische uiteenzetting is over
    de kosmos, of alleen maar antwoord geeft op de vragen om-
    trent de zin van het leven. Een zienswijze omvat tevens een
    concreet plan, volgens hetwelk de levenshouding van de zie-
    ners wordt geleid. Bij een Westers filosoof kan er zonder
    bezwaar een zeer ruime afstand of een groot onderscheid
    bestaan tussen zijn filosofie en de wijze waarop hij leeft.
    De zes zienswijzen of dârsana's die in India aldus bestaan
    en als zodanig aan de universiteiten onderwezen worden
    zijn: Mimansa en Vedanta - Sankhya en Yoga - Niyaya en
    Vaicesika.
    HISTORIE.
    De yoga-darsana stamt uit het verre verleden, toen magie en
    godsdienst nog niet goed van elkaar te onderscheiden waren
    De bewoners van het oude India (+-5.000 VC)leefden toen
    volgens de voorschriften van de Veda's. Het leven werd in
    al zijn aspecten gedomineerd door de Brahmanen, een be-
    voorrechte kaste, ook priesters genoemd.-de andere kasten
    die heden ten dage in India nog bestaan zijn : de Ksatriya's
    (krijgers) de Vaicya's (ambachtslieden en handelaars), de
    Cudra's (boeren en slaven)en de Paria's (de kastelozen) -
    Hun invloed en gezag zou pas onderbroken worden bij de
    opkomst van het Boedhisme en het Jaïnisme dat ongeveer
    500 VC revolutionaire ideeën op godsdienstig gebied zou
    gaan verkondigen .Gedurende de lange voorperiode waarin
    de Yoga groeide van een magisch-religieuse naar een pro-
    fane betekenis, stonden eerst de goden en Brahman(het Al )
    en laterde mens en het individuele leven centraal.Er werden
    aanvankelijk offers geplengd en plechtigheden georgani-
    seerd ter ere van de natuurverschijnselen die als goden aan-
    gezien werden . De mens waande zich afkomstig van deze
    goden . Men dacht dat de mens samengesteld was uit deel-
    tjes van deze godheden (de zon, de maan, en andere hemel-
    lichamen of de bliksem, het vuur, de wind enz...) Het leven
    werd als een geschenk van deze goden aangezien. De dood
    was een hereniging met deze goden .Het verlangen om ook
    tijdens het aardse leven bewust deelachtig tezijn aan het le-
    ven en de macht der goden, werd het levensdoel van de
    mens. Hij spande zich in om door offers en gebeden de go-
    den gunstig te stemmen , teneinde dit verlangen in vervulling
    te zien gaan.Toen men echter later ondervond dat de smeek-
    beden en de offers niet het gewenste resultaat opleverden,
    ontstond er reactie.De wijzen zochten verklaringen voor de
    gedragingen van de natuurelementen, en men kwam tot de
    vaststelling dat deze vermeende goden eveneens onderwor-
    pen waren aan bepaalde wetten waardoor ze slechts een
    relatieve macht bezaten. De mens kwam ertoe deze macht
    te verklaren .Hij legde ze uit als een geschenk of als een ui-
    ting van één almachtige, die Brahman is, en uit wie alles
    voorkwam of waarin alles opnieuw kon verdwijnen. Men
    stelde dus vast, dat de mens niet afkomstig kon zijn van de
    hemellichamen en de hem omringende natuurelementen. De
    aandacht werd verlegd naar een allesomvattendeen alomte-
    genwoordige bron die het leven en de materie op subtiele
    wijze te voorschijn roept, in stand houdt, of weer vernietigt
    en opslorpt. Men kwam aldus totde conclusiedat de hoog-
    ste wijsheid erin moest bestaan het geheim van deze bron te
    achterhalen.Brahman is de allesomvattende bron waarme-
    de Atman, de individuele levensadem, één bestaan vormt en
    waarbuiten al de rest Maya (schijn) is. Uit deze opvatting
    zouden later deMimansa- en de Vedanta-zienswijzen ont-
    staan .Bij verder kritisch onderzoek stelde men echterook
    vast dat alle dingeneen eigen bestaan schenen te hebben en
    los van elkaar opkwamen, vergingen of veranderden. Men
    leidde daaruit af, dat er binnenin de dingen die deze veran-
    deringen ondergingen en ook in de mens een individuele
    kracht aanwezig moest zijn die dit alles mogelijk maakte.
    Wat de mens betrof, volgde daaruit het besluit dat er in ie-
    der individu een afzonderlijke ziel aanwezig moest zijn om
    de bewuste individuele waarneming en bewuste handelin-
    gen mogelijk te maken.Deze kracht bleek het leven in stand
    te houden zonder zelf aangetast te worden . Men noemde
    deze kracht het individuele"Zijn " dat een eigen bestaan had
    naast de materie die eveneens op eigen kracht evolueerde ,
    los van een gemeenschappelijk "Alles-Een "-princiepe.
    De Prakriti (de materie) en Purüsha ( het Zijn )schenen met
    elkaar een niet te verklaren relatie te hebben waardoorde
    mens een ik-gevoel kreeg en waardoor het hem mogelijk
    werd zich te vereenzelvigen met zijn stoffelijk lichaam en
    zijn denkvermogen. In plaats van te beseffen dat hij in wer-
    kelijkheid dit onveranderlijke Zelf is, blijft de mens zich
    voortdurend vereenzelvigen met de materie. Deze verkeer-
    de vereenzelviging doorbreken en zijn ware Zijn kennen
    zou het hoogste doel worden en met deze stellingname zou-
    den de Sankhya en de Yoga hun zienswijze opbouwen.
    DE BEVRIJDINGSWEG VAN PATAÑJALI.
    Omschreven als een weg ter bevrijding van het Zelf dat als
    het ware op gesloten zit in het menselijk lichaam , wordt de
    yoga een dualistische zienswijze omdat zij het bestaan én
    van het Zijn, én van de materie, als afzonderlijke realiteiten
    beschouwt.
    Omstreeks 300 VC legde Patañjali deze bevrijdingsweg
    vast in 195sutra's . Deze sutra's bieden ons zowel techni-
    sche als filosofishe richtlijnen en voorschriften om deze voor-
    opgestelde bevrijdingsweg toteen goedeinde te brengen.
    Patañjali geeft ons niet alleen de bepaling van de Yoga en
    haar zienswijze, maar beschrijft eveneens de middelen om
    de bevrijdingsweg te vinden en geeft de resultaten aan die uit
    de toepassing ervan zullen volgen. Hij doet dit onder de vol-
    gende bewoordingen : Boek 1.
    Sütra 1- Hier nu is de uiteenzetting aangaande de yoga-leer.
    Sütra2 -Yoga is het stilleggen van de golvingen van het
                 mentalecomplex.
    Sütra 3 -Dan staat de Ziener vast in zijn eigen vorm.
    Het stilleggen van de golvingen van het mentale complex is
    hier letterlijk op te nemen. Er mag werklijk geen beweging
    (= denken ) van het mentale complex meer plaats hebben .
    Daardoor kan de yogi zich niet meer met iets anders(mate-
    rie) vereenzelvigen, noch met de dingen die hem omringen
    noch met zijn eigen denkvermogen of met zijn ik-gevoel,
    dat het resultaat is van het Zijn dat op mysterieuze wijze ver-
    bonden is met of gevangen zit in het lichaam .Wanneer deze
    gedachtenloze toestand bereikt is, dan blijft alleen de Ziener
    (het Zijn) over in zijn vaste onveranderlijke ware bestaan .
    Zolang de mens denkt, is hij gebonden aan en door de
    dingen waarover hij nadenkt. Het komt er dus volgens de
    yoga van Patañjali op aan de golvingen of de bewegingen
    van het mentale complex (dat materie is) te doen ophou-
    den. Dit is op zich geen te onderschatten opgave.
    Hoe dit proces van stillegging op gang komt wordt eveneens
    door Patañjali uitgelegd. In het tweede boek van de yoga
    -sutra's,waarin we een beschrijving vinden van de yoga zo-
    als wij deze nu beoefenen, staat de uitleg.
    Men kan de yoga-beoefening indelen in vier treden of stadia :
    1. De lichamelijke trede , waarin men de nodige technieken
    aantreft die het lichaam en zijn biologische functies tot rust
    zullen brengen.
    2. De etische trede , waarin dedenkfunctie gezuiverd wordt
    van haar gehechtheid aan de materie.
    Deze twee treden worden samen door Patañjali als de uit-
    wendige middelen voorgeschreven. Ze zijn in hoofdzaak ge-
    baseerd op geweldloosheid en onthechting, lichaamstraining,
    regeling van de ademhalingsenergie en het naar binnen ke-
    ren van de zintuigen.
    3. De psychologische trede, waarin het systematischeleeg-
    maken van degeest en het stilleggen van de denkactiviteit
    voorkomt, eerst  met de nodige onderbrekingen (van li-
    haam en geest die tegenwerken), om dan geleidelijk over
    tegaan naar langere perioden van geestelijke rust die zal
    eindigen in het wegzinken in het voorwerp van de concen-
    tratie.
    4. De metafysische trede, waarin de lichamelijke en psycho-
    logische activiteiten volledig stilvallen en waarin de toe
    stand van bevrijding optreedt
    De derde en vierde trede worden door Patañjali de inwen-
    dige middelen genoemd. Ze bestaan in feite uit drie elkaar
    opvolgende oefeningen, nl : het vastzetten vande aandacht
    op één concentratieobject, het vast houden van de aandacht
    op dit object (ook meditatie genoemd )en tenslotte de vol-
    volledige opslorping van de aandacht in dit objectzonder
    gedachten of beweging van het denkvermogen.
    Samen worden deze drie oefeningen Samyama genoemd
    (concentratie), d.w.z. het verinwendigen van de aandacht
    die getemd wordt en verzinkt in het object van de concen-
    tratie : dan staat de Ziener vast in zijn eigen vorm.
    Dit is de samenvatting van deYoga-dârsana van Patañjali.
    Ze is een volledige zienswijze die kortweg yoga 'genoemd
    wordt .De yoga van Patañjali kan zich als ascese aanpassen
    aan diverse filosofische strekkingen en kan een grote hulp
    zijn voor het bereiken van een zeker einddoel, ook al is dit
    verschillend van de bevrijding zoals ze doorde yoga wordt
    uitgelegd.
    WEES JE EIGEN ZELF, EN DAT ALLEEN,
    EN NIETS ANDERS.
    wilfried ingels. 

    25-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    26-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De laatste jaren van Halâsana

    19--

                  De laatste jaren van Halâsana.

    Tijdens het jaar 1989, toen de laatste door mij opgeleidde
    yoga-leraars hun herkenningsgetuigschrift ontvangen hadden
    van de Federatie, nam ik het besluit de yoga-school in jon-
    gere handen te laten verder werken Op 2 januari1992 zou
    ik op pensioen gaan . Ik had dus nog ruim de tijd om uit te
    kijken en de rondvraag toe doen voor een eventuele over-
    nemer . Voor mij zou het een langzame overgang kunnen
    betekenen van het zeer aktieve en drukke vereningingsle-
    ven naar een rustig en ontspannen pensioenleven waarin ik
    de toepassing van de yoga-beoefening beter zou kunnen
    beleven. Na enige afwijzinigen en aarzelingen om de zeer
    intense organisatie op zich te nemen, kwam er in de per-
    soon van Johan De Backer uit Sleidinge toch een positieve
    toezegging en konden de nodige schikkingen getroffen wor-
    den .De zolder zou verdwijnen en een nieuwe vestiging; zij
    het voorlopig in een school in Evergem-Sleidinge, zou de
    oplossing zijn. We hadden dus een jaartje de tijd om alles
    af te handelen . Er werden geen nieuwe activiteiten gepland
    te Maldegem.De meeste lessen (behalve die van de school
    zelf)werden trouwens reeds gegeven doorde 18 yogalera-
    ren :te Aardenburg, Breskens, Oostburg, Yzendijke,
    Aalter , Eeklo, Sleidinge, De Pinte, Wondelgem, Serskamp,
    Melle ,en iets later te Assenede, Moerkerke, Zomergem en
    Eede (Nederland).Ik zelf had daardoor de gelegenheid zelf
    plaats te nemen in het leslokaal tussen de andere leerlingen
    en dat was een welkome ervaring. De laatste avond op de
    zolder werd een aangenaam wederzien niettegenstaande het
    ook een afscheid betekende. Niet iedereen kon aanwezig
    zijn maar de sfeer straalde dankbaarheid uit naar iedereen
    van het bestuur om de lange jaren van inzet die trouwens to-
    taal zonder vergoeding had plaats gehad; Hoe zouden wij
    anders alle uitgaven voor de lesboekjes de nieuwsbrieven
    het drukkenvan de grotere werken zoals de handleiding
    voor de leraars en het boek van de bezieler Koelman kun-
    nen verwezenlijkt hebben ?
    Ik heb in mijn bezit twee geschreven verontschuldigingen
    van leraren die deze avond niet hebben kunnen bijwonen.
    Hun woorden vertolken zeker de algemene waardering, niet
    enkel voor mij, maar ook voor de andere medewerkers die
    Halâsana groot gemaakt hebben.
    Ik deel ze hier mede in alle oprechtheid met allen.

    1-Karen Plougheld . Aardenburg (Nederland)

    Beste Wilfried. Yoga, Maldegem, Wilfried Ingels
    en alles wat hieruit voortvloeide heeft grote invloed gehad
    op mijn leven en ik ben er dankbaar voor.
    U,Wilfried heeft de bodem gelegd waarop ik zoveel wanke-
    le stappen gezet heb, gelukkig was het niet altijd 2 stappen
    vooruit en 3 stappen terug ! !
    Zo ik verneem zal u nu een punt zetten achter uw yogalessen.
    Ik dank U voor alle uren die ik er bij was.
    Een goed en gelukkig 1992 voor u en alle yoga-vriendenop
    de zolder.

    2-Adry van Peperstraetensp; Breskens (Nederland)

    "Wilfried,
    Vanavond was ik graag aanwezig geweest bij
    bij uw afscheid , maar het is voor mij niet mogelijk gebleken
    te komen.Met de kerstdagen heb ik teveel familieverplich-
    tingen en ik kan me daar onmogelijk aan onttrekken.
    Toch wil ik U, dan maar schriftelijk, graag het beste wensen
    voor de toekomst en u heel hartelijk danken voor de lessen
    die ik van u ontvangen heb.Mede daardoor heeft de yoga in
    mijn leven zo'n grote plaats ingenomen. Verder gaan zonder
    yoga zou voor mij ondenkbaar zijn.Vooral de opleiding tot
    lesgever is voor mij van grote waarde geweest ( en is nog
    steeds van grote waarde). De yoga-filosofie wordt hierin zo
    duidelijk en zonder allerlei omwegen behandeld, dat men er
    in het dagelijks leven een grote houvast aan heeft .Ik denk,
    dat dit (deze cursus) het belangrijkste is geweest in de tijd
    dat ik de yoga beoefen.
    Nogmaals mijn welgemeende dank en tot ziens. Adry".

    Deze avond was inderdaad een prachtige avond die voor
    mij niet het einde van al mijn inspanningen betekende, maar
    een nieuw begin van mijn begonnen pionierswerk waarvan
    ik kon hopen dat het zou voortgezet worden; zij het dan on-
    der een enigzins gewijzigde,(of) terecht aangepaste naam :
    "Instituut voor Patañjala Yoga" .
    Halâsana heeft ruim 23 jaar bestaan onder haar pioniers-
    naam. Ik ben in yoga gebleven en heb nog tot 1998 mee de
    lessen helpen geven met Greny die dan wekelijkse bijeen-
    komsten en nieuwe cursussen begonnen is te Eede (Neder-
    land), te Zomergem , Assenede en Moerkerke.Deze lessen
    sen gaan nog steeds verder. In 1999 ben ik  wel uit de fede-
    ratie gestapt om persoonlijke redenen, maar tot op vandaag
    blijft de yoga in mijn leven een vaste waarde. Nog altijd be-
    gint elke dag om 6.00 uur met ruim een half uur yoga :
    äsana's, pranayama en concentratie. Hopelijk tot het einde !

    vzw Yoga Prasada Aalter viert 20 jarig bestaan.
    Op 24 juni 2001 heb ik samen met Paula Vermeire het
    twintig jarig bestaan mogen meevieren van haar yogavere-
    niging. Haar dankwoord op mijn aanwezigheid was zeer op-
    recht. Ik kan niet nalaten het hier te vermelden omdat het
    zovele herinneringen opriep die voor mij van uitzonderlijke
    waarde blijven :
    "Beste Wilfried,
    Vanwege mezelf en de yoga-vereniging onze oprechte
    dank voor Uw aanwezigheid op onze 20jarige yoga-viering.
    U als onze eregast te mogen verwelkomen en U tehoren
    spreken ,was een waar genoegen
    Paula.
                                          -oOoo-
    Dit moet dan het einde betekenen van mijn
    "Belevenissen en Ervaringengenop het yoga-pad".

    In de nog komende afleveringen zal ik voor de echt geïnte-
    resseerden verder gaan met theoretische uiteenzettingen
    over de betekenis van de yoga zoals ze door Patañjali in de
    sutras wordt uitgelegd en verduidelijkt door G.M. Koelman .
    Yoga omsluit het leven in zijn algeheelheid, en de relatie van
    de mens tot het leven in het bijzonder.
    Het woord 'Yoga' betekent Verenigen of Samenbrengen
    .Men vindt het terug in het nederlandse woord JUK , dat
    verbindt en tezelfder tijd draagt. Yoga is de vereniging met
    het leven in zijn totaliteit.De mens, het hoogst ontwikkelde
    schepsel op aarde, heeft door zijn ontwikkeling tot 'individu',
    het contact verloren met de totaliteit van het leven. De po-
    gingen die hij sedert eeuwen onderneemt om dit contact te
    herstellen, verschillen naargelang de tijd en de omstandighe-
    den waarin hij leeft.Daardoor komt het, dat de yoga aange-
    past werd aan de omstandigheden of het mensentype .( zie
    de soorten yoga !). Waar de mens vroeger meer bekom-
    merd was om zijn fysisch bestaan zien we nu dat deze be-
    kommernis grotendeels is weggevallen omwille van de
    vooruitgang van de beschaving op technisch gebied.
    Het nog niet, of te weinig gekende domein van de geest is
    nu aan de orde . De verwaarlozing ervan gedurende de
    laatste eeuwen is er nu oorzaak van dat de mens voor zich-
    zelf een probleem geworden is.De verschillende technieken
    van Yoga werden door Patañjali samen gebracht in zijn
    achttredig pad , om de mens in staat te stellen zichzelf op
    nieuw te leren kennen en te doorgronden.De interrelatie tus-
    sen lichaam en geest is zodanig, dat het mogelijk is langs het
    lichaam de geest tot kalmte te brengen en meester te wor-
    den van emotionele toestanden. Vanuit deze beheersing
    wordt het mogelijk het verloren contact met het leven in
    zijn totaliteit opnieuw te realiseren... in Zelfrealisatie.

    Dit wens ik allen die zich werkelijk aan Yoga interesseren. 

    26-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    27-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Indiase zienswijzen. -Darsana en Filosofie .

    -20-
                         De Indiase zienswijzen.

    Hier begint het wetenschappelijk gedeelte
    van mijn blog
    .

    Alvorens de studie aan te vatten van de Yoga-dârsana was
    ik van oordeel dat een voorafgaand overzicht van de India-
    ase Dârsana's (zienswijzen) van zeer groot nut kon zijn als
    inleiding bij de cursus Opleiding tot Yogaleraar en natuurlijk
    ook voor alle andere belangstellenden. Dit overzicht of voor-
    studie, omvat na een korte verantwoording en een biblio-
    grafie waaruit ik de fundamentele basisgegevens heb geput,
    de volgende indeling,en overzicht van de dârsana's.
    I   Dârsana en Filosofie.
    II  Het Indiase filosofisch denken.
    III De zes orthodoxe Darsana's.

    Maldegem 24 september 1983.
    Verantwoording.
                           Deze beknopte samenvattende beschrijving
    van de Indiase zienswijzen is verre van volledig. Het ligt niet
    in de bedoeling een allesomvattende synthese te maken van
    de gekende dârsasa's.We willen enkel een poging onderne-
    men om :
    1e. een duidelijk onderscheid voorop te stellen tussen de
         Oosterse en Westerse manier van denken.
    2e.aan te tonen datalle zienswijzen , niettegenstaande onder-
         linge verschillen voortbouwen op zekere, soms schaarse
        geschriften die tot op heden hun waarde en gezag in de
        Indiase denkwereld laten gelden.
    3e.een zekere belangstelling op te wekken bij de yogabeoe-
        fenaars in het algemeen, maar vooral bij de yogaleraars
        in het bijzonder, opdat zij zoudenweten dat de yoga-
       dârsana een werkelijk bestaande en volwaardigezienswij-
       ze is.De yoga-dârsana wordt evenwel door velen aanbe-
       volen maar door andere zienswijzen verangen. Ze wordt 
        in vele gevallen echter zeer devotioneel naar voorgebracht
        en aldus krijgen velen de indruk dat haar bevrijdings-
        leer er zou in bestaan,eenuni versele godsdienst te propa-
       geren om van de yoga-beoefenaars brave heiligen te ma -
       ken.
    4e.duidelijk voorop te stellen dat alle zienswijzenslechts po-
        gingen zijn om het onverklaarbare te willen uitleggen met
        zeer ontoereikende beelden, en dat ze elkaar in feite on-
       derling aanvullen in plaats van een radikale scheiding in
       het Indiase denken na te streven (toch staan enkele zaken 
       op bepaalde punten met elkaar in oppositie).

    BIBLIOGRAFIE.

    -"La philosophie indienne, Initiation à son histoire et à ses
      doctrines"Prof..H. GLASENAPP;
    -"An introduction to indian philosophy"SATISCHANDRA
       CHATTERJEE M.A.- Universiteyof Calcutta.
    -  "Pâtañjala Yoga, from related Ego to Absolute Self" :
       G.M. KOELMAN s.j. Puna India.
    - "Quelques aspects de la philosophie védantique"
       Swami SIDDHESWARANANDA
    -"Westerse wetenschap en Oosterse wijsheid" :
       Prof. U. LIBBRECHT.

    I. DARSANA EN FILOSOFIE.

    Doorvelen wordt de Indiase filosofie en het Oosterse den-
    ken dat reductief is , verworpen als fantasie en sprookjes.
    (reductief denken is het benaderen van de dingen als een be-
    levenis waarvan men zich een beeld tracht te vormen, een
    model waarvan men hoopt dat het later door iemand anders
    zal bijgewerkt of verbeterd worden).
    DeWesterse mens benadert de dingen als te ontleden gestal-
    ten en tracht door wetenschappelijke proeven voor alles een
    verklaring te vinden. Hij zal eveneens rond de gedane vast-
    stellingen andere gestalten opbouwen.Daarover zal hij dan
    macht uitoefenen en ze gebruiken volgens zijn eigen inzichten.
    "Het fundamenteleverschil tussen het Oosters en het Wes-
    ters denken, aldus dr.U Libbrecht, kunnen we het best illus-
    treren met het volgende voorbeeld. Op de vraag : "Wat is
    het leven" zal de oosterse denker antwoorden dat het leven
    een machtige onophoudende stroom van kracht is die zich-
    zelf uitdrukt en belichaamt in de materie.De Westerling ech-
    ter zal antwoorden dat het leven een eigenschap is van één
    of andere soort materie ( eiwitten? ...), waarvan de weten-
    schap éénmaal het geheim zal onthullen... Beide manieren
    van denken en filosoferen verklaren dus hoe het komt dat
    Oost en West gescheiden zijn door een bijna niet te over-
    bruggen afgrond. Nochtans kunnen we, gebruik makend
    van de Oosterse wijsheid, een poging doen om evenwicht
    in ons eigen denken te brengen.Van oudsher heeft de India-
    se filosofie nooit een zuiver theoretische verklaring gegeven
    over de wereld en de zin van het leven.Steeds nam elke uit-
    eenzetting de vorm aan van een levenswijze die door de
    denkers zelf werd toegepast.Zij hielden zich daardoor meer
    bezig met hun eigen "zijn".Deze onderzoekmethode leverde
    méér op voor de psychologische kennis , dan de zuivere
    wetenschappelijke onderzoeken die het Westen meestal
    leidden tot een systeem waarin de economische doelstellin-
    gen overheersend waren en de psychische verdrukt werden
    "De mens werd er wel verstandiger door, maar niet wijzer",
    aldus prof. Libbrecht.Het woord "därsana" betekent: ziens-
    wijze , manier van zien of manier om het uit te leggen
    Filosofie en filosoferen betekent voor ons Westerlingen ,
    het streven naar wijsheid (liefde voorde wijsheid is filosofie
    - filos= vriend,- sofia= wijsheid ).
    Filosoferen is eveneens de activiteit en het resultaat van be-
    zinning over de betekenis, de structuur en de ontwikkeling
    van het "bestaan".De Indiase dârsana legt zich echter meer
    toe op het vinden van de kennis, van de weg om de kring-
    loop te doorbreken van geboorte en dood, en verlost te
    worden van het werelds bestaan.De Indiäse därsana wil ten-
    slotte het ware "ZELF",de kern van het bestaan realiseren.
    Daartoe bestaan er verschillende wegen die echter naar het
    zelfde doel leiden , maar kennelijk allemaal zeer sterk beïn-
    vloed worden door de yoga-därsana.

    In de volgende bijdrage zal er dieper ingegaan worden
    op het Indiase filosofisch denken. 

    27-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (3 Stemmen)
    » Reageer (0)
    31-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Indiase zienswijzen- vervolg 1.

    -21-      De Indiase zienswijzen - vervolg 1.

    II. HET INDIASE FILOSOFISCH DENKEN.
    Alvorens de zes orthodoxe zienswijzen (filosofieën ) van
    India te bestuderen is het nodig een beknopt overzicht te ge-
    ven van de basis van het Indiase denken. De studie van de
    yoga-filosofie die ons in het bijzonder aanbelangt, wordt op
    een grondige wijze uiteengezet in onze uitgave "Patañjala
    -yoga, een synthese van de yoga-filosofie". (dit voor later in
    de studie). De eerste werkelijke sporen van de zoektocht
    naar de verlossingsweg vinden we terug in de Veda's, waar-
    van de oudste, volgens hun inhoud te oordelen, dateren van
    vôôr 2.000 V.C (jaartallen worden met de grootste reserve
    vermeld, want er zijn nergens met zekerheid preciese data
    gekend in de Indiase dârsana ).Volgens de commentatoren
    werden de Veda's onder goddelijke ingeving opgetekend
    door de "Risi's" (zieners ). De eerste Veda's waren hymnen
    of uit mantra's bestaande huldigingen aan de goden. Ze be-
    vatten eveneens voorschriften voor het houden van offer-
    plechtigheden en aanroepingen .Het mytho-magisch karak-
    ter van deze hymnen klasseert ze als behorende tot de "pri-
    mitieven" van het Indiase denken. Van de ruim 100.000
    hymnen die zouden bestaan hebben, zijn er slechts 1.017
    overgebleven.Ze behoren voor het grootste gedeelte tot de
    Rg-Veda (de oudste ) en omvatten dus vooral aanroepin-
    gen en lofzangen aan het adres van de goden.Daarnaast be-
    stonden nog : De YAJUR - VEDA , die offerhandelingen
    voorschrijft, en de ATHAR-VEDA, waarin eveneens hand-
    leidingen voor de offerpriesters beschreven staan. De jong-
    ste Veda's, de SAMA-VEDA , werden onder de invloed
    van de daaropvolgende Brahmaanse periode (+/-1.000
    V.C.) ingedeeld in drie delen nl : de Samhita's of de zuivere
    hymnen aan Brahman, de Brahmana's of de offerritualen
    en de Aranyakas of de woudboeken die vooral dienden
    voor de opleiding van de offeraars.De goden werden in de
    vedische tijd beschouwd als belichamers van de natuur-
    krachten . Men moest deze gunstig stemmen. De mensbe-
    vond zich toen nog in een immanente toestand (leven in
    een geborgen sfeer van volheid en levensvreugde). Dit
    moet waarschijnlijk een soort paradijslijk bestaan geweest
    zijn.De goden die vooral aanbeden werden waren :
    INDRA, de god van de regen.
    VARUNA, de god van de nacht en de duisternis.
    MITRA, de god van het licht.
    SURYA, de god van de zon.
    VISNU, de god van de schepping.
    De periode van de Veda's duurde tot omstreeks 1.000 jaar
    V.C. Er werden dus nog Veda's geschreven na de inval der
    Ariërs (1.500 VC). Merkwaardig is hier dat in een van de
    lofhymnen de mythe wordt verhaald van de god YMIR,
    de reus uit de scheppingsvoorstelling van deNoorse Edda's
    en Sagen, uit wiens ledematen de wereld en de andere go-
    den voortgekomen zijn.Terwijl drievierden van Purusa
    (= de primordiale manneklijke ..-Prakriti is het vrouwelijke
    beginsel-), in de hemel verbleef als onsterfelijk, werd één-
    vierde naar de wereld gezonden. Men zag in deze periode
    de kosmos als een veelheid van levende substanties die el-
    kaar wederzijds beinvloedden. De mens stond daarin cen-
    traal, en zolang hij op aarde leefde, werd hij nu eens door
    de ene, dan door de andere substantie overvallen.De ziekte
    drong zijn lichaam binnen als een afzonderlijk wezen .
    De ogen waren een deel van de zonnegod,het verstand een
    deel van de maan, de stem een deel van het knetterendge-
    luid van de vuurgod enz...Bij zijn dood gingen al deze delen
    terug naar hun oerbron. De aardse bewoners werden inge-
    deeld in "Kasten" .Waarshijnlijk is deze indeling afkomstig
    van de Ariërs .De BRAHMANEN waren a.h.w.de voor-
    lopers van de metafysische denkers. De periode van hun
    macht strekte zich uit tot ongeveer 750 V.C. . Alleen de
    Brahmanen hadden toelating om de hymnen van de Veda's
    te reciteren. De andere kasten niet. Het waren :
    de KSATRIYA'S , de krijgers.
    de WAISYA'S, de handelaars en de kooplieden.
    de CUDRA'S, de grondbezitters en de boeren.
    de PARIA'S, de landlopers of de kastelozen.
    De theorie van de Brahmanen was in hoofdzaak gebaseerd
    op "Brahman",de kracht die zich openbaart in alles wat
    bestaat. Daaronder staat"Atman" (de adem) die de kern
    is van elke persoonlijkheid (mens).
    .In werkelijkheid was "atman" gelijk aan "Brahman",
    en op dit thema groeide de basis van een volgende perio-
    de : "Brahman is Atman", deUPANISHAD-periode .Tij-
    dens deze periode blijven de brahmanen ongeveer alle ge-
    zag uitoefenen tot aan de opkomst van het Boeddhisme en
    het Jaïnisme. Upanishad " betekent: onderricht gezeten aan
    de voeten van de meester. Het was het geheim onderricht
    of de verklaring van de Veda's op een kritische wijze . Het
    aantal Upanishaden is zeer groot .Ter illustratie van de
    hoofdgedachte "Brahman isAtman" volgt hier de beroem-
    de parabel van Svetaketu. Evenmin als Brahman kan ook
    Atman niet gedefinieerd worden .Uit Brahman komt het le-
    ven voort , maar men kan het niet identificeren.
    Deze gedachte wordt weergegeven in deze parabel.:
    "-Reik mij de vrucht van de Waringin, zei Svetaketu's vader
    tot zijn zoon.
    -Als 't U belieft mijnheer, zegt Svetaketu.
    -Maak hem open, zegt de vader.
    -Ik heb hem opengemaakt mijnheer...
    -Wat zie je ?...
    -Heel kleine zaadjes mijnheer...
    -Maak er een open...
    -Ik heb er een opengemaakt mijnheer...
    -Wat zie je nu ? ...
    -Niets mijnheer ...
    -Goede zoon, wat je niet ziet, is het wezen van de Waringin.
    De machtige Waringin bestaat in dat wezen. Het wezen
    mijn beste, is de onzichtbare geest die alles vult. Het is het
    "Zelf" van alle dingen. En jij bent dat "Zelf", Svetaketu ".
    (Uit "Het monisme in de Upanishaden", vertaald door Mevr.
    Dr.C.Keus).
    De Upanishaden vormen tevens de basis voor latere zienswij-
    zen zoals de Vedanta met het "Alles is Eén" : de éénheid van
    de ziel in afzonderlijkestaat met de ziel in algehele staat.
    " Brahman is Atman " blijft het hoofdthema .
    De Indo-Ariërs geloofdendat de mens na zijn dood in een
    hogere wereld kon opklimmen om daar in een subtielere
    vorm verder te leven , genietend van alle geneugten van de
    wereld.
    vervolg in de volgende aflevering . 

    31-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Indiase zienswijzen vervolg 2.- Karma -Mahavira -Buddha.

    -22-
    De Indiase zienswijzen - vervolg 2.

    Ontstaan van een nieuw thema: KARMA
    Aantasting van het gezag der Brahmanen.
    Tijdens de Upanishadperiode ontstond er echter een nieuw
    thema.Men geloofde nog wel in het hemelse geluk hierna,
    maar dit geluk zou slechts van korte duur zijn.Inderdaad,
    na de hemelse vreugde genoten te hebben, moet de mens
    ingevolge zijn daden , "Karma", terug naar de aarde, naar
    ongeluk en lijden . Karma wordt de etische wet van oor-
    zaak en gevolg. Het is geen menselijke wet, en ook geen
    goddelijke wet, maar een natuurwet die onpersoonlijk en
    onverbiddelijk neutraal zal oordelen of de mens onder de-
    ze of een andere vorm op de aarde zal terugkomen om zijn
    lijdensweg voor te zetten.Het is niet met zekerheid geweten
    waar deze wet vandaan komt.Soms wordt beweerd dat de-
    ze wet het gevolg isvan de jaloersheid der goden die niet
    duldden dat de mens zich bij hen kwam voegen en aldus hun
    geheimen kende . Er ontstaat dus ingevolge deze Karma-
    wet , een kringloop van leven en dood, want elke daad,
    goed of kwaad, vormt Karma voor een nieuw leven .
    Deze wet bracht grote verandering mee, want in plaats ven
    een blijvend voortbestaan van de mens onder een subtiele
    vorm na de dood, was er dus een niet sterfelijk gedeelde in
    hem, dat onder een andere vorm naar de wereld zou terug-
    komen , dus : reïncarneren . Dit niet sterfelijk gedeelte zou
    dus als zaad voor een nieuw leven dienen .Het begrip "ziel"
    doet dus zijn intrede, alhoewel het hier nog niet gezien wordt
    als een spiritiuele monade. De ziel blijft nog het samenspel
    van de vijf godheden nl.:
    -de adem ,afkomstig van de wind,
    - de gedachten , afkomstig van de maan,
    - het zien, afkomstig van de zon ,
    - stem , afkomstig van het geluid en het vuur,
    - het "Ik" , afkomstig van Purusha ( de onsterfelijke"Ene")
    Geleidelijk aan evolueert het begrip ziel naar een afzonderlijk
    deel van de mens, maar met een volledig gescheiden leven
    daarvan. Deze stelling vormt de stelling van de latere ziens-
    wijzen waarin het begrip ziel ofwel als een zelfredenerende
    en met een wil begaafde monade is, ofwel niets te maken
    heeft met de wil en de andere activiteiten die op hun
    beurt slechts emanaties zijn van afzonderlijkbestaande
    krachten van Prakriti. De goden slorpen dus na de dood
    niet meer elk hun deel op. Ze werden als afzonderlijke we-
    zens beschouwd met een terzijde levend bestaan, en waren
    afhankelijk van eigen karma. De upanishad-periode leidde
    dan ook tot de ontdekking van een kosmische evolutie .
    Met de reïncarnatie werd het voorafgaandelijk bestaan van
    deziel in een oneindige reeks , waaraan er geen eerste be-
    staan is. Wanneer dit met de zielen zo is dan moet dit ook
    zo zijn met de kosmos , want er is steeds voor elke terugke-
    rende ziel een belichaming nodig. Aangezien er goed en
    slecht Karma is, ontwikkelt zich dan ook de idee van ver-
    schillende werelden nl. :
    - de hogere wereld voor de goede zielen (Dyuloka),
    - de tussenwereld waar de mensen leven (Antariksialoka),
    - de onderwereld(Bhuloka)voor de zielen met slechtkarma.
    Men begon zich echter wel af te vragen welk doel de opeen-
    volgende levens hadden . Elke daad bracht nieuwe Samska-
    ra's (verzonken indrukken) voort die bij het volgende leven
    zouden uitgewerkt worden . Het leven bleek dus een onon-
    derbroken ellende zonder waarde of belang voor de mens.
    Indien men echter geen daden meer zou stellen, dan zouden
    er geen Samskara's meer zijn voor den volgend leven . Het
    hoogste doel bleek dus het doorbreken van de kringloop
    van leven en dood door niette handelen , door niet gehecht
    te zijn aan daden of de vruchten ervan. Doorniet-handelen
    kon men dus bevrijd worden van leven en dood. Het verza-
    ken aan de wereldse dingen en daden , werd toen gehuldigd
    als wet ter bevrijding. De "Kennis"om zich te kunnen verlos-
    sen uit de kringloop of het rad der wedergeboorte wordt
    de zaligmakende kracht. Deze kennis wordt eveneens on-
    derwezen in de Upanishden via het vrij onderzoek van de
    natuur en het universum. Er werd dus een gedragscode op-
    gesteld die de mens zou leiden naar de algehele bevrijding .
    Dergelijke code kunnen we gedeeldtelijk terugvinden in het
    achttredig pad van Patañjali .Men vindt er immers, zij het
    niet in de zelfde volgorde de acht treden van Patañjali terug
    ( we komen er later op terug). De leer was echter geheim
    en de Brahmanen waren heer en meester . Dit duurde tot
    aan de openlijke doorbraak van nog kritischer zienswijzen
    dan deze waarmede het onderzoek van de Veda's destijds
    werd uitgevoerd . Deze zienswijzen waren onorthodoks en
    weigerden het gezag van de Veda's nog langer te erkennen
    Ze stoorden zich ook niet aan de Brahmanen alhoewel zij
    toch gezag opeisten via de Upanishaden. Dit gebeurde om-
    streeks 500 V.C., toen er bijna gelijktijdig twee godsdien-
    sten gesticht werden die zeer vergaande invloed zouden
    blijven uitoefenen nl .: het Jaïnisme en het Boeddhisme.
    Hun stichters behoorden beide tot de kaste der Ksatriyas
    (de krijgers).De leer die zij verkondigden werd in de volks-
    talen geschreven in tegenstelling met de vroegere "Kennis"
    die geschreven was in het oude Sanskriet en van meester tot
    leerling werd doorgegeven aan één bevoorrechte kaste nl.
    de Brahmanen.
    1° Het Jaïnisme.
    Mahavira, bijgenaamd " De grote held " was de stichter
    van het Jaïnisme (afgeleid van het woord Jina =overwinnaar).
    Hij werd geboren rond 540 VC.als zoon van een stamhoofd
    van de Jnatrika's in het zuiden van Nepal. Op 30jarige leef-
    tijd , na de dood van zijn ouders, liet hij alles achter en be-
    reikte, na 12 jaar, verlichting door volledige ascese. De Jaï-
    nisten leren dat de hemel en de onderwereld onveranderlijk
    zijn .Het wereldse leven is een samenspel van stoffelijke en
    geestelijke substanties of individuiele zielen die in wezen al-
    wetend en zalig zijn. Ze zijn door stof aangetast (d.w.z.om-
    huld door het lichaam) wegens Karma. Vooral door goede
    daden , ascese en vasten , kan de ziel na de dood aan de
    kringloop van leven en dood onttrokken worden . Ahimsa
    (geweldloosheid) speelt een zeer grote rol , zowel tegen-
    over mens als tegenoverdier .Om geen insecten in te ade-
    men, en aldus niet te doden, lopen sommige Jaïnistische
    monikken met een lapje voor de mond.Mahavira vastte op
    72 jarige leeftijd , tot de dood erop volgde.

    2° Het Boeddhisme.
    Siddharta Gautama (Boeddha), was de zoon van een
    stamhoofd uit het voorgebergte van de Himalaya. Volgens
    de legende ovespoelde bij zijn geboorte (567 V.C.) een
    wonderbaar licht de wereld. Deze geboorte was volgens
    zijn eigen verklaring de laatste die hij meemaakte. Rijk op-
    gevoed in het paleis van zijn ouders, laat hij alles achter op
    29 jarige leeftijd , en gaat bij een Guru die hem in de Upa-
    nishaden onderwees. Ontevreden over de lessen, ging hij
    ook daar weg en leidde met enkele vrienden een ascetisch
    leven dat hem bijna fataal werd. Toen hij uitgemergeld
    dreigde te sterven , werd hij gevoed door een dorpsmeisje
    en van toen af zag hij in , dat hij zijn lichaam nodig had wil-
    de hij zijn geest verlicht zien. Hij legde zich vooral toe op
    meditatie en bereikte, gezeten onder een vijgeboom nabij
    Benares, verlichting na 49 dagen meditatie.
    De leer van Boeddha omvat de 4 volgende hoofdgedachten :
    1. Het leven is een onvoldaanheid wegens de manier waarop
    de mens leeft.Daardoor is er "Dukka" d.w.z. lijden .
    2. De reden van het lijdenis het verlangen naar zelfvoldaan-
    heid" Tanka".
    3. De hunkering naar individualiteit moet overwonnen wor-
    den in "Nirwana" d.w.z. ophouden (zelf ) te denken.
    4. Er is een bevrijdingsweg via het vermijden van de uitersten,
    en het bewandelen van de middenweg "Hara".
    Er is een achtvoudig pad, gelijkend op dat van de yoga.
    Boeddha deed niet aan metafysische beschouwingen over
    het universum.Hij verwierp het kastenstelsel en beschouw-
    dede verlossing niet als opgaan in Brahman , maar als er-
    varen van het Nirwana. Hij erkende geen god.Na zijn dood
    op 80 jarige leeftijd(na het eten van een bedorven stuk vlees)
    zal zijn leer in twee grote stromingen uiteenvallen :
    De Mahayana (het grote voertuig naar de bevrijding), en
    de Hinayana (kleine voertuig ), soms ook wel "boot" ge-
    noemd i.p.v. voertuig. De Mahayana-boeddhisten vergod-
    delijken Boeddha en voeren een metafysisch stelsen in
    hun leer, met als hoofddoel : verlossing van 'alle'levende
    wezens.De Hinayana Boeddhisten hebben de oude leer met
    het onderricht van Boeddha behouden, met het nastreven
    van de 'eigen' verlossing als hoofddoel.

