Het historisch park Ayuttaya omvat de oude hoofdstad Ayutthaya van het koninkrijk Ayutthaya.De stad werd in 1991 door Unesco tot werelderfgoed verklaard.
Ayutthaya werd gesticht rond 1350 als hoofdstad van het Koninkrijk Ayutthaya door de Siamese koning U Thong. Zij werd verder, over een periode van ca. 400 jaar door 33 koningen opgebouwd. In 1767 werd de stad door het Birmese leger verwoest.
Ayuttaya ligt aan de samenvloeiing van drie rivieren: de Chao Phraya, de Pa Sak en de Lopburi. Door het graven van een aanvullend kanaal werd de stad volledig door waterwegen omringd. Vele Europese naties, waaronder de Nederlandse VOC hadden in deze eens welvarende stad handelsposten. Tegenwoordig blijven van de eens zo schitterende tempels enkel ruines. De moderne stad is gebouwd tussen en rond de ruines van de vroegere tempels en paleizen.
Ons hotel ligt op vijf minuten stappen van de belangrijkste tempelruines. En niet onbelangrijk: op tien minuten stappen van een leuk ontbijtzaakje en eveneens op tien minuten van de avondmarkt. We kunnen dus een perfecte mix maken tussen natuur en cultuur. Tussen de tempelruines zijn namelijk grote ruimten met gras, bomen en uitgestrekte waterpartijen. Het wemelt er van de vogels!
Hier maken we een tijdje de combinatie tempels-vogels. We lopen rond tussen de ruïnes en maken een paar heel mooie vogelfoto's. 's Avonds vogels bewerken en morgen trekken we op weg naar het noorden, naar een broertje van deze stad: Sukhothai.
Sukhothai.
We maken het ons gemakkelijk: we laten ons vervoer boeken door de receptie van ons hotel. Met een tuktuk op een kwartiertje naar het busstation. Daar even wachten en dan op de bus naar onze volgende bestemming: Sukhothai. Het is een rit van zes uur, die onderbroken wordt door een etensstop: in het bus ticket is een gratis warme maaltijd inbegrepen.
Het koninkrijk Sukhothai was een koninkrijk in noord-centraal Thailand. Het bestond van 1238 tot 1438. Van de toenmalige hoofdstad Sukhothai, twaalf kilometer ten westen van het huidige Sukhothai in Tambon Muang Kao, zijn nog slechts ruïnes over in een historisch park.
De stad Sukhothai was aanvankelijk onderdeel van het grote Khmer-rijk, maar in 1238 verklaarden de Thai krijgsheren Pho Khun Pha Muang en Pho Khun Bang Klang Hao zich onafhankelijk. Zij vestigden een Thais-geregeerd koninkrijk.
Juist tegenover dit historisch park vinden we een klein hotelletje. Propere kamer, airco, douche met warm water en een strak bed. We vestigen hier het record voor de goedkoopste kamer van deze reis: € 16,6 voor een nacht.
De dagen dat we hier verblijven verlopen allemaal volgens hetzelfde schema: voor 7 uur opstaan, beetje verfrissen, insmeren met zonnecrème en naar de historische site. Daar vogels, ruïnes en boeddhabeelden kijken tot tien/elf uur.
Dan de straat oversteken naar de hoofdstraat van oud-Sukhothay waar we gaan ontbijten.
Naar ons hotel (het wordt ondertussen al echt warm!) en daar foto's bewerken, lezen, … Rond half vier terug naar buiten. Vogels en ruïnes kijken tot ongeveer half zes. Eten, eventueel een stukje avondmarkt en dan nog even computer (vogels, An Spaanse les, lezen, ….) douchen en slapen.
Rustig in de natuur, maar toch blijkt het redelijk vermoeiend. Daarom bereiden we ons voor op de volgende verplaatsing : Chiang Mai.
Eerst een bewogen rit (taxi was een uur te laat!) terug naar Bangkok, Zuidelijk Busstation.
Daar nemen we een minibus naar Petchaburi. We worden afgezet langs de hoofdbaan. Even gezocht naar een tuktuk naar ons hotel.
We worden heel hartelijk ontvangen door de eigenaars van het hotel. Ze hebben met ons vorig jaar een vogeltocht gedaan en sindsdien is de vrouw een vogeladept geworden. Ze heeft al mijn vogelfoto's van vorig jaar afgedrukt met de namen er onder en kijkt vanaf nu regelmatig naar vogels (en vleermuizen) in de buurt.
