Naar de inhoud

78-TOEREN.be

Oldie- & volksmuziek Vlaanderen & Nederland
akke.beakke.be

Archief

Eurosongfestival 1957 met Bobbejaan Schoepen



\"\" Eurovisie Songfestival 1957
Datum: 3 maart 1957
Lokatie: Großer Sendesaal des Hessisches Rundfunks, Frankfurt am Main
Presentatie: Anaid Plikjan

Hoewel Zwitserland de eerste editie van het Eurovisie songfestival had gewonnen, vond het songfestival in Duitsland plaats. Pas na 1957 zou de traditie ontstaan, dat het winnende land in het daaropvolgende jaar het songfestival zou organiseren, mits ze daartoe in staat waren.
In tegenstelling tot in 1956 mochten deelnemende landen niet twee maar slechts 1 liedje inzenden. Door het succes van het eerste Eurovisie songfestival hadden Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk zich namelijk aangemeld om deel te nemen aan de tweede editie. Het totaal aantal landen kwam daardoor op 10.
Het tweede Eurovisie songfestival werd gewonnen door Corry Brokken, die Nederland ook in 1956 en in 1958 op het songfestival vertegenwoordigde. Corry maakte niet alleen indruk met haar liedje, maar ook met de zeer expressieve wijze waarop ze haar verhaal vertelde.

\"\" Denemarken maakte een zeer verdienstelijk debuut met het duo Birthe Wilke & Gustav Winckler. Gustav had het uniform aan van een kapitein, aangezien het lied het verhaal vertelde van een schip dat uit moest varen. Wellicht maakte de lange en gepassioneerde kus aan het einde van het lied wel de meeste indruk.


Het Verenigd Koninkrijk werd vertegenwoordigd Patricia Bredin. Patricia was in haar thuisland een bekende musical en filmster. Deze roem bracht haar echter weinig geluk. Ze eindigde met haar lied “All” op de zevende plaats. Haar lied “All” staat echter nog steeds in de boeken als het kortste songfestivallied ooit en duurde nog geen twee minuten, 1 minuut en 52 seconden om precies te zijn. Na het Verenigd Koninkrijk kwam Italië op het podium, dat werd vertegenwoordigd door Nunzio Gallo. Zijn lied “Corde della mia chitarra” duurde in totaal 5 minuten en 9 seconden, aangezien de regel dat een liedje slechts drie minuten mocht duren toen nog niet bestond.

\"\" Zwitserland werd wederom vertegenwoordigd door Lys Assia. Lys had haar doorbraak met het lied “O, Mein Papa”, dat door meerdere artiesten op de plaat werd gezet. In 1956, op het eerste Eurovisie songfestival zong ze beide Zwitserse nummers, “Refrain” en “Das alte Karussel”. “Refrain” wist het festival te winnen, de puntentelling werd echter nooit bekend gemaakt. In 1957 deed ze weer mee met het lied “L’enfant que j’etais” en werd gedeeld achtste. Revanche kwam er een jaar later in Hilversum toen de Zwitsers haar voor de derde keer hadden gestuurd. Het lied “Giorgio” werd tweede.
Ieder land werd vertegenwoordigd door een tienkoppige jury die ieder een punt mochten geven aan het favoriete liedje. Het land dat als laatste zijn lied ten gehore had gebracht, Zwitserland, was het eerste land dat de 10 punten verdeelde, opener van het festival België had de eer om als laatste land de punten te geven. De spanning was er toen echter al af, aangezien Corry Brokken toen al een niet meer in te halen voorsprong had genomen.

Einduitslag Eurovisie Songfestival 1957:
1. Corry Brokken – Net als toen (Nederland) 31
2. Paule Desjardins – La belle amour (Frankrijk) 17
3. Birthe Wilke & Gustav Winckler – Skibet skal sejle i nat (Denemarken) 10
\"\" 4. Danièle Dupré – Tant de peine (Luxemburg) 8
4. Margot Hielscher – Telefon, Telefon (Duitsland) 8 (foto)
6. Nunzio Gallo – Corde della mia chitarra (Italië) 7
7. Patricia Bredin – All (Verenigd Koninkrijk) 6
8. Bobbejaan Schoepen – Straatdeuntje (België) 5
8. Lys Assia – L\'enfant que j\'étais (Zwitserland) 5
10. Bob Martin – Wohin, kleines Pony (Oostenrijk) 3

Reageer op dit bericht Stuur door

Eurovisiesongfestival - Cannes - 1959

\"\" Eurovisie Songfestival 1959
Datum: 11 maart
Lokatie: Palais des Festivals, Cannes
Presentatie: Jacqueline Joubert


\"\"Aan het vierde Eurovisie Songfestival deden 11 landen mee. Luxemburg sloeg een jaar over en Groot-Brittanië was na een jaar afwezigheid weer aanwezig. Monaco debuteerde, maar eindigde wel op de laatste plaats. Monaco werd vertegenwoordigd door Jacques Pills, schuilnaam voor Jacques Ducos. Hij is de vader van de latere winnares Jacqueline Boyer (ESF 1960). Jacques Pills was eind jaren \'40, begin jaren \'50 in Frankrijk erg succesvol. Hij maakte met Gilbert Bécaud succesvolle tournees, o.a. in de Verenigde Staten. Samen schreven ze voor Edith Piaf: Je t\' ai dans la peau. In 1953 huwde hij Edith Piaf. Hij slaagde er echter niet in haar van drugs en alcohol weg te houden.

