Naar de inhoud

AUTOMOBILE

akke.beakke.be

Archief

BRISTOL

Bristol Cars is een fabrikant van luxeauto's, die gevestigd is in Filton nabij Bristol (Engeland). In maart 2011 ging het merk failliet, maar in april werd het overgenomen door Kamkorp Autokraft, ook eigenaar van Frazer-Nash. Het merk produceert voertuigen in kleine oplagen. Bristol had geen dealerschappen, er is uitsluitend een kleine eigen showroom in Kensington High Street in Londen. Bristol Cars werd opgericht in 1946 als onderdeel van de Bristol Aeroplane Company. Medewerkers van de Bristol Aeroplane Company hadden beslag weten te leggen op constructietekeningen van de nieuwste BMW modellen, nadat de geallieerden de platgebombardeerde fabrieken van dit Beierse merk in München hadden bezocht. De eerste auto die het levenslicht zag in 1947 was de Bristol 400, die sterke gelijkenissen vertoonde met de vooroorlogse BMW's. De carrosserie vertoonde veel overeenkomsten met de BMW 327, terwijl de motor en de wielophanging erg veel leken op onderdelen van de BMW 328 en de BMW 326. Zelfs de beroemde BMW-grille was één op één overgenomen. De Bristol 401 was voorzien van een zelf ontwikkelde aerodynamische carrosserie, die ook voor de 402 (cabriolet) en 403 werd gebruikt. De 404 was een echte tweezitter. Kenmerkend was de grille, die iets weghad van de luchthapper van de oude vliegtuigmotoren. De 405 was de enige Bristol met 4 portieren. Ook de 406 had eenzelfde vormgeving en was hij voorzien van de 2,2 liter versie van de zescilindermotor. Tot 1961 waren alle Bristol-motoren doorontwikkelingen van de BMW 6-cilinder in 2- of 2,2litervarianten. Deze motoren waren zeer krachtig en duurzaam en werden buiten Bristol ook gebruikt door veel andere kleine autofabrikanten, zoals AC, Cooper, Frazer-Nash, Kieft, Lister Cars, Lotus, Tojeiro en Warrior. Met de introductie van de Bristol 407 (feitelijk een 406-carrosserie) in dat jaar werd echter de overstap gemaakt naar een Chrysler V8-motor. Er zijn verschillende fabrikanten geweest die op basis van een Bristol-chassis een eigen carrosserie hebben gebouwd. Belangrijk waren Zagato, Farina, Abbot, Beutler en Touring. De Amerikaan Arnolt heeft zelfs een kleine serie tweezitters op de markt gebracht. Bristol had een aanzienlijke erelijst op racegebied. Er zijn grote successen geboekt tijdens de langeduurwedstrijden in Le Mans en Reims. Ook andere fabrikanten zijn succesvol geweest met Bristol-engined raceauto's. Vooral met AC Ace en Frazer Nash is succesvol deelgenomen aan allerhande races. In maart 2011 werd gemeld dat het merk failliet was, en dat gezocht werd naar een nieuwe geldschieter. Eind april 2011 werd gemeld dat het ingenieursbureau Frazer Nash (gevestigd in Bristol) Bristol Cars heeft overgenomen. De gevolgen daarvan voor de activiteiten van de autoproducent zijn vooralsnog onduidelijk. In het voorjaar van 2015 werd bekendgemaakt dat ter gelegenheid van de 70e verjaardag van het merk een nieuw model zou worden gebouwd, voorzien van een BMW motor.



2166529-9c98ba27dd1bffc89dd89e19f23cff10.JPG

2166529-e178ec165b85a36821d6af8db66890fb.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door bewegen om 14:37 Reageer op dit bericht