    In de volgende bijdrage : nog meer tegenstand
    voorde Brahmanen. 

    31-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Indiase zienswijzen vervolg 3.-

    -23-
                 De Indiase zienswijzen -vervolg 3.

    Nog méér verzet tegen de Brahmanen.
    Niet alleen Mahavira en Boeddha hebben de macht der
    Brahmanen genegeerd en een eigen bevrijdingsleer opge-
    steld .Andere zieners verwierpen eveneens het gezag van
    de oude leer en werden dus ook bij de orde van de niet-
    orthodoxen ingedeeld. Het waren :
    Sanjayin, de stichter van het Agnosticisme .Dit is de leer die
    de onwetendheid huldigt, (alle menselijke uitleg is sterk ge-
    subjectiveerd , de vrede des harten kan slechts ontstaan in
    het zich onthouden van elke stellingname), en de metafysica
    verwierp.
    Wat is juist ? Wat is goed ? Wat is niet juist ?. ??
    Carvaka, de stichter van het materialisme:(alleen de materie
    is de enige werkelijkheid).
    Gosala, de stichter van het fatalisme:(alle dingen verlopen
    volgens het plan van het noodlot waartegen niets of niemand
    iets kan ondernemen ).

    DE ORTHODOXE ZIENSWIJZEN .
    Naast deze anti-Brahmaanse beweging van deJaïnisten, de
    Boeddhistenen de filosofen die elke moraal verwerpen zul-
    len evenwel een zestal orthodoxe zienswijzen het gezag en
    de invloed van de Veda's en deUpanishaden blijvend er-
    kennen tot in de moderne tijden. Deze zienswijzen hebben ,
    in tegenstelling met de Westerse filosofie , geen afgebakend
    terrein of een historische periode .Daar waar de Westerse
    filosofie ingedeeld wordt in drie fasen ( nl : deChristelijke
    filosofie van de middeleeuwen die de pretentie had alle
    waarheid te bezitten en de oude filosofie van de Grieken op-
    volgde , om zelf verdrongen te worden vanaf de renaissance
    door de moderne denkers), die telkens iets nieuws brengen,
    heeft de Indiase filosofie nooit verzaakt aan de oude waar-
    den van de Veda's en de Upanishaden. Er wordt wel een
    classificatie opgesteld door Deussen (Duitsfilosoof° 1845
    + 1919), maar deze is weinig betrouwbaar aangezien hij
    de oude systemen die ruim 1.000 jaar of méér V.C. ont-
    stonden , op het achterplan zet, aldusH. De Glasenapp,
    professor Indialogie-1951- Universiteit Tubingen, ende
    Vedanta metafysica vooruitschuift , niettegenstaande ze
    slechts onder Sankara (8ste eeuw N.C.) haar werkelijke
    vormgeving krijgt als zienswijze.

    VAN WAAR KOMT DE YOGA ?

    Wanneer we op zoek gaan naar de oorsprong van de
    Yoga, dan zien we dat de Upanishaden de weg openden
    naar de vaste yoga-code.We zien eveneens het gebruik
    van "OM" , de mystische klank van ISWARA, die door de
    brahmanen gebruikt werd om de bovennatuurlijke kennis te
    verwerven . Ook in deMähabarätha zien we de yoga opda-
    gen als een vaste weg naar bevrijding (vooral in de Bagavad
    -Gita,een onderdeel van deze Mähabarätha -VIde boek, ge-
    zangen 25 tot 42). De Mähabarätha is een oorlogsverhaal
    waarin twee verwante families tegenover elkaar ten strijde
    trekken . Ze zijn de verzinnebeelding van het goede in de
    strijd tegen het kwade .Hier heeft de Yoga die in de Baga-
    vad-Gita beschreven wordt , de betekenis van aanbidden-
    de godsvrucht en opoffering van alle daden aanKrisna ,
    de mens geworden god Visnu die aan Arjuna, de aanvoer-
    der van de goeden (Pandava's ) onderrichtingen geeft ( de
    yoga-leer), ten einde hem te overtuigen dat de kwaden
    (Kurava's) moeten bestreden worden , ook al vallen er in
    de strijd enkele bloedverwanten. De Sankhya -zienswijze
    die in deze onderrichtingen vernoemd wordt , is niet de
    Sankhya -zienswijze van Kapila, maar de letterlijke bete-
    kenis van het woord zelf nl.: 'aantal ..'. of de methode om
    de kosmische principes te tellen , en er aldus een evolutie-
    proces van op te stellen. Er werd nl. uitgegaan van het AL
    dat spiritueel is, om door telling te komen tot de grove
    elementen waaruit de voorwerpen gemaakt zijn. Het is
    dus een onderzoeksmethode om de Alles-Eén-theorie van
    deUpanishaden uit te leggen.De Yoga echter en haar filoso-
    fie waarover we later grondig zullen handelen, werd reeds in
    300 V.C.door Patañjali als volwaardige zienswijze uitgelegd
    in de Yoga-sutra's. Tenslotte zouden we de zes orthodoxe
    zienswijzen (Dârsana's) kunnen indelen in twee groepen nl.:
    1° Deze welke hun leerstellingen uitsluitend baseren op de
    Veda's en deUpanishaden, tw. :
    MIMANSA en VEDANTA .
    2° Deze welke hun leerstellingen baseren op ondervinding
    en menselijke redenering, met inachtneming van het
    gezag van de Veda's, tw.:
    SANKHYA, YOGA, NYAYA, VAISESIKA .
    De mimansa en de Vedanta zijn aldus dogmatische filoso-
    fieën ( hun methoden doen denken aan de Westerse sco-
    lastische filosofie die gebaseerd is op de bijbel, en even-
    eens een dogmatische filosofie is .De Sankhya, de Yoga,
    de Nyaya en de Vaisesika , zijn pragmatische zienswijzen
    die de kritische weg van onderzoek en vergelijking volgen.

    III. DE ZES ORTHODOXE DARSANA'S
    De korte beschrijving die hierna volgt is slechts een inlei-
    ding op de latere en meer uitgebreide uiteenzetting .
    1. Deze welke hun leerstelling uitsluitend baseren op de
    Veda's.
    a) MIMANSA.
    Naar alle waarschijnlijkheid werd de Mimansa
    opgesteld tussen 300 en 200 V.C. door Jaïmini .Haar
    filosofische vormgeving en waarde werden voltooid door
    twee latere commentatoren nl. Prabhakara (VIIe eeuw
    N.C.)enKumarila (VIIe eeuw N.C.).Het aanvankelijke
    doel van Jaïmini bestond erin, de teksten vande Veda's te
    onderzoeken en uit te leggen. In werkelijkheid isMimansa
    dus een rituele wetenschap. Zij verklaart wat de Veda is,
    zowel wat de voorschriften der offerplechtigheden en ritu-
    alen aangaat, als de mantra's en namen der aanbeden go-
    den. Een mantra is een religieuze spreuk waarover later
    meer uitlegzal gegeven worden . Men kan ze zien als een
    geestesbeschermer die door voortdurende herhaling geen
    andere gedachten binnen laat. Ze wordt ook voor aanbid-
    ding of aanoeping van de goden gebruikt.)
    Om de Vedische teksten , die nietdoor de mensen noch
    door de goden , maar door en uit zichzelf ontstaan zijn,
    uit te leggen werd ereen onderzoeksprocedure ontwor-
    pen, bestaande uit vijf fasen.
    1° Visayn : het bepalen van de te behandelende tekst.
    2° Samsaya : het naar voor brengen van de twijfels die te-
    gen deze tekst zouden kunnen ingebracht worden.
    3° Purvapaksa : het uitdrukken van meningen die deze
    twijfels kunnen weerleggen.
    4° Uttara-praksa-siddhanta: het formuleren van een defini-
    tieve mening over deze tekst.
    5° Sangati : het aldus bekomen resultaat toepassen op an-
    dere teksten.
    Mimansa aanvaardt het bestaan vaneeuwige individuele zie-
    len en isdus in zekere zin pluralistisch (duaal) . Ze gelooft
    echter niet in eenschepper en vernietiger van de wereld.
    De theorie van Karma wordt als een onaanvechtbaar dog-
    ma vooropgesteld . De uitvoering van de werken die door
    de Veda's wordenvoorgeschreven doet een kracht ontstaan
    (welke vooraf niet bestond)die in deze wereld haar uitwer-
    king zal hebben .Het hoogste doel van Mimansa bestaat in
    de hemelse vreugde die zal verworven worden door hen die
    de rituele daden zullen uitvoeren volgens de voorschriften.
    Zij dienen eveneens rekening te houden met devoorge-
    schreven verbodsbepalingen zoals de bedoeling zelf voor-
    deel te halen uit de uitwerking ervan.Eenmaal de ziel bevrijd
    van haar lichamelijk omhulsel , vallen alle kennis, genot en
    pijnen weg, en kunnen zich niet meer opnieuw manifesteren.
    Later werden, naast het onderricht en de uitleg van deVeda's
    ook filosofische beschouwingen opgenomen in de leer van
    Mimansa. Deze waren vooral van religieuze en dogmatische
    aard, want de hoogste autoriteit bleven natuurlijk de Veda's
    die volgens de Mimansa de absolute waarheid inhouden .
    Om te bewijzen dat de Veda's eeuwig en zonder begin
    waren en niet van menselijke of goddelijke oorsprong, had
    men drie hypothesen :
    1° Het woord is eeuwig zonder begin ; elke klank bestaat,
    en er wordt dus niets nieuws geschapen wanneer iemand
    een woord (klanken) uitspreekt. De spreker plaatst de
    klanken alleen in het actuele tijdsbeeld van "nu-bestaan".
    2° Er bestaat een eeuwige band tussen het woord en datge-
    ne wat het betekent; deze band heeft geen begin,en hangt
    dus niet af vanmens of god... hij bestaat !
    3° Het woord duidt de soort aan, en geen specifiek object
    of individu ; daardoor staat het woord boven de dingen
    en de individuën en is transcendentaal (bovenzinnelijk...
    niet op ervaring berustend ). Daaruit volgt dat de Veda's
    die uit deze woorden bestaan, een originele en objectieve
    betekennis hebben. Ze zijn dus zuivere waarheid , zonder
    bijkomstigheden . Zij alleen vormen alle autoriteit die de
    weg aangeeft naar de bevrijding. Door de Vedantijnen
    wordt de Mimansa echter aangezien als een lager stadium
    van hun eigen zienswijze.Het grootste verschil bestaathier-
    in ,dat de Mimansa geen god of schepper of vernietiger
    aanvaardt, terwijl de Vedanta , die eveneens de Veda's
    als basis heeft, wel gelooft in een schepper - vernietiger.
    Wil dit zeggen dat de Mimansa - zienswijze atheïstisch is ?
    Neen, zij gelooft in een soort pantheïsme , evenals de
    Vedanta van de filosoof Sankara trouwens, zoals we la-
    ter zullen zien. De goden die in de Vedische teksten met
    mantra's bezongen worden ,zijn volgens de Mimansa on-
    sterfelijke entiteiten , los van de zielen .Het Vedisch con-
    cept God bestaat niet in de Mimansa zoals dit in de
    Vedanta-zienswijze het geval is. Er wordt meer aandacht
    besteed aande vedische geschriften dan aan een god.
    Deze laatste wordt dus op de tweede plaats verschoven
    terwijl hij in de Vedanta absoluut op de voorgrond zal
    treden
    .Dit zal inmijn volgende bijdrage besproken worden. 

    31-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Indiase zienswijzen vervolg 4.

    -24-
                          De Indiase zienswijzen vervolg 4.

    b) VEDANTA.
    Vedanta betekent oorspronkelijk en letterlijk "Einde van
    de Veda's". Daarmee worden ook de Upanishaden aange-
    duid. Later werd "Vedanta " gebruikt om het systeem (of-
    zienswijze) aan te duiden dat één opperste kosmisch princi-
    pe aanvaardt als oorsprong van alle bestaan , of van alles
    wat er gebeurt .Sedert de tweede helft van de eerste dui-
    zend jaar van onze tijdrekening is de naam " Vedanta " ge-
    groeid tot haar vaste betekenis. Deze groei verliep echter
    niet zonder contestatie en onderlinge strijd van de vele Ve-
    dantijnse systemen.De doctrine van de filosoofSANKARA
    haalde echter de bovenhand op alle concurenten en zo komt
    het dat zijn zienswijze gewoonlijk als "DE VEDANTA" aan-
    gezien wordt .De naam "Vedanta" vertegenwoordigt dus niet
    onmiddellijk een geordend systeem,maar globaliseert een ze-
    ker aantal opinies die echter allemaal het éne opperwezen
    aanvaarden en zich allen baseren op de teksten van deUpa-
    nishaden. De leer van de Upanishaden is gebaseerd op het
    "Alles-Eén " of "BRAHMAN ". Sommigen zien Brahman
    als een werkende god (aanwezig in de zon,de maan, de aar-
    de , de stem, de wil , de liefde .).Anderen zien Brahman als-
    de ruimte, of de levensadem die alles doordringt .Van daar-
    uit gaat men dan verder naar "HET ZIJN " in ieders hart
    onder de naam"ATMAN" . Deze zienswijze evolueert wel
    in zekere zin mee met de opvattingen van de Upanishaden
    waarin ook het monisme als grondthema geldt.Het individu-
    eel bestaan,d.w.z. de empirische persoonlijkheid , is dus
    niets anders dan "Atman" , dat tezelfdertijd "Alles-Eén" is ,
    en dat in zijn zuiverste vorm"Kennis" is.Terwijl de mens zich
    in waaktoestand gebonden voelt aan de grofstoffelijke vor-
    men van het"Absolute- Alles- Eén ", ontstaat er tijdens zijn
    droomtoestand een subtiele wereld . Wanneer hijechter in
    een droomlozeslaap verkeert, is hij bevrijd van alle lagere
    vormen, en geniet hij de hoogste gelukzaligheid. Hij ziet en
    ondervindt geen onderscheid meer tussen zichzelf en al de
    dingen ... hij 'ïs' alles, want elke dualiteit is verdwenen .
    Wanneer hij echter ontwaakt uit deze slaaptoestand, wordt
    hij opnieuw geconfronteerd met de dualiteit en het gevangen
    zijn door de dingen . Dit alles gebeurt ook wanneer de mens
    sterft in plaats van slaapt.Zijn Atman zal zich een zekere tijd
    verenigen met het kosmish bestaan.Maar de Karma-wet zal
    hem terugbrengen naar de dualiteit (de wereld ).Dit zal zo
    dikwijls en zo lang herhaald worden tot alle verlangen naar
    de dingen (gehechtheid) zal uitgestorven zijn . Dan pas zal
    hij voor goed verenigd worden in blijvende gelukzaligheid .
    Hij zal de "kennis"van Atman ervaren als eeuwig genot.Tij-
    dens de Upanishaden van de midden-oudheid die de basis
    zullen vormen der latere Vedantijnse leerstellingen , werden
    de uiteenzettingen zoals deze van Aruni en Yajnavalkhya
    niet meer gevolgd. Zij behoorden tot de vroege Upanishad
    -periode . Daarover later meer uitleg ! Sommige Upanisha-
    den werden sterk beinvloed door het Boeddhisme .
    De geest en de materie worden er als twee tegenoverelkaar
    staande realiteiten gezien.Men erkent Purusha als de univer-
    sele geest en Prakriti als de basissubstantie.Elk individu heeft
    niet enkel een "IK" dat ontstaat uit Prakritiwerking (voedsel
    - prana (energie) -verstand ), maar ook een Atman die de
    basis is van gelukzaligheid.Het lichaam is als een voertuig
    dat getrokken wordt door vijf paarden (de zintuigen), naar
    een doel buiten de wereld. De teugels zijn de rede, en de
    koetsier is Atman, de meester van het span. Hij werkt niet
    effectief mede aan de voortbeweging van de wagen zelf ,
    maar wel met alles wat met die voortbeweging te maken
    heeft ,d.w.z : het bewustzijnsproces van hetgeen er gebeurt.
    Atman in het individu is gelijk aan Atman in de kosmos,
    maar lijkt gebonden aan de natuur (Prakriti) en haar ontwik-
    keling. Brahman wordt gezien als heer en meester en is in
    elk individu aanwezig . Hij gebruikt elk individu volgens zijn
    wil .Hij is de Purusha die zijn zaad uitstort in Prakriti,waar-
    uit alles ontstaat.Gezien vanuit het standpunt van het "Abso-
    lute" , is alles een spel van Brahman met zichzelf , zich mani-
    festerend onder alle vormen.Brahman is dus in alles aanwe-
    zig en is meester van alles .Hij doet de mensen goede en
    slechte daden stellen. De zielen die in de individuën incar-
    neren , zijn delen van de grote Purusha = de eerste of Bra-
    hman yoni (vrouwelijk gesl.orgaan) die als een baarmoeder
    gebruikt wordt om de wereld te maken.Deze wereld is ech-
    ter "Maya" d.w.z. "Niet bestaande".De individuele zielen
    worden echter door Maya gevangen genomen en vereen-
    zelvigen zich met dit niet bestaande ( de wereld die slechts
    schiijn is), want alleen Brahman is werkelijk bestaande sa-
    men met Atman (de ziel),die in wezen hetzelfde is als Brah-
    man. De rest isillusie. Behalve in de Upanishaden vindt de
    Vedanta ook steun in de teksten van de Bagavad-Gitaen
    de Brahma-Sutra's die als leiddraad dienen voor alle heilige
    teksten.In dezesutra's zijn er 555aforismen waaroverVa-
    caspati-misjra in 850 N.C. , samen met nog anderen zoals
    Sankara(stichter van deVedanta-zienswijze), uitleg verstrekt .
    .
    SANKARA
    Rond 800 N.C. schrijft Sankara zijn eigen "Bhasya"en ver-
    dringt daarmede vele commentatoren. Hij wordt de kam-
    pioen van de Brahmaanse orthodoxie genoemd en door
    velen als de grootste filosoof van Indiabeschouwd(°788-
    +820 n.C.). Sommigen aanzien hem zelfs als een incarnatie
    van Siva .Hij leefde slechts 32 jaar, en dit houdt verband
    met een belofte aan zijn ouders die door toedoen van Siva
    één kind kregen dat kort zou leven in plaats van vele kinde-
    ren die lang zouden leven, maar dwaas zouden blijven .
    De naam Sankara betekent redder , één der namen van Siva.
    Sankara werd leerling van Govina die zelf door de Vedantijn
    Gaupada was opgeleid . De Boeddhisten werden door San-
    kara zeer hardnekkig bestreden om hun afkeer tegenover de
    Veda's.De heiligeteksten van deVeda's staan volgens San-
    kara , ter ondersteuning van twee zienswijzen :
    - De eerste houdt verband met het ontstaan der dingen door
    emanatie(uitwaseming).
    - De tweede houdt verband met het "Alleen-Bestaan " van
    Brahman, terwijl al het andere Maya is.
    Uit de twee hierboven genoemde zienswijzen ontstaat de ver-
    klaring van de waarheid in twee gradaties :
    1° Ontstaan uit Brahman : dit is een lagere zienswijze.
    2°Niets bestaat buiten Brahman: dit is een hogere zienswijze.

    TEGENWIND VOOR SANKRA. RAMANUYA.
    Onder de grote meesters die het absolute monisme van San-
    kara aanvochten , was Ramanuya voorstander van een rea-
    listische Vedanta waarin een afzonderlijke god bestaat, los
    van de kosmos. Ramanuya heeft zeer grote invloed gehad
    op de Indiase filosofie. Zijn commentaren op de Brahmana's
    (de Brahma-Sutra's) zijn niet alleen zeer degelijk spiritueel
    werk, maar hebben ook als model gediend voor de filosofen
    van andere scholen.Ramanuya betekent : jonge broeder van
    Rama.Hij werd geboren rond 1017, en zou120 jaar geleefd
    hebben .Zijn invloed was zeer groot op veleVedantijnen die
    hem eerst bestreden maar later bijtraden.Volgens de overle-
    veringen zou hij van de god Visnu bevestiging gekregen heb-
    ben van zijn zienswijze betreffende het verschil tussen de
    godheiden de individuele zielendie als eeuwige monaden op
    zichzelf zouden bestaan Ook volgens Ramanuya bestaat ver-
    der de Prakriti met de drie guna's, niet als werkelijk bestaan-
    de entiteiten, maar als eigenschappen . Ze zijn niet van de
    Prakriti te scheiden , maar werken erin. "Kennis" is eveneens
    het middel tot zaligmaking. Behalve Ramanuya zijn er nog te-
    genstanders van Sankara opgestaan.

    Madva (°1199 + 1278)
    Na eerst voorstander te zijn geweest van Sankara's theorie
    keert Madva zich tegen hem, omdat hij de drieledigheid in
    plaats van het Vedantijns non-dualisme voorstond nl. :
    1° Visnu de Alomtegenwoordige.
    2° De veelheid van de individuele zielen.
    3° Het niet-spirituele of de ( levenloze ) dingen.

    NIMBARKA ( geen data gekend)
    Hij was een devoot Krisna-vereerder. Zijn theorie bestond
    in de dualiteit van het niet-duale. Hij poogde evenals Rama-
    nuya uit te leggen dat de pluraliteit van de vele spirituele mo-
    naden kon verenigd zijn in de absolute éénheid , waarin dan
    ook plaats bleef voor de niet spirituele dingen die allen sa-
    men een geheel vormen..Er was dus volgens Nimbarka één
    éénheid met twee eigenschappen die niet ondergeschikt wa-
    ren aan elkaar, maar naast elkaar bestonden.Hij identificeert
    Brahman als Krisna, de geincarneerde godheid die evenwel
    op zichzelf bestond en samen met Radha, zijn geliefde, en
    door de hulp van de god Visnu, alle krachtenen deKosmos
    voortbrengt.

    VEDANTA' S DUBBELE STREKKING.
    Uit alles wat voorafgaat kunnen we besluiten dat de Vedan-
    ta uit twee grote stromingen bestaat : nl.
    1° Het radikaal monisme : Het Advaït -Vedanta, dat voor
    Westerlingen overkomt als een soort Pantheïsme.
    2° Het gematigd monisme : dat een zekere dualiteit toelaat
    binnen het opperwezen waarin de individuele zieleneen
    een afzonderlijk bestaan behouden en ook werkelijkbe-
    staande zijn.
    Het monisme was een poging om de vele goden van de
    Upanishaden niet te verstoren . Men trachtte een eenheid te
    vinden in de veelvuldig heid , nl.: een allesomvattende, een
    alomtegenwoordige , en toch alle goden behoudende een-
    heid , naast alle zielen (mensen) en alle verschijnselen die
    samen verschillende manifestaties zijn van één geest die het
    universum is. In werkelijkheid geen echt pantheïsme, maar
    een  " Alles-is-God "-visie.

    In een volgende aflevering komen de pragmatische zienswij-
    zen aan de beurt. 

    31-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Indiase zienswijzen vervolg 5.

    -25-
                     De Indiase zienswijzen vervolg 5.

    2.Zienswijzen die het gezag van de Veda's wel aanvaarden
    maar gebaseerd zijn op ondervinding en menselijke rede-
    nering ... en niet op de Vedische teksten zelf.Men zou ze
    PRAGMATISCHE ZIENSWIJZEN kunnen noemen.
    a) SANKHYA.
    Sankhya betekent"Aantal". De Sankhya is een zienswijze
    die de kosmische principes opsomt, en hun bestaan of sys-
    tematisch ontstaan verklaart.
    Het woord Sankhya verschijnt reeds in de Upanishadenen
    in de Bagavad-Gita. Daar duidt ze een andere filosofische
    methode aan volgens dewelke alle kosmische verschijnse-
    len voortkomen uit één bestaan , of "Zijn",via de evolutie-
    theorie.Gedurende de eerste eeuwen van onze tijdrekening
    ontstaat er een groep systemen die zich allen Sankhya
    noemen omdatze eveneens een ontwikkeling van kosmi-
    sche principes onderwijzen welke de ene nade andere e-
    volueren , maar allen voortkomen uit één oerbasis( Prakri-
    ti -Avyakta ), die als begin van de materiële wereld wordt
    beschouwd.De zielen zijn geen onderdelen van een alles-
    omvattende geest, maarzijn autonome spirituele monaden
    die eeuwig zijn en die in principe geen binding hebben met
    hetgeen door Prakriti voortgebracht wordt.Deze Sankhya
    onderwijst dus een dualisme: PRAKRITI en PURUSHA.
    Ze bekommert zich verder niet om een universele geest om
    als basis van deze twee te fungeren. Vandaar dat deze leer
    op een atheïstische zienswijze is ingesteld. Er is gewoonweg
    geen plaats voor een god , want zowel de spirituele mona-
    den als de oerbasis zijn : .."eeuwig-zonder-begin" . Enkel
    de Karma-wet fungeert nog als kosmische ordeschepper
    en moraal-code. De Sankhya heeft onder deze vorm zeer
    grote invloed gekregen en zou volgens de overleveringen
    ontstaan zijn via de ziener Kapila , die sedert legendarische
    oorsprong het systeem zou ontworpen hebben , meer dan
    1.000jaarV.C.Naar alle waarschijnlijkheid moet deze ziens-
    wijze ontstaan zijn vöör het Boeddhisme aangezien daaruit
    menige zaken ontleend  werden, zoals de naam van de
    geboorteplaats van Boeddha, Kapilavasta genoemd.Ook de
    Yoga van Patañjali steunt op deze zienswijze voor wat de
    kosmische entiteiten betreft. Kapila behoort ook tot de le-
    gendarische figuren die als zonen van Brahman medegehol-
    pen zouden hebben aan de schepping van de wereld.
    De leerlingen van Kapila , Asuri en Pancashikha , staan be-
    kend als pan-en-theïsten .Uit het voornaamste werk van de
    klassieke Sankhya nl." Sankhya-Karika" blijkt dat Kapila
    de "kennis" heeft aangeduid als verlossing. Deze"kennis" be-
    bestaat in het zien van het onderscheid tussen Prakriti en
    Purusha, zonder zich verder uit te spreken over de kosmi-
    sche eeuwigheid van deze twee .De commentatoren van de
    Karika zeggen dat het bestaan van Iswara niet mogelijk is
    en bevestigen aldus dat de Sankhya een atheïstisch systeem
    is .Sankara erkent dat Kapila niet geloofde in Atman als
    alleen-bestaande-Brahman, maar wel in de pluraliteit van
    de zielen.Hij bevestigt echter ook dat de gerenomeerde Ka-
    pila iemand anders zou zijn dan de stichter van de Sankhya
    -filosofie. De oudste vorm van Sankhya zou ook als een ge-
    perfectioneerde Vedanta kunnen gezien worden in de zin
    van ontleding of nummering van de Kosmische verschijn-
    selen.De naam Vedanta wordt echter niet gebruiktin de
    Upanishaden of in de andere andere geschriftenwaarop ze
    haarzienswijze steunt. Men vindt echter wel in de Maha-
    bharata sporen terug van het bestaan van Prakriti als een
    autonoom kosmisch principe dat tegenover een veelheid
    van Purusha staat,met los daarvan een goddelijke Puru-
    sha.In ieder geval is de Sankhya-Karika van Iswara-kris-
    na (+/-560 N.C.) het oudste Sanskrietwerk dat over de
    Sankhya bestaat. Het handelt over de beginnende natuur
    en de pluraliteit van de spirituele monaden die niet afhanke-
    lijk zijn van een gezamenlijk kosmisch principe Het onder-
    wijst ontegensprekelijk een dualistische metafysika en is
    atheïstisch van strekking , niettegenstaande latere commen-
    tatoren zoals Gaudapada en vooral Vacaspati-misra (9°
    eeuw) er Vedantijnse invloeden zullen inbrengen .
    Sankhya-Karika aanvaardt twee principes die volkomen
    los van een derde , elk hun eigen eeuwig-niet-beginnend
    bestaan hebben nl.:
    1° PRAKRITI : De oermaterie of Pradhana .Ze is niet
    spiritueel, onbewust, maar wel actief.
    2° PURUSHA ' S :De vele individuele spirituele monaden .
    Ze zijn bewust maar niet actief .
    Alles wat uit zichzelf niet bewust is, komt voort uit Prakriti.
    Daaruit volgt,dat Prakriti niet enkel de basis is van de mate-
    riële dingen , maar ook van de door ons als geestelijk be-
    stempelde mogelijkheden in levende wezens zoals : de mo-
    gelijkheid om te denken, het waarnemingsvermogen,de mo-
    gelijkheid om pijn of vreugde te voelen enz..; zij komen
    niet voort uit de spirituele monaden. De oermaterie bevindt
    zich in een voortdurend proces vanverandering, dat noch
    begin, noch einde kent. Nu eens in volle expantie als een
    kosmos vol dingen. Dan weer als een opgeslorpte oerklomp
    (Pradhana).Ze bestaat uit drie GUNA'S of constituanten, nl:
    1° SATVAM: De substantie van het licht, lichtheid en
    vreugde.
    2° RAJAS : De substantie van onstandvastigheid, pas-
    sie, beweging.
    3° TAMAS: De substantie van duisternis, smart en af-
    remming.
    De Sankhya distantiëert zichdus, als zienswijze, van de U-
    panishadgedachte omdat zij Iswara (De Heer) verwerpt als
    gemeenschappelijk fundament van de Prakriti en de spirituele
    monaden ( Purusha's).Alhoewel de auteurs van de Sankhya
    wel op dehoogte moeten zijn geweest van het bestaan der
    goden zoals men deze in de Veda's en in de andere heilige
    geschriften aantreft,toch wordt over de goden niet gesproken
    omdat zij geen inbreng kunnen hebben in de kosmische evo-
    lutie zoals dezevooropgeteld wordt in hun zienswijze.De go-
    den zijn dus in ieder geval niet de makers van de dingen waar
    aan zij uit zichzelf geen behoefte of verlangen kunnen hebben
    aangezien zij volmaakt zijn en niets kunnen verlangen. Men
    zou dus kunnen aannemen dat de Sankhya de goden aanziet
    als spirituele monaden die voor altijd bevrijd zijn van de Kar-
    ma-wet, en zich verder niet inlatenmet de andere spirituele
    zelven of de evolutie van de kosmos. Alleen wanneer er een
    niet bevrijd Zelf beroep op hen zou doen om ter hulp te ko-
    men, zoals dit het geval is met de verschijningen van de mens-
    geworden goden, dan kan men vast stellen dat deze goden
    bestaan.Deze uitleg toont aan, dat het atheïsme van de San-
    khya niet op dezelfde wijze op te vatten is als het westerse
    standpunt over atheïsme. (H.De Glasenapp "La filosofie In-
    dienne " pag.169 ) .Als voornaamste werk uit de post-klas-
    sieke periode dient vermeld : de "Sankhya-sutra. ( volgens
    Garbe geschreven tussen 1380 en 1450).Door deze wordt
    de Sankhya opnieuw heropgezet tegen diverse commentato-
    ren waaronder niet in het minst Vijnanabhiksu, die de San-
    khya in haar klassieke vorm trachtten aan te tasten en uit te
    leggen als een afgeleide van de Vedanta.
    b).YOGA.
    Aangezien de yoga-zienswijze uitvoerig wordt behandeld in
    de latere toevoegingen aan mijn blog, wordt hier geen ver-
    dereuitleg verstrekt over haar zienswijze die eveneens prag-
    matisch mag genoemd worden. Men dient nochtans te besef-
    fen dat de Yoga-zienswijze de enige is die een zo uitgebreide
    praktische handleiding bezit om de bevrijding te bereiken
    waar alle andere dârsana's slechts over spreken. Ook kan
    men vast stellen dat de yoga-beoefening zeer uiteenlopende
    praktische uitwerkingen kent zoals Kriya-yoga (de yoga van
    de daad), Mantra-Yoga (de yoga van het reciteren van man-
    tra's of gebedsformules), Hatha-yoga(de yoga van de inspan-
    ning of lichamelijke yoga), en nog andere die echter in de yo-
    ga-sutra van Patañjali terug te vinden zijn. Een soort echter ,
    de kundalini-yoga blijkt niet door Patañjali te zijn opgenomen.
    Deze soort yoga gaat ervan uit dat er in het lichaam zes ener-
    giepunten of Shakra's aanwezig zijn, waarvan de laagst gele-
    gene bezet wordt door de slapende Kundalinislang (slangen-
    kracht of energiekern) die Prakriti vertegenwoordigt.
    Door de beoefening van de yoga die haar naam (Kundalini)
    draagt , kan deze kracht gewekt worden en achtereenvol-
    gens door de andere Chakra's naar boven stijgen , waar ze
    zich verenigt met Siva-shakti ( Purusha ) en nadien weer
    terug keert naar de laagste Chakra. Slechts na langdurige
    en intensieve oefeningen slaagt men erin de Kundalini in ver-
    eniging te houden met de Siva-shakti, wat dan de bevrijding
    als resultaat geeft.

    In de volgende aflevering komen de Nyaya en Vaisessika
    aan de beurt. 

    31-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Indiase zienswijzen vervolg 6. en overzicht

    -26-
            De Indiase zienswijzen vervolg 6.

    c) & d) NYAYA en VAISESIKA
    Aangezien Nyaya en Vaisesika elkaar onderling aanvullen
    in die zin dat Nyaya de kosmische uitleg van de Vaisesika
    verklaart, terwijl de Vaisesika de logische gedachtengang
    van de Nyaya uitlegt, worden beide zienswijzen samen be-
    sproken. Het woord Nyaya betekent reglement, principe of
    voorbeeld .De leer van de wetenschappelijke bewijsvoering
    en haar principes wordt aldus NYAYA genoemd, m.a.w.
    het systeeem dat de regels opstelt over denkmethode, be-
    sluitvorming en degelijke discutie, noemt men Nyaya.
    Het woord Vaisesika , afgeleid van 'vesesa ' = onder-
    scheid, geeft de naam aan van de leerstelling die hetspeci-
    fieke onderscheid weergeeft tussen de dingen dieons om-
    ringen in de uitwendige zichtbare wereld , en de dingen die
    intern bestaan. DeVaisesika poogt het probleem van de
    metafysica op te lossen door het onderscheid van externe
    en interne wereld. Vandaar dat de Nyaya soms wel be-
    schouwd wordt als een logische filosofie, terwijl de Vaise-
    sika bestempeld wordt als een filosofisch ontleden vande
    natuur .Beide zienswijzen waren een poging om elk afzon-
    derlijk een aanvaardbare uitleg te verschaffen over de we-
    reld terwijl zein feite elkaars aanvulling werden ; de ene
    door logisch te redeneren , en de andere door te filoso-
    feren. Beide zienswijzen zijn eveneens orthodox. Zij aan-
    vaarden dus het gezag van de Veda's alhoewel zij deze
    niet als basisleer gebruiken om hun systeem op te bou-
    wen .Ze blijven beiden buiten de stroom van de specula-
    tieve theorie over het theologisch concept dat in de
    hymnen van de Veda's wordt vooropgesteld , als ver-
    trekpunt van hun hypothesen. De grote verdienste echter
    waardoor deze twee zienswijzen zich onderscheiden van
    de andere traditionele därsana's is wel, dat zij voor het
    eerst de leer van de onderverdeling van'al-het-gekende' in
    categoriën invoerden.Deze verdeling was: substantie, kwa-
    liteit en aktiviteit. Ze maakt het mogelijk de relaties tussen
    de afzonderlijke dingen vast te omlijnen in algemeenheden,
    specialiteiten en inherenties(onafscheidelijk samengaan met).

    -1) NYAYA (geschiedenis en betekenis)
    De Nyaya-sutra zou opgesteld zijn door de brahmaanGota-
    ma, bijgnaamd Aksapada (= wier ogen voeten zijn ). Deze
    naam heeft hij waarschijnlijk te danken aan het feit dat hij
    steeds de blikken op de aarde richtte wanneer hij de draad
    kwijt raakte in zijn gedachtengang. Zijn werk is van onge-
    kende datum, omvat vijf hoofdstukken , elk verdeeld in
    twee delen die elk tussen de 20 en de 71 aforismen bevat-
    ten. De eerste sutra' zeggen : "Het recht op de kennis van
    de 16 categoriën resulteert in het verwerven van het "Op-
    perste Geluk".De 16 categoriën zijn : - middelen tot ken-
    nis - objecten van kennis - de twijfel - het motief - het
    voorbeeld - het voorstel - de delen van de redenering -
    de reflexen - de beslissing - het onderhouden - de tegen-
    spraak - de disputen - de wijsheden - de fraude - de
    waardeloze antwoorden - de verwarring van de tegen-
    stander .Elk van deze categoriën wordt dan verder uitge-
    diept en verklaard hoe ze tot Geluk leiden .De Nyaya
    - sutra bevat dus een soort logisch denken . De opvatting
    over de ziel als object van kennis , waardoor men kennis
    kan verwerven (zie categorie2 : objectenvan kennis)even-
    als de organen,de kennis enz...zijn nagenoeg dezelfde als
    deze van deVaisesika .De activiteiten van de andere cate-
    goriën , conditioneren de overgang van de zielen naar de
    Bevrijding .Geen ware idee over een god, tenzij daar
    waar de karmawet als oorzaak fungeert van de verschij-
    ning van alles wat bestaat, en er gezegd wordt dat Karma
    geenactiviteit zou kunnen ontplooiën wanneer god ze niet
    zou toekennen. De oudste commentaren over de Nyaya
    -sutra komt van Vatsyayana (Vde eeuw N.C.), en werd
    fel bestreden door de Boeddhist Dignaga.Latere commen-
    taren hebben Nyaya weer in ere hersteld . Vooral deze van
    Jayanta (IX de eeuw) , de "Nyayamanjari" heeft de Nyaya
    -leer opnieuw in zijn oorspronkelijke vorm gezet.Een ver-
    nieuwing kwam eveneens tot stand in de XII de eeuw, met
    Gangesa die zich met grote ijver bezig gehouden heeft met
    de studie van de logica en opbouwen van het systeem dat
    syllogisme genoemd wordt in het jargon van het redene-
    ren ( syllogisme = sluitrede)- een voorbeeld ter verduidelij-
    king : " Alle mensen zijn sterfelijk , alle koningen zijn men-
    sen , dus : alle koningen zijn sterfelijk".

    -2) VAISESIKA (geschiedenis en betekenis)
    Zonder met zekerheid het tijdstip van ontstaan te kunnen
    bewijzen(171 N.C., of als afgescheurde van de school van
    Mimansa +/200 V.C.) wordt de Brahmaan Kanäda aan-
    gezien als de stichter .Hij kreeg verlichting van de god Siva
    onder vorm van een uil ( vandaar de naam Aulukyadadär-
    sana = filosofie van de uil ). Kanäda betekent graanvreter ,
    dit houdt verband met het feit dat Kanädasteeds met klei-
    ne dingen (atomen) bezig was ... graantjes .De vorm waar-
    in de leer van Kanäda ot ons gekomen is bestaat uit zes
    hoofdstukken die elk in twee delen onderverdeeld zijn. Elk
    deel omvat 7 tot 37 lakonieke spreuken . Het boek vangt
    aan met de definitie van DHARMA = datgene waardoor
    men geluk verwerft op aarde of in de hemel , nl. door
    deugd en verdiensten .Het opperste geluk is de bevrijding
    die men verkrijgt door de waarheid te kennen van de zes
    categoriën tw.: de substantie - de kwaliteit - de activiteit -
    de algemeenheid -de specialiteit en de inherentie . Deze
    categoriën worden uitgelegd via een filosofische gedach-
    tengang die alle dingen tracht te verklaren , bv. de ziel -de
    donder - het opstijgende sap in de twijgen van de bomen
    enz..., men geeft verklaringen over handelingen en werken
    die moeten uitgevoerd worden volgens de voorschriften
    van de Veda's.,( zoals het baden, vasten, enz..., om verlos-
    sing te kunnen verwerven.Volgens Kanäda werd de morele
    orde van de wereld geregeld door de mensen zelf. Zijdus
    konden oordelen over het al dan niet aanvaarden van een
    religieuze code of over de natuurlijke kracht van de Kos-
    mische evolutie . Geen enkele oude Bhasya (uitleg) over de
    Vaisesidka is tot hiertoe ontdekt.

    3) DE UNIE "NYAYA-VAISESIKA"
    .Aangezien Nyaya en Vaisesika steeds dicht met elkaar in
    verband stonden moet het ons niet verwonderen dat er een
    fusie van deze twee zienswijzen ontstaan is. Deze fusie is
    grotelijks toe te schrijven aan de commentaren en samen-
    vattingen daarvan , waarin men deze twee systemen door
    elkaar besprak en uitlegde. Dergelijke werken kennen he-
    den in India nog bijval als inleiding op de filosofie, zoals het
    boek "Sapta padarthi" ( de zeven categoriën ) uit deXIde
    eeuw , van Sivaditya . Naast de zes bestaande categoriën
    van Kanända werd een zevende categorie toegevoegd, nl.
    de categorie "Niet -bestaan".
    De zeven categoriën zijn:
    1° Substantie = DRAVYA ( de elementen de ether en
    de zielen)
    2° Kwaliteit = GUNA en MANAS de 3 kwaliteiten
    -de kleur-het aantal - de smaak enz...
    3° Activiteit = KARMA (elke handeling of beweging)
    4° Algemeenheid = SAMANYA (de innerlijke kenmerken
    van de gewone dingen)
    5° Specialiteit = VISESA ( de kenmerken van de sub-
    stantiële dingen)
    6° Inherentie= SAMAVAYA ( de innerlijke band
    van niet te scheidendingen)
    7° Niet-bestaan= ABHAVA ( het verleden - de toe-
    komst- dingen waartussen geen verband bestaat ).
    God is zoals ISWARA in de Yoga: een individueel "Zelf"
    enig in zijn soort en met eigen kwaliteiten. die hem onder-
    scheiden van de andere Zelven.Hij bezit de macht over de
    atomen en de werking van de Karmawet.Zijn werken heb-
    ben als reden en oorzaak, zich te manifesteren en zijn sou-
    vereiniteit te proclameren .Nyaya-Vaisesika aanvaardt dus
    ook de schepping zoals ze in de Veda's staat.De zielen zijn
    ontelbaaren individuele Zelven . Ze bezitten veertien eigen-
    schappen : -aantal - afmeting - onafhankelijkheid - binding-
    scheiding -kennis - vreugde - smart - inspanning - afkeer-
    verlangen - verdienste - schuldgevoel - ontvankelijkheid.
    Die eigenschappen zijn slechts potentieel en worden enkel
    werkelijk indiende ziel in een lichaam verblijven.Aangezien
    Nyaya-Vaisesika ervan overtuigd is -zoals trouwens alle
    orthodoxe systemen - dat elk levend wezen in een pijnlijke
    toestand verkeert, is ook zij ervan overtuigd dat bevrijding
    nodig is.Deze bevrijdingkan zeker benaderd worden door
    goede werken te doen, maar men verkrijgt ze alleen door
    het verwerven van de kennis, de kennis van de categoriën
    waardoor de Karmawet zal doorbroken worden.

