Arm Wallonië is een realiteit
In de Tijd (zie logo) vonden wij een degelijk onderbouwd stuk, zoals trouwens vaak in deze krant, over de economische toestand in Wallonië. Geen aanleiding om te triomferen in Vlaanderen, wél een reden om de franco-belgen aan te zetten tot enige bescheidenheid. Wallonië blijft zich arrogant beroepen op de financiële steun vanuit Vlaanderen (12 miljard euri per jaar, volgens andere bronnen minder) en tegelijk eisen dat Vlaanderen ook nog eens grondgebied moet afstaan en dat het land B in feite één groot gebied is waar Frans dé unieke cultuurtaal is.
In het institutionele debat verzetten de Franstalige partijen zich tegen een hervorming die Wallonië, en ook de Franstalige gemeenschap, zou verarmen. Sommigen stellen zelfs als voorwaarde dat geen enkele betrokken partij verlies mag lijden. Zo’n uitgangspunt draagt natuurlijk niet bij tot snellere onderhandelingen.
We moeten niet spreken van een verarming van Wallonië als eventueel gevolg van een institutionele hervorming, we moeten spreken van een verarming van Wallonië als realiteit. Niet alles wat in het gewest gebeurt, mag echter zwart worden afgeschilderd. Evenmin mogen we een hoge borst opzetten omdat een multinational zich in het gewest komt vestigen, of omdat de werkloosheid minder ongunstig evolueert dan in de andere gewesten.
Wallonië heeft een activiteitsgraad van nauwelijks 63 procent en telt 15 procent werklozen. Bovendien werkt bijna 20 procent van de bevolking buiten het gewest. Dat geeft aan dat het in realiteit slecht gesteld is met de Waalse economische rijkdom.
De cijfers zijn echt meedogenloos. Volgens de recentste statistieken van Eurostat - dat evenwel niet altijd over de beste methodologie beschikt - bedraagt het bruto binnenlands product per inwoner in Wallonië 71 procent van dat van Vlaanderen. In 1996 was dat nog 75 procent. De verarming is dus een realiteit. Uit de PISA-enquêtes van de OESO over de wetenschappelijke vorming van jongeren blijkt ook dat die realiteit zal blijven duren, en zelfs nog zal verslechteren.
Vandaag wordt het enorme verschil in bbp per inwoner tussen Vlaanderen en Wallonië gematigd door de noord-zuidtransfers (we laten Brussel even buiten beschouwing). Het zuiden vreest dat die transfers zullen verminderen als de financieringswet herzien wordt. Door die vermindering zou het beschikbare inkomen van de gezinnen, na belastingen en transfers, meer in overeenstemming zijn met het bbp per inwoner. Dat die evolutie verontrust, is uiteraard begrijpelijk, zeker als we kijken naar wat dat voor de meeste Walen, en vooral voor de uitkeringsgerechtigden, zou betekenen. Veel belangrijker is echter in Wallonië een strategie uit te werken die het bbp per inwoner duurzaam opdrijft.
Het communautaire debat versterkt de breuklijn inzake economische politiek. Het noorden zou bereid zijn de economie te hervormen, net zoals in Duitsland met succes gebeurd is. Het gaat onder meer om de pensioenleeftijd, de werkloosheidsduur, de notie van passend werk en de organisatie van de arbeidsmarkt.
Het zuiden verzet zich daartegen en wil de bestaande situatie in stand houden, zowel institutioneel als sociaaleconomisch. Het meent dat het alternatief tot een groot verlies aan koopkracht zou leiden en dat het herstellen daarvan jaren zou vergen.
Indien het zuiden inderdaad de bestaande situatie wenst te behouden, tekenen zich de grote lijnen af van een overeenkomst. We kenden al een eerste deal met de herfinanciering van Brussel in ruil voor de splitsing van BHV (de noden van Molenbeek zijn groter dan die van Linkebeek).
De tweede deal zou zijn dat het noorden aanvaardt om de noord-zuidtransfers stapsgewijs te verlagen, en dat het zuiden in ruil structurele hervormingen doorvoert op terreinen die federaal blijven. De arbeidsmarkt of de sociale zekerheid hervormen is veel belangrijker dan zich vast te pinnen op het bedrag in miljarden dat van het federale niveau naar de gewesten zou gaan of op het percentage van de inkomstenbelasting dat rechtstreeks naar de kas van de gewesten zou vloeien.
Een dergelijk akkoord zou de zwakken beschermen en de groeivooruitzichten van alle gewesten verbeteren. En het onmogelijke zou werkelijkheid worden: geen transfer waarbij de ene wint wat de andere verliest, maar een herverdeling met een echte win-win- situatie.
Etienne DE CALLATAY is hoofdeconoom bij Bank Degroof.













.jpg)






4 reacties op dit bericht
genial
Bravo et merci pour ton blog et bon courage pour le maintenir en vie de longues années !!
voyance mail gratuite
salut
Super ! Ton blog est vraiment génial !
Merci d’exister !!!
gay telephone
BEDANKT zeggen!
Ik ging voor een wandeling op uw website. Doorgaan! Kunt u mij in de partnerlanden, want ik zet je op mijn website.
voyance gratuite par telephone
nee , dat lukt nooit !
stel u eens eventjes in de plaats . je zou voor minder op u achterste poten gaan staan .
wat zei di rupo voor de onderhandelingen ? "wij zijn geen vragende partij" ! kan ik best geloven als je al alles hebt . nu wordt eens aangetoond dat, wanneer de vlamingen eens een (niet al te grote eis) stellen, er met de walen niet onderhandelen valt. van zodra de walen nog maar denken dat ze 1 euro zullen moeten inleveren botsen de vlamingen op een muur van NON . ik begrijp dan ook niet hoe het komt dat bdw en co dat ook niet (willen) zien. dat vraagt toch niet om "verduidelijking" ? ik wacht het boek af van Gerolf Annemans over zijn Ordentelijke Opdeling, want dàt is de enige juiste weg .