Naar de inhoud

Babyboomer

vroeger en nu
akke.beakke.be

Archief

'Suisse' in de kerk

SUISSE IN DE KERK

 

Mijn grootvader, peter Fons , die na zijn job als mijnwerker, wegens stoflong vervroegd werd gepensioneerd  eind van de jaren ’50, kreeg onverwachts een tijdelijke bezigheid aangeboden door de pastoor van onze parochie. Op een mooie dag was de pastoor thuis op bezoek gekomen met de vraag : ‘Fons, wil jij soms geen Suisse worden in onze parochiekerk nu je toch over voldoende tijd beschikt en zo kom je nog eens onder de mensen’. Mijn grootmoeder Finne die ook aanwezig was antwoordde in zijn plaats: ‘ Maar ja Mijnheer Pastoor dat is een goed gedacht, onze Fons is daarvoor de geschikte persoon’. En zo werd peter Fons zijn suissekostuum( zie hierna) aangemeten en met de nodige attributen uitgerust stond hij enkele zondagen later in de kerk van onze parochie, nog wat onwennig maar voornaam en streng, bij de ingang alle misgangers te begroeten. De vorige suisse was enkele jaren daarvoor plotseling overleden. Deze man was van het corpulente type en zeker een kop groter dan mijn peter. Het kostuum van de eerste kon dus niet dienen voor de nieuwe suisse die heel wat kleiner en fijner uitviel. Daarom droeg Fons een heel nieuw kostuum. Men zag dat hij er zich als gewezen mijnwerker nog niet goed in voelde. Na verloop van  tijd bleek hij zich echter beter en beter aan te passen aan zijn nieuw job.  Tijdens de mis schuifelde hij waardig tussen de gangen hier en daar luidruchtige kerkgangers of speelse kinderen tot de orde roepend door eens met zijn hellebaard op de grond te kloppen of met zijn wijsvinger in de hoogte te steken.

In die tijd stond de priester nog voor het altaar met zijn rug naar de gelovigen gekeerd; enkel de preek gebeurde vanaf de preekstoel die over ‘t algemeen in het midden van de kerk en boven de aanwezigen was opgesteld. De suisse moest bijgevolg een groot deel van de mis een oogje in het zeil houden. Dat deed mijn peter dan ook met volle overgave en overtuiging. ’s Zondags deed hij soms twee missen, als je weet dat er toen ‘s voormiddags in totaal vier misvieringen waren; later werden twee daarvan op zaterdagavond gegeven. Ook  bij begrafenissen, trouw- en doopplechtigheden was hij aanwezig. Ik kan mij niet herinneren dat hij éénmaal afwezig is geweest. In de late jaren zestig, hijzelf moet toen 67 jaar zijn geweest, heeft hij zich een occasiewagen VW-kever aangeschaft en er ook nog leren mee rijden, om zich gemakkelijker te kunnen verplaatsen naar de kerk. Hij is dat blijven doen tot hij ongeveer 80 jaar was en de gezondheid wat minder werd. Grootvader is uiteindelijk gestorven in 1987 op de leeftijd van 87 jaar. Oudere mensen spreken nog over hem als Fons het ‘suissken’. Hierna werd in onze parochie geen nieuwe suisse meer aangesteld en alzo verdween terug een mooie oude traditie.

 

suisse-uitrusting%203a.jpgsuisse-uitrusting

Uniform met toebehoren voor de suisse in de rooms-katholieke kerk (de term suisse stamt af van de Zwitserse lijfwacht van de paus). De taken van de suisse zijn afleesbaar van de synoniemen van deze (verouderde) functie: kerkbaljuw, kerkwachter, kerkenknecht, ordebewaarder, al droeg alleen de 'suisse' het hier beschreven uniform. De uitrusting bestaat uit een broek, een vest en jas met daarover een sjerp, een steek op het hoofd en een staf, lans of hellebaard in de hand.

suisse-uitrusting%203b.jpg suisse-uitrusting%203c.jpg suisse-uitrusting%203d,%20staf.jpg suisse-uitrusting%203e,%20steek.jpg suisse-uitrusting%204.jpg suisse-uitrusting%201a.jpg suisse-uitrusting%201b.jpg suisse-uitrusting%202.jpg suisse-sjerp.jpg

                           -----------------------------------------------------

 

De kerkbaljuw.

