Naar de inhoud

Mijn teksten

Van harte welkom !!
akke.beakke.be

Archief

Lachen is plezant 37.

Een Nederlander is op reis in Spanje en hij ondervond nogal wat moeilijkheden, doordat hij geen Spaans kende. In een restaurand wilde hij een biefstuk met gebakken aardappelen bestellen, maar hij had er geen idee van hoe hij dat kon uitleggen aan de kelner. In wanhoop nam hij een stuk papier en een potlood en tekende een koe met daarnaast zes schijfjes aardappelen. Plots knikte de kelner hem met een verheugd gezicht toe, om duidelijk te maken dat hij hem begrepen had. De Nederlander wachtte. Tien minuten later kwam de kelner met zes kaartjes voor een stierengevecht.

Een regenworm en een mier overnachten in een hotel. Net als ze willen gaan slapen, horen ze een enorm lawaai in de kamer naast hen. De regenworm kruipt boos uit bed, om te gaan kijken wie de herrie veroorzaakt. Als hij even laterterugkomt, zegt hij tegen de mier: Slapen kunnen we voorlopig wel vergeten. Onze buurman probeert zijn schoenen uit te trekken, maar hij is ladderzat. En dan?, vraagt de mier. Het is een duizendpoot.

Een bejaarde man ligt op de operatietafel. Hij heeft erop aangedrongen om te worden geopereerd door zijn schoonzoon, een uitmuntend chirurg. Vlak voor hij in slaap wordt gedaan, zegt de bejaarde man tegen zijn schoonzoon: Wees niet nerveus en doe je best. Maar hij besef heel goed dat als er ook maar iets misgaat, je schoonmoeder bij jou komt inwonen.

Tuur moest bij de commissaris komen. Hij werd ervan beschuldigd het hooi van zijn buurman, boer Koene, te hebben gestolen, maar hij ontkende alles. En waarom zou ik hooi moeten gaan stelen, riep hij, ik heb er zelf een hele schuur vol. Ik zal de inhoud van die schuur aanslaan, zei de commissaris. Wat?, riep boer Koene, mijn hooi ook?.

Een ondernemer heeft een nieuwe zaak geopend en geeft een receptie voor zijn klanten. Van één van hen ontvangt hij een bos bloemen, met de tekst: Rust in vrede. Hij belt naar de bloemist en zegt dat er waarschijnlijk iets verkeerd is gegaan, bij de levering van de bloemen. De bloemist zegt dat het hem spijt en dat er inderdaad iets verkeerd is gegaan en hij voegt eraan toe: Vandaag werd er op een begrafenis een boeket bezorgd met de tekst: Gefeliciteerd met je nieuwe locatie.

Zeg Jan, die vertegenwoordiger van Kletsch & Co heeft ons een hoop rommel aangesmeerd. Wat doen we ermee?. Zouden wij hem er niet kunnen toe overhalen, om in onze zaak te komen werken?.

Vertel me eens hoe het kwam dat de twee auto's tegen elkaar reden?, vroeg de rechter. Ik weet het niet precies, edelachtbare, maar ik had de indruk dat ze allebei op dezelfde voetganger aan het jagen waren, zei de getuige.

Dokter, ik denk dat mijn man een kwaal heeft. Ik praat soms uren aan een stuk tegen hem en daarna merk ik dar hijer niets van heeft gehoord. Dat is geen kwaal, mevrouw, dat is een gave.

Een vrouw moet voor de rechtbank verschijnen voor winkeldiefstal. Wat hebt u gestoken en waarom?, vraagt de rechter. Ik heb een blik perziken gestolen, omdat ik honger had. Op de vraag van de rechter, hoeveel perziken er in het blik zaten, zei ze: Zes, edelachtbare. Dan geef ik u zes dagen gevangenisstraf, zegt de rechter. Plots staat de echtgenoot van de vrouw op en roept: Ze heeft ook een blik doperwten gestolen.

Karel loopt in het winkelcentrum achter een bejaard echtpaar. Plots valt de man stuiptrekkend op de grond. Karel schiet onmiddelijk te hulp en vraagt aan de vrouw wat er mis is met haar man. Hij heeft een toeval, zegt ze. Oei, zeg Karel, heeft hij dat wel vaker?. Ja, zegt de vrouw, zeker driemaal per week. Waarop Karel zegt: Dat kun je geen toeval meer noemen.

Een acteur die gewoonlijk de rol van cowboy in westerns speelde, zag een kleine jongen, die samen met zijn ouders de filmstudio's bezocht, op zich afstevenen. Aha, kereltje, riep hij enthousiast. Ik vermoed dat jij graag een handtekening van mij zou willen?. Nee, meneer, zei hij: Ik wil alleen weten wat jullie met de paarden doen, als de ruiters doodgeschoten zijn?.

Hoeveel vaten bier vekoopt u wekelijks?, vraagt een vreemdeling. Drie vaten bier per dag, zegt de Cafébaas. Wel, ik ken een middel om er in het vervolg vier vater per dag te verkopen, zegt de vreemdeling. O ja, hoe doe je dat dan?. Ik zou u dankbaar zijn, als u mij dat zou willen vertellen, zegt de Cafébaas. Tap in het vervolg de pinten helemaal vol.

Een stomdronken man verlaat een café en gaat op zoek naar zijn auto. Van de eerste auto die hij ziet staan,begint hij het dak te betasten en hij zegt: Nee, dat is hem niet. Bij de volgende wagen doet hij precies hetzelfde en zegt: Nee, deze is het ook niet. De verbaasde parkeerwachter bekijkt het schouwspel nog even, loopt dan naar de man toe en vraagt: Wat doe je nou?. Denk je dat je je auto zo zult herkennen?. Ja, zucht de dronken man en zegt: Op de mijne staat een blauw zwaailicht.

Ik ben een man van weinig woorden en ik zeg niet veel, zegt de patiënt. Ik begrijp u heel goed, ik ben ook getrouwd, zegt de psychiater.

Zeg eens, mijn liefste vriendin, waarom heb je een brandblusapparaat bij je man in de kist gelegd?. O, 't Is gewoon een voorzorgsmaatregel, voor het geval hij in de hel terechtkomt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Lachen is plezant 36.

Opa gaat met zijn zoon en kleinzoon een weekend naar Parijs. De kleinzoon gaat er die avond meteen al op uit. Her duurt lang voordat hij terugkomt: Het is dan twee uur. De jongen is laaiend enthousiast en zegt: Wat een mooie stad, al die leuke kroegen, al die lichtreclames en wat een mooie meisje. Het is gewoon geweldig. De tweede avond gaat de zoon uit. Hij blijft nog wat langer weg, tot vijf uur in de morgen. Nog wat nagenietend zegt hij: Heerlijk om er een keer zo uit te zijn en wat een mooie stad, al die lichten, die kroegen en zulke heerlijke vrouwtjes. Zondagmorgen is opa aan de beurt. De hele nacht zitten de zoon en de kleinzoon op hem te wachten. De ochtend gaat voorbij en ook de middag. De zoon wil net de politie opbellen als opa eraan komt, verrukt glimlachend zegt hij: Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Parijs is een sprookjesachtige stad: Mooie gekleurde lichtjes, bomvolle kroegen en al die mooie vrouwen. Wat waren ze geduldig.

