Vanuit een totaal onverwachte hoek reikte een helpende hand ons een interview aan van Walter De Ridder, de oudste intussen overleden zoon van Willem Elsschot. Het werd gepubliceerd in de weekeind-editie van 8 en 9 mei 1982 van Gazet van Antwerpen onder de titel "Honderd jaar geleden werd Willem Elsschot geboren" en met als bijtitel "Tachtigjarige Walter De Ridder leest nog steeds de boeken van zijn vader." Het sluit naadloos aan bij de reeks vraaggesprekken die kortelings in Angeltjes verschenen en we plaatsen het op dezelfde hoogte. Ook deze getuigenis levert een waardevolle bijdrage aan het uniek portret van de huisvader Alfons De Ridder. Zoals het tevens een niet weg te denken supplement is bij een huldeblijk aan het schrijvend genie dat Willem Elsschot was.
Wij nemen graag in extenso over:

Pand in de Snellinckstraat te Rotterdam dat model stond voor Villa des Roses
.
HONDERD JAAR GELEDEN WERD WILLEM ELSSCHOT GEBOREN.
Nummer 23 in de Antwerpse Van Peltstraat is een van die eerbiedwaardige herenhuizen waar men onwillekeurig "U" tegen zegt. Degelijk, schemerachtige gangen en hoeken, kostbaar behangpapier, massieve meubels. En dat nummer 23 is bovendien een miniatuur-museum. Stel u voor: overal schilderijen en tekeningen aan de muren. En overal stapels boeken. Om er totaal de tel bij kwijt te raken. En in dat museum-huis heet de gastheer Walter De Ridder. Tachtig, forsig, breed. Lachend. Vitaal in stem en gebaar. Iemand van wie men onwillekeurig zegt: "Ik heb dat gezicht nog ergens gezien, maar waar?"
Natuurlijk hebt u dat gezicht nog gezien. En natuurlijk hebt u de intonatie van die stem nog gehoord. Tenminste als u Walters vader, Alfons De Ridder, ooit hebt gezien of gehoord. U kent Alfons De Ridder niet? Maar u weet misschien wel dat Willem Elsschot het pseudoniem was van Alfons De Ridder...
Willem Elsschot, in de registers van de burgerlijke stand in de sinjorenstad geboekt als Alfons Jozef De Ridder, werd precies een eeuw geleden geboren: 7 mei 1882. Hij stierf in zijn geboortestad op 31 mei 1960. In die 78 jaren had hij in Antwerpen atheneum gelopen, werd er licentiaat in handels- en consulaire wetenschappen, trouwde en had zes kinderen, werkte in Parijs, Rotterdam en dan Brussel en ten slotte, na de eerste wereldoorlog, weer in Antwerpen waar hij een reclamebureau bestuurde. En schreef gedichten, novellen en romans in zijn vrije uren. Prachtige romans, maar dat besefte lezend Vlaanderen pas toen Elsschot dood was. En dan moest Nederland er ons dan nog attent op maken.
"Doe alsof ge thuis zijt", zegt Walter De Ridder. Hebt ge plaats voor uw bandopnemer? En hij duwt een stapeltje boeken weg op de enorme, boordevolle schrijftafel.
En aan het adres van onze jonge collega-fotograaf: "Jongeheer, loop maar rond voor wat portretjes"
Vragen stellen is een probleem hier. De tachtigjarige (Berchem, 20 augustus 1901) kwikzilveren Walter De Ridder luistert wel naar die vragen, maar ontketent dan een waterval van woorden, een waterval die moeilijk te stuiten is. Dit alles in het sappigste Antwerps, die "internationale taal" die ons zo lief is.
Vader sprak ook altijd Antwerps, lacht de oudste zoon van Willem Elsschot. Ik heb hem nooit ABN horen spreken. In zijn voordrachten en in zijn lezingen gebruikte hij dat natuurlijk wel.
"Leest onze gastheer veel?"
