Naar de inhoud

ONDERWEG

Impressies van een fietser
akke.beakke.be

Archief

VOORKEUR VOOR KLASSIEK(ERS) 4

Alison Moyet °1961/ Dido's Lament: When I'm Laid In Earth/ Henry Purcell (°1659-1695)

Niet meteen de vrolijkste aria uit het klassieke repertoire (kameropera Dido and Aeneas) maar op een kletsnatte dag als vandaag past ze wonderwel in het plaatje. De voormalige Britse zangeres van de al snel ter ziele gegane popgroep Yazoo, brengt deze klaagzang op zeer geloofwaardige wijze. Schitterende stem.

Bijlagen
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Dany Corneillie om 17:14 Reageer op dit bericht

VOORKEUR VOOR KLASSIEK(ERS) 3

Antonio VIVALDI/Frema pur, si lagni Roma uit OTTONE IN VILLA

Philippe Jaroussky (°1978) is een Franse contratenor vooral bekend van zijn interpretatie van barokmuziek

Bijlagen
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Dany Corneillie om 15:03 Reageer op dit bericht

VOORKEUR VOOR KLASSIEK(ERS)

Simone KERMES (°Leipzig 1965) Duitse coloratuur sopraan

ALTO GIOVE is één van mijn absolute favorieten. Fragment komt uit de opera POLIFEMO gecomponeerd door Nicola PORPORA geboren in Napels 1686 en aldaar gestorven in 1768

Bijlagen
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dany Corneillie om 12:34 Reageer op dit bericht

ONDERWEG 52

SPOORLOOS

We zijn een beetje triest. Hercules, onze lieve, minzame kater is niet meer thuisgekomen. Al vier nachten op rij stuurde hij zijn kat. Een eerste bevraging in de buurt leverde niks op. Zijn etensbakje in de keuken blijft onaangeroerd, maar we nemen het niet weg omdat we nog altijd hopen dat hij terug zal komen.

We blijven maar door het venster turen langswaar hij gewoonlijk binnen komt, maar we staren in het ijle. 'Als je lang genoeg kijkt, zie je hem zitten', zegt mijn vrouw, net als bij een fata morgana. Je ziet water al is er enkel dorre woestijn.

Heeft iemand hem doodgereden? Is hij verloren gelopen? Zit hij ergens vast of is hij bij een katin blijven hangen? We blijven gissen maar dat brengt hem niet terug. Van Hercules voorlopig geen enkel spoor.

De laatste dagen bleef hij wel vaker lang weg. Soms zagen we hem een hele dag niet, maar uiteindelijk kwam hij toch altijd opdagen. We vroegen ons dan af waar hij overal uithing en noemden hem onze 'stratenloper'. Een kater die je niet binnen kon houden. Er zijn twee kroegen in de buurt, Het Rost Zand en 'De Pekker', maar daar hebben ze hem niet opgemerkt.

Mocht ik hem niet zo graag zien dan wrong ik zijn nek om. Bij manier van spreken.

dc

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Dany Corneillie om 19:27 1 reactie Reageer op dit bericht

ONDERWEG 51

Ben al enkele dagen maar half. Krijg geen letter op papier. Mijn kleine hersenen verzuipen in het snot. In mijn tempel huizen lichaamsvreemde stoffen. Groenig en gelig van kleur. De eerste symptomen van een verkoudheid op komst probeerde ik nog mentaal te bedwingen, maar dat lukte maar half. Mijn vrouw lag dan al een week tegen het canvas, geveld door een virus, genaamd CRV en ik liep blindelings in die besmettelijke val.

Het onheil probeerde ik te weren met Vickx, sinutab, paracetamol en nog enkele variaties op dit thema. Tevergeefs. Hoesten en proesten. Fietsen en lopen was een mop. De feestvreugde, waar ik zo al een hekel aan heb, liet ik aan mij voorbijgaan met een warm kussen in mijn rug en een fleece dekentje op mijn benen. 's Avonds kwam de koorts opzetten en mijn angstdromen werden bevolkt door de vreemdste wezens. Het menselijk brein heeft nog lang niet al zijn geheimen prijs gegeven. Zelfs in mijn wildste fantasieën kon ik dergelijke dromen niet verzinnen.

'Je weerstand is verminderd', zegt de dokter. Dat had ik zelf ook kunnen bedenken. Ben niet de meest gemakkelijke zieke, als ik mijn vrouw moet geloven. Mijn routine is verstoord en voor iemand met licht autistische trekjes is dat nefast voor de balans tussen ying en yang.

De laatste weken ben ik weer beginnen twijfelen of het met de mensheid wel de goeie kant uitgaat. Mijn vrouw zegt dat ze de doodstraf opnieuw moeten invoeren. Zelf ben ik dan weer voorstander van de schandpaal.

Maar zie. Gisterenavond werd mijn lichaam plots zeer opstandig. Na de zoveelste hoestbui stikte ik net niet in de fluimen. Ik moest onverwijld aan mijn vader denken die door overmatig misbruik van nicotine vaak haast verzoop in oneindige hoestpartijen. Daar bovenop waren zijn longen ook nog aangetast door de meelziekte. Hij was bakker.