Ze stellen ons een heel plan voor: morgen naar Pak Thale zoutpannen, en na de middag de rijstvelden rond Petchaburi.De tweede dag naar Kaeng Krachan National Park, waar we vorig jaar niet geraakt zijn.
Eerst Pak Thale zoutpannen. Een immens gebied met grote 'vijvers', waar zeewater ingelaten wordt om te verdampen. Als er een dikke laag zout ligt, komen er arbeiders die alles bijeen leggen op hopen, klaar voor vervoer. Interessant, maar het belangrijkste is dat in dit gebied een van de zeldzaamste vogels ter wereld leeft, de lepelbekstrandloper. Gemakkelijk te herkennen, want zijn bek heeft dezelfde vorm als die van de lepelaar. Piece of cake dus, maar: hij zit tussen 400 andere strandlopers, die er op de bek na precies hetzelfde uitzien. Komt nog bij dat het diertje zich voedt door zijn bek onder water over en weer te bewegen, dus die bek krijg je zelden te zien.
Het goede nieuws is dat er gisteren twee exemplaren gezien zijn en gefotografeerd door een vriend van de hoteleigenaars die met ons meegaat om de juiste plaats te tonen. Het slechte nieuws is dat je heel veel geluk moet hebben om zo'n klein vogeltje te vinden tussen drie- of vierhonderd bijna tweelingbroertjes of zusjes. Om een lang verhaal kort te maken: na een hele voormiddag zoeken hebben we niets gevonden.
Na de middag met de auto cruisen door de rijstvelden. Veel kleine vogeltjes en een paar roofvogels. Roofvogels kijken is hier heel ontspannend: we zetten ons in zetels aan de rand van een pas geoogst rijstveld. Op de korrels rijst die blijven liggen komen muizen af, op de muizen komen slangen en kleine roofdieren af en tenslotte komen de roofvogels zich aan al dat gedierte voeden. Niets speciaals.
's Avonds zijn we doodop en morgen moeten we om half vijf opstaan om rond vijf uur te vertrekken naar het nationaal park.
Kaeng Krachan is het oudste en een van de grootste nationale parken van Thailand. Het is immens. We hebben een auto nodig om van de ene naar de andere plaats in het park te geraken. Het park heeft drie niveaus : laag, midden en hoog. Om op het hoogste niveau te geraken heb je een wagen met vierwiel aandrijving nodig.
We hadden dus een auto en een gids. Een klein probleempje : de gids sprak enkel Thais en hij kende ook de namen van de vogels enkel in die taal. De conversatie verliep dus moeilijk: elke keer als de gids iets tegen ons wou zeggen sprak hij de boodschap in in de vertaalapp, de tekst verscheen dan in het Engels op het scherm. Ik kon dan antwoorden in het Engels en de app vertaalde dat dan weer in het Thais. Een bijkomend probleem: de app kende de namen van de vogels niet! De werkwijze werd dus nog een beetje ingewikkelder: de gids zocht de vogel op in Merlin (vogelherkenningsapp), als de foto verscheen nam ik met mijn gsm een foto van zijn scherm. Mijn versie van Merlin vertelde dan wat de Engelse naam was van de vogel.
Leve de techniek!
Desondanks was het een mooie tocht die ons twaaf lifers opleverde.
We waren hierna zo moe dat we besloten morgen niet verder te reizen, maar nog twee dagen rustig in ons hotel te blijven, foto's bewerken, hotel boeken, lekker eten ....
Over ons hotel gesproken; we logeren in het centrum van Petchaburi, vlak over een prachtige (grote) tempel. De eigenaars promoten Thailand en vooral Petchaburi. Elke morgen krijgen we dan ook een typisch ontbijt van de streek, in niets te vergelijken met wat we elders in Thailand ooit gegeten hebben. In de loop van de dag brengt de hotelbaas ons koffie en 's avonds gaan we eten op de avondmarkt. Heerlijk.
En zo komt er een eind aan een heel leuk verblijf. Morgen trekken we weer verder.
