Naar de inhoud

AUTOMOBILE

akke.beakke.be

Archief

rolls

Rolls-Royce Motor Cars is de divisie van het Duitse autoconcern BMW die verantwoordelijk is voor de productie van automerk Rolls-Royce. De productie van de Rolls-Royce Phantom 2003 begon in 2003, die van de Rolls-Royce Ghost in 2010.

Nadat BMW met Volkswagen een deal had bereikt mocht BMW vanaf 1 januari 2003 Rolls-Royces beginnen bouwen. Daarvoor werd een nieuwe fabriek gebouwd in Goodwood (West Sussex). Volkswagen bezat immers de vroegere Rolls-Royce fabriek in Crewe en wijdde die aan de productie van voormalig zustermerk Bentley. De productie van de Rolls-Royce Corniche 2000, onder Volkswagen, werd in 2002 beëindigd.

De Phantom was het eerste model van het merk onder BMW. Deze auto heeft een motor van BMW en de meeste onderdelen worden in Duitsland gemaakt, maar de assemblage gebeurt in Goodwood. De basisprijs van de auto ligt op £250.000.

Van de Phantom is ook een Coupé-uitvoering: in 2008 werd de Phantom Drophead Coupé onthuld. Het is een cabriolet met naar achteren scharnierende deuren en koplampen met leds.

In maart 2009 kwam Rolls-Royce op de Autosalon van Genève met het 200EX-concept, de 'kleinere' uitvoering van de Phantom. Rolls-Royce bracht het model in 2010 op de markt onder de naam Ghost.




2075988-8511262f54eb8c23d162a94a899695fd.jpg

2075988-83605a68d71e0ba7d41815223b13bf2e.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door bewegen om 14:40 Reageer op dit bericht

pontiac

Pontiac was een Amerikaans automerk, dat tussen 1926 en 2010 auto's verkocht in de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Het merk is eigendom van General Motors en was binnen dat concern gepositioneerd in de middenklasse. Pontiac bouwde vooral sportieve, prestatiegerichte auto's. Op 27 april 2009 besloot GM, vanwege de grote problemen waarin het bedrijf verkeerde, niet langer door te gaan met het merk Pontiac. Op 25 november van datzelfde jaar rolde de laatste Pontiac van de band. Op 31 oktober 2010 verlengde moederbedrijf GM de contracten met de dealers niet meer en was het definitief met het merk gedaan

Het merk Pontiac kent een lange geschiedenis. In dit artikel wordt er per decennium gekeken naar de ontwikkelingen.

Het eerste Pontiac-model, de Pontiac Series 6-27, werd in 1926 geïntroduceerd op de New York Auto Show. Deze 6-cilinder werd als coupé en sedan gemaakt en was bij de eerste auto's, die geen stoffen dak hadden. In het eerste jaar werden er al meteen 76.742 exemplaren van verkocht. Al snel kwam er nood aan meer capaciteit en werd begonnen met de bouw van een nieuwe fabriek in Pontiac (Michigan). In 1927 werd binnen GM Art & Colour opgericht, de eerste echte auto-ontwerpstudio. Daar werden vanaf dat moment alle modellen van GM, waaronder Pontiac, getekend. Ook in dat jaar bereikte Pontiacs productie 127.883 stuks.

Eind 1927 lanceerde de onderneming haar tweede model, de Pontiac Series 6-28. Op het radiatorrooster verscheen het logo met het silhouet van het hoofd van een indiaan; een logo dat nog 30 jaar gebruikt zou worden. Het eerste jaar werden 184.000 exemplaren verkocht. In 1929 werd de 6-29 Big Six geïntroduceerd. Dat was in feite een model van het Britse Vauxhall, dat toen recent door General Motors was overgenomen. Deze serie kende ook Pontiacs eerste cabriolet. In oktober dat jaar crashte de beurs van New York, waarna de vraag drastisch verminderde.

In 1930 verscheen de Pontiac 6-30B, waarvan dat jaar, vanwege de Grote Depressie slechts 62.888 stuks gemaakt werden. Een prijsverlaging van $100 (~15%) kon de verkoop niet aanzwengelen. De nieuwe Series 401 uit 1931 kende verrassend genoeg meer succes. In 1932 verkocht het merk 47.926 auto's met een verlies van $125,35 per stuk. Het gerucht ging dat Pontiac, samen met Buick en Cadillac, zou worden stopgezet. Door meer onderdelen te delen met de andere merken werd gepoogd dit te verijdelen.

