Naar de inhoud

Wie niet dient, dient tot niets

Een diaken senior over diaconie en o.a. stambomen
akke.beakke.be

Archief

Als een blinde orkaan is het voorbije jaar over ons heen geraasd

Als een blinde orkaan is het voorbije jaar over ons heen geraasd.

We kregen nauwelijks de kans op de omvang van de rampen te vatten, de schoonheid van de zomer te ervaren, de dood van vrienden te verwerken, de vruchten van ons werk te zien.
Zou het kunnen dat de wereld ongemerkt sneller om zijn as begon te draaien en dat onze uurwerken als vanzelf in dit nieuw ritme meeholden? Zou het kunnen dat de natuur een beetje wraak neemt op onze overhaasting die niet eens meer kan wachten tot een vrucht rijp wordt, tot de sneeuw spontaan uit de hemel valt, tot een kind vanuit zichzelf volwassen wordt?

De tijd ontglipt ons als zand tussen de vingers, wát we ook doen om hem vast te houden.

Vliegensvlugge gsm-berichtjes, mailtjes als gesofistikeerde teletijdmachientjes naar het uiteinde van de aarde, supersonische vliegtuigen om bliksemsnel de andere kant van de wereld te halen, allemaal lapmiddelen die de voorthollende tijd niet in bedwang kunnen houden, geen haar langer maken dan hij is.
En toch lijkt zo'n eindjaar zelf een beetje op adem te willen komen, de vaart van de tijd iets af te remmen. De lange donkere avonden, die mensen uitgebreider bij elkaar brengen rond de tafel met wat lekkers en een goed glas en het licht van kaarsen. En gesprekken die ogen een andere glans geven en wat hartelijker willen zijn dan in de doordeweekse haast. Het goedbedoelde geschenkje, de onhandige wens om twaalf uur als het nieuw jaar eraan komt, het verlich heel even onze ziel, het haalt ons voor een moment uit die wezenlijke eenzaamheid waar in wij allen zijn geboren.
En omdat we weet hebben van wat er elders met de mensen gebeurt, zijn dit gouden ogenblikken voor ons hart. We weten beter dan ooit dat ons geluk en onze rijdom geen privébezit zijn, dat de wereld en alles wat hij te bieden heeft, aan alle mensen behoort.

We kregen nauwelijks de kans op de omvang van de rampen te vatten, de schoonheid van de zomer te ervaren, de dood van vrienden te verwerken, de vruchten van ons werk te zien.


Hilde Masui in De Bond, 30 december 2005, n°25, p.1
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Temmermannen om 20:01 Reageer op dit bericht

1 citaat van

Bernardus van Clairvaux

Met Bernardus van Clairvaux (1090-1153) en zijn tijdgenoot en vriend Willem van St.-Thierry begint de geschiedenis van de Westerse christelijke mystieke literatuur. In het bijbels Hooglied vonden beiden de geschikte taal om hun mystieke beleving uit te drukken. Voor het eerst sinds Origenes werd het liefdesspel van bruid en bruidegom niet langer toegepast op de relatie tussen God en de Kerk, maar op de verhouding tussen de individuele ziel en Christus. De innerlijke beleving had een taal gevonden. De geschriften van Bernardus en Willem zouden op nagenoeg alle mystieke schrijvers van de komende eeuwen een grote invloed uitoefenen.

De preken op het Hooglied vormen een hoogtepunt in het oeuvre van Bernardus. Begonnen in 1135, zal hij eraan werken tot aan zijn dood.

In deze 18de preek raakt Bernardus aan een vraagstuk dat in de geschiedenis van de christelijke spiritualiteit steeds opnieuw ter sprake wordt gebracht, namelijk wat de liefde tot God en de liefde tot de naaste met elkaar te maken hebben. Zowat elke geestelijke schrijver heeft zich gebogen over de verhouding tussen het eerste en het tweede gebod en over de vraag wie nu de voorkeur verdient: Martha of Maria? Waarbij onmiddellijk opvalt dat de ervaring van alle (mystieke) auteurs gelijklopend is: God is liefde, Hij is de bron van liefde. Alleen wie van deze bron drinkt (de contemplatie) kan werkelijk liefhebben. Alleen de liefde die haar oorsprong vindt in God is vruchtbaar.

