citroen



citroen


citroenCitroën is een Frans automerk. Het bedrijf is opgericht door André Citroën.
André Citroën, geboren als Citroen (5 februari 1878 – 3 juli 1935) is de naam van de ingenieur die aan het begin van de twintigste eeuw een autofabriek opricht in Frankrijk. In 1900 verwerft hij in Polen een Russisch patent voor een productiemethode die hem in staat stelt om tandwielen met een V-vormige vertanding te produceren. Voordeel daarvan is de grotere sterkte, grotere precisie (de tanden 'schuiven' niet meer), en daardoor lagere slijtage en een lager geluidsniveau. Deze bijzondere vorm vindt men later terug als de dubbele keper in het Citroënlogo.
In 1905 begint André Citroën (de zoon van de Nederlandse diamanthandelaar Levie Citroen die in 1873 naar Parijs verhuisde) een tandwielfabriek. In 1908 helpt hij het slecht renderende automerk Mors er weer bovenop met managementadviezen. In 1915 start hij een munitiefabriek, gebaseerd op de lopendebandtechniek overgenomen na een bezoek aan Amerika en Henry Ford. Tijdens de Eerste Wereldoorlog produceert deze fabriek meer dan 23 miljoen granaten. Uit dit succes betrekt Citroën het benodigde startkapitaal om een automobielfabriek te beginnen. Wederom wordt als voorbeeld de productiemethode van Henry Ford gebruikt. In 1919 introduceert Citroën de eerste aan de lopende band geproduceerde auto van Europa, de Type A, ontworpen door Jules Salomon. Deze 4-persoons 10 pk-wagen kostte toen 7500 francs. Met dit type werd een serieproductie van tienduizend exemplaren per jaar begonnen. Hierbij kwam in 1922 de onsterfelijke 5 CV, beter bekend als de Citroen of het Klaverblad.
Citroën slaagde erin uit te voeren wat De Dion en Darracq hadden gepoogd en bracht twee revolutionaire elementen in de Europese auto-industrie: massaproductie waarbij speciale machines (lopende band etc.) werden gebruikt en een kleine wagen die desondanks toch betrouwbaar en sterk tot bijna onverwoestbaar was.
Vanaf 1919 behaalde Citroën succes op succes met het bouwen van, dan nog, achterwielaangedreven personenauto's en bestelwagens. Door zijn bijzondere manier van reclame maken verwerft het merk grote faam.
In 1919 neemt Citroën Adolphe Kégresse in dienst. Hij had een octrooi voor het gebruik van rupsbanden voor personenwagens. Diverse personenwagens van Citroën zijn in de periode 1921 en 1937 uitgerust met zijn uitvinding. De voertuigen van Citroën Kégresse konden in moeilijk terrein goed vooruit komen en ze werden gebruikt voor enkele beroemde expedities in Afrika. Citroën sponsorde deze expedities voor de publiciteit en om de aandacht op deze voertuigen te vestigen. Militairen kregen ook belangstelling en vooral het Franse en Poolse leger kochten grote aantallen die aan het begin van de Tweede Wereldoorlog nog in gebruik waren.
In 1925 komt Citroën met het kloeke model B12, voorzien van een 10 pk motor en geheel stalen carrosserie. Een van de eerste wagens met 4-wielremmen. In 1928 introduceerde Citroën de Citroën C6. Deze zescilinder had een hoog rendement door een compressieverhouding van 6 op 1; voor die tijd zeer hoog.
Citroën organiseert wereldreizen per auto, zoals de Croisière Noir door Afrika, de Croisière Jaune door China en de Croisière Blanche door de Canadese Rocky Mountains. Citroën regelt de bewegwijzering in Frankrijk, stelt buslijnen in met Citroën-bussen, verzorgt autoverzekeringen en zorgt voor een dicht distributienetwerk. De 8 pk-Citroën Petite Rosalie reed van 15 maart tot 17 juli 1933 een afstand van 300.000 km op het circuit van Linas-Monthléry met een gemiddelde van 93 km/h.
In 1933 verschijnt een 15 pk-model op de weg, uitgerust met de nieuwe motor van Citroën: de moteur flottant.
