Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans is weer eens de Vlaamse kop van jut! Voor een gehoor van uitgesproken Vlaamse maar ook wat Belgische mannen en vrouwen van stand mocht hij een feestrede houden over Vlaanderen en 11 juli. Over het bij Vlaamse wet vastgelegde Vlaamse nationaal feest. De Vlaamse editie van de Belgische 21ste juli. Of misschien horen sommigen liever een 14 juillet à la Flamande? Even tussen door, bij de aanwezige BV- dames waren ze blijkbaar niet allemaal van even hoge stand. Alvast één onder hen vond het nodig haar presentie en vooral haar onvrede met wat de parlementsvoorzitter vertelde, luidop te laten horen. Zij dacht er immers anders over. Misschien moet Open VLD voorzitter De Croo zijn luidruchtige partijgenote toch maar een boekje met lessen in “Nette Manieren” bezorgen.
Een mistgordijn
Wij waren er niet bij, maar volgens journalistieke bronnen probeerde Jan Peumans aan onder meer de Waal Elio di Rupo en aan de Franstalige Brusselaar Armand De Decker uit te leggen wat zij moesten begrijpen onder Vlaamse identiteit en Vlaamse autonomie. Twee begrippen waarover al meer dan één Vlaamse en andere bibliotheken vol geschreven werd. Twee uitdrukkingen die van elke beginnende Vlaamse discussie meteen een mistgordijn maken. Ik voel mij bijvoorbeeld geen Belg, wel een Gentenaar. De achtbare spreker blijkt dan ook nog geen deskundige terzake te zijn, want volgens specialist Marc Reynebeau in De Standaard van maandag na 11 juli “maakte hij er in het algemeen een soepje van. Hij husselde delicate en complexe begrippen als identiteit, natievorming of nationalisme zonder meer door elkaar. Voor hem lijkt er geen onderscheid te bestaan tussen sociologische en politicologische realiteiten als identiteit en natie (de zogeheten verbeelde gemeenschap) en een ideologisch begrip als nationalisme.
Daarom ontgaat hem - ik citeer nog altijd kenner Marc Reynebau - even ten onrechte, ook het verschil tussen Vlaanderen als politieke gemeenschap (die grotendeels een feit is) en het nationalistische Vlaanderen dat hij ook in de toespraak ideologisch voorstaat”.
Het waarom ontgaat mij
Eerlijk gezegd, ik buig altijd weer eerbiedig het hoofd voor mensen die zulke zwaar geladen volzinnen met al die geleerde woorden kunnen neerpennen Helaas voor hen, ze maken op mij geen enkele indruk. Het waarom van deze zwaarwichtige discussie ontgaat mij. Zoals Reynebau er mij niet kan van overtuigen dat de “Vlaamse voorgeschiedenis vier eeuwen lang Belgisch is geweest”. Ze maken nog honderd en zoveel meer toespraken over Vlaamse staatsvorming of over de Vlaamse natie, over de Vlaamse samenleving die toch zo anders is in Limburg dan in de Westhoek, over de Vlaamse autonomie die men zeker niet mag omschrijven als Vlaamse onafhankelijkheid, zelfs niet als Vlaamse zelfstandigheid, het brengt mij niet af van de idee dat ik een Gentenaar die in Vlaanderen woont en dus een Vlaming ben. Niets meer, ook niets minder.
Een praktisch antwoord
Voor deskundige schriftgeleerden die volhouden dat ze het allemaal kunnen uitleggen, is dit een zonder twijfel boeiende bezigheidstherapie, maar een praktisch antwoord op mijn vraag naar het Vlaanderen en de Vlamingen van morgen krijg ik daarmee niet.
“Volk word staat”
In het begin van de jaren negentig vroeg de toenmalige voorzitter van wat toen nog de Ijzerbedevaart was aan zijn Waalse vrienden om nu toch maar te scheiden. Hij vergat een procedure te beginnen en werd in afwachting Belgisch senator. Vlaanderen wilde naar zijn zeggen nochtans geen zoveelste staatshervorming, maar een Vlaamse staatsvorming! “Volk word staat!” Zo klonk het toen gebiedend aan de voet van de Ijzerbedevaart. “Een manifest voor een onafhankelijk Vlaanderen”, zo klonk het bij de start van de discussies van de Denkgroep “In de Warande”. Het werd een “Manifest voor een ZELFSTANDIG Vlaanderen in Europa”. Pas op bladzijde 22 van datzelfde gedrukte Manifest wordt het vierde hoofdstuk van het manifest aangekondigd onder de titel “ONAFHANKELIJKHEID voor Vlaanderen en Wallonië”: de enige duurzame oplossing.” Zelfstandigheid? Onafhankelijkheid? Of niets meer dan wat extra autonomie? Of willen we toch een confederalisme op zijn Belgisch? Een wat opgekalfaterd Belgische federalisme?