 In de volksmond gekend als "de suisse". De kerkbaljuw is te vergelijken met de kerkpolitie. In uniform, met de imposante steekhoed, het lint dat om orde en eerbied vraagt en vooral de lans. Dit kerkelijk ambt werd in het leven geroepen door de Paus op het einde van de 19e eeuw. De naam is afkomstig van de Zwitserse wacht, de persoonlijke lijfwacht van de Paus. Een ambt dat veelal werd doorgegeven van vader op zoon en als een eer werd beschouwd. Men werd er niet rijk van. Het drinkgeld ging meestal in de "suissebak" en kwam ten goede aan de kinderen. De suisse moest gezag hebben.

In de middeleeuwen werd hij ook genoemd als "hondenslager". Vele mensen kwamen van ver naar de kerk in begeleiding van hun hond(en). De wegen waren slecht, niet verlicht zoals nu en er liep nogal wat gespuis rond. Al die honden wilden natuurlijk ook hun plaats in de kerk en de suisse zorgde er voor dat ze uit het kerkgebouw werden verdreven. Vandaar de naam "hondenslager".

          De kledij van de suisse :
 
- een kraakwit hemd met opstaande boord en zwarte vlinderdas.        

 - een laag uitgesneden ondervest.

 - een lange donkerblauwe jas,afgeboord met goudborduursel.

 - een donkerblauwe broek en zwarte schoenen.

 - als hoed,de steek met pluim en witte handschoenen.

 - over de rechter schouder het purperen lint met als tekst (dit    verschilde nogal eens van dorp tot dorp) :

   - aan de voorzijde : eerbied (of tucht) in Gods Huis                                  - aan de achterzijde : orde

- als teken van zijn gezag droeg hij een hellebaard of "lans".

                                               ---------------------------------------------

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door liksken om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Wreed accident

WREED ACCIDENT

Brandongevallen.nl
In het schooljaar 1962-1963 zat ik in het 4e jaar van de Handelsafdeling bij de broeders van Sint-Gabriël. Door de reorganisatie van de ‘Ecole Moyenne’(zie mijn artikel ‘carnet de Flamand’) waren alle medeleerlingen een stuk ouder dan ikzelf. Meerdere waren na één of twee jaar franse afdeling overgestapt naar de Nederlandstalige handelsafdeling, zodat ik als 15 jarige, de junior van de klas was in 1963. We zaten in dit finaliteitsjaar, dat leidde tot een diploma van hulpboekhouder, met 9 studenten waarvan er vijf in het internaat verbleven. Mijn beste schoolvriend Etienne die naast mij zat op een duo bankstel en ook een paar jaar ouder was dan ikzelf, beleefde in dit jaar een fameuze affaire, die zijn leven een serieuze wending zou geven. Zoals de meeste zonen van zelfstandigen, zijn vader runde een beenhouwerij, was hij intern en kon om de 2 weken naar huis op weekend. Etienne was ook een briljant student die alle vakken zonder veel moeite onder de knoet kreeg.  De toekomst lachte hem toe en hij zou glansrijk zijn diploma in de wacht slepen. Was er daar niet zijn kennismaking met een Liederkerkse schone, die hij op nieuwjaarsavond 1962 ontmoette op een feestje.