BMW

De BMW M1 is een auto die vanaf 1979 tot 1981 geproduceerd werd door BMW. Het is tot dusverre de enige BMW met een middenmotor, een M88/1 3.5 L6 cilinder, en de eerste BMW met middenmotor die in productie ging. De M1 is een van de weinige auto's waarvan vanuit het seriemodel een raceversie is ontstaan. Zo kon bijvoorbeeld het chassis zonder grote modificaties worden gebruikt voor een raceauto. Het vermogen is afhankelijk van de versie en varieert van 277 tot 950 pk. De topsnelheid van de straatversie bedraagt 262 km/h, die van de circuitversie 310 km/h.
Het ontstaan van de BMW M1 ligt in de autosport. BMW wilde de consument lokken die normaal een Ferrari, Aston Martin, Jaguar, Lotus kocht. De fabriek wilde binnen twee jaar 400 stuks van de straatversies op de markt hebben (homologatie), en ging ervan uit dat dit doel in het voorjaar van 1978 zou zijn gehaald. De voorloper van de BMW M1 was de BMW Turbo met vleugeldeuren. Ook deze auto had een middenmotor en opklaplampen. Er zijn er 2 van gebouwd, die nu beide in musea staan. De langdurige geruchten dat BMW aan een bijzonder project werkte werden in het voorjaar van 1977 op de Autosalon van Genève bevestigd. Intern kreeg het project de naam E26. Het productieaantal van 800 was te klein naar de maatstaven van een gewone autofabrikant. Er werden externe partners gevonden in de oude samenwerkingspartners Lamborghini en Michelotti. ItalDesign ontwerper Giorgetto Giugiaro ontwierp de carrosserie van het bijzondere project. Lamborghini en BMW Motorsport Gmbh zorgden voor de constructie en montage. De aandrijving, een van de specialiteiten van BMW, lag in handen van Martin Braungart en Paul Roche. Er werd getwijfeld tussen een acht- of twaalfcilinder motor. Uiteindelijk werd ervoor gekozen een bestaande M30 zescilinder te modificeren. Voor de M88 motor van de M1 werd alleen het blok van de M30 gebruikt. Daarnaast werd een nieuwe cilinderkop ontwikkeld, alsmede mechanische benzine-inspuiting en een dry-sump smering. Uiteindelijk was de motor pas medio 1977 klaar. Naast de problemen rond het ontwikkelen van de motor zorgde nog een ander probleem voor vertraging. Lamborghini was in financiële nood geraakt en ondanks de hoge kwaliteit en veel kennis van het automerk moest de samenwerking in de beslissende fase opgezegd worden. Lamborghini stond op het punt te worden gesloten; vlak voor de bezetting door het personeel, werden in een nachtelijke actie alle prototypes vanuit de fabriek in Modena naar Duitsland gebracht. Nu de productiecapaciteit van Lamborghini was afgevallen nam de firma Baur de eindmontage voor zijn rekening. Maar er waren problemen tussen de onderdelenleveranciers en het bedrijf Baur. Nadat een aantal voormalige ingenieurs de projectgroep Italengineering hadden opgericht, dat minder dan 10 km van de fabriek lag, kon het project M1 zijn doorgang vinden.
De partners van het M1-project waren: Lamborghini, T.I.R (waarvan Ferrari ook een klant was), Italdesign, Baur. Zij namen de volgende delen voor hun rekening: Lamborghini: buizenchassis T.I.R: kunststof carrosserie Italdesign: componenten Baur: assemblage Uiteindelijk werd pas in februari 1979 de eerste M1 bij BMW afgeleverd. De raceversie was door strengere regelgeving die inmiddels van kracht was geworden geen succes, en talloze auto's uit deze serie werden als straatversie aan particulieren verkocht. Het is niet duidelijk of BMW werkelijk geld heeft verdiend aan het project, maar het verbeteren van het imago van het bedrijf heeft wellicht een positieve uitwerking gehad op de BMW-verkoopcijfers.
In april 2008 werd het BMW M1 Hommage Concept voorgesteld. Exact 30 jaar na de M1 van de jaren 70 is dit een moderne interpretatie met de klassieke lijnen. Jochem Neerpash eindverantwoordelijke voor de motorsport afdeling binnen BMW, had het idee om de M1 mee te laten doe als fabrieks team aan het World Sportscar Championship seizoen 1979. Daarnaast zou de auto ook beschikbaar worden, aangepast aan het reglement voor andere autosportklasse. Maar door verschillende reglement wijzigingen van de FISA ,tijdens de vertraagde bouw en ontwikkeling van de auto was dit uiteindelijk niet mogelijk. Uiteindelijk werd er gedacht aan een autosportklasse met alleen BMW M1-modellen aan de start, genaamd Procar Championship. Om coureurs geïnteresseerd te laten raken in het kampioenschap benaderde Neerpash Max Mosley, toentertijd hoofdverantwoordelijke bij March Engineering. BMW was fabriekspartner van March in het Formule 2-kampioenschap. Mosley was ook lid van Formula One Constructors Association en benutte zijn positie om de andere Formule 1-constructeurs ervan te overtuigen om de coureurs van de teams mee te laten doen aan het kampioenschap. De Procar Championship races werden alleen tijdens Formule 1 Grand Prix in Europa gehouden in het jaar 1979 en 1980.