Twee heren gaan samen wandelen. Stel je voor, zegt de ene, mijn vrouw droomde vannacht dat ik miljonair was. Wat een geluk voor u, dat ze dat alleen maar droomde, zegt de andere. Die van mij verbeelt zich dat overdag, als ze boodschappen doet.

Opa Mulder is 78 jaar en wil met zijn 74 jarige vriendin trouwen. Wil je echt op die leeftijd nog trouwen?, vraagt een goede kennis aan hem. En wanneer is het zover?. Ik weet het niet precies, zegt opa Mulder zuchtend. Haar ouders willen nog steeds geen toestemming geven.

Vorig jaar was je veel hartstochtelijker dan nu. Toen vrijden we nog onder de kerstboom, weet je het nog?, zei Jan. Ja, maar die boom van vorig jaar liet zijn naalden ook niet vallen, zei Mieke.

Ik kan mijn vrouw maar niet afleren, om laat naar bed te gaan. Altijd word het een eind na twaalf. Waarom blijft ze dan zo lang op?. Ze wacht altijd totdat ik thuiskom.

Na de fuif zegt de vrouw tegen haar man: Wat heb je weer zitten mopperen. Hopelijk heeft niemand gemerkt dat je niet dronken was.

Waarom heb je niet om hulp geroepen, toen Piet je kuste?. Hij heeft me bedreigd. Oja?. Waarmee?. Dat hij me, als ik zou gillen, nooit meer zou kussen.

Ik praat al drie jaar lang niet meer met mijn vrouw. Geweldig. Dan leef ik eindelijk in vrede.

De geschiedenis van Romeo en Julia zou beter zijn afgelopen, als Romeo maar een mobieltje had gehad, zegt mevrouw Teut na de voorstelling, tot tranen geroerd. Houd toch op mett die onzin, zegt meneer Teut. Ik heb toch al jaren een mobieltje.

Een stokoude miljonair is net getrouwd. In de huwelijksnacht vraagt hij aan zijn knappe jonge bruidje: Vertel me eens, liefste, je moeder heeft je toch wel voorgelicht, hoop ik?. Nee, eigenlijk niet, zegt de nieuwbakken echtgenote en wordt vuurrood. Verdraaid nog aan toe, mompelt haar man, en ik ben vergeten hoe het moet.

Opa komt voor het eerst in zijn leven op een discoavond. Nadenkend blijft hij aan de kant staan. Hoe vind je het hier, opa?, vraagt zijn kleinzoon die buiten adem van de dansvloer komt. Ja jongen, wat moet ik ervan zeggen. In mijn tijd deden we dat liggend en met zijn tweeën.

Vertel eens, zegt het ene lichte meisje tegen het andere: Hoe heb jij het bij die ouwe halfdode fabrieksdirecteur gehad?. Nou, hij lag op sterven, maar hij moest en zou, zelfs in de kist. Heb je dat dan toch goed gevonden?. Ik wel, maar die zes dragers, die vonden het maar niks.

Meester, mijn vader heeft me tien euro beloofd, als ik de eerste van de klas word. Doe dan maar goed je best. Ik weet iets veel beters, meester. U doet net alsof ik de eerste ben en dan delen we samen die tien euro.

In de bus spreekt een onderwijzer een klein meisje. Hoe heet jij, kind?. Monika. En hoe oud ben jij?. Zes jaar en ik ga al naar school. De onderwijzer zegt als lachend: O, maar ik ben veertig jaar en ik ga ook nog naar school. Monika schiet in een lach en zegt: Nou, dan ben je vast een grote stomkop.

De onderwijzeres behandelt de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de toekomstige tijd. Dan vraagt ze aan Henk: Ik ga trouwen, wat is dat voor een tijd?. Dat is de hoogste tijd, juffrouw.

Waarom ben jij twee dagen niet op school geweest, Joop, vraagt de onderwijzer. We hadden gisteren brand, meester. En, waar was ji dan eergisteren?. Dan heb ik de brand van gisteren moeten blussen, meester.

De meester vraagt aan de leerlingen hoe dauw ontstaat?. Jantje steekt zijn vinger op en zegt: Doordat de aarde alsmaar om zijn as draait zonder ook maar eventjes te rusten, gaat hij zweten.

Twee vrienden komen elkaar tegen op de markt en maken een praatje. En sinds wanneer ga je nu niet meer in dat restaurant eten?, vraagt de ene. Sinds ik er dit bericht heb zien hangen: Oude vrouw gezocht om te koken.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Een dagje aan zee.

Ja mannekes, ik ben vandaag een keer met de trein naar Oostende geweest, om te zien als die zee er daar nog lag. Ik moet u wel zeggen dat dat lang kan duren, eer dat ge daar aankomt.

Normaal gezien doe ik dat met mijn koersfiets, maar die sta nu in de fietswinkel voor onderhoudswerken. Gisteren heb ik nog een toertje gedaan in de Vlaamse Ardennen, maar met die tegenwind waren al mijn spaken weggewaaid. Met de beklimming van de muur, die nog altijd in Geraardsbergen ligt, was mijn stuur gekrompen.

Waarschijnlijk was dat van in al die puttekes te rijden zeker, ofwel van het gewicht van die vlieg die eventjes op mijn stuur kwam zitten, om uit te rusten.

De avond voor mijn vertrek had ik mijn schoenzolen nog wat gekuist en mijn teennagels nog wat effen gevijld, om goed door dat zand te kunnen lopen. Ook mijn wenkbrauwen wat naar achter gekampt, om beter te kunnen zien waar ik loop.

Want ge weet maar nooit hé, hoeveel wind er ondertussen al is overgewaaid vanuit Engeland, om nog maar te zwijgen van al dat zeewater die onderweg was. De trein was nog maar juist vertrokken, en hij kreeg aan de voorkant al een paar platte banden.

Allee, na een half uurtje is hij toch kunnen vertrekken, en in het station van Brugge moesten al zijn platte banden opnieuw opgeblazen worden, want die waren al meer dan de helft leeggelopen. Met 32 vrijwilligers van de landmacht stonden ze daar die banden op te blazen, en na drie kwartier zijn we vertrokken richting Oostende.

Ja mannekes, ik moet u wel zeggen dat die trein dan veel rapper reed, omdat ze op die wielen autobanden hebben gelegd. Als we in Oostende zijn aangekomen ben ik op mijn gemakje naar de zee gegaan en toen ik daar aankwam zag ik ginder al heel veel volk bijeen staan.

Ze stonden te kijken naar de zee die in brand stond. ’t Had daar toch wel ene zijn brandende sigaret in de zee gesmeten zeker. Ze hebben die brandende sigaret die in de brandende zee lag moeten blussen met piepschuim. Maar da was wel speciale piepschuim hoor.

Ze hebben dan overal borden moeten zetten met daarop: Verboden te zwemmen.

Potverdikke zeg, een mens heeft dan een keer goesting om alleen te zwemmen.

Ja mannekes, dat zeewater was al meer dan de helft verdampt en in de controlekamer kregen ze de ene telefoon na de andere binnen van vissen die vroegen hoe het kwam dat dat zeewater verminderd was.

