Naar de inhoud

Amfibieën

seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Axolotl

De axolotl (Ambystoma mexicanum), in de volksmond ook wel Mexicaanse wandelvis (letterlijk uit het Engels), is mits volledig ontwikkeld een landbewonende molsalamander, maar de meeste wilde exemplaren blijven aquatiel. De naam axolotl komt uit het Azteekse Nahuatl.

Beschrijving

De axolotl valt op door zijn aparte voorkomen en zijn verschijnselen van neotenie, hij blijft namelijk in zijn larvale stadium, zelfs wanneer het dier seksueel rijp en dus volwassen is. Hij ondergaat in de natuur geen verdere metamorfose.

Een volgroeide axolotl (18 tot 24 maanden) heeft een lengte variërend van 150 tot 450 mm, hoewel een grootte rond 230 mm het meest voorkomt en ze zelden groter worden dan 300 mm. Ze hebben typerende varenvormige kieuwstructuren die niet bedekt zijn (zoals de kieuwen van vissen en jonge kikkervisjes; axolotls ademen door de huid en hebben ook longen. De kleur varieert van albino of wit, via grijs en bruin tot zwart. Wilde axolotls zijn zelden wit, maar de mutante witte vorm met donkere ogen die vaak voorkomt in laboratoria en dierenwinkels werd geschapen in een Amerikaans lab in de jaren 1950.

Ontdekking

De eerste levende axolotls werden in 1863 vanuit Mexico naar Parijs gebracht. Het betrof drieëndertig donkergekleurde exemplaren en één albino. Zij bleken zich snel aan te passen en plantten zich zelfs voort.
Vanuit Parijs werden zowel eieren als volwassen axolotls verstuurd over de hele wereld. Nog steeds is de axolotl de meest bestudeerde amfibie. In Parijs werden de axolotls bestudeerd in een herpetologisch onderzoekscentrum voor reptielen en amfibieën door Duméril.
Cuvier had al voor 1863 dode exemplaren bestudeerd. De overeenkomst met larven van onze gewone salamanders was hem opgevallen en hij meende dat axolotls larven moesten zijn van een grote, onbekende salamander. Toen men zag dat de later bestudeerde, levende axolotls zich in het 'larvale stadium' gingen voortplanten, moest men deze gedachte wel opgeven.

De in de Balkan levende olm (Proteus anguinus) en de Noord-Amerikaanse sirenen (Fam. Sirenidae) houden ook de jeugdkenmerken in het volwassen stadium, wat neoteen wordt genoemd. Daarom rekende men deze vroeger samen met de axolotl tot een aparte groep, de Perennebranchiata, dat zijn dieren met blijvende kieuwen. Zij werden beschouwd als een overgang van de kieuwdragende vissen naar de, via longen ademende, salamanders.
Thomas Hunt Morgan leefde van 1866 tot 1945. Hij deed genetisch onderzoek, dat is onderzoek naar het doorgeven van eigenschappen van ouders op kinderen van levende wezens en ook van planten.
Hij ontving de Nobelprijs in 1933 voor zijn onderzoek waar onder andere axolotls bij betrokken waren. De bioloog Jean Rostand deed in Parijs tot in 1967 ook onderzoek waarbij hij axolotls gebruikte.

Algemeen

De axolotl kwam oorspronkelijk voor in het Xochimilcomeer en het Chalcomeer in Midden-Mexico, ze leven ook in "axalapascos", vulkanische kraters gevuld met water. De axolotl is een vleeseter, hij jaagt op kleine prooidiertjes zoals insecten en kleine vissen, die hij in zijn geheel doorslikt. De wilde populaties zijn sterk bedreigd geraakt door de groei van Mexico-stad. De axolotl wordt op dit moment door CITES als een bedreigde diersoort beschouwd. In het Spaans heet hij ajolote. De axolotl is verwant aan de tijgersalamander (Ambystoma tigrinum), en wordt soms ook wel als een ondersoort van de tijgersalamander beschouwd in plaats van een aparte soort. Axolotls kunnen een metamorfose ondergaan, hoewel ze dit slechts zelden doen. Door heel langzaam het waterniveau te reduceren treedt heel soms de metamorfose op; door het geven van het schildklierhormoon thyroxine kan men de metamorfose betrouwbaarder in gang zetten. In de gemetamorfoseerde vorm lijkt het dier op de Ambystoma mavortium, die verwant is aan de tijgersalamander.

Toepassingen

De axolotl wordt gebruikt in laboratoriumonderzoek en grote aantallen worden in gevangenschap gekweekt. Het meest opmerkelijke aan de axolotl is zijn mogelijkheid tot regeneratie: de axolotl herstelt zich zonder littekenweefsel te vormen. Hij kan zelfs vernielde ledematen herstellen en in sommige gevallen nog belangrijkere structuren. Er is ook beschreven dat zelfs de minder vitale delen van hun hersenen volledig kunnen herstellen. Nog een interessant gebied voor het onderzoek zijn de grote en robuuste embryo's die hierdoor, in combinatie met de doorzichtige eischaal, makkelijk zijn te bestuderen. Een andere amfibieënsoort die hiervoor veel wordt gebruikt is de klauwkikker.