\"\"Net als in 1958 werd Italië vertegenwoordigt door Domenico Modugno. In 1958 werd hij 3e met de klassieker Nel blu, dipinto di blu, beter bekend als Volare. In 1959 werd hij met Piove 6e, ook dit lied groeide uit tot een klassieker. In 1966 probeerde hij het nogmaals met   Dio, come ti amo maar wist geen punten te behalen.

\"\"De tweede plaats in dit songfestival was weggelegd voor:
Sing litlle birdie
, gezongen door Teddy Johnson & Pearl Carr voor Groot-Brittanië (zie foto rechts).
Op de derde plaats eindigde het organiserende land, Frankrijk:
Oui oui oui
van Jean Philippe (zie foto onder)
De overwinning ging voor de tweede keer in vier jaar naar Nederland. Teddy Scholten. Teddy kreeg geen punten uit Zweden, Zwitserland en Denemarken.
De hoogste score kwam van Italië, die 7 punten over hadden voor:  
Een beetje.

\"\"Einduitslag Eurovisie Songfestival 1959

1. Teddy Scholten - Een beetje (Nederland) 21
2. Pearl Carr & Teddy Johnson -Sing little birdie (GB) 16
3. Jacques Philippe - Oui oui oui oui (Frankrijk) 15
4. Christa Williams – Irgendwoher (Zwitserland) 14
5. Birthe Wilke - Uh-jeg ville ønske jeg var dig (Denemarken) 12
     (in 1957 werd Birthe Wilke in duet met Gustav Winckler
     3e met ‘Skibet skal selje i nat’)

6. Domenico Modugno – Piove (Italië) 9
6. Bob Benny - Hou toch van mij (België) 9
\"\"    (Bob Benny werd in 1961
    gedeeld laatste met ‘September, gouden roos’)

8. Alice & Ellen Kessler - Heute Abend woll\'n wir tanzen gehen
    (Duitsland) 5
9. Brita Borg - Augustin 4
9. Ferry Graf - Der K und K Kalypso aus Wien (Oostenrijk) 4
11. Jacques Pills - Mon ami Pierrot (Monaco) 1
Reageer op dit bericht Stuur door

John Lundström

John werd geboren te Antwerpen op 6 oktober 1919 in het Schipperskwartier, waar zijn vader een zeemanscafé open hield. Antwerpser kan al moeilijk, ook al klinkt zijn naam als van de Noormannen en was zijn grootvader een Zweedse zeeman die op een blauwe maandag in de havenstad zijn anker had uitgeworpen en niet meer loskreeg. De jongste van zeventien, geboren en getogen in de Schippersstraat, waar hij woonde tot in de jaren dertig, toen zijn ouders genoeg hadden verdiend om met de voltallige kroost naar buiten - zijnde het Kiel - te trekken. Die tien jaar waren echter voldoende om John Lundström meer dan vertrouwd te maken met de harde werkelijkheid van het zeemansleven, een tema dat hij bij voorkeur in zijn "liekes" bezingt. Hij is een echte "volkszanger" in ongeveer de meest autentieke betekenis van dat woord. Geen romantische heimatliedjes voor hem, wel een recht-voor-de-raap bezingen van wat er in werkelijkheid gebeurt. Een verteller en filosoof die vertolkt wat het gewone volk voelt en denkt. Met weemoedige en soms romantische beschrijvingen van het Antwerpen van toen, maar ook met de wrange verhalen van de zeelui die in de kroegen hun heimwee en hartzeer uitzingen. En met steeds die bijtoon van zijn overtuigd socialist-zijn, wanneer hij uitvaart tegen het patronaat, tegen de partijbonzen, tegen de uitbuiting van de kleine man. Het zingen en musiceren is hem van kleinsaf, door zijn vader, meegegeven.
"Die speelde viool en zong erbij," vertelde John. Gewoon door hem na te spelen heb ik muziek geleerd. Toen ik wat ouder werd ben ik dan op stap gegaan, per autostop heb ik heel Europa rondgetrokken. In de jeugdherbergen heb ik kennisgemaakt met volksdans en volksmuziek. Ik ben zelfs nog een tijd lang "Vake Viool" geweest, vader van de jeugdherberg in Heide-Kalmthout."
Van "Vake Viool" naar socialistisch geëngageerd zanger is wel een hele stap. Een stap die John Lundström echter op een heel natuurlijke manier heeft gezet.
"Eerlijk gezegd, ik had nogal wat bezwaren tegen liedjes als My Bonnie, of Hoog op de gele wagen, of Annemarieke en dergelijke dingen meer. De charme is daarin ver te zoeken. En daar wou ik dan iets aan doen. Door zelf nieuwe liedjes te schrijven, maar altijd gestoeld op het Antwerps volksleven. Eerst in het teken van de kindervakantie, daarna zijn de andere nummers er automatisch uit gegroeid."
Dat die eerste liedjes gebaseerd waren op de kindervakanties, hoeft ook al helemaal geen verwondering te wekken. John is immers jarenlang technisch adviseur geweest voor de kindervakanties van het socialistisch ziekenfonds "De Voorzorg", waar hij ondermeer monitoren opleidde. Hij werkte bij de Nationale Dienst voor de Jeugd, verleende zijn medewerking aan het kinderuurtje op de radio en de televisie, gaf kursussen voor Scouts, Chiro en KSA, doceerde in de sociale school en was zelfs gastdocent aan de UIA. Hij was altijd begaan met  kinderen - én met hun muziek.
Hij leerde de kleintjes zelf hun instrumenten maken, en te bespelen. En het is helemaal geen eigenaardigheid om hem als een gulle, dikbuikige Rattenvanger van Hamelen aan het hoofd van een hele bende klein grut te zien lopen met slogans als "Wij willen spelen op de Koraalberg !" Want "Dat Antwerpen van ons" is niet alleen de titel van een van Johns platen, het is wis en waarachtig ook een zeer wezenlijk deel van hemzelf. Hij herinnerde zich nog hoe het vroeger was:
"Helemaal anders dan nu. Nu is het Schipperskwartier een vervallen krottenbuurt. Toen ik er nog woonden moesten de meisjes, die dan een hele nacht gewerkt hadden, 's morgens de straat kuisen. Er werd zand gestrooid in de café's, en de stoof en het koper werden gepoetst dat het een lieve lust was. En als de processie uitging, werd er papier gesnipperd om op straat te gooien, en alle huizen werden versierd met het mooiste wat er te vinden was. En karnaval, dat was ook zo iets, daar spaarden de mensen een heel jaar lang voor. Ze verkleedden zich prachtig, en gingen dagen na elkaar op zwier. Allemaal samen. Het was één groot familiefeest. Zo iets zie je nu niet meer."
Dat was helemaal John Lundström. Lyrisch als hij het over zijn stad had. Hij was dan ook direkt bereid om mee te werken toen de Antwerpse Snorrenklub werd opgericht. Ontbrak trouwens nooit op de maandelijkse vergaderingen. En schreef en komponeerde speciaal voor hen een eigen Snorrenlied.
Met als refrein:
"Want den iene zegt dit, en den and're zegt dat,
Maar ne smoel zonder snor is precies een bloeët gat."
Ook dàt was John Lundström die op 71-jarige leeftijd overleed te Merksem op 25 juli 1990.