Bernardus gebruikt het beeld van een waterbekken en een kanaaltje. Het waterbekken moet eerst gevuld zijn voordat het kan overstromen en van zijn volheid kan meedelen. Pas als men vervuld is van Gods liefde is men in staat anderen lief te hebben en te helpen. Hij reageert scherp tegen de ‘kanaaltjes’ in de Kerk: ze geven door wat ze gekregen hebben zonder ervan vervuld te zijn. Daardoor berokkenen ze niet alleen anderen nadeel, maar ook zichzelf. “Help me met uw teveel,” zegt hij, “niet met uw tekort.” Vooral degenen die pastorale verantwoordelijkheid dragen in de Kerk moeten spreken en handelen vanuit deze overstromende liefde. Anders zijn hun woorden en daden niet vruchtbaar. Tussen de regels door lees je een pleidooi voor nederigheid, wijsheid en geduld. Zijn woorden klinken verrassend actueel in een Kerk waarin zovelen menen iets te zeggen te hebben en tal van pastorale projecten in de steigers worden gezet.

[De Schriftcitaten zijn cursief gedrukt.]

(…)

“De wijsheid bestaat erin dat men zich gedraagt als een waterbekken en niet als een kanaaltje. Want een kanaaltje ontvangt en geeft door op praktisch hetzelfde ogenblik. Maar een waterbekken wacht tot het gevuld is en wanneer het overstroomt deelt het mee zonder enig nadeel voor zichzelf, in de wetenschap dat wie zijn deel verkwist, vervloekt wordt. Misprijs mijn raad niet, maar luister naar iemand die wijzer is dan ik: De dwaas, zegt Salomo, brengt al wat hij in de geest heeft meteen naar buiten, terwijl de wijze het bewaart voor later. Werkelijk, in de Kerk van vandaag hebben we veel kanaaltjes maar heel weinig bekkens. De mensen langs wie ons hemelse rivieren toestromen hebben zo’n grote liefde dat ze zich willen uitstorten voordat ze vervuld zijn. Ze zijn eerder bereid tot spreken dan tot luisteren, en klaar om te onderwijzen wat ze niet geleerd hebben. Ze zijn erop uit anderen te leiden terwijl ze zichzelf geen leiding kunnen geven. (…)

David zegt: Moge mijn ziel verzadigd worden als van vet en olie. En mijn mond zal met jubelende lippen lofzingen. Hij wilde immers eerst een instorting ontvangen om zo tot uitstorting over te gaan. En hij wilde niet alleen éérst de instorting ontvangen, maar er ook door vervuld worden. Zo kon hij van zijn volheid meedelen in plaats van te geeuwen met een lege maag. Maar met voorzichtigheid, om niet, door anderen verlichting te brengen, zelf in moeilijkheden te komen. En toch ook onbaatzuchtig, in navolging van Hem van wiens volheid wij allen ontvangen hebben.

Ook gij moet leren niet uit te storten tenzij vanuit een volheid, en wil niet royaler zijn dan God. Het bekken moet de bron navolgen: deze vormt geen beek en maakt geen meer voordat ze zelf van water verzadigd is. Het bekken moet er niet beschaamd over zijn dat het geen grotere overvloed heeft dan de bron. (…)

Zo’n liefde (tot God) is hartstochtelijk en past bij de vriend van de Bruidegom. Het is de liefde waarvan de trouwe en bedachtzame dienaar moet branden, de man die de Heer boven al zijn andere dienaars heeft aangesteld. Deze liefde vervult, verwarmt, kookt en stort zich dan onweerstaanbaar naar buiten: ze stroomt over en ze breekt uit. Ze zegt: Wie is er zwak zonder dat ik het ook ben? Wie wordt er ten val gebracht zonder dat het ook mij kwelt?