Van het één kwam het ander en een liefdesgeschiedenis was in de maak. Na elk vrij weekend kreeg ik elke maandagmorgen op de speelplaats en ook tijdens de lesuren als eerste het complete verslag van de intiemere kennismaking van Etienne met zijn geliefde. Ikzelf was op dat vlak een compleet groentje en had amper enige voorlichting gekregen, maar wat ik daar hoorde van de uiterst gedetailleerde vertelsels van mijn vriend brachten mij de gehele technische kanten van de voortplanting bij. Natuurlijk dergelijke gevaarlijke spelletjes op de meest verborgen plaatsen, moesten leiden tot hommeles. Begin jaren ’60 was er op gebied van voorbehoedsmiddelen nog niet te veel voorhanden en wat gebeuren moest geschiedde. Etienne vertelde me op een mooie maandag dat zijn vriendin over tijd-, en zo goed als zeker in verwachting was. In die tijd was dat natuurlijk het ergste wat kon gebeuren : een leerling uit een katholieke school van 17 jaar, maakt meisje van dezelfde leeftijd zwanger zonder dat iemand daar iets van wist, zelfs de ouders niet. Mijn vriend vroeg aan mij, de enige die van dit alles op de hoogte was, wat hij nu moest aanvangen. Het schooljaar vorderde traag maar zeker zoals de zwangerschap bij Etienne’s liefje. De derde trimester had zijn intrede gedaan en de voorbereidingen op het eindexamen waren reeds begonnen, toen op een goeie morgen Etienne uit de les werd geroepen door de perfect. Dit was de laatste keer dat wij hem in het klaslokaal hebben gezien. Hij werd bij de directeur geroepen die uit goede bron, langs de ouders van het meisje, had vernomen wat hij had aangericht. Trouwen met haar was de enig mogelijke oplossing in die tijd. En zo ging het verhaal van Etienne en zijn zwangere vriendin door het schoolgebouw, langs de roddeltantes door de gemeente en aanliggende gemeenten tot ver in de streek. Het gevolg was dat mijn vriend van school werd gestuurd zonder diploma, huwde nog voor de baby werd geboren en onmiddellijk moest gaan werken om te zorgen voor vrouw en kind. Etienne is toen ook volledig uit mijn leven verdwenen, maar toch vernam ik dat hij door avondcursussen een diploma van boekhouder behaalde en het tot kaderlid schopte in een multinational. Eind goed alles goed, na een wreed accident in zijn jeugdjaren en ikzelf die op een praktische wijze werd voorbereid op het ware leven.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door liksken om 15:50 Reageer op dit bericht

Aron op wandel

Eerste uitstap met Aaron :
Vandaag 22 april besloten mijn echtgenote en ik met ons kleinzoontje, en gezien de eerste lentetemperaturen, een uitstapje te maken naar het Liedekerke bos. Aaron was bij vertrek in zijn element en aanschouwde vragend het natuurspektakel van jong groen, en allerlei bloempjes. Na een poosje echter en onder invloed van de gezonde buitenlucht viel hij in zijn buggy in een rustige slaap. Bijna het ganse traject genoot hij zienderogen van zijn hazeslaapje. Bij het einde van de wandeling verpoosden wij op een rustbank en gaven Aaron, die intussen terug wakker was, wat te drinken. We zagen in de verte nog een opa met zijn kleinzoon wandelend naderen. Bij nader toezien bleek het een jeugdvriend van ons te zijn, die ons ook herkende. Na wat gebabbel werd er geïnformeerd naar de namen van onze beider kleinzonen, en merkwaardig genoeg bleek ook het kleinzoontje van mijn vriend de naam Aaron te dragen. Van toeval gesproken.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door liksken om 12:11 Reageer op dit bericht

'Carnet de Flamand'

‘Carnet de Flamand’