In 1933 had Pontiac haar eigen ontwerpstudio gekregen. Hoofdontwerper Frank Hershey was ontevreden over de modellen en liet alles binnen twee weken tijd hertekenen. Het resultaat was een goedkope 8-cilinder, die deed denken aan duurdere modellen. Pontiacs imago kreeg hiermee een flinke zet en de verkoop verdubbelde tot 85.348 stuks. Pontiac was in 1934 de eerste divisie van GM die auto's met onafhankelijke voorwielophanging in productie bracht. Vele onderdelen werden geleend van Chevrolet. In 1935 ging de verkoop naar 140.000 stuks. In 1936steeg die verder tot 172.000 en in 1940 zelfs tot 217.000. Tevens werd de miljoenste auto gebouwd.

In 1941 was Pontiac de eerste om kopers tussen verschillende motoren te laten kiezen. De productie steeg dat jaar tot 330.061 exemplaren. Op 1 maart begon Pontiac ook Oerlikon 20 mm luchtafweerkanonnen te produceren voor de Amerikaanse zeemacht. Vanaf 1942 werden Amerikaanse autobouwers verplicht om bijna geen chroom meer te gebruiken. Alle Pontiac-onderdelen, uitgezonderd de bumpers, die normaal van chroom waren gemaakt waren nu van geschilderd staal. Deze modellen, die veel minder mooi waren, staan bekend als blackout modellen. Daarnaast begon het merk ook automatische machinegeweren, assen voor tanks, onderdelen voor dieselmotoren en vliegtuigtorpedo's te fabriceren. Op 10 februari 1942 werd de laatste vooroorlogse Pontiac gemaakt.

Toen de Tweede Wereldoorlog op zijn einde liep en de militaire productie werd stopgezet, werd er gewerkt om weer aan de gewone productie te beginnen. Er werden nieuwe machines in de fabriek geplaatst, die de productie tot 500.000 moesten verdubbelen. In november 1945 gingen de werknemers van General Motors echter in staking en 1946 was een stakingsjaar voor de hele industrie. De eerste naoorlogse modellen waren licht aangepaste modellen uit 1942. De vraag naar auto's was na de oorlog echter enorm en de verkoop steeg van 113.109 in 1946 tot 206.411 in 1947.

In 1948 werd de HydraMatic automatische versnellingsbak een optie en in 1949 werden nieuwe modellen geïntroduceerd. Vlak voor de modellen in productie gingen bleek uit spionagefoto's van Ford, dat beide merken een bijna identiek radiatorrooster hadden. Omdat Fords modellen eerst uitkwamen werden die van Pontiac snel hertekend.

In 1950 lanceerde het merk de Pontiac Catalina. De Super De Luxe versie daarvan was het meest luxueuze model uit die periode. Terzelfder tijd had het merk ook de goedkoopste 8-in-lijn van het land. Er werd een productie van 446.429 stuks opgetekend dat jaar.

In de jaren vijftig waren automatische transmissies en V8-motoren in en dus concentreerde ook Pontiac zich op de ontwikkeling van zo'n motor en gebruikte een viertrapsautomaat. Tot en met 1954 installeerde Pontiac de oude, technisch eenvoudige zijklepmotor. In 1951 werd de productie beperkt door de Koreaanse Oorlog en in 1952 werd het gebruik van chroom wederom ingeperkt. De verkoop lag destijds respectievelijk op 337.821 en 266.351 stuks. In 1953 werd een nieuw type, de Pontiac Star Chief, gelanceerd, met optionele elektrische ruiten, airconditioning en stuurbekrachtiging. In 1953 werden 385.692 auto's verkocht.

Na een sterk jaar in 1955 viel de verkoop voor 1956 weer sterk terug. Dat laatste was verder ook het jaar, waarin het merk in de autosportdebuteerde. De 73-jarige Ab Jenkins reed met een aangepaste Pontiac een nieuw snelheidsrecord op de 24 uur. Hij reed gemiddeld 190 km/u over een afstand van 4572 km. Het initiatief voor Pontiacs deelname wordt toegeschreven aan Semon Knudsen, de nieuwe manager van het merk. Knudsen moest het merk, dat gekend was voor duurzame en betrouwbare maar niet voor opvallende auto's, opwaarderen. Hij liet het tot dan kenmerkende radiatorrooster schrappen vlak voor de productie van de modellen uit 1957 aanving. Ook verving hij het embleem met het hoofd. In februari werd de Pontiac Bonneville gelanceerd als een topmodel. Er stonden slechts 630 exemplaren gepland en enkel cabriolets. De V8 leverde meer dan 300 pk en gaf de auto een topsnelheid van 209 km/u.

