Naar Psalm 10
Raakt het U dan niet -
de armen, de zwakken,
op de gemeenste manieren
worden ze overrompeld, klemgezet.
En U,
U houdt U maar afzijdig,
niets merken zij van U.
Hoor hen toch snoeven,
de goddelozen:
wie doet ons wat,
met geen mens, met geen God
hebben wij te rekenen,
God -
er is helemaal geen God.
Laat dit niet doorgaan,
U bent het toch,
God van de ontrechten,
hoe zoudt U hen vergeten,
hún pijn is Uw pijn,
hun verdriet is úw verdriet.
Koning bent U,
een God,
de verdrukten koninklijk nabij.