De Brabantse folkgroep "Nogal Neig" bracht het nogal Middeleeuws klinkend "Ik zei laatst tegen mijn schoon lief" op CD uit. Dit nummer is opgedragen aan de Antwerpse troubadour en volkszanger John Lundström.
Onder de naam Deurne vinden we nog een belangrijke activiteit die ons aan John doet terugdenken. De moeite even in je agenda te noteren:
We vonden ook volgende aankondiging van:
TUSSEN POT EN KIND
"Lange Wapper leest Zurenborg de les"  De Nieuwe Gazet, 8/11/82 door AN
"Lange Wapper is zijne naam en slecht is zijn reputatie" zingt Wannes en zo is het ook. Nu is deze kwelgeest van onderdruk­kers en oneerlijke lieden weer opgedoken in het Antwerpse, in het levendige Zurenborg nog wel. Of vindt Wapper soms dat Zurenborg een lesje nodig heeft?
Geert Kimpen (17) van Theater Spelende Mens weefde rond deze grote figuur een musical voor kleine en grote mensen "Tussen pot en kind". Een heel collectief jonge 16 plussers speelt mee in dit prententieloze spektakel over Wappers leven van bij de geboorte tot nu. De makers doken in de stadsarchieven, pikten er de leukste Wapper-anecdotes uit, gaven alles hun eigen draai en een actueel tintje mee.
Het resultaat was een bomvol Centrum Zurenborg, spontaan meelevend, zingend en dansend met het amusante gebeuren op de scene. Heel natuurlijk en vooral gedreven spel van de debute­rende acteurs plus twee geroutineerden. Vooral de toespelingen op herkenbare actuele toestanden vonden weerklank in de zaal. Zo redt Wapper een bejaarde dame uit de handen van jeugdige straatrovers, maakt hij korte metten met een huisbazin voor wie huurders alleen maar plichten hebben, brengt hij een echtgenoot die zijn geld spendeerd aan drank en barmaids weer tot rede enzovoort. Dat alles in ongekuist Antwerps vol lolli­ge gezegdes en rake uitspraken, op de populaire muziek van John Lundstrom.
Wapper is terug... en hij mag blijven.