2166340-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg

2166340-fe5df232cafa4c4e0f1a0294418e5660.jpg

2166340-a269962fe1424e1ca3e68c328b9fed61.jpg

2166340-b21f0bedce1dfeee7e158f1a8888beab.jpg

2166340-fd107bec4a5eaaed6441a46280dcc929.jpg

2166340-3f93da36e4dcc70910e18ac429cf2a3c.jpg

2166340-db8e74df8d74f3efdd249a3fd3a466da.jpg

2166340-9c98ba27dd1bffc89dd89e19f23cff10.JPG

2166340-e178ec165b85a36821d6af8db66890fb.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door bewegen om 16:08 Reageer op dit bericht

AUDI R8 - TT

De Audi TT is een sportieve tweezitter van het Duitse automerk Audi. De TT wordt sinds 1998 geassembleerd in Győr in Hongarije. De Audi TT is vernoemd naar de NSU TT, een kleine auto uit de jaren 60 geproduceerd door NSU op basis van de NSU Prinz. De NSU TT was op zijn beurt weer vernoemd naar de beroemde motorfietsenrace Tourist Trophy. De Audi TT was in 1995 de eerste onthulde conceptauto op de IAA in Frankfurt. Als eerste verscheen er een coupéversie van de TT die verkrijgbaar was van 1998 tot 2006. Het motorgamma van de eerste versie startte bij een 1,8-liter turbomotor met vijfkleppentechniek die 180 pk levert met voorwielaandrijving en eindigde bij een 3,2-liter VR6-motor (door Audi zelf V6 genoemd) met 250 pk die standaard Audi's quattro vierwielaandrijvingssysteem had. Andere versies zijn de 1.8 Turbo met 150 pk en keuze tussen voorwielaandrijving of quattro, en de 1.8 Turbo 225 pk met standaard quattroaandrijving. De duurste versies hebben uitsluitend vierwielaandrijving (dit zijn de 1.8 Turbo van 225 pk en de 3.2 V6). De Roadster was sinds 1999 verkrijgbaar. De motoren zijn identiek aan die van de Coupé. De betekenis van het woordje Roadster is hier echter niet correct. De Audi TT Roadster is namelijk niet als open auto gebouwd, maar als coupé. Bovendien is een roadster altijd een achterwiel aangedreven auto. Zodoende is hij officieel gezien wel een cabrio maar geen Roadster. De TT Roadster is voorzien van een handbediend stoffen dak waardoor de constructie licht blijft.
In 2005 kwam Audi met een speciale versie op de proppen, de Audi TT quattro sport. Dit deden ze ter ere van de 25e verjaardag van het quattro-systeem. Voor de Audi TT quattro sport koos men voor de 1,8-liter turbomotor. Voor deze versie levert hij 240 pk een maximaal koppel van 320 Nm. De quattro sport kan er in 5,9 seconden mee van 0 naar 100 en heeft een topsnelheid die volgens de fabrikant tegen de 250 km/h ligt. De versnellingsbak is een handgeschakelde zesbak. Ten opzichte van de normale 1,8-liter turboversie met 225 pk is de TT quattro sport 75 kg lichter, onder andere door het verwijderen van de kleine achterbank. Het totale gewicht komt daarmee op 1390 kg, dit betekent dat de TT 5,8 kg per pk heeft. De quattro sport heeft ook wat techniek geleend van de TT met de 3.2 V6. Het achterste deel van de bodem komt van de V6-versie. Hierdoor kan de accu van voren naar achteren worden verplaatst wat de gewichtsverdeling ten goede komt. Standaard is de quattro sport voorzien van het S-line pakket. Dat houdt in dat de auto onder meer sportievere bumpers en spatborden heeft. Aan de achterzijde zit een diffusor en 2 opvallende uitlaatpijpen, en de auto is 20 mm lager gelegd. De snelle TT heeft unieke 18"-velgen met 15 spaken en rode remklauwen. Het dak, de achteruitkijkspiegels en de luchtinlaten zijn steeds zwart gelakt. Voor de koetswerklak valt er te kiezen uit vijf kleuren. In het interieur is er een combinatie van alcantara en leder voor de bekleding, en de stoelen zijn vervangen door Recaro-kuipzetels. Op het handschoenkastje is een speciale badge te vinden, die duidelijk maakt dat het niet om een gewone TT gaat. In het