Kanchanaburi
De verplaatsing verliep met hindernissen. Wij waren van plan om met de bus terug te reizen naar Bangkok en daar een minibus te nemen naar Kanchanaburi. Bij een bespreking met onze huisbazin bleek dat zij wist dat er een rechtstreekse busverbinding was tussen Petchaburi en Kanchanaburi.
Zij zocht de uren op, maar er was enkel nog plaats op de bus van drie uur. Geen punt: op de kamer tot elf uur, beetje lezen in de living en om half een werden we uitgenodigd door onze 'huisbazen' om met hen te gaan lunchen in de buurt van de vertrekplaats van de bus.
Lekkere lunch in een mooie tuin (en in plezierig gezelschap) en dan werden we naar de bushalte gebracht. Onze huisbazin legde nog eens uit waar we naartoe moesten (niemand sprak Engels) en dan wachten. Om kwart na drie kwam het bericht dat de bus vertraging had. Vermoedelijke nieuwe vertrektijd: vier uur.
Wachten. Om kwart na vier op de bus, dan een rit van drie uur en een half en in het donker werden we gedropt op een busstation in een voor ons onbekende stad.
Met een tuktuk naar ons hotel. Vriendelijke ontvangst (men was al aan het wachten op ons) en zeer goede kamer: netjes, ruim, warm water in de badkamer, goede airco en strakke matras op het bed.
In Kanchanaburi zien we maar heel weinig toeristen. Dat is vreemd, omdat deze stad een belangrijke rol speelde in de tweede wereldoorlog, als gevolg van de bezetting door de Japanners.
Vertaling van een deel van de tekst op een gedenksteen op een van de oorlogskerhoven:
“Gedurende de tweede wereldoorlog werden tienduizenden inwoners van het Brise Gemenebest, Nederlandse en Amerikaanse burgers POW's (prisoners of war).
In 1942 beval de Japanese bezetter de bouw van een 250 mijl lange spoorweg door de bergachtige jungle van Thailand en Birma (het huidige Myanmar). Langsheen het geplande spoorwegtraject werden werkkampen gebouwd voor de POW's. Op het hoogtepunt van de aanleg waren meer dan
60.000 POW's en meer dan 200.000 gedwongen tewerkgestelde arbeiders uit de plaatselijke bevolking aan het werk gezet. De arbeiders leden aan ondervoeding, tropische ziekten en mishandeling. In oktober 1943 was de spoorlijn voltooid, waarbij 12.000 POW's en meer dan de helft van de plaatselijke gedwongen arbeiders gestorven waren.
Een stukje van de tweede wereldoorlog dat in onze geschiedenislessen niet aan bod kwam. Dit is dus wat we zeker gaan bezoeken, vooral met het boek en de film (The bridge over the River Kwai) in ons achterhoofd.
We boeken een tour naar de brug, het Erawan National Park (bekend om zijn watervallen), een grot met een groot boedhabeeld en een rit met de trein over de befaamde brug. Tussen haakjes: bij de eerste treinrit stortte de brug in (met trein en al) en doodde de inzittenden van de trein plus een aantal (dwang)arbeiders die nog aan het spoor werkten. Was het sabotage of het gevolg van haastwerk?
Het was in elk beval een mooie tocht (alleen te veel volk en te weinig vogels in het park) en een waardig afscheid van deze plaats. Morgen trekken we verder, je hoort nog van ons.
Na een vlucht van acht en een half uur landen we in Bangkok. De nacht duurt lang voor degenen die niet kunnen slapen! Hoe dan ook, we zijn blij dat we er zijn.
Ondanks onze vermoeidheid vlug onze bagage naar de kamer gebracht (de meisjes van de receptie herkennen ons nog) en dan terug de buurt verkennen.
Sinds juli is er nog niet veel veranderd: mooie tempel achter de hoek, leuke restaurants, goedkope happy hour …. het begin van onze tocht kan niet stuk.
We blijven hier maar enkele dagen om een paar zaken te regelen: telefoonkaarten kopen, gewoon worden aan de warmte (hier zo'n frisse 28 graden!) en een beetje bekomen van de vlucht.
Bovendien beginnen we hier ook met vogels kijken: eerst in het parkje aan de rivier op vijf minuten van ons hotel (weinig maar leuke vogels) en dan een uitstap naar Lumphini Park. Dit park is bekend (naast zijn vogels) om h:et grote aantal varanen dat hier rondloopt.
