Het Europees Parlement mag niet het instrument worden van een politieke lynchpartij
Pleidooi Guido Naets over opheffing parlementaire onschendbaarheid Frank Vanhecke
voor de Juridische Commissie van het EP, maandag 8 september 2008
Mijnheer de voorzitter,
Ik ben niet gekomen om Frank Vanhecke te begraven, te verdedigen of van iets vrij te pleiten. Ik sta
hier om het Europees Parlement te verdedigen, opdat het zich niet zou laten verleiden tot het opheffen
van de onschendbaarheid van Frank Vanhecke. Sta mij toe dit in 7 punten te ontwikkelen.
1° Ik heb dit Parlement meer dan 50 jaar van nabij gevolgd en met grote toewijding gediend: eerst 4
jaar als medewerker van de studiedienst van de Belgische christendemocraten, dan 18 jaar als Europacorrespondent
o.m. voor Duitse en Nederlandse media en voor de Vlaamse openbare radio en televisie,
dan 15 jaar als directeur-perschef van dit Parlement zelf. In deze laatste hoedanigheid was het mijn
taak, het Parlement en zijn leden te beschermen tegen allerhande aanvallen. Ik grijp graag de kans aan
om die taak, die ik van 1980 tot 1995 fervent verdedigde, vandaag voort te zetten.
2° Kringen die België te allen prijze willen behouden - zoals ze zelf zeggen ook met onwettige middelen -
willen dit Parlement doen opdraven in een lynchpartij op de voorzitter van een partij die België ziet als
een “mislukte staat”, een failed state, die zij democratisch en vreedzaam wil opsplitsen in een
onafhankelijk Vlaanderen en Wallonië in Europa. Hier wordt onterecht misbruik gemaakt van het
gemakkelijkste voorwendsel – neen, geen verkiezingsbedrog, corruptie, smeergeld, of pedofilie, maar de
meest abjecte van alle misdaden: racisme. Mijnheer de Voorzitter, in de bijna 30 jaar dat ik Frank
Vanhecke ken, sinds hij hier assistent werd van Karel Dillen, heb ik hem nooit op enige vorm van racisme
kunnen betrappen.
3° Niemand mag zich achter een parlementair mandaat verschuilen om misdrijven toe te dekken of te
ontsnappen aan rechtsvervolging. Maar ik heb de indruk dat men Vanhecke niet wil vervolgen voor een of
ander misdrijf maar om wie hij IS; precies wat Hannah Arendt bestempelde als totalitarisme. De
nationaalsocialisten gingen zo tewerk, Stalin liquideerde op dezelfde wijze al zijn tegenstanders.
Vanhecke wordt vervolgd omdat hij symbool staat voor een partij die België wil opdoeken, zoals Cato in
Rome elke toespraak voor de Senaat besloot met de woorden “ceterum censeo Carthaginem esse
delendam”. Ook een andere Vlaamse partijvoorzitter, Bart De Wever wiens partij kartel vormt met de
Vlaamse christendemocraten wordt om dezelfde reden verguisd en ook de voorzitter van die andere
radicaal-Vlaamse Partij Lijst Dedecker wordt er om belaagd. Wie opkomt voor Vlaamse en Waalse
onafhankelijkheid, mag zich aan de ergste represailles verwachten
4° Aanklagers in deze zaak zijn totalitair denkende en handelende figuren, die zichzelf kwalificeren als
horende tot “democratische partijen”, tja, zoals de DDR zich vroeger “democratisch” noemde. Dit
Parlement zou zich eigenlijk eens moeten buigen over de praktijken die tegen deze partijen worden
gebruikt : doodsbedreigingen aan het adres van gekozenen, intimidaties van leden en sympathisanten,
het gewelddadig arresteren van verkozenen hier voor dit Parlement bij de vredelievende herdenking van
Nine Eleven, de sociale en politieke uitsluiting, het uit de vakbond zetten van leden van het Vlaams
Belang – en dat wil in België wat zeggen want werklozensteun wordt door de vakbonden uitbetaald, die
er een bonus van 160 miljoen EURO per jaar voor ontvangen.
