Naar de inhoud

Mijn teksten

Van harte welkom !!
akke.beakke.be

Archief

Uit mijne duim gezogen - 2.

Ja mannekes, ik ben deze morgen opgestaan met ne dikke bult op mijn kletskop hoor, van een rode roos die van mijn behangpapier naar beneden gevallen was.

's Avonds voor ik in mijn warme nest spring zet ik altijd eerst ne valhelm of ne versleten soepkom op mijne kop bind ik me altijd vast met ne veiligheidsgordel, om uit mijne warme nest niet te vallen.

Ik was dat blijkbaar vergeten zeker, want de dag van vandaag moet ge op alles letten hé.

Opeens hoorde ik een vreselijk lawaai van uit mijn badkamer komen, maar ik west niet was het was.

Potverdikke zeg, mijn dolfijnen die op mijn badhanddoek, staan waren toch wel in mijn bad aan 't spelen zeker. En diene éne dolfijn was bezig met de andere dolfijn zijne rug te wassen.

- Zeg mannekes, wat zijn jullie aan het doen?.

- Ja flipper de flip, we zijn mekaar aan 't wassen, want als wij op diene badhanddoek staan, kunnen wij ons ook niet wassen hé.

- Ja maar, ge kunt mij dat eerst ne keer vragen hé, nu moet ik wachten voor mij een bad te nemen.

- Zeg mannekes, als ge gedaan heb mee te spelen, roep mij dan ne keer hé.

- Ja maar flipper de flip, wat gaat gij nu doen?.

- Ik ga ondertussen ne keer in de woonplaats gaan kijken, om te zien of daar alles in orde is.

 Na twee uur kon ik me eindelijk een warm bad nemen, maar buiten begonnen de temperaturen te stijgen, zodat ze in mijn bad ook begonnen te stijgen en ik was dan ook verplicht om mee te stijgen.

 Potverdikke zeg, mijn living stond toch wel onder water zeker. Ik moet u wel zeggen dat er aan de muur ne kader hangt met ne boot erop, van in de tijd dat Colombus een reis naar Amerika maakte. Waarschijnlijk heeft het vannacht gestormd en als het stormt op zee, dan zijn daar ook van die hoge golven bij hé.

Ik heb direct met mijne GSM naar de brandweer gebeld, en hun gezegd dat ze zo rap mogelijk moeten komen, want dat mijn living onder water staat. Anders moet ik gans de straat bijeen roepen, om mij te komen helpen hé.

Want naar het schijnt moet ge daarvoor een waterbrevet voor hebben, om al dat water weg te pompen. Tegen de middag was al dat water weggepomt, en ook de boot lag aan de ketting. Buiten op klein koerke staan twee emmer die de brandweer heeft gevuld, en al die vogel die hier overvlogen, hebben éne emmer volledig leeggedronken. Ze wisten toch dat het gratis en voor niks was, want ‘t was de eerste keer niet hoor.

 Potverdikke zeg, die twaalf apostellen zaten daar toch wel te kaarten zeker.

Ja mannekes, ik moet u wel zeggen dat in mijn woonplaats ne kader aan de muur hangt, met ne foto van de twaalf apostellen. Soms zitten ze naar de tv te kijken of spelen ze spelleks, en af en toe gaan ze ne keer naar het speelplein, om te voetballen.

Jezus was de grote baas en Judas moest zwijgen, want Jezus had op ne avond al zijn apostellen bijeengeroepen, voor een zeer belangrijk bespreking. Al de apostellen waren dan ook op de afspraak, uitgenomen Judas. Jezus had gezegt:

En nu gaan we gans de wereld verbazen, door over het water te lopen, maar ik zal u zeggen waar al die paalkes staan. Ze liepen allemaal over het water, en Judas viel in het water, waarop Jezus zegt tegen Judas:

Dat komt er van hé, van niet naar de vergadering te komen, anders zou je ook geweten hebben waar al die paalkes stonden.

 Af en toe lopen die mannen hier wat rond, want dag en nacht aan die lange tafel te moeten zitten, is ook wreed vermoeiend en krijgt ge daar vermoeide benen van hé.

Elke zondag gaan die naar de mis en Judas die niet gedoopd is en ook christen was, moet thuis blijven, om die tafel op te blinken met boenwas. Als de mis gedaan is, dan gaan ze nog een voetbalmatch spelen tegen nonnen van de lichte zeden. Als de match gedaan was kwamen die terug naar huis en vielen ze op diene foto in ne diepe slaap en ze slapen nu nog altijd.

 Ondertussen waren die twee blinde vinken uit de frigo gekropen en waren ze bezig met de tango aan het dansen, op muziek van Chopin. Tijdens hun tango-dans zijn ze per ongeluk op mekaar gebotst, want ze hadden alle twee gene bril op.

Om nog maar te zwijgen van mijn twee bruine katten, die daar stonden te lachen, want die hadden dat nog nooit niet gezien, maar ik ook niet hoor. In feite heb ik 17 katten katten hoor, maar 15 daarvan zijn voor onbepaalde tijd op verlof gestuurd. Verleden jaar zijn ook al paar katten naar Mekka vertrokken, maar zijn van armoe moeten terugkeren, want al hun geld was op.

 Ik ga nu moeten stoppen hoor, want Jezus deed daarnet een teken naar mij, dat hij en zijn apostellen zouden willen slapen.

Ik peis dat ik ook ne keer gaan doen, om mij te voorbereiden op mijn volgend dierenverhaaltje.

 PS: ’t Is maar om u te zeggen dat een verhaal die uit de duim gezogen is, ook plezant kan zijn hoor.

 Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Lachen is plezant 1.

Koning Albert komt in Nieuwpoort en hij staat bij het standbeeld van zijn grootvader, die op zijn paard zit. Terwijl Koning Albert naar het standbeeld aan het kijken is, begon hij even te dromen. Als hij aan het dromen was, hoorde hij plots een stem die zei: Ik heb een nieuw paard nodig. Koning Albert schrikt even en hij denkt dat hij aan droomt. Maar hij hoort opnieuw de stem: Albert, breng mij onmiddelijk een nieuw paard. De Koning rijdt zo rap hij kon naar Brussel en vertelt zijn verhaal aan Guy Verhofdtadt. Guy Verhofstadt gelooft daar geen woord van en samen rijden ze naar Nieuwpoort, bij het standbeeld. Als ze bij het standbeeld komen, hoorden ze opnieuw de stem die zegt: Albert, breng me een nieuw paard. Koning Albert vraagt aan Verhofstadt om naar Brussel te rijden en een nieuw paard mee te brengen. Verhofstadt rijdt vliegensvlug naar Brussel en een uur later komt hij daar aan, maar inplaats van een paard had hij een ezel bij. Koning werd nu heel kwaad en zegt: Je moet beter leren luisteren, ik vroeg een nieuw paard, geen ezel.

