eerst zal ik mij even voorstellen. Mijn naam is Agnes, ik ben nu 60 jaar oud. Woon in Maastricht in Nederland. Mijn bezigheden is deze pc. Sinds 2004 ben ik verhalen en gedichten gaan schrijven en om die ook een plaatsje te geven, heb ik voor deze website gekozen. Ik heb al twee websites, een voor al mijn mooie power points die ik heb mogen ontvangen en een voor mijn helaas te vroeg gestorven idool Roy black. Zodat het op één website geen zoek machine word, heb ik er maar drie websites van gemaakt. Aan de rechterkant van de blogs staan links naar die andere twee sites. Op dit blog zal ik ook wat van mijn vakanties gaan laten zien, hier laat ik zien wat ik wil laten zien.Ik hoop op vele reacties, dan weet ik of ik het goed doe, maar ik blijf mijn best doen om mij nog meer te verbeteren. In mijn verhalen kunt u te weten komen wat er in mijn leven is gebeurd. Ik ben heel trots op mezelf, dat ik ondanks alles nog wat mag presteren. groeten van Agnes.
Deze zijn voor allen die aan kanker lijden.
De stille pagina, worden mensen herdacht die het zwaar hebben, hier kan een meelevend bericht geplaatst worden, aan zij die wat extra aandacht verdienen.
mijn sterrebeeld
dit kaarsje brand altijd, zoals de strijd tegen kanker blijft doorgaan.
geluk maakt je sterk, verdriet houd je menselijk, mislukingen houden je nedering, maar alleen hoop, laat je vooruit gaan. bron: ???
deel de vreugde die je te beurt valt, geluk is als een tweeling geboren.
je kunt elke paddestoel eten, alleen enkelen slechts één keer.
vriend,
je hebt iemand nodig, stil en oprecht, die als het erop aan komt, voor je bidt of voor je vecht. pas als je iemand hebt, die met je lacht en met je grient, dan pas kun je zeggen: ik heb een vriend.
bron: toon hermans.
met alcohol kun je alles bewaren, behalve geheimen.
bron: anneke v. u.
Etiketten plak je op flessen, niet op mensen.
hou van mensen, zoals ze zijn. er zijn geen anderen. agnes.
rood is de liefde, geel is de haat, groen is de hoop,
grijs is het kwaad, blauw is de trouw zwart is de rouw, wit is de onschuld, waar ik zo vanhouw!
Ik was eenzaam stil en alleen, geen mensen om me heen. Ik kon het haast niet verdragen, maar ik wilde ook niet klagen.
Ik zocht een lijn met de buitenwereld, de telefoon een mooi ding in de wereld. Hij kon mij niet bevredigen, ik wilde meer, met mijn handen wat doen, die jeukten weer.
Heel onverwacht kwam de pc in mijn leven, ik was niet meer alleen, hij deed mij veel geven. Contacten waren voor mij heel belangrijk, ik bloeide op, werd weer vrolijk en blij.
Ik kan hem niet meer uit mijn leven denken, hij heeft nog zoveel te schenken. Deze verslaving word ik nooit zat, internet, chat, @mail, hou a.u.b. CONTACT.
Voor een graf staan, is iets onwerkelijks. Je weet dat die persoon, die je bezoekt er niet meer is. Je ziet niet niet zijn naam Roy Black staan, wel zijn burgelijke naam Gerhard Hollerich. Daar sta je dan als vurige fan, te wachten. Je verstand zegd, dat hij er niet meer is, je weet wat dood zijn betekent, weggaan en niet meer terugkomen. maar het gevoel hunkerd naar een weerzien, nog eenmaal zijn stem horen.
Daar bij dat graf, heb ik in gedachten, mijn lompe gedrag, daar op die camping in Spanje uitgelegd, in de hoop dat hij het gehoord en vergeven heeft. Als hij me daar zo heeft zien staan, weet hij dat het menens was, Dat ik hem geen snulze zanger vind, maar een artiest met een warm hart. dat op de goede plaats zat, en dat voelden zijn fans. Ik weet zeker, nu ik in gedachten hem de ware toedracht heb verteld, hij me vergeven heeft, maar de pijn blijft.
na een laatste groet ging ik weg, Roy leefd niet meer, maar nu 18 jaar na zijn dood treuren de fans nog steeds om hem. Ze komen nog elk jaar 2x naar Strasberg om zijn graf te bezoeken, en hem te herdenken, ik ook.
op 2 september moest ik afscheid nemen, van mijn dokter, die mij 19 jaar behandeld en begeleid heeft toen bij mij hairy celss leukemie werd ontdekt. we deelden lief en leed, nu gaat ze weg naar een ander ziekenhuis en ik blijf hier. voor haar heb ik dit gedicht gemaakt en op een mooi document papier gegeven bij het afscheid nemen en een pen, waarin de datum 1992-2008 stond gegrafeerd.
VRIENDSCHAP,
Een ontmoeting aan een ziekenhuisbed, met een dokter, die kwam pas net. We keken elkaar aan, beiden verlegen, ik niet op mijn gemak, zo laag gelegen. Beiden wisten we niet hoe het zou lopen, we konden alleen maar hopen.