Ik kan begrijpen dat onze Franstalige buren bij de NVA aandringen op één duidelijk antwoord op de vraag naar het juiste etiket dat er straks op het nieuwe België na de zoveelste grote staatshervorming vol borrelnootjes zal geplakt worden. Zelfs die anders zo stoutmoedige Jan Peumans hield het bij wat mistige woordenkramerij en werkte daarmee al op de zenuwen van zelfs gekozenen van het Vlaamse volk. De voorzitter van het Vlaamse parlement mag toch op het Vlaamse nationale feest duidelijke Vlaamse taal spreken. Of niets soms? Tenzij dat Vlaanderen het misschien zelf nog altijd niet weet wat het eigenlijk wil? De vraag stellen is het antwoord geven.
Vlaming of toch Belg?
Of hij of zij dat nu wil, ook de meest overtuigde NVA kiezer weet dat hij officieel een Belg is en dat zal wellicht nog een tijdje zo blijven. Hij of zij heeft een Belgische identiteitskaart, betaalt Belgische belastingen en kiest een Belgisch parlement. Alleen is Clijsters voor hem een Vlaamse, Henin een hardnekkig Franssprekende Waalse. Dat zal nog lang zo blijven. Zeker zolang die Vlaamse kiezer geen duidelijk antwoord durft eisen op die altijd weerkerende vraagnaar dat etiket: zelfs Jan Peumans, een Vlaamse republikein in hart en nieren, wil nu toch op de koffie bij de Belgische sire Albert als die hem tenminste nog wil uitnodigen. Hij is zoals al die andere Vlamingen - goed veertig procent van de kiezers in Vlaanderen - die lieten weten dat ze niet meer voor dat aloude België kozen, dat ze hun eigen Vlaanderen wilden maar dat niet luidop durven zeggen.
Een Vlaamse natie of een Vlaamse staat? Autonoom, zelfstandig of wat dat ook? Een Belgische confederatie? Het doet er niet toe, zij lieten wel blijken dat het aloude België van Marc Reynebau niet langer hun land was. Ze reageerden niet langer meer als Belgische katholiek in Vlaanderen, ze lieten alleen weten dat begrippen als natie, staat, confederatie of wat dan ook hun ding niet zijn. Ze willen wel gewoon Vlamingen zijn, alleen durven ze nog altijd niet zomaar zeggen dat ze ook nog Belgen willen blijven. Staat, natie, gemeenschap, confederatie of wat dan ook, het doet er allemaal niet toe, als het maar niet langer dat blijft waarin ze al lang niet meer geloven. Dat de Vlaamse voorgeschiedenis “vier eeuwen lang Belgisch is geweest”, zoals Belgische deskundige Marc Reynebau hem of haar wil doen geloven, doet er niet toe. Hij zegt tenminste wel wat hij meent te moeten stellen.
Welk etiket ?
Nog meer discussie over al die geleerde maar vrij inhoudsloze woorden is daarom zinloos. Het brengt ons immers geen stap dichter bij een uitgesproken Vlaams antwoord op de Belgische vraag welk etiket op dat Belgische model wij willen plakken. Daarom is het spijtig dat de voorzitter van het Vlaamse parlement van 11 juli 2010 het niet aandurfde om duidelijk te stellen waar het hier in Vlaanderen echt om gaat in plaats van zich nog maar eens te bezondigen aan die ziekelijke Vlaamse verbale machteloosheid, aan die zo typische Vlaamse woordenkramerij, aan die historische Vlaamse onwillige onmacht om te durven zeggen wat we willen.
Marc Platel
1 reactie op dit bericht
Vlamingen in wallonie
En vooral: in Bruxelles spreekt men NEDERLANDS, Engels, Duits, en als ze je dan nog niet verstaan en jij heb iets nodig, dàn kan je het in het Frans vragen. Als zij iets nodig hebben (betalen van de rekening bijvoorbeeld), dan moeten ze maar een tolk gaan zoeken als ze zelfs nog geen cijferkes kunnen leren zeggen in het Nederlands. Volhouden in het niet-begrijpen van franse getallen (wablief? vingt Euro? wat is dat?) is een sport op zich.