Naar de inhoud

Wie niet dient, dient tot niets

Een diaken senior over diaconie en o.a. stambomen
akke.beakke.be

Archief

Ben jij ook met vacantie God?

Ga jij ook met vakantie God?
heb jij ook veertien dagen
of ben jij kaderpersoneel?
Ik stuur je mijn verlanglijstje
vóór je naar een beloofd land trekt -
mogelijk bereik ik je daar niet meer.

Geef ons zeven zonnen
morgen middag en avondzon
een zachtje voor het tennis
een volletje voor het zwemmen
genadig voor een zeilrace
rosjesrood bij een avonddans
nee niet om te bruneren of te koketteren
maar om uit te stralen
weggeef-zon

Geef ons een regenboog
frisse bron en brug om naar mensen te gaan
niet op te pronk te staan
net als kleuren van vreemde vogels

Geef ons liters liefde
om van te drinken en anderen te lessen
maak er ons dronken van
geef ons tonnen tijd
niet om dor te doden
maar vrije bevrijdende ruimte
waar we de tijd kunnen melken als pallieters

Geef ons lol en blijheid
en vreugde en humor
en lachen en overvloed
aan mensen
verdomd God geef het hun
geef hun vacantie, onbezorgd en ontspannen:
we hebben het zo nodig
om je terug te vinden!

Dankbaar geplukt uit Marcel Ploem en Hugo Roeffaers, Als een zachte bries...

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 16:19 Reageer op dit bericht

Samenvatting bespiegelingen: liefde = elkaar kunnen missen

Samenvatting voorafgaande bespiegelingen over 'liefde is elkaar kunnen missen"

Ik vat de voorafgaande bespiegelingen samen in de ietwat uitdagende en eenzijdige uitspraak: vriendschap is elkaar kunnen missen (met de klemtoon op : kunnen).
Als je dat van vriendschap kunt zeggen, zou het dan ook niet gelden voor het geloven?
Dat is toch ook een relaie?
God is nooit binnen het bereik van mijn handen, mijnogen, mijn gevoel. Hij is niet alleen geborgenheid, maar ook verte, niet alleen vervulling, maar veel vaker: gemis.
Overvragen wij soms ook niet onze relatie tot Hem?
Neemt ook Hij, in de loop van een mensenleven, niet andere en soms verrassende en onbegrijpelijke gestalten aan?
De miskenning daarvan zou wel eens een aantal vormen van geloofsonmacht kunnen veroorzaken, die er eigenlijk niet hoefde te zijn.
Ik waag het daarom te besluiten met een zin waarvan ik besef dat hij verkeerd begrepen kan worden, maar waarin ik toch eens tuk geloofservaring weergegeven zie: geloven is God kunnen missen (met het accent op: kunnen)
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 17:19 Reageer op dit bericht

Om terug te kunnen komen moet je eerst heengaan - Liefde = elkaar kunnen missen (4)

Het is goed dat ik heenga

Een ander woord van Jezus: "Het is goed voor u dat Ik heenga" (Joh 16, 7). Dat slaat wel op de geloofsrelatie tussen Jezus en de (weldra verweesde) leerlingen, maar is het ook niet een wet die geldt voor alle relaties?
Het heengaan, dat is de ongrijpbaarheid van de ander, zijn anders worden, soms tot het onherkenbare toe. Als ik dan ga eisen: jij moet dezelfde blijven, jij moet blijven beantwoorden aan mijn verwachtingen, dreigt de relatie dan niet te verstenen? Verstik je elkaar niet in dat soort omhelzing? Maar als ik je laat heengaan en je jezelf laat worden op die nieuwe, voor mij onbegrijeplijke weg, dan kom je tegelijk naar mij terug, mijn kind, mijn geliefde, mijn vriend- maar als een andere dan ik ik verwacht of misschien geëist had, rijker geworden en mij verrijkend, zelfs met de pijn om je onbegrijpelijkheid. Heeft het vastlopen en het verouderen van relaties niet veel te maken met de miskenning van deze wet: om bij elkaar te komen moet er afstand zijn, om terug te kunnen komen moet je eerst heengaan?
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 18:53 Reageer op dit bericht

Als God op je weg komt..;


Lezing uit het evangelie volgens Mattheüs 25, 31-46

Parafrase op Mt 25, 31 – 46 of beter: ‘hertaling’


Als God op je weg komt,

dan zal het zijn als een kind, als een mens...

Zie toe dat je Hem herkent.

Hij zal geen lichtkrans dragen,

geen aureool, geen titel of aanzien hebben.

Hij zal man of vrouw zijn, arm of rijk,

maar dat is niet belangrijk.                             

Hij zal een mens zijn die honger heeft,

geef Hem te eten van je liefde.

Hij zal naakt zijn,

kleed Hem met je waardering.