 Stel je eens voor: Je zit in een diepe put op een klein eiland en in de put heb je enkel een bak bier. Op dat eiland is er enkel een ezel en verder niets. Iets verder in de zee is er een ander eiland en daar staat een cola-automaat. Nu komt het probleem: Je hebt ontzettend veel zin in een lekker cola, maar hoe geraak je erbij?. De oplossing is heel simpel: Je drinkt pinten tot je ladderzat bent, dan neem je die ladder en klim je uit de put. Vervolgens geef je die ezel een schop in zijn gat tot hij begint te balken, dan neem je die balken en geraak je tot het ander eiland. Nu ontdekt je dat je geen geld op zak hebt, dus begin je te denken hoe je het probleem kunt oplossen en dan valt plotseling je frank. Je neemt die frank en stopt hem in het cola-automaat en het probleem is opgelost....Santé.

 Prins Laurent gaat naar een autosalon en hij koopt hem daar een nieuwe wagen. Als hij thuiskomt zegt hij tegen Phillipe: Ik heb mij een nieuwe auto gekocht, 4x4. Waarop Phillipe zegt: Gij piepo, uw garage is maar 2 op 3 meter.

 Mathilde en Philip gaan naar een dierenpark, Mathilde ziet een giraffe en vraagt aan Plilip: Wat voor een beest is dat?, en Philip zegt: Dat is een dangaroe. Wat later ziet Mathilde een leeuw en ze vraagt weer: Wat voor een beest is dat?, en Philip zegt: Oh, dat is een dangaroe. Weer wat later ziet Mathilde olifant en weer vraagt ze aan Philip: Wat voor een beest is dat?, en zegt: O, dat is een dangaroe. Dat is knap van u, maar hoe weet je dat allemaal?. Nou, zegt Philip, toen we hier binnenkwamen zag ik een bord waarop stond: All animals are dangeroes.

 Een man zit gezellig aan de ontbijttafel te eten en plots wordt er gebeld. De man eet verder, terwijl zijn vrouw naar de telefoon loopt en zegt: Met wie spreek ik?, en een paardenstem Zegt: U spreekt met zijn paard, 't is om te zeggen dat ik zondag niet kan lopen, want tijdens het eten van mijn haver, ben ik van mijn stoel gevallen.

 Een dikke beer, een vos en een konijn moeten naar het leger gaan, maar ze hadden alle drie geen zin om te gaan. Het konijn is eerst aan de beurt en zegt: Wat moet ik nu doen?, en de vos zegt: We snijden gewoon je oren af, dan gaan ze u wel afkeuren. Zo gezegd, zo gedaan. Wat later komt het konijn terug en zegt: Joepi, ik ben afdekeurd. Nu is het de beurt aan de vos en ook hij: Wat moet ik doen?. Weet je wat, zegt het konijn: We kappen je staart af. Zo gezegd, zo gedaan. Een kwartiertje later komt de vos terug en zegt: Joepi, ik ben ook afgekrurd. Nu is de dikke beer aan de beurt, en ook hij: Wat moet ik doen?. De vos, die een idee heeft zegt: We gaan al je tanden eruit slaan, ze zullen u dan ook wel afkeuren. Zo gezgd, zo gedaan. Wat later komt de beer terug en zegt: Joepi, ik ben ook afgekeurd, ik was te dik.

 Vader kameel en zoon kameel hebben een gesprek. Pa, waarom hebben wij zo lange poten?. Dat is voor in de woestijn, anders zakken wij door het zand. Tien minuten later. Pa, waarom hebben wij twee bulten op onze rug?. Deze twee bulten zijn ook voor in de woestijn. Deze dienen voor de mensen, anders vallen er van onze rug. Weer tien minuten later. Pa, waarom hebben wij zo lange wimpers?. Die zijn ook voor in de woestijn, om het zand tegen te houden, anders zien wij niet meer waar we lopen. Een uurtje later. Pa, waarom is dat nodig?, wij staan toch in Planckendael?.

 Twee mannen komen elkaar tegen, in de woestijn. De boer draagt een telefooncel op zijn rug, en de ander een telefoonpaal. En de tweede boer vraagt: Waarom draagt jij een telefooncel op je rug?. Als er leeuwen komen, gooi ik die weg en dan kan ik harder lopen.

 De olifanten voetbalden tegen de andere dieren en de olifanten stonden op flink op winst toen de rust aan brak. Na de rust kwamen de andere dieren weer het veld op met een duizendpoot en die ging me er toch even tegenaan zodat de eindstand 28-8 was voor de andere dieren. Vragen de toeschouwers aan de duizendpoot, die luide wordt toegejuicht, maar waarom kwam je pas na de rust?. Nou zegt die, ik was net klaar mijn voetbalschoenen aan te trekken.

 Er lopen drie konijnen in het bos. Een Belgisch konijn, een Duits konijn en een Nederlands konijn. Opeens komen ze alle drie met een poot in een strop met prikkeldraad vast te zitten, en ze komen er niet meer uit. Dan zegt het Nederlands konijn: Ik knabbel mijn poot eraf, want ik kan met drie pootjes ook wel lopen en het Duitse konijn zegt: Ik doe hetzelfde ik knabbel ook mijn poot eraf, want ik kan ook met drie pootjes lopen. Het Nederlandse konijn en het Duitse lopen weer het bos in, maar het Belgisch konijn blijft achter. Dan zegt het Nederlands konijn tegen het Duits konijn: Zullen we maar even gaan kijken op de plaats waar het strop zat, misschien zit ie nog wel vast. Dus, ze lopen weer naar de plaats waar ze vast zaten, en ja hoor, het Belgisch konijn zit nog steeds vast, en dan zegt het Belgisch konijn: Ik snap er niks van, want ik heb al drie poten afgeknabbeld en ik zit nog steeds vast.

Een bezorgde moeder zegt tegen haar vriendin: Ik ben bang dat ik mijn zoontje te streng heb opgevoed. Hoezo?. Gisteren raakte ik hem kwijt in een warenhuis, en toen het personeel hem vond en vroeg hoe hij heette, herhaalde hij steeds: Pietje, laat dat. Pietje, laat dat.

Hans, eet je brood op, want dan wordt je groot en sterk, zegt moeder. En waarom moet ik groot en sterk worden?. Om behoorlijk je brood te verdienen, zegt moeder. Maar ik lust geen brood, mama.

