Naar de inhoud

Natuur

en natuurbeleven
akke.beakke.be

Archief

Plooivlieswaaiertje

Het "Plooivlieswaaiertje" (Plicatura crispa) staat hier boven elkaar op een dode tak. De hoed wordt maar een paar cm breed maar is mooi beige- tot okerkleurig. De verse aangroei is wittig. De aanhechting is smal maar zonder een steel. De Nederlandse naam is ook zeer goed gekozen als men ook de onderzijde bekijkt. Het heeft geen echte lamellen maar men ziet een golvend vlies. Allemaal plooien naast elkaar. Hier worden de sporen dan ook gevormd. In "bijlage" een zicht op deze onderzijde!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Cladonia om 11:53 Reageer op dit bericht

Trentepohlia aurea

Deze groenalg heeft nog geen Nederlandse naam gekregen. Hij ziet er ook niet groen uit maar dat is te wijten aan het caroteen dat hij in zich heeft. Wij noemen hem "aurea" omdat hij zo geel ziet. Er zijn nog andere soorten, maar deze is wel echt goudkleurig "aura" = goud. De opname is x 10 en laat een dotje met egelachige uitsteeksels zien. Dat is dus wanneer men met een loep kijkt. Op bomen kan deze "groenalg" massaal voorkomen en geeft dan die verkleuring waarvan men dus eerst niet goed van weet wat het is. In "bijlage" nog een opname onder bino met en vergroting van iets meer dan 30!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 11:38 Reageer op dit bericht

Pagemantel

De "Pagemantel" (Cortinarius semisanguineus) nemen we hier onderaan met de lamellen. Het is de mooiste kant. De kleur wordt beschreven als vermiljoenkleurig tot bloedrood. Met wat zon er op is dit een mooie verschijning. De steel zelf is chromaatgeel. Het is een gordijnzwam maar heeft dus wel een aparte naam gekregen. In "bijlage" tonen we de hoed die kaneelkleurig tot olijfgeel of kaneelbruin kan zijn. In het midden heeft hij ook een bultje. Het is en zwam die men niet vlug tegenkomt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 16:46 Reageer op dit bericht

Gele trilzwam

De "Gele trilzwam" (Tremella mesenterica) is in de winter altijd en opvallende verschijning. Hij begint mooi goudgeel en later wordt hij wel wat bleker. Het is een saprofiet  (leeft van dood materiaal), is heel week en doet zijn naam van "trilzwam" dus alle eer aan. Er zouden ook nutige stoffen inzitten maar wordt normaal niet gegeten. Varianten van deze zwam zouden bv. in de cosmetica gebruikt worden. In "bijlage" nog een opname van deze kleurrijke verschijning.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Cladonia om 16:28 Reageer op dit bericht

Gewone kraterkorst

De "Gewone kraterkorst" (Caloplaca obscurella) is wel een zeer ongewone korst (Caloplaca). Gewoonlijk zijn deze geel of oranje terwijl we hier geen opvallende kleuren zien. De basis is een zeer dunne korst en bijna onopvallend, met ingezonken tot schelpachtig uitgeholde, ronde, blauwig tot groengijze soralen, met een wittig randje. Inderdaad, als we goed zoeken, vinden we wat kratervormige rondjes met een wat wittig randje. De vergroting is wel x 30! Maar veel meer is het niet. Als er al vruchtlichamen zouden zijn , zijn deze zeer klein (0,3 mm) en wat bruin en concex. Toch zou dit veel voorkomen. Maar ik vermoed dat "men" (we rekenen ons zelf hierbij) er veel overheen kijkt. In "bijlage" nog en opname x 10!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 16:22 Reageer op dit bericht