In 1958 was een nieuw logo gevonden om het geschrapte indianenhoofd te vervangen. Op het nieuwe embleem stond de punt van een indiaanse pijl afgebeeld. In 1959 werd een nieuw koetswerk getekend, dat met 162,5 cm het breedste in de autosector was. Ook werd een nieuw tweemondig radiatorrooster ontworpen, dat een groot succes zou blijken en een van Pontiacs stijlkenmerken werd. De ontwerpers, die dit succes niet hadden verwacht, hadden in 1960 het tweemondig radiatorrooster laten vallen. In 1961 werd het snel weer opnieuw opgenomen.

In 1960 verkocht Pontiac 399.646 auto's in 16 modellen en 4 series. Optioneel werd een Super Duty pakket aangeboden voor de racefanaten. In 1963 werden bijna 600.000 Pontiacs verkocht en in 1964 687.902. Daarmee was het merk de derde grootste autobouwer van de Verenigde Staten. Dat jaar werd ook de LeMans GTO geïntroduceerd. Dat sportieve model herinnerde aan de racerij zonder dat daaraan echt werd deelgenomen. General Motors had zich in 1963 volledig daaruit teruggetrokken. Diezelfde GTO wordt ook de creatie van het muscle car-segment toegeschreven.

In februari 1967 werd de Firebird geïntroduceerd. In feite was dit een aangepaste Chevrolet Camaro. Voor 1968 werden de Tempest, LeMans<

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door bewegen om 14:36 Reageer op dit bericht

plymouth

Peugeot

In 1810 verbond Jean-Pierre Peugeot, een wever uit Hérimoncourt, zich met zijn beide zoons Jean-Pierre II en Jean-Frédéric met hun schoonbroer Jacques Maillard-Salin, die in Sous-Cratet een gieterij had waar gelamineerd staal voor gereedschappen en horlogeveren geproduceerd werd. In 1819, na een kapitaalinjectie, kreeg dit bedrijf de naam Peugeot frères et Cie. Binnen korte tijd waren er al 70 werknemers in dienst. In 1825 groeide het bedrijf al sterk en veranderde de naam in Société Peugeot Frères Aînés, Calame et Jacques Maillard-Salins. In 1832 scheidde Jean-Pierre II zich af en begon de firma Peugeot Frères Aînés. Hij gaf echter de leiding in handen van zijn zoon Jules en zijn neef Émile. In 1871 werd deze firma geherstructureerd en kwam de leiding in handen van twee neven: Eugène, de zoon van Jules, en Armand, de zoon van Émile. In 1878 veranderden zij de naam in Les fils de Peugeot frères (de zonen van de gebroeders Peugeot). Tot 1885 kende het bedrijf een grote ontwikkeling en maakte een naam als fabrikant van allerlei gereedschappen op diverse Europese markten, maar ook in de VS, Turkije en Egypte. In 1882 maakte Peugeot zijn entree op de vervoermiddelenmarkt: Armand Peugeot nam het initiatief rijwielen te gaan bouwen. In de fabriek van Beaulieu werd de "Grand bi" (de Franse naam voor de Hoge bi) gemaakt. In 1889 toonde Armand Peugeot vier driewielers met een stoommachine van Léon Serpollet op de wereldtentoonstelling van Parijs, de Peugeot Type 1. Deze driewieler was geschikt voor het vervoer van twee personen. Armand had vlak vóór de tentoonstelling echter al bezoek gehad van Gottlieb Daimler en Émile Levassor. Zij zochten, na het overlijden van Edouard Sarazin, de Franse licentiehouder van de Daimler motoren nieuwe afnemers en overtuigden Armand ervan dan niet stoom, maar de atmosferische verbrandingsmotor de toekomst had. Panhard, mede opgericht door Levassor, zou de chassis gaan leveren. De eerste Peugeot auto werd in 1890 gebouwd, met een Peugeot carrosserie, gemonteerd op een Panhard chassis en met een Daimler motor. In 1891 kwam de productie van Peugeot auto's op gang en het aantal modellen werd uitgebreid. In 1892 begon de lange geschiedenis van het merk in de autosport. In dat jaar won Peugeot ex aequo met Panhard de toen zeer bekende race Parijs - Rouen. In 1913 werd de Grand-Prix van Amerika, gereden over 500 miles in Indianapolis, gewonnen door Jules Goux met een Peugeot L 76.