voorjaar van 2006 (6 april) werd de nieuwe TT Coupé voorgesteld in Berlijn. Een jaar later in het voorjaar van 2007 kwam ook de nieuwe TT Roadster op de markt. Hij is wat groter dan zijn voorganger. Bij de lancering is de nieuwe TT beschikbaar met twee motoren. Audi combineert voor de nieuwe TT voor de eerste keer aluminium en staal voor de ASF (Audi Space Frame) technologie: 69 procent van de carrosserie is van aluminium. De stalen onderdelen zitten voornamelijk achteraan in de auto voor een optimale gewichtsverdeling (als tegengewicht voor de ver naar voren geplaatste motor). Voor een verbeterde neerwaartse druk op de achterwielen komt bij 120 km/h een spoiler uit de achterklep. De multi-link achterwielophanging is nieuw en die zorgt samen met andere vernieuwingen aan het onderstel (zoals de grotere spoorbreedte en grotere wielen) voor een verbeterde wegligging. Later zal Audi een magnetic ride (adaptief schokdempersysteem) beschikbaar stellen.
Bij de huidige TT was er keuze uit twee motoren: de 2,0-liter viercilinder TFSI turbomotor met directe benzine inspuiting die 200 pk levert, waarmee de TT in 6,4 seconden naar 100 km/h accelereert en een topsnelheid haalt van 240 km/h. Met de 250 pk sterke 3,2-liter VR6-motor (V6) is de sprinttijd 5,7 seconden en haalt de TT een begrensde top van 250 km/h. Beide motoren worden gekoppeld aan een handgeschakelde zesbak, maar kunnen als optie worden gecombineerd met de S tronic transmissie met dubbele koppeling (Audi's nieuwe benaming voor de DSG-transmissie). De 2.0 TFSI heeft standaard voorwielaandrijving maar is vanaf 2008 ook leverbaar met quattro vierwielaandrijving, terwijl de TT 3.2 standaard quattro heeft in combinatie met de V6. Inmiddels breidt het motorenaanbod zich verder uit met vanaf de zomer 2008 als nieuw instapmodel een 1,8-liter TFSI-motor van 160 pk. Ook zal er voor het eerst een dieselmotor verkrijgbaar worden. Dit wordt een nieuwe 2,0liter TDI met common-rail die 170 pk en 350 Nm levert. Deze 170 pk versie van de 2.0 TDI zal in deze zomer debuteren in de TT. Ook zal de diesel verkrijgbaar zijn in combinatie met quattro-aandrijving. Overigens had Audi al eerder plannen met een dieselmotor voor de TT. In 2004 was er al een TT van de eerste generatie klaar voor productie met een 1,9-liter TDI van 150 pk aan boord, onder andere bekend uit de Volkswagen Golf en de Seat Toledo. Het was echter te kort dag om deze variant te introduceren omdat de TT al bijna aan het einde van zijn levensfase was. In 2010 kreeg de TT een kleine update. Het front werd iets gewijzigd en de 2.0 TFSI en 3.2 V6 motoren kwamen te vervallen. Voor deze twee varianten werd de nieuwe generatie 2.0 TFSI-motor met Audi Valvelift leverbaar met een vermogen van 211 pk en een koppel van 350 Nm. Voortaan heeft deze nieuwe variant 2 uitlaatpijpen links en rechts verdeeld zoals bij de oude V6-versie in plaats van een dubbele uitlaat aan één zijde.
Op het jaarlijkse GTI-evenement in Wörthersee in Oostenrijk van mei 2007 toonde Audi de Audi TT clubsport quattro. Deze sportieve TT is op basis van de Roadster ontwikkeld en heeft de 2,0-liter TFSImotor die getuned is tot 300 pk. De motor is afkomstig uit de Audi S3 en heeft een gewijzigd inlaatspruitstuk om zo tot 300 pk te komen. De motor is gekoppeld aan en zestraps S tronic versnellingsbak en de auto heeft quattro vierwielaandrijving. Ook het uiterlijk onderging ingrijpende wijzigingen waarbij de extreem lage vooruit en grote bumpers het meest in het oog springend is. Ook het interieur werd aangepast en voorzien van een Bang & Olufsen Sound System wat ook op andere modellen van Audi leverbaar is. In mei 2008 toonde Audi op het GTI-evenement opnieuw de TT clubsport quattro welke meer overeenkomt met een productieversie. De techniek bleef gelijk maar de uiterlijke wijzigingen zijn iets ingetogener. Tevens werd er gemeld dat een beperkte serieproductie niet uitgesloten is.