Mijn zus is een geluksvogel, zegt Dirk aan zijn vriendje. Ze was uitgenodigd voor een feestje, waar jongens en meisjes met een reep chocolade of een kus moesten begroeten. En toen?, wilde zijn vriend weten. Ze kwam met twaalf repen chocola thuis.

Gisteren nog dacht ik dat mijn vrouw doodsbang was, bij de gedachten dat een dief haar kleren zou stelen. En heeft u een verzekering afgesloten?. Nee, mijn vrouw heeft iets beters bedacht. Ze heeft een sterke man in dienst genomen, die in de kleerkast zit en op haar kleren past.

Een boer heeft geldzorgen en zegt tegen zijn vrouw: Kon jij teminste maar eieren leggen, dan konden we de kippen verkopen. Waarop de boerin zegt: En als jij je plicht als echtgenoot deed, konden we zelfs de knecht ontslaan.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Vermoeide benen - 2.

Ik heb u een paar dagen geleden een verhaaltje vertelt over mijn twee vermoeide benen hé. Awel, ik moet u zeggen dat ze al veel beter zijn, want ze hebben van mij wat langer mogen slapen. Deze morgen toen ik in de keuken kwam, waren mijn twee al aan 't eten en toen ze mij zagen afkomen zeiden ze:

- Awel flipper de flip, zijt ge ook al wakker en wat komt gij hier doen?.

- Zeg loebassen, ge moet azo van uwe tak niet maken, want ik woon hier en ik ben hier dan ook de baas zulle.

- En kunde gulder niet wachten tot wanneer ik wakker ben, om aan 't tafel te komen?.

- Ja maar flipper de flip, ge moet u daarom zo niet kwaad maken hoor.

- Wij konden dat toch niet weten, dat gij een uurke langer in uwe nest ging
blijven liggen hé.

- Alé, 't is al goed, maar de volgende keer moet ge mij dat wel vragen hé, dan moet ik me zo ongerust niet maken.

Amai zeg, dat heb ik nog nooit niet meegemaakt hoor, uw eigen benen die baas spelen over mij en dan nog in mijn eigen huis.

Ja mannekes, tegenwoordig heb we  ik hier niet veel meer te zeggen hoor, want ze spelen nu al de baas over mij. Had ik dat geweten, ik ging anders mijne huisdoktoor naar hier niet laten, om die twee  vermoeide benen te laten onderzoeken.

Awel mannekes, ik heb mee een ferm colére gezegd dat ik  ze in 't vervolg niet meer ga helpen, want tenslotte van rekening zijn ze oud genoeg om op hun eigen benenen te staan hé, mijn benen.

PS: 'k ga er mee stoppen hoor, want  mijn twee benen  luisteren mee.

Groetjes van flipper de fllip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

In de put.

Ja mannekes, nog zo 'n thema om er even bij stil te staan en over na te denken, want zonder dat ge het weet zit ge misschien zelf in ne put. En dan vraagt ge u af, hoe geraak ik in Godsnaam weer uit diene put?. Ja mannekes, ik hoor het u al zeggen van:

Ge moet maar zien dat ge in géne put terecht komt hé. En toch kunnen we daar soms zelf ni veel aan doen, en worden door omstandigheden ingedropt zonder het zelf te weten of te beseffen.

Nee nee, 't is niet omdat ik in de put zit hoor, want als hij echt in ne put zit, dan kruipt hij er toch altijd weer uit. Alhoewel dat ik ook al meer dan éne keer in de put gezeten heeft, en ook meer dan éne keer in ne put gevallen is. In ne put vallen is zo erg niet, ge kruipt er weer uit, maar echt in de put zitten, dat is al heel wat anders hoor.

Maar met veel geduld en een beetje hulp van buitenaf, ben ik er toch uitgeraakt.

En dat heeft mij tot nadenken gezet, omdat ik hier dagelijks mails binnen krijg van mensen die echt in de put zitten. In feite verdienen we dat niet, om echt in de put te zitten.

Daarom ga ik mijn verhaaltje beginnen met een gedichtje die erbij past, denk ik.

Ik wou dat ik het voor het zeggen had,

en dat ik mijn eigen leven zelf kon bepalen.
Dat ik mijn eigen beslissingen kon nemen,

maar helaas, dat gaat maar alleen in mijn eigen dromen,

en helaas niet in werkelijkheid.

Als ik voor het zeggen had,

zag mijn leven er heel anders uit.
Dan was ik een vrolijk mens,

een mens dat geen pijn en verdriet kent.
Een mens dat alleen zonneschijn en rozenkleur kent,

maar helaas, ook dat gebeurt maar alleen in mijn dromen.

Waarom loopt alles zo troef,

en waarom beland ik steeds in de put?.
Tot nu toe heb ik steeds een slappe trap gevonden,

een trap die heel erg onstabiel was.
En ik beklom steeds die trap om uit de put te komen,

en mijn familie en vrienden hebben mij daarbij geholpen,

totdat er opeens weer een trede brak en weer in de put viel.

- Ik zie mezelf liggen in diene put.

- Ik zie mezelf weer opstaan uit diene put.

- Ik zie mezelf naar boven kijken, vanuit diene put.
- Ik zie mezelf denken, over hoe het is geweest in diene put.

En ik denk zo bij mijn eigen:

Moet ik weer helemaal terug naar boven?.
Ik hoor mijn vrienden roepen,

dat ik naar boven moet komen.
Ik hoor mijn vrienden roepen,

dat ze me willen helpen, maar ze willen me wel helpen.

Allé, dat zeggen ze toch.

Maar de vraag is:

Gaan ze me ook helpen?.
Vrienden die zeggen dat ze je willen helpen zijn goed,

maar de vrienden die je ook echt helpen, zijn fantastisch.

Dus, ik denk dat het beter is om die slappe onstabiele trap te beklimmen.


Als ik dat zelf niet doe, dan blijf ik eeuwig in de put,

en dat wil ik niet.
Ik wil het licht weer zien,

ik wil het nut van het leven weer inzien.

Als ik de uitdaging met diene slappe onstabiele trap niet aanga,

dan zal ik eeuwig in de put blijven.
En dan zal mijn leven er donker, grauw en koud uitzien,

terwijl ik meer van het licht, zonneschijn en warmte houd.

Dus, ik heb twee keuzes:

Ofwel blijf ik in de put zitten,

ofwel ik beklim diene slappe onstabiele trap.

Ik kies voor de tweede keuze,

en ik probeer gewoon nog éne keer diene onstabiele trap te beklimmen,

met in de hoop dat ik weer het licht, zonneschijn en warmte vind.