2075982-f7a2b524850d6fca0e3b55d98559a0cc.jpg

2075982-da77e29f57882c43b18fe403efab7eec.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door bewegen om 14:34 Reageer op dit bericht

peugeot

Peugeot

In 1810 verbond Jean-Pierre Peugeot, een wever uit Hérimoncourt, zich met zijn beide zoons Jean-Pierre II en Jean-Frédéric met hun schoonbroer Jacques Maillard-Salin, die in Sous-Cratet een gieterij had waar gelamineerd staal voor gereedschappen en horlogeveren geproduceerd werd. In 1819, na een kapitaalinjectie, kreeg dit bedrijf de naam Peugeot frères et Cie. Binnen korte tijd waren er al 70 werknemers in dienst. In 1825 groeide het bedrijf al sterk en veranderde de naam in Société Peugeot Frères Aînés, Calame et Jacques Maillard-Salins. In 1832 scheidde Jean-Pierre II zich af en begon de firma Peugeot Frères Aînés. Hij gaf echter de leiding in handen van zijn zoon Jules en zijn neef Émile. In 1871 werd deze firma geherstructureerd en kwam de leiding in handen van twee neven: Eugène, de zoon van Jules, en Armand, de zoon van Émile. In 1878 veranderden zij de naam in Les fils de Peugeot frères (de zonen van de gebroeders Peugeot). Tot 1885 kende het bedrijf een grote ontwikkeling en maakte een naam als fabrikant van allerlei gereedschappen op diverse Europese markten, maar ook in de VS, Turkije en Egypte. In 1882 maakte Peugeot zijn entree op de vervoermiddelenmarkt: Armand Peugeot nam het initiatief rijwielen te gaan bouwen. In de fabriek van Beaulieu werd de "Grand bi" (de Franse naam voor de Hoge bi) gemaakt. In 1889 toonde Armand Peugeot vier driewielers met een stoommachine van Léon Serpollet op de wereldtentoonstelling van Parijs, de Peugeot Type 1. Deze driewieler was geschikt voor het vervoer van twee personen. Armand had vlak vóór de tentoonstelling echter al bezoek gehad van Gottlieb Daimler en Émile Levassor. Zij zochten, na het overlijden van Edouard Sarazin, de Franse licentiehouder van de Daimler motoren nieuwe afnemers en overtuigden Armand ervan dan niet stoom, maar de atmosferische verbrandingsmotor de toekomst had. Panhard, mede opgericht door Levassor, zou de chassis gaan leveren. De eerste Peugeot auto werd in 1890 gebouwd, met een Peugeot carrosserie, gemonteerd op een Panhard chassis en met een Daimler motor. In 1891 kwam de productie van Peugeot auto's op gang en het aantal modellen werd uitgebreid. In 1892 begon de lange geschiedenis van het merk in de autosport. In dat jaar won Peugeot ex aequo met Panhard de toen zeer bekende race Parijs - Rouen. In 1913 werd de Grand-Prix van Amerika, gereden over 500 miles in Indianapolis, gewonnen door Jules Goux met een Peugeot L 76.



2075980-b37e3573e4d52f8b8e4843579a8d8443.jpg

2075980-e2e6a48672f235e0d5ed2b5232316fb7.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door bewegen om 14:33 Reageer op dit bericht

panhard

Panhard, vroeger Panhard et Levassor, is een van de oudste automerken ter wereld. Het is opgericht door Émile Levassor en René Panhard.

Ze bouwden allerlei soorten wagens: van kleine personenwagens, sport- en racewagens tot luxewagens. De concurrentie werd vooral na de Tweede Wereldoorlog steeds sterker en in 1955 werd de firma door Citroën overgenomen. In 1967 liet Citroën het als automerk vervallen, maar tot 2004 werden nog pantservoertuigen onder de naam Panhard gebouwd. In 2004 werd het aan het Franse Auverland verkocht.