Zijn laatste geniale zet, waarmee hij in 1934 een ommekeer in de automobielindustrie teweeg weet te brengen, is de introductie van de Traction Avant, de eerste in een grotere serie geproduceerde voorwielaangedreven auto ter wereld (de eerste in serie gebouwde was de Cord L-29 van 1929 t/m 1932 in een oplage van 4400 stuks). De Traction Avant had een aantal heel bijzondere aspecten voor die tijd: als eerste natuurlijk de voorwielaandrijving, waardoor er weinig passagiersruimte verloren gaat aan een middentunnel in de bodemplaat. Verder gaat het om een geheel zelfdragende carrosserie waar geen apart chassis onder gemonteerd is en is het een van de eerste in Europa in serie geproduceerde auto's met kopklepmotor. In de Verenigde Staten werden door Buick sinds 1903 al auto's met kopklepmotoren geproduceerd.
Goklust en de ontwikkeling van deze Traction Avant kosten hem echter zoveel geld, dat Citroën op de rand van een faillissement komt. In 1934 wordt het merk Citroën overgenomen door Michelin. Via nuchtere calculaties wordt drastisch gesneden in de ontwikkeling van de Traction en zo sneuvelt de poging tot het ontwikkelen van een automatische transmissie voor die wagen.
Op 3 juli 1935 om 9 uur overlijdt de inmiddels straatarme André Citroën aan de gevolgen van kanker. Straatarm, maar wel voortlevend in de geschiedenis als de man die vele bekende zaken als eerste heeft ingesteld: autoverzekeringen, autodealers, onderdelendistributie, openbaar vervoer per bus, bewegwijzering, bedrijfsmaatschappelijk werk, bedrijfsmedische dienst, de kindercrèche op het werk en zwangerschapsverlof. Hij wordt naar zijn laatste rustplaats in Montparnasse gereden in een Renault. Zijn laatste rustplaats wordt veel door Citroën-adepten bezocht en goed onderhouden.
Rond deze tijd wordt ook de Citroën 2CV ontwikkeld. Het ontwerp moest voldoen aan een aantal simpele criteria. Deze auto zou na de Tweede Wereldoorlog een doorslaand succes worden.
In 1900 koopt Citroën het alleenrecht voor een productiemethode die het mogelijk maakt om tandwielen met een V-vormige vertanding te produceren. Deze vorm werd verwerkt in het logo met de “dubbele chevron”. Op de grille van de Traction avant is dit nog erg tweedimensionaal, al snel krijgt het de scherpe strakke styling die pas in 2009 werd losgelaten. De dubbele chevron blijft, maar wordt afgerond tot wat in designerskringen al de "dubbele hondenneus" wordt genoemd. Eerder werden er al inconsistenties doorgevoerd, zoals in de hiernaast afgebeelde C4 WRC. De wijze waarop hier het logo in de grille is verwerkt, vloekt met het lange tijd gebruikelijke logo dat als sticker nog op de motorkap te zien is.
Het nieuwe logo is als eerste toegepast op de GT Concept. Het eerste productiemodel dat het logo draagt is de C3.
Na de Tweede Wereldoorlog herintroduceert Citroën de Traction Avant en brengt het de 2CV op de markt. Met het model werd de complete automobielindustrie verrast, want aan dit model ontbrak elke luxe; maar wat men niet verwachtte, het werd een wereldsucces. In veertien jaar werden er meer dan een miljoen stuks verkocht. Het eerste prototype was al in 1936 gebouwd vanuit de opdracht een auto te ontwerpen waarmee een boer een mand eieren naar de markt kon brengen zonder dat er een brak. Bijzonderheden waren het linnen dak en de uitneembare banken voor een picknick in de berm van de weg.
Op basis van de 2CV zouden later andere versies volgen: onder andere Dyane, Mehari, Ami, Acadiane.
In mei 1954 introduceert het merk op de Traction Avant 15H het beroemde hydropneumatische veersysteem. De in 1955 geïntroduceerde DS en ID worden hiermee wereldberoemd, wederom een ommezwaai zowel qua design als techniek. De auto wordt opgevolgd door de CX. De HY is de bestelwagen van de Franse fabrikant, die opgevolgd wordt door de C35.
Een 2-cilinder/4-tact van 600 cm³ de Ami wordt nog op 24 april 1961 gepresenteerd. Ook Panhard rijdt mee op de successen van Citroën. Door een fusie kan de fabriek succes boeken met het model 24CT, dat diverse overwinningen in menige rally boekt. Topsnelheid van deze uitvoering: 160 km/h.