Laat zo iemand preken, vrucht dragen, de tekenen vernieuwen en de wonderen herhalen! De ijdelheid kan niet meer binnendringen waar de liefde de hele plaats inneemt. Want de volheid van de wet en van het hart is de liefde, als deze tenminste vol is. Trouwens, God is liefde en niets ter wereld kan vervulling zijn voor een schepsel gemaakt naar het beeld van God, tenzij die liefde-God: alleen Hij is groter dan dat schepsel.

Het is zeer gevaarlijk een hoger ambt toe te vertrouwen aan iemand die nog niet tot die liefde gekomen is, hoe deugdzaam hij ook moge schijnen op andere domeinen. Al had hij alle wetenschap, al deelde hij al zijn bezit uit aan de armen, al gaf hij zijn lichaam prijs om te worden verbrand, als hij de liefde niet heeft, is hij leeg. Ziedaar hoeveel ons moet ingestort worden voordat we het mogen aandurven uit te stromen. Dan zullen we rijkelijk geven van onze volheid, niet van ons tekort.”

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 17:47 Reageer op dit bericht

WARM NEST

 

“Niet elk kind heeft het geluk een warm nest te vinden. Je zult vandaag maar geboren worden in hongerend Afrika, of in moordend Irak, of in aardbevend Pakistan, waar ouders hun kind niet eens een warmnest kunnen geven. Het is des te schrijnender dat in onze Westerse wereld, in het rijke Vlaanderen, met al zijn luxe en overvloed, met zijn technische hoogstandjes, met zijn uitgebreid aanbod aan voorzieningen, kinderen toch nog vaak van die nestwarmte verstoken zijn. Dat zoveel mensen de warmte en geborgenheid van een thuis, van een vriendenkring, van een sociaal netwerk moeten missen.

(…)

Mag 2006 een jaar zijn, waarin de aandacht voor de zwaksten onder ons groeit. Waarin velen die zich in stilte voor de kleinsten onder ons inzetten, ook eens in de schijnwerpers komen te staan. Waarin wij ook de minsten meetellen.”

Peter Peene, in Omtrent, januari 2006, p. 3

 

Schrijnend is het dat kinderen in het rijke Vlaanderen toch nog vaak van nestwarmte verstoken blijven

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 17:39 Reageer op dit bericht

Oversteekplaatsen in de rivier van het leven

Oversteekplaatsen in de rivier

tegenkomen.

Plaatsen waar het droog is,

waar we écht beluisterd worden,

waar we niet perfect hoeven te zijn,

waar we gewoon onszelf mogen zijn.

 

Lat ons stenen verleggen

in de rivier van het leven.
Laat ons stenen verleggen in ons leven.

Stenen die een oversteekplaats

kunnen zijn

voor mensen,

stenen van warmte, liefde

en respect voor elkaar.

Stenen die blijven liggen

in de storm van het leven.

Stenen die mensen helpen staande

te blijven in de stroom van het leven.

 

Goddelijke stenen,

gelegd door mensenhanden

in de grote rivier van het leven.

Leen Vemeire

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 22:19 Reageer op dit bericht

Het feest van de Onnozele (= onschuldige) kinderen!

Het feest van de Onnozele-Kinderen
Een vergeten gebruik op 28 december

Van eind november tot een eind in januari heerst overal een kerst- en eindejaarssfeer. Beide feesten lopen zelfs inzake gebruiken steeds meer in elkaar over. Het feest van de Onnozele-Kinderen op 28 december is daarbij helemaal op de achtergrond verzeild. Soms wordt in het kader van genocides of kindermisbruik nog wel verwezen naar de moordpartij die op bevel van koning Herodes, kort na de geboorte van Christus, in het Bijbelse Bethlehem en omstreken op jongetjes van twee jaar en jonger werd uitgevoerd. Het verhaal van de evangelist Matteus is pas in de barokkunst populair geworden en allicht zo doorgedrongen in catechetische prenten en volksgebruiken.