Ondertussen waren er al een paar vissen opgenomen in het kliniek, omdat ze bezweken waren aan te weinig zuurstof. Ook een paar walvissen die naar hier zijn gezwommen hebben ze moeten afvoeren, maar dat was wel omdat die walvissen onderweg teveel adem hadden verbruikt. Enkele van die vissen zijn dan plots overleden, want ’t is daarom dat ze nu ook veel minder vis verkopen aan de viskraampjes dan vroeger.

Voor de kwallen kon dat geen kwaad, want die zaten ginder wat verder op een eilandje lekker te eten van die warm gekookte mosselen die ginder naar boven zijn gekomen van de warmte.

Ik had ondertussen mijn schoenen en kousen uitgedaan, om blootvoets in dat malse zand te kunnen lopen en opeens werd er op mijn schouder geklopt.

’t Was toch wel één van die kwallen zeker, die mij kwam vragen om met hun mee te eten.

Ik moet u wel zeggen dat ik verleden jaar een kwal gered heb, want hij stond op het punt om te verdrinken. Ik was aan het wandelen en plots hoorde ik boven mijne kop een hels lawaai.

Ik dacht eerst dat die meeuwen aan het vechten waren, om te zien wie sterkste was.

Potverdikke zeg, ’t was toch wel een vliegtuig zeker, die aan het landen was.

Ja mannekes, als ik aan het wandelen ben, heb ik normaal op mijn kale kop altijd een muts op. Want die piloot dacht dat hij dicht bij de landingsbaan was, en zo was hij stilaan aan het dalen.

Nog een sjans dat ik mijn gsm bij had. Ik heb direct naar die piloot gebeld, om hem te zeggen dat hij terug moest opstijgen, want dat het geen landingsbaan was, maar wel mijn kletskop.

Hij is dan wel doorgevlogen, en ik kreeg dan van die piloot een berichtje op mijn gsm dat ik in het vervolg als ik zonder muts op mijn kale kop aan het wandelen ben, een bericht op mijn kletskop moet schrijven met daarop: Gelieve door te vliegen, dit is geen landingsbaan.

Ondertussen begon ik ferm honger te krijgen, ging een restaurant binnen en zette mij aan een tafeltje dat nog helemaal leeg was. Ik moet u wel zeggen dat ik zeer graag vis eet, dus bestelde ik mij vis.

Die garcon (ober) had mij waarschijnlijk zien zitten, want hij kwam naar mij en vroeg of ik al gekozen had en wat het mag zijn.

Awel, meneer de garcon (ober), voor mij twee verse oesters die niet bijten, in roomsaus.

Een jonge kreeft in tomatensaus die klaargemaakt is op moeders wijze en een beetje brood dat van een warme bakker komt.

Ja mannekes, dat brood was voor die meeuwen, die daar buiten zaten te bedelen.

Ik wilde die oester opeten en al mijn valse tanden waren kapot.

Potverdikke zeg, ik wist dat niet, dat die oester in een schelp zat. De ober kwam mij zeggen dat die oesters weer in hun schelp gekropen waren, omdat ze naakt veel te veel kou hadden.

En dan die kreeft, die in mijn tong had gebeten, waardoor ik nu twee weken werkonbekwaam ben.

PS:  Maar één ding weet ik zeker: Hoe langer ik op het strand liep, hoe vlugger de avond viel.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Lachen is plezant 35.

De zusters laten een nieuw gebouw optrekken, naast het oude klooster. Eén van hun merkt dat de mannen voor het middagmaal nooit bidden en ze vraagt aan moeder-overste of ze hen daarop mag wijzen. Ze zullen je uitlachen, zegt ze, ik heb een beter idee: Vijf minuten voor schafttijd zal ik binnengaan in hun barak en een plaatsje zoeken aan tafel. Van zodra ze binnenkomen, zal ik een kruisteken maken en beginnen te bidden. Ze zullen allemaal meebidden. Om vijf voor twaalf stapt moeder-overste binnen in de barak met een boterhamdoos en een thermoskan in haar handen. De mannen lachen zich een bult. Kennen jullie Jezus Christus?, vraagt moeder-overste geërgerd. Nee, zegt één van de bouwvakkers en hij vraagt aan de man naast hem of hij hem ken. Die kent hem ook niet en stelt voor om het aan de baas te vragen, die nog buiten op de werf bezig is. Nog voor moeder-overste kan reageren, rent hij naar buiten en roept naar zijn baas: Ken jij Jezus Christus?. Ja, zegt de baas. Kun je me zeggen waar hij is?. Zijn vrouw is hier met zijn boterhammen.

Het pasgetrouwd paar heeft een paar vrienden uitgenogigd, voor een souper. De jonge vrouw haalt een knapperig bruingebakken kippetje uit de oven. Het voorsnijden verloopt echter niet zo vlot. Ze weet echt niet hoe ze daar moet aan beginnen. Doe het zoals het in het kookboek staat, zegt de jeudige echtgenoot. Ja,dat wou ik proberen, maar ik kan de spippellijnen niet vinden.

Jos staat op de markt met een kraam vol dekbedden. Om de verkoop te stimuleren heeft hij boven zijn kraam een bord gehaangen met de tekst: Alleen onder de dekbedden van Joppe blijft u kinderloos. De dekbedden zijn een groot succes. Een paar maanden later komt één van de klanten van Joppe haar beklag doe en zegt: Uw reklame is misleidend. Ik heb zonet van de dokter vernomen dat ik zwanger ben. Door wie is het kind verwekt?, vraagt Joppe. Door mij man natuurlijk. U lag dus samen met uw man onder het deken, dat u hier hebt gekocht?. Dan hebt u zich zeker niet aan de gebruiksaanwijzing gehouden, mevrouw. Kijk,er staat toch duidelijk op het bordje dat u alleen onder mijn dekbedden moet slapen.

Tijdens de wekelijkse vergadering zegt de baas dat hij te weinig gerespecteerd wordt. De volgende morgen hangt hij een bordje op de deur van zijn kantoor met daarop de tekst: Ik ben de baas. Wanneer hij terugkomt van de lunch, ziet hij dat iemand een momo onder het bordje heeft geplakt met daaop de tekst: Uwe vrouw heeft gebeld. Ze wil haar bordje terug.

De eerste minister en zijn echtgenote maken een wandeling door de stad. Plots houdt hij halt voor een etalage en zegt: Kijk hier eens, schat. En dan durven de mensen nog zeggen dat alles zoveel duurder geworden is onder mijn regering. Moet je hier kijken: 10 euro voor een broek, 25 euro voor een kostuum, 8 euro voor een rok en 12 euro voor een jas. Ssst, schat, je maakt je belachelijk. We staan hier voor een wasserij.

Een man verlaat de kroeg met een flink stuk in zijn kraag. Het heeft intussen veel geregend en het asfalt is spiegelglad. Verdorie, mompelt de man, nu met ik ook nog deze rivier overzwemmen. Hij neemt een aanloop, duikt en komt keihard tegen het asfalt terecht. En het heeft nog gevroren ook, zegt hij.

Kelner, kun je mij zeggen wat dat is,hier op mijn bord?. Dat is gebraden kip, meneer. Ach zo. Zeg, tussen ons gezegd en gezwegen, eigenlijk, verspil jij hier je tijd, hoor. Met zo'n verbeelding zou jij eigenlijk romans moeten schrijven.