    OVERZICHT VAN DE DARSANA'S
    I De niet -orthodoxe zienswijzen (geen erkenningVeda's)
    1° Twee godsdiensten : +/- 500 V.C.
    - Het Jaïnisme- gesticht door Mahavira, geen schepper
    geen vernietiger. -vele goden en individuele zielen ge-
    weldloosheid en ascese.
    -Het Boeddhisme - gesticht door Siddharta,geen erken-
    ning van een opperwezen, het leven is een aaneenscha-
    keling van momenten, de gulden middenweg geeft ver-
    lossing.
    2° Andere zienswijzen :
    - Agnosticisme - Materialisme - Fatalisme.

    II. De orthodoxe zienswijzen ( erkennen de Veda's )
    1° Dogmatische zienswijze (leer volgens de Veda's)
    -Mimansa: De Veda's zijn de hoogste leer ,
    aanvaardt het bestaan van individuele zielen,
    Geen schepper of Vernietiger
    Monistisch - Veda's als hoogste waarheid.,
    Radikaal monisme volgens Sankara.
    Gematigd monisme volgens Ramanuya e.a..
    - Vedanta : De Veda's zijn de hoogste waarheid.
    RadikaalMonisme volgens Sankara of gematigd
    monisme volgens Ramanuya

    2° Pragmatische zienswijzen(met erkenning van deVeda's)
    Sankhya: Dualistisch - Purusha (met individuele zielen)
    Prakriti (de materie)
    Yoga Dualistisch -Purusha ( met individueel ZIJN)
    Prakriti (de materie :wording)
    Nyaya: Wetenschapelijke bewijsvoering met bestaan
    van de schepper volgens de Veda's
    Vaisesika :Filosofische bewijsvoering.
    De orde in de wereld is door de mens geregeld.
    ____________________

    Hier eindigt de beknope uiteenzetting over de Indiase
    zienswijzen.
    In volgende afleveringen wordt dieper ingegaan op de
    opleidingslessen tot Yogacharya door mij samengesteld 

    31-05-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    01-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.UIT DE OPLEIDINGSLESSEN TOT YOGACHARYA

    -27-
              Uit de opleidingslessen tot Yogacharya.

    De nu volgende afleveringen zijn uittrekseksels uit de schrif-
    telijke cursus die ik na ruim17 jaar verzamelen van aanteke-
    ningen uit het talrijke boeken- en lessenaanbod heb geor-
    denden gebundeld tot 61 schriftelijke lessen die bestemd
    waren voor de opleiding tot Yogacharya. De cursisten die
    aan de in1982 erkende op leidingsschool Halâsana- Mal-
    degem deze lessen gevolgd hebben zijn allen in het bezit van
    een door de Europese-unie erkend diploma vanYogacharya .
    Hun namen zijn vermeld in de aflevering Halâsana VZW&
    Vormingsschool (zie aflevering 13 dd. 03/04/2006).

    INDELING.

    Vooraf komen enkele artikelen ter illustratie of verduidelij-
    king van het hiervoor gepubliceerde overzicht van de India-
    se därsana's .Daarna volgt als voornaamste deel de integra-
    le bespreking en uitleg over deYOGA-DARSANA  geba-
    seerd op deYOGA-SUTRA van Patañjali en op het levens-
    werk van G.M. KOELMAN, uitgegeven onder de engelse
    titel : "FROM RELATED EGO TO ABSOLUTE SELF"
    (in vertaling met de titel : "Van een relatief ego tot het ab-
    solute Zelf " uitgegeven bij Halâsana ).

    BENADERING VAN DE STUDIE-OOST-WEST.
    1.Ex Oriente lux ... ?
    Zoals de zon op natuurlijke wijze opkomt in het Oosten ,
    zo is ook de zon van de hoogste kennis, de opperste wijs
    heid, opgekomen in de oostelijke zone van de wereld,
    waarvan BHARAT (India) in het centrum ligt" .
    Deze merkwaardige uitspraak komt van Srimat Swami
    Shivananda Saraswati te Gaughati in de provincie Assam
    in India.(uit het boek:Yogic therapy-2°uitgave 29/07/1969)
    "En als men dan vraagt of het licht uit het Oosten komt en
    of wij nu Boeddhist of Taoïst moeten worden , dan kan ik
    alleen antwoorden: "Het Oosten heeft bewezen dat het even
    eenzijdig is als het Westen .Wat heeft India bereikt met zijn
    eenzijdig accent op het religieuze ? Armoede , honger, ziek-
    ten, fatalisme, .. ook dat is geen evenwichtige levensbe-
    schouwing ..."  Dit krasse wederwoord van Professor
    U. Librecht ,K.U.Leuven ,is een uitdaging zowel voor
    het Oosten als voor het Westen. Het wil voor iedereen
    een waarschuwing zijn , "... dat het licht alleen kan komen
    uit het hart van hen die het evenwicht gevonden hebben
    tussen wetenschap, religie en natuur." ( uit: Wijsheid uit
    het Oosten - 1976 prof. U. Librecht - ) 

    2. Het aanvaarden van verschillen.
    Aan het begin van een studie die gericht is op het leren
    berijpen en in praktijk brengen van de wijsheid uit een we-
    reld die in vele opzichten van de onze verschilt, past het
    enkele van deze vershillen voorop te stellen. Het aanvaar-
    den van deze verschillen is inderdaad een van de voor-
    naamste voorwaarden om de zienswijzen die eruitvoort-
    vloeïen te kunnen begrijpen. Ze werden op duidelijke wij-
    ze geïlustreerd en uitgelegd in het boek " Wijsheid uit het
    Oosten " (reeds vermeld) :
    1° Het fundamentele verschil tussen hetOosten en het
    Westen kunnen we best illustreren met het antwoord
    op de vraag : Wat is het leven? (zie Därsana en Filoso-
    fie mijn aflevering 19 dd.15/05/2006)
    2°Het oosterse denken kan niet benaderd worden door
    er op een westerse manier op los te stormen, want het
    is reductief.
    3° De westerse mens benadert de wereld als een gestalte
    en zijn manier van denken is productief.
    4° Het schizoïde karakter van de westerse beschaving
    komt vooral tot uiting in het feit dat de economische en
    op uitbuiting steunende doel stellingen naast de hoogste
    principes op religieus en cultureel gebiedgehuldigd wor-
    den.
    5°Verstandige en geleerde mensen zijn daarom nog geen
    wijze mensen.
    6° De nieuwe mens moet niet uit het Oosten noch uit het
    Westen komen, maar ... uit ons zelf ! .

    3. De drie fasen die ons zullen leren het doel te bereiken.
    1° Weten of niet-weten ?
    In "Speurtocht naar de werkelijkheid " door E.Jordan
    -uitgeverij Servire/ Wassenaar 1971- wordt eveneens
    de benaderingswijze van Oost en West t.a.v. het leven
    en de waarheid zeer sterk benadrukt in de volgende
    bewering :"De westerse en oosterse standpunten staan
    lijnrecht tegenover elkaar.Waar het Westen het mense-
    lijk denken verheft tot een tiran die alleen regeert, gaat
    het Oosten van het stanpunt uit dat de mens ondanks
    al zijn denken niets weet. De oosterse mens die de
    waarheid zoekt heeft geen belangstelling voor de gedach-
    ten van andere mensen. Hij neemt geen deel aan rumoe-
    rige debatten en vergaderingen. Hij doet niets anders
    dan zich in alle stilte neerzeten naast hem die de waarheid
    kent . Het denken wordt uitgeschakeld.De leerling schept
    een vacuum dat opgevuld moet worden"
    2° Maakjekopleeg .
    Met dit beeld en benaderingswijze tot de oosterse wijs-
    heid voor ogen wordt deze cursus aangeboden aan allen
    die oprecht en zonder sektarisme de wetenschap van de
    yoga en de praktische uitvoering ervan willen leren ken-
    nen. Een mooi verhaal uit Zen Boeddhisme illustreert
    eveneens op klare wijze hoe iedereen de wijsheid en de
    waarheid dient te benaderen .
    Een heel geleerde professor ging eens naar een Zen
    -meester en vroeg : "Meester, leer mij de absolute wer-
    kelijkheid kennen . Niets anders begeer ik te weten .
    Leer me over Tao . Zonder op zijn verzoek in te gaan
    begon de leraar een kom thee in te schenken . Depro-
    fessor dacht dat de meester hem eerst een kopje  thee
    wou aanbieden, om dan met de discutie over Tao van
    startte gaan. De leraar bleef maar thee inschenken, tot-
    dat de professor uitriep :"Stop, meester! Als u zo door-
    gaat loop het kopje over !" De Zen-meester hield op en
    keek de professor aan en zei : " Professor, dit is nu juist
    het probleem waar u me voor stelt: je bent met je kop vol
    meningen, oordelen, ideeën enz...naar me toegekomen ;
    je kop is vol ! Entoch vraag je me er wat inte gieten.
    Ook jouw kop zal overlopen.Wat moet ik doen ? Daar-
    om ...ledig eerst je kop, en kom dan terug om te discutïë-
    ren over wat je maar wilt" .
    3° Men moet geen bijzonder mens zijn.
    Tenslotte nog dit over de benadering van deze studie .
    Men moet geen bijzonder mens zijn om Yoga te beoefe-
    nen . Uit het boek"Kundalini " van Gopi Krishna (1977)
    "Het waarheidsgetrouwe en onopgesmukte relaas van een
    heel normaal leven zoals ik dit in deze bladzijden gegeven
    heb voor wat de periode vôôr het optreden van de uitzon-
    derliijke toestand betreft, moge voldoende bewijs zijn dat
    ik aanvankelijk niet beter en niet slechter was dan andere
    mensen en geen buitengewone kenmerken vertoonde.Ook
    hoop ik met mijn relaas te hebben laten zien dat de uitein-
    delijke bewustzijnstoestand die ik nog steeds bezit, niet
    plotseling opgetreden is , maar het hoogtepunt vormde van
    een biologische reconstructieproces dat meer dan vijftien
    jaar had geduurd vooraleer dat zich de eerste tekenen van
    een nieuwe ontwikkeling aandienden . Dit proces gaat nog
    steeds voort in mij, en doet mij zelfs na meer dan vijftien
    jaar nog altijd versteld staan . Anders dan met materiële
    verschijnselen meestal het geval is, is dit proces van steeds
    grotere intensiteit . Ik heb zodoende geleerd dat, in tegen-
    stelling tot de opvattingen die spitrituele groei uitsluitend
    aan psychische oorzaken , zoals extreme zelfverzaking of
    buitengewone godsdienstigheid toeschrijft, men van het
    normale tot een hoger bewustzijn kan opstijgen door een
    continu biologisch proces dat evensystematisch verloopt
    als iedere andere activiteit in het lichaam.In geen enkel
    stadium van dit proces moeten ja wellicht mogen, het vlees
    en de gevoelens van het menslijk hart veronachtzaamd wor-
    den . Een hoger bewustzijn dat niet de slaaf der zinnen is ,
    lijkt onverenigbaar met eenfysiek bestaan waarin de harts-
    tochten en verlangens en dierlijke behoeften van het lic-
    haam, zij het in beperkte mate , aan bod komen, tenzij we
    de biologische factoren in aanmerking nemen. Ik kan hier
    met stelligheid verklaren dat een redelijke mate van beheer-
    sing der lusten, gepaard met enige kennis van het machtige
    mechanisme alsook een goede constitutie een zekerder en
    veiliger weg tot de spirituele ontwikkeling is dan mortificatie
    of overdreven godsdienstigheid."
    Uit deze tekst onthouden we in hoofdzaak twee punten :
    1° Men moet geen bijzonder mens zijn, maar veel geduld
    hebben
    2° Spitituele groei wordt niet alleen aan psychische oorza-
    ken toegeschreven zoals extreme zelfverzaking en bui-
    tengewone godsddientigheid, ook het lichaam en zijn
    gevoellens moeten voldoende aanbod komen zonder
    er nochtans slaaf van te worden.

    Hier eindigt de benaderingswijze van de cursus .
    In de volgende aflevering komt er enige toelichting over
    de ontwikkelingsgronden van de indiase därsana's. 

    01-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De ontwikkelingsgronden van de indiase darsana's.

    28-

    ONTWIKKELINGSGRONDEN VAN DE INDIASE
    DÄRSANA'S.
    Zoals ik hier boven reeds heb vermeld bij de voorstelling
    van de indiase därsana's en hun indeling in orthodoxe en
    niet orthodoxe zienswijzen, vinden wij vooral de eerste
    sporen en opvattingen over wat als KENNIS moet ver-
    worven worden om de kringloop van leven te kunnen
    doorbreken, in de Veda's. Het woord Veda betekent
    "Kennis". De vedische teksten worden door de indiase be-
    volking over 't algemeen erkend als oorspronkelijke ken-
    nis die van buiten het universum komt .Vandaar het grote
    gezag en de buitengewone invloed die ervan uitgaat.Wan-
    neer in India bv.iemand tot een ander zegt dat hij dit of dat
    moet doen, dan mag men meestaal verwachten dat de an-
    dere vraagt : "Hoe zo ? is dit soms een vedisch gebod ? "
    Zo beweert men in India ook dat koemest in de Veda's
    als zuiver wordt aangezien en dat een onreine plek zuiver
    wordt door er koemest op aan te brengen. Het schijnt in
    elk geval vast te staan dat een wetenschhappelijke analy-
    se de antiseptische eigenschappen van koemest heeft be-
    vestigd. Datums vooropstellen i.v.b. met het ontstaan der
    Veda's is zeer gewaagd, maar toch wordt aangenomen
    dat de oudste Veda's +/- 5.000 jaar geleden opgete-
    kend werden. Tijdens deze periode werd het leven en
    vooral de godsdienst in het bijzonder door de Veda's
    overheerst. De Brachmanen alleen waren toen gemach-
    tigd als priesters, om de Veda's te verklaren. De vraag
    kan meteen gesteld worden of er tijdens deze periode
    reeds sprake was van yoga.
    Men onderscheidt twee soorten getuigenisen .
    1° Deze van een vedische proto-yoga activiteit lijkend
    op een godsdienst of een vorm van mystiek die men later
    terug zal vinden in het hindoeisme en in de vedantijnsge-
    richte yogascholen.
    2° Deze van de niet brahmaanse proto-yoga activiteit uit
    de Vratya-kanda, eenvedische hymne behorend tot de
    Arthava-Veda. De Vratya's waren nomaden die niet be-
    hoorden tot de orthodoxe kern van de vedische samenle-
    ving. Zij werden door de orthodoxen als een soort paria's
    aanzien. In het " Handboek voor yoga" geeft Feuerstein
    enkele voorbeelden van vedische teksten die voor de stu-
    die van de Yoga van belang kunnen zijn. Uit de Arthava-
    veda (een hymne met diepzinnige mystieke raadselen)
    komt de in vers 6 gestelde vraag naar de aard van de
    EEN die ongeboren is en de oorzaak van het gemanifes-
    teerde universum.Eveneens uit de Arthavaveda komen de
    welgekende verzen die vertellen over twee vogels die in
    dezelfde boom zitten .De ene eet van de vruchten terwijl
    de andere alleen maar toekijkt. De boom verzinnebeeldt
    de boom der kennis,wiens vruchten de wijze eet en de
    niet ingewijdde alleen maar toekijkt. Volgens zekere uit-
    leg van Vedanta -zienswijze zou de toekijkende vogel
    deze zijn die niet op deze wereld ingesteld is terwijl de
    etende vogel zich tegoed doet aan de goederen van de
    geconditioneerde wereld. Dit toont aan dat bepaalde
    commentatoren de teksten uitleggen naargelang de strek-
    king van hun eigen därsana. Bij de verklaring en vertaling
    der Sutra's van Patañjali komen dergelijke verdraaïngen
    meermaals voor. De veel aangehaalde uitlating "De waar-
    heid is één, de wijzen geven haar ververschilllende na-
    men" komt eveneens voort uit een vers van de Arthava-
    veda. De oorsprong van de Yoga moet dus ook naar alle
    waarschijnlijkheid eveneens gezocht worden in niet-vedi-
    sche en niet brahmaanse middens.Later wordt daardieper
    op ingegaangaan .Ook in het kastenstelsel vinden we
    twee mogelijke aanwijzingen die naar de dubbele oor-
    sprong van de zienswijzen en dus ook naar de yoga
    verwijzen. Aan de ene kant de Brahmaanse kaste, en
    aan de andere kant deze van de krijgers en van de Pa-
    ria's (zie de bv. Vratya-kanda uit de Arthavaveda.)
    Hoe zwaar wordt aan het kastenstelsel getild ?
    (hier volgt een uittreksel uit het tijdschrift PRANA -
    voorjaar 1981 -Nr.23 -door prof. H.van Praag)
    Hindoeïsme.
    "Wat tot in het recente verleden bleef , is het feit , dat een
    grote groep Indiërs door geboorte onrein was : de Paria's.
    Als een Paria slechts naar de maaltijd van een Brahmaan
    keek, werden degerechten daardoor onrein .Een verlicht
    man als Gandhi weigerde het kastensysteem af te schaffen.
    Welwees hij alle opvattingen over onreine kasten af (hij
    nam bv. Paria's in dienst )Wanneer Ambedkar, de leider
    van de Paria's, volledige opheffing van het kasten systeem
    eist, antwoordt Gandhi : "Dan trek ik mij terug, want dat
    zou het einde van India betekenen". Als J.D., de auteur
    van'The peoplesof India' aan de Bengaalse Dichter Chan-
    dra Sen, een definitie vraagt van een Hindou vraagt ant-
    woordt deze"Een Hindou is iemand die in India geboren is
    uit Indische ouders aan beide kanten , en die de regel van
    zijn kaste aanvaardt en nakomt".
    Ondank alle voorspellingen , dat het kastensysteeem zich
    niet zou handhaven in een verwesterd gedemokratiseerd
    India, blijkt het in de praktijk nog zeer sterk gehandhaafd,
    al wordt geen kaste meer als zodanig als onrein beschouwd.
    Intieme betrekkingen tussen leden van een hogere en lagere
    stand worden echter nog veelal als onrein beleefd.
    Gemengde huwelijken, samen reizen en zelfs samen eten
    worden nog steeds zoveel mogelijk vermeden. De absolute
    reinheid is dus aan het verdwijnen, de relatieve onreinheid
    blijkt sterke wortels in de sociale en culturele bodem van
    India geslagen te hebben . "

    De Brahmanen en hun filosofie.
    De Brahmanen waren de bevoorrechte kaste. Zij oefenden
    het gezag uit want zij alleen hadden de toelating om de vedi-
    sche hymnen en mantra's te reciteren. Zij hebben dus een
    doorslaggevende rol gespeeld in de religieuze en sociale
    ontwikkeling van India.
    In een boekje 'De landen en volken van Azië" verhaalt een
    duits antropoloog over zijn ontmoetingen met India in een
    beschrijving van wat hij noemt 'De godsdienst vanBrahma
    en Boeddha':  "Het Brahmanismus is ontstaan toen onze
    stamvaders , de Oostelijke Ariërs, anderhalf duizend jaar
    voor de geboorte van Cristus van den Oxus eerst naarde
    Indus en later naar de Ganges veroverend waren doorge-
    drongen, aldaar de zwarte oorspronkelijke bewoners van
    Indië, die slangen en geesten aanbaden, aan zich hadden
    onderworpen, en eindelijk door den ontzenuwden invloed
    van een zuidelijken hemel, slappe droomers geworden
    waren en aan hun priesters uitsluitend den omgang met hun
    goden hadden overgelaten. Die oude Ariërs waren een
    dichterlijk en godsdienstig volk.Tot bewijs hiervan dienen
    hun lofgezangen, de Veda's. In dezen heerst nog geloof in
    de natuurgoden, den hemel Varunas,Indra, den god des
    lichts, den donderaar en wolkenverzamelaar, in Agnis het
    vuur, namelijk offervuur, de middelaar tussen menschen
    en goden. Nog ene ontelbare menigte andere goden vorm-
    den zich die vrome zielen, steeds vasthoudende aan de on-
    uitgesproken gedachte dat er eigenlijk één hoogste God-
    heid was, vanwaar de als goden vereerlijkte natuurkrach-
    ten waren uitgegaan en afhankelijk bleven .De begeerte
    om deze hoogste god te leren kennen , werd zeer opge-
    wekt en aangekweekt door de priesters, die na de ver-
    overing van het Gangesdal eene erfelijke waardigheid
    verkregen en de meest bevoorrechtestand geworden wa-
    ren . De priesters schiepen uit de macht van het gebed
    welke den wil der goden aan banden legt en overwint, uit
    de heilige instellingen en uit het heilige woord dat hen al-
    leen ten dienste stond, een God des gebeds , een priester-
    god Brahman die voortaan alle andere goden zou beheer-
    sen. De priesters verklaarden ook dat de vermenging van
    kasten tot de afschuwelijkste zonden behoorden en dat
    zij die uit zulke eene vermenging geboren waren,voor
    onreine schepselen moesten gehouden worden".
    Tot slot van deze aflevering volgt een artikel door mij ge-
    publiceerd in 1981.

    DE BRAHMANEN EN HET BRAHMANISME
    IN DE YOGA.

    Sedert de vedische tijd wordt de bevolking van India in-
    gedeeld in kasten. De Brahmanen (priesters) waren als
    leidende kaste en als niet arbeidenden; in een bevoor-
    rechte positie. Zij hadden de leiding van de offerplechtig-
    heden in handen en hun gespecialiseerde voorschriften
    of Brahmana's dienden zeer stipt gevolgd te worden op-
    dat de offers hun juiste uitwerking zouden hebben.
    Vanaf de Vedische periode oefenden de Brahmanen een
    zeer diepgaandeinvloed uit op het spiritiuele leven van
    de Indiërs.Ook op socio-cultureel vlak en zelfs in het po-
    litieke leven waren zij met het hoogste gezag bekleed.
    Tijdens de vroege Upanishadperiode nemen ze de volle-
    dige leiding van het godsdienstig leven in handen. Hun
    onderricht, voorgesteld als de geheime leer die aan de
    voeten van de meester (guru) werd gegeven, toont aan
    hoe letterlijk hun gezag diende te worden opgevat.
    Het Brahmanisme dat aldus het sociale godsdienstig le-
    ven overheerste, uitte zich vooral in de opvattingen over
    het bestaan van Brahman en de visie op de kosmos.
    Van doorslaggevende betekenis zou het onderricht blij-
    ven van Yajnavalkya over Atman. Tijdens de latere
    Upanishadperiode komt vooral de tendens naar voor
    van éénwording tussen Atman en Brahman, langs de
    weg van aanbidding en zelfdiscipline, hoofdzakelijk af-
    komstig uit de MAHABARATHA.
    De vanuit deze periode bekende Yoga wordt door
    Mircea Eliade bestempeld als een Vishnuïstische reli-
    gieuze methode van éénwording. Ook Koelman om-
    schrijft de yoga van de Bagavad-gita als een aanbid-
    dende godsvrucht (Bhakti-yoga) tot Krisna, de mens-
    lievende manifestatievan God (zie onze uitgave "Patañ-
    jala-yoga" ,een lgesynthese van de Yoga-filosofie).
    Deze toestand duurde ongestoord voort tot aan de
    doorbraak van het Jaïnisme en Boeddhisme,ingevolge
    de reactie van haar leiders, die behoorden tot de kaste
    van de Ksatriya's( krijgers). De dwang der kasten werd
    doorbroken .Vardhamana en Sidharta werden als ket-
    ters beschouwd, maar hun opvattingen hadden enorme
    weerklank en zeer grote invloed in Oost en West.
    Zelfs tot op onze dagen kennen beide (godsdiensten), die
    zonder geweld op enorme overwinningen konden reke-
    nen, een zeer ruime aanhang.Ook toen lieten de Brah-
    manen zich niet onbetuigd en spanden een contrarefor-
    matie in. Teruggrijpend naar het einde van de Veda's,
    de aldus genoemde Upanishadenleer, wordt de Brah-
    maanse zienswijze opnieuw geleidelijk in ere hersteld
    en deBrahmanen zullen hun ereplaats behouden door-
    heen de verdere geschiedenis van India.
    De Veda's en de Upanishaden blijven de gezaghebben-
    de bronnen van de Indiase godsdienst die toch onder
    invloed van het Jaïnisme en het Boeddhisme zekere aan-
    passingen onderging. Vooral de geweldloosheid en de
    reactie tegen de discriminatie van het kastenonderscheid,
    werd in de latere vormen van het Hindoeïsme ingelast.
    Filosofen zoals Sankara en Ramanuya getuigen in hun
    leerstellingen, die ze zelf als Vedanta aanduiden (de leer
    van de Veda's), van Jainistische en Boeddhissche invloe-
    den, niettegenstaande de Vedanta-zienswijze toch rigou-
    reus vasthoudt aan het vedisch concept van 'Atman-Brah-
    man' endeVishnuïstische aanbidding die we in de Bagavad
    -gita aantreffen. Brahmanen zijn ongetwijfeld ook delate-
    re opvolgers van de Vedantijnse school die hun ziens-
    wijze vooropstellen en ze met ingredienten van de Islaam
    het Christendomen Humanisme, geschikt maken voor de
    opvattingen van de moderne tijd en vooral voor de ex-
    port naar het Westen.Hier kunnen we vermelden : Rama-
    krishna , Tagore, Gandhi, Vivekananda ,Aurobindo e.a.
    De voorgestelde socio-religieuzeleer die men neo-Hin-
    doeïsme zou kunnen noemen, heeft het leven van de In-
    diase bevolking zeer ingrijpend en blijvend beinvloed.
    Ramakrishna , een eenvoudige priester en Brahmaan ,
    spoorde de bevolking aan tot de praktische naastenlief-
    de naar het voorbeeld van de Christenen en hij  combi-
    neerde daartoe de Karma-yoga (de yoga van het opdra-
    gen zijner daden aan Brahman) met de Bhaktiyoga (de
    yoga van de liefde tot het opperwezen ) ten aanzien van
    alle schepselen. Het Hindoeïstische "Tat-vam-Asi" ("Dat
    zijt gij") lag aan de basis van van een onbeperkte liefde
    en devotie tot Atman-Brahman.Ramakrishna's bekend-
    ste leerling Vivekananda , tevens Brahmaan en monnik,
    die de Vedanta-zienswijze van Sankara in daden omzet-
    te,en de orde van Ramakrishna stichtte.
    Deze orde stelt zich voornamelijk als doel :
    1° Komen tot de geestelijke verlichting (in éénwording).
    2° Wederzijds begrip tussen de mensen van alle volke-
    ren en rassen(geen onderscheid tussen de kasten) :
    een invloed uit het Jaïnisme.
    3° Lenigen van de sociale nood : het doen van goede
    werken e.d.
    Door al deze vrome mensen waarvan de laatsten slechts
    enkele tientallen jaren overleden zijn, werd de beoefening
    van Yoga zeer op prijs gesteld, zij het met de noodzake-
    lijke aanpassingen , die ingevolge hun eigen opvattingen
    van Brahmaanse oorsprong, noodzakelijk waren.
    De vraag dient dan gesteld of het nodig is voor ons Wes-
    terlingen, onvoorwaardelijk deze brahmanistische zienswij-
    zen en godsdienstovertuigingen te volgen bij de beoefening
    van de Yoga. Wij zijn van mening dat alle respect en eer-
    bied dient opgebracht te worden voor deze grote pioniers
    van het spirituele leven. Hun levenshouding , die in vele ge-
    vallen nobeler blijkt dan deze van vele ons bekende wes-
    terse groten uit de religieuze en sociale wereld , mag zeker
    geen aanleiding zijn tot onenigheid in het benaderen van de
    yoga-beoefening .Wij geven echter de voorkeur aan een
    yoga-beoefening gezien vanuit de yoga-dârsana van
    Patañjali , zonder al te veel beïnvloeding van deze brahma-
    nistische meesters, d.w.z. aan een onvermengde zienswijze.

    w.o.m. ingels
    Halâsana- Maldegem


     

    01-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    02-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat overblijft van de Veda's

    29-
    WAT IS ER VAN DE VEDA'S OVERGEBLEVEN ?

    Het oorspronkelijk totaal aantal hymnen wordt op
    100.000 geschat.Daarvan zijn er slechts 1.017 overgeble-
    ven. Volgens Swami Siddeswarananda behoren drie vier-
    den ervan tot de Rigveda die ook als de oudste aanzien
    wordt. (hier wordt de tijd +/- 1.500 v.c. aangegeven ;
    wanneer we dit even vergelijken met de bijbel dan zien
    we dat reeds 4.000 v.c. het Jahwistische scheppingsver-
    haal ontstaat en dat Toetmozes III, tijdgenoot van Mozes
    en Jozua , in Egypte regeerde in 1.500-1.400 v.c. ... alle
    wijsheid schijnt dus niet uit het oosten van India te komen!
    In het "Handboek voor Yoga " geeft Feuerstein enkele
    voorbeelden die voor de studie van de yoga van belang
    zijn .Uit de Arthava Veda heb ik hier boven reeds het
    mystieke raadsel weergegeven van de twee vogels in de-
    zelfde boom zittend zich elk afzonderlijk gedragen t.a.van
    van de vruchten van de boom.Ook de opmerkelijke en
    vaak aangehaalde uitlating i.v.m. het éne Zijn dat door de
    wijzen met verschillende namen aangeduid wordt.
    Ook in de Rigveda staan voorbeelden vermeld zoals "de
    hymne van de mens , de Purusha-sukta waarin wordt ge-
    zegd dat de zeer oude mens purusha de hele schepping
    omsloot en er aan alle kanten tien duim uitstak. Er wordt
    eveneens een hymne van de schepping vermeld die als
    de voorloper van de Sankya-school en dus ook van de
    yoga-dârsana mag gezien worden.
    HOE STAAT HET MET DE UPANISHADEN ?

    Er dient het onderscheid gemaakt te worden tussen de
    Upanishaden ontstaan als deel van de Veda's , en deze
    ontstaan buiten de Veda's.
    1° Over 't algemeen zijn de Upanishaden een deel van
    de Aranyakaswoudboeken ) die zelf een onderdeel zijn
    van de Brahmana's, het verklarende gedeelte van de Ve-
    da's , door de Brahmanen geschreven.Vandaar dat ze
    soms ook de naam Vedanta , d.w.z. einde van de Veda's,
    krijgen.Volgens prof. H. van Praag mogen we aannemen
    dat het liturgisch gedeelte van de Veda's, de Upanishaden,
    door de Brahmanen geconcipieerd werd. Naarmate we in
    de tijd verder schrijden zien we de oude vedische goden
    vervangen woren door brahmaanse concepties.Brahman
    (de schepper), Visnu (de onderhouder)en Siva (de vernie-
    tiger) verschijnen, in de plaats van het vroegere trio uit de
    vedische hemel t.w: Indra, Varunaen en Usha .
    Aanvankelijk wordt nog wel de lof gezongen maar gelei-
    delijk aan wordt een kritische fase ingeluid .Het leven lijkt
    niet meer zo mooi, men begint zich af te vragen tot wat
    al de smeekbeden en de offers uiteindlijk dienen.
    Een nieuw thema verschijnt in de heilsleer t.w.: de idee dat
    de mensna zijn dood opnieuw op de aarde zal vershijnen
    onder een andere gedaante, afhankelijk van de manier van
    leven tijdens zijn vorig bestaan. (over dit thema nl.de Kar-
    mawet zal gesproken worden in een volgende aflevering).
    2° De Upanishaden die ontstaan zijn buiten de Veda's,wer-
    den door deKsatriyas geschreven zoals hierboven vermeld.
    3° Indeling van de Upanishaden
    VolgensFeuerstein wordt er een indeling gemaakt in Primai-
    re of eersteUpanishaden ( tussen 1.500 en 500 v.c.)
    en Secundaire Upanishaden (van 500tot 200 V.C.). Zie
    "Handboek voor Yoga.
    Hier een korte opsomming van de voornaamste Upanisha-
    den, die naar Yoga verwijzen :
    PrimaireUpanishaden
    1.Brhadaranyaka-Upanishad(Arthavaveda) :Hier worden
    instructies gegeven van het paardenoffer (asvamedha),be-
    spiegelingen overhet ontstaan van de wereld uit het éne Zijn
    dat als het ware doel van de mens wordt omschreven.
    2.Chandogya-Upanishad.(Samaveda) In deze Upanishad
    is er sprake van de mantra OM , de intrigerende "honing-
    leer "die de nektar der onsterfelijkheid voorstelt..Er is even-
    eens een uiteenzetting over de levenskracht Prana en de
    verinnerlijking van het offer.
    3.Taitiriya-Upanishad (Samaveda)Het woord yoga wordt
    voor het eerst gebezigd en wel in de betekenis van de be-
    heersing van de grillige zinnen van de mens.
    4. Aitreya- Upanishad (Arthavaveda)In deze wordt een
    voorstelling gegeven omtrent het bestaan van de individu-
    ele zielen, de universele ziel en het ontstaan van de wereld.
    5. Kaushitaki - Upani-shad (Arthavaveda )Indeze Upani-
    shad komt een gedetailleerde uiteenzettng voor over de
    reïncarnatieleer.
    6.Kena-Upanishad (artava)Door wie (kena) is het den-
    ken, de spraak, het gezichtsvermogen ontstaan? Het is de
    upanishad die vragen stelt naar de achtergrond van alle er-
    varingen.
    Minor- Upanishads .
    Tot deze aldus genoemde Upanishaden behoren :Para-
    mahamsopanishad (Yajur-Veda) :tekent een portret van
    de paramahamsa yogi (hij die de waarheid kent).
    Uit de Arthava-Veda ;
    Atmopanishad: Toont hoe "Atman" bevrijd kan worden
    voor altijd. -Aritabinupanishad: Een druppel nectar doet
    het radder wedergeboorte stoppen.-Tejabinupanishad
    Maakt het onmogelijke mogelijk.-Sarvopanishad: Bevat
    de Vedantaleer in een notendop.-Brahmopanishad:Geeft
    een klare omschrijvingvan de natuur van Atman.
    Aruneyi-Upanishad:geeft een verdere omschrijvingvan de
    hoogste klasse der sanyasins.(paramahamsa-yogi)
    Kaivalyopanishad.: Beschrijft de ongeconditioneerde en
    glorievolle Brahmanen, tegenover de persoonlijke god Siva.
    Ze werden door Sankara bekommentarieerd en zijn van
    grote waarde voor de Vedanta-studie die de basis is van
    de Indiase religieuze gedachte van :"Alles-één".

    SecundaireUpanishadennishaden.
    De Upanishaden welke behoren tot
    de periodevan500-300 v.c., treffen we voor het eerst
    duidelijke richtlijnen aan over de beoefening van Yoga .
    Tijdens deze periode werd eveneens de Bhagavad-Gita op
    schrift gesteld(zie Handboek voor Yoga blz. 94 ).
    Hier enkele voorbeelden van de secundaire Upanishaden.:
    - Katha-Upanishad.: Via het verhaal van Naciketas, wiens
    vader Usan, zijn ganse bezitweggaf (een bepaald offer),
    wordt een bepaalde vorm van yoga voorgesteld,nl de
    Adhyatma-yoga = de yoga van de verzinking in het Zelf.
    In dezelfde Upanishad wordt eveneens de definitie weerge-
    geven van de Epische yoga , Sthiram-Indriya-Dharanam
    = het vastbinden der zinnen Vergelijk deze definitie met het
    beheersen van de grillige zinnen van de mens, aangehaald in
    de Taitiriya-Upanishad (primaire Up. 3) .
    - Svetasvatara-Upanishad.: In deze Upanishad vindt men de
    eerste systhematische beschrijving van de yoga-beoefening.
    Uitgaande van de lichaamsbeheersing komt de yoga-prana-
    yama (adem- of eneregiebeheersing) en het beteuggelen der
    zinnen. De resultaten op lichamelijk vlak worden eveneens
    beschreven naast de uiteindelijke doelstelling , nl "De dat-
    heid van het Zelf zien"waardoor de yogivrij komtvan smart.
    In de Bhagvad-Gita treft men een dergelijke passage aan:
    Hoofdst.IV-11-14.
    -Maitrayaniya-Upanishad.: Hier worden gedetailleerde on-
    derrichtingen verstrekt die leiden tot een zekere hogere vorm
    van yoga. Door het reciteren van OM en de bespiegelingen
    (Tarka), bereikt de yogi een vorm van enstase die tevergelij-
    ken is met de Samprajnata-samadhi van de latere Patañjala
    -yoga. Er blijft nog een object dat de geest van de volledige
    stillegging afhoudt.
    - Isa-Upanishad. DezeUpanishad beschrijft de wereld als
    één van de vele uitingen van god . Alles wat we zien is god.
    Er wordt een soort Karma- yoga verkondigd door innerlijke
    verzaking (later volgt uitleg over de soorten yoga).
    - Mundaka-Upanishad.Hier vinden we een uiteenzetting over
    ' OM' als a+u+m, waar a +u= staat voor waaktoestand en
     m =staat voor diepe slaaptoestand.
    Wanneer men boven deze drie uitstijgt bekomt menuriya =
    de absolute toestand. (zie bij de uiteenzetting overVedanta).
    Als lectuur bij de studie over de Upanishaden wordt de lec-
    tuur van de teksten zeerste aanbevolen omdatzij de verlos-
    singsleer van de Upanishaden op meesterlijke wijze voor-
    stellen.Lees indien mogelijk in "Geschiedenis van de filoso-
    fie " (Prisma 409 Het tijdperk van de Upanishaden " :
    blz. 28, 29, 30, 31 en 32.van de auteur Hans Joa.Störig.

    DE LEER VAN DE UPANISHADEN.
    Als slotbeschouwing een samenvattend overzicht van de
    waarde en invloed der Upanishaden in het Indiasegods-
    dienstig leven, geschreven in het kader van de opleiding
    Yogacharya (1981).
    De leer van de Upanishaden is een shakel in de ononder-
    broken godsdiensttraditie waarvan de invloed zich vanaf
    de vedische tijd tot op heden zeer sterk laat voelen in
    de Indiase samenleving en haar cultuur. Aangezien de In-
    diase godsdienst niet te scheiden is van wat wij de India-
    se filosofie noemen , zien we hoe de vroegste vorm van
    deze filosofie die in de Upaninishaden voorkomt, zich
    vooral richt op het offer en het volbrengenvan de offer-
    plechtigheden . Het 'weten' d.w.z. weten hoe de rituele
    voorschriften moesten uitgevoerd worden , werd aanzien
    als de heilsweg ; niet zozeer om in de gunst te komen van
    de goden , maar veeleer om deelachtig te worden aan de
    mystieke krachtdie in het offer aanwezig was. Deze mys-
    tieke kracht verpersoonlijkte het abstracte en onzijdige
    Brahman, het 'absolute eeuwige' aan de basis van alles.
    Het individuele 'Atman' in elk individu aanwezig geacht ,
    was aanvankelijk een rivaal van dit Brahman, maar spoe-
    dig werd het beschouwd als een deel ervan, zodat de ge-
    dachte dat alles één was, nl. Brahman-Atman , uiteinde-
    lijkals triomf van 'weten' werd gezien. Dit nieuwe weten,
    'Alles één', werd de heilsweg naar de verlossing uit de
    kringloop van leven en dood.Onsterfelijkheid betekende
    opgaan in Brahman na de dood en niet meer herboren
    worden.Tijdens de latere Upanishaden, welke onder de
    invloed van de Sankhya van Kapila en van de yoga ge-
    schreven worden , zal de heilsweg meer bestaan in het
    zich losmaken van de zintuiglijke wereld , door de be-
    heersing van delichaamsfuncties . De verering van Siva
    wordt in de jongere Upanishaden ingevoerd ... Aan de
    wereld der verschijnselen wordt een beperkte realiteit toe-
    gekend .. .Dit alles leidt tot het beschouwen van Brahman
    als een drie-éénheid bestaande uit : de materie, de zielen
    en god. In dit alles blijft toch steeds het 'Alles één' over-
    heersen, wegens de sterke invloed en het gezag van
    de Brahmanen. De Upanishaden zijn een aanhangsel van
    de Brahmana's ( de meer tehnische verklaring van de Ve-
    dische offerplechtigheden ) De oudere Upanishaden ba-
    seerden zich vooral op het 'weten' , terwijl de jongere
    meer een geest van aanbidding en opgaan in het eeuwige
    weergeven. Beiden echter wortelen in de uitzonderlijke
    angst voor de wedergeboorte, zodat ze uiteindelijk moe-
    ten gezien worden als een verlossingsleer met een sterk
    verlangen opgenomen te worden in het eeuwige.
                                          -oOo-

    De volgende aflevering handelt over hetbegrip KARMA. 

    02-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    03-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET BEGRIP KARMA en zijn GEVOLGEN.

    -30-

    KARMA - (DOGMA VAN HET HINDOEISME ?)
    EN  ZIJN GEVOLGEN.
    Ten tijde van de Brahmana's begon de vraag te rijzen
    waarom zelfs het mooiste leven op aarde afgebroken werd
    door de dood.Het probleem werd nog complexer toe men
    zich ook begon af te vragen of het leven hiernamaals ook
    zou eindigen met een dood. Men geloofde dus wel in een
    leven hierna, maar de onzekerheid van een mogelijk einde
    aan dit hemels leven, vertroebelde de geesten.Het onstaan
    van de leer der wedergeboorte , geregeld door de karma-
    wet ,verklaart elk individueel bestaan dat slechts een scha-
    kel is van de ketting die zonder begin is en zal eindigen
    wanneer de kracht van alle daden (goede of slechte) die
    er de oorzaak van zijn, uitgeput zal zijn.