Eind jaren zestig stond het marktaandeel van Citroën onder neerwaartse druk. Het daalde in Frankrijk van 31% in 1965 tot 23% in 1968 en Citroën raakte in de verliezen.[1] Citroën zocht een partner en raakte in 1968 in gesprek met Fiat. Fiat stond er financieel beter voor en wilde buiten Italië uitbreiden. Citroen was sterk in grote personenwagens terwijl Fiat meer kleine wagens produceerde.[1] Gianni Agnelli voerde gesprekken met François Michelin, die de leiding van Citroën in handen had. Fiat wilde de zeggenschap in de combinatie hebben, maar de Franse president De Gaulle was hier fel op tegen.[1] Fiat kreeg toestemming om slechts een minderheidsbelang te kopen. Na de transactie kwamen er snel meningsverschillen over diverse onderwerpen en in de herfst van 1972 kwamen de eerste geruchten over een breuk naar buiten.[1]
Citroën draait in de jaren zeventig enorme verliezen, deels doordat men in de ontwikkeling van een revolutionaire motor is gestapt, de zogenaamde Comotor – een wankelmotor. Ook heeft Citroën jarenlang geen model tussen de Dyane en de DS, waardoor de ontwikkeling van deze auto, de Citroën GS, enorm veel geld kost. Het overgenomen Italiaanse Maserati blijft eveneens verlies lijden.
In 1974 gaat Citroën failliet. Hoewel het over de zuinige 2CV beschikt, is het bedrijf slachtoffer van de energiecrisis die in 1973 de kop opsteekt. Uit angst voor een enorme ontslaggolf stelt de Franse regering voor om Citroën te laten fuseren met Peugeot. Hieruit komt in 1975 de PSA groep voort. Een van de gevolgen hiervan is dat de Peugeot 104 als Citroën LN op de markt wordt gebracht. Toch behoudt Citroën de eigen identiteit, hoewel de invloed van Peugeot wel duidelijk wordt. Aspirationeel merk Maserati wordt aan DeTomaso verkocht.
Aangezien Citroën op dit moment twee succesvolle nieuwe ontwerpen op de markt had (GS en CX) en Peugeot voorzichtig was in zijn eigen financiën, was de PSA-onderneming een financieel succes vanaf 1975 tot 1979. Dan kocht PSA de activa van Chrysler Europe voor één symbolische dollar; dat leidde echter tot verliezen van 1980 tot en met 1985. Vanaf juli&n
cord
Cord was een Amerikaans automerk van 1929 tot 1932 en van 1936 tot 1937, dat gemaakt werd door de Auburn Automobile Company.
De Cord Company werd in het begin van de jaren twintig opgericht door Errett Cord en gebruikt als de naam voor het bedrijf waar hij tweedehands auto's verkocht. De handel verliep erg goed en halverwege de jaren twintig kocht Errett Cord het grootste deel van de aandelen van de verlieslijdende Auburn Automobile Company. Nadat hij hier enkele veranderingen had doorgevoerd en Auburn gered had van een faillissement, wilde hij graag een nieuwe auto op de markt brengen die goedkoper zou zijn dan een Duesenberg (waar hij ook eigenaar van was), maar wel een klasse hoger dan het merk Auburn. Het resultaat hiervan was de Cord Automobile.
De eerste auto was de Cord L-29, een van de eerste auto's met voorwielaandrijving. Hoewel hierdoor de auto lager bij de grond kon worden gebouwd, wat de wegligging ten goede kwam, ging het wel ten koste van het vermogen. Met de 289 cid (4747 cc) grote 8 cilinder motor die 125 pk produceerde duurde het bijna 30 seconden om van 0 tot 100 te accelereren. Twee maanden na de introductie stortte de beurs van New York in en daardoor zijn er van de L-29 nooit veel verkocht. De productie werd begin 1932 gestaakt.