Ik heb vannacht gedroomd dat ik met mijn brommer een heerlijk tochtje aan het maken was, zegt Jan. Ja, ik heb je motor horen ronken, zegt zijn vrouw.

Ik heb gisteren de kast opgeruimd en er deze oude jas in gevonden, zegt de vrouw. Die zal ik morgen maar weggeven, zeker?. Geen denken aan. Ik heb hem opzettelijk bewaard om aan te trekken, wanneer de belastingspecteur komt, zegt de man.

Later, als ik groot ben, wil ik rijk worden en een groot huis hebben met grote kamers, zegt Jantje tegen zijn oma, maar ik wil geen badkamer. Waarom geen badkamer, jongen?, vraagt oma. Omdat ik stinkend rijk wil worden, zegt Jantje.

12,5 jaar getrpuwd en op het moment dat ze wakker worden zegt Jef tegen zijn vrouw: Schat, pak je valiezen maar in, we gaan naar Spitsbergen. O, fantastisch. En wat doen we als we 25 jaar getrouw zijn?. Dan haal ik je weer op.

Ach, dit is echt geen leven. Ik verlies al mijn haren, jammert de tandenborstel. En ik word elke dag magerder, zucht het stuk zeep. En wat moet ik dan zeggen: Ik heb altijd een lopende neus, zucht het kraantje.

Zeg, heb je het nieuwe kleedje van Dora al gezien?. Nee, welke kleur heeft het?. Groen. Groen?. Maat welke soort groen?. Het groen van de rode lichten.

De verpleegster vertelde aan Gust dat hij maar drie minuten meer te leven had en hij zei: Kunt u dan werkelijk niks meer voor mij doen?. Ja, maar niet veel. Misschien kan ik een eitje koken?.

Ik zit in de problemen, zegt Karel tegen zijn goeie vriend Jos. Vanmorgen kreeg ik een brief van één of andere gek, die dreigt me te vermoorden als ik mijn pogingen om zijn vrouw te verleiden niet staak. Maar doe dat dan toch gewoon, zegt Jos. Dat is niet zo simpel hoor. Zijn naam stond er niet bij.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Lachen is plezant 34.

Twee stadswerkers komen de straat ingereden en beginnen een put te graven. Daarna gooien ze die weer dicht en beginnen ze wat verder een nieuwe te graven. Dit gaat zo de hele dag door. Wanneer ze 's avonds vertrekken, komt één van de buurtbewoners hen vragen wat ze nu eigenlijk de hele dag gedaan hebben. We hebben draadloos internet gelegd, zegt één van de stadswerkers.

Een gezin had diertien kinderen, die op één na, allemaal op elkaar lijken. Maar de jongste is altijd een beetje anders geweest en hij ziet er ook anders uit. Hij heeft bruine ogen en bruin haar, terwijl zijn broers en zussen allemaal blauwe ogen hebben en blond zijn. Op een dag licht de moeder, die oud geworden is, op sterven. Vader zit naast haar bed en houdt haar hand vast. Ik moet je iets vragen, zegt hij, maar het ligt nogal gevoelig. Onze Willem is niet zoals de andere kinderen, maar ik moet het weten, schat: Heeft hij een andere vader, dan de rest?. De vrouw zucht knikt instemmend. De vader schrikt even,maar blijft kalm. Ken ik hem?, vraagt hij, waarop zijn vrouw opnieuw instemmend knikt. Wie is Willems vader dan?, vraagt vader aarzelend. Waarop zijn vrouw hem recht in de ogen kijkt en zegt: Jij.

Een visser zit al de hele dag langs het kanaal te vissen. Opeens komt er een wandelaar voorbij gewandeld. Die houdt halt en gaat naast de visser zitten, terwijl hij hem nauwkeurig gadeslaat. Na een paar uur vraagt de visser: Waarom gaat u zelf niet vissen?. O, nee, hoor, daar heb ik echt het geduld niet voor, zegt de man.

Een toerist is op vakantie in een zeer groene en gezonde streek. Hij raakt aan de praat met één van de plaatselijke inwoners en zegt: Ja, het is hier echt heel gezond, zo gezond dat we onze oudste inwoner hebben moeten doodschieten, om eindelijk een kerkhof te kunnen aanleggen.

Jantje gaat bij zijn oma logeren. Opeens wordt hij moe en begint hij te geeuwen en oma zegt: Je moet je hand voor je mond houden, als je geeuwt, jongen. Waarop Jantje zegt: Nee hoor, oma, dat is niet nodig. Ik heb niet zo'n gebit, dat eruit kan vallen.

Lucas heeft zijn vingers tussen de deur van de auto gestoken en schreeuwt het uit van de pijn. Steek je vingers in je mond, roept zijn oom. Is dat goed tegen de pijn?, vraagt Lucas zijn moeder. Dat weet ik niet, maar tegen het schreeuwen zeker, zegt zijn oom.

Mijn dokter stond erop dat ik u eens kwam raadplegen, zei de patiënt tegen de psychiater. God weet waarom. Ik ben gelukkig getrouwd, ik heb een vaste job, veel vrienden, maar geen zorgen. Hm, zei de psychiater, en hoelang bent u al zo?.

Twee vrienden komen elkaar tegen op straat. Ik heb zopas één van die supermoderne hoorapparaten gekocht. Het is zo klein dat je het nauwelijks kunt zien. Maar dat is prachtig, roept zijn viend. Werkt het goed?. 't Is nu halfzeven.

Waarom gaat u niet op vakantie, meneer Drukmans?. Luister, dat zit zo: Als ik geen plaatsvervanger vraag, dan denkt men dar ik niks te doen heb. Maar als ik er wel één vraagt, dan ziet iedereen dat ik niks te doen heb.

Kamiel gaat naar de tandarts, want hij krijgt een een valse tanden en hij zegt: Dokter, zullen mijn valse tanden er natuurlijk uitzien?. Wees gerust, ik zal ze zo natuurlijk maken, dat ze pijn doen, zegt de tandarts.

Schat, heb je er al eens aan gedacht, waar we onze vakantie de komende winter zullen doorbrengen?. Ik stel voor: Lugano. Hoe vind je mijn idee?. Onbetaalbaar.

Dokter, ik denk dat ik een mot ben, zegt de patiënt. Maar ik ben geen psychiater, zegt de dokter. Ja, dat kan wel zijn, maar ik zag hier licht branden en ben ik dan maar naar binnen gestapt.

Wel schat, zegt Tuur, als je toch niet van plan bent om iets te kopen, dan kunnen we net zo goed de duurdere spullen even bekijken.

Mijn zoon is ontzettend groot, maar dat heeft ook zijn voordelen, zegt Jef. Als hij kaal wordt, zal zijn vrouw dat nooit ontdekken.

Wat is uw naam?, vroeg de loketbediende aan de Chinees. Niezen, zegt de Chinees. Heet u werkelijk zo?. Neenee, maar ik heb mijn naan laten vertalen in het Nederlands. Ik heet eigenlijk Hat Chi.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Lachen is plezant 33.