In het schooljaar 1959 – 1960 begon ik mijn middelbare studies in de broederschool Sint-Gabriël in onze gemeente. Het was een internaat-externaat,  voor, zowel leerlingen die meestal om de 14 dagen naar huis mochten (internen) als voor leerlingen die dagelijks huiswaarts keerden (externen). Dit laatste was mijn geval. Gedurende jaren was deze school gekend voor haar middelbaar onderwijs in het Frans, in de volksmond heette dit ‘l école moyenne’. Dit wil zeggen dat alle vakken volledig in het Frans werden gegeven. Vele ouders lieten in die tijd hun kinderen Frans studeren in de hoop dat zij hierdoor vlugger een baan zouden vinden in onze hoofdstad Brussel. Maar in 1959 werd gestart met een Nederlandstalige handelsafdeling met een 25 tal leerlingen, waarvan ikzelf deel uit maakte. Gelijklopend bleef ook de Franstalige afdeling bestaan, tot de taalwet van 1962 (zie hierna) daar verandering in bracht. Op de speelplaats liepen de leerlingen van  zowel de Franse als de Nederlandse afdeling door elkaar. Op het eerste zicht zonder onderscheid. Doch was er een wezenlijk verschil. De jongens van de franse afdeling spraken, of beter gezegd, moesten onder elkaar in het Frans communiceren. Om inbreuken daarop te bestraffen (indien iemand een Nederlands woord uitbracht) was een ingenieus systeem bedacht door de directie. Het draaide rond de ‘Carnet de Flamand’. Dit was een klein zwart notaboekje waar dagelijks namen in kwamen van op heterdaad betrapte Vlaams sprekers en waarvan de laatst betrapte het boekje in zijn jaszak hield zonder dat anderen wisten wie die nu juist op zak had. Zo gauw hij die het boekje bij zich droeg iemand anders een Nederlands woord hoorde uitspreken gaf hij zijn ‘carnet de Flamand’ door aan de betrapte medeleerling die er zijn naam in noteerde en het op zijn beurt in zijn zak mocht stoppen. Zo ging het boekje een ganse week van overtreder naar overtreder. Wie op zaterdagmiddag (toen was er nog les op zaterdag) het boekje als laatste op zak had moest als straf 2 uur nablijven, hetgeen nooit een prettig vooruitzicht was. Wij als leerlingen van de nieuw gestarte Nederlandse handelsafdeling kwamen gelukkiglijk niet in aanmerking voor dit soort terreur. Bij de taalwet van 1962 stopte dit gebruik volledig bij het verdwijnen van de ‘Ecole Moyenne’. Vele leerlingen die al één of twee leerjaren deze afdeling volgden moesten op de koop toe terug herbeginnen in het eerste jaar handelsafdeling, of hun studies afbreken zonder diploma. Dit waren taaltoestanden begin jaren ’60. Maar vandaag is o.a. nog steeds geen oplossing gevonden voor de splitsing van het kiesarrondissement BHV. Er is dus nog steeds niets nieuws onder de zon.

                            ------------------------------------------

 

DE TAALWET VAN 1962

Onder druk van de Vlamingen die de waarheidsgetrouwheid van de verklaring over de voertaal bij de tellingen in twijfel trokken, schortte de regering de talentelling van 1961 op – wat in een blijvende afschaffing van de talentellingen resulteerde – en werd door de Wet van 8 nov. 1962 de taalgrens definitief vastgelegd (zie ook faciliteitengemeenten). Bovendien verplichtte de Wet van 30 juli 1963 de kinderen in de Brusselse agglomeratie onderwijs te volgen in hun moedertaal, een waarborg tegen verfransing in de tweede generatie van ingeweken Vlaamse gezinnen.

Deze ingrijpende taalwetgeving van 1962–1963 was voorbereid door het Centrum-Harmel. De Wet-Gilson van 2 aug. 1963, die het gebruik van de talen in bestuurszaken opnieuw regelde, voorzag tevens in de oprichting van een Vaste Commissie voor Taaltoezicht, die in 1964 werd geïnstalleerd, met als taak nauwlettend toe te zien op de correcte toepassing van de nieuwe taalwetgeving in de Brusselse agglomeratie. Dit alles zette bij sommige Franstalige Brusselaars kwaad bloed en tegen deze taalwetgeving richtten zij in 1964 het Front démocratique des Bruxellois francophones (FDF) op. In 1968 heeft Vlaanderen het episcopaat en de regering onder sterke druk geplaatst om de hierboven genoemde Wet van 1932 ook van toepassing te maken op het hoger onderwijs te Leuven. Dat had tot gevolg dat de Franstalige sectie van de Leuvense universiteit in 1970 naar Ottignies verhuisde. Splitsing had ook plaats in de Université Libre de Bruxelles, waardoor de Vrije Universiteit Brussel ontstond.

Microsoft ® Encarta ® Winkler Prins Encyclopedie 2007. © 1993-2006 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door liksken om 09:48 Reageer op dit bericht

Reis naar Aachen

Reis naar Aachen .