Eind 1936 kwam Cord met een nieuwe auto, de Cord 810. De 810 sloeg meteen aan bij het publiek, maar doordat men nog steeds in de depressiezat, vielen de verkoopcijfers tegen. In 1937 werden enkele veranderingen aan de auto aangebracht. Deze werd verkocht als de Cord 812. Nog steeds ging de verkoop slecht en op 7 augustus 1937 werd de productie volledig gestopt


chrysler
FCA US LLC ofwel Chrysler is een autofabrikant uit de Verenigde Staten die in 1925 werd opgericht door Walter Chrysler. Het bedrijf behoort samen met General Motors en Ford Motor Company tot de Grote Drie in de VS. Chrysler kwam op 10 juni 2009 uit een surseance van betaling-procedure (Chapter 11). Vanaf 2 januari 2014 is Chrysler volledig in handen van Fiat. Na een interne reorganisatie is FCA US vanaf oktober 2014 een dochteronderneming van FIAT CHRYSLER
Walter Chrysler werd in 1875 geboren. Na zijn schooltijd werkte hij bij de spoorwegen. Hij werd manager bij de American Locomotive Companytoen die in de auto-industrie wilde stappen. Dat kwam niet van de grond en in 1911 werd Chrysler directeur van de Buick Motor Company. In 1919stapte hij over naar Willys-Overland. Daar probeerde hij John Willys, oprichter en de man die hem had aangenomen, eruit te zetten met een overnamebod. De aandeelhouders hielden hem tegen en in 1921 vertrok Chrysler er.


chevrolet
Chevrolet, ook wel Chevy genoemd, is een Amerikaans automerk dat in 1911 werd opgericht in de Verenigde Staten. Het is eigendom van General Motors en is het meest verkochte merk van dat concern
In 1908 had William Durant het autoconcern General Motors opgericht. In 1910 verloor Durant de controle daarvan aan zijn schuldeisers. Met behulp van de ontwerpen van Louis Chevrolet , een bekende racewagenpiloot van Zwitserse origine, wilde hij zijn reputatie in de automobielindustrie opnieuw vestigen.
Op 3 november 1911 richtten Louis Chevrolet, William Little en Edwin Cambell, William Durants schoonzoon, de Chevrolet Motor Company op. Het hoofdkantoor werd gevestigd in Detroit, Michigan. In 1912 lanceerde het merk de Classis Six, een sedan met 4,9 l-6-cilindermotor die 104 km/u haalde. Het kenmerkende vlinderdas-logo werd in 1913 ingevoerd. Naar verluidt was het logo gebaseerd op het patroon op een behangpapier dat Durant had gezien in een Frans hotel.
Op 13 september 1915 richtte William Durant de Chevrolet Motor Corporation op als een holding boven Chevrolet en de andere autobedrijven die Durant had opgericht sinds zijn vertrek bij General Motors.Tegen 1916 was Chevrolet zo winstgevend geworden dat Durant meerderheidsaandeelhouder van General Motors kon worden. Hij kreeg toen 54,5% van de aandelen van GM in handen. Op die manier werd hij daar opnieuw directeur en werd Chevrolet bij GM ingelijfd als een aparte divisie. In 1918 introduceerde het merk zijn eerste vrachtwagen en in mei dat jaar nam GM Chevrolets activa over.
In 1923 opende GM zijn eerste assemblagefabriek in Europa. Die fabriek, die GM International A/S heette, stond in Kopenhagen, Denemarken en produceerde Chevrolets voor de Noordoost-Europese markt. Het was de eerste keer dat GM voertuigen bouwde buiten Noord-Amerika. Op 7 januari 1924 rolde de eerste Deense Chevrolet, een lichte vrachtwagen, van de band. Nog dat jaar bood het merk voor het eerst optioneel een autoradio aan. In 1927 verkocht Chevrolet meer dan 1 miljoen auto's. Met dat aantal werd ook Ford verslagen. In 1930 werd de 7 miljoenste auto geproduceerd en in 1941 werden 1,6 miljoen auto's en vrachtwagens gebouwd. Vanaf 1942 stond de productie gedurende 4 jaar stil. De fabrieken werden tijdens die periode ingeschakeld voor de oorlogsproductie van de Tweede Wereldoorlog.
In 1950 introduceerde Chevrolet de Powerglide versnellingsbak, de eerste volautomatische overbrenging in de goedkopere autoklassen. 1953 zag dan de introductie van de Corvette. Deze sportwagen met polyester koetswerk was de eerste Amerikaanse sportauto die met een grote oplage werd gebouwd. Een jaar later verscheen de bekende small block V8-motor voor het eerst. In 1958 werd de Chevrolet El Camino gelanceerd. Deze combineert het comfort van een grote sedan met het gemak van een pick-up. Voor 1962 introduceerde het merk met de Chevy II of Nova een lijn van kleinere auto's.