Na die fysieke katharsis van gisteren voel ik mij vandaag vrijer. Ik kijk met een warm gevoel terug op de kerstboom die, ontdaan van alle glans en glitter, terug anoniem op zolder staat en het mensdom krijgt opnieuw het voordeel van de twijfel.

Mijn fiets is gepoetst. Benen geschoren.

dc

 

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door Dany Corneillie om 15:29 1 reactie Reageer op dit bericht

ONDERWEG 50

De buitentemperatuur zou fors moeten zakken want ik heb wollen sokken gekregen voor Kerst. Daarvoor hebben ze een volwassen Alpaca moeten scheren. Maat veertig, weet je wel. Koude voeten behoren voorgoed tot het verleden. Toen trokken we winterkousen over onze schoenen. Dat hielp geen zier. Trouwens als het vroor reden we toch niet.
’Als je morgen wil fietsen, kan je vandaag misschien dweilen’! Vrouwelijke logica.
Omdat ik geen enkele uitdaging uit de weg ga, behalve in de regen rijden, maak ik een sopje klaar en sta een half uur later met dweilstok en emmer in de hand. Mijn zwaarste fysieke inspanning na het openen van een fles Barolo tijdens het Kerstmenu. Mijn hartslag gaat meteen de hoogte in. Dat zie ik aan mijn apparaat die ik voortaan ook wil opzetten tijdens het vrijen. Een mens mag zichzelf op een bepaalde leeftijd niet meer overschatten. Mijn vrouw draagt al een tijdje zo’n apneutoestel, dus we zijn een en ander gewend als het op vreemde attributen in bed aankomt.
Na de klus lijkt het wel of ik heb de Pico del Teide opgereden. Met zijn drieduizend zevenhonderd en achttien meter de hoogste vulkaan van het eiland Tenerife. In 1909 is hij voor de laatste keer uitgebarsten. Gelukkig is het bij mij nog niet zo lang geleden.
Ze zeggen dat ik niet te vroeg opnieuw mijn fiets mag bestijgen en ze hebben gelijk, maar ze doen het zelf ook.
Eerst moet ik de ‘nek-check’ doen. Je mag pas sporten bij een verkoudheid als je alleen maar last hebt van alles wat zich boven de neklijn situeert. Dus bij een snotneus of hoofdpijn mag het wel, maar bij fel hoesten en te hoge hartslag mag het niet.
Nu is het wachten tot de temperatuur zakt. Dan haal ik mijn Alpaca’s uit de kast!
dc
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Dany Corneillie om 13:44 1 reactie Reageer op dit bericht

ONDERWEG 49

De Elfenkoning

Wie rijdt er zo laat door nacht en wind? Het is een vader met zijn kind. Hij houdt de jongen vast in zijn arm, omklemt hem stevig en houdt hem warm. Waar ben je toch zo bang voor, mijn zoon? Voor de elfenkoning, met mantel en kroon. Zie jij dan, vader, de elfenkoning niet? Mijn zoon dat is een nevelsliert. Mijn liefste kind, kom met me mee! Zo'n leuke spelletjes spelen wij. Vol bonte bloemen staat ons strand. Mijn moeder kleedt ons met goud en kant. Ach vader, heb je niet gehoord, waarmee de koning mij zachtjes bekoort? Wees rustig, blijf rustig mijn kind. In dorre bladeren ritselt de wind. Ga met me mee en leer mij kennen, mijn dochters zullen je verwennen. Ze dansen elke nacht, mijn lieve knaap en wiegen en zingen je daarna in slaap. Ach vader, kijk ginds naast de baan. Zie je de koning zijn dochters niet staan? Mijn zoon, ik zie ze helder en klaar. Het lijkendie oude grijze wilgen daar. 'Ik hou van jou, je bent al wat nu voor mij telt. En ben je niet willig, dan gebruik ik geweld. Ach vader, nu raakt hij me aan! Elfenkoning heeft mij pijn gedaan! De vader huivert, hij rijdt gezwind. Hij houdt in zijn armen het kermende kind. Bereikt de hoeve ternauwernood. Het kind in zijn armen was dood.

Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832)

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Dany Corneillie om 19:07 Reageer op dit bericht

ONDERWEG 48

VREEMD

Verontrustend nieuws! Hercules gaat vreemd! Helemaal zeker ben ik niet, maar ik heb sterke vermoedens. Bewijzen evenwel niet, want ik was er niet bij.

'Waarom denk je dat hij op een ander gaat?' vraagt mijn vrouw met een blik vol ongeloof.

'Hij doet vreemd', zeg ik.

Vanmorgen ben ik om elf uur vertrokken met de koersfiets. Hercules was dan al een uur of drie aan de haal. Mijn luide stem schalde als een schalmei over de koer tot bij de overbuur en nog een paar straten verder. Geen gehoor! Geen enkel teken van leven! Zijn etensbakje stond zo goed als onaangeroerd in de keuken.