George moet geopereerd worden en hij is vreselijk bang. Maak je maar geen zorgen, zegt de chirurg, je zult er niks van merken. Je krijgt een spuitje, valt in slaap en als je wakker wordt, is alles voorbij. Even later vraagt George aan de oudere man die zich over hem heen buigt: En, dokter,is alles goed gegaan?. Noem me maar gewoon Petrus, zegt de dokter.

Een dame merkt volgend bord op, die aan de voordeur van een schoenmaker hangt: Hier herstelt men uw schoenen, terwijl u erop staat te wachten. Ze gaat binnen en toont hem een paar schoenen, waarvan de hakken moeten worden vernieuwd. In orde, zegt de schoenmaker, volgende week donderdag zijn ze klaar. Maar, roept de vrouw verontwaardigd. En dat bord dan: Hier herstelt men uw schoenen, terwijl u wacht?. Wel,zegt de schoenmaker volgens zijn logica, bent u soms niet van plan om tot donderdag op uw schoenen te wachten?.

Er moest dringend geld worden ingezameld voor het herstel van de kerktoren en de pastoor belde persoonlijk naar alle parochianen. Ik kan u echt niets geven, zei één van zijn schapen, ik heb al zoveel schulden. Maar u bent de Heer toch veel meer verschuldigd, dan de anderen. Dat klopt, zegt de man, maar Hij zit niet zo achtr me aan, als de andere schuldeisers.

Een menslievende heer kwam op een dag van een feestmaal, dat een vereniging: Ter ondersteuning van de armen georganiseerd had en hij had duidelijk een beetje te diep in het glas gekeken. Hoe is het toch mogelijk, riep zijn vrouw uit, hoe kun je nu zoveel eten en drinken?. Maar schatje toch, zegt hij, 't was voor de armen

Als ik het goed begrepen heb, meneer, dan zet ikmijn geld gewoon op de bank en ik kan het afhalen wanneer ik maar wil?. Inderdaad. Veronderstel dat u vandaag geld stort, dan mag u het morgen al komen terughalen, op voorwaarde dat u ons daarvan acht dagen op voorhand verwittigt, natuurlijk.

Juist voor de aanval zegt de officier tegen zijn soldaten: Mannen, vanaf nu is het man tegen man. Waarop soldaat Kamiel zegt: Wilt u mij mijn man even aanwijzen, alstublieft?. Misschien kunnen we het op een akkoordje gooien.

Een vrouw ligt op het dak van een hotel te zonnebaden. Een bediende komt vragen of ze haar kleren wil aantrekken. Waarom?, vraagt ze. Ik lig toch op mijn buik en ik heb een handdoek bij me. Zelfs als er iemandkomt, zal hij of zij toch niks zien. Ja, maar, ji ligt wel op het glazen dak boven de eetzaal.

Een vrouw op leeftijd gaat naar de huisarts voor een algemene controle. Als ze thuiskomt, zegt ze tegen haar man: Jij zegt altijd dat ik er oud uitzie, maar de dokter heeft gezegd dat ik nog altijd het lichaam van een jongedame heb. O ja?, zegt haar man, en heeft hij ook iets gezegd over dat oude, zure gezicht waar ik altijd mee rondloopt?.

Een bejaarde vrouw werd naar het ziekenhuis gebracht met een ziekenwagen. De ambulancier legde uit aan het nieuwbakken verpleegstertje dat het slachtoffer haar verwondingen had opgelopen, toen ze uit een warenhuis kwam en tegen een man was gebotst die een staande klok droeg. Een staande klok; riep de verpleegster uit, waarom kon hij geen gewone polshorloge dragen, zoals iedereen?.

Je bent alleen maar met me getrouwd, omdat ik geld had, zegt Lily. Hoe kom je daar nu bij?, zegt Carel. Ik ben alleen met je getrouwd, omdat ik geen geld had.

Een man moet voor de rechter verschijnen, die vraagt: En, bent u al eens eerder veroordeeld?. Ja, edelachtbare. Wanneer was dat?. Twintig jaar geleden. En daarna niet meer?. Nee, edelachtbare. En wat hebt u in die twintig jaar gedaan?. Mijn straf uitgezeten, edelachtbare.

U mag wel eens een bad nemen, zegt de dokter tegen zijn patiënt. Dat doe ik elke dag. Doe er eens schoon water in, zegt de dokter.

De biefstuk was van topkwaliteit en ik kan het weten, want ik zit in het vak, zegt de klant tegen de ober. O, bent u slager van beroep. Nee, schoenmaker, zegt de klant.

Mama, moet iedereen sterven?, vraagt Maarten. Ja, jongen, zegt mama. Maar wie moet de laatste mens dan begraven, als die gestorven is?, vraagt Maarten. De Heer zal hem wel begraven, zegt mama.

Soldaat Deprez, ik heb je vanmorgen niet gezien bij de camouflageoefening. Dank u voor het compliment, sergant, zegt soldaat Deprez.

Mijn man is zo attent. Voor mijn verjaardag gaf hij me precies wat ik nodig had, om te ruilen voor wat ik echt wou.

Praat u wel eens in uw slaap?, vraagt Peter aan Lucas. Nee, maar soms wel als anderen slapen, zegt Lucas. Hoezo?. Ik ben pastoor.

Jantje komt thuis van school. Mama, de meester heeft gezegd dat de stroom weer duurder wordt. Ben je niet blij dat ik geen groot licht ben?.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Lachen is plezant 32.

Liza heeht haar mooiste kleedje aangetrokken, om naar het feest te gaan en zit geduldig te wachten op een stoel tot ze ten dans wordt gevraagd. De uren gaan voorbij en er is haar nog niemand komen uitnodigen. Rond elf uur besluit ze het op te geven en naar huis te gaan, maar dan komt er een knappe man met een dikke sigaar in de mond op haar af en Liza krijgt weer hoop: Juffrouw, ben jij nog vrij voor deze dans?, vraagt de man. Ja, meneer, zegt ze met een blos op de wangen. Fantastisch, zegt de man. Wil je dan zo vriendelijk zijn om mijn sigaar even vast te houden?.

Een bejaard echtpaar van respectievelijk 95 en 98 jaar heeft een afspraak gemaakt met de notaris, om zich uit het echt te laten scheiden. Maar waarom hebben jullie zo lang gewacht?, vraagt de notaris. We wildrn niet dat onze kinderen zoiets moesten meemaken, maar nu ze allemaal dood zijn, houdt niets ons nog tegen, zegt de vrouw.

Jos keek met een kristische blik naar de auto van zijn buurman. En hoeveel heb je daarvoor betaald?, vroeg hij. Helemaal niets, zegt zijn buurman. Ik kreeg hem bij wijze van vereffening van een schuld. Iemand was me 125 euro schuldig. Jos keek nog eens naar het aftandse ding en zegt: Hm, en denk je dat je de resterende 100 euro ook nog eens zult krijgen?.

De nieuwe onderwijzer wil weten of de kinderen in zijn klas in zichzelf geloven en hij zegt: Wie dom is, gaat recht staan. En is even geen beweging, maar na een paar minuten staat Jantje op en de onderwijzer vraagt of hij echt denkt dat hij dom is. Nee, zegt Jantje, maar ik vind het zo zielig dat u de enige bent die rechtstaat.

