.
De Vlaamse kwaliteitskrant De Standaard neemt in zijn pluralistische redactionele openheid, Tribunes op van om het even welke politici, ook van bijvoorbeeld van de extreem-linkse Partij van de Arbeid, die geen verkozenen heeft in een van onze talrijke parlementen. Alleen Vlaams Belang wordt systematisch, fanatiek en tegen elke logica in, geweerd. Arrogant, ondemocratisch, nijdig en kleinmenselijk. Deze Tribune van Bruno Valkeniers over amnestie, werd weer eens hooghartig weggewuifd door de lilliputters van de Standaard. Gelukkig is er nog internet.
Zopas achtte de Senaat het wetsvoorstel van Bart Laeremans bespreekbaar (en ook niet meer dan dat) om het donkere Belgische hoofdstuk van de na-oorlogse repressie en epuratie af te sluiten. Het was een stemming van Vlamingen tegen Franstaligen, een ongezien feit in de traditie van amnestievoorstellen: het Vlaams Belang dient ze al zo’n 25 jaar in, en tot dusver werden ze altijd verticaal geklasseerd. Tot vandaag dus. De gematigde verklaringen van Vlaamse politici, ook niet-VB-ers zoals Patrick Dewael en Johan Vande Lanotte, dat men moet kunnen vergeven zonder te vergeten, steekt schril af met de paniekerige reacties aan Franstalige kant, én met de clichématige zwart-wit-bedenkingen van een columnist als Marc Reynebeau (DS van 17/5).
Eerst en vooral vormen de rechtstreekse betrokkenen, diegenen die het allemaal hebben meegemaakt, nog maar een kleine minderheid. Vaak zijn zij geen vragende partij meer, omdat elke tegemoetkoming voor hen te laat komt.
Voor ons gaat het in de eerste plaats om een principiële kwestie en een ethisch debat, gestaafd door historische argumenten. Een debat dat een therapeutische betekenis heeft voor heel de rechtstaat en het maatschappelijk weefsel. Wat wij niét beogen, is de geschiedenis van de tweede wereldoorlog herschrijven, en nog minder de misdaden van het nazi-regime vergoelijken, wat de verhitte Belgische francofonie ook moge beweren. Primair gaat het om de excessen die in België hebben plaatsgegrepen na de bevrijding: willekeurige arrestaties, lynchpartijen, schijnprocessen, uitlopend in de burgerlijke uitsluiting van een hele generatie flaminganten, die nadien de zure desem zouden vormen van de naoorlogse Vlaamse Beweging. Men oogst wat men zaait.
De spraakmakende TV-reeks van Maurice De Wilde heeft in de jaren ’80 van vorige eeuw al een genuanceerd-scherp beeld van de collaboratie én van de repressie getekend: de zwarten waren niet zo zwart en de witten niet zo wit. En aan beide kanten waren er idealisten, opportunisten, en regelrechte smeerlappen. Vast staat dat in de dagen, maanden en zelfs jaren na de bevrijding de rechtstaat een hele scheve schaats heeft gereden, en een loopje heeft genomen met wat men vandaag mensenrechten noemt. De Waal en latere eerste minister Pholien vatte in die tijd heel de repressierechtspraak samen als een “justice de rois nègres”. Men was er zich dus heel goed van bewust, maar de trein was niet meer te stoppen: Vlaanderen moest en zou voor eens en altijd uitgezuiverd worden.
Dat brengt me tot de tweede premis die aan de grondslag ligt van het wetsvoorstel. Wie A zegt, moet ook B zeggen. Als de Belgische rechtsstaat de elementaire eerlijkheid kan opbrengen om de na-oorlogse repressie als een ontsporing te kwalificeren, dan ligt het terrein open om de politieke achtergronden te evalueren. Waarom ging men over tot een grootse arrestatiegolf van alle mogelijke figuren uit de Vlaamse cultuurwereld, van schrijver Felix Timmermans tot componist Emiel Hullebroeck,- mensen die bijzonder weinig op hun kerfstok hadden, of zich hooguit beroepshalve wat gebrouilleerd hadden met de bezetter? Ik geef een hint, laat het debat zelf tot een antwoord leiden: zoals in de repressiegolf na de eerste wereldoorlog (toen er van echte collaboratie eigenlijk nauwelijks sprake was geweest), droomde Franstalig België ook in 1946 luidop van een Latijnse cultuurstaat, waarin voor het Nederlands, laat staan het Vlaams-nationalisme, geen plaats was. De roes van de bevrijding vormde het ideale klimaat om deze zuivering te legitimeren. Ook over dit hete hangijzer, dat ons naadloos bij de politieke actualiteit brengt, zal een sereen en open debat dus moeten gaan: over verborgen agenda’s, en het francofoon expansionisme dat de verhoudingen tussen de gemeenschappen van dit land altijd heeft gedetermineerd.