2075978-19c95bf57021b2967df3142dbef17ad7.jpg

2075978-b78039c955cb5e0372f7a92487051dc0.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door bewegen om 14:32 Reageer op dit bericht

packard

Packard was een merk van luxeauto's uit de Verenigde Staten dat van 1899 tot 1958 bestond. De Packard Motors Company was gevestigd in Detroit(Michigan, VS) en fuseerde in 1954 met Studebaker tot Studebaker-Packard. Packard gebruikte een zeer bekende slogan die luidde: Ask The Man Who Owns One, of Vraag het aan hij die er één bezit. Vandaag de dag zijn Packards zeer gezocht door verzamelaars

In 1898 kocht ingenieur James Packard een Winton. Het was een van de eerste in de VS gebouwde en verkochte auto's. Alexander Winton, die hem had gebouwd, maakte over het algemeen goede auto's, maar deze ging op de eerste rit al stuk. James Packard kon hier niet om lachen en ging terug naar Alexander Winton met wie hij in een hoog oplopende ruzie belandde. Uiteindelijk daagde Winton Packard uit om zelf een betere auto te bouwen. Packard ging direct aan het werk. 

In 1899 richtte James Packard samen met zijn broer William Packard de Ohio Automobile Company op in hun woonplaats Warren (Ohio). Ook hun eerste model, een één-cilinder, werd dat jaar gelanceerd. De broers wilden betrouwbare voertuigen van hoge kwaliteit bouwen en bewezen die betrouwbaarheid ook in uithoudingstesten. Het merk kende steeds meer navolging tot in het buitenland waar Packards zelfs gekocht werden door staatshoofden.

Voor die groei was nieuw kapitaal nodig en dat werd gevonden bij Henry Joy, lid van een rijke familie uit Detroit. Joy had een Packard gekocht en was onder de indruk van diens betrouwbaarheid geweest. Hij had de broers Packard opgezocht en bracht nu een groep investeerders bij elkaar. Op 2 oct 1902 werd het bedrijf omgedoopt tot de Packard Motor Car Company met James Packard als president.

Niet veel later verhuisde Packard naar Detroit en werd Henry Joy eerst algemeen manager en later voorzitter van de raad van bestuur. Er werd een nieuwe fabriek van 325.000 m² gebouwd. In 1904 werd de Grey Wolf geïntroduceerd, een racewagen met 4-cilindermotor die verschillende records neerzette. De belangrijkste prestatie was een vierde plaats in de Vanderbilt Cup van 1904. De Grey Wolf werd ook een productiewagen waarmee Packard een van de eerste Amerikaanse racewagenbouwers werd.

Intussen richtte Packard zich vooral op grote, luxueuze en peperdure limousines. Packard werd die dagen bij de drie P's van de VS gerekend. De andere twee waren Pierce-Arrow en Peerless. Packard kende een groot succes en produceerde in de jaren 1910 en -1920 veel meer auto's dan bijvoorbeeld Cadillac.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog begon Packard ook motoren voor schepen en vliegtuigen te bouwen. 




2075975-1b323d10fd83d1ada5abb5e01544f938.jpg

2075975-e0f05e397947fafee34de9fcaa008f05.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door bewegen om 14:30 Reageer op dit bericht

opel

Opel

Adam Opel was de oudste zoon van Philipp Wilhelm Opel, een slotenmaker uit Rüsselsheim. Na een stage in het bedrijf van zijn vader reisde Opel als gezelnaar onder meer Luik, Brussel en Parijs, waarna hij, samen met zijn broer Georg, in de naaimachinefabriek Journaux & Leblond aan de slag ging. In 1862werkte hij in de naaimachinefabriek van Huguenin & Reimann, maar in de herfst van datzelfde jaar keerde hij terug naar de werkplaats van zijn vader om te beginnen aan de productie van de eerste Opel-naaimachine.

In het voorjaar van 1863 begon Adam Opel als zelfstandige in een voormalige koeienstal. Georg, die in Parijs gebleven was, zorgde voor al het nodige staal, naalden en haken. De productie van naaimachines nam echter veel tijd in beslag, waardoor Opel onder meer ook wijnkurkmachines en naaimachines van het bedrijf Plaz & Rexroth uit Parijs verkocht. In 1864 kwamen ook Londense naaimachines, met het octrooi van Elias Howe, in het aanbod van Opel.

In 1868 trad Adam Opel in het huwelijk met ondernemersdochter Sophie Marie Scheller. Zij maakte de oprichting van een heuse Opel-naaimachinefabriek mogelijk. Na het overlijden van Adam in 1895 besloten zijn weduwe Sophie en hun vijf zonen Carl, Wilhelm, Heinrich, Fritz en Ludwig om de onderneming voort te zetten.