In 1975 werd de Chevrolet Chevette geïntroduceerd. Het ontwerp van deze compacte wagen kwam oorspronkelijk van Opel. Het jaar daarop werden de modellen van alle merken van GM verkleind; een gevolg van de oliecrisis en het volgende toenemende succes van kleine buitenlandse, vooral Japanse, auto's. In 1979 worden compacte voorwielaangedreven auto's gelanceerd voor verschillende GM-merken, waaronder Chevrolet met de Citation. In 1983 gaat GM een joint venture aan met Toyota. Het ontstane New United Motor Manufacturing (NUMM) produceerde een kleine Chevrolet in een GM-fabriek in Californië. In 1993 gaan diezelfde partners een overeenkomst aan waarbij GM rechtshandige Chevrolet Cavaliers zal bouwen en verkopen aan Toyota die ze in Japan zal verkopen.
In 2003 kondigde GM aan dat een aantal van zijn pick-ups, waaronder de Chevrolet TrailBlazer EXT, vanaf modeljaar 2005 te verkrijgen zullen zijn met General Motors' Displacement on Demand (nu Active Fuel Management)-technologie. Hiermee zou het brandstofverbruik met 8% dalen door in lichtere omstandigheden een aantal cilinders uit te schakelen. In 2004 bracht GM met de Chevrolet Silverado zijn eerste hybride pick-up op de markt. Deze is 12% zuiniger dan vergelijkbare niet-hybrides.
In Europa wordt sinds 2004 Daewoo-modellen als Chevrolet verkocht.


cadilac
Cadillac is een Amerikaans merk van luxeauto's. Sinds 1909 behoort het merk tot het General Motors-concern. Cadillacs worden wereldwijd verkocht. De belangrijkste afzetgebieden zijn de Verenigde Staten, Canada en China.
Cadillac is het oudste Amerikaanse automerk na Buick, en ook wereldwijd is het een van de oudste. Cadillac staat bekend om zijn innovatie, hoge kwaliteit en veel luxe. In België en Nederland zijn respectievelijk zes en vier dealers actief.
In 1899 was de Detroit Automobile Company opgericht, die in 1900 alweer failliet ging na slechts enkele auto's te hebben geproduceerd. Een jaar later werd het bedrijf opnieuw opgestart met hoofdingenieur Henry Ford aan het roer. Hij hernoemde het bedrijf tot Henry Ford Company. Na drie maanden ging het bedrijf opnieuw failliet en Ford en een aantal partners vertrokken. De investeerders zochten in augustus 1902 Henry Leland (1843-1932) op om de waarde van de fabriek en de machines te schatten alvorens die verkocht werden.
Henry Leland had samen met drie partners in 1890 Leland, Faulconer, en Norton opgericht. Dat bedrijf ontwierp en bouwde speciale machines en produceerde later ook benzinemotoren voor Ransom Olds, de stichter van Oldsmobile. Leland en zijn werknemers verbeterden de motor en verhoogden het vermogen van de oorspronkelijke 3,7 pk tot 10,25 pk. De verkopen van Oldsmobile liepen echter vlot en de nieuwe motor was niet nodig.
Leland toonde zijn motor aan de investeerders en stelde voor het bedrijf voort te zetten. De investeerders waren onder de indruk en gingen akkoord. Ze hoopten de eerste succesvolle autobouwer van Detroit te worden en kozen de naam van de stichter van die stad, Antoine Laumet de La Mothe, sieur de Cadillac, als nieuwe naam.Niet veel later werd het wapenschild van de familie Cadillac, omgeven door een lauwerkrans, geregistreerd als het embleem. Daarmee was de Cadillac Automobile Company geboren.
De eerste Cadillac werd geproduceerd in oktober 1902. In januari 1903 werd deze 10 HP voorgesteld op de autosalon van New York. Het publiek was enthousiast en binnen een week liepen 2286 bestellingen binnen. Het eerste jaar werden bijna 2500 auto's gebouwd, voor die tijd een enorm aantal. Vooral de precisie waarmee de voertuigen gebouwd werden, en dus de betrouwbaarheid, was een belangrijk verkoopargument.