Tussen de bedrijven door proberen we onze volgende stap voor te bereiden: verplaatsing naar Bang Po.
De taxichauffeur die we in juli hadden laat het afweten. Een minivan voor 10 personen is misschien wat te groot om twee mensen te vervoeren.
Hoe dan ook, we boeken een taxi via het hotel en die brengt ons op anderhalf uur van ons hotel naar ons verblijf in Bang Po.
Dat laatste gebeurt niet zonder moeite: net zoals vorig jaar kent de chauffeur het hotel niet en kan hij het ook niet vinden aan de hand van het adres. Hij vraagt dan maar de weg aan een passerende politiewagen, en voorafgegaan door een politieauto met een blauw zwaailicht komen we aan in ons hotel.
Bang Po (of Bang Pu of Bang Pho of nog drie andere schrijfwijzen) is een recreatiecentrum. Het betaat uit een lange pier met op het einde een enorm groot restaurant, één hotel een beetje verderop, een paar stalletjes en een klein restaurantje. Voor de rest is alles rondom zee of mangrovegebied.
Voor de vogelaars zijn er twee kijkhutten en een uitkijktoren. Hoewel het een bekend vogelgebied is, zijn er weinig birdwatchers; we zien er bijna geen westerlingen. De meeste bezoekers zijn Thai.
Ons hotel zelf was vroeger een recreatiecentrum van het leger: heel grote kamers op de eerste verdieping en beneden een paar kamers en twee heel grote slaapzalen.
Het is er proper, er worden regelmatig dingen vernieuwd, maar het geheel doet wat ouderwets aan.
Eén groot nadeel: niemand van de staff spreekt ook maar één woord Engels! De conversatie verloopt dan ook volledig via de vertaalapp.
Hier blijven we een paar dagen vogels kijken. We zien veel en mooie vogels en over het algemeen is het er erg rustig. Tot de laatste dag van ons verblijf. Als we 's morgen willen beginnen met vogelen, blijkt dat er een grote geluidsinstallatie is opgesteld en dat het er vol loopt met vrijwilligers. Er is blijkbaar een actie bezig om het mangrovegebied te onderhouden. Overal zijn mensen bezig met mangroveplantjes te planten en vooral met krabben uit te zetten. Zelfs An helpt hier even aan mee. Ondertussen voelt An zich niet goed. Omdat het vogelkijken toch niet geweldig is vanwege het volk dat hier rond loopt, gaan we wat vroeger naar de kamer terug. An heeft last van rugpijn, net zoals een paar maand vroeger toen nierstenen werden vastgesteld. We hopen dat het met rust zal over gaan, maar het wordt steeds erger, tot we besluiten er een dokter bij te halen.
Na een korte telefonische ondervraging besluit men een ambulance te sturen.
De ziekenwagen is klein en op zijn zachtst gezegd 'basic', maar er is een bekwame verpleger/chauffeur bij en op een paar minuten zijn we in de kliniek.
Het hospitaal is klein, clean en er is zeker geen gebrek aan personeel: ik tel negen mensen voor één patiënt (wat later worden het er twee).
Ze doen hier dezelfde dingen als een paar maand geleden in Oostende: inspuiting, röntgenstralen, bespreking …. en na een paar uur mogen we met een paar zakjes medicijnen terug naar het hotel. De pijn is weg en het gevaar is geweken.
Wij zijn blij dat het zo afloopt, het ziekenhuis bestelt een taxi (die dus het hotel niet vindt), maar uiteindelijk komen we op onze kamer voor een zeer korte nacht, want de dag erna vertrekken we heel vroeg naar Petchaburi.
Door onze lieve buren naar de halte van de luchthavenbus gebracht.
Om stipt tien na negen kunnen we de bus op en vertrekken we naar Zaventem.
De buitentemperatuur toen we vertrokken was -1, maar op de luchthaven is het gelukkig warm. nu wachten op de vlucht naar Istanbul. Het wachten duurt lang, want de vlucht heeft meer dan een uur vertraging. Eindelijk boarding en dan een rustige vlucht van 3 1/2 uur.
De aankomst in Istanbul verloopt chaotisch. We landen als de boarding al 10 minuten bezig is, zodat we in looppas naar de boarding gate moeten. We zijn gelukkig nog net op tijd. In het vliegtuig eerst van plaats wisselen en dan een vlucht van 8 1/2 uur.