En zo komen we tot de psychodynamiek die aan heel dit amnestieverhaal kleeft,- of beter: het taboe dat op het thema rust,- een taboe dat vooral door francofoon België wordt gecultiveerd. Filosofen zoals Peter De Graeve hebben uitvoerig het democratisch deficit geanalyseerd waarop de Belgische staat berust,- en waar de Vlaamse politici historisch mee voor verantwoordelijk zijn. Zij hebben de meerderheidspositie van de Vlamingen uit handen gegeven, o.m. via de beruchte grondwetsherziening van 1970. De taalpariteit in de ministerraad, de alarmbellen, het cascadesysteem van belangenconflicten, al deze elementen hebben geleid tot een manklopende democratie, die enkel kan gegrondvest worden op een intrinsiek kwaliteitsverschil: Vlamingen zijn met meer, maar ze zijn als volk nu eenmaal achterlijk én gevaarlijk. Economisch boeren ze goed, maar politiek zijn ze ranzig, xenofoob, racistisch. Ecolo-parlementslid Morael bestempelt het politieke Vlaanderen letterlijk als “extreem rot, ongezond en anti-democratisch”. Het pijnlijke is dat ook links Vlaanderen in deze oogverblinding meeloopt. Men voelt constant in het Franstalig discours het parallellisme tussen die pistes: de blijvende ambitie om als minderheid de Vlaamse meerderheid institutioneel te vergrendelen, en de permanente her-culpabilisering van de Vlamingen in het algemeen en het Vlaams-nationalisme in het bijzonder.
En zo blijft de Wetstraat geschaduwd door een negatieve beeldvorming die de Vlamingen altijd opnieuw in het defensief drijft, waarbij de Franstalige media dapper het beeld blijven aanscherpen. Men vergelijke met de situatie van het huidige Duitsland op de internationale politieke scène: niemand wil de Holocaust vergeten, maar niemand wijst Duitsland nog met de vinger, ook Israël niet. Maar de Vlamingen blijven het stigma dragen, ook na meer dan zestig jaar. Tot meerdere glorie van de francofone strategie.
In die optiek is en blijft amnestie voor francofoon België uiteraard onbespreekbaar: terwijl Wallonië zich via de terdoodveroordeling van Leon Degrelle gezuiverd achtte van alle blaam, moet de blijvende historische “schuld” van de Vlamingen beklemtoond worden, en handhaaft België zich als duurzaam heropvoedingsproject voor incivieken.
Het francofone dilemma is nu, dat een volwaardig amnestiedebat, uitlopend in de erkenning van de kromspraak en de excessen, inclusief de oorzaken én de gevolgen, mentaal zelfs louterend zou kunnen werken voor de Belgische constructie. En een hoop negatieve energie zou kunnen neutraliseren. Maar tegelijk zou de francofonie daarmee definitief het moreel fundament ondergraven dat haar status van “verlichte minderheid” ondersteunt. Dàt is wat zich nu in de geesten afspeelt, getuige daarvan de aarzeling van Elio di Rupo zelf in deze materie.
Een echt debat zal dus verreikende gevolgen hebben. Zopas heeft het Rwanda-tribunaal in Tanzania een aantal hoge militairen veroordeeld om hun aandeel in de volkerenmoord. Overal willen volkeren in het reine komen met hun verleden. Uiteraard is die genocide van een andere orde dan de Belgische repressie. Maar een waarheidscommissie, gesteld dat ze echt tot op de bodem gaat, lijkt ons zinvol om het amnestieverhaal tot méér te maken dan het zoveelste alibi voor een partijpolitiek steekspel.
Terecht stelt Luc Huyse dat heel deze kwestie in laatste instantie aan het collectief geheugen toebehoort (DS van 18/5). Maar dat ontlast de politieke klasse niet van de opdracht om het debat te openen en deksels van al te lang stinkende beerputten te lichten.
Als Vlaams Belang-voorzitter geloof ik geen seconde dat de Belgische constructie nog een lang leven beschoren is. Maar ook in het post-Belgische tijdperk, in een Vlaamse republiek, zal de gemeenschap recht hebben op introspectie en loutering, over alle ideologische grenzen heen. Zolang deze wonden niet geheeld zijn, en de logica van “de witten en de zwarten” blijft broeien, moeten we er niet aan denken om ons aan Europa en de wereld te presenteren als een eigen cultuurnatie met een eigen collectief bewustzijn.
Bruno Valkeniers
Voorzitter Vlaams Belang
5 reacties op dit bericht
Inderdaad ..
Een tweede ambtstermijn,waarom niet ?
...maar as hy onskuldig bevind word...
Een NY Post schreef...
Dat is toch ook hetgeen wij vragen alleen moeten daar nog aan toegevoegd worden 'gewelddadige buitenlanders'.
Wat zou ons land stijgen op gebied van leefbaarheid.
Dat de club liggend in die Europese graaibarakken worden ondergebracht onder 'gevaarlijke buitenlanders' is de logica zelve, zelden tot nooit meer verraders samen gezien in één barak, is het niet Frieda?
Nooit genoeg....altijd maar meer.
Dat er aan de top van de vele al dan niet overbodige instellingen flink poen gepakt wordt is geen geheim meer.Maandelijkse uitkeringen die deze van de doorsnee gepensioneerde 24 X overtreffen.Geen wonder dat er flink met de ellebogen gewerkt wordt als er zo een "jobke" vacant is.
Zelfs onze eigenste Herman Dweil ziet een tweede ambstermijn als
president van de EU praat en slaapzaal wel zitten....Goed betaald en alle verplaatsingen naar de vier windstreken op aarde gratis en waarschijnlijk een ticketje voor madam aan dumpingprijs om de schijn hoog te houden dat zij toch betaald als ze meereist.Het valt wel op dat de madam van Herman er vaak bij is als manlief op verplaasting is....tja,zo een Adonis moet men aan de leiband houden hé.