PS: 't Is maar om u te zeggen, als ge in de put zit, zoek naar diene slappe onstabiele trap en beklim hem tot boven, zodat u weer het licht, zonneschijn en warmte vind.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Vermoeide benen - 1.

 Toen ik deze morgen wilde opstaan uit mijn warme nest, werd ik het al gewaar dat er iets niet in orde was. En als er iets niet in orde is, dan weet ge ook niet wat er eigenlijk scheeld hé.

Ik dacht eerst dat ik nog moe was van gisteren, maar dat was het niet hoor, want als ge echt moe zijt, dan kunt ge ook gene pap meer zeggen hé.

Nee, 't waren gewoon mijn twee benen die niet mee wilden, waarschijnlijk waren die nog niet uitgerust ofwel hadden ze te weinig geslapen. Nog een geluk dat mijne GSM op mijn nachtkastje lag, zodat ik direct naar mijne huisdoktoor kon bellen, om hem te vragen of hij wilde komen.

- Halo, is dat met de doktoor?.

- Ja, en met wie spreek ik?.

- 't Is hier flipper de flip, om u te vragen of ge ne keer naar hier zou willen komen, wat ik peis dat mijn twee benen ziek zijn.

- Ja, binnen een uurke ben ik daar, want 'k heb in mijn wachtkamer nog twee zieken mensen zitten en die zijn ook ziek hoor.

Ik had ondertussen al ne keer geprobeerd van op mijn benen te staan, maar die vielen altijd maar flauw hoor. Dus, was ik dan wel verplicht om te wachten hé, en plots werd er aan mijn deur gebeld.

Ik had vriendelijk gevraagd aan mijne trouwe en opgeleide hond of hij de deur wilde opendoen, dat het de doktoor was. Toen de doktoor binnen was, heeft hij direkt mijn twee benen onderzocht en hij zei tegen mij dat ik foto's moest laten nemen van mijn twee benen.

Ik vroeg aan de doktoor of dat gekleurde of zwart wit foto's moesten zijn?, want op gekleurde foto's zie je ook veel beter hé, omdat die in kleur zijn. En zwart wit foto's geven maar alleen zwart af, die zijn dan ook veel donkerder hé.

Awel mannekes, weet ge waarom ze bij die foto's geen kleuren gebruiken?.

Anders moeten ze nog die kleuren maken, en ze hebben daar gewoon gene tijd voor he.

De doktoor had ondertussen al ne keer gebeld en gevraagt om een ziekenwagen te sturen, want mijn twee benen weren doodmoe en ik kon biet gaan.

Ja mannekes, als ge geen benen hebt om op te staan, dan kunt ge daar ook niet op staan.

Allé, de foto's waren genomen en mijn twee vermoeide benen mochten naar huis, maar ik moest ze wel alle dagen hun medicamenten geven. Ze moesten ook nog veel rusten er zeker geen bezoek hebben hoor. Dat rusten was geen probleem hoor, maar wel dat bezoek.

Want ’t waren tenslotte toch mijn benen, want ik moest die zo rap moegelijk weer hebben en nog in goeie staat ook. Maar allé, ze zijn dan toch weer goed gekomen hoor, en ik moet u zeggen dat ze nog beter zijn dan voorheen.

Als ik nu een wandeling ga maken, lopen die soms hun eigen voorbij. En als ik met de fiets gaan rijden, dan moet ik nu nog meer remmen dan anders.

PS: ’t Is maar om u te zeggen, dat ge in feite niets mag mankeren hé.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Lachen is plezant 2.

Kamiel en zijn vrouw Gusta waren twee ouwe mensen en op een mooie zomerse dag reden ze met hun autooke naar Antwerpen. Kamiel reed en Gusta zat naast Kamiel, maar Gusta was er niet gerust in, want Kamiel zag niet al te goed meer, want zijn ogen waren ook niet meer van de jongsten. Gusta zat altijd te zeggen dat hij op de weg moest letten en niet te rap mocht rijden, want anders gingen ze veel te vroeg in Antwerpen zijn. Dus Kamiel reed de gansen tijd aan 60 per uur en wanneer ze door de tunnel reden zag Gusta, die wel nog goed zag, de rijkswacht staan zwaaien met hun handen. En Gusta die wreed in paniek zei tegen hare man: Zie je wel, ge hebt veel te rap gereden. Toen de rijkswacht hun deed stoppen en teken deed naar Kamiel om het raampje open te draaien zei éne van die rijkswachters: Proficiat meneer, ge zijt de duizenste reizeger die hie door de tunnel rijd en daarom krijgt ge van ons duizend frank als beloning. Kamiel nam de duizend frank met fierheid aan en de rijkswacht die hem die duizend frank gegeven had vroeg aan Kamiel wat hij er ging mee doen en weet wat Kamiel zei: Ik ga eerst mijn rijbewijs halen, want ik heb er nog geen.

Dat was een daguitstap naar Antwerpen van Kamiel en zijn vrouw Gusta.

 Frans had op zijn boerderij veel kiekens lopen, maar daar liep maar éne haan rond. En ge weet hoe dat da gaat hé, al die kiekens en maar éne haan, daar moest er ruzie van komen hé. En ’t was nog nen ouwe haan ook. ’s Avonds als het werk gedaan was op de boerderij en tijdens het avondmaal zei hij tegen zijn vrouw die Margriet heette: Morgen ga ik naar de markt achter nen nieuwe jonge haan, wat éne haan is weinig en hij is te oud ook. Zijn vrouw vond het een goed idee, en ’s anderdaags ging de boer naar de markt en kocht hij daar nen jonge haan. Dus de boer ging met zijn nieuwe jonge haan terug naar zijn boerderij, maar al zijn kiekens en diene éne haan stonden de boer op te wachten, want ze hadden alles gehoord. Toen de boer op zijn boerderij kwam en diene jonge haan liet lopen, zei die oude haan tegen diene jonge haan: Ik ben hier nog altijd de baas en al die kiekens zijn van mij. Na twee dagen ruzie zei die oude haan tegen diene jonge haan: We gaan een loopwetstrijd houden en degene die wint mag krijgt al de kiekens. Zo gezegd, zo gedaan en ze beginnen rondjes te lopen rond de boerderij. De boer stond aan het venster te kijken en hij zag de jonge haan lopen, maar zijn oude haan zag hij niet. Enkele ogenblikken later ziet hij zijne oude haan lopen, en weet ge wat diene boer zei: Potverdikke, ’t is weer ne homo.

