
Patrick Janssens, de onbetwistbare heerser over links politiek Antwerpen, heeft beslist dat de nummer 2 op zijn stadslijst, de kabinetschef van premier Elio di Rupo zal zijn. Mevrouw Yasmine Kherbache (40), geboren uit een Algerijnse vader en een belgische moeder. Zij heeft zich recent gevestigd op het De Coninckplein en siddert van ambitie om zich ten dienste te stellen van de Grote Leider.
Wie deze knieval voor de Waalse socialisten en de Noord-Afrikaanse gemeenschap beslist niet grappig vindt, zijn de vrouwelijke socialistische schepenen Leen Verbist en Güler Turan maar ook de dienstbare heren Voorhamme en Lauwers zien hun kansen op een volgende mandaat slinken met de komst van deze nieuwe dame. De carrière-CD&V-ers Van Peel en Heylen, die mede op de socialistische stadslijst prijken, gaan met alle beslissingen van Janssens akkoord : voor hen geldt het oude motto, niet rood, geen brood.
De Grote Leider die zijn oog heeft laten vallen op Yasmine Kherbache, prijst zijn nieuwe verovering de hemel in als een gedreven politica die weliswaar nog niet bekend is, maar die trilt als een espenblad van ambitie om de Antwerpse dossiers op federaal niveau er door te jagen. Janssens die al jarenlang in het Vlaams parlement komt dutten, zou niet liever zien dan de langzame uitschakeling van het Vlaams niveau om zijn handeltje te kunnen drijven met de federale regering. Kherbache is bovendien naar de woorden van haar nieuwe protector een Vlaamse en Antwerpse socialiste. Dat de Marokkanen en Turken in deze semi-Algerijnse hun geloof zullen stellen, moeten we nog afwachten. Leen Verbist, die vorige verkiezingen de eer te beurt viel als onbekend ambtenaartje de uitverkorene te worden van de sultan ziet met lede ogen aan dat er een nieuwe uitverkorene is. Ook de traditionele stamboeksocialisten krijgen een zoveelste stomp in de maag te verwerken.
Een tiental jaar gelden was Yasmine Kherbache, advocate van beroep, nog niet gans overtuigd van haar identiteit. Wij vonden een oud interview met haar en met een jongere Marokkaan (Rachid) in Gazet van Antwerpen, waar wij graag enkele uittreksels uit copiëren.
De Vlaming bestaat niet. Net zomin als dé Algerijn of dé Marokkaan. "Hoe je denkt en leeft, bepaalt tot welke groep je behoort. De nationaliteit zal daarbij een marginalere rol gaan spelen", zeggen Yasmine en Rachid. Kinderen uit een gemengd huwelijk zoeken vooral de nuance, zo blijkt, al is het voor beiden niet vanzelfsprekend om de kerk in het midden te houden. "Men wil ons zo graag in een hokje stoppen."
Yasmine voelt zich Vlaamse én Berberse. "Persoonlijk ervaar ik dit als een verrijking. Al moet ik toegeven dat dit pas sinds kort zo is. In mijn pubertijd vond ik die gemengde afkomst lastig, omdat ik toen het gevoel had tot geen enkele groep te behoren. Als je bovendien door beide gemeenschappen niet altijd voor vol wordt aangezien, is het moeilijk die gemengdheid als een verrijking te zien. Fundamentalisten uit beide gemeenschappen beschouwen vermenging van culturen niet als een verrijking, maar als een bedreiging."
De twee willen niet door het leven gaan als leveranciers van meningen over de multiculturele samenleving. Een rol waarin ze vaak toch terechtkomen. "De tragedie op 11 september is daar een mooi voorbeeld van", zegt Rachid. "Mensen willen mijn mening over het drama horen, maar dat is niet evident. Ik vertel een ander verhaal aan Jan dan aan Nordin, want de waarheid ligt ergens in het midden. Wat ik zeg, wordt doorgelicht. De behoefte om me bij een groep te plaatsen, is groot."
Yasmine: "Onze dubbele roots maken dat we geen eenduidige of eenvoudige standpunten kunnen innemen over onszelf of over de ander. Wat soms wel frustrerend is. Wat ik zeg, is altijd genuanceerd, waardoor de boodschap vaak niet aankomt. Mensen luisteren liever naar slogans. Ik denk dat mijn afkomst me extra alert heeft gemaakt voor vooroordelen en simplismen. Ik ben allergisch voor slogans."
Yasmine: "Ik heb als kind zeven jaar in Algerije gewoond. In een bergdorp en in een universiteitsstad. De mensen zijn daar met hetzelfde begaan als wij hier: veiligheid, werkzekerheid, degelijk onderwijs voor de kinderen, enz. Net als hier zal men in een universiteitsstad meer open staan tegenover andere culturen dan in een klein dorp. Zowel hier als daar wonen mensen die overtuigd zijn van hun eigen gelijk en andere culturelen wantrouwen, maar overal zijn er ook mensen die ruimdenkend en verdraagzaam zijn."
Yasmine herkent de geborgenheid van het gezin. "Ik heb die culturele diversiteit altijd als gewoon ervaren, al zal ik niet ontkennen dat mijn broer en ik (tot ergenis van onze moeder) soms behoorlijk de slappe lach konden krijgen van sommige gebruiken en gewoonten. Ik ben opgegroeid in een omgeving waar altijd heftig werd gediscussieerd, maar ook waar heftig kon worden gelachen met elkaars verschillen. Humor is echt iets wat ik ontzettend mis in het debat over culturele diversiteit."
Als het op racisme en discriminatie aankomt, lopen de ervaringen sterk uit elkaar.
Yasmine is persoonlijk zelden geconfronteerd geweest met rechtstreekse discriminatie. "Ik denk dat mijn broer daar meer mee geconfronteerd is geweest. Waar ik enorm heb onder geleden, is de schrik om gediscrimineerd te worden. Uit angst uitgesloten te worden, niet meer te mogen meespelen, deed ik op school, zowel in Algerije als in België, keihard mijn best om te bewijzen dat ik niet anders was, dat ik evengoed was als de 'autochtone' kinderen."
Rachid wordt op twee manieren geconfronteerd met discriminatie. "In de sociaal-culturele sector is de naam Rachid vaak al voldoende om een baan te krijgen, terwijl ik bij een uitzendbureau minder snel aan de bak kom wegens mijn afkomst. Dat is toch te gek voor woorden."
http://asp.gva.be/dossiers/-s/stadsklap/gesprek3.asp