Naar de inhoud

Natuur

en natuurbeleven
akke.beakke.be

Archief

Haarmos

Dit zijn de kapsels van een "Haarmos" (Polytrichum - betekend ook "vele haren") waarschijnlijk het "Gewoon haarmos" maar we zien dus niet het hele plantje, alleen de kapsels op een steeltje. Het is wel duidelijk te zien hier dat op die kapsels een harige bedekking is die naar achter toe wat uitsteekt. Het illustreert ook dat de naam van de meeste mossen genoemd is naar een kenmerk van het kapsel. Dit is harig! Dus ...Ook hieronder hadden we parapluutjesvormige voortplantingsorganen dus..."Parapluuutjesmos".
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Cladonia om 11:54 Reageer op dit bericht

Parapluutjesmos

Het "Parapluutjesmos" (Marchantia polymorpha) is een levermos dat nogal groot kan worden. Het heeft een "lapvormige" groeiwijze die wel 10 cm lang kan worden en 5 tot 15 mm breed kan zijn. Het is wat licht- tot donkergroen met een onscherpe middenstreep en een fijne netvormige tekening met poriën. Het is ook tweehuizig, er zijn mannelijke en vrouwelijke plantjes. Hier is er een mannelijk plantje op de foto. Dit is goed te zien aan het vruchtlichaam dat de vorm heeft van een gesloten parapluutje. Er zijn hier "drie rondje parapluutjes" goed te zien van boven getrokken want die staan eigenlijk op een steeltje, dat we hier niet kunnen zien. Er zijn hier ook nog bekertjes te zien. Dit is een ongeslachtelijk voortplantingsmechanisme. In de "bekertjes" zitten of zaten hier "broedkorrels" die met de regendruppels verspreid worden, maar dat worden dan "klonen" van het plantje. In "bijlage" nog een foto maar nu van een vrouwelijk "Parapluutjesmos" met ook parapluutjes maar niet helemaal vol men ziet eerder "baleinen" van een parapluutje.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 11:42 Reageer op dit bericht

Blaasjesmos

Het "Blaasjesmos" (Sphaerocarpos) heeft niet veel soorten mosjes in de familie. Er zijn er twee die echter alleen microscopisch te onderscheieden zijn volgens hun sporen. Deze sporen zitten samen in "tetraden", dit zijn uit 4 sporen samengestelde bollen. Dan kan men het "Gestekeld blaasjesmos" (Spfarocarpos michelii) hebben of het "Gerand blaasjesmos" (Sphaerocarpos texanus).In het veld houden wij het doorgaans op "Blaasjesmos" dat zeer goed te herkennen is door de vele "blaasjes" die we hier zien. Toch ook weer iets zeer apart! Het is te vinden op open leemhoudende grond vooral in tuinen en stoppelakkers.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 17:13 Reageer op dit bericht

Helmroestmos

De kleur van dit mosje, "Helmroestmos" (Frullania dilatata), helpt om het op naam te brengen. Meestal ziet men de dofgroene tot roodbruine stengeltjes van het mos over de stam of tak uitgespreid. Het is een levermos met ronde blaadjes en ze hebben ook nog een onderlob, die we hier niet kunnen zien uiteraard. De kleur is wel bijzonder. In "bijlage" nog een andere opname van dit mosje.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 16:56 Reageer op dit bericht

Landvorkje

Het "Landvorkje" (Riccia) dat we niet verder specifiëren omdat het verschil tussen "Klein landvorkje" (Riccia soracarpa) en "Gewoon landvorkje" (Riccia glauca) niet zo goed te zien is in het veld maar eigenlijk microscopisch onderzoek vraagt, wat niet gebeurde. De sporenkapsels van dit levermosje staan ook niet buiten het mos-lichaam of thallus maar zitten in het lichaam zelf, een donker plek geeft dit aan. Het is een pionier en op zandige lemige grond te vinden, gemakkelijkst nog op een braakliggend veld of akker. Het is toch wel heel bijzonder! Het heeft een gevorkte thallus met een gleufje in en bij ouder worden sterft het in het midden af en krijgt men een grotere kring. In "bijlage" zien wij zo een oudere thallus waar het midden afgestorven is!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 17:33 Reageer op dit bericht