Het Volksmuseum Turninum te Deurne brengt een eerbetoon aan enkele van onze grootste volksdichters en liekeszangers uit Antwerpen “Den Djon en den Dré, want ’t woare twie patéékes”. Doorheen alle ruimtes van het museum wordt een tentoonstelling opgezet herinnerend aan beide “wandelende muziekdozen”.
Zij waren het volk, zij zongen van en met het volk, zij leerden zelfs de ‘maskes’ van de Leguit, de dokwerkers en de “zakkenwijven” liekes zingen. Andries De Weerdt, Dré genoemd, was de belangrijkste liekesschrijver van Oud-Antwerpen in de tweede helft van de negentiende eeuw. Hij liet meer dan 1700 liekesteksten na.John Lundstrom was een componist en zanger geboortig uit het Schipperskwartier, later wonend aan de Reuzenpoort in Borgerhout en tenslotte in zijn Deurne-dorp. Hij bezong de “gewone volksmens” in talloze teksten en begeleidde zichzelf op zijn onafscheidelijke viool.
Djon was tenslotte ook een van de medebezielers van het Volksmuseum van Deurne. Hij gaf er talloze zangavonden en bracht vele vrienden Ð zangers en muzikanten Ð mee.
De tentoonstelling wordt op 30 april ‘opengespeeld’ op ‘den doedelzak, den trekzak en de piano’ door Erwin Verstappen en zijn kompaan.
Organisatie:  Turninum
Wanneer :     30 april tot en met 20 juni
                       zaterdag en zondag van 14 tot 15 uur (groepen op aanvraag)
                       30 april : openingsreceptie van 19.30 tot 20.30 uur
Waar:            Volksmuseum Deurne - Koraalplaats - Deurne
Toegang:      gratis
Info:              03/326 75 98

Onder onze collega's bloggers heb ik eveneens een tekstje gevonden via Lama van Bomma. Ik neem het volledig over. Alvast bedankt voor deze vondst en de hulp:

 Klik op de afbeelding om de link te volgen
Van Bomma heb ik volgende reactie ontvangen op mijn logje van 19/11 in verband met het beeldje "Den Deugniet".

Den Deugniet, het beeldje is daar eind jaren 70 geplaatst door de middenstand uit de buurt " De gilde van den Deugeniet"
Waar het naar verwijst weet ik niet zeker, het staat wel dicht bij " Den Oudaan" de bekende toren waar de Antwerpse flikken resideren. En misschien staat dat ventje daar een beetje die flikken uit te dagen ?? Maar dan hadden ze het misschien beter "Pagadder" genoemd.
Er is een tijd geweest dat men het beeldje regelmatig "ontvoerde". Wijlen John Lundstrom, de bekende Antwerpse volkszanger heeft er ook een liedje voor gemaakt.
Vervolgens gaf Bomma mij ook nog volgende hint mee........
"Pedro, je hebt toch ook over dat ventje zijn billen gewreven hé want dat zorgt ervoor dat je een mooie snor krijgt."

(met dank aan Bomma voor de reactie)


"Deugnietlieke" zoals het te lezen staat op de plaat bij het beeldje:

Oep den Oudaan stater nondedju
à ventje in zen blote ku
't is famile van "Manneke Pis"
ge kunt goe zien dat nen "Deugniet" is

Ref.:

ja ja ja ....
Mensen bleft toch staon
en komter mor es aon
mor doeget met fatsoen
dan meude "wenske" doen

't is 't allerschoenste "gat"
van heel de koekestad
ja heel de waereld rond
vind men geen schoener "kont"

Ref.:

ja ja ja ....
Er staot geschreve onderaon
"Met heel de stad, mor nie me mij"
En die da nie goe verstaon
zen ni van hier,  geloofd me vrij.
Ref.: ja ja ja ....


(John Lundström december 1976)
 

Verdere nieuwsjes via Google gevonden:

 Caïphas is de Oelegemse stroper, die voor het eerst opduikt in de verhalenbundel 'Harslucht' van Jozef Simons in 1933. Naar aanleiding van de viering van de honderdste verjaardag van Simons in 1988 werd beslist de eerste Oelegmse reus de naam van de legendarische stroper te voorzien. Op zondag 5/6/1988 deed de reus zijn plechtige intrede, in het gezelschap van Vake Viool, Jeannette en Fredje Tokkelaar (alledrie uit Deurne) en Amelie uit Broechem. Als peter en meter fungeerden Ludo Simons (zoon van de schrijver) en Paula Van Rooy, trwijl burgemeester Mon Goossens en Leonie Smits getuige waren.
Schepper van de figuur is Gilbert Simons, die samen met de naaisters Agnes De Keersmaecker, Lena Meeuws, Marisse Devrindt en Greet Smets de kolos zijn uitzicht van stroper gaf. De Jozef Simonskring voerde het wagenspel Dientje Gooris op, en John Lundström componeerde voor de gelegenheid het lied van Caïphas.

refrein:
Caïphas, Caïphas, wor godde gij nortoe.
Och mense, lieve mensen, 'k weet het nie zoe goe. Caïphas, Caïphas en godde gij wer oep jacht. Ja mense, lieve mensen, mor 'kwacht tot deze nacht.

In de meule van Oelegem, Woenter ne groete reus. Hij draagt ne zwarten baard, en hij heeft ne rooie neus.

In den dag bleft hem t'huis mor 's avonds kundhem zien goan. Al heeft hem ne knuppel bij, sprekt hem gerust mor aon.

En dat hem uit strope gaat, da mag iedereen wete. Hij doeter niemand kwaad, zen kinderen moete toch ete.

De gendarme liggen oep loer, ze wille hem betrappe. Mor Caïphas dien is slim, en lotter zich nie in lappe.

En ieder joar oepnief, got hem mee in de stoet. Z'n beste kostumeke aon, 'n pluim oep zijnen hoed.

De mensen juiche hem toe, hij is vriend van iedereen. Zoe als Caïphas van Oelegem, zoe isser toch mor ien.