Als ik tijd heb, ja. Maar ik werk nog om den brode. Ik ben in vaders stiel gebleven. Als reclame-agent verkoop ik advertenties.. En als ik lees, ben ik dikwijls aan herlezen toe.. De boeken van vader, ja. Bijvoorbeeld "Villa des Roses" heeft mijn voorkeur."
"Villa des Roses", het prozadebuut van Willem Elsschot (verzen had hij voordien geschreven) kwam uit in eerste druk in 1913. Het was meteen een schot in de literaire roos. Maar de Nederlandse literatuurwereld besefte dat nog niet. Het duurde heel lang alvorens die eerste druk was uitverkocht. Later zou Elsschot om zijn boeken in Nederland een paar malen triomfantelijk worden onthaald.
Vader zegde toen eens, 'n tikje weemoedig: "Dat heeft mijn geboortestad mij nooit gegeven".
Willem Elsschot woonde veertig jaar in de Antwerpse Lemméstraat. Hij woonde er met zijn vrouw en zes kinderen.
Gesloten
Ik heb nog drie zusters en een broer in leven, mijmert Walter De Ridder. "Onze broer-dokter is dood.
Hij nipt even aan zijn whisky.
Vader schreef altijd boven op de eerste verdieping. Over zijn literair werk sprak hij nooit met zijn kinderen. Nooit. Wij wisten van zijn schrijven alleen via moeder. Het gebeurde dan 's avonds wanneer de kinderen sliepen, dat vader zijn vrouw vertelde: "Fine, ik heb weer wat geschreven. Wil ik het voorlezen?" Dan vertelde moeder ons dat de volgende dag: "Onze vader schrijft weer. Waar haalt hij het toch."
Heel even zwijgt onze gastheer.
Dan met een zucht: Ik had een grenzeloze bewondering voor vader. Een kind heeft iemand nodig naar wie hij kan opkijken. Vader was zo iemand.
Het is ook gebeurd dat hij in jaren geen woord schreef. Eenmaal duurde dat tien jaar, eenmaal zelfs twaalf jaar. Dan zegde hij wel eens: "Och, ze lezen het toch niet."
Ze zeggen dat ik fysisch het portret van mijn vader ben. En dat ik ook dezelfde stem heb. Ik zat eens bij de haarkapper mijn beurt af te wachten en dan zegde plots een heer: "U hebt dezelfde intonatie van stem als uw vader zaliger." Dat was oud-deken Brosens van Sint-Laurentius hier vlakbij. Meneer Brosens was een zeer goede vriend van vader. En Albert Westerlinck ook, ge weet wel die prof van Leuven... Vader kwam nooit in literaire kringen. Ik heb hem ook nooit andere schrijvers horen afkammen.
"Was Willem Elsschot wel eens zwaarmoedig zoals wel eens wordt gezegd?"
Nee, zeker niet. Vader kon zelfs gemoedelijk zijn. Maar hij was wel erg gesloten. Ik ben van karakter precies zijn tegenstelling. Uitbundig en zo. Maar vader was wel een zeer gevoelig man. En hij was ook gevoelig voor echte vriendschap.
Borms
"Gij zijt mij vreemd geweest,
Vermetele oude vriend,
Maar dat gij Neerlands vaan
Manmoedig hebt gediend...."
Na de terechtstelling van August Borms in 1947 schreef Willem Elsschot zijn beroemd gebleven Bormsgedicht, waarin hij de lafheid geselde van hen die geen vinger hadden uitgestoken om het fysisch wrak dat de Vlaamse voorman was geworden, van de executiepaal te redden.
"Waarom dat gedicht?"
"Vader kende Borms niet eens, bemoeide zich ook niet met politiek. Maar vader was een overtuigd humanist, hij kon geen onrecht verdragen. Daarom dat gedicht. Aan zijn achterneef Frans Smits schreef hij toen: "Er moest toch iets gedaan worden. En zo erg is dat toch niet, hé?"
