
Het ongenoegen dat advocaat Hans Rieder uitte over de wanpraktijken van zijn collega’s die het prodeosysteem uitmelken, vertelt nog maar het topje van de ijsberg. De felle, en totaal onterechte reactie van de Antwerpse stafhouder, bevestigt dat. In plaats van op de boodschapper te schieten, zou hij beter een onderzoek laten voeren naar de boekhouding versus de ‘train de vie’ van die gekende advocaat met zijn ‘van gel stijfstaande hiphopkop’.
Reeds in 2007 schreef ik naar aanleiding van de walgelijke moord op een buschauffeur in Antwerpen, een artikel over de achtergronden van prodeomisbruiken. De aanleiding is ondertussen achterhaald, de praktijken gaan echter nog altijd door.
Even in herinnering brengen:
“Redouan Siddiki is door de correctionele rechtbank van Antwerpen veroordeeld tot twee jaar cel en een boete van 550 euro, plus hoge schadevergoedingen aan de famillie en de werkgever van zijn slachtoffer. De maximumstraf die hij had kunnen krijgen was 5 jaar. In praktijk is hij vandaag ongeveer vrij.
Siddiki was betrokken bij een ‘busincident’, een ‘schermutseling’, kortom een bagatelleke waarbij toevallig een wat oudere, onverdraagzame man hem bij de kraag had gegrepen (wat behoorlijk veel pijn deed), dus een reactie uitlokte, en onverwachts een hersenbloeding kreeg.
Politiek correcter dan dit kan ik het echt niet schrijven. De werkelijkheid was dat een stel, in gevechtssporten afgetrainde, schoelies zonder betalen ons openbaar vervoer inpalmden, de boel op stelten zetten, storend lawaai maakten (wat ook de chauffeur afleidde en alle passagiers in gevaar bracht) en iedereen uitdaagden met hun onaantastbaarheid. Eén passagier, zelf een chauffeur van openbaar vervoer die dus het risico erg goed kon inschatten, maande hen aan te kalmeren.
Het gevolg is gekend. Er ontstond wat trek- en duwwerk, maar de overmacht was te groot voor één man. De lafheid was nog groter: je moet geen held zijn om met drie kickboxers tegelijk, één man neer te leggen en tegen het hoofd te schoppen.
Nadat eerst hun ‘gemeenschap’ getracht had hen te beschermen en ze zelfs hielp ontsnappen tijdens een politie-inval, werden de jonge criminelen uiteindelijk toch opgepakt. In alle stilte werden de minderjarigen kort daarna een na een stiekem vrijgelaten. Alleen de 18-jarige Redouan Siddiki kwam voor de rechter. De correctionele, wel te verstaan. Voor een ‘schermutseling’ kan je geen duur assisenproces voeren.
Ondertussen bleven zowel de nabestaanden als alle andere mensen die zich in dit land nog een beetje netjes wensen te gedragen, dag na dag geschoffeerd worden. Door de gemeenschap van de daders, door hun advocaten, door de overheid, door de linkse regimepers,… Meester Walter Damen zei letterlijk dat zijn cliënt (de 18-jarige doodschopper) eigenlijk zelf slachtoffer was omdat hij de dag nadien nog pijn aan de hals had…
Thans is recht geschied. Niemand vindt het rechtvaardig dat de dader morgen opnieuw de bus kan nemen, natuurlijk zonder betalen want niemand durft hem naar een plaatsbewijs te vragen. Maar het is het oordeel van de rechter. En hoewel dat in dit land hoe langer hoe minder een garantie voor rechtvaardigheid is, het is vooralsnog het enige criterium dat als enig houvast moet dienen. Tot de opstand losbreekt.
In dit specifieke geval werpt de uitspraak wel een geconcentreerde lichtstraal op het feit dat sommige moordmachines voor assisen komen en andere maar voor de correctionele rechtbank.
Dit feit werpt dan weer andere vragen op. Bijvoorbeeld: hoe sterk kan een advocaat dit beïnvloeden?
En hoe kunnen sommige beschuldigden zo’n topadvocaat betalen? Van een door een assisenjury vrijgesproken verdachte hoorde ik nog niet zo lang geleden: “Ik ben nu vrij, maar heb toch levenslang. Levenslang de tweede hypotheek op mijn huis afbetalen, want mijn verdediging kostte enkele miljoenen (frank)”.
Maar wat, als een 18-jarige werkloze uit een sociaal achtergesteld gezin komt en geen eigendom heeft om te hypothekeren?
Het is poepsimpel. Volg even mee.
Als je rechtshulp nodig hebt en je bent niet kapitaalkrachtig genoeg om een advocaat te betalen, dan kan je je wenden tot het Bureau voor Juridische Bijstand. Kom je in aanmerking voor een ‘prodeoadvocaat’ (die je dus niet of zeer weinig moet betalen), stelt dat bureau zo iemand voor jou aan.