Pas in 1900 werd duidelijk dat er geen toekomstmuziek meer zat in de productie van naaimachines. In 38 jaar tijd werden door Opel meer dan een miljoen naaimachines geproduceerd en verkocht. De verkoop daalde plots drastisch waardoor de laatste Opel-naaimachines tegen zeer lage prijzen werden verkocht aan groothandel en overzeese klanten.

Adam Opel AG, vaak afgekort tot Opel, is een Duitse autofabriek die in 1862 werd opgericht door Adam Opel. Pas in 1899 werd de eerste auto van het merk geproduceerd. Sinds de omzetting in een Aktiengesellschaft in 1929 behoort Opel tot de General Motors-groep. Als gevolg hiervan zijn Opel-modellen ook bij andere merken van General Motors te vinden, zoals Vauxhall (Verenigd Koninkrijk) (vanaf eind jaren 70), Holden(Australië en Nieuw-Zeeland) en Chevrolet (onder andere Latijns-Amerika). Ook van drie voorgaande merken zijn af en toe modellen bij Opel te vinden.

Met 38.000 werknemers in 2016, verspreid over tien fabrieken in Europa, worden per jaar ruim 1 miljoen voertuigen geproduceerd. Opel/Vauxhall heeft in Europa een marktaandeel van iets minder dan 6%.

Op 6 maart 2017 werd bekend dat PSA Peugeot Citroën zowel Opel als Vauxhall gaat overnemen voor 2,2 miljard euro.




2075974-30982c0e0479a38ead855bb3e2cdf452.jpg

2075974-05677f3044051cc21ce0b5dfd37594df.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door bewegen om 14:29 Reageer op dit bericht

lancia

Lancia is een Italiaans vrachtwagen- en automerk, en onderdeel van de FIAT-groep.

In juni 2014 werd bekendgemaakt dat buiten Italië Lancia zou ophouden te bestaan; alleen binnen Italië blijft men de Lancia modellen aanbieden

Het begon toen Vincenzo Lancia besloot om een motorbedrijf te starten. Hij nam zijn partner Claudio Fogolin, die hij bij FIAT had ontmoet, mee. Hun eerste auto, de Alpha, was in september 1907 klaar. De Alpha werd kort daarop opgevolgd door de Di-Alpha. Deze had zes cilinders en er zijn er maar 23 van gemaakt. Vervolgens werden er in korte tijd de Lancia Beta, Gamma en Delta uitgebracht. In 1913 werd de Eta gemaakt met elektrische lichten als optie.

Er waren in de Eerste Wereldoorlog nog meer auto’s gemaakt die gebruikt werden door het leger. Ook in deze periode werd het logo ontworpen door hertog Carlo Biscaretti di Ruffia. Het moest een stuur voorstellen. Na de oorlog werd de Kappa in productie genomen en werd er een prototype van een auto met V12-motor gemaakt. Deze is nooit in productie genomen omdat dat te duur was. Lancia ging wel vaker een V-motor gebruiken. Daarna kwam de DiKappa en de TriKappa. Deze auto’s waren erg duur en dus alleen voor de rijken. In 1922 maakt Vincenzo dan de beroemde Lambda. De Lambda was een zeer lichte auto met een kleine V4-motor en onafhankelijke wielophanging. Er zijn 13.000 exemplaren gebouwd in negen series.

De Lambda werd opgevolgd door de DiLambda. Vervolgens, in 1933, kwam Lancia met hun eerste kleine familie-auto: de Augusta. Het was de eerste sedan en tevens de eerste gesloten auto. Later ontwikkelde Lancia de Aprilia, een van de eerste auto's met onafhankelijk geveerde wielen. De Aprilia was niet erg snel maar stuurde wel goed en was comfortabel. De Astura kwam daarna als opvolger van de Dilambda. De Astura had een V8-motor en kon een snelheid behalen van 125 km/h. Een kleiner model daarvan, de Artena werd ook gemaakt.