Cadillac werd de eerste Amerikaanse autobouwer die de Dewar Trophy won. Die prijs was in 1904 in het leven geroepen door Sir Thomas Dewar, lid van het Britse parlement, om de technische vooruitgang van de automobiel te stimuleren. Cadillac won omdat de onderdelen van haar auto's zo precies gemaakt werden dat ze uitwisselbaar waren. Cadillac zou het enige bedrijf worden dat de prijs nogmaals won; de tweede keer was in 1912 vanwege het Delco-systeem dat een geïntegreerde elektrische starter, verlichting en ontsteking inhield.


buick
Buick (uitspraak: [ˈbjuː.ɪk]) is een automerk uit de Verenigde Staten dat in 1903 werd opgericht. Het merk is eigendom van het General Motors-concern en produceert auto's in de VS, Canada en China. De afzetmarkten zijn Noord-Amerika, China, Israël en Taiwan. Buick is gepositioneerd als een lager luxemerk, te vergelijken met de voormalig Zweedse divisie Saab.
David Dunbar Buick werd geboren op 17 september 1854 in Schotland. Toen hij twee jaar was, emigreerde hij met zijn ouders naar Detroit in de Verenigde Staten. In 1869 begon hij te werken bij een bedrijf dat loodgietersproducten maakte. Toen dat bedrijf tegen 1882 problemen kende, nam hij het samen met een partner over. Buick was ook de uitvinder van onder meer de tuinsproeier en een goedkopere methode om gietijzer van een laag email te voorzien. Met die innovaties en onder het management van Buicks partner werd het bedrijf succesvol.
In de jaren 1890 raakte Buick geïnteresseerd in de verbrandingsmotor. In 1899 verkocht hij zijn aandeel in het bedrijf voor $ 100.000 en begon de Buick Auto-Vim and Power Company. Hier richtte hij zich vooral op stationaire motoren. Later bouwde hij ook een auto maar zijn geld raakte op na slechts één gebouwde auto. Begin 1902 richtte hij de Buick Manufacturing Company op met de bedoeling motoren en auto's te bouwen en verkopen. Tegen het einde van het jaar was het geld weer op met slechts twee auto's gebouwd. Toch had hij toen de kopklepmotor uitgevonden die een hoger vermogen toeliet dan de zijklepmotor. In 1903 leende Buick $ 5000 van een vriend waarmee hij in Flint, Michigan op 19 mei 1903 de Buick Motor Company oprichtte.
Buick verkocht het bedrijf aan James Whiting die William Durant binnenhaalde om het te leiden. Dat was het einde van Buicks aandeel. Durant maakte Buick ondertussen tot de grootste automobielbouwer van de Verenigde Staten en richtte in 1908 met het verdiende kapitaal General Motors op als een holding boven Buick. Via allerlei overnames groeide General Motors tegen 1910 uit tot een groot concern van meer dan 30 bedrijven. Buick bleef intussen groeien en kreeg een goede reputatie inzake betrouwbaarheid. Tijdens de Eerste Wereldoorlog produceerde Buick ook vliegtuigmotoren en ambulances.
In 1925 werd een Buick de wereld rondgestuurd, waarbij die ook België en Nederland aandeed, om de betrouwbaarheid van GM als exporteur aan te tonen. In 1926 klom de productie tot meer dan 260.000 eenheden. Buicks werden ook gebouwd in Canada en onderdelen werden naar het buitenland, waaronder België, gestuurd om ter plaatse te worden geassembleerd. In 1929 werd ook een verkoopkantoor geopend in Shanghai, China. Ook werd dat jaar zustermerk Marquette gelanceerd dat in 1930 weer beëindigd werd.
Als luxemerk werd Buick harder dan andere merken getroffen door de Grote Depressie begin jaren 1930. In 1933 stuikte de productie ineen tot nauwelijks 40.000 stuks. In 1934 werd de nieuwe Buick Series 40 geïntroduceerd die uitstekende prestaties leverde voor een beperkte prijs. De productie klom dat jaar terug naar 78.000 stuks. In 1936 werden de Buick Roadmaster en andere succesvolle modellen toegevoegd. De productie klom daarmee tot bijna 200.000 exemplaren.


bugatti
Bugatti is een gerenommeerd historisch Frans automerk, dat bekend is om zijn snelle, dure en exclusieve wagens. De merknaam is sinds 1998 in handen van Volkswagen AG
In 1909 vestigde de Italiaan Ettore Bugatti (Milaan, 15 september 1881 – Neuilly, 21 augustus 1947) zich in het toenmalig Duitse Molsheim bij Straatsburg waar hij als zelfstandig automobielbouwer begon. De Bugatti’s waren een kunstzinnige familie. De familie telde onder andere meubel- en interieurontwerper Carlo (Ettore's vader) en Ettore's broer Rembrandt was beeldhouwer: het beeldje van de olifant op de radiatordop van de Royale was van zijn hand.