    DEFINITIE.
    De karmawet is de wet van OORZAAK en GEVOLG ,
    noch door de goden noch door de mensen ingesteld,
    maar een NATUURLIJKE wet die onverbiddelijk neu-
    traal de gevolgen van om het even welk verlangen tot uit-
    groei laat komen .GEVOLGEN (eerste beschouwingen)
    1° Wedergeboorte . (kringloop van leven en dood ).
    Ten gevolge van de karmawet ontstaat er een kringloop
    van leven en dood .. .steeds opnieuw geboren worden en
    sterven, tot er... geen gevolgen meer uit te werken zullen
    zijn van daden of verlangens die bindend zijn.
    2° Begrip ZIEL.
    Een niet sterfelijk gedeelte in de mens, dat na de dood van
    van het lichaam blijft voortleven, wachtend op een nieuwe
    geboorte ..., m.a.w. , het begrip ziel doet zijn intrede .
    3° Bevrijding.
    Het hoogste na te streven doel bleek vanaf toen de bevrij-
    vrijding te zijn uit deze kringloop van leven en dood. De
    "Kennis" om deze bevrijding te kunnen realiseren werd de
    zaligmakende verlossingsleer genoemd en werd geheim
    gehouden (? ) door de Brahmanen . We zien aldus dat
    het begrip Karma samengaat met het begrip 'Opniew
    geboren worden'.Men kan zich echter wel de vraag stel-
    len of dit werkelijk zo is ...wordt men wedergeboren ?
    Heeft men vroeger reeds geleefd ?

    REINCARNATIE en METEMPSYCHOSE .
    1° De vroegste aanwijzingen .
    Alhoewel heel vaag, zijn er reeds vroeg aanwijzingen waar
    op een overleving van de ziel en haar weg die ze gaat en te-
    rugkeert, gezinspeeld wordt.Volgens Feuerstein vinden we
    in de Rig-Veda aanwijzingen zoals :
    ... overleving van de ziel na de dood. (het verblijf der zielen )
    ...de hemelwereld der vaderen en der goden.( leven der va-
    deren)
    ... een staat van algehele duisternis (er is niets van gekend )
    Wel van heengaan , maar van terugkeer is er geen sprake.
    Aanwijzingen in de Upanishaden.
    In de Satopatha-Brahmana wordt er op ondubbelzinnige
    wijze gesproken over een hernieuwde dood die volgt op
    een periode in de toestand-na-het-overlijden.
    In de Chandogya-Upanishad is sprake van twee wegen in
    het hiernamaals :
    -Pitrayana , het pad der vaderen (pitra) dat voert naarde
    wereld van het voorgeslacht, en van daar naar de aarde
    met een nieuwe geboorte .
    -Devayana, het pad dat leidt naar het rijk der goden (deva)
    en van daarnaar het abslolute Brahman..vanwaar men niet
    terugkeert.
    Opmerking : in zijn "Handboek voor Yoga" betwijfelt Feu-
    erstein de oorsprong van de wedergeboorte in de vedische
    kringen- blz.47 en 48.
    2° Onderscheid Reïncarnatie en Metempsychose.
    Volgens het Thibetaanse Dodenboek kent de leer van de
    reïncarnatie twee interpretaties. Zie het Tibetaanse doden-
    boek vlg.Lama Kazi Dawa-Samdup vertaald door Edzina
    Rutgers (uitg.Hankh-Hermes).
    1.- De letterlijke, exoterische of populaire interpretatie
    die zich beroept op het gezag van de heilige boeken.Deze
    exoterische interpretatie houdt in dat de stroom van het
    menselijk bewustzijn ook in een 'niet- menselijk 'schepel
    kan overgaan.In dit geval spreekt men van 'zielsverhuizing'
    of metemspychose
    2.- De symbolische of esoterische interpretatie wordt door
    de ingewijden als de juiste beschouwd.
    Hier volgt men Boeddha's aanwijzingen die geen enkel
    heilig boek als onfeilbaar beschouwt . Deze esoterische in-
    terpretatie beweert dat de levensstroom van de mens alleen
    kan overgaan gaan in de lichaamsvormvan de mens . Het
    menselijkbewustzijn kan dus onmogelijk overgaan in een
    ander schepsel dan in de mens :-incarnatie =opnieuw vlees
    worden. (carnem)
    3° Opvattingen volgens diverse bronnen..
    1. Volgens de Upanishaden heeft alles wat leeft, reeds vroe-
    ger bestaan ,en wordt de huidige toestand bepaald door de
    daden 'akte- en wilsdaden ) in dit vorig bestaan. Er kan
    slechts een einde komen aan de kringloop van sterven en
    bestaan, door een verlossingsweg te volgen.
    2. Volgens het Boeddhisme is er geen sprake van reïncarna-
    tie of metempsychose, maar wel van 'wedergeboorte'. Een
    dualisme,volgens hetwelk een geestelijk wezen zich verenigt
    met een menselijk wezen, alsof het een woning zou betrek-
    ken, bestaat niet. Het Boeddhisme kent geen afzonderlijk
    lichaam of afzonderlijke ziel .De persoon 'mens' ontstaat
    telkens opnieuw ingevolge het samenspel van de vijf com-
    ponenten die hem samenstellen tw.: het lichaam, de wil,
    het gevoel, het waarnemen en het bewustzijn. De ziel, al-
    dus Boeddha, is niet te vinden.Hij ontkent dus haar bestaan
    niet ... Het karma wordt centraal gesteld en is van superi-
    eure waarde;het is niet 'iets' dat wordt meegedragen of dat
    men bezit , maar het is zelf 'wezen' en 'verschijning tesa-
    men. Het karma is datgene wat "doener" wordt genoemd .
    Sommigen zien het als een andere naam voor 'ziel'.Steeds
    veranderend: iets 'samengestelds', iets 'voorwaardelijks
    'of 'afhankelijks'. Wanneer het lichaamsterft trekt het im-
    materiële zich samen, en vormt een nieuwe persoon, m.a.w.
    het leven gaat door ... er is geen dood.
    3. Volgens de Griekse filosofen :
    1) Pythagoras geloofde in de 'zielsverhuizing'.
    2) Plato geloofde dat de ziel vele malen geboren wordt,
    en zich alle vorigelevens herinnert.
    3) Platinos geloofde in een zieleleer die kan vergeleken
    worden met de theorie rie Atman-Brahman.
    4. In de moderne Theosofie wordt de reïncarnatie als volgt
    gezien : Eerst is er een verheven wezen, 'LOGOS'. Uit Lo-
    gos emaneren de zielen als onbewuste monaden . - Door
    trillingen van de materie worden de zielen gewekt en ver-
    schijnen als bewuste monaden in het menselijk lichaam.;
    - Door onderwijs leert de ziel haar ware oorsprong kennen.
    Na verscheidene levens worden de zielen onder de vol-
    maaktenopgenomen. De volmaakten leiden de andere le-
    vens in hun evolutie.

    ZIJN ER BEWIJZEN ?
    Er is een beroemd verhaal uit de middeleeuwen.Het vertelt
    van twee monikken die hadden afgesproken dat, wanneer
    een van beiden zou sterven , hij terug zou terugkomen om
    aan de andere te zeggen hoe het daar is. Toen een van hen
    gestorven was, verschijnt hij aan de andere in een visioen.
    Deze vraagt in het latijn: "Qualiter" ?(hoe is't ?) waarop de
    de verschijnende antwoordt :"Totâliter âliter"(gans anders!)
    Vergelijk dit verhaal even met de uitspraken van Yajnaval-
    kya en Boeddha-" Neti ". "Neti"... "Niet dit... Niet dit" .
    Het is niet te omschrijven. Evenzeer als er geen afdoende
    bewijzen zijn om het bestaan van het "gans andere" te be-
    zwijzen, bestaan er geen afdoende bewijzen om de weder-
    wedergeboorte en de karmawet te bewijzen.

    MOTIEVEN OM ER IN TE GELOVEN ?
    1.Het geloof dat de mens iets in zich heeft dat niet aan de
    dood en vergankelijkheid onderhevig is.
    2.Het cyclische karakter van het gebeuren in de wereld.
    3.Het besef dat de mens in zekere mate deel heeft aan de
    hem omringende wereld.
    4.De behoefte om de uiteenlopende omstandigheden waar-
    in de mens terwereld komt, te verklaren.
    5.De evolutiegedachte.
    6.De indruk die bepaalde mensen hebben dat ze zekere
    ervaringen hebben of gehad hebben met betrekking tot
    een vorig bestaan.

    GEVOLGEN VAN DE KARMAWET
    ( tweede beschouwing ).
    1° De mens zit dus gevangen in de kringloop van leven en
    dood, en er is maar één middel om eraan te ontsnap-
    pen nl.: door KENNIS.
    2° De ontsnapping of bevrijding zal het voorwerp uitma-
    ken van diversestelsels die daarover elk hun eigen visie
    hebben tw. : een afzonderlijk Zelf (ziel ?) in hetdualis-
    tisch stelsel van de Sankhya en de Yoga of een deel van
    deel van... of gelijk aan het Zelf, in de Vedanta-leer.
    3° Grote veranderingen in de begrippen: mens , ziel en
    doel van het leven : Een mens blijft niet eeuwig leven .
    Het niet sterfelijke deel keert terug naarde aarde voor
    wedergeboorte. Bij de dood van de mens gaan de deel-
    tjes vande mens terug naar hun oorsprong : de gedach-
    ten naar de maan - het zien naar de zon- Atman = Brah-
    man. Het begrip "ziel" evolueert naar een afzonderlijke
    eenheid , los van het materiele leven. Van deze verande-
    ringen is de Svetasvatara-Upanishad een voorbeeld.
    (men vindt ze terug inDe Oosterse Bibliotheek deel 5
    "Vier Upanishaden" uit het Sanskriet vertaald door dr.Ali
    Beth - Uitgeverij Meulenhof Nederland.)
    De Oosterse bibliotheek is een samenwerkingsproject
    tussen: De stichting ter bevordering van literaire verta-
    lingen uit moeilijke toegankelijke talen. De oosterse biblio-
    theek te Leiden , en de uitgeverij Meulenhof.
    Meulenhof Nederland te Amsterdam.

    De volgende bijdrage zal handelen over: Yoga -Betekenis
    en Essentie. 

    03-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    04-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Y O G A - Betekenis en Essentie .

    -31-

    VRAGEN VOORAF OMTRENT DE BETEKENIS
                                      VAN YOGA
    1° Het woord.
    Het woord yoga is een getranslitereerd sanskrietwoord
    dat niet rechtstreeks te vertalen is in één van onze europese
    talen.
    Wanneer men zich toch aan een vertaling wil wagen dan
    kan men dit niet anders dan met een omschrijving, want het
    woord yoga is als een code-woord .Om het te decoderen
    moet men een sleutel toepassen, en dan krijgt men een be-
    grip waarvan de beschrijving vatbaar is voor vele interpre-
    taties.Veel hangt af van de persoon-vertaler die, met een
    bepaald doel voor ogen, de nadruk wenst te leggen op een
    of andere contekst waarin het woordYoga gebruikt werd.
    Hij kan dan in het woordYoga de bevestiging of de verza-
    melnaam zien van de zienswijze die in deze contekst wordt
    voorgesteld. Soms verwijst de vertaler naar een letterlijke
    vertaling in europese talen, zoals de auteur G. Feuerstein
    dit doet in de inleidende opmerkingen van zijn "Hand-
    boek voor Yoga" , maar ik ben van oordeel dat men deze
    letterlijke woordvertaling niet als doorslaggevende verkla-
    ring kan gezien worden om de term Yoga definitief uit te
    leggen. Naargelang de tot hiertoe gekende geschriften over
    YOGA en de afleidingen die men daaruit opmaakt, meen
    ik dat de betekenis onderverdeeld kan worden in twee
    grote betekenissen die desnoods nog kunnen aangvuld
    worden met een derde betekenis, voortvloeiënd uit het
    dualisme dat de "Bevrijding" voorstelt, als het volledig ge-
    scheiden-zijn (viyoga) tussen het Zelf en het Niet-Zelf.
    2° Betekenissen.
    Eerste betekenis. YOGA IS VERENIGEN.
    Wanneer men, zoals Feuerstein het voorstelt in zijn hand-
    boek , de wortel van Yoga etimologisch afleidt van het
    werkwoord "YUJI", dan bekomt men inderdaad de bete-
    kenis van 'samenbinden', en onder één juk brengen.Dit juk
    is fonetisch verwant met het in alle europese talen gebruikte
    woord waarmede men ofwel het alomgekende draaghout
    aanduidt, waarmede men twee lasten kan dragen (tot één-
    verbinden), ofwel het koppelgareel van een ossespan voor-
    stelt. Daarbij vergeet men soms wel eens dat het juk der
    Romeinen van een gans andere aard was. Deze laatste be-
    tekenis leidt ons immers naar "onderwerping", "vernedering
    of duidt op onze de nietigheid t.o.v. het Verhevene of van
    het Opperwezen of van de Werkelijkheid .De interpretatie
    van Yoga als "verenigen" of "éénwording" is zeker geldig
    voor wat de yoga betreft in de archaïsche betekenis zoals
    deze voorkomt in de Bagavad-gita en de andere heilige Hin-
    dou-geschriften, waar de betekenis van Yoga dan ook wel
    gezien moet worden in het licht van een sacraal of in ieder
    geval als de basis van een religieuze kultuur die kenmerkend
    is voor het grootste deel van de Indiase samenleving. Deze
    betekenis van Yoga wordt dan ook als de ene ware aanzien
    door alle aanhangers van een of andere Vedanta-school en
    door praktisch alle monniken van alle indiase- of hindoeïs-
    tische kloosterorden.
    Tweede betekenis:  YOGA IS CONCENTRATIE .
    Wanneer men de Yoga-sutra van Patañjali leest en de ge-
    zaghebbende commentatoren raadspleegt, dan komt het
    woord "juk" er helemaal niet aan te pas ( tenzij men daar-
    mede het onderdrukken of het stilleggenvan de golvingen
    van het mentaal complex -een term die later wordt uitge-
    legd- zou bedoelen.). Het verbinden van twee dingen of
    geesten, vroeger of voordien gescheiden zijnde, wordt
    niet behandeld in de Yoga-sutra . Wel het onderdrukken
    van de rusteloze geest. Patañjali geef t in zijn sutra vooraf
    de definitie over Yoga. Hij wil als het ware afspreken met
    de lezer of de beoefenaar van zijn bevrijdingssysteem, door
    vooraf te stellen wat hij bedoelt , en waarover het ganse
    werk zal handelen.
    De eerste en de meest gerenomeerde commentatoren
     komen tot de conclusie dat Patañjali van mening is dat
     de Yoga niet moet geïnterpreteerd worden als"verenigen",
    maar als "ZIJN" = (zich in een bepaalde staat bevinden).
    Yoga komt hier niet van "YUJI" = verenigen, maar wel van
    "YUJA"=concentreren. In een afzonderlijke tekst zal de be-
    tekenis van Yoga, gezien vanuit het standpunt vanPatañjali
    verder verklaard worden.
    Derde betekenis :  YOGA IS SCHEIDEN .
    Volgens de uitleg die G.Feuerstein geeft in zijn handboek ,
    kunnen we een derde betekenis aan het woord Yoga ver-
    binden , nl.: Viyoga of gescheidenheid. De fundamentele
    betekenis van de Yoga-sutra is inderdaad deze,dat men
    men uiteindelijk tot het besef dient te komen dat er een ra-
    dikaal onderscheid bestaat tussen het " Zelf" en het "Niet
    -Zelf". Deze gescheidenheid realiseren of maw het onder-
    scheidmakend inzicht daarover bereiken, betekent dus:
    "in yoga zijn" .Indien je in het bezit bent van "Geschiedenis
    van de Filosofie"deel 1 Prismareeks 409 doorH.J.Störig,
    lees dan eens op pag.64 : De naam yoga...!

    3° Essentie
    YOGA t.o.v. RELIGIE EN MYSTIEK.
    Tengevolge van de brahmaanse invloeden uithet neo-
    indoeïsme, waarover ik reeds uitvoerig gehandeld heb, blijkt
    de Yoga in overdreven zin gekleurd door de kloosterorden
    en aldus meer weg te hebben van een (supra) godsdienst
    dan van een verlossingstechniek die , los van elkegods-
    dienstovertuiging, haar bestaansrecht krijgt in de yoga-sutra
    van Patanjali. Ongetwijfeld hebben de grote religieuze stro-
    mingen van het Sivaïsme en het. Vishnoeïsme hun stempel
    nagelaten op de godsdienstige voorstelling vanYoga, gezien
    in het kader van het Monisme-à-la-Sankara
    Wanneer men deYoga echter ervaart als een potentiële basis
    onderaan alle overtuigingen, of als een bakermat van waaruit
    alle geloofsovertuigingen zich kunnen oprichten..., en niet als
    een allesoverkoepelend syncretisme waarvan Swami Vive-
    kananda en de religieuze Ramakrishna-orde de propagandis-
    en zijn, dan kan men ook aannemen dat het besef van het be-
    staan van het "Gans Andere" niet ipso facto gelijk te stellen
    is met "geloof-in", of met relieuze mystiek. De metafysika
    van deYoga stelt  de westerse mensen voor grote problemen
    indien men het begrip "Samadhi" gelijk stelt met de mystieke
    ervaring van de mystieker J. Ruysbroek , waar het wegzin-
    ken of het opgaan in God niet gebeurt op basis van gelijk-
    heid van Atman -Brahman (zoals bij deVedanta-leer) maar
    op basis van de geloofsovertuiging dat de éénwording van
    de ziel met God gezien moet worden als de hoogste verbon-
    denheid van het kind met de Vader.
    Het schepsel is, noch wordt identiek aan zijn schepper zo-
    als in de Vedante-leer wel wordt voorgesteld. De voorstel-
    ling van "verheven gevoelens" , als zou deYoga mystieke
    ervaringen oproepepn die extatische toestanden meebren-
    gen zoals in de westerse diensten worden aangegehaald,
    berust dus enkel op "Slecht ingelicht zijn" wat betreft de
    metafysika van deYoga.

    YOGA EEN WETENSCHAP ?
    Indien men aan Yoga de status van wetenschap zou toe-
    kennen, dan begaat men volgens Feuerstein de grote ver-
    gissing, de op een 'object' gerichte benadering van de we-
    tenschap gelijk te stellen met de op een 'subject' gerichte
    benadering van de Yoga. Het gaat inderdaad om het indivi-
    duele Zelf, en dat is geen object, maar 'Zuiver Bewustzijn'.
    Een tweede groot verschil ligt in het feit dat de wetenschap
    streeft naar kennisen verrijking van geest en verstand, ter-
    wijl Yoga eerder gericht is op het uitdoven van hetverstand,
    en zeker niet op het verrijken van de geest met profane
    kennis, zoals we in mijn verdere uiteenzetting zullen zien.
    Het is dan ook volkomen gewaagd deYoga te propageren
    als de allerbeste psychotherapie, alsof dit haar doel zou zijn.
    Ook al kan de Yoga aanspraak maken op therapeutische
    invloeden en geestesgesteldheid, toch schiet haar doel veel
    verder boven deze praktijken uit. Het woord counter-tech-
    nologie zou in dit opzicht een betere verklaring zijn voor het
    woord Yoga, omdat daarin het psychische en niet het tech-
    nisch-wetenschappelijk karakter onderlijnd wordt.

    Laat ons echter terugkeren naar minder wetenschappelijke
    definities die in mijn volgende aflevering aan bod komen. 

    04-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (4 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Definities van Yoga. vervolg.

    -32-
                    DEFINITIES van YOGA.

    Het is de bedoeling enkele definities of bepalingen van
    Yoga voor te stellen om aan te tonen hoe uiteenlopend de
    meningen kunnen zijn als de vraag wordt gesteld "Wat is
    Yoga ?" .De volgorde waarin deze definities worden voor-
    gesteld heeft geen enkele betekekenis of waardegraad. De
    naam van het boek of van de auteur kunnen voor sommige
    lezers de aanzet zijn om verder onderzoek in te stellen naar
    de betekenis of de oorsprong van het gezegde : "Yoga is
    geen bezigheidstherapie voor wereldvreemde alternatieve-
    lingen, vandaag is yoga voor iedereen . Maar de echte yo-
    is veel méér dan veredelde gymnastiek of een reeks relaxa-
    tietechnieken.Voor de yogi zijn dit nog maar de eerste stap-
    pen op een pad dat veel verder kan leiden ".(uitspraak van
    een collega yogaleraar uit de pionierstijd van yoga bij ons).

    Uit de BHAGAVAD-GITA.
    "Wees verstandig in yoga, Arjuna. Doe je plicht en laat alle
    gehechtheid aan slagen varen. Zo 'n evenwichtigheid van
    geest wordt Yoga genoemd" . (vers 48 Hoofdstuk II ).
    "Wie toegewijde dienst verricht, bevrijdt zich tijdens dit le-
    ven van de terugslagen, zowel van goede als van slechte
    daden, Arjuna. Tracht dus te handelen in Yoga":vers 50
    Hoofdstuk II ).
    "Wie zoals een schildpad zijn ledematen intrekt onder zijn
    schild, in staat zijn zinnen af te wenden van wat ze prik-
    kelt, wordt geacht zich waarlijk in staat van kennis te be-
    vinden".( vers 58 Hoofdstuk II).
    "Daarom doet de twijfel , die uit onwetendheid je hart be-
    kropen heeft,worden vernietigd met het wapen der ken-
    nis. Bharata wapen je met yoga,sta op en strijd"
    (vers 42 Hoofdstuk IV).

    Wat is Yoga ?- Antwoord van auteurMIRCEA ELIADE.
    "De term yoga heeft als wortel yuj wat betekent :samenbin-
    den, bij elkaar houden , onder het juk brengen. Hij wordt in
    het algemeen gebruikt om een ascesetechniek of een metho-
    de van meditatie aan te duiden. Elke andere omschrijving
    heeft immers betrekking op een bepaalde soort yoga.
    Als men bevoorbeeld zegt: "Een ascesetechtniek of een me-
    thode van meditatie teneinde het Zelf te bevrijden dat in de
    mens gevangen is", zou men een definitie geven van de zuive-
    re klassieke yoga , de yoga-filosofie zoals Patañjali ze heeft
    uiteengezet in zijn bekende geschrift Yoga-Sutra. En als
    men men zegt dat deze ascesetechniek en methode van me-
    ditatie ten doel hebben de mensenlijke en goddelijke geest
    te verenigen , geeft men een definitie die slechts geldt voor
    de yoga van de Bhgavad-Gita en andere mystieke tradities.

    RAMA POLDERMAN Wat is Yoga ?
    Yoga is al duizenden jaren een nooit falend systeem tot li-
    chamelijke en psychische ontspanning. Yoga is de sleutel
    tot het hart, de sleutel tot vrede en geluk, en tot een gezond
    harmonisch leven. Yoga is waarschijnlijk de meest waarde-
    volle erfenis uit het verre verleden die de mensheid deelach-
    tig is geworden en die voor hen, die ermede in contact
    komen, een totale verandering van hun leven kan betekenen
    Yoga is het praktische gedeelte van de Hindoefilosofie, een
    wetenschappelijk systeem met als doel éénwording met
    God , Brahman,Het eeuwige, Alla, Iswara , Jehova...
    Yoga kent vele wegen die tot dit doel leiden . Zo is er een
    methode voor de gevoelsmens , de verstandsmens, de ac-
    tieve mens enz...Concentratie en meditatie spelen hierbij
    een belangrijke rol.Wil men op het yogapad voortgang ma-
    ken, dan is harmonie van lichaam en geest een absolute
    noodzaak.

    SWAMI SIDDHESWARANANDA.
    Yoga betekent éénwording of het ogenblik waarop het in-
    dividu zich één weet met het opperste wezen. Patañjali (de
    grootste indische psycholoog 300 VC) noemde de yoga de
    volledige uitschakeling van alle veranderingen van de ge-
    dachten  m.a.w. beletten dat de geestvormen aanneemt.
    De Samkya-filosofie en de Bhagavad-gita zeggen dat de
    yoga de realisatie is van de gelijksoortigheid, m.a.w. , reali-
    satie van het feit dat de universele en de individuele Atman
    de zelfde, of zonder onderscheid, zijn.

    SWAMI KRISHNANANDA.
    "This is yoga: to establish peace in our relations with others
    as in our own selves ".

    SRI AUROBINDO .
    Yoga is de kunst van de bewuste ontdekking van zichzelf.

    JEAN ROOST & SWAMI TATYANANDA.
    Yoga is het geheel der technieken uitgewerkt in de loop der
    tijden, teneinde de mens die van de natuur vervreemd raak-
    te, opnieuw zijn evenwicht en verloren harmonie terug te la-
    ten vinden.

    G.M. KOELMAN.
    Yoga is in hoofdzaak een psychologische en mentale disci-
    pline . Het is een uitstekende techniek om het lichaam en de
    geest tot kalmte te brengen en om in deze toestand het Zelf
    dat niets dan zuivere geest is , te realiseren in volkomen on-
    gebondenheid en in volledige onafhankelijkheid.

    Dr. A. BESANT.
    Yoga is een praktische wetenschap , geen vaag dromerig
    heen en weer drijven, maar een stelselmatig geordende ver-
    zameling psychologische wetten die van toepassing zijn op
    de ontplooing van het gehele menselijk bewustzijn en die op
    eenzo rationeel mogelijke wijze worden toegepast,zoals ze
    in andere takken van de wetenschap worden toegepast.
    bv. het kweken van een tuinroos uit de wilde haagroos door
    de tuinier die met overleg het werk doet dat anders door de
    bijën gedaan wordt nl.het overbrengen van het stuifmeel op
    de stampers van de uitgekozen bloemen. Door voordeel te
    trekken uit de vermogens die de natuur binnen uw bereik
    legt en wijselijk de omstandigheden buiten te sluiten die U
    bij uw niet kunnen helpen, zijt gij in werkelijkheid slechts be-
    zig uw groei en uw ontplooïng te versnellen.

    SREE BAGWAN RAJNEES.
    "Yoga is de Alpha en de Omega"
    "Yoga chitavritti nirodha " = Yoga is het stilleggen van de
    geest. Deze definitie is de beste definitie over yoga . Yoga
    werd nog anders gedefinieerd. Sommigen zeggen dat yoga
    de ontmoeting is van de geest met het goddelijke. Dit wordt
    aldus gezegd omdat Yoga wil zeggen ontmoeten, tesamen
    brengen .Anderen zeggen datYoga betekent het ego laten
    vallen . Het ego is debelemmering, en op het ogenblik dat
    deze wegvalt, bent u verenigd met het goddelijke, maar het
    Ego geeft u de indruk dat je gescheiden bent. Er zijn vele
    definities van Yoga maar deze van Patañjali is de meest we-
    tenschappelijke Hij zegt "Yoga is het stoppen van de geest".
    Wat is de geest ? De geest is niet iets subtiels in het hoofd.
    Het is een activiteit, ophouden met denken. De bepaling van
    Yoga is ophouden met denken. Dan wordt U een getuige ,
    een Ziener. Wanneer er denken is, dan is er vereenzelviging
    met wat U denkt. Patañjali zegt :"Ophouden met denken"
    dit wil zeggen volledig stoppen .Hij zal niet toelaten dat u
    Yoga doet zo, Ram Ram Ram. Hij wil zeggen dat er dan
    geen stoppen is. Het houdt de geest bezig, je gebruikt de
    geest. In Yoga mag men niets verwachten.Verwachtingen
    stellen is miserie scheppen.Beoefen meditatie en verheug U
    er in zonder verwachting, en plots kan het doelbereikt zijn.

    JACQUES LA MAYA - "Yoga sleutel tot God"
    "Yoga, sleutel tot God, sleutel tot de wereld" snijdt op een
    volstrekt unieke manier het centrale thema aan van iedere
    weg naar de waarheid van het leven., het thema van dere-
    latie God-Universum-Mens; anders gezegd : de mogelijke
    betrekkingen die het absolute met de projekties van zichzelf
    duizenden werelden en ontelbare schepselen onderhoudt.
    Maar dit boek heeft niets, maar dan ook absoluut niets te
    maken met een filosofische verhandeling of een theologische
    dissertatie, zoals die op het ogenblik veel verschijnen. Alles
    in dit werk is enerzijds gebaseerd op ervaring en houdt an-
    derzijds verband met de werkelijke problemen van ons,
    mensen uit de twintigste eeuw, problemen die in feite niets
    anders zijn dan de moderne aspekten van de eeuwige vra-
    gen van de homo-sapiens."Yoga, sleutel tot God" sleutel
    tot de wereld" is in die zien ook De sleutel tot de mens
    en zijn problemen.

    A VAN LYSEBETH Voorwoord "Yoga Sleutel tot God"
    Yoga, sleutel tot God, sleutel tot de wereld...een indrukwek-
    kende titel. Want om welke God gaat het ? Om de God van
    de Christenen of om de de God van de Hindoesdie ontelba-
    re goden hebben ? En dat is juist de moeilijkheid .Ook al is
    God per definitie onveranderlijk zichzelf , en ver boven het
    menselijk bevattingsvermogen, toch heeft de mensheid hem
    in haar godsdiensten, in haar geschriften en in haar rituelen
    opgesloten . En zo is God in de loop der eeuwe n telkens
    van gezicht veranderd , zelfs binnen het raam van eenzelfde
    godsdienst.Is de Christus van de twintigste eeuw de zelfde
    als die van de Middeleeuwen? Is de spirituele en godsdien-
    stige krisis waarin het Westen zich bevindt niet te wijten aan
    het aantasten van het begrip God zelf en van de verhouding
    die de mens met hem kan of moet hebben ? Heeft het Wes-
    ten niet te veel over God gepraat, heeftzij hem niet verstan-
    delijk benaderd en heeft zij niet te veel getracht hem in be-
    grippen te vangen ten koste van de innerlijke doorleefde
    aanwezigheid van God in de wereld om ons heen waarvan
    hij eveneens per definitie het wezen is ? Yoga betekent niet
    zozeer geloven in God als wel een daadwerkelijk ervaren
    van God . Het fundamentele kenmerk van Yoga, van inte-
    graleYoga, van deYoga zoals ze altijd begrepen en in prak-
    tijk zou moeten gebracht worden, is het ervaren van God.
    Een van de belangrijkste taken van Yoga is deze directe er-
    varing voor ieder mens ongeacht zijn ras of godsdienst, mo-
    gelijk te maken.

    In een volgende aflevering komen nog enkele betekenissen,
    en verklaringen over Yoga, samen met deze van Patañjali . 

    04-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    05-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Definities van Yoga. vervolg. 2
    -33-
             Definities van Yoga - vervolg .

    CHARLES WALDEMAR - "Yoga voor jong en oud "
    "Wat is eigenlijk Yoga? - Letterlijk vertaald : "Juk" en het
    betekent :meester zijn over zichzelf in die zin, dat we heer-
    schappij over het lichaam verkrijgen en beschikken over
    volkomen gezondheid en hoge geestelijke kracht . Dit doel
    geldt echer voor de indische yogi's nog niet als einddoel :
    het is slechts een nevenverschijnsel op de weg naar de
    "vereniging met God". Naar de opvatting van deYoga, leidt
    de mens, die door zijn begeerten wordt heen en weerge-
    slingerd, de zuivere driftmens dus, die door een of andere
    willekeurige overspanning ziek is, een leven van waan, af-
    gescheiden van de eigenlijke levensbodem. En daarom is
    het noodzakelijk zo spoedig mogelijk de yogaleer toe te
    passen, die een daadwerkelijke hulp voor lichamelijke en
    psychische zwakte vertegenwoordigt en die de mens een
    lang leven schenkt. Yoga betekent niet zo maar een metho-
    de om lichaamskracht te ontwikkelen,maar is tevenseen
    psychsche hygiëne en is daarmee van veel groter waarde,
    dan alle gewone gymnastiek- en ademoefeningen. Door
    Yoga treden we met de diepte-krachten van ons ware
    zelf in kontakt.Patañjali,de belangrijkste schrijver overYo-
    ga-Sutra verklaart : "Yoga is de onderdrukking van de wis-
    selwerking (vervorming) van het denkvermogen". Uit deze
    enkele zin blijkt reeds duidelijk welk een groot belang de
    Yogis aan het denken hechten ,en hoe de beheersing der
    hersenfuncties, ten nauwste met de adem samenhangt".

    JOGCUM DIJKSTRA en SALVATORE CANTORE.
    "Yoga kan rust schenken .Yoga kan een omkering in het al-
    ledaagse bestaan teweegbrengen.Yoga kan de spil worden
    van een nieuw en bevrijdend zelfbewustzijn. Toch kunnen
    wij ons ook net zo goed voorstellen dat mensen de Yoga
    zien en beleven als een toevluchtsoord waar een guru hen
    een poos betovert en voor een kort moment naarde stilte
    van een ander, beter gelukkiger bestaan voert. Zelfs de bes-
    te guru kan niets meer, dan je op weg te helpen naar het ont-
    dekken van jezelf. Hij kan je enkele handgrepen en technie-
    ken leren, hij kan de situatie scheppen waarin je je eerste
    stappen zet op de weg naar je eigen onbekende Zellf .
    Hij kan je vertellen hoe hij zelf en anderen , het hebben ge-
    daan, en wat ze hebben bereikt . Méér kan hij niet ...
    Een echte guru wil ook niet méér : hij heeft eerbied voor je,
    hij respecteert je anders- zijn, en hij weet dat alles wat niet
    uit jezelf komt niet zal helpen om jezelf te vinden.Dat bete-
    kent niet dat je voor je zelfontplooiïng geen gebruik kunt
    maken van wat anderen gedaan en ervaren hebben.Je moet
    bouwen opwat je hier en nu bent,je eigen verleden,je eigen
    verwachtingen, je eigen willen.
    Yoga is per definitie ondogmatisch ".

    DIVINE LIFE SOCIETY .
    De yogadârsana of Yogafilosofie in een notedop.
    "Wat maakt de mens ongelukkig ? Ziekten en konflikten.
    Als iemand ongelukkig is vragen we hem waarom. Maar als
    iemand niet ongelukkig is,vragen we hem niet waarom.Want
    gelukkig zijn is de normale toestand .Want gelukkig zijn is
    de normale toestand van ieder wezen. Gelukkig zijn is ons
    geboorterecht. Maar een geheimzinnige, ongrijpbare onwe-
    tendheid verstoort onze vrede en verwijdert ons van het
    centrum van ons wezen.Yoga betekent 'Verenigen': het is de
    wetenschap die antwoord geeft op de vraag : Hoe kom ik
    in kontakt met mijn eigen wezen ? ".

    SWAMI CHIDANANDA(D.L.S-lezing: Aalst 4/2/1969)
    De waarheid over yoga .
    "Kinderen van God ,
    Ik beschouw het als een groot geluk in jullie midden te zijn.
    En ik ben verheugd dat God mij deze gelegenheid heeft ge-
    geven.Als deze lezing voedsel aan je geest en je overwegin-
    gen geeft en meer inzicht in je leven brengt, ben ik meer
    dan gelukkig. De klassieke geschriften geven bepalingen
    van yoga. En het is goeder enkele van te kennen, dan heb
    je een methode om na te gaan of Yoga in je leven wel daad-
    werkelijk aanwezig is.Naarmate je dieper doordringt in
    deYogabeoefening moet de geest kalmer en serener worden .
    Je moet je evenwicht kunnen bewaren te midden van de
    steeds veranderende omgeving waarin je leeft. Ongeacht
    wat er buiten jouw gebeurt, van binnen moet je gelijkmoe-
    dig rustig en evenwichtig kunnen blijven. In die grote kleine
    Schrift , de Bhagavad Gieta, wordt de Yoga onder andere
    als volgt bepaald :"Samatwan Yoga Oechyate". Samatwan
    betekent : gelijkmoedigheid , evenwicht in vreugde en pijn,
    winst en verlies, sukses en mislukking, eer en oneer, inalle
    dingen altijd eerlijk gelijkmoedig, niet te zeer geraakt of
    of uit zijn evenwicht gebracht door onvermijdelijke hinder-
    nissen van het leven Dat is een waardevolle gift van deYoga
    aan de mens. En het is ook de echteYoga : het streven naar,
    het beoefenen van, en het verwerven van het vermogen om
    altijd evenwichtig te zijn. Je kent allen de bekende popu-
    laire bepaling van Yoga : Yoga betekent "Verenigen",jezelf
    verbinden of verenigen met het Universele Wezen . Dat is
    de letterlijke, afgeleide betekenis van het woord Yoga. De
    andere bepalingen wijzen op het effect van Yoga in je leven.
    Yoga heeft niets te maken met mirakeldoenerijof presteren
    van ongegewone daden of akrobatische stunts, of met zeke-
    re vermogens , zoals gedachtenlezen, telepatie, horen op af-
    stand , zien op afstand en dergelijke dingen meer. Deze za-
    ken zijn mogelijk .Als men diep doordringt in Yoga en zich
    zekere technieken eigen maakt, komen ze vanzelf. En ook
    is Yoga niet een of andere vorm van godsdienst , die je
    een of andere God doet vereren. Evenmin is het een geheel
    van geheime praktijken die men achter gesloten deuren doet
    om persoonlijk magnetisme te ontwikkelenen invloed over
    anderen te verwerven. Dat allesis geen Yoga. Het zijn po-
    pulaire praktijken van Yogisdie van de rechte weg zijn
    afgedwaald".

    H.J. STÖRIG( Geschiedenis van de filosofie-Prisma-reeks
    nr.409 ).
    "Yoga betekent letterlijk "juk" (ook etymologisch
    met ons woord juk, verwant),dat wil zeggen'zelftucht',dis-
    cipline (oorspronkelijk was het wel een magische" binding "
    van machten buiten ons,).De aan deze leer ten grondslag lig-
    gende voorstelling, dat de mens door een bepaald stelsel
    van ascetische oefeningen, door meditatie en concentratie
    het diepste inzicht , losmaking van de wereld en verlossing
    kan bereiken, vindt men ook bij andere volkeren; zij speelde
    ook reeds inde Vedische literatuur en in de Oepanischaden
    een rol.
                                       -oOo-
    De nu volgende definities zijn het resultaat van mijn studie-
    werk en praktijklessen Ze kregen slechts na 25 jaar hun
    vaste vormen omschrijving;
    HALASANA (definitie vermeld in de folder "Yoga in ze-
    ven punten"zie mijn bijdrage 14  hier boven .
    Yoga is de individuele toepassing van een welbepaalde
    discipline die een psychosomatische uitwerking heeft op
    de mens en als uiteindlijk doel de Zelfrealisatie beoogt.
    _
    WAT IS YOGA ?

    Uit mijn boek : " Yoga cursus voor beginners :handlei-
    ding voor lesgevers ".
    INLEIDING -Wat vooraf dient geweten .
    Als men de auteurs van vele yoga-boeken moet geloven,
    dan heeft bijna iedereen zijn eigen bepaling over yoga.
    De meeste omschrijvingen van het woord of het begrip
    yoga, gaan voorbij aan het feit dat de yoga in werkelijk-
    heid door Patañjali omschreven en verklaard werd als :
    "Het stilleggen van het denvermogen" -
    Daarmee was alles gezegd. De rest, of wat erbij of er-
    over gezegd wordt ter aanvulling of ter verduidelijking,
    is meestal eigen visie van de auteur.
    Deze visie geeft dan aanleiding tot interpretaties en dis-
    cussies die soms aanleiding geven tot onenigheid of het
    innemen van onverzoenlijke standpunten of blijvende
    twisten.
    Oorlogen vinden soms hun oorsprong in twisten die
    aan de basis zeer onschuldig of heilig zijn.
    Er is geen volk dat niet zijn heilige oorlog kent. Dagelijks
    worden er nog mensen vermoord in naam van de gerechtig-
    heid die zowel in het kamp van de verdrukten als door de
    verdrukkers met evenveel overtuiging beleden wordt.
    Ik geef over de yoga geen andere bepaling dan deze van
    Patañjali . Ze is duidelijk, en volgens mij genoeg zeggend.
    Meestal begrijpt men ze pas, wanneer het stilleggen van
    het denkvermogen zover gevorderd is, dat het besef om-
    trent het bestaan van het ware 'Zijn' dat noch lichaam noch
    geestis, klaar begint te worden . Het 'Zijn' dat geconditio-
    neerd is door het dagelijks bestaan en gebonden door de
    materie waarin het vertoeft, en zelfs dit niet meer beseft,
    kan bevrijd worden uit deze toestand, door er niet meer
    aan te denken, door er niet meer mee bezig te zijn, en er
    zich niet meer mee te vereenzelvigen.Het is inderdaad
    het nooit stilstaande denkvermogen dat de valse gedach-
    ten en de vereenzeleveging met de bestaande ons omringen-
    de wereld, levendig houdt. Iedereen wil zo moglijk bezitten
    en genieten van de materiële dingen waarvan we uiteinde-
    lijk moeten ervaren dat ze het ware geluk niet kunnen ver-
    schafen. Zolang deze gedachten dus zegevierenover ons
    bestaan, zijn wij niet bevrijd. Het komt er dus opaan de
    yoga te leren kennen en toe te passen om deel te kunnen
    hebben in de vrijheid die volgt op het stilleggen van het
    denkververmogen.
    Om dit doelte bereiken schreef Patañjali 195 sutra's
    ( kernachtige gezegden waarin de yoga-leer wordt uitgelegd )
    Daarin staat het wat men moet doen, maar men kan het niet
    onmiddellijk begrijpen.De grote meerderheid van de mensen
    zal er nooit toe komen, zich los te wrikken uit de macht van
    het materialistisch bestaan dat hen steeds vaster in zijn greep
    houdt met macht, geld en roem; Patañjali heeft dit ook duide-
    lijk geweten. Met de bedoeling iedereen er bij te bettrekken ,
    heeft hij dan ook alles wat tot aan zijn tijd gekend was,samen-
    gebracht. De yoga-sutra's werden a.h.w. de bijbel voor al-
    le zienszienswijzen, ook voor de latere.Het moet ons dan ook
    niet verbazen dat we in alle yogamiddens en bij alle leraars en
    zieners de de yoga-leer van Patañjali aantreffen als de basis
    van hun theorie.De yoga van Patañjali is inderdaad universeel
    en soepel genoeg om in alle bevrijdingstechnieken gebruikt te
    worden, ook in de godsdiensten, mits kleine aanpassingen die
    de oningewijdeniet eens zal merken. Toch blijft de Yoga zelf
    en haar zienswijze, origineel naast de andere zienswijzen zoals
    de Mimansa,de Vedanta, de Sankhya, deNyaya en Vaïcesika.
    Alle hinduspiritualiteit en alle bevrijdingssystemen, welke ook
    hun metafisische onderbouw weze, worden door de yoga van
    Patañjali beinvloed .Het is deze yoga en haar toepassing wel-
    ke in praktijk gebracht wordt in het lesboek voor beginners.
    Hoe wij tot het stilleggen van ons denkvermogen kunnen ko-
    men wordt beschreven in de techniek die in feite slechts kan
    begrepen worden door de toepassing ervan.

