Lieve Vlaamse lezeressen, goede lezers en beste vrienden- toeschouwers, wij groeten U (en ook aan de anderen : dada)
Soms hebben wij de indruk dat we op een eerste middenbalkon in de schouwburg "Angeltjes" zitten te kijken naar verschillende spektakels die zich door mekaar afspelen. Er zijn geen bedrijven, er is geen regisseur en er zijn ontelbaar veel acteurs. Vreemd genoeg lukken wij, verbaasde en verdwaasde toeschouwers er toch in om de meesten te herkennen en van sommigen houden we en van een heleboel anderen worden we misselijk. Het gaat over de scène en niet over u, de toeschouwers. Wij joelen en jouwen passioneel mee met het gebeuren, ook als we het niet allemaal begrijpen.
Eén thema behandelt de reutelende doodsstrijd van een land, dat eigenlijk de naam natie niet meer verdient. De agonie is al bijna 180 jaar aan de gang en de mensen die door de bevolking afgevaardigd worden om wat schot te brengen in het verhaal, rijden zich permanent vast in files van woordenstromen en ze volgen wegwijzers die in alle richtingen leiden naar de bestemming "Nergens". Iedereen verdwijnt in de coulissen côté cour (rechts) en verschijnt onmiddellijk terug côté jardin (links). Jammer dat er geen uitgang côté coeur is.
Een ander thema - en het is nauw verbonden met het eerste, alleen weinigen beseffen het - gaat over groepen mensen die het stervende land aan het innemen zijn. Ach, waarom niet, op de begraafplaats heerst niet overal lugubere treurnis. Vervelend is, dat de nieuwkomers van een geheel verschillende oorsprong zijn. Heel hun hebben en houden is gebaseerd op een soort religie en ze kleven gebruiken aan die honderden jaren geleden hier ook in zwang waren : godsdienstfanatisme, vrouwenmiskenning en -achteruitstelling, wreedheid jegens mens en dier, en vooral geen cent bereidheid om zich aan te passen aan de moderne tijden.
Er zijn onder de oude bewoners heel veel zwakkelingen en collaborateurs die de nieuwkomers verwelkomen met open armen, open beurzen en open monden : "Jullie zijn onze moderne tijden" lispelen ze onderdanig, "Jullie zullen voor de welvaart van ons en onze kinderen werken en wij zullen boeten voor alles wat onze voorouders fout gedaan hebben". Dat moeten ze geen twee keer zeggen tegen de nieuwkomers, behalve dat zinnetje over "jullie zullen werken". Daar zijn de nieuwkomers niet direct op uit ; integendeel, zij weten dat als ze niet werken, de centjes ook binnenrollen. En voor de rest is het een uitgemaakte zaak, dat de nieuwkomers die de instructies uit hun moederlanden blijven volgen, erg goed weten hoe ze maximaal hun nieuwe leefomgeving naar hun hand kunnen zetten.
Naar dat thema zitten wij ook ademloos te kijken vanop onze bevoorrechte eerste middenbalkonplaatsen. Dat onderdeel raast als een sneltrein over de scène. Het stopt niet, de ene verrassing volgt de andere op in zo'n hels tempo dat de aarde binnenkort zonder zuurstof dreigt te vallen. Dat is bijkomstig : milieurampen vallen steeds ten laste van de oorspronkelijke bewoners.
Velen van de nieuwkomers lopen rond in lange jurken en pyjama's, ze sissen "smerige hoer" naar de vrouwen, ze doen alles wat god en de rechter verbiedt maar ze blijven de lievelingen van de collaborateurs. We staan nu op een kantelmoment in het stuk : over hooguit tien jaar zullen de nieuwkomers in de meerderheid zijn en dan nemen zij heel het oude continent in bezit. Daarom wordt nu alles in ijltempo voorbereid en mooi opgebouwd om aan te bieden tijdens de Grote Overdracht Er zullen nog haarden van verzet bestaan maar die worden systematisch uitgeroeid. Heel het Avondland hult zich in het duister en wordt het Nachtland.
Vermoedelijk zullen dan ook de lichten in de schouwburg gedoofd worden. Enkel wat in het groene boek van het geloof van de nieuwkomers beschreven staat, is toegelaten. Diegenen onder ons die nog niet naar huis zijn, kunnen in de vestiaire best een aangepast lang kleed vragen of een pyjama en voor de vrouwen een sluier en een vaatdoek. Hopelijk valt het doek over ons stuk niet in de ramadanperiode, anders zijn de supermarkten gesloten. En de cafés en restaurants. Maar allicht is er een onthoofding of een steniging aan de gang op de Grote Markt.
***
Mocht u zich afvragen, lieve Vlaamse lezeressen, goede lezers en beste vrienden-toeschouwers (de overigen hebben al lang afgehaakt : doei !) of wij deze verhalen nooit beu worden, of wij soms een ingeplante chip vol koppige volharding in ons hoofd bezitten, moeten we daar bevestigend op antwoorden. Ja, er zijn zelfs momenten dat we onszelf hartsgrondig beu zijn, dat we ons vragen stellen nopens de zin van ons verzet. Het gaat echter niet om onszelf maar om het doel.
Als we om ons heen kijken naar de menigte die zich gelaten neerlegt bij de grote beschavingsvernietiging die zich onder onze ogen voltrekt, de menigte die de invasie aanvaardt als een onvermijdelijk gebeuren en die vooral ongestoord wil blijven leven in een stervend land zonder toekomst, dan veren we weer recht ... en we hollen vierklauwens naar onze eerste middenbalkonzetels, we ploffen neer en we fluisteren tegen onze buren : "Oewist ? Hebben we veel gemist ? ".
Uw toegewijde, dienstwillige, onverbeterlijke Redactie