De zaak tegen Vanhecke is overigens aangebracht door een man, Freddy Willockx, ooit ook
Europarlementslid, vandaag burgemeester van Sint Niklaa s, die 14 jaar geleden bekende dat hij 5
miljoen Agustasmeergeld had aanvaard, het omkoopschandaal met helikopters waardoor Willy Claes
ontslag moest nemen als NAVO-secretaris-generaal.
5° Het totalitaire blijkt uit het feit dat de opheffing van de onschendbaarheid werd gevraagd precies
2 dagen nadat Frank Vanhecke na 12 jaar voorzitterschap de fakkel aan zijn opvolger had doorgegeven –
een voorzitter in functie aanpakken vond men blijkbaar net iets te gewaagd.
De willekeur blijkt hieruit dat U dit dossier bij hoogdringendheid moet behandelen, terwijl vandaag bij
de Brusselse politierechtbank alleen al 47.000 inbreuken op vervolging wachten wegens allerlei
geweldplegingen en zware verkeersovertredingen als dronkenschap achter het stuur.
Het totalitaire blijkt uit het feit dat het Belgische apparaat een tot Belg genaturaliseerde
Marokkaanse terrorist genaamd Bellirasj gedurende tientallen jaren ongemoeid moorden liet plegen,
terwijl de Marokkaanse diensten hem en andere terroristen wél konden klissen, en buiten een reeks
wapenopslagplaatsen ook nog ontdekten dat Bellirasj al jaren op de payroll stond van de Belgische
staatsveiligheid!
6° In het licht hiervan ben ik als Belg gegeneerd dat dit Parlement en deze Commissie in spoed is
opgetrommeld voor één zin in een persbericht uit een plaatselijk krantje uit 2005 dat ernstige
grafschendingen in Sint Niklaas toeschreef aan allochtone jongeren. Eén zin die na enkele dagen werd
rechtgezet door een nieuw bulletin in alle brievenbussen van de stad omdat inderdaad niet met naam en
toenaam kon bewezen worden dat het ging om allochtone jongeren. Het waren immers minderjarigen en
dan kan de politie de identiteit niet vrijgeven!
Volgens de Belgische Grondwet mocht Frank Vanhecke als juridisch “verantwoordelijke uitgever”
trouwens niet worden vervolgd omdat de schrijver van het bewuste stukje, een plaatselijke gekozene,
zichzelf vrijwillig had aangemeld. Maar zoals U allicht weet is de grondwet in België allang een vodje
papier. Men wou trouwens niet de schrijver doen veroordelen maar Vanhecke pakken. Hannah Arendt
had het me lede ogen beschreven.
7° De Belgische politieke toestand is meer dan ooit een wespennest en wie hier als buitenlanders in gaat
roeren, weet niet wat hem te wachten staat. Als de Juridische Commissie de deur zou openzetten voor
vervolging door het Belgische gerecht, van één van de meest uitgesproken voorstanders van Vlaamse
onafhankelijkheid, zijn de kwalijke gevolgen voor het aanzien van het Parlement en voor de weerslag op
de publieke opinie, negen maanden voor de Europese verkiezingen niet te overzien.
Om al deze redenen smeek ik het Europees Parlement, te beginnen deze Commissie, zich niet
medeplichtig te maken aan een politieke lynchpartij en een poging tot karaktermoord op een
radicaal Vlaamse partij met zg. racisme als goedkoop voorwendsel. België staat vandaag voor een
van de grootste uitdagingen sinds het zich in 1830 van Nederland afscheurde; het zou bijzonder
onverstandig zijn als het Parlement in die komende onderhandelingen partij zou kiezen.
Mijnheer de Voorzitter, ik zei het al, ik hield dit pleidooi niet voor Frank Vanhecke maar voor het
Parlement zelf, dat al genoeg door het slijk wordt gehaald.
Brussel, 8 september 2008 guido.naets@telenet.be