 

Mijn oom Georges, de broer van mijn moeder, had begin jaren vijftig na zijn legerdienst bijgetekend als beroepsmilitair. Dat maakte dat hij na zijn huwelijk gekazerneerd werd bij het Belgisch leger in Aachen (Aken), Duitsland. Als gehuwd militair wou dat zeggen dat hij overdag in de kazerne zijn job moest gaan doen maar dat hij een woning kreeg toebedeeld van het leger waar hij met zijn vrouw gratis kon gaan wonen. Men moest zich van zo’n woning niet veel voorstellen in die naoorlogse tijd. In zijn geval was dat een tweewoonst met gemeenschappelijke ingang, gelegen te Brand een voorstadje van Aachen. Links woonde een Duitse familie en rechts was zijn stulpje, met amper twee kamers en een rommelkamer zonder speciale voorzieningen. Op een goeie dag waren mijn ouders en ik uitgenodigd om er een paar dagjes te gaan logeren. Mijn vader als postman, mijn moeder en ikzelf konden in die tijd gratis met de trein sporen, zij het enkel op Belgisch grondgebied. Voor het stukje tussen de grens en het station in Aachen diende een reisbiljet gekocht te worden. Zo ving onze reis aan en werd de trein genomen in Denderleeuw naar Brussel om daar over te stappen in een internationale trein, over Luik naar Aachen. Na een hele lange rit stond nonkel Georges ons op te wachten en bracht hij ons naar zijn nederig huisje in Brand. Wat mij als kind reeds opviel in het stadscentrum was het grote aantal tijdens de oorlog kapotgeschoten en gebombardeerde gebouwen die er nog als ruïnes bijlagen. Op andere plaatsen waren reeds heel wat bouwwerven en nieuwbouw aanwezig. De Duitsers waren koortsachtig aan het werken aan hun wederopstanding. Hetgeen enkele jaren later zou leiden naar een grotere welvaart dan in de meeste andere Europese landen. Bij nonkel Georges was echter nog niets te merken van enige luxe of welvaart. Zijn huisje was gelegen als laatste in een doodlopend steegje met een aarden weg. Eén kamer was voorzien van een kachel waar regelmatig kolen uit een gemeenschappelijk hok dienden gehaald en bijgevuld te worden. Water diende buiten aangehaald met de emmer uit een gemeenschappelijke waterput met handpomp. Hijzelf had reeds elektriciteit en verlichting, terwijl bij zijn buren ’s avonds de petroleumlampen nog dienden aangestoken.

Bij deze buren woonde ook een meisje van een jaar of acht, ongeveer mijn ouderdom, waarmee ik dikke vriendjes was geworden; haar naam Teha. Ondanks het verschil in taal ontstond er tussen ons een gebarentaal van woordjes die ons op een of andere manier tegen over elkaar verstaanbaar maakten. Haar enige speelgoed, herinner ik mij heel goed, was een voddenpop zelf gemaakt door haar moeder van afgedankte oude kledij. Maar het meisje koesterde haar pop alsof het een klein kindje was. Hier was door de oorlog nog heel wat schaarste en armoede aanwezig. Mijn ouders en ik sliepen bij Nonkel Georges in de logeerkamer, die uiteindelijk de rommelkamer bleek te zijn, die met één venster uitgaf op het kippenhok. ’s Morgens vroeg werden we gewekt door de kraaiende haan die ons vanaf de vensterbank fier bleef aanstaren.

Op een andere morgen werden we gewekt door een krakend oorverdovend lawaai dat kwam uit de slaapkamer van mijn nonkel, die toen we gingen kijken met zijn  bed door de houten vloer was gezakt en gelukkig was blijven steken op een dwarsbalk, want onder de vloer bleek een open riool of beek met veel water door te stromen. De houten plankenvloer werd voorlopig hersteld en na zoveel jaren wordt er nog dikwijls gelachen en vragen aan nonkel Georges of hij indertijd als jonggehuwde niet te geweldig was te keer gegaan met tante Gilda in hun echtelijk bed. Achteraf gezien, heerlijke tijden in het Duitsland, enkele jaren nà de oorlog.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door liksken om 00:00 Reageer op dit bericht

Aaron met petje

Voor een paar fototjes van ons kleinzoontje Aaron met zijn eerste petje, kijk eens hierbij in de rechtermarge;
Is hij niet schattig ?
Ook een foto van Aaron op wandel met Oma.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door liksken om 00:00 Reageer op dit bericht

Van mijnwerkers en hoptelers

Van mijnwerkers en hoptelers.