Tot in de jaren 1960 mochten kinderen op Onnozele-Kinderendag voor één keer de wetten stellen. Het begon vaak met het buitensluiten (daarom werd 28 december ook 'sluiterkesdag' genoemd) van de ouders of de leerkrachten. Ze werden pas terug binnengelaten als ze aangename dingen beloofden en de kinderen aan tafel of in de refter bedienden, uiteraard ook met lekkers. Kinderen trokken die dag verkleed als volwassenen rond in hun wijk of dorp en haalden al zingend of acterend versnaperingen op. Het gebruik werd geleidelijk verdrongen door het zingen met Driekoningen of Nieuwjaar.

Minder gekend is dat, naar analogie met de volksgebruiken, ook in een aantal religieuze instituten tot ca. 1950 op Onnozele-Kinderendag de rollen werden omgekeerd. Voor één keer hadden de leden en niet de oversten het voor het zeggen. 28 december groeide zo uit tot een zeldzame kloosterlijke ontspanningsdag. Die dag bezochten ook de kinderen van de eigenaars van het onroerend patrimonium van de instituten - toen die nog geen rechtspersoonlijkheid hadden - samen met hun ouders 'hun' eigendom. De kinderen waren voor de gelegenheid gekleed zoals de kloosterlingen, die hen met gespeelde honneurs ontvingen. Het leverde leuke foto's op die in een aantal familiearchieven (o.m. Casier en Lammens-Verhaegen) op KADOC zorgvuldig worden bewaard.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 18:30 Reageer op dit bericht

“Welk verlies maak je mee?


Zoals dit bij iedereen het geval is, is ook jouw leven een opeenvolging van gelukkige, voldoening gevende, maar ook onaangename, soms pijnlijke gebeurtenissen. Het is noodzakelijk om ze te leren kennen en er rekening mee te houden. Zo kan je beter de gevolgen ervan inschatten om in de volgende lijst de verliezen die je het diepst raken, te onderscheiden van alle andere.


De kleine verliezen en de dagdagelijkse zorgen


Zo zijn er allereerst de kleine verliezen en de dagdagelijkse zorgen, de teleurstellingen die je geduld op de proef stellen. Hoe onbenullig deze moeilijkheden ook lijken, toch zijn ze niet zo onschuldig. Het gaat zowel om materiële als om psychische vormen van verlies die de gemoedstoestand raken en diverse gevoelens aanspreken:

Een gemiste aankoop

De vaststelling van een aangetaste tand

Het wegkwijnen van je meest geliefde plant, geplaagd door insecten

De kat die ’s avonds niet meer thuiskomt

Het verlies van een dierbaar voorwerp

Een slecht schoolresultaat van je kind

Een onenigheid met een collega op het werk

De tijdelijke scheiding van een dierbare

Een gemiste afspraak

De  opeenstapeling van zorgen tijdens een dag”

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Temmermannen om 18:49 Reageer op dit bericht

“Verliezen in winst omvormen

Ik wil mijn liefde niet verliezen.

Ik wacht.

Hoe lang moet ik nog lijden?

Ik laat me genezen.

Ik groei.

 

Niemand, ook jij niet, kan ontsnappen aan de pijn van verlieservaringen die het leven met zich meebrengt: onvoorspelbaar of onverwacht verlies, verlies dat je jezelf oplegt om te kunnen groeien als mens of dat jou tegen je wil wordt opgelegd.

 

Toch is het zo dat elke vorm van ‘verlies’ kan worden omgevormd tot ‘winst’ dankzij je innerlijke houding. Geen enkel verlies is onvruchtbaar, omdat het in zich reeds de kiem draagt van nieuw leven. Je hoeft trouwens maar om je heen te kijken om te zien dat de bestaansreden van de dood er in bestaat om plaats te maken voor het leven. Het is niet mogelijk verlies en lijden te ontvluchten en toch te groeien als mens. Dit maakt deel uit van cyclus van het leven.