Ettore had ruime ervaring in de toenmalige auto-industrie opgedaan bij verschillende merken zoals De Dietrich, Mathis en Deutz AG. Het was de bedoeling een kleine serie automobielen te bouwen met de eigenschappen van een door hem, tijdens zijn werkzaamheden bij Deutz in Keulen ontwikkeld prototype: Type 10. Het Type 15 had een grotere wielbasis dan het Type 10. De serieproductie begon met model Type 13: een 1327 cc-motor met bovenliggende nokkenas.
In 1911 ontwierp Ettore Bugatti de Peugeot BéBé Type BP1, oorspronkelijk bedoeld als Bugatti Type 19. Peugeot produceerde deze auto vanaf 1913 in licentie, nadat de Duitse Wanderer het model had afgewezen. Van deze auto zijn meer dan 3000 stuks geproduceerd.
In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog werd een viertal modellen met viercilinder motoren van 1327 tot 5027 cc geproduceerd. In 1913 ontwierp hij zijn eerste prototype met 8 cilinders in-lijn van 2655 cc, door een tweetal 4-cilindermotoren aan elkaar te koppelen.
In 1922 verscheen de eerste Bugatti met achtcilindermotor, het Type 30, met 1991 cc cilinderinhoud. Bij de Grote Prijs van Lyon in 1924 introduceerde Ettore Bugatti de Type 35, met een achtcilindermotor met 1991 cc. Het Type 35 baarde opzien. Niet alleen vanwege zijn prachtige vormgeving ten opzichte van zijn voorgangers (het Type 30 sigaar en het Type 32 Tank), maar vooral ook door de speciale achtspaaks aluminium wielen. Dit innovatieve ontwerp met geïntegreerde remtrommel was een sensatie.
Op basis van dit model ontstonden vele varianten, zoals de 35C met compressor, de 35T met 2,3 liter-motor, de 35B met 2,3 liter-motor met compressor. Daarnaast verscheen er een eenvoudigere versie op de markt in de vorm van de 35A. Deze had de motor van het Type 30 en spaakwielen in plaats van de befaamde aluminium wielen. Deze versie kreeg de bijnaam Tecla, naar de namaakparels die destijds te koop waren. In de loop der jaren verschenen verdere op basis van het Type 35 ontwikkelde racers, zoals het Type 51, met dubbele bovenliggende nokkenassen en het Type 54.
In de normale toerwagens leverde Bugatti onder andere het Type 44 (3000 cc) en Type 46 (5300 cc). De klant kon kiezen of hij de carrosserie van de fabriek wilde, of koetswerk wilde laten bouwen door andere carrossiebouwers.
Voor de allerrijksten werd de enorme Bugatti Royale Type 41 geïntroduceerd met een cilinderinhoud van 12.763 cc (!), een wielbasis van 4,32 meter en een gewicht van meer dan 3000 kg. Van deze auto zijn er maar een zestal (inclusief het prototype) geproduceerd. De auto was bedoeld voor de gekroonde hoofden van Europa, en werd commercieel gezien een flop. Koning Alfonso XIII van Spanje had interesse maar werd onttroond voordat hij een bestelling kon plaatsen. Van de zes gebouwde Royales wist Bugatti er drie te verkopen. De eerste werd verkocht aan een Franse textielmagnaat, Armand Esders. Deze auto had een prachtige roadstercarrosserie naar ontwerp van Jean Bugatti, zonder koplampen omdat de heer Esders nooit in het donker reed. De tweede Royale werd verkocht aan de Duitse gynaecoloog Dr. Fuchs en door Weinberger in München van een cabrioletcarrosserie voorzien. De laatste Royale werd verkocht aan de Engelse kapitein Foster. Deze liet er door Park Ward een salooncarrosserie op plaatsen.