Zit hij gevangen,

verlos Hem door je begrip.

Hij zal misschien ziek zijn,

genees Hem met je warme vertrouwen.

Dorst zal hij hebben,

geef Hem te drinken van je gerechtigheid.

Voelt Hij zich vreemd verloren,

geef Hem de thuis van je hart.

Zie toe als God op je weg komt,

het zal zijn als een kind.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 09:12 Reageer op dit bericht

Elkaar kunnen missen - Je naam is mens

Elkaar kunnen missen - Je naam is mens

Ik denk dat je de relatie van Jezus met de mensen die Hij ontmoette, als vriendschap kunt bestempelen. Je naam is mens, zegt Hij. Je naam is niet rijke of arme, zieke of gezonde, geleerde of onontwikkelde, man of vrouw, zelfs niet rechtvaardige of zondaar. Dat zijn de namen waarmee ons verschil, en dus onze mogelijke vijandschap wordt uitgedrukt. De anderen worden dan mededingers, en het geweld komt in zicht. Want de rijke vreest de arme, die hem wel eens van zijn rijkdom zou kunnen beroven, en de arme benijdt de rijke. Volwassenen voelen jongeren dan als een bedreiging aan, jongeren de volwassenen als verstikkende autoriteit. Man en vrouw spelen dan het spel van de macht. We kunnen beter elkaar op de eerste plaats noemen: mens - de enige naam die wezenlijk en beslissend zegt wie en wat we zijn;dan domineert in onze relaties de machtswil niet meer. Want mens zijn we allemaal, wie of wat we verder ook nog zijn. Dan kunnen we elkaar onbedreigd en onbevreesd opnieuw noemen met de namen van ons verschil: man, vrouw, moeder, vader, zoon en dochter. Dan kunnen die verschillen vruchtbaar en verrijkend zijn (althans sommige: over arm-rijk zou ik dat niet zo direct durven te zeggen).
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 19:56 Reageer op dit bericht

Over troosten

Over troosten

 

In zijn Geestelijke Oefeningen zegt Ignatius dat Jezus na zijn verrijzenis “ de taak van het troosten” uitoefent. Na zijn terechtstelling zijn zijn leerlingen dood, als Hij al weer leeft. “Slaap nu maar”, heeft Hij in Getsemane tot hen gezegd. Nu komt Hij ze wekken, opwekken uit de doodsslaap.

 

Wekken. Troosten. Hoe doe je dat? Je doét het niet. Het gebeurt. De trooster is de dankbare getuige van een gebeuren. Iemand is op een of andere wijze vastgelopen, op dood spoor, en je wordt, door omstandigheden, gevraagd, uitgenodigd om die te troosten. Ongevraagd kun je niet als trooster optreden: dat zou opdringerig zijn. En niemand kan eisen: “Troost me”. Je kunt troost niet vorderen als een recht. Onuitgesproken (in den beginne misschien zelfs onvermoed door beide partijen) komt binnen een ontmoeting het proces van troosten en getroost worden op gang. De fasen daarvan zouden er als volgt kunnen uitzien – als we maar niet vergeten dat in de werkelijkheid fasen wel eens door elkaar lopen.

 