De hopteelt   lijn

Zoals ik reeds schreef woonde ik in mijn prille jeugdjaren, begin van de jaren ‘50 bij mijn grootouders langs moeders kant. Mijn grootvader, peter Fons, was mijnwerker en mijn grootmoeder, meter Finne, was huishoudster en ook hopteeltster. Zij hadden een kroostrijk gezin van vijf dochters en één zoon. Mijn moeder was de oudste en mijn jongste tante was amper 10 jaar ouder dan ikzelf.

Mijn peter Fons trok iedere avond rond 19 u. met de trein naar Wallonië om er ’s nachts te gaan werken in de koolmijnen, zoals vele andere mannen uit de Denderstreek. Een treinrit van om en bij de twee uur bracht hen ter plaatse om na hun werknacht ’s morgens rond 8 u 30 terug thuis te zijn. Nu wordt er veel gepalaverd over werkloosheid in Wallonië en onbezette werkplaatsen in Vlaanderen, maar van een toevloed Waalse arbeiders naar Vlaanderen is er alsnog geen sprake zoals onze voorouders deden.

’s Avonds voor zijn vertrek maakte mijn meter Finne altijd voor haar man een kom melk met beschuit en bruine suiker klaar. Als kleine gast zat ik naast slurpende peter met grote ogen te kijken of er niets zou overblijven en iedere keer kreeg ik toch een overschotje van de smakelijke melk. ’s Morgens voor het naar school gaan zag ik peter terugkomen met zijn lege eetzak op de rug, moe van het werken, en hoe hij na een stevig ontbijt zijn bed opzocht. Meter Finne zat ’s morgens als altijd in de hoplochting die achter de woning was gelegen. Hop werd meestal in de streek geteeld als bijverdienste. Hop werd en (wordt ?) gebruikt als additief bij het brouwen van bier. Het is een zeer arbeidsintensieve bezigheid : het planten van de hoppescheuten, de groeiende ranken leiden langs diep in de grond te steken houten staken, de wilde scheuten wegsnoeien, sproeien tegen allerlei ziektes en uiteindelijk de pluk van de hopbellen. Dit laatste gebeurde telken jare in begin van de maand september, gelijktijdig met de aanvang van het nieuwe schooljaar. Bij mooi weer troepten de plukkers samen buiten in de lochting, waar de hopstaken werden ontdaan van de ranken, waarna de groene bellen van de rank werden geplukt in een wissen manden (zie foto boven). De bellen lieten een soort zwarte vettige hars na op de handen die enkel na ernstig schrobben terug proper werden; de ranken die bij toeval tegen je blote arm of been schuurden lieten rode striemen achter. De geplukte hop belandde in de droogast waar vuurtje werd gestookt en waar langs de schoorsteen een typische scherpe hopgeur vrijkwam die gedurende weken in de ganse omgeving in de lucht bleef hangen. Na de pluk werden alle hopranken opgehoopt en in brand gestoken, hetwelk ons vooral bij valavond een feeëriek spektakel bezorgde.

Hierna kwamen de opkopers de gedroogde hop die werd verpakt in enorme jutte zakken keuren en werd de prijs overeengekomen. Na weging werd contant betaald en zag ik mijn grootmoeder vlug met haar welverdiende centjes de trap opgaan naar een geheim plekje waar het geld veilig werd opgeborgen. Van cheques of banken was er gelukkig nog geen sprake in die tijd.

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door liksken om 00:00 Reageer op dit bericht

Wereldtentoonstelling '58 en eerste televisie

Wereldtentoonstelling 1958 en eerste televisie

 

Schipper naast Mathilde Met de opening van de Wereldtentoonstelling op de Heysel te Brussel op 17 april 1958, nu 50 jaar geleden, deden bij vele gezinnen de eerste televisie- toestellen hun intrede. Zo ook in ons gezin waar mijn grootmoeder besloot om haar zuurverdiende spaarcentjes aan te spreken om zo’n toestel aan te schaffen.

