m
Jan en An zijn pas gehuwd en An heeft voor hare Jan worstjes gebakken.
Hij merkt op dat zijn vrouwtje de uiteinden van de worstjes gesneden heeft alvorens ze te bakken.
Op zijn vraag waarom ze dat doet antwoordt Ann : omdat mijn ma dat ook deed, je moet haar maar vragen waarom. Bij de eerste gelegenheid die hij heeft vraagt Jan dus aan zijn schoonma waarom ze de uiteinden van de worstjes snijdt vooraleer ze ze bakt.
Antwoord van schoonma : mijn ma deed dat ook, je moet het haar maar vragen.
Op bezoek aan oma vraagt Jan dus waarom zij doet wat haar dochter en kleindochter doen : de uiteinden van de worstjes snijden. Maar ook oma heeft het zo van haar moeder geleerd.
Het zit Jan hoog : die verkwisting dus hij dringt er bij zijn Ann op aan om overgrootma in het rusthuis te bezoeken om eventueel daar een antwoord om zijn vraag te krijgen. Zo gezegd zo gedaan : ze gaan naar 't rusthuis en Jan vraagt het nu aan overgrootma. Die kijkt verschrikt en zegt dan : hoe is het mogelijk : bakken jullie nog altijd in dat klein panneke ?