Zo zie je maar, altijd eerst goed uitkijken voor ge iets koopt hé, zeker als het om pluimvee of andere levende dieren gaat.

 Een Belgische boer was op zijn land aan ’t werken, en ineens komt er daar nen Hollander aangelopen. Die Hollander ging naar diene Belgische boer en vraagt hem: Meneer, zou ik even over uw land mogen lopen, want ik moet mijne trein van tien uur halen. Ja, dat mag, maar je moet wel oppassen dat diene stier achter u niet aanloopt, anders kunt ge nog nen trein vroeger nemen. Dat was dan een kort verhaalke van nen Hollander die zijne trein van tien uur moest hebben, maar misschien nen trein kon nemen. Ik heb niets meer van diene Hollander gehoord hoor.

 Een reiziger ging met zijn kameel door de woestijn, maar het was snikheet. Dus liet hij zijn kameel zoveel mogelijk water drinken en hijzelf vulde een paar bedons. Maar na een tijd raakte hij zonder drinken en was hij de uitputting nabij. Maar in de verte zag hij een kraamke staan enhij zei: Hier ga ik wat water krijgen om te drinken, want ik heb een droge keel en ik ben ook uitgeput. Dus vroeg hij aan diene Arabier water, en weet ge wat diene Arabier zei: Water heb ik niet, ik verkoop alleen maar stropdassen, maar ginder verder is er nog een kraamke, misschien hebben ze daar water. Van uitputting strompelde hij verder, en na een paar kilometer in de brandende zon te hebben gelopen kwam hij weer aan een kraamke. Ook daar kreeg hij hetzelfde antwoord: Water heb ik niet, ik verkoop alleen maar stropdassen. Dus diene reiziger moest weer met een uitgedroogde keel verder gaan, en al strompeld kwam hij weer aan een kraamke. Maar weer hetzelfde liedje van: Water heb ik niet, ik verkoop alleen maar stropdassen. En weer moest de eenzame reiziger verder gaan, want ondertussen was ook zijne kameel van uitdroging gestorven. Maar toch gaf de moedige reiziger het niet op en ging verder met de gedachten om hier of daar toch eens aan water te kunnen geraken om zijn droge keel een beetje nat te kunnen maken. Dus kroop hij weer verder, want gaan of lopen kon hij ook niet meer. De schroeiende hitte had ook zijn botten beenderen aangetast, maar op een gegeven moment zag hij daar een klein vervallen cafeetje staan. Nu dacht onze eenzame reiziger dat hij eindelijk verlost was van de uitdroging en dat hij daar in dat klein vervallen cafeetje water kon krijgen. Dus ging hij naar binnen en vroeg of hij water kon krijgen. En weet ge wat diene oude cafeebaas hem zei: Meneer, heb je niet gezien wat er op dat bord staat te lezen die boven dat cafeetje hangt. Daar staan op: Niet toegelaten zonder stropdassen.

Ja mannekes, ik geef aan iedereen de raad mee van een stropdas te dragen, als hij van plan is om ook een wandeling te maken door de woestijn.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit mijne duim gezogen - 1.

 Ja mannekes, ‘k ga hier nog ne keer wreed goed aan mijne dikke duim moeten zuigen, om toch maar wat op papier te kunnen zetten hé.Ne mens maak nog al wa mee hé.

Zeker als ge nog niets hebt meegemaakt, maar ik maak alle dagen wat mee hoor.

Deze morgen stapte ik uit mijne warme nest, waar ik den ganse nacht heb liggen wroeten gelijk een arm varken die in den modder ligt te wroeten. En na een klein uurke was ik in mijn woonplaats en tot mijn grote verbazing zag ik daar mijn twee goudvissen liggen.

Ze waren alle twee verdronken, en ze waren zo dood als nen dooie pier, die dood is.

Na een medisch onderzoek kreeg ik bericht dat die verdronken waren.

Verleden week had ik nog naar een begrafenis geweest van mijne hond, en weet ge wat we ginder kregen: Elk twee opgerolde pannekoeken die al drie weken oud waren.

Potverdikke zeg, den diene had van colere alle twee zijn poten afgebeten tot aan zijne nek, omdat hij geen eten kreeg. Den doktoor had mij gezegd dat ik hem een tijdje geen eten mocht geven, want hij kon hem mee moeite bewegen.

Als ik mij nog nen hond koop, dan moet da éne zijn met vier houten poten.

En als ik nog twee goudvissen koop, dan moeten ze wel alle twee een zwembrevet hebben. Verleden week was ik op wandel in de stad waar ik woon en opeens bleef ik stokstijf staan en keek ik naar boven, want de regering kon elke gaan minuut vallen. Had ik dat eerder geweten, 'k was nooit blijven staan, want de regering is nie gevallen.

De winterdagen zijn op komst en 's avonds begint al flink af te koelen. Zo ben ik achter een dekbed geweest en op mijn koud beddeke gelegd, met de bedoeling om van nen warme nachtrust te kunnen genieten.

Potverdikke zeg, 'k heb daar toch wel ne ganse nacht wakker gelegen zeker, da schaap heeft nen ganse nacht liggen bleiten. Ik moet u wel zeggen dat in da dekbed twee kilo schaapwol zat.

Ze hebben da dekbed onderzocht en ze waren tot ondekking gekomen dat da schaap nog leefde. Ze hebben dan da blinde schaap op nen elektrische stoel moeten zetten, en na twee uur was da blinde schaap zo dood als ne pier.

En om toch maar zeker te zijn, hebben ze da schaap nog nen ferme klop op zijne kop gegeven. 'k Heb hier ook nog een zwarte kat lopen, maar die lig al acht dagen in de kliniek. Bij een koprol heeft ze hare nek gebroken en haar linker poot zit ook in de plaaster, want haar teennagel was gescheurd.

Ze was aan ’t oefenen voor de olympische spelen, die al gepasseerd zijn. ‘k Heb ook azo ne keer nen zijwaartse koprol gemaakt, en mijn platte tong zat tussen mijn valse tanden. Zo ben ik ook ne keer bij den doktoor moeten gaan, want bij het niezen verloor ik alle twee mijn winkbrauwen en mijn valse tanden, die waren zo vals als iets.

Gisteravond zat ik op mijn gemak naar den tv aan ’t kijken, en ineens gaf mijn rechtervoet nen geweldige schop aan mijn linkse voet. Hoe dat da kwam, weet ik niet, want ze zeggen mij nooit iets.

‘k Heb daar twee weken mee zere voeten rondgelopen, en na een hevige discussie was alles weer in orde. Verleden week heb eens bij mijnen gebuur geweest, om hem nen goeie dag te wensen, want nen goeie dag is altijd welkom hé.

