Taalvaardig
Met spek schieten : liegen.
Nieuws verblijdt, zei de zot, en hij draaide zijn muts.
Iets niet krijgen :
Ge zult dat krijgen als Pasen op een vrijdag valt
Ge zult dat krijgen als de kalveren op het ijs dansen.
Overdrijven :
Van een scheet een donderslag maken.
Vijf hespen uit een varken snijden.
Scheel zien : Hij ziet naar de andere week.
Tijd verspelen :
Met passen en meten, wordt veel tijd versleten.
Traag zijn :
Hij heeft lood in zijn schoenen.
Hij zal te laat komen op het laatste oordeel.
Versleten zijn :
Zijn tenen steken door zijn schoenen; de labbonen komen uit.
Hij heeft zich niet gewassen :
Hij is van de kat gewassen.
Hij heeft zich met droog water gewassen.
Uit : Zegswijzen,spreekwoorden en spreuken J A Van Elsen










