Poppenkleren breien
Poppenkleren breien
Pop-meisje : 50 cm.
Materiaal:
Wol - 70 gram wit, 50 gram blauw, 40 gr. beige.
Beinaalden zonder knop nr.2 en 2½.
Haaknaald nr.2
3 knopen.
Broek:
2 delen in tricotsteek breien.
Opzet 35 steken; na 34 toeren = 11 cm. steken afkanten.
Kantsteek op kantsteek leggen,goede kant naar binnen,
5 cm. voor ee broekspijpen op elkaar naaien, dan de broeksdelen met elkaar verbinden.
Broekspijpen met 2 rondes afwerken, 4 losse steken en 1 vaste steek omhaken, in de 2e ronde de vaste steek om de losse steek van de 1e ronde.
Jurk:
Met blauwe wol 180 steken opzetten, averechte tricotsteek = heengaande toer averechts, teruggaande toer recht, voor strepen afwisselend 6 toeren blauw en 2 toeren wit breien.
In de 72e. toer = 23 cm. vanaf de opzet 36 maal afwisselend
2 steken en 3 steken recht samenbreien = 72 dteken.
Dan met blauw in tricotsteek breien.
Na 6 toeren voor de armsgaten de 14e. t.e.m. de 23e. en de
50e. t.e.m. de 59e steek afkanten.
Elk deel apart afmaken.
Na elk 20 toeren = 6½ cm. vanaf de deling de overige steken afkanten.
Voor de mouwen, opzet met wit 46 steken in averechte tricotsteek, voor strepen afwisseld 6 toeren witn 2 toeren blauw
breien .
In de 48e. toer = 15½ cm. vanaf de opzet steeds 2 steken recht samenbreien, de overige 23 steken in de volgende toer afkanten.
Naden sluiten, schoudernaad over elk 6 steken, voor de split 6 cm. openlaten.
Split met vaste steek omhaken, voor 3 knoopsgaten op gelijke afstanden 1 losse steek invoegen.
Randen als de broek omhaken, halsgat echter met 4 rondes.
Hoed :
Vaste steek in rones, vanaf de 2e ronde alleen in het lusje van de voorgaande ronde haken.
Elke ronde met 1 halve vaste steek sluiten.
In de 1e. ronde om 1 ring van 5 lussen
10 vaste steken haken, in de 2e. ronde in elke steek 2 vaste steken haken, in de 3e. ronde in elke 2e. steek.
Op dezelfde plaatsen in de 4e., 6e., 7e. en 9e. ronde
meerderen = 70 steken.
In de 10e. ronde de vaste steek om beide steek-lussen van de voorgaande ronde haken.
In de 11e. ronde de vaste steek in e achterste steek-lus van de -e. ronde insteken.
In de 12e. tot en met 18e. ronde steeds 70 vaste steken haken, op dezelfde plaatsen in de 20e., 21e. en 22e. ronde
meerderen = 110 steken.
Na de 26e. ronde met 1 ronde halve vaste steek eindigen.




