Men zegge het voort (nr 820)
Gisteren werd ik opgebeld door een kennis die me vroeg of ik me nog een zekere C.R kon herinneren die jaren geleden enkele jaren bij mij had gewerkt. Ja dus. Mijn kennis vertelde me dat die man nog eens graag met mij zou willen spreken en of ik bezwaar had dat hij mijn gsm-nummer aan die man zou doorgeven. Neen dus.
Dit was de reden waarom die oud medewerker me hedenmorgen opbelde. De man smeekte bijna op een onderhoud met mij in de nabije toekomst omdat hij blijkbaar in grote problemen is gesukkeld en hoopt dat Mijnheer Van Gaever hem op een of andere wijze zal kunnen helpen.
Aangezien hij radeloos bleek te zijn vroeg ik hem, in afwachting van ons onderhoud, toch reeds in het kort te vertellen waarover het juist ging.
Na zijn eerste uitleg gehoord te hebben spraken we een datum af; namen beleefd afscheid en kwamen de zoveelste maal tot het besef dat onze beroepspolitiekers er feitelijk hoofdzakelijk voor zorgen dat het leven van steeds meer en meer mensen vergald wordt en dat ze maar verder gaan met het zaaien van steeds meer wind waardoor er vroeg of laat een vreselijke en vernielende storm in ons land zal ontstaan.
Waarover gaat het?
C.R. was een zeer harde werker. Hij was destijds fier dat hij een mooi appartement had kunnen aankopen in Berchem. Vooraleer hij enkele jaren geleden met pensioen ging was de 20 jarige lening op dit appartement volledig afbetaald en diende hij zich geen financiele zorgen meer te maken. Bij zijn oppensioenstelling enkele jaren geleden besloot hij aan de kust te gaan wonen en kocht er een mooie woning aan midden in de rustige natuur gelegen op een 5 tal kilometers van Veurne. Deze woning zou hij enerzijds betalen met de opbrengst van de verkoop van zijn appartement en anderzijds met nog wat centen die hij had bijeengespaard. Geen problemen dus. Wel leende hij tijdelijk bij de bank de tegenwaarde van zijn appartement om zijn droomhuis te kunnen betalen. De te betalen intrest was niet van de laagste maar het was toch maar voor zeer korte tijd. Hij ondertekende een contract met een makelaar en deze zou normaal op enkele weken tijd of hooguit enkele maanden voor een koper zorgen tegen de afgesproken en door de makelaar geschatte waarde.
Toen de makelaar een koper bleek te hebben gevonden stelde deze , en tot grote verwondering van C.R., voor om de prijs aanzienlijk te laten dalen! Men had eens goed naar de oude plannen gekeken en het bleek dat er aan de achterzijde van het appartement ongeveer 25 jaar geleden verbeteringswerken werden uitgevoerd. Op aanraden van een aannemer, die dergelijke veranderingswerken reeds in vele appartementen in de buurt had uitgevoerd en dit tot groot genoegen van de eigenaars, werd een gedeelte van een muurtje gesloopt en werden twee achterramen door één véél groter raam vervangen waardoor er eveneens véél meer zonlicht binnenviel. Geen enkele maal in 25 jaar had er een neven- of overbuur enige opmerking gemaakt. Laat staan dat ze het zelfs wisten dat er iets was veranderd.
Maar de huidige makelaar die graag zijn commissie op de verkoop wou ontvangen drong aan op een prijsvermindering en koos de kant van de potentiele koper. Zonder medeweten van C.R. werd contact opgenomen met een bevoegde ambtenaar van de stedelijke diensten. Daarna liet men C.R. weten dat die ambtenaar zou weigeren zijn dossier te regulariseren indien hij daarvoor een aanvraag zou indienen !! Inmiddels heeft C.R. die met die makelaar niet verder wenste te werken toch het einde van de looptijd van het contract moeten afwachten. Inmiddels heeft C.R. duizenden euros intrest aan de bank moeten betalen en dringt de Bank nu aan op verkoop van het appartement.
Vorige week trok C.R. dan zelf naar de bevoegde ambtenaar en vernam dat hij inderdaad een probleem heeft en kreeg te horen "Als ik U ga regulariseren dan moet in dat ook doen voor circa 25.000 dossiers die soortgelijke problemen hebben. Breng alles terug in de oorspronkelijke staat en dan bent U in orde!!"
Indien C.R. dit zou doen zou dit hem niet enkel circa 8.500 euro gaan kosten maar bovendien de waarde van zijn appartement verminderen door een destijds betaalde verbetering nu te gaan vernietigen. Bovendien is C.R. inmiddels zwaar ziek geworden. De laatste levensjaren van die man worden dus volledig vergald door totaal stupiede wetten en reglementen. Geen enkele Belg heeft op 25 jaar tijd enige last gehad van die uitgevoerde verbetering. Maar vandaag is men iemand financieel de grond aan het inboren omdat destijds beroepspolitiekers honderden vrienden en vriendinnen aan een job hebben geholpen die er meestal in bestaat om aan duizenden brave mensen de duivel aan te doen.
Zelf sta ik machteloos om die man te helpen.
Ik kan alleen samen met hem vaststellen dat men die personen die op gemeenschapskosten leven en meestal levenslang veilig zijn benoemd tot andere inzichten zou moeten kunnen brengen. Onze samenleving hoeft geen ambtenaren te betalen om landgenoten op kosten te jagen en hun levenskwaliteit te vernietigen voor het oplossen van onbestaande problemen. Indien één achterraam dat geen enkele Belg in 25 jaar heeft gestoord dankzij de ambtenarij aanleiding kan geven om een brave man radeloos te maken en hem zijn laatste spaarcenten te ontnemen dan zeg ik dat wij de grens van het redelijke in dit land reeds ver zijn overschreden.
Men zegge het voort...