En toen ik binnenkwam zat den André er maar triestig bij, en ik vroeg hem wat er scheelde.

Den André zijne ezel was verdwenen, en niemand die wist waar deze ezel naartoe was.

Maar den overbuur had hem zien zitten bij den coiffeur (haarkapper).

André zijne ezel was naar de coiffeur (haarkapper) gegaan, om zijne nek te laten scheren.

Ook in de zoo van Antwerpen hebben ze zoiets meegemaakt, maar dat was wel nen grote giraf hoor. Ik ben azo ne keer wreed verschoten, toen ik in mijne kelder kwam.

Potverdikke zeg, mijne kaker was da konijn aan ’t opeten, die ik klaargemaakt had voor mijne gezellige kerstavond. Om nog maar te zwijgen van die twee paarden, die in de weide aan ’t voetballen waren met nen tennisbal.

Mijne over overbuur kwam ne keer naar huis met nen vis, want af en toe gaat diene vent ne keer gaan vissen.Maar da was wel ne speciale vis hoor, want hij had nen donkere bril op zijne neus staan en hij had ook twee platvoeten.

De mannen van de gemeente had de opdracht gekregen van den burgemeester om de bodem van diene visvijver effen te maken, maar omdat daar beneden zo donker was, waren ze verplicht van hun zaklampen te laten branden.

Die vissen kregen platvoeten, omdat die mannen over hun voeten reden en het licht van die zaklampen scheen zodanig in hun ogen, dat ze er blind van werden. Gisteren ben ik ne keer gaan wandelen, om mijn benen wat te rekken en wat frisse lucht mee te brengen naar huis.

Ja mannekes, als ge aan iets begint, dan moet ge zeker iets meebrengen, want mee lege handen naar huis gaan, da trekt op niets hé.

Als ik een tijdje aan ’t wandelen was, begonnen mijn twee linkse voeten wa moe te worden, want die zijn niet gewoon om lange wandelingen te maken. Dus zette ik mij op een bankske die daar stond, en ineens hoorde ik ne zwaluw luidop lachen.

Zeg diene tweede zwaluw die naast hem zat: Waarom moet je zo lachen?, waarop de eerste zwaluw zei: Onder mijn voeten passeerde juist nen telegram.

Ik moet u wel zeggen dat die twee zwaluwen op nen telefoondraad zaten. En diene vent die voor mij liep, den diene viel af en toe ne keer. Toen ik hem vroeg waarom hij af en toe viel, zei hij mij dat hij de vallende ziekte had.

Ik heb vroeger een zwarte kat gehad, waarmee ik geregeld ging mee wandelen en die moest altijd wreed niezen. En tijdens hare nies viel die ook, maar den doktoor had mij gezegd dat die kat leed aan een dodelijke niesziekte. Ik was azo ne keer aan ’t wandelen in ne bos waar veel bomen staan, en opeens viel er een een blad op mijne kletskop.

Ja mannekes, ‘k vergeten van nen helm op mijne kop te zetten. Ze hebben mij moeten wegvoeren naar ’t kliniek, want da blad zat nog in mijne kop.

Ik denk dat ik hier stilaan ga stoppen mee te zeveren, want ik moet nog mijne dooie kalkoen verdoven, om hem te kunnen slachten, want anders loopt hij weg en kan ik zeker op mijne kin kloppen.

PS: Vergeet niet dat lachen wreed plezant is, want er wordt veel te weinig gelachen.

 Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Leren lopen en leren eten.

Awel mannekes, flipper de flip ga ne keer terug naar de tijd van vroeger, toen hij nog moest leren lopen en eten en da was niet al te gemakkelijk hoor. Allé, voor mij toch niet.


Toen ik nog nen kleine snotter was moest ik nog van alles leren, want ge kan toch maar moeilijk gans uw leven aan moeders rok hangen hé.
't Is gelijk een vogeljong die zijne nest verlaat, dat moet ook eerst nog leren vliegen hé. Bij mij was dat leren lopen, met vallen en opstaan.
Dat vallen ging nog, maar dat leren lopen was al ietske moeilijker. Awel mannekes, ge gaat mij niet geloven, maar flipper de flip is beginnen lopen in ne marathon met stilstaande start. Ik bleef stilstaan tot wanneer diene marathon volledig uitgelopen was en al die andere gasten al ferm moe waren, en zweten dat die jonge snotters deden.
En toen ik op handen en voeten moe en uitgeput thuiskwam, kon ik aan mijn eerste looppassen beginnen.
Ik moet u wel zeggen, als ge voor den eerste keer leert lopen, dan moogt ge daar niet te rap mee zijn want anders valt ge teveel en blijft ge vallen.
Ik deed dan ook maar kleine pasjes, om zeker mijn kleine beentjes niet te rekken en om zeker niet te vallen.
Mijn vader heeft mij da zeker zestien keer voorgedaan, want mijn korte beentjes sloegen altijd in nen knoop zodat ik nooit een voet vooruit geraakte. 
Wat wilt ge, als ge drie stappen vooruit zet en veertien achteruit, dan komt ge ook ni vooruit hé.
Zelfs de buren hadden het mij al meermaals voorgedaan en op nen zekere moment had ik daar iets op gevonden, om vooruit te geraken zonder moe te worden.
Ik had in onze schuur een plank gevonden en heb daar zes kleine wielekes aangevezen, en er twee schokdempers aangebonden om de schokken op te vangen.
Ja mannekes, normaal staan daar maar vier kleine willekes onder, maar ik heb uit voorzorg toch maar twee kleine reserve willekes aan vastgevezen, want ge kunt maar nooit weten dat ge per ongeluk in nen nagel of een pinaize rijd hé.
En met de afstandsbediening van onze oude tv, werdt dat dan ook een skybord met afstandsbediening hé.
Maar ik moet u wel zeggen dat daar rap een einde aankwam, want ik had in dienen tijd nog geen skybordrijbewijs en de nodige papieren om mij op de openbare weg te verplaatsen zonder moe te worden.
Awel mannekes, na al die jaren van vallen en opstaan, kan flipper de flip nu heeeeeeeel goe lopen.
Af en toe loopt hij nu weleens zijn eigen voorbij, omdat zijn inmiddels volgroeide korte beentjes moeten achterblijven omdat ze flipper de flip niet kunnen volgen.

              Leren eten.