Walter De ridder steekt vol anekdotes van zijn vader. Over dat pseudoniem Elsschot:
Vader ging soms op vakantie bij verre familie in Blauwput, een gehucht van Herselt. De bengels ravotten daar in een moerassige streek die "den Helsschot" heette. Hij zegde later:
"Ik ben daar zo gelukkig geweest, dat "den Elsschot" mijn schrijversnaam inspireerde."
Over "Villa des Roses": Ik ben ooit in die Parijse straat naar dat pensioenhuis gaan zoeken. Er was daar wel een pensionhuis, maar dat was niet "Villa des Roses."
Elsschot heeft ooit een Duitse vertaling van een van zijn boeken gelezen. Hij kommentarieerde die vertaling aldus: "Die mensen hebben er niks van begrepen." Zelf was hij een taalfanaticus. Hij sprak en schreef vlot Nederlands, Frans, Duits, Engels en Spaans.
Hij was ook erg moeilijk voor het eigen werk. Het was nooit goed genoeg en hij gebruikte geen vier woorden waar hij er maar drie nodig had.
Dat vertelde ons Elsschots oudste zoon Walter, die geen boeken schrijft, maar een geboren verteller is. Verteller zoals zijn vader. Villa des Roses, Kaas, Lijmen, Het Been, Tsjip, Het Dwaallicht, Het Tankschip.
En nog meer verhalen die meer dan ooit boeien. Literaire prijzen kreeg hij vrij laat ; in de Lemméstraat wisten misschien geen tien mensen dat daar een groot auteur woonde. En bij dit eeuwfeest van Elsschots geboorte blijft het officiële Vlaanderen bijna onbewogen. Of hebben wij al te veel schrijvers zoals Elsschot?
Voor liefhebbers van literaire delicatessen hebben wij vandaag als sluitstuk nog enkele hapklare brokken op het menu. Het zijn zinnen om van te likkebaarden. Van Willem Elsschot dus.
Uit De Leeuwentemmer.
Ik had eenzaamheid nodig. Na een hoek van ons salon geprobeerd te hebben ben ik zwaar beladen naar het Stadspark gewandeld, naar het gebied van de Dorre Bladeren en toen het donker werd ben ik op een bank gaan zitten. Ik duizelde en wist niet wie ik eerst gehoor verlenen zou van die om mij heen stonden. Ik sloeg een smekende blik op de hoop, maar die kon geen woord uitbrengen. Het was de smart die begon, met eenvoud en een diepe stem. Daarop liet de schaamte haar gestotter horen en eindelijk werd alles overstemd door het ijselijk gegil van de woede.
Noodlot, beproefde makker, ik groet u.
Eveneens uit De Leeuwentemmer. (Over de scheiding van dochter Adèle).
Ik begin in te zien, Walter, dat wij ons gezin slecht hebben opgevoed, te vrij, te warm, te innig en daardoor is zij bij die man slechts met vakantie geweest. Wij hebben niet geweten dat wij tijdig van jullie moesten vervreemden, gradueel, maar reeds beginnend in de kinderjaren. Dan zou het weinige dat een echtgenoot soms bieden kan allicht volstaan om het oude nest te doen vergeten terwijl ik nu vrees dat die kinderen nooit van ons loskomen en steeds met heimwee zullen rondlopen. Zij worden door ons niet afgestaan maar slechts uitgeleend.
Tenslotte eveneens uit De Leeuwentemmer. (Op wandel met schoonzoon Bennek naar de Linkeroever)
Hij heeft natuurlijk bij ons gegeten en daarna hebben wij onder ons beidjes een wandeling gemaakt. Uit gewoonte heb ik met hem dezelfde route gevolgd als met de Leeuwentemmer, dus die trams met de grote omwegen en dan de rivier over met de veerboot. Onderweg viel het mij op dat hij niet veel van zeggen was en het praten aan mij overliet tot wij aan de overkant voor de troosteloosheid van die pas opgespoten vlakte stonden die de moedigste wandelaars doet afschrikken en waar slechts nu en dan een meeuw komt uitrusten, maar zonder te zoeken, want er is niets.
