Peter Benoit (Harelbeke 17.08.1834 - Antwerpen 08.03.1901)
Het 11 juli-Komitee van Schoten heeft een gewaagde prestatie geleverd door de Rubenscantate op het programma te plaatsen met het liefhebbers-symfonieorkest De Lier (80 musici) en de koren Gaudeamus (Schoten), Ortolaan (Wommelgem), Netezonen (Lier), Trivium Cantans (Brasschaat) en Vrouwenkoor Nele (Beveren), samen 150 enthousiaste zangers. Evenals het ensemble de Thebaanse Trompetten van Jan Amez.
In de Festihaltent in het Park van Schoten is plaats voor 1700 toeschouwers en elke zetel was bezet (behalve, traditiegetrouw, enkele genodigden, die kaarten bestellen en dan hun kat sturen)

Geboortehuis in Harelbeke
Een moeilijk begin
Benoit vestigde zich na zijn muzikale opleiding in Brussel, na een korte doortocht langs Wenen, in Parijs waar hij hoopte kansen te krijgen om zijn composities te laten uitvoeren. Hij heeft er een zestal jaar verbleven en als dirigent gewerkt in Les Bouffes Parisiens, een muziektheater dat geleid werd door Jacques Offenbach en dat nu nog bestaat.
Benoit is niet doorgebroken in Parijs, waar de scènes overheerst werden door Gounod, Lalo, Meyerbeer en Offenbach en voor de rest waren er tientallen buitenlandse componisten die allen hetzelfde beoogden als Benoit : erkenning en succes, in de quasi Wereldhoofdstad met vele concertzalen en theaters.
Hij is teruggekeerd en heeft zich, na een Brussels ommetje in Antwerpen gevestigd, waar de muzikale concurrentie minder fel was dan in Frankrijk . En waar hij tevens een nieuwe wending kon geven aan zijn muzikale oeuvre en zijn levensopvattingen.
We schrijven 1867, België was toen nog een jonge natie, op zoek naar een eigen identiteit. De staat, het openbare leven en de burgerij waren manifest Franstalig en er leefde een nadrukkelijke behoefte om bij de bevolking vaderlandsliefde te kweken. De nieuwe natie stimuleerde een afwezig historisch verleden waar de burgers trots konden op zijn. Daarbij kwamen de grote namen uit de Vlaamse kunstwereld goed van pas : hier lag een waardevolle schat aan fiere "Belgen". Alle grote figuren kregen standbeelden in diverse steden en gemeentes waarop ze onveranderlijk afgebeeld staan als gespierde worstelaars met een fiere overwinnaarsblik. Van de meesten van die mensen had en heeft men geen idee hoe ze er uitzagen ; het belangrijkste was dat de bevolking zich kon identificeren met deze stoere belgische helden. België had er ook geen probleem mee dat in een aantal gevallen het adjectief Vlaemsch gebruikt werd, zolang het de belgische zaak diende.

Benoit in 1865
In Antwerpen wordt de Belg Pierre Benoit de Vlaamse Bard Peter Benoit
Benoit heeft gebruik gemaakt van die schizofrene toestand, door zich met zijn betrouwbaar professioneel curriculum vitae uit de Lichtstad in Antwerpen aan te melden als belgisch componist die vrij vlug optrad als spreekbuis van flamingantische eisen. Hij richtte in 1867 een Muziekschool op die dertig later in 1898 eindelijk zijn titel verwierf als Koninklijk Vlaamsch Muziekconservatorium. (Inmiddels werd vorig jaar het adjectief "Vlaams" verwijderd uit de naam van deze befaamde onderwijsinstelling. De verantwoordelijken zijn beschaamd voor hun eigen geschiedenis, maar niet te beroerd om Vlaamse centen aan te nemen).
Benoit arriveerde in het rebelse Antwerpen dat in die periode geleid werd door de Meetingpartij, die anti-militaristisch, flamingantisch en ontevreden was met de belgische onafhankelijkheid. De componist werd gegrepen door de sfeer van revolte : hij had zelf nog een appeltje te schillen met de moeilijke jaren die de Fransen hem bezorgd hadden.
De stoere West-Vlaming wierp zich op als pleitbezorger voor de vernederlandsing van het muziekonderwijs, religieuze muziek in de volkstaal, de oprichting van een eigen Vlaamse Opera (die er ook gekomen is, weliswaar na zijn dood), culturele samenwerking met Nederland en hij componeerde uitsluitend op Vlaamse teksten.