Mijn tweede leerproces was leren eten, en ook dat bleek een moeilijk leerprocies te zijn. Ja mannekes, in het begin kreeg ik van mijn moeder altijd de borstvoeding, maar omdat ik altijd wreed draaierig werdt van haar naakte borst te zien omdat ik geen bloot vlees kan zien, was ze dan ook verplicht van over te schakelen naar de beroemde papfles. Awel, ik ben bijna twee keer verdronken geweest, door mijne snotneus te diep in de papfles te steken. Als ge vab de blote borst naar de papfles gaat, dan moet ge eerst de brocure (handleiding) lezen.
Drie weken opleiding heb ik daarvoor moeten volgen, omdat onder de knie te krijgen. Na drie weken hebben ze mij dan benoemd tot de melkbrigade, omdat ik al die witte melk opdrong zeker. Ik kreeg ook nog een brevet van de witte melkbrigade, zodat ik na drie weken opleiding met mijn allereerste brevet naar huis kwam.


De melk die ik uitgedrongen had kwam langs mijn neusgaten en mijn oren naar buiten gelopen, zodat wij altijd melk in overvloed hadden.
Ik was in dienen tijd zo wit als witte melk, zelfs mijn spierwit haar was wit. Ze riepen altijd: Kijk daar, dienen witten van de witte melkbrigade loopt daar.
Ik ben dan maar direct overgeschakelt naar chocomelk, en in de kortste keren kreeg ik een bruin velleke en ook mijn spierwit haar werdt helemaal bruin.
Mijn vader heeft dan ons wit huis moeten herverven van wit naar bruin, zodat ge het bij ons alle dagen herfst was.
Ik moet u wel zeggen dat bruin mij veel beter staat dan wit, omdat ge met een schoon bruin velleke wreed opvalt, zeker als ge op reis geweest bent waar de zon amper geschenen heeft.

Ik wens ieder van u dan ook veel leesplezier met deze twee korte verhaalkes.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door flipper de flip om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Verdriet van een hond.

Men zegt vaak dat je van een hond meer liefde kan krijgt dan van een man, en in feite klopt dat een beetje. Zeker als ge hem met veel liefde behandeld, dan krijgt ge ook veel liefde terug. Maar een hond kan ook gebruikt worden als een troeteldier of als een knuffelhond. En dan denk ik vaak aan de mensen die eenzaam zijn of zich eenaam voelen. Aan de alleenstaande mensen die nood hebben aan aandacht, liefde en een knuffel. Want een lief hondje kan je dat allemaal geven, als je eenzaam en alleen bent. Zo' n hondje heeft flipper de flip in zijn jeugdjaren ook gehad, maar spijtig genoeg is een hondenleven ook maar heel kort. In feite is een geen verhaal, maar wel een gedicht om je te laten meegenieten hoe mooi een hondenleven wel is.

Ik was amper acht jaar en toen verscheen jij in mijn nog zo'n jonge leven.
Jij was zo klein en zo lief, met mooie bruine ogen.
Ik noemde je meteen Lassie, en van dat moment was jij helemaal van mij.
We deden dan ook alles samen, zoals: Spelen, stoeien en achter elkaar rennen.
Overal waar ik ging, nam ik je mee,en anders liep je me wel achterna.
Niemand hoefde aan mij te komen, want dan stonden jouw tanden als afdruk in zijnen arm.

's avonds rond negen uur stond jij met je sierlijke staart te kwispelen voor de deur, want het was immers bedtijd.
Ik kroop onder de lakens, en jij kwam zo lief naast me liggen.
Je plofte je neer in mijn armen, en legde je hoofd op mijn kopkussen.
Ik gaf je een nachtzoentje en de volgende ochtend werden we altijd samen wakker, zoniet: Dan wachtte je tot ik wakker werdt.
Maar het bed verlaten zonder mij,nee, dat deed je niet.

Jij was een echte vriend voor het leven, die mij heel veel liefde wist te geven.
Maar helaas ben je er nu niet meer, en dat doet mij na al die jaren nog erg veel zeer.
Maar in mijn gedachten ben je nog steeds bij mij, en van die herinneringen wordt ik weer een beetje blij.
Ik zal dan ook al die mooie herinneringen nooit gaan wissen, maar ik zal je wel heel erg gaan missen.
Elke dag huil mijn hart om jou, want kon ik je nog maar zeggen: Lieve Lassie, hoezeer ik je mis.
't Leven gaat zo vreselijk vlug, maar vergeten doe ik niet vlug.

Altijd liep je achter mij aan, en je zou voor mij door het vuur gaan.
Jij was toen mijn beschermengel, en mijn allerbeste vriend.
Om zo aan je einde te moeten komen, dat heb je echt niet verdiend.
Ik had je zo graag een plekje willen geven, waar ik elke dag even naartoe kon komen.
Maar ik heb een ander mooi plekje gevonden, en dat is in mijn hartje waar jij voor altijd zult bestaan.
Ik heb mijnen Lassie moeten laten inslapen, want zijn lichaam was moe.
Het was voor mij een moeilijke en een pijnlijke keuze, maar voor hem was dit de beste oplossing.
Mijn hart doet daarom zeer, maar hij heeft gelukkig geen pijn meer.
Lassie was voor mij de allerliefste hond, maar zijn levenscyclus is nu helemaal rond.

Ter nagedachtenis aan jou,mijn lieve Lassie, ben ik dit gedicht gaan schrijven, want mijn gedachten zullen altijd bij je blijven.
Jij was de allerliefste hond die ik ooit bezat, en jouw herinneringen neem ik overal met me mee.
Bedankt lieve Lassie, dat ik mijn mooie kinderjaren samen met jouw hebt mogen delen.
Rust zacht, mijn lieve Lassie: IK HOU VAN JOU.

't Is maar om u te zeggen dat ge van nen hond veel liefde krijgt, maar ge moet hem dan ook veel liefde geven.
Mensen hebben veel liefde en aandacht nodig, maar ook dieren hebben dat nodig.

Ik wens ieder van u dan ook veel leesplezier, en vergeet niet dat 't leven nog veel te kort is.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door flipper de flip om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

De natuur.

Ja mannekes, de natuur kan toch schone zijn hé, zeker als ge af en toe ne keer naar buiten gaat en 't weer het toelaat. De éne zit lekker te genieten in zijnen hof of op een terraske, en den andere geniet van een aangename wandeling.