De filmregisseur telefoneert naar een impresario en zegt: Ik heb dringend twee zuigelingen nodig van ongeveer zes maanden. Ik zal ervoor zorgen, zegt de man. Waarop de regisseur er nog aan toevoegt: En stuur me geen beginnelingen, hé, zoals gewoonlijk.

Ik ben met mijn vrouw getrouwd omdat ze heel anders was dan alle andere vrouwen, zegt de Karel. Waarin verschilde ze dan wel?, vraagt zijn buurman. Ze was de enige die mij wilde hebben, zegt Karel.

Een buitenlander vraagt in Antwerpen de weg naar de kathedraal en hij zegt: Wel, u loopt rechtdoor tot aan de tweede verkeerslichten. Dan slaat u links af. Uneemt de eerste straat rechts en dan onmiddelijk weer links. U kunt zich niet vergissen, want de kathedraal staat juist naast een frituur.

Een gek beklaagt zich bij de psychiater over zijn nieuwe kamergenoot en zegt: Ik hou het niet langer uit, dokter. Wat scheelt er dan?, vraagt de dokter vriendelijk. Wel, mijn kamergenoot denkt dat hij een hond is. O, en blaft hij dan?, vraagt de dokter verbaasd. Nee, dat doet hij niet, maar hij denk dat ik een boom ben, want hij plast altijd tegen mijn benen.

Peter zit onderuitgezakt achter het stuur van zijn sportwagen, terwijl zijn rechterarm op de schouders van het meisje naast hem rust. Iets verderop wordt hij tegengehouden door een gemotoriseerd agent. Je moet allebei je handen gebruiken, zegt hij. Dat weet ik, zegt Peter, maar hoe moet ik dan sturen?.

Het verkeer lag helemaal stil, want er was een vrachtwagen gekanteld en de politie stond erbij te huilen, zegt Lars aan zijn vriedjes op school. Waarom moesten de politie zo huilen?, vraagt één zijn vriendjes. Odat de vrachtwagen vol uien zat.

Een man is op wandel in Antwerpen en opeens ziet hij tot zijn grote verbazing op de venster van een reisbureau een opschrift met daarop: Doe ons een plezier en ga weg.

Een dom blondje loopt een bar binnen, waar een frisdrankautomaat staat. Ze gooit er een paar muntstukken in en er rolt een blikje cola uit de automaat. Ze gooit nog meer geld in de automaat en er rollen nog een paar blikjes uit. Een man die achter haar staat, vraagt of hij de automaat ook even mag gebruiken, waarop het dom blondje zegt: Even geduld. Zie je niet dat ik aan het winnen ben?.

Oma heeft haar haar heel kort laten knippen. Wanneer haar kleinzoon haar voor het eerst ziet, met haar nieuwe kapsel, zegt hij: Oma, je ziet er niet meer uit als een oude vrouw. Oma glundert en zegt: Dank je wel, jongen. Hoe zie ik er dan wel uit?. Als een oude man, zegt hij.

Een politieagent houdt een kranige tachtiger tegen en vraagt: Weet u wel hoe snel u reed?. Nee, waarschijnlijk heel snel, maar ik moet op mijn bestemming raken voor ik vergeet waar ik naartoe wilde.

De juffrouw deelt op school aan de kinderen een formulier uit, van de directeur. Ik moet er geen hebben, juffrouw, mijn mama heeft papier genoeg, zegt Jantje.

De Jos is op zoek naar werk en hij moet zich bij een baas aanmelden, die vraagt: Wat heb je zoal gedaan?. Niets. Perfect. Dan hoeven we je niet om te scholen.

Tijdens de wiskundeles let Michiel niet op en de onderwijzer vraagt aan hem: Wat is 2 en 4?. En wat is 28 en 44?. Waarop Michiel zegt: 2 is Canvas, 4 is Vitaya, 28 is Eurosport en 44 weet ik niet, meester.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Lachen is plezant 31.

Een wereldkampioen boksen gaat naar de bioscoop en omdat daar nogal wat fietsen worden gestolen, hangt hij een bordje aan zijn fiets met de tekst: Niet stelen, want anders ga je wat meemaken, wereldkampioen boksen. Na de film blijkt zijn fiets tocht te zijn gestolen. Op de lege plaats ligt een bordje met de tekst: Achtervolgen is zinloos, want ik ben wereldkampioen wielrennen.

Een wetenschapper had na lang zoeken het leverselixir ontdekt. Hij ging ermee naar het park en injecteerde het in het standbeeld van een beroemde generaal. Tot grote verbazing van alle omstaanders steeg de bronzen ijzervreter van zijn paard, begon te geeuwen en rekte zich uit. Generaal, vroeg de wetenschapper, wat is het eerste dat u gaat doen, nu u weer tot leven bent gekomen?. Geef me mijn geweer, brulde de oude vechtjas. Het eerste wat ik ga doen, is al die duiven doodschieten.

Het lievelingspaard van de manegehouder was ziek en de man had de dierenarts laten komen. Hij wachtte nu in spanning af, wat er ging gebeuren. De veearts kwam naar hem toe en vroeg om een schroevendraaier. Vijf minuten later had hij een tang nodig en na nog een vijf minuten vroeg hij om een hamer en een beitel. In godsnaam, riep de manegehouder, wat is er eigenlijk mis met mijn paard?. Geen idee, zegt de dierenarts, ik krijg mijn tas niet open.

De Eurostar lag weer eens in panne. Hij was stilgevallen in het midden van een grote, afgelegen vlakte. De passagiers keken naar buiten en zagen de consucteur naast de trein lopen. Hé, mag ik er even uit, om bloemen te plukken?, vroeg één van de passagiers. Wat bedoelt u?, vroeg de conducteur. Er zijn hier geen bloemen. Ja, maar ik heb een pakje zaad bij me, zegt de man.

Een klant stapt een bankkantoor binnen en wil een kluis huren. De bankbediende vult de vereisde formulieren in en vraagt: Moet uw echtgenote ook in de kluis kunnen?. Nee, hoor, alleen dit bundeltje papieren, zegt de man.

Bernard komt midden in de nacht thuis. Weet jij wel hoe laat het is?, vraagt zijn vrouw boos. Ja,het is één uur, zegt Bernard. Eén uur?. Ben je daar wel zeker van?, vraagt zijn vrouw. Heel zeker, want ik heb zojuist de kerkklok horen slaan en ik heb het zelfs driemaal gehoord. Ik weet het dus heel zeker.

Dokter, u moet mij helpen, zegt de negentigjarige man tegen de psychiater. Ik droom steeds van vrouwen, ik zit altijd maar weer achter hen aan. Mijn beste man, als u op uw leeftijd nog achter de vrouwen aanzit, weet ik niet waarom ik u zou moeten helpen. En toch heb ik uw hulp nodig, dokter. Ik ben namelijk vergeten, waarom ik achter de vrouwen aanzit.

Victor heeft de inktpot leeggegoten in de bokaal met goudvissen. Waarom heb je dat nu gedaan?, vraagt moeder. Ik dacht dat de vissen niet konden slapen met al dat licht, dus heb ik ervoor gezorgd dat het voor hen ook nacht is.