Bron: wikipedia.org

Hoe vind je dit bericht? 27 stemmen
Geschreven door luc om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Banaanrietkikker

Algemeen

Deze soort wordt ongeveer 2,8 centimeter lang maar de mannetjes blijven nog kleiner; ongeveer 2,5 cm. Het voedsel bestaat voornamelijk uit kleine vliegende insecten zoals vliegen en muggen. De kikker komt voor in de bossen van Tanzania in Afrika. Het is een regenwoudbewoner die alleen in vochtige en warme gebieden gedijt, en veel in hoge bomen en struiken klimt. Ook de mens wordt niet geschuwd; met name in bananenplantages wordt deze soort vaak aangetroffen waaraan de naam te danken is. De mannetjes maken in de paartijd een soort zoemende geluiden, die hoger en lager worden gedurende een enkele roep van ongeveer 5 seconden.

Beschrijving

De banaanrietkikker heeft een slank uiterlijk en kleine tenen en hechtschijven. De kop is wat groter en de ogen hebben vele kleine oogvlekjes. Zoals veel soorten rietkikkers is de rug bedekt met kleine stekelige bultjes. De kleur is zeer variabel omdat de kikker van kleur kan veranderen maar de normale kleur is groengrijs tot wit met een gele buik en oranjegele tenen en hechtschijven. Over de flank loopt een bruinige streep die uit vele kleine vlekjes bestaat.

Bron: wikipedia.org
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door luc om 21:23 Reageer op dit bericht

Bandsalamander

De bandsalamander (Triturus vittatus) is een watersalamander uit de familie echte salamanders of Salamandridae.

Beschrijving

De naam is te danken aan de lichte, zwartomzoomde streep op de flank die bij de mannetjes in de paartijd soms blauw wordt. Verder is het lichaam licht- tot donkerbruin met kleine, dichtbezaaide donkere vlekjes over het hele lijf. In de paartijd krijgen de mannetjes een zeer hoge, 'stekelachtige' kam op de rug en staart, die uiteraard erg week is en enkel onder water goed te zien is, ook hebben ze in deze tijd een felrode buik.

Sommige mannelijke exemplaren hebben werkelijk prachtige helderblauwe vlekken op de enorme staartkam waardoor ze eerder op een tropische vis lijken dan op een salamander en ook de poten van de mannetjes zijn voorzien van grote zwemvliezen.

Verspreiding en ondersoorten

De bandsalamander wordt maximaal 15 centimeter lang en heeft drie ondersoorten, waarvan de nominale soort T. v. vittatus alleen langs de zuid- en westkust van de Zwarte Zee voorkomt in Turkije en Rusland. De andere twee ondersoorten leven enkele honderden kilometers verderop langs de kuststrook van de Middellandse Zee aldaar in Syrië, Libanon en Israël, net niet in Egypte. T. v. cilicensis leeft in het uiterste noorden in Turkije, en T. v. ophryticus in het overige gebied. Het is niet precies bekend waarom ze zover van elkaar zijn komen te leven.

Levenswijze

De bandsalamander is een waterminnende soort die niet alleen in de paartijd naar het water trekt om zich voort te planten, maar meestal jaagt en schuilt hij ook buiten de paartijd in het water. Alleen gedurende een korte periode van enkele weken houdt de salamander op het land een winterslaap onder bladeren en stenen. Het habitat bestaat uit erg vochtige gebieden en liefst in de nabijheid van een sloot of ven met enigszins koel water en veel onderwatervegetatie. Het voedsel bestaat uit kleine ongewervelden, maar deze soort staat bekend als kannibalistisch, vooral vrouwtjes lusten graag een zelfgelegd eitje en ook de larven zijn niet veilig.

Bron: wikipedia.org

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door luc om 21:26 Reageer op dit bericht

Bemoste boomkikker

De bemoste boomkikker (Rhacophorus everetti) is een kleine kikker uit de familie schuimnestboomkikkers (Rhacophoridae).

Algemeen

Deze soort komt voor op de Filipijnen en het eiland Borneo; Maleisië en Brunei. Het biotoop bestaat uit hoge bomen van het tropisch regenwoud in bergachtige en vochtige omgevingen meestal bij water. Voor de voortplanting wordt een schuimnest gemaakt in een boom of tussen de bladeren. De kikkervisjes die hier uit komen hebben echter wel oppervlaktewater nodig voor de verdere ontwikkeling, anders drogen ze uit en daarom hangen schuimnesten altijd boven een waterpartij. Het voedsel bestaat uit kleine ongewervelden, vooral vliegen en muggen. Deze kikker is nachtactief en verschuilt zich overdag in bomen en tussen struiken.

Er zijn twee ondersoorten; (R. e. mascroscelis) en (R. e. everetti), waarvan de laatste alleen in de Filipijnen leeft en de eerste soort juist alleen op Borneo voorkomt.

Beschrijving

De bemoste boomkikker wordt maximaal 5 centimeter lang en heeft zeer grote ogen en de huid van deze soort is zo grof dat het lijkt of er een pluk mos op groeit, maar dit zijn onregelmatige wratten in combinatie met kleine uitsteekseltjes op de huid. Ook de tekening is zeer onregelmatig; een zwarte en bruine vlektekening op een olijf- tot meestal donkergroene rug, de buik is geel tot witgeel. De tenen zijn erg lang, de hechtschijven sterk vergroot en de pupil is horizontaal.

Bron: wikipedia.org

Hoe vind je dit bericht? 57 stemmen
Geschreven door luc om 21:32 Reageer op dit bericht

Meer van Amfibieën

↑ Terug naar de berichten