    In mijn volgende bijdrage wordt de betekenis van de yoga,
    gezien vanuit het standpunt van Patañjali ,verder verduide-
    lijkt, en vangt ook de studie aan van de yoga-därsana.


    05-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    06-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.YOGA - PATAÑJALI ' S ZIENSWIJZE - STUDIEPLAN .

    -34-
        PATAÑJALI'S ZIENSWIJZE  en  STUDIEPLAN.

    Uit de opleiding YOGACHARYA (Artikel als bijlage aan
    les 10) .De Betekenis van Yoga gezien vanuit het standpunt
    van Patañjali. In vele boeken over Yoga en uit de mond van
    vele mensen die over Yoga spreken, verneemt men dat de
    Yoga-sutra's van Patañjali een gezaghebbende waarde ver-
    tegenwoordigen omtrent de betekenis en het doel van Yoga.
    Indien men echter de betekenis van de termYoga wil begrij-
    pen zoals Patañjali deze voorstelt en gebruikt in zijn werk,
    dan is het zeker aangewezen te luisteren naar de verklaren-
    de woorden van de grote commentatoren die de sutra's heb-
    ben toegelicht. De eerste en wellicht de voornaamste van
    deze commentatoren is ongetwijfeld VEDAVYASA of ver-
    kort VYASA (+/- 650-850 N.C.) Zijn werk is gekend on-
    der de naam Yoga-Bhasya". Het wordt in vele gevallen sa-
    men met de sutra's als één geheel voorgesteld.
    De tweede en niet minder vermaarde meester is VACAS-
    PATIMISRA ,die met zijn "Tattvavaiçaradi" omstreeks
    850 N.C. als het ware een woord-voor-woord vertaling
    geeft van Vyasa'sYoga-Bhasya. Het werk van beide com-
    mentatoren werd samen in 1914 onder één band uitgege-
    ven bij de Harvard Oriental Series (volume17)door James
    Haughton Woods. Dit kostbare boek werd heruitgegeven
    in 1927 en in 1966 . Deze laatste editie was speciaal voor
    India alleen bestemd en kwam langs daarin ons bereik.
    Het is een studieboek dat zeker niet mag ontbreken in de
    handen van hen diePatañjali's woorden willenbegrijpen en
    zijnYoga-filosofie toepassen. Een derde commentator die
    eveneens van uitzonderlijke betekenis blijkt te zijn isSwa-
    mi HARIHARANANDA ARANYA, stichter van het
    Kapila klooster te Madhypur in Bihar (gelegen aan
    de zuidelijke oever van de Ganges 174.000 km²).
    Hij schreef menige werken over Yoga maar zijn "Yoga
    -filosofie van Patañjali" is ongetwijfeld het bijzonderste.
    Het omvat de Yoga-sutra met de commentaar van
    Vyasa en bijzondere verklarende toelichtingen daarover
    door hem in het Bengali geschreven. De eerste uitgave
    dateert van 1911. Een van zijn leerlingen, P.N. MU-
    KERJI vertaalde het werk in het Engels ten behoeve
    van de universiteit van Calcutta , waar het in 1977 als
    studieboek werd uitgegeven . Er zijn natuurlijk nog talrij-
    ke andere commentatoren, maar bijna allen geven in de
    meeste gevallen slechts afwijkende betekenissen aan de
    verklaringen van de drie bovenvermelde grootmeesters
    Opvallend is de bezorgdheid waarmede Vyasa en ook
    beide andere commentatoren te werk gaan om de lezer
    toch zeker vooraf de juiste betekenis van de term Yoga ,
    waarover Patañjali in zijn sutra's spreekt,te verduidelijken
    door de ontleding van de tekst die Patañjali heeft nagela-
    ten in de eerste twee sutra's , nl. : 1 "Atha yoga-'nusasa-
    nam" en 2 " Yogas citta-vritti nirodha".Laten we Vyasa
    aan het woord :" Hier nu is de uiteenzetting over de Yoga
    aan de orde . De uitdrukking 'atha'(hier nu) betekent dat
    hier een welbepaald onderwerp wordt aangesneden. Het
    gezaghebbend boek dat uitlegt hoeYoga moet worden be-
    grepen ,vangt aan. Yoga is concentratie; dit is echter een
    eigenschap van de denksubstantie welke in elk van haar
    stadia kan thuishoren . De stadia van de denksubstantie
    zijn : het stadium van rusteloosheid (ksipa), het verdwaas-
    de (mudha) , het verstrooide (viksipta), het éénpuntig ge-
    richte (ekagra) en het beheerste(niruddha).Van deze stadia
    hebben de eerste twee niets met yoga te maken en zelfs in
    het beheerste stadium van de geest wordt zijn concentra-
    tie soms soms overheerst door tegengestelde verstoringen
    en kan bijgevolg niet echt als yoga aanzien worden . Maar
    het stadium dat, wanneer de geest éénpuntig gericht is, ten
    volle en alleen één reëel object verlicht en de hindernissen
    (kleça's) dwingt tot vermindering , dat de banden van Kar-
    ma doet afnemen en dat zich ten doel stelt alle golving-
    en te beperken,wordt de Yoga genoemd waarin er be-
    wustzijn aanwezig is van één object(samprajnata). Deze
    bewuste yoga gaat zeker nog gepaard met concentratie
    op grove objecten, met vreugde of met persoonsgebon-
    den gevoel (asmita).Daarover zullen we later nog spreken.
    Maar wanneer er stillegging is van alle golvingen van de
    denksubstantie(vritti) , dan hebben we te maken met con-
    centratie waarin geen bewustzijn van een object aanwezig
    is ". Vacaspatimisra beklemtoont in de eerste plaats de re-
    den waarom Vyasa een voorlopige definitie geeft van (de-
    ze) yoga en verstevigt in de tweede plaats het feit dat de
    yoga hier niet kan worden gezien in de betekenis van "ver-
    enigen" .Hij zegt :" Het voorgestelde onderwerp is enkel
    de Yoga welke begrensd is in haar activiteit door het ge-
    zaghebbend boek . Daarover gaat het ... ! Twijfel over de
    voorgestelde zaak (yoga)wordt veroorzaakt door twijfel
    omtrent het woord (yoga). Deze(twijfel) neemt hij (Vyasa)
    weg door testellen dat yoga in de zin:'yoga is concentratie',
    etymologisch afgeleid wordt van de stam Yuj-a , in de be-
    tekenis van concentratie, en niet van de stamYuj-i, in de
    betekenis van vereniging".Aldus de oudste commentatoren.
    Hariharananda die als hedendaagse Swami en monnik, be-
    kend met de grote invloed van de Advaid-Vedanta van
    Sankara e.d., trouw blijft aan het gezag der oudste mees-
    ters ,vertaalde de Vyasa-Bhasya in hetBengali.Hetbevat
    ook persoonlijke inzichten en commentaren die sterk verge-
    lijkbaar zijn met de'Tattvavaiçaradi' vanVacaspatimisra, zo-
    als deverklaringenover de betekenis vanYoga in de Sutra's
    van Patañjali :"Deze term (yoga) heeft verschillende beteke-
    nissen zoals verenigen van Jivatma met Paramatma, de ver-
    eniging van Prana en Apana, enz..., zowel als andere tech-
    nische, afgeleide en conventionele betekenissen. Maar in de-
    ze filosofie wordtde termYoga gebruiktin de betekenis van
    "Samadhi" of concentratie, wat in de tweede sutra wordt
    uitgewerkt". Inderdaad, de tweede sutra luidt : "Yoga is het
    stilleggen(of het beteugelen)van de golvingen van het mentaal
    complex citta".(citta: individueel kennisorganisme bestaande
    uit drie inwendige functies = mentaal complex).
    Wanneer we nu opnieuw Vyasa aan het woord laten dan le-
    zen we :"De bedoeling van de volgende sutra is het bevesti-
    gen van het onderscheiden karakter van deze (yoga). Door
    geen gebruik te maken van het woord'alle' vôôr 'de golvin-
    gen,' wordt aldus de yoga waarin bewustzijn van objecten
    aanwezig is, eveneens gerekend onder de benaming Yoga."
    Opnieuw wordt de uitleg van Vyasa bevestigd door Vacas-
    patimisra die er aan toevoegt :"Indien er gezegd ware dat
    Yogade stillegging betekent van 'alle' golvingen het mentaal
    complex, dan zou Yoga met bewustzijn van een object uitge-
    sloten worden. Hariharananda toont eveneens aan dat de
    stillegging van de golvingen van het mentaal complex van
    oudsher eenzeer grote rol heeft gespeeld in debevrijdings-
    filosofie. Hij zegt : "Het stilleggen van de golvingen van het
    mentaal complex( of Yoga ), is de hoogste geesteskracht.
    We vinden in de Mahabharatahet volgende : "Er is geen
    grotere kennis dan deze van de Sankhya en er is geen gro-
    tere kracht dan deze van Yoga. Hoe het stilleggen van de
    golvingen van het mentaal complex een bron kan zijn van
    mentale kracht, zal hier later worden uitgelegd .
    Het stilleggen van de golvingen van het mentaal complex
    betekent dat de geest gefixeerd blijft op één enkel object,
    d.w.z. : door de praktijk bekomen dat de geest onver-
    stoorbaar oog in oog wordt gehouden met één enkel voor-
    werp .Dat is Yoga.; Maar naargelang aard deze objecten ,
    en naarmate graad van gefixeerdheid van de geest, zijn er
    verschillende vormen van Yoga".
    Tot slot kunnen we dus met zekerheid herhalen dat de bete-
    kenis van Yoga, gezien vanuit het standpunt van Patañjali,
    alleen als ' concentratie ' moet gezien worden.
    W. Ingels yogaleraar (1983).

    PATAÑJALA YOGA
    Met een uitspraak van dr.H.van Praag wil ik de studie over
    de Yoga van Patañjali inleiden. Ze dateert eveneens uit de
    jaren tachtig van vorige eeuw maar blijft zeker aktueel. Hij
    noemt deze yoga Raja-yoga (koninklijke yoga).
    "In India tiert de filosofie even welig als in China. Weinig
    denkers hebben echter, naYajnavalkya en Boeddha, zo
    een grote invloed gehad als Patañjali,de grondlegger der
    Raja-Yoga die nog steeds door milioenen mensen in Oost
    en West beoefend wordt."

    VOORWOORD TER VERANTWOORDING.

    Deze studie wil een klaar inzicht geven in de betekenis van
    het dualistisch princiepe waarop de yoga van Patañjali be-
    rust. Deze studie is niet ingewikkeld maar vraagt wel enige
    ernst en doorzettingsvermogen om tot de kern van deze
    Yoga te kunnen doordringen.
    Twee boeken worden voor deze studie vooral gebruikt :
    1° "Patañjala-yoga, een synthese van de Yoga-filosofie "
    -verder 'Synthese' genoemd.
    2° "Patañjala-yoga , van een relatief ego tot het Absolute
    Zelf " - verder " het Boek' genoemd.
    Beide boeken zijn uitgaven van Halâsana.(de Synthese in
    1979- het Boekin 1985). Ze zijn het resultaat van ruim
    twaalf jaar intense studie en werken met Yoga.

    ALGEMEEN OVERZICHT.
    INLEIDING :
    -Hoofdkenmerk van alle Indiase systemen- Het begrip'ziel'
    Invloed vanYoga op andere systemen.
    -De metafysische onderbouw van de Yoga-darsäna.
    1° Prakriti en de guna's.
    2° Het Zelf, de geestelijke monade.
    3° De pluraliteit van de Zelven.
    4° De aard van Prakriti's evolutie.
    5° De evolutie van Prakriti : de Tattva's.
    6° De relatie van Prakriti met het spirituele Zelf.
    7° Plan van de klassieke yoga-discipline.(de uitwendige
    middelen)
    8° Plan van de klassieke yoga-discipline.(de inwendige
    middelen)
    9° Uitwerking van de yoga-discipline.

    In mijn volgende bijdragen zal deze indeling gevolgd
    worden.

    06-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    07-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Yoga- dârsana - Inleidende toelichtingen.

    -35-

                   INLEIDENDE TOELICHTINGEN.

    1° Het hoofdkenmerk van alle indiase systemen.
    Zoals we kunnen afleiden uit de voorgaande afleveringen
    blijkt het hoofdkenmerk van alle indiase dârsana's , zowel
    van de niet-ortodoxeals van de ortodoxe, EEN WEG TER
    BEVRIJDING te zijn. De ziel schijnt opgesloten in de mate-
    rie van het lichaam.De bevrijding daaruit is het doel.De wens
    om te weten wat er na het aardse leven zal gebeuren, heeft
    zich in India vooral geuit in de voorstelling van het leven der
    goden, alsof dit leven een voortzetting zou zijn van het aard-
    se leven. Door de gelijkstelling 'ATMAN-BRAHMAN',
    waardoor hij die dit wist, reeds in dit leven verlost kon wo-
    den, waren zowel goede als slechte daden de oorzaak van
    wedergeboorte. De goden worden nu eens wel, dan weer
    niet, als (menselijke) personen beschouwd. Het begrip"ziel"
    heeft hier echter niet dezelfde betekenis als onze westerse
    opvatting over de ziel. De wens om het absolute te kennen
    heeft zich in India zeer sterk geuit in een kunstmatige uit-
    beelding van de vlucht uit de wereld, en door mystische
    omschrijvingen,die men vooral aantreft in de Upanishaden
    (onderzoek natuur en universum die samen één bestaan
    vormen). India werd steeds heen en weergeslingerd tussen
    een godsdienst die het opperwezen als een persoon aan-
    ziet , en een metafysica die het begrip "persoon" verwerpt
    Dit verschil in opvattingen toont aan hoe ontoereikend alle
    materiële en geestelijke pogingen zijn om het onuitspreke-
    lijke te willen uitdrukken in menselijke bewoordingen.

    2° Het begrip "ziel"-
     De Spirituele Monade het "Zijn"of  het ZELF.
                     Voor het Oosten is de ziel een afzonderlijke
    werkelijkheid . De mens wordt beschouwd als een naast
    elkaar bestaan van een geestelijk deel dat zuiver bewust-
    zijn is en zonder binding met de materie van het lichaam
    waarin het wel opgesloten zit (wachtend op bevrijding).
    Het Westen echter beschouwt de ziel als één met de men-
    lijke natuur : ziel en lichaam vormen één bestaande reali-
    teit  Zelfs volgens de indiase opvattingen is er nog een on-
    derscheid te maken.Voor de Vedanta-därsana is de"ziel"
    het onpersoonlijke Atman-Brahman.
    Volgens de Yoga-därsana is de "ziel" = een Spirituele
    Monade of een "ZIJN". Het Zelf (de spirituele monade) is
    niet wat in het Westen de Ziel genoemd wordt.- Daar
    wordt in een latere bijdrage verder op ingegaan.

    3° Invloed van de Yoga op deandere zienswijzen.
    Van bij haar eerste ontstaan heeft yoga een onuitspreke-
    lijke invloed gehad op alle andere zienswijzen.Steeds
    heeft yoga het sociale en culturele leven in India over-
    heerst. Niet steeds in dezelfde betekenis omdat ook de
    gebruikers ervan hier en daar aanpassingen en vertakkin-
    gen lieten ontstaan naargelang hun eigen zienswijzen of
    interpretaties. Haar oorsprong ligt in het verre verleden
    den waar magische praktijken en toverkracht bijna niet
    te onderscheiden zijn van godsdienst . Yoga kan dus af-
    dalen tot de lager gelegen gebieden van de magie en op-
    stijgen tot de meest verfijnde metafysische ervaringen.
    Haar bevrijdingstechniek is zo plooibar, dat hij zich kan
    schikken naar de meest uiteenlopende doctrines, zoals
    het animisme , het nihilisme, de eenvoudige volksdevo-
    tie of de meest verfijnde theosofische leerstellingen .
    Op zuiver technisch gebied kan de Yoga ook aange-
    wend worden tot het bekomen of het behouden van
    van een betere lichamelijke(en geestelijke)gezondheid.

    4° De metafysische onderbouw van de Yoga.
    De yoga-därsana wordt koppelsgewijze met de Sank-
    hya-därsana vermeld .Ze zijn beiden pragmatische ziens-
    wijzen die hetzelfde dualistisch principe in hun redenering
    volgen: enerzijds de 'materie' en daarnaast het 'Zijn'.Beide
    bestaanswerkelijkheden hebben geen begin ingevolge de
    scheppingsdaad van een derde, en zijn ook onderling on-
    afhankelijk van elkaar .De yoga ( de klassieke zienswijze
    van Patañjali ) volgt de grote metafysische lijnen van deze
    Sankhya, maar is niet identiek daaraan.Ze heeft haar eigen
    zienwijze zoals we hier in deze studie aantonen.
    Enkele verschillen.
    - De methodologie :
    Bij de Sankhya steunt de methode van Zelfrealisatie op
    het onderscheidingsvermogen dat via intellectuele weg
    bereikt kan worden.Bij de yoga steunt de methode van
    Zelfrealisatie op de enstase(opslorping), waardoor het
    empirische bestaan getranscendeerd wordt.
    - Het godsbegrip :
    De Sankhya is a-theistisch. Er bestaat geen opperwezen
    die aan het ontstaan van de materie en het Zijn een oor-
    sprong geeft. De yoga is theïstisch. Hoe verwaterd dit
    ook moge zijn. In de yoga-sutra is er sprake van Isvara,
    de Heer . Hij is niet deschepper van de materie en het
    Zijn, maar een bijzonder Zelf , waarover later meer.
    -De oorsprong.
    De eerste nevelahtige sankhyabeschouwingen ontstonden
    waarschijnlijk in de vroege Upanishadperiode tijdens de-
    welke men via onderzoekvan natuur en universum , de
    goden van de smeekbeden in de Veda's in twijfel trok
    .De systematisering ervan begon op einde van de Upani-
    shadperiode. Ze krijgt wellicht haar klassieke vorm gedu-
    rende de eerste eeuwen N.C..De antisacrale en pluralis-
    tische inspiratie van de Sankhya en haar atheïstische logi-
    ca, kan moeilijk een bijdrage zijn van brahmaanse oor-
    sprong. Het brahmaanse rituele sacrificie ondergaat een
    verinwendiging , en wordt een sacrificie van zelfonthech-
    ting..

    5° Betekenis van Yoga door de tijd heen.
    De betekenis van Yoga heeft zich ontwikkeld van ma-
    gisch-religieus naar meer religieus en van daaruit naar de
    profane betekenis van bedaren van emoties tot de discipli-
    ne ten dienste van de geestelijke bevrijding.In de pré-upa-
    nishadperiode was de betekenis nog onzeker .Er heeft een
    langzame verschuiving plaats gehad van profane betekenis
    "binding met het lichaam" naar deze van "beheersing" en
    "temmen" van de zintuigen , van de magische naar de meer
    religiieuze betekenis; van het lichamelijke naar het geeste-
    lijke toe. Tijdens de Upanishadperiode was Yoga een prak-
    tijk tot het bereiken van lichamelijke rust, bedaren van
    emoties en concentratie van de geest.
    -Tenslotte wordtYoga een mentale discipline van de gees-
    telijke bevrijding.
    De Upanishaden hebbende weg geopend naar een uitge-
    sproken yoga-code, gelijkend op deze van Patañjali. Men
    vindt immers, zij het niet in dezelfde volgorde de acht tre-
    den van Patañjali's  yoga terug in de Upanishaden.
    -4de en 5de trede : in deUpanishaden welke ontstonden
    rond de Boeddhissche periode, zij handelen over de geest,
    gedragen door de vitale ademhaling(pranayama en pratya-
    hara).
    -6de trede (Dharana) : in de Kathka Upanishad.
    -7de trede(Dhyana ) : idem.: waarin de meditatie op OM
    verklaard wordt.
    -Later verschijnt in de Maitrayani Upanishad een volledige
    code van opgaantreden.
    -De eerste drie treden:Yama -Niyama enAsana, die een
    voorbereidend karakter hebben, worden slechts later om-
    schreven wanneer lichamelijk ascetisme een ereplaats zal
    bekleden inde epische periode zoals in het heldendicht
    van de Bhagavad-Gita, die een gans andere opvatting van
    de Yogavoorop stelt, en die later afzonderlijk zal bespro-
    ken worden.

    de volgende bijdrage zal handelen over
    1° P R A K R I T I en DE GUNA'S. 

    07-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    08-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1° PRAKRITI en DE GUNA'S
    -36-
                   .  Prakriti en de guna's

     Bij de aanvang van de studie over het werkelijke bestaan ,
    de evolutie en de involutie van het universum gaat onze aan-
    dacht eerst en vooral naar de naar de bestaansredenen van
    alles wat materie is. We onderzoeken eveneens de manier
    waarop alles tot stand komt, wetende dat de yoga-dârsana
     geen opperwezen of schepper voor deze tot standkoming
    aanvaardt. 

    Betekenis .
    Het woord PRAKRITI  betekent " natuurlijke scheppings-
    kracht".(pra  = voorwaarts  -  kri = doen,= voortbrengen, )
    Prakriti wordt vooral gekenmerkt  door : activiteit - steeds
    in wording zijnde  steeds veranderend - voorbijgaand .De
    spil  waarrond alle  indiase systemen zich bewegen, wordt
    gevormd  door twee tegenover  elkaarstaande polen. Aan
    de ene kant bevindt zich het absolute onvergankelijke gees-
    telijke en niet aktieve "Zijn", terwijl aan de andere kant zich
    het ganse domein uitstrekt van de steeds in wording zijnde,
    steeds veranderende, en voortdurend  voorbijgaande"akti-
    viteit".Prakriti is dus in haar zuiver oorzakelijke grondbasis,
    het genetisch principe van alle zijn of elke wording van we-
    zen en vorm. Zij is slechts als werkelijk bestaand  principe
    te erkennen door gevolgtrekking. Zij heeft uit eigen natuur
    geen bepaalde eigenschappen, en  is tenslotte  zelf zonder
    enige vorm.Ze is dus de oorsprong van alles wat door ver-
    andering wordt aangetast.(wat het "Zijn" betreft, volgt een
    afzonderlijke aflevering) Deze twee tegenoverelkaarstaan-
    de polen - Prakriti en "Zijn" , zijn de basis van twee sterk
    van elkaar verschillende zienswijzen; de afgrond er tussen
    is onoverbrugbaar.We bedoelen  het strikte dualisme vol-
    gens hetwelk materie en geest  elk hun eigen bestaan heb-
    ben en waarin het pluralisme van de geest bevestigd wordt.
    We vinden het terug in de Sankhya- en de Yoga-zienswij- .
    ze. De andere zienswijze is het non-dualisme volgens  het-
    welk één absolute geest de enige werkelijkheid is, en het
    ganse domein  van  materie en  veranderderlijkheid  geen
    werkelijk bestaan heeft .We vinden het terug in deVedan-
    ta-zienswijze. 
    YOGA   en   VEDANTA;
    Twee zienswijzen die essentiëel verschillende standpunten
    innemen wat  betreft hun voorstelling van Prakriti en Puru-
    sha (het Zijn), hebben zich sedert het tot standkomen van
    de Yoga-sutra zeer duidelijk afgetekend.Het dualisme van
    de yoga van Patañjali en het non-dualisme van de Vedan-
    ta, zijn  twee  van elkaar onderscheiden zienswijzen waar-
    tussen zich aldus  een onoverbrugbare afgrond bevindt .
    Zij onderscheiden  zich  even eens  in hun weg die tot be-
    vrijding leidt . Daaruit kan bijgevolg een zekere  rivaliteit
    ontstaan wat niet ipso facto een vijandigheid betekent .

    TEGENOVERELKAARSTELLING.

    Voor de Yoga van Patañjali is Prakriti  
    - Werkelijk bestaande 
    -  Zonder begin
    -  Bestaande uit 3 guna's

    Voor de Vedanta is Prakriti :
    - Maya  ( niet werkelijk - schijn bestaan  -relatieve wer-
       kelijkheid) .
    - "Het kenmerk van alles is verandering. De wereld wordt
       om die reden  in het Sankriet 'Samsara' genoemd.  Dit
       betekent letterlijk : wat op ieder ogenblik verandert.Van 
       de wieg tot het graf onderga je van seconde tot seconde
       allerlei veranderingen. Niets is blijvend. Alles is dus in feite
       onwerkelijk of heeft a.h.w. een relatieve veranderlijkheid.
       ( uit 'Licht van Sivananda ' vol.106 nov.1980 afd. Aalst)

     HET UNIVERSUM
           Volgens de Yoga bestaat het universum zonder begin .
    Wanneer we het willen onderzoeken , moeten we dus ver-
    trekken van een relatief begin.Veronderstel een kosmische
    realiteit die niet gemanifesteerd is  maar toch werkelijk be-
    staat .Daarop volgt een verandering, een activiteit die leidt
    tot de huidige bestaansvorm die we kunnen waarnemen en
    waarvan de aard en het principe een voortdurend reprodu-
    ceren en transformeren is. In vaktermen is dit  Prakriti .
    Toestanden waarin Prakriti zich kan bevinden.
               Aangezien volgens de yoga-dârsana het Universum
     bestaat zonder begin, moeten we ons onderzoek laten aan-
    vangen  bij een relatief begin. We nemen  de  periode juist
    voor de aanvang van een 'evolutie' waaruit alles (opnieuw )
    tevoorschijn zal komen .Deze toestand noemt men :PRA-
    DÄNA. Hij  wordt gevolgd  door de 'evolutie', en daarop
    zal later alles (opnieuw) te voorschijn  komen. Prakriti kan
    zich dus in 2 toestanden bvinden :
          1° Kosmische rust of oorzakelijke toestand.
          2° Kosmische evolutie.
    In kosmische rust bevindt Prakriti zich in een onontwikkeld
    stadium. Er is geen waarneembare ontleding mogelijk Er is
    noch 'bestaan' noch 'niet-bestaan'. In yoga-termen zou men
    zeggen : Prakriti is niet geordend naar het doel  van het Zelf.
    In kosmische evolutie begeeft Prakriti zich in het 'nu-bestaan'
    Nu-bestaan, omdat  het zich losgemaakt heeft uit het onont-
    wikkeld substratum. Er is een toestand van bestaan waarin
    het gemanifesteerde  zich ofwel  in  nog onzichtbare , ofwel
    reeds in zichtbare toestand bevindt.
    Volgens de yoga zijn er drie niveau's van bestaan :
    1° Het terzijde levend bestaan van geesten: dit leven is  niet
        te zien en heeft  niets te maken met Prakriti. Het is Puru-
       sha of  het Zelf.
    2° Het gemanifesteerde bestaan zoals wij dit waarnemen.
    3° Het ongemanifesteerde bestaan  dat  we ofwel  nog niet
        kunnen waarnemen, ofwel niet meer kunnen waarnemen.
        Het is een stadium van potentialiteit.Volgens de Sankhya
       -leer is dit een werkelijk bestaan, omdat het niet bestaan-
      de niet kan voortgebracht worden en zich nooit kan mani-
      festeren. De gemanifesteerde toestand behoort tot alle wer-
      kelijkheden, zowel tot de  subjectieve  als tot de objectie-
      ve effecten van Prakriti.

    2°  DE  3 "GUNA'S."- bestanddelen van Prakriti.

    Het begrip 'guna' was reeds in gebruik voor er sprake was
    van Yoga . De betekenis ervan was en is zowel psychisch
    als fysiologisch , en het concept kan zowel afkomstig  zijn
    van  niet Brahmaanse  asceten   als  van  magiërs die  ver-
    trouwd waren  met para-religieuse praktijken  (Shamanen
    genoemd).De bespreking van de 3 guna's is in die zin nood-
    zakelijk , dat er een groot misverstand uit de weg dient ge-
    ruimd te worden . Dit misverstand is het gevolg van onvol-
    doende informatie waarmede vele auteurs van yogaboeken
    zich tevreden stellen door het begrip'guna' gewoon te verta-
    len  als ' eigengenschap' of een 'trillingstempo van de mate-
    rie. De guna's hebben ongetwijfeld eigenschappen  en  be-
    paalde kwaliteiten, maar ze zijn vooral werkelijk bestaan-
    de bestanddelen van Prakriti.Ze zijn dus een fysische wer-
    kelijkheid en wat hun herkomst betreft, komen ze uit een
    gedachgtenwereld  vol  van  magisch-religieuze praktijken
    die ons brengen bij het Shamanisme.
    Over het Shamanisme verscheen in het najaar van 1984
    een themanummer van het tijdschrift PRANA waaruit de
    betekenis van Shamanisme ongeveer luidde: 'Hij die weet'.
    Een duidelijke definitie schijn er niet te bestaan. Het ont-
    staan van het Shamanisme situeert zich in de pré-historie
    en zou verband houden met specifieke geneeskundige han-
    delingen  van priesters-genezers, die over bijzondere licha-
    melijke eigenschappen beschikten, en waarbij de extase 
    een zeer belangrijke rol speelde. In hoe ver Shamanisme
    en Yoga met elkaar verwant  zijn  kan  niet afgeleid wor-
    den uit 'Hij die weet'  of  uit  bepaalde gelijkenissen  van 
    oefeningen of ademhalingstechnieken.

    De guna's zijn onafscheidelijk drie in getal :  SATTVAM 
    RAJAS  en TAMAS. Zij zijn de grondoorzaak van alles
    wat  niet 'geestelijk' is , zowel  in  de  zin  van operatieve
    waarneming  (subject) als in de zin van operatieve verwe-
    zenlijking (object ) . Zij zijn de  drijfveer  van elk  fysisch
    bestaan en  elke psychische toestand of  psychologische
    activiteit.
    Eigenschappen en doel van de Guna's.
    1° SATTVAM .
    Sattvam is de edelste, de  nobelste en de meest verfijnde .
    Etymoligisch  komt het woord voort   van  het deelwoord 
    sad =  werkwoord  'as'  = zijn.  Het  bijwoordelijk  naam-
    woord "sattvika" zou betekenen : zuiver .Het  zou kunnen
    dienen als aanduiding voor het aspect van perfectie  in om
    het even welke betekenis.Het is slechts zwakjes aanwezig
    in  de meeste naturen  en wordt nog meest tegen gewerkt
    door de twee andere  guna's. Het is een 'kwalitatieve  wer-
    kelijkheid en heeft niets te maken met 'kwantiteit'.Het geeft 
    een  hogere conditie aan het lichaam en de geestelijke ver-
    mogens. In  zijn  toppunt  geeft  het volkomen onthechting
    die noodzakelijk is voor de bevrijding.
    2° TAMAS
    Tegenover Sattvam staat  Tamas als het principe van duis-
    ternis en inertie.Etymologisch betekent Tamas : ... van de
    duisternis .Als naamwoord zou Tamas te vertalen zijn door
     "verduisterend en beperkend principe".De eigenschappen
    van Tamas zijn NIET een afwezigheid van licht en volheid ,
    maar de aanwezigheid van een positieve constituante zoals
    deze van Sattvam. Het  veroorzaakt  verstijving, loomheid,
    lusteloosheid, apatie, bodheid, bedwelming , slaap en som-
    berheid.Tamas is  niet  algemeen  schadelijk  of  nutteloos.
    Het is even noodzakelijk als licht en aktiviteit.Slaap is even
    noodzakelijk als waaktoestand. De wereld in wording en -
    tenietgaan moet zijn normaal verloop kennen.
    3° RAJAS;
    Rajas staat tussen Sattvam en Tamas en zet aan tot aktivi-
    teit en opgewondenheid.Het woord  'rajas' is afgeleid  van 
    "ranj" = geverfd worden, gekleurd worden.Rajas heeft een
    dubbele uitwerking. Het zet zowel aan tot gehechtheid als
    tot afkeer van iets, tot goede en slechte daden, tot positie-
    ve  en  negatieve werking. Het  is de uitvoeringskracht van
    Prakriti, zowel voor aktiviteit als voor passiviteit. Deze vol-
    ledige uitvoeringskracht volgt niet uit de schittering van Sat-
    tvam of uit de duisternis van Tamas, maar uit de samenwer-
    king van de drie guna's.
    Deze samenwerking wordt op meesterlijke  wijze beschre-
    ven door Vyasa (oudste en meest gerenomeerde commen-
    tator van de Yoga-Sutra's.

    HET BESTAAN en DE  WERKING VAN DE DRIE
                             GUNA'S. (Vyasa)
    "Sattvam heeft de neiging te schitteren, Rajas is activiteit en
    Tamas is Inertie.   Deze drie  guna's zijn  in  principe onder-
    scheiden  van elkaar,  maar  het één beinvloedt het andere.
                                 Ze hebben elk hun eigen mogelijkheden,
    gezamenlijk of gescheiden. Zij vormen ( in essentie ) materi-
    ële dingen , die door onderlinge samenwerking  tot stand ge-
    bracht worden. Ze kenmerken zich   alsof ze  onscheidbare
    krachten beziten, alhoewel elk afzonderlijk in werking  kan
    treden (ten opzichte van de andere), als deel of als datgene
    waarvan de andere deel uitmaken.Ze passen zich aan, aan
    alle verschillende mogelijkheden  van  het  Zijn. Ze worden
    steeds opgemerkt aanwezig te zijn omdat ze(tenslotte) soms
    om beurt overheersend zijn. Zelfs in een ondergeschikte rol
    is hun bestaan af te leiden (als vervat) in de overheersende
    (guna)vanwege hun functionele activiteit alleen.Hun krachten
     blijven gebundeld  ten behoeve van  hun eigen noden of  om
     het doel van van het Zelf  tot uiting te brengen. Ze verlenen
    hun  hun respectievelijke hulp (aan het Zelf), alsof ze magne-
    ten zijn, uit de  zuivere werkelijkheid van hun intiem bestaan
    met het Zelf . Ze voorzien zichzelf op harmonische wijze van
    de nodige kracht met  een schommeling  van elk van hen en
    zonder enige hulp van buiten af. Deze guna's (aldus beschre-
    ven) worden aangeduid met de woorden : 'Eerste genetische
    realiteit' ".

    Mijn volgende aflevering zal handelen over het ZIJN.
    het ZELF ( Purusha)

    08-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    09-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2° HET ZELF DE GEESTELIJKE MONADE (purusha)

    -37-

    2°.  HET ZELF-DE GEESTELIJKE MONADE -(purusha)

    Met 'geestelijke monade' bedoelen we : een 'éénheid-van
    -bestaan' Monas = één : individueel bestaande éénheid van
    Zijn , of Zuiver Bewustzijn.

    BEWUSTZIJN.
    De natuur van de geestelijke monade is zuiver Bewustzijn.
    We schrijven Bewustzijn met een hoofdletter B om het Zijn
    aan te duiden .Daartegenover duiden we het gewone of em-
    pirisch bewustzijn aan met en kleine letter b.
    Het Bewustzijn of het Zelf, is niet gelijk aan de 'Ziel'.
    In de yoga-sutra's wordt het Spirituele Zelf meestal om-
    schreven als "drastir" de Ziener, of als "dirgasakti":de kracht
    van het zien.De ziener is evenzeer de genieter en de kenner,
    maar onderscheiden van het operatieve proces van ervaring
    (het zien of het kennen).
     Kan men het Zelf in de mens gelijstellen met de ziel ?
    Neen. Volgens de westerse opvattingen is de ziel een con-
    stituante van de menselijke natuur, maar de Yoga verwerpt
    dit, alhoewel Purusha of het Spirituele Zelf wel een spiritueel
    wezen is, maar volledig losstaand van he tlichaam dat Prakriti
     is (materie).Volgens de Patañjala-yoga is het geestelijke in
    de mens een wezen, los van de menselijke natuur, omdat
    volgens deYoga alles wat niet Bwustzijnis in de mens,slechts
    een wijziging is van Prakriti .
    Wat echter de mens meest eigen is, is het geestelijke in hem.
    Het is een ander wezen dat in zijn ware aard  Bewustzijn
    is. "De Ziener (drästir) die niets anders is dan 'het zien' of-
    schoon hij onbezoedeld is, beschouwt de voorstelling": zie
    Yoga-sutra 20, 2de boek)
    Het probleem van de mysterieuze relatie tussen de menselij-
    ke natuur en het ware Zelf, (of 'Bewustzijn', of Purusha),
    ligt besloten in de relatie tussen twee principes, nl. het prin-
    cipe waardoor wij handelen (principium quibus) en de per-
    soon die handelt (principium quod ), het bewustzijn'.
    Tegenover de Geestelijke Monade staat het empirisch
    'bewustzijn,bewustzijn met een kleine letter 'b' geschreven,
    waardoor de akte van ervaren, of de bewuste ervaring ge-
    beurt. In de oorspronkelijke Engelstalige uitgave van het
    boek , maakt de auteur het onderscheid tussen 'conscience'
    en 'awarness'. Van morfologisch standmunt uit impliceert
    het engelse woord 'concience' een oppositie en een dualiteit
    (con + sience), terwijl het woord 'arwarness' vrij is van
    oppositie of dualiteit. (sic. G.Koelman in zijn voorwoord
    van nederlandstalige uitgave, waar 'awarness' wordt ver-
    taald door Bewustzijn, en 'conscience' door bewustzijn
    (empirisch bewustzijn)..

    Totstandkoming van het empirisch bewustzijn
    Alvorens verder te gaan met de uitleg over het Bewustzijn,
    eerst een korte  beschouwing over het totstandkomen van
    het gewone of het empirisch bewustzijn. Volgens de Yoga
    -dârsana wordt dit verwezenlijkt door vier verschillende re-
    aliteiten.Alhoewel wat voorbarig in de studie (er is een be-
    paalde relatie tussen de Prakriti-werking en het Zelf, waar-
    over we in een latere bijdrage de volledige uitleg zullen ge-
    ven) wordt hier omwille van het onderscheid met het Be-
    wustzijn, toch melding gemaakt van deze vier realiteiten die
    Prakritisch zijn. Door deze vier realiteiten wordt de bewus-
    te ervaring als één geheel aangevoeld. Het "tot-stand-bren-
    gen" is een afzonderlijke schakel, en de bewuste ervaring
    (ofgewone ) bewustzijn, wordt door het Zelf verwezenlijkt
    op een niet aktieve manier.We zeggen voorlopig :"wordt
    bestraald door het Zelf" .
    1° bewustzijn = een gevoel van aanwezigheid t.a.v. de din-
    gen buiten ons; we zien de dingen en zijn er ons van bewust.
    2° op- en neergaande stroming = een gevoel dat , het geen
    men waarneemt, komt en gaat , naargelang de aandacht
    er meer of minder wordt door geboeid.
    3° ervaring van bewustwording=een gevoel dat, wat men
    waarneemt, in ons bezit komt alsof het van ons is.
    4° de bewerker van het proces = een gevoel van 'ik' dat
    het waargenomene centraliseert en aan wie de ganse wer-
    king van het waarnemingsproces wordt toegeschreven.
    Deze vier realiteiten zouden het gevoel van ervaring of
    waaneming niet kunnen verwezenlijken indien ze niet zou-
    den "verlicht" worden door het Spirituele Zelf, m.a.w.
    indien ze niet zouden verlicht worden door het Bewustzijn.

    HET BEWUSTZIJNHET ZELF.
    Zowel in de Yoga- als in de Sankhya-dârsana worden de-
    zelfde argumenten gebruikt om het bestaan van het Bewust-
    zijn of het Zelf aan te tonen. Ze komen uit de Sankhyaka-
    rika Deze argumenten zijn :
    1° "Omdat alle samengestelde wezens of dingen bestaan ter-
    wille van een ander" .Alle wezens of dingen die samenge-
    steld zijn uit andere elemenen,hebben als doel iets hogers te
    dienen : ze bestaan terwille van iets ofterwille van iemand
    anders, of ten dienste ervan.Wanneer men vanaf de bestaan-
    de dingen terug afdaalt , dan komt men terecht bij de laatste
    samenstelling nl. bij Prakriti (bestaande uit de3 guna's).
    Terwille van wie bestaat deze laatste samenstelling (Prakriti)?
    : terwille van iets dat niet samengesteld is, m.a.w. iets dat niet
    uit de drie guna's samengesteld is. Er is maar één iets dat
    daaraan beantwoordt : het ZELF. Het Zelf is dus, omwille
    van de afwezigheid van de drie guna's , onveranderlijk even-
    wichtig, actieloos en zonder passie.
    2° "Omdat er iets moet zijn dat tegenover de guna's en hun
    eigenschappen staat " .Dit argument volgt uit het eerste .Dit
    iets moet dus zeker andere eigenschappen hebben.De guna's
    bestaan niet terwille van zichzelf, maar terwille van iets dat
    los van de natuur van hen zelf is, iets dat boven hun natuur
    staat, dat onstoffelijk is, onveranderlijk en geen aktiviteit kent.
    3° "Omdat er een kontrole moet zijn".
    De werking van Prakriti kan niet aan het toeval worden over-
    gelaten. Het kontrolerend principe voert de daden van deze
    kontrole niet uit...,het maakt ze a.h.w. alleen maar mogelijk.
    Dit kontrolerend principe blijft de eindoorzaak waarom de
    werking plaats heeft.
    4° "Omdat er een waarnemer moet zijn".
    De waarnemer die los staat van de werking van Prakriti zelf,
    er niet door aangetast wordt (aangezien dit een verandering
    zou meebrengen) kan alleen iets zijn dat boven alle eigen-
    schappen of veranderingen ervan staat  Dit iets is het Zijn !
    5° "Omdat er een universele neiging tot afzondering (bevrij-
    ing) bestaat". Het is een algemeen vaststaand feit , dat de
    mens steeds naar iets hogers verlangt, iets of een toestand
    waarin hij gelukkiger zal zijn dan de toestand waarin hij zich
    op dat ogenblik bevindt. Indien dit 'iets hoger' eveneenseen
    Prakriti-toestand zou zijn, dan zou dit verlangen nooit kun-
    nen ophouden .Er zou dus nooit van Bevrijding sprake kun-
    nen zijn.