Klei-smaragdsteeltje

Dit zeer kleine "Klei-smaragdsteeltje" (Barbula unguiculata) heeft, zoals het noemt, een voorkeur voor kleigrond maar op andere voedselrijke plaatsen is het ook te vinden. De rechtopstaande plantjes zijn fel groen en de blaadjes tongvormig. De bladrand is gaaf en over een grote lengte omgebogen. De nerf eindigd in een stekelpuntje en dit is wel belangrijk bij de determinatie. Gezien het zeer klein is moet men wel goed kijken om hier en daar dat stekelpuntje te vinden op deze blaadjes. Hier is het ook te vinden op de foto maar toch niet gemakkelijk.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 17:12 1 reactie Reageer op dit bericht

Gewoon kronkelsteeltje of Breekblaadje

Het "Gewoon kronkelsteeltje" (Campylopus pyriformis) wordt ook "Breekblaadje" genoemd, waarschijnlijk omdat de blaadjes gemakkelijk "afbreken" en zo goed te zien zijn op het mosje. Zij liggen er los op, ook hier best te ontdekken. Die stengelblaadjes zijn wat bootvormig of eivormig met een lange priemvormige top. Men noemt dat ook een "chinees lepeltje". Ook dit mosje is te vinden op arme zandgronden, algemeen in bossen en heidevelden. Het is natuurlijk een van de kleinere mossen!
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 11:46 Reageer op dit bericht

Gerimpeld platmos

"Gerimpeld platmos" (Plagiothecium undulatum) wordt een mos van oude bossen genoemd met hoge luchtvochtigheid en dan vooral nog in naaldbossen op een strooisellaag op zure arme zandgrond. Het groeit in platte matten en valt wat op door de wat bleek geel-groene kleur. De blaadjes zijn gerimpeld maar dat is hier moeilijk te zien. Wel liggen ze mooi boven elkaar zijdelings van een stengel. Het was hier zelfs wat aangerijmd op een koude morgen. Een niet alledaagse maar mooie vondst!
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 11:31 Reageer op dit bericht

Hondsdrafroest

De "Hondsdrafroest" (Puccinia glechomatis) staat op de onderzijde van de bladeren en ook op de bladstelen van hondsdraf. Hier staat hij op de onderzijde van een blad. Bijzonder lijkt hier ook, dat hij alleen in de 3e fase (telia-fase) wordt aangetroffen in België en Nederland. Er wordt wel vermeld dat een deel van de teliosporen snel kiemen. Hij staat op bruine vlekken vroeg in het zeizoen en tamelijk onopvallend maar later wordt het geheel donkerder (zoals hier). De telia staan ook wat in groepjes van ongeveer 4 mm, verdeeld onderaan het blad. In "bijlage" nog een opname van deze roest. Merkwaardig dat wij hier maar één fase (telia-fase)tegenkomen!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Cladonia om 16:20 Reageer op dit bericht

Algemene oranjeroest

Hier troffen we de "Algemene oranjeroest" (Coleosporium tussilaginis) aan op de onderzijde van een blad van het "Groot hoefblad". De kleur is oranje van deze vruchtlichamen wat duidt op uredinia -vruchtlichamen. De fase (2) in de ontwikkeling van deze roest. Moesten we rode vruchtlichamen en zien dan was het de 3e fase of telia- vruchtlichamen. Hier zien we wel een rood insectje op het blad rondkruipen maar dat is dus geen roest- vruchtlichaam. Hieronder (vorige data) vind u nog wel ook op andere waardplanten deze roest terug. Hij is dus inderdaad zeer algemeen!
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Cladonia om 16:50 Reageer op dit bericht

Meer van Natuur

↑ Terug naar de berichten