Gezien ik in die tijd meestal bij mijn grootouders vertoefde, in de buurt school liep en bijgevolg ook bleef slapen, was ik getuige van de levering en installatie door de verkoper. Toen was er belange nog geen sprake van kleuren- of kabel-tv. Er moest echter op het dak een serieuze mast met verschillende staaf antennes geplaatst worden volgens het aantal zenders die bereikbaar waren. In ons geval waren dat BRT (of NIR),  RTB, en Rijsel(FR.). Naargelang de jaren vorderden waren alle daken voorzien van dergelijke antennes wat de esthetiek zeker niet bevorderde. Nadat de antenne goed was afgesteld en we met zijn allen voor het eerst geschaard waren  rond de beeldbuis verschenen de eerste bewegende beelden  op het scherm; een ware openbaring met kreten van verwondering en verbazing tot gevolg. Dit was cinema op zijn best in de huiskamer gebracht, zij het op een kleiner scherm, maar toch de wereld kwam als het ware rechtstreeks binnen; zo ook de reportage van de opening door Koning Boudewijn van de Expo ’58. Een mens kan zich vandaag niet meer voorstellen wat een impact het medium TV toen had zowel op het jonge volkje als voor de ouderen die dit nog konden meemaken. Alhoewel de duur van de uitzendingen nog heel beperkt bleef, van 19 u 30 tot ongeveer 22 u en op maandag werd in ’t geheel niet uitgezonden was iedereen elke dag toch klaar om ’s avonds toch maar niets van al het wonderlijks te missen. Uitzendingen als het Journaal gevolgd door weerman Armand Pien, het eerst feuilleton Schipper Naast Mathilde (zie foto hierboven) met o.a.  Nand Buyl en Chris Lomme, nu nog steeds een koppel, de eerste quiz Honderdduizend of niets met Tony Corsari en Pros Verbrugghen waren echte toppers die alle mensen van de straat hielden. Het was zo dat zij die nog geen TV hadden bij buren of familie die wel een toestel hadden massaal gingen kijken en er ook steeds welkom waren. Er was een ongewone gastvrijheid ontstaan dank zij de TV. Ook een eerste wereldkampioenschap voetbal werd live uitgezonden en reeds gecommentarieerd door onze legendarische reporter…Rik De Saedeleer.  De speakerinnen die alle programma’s aaneenpraatten waren op korte tijd de eerste BV’s : Paula Semer, Terry van Ginderen, Nora Steyaert en Monnique Delvaux. Programma’s voor de jeugd als Nonkel Bob en tante Ria, De Texas Rangers, Lassie, Ivanhoe en Bonanza waren ontegensprekelijke hoogtepunten.

Op mediagebied en nieuwe technologie was dit nog maar een eerste item dat zijn intrede deed in ons dagelijks leven. Er zouden er nog ettelijke volgen in de loop van de jaren ’60 en ’70. Dit was nog maar een mooi begin.

 

                                               ---------------------------

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door liksken om 00:00 Reageer op dit bericht

Hitparade 1958

Op 17 april 1958 werd de wereldtentoonstelling op de Heysel te Brussel geopend. Hierbij de top 20 van de toen in de hitparade voorkomende liedjes :

1 Buona sera Louis Prima
2 Melodie d'amour Edmundo Ros
3 You are my destiny Paul Anka
4 April love Pat Boone
5 Marjolaine Claude Goaty
6 Marjolijntje Jo Leemans
7 Diana Paul Anka
8 Zolang een ster nog straalt Ray Franky
9 Love me again Jodie Sands
10 River Kwai march Mitch Miller
11 Tequila Ralph Marterie - The Champs
12 Baby lover Petula Clark
13 Boerinnekensdans De Limburgse Zusjes - Decap orgel
14 Romany Floyd Green & Sam Samson
15 Till Roger Williams
16 Flamingo cha cha René Touzet
17 The marching saints Harry Belafonte
18 Jailhouse rock Elvis Presley
19 Angelina Louis Prima
20 Tipitipitipso Caterina Valente
Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door liksken om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Babyboomer

↑ Terug naar de berichten