Foto's en meer teksten kon ik nergens terugvinden. Evenmin platen of nummers. Moest iemand me op de goeie weg kunnen helpen. Heel heel graag gedaan.
Wie heeft er foto's van John?
1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Henk de Bruin: Een leven lang muziek

Ruim 30 jaar maakt Henk de Bruin platen. In 1951 al, toen een grammafoonplaat nog echt iets bijzonders was, werd Henks stem in - toen nog - schellak geperst. Nu, ruim 30 jaar later, ligt er een plaat vol gloednieuwe opnamen klaar: een bewijs dat Henks populariteit nog steeds groot is. Henk, die 63 is, zingt nog steeds zijn oude suksessen als "Een mooie zomernacht", "Sonny Boy" en "Jouw ogen".
214 opnamen maakte Henk sinds 1951, met orkesten onder leiding van mensen als Francis Bay, Tonny Vess, Willy Rockin en Tom Erich. In de jaren '50 toerde Henk ook met het orkest van Tony Erich door België en Nederland, samen met artiesten als Annie de Reuver, Johnny Meyer en Eddie Christiani. Henk had eigen programma's op de BRT ("Wie gaat er mee op reis met Henk de Bruin naar Parijs") en op Radio Luxemburg ("Hier met Henk de Bruin")
In 1958 opende Henk in Bredene aan de zee zijn eigen theater: het Casino Duinhof. Hij bracht er volop theaterprogramma's, maar ook... een ijsprogramma op de enorme schaatsbaan. Een keer per jaar zond de Belgische televisie dat ijsprogramma uit.
Ook in 1958 stichtte Henk zijn eigen, 18 man sterke showorkest, onder leiding van Roger Berry. De groep telde twee zangeressen, twee zangers, twee balletdanseressen en een balletdanser. De steeds hoger worden personeelskosten noopten Henk ertoe, het orkest te verkleinen en in 1969 bestond het showorkest nog uit 11 personen. Nog steeds een respektabel aantal. Henk toerde door binnen- en buitenland, speelde elk jaar 3 maanden lang in het Brusselse hotel Metropole en natuurlijk ook vaak in zijn eigen zaak in Bredene. Belangrijke buitenlandse vermaakcentra waar Henk met zijn orkest optrad zijn de casino's van Bern en Luzern, de Gartenhalle in Zürich, Grand Chêne in Lausanne, de Stadthalle in Dortmund en Keesse in Berlijn.
Daarnaast maakte Henk Welfare toernees voor Belgische soldaten in het buitenland.
In Nederland trad Henk op in Heck en Rutecks zaken in Amsterdam, Utrecht en Den Haag, in het Atlanta hotel in Rotterdam en zelfs in Diergaarde Blijdorp. In Frankrijk was Henk te bewonderen in het gigantische Palais de la Méditerranée in Nice, in het casino aldaar en in tv-studio's in Lille en Straatsburg.
In 1970 ging Henk op de solotoer. Hij trad onderandere op in het Theatre de la Gaîté in Brussel. Enkele jaren later vinden we Henk terug in radio- en tv-programma's van mensen als Jan Theys: De tijd van Toen, Jonger dan je denkt en Liedjes van toen. Henk werd en wordt nog veel begeleid door het orkest van Al van Dam.
Henks eerste optredens bevatten aria's uit "De barbier van Sivilla", later kwam hij via operettes in een steeds lichter genre terecht. Maar zijn klassieke scholing drukt nog steeds een stempel op zijn zang. Zijn warme, aangename baritonstem klinkt nog even fris, ook nu in 1982.
In 1942 stond Henk al op het podium, met het orkest van Eddie de Latte. Nu 40 jaar later is Henk, 63 jaar oud, nog steeds een gevierd artiest, ook ver buiten België.
(dit schreef Bert Salden in maart 1982)

 De in 1921 geboren Brandsma speelde nog voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in zijn geboorteplaats Leerdam op de hoek van de straat onder de naam "De Drie Zwervers". De andere twee "Zwervers" waren Joop Gieltjes en Henk de Bruin.
Zij speelden country en zelfgeschreven levens- en jodelliedjes. De muzikaliteit van de heren viel de eveneens in Leerdam woonachtige VARA-medewerker Verbaan op, die ervoor zorgde dat het trio in het programma VARA's Stalenboek kon optreden. Het gevolg was dat ze meer bekendheid kregen, waarop vele optredens volgden.
Toen Brandsma rond 1950 naar Emmen verhuisde was het gedaan met De Drie Zwervers uit Leerdam.
1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Carlo Caluwé - My Darling - 1958

Een bewijs dat Carlo Caluwé zowel in het Nederlands als in het Frans zijn muzikale weg vond kun je lezen in onderstaand mix-succes uit 1958 "My Darling".

Carlo Caluwe
My darling
1958

denk ik slechts alleen aan jou.
Want ik kan je niet vergeten,
omdat ik zoveel van je hou.

Schat je mag me heus geloven,
't zal zonder jou niet meer gaan.
'k Kan zonder jou niet meer leven,
ik voel steeds mijn hart voor jou slaan.