 

De knop barst open en schenkt de bloem.

De bloem verwelkt en schenkt het zaad.

Het zaad in de aarde verlangt te ontkiemen.

Een onophoudelijke beweging van dood en leven, van duisternis en licht.

Deze beweging naar nieuw leven is meer of minder diepgaand naargelang te soort verlies. Het is om die reden dat ik , samen met jou, de vele vormen van verlies die een mens kan meemaken in het leven op een rij wil zetten. Terwijl we deze inventaris opmaken, mag je nooit vergeten dat elk van deze verlieservaringen een bron kan zijn van groei.”

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Temmermannen om 20:40 Reageer op dit bericht

Vrouwen vroeg of laat diaken

MGR. MUSKENS: VROUWEN VROEG OF LAAT DIAKEN

BREDA (KerkNet/KatholiekNederland) - De Nederlandse bisschop Muskens van Breda hoopt dat ook vrouwen zich in de toekomst tot diaken kunnen laten wijden. "Dat streven moeten we levend houden. Vroeg of laat zal dat idee doorbreken en ook theologisch aanvaard worden", aldus Mgr. Muskens afgelopen zaterdag tijdens de eerste grote ontmoetingsdag voor vrouwelijke bestuurders in zijn bisdom. "Zo'n dag is goed om de moed erin te houden. Vrouwen zullen steeds meer erkenning krijgen in de katholieke Kerk. Hoe voorzichtig ook, je ziet vrouwen vaker doorstoten naar bestuurlijke functies in bisdommen en zelfs in de Romeinse Curie. De erkenning van de positie van de vrouw zit er aan te komen." Volgens de Bredase bisschop is het nog te vaak zo dat mannen de kerk besturen, ook aan de basis, "terwijl vrouwen het werk doen".

Bisdom Breda
Voor zover vrouwen doordringen tot de leiding van parochies is dat meestal in de rol van secretaris. Van de secretarissen van parochies in West-Brabant en Zeeland is de helft vrouw. Van de penningmeesters één op de drie en van de vice-voorzitters één op de vier. Het vice-voorzitterschap is echter vooralsnog aan mannen voorbehouden. Toch constateerden de ongeveer zeventig in Rilland bijeengekomen vrouwelijke bestuurders dat hun invloed toeneemt. Bisschop Muskens was van oktober 2004 tot oktober 2005 lid van het Ambassadeursnetwerk Besturen. Dit netwerk is een initiatief van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op voorstel van minister De Geus. De leden van dit netwerk verplichten zich om binnen hun organisatie de invloed van vrouwen binnen de diverse besturen te bevorderen.

Klik hier met de rechtermuisknop om afbeeldingen te downloaden. Om uw privacy te beschermen, is het automatisch downloaden van deze afbeelding van internet verhinderd. top
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 20:25 Reageer op dit bericht

Dakloos in december

Dakloos in december


December. Kaal en afgevreten

 tot in de diepste aarde.

Eenzaam hij,

vergeten burger.

Wachtend van in zijn goede jaren

alsof niet ooit komt.

 

Geen jij meer, laat staan een beter ik.

Nooit wat groen aan vastgevroren twijgen.

Adems bewasemen vieze ruiten.

Kloven in afgestompte vingers.

 

Altijddurend zitten in andere leegten.

In natte regens.

In eigen kapotte lijf.

 

Tot nooit iets komt.