    De eigenschappen van het Zelf.
    Tot hiertoe heben we gezien dat het Zelf boven elke Prakriti
    -eigenschap.staat. De voornaamste en opvallendste gevolg-
    trekking die daaruit op te maken valt is het feit dat er geen
    vergelijking kan gemaakt worden .Toch vindt men in de ge-
    schrifen talrijke omschrijvingen die het Zelf proberen voor
    te stellen. De voornaamste van deze omschrijvingen zijn :
    1° Atriguna.
    Atriguna betekent : tegengesteld zijn aan de drie guna's
    .Daaruit volgt dan : absoluutheid, neutraliteit , de natuur van
    Ziener en van het' niet-handelen '.
    2° Absoluutheid.
    De absoluutheid van het Spirituele Zelf bestaat hierin, dat
    een absoluteGeest geen materiële vorm kan hebben, geen
    aktiviteit kan uitvoeren zoals dit met Prakriti organismen het
    geval is, en dus ook geen subject kan zijn, wat er zou op
    wijzen dat er een guna-werking zou zijn.
    3°Niet-handelen ( neutraleZiener of Genieter).
    Ten opzichte van elke waarneming of ervaring komt het Zelf
    tussen als "Tot-stand-brenger" van het empirisch bewustzijn .
    Deze tussenkomst bestaat alleen in het bewustzijn van deze
    waarneming of ervaring; de rest... het subject dat de waarne-
    ming uitvoert, de inhoud van het bewustzijn , alsook de uit-
    voering ervan, behoren tot Prakriti.
    4° Het principe van Licht-van Bewustzijn.
    De eerste drie eigenschappen waren negatieve eigenschap-
    pen ingevolge de staat van 'atriguna' van Prakriti. De nu vol-
    gende zijn echterpositieve eigenschappen. Indien het posi-
    tieve licht van het Zijn niet schittert of aanwezig is in de waar-
    neming of de ervaring, dan is zelfs de meest verfijnde staat
    van de guna Sattvam, blind of kleurloos.
    5° Bewustwording van elke waarneming.
    De akte van waarnemen en ervaren wordt uitgevoerd door
    het Prakriti subject , nl. de aktieve waarnemer.Via de zintui-
    gen worden de prikkels opgevangen..., het denkvermogen
    wordt door deze indrukken vervormd en de waarneming
    krijgt een persoonlijk karakter. Daardoor meent de waar-
    nemer dat hij de waarneming als eigen vermogen kan aan-
    zien. Dit vermogen is echter Bewustwording en deze be-
    hoort toe aan het Zelf. Al de rest, d.w.z. de functies van
    bewustwording ( denkvermogen en  proces van waarne-
    men) zijn Prakriti-functies.
    6° Waarneembaar (als afgeleid object !)
    Het Zelf kan in zijn zuivere essentie alleen waargenomen
    worden als iemand Zelfrealistie bereikt. In deze staat kan
    men echter geen beschrijving van het Zijn geven, omdat
    men dan in een 'staat' verkeert waarin geen gedachten of
    beelden bestaan. Het waarnemen van het Zelf is dus een
    transcendentale gewaarwording. Deze gewaarwording
    groeit naarmate de concentratie verdiept en naarmate
    men in staat is een subtieler object als concentratie waar
    te nemen. Het meest subtiele object zal dan zijn : het tot
    object herleide Zelf dat de denkfunctie nog beschijnt als
    meest subtiele object. Doch dit ook is nog steeds een ob-
    ject en dus niet het eigenlijke Zelf .

    In de volgende bijdrage zal ik Het Zelf en de Ziel tegen-
    over elkaar stellen en  de pluraliteit van de Zelven be-
    handelen. 

    09-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    10-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET ZELF contra DE ZIEL . 3° PLURALITEIT DER ZELVEN.

    -38-
             3° Het Zelf / De ziel  -Pluraliteit vd. Zelven.

         A)  Het Zelf en De Ziel.- Tegenoverelkaarstelling.

    De westerse mens zal geneigd zijn het Zelf gelijk te stellen
    met de Ziel. Er zijn echter bepaalde onderscheiden te ma-
    ken waaruit blijkt dat de Yoga-opvatting rekening houdt
    met de artiguna toestand van het Zelf en dus vasthoudt aan
    een gescheiden bestaan van beide (Prakriti en Purusha),
    waartussen een speciale relatie de gebondenheid uitdrukt
    waaruit het Zelf dan moet verlost of bevrijd worden.

    1° Het Zelf is een spiritueel      -1 De Ziel is een spiritueel
         wezen dat Bewustzijn IS.    wezen met Bewustzijn. 
    Volgens de Patañjala-yoga is het geestelijke in de mens
    een wezen dat los staat van de menselijke natuur, omdat
    volgens de Yoga alles wat niet Bewustzijn is in de mens,
    slechts een wijziging is van Prakriti. Dit bevestigt sutra 20
    in boek II der Sutra's : Het Zelf (de Ziener) is het onver-
    anderlijke licht van Bewustzijn .
    2° Het Zelf heeft zijn eigen       -2° De ziel is een constitu-
       bestaan, los van het lichaam   ante van de mens(ziel en li-
       maar met eenspecialerela-      haam).,met een voortdu-
      tie.                                          rende relatie.
    Voor de scholastiekers (laat- middeleeuwse filosofen) is
    de persoon die de handeling uitvoert, de vermogens waar-
    mede hij handelt en al zijn talenten, een geheel dat slechts
    één bestaan heeft . Men erkent wel het bestaan van ver-
    verschillende entiteiten zoals de persoon die handelt, de
    menselijke natuur de vermogens en de talenten,maar er is
    absoluut geen sprake van gescheiden bestaan. Dit houdt
    dus in dat de mens een samengesteld wezen is dat voort-
    durend verandert m.a.w. de Ziel verandert mee als con-
    stituante.
    3° Het Zelf is onveranderlijk   - 3° De Ziel is veranderlijk.
    4° Het Zelf is onsterfelijk        - 4° De Ziel is onsterfelijk.
    Volgens de scholastische filosofie is alleen de natuur van
    de ziel onveranderlijk, en vormt daardoor een onsterfelijk
    element in de mens.
    5° Bewustzijn IS.                    -5° Bewustzijn ontstaat.
    Bewustzijn is steeds aanwezig, ook al is er geenwaarne-
    ming of handeling . Voor de Ziel is Bewustzijn een toe-
    stand die ontstaat als er een handeling plaats grijpt .Ter-
    wijl voor de scholastici Bewustzijn slechts een spirituele
    en bijkomstige aangroei is, afhangend van de aktiviteit
    van de mens, blijft Zuiver Bewustzijn voor de Yoga een
    ononderbroken status.
    6° Het Zelf is niet de hande-   -6° De Ziel is oorzaak van
    lende oorzaak van Bewust-       Bewustzijn. Zij handelt en
    zijn .                                          evoleert mee=eris sprituele
                                                    aangroei.
    Het Zelf  handelt  niet  en evolueert ook  niet  mee  = er
    is geen spirituele groei. Deze onveranderlijkheid wordt
    echter door de test van de rede in vraag gesteld (zie ver-
    der de bewijsvoering ivm de pluraliteit der Zelven)
    Er dient eveneens gewezen op het feit dat alleen deYoga,
    ingevolge de tegenstellingen tussen het Zijn en de Ziel, als
    bijkomende merkwaardigheid een onderscheid maakt tus-
    sen het Zuiver Bewustzijn en het geconditioneerd bewust-
    zijn (dat wij dus met een kleine letter 'b' schrijven).

         B)    DE PLURALITEIT VAN DE ZELVEN.
    Is één Zelf het Zijn van alles ? Deze vraag zou men zich
    kunnen stellen wanneer men de eigenschappen van het Zelf
    en zijn volkomen atrigunabestaan tot zich laat doordringen.
    Omwille van de absolute perfectie die uit deze toestand
    voortspruit zou men geneigd zijn in te stemmen met de be-
    wering dat er maar één Zelf kan zijn, aangezien elke plu-
    raliteit op een eventuele verdeeldheid zou kunnen wijzen.
    Maar... de Yoga-dârsana is een andere mening toegedaan
    en beweert dat er vele perfecte absolute Zelven zijn.Argu-
    menten worden opnieuw geput uitde Sankhya-karika die
    zegt :  "Omdat er een bepaalde ordening van geboorte,
               dood en organen, omdat er een opeenvolging
               van aktiviteiten is, en omdater verscheid is van 
               de drie guna's, is de pluraliteit van de Zelven
               vastgesteld" (Karika 17).

    Bewijsvoering vanuit de Yoga-dârsana.
    1° Vooropgezette vaststellingen.
    De Yoga houdt vast aan de onderanderlijkheid van het
    Zelf, de natuurlijke teleologie van Prakriti en het gescheiden
    bestaan van het Zijn en de Prakriti die elk hun eigen eigen-
    schappen hebben.
    2° Vraagstelling. (Een puur Bewustzijn ?)
    De vasstellingen door deYoga-dârsana kunnen als geheel
    moeilijk aanvaard worden, aangezien de bijzondere relatie
    tussen het Zijn en Prakriti, die wel zeker plaats schijnt te
    hebben , eerder wijst op iets dat het ene Zelf van het ande-
    re 'numeriek' kan onderscheiden zonder een veranderlijk-
    heid van het Zelf teweeg te brengen. Bepaalde commen-
    tatoren geven hun mening.
    *Vijnana Bhiksu aanvaardt de veelvuldigheid der Zelven
    omdat ... enkel die soort onveranderlijkheid bij het Zelf
    moet uitgesloten worden, die zou bestaan in het opnemen
    van een modaliteit die niet eigen is aan het Zelf. Alle sub-
    stanties, ook het Zelf , hebben als gemeenschappelijke
    eigenschappen contact, scheiding en nummer (aantal) .
    *Hariharananda maant aan tot voorzichtigheid,aangezien
    alle Zieners die zichzelf bevrijd hebben, gewezen hebben
    op één essentie "Het is dus onmogelijk het ene Zelf van
    het andere Zelf te onderscheiden" .
    *De yoga-dârsana kan tenslotte niet aanvaarden dat, zoals
    de Vedantaleer voorstelt, één enkele geest verschillend
    wordt van geaardheid door in kontakt te komen met diver-
    se Prakriti-organismen. Er moet dus een afzonderlijke gees-
    telijke realiteit bestaan die hoe dan ook verbonden is met
    elk menselijk organisme, en met iedere smenstelling van de
    drie guna's aangezien de wijzigingen van Prakriti verschil-
    len te opzichte van de verschillende doelen die onmogelijk
    gericht kunnen zijn op één en hetzelfde Zelf. Eén enkele
    geest kan niet verschillend worden van geaardheid door
    kontakt met diverse Prakriti-organismen.
    3° Het gezond verstand.
    Men zou eerder geneigd zijn het gezond verstand te laten
    spreken, dan de argumenten aangehaald door de Yoga en
    de Sankhya te aanvaarden, omdat men inderdaad goed
    kan inzien dat in elke mens een afzonderlijk geestelijk argu-
    ment kan aanwezig zijn, wat zijn gedragingen of uitwerkin-
    gen binnen in dit organisme ook mogen zijn.

    Bewijsvoering vanuit de relatie ZELF-PRAKRITI.
    1° Hoe komt de relatie tot stand ?
    De schaduw, of beter gezegd, het beeld van het Zijn vere-
    nigt zich met het Prakriti-organisme(de bewustzijnsfunctie)
    dat daardoor verlicht wordt, enaldus wordt alles wat er
    zich in de bewustzijnsfunctiebevindt, zichtbaar.
    2° Geen bewustwording zonder het Zelf.
    De Prakriti-objecten die verlicht worden door het beeld
    van het Zelflichten op, m.a.w.,daarvan alleen wordt men
    zich bewust; de organenen de zintuigen zijn niet in staat
    de bewustwordinguitzich zelf tot stand te brengen.
    3° Begrijpelijkheidslicht.
    Het beeld van het Zelf is dus a.h.w. een begrijpelijkheids-
    licht dat in het Prakriti-orgaan ,('bewustzijnsfunctie' ge-
    noemd) , deze functie en haar inhoud omzet in begrijpelij-
    ke dingen . Het beeld van het Zelf is a.h.w. een verleng-
    stuk .. door het Zelf voortgebracht en in stand gehouden.
    Het is slechts zichtbaar wanneer het in kontakt komt met
    de bewustzijnsfunctie en daar oplicht tot een beeld. Men
    kan dit vergelijken met het kijken in een spiegel waarin
    het beeld weerkaatst (opgelicht) wordt van diegene die
    er in kijkt. De kijker ondergaat geen wijziging en toch
    projecteert hij zijn beeld in de spiegel, waarmede het
    a.h.w. één schijnt te worden ...en daardoor zichtbaar is,
    zo lang deze persoon voor de spiegel staat. Het Zelf
    blijft dus onafhankelijk. Het aanvaarden van de verschil-
    lende beelden van de Geest (Spirituele Zelf) is een stap
    in de goede richting van het aanvaarden van de pluraliteit
    van het Zelf door het voorstellen van een indirecte rela-
    tie van Prakriti met het Zelf.
    4°Voorwaarden tot aanvaarding van de pluraliteit.
    *De betrekking (relatie) tussen het Bewustzijnslicht ( af-
    komstig van het Zijn) en Citta (het waarnemingsorganis-
    me ), moet in elk organisme afzonderlijk plaats hebben
    ingevolge één numeriek 'beeld' dat voortdurend oplicht.
    Er zijn inderdaad vele afzonderlijke waarnemende Pra-
    kritie organismen (bewustzijnsfuncties) die een schijnba-
    re éénheid vormen met de Bewustzijnslichten. Dus los-
    staande gedachtenstromingen.
    *Het beeld moet numeriek verschillend zijn per 'individu'.
    Indien er geen afzonderlijk beeld zou zijn per gedach-
    tenstroom, dan zouden er overlappingen zijn of tegen-
    strijdigheden in één en hetzelfde Bewustzijn.
    *De numeriek onderscheiden beelden moeten afkomstig
    zijn uit numeriek onderscheiden bronnen.Indien alle beel-
    den in elk individu afkomstig zouden zijn van één Zelf,
    dan ontstaat er een dilemma.Ofwel kan dit ene Zelf ver-
    schillende gedachtenstromen tot eenheid brengen en de-
    ze synthetiseren. Ofwel kan dit ene Zelf deze éénheid
    niet tot standbrengen.In het eerste geval weten weuit de
    dagelijkse ervaring dat dit uitgesloten is.. In het tweede
    geval kunnen we inderdaad aanvaarden dat het niet mo-
    gelijk is omdat er verdeeldheid zou ontstaan in het éne
    Zelf Beide termen van het dilemma zijn onmogelijk , dus
    moeten er verschillende zelven zijn die elk met hun eigen
    licht de inhoud van Citta (hetwaarnemingsorganisme)
    oplichten en het bewustzijn tot sdtand brengen.
    Tot slot weze nog eens herhaald,dat het Zelf in elke mens
    een ontologische eenheid is, Zuiver Bewustzijn, dat aan
    de basis ligt van het empirisch bewusstzijn.

    In mijn volgende afleverng zal ik het hebben over
    ISWARA (de Heer) of het bijzondere Zelf..

    10-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    » Reageer (0)
    11-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. ISVARA DE HEER.

    -39-
              ISVARA - De Heer
              Het bijzondere ZELF
    In tegenstelling tot wat men zou denken wordt er in de
    Patañjala-yoga geen uitgbreide uiteenzetting gegeven over
    het godsbegrip. Er is in tegendeel slechts sprake van een
    bijzonder Zelf dat vrij is van alle onvolmaaktheden en in-
    staat is de yogi te helpen op zijn weg naar bevrijding.
    Over kwaliteiten als schepper of vernietiger van de kosmos
    wordt er niet gesproken.Omwille van de toevoeging van de
    Heer(Isvara),die in de Sankhya niet aanvaard wordt, wordt
    de Patañjala-yoga soms ook Sesvarasankhya genoemd.

    ISVARA , keuzemiddel voor concentratie.
    Naast andere middelen wordt op het einde van een reeks
    keuzemiddelen tot concentratie, devotie tot Isvara aange-
    haald om tot parasamadhi te komen .Deze devotie is niet op
    te vatten als een aanbidding omwille van zijn goddelijkheid,
    maar omwille van het aanwenden van zijn naam om de con-
    centratie te bereiken, er gebruik van te maken als een weg
    voor éénpuntige gerichtheid. De beschrijving van Isvara als
    bijzonder Zelf met absolute alwetendheid is dus niet gelijk
    aan de andere Zelven die in hun Prakriti-orgaan gevangen
    zitten en wachten op bevrijding.

    ISVARA- als hulp voor de yogi's.
    Met betrekking tot de bevrijding van gewone Zelven in de
    mensen verblijvend, worden er aan Isvara verscheidene
    functies toegeschreven nl.:
    -De leraar aller tijden.
    -De verdeler van de Prakriti-voorwaarden en wegnemer
     van hindernissen.
    -Het object bij uitstek dienstig voor de concentratie (als
      keuzemiddel).
    -De speciale hulpverlener die toelaat sommige treden op
      het yogapad over te slaan.

    HET THEISME IN DE YOGA.
    In hoe ver moet men nu Isvara aanzien als een god-schep-
    per of vernietiger van de kosmos, aangezien erin het ka-
    der van de dualistische Yoga-darsana immers geen plaats
    voorzien is voor een schepper?Welke plaats neemt Isvara
    in dit stelsel van Patañjali? Men kan enkel bevestigen dat
    er geen enkele aanwijzing is om verder te veronderstellen
    of te denken dan de tekst door de sutra's aangegeven nl.:
    "Het bijzondere Zelf dat de andere Zelven behulpzaam
    kan zijn ". Alle andere veronderstellingen of uitbreidingen
    zijn volgens de meeste commentatoren overbodig en niets
    -zeggend, aangezien het scheppend proces volgens deYo-
    ga-dârsana uit Prakriti zelf voortkomt door de werking
    van de guna's. Indien een yogi Isvara aanziet als een God
    dan is dit niet aan deyoga-leer maar aan de individuele
    ingesteldheid van de yogi toe te schrijven. Men zou kun-
    nen zeggen dat de techniek van de Patañjala-yoga buiten
    beschouwing laat of men God erkent of niet. De sutra's in
    verband met Isvara kunnen hier, gemakkelijk en zonder
    spoor van verdwijning achter te laten, uit de Sutra van
    Patañjali verdwijnen. Aldus de uitleg van G.M.Koelman
    in het Boek.
    De Patañjali-doctrine van Isvarakomt echter voort uit
    twee milieus :
    1° Dat van de yogi's die het bestaan van God (persoonl-
         ijk)ondervonden hebben en,
    2° Dat van de atheïstische opvatting van de Sankhya-leer.

    Daarom menen wij ( aldus Koelman) dat de Patañjala
    -yoga toch theïstisch is. Ten tijde van Patañjali was er
    waarschijnlijk geen andere goed geordende filosofische
    synthese buiten de Sankhya. Het formuleren van God, in-
    dien de Sankhya-terminologie dan toch gebruikt moest
    worden, diende de vorm aan te nemen van een Speciaal
     Zelf . Op deze manier werden de basisstellingen van
    de Sankhya niet tegengeproken. Dergelijke godsleer was
    niet vereist en kon dus wegvallen zondere spoor achter te
    laten.

    ISVARA - andere verklaringen.
    1°In de Bagavad-gita.- Vers 61 hoofdstuk 8).
    In de Bagavad-gita wordt Isvara de "Heer" of "Opper-
    heer genoemd. Hij wordt slechts aangehaald als "Verblij-
    vend in het hart van alle wezens of Zetelend in ieders hart.
    Hij schijnt daar het doen en laten van elk levend wezen te
    besturen, na dit wezen in een lichaam geplaatst te heb-
    ben dat ingevolge vorige levens (karma-wet) aangepast is.
    Men voelt hier zeer sterk de 'Zielsverhuizing' doorheen de
    tekst. Andere eigenschappen of functies worden aan de
    Heer niet toegeschreven , zodat men de vergelijking met
    Isvara uit de Patañjala-yoga niet kan aanvaarden.
    Men kan zich echter wel de vraag stellen of deze Opper-
    heer de menselijke vonk 'Atman' enige vrijë handeling toe-
    laat , aangeziende leiding volledig in handenvan deze Is-
    vara lijkt te zijn.
    2°In de Vedanta-zienswijze.Swami Vivekananda van de
    Ramakrishna-orde , wiens religieuze levensbeschouwing
    de Vedanta-zienswijze is, geeft in zijn boek 'Raja Yoga'
    de volgende verklaring van Isvara :
    "Ishvara  (deVerheven Bestuurder)  is een bijzondere
    Poeroesha onaangedaan door ellende , handelingen, haar
    gevolgen en verlangens.Wij moeten er wederom aan den-
    ken dat de Patañjali-Yoga-filosofie op de Sankhya-filo-
    sofie berust; alleen is er bij de laatste geen plaats voor
    God, terwijl er bij de Yogi's wel een plaat is voorGod.
    De yogi's vemelden echter niet vele ideeën over God, zo-
    als scheppen.God als schepper van het universum wordt
    niet bedoeld met de Isvara van de yogi's. Volgens de
    Veda's is Ishvara wel de schepper van het heelal ; omdat
    het heelal harmonieus is, moet het de openbaring van één
    wil zijn".
    3°In 'Wetenschap van de Ziel'.
    In zijn boek 'Wetenschap van de ziel' beschrijft Swami
    Yogeswarananda Saraswati dat in het hart niet alleen At-
    man, de individuele ziel maar ook Isvara verblijft. Hij
    noemt Isvara "De Heer die het ganse heelal beheerst":
    = Paramatman.
    4°ISVARA DE HEER (prof. H. De Glasenapp)
    In zijn boek 'De geschiedenis van de indiase filosofie " le-
    zen we : "De meeste filosofische teksten geven geen enke-
    le aanwijzing omtrent het feit Isvara al dan niet gelijk te
    stellen met een figuur uit het pantheon der indiase goden,
    maar ze waken er eventueel over, hem niet te identificeren
    met Visnu of Siva.Het concept dat de wereldzou bestuurd
    worden door een persoonlijke Isvara, vindt men in de klas-
    sieke Yoga onder twee vormen : de ene is een panteïsme,
    en deandere een theïsme ..."- en verder : "Diverse teksten
    van de Vedantafilosofie , zowel deze van de Visnuïstische
    als van de Sivaïstischesekten , hebben zich ingespannen
    om op verschillende wijzen te doen begrijpen dat God te-
    zelfdertijd niet verschillend kan zijn van de individuele zie-
    len. Tegen deze alomverspreide doctrine (dat alles inhou-
    delijk God is en alles uit hem laat voortkomen) hebben de
    latere Niyaya -Vaicesika en de Yoga-filosofie zich hevig
    verzet".
    5° ISVARA in de Vedanta van Sankara.
    In zijn Vedanta-zienswijze stelt Sankara Isvara voor als
    de werelschepper die vereerd wordt in allerlei gedaanten.
    Deze gedaanten verwijzen naar het feit dat Isvara of God
    tevens een veelheid is, Dezeveelheid geeft op haar beurt
    aanleiding tot het verklaren dat zij identiek is aan...God of
    Isvara.Hier kunnen we verwijzen naar de twee zienswijzen
    die voortspruiten uit het absolute monisme van Sankara en
    die de hogere of de lagere genoemd wordt , naargelang
    men aanvaardt dat alles ontstaat uit het 'Ene '(hoger), of
    niets bestaat buiten het'Ene' (lager)
    6°ISVARA -De Heer( Haläsana)
    In zijn studie over de patañjala-yoga wordt door
    G.M. KOELMAN s.j. een zeer realistische voorstelling
    gegeven over de sutra's die handelen over Isvara .Een af-
    zonderlijk hoofdstuk wordt er in zijn boek 'From related
    ego to Absolute Self ' aan voorbehouden.( het Boek voor
    Halâsana)Heel verrast zal menig yogabeoefenaar opkijken
    wanneer er gewezen wordt op het feit dat de devotie tot
    Isvara, één van de middelen is om Samadhi te bereiken,
    geen echte devotie is zoals wij Westerlingen ons voorstel-
    len. Het is inderdaad zo dat wij al te vlug geneigd zijn ons
    de yoga voor te stellen als een soort devote weg die we
    zouden moeten bewandelen in een geest van oecumeni-
    sche verdraagzaamheid. We beweren dat yoga geen gods-
    dienstis, en toch wordt het bereiken van Samadhi in de
    meeste gevallen omgeven door een sfeer van heiligheid of
    devotie die we toetsen aan onze godsdienstiggerichte le-
    vensvisie. De literatuur over Isvara is hiermede niet uit-
    geput. We hebben hier slechts een kleine en bescheiden
    greep voorbeelden aangehaald die aangevoerd kunnen
    worden om aan te tonen wat commentatoren vermogen
    met de zienswijze op teksten . In dit geval de Yoga-sutra
    van Patañjali.

    Mijn volgende bijdrage zal handelen over de aard van
    Prakriti's evolutie.

    11-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    12-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.4° DE AARD VAN PRAKRITI'S EVOLUTIE.

    -40- 

    4° De Aard van Prakriti's evolutie.

    Ten einde het bevrijdingsproces te kunnen begrijpen moet men
    enig inzicht hebben in de bestaansredenen van Prakriti, in haar
    relatie met het Spirituele Zelf en in haar fundamentele natuur, nl.
    in de werking van de drieguna's.

    1° Bestaansredenen van Prakriti.

    De bestaansredenen van Prakriti zijn: de bevrijding van het Zelf,
    en het inzicht dat alles, d.w.z. alle Prakrititoestanden , niets dan.
    pijn is .(Pijn- wordt in de Yoga-dârsana gelijk gesteld met het
    gewoon menselijk bestaan ).

    2° De fundamentele Prakriti-natuur.

    De fundamentele Prakritinatuur wordt voorgesteld door de toe-
    stand van rust en evenwicht waarin de drie guna's verkeren tij-
    dens een periode die gesitueerd wordt tussen twee evoluties in.
    Het is de toestand van 'SAMYAVASTA', waarin de potentiële
    mogelijkheden wachten op een nieuwe evolutie om zich te ont-
    plooien. Het voornaamste kenmerk is, dat deze drie guna's be-
    stendig zijn, en nooit zullen vergaan.

    3° Waaruit bestaat Prakriti's evolutie ?

    -Definitie :
     De evolutie van Prakriti is een innerlijke diffrentiatie
    of een specifieke toestand waarin de guna's zich be-
    vinden. Deze toestand wordt TATTVA genoemd =
    'entiteit' Het is een vaste eenheid die nog oppervlak-
    kige wijzigingen kan ondergaan, nl:- .modaliteit
    -tijdsverloop en- intensiteit.
    vb.:De kruik is een tijdelijke wijziging van de entiteiten water
    en aarde (klei), twee specifieke toestanden of Tattva's van
    Prakriti. Naar modaliteit vormen ze samen de kruik, dus
    een voorwerp of wijziging die in de tijd verhardt of verzwakt,
    meer of minder duurzaam wordt naargelang de hevigheid
    of de intensiteit van hun verbinding. De elementen blijven de
    elementen, ook al zijn er bepaalde wijzigingen die hen tot
    een andere vorm of voorwerp samenbrengt .
    -Gevolgen voor de concentratie.
    De yogi die zich concentreert op de drie guna's en hun wijzi-
    gingen die de tattvas meebrengen, kan alles teweten komen
    wat subjectief en objectief een of andere evolutie aanneemt.
    De yogi kan ook verleden en toekomst kennen.
    Wanneer de yogi zich concentreert op de kennisorganen van
    iemand anders, dan kan hij de gedachten van deze persoon
    kennen.

    4°De oorzaak van Prakriti's evolutie.
    Wanneer we de vraag stellen wie of wat de evolutie op gang
    brengt, dan lopen de meningen der zienwijzen nogal uiteen.

    -Yoga- en Sankhya-zienswijze zeggen :
    "Alle gevolgen bestaan vooraf in de oorzaak,
    in een niet gemanifesteerde toestand".
    m.a.w. : "Uit het niets kan niets ontstaan".
    Deze bewering wil aantonen dat er dus geen begin is, want
    telkens als er iets gebeurt, bestond het reeds vooraf in een
    toestand die voor ons nog niet zichtbaar was. De oorzaak
    van Prakriti's evolutie ligt dus sedert eeuwig zonder begin
    in een vorige evolutie opgesloten.

    -Nyaya en Vaisessika zeggen :
    "Het gevolg is niet bestaande vôôr het geproduceerd wordt,
    en de oorzaak is iets wat noodzakelijkerwijze bestond wan-
    neer het gevolg geproduceerd werd".
    Deze stelling wil aantonen dat er een beginnende oorzaak
    moet zijn en dat het gevolg van deze oorzaak niet op voor-
    hand aanwezeig is. De oorzaak is dus iets wat reeds het ge-
    volg inhoudt, maar niet uit een vorig gevolg voortkomt.

    -Het Mahayana-Boeddhisme beweert :
    "Alles bestaat slechts één moment", dus kan een entiteit niet
    op twee momenten bestaan, d.w.z.'nog-niet-zichtbaar' en
    'niet-meer-zichtbaar.' De oorzaak van iets keert terug naar
    het niet bestaande op het ogenblik dat het gevolg plaats
    heeft.Voor de evolutie volgt daaruit dat er telkens (van bui-
    ten uit) een nieuwe oorzaak aanleiding of aandrijving moet
    zijn voor een nieuwe evolutie.

    -De Vedantazienwijze zegt :
    " De evolutie wordt veroorzaakt door het Absolute Zelf,
    Brahman. De evolutie zelf, het gevolg van deze gewilde
    emanatie , is slechts een bedrieglijk omhulsel ( MAYA )
    dat geen echt bestaandewaarde heeft".

    5°Gevolg van de Yoga-zienswijze voor de evolutie
    -Alles bestaat.
    Het produceren van iets nieuws kan niet, aangezien alles
    reeds bestaat in de oorzaak en het gevolg. Het evolueren
    van een bestaande -maar ongedifferentieerde- staat, naar
    de zichtbare staat der dingen, is a.h.w.voor ons iets nieuws.
    -Prakriti is werkingsoorzaak.
    De werkingsoorzaak of het opgangkomen van het evolue-
    ren van de ene toestand naar de andere, bevindt zichvolle-
    dig in de drie guna's, (de bestanddelen van Prakriti ).
    Het veroorzaken van veranderingen is inherent aan hun na-
    tuur. Het Zelf is inactief en dus niet bekwaam om werkings-
    oorzaak te zijn. De ware natuur van de guna's wordt daar-
    om 'het veroorzaken van veranderingen' genoemd.
    -Pakriti is materiële oorzaak.
    De fundamentele oorzaak van de evolutie is de materiële
    oorzaak, aangezien alles daardoor te voorschijn kan komen.
    De materiële oorzaak omvat ook de 'formele'of de vormge-
    vende oorzaak, aangezien deze slechts een modaliteit is van
    de tattvas die uit de guna's evolueren tot zichtbare vormen.
    -Het Zelf is doel-oorzaak.
    Het ganse evolutieproces komt op gang ter wille van de be-
    vrijding van de Zelven. Het doel (oorzaak) van de evolutie
    is dus het Zelf, maar zonder aktieve medewerking aan het
    proces dat de bevrijding zal tot stand brengen.
    -Meewerkende oorzaken.
    Deze oorzaken zijn slechts een bijkomende hulp of tijdelijke
    ingreep tijdens de evolutie. Men kan ze , naargelang hun in-
    vloed onderverdelen in :
    a) Hulpmiddelen tot het bereiken van'onderscheidmakend
        inzicht'(onderscheidmakend inzicht zal later aan
        bod komen het is een vorm van 'verheven inzicht')
    b) Meewerkende oorzaken zoals verdiensten en fouten die
        modifiërende en efficiënte oorzaken zijn ten gevolge van
       de karmawerking.
    c) Alle hulpmiddelen die men van Isvara de Heer kan ver-
        wachten : het wegwerken van alle hindernissen die het
        Zelf beletten zijn einddoel te bereiken.
    -Universele oorzaken van de Evolutie.
    De universele oorzaken van de evolutie is Prakriti.Gene-
    tisch ligt Prakriti aan de basis van alle 'worden' om het e-
    ven welk verschijnsel, hetzij subject, hetzij object. Alle
    andere oorzaken zijn slechts bijkomende en meewerken-
    de oorzaken.

    6° De werking van de guna's.
                            In mijn aflevering 35 heb ik het gehad over
    de werking van de guna's. Hier boven heb ik ook de guna's
    aangeduid als de efficiente oorzaak van de evolutie. Zij zijn
    dus de dynamische natuur aan de basis van alles wat zich in
    de evolutie voordoet volgens de Yoga-zienswijze.
    De meesterlijke beschrijving van de guna's die door Vyasa
    wordt voorgesteld bij de uitleg van Sutra 18-boek II ver-
    dient onze volle aandacht. Hier volgt nu een meer gedétail-
    leerde bespreking ivm de betekenis van Vyasa's tekst.
    1* De drie guna's manifesteren zich door hun waarneemba-
         re gevolgen : Satvam geeft perfectie, Rajas de nodige
         spanning en Tamas geeft beperking en afremming.
    2* De drie guna's zijn werkelijk verschillend van elkaar,hun
         samenwerking doet alle bewuste ervaring ontstaan op fy-
         sisch en psychisch vlak.
    3* De greep van de drie guna's verzwakt naarmate de vor-
         deringen op de weg naar Zelfrealisatie. De materiële din-
         gen (object & subject ) verliezen hun vermeende waarde
    4* De guna's staan samen in voor de uiterlijkheid der dingen
         in alle opzichtenen maken aldusde nodige vormen en
         omstandigheden die aangepast zijn aan de vereisten tot re-
         alisatie van ieder Zelf.
    5* De drie guna's werken samen om elk kosmisch effect te
         verwezenlijken.
    6* De drie guna's geven door hun afwisselende samenwer-
         king op de gepaste wijze aan elk individu de eigen speci-
        ficiteit.
    7* De drie guna's zijn steeds aanwezig tijdens elke uitwer-
         king, zelfs als die aanwezigheid niet duidelijk te merken
         is omwille van de wisselende overheersing van de ene of
        de andere.
    8* De drie guna's zijn ook oorzaak van psychische veran-
         deringen
    9* Het natuurlijke einddoel is ervaring en bevrijding.
    10*De drie guna's vormen ook de aantrekkingskracht die
         van de dingen uitgaat,waardoor zij rechtstreeks kunnen
         meewerken aan het bevrijdingsproces.
    11*De werking van de guna's is gebaseerd op een zelfaan-
          drijvendekracht die niet van buiten komt, maar besten-
          dig in hun diepste wezen aanwezig is ... niet uit een an-
          dere bron.
    12*De veranderingen in de guna's noemt menVRITTIS als
          ze behoren tot de waarnemingssfeer. Het is in deze ver-
          anderingen dat de yogi geïnteresseerd is voor de bevrij-
         ding van het Zelf., aangezien hij alleen over deze 'vrittis'
          rechtstreeks beheersing kan hebben, nl. het stilleggen van
          het denk-orgaan (zie Sutra 2-boek I ).Wanneer de yogi
          daar in slaagt dan mag de wereld zijn ononderbroken mu-
          taties voortzetten en de andere Zelven in de maalstroom
          blijven van het kosmisch bestaan... Hij heeft zijn Zelf voor
          altijd bevrijd.

    De guna's zijn dus veel meer dan alleen maar eigen-
    schappen van Prakriti
    !
    Mijn volgende aflevering zal de Tattvas bespreken.

    12-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    13-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.5° De TATTVAS.

    -41-
                          De evoluitie van Prakriti
            5°.  De Tattvas.

    In de vorige bijdragen heb ik u laten kennismaken met
    Prakriti en haar eigenschappen, de werking van de guna's
    en de vorming van de daaruit voortkomende tattvas voorge-
    steld. In deze bijdrage stel ik u het verloop van de evolutie
    voor, zoals ze door Patañjali in zijn Yog-sutra beschreven
    wordt .Ze wordt daar voorgesteld en onderverdeeld in vier
    stadia, die in omgekeerde volgorde van hun werkelijke uit-
    straling worden weergegeven :
    1° de waarneembare grove lichamelijke realiteiten,
    2° de niet-waarneembare realititen,
    3° de ontleedbare genetische realiteiten,
    4° de niet ontleedbare genetische realiteiten

    De basisoorzaak van de evolutieisPradhâna
    Daarin verkerenPrakriti en ook deguna's in een status
    waarin men noch 'bestaan' , noch 'niet-bestaan ' kan
    vaststellen. Pradhâna is dus de basisoorzaak van alles wat
    dus kan worden, maar niet ontleedbaar in wat dan ook dat
    daaraan zou kunnen voorafgaan, en toch potentieel aanwe-
    zig niettegenstaande het onwaarneembaar zijn .

    Algemeen verloop van de evolutie volgens deYoga
    -dârsana.
     Deze is in te delen in twee fasen :

    1° De niet gemanifesteerde fase, dwz. de fase gedurende de-
    welke Prakriti verkeert in een toestand die niet waar te ne-
    men is of niet ontleedbaar in wat dan ook dat er aan zou
    voorafgaan = Alinga (geen teken van iets). In deze fase heb-
    ben we de latente toestand of de niet ontleedbare genetische
    entiteit Pradhâna.
    2° De gemanifesteerde fase , dwz. de fase waarin de evo-
    lutie zo ver gevorderd is, dat men door waarneming het be-
    staan ervan kan vaststellen.
    Deverdere evolutie-onderdelen die daarop volgen, zijn :
    * de ontleedbare genetische entiteiten -Mâhat en Atma
    * de niet waarneembare entiteiten -Ahankâra en Mânas
    * de subjectieve organen van aktie en kennis
    * de objectieve organen - atomen en de dingen.

    TATTVAS( = Prakriti-entiteiten)zijn dus innerlijke diffrentia-
    ties of toestanden van de gunas .Het zijn vaste eenheden die
    oppervlakkige of bijkomende wijzigingen kunnen ondergaan
    afhangend van modaliteit, tijd of intensiteit zoals we hier bo-
    ven in aflevering 39 gezien hebben.
    De overgang van de ene tattva naar de andere in het evolu-
    tieproces wordt 'Tattvantaraparinama' genoemd .

    Verloop van de Evolutie -Van Prakriti tot 'nu-bestaan'.
    1°fase-  PRADHÂNA (algemene Tattva).
    2°fase - MÂHAT (Grote Tattva)bestaande uit
              - ÂTMA(diepste bestaan)en
                 BUDDHI (bewustzijnsfunctie).

    Na deze fase splitst zich de evolutielijn in twee delen.
    A.     In deObjectieve evolutielijn.
    In deze evolutielijn ontstaan achtereenvolgens de 5 Tan-
    mâtra's: -het geluid, overeenkomstig het gehoor
                 -het gevoel, overeenkomstig de huid
                -de kleur, overeenkomstig het oog
                -de smaak, opvereenkomstig de tong
                -de reuk,overeenkokmstig de neus.
    Overeenkomstig deze 5 Tanmâtra's ontstaan door con-
    centratie en verharding de 5 Mahabuthâni :
                -de lucht,door concentratie van het geluid
                -de wind, door conentratie van het gevoel
                 -het vuur, door concentratie van de kleur
                 -het water, door concentrtie van de smaak
                 -de aarde, door concentratie van de reuk.

    Het nu bestaan.
    De 5 Mahabuthâni  vormen  basis van  alle  grofstof-
    felijke dingen.Ze zijn de primaire enkelvoudige atomen.
    Hun eigenschappen:
    -  de lucht of ether gaat overal,
    -  de wind is steeds in beweging,
    -  het vuur is steeds warm,
    -  hetwater
    is steeds vloeibaar en
     - de aarde is steeds compakt.
    Door de grove elementen , ontstaat ieder grofstoffelijk
    lichaam en wordt aldus zichtbaar door de samenwerking
    van de drie gunas. Volgens de Westerse opvatting wordt
    dit grofstoffelijk lichaam dikwijls vergeleken met 'substan-
    tie' . In de yoga-dârsana-evolutie wordt dit' Dravya' ge-
    noemd, en is verder vatbaarvoor wijzigingen die ver-
    schillende vormen doen ontstaan zoals een boom of een
    lichaam. Deze kunnen dan door modaliteit, tijd en densi-
    teit verder oppervlakkige wijzigingen ondergaan, maar
    hun basissamenstelling blijft gelijk .Men noemt ze 'essen-
    tiële bepalingen' en deze essentiële bepalingen bestaan
    eeuwig. Ze zijn echter niet steeds zichtbaar of ongemani-
    festeerd hetzij in het verleden, of in de toekomst nog
    onzichtbaar. Zo is papier,(dat een bijzondere modaliteit
    is van het atoom 'aarde') het wordt mest... plant...dier
    ...en (wanneer het geëten wordt door een mens), mens.
    .Het element aardeblijftdus bestaan, maar in de reeks
    veranderingen, steeds onder andere nieuwe bijkomstige
    bepalingen.

    B    .Inde Subjectieve evolutielijn.
    In deze evolutielijn ontstaan achtereenvolgens :
    -Ahankâra ( de Ego-functie)
    -Mânas (verstand of onderscheidingsfunctie).
    -De 5 Jnanendriyâni -( de kennisorganen), tw. :
      -het oor, de huid, het oog, de neus en de tong.
    -De 5 Karmandriyâni (de aktieorganen) , tw :
      -de stem, de handen, de voeten, de ontlastings-
       organan en -de geslachtsorganen.