Samen begonnen we aan een gevecht, we deden het niet slecht. We klommen steeds wat hoger op, als beloning, haalden we de top. Er gingen wel tien jaren overheen, toen was ik op de been. Tweifel en angst werd ons niet gespaart, we waren vaker van de kaart.
Maar plots sloeg het noodlot weer toe, ik viel in coma, ik was toch zo moe. Onder in dat diepe dal, zag ik bovenaan, mijn dokter bezorgd kijkend staan. Haar kon ik niet teleurstellen, en begon de berg op te rennen. Haar inzet mocht niet voor niks zijn, dat deed haar zeker pijn.
Samen kwamen we er wel weer uit, en hoefde van haar niet meer een spuit. Nu is het tijd om afscheid te nemen. ik moet verder op eigen benen. Zij gaat naar een andere baan, zo zie ik haar nooit meer naast mijn bed staan. Nu kan ik haar alleen maar zeggen, dank je, dank je wel.
Ik voel mij verlaten, mijn houvast gaat zijn eigen weg, ik had nooit gedacht dat een arts zoveel voor mij kon betekenen, maar zij redde wel mijn leven.
Sommige drempels in mijn leven, zou ik niet meer willen beleven. Ze waren veel te hoog en te glad, de ruimte werd soms te krap.
Je moet al een drempel overwinnen, als het leven gaat beginnen. Met een klap op de bil, geef je wel een gil.
Naar school gaan aan moeders hand, vol van twijfel drukte ik me aan de kant. Een lichte druk, en warempel, ik ging over die drempel.
Later voor het trouwaltaat staan, was een drempel, die ik wel wilde gaan. Het koste wel mijn vrijheid, maar het bracht ook blijheid.
Heel wat drempels heb ik overwonnen, die ik niet zelf heb verzonnen. De weg naar het hiernamaals, ben ik al geweest, voor die weg, heb ik niet meer drempelvrees.
In elke stad of land, zie ik jou gestrand. Armoedig hang je er rond, stinkt vaak naar stront. Je hebt geen doel meer in je leven, we willen of kunnen jou niks geven.
Soms gooien we een aalmoes in je pet, dan hebben we in ons een beetje pret. We hebben een arme donder wat gegeven, te weinig om van te leven. Zo zoekt hij steeds naar wat brood, elke dag weer, tot aan zijn dood.
Vandaag geinstaleerd explorer 8. Hij stond al lang in de wacht. Ik heb hem maar genomen, het moest er toch eens van komen. Nu afwachten wat hij me bied, dat ligt nog ver in het verschiet.
Eens kijken wat ik ermee kan doen, hopenlijk kost hij me niet veel poen. Vaak zit ik met mijn handen in het haar en krijg het toch niet klaar. Moet ik toch weer hulp gaan vragen, ik word zo moe van al dat klagen.
Helpen willen ze allemaal, maar niet aan een halve gaar. Terwijl ik toch zo mijn best doe, vechten voor mijn doel. Zolang ik kracht heb ga ik door, maar zet me niet op een dood spoor.
Dat betekend voor mij het einde, daar wil ik helemaal niet zijn. Zolang als ik nog plezier heb, ga ik door, ook zonder help. Ik zoek het dan zelf wel uit, maar helaas, ergens lig ik eruit.
Ik was in de bloei van mijn leven, had kracht en energie. Ik had nog zoveel willen geven, had levenslust voor tien. Het heeft niet zo mogen wezen.
Een heimelijke ziekte nam mij alle kracht, het ontnam mij alle macht. dat mij dat zou overkomen, zag ik nog niet in mijn stoutste dromen. Ik zag alleen de zwarte nacht.
Maar plots ging de zon weer schijnen, voorzichtig een nieuw begin. Het leven begon weer te kolken, langzaam verdwenen de wolken. Plots mocht ik er weer zijn, had het leven weer zin.
Ik kan het nauwelijks geloven, Mijn hart hield op te lopen. ik lag daar dood en stil, maar met veel levenswil, ben ik erdoor gekomen.
Het vechten is nu dubbelop, Mijn hele wereld staat nu op zijn kop. Ik ga me eerst bezinnen, en dan opnieuw beginnen. maar nu hoop ik met minder mot.
Ik ben nu zoals ik hier zit, een vrouw met nog veel pit. Het zal je maar gebeuren, dat ik hier zit te zeuren. Dan had terugkomen geen zin.
Koninginnedag begon als een droom, alle straten waren schoon. vrolijk wapperden overal de vlaggen, alle straten waren één grote vlag. In alle steden waren grote feesten. heel Nederland vierde feest. het was een drukte van belang, konginnedag was aan de gang.
Ik Apeldoorn, tussen de gewone volk, de koningin nu zonder tolk. We spraken nu dezelfde taal, niemand ging aan de haal. Overal hoorde je muziek en pret, zelfs het koningshuis had zijn pret. Het feest eindigde niet als een droom, een idioot bracht verderf en dood.
Zo een zaterdag, doe zo mooi begon, wreed verstoord, als het maar zijn kon. Angst om een terreur aanslag, bracht ons allen van slag. Dit zinloze ongeluk, had nooit mogen gebeuren, er zijn teveel slachtoffers te betreuren. Het feest eindigd niet als een droom, wreed verstoord door een idioot. Het eindigd bar en boos.