De Stomme van Portici
De Stomme van Portici
De Stomme van Portici (La Muette de Portici) is een opera in vijf bedrijven gecomponeerd door de Franse toondichter Daniel François Esprit Auber (1782-1871) op een libretto van August Eugène Scribe (1791-1861), dat weer op een tekst van Germain Delavigne berust. Het stuk werd voor het eerst in 1828 opgevoerd in de Opéra in Parijs.
De Stomme van Portici was in de negentiende eeuw bijzonder populair maar verdween later van het repertoire. Dat het werk nog steeds een zekere bekendheid geniet, is grotendeels te danken aan het feit dat een opvoering ervan op 24 augustus 1830 in de Muntschouwburg te Brussel de gemoederen van de toeschouwers zo sterk in beweging bracht, dat er anti-Hollandse rellen uitbraken die tot de Belgische Revolutie zouden leiden. De opera-uitvoering werd nota bene gegeven ter viering van de 58e verjaardag van koning Willem I.
Het moment waarop tijdens de uitvoering in 1830 de vlam in de pan sloeg, was toen er een aria werd gezongen op de volgende tekst:
"Amour sacré de la patrie,
Rends-nous l’audace et la fierté;
A mon pays je dois la vie.
Il me devra sa liberté.[1]"
Vertaling:
Heilige liefde voor het vaderland,
Geef ons de moed en trots;
Aan mijn land dank ik mijn leven.
Het zal aan mij zijn vrijheid te danken hebben.
De Stomme van Portici is om nog een reden van belang: deze opera wordt wel gezien als de eerste echte Grand opéra, een operagenre in Parijs dat vooral populair zou worden dankzij Giacomo Meyerbeer.
De onafhanklijkheid van België was in 1830, maar de Monarchie werd maar in 1831 gesticht. Koning Leopold I prins van Saksen - Coburg -Gotha legde de eed af op 21 Juli 1831.
De koning kwam per boot van Engeland in Calais aan, waarna hij per koets naar de Panne werd gebracht, op 21 juli 1831 legde hij op het Koningsplein de grondwettelijke eed af als eerst Koning van België.