    Het totaal aantal Prakriti-entiteiten of essentieel vaste
    etiteiten (Tattvas) bedraagt dus 24 .
    1 :Pradhâna- 2 : Mâhat - 3 :Ahankâra -11 onbepaalde
    subjectieve entiteiten( manas,5Jnanendriyâni,5 Karmen-
    driyâni) - 10 objectieve evoluties (5 Tanmâtri en 5 Maha-
    bhutâni.
    Samen met het niet-PrakritiSpirituele Zelf, kennen
    we dus de 25 entiteiten van de Yoga-dârsana-evolutie.

    Verklaring van de termen Pradhâna en Mâhat.
    -Pradhâna of de algemene Tattva betekent: noch'Bestaan'
     noch 'Niet-bestaan' Het zijn de drie guna's in evenwicht
     of in Samyavasta .Pradhâna is niet ontleedbaar en ook
     geen teken van iets anders, en niet gemanifesteerd.
    -Mâhat (de Grote entiteit = de Grote Tattva)gaat de sub-
     jectieve en de objectieve evolutielijn vooraf .Ze omvat
     dus het 'zijn' van Prakriti ,of de kosmische kracht die ver-
    der het bestaan van de volgende evolutiefasen uitmaakt.
    Mahat is Linga, dwz.een teken van de niet ontleedbare
    Prakriti. Ze is de eerste kosmische bestaande kracht At-
    ma, en brengt ook Budhi voort, de basis van het psycho-
    logisch kader van de evolutie dat het ontstaan geeft aan
    de onbewuste Bewustzijnsfunctie , de basis van gewaar-
    wording , het opnamecentrum van de golvingen der ob-
    jecten .Budhi is tenlotte het vertrekpunt van beide evolu-
    tielijnen (de objective en de subjectieve ).

    Verklaring van Ahankâra , = de Ego-functie.
    De Ego-functie is de functie die zorgt voor de centralisatie
    en de éénmaking van de Prakriti-golvingen bestemt voor
    het Zelf. Ze ordent dus per inividu, alle vroegere bezinksels
    en morele waarden die nodig zijn voor de verdere bevrij-
    ding van de geestelijke monade (het Zijn ) .
    Zij is de onmiddellijke evolutie van Mâhat de Grote entiteit.

    De eigenschappen van de Egofunctie :
    -Ze is een volkomen onbewust principe dat een centralise-
      rende functie heeft , in staat om weerspiegeld te worden
      in de bewustzijnsfunctie, wat aanleiding geeft tot het ik
     -gevoel. Het is dus de ik-maker ( niet het Ego !, maar de
     basis ervan).Dit heeft voor gevolg dat het Ego of het Ik
     een Prakriti-wezen is, dat niet ontstaat uit het Zelf of uit
     een samensmelting van het Zelf met Prakriti.

    Duidt het bestaan van het Pralriti-Ego op het bestaan of
    het erkennen vn een ontologisch persoon ? Neen ...alhoe-
    wel het 'Ik-gevoel' of 'Ik-ken-gevoel' alle ervaringen on-
    dersteunt, mogen we niet vergeten dat in Yoga elke aktie
    van kennis of ervaring het resultaat is van de schijnbare
    éénheid van Prakriti -organen en Prakriti-aktiviteten met
    Purusha. Het ZIJN bestaat afzonderlijk en is zonder akti-
    viteit. Het vermoeden van het bestaan van een menselijk
    persoon is dus een 'miskennis' ,een te vermijden kennis
    volgens de Yoga-darsana, aangezien ze ons niet verder
    brengt op de weg van de Zelfrealisatie.' Miskennis' wordt
    later nog besproken bij de hindernissen die de stillegging
    van het denkvermogen beletten.

    Verklaring van Mânas = Het verstand.
    Alhoewel reeds vermeld bij de jnanandriyâni wil ik nog in
    het bijzonder de aandacht vestigen op de betekenis van
    Mânas . Het is een kennis-functie die a.h.w.de schakel is
    tussen de zintuigen en de bewustzijnsfunctie (Buddhi).
    Haar functie bestaat erin , begrippen te vormen,onder-
    scheid te maken tussen verschillende dingen, te vergelijken,
    te redeneren , de eigenschappen der dingen te onwaren
    die niet door de zintuigen kunnen waargenomen worden,
    het genetisch proces van het denken en het waarnemen uit
    te voeren en de verfijning van het kennen der dingen in de
    bewustzijnsfunctie te realiseren.

    Verklaring van Citta (= Het mentaal complex) .

    Deze typische Yoga-term CITTA wordt door Patañjali
    22 maal gebruikt in zijn Sutra. Deze term kan niet in het
    verloop van het evolutieproces geplaatst worden aange-
    zien hij drie Prakriti-functies vertegenwoordigt: Buddhi,
    Ahankâra, en Mâna's.
    Citta-vrittis = Golvingen van het mentaal complex. Zij ge-
    ven aan dat er emoties of kenniservaringen plaats hebben.
    Deze golvingen ontstaan dus door samenwerking van de
    drie functies (Bewustzijnsfunctie+Ego-functie+Verstand)
    Citta werkt dus als een verzamelplaats. In Citta gebeurt
    dus het vereenzelvigen van het Zelf met de inhoud van
    dit mentaal complex, met het begrip dat ontstaat via opge-
    vangen trillingenvan buiten. De Yoga wil deze vereenzel-
    viging doen ophouden opdat het Zelf niet meer met deze
    van buiten komende trillingen zou worden vereenzelvigd.
    "Tada drastuh svarupe 'vasthanam"=" Dan staat de Zie-
    ner (het ZELF) vast in zijn 'eigen' vorm."- YS. I -3.


    De volgende bijdrage zal handelen overde relatie van
    Prakriti met het Spirituele Zelf.

    13-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    14-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.6° De RELATIE PRAKRITI- SPIRITUELE ZELF.

    -42-

         6°. De relatie van Prakriti met het Spirituele Zelf.

    Tot hiertoe hebben we gezien dat Prakriti en het Spirituele
    Zelf twee van elkaar verschillende realiteiten zijn. Prakriti
    verandert voortdurend en is volledig betrokken bij het pro-
    ces van evolutie en involutie. Ze behoudt zelfs haar kracht
    tijdens de toestand waarin de activiteit schijnt stilgevallen
    te zijn.Ze staat echter ten dienste van de verlossing van het
    Zelf dat in haar verschijnselen schijnbaar gevangen gehou-
    den wordt. Het Zelf daarentegen is het Spirituele Bewust-
    zijn, dat een eigen bestaan heeft , inactief is en geen wijzi-
    gingen ondergaat. De verlossing van het Zelf uit de greep
    van Prakriti laat echter vermoeden dat er toch een zekere
    relatie moet bestaan tussen beide realiteiten, alhoewel de
    yoga-dârsana beweert dat deze relatie slechts een schijn-
    verbinding is. Een vals beeld van de ware toestand, want
    ondanks deze schijnverbinding ondergaat het Zelf immers
    geen enkele wijziging, en dit zal eveneens het geval zijn na
    de bevrijding, want het Zelf is en blijft onveranderlijk, niet-
    tegenstaande deze mysterieuze relatie met Prakriti.

    Vaststelling van de relatie.
    Wanneer men een waarneming uitvoert,dan stelt men vast
    dat er bewustzijn aanwezig is. De ervaring, dat men iets
    waarneemt, bewijst dat er een relatie ontstaat tussen het
    waargenomeneen de waarnemer. Deze laatste krijgt het
    gevoel, in verbinding te staan met het waargenomene.
    De vraag is : wat is dit gevoel ?
    De westerse filosofen vragen zich af hoe dit éénzijngevoel
    tussen materie en ziel kan bestaan. De yoga-filosofie staat
    met de moeilijkheid hoe de stoffelijke dingen in relatie kun-
    nen treden met het onveranderlijke Spirituele Zelf.
    Wat is waarnemen ?
    "Dit is een lotusbloem" is een waarnemende handeling die
    we kunnen ontleden in : ik, heb de activiteit (verlicht in het
    bewustzijn) dat dit een bloem is. Hier zijn vier constituan-
    ten aanwezig in het gebeuren :
    1° Een subject( =ik )die actief waarneemt,die de activiteit
        uitvoert , het IK dat men het EGO noemt.
    2° De activiteit van het waarnemen , van kennen.
    3°Een objectieve inhoud, d.w.z. het beeld van de bloem.
    4° Het bewustzijn,d.i. het gewaarwordingslicht dat vanuit
        het Zelf neerstraalt op de bewustzijnsfunctie Buddhi.
    Waarnemen iszich bewust zijn van de inhoud van de be-
    wustzijnsfunctie. Dit bewustzijn is empirisch,d.w.z.gebon-
    den aan materiele voorwaarden en omstandigheden.
    Wie is zich bewust ?
    Het subject (Prakriti-ego) heeft het gevoel of de indruk ,
    bewust te zijn van de inhoud van de bewustzijnsfunctie.
    Het Prakriti-ego is in werkelijkheid een onbewuste ont-
    plooing van Prakriti, dus een onbewust subject volgens
    deYoga-dârsana. Het Spiritiuele Zelf, dat de toekijkende
    Ziener is die geen activiteit uitvoert,schijnt daarentegen de
    bewuste persoonlijkheid te zijn in het proces van waarne-
    men. De Yoga aanvaardt dit niet, aangezien het Zelf inac-
    tief is . Er is hier dus een verwisseling of verwarring aan-
    gezien het inactieve Zelf de uitvoerder van de activiteit van
    kennen schijnt te zijn, terwijl het Prakriti-subject (het ego)
    meent waar te nemen (bewust te zijn).
    Waarom is er verwarring ?
    De Yoga-dârsana beweert dat deze verwarring bestaat
    omdat ze altijd heeft bestaan, en vergelijkt dit met een on-
    eindige reeks 'kip-en-ei', die geen begin noch einde kent.

    Waaraan is deze verwarring toe te schrijven ?
    Deze verwarring is volgens de Yoga-därsana toe te schrij-
    ven aan de KLESAS, dit zijn kwellingen of bezinksels uit
    vorige levens, waaruit de gehechtheid aan de materie blijkt.
    Deze Klesas zijn er de oorzaak van, dat er geen onder-
    scheid gemaakt wordt tussen datgene wat Prakriti is, en
    en datgene wat het Zijn is, men verwart dus het ene met
    het andere, men heeft dus geen klaar inzicht in wat er ge-
    beurt. Mircea Eliade zegt daarom wat volgt :" De oorzaak,
    en de oorsprong van de relatie tussen Prakriti en het Spi-
    rituele Zelf zijn voor de Yoga twee onoplosbare aspecten
    van een probleem dat niet met het menselijk verstand kan
    begrepen worden . Dit probleem begrijpen, daarin bestaat
    de bevrijding, die het doel is van de Yoga ".

    Welke zijn de kwellingen ?(ze zijn vijf in getal: YS II-3 )
    1°Avidya = ongedifferentieerd bewustzijn.
    De eerste en tevens de hoofdkwelling is Avidya , zij is het
    gewoon menselijk gevoel waardoor iemand de valse over-
    tuiging opdoet dat de verwarring waarvan sprake hierbo-
    ven, de juiste toestand weergeeft. Avidya bestaat er dus in
    dat men geen onderscheid weet te maken tussen datgene ,
    wat aan de Prakriti-kant staat van de waarneming en dat-
    gene wat de ganse Prakriti-werking van de waarneming
    belicht.
    2°Asmita = het 'Ik-ben-gevoel'
    De akte van waarnemen vereist een subject dat de activi-
    eit van waarnemen uitvoert. Wanneer nu deze Prakriti
    -tattva , de egofunctie, in de bewustzijnsfunctie door het
    licht van het Zelf belicht wordt, dan doet deze egofunctie
    zich voor als een subject dat zich bewust is van zijn be-
    staan.Het Prakriti-subject lijkt dus een bewust ego te zijn,
    m.a.w. de egofunctie verkeert in een staat van 'egotisme'
    'ik-ben-gevoel', niet te verwarren met egoïsme. Als subject
    van handelingen of waarnemingen ontstaat dus dezelfde
    verwarring of kwelling.
    3°Abhinivesa = de wil om te leven .
    Dit verlangen heeft betrekking op het voortbestaan van het
    gevoel Asmita, aangespoort door Avidya.
    4°Raga = passie.
    Raga is de aangeboren neiging waardoor men zich zeer
    sterk aangetrokken voelt (gehechtheid) naar goederen en
    genoegens
    5°Avesa = afkeer.
    Avesa is de aangeboren neiging waardoor men afkeer voelt
    voor onprettige dingen, zowel op materieel als op geestelijk
    vlak.

    Wanneer zijn deze kwellingen aanwezig ?
    De kwellingen zijn steeds aanwezig tijdens het geconditio-
    neerde bestaan. Tijdens de slaap kan men de indruk krij-
    gen dat ze opgelost zijn, maar bij het ontwaken zijn ze nog
    steeds daar, aangezien ze slechts kunnen verdwijnen wan-
    neer het Zelf verlost is uit zijn gebondenheid, uit zijn relatie
    mey de materie. De kwellingenhebben dus te maken met
    de Karmawet en de kringloop van wedergeboorten.

    Hoe kan men de kwellingen bestrijden ?
    Pañjali zegt dat men de werking van de kwellingen kan af-
    zwakken door Kriya-Yoga te doen (YS.II-2) .-daarover
    zal later uitleg gegeven worden.(bespreking der Sutra's)
    De volledige neutralisering van de Klesas kan men beko-
    mendoor de beoefening van de inwendige middelen van
    de Patañjala-yoga ( dit gebeurt door het onderscheidma-
    kend inzicht Vivekakhyati, dat ons toelaat Prakriti van het
    Zelf te onderscheiden ). Hoe dit gebeurt wordt eveneens
    later uitgelegd.

    De Omschrijving van de relatie.
    We weten nu reeds dat de relatie van Prakriti met het Spi-
    rituele Zelf bestaat door Avidya en de anderekwellingen.
    Er is dus wel een mysterieuze verbinding aanwezig tussen
    het Bewustzijn en de inhoud van het bewustzijn. Ze wordt
    op verschillende wijzen uitgedrukt of omschreven.
    1.Volgens de commentatoren.
    -Vyasa drukt de relatie uit als de werking van een magneet.
    "Alles wat in haar nabijheid komt en de eigenschap heeft
    om aangetrokken te worden, zal aangetrokken worden".
    Het Prakriti-organisme wordt op deze wijze aangetrok-
    ken door het Zelf .
    -Vacaspati-misjra voegt aan deze omschrijving van Vyasa
    het volgende toe :" Het in de nabijheid komen moet niet
    ruimtelijk noch tijdelijk opgevat worden maar eerder als
    Yogyata (capaciteit) of Sakti (een kracht), waardoor Pra-
    kriti bekwaam wordt, 'gezien' te worden, en het Zelf in
    staat is 'Ziener' te zijn".
    -Bhojaraja kent aan Prakriti de natuur toe van gezien te
    worden , terwijl de Ziener-getuige de natuur krijgt waar-
    nemer te zijn . De vereniging tussen beide wordt vergele-
    ken met het doen ontstaan van eigendom (Prakriti) en ei-
    genaar (het Zijn) te zijn, sedert beginloze tijd. Dit beeld
    wordt ook door Patañjali gebruikt in de sutra 2.22.
    -Vijnana-Bhiksu , als aanhanger van de Vedanta-zienswij-
    ze, heeft de gemakkelijke verklaring dat het Zelf alles uit-
    voert en ervaart aangezien volgens de Vedanta , Prakriti
    en het Zelf maar één en het zelfde bestaan hebben.
    2.Volgens de Yoga van Patañjali.
    Wanneer we ons baseren op de uitleg die door Patañjali
    zelf gegeven wordt  i.v.m. met de relatie die hij Samyoga
    noemt, dan stellen we vast :
    1° Een reële wijziging in de bewustzijnsfunctie.
    De relatie brengt niet in het Zelf, maar in Prakriti een wij-
    ziging mee, aangezien het Zelf onveranderlijk is. Een ob-
    ject bestaat op zichzelf in een neutrale staat Artha (ding
    op zich) maar het wordt Dirsyam (waargenomene)op het
    ogenblik dat de relatie ontstaat door de aanwezigheid
    van dit object in de bewustzijnsfunctie, waar het besche-
    nen wordt door het licht van het Zelf, waarin de staat van
    Samyoga (schijnverbinding van het Zelf met Prakriti) tot
    stand komt.
    2° Een doel of finaliteit .
    De ganse Prakriti-evolutie staat ten dienste van het Zelf
    met het doel de bevijding van het Zelf te bewerken.
    3° De relatie ontstaat slechts op het niveau van waarne-
    ming. Alvorens in relatie te kunnen komen met het Zelf,
    moet een object in de akte van 'waarneming ' komen
    Dit is ook zo met alle ervaringen, zoals pijn en vreugde .
    4° De relatie heeft natuurlijk ook iets te maken met het
    Zelf. Ze blijft slecht duren tot de bevrijding van het Zelf
    en ze is aan ieder Zelf aangepast .

    Deze uiteenzetting sluit het theoretisch gedeelte van de
    Yoga-darsana af. Zij zal ons in staat stellen de Yoga
    -discipline te volgen en te begrijpen .
    In mijn volgende aflevering begint de voorstelling van
    van deze yoga-discipline.

    14-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    15-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.7° PLAN van de KLASSIEKE YOGA - de UITWENDIGE MIDDELEN;

    -43-

        7°  Plan van de klassieke Yoga. De uitwendige middelen.

             YOGA - Een mooi uitgestippelde techniek.

    De yoga van Patañjali, door G.Feuerstein ook de klassieke
    yoga genoemd, wordt door Patañjali zelf "Het stilleggen van
    het denkvermogen" genoemd. Het denkvermogen ( Citta ),
    ook mentaal complex genoemd (dat, zoals we reeds weten,
    de samenwerking is van drie functies die elk een bijzondere
    taak hebben en samen de verbinding verwezenlijken tussen
    de prakriti-ënergiewerkingen en het Zelf, -verbinding die we
    'samyoga' genoemd hebben-), moet dus stilgelegd worden.
    Patañjali geeft ons de middelen of de technieken waardoor
    we in staat zullen zijn deze 'samyoga' te doorbreken, d.w.z.
    de werking van het mentaal complex stil te leggen. Daarom
    noemt G.M.Koelman in zijn boek 'Patañjala-yoga' de yoga
    discipline een mooi uitgestippelde tecniek. Het woord yoga
    wordt dus zowel gebruik om de weg aan te duiden , als om
    de staat aan te geven waarin men, na het stilleggen van het
    denkvermogen, zal terecht komen.
    De yoga-techniek wordt onderverdeeld in twee groepen of
    middelen tw.: de Bahiranga (de uitwendige middelen)die het
    lichamelijke en de etische fase omvatten), en de Antaranga
    (de inwendige middelen ) die handelen over de psycholo-
    gische en de metafisische fase van de yoga-discipline.
    De doelstelling van de yoga-discipline kan als volgt samen-
    gevat worden. Het empirisch bestaan naar waarde te leren
    schatten, het leren ontdekken van zijn ware Zijn, en het le-
    ren zich te bevrijden uit de gehechtheid van het empirisch
    bestaan.
                Hoe moet men deze yoga benaderen ? Men moet
    zich voorbereiden, want de meeste mensen zijn niet in staat
    zich aan de yoga-discipline te onderwerpen, omdat hun
    geest en hun lichaam er niet tegen opgewassen zijn. Ruste-
    loosheid , afstomping of verdwazing van de geest zijn grote
    hinderpalen, en in deze toestand kan men geen yoga doen.
    Men moet de yoga vooral niet benaderen door er op een
    typisch westerse manier op los te stormen wat ongeveer het
    het volgende verloop zal kennen. Bij de aanvang is er grote
    bewondering en verwondering over de weldoende rust en
    kalmte die er van uitgaan. De eenvoud en de ongedwongen-
    heid is onbeschrijfelijk , het is gewoonweg verbazend, en
    men voelt zich a.h.w. een ander mens worden. Wanneer na
    enkele weken het nieuwste er wat af is, zullen er reeds en-
    kele bezwaren rijzen tegen bepaalde houding die wat moei-
    lijker uitvallen. Het lichaam is nog steeds niet soepel genoeg
    en de spieren zijn nog teveel gespannen. Dit komt natuurlijk
    omdat er niet regelmatig getraind wordt. In het begin moet
    men wel ongeveer een uur per dag aan de inoefening van de
    houdingen besteden om het lichaam eraan te laten wennen.
    De vraag zal misschien gesteld worden of dit allemaal nodig
    is en of er geen yoga bestaat zonder al deze houdingen, of
    een gemakkelijker systeem,of kan dat gedeelte van de yoga
    eenvoudigweg niet vervangen worden door wat gymlessen
    waarin nog wat beweging steekt enz...De redenerende wes-
    terse geest zal er velen doen afhaken omdat zij het geduld
    niet hebben hun lichaam te leren kennen en beheersen.Hoe
    zouden ze dan laterin staat kunnen zijn hun geest te kalme-
    ren en af te sluiten van de omgeving?Wieyoga met goed ge-
    volg wil leren beoefenen moet in de eerste plaats volhouden
    en geregeld persoonlijk oefenen,
    om het lichaam en de geest
    tot kalmte te brengen , want de yoga is een individuele zaak,
    men moet het zelf doen. De beoefening mag niet leiden tot
    mentale spanning of verlangen naar resultaten. Elke inspan-
    ning, iedere opwinding en bezorgdheid moeten worden ge-
    weerd, elk verlangen, zelfs het verlangen naar debevrijding ,
    zal uitgroeien tot een mentale spanning .

    De uitwendige middelen -
    De uitwendige middelen hebben als doel de denkfunctie te
    helpen om perfecte concentratie te kunnen uitvoeren.Ze be-
    reiden voor naar de inwendige middelen en zwakken de
    kwellingen af, zodat het voor de denkfunctie stilaan gemak-
    kelijker wordt zich aan hun greep te onttrekken.

    Deze  uitwendige middelen (Bahiranga) zijn :
    Yama of beheersing d.w.z geweldloosheid naar buiten toe.
        Het is een yogische deugd die ons aanspoort om zich te
        onthouden van het benadelen van anderen, niet te liegen,
        geen diefstal te plegen en zelfbeheersing aan de dag te leg-
        gen .Het is een afstraling van vrede en toch geen altruïsti-
        sche opoffering van zichzelf ten opzichte van anderen .
    Het is een ongemotiveerde houding die bij anderen over-
    komt als een naar hen gerichte goedheid .
    Niyama of geweldloosheid tegenover zichzelf .Men zou
       het zelfdiscipline kunnen noemen, waarin men zowel op li-
       chamelijk als op geestelijk vlak (moreel) wil uitmunten .
       Arrogantie valt erdoor weg.Tederheid en tevredenheid ko-
       men in de plaats . Studie en devotie tot Isvara behoren ook
       tot de niyama . Bij de studie van de yoga-sutra komen we
       nog terug op de diepere betekenis van Yama en Niyama.
    Asana of lichaamshouding is speciaal bedoeld om het
       lichaam onbeweeglijk vast te zetten met de bedoeling van
       daaruit een soort gevoelsneutraliteit te laten ontstaan waarin
       de geest tot kalmte kan komen. Patañjali beschrijft Âsana
       als 'een vaste, gemakkelijke en aangename zithouding' die
       nodig zal zijn om de denkfunctie verder te oefenen naar de
       stillegging. De beoefening van de âsana's is een afzonder-
       lijk luik in de yoga-beoefening waar zeer veel aandacht aan
       geschonken wordt. In sommige gevallen teveel, zodat de
       verdere beoefening van deyoga-discipline dan weinig of
       geen aandacht krijgt. Men staat dan a.h.w. vooreen li-
       chaamscultus die vooralde soepelheiden 'zich welvoelen'
       vooropstelt .Het resultaat van âsana leidt wel tot wat men
       noemtde bijkomende voordelen van de yoga-beoefening.
    Over de soorten âsana's en hun voordelen bestaan erveel
    handboeken, maar daarover handelt onze studie niet.
    Pranayama of regeling van de ademhaling is de belang-
       rijkste van de lichamelijke oefeningen omdat ze door de
       energiebeheersing die er van uitgaat, in het bijzonder de ge-
       moedstoestanden kan beinvloeden en daardoor grote rust
       en kalmte kan teweegbrengen in de werking van het men-
       taal complex.Wanneer dit proces verdiept,ontstaat er een
       beginnend gevoel van aanwezigheid bij zichzelf , een vaag
       realiseren van de aanwezigheid van de geest in het lichaam
       als een soort 'inwendig bewustzijn' . Dit inwendig bewust-
       zijn kan zich bij diepere concentratie op zichzelf ,uitbreiden
       in omvang en diepte, waardoor de geest klaargemaakt zal
       worden tot onbeweeglijke aandacht.
    Pratyahara of terugtrekking van de zintuigen past maar
       ten dele in de gedachtengangvan hetgeen we tot hiertoe ge-
       zien hebben over de toepassing vn de uitwendige middelen.
       In werkelijkheid bedoelt Patañjali eerder 'meesterschap'
       of beheersing van de zintuigen . Het is een aanloop naar de
       inwendige middelen .Het kan gezien worden als een over-
       gang naar de inwendige middelen waarover ik in een latere
       aflevering zal handelen .
    Als resultaat van de beoefeningvan de uitwendige middelen
    kan men ongevoeligheid bekomen voor prikkels van uitwen-
    dige toestanden zoals koude, hitte, geluid enz..., evenals on-
    gevoeligheid voor lichamelijke ongemakken zoals spiertrek-
    kingen , rusteloos denken , verkleuming enz...

    Hindernissen op de weg.
    Tijdens de beoefening van al deze inspanningen die de yogi
    zich oplegt om lichaam en geest te beheersen via houdingen
    (âsana's) ademhalingen, zelfkastijding en yogische deugden,
    zullen er ongetwijfeld perioden van moeheid en moedeloos-
    heid optreden. De boog kan niet altijd gespannen zijn en het
    menselijk lichaam zal 'revanche 'zoeken die dodelijk kan zijn
    voor de yoga van de actie en concentratie. De eerste soort
    hindernissen die de beoefening in de weg kunnen staan
    worden zelfs door Patañjali opgesomd. Ze hebben vooral
    te maken met lichamelijke zwakheden zoals loomheid , lui-
    heid, twijfel, onverschilligheid .enz... Een tweede soort zijn
    meer van geestellijke aard en spreken over perverse be-
    schouwingen ten opzichte van de yogische deugden , om de
    yogi te beletten deze verder te beoefenen. Ten einde echter
    de yogi aan te moedigen wordt er melding gemaakt van be-
    paalde reultaten die het gevolg zijn van de goede toepassing
    van de yoga-middelen, alhoewel er ook weer gewaarschuwd
    wordt om niet te blijven staan bij deze resultaten. Zij zijn
    slechts voorlopig en bijkomend. Wanneer men zich aan deze
    resultaten hecht worden ze op hun beurt een hinderpaal om
    nog verder te gaan op het yoga-pad.

        Een zienswijze over Ahimsa = Geweldloosheid.
                  Bij de uitwendige middelen wordt de geweldloos-
    heid vooropgesteld als een yogische deugd.Om in deze op-
    tiek geen misverstand te laten ontstaan geeft G.M.Koelman
    in het boek de volgende toelichting."Ahimsa , de grondslag
    van de yoga-moraal is een afstraling van het Zelf dat in zijn
    zuivere essentie niets anders dan vrede is. Geweldloosheid
    is in essentie geen positieve liefde tegenover de bestaande
    schepselen, noch een gehecht zijn aan hun welzijn, noch
    geïnteresseerd zijn aan hun ongestoord bestaan. Ahimsa is
    geen actieve ontboezeming van iemands aangeboren goed-
    heid maar het volvoeren van een in zichzelf keren van ie-
    mands Spiritiuele ZELF . Het is evenmin een altruïstische
    zelfopoffering die anderen de onaangename kanten van het
    leven bespaart door ze voor zichzelf te nemen . Het is geen
    deugd met betrekking tot de anderen, maar een onontkom-
    bare verplichting om aldus de ware aard van het ZELF in
    herinnering te brengen en om uiting te geven aan wat
    iemand werkelijk is : de absolute ongebondene , wiens zui-
    vere natuur VREDE is ".
     Ook I.K.Taimni noemt geweldloosheid het beantwoorden
     aan een universele wet .
    "Het Zelf immers,dat onaantastbaar aanwezig is (gevangen)
    in Prakriti, heeft voor zijn bevrijding geen conventionele of
    religieuze moraal nodig. De bevrijding kan slechts bereikt
    worden wanneer het proces van de veranderingen ophoudt.
    Dit proces is niet afhankelijk van een compromis met ande-
    ren . Ahimsa is een harde wet die niemand kan ontzien en
    ook niet bestaat om oppervlakkige Prakriti-zwakheden te-
    gen te gaan of om er voor te zorgen dat wij goede individu-
    en zouden worden die sociaal zijn en alle wetten eerbiedi-
    gen. De bedoelde universele wet heeft slechts de bevrijding
    van het Zelf op het oog en deze kan niet plaats hebben wan-
    neer er nog veranderingen in Prakriti plaats hebben " .

    De yoga is en blijft dus een individuiele kwestie, voor elk
    ZIJN afzonderlijk.De bevrijding uit Prakriti hangt niet af van
    iemand anders. Alle voorschriften moeten bijgevolg individu-
    eel toegepast worden , zowel deze welke betrekking heb-
    ben op het lichaam en zijn biologische functies, als deze wel-
    ke betrekking hebben op zijn geest en de fijne Prakritiwer-
    king waar we het etische en morele aspect van de yoga
    aantreffen.

    De volgende aflevering zal handelen over de inwendige mid-
    delen , de kern van de yoga-beoefening.

    15-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    16-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. 8° PLAN van de KLASSIEKE YOGA - de INWENDIGE MIDDELEN.

    -44- 

      8°  Plan van de klassieke yoga - De inwendige middelen
      
             De inwendige middelen   (Antaranga).

    Met 'de inwendige middelen', komen we in de kern van de
    klassieke yoga-beoefening. Men zou ze de praktijk van de
    mentale fase van de yoga-beoefening kunnen noemen, die
    zich uitstrekt over de psychologische en de metafysische
    treden. Zij hebben te maken met het systematisch leegma-
    ken en stilleggen van de denkactiviteit die zal uitmonden in
    het oplossen van de empirische binding van het Zelf met de
    Prakriti-organismen (..Samadhi ).
    Vooraf moet nog even gezegd worden dat het doel van de
    yoga slechts zal bereikt worden wanneer alle golvingen van
    het mentaal complex stil liggen. Dan pas zal het Zelf buiten
    de relatie van de guna's kunnen zijn.In zijn definitie over yo-
    ge spreekt Patañjali echter niet over 'alle' golvingen, maar
    gewoonweg over 'de golvingen', Dit komt, zeggen de com-
    mentatoren Vyasa en Vacaspati, omdat er twee graden van
    yoga zijn.nl : Samprajata, waarin de golvingen stilgelegd
    worden die toe te schrijven zijn aan de werking van Rajas
    en Tamas, terwijl Sattvam-golvingen nog aanwezig blijven,
    en Asamprajnata,waarin eveneens de golvingen van Satvam
    zullen stilvallen.
    De golvingen die in het mentale complex de relatie van het
    Zelf met Prakriti doen ontstaan en in stand houden ,komen
    voort uit 5 verschillende bronnen .Wil men totYoga komen,
    dan moeten deze golvingen dus stilgelegd worden.
    -De eerste bron is 'ware kennis', ze komt voort uit directe
     waarnemeng, gevolgtrekking en geloof.
    -De tweede bron is 'miskennis'. Hier gaat het niet om de on-
     juisheid van hetgeen men zegt of waarneemt, maar om de
     verkeerde of bedrieglijke kennis die voortkomt uit de me-
     ning dat de 'ik-functie' die de functies uitvoert , werkt of
     droefheid en vreugde ondergaat, hetzelfde wezen zou zijn
     als het Zelf dat onveranderlijk Bewustzijn is, Toeschou-
     wer of Getuige.
    -De derde bron is 'begripspredicatie', waardoor aan een
     subject iets toegeschreven wordt dat geen objectieve re-
     aliteit is, maar alleen berust op het waarnemen van het
     afwezig zijn van een eigenschap.-vb."de auto stopt",het
     stoppen is het ophouden of het afwezig zijn van bewegen;
     het kan niet als iets reëels toegeschreven worden aan de
     auto , het is een begrips-predicatie waaruit golvingen ont-
     staan.
    -De vierde bron is 'slaap' (diepe droomloze slaap).Het is
     een golving van Tamas, die het Sattvam bedekt en dus
     mentale duisternis meebrengt .Slaap kan dus geen hulp zijn
     om het Zelf te benaderen.Het is een hindernis .
    -De vijfde bron is het 'geheugen' . Het geeft het vroeger
     waargenomene , of iets minder , weer .(indien men er iets
     aan toevoegt, dan is het geen geheugen meer.
     De golvingen voortgebracht door het geheugen ,beletten
     dus eveneeens de concentratie.

    DE PRAKTIJK.
    De praktijk van antaranga is de concentratie =Samyama.
    Zo genoemd omdat ze bestaat uit drie elkaar nauw opvol-
    gende en in elkaar overvloeiende delen die aan het einde
    uitmonden in de staat van intentionele vereenzelviging die
    Samapati genoemd wordt - (intentionele : inwendige be-
    wustzijnsactiviteit). Het doel van de concentratieis het
    mentale complex te kalmeren en de denkfunctie te ledigen
    van elke Prakriti-inhoud. De drie oefeningen of onderde-
    len die in elkaarovervloeiën zijn:
    Dharana ,= vastzetting: het vastzetten van de denkfunc-
    tie op één punt of object buiten het lichaam waargenomen.
    Vastzetting betekent 'aanschouwen' dus niet 'redeneren'
    Dhyana, = aandacht, of vasthouden van de verinwen-
    digde voorstelling. Het vasthouden moet zo stevig zijn,
    dat er geen andere gedachte de denkfunctie binnendringt
    gedurende de concentratie . Dhyana moet een starende
    onbeweeglijke verstandsblik zijn zonder redeneerproces.
    Samadhi, = opslorping of wegzinking van het empirisch
    leven in het object van de concentratie. Het isde toestand
    waarin het object van de concentratie het bewustzijn zo-
    zeer in beslag neemt, dat de yogi onbewust is van al het
    dere . Het betekent niet dat men in contemplatie of in aan-
    bidding
    verkeert. Hier wordt er geen verrijking van de
    geest bedoeld , maar een uitdoving van het verstand .
    De vereenzelviging (Samapati)betekent in de eerste plaats
    'gelijk zijn in vorm aan ...' :de denkfunctie neemt de vorm
    aan van het object van de concentratie. De denkfunctie
    en het object bestaan ,zoals we gezien hebben, uit de drie
    guna's .Beide guna-vrittams zijn in samapati zodanig gelijk-
    vormig , dat ze niet meer van elkaar te onderscheiden zijn.
    Ze zijn één vorm geworden. Patañjali zegt " Het mentaal
    complex dat volledig stilgelegd is, geeft aan de Ziener ge-
    legenheid om in zijn eigen vorm te stralen ... daar waar Hij
    anders gelijkvormig is aan de golvingen van het mentaal
    complex (YS. I. -2-3 en 4 ).
    Naargelang de perfectie van concentratie bestaat er een
    hogere en een lagere vorm van concentratie. De lagere
    vorm betekent dat er naast het object van de concentra-
    tie nog andere neven-gedachten zijn : er is dus geen per-
    fecte intentionele vereenzelviging mogelijk; er is nog ver-
    warring. De hogere vorm duidt op een perfectie vereen-
    zelviging omdat er geen neven-gedachten zijn naast het
    concentratieobject ; er is dus geen verwarring.
    De aard van de objecten van concentratie kan bestaan
    uit objectivo-objectieve objecten ( dus alles wat als ob-
    ject of voorwerp bestaat ) of uit subjectievo-objectie-
    ve objecten ( dus alles wat behoort tot het domein van
    de subjectieve evolutielijn, dus ook op een gevoel).

    De vormen van concentratie.
    In de Patañjala-yoga bestaan er 8 vormen van concentra-
    tie die elkaar gradueel opvolgen . Ze brengen allen de in-
    tentionele vereenzelviging teweeg in de yogi .Geleidelijk
    gaat hij over van zijn geobjectiveerd bewustzijn naar zijn
    ware Zelf (niet geobjectiveerd ) De éénpuntige aandacht
    wordt geleidelijk aan scherper, totin de achtste concen-
    tratiesoort ( bepaald door het steeds fijner worden van
    de intentionele vereenzelviging) een perfecte vereenzelvi-
    ging ontstaat met het beeld of de verlenging van het Zijn.
    1°SAVITARKA= afbeeldende vereenzelviging met ver-
    warring .Het concentratiepunt is een grof object. De ver-
    eenzelviging is niet perfect omdat er naast de vereenzelvi-
    ging met het grove ding-op-zich, andere elementen zoals
    vergelijkende beelden, verwoordingen, begrippen, enz...
    binnendringen in het bewustzijn.
    2°NIRVITARKA = afbeeldende vereenzelviging zonder
    verwarring..Noch woorden, noch andere begrippen of
    vergelijkkingen verkleuren het bewustzijn.
    3°SAVICARA = begrijpende vereenzelviging met ver-
    warring .Het concentratiepunt is een subtiele statische
    realiteit waarmede de vereenzelviging niet perfect is om-
    dat het bewustzijn nog beneveld wordt door ruimtelijke
    en tijdelijke determinaties, er is nog redenering aanwezig.
    4°NIRVICARA = begrijpende vereenzelviging zonder
    verwarring . Niets anders dan het subtiele ding neemt het
    éénpuntig gerichte bewustzijn in beslag.
    5°SANANDA = concentratiewaarin een gevoelvan
    blijdschap aanwezig is. Het concentratieobject is het sub-
    tiele waarnemingsproces . De vereenzelviging is niet per-
    fect, omdat 'blijdschap ' behorende tot de emoties en
    niet tot de essentie van waarnemen, de éénpuntigheid
    van het bewustzijn enigzins verdeelt.
    6°NIRANANDA = concentratie waarin geen gevoel
    van blijdschap aanwezig is . Het emotionele element is
    afwezig zodat er perfecte vereenzelviging ontstaat met
    de essentie van het proces van waarneming zonder meer.
    7°SASMITA =concentratie waarin er bewustzijn is van
    '(ik)ben', en niets anders . Het object van concentratie is
    hier het Bewustzijnslicht dat op de bewustzijnsfunctie
    neerstraalt en erin weerspiegeld wordt. De vereenzelvi-
    ging kan niet perfect zijn, omdat het Bewustzijnslicht het
    Zuiver Zijn is, en tevoorschijn komt als een 'ik-ben' . De
    schaduw van (of het beeld van) de ego-functie versluiert
    nog het beeld van het Bewustzijn.Er is dus bewustzijn van
    een 'ik'.in plaats van een niet-geindividualiseerd Zelf.
    8°NIRASMITA = concentratie waarin het zuivereBe-
    wustzijnslicht zonder beperkingen wordt aangenomen.
    De vereenzelviging is dus perfect. Er is bewustzijn van
    het ZIJN. Het Zelf kan in onze huidige geconditioneerde
    toestand niet dichter benaderd worden. De (verdere)
    ontbinding van het Prakriti-organisme is daarvoor nodig.
    Ze zal het werk zijn van Prakriti zelf. Dit ontbindingspro-
    ces is geen bewust proces. De yogi blijft zich nog een
    tijdje toeleggen op de hoogste vorm van concentratie ter-
    wijl de ontbinding van zijn Prakriti-organisme begint, en
    verder evolueert naarmate de concentratie van afsluiting
    vordert.

    Wat dit betekent, wordt in een volgende aflevering
    behandeld.

    16-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    17-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.9° UITWERKING van de YOGADISCIPLINE.
    -45-
                 DE KLASSIEKE YOGA

    ;9° Uitwerking van de yoga-discipline.

    Wanneer we de Yoga-discipline indelen in etappen, fasen of
    treden, dan kan men ook de resultaten indelen naargelang de-
    ze etappen, fasen of treden.
    De lichamelijke en de etische trede werken onderling samen
    om het lichaam en zijn biologische functies tot rust te brengen .
    Door de beoefening van de uitwendige middelen wordt de al-
    gemene toestand voorbereid waarin meesterschap ontstaat
    over de zintuigen, zodat de denkfunctie klaar is voor perfecte
    concentratie.
    Door beoefening van de inwendige middelen gaan we over
    naar de psychologische fase van de Yoga-discipline waarin
    het doel, de stopzetting van elke denkactiviteit, bereikt kan
    worden volgens de aangegeven concentratie-oefeningen.De re-
    sultaten van deze concentratie-oefeningen zijn de intenionele
    vereenzelviging waarin de gelijkvormigheidv an de guna's in het
    object en in het mentale complex de weg opent naar de ultime
    uitwerking van de Yoga...nl.de staat van " Kaivalya".= alleen-
    heid, isolatie of bevrijding, bekomen langs de Metafysiche fase.
    Het is goed ons nog even te herinneren dat alle concentraties
    die we tot hiertoe besproken hebben , concentraties zijn waar-
    in een object (grof of subtiel )aanwezig is. Het gevolg daarvan
    is, dat er nog steeds wijzigingen plaats hebben in het mentale
    complex. De resultaten daarvan kunnen onderverdeeld wor-
    den in ware resultaten of resultaten die nodig zijn voor de ver-
    dere afwerking van de yoga ,of in resultaten die bijkomstig zijn
    en ons eventueel afleiden van de yoga omdat we er ons zou-
    den aan hechten.

    A.De ware resultaten van de Yoga-discipline zijn :  
           

    1°Het steviger worden van de concentratie zelf.Naarmate men
    oefent zullen de sporen of de verzonken indrukken van deze
    oefening verstevigen zodat de concentratie gemakkelijker en
    dus standvastiger zal worden. De éénpuntige gerichtheid zal
    ook verstevigen en perfecter worden en langduriger kunnen
    volgehouden worden.
     
