Antropologie in de Rand
Als een Nederlandse antropologe een onderzoek gaat doen naar de sociale, taalkundige en culturele leefomstandigheden in de Rand van Brussel (Sint Genesius Rode en Wemmel) dan houden we ons hart vast. Ook als de opdrachtgever, het Duitse Max Planck Instituut een degelijke wetenschappelijke reputatie bezit. Als mensen verworden tot onderzoeksobjecten die je in een deeltjesversneller stopt, en het mangelt je aan voldoende historische achtergrond, heb ik een beter studieobject voor het Max Planckinstituut : stuur eens wat onderzoekers naar de prachtwijken van Vogelaar en kijk hoe daar de boel zal escaleren.
Een goedbedoeld advies voor mevrouw Lindenberg : De grondwet van het land B vermeldt de diverse gemeenschappen en die zijn autonoom voor een aantal materies. De Vlamingen hebben hun numerieke meerderheid (waar mevrouw Lindenberg nu graag mee schermt in de plaats van de Franstalige meerderheid in de rand) opgegeven in het federale koninkrijk . Als wij een meerderheid bezitten, moeten we ze neutraliseren, want anders jagen we de Fransen angst aan. Als de Fransen een meerderheid bereiken is het niet meer dan logisch dat ze die, nom de dieu valoriseren.
Madame Lindberg, ce pays est foutu ! Dit land is naar de kloten.
Doei !
Nederlandse antropologe: 'Leven in faciliteitengemeenten verloopt totaal gescheiden' [naar index]
17-12-2007 - Jeroen Verelst / Jolanda Lindenberg - de morgen
Het communautaire gehakketak in ons land is zelfs voer voor antropologen. De Nederlandse onderzoekster Jolanda Lindenberg slaat een jaar lang haar tenten op in twee Brusselse faciliteitengemeenten, om er te observeren welke weerslag politieke conflicten hebben op de brave burger.
Lindenberg deed zes maanden lang veldwerk in Sint-Genesius-Rode, nu logeert ze een half jaar in Wemmel. Het valt haar op dat de Nederlandstalige en Franstalige inwoners twee gescheiden gemeenschappen vormen.
Als antropologe is Lindenberg gefascineerd door de manier waarop groepen zich gedragen bij conflicten. Voor ze zich op de Belgische communautaire perikelen stortte, bestudeerde ze een 'gelijkaardige situatie' in Maleisië. "Zij het op een iets ander niveau", voegt Lindenberg er fijntjes aan toe. "Toen ik een paar keer in Brussel was, viel het me als Nederlandse echt op hoe het Frans en het Nederlands voortdurend door elkaar lopen. Ik ben me dan echt gaan verdiepen in België."
Lindenberg diende een projectvoorstel in bij het prestigieuze Duitse Max Planck Institut. Ze wil nagaan hoe het communautaire conflict op politiek niveau het samenleven van Franstaligen en Nederlandstaligen in de faciliteitengemeenten beïnvloedt. Lindenberg woonde al zes maanden in Sint-Genesius-Rode, nu verblijft ze zes maanden bij een gastgezin in Wemmel. Ze dompelt zich helemaal onder in de lokale situatie. "Het is echt traditioneel veldwerk. Ik interview mensen, ik ga naar debatten, ik lees kranten en volg de media, maar ik observeer ook gewoon het leven van elke dag."
"Het is me opgevallen dat Franstaligen en Nederlandstaligen professioneel nog wel de nodige contacten onderhouden, maar hun sociale leven verloopt totaal gescheiden. Het begint al van jongs af aan, met gescheiden scholen. Ook in het verenigingsleven ontmoeten Nederlandstaligen en Franstaligen elkaar zelden of nooit. Zelfs de supermarkten hebben de reputatie ofwel van de ene groep, ofwel van van de andere groep te zijn. Al heb ik daar zelf nooit iets van gemerkt. Ik hoor in elke supermarkt de beide talen spreken en de winkeliers zijn bijna altijd tweetalig, al is het maar uit commerciële overwegingen. Pas op, er is absoluut geen vijandigheid in de faciliteitengemeenten, er zijn geen spanningen tussen de inwoners. Maar je kunt er niet omheen dat er binnen de gemeenschap heel duidelijk twee gemeenschappen bestaan."
Lindenberg merkt twee uiteenlopende en bijzonder moeilijk te verzoenen uitgangspunten. "De Nederlandstalige inwoners redeneren vooral vanuit het concept 'grondgebied', terwijl de Franstalige inwoners vooral het 'personaliteitsprincipe' huldigen. Zij vertrekken van het democratische idee: de stem van de meerderheid, en die is in de Brusselse rand nu eenmaal Franstalig. Beide principes zijn voortdurend in conflict. Ze zijn allebei ingeschreven in de grondwet, maar ze zijn ontzettend moeilijk met elkaar te rijmen."
De eenzijdige Vlaamse stemming van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde betekende een kantelpunt in Lindenbergs onderzoek. "Die had echt betrekking op de levens van de mensen hier in Sint-Genesius-Rode en Wemmel. De inwoners zijn sindsdien wat terughoudender om mee te werken aan mijn onderzoek, ze staan er vaker op om anoniem te blijven."
Lindenberg blijft nog tot april in Wemmel. Daarna keert ze terug naar Duitsland om de gegevens van een jaar veldwerk uitgebreid te analyseren en in een boek te gieten. De inwoners van Wemmel zullen daar niet rouwig om zijn. "Een antropologe, media uit alle uithoeken van het land, om van actievoerders à la Vlaams Belang en Taal Aktie Komitee (TAK) nog maar te zwijgen", zegt Lindenberg. "De mensen hier zijn de belangstelling stilaan beu."







Mois aussi, j"arrive !
1 reactie op dit bericht
Het vermanende hollandse vingertje ...