Na de oorlog werd er een nieuw model gemaakt door Lancia. Ook was Gianni Lancia - een van de twee zonen van Vincenzo Lancia - de baas geworden van Lancia. Lancia had Vittorio Jano gevraagd of hij een model wilde ontwerpen. Jano ontwierp toen de Aurelia. De Aurelia had een V6-motor met een inhoud van 1754 cc. Een jaar later ontwierp Pininfarina de GT Coupé en de GT Spyder. Lancia ging zich meer op de racewereld toespitsen maar ondanks de successen ging het steeds slechter met Lancia. Toch ging het merk in de Formule 1 racen met auto’s van Jano. Ze hadden zelfs de beste rijder van toen, Alberto Ascari. Maar omdat hij al snel overleed door een crash was het afgelopen met Lancia in de Formule 1. De auto’s werden aan Ferrari gegeven. Het ging daardoor nog slechter. Nadien ging het plots weer beter met het merk door de beroemde en goed verkochte Flaminia.

In 1964 kwamen de Flavia die was ontwikkeld door Dr. Fessia die van Fiat kwam, de Fulvia die in de plaats van de kleine Appia en de Flaminia. De Flavia en de Fulvia zijn nu de beroemdste Lancia’s. In 1964 verkocht Lancia 30.000 auto’s. Later in de jaren 1960 ging het bedrijf naar de Verenigde Staten met de nieuwe Beta. Ook werd Lancia overgenomen door Fiat. Zo kon Lancia veel meer auto’s maken in de fabrieken van Fiat. Zo verschenen de Beta Coupé, de Beta Spyder en de Beta HPE. Ook werd de Stratos gemaakt. Ook de Gamma (Sedan, 5-deurs en Coupé) werd onder de regie van Fiat ontwikkeld. Deze Gamma was leverbaar met een 4cilinder boxer motor.

In de jaren 1980 werkte Lancia nauw samen met het Zweedse Saab. De Lancia Delta werd als Saab 600 verkocht in Zweden en de Lancia Thema, Alfa Romeo 164, Saab 9000 en Fiat Croma stonden op hetzelfde onderstel. Buiten Italië werd de Autobianchi Y10 in 1985 op de markt gebracht als Lancia.

In de jaren 90 werd de Delta II, Dedra (Sedan en SW), Kappa (Sedan, Coupé, SW), Lybra (Sedan en SW) en de Y (Ypsilon) (1996) op de markt gebracht.

In het nieuwe millennium kwam de Thesis, de Lancia Musa (Fiat Idea basis), Ypsilon (2e generatie) en de Delta III op de markt.

Na de oorlog wilde Gianni Lancia, de nieuwe directeur, graag racen in de Formule 1. Vittoro Jano ontwierp voor hem de Lancia D50. De eerste Grand Prix waaraan Lancia deelnam was de Grand Prix van Spanje in 1954. Alberto Ascari reed met zijn Lancia naar de Pole position en reed de snelste ronde. Het Formule 1 avontuur duurde niet lang. Na de dood van Alberto Ascari en door financiële problemen trok het team zich terug uit de Formule 1 en verkocht het team aan Ferrari dat in 1956 met de wagen nog wereldkampioen werd. Lancia heeft twee keer gewonnen en 10 keer het podium gehaald.

Op sportief gebied heeft Lancia veel succes gekend, gesteund door Martini-Racing. Naast successen op het circuit, in onder andere het World Sports Car-kampioenschap, is het merk voornamelijk bekend met rally-successen. Het merk was er al vroeg bij, maar grote resultaten kwamen er vanaf de jaren zestig. In de jaren zeventig won het driemaal het constructeurskampioenschap met de Stratos. Na een enkele overwinning in 1983 pakte het team de reeks weer op in 1987 en wist het voort te zetten tot en met 1992. Lancia had zich officieel al na 1991 teruggetrokken uit het WK-Rally. Het is qua statistieken nog steeds het meest succesvolle team in de geschiedenis van de rallysport

Op het moment zijn er vijf verschillende Lancia's te verkrijgen : de Lancia Ypsilon 5-deurs, de Lancia Musa (productie gestopt in de zomer van 2012), de Lancia Delta, de Lancia Thema en de Lancia Voyager. De laatste twee zijn verwant aan de Chrysler 300C (Lancia Thema) en aan de Chrysler Voyager (Lancia Voyager). Begin 2012 is er een cabriolet op de markt, de Lancia Flavia (verwant aan de Chrysler 200).



2075622-1dba5ed6097a2706f60a0a2aab4b10cd.jpg

2075622-72bfd32165f5b66f05841d4332806855.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door bewegen om 09:56 Reageer op dit bericht

Meer van AUTOMOBILE

↑ Terug naar de berichten