Toen ik om twee uur thuis kwam was hij nog steeds niet op de afspraak. In de verste verte niet te bekennen. Zoals aangekondigd begon het ook te regenen. Daar had ik terdege rekening mee gehouden. Jan niet. Onze kater evenmin.

Ongerust was ik nog niet, maar toch wel enigszins op mijn ongemak. Stel je voor dat hij zonder kijken de straat heeft overgestoken. De nieuwsberichten brengen zoal genoeg onheilsboodschappen van kinderen en grote mensen die aangereden worden in het halfdonker.

Het duurt een eeuwigheid voor hij uiteindelijk thuiskomt. 'Nu heb je toch wel reuzenhonger'? vraag ik met een glimlach van hier tot in Mendonk. Hij gunt zijn korrels geen blik waardig, laat staan ervan eten.

Abnormaal. Gij gaat vreemd', zeg ik, maar hij haalt de schouders op. Zo nat als een pladijs gaat hij op de vloer in de garage liggen, terwijl ik verder mijn fiets opblink. Dat heeft op zich weinig zin want morgen zal het weer regenen.

'Gij zit op een goeie wei, zeker?! Gij hebt een lief! Geef het maar toe!' Hij lacht mij vierkant uit.

Als ik thuiskom van het fietsen eet ik sneller dan een grafdelver. 'Waar steek jij dat allemaal?' vraagt mijn vrouw dan. Stel je voor dat ik niet zou eten aan de streep!

Mijn vrouw zegt dat we hem het voordeel van de twijfel moeten geven. Oké, zeg ik. Als een Johnny Depp vlijdt hij zich neer op de badmat, terwijl ik erin lig. Hij is zich van geen kwaad bewust.

Op radio zingt Ann Christy.

'Dag vreemde kater/Poes van mijn dromen/Je komt en gaat/Je hebt er andere om je heen/Je bent gevierd en populair/ Je gaat op stap en liefst heel ver/En wanneer kom je nog eens thuis/Je wordt een vreemde in ons huis/Dag vreemde kat/Ach wie ben jij/Waar ga je heen/Waar ben je nou/Ik hou van jou.

dc 

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door Dany Corneillie om 18:10 Reageer op dit bericht

ONDERWEG 47

'Hoeveel slapeloze nachten zou mijn moeder niet gehad hebben'? vraagt mijn vrouw nadat we onze jongste hebben uitgezwaaid. Ze rijdt de straat uit in haar mini Fiat Dolce Vita. 'Net zoals mijn moeder heeft mijn schoonmoeder zes kinderen grootgebracht en dat verliep niet altijd even rimpeloos'. Voor een aantal van die rimpels ben ik zelf verantwoordelijk, denk ik bij mezelf.

'Met dit weer zou ik niet vertrekken', zei ik de avond voordien, zorgwekkend. De Grensstraat lag er spekglad bij. In mijn ijver om de proef op de som te maken kon ik mij nauwelijks staande houden. Gelukkig nam ze mijn waarschuwende woorden voor waar. In de logeerkamer ligt ze languit en veilig.

Hoe vaak heb ik de opgestoken, verwittigende vinger van mijn vader in de wind geslagen? Dan liep ik met mijn hoofd in de wolken, tegen de muur. 'Wie zijn gat verbrandt, moet op de blaren zitten', lachte hij. Bij mij was dat eerder groen. Veel later reed ik voor de eerste keer, op zoek naar eeuwige roem, die van Geraardsbergen op maar dat heeft mijn pa niet meer mogen meemaken. Hij werd ziek toen mijn broer zonder veel vijfen en zessen naar Thailand vertrok en daar verongelukte. Voor hen was dat een uppercut zonder weerga.

Jonge mensen worden vandaag zwaar op de proef gesteld. De meeste zijn zeer beschermend en in alle luxe kunnen opgroeien, maar de eisen die hun beroepsleven vergt zijn niet van de poes. Ze mogen dan wel goed betaald worden, daartegenover staat dan wel een groot engagement dat ze niet altijd kunnen waarmaken. Burn-out is een woord dat onze, iets oudere generatie nooit gekend heeft.

'Zoek een uitlaapklep om je te ontspannen', geef ik haar als wijze raad mee. Op sportief vlak heeft ze geen aardje naar haar vaartje. Daar moet ik mij mee verzoenen.

We lopen samen in Hulst. Sinds lang kan er weer geschaatst worden op de stadsgracht en dat brengt mij bij onderstaand gedicht.

Ik schaatste

en hoog in de lucht vloog mijn moeder met mij mee,

verfde de hemel paars voor mij,

stopte de wind in een kistje en maakte strenge vorst voor later,

die avond -

mijn vader rookte zijn dunste sigaren,

leunen op de horizon,

en in het riet zag ik mijn kinderen 

die ruisten met hun witbestoven pluimen -

Ik schaatste en schaatste en mijn moeder riep:

'Zal ik de tijd stilzetten, nu? Zal ik dat doen'?

'Dat is goed'! riep ik en schaatste langzaam uit haar gezicht,

de grijze verte in.

Toon Tellegen (1941) 

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Dany Corneillie om 18:10 Reageer op dit bericht

Meer van ONDERWEG

↑ Terug naar de berichten