Vader gaat met zijn dochter naar de speelgoedwinkel, waar zij een barbiepop mag kiezen voor haar verjaardag. U hebt geluk, zegt de verkoopster, alle barbiepoppen kosten deze week maar 25 euro in plaats van 45, met uitzondering van: Barbie gaat scheiden. Die kost 115 euro. Waarom kost die zoveel?, vraagt de vader. Bij die pop krijgt je nu ook het huis, de tv, de auto en de boot van Ken.

Een man bezoekt een tentoonstelling. Hij roept de directeur bij zich en vraagt: Wat is dat voor iets lelijks?. Dat is een Van Gogh, meneer. Afschuwelijk. En dat hier?. Dat is een Picasso, zeker?. Inderdaad, meneer. En dat afschuwelijk ding daar, wat is dat?. Eh, dat is een spiegel, meneer.

Adam heeft zijn les niet geleerd. Plots kijkt de onderwijzer hem aan en vraagt: Adam, waarom hebt je je les niet geleerd?, en hij begint hevig te zweten. Hij denkt even na en zegt dan: Eh, door uw vragen, meester.

Heb je het verhaal al gehoord van die Engelse die in vijftien uur van Dover naar Calais zwom en binnen tien minuten alweer terug was?. Nee, hoe kon dat?. Omdat de elastieken band van haar zwembroek aan de pier was blijven hangen.

Een jonge onderwijzer vraagt aan zijn vrouwelijke collega-kleuterjuffrouw: Annabelle, doe jij ook mee aan de pronostie, voor de uitslag van Milaan-San Remo?. Nee, dat is niets voor mij, ik ken ech niets van voetbal.

De beroemde schrijver werd geïnterviewd en zegt: Weet u, na vijftien jaar van hard werken en schrijven, was ik er absoluut van overtuigd dat ik eigenlijk geen talent had. En wat hebt u toen gedaan?, vroeg de journalist. Wilde u het schrijven opgeven?. Nee,helemaal niet, zegt de schrijver, daarvoor was ik al veel te beroemd geworden.

Als de renners langs de weide rijden, lopen de koeien altijd een tijdje met de renners mee, en weet je waarom?. Omdat ze die kennen van bij de veearts.

De meester vraagt aan de leerlingen hoe de kinderen in Lapland genoemd wordt?. Jantje steekt zijn vinger op en zegt: Vodden, meester.

Twee gekken maken een wandeling op het strand van de Haan en plots zegt de ene gek tegen de andere: Lekker windje he?. Ja, zegt de andere gek, zal ik er nog eentje laten?.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Lachen is plezant 30.

Een man zit in een restaurant een bord wijngaardslakken te eten en na een tijdje roept hij de garçon en zegt: Er zitten helemaal geen slakken in die slakkenhuisjes, merkt hij verontwaardigd op. Och, dat is niet zo erg, meneer. Heel ver kunnen ze toch niet gaan lopen zijn, zegt de garçon met een glimlach.

Twee vrienden hangen aan de toog en vraagt de ene: Hoeveel pinten kun jij eigenlijk drinken op een avond?. O, zeker twintig, zegt de andere. Wat?. Zoveel?. Ik kan nog geen tien glazen water achteroverslaan op een avond. Ik ook niet.

Janne en Hanne, die elkaar na hun studies jarenlang niet hebben gezien, komen elkaar toevallig tegen op straat. Hoe gaat het met jou?, vraagt Janne, en wat doe je tegenwoordig?. Ik verdeel de rollen in het theater, zegt Hanne. Amai, dat is waarschijnlijk niet zo makkelijk?. Het lijkt me een zware job, zegt Janne. Ach, dat valt wel mee, zegt Hanne. Op elk toilet moet er één rol hangen.

Een man stapt een café binnen en bestelt een dubbele whisky. Wat later bestelt hij er nog één. Daarna drinkt hij nog enkele glazen bier en hij besluit met een rondje voor de hele zaak. Terwijl iedereen het glas heft op de gulle schenker, stoot die de cafébaas aan en zegt: Eigenlijk zou ik dat niet mogen doen vanwege mijn gebrek. Hoezo, vraagt de cafébaas?. Welk gebrek heeft u dan?. Geldgebrek.

Ik las vandaag in de krant dat mannen elke dag 25.000 woorden zeggen en vrouwen 30.000, zegt Luk. Het ergste is dat ik, als ik 's avonds thuiskom, mijn 25.000 woorden al gezegt heb en mijn vrouw nog aan haar 30.000 moet beginnen.

Een mooie jonge vrouw stapt uit het bad van haar hotelkamer. Ze wil juist een handdoek nemen, als ze de glazenwasser voor het venster bezig ziet. Die blijft naar haar aantrekkelijke figuur kijken en zij blijft hem onbeweeglijk aankijken. Waarom staart u mij zo aan, juffrouw?, vraagt de man en zegt: Nog nooit een glazenwasser gezien?.

Mevrouw had zopas haar rijbewijs behaald en ze besloot een ritje te maken. Enkele straten verder reed zij een man omver. De ziekenwagen en de politie werden erbij geroepen. Och, dat mij nu zoiets moet overkomen, zei ze. Met wat ik van auterijden weet, zou ik een heel boek kunnen vullen. Ja, zei de agent en met wat u niet weet, weten wij het.

Een man probeert een stilstaande vrachtwagen vooruit te duwen, op de openbare weg. Een andere chauffeur stopt en vraagt: Waarom probeer jij je vrachtwagen vooruit te duwen?. Die is toch veel te zwaar?. Ik moet wel, zegt de man. Ik heb motorpech en de wet zegt dat de wagen dertig meter achter de gevarendriehoek moet staan.

Het is niet eerlijk, zegt Jef. De luciferfabriek heeft me ontslagen. Werkte je niet genoeg?, vraagt George. Toch wel. En ik ging altijd zeer grondig te werk. Ik probeerde zelfs elke lucifer uit, voor ik hem in het doosje stak.

De chirurg vraagt aan de verpleegster: Hoe gaat het met de patiënten, bij wie we een hart hebben ingeplant?. Goed, dokter, hij heeft al tweemaal gevraagt of ik met hem wil trouwen. Goed, zijn hart is in orde. Nu zijn hersenen nog.

Tijdens het concert zit de pianist met zijn rug naar het publiek te spelen. Is dat Chopin?, vraagt een dame in het publiek aan de vrouw die naast haar zit. Ik denk het niet, zegt ze. Laten we even wachten tot hij zich omdraait.

Simon, hoe worden brandweermannen ook wel eens genoemd?, vraagt de onderwijzer. Spuitgasten, meester. Juist. En wat gebruiken ze om de brand te blussen?. Spuitwater, meester.

Een bok passeert langs een filmstudio in Hollywood, vindt er een filmrol en begint die met smaak op te eten. Terwijl hij daarmee bezig is, komt er een geit voorbij die hem vraagt: En, hoe is de film?. Eerlijk gezegd vond ik het boek beter, zei de bok.

Wat is er mis met je hond?, vraagt Fons. Oh, niets, hij is alleen maar een beetje lui, zegt Paul. Zit hij daarom zo te janken?. Nee, maar hij zit op een cactus en hij is te lui om eraf te komen en weg te lopen.