Vlaanderens Kunstroem alias de Rubenscantate
In 1877 vierde Antwerpen de 300ste geboortedatum van Pieter Pauwel Rubens, ongetwijfeld de meest prestigieuze zoon van de Scheldestad. (Tenzij u liever Patrick Janssens hebt, maar dan krijgt u een verder leesverbod).
De gemeenteraad gaf opdracht aan Julius Vuylsteke op 30 januari 1877 "om een opstel van Vlaamsch kantaat, uit te voeren door de leerlingen der gemeentescholen met begeleiding van mans-koren en orkest op te stellen en de heer P. Benoit het muziek". Vuylsteke kreeg een vergoeding van 500 frank en Benoit het dubbele.
Op 18 augustus 1877 greep de oeropvoering plaats op de Antwerpse Groenplaats. Uit een verslag, waar we de oorsprong helaas niet van kunnen bepalen, citeren we :
Onmogelijk zou het wezen ook maar een flauwe schets te geven van den diepen indruk, dien de helder verlichte en heerlijk versierde Groenplaats dien avond opleverde. Vooreerst heb ik nog nooit van mijn leven zoo'n toeloop van volk gezien. Men schat op meer dan 100.000 het aantal toehoorders." (andere bronnen vermelden 30.000 toeschouwers, wat vermoedelijk dichter bij de waarheid zal liggen, gezien de grootte van de Groenplaats.) Op kloklsag 8 uur, gaf de Belgische Wagner aan zijn muzikaal leger het teeken tot den aanval".
.

Franz Liszt met zijn Antwerpse vrienden in de tuin van Victor Lynen ter gelegenheid van zijn bezoek aan de Wereldtentoonstelling van 1885.
Zittend v.l.n.r.: Peter Benoit, mevr. Lynen, Franz Liszt, mevr. De Harveng (dochter van V. Lynen), Victor Lynen.
Staand v.l.n.r.: Frans van Kuyck, François Lamorinière, Gustaaf Hiberti, Jules Pecher.
De uitvoering te Schoten
Laten we vooreerst de gemeente Schoten feliciteren, dat zij deze organisatie mogelijk maakte. Wat een verschil met de grote "koekenstad" die zich tevreden stelt met lawaaiconcertjes zonder de minste inhoud en angstvallig vermijdt enige verwijzing te maken naar het Vlaamse verleden. Wij zijn beschaamd Vlaming te zijn, is het motto in Antwerpen. Wat goed, dat er nog Vlaamse gemeentes bestaan die zich niet verstoppen.
De jonge dirigent Roald Rogiers hield zijn 230 musici en zangers meestal goed in de hand. Enkele kleine schoonheidsfoutjes buiten beschouwing gelaten. Het enthousiasme van de medewerkers en de lange repetitietijd die zij besteed hebben aan deze aartsmoeilijke opgave, waren duidelijk te merken. Strijdvaardige passages wisselden af met momenten van grote lyriek. Een geweldige prestatie van de 28-jarige Roald Rogiers.
De muziek van Benoit behoort tot de 19de eeuwse romantische school en onze Vlaamse maëstro behoort ongetwijfeld tot de vooraanstaande Europese componisten van nationale muziek. We hebben al uitgelegd dat België behoefte had aan dergelijke kunstenaars en hun producten. De tijd heeft er anders over beslist en Vlaanderen heeft al zeer lang Benoit in de armen gesloten.
"Bij uiterste wilsbeschikking van den Toondichter mag dit werk in de gewesten van Nederlandsche sprake (Brussel inbegrepen) slechts in de Nederlandsche taal uitgevoerd worden" zo vermeldt de brochure. Want er bestaat ook een Deutsche Uebersetzung en une Traduction française.
De Rubenscantate werd in het verleden enkele malen in het buitenland uitgevoerd en ene Adolphe Samuel schreef als volgt (en dat citeren we zo graag in de originele Franse versie : "Cette cantate prouve qu'il est possible de faire dès à présent, de l'art populaire dans la haute acceptation du mot, sans sortir du domaine du grand art" ( Vrij vertaald : "Deze cantate bewijst dat het mogelijk is van nu af aan volkskunst te leveren die beantwoordt aan de vereisten van de grote kunst")
Van deze uitvoering werd een CD-opname gemaakt, waarvan de prijs nog niet bekend is en waarvoor u kan inschrijven bij rogiersroald@hotmail.com U wordt dan later verwittigd voor de verdere afhandeling.
De Platenruiter
2 reacties op dit bericht
en nog...
Ma zonder broek .
Atàturk ?
Met de handen gegeten.
Algerein?
Al, gewassen?
Geslaagd !
In ieder geval: volgens verscheidene "françois-blogs" zijn ze absoluut niet gediend met die N-VAer, want ze vrezen dat die drie burgemeesters nog steeds niet zullen benoemd worden....en ditmaal krijgen de Waaltjes gelijk: ze zullen NIET benoemd worden.