In januari 2008 werd op de North American International Auto Show de Audi TTS getoond die in juli 2008 op de markt kwam. De TTS heeft een doorontwikkelde 2.0 TFSI motor die 272 pk levert en is daarmee de sterkste versie van de motor, wat eerst de Audi S3 was met 265 pk. De TTS heeft standaard quattro vierwielaandrijving en is geheel in S-stijl, wat inhoudt dat de auto vier uitlaten heeft, chromen spijlen in de grille en verschillende S-logo's bevat.
. Naast de S-versie van de TT komt er ook een RS-versie van de TT, de TT RS die een 2,5-liter vijfcilinder turbomotor van 340 pk en 450 Nm heeft. De presentatie van de sportiefste TT was op de Autosalon van Genève in maart 2009. De verkoop start het derde kwartaal van 2009. De TT RS
komt zowel als Coupé als Roadster op de markt en wordt geproduceerd door Audi's sportafdeling quattro GmbH De derde generatie Audi TT werd voorgesteld op de Autosalon van Genève 2014. Het design is gebaseerd op conceptauto Audi Allroad Shooting Brake, welke eerder dat jaar getoond werd op de NAIAS 2014. De derde generatie TT is gebouwd op het Volkswagen MQB-platform, wat staat voor Modularer Querbaukasten waar ook de Audi A3 gebruikt van maakt. Voor de TT is het aangepast, met meer aluminium. Dit heeft een groot aandeel in de gewichtsbesparing, dat zo'n 50 kg bedraagt. In eerste instantie kwam hij beschikbaar met 2.0 TFSI en TDI motoren, met respectievelijk 230 en 184 pk. Later kwam ook de 1.8 TFSI met 180 pk. Laatstgenoemde is alleen met voorwielaandrijving beschikbaar, de sterkere blokken ook met quattro vierwielaandrijving. S tronic automaten zijn beschikbaar voor de voorwielaangedreven benzinemotoren en standaard op de quattro 2.0 TFSI en 2.0 TDI. Een primeur is de Audi Virtual Cockpit, een 12,3 inch groot scherm die de traditionele tellers vervangt. Ook de navigatie en allerlei informatie over de auto is hier te zien. Het dashboard is minimalistisch, met weinig knoppen, en op de bestuurder gericht. De TT staat standaard op 17 inch lichtmetaal, en is optioneel te vergroten tot 20 inch. De TT is ook als Competition pakket te bestellen, wat vooral te herkennen is aan de spoiler, zwarte accenten en speciale 19 inch wielen.
Tegelijk met de TT werd ook de TTS gepresenteerd als sportievere TT. Hij beschikt over een opgevoerde versie van de 2.0 TFSI met 310 pk en 380 Nm en is te herkennen aan vier uitlaten en andere bumpers en grille. Dankzij quattro vierwielaandrijving sprint hij in 4,9 of 4,6 seconden naar de honderd, afhankelijk van de transmissie.
In april 2016 werd in Peking het doek van de TT RS. De snelste TT heeft opnieuw een 2,5 liter grote vijfcilinder als kloppend hart, ditmaal goed voor 400 pk en 480 Nm. De Coupe gaat in 3,7 seconden naar 100 km/u, de Roadster in 3,9. De topsnelheid is op 250 km/u begrenst, maar kan worden opgehoogd naar 280 km/u. In 2018 kreeg de TT een facelift. Hierbij werden enkele uiterlijke aanpassingen gedaan, in de vorm van een andere grille, aanpassingen in het bumperwerk en visuele luchtdoorlaten aan de achterkant bij een S Line exterieur. Ook technisch veranderde er het een en ander. De 1.8 TFSI verdween, en werd vervangen door de 2.0 TFSI met een vermogen van 197 pk. De 2.0 TFSI met 230 pk uit de vorige TT werd nu 245 pk sterk. Daarnaast verdween de 2.0 TDI, waarmee de TT voortaan alleen nog maar met benzinemotoren beschikbaar is. De motoren worden voortaan door middel van een getal benoemd, namelijk de 40 en 45 TFSI. De TTS levert voortaan 4 pk minder.