Schat,er is echt iets mis met je motor. Volgens mij zit er water in de carburator, zegt zijn vrouw. Water in de carburator?. Hoe kan dat nu?, zegt Karel. Maar het is echt, hoor. Er zit water in de carburator, zegt zij. Jij weet niet eens wat een carburator is. Ik zal wel even kijken. Waar is mijn motor?, vraagt hij. In de vijver, zegt zij.

Ik ga nooit naar de kerk, zei de miljonair tegen de pastoor, die op bezoek kwam. Dat hebt u toch al wel opgemerkt?. Zeker, ik heb dat inderdaad al opgemerkt, zegt de pastoor ernstig. De reden waarom ik nooit een kerk binnenstapt, is dat er daar zoveel huichelaars zitten, zei de miljonair. Och, laat u niet weerhouden,zei de pastoor glimlachend, er is altijd nog wel plaats voor een man meer.

De klant in de winkel keek achterdochtig naar de mand met eieren. Zijn die vers?, vroeg ze. Vers, mevrouw?, riep de winkelier verontwaardigd uit. De kippen zouden die eieren nog niet eens gelegd hebben voor morgen, als ik niet per ongeluk een blaadje te veel afgetrokken had van De Druivelaar die in het kippenhok hangt.

Een man stopt met zijn auto aan een pompstation en vraagt: Kunt u mij zeggen hoeveel één druppel benzine kost?. Helemaal niets, zou ik zeggen, zegt de pompbediende. Goed, druppel de tank dan maar vol.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Lachen is plezant 29.

Drie matrozen staan op de kade te praten. Mijn kapitein heeft een auto nodig, om op het dek de bevelen uit te delen, zegt de eerste matroos. Dat is nog niks, zegt de tweede matroos: Mijn kapitein heeft een straaljager nodig, om over bevelen uit te voeren. Onze kok heeft een grote soepketel, zegt de derde matroos. Hij moet met een duikboot kijken of de balletjes gaar zijn.

Thijs heeft een nieuwe broek gekocht, maar de pijpen zijn te lang en omdat zijn vrouw geen tijd heeft om ze in te korten, besluit hij dat zelf te doen. Hij neemt een andere broek, meet de lengte af van zijn nieuwe broek, snijdt de pijpen nauwkeurig af en speldt de zoon in. Hij is net klaar met de naaimachine, als zijn vrouw in de deuropening verschijnt. Waarom ligt die broek op ons bed?, vraagt ze. Ik heb ze gebruikt om de lengte van de pijpen van mijn nieuwe broek te meten. Dat is wel één van mijn broeken, schat.

Een Amerikaan is op bezoek in ons land en zegt 's avonds in de bar van het hotel tegen een andere hotelgast: Ik ben geboren op de vijfde van de vijfde maand in het jaar 1955. Dat was bovendien op de vijfde verdieping vab een appartement met huisnummer vijf bus vijf. Ik ben op de vijfd getrouwd en vader van vijf kinderen. Daarom heb ik afgelopen zondag vijf euro gewed op een paard met nummer vijf. En, heeft het paard gewonnen?. Nee, het eindigde als vijfde.

Fred treft op zijn stamcafé een oude, verzuurde en ontevreden uitziende man aan. Mag ik u een biertje aanbieden?, vraagt hij. Ik drink geen bier, bromt de man, ik heb dat ooit één keer gedronken. Afschuwelijk. Een glas wijn dan?. Ik drink geen wijn. Ik heb dat ooit één keer gedronken. Afschuwelijk. Hebt u misschien zin om een partijtje biljart te spelen?. Ik biljart niet. Ik heb één keer biljart gespeeld. Afschuwelijk. Maar mijn zoon komt straks. Die biljart wel. Hm, zegt Fred, ook maar één zoon zeker?.

Ik heb me gisterenavond doodgeërgerd, zegt de jonge dichter. Tijdens het liefdadigheidsfeest in de stedelijke sporthal heb ik enkele van mijn gedichten voorgelezen, maar iedereen zat te geeuwen. Niemand heeft geluisterd. Dan vergist u zich toch echt. Als ze niet hadden geluisterd, zouden ze ook niet hebben gegeeuwd, zegt zijn vriend.

Dag meneer, waarmee kan ik u van dienst zijn?. Ik ben op zoek naar een sprekende vogel. Het spijt me, maar alle beo's en papegaaien zijn uitverkocht. Ik kan u wel deze specht aanbevelen. Kan die dan praten?. Dat niet, maar hij beheerst wel het morsalfabet als geen ander.

Wat is het verschil tussen een man en een kameel?, vraagt de meester aan de leerlingen. Jan moet even denken en zegt dan: Een kameel kan tien dagen werken zonder te drinken. Een man kan tien dagen drinken zonder te werken.

Waarom zet je de stoelen zo ver uit mekaar?, vraagt de hoofdkelner aan de jongste ober. Wel, straks komen er enkele leden van de visvereniging eten en die moeten toch voldoende plaats hebben om de grootte van hun vangst met hun armen te kunnen aantonen.

Mijn papa is gisteren van een tien meter hoge ladder gevallen, zegt Mia opgewonden aan haar klasgenootjes. Oei, en ligt hij nu in het ziekenhuis?, vraagt één van hen. Nee, hij is maar van de eerste sport gevallen.

Bart gaat op restaurant eten en bestelt een portie slakken. Tot zijn grote verbazing krijgt hij een bord met lege slakkenhuisjes voorgeschoteld. Ober, er zitten geen slakken in, reageert Bart boos. Geen paniek, meneer, zegt de ober. Ver kunnen ze niet zijn.

Vertel me eens welke spieren in werking treden als ik met u zou boksen, vraagt de professor aan de student die geneeskunde studeert. Mijn lachtspieren, professor.

Ga nu eens achter dit apparaat staat, zodat ik door uw lichaam kan kijken. Wat ziet u, dokter?. Uw lever deugt niet, er zit een kronkel in uw darmen en uw maag is te klein. Hemeltje lief. Is er nog iets?. Ja, uw horloge loopt vijf minuten achter.

Hoe komt het dat ik 's morgens tweemaal zoveel tijd nodig heb om me te scheren?, vraagt Rik aan Koen. Dat komt omdat ik 's morgens niet zo'n lang gezich trek als jij.

Opa laat Bert de vele onderscheidingen zien, die hij na de oorlog kreeg. En waarom heb je die gekregen, opa?, vtaagt Bert. Wel, omdat ik zo goed gevochten heb, legt opa uit. Dat vind ik niet eerlijk, zegt Bert. Als ik gevochten heb, krijg ik van mama straf.

Bernard wordt door een fietser omvergerederen. De fietser helpt hem opstaan en zegt: U hebt geluk dat ik vandaag een vrije dag heb. Hoe bedoelt u?, vraagt Bernard verwonderd. Ik ben buschauffeur.

En hoeveel vraagt u voor het plaatsen van een rouwbericht, in uw krant. 1,50 euro per centimeter. Zoveel?. Mijn broer was maar één meter vijfennegentig.

Zijn wij giftig?, vraagt de ene slang. Nee, waarom?, vraagt de andere slang. Omdat ik op mijn tong gebeten heb.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Mijn teksten

↑ Terug naar de berichten