  1. Erkennen van de situatie. Zonder veel woorden iets zeggen als: “Jij mag moe zijn, troosteloos, verbitterd. Je mag zelfs onredelijk zijn, koppig als een kind dat troost behoeft en toch troost weigert.” Jezus tot Tomas: “Kom hier met je vinger en bezie mijn handen. Steek je hand uit en leg die in mijn zijde.” Gewoonweg erkennen: ja, zo is het, zo ben en voel jij. Niets begint zonder te erkennen van de realiteit. Pogingen om die al meteen weg te praten doen de ander dieper wegkruipen in zijn onmacht.
  2. Concrete solidariteit. Ik kom r gewoon bijstaan, zitten, neerliggen. Ik rouw mee met de rouwende, ben moe, dood met de dode. Ik loop mee op de doodlopende weg, naar Emmaüs bij voorbeeld. Ik stel me voor dat de engel die de vluchtende profeet Elia komt troosten, naast hem blijft zitten tijdens zijn slaap. Er wordt ons niet verteld hoe lang Elia heeft geslapen. Voldoende lang in ieder geval. Tot voor hem de tijd rijp was. Tijd is een om onmisbaar bondgenoot van de trooster.
  3. Komt er een verhaal? (Misschien uitgelokt door een voorzichtige, eerbiedige uitnodiging; nieuwsgierigheid doet het gebeuren vastlopen.) Dan luister ik. Wat uitgesproken kan worden, is al ten dele verwerkt. Ik stel een vraag. Niet om de situatie te verklaren of te veranderen. Alleen om er deel aan te hebben, om er binnen te gaan in het gebeuren. Want dit is niet alleen een verhaal over een brok onverwerkt verleden. Het is een gebeuren hier-en-nu, waar wij samen in staan. Wie troost hier? Wie wordt getroost? Ik zal niet ingaan op de neiging om te zeggen: “Zo iets heb ik ook al eens meegemaakt.” Dan zet ik mezelf voor het voetlicht. Wat actueel gebeuren moet zijn, maak ik dan tot volmaakt verleden tijd. Ik kàn het niet al eens meegemaakt hebben, want het is hier aan het gebeuren. Het is uniek.
  4. Misschien doet zich de mogelijkheid voor dat we samen iets kunnen gaan doen. Eten bijvoorbeeld. De verrezen Jezus tot de verbijsterde leerlingen: “Hebben jullie iets te eten?” of : “Komt ontbijten.” Eten, willen en kunnen eten, zal wel iets met troost te maken hebben, zoals troosteloosheid de eetlust wegneemt. Of muziek beluisteren, uitwandelen gaan, bidden (maar dat laatste niet te vroeg, en niet te veel). Dat we iets doen, wijst uit dat de verlamming wijkt. Er komt opnieuw belangstelling voor de werkelijkheid, voor de toekomst.
  5. Wat ongeduldige troosters soms zeggen: “Is het echt zo erg? Ook anderen hebben zo iets en erger meegemaakt” – dat begint de getrooste nu uit zichzelf in te zien. Geleidelijk ziet hij licht. Ik reik het hem niet aan. Ik ben er getuige van hoe hij zich naar het licht gaat keren, dat er altijd al was. Ik heb geen ingrepen gedaan, zeker geen kunstgrepen. Ik ben erbij geweest met aandacht en invoelen, met een vraag soms om de beweging gaande te houden. Nog eens: troosten, dat doé je niet, je maakt het mee. Als het proces is afgelopen, merk je hoeveel er gebeurd is en hoe weinig je gedààn hebt.
  6. Dan neem je afscheid. De verrezen Jezus tot Maria Magdalena: “Hou mij niet vast”. Je vastklampen aan het troostgebeuren leidt tot niet-authentieke troost, die niet sterk maakt, maar zwak. Je wilt het gebeuren vasthouden, terwijl het pas werkzaam blijft als je het los durft laten. Het laatste wat trooster en getrooste ervaren: hoe troostend het kan zijn, elkaar los te laten.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 10:18 Reageer op dit bericht

Elkaar kunnen missen (3)

Als wij elkaar ontmoeten in de hoogst mogelijke vrijheid,
als wij geen macht zoeken uit te oefenen tegenover elkaar
(vanzelf speelt macht toch altijd al mee waar mensen samenzijn),
als afstand in nabijheid en nabijheid in afstand wordt beleefd,
openheid in weerhoudendheid en weerhoudendheid in openheid,
als wij rijpen in de aanvaarding van elkaars tekort en ongrijpbaarheid, als ik
je mis, maar je  kàn missen,
(want dan kan ik pas in vrijheid naar je toe gaan,
niet vanuit mijn altijd onverzadigbare behoefte
maar vanuit mijn verstild verlangen),
- dat zou pas vriendschap heten,
onmogelijke, onhaalbare vriendschap,
maar daarop is elke relaie gericht als op haar vervulling.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 09:09 Reageer op dit bericht

Elkaar kunnen missen - 2

Elkaar kunnen missen

Zo ideaal als hierboven beschreven verloopt wel geen enkele ouders-kind-relatie. 
Iedereen maakt dat proces door met wat schade en schande.
Maar het proces als zodanig staat model voor de groei van álle menselijke relaties. Die beginnen altijd met een idealisering (van een ander mens, van een levens-project, van eens stroming of beweging).
Een ontdekking brengt dat nu eenmaal mee: je bent geboeid door het nieuwe, het nog ongeziene. Nadere kennismaking brengt onvermijdelijk ontgoocheling mee.
Pas in de scherven van het idool ontwaar je het werkelijke gezicht van de ander. Dat gebeurt niet één keer invoegde, maar keeromkeer. In een relatie moet daarom naast de nabijheid ook de afstand bewust geleefd worden: allen zo kun je het echte gezicht van de ander ontwaren. De twee tijden waarover Prediker dicht, die van het omhelzen en die van het loslaten, volgen niet allee chronologisch elkaar. Wil een relatie duurzaam en vruchtbaar zijn, dan moeten daarin de twee tijden gelijktijdig aanwezig zijn. In elke goede omhelzing speelt een beleving van loslaten mee. En er is een loslaten dat de innigste vorm van omhelzen. Dat zou ik vriendschap willen noemen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 10:41 Reageer op dit bericht

Meer van Wie niet dient, dient tot niets

↑ Terug naar de berichten