Type 55 werd het platform voor de, tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geproduceerde, Type 57. Dit type werd onder leiding van Ettore's zoon Jean ontwikkeld en veranderde de strategie van het bedrijf. Terwijl er voorheen meerdere verschillende modellen naast elkaar geproduceerd werden, zou vanaf 1934 alleen nog maar het Type 57, uiteraard wel in verschillende vormen, te koop zijn. Het Type 57 was een sportwagen met 3257 cc met dubbele bovenliggende nokkenassen. De 57 was in verschillende varianten leverbaar naast de "standaard" uitvoering, zo was er een 57C met compressor, een 57S met een lager en ingekort chassis (en een V-vormige grille) en natuurlijk de 57SC, sportchassis met compressor.


bentley
Bentley Motors Limited is een Britse fabrikant van luxueuze automobielen en sportwagens. Het bedrijf is opgericht in Engeland op 18 januari 1919 door Walter Owen Bentley (1888-1971). Na de eerste wereldoorlog stond Bentley bekend om haar sportauto's die meededen aan de 24 uur van Le Mans en deze races ook vaak wonnen. Bentley werd overgenomen door Rolls Royce in 1931 waarna de productie werd gestopt voor 2 jaar. Tijdens de wedergeboorte van het merk werd besloten dat het een variant stille sportwagens binnen Rolls Royce moest worden. Sinds 1998 maakt Bentley deel uit van de Volkswagen Group. Sinds 2012 worden de meeste Bentley's aan China verkocht.
De wereldberoemde Bentley Continental GT is na de Ferrari 612 Scaglietti de snelste vierpersoonsauto ter wereld, hoewel het met zijn prijs van zo'n 200.000 euro het goedkoopste model is uit het Bentleygamma. De wagen werd ontworpen door de Belg Dirk van Braeckel.


auburn
Auburn was een Amerikaans automerk van 1900 tot 1937. In 1925 was het bedrijf overgenomen door Erret Cord die het enkele jaren later onderbracht in zijn Cord Corporation. In 1937 ging dat concern financieel ten onder aan de Grote Depressie, en dat betekende ook voor Auburn het einde
is opgericht door Charles Eckhart (1841-1915) in Auburn (Indiana). Eckharts twee zonen, Frank en Morris, begonnen te experimenteren met auto's. In 1900 richtten ze hun bedrijf op met een startkapitaal van $2500. In 1903 bouwde Auburn een eerste productiemodel. Deze eencilinder werd nog bestuurd met een stuurhendel. In 1905werd een tweecilindermodel toegevoegd, gevolgd door een viercilinder in 1910 en een zescilinder in 1912. In 1909 nam Auburn twee andere lokale autobouwers over en verhuisden ze naar een grotere fabriek. Het bedrijf draaide redelijk goed tot de Eerste Wereldoorlog voor materiaaltekorten zorgde en de fabriek moest sluiten.
In 1919 werden de broers Eckhart uitgekocht door een groep investeerders uit Chicago. Hun doorstartpoging was minder succesvol dan gehoopt en in 1924 verzochten ze de succesvolle autoverkoper Erret Cord om het bedrijf te leiden. Cord deed echter een tegenbod en in 1925 werd hij eigenaar van het bedrijf. Cord zorgde voor een verbeterde stijl en meer pk's en de verkoop kwam weer van de grond. Cord nam ook de autobouwer Duesenberg over en bracht in 1929 een auto met zijn eigen naam op de markt. Hij bracht al zijn bedrijven onder in één groot concern: de Cord Corporation.
Auburn had altijd goed gebouwde, maar onopvallende auto's gemaakt. Erret Cord wilde van Auburn iets aparts maken en de Auburn 8-88 was het eerste resultaat van zijn leiderschap. Toch was Cord nog niet helemaal tevreden. Hij lanceerde een achtcilindermotor en meerkleurige lakken die Auburn onderscheidden van de concurrentie. De prijs van een Auburn steeg in 1926 met 52% terwijl het sectorgemiddelde slechts 1% was.
Toen sloeg de Grote Depressie toe. Cord mocht dan wel aantrekkelijke en geavanceerde auto's bouwen, ze werden nu gewoon te duur. In 1932introduceerde Auburn haar V12-motor. De verkopen bleven achteruitgaan en door de slechte economische toestand zag Cord zich gedwongen zijn aandelen te verkopen. In 1937 werd de productie van alle merken, waaronder Auburn, Cord en Duesenberg, stopgezet
Cords voormalige hoofdkantoor in Auburn huisvest vandaag het Auburn-Cord-Duesenberg museum en behoort sinds 2005 tot het Amerikaans nationaal erfgoe

