Hoe mooi het kan zijn
Mensen, waar zijn die straatmuzikanten?
Waar is dat nobele ras?
Die zomaar een deuntje wierpen op ons terras
Alsof ’t een speelbal was
Ach, geef ons meer straatmuzikanten
En wat minder: beeldbuisbazaar,
Want er zit minder geld,maar veel leven
Op de hoek, op de rand van een trottoir
Een draaiorgel of accordeon
brengt zonder veel ta ta ta,
Een lied omhoog naar dat derde balkon
En papa danst met ma,
In een bloemenjapon
Op de tonen van draaiorgel of accordeon
Ginds aan de overkant
staat een straatmuzikant
met zijn draaiorgel in de regen.
't Water druipt van zijn hoed
maar hij blijft welgemoed
al zit het weer hem ook tegen.
En hij speelt terwijl de regen nederdaalt
En het lied is als een zonnetje dat straalt
Het verleden herleeft, hij stelt zich weer voor
op elke hoek, in elk straat in elk dorp een draaiorgel, daarvoor.



























-