mei
Een nieuwe lente en een nieuw geluid
Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht -
In huis was 't donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
Nog licht, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels in mijn raamkozijn.
Dan blies een jongen als een orgelpijp,
De klanken schudden in de lucht zoo rijp
Als jonge kersen, wen een lentewind
In 't boschje opgaat en zijn reis begint.
Zo luidt het begin van het grote epos Mei van Herman Gorter, dat in maart 1889 verscheen. De eerste versregel is misschien wel de allerberoemdste regel uit de Nederlandse literatuur.Herman Gorter had maandenlang in eenzaamheid aan zijn Mei gewerkt. Het grote verhalende gedicht Mei telt maar liefst 4381 versregels
Herman Gorter