Raymond

Voorstelling "Lijmen" 1962 - KNS - Julien Schoenaerts - Robert Marcel - Jenny van Santvoort
4 reacties op dit bericht
Zou het 'daarom' zijn...
Zij 'denken' toch dat ze gerespecteerd worden door de burger!!!!!
Oei oei, wat doet dat pijn te moeten vernemen dat de meerderheid ze liever kwijt dan rijk is.
Dus, gezien de economische crisis is het nu het moment om dat circus op te doeken, het is welletjes geweest met dat decadent profitariaat zonder enige toegevoegde waarde.
Ik heb nooit goed begrepen ...
Omdat zij beter aansloot bij zijn gedachtengoed?
Vlaams nationalisme eng, ouderwets?
Ooit, in een grijs verleden, was Vlaanderen belangrijker dan Holland. Maar dat was allang niet meer zo. In de negentiende eeuw verandert dat. De elite van Vlaanderen zet zich in voor een opbloei van de taal en de literatuur.
Het had zo mooi kunnen worden. Na de val van Napoleon werden de vroegere Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden weer verenigd, en hoorde men het Vlaams en het Nederlands klinken in één natie. In het begin zag het ernaar uit dat de vereniging succesvol zou zijn. Koning Willem I bevorderde het gebruik van het Vlaams, dat sinds lange tijd onderdrukt was en slechts door het volk gesproken werd. Hij zorgde voor een verbetering van het onderwijs en richtte drie universiteiten in de Zuidelijke Nederlanden op. Maar juist deze maatregelen wekten weerstand. De elite sprak Frans en verzette zich tegen de politiek van Willem I. Ze was tegen de bevordering van dat boerendialect, zoals ze het Vlaams noemde. Bovendien werd haar macht minder en er moesten hoge belastingen betaald worden. De oude godsdiensttegenstelling tussen rooms en protestants bleef ook wringen. Op een gegeven moment had de Brusselse elite genoeg van de Hollanders. De opstand brak uit in 1830, en na een korte felle strijd moest Nederland zich terugtrekken uit België. Dat betekende opnieuw een achteruitgang voor het Vlaams. Frans werd de officiële taal. Het algemeen onderwijs verviel opnieuw in een bedroevende toestand. Een derde deel van de Vlaamse kinderen kreeg in 1843 geen enkel onderwijs. Van de arbeiders kon slechts 10% lezen.
Vóór de vereniging stelde de Vlaamse literatuur vrijwel niets meer voor. Er waren uit de zestiende eeuw nog rederijkerskamers over, en daarin beoefende men de mondelinge voordracht van literatuur. Gedrukt werd er voornamelijk in het Frans. Met de taalpolitiek van Willem I ontstond er nieuwe aandacht voor de volkstaal. Enige literatoren onderscheidden zich en brachten een nieuw elan in de beoefening van het Vlaams. Jan Frans Willems wordt de vader van de Vlaamse beweging genoemd, die een eigen Vlaamse cultuur verdedigde. Daarbij was hij sterk op Nederland georiënteerd. Hij en zijn medestanders worden de flaminganten genoemd. Willems is vooral bekend als opgraver van middeleeuwse Vlaamse literatuur, zoals Reinaert de Vos. Hij richtte ook het belangrijke tijdschrift voor taal- en letterkunde Belgisch Museum (1837) op. Tijdens een bewogen pleidooi voor de waardering van oude orale tradities kreeg hij een hartaanval en stierf. Ferdinand Snellaert, met wie hij samengewerkt had, zette zijn werk voort. Ook hij was op de oude Vlaamse letterkunde gericht en ook hij probeerde na de afscheiding in contact te blijven met Nederlandse letterkundigen.
Snellaert en Willems woonden in Gent, waar een centrum van flaminganten was. Karel Ledeganck is de bekendste dichter van deze kring:
Wees Vlaamsch van hart
En Vlaamsch van aard!
