Het Geweten van Europa
In Straatsburg staan er nogal wat prestigieuze gebouwen, die in naam van het volk en de democratie in Europa gebouwd werden. Ze werden opgericht om een groep mensen te herbergen tijdens vergaderingen en beslissingen die de Europese bevolking moeten leiden en beschermen tegen onrecht. Er is zelfs een gebouw bij dat “het Geweten van Europa” onderdak geeft: het beslaat 28.000 m2 (on)nuttige oppervlakte en heeft 455 miljoen FF gekost in 1994. Het geweten bestaat uit 47 rechters, één uit elke lidstaat van de Raad van Europa, maar het kan even goed voorkomen dat een land geen rechter of een ander land meerdere rechters heeft. De rechters vertegenwoordigen niet hun land – ze zetelen in eigen naam en moeten op 70 jaar verplicht op pensioen. Dat Geweten heeft de officiële benaming “Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens”.
Ieder die zich in zijn mensenrechtenkruis gepakt voelt, kan er klacht indienen op voorwaarde dat hij/zij alle rechtsmiddelen in het land van de schending uitgeput heeft. In het land b betekent dit dat het Hof van Cassatie een uitspraak moet gedaan hebben. De uitspraken zijn bindend en definitief: in beroep gaan kàn niet tenzij bij de Grote Kamer van het Geweten zelf.
“Bindend” is een rekbaar begrip. Het Duitse Bundesverfassungsgericht in Karlsruhe (Grondwettelijk Hof) vonniste in 2004 dat de Duitse rechters weliswaar de uitspraken van het Geweten niet mogen negeren, maar dat de Duitse grondwet boven het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens staat. Een beleefde manier om een grens te bepalen.
In 2009 kwam er vanuit Karlsruhe weer een duidelijke stellingname naar voren: men stelde daar vast dat er geen Europese staat is, maar wel een Duitse staat. Zolang dat niet verandert is het Duitse parlement, krachtens de Duitse grondwet, de vertolker van de wil van het Duitse volk. De rechters van het Duitse Grondwettelijk Hof aanvaarden het Europarlement niet als volwaardige volksvertegenwoordiging. Hun redenering baseert zich op een echte democratie: “one man, one vote”, iedere stem gelijk. Dat is in het Europarlement niet het geval. De zetelverdeling van de EU-lidstaten is daarvan het meest flagrante voorbeeld. In feite concluderen de Karlsruherechters dat de EU zelf op basis van nationaliteit discrimineert omdat de ene EU-verkozene meer burgers representeert dan de andere, omdat de ene meer stemmen nodig heeft dan de andere om verkozen te worden. Volgens hen is het Europarlement niet de vertolker van de volkswil. Bijgevolg behoudt het Duitse Hof zich het recht voor om zelf te beoordelen hoe de Europese regels worden toegepast in Duitsland: een zaak van nationale beoordeling.
In Duitsland is er opschudding ontstaan over een vonnis van het Geweten. Meerdere criminelen met zware geweldfeiten zoals moord en doodslag of sexuele misdadigers met ontvoeringen, folteringen en verkrachtingen op hun palmares, dreigen vrij te komen, of werden op vrije voeten gezet na het uitzitten van hun strafmaat, met bovendien een fraaie premie voor geleden smarten er bovenop. Bij het uitzitten van hun straf bleek dat de genoemde heren niet tot inkeer kwamen, elke therapie weigerden, duidelijk maakten hun vroegere levensstijl niet te zullen wijzigen na hun terugkeer in de maatschappij. Daarom had justitie hun vonnis met terugwerkende kracht uitgebreid met internering voor onbepaalde tijd. Probleem is dat internering voor onbepaalde tijd slechts vanaf 1998 werd goedgekeurd; alle voorafgaande vonnissen waren begrensd in tijd.
Er bestaat een gat in de wetgeving waarvan vier van zulke lieverdjes gebruik hebben gemaakt. Hun advocaten trokken met een klacht – inbreuk van art. 7 van de mensenrechtenconventie “verbod op verstrenging van de strafmaat met terugwerkende kracht” – naar het Geweten. Niet alleen werd er gevonnist dat zij, en in het verlengde daarvan alle andere geïnterneerden met een soortgelijke voorafgaande geschiedenis, onverwijld op de samenleving losgelaten moesten worden maar bovendien werd hen een niet onaanzienlijk smartengeld toebedeeld (€ 50.000 in 2009).
Maar de Duitse justitie legde zich niet hierbij neer: zij trok in beroep naar de Grote Kamer van het Geweten, met als resultaat dat deze het voorgaande vonnis bekrachtigde. Bij politie en justitie is men razend: vanaf de dag van hun vrijlating moeten ze immers door hen dag en nacht “begeleid” worden. In Niedersachsen hebben ze het vonnis van het Geweten gewoon naast zich neergelegd. Zij blijven erbij dat ze er geen gevolg zullen aan geven. Justititeminister Bernd Busemann verklaarde in de Berliner Zeitung dat hij er geen enkele zou loslaten. Hij eist dat het Bundesverfassungsgericht in Karlsruhe nu duidelijke taal moet spreken: justitie moet weten of de houding van het Geweten geldig is of de rechtsuitspraak uit Karlsruhe. Het Bundesverfassungsgericht had immers in 2004 geoordeeld dat de bijkomende straf van internering in overeenstemming is met de grondwet.
Wordt vervolgd.
Floriaan Terbeke













2 reacties op dit bericht
volledig akkoord met Wes Hardin, maar...
Verantwoordelijkheid