Elke beginnende advocaat is verplicht om de eerste 3 jaar van zijn carrière dergelijke opdrachten te aanvaarden. Dat kan voor de cliënt zijn voordeel hebben. Een jonge advocaat heeft nog niet veel werk, dus veel tijd om je zaak goed voor te bereiden en wil bovendien zo snel mogelijk zijn naam vestigen.
Het is een vorm van public relations en van investering in zijn toekomst, want de vergoeding is niet aantrekkelijk.
Pas na het einde van de zaak, kan hij een prestatielijst invullen voor het BJB. Dit bureau controleert het formulier en stuurt het door naar het ministerie van Justitie. Afhankelijk van de aard van de zaak en van het geleverde werk, krijgt de advocaat dan punten toebedeeld, die per jaar worden samengeteld. Elk gerechtelijk jaar komt op de begroting van de regering ook een bedrag om de prodeoadvocaten uit te betalen. Dit bedrag wordt gedeeld door het aantal punten om de waarde van een punt te berekenen. Hoe meer rechtszaken pro deo, hoe minder een punt waard is. Omwille van dit enveloppensysteem weigert een gevestigde advocaat begrijpelijkerwijze van zaken pro deo te behandelen. Tijdens de rechtszaak maakt hij namelijk heel wat onkosten, maar moet wel ongeveer twee jaar op de vergoeding wachten.
Om een beroep te kunnen doen op een prodeoadvocaat, moet de cliënt aan bepaalde criteria voldoen. Deze criteria zijn zo uitgebreid dat hele bevolkingsgroepen, soms met een paar kunstgrepen, ervoor in aanmerking komen.
Een overzichtje uit de losse pols: leven van een leefloon, maatschappelijke bijstand, vervangingsinkomen voor gehandicapten of gewaarborgd inkomen voor bejaarden; een kind ten laste hebben met gewaarborgde kinderbijslag; een sociale woning huren; minderjarig, vreemdeling, asielaanvrager, gedetineerd, verdacht of geestesziek zijn; alleenstaand of samenwonend met geplafonneerd inkomen; enz…
Alleenstaande of samenwonenden met een iets hoger inkomen kunnen ook van een prodeoadvocaat genieten, maar betalen zelf wel een kleine vergoeding, die dan van zijn punten wordt afgetrokken. Wie tot een van de vorige categorieën behoort, betaalt niets.
Maar hoe komen sommige jongeren dan aan een toppleiter?
Ook daarvoor is een gaatje in de prodeoregeling. Een beklaagde mag namelijk zelf een advocaat kiezen en hem vragen of hij bereid is zijn zaak pro deo te behandelen. Die advocaat kan dan zelf de prodeoprocedure aanvragen bij het BJB en zichzelf voorstellen op vraag van zijn cliënt.
Maar welke gerenommeerde advocaat wil zich inspannen voor een verloren zaak en bovendien nog twee jaar op weinig geld wachten?
In de eerste plaats, omdat ze het niet zelf doen. Ze werven onderbetaalde stagiaires aan, die ze deze klussen laten klaren. Hoe slechter een zaak verdedigd wordt, hoe langer ze duurt. En hoe langer ze duurt, hoe vaker de cliënt moet voorkomen, hoe feller de kassa rinkelt.
Meester Rieder insinueerde in zijn aanklacht ook dat er onder tafel wordt betaald. Zou het kunnen dat sommige jonge, werkloze, onbemiddelde boefjes toch een of ander handeltje voeren, bijvoorbeeld door drugs te dealen, te steamen, te…? Zou het kunnen dat ze door hun gemeenschap, bepaalde vzw’s, politieke organisaties, e.d. financieel gesteund worden wanneer ze in de problemen komen?
Aangezien deze cliënten van een advocaat, privépersonen zijn, is er niemand die naar een officiële ereloonnota vraagt.
Bewijzen hiervan, bestaan niet. Maar als de belastingdienst een stevige slag willen slaan, moeten ze maar eens nagaan welke toppleiter (al dan niet met een vettig hiphopkapsel) ook vaak pro deo werkt, hoe zijn bankrekening eruit ziet, van waar dat geld komt, eventueel iets meer aandacht geven aan ‘indiciën’ – de uiterlijke teken van welstand.
Ze kunnen misschien al bij hun cliënten beginnen.
Een hardwerkende middenstander die een gewone Mercedes koopt, een beetje vrijstaand gaat wonen en met zijn gezin 14 dagen per jaar naar de Dominicaanse Republiek trekt, mag binnen de kortste tijd bij de belastingcontrole komen bewijzen hoe hij dat kan. Een werkloze 18-jarige leeghanger kan wel ongestoord in merkkleding, voorzien van de duurste communicatiemiddelen, in een splinternieuw sportmodel van een duur Duits merk rondrijden, zonder dat hij ook maar een ogenblik verontrust wordt.”
Elveebee (ook te volgen op Twitter)