 

Jo Gisekin (overgenomen uit Kerk en Leven) 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 17:22 Reageer op dit bericht

1 citaat van

Thérèse Martin

Het leven van Thérèse (1873-1897), karmelietes te Lisieux, werd in de vorige aflevering van dit tijdschrift reeds geschetst. Wat zij geschreven heeft, schreef ze uit gehoorzaamheid aan haar oversten (jeugdherinneringen, kloosterleven) of uit beleefdheid en naastenliefde (vooral: brieven aan familieleden en clerici, nota’s en gedichten voor medezusters). De bekende Franse priester, Jean-François Six – hij schreef ooit een scherpzinnig boek over Charles de Foucauld – heeft meermaals herinnerd aan de oorsprong en de aard van Thérèse’s geschriften. Zij heeft namelijk nooit een boek of autobiografie naar de regels geschreven. Alles is trouwens postuum verschenen.

Een recente Franse uitgave, in drie delen, van alles wat van de hand van Thérèse zelf is, mag hier niet onvermeld blijven:

Thérèse par elle-même. Présentation de J.-F. Six (uitgever: Grasset / Desclée de Brouwer, 1997).

Ondanks de (onvermijdelijke) slordigheden heeft deze uitgave drie grote pluspunten:

1/ Alle teksten zijn chronologisch afgedrukt, zodat de geestelijke evolutie van Thérèse en vele andere dingen duidelijker worden (o.a. dat zij nooit een ‘boek’ heeft geschreven).

2/ Een korte situering bij afzonderlijke teksten helpt de draagwijdte ervan verstaan (o.a. de relaties van Thérèse, in het bijzonder met haar zussen en oversten).

3/ De inleiding op het eerste deel geeft een overzicht van de bijna dramatische geschiedenis van de kritische tekstuitgave (o.a. de pijnlijke ervaringen van Mgr. A. Combes en J.-F. Six zelf met het karmelietessenklooster te Lisieux).

Begin juli 1897, ruim twee maand voor haar pijnlijke dood, schrijft Thérèse voor haar geliefde overste Marie de Gonzague het geheim van haar leven neer. Ze is de uitputting nabij, en sinds meer dan een jaar in de nacht van de geest ondergedompeld (ze gelooft nog, omdat ze wil geloven; of zoals een Frans priester haar ervaring paradoxaal uitdrukte: ‘Hoe heerlijk is het te rusten in de armen van een God die niet bestaat!’). Zij schrijft hier al biddend, en het sterke is dat ze in haar heel persoonlijk liefdesavontuur met God, met Jezus, de haar gegeven mensen (hen die U mij gegeven hebt) intens betrekt, met Jezus’ eigen woorden trouwens.

U weet het, mijn God, het enige wat ik verlangde was U te beminnen. Ik streef niet naar andere roem. Uw liefde was mij sinds mijn kindertijd vóór en is met mij meegegroeid; nu is zij een afgrond waarvan ik de diepte niet meer peilen kan. Liefde wekt liefde op en zo gaat de mijne uit naar U, Jezus. Ze zou de afgrond willen vullen waardoor ze aangetrokken wordt. Maar mijn liefde is jammer genoeg slechts een dauwdruppeltje, verloren in de oceaan! Om U lief te hebben zoals U mij liefheeft, zou ik uw eigen liefde moeten lenen; dan alleen zal ik rust vinden.

O Jezus, misschien is het een illusie, maar ik denk dat U een ziel niet met meer liefde zou kunnen overladen dan U met de mijne gedaan hebt. En daarom durf ik U vragen hen die U mij gegeven hebt, lief te hebben zoals U mij hebt liefgehad. Als ik op een dag in de hemel zou ontdekken dat U hen meer liefheeft dan mij, dan zal ik me daarover verheugen. Ik erken nu al dat die zielen uw liefde meer waardig zijn dan mijn ziel. Maar hierbeneden kan ik me geen grotere liefde voorstellen dan die onmetelijke liefde die U mij om niet en in overvloed hebt willen schenken, zonder enige verdienste van mijn kant.

(Volgens de vertaling door Drs. Pauline Kortekaas: Thérèse van Lisieux, Mijn Levensverhaal. Carmel-EdiT 2001, p. 266).
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 17:13 Reageer op dit bericht

Meer van Wie niet dient, dient tot niets

↑ Terug naar de berichten