2166086-fa3a94ad9fba3247dea2872b5e3f7532.jpg

2166086-65006656de0b2a9f80d957687f07773e.jpg

2166086-090f2991c7f814ac39db60df1a6b573b.jpg

2166086-27187440b67454eb2a1119bb2aab6815.jpg

2166086-20de27cabe1691a176114db28aba73b7.jpg

2166086-84fc05f592adc966d2f5cd1de5dcab4f.jpg

2166086-1c8bbddcd6e4240bde57727e5391e2e2.jpg

2166086-1167610aa17b0813233fe82d99403e41.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door bewegen om 13:25 Reageer op dit bericht

AUDI R8 - TT

Audi is Latijns De ware oorsprong van Audi gaat terug tot 1899, wanneer in Keulen de Horch Motorwagenwerke AG wordt opgericht. Tien jaar later komt de stichter en oprichter, August Horch (1868-1951), echter tot een serieuze woordenwisseling met zijn financieel directeur. De gevolgen blijven niet uit. Horch verlaat noodgedwongen zijn eigen bedrijf maar neemt in 1909 een nieuwe start met Audi. Deze merknaam is de Latijnse vertaling van het Duitse woord Horch, wat letterlijk ‘luister’ betekent. Audi en Horch blijven als aparte merken naast elkaar als concurrenten bestaan! Proefrit Voor August Horch zijn eigen bedrijf verlaat, werkt hij mee aan heel wat Horch auto- en vrachtwagenmodellen. Zijn eerste creatie is deze Horch Phaeton, die hij hier in 1901 proefrijdt met links van hem zijn vrouw Anneliese. De passagiers achterin de auto zijn een vriend (rechts) en zijn vennoot Salli Herz (links). Eerste Audi In 1909 wordt Audi opgericht met als eerste realisatie deze Type A. De motor moet nog manueel worden aangezwengeld en twee reservebanden zijn standaard om de toegetakelde wegen van toen te kunnen trotseren. Op warme dagen kan de bestuurder de voorruit naar voren wentelen. DKW In de latere geschiedenis van Audi zal DKW een voorname rol spelen. Deze constructeur spitste zich eerst toe op industriële machines. De stichter Jörgen Skafte Rasmussen experimenteert vanaf 1916 met stoomwagens. Daarna volgen tweetaktmotoren die hun toepassing kennen in eerst DKW-motorfietsen en vanaf 1928 ook in auto’s. DKW zorgt bovendien voor een primeur. Het is de eerste constructeur die in 1931 een op de voorwielen aangedreven auto met dwars geplaatste motor op de markt brengt. De 4 ringen van Audi De beurscrash van 1929 laat wereldwijd zijn sporen na, ook in de autosector. Tal van constructeurs verdwijnen, worden overgenomen of gaan samenwerken. Op aansturen van de Saksische staatsbank wordt Auto Union AG opgericht. Deze nieuwe industriële groep vertegenwoordigt vier merken, Audi, Horch, DKW en Wanderer, wat de vier ringen in het embleem van Auto Union verklaart. Dit embleem wordt nu nog altijd door Audi gebruikt. DKW Auto Union Na de Tweede Wereldoorlog worden de vier ringen vertegenwoordigd door DKW Auto Union. Van de andere merken die tot Auto Union behoren, is geen sprake meer. Sleutelmodel is de 3=6 Sonderklasse, die hier met actrice Romy Schneider (1957) is gefotografeerd. Gamma Het DKW Auto Union gamma voor de Brandenburger Tor in het begin van de jaren 60. Op de voorgrond de ‘nieuwe’ F11. Op de achtergrond de Sonderklasse.