    2°De denkfuctie wordt helderder. De omvang van het intuïtief
    inzicht van de yogi breidt zich verder uit, aangezien door die
    herhaalde concentratie het Sattvam van de bewustzijnsfunctie
    verlost wordt van de rusteloze Rajas en het verduisterende
    Tamas.
    3°Er ontstaat onverstoorbare kalmte "Atmaprassada" .
    Alle objecten waarmede de yogi intentionele vereenzelviging
    bereikt , gaan voor hem open tot in hun diepste werkelijkheid.
    Het niet meer redenerend effect van de inwendige middelen ,
    doet een buitengewone kalmte ontstaan. nl." Atmaprassada".

    4°Afkeer van alles wat Prakriti is .Door het intuïtief inzicht in
    alle dingen (objecten van concentratie) gaat de vergankelijke
    en de ware aard der dingen klaar voor de yogi staan, zodat
    hij er een afkeer zal voor voelen opkomen..., hij ziet de onbe-
    stendigheid en de veranderlijkheid ervan in.

    5°De verinniging van de concentratie brengt ook mee dat men
    steeds dichter bij de basis komt van de dingen. De bestaanre-
    denen van al deze dingen monden uit bij Prakriti, waarvan uit-
    eindelijk zal blijken dat haar uiteindeijk doel het Zelf is.
    De yogi gaat zich tenvolle interesseren aan het Zelf, en al de
    rest wordt a.h.w. waardeloos.

    6°Geleidelijk aan ontstaat het "Verheven Inzicht". Dit is het
    inzicht waardoor de yogi a.h.w. verblind wordt door het an-
    ders zijn van het Zelf . Het is de aanloop naar de concentratie
    van "afsluiting". Zij is het kenmerk van 'asamprajnata-samadhi'
    het opgeslorpt zijn zonder voorwerpsbewustzijn . Verheven
    inzicht "Prasankhyana" begint zoals de dageraad opdaagt ,
    van schemering tot heldere zonneschijn. Dit gebeurt tijdens de
    concentratie met perfecte intentionele vereenzelviging.Zij geeft
    echter nog steeds een zekere relatie met Prakriti, aangezien ze
    op een beeld gebaseerd is,een beeld waarvan alles in de diep-
    ste lagen van zijn bestaan gekend is . Deze relatie moet echter
    ook ophouden te bestaan. Sattvam van de bewustzijnsfunctie
    is hier tot in zijn hoogste schittering ,maar het Zelf schittert nog
    meer , en om dit onderscheid te kunnen waarnemen komt Pra-
    kriti ter hulp en een regen van loslatende Prakriti valt neer
    Daardoor ontstaat Dharmamegha-Samadhi als spontane over-
    gang naar het ultime resultaat : Asamprajnata-Samadhi .

    7°Het laatste ware resultaat van samprajnata-samadhi is dan
    asamprjanata-samadhi d.w.z. het bewustzijn zonder aanwezig-
    heid van een beeld in de denkfunctie .Asamprajnata-samadhi
    wordt verder afzonderlijk behandeld.

    B. De bijkomende resultaten van de yoga-discipline.(Siddhis).

    Hier moeten we teruggaan naar de definitie van Prakriti en de
    ontelbare vormen en mogelijkheiden die verborgen liggen in de
    steeds veranderende en in werking zijnde materie.
    Indien men nu weet dat de yoga-discipline met haar techniek
    van concentratie en intentionele vereenzelviging de beoefenaar
    in de gelegenheid stelt deze werking van Prakritit tot in de
    diepste lagen te doorzien, ongeacht de tijdsband waarin dit ge-
    beurt, dan kan men gemakkelijk aanvaardendat er door de yo-
    ga-beoefenaars geen geheimen meer bestaan, en dat mirakels
    evenzeer geheimloos worden . Daaruit kan men ook afleiden
    dat er heel wat resultaten opdoemen zoals de mogelijkhjeid om
    Prakriti zelf te besturen . Deze vermogens noemt Patañjali bij-
    komende resultaten en hij geeft als voorbeeld, zich onzichtbaar
    maken door te beletten dat de stralingen dievan zijn lichaam
    uitgaan de ogen van de anderen niet bereiken, of bv. ongevoe-
    lig worden voor honger of dorst door de energie af te remmen
    die ze veroorzaken.. Wie twijfelt aan het werkelijk bestaan van
    dergelijke bijkomende resultaten moet evenzeer twijfelen aan de
    Yoga-ontologie zelf. Men kan deze eveneens niet begrijpen zon-
    der ze bestudeerd te hebben zoals wij hierboven gedaan hebben.
    Er is echter een groot gevaar aan deze Siddhis verbonden, nl.
    dat de verleiding om er zich aan te hechten zeer groot is , en wie
    aan deze verleiding niet kan weerstaan, ziet de verdere opgang
    naar Kaivalya afgeremd zodat hij het uiteindelijke doel niet kan
    bereiken. Men kan er wel trots op zijn, de materie te beheersen,
    maar juist dan is haar greep tot gebondenheid nog heviger en
    stagneert de verlossende werking voor het Zelf.

    Asamprajnata-Samadhi en haar resultaten.
    We beschouwen asamprajnata-samadhi als het ultime resul-
    taat van samprajnata-Shamadi .Ze is de concentratie zonder ob-
    ject, dus zonder objectief-bewustzijn . Er is een overgang van
    bewustzijnvan een object of van de inhoud van de bewustzijn-
    functie ,naar bewustzijn van.het "licht" dat die inhoud beschijnt
    (zichtbaar maakt, voelbaar, genietbaar enz...) Dit gebeurt niet
    plots. Er is een overgang van object naar objectloos, gedurende
    dewelke het schitterend licht van Het Zelf stilaan zal domineren.
    Deze overgang gaat eveneens gepaard met een afremming
    van de denkaktiviteit waarin de "andersheid " van het Zelf
    de waardeloosheid van de Prakriti-dingen zal verdringen.
    Het Bewustzijn komt in de plaats van het bewustzijn.

    HET METAFYSISCH NIVEAU VAN DE YOGA.

    Metafysisch betekent hier, dat alles wat nog tot het eindpunt van
    de yoga-beoefening zal plaats hebben, niet meer gebeurt door
    bewust-gerichte-daden van de yogi , maar terwille van zijn pas-
    sieloosheid en concentratiekracht die het zo ver gebracht hebben,
    dat Prakriti het bevrijdingsproces voltooit uit eigen beweging ...
    uit doel-beweging. Deze fase verloopt als volgt : er ontstaat in
    asamprajnata-samadhi een reeks verzonken indrukken van af-
    sluiting die steeds talrijker worden omdat hun gevolgen slechts
    afsluiting kunnen zijn (er worden geen andere verzonken indruk-
    ken verwekt gezien de passieloosheid in de geest van de yogi)
    Voor dit Zelf houden dus de Prakriti-realisaties op te werken.
    De ontbinding van Prakriti t.a.v. het Zelf gebeurt niet plots, ze
    verloopt geleidelijk aan , naarmate de passieloosheid van de
    yogi toeneemt en hij zich een Zuiver Absoluut Zijn weet dat niet
    verder in de tijd, maar in een onverdeeld 'NU' bestaat. In deze
    toestand heeft Prakriti geen reden van bestaan:" Het Zijn IS".

    BEVRIJDING- KAIVALYA- ISOLATIE.
    Deze drie woorden drukken het wegvallen uit van een schijn-
    bare gevangenschap in de materie (samyoga)
    Voor het ZIJN dat niet gerealiseerd of bevrijd was tot hier toe,
    betekent dit ALLEEN-ZIJN (kaivalya ,ook isolatie genoemd)
    afzondering van al de rest
    Voor Prakriti heeft Kaivalya voor gevolg dat het, voor wat dit
    Zijn betreft, doelloos is geworden en door ontbindig of omge-
    keerde generatie (pratiprasava) hebben de Prakriti-realisaties
    zich begeven naar de gemeenschappelijke basis, waar ze ter
    beschikking staan van de andere Zelven die nog bevrijd zullen
    moeten worden. De toestand van Zuiver Zijn , kan men zich
    niet voorstellen . Men kan dit alleen ervaren, maar dan in de
    betekenis van "ik" aangezien alle Prakriti-realiteiten , ook de
    ego-functie, op dit ogenblik ontbonden zijn . Het Zelf IS al-
    leen maar, en alles wat men er zou over zeggen is een predi-
    kaat, dat slechts het  'ALLEEN ZIJN'  zou verbreken.

    In een volgende aflevering zal ik het hebben
    over de vraag Concentratie of Medittie ?

    17-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. CONCENTRATIE OF MEDITATIE .?
    -46-
                 Concentratie of Meditatie.

    Bij het naderend einde van deze studie waarin we in hoofdzaak
    de yoga van Patañjali ontleed hebben, past het, nog eens uit-
    drukelijk terug te komen op de wijze waarop andere syste-
    men het spiriituele element in de mens voorstellen (daardoor
    hebben zij natuurlijk een andere opvatting over het begrip 'be-
    vrijding ' . ( Dit  zal  het voorwerp  uitmake van een afzonderlijke
    studie over deze zienswijzen).We formuleren nog even een sa-
    menvattende besluitvorming over de eigenschappen en het wa-
    re doel van de yoga,om te eindigen met het stellen van de vraag,
    Concentratieof Meditatie ?
    .
    I. HET SPIRITUELE ELEMENT IN DE MENS.
    Bijna alle indiase systemen erkennen dat er in de mens een spi-
    tueel element huist dat ze zich voorstellen als een perfecte geest.
    De meningen daaroververschillen soms in zeer grote mate van
    elkaar wanneer het er op aankomt de relatie tussen dit spiritu-
    ele element en de lichamelijke verschijning, waarin ook het ver-
    stand en het gevoel een rol spelen, te verklaren. In het verschil
    van de opvatting over deze relatie ligt ook het verschil van de
    zienswijze . Zijn er vele perfecte geesten, of is er slechts één
    perfecte geest ? Deze vraag is het grootste probleem.
    -De Kevaladvaita-school van Sankara houdt staande dat er
    slechts één perfecte geest zou zijn, nl. 'Brahman-Atman 'en dat
    al de rest 'MAYA ' is. Wij hebben in bijdrage 36 hier boven
    over het Zelf - de geestelijke monade-, aangetoond dat het Ene
    Spirituele Zelf , dat al de gedachtenstromingen der mensen zou
    moeten opvangen , ons voor een dilemma plaatst, waaruit we
    tenslotte het bestaan van Eén Spiritueel element als 'Brahman
    -Atman'  moeten verwerpen, omdat het de test van de rede niet
    doorstaat.. Wij hebben eveneens de aandacht gevestigd op de
    relatie van Prakriti en het Spirituele Zelf , bekeken vanuit het
    standpunt van de Advait-Vedanta , waarover Vijnana-Bikshu
    (zelf een Vedantijn), zegt dat én de materie (Prakriti) én het
    Zelf , beiden Brahman zijn, en dat de relatie tussen beide be-
    staat in 'gewaarwording' van het  Zelf in de bewustzijnsfunctie.
    -De Vasistadvaita-school van Ramanuya, gekend door haar
    gematigd monisme, houdt staande dat er vele perfecte Spiritu-
    ele Zelven zijn , maar allen afhandelijk van één opperwezen .
    Hier is er dus geen probleem met de pluraliteit van de Spiritue-
    le monaden , maar hun bestaansakte die slechts EEN zou zijn,
    stelt ons voor een dubbel probleem , nl.:Eenheid van bestaans-
    akte kan niet terzelfdertijd verscheidenheid en veelvuldigheid
    inhouden , en Echte Absoluutheid is onmogelijk als er een on-
    derscheid toegelaten wordt . Indien het Spirituele in de mens
    een modaliteit is van de essentiële 'Brachman-Atman', dan aan-
    vaardt men wel de veelheid van de Spirituele Zelven, maar
    dan vernietigt men ook het 'Absolute', dat verdeeld wordt in
    diverse modaliteiten.
    -De Sankhya en de Yoga houden staande dat er vele perfecte
    geesten zijn. De Sankhya-zienswijze zegt dat er vele perfecte
    geesten zijn, maar dat die toch onderling met elkaar verbonden
    zouden zijn. Deze verbondenheid is niet gebaseerd op het be-
    staan of het erkennen van een opperwezen, want de Sankhya
    erkent Prakriti en de vele Purusha's als afzonderlijk van elkaar
    bestaande, zonder 'Derde' (een schepper of opperwezen). De
    perfectheid van deze vele geesten kan men ook betwijfelen aan-
    gezien er toch iets zou moeten zijn dat ze van elkaar onder-
    scheidt. De Yoga, zoals ze door Patañjali wordt voorgesteld,
    aanvaardt het naast elkaar bestaan van vele Spirituele Monaden
    die perfecte 'Zieners' worden genoemd. Ze heben geen gemeen-
    schappelijke basis in een opperwezen , ...of liever ...Patañjali
    spreekt zich daarover niet uit, aangezien zijn sutra-voorschriften
    geen verdere aanwijzingen daaromtrent geven ; er is 'Kaivalya ',
    en daarna is er geen menselijk bewustzijn in staat de werkelijk-
    heid te begrijpen, laat staan uit te leggen.. De speciale relatie
    tussen deze Spirituele Zelven en het menselijk organisme wordt
    'Samyoga' genoemd en is oorzaak van onze verkeerde opvat-
    ting over het Zelf als Ziener en het ego als doener-uitvoerder.

    II. DE EIGENSCHAPPEN VAN DE YOGA
    .
    1° De Yoga is individueel en pragmatisch.
    Iedereen die yoga wil beoefenen moet weten dat zijn persoon-
    lijke inzet van het grootste belang is. Men moet zich naargelang
    zijn mogelijkheiden en naargelang zijn karakter , aanpassen aan
    de voorgestelde technieken.Men moet niet 'geloven', maar 'bele-
    ven' en leren aanvoelen wat er gebeurt wanneer men de diverse
    oefeningen uitvoert..

    2°De Yoga verwerpt alle overdrijving.
    Het gevaar van overdrijving ligt zowel op het mentaal als op het
    fysisch vlak. Het overdrijven bestaat vooralin het gebrek van het
    juiste inzicht i.v.m. de yogische deugden en de zelfkastijding.
    We hebben hierboven in het bijzonder gewezen op hun ware ver-
    houding t.a.v. het geheel van de yoga-discipline. De yoga is niet
    het uitvoeren van âsana's, soms tot het akrobatische toe !

    3°De Yoga vereist psychische ingesteldheid..
    De toepassing van de yoga-discipline moet met kordaadheid ge-
    beuren, en zonder twijfel omtrent de uitwerking ervan. Deze zal
    niet op zich laten wachten indien men het ernstig opneemt. Deze
    psychische ingesteldheid moet niet gericht zijn op een ingetogen
    ascetisme dat tot dweperij kan leiden, maar op een realistisch
    ascetisme dat zelfdiscipline en volharding plaatst boven week-
    heid en onstandvastigheid.

    4° De yoga kan zich aanpassen aan vele zienswijzen.
    Reeds in het begin van deze studie werd er gewezen op de in-
    vloed van de yoga op andere bevrijdingsprocessen.Het ligt
    voor de hand dat ingevolge de oorsprong vandeyoga eveneens
    kan aanvaard worden dat alle disciplines( tot en met een zuivere
    technische aanpak voor gezondheid van lichaam en geest),deYo-
    ga kunnen gebruiken. Of dit gebruik dan geheel of gedeeltelijk
    zal zijn, hangt af van de strekking van de zienswijze of de discipli-
    ne die ze gebruikt. Wanneer we bv. zien dat de Vedanta-ziens-
    wijze de Yoga zal aanwenden, dan weten we ook, dat zij naar
    haar strekking bepaalde wijzigingen of aanpassingen zal toepas-
    sen of eventueel andere technieken of doelstellingen zal voorop-
    stellen die met de zienswijze van Patañjali's Sutra's niet stroken.

    5° De Yoga is psychosomatisch.
    Dit betekent dat vanaf de eerste toepassing van de yoga-discipli-
    ne, invloed uitgeoefend wordt op de ganse Prakriti-samenstelling
    nl. op de geest, denkvermogen(psyche) en op het lichaam (soma).
    De wederzijdse beinvloeding van lichaam en denkfunctie (hier
    door geest of psyche voorgesteld) heeft voor gevolg dat de licha-
    melijke en de etische trede a.h.w. onafscheidelijk samen te beoe-
    fenen zijn.De lichamelijke trede waarin we de nodige technieken
    aantreffen die ons lichaam en zijn biologische functies tot rust zul-
    len brengen, terwijl in de etische trede de denkfunctie gezuiverd
    wordt van haar gehechtheid aan de materie. Verder blijkt ook
    dat in âsana en pranayama de temmende uitwerking zich nooit
    op één aspect van de menselijke prakritivorm laat voelen .

    III. HET WARE DOEL VAN DE YOGA.
    Men zou kunnen stellen dat het doel van de Yoga erin bestaat
    alle waarnemingsgolven stil te leggen die in gewone omstandighe-
    den het mentale complex bezig houden . Deze waarnemingsgol-
    ven onstaan omwille van het emprisch bewustzijn dat ons kennis
    bijbrengt (kennisgolvingen) en onze gevoelens aanwakkert (emo-
    tiegolvingen ).Deze golvingen hebben dus ook iets te maken met
    onze verlangens en onze wil. Het zijn dus ook verstandsgolvingen
    die ons de keuze laten tussen allerlei zaken die goed of slecht zijn
    voor ons, maar in elk geval een bindend effect veroorzaken, want
    alles zal gesubjectiveerd zijn. Er is in dergelijk geval geen sprake
    van Bewustzijn, want dit wordt overshaduwd door al deze golvin-
    gen. Wanneer we nu het mentale complex kunnen vrijmaken van
    al deze golvingen, dan zal Het Zelf gevoeld worden . Dit gevoel
    zal niet bestaan uit een 'object-gevoel' dat een golving veroor-
    zaakt in het mentale complex, maar in een perfecte vrijheid en
    ongebondenheid waarin geen plaats is tot kiezen of verlangen.
    Deze staat is de Zelfrealisatie. Het Zelf is dan verlost van alle ver-
    eenzelvigingen met het empirisch bestaan, en straalt in alle vrijheid
    en ongebondenheid 'in Zichzelf' . (YS. I-3 ).

    IV. CONCENTRATIE OF MEDITATIE ?.
    Eenmaal de uitwendige middelen van de Yoga-beoefening gekend
    zijn en daaruit een (redelijke ) beheersing van het lichaam volgt,
    kunnen we verder gaan en met de toepassing van de inwendige
    middelen een aanvang maken. Het is de toepassing en beoefening
    van "Samyama" ( Dharana : het vastzetten van de denkfunctie op
    één plaats - Dhyana : de aandacht vasthouden dààr, en Samadhi:
    opslorping of wegzinking dààrin). Deze praktijk wordt 'Concentra-
    tie' genoemd .Mag men deze concentratie-oefening 'Meditatie' noe-
    men ? Het wordt zo dikwijls gedaan. Het is maar een woord, maar
    een woord dat tot vele misverstanden leidt als men er iets anders
    mee bedoelt dan uit uitdoven van elke redenering en elke denkacti-
    viteit . Yoga wil niets anders dan het stilleggen van het denkvermo-
    gen dat het mentale complex genoemd wordt.

    In de volgende bijdrage zal de praktische toepassing
    van deze stillegging uitgelegd worden.


    17-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    » Reageer (0)
    18-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. SAMYAMA . de praktijk van de concentratie
    -47- 

             Samyama, de praktijk van de concentratie.

    1°Zithouding.
    Men moet zorgen voor een confortabele zithouding. Deze kan
    men door toepassing van de lichamelijke trede (âsana) berei-
    ken . Desnoods kan men gebruik maken van een hard kussen-
    tje , een opgerold deken of een zitbankje (ongev.15 cm hoog),
    die toelaten met gekruiste benen op de grond neer te zitten.
    2° Het lichaam.
    Het lichaam moet los en ontspannen rechtop zijn. Dit veronder-
    stelt dat men, wat âsana en pranayama betreft , in voeldoende
    mate getraind is om stil te kunnen zitten. Deze zaken kunnen
    goed opgeleidde en gediplomeerde yoga-leraars u aanleren.
    3° De aandacht.
    De aandacht dient in de eerste plaats te gaan naar de ontspan-
    nen toestand van het lichaam zelf ... de manier van zitten...en
    het loslaten van alle spieren.
    4° De ademhaling.
    Wanneer het lichaam bewust ontspannen is, gaat de aandacht
    bijna automatisch naar de ademhaling. Men kan dan eerst een
    zekere tijd pranayama beoefenen zoals beschreven in de vier-
    de trede van het achttredig pad van Patañjali :"Wanneer deze
    (de perfecte zithouding) er is, komt de geregelde ademing die
    in het afsnijden van de inademings- en uitademingsbeweging
    bestaat "(YS.II-49).Verdere uitleg daarover wordt behandeld
    in de bespreking van de yoga-sutra zelf en wordt aangeleerd
    tijdens de yoga-lessen. Door toepassing van pranayama gedu-
    rende een welbepaalde tijd , zal de geest rustiger worden en
    kan automatisch een terugtrekking van de zintuigen optreden.
    5° SAMYAMA : de Concentratie.
    Wanneer er voldoende ontspanning en rust in de geest is, kan
    men de concentratie-oefeningen uitvoeren. Beginnend met gro-
    ve objecten zal een oefening van Savitarka (afbeeldende con-
    centratie ) wel mogelijk zijn. Men kent de gang van zaken en
    de betekenis van dharana-dhyana-samadhi . Men kent ook
    het eventuele resultaat van samapatti en de daarop volgende
    mogelijke flitsen van diepe aandacht die slechts na ernstige oe-
    fening kunnen optreden. (zie mijn bijdrage 43 )
    Men moet zich echter geen illusies maken en zich niet voorstel-
    len dat men het ZELF zal zien onder een of andere vorm of
    schittering . Zie de waarschuwingen en aanbevelingen hierna.
    6°Het voorwerp kiezen .
    Men kan nemen wat men maar wil als voorwerp of object van
    concentratie. Er zijn natuurlijk bepaalde objecten of voorstel-
    lingen die bij voorbaat geschikt zijn om de geest naar één punt
    te richten zoals men dit doet in de Hatha-yoga met een Mantra
    of in de kundalini-yoga met de chakra's enz... .Indien men een
    eenvoudig voorwerp neemt, zoals een bloem , een brandende
    kaars of een gewoon punt op de grond of een stip op de muur,
    kan men evenzeer een geslaagde concentratie-oefening uitvoe-
    ren . Bij Halâsana werd er dikwijls geoefend met de blik op de
    handpalm of op de beweging van de op- en neergaande adem-
    haling in rust. De keuze is dus vrij uitgebreid, maar men houdt
    zich best aan één bepaalde keuze . Niet voortdurend wisselen !
    7° Waarschuwingen en aanbevelingen.
    a) Schadelijk voor de concentratie zijn : elke redenering om ge-
    voelens aan te wakkeren - het oproepen van bedenking of ver-
    beelding - elke poging om geestelijke verrijking te bekomen -
    elke logische bijdrage om profane kennis te verrijken - elke
    poging om paranormale kennis te bekomen.
    b) Iemand die ernstig concentratie beoefent , zoekt niet naar re-
    sultaten. Men moet geduldig verder oefenen met een gekozen
    techniek en object.
    c) De geest zal, evenals het lichaam, ruim zes maanden tegen-
    werken ...jeuk, pijngevoel, spanningen enz...
    d) Geraak niet in paniek wanneer een of ander verschijnsel zich
    voordoet... het proces kan steeds gestopt worden door diep te
    ademen en het object los te laten.
    Ik verwijs hier met aandrang naar mijn bijdrage 26  onderwerp :
    Benadering van de studie:"Men moet geen bijzonder mens
    zijn" ,  door Gopi Krishna.
    e) Hoe denken andere bekende meesters over de Concentratie ?
    - Actieve meditatie gezien door Satprem Aurobindo.
    "Wanneer men met gesloten ogen neerzit om het mentale stil te
    krijgen, wordt men in eerste instantie overspoeld door een stort-
    vloed van gedachten die overal vandaan komen als dolle, neen ,
    als agressieve ratten. Er is maar één manier om die oorverdoven-
    de herrie te doen ophouden en dat is proberen en nog eens pro-
    beren , geduldig en koppig. En vooral niet de fout begaan om
    mentaal tegen het mentale te vechten..."
    -Is een guru nodig ? vraag en antwoord door Dr.Jürg Wunderli.
    "Is voor het leren van meditatie een guru nodig ? - Pas op voor
    de verering van de guru . Tegenwoordig is het mode geworden
    dat Indiase Swami's of Mahatma's in het Westen zendingsarbeid
    gaan verrichten en daar met pretentie optreden als guru's. Voor
    de vrijë ontwikkeling van de individuele persoonlijkheid vormt
    dit een grote belemmering ". Ik verwijs hier naar mijn aflevering
    nr.6 , waarin de bezorgdheid van G.M.Koelman wordt weerge-
    geven t.a.v. de guru's.
    -Een waarschuwing van Sri Rohit Mehta , neergeschreven in het
    tijdschrift Prana in de jaren 1980.
    "In verband met meditatie wil ik hier een waarschuwing uitspre-
    ken omdat er zo veel de ronde doet onder de naam 'meditatie'
    dater eigenlijk niets mee te maken heeft. Het eerste wat we
    duidelijk dienen te begrijpen is dat het hier niet om een fysiolo-
    gisch proces gaat. Daarvoor moeten we echter het fundamen-
    tele verschil (-wat helaas niet vaak ingezien kan worden door
    inellectuelen van zowel Oost alsWest-) tussen geest (mind) en
    hersenen verstaan .Ofschoon er een nauwe relatie tussen deze
    twee bestaat, moeten we toch leren inzien dat ze van elkaar
    verschillen ; ze zijn niet identiek. De hersenen vormen een
    fysiek orgaan ; de geest is niet-fysiek. Als we dit verschil niet
    goed onder ogen zien wanneer we over meditatie praten, lo-
    pen we gevaar meditatie te vertalen als een hersenfunctie of
    een specfieke hersenactiviteit. Bv. : mensen die een bepaalde
    meditatie-vorm, die erg populair is in het Westen, beoefenen,
    beweren dat wanneer iemand mediteert er zogenaamde alfa-
    golven in de hersenen vrijkomen. Deze golven wijzen op een
    zekere mate van ontspanning van de hersenen. Dit is zo .Maar
    omgekeerd kan men niet zeggen : als de hersenen alfagolven
    produceren, bevindt de persoon zich in een meditatieve toe-
    stand. Door onderzoekers van het biofeed mechanisme is be-
    wezen dat men door mechanische of electrische ingrepen de
    hersenen kan stimuleren om alfagolven te produceren . Maar
    op deze manier bereikt men geen meditatie ".

    Tijdens het jaar 1983 schreef ik als slot van het eerste oplei-
    dingsjaar tot Yogacharya een uitgebreid artikel met als titel :
    Meditatie of Concentratie. Het is een samenvattend overzicht
    van hoe men volgens de yoga-zienswijze de meditatie dient
    te bekijken en toe te passen. Als laatste bijdrage van deze
    blog zal dit artikel onder het nummer47worden opgenomen.

    18-06-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    » Reageer (0)
    20-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Meditatie of Concentratie
     

    -48.-
     
                           Meditatie of Concentratie .

    Als laatste aflevering van deze blog volgt hier het artikel omtrent
    de vraag wat er in de yoga van Patañjali bedoeld wordt met het
    woord 'Concentratie '.

    In de meeste boeken die onderricht geven over de beoefening
    van meditatie, wordt de nadruk gelegd op het feit dat de kennis
    van de mens en zijn geest noodzakelijk, is wil men weten wat het
    doel van de meditatie is en wat men van meditatie kan verwach-
    ten. Het vasthouden van de aandacht op het object van concen-
    tratie, weergegeven door het woord "Dhyana", wordt algemeen
    als meditatie aanzien. We zijn dan meteen midden in de psycho-
    logische fase van de yoga-beoefening van Patañjali. Deze fase
    heeft als doel het systematisch leegmaken van de denkactiviteit
    en moet tenslotte uitmonden in het stilleggen van het denken.
    Deze fase omvat drie oefeningen of treden :
    1° Dharana = het vastzetten van de denkfunctie op één punt.
    2° Dhyana = het vasthouden van de aandacht op dit punt.
    3° Samadhi = het wegzinken of de opslorping in dit punt.
    Deze 3oefeningen (antaranga ), zijn zeer innig met elkaar ver-
    bonden.Ze worden Samyama genoemd , en deze term ver-
    talen we door 'Concentratie'.
    Ten einde te kunnen begrijpen wat er tijdens de beoefening
    van samyama gebeurt, en om enigzins te weten wat het resul-
    taat is dat er kan op volgen, is het nodig dat we vooraf enige
    notie hebben omtrent de ons omringende wereld en onze
    plaats in deze wereld. We bedoelen hier niet zozeer de dingen
    die ons omringen in de kosmos en die we buiten ons waarne-
    men , maar wel ons lichaam en onze geest die volgens de yoga
    -zienswijze uitsluitend behoren tot de materie (Prakriti).
    Deze wereld omringt ons en houdt als het ware ons werkelijke
    "Zijn" gevangen ; we leven als overschaduwd door deze pra-
    kritiwereld waarmede we ons uiteindelijk ook vereenzelvigen .
    De mens denkt inderdaad steeds :"Ik ben deze geest (het
    denkvermogen ) ik ben dit lichaam" .Wanneer de geest en het
    lichaam het goed hebben, dan zijn we gelukkig . Dit alleen is
    immers van tel. En toch bestaat er in elk individu een inwendig
    verlangen naar bevrijding uit deze wereld. Het gaat niet alle
    dagen even goed. Er zijn dingen die we graag willen en andere
    dingen die we niet graag willen. Het voortdurend dualistisch
    gedrag van de ganse bedoening rondom ons, lijkt wel een ge-
    vang of soms wel een gouden kooi, waaruit we weg willen.
    Het verlangen naar vrijheidis niet te stillen wegens de gehecht-
    heid aandematerie waarmede we ons vereenzelvigen.
    De yoga-beoefening komt ons hierbij ter hulp. Zij wil voor ons
    twee zaken doen :
    1° ons bewust maken van onze ware grootte, nl.van ons
    "Zelf", de geestelijke monade in ons.
    2 °ons bewust maken van de nietigheid van ons materiële
    bestaan.
    Deze dubbele bewustmaking zal ons helpen ons Zelf te be-
    vrijden uit de band van de valse vereenzelviging welke ons
    nooit zal kunnen bevredigen. De yoga wordt aldus een be-
    vrijdingsproces genoemd,een bevrijding van de ziel uit het
    lichaam waarin ze gevangen zit .
    Volgens de westerse opvatting is de de ziel een constituante
    van de menselijke natuur, maar volgens de yoga-dârsana
    is zij een spirituele monade die,wat haar natuur betreft, echter
    volledig onafhandelijk staat van het lichaam. Zij verandert niet
    door haar verblijf aldaar. Om dit te kunnen begrijpen moeten
    we de aard van het lichaam en de geest kennen, alsook de
    aard van de spirituele monade (het Zijn), dat wij ten onrechte
    gelijk stellen met het begrip ziel uit onze westerse denkwereld.
    Wie is de mens ?
    Men dient vooraf te weten dat het begrip'mens' zoals wij dit
    kennen, geen equivalent heeft in de yoga-dârsana .Volgens de
    yoga-opvatting bestaat het lichaam van de mens als een sub-
    stantie(dravya), uit materie met verschillende op elkaar liggen-
    de lagen die van het zelfde type zijn als deze van andere dra-
    vya's zoals een dier of een boom of een aarden pot. Alle dra-
    vya's zijn dus afkomstig van dezelfde samenstellende delen ,
    maar hun wijze van opbouw is verschillend.Doordat de samen-
    stelling niet steeds in dezelfde verhouding voorkomt wat de sa-
    menstellende delen betreft, is er slechts een relatieve stabiliteit
    of duur, en zijn erverschillende types waardoor ook de indivi-
    duën van elkaar verschillen binnen hun soort. Deze relatie-
    ve stabiliteit wijzigt niet de essentie van de samenstellende de-
    len die we grove elementen of primaire atomen noemen, maar
    wel de manier waarop ze met elkaar samenwerken volgens
    een zeker programma waaruit de individuele vorm 'dharmi 'ge-
    boren wordt, welke op zijn beurt kan herhaald worden( dwz
    een vernieuwing ondergaan)en die we'dharma' noemen. De sa-
    menstellende delen of primaire atomen, die ook essentiële be-
    palingen genoemd worden, bestaan eeuwig,( dwz : ze vergaan
    niet tot niets en komen ook niet uit het niets voort ): ze ver-
    schuiven slechts in ons tijdsbeeld . Men kan zich dus de vraag
    stellen : hoe ziet dan de Yoga de mens als persoon,met zijn be-
    wustzijn, begaafdheden en handelingen ? Hier raken we een
    van de essentiële verschillen in opvatting aan, van ons westers
    denken en de yoga-dârsana.Volgens de yoga zijn de akten van
    bewustzijn begaafdheden en handelen, het resultaat van de be-
    drieglijke éénheid van de prakriti-aktiviteiten met het Zelf (Be-
    wustzijn ) welke elk hun afzonderlijk bestaan hebben in wat
    wij 'de mens ' noemen ( en ook daar buiten wel te verstaan).
    Deze bedrieglijke éénheid spruit voort uit het feit dat de ego
    -functie(ahankara), een prakriti-werking, in de overtuiging ver-
    keert dat zij een subject is dat zich werkelijk bewust is van de
    akten die gesteld worden : een ego dus, dat ziich bewust zou
    zijn als uitvoerder van alle daden en als waarnemer van alle ge-
    voelens . Volgens de yoga-dârsana kan een prakriti-werking
    geen bewustzijn hebben , alleen het Zelfis Bewustzijn, ende
    klesa's(de kwellingen), veroorzaken deze verkeerde indruk
    Het is in dit geval hier 'asmita ', die het' ik-ben-gevoel', het' ik
    -doe-gevoel' en het ' ik-ben-bewust-gevoel doet ontstaan in
    de mens. Asmita isde prakriti-werking , het egotisme (ikheid),
    dat ons belet het werkelijke onderscheid te maken tussen het
    Zelf en de prakriti-functies in ons lichaam.
    Door yoga te beoefenen kunnen we de werking van de kwel-
    lingen afzwakken, zodat we ons langzamerhand opnieuw be-
    wust kunnen worden dat niet dit lichaam en niet die geest, maar
    wel het Zelf ons werkelijk bewustzijn is . Onze grote fout be-
    staat er dus in, dat we bewustzijn toekennen aan prakriti-wer-
    kingen die absoluut onbewust zijn, en dat we handelingen toe-
    schrijven aan het Zelf in ons, dat slechts zuiver Bewustzijn is en
    geen daden kan stellen. Willen we dus met goed gevolg de in-
    wendige beoefening van de yoga uitvoeren en samyama beoefe-
    nen, dan moeten we beseffen dat ons lichaam en onze geest
    aan de prakriti-werking hun materieel bestaan te danken hebben,
    en dat de Spirituele Monade of Het Zijn in ons, een gans ander
    bestaan heeft,dat tijdelijk overschaduwd wordt omwille van onze
    gehechtheid aan lichaam en geest. De yoga-beoefening wil aldus
    op pragmatische wijze te werk gaan om ons Zelf, dat op één of
    andere manierverstrikt is geraakt in de materie, of in relatie staat
    daarmee, en op één of andere wijze gevangen gehouden wordt
    door wat wij 'mens' noemen, als het ware opnieuw in vrijheid
    stellen, dwz : de mens tot Zelfrealisatie brengen.
    De werkelijke stap daartoe kan gezet worden door de beoefe-
    ning van samyama, de concentratiebeoefening die ons uiteinde-
    lijk kan voeren naar het besef van de nietigheid der materiële din-
    gen (ook van het lichaam en de geest), en naar het opvangen van
    een glimp van de glans van het Zelf. Het Zelf dat atriguna is(zon-
    der  of buiten  de guna's en hun werking),en absoluut zonder eni-
    ge materiële eigenschap, Dus inactief en onveranderlijk in tegen-
    stelling met hetgene we over de ziel in het Westen weten en zeg-
    gen. Wanneer we nu vertrekken van de wetenschap dat het
    lichaam en de geest steeds veranderende werkingen zijn van Pra-
    kriti (de guna's),en weten dat het Zelf een spirituele monade is
    die tengevolge van de werking van de klesa's aanzien wordt als
    het bewuste 'ik' van ons materieel bestaan, dan kunnen we ook
    begrijpen dat er aan deze verkeerde opvattingeen einde kan
    gesteld worden door beoefening van yoga. Dan kunnen we ook
    het bevrijdingsproces van de Yoga begijpen.
    Het niet-onderscheidmakend- inzicht is inderdaad de kwelling
    waarvan we ons moetten trachten te bevrijden , omdat dit ons
    ware Zelf verborgen houdt.
    In yoga-termen uitgedrukt bestaat de mens dus uit grove substan-
    tiële materie (lichaam en geest) die door vereniging met het Zelf
    a.h.w. bewust leeft. De grove en substantiële materie zijn het re-
    sultaat van de prakriti-werking door de drie guna's, welke onbe-
    wust hun eigen evolutieproces gaande houden zonder enige wer-
    king van buiten uit. Zij geven ontstaan aan alles wat in de kos-
    mos aanwezig  is, zowel op  fysisch als op  geestelijk  terrein
    dat de mens kenmerkt, dwz. zijn lichaam en zijn geest.
    In de mens treffen we dus niet enkel een objectieve evolutie aan 
    maar ook een subjectieve evolutie van Prekriti .Deze laatste onder-
    scheidt de mens van de andere prakriti-realisaties. Vooral in ver-
    band met de beoefening van de inwendige trede van de Yoga , is
    het van groot nut te weten hoe de prakriti-werking het denkvermo-
    gen van de mens tot stand gebracht heeft. Uit de Samyavasta,(dit
    is de toestand van volkomen evenwicht der drie guna's die op dat
    ogenblik Prakriti zijn, in haar ongemanifesteerde kosmische toe-
    stand), zal door het niet-beginnende principe van "Alle gevolgen be-
    staan vooraf in de oorzaak", de grote entiteit Mahat zich mani-
    festeren . Deze Mahat, die ook Mahatattva genoemd wordt ,( wat
    betekent'Alleen maar Zijn') is de eerste uiting van evolutie die aan
    alle subjectiviteit of objectiviteit voorafgaat. Mahat houdt dus ook
    de bewustzijnsfunctie in wanneer men ze in haar verdere evolutie
    op het psychologisch terrein beschouwt. Deze bewustzijnsfunctie
    wordt ook "Buddhi' genoemd en moet gezien worden als de basis
    van gewaarwording. Zij is dus niet het Bewustzijn zelf, maar de
    functie van bewustzijn , daar waar Bewustzijn of het Zelf in relatie
    zal komen met de ego-functie tijdens een akte van waarneming of
    handelen. Uit Mahat ontstaat verder de ego-functie(ahankâra) die
    onbewust alle opgedane ervaringen tot samenhangende dingen bij
    elkaar brengt,en ze in de bewustzijsfuncie (Buddhi) brengt waar
    ze belicht worden door het Zelf, maar ingevolge de kwelling'asmita'
    omgezet worden  in ik-ben-gevoelens of ik-ben-ervaringen.
    Het mentaal complex van de mens, dat in yoga-termen Citta wordt
    genoemd, omvat drie interne prakriti-functies die aanleiding geven
    tot bewuste ervaring. Twee van deze functies heb ik hierboven
    reeds aangehaald, nl .: de bewustzijns-functie en de ego-functie.
    De derde functie is Manas (het verstand). Deze functie vergelijkt en
    maakt onderscheid tussen de dingen die door de zintuigen worden
    waargenomen. Aldus voert Manas een waarnemende of erkennen-
    de aktie uit, terwijl de ego-functie zorgt voor de centraliserende
    aktie welke overgaat in ik-gevoel, ik-denk-gevoel ik-handel-gevoel
    enz... Dit gevoel grijpt als een bewuste gewaarwording plaats dank
    zij de bewustzijns-functie waar de relatie met het Zijn zich voordoet.
    De werking van Citta (manas-egofunctie-buddhi) doet zich voor
    als een op- en neergaan van golvingen op het water."Deze golvingen
    stilleggen (aldus Patañjali), is Yoga, en dan kan men het Zelf waarne-
    en". De techniek die daarvoor aangewend wordt noemt men in de
    yoga-beoefening Samyama = Concentratie. Indien we nu aanne-
    men dat het woord 'meditatie' in de Samyama zijn plaatsvindt on-
    der het gedeelte van de concentratie dat Dhyana genoemd wordt ,
    (het vasthouden van de aandacht op het object van concentratie),dan
    kunnen we beginnen met de oefeningen die ons zullen helpen om tot
    dit vasthouden te komen We moeten ons echter geen illusies maken
    dat alleen het toepassen van deze oefeningen het ware doel in onze
    onmiddellijke nabijheid brengt. Veel geduld , ernstige inspanningen en
    vooral volledige passieloosheid zijn daartoe vereist.
    Wanneer we de meditatie op deze manier bekijken , dan is ze slechts
    een onderdeel van de samyama die ons denkvermogen zal helpen
    stilleggen en alle prakriti-werking uitschakelen . Mediteer dus, en ...
    tracht door meditatie tot concentratie te komen.
    W. Ingels
    Yoga-leraar
    HALÂSANA- MALDEGEM  Zomer1983.

    EINDE BLOG - 'MIJN YOGA-BELEVENISSEN'
    Nieuwe blog: zie categorie Filosofie: 2wilmaldegem1931,
    vanaf 25/01/2007. De Yoga-sutra van Patañjali. 

    Zie eveneens : categorie  filosofie : een yogacurus :
                     http://blog.seniorennet.be/3wilmaldegem1931 

    Zie eveneens  : categorie Ervaringen en herinneringen
     AFRIKA :   http://blog.seniorennet.be/5wilmaldegem1931
     
                                                             -oOo-

    20-08-2008 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    26-11-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MEER WETEN OVER YOGA.
    Beste Bezoeker.
                              Indien u meer wilt weten over de Yoga van Patañjali
                               gelieve mijn nieuwe blog te raadplegen:
                               http://blog.seniorennet.be/4dewilmaldegem1931

    26-11-2009 om 20:34 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (7)


    Archief per week
  • 23/11-29/11 2009
  • 18/08-24/08 2008
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    boetseren
    blog.seniorennet.be/boetser

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!