Awel mannekes, ik heb vandaag ook een wandeling gemaakt in de vrije natuur, en 'k heb er met volle teugen van genoten. Mijn longen die leeg waren, zijn nu zeker voor veertien dagen opgevuld met verse natuurlucht en geuren van de bloesems. Mijn bottienen aan mijn platvoeten gedaan, om onderweg zeker geen blaren en zere voeten te krijgen,ging ik de vrije natuur verkennen. Want op de boerenbuiten en zeker langs de velden en akkers, is da heel anders stappen dan in de stad. Ik kom daar aan een veld die nog maar pas omgeploegd was, en 't was precies of ik was in het Antwerpsportpaleis beland. De blinde mollen waren met zijn allen uit hun ondergrondse tunnels naar boven gekropen, en waren aan het repeteren voor het bal van de blinde vinken. Toen heb ik mij daar onder diene treurende treurwilg neergezet, om te genieten van het ballet van Vlaanderen der blinde mollen.

Awel mannekes, ge gaat me waarschijnlijk niet geloven, maar hoe langer ik daar onder diene treurende treurwilg bleef zitten, hoe meer hij begon te treuren. Zelfs de vogels treurden mee en op één, twee, drie lag gans da omgeploegd veld onder water. 't Was precies een stortbui die uit de blauwe hemel naar beneden gedonderd was, en de blinde mollen gingen maar door met hun repetities voor het ballet van Vlaanderen. Maar diene treurende treurwilg bleef maar treuren, en iedereen treurden mee en liet zijn tranen de vrije loop. Zelfs de koeien en de paarden begonnen mee te treuren en te bleiten en te hinnikken, maar ook zij konden hun tranen niet bedwingen en lieten ze de vrije loop. Ja mannekes, ne mens gaat dan ne keer gaan wandelen in de vrije natuur en als ge u dan nog onder nen treurende treurwilg zit die ni anders doet dan treuren,dan is dat ook ni plezant hoor. Ik was dan ook verplicht om mijn natuurwandeling verder te zetten, want ook mijn piepklein oogskes begonnen al hun eerste traandruppels los te laten.

Nog geen tweehonderd meter verder weer een droevig tafereel, daar lagen zeker twintig bruine bruingebrande wilde konijnen te bleiten, omdat die bruin gebrand waren van de opkomende zon die nog maar pas opgekomen was. Die bruine bruingebrande wilde konijnen hadden vergeten om hun bruine pelsmantel in te smeren met zonnecréme, ofwel hadden ze naar de weersvoorspellingen niet geluisterd. 'k Heb dan direct een ambulance opgebeld en nu liggen ze allemaal in ne carratainer met nen zuurstofmasker op, om van hun brandwonden en van de schrik te bekomen.

In de verte zag ik dan wel een blij en vrolijk tafereel, want daar op die groene weide waren de jonge geitjes de vogeltjesdans aan 't dansen
Waarschijnlijk waren die aan 't oefenen voor de komende Gentse Feesten, die binnenkort van start zullen gaan, en dan nog in open lucht.
Er waren daar zelfs jonge geitjes bij die af en toe nen dubbele salto sprongen en bokkesprongen maakten van blijdschap, maar één van die jonge geitjes lag daar op de grond. Hij had bij het neerkomen van zo 'n dubbele salto zijn poten verwisseld en was op zijn kin terechtgekomen, met als gevolg vier valse tanden kwijt, een blauw oog en hij had ook nog zijn tong ingeslikt. Terwijl diene duizendpoot niet wist welke poot hij eerst moest verzetten, en af en toe over zijn eigen poten struikelde. Ja mannekes, dat komt ervan hé, als ge duizend poten hebt en ge moet er maar acht gebruiken. En de miereneter was al twee dagen aan 't eten, dat zijne dikke buik begon op te zwellen.

Hoe verder ik de vrije natuur introk, hoe schoner diene vrije natuur werdt. Ik kwam daar aan ne vijver en kon mijn eigen ogen niet geloven.
Daar lagen de vissen plat op hunne rug te zonnebaden boven op 't water, en zonder zwembroek aan kon men dan ook zien van welk geslacht ze waren. Er zwommen daar zelfs vissen bij met ne duikersbrik op, en zuurstofflessen op hun rug. Waarschijnlijk waren dat vissen die af en toe ne onderwaterduik deden, om te gaan kijken als er geen water in hun ondergrondse kelder stond zeker. Maar er was daar ook ne vis bij die af en toe ne driedubbele salto maakte onder 't water, ofwel had hij hoogtevrees ofwel was hij gewoon bang om boven te blijven hangen. Er was daar zelfs ne vis bij die daar midden in diene vijver zat te vissen, zonder het te beseffen dat hij zelf ne vis was.
Waarschijnlijk was diene vis nog maar net aan zijn recordpoging begonnen, om op ne korte tijd zoveel mogelijk vis te vangen. Toen heb ik mij daar even op een alleenstaande zitbankske neergezet, om op mijn gemakske verder te kunnen genieten van het waterballet die de vissen aan 't opvoeren waren. Er was daar ook ne blinde mol, die met zijne verrekijker aan 't kijken was naar dat mooi maar nattig waterballet, terwijl ne ooievaar daar stond applaus te geven met zijn gepluimde vleugens, dat de pluimen eraf vlogen. Dat was waarschijnlijk ne blinde mol die daar woonde, want hij had nog zijne donkerbruine gestreepte pyjama nog aan.

Op mijn terugweg naar huis stond daar toch wel een file van zeker tien kilometer lang, omdat daar een groep trage slakken de weg aan 't oversteken waren. Ik moet u zeggen dat da wreed lang kan duren hoor, eer diene groep trage slakken aan de overkant van de weg zijn.
Terwijl al die chauffeurs daar aan 't ruzie maken waren, omdat die file veel te lang was. Tien minuten later kwamen de zwaantjes daar aangereden met hun trobinetteke waar dat er voor en achteraan een brandende kaars opgemonteerd was die wreed veel geluid maakte, en nog pinkte ook Die mannekes hebben daar in een rapke keer die lange file opgelost, de éne helft moest terugkeren en de andere helft mocht doorrijden. Ondertussen was ik aan een mooi bloemenveld aangekomen, een bloemenveld vol geuren en kleuren. De éne bloem was mooier dan de andere,en toch gaven ze allebei een fijne geur af maar hadden wel verschillende kleuren. 't Was precies een mooie bloemenschilderij van Picasso die tot leven is gekomen, maar dan wel zonder geuren, maar wel met kleuren. Een natuur vol met zijn pracht en praal, vooral als alles begint te bloeien. En met deze natuurschoon ging ik huiswaarts, om het op papier te zetten en het nog eens te kunnen herbeleven, samen met de mensen die dit natuurverhaaltje lezen.

Maar één ding weet ik zeker, waar je ga of waar je sta, ge laat altijd je eigen voetsporen achter.

Groetjes van flipper de flip.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Mijn teksten

↑ Terug naar de berichten