Witte schotelkorst en Gewoon purperschaaltje

De "Witte schotelkorst" (Lecanora chlarotera) en het "Gewoon purperschaaltje" (Lecidella elaeochroma) staan hier mooi naast elkaar. De Witte schotelkorst het meest centraal. De witte thallus (ondergrond ) met de gekleurde apotheciën in het midden zijn bruinig met een rand zoals van het thallus en is wel opvallend. Daarnast staat ook op een wittige thallus het "Gewoon purperschaaltje" met helemaal zwarte apotheciën die ook nog een eigen zwart randje hebben. De vruchtlichamen (apothecia) van de zwamcomponent in de symbiose zijn dus heel verschillend, vandaar dat zij ook tot een andere familie behoren. Toch mooi ze hier zo naast elkaar te treffen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 15:55 Reageer op dit bericht

Sparrenveertje

Het "Sparrenveertje" (Pterula multifida) is een zeldzame verschijning! Het is meervoudig harig- borstelig vertakt en kan tot 8 cm hoog worden. Bovenaan hebben ze een spitse top. De kleur is okerbruin tot lilabruin en de uiteinden kunnen wittig zijn. Het geheel is ook elastisch en staat ook in groepjes. Op strooisel van lioofbomen en naaldbomen kan het voorkomen maar niet zo dikwijls. Een buitenkans dus dat men het kan ontdekken. In "bijlage" nog een meer detailopname van dit zeldzaam zwammetje!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 12:20 Reageer op dit bericht

Glimmerinktzwam

De "Gewone glimmerinktzwam" (Coprinus micaceus) is een zwammetje dat steeds in groep staat. De mooie ronde hoofdjes zijn een 2 cm breed en bedekt met glimmerachtige korrels, waaraan het ook zijn naam te danken heeft. Zoals ook bij andere inktzwammen zoals bij de Kale inktzwam zijn ze giftig als ze met alcohol genuttigd worden. Nuchter blijven is dan wel geboden!. In "bijlage" nog een opnamen van deze mooie zwammetjes.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 12:02 Reageer op dit bericht

Geel hoorntje

Het "Geel hoorntje" (Calocera viscosa) is een altijd verfrissend mooie verschijning dat vooral op sterk vermolmd hout verschijnt. Het is glad ,kleverig, glanzend en dooier- tot oranjegeel. Ook de wetenschappelijke naam: "Calocera" calo = mooi en cera = van het Griekse "keras" = hoorn, duidt op het esthetische van dit hoorntje. "Viscosa" komt van het laatlatijn viscarius en betekend kleverig. Zo zien we dat ook de wetenschappelijke naam ook heel wat te vertellen heeft over het genoemde. In "bijlage" nog een opname van in de buurt staande enkele "Gele hoorntjes".

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 16:33 Reageer op dit bericht

Loodkleurig netplaatje

Het "Loodkleurig netplaatje" (Dictydiaethalium plumbeum) ziet er in zijn opbouwfase dus helemaal niet loodkleurig uit maar wel mooi roze. Het is ook een,wat we noemen, slijmzwam. Het is een verzameling van amoebe-achtige diertjes met een cel die al voortschrijdend vooral algen en bacteriën eten door ze op te nemen in de cel en daar te verteren, men noemt het "fagotrophie". Hier zien we nu duidelijk de reeds afgelegde weg op zijn strooptocht. Het sterke witte spoor rechts is de meest recent afgelegde weg maar ook verder zien we nog een wat vager spoor (een 3 à 4 cm) waar het daarvoor reeds langs kwam om voedsel te vinden. Dit spoor wordt veroorzaakt door kanaaltjes waarlangs de voedingsstoffen aan elkaar worden doorgegeven waardoor ze ook kunnen verder ontwikkelen. Later als het zich helemaal verzadigd voelt zal het loodkleurig worden en zullen er inwendig "sporen" gevormd worden. Ze zitten er in een "net" te wachten op verdere verspreiding! In "bijlage" nog een opname.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Cladonia om 16:14 Reageer op dit bericht

Meer van Natuur

↑ Terug naar de berichten