Wees Vlaamsch in uwe spraak,
En Vlaamsch in uwe zeden!
Ledeganck, `veldmaarschalk van de Vlaamse Beweging’, was de eerste die in de Provinciale Raad Vlaams sprak. Zijn lofzang op Gent, Brugge en Antwerpen in het lange gedicht De drie zustersteden (1847) wordt het dichterlijk evangelie van de Vlaamse Beweging genoemd.
De literatuur zelf bloeide in de jaren veertig weer op door een groep romantische letterkundigen in Antwerpen. De schrijvers die hierbij hoorden waren niet, zoals de Gentenaars, onderzoekers van de taal- en letterkunde. Ze waren meer kunstenaars en leunden minder tegen de Hollandse traditie aan. Zij zochten aansluiting bij de internationale Romantiek en vonden inspiratie in de middeleeuwen. Bovendien waren ze bevriend met de Belgische, romantische schilders. In enkele opzichten zijn ze te vergelijken met de Leidse romantici.
De meest romantische van de Antwerpenaren was Peter van Kerckhoven, die in zijn brievenroman Liefde (1851) beschreef hoe de jonge Amelie verliefd wordt op een cynische man die haar liefde afwijst:
Wie gelooft er in onze eeuw trouwens nog aan een rein, zuiver liefdegevoel? Wanneer men vijftien of twintig jaar lang dat ijdel vrouwelijk speelgoed, die zielloze poppen voor de eigen ogen haar gangen heeft zien gaan, wanneer men in alle de harten die men heeft ontleed, slechts grove stof en dierlijk instinct heeft aangetroffen, wie zal dan nog veronderstellen dat men een engel als Amelie op aarde kan ontmoeten?...
Haar liefde zal haar het leven kosten.
De belangrijkste schrijver van Vlaanderen in deze periode werd Hendrik Conscience, de man die Vlaanderen leerde lezen. Zijn debuut Het wonderjaar (1836) gaat over de Antwerpse beeldenstorm in 1566. Hierin dweepte hij op een tomeloos romantische manier met de vrijheidsstrijd tegen de Spaanse tirannen. De leeuw van Vlaenderen (1838) is zijn bekendste werk. Het gaat terug op de Slag der Gulden Sporen uit 1302, waarin de Vlaamse burgers een overwinning behaalden op een Frans adellijk leger. Conscience schreef bevlogen en partijdig over het verleden, in de hoop dat zijn Vlaamse lezers meegesleept zullen worden. Het besef van een groots verleden zal hen helpen een eigen identiteit te vormen. De slotzin van het boek kan niet misverstaan worden:
Gij Vlaming, die dit boek gelezen hebt, overweeg bij de roemrijke daden, welke het bevat, wat Vlaanderen eertijds was, - wat het nu is, - en nog meer wat het worden zal, indien gij de heilige voorbeelden uwer vaderen vergeet!
http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/19de/literatuurgeschiedenis/lg19006.html
Hier zijn de Nederlanden in kaart gebracht, zoals ze er rond het jaar 1300 uitzagen: een verzameling van gewesten die in veel gevallen nog terug te vinden zijn in de huidige provincienamen en -grenzen, maar toch ook in aanzienlijke mate afwijken van de hedendaagse situatie. Klik op de kaart voor een toelichting per gewest.
http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/middeleeuwen/nederlanden.html
Zo moet het zijn.
Als een koninghuis als de Oranjes, nochtans erg geliefd bij onze Noorderburen, het doelwit kan worden van een aanslag, dan is geen ènkel koningshuis ter wereld nog veilig op straat.
De Spanjaard weet nu dat het ènkel een groepje hovelingen zijn die hem nog vleien, doch dat er in zijn land veel mensen liever z'n hielen zien dan z'n tenen.
Families die royaal leven op de kap van de gewone man (én vrouw natuurlijk) mogen nu hun lekker, gerust leventje, voorgoed vergeten...."fini, l'amour !"