Darling ... ik kan je niet vergeten
Darling ... tu est mon seul amour
Darling ... dat zal je toch wel weten
Darling ... je t'aimerai toujours
I come back tomorrow
I come back to you
O mijn schattig meisje
ik wil weer naar je toe
Darling ... ik wil je weerom kussen
I love you, O Darling, mon amour.

1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Carlo Deman - biografie

Charles Van Den Bossche werd in 1929 uit Vlaamse ouders geboren te Montignies-Sur-Sambre bij Charleroi.
Als tiener nam hij deel aan de toen gekende crochetwedstrijden in Charleroi en omstreken en optredens ter gelegenheid van allerlei verenigingsfeestjes.
Zijn eerste optreden voor een groot publiek op achttienjarige leeftijd met Franstalige charmeliedjes bracht hij onder de artiestennaam Charlie Dan.
Na het vroegtijdig overlijden van zijn vader verhuist Charles met zijn moeder naar Aarschot, waar immers de meeste familie van weduwe Van Den Bossche woonde. Daar zingt Charles in zijn vrije tijd als jazz-vocalist met het orkest The Skymasters. Hij treedt ook enkele malen op in de show van de toen debuterende Bobbejaan Schoepen, samen met Annie en Bob Davidse en de getalenteerde zanger/componist/tekstdichter/conferencier Johnny Steggerda. In die periode leert de Franstalige Charles vlot Nederlands zingen en praten.
In 1951 wint hij een zangwedstrijd in Vilvoorde en een engagement bij het orkest van de toen zeer populaire accordeonvirtuoos Bob Artoos. Charles treedt de twee daarop volgende jaren afwisselend op in Mechelen en Vilvoorde.Zijn legerdienst vervulde hij in 1953 in het militair hospitaal te Berchem. Daar componeerde hij zijn eerste liedjes, “Walsherinnering” en “Slechts alleen voor jou”. Beiden op tekst van Dries Kallaerts (conferencier/tekstdichte/zanger met wie hij sedert al die jaren bevriend is gebleven).
Na zijn legerdienst starte hij als fulltime Vlaamse zanger in Antwerpen, waar Charles zich dan ook vestigde. Optredens in diverse Antwerpse cabarets, zoals in het cabaret van José Morisson (zoon van de destijds gevierde Antwerpse tenor Louis Morisson) en, last but not least, in Taverne Uilenspiegel van Jaak De Vogt. Zodoende volgde een eerste plaatopname bij de firma Ronnex   (“Walsherinnering” en “Slechts alleen voor jou”) nog steeds onder de naam Charlie Dan, met begeleiding van het orkest Tony Vess en het gerenommeerde NIR-koor. Twee mooie opnamen die ten onrechte tot op heden nog niet werden heruitgebracht op CD.  
Hij maakte de overstap naar de platenfirma RCA waar hij met producer Jacques Kluger vier Vlaamse covers opnam (“Ditmaal moet het liefde zijn”, “Zoveel Wind”, “Blauwe Riviera” en het wereldsucces “O Cangaceiro” onder de titel “Gejaagd worden de wolken”) . Dit gebeurde – door toedoen van Kluger – voor de eerste maal (en voortaan) onder de meer Vlaams klinkende artiestennaam Carlo Deman. Het betrof hier vier zeer professionele opnamen met orkest onder leiding van Steve Kirk (Jaap Streefkerk).
Dan komt Carlo in contact met uitgever en vriend Leon Lambrechts. Later eigenaar van de gekende platenfirma "Monopole" in Heist op de Berg. Lambrechts schreef liedjesteksten, o.a. op muziek van Carlo. In de tweede helft van de jaren 50 nam Carlo, in samenwerking met Lambrechts,  platen op bij de firma Decca/Omega in Brussel. Op de platen wordt Carlo begeleid door diverse orkesten (vooral orkest Jean Van Horen, die ook het pseudoniem Benny Welton gebruikte, orkest Hector Delfosse en orkest Dolf Pelgrim). In die periode werden ook twee duetjes opgenomen met Jenny Verdonck (eveneens onder de vleugels van  Lambrechts) : “Gelukkig verjaardag” en “Wat is er gaande?”. Het is de glorietijd van Carlo’s carrière als Vlaamse zanger: een eigen orkest met zangeres (Mia Ronny), wekelijks een eigen uitzending op de toen zeer populaire zender Radio Luxemburg, een eigen fanclub met clubboekje en jaarlijks groot fanbal, enz…
De jaren 60 betekenen het einde van de meeste Vlaamse zangers die na de oorlog furore maakten (Schoepen trekt zich terug in zijn pretpark, Jean Walter verliest zijn stem en Esterella haar man. Ze wordt secretaresse, enz..). De muzikale smaak verandert en nieuwe sterren rijzen aan het Vlaamse schlagerfirmament… Carlo is inmiddels verhuisd naar Brussel. Hij neemt in die periode sporadisch enkele Franstalige singeltjes op totdat in de jaren 70 zijn tweede carrière, ditmaal als Franstalige troubadour/charmezanger, onverwacht een vaart neemt met optredens overal in het Franstalig landsgedeelte en ook in Frankrijk. De langspelers met Franstalig materiaal volgen elkaar op (in totaal verschijnen maar even 11 LP’s).
In de jaren 90 neemt Carlo nog verschillende CD’s op. De laatste in 1996, na al die jaren, weer met Vlaamse nummers (o.a. met enkel prachtige liedjes van zijn goede vriend Dries Kallaerts).
Platenfirma Hebra heeft met dat materiaal,  dat tussen 1975 en 1990 tot stand kwam, nu een verzamel-cd met zestien nummer samengesteld. Het betreft allemaal originele nummers in de originele versie. Alleen het openingsnummer, ‘Chante Signorita’, is een vertaling van ‘Zing Signorita’ van Ray Franky.
Het titelnummer, ‘On change’, gaat over ouder worden. “Les rides prennent la place de quelques lointains souvenirs,” zingt Deman. Maar de muziek behoudt in zijn leven nog steeds de plaats die ze altijd gehad heeft.
Nu de firma AMC zijn populairste Vlaamse Decca-opnamen terug heeft uitgebracht op CD, hoopt Carlo dat eerlang in de Silver Star serie ook een CD zal verschijnen met zijn mooiste Franstalige titels. Dit als bekroning van de unieke carriere (want zowel Nederlandstalig als Franstalig) van deze Belgische zanger.
Met dank aan De Blaere Didier voor de info.