F102 In 1964 wordt de fonkelnieuwe DKW Auto Union F102 gelanceerd. Hij beschikt nog altijd over een tweetaktmotor in combinatie met voorwielaandrijving. Volkswagen lanceert Audi 1966 is een cruciaal jaar. Volkswagen verwerft alle Auto Union aandelen. Tegelijk wordt de merknaam Audi opnieuw gelanceerd en verdwijnen de typeringen Auto Union en DKW. Deze verandering heeft alles te maken met een belangrijke technische evolutie. De pruttelende en olie spuiende DKW-tweetaktmotoren ruimen de plaats voor een nieuwe 1,7-liter viertakmotor die door Daimler-Benz is ontwikkeld. De eerste ‘nieuwe’ Audi is de 72. De Audi 100 Met de 100 krijgt Audi er in 1968 een belangrijk nieuw model bij. Deze ruime vierdeurs is een doorbraakmodel voor het merk. De 100 evolueert uiteindelijk tot wat nu de A6 is. NSU en Audi NSU engageert zich vanaf de late jaren 50 in een technisch avontuur door in een aantal van zijn modellen de wankelmotor te introduceren. Dat bereikt een toppunt met de introductie van de vooruitstrevende Ro 80 die in 1967 tot ‘Auto van het Jaar’ wordt uitgeroepen. De talrijke technische problemen van de Ro 80 brengen NSU echter aan de rand van het bankroet en liggen aan de basis van het samensmelten met Audi. Terwijl het merk Audi in volle ontwikkeling is, blijven de bedrijfsfusies verdergaan. In 1969 worden de Auto Union AG en de NSU AG samengesmolten tot één gamma. Voortaan spreken we van Audi-NSU.
Nieuwe 80 Het begin van de jaren 70 staat voor grote vernieuwing, zowel bij Volkswagen als bij Audi. In 1972 wordt de compleet nieuwe 80 op de markt gebracht. Technisch gezien is hij identiek met de Vokswagen Passat. Audi 50 In 1974 wordt het Audi-gamma uitgebreid met de 50, die in feite een luxe-uitvoering is van de allereerste Volkswagen Polo. Het design van het koetswerk is het werk van de Italiaanse stylist Giugiaro, die ook de allereerste Golf tekent.
Quattro Tijdens het autosalon van 1980 zorgt Audi voor sensatie met de lancering van de Quattro. Met deze op de vier wielen aangedreven auto domineert Audi de rallykampioenschappen. Audi 100 In 1982 lanceert Audi een compleet nieuwe versie van de 100. Hij laat zich opmerken door zijn uitzonderlijke stroomlijn. Later volgt een krachtiger 200 die uiteindelijk de basis legt voor de huidige A8.
Sportief imago Door de jaren heen slaagt Audi erin om zijn imago steeds hoger op te tillen. Een cruciaal model daarbij is de sportieve TT, waarvan de eerste versie in 1998 op de markt wordt gebracht. Eerst is er de Coupé, een jaar later volgt de Roadster. Audi Vorst Audi neemt de fabriek van Volkswagen in Vorst over. Het eerste model dat er geproduceerd wordt is de A1, die exclusief in Vorst van de band rolt. Het model wordt een verkoopsucces. Audi Vorst zal zich in de toekomst vooral toeleggen op de productie van elektrische modellen.



2166084-1555a36f62706c9755b05216396b9898.JPG

2166084-7d7771a0e2b3ff4a438dfa8e37b0acf4.JPG

2166084-aebbb526d25735aab4700cd54784b6cd.JPG

2166084-d82f4bc3533c8dcafa02afffd5d2c050.JPG

2166084-606e8004e41257b5f1a75a46e89b9ba2.JPG

2166084-969737a447071b731b9e21d357955d2a.JPG

2166084-c70e4f747e3dff8e6ead8bacc0faf4c1.JPG

2166084-a373cd992831179ae678e91b2ed18764.JPG

2166084-7a7daf24ffd3c98cd7a4f785dadbfeee.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door bewegen om 13:20 Reageer op dit bericht

Meer van AUTOMOBILE

↑ Terug naar de berichten