 Silver Star CD Carlo Deman “Mijn lied klingt….” (Even foutje rechtzetten: klinkt !!!)

1.     Comedie – 1956 – orkest Jean Van Horen
2.     Sentimenteel – 1955 – orkest Dolf Pelgrim
3.     Een signorita  – 1957 – orkest Jean Van Horen
4.     Manuela – 1955 – orkest Dolf Pelgrim
5.     Mambo mambo – 1956 – orkest Jean Van Horen
6.     ‘t Is voor jou – 1957 – orkest Jean Van Horen
7.     Gelukkig verjaardag – 1957 – orkest Jean Van Horen
8.     Meisje met je kroezelkopje – 1957 – orkest Hector Delfosse
9.     Adieu Chérie – 1956 – orkest Jean Van Horen en The Skycrooners
10.   Mijn lied klinkt alle nachten – 1958 – orkest Jean Van Horen
11.   Ik kan je niet laten – 1958 – orkest Jean Van Horen
12.   Ga je met me mee – 1957 – orkest Hector Delfoss
13.   Josée
14.   Juffrouw van 't buffet
15.   Die tango met jou
16.   Sprookjes
17.   Ik wacht op jou
18.   Lieveling

Reageer op dit bericht Stuur door

Australische pubs with no beer

 img210/8592/pubwithnobeerbobbejaan0hg.jpg


Een bezoek aan dit legendaris hotel is de moeite. Rond 1950 stroomde deze pub enkele dagen onder water met gevolg dat er geen bier meer kon aangevoerd worden. Dit werd een trauma dat de muziekschrijver Gordon Pearsons inspireerde om het onsterfelijk lied “The Pub with no beer” te schrijven. En zo kreeg dit voorval opvolging door talrijke andere pub die onder deze titel, vooral in Australië, uit de grond verschenen en maakte Slim Dursty er in 1958 een hit van die de wereld in alle talen veroverde. Moest je in de buurt komen: dorp Taylors Arm, ongeveer 40 km westelijk van Nambucca Heads en vergeet niet op het terras met de herinnering van toen enkele heerlijke frisse glazen bier te drinken.
Reageer op dit bericht Stuur door

A pub with no beer / Café zonder bier

A PUB WITH NO BEER
(Gordon Parsons)

Gordon Parsons (1956) - EMI
Tijdens een Slim Dusty optreden (Live At Townsville), opgenomen door een fan en eerst uitgebracht in 1996. Die \"Slim Dusty Show\" is door Australië beginnen toeren in 1954. Net zoals er minstens één echte \"House Of  The Rising Sun\" bestaat, bestaat er ook een echte Pub With No Beer/Café Zonder Bier. In het land van oorsprong Australië zelfs meer dan één. Volgens de Australische bush-balladeer Slim Dusty die hier lokaal mee scoorde ging de inspiratie uit van het Day Dawn Hotel in Ingham (provincie Queensland). Volgens inwoners van Taylors Arm, 40 km ten westen van Nambucca Heads (New South Wales), ging de inspiratie uit van hun dorpskroeg, toen die circa 1950 overstroomd raakte en dagenlang zonder bier zat. Ze hebben daar nu vijf soorten bieren van \'t vat.
Slim Dusty & His Bushlanders (1958) n°1 Australië, n°3 UK, n°1 Ierland. Bobbejaan Schoepen (1959) met Café Zonder Bier, vertaling: Louis Baret. Ook een millionseller in Duitsland als \"Ich steh an der Bar und habe kein Geld\", Dubliners (1960s). Thomas Hampson (1997) als Beautiful Dreamer*, Helmut Lotti (1999) als My Angel, wat een eigen tekst is op de Stephen Foster-melodie Beautiful Dreamer*, Dead Man Ray (1999) als onderdeel van nieuwe live soundtrack bij de Engelse versie van de film De Ordonnans Van Napoleon (\'62) met Bobbejaan Schoepen in de hoofdrol.

*Volgens Slim Dusty, vriend van auteur Parsons, was de tekst geschreven door de Ier Dan Sheahan als \"A Pub Without Beer\" en werd die al gepubliceerd in de North Queensland Register in 1943. Gordon Parsons schreef er alleen de muziek bij. Reden genoeg om hiervoor opgenomen te worden in de Australian Roll Of Renown in Tamworth, het Nashville Down Under. Wat niet belet dat Pub With No Beer/Café Zonder Bier de walsmelodie van zijn refrein haast letterlijk bij een oud Stephen Foster-nummer ontleende: Beautiful Dreamer, geschreven in 1862 en waarvan een versie (door Raul Malo) staat op de gelijknamige Stephen Foster tribute cd. (zie ook: De Camptown Races).

 
SaddleBoysmall.jpg\"How often is it that the B-side of a song completely eclipses the popularity of the A-side? Not very often, really. If the B-side of a single gets reasonably popular, we refer to the single as a \"Double A sided single\". But when the B-side gets so big that everyone except devotees of the genre or artist completely forgets about the A-side, there\'s nothing you can really do except refer to the intial B-side as the A-side and ignore the initial A-Side.

pubnobeersmall.jpg\"I point this out as most people don\'t really know a Slim Dusty song called Saddle Boy. It\'s not on any best of albums, and I\'m sure if you asked a random person how it went, they\'d have no idea. But ask them about the song\'s B-side, which has been included on every Slim Dusty compliation since 1958, and odds are that they\'d know it.
The B-side I\'m referring to is, of course, A Pub With No Beer. And it was indeed the B-side, have a look at the label scans. Although there\'s no explicit designation of A or B on the labels, the matrix number of Saddle Boy (RZ 327) is one number earlier than A Pub With No Beer (RZ 328). This was as close to explicit designation as Regal Zonophone got.
Naast het publiceren van de originele tekst van het artikel wil ik even bondig vertellen dat \"A pub with no beer\" op een plaat stond van Slim Dusty in 1958 en dan nog als B-kantje van \"Saddle Boy\". En het is zelden in de muziekgeschiedenis gebeurd dat een B-kant een miljoenenhit wordt en men van de A-kant niet meer spreekt. In het beste geval kon men soms beweren dat een plaat verscheen met twee A-kanten. 

Reageer op dit bericht Stuur door

Een stukje geschiedenis...

In 1877 legt Thomas Ava Edison (1847-1931) zijn eerste geluid vast op de fonograaf. De rol die als eerste geluidsdrager gebruikt wordt. De woorden: Mary had a little lamb, werden in de rol gegrifd.
Emile Berliner (1851-1929) was de eerste die in 1889 het geluid vastlegde op een platte schijf, vervaardigd uit schellak en déponeerde in 1900 het wereldberoemde merk van dat hondje voor die grote hoorn: His Masters Voice.

Als geboortejaar van de 78-toerenplaat mogen we 1889 noteren.
In het begin werd slechts één zijde van de plaat gegraveerd.
Een plaat mat 30 cm doormeter, max opnametijd van 5 min., gemaakt uit shellak (onterecht bij ons ook bakeliet genoemd) en met een gewicht van zo'n 350 gr. per exemplaar.

In 1901 werd het label "Victor Talking Machine Company" door Eldridge Johnsen opgericht en in Parijs zette Columbia zijn eerste stappen in de platenwereld.
In 1906 kwam het gekende Franse label "Pathé" van de grond.
Maar aan de labels wijden we nog een afzonderlijk artikel.

In 1908 kwam het Viktor-label op de markt met een dubbelzijdig opgenomen 78-toerenplaat. Dus met voor en achter een nummer.

In 1931 déponeerde A.D. Blumlien een eerste stereoprocédé. Maar de wereldeconomie liet deze luxe aan zich voorbij gaan en was in crisis. Pas na WO II werd verdergewerkt aan dit stereoproduct om in 1958 algemeen in de handel te verschijnen. Hieruit kunnen we dus duidelijk opmaken dat de handel nooit 78-toerenplaten in stereo gekend heeft en we tot dan in het monotijdperk vertoefden. De stereo was weggelegd voor het vinyltijdperk met diverse uitgaven, maar centraal 45- en 33-toerenplaten, die reeds vanaf 1948, vooral onder Columbia-label, op de markt verschenen.
Vooral tussen de toen grootsten Columbia en Viktor werd deze start van het vinyltijdperk uitgevochten.
Dit maakte het de platendraaier-producenten niet gemakkelijk en zo werden ooit "pic-ups" op de markt gebracht met 4 snelheden: 78 rpm, 45 rpm, 33 1/2 rpm en zelfs 16 rpm. (rpm: ronden per minuut).

In 1950 werd de markt al ruim overspoeld met vinylplaten van Columbia, Decca, Capitole en RCA. Ook het Nederlandse Philips mengde zich toen,zelfs in de 78-toerentijd, in de muziekwereld. Vooral Nederlandse artiesten, maar ook de kleinere schare Vlaamse stemmen gingen onder deze vlag de muziekwereld in.

In elk geval: 45 + 33 toeren komt zeker niet van 78-toeren, ook al is de som van beiden puur toeval.

Na 68 jaar, in 1957, betekende dit het einde voor de 78-toerenplaten en was sindsdien nog goed voor de nostalgische verzamelaars en remembers to the good old times.
(Bron: Pieter van Banden - foto bevriende links)

1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van 78-TOEREN.be

↑ Terug naar de berichten